Project Letselbeeld Evenementen Eindverslag
|
|
|
- Annelies Lambrechts
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Project Letselbeeld Evenementen Eindverslag
2 23 december 2013 Dr. J. Krul Drs. L. van Dijk A. van der Meulen Drs. B.T. Sanou Drs. S.D. Schaap Kenniscentrum Evenementenveiligheid Zekeringstraat BM Amsterdam Telefoon: E- mail: [email protected] Internet: In opdracht van GHOR Nederland 1 Het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) Het KCEV levert als onafhankelijk kenniscentrum een bijdrage aan de veiligheid en gezondheids- bescherming bij evenementen. Het KCEV ondersteunt (lokale) overheden, hulpverleningsdiensten en andere professionals met informatie en advies.
3 INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING TOELICHTING OPDRACHT KCEV PROJECTAANPAK THEORETISCH KADER ONDERZOEKSRESULTATEN AANBEVELINGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 ONDERZOEKSFORMULIER REGISTRATIEFORMULIER LHGAP LEDEN PROJECTORGANISATIE GERAADPLEEGDE EXPERTS GERAADPLEEGDE LITERATUUR EN DOCUMENTATIE LIJST MET AFKORTINGEN RESPONDERENDE ESHO S
4 1. Samenvatting 1. Van september 2012 tot november 2013 heeft het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) in samenwerking met Educare Groningen het onderzoeksproject Letselbeeld Evenementen (LBE) uitgevoerd. Doel van het project is om voor verschillende typen evenementen de specifieke zorgvraag in kaart te brengen. Dit kan het mogelijk maken om gerichter te bepalen welk zorgaanbod er per evenement nodig is. In het onderzoeksontwerp is uitgegaan van een onderscheid in zeven evenementcategorieën. Het onderzoek moet uitwijzen welke verschillen in zorgvraag en zorgaanbod er zijn tussen die zeven categorieën. 2. Retrospectief zijn er ongeveer 900 evenementen (van voor 2013, merendeels van 2011/2012) verzameld. Retrospectieve data leverden veel informatie op, maar de registraties zijn vaak onvolledig. Er kunnen geen aannames gedaan worden over bepaalde typen evenementen op basis van de retrospectieve data. Prospectief (2013) zijn registraties van in totaal 209 evenementen aangeleverd. De prospectieve data leveren wel verschillende inhoudelijke resultaten op. In totaal 156 cases werden (volledig) geanalyseerd. Hieruit komt een aantal voorlopige inzichten voort die door middel van langere dataverzameling verder kunnen worden geverifieerd en uitgebreid met meer inzichten Het percentage indoor evenementen was 24 en er waren 67% outdoor. Zestig procent van de evenementen waren gratis toegankelijk en 43% vonden plaats in een besloten ruimte. In 30% van de gevallen werd een GHOR/GGD- advies opgevolgd (en bij 35% was er geen advies). Gemiddeld was het aantal hulpverleners ruim 7 per evenement. (Dat is 1 hulpverlener/632 bezoekers.) In 67% van de evenementen waren professionele zorgverleners aanwezig. 4. Gemiddeld waren er bezoekers op de onderzochte evenementen, waarvan 0,58% de EHBO ter plaatse bezocht. Ongeveer drie op iedere honderd patiënten werd doorverwezen naar de huisarts, vier naar het ziekenhuis en voor één op de honderd patiënten was ambulancezorg nodig. Trauma lijkt de grootste zorgdruk te genereren. 5. Er waren op kleine (< 1500 bezoekers) evenementen significant meer hulpverleners in verhouding tot het aantal bezoekers, dan op grote (> 1500) evenementen. De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen was ook groter dan op grote. Dit wordt
5 veroorzaakt door het aantal gevallen Trauma. Verwijzingen naar de huisarts en ambulanceritten kwamen bij grote evenementen juist relatief vaker voor dan bij kleine. Professionele hulpverleners waren vaker aanwezig bij grote dan bij kleine evenementen. Grote evenementen leverden relatief meer alcohol- en drugsgerelateerde incidenten op. 6. Onder de kleine evenementen waren er verschillen tussen vier categorieën (Muziek, Sport hockey en voetbal, Sport overig en Overige evenementen). In het zorgaanbod valt op dat met name de categorie Muziek relatief weinig hulpverleners op het aantal bezoekers heeft. Deze categorie heeft wel relatief het hoogste aantal professionele zorgverleners. In de zorgvraag valt op dat sportevenementen de meeste zorgvraag kennen in relatie tot het aantal bezoekers. Terwijl bij deze evenementen met name Trauma relatief hoog is, geldt bij de categorie Muziek dat Onwel relatief hoog scoort. Het aantal verwijzingen is gering en verschilt significant tussen de categorieën. Er is echter niet één categorie evenement die op alle verwijzingen (huisarts, ziekenhuis, ambulance) het hoogst scoort. 7. Onder de grote evenementen waren ook diverse verschillen tussen de vier categorieën (Muziek, Dance, Volksvermaak en Sport). In de categorie Volksvermaak zijn de minste (vrijwillige en professionele) hulpverleners in relatie tot het aantal bezoekers. Sportevenementen kennen relatief juist meer hulpverleners. De zorgvraag is relatief hoog bij Sport (Trauma) en Dance (vooral Onwel). Ook is bij de grote evenementen is het aantal verwijzingen gering en is er niet één categorie evenement die de meeste verwijzingen oplevert Het onderzoek Letselbeeld Evenementen levert als resultaat een verkennend beeld op van evenementen en hun kenmerken. Dit is een bruikbaar resultaat dat noodzakelijk is om een model te kunnen ontwikkelen. Het onderzoek heeft verder waardevolle inzichten opgeleverd in de manier waarop evenementen worden geregistreerd en welke beperkingen daaraan kleven. De diversiteit aan registraties zowel in vorm als in hoeveelheid gegevens is groot. Belangrijke conclusie is dat de registratie vrij basaal moet blijven maar wel de noodzakelijke gegevens moet bevatten om tot een gevalideerd model te komen.
6 2. Toelichting opdracht KCEV 2.1 Inleiding Op ieder publieksevenement van enige omvang is er aandacht nodig voor de benodigde gezondheidszorg. De behoefte aan gezondheidszorg op evenementen loopt uiteen van pleisters plakken en blaren prikken, tot en met intensieve hulpverlening op specialistisch niveau. De GHOR adviseert in iedere veiligheidsregio gemeenten over de geneeskundige risico s van publieksevenementen en de benodigde maatregelen om evenementen vanuit gezondheidsperspectief goed te laten verlopen. Het benodigde zorgaanbod is hier een belangrijk element in. De GHOR gebruikt sinds 2005 de Landelijke Handreiking Geneeskundige Advisering Publieksevenementen (LHGAP). Deze handreiking geeft richtlijnen voor het benodigde zorgaanbod op evenementen. In 2011 is de handreiking geactualiseerd. De handreiking wordt beschouwd als standaard voor de geneeskundige advisering in alle GHOR- regio s. De huidige landelijke handreiking maakt nog beperkt onderscheid tussen verschillende typen evenementen. Wel is bekend dat de zorgvraag bij uiteenlopende evenementen behoorlijk verschilt. Het is van belang om kennis te hebben van deze verschillen. Niet alleen voorkomt het de inzet van mensen en middelen op evenementen waar dit niet nodig is, ook kan zodoende beter worden gezorgd voor de bijzondere hulpverlening wanner die wel nodig is. 5 Het Project Letselbeeld Evenementen (LBE) is bedoeld om meer evidence- based kennis te ontwikkelen over de zorgvraag en het benodigde zorgaanbod bij uiteenlopende soorten evenementen. Momenteel houden GHOR- evenementenadviseurs en hulpverleningsorganisaties op basis van hun eigen ervaring rekening met de bijzondere kenmerken. Zij kunnen op basis van de resultaten van dit onderzoeksproject beter voorbereid zijn op de inzet van (specifieke) hulpverlening voor publieksevenementen van uiteenlopende aard en omvang. Dit project is uitgevoerd door het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) in opdracht van GHOR Nederland en met subsidie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het KCEV bevordert de veiligheid en gezondheidsbescherming bij evenementen. Zij ondersteunt (lokale) overheden, hulpverleningsdiensten en andere professionals met informatie en advies.
