MEERJARENPLAN NEKOVRI
|
|
|
- Pieter-Jan Jansen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 MEERJARENPLAN NEKOVRI Voor akkoord Nekovri Mathijs van Dijk Jan Blokland, voorzitter
2 INTRODUCTIE Voor u ligt het Meerjarenplan van Nekovri, de Vereniging van Nederlandse Koel- en Vrieshuizen. Nekovri neemt al sinds 1998 deel aan de Meerjarenafspraken en heeft in de periode tot nu toe goede resultaten geboekt. In de loop der jaren heeft Nekovri zich als vereniging ontwikkeld en hanteert zij een steeds professionelere aanpak. Bij een professionele aanpak hoort ook een lange(re) termijn planning met een duidelijke missie, visie en bijbehorende doelstellingen. Nekovri heeft daarom met veel enthousiasme deelgenomen aan het voorstudietraject. De voorstudie heeft inzicht gegeven in de meest belangrijke prestatiegebieden van waar wij ons als branche op willen respectievelijk zouden moeten gaan richten. Deze zijn: 1. Informatievoorziening, traceerbaarheid en automatisering 2. Personeel, arbeidsomstandigheden en welzijn 3. Nieuwe technieken en technologieën 4. Milieu 5. Energiebesparing en (duurzame) energiebronnen 6. (Voedsel)veiligheid 7. Kennismanagement, kennisborging en kennisoverdracht Verder is er een grondige analyse van de opgestelde energie-efficiency plannen uitgevoerd, wat een goed beeld heeft gegeven van het totale energieverbruik en het besparingspotentieel van de deelnemers. Totaal energieverbruik GJ/jaar ton/jaar Omschrijving Energiebesparing CO 2 - reductie Efficiency verbetering Zekere maatregelen GJ/jaar ton/jaar 7,0% Voorwaardelijke maatregelen GJ/jaar ton/jaar 5,5% Onzekere maatregelen GJ/jaar ton/jaar 4,3% De activiteiten van de branche zullen zich in eerste instantie richten op de maatregelen met het grootste besparingspotentieel in relatie tot de uitvoerbaarheid. De belangrijkste aandachtsgebieden zullen zijn: 1. (Regelingen) koel-/vriesinstallatie 2. Transmissieverliezen 3. Monitoring en energiezorg (good housekeeping) De minimale doelstelling van de branche is te kunnen voldoen aan de verplichtingen die deelname MJA3 met zich meebrengt. De wenselijke doelstelling is het maximale besparingspotentieel te benutten. Dit meerjarenplan geeft u daar meer inzicht in.
3 1 INLEIDING EN LEESWIJZER ACHTERGRONDEN SITUATIE AAN HET EINDE VAN MJA2, EVALUATIE MJP PERIODE EVALUATIE MJP PERIODE OMGEVING EN ACTOREN ONTWIKKELINGEN EN KANSEN RELEVANT VOOR ENERGIEBESPARING OMVANG EN VERDELING ENERGIEVERBRUIK & KOUDEMIDDELGEBRUIK ENERGIEVERBRUIK SECTOR VERDELING ELEKTRICITEITVERBRUIK VERDELING KOELLAST IN SECTOR VERDELING KOELLAST NAAR ACTIVITEIT KOUDEMIDDELEN POTENTIEEL KANSRIJKE OPTIES OP BASIS VAN AGGREGATIE VAN EEP S EN...INVENTARISATIESTUDIES INLEIDING PROCESEFFICIENCY DUURZAME ENERGIE KETENEFFICIENCY VOORSTUDIE EN ROUTEKAART SAMENVATTING DOELSTELLINGEN DOELSTELLINGEN VANUIT DE EEP S AANVULLENDE AMBITIE BRANCHE BEOOGDE ACTIVITEITEN EN RESULTATEN BESPARENDE MAATREGELEN INSPANNINGEN BRANCHEVERENIGING SPECIFIEKE VOORWAARDEN TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN BETROKKEN PARTIJEN TIJDSCHEMA & PROGRAMMA VAN UITVOERING INLEIDING GEPLANDE ACTIES VOOR DE PERIODE MONITORING INLEIDING PIJLER 1: PRODUCTIEPROCES PIJLER 2: KETENPROJECTEN PIJLER 3: DUURZAME ENERGIE RAPPORTAGE VERSCHIL MET EERDERE WIJZE VAN MONITOREN NEKOVRI MONITORINGPROJECT "METEN = WETEN" BIJLAGE 1: DEELNEMERS MJA BIJLAGE 2: OVERZICHT PROJECTEN NEKOVRI
4 1 INLEIDING EN LEESWIJZER Nekovri, de vereniging van Nederlandse Koel- en Vrieshuizen, neemt al lange tijd deel aan de Meerjaren Afspraken Energie, en met goed resultaat. In de periode 1998 t/m 2007 is een gemiddelde energie-efficiency verbetering gerealiseerd van 18,3%. Een mooi resultaat, maar de branche wil meer. Nekovri blijft daarom actief deelnemer aan de MeerJaren Afspraken, MJA3 inmiddels, en gaat de uitdaging aan om ook de daarin geformuleerde doelstelling van 30% energie-efficiency verbetering in 2020 ten opzichte van 2005 te realiseren. Om dit te kunnen bereiken is inspanning vereist van alle belanghebbenden, de branchevereniging, de individuele leden en de overheid. Alleen met een gezamenlijke inspanning kunnen we dit doel bereiken. Nekovri heeft er voor gekozen het MeerJarenPlan breder te trekken dan alleen MJA gerelateerde onderwerpen. Hiermee vormt het de leidraad voor het complete branchebeleid. Het plan zal dan ook jaarlijks worden geëvalueerd en bijgesteld/aangevuld waar nodig/wenselijk geacht. Voor de input zullen zowel het bestuur, de betrokken commissie als de individuele leden worden geconsulteerd. De MJA gerelateerde onderwerpen zullen echter wel nadrukkelijker worden uitgewerkt zodat deze passen in de beleidslijn van AgentschapNL. 2 ACHTERGRONDEN 2.1 Situatie aan het einde van MJA2, evaluatie MJP periode Het MJP voor de periode was zeer summier. De branche opereerde in het kader van de MJA nog op een ander niveau. Het begrip Meerjarenplan was nog nieuw. De laatste jaren heeft de branche echter forse stappen vooruit gezet en kan ook worden geconcludeerd dat de samenwerking met AgentschapNL, voorheen SenterNovem enorm is verbeterd. Beide partijen hebben elkaar beter leren kennen. Deze betere verstandhouding en het verbeterde inzicht in elkaars doelstellingen, wensen en eisen heeft geleid tot constructieve afspraken en ambitieuze projectplannen. Toch is het nodig de vorige versie van het meerjarenplan te evalueren, conclusies te formuleren en wellicht zaken opnieuw op te nemen in dit meerjarenplan voor de komende periode. 2.2 Evaluatie MJP periode De doelstelling van de branche vastgelegd in het vorige MJP was een besparing van 3,5%, met dien verstande dat, dit alleen haalbaar zou zijn wanneer er voldoende bedrijven zouden uitfaseren naar natuurlijke koudemiddelen. Onderstaand een overzicht van de behaalde resultaten gebaseerd op de resultaten brochures Meerjaren Afspraken Energie van AgentschapNL (toen nog SenterNovem). Tabel 1: Overzicht behaalde resultaten in het kader van energie-efficiency Jaar Omschrijving Resultaat 2005 Energie-efficiency verslechtering + 1,6% 2006 Energie-efficiency verbetering - 3,9% 2007 Energie-efficiency verbetering - 5,4% 2008 Energie-efficiency verslechtering + 0,5% Totaal - 7,2% Uit bovenstaande gegevens blijkt dat Nekovri de doelstellingen voor die periode ruimschoots heeft gehaald. Buiten de te realiseren energiebesparing waren in het meerjarenplan ook diverse acties/ambities/kansen gedefinieerd. Hieronder een overzicht: 2
5 Tabel 2: Overzicht behaalde resultaten gelet op genoemde kansen en ambities Categorie Omschrijving Resultaat Kans Creëren elektronische / geautomatiseerde koel- en vries encyclopedie. Een instrument met een bibliotheekstructuur waarin de gezamenlijke kennis aanwezig bij de branche en AgentschapNL op overzichtelijke, heldere en praktisch goed toepasbare wijze bijeen wordt gebracht. Actief betrokken bij totstandkoming van Koudecentraal. Digitalisering van Bouwwijzer/ Handboek Energie-efficiency Kans MINIREF: Terugdringen koudemiddel inhoud en energieverbruik installaties. Project afgerond, maar doelstellingen vooraf niet behaald door TNO Kans Kans Night Wind: Opwekken en opslaan van groene stroom. Definitieve projectplan, aanvangs- en einddatum zijn nog niet bekend. Doelstelling is aanvang gedurende 2006 Gedragsstudie branche: Onderzocht gaat worden welke zaken bepalend zijn voor het al dan niet investeren in nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld natuurlijke koudemiddelen. Heeft dit te maken met niet willen, of niet kunnen? Project afgerond, maar doelstellingen vooraf niet behaald door TNO Studie uitgevoerd ism bureau Rescon. Resultaten in workshop geëvalueerd. Kans Kans Ambitie Ambitie Ambitie Resultaten onderzoek naar onregelmatigheden / fluctuaties in het energieverbruik van installaties en de bijbehorende oplossingen kunnen direct worden ingezet ter terugdringing van het energieverbruik. Energiezorg, mits wordt gekozen voor een individuele / op maat aanpak. Het begeleiden / opvoeden van leden is belangrijker dan het opzetten van het systeem. De aanwezige kennis in de markt op overzichtelijke en heldere wijze over te brengen richting de betrokken branche(s) in de vorm van een praktisch toepasbare geautomatiseerde oplossing. Boven tafel te krijgen welke factoren bepalend zijn bij het maken van een beslissing over al dan niet investeren in innovatieve technieken. Voor wat betreft de belemmerende factoren zal worden onderzocht/overlegd hoe deze kunnen worden weggenomen. Het energiegebruik en daarmee de uitstoot schadelijke broeikasgassen zoveel mogelijk terug te dringen Uiteindelijk geresulteerd in een project gericht op het ontwikkelen van een nieuwe monitoringstool en systematiek Project koppeling maatregelen aan energiezorg Koudecentraal en digitalisering Bouwwijzer + handboek Energie-efficiency Gerealiseerd middels project ism Rescon Gerealiseerd zie tabel resultaten Nekovri heeft haar ambities nageleefd en kansen benut en op alle gebieden positieve resultaten geboekt. 2.3 Omgeving en actoren De koel- en vriessector is een dynamische omgeving. Omdat de koel- en vrieshuizen opereren als dienstverlener zijn zij marktvolgers. Veranderingen ingegeven door de markt, door wensen en eisen van klanten worden door hen vertaald naar passende dienstverlening. Deze veranderingen volgen elkaar in hoog tempo op, waardoor het continue zoeken naar verbetermogelijkheden, het ontwikkelen van kennis en met name ook het delen van die kennis van groot belang is voor de vooruitgang en kracht van de sector. Koel- en vrieshuizen hebben in de praktijk te maken met een groot aantal verschillende partijen waar zij rekening mee dienen te houden en even zoveel verschillende wensen en eisen waaraan zij moeten voldoen. 3
6 Onderstaand een beknopte grafische weergave van de belangrijkste actoren op hoofdlijnen: 2.4 Ontwikkelingen en kansen relevant voor energiebesparing Nekovri heeft door deelname aan de voorstudie een goed beeld gekregen welke aandachtgebieden voor de branche het meest relevant zijn en waar de grootste winst te behalen is. Deze aandachtsgebieden concentreren zich voor een groot deel op het besparen van energie en het beperken van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen. Onder meer door: Optimalisatie van bestaande technieken, processen en procedures a. Verbetering en (door)ontwikkeling van bestaande monitoringssystematieken b. Verbetering en (door)ontwikkeling van energiezorg c. Beschikbaar maken, delen en, waar nodig, toelichten van bestaande kennis d. Nader onderzoeken (haalbaarheid en inzetbaarheid binnen de branche) van reeds op de markt zijnde, maar in de branche nog niet toegepaste, technieken e. Benchmarking, opzetten database f. Procesoptimalisatie gegevensuitwisseling tussen Nekovri en AgentschapNL. g. Overig. 4
