REGELING BRANDMELDINSTALLATIES
|
|
|
- Matthias Willems
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 REGELING BRANDMELDINSTALLATIES BMI:2002 Heruitgave : 6 juli 2009 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING
2 VOORWOORD BMI:2002 Pagina 2/37 De Regeling Brandmeldinstallaties is een kwaliteitszorg- en certificatiesysteem, samengesteld door en voor alle bij brandbeveiliging betrokken marktpartijen. De regeling Brandmeldinstallaties 2002 is vastgesteld op 15 november 2001 door de Raad Brandbeveiliging van Stichting Nationaal Centrum voor Preventie. Eind 2004 is de Regeling Brandmeldinstallaties overgedragen aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het CCV heeft met meerdere certificatieinstellingen overeenkomsten afgesloten voor het uitvoeren van de Regeling Brandmeldinstallaties. De brandmeldinstallaties betreffen autonome brandmeldinstallaties, al dan niet voor de aansturing van blusinstallaties of andere brandpreventiemaatregelen. Betrokken partijen zijn onder meer: de principaal (eigenaar / gebruiker), de overheid, de verzekeringsbranche en de beveiligingsbranche. De Regeling Brandmeldinstallaties is in samenwerking met de navolgende bedrijven (in alfabetische volgorde) tot stand gekomen: Landelijk Netwerk voor de Brandpreventie (LNB), namens de brandweer; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Directie Brandweer en Rampenbestrijding, namens de overheid als adviseur; Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA), Verbond van Verzekeraars, namens de verzekeringsbranche; Vereniging van Beveiligingsondernemingen in Nederland (VEBON), namens de branddetectiebedrijven, de fabrikanten en de leveranciers; Vereniging voor Veiligheid en Beveiliging (VVB), namens de inspectie-instellingen; Unie van Elektrotechnische Ondernemers (UNETO), namens de installatie- en onderhoudsbedrijven; Het doel van de Regeling Brandmeldinstallaties is om in Nederland een bepaald kwaliteitsniveau voor brandmeldinstallaties vast te leggen en te verkrijgen. Dit kwaliteitsniveau geldt enerzijds voor geleverd werk, anderzijds betreft dit kwaliteitscriteria voor de erkenning van bedrijven en personen die betrokken zijn in het proces om te komen tot een brandmeldinstallatie. Deze regeling geeft aan, wat van de brandmeldinstallatie en van de diverse (markt-)partijen wordt verwacht en hoe handhaving en controle plaatsvindt. Naast dit voorwoord bestaat de regeling uit: deel 1 Onderwerp en Toepassingsgebied, deel 2 Bedrijfserkenning en certificering, deel 3 Criteria een aantal bijlagen. In het deel 1, Onderwerp en Toepassingsgebied, worden de kaders van de certificeringregeling aangegeven. Tevens is invulling gegeven aan het gehele totstandkomingproces; hoe te komen tot een gecertificeerde brandmeldinstallatie. In tekst en matrix zijn de verschillende verantwoordelijkheden en bevoegdheden aangegeven voor de betrokken marktpartijen. Deel 2, Bedrijfserkenning en Certificering, beschrijft het proces hoe de verschillende bedrijven een erkenning kunnen verkrijgen en hoe productcertificatie gerealiseerd dient te worden in het kader van deze regeling. In deel 3, Criteria, is omschreven welke eisen aan bedrijven en vakbekwaamheid van personen zijn gesteld alsmede aan de verschillende activiteiten binnen het proces. De
3 Pagina 3/37 omschreven activiteiten in deel 3 zijn: Opstellen Programma van Eisen, projecteren, leveren, installeren, beheren, onderhouden, certificeren en inspecteren. In de bijlagen zijn opgenomen: index, verwijzingen naar wetgeving, normen, richtlijnen, algemene bepalingen, certificeringprocedures voor de brandmeldinstallaties en een model om de inspectiefrequentie te bepalen. Daar waar in de Regeling Brandmeldinstallaties gesproken wordt van erkend PvEopsteller, erkend Branddetectiebedrijf en erkend installatiebedrijf betreft dit erkende bedrijven in het kader van deze regeling, uitgevoerd door een certificatie-instelling die hiervoor een overeenkomst heeft met het CCV. Daar waar in de regeling gesproken wordt van installaties betreft dit gecertificeerde brandmeldinstallaties in het kader van deze regeling. INWERKINGTREDING De Regeling Brandmeldinstallaties 2002 treedt in werking op 1 januari HERUITGAVE. Het CCV heeft besloten tot een heruitgave van de Regeling Brandmeldinstallaties. Deze heruitgave doet recht aan het uitgangspunt van de open markt voor certificatieinstellingen. De wijzigingen in deze heruitgave hebben betrekking op: - wijziging van de verwijzing naar NCP als uitvoerder van de regeling, dit is aangepast naar de certificatie-instelling - aanpassingen van de beheersstructuur, het CCV is beheerder - aanpassingen naar de huisstijl van het CCV - kleine redactionele aanpassingen - verwijzing van product- en systeemcertificaten ( 3.4.2) naar NEN-EN Dit was een foutieve verwijzing. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen, er derhalve geen sprake van overgangstermijnen. Deze tekst van dit conformiteitschema wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, te Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voorzover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B van de Auteurswet 1912 jo het besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij het besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882,1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. All rights reserved. No part of this book may be reproduced, stored in a database or retrieval system, or published, in any form or in any way, electronically, mechanically, by print, photoprint, microfilm or any other means without prior written permission from the publisher.
4 Pagina 4/37 Ondanks alle aan de samenstelling van deze uitgave bestede zorg, kan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige fout die in deze uitgave zou kunnen voorkomen.
5 INHOUDSOPGAVE BMI:2002 Pagina 5/37 1 Onderwerp en toepassingsgebied Relatie tussen de regeling en wettelijk alsmede normatief kader Relatie tussen brandbeveiligingssystemen Totstandkomingsproces en activiteiten Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Risicoanalyse Eisen opstellen en Programma van Eisen Projecteren en Projectie (Ontwerp) Leveren en Productcertificaat Installeren en Rapport van Oplevering Beheren en Logboek Onderhouden en Rapport van Onderhoud Certificeren en Certificaat Brandmeldinstallatie Inspecteren en Inspectierapport 11 2 Bedrijfserkenning en certificering Bedrijfserkenning Certificeren van de brandmeldinstallatie 12 3 Criteria Basiscriteria voor bedrijven Specifieke criteria opstellen Programma van Eisen Bedrijven PvE-opsteller Opstellen Programma van Eisen Specifieke Criteria Projecteren Bedrijf Projecteringsdeskundige brandmeldinstallaties Projectering Specifieke Criteria Leveren Bedrijven Producten brandmeldinstallaties en productcertificaten Specifieke criteria installeren Bedrijven Installatiedeskundige Installatie-eisen en Rapport van oplevering Specifieke criteria beheren Bedrijf of eigenaar/gebruiker Beheerder (Opgeleid Persoon) Beheer en Logboek Specifieke criteria onderhouden Bedrijven Onderhoudsdeskundige (Deskundig Persoon) Onderhoud en Rapport van onderhoud Specifieke criteria certificeren erkend Branddetectiebedrijf Certificatie en Certificaat Brandmeldinstallatie 3.9 Specifieke criteria inspecteren Inspectie-instellingen Inspecteur Inspectie en Inspectierapport 24 24
6 Pagina 6/37 Bijlage A Index 25 Bijlage B Verwijzingen 26 B.1 Wetgeving, Verordeningen 26 B.2 Normen 26 B.3 Richtlijnen B.4 Regelingen B.5 Overig 26 Bijlage C Algemene bepalingen C.1 Uitvoering van de regeling C.1.1 Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid 28 C.1.2 Commissie van Belanghebbenden Brandveiligheid 28 C.1.3 Taken Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid C.2 Klacht C.3 Beroep 28 C.4 Sanctie 28 C.5 Wijzigingen 29 C.6 Onvoorziene gevallen 29 Bijlage D Overzicht relevante naslagwerken 30 D.1 Naslagwerken Programma van Eisen Opstellen en Projecteren 30 D.2 Naslagwerken Leveren, Installeren en Onderhouden 30 D.3 Naslagwerk Beheren 30 D.4 Naslagwerken Inspecteren 30 Bijlage E Certificering van de brandmeldinstallatie 31 E.1 Melding certificering brandmeldinstallatie 31 E.2 Beslissing inspectie brandmeldinstallatie 31 E.3 Beslissing geen inspectie 31 E.4 Inspectie gecertificeerde brandmeldinstallatie 31 E.4.1 Bevindingen inspectierapport 32 E Positieve beoordeling inspectie-instelling 32 E Negatieve beoordeling inspectie-instelling 32 E Bijzonderheden 32 E.5 Ontbreken toestemming afgifte certificaat 32 E.6 Intrekken certificaat 32 E.6.1 Informeren betrokken partijen 33 Bijlage F Bepaling Inspectiefrequentie H/M/L 34 Bepaling van de inspectiefrequentie voor bouwwerken tot en met een hoogte van 50 meter - - Zelf-redzaam Bepaling van de inspectiefrequentie voor bouwwerken tot en met een hoogte van 50 meter - - Verminderd / niet zelf-redzaam Zelfredzaamheid 36 Inspectiefrequentie 36
7 Pagina 7/37 1 ONDERWERP EN TOEPASSINGSGEBIED De Regeling Brandmeldinstallaties bevat de criteria die een bepaald kwaliteitsniveau vastleggen voor brandmeldinstallaties. De brandmeldinstallaties betreffen autonome brandmeldinstallaties, al dan niet voor de aansturing van blusinstallaties of andere brandpreventievoorzieningen. Op basis van deze regeling worden bedrijven erkend die bij de totstandkoming van een brandmeldinstallatie zijn betrokken. Deze erkenning van bedrijven staat garant voor een vastgelegd kwaliteitsniveau, volgens deze regeling. Dit geldt zowel voor de bedrijfsvoeringen als ook voor de aanwezige vakkennis binnen het betreffende bedrijf. Als bewijs van erkenning ontvangt het erkende bedrijf van de certificatie-instelling een bedrijfscertificaat. In artikel 1.1 wordt aangeven wat de relatie is tussen deze certificeringregeling en wettelijk en normatief kader. In artikel 1.2 is het proces van activiteiten (vanaf het formuleren van de eisen/wensen tot en met het beheren en onderhouden van de installatie) vastgelegd om te komen tot een gecertificeerde brandmeldinstallatie. 1.1 RELATIE TUSSEN DE REGELING EN WETTELIJK ALSMEDE NORMATIEF KADER De regeling hanteert in principe algemeen erkende normen, voorschriften, richtlijnen, regelingen en besluiten op het gebied van brandvoorschriften (zie bijlage B). De regeling beschrijft hoe het proces in praktische zin moet verlopen om te komen tot een gecertificeerde brandmeldinstallatie en geeft aan welk wettelijk alsmede normatief kader hiervoor moeten worden gehanteerd. Waar nodig zijn aanvullende eisen als criteria in deze regeling opgenomen. De aanvullende eisen kunnen betrekking hebben op: een bedrijf ; zoals ontwerpbureau of installatiebedrijf, een persoon ; zoals ontwerper of installatiemonteur of; een activiteit ; zoals ontwerpen of installeren RELATIE TUSSEN BRANDBEVEILIGINGSSYSTEMEN Indien de brandmeldinstallatie op enigerlei wijze nodig is voor het functioneren van een ander brandbeveiligingssysteem verdient het aanbeveling deze systemen eveneens te certificeren. 1.2 TOTSTANDKOMINGSPROCES EN ACTIVITEITEN In figuur 1.1 wordt schematisch het proces aangegeven om te komen tot een gecertificeerde brandmeldinstallatie. Iedere activiteit uit dit proces levert een aantoonbaar resultaat.
8 Pagina 8/37 Figuur 1.1 Voor al deze activiteiten worden eisen gesteld aan de bedrijven of het bedrijf, de vakbekwaamheid en het resultaat met het bijbehorende kwaliteitsdocument. De criteria zijn opgenomen in deel 3 Criteria. Met name de kwaliteitsdocumenten van de diverse activiteiten moeten eenduidig en traceerbaar zijn. Voor het certificeren van een brandmeldinstallatie moet het totstandkomingproces van de brandmeldinstallatie voldoen aan de Regeling Brandmeldinstallaties. In de volgende artikelen zal het totstandkomingproces met alle activiteiten en mogelijke partijen alsmede verantwoordelijkheden, bevoegdheden en benodigde kwaliteitsdocumenten worden beschreven VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN De verantwoordelijkheden en van de diverse partijen zijn weergegeven in tabel 1.1. Als activiteiten worden uitbesteed dan moet de derde partij volledig voldoen aan de betreffende criteria zoals opgenomen in deze regeling.
