Handleiding versie 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handleiding versie 1"

Transcriptie

1 Deloitte Bedrijfsrevisoren / Reviseurs d Entreprises Enterprise Risk Services* Berkenlaan 8b 1831 Diegem Belgium Tel Fax Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Lokale en Provinciale Besturen Financiën en Personeel 6 januari 2012 Handleiding versie 1 Boekhoudkundige identificatie en waardering van de verschillende balansrubrieken * Een afdeling van Deloitte Bedrijfsrevisoren Burgerlijke vennootschap onder de vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Maatschappelijke zetel: Berkenlaan 8b, B-1831 Diegem BTW BE RPR Brussel - IBAN BE BIC GEBABEBB Member of Deloitte Touche Tohmatsu Limited

2 Inhoud Voorwoord 11 Doel van de handleiding 12 1 Overig netto-actief Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB / NPB / NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 16 2 Herwaarderingsreserves Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Initiële waardering Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving 19 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 2

3 3 Overgedragen overschot overgedragen tekort Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB 21 4 Investeringssubsidies en schenkingen Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Pragmatische beslissingsboom betreffende investeringssubsidies en -schenkingen 26 5 Schulden op lange termijn Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 36 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 3

4 6 Immateriële vaste activa Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 44 7 Materiële vaste activa Algemeen Begrippen Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 55 8 Terreinen, gebouwen, wegen en andere infrastructuur Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 65 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 4

5 9 Installaties, machines en uitrusting Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 81 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 5

6 12 Overige materiële vaste activa Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Cultureel erfgoed Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Financiële vaste activa Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 95 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 6

7 15 Vorderingen op lange termijn Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Initiële waardering Overboeking van lange naar korte termijn Dubieuze debiteuren Waardeverminderingen Minderwaarde Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Voorraden en bestellingen in uitvoering Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Vorderingen uit ruiltransacties Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC 119 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 7

8 Nominale waarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Vorderingen uit niet-ruiltransacties Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Nominale waarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Financiële schulden Voorstelling BBC Begrippen Algemeen 134 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 8

9 Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Nominale waarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden uit ruiltransacties Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Nominale waarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Voorzieningen voor risico s en kosten Voorstelling BBC Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Initiële waardering Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting 147 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 9

10 23 Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden uit niet-ruiltransacties Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de balansrubrieken Waarderingsregels BBC Nominale waarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Voornaamste verschillen met NPB Voornaamste verschillen met NOB Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Vorderingen en schulden op korte termijn Overlopende rekeningen, vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen en wachtrekeningen Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Samenvatting Geldbeleggingen en liquide middelen Voorstelling BBC Begrippen Algemeen Balansrubrieken Conversie van de rubrieken Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Waardecorrecties Voornaamste verschillen met NGB Samenvatting 164 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 10

11 Voorwoord Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur heeft ondermeer tot taak om de lokale en provinciale besturen optimaal te begeleiden bij de implementatie van het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de nieuwe beleids- en beheerscyclus (BBC). In dit kader heeft het agentschap een opdracht uitgeschreven voor het uitwerken van een praktisch advies betreffende de boekhoudkundige erkenning en waardering van de diverse elementen binnen de verschillende balansrubrieken. Het resultaat van deze opdracht is deze handleiding die de lokale en provinciale besturen moet begeleiden bij de omzetting en de verwerking van de diverse posten binnen de balans van de oude (Nieuwe Gemeentelijke Boekhouding NGB Nieuwe OCMW-Beleidsinstrumenten NOB Nieuwe Provinciale Boekhouding NPB ) naar de nieuwe BBC-regelgeving. Bij het totstandkomen van deze handleiding konden wij terugvallen op de waardevolle ondersteuning van verschillende partijen. Wij zouden dan ook graag de lokale en provinciale besturen willen danken die ons inventarislijsten hebben overgemaakt. Verder konden we ook een beroep doen op enkele softwarehuizen die ons rekeningstelsels en inventarislijsten ter beschikking hebben gesteld. Tot slot houden we eraan om de medewerkers van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur te danken voor hun waardevolle inbreng en aanbevelingen tijdens de uitwerking van deze handleiding. De auteurs Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 11

12 Doel van de handleiding In het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn alsook in het Ministerieel Besluit van 1 oktober 2010 worden de regels vastgelegd met betrekking tot de vernieuwde boekhouding die vanaf 2014 zal worden gevoerd door de lokale en provinciale besturen. Het doel van deze handleiding bestaat erin om aan de hand van concrete voorbeelden een vergelijking te maken tussen deze vernieuwde boekhouding enerzijds en de NGB, NOB en NPB anderzijds en dit op het niveau van de balansrubrieken, de algemene rekeningen en de waarderingsregels. De inhoudstafel van de handleiding is volledig gebaseerd op de structuur van het genormaliseerd stelsel van de algemene rekeningen. Binnen elk van de hoofdstukken worden voor de verschillende balansrubrieken de volgende onderdelen uitgewerkt: Voorstelling BBC Begrippen Conversie van de rubrieken Waarderingsregels Voornaamste verschillen met NGB, NPB, NOB en de Belgische boekhoudwetgeving Deze handleiding mag anderzijds niet gezien worden als een houvast bij de overstap van oud (NGB, NOB en NPB) naar nieuw. Bij deze overgang zullen immers nog heel wat vragen opduiken die niet beantwoord worden in deze handleiding. Aanbevelingen met betrekking tot de laatste afsluiting in het kader van de NGB, NOB en NPB zijn eveneens niet terug te vinden in deze handleiding. Verder willen wij er ook op wijzen dat deze handleiding niet mag gebruikt worden als een algemene inleiding tot de principes van het dubbel boekhouden. Tenslotte is het belangrijk te benadrukken dat dit een 1 ste versie is van een handleiding die in de toekomst zeker nog bijgewerkt en geactualiseerd zal worden. De ervaringen van de pilootbesturen zullen in dit opzicht van belangrijke waarde zijn. Verder zal er binnen afzienbare tijd ook een elektronische tool ter beschikking worden gesteld waarmee de besturen op basis van trefwoorden of algemene rekeningnummers opzoekingen kunnen doen met betrekking tot de te gebruiken BBC-rubrieken. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 12

13 1 Overig netto-actief 1.1 Voorstelling BBC II. Netto-actief Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel 10 Overig netto-actief 100 Overig netto-actief 101 Niet opgevraagd kapitaal (-) 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 1.2 Begrippen Algemeen Het overige nettoactief is het verschil tussen enerzijds het totaal van de activa en anderzijds het totaal van de schulden en van de overige rubrieken van het nettoactief. Het overige nettoactief zorgt er voor dat de actief- en de passiefzijde van de balans met elkaar in evenwicht zijn. Het is de sluitpost van de balans. (art. 87 van het BVR) Balansrubrieken Overig nettoactief (Subrubriek 100) Bij de openbare besturen wordt onder deze subrubriek opgenomen, het verschil tussen het totaal van de activa en het totaal van de passiva bij het opmaken van de beginbalans en de begininventaris. Het is de sluitpost van de balans. Deze subrubriek blijft in principe onveranderd na de beginbalans, tenzij de beginbalans wordt beïnvloed door een gebeurtenis na balansdatum of een fout in de jaarrekening. Bij de autonome gemeente- en provinciebedrijven vertegenwoordigt deze rubriek de gelden, in speciën of in natura, die door de eigenaars ter beschikking worden gesteld aan deze bedrijven bij oprichting of later bij kapitaalsverhogingen Niet opgevraagd kapitaal ( Subrubriek 101) In deze subrubriek, die enkel bij de autonome gemeente- en provinciebedrijven wordt gebruikt, komt het gedeelte van het vermogen dat door de aandeelhouders is toegezegd maar door de bevoegde organen van de autonome bedrijven nog niet werd opgevraagd bij de vennoten, maar die zich wel hebben verbonden tot het storten van dit kapitaal. Het niet opgevraagd kapitaal is dus een vordering op de aandeelhouders, die in min van het overig nettoactief (subrubriek 100) wordt genoteerd Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming (Subrubriek 102) Het betreft hier bijdragen, schenkingen en legaten die niet gekoppeld zijn aan: investeringen of de verwerving van financiële, materiële of immateriële vaste activa; de operationele activiteiten (dus geen specifiek doel of bestemming). De eventueel bijhorende verplichtingen en kosten (zijnde lasten) worden niet mee opgenomen onder deze subriek maar worden opgenomen onder de subrubriek 161/7 Voorzieningen voor overige risico s en kosten. Voorbeeld: Een inwoner schenkt ,00 aan het bestuur zonder specifiek doel of bestemming. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 13

14 Onder titel 4.9 van deze handleiding kunt u een pragmatische beslissingsboom terugvinden die kan helpen bij het correct plaatsen van investeringssubsidies en -schenkingen Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar het overig netto-actief werd opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Beginkapitaal 100 Overig netto-actief Investeringssubsidies, giften en legaten in kapitaal van privé-ondernemingen Investeringssubsidies, giften en legaten in kapitaal van gezinnen, v.z.w.'s en andere organismen 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn Enkel wanneer het gaat over bijdragen, schenkingen en legaten zonder specifiek doel of bestemming vallen deze onder subrubriek Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 101 Aanvangskapitaal 100 Overig netto-actief 102 In kapitaal opgenomen reserves 100 Overig netto-actief 103 In kapitaal opgenomen resultaat 100 Overig netto-actief 104 In kapitaal opgenomen : overige 100 Overig netto-actief 110 Permanent vermogen door giften in de vorm van geld 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 111 Permanent vermogen door giften in 159 Overige schenkingen natura Enkel wanneer het gaat over bijdragen, schenkingen en legaten zonder specifiek doel of bestemming vallen deze onder subrubriek 102. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 14