7 3 OMVANG EN VERDELING ENERGIEVERBRUIK & KOUDEMIDDELGEBRUIK 3.1 Energieverbruik sector Het totale energieverbruik van de sector in 2008 is weergegeven in Tabel 3. Hieruit volgt dat het overgrote deel van de CO2-uitstoot in de sector wordt veroorzaakt door het elektriciteitverbruik. Het aardgas wordt hoofdzakelijk gebruikt voor kantoorverwarming en bij enkele bedrijven voor het opwekken van elektriciteit (via een WKK). Enkele bedrijven hebben geen gasaansluiting en verstoken propaan voor verwarming. Dit valt onder de post overige energiedragers. Deze uitsplitsing van de totale CO2-uiststoot in de sector is grafisch weergegeven in Figuur 1. In Figuur 2 is de CO2-uitstoot per bedrijf weergegeven. Hieruit volgt een gemiddelde uitstoot van ton CO2 per bedrijf per jaar. De kleinste energieverbruiker is verantwoordelijk voor een jaarlijkse CO2-uitstoot van 239 ton en de grootste verbruiker is verantwoordelijk voor ton CO2 per jaar. Tabel 3: Jaarlijks energieverbruik in de sector (2008) Energiedrager Ingekochte energie Primaire energie CO 2 uitstoot Relatief Elektriciteit kwh GJ ton 96,0% Aardgas Nm GJ ton 3,9% Overige GJ 159 ton 0,1% Totaal GJ ton 100,0% Figuur 1: Verdeling CO 2 -uitstoot koel- en vriessector (2008) Elektriciteit 96,0% Aardgas 3,9% Overige 0,1% Figuur 2: CO 2 -uitstoot per bedrijf (2008) CO2-uitstoot [ton/jaar] Uitstoot per bedrijf Gemiddelde uitstoot 5
8 3.2 Verdeling elektriciteitverbruik Uit de verdeling van het jaarlijkse energieverbruik van de sector volgt dat het merendeel van de energie in de vorm van elektriciteit wordt verbruikt. Het elektriciteitsverbruik kan worden uitgesplitst naar de verschillende verbruikers. Dit is opgesomd in Tabel 4. In Figuur 3 is deze verdeling grafisch weergegeven. Het overgrote deel van de elektriciteit wordt verbruikt door de koelcompressoren, namelijk 61%. De verdampers en condensors zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor bijna 22% van het verbruik. Tabel 4: Verdeling elektriciteitverbruik in sector (2008) Omschrijving Elektriciteitverbruik Relatief Koelcompressoren kwh 61,3% Verdampers en ventilatie kwh 14,0% Condensors kwh 7,9% Koudemiddel pompen kwh 1,8% Interne transportmiddelen kwh 2,2% Verlichting kwh 4,7% Overige verbruikers kwh 8,1% Totaal elektriciteitverbruik kwh 100,0% Figuur 3: Verdeling elektriciteitverbruik in sector (2008) verdampers 14,0% condensors 7,9% compressoren 61,3% overige 8,1% pompen 1,8% transport 2,2% verlichting 4,7% 3.3 Verdeling koellast in sector De koelinstallaties bij de koel- en vriesbedrijven worden gebruikt om warmte aan de producten en cellen te onttrekken. In Tabel 5 is de verdeling van de totale hoeveelheid opgewekte koude over de verschillende warmtebronnen opgesomd. Hieruit volgt dat het merendeel van de opgewekte koude wordt gebruikt om de verliezen door wanden en daken, de transmissieverliezen, te compenseren. De verdeling van de koellast is grafisch weergegeven in Figuur 4. Tabel 5: Verdeling koellast in sector (2008) Omschrijving Koellast Relatief Koellast product kwh 18,5% Verdampers kwh 15,8% Verlichting kwh 2,5% Deurverliezen kwh 10,6% Transmissie verliezen kwh 47,6% Overige warmtebronnen kwh 5,0% Totale koellast kwh 100,0% 6
9 Figuur 4: Verdeling koellast in sector (2008) overige 5,0% koellast product 18,5% transmissie verliezen 47,6% verdampers 15,8% verlichting 2,5% deurverliezen 10,6% 3.4 Verdeling koellast naar activiteit In de vorige paragraaf is de gemiddelde verdeling van de koellast in de hele sector weergegeven. De verdeling van de koellast is echter sterk afhankelijk van de activiteiten die worden verricht. In de sector koel- en vrieshuizen vinden hoofdzakelijk de volgende vier activiteiten plaats: 1. Vriesopslag 2. Invriezen 3. Koelopslag levend product, zoals fruit, bollen en dergelijke 4. Koelopslag overige producten Tabel 6 geeft een typische verdeling van de koellast weer. Deze verdeling bevat enige onnauwkeurigheid, omdat de meeste bedrijven meer dan één activiteit verrichten, maar geeft het verschil tussen de activiteiten goed weer. De verdeling van de koellast per activiteit is grafisch weergegeven in Figuur 5.. Tabel 6: Verdeling koellast per activiteit Omschrijving Vriesopslag Invriezen Koelopslag Koelopslag levend product overig Koellast product 2,3% 58,1% 22,5% 12,7% Verdampers 9,5% 16,3% 19,4% 7,9% Verlichting 2,5% 0,3% 0,2% 3,0% Deurverliezen 25,0% 0,7% 14,3% 15,4% Transmissie verliezen 60,7% 24,7% 43,5% 61,0% Totale koellast 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% Vriesopslag Bij vriesopslag wordt het grootste deel van de koellast veroorzaakt door transmissieverliezen, ofwel warmteverliezen door gevels en daken. Deze verliezen zullen altijd aanwezig zijn, maar kunnen worden beperkt door gebruik te maken van goede isolatiematerialen en bouwmethoden. Tevens moet gestreefd worden naar een zo klein mogelijk gevel- en dakoppervlak en een hoge bezettingsgraad van de cellen. Dit kan bereikt worden met vierkante celvormen en hoogbouw. Door een goede keuze van de gevel- en dakbedekking kan warmte-inbreng door zoninstraling worden beperkt. 7
10 Naast transmissieverliezen vertegenwoordigen deurverliezen ook een groot aandeel van de koellast in een vriescel. Deurverliezen zorgen voor inbreng van warmte en vocht in vriescellen. Het vocht zorgt voor rijpvorming op de verdampers waardoor periodieke ontdooiing noodzakelijk is. Er moet gestreefd worden naar zo min mogelijk deurverliezen. Dit kan in eerste instantie door het aantal deurbewegingen en de openingstijd tot een minimum te beperken. Vervolgens moet er voor gezorgd worden dat de deuropening zo klein mogelijk is. Idealiter is de deuropening even groot als de grootste pallet die wordt in- en uitgeslagen. Er zijn tevens een aantal mogelijkheden om de deurverliezen verder te reduceren zoals het gebruik van strokengordijnen, luchtgordijnen en in- en uitvoersluizen. Aanvullend kan de ruimte die grenst aan de vriescel worden gekoeld en/of ontvochtigd om de deurverliezen tot een minimum te beperken. Figuur 5: Verdeling koellast per activiteit Vriesopslag Invriezen Koelopslag levend product Koelopslag overige producten koellast product verdampers verlichting deurverliezen transmissie verliezen Invriezen Bij invriezen veroorzaakt de productwarmte het grootste deel van de koellast. Aangezien het onttrekken van warmte aan een product het doel van invriezen is, kan hier weinig aan worden veranderd. De ventilatoren vormen bij invriezen echter ook een grote post in de koellast. Dit aandeel kan op een aantal manieren worden verkleind. Door meer inzicht te verkrijgen in het invriesproces kan het invriestraject tijdig worden gestopt. Hierdoor wordt voorkomen dat een invriestunnel onnodig in bedrijf is. Tevens kan de verdampertemperatuur (en daarmee de luchttemperatuur) continu worden afgestemd op de producttemperatuur. Hierdoor kan de koelinstallatie efficiënter draaien. Ook kan de hoeveelheid luchtverplaatsing worden aangepast gedurende het invriestraject door middel van toerengeregelde ventilatoren of het aan- en uitschakelen van ventilatoren. Door het toepassen van efficiënte ventilatoren kan een aanvullende energiebesparing worden gerealiseerd. Koelopslag levend product Bij de koelopslag van levende producten vormen de transmissieverliezen een groot aandeel van de koellast. Hierbij geldt, net als bij vriesopslag, dat deze zeer afhankelijk zijn van de toegepaste bouwmaterialen en - methoden. Een andere belangrijke warmtebron wordt echter gevormd door de verdamperventilatoren. Bij de opslag van levende producten draaien de ventilatoren veelal continu om een goede temperatuurverdeling in de cellen te behouden. Door de hoeveelheid luchtrecirculatie te beperken tot wat minimaal noodzakelijk is kan een grote besparing worden gerealiseerd. Dit is mogelijk door ventilatoren te voorzien van toerenregeling of ventilatoren intermitterend te schakelen. Aanvullende besparing is mogelijk door efficiënte ventilatoren toe te passen. Levende producten vormen ethyleen. Omdat een te hoge concentratie ethyleen schade aan de producten kan toebrengen worden cellen veelal uitgerust met afzuiging. Hierbij wordt gekoelde cellucht afgezogen, waardoor warmere vochtige lucht in de cellen stroomt. Afzuiging dient tot een minimum te worden beperkt. Dit is mogelijk door de afzuiging actief te regelen op de aanwezigheid van ethyleen. Koelopslag overige producten Bij koelopslag van niet-levende producten zijn de eerder genoemde aandachtpunten met betrekking tot het beperken van transmissieverliezen, deurverliezen en ventilatorenergie van belang. 8
11 3.5 Koudemiddelen In het kader van de uitfasering van HCFK's (R22) is geïnventariseerd bij hoeveel bedrijven HCFK's worden gebruikt. Hierbij zijn de bedrijven onderverdeeld in vier groepen: 1. Alles HCFK's Alle koelinstallaties bij het bedrijf werken met HCFK's als koudemiddel 2. Redelijk veel HCFK's Een groot deel van de koelinstallaties bij het bedrijf werken met HCFK's als koudemiddel. Er zijn echter ook installaties aanwezig die met HFK's of natuurlijke koudemiddelen werken. 3. Heel weinig HCFK's Het merendeel van de koelinstallaties bij het bedrijf werken met HFK's of natuurlijke koudemiddelen. Er zijn echter ook installaties aanwezig die met HCFK's als koudemiddel werken. 4. Geen HCFK's Alle installaties bij het bedrijf werken met HFK's of natuurlijke koudemiddelen. In Tabel 7 en Figuur 6 is een overzicht van het gebruik van HCFK's bij de bedrijven weergegeven. Hieruit volgt dat bij ruim 50% van de bedrijven een grote hoeveelheid van de installaties HCFK's bevat. Tabel 7: Aantal bedrijven met HCFK's Omschrijving Aantal Relatief bedrijven Alle installaties met HCFK's 16 19,5% Redelijk veel installaties met HCFK's 28 34,1% Heel weinig installaties met HCFK's 9 11,0% Geen gebruik van HCFK's 29 35,4% Totaal ,0% Daarnaast is een overzicht opgesteld van alle toegepaste koudemiddelen. Hierbij is de verdeling niet naar aantal installaties, maar naar grootte van de installaties gemaakt. Dit overzicht is weergegeven in Tabel 88 en Figuur 7. Hieruit volgt dat ongeveer 34% van de koude wordt opgewekt met behulp van HCFK's. Bijna 40% van de koude in de sector wordt opgewekt met behulp van natuurlijke koudemiddelen. Tabel 8: Toegepaste koudemiddelen Groep Koudemiddel Relatief koudemiddel Relatief groep HCFK's R22 34,0% 34,0% HFK's R134a 2,7% R404a 5,3% R407c 3,0% R507a 16,5% 27,4% Natuurlijke NH 3 27,8% 38,6% koudemiddelen NH 3 /CO 2 10,8% Totaal 100,0% 9
12 Figuur 6: Aantal bedrijven met HCFK's Alles HCFK's 20% Geen HCFK's 35% Redelijk veel 34% Heel weinig 11% Figuur 7: Toepassing van koudemiddelen, gewogen naar installatiegrootte R22 34% NH3 28% R507a 16% R407c 3% R404a 5% R134a 3% NH3/CO2 11% 10
