Handleiding Waarnemingen Vlinders
|
|
|
- Damian Willems
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handleiding Waarnemingen Vlinders bruine vuurvlinder (Henk Bosma) Agaatvlinder (Kars Veling) De Vlinderstichting Januari 2006
2 2
3 Inhoudsopgave: Inleiding 5 Vlinderonderzoek 6 Verspreidingsonderzoek 6 Monitoring 6 Gebiedsonderzoek 7 Soortgericht onderzoek 7 Verspreidingsonderzoek dagvlinders en nachtvlinders 8 Wat, waar en wanneer? 8 Nulwaarnemingen 8 Van welke soorten zijn nulwaarnemingen gewenst? 8 Voorwaarden voor doorgeven nulwaarnemingen 9 Waarnemingen doorgeven 12 Via internet 12 Via een excelbestand 12 Via formulieren 12 Wat geeft u door? 13 Amersfoortcoördinaten opzoeken in de atlas 15 Coördinaten op 100x100 meter 16 Bijzondere waarnemingen 17 Gebiedsinventarisatie dagvlinders 18 Methode van inventariseren 18 Volledigheid van de inventarisatie 18 Wanneer is een hok goed onderzocht? 20 Bijlage I Waarnemingen doorgeven met Landkaartje 21 Bijlage II Navraagformulier 23 Bijlage III Het waarnemingenformulier 25 Bijlage IV Zeldzame soorten waarvan nulwaarnemingen gewenst zijn 26 Bijlage V Soortenlijst dagvlinders 34 Bijlage VI Soortenlijst dagactieve nachtvlinders 36 Uitgave: Tekst: Illustraties: De Vlinderstichting, Rapportnummer: VS Kars Veling Frits Bink, Henk Bosma, Henkjan Kievit, Victor Mensing, Robert Ketelaar, Nicoliene Peet, Kars Veling en Peter Verbeek 3
4 4
5 Inleiding Dagvlinders zijn aantrekkelijke dieren. Of dat nu komt door hun opvallende kleuren, het feit dat ze gewoon bij ons in de tuin komen of door de ingewikkelde biologie met een metamorfose van rups tot vlinder, mensen houden van vlinders. Al eeuwen lang is men geïnteresseerd in vlinders en worden ze bestudeerd. Vroeger gebeurde dat door ze te verzamelen en op te prikken, tegenwoordig vooral door ze te bekijken, op te schrijven en eventueel te fotograferen. Keizersmantel op koninginnenkruid (Kars Veling) De Vlinderstichting verzamelt waarnemingen van dag- en nachtvlinders en houdt een uitgebreid archief bij over het voorkomen van vlinders in Nederland. Meer dan 1500 vrijwillige veldmedewerkers sturen hun gegevens op naar De Vlinderstichting, die ze verwerkt en opslaat. Voor behoud en herstel van vlinders zijn deze gegevens onmisbaar. Je kunt alleen rekening houden met de leefgebieden van vlinders als deze bekend zijn. Daarnaast is het bij de ontwikkeling van nieuwe natuur belangrijk om te weten waar bepaalde soorten op dit moment al aanwezig zijn. Hier kun je met de maatregelen bij aansluiten. In het Landelijk Meetnet wordt onderzocht welke soorten voor- en achteruit gaan en ook hiermee kan vervolgens in het natuurbeleid en beheer rekening worden gehouden. Zeker nu gegevens over het voorkomen van planten en dieren ook juridische consequenties kunnen hebben, is het belangrijk om er alles aan te doen om de gegevens zo betrouwbaar mogelijk te maken. Daarom is het nodig om afspraken te maken over de manier waarop het onderzoek plaatsvindt en over de manier waarop gegevens in het databestand worden opgenomen. Daarom is deze handleiding gemaakt, die ingaat op vlinderonderzoek, de methoden en de manieren van doorgeven van waarnemingen. 5
6 Vlinderonderzoek Vlinderonderzoek kan op allerlei manieren gebeuren. De methode die je kiest is uiteraard afhankelijk van wat je wilt weten, maar ook van de hoeveelheid tijd die je voor het onderzoek hebt. Globaal zijn vier soorten te onderscheiden. Verspreidingsonderzoek dag- en nachtvlinders (Landelijk Bestand Vlinders) Onder verspreidingsonderzoek verstaan we het verzamelen van alle losse waarnemingen van vlinders. Het hoeft hierbij niet te gaan om een grootschalig onderzoek, maar de citroenvlinder die u ziet als u uw kind naar school brengt, is al een waardevol gegeven. Uiteraard is ook een nauwkeurig onderzoek van een gebied, waarbij je dagenlang alle vlinders in kaart brengt, verspreidingsonderzoek en deze gegevens zijn ook zeer welkom in ons databestand. Door verspreidingsonderzoek ontstaat een betrouwbaar beeld van het voorkomen van vlinders in Nederland, zoals hier van het bruin blauwtje Monitoring (Landelijk Meetnet Dagvlinders) In tegenstelling tot verspreidingsonderzoek is het voor monitoring van belang om vaste methoden toe te passen op een vast traject. De bedoeling van monitoring is namelijk om veranderingen in de vlinderstand in de loop van de jaren vast te stellen. Dit kan alleen als er ieder jaar op min of meer dezelfde wijze is geteld. Monitoring valt verder buiten deze handleiding. Voor het Landelijk meetnet Dagvlinders is een aparte handleiding verschenen. Monitorgegevens geven informatie over voor en achteruitgang van vlinders; hier de trends van het heideblauwtje in Noord-, Zuid- en Midden-Nederland. 6
7 Gebiedsonderzoek Soms is het nodig om een gebied helemaal te inventariseren. Je wilt dan precies weten wat er voorkomt en je wilt een volledig beeld hebben. Dit kan bijvoorbeeld zijn in gebieden waar ingrepen in het landschap worden voorbereid. Dan is het nuttig om te weten wat de belangrijke plekken zijn voor vlinders. Voor een deel worden deze gegevens verzameld als losse waarnemingen in het Landelijk Bestand Vlinders, maar dit is lang niet voor ieder gebied volledig. In deze handleiding wordt ingegaan op de eisen die worden gesteld aan een onderzoek als je binnen één seizoen een volledig beeld van een gebied wilt hebben. Voor gebiedsgericht onderzoek kijk je in alle verschillende landschapstypen (Kars Veling) Soortgericht onderzoek Een heel andere manier van onderzoek is het soortgerichte onderzoek. Hierbij concentreer je je op een bepaalde soort en daar probeer je zoveel mogelijk informatie over te krijgen. Daarbij gaat het om leefwijze, leefgebied, waardplantvoorkeur of trekgedrag. Kortom: je probeert in de huid van die ene soort te kruipen. Soortgericht onderzoek is tijdrovend en gebeurt voornamelijk door studenten, die in het kader van hun afstuderen of een stage maanden bezig kunnen zijn met die ene soort. In deze handleiding zal hier verder niet op worden ingegaan. Soortgericht onderzoek: weken achter een vlinder aan (Robert Ketelaar) Wilt u soortgericht onderzoek uitvoeren neem dan contact op met De Vlinderstichting. 7
8 Verspreidingsonderzoek dagvlinders en nachtvlinders Wat, waar en wanneer? Het verspreidingsonderzoek is de meest laagdrempelige manier om vlindergegevens te verzamelen. Als u bij het boodschappen doen op de vlinderstruik bij de Albert Heijn een dagpauwoog ziet zitten en deze doorgeeft werkt u mee aan verspreidingsonderzoek. De belangrijkste zaken die je met verspreidingsonderzoek verzamelt zijn soort, plaats en datum. Hoe meer van deze losse meldingen van een plek worden verzameld, hoe vollediger het beeld van de vlinderbevolking daar. Het gaat bij dit verspreidingsonderzoek om alle soorten. Ook waarnemingen van gewone soorten als klein koolwitje, gamma-uil en kleine vos zijn van belang omdat we hiermee informatie krijgen over de mate waarin een hok is onderzocht. Zijn er geen gegevens uit een kilometerhok in het bestand aanwezig dan kan dat betekenen dat er niets zit, maar ook dat er niet is gekeken. Zijn er waarnemingen bekend van klein koolwitje, dagpauwoog en atalanta, soorten die in principe in bijna elk kilometerhok voorkomen, dan weten we in ieder geval dat er is gekeken en aan de bezoekdata kunnen we zien hoe vaak en in welke maanden. Ook van de gewone soorten zijn losse waarnemingen welkom (Kars Veling) Nulwaarnemingen Voor bijzondere soorten is het verzamelen van nulwaarnemingen van belang. Deze soorten, die specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, kunt u gericht gaan onderzoeken door in die leefgebieden, met goed weer en in de vliegtijd van die vlindersoort te gaan zoeken. Vindt u de soort niet dan is het doorgeven van die nulwaarneming nuttig. Als we van zo n soort op een locatie drie nulwaarnemingen hebben, dan kunnen we ervan uitgaan dat de soort er niet meer voorkomt. Uiteraard is een nulwaarneming alleen relevant als de vliegtijd en de weersomstandigheden optimaal waren. Van welke soorten zijn nulwaarnemingen gewenst In principe kan van elke soort een nulwaarnemingen worden doorgegeven. Toch is het vooral van belang voor de wat zeldzamere soorten. Voor de beschermde soorten zijn de nulwaarnemingen erg belangrijk. Van deze soorten willen we graag weten waar ze zitten, zodat er in inrichting en beheer rekening mee gehouden kan worden. Van deze soorten is het dus ook goed om te weten dat een soort ergens niet meer is gezien. In onderstaande tabel staan deze soorten. 8