7 2.2 Doelstelling en beoogd resultaat Het doel van dit project is om op basis van de in kaart gebrachte specifieke zorgvragen op evenementen een advies te geven over een adequate evenementenzorg. Daarbij wordt in kaart gebracht wat de impact kan zijn op de reguliere zorg, zoals ambulancezorg, ziekenhuisbezoek en verwijzing naar de huisarts. Het uitgangspunt voor dit onderzoek is dat gebruikers met behulp van de resultaten kunnen komen tot een advies voor een adequate evenementenzorg en wel zodanig dat: 1. alle medische problemen zoveel mogelijk op het evenement zelf worden afgehandeld (en er dus zo weinig gebruik gemaakt wordt van reguliere zorg a ), en 2. in kaart wordt gebracht wat de gevolgen kunnen zijn voor de reguliere zorg. Het beoogde resultaat is dat een specifiekere onderbouwing van de verwachte zorgvraag bij een evenement kan worden gegeven, op basis van karakteristieken van het evenement. Hierdoor kan een betere voorbereiding van de medische/eerstehulpverlening bij evenementen geadviseerd (en geboden) worden. Gedurende de looptijd van het project zijn de doelstelling en het beoogde resultaat bijgesteld op 6 basis van onderzoekservaringen. De opbrengsten van het project waren oorspronkelijk: 1. een naslagwerk met letselbeeld per categorie evenementen en een advies voor de zorginzet; 2. een model voor een doorlopende landelijke monitor Evenement, Gezondheid & Zorg (EvGZ.org). Tijdens de eerste fase van de projectuitvoering bleek dat het nog niet mogelijk was om de gestelde doelen volledig te bereiken. De belangrijkste oorzaak daarvoor was de beperkte registratie van zorgvraag en zorgaanbod bij evenementen. Aangeleverde registraties zijn zeer divers en de punten waarop wordt geregistreerd lopen sterk uiteen. De beschikbare gegevens van voorgaande evenementen boden daarom nog niet voldoende basis om per type evenement uitspraken te kunnen doen over zorgvraag of zorgaanbod. Na de eerste fase zijn de doelen derhalve bijgesteld en kwam de focus te liggen op het verzamelen van data om in een exploratieve studie te onderzoeken. In deze studie wordt in beeld gebracht welke significante verschillen en inzichten er uit een eerste serie evenementen naar voren komen. a Naast service aan evenementbezoekers speelt vooral het beperken van kosten voor reguliere zorg een rol. b Drie evenementen waren niet in de subcategorieën te plaatsen, waardoor uiteindelijk 156 cases in de volgende statistische
8 Daarnaast heeft de tweede fase inzicht opgeleverd in de manier waarop een monitor kan worden opgezet en uit welke variabelen deze zou moeten bestaan. 2.3 Aanpak en wetenschappelijke verantwoording Tijdens het project zijn registratiegegevens en evaluaties van evenementen van de afgelopen jaren en van evenementen die in de afgelopen maanden plaatsvonden zoveel mogelijk vergelijkbaar gemaakt en afgezet tegen karakteristieken van de evenementen. Enerzijds is gekeken naar de zorgvraag, onder andere: Medical Usage Rate (MUR; het aantal geregistreerde zorgcontacten op eerstehulppost per bezoekers), gemiddelde verblijfsduur, ernst van de incidenten en (niet- geregistreerde) zelfzorg (hoofdpijn, blaren). Anderzijds gaat het om het zorgaanbod: eerstehulpverlening, ambulancezorg/ doorverwijzing naar specialistische zorg, gezondheidsvoorlichting, hygiënesurveillance en calamiteitenvoorbereiding. Het project brengt significante verschillen in beeld, maar heeft niet als doel om verklaringen te geven voor verschillen in zorgvraag en zorgaanbod. De gebruikers adviseurs van de GHOR kunnen de inzichten wel benutten bij het inschatten van de verwachte zorgvraag en het geven van een advies over het benodigde zorgaanbod. 7 Om de invloed van verschillende factoren op de zorgvraag van (grootschalige) evenementen te bepalen, zijn de aangeboden en de gevraagde zorg op deze evenementen op drie niveaus in kaart gebracht. Relevante karakteristieken van het evenement, de zorginzet, en de gegevens van geregistreerde zorgcontacten ter plaatse worden gestandaardiseerd, gecombineerd en statistisch verwerkt. Het doel van deze analyses is: 1. de uit de (inter)nationale literatuur en praktijk bekende risicofactoren empirisch te staven; 2. andere factoren als risicofactor in of uit te sluiten; 3. het komen tot aanbevelingen voor doorlopende registratie en analyse van zorgvraag en zorgaanbod, die met minimale middelen maximale informatie opleveren. Dit concept levert empirische onderbouwing voor adviezen, om de structuur van de zorginzet rond grootschalige evenementen optimaal aan te kunnen laten sluiten op de specifieke zorgvraag.
9 2.4 Leeswijzer De projectaanpak wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3 (p. 9). Daarbij wordt ingegaan op de projectorganisatie, de focus en afbakening van het project, de geraadpleegde bronnen, het onderzoeksproces en de communicatie. Hoofdstuk 4 (p. 13) bevat het theoretisch kader. Het gaat in op gehanteerde definities en uitgangspunten, en beschrijft een aantal eerste identificaties vanuit de theorie. Dit leidt tot enkele uitgangspunten voor de gebruikte identificaties binnen dit onderzoek. In hoofdstuk 5 (p. 17) worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het onderzoeksproces, het retrospectieve onderzoek en het prospectieve onderzoek. De aanbevelingen komen aan de orde in hoofdstuk 6 (p. 35). 8
10 3. Projectaanpak 3.1 Projectorganisatie Het onderzoek is in projectvorm opgezet en uitgevoerd. Bij dit project werden diverse deskundigen ingeschakeld en betrokken. De nadruk lag op praktische input van de betrokkenen Projectteam; dit bestond uit een projectmanager, een projectsecretaris, een wetenschappelijk projectmedewerker, een medisch projectadviseur, een deskundige op het gebied van beleid en veiligheid, en vijf experts, allen met meerjarige ervaring in de uitvoering en (deel)coördinatie van medische zorg bij evenementen. Klankbordgroep GHOR; dit was een groep (selectie) van regionale evenementadviseurs. Expertgroep; deze bestond uit de contactpersoon van GHOR Nederland en medewerkers van de GGD, de ambulancezorg en van het Trimbos- instituut. Zowel de leden van de klankbordgroep als de leden van de expertgroep hebben meegedacht in de onderzoeksopzet en de factoren die meegenomen moesten worden op het onderzoeksformulier. Hierbij hebben zij steeds gezocht naar de koppeling aan hun eigen praktijk Focus en afbakening Er is in dit onderzoek voor gekozen om een afbakening te maken, niet alleen wat betreft het type evenement, maar ook wat betreft een aantal andere kenmerken. Hiertoe zijn de volgende keuzes gemaakt. 1. Volume evenementen Dit betreft het aantal (gelijktijdige) bezoekers. De GHOR heeft in haar landelijke handreiking een cesuur aangebracht wat betreft het volume van evenementen qua bezoekersaantallen: de handreiking richt zich op het advies bij evenementen met 5000 bezoekers en meer. De GHOR- evenementenadviseurs in het veld hebben echter behoefte aan een model dat voor evenementen in alle mogelijke omvang ondersteuning biedt bij het bepalen van het benodigde zorgaanbod. Daarop is ervoor gekozen om in dit project niet uitsluitend evenementen met meer dan 5000 bezoekers te betrekken.
11 2. Unieke evenementen Unieke evenementen zijn geen onderdeel geweest van dit onderzoek. Bij unieke evenementen zijn de kenmerken op het gebied van zorgvraag en zorgaanbod moeilijk te vergelijken met andere evenementen. Een voorbeeld hiervan is de Nijmeegse Vierdaagse. 3. Focus van het project De focus van dit project is gelegd op de volgende veel voorkomende evenementen: 1. festivals / muziekevenementen 2. sport ( auto/motor/cross, wandelen, schaatsen, hardlopen/marathon, wielrennen, voetbal) 3. waterevenementen 4. demonstraties 5. vliegshows 6. kermissen 7. leeftijdsgroepen gerelateerde evenementen (jongeren, ouderen) De bovenstaande categorieën zijn gebruikt als uitgangspunt voor statistische analyse. De steekproef in dit onderzoek leverde niet voor alle typen evenementen voldoende data op om verschillen te kunnen identificeren. De typen evenementen waarvoor significante verschillen zijn gevonden, worden besproken in hoofdstuk Geraadpleegde bronnen Ten behoeve van het onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: de Landelijke Handreiking Geneeskundige Advisering bij Publieksevenementen (LHGAP). Deze handreiking dient als kader voor terminologie, beleid en processen op het gebied van evenementenadvisering binnen de GHOR.; leveranciers (hulpverleningsorganisaties) van data en rapportages van evenementen. Hun data vormen de kern van het onderzoek; wetenschappelijke artikelen en literatuur.
12 3.4 Onderzoeksproces Het onderzoek voor project LBE is gestart in september Dit is begonnen met het opstellen van een stappenplan. Het stappenplan 1. Identificatie a. Evenementen b. Evenement specifieke hulpverleningsorganisaties (ESHO s) c. Selectie evenementen d. Specifieke onderzoeksvragen 2. Formeren expert- /klankbordgroepen, vaststellen overlegvormen en - frequenties 3. Vaststelling definitieve onderzoeksvragen 4. Eerste onderzoek a. Informatie GHOR s b. Informatie hulpverleningsorganisaties c. Observaties/audits evenementen* 5. Verwerking eerste onderzoeksgegevens 6. Tweede onderzoek 7. Verwerking tweede onderzoeksgegevens 8. (Evt. derde ronde) 11 De resultaten van het onderzoeksproces worden behandeld in hoofdstuk Communicatie Tijdens de looptijd van het project is er op verschillende manieren gecommuniceerd. Hoofddoel van de communicatie was om medewerking te verkrijgen bij het verzamelen van registraties, zowel van oude als nieuwe evenementen. Doelgroep waren dan ook primair de ESHO s op evenementen. Secundaire doelgroep waren de GHOR- regio s vanuit hun rol als klankbord en om de private hulpverleningsdiensten te bereiken. Ten behoeve van het project is een website opgezet: Hierop is alle basale informatie van het project te vinden. Ook kan sinds begin 2013 op deze website het onderzoeksformulier worden gedownload en ingevuld. De website heeft de uitstraling van een projectsite en verwijst naar de opdrachtgever (GHOR Nederland) en de opdrachtnemer (KCEV).
13 GHOR Nederland heeft zelf ook gecommuniceerd. Ze heeft rechtstreekse berichten gestuurd aan de GHOR- regio s over medewerking aan het project en hier ook in hun landelijk overleg aandacht aan besteed. De projectgroep heeft ruim 80 hulpverleningsorganisaties aangeschreven en om hun medewerking gevraagd bij het onderzoek. Er is uitvoerig contact geweest met het Nederlandse Rode Kruis over het aanleveren van registraties. Dit contact heeft nog niet zozeer veel registraties als opbrengst gehad, maar heeft er wel aan bijgedragen dat het Rode Kruis zich inzet voor professionalisering van de registraties door hulpverleners binnen deze organisatie. Het KCEV heeft, naast de projectwebsite, ook door middel van haar nieuwsbrief (800+ lezers) en Twitter (500+ volgers) aandacht besteed aan het project. Daarbij is opgeroepen om een bijdrage aan de registraties te leveren. 12
14 4. Theoretisch kader 4.1 Definities en uitgangspunten Evenement In de internationale wetenschappelijke literatuur wordt doorgaans één van de volgende definities gehanteerd 3-10! Mass gathering is any gathering of a large numbers of people attending an event that is focused at specific sites for a finite time! The potential for a delayed response to emergencies in an event of mass gathering, regardless of the number of attendees Voor dit project wordt als begripsomschrijving aangehouden: Een georganiseerde gebeurtenis, bijgewoond door een verzameling mensen, die zich daarvoor in een bepaald tijdvak en in een accommodatie of op een terrein bevindt of beweegt. 13 Soorten evenementen Evenementen kunnen op verschillende manieren in soorten worden ingedeeld. Voor een onderzoek naar de specifieke kenmerken in het benodigde zorgaanbod, lijken met name het activiteitenprofiel en het bijbehorende publieksprofiel van een evenement van belang. De soorten evenementen voor dit onderzoek zijn op vraag en advies van de GHOR tot stand gekomen en staan beschreven bij de paragraaf 3.2 Focus en afbakening van het project. 4.2 Eerste identificaties Zorgvraag Uit bestaande studies blijken de volgende parameters van belang bij het vaststellen van de omvang van de zorgvraag: a. MUR 2;3 (Medical Usage Rate: aantal geregistreerde patiënten per evenementbezoekers);
15 b. gemiddelde verblijfsduur in minuten (GV) per patiënt op een eerste hulppost; 2;11;12 c. aard van de incidenten (blessures, aandoeningen, middelengerelateerde gezondheidsverstoringen); 2;8 d. ernst van de incidenten (mild, ernstig of levensbedreigend); 2;11-13 e. aantal doorverwijzingen naar ziekenhuizen, al dan via ambulancezorg. Op basis van het beperkt aantal Nederlandse wetenschappelijke studies wordt voorlopig voor de MUR bij evenementen een standaard van 79 (en zelfzorgcontacten +30%) aangehouden 2, voor de GV 10 minuten voor een blessure of een algemene aandoening 2, 20 minuten voor een generiek middelengerelateerd probleem 12 en 45 minuten voor een specifiek GHB- gerelateerd incident 11. De LHGAP 1 van de GHOR geeft een aantal verzwarende factoren aan die bij publieksevenementen van belang zijn:! meerdaags evenement, kampeervoorziening of tijdelijke huisvesting, tatoeërings- of piercingsmogelijkheden, tijdelijke douchevoorzieningen;! bovenmatig alcoholgebruik;! bovenmatig middelengebruik;! bezoekers hebben beperking of verrichten zware fysieke inspanningen;! riskante omgevingsfactoren of ruimtelijk profiel;! beperking hulpverleningscapaciteit aan omwonenden a.g.v. evenement. 14 Daarnaast kunnen er nog andere voorziene en onvoorziene factoren van invloed zijn op de zorgvraag. Denk hierbij aan een differentiatie tussen actieve en passieve bezoekers van een evenement (verschil tussen kijkers bij en deelnemers van sporttoernooien bijv.), de duur van de activiteiten en weers- en klimaatomstandigheden. Alle geïdentificeerde factoren zullen in dit project zoveel mogelijk worden gevalideerd en op hun voorspellende waarde worden onderzocht. Zorgaanbod Het aanbod van de zorg, geboden door specifiek op evenementen gerichte hulpverleningsorganisaties, kan op basis van wetenschappelijke artikelen 3-6;8;14;15 onderverdeeld worden in: a. Algemene EHBO Eenvoudige eerste hulp handelingen en elementaire reanimatie op basis van landelijke norm "Oranje Kruis- boekje" en normen Nederlandse Reanimatie Raad.