15 OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 1000 Kapitaal ontstaan uit de beginbalans 100 Overig netto-actief 1001 Kapitaalswijzigingen 100 Overig netto-actief 101 Schenkingen zonder specifiek doel of bestemming 102 Definitieve gemeentelijke bijdrage in het werkkapitaal 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 1.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Aangezien het overig nettoactief bij de gemeenten, OCMW s en provincies wordt beschouwd als zijnde het verschil tussen totaal van de activa en de passiva bij het opmaken van de beginbalans, wordt de waarde van deze rubriek bepaald door de waardering van dit actief en passief. Bij de autonome gemeente- en provinciebedrijven wordt de waarde van het overig nettoactief en het niet opgevraagd kapitaal in speciën bepaald door de nominale waarde van de inbreng door de aandeelhouders. Indien de inbreng in natura gebeurde, worden deze natura gewaardeerd aan hun inbrengwaarde (bedongen waarde van de inbreng), die niet hoger mag zijn dan de werkelijke waarde van de goederen op het ogenblik van de inbreng. De bijdragen, schenking en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming worden gewaardeerd aan nominale waarde Waardecorrecties Niet van toepassing. 1.4 Voornaamste verschillen met NGB / NPB / NOB Kapitaal wordt Overig nettoactief Het overige nettoactief zorgt er voor dat de actief- en de passiefzijde van de balans met elkaar in evenwicht zijn. Het is de sluitpost van de balans. In die logica is het nettoactief de laatste rubriek van het passief. Het overige nettoactief blijft in principe onveranderd na de beginbalans. Zowel in de nieuwe gemeenteboekhouding (NGB), de nieuwe provinciale boekhouding (NPB) als in de nieuwe OCMW-beleidsinstrumenten (NOB) spreekt men in dat geval van kapitaal. Deze term geeft echter een verkeerd beeld want zowel gemeenten, provincies als OCMW s hebben geen maatschappelijk kapitaal. Bovendien is de herkomst van deze middelen niet meer te achterhalen. Daarom spreekt het besluit, conform IPSAS, van overig nettoactief (art.87 van het BVR). 1.5 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Eigen vermogen versus Overig nettoactief Het uitvoeringsbesluit spreekt niet van het begrip eigen vermogen zoals in de Belgische boekhoudwetgeving. Het eigen vermogen is immers niet relevant voor een openbaar bestuur. Het verschil tussen enerzijds de activa en anderzijds de schulden heet daarom nettoactief. Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming (Subrubriek 102) Het uitvoeringsbesluit omschrijft tegen welke waarde een schenking moet opgenomen worden in de boekhouding van het bestuur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 15

16 De Belgische boekhoudwetgeving kent hiervoor geen aparte waarderingsgrondslag omdat ondernemingen zelden met een schenking begunstigd worden. De Belgische boekhoudwetgeving bevat ook geen aparte rubriek voor schenkingen zonder specifiek doel of bestemming. 1.6 Samenvatting Overig netto-actief Waardering Aanschaffingswaarde (bepaald door waardering van resterend actief en passief) Nominale waarde: voor de bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 16

17 2 Herwaarderingsreserves 2.1 Voorstelling BBC II. Netto-actief Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel 12 Herwaarderingsreserves 121 Herwaarderingsreserves op overige materiële vaste activa 122 Herwaarderingsreserves op financiële vaste activa 2.2 Begrippen Algemeen Onder herwaarderingsreserves worden niet-gerealiseerde meerwaarden op de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa in de algemene boekhouding opgenomen (art. 86 van het BVR). Deze meerwaarden ontstaan omdat deze activa conform het herwaarderingsmodel geboekt moeten worden tegen hun geherwaardeerde waarde (reële waarde op moment van herwaardering latere geaccumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen). Herwaarderingsreserves worden behouden zolang de goederen waarop ze betrekking hebben, niet werden gerealiseerd (art.183 van het BVR). Voor een uitgebreide bespreking van het herwaarderingsmodel wordt verwezen naar het luik van de materiële vaste activa Balansrubrieken In het MAR worden de herwaarderingsreserves opgesplitst conform het actief waarop ze betrekking hebben, zijnde: Herwaarderingsreserves op overige materiële vaste activa (subrubriek 121); Herwaarderingsreserves op financiële vaste activa (subrubriek 122). De rubrieken overige materiële vaste activa en financiële vaste activa worden behandeld in de hoofdstukken betreffende de materiële vaste activa (hoofdstukken 12 en 14) Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de herwaarderingsreserves werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente Niet van toepassing aangezien de herwaarderingsmeerwaarden bij de gemeenten in opbrengst worden genomen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 17

18 Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 121 Herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa 122 Herwaarderingsmeerwaarden op financiële vaste activa 121 Herwaarderingsreserves op overige materiële vaste activa 122 Herwaarderingsreserves op financiële vaste activa OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 121 Herwaarderingsmeerwaarden op materiële vaste activa 122 Herwaarderingsmeerwaarden op financiële vaste activa 121 Herwaarderingsreserves op overige materiële vaste activa 122 Herwaarderingsreserves op financiële vaste activa 2.3 Waarderingsregels BBC Initiële waardering Het bepalen van de niet-gerealiseerde meerwaarde gebeurt door de reële waarde op het moment van de herwaardering te vergelijken met de boekwaarde van het desbetreffende actief. Als deze reële waarde groter blijkt dan de boekwaarde dan wordt dit verschil opgenomen in de rubriek herwaarderingsreserves, tenzij het een verbetering betreft van voorheen geboekte waardeverminderingen (art. 183 van het BVR). Deze herwaardering moet voldoende regelmatig uitgevoerd worden om ervoor te zorgen dat de boekhoudkundige waarde niet beduidend verschilt van de reële waarde (art. 183 van het BVR) Waardecorrecties We verwijzen hiervoor naar titel van deze handleiding. 2.4 Voornaamste verschillen met NGB Moment van herwaardering Volgens artikel 76 van het ARGC moet de herwaardering op het einde van het boekjaar tijdens de eindejaarsverrichtingen gebeuren. Artikel 183 van het BVR bepaalt dat de herwaardering regelmatig moet uitgevoerd worden om ervoor te zorgen dat de boekhoudkundige waarde niet beduidend verschilt van de reële waarde op de balansdatum. Dit hoeft niet noodzakelijk op jaarbasis te zijn. Hoe herwaarderen? Conform artikel 21 van het ARGC geschiedt het herwaarderen van het onroerend patrimonium (gronden en gebouwen) volgens de aard van het goed rekening houdende met: ofwel de index van de prijzen van de bouwsector; ofwel de opbrengst, voor de gemeente, van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. We verwijzen ook naar titel van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 18

19 Wat herwaarderen? Het uitvoeringsbesluit bepaalt dat herwaarderingen enkel van toepassing zijn op de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. De overige materiële vaste activa (rubriek 26) bevat onder meer de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve. In de NGB gebeuren herwaarderingen enkel op onroerende goederen (ongeacht hun bestemming) en niet op roerende goederen (met uitzondering van aard 340 Kunstpatrimonium) of andere financiële vaste activa (zoals deelnemingen). Klasse 7 versus klasse 1 In de NGB worden de herwaarderingsmeerwaarden in opbrengsten genomen (klasse 7) waar BBC voorziet om dit onmiddellijk op een subriek van de klasse 1 te boeken. 2.5 Voornaamste verschillen met NPB Wat herwaarderen? Het uitvoeringsbesluit bepaalt dat herwaarderingen enkel van toepassing zijn op de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. De overige materiële vaste activa (rubriek 26) bevat onder meer de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve. In de NPB gebeuren herwaarderingen enkel op onroerende goederen (ongeacht hun bestemming) en niet op roerende goederen (met uitzondering van aard 340 Kunstpatrimonium) of andere financiële vaste activa (zoals deelnemingen). 2.6 Voornaamste verschillen met NOB Wat herwaarderen? Het uitvoeringsbesluit bepaalt dat herwaarderingen enkel van toepassing zijn op de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. De overige materiële vaste activa (rubriek 26) bevat onder meer de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve. In NOB gebeuren herwaarderingen enkel op onroerende goederen (ongeacht hun bestemming) en niet op roerende goederen (met uitzondering van aard 340 Kunstpatrimonium) of andere financiële vaste activa (zoals deelnemingen). 2.7 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Wat herwaarderen? Het uitvoeringsbesluit bepaalt dat herwaarderingen enkel van toepassing zijn op de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. De overige materiële vaste activa (rubriek 26) bevat onder meer de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve. Conform de Belgische boekhoudwetgeving gebeuren herwaarderingen op alle materiële vaste activa (ongeacht hun bestemming) en financiële vaste activa. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 19

20 3 Overgedragen overschot overgedragen tekort 3.1 Voorstelling BBC II. Netto-actief Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel 14 Overgedragen overschot overgedragen tekort 3.2 Begrippen Algemeen Het gecumuleerde overschot of tekort is de som van het gecumuleerde overschot of tekort van de vorige boekjaren en het overschot of tekort van het huidige financiële boekjaar, zijnde het verschil tussen het totaal van de opbrengsten en het totaal van de kosten zoals blijkt uit staat van opbrengsten en kosten (art. 84 van het BVR) Balansrubrieken In het MAR wordt het overgedragen overschot tekort opgenomen op de subrekening 14 die een positief saldo vertoont in het geval van een gecumuleerd overschot en een negatief bedrag in het geval van een gecumuleerd tekort Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar het overgedragen overschot / tekort werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Gekapitaliseerde resultaten 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Gecumuleerd nadelig saldo van vorige dienstjaren 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Gecumuleerd batig saldo van vorige dienstjaren 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Nadelig saldo van het voorgaand dienstjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Batig saldo van het voorgaand dienstjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Nadelig saldo van het dienstjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Batig saldo van het dienstjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 20