9 Nederlandse naam Bruin dikkopje Donker pimpernelblauwtje Dwergblauwtje Dwergdikkopje Groot geaderd witje Grote ijsvogelvlinder Grote vuurvlinder Heideblauwtje Iepenpage Kalkgraslanddikkopje Keizersmantel Klaverblauwtje Pimpernelblauwtje Purperstreepparelmoervlinder Rode vuurvlinder Rouwmantel Tweekleurig hooibeestje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Woudparelmoervlinder Zilvervlek Spaanse vlag wetenschappelijke naam Erynnis tages Maculinea nausithous Cupido minimus Thymelicus acteon Aporia crataegi Limenitis populi Lycaena dispar Plebeius argus Satyrium w-album Spialia sertorius Argynnis paphia Polyommatus semiargus Maculinea teleius Brenthis ino Lycaena hippothoe Nymphalis antiopa Coenonympha arcania Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Melitaea diamina Boloria euphrosyne Euplagia quadripunctaria Soorten als groentje en eikenpage zijn niet beschermd, maar ook van deze soorten kan het nuttig zijn om nulwaarnemingen door te geven. Het gaat om plaatsgebonden vlinders, die je heel gericht kunt zoeken en waarvan dus ook met redelijke zekerheid kan worden aangeven dat de soort op het moment van onderzoek niet aanwezig was. Voor een atalanta en een klein koolwitje is het doorgeven van nulwaarnemingen minder van belang omdat dit zeer algemene soorten zijn, die ook erg mobiel zijn en dus eigenlijk overal voor kunnen komen. Van onder andere dit beschermde heideblauwtje zijn nulwaarnemingen zeer gewenst (Henk Bosma) 9
10 Voorwaarden voor doorgeven nulwaarnemingen Het is duidelijk dat het niets zegt als er van de Dam in Amsterdam een nulwaarneming wordt doorgegeven van een heideblauwtje op een koude regenachtige dag in februari. Het doorgeven van een nulwaarneming is alleen nuttig als aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Biotoop Het is alleen zinvol om nulwaarnemingen door te geven van soorten als je in het goede leefgebied hebt gezocht. Dat je geen eikenpage hebt gezien in een open graslandgebied zegt niet zoveel: je verwacht niet anders. Zeker voor de beschermde soorten is het van belang dat je zoekt in de goede leefgebieden. In bijlage IV staat per soort een beschrijving van het leefgebied. Alleen uit deze gebieden zijn nulwaarnemingen van belang. Alleen in het goede leefgebied, hier een veentje voor de veenvlinders, is het zinvol om nulwaarnemingen door te geven (Kars Veling) Een nulwaarneming is alleen van belang als je in de goede vliegtijd van de soort hebt gezocht. In bijlage IV staat voor elke beschermde soort de tijd waarin het zinvol is om nulwaarnemingen te verzamelen en door te geven. Je moet in de vliegtijd van de soort zoeken om zinvolle nulwaarnemingen te kunnen doorgeven (Kars Veling) 10
11 Weersomstandigheden Het moet goed weer zijn als je een nulwaarneming verzamelt. Als het regent, is het logisch dat je geen vlinders ziet, maar dat zegt niets over het voorkomen van die soort. We nemen voor goed weer de voorwaarden over die ook in het Landelijk Meetnet Dagvlinders worden gehanteerd. Alleen bij goede weersomstandigheden kunnen nulwaarnemingen worden gedaan (Kars Veling). Voorwaarden om nulwaarnemingen te kunnen doorgeven: mooi vlinderweer Tijd van de dag Temperatuur Windkracht Tussen uur en uur (zomertijd) Boven de 17 C, of tussen 13 en 17 C maar dan meer dan 50% zonneschijn Niet meer dan 5 Beaufort Onderzochte tijd In sommige terreinen kun je in een korte tijd bepalen of een soort ergens voorkomt of niet. Voor andere soorten en andere terreintypen kan dat anders zijn. Daarom is per soort een minimum tijdsinspanning vastgesteld. Ook deze staan in bijlage IV. 11
12 Waarnemingen doorgeven Via internet Onze voorkeur gaat uit naar het doorgeven via het invoerprogramma Landkaartje op internet ( Dan kunnen de gegevens zonder veel extra werk worden gebruikt en bovendien kunt u zelf een excel-bestand van uw ingevoerde waarnemingen downloaden. Het grote voordeel van het gebruik van Landkaartje is de kaartmodule. U kunt inzoomen op een kaart van Nederland en dan op 10x10 meter nauwkeurig klikken op de kaart om de bijbehorende Amersfoortcoördinaten te krijgen. De waarnemingen van dagvlinders, nachtvlinders en libellen kunnen door elkaar worden ingevoerd, met behoud van instellingen als datum en plaats, zodat het invoeren erg snel verloopt. Zie verder bijlage II. Via een excelbestand Wilt u invoeren in een excelbestand, download dan het voorbeeldbestand van onze site. Niet alleen zijn alle kolommen daar al goed op ingevuld, ook staan er lijsten op met de juiste naam van de soorten. Deze worden dan automatisch goed ingevuld. Mocht u toch zelf een bestand maken zorg dan dat u de opbouw gebruikt zoals aangegeven in onderstaand voorbeeld. Via formulieren Uiteraard kunt u ook nog gewoon met pen of potlood uw papieren formulieren invullen. Deze zijn aan te vragen bij De Vlinderstichting (Postbus 506, 6700 AM Wageningen, ). Een formulier staat afgedrukt in bijlage III. 12
13 Wat geeft u door? Via welk medium (papier, excelbestand of via internet) u de gegevens ook doorgeeft, de volgende zaken zijn altijd van belang: Soortnaam Bij de soortnaam kunt u kiezen of u de wetenschappelijke naam of de Nederlandse naam invult. We willen u wel vragen om de naamgeving te gebruiken zoals dieachterin deze handleiding in bijlage V (dagvlinders) en VI (dagactieve nachtvlinders) is opgenomen. Als u een excelbestand hebt gedownload, is deze lijst ook in het bestand opgenomen. Via het invoerprogramma Landkaartje wordt automatisch de juiste naam gebruikt. Ook kunt u onze website raadplegen voor de juiste soortnamen. Datum Als u zelf een excelbestand maakt, zorg dan dat de datum wordt ingevoerd in een datumveld, of gebruik voor jaar, maand en dag drie verschillende kolommen. Een datum in een gewoon tekstveld betekent dat deze opnieuw moet worden ingevoerd bij De Vlinderstichting. Waarnemingen met een compleet ingevulde datum (jaar, maand, dag) kunnen we op de beste manier gebruiken bij ons beschermingswerk. Probeer daarom altijd om zo goed mogelijk te achterhalen wanneer u een waarneming hebt gedaan. Twijfelt u of u de dagpauwoog in uw tuin op 28 of op 29 juli gezien hebt, dan hebben we liever dat u gewoon een van beide invult dan dat het vakje leeg blijft. Dit betekent natuurlijk niet dat u in andere gevallen ook maar een datum gokt, want vooral bij de wat zeldzamere soorten kan de precieze datum van groot belang zijn. We willen de waarnemingen bij voorkeur per dag hebben en niet per week, maand of jaar. Weektotalen zeggen niet zoveel, dus geef dan liever het maximum aantal door dat u op één dag hebt waargenomen op die locatie. Plaatsnaam In de kolom plaatsnaam vult u bij voorkeur de naam van het natuurgebied of de dichtstbijzijnde stad of dorp in. Het is niet zinvol om hier dingen als Dorpsstraat, tuin, op de heide of Bij Janssen achter het huis in te vullen. De exacte plaatsbepaling gaat via de X- en Y-coördinaten van de hierna volgende kolommen. Plaatsbepaling (amersfoortcoördinaten) De basis van het bestand bestaat uit de plaatsaanduiding via de zogenaamde Amersfoortcoördinaten. Deze coördinaten zijn te vinden in de Topografische Inventarisatieatlas die te verkrijgen is bij Vogelbescherming Nederland (Postbus 925, 3700 AX Zeist, telefoon: ). Bij de boekhandel zijn ook provinciale topografische atlassen verkrijgbaar waarop het kilometergrid staat. Over het gebruik van deze coördinaten en de manier waarop u ze kunt bepalen is meer te vinden verderop in deze handleiding. 13