13 4 POTENTIEEL KANSRIJKE OPTIES OP BASIS VAN AGGREGATIE VAN EEP S EN INVENTARISATIESTUDIES 4.1 Inleiding Het exact kwantificeren van de doelstellingen is niet altijd gemakkelijk. Er zijn veel externe factoren om rekening mee te houden, welke niet altijd te voorspellen danwel te beïnvloeden zijn. Toch is het nodig de doelstellingen te verbinden aan een gekwantificeerd doel. Dit maakt het concreet, tastbaar en meetbaar. 4.2 Procesefficiency Gelet op de interne processen binnen koel/ en vrieshuizen is op diverse gebieden nog winst te behalen. Belangrijkste peilers in het kader van procesefficiency zijn: Toegepaste regeling koel- vriesinstallatie. Invries en ontdooiproces Beheersing luchtstromen Optimalisatie interne logistiek Monitoring en energiezorg 4.3 Duurzame energie Nekovri onderzoekt de mogelijkheden van het toepassen van duurzame energie. Gedurende de periode 2009/2010 heeft Nekovri nadrukkelijk onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor de toepassing van zowel wind- als zonne-energie. Nekovri heeft onderzocht wat de mogelijkheden zijn om te participeren in een windmolenpark. Op dit moment is dat niet haalbaar. Zonne-energie/PV-systemen lijkt een meer reële optie. Nekovri heeft een onderzoek gedaan en een business case ontwikkeld. Hieruit blijkt dat zonne-energie, in de nabije toekomst, een zeer reële mogelijkheid is. De koelen vrieshuizen beschikken over forse dakoppervlakten die zij optimaal zouden kunnen benutten voor het plaatsen van zonnepanelen. De resultaten van de studie zijn op te vragen via het secretariaat van Nekovri en/of via AgentschapNL. Duurzame energie blijft de komende jaren een actief onderwerp op de brancheagenda. Wanneer er (nieuwe) mogelijkheden zijn, zal Nekovri deze actief onderzoeken en uitdragen richting haar leden. 4.4 Ketenefficiency Op het gebied van ketenefficiency heeft de branche tot op heden weinig activiteiten ondernomen. Op het laatste Nekovri-congres is echter nadrukkelijk gesproken over de voordelen van samenwerken en clustering. Ketenprojecten zijn wel degelijk kansrijk. Op dit moment liggen er geen concrete projectvoorstellen op het gebied van ketenefficiency, maar Nekovri wil in samenwerking met AgentschapNL nadenken over en werken aan de mogelijkheden hiervan. Bijvoorbeeld door het organiseren van een moderatorsessie. 4.5 Voorstudie en routekaart Voorstudie Nekovri heeft enthousiast deelgenomen aan het traject Voorstudie. Dit was een uitgelezen kans om gezamenlijk te komen tot meer inzicht in de branche, de kansen en bedreigingen die op ons af komen, de positionering nu en in de toekomst en het creëren van draagvlak om die doelen te bereiken. Met ondersteuning van Atos Consulting en Agentschap NL is een rapport opgesteld, wat samen met de uitkomsten van de Energie-Efficiency Plannen de basis vormt voor dit Meerjarenplan. Routekaart In de afrondende fase van de voorstudie heeft Nekovri nagedacht en gediscussieerd over het opstellen van een routekaart. Gelet op de aard en samenstelling van de branche (als dienstverleners zijn de leden met name marktvolgers) kunnen zij vrijwel niet, of slechts in zeer beperkte mate invloed uitoefenen op de marktontwikkelingen. Ook het verwachtingspatroon richting de leden en de inspanning die van hen gevraagd wordt in een regulier routekaarttraject leek Nekovri niet reëel. 11
14 Derhalve heeft Nekovri besloten wel een routekaart/meerjarenplan op te stellen, volgend uit de voorstudie, maar daar op eigen wijze, middels dit meerjarenplan, invulling aan te geven. Nekovri heeft vanuit de voorstudie zeven prestatiegebieden aangewezen waarop zij zich de komende jaren wil concentreren om haar goede concurrentiepositie te behouden: 1. Informatievoorziening, traceerbaarheid en automatisering 2. Personeel, arbeidsomstandigheden en welzijn 3. Nieuwe technieken en technologieën 4. Milieu 5. Energiebesparing en (duurzame) energiebronnen 6. (Voedsel)veiligheid 7. Kennismanagement, kennisborging en kennisoverdracht 1. Informatievoorziening, traceerbaarheid en automatisering Digitalisering van systemen en documenten wordt steeds belangrijker. Niet alleen intern binnen de bedrijven zelf, maar ook extern in communicatie naar klanten, keurende, certificerende en controlerende instanties. De toenemende mondialisering maakt ook dat digitalisering steeds meer noodzaak wordt. 2. Personeel, arbeidsomstandigheden en welzijn Nekovri heeft geen overkoepelende, eenduidige CAO. Door de grote diversiteit tussen de (activiteiten van de) bedrijven is dit geen reële optie gebleken. Toch wil Nekovri iets voor haar leden en hun werknemers, zodat bepaalde voorwaarden, standaarden, rechten en plichten voor eenieder toegankelijk en duidelijk zijn. 3. Nieuwe technieken en technologieën De branche is continu in beweging. Klanten, markten, processen, beschikbare technieken, al deze zaken veranderen snel. Soms vormen de ontwikkelingen obstakels, voor ons als marktvolgers, maar bovenal komen er kansen uit naar voren, welke de branche zo goed mogelijk moet zien te benutten. 4. Milieu Milieu, duurzaam ondernemen neemt een steeds belangrijker plaats in in onze maatschappij. Ook de branche is zich daarvan bewust en probeert hier op verantwoorde wijze mee om te gaan. 5. Energiebesparing en (duurzame) energiebronnen Wellicht één van de belangrijkste onderwerpen, zeker in het kader van MJA. Veel van de overige onderwerpen hebben uiteindelijk als doel om te komen tot een toename van het gebruik van duurzame energiebronnen en een afname van het totale (relatieve) energieverbruik. 6. (Voedsel)veiligheid Het merendeel van de producten die in koel- en vrieshuizen worden behandeld zijn bedoeld voor humane consumptie. Hierdoor is voedselveiligheid altijd één van de belangrijkste voorwaarden waaraan men binnen de branche moet voldoen. 7. Kennismanagement, kennisborging en kennisoverdracht Er is zeer veel kennis beschikbaar over tal van onderwerpen welke van belang zijn voor de branche. Echter de kennis is erg versnipperd en niet altijd voor iedereen (eenvoudig) toegankelijk. Nekovri is van mening dat deze kennis beter en vrij toegankelijk moet worden voor alle belanghebbenden. In het project Koudecentraal is dit de hoofddoelstelling. Nekovri wil hier een voortrekkersrol in gaan spelen, daar zij als eindgebruiker direct of indirect te maken heeft met vrijwel alle partijen en geen last heeft van tegenstrijdige belangen. 12
15 5 SAMENVATTING DOELSTELLINGEN 5.1 Doelstellingen vanuit de EEP s Onderstaande tabel geeft een overzicht van het besparingspotentieel in energieverbruik en CO2 uitstoot van de zekere, voorwaardelijke en onzekere maatregelen voortkomende uit de analyse van de Energieefficiencyplannen. Tabel 9: Energiebesparingspotentieel op basis van maatregelen uit de EEP's Categorie Zekere Voorwaardelijke Onzekere Totaal maatregelen maatregelen maatregelen maatregelen Vermeden CO2 uitstoot (ton) energie % energie % energie % energie % zeker voorw. onzeker totaal GJ/jaar GJ/jaar GJ/jaar GJ/jaar PE Regeling ,2% ,4% ,7% ,3% Verdampers 0 0,0% ,7% ,2% ,9% Energiezorg en good housekeeping ,1% 0 0,0% ,0% ,2% Uitfasering ,7% ,3% ,1% ,0% Ontdooien ,2% ,0% ,6% ,9% Compressoren ,1% ,2% ,3% ,6% Condensors ,4% ,2% ,1% ,6% Restwarmte benutting ,2% ,2% 454 0,0% ,4% Verlichting ,1% ,1% ,2% ,4% Koelinstallatie 179 0,0% ,1% ,0% ,2% Transportmiddelen ,1% 0 0,0% 222 0,0% ,1% Deuren ,1% 0 0,0% 0 0,0% ,1% Isolatie 312 0,0% 0 0,0% ,1% ,1% Totaal PE ,1% ,0% ,5% ,6% DE Duurzame energie (DE) ,4% 0 0,0% ,1% ,6% KE Ketenefficiency (KE) 0 0,0% ,1% ,6% ,7% Overige ,5% ,4% ,1% ,9% Totaal ,0% ,5% ,3% ,8% Aanvullende ambitie branche Missie en Visie Missie De vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen wil nu en in de toekomst zo optimaal mogelijk bijdragen aan de logistieke dienstverlening ten behoeve van temperatuurgevoelige producten voor onze klanten en voor alle consumenten waar ook ter wereld. Visie De vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen wil dit bereiken door op een maatschappelijk verantwoorde wijze nieuwe technologieën, arbeid en middelen toe te passen en flexibiliteit en kwaliteit te realiseren ten einde de supply chain te optimaliseren. 13
16 Stimuleren uitvoering van en voorlichting MJA3 De branche zal/moet de leden nadrukkelijker betrekken bij de ontwikkelingen binnen de MJA. De input van de leden zal een belangrijk thema worden om zodoende te zorgen voor voldoende draagkracht. Leden moeten zichzelf herkennen in de doelstellingen en projecten welke zullen worden uitgevoerd in het kader van MJA3. Bij het opstellen van projectplannen moet vooraf goed worden nagedacht over enerzijds de meerwaarde voor de bedrijven in de sector (vraaggericht) en anderzijds op welke wijze draagvlak kan worden gewaarborgd. Deze twee onderwerpen zullen in ieder projectplan moeten worden beschreven en onderbouwd Onderstaand een overzicht van de diverse projecten en initiatieven waarmee Nekovri reeds bezig is: Nr. Project Omschrijving Resultaat 1 Ondersteuning leden bij uitfasering HCFK s Nekovri gaat haar leden welke nog beschikken over HCFK s begeleiden bij de uitfasering. Dit gebeurt ism een externe adviesbureau. Nekovri wil haar leden stimuleren de keuze voor natuurlijke koudemiddelen te maken en waar mogelijk versneld over te gaan tot uitfasering. Hierbij zal nadrukkelijk worden gekeken naar het total cost of ownership van een installatie, maw de voordelen op de middellange tot lange termijn. Nekovri verwacht middels dit project meer leden te kunnen overtuigen van een keuze voor natuurlijke koudemiddelen, wat zowel gelet op energieverbruik als uitstoot CO2 een forse winst betekent. Nekovri verwacht 10 leden extra te kunnen overtuigen van een keuze voor natuurlijke koudemiddelen. 2 Uitvoeren warmtescans Uit de analyse van de EEP s is gekomen dat het energieverbruik (-verlies) door deur- en transmissieverliezen erg hoog is. Nekovri wil door het uitvoeren van warmtescans in beeld krijgen wat de oorzaken zijn. Hierbij wordt gekeken naar Energiezorg/good housekeeping (bijv. deurbeleid), de schil van het gebouw (isolatiepanelen, naden en kieren) en de installatie. Een goed overzicht van de probleemgebieden gelet op transmissie verliezen op basis waarvan een gericht plan van aanpak kan worden opgesteld. Doelstelling komende 4 jaar terugdringen transmissieverliezen met 20% 3 Ontwikkeling monitoring tool Ontwikkeling van een uitgebreide, praktisch goed toepasbare en voor alle leden bereikbare monitoring tool. De tool moet bedrijven en de branche beter inzicht verschaffen in de bedrijfsprocessen en output leveren op basis waarvan zowel de ondernemers als de branche kan sturen. Veel bedrijven bepalen hun processen op basis van eigen ervaringen, inschattingen of informatie van bijvoorbeeld hun installateur. In veel gevallen is er nergens een onderbouwing of bewijs te vinden dat dit correct is. De verwachting is dat hier veel besparing te realiseren is. De tool maakt gebruik van een flexibel draadloos netwerk en draadloze sensoren, waardoor het relatief goedkoop en snel te realiseren is en makkelijk kan worden uitgebreid. Monitoring tool beschikbaar voor alle leden, maar niet specifiek alleen bruikbaar binnen de koel- en vriesbranche. Een instrument dat ondernemers de informatie levert die zij nodig hebben om hun bedrijf beter aan te kunnen sturen en processen te kunnen optimaliseren. 4 Ontwikkeling lange termijn visie Nekovri Nekovri heeft een interne werkgroep, de Nekovri Denktank. Zij zullen zich gaan richten op de ontwikkeling van een lange termijn visie waarbij met name zal worden gekeken naar de veranderende markten op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Wat heeft dat voor invloed op de koel- en vriesbranche? Een rapport waarin Nekovri haar lange termijn visie op de koel- en vriesmarkt geeft. Hierin zullen diverse scenario s worden bekeken en ontwikkeld, gekoppeld aan een strategische actieplan 14
