Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011"

Transcriptie

1

2 Kerngegevens Technische Installatiebranche 11 Wouter de Wit Sanne Elfering Carolien van Rens Evelien Sombekke Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam ITS Nijmegen 11 1

3 ISBN NUR 959, OTIB Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 191 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfi lm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfi lm or any other means without written permission from the publisher.

4 Voorwoord Voor iedere regio is het van groot belang dat er voldoende gekwalifi ceerd personeel beschikbaar is, niet alleen op dit moment maar ook in de komende jaren. Om hier zicht op te houden is informatie nodig over ontwikkelingen die zich aan de bedrijfskant én aan de onderwijskant voordoen. Het onderzoeksprogramma van OTIB is erop gericht de desbetreffende ontwikkelingen nauwgezet te volgen. Jaarlijks worden gegevens verzameld over onze branche, de bedrijven en de in de branche, de arbeidsmarkt, het reguliere onderwijs en de scholing van. Resultaten van dit onderzoek worden uitgewerkt naar regionaal niveau. Het voorliggende onderzoek is ook dit jaar uitgevoerd door het ITS. Daarbij heeft het ITS weer uitvoerig gebruik gemaakt van beschikbare databestanden en zijn gegevens van het CBS en diverse andere instellingen bij elkaar gebracht. Daarnaast zijn gegevens uit de branche verkregen door middel van een enquête bij de bedrijven in de TI. In het rapport wordt niet alleen een analyse gemaakt van ontwikkelingen die zich in de afgelopen jaren in de TI-bedrijven en op de arbeidsmarkt hebben voorgedaan, maar is ook een prognose opgenomen van de ontwikkelingen die de komende jaren op de TI-arbeidsmarkt verwacht worden. Hierbij is onder andere geanalyseerd welke ontwikkelingen zich bij de TI-opleidingen voordoen, waarbij zowel naar de aantallen leerlingen als naar de aantallen gediplomeerden is gekeken. Bij het TI vmbo is sprake van zorgelijke ontwikkelingen. Niet alleen is het aantal gediplomeerden in de afgelopen jaren duidelijk gedaald, maar bovendien blijkt dat ongeveer 6 procent van deze TI vmbo gediplomeerden doorgaan met vervolgopleidingen buiten de TI of in banen buiten de TI aan de slag gaan. Het TI vmbo is voor onze branche een belangrijke bron voor werving van nieuwe jonge leerling-. De instroom in de TI mbo opleidingen daalt al een aantal jaren, evenals het aantal gediplomeerden dat van deze opleidingen af komt. Tegen deze achtergrond vraagt het onze speciale aandacht dat het aantal aangeboden BPV-plaatsen in de TIbedrijven in de afgelopen jaren is afgenomen. Het is immers van groot belang dat onze branche een groter deel van de TI vmbo gediplomeerden opneemt en aan zich weet te binden dan nu het geval is. Te meer omdat vanaf 13 weer nieuwe kansen voor de branche verwacht worden. Om deze kansen te kunnen benutten moet voldoende gekwalifi ceerd personeel beschikbaar zijn. Een speerpunt is ook de zichtbaarheid van de TI branche in het onderwijs. Opleidingen in de techniek worden breder. De sectorbrede techniekopleidingen groeien. Leerlingen techniek hebben meer keuzemogelijkheden en kunnen ook in andere branches aan de slag. De TI zal alles op alles zetten om voldoende leerlingen voor zich te blijven winnen. In het vertrouwen dat de resultaten van dit onderzoek u extra handvatten zullen bieden voor het maken van gefundeerde keuzes in uw RBPI, wens ik u veel succes in uw werkzaamheden voor onze branche. Elly Verburg Directeur OTIB 3

5 4

6 Inhoud Voorwoord... 3 Kerngegevens en actiepunten in de regio... 7 Bedrijven en... 1 Onderwijs Van opleiding naar werk in de TI... Stromen en patronen op de TI-arbeidsmarkt... 3 De arbeidsmarkt in Prognoses voor de periode Literatuur Bijlage

7 6

8 Kerngegevens en actiepunten in de regio Na tussen en 8 vrijwel continu te zijn toegenomen zet in 9 een daling van de werkgelegenheid in de TI in in. In 9 en 1 daalt het aantal TI in deze regio van 1.77 naar Dit is in overeenstemming met de landelijke trend. Landelijk loopt de werkgelegenheid in de TI in deze jaren eveneens terug. In de eerste helft van 11 blijft het aantal TI in verder afnemen, namelijk tot medio 11. Dat wijkt af van de landelijke trend. De werkgelegenheid landelijk in de TI laat in de eerste helft van 11 juist een lichte opleving zien. De krimp van het aantal TI in deze regio doet zich vooral in het vakgebied installatietechniek voor. De in 9 ingezette daling van het aantal blijft hier ook in de eerste helft van 11 nog doorgaan. In de koeltechniek is het aantal al veel jaren stabiel en dat is ook na 9 het geval. In de elektrotechniek ontwikkelt de werkgelegenheid zich positief. Sinds neemt het aantal in dit vakgebied jaarlijks toe. Die stijging blijft ook in 9 en 1 en in de eerste helft van 11 doorgaan. De verschillen tussen de vakgebieden komen ook tot uitdrukking in de ontwikkeling van het aantal TI bedrijven in de regio. In de periode 6-11 neemt het aantal bedrijven in de installatietechniek af van 45 naar 4, terwijl het in de elektrotechniek toeneemt van 35 naar 38. In de koeltechniek blijft het met bedrijven stabiel. Medio 11 zijn er in totaal 799 TI bedrijven in actief. De economische recessie treft eerst en vooral de in de fl exibele schil. TI bedrijven in deze regio zijn sinds 9 steeds minder beroep gaan doen op zzp ers en uitzendkrachten. In 1 zijn echter duidelijk meer TI-bedrijven dan in 9 ook vaste krachten gaan ontslaan en contracturen gaan verminderen. Bij uitstroom gaat het vaak om ervaren krachten. Daarmee verdwijnt vakkennis uit de branche. In 11 komt ontslag of urenvermindering van vaste krachten in deze regio bijna niet meer voor. Landelijk is dat nog wel het geval. Wel zijn nu steeds meer TI bedrijven de contracturen van hun fl exibeler gaan inzetten. Dat komt in deze regio vaker voor dan landelijk in de TI. Door de ontspanning op de TI arbeidsmarkt in de regio zijn er minder vacatures. Het aantal TI bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures is vooral in de eerste helft van 9 fors gedaald, van ruim 4 procent eind 8 naar 13 procent medio 9. Dit percentage daalt verder naar 4 procent in juni 1 en blijft daarmee onder het landelijk cijfer (16 procent). Maar in het jaar daarna gaat het stijgen. Medio 11 laat 6 procent van de TI bedrijven in weten moeilijk vervulbare vacatures te hebben. Daarmee is het percentage TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures op dat moment medio 11 voor het eerst in jaren hoger dan landelijk in de TI. De omslag op de arbeidsmarkt is ook in de gegevens van het UWV zichtbaar. In 7 en 8 stonden bij het UWV ongeveer evenveel vacatures voor monteurs geregistreerd als direct plaatsbare werkzoekende monteurs. De arbeidsmarkt was in deze periode redelijk in evenwicht. In 9 verandert de situatie: het aantal ingeschreven direct plaatsbare monteurs gaat het aantal geregistreerde vacatures steeds verder overstijgen. Dat is in deze regio in veel sterkere mate het geval dan landelijk in de TI. Eind 9 staan er landelijk gezien ruim direct plaatsbare werkzoekende monteurs tegenover elke geregistreerde vacature voor monteur. In is die verhouding echter 4 werkzoekende monteurs tegenover 1 vacature. Vanaf begin 1 neemt het aantal geregistreerde vacatures weer toe, terwijl het aantal werkzoekende monteurs afneemt. De arbeidsmarkt voor monteurs wordt in de loop van 1 dus weer krapper in deze regio. Het aantal leerarbeidsplaatsen in de regio loopt terug. Medio 9 is het aantal nieuwe BPV s gaan dalen. Die daling zet verder door. Het aantal nieuwe BPV s dat medio 1 is afgesloten blijft duidelijk achter bij voorgaande jaren. Het aantal TI bedrijven dat vanwege de recessie BPV plaatsen niet invult neemt in 1 en 11 toe ten opzichte van 9. Ook het aantal bedrijven dat geen stagairs meer aantrekt neemt in deze jaren toe. Deze ontwikkelingen in sporen met het landelijk beeld in de TI. Sinds 6 daalt het aantal TI vmbo gediplomeerden in. In 1 ligt het 37 procent lager dan in 6. Dat is een grotere daling dan de min 34 procent landelijk in de TI. Sinds 7 daalt ook het aantal gediplomeerde TI mbo ers in de regio. In 1 is dit 1 procent lager dan in 7, en dat is een sterkere daling dan de min 7 procent landelijk in de TI. Het aantal gediplomeerden in sectorbrede opleidingen stijgt daarentegen in deze regio (+4%), zij het iets minder dan landelijk (+6%). Het aantal TI hbo gediplomeerden in de regio is sinds 6 met procent gedaald. Dat is meer dan de landelijke daling van min 13 procent. 7

9 De TI verliest een deel van zijn potentieel bij de uitstroom uit het onderwijs en de overgang naar werk doordat TI-gediplomeerden vervolgopleidingen buiten de TI gaan doen of in banen buiten de TI aan het werk gaan. Bij gediplomeerde TI vmbo ers is dit ruim 6 procent, bij de TI mbo-bol ers bijna 5 procent, bij de TI mbo-bbl ers bijna procent, bij de TI hbo ers meer dan 9 procent. Hier staat tegenover dat TI-bedrijven met name voor vacatures van (leerling-)monteurs ook nogal wat gediplomeerden van niet-ti opleidingen aantrekken. De prognose is dat de TI arbeidsmarkt in de regio in 1 minder gespannen zal zijn. In dit jaar is er een overschot aan zowel vmbo ers (+4) als mbo ers (+5) te verwachten. Vanaf 13 zullen de overschotten aan vmbo en mbo schoolverlaters echter terug gaan lopen, ook als rekening wordt gehouden met aanbod vanuit TI verwante opleidingen. In 16 is nog wel een klein overschot van 5 mbo ers te verwachten, maar het overschot aan vmbo ers zal zijn omgeslagen in een tekort van 15 vmbo ers. De TI arbeidsmarkt in de regio blijft daarmee ook op termijn wel minder gespannen dan landelijk in de TI. De instroom van schoolverlaters vormt jaarlijks slechts een beperkt deel van de totale instroom van nieuwe in de TI (zie fi guur). De meeste TI-bedrijven richten zich bij hun personeelsvoorziening vooral op de arbeidsmarkt van ervaren, uit de eigen branche en uit aanverwante branches. Deze orientatie op (werkende) zij-instromers uit andere branches, waarbij de focus ligt op autochtone mannen die fulltime willen werken, is eenzijdig. In de TI zijn nu naar verhouding bijvoorbeeld weinig vrouwen en allochtone werkzaam. De arbeidsmarkt voor de TI kan verder worden verruimd als de TI er in slaagt meer uit deze groepen aan te trekken. Stromen op de arbeidsmarkt van de technische installatiebranche in Noord Nederlaand in de jaren - 1* Instroom schoolverlaters 11-18% technische installatiebranche Uitstroom zzp-ers % uitkeringssituatie 4-1% TI-bedrijf zzp-ers 4-7% uitkeringssituatie 6-17% (andere branches) 41-6% 6-8% (andere branches) 36-5% uitzendbranche** 13-5% geen inkomstenbron 4-8% overig 1-% TI-bedrijf uitzendbranche 15-% geen inkomstenbron 6-9% overig 9-11% pensioen 4-8% Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS * De percentages in deze fi guur geven telkens aan tussen welke grenzen de stromen in deze jaren fl uctueren ** Het gaat hier niet om uitzendkrachten, maar om personen die overstappen van uitzendwerk naar een vaste of tijdelijke baan bij een TI-bedrijf en vice versa. In lijn met het voorafgaande kunnen 8 actiepunten worden benoemd: 1. Gevolgen recessie dempen via van-werk-naar-werk mobiliteit Sinds 9 zijn veel in de TI hun baan kwijt geraakt en is het aantal werkzoekende monteurs opgelopen. Tegelijkertijd zijn er nog de nodige bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures. Via van werk naar werk begeleiding kunnen vraag en aanbod beter bij elkaar worden gebracht. Ook de collegiale in- en uitleen en de praktijkopleidingcentra in de TI kunnen daarbij een rol spelen.. Inzetbaarheid flexibele schil op peil houden Door de recessie zijn bedrijven minder gebruik gaan maken van uitzendkrachten en zzp ers. Het risico is dat deze daardoor hun vaardigheden niet op het benodigde peil kunnen houden. Dat is een punt van aandacht voor de TI. Als de TI bij een aantrekkende economie weer meer zzp ers en uitzendkrachten gaat inschakelen moeten zij weer goed beslagen ten ijs komen. 8

10 3. TI-identiteit in vmbo vasthouden en zo mogelijk vergroten Het aantal TI vmbo-leerlingen daalt. Het risico bestaat dat er TI-opleidingen op vmbo-instellingen verdwijnen. Dit vermindert de herkenbaarheid en daarmee de aantrekkingskracht van de TI-branche voor leerlingen op basisscholen en vmbo scholen. Het is van belang dat alles op alles wordt gezet om de TI vmbo opleidingen op peil te houden en te waarborgen dat de nieuwe brede vmbo opleidingen voldoende TI specifi eke elementen bevatten. 4. Vinden en binden van jongeren door meer en aantrekkelijke BPV-plaatsen De ontgroening leidt ertoe dat er minder jongeren op de arbeidsmarkt komen. Jongeren kiezen ook steeds meer voor nieuwe brede (v)mbo opleidingen. Deze jongeren kunnen in diverse branches terecht. Het is voor de TI-branche van belang om bij de jongeren goed in beeld te komen, aantrekkelijke BPV-plaatsen aan te bieden die jongeren aanspreken en dit bovendien in voldoende mate te doen. 5. Meer vacatures voor hbo ers vervullen met schoolverlaters Bedrijven in de TI en TI hbo ers weten elkaar niet of nauwelijks te vinden. Het overgrote deel van de TI hbo ers gaat na afstuderen buiten de TI aan het werk. De TI zoekt vooral hbo ers met ervaring. TI bedrijven die hbo ers willen aantrekken dienen zich ook op schoolverlaters te richten, beter in beeld te komen op scholen, beter te communiceren wat ze de hbo ers te bieden hebben en ook zelf te investeren in (aanvullende) opleiding en loopbaanmogelijkheden voor deze schoolverlaters. 6. Beperking van uitstroom door beter personeelbeleid Een derde deel van de nieuw instromende in de TI is binnen één jaar al weer uit de branche vertrokken. De redenen van uitstroom hebben vooral met het gevoerde personeelbeleid te maken: overlegmogelijkheden, opleiding- en loopbaanmogelijkheden, beoordeling en beloning, mogelijkheden om in deeltijd te werken. Beter personeelbeleid op deze punten kan uitstroom afremmen. 7. Ouderen langer aan het werk proberen te houden De helft van de TI- denkt niet in staat te zijn om hun werk tot hun 65e te doen. Wel geven veel aan dat lichter werk en minder fysieke ongemakken er aan kunnen bijdragen dat ze langer aan het werk blijven. Ook scholing kan helpen later beter passend werk te krijgen. 8. Verbreding doelgroepen wervingsbeleid Bij vrouwen, allochtonen, inactieven en uitvallers uit het onderwijs liggen meer mogelijkheden dan de TIbranche tot dusver benut. Scholing en training kunnen instroom vanuit deze groepen bevorderen, waar zij niet direct inzetbaar zijn. Ook combinaties van leren en werken kunnen daarbij soulaas bieden. 9

11 Bedrijven en 799 TI-bedrijven met In RBPI staan medio TI-bedrijven geregistreerd bij Mn Services met in totaal Van deze bedrijven zijn er 38 (48%) vooral actief op het vakgebied elektrotechniek, 41 (5%) vooral op het vakgebied installatietechniek en 16 (%) vooral op het vakgebied koeltechniek. Aantal TI-bedrijven in periode -11 varieert steeds tussen 77 en 8 In waren er in deze regio 784 TI-bedrijven. Medio 11 zijn dit er 799. In de tussenliggende jaren varieert het aantal TI-bedrijven in deze regio van 77 tot 8. In de periode 6-11 neemt het aantal bedrijven in de elektrotechniek toe van 35 naar 38, terwijl het in de installatietechniek afneemt van 45 naar 4. In de koeltechniek zijn in deze periode in deze regio steeds 15 of 16 bedrijven. In periode -8 continu toename aantal TI In waren in de regio in de TI. In de periode -8 stijgt dit van jaar op jaar naar 1.77 in 8. In deze periode is het aantal TI- in deze regio naar verhouding meer toegenomen dan landelijk in de TI (zie fi guur 1). In 9-11 afname van het aantal TI- In de periode 9 - medio 11 neemt het aantal TI af van 1.77 eind 8 naar 1. eind 9 en vervolgens naar eind 1 en medio 11 (zie fi guur 1). In periode 9-11 vooral daling aantal installatietechniek Het aantal TI- in de installatietechniek in deze regio neemt in de periode -8 toe van 5.35 naar Daarna daalt dit aantal echter naar 6.4 eind 9, eind 1 en medio 11. Aantal in koeltechniek daalt in periode -7 en is daarna stabiel op ongeveer 135 Het aantal in de koeltechniek in deze regio is in 175. Dit aantal daalt daarna naar 14 in 7 en stabiliseert daarna op Aantal in elektrotechniek neemt in periode -11 continu toe In waren er in deze regio 5.86 in de elektrotechniek. Dit aantal neemt daarna vrijwel elk jaar toe, ook na 8. Medio 11 zijn er op dit vakgebied. Gemiddeld aantal per TI-bedrijf neemt toe Over de 3 vakgebieden heen gezien neemt het aantal in de afgelopen 1 jaar duidelijk toe, terwijl het aantal TI-bedrijven in deze 1 jaar niet echt toeneemt. Dit betekent dat het gemiddeld aantal per TI-bedrijf in deze regio geleidelijk toeneemt, namelijk van 13,4 in naar 15,4 in 11. Landelijk gezien is het gemiddeld aantal per TI-bedrijf in deze periode veel minder toegenomen, namelijk van 15,8 in naar 16,4 in 11. Al met al blijkt de TI-werkgelegenheid in deze regio zich in de afgelopen 1 jaar, en dan met name op het vakgebied elektrotechniek, positief te ontwikkelen. Het gaat bij de hierboven gepresenteerde cijfers echter alleen om met een vast of tijdelijk arbeidscontract met een TI-bedrijf. Uitzendkrachten en zzp ers (zelfstandigen zonder personeel) die door TI-bedrijven Figuur 1 Ontwikkeling van het aantal TI- in de periode -11 (=1) medio aantal Nederland Totaal medio aantal Bron: Mn Services, bewerking ITS 1