14 Stadium / geslacht Door middel van een getal geeft u aan waarop de waarneming betrekking heeft: 1 = ei 2 = rups 3 = pop 4 = mannetje 5 = vrouwtje 8 = u heeft vlinders gezien, maar u heeft niet gelet op het geslacht 9 = mannetjes en vrouwtjes. Dit gebruikt u als u meerdere vlinders van dezelfde soort hebt gezien en dat u zeker weet dat daar én mannetjes én vrouwtjes tussen zaten. Het is dus onmogelijk om bij deze kolom 9 in te vullen terwijl bij de kolom aantal 1 exemplaar is ingevuld. Laat deze kolom nooit leeg! Hebt u vlinders gezien dan kunt u altijd een 8 invullen. Aantal Vul in de kolom aantal een concreet getal in. Aanduidingen als veel of tientallen zijn voor ons erg moeilijk te verwerken. Veel wordt dan 1 en tientallen zal worden ingevoerd als 10. Als u niet precies weet hoeveel exemplaren u gezien heeft, probeer dan een zo juist mogelijke schatting te maken. Geef geen andere tekens dan cijfers in deze kolom. Min of meer, ongeveer of plusminus worden niet ondersteund in het databestand en ook deze waarnemingen zullen worden opgenomen als het aantal dat zeker is gezien of als 1. Waarnemer Iedereen die gegevens doorgeeft aan De Vlinderstichting krijgt een waarnemersnummer. Als u nog niet eerder iets heeft doorgegeven, laat u die kolom leeg. Na het insturen van de gegevens krijgt u vervolgens van De Vlinderstichting uw waarnemersnummer doorgegeven, dat u in het vervolg invult op de formulieren. 14
15 Amersfoortcoördinaten opzoeken in de atlas Op de internetsite Landkaartje klikt u op de kaart en krijgt u automatisch de Amersfoortcoördinaten. U kunt deze ook opzoeken in een topografische atlas. Voor het bepalen van het kilometerhok waarin de ster staat kijkt u naar het kilometerhok waarin het ligt. Van dat hok neemt u de LINKSONDERHOEK. Daarvandaan is de X-coördinaat boven- en benedenlangs af te lezen. In dit geval is dat 136 Vervolgens is aan de linker- en rechterzijde de Y-coördinaat af te lezen. In dit geval is dat 438 Daarmee is het kilometerhok gedefinieerd: X:136 Y:438 Nog een handig ezelsbruggetje: de X-coördinaat is altijd kleiner dan de Y-coördinaat. 15
16 Coördinaten op 100x100 meter In het geval van zeldzamere soorten is het van belang om de plek nauwkeuriger dan op vierkante kilometer door te geven. In dat geval willen we de coördinaten op 100x100 meter nauwkeurig hebben. Dat gaat door over het kilometerhok een rastertje te leggen dat het hok weer onderverdeelt in hectarehokken. De ster ligt in het kilometerhok met X: 136 en Y: 439 Bij een verdere opdeling in 100x100 meter wordt de aanvullende X-coördinaat: 8 en de aanvullende Y-coördinaat: 6 Het 100x100 meterhok met de ster wordt dus weergegeven als: X: 1368 Y:
17 Bijzondere waarnemingen Als u een bijzondere vlinder waarneemt of u ziet een vlinder ver buiten zijn normale verspreidingsgebied of vliegtijd, dan moet deze wat uitgebreider worden beschreven. Probeer een ander erbij te halen die een second opinion kan geven, of maak een foto. Dit hoeft echt geen fantastische plaat te worden en u heeft zeker niet een camera van vele honderden euro s nodig. Een eenvoudige camera maakt meestal prima plaatjes om een soort te herkennen. Navraagformulier De bijzondere waarnemingen worden er bij De Vlinderstichting uitgefilterd en hiervoor krijgt de waarnemer een navraagformulier (zie bijlage II). Dit betekent niet een motie van wantrouwen jegens de waarnemer, maar heeft puur betrekking op de waarneming. Het navraagformulier wordt terug gestuurd en een commissie beoordeelt uiteindelijk of een waarneming in het databestand wordt opgenomen of niet. Het feit dat een waarneming niet wordt opgenomen wil ook niet zeggen dat het een onjuiste waarneming was of dat de waarnemer niet wordt vertrouwd. Er wordt puur gekeken of er voldoende (rationele) argumenten zijn om de waarneming te accepteren. Uiteindelijk worden de gegevens uit het databestand ook gebruikt om bepaalde gebieden te beschermen (en bijvoorbeeld bouwplannen te verhinderen) en daarom moeten we ervan uit kunnen gaan dat de gegevens in het bestand betrouwbaar en bewijsbaar zijn. Ook de vaste medewerkers van De Vlinderstichting zelf doorlopen deze procedure en ook hun waarnemingen worden niet zonder meer geaccepteerd. Als u een zeldzame soort zoals dit geraniumblauwtje meldt zult u altijd een navraagformulier toegestuurd krijgen (Kars Veling). 17
18 Gebiedsinventarisatie dagvlinders Om een goed beeld te krijgen van de dagvlinderfauna in een gebied is gericht onderzoek noodzakelijk. Een 100% volledig beeld is niet te garanderen, maar als je de veldbezoeken zorgvuldig plant, kun je in één onderzoeksjaar een prima indicatie krijgen van de vlinders die er voorkomen. Daarbij is het aantal bezoeken en de tijdsbesteding afhankelijk van het type terrein en de te verwachten soorten. Methode van inventariseren Doel van een gebiedsinventarisatie is om de aanwezige vlinders daar in kaart te brengen. Om dit te bereiken, moet het gebied bezocht worden in de vliegtijd van de te verwachten vlinders. Er zijn vlindersoorten die maar drie tot vier weken per jaar als vlinder aanwezig zijn, dus moeten de bezoeken goed worden ingepland. Hoe meer bezoeken je per seizoen kunt brengen, hoe meer kans je hebt dat je alle soorten te zien krijgt natuurlijk, maar er is wel een minimum aantal bezoeken die nodig zijn voor een redelijk betrouwbaar beeld van de vlinderfauna in een gebied. In onderstaande tabel staat per landschapstype aangegeven hoeveel bezoeken er minimaal nodig zijn en in welke maanden die bezoeken moeten worden gebracht. In dit geval wordt er uiteraard van uitgegaan dat deze bezoeken plaatsvinden onder goede weersomstandigheden en overdag (zie ook pagina 11). Aantal benodigde bezoeken per begroeiingstype MEI JUNI JULI AUGUSTUS Totaal Open agrarisch gebied Kleinschalig agrarisch gebied Stedelijk gebied Industrieterreinen Grootschalige naaldbossen Grootschalige loofbossen Kleinschalige bossen Duinen Grote open heideterreinen Kleinschalige heideterreinen Volledigheid van de inventarisatie Om het beeld volledig te krijgen, moeten alle onderdelen van een gebied bezocht worden. In een kleinschalig en gevarieerd landschap zoals de duinen kost een gebiedsinventarisatie veel meer tijd dan in een intensief gebruikt landbouwgebied. In de volgende tabel wordt een indicatie gegeven van de benodigde inventarisatietijd per landschapstype. Deze inventarisatietijd geldt per kilometerhok. De bedoeling is dat je alle variatie die in een kilometerhok aanwezig is ook onderzoekt. In de kaartjes van de kilometerhokken met verschillende landschapstypen staan voorbeeldroutes aangegeven. Dit om een idee te krijgen op welke manier je in een kilometerhok kunt inventariseren en om de verschillen tussen de inventarisatieinspanning in de verschillende landschapstypen duidelijk te maken. 18
19 Inventarisatie-inspanning per telling (indicatie per begroeiingstype) uur/km 2 km 2 /dag Intensief agrarisch gebied 1 6 Kleinschalig agrarisch gebied 2 4 Stedelijk gebied 3 3 Industrieterreinen 2 4 Grote open heideterreinen 2 4 Kleinschalige heideterreinen 4 2 Grootschalige naaldbossen 1 6 Grootschalige loofbossen 2 4 Kleinschalige bossen 3 3 Duinen 4 2 Voorbeelden van inventarisatieroutes bij gebiedsinventarisaties: De route moet zodanig zijn uitgezet dat alle aanwezige leefgebieden binnen het hok worden bezocht. Hoe gevarieerder een hok, hoe uitgebreider de route zal zijn. Intensief agrarisch Kleinschalig agrarisch Stedelijk gebied Industrieterrein 19
20 Grootschalig heideterrein Kleinschalig heideterrein Naaldbos Loofbos Kleinschalig gevarieerd bos Duinen Wanneer is een hok goed onderzocht? Een kilometerhok is goed geïnventariseerd als in de voorgestelde perioden per begroeiingstype bij goede weersomstandigheden voldoende tijd in het hok is doorgebracht en de verschillende onderdelen (de variatie die in het hok aanwezig is) ook zijn bezocht. 20
21 Bijlage I Waarnemingen doorgeven met Landkaartje. 1 Op het openingsscherm geeft u waarnemersnummer en wachtwoord 2 Vervolgens komt u op de openingspagina waarop u kiest of u waarnemingen wilt bekijken of nieuwe waarnemingen wilt invoeren. 21
22 3 Op het invoerscherm geeft u eerst datum en plaats op, waarbij u de coördinaten kunt invullen door de plaats op een kaart aan te klikken. Dan kiest u soort, aantal en eventueel stadium geslacht. 4 U kunt de ingevoerde waarnemingen zelf ook krijgen door een excelbestand te downloaden. Zo houdt u zelf ook een goed archief bij van doorgegeven meldingen. 22