16 b. Evenement- specifieke hulpverlening Aan evenement of evenement periode en - duur gerelateerde zorg, uitgevoerd door artsen of verpleegkundigen of volgens specifieke protocollen, zoals blaarbehandeling, interventie bij specifieke drugsintoxicaties en medicatieverstrekking. c. Advanced Life Support (ALS) Aantal samenhangende levensreddende vaardigheden en protocollen, uitgevoerd door specifiek opgeleide artsen en verpleegkundigen, met als doel het ondersteunen van de circulatie, het zorgen voor een vrije ademweg en een adequate ademhaling. d. Hygiënesurveillance Het monitoren van en ingrijpen bij mogelijke collectieve gezondheidsbedreigingen zoals voedselvergiftiging, extreem weer of insectenplaag. e. Gezondheidsvoorlichting Proces waardoor individuen of groepen in staat gesteld worden om meer controle te verwerven over hun gezondheid, zoals drugsinformatie, zelfzorgsupport en voorkomen hitteletsel. f. Calamiteitenvoorbereiding Planning van zorg bij geïsoleerd incident met grote hoeveelheden slachtoffers, aan de hand van interdisciplinaire rampscenario s, zoals bij instorting, explosie of paniek in menigte. 15 De LHGAP 1 van de GHOR hanteert de volgende niveaus van zorgaanbod bij publieksevenementen:! BLS (basic life support): eerstehulpverlener! BLS+: BIG- geregistreerde basisarts of verpleegkundige! ALS (advanced life support): bevoegd en bekwaam ALS- professional! Coördinatie: organisator, leidinggevende en planner van zorg. Daarbij is de algemene regel 1 hulpverlener per 1000 gelijktijdige bezoekers, met een minimum van 2 hulpverleners (altijd 1 aanwezig ten behoeve van coördinatie). De regel maakt nu nog geen onderscheid naar verschillende soorten evenementen. Er wordt alleen geadviseerd om rekening te houden met bijzondere kenmerken van de verwachte zorgvraag. Ook in het aanbod van de zorg zijn er mogelijk nog andere voorziene en onvoorziene factoren van invloed, zoals het aantal hulpposten en de inzet van mobiele hulpverleningsteams. Deze variabelen zijn in dit (eerste) onderzoek nog niet geïncludeerd.
17 4.3 Uitgangspunten dataverzameling Uitgangspunt is het in kaart brengen van de specifieke evenementzorgvraag en een advies voor een adequate evenementenzorg en wel zodanig, dat: medische problemen zoveel mogelijk op het evenement zelf worden afgehandeld (en er dus zo weinig gebruik gemaakt wordt van reguliere zorg) binnen de grenzen van het optimaal mogelijke, en in kaart wordt gebracht wat de impact kan zijn op de reguliere zorg (fracturen naar ziekenhuis, hechtingen verwijderen naar huisarts, ALS- situaties per ambulance naar ziekenhuis, etc.). 4.4 Registratie en onderzoek Verschillende organisaties die actief zijn in medische/eerstehulpverlening op evenementen registreren en rapporteren de zorg zeer verschillend. De LHGAP 1 adviseert in bijlage 2 een registratievorm. Deze registratievorm wordt echter nog lang niet altijd consequent gebruikt. Binnen het project zijn formulieren, die bij eerdere evenementen zijn ingevuld door de hulpverleningsinstanties, retrospectief beoordeeld. Daarnaast werd er in samenwerking met de GHOR een onderzoeksformulier (zie bijlage 1) ontwikkeld dat door de hulpverleningsorganisaties vanaf 1 januari 2013 in de praktijk gebruikt kon worden. 16
18 5. Onderzoeksresultaten 5.1 Onderzoeksproces en registratie In fase 1 van het onderzoeksproces (sept mei 2013) heeft de retrospectieve dataverzameling plaatsgevonden. De reeds bestaande en beschikbaar gestelde registraties van evenementenzorg werden verzameld en geanalyseerd. In deze fase is ook gestart met de prospectieve dataverzameling, waaraan in fase 2 vervolg is gegeven. Hiertoe is een onderzoeksformulier ontwikkeld, dat rechtstreeks of via GHOR- adviseurs werd toegestuurd aan hulpverleningsorganisaties op evenementen. Daarnaast was het onderzoeksformulier online in te vullen op De ingevulde onderzoeksformulieren geven een beeld van zorgvraag, zorgaanbod en letselbeelden bij de deelnemende evenementen. Prospectieve data De prospectieve data zijn verzameld via het speciaal voor dit project ontwikkelde onderzoeksformulier (bijlage 1). Dit formulier kon zowel op papier (.pdf,.doc) als online worden ingevuld op 17 In totaal zijn tijdens het onderzoek 188 prospectieve cases verzameld. Niet alle prospectieve registraties waren bruikbaar voor het onderzoek. Specifiek de data op het gebied van zelfzorg bleken onbetrouwbaar vanwege interpretatieverschil over de definitie van zelfzorg. Daarnaast ontstaat onder participanten een verwarring met (al dan niet reeds geregistreerde) zorg. Deze gegevens zijn daarom uiteindelijk niet opgenomen in het rapport. Uiteindelijk moesten er 50 cases worden verwijderd vanwege onvoldoende data en 3 cases, omdat deze niet te categoriseren waren. Er bleven er 156 geschikte cases over. Retrospectieve data De retrospectieve data bestaat uit de reeds bestaande registraties die meewerkende hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelden. Tot april 2013 zijn ruim 900 evenementen binnengekomen. Deze registraties lopen uiteen zowel in kwantiteit als kwaliteit. Kwalitatief verschilden de ter beschikking gestelde gegevens in het niveau van detail. Zo werden er verslagen aangeleverd waarin ieder zorgcontact werd uitgeschreven (69 cases), werden er rapporten aangeleverd waarin deze zorgcontacten in categorieën waren ondergebracht (656 cases), er werden
19 er snelrapporten geleverd waarin de gegevens al waren teruggebracht tot kerngetallen, percentages of bijzonderheden (215 cases). Het retrospectieve onderzoek heeft niet kunnen leiden tot een minimale dataset voor de identificatie van evenementtypes, zorgvraag en zorgaanbod. Een gezamenlijke maat die een vergelijking tussen evenementen mogelijk maakt was afwezig. Kwaliteit retrospectieve data: registratie nog niet op orde De retrospectieve data laten zien dat de huidige registratie van hulpverleningsorganisaties op evenementen nog niet geschikt is voor vergelijkend onderzoek. De zorgvraag is veelal goed geregistreerd, maar de verschillende hulpverleningsorganisaties hanteren een grote verscheidenheid aan categorisaties van letselbeelden. Het is onmogelijk om hieruit een gezamenlijke maat voor de zorgvraag te destilleren. Factoren die niet tot de directe patiëntenzorg behoren zijn vaak niet gerapporteerd in de beschikbaar gestelde data. Zo mist menigmaal de naam of het type evenement waar de registratie over rapporteert. In het merendeel van de retrospectieve registraties is de afwezigheid van het totaal aantal bezoekers van het evenement. Zonder dit kengetal zijn directe vergelijkingen tussen evenementen onmogelijk. Ook de MUR, de internationale maat die deze vergelijking mogelijk maakt, is mede gebaseerd op het totaal aantal bezoekers. De MUR was in de retrospectieve data niet te bepalen. 18 Naast het evenementtype en de zorgvraag, is ook het zorgaanbod van belang in het bepalen van de belasting van de reguliere zorg. Het zorgaanbod wordt in de regel niet geregistreerd in de beschikbaar gestelde retrospectieve data. Dit wil overigens niet zeggen dat de hulpverleningsorganisaties niet over deze gegevens beschikken. Het betekent slechts dat deze geen onderdeel zijn van de geleverde (snel) rapporten. Cruciaal voor een analyse van gegevens rond evenementen is dat de afwezigheid van een getal op de registratie geduid zou moeten kunnen worden als niet geconstateerd in het veld. Standaardisering van de rapportage en zorgvuldige registratie zijn gewenst. Op basis van de bovenstaande resultaten wordt geconcludeerd dat hoewel alle (deelnemende) organisaties hun handelen registreren, de veelzijdigheid van huidige rapportages het voor onderzoeksdoeleinden niet mogelijk maakt een gedetailleerd beeld te krijgen van het letselbeeld,
20 zorgvraag en zorgaanbod bij evenementen. De retrospectieve data is vrijwel onbruikbaar gebleken voor het doel van het project Letselbeeld Evenementen. 5.2 Algemene beschrijvingen onderzoeksresultaten In deze paragraaf behandelen we de inhoudelijke resultaten uit het prospectieve onderzoek. Totale steekproef De totale steekproef bestond uit 188 cases. Zoals in de voorgaande paragraaf al is aangegeven, konden in dit stadium van het onderzoek 159 cases worden gebruikt. Bij deze evenementen ging het om: Indoorevenementen (24%), outdoor evenementen (67%) en evenementen die zowel een in- als een outdoor gedeelte hebben (7%). Evenementen met gratis toegang (60%) en evenementen met betaalde entree (40%). Open evenementen (57%) en evenementen binnen een besloten ruimte (43%). In de vragenlijst van project LBE is ook aan de hulpverleningsorganisatie gevraagd of men het GHOR- en/of GGD- advies heeft opgevolgd. In 30% van de gevallen werd een GHOR- en/of GGD- advies opgevolgd en door 1% niet. In 35% van de gevallen was er geen advies en 34% van de respondenten weet niet of er een advies was. 19 Figuur 1 GHOR- advies opgevolgd?