12 Figuur Verdeling van de bedrijven en van de werkgelegenheid naar bedrijfsomvang, medio 11 % % Nederland Totaal en meer en meer % aandeel bedrijven % aandeel werkgelegenheid % aandeel bedrijven % aandeel werkgelegenheid Bron: Mn Services, bewerking ITS ingehuurd worden dergelijke ingehuurde krachten worden vaak aangeduid als de fl exibele schil worden niet in de registratie van Mn Services opgenomen. Een recessie heeft in eerste instantie vooral gevolgen voor de werkgelegenheid van uitzendkrachten en zzp ers. In een van de volgende hoofdstukken zullen we laten zien dat veel TI-bedrijven, en dat geldt ook voor deze regio, vanaf 9 minder gebruik zijn gaan maken van deze krachten. Grote bedrijven hebben groot aandeel in de TI-werkgelegenheid Van de 799 bedrijven die medio 11 in de TI actief zijn hebben er 56 (7%) meer dan 5 (zie fi guur ). Dit kleine aantal grote(re) TI-bedrijven heeft wel bijna de helft van alle TI- in dienst. Dat gaat niet alleen op voor de regio, maar ook voor de andere regio s. In de regio is het aandeel van de grote TI-bedrijven in de TI-werkgelegenheid in de periode -11 toegenomen van 43 naar 47 procent, terwijl het aandeel van de grote TI-bedrijven in de TI-werkgelegenheid landelijk in deze periode van 1 jaar gestegen is van 47 naar 49 procent. Het aandeel van de kleine TI-bedrijven (1-5 ) in de TI-werkgelegenheid is in deze regio gedurende de periode -11 gedaald van 9 naar 8 procent. Landelijk is het aandeel dat de kleine TI-bedrijven hebben in de TI-werkgelegenheid in deze periode gedaald van 8 naar 7 procent. In deze regio zijn er 3 LPI s: Groningen, Friesland en Drenthe. Het aantal TI-bedrijven en de TI-werkgelegenheid ontloopt elkaar niet veel in deze 3 LPI s (zie fi guur 3). Profiel van de werknemer: vooral autochtone fulltime werkende mannen Bij de in de TI in deze regio gaat het evenals elders in Nederland hoofdzakelijk om fulltime werkende autochtone mannen. In deze regio doen zich hierbij, evenals in de TI landelijk, in de periode -11 vrij weinig veranderingen voor. Het aandeel niet-westers allochtonen is in de periode -11 toegenomen van 1 naar procent. Het aandeel westerse allochtonen is constant 4 procent. Het aandeel vrouwen is in deze periode steeds 8-9 procent. Het aantal parttimers is gestegen Figuur 3 Verdeling van de bedrijven en de werkgelegenheid over de 3 LPI s, medio Groningen Friesland Drenthe Bron: Mn Services, bewerking ITS 3 % aandeel bedrijven % aandeel van 11 naar 14 procent. Bij de parttimers gaat het vooral om vrouwen. Ruim driekwart van de vrouwen (77%) werkt parttime. Het aantal parttimers onder de mannen is 9 procent. Overigens neemt het aantal parttimers zowel bij de mannen als bij de vrouwen toe. Bij de mannen is dit toegenomen van 7 procent in naar 9 procent in 11. Bij de vrouwen is het aantal parttimers gestegen van 6 procent in naar 77 procent medio 11. Vrouwen en parttimers zijn overwegend in administratieve functies werkzaam: van de administratieve functies wordt 78 procent vervuld door een vrouw en 64 procent van de administratieve krachten zijn parttimers. Wel toename van vrouwen in technische functies In de functie van monteur zijn - en blijven - vrijwel uitsluitend mannen werkzaam. Het aandeel vrouwen in deze functie is in deze regio gestegen van,9 procent in naar 1,3 procent medio 11. Bij de technische staffuncties is het aandeel vrouwen in deze regio (wat) meer gestegen. Dat is vooral zo bij de engineers en de planners. In was 1,8 procent van de in deze twee functies van het vrouwelijk geslacht. Medio 11 is dit gestegen naar 4, procent. Landelijk is op dit punt sprake van een zelfde stijging, namelijk van 1,8 naar 4, procent. Van de vrouwen in technische functies werkt 5 procent fulltime. Dat is nauwelijks vaker dan bij de vrouwen in niettechnische functies (3% fulltime). Landelijk gaat in de TI 9 11

13 Figuur 4 Functiestructuur van kleine en grote TI-bedrijven, medio en meer Nederland Totaal en meer technische staffuncties administratieve ondersteuning overige functies monteren en installeren (project)leiding / management technische staffuncties administratieve (financiële) ondersteuning overige functies monteren en installeren (project)leiding / management Bron: Mn Services, bewerking ITS op dat vrouwen in technische functies vaker fulltime werken (45%) dan vrouwen in niet technische functies (5%), maar minder vaak dan mannen in technische functies (9%). Vooral uitvoerende monteurs Van de TI- in de regio is, medio 11, 68 procent als monteur/installateur werkzaam. De overige vervullen de volgende functies: technische staffuncties (engineer, calculator, tekenaar, werkvoorbereider, etc.) 9% administratieve ondersteuning 8% verkoper 1% (project)leiding/management 6% overige functies 8% Deze functieverdeling van de TI- in Noord Nederland wijkt weinig af van die in Nederland als geheel. De functieverdeling van de hangt duidelijk samen met de bedrijfsomvang (zie fi guur 4). Dat is niet alleen zo in, maar ook in de andere RBPI s. Het aandeel van de monteurs in het personeelsbestand neemt af van 8 procent in de TI-bedrijven met 1-5 naar 6 procent in de TI-bedrijven met meer dan 1. Het aandeel ontwikkelaars, planners/werkvoorbereiders, tekenaars neemt toe van procent in de kleinste TI-bedrijven naar 14 procent in de TI-bedrijven met meer dan 1. Ook het aandeel leidinggevenden neemt toe naarmate de TI-bedrijven meer hebben. Aantal engineeers en aantal planners/werkvoorbereiders neemt duidelijk toe De functieverdeling van de TI- is in de periode -11 enigszins veranderd. Landelijk is het aandeel monteurs in de periode -11 afgenomen van 7 naar 66 procent. In deze regio is het aandeel monteurs gedaald van 71 naar 68 procent. Het aandeel in technische staffuncties (engineer, planner, werkvoorbereider, tekenaar) is - landelijk - geleidelijk gestegen van 6, procent in naar 8,4 procent medio 11. Het aantal tekenaars is in deze periode gedaald. Ook in de regio is het aantal in technische staffuncties in de periode -1 toegenomen, namelijk van 6,1 naar 9,1 procent (zie ook fi guur 5). Werknemers hebben overwegend een technische opleiding op mbo-niveau Van de TI- in Nederland heeft ruim de helft een mbo-opleiding niveau of hoger (fi guur 6); 5 procent heeft een lagere opleiding en 1 procent heeft een hogere opleiding. Bij de 1 procent met een Figuur 5 Ontwikkeling van het aantal in technische staffuncties in de periode -11 (=1) Nederland Totaal medio medio 11 tekenaars planners/werkvoorbereiders ontwikkelaars tekenaars planners/werkvoorbereiders ontwikkelaars Bron: Mn Services; bewerking ITS 1

14 Figuur 6 Opleiding van de TI-, in 9* 1% Opleidingsrichting Opleidingsniveau 4% 1% 5% 17% 6% 37% 4% TI-opleiding andere technische opleiding geen technische opleiding basisonderwijs/vmbo/avo onderbouw/mbo 1 mbo + 3 mbo 4 hbo/wo overig Bron: CBS, enquête EBB (Enquête Beroepsbevolking, 9) * De gegevens in fi guur 6 hebben betrekking op de situatie voor heel Nederland. Deze cijfers kunnen niet uitgesplitst worden per RBPI, aangezien de aantallen door het CBS geënquêteerde TI- per RBPI te klein zijn. hogere opleiding gaat het vooral om een hbo-opleiding (9%) en maar weinig om een wo-opleiding (1%). Bijna tweederde deel (6%) van de TI- heeft een opleiding voor de TI gevolgd of is daar nog mee bezig. Nog eens 17 procent heeft een andere technische opleiding. Ruim één op de vijf TI- heeft geen technische opleiding en bij deze TI- gaat het vaak om administratieve krachten en verkopers. Ontwikkelaars hebben vrijwel allemaal een TI-opleiding op hbo- of op mbo niveau 4. Planners en tekenaars hebben eveneens meestal een TI-opleiding gevolgd, maar dan vooral op mbo niveau 4. Ook de monteurs hebben meestal een TI-opleiding gevolgd of zijn daar nog mee bezig. Het niveau van deze opleiding varieert van vmbo tot mbo niveau 4. Aandeel hoger opgeleiden (mbo niveau 4 en hbo) stijgt Voor de hele periode -9 gaat op dat 75-8 procent van de TI- een technische opleiding heeft en dat is meestal een TI-opleiding. In de periode -9 tekent zich een geleidelijke stijging van het opleidingsniveau van de TI- af. Dit komt vooral naar voren bij de TI- met een mbo niveau 4 opleiding. Deze categorie neemt toe van 6 procent in de eerste jaren van deze eeuw naar 37 procent in de jaren 7, 8 en 9. Ook het aandeel TI- met een hbo/wo opleiding stijgt, namelijk van 7-8 procent in de jaren -3 naar 1 procent in de afgelopen jaren. Het gaat hierbij overigens overwegend om hbo ers. Het aandeel TI- met een wo-opleiding is in de hele periode - 9 één procent. De stijging van 4 naar 7 procent van het aantal planners/werkvoorbereiders en ontwikkelaars in de TI in Nederland in deze periode biedt slechts een gedeeltelijke verklaring voor de stijging van het opleidingsniveau. Waarschijnlijk speelt ook upgrading binnen (een deel van) de monteursfuncties een rol. Aandeel jongeren daalt en aandeel ouderen stijgt In de leeftijdsopbouw van het bestand doen zich duidelijke veranderingen voor. Er is sprake van vergrijzing en van ontgroening. Het percentage jongeren (onder de 5 jaar) is in de regio van 18 procent in gedaald naar 1 procent in 11 (zie fi guur 7). Figuur 7 laat zien dat niet alleen het aandeel jongeren onder 5 jaar in deze regio afneemt, maar dat dit ook opgaat voor categorie tussen de 5 en 35 jaar. Het aandeel van deze categorie daalt van 35 procent in naar 5 procent in 11. In totaal daalt het aandeel jongeren onder de 35 jaar van 53 procent in naar 35 procent in 11. Figuur 7 Ontwikkeling aandeel jongeren in de periode medio 11 % < 5 jaar % 5-35 jaar Nederland Totaal medio 11 % < 5 jaar % 5-35 jaar Bron: Mn Services; bewerking ITS 13

15 Figuur 8 laat zien dat het aandeel ouderen (boven de 35 jaar) in deze periode stijgt van 48 procent naar 65 procent. Met name het aandeel ouderen van 55 jaar en ouder neemt snel toe. Dit aandeel verdubbelt in de periode -11, namelijk van 6 procent in naar 13 procent in 11. Het proces van ontgroening en vergrijzing doet zich binnen alle 3 de vakgebieden in ongeveer gelijke mate voor. De gemiddelde leeftijd van de is in deze periode in deze regio van (ruim) 1 jaar gestegen van 35,5 naar 39,8 jaar. Overigens varieert de gemiddelde leeftijd van de met de bedrijfsomvang: bedrijven met ,4 jaar bedrijven met ,3 jaar bedrijven met ,6 jaar bedrijven met ,6 jaar bedrijven met meer dan 1 4, jaar De stijging van de gemiddelde leeftijd van alle TI- in Nederland volgt dezelfde trend. Ook landelijk is er in de TI sprake van een stijging van de gemiddelde leeftijd, namelijk van 35,5 jaar in naar 39,3 jaar medio 11. En ook landelijk gaat in de TI op dat de gemiddelde leeftijd van de in de grotere bedrijven hoger is dan in de kleinere. Niet alle TI-bedrijven en TI- bij Mn Services geregistreerd In zijn ook nog eens circa 57 TI-bedrijven actief waaronder veel bedrijven van zzp ers: zelfstandigen zonder personeel die niet staan geregistreerd bij Mn Services (niet alle TI-bedrijven volgen de CAO voor het Technisch Installatiebedrijf). In totaal zijn in deze bedrijven nog eens circa 1.55 werkzaam. Het totaal aantal TI- in RBPI bedraagt medio 11 dus ruim Er is niet veel verschil tussen de TI- die bij Mn Services geregistreerd staan en de 1.55 TI- die elders geregistreerd staan. Wel zitten in de laatste categorie van 1.55 TI- wat meer vrouwen en wat meer 55-plussers. In de rest van de rapportage is rekening gehouden met de niet bij Mn Services geregistreerde. Figuur 8 Ontwikkeling aandeel ouderen in de periode medio Nederland Totaal medio 11 % jaar % jaar % > 54 jaar % jaar % jaar % > 54 jaar Bron: Mn Services; bewerking ITS 14

16 Onderwijs Om een beeld te geven van het TI-onderwijs in de regio brengen we het aantal leerlingen/ studenten en gediplomeerden in de onderwijssectoren vmbo, mbo en hbo in beeld. Van alle onderwijsinstellingen is bekend hoeveel leerlingen/studenten een TI-opleiding volgen en hoeveel gediplomeerden ze afl everen. Voor het vmbo en mbo is het gebied goed af te bakenen. Voor het hbo is dit niet (exact) mogelijk. De aantallen studenten en gediplomeerden per opleiding zijn alleen bekend op hoofdinstellingsniveau. Wel is bekend van iedere opleiding in welke nevenvestiging deze wordt aangeboden. Dit maakt het mogelijk om per opleiding de studenten middels een verdeelsleutel toe te wijzen aan een nevenvestiging en daarmee aan een regio. Hierdoor moeten we de aantallen op regioniveau wel met enige behoedzaamheid interpreteren. Bovendien hoeft de plaats waar een hbo-student een opleiding volgt niet veel te zeggen over de regio waar de student na het behalen van het diploma een baan gaat zoeken. In de bijlage staat per LPI het aantal vmbo-leerlingen en gediplomeerden en voor mbo en hbo per onderwijsinstelling het aantal mbo-leerlingen en hbo-studenten en het aantal gediplomeerden. Hieronder bespreken we het aantal leerlingen, studenten en gediplomeerden per onderwijssector. Achtereenvolgens komt het aantal leerlingen en gediplomeerden op het vmbo, het mbo en het aantal studenten en gediplomeerden op het hbo aan bod. Daarna kijken we naar de ontwikkelingen van het aantal BPV-plaatsen in de TI. Aantal vmbo-leerlingen elektrotechniek sinds 6/7 continu gedaald In regio volgen in het vmbo in 1/ leerlingen een TI-opleiding elektrotechniek, installatie of instalektro. Ten opzichte van vijf jaar geleden is de daling 56 procent. Deze laatste daling is iets sterker dan de landelijke daling in de afgelopen vijf jaar (-5%). De stijging in 8/9 in de regio van het aantal leerlingen installatietechniek heeft zich in de jaren 9/1 en 1/11 niet doorgezet; het aantal leerlingen van deze opleiding is in deze laatste twee jaren juist sterk teruggelopen. Het aantal leerlingen instalektro en elektrotechniek is, landelijk gezien, in de afgelopen vijf jaar met respectievelijk 41 procent en 54 procent gedaald. De totale landelijke afname van leerlingen in de afgelopen vijf jaar komt grotendeels voor rekening van het dalende aantal leerlingen elektrotechniek. Dit geldt ook voor de regio Noord Nederland. Trends in het vmbo zetten door Binnen het vmbo bestaan twee tegengestelde richtingen die allebei proberen aan te sluiten bij de behoefte van de leerlingen. De ene zoekt het in specialisering van het programma, en probeert, zoals het Vakcollege Techniek, de leerlingen zo vroeg mogelijk met de praktijk te confronteren en op te leiden tot technisch vakman of vrouw. Voor de TI betekent dit een uitgelezen kans om vmbo ers te vinden en te binden. In zijn vijf vmbolocaties verbonden aan Het Vakcollege: De Nieuwe Veste, Esdal College, Het Hondsrug College, Gomarus College, Noorderpoort VO en SGM Sevenwolden. De andere richting zoekt het in verbreding, enerzijds door brede opleidingen die lesmateriaal uit verschillende vmbo-sectoren combineren (vmbo intersectoraal) en anderzijds door brede opleidingen binnen de sector techniek aan te bieden (sectorbreed). De sectorbrede techniekopleiding combineert verschillende techniekrichtingen in één opleiding. In 1/11 volgen in de regio in totaal leerlingen een sectorbrede opleiding (leerjaar 3: 659 en leerjaar 4: 487). Dit is voor de regio een stijging ten opzichte van vorig jaar met 16 procent (landelijk: -3%). In totaal zijn er zes intersectorale opleidingen, waarvan vier met een technische oriëntatie (technologie in de gemengde leerweg, ict-route, technologie en dienstverlening en technologie en commercie). In volgen 1.1 leerlingen een technische intersectorale opleiding (leerjaar 3: 843 en leerjaar 4: 77). Vorig jaar waren dit in deze regio nog 616 leerlingen (+8%, landelijk: +11%). Figuur 9a Ontwikkeling aantal TI-leerlingen in het vmbo, regio en landelijk landelijk /7 7/8 8/9 9/1 1/11 instalektro installatietechniek elektrotechniek /7 7/8 8/9 9/1 1/11 instalektro installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 15

