Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011
|
|
|
- Erna van Wijk
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2 Kerngegevens Technische Installatiebranche 211 Carolien van Rens Evelien Sombekke Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam Wouter de Wit Sanne Elfering ITS Nijmegen 211 1
3 ISBN NUR 959, OTIB Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfi lm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfi lm or any other means without written permission from the publisher. 2
4 Voorwoord Voor iedere regio is het van groot belang dat er voldoende gekwalifi ceerd personeel beschikbaar is, niet alleen op dit moment maar ook in de komende jaren. Om hier zicht op te houden is informatie nodig over ontwikkelingen die zich aan de bedrijfskant én aan de onderwijskant voordoen. Het onderzoeksprogramma van OTIB is erop gericht de desbetreffende ontwikkelingen nauwgezet te volgen. Jaarlijks worden gegevens verzameld over onze branche, de bedrijven en de in de branche, de arbeidsmarkt, het reguliere onderwijs en de scholing van. Resultaten van dit onderzoek worden uitgewerkt naar regionaal niveau. Het voorliggende onderzoek is ook dit jaar uitgevoerd door het ITS. Daarbij heeft het ITS weer uitvoerig gebruik gemaakt van beschikbare databestanden en zijn gegevens van het CBS en diverse andere instellingen bij elkaar gebracht. Daarnaast zijn gegevens uit de branche verkregen door middel van een enquête bij de bedrijven in de TI. In het rapport wordt niet alleen een analyse gemaakt van ontwikkelingen die zich in de afgelopen jaren in de TI-bedrijven en op de arbeidsmarkt hebben voorgedaan, maar is ook een prognose opgenomen van de ontwikkelingen die de komende jaren op de TI-arbeidsmarkt verwacht worden. Hierbij is onder andere geanalyseerd welke ontwikkelingen zich bij de TI-opleidingen voordoen, waarbij zowel naar de aantallen leerlingen als naar de aantallen gediplomeerden is gekeken. Bij het TI vmbo is sprake van zorgelijke ontwikkelingen. Niet alleen is het aantal gediplomeerden in de afgelopen jaren duidelijk gedaald, maar bovendien blijkt dat ongeveer 6 procent van deze TI vmbo gediplomeerden doorgaan met vervolgopleidingen buiten de TI of in banen buiten de TI aan de slag gaan. Het TI vmbo is voor onze branche een belangrijke bron voor werving van nieuwe jonge leerling-. De instroom in de TI mbo opleidingen daalt al een aantal jaren, evenals het aantal gediplomeerden dat van deze opleidingen af komt. Tegen deze achtergrond vraagt het onze speciale aandacht dat het aantal aangeboden BPV-plaatsen in de TIbedrijven in de afgelopen jaren is afgenomen. Het is immers van groot belang dat onze branche een groter deel van de TI vmbo gediplomeerden opneemt en aan zich weet te binden dan nu het geval is. Te meer omdat vanaf 213 weer nieuwe kansen voor de branche verwacht worden. Om deze kansen te kunnen benutten moet voldoende gekwalifi ceerd personeel beschikbaar zijn. Een speerpunt is ook de zichtbaarheid van de TI branche in het onderwijs. Opleidingen in de techniek worden breder. De sectorbrede techniekopleidingen groeien. Leerlingen techniek hebben meer keuzemogelijkheden en kunnen ook in andere branches aan de slag. De TI zal alles op alles zetten om voldoende leerlingen voor zich te blijven winnen. In het vertrouwen dat de resultaten van dit onderzoek u extra handvatten zullen bieden voor het maken van gefundeerde keuzes in uw RBPI, wens ik u veel succes in uw werkzaamheden voor onze branche. Elly Verburg Directeur OTIB 3
5 4
6 Inhoud Voorwoord... 3 Kerngegevens en actiepunten in de regio... 7 Bedrijven en... 1 Onderwijs Van opleiding naar werk in de TI... 2 Stromen en patronen op de TI-arbeidsmarkt De arbeidsmarkt in Prognoses voor de periode Literatuur Bijlage
7 6
8 Kerngegevens en actiepunten in de regio Na een vrijwel ononderbroken groei sinds 2 is het aantal TI in in 29 gaan afnemen. Het daalde van in 28 naar in 29 en verder naar in 21. Ook in de eerste helft van 211 blijft de werkgelegenheid in verder dalen, naar Landelijk laat de werkgelegenheid in de TI in de eerste helft van 211 een lichte opleving zien. De krimp van het aantal TI in deze regio doet zich echter uitsluitend in het vakgebied installatietechniek voor. De elektrotechniek telt medio 211 juist wat meer dan eind 28. Ook de koeltechniek heeft medio 211 meer dan eind 28. Het aantal TI bedrijven in de regio blijft overigens wel redelijk stabiel. Het aantal varieert in de jaren van 1.12 tot Medio 211 zijn er TI bedrijven in. De economische recessie treft eerst en vooral de in de fl exibele schil. TI bedrijven in deze regio zijn sinds 29 steeds minder beroep gaan doen op zzp ers en uitzendkrachten. In 21 zijn echter steeds meer TI bedrijven ook vaste krachten gaan ontslaan en contracturen van gaan verminderen of fl exibeler gaan inzetten. In deze regio is dat nog meer het geval dan landelijk in de TI. Bij uitstroom gaat het vaak om ervaren krachten. Daarmee verdwijnt vakkennis uit de branche. Door de ontspanning op de TI arbeidsmarkt in de regio zijn er minder vacatures. Het aantal TI bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures is vooral in de eerste helft van 29 fors gedaald, van ruim 6 procent eind 28 naar 14 procent medio 29. Daarna treedt een stijging op naar 28 procent in december 21, maar medio 211 is het weer gedaald tot 21 procent. Daarmee ligt het op een vergelijkbaar niveau als landelijk in de TI. De omslag op de arbeidsmarkt is ook in de gegevens van het UWV zichtbaar. In 27 en de eerste helft van 28 stonden bij het UWV nog veel meer vacatures voor monteurs geregistreerd dan direct plaatsbare, werkzoekende monteurs. In deze periode stonden tegenover elke, direct plaatsbare, werkzoekende monteur meestal (bijna) 2 vacatures voor monteurs. Tussen medio 28 en medio 29 keert deze situatie om: vanaf medio 29 staan tegenover elke vacature voor monteur meestal (bijna) 2 werkzoekende monteurs die direct aan de slag willen of kunnen. Het aantal leerarbeidsplaatsen in de regio loopt terug. In 29 is het aantal nieuwe BPV s gaan dalen. Die daling zet verder door. Het aantal nieuwe BPV s dat medio 21 is afgesloten blijft duidelijk achter bij voorgaande jaren. Het aantal TI bedrijven dat vanwege de recessie BPV plaatsen niet invult neemt in 21 duidelijk toe ten opzichte van 29. Dat is in deze regio nog meer het geval dan landelijk in de TI. Ook het aantal bedrijven dat geen of minder stagairs aantrekt neemt in deze regio sterker toe dan landelijk in de TI. Sinds 26 daalt het aantal TI vmbo gediplomeerden in. In 21 ligt het 25 procent lager dan in 26. Die daling is overigens beperkter dan landelijk in de TI, waar dit aantal met 34 procent afneemt. Ook het aantal gediplomeerde TI mbo ers in de regio daalt sinds 26. Die daling is sterker dan landelijk in de TI. Het aantal gediplomeerden in sectorbrede opleidingen stijgt daarentegen in deze regio (+18%), en wel sterker dan landelijk (+6%). Het aantal TI hbo gediplomeerden in de regio is in 21 iets gedaald ten opzichte van 29. Landelijk is er eveneens sprake van een lichte daling. De TI verliest een deel van zijn potentieel bij de uitstroom uit het onderwijs en de overgang naar werk doordat TI-gediplomeerden vervolgopleidingen buiten de TI gaan doen of in banen buiten de TI aan het werk gaan. Bij gediplomeerde TI vmbo ers is dit ruim 6 procent, bij de TI mbo-bol ers bijna 5 procent, bij de TI mbo-bbl ers bijna 2 procent, bij de TI hbo ers meer dan 9 procent. Hier staat tegenover dat TI-bedrijven met name voor vacatures van (leerling-)monteurs ook nogal wat gediplomeerden van niet-ti opleidingen aantrekken. De prognose is dat de TI arbeidsmarkt in de regio in 212 minder gespannen zal zijn, al wordt nog wel een tekort verwacht van 15 vmbo ers en 4 mbo ers. Vanaf 213 gaat, bij een aantrekkende economie, het tekort aan vmbo en mbo schoolverlaters verder oplopen, ook als rekening wordt gehouden met instroom vanuit TI verwante opleidingen. In deze regio loopt het verwachte tekort op tot 135 vmbo ers en 95 mbo ers in
9 De instroom van schoolverlaters vormt jaarlijks slechts een beperkt deel van de totale instroom van nieuwe in de TI (zie fi guur). De meeste TI-bedrijven richten zich bij hun personeelsvoorziening vooral op de arbeidsmarkt van ervaren, uit de eigen branche en uit aanverwante branches. Deze orientatie op (werkende) zij-instromers uit andere branches, waarbij de focus ligt op autochtone mannen die fulltime willen werken, is eenzijdig. In de TI zijn nu naar verhouding bijvoorbeeld weinig vrouwen en allochtone werkzaam. De arbeidsmarkt voor de TI kan verder worden verruimd als de TI er in slaagt meer uit deze groepen aan te trekken. Stromen op de arbeidsmarkt van de technische installatiebranche in in de jaren 2-21* Instroom schoolverlaters 11-15% zzp-ers 1-3% uitkeringssituatie 4-7% technische installatiebranche TI-bedrijf Uitstroom zzp-ers 5-9% uitkeringssituatie 6-14% (andere branches) 49-59% 6-1% (andere branches) 41-55% uitzendbranche** 12-18% geen inkomstenbron 6-1% overig 2-4% TI-bedrijf uitzendbranche 11-15% geen inkomstenbron 7-13% overig 7-9% pensioen 4-7% Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS * De percentages in deze fi guur geven telkens aan tussen welke grenzen de stromen in deze jaren fl uctueren ** Het gaat hier niet om uitzendkrachten, maar om personen die overstappen van uitzendwerk naar een vaste of tijdelijke baan bij een TI-bedrijf en vice versa. In lijn met het voorafgaande kunnen 8 actiepunten worden benoemd: 1. Gevolgen recessie dempen via van-werk-naar-werk mobiliteit Sinds 29 zijn veel in de TI hun baan kwijt geraakt en is het aantal werkzoekende monteurs opgelopen. Tegelijkertijd zijn er nog de nodige bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures. Via van werk naar werk begeleiding kunnen vraag en aanbod beter bij elkaar worden gebracht. Ook de collegiale in- en uitleen en de praktijkopleidingcentra in de TI kunnen daarbij een rol spelen. 2. Inzetbaarheid flexibele schil op peil houden Door de recessie zijn bedrijven minder gebruik gaan maken van uitzendkrachten en zzp ers. Het risico is dat deze daardoor hun vaardigheden niet op het benodigde peil kunnen houden. Dat is een punt van aandacht voor de TI. Als de TI bij een aantrekkende economie weer meer zzp ers en uitzendkrachten gaat inschakelen moeten zij weer goed beslagen ten ijs komen. 3. TI-identiteit in vmbo vasthouden en zo mogelijk vergroten Het aantal TI vmbo-leerlingen daalt. Het risico bestaat dat er TI-opleidingen op vmbo-instellingen verdwijnen. Dit vermindert de herkenbaarheid en daarmee de aantrekkingskracht van de TI-branche voor leerlingen op basisscholen en vmbo scholen. Het is van belang dat alles op alles wordt gezet om de TI vmbo opleidingen op peil te houden en te waarborgen dat de nieuwe brede vmbo opleidingen voldoende TI specifi eke elementen bevatten. 4. Vinden en binden van jongeren door meer en aantrekkelijke BPV-plaatsen De ontgroening leidt ertoe dat er minder jongeren op de arbeidsmarkt komen. Jongeren kiezen ook steeds meer voor nieuwe brede (v)mbo opleidingen. Deze jongeren kunnen in diverse branches terecht. Het is voor de TI-branche van belang om bij de jongeren goed in beeld te komen, aantrekkelijke BPV-plaatsen aan te bieden die jongeren aanspreken en dit bovendien in voldoende mate te doen. 8
10 5. Meer vacatures voor hbo ers vervullen met schoolverlaters Bedrijven in de TI en TI hbo ers weten elkaar niet of nauwelijks te vinden. Het overgrote deel van de TI hbo ers gaat na afstuderen buiten de TI aan het werk. De TI zoekt vooral hbo ers met ervaring. TI bedrijven die hbo ers willen aantrekken dienen zich ook op schoolverlaters te richten, beter in beeld te komen op scholen, beter te communiceren wat ze de hbo ers te bieden hebben en ook zelf te investeren in (aanvullende) opleiding en loopbaanmogelijkheden voor deze schoolverlaters. 6. Beperking van uitstroom door beter personeelbeleid Een derde deel van de nieuw instromende in de TI is binnen één jaar al weer uit de branche vertrokken. De redenen van uitstroom hebben vooral met het gevoerde personeelbeleid te maken: overlegmogelijkheden, opleiding- en loopbaanmogelijkheden, beoordeling en beloning, mogelijkheden om in deeltijd te werken. Beter personeelbeleid op deze punten kan uitstroom afremmen. 7. Ouderen langer aan het werk proberen te houden De helft van de TI- denkt niet in staat te zijn om hun werk tot hun 65e te doen. Wel geven veel aan dat lichter werk en minder fysieke ongemakken er aan kunnen bijdragen dat ze langer aan het werk blijven. Ook scholing kan helpen later beter passend werk te krijgen. 8. Verbreding doelgroepen wervingsbeleid Bij vrouwen, allochtonen, inactieven en uitvallers uit het onderwijs liggen meer mogelijkheden dan de TIbranche tot dusver benut. Scholing en training kunnen instroom vanuit deze groepen bevorderen, waar zij niet direct inzetbaar zijn. Ook combinaties van leren en werken kunnen daarbij soulaas bieden. 9
11 Bedrijven en TI-bedrijven met In RBPI staan medio TI-bedrijven geregistreerd bij Mn Services met in totaal Van deze bedrijven zijn er 522 (46%) vooral actief op het vakgebied elektrotechniek, 584 (51%) vooral op het vakgebied installatietechniek en 33 (3%) vooral op het vakgebied koeltechniek. Aantal TI-bedrijven in periode steeds circa 1.14 In 2 waren er in deze regio TI-bedrijven. Medio 211 zijn dit er In de tussenliggende jaren varieert het aantal TI-bedrijven in deze regio van 1.12 tot In periode 2 tot 29 continu toename TI- In 2 zijn er in de regio in de TI. In de jaren daarna neemt dit aantal toe tot in 28. In deze 9 jaar is vrijwel elk jaar sprake van een toename van het aantal TI-. Alleen 25 is een uitzondering. In dit jaar daalt het aantal TI van naar Vanaf 29 afname van het aantal TI- In 29 vermindert het aantal TI- in de regio van naar In 21 treedt een verdere daling op naar In de eerste helft van 211 treedt een beperkte verdere daling op naar TI-. Krimp zit echter alleen in de installatietechniek De krimp van het aantal TI- in de regio Noord Holland zit echter uitsluitend in het vakgebied installatietechniek. In 28 waren er op dit vakgebied Dit daalt vervolgens via (29) en 8.81 (21) naar in juni 211. De elektrotechniek telt medio 211 juist wat meer (9.387) dan eind 28 (9.259 ). Ook de koeltechniek heeft medio 211 meer (322) dan eind 28 (36). Gemiddeld aantal per TI-bedrijf neemt toe Over de 3 vakgebieden heen gezien neemt het aantal in de afgelopen 1 jaar duidelijk toe, terwijl het aantal TI-bedrijven in deze 1 jaar niet echt toeneemt. Dit betekent dat het gemiddeld aantal per TI-bedrijf in deze regio geleidelijk toeneemt, namelijk van 14,6 in 2 naar 16,2 in 211. Landelijk gezien is het gemiddeld aantal per TI-bedrijf in deze periode veel minder toegenomen, namelijk van 15,8 in 2 naar 16,4 in 211. Al met al blijkt het aantal in loondienst van de TI-bedrijven onder invloed van de recessie af te nemen. Vooral bedrijven die zich bezighouden met installatietechniek hebben met krimp te maken. Het gaat bij de hierboven gepresenteerde cijfers alleen om met een vast of tijdelijk arbeidscontract met een TI-bedrijf. Uitzendkrachten en zzp ers (zelfstandigen zonder personeel) die door TI-bedrijven ingehuurd worden dergelijke ingehuurde krachten worden vaak aangeduid als de fl exibele schil worden niet in de registratie van Mn Services opgenomen. Een recessie heeft in eerste instantie vooral gevolgen voor de werkgelegenheid van uitzendkrachten en zzp ers. In een van de volgende hoofdstukken zullen we laten zien dat veel TIbedrijven, en dat geldt ook voor deze regio, vanaf 29 minder gebruik zijn gaan maken van deze krachten. Het verlies aan capaciteit is dus groter dan uit de hierboven vermelde cijfers naar voren komt. Grote bedrijven hebben groot aandeel in de TI-werkgelegenheid Het aantal grote(re) TI-bedrijven met meer dan 5 neemt in deze regio in de periode toe van 62 naar 75 bedrijven. Daarmee neemt het aandeel van de grote bedrijven in deze regio toe van 5,5 procent van de TI-bedrijven in 2 naar 6,6 procent in 211. Landelijk varieert het aandeel grote TI-bedrijven in de afgelopen 1 jaar steeds tussen de 6 en de 7 procent. Figuur 1 Ontwikkeling van het aantal TI- in de periode (2=1) medio aantal Nederland Totaal medio aantal Bron: Mn Services, bewerking ITS 1