17 5 Ketenprojecten Uit de diverse projecten die nu lopen verwacht Nekovri een beter beeld te krijgen van besparingsmogelijkheden in de keten. Ondanks het feit dat de leden van Nekovri als dienstverleners met name marktvolgend zijn wil de branchevereniging toch haar leden bewegen meer aandacht te schenken aan ketenoptimalisatie. Het is echter op dit moment te vroeg om concrete acties te benoemen Doelstelling is dat Nekovri gedurende deze MJA periode ( ) een beter inzicht krijgt in de mogelijkheden van ketenoptimalisatie en minimaal 2 ketenprojecten ontwikkeld en op te starten 6 Flexiquest Nekovri is in gesprek met TNO voor wat betreft een mogelijke deelname aan het project Flexiquest. Dit project is erop gericht te onderzoeken op welke wijze, in de toekomst zo optimaal mogelijk kan worden omgegaan met de veranderende energiemarkt. Deze zal verschuiven van vraaggericht naar aanbodgericht gelet op het steeds grotere aandeel duurzame energie. Omdat de productie van duurzame energie niet of nauwelijks te voorspellen is zal er een grotere vraag komen naar op- en afschakelbaar vermogen om onbalans op het energienetwerk te voorkomen. Project moet nog van start gaan. Momenteel in oriënterende fase. Definitieve documenten met beschrijving van doelstellingen is nog niet gereed 7 Organiseren themabijeenkomsten Nekovri organiseert diverse themabijeenkomsten per jaar voor haar leden om kennis over te dragen danwel te ontwikkelen. Deze bijeenkomsten zijn gekoppeld aan de diverse projecten, of passen binnen de beleidsdoelstellingen. (tot op heden) gepland voor 2011: Kennis overdragen, kennis delen en kennis ontwikkelen voor en door de leden. 1. (overdracht) familiebedrijf 2. Uitfasering HCFK s 3. Thermoanalyse 4. Ondersteuning energie (invullen E-MJV, meetdata en factuurcontrole) 5. Ontwikkeling kostencalculatie tool 6. Benchmarken 7. Personeel en organisatie 8. Automatisering 8 Koudecentraal Nekovri heeft zitting in de projectgroep van Koudecentraal. Samen met diverse andere belanghebbenden organisaties in de koudeketen (SOK, NVKL, TNO, WUR, KNVvK, TVVL etc) worden diversen initiatieven ontplooid gericht op onderzoek, kennisbundeling en kennisverspreiding, toepassing van nieuwe technieken etc. Een centraal punt ( resp. een centrale databank met informatie voor alle typen gebruikers binnen de koudeketen. Ontwikkeling van nieuwe technieken (bijv. installatie met CO2 hydraatslurry) Verbeteren imago koeltechniek (enthousiasmeren studenten voor toekomst in deze sector) Ontwikkelen / verbeteren opleidingen op het gebied van koeltechniek. 15
18 9 Update bouwwijzer fase 2 Na de update en digitalisering van het handboek energie-efficiency (zie Koudewiki op ) wil Nekovri nu ook haar bouwwijzer updaten en digitaliseren. De bouwwijzer ondersteunt bedrijven voor en tijdens de bouwfase (ook uitbouw of verbouw) en helpt hen de juiste keuzes te maken. Doelstelling is het stimuleren van klimaatvriendelijke en energieefficiënte oplossingen. Een vernieuwde, digitale en dynamische versie van de bouwwijzer, gericht op kwaliteit, energieefficiency en duurzaam ondernemen. 10 Ontwikkeling benchmark tool Nekovri is in samenwerking met haar Europese (en zelfs mondiale) zusterorganisaties bezig een benchmark tool te ontwikkelen. Hiermee wil Nekovri meer inzicht krijgen in de ontwikkelingen, maar ook problemen in de markt (bij haar leden) zodat zij hen nog gerichter kan ondersteunen. Benchmark tool. Bovenstaande tabel geeft meer inzicht in de diverse projecten die lopen in het kader van energiebesparing, vermindering uitstoot schadelijke broeikasgassen, kennisontwikkeling en kennisoverdracht. Andere projecten welke niet MJA zijn gerelateerd zijn hier niet genoemd. Nekovri beoogd (onder meer) met bovenstaande activiteiten de energie-efficiency verbetering van haar leden te vergroten. Nekovri wil haar leden voorzien van de juiste kennis en instrumenten op basis waarvan zij dit kunnen realiseren. In bovenstaande tabel zijn echter geen concrete (cijfermatige) doelstellingen genoemd. Het is erg moeilijk uitspraken te doen over de mogelijke opbrengsten van de diverse projecten / trajecten. In bijlage twee vind u een uitgebreidere overzicht van de diverse projecten. Nekovri heeft als doelstelling een goede interne database te ontwikkelen (onder meer door de projecten monitoring en de ontwikkeling van de benchmark tool) zodat zij in staat is zelf analyses te kunnen uitvoeren en beter te kunnen meten en te voorspellen wat de resultaten van de inspanningen van de branche zijn. Op dit moment is dat echter nog niet mogelijk en heeft het noemen van getallen/percentages geen enkele meerwaarde, omdat het dan een niet onderbouwde voorspelling betreft, maar zuiver een eerste inschatting. Nekovri kiest er voor om de behaalde resultaten achteraf te verwerken en daarmee de doelstelling naar de toekomst toe eventueel bij te stellen. Doelstellingen moeten haalbaar en meetbaar zijn en daarvan is op dit moment nog geen (te weinig) sprake. Nekovri heeft zich middels deelname aan de MJA3 gecommitteerd zich in te zetten om te voldoen aan de doelstellingen gesteld in de MJA3. Nekovri zal dan ook alles in werk stellen om die doelstellingen te realiseren en waar mogelijk te overtreffen, daarop mag de branche worden afgerekend. In dat kader zal Nekovri ook een toekomstvisie 2020 gaan ontwikkelen. Dit Meerjarenplan kan worden beschouwd als de tactische, korte tot middellange termijn visie van de branche. De Toekomstvisie 2020 zal de strategische visie resp. het strategisch beleid van de branche gaan weergeven. Deze visie zal in 2012 worden ontwikkeld. 16
19 6 BEOOGDE ACTIVITEITEN EN RESULTATEN 6.1 Besparende maatregelen Geplande zekere maatregelen Geplande voorwaardelijke maatregelen Onzekere maatregelen In de Energie- efficiency plannen zijn door de bedrijven energie besparende maatregelen gedefinieerd verdeeld over drie categorieën: zekere-, voorwaardelijke- en onzekere maatregelen. In Tabel 10 zijn de besparingen uit elk van deze categorieën van 82 bedrijven opgesomd. Tabel 10: Energie besparende maatregelen sector Omschrijving Energiebesparing CO 2 -reductie Efficiency verbetering Zekere maatregelen GJ/jaar ton/jaar 7,0% Voorwaardelijke maatregelen GJ/jaar ton/jaar 5,5% Onzekere maatregelen GJ/jaar ton/jaar 4,3% Totaal energieverbruik GJ/jaar ton/jaar De ambitie van minimaal 8% energiebesparing uit zekere en voorwaardelijke maatregelen in de sector wordt ruimschoots behaald. De maatregelen zijn onder te verdelen in een aantal categorieën. In Tabel 11 zijn de besparingen per categorie opgesomd. Hierbij is tevens een verdeling gemaakt in zekere, voorwaardelijke en onzekere maatregelen. De tabel toont het aantal maatregelen en de besparing op primaire energie die met de maatregelen kan worden gerealiseerd. Figuur 8: Energie besparende maatregelen t.o.v. totaal verbruik Zeker 6,6% Voorwaardelijk 5,2% 84,1% Onzeker 4,0% 17
20 Tabel11: Maatregelen per categorie Categorie Zekere maatregelen Voorwaardelijke maatregelen Onzekere maatregelen Totaal maatregelen aantal energie aantal energie aantal energie aantal energie # GJ/jaar # GJ/jaar # GJ/jaar # GJ/jaar Regeling Duurzame energie Verdampers Energiezorg en good housekeeping Uitfasering Ontdooien Ketenefficiency Compressoren Condensors Restwarmte benutting Verlichting Koelinstallatie Transportmiddelen Deuren Isolatie Overige Totaal De categorieën met een besparingspotentieel groter dan GJ per jaar en/of 25 of meer maatregelen worden hieronder nader toegelicht. Regeling Tabel 11 laat zien dat de grootste besparing te realiseren is met maatregelen die gerelateerd zijn aan de regeling van de koelinstallatie. Deze categorie is verder uitgesplitst in Tabel12. Tabel 12: Maatregelen m.b.t. regelingen Categorie Zekere maatregelen Voorwaardelijke maatregelen Onzekere maatregelen Totaal maatregelen aantal energie aantal energie aantal energie aantal Energie # GJ/jaar # GJ/jaar # GJ/jaar # GJ/jaar Regeling algemeen Regeling condensors Regeling verdampers Regeling compressoren Regeling ontdooien Totaal Regeling algemeen Een groot aantal koelinstallaties is voorzien van verouderde besturingssystemen met beperkte mogelijkheden. Door de besturingssystemen te vernieuwen en eventueel te voorzien van monitoringssystemen zijn grote besparingen mogelijk. Regeling condensors In veel gevallen kan de regeling van condensors worden verbeterd. Hierbij kan bijvoorbeeld een weersafhankelijke condensordruk regeling er voor zorgen dat het totale opgenomen vermogen van condensors en compressoren wordt geminimaliseerd. 18
21 Regeling verdampers In veel gevallen kan de regeling van verdampers worden verbeterd zodat verdamperventilatoren minder draaiuren maken en minder energie verbruiken. Regeling compressoren Veel koelinstallaties bevatten meerdere compressoren. Vaak zijn energiebesparingen haalbaar door de opschakelvolgorde van de compressoren te verbeteren. Er moet naar gestreefd worden om bij elke willekeurige situatie de meest efficiënte combinatie van compressoren in te zetten. Daarnaast zijn besparingen mogelijk door het toepassen van toerenregeling en de juiste keuze van verdamper- en condensordrukken. Regeling ontdooien Voornamelijk bij heetgas ontdooien zijn verbeteringen in de ontdooiregeling mogelijk. Tijdens heetgas ontdooiing draait een koelinstallatie vaak op een hoge condensatiedruk die voor extra energieverbruik zorgt. Door de totale ontdooitijd tot een minimum te beperken kan dit verbruik worden gereduceerd. Duurzame energie Grote besparingen op primair energieverbruik en CO 2 -uitstoot van de sector zijn mogelijk door gebruik te maken van duurzame energie. In de EEP's zijn de besparingen behorend bij deze maatregel vaak als "nader te bepalen" opgegeven. Het werkelijke besparingspotentieel is dus veel groter dan in Tabel 11 is weergegeven. Het betreft echter nagenoeg alleen onzekere maatregelen. Nekovri heeft reeds onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om als branche collectief duurzame energie op te wekken of te participeren in projecten m.b.t. de opwekking van duurzame energie. Verdampers Verdamperventilatoren zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik. In veel gevallen kan energie worden bespaard door efficiënte ventilatoren toe te passen. Energiezorg en good housekeeping Voor elk bedrijf geldt dat het invoeren van een energiezorgsysteem bijdraagt aan inzicht en bewustwording met betrekking tot energieverbruik. Dit resulteert vaak direct dan wel indirect tot energiebesparing. Daarnaast is - met name bij grote bedrijven - veel besparing te realiseren door niet alleen de verantwoordelijke voor energiezorg, maar het hele personeelsbestand energiebewust te maken en te houden. Uitfasering Een groot deel van de koel- en vriesbedrijven maakt momenteel gebruik van HCFK-houdende koelinstallaties. In verband met de uitfasering van HCFK's moeten deze installaties worden omgebouwd of vervangen. Bij het ombouwen of vervangen van een installatie kan door het kiezen van een energetisch efficiënte oplossing een grote energiebesparing worden gerealiseerd. In de EEP's zijn de besparingen behorend bij deze maatregel vaak als "nader te bepalen" opgegeven. Het werkelijke besparingspotentieel is dus veel groter dan in Tabel 11 is weergegeven. Ontdooien Diverse bedrijven ontdooien hun verdamperblokken met behulp van elektrische verwarmingslinten. Deze linten hebben over het algemeen een groot vermogen en verbruiken veel elektriciteit. Aangezien veel restwarmte in de persgassen van de koelcompressoren aanwezig is, is het efficiënter om deze restwarmte te benutten voor het ontdooien van de verdamperblokken. Deze manier van ontdooien wordt ook wel heetgas ontdooiing genoemd. Vanwege het benodigde leidingwerk voor de hete persgassen en de hogere drukken waartegen de verdamperblokken bestand moeten, zijn is het toepassen van heetgas ontdooiing vaak alleen interessant bij nieuwbouw of vervanging van de verdamperblokken. Tijdens het ontdooien wordt veel warmte in de cellen gebracht. Deze warmte-inbreng kan worden gereduceerd door het toepassen van ontdooikleppenof sokken die de luchtstroom door de verdampers beperken. Compressoren De compressoren worden aangedreven door elektromotoren. Deze motoren zijn verkrijgbaar in diverse rendementsklassen. Door een motor met een hoog rendement toe te passen kan veel energie worden bespaard. Echter in verband met de hoge investeringskosten is dit vaak alleen interessant bij vervanging of nieuwbouw. 19