17 Figuur 9b Ontwikkeling aantal TI-gediplomeerden in het vmbo, regio en landelijk landelijk /6 6/7 7/8 8/9 9/1 instalektro installatietechniek elektrotechniek /6 6/7 7/8 8/9 9/1 instalektro installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS Vmbo-gediplomeerden TI in vijf jaar tijd met ruim een derde gedaald In 9/1 behaalden in de regio 5 vmbo-leerlingen een diploma voor een TI-opleiding. Dit is 37 procent minder dan het aantal TI-gediplomeerden in 5/6. Landelijk zien we in de periode 5/6 9/1 een afname van 34 procent van het aantal vmbogediplomeerden in de TI. De gediplomeerden in de brede technische opleidingen nemen in tegenstelling tot de traditionele TI-opleidingen wel toe. In de regio zijn dat er in 9/1 in sectorbrede techniekopleidingen 41 (landelijk.979) en in de technische intersectorale opleidingen 8 (landelijk: 1.66). Vergeleken met het jaar ervoor is dat een stijging van respectievelijk vier procent en 94 procent (landelijk respectievelijk +6% en +14%). Aantal mbo-deelnemers TI sinds 6/7 in regio sterker gedaald dan landelijk In de regio volgen in 1/11 totaal 1.81 mbo ers een TI-opleiding elektrotechniek, installatietechniek of koude techniek. Dat is 8 procent minder dan in 6/7. Deze afname in TI-deelnemers op het mbo is sterker dan de landelijke trend van de afgelopen vijf jaar (-%). De daling in TI-deelnemers wordt zowel regionaal als landelijk voornamelijk veroorzaakt door een daling van het aantal deelnemers elektrotechniek. De stijging van het aantal deelnemers installatietechniek tot 8/9 in de regio is in de laatste twee jaar omgebogen naar een daling. Landelijk gezien is, na een daling in 9/1, in 1/11 het aantal deelnemers installatietechniek juist weer iets gestegen. Van het piek aantal deelnemers koude techniek in 7/8 (8 deelnemers) is in 1/11 minder dan een kwart over. In de regio zien we tussen 8/9 en 1/11 een afname van 1.73 naar BBL ers in de TI (-31%; landelijk -17%). In dezelfde periode daalt ook het aantal BOL-deelnemers met 6 procent (landelijk -17%). Het is hierdoor niet aannemelijk dat er veel BBL ers door een gebrek aan een leerwerkplaats de afgelopen jaren zijn overgestapt naar een TI-BOL-opleiding. In volgen in verhouding minder TI-mbo-deelnemers een BBL-opleiding dan landelijk (regio: 7% versus landelijk: 79%). Figuur 1a Ontwikkeling TI-deelnemers in het mbo, regio en landelijk landelijk /7 7/8 8/9 9/1 1/11 koude techniek installatietechniek elektrotechniek /7 7/8 8/9 9/1 1/11 koude techniek installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 16

18 Figuur 1b Ontwikkeling TI-gediplomeerden in het mbo, regio en landelijk landelijk /6 6/7 7/8 8/9 9/1 koude techniek installatietechniek elektrotechniek /6 6/7 7/8 8/9 9/1 koude techniek installatietechniek elektrotechniek Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS Ook het aantal mbo-gediplomeerden begint te dalen In 9/1 heeft de regio 59 mbogediplomeerden TI. Dit is een daling van 1 procent ten opzichte van 7/8. Landelijk gezien is het aantal TI gediplomeerden in het mbo in deze periode met 7 procent gedaald. De daling volgt op een aantal jaren waarin het aantal gediplomeerden juist redelijk stabiel was. De daling wordt, landelijk en in de regio, veroorzaakt door het dalende aantal gediplomeerden elektrotechniek. Maar terwijl landelijk het aantal gediplomeerden installatietechniek juist iets stijgt, is deze in de regio gedaald. Het aantal gediplomeerden is in het laatste jaar in de regio ook sterk gedaald. Van de TI-gediplomeerden in de regio heeft 73 procent een BBL-opleiding gevolgd (landelijk 78%). De meeste TI-gediplomeerden in de regio hebben een opleiding gevolgd voor assistent monteur (48%), eerste monteur (5%), technicus (9%) en leidinggevend technicus (6%). Landelijk bestaat de top vier ook uit assistent monteur (47%), eerste monteur (8%), technicus (8%) en leidinggevend technicus (7%). Aantal hbo-studenten technische bedrijfskunde stijgt in vijf jaar tijd met 36 procent Het totaal aantal TI-hbo-studenten in is met 11 procent gestegen ten opzichte van 6/7. Landelijk gezien is de stijging 4 procent. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een stijging in het aantal studenten technische bedrijfskunde. In vijf jaar tijd is het aantal studenten technische bedrijfskunde gestegen met 36 procent. In het laatste jaar zelfs met 18 procent. Het aantal werktuigbouwkundestudenten daalt juist in het laatste jaar en het aantal studenten aot is vrijwel nihil. De Associate degree-opleidingen (Ad) zijn een nieuw begrip in de onderwijswereld, tussen mbo en hbo-niveau. De Ad is vooral bedoeld voor werkenden die weer een studie willen oppakken en voor degenen die na hun mbo- 4-opleiding wel willen doorstuderen, maar niet voor een vierjarige hbo-bacheloropleiding willen kiezen. Landelijk zijn in 1/11 1 studenten ingeschreven in één van deze TI-Associate degree-opleidingen. In de regio Noord Nederland is in 1/11 (nog) geen aanbod van Ad-opleidingen in de TI. Het aantal hbo-gediplomeerden TI in de regio daalt sterker dan landelijk Het aantal hbo-gediplomeerden TI is in sinds 5/6 met procent gedaald (landelijk -13%). De daling in de regio van het afgelopen jaar wordt vooral veroorzaakt door de daling van het aantal gediplomeerden elektrotechniek. Het aantal gediplomeerden werktuigbouwkunde is sinds 5/6 juist iets gestegen (van 1 in 5/6 naar 136 in 9/1). In hebben geen gediplomeerden een duale TI-opleiding gevolgd (regio: % versus landelijk: 1%). Deze studenten werken vier dagen per week en Figuur 11a Ontwikkeling TI-studenten in het hbo, regio en landelijk landelijk /7 7/8 8/9 9/1 1/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde /7 7/8 8/9 9/1 1/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS 17

19 Figuur 11b Ontwikkeling TI-gediplomeerden in het hbo, regio en landelijk landelijk /6 6/7 7/8 8/9 9/1 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde /6 6/7 7/8 8/9 9/1 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Bron: DUO-Cfi, bewerking ITS gaan één dag naar school. Vereiste is dat de student al een baan heeft binnen het vakgebied van de TI-opleiding. In volgen echter naar verhouding veel gediplomeerden een deeltijdopleiding (regio: 36% versus landelijk: 9%). Ook voor deze groep gediplomeerden geldt dat zij vaak al een baan hebben tijdens de studie, zij het niet zoals bij de duale opleiding per sé binnen het vakgebied van de opleiding. De overige 64 procent volgde in de regio een voltijdopleiding. Met name deze groep hbo ers zal na het behalen van het diploma nieuw instromen op de arbeidsmarkt. Het aantal startende BPV s in 1/11 is duidelijk minder dan in voorgaande schooljaren In regio zijn in schooljaar 1/11 totaal 495 TI-bedrijven 1 door Kenteq erkend als leerbedrijf. Dit is 6 procent van het totaal aantal TI-bedrijven in de regio. Niet alle erkende bedrijven sluiten daadwerkelijk BPVovereenkomsten af. In regio hebben 1 bedrijven BPV-plaatsen en zijn daardoor een actief leerbedrijf. In totaal is dus 6 procent van alle TI-bedrijven in deze regio actief en dat is iets meer dan in heel Nederland (5%). Bedrijven kunnen door Kenteq erkend worden voor meerdere opleidingen. In schooljaar 1/11 hebben de actieve leerbedrijven in regio gemiddeld vijf BPV-plaatsen vervuld. In de regio is één praktijkopleidingscentrum (poc) gevestigd, dat actief BPV-plaatsen verzorgt. Deze poc verzorgt ongeveer 1 procent van de BPV-plaatsen in de regio. Dat ligt lager dan landelijk (31%). De ontwikkeling van het totaal aantal startende en lopende BPV s in de regio is te zien in fi guur 1. Net als op landelijk niveau begint het grootste deel van het aantal BPV s ieder jaar in de maanden augustus en september. Dit is te zien aan het aantal startende BPV s in die maanden. Het grootste aantal BPV s eindigt ieder jaar in de maand juli. Dit is te zien aan de ontwikkeling van het aantal lopende BPV s. De daling die ingezet is in 9/1 zet door. Het aantal nieuwe BPV s in augustus en september 1 blijft duidelijk achter bij het aantal in dezelfde maanden in voorgaande jaren. In de regio is het aantal lopende BPV-plaatsen gedurende het schooljaar 1/11 in het vakgebied elektrotechniek (4%) kleiner dan het aantal BPV-plaatsen in installatietechniek (58%). Figuur 1 Het aantal startende en lopende BPV s* in het regio, periode augustus 5 augustus aug-5 dec-5 apr-6 aug-6 dec-6 apr-7 aug-7 dec-7 apr-8 aug-8 dec-8 apr-9 aug-9 dec-9 apr-1 aug-1 dec-1 apr-11 aug-11 startende BPV's lopende BPV's * Alleen BPV s van BBL-opleidingen 1. Dit zijn alleen bedrijven die zijn aangesloten bij Mn Services.. Het totaal aantal BPV s is met name voor de laatste maanden nog niet volledig. Bedrijven hebben namelijk tot een jaar na aanvang van een BPV de tijd om subsidie aan te vragen bij OTIB. Pas dan wordt de BPV geregistreerd in de administratie. Het aantal BPV s is administratief bijgewerkt tot 5 oktober

20 Dit is anders dan op landelijk niveau, waar het aantal BPV s in elektrotechniek nagenoeg gelijk is aan het aantal BPV s in installatietechniek (beide 49%). In regio leidt ruim 86 procent van de BPV s op tot monteur (landelijk ongeveer 84%). Het gaat vooral om assistent monteurs en eerste monteurs. De regio heeft verhoudingsgewijs minder assistent monteurs dan landelijk (36,7% versus 43,3%) en meer eerste monteurs (38,5% versus 33,%). Tabel 13 Het aantal BPV s* naar functie in het regio en Nederland totaal (in %), schooljaar 1/11 Regio Nederland monteur servicemonteur 9,7% 6,3% monteur - assistent monteur 36,7% 43,3% monteur - eerste monteur 38,5% 33,% monteur - leidinggevend monteur 1,% 1,4% technicus 8,1% 9,7% technicus - leidinggevend technicus,7%,7% project- en afdelingsleiding,5%,3% werkvoorbereider 3,5%,7% arbeidsmarktgekwalifi ceerde assistent,5%,3% dakdekker,%,3% ontwikkelen, engineering,5%,8% tekenaar,%,% administratie,%,% ICT-beheerder,%,% overig % 1% totaal aantal (= 1%) * Het betreft een optelling van alle BPV s die gedurende het schooljaar 1/11 lopen. Een deel van deze BPV s heeft een lange looptijd van maximaal vier jaar en hoeft dus niet te eindigen in 1/11. Maar ook kortlopende BPV s die gedurende het schooljaar starten en weer eindigen zijn hierin meegenomen. 19

21 Van opleiding naar werk in de TI Voor de landelijke arbeidsmarktrapportage 11 is aanvullend onderzoek gedaan om de uitstroom vanuit de TI opleidingen naar de arbeidsmarkt goed in beeld te krijgen. Voor dat onderzoek zijn beschikbare bestanden met onderwijsgegevens (leerlingenbestand) en arbeidsmarktgegevens (banenbestand) van het CBS en de bestanden van Mn Services met elkaar gekoppeld. Door die koppeling is het mogelijk de gediplomeerden van de TI opleidingen na afronding van hun opleiding te volgen en te kijken in hoeverre zij zijn gaan werken en in hoeverre ze werk binnen dan wel buiten de TI hebben gekregen. Deze analyses zijn voor vijf jaargangen gediplomeerden uitgevoerd, namelijk die van 6 tot en met 1, waarbij telkens alle gediplomeerden uit de betreffende jaren zijn meegenomen. Analyses zijn alleen op landelijk niveau gedaan, niet voor elke regio afzonderlijk. Figuur 15 Uitstroom TI mbo-bol ers (gemiddeld % 6-11) mbo TI hoger niveau % MBO TI BOL 1% Bron: CBS, bewerking ITS mbo TI lager/zelfde niveau % mbo overig 8% hbo TI gerelateerd 17% hbo techniek overig 6% hbo overig 4% baan TI 11% baan niet TI 3% onbekend/overig 7% Figuur 14 Uitstroom TI vmbo ers (gemiddeld % 6-11) TI metaal Vmbo gediplomeerden bouw intersectoraal met techniek mbo TI 39% 5% 1% 11% 3% mbo zelfde technieksector mbo andere technieksector mbo sector economie mbo overige sectoren overig (niet mbo) Bron: CBS, bewerking ITS sectorbreed techniek 3% 37% 3% 3% 38% 36% 57% 4% % 1% 11% 16% 4% 5% 7% 6% 7% 1% 6% 6% 7% 6% 6% Figuur 16 Uitstroom TI mbo-bbl ers (gemiddeld % 6-11) mbo TI hoger niveau 38% MBO TI BBL 1% Bron: CBS, bewerking ITS mbo TI lager/zelfde niveau 7% mbo overig % hbo TI gerelateerd % hbo overig % baan TI 36% baan niet TI 13% onbekend/overig 3% De TI vmbo ers gaan bijna allemaal door met een vervolgopleiding in het mbo. Bijna 4 procent gaat naar een mbo TI opleiding. Nog eens een derde gaat naar een mbo opleiding in een andere techniekrichting. Van de vmbo ers met een sectorbrede techniekopleiding gaat 11 procent verder met een mbo TI opleiding. Ruim meer dan de helft gaat naar een andere techniekrichting in het mbo. Hooguit 6 procent van de TI vmbo ers gaat na afronding van de opleiding direct aan het werk, dat wil zeggen in een baan zonder leerarbeidsovereenkomst. Dat geldt overigens ook bij de andere opleidingsrichtingen. Van de gediplomeerde TI mbo-bol ers stroomt 34 procent door naar een baan. Van deze 34 procent gaat een minderheid (11%) binnen de TI aan het werk. De meerderheid (3%) gaat buiten de TI aan de slag. Een groot deel van de TI mbo-bol ers komt niet op de arbeidsmarkt beschikbaar, maar gaat nog een vervolgopleiding doen. Bijna een kwart (%) gaat een TI mbo opleiding van hoger niveau doen. Bijna een vijfde (17%) gaat naar een TI hbo opleiding. Van de gediplomeerde TI mbo-bbl ers stroomt bijna de helft (49%) door naar een baan. Van die 49 procent gaat het grootste deel (36%) naar een baan in de TI, een minderheid (13%) gaat in een baan buiten de TI aan de slag. De BBL ers gaan dus vaker aan het werk dan de BOL ers en komen ook vaker in banen binnen de TI terecht; zij hebben vaak al een leerarbeidsplaats voor hun opleiding. Daarnaast gaat nog ruim een derde (38%) van de TI mbobbl ers door met een TI mbo opleiding van hoger niveau. De gediplomeerden van de TI gerelateerde hbo-opleidingen gaan bijna allemaal aan het werk na afronding van hun opleiding. Daarbij komt maar een klein deel in de TI terecht. Bij AOT is dat 33 procent, bij elektrotechniek 1 procent, bij werktuigbouwkunde 4 procent en bij technische bedrijfskunde eveneens 4 procent.

22 Figuur 17 Uitstroom TI hbo ers naar arbeidsmarkt (gemiddeld % 6-11) AOT (1%) Electrotechniek (1%) Werktuigbouwkunde (1%) Technische bedrijfskunde (1%) Bron: CBS, bewerking ITS baan binnen TI 33% baan buiten TI 64% overig 4% baan binnen TI 1% baan buiten TI 75% overig 15% baan binnen TI 4% baan buiten TI 83% overig 13% baan binnen TI 4% baan buiten TI 8% overig 14% Voor alle opleidingen geldt dat slechts een deel van de TI gediplomeerden ook feitelijk naar banen in TI bedrijven doorstromen. Een deel blijft verder doorleren. Een ander deel gaat buiten de TI aan het werk. Dat TI gediplomeerden buiten de TI branche werkzaam zijn betekent overigens niet zonder meer dat zij geen TI werk zouden doen. Ook buiten de TI branche zijn er bedrijven waar TI functies te vinden zijn, bij voorbeeld in energiebedrijven, technische diensten van industriële bedrijven en onderhoudsdiensten van ziekenhuizen en woningcorporaties. TI verliest aanzienlijk potentieel gediplomeerde TI vmbo ers De voorgaande fi guren laten zien wat TI gediplomeerden in het eerste jaar na afronding van hun opleiding gaan doen, in hoeverre ze in dat jaar doorstromen naar vervolgopleidingen of uitstromen naar werk, binnen dan wel buiten de TI. Voor de TI zijn vooral de TI vmbo gediplomeerden een belangrijke wervingsbron voor nieuwe (leerling-). Daarom is voor deze groep in beeld gebracht wat zij verder in hun loopbaan zijn gaan doen, tot vijf jaar na afronding van hun opleiding. Vertrekpunt daarbij zijn de vmbo TI gediplomeerden uit 6. Figuur 18 volgt deze vmbo TI gediplomeerden in de vijf jaren na diplomering, van 6 tot 11. Kernvragen zijn: stromen ze door naar opleiding of werk en blijven ze in de TI of niet? Over heel Nederland gezien gaat het in totaal om gediplomeerde TI vmbo ers. De grote meerderheid (94 procent) gaat na diplomering een vervolgopleiding in het mbo doen, waarvan 4 procent naar mbo TI (bol of bbl) en 54 procent naar een mbo opleiding buiten de TI. De TI raakt hier dus meer dan de helft van zijn vmbo gediplomeerden kwijt. Het aantal in mbo-opleidingen neemt in de loop der jaren geleidelijk af, waarschijnlijk omdat men aan het werk gaat. Slechts een klein deel (3 procent) van de gediplomeerden uit 6 gaat na afronding van de opleiding meteen aan het werk, bijna allemaal in banen buiten de TI. Het aantal dat aan het werk is neemt in de loop der jaren geleidelijk toe, met een sprongetje na twee jaar, als de meeste vervolgopleidingen afl open. Een grote meerderheid gaat dan evenwel aan het werk buiten de TI (14 procent in 8/9). De TI verliest in latere jaren dus opnieuw een behoorlijk deel van zijn potentieel. Figuur 18 Cohort vmbo TI gediplomeerden 6, vijf jaar lang gevolgd (% per jaar) 5/6 6/7 7/8 8/9 9/1 1/11 mbo TI BOL BBL 18% % 15% 3% 8% 5% 6% 1% 1% 17% VMBO TI gediplomeerden werk TI mbo niet-ti % 1% % 4% 7% 54% 5% 45% 4% 4% N = werk niet-ti 3% 7% 14% n.n.b.* n.n.b.* overig 3% 4% 6% n.n.b.* n.n.b.* 1% 1% 1% 1% 1% Bron: CBS, bewerking ITS * n.n.b. = nog niet bekend. Over 9/1 en 1/11 zijn alleen baangegevens van Mn Services beschikbaar, nog geen baangegevens van het CBS. Vandaar dat het percentage vmbo ers dat een baan niet-ti heeft in deze jaren nog niet te bepalen is. 1

23 In verdere analyses is ingezoomd op enkele subgroepen binnen dit cohort. Ten eerste: de 659 (18%) vmbo ers die in eerste instantie doorstromen naar TI mbo-bol. Een derde hiervan stapt later alsnog over naar een TI mbo- BBL opleiding en blijft dus binnen de sector. Maar een kwart stapt later over naar een mbo opleiding buiten de TI. Ten tweede: de (54%) vmbo ers die doorstromen naar een mbo-opleiding buiten de TI. Van hen stapt zo n 1 procent later alsnog over naar een opleiding binnen de TI. De meerderheid gaat uiteindelijk echter buiten de TI aan het werk. Ten derde: de 116 (3%) vmbo ers die doorstromen naar een baan, meestal buiten de TI. Van hen gaat 1 procent later alsnog een opleiding in de TI volgen. Het merendeel blijft echter buiten de TI werkzaam. Conclusie is dat de TI een aanzienlijk deel van zijn vmbo ers verliest bij de overgang naar het mbo en dat maar een klein deel van dit potentieel later via een opleiding of baan alsnog terugkeert in de sector.