9 Pagina 9/37 Principaal Eisende partij Brand detectie bedrijf Ontwerp bureau Installatie bedrijf Onderhoudbedrijf Eisen Opstellen V 1 V 2 B Projecteren V B Leveren V Installeren V B Beheren V Onderhouden V B Certificeren V/B Inspecteren V: verantwoordelijkheid = de plicht verantwoording af te leggen B: bevoegdheid = het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen Tabel 1.1 PvEopsteller Inspectieinstelling B/V Het projecteren tot en met onderhouden van de brandmeldinstallatie moet door of onder verantwoordelijkheid van het erkend Branddetectiebedrijf worden uitgevoerd. Als een activiteit onder de verantwoordelijkheid van het erkend Branddetectiebedrijf door een derde partij (bijvoorbeeld: ontwerpbureau, installatiebedrijf en/of onderhoudsbedrijf) wordt uitgevoerd, dan moet deze derde partij volledig voldoen aan de criteria van de betreffende activiteit RISICOANALYSE Voorafgaand aan het opstellen van een Programma van Eisen is vaak een risicoanalyse uitgevoerd om tot een keuze te komen voor de benodigde brandpreventiemaatregelen. Deze risicoanalyse en de motivatie om te komen tot een brandmeldinstallatie vallen buiten het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties. Het Programma van Eisen moet in het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties worden gezien als uitwerking van een deel van de Risicoanalyse EISEN OPSTELLEN EN PROGRAMMA VAN EISEN De criteria voor het opstellen van de eisen zijn opgenomen in artikel 3.2. Het Programma van Eisen is het eerste onderdeel in het totstandkomingproces na risicoanalyse. Zonder Programma van Eisen is het niet mogelijk om het certificeringtraject in te gaan. Hierin moeten - zoals de naam al aangeeft - slechts de eisen worden geformuleerd en niet de mogelijke oplossingen. De uitgangspunten voor de eisen zijn: de wettelijke (bouw-)regelgeving, zoals: het Bouwbesluit, de bouwverordening, de normen, en de (praktijk-)richtlijnen, de aanvullende wensen, zoals gebruik van het gebouw. 1 Het samenstellen en controleren van meerdere eisenpakketten tot één PvE is de verantwoordelijkheid van de principaal, dit moet worden uitbesteed aan een PvE-opsteller 2 Het opstellen van een eigen eisenpakket of PvE is de verantwoordelijkheid van de betreffende eisende partij
10 Pagina 10/37 Het is de verantwoordelijkheid van de eisende partij (principaal/gebruiker/eigenaar/verzekeraar) of diens zaakwaarnemer dat een Programma van Eisen wordt opgesteld. Bij integratie van meerdere eisenpakketten moet gebruik worden gemaakt van een erkende PvE-opsteller. Alle partijen moeten het Programma van Eisen accorderen, zodat het als uitgangspunt dient voor de certificatie van de brandmeldinstallatie. Deze laatste zin is niet van toepassing als er één eisende partij is PROJECTEREN EN PROJECTIE (ONTWERP) Het erkend Branddetectiebedrijf is verantwoordelijk voor de Projectie; de criteria hiervoor zijn opgenomen in onderdeel 3.3. De Projectie geeft aan: de toe te passen gecertificeerde producten en de wijze van installeren LEVEREN EN PRODUCTCERTIFICAAT Ten behoeve van de brandmeldinstallaties moeten kwalitatief goede producten worden toegepast die voorzien zijn van een Productcertificaat zoals genoemd in NEN Het erkend Branddetectiebedrijf is hiervoor verantwoordelijk; de criteria waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in onderdeel INSTALLEREN EN RAPPORT VAN OPLEVERING De criteria voor het installeren zijn aangegeven in onderdeel 3.5. van deze regeling. Het Rapport van Oplevering geeft een schriftelijke weergave van de opgeleverde brandmeldinstallatie. Met het Rapport van Oplevering wordt door het erkend Branddetectiebedrijf bevestigd dat de installatie voldoet aan het Programma van Eisen. De brandmeldinstallaties kunnen worden onderworpen aan onafhankelijke inspecties (1:1 of steekproefsgewijs). Het Rapport van Oplevering is het uitgangsdocument om te kunnen certificeren; zonder dit rapport kan geen certificaat worden verstrekt. Het erkend Branddetectiebedrijf is verantwoordelijk voor het opstellen en ondertekenen van het Rapport van Oplevering BEHEREN EN LOGBOEK De criteria voor het beheer zijn weergegeven in onderdeel 3.6. De eigenaar/gebruiker moet hiervoor een Beheerder (Opgeleid Persoon) aanwijzen. Het erkend Branddetectiebedrijf moet erop toezien dat de principaal (gebruiker/eigenaar) de installatie naar behoren beheert en het Logboek bijhoudt conform NEN 2654, deel ONDERHOUDEN EN RAPPORT VAN ONDERHOUD Het Rapport van Onderhoud vormt de basis voor in stand houden van het certificaat. Hiermee bevestigt het erkend Branddetectiebedrijf dat de installatie nog steeds voldoet aan het Programma van Eisen. Wederom kan de brandmeldinstallatie worden onderworpen aan onafhankelijke inspecties (1:1 of steekproefsgewijs). Het uitvoeren van het periodieke onderhoud is de verantwoordelijkheid van het erkend Branddetectiebedrijf. In onderdeel 3.7 zijn de criteria voor onderhoud aangegeven CERTIFICEREN EN CERTIFICAAT BRANDMELDINSTALLATIE Het certificaat voor de installatie heeft een beperkte geldigheidsduur, zodat periodiek moet worden aangetoond dat de installatie nog aan het Programma van Eisen voldoet.
11 Pagina 11/37 Het periodiek beheren en onderhouden is een noodzakelijk onderdeel van de certificatie. Criteria zijn opgenomen in onderdeel 3.8. Het erkend Branddetectiebedrijf verstrekt op basis van het Rapport van Oplevering respectievelijk Rapport van Onderhoud het certificaat INSPECTEREN EN INSPECTIERAPPORT Afhankelijk van de inspectiefrequentie op basis van bijlage F worden inspecties uitgevoerd. Doel van inspectie van een brandmeldinstallatie is: controle of de installatie voldoet aan de kwaliteitscriteria van de regeling; controle of de installatie is uitgevoerd conform het Programma van Eisen; controle of de installatie doet wat ervan verwacht wordt. Het staat de eisende partij(en) vrij om een aanvullende inspectie te eisen voor een specifieke brandmeldinstallatie. Deze additionele inspectie valt buiten het kader van de Regeling Brandmeldinstallaties en dient opgenomen te worden in het Programma van Eisen. Inspecties vinden plaats door geregistreerde inspectie-instellingen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het model Inspectierapport van de certificatie-instelling. Aanvullende criteria voor inspecteren zijn opgenomen in onderdeel Per kalenderjaar dient per erkend Branddetectiebedrijf minimaal 1 brandmeldinstallatie te worden geïnspecteerd. Naast inspectie op geleverd werk draagt de certificatie-instelling per kalenderjaar zorg voor een bedrijfsaudit om te controleren of het erkende bedrijf nog steeds voldoet aan de in de regeling genoemde kwaliteitscriteria.
12 Pagina 12/37 2 BEDRIJFSERKENNING EN CERTIFICERING 2.1 BEDRIJFSERKENNING Bedrijven worden erkend door de certificatie-instelling. Erkenning is mogelijk voor de verschillende activiteiten die onderdeel zijn van het totstandkomingproces van de brandmeldinstallatie, zodra het bedrijf heeft aangetoond te voldoen aan de criteria die horen bij de betreffende activiteit (zie onderdeel 3). Het is mogelijk dat een bedrijf voor een combinatie van activiteiten wordt erkend. Als bij een combinatieaanvraag sprake is van strijdige criteria, dan moet worden voldaan aan de zwaarste criteria. Dit is ter beoordeling van de certificatie-instelling. Het erkend Branddetectiebedrijf heeft binnen deze regeling de meeste verantwoordelijkheid zoals aangegeven in tabel 1.1. Het erkend Branddetectiebedrijf voldoet daartoe aan de gestelde criteria. Alleen het erkend Branddetectiebedrijf is bevoegd tot en verantwoordelijk voor de afgifte van het certificaat voor een brandmeldinstallatie. De regeling biedt de mogelijkheid aan het erkend Branddetectiebedrijf diverse activiteiten onder haar verantwoordelijkheid door andere bedrijven te laten verrichten. Dit betreffende bedrijf moet eveneens door één van de certificatie-instelling voor de uit te voeren activiteit erkend zijn. Voor de algemene voorwaarden wordt verwezen naar bijlage C, Algemene bepalingen. De procedure voor het erkennen van een bedrijf is opgenomen in een separate toelichting. Deze toelichting is opvraagbaar bij de certificatie-instelling. 2.2 CERTIFICEREN VAN DE BRANDMELDINSTALLATIE De procedure voor het certificeren van de brandmeldinstallatie is opgenomen in bijlage E, certificering van de brandmeldinstallatie.