21 Bezoekers en zorgaanbod Het gemiddeld aantal bezoekers bij de 159 onderzochte evenementen was Dit aantal liep uiteen van 50 tot Het gemiddelde aantal hulpverleners op deze evenementen was 7,2. Het gemiddeld aantal bezoekers per hulpverlener bedroeg 632. Bij 33% van de onderzochte evenementen waren professionele zorgverleners aanwezig (artsen, verpleegkundigen, ambulancehulpverleners, al dan niet ALS). Bij 67% van de evenementen was dat niet het geval. Tabel 1. Bezoekers en hulpverleners N=156 M SEM Min- max Aantal bezoekers Aantal hulpverleners Aantal bezoekers per hulpverlener M=Mean (Gemiddelde) SEM=Standard Error of Mean (Standaardfout van het gemiddelde) Zorgvraag Gemiddeld hebben ruim 12 personen op de onderzochte evenementen een beroep gedaan op eerstehulpverlening ter plaatse. Dit is 0.58% van de bezoekers. Daarmee is de Medical Usage Rate op deze evenementen 58. Er zijn meer zorgcontacten als gevolg van trauma gemeld (0.45% van de bezoekers) dan als gevolg van onwelwordingen (0.10%). 20 Tabel 2. Zorgvraag N=156 Absoluut aantal % bezoekers MUR M(SEM), min- max M(SEM), min- max M(SEM), min- max Totaalaantal Zorgcontacten 12.33(1.97), (0.08), (8.04), Totaal Trauma 6.88(1.12), (0.07), (7.45), Totaal Onwel 3.54(0.89), (0.02), (2.15), M=Mean SEM=Standard Error of Mean Van 8,02% van de patiënten werd alcohol gerelateerd letsel geregistreerd, voor drugs was dit 3,41% en voor een combinatie van alcohol en drugs 2,61%.
22 Verwijzingen Gemiddeld werd 3,16% van de patiënten (0,02% van de totale bezoekers) naar de huisarts verwezen. Voor verwijzing naar het ziekenhuis was dit 4,24% van de patiënten. Voor vijf op de bezoekers is ambulancezorg geïndiceerd; dit is iets meer dan 1 op de 100 patiënten. Tabel 3. Verwijzingen N=159 Absoluut aantal % bezoekers % patiënten M(SEM), min- max M(SEM), min- max M(SEM), min- max Naar huisarts 0.31(0.61), (0.01), (0.81), Naar ziekenhuis (EG*) 0.26(0.05), (0.01), (1.28), Ambulancezorg 0.26(0.05), (0.001), (0.28), M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid Evenemententypes In de analyse is onderzocht welke kenmerken van de onderzochte evenementen significante verschillen opleveren wat betreft zorgvraag en zorgaanbod. Niet voor alle typen evenementen zoals genoemd in hoofdstuk 4 kon in deze steekproef voldoende data worden verzameld en niet altijd werden er significante verschillen gevonden. Uit de statistische analyse blijkt dat er binnen de steekproef significante verschillen zijn gevonden tussen twee hoofdcategorieën en vier subcategorieën evenementen b : 21 (K) Kleine evenementen (<=1500 bezoekers) o o o o Muziek/dance/pop, N=19 Voetbal/hockey, N=18 Sport overigen, N=20 Overigen, N=25 (G) Grote evenementen (>1500 bezoekers) o o o o Sport, N=19 Volksvermaak, N=16 Dance, N=23 Muziek, N=16 b Drie evenementen waren niet in de subcategorieën te plaatsen, waardoor uiteindelijk 156 cases in de volgende statistische analyses werden geïncludeerd.
23 De verdeling van de 156 cases over de genoemde categorieën is in de volgende figuren in beeld gebracht. De gebruikte kleuren komen in de hierop volgende analyseresultaten steeds terug. Kenmerken kleine en grote evenementen De in totaal 82 kleine en 74 grote evenementen verschillen van elkaar qua kenmerken. In de onderstaande tabel zijn de kenmerken weergegeven van beide categorieën evenementen die in de steekproef zijn gebruikt. Hieruit valt onder meer op dat de grote evenementen relatief vaker betaalde evenementen zijn, doorgaans meer afgezet en dat bij de grote evenementen vaker een GHOR- en/of GGD- advies is opgevolgd. Tabel 4. Omgevingscijfers Kleine evenementen Uitsluitend indoor 20%, uitsluitend outdoor 73%, beide 6%. Gratis entree 75%, betaald 25%. Open evenement 71%; 29% afgezet (hekwerk). Het GHOR- en/of GGD- advies is door 18% opgevolgd en door 0% niet. In 46% was er geen advies en 36% van de respondenten weet niet of er een advies was. Grote evenementen Uitsluitend indoor 28%, uitsluitend outdoor 64%, beide 8%. Gratis entree 43%, betaald 57%. Open evenement 40%; 60% afgezet (hekwerk). Het GHOR- en/of GGD- advies is door 46% opgevolgd en door 3% niet. In 20% was er geen advies en 31% van de respondenten weet niet of er een advies was. 22
24 5.3 Gegevens van alle evenementen totaal Zorgvraag De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen is groter dan op grote evenementen; dit komt voor rekening van het letselbeeld Trauma. Ambulancezorg komt significant meer voor bij grote evenementen dan bij kleine evenementen. Hoewel verwijzingen naar de huisarts significant meer voorkomen bij grote evenementen dan bij kleine evenementen is dit verschil triviaal, omdat er ook meer bezoekers zijn. Tabel 5a. Bezoekers, zorgaanbod, zorgvraag en verwijzingen absolute getallen Klein N=82 Klein Groot Groot N=74 M SEM M SEM Bezoekersaantal Aantal hulpverleners Totaalaantal Zorgcontacten Totaal Trauma Totaal Onwel Verwijzing naar huisarts Verwijzing naar ziekenhuis (EG*) Ambulancezorg M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid Tabel 5b. Bezoekers, zorgaanbod, zorgvraag en verwijzingen correlaties Klein N=82 Klein Groot Bijzonderheden Groot N=74 M SEM M SEM Aantal bezoekers/hulpverlener t(79.11)=- 8.68, p<.000 Totaalaantal Zorgcontacten/% bezoekers 0.87% % 0.04 t(112.26)=2.82, p<.01 Totaal Trauma/% bezoekers 0.74% % 0.13 t(100.99)=3.91, p<.001 Totaal Onwel/% bezoekers 0.13% niet significant Verwijzing naar huisarts niet significant als % totaalaantal zorgcontacten Verwijzing naar ziekenhuis (EG*) niet significant als % totaalaantal zorgcontacten Ambulancezorg t(88.38)= , p<001 als % totaalaantal zorgcontacten M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid
25 De kleine en grote evenementen in deze steekproef verschillen wat betreft het aantal alcohol- en drugsgerelateerde gezondheidsverstoringen. Op kleine evenementen wordt 5,38% (SEM 2,23) alcohol gerelateerde gezondheidsverstoringen vermoed. Voor drugs is dat 0,69% (SEM 0,41) en voor een combinatie 0,55 % (SEM 0,34). Voor grote evenementen zijn deze cijfers respectievelijk 10,85% (SEM 2,20), 6,32% (SEM 1,86) en 4,80% (1.21). c Zorgaanbod Het aantal bezoekers per hulpverlener is significant groter bij grote dan bij kleine evenementen (1104 versus 189). Dus: bij de kleine evenementen zijn er relatief veel hulpverleners aanwezig. Het percentage evenementen waarop professionele hulpverleners aanwezig zijn levert een significant verschil op tussen kleine en grote evenementen. Bij kleine evenementen zijn op 19,5% van de evenementen professionele zorgverleners aanwezig. Bij grote evenementen is dat in 46,8% van de cases het geval. 5.4 Vergelijking grote en kleine evenementen Uit de analyse van de cijfers van alle evenementen vallen de volgende zaken op: Percentueel vragen grote evenementen minder zorg dan kleine evenementen. Het percentage Trauma is significant kleiner op grote evenementen; Er wordt vermoed dat er vaker alcohol en drugs in het spel zijn bij gezondheidsincidenten op grote evenementen. Ambulancezorg en verwijzing naar de huisarts worden vaker geïndiceerd bij grote evenementen dan bij kleine. Bij grote evenementen worden significant meer professionele zorgverleners ingezet. c Omdat deze cijfers, meer dan de andere, gebaseerd zijn op perceptie van de registrerende hulpverlener, zijn deze niet getoetst op significantie.
26 5.5 Onderzoeksresultaten kleine evenementen In de categorie kleine evenementen gaat het om evenementen van minder dan 1500 bezoekers. De kleine evenementen zijn wat betreft significante verschillen onder te verdelen in vier subcategorieën. De verschillen tussen de subcategorieën komen in deze paragraaf aan bod. Mu SpHV SpOv Ov = Muziek = Hockey & Voetbal = Sport overigen = Overigen Bezoekers en zorgaanbod Het verschil in bezoekersaantal tussen groepen is significant en kan volledig worden toegeschreven aan Muziek, waar gemiddeld veel hogere bezoekersaantallen bij aanwezig zijn. Bij met name Muziekevenementen zijn er veel bezoekers per hulpverlener, dus: relatief weinig hulpverleners. Er zijn geen significante verschillen in het aantal hulpverleners tussen de categorieën. Wel is er een relatief gering aantal hulpverleners aanwezig bij de sporten ten opzichte van de andere categorieën en een groot aantal bij Muziek. Het aantal bezoekers per hulpverlener is het laagst bij de twee sportcategorieën. Het percentage professionele zorgverleners is het grootst bij Muziek en verschilt significant over de groepen. Onbekend is of dit wordt veroorzaakt door een verschil in zorgvraag. 25 Let wel: de Y- assen in onderstaande diagrammen zijn nagenoeg nooit identiek. Vergelijken is mogelijk binnen de diagrammen, maar voorzichtigheid is geboden tussen de diagrammen. Figuur 2. Bezoekers en hulpverleners d d NB De verticale streep- markering in iedere kolom is de SEM. En let wel: de Y- assen zijn nagenoeg nooit identiek!