12 Figuur 2 Verdeling van de bedrijven en van de werkgelegenheid naar bedrijfsomvang, medio 211 % % Nederland Totaal en meer en meer % aandeel bedrijven % aandeel werkgelegenheid % aandeel bedrijven % aandeel werkgelegenheid Bron: Mn Services, bewerking ITS Het kleine aantal grote(re) TI-bedrijven heeft wel de helft van alle TI- in dienst. Dat gaat niet alleen op voor de regio, maar ook voor de andere regio s (zie fi guur 2). In de regio is het aandeel van de grote TI-bedrijven in de TI-werkgelegenheid in de periode echter toegenomen van 44 naar 52 procent, terwijl het aandeel van de grote TI-bedrijven in de TI-werkgelegenheid landelijk in deze periode van 1 jaar gestegen is van 47 naar 49 procent. Het aandeel van de kleine TI-bedrijven (1-5 ) in de TI-werkgelegenheid is in deze regio gedurende de periode steeds 8 procent. Landelijk is het aandeel dat de kleine TI-bedrijven hebben in de TI-werkgelegenheid in deze periode gedaald van 8 naar 7 procent. LPI Noord en LPI Amstrdam e.o. tellen het grootste aantal TI-bedrijven en TI-. LPI Zaanstreek Waterland is het kleinste in aantallen TI-bedrijven en TI- (zie fi guur 3). Profiel van de werknemer: vooral autochtone fulltime werkende mannen Bij de in de TI in deze regio gaat het evenals elders in Nederland hoofdzakelijk om fulltime werkende autochtone mannen. In deze regio doen zich hierbij, evenals in de TI landelijk, in de periode Figuur 3 Verdeling van de bedrijven en de werkgelegenheid over de 4 LPI s, medio Noord Zaanstreek Waterland Bron: Mn Services, bewerking ITS Haarlem e.o. % aandeel bedrijven % aandeel 29 Amsterdam e.o. vrij weinig veranderingen voor. Het aandeel niet-westers allochtonen is in de periode toegenomen van 7 naar 1 procent. Het aandeel westerse allochtonen is constant 7 procent. Het aandeel vrouwen is in deze periode in deze regio gestegen van 1, naar 11,3 procent. Landelijk is dit in de TI gestegen van 9, naar 1, procent. Het aantal parttimers is gestegen van 12 naar 16 procent. Bij de parttimers gaat het vooral om vrouwen. Bijna driekwart van de vrouwen (73%) werkt parttime. Het aantal parttimers onder de mannen is 9 procent. Overigens neemt het aantal parttimers zowel bij de mannen als bij de vrouwen toe. Bij de mannen is dit toegenomen van 6 procent in 2 naar 9 procent in 211. Bij de vrouwen is het aantal parttimers gestegen van 6 procent in 2 naar 73 procent medio 211. Vrouwen en parttimers zijn overwegend in administratieve functies werkzaam: van de administratieve functies wordt 81 procent vervuld door een vrouw en 65 procent van de administratieve krachten zijn parttimers. Wel toename van vrouwen in technische functies In de functie van monteur zijn - en blijven - vrijwel uitsluitend mannen werkzaam. Het aandeel vrouwen in deze functie is in deze regio gestegen van 1, procent in 2 naar 1,4 procent medio 211. Bij de technische staffuncties is het aandeel vrouwen in deze regio (wat) meer gestegen. Bij de engineers is het aandeel vrouwen gestegen van 1, procent in 2 naar 2,9 procent in 211. Bij de planners/werkvoorbereiders is dit gestegen van 3,8 procent in 2 naar 9,2 procent in 211. Bij de tekenaars is het aandeel vrouwen minder gestegen, namelijk van 5, procent in 2 naar 5,9 procent in 211. In totaal is bij deze 3 technische staffuncties het aandeel vrouwen in deze regio gestegen van 4,1 procent in 2 naar 6,7 procent in 211. In heel Nederland is in de TI het aandeel vrouwen in deze 3 technische staffuncties in deze periode gestegen van 2,6 naar 4,2 procent. Van de vrouwen in technische functies werkt 37 procent fulltime. Dat is vaker dan bij de vrouwen in niet-technische functies (24% fulltime), maar minder vaak dan bij de mannen in technische functies (92% fulltime). Op deze punten is er weinig verschil met de landelijke situatie in de TI. 11
13 Figuur 4 Functiestructuur van kleine en grote TI-bedrijven, medio en meer Nederland Totaal en meer technische staffuncties administratieve ondersteuning overige functies monteren en installeren (project)leiding / management technische staffuncties administratieve (financiële) ondersteuning overige functies monteren en installeren (project)leiding / management Bron: Mn Services, bewerking ITS Vooral uitvoerende monteurs Van de TI- in de regio is, medio 211, 66 procent als monteur/installateur werkzaam. De overige vervullen de volgende functies: technische staffuncties (engineer, calculator, tekenaar, werkvoorbereider, etc.) 8% administratieve ondersteuning 1% verkoper 1% (project)leiding/management 7% overige functies 9% Deze functieverdeling van de TI- in Noord Holland wijkt weinig af van die in Nederland als geheel. De functieverdeling van de hangt duidelijk samen met de bedrijfsomvang (zie fi guur 4). Dat is niet alleen zo in, maar ook in de andere RBPI s. Het aandeel van de monteurs in het personeelsbestand neemt af van 77 procent in de TI-bedrijven met 1-5 naar 61 procent in de TI-bedrijven met meer dan 1. Het aandeel ontwikkelaars, planners/ werkvoorbereiders, tekenaars neemt toe van 1 procent in de kleinste TI-bedrijven naar 1 procent in de TI-bedrijven met meer dan 1. Ook het aandeel leidinggevenden neemt toe naarmate de TI-bedrijven meer hebben. Aantal engineeers en aantal planners/werkvoorbereiders neemt duidelijk toe De functieverdeling van de TI- is in de periode enigszins veranderd. Landelijk is het aandeel monteurs in de periode afgenomen van 7 naar 66 procent. Ook in deze regio is het aandeel monteurs gedaald van 7 naar 66 procent. Het aandeel in technische staffuncties (engineer, planner, werkvoorbereider, tekenaar) is - landelijk - geleidelijk gestegen van 6,2 procent in 2 naar 8,4 procent medio 211. Het aantal tekenaars is in deze periode gedaald. Ook in de regio is het aantal in technische staffuncties in de periode 2-21 toegenomen, namelijk van 5,9 naar 7,6 procent. De toename van het aantal in de functies planner/werkvoorbereider en ontwikkelaar is in deze regio ongeveer hetzelfde als landelijk in de TI het geval is (zie ook fi guur 5). Het aantal tekenaars is in deze regio echter harder gedaald dan landelijk in de TI het geval is. Figuur 5 Ontwikkeling van het aantal in technische staffuncties in de periode (2=1) 3 3 Nederland Totaal medio medio 211 tekenaars planners/werkvoorbereiders ontwikkelaars tekenaars planners/werkvoorbereiders ontwikkelaars Bron: Mn Services; bewerking ITS 12
14 Figuur 6 Opleiding van de TI-, in 29* 21% Opleidingsrichting Opleidingsniveau 4% 1% 25% 17% 62% 37% 24% TI-opleiding andere technische opleiding geen technische opleiding basisonderwijs/vmbo/avo onderbouw/mbo 1 mbo mbo 4 hbo/wo overig Bron: CBS, enquête EBB (Enquête Beroepsbevolking, 29) * De gegevens in fi guur 6 hebben betrekking op de situatie voor heel Nederland. Deze cijfers kunnen niet uitgesplitst worden per RBPI, aangezien de aantallen door het CBS geënquêteerde TI- per RBPI te klein zijn. Werknemers hebben overwegend een technische opleiding op mbo-niveau Van de TI- in Nederland heeft ruim de helft een mbo-opleiding niveau 2 of hoger (fi guur 6); 25 procent heeft een lagere opleiding en 1 procent heeft een hogere opleiding. Bij de 1 procent met een hogere opleiding gaat het vooral om een hbo-opleiding (9%) en maar weinig om een wo-opleiding (1%). Bijna tweederde deel (62%) van de TI- heeft een opleiding voor de TI gevolgd of is daar nog mee bezig. Nog eens 17 procent heeft een andere technische opleiding. Ruim één op de vijf TI- heeft geen technische opleiding en bij deze TI- gaat het vaak om administratieve krachten en verkopers. Ontwikkelaars hebben vrijwel allemaal een TI-opleiding op hbo- of op mbo niveau 4. Planners en tekenaars hebben eveneens meestal een TI-opleiding gevolgd, maar dan vooral op mbo niveau 4. Ook de monteurs hebben meestal een TI-opleiding gevolgd of zijn daar nog mee bezig. Het niveau van deze opleiding varieert van vmbo tot mbo niveau 4. Aandeel hoger opgeleiden (mbo niveau 4 en hbo) stijgt Voor de hele periode 2-29 gaat op dat 75-8 procent van de TI- een technische opleiding heeft en dat is meestal een TI-opleiding. In de periode 2-29 tekent zich een geleidelijke stijging van het opleidingsniveau van de TI- af. Dit komt vooral naar voren bij de TI- met een mbo niveau 4 opleiding. Deze categorie neemt toe van 26 procent in de eerste jaren van deze eeuw naar 37 procent in de jaren 27, 28 en 29. Ook het aandeel TI- met een hbo/wo opleiding stijgt, namelijk van 7-8 procent in de jaren 2-23 naar 1 procent in de afgelopen jaren. Het gaat hierbij overigens overwegend om hbo ers. Het aandeel TI- met een wo-opleiding is in de hele periode 2-29 één procent. De stijging van 4 naar 7 procent van het aantal planners/werkvoorbereiders en ontwikkelaars in de TI in Nederland in deze periode biedt slechts een gedeeltelijke verklaring voor de stijging van het opleidingsniveau. Waarschijnlijk speelt ook upgrading binnen (een deel van) de monteursfuncties een rol. Figuur 7 Ontwikkeling aandeel jongeren in de periode medio 211 % < 25 jaar % 25 jaar - 35 jaar Nederland Totaal medio 211 % < 25 jaar % jaar Bron: Mn Services; bewerking ITS 13
15 Aandeel jongeren daalt en aandeel ouderen stijgt In de leeftijdsopbouw van het bestand doen zich duidelijke veranderingen voor. Er is sprake van vergrijzing en van ontgroening. bedrijven met 1-5 bedrijven met 6-15 bedrijven met 16-5 bedrijven met 51-1 bedrijven met meer dan 1 37, jaar 38,5 jaar 39,4 jaar 4,3 jaar 41,8 jaar Het percentage jongeren (onder de 25 jaar) is in de regio van 19 procent in 2 gedaald naar 14 procent in 211 (zie fi guur 7). Figuur 7 laat zien dat niet alleen het aandeel jongeren onder 25 jaar in deze regio afneemt, maar dat dit ook opgaat voor categorie tussen de 25 en 35 jaar. Het aandeel van deze categorie daalt van 33 procent in 2 naar 23 procent in 211. In totaal daalt het aandeel jongeren onder de 35 jaar van 52 procent in 2 naar 37 procent in 211. Figuur 8 laat zien dat het aandeel ouderen (boven de 35 jaar) in deze periode stijgt van 48 procent naar 62 procent. Met name het aandeel ouderen van 55 jaar en ouder neemt snel toe. Dit aandeel verdubbelt in de periode 2-211, namelijk van 6 procent in 2 naar 12 procent in 211. Het proces van ontgroening en vergrijzing doet zich binnen alle 3 de vakgebieden in ongeveer gelijke mate voor. De gemiddelde leeftijd van de is in deze periode in deze regio van (ruim) 1 jaar gestegen van 35,8 naar 4, jaar. Overigens varieert de gemiddelde leeftijd van de met de bedrijfsomvang: De stijging van de gemiddelde leeftijd van alle TI- in Nederland volgt dezelfde trend. Ook landelijk is er in de TI sprake van een stijging van de gemiddelde leeftijd, namelijk van 35,5 jaar in 2 naar 39,3 jaar medio 211. En ook landelijk gaat in de TI op dat de gemiddelde leeftijd van de in de grotere bedrijven hoger is dan in de kleinere. Niet alle TI-bedrijven en TI- bij Mn Services geregistreerd In zijn ook nog eens circa 1.3 TI-bedrijven actief waaronder veel bedrijven van zzp ers: zelfstandigen zonder personeel die niet staan geregistreerd bij Mn Services (niet alle TI-bedrijven volgen de CAO voor het Technisch Installatiebedrijf). In totaal zijn in deze bedrijven nog eens circa 1.5 werkzaam. Het totaal aantal TI- in RBPI bedraagt medio 211 dus iets meer dan 19.. Er is niet veel verschil tussen de 17.5 TI- die bij Mn Services geregistreerd staan en de 1.5 TI- die elders geregistreerd staan. Wel zitten in de laatste categorie van 1.5 TI- wat meer vrouwen en wat meer 55-plussers. In de rest van de rapportage is rekening gehouden met de niet bij Mn Services geregistreerde. Figuur 8 Ontwikkeling aandeel ouderen in de periode medio Nederland Totaal medio 211 % jaar % jaar % > 54 jaar % jaar % jaar % > 54 jaar Bron: Mn Services; bewerking ITS 14
16 Onderwijs Om een beeld te geven van het TI-onderwijs in regio brengen we het aantal leerlingen/studenten en gediplomeerden in de onderwijssectoren vmbo, mbo en hbo in beeld. Van alle onderwijsinstellingen is bekend hoeveel leerlingen/studenten een TI-opleiding volgen en hoeveel gediplomeerden ze afl everen. Voor het vmbo en mbo is het gebied goed af te bakenen. Voor het hbo is dit niet (exact) mogelijk. De aantallen studenten en gediplomeerden per opleiding zijn alleen bekend op hoofdinstellingsniveau. Wel is bekend van iedere opleiding in welke nevenvestiging deze wordt aangeboden. Dit maakt het mogelijk om per opleiding de studenten middels een verdeelsleutel toe te wijzen aan een nevenvestiging en daarmee aan een regio. Hierdoor moeten we de aantallen op regioniveau wel met enige behoedzaamheid interpreteren. Bovendien hoeft de plaats waar een hbo-student een opleiding volgt niet veel te zeggen over de regio waar de student na het behalen van het diploma een baan gaat zoeken. In de bijlage staat per LPI het aantal vmbo-leerlingen en -gediplomeerden en voor mbo en hbo per onderwijsinstelling het aantal mbo-leerlingen en hbo-studenten en het aantal gediplomeerden. Hieronder bespreken we het aantal leerlingen, studenten en gediplomeerden per onderwijssector. Achtereenvolgens komt het aantal leerlingen en gediplomeerden op het vmbo, het mbo en het aantal studenten en gediplomeerden op het hbo aan bod. Daarna kijken we naar de ontwikkelingen van het aantal BPV-plaatsen in de TI. Aantal vmbo-leerlingen in TI-opleidingen in 21/11 wederom sterk gedaald In de regio volgen in het vmbo in 21/ leerlingen een TI-opleiding elektrotechniek, installatietechniek of instalektro. Dat is 46 procent minder dan vijf jaar terug, iets lager dan de landelijke daling in deze periode (-5%). Met name tussen 26/7 en 27/8 en tussen 27/8 en 28/9 liep het aantal vmbo-ers TI hard terug. Het aantal leerlingen instalektro en elektrotechniek is, landelijk gezien, in de afgelopen vijf jaar met respectievelijk 41 procent en 54 procent gedaald. De totale landelijke afname van leerlingen in de afgelopen vijf jaar komt grotendeels voor rekening van het dalende aantal leerlingen elektrotechniek. Dit geldt ook voor de regio Noord Holland. Trends in het vmbo zetten door Binnen het vmbo bestaan twee tegengestelde richtingen die allebei proberen aan te sluiten bij de behoefte van de leerlingen. De ene zoekt het in specialisering van het programma, en probeert, zoals het Vakcollege Techniek, de leerlingen zo vroeg mogelijk met de praktijk te confronteren en op te leiden tot technisch vakman of vrouw. Voor de TI betekent dit een uitgelezen kans om vmbo ers te vinden en te binden. In zijn negen vmbo-locaties verbonden aan Het Vakcollege: SG de Triade, Nova College Esprit, Kennemer College, Martinus College, Noordzee Onderwijsgroep, Petrus Canisius College, Room-Katholieke SGM Tabor, Scholen aan zee en Scholengroep Krommenie. De andere richting zoekt het in verbreding, enerzijds door brede opleidingen die lesmateriaal uit verschillende vmbosectoren combineren (vmbo intersectoraal) en anderzijds door brede opleidingen binnen de sector techniek aan te bieden (sectorbreed). De sectorbrede techniekopleiding combineert verschillende techniekrichtingen in één opleiding. In 21/11 volgen in de regio in totaal 571 leerlingen een sectorbrede opleiding (leerjaar 3: 389 en leerjaar 4: 182). Ten opzichte van het jaar ervoor is dit een stijging van 12 procent (landelijk: -3%). In totaal zijn er zes intersectorale opleidingen, waarvan vier met een technische oriëntatie (technologie in de gemengde leerweg, ict-route, technologie en dienstverlening en technologie en commercie). In volgen 465 leerlingen een technische intersectorale opleiding (leerjaar 3: 319 en leerjaar 4: 146). In 29/1 waren dit nog 498 leerlingen, een daling van zeven procent (landelijk: +11%). Figuur 9a Ontwikkeling aantal TI-leerlingen in het vmbo, regio en landelijk landelijk /7 27/8 28/9 29/1 21/11 instalektro installatietechniek elektrotechniek /7 27/8 28/9 29/1 21/11 instalektro installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 15