22 Condensors Door pluisjes en andere verontreinigingen in de lucht zijn condensors vaak vervuild. Hierdoor wordt de doorstroming van lucht beperkt en neemt het vermogen van de condensor af. Goed onderhoud, zoals periodieke reiniging van de condensors, zorgt voor behoud van de condensorcapaciteit. Daarnaast zijn er veel installaties die voorzien zijn van een relatief kleine condensorcapaciteit. Een te kleine capaciteit zorgt voor hoge condensatiedrukken gedurende het hele jaar. Hoge condensatiedrukken hebben een hoog energieverbruik van de compressoren tot gevolg. Door de condensorcapaciteit te vergroten (bijplaatsen van condensors) kan het totale energieverbruik worden gereduceerd. Verlichting Met name in koel- en vriescellen is het van belang om het energieverbruik voor verlichting te beperken. De verlichting verbruikt namelijk niet alleen elektriciteit, maar brengt ook warmte in de cellen die vervolgens moet worden weg gekoeld. Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van verlichting. Bij de keuze van verlichting moet niet alleen naar de besparing op energie worden gekeken, het is ook van belang dat er voldoende verlichting aanwezig is op de juiste plaats. Daarnaast zijn er in veel bedrijven ruimtes te vinden waar weinig activiteit is, maar waar de verlichting vaak is ingeschakeld. Hier kunnen bewegingsmelders ervoor zorgen dat de verlichting niet onnodig brandt. 6.2 Inspanningen branchevereniging Nekovri wil zich als branchevereniging optimaal inzetten om de beoogde resultaten te verwezenlijken. Tegelijkertijd realiseert de branchevereniging zich, dat gelet op de aard, omvang en werkzaamheden van de bedrijven binnen de branche, Nekovri als overkoepelend orgaan hierin samen met AgentschapNL een belangrijke, zo niet bepalende rol moet spelen. In het kader van het verwezenlijken van de doelstelling van dit Meerjarenplan zullen de taken van Nekovri als branchevereniging bestaan uit: 1. Opstellen en doorontwikkelen Meerjarenplan 2. Procesbegeleiding en projectmanagement Meerjarenplan 3. Communicatie richting betrokken partijen 4. Creëren draagvlak voor MJA algemeen, het Meerjarenplan en de deelprojecten hieruit volgend 5. Marktonderzoeken, op de hoogte blijven van en zoeken naar nieuwe kansrijke ontwikkelingen 6. Vertalen ontwikkeling naar concrete studies en/of projecten 7. Projectmanagement (deel)projecten 8. Ontwikkeling, gegevensinvoer en verder uitbouwen gegevensdatabase Nekovri 9. Overig 7 SPECIFIEKE VOORWAARDEN Nekovri is zich als branchevereniging terdege bewust van de belangrijke taak die zij dient te vervullen in het verwezenlijken van de beoogde doelstellingen. Hiervoor zijn mensen en middelen nodig. In het beleid van de branche is opgenomen dat er menskracht wordt vrijgemaakt resp. ingehuurd specifiek voor dit doel. Ook in de beleidsvrije ruimte van het budget worden reserveringen gemaakt welke hieraan bijdragen. Ondersteuning vanuit de overheid is echter onontbeerlijk. Momenteel prijst de branche zich erg gelukkig met de geboden ondersteuning en de goede relatie met de betrokken contactpersonen vanuit AgentschapNL en hoopt zij deze samenwerking verder te kunnen uitbouwen en continueren. Een belangrijke voorwaarde voor de branche is dus een betrouwbare overheid, waarmee zij plannen en doelstellingen kan vastleggen, ook op de middellange en lange termijn. 20
23 8 TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN BETROKKEN PARTIJEN Betrokken partijen Taken en verantwoordelijkheden Voordelen voor de deelnemers Resultaat Inspanning Bedrijven en instellingen Opstellen en uitvoeren energie-efficiencyplan Uitvoeren ketenefficiency projecten Voldoen aan de Wet milieubeheer verplichtingen Invoeren van energiezorg Voorwaardelijke en Houden zelf het initiatief Uitvoeren van zekere rendabele maatregelen onzekere maatregelen Kunnen hun inspanningen benchmarken Jaarlijkse monitoring MJA Maken afspraken met de overheid voor een langere periode Tonen aan dat ze bewust bezig zijn met energie en het milieu (imago) Vrijwillige deelname Brancheorganisatie Stelt onder begeleiding van AgentschapNL, een meerjarenplan energiebesparing (MJP) op en voert het uit Is eerste aanspreekpunt voor betrokken overheden Verschaft de benodigde informatie voor evaluaties en rapportages Ontwikkelt samen met haar leden en AgentschapNL, een strategische sectorstudie voor de periode tot 2030 Geeft voorlichting aan, en stimuleert bedrijven en instellingen Initieert en zorgt voor kennisoverdracht, studies en projecten Verschaft de benodigde informatie voor evaluaties en rapportages Pro-actieve houding ten aanzien van beleidsthema s Profilering naar de achterban Financiële ondersteuning projecten en studies Inhoudelijke ondersteuning en begeleiding projecten Vast projectteam / aanspreekpunt bij AgentschapNL Branchespecifieke aanpak Agentschap NL Zorgt voor financiële en inhoudelijke ondersteuning richting bedrijven, instellingen en brancheorganisaties Geeft voorlichting aan, en stimuleert bedrijven, instellingen en brancheorganisaties Initieert en stimuleert kennisoverdracht, studies en projecten Ministerie Zorgt voor de randvoorwaarden (financiën, beleid, wegnemen belemmeringen) Zorgt voor een eenduidig lange termijn beleid Zorgt voor kennisoverdracht richting Provincies en gemeenten Werkt op vraaggerichte wijze nauw samen met brancheorganisaties Heeft op reguliere basis overleg met betrokken brancheorganisaties Promoot inspanningen brancheorganisaties richting de betrokken Ministeries Financiële ondersteuning via AgentschapNL Oplossen niet-financiële knelpunten Zorgt voor versterkende beleidsinstrumenten gericht op stimuleren en ondersteunen Aandacht voor de belemmeringen Werkt vraaggericht samen met de betrokken branche(s) Efficiencyverbetering Optimalisatie van resultaten Beter en directer toegang tot doelgroep(en) Verbeterd inzicht en controle Efficiencyverbetering Optimalisatie van resultaten Beter en directer toegang tot doelgroep(en) Verbeterd inzicht en controle 21
24 Betrokken partijen Taken en verantwoordelijkheden Voordelen voor de deelnemers Resultaat Inspanning Provincies en gemeenten Vaststellen energieefficiency-plannen Richten hun programma ter Efficiencyverbetering van handhaving van Optimalisatie van resultaten niet-co2 handelsplichtige MJA-deelnemers conform energievoorschriften en de daadwerkelijke handhaving Beter en directer toegang tot doelgroep(en) de afspraken in de MJA en de milieuvergunning van beleid allereerst op de bedrijven die niet Verbeterd inzicht en controle Invulling van het Klimaatakkoord Gemeenten en Rijk deelnemen aan de MJA en daarna op achterliggende MJA-bedrijven 9 TIJDSCHEMA & PROGRAMMA VAN UITVOERING 9.1 Inleiding Dit Meerjarenplan beschrijft de periode van Het Meerjarenplan laat zien welke acties/projecten reeds lopen resp. zijn afgerond en welke projecten er staan gepland resp. welke onderwerpen op de agenda staan en nader dienen te worden onderzocht en uitgewerkt. Het Meerjarenplan is een dynamische plan, wat wil zeggen dat het continue in beweging en ontwikkeling is en eigenlijk nooit helemaal af is. Deze versie dient als start, als basis, vanuit hier zal de opzet, lay-out en invulling van het plan verder worden uitgewerkt en verbeterd. Minimaal tweemaal per jaar zal dit plan officieel worden geëvalueerd en bijgesteld. Hiermee houden alle belanghebbenden een goed overzicht van lopende en geplande activiteiten en de daarbij behorende planning. 9.2 Geplande acties voor de periode In bijlage II vindt u een overzicht van de afgeronde, lopende en geplande projecten van Nekovri in het kader van MJA. 10 MONITORING 10.1 Inleiding Binnen de vereniging van Nederlandse koel- en vrieshuizen bestaat de behoefte aan een goed hulpmiddel bij de monitoring van het energieverbruik. Momenteel werken veel leden met Energy Alert een systeem dat vanuit het verleden is gekoppeld aan de collectieve inkoop van energie. Deze systematiek geeft een beeld van het totale energieverbruik, maar het ontbreekt aan specifieke informatie op component- en procesniveau. Ofwel het ontbreekt aan gedetailleerde informatie op basis waarvan bedrijven kunnen sturen en besparingen in energieverbruik en uitstoot van schadelijke broeikasgassen kunnen realiseren. Verder wordt momenteel, in navolging van het opstellen van de Energie Efficiency Plannen, gewerkt aan de herijking van de monitoringsgegevens MJA. Aan de zijde van AgentschapNL / de overheid werkt men dus ook aan aanpassing / verbetering van de monitoring. Nekovri is daarom van mening dat dit het juiste moment is om ook aan de vraagzijde, de markt, een nieuwe monitoringssystematiek te ontwikkelen en te implementeren. Onder punt 10.7 vindt u aanvullende informatie. 22
25 10.2 Pijler 1: Productieproces De productie-index daalde in 2009 ca. 10% ten opzichte van het monitoringsjaar Het totale energiegebruik van de deelnemende bedrijven in de sector is met 28 TJ (1,2%) afgenomen tot TJ. Er is over 2009 niet gerapporteerd over inzet van duurzame energie bij de deelnemende inrichtingen. In 2008 is nog door één bedrijf 8,4 TJ aan duurzame energie-inzet opgevoerd via de inzet van warmtepompen (één maatregel). Vermoedelijk is ook dit jaar met deze maatregel bij dit bedrijf weer een hoeveelheid duurzame energie ingezet. Echter dit is niet opgevoerd in de monitoring Resultaat door maatregelen Bedrijven kunnen maatregelen nemen in drie categorieën: procesefficiency, duurzame energie en ketenefficiency. In tabel 13 staan de maatregelen die in 2009 zijn uitgevoerd. Tabel13: Toegepaste maatregelen in 2009 Aspect Inzet in 2009 (TJ) Toelichting Werkelijk energieverbruik Procesmaatregelen 16,98 TJ besparing door nieuwe PE-maatregelen in 2009 (tov voorgaand jaar) Ketenprojecten Productieketen Productketen Duurzame energie Eigen opwekking Inkoop Energie-efficiëntieverbetering Inzet duurzame energie ,98 0 TJ besparing door álle actieve KE-maatregelen TJ energievoorziening door inzet van DE in 2009 Besparing door PE+KE in 2009 tov 2008 Inzet van DE Tabel 14 geeft de voortgang van de bereikte besparing over de periode Tabel 14: Effect van de besparingen in de periode Aspect Werkelijk energieverbruik verslagjaar Procesmaatregelen (TJ) TJ 22,3 15,2 38,1 17,0 Besparingstempo in monitoringsjaar % 1,0% 0,6% 1,6% 0,8% Gemiddeld meerjarig besparingstempo % 1,0% 0,8% 1,1% 1,0% Cumulatief besparingstempo PE sinds 2005 % 1,0% 1,6% 3,3% 4,0% Ketenprojecten (TJ) TJ o Productieketen TJ o Productketen TJ Duurzame energie (TJ) TJ 8,4 8,4 8,4 0 o Eigen opwekking TJ 8,4 8,4 8,4 0 o Inkoop TJ Invloedsfactoren Invloedsfactoren geven een verklaring voor de ontwikkeling van het energiegebruik. Tabel 15 geeft de belangrijkste bedrijfsinterne en externe invloedsfactoren weer in volgorde van afnemende omvang. Voorbeelden van belangrijke invloedsfactoren zijn Schaalgrootte en capaciteitsbezetting (bedrijfs-intern) en Schaalgrootte en capaciteitsbezetting (bedrijfs-extern). 1 De productie-index is bepaald op de afname in de omvang van de prestatiematen. 23