27 Zorgvraag De zorgvraag loop behoorlijk uiteen tussen de vier categorieën en alle verschillen zijn significant. Bij de twee sportgroepen is het percentage bezoekers met een zorgvraag het grootst. Dit wordt vooral veroorzaakt door het percentage Trauma. Bij Muziek is het percentage Onwel het grootst. Figuur 3. Zorgvraag 26
28 Verwijzingen De verwijzingen naar huisarts, ambulance of ziekenhuis lopen per evenementcategorie uiteen. Bij Muziek en Sport hockey / voetbal zijn de meeste verwijzingen naar de huisarts gegeven (4 tot 5%). Verwijzing naar aan ziekenhuis komt vaker voor bij Sport overigen (10%) en de restcategorie. Ambulanceritten komen relatief vaker voor bij Muziek (0,5%), minder bij Sport overigen (iets minder dan 0,2%) en komen niet voor bij de andere categorieën. Het aantal verwijzingen is te klein om uitgebreid statistisch te analyseren. In absolute aantallen valt het op, dat bij Sport overigen relatief veel patiënten op eigen gelegenheid naar het ziekenhuis verwezen worden en weinig naar de huisarts. Figuur 4. Verwijzingen 27
29 5.6 Onderzoeksresultaten grote evenementen In de categorie grote evenementen gaat het om evenementen van meer dan 1500 bezoekers. De grote evenementen zijn wat betreft significante verschillen onder te verdelen in vier subcategorieën. Deze evenementen verschillen wat betreft de kenmerken op het gebied van aanwezige professionele hulpverleners, indoor/outdoor (Dance is vooral typisch outdoor), wel/geen betaalde entree (vooral Muziek en Dance zijn betaald) en wel/niet afgehekt (vooral Muziek en Dance zijn afgehekt). Nadere verschillen tussen de subcategorieën komen in deze paragraaf aan bod. Mu Dc Vv Sp = Muziek = Dance = Volksvermaak = Sport Bezoekers en zorgaanbod Het verschil in het aantal bezoekers tussen de groepen is net niet significant. Het aantal hulpverleners verschilt wel significant. Met name de categorie Sport heeft ten opzichte van de andere categorieën relatief veel hulpverleners. Ook het aantal bezoekers per hulpverlener verschilt significant tussen de groepen. Vooral de categorie Volksvermaak heeft een gemiddeld hoog aantal bezoekers per hulpverlener (dus: relatief weinig hulpverleners). Sport heeft juist weinig bezoekers per hulpverlener: dus: relatief veel hulpverleners). 28 Figuur 5. Bezoekers en hulpverleners
30 Zorgvraag Het aantal bezoekers met een zorgvraag is absoluut en relatief (ten opzichte van het aantal bezoekers) het grootst in de categorieën Sport en Dance. Bij Sport is dit vooral het gevolg van Trauma; bij Dance het gevolg van Onwel. Volksvermaak scoort op het gebied van zorgvraag het laagst ten opzichte van andere categorieën. Figuur 6. Zorgvraag 29
31 Verwijzingen Het absolute aantal verwijzingen bij grote evenementen is natuurlijk groter dan bij kleine evenementen. Desalniettemin is de spreiding groot en zijn de waardes klein. Het percentage patiënten dat naar de huisarts gestuurd wordt is het grootst bij Muziek (10%), naar het ziekenhuis (EG) is het grootst bij Volksvermaak (9%) en Muziek (7%), terwijl het grootste percentage ambulancezorg voor rekening van Sport (4%) komt. Figuur 7. Verwijzingen 30
32 5.7 Discussie Na afronding van de eerste onderzoeksfase bleken de oorspronkelijke doelen (ontwikkeling naslagwerk en monitor) niet haalbaar. In de tweede fase werd gefocust op dataverzameling om verschillen tussen en inzichten in categorieën evenementen te genereren en de wijze waarop een monitor kan worden opgezet en op welke variabelen deze gebaseerd zou moeten zijn. Uiteindelijk zijn in totaal 156 cases (volledig) geanalyseerd. Gemiddeld waren er bezoekers op de onderzochte evenementen, waarvan 0,58% de EHBO ter plaatse bezocht. Hierbij dient vermeld te worden, dat het aantal zelfzorgvragen e hierin niet zijn meegenomen. Ongeveer drie op iedere honderd patiënten werd doorverwezen naar de huisarts, vier naar het ziekenhuis en voor één op de honderd patiënten was ambulancezorg nodig. Trauma lijkt de grootste zorgdruk te genereren. Er zijn op kleine evenementen significant meer hulpverleners in verhouding tot het aantal bezoekers. Een mogelijk verklaring kan zijn, dat de GHOR één hulpverlener per 1000 bezoekers adviseert, met minimaal 2 hulpverleners. De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen is ook groter dan op grote evenementen. Verwijzingen naar de huisarts en ambulanceritten komen bij grote evenementen juist relatief vaker voor. Professionele hulpverleners zijn vaker aanwezig bij grote evenementen. Grote evenementen leveren relatief meer alcohol- en drugsgerelateerde incidenten op. Mogelijk is er sprake van een onderwaardering van ambulancezorg bij kleine evenementen (wellicht een systematische onderschatting), omdat bij dergelijke evenementen veelal geen zorgprofessionals aanwezig zijn, deze evenementen meestal buiten en op openbaar terrein plaatsvinden en ambulancezorg rechtstreeks via 112 wordt aangevraagd zonder tussenkomst van de EHBO. 31 De dataverzameling in de prospectieve fase verliep moeizamer dan verwacht. Een aantal factoren is hierop van invloed geweest. - De registratiecultuur onder hulpverleningsorganisaties is gemiddeld genomen nog slecht ontwikkeld. In een analysebijeenkomst met GHOR- adviseurs gaven zij aan dat gemiddeld van slechts 10% tot 15% van alle evenementen registraties worden opgestuurd naar de GHOR of de gemeente. Bij kleine evenementen lijkt dit percentage nog veel lager te zijn, zo is de ervaring van de GHOR- adviseurs. e De validiteit van de registratie van zelfzorgvragen (pijnstillers, blarenpleisters, etc.) bleek onvoldoende valide.
33 De beperkte registratiecultuur geldt voor kleine organisaties, maar ook voor het Nederlandse Rode Kruis. f Het NRK maakt kwaliteitsontwikkeling door op dit gebied. Het aantal rapportages nam toe in de loop van het onderzoek. Het NRK ziet registratie als onderdeel van de kwaliteit die zij nastreeft bij evenementenzorg. Naast registratie, is er ook geen onderzoek cultuur onder hulpverleningsorganisaties. Dit werd teruggezien bij de onderzoeksformulieren die werden verspreid onder hulpverleningsorganisaties. Hiervan is slechts een klein deel ingevuld en opgestuurd en de formulieren zijn lang niet altijd volledig ingevuld. Vooral de grote, professionele hulpverleningsorganisaties registreren al behoorlijk goed en consequent. Voor hen was het invullen van een extra onderzoeksformulier soms een extra belasting die vanwege het grote aantal evenementen dat zij draaien niet realiseerbaar bleek. Tijdens het project werd de reguliere administratieve verwerking van zorgcontacten niet voldoende onderscheiden van het onderzoeksformulier in het kader van project LBE. In dit onderzoek wordt een conclusie uit eerdere (buitenlandse) studies bevestigd, namelijk dat het voorspellen van letselbeelden bij evenementen niet eenvoudig is. De uitdaging is dan ook om met zo weinig mogelijk variabelen een zo groot mogelijk validiteit en voorspelbaarheid te genereren. Dit lijkt vooralsnog alleen mogelijk met een onderzoek, dat zoveel mogelijk aansluit op de praktijk van de evenementenhulpverleningsorganisaties. Omgevingsfactoren beïnvloeden zorgvraag tijdens evenementen ook Deze is daarom nooit volledig voorspelbaar. Er wordt dan ook gepleit voor een vereenvoudigde dataset met betrekking tot voorspelbaarheid van letselbeelden (zorgvraag, zorgaanbod, verwijzingen) bij evenementenzorg 12; Voor de interpretatie van data bleek medisch- wetenschappelijke deskundigheid en kennis van de praktijk en praktijkvoering van hulpverleningsorganisaties van cruciaal belang. Zonder deze kennis was het onmogelijk data daar waar nodig naar waarde te schatten. Gedurende het onderzoek werd ook duidelijk, dat aanvullende variabelen mogelijk ook bij kunnen dragen aan een goed letselbeeld. Een voorbeeld hiervan is het aantal hulpposten dat op een evenement is ingericht. Het fenomeen registratie van incidenten lijkt vooral bij professionele organisaties te zijn geformaliseerd. Voor organisaties, die (vooral) door vrijwilligers worden bemand, beperkt registratie f Beperkte registratie is overigens ook bekend bij de zusterorganisatie in het Verenigd Koninkrijk 15 ; het probleem is dus niet exclusief voor Nederland.