13 Pagina 13/37 3 CRITERIA Per activiteit worden eisen gesteld aan de bedrijven, de vakbekwaamheid en het resultaat. Een bedrijf kan voor één of meerdere activiteiten door de certificatieinstelling worden erkend (zie artikel 2.1). Naast algemene basiscriteria worden per activiteit specifieke criteria gesteld. 3.1 BASISCRITERIA VOOR BEDRIJVEN Basiseisen: a. het bedrijf moet de verantwoordelijkheid nemen voor de desbetreffende activiteit en de mogelijk daaruit voortvloeiende gevolgen aanvaarden; b. de desbetreffende activiteit moet een reguliere bedrijfsactiviteit zijn; c. het bedrijf moet zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het gebied waarin het bedrijf is gevestigd; d. het bedrijf moet beschikken over een kwaliteitsborgingsysteem; e. het bedrijf moet beschikken over een procedure of werkinstructie die de desbetreffende activiteit als resultaat heeft; f. het bedrijf moet beschikken over een actueel bestand van naslagwerken. Per activiteit wordt in bijlage D aangegeven welke naslagwerken dit betreft; g. het bedrijf moet voor ten minste tegen bedrijfsaansprakelijkheid zijn verzekerd. 3.2 SPECIFIEKE CRITERIA OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN In dit artikel zijn de specifieke criteria opgenomen voor: de bedrijven die het Programma van Eisen opstellen; de PvE-opsteller; het Programma van Eisen BEDRIJVEN De eisen voor de bedrijven of het (advies)bureau die het Programma van Eisen opstelt zijn: a. beschikken over een kwaliteitsborgingsysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000 of NEN-EN 45004; b. beschikken over minimaal één PvE-opsteller in vaste en fulltime loondienstverband per 50 op te stellen Programma s van Eisen voor brandmeldinstallaties per jaar; c. bij samenvatting eisenpakketten van meerdere eisende partijen tot één Programma van Eisen moeten de bedrijven beschikken over een medewerker in vaste en fulltime loondienstverband die de brandpreventiebegrippen kan verklaren, de weten regelgeving kan toepassen en de brandpreventiewerkzaamheden kan uitvoeren. De medewerker moet daarvoor qua vakbekwaamheid gelijkwaardig zijn aan het niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester module Preventie. De medewerker moet kennis hebben van verzekeringstechniek en moet in staat zijn om: de functionele achtergronden bij de brandveiligheidseisen weer te geven; de functionele achtergronden bij bepalingsmethoden weer te geven; de uitwerking van de bepalingsmethoden te beschrijven voor zover dit voor de beoordelingspraktijk van belang is; de technische werkingsprincipes van brandpreventievoorzieningen te beschermen;
14 Pagina 14/37 de samenhang te noemen tussen de verschillende wetten, verordeningen en normen die op de brandpreventie betrekking hebben; de opzet van de Woningwet, het Bouwbesluit, de (model) Bouwverordening, en de hieruit voortvloeiende gevolgen voor de brandveiligheidregelgeving te beschrijven; de eisen op brandveiligheidsgebied toe te passen, die voortvloeien uit het Bouwbesluit, de (model) Bouwverordening, en de (delen van) normen waarnaar wordt verwezen (bijvoorbeeld woningen en woongebouwen) in een bepaalde situatie; de werking en de inhoud te beschrijven van de (model) Bouwverordening en de Brandveiligheidverordening; in een bepaalde situatie eisen toe te passen op brandveiligheidsgebied die voortvloeien uit de wet Milieubeheer; in een bepaalde situatie eisen toe te passen die voortvloeien uit de Brandbeveiligingsverordeningen ook de (delen van) normen en richtlijnen waarnaar wordt verwezen; in een bepaalde situatie aanvragen te beoordelen van bouw- en gebruiksvergunningen; concept brandbeveiligingsvoorwaarden in een advies over brandpreventie op te stellen; inlichtingen te verstrekken op brandpreventiegebied; preventiecontroles uit te voeren; in bepaalde situaties ontruimingsplannen te toetsen. Toelichting op onder c: Gelijkwaardig is een Rijkscertificaat module-examen Preventie van niveau Brandmeester of Adjunct- hoofdbrandmeester van het Nederlands Bureau Brandweerexamens (NBBe); een examenreglement niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester module Preventie is opvraagbaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Brandweer & Rampenbestrijding, Afdeling Brandweerzorg te Den Haag; een verzoek voor het beoordelen van de gelijkwaardigheid van andere diploma s en/of certificaten dan het Rijkscertificaat module-examen Preventie van niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester van het Nederlands Bureau Brandweerexamens (NBBe) kan bij het NBBe worden ingediend PVE-OPSTELLER De eisen zijn: a. minimaal HBO werk- en denkniveau, door opleiding of door ervaring verkregen; b. kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties; c. kennis hebben van verzekeringstechniek; d. de PvE-opsteller moet op grond van aantoonbare theoretische en praktische kennis van brand, brandveiligheid, techniek en voorschriften voor elektronische branddetectie en brandmelding, in staat zijn om zelfstandig Programma s van Eisen op te stellen overeenkomstig de voorschriften. De PvE-opsteller is in vakbekwaamheid gelijkwaardig aan de Projecteringsdeskundige. Toelichting : Het voldoen aan de criteria van de PvE-opsteller wordt aangetoond door: HBO-diploma of een verklaring van de werkgever, en
15 Pagina 15/37 Diploma Projecteringsdeskundige van het Nationaal Centrum voor Preventie of van de NVOB/VEBON. De eindtermen voor de opleiding verzekeringstechniek zijn in ontwikkeling. De eindtermen voor de opleiding Projecteringsdeskundige zijn gedeponeerd en opvraagbaar bij de certificatie-instelling OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN De criteria die gelden zijn: a. het bevatten van alle eisen volgens het model Programma van Eisen zoals opgenomen in bijlage A van de norm NEN 2535 uitgave 1996, eventueel aangevuld met extra eisen en/of wensen (zie toelichting 2); b. het beschikken over de goedkeuring van alle eisende partijen. Toelichting 1: Voorafgaand aan de verschillende activiteiten moet een risicoanalyse plaats vinden. De motivatie van de keuze voor de brandmeldinstallatie, zoals vermeld in het programma van eisen, is bedoeld om andere partijen achtergrondinformatie te verschaffen. Het Programma van Eisen moet eenduidig en volledig zijn ingevuld. Toelichting 2: Aanvulling betreft alle zaken die voor certificering, op basis van deze regeling, noodzakelijk zijn Een modelprogramma van Eisen is opvraagbaar bij de certificatie-instelling. Dit is gelijk aan NEN 2535 aangevuld met voor certificering van belang zijnde gegevens. 3.3 SPECIFIEKE CRITERIA PROJECTEREN BEDRIJF De eisen zijn: a. het beschikken over een kwaliteitsborgingsysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000; b. voldoende Projecteringsdeskundige(n) in vaste en fulltime loondienstverband hebben, overeenkomstig de onderstaande tabel: Brandmeldinstallaties per jaar Projecteringsdeskundigen Brandmeldinstallaties Voor iedere 150 extra 1 extra c. beschikken over alle relevante technische documenten (specificaties en richtlijnen) behorende bij de producten;
16 Pagina 16/ PROJECTERINGSDESKUNDIGE BRANDMELDINSTALLATIES De eisen zijn: a. minimaal MBO werk- en denkniveau, door opleiding of ervaring verkregen; b. kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties; c. de Projecteringsdeskundige moet op grond van gebleken theoretische en praktische kennis ter zake brand, brandveiligheid, techniek en voorschriften betrekking hebbend op elektronische branddetectie en brandmelding, in staat zijn tot het zelfstandig overeenkomstig de voorschriften ontwerpen en projecteren van een brandmeldinstallaties. De Projecteringsdeskundige moet daarvoor: uitgebreide kennis hebben van het verschijnsel brand, brandoorzaken, brandgedrag van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, branduitbreiding en rookverspreiding. Verder moet de Projecteringsdeskundige kennis hebben van de brandrisicobeoordeling en de maatregelen die daarvoor genomen moeten worden; uitgebreide kennis hebben van de hedendaagse techniek op het gebied van automatische brandmeldsystemen en apparatuur en de toepassing hiervan; uitgebreide kennis hebben van de projectering van brandmeldsystemen in verschillende soorten gebouwen, overeenkomstig geldende nationale en Europese normen en voorschriften; kennis hebben van de bouwkunde in relatie tot brandveiligheid en de samenhang tussen structuur, vorm en bouwkundige uitvoering van een gebouw en de in een gebouw aan te brengen passieve en actieve brandveiligheidsvoorzieningen; kennis hebben van de verschillende passieve en actieve brandveiligheidsvoorzieningen en de eventuele aansturing van dit soort voorzieningen door de brandmeldinstallatie; kennis hebben van de normering op het gebied van de brandmelding, zowel nationaal (NEN) als internationaal (CEN). Verder van de regels die overheid en verzekeraars stellen op het gebied van de brandmelding, zoals het Bouwbesluit en de Brandbeveiligingsconcepten van de overheid; toezicht kunnen uitoefenen op de installatiewerkzaamheden en deze kunnen begeleiden, alsmede kennis hebben van de procedures van de inbedrijfstelling; kennis hebben van het noodzakelijke onderhoud en in een onderhoudsschema vast te kunnen leggen welk onderhoud moet worden uitgevoerd. Toelichting: Een eindtermendocument Projecteringsdeskundige brandmeldinstallaties is opvraagbaar bij de certificatie-instelling. Het voldoen aan de criteria van de Projecteringsdeskundige wordt aangetoond door: MBO-diploma of een verklaring van de werkgever, en Diploma Projecteringsdeskundige brandmeldinstallaties van het Nationaal Centrum voor Preventie of voorheen het diploma Branddetectietechniek I van de NVOB/VEBON PROJECTERING De eisen die worden gesteld zijn: a. de projectering moet worden gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze zijn vastgelegd in het betreffende Programma van Eisen; b. de projectering moet voldoen aan de bepalingen in de norm NEN 2535;
17 Pagina 17/37 c. de projectering moet alle informatie bevatten die nodig is voor een goed detail- of montage-ontwerp van de brandmeldinstallatie en voor de aansturing van de vereiste voorzieningen; d. de projectering moet door of onder verantwoordelijkheid van een Projecteringsdeskundige gemaakt worden; e. de projectering moet door een Projecteringsdeskundige worden (mede)ondertekend. Toelichting: De op te stellen documenten die nodig zijn voor een goed detail- of montageontwerp, zijn onder meer genoemd in bijlage E1 van NEN 2535:1996. De brandmeldinstallaties die voor 1997 zijn aangelegd en in aanmerking willen komen voor een certificaat moeten minimaal voldoen aan NEN 2535:1986; alle andere brandmeldinstallaties met certificaat moeten voldoen aan NEN 2535: SPECIFIEKE CRITERIA LEVEREN BEDRIJVEN De eisen zijn: a. beschikken over een kwaliteitsborgingsysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000; b. beschikken over ten minste één contract met een fabrikant/importeur/ leverancier van branddetectie componenten. In het contract moeten de volgende zaken zijn vastgelegd: omschrijving van de producten die aan het branddetectiebedrijf geleverd worden; contractduur; werkgebied; de bepalingen voor de fabrikant om volgens de geldende normen in de gestelde tijd (reserve)producten te leveren en zo nodig voor onderhoud zorg te kunnen dragen; de bepalingen voor de fabrikant om de bedrijven toegang te verlenen tot alle belangrijke technische documenten die bij de producten horen; de bepalingen voor het bedrijf om de technische specificaties en richtlijnen van de fabrikant over de toepassing van de producten in acht te nemen; de bepalingen voor zowel de fabrikant als het bedrijf om elkaar te informeren over producttechnische kennis en opleidingen aan te bieden of te volgen; c. de leverancier moet de levering van vervangende producten en/of reparatie garanderen tot 10 jaar na datum van oplevering PRODUCTEN BRANDMELDINSTALLATIES EN PRODUCTCERTIFICATEN De criteria zijn: a. voldoen aan de norm NEN 2535 b. system compatibility van alle toegepaste producten/componenten binnen de brandmeldinstallatie. Toelichting: De bedrijven moet door middel van productcertificaten aantonen, dat de brandmeldapparatuur voldoet aan de EN-54 reeks.de bedrijven moeten door middel van systeemcertificaten aantonen, dat de compatibiliteit van de toegepaste producten in één systeem is gegarandeerd.