24 Stromen en patronen op de TI-arbeidsmarkt Lang niet alle TI-gediplomeerde schoolverlaters gaan vervolgens aan de slag in de TI-branche. Blijkbaar is er niet zo n duidelijk één op één relatie tussen onderwijs en arbeid als vaak verondersteld wordt. Maar hoe zit het dan met de opleidingen van schoolverlaters die wél in de TI gaan werken? En waar letten de TI-bedrijven eigenlijk vooral op bij het aantrekken van personeel? Welke rol speelt de opleiding van sollicitanten? Verderop zullen we op deze vragen ingaan. Eerst zullen we echter ingaan op belangrijke bewegingen op de TI-arbeidsmarkt. Hoe omvangrijk is de jaarlijkse in-, door- en uitstroom van en welke min of meer vaste patronen doen zich voor? Het is van belang om deze vaste patronen te kennen. Zij bieden namelijk relevante aanknopingspunten voor het arbeidsmarktbeleid van de TI-branche en de TIbedrijven op dit moment en de komende jaren. Bedrijfsmobiliteit en branchemobiliteit Bij mobiliteit gaat het hier om bewegingen van personen op de arbeidsmarkt. We maken een onderscheid tussen bedrijfsmobiliteit en branchemobiliteit. Bij bedrijfsmobiliteit maken we een onderscheid in: Wisselaar: Werknemer die in betreffende jaar van TI-bedrijf gewisseld is. Niet-wisselaar: Werknemer die in betreffende jaar niet van TI-bedrijf gewisseld is. Bij branchemobiliteit maken we een onderscheid in: Blijver: Werknemer die het gehele jaar in de technische installatiebranche werkzaam is geweest. Instromer: Uitstromer: Tijdelijke: Werknemer die in het desbetreffende jaar in de technische installatiebranche is ingestroomd. Werknemer die in het desbetreffende jaar de technische installatiebranche is uitgestroomd. Werknemer die in het desbetreffende jaar in de technische installatiebranche is ingestroomd en in datzelfde jaar ook weer is uitgestroomd. Bij bedrijfsmobiliteit gaat het per defi nitie om die van het ene TI-bedrijf overstappen naar een ander TIbedrijf. Bij branchemobiliteit gaat het om die van een TI-bedrijf overstappen naar een bedrijf buiten de TI en vice versa. Onderscheid tussen jaarcohort en peildatum We kunnen het aantal TI- in deze regio op twee verschillende manieren berekenen. We kunnen kijken hoeveel TI- er op één bepaalde dag (peildatum) zijn, maar we kunnen ook kijken hoeveel TI- er in een bepaald jaar in deze regio zijn (jaarcohort). Bij de analyse van de bedrijfsmobiliteit en de branchemobiliteit bekijken we steeds een heel jaar. Om de branchemobiliteit in 1 te bepalen kijken we niet alleen hoeveel er gedurende dit hele jaar in de TI-bedrijven in deze regio blijven werken (blijvers), maar ook hoeveel er gedurende dit jaar nieuw instromen in de TI-bedrijven (instromers) en hoeveel er gedurende dit jaar weggaan uit de TI (uitstromers). Bij een analyse op basis van peildatum tellen alleen de TI- mee die op de desbetreffende dag in de TI in deze regio werkzaam zijn, terwijl bij een analye op basis van een jaarcohort iedereen meetelt die in het desbetreffende jaar voor kortere of langere tijd werkzaam is (geweest) in de TI in deze regio. Figuur 19 Branche mobiliteit: instroom in en uitstroom uit de TI in de periode -1* (in %) 1% 8% % 8% TI Nederland % 6% 4% % % % % % blijver instromer uitstromer tijdelijk blijver instromer uitstromer tijdelijk Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS. * In totaal zijn er medio 11 ruim 13.3 in de TI-branche in de regio. Daarvan staan er bij Mn Services geregistreerd. De cijfers in deze fi guur voor de jaren -8 hebben betrekking op alle TI-. De cijfers voor 9 en 1 hebben betrekking op de TI- die bij Mn Services staan geregistreerd. Hetzelfde geldt voor de cijfers in deze fi guur voor TI-Nederland. 3

25 Vrijwel elk jaar wisselen in deze regio tussen de 9 en 1. TI- van TI-bedrijf In de regio wisselt elk jaar een aantal TI- van TI-bedrijf. Vanaf gaat het om 9 tot 1. wisselaars per jaar. Gemiddeld stapt in deze regio elk jaar tussen de 6 en 8 procent van de TI- over van het ene TI-bedrijf naar een ander TI-bedrijf. De bedrijfsmobiliteit ligt in deze regio daarmee op een iets lager niveau als landelijk in de TI. Landelijk varieert het aantal bedrijfswisselaars in de TI in deze periode van 6 tot bijna 1 procent. Daarnaast elk jaar tussen de.1 en 3.8 in- en uitstromers in deze regio Het aantal dat in de periode -1 de TI verlaat varieert in de regio van 1 procent in 1 tot 14 procent in (zie fi guur 19). Dit betekent dat de jaarlijkse uitstroom uit de TI-branche in deze regio varieert tussen 1.3 en.. De jaarlijks instroom in de TI in de regio varieert in deze periode van 7 procent in 1 tot 18 procent in. Dit betekent dat de jaarlijkse instroom in de TI-branche in deze regio in de periode -1 varieert van 9 tot.5. De omvang van de branchemobiliteit varieert in de afgelopen 1 jaar dus aanzienlijk. De branchemobiliteit is het kleinst in 1. In dit jaar gaat het bij de instromers en de uitstromers tezamen om.1. De branchemobiliteit is het grootst in 1 met circa 3.8. De branchemobiliteit in de regio loopt over de jaren heen gezien parallel aan die in de landelijke TI. Dit komt omdat conjuncturele verschillen tussen de jaren zich niet alleen in deze regio doen voelen, maar ook elders in Nederland. Deze conjuncturele verschillen tussen jaren zijn tevens de oorzaak dat de instroom meer fl uctueert dan de uitstroom. De jaarlijkse instroom is namelijk de optelsom van de vervangingsvraag én van de uitbreidingsvraag. En juist de uitbreidingsvraag is sterk afhankelijk van de conjunctuur en kan daardoor aanzienlijk verschillen tussen de jaren. Bij recessie neemt mobiliteit af In de periode 1-5 en opnieuw in de periode 8-1 neemt de omvang van de mobiliteit af. Het aantal blijvers neemt toe van 73 procent in 1 naar 81 procent in 5 en van 76 procent in 8 naar 84 procent in 1. Landelijk zien we vrijwel hetzelfde gebeuren. Dit komt omdat in jaren met een minder gunstige conjunctuur de mobiliteit van af neemt, hetgeen resulteert in een afnemende vervangingsvraag. In jaren met een minder gunstige conjunctuur zijn er tevens minder groeimogelijkheden voor de bedrijven, waardoor in dergelijke jaren ook de uitbreidingsvraag geringer is. De mobiliteit van in jaren met een gunstige conjunctuur is dus groter dan in jaren met een ongunstige conjunctuur. Echter ook in jaren met een ongunstige conjunctuur is 4-33 procent van de TI in de regio mobiel. De bedrijfsmobiliteit is dan circa 8 procent, terwijl de branchemobiliteit 16 tot 5 procent bedraagt. Bij recessie extra uitstroom van 55-plussers Het aandeel van de 55-plussers in het personeelsbestand van de TI is zowel in deze regio als landelijk in de periode -1 verdubbeld van 6 naar 1 procent. De uitstroom van 55-plussers is meestal niet precies naar rato van hun aandeel in de TI-werkgelegenheid en hierbij is sprake van een duidelijk patroon. In jaren van groei stromen er naar verhouding relatief weinig 55-plussers uit, terwijl in jaren van krimp naar verhouding relatief veel 55-plussers de TI verlaten (zie ook fi guur ). Dit komt omdat TI-werkgevers bij een groeiende economie zonder meer al problemen hebben om de uitbreidingsvraag op Figuur Aandeel dat 55-plussers uitmaken van respectievelijk het totale bestand in de TI en de uitstroom uit de TI, periode -1* TI Nederland ,8 7, , , ,9 14,1 1,6 1, , ,3 6 7,3 8, 7 7 1,9 8 13, ,7 1,5 1,9 11, , % 55-plussers van de uitstroom uit de TI % 55-plussers van het hele bestand in de TI % 55-plussers van de uitstroom uit de TI % 55-plussers van het hele bestand in de TI Bron: Mn Services, bewerking ITS * De ze cijfers hebben uitsluitend betrekking op bij Mn Services geregistreerde TI-. Op dit punt beschikt het CBS namelijk alleen over cijfers voor de jaren -8. 4

26 Figuur 1 Branchestandvastigheid van de TI-instromers uit 4 (% 4-instromers dat na 1,, 3, 4, 5 jaar nog in TI werkzaam is) 8 8 TI Nederland na 1 jaar na jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar 1 na 1 jaar na jaar na 3 jaar na 4 jaar na 5 jaar totale instroom jonge instromers schoolverlaters jonge zij-instromers totale instroom jonge instromers schoolverlaters jonge zij-instromers Bron: Mn Services en CBS, bewerking ITS een goede manier in te vullen. In een dergelijke situatie is er voor werkgevers geen, of in ieder geval veel minder dan bij een recessie, aanleiding om de uitstroom van ouderen te stimuleren. Elk jaar ook veel jongeren onder de uitstroom Figuur laat weliswaar zien dat de 55-plussers een stijgend aandeel van de jaarlijkse uitstroom uitmaken, maar ook dat zij nog steeds een beperkt aandeel van de totale jaarlijkse uitstroom uitmaken. Eerder hebben we het profi el geschetst van de werknemer in de TI: het gaat in de TI hoofdzakelijk om fulltime werkende autochtone mannen. Dit profi el is eveneens van toepassing op de instromers en de uitstromers. Wél zijn er zoals verwacht mag worden duidelijke verschillen in leeftijd. Van de instromers in de TI in is elk jaar tussen de 31 en 48 procent jonger dan 5 jaar en minder dan 4 procent is 55-plusser (met uitzondering van 4: 9%). Van de uitstromers in deze regio is elk jaar tussen de en 33 procent jonger dan 5 jaar, terwijl het aandeel 55-plussers in de uitstroom varieert van 8 procent in de periode tot 16 procent in 1 (zie fi guur ). Voor de TI-landelijk gelden overigens vrijwel dezelfde cijfers. De uitstroom uit de TI bestaat dus zeker niet uitsluitend uit oudere die aan het eind van hun beroepsloopbaan zijn aangekomen. In de periode -1 is een kwart tot een derde van de jaarlijkse uitstromers jonger dan 5 jaar. Dit geldt voor de regio en het gaat ook landelijk op in de TI. Dit is een belangrijk punt aangezien we eerder hebben laten zien dat er sprake is van een proces van ontgroening in de TI. Beperkte standvastigheid jonge instromers: bijna een derde deel stroomt binnen één jaar weer uit Van de jaarlijkse instroom in de TI in de regio verlaat bijna een kwart de branche weer binnen één jaar. Na vijf jaar is iets minder dan een derde nog in de TI werkzaam. De branchestandvastigheid van jonge instromers (jonger dan 5 jaar) en van schoolverlaters ligt iets onder het gemiddelde van alle instromers. Bijna een derde van de jonge instromers en van de schoolverlaters instroom is binnen één jaar weer weg. Zowel instroom als uitstroom is divers van samenstelling In stromen in de periode -1 elk jaar tussen de 9 en de.5 nieuwkomers de TIbranche in. De term nieuwkomers is niet in alle gevallen terecht omdat het soms ook om her-instromers gaat. Eerder zie het regio-rapport van 1 bleek immers dat 5-3 procent van de uitstromers op een later moment terug keert naar de TI en dat het merendeel deze stap terug naar de TI binnen één jaar zet. De jaarlijkse uitstroom uit de TI varieert in de periode -1 in deze regio van 1.3 tot ongeveer.. Figuur brengt in beeld waar deze instromers vandaan komen en waar de uitstromers heen gaan. Bij deze instromers is sprake van een aanzienlijke variatie naar herkomst en bij de uitstromers van een aanzienlijke variatie naar bestemming. Dit geldt niet alleen voor deze regio, maar ook voor de andere regio s. Schoolverlaters vormen elk jaar maar een beperkt deel van de instroom Zowel voor de regio als voor de TIlandelijk gaat op dat schoolverlaters elk jaar maar een beperkt deel uitmaken van de totale instroom. Voor vrijwel alle jaren in de periode -1 gaat op dat de schoolverlaters procent van de totale instroom uitmaken. Landelijk maken de schoolverlaters in deze periode vrijwel elk jaar procent van de instroom uit. Lang niet alle vacatures worden geschikt geacht voor schoolverlaters Blijkbaar wordt maar een beperkt deel van de vacatures in de TI geschikt geacht voor schoolverlaters. Dit is eerder ook door het CBS in een enquête onder enkele 5

27 Overzicht Stromen op de arbeidsmarkt van de technische installatiebranche in de jaren -1* TI Nederland Instroom schoolverlaters 11-18% technische installatiebranche Uitstroom Instroom schoolverlaters 14-17% technische installatiebranche Uitstroom zzp-ers % uitkeringssituatie 4-1% TI-bedrijf zzp-ers 4-7% uitkeringssituatie 6-17% zzp-ers 1-% uitkeringssituatie 4-8% TI-bedrijf zzp-ers 4-7% uitkeringssituatie 6-14% (andere branches) 41-6% 6-8% (andere branches) 36-5% (andere branches) 45-57% 6-1% (andere branches) 44-57% uitzendbranche** 13-5% uitzendbranche 15-% Uitzendbranche** 1-19% uitzendbranche 11-15% geen inkomstenbron 4-8% overig 1-% TI-bedrijf geen inkomstenbron 6-9% overig 9-11% geen inkomstenbron 6-8% overig 3-4% TI-bedrijf geen inkomstenbron 7-1% overig 9-1% pensioen 4-8% pensioen 4-7% Bron: Mn Services en CBS; bewerking ITS * De percentages in deze fi guur geven telkens aan tussen welke grenzen de stromen in deze jaren fl uctueren. ** Het gaat hier niet om uitzendkrachten, maar om personen die overstappen van uitzendwerk naar een vaste of tijdelijke baan bij een TI-bedrijf en vice versa. duizenden bedrijven vastgesteld. Uit die enquête blijkt namelijk dat van de vacatures op middelbaar, hoger en wetenschappelijk niveau minder dan 1 procent geschikt gevonden wordt voor mensen die net van school komen (CBS, 7). En de functies in de TI zijn meestal van een middelbaar beroepsniveau (zie ook fi guur 6). Dat de TI-bedrijven bij vacatures meestal een voorkeur hebben voor mét ervaring boven schoolverlaters wordt bevestigd in een enquête die we in 9 onder TI-bedrijven hebben uitgevoerd. Alleen bij vacatures in de functies van leerlingmonteur richten TI-bedrijven zich op schoolverlaters. Voor de andere technische functies hebben zij bij vacatures vaak (tekenaar of engineers) of zelfs meestal (monteurs, werkvoorbereiders, projectleiders) een voorkeur voor personen met relevante werkervaring (zie fi guur 3). Schoolverlaters kunnen dus niet zo gemakkelijk instromen in de TI. In de enquête onder TI-bedrijven van december 1 en van augustus 11 zijn we hier verder op ingegaan. Daarbij hebben we onder andere gekeken op welke manier TI-bedrijven aan hun zelfstandige monteurs komen. Er zijn twee mogelijkheden. TI-bedrijven kunnen leerlingmonteurs aantrekken en die vervolgens zelf opleiden tot zelfstandig monteur (opleidingsstrategie), of ze kunnen op de arbeidmarkt vakbekwame monteurs aantrekken (wervingsstrategie). Figuur 3 Voorkeur voor schoolverlaters of voor met ervaring monteur elektro monteur installatie eerste monteur elektro 3 eerste monteur installatie tekenaar 3 engineer/ontwikkelaar werkvoorbereider/planner calculator projectleider 1 TI Nederland Bron: Enquête onder TI-bedrijven in Ruim een derde (36%) van de TI-bedrijven in de regio volgt (vrijwel) uitsluitend de opleidingsstrategie. De zelfstandig monteurs in deze bedrijven zijn (vrijwel) allemaal als leerlingmonteur aangetrokken en vervolgens opgeleid tot zelfstandig monteur. Een even groot deel van de TI-bedrijven in deze regio (36%) hanteert vooral of uitsluitend een wervingsstrategie. Zij hebben bijna geen of hooguit een minderheid van hun zelfstandig monteurs in eigen huis opgeleid. Zij hebben alle of het merendeel van hun zelfstandig monteurs kant en klaar vanaf de arbeidsmarkt aangetrokken. Landelijk gaat voor 46 procent van de TI-bedrijven op dat zij alle of het merendeel van hun zelfstandig monteurs kant en klaar van de arbeidsmarkt hebben aangetrokken (zie fi guur 4) % % 4% 6% 8% 1% voorkeur voor schoolverlater voorkeur voor werknemer met ervaring geen voorkeur