23 5 U kunt ook de waarnemingen op een kaart bekijken en daarover meer informatie krijgen met bijvoorbeeld satellietbeelden als achtergrond. Bijlage II Navraagformulier voor bijzondere waarnemingen ½: de brief Beste waarnemer, Onlangs ontvingen wij van u de melding van een XXXX die u meldde uit XXX. Het gaat hier om een zeldzame vlinder in Nederland. Bij dergelijke zeldzame waarnemingen is het voor ons van belang om zoveel mogelijk achtergrondinformatie te verkrijgen. De achtergrondinformatie zal worden opgeslagen zodat deze ook in de toekomst kan worden geraadpleegd. Waarnemingen van deze bijzondere soorten zonder deze documentatie kunnen helaas niet zomaar in het Landelijk Bestand Vlinders worden opgenomen. Deze procedure geldt voor alle bijzondere waarnemingen en heeft niets te maken met ons vertrouwen in uw waarneming. Op de achterzijde van dit formulier staan een aantal vragen die extra informatie kunnen geven over de waarneming. Als wij van u het ingevulde formulier hebben ontvangen wordt de door u verstrekte informatie bekeken door een speciale commissie ter beoordeling van bijzondere waarnemingen. U wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van hun bevindingen. Wij hopen dat u de tijd en gelegenheid heeft om uw waarneming met dit formulier nader toe te lichten. Bij voorbaat dank voor de moeite. Met vriendelijke groet, DE VLINDERSTICHTING 23
24 Navraagformulier 2/2: het formulier Over uw waarneming hebben wij de volgende vragen. Om een juiste beoordeling mogelijk te maken is het belangrijk dat deze vragen zo nauwkeurig mogelijk worden beantwoord. Hoe heeft u de vlinder waargenomen? De vlinder werd gevangen De vlinder vloog voorbij De vlinder kon van dichtbij worden bekeken Anders, nl In welk biotoop heeft u de vlinder waargenomen? Graag een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de locatie waar de vlinder werd waargenomen. Denk hierbij aan heide, bos of in uw eigen tuin. Als de vlinder op een bepaalde plant is waargenomen dan dit ook graag hier vermelden. Hoe waren de weersomstandigheden? Temperatuur. Windkracht. Bewolking (%). Hoeveel tijd zat er tussen de waarneming en de determinatie? De vlinder werd ter plaatse op naam gebracht Enkele minuten Enkele uren Enkele dagen Met welke vlindergids werd de vlinder op naam gebracht? Dagvlinders van de Benelux Nieuwe vlindergids Thieme s vlindergids Anders, nl.. Is er bewijsmateriaal beschikbaar? Indien aanwezig en mogelijk graag met dit formulier meesturen. Foto/dia/video Tekening Nauwkeurige beschrijving Verzameld Nee Anders, nl.... Heeft u de soort al eens eerder waargenomen? Ja, nl Nee Heeft u geprobeerd om anderen bij de waarneming te betrekken? Hoeveel personen hebben de vlinder gezien? Was u zich bewust van de zeldzaamheid van uw waarneming? Ja Nee Bent u geheel zeker van uw waarneming? Ja, omdat Nee, omdat.... Kunt u de vlinder omschrijven? Kortom welke kenmerken zijn doorslaggevend geweest bij het op naam brengen van de soort? Denk hierbij aan formaat van de vlinder, kleur, tekening etc. U kunt in dien nodig meer papier gebruiken Ruimte voor opmerkingen en aanvullende informatie
25 Bijlage III Het waarnemingenformulier 25
26 Bijlage IV ZELDZAME SOORTEN waarvan nulwaarnemingen gewenst zijn Overzicht veldwerkmethode per vlindersoort In onderstaande beschrijvingen wordt gesproken over geldige bezoeken. Deze zijn met name van belang voor het doorgeven van nulwaarnemingen. Als er een geldig bezoek is gebracht en de soort is niet aangetroffen, kan een nulwaarneming worden doorgegeven. Bruin dikkopje (Erynnis tages) De huidige habitat van het bruin dikkopje bestaat uit kalkgraslanden en (schrale) bloemrijke graslanden met de waardplant rolklaver. Hierop dient het veldwerk zich te richten. In het verleden en ook in het buitenland komt het bruin dikkopje veel wijder verbreid voor. Heiden en moerassige terreinen behoren tot het suboptimale biotoop. maart april mei juni Juli augustus september oktober Incidenteel is er bij het bruin dikkopje in Nederland sprake van een extra generatie die vliegt eind juli begin augustus. Waarnemingen van de soort in deze periode kunnen aanvullend gebruikt worden, maar geldige bezoeken i.v.m. nulwaarnemingen dienen in de eerste generatie verricht te worden. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Donker pimpernelblauwtje (Maculinea nausithous) Vochtige, matige voedselrijke beek- en rivierdalgraslanden en bermen met de waardplant grote pimpernel. Inventarisatie-intensiteit Het donker pimpernelblauwtje heeft een bijzonder sterke binding aan de grote pimpernel (deze is zowel waard-, nectar- als rustplant). De zoekacties kunnen dan ook gericht zijn op deze plantensoort. Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht 26
27 Dwergblauwtje (Cupido minimus) Beschut liggende, gevarieerde kalkgraslanden met struweel. Het dwergblauwtje heeft een partiële tweede generatie die vliegt van begin juli tot begin augustus. Waarnemingen van de soort in deze periode kunnen aanvullend gebruikt worden, maar geldige bezoeken dienen in de eerste generatie gebracht te worden. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Dwergdikkopje (Thymelicus acteon) Kalkgraslanden Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Groot geaderd witje (Aporia crataegi) Struweel, boomgaarden en heggen en open bossen en bosranden. Inventarisatie-intensiteit Het groot geaderd witje heeft geen vaste populaties meer in Nederland. De meeste waarnemingen hebben betrekking op zwervers vanuit het buitenland. Doordat potentieel geschikte habitat relatief veel voorkomt, is het gericht zoeken naar deze soort moeilijk. Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een kwartier per hectare gezocht. 27
28 Grote ijsvogelvlinder (Limenitis populi) Open plekken in matig vochtige loofbossen en gemengde bossen waar de waardplant zwarte populier of ratelpopulier voorkomt. Inventarisatie-intensiteit De soort komt in zeer lage dichtheden voor, de vlinders zitten vaak hoog in de bomen en de potentiële leefgebieden beslaan soms vele hectaren. Hiermee is het een zeer moeilijk te inventariseren vlinder. Mannetjes zijn te lokken door stinkende kaas en rottend vlees. Momenteel is de enige locatie waar de soort recent nog is waargenomen de Dodemanskisten op Terschelling. Dit gebied beslaat ongeveer 200 hectare. Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een dag per 100 hectare gezocht. Grote vuurvlinder (Lycaena dispar) Rietlandvegetaties in laagveengebied, variërend van ijl veenmosrietland tot zeggenmoeras en kruidenrijke ruigte. Inventarisatie-intensiteit en methode Veel van de huidige bekende vliegplaatsen zijn moeilijk toegankelijk. In de grote laagveenmoerassen (Wieden en Weerribben) is een roeiboot of kano het meest geschikte vervoermiddel. De locaties die in de inhaalslag nog dienen te worden onderzocht zijn vooral buiten de grote natuureenheden te vinden en hier kunnen veel percelen ook via het land bereikt worden. De grote vuurvlinder komt in lage dichtheden voor en de trefkans is, zeker door het onoverzichtelijke terrein, niet groot. De potentiële locaties dienen te voet te worden doorkruist. Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. 28
29 Heideblauwtje (Plebeius argus) Vochtige tot natte heiden. De soort heeft voorkeur voor redelijk open heidesituaties, met name geplagde delen die weer begroeid zijn met (dop)heide vormen het optimale leefgebied. maart April mei juni juli augustus september oktober Inventarisatie-intensiteit en methode Het heideblauwtje kan verspreid in een heideterrein op diverse locaties voorkomen. De soort vliegt gewoonlijk plaatselijk in grote dichtheden en de trefkans is redelijk groot. Geldig bezoek: in de habitat is minimaal een halve dag per 100 hectare gezocht. Iepenpage (Satyrium w-album) Bossen, bosranden, parken en tuinen met iepen. Iepenpage vlinder Iepenpage eitjes Inventarisatie-intensiteit en methode De potentiële habitat voor de iepenpage beslaat ongeveer heel zuidelijk Limburg. De kans dat de soort er wordt aangetroffen is bijzonder klein. Slechts van een locatie is uit de negentiger jaren voortplanting bekend. Geldig bezoek vlinders: in de optimale habitat, bij potentiële voortplantingsbomen is minimaal een uur gezocht. Geldig bezoek eitjes: in het buitenland worden regelmatig eitjes van iepenpage gevonden. Een uur zoeken op de buitenste takken levert daar vaak positief resultaat op. In Nederland zijn echter nog geen eitjes gevonden. Tellen kan van september tot in maart. 29