21 Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 140 Overschot van het huidig boekjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort 141 Tekort van het huidig boekjaar 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort 143 Overschot van de vorige boekjaren 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort 144 Tekort van de vorige boekjaren 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 140 Gecumuleerd overschot (+) 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort 141 Gecumuleerd tekort (-) 14 Overgedragen overschot - overgedragen tekort 3.3 Waarderingsregels BBC De waarde van het overgedragen overschot tekort wordt bepaald door de waarde van: het overschot tekort van de vorige boekjaren zoals blijkt uit de laatst afgesloten jaarrekening; en het overschot tekort na de eindejaarverrichtingen van het desbetreffende boekjaar. De waarde van deze rubriek wordt dus bepaald door de waardering van de kosten en opbrengsten (nominale waarde). 3.4 Voornaamste verschillen met NGB Goedkeuring door de toezichthoudende overheid In het ARGC bevat de rubriek II Gekapitaliseerde resultaten het gecumuleerd bedrag van de resultaten van de vorige dienstjaren, waarvan de toezichthoudende overheid de betreffende jaarrekeningen al heeft goedgekeurd. De rubriek III Overgedragen resultaten is gelijk aan het overgedragen resultaat voor zover de toezichthoudende overheid de betreffende jaarrekening nog niet heeft goedgekeurd. Binnen het BVR wordt er geen onderscheid gemaakt volgens al dan niet goedkeuring door de toezichthoudende overheid en worden de overgedragen resultaten geboekt op subrekening 14 Overgedragen overschot overgedragen tekort. 3.5 Voornaamste verschillen met NPB Onderscheid resultaat eigen dienstjaar en vorige dienstjaren Binnen het BVR wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de overschotten en tekorten al dan niet van het huidig boekjaar of vorige boekjaren. Onderscheid overschot en tekort Binnen het BVR wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de overschotten en tekorten. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 21

22 4 Investeringssubsidies en schenkingen 4.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II. Netto-actief 15 Investeringssubsidies en schenkingen (1) 150 Investeringssubsidies en schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en schenkingen in kapitaal op lange termijn 152 Investeringssubsidies in de vorm van terugbetaling van leningen 159 Overige schenkingen (1) Alle rekeningen van de groep 15 worden als volgt opgesplitst: Nominaal bedrag van de subsidie of waarde van de schenking In resultaat opgenomen investeringssubsidie of schenking (-) 4.2 Begrippen Algemeen De investeringssubsidies omvatten de subsidies die van overheidswege in contanten worden verkregen voor investeringen in vaste activa die met eigen middelen worden gefinancierd. Ze onderscheiden zich van de werkingssubsidies die direct in de staat van opbrengsten en kosten worden genomen (subrubriek 740) door hun directe gebondenheid aan bepaalde investeringen in vaste activa (art. 85 van het BVR). Onder de investeringsschenkingen worden de schenkingen, legaten en soortgelijke rechten opgenomen die het bestuur verkrijgt in de vorm van vaste activa of in contanten voor investeringen in vaste activa (art. 85 van het BVR). In tegenstelling tot de schenkingen en legaten die opgenomen worden onder het overig nettoactief, betreft het hier schenkingen en legaten met een specifiek doel of bestemming. Er worden dus m.b.t. deze schenkingen specifieke eisen gesteld omtrent de aanwending ervan Balansrubrieken Investeringsubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn (Subrubriek 150) Deze subriek bevat de investeringssubsidies en -schenkingen verkregen in contanten die op korte termijn (binnen de twaalf maanden) opvorderbaar zijn. Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar Boekhoudfiche 6300 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn (Subrubriek 151) Deze subriek bevat de investeringssubsidies en -schenkingen verkregen in contanten die pas op lange termijn (over meer dan twaalf maanden) opvorderbaar zijn. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 22

23 Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiches 6401 en 6402 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Investeringssubsidies in de vorm van terugbetaling van leningen (Subrubriek 152) De subsidiëring van investeringen door andere overheden kan gebeuren door de terugbetaling van de financiële verplichtingen (aflossingen en intresten) die het aangaan van een lening door het bestuur met zich meebrengt. Bij deze subsidiëringsvorm zullen de andere overheden dus geen kapitaalbedrag ter beschikking stellen maar verbinden ze zich ertoe om de aflossingen (en intresten) terug te betalen. De eventuele intresten die ook ten laste zijn van die overheid worden niet in deze subrubriek opgenomen maar worden in opbrengst genomen (rekening 7531) op het moment dat de intresten in kost wordt genomen. Voorbeeld: De gemeente bouwt een nieuw cultureel centrum en krijgt hiervoor subsidies van de Europese Commissie in de vorm van terugbetaling van leningslasten en zal dus voor de aankoop hiervan een lening aangaan. Wij verwijzen ook naar de Boekhoudfiche 6200 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Overige schenkingen (Subrubriek 159) Het betreft de schenkingen en legaten in vaste activa die ontvangen werden in natura. Voorbeelden: Een OCMW wordt door een schenking eigenaar van een woning. In de schenkingsakte wordt bepaald dat de woning moet worden gebruikt voor noodopvang. Een provincie verwerft een gebouw waarbij in de akte geen specifieke doel of bestemming wordt vermeld. Wij verwijzen ook naar Boekhoudfiches 6500 en 6501 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de investeringssubsidies en schenkingen werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Investeringssubsidies, giften en legaten in kapitaal van privé-ondernemingen Giften en legaten onder vorm van patrimoniale goederen van privéondernemingen Investeringssubsidies, giften en legaten in kapitaal van gezinnen, v.z.w.'s en andere organismen 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 159 Overige schenkingen 102 Bijdragen, schenkingen en legaten zonder last en zonder specifiek doel of bestemming 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn Giften en legaten onder vorm van 159 Overige schenkingen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 23

24 patrimoniale goederen van gezinnen, v.z.w.'s en andere organismen Investeringssubsidies in kapitaal van de hogere overheden Investeringssubsidies in de vorm van terugbetaling van aflossingen van leningen door de hogere overheden Investeringssubsidies onder vorm van patrimoniale goederen van de hogere overheden Investeringssubsidies in kapitaal van andere overheidsinstellingen Investeringssubsidies onder vorm van patrimoniale goederen van andere overheidsinstellingen 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 152 Investeringssubsidies in de vorm van terugbetaling van leningen 159 Overige schenkingen 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 159 Overige schenkingen Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 151 Investeringssubsidies in kapitaal van de hogere verheden 152 Subsidies onder de vorm van terugbetaling van aflossingen van leningen 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 152 Investeringssubsidies in de vorm van terugbetaling van leningen OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 1500 Investeringssubsidie van de gemeente 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 1501 Investeringssubsidies van andere overheden 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 1502 Investeringssubsidies van derden 102 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 155 Schenkingen met specifiek doel 150 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op korte termijn 151 Investeringssubsidies en -schenkingen in kapitaal op lange termijn 159 Overige schenkingen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 24

25 4.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Investeringssubsidies en -schenkingen en legaten in contanten worden gewaardeerd tegen nominale waarde (art. 160 van het BVR) op het moment dat de transactie of gebeurtenis die aanleiding geeft tot subsidie plaats vindt. Indien het recht op de investeringssubsidie slechts ontstaat nadat het bestuur de betrokken investeringen reeds gerealiseerd heeft, wordt de subsidie in verhouding tot de in voorgaande boekjaren reeds geboekte afschrijvingen, verrekend en dus in resultaat genomen. Indien de investeringssubsidies en -schenkingen op een gegeven ogenblik worden herzien omwille van een niet vervullen van een aantal voorwaarden/doelstellingen, zullen ze als diverse financiële kost moeten worden geboekt. De schenkingen en legaten in natura worden gewaardeerd aan de schenkingswaarde (art. 153 van het BVR), zijnde de marktwaarde van de goederen die aan het bestuur worden geschonken of die in nalatenschap worden toegewezen, op het moment van de schenking of op de datum van het openvallen van de nalatenschap. Indien evenwel een actief wordt geschonken dat behoort tot het erfgoed en waarvoor geen aanschaffingswaarde of marktwaarde kan worden bepaald, dan mogen deze erfgoederen pro memorie in de balans worden opgenomen voor 1 euro (art. 165 van het BVR) Waardecorrecties In resultaatname De investeringssubsidies en -schenkingen worden in de erop volgende boekjaren via afboekingen in de staat van opbrengsten en kosten (subrubriek 7530) gespreid om ze in overeenstemming te brengen met de afschrijvingen op het gesubsidieerde actief. Deze overboeking gebeurt volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belopen van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa. Als het niet-afschrijfbare activa zoals gronden betreft, blijft het oorspronkelijke bedrag van de investeringssubsidie of de schenking behouden in de boekhouding (Art. 85 van het verslag bij het BVR). 4.4 Voornaamste verschillen met NGB Opdeling naargelang de verstrekker In de NGB worden de investeringssubsidies, giften en legaten opgedeeld volgens twee criteria, namelijk de verstrekker (ondernemingen, gezinnen en overheden) en de vorm (kapitaal, patrimoniale goederen en terugbetaling van aflossingen van leningen). Binnen BBC vervalt deze opdeling naar verstrekker toe. 4.5 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Uitgestelde belastingen Bij het inboeken van kapitaalsubsidies dient men conform de Belgische boekhoudwetgeving ook rekening te houden met het effect van de Uitgestelde belastingen. Binnen BBC is hier geen spraken van en ook geen nut voor. Schenkingen Het uitvoeringsbesluit omschrijft tegen welke waarde een schenking moet opgenomen worden in de boekhouding van het bestuur. De Belgische boekhoudwetgeving kent hiervoor geen aparte waarderingsgrondslag omdat ondernemingen zelden met een schenking begunstigd worden. De Belgische boekhoudwetgeving spreekt men onder klasse 15 enkel over Kapitaalsubsidies en niet over schenkingen, giften, legaten, Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 25