18 Pagina 18/37 De product- en systeemcertificaten moeten zijn verleend door een geaccrediteerde certificatie-instelling volgens NEN-EN voor het onderwerp brandmeldapparatuur. Een en ander volgens bijlage E.2 Certificatie van NEN In deze regeling worden product- en systeemcertificaten geaccepteerd die zijn verleend door één van de vermelde certificatie-instellingen genoemd worden in bijlage E (blz. 73) van NEN De brandmeldinstallaties die vóór 1997 zijn aangelegd moeten voldoen aan paragraaf 4.2 De keuring van de apparatuur van NEN 2535:1986; alle andere brandmeldinstallaties moeten voldoen aan paragraaf 5 Algemene eisen van NEN SPECIFIEKE CRITERIA INSTALLEREN BEDRIJVEN De eisen zijn: a. beschikken over een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000; b. beschikken over ten minste één Installatiedeskundige in vaste en fulltime loondienstverband hebben per tien aangelegde brandmeldinstallaties per jaar; c. beschikken over alle relevante technische documenten (specificaties en richtlijnen) behorende bij de producten; d. beschikken over een actief informatie- en opleidingsbeleid over productkennis en opleidingen met de fabrikant/importeur/leverancier INSTALLATIEDESKUNDIGE De eisen zijn: a. minimaal MBO werk- en denkniveau, door opleiding of door ervaring verkregen; b. de eindtermen voor Installatiedeskundige zijn: Regeling Brandmeldinstallaties 2002, 1 januari kennis hebben van de grondbeginselen van brand, branduitbreiding en rookverspreidingen ook de beveiliging daartegen; kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties; componenten van brandmeldinstallaties herkennen en de toepassing hiervan kennen; kennis hebben van de normering op het gebied van installeren van brandmeldinstallaties (de relevante gedeelten uit NEN 2535); uitgebreide kennis hebben van en vakbekwaamheid hebben in het installeren van brandmeldinstallaties. Toelichting: Het eindtermendocument Installatiedeskundige is opvraagbaar bij de certificatieinstelling. Het voldoen aan de criteria van de Installatiedeskundige wordt aangetoond door: MBO-diploma of een verklaring van de werkgever, en Diploma Installatiedeskundige van het Nationaal Centrum voor Preventie INSTALLATIE-EISEN EN RAPPORT VAN OPLEVERING De eisen zijn dat: a. de installatie moet worden gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze zijn vastgelegd in de Projectie en het Programma van Eisen; b. de installatie moet voldoen aan de bepalingen in NEN 2535;
19 Pagina 19/37 c. de installatie moet zijn voorzien van een detailontwerp of tekeningen met de aansturing van de vereiste voorzieningen; d. het detailontwerp of tekeningen vooraf moeten worden beoordeeld en goedgekeurd door het erkend Branddetectiebedrijf; e. de installatie moet door of onder verantwoordelijkheid van een Installatiedeskundige aangelegd worden; f. de installatie moet bij oplevering worden voorzien van een Rapport van Oplevering dat door een erkend Branddetectiebedrijf wordt opgesteld. Toelichting: Op te stellen documenten die nodig zijn voor een detail- of montageontwerp zijn onder meer genoemd in bijlage E1 van NEN 2535:1996. Bij oplevering van de brandmeldinstallatie moet worden beoordeeld of de installatie voldoet aan de eisen zoals deze zijn vastgesteld in het Programma van Eisen. Het erkend Branddetectiebedrijf kan, alleen aan de hand van het Rapport van Oplevering een certificaat verstrekken. Een model van het Rapport van Oplevering is aan te vragen bijde certificatieinstelling. 3.6 SPECIFIEKE CRITERIA BEHEREN BEDRIJF OF EIGENAAR/GEBRUIKER De eisen zijn dat: a. de bedrijven de benodigde voorwaarden moeten scheppen om een goed beheer, controle en onderhoud uit te (laten) voeren volgens NEN 2654, deel 1 b. tussen de principaal (gebruiker/eigenaar) en het erkend onderhoudsbedrijf een onderhoudsovereenkomst moet zijn afgesloten; c. de bedrijven ten minste één Beheerder moeten aanwijzen; d. de bedrijven moeten beschikken over een logboekprocedure- of werkinstructie. Toelichting: De bedrijven moeten aan het erkend Branddetectiebedrijf bij oplevering en bij periodiek onderhoud daarna, aantonen dat voldaan wordt aan de bovengenoemde criteria. Het erkend Branddetectiebedrijf ziet toe dat het beheer van de brandmeldinstallatie naar behoren wordt uitgevoerd BEHEERDER (OPGELEID PERSOON) De eisen zijn dat: a. de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moeten voldoen aan de bepalingen in NEN 2654, deel 1 b. de Beheerder de waarnemingen en bevindingen omtrent het beheer in het Logboek conform NEN 2654, deel 1 chronologisch moet vastleggen; c. de Beheerder of Opgeleid Persoon aangewezen is als verantwoordelijke voor het beheer, de controle en het onderhoud van de brandmeldinstallaties; d. kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties. Toelichting: Het eindtermendocument Opgeleid Persoon is nog niet beschikbaar, t.z.t. is het opvraagbaar bij het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) te Rotterdam.. Vooralsnog zijn de algemene lesdoelen uit het lesplan Opgeleid
20 Pagina 20/37 Persoon van het Nederlands Instituut voor de Brandweer en Rampenbestrijding gehanteerd. De criteria van de Beheerder of Opgeleid Persoon worden aangetoond door: bij voorkeur het Diploma Opgeleid Persoon van het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) te Rotterdam, of een verklaring van het erkend Branddetectiebedrijf, dat de Beheerder voldoende is geïnstrueerd BEHEER EN LOGBOEK De criteria voor het beheer van de installatie zijn dat: a. het beheer van de installatie moet voldoen aan de bepalingen in NEN 2654 deel 1; b. het Logboek moet voldoen aan NEN 2654 deel SPECIFIEKE CRITERIA ONDERHOUDEN BEDRIJVEN De eisen zijn dat: a. Het bedrijf beschikt wordt over een kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2000; b. de bedrijven over voldoende Onderhoudsdeskundigen in vaste en fulltime loondienstverband beschikken overeenkomstig onderstaande tabel: Brandmeldinstallaties per jaar Onderhoudsdeskundigen Brandmeldinstallaties Voor iedere 500 extra 1 extra c. de bedrijven moeten beschikken over alle relevante technische documenten (specificaties en richtlijnen) behorende bij de producten; d. de bedrijven moeten beschikken over een actief informatie- en opleidingsbeleid over productkennis en opleidingen met de fabrikant/importeur/leverancier; e. de onderhoudsbedrijven moeten beschikken over een serviceorganisatie die 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar is. De serviceorganisatie voert periodieke onderhoudswerkzaamheden uit. De serviceorganisatie neemt ook reparaties in behandeling, uiterlijk binnen de in norm NEN 2654 deel 1 gestelde tijd na de storingsmelding ONDERHOUDSDESKUNDIGE (DESKUNDIG PERSOON) De criteria zijn: a. minimaal MBO werk- en denkniveau, door opleiding of door ervaring verkregen; b. dat de Onderhoudsdeskundige op grond van gebleken theoretische en praktische kennis van brand, brandveiligheid, techniek en voorschriften betrekking hebbend op de elektronische branddetectie en brandmelding, in staat moet zijn tot het zelfstandig onderhouden van een brandmeldinstallatie overeenkomstig de voorschriften. De Onderhoudsdeskundige moet daartoe:
21 Pagina 21/37 kennis hebben van het verschijnsel brand, brandoorzaken, brandgedrag van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, branduitbreiding en rookverspreiding. Verder moet de Onderhoudsdeskundige kennis hebben van de brandrisicobeoordeling en de in relatie hiermee te nemen maatregelen; uitgebreide kennis hebben van de hedendaagse techniek op het gebied van automatische brandmeldsystemen en apparatuur en de toepassing hiervan; kennis hebben van de verschillende passieve en actieve brandveiligheidsvoorzieningen en de eventuele aansturing van dit soort voorzieningen door de brandmeldinstallatie; kennis hebben van de normering op het gebied van de brandmelding, zowel nationaal (NEN) als internationaal (CEN). Verder moet de Onderhoudsdeskundige kennis hebben van de regels die overheid en verzekeraars stellen op het gebied van de brandmelding, zoals het Bouwbesluit en de Brandbeveiligingsconcepten van de overheid; uitgebreide kennis hebben van het noodzakelijke onderhoud en in een onderhoudsschema vast kunnen leggen welk onderhoud moet worden uitgevoerd; wijzigingen kunnen vaststellen in het gebruik van de in een gebouw aanwezige ruimten die door middel van branddetectie zijn beveiligd. De Onderhoudsdeskundige moet dit kunnen melden aan het gecertificeerde erkend Branddetectiebedrijf op adequate wijze overeenkomstig de daarvoor aangehouden procedures; kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties Toelichting: Het eindtermendocument Onderhoudsdeskundige is opvraagbaar bij de certificatieinstelling. Het voldoen aan de criteria van de Onderhoudsdeskundige wordt aangetoond door: MBO-diploma of een verklaring van de werkgever en Diploma Onderhoudsdeskundige van de certificatie-instelling, of het diploma Branddetectietechniek II van de NVOB/VEBON ONDERHOUD EN RAPPORT VAN ONDERHOUD De criteria zijn dat: a. bij onderhoud van de brandmeldinstallatie moet worden beoordeeld of de installatie nog steeds voldoet aan de eisen zoals deze zijn vastgesteld in de Projectie en het Programma van Eisen; b. het onderhoud moet voldoen aan de bepalingen in NEN 2654 deel 1; c. de installatie moet zijn voorzien van een detailontwerp of tekeningen met de aansturing van de vereiste voorzieningen. De revisies moeten worden bijgehouden en verwerkt; d. het erkend Branddetectiebedrijf het detailontwerp of tekeningen moet beoordelen en goedkeuren; e. beoordeling en goedkeuring genoemd onder d. van dit artikel, schriftelijk wordt vastgelegd; f. het onderhoud door of onder verantwoordelijkheid van een Onderhoudsdeskundige moet worden uitgevoerd; g. toegezien moet worden op het voeren van een goed beheer; h. de installatie na het onderhoud moet worden voorzien van een Rapport van Onderhoud dat door of onder verantwoordelijkheid van een erkend Branddetectiebedrijf wordt opgesteld.
22 Pagina 22/37 Toelichting: Bij onderhoud van de brandmeldinstallatie moet worden beoordeeld of de installatie voldoet aan de eisen zoals deze zijn vastgesteld in het Programma van Eisen. Een model van het Rapport van Onderhoud is opvraagbaar bijde certificatieinstelling. Het onderhoud moet zijn uitgevoerd binnen 1 jaar na de oplevering van de installatie respectievelijk na het vorige onderhoud. 3.8 SPECIFIEKE CRITERIA CERTIFICEREN ERKEND BRANDDETECTIEBEDRIJF De eisen zijn dat: a. het erkend Branddetectiebedrijf erop toe moet zien dat het Programma van Eisen van de brandmeldinstallatie volledig en eenduidig is opgesteld; b. voldaan wordt aan Criteria projecteren; c. voldaan wordt aan Criteria leveren; d. voldaan wordt aan Criteria installeren; e. voldaan wordt aan Criteria onderhouden; f. het erkend Branddetectiebedrijf erop toe moet zien dat het beheer van de brandmeldinstallatie naar behoren wordt uitgevoerd; g. het erkend Branddetectiebedrijf beschikt over een procedure of werkinstructie die de certificatie van de brandmeldinstallatie als resultaat heeft CERTIFICATIE EN CERTIFICAAT BRANDMELDINSTALLATIE Zie bijlage E. 3.9 SPECIFIEKE CRITERIA INSPECTEREN INSPECTIE-INSTELLINGEN De criteria zijn dat: a. deze geaccrediteerd moeten zijn op basis van de norm NEN-EN-ISO EN type A (onafhankelijke partij) voor de verrichting inspectie brandbeveiligingsinstallaties conform deze regeling of latere versies; b. de inspectie-instelling ten minste één inspecteur in vaste en fulltime loondienstverband moet hebben per 45 te inspecteren brandmeldinstallaties per jaar; c. de inspectie-instelling moet beschikken over een medewerker in vaste en fulltime loondienstverband die de brandpreventiebegrippen kan verklaren, de wet- en regelgeving kan toepassen en de brandpreventie werkzaamheden kan uitvoeren. De medewerker moet daartoe qua vakbekwaamheid gelijkwaardig zijn aan het niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester module Preventie, te weten: weergeven van de functionele achtergronden bij de brandveiligheidseisen; weergeven van de functionele achtergronden bij bepalingsmethoden; beschrijven van de uitwerking van de bepalingsmethoden voor zover dit voor de beoordelingspraktijk van belang is; beschrijven van de technische werkingsprincipes van brandpreventievoorzieningen; 3 Voorheen NEN-EN 45004
23 Pagina 23/37 noemen van de samenhang tussen de verschillende wetten, verordeningen en normen die op de brandpreventie betrekking hebben; beschrijven van de opzet van de Woningwet, het Bouwbesluit, de (model) Bouwverordening, en de hieruit voortvloeiende gevolgen voor de brandveiligheidregelgeving; toepassen van de eisen op brandveiligheidsgebied, voortvloeiend uit het Bouwbesluit, de (model) Bouwverordening, en de (delen van) normen waarnaar wordt verwezen (bijvoorbeeld woningen en woongebouwen) in een gegeven situatie; beschrijven van de werking en de inhoud van de (model) Bouwverordening en de Brandveiligheidverordening; toepassen van de eisen op brandveiligheidsgebied voortvloeiend uit de wet Milieubeheer in een gegeven situatie; toepassen van de eisen voortvloeiend uit de Brandbeveiligingsverordeningen en ook de (delen van) normen en richtlijnen waarnaar wordt verwezen in een gegeven situatie; beoordelen van de aanvragen van bouw- en gebruiksvergunningen in een gegeven situatie; opstellen van concept- brandbeveiligingsvoorwaarden in een brandpreventieadvies; verstrekken van inlichtingen op brandpreventie gebied; uitvoeren van preventiecontroles; toetsen van een ontruimingsplan in een gegeven situatie; kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties. Toelichting: De inspectie-instelling moet, bij de aanvraag en periodiek daarna, aantonen dat voldaan wordt aan de bovengenoemde criteria. Hiervoor moet het aanvraagformulier volledig worden ingevuld en de volgende documenten bijgevoegd: kopie van het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken; certificaat EN inclusief verrichtingenlijst waarin een verwijzing naar de Regeling Brandmeldinstallaties is opgenomen (met name het artikel D.4), verstrekt door de Raad voor Accreditatie. Een Rijkscertificaat module-examen Preventie van niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester van het Nederlands Bureau Brandweerexamens (NBBe) moet aanwezig zijn: een examenreglement niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester module Preventie is opvraagbaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Directie Brandweer & Rampenbestrijding; Afdeling Brandweerzorg te Den Haag; een verzoek voor het beoordelen van de gelijkwaardigheid van andere diploma s en/of certificaten dan het Rijkscertificaat module-examen Preventie van niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester van het Nederlands Bureau Brandweerexamens (NBBe), kan bij het NBBe worden ingediend. In het kwaliteitssysteem van de bedrijven moeten een overzicht van aanwezige naslagwerken en een bewijs van de verzekering tegen bedrijfsaansprakelijkheid zijn opgenomen. Ook moeten de documenten zijn opgenomen zoals genoemd in de toelichtingen van de artikelen en
24 Pagina 24/ INSPECTEUR De criteria zijn: a. minimaal HBO werk- en denkniveau, door opleiding of door ervaring verkregen; b. gebleken theoretische en praktische kennis hebben over brand, brandveiligheid, techniek en voorschriften betrekking hebbend op elektronische branddetectie en brandmelding; c. in staat zijn tot het zelfstandig inspecteren van brandmeldinstallaties overeenkomstig de voorschriften; d. diploma projecteringsdeskundige of diploma Branddetectietechniek I van de NVOB/VEBON e. Kennis hebben van de Regeling Brandmeldinstallaties. Toelichting: Het voldoen aan de criteria van de Inspecteur wordt aangetoond door: HBO-diploma of MBO-diploma met een verklaring van de werkgever over HBO werken denkniveau; Diploma Projecteringsdeskundige van het Nationaal Centrum voor Preventie. De eindtermen voor de opleiding Projecteringsdeskundige zijn opvraagbaar bij de certificatie-instelling INSPECTIE EN INSPECTIERAPPORT Zie bijlage E. Toelichting: Bij de inspectie van de brandmeldinstallatie moet worden beoordeeld of de installatie voldoet aan de eisen zoals deze zijn vastgesteld in het Programma van Eisen. Het model inspectierapport ten behoeve van de Regeling Brandmeldinstallaties is opvraagbaar bij de certificatie-instelling.