17 Figuur 9b Ontwikkeling aantal TI-gediplomeerden in het vmbo, regio en landelijk landelijk /6 26/7 27/8 28/9 29/1 instalektro installatietechniek elektrotechniek /6 26/7 27/8 28/9 29/1 instalektro installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS Aantal vmbo-gediplomeerden TI na korte opleving in 26/7 voor derde opeenvolgende jaar gedaald De regio kende in 26/7 een lichte stijging van het aantal TI-gediplomeerden (7%). Daarna is het aantal vmbo-gediplomeerden TI enkel gedaald tot 341 gediplomeerden in 29/1 (-25%). Ook landelijk was er een kleine piek in 26/7 en heeft zich daarna een daling ingezet. Deze daling is sterker (-34%) dan in de regio. De gediplomeerden in de brede technische opleidingen nemen in tegenstelling tot de traditionele TI-opleidingen wel toe. In regio zijn dat er in 29/1 in sectorbrede techniekopleidingen 14 (landelijk 2.979) en in de technische intersectorale opleidingen 142 (landelijk: 1.66). Ten opzichte van het jaar ervoor is het aantal gediplomeerden in sectorbrede techniekopleidingen gestegen met 18 procent (landelijk: +6%) en in de technische intersectorale opleidingen met 25 procent (landelijk: +14%). Aantal mbo-deelnemers TI minder sterk gedaald dan landelijk In de regio volgen in 21/11 totaal mbo ers een TI-opleiding elektrotechniek, installatietechniek of koude techniek. Ten opzichte van 25/6 is het aantal deelnemers afgenomen met 15 procent. De afname in TI-deelnemers op het mbo is minder sterk dan de landelijke daling in de afgelopen vijf jaar (-22%). De daling in TI-deelnemers wordt zowel regionaal als landelijk veroorzaakt door een daling van het aantal deelnemers elektrotechniek. In de regio zien we tussen 28/9 en 21/11 een afname van naar BBL ers in de TI (-2%; landelijk -17%). In dezelfde periode daalt ook het aantal BOL-deelnemers met acht procent (landelijk -26%). Het is hierdoor niet aannemelijk dat er veel BBL ers door een gebrek aan een leerwerkplaats de afgelopen jaren zijn overgestapt naar een TI-BOL-opleiding. In volgen in verhouding meer TI-mbo-deelnemers een BBL-opleiding dan landelijk (regio: 83% versus landelijk: 79%). Aantal mbo-gediplomeerden TI neemt juist steker af dan landelijk Het aantal mbo-gediplomeerden TI in 29/1 is in Noord Holland 739. Ten opzichte van 25/6 is dit een daling van 13 procent. Landelijk is er ook sprake van een daling, maar deze is kleiner dan in de regio (-9%). De daling wordt zowel regionaal als landelijk voornamelijk veroorzaakt door de afname in het aantal gediplomeerden elektrotechniek. Van de TI-gediplomeerden in de regio heeft 87 procent een BBL-opleiding gevolgd (landelijk 78%). De meeste TI-gediplomeerden in de regio hebben een opleiding gevolgd voor assistent monteur (49%), eerste monteur Figuur 1a Ontwikkeling TI-deelnemers in het mbo, regio en landelijk landelijk /7 27/8 28/9 29/1 21/11 koude techniek installatietechniek elektrotechniek /7 27/8 28/9 29/1 21/11 koude techniek installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 16
18 Figuur 1b Ontwikkeling TI-gediplomeerden in het mbo, regio en landelijk landelijk /6 26/7 27/8 28/9 29/1 koude techniek installatietechniek elektrotechniek /6 26/7 27/8 28/9 29/1 koude techniek installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS (28%), technicus (8%) en servicemonteur (6%). Landelijk bestaat de top vier uit assistent monteur (47%), eerste monteur (28%), technicus (8%) en leidinggevend technicus (7%). Aantal hbo-studenten TI stijgt gestaag Het aantal hbo-studenten TI in stijgt de afgelopen vijf jaar gestaag. In 21/11 volgen in de regio 2.97 studenten een TI-opleiding. Ten opzichte van vijf jaar geleden is dit een stijging van 12 procent. Landelijk is de groei minder groot (+4%). De Associate degree-opleidingen (Ad) zijn een nieuw begrip in de onderwijswereld, tussen mbo en hbo-niveau. De Ad is vooral bedoeld voor werkenden die weer een studie willen oppakken en voor degenen die na hun mbo- 4-opleiding wel willen doorstuderen, maar niet voor een vierjarige hbo-bacheloropleiding willen kiezen. Landelijk zijn in 21/ studenten ingeschreven in één van deze TI-Associate degree-opleidingen. In is in 28/9 (nog) geen aanbod van Ad-opleidingen in de TI. Aantal hbo-gediplomeerden TI weer licht gedaald Met uitzondering van een kleine piek in 27/8 is het aantal hbo-gediplomeerden TI in de regio gedaald. De totale daling in de afgelopen vijf jaar is 16 procent. Landelijk is de daling in deze periode 13 procent. In de regio wordt de daling vooral veroorzaakt door een afname in het aantal gediplomeerden technische bedrijfskunde. Bij de andere opleidingen is het aantal gediplomeerden in de afgelopen vijf jaar stabiel of neemt het licht toe. Landelijk neemt het aantal gediplomeerden bij alle opleidingen af, maar relatief gezien vooral bij aot (-37%) en absoluut gezien vooral bij elektrotechniek (-181). In heeft 17 procent van de gediplomeerden een duale TI-opleiding gevolgd (landelijk: 12%). Studenten aan een duale opleiding werken vier dagen per week en gaan één dag naar school. Vereiste is dat de student al een baan heeft binnen het vakgebied van de TI-opleiding. Verhoudingsgewijs heeft de regio een groot aantal gediplomeerden met een deeltijdopleiding (regio: 37% versus landelijk: 29%). Ook voor deze groep geldt dat zij vaak al een baan hebben tijdens de studie. De overige 46 procent volgde in de regio een voltijdopleiding (landelijk: 59%). Met name deze groep hbo ers zal na het behalen van het diploma nieuw instromen op de arbeidsmarkt. Figuur 11a Ontwikkeling TI-studenten in het hbo, regio en landelijk landelijk /7 27/8 28/9 29/1 21/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde /7 27/8 28/9 29/1 21/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 17
19 Figuur 11b Ontwikkeling TI-gediplomeerden in het hbo, regio en landelijk landelijk /6 26/7 27/8 28/9 29/1 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde /6 26/7 27/8 28/9 29/1 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS Het aantal startende BPV s in 21/11 is duidelijk minder dan in voorgaande schooljaren In regio zijn in schooljaar 21/11 totaal 7 TI-bedrijven 1 door Kenteq erkend als leerbedrijf. Dit is ongeveer 61 procent van het totaal aantal TI-bedrijven in de regio. Niet alle erkende bedrijven sluiten daadwerkelijk BPV-overeenkomsten af. In regio hebben 263 bedrijven BPV-plaatsen en zijn daardoor een actief leerbedrijf. In totaal is dus 23 procent van alle TI-bedrijven in deze regio actief en dit is iets minder dan in heel Nederland (25%). Bedrijven kunnen door Kenteq erkend worden voor meerdere opleidingen. In schooljaar 21/11 hebben de actieve leerbedrijven in regio gemiddeld acht BPV-plaatsen vervuld. In de regio is één praktijkopleidingscentrum (poc) gevestigd, die actief BPV-plaatsen verzorgt. Deze poc verzorgt ongeveer 49 procent van de BPV-plaatsen in de regio. Dat ligt veel hoger dan landelijk (31%). De ontwikkeling van het totaal aantal startende en lopende BPV s 2 in de regio is te zien in fi guur 12. In regio leidt ongeveer 85 procent van de BPV s op tot monteur (landelijk 84%). Het gaat vooral om assistent monteurs en eerste monteurs. De regio heeft verhoudingsgewijs iets meer servicemonteurs dan landelijk (8% versus 6%) en minder assistent monteurs (38% versus 43%). In verhouding heeft de regio bijna twee keer zoveel leidinggevend monteurs als landelijk (2,6% versus 1,4%). Net als op landelijk niveau begint het grootste deel van het aantal BPV s ieder jaar in de maanden augustus en september. Dit is te zien aan het aantal startende BPV s in die maanden. Het grootste aantal BPV s eindigt ieder jaar in de maand juli. Dit is te zien aan de ontwikkeling van het aantal lopende BPV s. Het aantal nieuwe BPV s in augustus en september 21 blijft duidelijk achter bij het aantal in dezelfde maanden in voorgaande jaren. Het aantal lopende BPV-plaatsen in het vakgebied elektrotechniek (51%) is iets groter dan het aantal BPV-plaatsen Figuur 12 Het aantal startende en lopende BPV s* in de regio, periode augustus 25 augustus aug-5 dec-5 apr-6 aug-6 dec-6 apr-7 aug-7 dec-7 apr-8 aug-8 dec-8 apr-9 aug-9 dec-9 apr-1 aug-1 dec-1 apr-11 aug-11 startende BPV's lopende BPV's * Alleen BPV s van BBL-opleidingen 1 Dit zijn alleen bedrijven die zijn aangesloten bij Mn Services. 2 Het totaal aantal BPV s is met name voor de laatste maanden nog niet volledig. Bedrijven hebben namelijk tot een jaar na aanvang van een BPV de tijd om subsidie aan te vragen bij OTIB. Pas dan wordt de BPV geregistreerd in de administratie. Het aantal BPV s is administratief bijgewerkt tot 5 oktober
20 in installatietechniek (47%). Dit komt bijna overeen met de verhouding op landelijk niveau (beide vakgebieden 49%). In regio leidt bijna 87 procent van de BPV s op tot monteur (landelijk 84%) (zie tabel 13). Het gaat vooral om assistent monteurs en eerste monteurs. De regio heeft verhoudingsgewijs iets minder (leidinggevende) technici (8,3% versus 1,4%) en meer assistent monteurs (5,2% versus 43,3%). Tabel 13 Het aantal BPV s* naar functie in het regio en Nederland totaal (in %), schooljaar 21/11 Regio Nederland monteur - servicemonteur 4,1% 6,3% monteur - assistent monteur 5,2% 43,3% monteur - eerste monteur 3,3% 33,% monteur - leidinggevend monteur 2,% 1,4% technicus 7,9% 9,7% technicus - leidinggevend technicus,4%,7% project- en afdelingsleiding,5%,3% werkvoorbereider 2,6% 2,7% arbeidsmarktgekwalifi ceerde assistent 1,%,3% dakdekker,3%,3% ontwikkelen, engineering,7%,8% tekenaar,%,% administratie,%,% ICT-beheerder,%,% overig % 1% totaal (= 1%) * Het betreft een optelling van alle BPV s die gedurende het schooljaar 21/11 lopen. Een deel van deze BPV s heeft een lange looptijd van maximaal vier jaar en hoeft dus niet te eindigen in 21/11. Maar ook kortlopende BPV s die gedurende het schooljaar starten en weer eindigen zijn hierin meegenomen. 19
21 Van opleiding naar werk in de TI Voor de landelijke arbeidsmarktrapportage 211 is aanvullend onderzoek gedaan om de uitstroom vanuit de TI opleidingen naar de arbeidsmarkt goed in beeld te krijgen. Voor dat onderzoek zijn beschikbare bestanden met onderwijsgegevens (leerlingenbestand) en arbeidsmarktgegevens (banenbestand) van het CBS en de bestanden van Mn Services met elkaar gekoppeld. Door die koppeling is het mogelijk de gediplomeerden van de TI opleidingen na afronding van hun opleiding te volgen en te kijken in hoeverre zij zijn gaan werken en in hoeverre ze werk binnen dan wel buiten de TI hebben gekregen. Deze analyses zijn voor vijf jaargangen gediplomeerden uitgevoerd, namelijk die van 26 tot en met 21, waarbij telkens alle gediplomeerden uit de betreffende jaren zijn meegenomen. Analyses zijn alleen op landelijk niveau gedaan, niet voor elke regio afzonderlijk. Figuur 15 Uitstroom TI mbo-bol ers (gemiddeld % ) MBO TI BOL 1% Bron: CBS, bewerking ITS mbo TI hoger niveau 22% mbo TI lager/zelfde niveau 2% mbo overig 8% hbo TI gerelateerd 17% hbo techniek overig 6% hbo overig 4% baan TI 11% baan niet TI 23% onbekend/overig 7% Figuur 14 Uitstroom TI vmbo ers (gemiddeld % ) TI metaal Vmbo gediplomeerden bouw intersectoraal met techniek mbo TI 39% 5% 1% 11% 3% mbo zelfde technieksector mbo andere technieksector mbo sector economie mbo overige sectoren overig (niet mbo) Bron: CBS, bewerking ITS sectorbreed techniek 32% 37% 3% 32% 38% 36% 57% 4% 2% 12% 11% 16% 4% 5% 7% 6% 7% 12% 6% 6% 7% 6% 6% De TI vmbo ers gaan bijna allemaal door met een vervolgopleiding in het mbo. Bijna 4 procent gaat naar een mbo TI opleiding. Nog eens een derde gaat naar een mbo opleiding in een andere techniekrichting. Van de vmbo ers met een sectorbrede techniekopleiding gaat 11 procent verder met een mbo TI opleiding. Ruim meer dan de helft gaat naar een andere techniekrichting in het mbo. Hooguit 6 procent van de TI vmbo ers gaat na afronding van de opleiding direct aan het werk, dat wil zeggen in een baan zonder leerarbeidsovereenkomst. Dat geldt overigens ook bij de andere opleidingsrichtingen. Van de gediplomeerde TI mbo-bol ers stroomt 34 procent door naar een baan. Van deze 34 procent gaat een minderheid (11%) binnen de TI aan het werk. De meerderheid (23%) gaat buiten de TI aan de slag. Een groot deel van de TI mbo-bol ers komt niet op de arbeidsmarkt beschikbaar, maar gaat nog een vervolgopleiding doen. Bijna een kwart (22%) gaat een TI mbo opleiding van hoger niveau doen. Bijna een vijfde (17%) gaat naar een TI hbo opleiding. Figuur 16 Uitstroom TI mbo-bbl ers (gemiddeld % ) MBO TI BBL 1% Bron: CBS, bewerking ITS mbo TI hoger niveau 38% mbo TI lager/zelfde niveau 7% mbo overig 2% hbo TI gerelateerd % hbo overig % baan TI 36% baan niet TI 13% onbekend/overig 3% Van de gediplomeerde TI mbo-bbl ers stroomt bijna de helft (49%) door naar een baan. Van die 49 procent gaat het grootste deel (36%) naar een baan in de TI, een minderheid (13%) gaat in een baan buiten de TI aan de slag. De BBL ers gaan dus vaker aan het werk dan de BOL ers en komen ook vaker in banen binnen de TI terecht; zij hebben vaak al een leerarbeidsplaats voor hun opleiding. Daarnaast gaat nog ruim een derde (38%) van de TI mbobbl ers door met een TI mbo opleiding van hoger niveau. De gediplomeerden van de TI gerelateerde hbo-opleidingen gaan bijna allemaal aan het werk na afronding van hun opleiding. Daarbij komt maar een klein deel in de TI terecht. Bij AOT is dat 33 procent, bij elektrotechniek 1 procent, bij werktuigbouwkunde 4 procent en bij technische bedrijfskunde eveneens 4 procent. 2
22 Figuur 17 Uitstroom TI hbo ers naar arbeidsmarkt (gemiddeld % ) AOT (1%) Electrotechniek (1%) Werktuigbouwkunde (1%) Technische bedrijfskunde (1%) Bron: CBS, bewerking ITS baan binnen TI 33% baan buiten TI 64% overig 4% baan binnen TI 1% baan buiten TI 75% overig 15% baan binnen TI 4% baan buiten TI 83% overig 13% baan binnen TI 4% baan buiten TI 82% overig 14% Voor alle opleidingen geldt dat slechts een deel van de TI gediplomeerden ook feitelijk naar banen in TI bedrijven doorstromen. Een deel blijft verder doorleren. Een ander deel gaat buiten de TI aan het werk. Dat TI gediplomeerden buiten de TI branche werkzaam zijn betekent overigens niet zonder meer dat zij geen TI werk zouden doen. Ook buiten de TI branche zijn er bedrijven waar TI functies te vinden zijn, bij voorbeeld in energiebedrijven, technische diensten van industriële bedrijven en onderhoudsdiensten van ziekenhuizen en woningcorporaties. TI verliest aanzienlijk potentieel gediplomeerde TI vmbo ers De voorgaande fi guren laten zien wat TI gediplomeerden in het eerste jaar na afronding van hun opleiding gaan doen, in hoeverre ze in dat jaar doorstromen naar vervolgopleidingen of uitstromen naar werk, binnen dan wel buiten de TI. Voor de TI zijn vooral de TI vmbo gediplomeerden een belangrijke wervingsbron voor nieuwe (leerling-). Daarom is voor deze groep in beeld gebracht wat zij verder in hun loopbaan zijn gaan doen, tot vijf jaar na afronding van hun opleiding. Vertrekpunt daarbij zijn de vmbo TI gediplomeerden uit 26. Figuur 18 volgt deze vmbo TI gediplomeerden in de vijf jaren na diplomering, van 26 tot 211. Kernvragen zijn: stromen ze door naar opleiding of werk en blijven ze in de TI of niet? Over heel Nederland gezien gaat het in totaal om gediplomeerde TI vmbo ers. De grote meerderheid (94 procent) gaat na diplomering een vervolgopleiding in het mbo doen, waarvan 4 procent naar mbo TI (bol of bbl) en 54 procent naar een mbo opleiding buiten de TI. De TI raakt hier dus meer dan de helft van zijn vmbo gediplomeerden kwijt. Het aantal in mbo-opleidingen neemt in de loop der jaren geleidelijk af, waarschijnlijk omdat men aan het werk gaat. Slechts een klein deel (3 procent) van de gediplomeerden uit 26 gaat na afronding van de opleiding meteen aan het werk, bijna allemaal in banen buiten de TI. Het aantal dat aan het werk is neemt in de loop der jaren geleidelijk toe, met een sprongetje na twee jaar, als de meeste vervolgopleidingen afl open. Een grote meerderheid gaat dan evenwel aan het werk buiten de TI (14 procent in 28/9). De TI verliest in latere jaren dus opnieuw een behoorlijk deel van zijn potentieel. Figuur 18 Cohort vmbo TI gediplomeerden 26, vijf jaar lang gevolgd (% per jaar) 25/26 26/7 27/8 28/9 29/1 21/11 mbo TI BOL BBL 18% 22% 15% 23% 8% 25% 6% 21% 1% 17% VMBO TI gediplomeerden werk TI mbo niet-ti % 1% 2% 4% 7% 54% 5% 45% 4% 24% N = werk niet-ti 3% 7% 14% n.n.b.* n.n.b.* overig 3% 4% 6% n.n.b.* n.n.b.* 1% 1% 1% 1% 1% Bron: CBS, bewerking ITS * n.n.b. = nog niet bekend. Over 29/1 en 21/11 zijn alleen baangegevens van Mn Services beschikbaar, nog geen baangegevens van het CBS. Vandaar dat het percentage vmbo ers dat een baan niet-ti heeft in deze jaren nog niet te bepalen is. 21
23 In verdere analyses is ingezoomd op enkele subgroepen binnen dit cohort. Ten eerste: de 659 (18%) vmbo ers die in eerste instantie doorstromen naar TI mbo-bol. Een derde hiervan stapt later alsnog over naar een TI mbo- BBL opleiding en blijft dus binnen de sector. Maar een kwart stapt later over naar een mbo opleiding buiten de TI. Ten tweede: de (54%) vmbo ers die doorstromen naar een mbo-opleiding buiten de TI. Van hen stapt zo n 1 procent later alsnog over naar een opleiding binnen de TI. De meerderheid gaat uiteindelijk echter buiten de TI aan het werk. Ten derde: de 116 (3%) vmbo ers die doorstromen naar een baan, meestal buiten de TI. Van hen gaat 1 procent later alsnog een opleiding in de TI volgen. Het merendeel blijft echter buiten de TI werkzaam. Conclusie is dat de TI een aanzienlijk deel van zijn vmbo ers verliest bij de overgang naar het mbo en dat maar een klein deel van dit potentieel later via een opleiding of baan alsnog terugkeert in de sector. 22