26 4.6 Samenvatting Investeringssubsidies en schenkingen Waardering Waardecorrectie Minderwaarden Nominale waarde (schenkingen in speciën) Schenkingswaarde / marktwaarde (schenkingen in natura Pro-memorie 1,00 (schenkingen in natura waarvan de marktwaarde niet kan geschat worden) In resultaatname (zelfde ritme als afschrijvingen op de vaste activa waarvoor ze werden verkregen) Indien investeringssubsidies en-schenkingen in speciën worden herzien. 4.7 Pragmatische beslissingsboom betreffende investeringssubsidies en -schenkingen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 26

27 5 Schulden op lange termijn 5.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.B. Schulden op lange termijn 16/7 Schulden op lange termijn 1. Financiële schulden 171 Obligatieleningen (1) 172 Leasing en soortgelijke verplichtingen (1) 173 Schulden aan kredietinstellingen (1) 174 Overige leningen (1) 2. Schulden uit ruiltransacties 175 Werkings- en handelsschulden 176 Ontvangen vooruitbetalingen op ruiltransacties 177 Overige schulden uit ruiltransacties 3. Schulden uit niet-ruiltransacties 1780 Borgtochten ontvangen in contanten 1781 Ontvangen vooruitbetalingen op investeringssubsidies 179 Overige schulden uit niet-ruiltransacties 4. Voorzieningen voor risico s en kosten a. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen b. overige risico s en kosten 160 Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen 161/7 Voorzieningen voor overige risico s en kosten (2) (1) Alle rekeningen van de groep 171/4 worden als volgt opgesplitst: Leningen of leasings aangegaan door het bestuur en ten laste van het bestuur Leningen of leasings aangegaan door het bestuur en terugbetaald door derden (2) Uit te splitsen per categorie van risico's en kosten opgesomd in artikel 80, 3 van het BVR. Voorzieningen voor belastingen worden slechts aangelegd indien er onzekerheid is ingevolge een betwisting. 5.2 Begrippen Algemeen Deze rubriek van de passiva geeft de bij derden verkregen vermogensbronnen weer die aan de volgende voorwaarden cumulatief voldoen: een contractuele looptijd hebben van méér dan 1 jaar; niet binnen het boekjaar vervallen. Voor het gedeelte van de schulden op méér dan 1 jaar dat binnen het boekjaar vervalt, verwijzen we naar hoofdstuk 15 van deze handleiding. Conform artikel 75 2 van het BVR bestaan de schulden op lange termijn uit: de financiële schulden (subrubriek ); de schulden uit ruiltransacties (subrubriek ); de schulden uit niet-ruiltransacties ( ); de voorzieningen voor risico s en kosten (subrubriek ). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 27

28 5.2.2 Balansrubrieken Financiële schulden op lange termijn (art. 76 van het BVR) Onder de financiële schulden worden onder meer de schulden aan de kredietinstellingen, de overige leningen en de verplichtingen die voortvloeien uit obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten opgenomen, ook al zijn ze aangegaan ten aanzien van leveranciers of worden ze door een handelseffect vertegenwoordigd. Obligatieleningen (Subrubriek 171) Een obligatielening is een langlopende lening waarbij de uitgever er zich toe verbind om op een vooraf bepaald moment het kapitaal terug te betalen. Een obligatielening is opgedeeld in coupures die gezien kunnen worden als schuldbewijs, waarbij uitgever een schuld heeft ten opzichte van diegene die het geld verschaft. De uitgever is verplicht om hierop een vast interestbedrag (meestal jaarlijks) te betalen. Aan het eind van de looptijd wordt de waarde van de obligatie terugbetaald. Aan het uitschrijven van een obligatie zijn een aantal voorwaarden verbonden, afhankelijk van het type obligatielening. Aan deze juridische voorwaarden besteden we hier geen aandacht. Leasingschulden en soortgelijke schulden (Subrubriek 172) Deze schulden vloeien voort uit leasing of soortgelijke overeenkomsten zoals erfpacht en recht van opstal. Deze begrippen zullen ruim aan bod komen bij de bespreking van de materiële vaste activa. Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 11 van deze handleiding. Voorbeeld: Een bestuur gaat een leasing voor een wagen op 5 jaar aan. Wij verwijzen ook naar Boekhoudfiches 6300, 6301 en 6302 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Schulden aan kredietinstellingen (Subrubriek 173) Hier worden, met uitzondering van leasingschulden en soortgelijke schulden, alle vormen van schulden geboekt met een contractuele looptijd van meer dan één jaar met kredietinstellingen. Voorbeelden: Een lening van ,00 op 20 jaar bij Fortis. Een lening van ,00 op 20 jaar bij Fortis waarvan de aflossingen zullen worden terugbetaald door de Vlaamse Gemeenschap als subsidie (Leningen ten laste van derden). Wij verwijzen ook naar Boekhoudfiches 6100, 6101, 6102 en 6200 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Overige leningen (Subrubriek 174) Het BVR bepaalt nergens wat in deze rubriek thuishoort. Wij menen dan ook dat het beter is de overige leningen niet positief maar negatief te definiëren. Het betreft leningen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en niet onder de andere posten van financiële schulden op meer dan één jaar kunnen opgenomen worden. Voorbeeld: Een OCMW gaat een lening van ,00 op 20 jaar aan bij een gemeente, ander bestuur, IVA, EVA,. Het OCMW zal deze lening onder subrubriek 174 onderbrengen Schulden uit ruiltransacties (art. 77 van het BVR) Onder de schulden uit ruiltransacties worden de schulden opgenomen die ontstaan ingevolge ruiltransacties waarvoor het bestuur een gelijkwaardige economische waarde in ruil krijgt. Bij een ruiltransactie moet de in ruil gekregen economische waarde, in tegenstelling tot de niet-ruiltransacties, voor de met de transactie verbonden partijen ongeveer gelijkwaardig zijn. Bij een ruiltransactie wordt er dus een bepaalde specifieke prestatie geleverd door een bepaalde derde partij, waartegenover een billijke vergoeding staat voor deze derde partij. Deze vergoeding hoeft niet noodzakelijk afkomstig te zijn van de partij ten aanzien van wie de prestatie werd verricht, ook een derde kan deze billijke vergoeding geheel of gedeeltelijk betalen. Er is dus een directe link tussen de prestatie en de vergoeding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 28

29 Naast de schulden waarvoor een titel bestaat, worden onder deze schulden ook de te betalen kosten geboekt die in de loop van het financiële boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat, maar waarvan de schuldeiser vast staat; en het bedrag vaststaat of nauwkeurig kan worden geschat (art. 75 van het BVR). Onder de schulden op lange termijn uit ruiltransacties worden de schulden opgenomen met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. De schulden of het gedeelte van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar die wel binnen het jaar vervallen, moeten worden overgeboekt naar de rubriek 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen.(art. 82 van het BVR). Werkings- en handelsschulden (Subrubriek 175) Deze subrubriek bevat schulden op lange termijn uit ruiltransacties die ontstaan naar aanleiding van de aankopen die besturen doen bij derden in het kader hun operationele activiteiten. Het zijn leveranciersschulden wegens ontvangen uitstel van betaling bij aankopen. Ze worden meestal gebruikt in combinatie met een rekening van de rubriek 60 Verbruikte goederen en verstrekte diensten of rubriek 61 Diensten en diverse leveringen en interne facturering, maar ook met betrekking tot investeringen (aanschaf van vaste activa). Voorbeeld: De aankoop van een wagen die pas over 2 jaar moet worden betaald Ontvangen vooruitbetalingen op ruiltransacties (Subrubriek 176) Onder deze subriek worden alle vooruitbetalingen opgenomen die van klanten werden ontvangen ter uitvoering van een vroeger aangegane verbintenis voor bepaalde ruiltransacties. De afloop van de aangegane verbintenis zal contractueel meer dan één jaar bedragen. Voorschotten die het bestuur van klanten ontvangen heeft in verband met de uitvoering van leveringen of diensten op meer dan één jaar worden opgenomen onder deze subrubriek. Op deze manier tracht men het financieel risico van niet-afname door klanten te beperken. Overige schulden uit ruiltransacties (Subrubriek 177) Het BVR vermeldt nergens wat in de post Overige schulden uit ruiltransacties thuishoort. Wij menen dan ook dat het beter is de overige schulden niet positief maar negatief te definiëren. Het betreft schulden uit ruiltransacties die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en niet onder de andere posten van de schulden uit ruiltransacties op meer dan één jaar kunnen worden opgenomen Schulden uit niet-ruiltransacties (art. 79 van het BVR) Onder de schulden uit niet-ruiltransacties worden de schulden opgenomen die ontstaan ingevolge transacties waarvoor het bestuur geen gelijkwaardige economische waarde in ruil krijgt. Naast de schulden waarvoor een titel bestaat, worden onder deze schulden ook de te betalen kosten geboekt die in de loop van het financiële boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat, maar waarvan de schuldeiser vaststaat; en het bedrag vaststaat of nauwkeurig kan worden geschat (art. 75 van het BVR). Onder de schulden op lange termijn uit niet-ruiltransacties worden de schulden opgenomen met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar. De schulden of het gedeelte van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar die wel binnen het jaar vervallen, moeten worden overgeboekt naar de rubriek 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen.(art. 82 van het BVR). Borgtochten ontvangen in contanten (rekening 1780) Het betreft sommen die aan het bestuur werden gestort en die later door het bestuur moeten worden terugbetaald wanneer de transactie die aanleiding gaf tot het storten van de borgtocht onder normale omstandigheden is beëindigd. Borgtochten ontvangen in contanten mogen niet worden verward met ontvangen vooruitbetalingen. Vooruitbetalingen zijn immers bestemd om omgezet te worden in definitief verworven opbrengsten. Indien het contractueel vaststaat dat een borgtocht zou vastgesteld zijn voor een termijn van meer dan één jaar, dan hoort hij thuis in de deze subrubriek. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 29