30 Kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius) Droge, schrale graslanden, vooral kalkgraslanden met veel open plekken. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in het optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Keizersmantel (Argynnis paphia) Bosranden en open plekken in het bos. Inventarisatie-intensiteit De soort heeft geen populaties meer in Nederland. Wel worden nog jaarlijks zwervers waargenomen. De keizersmantel is een opvallende vlinder. Als er een populatie aanwezig is zijn er meer exemplaren aanwezig en is de trefkans aanzienlijk. De soort heeft een hoge nectarbehoefte en is dan ook vooral aan te treffen op plaatsen met een hoog nectaraanbod. Geldig bezoek: in deoptimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Klaverblauwtje (Polyommatus semiargus) Zowel droge als vochtige, matig schrale graslanden met de waardplant rode klaver. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. 30
31 Pimpernelblauwtje (Maculinea teleius) Vochtige, matig voedselrijke beek- en rivierdalgraslanden met de waardplant grote pimpernel. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Purperstreepparelmoervlinder (Brenthis ino) Natte tot vochtige matig voedselrijke ruigten en beekdalgraslanden met de waardplant moerasspirea. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Rode vuurvlinder (Lycaena hippothoe) Schrale tot matig voedselrijke, vochtige of natte graslanden Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. 31
32 Rouwmantel (Nymphalis antiopa) Bosranden, open plekken in het bos en brede wegen in bossen De rouwmantel is het meest waargenomen in augustus en september, maar hierbij gaat het voornamelijk om immigranten tijdens jaren met invasies. De soort overwintert als vlinder en plant zich in het voorjaar voort. Dan is de trefkans van plaatsgebonden vlinders het grootst. Voor zekere aanwezigheid van voortplantende rouwmantels is de waarneming van mannetje en vrouwtje op een locatie of de vondst van rupsen en/of poppen noodzakelijk. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een halve dag per 100 hectare gezocht. Tweekleurig hooibeestje (Coenonympha arcania) Droge graslanden langs bossen, struwelen en kapvlakten. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Veenbesparelmoervlinder (Boloria aquilonaris) Vennen met hoogveenontwikkeling in het bos Afwijkende methode: De vennen en veentjes waar de veenbesparelmoervlinder voorkomt, zijn moeilijk toegankelijk en zeer kwetsbaar. De soort is echter opvallend en bij goede weersomstandigheden zijn de vlinders vanaf de kant van het ven goed te zien. Binnen de vennen zijn weinig andere soorten aanwezig en verwarring met andere soorten is dan ook uitgesloten. Hiervoor worden punttellingen uitgevoerd (Middelkoop & Veling, 1987). Voor deze methode wordt vanaf een vast punt aan de rand van het ven minimaal tien minuten geteld in een halve cirkel met een straal van 50 meter. Hierbij kan een kijkertje gebruikt worden. 32
33 Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: Punttellingen vanaf de kant, van minimaal 10 minuten. Er dienen zoveel punttellingen te worden uitgevoerd dat het te overziene deel van het ven/veentje is onderzocht. Veenhooibeestje (Coenonympha tullia) Natte heiden en venen, hoogveengebieden en heidevennen. Afwijkende methode: De vennen en veentjes waar het veenhooibeestje voorkomt, zijn moeilijk toegankelijk en zeer kwetsbaar. Hiervoor worden punttellingen uitgevoerd (Middelkoop & Veling, 1987). Voor deze methode wordt vanaf een vast punt aan de rand van het ven of veen minimaal tien minuten geteld in een halve cirkel met een straal van 50 meter. Hierbij kan een kijkertje gebruikt worden. Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: Punttellingen vanaf de kant, van minimaal 10 minuten. Er dienen zoveel punttellingen te worden uitgevoerd dat het te overziene deel van het ven/veentje is onderzocht. Veldparelmoervlinder (Melitaea cinxia) Kruidenrijke, droge, schrale graslanden en ruigten met veel nectarplanten Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Woudparelmoervlinder (Melitaea diamina) Vochtige weiden en moerassen in bossen op de hogere zandgronden Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. 33
34 Zilvervlek (Boloria euphrosyne) Extensief begraasde bosranden en op open plekken in het bos, zoals kapvlakten en bosweiden Inventarisatie-intensiteit Geldig bezoek: in de optimale habitat is minimaal een half uur per hectare gezocht. Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria) Bosranden met bloemrijke zomen en zonnige warme bospaden Inventarisatie-intensiteit De spaanse vlag heeft een hoge nectarbehoefte. De soort kan worden onderzocht door gericht nectarbronnen af te zoeken. Geldig bezoek: in het optimale habitat is minimaal een halve dag per 100 hectare gezocht. Bijlage V Soortenlijst dagvlinders Vrij algemene soorten en trekvlinders Zwartsprietdikkopje Thymelicus lineola THYMLINE Groot dikkopje Ochlodes faunus OCHLFAUN Gele luzernevlinder Colias hyale COLIHYAL Oranje luzernevlinder Colias croceus COLICROC Citroenvlinder Gonepteryx rhamni GONERHAM Groot koolwitje Pieris brassicae PIERBRAS Klein koolwitje Pieris rapa PIERRAPA Klein geaderd witje Pieris napi PIERNAPI Oranjetipje Anthocharis cardamines ANTHCARD Eikenpage Neozephyrus quercus NEOZQUER Kleine vuurvlinder Lycaene phlaes LYCAPHLA Icarusblauwtje Polyommatus icarus POLYICAR Boomblauwtje Celastrina argiolus CELAARGI Atalanta Vanessa atalanta VANEATAL Distelvlinder Vanessa cardui VANECARD Kleine vos Aglais urticae AGLAURTI Dagpauwoog Inachis io INACIO Gehakkelde aurelia Polygonia c-album POLYCALB Landkaartje Araschnia levana ARASLEVA Kleine parelmoervlinder Issoria lathonia ISSOLATH 34
35 Bont zandoogje Pararge aegeria PARAAEGE Argusvlinder Lasiommata megera LASIMEGE Koevinkje Aphantopus hyperantus APHAHYPE Hooibeestje Coenonympha pamphilus COENPAMP Oranje zandoogje Pyronia tithonus PYROTITH Bruin zandoogje Maniola jurtina MANIJURT Schaarse en zeldzame soorten. Voor deze soorten is een nauwkeurige plaatsaanduiding (op 100 m) gewenst. Waarnemingen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten moeten worden voorzien van bewijsmateriaal. Spiegeldikkopje Heteropterus morpheus HETEMORP Bont dikkopje Carterocephalus palaemon CARTPALA Geelsprietdikkopje Thymelicus sylvestris THYMSYLV Kommavlinder Hesperia comma HESPCOMM Bruin dikkopje Erynnis tages ERYNTAGE Aardbeivlinder Pyrgus malvae PYRGMALV Koninginnenpage Papilio machaon PAPIMACH Boswitje Leptidea sinapis LEPTSINA Groentje Callophrys rubi CALLRUBI Sleedoornpage Thecla betulae THECBETU Bruine eikenpage Satyrium ilicis SATYILIC Grote vuurvlinder Lycaena dispar LYCADISP Bruine vuurvlinder Lycaena tityrus LYATITY Heideblauwtje Plebeius argus PLEBARGU Veenbesblauwtje Plebeius optilete PLEBOPTI Bruin blauwtje Plebeius agestis PLEBAGES Dwergblauwtje Cupido minimus CUPIMINI Klaverblauwtje Polyommatus semiargus POLYSEMI Gentiaanblauwtje Maculinea alcon MACUALCO Pimpernelblauwtje Maculinea teleius MACUTELE Donker pimpernelblauwtje Maculinea nausithous MACUNAUS Kleine ijsvogelvlinder Limenitis camilla LIMECAMI Grote weerschijnvlinder Apatura iris APATIRIS Zilveren maan Boloria selene BOLOSELE Veenbesparelmoervlinder Boloria aquilonaris BOLOAQUI Duiparelmoervlinder Argynnis niobe ARGYNIOB Grote parelmoervlinder Argynnis aglaja ARGYAGLA Bosparelmoervlinder Melitaea athalia MELIATHA Heivlinder Hipparchia semele HIPPSEME Kleine heivlinder Hipparchia statilinus HIPPSTAT Veenhooibeestje Coenonympha tullia COENTULL Zeldzame tot zeer zeldzame soorten. Voor deze soorten is het altijd noodzakelijk om bewijsmateriaal mee te sturen. Dit kan bestaan uit een foto, tekening of nauwkeurige beschrijving. Dit geldt ook voor de soorten die nog zeldzamer zijn en niet in de lijst zijn opgenomen Koningspage Iphiclides podalirius IPHIPODA Groot geaderd witje Aporia crataegi APORCRAT Resedawitje Pontia daplidice PONTDAPL Tijgerblauwtje Lampides boeticus LAMPBOET Bleek blauwtje Polyommatus coridon POLYCORI Kleine weerschijnvlinder Apatura ilia APATILIA Grote ijsvogelvlinder Limenitis populi LIMEPOPU Rouwmantel Nymphalis antiopa NYMPANTI Grote vos Nymphalis polychloros NYMPPOLY Keizersmantel Argynnis paphia ARGYPAPH Bosrandparelmoervlinder Argynnis adippe ARGYADIP Veldparelmoervlinder Melitaea cinxia MELICINX Dambordje Melanargia galathea MELAGALA 35