24 Stromen en patronen op de TI-arbeidsmarkt Lang niet alle TI-gediplomeerde schoolverlaters gaan vervolgens aan de slag in de TI-branche. Blijkbaar is er niet zo n duidelijk één op één relatie tussen onderwijs en arbeid als vaak verondersteld wordt. Maar hoe zit het dan met de opleidingen van schoolverlaters die wél in de TI gaan werken? En waar letten de TI-bedrijven eigenlijk vooral op bij het aantrekken van personeel? Welke rol speelt de opleiding van sollicitanten? Verderop zullen we op deze vragen ingaan. Eerst zullen we echter ingaan op belangrijke bewegingen op de TI-arbeidsmarkt. Hoe omvangrijk is de jaarlijkse in-, door- en uitstroom van en welke min of meer vaste patronen doen zich voor? Het is van belang om deze vaste patronen te kennen. Zij bieden namelijk relevante aanknopingspunten voor het arbeidsmarktbeleid van de TI-branche en de TIbedrijven op dit moment en de komende jaren. Bedrijfsmobiliteit en branchemobiliteit Bij mobiliteit gaat het hier om bewegingen van personen op de arbeidsmarkt. We maken een onderscheid tussen bedrijfsmobiliteit en branchemobiliteit. Bij bedrijfsmobiliteit maken we een onderscheid in: Wisselaar: Werknemer die in betreffende jaar van TI-bedrijf gewisseld is. Niet-wisselaar: Werknemer die in betreffende jaar niet van TI-bedrijf gewisseld is. Bij branchemobiliteit maken we een onderscheid in: Blijver: Werknemer die het gehele jaar in de technische installatiebranche werkzaam is geweest. Instromer: Uitstromer: Tijdelijke: Werknemer die in het desbetreffende jaar in de technische installatiebranche is ingestroomd. Werknemer die in het desbetreffende jaar de technische installatiebranche is uitgestroomd. Werknemer die in het desbetreffende jaar in de technische installatiebranche is ingestroomd en in datzelfde jaar ook weer is uitgestroomd. Bij bedrijfsmobiliteit gaat het per defi nitie om die van het ene TI-bedrijf overstappen naar een ander TIbedrijf. Bij branchemobiliteit gaat het om die van een TI-bedrijf overstappen naar een bedrijf buiten de TI en vice versa. Onderscheid tussen jaarcohort en peildatum We kunnen het aantal TI- in deze regio op twee verschillende manieren berekenen. We kunnen kijken hoeveel TI- er op één bepaalde dag (peildatum) zijn, maar we kunnen ook kijken hoeveel TI- er in een bepaald jaar in deze regio zijn (jaarcohort). Bij de analyse van de bedrijfsmobiliteit en de branchemobiliteit bekijken we steeds een heel jaar. Om de branchemobiliteit in 21 te bepalen kijken we niet alleen hoeveel er gedurende dit hele jaar in de TI-bedrijven in deze regio blijven werken (blijvers), maar ook hoeveel er gedurende dit jaar nieuw instromen in de TI-bedrijven (instromers) en hoeveel er gedurende dit jaar weggaan uit de TI (uitstromers). Bij een analyse op basis van peildatum tellen alleen de TI- mee die op de desbetreffende dag in de TI in deze regio werkzaam zijn, terwijl bij een analye op basis van een jaarcohort iedereen meetelt die in het desbetreffende jaar voor kortere of langere tijd werkzaam is (geweest) in de TI in deze regio. Figuur 19 Branche mobiliteit: instroom in en uitstroom uit de TI in de periode 2-21* (in %) 1% 8% % 8% TI Nederland % 6% 4% % % 2% % % blijver instromer uitstromer tijdelijk blijver instromer uitstromer tijdelijk Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS. * In totaal zijn er eind 21 iets meer dan 19. in de TI-branche in de regio. Daarvan staan er bij Mn Services geregistreerd. De cijfers in deze fi guur voor de jaren 2-28 hebben betrekking op alle TI-. De cijfers voor 29 en 21 hebben betrekking op de TI- die bij Mn Services staan geregistreerd. Hetzelfde geldt voor de cijfers in deze fi guur voor TI-Nederland. 23
25 Elk jaar wisselen in deze regio tussen de 1.3 en 2.3 TI- van TI-bedrijf In de regio wisselt elk jaar een aantal TI van TI-bedrijf. Vanaf 2 gaat het vrijwel elk jaar om 1.3 tot 2.3 wisselaars per jaar. Uitzondering is het jaar 26 met 3. bedrijfswisselaars. Dit betekent dat in deze regio vrijwel elk jaar tussen de 6 en de 1 procent van de TI- van het ene TI-bedrijf naar een ander TI-bedrijf overstapt (alleen in 26 stapt 14% van de TI- over). De bedrijfsmobiliteit ligt in deze regio daarmee op een vergelijkbaar niveau als landelijk in de TI. Landelijk varieert het aantal bedrijfswisselaars in de TI in deze periode eveneens van 6 tot bijna 1 procent. Daarnaast elk jaar tussen de 3,5 en 7 duizend in- en uitstromers in deze regio Het aantal dat in de periode 2-21 de TI verlaat varieert in de regio van 11 procent in 21 tot ruim 16 procent in 21 (zie fi guur 19). Dit betekent dat de jaarlijkse uitstroom uit de TI-branche in deze regio varieert tussen 2.2 en 3.7. De jaarlijks instroom in de TI in de regio varieert in deze periode van 9 procent in 21 tot 2 procent in 2. Dit betekent dat de jaarlijkse instroom in de TI-branche in deze regio in de periode 2-21 varieert van 1.8 tot 4.4. De omvang van de branchemobiliteit varieert in de afgelopen 1 jaar dus aanzienlijk. De branchemobiliteit is het kleinst in 21. In dat jaar gaat het bij de instromers en de uitstromers tezamen om ongeveer 3.7. De branchemobiliteit is het grootste in 2 met bijna 7.. De branchemobiliteit in de regio loopt over de jaren heen gezien parallel aan die in de landelijke TI. Dit komt omdat conjuncturele verschillen tussen de jaren zich niet alleen in deze regio doen voelen, maar ook elders in Nederland. Deze conjuncturele verschillen tussen jaren zijn tevens de oorzaak dat de instroom meer fl uctueert dan de uitstroom. De jaarlijkse instroom is namelijk de optelsom van de vervangingsvraag én van de uitbreidingsvraag. En juist de uitbreidingsvraag is sterk afhankelijk van de conjunctuur en kan daardoor aanzienlijk verschillen tussen de jaren. Bij recessie neemt mobiliteit af In de periode 2-25 en opnieuw in de periode neemt de omvang van de mobiliteit af. Het aantal blijvers neemt toe van 69 procent in 2 naar 78 procent in 25 en van 71 procent in 28 naar 81 procent in 21. Landelijk zien we vrijwel hetzelfde gebeuren. Dit komt omdat in jaren met een minder gunstige conjunctuur de mobiliteit van af neemt, hetgeen resulteert in een afnemende vervangingsvraag. In jaren met een minder gunstige conjunctuur zijn er tevens minder groeimogelijkheden voor de bedrijven, waardoor in dergelijke jaren ook de uitbreidingsvraag geringer is. De mobiliteit van in jaren met een gunstige conjunctuur is dus groter dan in jaren met een ongunstige conjunctuur. Echter ook in jaren met een ongunstige conjunctuur is procent van de TI in de regio mobiel. De bedrijfsmobiliteit is dan circa 8 procent, terwijl de branchemobiliteit 19 tot 25 procent bedraagt. Bij recessie extra uitstroom van 55-plussers Het aandeel van de 55-plussers in het personeelsbestand van de TI is zowel in deze regio als landelijk in de periode 2-21 verdubbeld van 6 naar 12 procent. De uitstroom van 55-plussers is meestal niet precies naar rato van hun aandeel in de TI-werkgelegenheid en hierbij is sprake van een duidelijk patroon. In jaren van groei stromen er naar verhouding relatief weinig 55-plussers uit, terwijl in jaren van krimp naar verhouding relatief veel 55-plussers de TI verlaten (zie ook fi guur 2). Dit komt omdat TI-werkgevers bij een groeiende economie zonder meer al problemen hebben om de uitbreidingsvraag op een goede manier in te vullen. In een dergelijke situatie Figuur 2 Aandeel dat 55-plussers uitmaken van respectievelijk het totale bestand in de TI en de uitstroom uit de TI, periode 2-21* TI Nederland ,6 9, , ,6 1, ,1 11, , , ,3 8, ,9 8 13, ,7 1,5 1,9 11, , % 55-plussers van de uitstroom uit de TI % 55-plussers van het hele bestand in de TI % 55-plussers van de uitstroom uit de TI % 55-plussers van het hele bestand in de TI Bron: Mn Services, bewerking ITS * De ze cijfers hebben uitsluitend betrekking op bij Mn Services geregistreerde TI-. Op dit punt beschikt het CBS namelijk alleen over cijfers voor de jaren
26 Figuur 21 Branchestandvastigheid van de TI-instromers uit 24 (% 24-instromers dat na 1, 2, 3, 4, 5 jaar nog in TI werkzaam is) 8 8 TI Nederland na 1 jaar na 2 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar 2 1 na 1 jaar na 2 jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar totale instroom jonge instromers schoolverlaters jonge zij-instromers totale instroom jonge instromers schoolverlaters jonge zij-instromers Bron: Mn Services en CBS, bewerking ITS is er voor werkgevers geen, of in ieder geval veel minder dan bij een recessie, aanleiding om de uitstroom van ouderen te stimuleren. Elk jaar ook veel jongeren onder de uitstroom Figuur 2 laat weliswaar zien dat de 55-plussers een stijgend aandeel van de jaarlijkse uitstroom uitmaken, maar ook dat zij nog steeds een beperkt aandeel van de totale jaarlijkse uitstroom uitmaken. Eerder hebben we het profi el geschetst van de werknemer in de TI: het gaat in de TI hoofdzakelijk om fulltime werkende autochtone mannen. Dit profi el is eveneens van toepassing op de instromers en de uitstromers. Wél zijn er zoals verwacht mag worden duidelijke verschillen in leeftijd. Van de instromers in de TI in is elk jaar circa 4 procent jonger dan 25 jaar en minder dan 4 procent is 55-plusser. Van de uitstromers in deze regio is elk jaar tussen de 24 en 33 procent jonger dan 25 jaar, terwijl het aandeel 55-plussers in de uitstroom varieert van 6 procent in 2 tot 15 procent in 21 (zie fi guur 2). Voor de TI-landelijk gelden overigens vrijwel dezelfde cijfers. De uitstroom uit de TI bestaat dus zeker niet uitsluitend uit oudere die aan het eind van hun beroepsloopbaan zijn aangekomen. In de periode 2-21 is een kwart tot een derde van de jaarlijkse uitstromers jonger dan 25 jaar. Dit geldt voor de regio en het gaat ook landelijk op in de TI. Dit is een belangrijk punt aangezien we eerder hebben laten zien dat er sprake is van een proces van ontgroening in de TI. Beperkte standvastigheid instromers: een derde deel stroomt binnen één jaar weer uit Van de jaarlijkse instroom in de TI in de regio verlaat ruim een derde deel de branche weer binnen één jaar. Na vijf jaar is minder dan een vijfde nog in de TI werkzaam. De branchestandvastigheid van jonge instromers (jonger dan 25 jaar) en van schoolverlaters wijkt enigszins af van het algemene beeld (zie fi guur 21). Na vijf jaar is van deze groepen nog minder dan 15 procent werkzaam in de TI. De cijfers met betrekking tot de branchestandvastigheid variëren enigszins. In het ene jaar zijn ze wat hoger dan in het andere jaar. Een duidelijke tendens valt hierbij niet te onderkennen. Waarschijnlijk hebben deze variaties vooral een conjuncturele achtergrond. Zowel instroom als uitstroom is divers van samenstelling In stromen in de periode 2-21 elk jaar tussen de 1.8 en de 4.4 nieuwkomers de TIbranche in. De term nieuwkomers is niet in alle gevallen terecht omdat het soms ook om her-instromers gaat. Eerder zie het regio-rapport van 21 bleek immers dat 25-3 procent van de uitstromers op een later moment terug keert naar de TI en dat het merendeel deze stap terug naar de TI binnen één jaar zet. De jaarlijkse uitstroom uit de TI varieert in de periode 2-21 in deze regio van 2.2 tot 3.7. Figuur 22 brengt in beeld waar deze instromers vandaan komen en waar de uitstromers heen gaan. Bij deze instromers is sprake van een aanzienlijke variatie naar herkomst en bij de uitstromers van een aanzienlijke variatie naar bestemming. Dit geldt niet alleen voor deze regio, maar ook voor de andere regio s. Schoolverlaters vormen elk jaar maar een beperkt deel van de instroom Zowel voor de regio als voor de TI-landelijk gaat op dat schoolverlaters elk jaar maar een beperkt deel uitmaken van de totale instroom. Voor vrijwel alle jaren in de periode 2-21 gaat op dat de schoolverlaters procent van de totale instroom uitmaken. Landelijk maken de schoolverlaters in deze periode vrijwel elk jaar procent van de instroom uit. 25
27 Overzicht 22 Stromen op de arbeidsmarkt van de technische installatiebranche in de jaren 2-21* TI Nederland Instroom schoolverlaters 11-15% technische installatiebranche Uitstroom Instroom schoolverlaters 14-17% technische installatiebranche Uitstroom zzp-ers 1-3% uitkeringssituatie 4-7% TI-bedrijf zzp-ers 5-9% uitkeringssituatie 6-14% zzp-ers 1-2% uitkeringssituatie 4-8% TI-bedrijf zzp-ers 4-7% uitkeringssituatie 6-14% (andere branches) 49-59% 6-1% (andere branches) 41-55% (andere branches) 45-57% 6-1% (andere branches) 44-57% uitzendbranche** 12-18% uitzendbranche 11-15% Uitzendbranche** 12-19% uitzendbranche 11-15% geen inkomstenbron 6-1% overig 2-4% TI-bedrijf geen inkomstenbron 7-13% overig 7-9% geen inkomstenbron 6-8% overig 3-4% TI-bedrijf geen inkomstenbron 7-1% overig 9-1% pensioen 4-7% pensioen 4-7% Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS * De percentages in deze fi guur geven telkens aan tussen welke grenzen de stromen in deze jaren fl uctueren. ** Het gaat hier niet om uitzendkrachten, maar om personen die overstappen van uitzendwerk naar een vaste of tijdelijke baan bij een TI-bedrijf en vice versa. Lang niet alle vacatures worden geschikt geacht voor schoolverlaters Blijkbaar wordt maar een beperkt deel van de vacatures in de TI geschikt geacht voor schoolverlaters. Dit is eerder ook door het CBS in een enquête onder enkele duizenden bedrijven vastgesteld. Uit die enquête blijkt namelijk dat van de vacatures op middelbaar, hoger en wetenschappelijk niveau minder dan 1 procent geschikt gevonden wordt voor mensen die net van school komen (CBS, 27). En de functies in de TI zijn meestal van een middelbaar beroepsniveau (zie ook fi guur 6). Dat de TI-bedrijven bij vacatures meestal een voorkeur hebben voor mét ervaring boven schoolverlaters wordt bevestigd in een enquête die we in 29 onder TI-bedrijven hebben uitgevoerd. Alleen bij vacatures in de functies van leerlingmonteur richten TI-bedrijven zich op schoolverlaters. Voor de andere technische functies hebben zij bij vacatures vaak (tekenaar of engineers) of zelfs meestal (monteurs, werkvoorbereiders, projectleiders) een voorkeur voor personen met relevante werkervaring (zie fi guur 23). Schoolverlaters kunnen dus niet zo gemakkelijk instromen in de TI. In de enquête onder TI-bedrijven van december 21 en van augustus 211 zijn we hier verder op ingegaan. Daarbij hebben we onder andere gekeken op welke manier TI-bedrijven aan hun zelfstandig monteurs komen. Er zijn twee mogelijkheden. TI-bedrijven kunnen leerlingmonteurs aantrekken en die vervolgens zelf opleiden tot zelfstandig monteur (opleidingsstrategie), of ze kunnen op de arbeidmarkt vakbekwame monteurs aantrekken (wervingsstrategie). Figuur 23 Voorkeur voor schoolverlaters of voor met ervaring monteur elektro monteur installatie eerste monteur elektro 3 eerste monteur installatie tekenaar 3 engineer/ontwikkelaar 2 werkvoorbereider/planner calculator projectleider 1 TI Nederland Bron: Enquête onder TI-bedrijven in Ruim een vijfde deel (21%) van de TI-bedrijven in de regio volgt (vrijwel) uitsluitend de opleidingsstrategie. De zelfstandig monteurs in deze bedrijven zijn (vrijwel) allemaal als leerlingmonteur aangetrokken en vervolgens opgeleid tot zelfstandig monteur. Landelijk volgen meer TI-bedrijven een opleidingsstrategie, namelijk 31 procent. Een duidelijk groter deel van de TI-bedrijven in deze regio (46%) hanteert vooral of uitsluitend een wervingsstrategie. Zij hebben bijna geen of hooguit een minderheid van hun zelfstandig monteurs in eigen huis opgeleid. Zij hebben alle of het merendeel van hun zelfstandig monteurs kant en klaar vanaf de arbeidsmarkt aangetrokken. Landelijk gaat ook voor 46 procent van de TI-bedrijven op dat zij alle of het merendeel van hun zelfstandig monteurs kant en klaar van de arbeidsmarkt hebben aangetrokken (zie fi guur 24) % 2% 4% 6% 8% 1% voorkeur voor schoolverlater voorkeur voor werknemer met ervaring geen voorkeur
28 Figuur 24 Arbeidsmarktstrategieën van TI-bedrijven 6 6 TI Nederland % TI-bedrijven dat alleen of vooral leerlingmonteurs aantrekt en die vervolgens zelf opleidt tot zelfstandig monteur beide manieren in ongeveer gelijke mate % TI-bedrijven dat hun zelfstandig monteurs vooral of uitsluitend van de arbeidsmarkt aantrekt weet niet % TI-bedrijven dat alleen of vooral leerlingmonteurs aantrekt en die vervolgens zelf opleidt tot zelfstandig monteur beide manieren in ongeveer gelijke mate % TI-bedrijven dat hun zelfstandig monteurs vooral of uitsluitend van de arbeidsmarkt aantrekt weet niet Bron: Enquête onder TI-bedrijven in 211 Van de 29-instromers heeft bijna 1 op de 5 onlangs diploma behaald We hebben een aanvullende analyse gemaakt van de 29-instroom. Deze analyse is alleen gemaakt voor de totale TI, dus niet per regio. In totaal zijn in personen de TI ingestroomd. Bijna tweederde deel, personen, is gaan werken in een (leerling)monteur functie. Onder deze zitten 1.67 recent-gediplomeerden. Gediplomeerden die in TI als (leerling)monteur gaan werken hebben lang niet altijd een TI-opleiding Eerder zagen we al dat lang niet alle TI-opgeleiden vervolgens aan de slag gaan in de TI-branche. Vandaar dat we de opleiding in kaart gebracht hebben van de gediplomeerden die in 29 in de TI zijn gaan werken in de functie van (leerling)monteur. Van de 1.67 pas gediplomeerden die in 29 instromen in een baan als (leerling)monteur in de TI is de helft in het bezit van een TI-diploma en de andere helft dus niet. Er is op dit punt overigens nog wel wat verschil tussen vmbogediplomeerden en mbo-gediplomeerden, maar steeds gaat op dat een substantieel deel als (leerling-)monteur in de TI aan de slag gaat zonder over een TI-diploma te beschikken (zie fi guur 25). Figuur 25 Opleiding van de gediplomeerden die in 29 instromen in de TI in de functie van (leerling)monteur instroom in TI als (leerling)monteur aantal gediplomeerden % vmbo mbo TI % niet-ti 488** 3% BBL TI 111 7% niet-ti 82** 5% BOL TI % niet-ti 18** 7% EXTRANEUS* TI 27 2% niet-ti 46** 3% havo/vwo 44 3% hbo TI 16 1% niet-ti 11 1% Bron: CBS en Mn Services; bewerking ITS * Extraneus, dat wil zeggen personen die niet aan de opleiding maar wel aan het examen deelnemen. ** Zie ook fi guur 26 Instromers zonder TI-diploma hebben meestal wel verwante technische opleiding gevolgd Van de vmbo ers die zonder TI-opleiding zijn ingestroomd heeft eenderde een sectorbrede techniekopleiding gedaan en nog eens zo n 2 procent heeft een opleiding in een andere technische richting. Van de mbo ers die zonder TI-opleiding zijn ingestroomd heeft bijna twee derde een opleiding in een andere technische richting gevolgd (zie fi guur 26). Blijkbaar hanteren lang niet alle TI-bedrijven als eis dat nieuwkomers in de functies van (leerling)monteur een TI-opleiding gevolgd moeten hebben. In een recent uitgevoerde enquête onder TI-bedrijven is daarom vrij uitgebreid ingegaan op de selectiecriteria die TI-bedrijven hanteren bij het aantrekken van (leerling)monteurs. 27