28 Figuur 4 Arbeidsmarktstrategieën van TI-bedrijven 6 6 TI Nederland % TI-bedrijven dat alleen of vooral leerlingmonteurs aantrekt en die vervolgens zelf opleidt tot zelfstandig monteur beide manieren in ongeveer gelijke mate % TI-bedrijven dat hun zelfstandig monteurs vooral of uitsluitend van de arbeidsmarkt aantrekt weet niet % TI-bedrijven dat alleen of vooral leerlingmonteurs aantrekt en die vervolgens zelf opleidt tot zelfstandig monteur beide manieren in ongeveer gelijke mate % TI-bedrijven dat hun zelfstandig monteurs vooral of uitsluitend van de arbeidsmarkt aantrekt weet niet Bron: Enquête onder TI-bedrijven in 11 Van de 9-instromers heeft bijna 1 op de 5 onlangs diploma behaald We hebben een aanvullende analyse gemaakt van de 9-instroom. Deze analyse is alleen gemaakt voor de totale TI, dus niet per regio. In totaal zijn in personen de TI ingestroomd. Bijna tweederde deel, personen, is gaan werken in een (leerling)monteur functie. Onder deze zitten 1.67 recent-gediplomeerden. Gediplomeerden die in TI als (leerling)monteur gaan werken hebben lang niet altijd een TI-opleiding Eerder zagen we al dat lang niet alle TI-opgeleiden vervolgens aan de slag gaan in de TI-branche. Vandaar dat we de opleiding in kaart gebracht hebben van de gediplomeerden die in 9 in de TI zijn gaan werken in de functie van (leerling)monteur. Van de 1.67 pas gediplomeerden die in 9 instromen in een baan als (leerling)monteur in de TI is de helft in het bezit van een TI-diploma en de andere helft dus niet. Er is op dit punt overigens nog wel wat verschil tussen vmbogediplomeerden en mbo-gediplomeerden, maar steeds gaat op dat een substantieel deel als (leerling-)monteur in de TI aan de slag gaat zonder over een TI-diploma te beschikken (zie fi guur 5). Figuur 5 Opleiding van de gediplomeerden die in 9 instromen in de TI in de functie van (leerling)monteur instroom in TI als (leerling)monteur aantal gediplomeerden % vmbo mbo TI % niet-ti 488** 3% BBL TI 111 7% niet-ti 8** 5% BOL TI % niet-ti 18** 7% EXTRANEUS* TI 7 % niet-ti 46** 3% havo/vwo 44 3% hbo TI 16 1% niet-ti 11 1% Bron: CBS en Mn Services; bewerking ITS * Extraneus, dat wil zeggen personen die niet aan de opleiding maar wel aan het examen deelnemen. ** Zie ook fi guur 6 Instromers zonder TI-diploma hebben meestal wel verwante technische opleiding gevolgd Van de vmbo ers die zonder TI-opleiding zijn ingestroomd heeft eenderde een sectorbrede techniekopleiding gedaan en nog eens zo n procent heeft een opleiding in een andere technische richting. Van de mbo ers die zonder TI-opleiding zijn ingestroomd heeft bijna twee derde een opleiding in een andere technische richting gevolgd (zie fi guur 6). Blijkbaar hanteren lang niet alle TI-bedrijven als eis dat nieuwkomers in de functies van (leerling)monteur een TI-opleiding gevolgd moeten hebben. In een recent uitgevoerde enquête onder TI-bedrijven is daarom vrij uitgebreid ingegaan op de selectiecriteria die TI-bedrijven hanteren bij het aantrekken van (leerling)monteurs. 7

29 Figuur 6 Opleiding van de niet-ti (v)mbo gediplomeerden, die in 9 ingestroomd zijn in de functie van (leerling)monteur 488 niet-ti vmbo-ers sectorbrede techniekopleiding 31% Bron: CBS en Mn Services; bewerking ITS 36 niet-ti mbo-ers techniek metaal 1% 7% techniek bouw 4% 5% techniek AKA 14% techniek overig 3% 19% intersectorale opleiding met techniek component 4% theoretische leerweg 5% landbouw 14% economie 4% 8% overig 4% 8% 1% = 488 1% = 36 Figuur 8 Mate waarin een TI-gerichte opleiding een criterium is bij de selectie van leerlingmonteurs (%) leerlingmonteur elektro TI-gerichte opleiding is harde eis Figuur 9 Eisen aan het opleidingsniveau bij het aantrekken van voor de functie van leerlingmonteur (%) leerlingmonteur installatie TI-gerichte opleiding is pré, maar niet noodzakelijk TI-gerichte opleiding is niet nodig Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december Bij rekrutering van leerlingmonteurs is motivatie belangrijker dan opleiding Spontaan noemen de meeste TI bedrijven en dat geldt ook voor de TI-bedrijven in de regio motivatie/ambitie het belangrijkste criterium bij de rekrutering van leerlingmonteurs. Dat geldt voor 44 procent van de installatiebedrijven en 41 procent van de elektrobedrijven (zie fi guur 7) geen eisen vmbo mbo-1 mbo- mbo-3 mbo-4 mbo niet anders gespecificeerd leerling monteur elektro leerling monteur installatie Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 1 3 Figuur 7 Belangrijkste eis bij rekrutering van leerlingmonteurs (%) motivatie/ambitie interesse, inzicht in vak presentatie/omgangsvormen TI-opleiding praktische vaardigheiden zelfstandigheid afkomst/milieu geen specifieke eisen andere eis leerlingmonteur elektro Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 1 leerlingmonteur installatie Weinig bedrijven merken opleiding spontaan als belangrijkste criterium aan. Dat wil niet zeggen dat een TI gerichte opleiding geen rol speelt. Het is vaak wel een pre, maar meestal geen harde eis. Voor leerlingmonteurs installatietechniek is een TI-gerichte opleiding in 8 procent van de TI-bedrijven een harde eis. Voor de leerlingen elektrotechniek is dit met 43 procent wat vaker het geval, maar ook hier gaat dus op dat dit bij de meerderheid van de TI-bedrijven geen harde eis is (zie fi guur 8). De helft van de TI bedrijven zegt verder geen eisen te stellen aan het opleidingsniveau van de leerlingen. De overige TI-bedrijven vinden meestal een vmbo-opleiding voldoende. Ook hier is nog weer een verschil tussen elektrobedrijven en installatiebedrijven (zie fi guur 9). 8

30 TI-bedrijven selecteren zelfstandig monteurs bij voorkeur op basis van functioneren in de praktijk De opleiding is belangrijker bij de rekrutering van zelfstandig monteurs, maar ze is ook hier vaak niet doorslaggevend. Spontaan noemen de meeste bedrijven - een vijfde tot een kwart - ervaring en vakbekwaamheid de belangrijkste selectie criteria (zie fi guur 3). Bij 55 procent van Figuur 3 Belangrijkste eis bij de rekrutering van zelfstandig monteurs (%) Bron: Enquête onder TI-bedrijven, december 1 Figuur 31 Mate waarin een TI-gerichte opleiding een criterium is bij de selectie van zelfstandig monteurs (%) Bron: Enquête onder TI-bedrijven; december 1 Figuur 3 Eisen aan het opleidingsniveau bij het aantrekken van personen voor de functie van zelfstandig monteur (%) geen eisen vmbo 34 ervaring vakbekwaamheid motivatie/ambitie TI-opleiding presentatie/omvangsvormen passen in bedrijfsteam arbeidsverleden cv/referenties afkomst/milieu 14 overig 7 11 zelfstandig monteurs elektro Bron: Enquête onder TI-bedrijven; december 1 16 zelfstandig monteurs elektro mbo 1 of mbo 3 mbo 4 mbo niet vmbo of gespecificeerd mbo zelfstandig monteurs installatie zelfstandig monteurs installatie TI-gerichte opleiding is harde eis TI-gerichte opleiding is pré, maar niet noodzakelijk TI-gerichte opleiding is niet nodig zelfstandig monteurs elektro zelfstandig monteurs installatie overig de elektrobedrijven en 4 procent van de installatiebedrijven is een TI gerichte opleiding wel een harde eis (zie fi guur 31). Bij 45 procent respectievelijk 6 procent is het dat dus niet. Qua niveau wordt meestal een mbo-opleiding gevraagd, vaak mbo-3 of mbo-4 (zie fi guur 3). Eerder kwam naar voren dat een groot deel van de schoolverlaters met een TI-opleiding niet doorstroomt naar aansluitende functies in TI-bedrijven, maar in functies buiten de TI aan het werk gaat. Hier komt naar voren dat TI-bedrijven op functies die vrij komen niet alleen schoolverlaters met een TI-opleiding laten instromen, maar vaak ook schoolverlaters met een opleiding buiten de TI. Een specifi eke op de TI-gerichte opleiding is in veel TI-bedrijven geen hard vereiste om als (leerling)monteur te worden aangenomen. Algemene kwalifi caties als motivatie en ambitie zijn belangrijker criteria, zeker bij leerlingmonteurs, terwijl bij monteurs vooral op werkervaring en (bewezen) vakbekwaamheid wordt gelet. Kennelijk zijn er vaak geen directe één-op-één relaties tussen opleidingen en functies in de TI en is er dus ruimte voor fl exibiliteit in de overgang van onderwijs naar arbeid in de TI. Die speelruimte is er aan de kant van de aanbieders: TI opgeleide schoolverlaters kunnen ook in niet-ti bedrijven aan het werk. Ze bestaat ook aan de kant van de vragers: TIbedrijven nemen op vacatures van (leerling)monteurs ook niet-ti opgeleide schoolverlaters aan. Instroom en uitstroom betreft elk jaar vooral mobiliteit van werkenden Bij de dynamiek op de TI-arbeidsmarkt zie fi guur gaat het echter maar voor een klein deel om overgangen van school naar werk. Veel vaker gaat het om bewegingen die getypeerd kunnen worden als van-werk-naar-werk mobiliteit. Werkenden zorgen in de periode tot 1 elk jaar voor circa 7 procent van de mobiliteit op de TIarbeidsmarkt. Het gaat hierbij vooral om die vanuit een andere branche overstappen naar de TI-branche, en omgekeerd. In mindere mate gaat het om die het werken via een uitzendbureau verruilen voor een tijdelijke of vaste aanstelling bij een TI-bedrijf, of omgekeerd. Een derde vorm van deze van-werk-naarwerk mobiliteit bestaat uit ondernemers die hun positie van zzp er (zelfstandige zonder personeel) inruilen voor een baan in loondienst in de TI, of wat meer voorkomt (zie fi guur ) omgekeerd uit TI- die hun baan inruilen voor een positie als zzp er. Overigens blijven zij daarna vaak als zzp er in de bouw(installatie) werkzaam. En ook voor de zzp ers die overstappen naar een positie in de TI gaat op dat zij daarvoor vaak als zelfstandige in de bouwinstallatie werkzaam waren. Veel intersectorale mobiliteit De helft van alle bewegingen op de TI-arbeidsmarkt heeft betrekking op die vanuit een andere branche overstappen naar de TI of, omgekeerd, de TI-branche verlaten voor een baan in een andere branche. De mobiliteit van betreft in de helft van de gevallen dus intersectorale mobiliteit. 9

31 Vooral intersectorale mobiliteit tussen verwante branches Deze uitwisseling van vindt vooral plaats met bepaalde andere branches, namelijk de metaal, de bouw, de groot- en detailhandel, het transport en de informatie & ontwerp branche. Circa tweederde deel van de uitstromende die overstappen naar de TI is uit deze branches afkomstig. En, omgekeerd, geldt dat van de uit de TI circa tweederde deel overstapt naar één van deze branches. Eerder kwam al naar voren dat de TI-bedrijven zeker niet uitsluitend TI-opgeleiden aantrekken voor de functies van leerlingmonteur. Ook schoolverlaters met andere opleidingen komen in aanmerking voor deze functies. Vaak gaat het bij die andere opleidingen dan wel om andere technische opleidingen zoals opleidingen voor metaal en bouw (zie fi guur 6). In feite komen niet alleen schoolverlaters met opleidingen voor verwante technische branches in aanmerking voor functies in de TI, maar dat geldt blijkbaar ook voor uit deze verwante technische branches. Per saldo meer instromers uit dan uitstromers naar deze branches In de periode -1 geldt in de regio voor de meeste jaren dat er minder vanuit de TI naar de hiervoor genoemde branches vertrekken dan er, omgekeerd, vanuit deze branches overstappen naar de TI. Per saldo trekt de TI in deze periode meer uit de branches naar zich toe dan zij eraan verliest. Ook landelijk gaat op dat de TI meer uit deze branches naar zich toetrekt dan zij eraan verliest. Eerder - zie het rapport uit 1 - hebben we aangegeven dat in de TI vaker dan in de eerder genoemde branches van mening zijn dat hun werk meestal of altijd veel variatie biedt, respectievelijk dat zij veel autonomie hebben bij de uitvoering van hun werk. Wat betreft inhoud van het werk en wat betreft regelmogelijkheden kan de TI blijkbaar goed concurreren met andere branches en dit zal ongetwijfeld een deel van de verklaring zijn dat er per saldo meer uit andere branches overstappen naar de TI dan er, omgekeerd, uit de TI overstappen naar andere branches. 3

32 De arbeidsmarkt in 9-11 Recessie tempert groeiverwachtingen De jaren 6 en 7 zijn gekenmerkt door een gunstige conjunctuur, ook voor de technische installatiebranche. In 8 kwamen er echter steeds meer signalen dat het economisch tij veranderde. Met name in de tweede helft van 8 werd het nieuws sterk gedomineerd door de kredietcrisis. De discussie of er wel of geen recessie zat aan te komen veranderde in een discussie over hoe ernstig de recessie zou zijn. Figuur 33 Verwachtingen van TI-werkgevers over de ontwikkeling van hun personeelsbestand, periode 8-11 (in %) verwachtingen voor e helft gemeten in juni 8 verwachtingen voor e helft verwachtingen voor e helft gemeten in juni 9 meer personeel in loondienst minder personeel in loondienst gemeten in juni 8 verwachtingen voor e helft 9 4 verwachtingen voor e helft gemeten in juni 1 8 verwachtingen voor e helft ongeveer evenveel weet dit (nog) niet gemeten in augustus 11 verwachtingen voor e helft gemeten in juni 9 TI Nederland verwachtingen voor e helft 1 gemeten in juni 1 gemeten in augustus 11 Via een telefonische enquête onder TI-werkgevers meten we regelmatig of zij voor het komende (half) jaar groei of krimp van het personeelsbestand verwachten. In juni 8 was er nog een zeer positieve stemming onder de TI-bedrijven. Veel bedrijven verwachtten op dat moment dat zij in de tweede helft van 8 meer personeel in loondienst zouden hebben dan zij op dat moment hadden. Vermindering van personeel werd vrijwel door geen enkel bedrijf verwacht. Dit gold ook voor de TI-bedrijven in (zie fi guur 33). In juni 8 waren de TI-werkgevers overigens eveneens optimistisch over de groeimogelijkheden in 9. Er waren op dat moment nauwelijks TI-bedrijven die rekening hielden met personele krimp in 9. Ook in de enquêtes van 9, 1 en 11 is gevraagd naar de verwachtingen van de TI-bedrijven voor de tweede helft van het desbetreffende jaar. Figuur 33 laat zien dat het aantal TI-bedrijven dat personele groei verwacht in deze jaren steeds fors lager is dan in 8, maar het aantal TI-bedrijven in Nederland dat personele groei verwacht is nog wel steeds groter dan het aantal dat personele krimp verwacht. De TI-bedrijven in de regio Noord Nederland wijken op dit punt enigszins af. In deze regio verwachtte medio 1 iets meer TI-bedrijven krimp dan groei in de tweede helft van 1. In werkelijkheid vanaf 9 bij meer TI-bedrijven krimp dan groei van het personeelsbestand, In werkelijkheid is er vanaf 9 bij meer TI-bedrijven in deze regio sprake van een afname dan van een toename van het aantal (zie fi guur 34). De afname van het aantal is in de regio naar verhouding groter dan gemiddeld in de TI in Nederland en duurt ook langer. In deze regio is namelijk ook in de eerste helft van 11 nog sprake van een daling van het aantal TI-, terwijl in de TI-landelijk in de eerste helft van 11 sprake is van een toename van het aantal TI- (zie fi guur 35). meer personeel in loondienst minder personeel in loondienst ongeveer evenveel weet dit (nog) niet Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren Figuur 34 Feitelijke ontwikkeling van het personeelsbestand in TI-bedrijven, periode 8-11 (in %) TI-Nederland ontwikkelingen in periode juni 8 - juni ontwikkelingen in periode juni 9 - juni ontwikkelingen in periode augustus 1 - augustus ontwikkelingen in periode juni 8 - juni 9 ontwikkelingen in periode juni 9 - juni ontwikkelingen in periode augustus 1 - augustus gemeten in juni 9 gemeten in juni 1 gemeten in augustus 11 gemeten in juni 9 gemeten in juni 1 gemeten in augustus 11 personeel in loondienst is toegenomen personeel in loondienst is afgenomen personeel in loondienst is niet veranderd personeel in loondienst is toegenomen personeel in loondienst is afgenomen personeel in loondienst is niet veranderd Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren 31

33 Figuur 35 Ontwikkeling van het aantal TI- in de periode -11 (=1) Nederland Totaal medio medio aantal aantal Bron: Mn Services, bewerking ITS Recessie heeft eerst en vooral gevolgen voor de flexibele schil In jaren met een gunstige conjunctuur breiden de TI-bedrijven hun capaciteit voor een belangrijk deel uit door uitzendkrachten en zzp ers (zelfstandige zonder personeel) in te huren en door in tijdelijke dienst te nemen. Bedrijven vormen op deze manier een fl exibele schil van arbeidskrachten rond hun vaste kern van medewerkers, dat wil zeggen de die zij voor onbepaalde tijd in dienst hebben genomen. Een belangrijk argument voor bedrijven om met een dergelijke fl exibele schil te werken is dat ze zo in economisch mindere tijden hun personele capaciteit soepel kunnen aanpassen aan de nieuwe economische realiteit. Figuur 36 bevestigt dat de TI-bedrijven in eerste instantie vooral op de recessie reageren door minder uitzendkrachten en zzp ers in te zetten. Tegelijk laat deze fi guur zien dat de recessie ook al vrij snel gevolgen had voor de met een tijdelijk contract. Al in 9 is 1 procent van de TI-bedrijven in Nederland ertoe over gegaan tijdelijke contracten niet te verlengen. Dat geldt overigens iets minder sterk voor de regio (17%). Voor vaste kern heeft recessie aanvankelijk beperkte gevolgen Voor de vaste kern van het personeelsbestand, dus voor de met een contract voor onbepaalde tijd de vaste aanstellingen heeft de recessie aanvankelijk niet veel gevolgen. Weliswaar worden al in 9 in een aanzienlijk deel van de TI-bedrijven de mogelijkheden Figuur 36 Maatregelen van TI-bedrijven om, vanwege de recessie, de personele capaciteit te reduceren (% TI-bedrijven dat maatregel genomen heeft) minder beroep op zzp'ers 4 41 minder uitzendkrachten inlenen minder overwerk door het personeel of meer tijdelijke contracten niet verlengd of meer met vaste aanstelling ontslagen minder stagiair(e)s opgenomen 7 16 contracturen flexibeler gaan inzetten minder beroep op buitenlandse 1 7 minder BPV-plaatsen ingevuld BBL'ers ontslagen 5 8 aantal contracturen verminderd 1 BBL'ers over laten stappen naar BOL-leerweg