30 Voorbeeld: De bestuursleden van een lokale voetbalploeg storten een bedrag op de financiële rekening van de gemeente om hiermee toekomstige kosten door schade aan het stadion te garanderen. Ontvangen vooruitbetalingen op investeringssubsidies (rekening 1781) Indien een bestuur een investeringssubsidie ontvangt voor investeringen die nog niet gerealiseerd zijn en waarvan men verwacht wordt dat dit ook niet binnen het jaar zal gebeuren ontstaat er een schuld ten aanzien van de subsidieverstrekker. Het zou immers kunnen dat de bedoelde investering niet zal doorgaan en dat bijgevolg het bedrag moet worden teruggeven. Zolang de investering niet gerealiseerd is en het bestuur niet voldoet aan de voorwaarden om de subsidie te gebruiken, bestaat er voor het bestuur dus een verplichting (schuld) t.a.v. de subsidieverstrekker. Op het ogenblik dat de werken starten kan van de rekening 1781 overgeboekt worden naar de subrubriek 15 Investeringssubsidies en schenkingen. Voorbeeld: Een gemeente krijgt een voorschot op zijn investeringssubsidie van de Europese Commissie voor de aanleg van een sporthal. De werken voor de opbouw van deze sporthal zullen pas volgend jaar van start gaan. Overige schulden uit niet-ruiltransacties (Subrubriek 179) Het BVR vermeldt nergens wat in de post Overige schulden uit niet-ruiltransacties thuishoort. Wij menen dan ook dat het beter is de overige schulden niet positief maar negatief te definiëren. Het betreft schulden uit ruiltransacties die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en niet onder de andere posten van de schulden uit nietruiltransacties op meer dan één jaar kunnen worden opgenomen Voorzieningen voor risico s en kosten (art. 80 van het BVR) Voorzieningen voor risico s en kosten moeten worden aangelegd voor: de naar hun aard duidelijk omschreven schulden op lange termijn (d.w.z. met een looptijd van meer dan één jaar); die op de balansdatum zeker zijn; en waarvan het bedrag niet vaststaat, maar wel op betrouwbare wijze kan worden geschat. Het betreft dus bestaande verplichtingen die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden, waarvan de afwikkeling naar verwachting zal resulteren in een uitstroom van middelen (art. 80 van het BVR). Al naar gelang deze uitstroom van middelen binnen of op meer dan twaalf maanden na balansdatum zal plaatsvinden worden de voorzieningen ondergebracht onder respectievelijk de schulden op korte termijn of de schulden op lange termijn. Er moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen ontstaan tijdens het boekjaar of voorgaande boekjaren. Voorzieningen hebben tot doel kosten toe te wijzen naar het jaar waarin ze hun oorsprong vinden. Voorzieningen mogen niet gebruikt worden om waarschijnlijke verplichtingen te voorzien die nog niet zeker zijn (er bestaat m.a.w. nog geen verplichting). Een voorbeeld hiervan zijn grote herstellings- en onderhoudswerken. Wel is het aanbevelingswaardig om deze waarschijnlijke verplichtingen op te nemen in de orderekeningen Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen of om op zijn minst hiervan melding te maken in de toelichting. Ze kunnen ook niet worden aangelegd om in de toekomst investeringen mee te financieren of voor waardecorrecties op activa. De voorzieningen voor risico's en kosten, zowel op lange of korte termijn, worden geïndividualiseerd naargelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken en worden ingedeeld in: 1 pensioenen en soortgelijke verplichtingen; 2 overige risico s en kosten (art. 80 4). De voorzieningen op lange termijn voor risico s en kosten worden in het MAR opgesplitst in: Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen (Subrubriek 160) Hieronder worden de pensioenen en soortgelijke verplichtingen opgenomen die door het bestuur werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen op het vlak van rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere pensioenen en renten die het bestuur voor zijn actuele of gewezen burgemeesters, schepenen, leden van de Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 30

31 deputatie, voorzitters en ondervoorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn of personeelsleden heeft aangegaan en die pas binnen over meer dan één jaar zullen moeten worden uitbetaald (art van het BVR). Voorzieningen voor overige risico s en kosten (Subrubriek 161/7) Onder de overige risico s en kosten worden onder meer de voorzieningen opgenomen die door het bestuur werden gevormd voor de risico s en kosten die voortvloeien uit: 1 persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden; 2 verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa; 3 de uitvoering van geplaatste of ontvangen bestellingen; 4 termijnposities of -overeenkomsten in deviezen of betreffende goederen; 5 technische waarborgen die verbonden aan een verkoop door het bestuur die al heeft plaatsgevonden, of diensten die al door het bestuur verricht zijn; 6 hangende geschillen; 7 legaten. en die hoogst waarschijnlijk pas over meer dan één jaar zullen resulteren in een uitstroom van middelen (art van het BVR). Voorbeeld: Wij verwijzen ook naar Boekhoudfiche 7300 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de schulden op lange termijn werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Voorzieningen voor risico's en kosten 160 Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen 161/7 Voorzieningen voor overige risico's en kosten Leningen ten laste van de gemeente 173 Schulden aan kredietinstellingen Leningen ten laste van de hogere 173 Schulden aan kredietinstellingen overheden Sanerings- en consolidatieleningen 173 Schulden aan kredietinstellingen Leningen ten laste van derden 173 Schulden aan kredietinstellingen Leasingschulden 172 Leasingschulden en soortgelijke schulden Prefinancieringsleningen 173 Schulden aan kredietinstellingen Openbare leningen 174 Overige leningen Diverse schulden op meer dan één jaar 177 Overige schulden uit ruiltransacties Borgtochten op meer dan één jaar ontvangen in contanten 179 Overige schulden uit niet-ruiltransacties 1780 Borgtochten ontvangen in contanten Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 31

32 Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 160 Voorzieningen voor pensioenen en 160 Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke soortgelijke verplichtingen verplichtingen 161 Voorzieningen voor grote onderhoudswerken 162 Voorzieningen voor achterstallige 161/7 Voorzieningen voor overige risico's en kosten bezoldigingen 163/169 Voorzieningen voor overige risico's en 161/7 Voorzieningen voor overige risico's en kosten kosten 1701 Leningen en schulden ten laste van de 173 Schulden aan kredietinstellingen provincie: leningen 1702 Leningen en schulden ten laste van de 172 Leasingschulden en soortgelijke schulden provincie: financiële leasing 1703 Leningen en schulden ten laste van de 171 Obligatieleningen provincie: obligatieleningen 171 Leningen ten laste van de hogere 173 Schulden aan kredietinstellingen overheden 172 Leningen ten laste van derden 173 Schulden aan kredietinstellingen 175 Overige schulden 177 Overige schulden uit ruiltransacties 179 Overige schulden uit niet-ruiltransacties 178 Borgtochten ontvangen in contanten 1780 Borgtochten ontvangen in contanten OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 160 Voorzieningen voor pensioenen en 160 Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke soortgelijke verplichtingen verplichtingen 161 Voorzieningen voor belastingen 161/7 Voorzieningen voor overige risico's en kosten 162 Voorzieningen voor grote herstellingsen onderhoudswerken 163/169 Voorzieningen voor overige risico's en 161/7 Voorzieningen voor overige risico's en kosten kosten 1720 Schulden van onroerende leasing 172 Leasingschulden en soortgelijke schulden 1721 Schulden van roerende leasing 172 Leasingschulden en soortgelijke schulden 1722 Schulden van erfpacht en opstal 172 Leasingschulden en soortgelijke schulden 173 Kredietinstellingen 173 Schulden aan kredietinstellingen 174 Overige leningen 174 Overige leningen 1750 Leveranciers 175 Werkings- en handelsschulden 1751 Andere werkingsschulden 175 Werkings- en handelsschulden 176 Ontvangen vooruitbetalingen op 176 Ontvangen vooruitbetalingen op ruiltransacties bestellingen 1770 Ontvangen vooruitbetalingen op 1781 Ontvangen vooruitbetalingen op investeringssubsidies investeringssubsidies 1771 Tijdelijk werkkapitaal 1781 Ontvangen vooruitbetalingen op investeringssubsidies 178 Borgtochten ontvangen in contanten 1780 Borgtochten ontvangen in contanten 179 Overige schulden 177 Overige schulden uit ruiltransacties 179 Overige schulden uit niet-ruiltransacties Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 32