25 Pagina 25/37 BIJLAGE A INDEX A E Activiteiten criteria 15 Eigenaar/gebruiker 23 Adviesbureau PvE opstellen 15;16 I B Inspecteur 29 Beheerder 12;23 Inspectie-instelling 27 erkend Branddetectiebedrijf 14;26 Installatiebedrijf 21 spilfunctie 14 Installatiedeskundige 21 Brandmeldinstallatie 8 Inwerkingtreding regeling 7 certificaat 13;21 L installeren 21 Leverancier 6;12 leveren 12;20 N onderhouden 12;26 Normen opleveren 12;38 Relatie tussen regeling, normen en 8 voorschriften opstellen Programma van 11;17 O Eisen producten 21 Rapport van Onderhoud 26;32 projecteren 19 Rapport van Oplevering 22;32 risicoanalyse 11 R totstandkomingproces 9 Regeling wijzigingen 35 inwerkingtreding 7 C Relatie tussen regeling, normen en 8 voorschriften Certificaat Brandmeldinstallatie 14 Risicoanalyse 11 afgeven 14 V geldigheidsduur 14 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden 10 certificeren bedrijf 14 brandmeldinstallatie 27 Criteria beheren 23 certificeren 26 inspecteren 27 installeren 21 leveren 20 onderhouden 24 Programma van Eisen 15;16 opstellen projecteren 18;19
26 Pagina 26/37 BIJLAGE B VERWIJZINGEN In deze bijlage zijn de verwijzingen naar wettelijk en normatief kader opgenomen, zoals deze in Regeling Brandmeldinstallaties worden gehanteerd. B.1 WETGEVING, VERORDENINGEN Bouwbesluit; Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Modelbouwverordening 1992; Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Bouwverordening van de gemeente waar de brandmeldinstallatie is of wordt geïnstalleerd. B.2 NORMEN NEN 2535:Brandmeldinstallaties Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen; 1e druk, september 1986; Nederlands Normalisatieinstituut; NEN 2535:Brandveiligheid van gebouwen; Brandmeldinstallaties; Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen; 2e druk, oktober 1996; Nederlands Normalisatie-instituut; NEN 2654 deel 1 Brandmeldinstallaties; Eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud; 1e druk, augustus 1993; Nederlands Normalisatie-instituut; NEN-EN 54-reeks:Automatische brandmeldinstallaties deel 1 t/m deel 14; Nederlands Normalisatie-instituut; NEN-EN 45004:Algemene criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren; 1e druk, juli 1995; Nederlands Normalisatieinstituut; NEN-EN 45011:Algemene criteria voor certificatie-instellingen die productcertificatie uitvoeren; 2e druk, november 1991; Nederlands Normalisatieinstituut; NEN-EN 45012:Algemene criteria voor certificatie-instellingen die kwaliteitssysteemcertificatie uitvoeren; 2e druk, november 1991; Nederlands Normalisatie-instituut; NEN-EN-ISO 9001:2000 Eisen aan kwaliteitmanagementsysteem, december 2000; Nederlands Normalisatie-instituut; B.3 RICHTLIJNEN Een brandveilig gebouw installeren, Nederlandse Brandweer Federatie; Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Brandbeveiligingsconcepten, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Brandweer en Rampenbestrijding; CPR-Richtlijnen, uitgaven van Commissie Preventie van Rampen door gevaarlijke stoffen; Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Directoraat-generaal van de Arbeid/Arbeidsinspectie B.4 REGELINGEN Regeling Rookbeheersingsystemen; Nationaal Centrum voor Preventie; B.5 OVERIG Eindtermendocument PvE-opsteller; Eindtermendocument Projecteringsdeskundige; Eindtermendocument Installatiedeskundige;
27 Pagina 27/37 Eindtermendocument Opgeleid Persoon; NIBHV Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (in ontwikkeling); Eindtermendocument Onderhoudsdeskundige; Examenreglement niveau Brandmeester of Adjunct-hoofdbrandmeester module Preventie; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Directie Brandweer & Rampenbestrijding; Afdeling Brandweerzorg; Aanmeldingsformulieren; Model Programma van Eisen; Model Rapport van Oplevering; Model Rapport van Onderhoud; Model Inspectierapport.
28 Pagina 28/37 BIJLAGE C ALGEMENE BEPALINGEN De bijlage beschrijft de uitvoering van de regeling. Hoe te handelen bij wijzigingen en onvoorziene situaties alsmede een procedure klachtafhandeling en beroep. C.1 UITVOERING VAN DE REGELING De Regeling Brandmeldinstallaties wordt uitgevoerd door certificatie-instelling die hiervoor een overeenkomst hebben met het CCV. Het CCV is de beheerder van dit certificatieschema en kent een structuur van inspraak van belanghebbenden waarin partijen op het gebied van brandveiligheid zijn vertegenwoordigd. C.1.1 CENTRUM VOOR CRIMINALITEITSPREVENTIE EN VEILIGHEID Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is een onafhankelijke organisatie op het gebied van veiligheid en beveiliging in de samenleving. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is het kenniscentrum dat samenhangende instrumenten ontwikkelt en implementeert om de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Het CCV stimuleert samenwerking tussen publieke en private organisaties om criminaliteit integraal terug te dringen en vormt een schakel tussen beleid en praktijk. C.1.2 COMMISSIE VAN BELANGHEBBENDEN BRANDVEILIGHEID De Commissie van belanghebbenden Brandveiligheid (CvB Brandveiligheid) is samengesteld uit vertegenwoordigers van partijen die een belang hebben bij een certificaat voor een brandmeldinstallatie. Vertegenwoordiging vindt plaats vanuit publieke en private (markt)partijen. Het belang van deze partijen is gelegen in het feit dat een beslissing nemen op basis van de aanwezigheid van een dergelijk certificaat. C.1.3 TAKEN CENTRUM VOOR CRIMINALITEITSPREVENTIE EN VEILIGHEID De processen en procedures voor het beheer van de regeling zijn vastgelegd in het interne kwaliteitshandboek van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. C.2 KLACHT Een ieder kan schriftelijk een klacht indienen bij het de certificatie-instelling, als hij rechtstreeks in zijn belang is getroffen omdat beklaagde zich, hoewel daartoe verplicht, niet houdt of heeft gehouden aan de Regeling Brandmeldinstallaties. De klacht wordt behandeld volgens de daarvoor opgestelde procedure, deze is opvraagbaar bij de certificatie-instelling. C.3 BEROEP Iedereen kan beroep aantekenen tegen een beslissing van de certificatie-instelling, als hij door die beslissing rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Het beroep wordt behandeld door het College van Beroep, een onafhankelijke beroepsinstantie bij de certificatie-instelling. C.4 SANCTIE Met bedrijven die hebben aangetoond aan de eisen voor erkenning te voldoen sluit de certificatie-instelling een certificeringovereenkomst af.
29 Pagina 29/37 Indien de certificerende instelling op enige wijze en ongeacht door wat voor oorzaak vaststelt dat het bedrijf niet meer aan de eisen voor erkenning voldoet, wijst de certificatie-instelling het bedrijf op de tekortkoming(en) en stelt een datum waartegen de tekortkoming(en) moet(en) zijn opgelost. Afhankelijk van de ernst van de tekortkoming(en) kan de certificatie-installing de bevoegdheden van het bedrijf die voortvloeien uit de certificeringovereenkomst opschorten (bijvoorbeeld: afgeven van certificaten voor beveiligingstoepassingen). Tegen de opschorting van bevoegdheden is beroep mogelijk. Indien op de vastgestelde datum de tekortkoming(en) niet is (zijn) opgelost trekt de certificatie-instelling volgens procedure het bedrijfscertificaat in en wordt de certificeringovereenkomst beëindigd. Tegen de beëindiging van de overeenkomst en intrekking van het certificaat is beroep mogelijk. Voor brandmeldinstallaties die aan de eisen voldoen kan het erkend Branddetectiebedrijf een certificaat verstrekken. Indien de certificatie-instelling op enige wijze en ongeacht door wat voor oorzaak vaststelt dat de beveiligingstoepassing niet of niet meer aan de eisen voor certificering voldoet, wijst de certificatie-instelling het gecertificeerde bedrijf op de tekortkoming(en) en stelt een datum vast waartegen de tekortkoming(en) moet(en) zijn opgelost. Indien op de vastgestelde datum de tekortkoming(en) niet is (zijn) opgelost trekt de certificatie-instelling volgens de daarvoor bestemde procedure het certificaat voor de beveiligingstoepassing in. Bij het intrekken van het certificaat worden alle betrokken partijen door de certificatie-instelling op de hoogte gebracht. Verder beschouwt de certificatie-instelling dit als het niet nakoming van de certificeringovereenkomst met het erkende bedrijf. Dit kan leiden tot opschorting van bevoegdheden en uiteindelijk beëindiging van de certificatieovereenkomst met het erkende bedrijf. Tegen intrekking van het certificaat voor de beveiligingstoepassing is beroep mogelijk. C.5 WIJZIGINGEN Wijzigingen in de regeling worden vastgesteld door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid na instemming van de Commissie van Belanghebbenden Brandveiligheid, onder gelijktijdige vaststelling van de datum van inwerkingtreding en niet eerder dan ten minste 20 werkdagen na de dag van bekendmaking. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid draagt er zorg voor dat direct betrokken partijen in kennis worden gesteld van de wijzigingen en de dag van hun inwerkingtreding. C.6 ONVOORZIENE GEVALLEN In gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.