26 Tabel 15: Belangrijkste bedrijfsinterne en externe factoren Categorie Schaalgrootte en capaciteitsbezetting (bedrijfs-extern) Schaalgrootte en capaciteitsbezetting (bedrijfs-intern) Energiebesparende maatregelen Schaalgrootte en capaciteitsbezetting (bedrijfs-intern) Klimaat Omvang in TJ ontsparend (O) of besparend (B) 71 (B) 37 (B) 17 (B) 9 (O) 8 (B) Energiezorg Bedrijven die deelnemen aan de MJA verplichten zich tot het implementeren van een adequaat energiezorgsysteem. Daarmee betrekken zij het energiegebruik actief en systematisch in de bedrijfsvoering. Alle inrichtingen die voor 2009 de monitoringsgegevens hebben ingediend voldoen aan de vastgestelde norm voor energiezorg. Volgens de ingediende gegevens beschikken 15 deelnemende inrichtingen over een gecertificeerd ISO systeem waarin energiezorg is opgenomen. Zij voldoen daarmee aan de vastgestelde norm voor energiezorg. Vorig jaar (monitoringsjaar 2008) echter bezat geen enkele inrichting binnen de branche een gecertificeerd ISO systeem. Vermoedelijk zijn er fouten gemaakt met het invullen van de desbetreffende module binnen het elektronisch milieujaarverslag. De desbetreffende inrichtingen, afgezien van twee nieuwe toetreders, voldeden echter vorig jaar reeds aan de norm. Van de overige 46 van de 61 inrichtingen die de gegevens hebben ingediend voldoen allen aan de norm op basis van de ingevulde BasisCheck Energiezorg, inclusief één inrichting die dit jaar voor het eerst meedoet aan de MJA-monitoring. Inspanningen branchevereniging Nekovri is één van de initiatiefnemers geweest van de inmiddels gelanceerde website welke toegang geeft tot alles wat met koudetechniek te maken heeft. Op deze site zullen ook de Bouwwijzer, het vernieuwde Handboek Energie Efficiency en tevens het resultaat van de uitgevoerde uitgebreide energiestudie ontsloten worden. De Projectgroep PV-systemen heeft de interesse voor PV-systemen gepeild en werkt momenteel een volledige businesscase uit rond de inzet van een PV-systeem, zodat het totaalbeeld helder wordt van noodzakelijke investeringen, rendement (op geld), stroomopwekking en dergelijke. Tot op heden is het nog niet aantrekkelijk geweest voor koel- en vriesbedrijven om te investeren in PV-systemen, indien subsidie van de overheid ontbreekt. De komende jaren zal de marktwerking zich zo ontwikkelen, dat investeren in PV-systemen zonder subsidie realistisch wordt. Tot die tijd wil Nekovri in ieder geval met behulp van de SDE PV-systemen blijven initiëren bij haar leden. Verder is er een voortraject voor de opzet van branchespecifieke monitoring uitgevoerd. Voortbouwend hierop wordt bij een drietal bedrijven van uiteenlopende omvang een pilotproject uitgevoerd om de functionaliteit van branchespecifieke monitoring in kaart te brengen. In de volgende ronde werkbezoeken aan de deelnemers zal het monitoringsonderdeel energiezorg specifiek aandacht krijgen. Daarnaast is de voorstudie voor een Routekaart 2030 uitgevoerd en afgerond. Nekovri heeft vanuit de voorstudie zeven prestatiegebieden aangewezen waarop zij zich de komende jaren wil concentreren om haar goede concurrentiepositie te behouden. Deze prestatiegebieden worden onder andere in het Meerjarenplan nader uitgewerkt. Tenslotte gaat de voorlichting over en begeleiding van uitfasering van koudemiddel R22 geïntensiveerd worden. De laatste jaren heeft de branche forse stappen vooruit gezet en kan ook worden geconcludeerd dat de samenwerking met AgentschapNL, voorheen SenterNovem, enorm is verbeterd. Beide partijen hebben elkaar beter leren kennen. Deze betere verstandhouding en het verbeterde inzicht in elkaars doelstellingen, wensen en eisen heeft geleid tot constructieve afspraken en ambitieuze projectplannen Pijler 2: Ketenprojecten Op dit moment zijn er nog geen specifieke ketenprojecten benoemd. Doelstelling is om gedurende het eerste kwartaal van 2011 minimaal één ketenproject te formuleren om dit vervolgens uit te voeren 24
27 10.4 Pijler 3: Duurzame energie Op het gebied van duurzame energie is één project succesvol afgerond. Er is een businesscase ontwikkeld gericht op de toepassing van zonnepanelen. De resultaten hiervan zijn beschikbaar in een rapport, dat op te vragen is via het secretariaat van Nekovri. Rapportage Figuur 9: Ontwikkeling energiegebruik voor de periode 2005 tot en met 2009 Ontwikkeling energiegebruik Energiegebruik TJ Aardgasverbruik Elektriciteitsverbruik Figuur 10:Uitgevoerde maatregelen Energiebesparing door uitgevoerde maatregelen TJ Duurzame energie Ketenmaatregelen Procesmaatregelen Verschil met eerdere wijze van monitoren Voor het MJA3-convenant wordt een andere monitormethodiek gebruikt dan in het MJA2-convenant. Deze nieuwe methodiek is op 3 februari 2010 vastgesteld door het MJA-platform. Kernpunt van de nieuwe methode is dat het resultaat alleen gebaseerd wordt op de uitvoering van maatregelen. In de MJA2-methode was het (EEI)-resultaat gebaseerd op maatregelen én invloedfactoren. Afhankelijk van de ontwikkelingen in een sector had dat een positief of negatief effect op de resultaten. Door alleen uit te gaan van de besparing door maatregelen, worden de inspanningen van bedrijven beter zichtbaar. Invloedfactoren dienen nu alleen nog ter verklaring van de ontwikkeling van het energiegebruik. Ook de prestatiematen zijn nu niet meer bepalend voor het bereikte resultaat, maar dienen puur ter verklaring van de ontwikkeling van het energiegebruik. In 25
28 sommige sectoren kunnen de prestatiematen gebruikt worden om een benchmark te maken van bedrijven die vergelijkbare producten maken. In sommige sectoren kan de nieuwe methodiek leiden tot een ander resultaat. Daarom wordt hier een uitgebreide toelichting gegeven op de verschillende tabellen en grafieken in dit rapport. Toelichting op figuur 9 Werkelijk primair energiegebruik is het nieuwe referentiejaar voor het MJA3-convenant. Deze grafiek geeft het totaal primair energiegebruik in TJ weer van alle bedrijven in de sector. Dit is een optelling van het energiegebruik door elektriciteit, gas, warmte en overige brandstoffen. Toelichting op figuur 10 Uitgevoerde maatregelen Grafische weergave van de besparing in TJ door de uitvoering van nieuwe maatregelen in de categorie procesefficiency. Weergave van de uitvoering van maatregelen in de categorie ketenefficiency die in dat jaar actief waren. Weergave van de inzet van duurzame energie in het betreffende jaar. Toelichting op tabel 13. Tabel 13. Besparing door uitgevoerde maatregelen in 2009 Aspect Besparing in 2009 (TJ) Toelichting Werkelijk energieverbruik Procesmaatregelen ) Ketenprojecten Productieketen Productketen Duurzame energie Eigen opwekking Inkoop Energie-efficiëntieverbetering Aandeel duurzame energie ) TJ besparing door nieuwe maatregelen in de categorie procesefficiency. De maatregelen die in 2009 nieuw zijn uitgevoerd geven een indicatie van het verschil in energiegebruik tussen 2008 en ) TJ besparing door álle actieve maatregelen in de categorie ketenefficiency. Dit geeft een indicatie van besparing die in de keten wordt gerealiseerd mede door toedoen van de MJA-bedrijven in deze sector. Conform de afspraak die het platform hierover heeft gemaakt, moet onderscheid gemaakt worden in besparing binnen en buiten Nederland. Omdat in het e-mjv hiervoor nog geen veld is gereserveerd, kan dit onderscheid nu nog niet gemaakt worden. 3) Maatregelen in de subcategorieën materiaalbesparing, samenwerking op locatie, optimalisatie distributie en optimalisatie productafdanking en herverwerking 4) Maatregelen in de subcategorieën vermindering energiegebruik tijdens productgebruik en optimalisatie levensduur. 5) TJ inzet van DE in Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eigen opwekking en inkoop van duurzame energie 6) Besparing door maatregelen in de categorieën procesefficiency en ketenefficiency 7) TJ inzet van DE in 2009 (=gelijk aan 5) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 26
29 Toelichting op tabel 14 Tabel 14: Effect van de besparingen in de periode Aspect Werkelijk energieverbruik verslagjaar Procesmaatregelen (TJ) TJ 22,3 15,2 38,1 17,0 Besparingstempo in monitoringsjaar % 1,0% 0,6% 1,6% 0,8% Gemiddeld meerjarig besparingstempo % 1,0% 0,8% 1,1% 1,0% Cumulatief besparingstempo PE sinds 2005 % 1,0% 1,6% 3,3% 4,0% Ketenprojecten (TJ) TJ o Productieketen TJ o Productketen TJ Duurzame energie (TJ) TJ 8,4 8,4 8,4 0 o Eigen opwekking TJ 8,4 8,4 8,4 0 o Inkoop TJ ) Dit is het percentage besparing dat in het laatste verslagjaar is bereikt. De formule = besparing in TJ / (werkelijk energiegebruik verslagjaar + besparing in TJ) 2) Dit is het voortschrijdend gemiddelde besparingstempo (BT) vanaf Formule = gemiddelde besparingstempo ) Dit is de totale besparingspercentage dat sinds 2005 is bereikt. Dit is berekend met een tussenstap. Eerst wordt een besparingsindex berekend. Formule: BI= BI [vorig jaar]*(1-bt). Vervolgens wordt de totale energie efficiencyverbetering (EEV) bepaald door 100-BI 10.6 Nekovri monitoringproject "Meten = weten" Zoals in de inleiding reeds aangegeven, is Nekovri gestart met een project gericht op de ontwikkeling van een eigen monitoringssystematiek. In dit project zijn een aantal uitgangspunten belangrijk: 1. Meten = weten, bedrijven moeten meer en beter inzicht krijgen in hun specifieke energieverbruik 2. Bruikbare output, de data die wordt gegenereerd moet een meerwaarde bieden voor de ondernemer en deze moet daarop kunnen sturen 3. Verbeteren energie-efficiency, op basis van de output moet de ondernemer in staat maatregelen te nemen welke de energie-efficiency verbeteren en de uitstoot van schadelijke broeikasgassen verminderd. Deze maatregelen zullen zich, naar verwachting, vooral concentreren op optimalisatie regelingen koeltechnische installatie en verbetering energiezorg / good housekeeping. 4. Optimalisatie monitoring MJA, de output moet aansluiten bij de gevraagde / gewenste data door AgentschapNL 5. Benchmarking, door verzamelen data in centrale database moet benchmarking mogelijk zijn. Uitkomsten kunnen door de branche in samenwerking met AgentschapNL worden gebruikt om methodieken en resultaten te optimaliseren. 6. Betaalbaar en flexibel. Gedurende dit project, dat wordt beschouwd als fase 1, wordt aandacht geschonken aan de bepaling van kritieke (meest energie intensieve) productieprocessen om meer en beter inzicht te verkrijgen in de te monitoren aspecten. Gelet op het tijdschema en beschikbare budget is ervoor gekozen om een drietal aspecten nader te onderzoeken: 1. Algemeen: Optimalisatie installatie (componenten vs regeling) 2. Vrieshuis: Optimalisatie invriesproces 3. Koelhuis: Koppeling traceerbaarheid vs kwaliteitsregistraties (beter inzichtelijk maken en optimalisatie van opslagcondities) Het volledige projectvoorstel en tussenrapportages zijn beschikbaar via het secretariaat. 27