33 5.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Financiële schulden op lange termijn Financiële schulden worden gewaardeerd tegen ofwel (art. 168 van het BVR): nominale waarde; de aanschaffingswaarde indien de schulden worden uitgedrukt in effecten; de som van de kapitaalbestanddelen die de wedersamenstelling in kapitaal vertegenwoordigen van de waarde van het materieel vast actief in het geval van leasing Schulden uit ruiltransacties Schulden uit ruiltransacties worden in de balans opgenomen voor de nominale waarde ervan Schulden uit niet-ruiltransacties Schulden uit niet-ruiltransacties worden in de balans opgenomen voor de nominale waarde ervan. Voorzieningen voor risico s en kosten De voorzieningen voor risico s en kosten moeten stelselmatig worden gevormd. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het financiële boekjaar. De regels voor de waardering van de voorzieningen voor risico s en kosten bij het ontstaan van de schuld (m.a.w. de schatting van het bedrag van schulden waarvan het bedrag niet vaststaat), moeten door het bestuur worden bepaald, rekening houdend met het waar en getrouw beeld (art. 143 van het BVR). Meestal zal de situatie geval per geval moeten worden beoordeeld. Voor de gevallen die zich regelmatig voordoen (bv. pensioenen) kunnen bepaalde regels worden voorzien. Zo kan men zich in het kader van de voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen baseren op tabellen (zoals sterftetabellen) die jaarlijks wijzigen of een beroep doen op actuarissen. In de gevallen waarin, bij gebrek aan objectieve beoordelingscriteria, het bedrag van een duidelijk omschreven schuld die op balansdatum zeker is, niet op betrouwbare wijze kan worden geschat, dan mag hiervoor geen voorziening worden aangelegd, maar moet hiervan wel melding worden gemaakt in de toelichting bij de jaarrekening, als de bedragen in kwestie belangrijk zijn, rekening houdend met het ware en getrouwe beeld (art. 143 van het BVR) Waardecorrecties Overboekingen van lange termijn naar korte termijn Op balansdatum van elke boekjaar moeten de schulden of een gedeelte van de schulden met een looptijd van meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen overgeboekt worden naar de corresponderende rubriek op korte termijn. Voorbeeld: Wij verwijzen ook naar Boekhoudfiche 7600 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Voorzieningen voor risico s en kosten Op balansdatum van elk boekjaar moeten vooreerst de voorzieningen of een gedeelte van de voorzieningen op lange termijn waarvan de afwikkeling naar verwachting zal resulteren in een uitstroom van middelen binnen de twaalf maanden na balansdatum, worden overgeboekt naar de rubriek I.A.4 Voorzieningen voor kosten en risico s op korte termijn. Daarnaast zullen de voorzieningen eventueel moeten worden aangepast in die mate waarin de oorspronkelijke schatting hoger of lager is dan wat vereist is volgens een actuele inschatting ervan op balansdatum, dit via een toevoeging of een terugneming van de voorziening. Van zodra het bedrag werkelijk vast staat, gaat het niet meer om een voorziening, maar om een vaststaande schuld. De gemaakte kosten zullen op dat ogenblik worden geboekt op de desbetreffende kostenrekeningen (bv. de pensioenen voor het politiek personeel zullen geboekt worden op de rekening 6240) en schuldenrekeningen (voor de pensioenen zal dit op de 45-rekeningen zijn). Op dat ogenblik zal de voorziening worden teruggenomen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 33

34 5.4 Voornaamste verschillen met NGB Balansrekeningen voor de leningen In het ARGC wordt voor elke type lening een aparte algemene rekening vastgelegd afhankelijk van wie de lening ten laste is (leningen ten laste van de gemeente, leningen ten laste van derden, ). Het BVR voorziet slechts een paar subrubrieken waarin de gemeente slechts het onderscheid tussen obligatieleningen, leasing en schulden aan kredietinstellingen zal moeten respecteren. De gemeente staat natuurlijk vrij om een gelijkaardige opsplitsing te maken onder subrubriek 173 waaronder alle leningen bij financiële instellingen vallen. Zijn voorzieningen schulden? Volgens de NGB worden voorzieningen niet als schulden maar als interne financieringsbronnen voor toekomstige uitgaven beschouwd. Conform artikel 75 van het BVR maken de voorzieningen deel uit van de schulden (al dan niet op korte of lange termijn). Voorzieningen voor schulden die zeker of waarschijnlijk zijn? Volgens de NGB worden voorzieningen aangelegd voor toekomstige kosten die op balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn maar waarvan het bedrag niet vast staat. Het uitvoeringsbesluit definieert in artikel 80 dat deze schulden zeker moeten zijn. Waarschijnlijke verplichtingen zullen dus niet als voorzieningen op de balans terechtkomen. Volgens IPSAS zal men deze verplichtingen opnemen in de orderekeningen. Zo kunnen voor grote herstellings- en onderhoudswerken geen voorzieningen worden aangelegd, terwijl men in de NGB een voorziening kon aanleggen voor toekomstige onderhoudswerken aan het patrimonium. Het BVR gaat er immers van uit dat kosten zoveel als mogelijk moeten toegerekend worden aan het boekjaar waarin ze werkelijk worden gemaakt. Schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie Het onderscheid tussen schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie is onbestaande in de NGB. 5.5 Voornaamste verschillen met NPB Voorzieningen voor schulden die zeker of waarschijnlijk zijn? Volgens de NPB worden voorzieningen aangelegd voor toekomstige kosten die op balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn maar waarvan het bedrag niet vaststaat. Het uitvoeringsbesluit definieert in artikel 80 dat deze schulden zeker moeten zijn. Waarschijnlijke verplichtingen zullen dus niet als voorzieningen op de balans terechtkomen. Volgens IPSAS zal men deze verplichtingen opnemen in de orderekeningen. Zo kunnen voor grote herstellings- en onderhoudswerken geen voorzieningen worden aangelegd, terwijl ze in de NPB zelfs als een verplichte categorie onder de voorzieningen moeten worden opgenomen. Het BVR gaat er immers van uit dat kosten zoveel als mogelijk moeten toegerekend worden aan het boekjaar waarin ze werkelijk worden gemaakt. Zijn voorzieningen schulden? Volgens de NPB worden voorzieningen niet als schulden beschouwd. Zij worden als een aparte subrubriek opgenomen en niet als onderdeel van schulden op lange of op korte termijn. Conform artikel 75 van het BVR maken de voorzieningen deel uit van de schulden (al dan niet op korte of lange termijn) Schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie Het onderscheid tussen schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie is onbestaande in de NPB. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 34

35 5.6 Voornaamste verschillen met NOB Voorzieningen voor schulden die zeker of waarschijnlijk zijn? Volgens de NOB worden voorzieningen aangelegd voor toekomstige kosten die op balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn maar waarvan het bedrag niet vaststaat. Het uitvoeringsbesluit definieert in artikel 80 dat deze schulden zeker moeten zijn. Waarschijnlijke verplichtingen zullen dus niet als voorzieningen op de balans terechtkomen. Volgens IPSAS zal men deze verplichtingen opnemen in de orderekeningen. Zo kunnen voor grote herstellings- en onderhoudswerken geen voorzieningen worden aangelegd, terwijl ze in de NOB zelfs als een verplichte categorie onder de voorzieningen moeten worden opgenomen. Het BVR gaat er immers van uit dat kosten zoveel als mogelijk moeten toegerekend worden aan het boekjaar waarin ze werkelijk worden gemaakt. Zijn voorzieningen schulden? Volgens de NOB worden voorzieningen niet als schulden beschouwd. Zij worden als een aparte subrubriek opgenomen en niet als onderdeel van schulden op lange of op korte termijn. Conform artikel 75 van het BVR maken de voorzieningen deel uit van de schulden (al dan niet op korte of lange termijn). Schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie Het onderscheid tussen schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie is onbestaande in de NOB. 5.7 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Leningen De financiële schulden moeten volgens de Belgische boekhoudwetgeving verplicht verder uitgesplitst worden in de categorieën kredietinstellingen en overige leningen. In het uitvoeringsbesluit gaat men niet zo ver omdat een verdere uitsplitsing weinig of geen toegevoegde informatiewaarde biedt aan de hoofdgebruikers. Bovendien komen bepaalde soorten van leningen (bv. de achtergestelde leningen) niet voor bij lokale besturen (art. 76 van het BVR). Zijn voorzieningen schulden? Volgens de Belgische boekhoudwetgeving worden voorzieningen niet als schulden beschouwd. Zij worden als een aparte subrubriek opgenomen en niet als onderdeel van schulden op lange of op korte termijn. Conform artikel 75 van het BVR maken de voorzieningen deel uit van de schulden (al dan niet op korte of lange termijn) Voorzieningen voor schulden die zeker of waarschijnlijk zijn? Volgens de Belgische boekhoudwetging worden voorzieningen aangelegd voor toekomstige kosten die op balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn maar waarvan het bedrag niet vaststaat. Het uitvoeringsbesluit definieert in artikel 80 dat deze schulden zeker moeten zijn. Waarschijnlijke verplichtingen zullen dus niet als voorzieningen op de balans terechtkomen. Volgens IPSAS zal men deze verplichtingen opnemen in de orderekeningen. Zo kunnen voor grote herstellings- en onderhoudswerken geen voorzieningen worden aangelegd, terwijl ze in de Belgische boekhoudwetging zelfs als een verplichte categorie onder de voorzieningen moeten worden opgenomen. Het BVR gaat er immers van uit dat kosten zoveel als mogelijk moeten worden toegerekend aan het boekjaar waarin ze werkelijk worden gemaakt. Uitgestelde belastingen op voorzieningen Het BVR heeft de categorie belastingen niet opgenomen omdat zowel de lokale besturen als de AGB s en APB s die een boekhouding moeten voeren en een jaarrekening moeten opstellen in overeenstemming met dit besluit, niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelastingen. De andere AGB s en APB s worden op grond van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen als onderneming beschouwd en vallen onder de bepalingen van het wetboek van de vennootschappen en zullen wel moeten rekening houden met uitgestelde belastingen bij het aanleggen van voorzieningen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 35