30 Pagina 30/37 BIJLAGE D OVERZICHT RELEVANTE NASLAGWERKEN D.1 NASLAGWERKEN PROGRAMMA VAN EISEN OPSTELLEN EN PROJECTEREN norm NEN 2535; norm NEN 2654 deel 1; normen van NEN-EN 54-reeks; Een brandveilig gebouw installeren, uitgave van het Landelijk Netwerk voor de Brandpreventie (voorheen NBF) door Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Bouwbesluit; Modelbouwverordening; Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Brandbeveiligingsconcepten, uitgaven van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; CPR-richtlijnen, uitgaven van Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Regeling Brandmeldinstallaties D.2 NASLAGWERKEN LEVEREN, INSTALLEREN EN ONDERHOUDEN NEN 2535 NEN 2654 deel 1 NEN-EN 54-reeks Regeling Brandmeldinstallaties D.3 NASLAGWERK BEHEREN NEN 2654 (versie 1/2001) Regeling Brandmeldinstallaties D.4 NASLAGWERKEN INSPECTEREN NEN 2535 (versie 1986 en 1996); NEN 2654 (versie 2001); NEN-EN 54-reeks; Bouwbesluit; Een brandveilig gebouw bouwen en Een brandveilig gebouw installeren, uitgaven van het Landelijk Netwerk voor de Brandpreventie (voorheen NBF) door Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Modelbouwverordening; Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Brandbeveiligingsconcepten, uitgaven van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; CPR-richtlijnen, uitgaven van Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Regeling Brandmeldinstallaties
31 Pagina 31/37 BIJLAGE E CERTIFICERING VAN DE BRANDMELDINSTALLATIE Productcertificering van de brandmeldinstallatie is het volgens een vastgelegde procedure beoordelen of een product voldoet aan de criteria uit de betreffende regeling. De procedure leidt tot een certificaat van de brandmeldinstallatie. Op grond van de certificeringovereenkomst mag het erkend Branddetectiebedrijf een certificaat voor een brandmeldinstallatie uitgeven. Het erkend Branddetectiebedrijf toont hiermee aan (bijvoorbeeld bij de brandweer, eindgebruiker, gemeente, verzekeringsmaatschappij) dat wordt beschikt over de kennis, vaardigheden en bedrijfsmiddelen om een gecertificeerde brandmeldinstallatie op te leveren. Certificaten brandmeldinstallaties kunnen uitsluitend door een erkend Branddetectiebedrijf worden besteld bij de certificatie-instelling. Een gecertificeerde brandmeldinstallatie moet voldoen aan de betreffende eisen conform artikel 1.2 Totstandkomingproces en artikel 3 Criteria. Per activiteit worden eisen gesteld aan de bedrijven, de vakbekwaamheid en het resultaat. Een bedrijf kan voor één of meerdere activiteiten door de certificatieinstelling worden erkend ( zie artikel 2.1 ). E.1 MELDING CERTIFICERING BRANDMELDINSTALLATIE Het erkend Branddetectiebedrijf dat een certificaat wenst af te geven, bij oplevering of onderhoud, verstrekt de certificatie-instelling een kopie van het Rapport van Oplevering of Rapport van Onderhoud. Op elk Rapport van Oplevering en Rapport van Onderhoud vermeldt het erkend Branddetectiebedrijf het unieke certificaatnummer dat afgegeven wordt. Tevens wordt vermeld welke inspectie-instelling door de certificatie-instelling betrokken dient te worden. E.2 BESLISSING INSPECTIE BRANDMELDINSTALLATIE Op basis van de in het PvE vastgestelde inspectiefrequentie beslist of inspectie dient te worden uitgevoerd. De certificatie-instelling brengt het erkend Branddetectiebedrijf binnen twee werkdagen na ontvangst van het Rapport van Oplevering of Rapport van Onderhoud op de hoogte van deze beslissing. Bij inspectie wordt eveneens de op het rapport vermelde inspectie-instelling op de hoogte gesteld. E.3 BESLISSING GEEN INSPECTIE Indien geen inspectie wordt vereist, bevestigt de certificatie-instelling aan het erkend Branddetectiebedrijf de afgifte van het certificaat. Tevens worden eisende partijen van deze beslissing door de certificatie-instelling op de hoogte gesteld. Een kopie van het afgegeven certificaat wordt door het erkend Branddetectiebedrijf binnen 10 werkdagen verzonden aan de certificatie-instelling. E.4 INSPECTIE GECERTIFICEERDE BRANDMELDINSTALLATIE Indien de certificatie-instelling op basis van de vastgestelde inspectiefrequentie (zie bijlage F) een inspectie vereist, worden betrokken partijen binnen twee werkdagen na ontvangst Rapport van Oplevering of Rapport van Onderhoud van deze beslissing op de hoogte gesteld.
32 Pagina 32/37 De certificatie-instelling verstrekt formeel de opdracht tot inspectie aan de inspectieinstelling. De inspectie-instelling brengt de kosten voor de inspectie direct in rekening bij het erkend Branddetectiebedrijf. De inspectie-instelling verzendt de in de regeling vastgestelde rapportage aan de certificatie-instelling. Ook moet de inspectie-instelling een kopie van het inspectierapport en de conclusie van de inspectie aan het erkend Branddetectiebedrijf verstrekken. Inspectie en de conclusie van de inspectie dient plaats te vinden binnen 10 werkdagen na ontvangst van het Rapport van Oplevering of Rapport van Onderhoud. E.4.1 BEVINDINGEN INSPECTIERAPPORT E POSITIEVE BEOORDELING INSPECTIE-INSTELLING Indien het oordeel van de inspectie positief is, bevestigt de certificatie-instelling het erkend Branddetectiebedrijf de goedkeuring van de afgifte van het certificaat. Tevens worden eisende partijen van deze beslissing door de certificatie-instelling op de hoogte gesteld. Een kopie van het afgegeven certificaat wordt door het erkend Branddetectiebedrijf aan de certificatie-instelling verzonden E NEGATIEVE BEOORDELING INSPECTIE-INSTELLING Indien het oordeel van de inspectie-instelling negatief is, wordt aan het erkend Branddetectiebedrijf een opdracht verzonden om de geconstateerde tekortkomingen te corrigeren. In de brief wordt een opsomming gegeven van de tekortkomingen of wordt gerefereerd aan het betreffende inspectierapport. Tevens wordt in de brief de termijn aangegeven waarbinnen de tekortkomingen moeten zijn gecorrigeerd; deze corrigerende maatregelen kunnen worden gevolgd door een herinspectie. De opdracht tot herinspectie is overeenkomstig de opdracht tot inspectie zoals opgenomen in artikel E.4. E BIJZONDERHEDEN Als sprake is van een tweede opdracht tot corrigerende maatregelen kan de certificatieinstelling een sanctie opleggen. E.5 ONTBREKEN TOESTEMMING AFGIFTE CERTIFICAAT Wanneer niet aan de eisen voor certificatie is voldaan, wordt het certificaat door de certificatie-instelling ingetrokken. De daaruit voortvloeiende consequenties zijn geheel voor verantwoording van het branddetectiebedrijf. E.6 INTREKKEN CERTIFICAAT Een certificaat kan om de volgende redenen worden ingetrokken: Verzoek erkend Branddetectiebedrijf: Het erkend Branddetectiebedrijf kan op eigen verzoek een certificaat intrekken. Wijzigingen aan object: Wijziging van de omstandigheden gedurende de looptijd van het certificaat maakt dat niet meer aan de eisen voor een certificaat wordt voldaan. Verhuizing objecteigenaar: Het certificaat is afgegeven op naam van een bedrijf of persoon. Wanneer deze verhuist komt automatisch het certificaat te vervallen en wordt deze ingetrokken.
33 Pagina 33/37 E.6.1 INFORMEREN BETROKKEN PARTIJEN Als een certificaat wordt ingetrokken, deelt de certificatie-instelling dit aan de volgende betrokken partijen binnen één week na het intrekken mede: eisende partijen zoals: brandweer, verzekeraar, eigenaar/gebruiker; erkend Branddetectiebedrijf; inspectie-instelling (als inspectie is uitgevoerd).
34 Pagina 34/37 BIJLAGE F BEPALING INSPECTIEFREQUENTIE H/M/L BEPALING VAN DE INSPECTIEFREQUENTIE VOOR BOUWWERKEN TOT EN MET EEN HOOGTE VAN 50 METER - - ZELF-REDZAAM - - Soort gebouw <100 pers. niet slapen >100- <500 pers. >500 pers. <100 pers. slapen >100- <500 pers. >500 pers. CELLEN GEZONDHEIDSZORG L M M L M H GEZINSVERVAN L M H GEND TEHUIS HORECA L L M INDUSTRIE L L M KAMERVERHUUR L M H KANTOOR L L M KINDEROPVANG L L M L M H LOGIES L M H MUSEUM L L M ONDERWIJS L L M OPSLAG L L M PARKEREN L L M PROSTITUTIE L L M SCHOUWBURG/ L L M *) THEATER/BIOSCOOP SHOWROOM L L M SOCIALE L L M WERKPLAATS SPORT L L M STATION L L M TENTOONSTELLING L L M *) TUNNEL L L M WINKEL L L M WINKELCENTRUM L L M *) Indien > 2000 personen, inspectiefrequentie H
35 Pagina 35/37 BEPALING VAN DE INSPECTIEFREQUENTIE VOOR BOUWWERKEN TOT EN MET EEN HOOGTE VAN 50 METER - - VERMINDERD / NIET ZELF-REDZAAM - - Soort gebouw <100 pers. niet slapen >100- <500 pers. >500 pers. <100 pers. slapen >100- <500 pers. >500 pers. CELLEN M - - M H H GEZONDHEIDSZORG M M M M M H GEZINSVERVAN- M M M M M H GEND THUIS HORECA INDUSTRIE KAMERVERHUUR KANTOOR KINDEROPVANG M M M M M H LOGIES M M H MUSEUM ONDERWIJS M M H OPSLAG PARKEREN PROSTITUTIE SCHOUWBURG/ THEATER/BIOSCOOP SHOWROOM SOCIALE M M M WERKPLAATS SPORT STATION TENTOONSTELLING TUNNEL WINKEL WINKELCENTRUM *) Indien > 2000 personen, inspectiefrequentie H
36 Pagina 36/37 ZELFREDZAAMHEID De bepaling of gebruikers van een bouwwerk zelfredzaam, verminderd zelfredzaam of niet zelfredzaam zijn, is alleen door deskundigen te bepalen. Een gevoelsmatige bepaling is niet wenselijk. Het is derhalve raadzaam de stichting c.q. organisatie, die als gebruiker van het betreffende bouwwerk optreedt, de categorie-indeling aan te laten geven. INSPECTIEFREQUENTIE Inspectiefrequentie T.b.v. oplevering T.b.v. handhaving Hoog (H) 1 op 1 1 op 1 Middel (M) 1 op 5 1 op 10 Laag (L) 1 op 25 1 op 50 Opmerkingen Gebouwen waarin verschillende gebouwfuncties zijn ondergebracht, kunnen dus met betrekking tot noodzakelijke inspectiefrequenties verschillen. In dat geval is de hoogste aangegeven inspectiefrequentie bepalend. Indien het aspect schadebeperking in het kader van de verzekering het doel is van de brandmeldinstallatie, dient voor de inspectiefrequentie HOOG (H) worden gekozen. Gebouwen waarvan de laagste bouwlaag is gelegen op meer dan 6 meter onder het maaiveld of de hoogste bouwlaag op meer dan 50 meter boven het maaiveld, dienen een stap hoger te worden ingedeeld.
37 Pagina 37/37 CENTRUM VOOR CRIMINALITEITSPREVENTIE EN VEILIGHEID Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is het kenniscentrum dat samenhangende instrumenten ontwikkelt en implementeert om de maatschappelijke veiligheid te vergroten. Het CCV stimuleert samenwerking tussen publieke en private organisaties om criminaliteit integraal terug te dringen en vormt een schakel tussen beleid en praktijk. Van deze door het CCV ontwikkelde instrumenten, door andere partijen ontwikkelde instrumenten, of op marktniveau al aanwezige (technische) instrumenten kan de behoefte aanwezig zijn dat de kwaliteit van de gehaalde prestatie aantoonbaar gemaakt wordt. Het CCV heeft hiervoor conformiteitschema s in beheer, waarvoor een structuur met inbreng van belanghebbende partijen ingericht is. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is gehuisvest te Utrecht: Jaarbeursplein AN Utrecht Postbus SC UTRECHT T (030) F (030) De stichting Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid is een initiatief van het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie, het Verbond van Verzekeraars, werkgeversorganisatie VNO-NCW, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Raad van Hoofdcommissarissen.