29 Figuur 26 Opleiding van de niet-ti (v)mbo gediplomeerden, die in 29 ingestroomd zijn in de functie van (leerling)monteur 488 niet-ti vmbo-ers sectorbrede techniekopleiding 31% 236 niet-ti mbo-ers techniek metaal 12% 27% techniek bouw 4% 5% techniek AKA 14% techniek overig 3% 19% intersectorale opleiding met techniek component 4% theoretische leerweg 25% landbouw 14% economie 4% 28% overig 4% 8% 1% = 488 1% = 236 Bron: CBS en Mn Services; bewerking ITS Figuur 28 Mate waarin een TI-gerichte opleiding een criterium is bij de selectie van leerlingmonteurs (%) leerlingmonteur elektro TI-gerichte opleiding is harde eis Figuur 29 Eisen aan het opleidingsniveau bij het aantrekken van voor de functie van leerlingmonteur (%) leerlingmonteur installatie TI-gerichte opleiding is pré, maar niet noodzakelijk TI-gerichte opleiding is niet nodig Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december Bij rekrutering van leerlingmonteurs is motivatie belangrijker dan opleiding Spontaan noemen de meeste TI bedrijven en dat geldt ook voor de TI-bedrijven in de regio motivatie/ambitie het belangrijkste criterium bij de rekrutering van leerlingmonteurs. Dat geldt voor 44 procent van de installatiebedrijven en 41 procent van de elektrobedrijven (zie fi guur 27). Figuur 27 Belangrijkste eis bij rekrutering van leerlingmonteurs (%) motivatie/ambitie interesse, inzicht in vak presentatie/omgangsvormen TI-opleiding praktische vaardigheiden zelfstandigheid afkomst/milieu geen specifieke eisen andere eis leerlingmonteur elektro Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 21 leerlingmonteur installatie geen eisen vmbo mbo-1 mbo-2 mbo-3 mbo-4 mbo niet anders gespecificeerd leerling monteur elektro leerling monteur installatie Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 21 Weinig bedrijven merken opleiding spontaan als belangrijkste criterium aan. Dat wil niet zeggen dat een TI gerichte opleiding geen rol speelt. Het is vaak wel een pre, maar meestal geen harde eis. Voor leerlingmonteurs installatietechniek is een TI-gerichte opleiding in 28 procent van de TI-bedrijven een harde eis. Voor de leerlingen elektrotechniek is dit met 43 procent wat vaker het geval, maar ook hier gaat dus op dat dit bij de meerderheid van de TI-bedrijven geen harde eis is (zie fi guur 28). De helft van de TI bedrijven zegt verder geen eisen te stellen aan het opleidingsniveau van de leerlingen. De overige TI-bedrijven vinden meestal een vmbo-opleiding voldoende. Ook hier is nog weer een verschil tussen elektrobedrijven en installatiebedrijven (zie fi guur 29)
30 TI-bedrijven selecteren zelfstandig monteurs bij voorkeur op basis van functioneren in de praktijk De opleiding is belangrijker bij de rekrutering van zelfstandig monteurs, maar ze is ook hier vaak niet doorslaggevend. Spontaan noemen de meeste bedrijven - een vijfde tot een kwart - ervaring en vakbekwaamheid de belangrijkste selectie criteria (zie fi guur 3). Bij 55 procent van Figuur 3 Belangrijkste eis bij de rekrutering van zelfstandig monteurs (%) Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 21 Figuur 31 Mate waarin een TI-gerichte opleiding een criterium is bij de selectie van zelfstandig monteurs (%) Bron: Enquête onder TI-bedrijven; december 21 Figuur 32 Eisen aan het opleidingsniveau bij het aantrekken van personen voor de functie van zelfstandig monteur (%) geen eisen vmbo 34 ervaring vakbekwaamheid motivatie/ambitie TI-opleiding presentatie/omvangsvormen passen in bedrijfsteam arbeidsverleden cv/referenties afkomst/milieu 14 overig 7 11 zelfstandig monteurs elektro Bron: Enquête onder TI-bedrijven; december zelfstandig monteurs elektro 22 mbo 1 of 2 mbo 3 mbo 4 mbo niet vmbo of gespecificeerd mbo zelfstandig monteurs installatie zelfstandig monteurs installatie TI-gerichte opleiding is harde eis TI-gerichte opleiding is pré, maar niet noodzakelijk TI-gerichte opleiding is niet nodig zelfstandig monteurs elektro zelfstandig monteurs installatie overig de elektrobedrijven en 4 procent van de installatiebedrijven is een TI gerichte opleiding wel een harde eis (zie fi guur 31). Bij 45 procent respectievelijk 6 procent is het dat dus niet. Qua niveau wordt meestal een mbo-opleiding gevraagd, vaak mbo-3 of mbo-4 (zie fi guur 32). Eerder kwam naar voren dat een groot deel van de schoolverlaters met een TI-opleiding niet doorstroomt naar aansluitende functies in TI-bedrijven, maar in functies buiten de TI aan het werk gaat. Hier komt naar voren dat TI-bedrijven op functies die vrij komen niet alleen schoolverlaters met een TI-opleiding laten instromen, maar vaak ook schoolverlaters met een opleiding buiten de TI. Een specifi eke op de TI-gerichte opleiding is in veel TI-bedrijven geen hard vereiste om als (leerling)monteur te worden aangenomen. Algemene kwalifi caties als motivatie en ambitie zijn belangrijker criteria, zeker bij leerlingmonteurs, terwijl bij monteurs vooral op werkervaring en (bewezen) vakbekwaamheid wordt gelet. Kennelijk zijn er vaak geen directe één-op-één relaties tussen opleidingen en functies in de TI en is er dus ruimte voor fl exibiliteit in de overgang van onderwijs naar arbeid in de TI. Die speelruimte is er aan de kant van de aanbieders: TI opgeleide schoolverlaters kunnen ook in niet-ti bedrijven aan het werk. Ze bestaat ook aan de kant van de vragers: TIbedrijven nemen op vacatures van (leerling)monteurs ook niet-ti opgeleide schoolverlaters aan. Instroom en uitstroom betreft elk jaar vooral mobiliteit van werkenden Bij de dynamiek op de TI-arbeidsmarkt zie fi guur 22 gaat het echter maar voor een klein deel om overgangen van school naar werk. Veel vaker gaat het om bewegingen die getypeerd kunnen worden als van-werk-naar-werk mobiliteit. Werkenden zorgen in de periode 2 tot 21 elk jaar voor circa 7 procent van de mobiliteit op de TIarbeidsmarkt. Het gaat hierbij vooral om die vanuit een andere branche overstappen naar de TI-branche, en omgekeerd. In mindere mate gaat het om die het werken via een uitzendbureau verruilen voor een tijdelijke of vaste aanstelling bij een TI-bedrijf, of omgekeerd. Een derde vorm van deze van-werk-naarwerk mobiliteit bestaat uit ondernemers die hun positie van zzp er (zelfstandige zonder personeel) inruilen voor een baan in loondienst in de TI, of wat meer voorkomt (zie fi guur 22) omgekeerd uit TI- die hun baan inruilen voor een positie als zzp er. Overigens blijven zij daarna vaak als zzp er in de bouw(installatie) werkzaam. En ook voor de zzp ers die overstappen naar een positie in de TI gaat op dat zij daarvoor vaak als zelfstandige in de bouwinstallatie werkzaam waren. Veel intersectorale mobiliteit De helft van alle bewegingen op de TI-arbeidsmarkt heeft betrekking op die vanuit een andere branche overstappen naar de TI of, omgekeerd, de TI-branche verlaten voor een baan in een andere branche. De mobiliteit van betreft in de helft van de gevallen dus intersectorale mobiliteit. 29
31 Vooral intersectorale mobiliteit tussen verwante branches Deze uitwisseling van vindt vooral plaats met bepaalde andere branches, namelijk de metaal, de bouw, de groot- en detailhandel, het transport en de informatie & ontwerp branche. Circa tweederde deel van de uitstromende die overstappen naar de TI is uit deze branches afkomstig. En, omgekeerd, geldt dat van de uit de TI circa tweederde deel overstapt naar één van deze branches. Eerder kwam al naar voren dat de TI-bedrijven zeker niet uitsluitend TI-opgeleiden aantrekken voor de functies van leerlingmonteur. Ook schoolverlaters met andere opleidingen komen in aanmerking voor deze functies. Vaak gaat het bij die andere opleidingen dan wel om andere technische opleidingen zoals opleidingen voor metaal en bouw (zie fi guur 26). In feite komen niet alleen schoolverlaters met opleidingen voor verwante technische branches in aanmerking voor functies in de TI, maar dat geldt blijkbaar ook voor uit deze verwante technische branches. Per saldo meer instromers uit dan uitstromers naar deze branches In de periode 2-21 geldt in de regio voor de meeste jaren dat er minder vanuit de TI naar de hiervoor genoemde branches vertrekken dan er, omgekeerd, vanuit deze branches overstappen naar de TI. Per saldo trekt de TI in deze periode meer uit de branches naar zich toe dan zij eraan verliest. Ook landelijk gaat op dat de TI meer uit deze branches naar zich toetrekt dan zij eraan verliest. Eerder - zie het rapport uit 21 - hebben we aangegeven dat in de TI vaker dan in de eerder genoemde branches van mening zijn dat hun werk meestal of altijd veel variatie biedt, respectievelijk dat zij veel autonomie hebben bij de uitvoering van hun werk. Wat betreft inhoud van het werk en wat betreft regelmogelijkheden kan de TI blijkbaar goed concurreren met andere branches en dit zal ongetwijfeld een deel van de verklaring zijn dat er per saldo meer uit andere branches overstappen naar de TI dan er, omgekeerd, uit de TI overstappen naar andere branches. 3
32 De arbeidsmarkt in Recessie tempert groeiverwachtingen De jaren 26 en 27 zijn gekenmerkt door een gunstige conjunctuur, ook voor de technische installatiebranche. In 28 kwamen er echter steeds meer signalen dat het economisch tij veranderde. Met name in de tweede helft van 28 werd het nieuws sterk gedomineerd door de kredietcrisis. De discussie of er wel of geen recessie zat aan te komen veranderde in een discussie over hoe ernstig de recessie zou zijn. Figuur 33 Verwachtingen van TI-werkgevers over de ontwikkeling van hun personeelsbestand, periode (in %) verwachtingen voor 2e helft gemeten in juni 28 verwachtingen voor 2e helft gemeten in juni 29 meer personeel in loondienst minder personeel in loondienst 2 gemeten in juni 28 verwachtingen voor 2e helft 29 verwachtingen voor 2e helft 29 verwachtingen voor 2e helft 21 Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren gemeten in juni ongeveer evenveel weet dit (nog) niet verwachtingen voor 2e helft gemeten in augustus 211 verwachtingen voor 2e helft gemeten in juni 29 TI Nederland meer personeel in loondienst minder personeel in loondienst verwachtingen voor 2e helft 21 gemeten in juni 21 ongeveer evenveel weet dit (nog) niet 2 gemeten in augustus 211 Via een telefonische enquête onder TI-werkgevers meten we regelmatig of zij voor het komende (half) jaar groei of krimp van het personeelsbestand verwachten. In juni 28 was er nog een zeer positieve stemming onder de TI-bedrijven. Veel bedrijven verwachtten op dat moment dat zij in de tweede helft van 28 meer personeel in loondienst zouden hebben dan zij op dat moment hadden. Vermindering van personeel werd vrijwel door geen enkel bedrijf verwacht. Dit gold ook voor de TI-bedrijven in (zie fi guur 33). In juni 28 waren de TI-werkgevers overigens eveneens optimistisch over de groeimogelijkheden in 29. Er waren op dat moment nauwelijks TI-bedrijven die rekening hielden met personele krimp in 29. Ook in de enquêtes van 29, 21 en 211 is gevraagd naar de verwachtingen van de TI-bedrijven voor de tweede helft van het desbetreffende jaar. Figuur 33 laat zien dat het aantal TI-bedrijven dat personele groei verwacht in deze jaren steeds fors lager is dan in 28, maar het aantal bedrijven dat personele groei verwacht is nog wel steeds groter dan het aantal dat personele krimp verwacht. In werkelijkheid in 29, 21 en 211 bij meer TI-bedrijven krimp dan groei van het personeelsbestand De werkelijkheid blijkt echter minder rooskleurig. Al in de periode juni 28 juni 29 zijn er in deze regio meer bedrijven met personele krimp dan met personele groei. Dit beeld is nog wat sterker in de periodes juni 29 juni 21 en augustus 21 augustus 211 (zie fi guur 34). Vanaf 29 krimp in TI-werkgelegenheid In de periode heeft de werkgelegenheid in de TI zich positief ontwikkeld. Voor elk jaar in deze periode gaat op dat het aantal met een vast of een tijdelijk contract met een TI-bedrijf groter is dan het jaar ervoor. Dit geldt niet alleen voor de regio, maar voor de gehele TI-branche in Nederland. Wel gaat op dat de toename van het aantal TI- in deze regio in de periode groter was dan landelijk in de TI (zie fi guur 35). Figuur 34 Feitelijke ontwikkeling van het personeelsbestand in TI-bedrijven, periode (in %) TI-Nederland ontwikkelingen in periode juni 28 - juni ontwikkelingen in periode juni 29 - juni ontwikkelingen in periode augustus 21 - augustus ontwikkelingen in periode juni 28 - juni 29 ontwikkelingen in periode juni 29 - juni ontwikkelingen in periode augustus 21 - augustus gemeten in juni 29 gemeten in juni 21 gemeten in augustus 211 gemeten in juni 29 gemeten in juni 21 gemeten in augustus 211 personeel in loondienst is toegenomen personeel in loondienst is afgenomen personeel in loondienst is niet veranderd personeel in loondienst is toegenomen personeel in loondienst is afgenomen personeel in loondienst is niet veranderd Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren 31
33 Figuur 35 Ontwikkeling van het aantal TI- in de periode (2=1) Nederland Totaal medio medio aantal aantal Bron: Mn Services, bewerking ITS In 29 begint dit te veranderen. In de regio daalt het aantal TI- van eind 28 naar eind 29. In 21 en 211 treedt vervolgens een verdere daling op naar Landelijk gezien is het aantal TI- in 29 stabiel. Landelijk zet de daling van het aantal TI- pas later in, namelijk in 21. Bovendien treedt landelijk gezien in de eerste helft van 211 weer een zeker herstel op. De aantallen in fi guur 35 hebben echter uitsluitend betrekking op die een vast of een tijdelijk contract hebben met een TI-bedrijf. De vaste en tijdelijke in dienst van de TI-bedrijven vormen weliswaar de hoofdmoot van de personele capaciteit van de technische installatiebranche, maar daarnaast is ook nog sprake van uitzendkrachten, zzp ers (zelfstandigen zonder personeel), etc. Recessie heeft eerst en vooral gevolgen voor de flexibele schil In jaren met een gunstige conjunctuur breiden de TI-bedrijven hun capaciteit voor een belangrijk deel uit door uitzendkrachten en zzp ers (zelfstandige zonder personeel) in te huren en door in tijdelijke dienst te nemen. Bedrijven vormen op deze manier een fl exibele schil van arbeidskrachten rond hun vaste kern van medewerkers, dat wil zeggen de die zij voor onbepaalde tijd in dienst hebben genomen. Een belangrijk argument voor bedrijven om met een dergelijke fl exibele Figuur 36 Maatregelen van TI-bedrijven om, vanwege de recessie, de personele capaciteit te reduceren (% TI-bedrijven dat maatregel genomen heeft) minder beroep op zzp'ers minder uitzendkrachten inlenen minder overwerk door het personeel of meer tijdelijke contracten niet verlengd of meer met vaste aanstelling ontslagen minder stagiair(e)s opgenomen contracturen flexibeler gaan inzetten minder beroep op buitenlandse minder BPV-plaatsen ingevuld BBL'ers ontslagen 5 9 aantal contracturen verminderd 1 8 BBL'ers over laten stappen naar BOL-leerweg