36 Schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie Het onderscheid tussen schulden uit ruiltransactie en niet-ruiltransactie is onbestaande in de boekhoudwetgeving. 5.8 Samenvatting Schulden op lange termijn Waardering Overboeken naar korte termijn Terugneming van voorziening Tegen nominale waarde Aanschaffingswaarden Schatting deskundig ambtenaar of expert (Voorzieningen) De schulden of gedeelte van de schulden met een looptijd van meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen. Wanneer op het einde van het financiële boekjaar de voorzieningen die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd te hoog zijn gebleken. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 36

37 6 Immateriële vaste activa 6.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II. D. Immateriële vaste activa 21 Immateriële vaste activa 210 Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten 212 Goodwill 213 Vooruitbetalingen 214 Plannen en studies De rekeningen moeten hiertoe als volgt opgesplitst worden: Aanschaffingswaarde Geboekte afschrijvingen Geboekte waardeverminderingen 6.2 Begrippen Algemeen Immateriële vaste activa zijn middelen van onlichamelijke aard, die voor de activiteiten van het bestuur worden gebruikt en al dan niet aan waardeschommelingen actief zijn. Belangrijk is het gebruiks -aspect gedurende meerdere boekhoudperiodes. De kosten mogen dus niet ten laste genomen worden van het jaar waarin ze toevallig ontstaan. Onder de immateriële vaste activa worden de volgende bedragen opgenomen (art.74 van het BVR): 1 de kosten van onderzoek en ontwikkeling; 2 de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en andere soortgelijke rechten; 3 de goodwill; 4 de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa; 5 de plannen en studies ter voorbereiding van nieuwe projecten, die geen deel uitmaken van een materieel vast activum Balansrubrieken Kosten voor onderzoek en ontwikkeling (Subrubriek 210) De kosten van onderzoek en ontwikkeling bevatten de kosten van onderzoek, vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en knowhow, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de besturen (art. 74 van het BVR) Concessies, octrooien, licenties, merken en soortgelijke rechten ( Subrubriek 211) Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere soortgelijke rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan een bestuur eigenaar is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van een bestuur om van derden knowhow te verkrijgen, wanneer die rechten door het bestuur ten bezwarende titel werden verworven. Vermits deze rechten meerdere jaren zullen worden gebruikt, worden ze geactiveerd (art. 74 van het BVR). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 37

38 Goodwill (Subrubriek 212) Onder goodwill moet de prijs worden verstaan, betaald voor de verwerving van een andere entiteit of een onderdeel hiervan, voor zover die hoger is dan de nettowaarde van de actiefbestanddelen minus de schulden van de verworven entiteit of onderdeel van entiteit. Goodwill is dus het surplus dat wordt betaald voor de overname van een entiteit of van een onderdeel ervan (art. 74 van het BVR). Opmerking: Nooit eigen goodwill op de balans brengen Vooruitbetalingen (Subrubriek 213) Onder de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa worden de voorschotten, betaald met het oog op de verwerving van immateriële vaste activa, opgenomen (art. 74 van het BVR). Deze vooruitbetalingen ontstaan dus wanneer een bestuur zich contractueel verbonden heeft om immateriële vaste activa aan te schaffen en als waarborg van de uitvoering van het contract bepaalde bedragen vooruit moet betalen. Produceert of verwezenlijkt het bestuur zelf de immateriële vaste activa (bv. vervaardiging door eigen personeel), dan kunnen onder de vooruitbetalingen de reeds gemaakte kosten voorkomen zolang het immaterieel vast actief nog niet gebruikt kan worden. Deze subriek mag enkel gebruikt worden als men met de afschrijvingen op de immateriële vaste activa waarvoor de vooruitbetaling is gebeurd of waarvoor reeds kosten werden gemaakt, wenst te wachten tot het gebruiksklaar is. Op het ogenblik dat het immaterieel vast activum gebruiksklaar is en dus in gebruik zal worden genomen, wordt het bedrag van de vooruitbetaling overgeboekt naar de eigenlijke rekening van het betreffende immaterieel vast activum (subrubrieken 210, 211 of 214) en pas dan mag men beginnen met het af te schrijven. Als men echter van mening is dat het verouderingsproces (en dus ook de afschrijvingen) reeds begint te lopen vanaf het ondertekenen van de aankoopakte of vanaf het ogenblik dat de kosten worden gemaakt, dan moeten het voorschot of de reeds gemaakt kosten rechtstreeks geboekt worden op de rekening van het desbetreffende immaterieel vast actief (rekening , of ) en dus niet op de subrubriek 213 Vooruitbetalingen op immateriële VA ) Plannen en studies (Subrubriek 214) Het betreft in dit geval plannen en studies gedaan ten gerieve van een globaal project. Voorbeelden hiervan zijn kosten gemaakt in het kader van de bijzondere plannen van aanleg, de ruimtelijke uitvoeringsplannen, de ontwerpen van een masterplan, enzovoort. In deze gevallen is het niet mogelijk de kosten van de plannen en studies te activeren via een rekening van het materieel vast actief en zal men de totaliteit van de kosten van deze plannen en studies activeren via de rekening van de immateriële vaste activa, subrubriek 214. Voorbeelden: bodemerosiebestrijdingsplan; BPA s; circulatieplan; softwarelicenties; urbanisatieplan; RUP s; masterplan; verkavelingsplannen Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de immateriële vaste activa werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 38

39 Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Plannen van aanleg, urbanisatieplannen en andere studies 210 Kosten van onderzoek en ontwikkeling 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten 213 Vooruitbetalingen 214 Plannen en studies Opgegeven plannen en studies 210 Kosten van onderzoek en ontwikkeling 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten 213 Vooruitbetalingen 214 Plannen en studies In de NGB wordt software, in de mate dat de prijs ervan kan worden onderscheiden van de prijs van de hardware, gecatalogeerd onder de aard 141. Dit correspondeert in de BBC met MAR-code 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 210 Plannen en studies 210 Kosten van onderzoek en ontwikkeling 214 Plannen en studies 211 Concessies, octrooien, licenties, software, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten 212 Vooruitbetalingen in verband met immateriële vaste activa 213 Vooruitbetalingen OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 210 Plannen en studies 210 Kosten van onderzoek en ontwikkeling 214 Plannen en studies 211 Concessies, octrooien, licenties, software, knowhow, merken en andere gelijkaardige rechten 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten 212 Goodwill 212 Goodwill 213 Vooruitbetalingen 213 Vooruitbetalingen 6.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Elk vermogensbestanddeel wordt afzonderlijk gewaardeerd. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 39

40 Elk actiefbestanddeel wordt gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen. (art. 148 van het BVR) Onder aanschaffingswaarde wordt een van de volgende waarden verstaan (art. 149 van het BVR): de aanschaffingsprijs; de ruilwaarde; de vervaardigingsprijs; de schenkingswaarde; de inbrengwaarde Aanschaffingsprijs (art. 150 van het BVR) De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet-terugvorderbare belastingen, vervoerkosten en studiekosten 1. Voor de actiefbestanddelen die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente, is de aanschaffingsprijs het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald, en met de kosten. Er wordt een voorziening gevormd ten bedrage van dit kapitaal. Die voorziening wordt jaarlijks aangepast Ruilwaarde (art. 151 van het BVR) De aanschaffingswaarde van een door ruil verkregen actiefbestanddeel is de marktwaarde van de in ruil daarvoor overgedragen actiefbestanddelen. Als die waarde moeilijk vastgesteld kan worden, is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het door ruil verkregen actiefbestanddeel. Die waarden worden geschat op de datum van de ruil Vervaardigingsprijs (art. 152 van het BVR) De vervaardigingsprijs omvat, naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden, als die kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. De productiekosten die niet rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden, maken geen deel uit van de vervaardigingsprijs Schenkingswaarde (art. 153 van het BVR) De schenkingswaarde is de marktwaarde van de goederen die aan het bestuur geschonken worden of die in nalatenschap toegewezen worden, op het moment van de schenking of op de datum van het openvallen van de nalatenschap, alsook de daarmee samenhangende belastingen en kosten. Het eerste lid is ook van toepassing op goederen die het bestuur verkrijgt door verjaring Inbrengwaarde (art van het BVR) De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng. In geval van bestemming voor of inbreng in een entiteit die geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, moet onder de inbrengwaarde de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming worden verstaan. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de goederen in kwestie op de markt zou moeten worden betaald. De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde. Ze worden volledig ten laste gebracht van de staat van opbrengsten en kosten van het financiële boekjaar in de loop waarvan de inbreng heeft plaatsgevonden. Bij de inbreng van een entiteit of een algemeenheid van goederen worden de ingebrachte activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van het bestuur tegen de waarde waarvoor ze op het tijdstip van de inbreng in de boekhouding van de inbrengende entiteit waren opgenomen. 1 Kosten van onderzoek en ontwikkeling gemaakt ten behoeve van een specifiek actief maken deel uit van de aanschaffingswaarde van dat actief en worden bijgevolg opgenomen op de rekeningen van de desbetreffende materiële activa. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 40