36 Bijlage VI Soortenlijst dagactieve nachtvlinders In deze lijst staan alleen de dagactieve nachtvlinders vermeld, alle andere waarnemingen van nachtvlinders kunnen natuurlijk ook gewoon op het formulier vermeld worden Wortelboorders Hepialidae Slawortelboorder Korscheltellus lupulina KORSLUPU Gemarmerde wortelboorder Pharmacis fusconebulosa PHARFUSC Wespvlinders Sesiidae Hoornaarvlinder Sesia apiformis SESIAPIF Gekraagde wespvlinder Sesia bembeciformis SESIBEMB Berkenglasvlinders Synanthedon culiciformis SYNACULI Wilgenswespvlinder Synanthedon formicaeformis SYNAFORM Appelglasvlinder Synanthedon myopaeformis SYNAMYOP Elzenglasvlinders Synanthedon spheciformis SYNASPHE Bessenglasvlinder Synanthedon tipuliformis SYNATIPU Eikenwespvlinder Synanthedon vespiformis SYNAVESP Populierenwespvlinder Paranthrene tabaniformis PARATABA Frambozenglasvlinder Pennisetia hylaeiformis PENNHYLA Klaverwespvlinder Bembecia ichneumoniformis BEMBICHN Schijn-wolfsmelkwespvlinder Chamaesphecia empiformis CHAMEMPI Wolfsmelkwespvlinder Chamaesp. tenthrediniformis CHAMTENT Bloeddrupjes Zygaenidae Bruine metaalvlinder Rhagades pruni RHAGPRUN Metaalvlinder Adscita statices ADSCSTAT Sint-jansvlinder Zygaena filipendulae ZYGAFILI Vijfvlek-sint-jansvlinder Zygaena trifolii ZYGATRIF Kleine sint-jansvlinder Zygaena viciae ZYGAVICI Slakrupsen Limacodidae Slakrups Apoda limacodes APODLIMA Kleine slakrups Heterogenea asella HETEASEL Venstervlekje Thyrididae Bosrankvlinder Thyris fenestrella THYRFENE Spanners Geometridae Oranje espenspanner Archiearis notha ARCHNOTH Oranje berkenspanner Archiearis parthenias ARCHPART Oranje bremspanner Isturgia limbaria ISTULIMB Kleine herculesspanner Cepphis advenaria CEPPADVE Boterbloempje Pseudopanthera macularia PSEUMACU Gewone heispanner Ematurga atomaria EMATATOM Dennenspanner Bupalus piniaria BUPAPINI Bruine heispanner Selidosema brunnearia SELIBRUN Vals witje Siona lineata SIONLINE Gele kustspanner Aspitates ochrearia ASPIOCHR Gestreepte bremspanner Perconia strigillaria PERCSTRIG Melkwitte zomervlinder Jodis lactearia JODILACT Spaansgroene zomervlinder Jodis putata JODIPUTA Lieveling Timandra comae TIMACOMA Kantstipspanner Scopula ornata SCOPORNA Purperen stipspanner Scopula rubiginata SCOPRUBI Crème stipspanner Scopula ternata SCOPTERN 36
37 Streepstipspanner Idaea humiliata IDAEHUMI Roestige stipspanner Idaea inquinata IDAEINQU Geelpurperen spanner Idaea muricata IDAEMURI Okergele spanner Idaea ochrata IDAEOCHR Zuringspanner Lythria cruentaria LYTHCRUE Bruinbandspanner Scotopteryx chenopodiata SCOTCHEN Late bremspanner Scotopteryx luridata SCOPLURI Tandbandspanner Scopopteryx moeniata SCOPMOEN Vroege bremspanner Scopopteryx mucronata SCOPMUCR Springzaadbandspanner Xanthorhoe biriviata XANTBIRI Geoogde bandspanner Xanthorhoe montanata XANTMONT Gewone bandspanner Epirrhoe alternata EPIRALTE Walstrobandspanner Epirrhoe galiata EPIRGALI Bosbandspanner Epirrhoe rivata EPIRRIVA Bonte bandspanner Epirrhoe tristata EPIRTRIS Gestreepte goudspanner Camptogramma bilineata CAMPBILI Blauwrandspanner Plemyria rubiginata PLEMRUBI Speerpuntspanner Rheumaptera hastata RHEUHAST Ratelaarspanner Perizoma albulata PERIALBU Ogentroostspanner Perizoma blandiata PERIBLAN Pijlkruidspanner Perizoma didymata PERIDIDY Rouwspanner Odezia atrata ODEZATRA Wit spannertje Asthena albulata ASTHALBU Kornoeljespanner Asthena anseraria ASTHANSE Bruin spannertje Minoa murinata MINOMURI Klaverspanner Chiasmia clathrata CHIACLAT Leverkleurige spanner Euchoeca nebulata EUCHNEBU Hoornbloemdwergspanner Eupithecia pygmaeata EUPIPYGM Bosbesbruintje Itame brunneata ITAMBRUN Ligusterblokspanner Trichopteryx polycommata TRICPOLY Eenstaarten Drepanidae Gele eenstaart Watsonalla binaria WATSBINA Spinners Lasiocampidae Hageheld Lasiocampa quercus LASIQUER Kleine hageheld Lasiocampa trifolii LASITRIF Veelvraat Macrothylacia rubi MACRRUBI Herfstspinner Lemonia dumi LEMODUMI Nachtpauwogen Saturniidae Nachtpauwoog Saturnia pavonia SATUPAVO Tauvlinder Aglia tau AGLITAU Bontjassen Endromidae Gevlamde vlinder Endromis versicolora ENDRVERS Pijlstaarten Sphingidae Glasvleugelpijlstaart Hemaris fuciformis HEMAFUCI Hommelvlinder Hemaris tityus HEMATITY Kolibrievlinder Macroglossum stellatarum MACRSTEL Donsvlinders Lymantriidae Witvlakvlinder Orgyia antiqua ORGYANQA Heidewitvlakvlinder Orgyia antiquoides ORGYANQO Hoekstipvlinder Orgyia recens ORGYRECE Plakker Lymantria dispar LYMADISP 37
38 Beervlinders Arctiidae Tijgerbeertje Setina irrorella SETIIRRO Zwart beertje Atolmis rubricollis ATOLRUBR Vierstipbeertje Cybosia mesomella CYBOMESO Geel grasbeertje Spiris striata SPIRSTRI Weegbreebeer Parasemia plantaginis PARAPLAN Roodbandbeer Diacrisia sannio DIACSANN Purperbeer Rhyparia purpurata RHYPPURP Mendicabeer Diaphora mendica DIAPMEND Kleine beer Phragmatobia fuliginosa PHRAFULI Sint-jacobsvlinder Tyria jacobaeae TYRIJACO Phegeavlinder Amata phegea AMATPHEG Spaanse vlag Euplagia quadripunctaria EUPLQUAD Prachtbeer Utetheisa pulchella UTETPULC Bonte beer Callimorpha dominula CALLDOMI Uilen Noctuidae Stro-uiltje Rivula sericealis RIVUSERI Purperuiltje Phytometra viridaria PHYTVIRI Mi-vlinder Callistege mi CALLMI Bruine daguil Euclidia glyphica EUCLGLYP Panteruiltje Emmelia trabealis EMMETRAB Zilverstreep Deltote bankiana DELTBANK Zilverhaak Deltote uncula DELTUNCU Koperuil Diachrysia chrysitis DIACCHSI Grote kuiperuil Diachrysia chryson DIACCHSO Goudvenstertje Plusia festucae PLUSFEST Moerasgoudvenstertje Plusia putnami PLUSPUTN Zilvervenster Autographa bractea AUTOBRAC Gamma-uil Autographa gamma AUTOGAMM Donker jota-uil Autographa pulchrina AUTOPULC Heidedaguil Heliothis maritima HELIMARI Vlekdaguil Heliothis peltigera HELIPELT Lichte daguil Heliothis viriplaca HELIVIRI Oranje o-vlinder Pyrrhia umbra PYRRUMBR Dwerghuismoeder Panemeria tenebrata PANETENE Oranjegeel halmuiltje Oligia fasciuncula OLIGFASC Zandhalmuiltje Mesoligia furuncula MESOFURU Groene weide-uil Calamia tridens CALATRID Wollegras-uil Celaena haworthii CELAHAWO Roodbont heide-uiltje Anarta myrtilli ANARMYRT Schaaruil Hada plebeja HADAPLEB Tandjesuil Sideridis albicolon SIDEALBI Bonte grasuil Cerapteryx graminis CERAGRAM Kleine huismoeder Noctua interjecta NOCTINTE Vlasbekuiltje Calophasia lunula CALOLUNU Russenuil Coenobia rufa COENRUFA Berkenoogspanner Cyclophora albipunctata CYCLALBI Gevlamde grasuil Eremobia ochroleuca EREMOCHR Moeras-micro-uil Hypenodes humidalis HYPEHUMI Getekende gamma-uil Macdunnoughia confusa MACDCONF Eenstreepdaguil Mythimna conigera MYTHCONI Liesgrasboorder Phragmatiphila nexa PHRANEXA Schijn-gamma-uil Syngrapha interrogationis SYNGINTE Geelvleugeluil Thalpophila matura THALMATU Akkerwinde-uil Tyta luctuosa TYTALUCT 38
Het internationaal belang van de Nederlandse vlinders
Het internationaal belang van de Nederlandse vlinders Het internationaal belang van de Nederlandse vlinders De Nederlandse populatie van het donker pimpernelblauwtje is van groot belang binnen de Atlantische
Dagvlinderreis, van 2 juli tot 16 juli 2016, in Oost-Europa en Zuid-Duitsland
Reisverslag 2017-1 Dagvlinderreis, van 2 juli tot 16 juli 2016, in Oost-Europa en Zuid-Duitsland Deel 1: Kaliningrad (Rusland) van 3 juli tot en met 7 juli 2016 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea)
Kick-off TEEB Stad. Biodiversiteit bij groene investeringen
Kick-off TEEB Stad Biodiversiteit bij groene investeringen Meer kleur in stedelijk groen Niet alleen kwantiteit groen, Maar ook (bio)kwaliteit telt! Groen Meer kleur in het groen: meer biodiversiteit Drie
Dagvlinders van de Strabrechtse Heide
Dagvlinders van de Strabrechtse Heide Roel van den Heuvel Inhoud Dikkopjes 4 Grote Pages 5 Witjes 6 Blauwtjes, Kleine Pages en Vuurvlinders 9 13 Inleiding 3 Dankwoord 21 Inleiding Dit rapport geeft een
Atlas van de dagvlinders van Winterswijk
Atlas van de dagvlinders van Winterswijk Versie 4, maart 2017 Jan Stronks Insectenwerkgroep KNNV Oost-Achterhoek Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Methode... 6 3. Samenvatting... 10 4. Bij deze versie
VERSLAG DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS VLINDERROUTE boomblauwtje
VERSLAG DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS VLINDERROUTE 2015 boomblauwtje Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland
Dit was nooit gelukt zonder de vele waarnemingen van de vele vrijwilligers! Wij zijn jullie zeer dankbaar!