34 TI-Nederland minder beroep op zzp'ers minder uitzendkrachten inlenen minder overwerk door het personeel 1 of meer tijdelijke contracten niet verlengd of meer met vaste aanstelling ontslagen minder stagiair(e)s opgenomen contracturen flexibeler gaan inzetten minder beroep op buitenlandse minder BPV-plaatsen ingevuld BBL'ers ontslagen aantal contracturen verminderd 2 4 BBL'ers over laten stappen naar BOL-leerweg Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren schil te werken is dat ze zo in economisch mindere tijden hun personele capaciteit soepel kunnen aanpassen aan de nieuwe economische realiteit. Figuur 36 bevestigt dat de TI-bedrijven, óók in de regio, in eerste instantie vooral op de recessie reageren door minder uitzendkrachten en zzp ers in te zetten. Tegelijk laat deze fi guur zien dat de recessie ook al vrij snel gevolgen had voor de met een tijdelijk contract. Al in 29 is 13 procent van de TI-bedrijven in deze regio ertoe over gegaan tijdelijke contracten niet te verlengen. In 21 wordt deze maatregel zelfs door meer dan een kwart (28%) van de TI-bedrijven in deze regio toegepast. Voor vaste kern heeft recessie aanvankelijk beperkte gevolgen Voor de vaste kern van het personeelsbestand, dus voor de met een contract voor onbepaalde tijd de vaste aanstellingen heeft de recessie aanvankelijk niet veel gevolgen. Weliswaar worden al in 29 in een aanzienlijk deel van de TI-bedrijven de mogelijkheden voor overwerken verminderd, maar ontslag van vaste medewerkers komt dan nog maar in beperkte mate voor, namelijk bij 1 op de 2 TI-bedrijven in Nederland en nog iets minder in de regio. In 21 en 211 duidelijk (ook) vaker ontslag van vast personeel Figuur 36 laat echter tevens zien dat de recessie in 21 en in 211 in toenemende mate ook gevolgen krijgt voor het vaste personeel. Het aantal TI-bedrijven dat met een vast contract ontslaat is in 21 en in 211 duidelijk groter dan in 29. Daarnaast komt het in 21 en in 211 duidelijk vaker voor dan in 29 dat TIbedrijven de contracturen van verminderen of fl exibeler gaan inzetten. In de regio zijn deze maatregelen in 21 en 211 nog wat vaker toegepast dan gemiddeld in de TI-bedrijven in Nederland. In tegenstelling tot de landelijke situatie in de TI treedt in de regio in de eerste helft van 211 (nog) geen herstel van werkgelegenheid op. De recessie doet zich in deze regio blijkbaar wat sterker voelen en daar wijst ook de ontwikkeling van de werkvoorraad op. Die is in de periode in de regio namelijk meer gedaald dan landelijk in de TI het geval is (zie fi guur 37). Figuur 37 Gemiddelde werkvoorraad van TI-bedrijven in weken oktober 29 juni 21 augustus TI Nederland Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren
35 Na forse daling in eerste helft van 29 treedt stabilisatie van het aantal moeilijk vervulbare vacatures op Het aantal TI-bedrijven in Nederland met moeilijk vervulbare vacatures is in de periode gestegen van 31 procent naar 63 procent. In de eerste helft van 29 neemt het aantal TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures echter zeer snel af, namelijk van ruim 6 naar 2 procent. Vanaf medio 29 tot medio 211 schommelt het percentage TI-bedrijven met mvv s steeds rond de 2 procent. De hier beschreven ontwikkeling van het aantal bedrijven met mvv s gaat ook op voor de regio (zie fi guur 38). Figuur 38 Percentage TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de periode medio 25 medio medio medio Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren * Het aantal in november 28 geïnterviewde bedrijven is te klein om een uitsplitsing naar regio te maken. Vooral afname van mvv s in monteurfuncties 63 nov. 28 juni 29 okt. 29 feb. 21 TI Nederland juni 21 dec. 21 aug. 211 De afname van het aantal moeilijk vervulbare vacatures in de eerste helft van 29 heeft zich niet onmiddellijk in alle functies in dezelfde mate voorgedaan. Vooral voor de monteurfuncties gaat op dat het aantal mvv s in de eerste helft van 29 sterk is afgenomen. Minder en bovendien vooral tijdelijke afname van mvv s bij technische staffuncties en leidinggevende functies Aanvankelijk melden de TI-bedrijven in de regio Noord Holland ook een afname van de mvv s in de technische staffuncties en de leidinggevende functies. Het aantal bedrijven met mvv s in deze functies is in 29 duidelijk lager dan in 28. Medio 211 blijkt het aantal TI-bedrijven met mvv s in deze functies echter niet verder afgenomen te zijn, zoals landelijk in de TI het geval is, maar juist weer toegenomen te zijn. Wat de technische staffuncties betreft is er mogelijk een relatie met bepaalde maatregelen van de TI-bedrijven om hun marktpositie te verstevigen. In de regio geven namelijk meer TI-bedrijven (29%) dan landelijk (15%) aan dat zij (meer) zijn gaan investeren in de ontwikkeling van nieuwe producten/diensten om hun marktpositie te versterken (zie fi guur 42). Voor monteurs is arbeidsmarkt veranderd Ook de cijfers van het UWV (Uitvoeringsorganisatie Werknemers Verzekeringen) laten zien dat de situatie op de TI-arbeidsmarkt voor monteurs in 29 duidelijk is veranderd (zie fi guur 4). In de periode vanaf 27 tot oktober 28 daalt, landelijk gezien, het aantal bij het UWV ingeschreven werkzoekende monteurs, terwijl het aantal geregistreerde vacatures voor monteurs in deze periode vooral stabiel is. Vanaf oktober 28 stijgt echter het aantal werkzoekende monteurs elke maand, namelijk van minder dan 6. in oktober 28 naar bijna 1. in december 29. Het aantal geregistreerde vacatures daalt van circa 3. in oktober 28 naar amper 2. in december 29. In fi guur 4 is tevens het aantal werkzoekende monteurs weergegeven dat hooguit 6 maanden bij het UWV staat ingeschreven. In de periode oktober 28 december 29 stijgt dit aantal van circa 1.7 naar ruim 4.6. Bij werkzoekenden, die korter dan 6 maanden staan ingeschreven, wordt er vanuit gegaan dat zij een korte afstand Figuur 39 Percentage TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de genoemde functies TI Nederland medio augustus 211 moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van leerlingmonteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van eerste monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in staffunctie (calculator, engineer, tekenaar, werkvoorbereider) moeilijk vervulbare vacature(s) in leidinggevende functie(s medio 28 29* augustus 211 moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van leerlingmonteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van eerste monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in staffunctie (calculator, engineer, tekenaar, werkvoorbereider) moeilijk vervulbare vacature(s) in leidinggevende functie s Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren * In 29 is zowel in juni als in oktober een enqête onder TI-bedrijven gehouden. 34
36 Figuur 4 Bij UWV* geregistreerde vraag naar en aanbod van monteurs (lager en middelbaar), periode (aantallen) I II III IV I Kwartaal II III IV I 29 II III IV I 21 totaal werkzoekende monteurs (lager en middelbaar) totaal vacatures monteurs (lager en middelbaar) aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (< 6 maanden ingeschreven) aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (6 maanden of langer) II III IV I 211 II III 12. TI-Nederland I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I Kwartaal totaal werkzoekende monteurs lager en middelbaar aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (< 6 maanden ingeschreven) totaal vacatures monteur lager en middelbaar aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (6 maanden of langer) II III Bron: Werk.nl; bewerking ITS * Het is bekend dat niet alle werkzoekende zich laten inschrijven bij UWV en ook gaat op dat niet alle vacatures worden aangemeld. De cijfers in fi guur 4 vormen dus een onderschatting van de werkelijke aantallen. De cijfers geven echter, zeker voor de werkzoekenden en de vacatures op lager en middelbaar niveau, wel een betrouwbaar beeld van de tendensen die zich op de TI-arbeidsmarkt voordoen. 35
37 tot de arbeidsmarkt hebben en dus direct bemiddelbaar zijn naar werk. Bij personen die langer dan een half jaar werkloos zijn, zijn vaak aanvullende maatregelen in de vorm van training en/of loonsuppletie nodig om hen weer aan het werk te krijgen. Figuur 4 laat zien dat er tot januari 29 meer vacatures voor monteurs bij het UWV geregistreerd stonden dan werkzoekende monteurs die korter dan een half jaar bij het UWV ingeschreven staan. In een dergelijke situatie spreekt het UWV van een zeer krappe arbeidsmarktsituatie voor monteurs. Vanaf januari 29 neemt het aantal werkzoekende monteurs die hooguit 6 maanden bij het UWV staan ingeschreven snel toe, terwijl het aantal geregistreerde vacatures voor monteurs verder afneemt. Figuur 4 brengt dus de ontspanning op de arbeidsmarkt voor monteurs in beeld. In december 29 staan er bij het UWV tegenover elke vacature voor monteur 2 werkzoekende monteurs die hooguit 6 maanden staan ingeschreven. In termen van het UWV is de arbeidsmarkt voor monteurs in 29 van zeer krap veranderd in een gemiddelde/ruime arbeidsmarkt. De hier beschreven ontwikkelingen op de TI-arbeidsmarkt in Nederland doen zich ook voor in de regio, maar de stijging van het aantal direct plaatsbare werkzoekende monteurs begint hier wel wat eerder, namelijk in het tweede kwartaal van 28 (zie fi guur 4). Problemen in personeelsvoorziening wel verminderd, maar niet verdwenen De gepresenteerde gegevens maken duidelijk dat in de afgelopen jaren als gevolg van de economische crisis de problemen in de personeelsvoorziening in de technische installatiebranche zijn verminderd. Tegelijk komt naar voren dat zeker niet alle problemen zijn opgelost. Een deel van de TI-bedrijven geeft aan dat zij ook nu in 211 (nog steeds) problemen met de personeelsvoorziening hebben. En bijna 1 op de 5 TI-bedrijven heeft in 211 (nog steeds) met moeilijk vervulbare vacatures in de monteur functies te kampen. Ondanks dat er inmiddels meer aanbod van dan vraag naar monteurs is Dit is een opmerkelijk gegeven tegen de achtergrond van de veranderingen die zich inmiddels op de arbeidsmarkt van de TI-monteurs hebben voorgedaan. De UWV-cijfers voor deze regio zie fi guur 4 laten namelijk zien dat er in 27 en de eerste maanden van 28 meer vraag naar monteurs was dan er direct bemiddelbaar aanbod beschikbaar was. Vanaf het tweede kwartaal van 28 verandert dit echter ingrijpend. Vanaf het tweede kwartaal van 29 staat er bij UWV meer direct bemiddelbaar aanbod van monteurs geregistreerd dan vraag naar monteurs vanuit de technische installatiebranche. Dat is ook medio 211 nog steeds het geval. Ook de gegevens uit de enquêtes, die we met regelmaat onder TI-bedrijven houden, laten zien dat er monteurs beschikbaar komen. Zo meldt in 21 ruim een kwart van de TI-bedrijven in deze regio dat zij tijdelijke contracten niet hebben verlengd en bijna 2 procent meldt dat zij in 21 met een vaste aanstelling hebben ontslagen (zie ook fi guur 36). En toch neemt het aantal TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de monteur functies in 21 en 211 nauwelijks verder af (zie fi guur 38). Blijkbaar kunnen de ontslagen TI-monteurs niet of maar gedeeltelijk in andere TI-bedrijven aan de slag, ondanks dat daar vacatures al langere tijd openstaan. Dat dit inderdaad het geval is laat de registratie van Mn Services zien. In 21 is het aantal met een vaste of tijdelijke aanstelling bij de TI-bedrijven in Nederland volgens deze registratie met ruim 3. verminderd (zie fi - guur 35). Ten dele voor de hand liggende verklaringen Dat er op landelijk niveau sprake is van meer aanbod van dan vraag naar monteurs wil nog niet automatisch zeggen dat er geen (moeilijk vervulbare) vacatures meer kunnen (blijven) bestaan. Hierbij kan bijvoorbeeld een rol spelen dat de werkgelegenheid in de installatietechniek eerder en meer is afgenomen dan in de elektrotechniek en in de koeltechniek. Bovendien is er ook binnen deze vakgebieden nog weer sprake van diverse disciplines en niveaus bij de monteur functies en dat betekent dat niet iedere werkzoekende monteur zal passen bij of ingepast kan worden bij de bestaande vacature(s) van een TI-bedrijf. Bovendien zijn werkzoekende monteurs maar ook de TI-bedrijven meestal op zoek in de eigen regio. Landelijk gezien kan er weliswaar sprake zijn van werkzoekende monteurs die precies passen bij door TI-bedrijven benoemde vacatures, maar dan kan de afstand tussen vraag en aanbod nog een (te) groot probleem vormen. Bovendien is er landelijk gezien weliswaar sprake van ontspanning op de arbeidsmarkt voor monteurs, maar in sommige regio s is deze ontspanning groter dan in andere. Maar ook signalen dat mogelijk meer aan de hand is In de TI-arbeidsmarkt rapportage van 29 hebben we aangegeven dat de gespannen arbeidsmarkt in de periode veel TI-werkgevers weinig andere keus liet dan hun personeelstekort hanteerbaar te maken door (steeds) meer capaciteit in te lenen of in te huren. TI-werkgevers hanteren zie ook fi guur 27 en 3 voor het vaste personeel namelijk bepaalde selectie-eisen ten aanzien van vakbekwaamheid en motivatie, en daarmee ten aanzien van de inzetbaarheid en productiviteit. In de enquêtes, die we regelmatig onder TI-bedrijven houden, kwam en komt steeds naar voren dat zij niet of nauwelijks bereid zijn op deze eisen in te leveren (zie fi guur 41). Problemen in de personeelsvoorziening blijken dan vooral aangepakt te worden door personen in tijdelijke dienst te 36
38 Figuur 41 Percentage TI-bedrijven dat de genoemde maatregelen toepast om problemen in de personeelsvoorziening op te lossen of te verminderen (er is steeds gepercenteerd op alle TI-bedrijven) TI-Nederland (meer) tijd en geld steken in werving 3 49 (meer) tijd en geld steken in werving 9 41 (meer) mensen inlenen (meer) mensen inlenen 1 3 (meer) zzp'ers inhuren 5 24 (meer) zzp'ers inhuren 9 2 (meer) overwerken/overuren 2 17 (meer) overwerken/overuren 3 19 (meer) zelf gaan opleiden 6 12 (meer) zelf gaan opleiden 6 12 (meer) stagiair(e)s inzetten 2 8 (meer) stagiair(e)s inzetten 2 12 (meer) leerlingen inzetten 12 (meer) leerlingen inzetten 3 12 (meer) werk uitbesteden 3 12 (meer) werk uitbesteden 3 11 minder hoge eisen stellen bij vacatures 4 minder hoge eisen stellen bij vacatures 4 (meer) buitenlanders aantrekken 4 (meer) buitenlanders aantrekken 3 hoge salarissen/mensen wegkopen hoge salarissen/mensen wegkopen Bron: Enquête onder TI-bedrijven, 28 en 211 nemen, door meer uitzendkrachten in te lenen en door meer zzp ers in te huren. Het inzetten van uitzendkrachten en zzp ers brengt extra kosten met zich mee, maar in een periode van hoogconjunctuur kan dit ook aangezien bedrijven dan minder op prijs hoeven te concurreren en dus met betere marges kunnen werken. Perioden van recessie worden door bedrijven gebruikt om het personeelsbestand op te schonen. Zoveel mogelijk wordt afscheid genomen van de relatief duurdere (vaak oudere, zie ook fi guur 2), relatief minder productieve en minder goed inzetbare. Er is in de recessie namelijk niet alleen minder werk, maar tevens staan de prijzen onder druk, hetgeen betekent dat er minder marge voor de bedrijven is. De recessie leidt er dus toe dat het aantal werkzoekende monteurs fors toeneemt, maar ook dat het daarbij om gemiddeld minder productieve gaat. Het aanbod van monteurs neemt dus toe door de recessie, maar tegelijkertijd gaat op dat dit aanbod minder goed past bij, respectievelijk in te passen is in de vacatures van de TI-bedrijven. Het gaat namelijk om vacatures die de bedrijven willen oplossen door er mensen voor in dienst te nemen, dus om vacatures waarbij de bedrijven geen concessies willen doen aan de functie-eisen. Daar zijn bedrijven nauwelijks toe bereid in een situatie van hoogconjunctuur en al helemaal niet in een situatie van laagconjunctuur. In de laatste situatie moeten door de druk op de prijzen hoge eisen gesteld worden aan de productiviteit van de. Deel van de TI-bedrijven zoekt oplossing (ook) in versterking marktpositie Voor een deel van de TI-bedrijven vormt de recessie aanleiding om (meer) in te zetten op maatregelen om hun marktpositie te versterken door nieuwe markten aan te boren. Bij de TI-bedrijven in de regio komen de maatregelen (meer) scholing/kwalificering van het personeel en (meer) ontwikkeling van nieuwe producten/diensten vaker voor dan gemiddeld bij alle TI-bedrijven in Nederland (zie fi guur 42). Figuur 42 Percentage TI-bedrijven dat genoemde maatregelen neemt om de marktpositie te versterken (meer) gaan richten op andere activiteiten/werkzaamheden binnen de TI (meer) scholing/kwalificering van het personeel (meer) onderhoud i.p.v. nieuwbouw (meer ) ontwikkeling van nieuwe producten/diensten Bron: Enquête onder TI-bedrijven, TI Nederland Afname gebruik Ontwikkelingsstimuleringsregeling (OSR) Het percentage bedrijven dat met een bedrijfsopleidingsplan (Bop) werkt stijgt in de regio van 6 procent in 26 naar 1 procent in 28 en daalt vervolgens naar 9 procent in latere jaren. Landelijk stijgt het percentage van 7 procent in 26 naar 12 procent in 211. Vooral grote bedrijven werken met Bop s (83% in 211). Middelgrote bedrijven met 25-1 doen dit al minder (44%) en kleinere nauwelijks (4%). Dit geldt overigens niet alleen voor. Het is een landelijk beeld. Landelijk werken er wat minder grote bedrijven met een Bop (74%). Het percentage dat in een bedrijf met een Bop werkt stijgt in van 38 procent in 27 naar 5 procent in 21 en verder naar 59 procent in 211. Het bereik van de collectieve OSR onder blijft daarmee in dit RBPI nog wel iets achter bij het landelijk niveau, waar deze percentages respectievelijk 47 procent, 61 procent en 65 procent bedragen. 37