30 11 BIJLAGE 1: DEELNEMERS MJA3 Naam van de onderneming Ondernemingen die zijn toegetreden tot de MJA3 Stand van zaken per 1 augustus 2011 Branche Datum toetreding Provincie ADB Cool Company 's-gravezande Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Ajuin B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH B.V. Vriesveem Etten-Leur (1) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB B.V. Vriesveem Etten-Leur (2) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Blokland Coldstores Cuijk Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Coöp Ned Bloembollencentrale BA Koel- en preparatiebedrijf Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NH Cold- Store- Logistic Coevorden B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 OV Coldstore Urk B.V. (1) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 FL Coldstore Urk B.V. (2) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 FL Dammes Laban Koel- en Vrieshuis BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Delta Fresh II B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Diepop 's Hertogenbosch BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Diepop Waalwijk BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Diepvriescentrum Neede B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Frigolanda BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Grolleman Vrieshuis BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE H.M. de Jong Koel- en Vrieshuis BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 UT Harthoorn Diepvries B.V. (1) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Harthoorn Diepvries B.V. (2) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Kloosterboer Elst Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Kloosterboer Rotterdam BV (locatie Juice Terminal) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Kloosterboer Vlissingen VOF Haven 1053, Engelandweg Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZE Kloosterboer Vlissingen VOF Haven 3989, Denemarkenweg Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZE Kloosterboer Vlissingen VOF Haven 4444, Finlandweg Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZE Koel- en Vrieshuis Gebr. Van Langen BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NH Koel- en vrieshuis Lintelo B.V. Lichtenvoorde Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Koel- en Vrieshuis Lintelo BV Aalten Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Koel- en vrieshuis Medemblik B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NH Koelhuis Dintelmond BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Kloosterboer Rotterdam BV (locatie Boezembocht) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Lau van Haren Coldstores BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Leen Menken Distri Services BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Frigolanda Dongen (v/h Maxser Dongen) Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Nordic Distribution BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Prins Op- en Overslag BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Grolleman Coldstore BV Koel- en vrieshuizen 6 december 2007 GE Seabrex Rotterdam B.V. Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Sealane Coldstorage BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GR Van Dijk's Koel- en Vrieshuis Exploitatiemij BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 UT Van Soest BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 GE Vrieshuis Bussink BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 OV Teeuwissen Coldstores Cuijk BV, Katwijk Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Vrieshuis Van Oss BV Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 NB Antarctica Hattem BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE BCS Harderwijk BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE 28
31 BCS Amsterdam BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 NH Kalter Marknesse B.V. Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 FL Diepvries Doetinchem BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Diepvries Bergh BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Diepvries Zevenaar BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Duncker Koel Vries BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 NH IJmuiden Diepvries BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 NH Koelbedrijf Vermue BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 ZE S. van der Meer Beheer BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 ZH Van Bon Coldstores BV Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Verenigde Koelhuizen Hobaho BV Hillegom (1) Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 ZH Verenigde Koelhuizen Hobaho BV Hillegom (2) Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 ZH Vrieshuis Lagemaat BV Woudenberg (1) Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 UT Vrieshuis Lagemaat BV Woudenberg (3) Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 UT Vrieshuis Lagemaat BV Nijkerk Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Vriesveem Balmerd Koel- en vrieshuizen 20 maart 2002 GE Fa. A.L. van Acht en Zn Koel- en vrieshuizen 21 maart 2002 NB Vriesveem Wibaco BV Koel- en vrieshuizen 21 maart 2002 ZH Nemijtek Vrieshuizen Koel- en vrieshuizen 21 maart 2002 NB Seabrex Koel- en vrieshuizen 4 februari 2002 ZH Kloosterboer IJmuiden B.V. Koel- en vrieshuizen 6 mei 2002 NH Kloosterboer Maasvlakte B.V. Koel- en vrieshuizen 6 mei 2002 ZH Botman Bloembollen BV Koel- en vrieshuizen 6 mei 2002 NH Eurofrigo B.V. Eeemhaven Koel- en vrieshuizen 28 juni 2002 ZH Eurofrigo B.V.Maasvlakte Koel- en vrieshuizen 28 juni 2002 ZH Kühne & Nagel Koel- en vrieshuizen 4 oktober 2002 GE Maasoever Coldstore Koel- en vrieshuizen 19 maart 2003 NB Jan Roemaat Koel- en Vrieshuizen BV Koel- en vrieshuizen 28 mei 2003 GE Koel- & vrieshuis J.'t Lam & Zn B.V. Koel- en vrieshuizen 28 mei 2003 NB FrigoCare Rotterdam BV Koel- en vrieshuizen 11 juli 2003 ZH ND Logistics Koel- en vrieshuizen 29 oktober 2003 DR BCS Harderwijk BV Koel- en vrieshuizen 16 augustus 2005 GE Koel- en Vrieshuis Arctic B.V. Koel- en vrieshuizen 13 maart 2006 ZH Appelfris BV Koel- en vrieshuizen 26 juni 2006 NB Daalimpex Velsen BV - Velsen Noord Koel- en vrieshuizen 11 juni 2009 NH Daalimpex Velsen BV - Middenmeer Koel- en vrieshuizen 11 juni 2009 NH Daalimpex Harlingen BV Koel- en vrieshuizen 11 juni 2009 FR Daalimpex Vlissingen BV Koel- en vrieshuizen 11 juni 2009 ZE Kloosterboer Scheveningen Koel- en vrieshuizen 19 juni 2009 ZH Koel- en vrieshuis Lintelo B.V., Varsseveld Koel- en vrieshuizen 29 juni 2009 GE Frigo 's Heerenberg BV Koel- en vrieshuizen 10 juli 2009 GE A2 Coldstore BV Koel- en vrieshuizen 23 juli 2009 GE H.M. de Jong Koel- en Vrieshuis BV Koel- en vrieshuizen 15 oktober 2009 ZH Frigolanda Dongen Oosterhout Koel- en vrieshuizen 21 oktober 2009 NB ND Koel- en vrieshuizen 7 januari 2010 GE Koninklijke FruitmastersGroep U.A. (Ochten) Koel- en vrieshuizen 7 januari 2010 GE Koninklijke FruitmastersGroep U.A. (Wijk bij Duurstede) Koel- en vrieshuizen 7 januari 2010 UT Koelhuis WFO (Perenmarkt) Koel- en vrieshuizen 27 april 2010 NH Koelhuis WFO (Centrale Markt) Koel- en vrieshuizen 27 april 2010 NH Cool Control BV Koel- en vrieshuizen 13 september 2010 ZH 29
32 12 BIJLAGE 2: OVERZICHT PROJECTEN NEKOVRI Inleiding De voorstudie is afgerond en vormt de basis voor het MeerJarenPlan ( de routekaart ) van Nekovri. Met dit MeerJarenPlan volgt Nekovri niet de reguliere route, zoals reeds beschreven, maar zal wel zoveel mogelijk dezelfde opzet proberen te benaderen, zodat het MeerJarenPlan zoveel mogelijk in lijn blijft met de opzet van een routekaart en het beleid en de doelstellingen geformuleerd door AgentschapNL. De volgende pagina s van het meerjarenplan tonen een overzicht van lopende, geplande en (mogelijke) toekomstige projecten in het kader van MJA3. Het overzicht toont de titel van het project, onder welk prestatiegebied het project valt en een kort overzicht van de geplande periode van uitvoering. Onderstaand nogmaals het overzicht van de prestatiegebieden. In de tabel zijn de nummers van de van toepassing zijnde prestatiegebieden per project vermeld. Overzicht prestatiegebieden 1. Informatievoorziening, traceerbaarheid en automatisering 2. Personeel, arbeidsomstandigheden en welzijn 3. Nieuwe technieken en technologieën 4. Milieu 5. Energiebesparing en (duurzame) energiebronnen 6. (Voedsel)veiligheid 7. Kennismanagement, kennisborging en kennisoverdracht De reeds lopende projecten hebben allen een nader uitgewerkt projectplan welke hier niet is toegevoegd (uiteraard zijn deze plannen op te vragen via het secretariaat van Nekovri, ofwel zijn deze reeds in bezit van AgentschapNL). Voor de geplande, nog op te starten projecten zal een dergelijk uitgewerkt projectplan worden opgesteld. 30
33 OVERZICHT AFGERONDE PROJECTEN MJA nr. Project prestatiegebieden Planning 1 Voorstudie ontwikkeling branchespecifieke monitoringstool 3, 4, 5, 7 AFGEROND 2 Update en digitalisering Bouwwijzer en handboek energie-efficiency fase 1 3, 4, 5, 7 AFGEROND 3 Projectmanagement, begeleiding Energie Efficiency Plannen 3, 4, 5, 7 AFGEROND 4 Voorstudie Nekovri 3, 4, 5, 7 AFGEROND 5 Haalbaarheidsstudie Zonne-energie 3, 4, 5, 7 AFGEROND OVERZICHT LOPENDE (TOEGEKENDE) PROJECTEN MJA (of MJA gerelateerd) nr. Project prestatiegebieden Planning jaren maanden dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun 6 Uitgebreide energiestudie Nekovri 3, 4, 5, 7 7 Koppeling maatregelen aan energiezorg 1, 3, 5, 7 8 Ontwikkeling branchespecifieke monitoringstool (Fase 1) 3, 4, 5, 7 9 Opstellen Meerjarenplan Nekovri 3, 4, 5, 7 10 Algemene procesbegeleiding MJA3 1, 7 11 Pilot begeleiding uitfasering HCFK s en uitvoeren warmtescans 3, 4, 5, 7 12 Fase 2 Begeleiding uitfasering HCFK s 3, 4, 5, 7 13 Fase 2 Uitvoeren warmtescans 3, 4, 5, 7 31
34 OVERZICHT PROJECTVOORSTELLEN / PROJECTIDEËEN MJA nr. Project prestatiegebieden Planning jaren maanden dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb mrt apr mei jun 14 Vervolg / doorontwikkeling digitale versie Bouwwijzer en Handboek 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 Energie-Efficiency 15 Marktonderzoek, haalbaarheidsstudie toepassing duurzame energie 3, 4, 5 (nog niet gepland, voorstel in ontwikkeling) 16 Procesoptimalisatie (bijv. invriezen, ontdooien, weersafhankelijke 5, 7 condensordrukregeling, Verbeteren meting celtemperatuur) 17 Haalbaarheidsstudie toepassing EC-motoren (Nog niet gepland) 3, 5 18 Voorlichting / training eindgebruikers 7 19 Doorontwikkeling Koudecentraal 7 20 Haalbaarheidsstudie mogelijkheden ketenoptimalisatie 4, 5 21 Doorontwikkelen en nader uitwerken Meerjarenplan 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 22 Formuleren ketenproject 1, 5, 7 23 Ontwikkeling lange termijn toekomstvisie De branche in , 2, 3, 4, 5, 6, 7 24 Deelname project flexiquest TNO (nog niet definitief) 3, 5 25 Ontwikkeling benchmark Nekovri (zowel nationaal als Europees) 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 26 Ontwikkeling kostencalculatietool 1, 7 27 Ontwikkeling monitoringtool fase 2 1, 3, 5, 7 1. Informatievoorziening, traceerbaarheid en automatisering 2. Personeel, arbeidsomstandigheden en welzijn 3. Nieuwe technieken en technologieën 4. Milieu 5. Energiebesparing en (duurzame) energiebronnen 6. (Voedsel)veiligheid 7. Kennismanagement, kennisborging en kennisoverdracht 32
35
Toepassen aparte druktrappen/installaties voor koelen, vriezen en invriezen Procesefficiency Opwekken duurzame energie
Maatregeltitel Uitfaseren (H)CFK's Uitfaseren HFK s met GWP>2500 IE3 motoren op compressoren (of IE2 in combinatie met VFD) Uitvoeren good housekeeping maatregelen Invoeren energiezorg conform basischeck
Inhoud. Pagina 2 van 7
Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...