Dit was nooit gelukt zonder de vele waarnemingen van de vele vrijwilligers! Wij zijn jullie zeer dankbaar! project dagvlinders Durme- en Scheldegebied 2013 waarom een project dagvlinders in deze streek?
nederlandse fauna 7 v e r s p r e i d i n g e n b e s c h e r m i n g Bos et al In: Nederlandse Fauna 7: 1-8
nederlandse fauna 7 De dagvlinders VAN nederland v e r s p r e i d i n g e n b e s c h e r m i n g nederlandse fauna 7 De DAGVLINDERS VAN nederland v e r s p r e i d i n g e n b e s c h e r m i n g (LEPIDOPTERA:
TUINMEETNET. BC Molsbroek Lokeren Project dagvlinders Durme- en Scheldegebied. VVE WG DV - project tuinmeetnet
TUINMEETNET Project dagvlinders Durme- en Scheldegebied BC Molsbroek Lokeren 218-2-17 Aanwezig Katy Beke Koenraad Bracke Sandra Cassier Jurgen Couckuyt Nico Cougé Sylvain Cuvelier Jan De Coninck Beau De
VLAAMSE OVERHEID. Bijlage 1 De rode lijst voor de inheemse dagvlinders in Vlaanderen, vermeld in artikel 1, 1, eerste lid, 1 o
VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [2013/204362] 17 JUNI 2013. Ministerieel besluit tot vaststelling van drie rode lijsten ter uitvoering van artikel 5 van het van 15 mei 2009 Gelet op het
DAGVLINDERS TALUD A VLINDERMONITOR
DAGVLINDERS TALUD A4 2015 VLINDERMONITOR Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland twitter:
DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS 2015 VLINDERMONITOR-VLINDERBIOTOOP. dagpauwoog
DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS 2015 VLINDERMONITOR-VLINDERBIOTOOP dagpauwoog Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland
Inventarisatie Aardbeivlinder Schiermonnikoog 2014
Inventarisatie Aardbeivlinder Schiermonnikoog 2014 Wilfred Alblas Judith Bouma Mireille de Heer Joost Uittenbogaard 1 Inventarisatie Aardbeivlinder Schiermonnikoog 2014 In opdracht van Natuurmonumenten,
Resultaat vlinder monitoring Juli 2013
Resultaat vlinder monitoring Juli Algemeen In Juli is het wisselend weer geweest. Toch hebben we het Vreewater 3x en de Ravenvennen plus Heideverbindingsroute 2x gelopen (begin aug bij Juli geteld) Bij
Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta
Je hebt vast wel eens een vlinder gezien. Maar heb een vlinder wel eens goed bekeken? Weet je welke planten een rups lekker vindt? En weet je het verschil tussen dagvlinders en nachtvlinders? De vlinders
Jaarverslag 2009 Samenstelling: Henk Wagenaar
Jaarverslag Samenstelling: Henk Wagenaar Dagvlinders in Zeeland Jaarverslag Vlinder en Libellenwerkgroep Zeeland Met medewerking van : Vlinderwerkgroep West Zeeuws-Vlaanderen ( w erkgroep van Natuurbeschermingsver.
Vlinderatlas West-Friesland. Voorbeeld. KNNV afdeling Hoorn/West-Friesland
Vlinderatlas West-Friesland KNNV afdeling Hoorn/West-Friesland KNNV afdeling Hoorn/West-Friesland Vlinderatlas West-Friesland 5 jaar dagvlinderonderzoek 2002-2006 Vlinder-/Libellenwerkgroep afdeling
Nr. 5 Jaargang 4 VLINDERNIEUWS. Vlinderwerkgroep HESPERIA Nieuwsbrief mei 2015 Nr. 5 Jaargang 4
Nr. 5 Jaargang 4 VLINDERNIEUWS Vlinderwerkgroep HESPERIA Nieuwsbrief mei 2015 Nr. 5 Jaargang 4 Een woordje vooraf. Beste vlindervrienden, Zondag 12 april hebben we onze eerste wandeling van het nieuwe
Overzicht van de beschreven dagvlinders:
1 Overzicht van de beschreven dagvlinders: SOORT Blz. Atalanta 2 Bont dikkopje 3 Bond zandoogje 4 Boomblauwtje 5 Citroenvlinder 6 Dagpauwoog 7 Distelvlinder 8 Eikenpage 9 Gehakkelde aurelia 10 Groot dikkopje
Limoniet. Natuurstudietijdschrift van de Natuurpunt regio Vlaamse Ardennen plus. Jaargang 1 nummer ISSN
ISSN 2030-0069 Limoniet Natuurstudietijdschrift van de Natuurpunt regio Vlaamse Ardennen plus Jaargang 1 nummer 1 2008 Bijlage bij Meander - 6de jaargang nr.1 jan-feb-maa 2008 1 Limoniet 2008, 1: 22-28
Witjes in Waasland Noord
Witjes in Waasland Noord 1 klein geaderd witje Sp 45mm 2 klein koolwitje Sp 50mm 3 groot koolwitje groter witje Vvl punt zwart, klein recht afgesneden Vvl punt zwart, klein niet recht afgesneden, kartels
VLAAMS DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT OVER NATUURSTUDIE & -BEHEER MAART 2015 JAARGANG 14 NUMMER 1 VERSCHIJNT IN MAART, JUNI, SEPTEMBER EN DECEMBER
AFGIFTEKANTOOR 9099 GENT X - P209602 Natuur.focus Retouradres: Natuurpunt, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen VLAAMS DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT OVER NATUURSTUDIE & -BEHEER MAART 2015 JAARGANG 14 NUMMER 1 VERSCHIJNT
Dagvlinders in het Gooi 2008
Dagvlinders in het Gooi 2008 Vlinder- en Libellenwerkgroep Gooi en Vechtstreek Pascal Huybers Hans van Oosterhout Na een succesvolle eerste cursus Dagvlinders herkennen en Monitoren, gegeven in 2007 door
Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes).
1 Vlinders herkennen Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders; in Nederland leven 53 soorten dagvlinders en zo n 2000 soorten nachtvlinders. Nachtvlinders zie je echter veel minder omdat veel soorten
Vlinders volgen voor betere bescherming
Vlinders volgen voor betere bescherming Chris van Swaay Colofon Vrijwel alle gegevens die in het proefschrift en dit boekje gebruikt zijn, zijn verzameld door vrijwilligers. Het belang van hun inzet voor
Atlas van de dagvlinders van de Zuidoost-Achterhoek
Atlas van de dagvlinders van de Zuidoost-Achterhoek Versie 6, maart 2019 Jan Stronks Insectenwerkgroep KNNV Oost-Achterhoek Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Methode... 5 3. Samenvatting...9 4. Bij deze
Vijfdaagse vlinderreis naar de Eifel (Duitsland) van 3 tot 7 juni 2013 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea)
Inleiding Reisverslag 2014-1 Vijfdaagse vlinderreis naar de Eifel (Duitsland) van 3 tot 7 juni 2013 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea) Door Jacques Vervaeke, Oscar Seynaevelaan 13, 8560 Gullegem,
Cursus Dagvlinders van bij ons. Samenstelling : Nobby Thys, Bewerking: Joeri Cortens
Cursus Dagvlinders van bij ons Samenstelling : Nobby Thys, Bewerking: Joeri Cortens Warmtehuishouding Eikenpage Kop Antennen: verdikt uiteinde Facetogen: 3.000-18.000 -> mozaïek (blauw, groen, [rood])
Vakantie in de Spaanse Pyreneeën van 18 juli tot en met 2 augustus 2003
Vakantie in de Spaanse Pyreneeën van 18 juli tot en met 2 augustus 2003 Door: de familie Groenendijk Wetenschappelijke en Nederlandse namen volgens de Nederlandse vertaling van Tolman & Lewington (1999):
NIEUWSBRIEF INSECTENWERKGROEP /
NIEUWSBRIEF INSECTENWERKGROEP - 2016/01 25-01-2016 Jaarverslag insectenwerkgroep 2015 De eerste nieuwsbrief van de insectenwerkgroep is net als vorig jaar het jaarverslag van 2015. We hebben een mooi vlinder-
Resultaten Tuinvlindertelling
Resultaten Tuinvlindertelling 2013 Aantal tellers In totaal telden 7747 Vlaamse gezinnen op 3 & 4 augustus de vlinders in hun tuin. Maar liefst 202.851 vlinders van 41 verschillende soorten werden in Vlaanderen
Tiendaagse vlinderreis naar het Zwarte Woud en Kaiserstuhl (Duitsland) van 26 juli tot 4 augustus 2014 (Lepidoptera: Papilionoidea)
Reisverslag 2014-5 Tiendaagse vlinderreis naar het Zwarte Woud en Kaiserstuhl (Duitsland) van 26 juli tot 4 augustus 2014 (Lepidoptera: Papilionoidea) Inleiding Door Jacques Vervaeke, Oscar Seynaevelaan
Het hele jaar door VLINDERS. rondom uw huis en in de tuin
Het hele jaar door VLINDERS rondom uw huis en in de tuin Het hele jaar door vlinders rondom uw huis...? Het lijkt een sprookje, maar het is echt waar. De vlinders, lieveheersbeestjes en libelles van THE
Acuut bedreigde dagvlinders in Nederland
Acuut bedreigde dagvlinders in Nederland Acuut bedreigde dagvlinders in Nederland Tekst: Chris van Swaay Met medewerking van Calijn Plate, CBS. Rapportnummer: VS2004.023 Productie: De Vlinderstichting
Verspreidingsgegevens van de dagvlinders in de provincie West-Vlaanderen (België) Intermediaire analyse (2000 2003)
Verspreidingsgegevens van de dagvlinders in de provincie West-Vlaanderen (België) Intermediaire analyse (2000 2003) door de Zuid-West-Vlaamse Vlinder-Kring (Z.W.V.V.K.) (Sylvain Cuvelier, Jori Degrande,
De klasse Lepidoptera of gewoon de Vlinders
De klasse Lepidoptera of gewoon de Vlinders Net als over de Libellen moeten we over de vlinderinventarisatie van de Potpolder zeggen dat, bij gebrek aan kennis, we eigenlijk niet volledig zullen zijn.