34 zich hooguit tot rapportage van een individuele hulpvrager in een al dan niet gestandaardiseerd systeem. Desalniettemin wordt een goed en praktisch bruikbaar (collectief) registratieformulier zeer gewenst breed gedragen in de markt. Het gebruikte onderzoeksformulier LBE is daarvoor niet geschikt en ook het Registratieformulier LHGAP voldoet onvoldoende aan de wensen. Met name de evaluatie van de letsels en aandoeningen worden te specifiek geacht met onvoldoende structuur. Om registratiegegevens te kunnen gebruiken voor evenementenonderzoek, moeten individuele registraties omgezet worden tot collectieve evenementendata. En zijn er meerdere hulpverleningsorganisaties betrokken bij één evenement, dan moeten de collectieve data opnieuw worden gecombineerd. Vervolgens moeten al deze verzamelde gegevens dus nog in een onderzoeksformat geplaatst worden. Deze werkwijze vraagt om - - bewustwording van de hulpverleners en hulpverleningsorganisaties over het belang van registratie en vermindering van belemmeringen en weerstand; formalisering van het werkproces van registratie: individuele rapportage - > collectief maken - > eventuele coördinatie en afstemming met samenwerkende hulpverleningsorganisaties. Hierbij lijkt een zekere externe drang van belang. Ondanks dat er geen formele of juridische handhavingsdwang bestaat, heeft met name de Veiligheidsregio Noord- Holland Noord bewezen, dat het wel degelijk mogelijk is meer dan honderd collectieve rapportages per jaar van (ook kleine) hulpverleningsorganisaties te vergaren. Het verdient aanbeveling dat andere veiligheidsregio s en GHOR- evenementenadviseurs deze werkwijze volgen. Daarnaast lijkt een taak weggelegd voor de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ), de branchevereniging voor hulpverleningsorganisaties en overkoepeldende organisaties zoals het Nederlandse Rode Kruis en de landelijke verenigingen EHBO. 33 In dit onderzoek zijn 156 evenementen geïncludeerd, maar er werden gedurende de onderzoeksperiode nog honderden verslagen van evenementen ontvangen, die niet volledig voldeden aan de specifieke normen van dit onderzoek, maar zeker gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van een doorlopend onderzoek naar letselbeelden bij evenementen. De projectgroep heeft tot haar tevredenheid wel moeten vaststellen, dat het fenomeen registratie bij meer hulpverleningsorganisaties op de kaart is komen te staan, en dat steeds meer organisaties de waarde hiervan inzien en over zijn gegaan op (verbetering van) zowel individuele patiënten- rapportage als collectieve evenementenregistratie. Het Nederlandse Rode Kruis is hier een goed voorbeeld van.
35 Uit het onderzoek blijkt dat er meer verwijzingen plaatsvinden bij evenementen waar zorgprofessionals werkzaam zijn. Wellicht verwijzen zij eerder dan vrijwillige hulpverleners of onderkennen zij potentiële gevaren beter. Mogelijk kan het aantal verwijzingen (algemeen, en specifiek naar ziekenhuis op eigen gelegenheid) nog kleiner zijn als EHBO ers beter geschoold worden in specifiek Trauma. Hierbij wordt vooral gedacht aan deskundigheidsbevordering ten aanzien van voet-, enkel- en knieblessures. 34
36 6. Aanbevelingen 6.1 Prospectief onderzoek voortzetten Uit de voorgaande resultaten wordt duidelijk dat er meervoudige actie nodig is om tot een gevalideerd model te komen. Registratie van zorgvraag, zorgaanbod en verwijzingen op evenementen blijkt voor een groot aantal hulpverleningsorganisaties nauwelijks ontgonnen terrein. Dit blijkt van belang voor het gezondheidsbeeld van evenementen, de capaciteit en kwaliteit van hulpverleningsorganisaties en de impact van een evenement op de reguliere zorg in de regio. Optimale evenementenzorg zou kunnen leiden tot kostenbesparing van met name ziekenhuiszorg. Om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen, voorafgaand aan vervolgonderzoek, is cultuurverandering noodzakelijk. Registratie, zowel individueel als collectief, moet worden gestandaardiseerd in het werkproces van hulpverleningsorganisaties. Als er meerdere hulpverleningsorganisaties bij één evenement (onsite) betrokken zijn, dient er een coördinatiemechanisme te bestaan voor afstemming van de zorgvraagdata. GHOR- evenementadviseurs moeten de keuze maken om strikter op dit proces toe te zien, ook al hebben ze daartoe geen formeel instrumentarium. Desalniettemin moet de waarde van hun positie ten opzichte van hulpverleningsorganisaties, juist in dit perspectief, niet onderschat worden. Het oogsten van data onder de huidige regelingen is wel degelijk mogelijk. Een initiërende, sturende en controlerende rol is echter noodzakelijk. Daaraan zouden ook de IGZ, branche- en overkoepelende organisaties en een taskforce een bijdrage kunnen leveren Monitor Vervolgonderzoek moet de ingeslagen richting volgen en belonen. Daarvoor is een continue monitoring nodig. De voorbeelden van Monitors als het Drugs Informatie Monitor Systeem en de Monitor DrugsIncidenten, beiden van het Trimbos- instituut, hebben hun nut bewezen en verdienen navolging in de vorm van een Monitor Evenementenzorg. Deze monitor zou moeten gebaseerd op de gangbare praktijkvoering van ESHO s, in dit onderzoek vastgestelde criteria en internationale studies en voldoen aan de volgende criteria: - Het aantal variabelen moet worden beperkt tot een minimum, maar met een zo groot mogelijke praktische waarde, en zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande
37 registratiesystemen van hulpverleningsorganisaties, gebaseerd op evenementkenmerken, zorgvraag, zorgaanbod en verwijzingen: o evenement en bezoekers: naam evenement, datum, type, bezoekersaantal, activiteit bezoekers, in/outdoor, open/besloten, klimaatgegevens; o zorgvraag: gecategoriseerd aantal zorgcontacten en specifieke gezondheidsrisico s; o zorgaanbod: aantal en specificatie hulpverleners en aantal hulpposten; o verwijzingen. - De variabelen moeten worden gevalideerd. - Missende variabelen, zoals omgevingstemperatuur en ambulancezorg bij open evenementen, dienen wellicht op andere wijze te worden gegenereerd. - Er moet sprake zijn van een continuüm, met als uitgangspunten wekelijkse surveillance en ontwikkeling, maandelijks nieuws en een jaarlijkse analyse/update. 36
38 Bijlage 1 Onderzoeksformulier " Naam hulpverleningsorganisatie Telefoonnummer test test Naam contactpersoon adres!"#$%&'$()*'%+,-.$%/012/!""""/ Naam evenement Aard/type evenement Datum evenement test test test Aanvangstijd evenement 24uurs notatie, bijv. 13:00 Duur evenement Aantal uren Meerdere dagen: aparte formulieren a.u.b. Is er tevoren een advies van GHOR en/of GGD gegeven? 0 Ja en opgevolgd 0 Ja en niet opgevolgd 0 Nee 0 Onbekend Locatie evenement test Toegang bezoeker Aankruisen a.u.b. 0 Gratis 0 Betaald Terrein Aankruisen a.u.b. 0 Binnen 0 Buiten Toegankelijkheid Aankruisen a.u.b. 0 Open/vrij 0 Besloten/afgezet Totaal aantal bezoekers Bijzonderheden bezoekers Aankruisen a.u.b., indien van toepassing Overwegend: 0 Zittend 0 Mobiel 0 tot 16 jr jr ZORGAANBOD Totaal aantal hulpverleners Aantal EHBO ers Aantal basis verpleegkundigen Aantal basis artsen TOELICHTING Basisartsen en basisverpleegkundigen zijn in de evenementenzorg BIG-geregistreerde professionals zonder specifieke Advanced Life Support (A.L.S.) opleiding. Aantal A.L.S. artsen TT Aantal A.L.S. verpleegkundigen Ambuteam niet meetellen Aantal ambuteams 1 team = 2 personen A.L.S. staat voor een aantal samenhangende levensreddende vaardigheden en protocollen, uitgevoerd door specifiek opgeleide artsen en verpleegkundigen, met als doel het ondersteunen van de circulatie en het zorgen voor een vrije ademweg en een adequate ademhaling. OvD-G Aankruisen a.u.b. 0 fulltime aanwezig 0 afwezig 0 deels aanwezig 0 anders, nl. Welke specifieke deskundigheden (gecertificeerd/gediplomeerd) zijn aanwezig? Aankruisen a.u.b., indien van toepassing 0 Evenementen NRK 0 Wandelletsel 0 EHBDu 0 Sportmasseur 0 Kinderongevallen 0 Sportletsel 0 Fysiotherapeut 0 Anders, nl Datum invulling test Ondertekening
39 Totaal aantal Zelfzorgcontacten Totaal van verstrekte pleisters, blarenpleisters, tampons en pijnstillers. Deze contacten moeten niet meer worden verwerkt in de volgende vragen. Naam contactp ersoon Totaal aantal Geregistreerde zorgcontacten Exclusief de Zelfzorgcontacten (vorige vraag). De hier ingevulde contacten kunnen bij de volgende vragen worden gespecificeerd. O n w e l w o r d i n g e n Psychose Wanen, hallucinaties Oververhitting Warm, bleek en versuft Opwindingsdelier Agitatie, geen contact, geen overgave Onderkoeling Koud en versuft Insult Epileptische aanval Hyperventilatie Hersenschudding Hartklachten Pijn op de borst, hartkloppingen CVA Hersenbloeding, herseninfarct Bewustzijnsstoornis Onvoldoende reactie op aanspreken en aanschudden Benauwdheid Allergische reactie Geen plaatselijke reactie, maar reactie over het hele lichaam Lichte onwelwording Algehele malaise, misselijkheid, duizeligheid, angst, buikpijn, etc. B l e s s u r e s / l e t s e l s / t r a u m a s O v e r i g Meervoudig Combinatie van letsels Insectenletsel Grote plaatselijke reactie met doorsnede >10cm! Gebitsletsel Botbreuken/ ontwrichtingen Brandwonden Tweedegraads of derdegraads Bloedingen Ernstige verwondingen Lichte blessures Blaren, kneuzingen, kleine wonden etc. 38 Alcohol en drugs Hoeveel van bovenstaande incidenten waren alcohol en/of drugs gerelateerd? Combinatie Alcohol en drugs Alcohol Geen drugs Drugs Geen alcohol Gezondheidsrisico s Welke specifieke risico s voor bezoekers zijn er opgemerkt? Bijzondere incidenten Beschrijf alle ernstige en specifiek opvallende gebeurtenissen a.u.b. VERWIJZINGEN Alle verwijzingen (aantal en aard) beschrijven a.u.b. Naar huisarts Naar ziekenhuis Per Ambulance Naar ziekenhuis Met eigen vervoer Overige verwijzingen Aantal: Aard: Aantal: Aard: Aantal: Aard: Aantal: Aard: Bijzonderheden over de organisatie/faciliteiten en overige opmerkingen Pag.%2% %Onderzoeksformulier%LBE% %Indien&een&antwoord&niet&is&ingevuld,&dan&zal&dit&als& 0 &(nul)&geïnterpreteerd&worden.! De afzender geeft toestemming voor het gebruiken van de gegevens voor de het Project Letselbeeld Evenementen en de Monitor Evenementenzorg (EvGZ.org)!