39 Figuur 43 Percentage TI-bedr ijven dat genoemde maatregelen toepast (Er is steeds gepercenteerd op alle TI-bedrijven) zorgen voor goede sfeer betere secundaire arbeidsvoorwaarden (bijv. ruimere vakanatieregeling, hypotheekverz., ziektekostenverz., etc.) meer salaris (meer) mogelijkheden voor bijscholing (meer) mogelijkheden voor vakopleiding medewerkers (meer) bij gang van zaken betrekken (meer) rekening houden met voorkeuren wat betreft werktijden (meer) rekening houden met voorkeur wat betreft werkzaamheden betere werkuitrusting (bedrijfskleding, gereedschap) medewerkers (meer) bij planning werkzaamheden betrekken medewerkers op gevarieerde/uitdagende projecten inzetten medewerkers (sneller) naar hogere functies laten doorstromen (meer) mogelijkheden voor deeltijdwerk TI Nederland zorgen voor goede sfeer betere secundaire arbeidsvoorwaarden (bijv. ruimere vakanatieregeling, hypotheekverz., ziektekostenverz., etc.) meer salaris (meer) mogelijkheden voor bijscholing (meer) mogelijkheden voor vakopleiding medewerkers (meer) bij gang van zaken betrekken (meer) rekening houden met voorkeuren wat betreft werktijden (meer) rekening houden met voorkeur wat betreft werkzaamheden betere werkuitrusting (bedrijfskleding, gereedschap) medewerkers (meer) bij planning werkzaamheden betrekken medewerkers op gevarieerde/uitdagende projecten inzetten medewerkers (sneller) naar hogere functies laten doorstromen (meer) mogelijkheden voor deeltijdwerk Bron: Enquête onder TI-bedrijven, 28 en 211 Het feitelijk gebruik van de OSR, afgemeten aan de aantallen waarvoor daadwerkelijk scholingsdagen zijn gedeclareerd, is eveneens toegenomen. Het percentage dat op individuele basis dan wel in het kader van een bedrijfsopleidingsplan scholing volgde met vergoeding vanuit de OSR steeg in van 16 procent in 26 naar 2 procent in 27 en verder naar 26 procent in 28. Daarmee is het feitelijk gebruik van de OSR in deze regio in deze jaren iets minder dan landelijk in de TI. Na 28/29 zet een daling in, namelijk naar 21 procent in 21. Het feitelijk gebruik van de OSR ligt daarmee in deze regio in 21 iets onder het landelijke niveau van 23 procent. In 211 minder aandacht voor bedrijfsbinding, maar nog wel bij meerderheid TI-bedrijven In 28 namen praktisch alle TI-bedrijven maatregelen om de bedrijfsbinding van aan het bedrijf te bevorderen. In 211 is dit nog bij ruim twee derde van de TI-bedrijven in deze regio (7%) het geval (TI-landelijk: 64%). Voor vrijwel alle maatregelen gaat op dat ze in 211 minder toegepast worden dan in 28. Dat geldt vooral voor bindingsmaatregelen in de sfeer van primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden (zie fi guur 43). 38
40 Prognoses voor de periode Van de 335 TI-gediplomeerden uit schooljaar 21/11 komen er 1 in schooljaar 211/12 in de TI terecht Hoeveel TI-gediplomeerden stromen jaarlijks door naar de TI-arbeidsmarkt? In overzicht 44 geven we een schatting. In het overzicht maken we onderscheid tussen het aanbod van TI-gediplomeerden en de wervingskracht van de TI-branche, dat wil zeggen de mate waarin de TI er in slaagt deze TI-gediplomeerden naar de eigen branche te halen. Het aanbod is een prognose van het aantal TI-gediplomeerden dat beschikbaar komt voor de hele arbeidsmarkt. Omdat we weten dat niet alle TI-gediplomeerden naar de TI zullen gaan, is bepaald wat de wervingskracht van de TI is. Hierbij zijn we uitgegaan van het aandeel TIgediplomeerden dat in de afgelopen jaren feitelijk in de TI is gaan werken. Hierin treden duidelijke verschillen op naar opleidingsniveau. Van het aanbod van TI vmbo gediplomeerden komt jaarlijks circa 65 procent in de TI-branche terecht. Van het aanbod van TI mbo gediplomeerden komt jaarlijks circa 4 procent in de TI-branche terecht. De wervingskracht bij het aanbod van hbo-gediplomeerden is slechts 7 procent. De desbetreffende hbo-opleidingen leiden echter ook voor een breed beroepenveld op en dus niet alleen voor de TI. Dat geldt zeker voor de regio. Onder de afgestudeerde hbo ers in deze regio zitten er namelijk maar weinig met een AOT diploma (Algemene Operationele Technieken). En juist van deze opleiding stromen vrij veel gediplomeerden door naar de TI. In totaal halen in het schooljaar 21/211 in de regio zo n 355 leerlingen van TI-opleidingen hun diploma. Deze gediplomeerde TI ers komen in het schooljaar 211/212 beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Het merendeel van hen (62%) heeft een hbo-diploma in de elektrotechniek, werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde of AOT behaald. Het aantal op de arbeidmarkt instromende TIgediplomeerden zal naar verwachting dalen tot een aantal van 27 in 216. Dit is een afname van 24 procent. Landelijk zien we in deze periode een afname van 18 procent. De TI-branche in deze regio weet in 211/212 naar verwachting circa 1 TI-gediplomeerden te werven die in 21/211 hun diploma hebben gehaald. Naar verwachting daalt dit aantal in 215/216 naar 5, een daling van 5 procent (landelijk -39%). In 212 heeft de regio dus een wervingskracht van gediplomeerden van minder dan 28 procent, want van de 355 beschikbare gediplomeerden zal de regio 1 gediplomeerden naar de TI weten te trekken. Met name van de hbo-gediplomeerden gaat in de regio een groot deel naar andere sectoren. Bij het hbo ligt dat ook voor de hand, aangezien de opleidingen waar het hier om gaat zich ook uitdrukkelijk op een breder beroepenveld richten dan alleen de TI. De TI (v)mbo gediplomeerden zijn daarentegen wèl specifi ek opgeleid voor de TI-branche. Hier ligt het dus wèl voor de hand dat deze gediplomeerden ook daadwerkelijk in de TI terecht komen. Ook van deze gediplomeerden komt echter een fors deel niet (direct) in de TI-branche terecht. Overzicht 44 Aantal gediplomeerden dat uit TI-onderwijs doorstroomt naar de arbeidsmarkt (schatting 211 t/m 216) regio vmbo aanbod vmbo (uitstroom naar BBL)* vmbo (geen vervolgonderwijs) vmbo wervingskracht (=65%) vmbo (uitstroom naar BBL) vmbo (geen vervolgonderwijs) mbo aanbod niveau niveau mbo wervingskracht (=4%) niveau niveau hbo aanbod hbo-ti** hbo wervingskracht (=7%) hbo-ti** * In deze schatting worden de vmbo-gediplomeerden die doorstromen naar een BBL-opleiding in het mbo meegenomen. Zij worden door werkgevers veelal gezien als (potentiële) en worden hier dus beschouwd als doorstroom naar de arbeidsmarkt. ** Tot hbo TI-opleidingen behoren de opleidingen AOT, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en technische bedrijfskunde. 39
41 Overzicht 45 Uitgangspunten bij de prognose economische groei (bbp volgens CPB)* -1,4 1,25 1,25 1,25 1,25 ontwikkeling werkgelegenheid in de TI (EIB) -1, 1,5 1,5 1,5 1,5 werkgelegenheidsmutatie metaalbranche,9,6,6,6,6 werkgelegenheidsmutatie bouw -1,8,6,6,6,6 werkgelegenheidsmutatie groothandel 1,4 1,1 1,1 1,1 1,1 * Als uitgangspunt is de crisisvariant van het CPB gehanteerd. Deze variant veronderstelt een lagere groei dan de basisvariant van het CPB. Dit sluit beter aan bij de ontwikkelingen die we eind november 211 in de economie in zijn geheel en de TI in het bijzonder zien dan de basisvariant Bron: CPB (211), CBS Statline, bewerking ITS Tijdelijk afnemende vraag naar personeel Medio 211 verwacht 24 procent van de TI-bedrijven in deze regio te zullen groeien en 13 procent houdt er rekening mee dat het bedrijf zal inkrimpen in 211. Een jaar eerder waren de verwachtingen nog wat positiever; op dat moment verwachtte 17 procent van de bedrijven nog te zullen groeien en 4 procent verwachtte een krimp. Ondanks de slechtere economische situatie zijn er dus nog steeds bedrijven die verwachten personeel te zullen werven om uitgestroomde te vervangen (vervangingsvraag) en om te kunnen groeien (uitbreidingsvraag). Ook bedrijven die niet groeien of zelfs krimpen kunnen personeel nodig hebben omdat er personeel uitstroomt vanwege pensionering of baanverandering. De vervangingsvraag samen met de uitbreidingsvraag (of krimp) wordt de wervingsbehoefte genoemd. De wervingsbe- hoefte van bedrijven is groter dan de wervingsbehoefte op branche-niveau. Immers, een deel van de wervingsbehoefte ontstaat door doorstroom binnen de TI-branche, dus door die van TI-bedrijf wisselen. Op basis van de vervangingsvraag en de uitbreidingsvraag is een prognose gemaakt van de wervingsbehoefte van de TI-bedrijven in regio voor de periode Hierbij is rekening gehouden met verschillen in uitstroom tussen 57-plussers en jonger dan 57 jaar. De prognoses zijn mede gebaseerd op de ramingen van het EIB voor de groei van het benodigde arbeidsvolume van bij bouw- en installatiebedrijven in de periode (EIB, 211) én op de voorspellingen (crisisvariant) van het CPB van de conjunctuur in deze periode (CPB, 211). De groeiverwachting van het EIB is opgesteld in januari 211 en bijgesteld Overzicht 46 Prognose totale wervingsbehoefte (afgerond), respectievelijk de behoefte aan schoolverlaters en zij-instromers, alsmede de schatting van de wervingskracht van gediplomeerde schoolverlaters voor de TI-arbeidsmarkt (afgerond) in de periode a. groei of krimp TI-branche uitstroom uit TI-branche wervingsbehoefte TI-branche waarvan: zij-instromers schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant overig b. wervingskracht schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant overig c. tekort (-) of overschot (+) aan schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant overig
42 in november 211. De groei in 211 blijkt namelijk iets gunstiger uit te vallen dan men in januari 211 verwachtte. De verwachtingen voor 212 daarentegen zijn inmiddels minder rooskleurig. Er is uitgegaan van een krimp van 1 procent in 212. Voor de jaren verwacht het EIB dat de werkgelegenheid van weer zal gaan stijgen met 1,5 procent per jaar. Bij het opstellen van het model bleek verder dat de ontwikkelingen van de werkgelegenheid in de metaal, de bouw en de groothandel van invloed zijn op de vervangingsvraag in de TI. Dit kan worden gezien als indicator voor de concurrentie tussen branches in het aantrekken van personeel. Overzicht 45 geeft de uitgangspunten die in de prognose zijn gehanteerd voor alle variabelen in het model die invloed hebben op de ontwikkeling van de vraag naar personeel in de TI. TI heeft instromers uit TI, TI-verwante en overige opleidingen Dit jaar konden we voor het eerst op persoonsniveau nagaan voor instromende schoolverlaters wat het niveau en de richting van de opleiding was. Uit deze analyses bleek dat een niet onaanzienlijk deel van de TI-gediplomeerden niet in de TI gaat werken, maar ook dat heel wat gediplomeerden van andere opleidingen wèl in de TI komen werken. Voor de prognose wordt met beide rekening gehouden. De toekomstige wervingsbehoefte wordt onderverdeeld naar drie groepen: gediplomeerden uit TI-opleidingen: vmbo/mbo: elektro-, of installatietechniek, instalektro, koudetechniek hbo: AOT, werktuigbouw, elektrotechniek, technische bedrijfskunde; gediplomeerden uit TI-verwante opleidingen (metaal, bouw, sectorbrede techniekopleidingen); gediplomeerden uit overige opleidingen. Om te kunnen bepalen of er in de toekomst voldoende schoolverlaters beschikbaar zijn voor de TI, wordt het toekomstige aanbod van gediplomeerden van TI-opleidingen en van TI-verwante opleidingen in beeld gebracht. Als dit onvoldoende is om in de wervingsbehoefte te voorzien, zal de TI extra moeite moeten doen om een groter deel van deze gediplomeerden er toe te brengen in de TI te komen werken (wervingskracht vergroten) en/of meer gediplomeerden uit andere (overige) opleidingen moeten aantrekken. Een deel van de TI-instroom komt ook nu al van andere dan TI of TI-verwante opleidingen. Dat ligt ook voor de hand. In de TI is immers niet alleen sprake van technische functies zoals monteur en engineer, maar ook van algemene functies zoals receptioniste en secretaresse. De werkgelegenheid in de TI bestaat voor ongeveer 2 procent uit medewerkers in deze algemene functies. Van de instromende schoolverlaters heeft echter een substantieel deel (4%) geen TI- of TI-verwante opleiding. Ook voor de technische functies in de TI gaat dus op dat er ten dele schoolverlaters voor worden aangetrokken die geen TI- of TI-verwante opleiding hebben. Dit hebben we eerder ook al laten zien (zie fi guur 25 en 26). Van alle schoolverlaters die de TI jaarlijks aantrekt heeft dus 4 procent geen TI-opleiding of TI-verwante opleiding. Als het aanbod vanuit de TI en TI-verwante opleidingen samen voldoende is om ten minste zestig procent van de wervingsbehoefte te voldoen, zal het de TI normaliter lukken om alle vacatures (ook van overige opleidingen) te vullen. De totale wervingsbehoefte van de TI-bedrijven in Noord Holland in 212 wordt geraamd op 2.22 personen (zie overzicht 46). In 212 is de wervingsbehoefte minder dan in latere jaren omdat de werkgelegenheid in de branche in 212 daalt. In de volgende jaren stijgt de wervingsbehoefte geleidelijk naar 2.9 in 216. Om na te kunnen gaan of er voldoende schoolverlaters zijn om opengevallen of openstaande plaatsen te bezetten, is bekeken hoeveel gediplomeerden beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt en hoeveel de TI daarvan weet te werven. Jaarlijks hebben de TI-bedrijven in zo n 15 tot 165 TI-opgeleide schoolverlaters nodig. In 212 is dat door de (tijdelijk) slechtere economische situatie minder, namelijk zo n 12. In overzicht 46 is ook het aanbod van schoolverlaters dat de TI zal weten te werven (wervingskracht) weergegeven. Doordat het aantal schoolverlaters met een TI-diploma afneemt, zullen er steeds minder TI-gediplomeerden instromen in de TI-banen. Het tekort aan TI-gediplomeerden neemt daarom toe van zo n 2 in 212 naar 115 in 216. Ook aan gediplomeerden Figuur 47 Aansluiting tussen behoefte en beschikbaarheid vmbo-, mbo- en hbo-schoolverlaters (raming 212 en 216) 212, 216, vmbo mbo hbo vmbo mbo hbo wervingsbehoefte wervingskracht wervingsbehoefte wervingskracht 41
43 van TI-verwante opleidingen en schoolverlaters met overige opleidingen is in 212 een tekort en ook deze tekorten nemen toe. De prognose is dus dat de TI voor alle drie categorieën schoolverlaters vanaf 212 met oplopende tekorten te maken krijgt. Het totale tekort zal in deze regio oplopen naar zo n 215 personen. Deze problemen worden nog groter doordat het aanbod van gediplomeerden naar opleidingsniveau ook nog eens niet goed aansluit bij de wervingsbehoefte van de TI-bedrijven. We zullen dit nader toelichten. Vooral tekorten aan vmbo ers In fi guur 47 wordt de situatie voor de komende jaren uitgesplitst naar opleidingsniveau. De wervingsbehoefte van 255 schoolverlaters in 212 betreft voornamelijk vmbo ers en mbo ers. Zoals uit de fi guur blijkt, zal er al in 212 een tekort zijn aan TI-gediplomeerden op vmbo- en mboniveau. In 216 zullen de tekorten zowel op vmbo- als op mbo-niveau verder zijn toegenomen. Op hbo-niveau worden geen tekorten verwacht, althans niet van schoolverlaters. Hierbij speelt echter ook een rol dat de meeste TI-bedrijven niet op zoek zijn naar hbo-schoolverlaters maar naar hbo ers met werkervaring. Het is duidelijk dat de TI bij ongewijzigd beleid steeds grotere problemen zal krijgen om voldoende schoolverlaters van het gewenste niveau en richting aan te trekken. Eén oplossingsrichting is dat de TI de werkvingskracht met betrekking tot de schoolverlaters van TI-opleidingen/TIverwante opleidingen vergroot. Deze wervingskracht kan echter niet tot 1 procent opgevoerd worden, aangezien ook andere bedrijven en branches op zoek zijn naar de schoolverlaters van deze opleidingen. Vandaar dat het van groot belang is dat de TI, waar mogelijk in samenwerking met andere branches, de instroom van deze opleidingen bevordert. Een andere oplossingsrichting is dat de TI zich (nog) meer gaat richten op schoolverlaters van andere, overige opleidingen. Dit zal dan wel vaak gepaard moeten gaan met aanvullende kwalificering van deze nieuwkomers. 42