34 TI-Nederland minder beroep op zzp'ers minder uitzendkrachten inlenen minder overwerk door het personeel 1 of meer tijdelijke contracten niet verlengd of meer met vaste aanstelling ontslagen minder stagiair(e)s opgenomen contracturen flexibeler gaan inzetten minder beroep op buitenlandse minder BPV-plaatsen ingevuld BBL'ers ontslagen aantal contracturen verminderd 4 BBL'ers over laten stappen naar BOL-leerweg Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren voor overwerken verminderd, maar ontslag van vaste medewerkers komt dan nog maar in beperkte mate voor, namelijk bij 1 op de TI-bedrijven in Nederland én in de regio. In 1 vaker ontslag van vast personeel Figuur 36 laat echter tevens zien dat de recessie in 1 en in 11 in toenemende mate ook gevolgen krijgt voor het vaste personeel. Het aantal TI-bedrijven dat met een vast contract ontslaat is landelijk gezien in 1 en in 11 duidelijk groter dan in 9. In de regio wordt de maatregel vooral in 1 toegepast en bijna niet meer in 11. In 1 en 11 gaan verder steeds meer TI-bedrijven in de regio ertoe over om de contracturen van de Figuur 37 Gemiddelde werkvoorraad van TI-bedrijven in weken fl exibeler in te zetten. Een ander signaal dat de situatie in de TI in deze regio niet echt rooskleurig is vormt (de ontwikkeling van) de werkvoorraad. De gemiddelde werkvoorraad van de TI-bedrijven in deze regio is weliswaar in de periode 9-11 niet meer afgenomen dan gemiddeld in de TI in Nederland het geval is, maar de gemiddelde werkvoorraad is in deze regio wel kleiner dan landelijk in de TI (zie fi guur 37). Na forse daling in eerste helft van 9 treedt stabilisatie van het aantal moeilijk vervulbare vacatures op Het aantal TI-bedrijven in Nederland met moeilijk vervulbare vacatures is in de periode 6-8 gestegen van 31 procent naar 63 procent. In de eerste helft van 9 neemt het aantal TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures echter zeer snel af, namelijk van ruim 6 naar 1 procent. Vanaf medio 9 tot medio 11 schommelt het percentage TI-bedrijven met mvv s steeds rond de procent. In de regio stijgt het aantal TIbedrijven met mvv s van 6 procent in 6 naar 41 procent in 8. Vervolgens daalt het naar 13 procent in juni 9 en zelfs naar 4 procent in juni 1. Daarna stijgt het percentage bedrijven met mvv s naar 17 procent in december 1 en verder naar 6 procent in augustus 11. Daarmee is het aantal TI-bedrijven met mvv s in deze regio voor het eerst in jaren hoger dan gemiddeld in de TI in Nederland (zie fi guur 38). oktober 9 juni 1 augustus 11 TI Nederland Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren 33

35 Figuur 38 Percentage TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de periode medio 5 medio medio 7 59 medio 8 63 nov juni okt. 9 feb. 1 TI Nederland Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren * Het aantal in november 8 geïnterviewde bedrijven is te klein om een uitsplitsing naar regio te maken. In eerste helft 9 afname van mvv s in alle functies, dus ook in de technische staffuncties De afname van het aantal moeilijk vervulbare vacatures in de eerste helft van 9 heeft zich landelijk in de TI vooral voorgedaan bij de monteur functies en in duidelijk mindere mate bij de technische staffuncties. In de regio heeft de afname van het aantal mvv s in deze periode echter evenzeer betrekking op de technische staffuncties als op de monteur functies (zie fi guur 39). In 11 echter weer toename van mvv s in alle functies Landelijk gaat in de TI op dat de situatie in 1 en 11 wat betreft het aantal en de aard van de moeilijk vervulbare vacatures niet veel afwijkt van de situatie in 9. Het aantal TI-bedrijven met mvv s ligt in 1 en 11 op eenzelfde niveau als in 9 en ook de aard van de mvv s is in 11 niet veel anders dan in 9 (zie fi guur 38 en 39). In de regio ligt dit duidelijk anders. Het aantal TI-bedrijven met mvv s neemt in deze regio in de tweede helft van 1 en de eerste helft van 11 fl ink 4 16 juni dec. 1 aug. 11 toe ten opzichte van 9 (zie fi guur 38). Deze toename van het aantal mvv s doet zich zowel voor in de monteur functies als in de technische staffuncties (zie fi guur 39). Ook de cijfers van het UWV (Uitvoeringsorganisatie Werknemers Verzekeringen) laten zien dat de ontwikkelingen op de TI-arbeidsmarkt in de regio voor een deel afwijken van de ontwikkelingen op de TI-arbeidsmarkt voor heel Nederland (zie fi guur 4). We schetsen eerst kort de ontwikkelingen op de TI-arbeidsmarkt voor Nederland als geheel. In de periode vanaf 7 tot oktober 8 daalt, landelijk gezien, het aantal bij het UWV ingeschreven werkzoekende monteurs, terwijl het aantal geregistreerde vacatures voor monteurs in deze periode vooral stabiel is. Vanaf oktober 8 stijgt echter het aantal werkzoekende monteurs elke maand, namelijk van minder dan 6. in oktober 8 naar bijna 1. in december 9. Het aantal geregistreerde vacatures daalt van circa 3. in oktober 8 naar amper. in december 9. In fi guur 4 is tevens het aantal werkzoekende monteurs weergegeven dat hooguit 6 maanden bij het UWV staat ingeschreven. In de periode oktober 8 december 9 stijgt dit aantal van circa 1.7 naar ruim 4.6. Bij werkzoekenden, die korter dan 6 maanden staan ingeschreven, wordt er vanuit gegaan dat zij een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben en dus direct bemiddelbaar zijn naar werk. Bij personen die langer dan een half jaar werkloos zijn, zijn vaak aanvullende maatregelen in de vorm van training en/of loonsuppletie nodig om hen weer aan het werk te krijgen. Figuur 4 laat zien dat er tot januari 9 meer vacatures voor monteurs bij het UWV geregistreerd stonden dan werkzoekende monteurs die korter dan een half jaar bij het UWV ingeschreven staan. In een dergelijke situatie spreekt het UWV van een zeer krappe arbeidsmarktsituatie voor monteurs. Vanaf januari 9 neemt het aantal werkzoekende monteurs die hooguit 6 maanden bij het UWV staan ingeschreven snel toe, terwijl het aantal geregistreerde vacatures voor monteurs verder afneemt. Fi- Figuur 39 Percentage TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de genoemde functies 6 6 TI Nederland medio 8 9 augustus 11 moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van leerlingmonteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van eerste monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in staffunctie (calculator, engineer, tekenaar, werkvoorbereider) moeilijk vervulbare vacature(s) in leidinggevende functie(s medio 8 9* augustus 11 moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van leerlingmonteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in functie van eerste monteur moeilijk vervulbare vacature(s) in staffunctie (calculator, engineer, tekenaar, werkvoorbereider) moeilijk vervulbare vacature(s) in leidinggevende functie s Bron: Enquête onder TI-bedrijven, diverse jaren * In 9 is zowel in juni als in oktober een enqête onder TI-bedrijven gehouden. 34

36 Figuur 4 Bij UWV* geregistreerde vraag naar en aanbod van monteurs (lager en middelbaar), periode 7-11 (aantallen) I II III IV I 7 8 Kwartaal II III IV I 9 II III IV I 1 II III IV I 11 totaal werkzoekende monteurs (lager en middelbaar) totaal vacatures monteurs (lager en middelbaar) aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (< 6 maanden ingeschreven) aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (6 maanden of langer) II III 1. TI-Nederland I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I Kwartaal totaal werkzoekende monteurs lager en middelbaar aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (< 6 maanden ingeschreven) totaal vacatures monteur lager en middelbaar aantal werkzoekende monteurs lager en middelbaar (6 maanden of langer) II III Bron: Werk.nl; bewerking ITS * Het is bekend dat niet alle werkzoekende zich laten inschrijven bij UWV en ook gaat op dat niet alle vacatures worden aangemeld. De cijfers in fi guur 4 vormen dus een onderschatting van de werkelijke aantallen. De cijfers geven echter, zeker voor de werkzoekenden en de vacatures op lager en middelbaar niveau, wel een betrouwbaar beeld van de tendensen die zich op de TI-arbeidsmarkt voordoen. 35

37 guur 4 brengt dus de ontspanning op de arbeidsmarkt voor monteurs in beeld. In december 9 staan er bij het UWV tegenover elke vacature voor monteur ruim werkzoekende monteurs die hooguit 6 maanden staan ingeschreven. In termen van het UWV is de arbeidsmarkt voor monteurs in 9 van zeer krap veranderd in een gemiddelde/ruime arbeidsmarkt. In de jaren 7 en 8 is er in de regio duidelijk meer evenwicht tussen het aantal geregistreerde vacatures voor monteur en het aantal ingeschreven direct plaatsbare werkzoekende monteurs, dan landelijk in de TI. Dit verklaart ongetwijfeld mede dat er in deze jaren in deze regio minder TI-bedrijven melding maken van mvv s dan landelijk in de TI het geval is (zie fi guur 38). In 9 lopen de ontwikkelingen op de TI-arbeidsmarkt in de regio redelijk parallel aan de ontwikkelingen op de landelijke TI-arbeidsmarkt. In deze periode gaat zowel in deze regio als landelijk op dat het aantal ingeschreven direct plaatsbare werkzoekende monteurs het aantal geregistreerde vacatures voor monteurs steeds verder overstijgt. Wel is dit in deze regio in veel sterkere mate het geval dan landelijk in de TI. Eind 9 staan, landelijk gezien, ruim direct plaatsbare werkzoekende monteurs tegenover elke geregistreerde vacature voor monteur. In de regio staan dan echter ruim 4 direct plaatsbare werkzoekende monteurs tegenover elke geregistreerde vacature in deze functie. Dit verklaart ongetwijfeld mede dat het aantal TI-bedrijven met mvv s in 9 in deze regio nog sterker afneemt dan in de rest van Nederland (zie fi guur 38). In 1 neemt het aantal geregistreerde vacatures weer toe, terwijl het aantal werkzoekende monteurs afneemt. De arbeidsmarkt voor monteurs wordt in de loop van 1 weer krapper. Problemen in personeelsvoorziening wel verminderd, maar niet verdwenen De gepresenteerde gegevens maken duidelijk dat in de afgelopen jaren als gevolg van de economische crisis de problemen in de personeelsvoorziening in de technische installatiebranche zijn verminderd. Tegelijk komt naar voren dat zeker niet alle problemen zijn opgelost. Een deel van de TI-bedrijven in Nederland geeft aan dat zij ook nu in 11 (nog steeds) problemen met de personeelsvoorziening hebben. In deze regio geven de TI-bedrijven zelfs aan dat de problemen in de personeelsvoorziening bij de monteurs medio 11 groter zijn dan een jaar geleden. Medio 11 melden duidelijk meer bedrijven dan in 9 dat zij te maken hebben met moeilijk vervulbare vacatures in de monteur functies. Ondanks dat er inmiddels meer aanbod van dan vraag naar monteurs is Dit is een opmerkelijk gegeven tegen de achtergrond van de veranderingen die zich inmiddels op de arbeidsmarkt van de TI-monteurs hebben voorgedaan. De UWV-cijfers zie fi guur 4 laten namelijk zien dat er in 7 en 8 bijna evenveel (deze regio) of zelfs meer (landelijk) vraag naar monteurs was dan er direct bemiddelbaar aanbod beschikbaar was. In het laatste kwartaal van 8 en het eerste kwartaal van 9 verandert dit echter ingrijpend. Vanaf begin 9 staat er bij UWV meer direct bemiddelbaar aanbod van monteurs geregistreerd dan vraag naar monteurs vanuit de technische installatiebranche. Dat is ook medio 11 nog steeds het geval, al is het verschil tussen vraag en aanbod van monteurs dan inmiddels wel kleiner dan eind 9/begin 1. Ook de gegevens uit de enquêtes, die we met regelmaat onder TI-bedrijven houden, laten zien dat er monteurs beschikbaar komen. Zo meldt zowel in 1 als in 11 circa een kwart van de TI-bedrijven in deze regio dat zij tijdelijke contracten niet hebben verlengd en in 1 meldt bovendien ruim 1 op de 1 bedrijven dat zij met een vaste aanstelling hebben ontslagen (zie ook fi - guur 36). En toch neemt het aantal TI-bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures in de monteur functies in 11 niet verder af, maar juist toe (zie fi guur 39). Blijkbaar kunnen de ontslagen TI-monteurs niet of maar gedeeltelijk in andere TI-bedrijven aan de slag, ondanks dat daar vacatures al langere tijd openstaan. Dat dit inderdaad het geval is laat de registratie van Mn Services zien. In 1 is het aantal met een vaste of tijdelijke aanstelling bij de TI-bedrijven volgens deze registratie met ruim 3. verminderd (zie fi guur 35). Ten dele voor de hand liggende verklaringen Dat er op landelijk niveau sprake is van meer aanbod van dan vraag naar monteurs wil nog niet automatisch zeggen dat er geen (moeilijk vervulbare) vacatures meer kunnen (blijven) bestaan. Hierbij kan bijvoorbeeld een rol spelen dat de werkgelegenheid in de installatietechniek eerder en meer is afgenomen dan in de elektrotechniek en in de koeltechniek. Bovendien is er ook binnen deze vakgebieden nog weer sprake van diverse disciplines en niveaus bij de monteur functies en dat betekent dat niet iedere werkzoekende monteur zal passen bij of ingepast kan worden bij de bestaande vacature(s) van een TI-bedrijf. Bovendien zijn werkzoekende monteurs maar ook de TIbedrijven meestal op zoek in de eigen regio. Landelijk gezien kan er weliswaar sprake zijn van werkzoekende monteurs die precies passen bij door TI-bedrijven benoemde vacatures, maar dan kan de afstand tussen vraag en aanbod nog een (te) groot probleem vormen. Bovendien is er landelijk gezien weliswaar sprake van ontspanning op de arbeidsmarkt voor monteurs, maar in sommige regio s is deze ontspanning groter dan in andere. Overigens kunnen deze zaken ook op regionaal niveau een rol spelen. Ook op regionaal niveau kan de afstand tussen vraag en aanbod (te) grote problemen vormen. 36

38 Figuur 41 Percentage TI-bedrijven dat de genoemde maatregelen toepast om problemen in de personeelsvoorziening op te lossen of te verminderen (er is steeds gepercenteerd op alle TI-bedrijven) TI-Nederland (meer) tijd en geld steken in werving 1 8 (meer) tijd en geld steken in werving 9 41 (meer) mensen inlenen 1 7 (meer) mensen inlenen 1 3 (meer) zzp'ers inhuren (meer) zzp'ers inhuren 9 (meer) overwerken/overuren 9 19 (meer) overwerken/overuren 3 19 (meer) zelf gaan opleiden 7 6 (meer) zelf gaan opleiden 6 1 (meer) stagiair(e)s inzetten 3 17 (meer) stagiair(e)s inzetten 1 (meer) leerlingen inzetten 4 1 (meer) leerlingen inzetten 3 1 (meer) werk uitbesteden 1 (meer) werk uitbesteden 3 11 minder hoge eisen stellen bij vacatures 1 minder hoge eisen stellen bij vacatures 4 (meer) buitenlanders aantrekken 1 (meer) buitenlanders aantrekken 3 hoge salarissen/mensen wegkopen hoge salarissen/mensen wegkopen Bron: Enquête onder TI-bedrijven, 8 en 11 Maar ook signalen dat mogelijk meer aan de hand is In de TI-arbeidsmarkt rapportage van 9 hebben we aangegeven dat de gespannen arbeidsmarkt in de periode 6-8 veel TI-werkgevers weinig andere keus liet dan hun personeelstekort hanteerbaar te maken door (steeds) meer capaciteit in te lenen of in te huren. TI-werkgevers hanteren zie ook fi guur 7 en 3 voor het vaste personeel namelijk bepaalde selectie-eisen ten aanzien van vakbekwaamheid en motivatie, en daarmee ten aanzien van de inzetbaarheid en productiviteit. In de enquêtes, die we regelmatig onder TI-bedrijven houden, kwam en komt steeds naar voren dat zij niet of nauwelijks bereid zijn op deze eisen in te leveren (zie fi guur 41). Problemen in de personeelsvoorziening blijken dan vooral aangepakt te worden door personen in tijdelijke dienst te nemen, door meer uitzendkrachten in te lenen en door meer zzp ers in te huren. Het inzetten van uitzendkrachten en zzp ers brengt extra kosten met zich mee, maar in een periode van hoogconjunctuur kan dit ook aangezien bedrijven dan minder op prijs hoeven te concurreren en dus met betere marges kunnen werken. Perioden van recessie worden door bedrijven gebruikt om het personeelsbestand op te schonen. Zoveel mogelijk wordt afscheid genomen van de relatief duurdere (vaak oudere, zie ook fi guur ), relatief minder productieve en minder goed inzetbare. Er is in de recessie namelijk niet alleen minder werk, maar tevens staan de prijzen onder druk, hetgeen betekent dat er minder marge voor de bedrijven is. De recessie leidt er dus toe dat het aantal werkzoekende monteurs fors toeneemt, maar ook dat het daarbij om gemiddeld minder productieve gaat. Het aanbod van monteurs neemt dus toe door de recessie, maar tegelijkertijd gaat op dat dit aanbod minder goed past bij, respectievelijk in te passen is in de vacatures van de TI-bedrijven. Het gaat namelijk om vacatures die de bedrijven willen oplossen door er mensen voor in dienst te nemen, dus om vacatures waarbij de bedrijven geen concessies willen doen aan de functie-eisen. Daar zijn bedrijven nauwelijks toe bereid in een situatie van hoogconjunctuur en al helemaal niet in een situatie van laagconjunctuur. In de laatste situatie moeten door de druk op de prijzen hoge eisen gesteld worden aan de productiviteit van de. Deel van de TI-bedrijven zoekt oplossing (ook) in versterking marktpositie Voor een deel van de TI-bedrijven vormt de recessie aanleiding om (meer) in te zetten op maatregelen om hun marktpositie te versterken door nieuwe markten aan te boren. Bij de TI-bedrijven in de regio komen dergelijke maatregelen minder vaak voor dan gemiddeld bij alle TI-bedrijven in Nederland (zie fi guur 4). Figuur 4 Percentage TI-bedrijven dat genoemde maatregelen neemt om de marktpositie te versterken (meer) gaan richten op andere activiteiten/werkzaamheden binnen de TI (meer) scholing/kwalificering van het personeel (meer) onderhoud i.p.v. nieuwbouw (meer ) ontwikkeling van nieuwe producten/diensten Bron: Enquête onder TI-bedrijven, TI Nederland Afname gebruik scholingsregeling OSR Het percentage bedrijven dat met een bedrijfsopleidingsplan (Bop) werkt stijgt in de regio van 8 procent in 7 naar 13 procent in 1 en daalt vervolgens naar 1 procent in 11. Landelijk liggen deze 37