40 Bijlage 2 Registratieformulier LHGAP 39
41 Bijlage 3 Leden projectorganisatie M. Buisman (projectmedewerker) L. van Dijk (wetenschappelijk projectadviseur) J. Krul (projectmanager) A. v.d. Meulen (projectsecretaris) B. Sanou (medisch projectadviseur) S. Schaap (projectadviseur veiligheid en beleid) C. Verdonk (projectmedewerker) E. van Wijk (projectmedewerker) Y. Woudstra (projectmedewerker) B. Zwijnenburg (projectmedewerker) 40
42 Bijlage 4 Geraadpleegde experts Klankbordgroep GHOR- evenementenadviseurs T. de Bruin, Fryslân G. Buurman, Noord- Holland Noord J. Castelijn, Limburg- Noord S. Kol, Haaglanden M. van Roessel, Brabant- Noord M. Snabilie, Kennemerland K. Weijers, Hollands Midden F. van Wijk, Utrecht Expertgroep J. Doosje, GGD Nederland 41 W. Heutz, VGGM M. Hoorweg, GHOR Nederland D. van Kesteren, Trimbos- instituut/cvgu A. Sannen, Trimbos- instituut/cvgu W. ten Wolde, Ambulancezorg Nederland
43 Bijlage 5 Geraadpleegde literatuur en documentatie 1. GHOR Nederland. Landelijke handreiking geneeskundige advisering publieksevenementen Bunnik, Libertas. 2. Krul J, Girbes ARJ. Experience of Health- Related Problems during House Parties in the Netherlands: Nine years of Experience and Three Million Visitors. Prehospital Disast Med 2009;24: Milsten AM, Maguire BJ, Bissel RA, Seaman KG. Mass- Gathering Medical Care: A Review of the Literature. Prehospital Disast Med 2002;17: Arbon P, Bridgewater FHG, Smith C. Mass Gathering Medicine: A Predictive Model for Patient Presentation and Transport Rates. Prehospital Disast Med 2001;16: Arbon P. Planning medical coverage for mass gatherings in Australia: what we currently know. J Emerg Nurs 2005;31: De Lorenzo RA. Mass gathering medicine: a review. Prehospital Disast Med 1997;12: Al Tawfiq JA, Memish ZA. Mass gathering medicine: a leisure or necessity? Int J Clin Pract Krul J, Sanou B, Swart EL, Girbes AR. Medical Care at Mass Gatherings: Emergency Medical Services at Large- Scale Rave Events. Prehospital Disast Med 2012; Arbon P. The development of conceptual models for mass- gathering health. Prehospital Disast Med 2004;19: Zeitz KM, Tan HM, Grief M, Couns PC, Zeitz CJ. Crowd behavior at mass gatherings: a literature review. Prehospital Disast Med 2009;24: Krul J, Girbes A. Gamma- hydroxybutyrate: Experience of 9 years of gamma- hydroxybutyrate (GHB)- related incidents during rave parties in The Netherlands. Clin Toxicol (Phila) 2011;49: Krul J, Blankers M, Girbes AR. Substance- Related Health Problems during Rave Parties in the Netherlands ( ). PLoSOne. 2011;6:e Krul J, van Litsenburg R. Medische zorg tijdens dance- events. Critical Care 2010;2010: Milsten AM, Seaman KG, Liu P, Bissel RA, Maguire BJ. Variables Influencing Medical Usage Rates, Injury Patterns, and Levels of Care for Mass Gatherings. Prehospital Disast Med 2003;18: Sanders AB, Criss E, Steckl P, Meislin HW, Raife J, Allen D. An analysis of medical care at mass gatherings. Ann Emerg Med 1986;15: Pakravan AH, West RJ, Hodgkinson DW. Suffolk Show 2011: Prehospital Medical Coverage in a Mass- gathering Event. Prehospital Disast Med 2013;28: Hartman N, Williamson A, Sojka B, et al. Predicting resource use at mass gatherings using a simplified stratification scoring model. Am J Emerg Med 2009;27(3):
44 Bijlage 6 Lijst met afkortingen ALS BIG BLS CVGU EG ESHO GEvn GGD GHB GHOR GV IGZ KCEV KEvn LCHV LHGAP MUR Advanced Life Support Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Basic Life Support Centrum Gezond en Veilig Uitgaan Op eigen gelegenheid Evenement specifieke hulpverleningsorganisatie Grote evenementen (>1500 bezoekers) Gemeentelijke Geneeskundige Dienst Gamma Hydroxy Boterzuur Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio Gemiddeld verblijf op de EHP (in minuten) Inspectie Gezondheidszorg Kenniscentrum evenementveiligheid Kleine evenementen (<1500 bezoekers) Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid Landelijke handreiking geneeskundige advisering bij publieksevenementen Medical Usage Rate (aantal patiënten per evenementbezoekers) 43
45 Bijlage 7 Responderende ESHO s De projectgroep is veel dank verschuldigd aan onderstaande hulpverleningsorganisaties en veiligheidsregio s, die een bijdrage hebben geleverd aan dit onderzoek: Al Medical Totaal Service Ambulancezorg Noord Limburg EducareGroningen EHBO- vereniging Weert EMS GHOR NO Gelderland GHOR Rotterdam Rijnmond MedEvent Medic Event Support Medical Event Support Holland Medical First Response Ned. Rode Kruis, NRK afdelingen Apeldoorn, Avereest, Castricum/Akersloot/Limmen, Kennemerland, Limburg Noord, Nijmegen, Utrechtse Heuvelrug, Stichts Weidegebied, Tholen Reimerswaal, Valkenswaard, Veghel, Venray, Zeist RSSportEventZorg Service Medical Sterrenburg BHV Total Medical Support Veiligheidsregio Limburg Noord Veiligheidsregio Noord- Holland Noord 44
Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.
Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met
Werkinstructies voor de CQI Parkinson versie 1.0
Werkinstructies voor de CQI Parkinson versie 1.0 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Parkinson bedoeld? De CQI Parkinson is bedoeld om de kwaliteit van de zorg voor te meten vanuit het perspectief van
SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012
SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 Utrecht, januari 2013 INHOUD Samenvatting 4 Inleiding 6 1 Trends en wetenswaardigheden 8 1.1 Inleiding 8 1.2 Trends 8 1.3 Wetenswaardigheden 11 2 Wet-
De Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ)
De Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ) Hierbij het laatste concept van de Veldnorm Evenementenzorg (VNEZ versie 0.9). Alle commentaren tot op heden op de VNEZ heeft de projectgroep in dit document verwerkt.
ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN
ANALYSE PATIËNTERVARINGEN ELZ HAAKSBERGEN Dr. C.P. van Linschoten Drs. P. Moorer Definitieve versie 27 oktober 2014 ARGO BV Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN VRAAGSTELLING... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Vraagstelling...
Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting
Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van
Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie
Uitwisseling tussen teamleden in sociale teams cruciaal voor prestatie Voorlopige resultaten van het onderzoek naar de perceptie van medewerkers in sociale (wijk)teams bij gemeenten - Yvonne Zuidgeest
SAMENVATTING. Samenvatting
SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten
GHOR DRENTHE. Geneeskundige advisering bij publieksevenementen in Drenthe. Versie 2.0
GHOR DRENTHE Geneeskundige advisering bij publieksevenementen in Drenthe Versie 2.0 Assen, maart 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 De rol van de GHOR... 3 2.1 GHOR als adviseur van de gemeente... 3
Werkinstructies voor de CQI Reumatoïde Artritis
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de ervaren kwaliteit van reumazorg te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt
Werkinstructies voor de CQI Poliklinische zorg
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg van een polikliniek te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt
Werkinstructies voor de CQI Audiologische centra
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg in een audiologisch centrum rond te meten vanuit het perspectief van de cliënt. De vragenlijst kan
Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC
Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Naasten op de IC bedoeld? De CQI Naasten op de IC is bedoeld is bedoeld om de kwaliteit van de begeleiding en opvang van
Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting
xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het
Implementatieplan Indicatoren ambulancezorg
Implementatieplan Indicatoren ambulancezorg definitieve versie maart 2015 1 1. Inleiding In oktober 2014 heeft het bestuur van Ambulancezorg Nederland de indicatorenset ambulancezorg vastgesteld. Hiermee
Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016
Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting Roelof Schellingerhout Clarie Ramakers Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting
Samenvatting. Samenvatting
amenvatting Het aantal mensen met dementie neemt toe. De huisarts speelt een sleutelrol in het (h)erkennen van signalen die op dementie kunnen wijzen en hiermee in het stellen van de diagnose dementie,
Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg
Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................
4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.
4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur
Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers
Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers nderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Goirle DIMENSUS beleidsonderzoek April 2012 Projectnummer 488 Het onderzoek De gemeente Goirle is eind april 2010
Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens
Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 20 juli 2017 Versie : 0.10 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.10.docx Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
Nederlandse samenvatting
Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.
Proeftuinplan: Meten is weten!
Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van
Plan van aanpak Vervolgonderzoek vergunningverlening publieksevenementen
Plan van aanpak Vervolgonderzoek vergunningverlening publieksevenementen Inleiding Jaarlijks vindt er in Nederland een groot aantal publieksevenementen plaats. Hierbij is een ontwikkeling zichtbaar dat
Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.
Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij
Werkinstructies voor de CQI Mammacare
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de ervaren kwaliteit van zorg rondom het onderzoek en/of behandeling van een goedaardige of kwaadaardige borstafwijking
Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen 2014-2015
Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen 2014-2015 Susanne Nijman Huib Valkenberg Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam februari 2015 Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen 2014-2015 2 Extern
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals
Jaarverslag calamiteiten in de patiëntenzorg 2017
Jaarverslag calamiteiten in de patiëntenzorg 2017 Ondanks onze inspanningen om goede en veilige zorg te leveren, gaan er soms dingen mis in het ziekenhuis. Ernstige incidenten en calamiteiten hebben grote
Chapter Ten Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting)
Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting) 135 Chapter 10: Summary in Dutch (Nederlandse samenvatting) Medische evenementenzorg tijdens dance-events: gezondheidsverstoringen en middelengerelateerde incidenten.
Werkinstructies voor de CQI Huisartsenzorg Overdag
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg in de huisartspraktijk tijdens kantooruren te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst
2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?
Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie
Managementsamenvatting
Managementsamenvatting CQI Oncologie Generiek 2014 Significant Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld +31 342 40 52 40 KvK 3908 1506 [email protected] www.significant.nl Stichting Miletus Barneveld, 18 juni
Chapter 8 SAMENVATTING
Chapter 8 SAMENVATTING Hardlopen is wereldwijd een populaire sport. In Nederland loopt 12% van de bevolking regelmatig hard en is het de op één na populairste sport. Aangezien regelmatig sporten gepaard
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 22 maart 2016 Versie : 0.8 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.8 Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
Clienttevredenheid verslavingskliniek Solutions Voorthuizen, een tussenrapportage
Clienttevredenheid verslavingskliniek Solutions Voorthuizen, een tussenrapportage Auteurs: Dr. Gert-n Meerkerk Dr. Tim M. Schoenmakers Rotterdam, december 2011 IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen
Geneeskundige advisering bij publieksevenementen. 27 mei 2013
Geneeskundige advisering bij publieksevenementen 27 mei 2013 Waarom deze bijeenkomst Kennismaking Wisseling personeel Andere werkwijze Kennismaking Annelies Boer (GHOR) Kier de Jong (GHOR) Audri van Duin
Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI JGZ bedoeld? De CQI Jeugdgezondheidzorg (CQI JGZ) is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond de jeugdgezondheidzorg te meten vanuit het perspectief
A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting
EINDRAPPORT EVALUATIE ONDERZOEK NIJESTEE 2004-2005 TEVREDENHEID CLIENTEN DOORLOOPTIJDEN
HVD-GGD Groningen, 27 juni 2006 sectie epidemiologie (Jan Broer) team WVG (Hans Bolt)... EINDRAPPORT EVALUATIE ONDERZOEK NIJESTEE 2004-2005 TEVREDENHEID CLIENTEN DOORLOOPTIJDEN GGD Groningen sectie epidemiologie
Afbakening Het onderzoek richt zich op de fatale woningbranden in 2011. De niet-fatale woningbranden zijn in het onderzoek niet meegenomen.
Fatale woningbranden 2011 Managementsamenvatting Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) heeft onderzoek verricht naar de oorzaken, omstandigheden en het verloop van woningbranden met dodelijke
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking Evaluatie Pilot clientondersteuning in de Rotterdamse Vraagwijzers MEE Rotterdam-Rijnmond Datum Januari 2017 Opdrachtgever Opdrachtnemer Status Gemeente
Sociaal netwerk bron van hulp en van zorg. Geeke Waverijn & Monique Heijmans
Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Sociaal netwerk bron van hulp en van zorg, G. Waverijn & M. Heijmans, NIVEL, 2015) worden gebruikt. U vindt deze factsheet
Bevindingen getroffenen en betrokkenen monstertruck-drama
Bevindingen getroffenen en betrokkenen monstertruck-drama Resultaten van drie belrondes onder getroffenen en betrokkenen van het monstertruckdrama op 28 september 2014 F.D.H. Koedijk, A. Kok Bevindingen
Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging
Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de
Samenvatting Nederlands
Samenvatting Nederlands 178 Samenvatting Mis het niet! Incomplete data kan waardevolle informatie bevatten In epidemiologisch onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van vragenlijsten om data te verzamelen.
Vlaams Patiënten Peiling
Titelpagina Vlaams Patiënten Peiling Dit is een demorapport op ziekenhuisniveau. Enkel het onderwerp 'Wijze van omgang met patiënten en samenwerking tussen zorgverleners' wordt in detail uitgewerkt. Het
De implementatie van het standaardverpleegplan preventie en behandeling van decubitus 2 jaar later-
De implementatie van het standaardverpleegplan preventie en behandeling van decubitus 2 jaar later- Auteur: Drs. M. Hanraets Vertaald/bijgewerkt: Nieuwsbrief: 1993 Pagina: 27-29 Jaargang: 9 Nummer: 4 Toestemming:
Cliënttevredenheid verslavingskliniek SolutionS Center in Voorthuizen 2012
Cliënttevredenheid verslavingskliniek SolutionS Center in Voorthuizen 2012 Auteurs: Dr. Gert-n Meerkerk Dr. Tim M. Schoenmakers Rotterdam, oktober 2012 IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving
Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1
Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014 Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Doelstelling Nurses on the Move Bijdragen aan verbetering kwaliteit van zorg in verpleeg- en
Monitor Drugsincidenten: ernstige ecstasy intoxicaties
Improving Mental Health by Sharing Knowledge Monitor Drugsincidenten: ernstige ecstasy intoxicaties Lotte Wijers Monitor Drugs Incidenten Doel Monitor Drugs Incidenten (MDI): Inzicht in aard en omvang
Validatie schattingsmethodiek Defensie. Rapportage Klankbordgroep
Validatie schattingsmethodiek Defensie Rapportage Klankbordgroep 21 december 2011 Rapportage Klankbordgroep Inleiding / Samenvatting De Klankbordgroep heeft op verzoek van het ministerie van Defensie toezicht
Werkinstructies voor de CQI CVA
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg na een CVA of beroerte te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden
Bepalende factoren voor Constructieve veiligheid
Bepalende factoren voor Constructieve veiligheid Projectvoorstel Projectleider: ir. K.C. Terwel Delft, 19 december 2012 Aan: Bouwend Nederland VNConstructeurs NLingenieurs Samenvatting Constructieve veiligheid
Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis
Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk
Werkinstructies voor de CQI Heup-/Knieoperatie
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond een vervangende heupof knieoperatie te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst
Medische risicoanalyse bij evenementen Kris Spaepen
P RI Medische risicoanalyse bij evenementen Kris Spaepen Mass gathering Evenementen in de medische literatuur: Definitie Mass gathering Geen uniforme definitie Meest gebruikte is een combinatie van: an
STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)
STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER) Juni 2004 INLEIDING Voor u ligt een stappenplan dat gebaseerd is op de CBO-richtlijn
Fit en Gezond in Overijssel 2016
Fit en Gezond in Overijssel 2016 Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2016 Provinciale resultaten sport en bewegen Colofon Fit en Gezond in Overijssel Provinciale resultaten sport en bewegen uit de
ERVAREN WERKDRUK IN HET MBO
ERVAREN WERKDRUK IN HET MBO onderzoeksverslag Rozemarijn van Toly, Annemarie Groot, Andrea Klaeijsen en Patricia Brouwer 01 AANLEIDING ONDERZOEK Er is recent veel aandacht voor werkdruk onder docenten;
Jaarverslag klachtenfunctionarissen. en medewerkers servicecentrum patiënt & zorgverlener
Jaarverslag klachtenfunctionarissen en medewerkers servicecentrum patiënt & zorgverlener 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Nieuw klachtregistratiesysteem... 3 Verdeling naar complexiteit... 3 Facilitaire
Vitamine B12 deficiëntie
Vitamine B12 deficiëntie Quality of life Retrospectief onderzoek Dit rapport bevat de analyses van de B12 Quality of Life Questionnaire, waarin meer dan 200 personen met een lage vitamine B12 waarde zijn
Rapportage Verkennend onderzoek Gegevensbeschermingsbeleid
Rapportage Verkennend onderzoek Gegevensbeschermingsbeleid Openbare versie Rapport definitieve bevindingen z2018-27134 De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) hecht veel waarde aan een goed gegevensbeschermingsbeleid,
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting
Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert
Werkinstructie benaderen intermediairs Sense
Werkinstructie benaderen intermediairs Sense BIJLAGE 7 Voorbeeld van de opzet van de presentatie in PowerPoint BIJLAGE 7 VOORBEELD VAN DE OPZET VAN DE PRESENTATIE IN POWERPOINT] 1 WERKINSTRUCTIE BENADEREN
Rapportage Indicenten en calamiteiten Raad van bestuur, Máxima Medisch Centrum
Rapportage Indicenten en calamiteiten 2017 Raad van bestuur, Máxima Medisch Centrum 1. Inleiding Máxima Medisch Centrum (MMC) is een ziekenhuis, dat grote waarde hecht aan openheid en toetsbaarheid. In
Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief
Samenvatting Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Stabiliteit en verandering in gerapporteerde levensgebeurtenissen over een periode van vijf jaar Het belangrijkste doel van dit longitudinale,
Beoordelingsprotocol objectkenmerken
WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Beoordelingsprotocol objectkenmerken Datum: 7 augustus 2018 Bijlage(n): - BEOORDELINGSPROTOCOL OBJECTKENMERKEN Inleiding De juiste registratie van alle gegevens over een
Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie
Samenvatting Gehoor en de relatie met psychosociale gezondheid, werkgerelateerde variabelen en zorggebruik. De Nationale Longitudinale Studie naar Horen Slechthorendheid is een veelvoorkomende chronische
Samenvatting. Incidentie en frequentie van problemen
Samenvatting Dit rapport gaat over de Nederlandse ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf (MKB), de bedrijven met maximaal 99 werknemers die gezamenlijk iets meer dan 99% van de bedrijven in Nederland
Bezoekadres Kenmerk Bijlage(n) Samenvatting
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)
Cliënttevredenheid verslavingskliniek SolutionS Center in Voorthuizen 2012
Cliënttevredenheid verslavingskliniek SolutionS Center in Voorthuizen 2012 Auteurs: Dr. Gert-n Meerkerk Dr. Tim M. Schoenmakers Rotterdam, november 2012 IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en
Oud en Nieuw Landelijk beeld jaarwisseling in Nederland
Oud en Nieuw 2014-2015 Landelijk beeld jaarwisseling 2014-2015 in Nederland Pagina 2 van 15 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Landelijk beeld... 5 Aantal jaarwisseling gerelateerde gebeurtenissen... 6
Chapter 11. Nederlandse samenvatting
Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Reumatoïde artritis (RA) is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door ontstekingen van de gewrichten. Symptomen die optreden zijn onder andere pijn,
Communicatietoolkit Verwantencontact
Communicatietoolkit Verwantencontact 088 269 00 00 Inhoud 1. Standaard berichten voor website en Twitter 2. Website Verwantencontact en animatie 3. Q en A voor burgers 4. Informatie over Verwantencontact
Leren van onverwacht ernstige gebeurtenissen in de zorg
Leren van onverwacht ernstige gebeurtenissen in de zorg Openbaar maken van (mogelijke) calamiteiten in de patiëntenzorg Alle zorgverleners van het Jeroen Bosch Ziekenhuis doen hun uiterste best om er voor
Rekenkamercommissie Wijdemeren
Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van
EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING. Deel 1: politie. Management samenvatting
EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING Deel 1: politie Management samenvatting EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS
Werkinstructies voor de CQI Staaroperatie
Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond staaroperaties te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt
A. Nieuwe Wmo Verordening prestatieveld 6
Onderzoeksopzet Evaluatie Wmo 2013 Op 1 januari 2013 is de nieuwe Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Drechtsteden 2013 in werking getreden. Tevens is op die datum een nieuwe aanpak
Landelijke evaluatie van de resultaten van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO)
Landelijke evaluatie van de resultaten van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) Instituut Fysieke Veiligheid Facilitair Dienstencentrum Postbus 7112 2701 AC Zoetermeer Zilverstraat 91, Zoetermeer