44 Literatuur A-Advies (211). Wat vrouwen willen. Wat vrouwen boeit en bindt aan de technische installatiebranche. ABN Amro (29). Installing the future. Over roze brillen, eeuwige kansen en echte innovaties. Beek, N. van der & H. Roodenburg (27). Beroepen in de technische installatiebranche. Woerden: Markt- Monitor. Blauw Research (26). Uitstroom uit de Technische Installatiebranche. Onderzoek onder werkgevers in en oud- van de TI-bedrijven. Blauw Research. Breugel, G. van, D. Fouarge, A. de Grip, B. Kriechel & J. van Thor (211). Arbeidsmarktmonitor Metalektro. Editie 211. Maastricht ROA. CBS (27). Moeilijk vervulbare vacatures verdrievoudigd. Webmagazine juli 27. CPB (211). Juniraming 211. Economische vooruitzichten 211 en 212. Den Haag: CPB. CPB (211). Macro Economische Verkenning 212. Den Haag: CPB. Cuelenaere, B. & V. Veldhuis (211). Herintreding werkloze 55-plussers. Den Haag: RWI. Dingemans, K. (29). Permanent competent. Vier profi elen van de medewerker in 22. Hilversum: Hiteq. Ecorys (29). Uitzendkrachten in beweging. De samenstelling van de uitzendpopulatie in goede en slechte tijden. Rotterdam: Ecorys. EIB (21). Crisis en herstel in de bouwsector. Amsterdam: EIB. EIB (211). Trends en ontwikkelingen in de afbouwbranche. Amsterdam: EIB. EIB (211). Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid, 211. Amsterdam: EIB. EIM. Kennissite MKB en Ondernemerschap november 211. Gier, E. de, S. Grevel, F. Miedema & G. Vrieze (28). Onder druk wordt alles vloeibaar. Onderzoek naar activering van de granieten kern in de bijstand op de stedelijke arbeidsmarkt. Den Haag: Nicis institute. Graaf, D., A. Heyma & C. van Klaveren (27). De arbeidsmarkt van hoger opgeleide bèta s. Amsterdam: SEO. Grip, A. de (28). Technici gezocht. Maastricht: ROA. Haas, J. & R. Beilsma (28). Leerlingpaden 28. Installatie- en elektrotechniek onderwijs binnen RBPI Zuid-Holland. Lutten: H&L. Hoevenagel, R., N. de Vries & F. Pleijster (27). Stroom gegarandeerd. Arbeidsproblematiek rond de vervanging van de Nederlandse stroomnetten. Zoetermeer: EIM. Hooijkaas, W., M. Sprengers, A. Zwinkels (29). Innovaties in de Technische Installatiebranche update 29. Woerden: MarktMonitor. OCW (26). Referentieramingen. Den Haag: Ministerie van OCW. OOM (21). OOM Managementsamenvatting Monitor 29. Hazerswoude-dorp: OOM. Ooy, W. van (28). Rendementen ROI 27. Verzameling en analyse van gegevens uit het ROI leerlingvolgsysteem. Woerden: MarktMonitor. Pleijster, F., R. Braaksma, P. van Hoorik, A. Pikaart, A. Zwinkels & A. Muizer (21). Radar- 22. Verkenning van belangrijke toekomstontwikkelingen voor installatiebedrijven. Zoetermeer: Uneto-Vni. ROA (211). HBO-monitor 21. De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. Maastricht: ROA. ROA (28). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 27. Maastricht: Universiteit Maastricht. ROA (29). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 214. Maastricht: ROA. RWI (211). Arbeidsmarktanalyse 211. Den Haag: RWI. RWI (211). G(oud)! Kansen creëren voor werkloze ouderen. Den Haag: RWI Sandijk, M. van, M. Sprengers & A. Zwinkels (211). Innovaties over de sectorgrenzen Woerden: MarktMonitor. Schmeets, H. & H. Bierings (27). Het mobiliseren van vrijwillig inactieven. Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 27. Voorburg: CBS. SER (211). Werk maken van baan-baanmobiliteit. Den Haag: SER. 43
45 Swaters, M. & H. A. Tissing (21). Wat werkt. Good practices voor werving en behoud van technisch personeel. Amersfoort: Bureau Bartels BV. TechniekTalent. Nu (211). Techknow. Alles over jongeren van nu. Woerden: TechniekTalent.Nu. Tillaart, H. van den & J. Warmerdam (211). Zelfstandigen zonder personeel in de technische installatiebranche. Nijmegen: ITS. Tillaart, H. van den, J. Warmerdam, S. Elfering, C. van Rens, H. Vermeulen en W. de Wit (211). Van opleiding naar werk in de Technische installatiebranche. Instroom, werving, opleiding en doorstroming van nieuwe in de TI. Nijmegen: ITS. Tillaart, H. van den, S. Elfering, H. Vermeulen, C. van Rens, J. Warmerdam, W. de Wit, J. Doesborgh & N. van Kessel (21). Trends en ontwikkelingen in de Technische Installatiebranche 21. Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode Nijmegen: ITS. UWV (29). UWVWERKbedrijf. Arbeidsmarktprognose Met een doorkijk naar 214. Amsterdam: CWI. UWV Werkbedrijf & Colo (211). Arbeidsmarktschets Techniek. Vraag en aanbod in Technische beroepen. Amsterdam: UWV Werkbedrijf Wagenaar, S., T. Mos & F. Heere (27). Arbeidsmarktinformatie 27. Amsterdam: Kenteq/Dijk 12. Young Works (28). Communicatie advies OTIB. Advies over jongerencommunicatie m.b.t. installatietechniek. 44
46 Bijlage Vmbo Tabel 1 Overzicht van vo-scholen die opleidingen TI, sectorbreed en intersectoraal techniek aanbieden per LPI 21/211 Instalektro elektrotechniek installatietechniek sectorbreed intersectoraal techniek LPI Scholen Noord Trinitas College x - - x - Holland Willem Blaeu Openbare SG x noord RK SG Tabor x - - x - Petrus Canisius College - - x - x Gemeentelijke SG Schagen - - x - - Openbare SG Wiringherlant x x Martinus College - - x - x Scholen aan Zee x x x - - Atlas College x - - x x Zaanstreek Purmerendse SG x - Waterland Pascal College x x Scholengroep Zaandam x - x x - Scholengroep Krommenie x x Atlas College x - - x x Haarlem e.o. Noordzee Onderwijs Groep x x Haarlem College x Herbert Vissers College x x Solyvius College SGM x Kennemer College x Amsterdam SG Panta Rhei x - e.o. Open SG Bylmer V x - RK SG Thamen x SG Oost/Zuidoost x - VMBO bestuur van het ROC van Amsterdam x x Montessori SG Amsterdam x - SG Nieuw-West x Esprit Scholengroep x x Bredero College x - x x - SG Amsterdam-Zuid x Islamitisch College Amsterdam x
47 Tabel 2 Vmbo: aantal leerlingen TI, sectorbreed en intersectoraal techniek naar leerweg, leerjaar en LPI 26/7 21/11 schooljaar 26/7 27/8 28/9 29/1 21/11 LPI leerjaar 3e 4e 3e 4e 3e 4e 3e 4e 3e 4e TI Noord sectorbreed intersectoraal techniek Zaanstreek TI Waterland sectorbreed intersectoraal techniek Haarlem e.o. TI sectorbreed intersectoraal techniek Amsterdam e.o. TI sectorbreed intersectoraal techniek Tabel 3 Vmbo: aantal gediplomeerden TI, sectorbreed en intersectoraal techniek naar LPI 25/6-29/1 LPI 25/6 26/7 27/8 28/9 29/1 TI Noord sectorbreed intersectoraal techniek Zaanstreek TI Waterland sectorbreed intersectoraal techniek Haarlem e.o. TI sectorbreed intersectoraal techniek Amsterdam e.o. TI sectorbreed intersectoraal techniek
48 Mbo Tabel 4 Mbo: aantal leerlingen TI naar vakgebied en onderwijsinstelling in RBPI 26/7-21/11 Onderwijsinstelling vakgebied 26/7 27/8 28/9 29/1 21/11 BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL ROC Amarantis elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Kop van elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Horizon elektrotechniek College installatietechniek 9 koude techniek totaal ROC Nova College elektrotechniek installatietechniek koude techniek 1 totaal ROC van elektrotechniek Amsterdam installatietechniek koude techniek totaal ROC Zaanstreek- elektrotechniek Waterland installatietechniek koude techniek totaal
49 Tabel 5 Mbo: aantal gediplomeerden TI naar vakgebied en onderwijsinstelling 25/6 29/1 Onderwijsinstelling vakgebied 25/6 26/7 27/8 28/9 29/1 BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL ROC Amarantis elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Horizon College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Kop van elektrotechniek Noord-Holland installatietechniek koude techniek totaal ROC Nova College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC van Amsterdam elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Zaanstreek- elektrotechniek Waterland installatietechniek koude techniek totaal Tabel 6 Mbo: aantal gediplomeerden TI naar opleidingsfunctie 25/6-29/1 25/6 26/7 27/8 28/9 29/1 monteur - assistent monteur tekenaar 3 35 dakdekker 1 3 servicemonteur monteur - eerste monteur ICT-beheerder technicus project- en afdelingsleiding monteur - leidinggevend monteur technicus - leidinggevend technicus totaal mbo gediplomeerden
50 Hbo Tabel 7 Hbo: aantal studenten TI naar vakgebied en leervorm en hbo-instelling 26/7-21/11 26/7 27/8 28/9 29/1 21/11 Hbo-instelling vakgebied DT/D* VT** DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT Hogeschool aot INHolland elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Hogeschool aot Utrecht elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Hogeschool aot van elektrotechniek Amsterdam technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal * DT/D = deeltijd/duaal ** VT = voltijd Tabel 8 Hbo: aantal studenten TI naar lesplaats 21/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Alkmaar Amsterdam Haarlem Velsen totaal Tabel 9 Hbo: aantal gediplomeerden TI naar vakgebied, leervorm en hbo-instelling 25/6 29/1 25/6 26/7 27/8 28/9 29/1 Hbo-instelling vakgebied DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT Hogeschool aot INHolland elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Hogeschool aot Utrecht elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Hogeschool aot van elektrotechniek Amsterdam technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal
51
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011
Kerngegevens Technische Installatiebranche 11 Wouter de Wit Sanne Elfering Carolien van Rens Evelien Sombekke Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam ITS Nijmegen 11 1 ISBN 978 9 5554 433
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011
Kerngegevens Technische Installatiebranche 211 Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam Wouter de Wit Sanne Elfering Carolien van Rens Evelien Sombekke ITS Nijmegen 211 1 ISBN 978 9 5554
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2012 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot 2016
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2012 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot 2016
TI-Arbeidsmarkt 2013-2015
TI-Arbeidsmarkt 21-215 1. Recessie 2. Maatregelen TI-bedrijven. Gevolgen voor stage- en leerlingplekken 4. Demografische ontwikkelingen 5. Situatie in 215 1. Recessie Ontwikkeling werkvoorraad Ontwikkeling
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Midden Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Gelderland/Overijssel Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Zuid Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014
Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Noord Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering
Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2010
Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2010 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode 2010-2014 Harry van den Tillaart Sanne Elfering Hedwig Vermeulen Carolien
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Zeeland, West Brabant, die op basis van de resultaten van het
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2006
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2006 ii Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2006 Harry van den Tillaart Dana Uerz Joris Kregting John Warmerdam Jan
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Noord-Holland
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Noord-Holland Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Noord-Holland, die op basis van de resultaten van het huidige monitoronderzoek
Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1
Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na
FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom
FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom In het Nederlands onderwijsbestel moeten kinderen op jonge leeftijd belangrijke keuzes maken die de rest van hun loopbaan beïnvloedt. De
Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014
Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014 i ii Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot
Van mbo en havo naar hbo
Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Rijnmond
Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Rijnmond Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Rijnmond, die op basis van de resultaten van het huidige monitoronderzoek
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Stromen door het onderwijs
Stromen door het onderwijs Vanuit het derde leerjaar van het vo 2003/2004 Erik Fleur DUO/IP Juni 2013 1. Inleiding In schooljaar 2003/2004 zaten bijna 200 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het
Arbeidsmarktverkenning koudetechniek
Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit H. Vermeulen S. Elfering J. Warmerdam L. Rossen P. Aalders Arbeidsmarktverkenning koudetechniek Onderzoek naar de toekomstige opleidingsbehoefte ARBEIDSMARKTVERKENNING
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het
Onderzoek Alumni Bètatechniek
Onderzoek Alumni Bètatechniek 0 meting - Achtergrond Eén van de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt is een tekort aan technisch geschoolden. De Twentse situatie is hierin niet afwijkend. In de analyse
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Groot Amsterdam -
Meerdere keren zonder werk
Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook
KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS
- editie 2007 KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS REGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT - Samenvatting - Een initiatief van index Technocentrum Midden- en West-Brabant index Technocentrum Mozartlaan
Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010
FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Den Haag ROC Mondriaan 2012 2013 1 1. Kans op werk
Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013
Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of
Opleidingsniveau stijgt
Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht
Doorstroom van vmbo/havo naar mbo (2010-2013)
Doorstroom van vmbo/havo naar mbo (2010-2013) Waar komt de instroom in de Kenteq-kwalificaties vandaan? Komt die uit direct verwante vmbo-opleidingen, of ook uit andere richtingen? Hoe zit dat omgekeerd?
ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I
ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft
Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2007 Noord-Holland concept
Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2007 Noord-Holland concept R. Blommaert MSc Drs J. Freriks Drs I. de Vries Amsterdam, oktober 2007 708/oktober 2006 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Breda Bergen op Zoom ROC West-Brabant
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten
De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw
De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Rotterdam Albeda College / Zadkine 2012 2013 1
Ontwikkelingen Technisch Installatiebedrijf Zeeland/West-Brabant
Ontwikkelingen Technisch Installatiebedrijf Zeeland/West-Brabant B. van Bruggen Amsterdam, maart 2006 517/Amsterdam, maart 2006 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11 1021 BM AMSTERDAM Tel.: 020-6373623
Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo
Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo 1. Inleiding In de afgelopen jaren is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo) gegroeid van 902.000 leerlingen in 2009
Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends Groningen/Friesland/Drenthe 2005
Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2005 Boukje Detmar Eliane Boorsma Amsterdam, november 2005 501/november 2005 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11 1021 BM AMSTERDAM Tel.: 020-6373623 Fax:
8. Werken en werkloos zijn
8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Noord-Holland Noord Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Noord-Holland Noord ROC kop van Noord-Holland
Navigatie techniekpact
Navigatie techniekpact Beleidsthema s en - doelen Beleid in cijfers Beleidsinstrumentarium EZ 1 Versie oktober 2015 Beleidsthema s en doelen techniekpact Zorgen voor voldoende gekwalificeerde technici
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg
Regiorapportage Mobiliteitsbranche Zuid-Limburg Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Zuid- Limburg ROC Arcus College 2012 2013 1
Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten
Factsheets Voortijdig Schoolverlaten Februari 2007 Inleiding Deze factsheets behoren bij de brief kenmerk BVE/INI/2007/3891 en presenteren een weergave van de nu bekende feiten en getallen over de groep
Joost Meijer, Amsterdam, 2015
Deelrapport Kohnstamm Instituut over doorstroom vmbo-mbo t.b.v. NRO-project 405-14-580-002 Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Inleiding De doorstroom van vmbo naar mbo in de groene sector is lager dan de doorstroom
Facts & Figures Overijssel
2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 Facts & Figures Overijssel Prognose van leerlingaantallen In Overijssel wordt er een krimp verwacht van het totale leerlingenaantal op het vmbo. Dit
FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013
FACTSHEET Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht Platform Beleidsinformatie Mei 2013 Samenstelling: Pauline Thoolen (OCW/Kennis) Rozemarijn Missler (OCW/Kennis) Erik Fleur (DUO/IP) Arrian Rutten