Regeling Brandmeldinstallaties. Samenvatting
Regeling Brandmeldinstallaties 2002 Samenvatting Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt,
Ongecontroleerde kopie
REGELING ROOKBEHEERSINGSYSTEMEN 2002 De tekst van Regeling Rookbeheersingsystemen april 2002 wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van NCP Certificatie B.V., Postbus 182, 3720 AD Bilthoven. NCP Certificatie
REGELING BRANDMELDINSTALLATIES
REGELING BRANDMELDINSTALLATIES 2002 Regeling Brandmeldinstallaties 2002, 1 januari 2002 1 De tekst van Regeling Brandmeldinstallaties januari 2002 wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Nationaal
WIJZIGINGSBLAD A2. Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 1.0. Publicatiedatum : 1 april 2012
WIJZIGINGSBLAD A2 Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A2 Publicatiedatum : 1 april 2012 Ingangsdatum : 1 april 2012 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING VOORWOORD A2:2012/BMI 2002 Pagina 2/5 Dit wijzigingsblad
INSPECTIE BRANDBEVEILIGING Vakbekwaamheid en ervaring
INSPECTIE BRANDBEVEILIGING Versie : 2.0 Publicatiedatum : 1 september 2012 Ingangsdatum : VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN VOORWOORD Inspectie Brandbeveiliging Pagina 2/18 Het CCV is de beheerder van de CCV
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID Vakbekwaamheid en ervaring
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID Publicatiedatum : 1 augustus 2014 Ingangsdatum : 1 augustus 2014 VOORWOORD Pagina 2/7 De Vereniging van Inspectie-instellingen voor Veiligheid en Brandveiligheid (VIVB)
WIJZIGINGSBLAD A1 Regeling Brandmeldinstallaties 2002
WIJZIGINGSBLAD A1 Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A1 Publicatiedatum : 1 juli 2010 Ingangsdatum : 1 juli 2010 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING VOORWOORD A1:2010/BMI 2002 Pagina 2/6 Dit wijzigingsblad
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID Goed- en afkeurcriteria bouwkundige brandveiligheid
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRANDVEILIGHEID bouwkundige brandveiligheid Versie : 1.0 Publicatiedatum : 1 augustus 2014 Ingangsdatum : 1 augustus 2014 VOORWOORD Pagina 2/6 De Vereniging van Inspectie-instellingen
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen Publicatiedatum : 1 augustus 2014 Ingangsdatum : 1 augustus 2014 VOORWOORD Pagina 2/5 De Vereniging van Inspectie-instellingen
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen
INSPECTIE BOUWKUNDIGE BRAND- VEILIGHEID Specifieke normen en verwijzingen Publicatiedatum : 15 februari 2019 Ingangsdatum : 15 februari 2019 VOORWOORD Pagina 2/5 De Vereniging van Inspectie-instellingen
WIJZIGINGSBLAD A2. BORG 2005 versie 2 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 2.2. Publicatiedatum : 31 maart 2010. Ingangsdatum : 1 april 2010
WIJZIGINGSBLAD A2 Nationale Beoordelingsrichtlijn BORG 2005 versie 2 Procescertificaat voor het ontwerp, de installatie en het onderhoud van inbraakbeveiliging BORG 2005 versie 2 / A2 Publicatiedatum :
VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties
VEBON VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten
INSPECTIE GASDETECTIEBEVEILIGING Specifieke normen en verwijzingen
INSPECTIE GASDETECTIEBEVEILIGING Specifieke normen en verwijzingen Publicatiedatum : 1 februari 2016 Ingangsdatum : 1 februari 2016 VOORWOORD Inspectie gasdetectiebeveiliging Pagina 2/6 De Vereniging van
BORG 2005 versie 2 / A10: Versie : 1.0. Publicatiedatum : 1 mei 2018
WIJZIGINGSBLAD A10 Nationale Beoordelingsrichtlijn BORG 2005 versie 2 Procescertificaat voor het ontwerp, de installatie en het onderhoud van inbraakbeveiliging BORG 2005 versie 2 / A10: 2018 Publicatiedatum
KEURINGSVOORSCHRIFT KE01 KEYLESS ENTRY/START
KEURINGSVOORSCHRIFT KE01 KEYLESS ENTRY/START Eisen en testmethoden op aanvullende maatregelen die relay-attack tegengaan op voertuigen die zijn voorzien van keyless entry/start. versie Versie 1.1 Publicatiedatum
VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties
VEBON VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldinstallaties VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten
VEBON Eind- en Toetstermen Ontwerpdeskundige Rookbeheersingssystemen VEBON
VEBON Eind- en Toetstermen Ontwerpdeskundige Rookbeheersingssystemen VEBON Eind- en Toetstermen Ontwerpdeskundige Rookbeheersingssystemen VEBON november 2014 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten
SAMENWERKEN WERKT. Norm voor de werkwijze van een publiek-privaat samenwerkingsverband VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN. door Het CCV. versie 1.
SAMENWERKEN WERKT Norm voor de werkwijze van een publiek-privaat samenwerkingsverband door Het CCV versie 1.0 datum 24 juni 2013 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN VOORWOORD pagina 2/13 In deze norm zijn de criteria
Hou het eenvoudig Effectief communiceren in organisaties
Hou het eenvoudig 30-09-2008 09:10 Pagina 1 Hou het eenvoudig Effectief communiceren in organisaties Hou het eenvoudig 30-09-2008 09:10 Pagina 2 Hou het eenvoudig 30-09-2008 09:10 Pagina 3 Arie Quik Hou
Kiwa N.V. 3/12/14. Roy Senden. Partner for progress
Roy Senden Partner for progress 1 Brandpreventie Academy Namens Brandpreventie Academy hartelijk welkom Introductie Wat doet Kiwa 3 Data Uitfasering regeling 2002 31-8-2014 (audits) 31-12-2014 (certificaten)
CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES
CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES Hefas Branddetectie BV biedt u een breed spectrum aan diensten en service om brandmeld-en ontruimingssystemen in gebruik te stellen,
Certificering van brandmeldinstallaties
Certificering van brandmeldinstallaties Instructie Versie 1.0 Datum 21 december 2010 Status Definitief Colofon Versie 1.0 T 0800-899 1103 [email protected] Pagina 3 van 21 Inhoud 1 Inleiding...
ROOKBEHEERSINGSSYSTEMEN
EIND- en TOETSTERMEN ROOKBEHEERSINGSSYSTEMEN 1. Installatiedeskundige Rookbeheersingssystemen 2. Onderhoudsdeskundige Rookbeheersingssystemen 3. Ontwerpdeskundige Rookbeheersingssystemen CertoPlan B.V.
Certificatie bestaande brandmeldinstallaties. LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011
Certificatie bestaande brandmeldinstallaties LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011 Inhoud presentatie Inleiding Procedure Afwijkingen Certificatie Nieuwe bouwregelgeving / certificatieschema
Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels Mr. A.G.A. Nijmeijer Mr. J.A.M. van der Velden. Het wetsvoorstel Wabo
Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels Mr. A.G.A. Nijmeijer Mr. J.A.M. van der Velden Het wetsvoorstel Wabo Stichting Instituut voor Bouwrecht s-gravenhage 2007 ISBN: 978-90-78066-11-8 NUR 823 2007, F.C.M.A.
Brandmeldinstallaties
Brandmeldinstallaties 1 Welkom bij Bedankt voor het downloaden van de brochure Opleidingen Brandmeldinstallaties. (BVO) biedt verschillende technische opleidingen aan voor medewerkers van installatiebedrijven/branddetectiebedrijven
Een jaar ervaring met de CCV schema s. Seminar Klaar voor 2015! 22 en 23 januari 2014: Brandmeldinstallaties
Een jaar ervaring met de CCV schema s Seminar Klaar voor 2015! 22 en 23 januari 2014: Brandmeldinstallaties Kenmerken nieuwe certificatieschema s Alleen inspectiecertificatie verplicht vanuit de overheid
Copyright SBR, Rotterdam
Copyright SBR, Rotterdam Colofon Auteur: prof. ir. E. Gerretsen, TNO-TPD Vormgeving: RePro Slotboom, Breda Druk: W.D. Meinema B.V., Delft Copyright SBR, Rotterdam til stichting bouwresearch Geluidwering
CCV-PUBLICATIE TOEPASSING PRODUCTCERTIFICATIE EN INSPECTIE BIJ BRANDBEVEILIGINGSSYSTEMEN
CCV-PULICATIE TOEPASSING PRODUCTCERTIFICATIE EN INSPECTIE IJ RANDEVEILIGINGSSYSTEMEN Versie : 1.0 van 6 april 2009 Publicatiedatum: 6 april 2009 Ingangsdatum: 6 april 2009 Dit document wordt uitgegeven
Handleiding Eetmeter. Aan de slag. in beroep en bedrijf. Handleiding Eetmeter. februari 2007
Aan de slag in beroep en bedrijf februari 2007 Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand dan wel
Veiligheid als uitgangspunt
Veiligheid als uitgangspunt Het brandbeveiligingssysteem dient te zijn afgestemd op het risico dat beschermd moet worden BVI is een geaccrediteerde inspectie-instelling voor brandbeveiligingssystemen Inspectie
Privaatrechtelijke Bouwregelgeving Editie 2013
Privaatrechtelijke Bouwregelgeving Editie 2013 Privaatrechtelijke Bouwregelgeving Editie 2013 samengesteld door: prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ISBN 978-90-78066-82-8 NUR 822 2013, Stichting Instituut
De nieuwe weg naar erkenning
De nieuwe weg naar erkenning Hoofdpunten nieuwe BMI schema s Seminar Brandmeld 5 september 2012 Harrit Broos, LPCB Nederland 1. Drie nieuwe certificatieschema s a. CCV Schema Brandmeldinstallaties 2011
Eind- en toetstermen BMI
Eind- en toetstermen BMI CertoPlan B.V. Postbus 510 3430 AM NIEUWEGEIN Nevelgaarde 50 3436 ZZ NIEUWEGEIN Telefoon +31 (0)88 998 3030 Website www.certoplan.nl Mail [email protected] 2009 1 / 12 EIND-
Inleiding Administratieve Organisatie. Opgavenboek
Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek drs. J.P.M. van der Hoeven Vierde druk Stenfert Kroese, Groningen/Houten Wolters-Noordhoff bv voert
VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Deskundige Brandmeldtechniek
VEBON VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Deskundige Brandmeldtechniek Eind- en toetstermen Deskundige Brandmeldtechniek VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten ten
De hybride vraag van de opdrachtgever
De hybride vraag van de opdrachtgever Een onderzoek naar flexibele verdeling van ontwerptaken en -aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ing. W.A.I.
Beoordelingsprogramma CCV-certificatieschema Installeren Brandmeldinstallaties
Een gecertificeerd bedrijf moet voldoen aan het CCV Certificatieschema Brandmeldinstallaties (verder genoemd het Schema). De beoordeling wordt uitgevoerd aan de hand van het volgende programma. In de kolom
Praktische toelichting op de UAV 2012
Praktische toelichting op de UAV 2012 Praktische toelichting op de UAV 2012 prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis Eerste druk s-gravenhage - 2012 1 e druk ISBN 978-90-78066-56-9 NUR 822 2012, Stichting Instituut
INSPECTIE GASDETECTIEBEVEILIGING Goed- en afkeurcriteria gasdetectiesystemen
INSPECTIE GASDETECTIEBEVEILIGING gasdetectiesystemen Versie : 1.0 Publicatiedatum : 1 februari 2016 Ingangsdatum : 1 februari 2016 VOORWOORD Pagina 2/7 De Vereniging van Inspectie-instellingen voor Veiligheid
De Kern van Veranderen
De Kern van Veranderen #DKVV De kern van veranderen marco de witte en jan jonker Alle rechten voorbehouden: niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand,
Certificering en inspectie. Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties
Certificering en inspectie Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties 1 Certificering en inspectie Behandeling van volgende punten: Relatie met de regelgeving Samenhang tussen certificatie-
Brandveiligheid volgens plan
Brandveiligheid volgens plan NEN 2535:2009 Een aantal markante wijzigingen op een rij Kennisbijeenkomst Techniek, 17 november 2010 Presentatie R2B Inspecties B.V. ISO 17020 type A geaccrediteerde inspectie-instelling
B o u w b e s l u i t 2 0 1 2 e n
B o u w b e s l u i t 2 0 1 2 e n CCV Inspectieschema s brandbeveiliging Spreker namens R2B Inspecties B.V. P.T.J.M. (Peter) Janssen RSE Introductie P.T.J.M. (Peter) Janssen RSE R2B Inspecties B.V., Zaltbommel
Een gecertificeerd bedrijf moet voldoen aan het CCV Certificatieschema Brandmeldinstallaties (verder genoemd het Schema).
Een gecertificeerd bedrijf moet voldoen aan het CCV Certificatieschema (verder genoemd het Schema). De beoordeling wordt uitgevoerd aan de hand van het volgende programma. In de kolom Toelichting wordt
Handleiding e-mail. Aan de slag. in beroep en bedrijf. Handleiding e-mail
Aan de slag in beroep en bedrijf Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand dan wel openbaar gemaakt
Seminar UPD opsteller. 17 november 2011
Seminar UPD opsteller 17 november 2011 Seminar UPD opsteller De Theorie en de Praktijk Seminar Nut en noodzaak erkenning UPD opstellers 17 november 2011 Door: René Leijzer, LPCB Nederland De Regeling UPD
Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017
Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017 verplicht vanaf 1 maart 2013 Vanaf 1 maart dient voor brandweerliften een PvE opgesteld te worden, dit in analogie met andere brandveiligheidsinstallaties.