39 Figuur 43 Percentage TI-bedr ijven dat genoemde maatregelen toepast (Er is steeds gepercenteerd op alle TI-bedrijven) zorgen voor goede sfeer betere secundaire arbeidsvoorwaarden (bijv. ruimere vakanatieregeling, hypotheekverz., ziektekostenverz., etc.) meer salaris (meer) mogelijkheden voor bijscholing (meer) mogelijkheden voor vakopleiding medewerkers (meer) bij gang van zaken betrekken (meer) rekening houden met voorkeuren wat betreft werktijden (meer) rekening houden met voorkeur wat betreft werkzaamheden betere werkuitrusting (bedrijfskleding, gereedschap) medewerkers (meer) bij planning werkzaamheden betrekken medewerkers op gevarieerde/uitdagende projecten inzetten medewerkers (sneller) naar hogere functies laten doorstromen (meer) mogelijkheden voor deeltijdwerk TI Nederland zorgen voor goede sfeer betere secundaire arbeidsvoorwaarden (bijv. ruimere vakanatieregeling, hypotheekverz., ziektekostenverz., etc.) meer salaris (meer) mogelijkheden voor bijscholing (meer) mogelijkheden voor vakopleiding medewerkers (meer) bij gang van zaken betrekken (meer) rekening houden met voorkeuren wat betreft werktijden (meer) rekening houden met voorkeur wat betreft werkzaamheden betere werkuitrusting (bedrijfskleding, gereedschap) medewerkers (meer) bij planning werkzaamheden betrekken medewerkers op gevarieerde/uitdagende projecten inzetten medewerkers (sneller) naar hogere functies laten doorstromen (meer) mogelijkheden voor deeltijdwerk Bron: Enquête onder TI-bedrijven, 8 en 11 percentages op respectievelijk 9 procent, 13 procent en 1 procent. Vooral grote bedrijven werken met Bop s (8% in 11). Middelgrote bedrijven met 5-1 doen dit al minder (46%) en kleinere nauwelijks (5%). Dit geldt overigens niet alleen voor. Het is een landelijk beeld. In zijn er, in vergelijking met het landelijk beeld, iets meer middelgrote en grote bedrijven die werken met Bop s. Het percentage dat in een bedrijf met een Bop werkt stijgt in van 41 procent in 7 naar 53 in 8 en 58 procent in 1. In 11 is dit percentage iets gedaald naar 57 procent Het bereik van de collectieve OSR onder blijft daarmee in deze regio nog wel iets achter bij het landelijk niveau, waar deze percentages respectievelijk 47 procent, 54 procent, 61 procent en 65 procent bedragen. Het feitelijk gebruik van de OSR, afgemeten aan de aantallen waarvoor daadwerkelijk scholingsdagen zijn gedeclareerd, is eveneens toegenomen. Het percentage dat op individuele basis dan wel in het kader van een bedrijfsopleidingsplan scholing volgde 38

40 met vergoeding vanuit de OSR steeg in van 17 procent in 6 naar 5 procent in 7 en verder naar 3 procent in 9. Daarmee is het feitelijk gebruik van de OSR in deze regio in deze jaren meer gestegen dan landelijk in de TI. Na 9 zet een daling in, namelijk naar 5 procent in 1. Het feitelijk gebruik van de OSR ligt daarmee in 1 net iets boven het landelijke niveau van 3 procent. In 11 minder aandacht voor bedrijfsbinding, maar nog wel bij meerderheid TI-bedrijven In 8 namen praktisch alle TI-bedrijven maatregelen om de bedrijfsbinding van aan het bedrijf te bevorderen. In 11 is dit nog bij bijna twee derde van de TI-bedrijven, zowel in deze regio als landelijk, het geval. Landelijk gezien gaat voor vrijwel alle maatregelen op dat ze in 11 minder toegepast worden dan in 8. Dat geldt vooral voor bindingsmaatregelen in de sfeer van pri- 39

41 Prognoses voor de periode 1-16 Van de 44 TI-gediplomeerde schoolverlaters van schooljaar 1/11 komen er 1 in schooljaar 11/1 in de TI terecht Hoeveel TI-gediplomeerden stromen jaarlijks door naar de TI-arbeidsmarkt? In overzicht 44 geven we een schatting. In het overzicht maken we onderscheid tussen het aanbod van TI-gediplomeerden en de wervingskracht van de TI-branche, dat wil zeggen de mate waarin de TI er in slaagt deze TI-gediplomeerden naar de eigen branche te halen. Het aanbod is een prognose van het aantal TI-gediplomeerden dat beschikbaar komt voor de hele arbeidsmarkt. Omdat we weten dat niet alle TI-gediplomeerden naar de TI zullen gaan, is bepaald wat de wervingskracht van de TI is. Hierbij zijn we uitgegaan van het aandeel TIgediplomeerden dat in de afgelopen jaren feitelijk in de TI is gaan werken. Hierin treden duidelijke verschillen op naar opleidingsniveau. Van het aanbod van TI vmbo gediplomeerden komt jaarlijks circa 64 procent in de TI-branche terecht. Van het aanbod van TI mbo gediplomeerden komt jaarlijks circa 44 procent in de TI-branche terecht. De wervingskracht bij het aanbod van hbo-gediplomeerden is slechts 8 procent. De desbetreffende hbo-opleidingen leiden echter ook voor een breed beroepenveld op en dus niet alleen voor de TI. Dat geldt zeker voor de regio. De hbo-opleiding AOT (Algemene Operationele Technieken) heeft in deze regio in de afgelopen jaren geen gediplomeerden afgeleverd en juist van deze opleiding stromen vrij veel gediplomeerden door naar de TI. In totaal halen in het schooljaar 1/11 in de regio zo n 44 leerlingen van TI-opleidingen hun diploma. Deze gediplomeerde TI ers komen in het schooljaar 11/1 beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Het merendeel van hen (67%) heeft een hbo-diploma in de elektrotechniek, werktuigbouwkunde of technische bedrijfskunde behaald. Het aantal op de arbeidmarkt instromende TI-gediplomeerden zal naar verwachting dalen tot een aantal van 45 in 16. Dit is een afname van 3 procent. Landelijk zien we in deze periode een afname van 18 procent. De TI-branche in deze regio weet in 11/1 naar verwachting circa 1 TI-gediplomeerden te werven die in 1/11 hun diploma hebben gehaald. Naar verwachting daalt dit aantal in 15/16 naar 65, een daling van 35 procent (landelijk -39%). In 1 heeft de regio dus een wervingskracht van gediplomeerden van iets minder dan 5 procent, want van de 44 beschikbare gediplomeerden zal de regio 1 gediplomeerden naar de TI weten te trekken. Met name van de hbo-gediplomeerden gaat in de regio een groot deel naar andere sectoren. Bij het hbo ligt dat ook voor de hand, aangezien de opleidingen waar het hier om gaat zich ook uitdrukkelijk op een breder beroepenveld richten dan alleen de TI. De TI (v)mbo gediplomeerden zijn daarentegen wèl specifi ek opgeleid voor de TI-branche. Hier ligt het dus wèl voor de hand dat deze gediplomeerden ook daadwerkelijk in de TI terecht komen. Ook van deze gediplomeerden komt echter een fors deel niet (direct) in de TI-branche terecht. Overzicht 44 Aantal gediplomeerden dat uit TI-onderwijs doorstroomt naar de arbeidsmarkt (schatting 11 t/m 16) regio vmbo aanbod vmbo (uitstroom naar BBL)* vmbo (geen vervolgonderwijs) vmbo wervingskracht (=64%) vmbo (uitstroom naar BBL) vmbo (geen vervolgonderwijs) mbo aanbod niveau niveau mbo wervingskracht (=44%) niveau niveau hbo aanbod hbo-ti** hbo wervingskracht (=8%) hbo-ti** * In deze schatting worden de vmbo-gediplomeerden die doorstromen naar een BBL-opleiding in het mbo meegenomen. Zij worden door werkgevers veelal gezien als (potentiële) en worden hier dus beschouwd als doorstroom naar de arbeidsmarkt. ** Tot hbo TI-opleidingen behoren de opleidingen AOT, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en technische bedrijfskunde. 4

42 Overzicht 45 Uitgangspunten bij de prognose economische groei (bbp volgens CPB)* -1,4 1,5 1,5 1,5 1,5 ontwikkeling werkgelegenheid in de TI (EIB) -1, 1,5 1,5 1,5 1,5 werkgelegenheidsmutatie metaalbranche,9,6,6,6,6 werkgelegenheidsmutatie bouw -1,8,6,6,6,6 werkgelegenheidsmutatie groothandel 1,4 1,1 1,1 1,1 1,1 * Als uitgangspunt is de crisisvariant van het CPB gehanteerd. Deze variant veronderstelt een lagere groei dan de basisvariant van het CPB. Dit sluit beter aan bij de ontwikkelingen die we eind november 11 in de economie in zijn geheel en de TI in het bijzonder zien dan de basisvariant Bron: CPB (11), CBS Statline, bewerking ITS Tijdelijk afnemende vraag naar personeel Medio 11 verwacht 16 procent van de TI-bedrijven in deze regio te zullen groeien en 9 procent houdt er rekening mee dat het bedrijf zal inkrimpen in 11. Een jaar eerder waren de verwachtingen nog wat minder positief; op dat moment verwachtte 11 procent van de bedrijven nog te zullen groeien en 1 procent verwachtte een krimp. Ondanks de slechtere economische situatie zijn er dus nog wel steeds bedrijven die verwachten personeel te zullen werven om uitgestroomde te vervangen (vervangingsvraag) en om te kunnen groeien (uitbreidingsvraag). Ook bedrijven die niet groeien of zelfs krimpen kunnen personeel nodig hebben omdat er personeel uitstroomt vanwege pensionering of baanverandering. De vervangingsvraag samen met de uitbreidingsvraag (of krimp) wordt de wervingsbehoefte genoemd. De wervingsbehoefte van bedrijven is groter dan de wervingsbehoefte op branche-niveau. Immers, een deel van de wervingsbehoefte ontstaat door doorstroom binnen de TI-branche, dus door die van TI-bedrijf wisselen. Op basis van de vervangingsvraag en de uitbreidingsvraag is een prognose gemaakt van de wervingsbehoefte van de TI-bedrijven in regio voor de periode Hierbij is rekening gehouden met verschillen in uitstroom tussen 57-plussers en Overzicht 46 Prognose totale wervingsbehoefte (afgerond), respectievelijk de behoefte aan schoolverlaters en zij-instromers, alsmede de schatting van de wervingskracht van gediplomeerde schoolverlaters voor de TI-arbeidsmarkt (afgerond) in de periode a. groei of krimp TI-branche uitstroom uit TI-branche wervingsbehoefte TI-branche waarvan: zij-instromers schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant 1 overig b. wervingskracht schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant overig c. tekort (-) of overschot (+) aan schoolverlaters waarvan: TI TI-verwant overig

43 jonger dan 57 jaar. De prognoses zijn mede gebaseerd op de ramingen van het EIB voor de groei van het benodigde arbeidsvolume van bij bouw- en installatiebedrijven in de periode 1-16 (EIB, 11) én op de voorspellingen (crisisvariant) van het CPB van de conjunctuur in deze periode (CPB, 11). De groeiverwachting van het EIB is opgesteld in januari 11 en bijgesteld in november 11. De groei in 11 blijkt namelijk iets gunstiger uit te vallen dan men in januari 11 verwachtte. De verwachtingen voor 1 daarentegen zijn inmiddels minder rooskleurig. Er is uitgegaan van een krimp van 1 procent in 1. Voor de jaren verwacht het EIB dat de werkgelegenheid van weer zal gaan stijgen met 1,5 procent per jaar. Bij het opstellen van het model bleek verder dat de ontwikkelingen van de werkgelegenheid in de metaal, de bouw en de groothandel van invloed zijn op de vervangingsvraag in de TI. Dit kan worden gezien als indicator voor de concurrentie tussen branches in het aantrekken van personeel. Overzicht 45 geeft de uitgangspunten die in de prognose zijn gehanteerd voor alle variabelen in het model die invloed hebben op de ontwikkeling van de vraag naar personeel in de TI. TI heeft instromers uit TI, TI-verwante en overige opleidingen Dit jaar konden we voor het eerst op persoonsniveau nagaan voor instromende schoolverlaters wat het niveau en de richting van de opleiding was. Uit deze analyses bleek dat een niet onaanzienlijk deel van de TI-gediplomeerden niet in de TI gaat werken, maar ook dat heel wat gediplomeerden van andere opleidingen wèl in de TI komen werken. Voor de prognose wordt met beide rekening gehouden. De toekomstige wervingsbehoefte wordt onderverdeeld naar drie groepen: gediplomeerden uit TI-opleidingen: vmbo/mbo: elektro-, of installatietechniek, instalektro, koudetechniek hbo: AOT, werktuigbouw, elektrotechniek, technische bedrijfskunde; gediplomeerden uit TI-verwante opleidingen (metaal, bouw, sectorbrede techniekopleidingen); gediplomeerden uit overige opleidingen. Om te kunnen bepalen of er in de toekomst voldoende schoolverlaters beschikbaar zijn voor de TI, is het toekomstige aanbod van gediplomeerden van TI-opleidingen en van TI-verwante opleidingen in beeld gebracht. Als dit onvoldoende is om in de wervingsbehoefte te voorzien, zal de TI extra moeite moeten doen om een groter deel van deze gediplomeerden er toe te brengen in de TI te komen werken (wervingskracht vergroten) en/of meer gediplomeerden uit andere (overige) opleidingen moeten aantrekken. Een deel van de TI-instroom komt ook nu al van andere dan TI of TI-verwante opleidingen. Dat ligt ook voor de hand. In de TI is immers niet alleen sprake van technische functies zoals monteur en engineer, maar ook van algemene functies zoals receptioniste en secretaresse. De werkgelegenheid in de TI bestaat voor ongeveer procent uit medewerkers in deze algemene functies. Van de instromende schoolverlaters heeft echter een substantieel deel (4%) geen TI- of TI-verwante opleiding. Ook voor de technische functies in de TI gaat dus op dat er ten dele schoolverlaters voor worden aangetrokken die geen TI- of TI-verwante opleiding hebben. Dit hebben we eerder ook al laten zien (zie fi guur 5 en 6). Van alle schoolverlaters die de TI jaarlijks aantrekt heeft dus 4 procent geen TI-opleiding of TI-verwante opleiding. Als het aanbod vanuit de TI en TI-verwante opleidingen samen voldoende is om ten minste zestig procent van de wervingsbehoefte te voldoen, zal het de TI normaliter lukken om alle vacatures (ook van overige opleidingen) te vullen. De totale wervingsbehoefte van de TI-bedrijven in Noord Nederland in 1 wordt geraamd op 1.3 personen (zie overzicht 46). In 1 is de wervingsbehoefte minder dan in latere jaren omdat de werkgelegenheid in de branche in 1 daalt. In de volgende jaren stijgt de wervingsbehoefte geleidelijk naar 1.66 in 16. Om na te kunnen gaan of er voldoende schoolverlaters zijn om opengevallen of openstaande plaatsen te bezetten, is bekeken hoeveel gediplomeerden beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt en hoeveel de TI daarvan weet te werven. Jaarlijks hebben de TI-bedrijven in zo n 6 tot 7 TI-opgeleide schoolverlaters nodig. In 1 is dat door de (tijdelijk) slechtere economische situatie min- Figuur 47 Aansluiting tussen behoefte en beschikbaarheid vmbo-, mbo- en hbo-schoolverlaters (raming 1 en 16) 1, 16, vmbo mbo hbo vmbo mbo hbo wervingsbehoefte wervingskracht wervingsbehoefte wervingskracht 4

44 der, namelijk zo n 45. In overzicht 46 is ook het aanbod van schoolverlaters dat de TI zal weten te werven (wervingskracht) weergegeven. Doordat het aantal schoolverlaters met een TI-diploma afneemt, zullen er steeds minder TI-gediplomeerden instromen in de TI-banen. Het overschot aan TI-gediplomeerden neemt daarom af van zo n 55 in 1 naar in 16. Ook bij gediplomeerden van TI-verwante en overige opleidingen is er sprake van een overschot. Deze overschotten nemen ook af, maar leiden tot en met 16 niet tot tekorten. De prognose is dus dat de TI voor alle drie categorieën schoolverlaters vanaf 13 met dalende overschotten te maken krijgt. Er is in 16 echter nog geen sprake van tekorten. Het totale overschot daalt in deze regio naar zo n 35 personen. Als we naar het opleidingsniveau kijken, zien we echter wel problemen ontstaan doordat het aanbod van gediplomeerden naar opleidingsniveau niet goed aansluit bij de wervingsbehoefte van de TI. We zullen dit nader belichten. Komende jaren ontstaan tekorten aan vmbo ers In fi guur 47 wordt de situatie voor de komende jaren uitgesplitst naar opleidingsniveau. De wervingsbehoefte van 1 schoolverlaters in 1 betreft voornamelijk vmbo ers en mbo ers. Zoals uit de fi guur blijkt zijn er in 1 voldoende TI-gediplomeerden op vmbo- en mbo-niveau. In 16 zullen er echter tekorten zijn ontstaan op vmboniveau. Op mbo-niveau zijn er dan nog geen tekorten, maar de arbeidsmarkt op mbo-niveau zal in 16 wel krap zijn. Op hbo-niveau worden geen tekorten verwacht, althans niet van schoolverlaters. Hierbij speelt echter ook een rol dat de meeste TI-bedrijven niet op zoek zijn naar hbo-schoolverlaters maar naar hbo ers met werkervaring. Het is duidelijk dat de TI in deze regio bij ongewijzigd beleid op termijn meer problemen zal gaan krijgen om voldoende schoolverlaters aan te trekken, vooral op vmbo-niveau. Eén oplossingsrichting is dat de TI de werkvingskracht met betrekking tot de schoolverlaters van TI-opleidingen/ TI-verwante opleidingen vergroot. Deze wervingskracht kan echter niet tot 1 procent opgevoerd worden, aangezien ook andere bedrijven en branches op zoek zijn naar de schoolverlaters van deze opleidingen. Vandaar dat het van groot belang is dat de TI, waar mogelijk in samenwerking met andere branches, de instroom van deze opleidingen bevordert. Een andere oplossingsrichting is dat de TI zich (nog) meer gaat richten op schoolverlaters van andere, overige opleidingen. Dit zal dan wel vaak gepaard moeten gaan met aanvullende kwalificering van deze nieuwkomers. 43