Meerjarenplan Energie-efficiency Nederlandse Universiteiten 2013-2016. Samenvatting van de universitaire Energie Efficiency Planne n
Meerjarenplan Energie-efficiency Nederlandse Universiteiten 2013-2016 Samenvatting van de universitaire Energie Efficiency Planne n Context Vanaf 1992 heeft de overheid in het kader van het energiebesparingsbeleid
MEERJARENPLAN NEKOVRI 2013-2016
MEERJARENPLAN NEKOVRI 2013-2016 1 mei 2013 Nekovri [1] INTRODUCTIE Voor u ligt het Meerjarenplan van Nekovri, de Vereniging van Nederlandse Koel- en Vrieshuizen. Nekovri neemt al sinds 1998 deel aan de
Beleidsplan Nekovri Inleiding
Beleidsplan Nekovri 2018-2019 Inleiding In het beleidsplan Nekovri worden de visie, strategische- en operationele doelstellingen en concrete acties gedefinieerd. Deze prioriteiten illustreren alle relevante
Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015. Versie 3.0 (Summary)
Energiezorgplan Van Dorp installaties bv 2011 2015 Versie 3.0 (Summary) Auteurs: Van Dorp Dienstencentrum Datum: Update: Augustus 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Energiebeleid... 3 2.1 Continue
Learnshop. EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand
Learnshop EN16001: Het kader voor uw energiemanagementsysteem? Nimaris b.v. Paul van Wezel Hertog van Brabantweg 15 5175 EA Loon op Zand tel: 0416-543060 Fax: 0416-543098 email: Web: [email protected]
Meerjarenplan Energiebesparing
Meerjarenplan Energiebesparing 2013-2016 Vereniging van onafhankelijke tankopslagbedrijven (VOTOB) Juni 2013 Pagina 1 van 1 1 INHOUD 2 Inleiding...3 2.1 Dekkingsgraad sector...3 3 Terugblik 2009-2012...4
Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug
Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug CONCEPT Omgevingsdienst regio Utrecht Mei 2015 opgesteld door Erwin Mikkers Duurzame energie per Kern in gemeente Utrechtse Heuvelrug
Sector- en keteninitiatieven 2014-2015 CO 2 -prestatie
Sector- en keteninitiatieven 2014-2015 CO 2 -prestatie Cable Partners B.V. Venneveld 34 4705 RR ROOSENDAAL tel. 0031 165 523 000 fax 0031 165 520 033 www.cablepartners.nl Opgesteld d.d.: Mei 2014 Revisie:
Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten
B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE
Restwarmtebenutting in de vleesverwerkende industrie. Case. A.(Fons)M.G. Pennartz Ir. Manager team Energie KWA Bedrijfsadviseurs B.V.
Restwarmtebenutting in de vleesverwerkende industrie d.m.v. HT-warmtepompen Case A.(Fons)M.G. Pennartz Ir. Manager team Energie KWA Bedrijfsadviseurs B.V. Aan bod komen: Situatie omschrijving case vleesbedrijf
Helmonds Energieconvenant
Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende
Energieconvenant bedrijfsleven Veenendaal en gemeente Veenendaal
Energieconvenant bedrijfsleven Veenendaal en gemeente Veenendaal 1 Intentie Bedrijvenkring Veenendaal, de coöperatieve verenigingen van Ondernemend Veenendaal, de deelnemende bedrijven en de gemeente Veenendaal
Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2
Wat verstaan we onder warmtehuishouding? Jo Cox Sponsor P2 Energietransitie Papierketen De ambities binnen Energietransitie Papierketen: Halvering van het energieverbruik per eindproduct in de keten per
Voortgangsrapportage
Voortgangsrapportage Voortgang van CO 2 reductieplan van Genap B.V. over 2015 t.o.v. basisjaar 2014 Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met Will2Sustain Copyright 2016 Genap B.V. Inhoud Inleiding...
Sector- en keteninitiatieven 2015-2016 CO 2 -prestatie
Sector- en keteninitiatieven 2015-2016 CO 2 -prestatie Mouwrik Waardenburg b.v. Steenweg 63 4181 AK WAARDENBURG tel. 0031 418 654 620 fax 0031 418 654 629 www.mouwrik.nl Opgesteld d.d.: Januari 2016 Revisie:
Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013
Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...
Onderwerp: Integrale aanpak warmte steenfabrieken, onderdeel Besturing
DOWN TO EARTH BV Organisatieadvies Onderwerp: Integraleaanpakwarmtesteenfabrieken,onderdeelBesturing Openbaresamenvattingtenbehoevevandekeramischebranche Datum: 10februari2013 Uitgevoerddoor: WouterdeZwartenUdoZwart
Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen
Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik
CO 2 Reductie doelstellingen
CO 2 Reductie doelstellingen Gebr. Griekspoor BV Innovatief Proactief Duurzaam Betrokken Nieuw-Vennep 5 november 2013 Dilia van der Want. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave
Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW)
Energiebesparingspotentieel door isolatie Door Anna Gruber (FfE), Serafin von Roon (FfE) en Karin Wiesmeyer (FIW) Het is bekend dat de CO 2 uitstoot tegen 2020 fors naar omlaag moet. In Duitsland zijn
Communicatieplan. Conform 3.C.2. 23 juni 2015. Voorbij Prefab. Voorbij Prefab Siciliëweg 61 1045 AX Amsterdam Nederland
Conform 3.C.2 23 juni 2015 Voorbij Prefab Voorbij Prefab Siciliëweg 61 1045 AX Amsterdam Nederland INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING COMMUNICATIE... 3 1.1 Interne communicatie... 3 1.2 Externe communicatie...
HAN DUURZAAM. Focus bedrijfsvoering 1995-2013-2016 Accent EnergieEfficientyPlan EEP. Presentatie 31januari 2013 voor Surf door Wim van Pelt
HAN DUURZAAM Focus bedrijfsvoering 1995-2013-2016 Accent EnergieEfficientyPlan EEP Presentatie 31januari 2013 voor Surf door Wim van Pelt Opbouw presentatie Even de HAN voorstellen Wat is een MeerJarenAfspraak
rapportage CO₂-footprint initiatieven 2013 Gebroeders van der Poel B.V.
Gebroeders van der Poel B.V. 1 Inhoud: 1 Inleiding 3 1.1 Algemeen 3 1.2 Betrokkenen 3 1.3 Doelstelling 3 2 Inventarisatie sector- en keteninitiatieven 4 3 Rapportage management overleg 5 3.1. Algemeen
De Kromme Rijnstreek Off Grid in Hoe kan dat eruit zien?
De Kromme Rijnstreek Off Grid in 00. Hoe kan dat eruit zien? De gemeenten Houten, Wijk bij Duurstede en Bunnik op weg naar energieneutraal in 00 Exact bepalen hoe het energiesysteem van de toekomst er uit
Energie Management Actieplan
Energie Management Actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Veko Lightsystems International B.V. Auteur(s): T. van Kleef, Operations
Zonder investeren besparen 10 tips en vragen voor de facilitair manager
Zonder investeren besparen 10 tips en vragen voor de facilitair manager Als facilitair manager bent u verantwoordelijk voor de huisvesting. Daarmee ook voor het energiegebruik van de huisvesting. In deze
WARMTE UIT KOUDE. Inzet van warmte uit koude (koelinstallaties) Kansen en rentabiliteit. warmte uit koude is geld waard
Inzet van warmte uit koude (koelinstallaties) Kansen en rentabiliteit warmte uit koude is geld waard Fons Pennartz (KWA) Jan Grift (Energy Matters) 1 Wetgeving & timing 1 januari 2010 (bij)vullen met nieuw
DE RYCK Klima. 1 kw primaire energie 2,25 kw warmte. ŋ verlies op motor 10% netto vermogen op WP 34% geeft warmte afvoer verwarmingscircuit
DE RYCK Klima LUWAGAM : pomp lucht-water aangedreven met gasmotor PAUL DE RYCK Werking op laag niveau (buitenlucht min. 0 C) omzetten naar warmte op hoog niveau (buiswater max. 50 C) Serreverwarming buis
Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen
Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...
Energie Management ACTIE Plan
1. Inleiding Het Energie Management ACTIE Plan (EMAP) geeft weer hoe binnen A-GARDEN.V. de zogenaamde stuurcyclus (Plan-Do-Check-Act) wordt ingevuld om de prestaties en doelstellingen van het energiemanagement
VOORTGANGSRAPPORTAGE ONTWIKKELING ENERGIE-EFFICIENTIE IN DE SUPERMARKTSECTOR OVER HET JAAR 2012
Energy Services Verhoef BV VOORTGANGSRAPPORTAGE ONTWIKKELING ENERGIE-EFFICIENTIE IN DE SUPERMARKTSECTOR OVER HET JAAR 2012 Concept, 21 mei 2013 Opgesteld door Energy Services Verhoef BV in opdracht van
Wijk bij Duurstede, 16 september 2013. Betreft: Plan van aanpak duurzaamheid. Memo. Van: Wethouder Robbert Peek. Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 16 september 2013 Betreft: Plan van aanpak duurzaamheid. Memo Van: Wethouder Robbert Peek Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede behandeld door Jelger Takken toestelnummer 609 bijlagen
CO 2 Reductie doelstellingen
CO 2 Reductie doelstellingen J.M. de Wit Groenvoorziening BV Hazerswoude-Rijndijk 11 juni 2015 Marco Hoogenboom. Afdeling KAM Akkoord directie: Datum: Handtekening: 0.0 Inhoudsopgave 0.0 Inhoud 1.0 Inleiding
Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep
Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke
Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014
Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 30 januari 2015 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2
De mechanische ventilatie type C is in te delen in twee stromingen die nog in de huidige huizen aanwezig zijn:
1 Introductie In een huishouden is ventilatie nodig om ervoor te zorgen dat het huis van schone en gezonde lucht is voorzien. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen natuurlijke ventilatie (type A), en
CO 2 - en energiereductiedoelstellingen 2012-2013. Alfen B.V. Auteur: H. van der Vlugt Versie: 1.0 Datum: 20-feb-2013 Doc.
CO 2 - en energiereductiedoelstellingen 2012-2013 Alfen B.V. Auteur: H. van der Vlugt Versie: 1.0 Datum: Doc.nr: Red1213 CO 2-reductierapport 2012-2013 Distributielijst Naam B.Bor (Alf) M. Roeleveld (ALF)
14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1
Energie Management Actieplan 2013 14 april 2013 (JF) Energie Management Actieplan 2013 1 Inhoudsopgave 6.1 Reductiedoelstellingen 3 6.2 Plan van aanpak 3 6.3 Samenvatting 6 Energie Management Actieplan
Managementsamenvatting. Routekaart UMC s
Managementsamenvatting Routekaart UMC s Colofon Opdrachtgever: Agentschap NL Projectleider: TNO Procesbegeleiding: KplusV organisatieadvies Branche-organisatie: NFU 1. Aanleiding en ambitie De Nederlandse
Klanttevredenheid Doelstellingen Colofon Maatschappelijke doelen RGS Slooptechnieken Samenstelling & ontwerp Tekstbijdrage Cradle to Cradle Drukwerk
Jaargang - 2 Geachte relatie, Het doet ons genoegen het Maatschappelijk Jaarverslag (MJV) over het jaar 2010 te presenteren. Na het eerste jaarverslag over 2009 begint er al iets vertrouwds te leven. Dat
H-vision Blauwe waterstof voor een groene toekomst Alice Krekt, programmadirecteur Deltalinqs Cimate Program
H-vision Blauwe waterstof voor een groene toekomst Alice Krekt, programmadirecteur Deltalinqs Cimate Program 13-12-2018 Steven Lak voorzitter Om 2030 ambitie van broeikasgas emissiereductie te behalen