Onderzoek als project
Onderzoek als project Onderzoek als project Met MS Project Ben Baarda Jan-Willem Godding Eerste druk Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Ontwerp omslag: Studio Frank & Lisa, Groningen Omslagillustratie:
Handleiding Programmeren en bewerken CAM (graveermachine) Aan de slag. in beroep en bedrijf. Handleiding Programmeren en bewerken CAM (graveermachine)
Aan de slag in beroep en bedrijf Handleiding Programmeren en bewerken CAM (graveermachine) Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in
CERTIFICATIE VAN BESTAANDE BRANDMELDINSTALLATIES (BMI S)
CERTIFICATIE VAN BESTAANDE BRANDMELDINSTALLATIES (BMI S) Publicatiedatum: 24 februari 2011 Ingangsdatum: 1 oktober 2010 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKEN Pagina 2/21 INHOUDSOPGAVE Leeswijzer 2 Inhoudsopgave
PAUL POSTMA BIG DATA MARKETING SNEL - SIMPEL - SUCCESVOL
PAUL POSTMA BIG DATA MARKETING SNEL - SIMPEL - SUCCESVOL Ontwerp omslag: Bart van den Tooren Opmaak: Studio Nico Swanink Illustratie pagina 158: Gertjan Kleijne Eindredactie: Peter van der Horst ISBN 9789492196200
Handleiding Menukeuze
Aan de slag in beroep en bedrijf Handleiding Menukeuze Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand
Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis
Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis s-gravenhage, 2015 Omslagfoto Het voorbereiden van renovatiewerkzaamheden
Juridische aspecten van ketensamenwerking. Naar een multidisciplinaire benadering
Juridische aspecten van ketensamenwerking. Naar een multidisciplinaire benadering Preadviezen voor de Vereniging voor Bouwrecht Nr. 41 Juridische aspecten van ketensamenwerking Naar een multidisciplinaire
Eind- en toetstermen PD OAI
Eind en toetstermen PD OAI Luidalarm Luidalarm (DSAI) CertoPlan B.V. Postbus 85200 3508 AE UTRECHT Ptolemaeuslaan 900 3528 BV UTRECHT Telefoon (0)30 23 45 671 Website www.certoplan.nl Mail [email protected]
UAV 2012 Toegelicht. Handleiding voor de praktijk. prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis. Eerste druk
UAV 2012 Toegelicht Handleiding voor de praktijk prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis Eerste druk s-gravenhage - 2013 1 e druk ISBN 978-90-78066-67-5 NUR 822 2013, Stichting Instituut voor Bouwrecht, s-gravenhage
Lijmen in de bouw. deel 5. Copyright SBR, Rotterdam
Lijmen in de bouw deel 5 LJ Auteur ir. Th. J. van den Boom, TNO Bouw, Rijswijk Deze publikatie kwam tot stand in samenwerking met Triam Kennismanagement, bureau voor advies, ontwerp en produktie te Papendrecht.
Belastingwetgeving 2015
Belastingwetgeving 2015 Opgaven Niveau 5 MBA Peter Dekker RA Ludie van Slobbe RA Uitgeverij Educatief Ontwerp omslag: www.gerhardvisker.nl Ontwerp binnenwerk: Ebel Kuipers, Sappemeer Omslagillustratie:
Praktische toelichting op de UAV 2012 (2 e druk)
Praktische toelichting op de UAV 2012 (2 e druk) Praktische toelichting op de UAV 2012 prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis bewerkt door mr. dr. H.P.C.W. Strang Tweede druk s-gravenhage - 2018 2 e druk ISBN
Aanmeldingsformulier erkend Installatiebedrijf Regeling Brandmeldinstallaties Januari 2002 + A1
Aanmeldingsformulier erkend Installatiebedrijf Regeling Brandmeldinstallaties Januari 2002 + A1 Kiwa-NCP Aanmeldingsformulier erkend Installatiebedrijf, versie 8 juni 2011 Pagina 1 van 6 Toelichting Dit
Aanmeldingsformulier erkend Opsteller Programma van Eisen Regeling Brandmeldinstallaties Januari 2002 + A1
Aanmeldingsformulier erkend Opsteller Programma van Eisen Regeling Brandmeldinstallaties Januari 2002 + A1 Kiwa-NCP Aanmeldingsformulier erkend Opsteller Programma van Eisen, versie 10 juni 2011 Pagina
UvA-DARE (Digital Academic Repository) : Peeters-Podgaevskaja, A.V. Link to publication
UvA-DARE (Digital Academic Repository) : Peeters-Podgaevskaja, A.V. Link to publication Citation for published version (APA): Peeters-Podgaevskaja, A. V. (2008). : Amsterdam: Pegasus General rights It
Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw
Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw ISBN 978-90-78066-42-2 NUR 822 2010, S.J.H. Rutten, Stichting Instituut voor Bouwrecht Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
BOUWBESLUIT 2012 EN REGELING BOUWBESLUIT mr. A. de Jong ir. J.W. Pothuis
BOUWBESLUIT 2012 EN REGELING BOUWBESLUIT 2012 mr. A. de Jong ir. J.W. Pothuis Beide betrokken bij de totstandkoming van het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012 Mr. A. de Jong is wetgevingsjurist
Beschouwingen naar aanleiding van het wetsvoorstel Aanbestedingswet
Beschouwingen naar aanleiding van het wetsvoorstel Aanbestedingswet Preadviezen voor de Vereniging voor Bouwrecht Nr. 38 Beschouwingen naar aanleiding van het wetsvoorstel Aanbestedingswet prof. mr. J.M.
Beoordelingsrichtlijn
Definitief 01 juni 2014 Beoordelingsrichtlijn Rookbeheersystemen Erkenningsregeling voor het ontwerp, installatie en nazorg van rookbeheersingsystemen Voorwoord Kiwa Leeswijzer In hoofdstuk één van deze
Eind- en toetstermen Brandpreventie Deskundige I
Eind- en toetstermen Brandpreventie Deskundige I CertoPlan B.V. Postbus 85200 3508 AE UTRECHT Ptolemaeuslaan 900 3528 BV UTRECHT Telefoon (0)30 23 45 671 Website www.certoplan.nl Mail [email protected]
Aan de slag. Handleiding Voorraadbeheer
Aan de slag in beroep en bedrijf Handleiding Voorraadbeheer februari 2007 Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
Bijlage A. Programma van Eisen (PvE)
Bijlage A (normatief) Programma van en (PvE) A.1 Inleiding Om tot een verantwoorde brandmeldinstallatie te komen, moeten de uitgangspunten eenduidig zijn vastgelegd. Het PvE van de brandmeldinstallatie
Praktij ktoepassi ng bouwbesluit en de bouwaanvraag voor kleinere bouwwerken
-..:... tichting ouw esearch Praktij ktoepassi ng bouwbesluit en de bouwaanvraag voor kleinere bouwwerken Deze publikatie is tot stand gekomen in samenwerking met het Nederlands Verbond van Ondernemers
VOOR DE AFGIFTE VAN EEN
27-05-2014 SKG RICHTLIJN VOOR DE AFGIFTE VAN EEN VERKLARING IN HET KADER VAN DE CPR OF EEN SKG-CERTIFICATE OF CONFORMITY Uitgave SKG Nadruk verboden Pagina 2. dd. 27-05-2014 VOORWOORD Deze richtlijn zal
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Gevorderd 2010. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: augustus 2012
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Word Gevorderd 2010 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: augustus 2012 ISBN: 978-90-817910-7-6 Dit boek is gedrukt op een papiersoort
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Visio 2010. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: maart 2012
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Visio 2010 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: maart 2012 ISBN: 978-90-817910-1-4 Dit boek is gedrukt op een papiersoort die niet
Aanmeldingsformulier erkend Onderhoudsbedrijf REOB. CERTIFICATIESCHEMA Onderhoud Kleine Blusmiddelen (REOB) versie 2.
Aanmeldingsformulier erkend Onderhoudsbedrijf REOB CERTIFICATIESCHEMA Onderhoud Kleine Blusmiddelen (REOB) versie 2.0 1 oktober 2008 Kiwa-NCP Aanmeldingsformulier erkend Onderhoudsbedrijf REOB, versie
Leidraad inbrengwaarde
Leidraad inbrengwaarde Leidraad inbrengwaarde drs. ing. F.H. de Bruijne RT ir. ing. T.A. te Winkel RT ISBN: 978-90-78066-47-7 NUR 820-823 2010, Instituut voor Bouwrecht Alle rechten voorbehouden. Niets
www.dubbelklik.nu Handleiding Homeplanner
www.dubbelklik.nu Handleiding Homeplanner Deze extra opdrachten zijn onderdeel van Dubbelklik, een lesmethode Technologie, ICT/ Loopbaanoriëntatie en Intersectoraal Alle rechten voorbehouden. Niets uit
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Excel Beginners 2013. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: mei 2013
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Excel Beginners 2013 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: mei 2013 ISBN: 978-90-817910-8-3 Dit boek is gedrukt op een papiersoort
STOOM en certificering
STOOM en certificering Nationale kennisdag brandpreventie Inhoud Even voorstellen STOOM Gevolgen bouwbesluit 2012 + technische oplossingen Wettelijke basis certificering Certificatie Inspectie Beoordeling
Manual e-mail. Aan de slag. in beroep en bedrijf. Manual e-mail
Aan de slag in beroep en bedrijf Branche Uitgevers 1 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand dan wel openbaar gemaakt
Bijzonder geschikt voor het werk
Bijzonder geschikt voor het werk Bijzonder geschikt voor het werk H.J.M. van Mierlobundel onder redactie van: E.W.J. de Groot en R.D. Harteman ISBN 978-90-78066-71-2 NUR 820-823 2012, Stichting Instituut
WIJZIGINGSBLAD BRL 1332 Het thermisch isoleren met een in situ spraysysteem van polyurethaanschuim. Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29
Pagina 1 van 5 d.d. 2015-07-29 Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 1332 d.d. 2013-01-02. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen Na-Isolatie d.d. 01-07-2015.
Welkom bij Solar tps brandmelding. September 24, 2012
Welkom bij Solar tps brandmelding 1 Bouwbesluit 2012 wijzigingen gebouwfunctie door Raymond Cremer PvE- opsteller Adjunct Hoofdbrandmeester BB2012 / Bijlage 1 3 BB2012 / Bijlage 1 Criterium aantal bouwlagen
Certificatie en inspectie VBB-systemen
Certificatie en inspectie VBB-systemen Themabijeenkomst NOVB-VBE 23 januari 2013 Zaltbommel Willem van Oppen CCV Not-for-profit organisatie Opgericht 2004 Oprichters: verzekeraars, ministeries, VNO-NCW,
Samenhang van Inspectie en Certificatie bij Brandmeldsystemen
Samenhang van Inspectie en Certificatie bij Brandmeldsystemen 5 september 2012 Wim van Bijsterveldt Onderwerpen Introductie Achtergrond van CCV-schema s Belang van Certificatie Relatie Inspectie en Certificatie
Basisstudie in het boekhouden
OPGAVEN Basisstudie in het boekhouden M.H.A.F. van Summeren, P. Kuppen, E. Rijswijk Zevende druk Basisstudie in het boekhouden Opgavenboek Opgavenboek Basisstudie in het boekhouden M.H.A.F. van Summeren
Certificering Brandveiligheid
Certificering Brandveiligheid Inleider: Ronald van Brakel EFPC (European Fire Protection Consultants) Adviesbureau brand- en inbraakbeveiliging Bouwregelgeving, Sprinkler, Brandmeld, RWA Utiliteit, Industrie,
stichting bouwresearch Onderhoud van bitumineuze dakbedekkingssystemen Copyright SBR, Rotterdam
stichting bouwresearch Onderhoud van bitumineuze dakbedekkingssystemen ", " Rapporteurs: A. van den Hout ing. J.M. Bruins BDA Buro Dakadvies b.v. stichting bouwresearch Onderhoud van bitumineuze dakbedekkingssystemen
Preadviezen Content.indd :55:32
Preadviezen 2016 Content.indd 1 01-11-16 13:55:32 Content.indd 2 01-11-16 13:55:32 Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland Preadviezen 2016 Noodtoestand in het publiekrecht
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Excel Gevorderden 2013. 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: December 2013
Auteur boek: Vera Lukassen Titel boek: Excel Gevorderden 2013 2011, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected] Eerste druk: December 2013 ISBN: 978-90-820856-9-3 Dit boek is gedrukt op een papiersoort
Periodeafsluiting. Henk Fuchs Sarina van Vlimmeren OPGAVEN- EN WERKBOEK. Tweede druk
Periodeafsluiting Henk Fuchs Sarina van Vlimmeren OPGAVEN- EN WERKBOEK Tweede druk Periodeafsluiting Opgaven- en werkboek Periodeafsluiting Opgaven- en werkboek Henk Fuchs Sarina van Vlimmeren Tweede