Zesdaagse vlinderreis naar de regio Doubs en Jura (Frankrijk) van 1 juli tot en met 6 juli 2013 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea)
Reisverslag 2014-2 Zesdaagse vlinderreis naar de regio Doubs en Jura (Frankrijk) van 1 juli tot en met 6 juli 2013 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea) Inleiding Door Philippe Van de Velde, Zwaluwstraat
Vlinders in het Galičica National Park
Macedonië Vlinders in het Galičica National Park Tekst: Joep Steur In het voormalige Joegoslavië waren de stad Ohrid en het gelijknamige meer zeer populair onder Nederlandse vakantiegangers. Toen het grote
Korte rapportage Inhaalslag 2006
Korte rapportage Inhaalslag 2006 Korte rapportage Inhaalslag vlinders 2006 Tekst: Kars Veling Met medewerking van: Barbara Rijpkema, Anneleen De Vos, Sicco Ens & Gerben de Graaf Rapportnummer: VS2007.15
Van 12 tot 18 augustus 2012 in Toscane, Italië (Lepidoptera: Papilionoidea)
Reisverslag 2015-3 Van 12 tot 18 augustus 2012 in Toscane, Italië (Lepidoptera: Papilionoidea) Inleiding Door Jurgen Couckuyt, Singeldreef 42, 9160 Lokeren, België. [email protected] Twee addenda:
DAGVLINDERS, OVERDAG VLIEGENDE NACHTVLINDERS EN MICROVLINDERS: AWZI-TERREIN 2009
DAGVLINDERS, OVERDAG VLIEGENDE NACHTVLINDERS EN MICROVLINDERS: AWZI-TERREIN 2009 KNNV afdeling Delfland Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT
DAGVLINDERS EN LIBELLEN OP HET GOLFCENTRUM DE BATOUWE in ZOELEN 2016
DAGVLINDERS EN LIBELLEN OP HET GOLFCENTRUM DE BATOUWE in ZOELEN 2016 KARIN VERSPUI 2016 Inleiding Het golfcentrum De Batouwe in Zoelen besteedt veel aandacht aan de natuurwaarden in hun terrein. In zowel
Frits Bink Bijeenkomst VVE WG Dagvlinders. In memoriam 17/02/2019. Zaterdag 16 februari 2019 BC Molsbroek Lokeren
Bijeenkomst VVE WG Dagvlinders Zaterdag 16 februari 2019 BC Molsbroek Lokeren In memoriam Frits Bink 1937-2019 Frits Bink: Laat bescherming niet over aan de overheid, maar doe het zelf, samen met al die
DAGVLINDERS, OVERDAG VLIEGENDE NACHTVLINDERS EN MICROVLINDERS AWZI-TERREIN 2010
DAGVLINDERS, OVERDAG VLIEGENDE NACHTVLINDERS EN MICROVLINDERS AWZI-TERREIN 21 KNNV afdeling Delfland Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 26 AC DELFT
Vlinders in de vogelakkers van de gemeente Eersel In vergelijking met de regulier verpachte akkers
Vlinders in de vogelakkers van de gemeente Eersel In vergelijking met de regulier verpachte akkers Bruin blauwtje Samenstelling Wim Deeben Uitgave: Vogelwerkgroep De Kempen Oktober 2018 Inhoud 1. Inleiding...
25 jaar Landelijk Meetnet Vlinders
25 jaar Landelijk Meetnet Vlinders 25 Jaar vlinders tellen Tekst Chris van Swaay, Kars Veling, José Kok en Arco van Strien Foto s Tenzij anders vermeld: Chris van Swaay Rapportnummer VS2015.002 De Landelijke
Wat valt er te kiezen?
Marijn Nijssen Effecten van duinbegrazing op faunadiversiteit Begrazing Wat valt er te kiezen? Effecten van duinbegrazing op faunadiversiteit Wat valt er te kiezen? Marijn Nijssen Bart Wouters Herman van
F. A. Bink & J. G. van der Made
Levende 87ste jaargang, nr. 5 13 Dagvlinders en grote herbivoren F. A. Bink & J. G. van der Made Grazende herbivoren met name rund, paard en schaap oefenen een grote invloed uit op de ontwikkeling van
Grote vos Nymphalis polychloros
Nymphalis polychloros Jan Goedbloed Soortbeschrijving De is een grote bruinrode vlinder, behorend tot de familie van de schoenlappers Nymphalidae waar ook, Atalanta, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Distelvlinder
Macrofotografie van Dagvlinders
Het is niet altijd evident om een eigen invulling en stijl te ontwerpen, maar dit blijft toch altijd ongemeen boeiend. De drang om op het juiste windstille moment en met de juiste lichtinval, een mooie
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg Nieuwsbrief Versie: oktober 2014 Inhoud 1. Inleiding 2. Zoogdieren 3. Herpetofauna 4. Vlinders 5. Overig 6. Colofon Wat dragen de ecoducten bij de Zwaluwenberg bij aan
Van 22 juli tot 4 augustus 2013 in Noord-Griekenland (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea)
Inleiding Reisverslag 2014-4 Van 22 juli tot 4 augustus 2013 in Noord-Griekenland (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea) Door Sylvain Cuvelier, Diamantstraat 4, 8900 Ieper, België. [email protected]
Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2012
Vlinder en Libellenwerkgroep t Gooi Monitor routes 9 mei 2013 Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2012 Rapportage van tellingen op monitorroutes Samengesteld door Pascal Huybers Inhoudsopgave 1. Routeoverzicht
Vlinderstand. Inclusief het jaarverslag 2013 van De Vlinderstichting
Vlinderstand 2014 Inclusief het jaarverslag 2013 van De Vlinderstichting 2 Icarusblauwtje. In 2013 bestond De Vlinderstichting dertig jaar. Het was een mooi jaar met veel hoogtepunten. De vlinders lieten
MONITEUR BELGE 02.08.2013 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD
MONITEUR BELGE 02.08.2013 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD 48525 VLAAMSE OVERHEID Leefmilieu, Natuur en Energie [2013/204362] 17 JUNI 2013. Ministerieel besluit tot vaststelling van drie rode lijsten ter uitvoering
Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli
KB8 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli 1. Inleiding Vlinders in alle kleuren en maten spreken de mensen
Reisverslag Door Jacques Vervaeke, O. Seynaevelaan 13, 8560 Gullegem, België.
Reisverslag 2016-2 Vlinderobservaties in de Hoge Venen en de Ardennen (B), de Eifel, de Hunsrück en het Zwarte Woud (D) in de loop van 2016 (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea) Door Jacques Vervaeke,
Van 13 tot 20 mei 2015 in Andalusië, Spanje (Lepidoptera: Papilionoidea)
Reisverslag 2015-4 Van 13 tot 20 mei 2015 in Andalusië, Spanje (Lepidoptera: Papilionoidea) Inleiding Door Chris Bruggeman, Lazarijstraat 4, 9900 Eeklo, België. [email protected] Doel: inventarisatie
JAARVERSLAG INSECTENWERKGROEP
JAARVERSLAG INSECTENWERKGROEP - 2016 We hebben een goed vlinder- en insectenjaar achter de rug. Het seizoen begon iets later dan het voorgaande jaar, maar het hield lang stand, tot in oktober. We hebben
Vlinders kijken en herkennen
Vlinders kijken en herkennen Vlinders kijken en herkennen In deze bijlage, die je kunt gebruiken voor de 'Buiten vlinders kijken' serie, schrijven we in het kort wat over de meest voorkomende dagvlinders
Vlinders in West-Friesland 2002
afdeling Hoorn/West-Friesland Index pagina 1 Inleiding 3 2 Voorgeschiedenis 4 3 Verloop project 4 4 Resultaat 5 4.1 Argusvlinder 7 4.2 Atalanta 8 4.3 Boomblauwtje 9 4.4 Citroenvlinder 10 4.5 Dagpauwoog
Dagvlinderreis naar Corsica van 13 tot 24 Juli 2013 Cap Corse en Haut-Corse (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea)
Reisverslag 2014-3 Dagvlinderreis naar Corsica van 13 tot 24 Juli 2013 Cap Corse en Haut-Corse (Lepidoptera: Hesperioidea & Papilionoidea) Door Jurgen Couckuyt, Singeldreef 42, 9160 Lokeren, België. [email protected]
Het Grote Vlinderweekend
Het Grote Vlinderweekend Tel de vlinders in je tuin Resultaten www.vlinderweekend.be 1g&u2stus au 015 2 BEDA NKT VO OR DEEL JE NAM E 12.087 tellers 8 3 5 8.388 ontvangen tellingen Aantal tellers 2015 was