45 Literatuur A-Advies (11). Wat vrouwen willen. Wat vrouwen boeit en bindt aan de technische installatiebranche. ABN Amro (9). Installing the future. Over roze brillen, eeuwige kansen en echte innovaties. Beek, N. van der & H. Roodenburg (7). Beroepen in de technische installatiebranche. Woerden: Markt- Monitor. Blauw Research (6). Uitstroom uit de Technische Installatiebranche. Onderzoek onder werkgevers in en oud- van de TI-bedrijven. Blauw Research. Breugel, G. van, D. Fouarge, A. de Grip, B. Kriechel & J. van Thor (11). Arbeidsmarktmonitor Metalektro. Editie 11. Maastricht ROA. CBS (7). Moeilijk vervulbare vacatures verdrievoudigd. Webmagazine juli 7. CPB (11). Juniraming 11. Economische vooruitzichten 11 en 1. Den Haag: CPB. CPB (11). Macro Economische Verkenning 1. Den Haag: CPB. Cuelenaere, B. & V. Veldhuis (11). Herintreding werkloze 55-plussers. Den Haag: RWI. Dingemans, K. (9). Permanent competent. Vier profi elen van de medewerker in. Hilversum: Hiteq. Ecorys (9). Uitzendkrachten in beweging. De samenstelling van de uitzendpopulatie in goede en slechte tijden. Rotterdam: Ecorys. EIB (1). Crisis en herstel in de bouwsector. Amsterdam: EIB. EIB (11). Trends en ontwikkelingen in de afbouwbranche. Amsterdam: EIB. EIB (11). Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid, 11. Amsterdam: EIB. EIM. Kennissite MKB en Ondernemerschap november 11. Gier, E. de, S. Grevel, F. Miedema & G. Vrieze (8). Onder druk wordt alles vloeibaar. Onderzoek naar activering van de granieten kern in de bijstand op de stedelijke arbeidsmarkt. Den Haag: Nicis institute. Graaf, D., A. Heyma & C. van Klaveren (7). De arbeidsmarkt van hoger opgeleide bèta s. Amsterdam: SEO. Grip, A. de (8). Technici gezocht. Maastricht: ROA. Haas, J. & R. Beilsma (8). Leerlingpaden 8. Installatie- en elektrotechniek onderwijs binnen RBPI Zuid-Holland. Lutten: H&L. Hoevenagel, R., N. de Vries & F. Pleijster (7). Stroom gegarandeerd. Arbeidsproblematiek rond de vervanging van de Nederlandse stroomnetten. Zoetermeer: EIM. Hooijkaas, W., M. Sprengers, A. Zwinkels (9). Innovaties in de Technische Installatiebranche update 9. Woerden: MarktMonitor. OCW (6). Referentieramingen. Den Haag: Ministerie van OCW. OOM (1). OOM Managementsamenvatting Monitor 9. Hazerswoude-dorp: OOM. Ooy, W. van (8). Rendementen ROI 7. Verzameling en analyse van gegevens uit het ROI leerlingvolgsysteem. Woerden: MarktMonitor. Pleijster, F., R. Braaksma, P. van Hoorik, A. Pikaart, A. Zwinkels & A. Muizer (1). Radar-. Verkenning van belangrijke toekomstontwikkelingen voor installatiebedrijven. Zoetermeer: Uneto-Vni. ROA (11). HBO-monitor 1. De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. Maastricht: ROA. ROA (8). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 7. Maastricht: Universiteit Maastricht. ROA (9). De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 14. Maastricht: ROA. RWI (11). Arbeidsmarktanalyse 11. Den Haag: RWI. RWI (11). G(oud)! Kansen creëren voor werkloze ouderen. Den Haag: RWI Sandijk, M. van, M. Sprengers & A. Zwinkels (11). Innovaties over de sectorgrenzen 1-. Woerden: MarktMonitor. Schmeets, H. & H. Bierings (7). Het mobiliseren van vrijwillig inactieven. Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 7. Voorburg: CBS. 44

46 SER (11). Werk maken van baan-baanmobiliteit. Den Haag: SER. Swaters, M. & H. A. Tissing (1). Wat werkt. Good practices voor werving en behoud van technisch personeel. Amersfoort: Bureau Bartels BV. TechniekTalent. Nu (11). Techknow. Alles over jongeren van nu. Woerden: TechniekTalent.Nu. Tillaart, H. van den & J. Warmerdam (11). Zelfstandigen zonder personeel in de technische installatiebranche. Nijmegen: ITS. Tillaart, H. van den, J. Warmerdam, S. Elfering, C. van Rens, H. Vermeulen en W. de Wit (11). Van opleiding naar werk in de Technische installatiebranche. Instroom, werving, opleiding en doorstroming van nieuwe in de TI. Nijmegen: ITS. Tillaart, H. van den, S. Elfering, H. Vermeulen, C. van Rens, J. Warmerdam, W. de Wit, J. Doesborgh & N. van Kessel (1). Trends en ontwikkelingen in de Technische Installatiebranche 1. Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode Nijmegen: ITS. UWV (9). UWVWERKbedrijf. Arbeidsmarktprognose 9-1. Met een doorkijk naar 14. Amsterdam: CWI. UWV Werkbedrijf & Colo (11). Arbeidsmarktschets Techniek. Vraag en aanbod in Technische beroepen. Amsterdam: UWV Werkbedrijf Wagenaar, S., T. Mos & F. Heere (7). Arbeidsmarktinformatie 7. Amsterdam: Kenteq/Dijk 1. Young Works (8). Communicatie advies OTIB. Advies over jongerencommunicatie m.b.t. installatietechniek. 45

47 Bijlage Vmbo Tabel 1 Overzicht van vo-scholen die opleidingen TI, sectorbreed en intersectoraal techniek aanbieden per LPI 1/11 elektrotechniek installatietechniek instalektro sectorbreed intersectoraal LPI Scholen techniek Groningen R.S.G. de Borgen x Fivelcollege x - Gomarus College x CSG/De Hamrik x CSG/Vinkenborgh x x openbare SGM Winkler Prins x - - x x Dollard College x - - x - H N Werkmancollege x - Zernike College x - dr Aletta Jacobs College x x ROC Groningen x - Noorderpoortcollege - - x - - Friesland SGM Gaasterland x - Dockingacollege x - x x - Burg Harmsma SGM x x Comenius Christelijke SGM x - Openbare SGM Singelland x x Scholengem v Beroepsond Heerenveen x Reg SGM Simon Vestdyk x Christelijke SGM A.M. van Schurman x x Stellingwerf College x - - x x Reg SGM Magister Alvinus x x Linde College x - x x x Zuyderzee College x x Openbare SGM Piter Jelles - - x - x Christelijke SGM Liudger - - x - x Bogerman Scholengemeenschap x x - x x Bornego College x - Marne College x x Drenthe R.S.G. de Borgen x Carmelcollege Emmen x Christelijke SGM Vincent van Gogh x x Roelof van Echten College x x SGM de Nieuwe Veste x - - x x Hondsrug College x x Greijdanus College x - RSG Wolfsbos x - - x - Openbare SGM Esdal College x x x x x Openbare SGM Dr Nassau College - - x x - RSG Stad en Esch - - x x - 46

48 Tabel Vmbo: aantal leerlingen TI, sectorbreed en intersectoraal techniek naar leerweg, leerjaar en LPI 6/7 1/11 schooljaar 6/7 7/8 8/9 9/1 1/11 LPI leerjaar 3e 4e 3 e 4e 3e 4e 3e 4e 3e 4e Groningen TI sectorbreed intersectoraal techniek Friesland TI sectorbreed intersectoraal techniek Drenthe TI sectorbreed intrasectoraal techniek Tabel 3 Vmbo: aantal gediplomeerden TI naar leerweg en LPI 5/6-9/1 LPI leerweg 5/6 6/7 7/8 8/9 9/1 Groningen TI sectorbreed intersectoraal techniek 9 6 Friesland TI sectorbreed intersectoraal techniek Drenthe TI sectorbreed intersectoraal techniek

49 Mbo Tabel 4 Mbo: aantal leerlingen TI naar vakgebied en onderwijsinstelling in RBPI 6/7-1/11 Onderwijsinstelling vakgebied 6/7 7/8 8/9 9/1 1/11 BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL ROC Alfa College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Drenthe College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Friese Poort elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Friesland College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC elektrotechniek Noorderpoortcollege installatietechniek koude techniek totaal Tabel 5 Mbo: aantal gediplomeerden TI naar vakgebied en onderwijsinstelling 5/6 9/1 Onderwijsinstelling vakgebied 5/6 6/7 7/8 8/9 9/1 BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL BBL BOL ROC Alfa College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Drenthe College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC Friese Poort elektrotechniek installatietechniek koude techniek 1 5 totaal ROC Friesland College elektrotechniek installatietechniek koude techniek totaal ROC elektrotechniek Noorderpoortcollege installatietechniek koude techniek totaal

50 Tabel 6 Mbo: aantal gediplomeerden TI naar opleidingsfunctie 5/6-9/1 5/6 6/7 7/8 8/9 9/1 monteur - assistent monteur tekenaar dakdekker 1 servicemonteur monteur - eerste monteur ICT-beheerder technicus project- en afdelingsleiding 1 4 monteur - leidinggevend monteur 1 19 technicus - leidinggevend technicus totaal mbo gediplomeerden Hbo Tabel 7 Hbo: aantal studenten TI naar vakgebied en leervorm en hbo-instelling 6/7-1/11 6/7 7/8 8/9 9/1 1/11 Hbo-instelling vakgebied DT/D* VT** DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT Hanzehoge aot school Groningen elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Noordelijke elektrotechniek Hs. technische bedrijfskunde Leeuwarden werktuigbouwkunde totaal Stenden Hs. elektrotechniek werktuigbouwkunde totaal * DT/D = deeltijd of duaal ** VT = voltijd Tabel 8 Hbo: aantal studenten TI naar lesplaats 1/11 aot elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde Emmen Groningen Leeuwarden totaal 49

51 Tabel 9 Hbo: aantal gediplomeerden TI naar vakgebied, leervorm en hbo-instelling 5/6-9/1 5/6 6/7 7/8 8/9 9/1 Hbo-instelling vakgebied DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT DT/D VT Hanzehoge aot school Groningen elektrotechniek technische bedrijfskunde werktuigbouwkunde totaal Noordelijke elektrotechniek Hs. technische bedrijfskunde Leeuwarden werktuigbouwkunde totaal Stenden Hs. elektrotechniek werktuigbouwkunde totaal

52

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011 Kerngegevens Technische Installatiebranche 211 Carolien van Rens Evelien Sombekke Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam Wouter de Wit Sanne Elfering ITS Nijmegen 211 1 ISBN 978 9 5554

Nadere informatie

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2011 Kerngegevens Technische Installatiebranche 211 Harry van den Tillaart Hedwig Vermeulen John Warmerdam Wouter de Wit Sanne Elfering Carolien van Rens Evelien Sombekke ITS Nijmegen 211 1 ISBN 978 9 5554

Nadere informatie

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2012 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot 2016

Nadere informatie

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2012 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2012 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot 2016

Nadere informatie

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Midden Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering

Nadere informatie

TI-Arbeidsmarkt 2013-2015

TI-Arbeidsmarkt 2013-2015 TI-Arbeidsmarkt 21-215 1. Recessie 2. Maatregelen TI-bedrijven. Gevolgen voor stage- en leerlingplekken 4. Demografische ontwikkelingen 5. Situatie in 215 1. Recessie Ontwikkeling werkvoorraad Ontwikkeling

Nadere informatie

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Gelderland/Overijssel Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de

Nadere informatie

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Zuid Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering

Nadere informatie

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014

Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Kerngegevens Technische Installatiebranche 2014 Noord Nederland Harry van den Tillaart John Warmerdam Hedwig Vermeulen Sanne Elfering Carolien van Rens Wouter de Wit Evelien Sombekke Ellen van de Wetering

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Zeeland/West-Brabant Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Zeeland, West Brabant, die op basis van de resultaten van het

Nadere informatie

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2006

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2006 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN DE TECHNISCHE INSTALLATIEBRANCHE 2006 ii Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2006 Harry van den Tillaart Dana Uerz Joris Kregting John Warmerdam Jan

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Noord-Holland

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Noord-Holland Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Noord-Holland Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Noord-Holland, die op basis van de resultaten van het huidige monitoronderzoek

Nadere informatie

Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2010

Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2010 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2010 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode 2010-2014 Harry van den Tillaart Sanne Elfering Hedwig Vermeulen Carolien

Nadere informatie

FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom

FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom In het Nederlands onderwijsbestel moeten kinderen op jonge leeftijd belangrijke keuzes maken die de rest van hun loopbaan beïnvloedt. De

Nadere informatie

Stromen door het onderwijs

Stromen door het onderwijs Stromen door het onderwijs Vanuit het derde leerjaar van het vo 2003/2004 Erik Fleur DUO/IP Juni 2013 1. Inleiding In schooljaar 2003/2004 zaten bijna 200 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

Arbeidsmarktverkenning koudetechniek

Arbeidsmarktverkenning koudetechniek Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit H. Vermeulen S. Elfering J. Warmerdam L. Rossen P. Aalders Arbeidsmarktverkenning koudetechniek Onderzoek naar de toekomstige opleidingsbehoefte ARBEIDSMARKTVERKENNING

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014

Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014 Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014 i ii Trends en ontwikkelingen in de technische installatiebranche 2014 Bedrijvigheid, arbeidsmarkt en beroepsopleiding in de periode tot

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends Groningen/Friesland/Drenthe 2005

Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends Groningen/Friesland/Drenthe 2005 Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2005 Boukje Detmar Eliane Boorsma Amsterdam, november 2005 501/november 2005 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11 1021 BM AMSTERDAM Tel.: 020-6373623 Fax:

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Rijnmond

Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Rijnmond Arbeidsmarkt Metaalbewerking 2004 Regio Rijnmond Overview Hieronder wordt ingegaan op een aantal arbeidsmarktaspecten in de regio Rijnmond, die op basis van de resultaten van het huidige monitoronderzoek

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Regiorapportage Mobiliteitsbranche Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Dordrecht-Gorinchem-Zwijndrecht

Nadere informatie

Doorstroom van vmbo/havo naar mbo (2010-2013)

Doorstroom van vmbo/havo naar mbo (2010-2013) Doorstroom van vmbo/havo naar mbo (2010-2013) Waar komt de instroom in de Kenteq-kwalificaties vandaan? Komt die uit direct verwante vmbo-opleidingen, of ook uit andere richtingen? Hoe zit dat omgekeerd?

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Regiorapportage Mobiliteitsbranche Groot Amsterdam - Gooi en Vechtstreek Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Groot Amsterdam -

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS

KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS - editie 2007 KWANTITATIEVE REGIOANALYSE TECHNISCH BEROEPSONDERWIJS REGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT - Samenvatting - Een initiatief van index Technocentrum Midden- en West-Brabant index Technocentrum Mozartlaan

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2007 Noord-Holland concept

Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2007 Noord-Holland concept Arbeidsmarkt Metaalbewerking Cijfers en Trends 2007 Noord-Holland concept R. Blommaert MSc Drs J. Freriks Drs I. de Vries Amsterdam, oktober 2007 708/oktober 2006 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Regiorapportage Mobiliteitsbranche Den Haag Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Den Haag ROC Mondriaan 2012 2013 1 1. Kans op werk

Nadere informatie

Onderzoek Alumni Bètatechniek

Onderzoek Alumni Bètatechniek Onderzoek Alumni Bètatechniek 0 meting - Achtergrond Eén van de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt is een tekort aan technisch geschoolden. De Twentse situatie is hierin niet afwijkend. In de analyse

Nadere informatie

Kengetallen mobiliteitsbranche

Kengetallen mobiliteitsbranche Kengetallen mobiliteitsbranche 2004-2015 Juni 2015 Kengetallen mobiliteitsbranche 2004-2015 1 INHOUD 1. Aanleiding 3 2. Conclusie 5 3. Resultaten 10 3.1 Werkgevers 10 3.2 Medewerkers 27 3.3 Branchemobiliteit

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

Meerdere keren zonder werk

Meerdere keren zonder werk Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren

Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren Versie 2 Datum 15 oktober 2018 Status Definitief Onze referentie 1427719 Colofon Directie Projectnaam Contactpersoon Kennis/DUO Mobiliteit leraren Ministerie

Nadere informatie

Joost Meijer, Amsterdam, 2015

Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Deelrapport Kohnstamm Instituut over doorstroom vmbo-mbo t.b.v. NRO-project 405-14-580-002 Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Inleiding De doorstroom van vmbo naar mbo in de groene sector is lager dan de doorstroom

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Ontwikkeling en regionale verdeling van de vmbo-leerlingen elektro-, installatie- en metaaltechniek ( )

Ontwikkeling en regionale verdeling van de vmbo-leerlingen elektro-, installatie- en metaaltechniek ( ) Ontwikkeling en regionale verdeling van de vmbo-leerlingen elektro-, installatie- en metaaltechniek (2005-2013) Dit onderzoeksbericht geeft een eerste beeld van de ontwikkeling van het aantal vmbo-leerlingen

Nadere informatie

Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten

Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten Factsheets Voortijdig Schoolverlaten Februari 2007 Inleiding Deze factsheets behoren bij de brief kenmerk BVE/INI/2007/3891 en presenteren een weergave van de nu bekende feiten en getallen over de groep

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Regiorapportage Mobiliteitsbranche Breda Bergen op Zoom Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Breda Bergen op Zoom ROC West-Brabant

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers

Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers April 2017 Inhoud 1 Het algemene beeld 2 2 Start van de studie: uitvallers 4 3 Start van de studie: wisselaars 5 4 Afsluiting van de studie: studiesucces

Nadere informatie

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013

Nadere informatie

Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo

Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo Waar is de leraar scheikunde? Ontwikkelingen in tekortvakken in het vo 1. Inleiding In de afgelopen jaren is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo) gegroeid van 902.000 leerlingen in 2009

Nadere informatie

Analyse instroom

Analyse instroom Instroomontwikkeling 2016 2017 In 2016 was er een instroomtoename van 5,5% bij de hbo-bachelor- en ad-opleidingen, opgebouwd uit: Een toename van de directe doorstroom vanuit havo, mbo en vwo met 1,0%

Nadere informatie

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam

Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Regiorapportage Mobiliteitsbranche Rotterdam Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs in de motorvoertuigen- en tweewielerbranche in de regio Rotterdam Albeda College / Zadkine 2012 2013 1

Nadere informatie

ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2012 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA

ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2012 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA Research Centre for Education and the Labour Market ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2012 Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2013/2 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

Nadere informatie

Studenten aan lerarenopleidingen

Studenten aan lerarenopleidingen Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor

Nadere informatie