41 In de aanschaffingswaarde van materiële en immateriële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor de financiering ervan, worden opgenomen als die rente betrekking heeft op de periode die het gebruik van deze vaste activa voorafgaat (art. 154 van het BVR). De opname van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van materiële of immateriële vaste activa wordt bij de waarderingsregels in de toelichting bij de jaarrekening vermeld. Opmerking: Grote voorzichtigheid is geboden bij het activeren van de eigen kosten voor onderzoek en ontwikkeling: wat is de toekomstige rendementswaarde? Waardecorrecties Jaarlijkse afschrijvingen Op de immateriële vaste activa is het kostprijsmodel van toepassing. Dit model komt erop neer dat eenmaal geactiveerd, de boekwaarde van de immateriële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, vanaf hun ingebruikname, lineair wordt afgeschreven (er wordt van een gelijkmatige veroudering uitgegaan) conform de door het bestuur vastgelegde regels (veelal lineair over 5 jaar). Het af te schrijven bedrag van een actief wordt per financieel boekjaar bepaald (en kan dus per financieel boekjaar verschillen van elkaar) door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde, te delen door de resterende gebruiksduur uitgedrukt in jaren. Jaarlijk bedrag afschrijving boekhoudkundige waarde restwaarde resterende gebruiksduur Hiertoe moeten besturen jaarlijks ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar de restwaarde en de gebruiksduur van het immaterieel vaste activa herzien om zodoende het afschrijvingsbedrag te bepalen. Reeds geboekte afschrijvingen mogen niet worden terugnomen en er mag niet worden overgegaan tot het boeken van aanvullende afschrijvingen. De afschrijvingen zijn specifiek voor de immateriële vaste activa waarop ze betrekking hebben, maar voor immateriële vaste activa met volkomen identieke juridische kenmerken mogen globale afschrijvingen geboekt worden. Het uitvoeringsbesluit voorziet geen minimum afschrijvingsperiodes. Het voorziet enkel dat indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling over meer dan 5 jaar worden gespreid, dit moet worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening Afschrijvingen op vooruitbetalingen (subriek 213) Er worden geen afschrijvingen geboekt op de subriek 213 Vooruitbetalingen op immateriële vaste activa Waardeverminderingen Op immateriële vaste activa (zowel met beperkte als onbeperkte levensduur) moeten wel waardeverminderingen worden geboekt om bij het afsluiten van het financieel boekjaar rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. De waardeverminderingen worden stelselmatig gevormd overeenkomstig de door het bestuur vastgelegde waarderingsregels en mogen niet afhangen van het overschot of het tekort van het financiële boekjaar. Deze waardeverminderingen mogen ook niet worden gehandhaafd wanneer hierdoor op het einde van het financiële boekjaar de boekhoudkundige waarde van het immateriële vaste activa lager is dan de gebruikswaarde ervan en zullen dus gecorrigeerd moeten worden door middel van terugneming van waardeverminderingen (art. 171 van het BVR). Net zoals afschrijvingen zijn waardeverminderingen specifiek voor de immateriële vaste activa waarop ze betrekking hebben en mogen voor immateriële vaste activa met volkomen identieke juridische kenmerken globale waardeverminderingen worden geboekt (art. 173 van het BVR). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 41

42 Waardeverminderingen op Vooruitbetalingen (subriek 213) en Plannen en studies (subrubriek 214) Er worden geen waardeverminderingen geboekt op de subrieken 213 Vooruitbetalingen en 214 Plannen en studies Herwaarderingen Immateriële vaste activa zijn niet onderhevig aan herwaarderingen. 6.4 Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingstermijn In de NGB is de afschrijvingstermijn wettelijk vastgelegd op 5 jaar (voor aard 141) en 1 jaar (voor aard 142). Het uitvoeringsbesluit legt echter geen wettelijke afschrijvingsperiodes op. Het uitvoeringsbesluit bepaalt enkel dat indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling over meer dan 5 jaar worden gespreid, dit moet worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening. Software Software werd in het NGB gecatalogeerd onder aard 141 Plannen van aanleg, urbanisatieplannen en andere studies, in de mate dat de prijs van de software kan onderscheiden worden van de prijs van de hardware. Het uitvoeringsbesluit voorziet hiervoor de rubriek 211 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten. Waardeverminderingen Binnen de NGB wordt er niet overgegaan tot waardevermindering in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding (beperkte of onbeperkte levensduur). 6.5 Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingstermijn In de NPB is de afschrijvingstermijn wettelijk vastgelegd op 3 jaar voor de immateriële vaste activa (afwijkingen van deze gebruiksduur omwille van economische realiteit was wel mogelijk mits motivering in de toelichting van de jaarrekening). Het uitvoeringsbesluit legt echter geen wettelijk afschrijvingsperiodes op. Het uitvoeringsbesluit bepaalt enkel dat indien de kosten van onderzoek en ontwikkeling over meer dan 5 jaar worden gespreid, dit moet worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening. Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de gebruikswaarde voor de provincie diende men in de NPB over te gaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Binnen het uitvoeringsbesluit moeten besturen jaarlijks ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar de restwaarde en de gebruiksduur van de immateriële vaste activa herzien om zodoende het afschrijvingsbedrag te bepalen maar mag dit niet leiden tot terugneming van reeds geboekte afschrijvingen en er mag niet worden overgegaan tot het boeken van aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Waardeverminderingen op activa met een beperkte gebruiksduur Het uitvoeringsbesluit stelt dat waardeverminderingen correcties zijn op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte als voor activa met een onbeperkte levensduur Dit is in afwijking met de NPB waar waardeverminderingen alleen mogelijk zijn voor activa met een onbeperkte gebruiksduur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 42

43 6.6 Voornaamste verschillen met NOB Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de gebruikswaarde voor het OCMW diende men in de NOB over te gaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Binnen het uitvoeringsbesluit moeten besturen jaarlijks ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar de restwaarde en de gebruiksduur van de immateriële vaste activa herzien om zodoende het afschrijvingsbedrag te bepalen maar mag dit niet leiden tot terugneming van reeds geboekte afschrijvingen en er mag niet worden overgegaan tot het boeken van aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Waardeverminderingen op activa met een beperkte gebruiksduur Het uitvoeringsbesluit stelt dat waardeverminderingen correcties zijn op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte als voor activa met een onbeperkte levensduur. Dit is in afwijking met de NOB waar waardeverminderingen alleen mogelijk zijn voor activa met een onbeperkte gebruiksduur. 6.7 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Plannen en studies (Subrubriek 214) In vergelijking met de Belgische boekhoudwetgeving bevat deze rubriek ook de plannen en studies ter voorbereiding van nieuwe projecten die geen element zijn van de materiële vaste activa, zoals de bijzondere plannen van aanleg en de ruimtelijke investeringsplannen. Afschrijvingen: Jaarlijks afschrijvingsbedrag Daar waar het uitvoeringsbesluit bepaalt dat het af te schrijven bedrag van het immaterieel vast actief per financieel boekjaar bepaald wordt door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur (uitgedrukt in jaren), zal de Belgische boekhoudwetgeving het af te schrijven bedrag bepalen door het verschil te nemen tussen de aanschaffingswaarde en de restwaarde en eveneens te delen door de resterende gebruiksduur (uitgedrukt in jaren). Formule IPSAS: Jaarlijks afschrijvingsbedrag boekhoudkundige waarde restwaarde resterende gebruiksduur Formule Belgische boekhoudwetgeving: aanschaffingswaarde restwaarde Jaarlijks afschrijvingsbedrag gebruiksduur Afschrijvingen: Jaarlijkse herziening van de restwaarde en de gebruiksduur Conform het uitvoeringsbesluit wordt het afschrijvingsbedrag elk jaar opnieuw bepaald (door de herziening van de boekhoudkundige waarde, de restwaarde en de resterende gebruiksduur). Dit kan tot gevolg hebben dat, naar de toekomst toe, het jaarlijks afschrijvingsbedrag wijzigt. Het mag evenwel, in tegenstelling tot de Belgische boekhoudwetgeving, geen aanleiding geven tot terugname van afschrijvingen of tot aanvullende afschrijvingen. Waardeverminderingen op activa met een beperkte gebruiksduur Het uitvoeringsbesluit stelt dat waardeverminderingen correcties zijn op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte als voor activa met een onbeperkte levensduur Dit is in afwijking van de Belgische boekhoudwetgeving waar waardeverminderingen alleen mogelijk zijn voor activa met een onbeperkte gebruiksduur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 43

44 6.8 Samenvatting Immateriële vaste activa Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Terugneming van de waardevermindering Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Lijfrente Afschrijvingsbedrag wordt jaarlijks bepaald. Indien afschrijving over meer dan 5 jaar verantwoorden in de toelichting bij de jaarrekening. In geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur (beperkte en onbeperkte gebruiksduur). Wanneer op het einde van het financiële boekjaar de boekhoudkundige waarde van het immateriële vaste activa lager is dan de gebruikswaarde. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 44

45 7 Materiële vaste activa Algemeen Vooraleer de materiële vaste activa meer gedetailleerd te behandelen, worden in dit hoofdstuk de algemene principes toegelicht. In de daaropvolgende hoofdstukken komen de verschillende rubrieken van de materiële vaste activa aan bod, dit volgens de MAR-rubrieken in BBC. 7.1 Begrippen Materiële vaste activa zijn activa die binnen een bestuur fysiek aanwezig zijn en die blijvend verworven zijn. De materiële vaste activa worden m.a.w. voor meer dan één boekjaar gebruikt. De materiële vaste activa omvatten volgende categorieën: 1 de gemeenschapsgoederen; 2 de bedrijfsmatige materiële vaste activa; 3 de overige materiële vaste activa. De gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige materiële vaste activa zijn activa die aangewend worden om een maatschappelijke dienstverlening te vervullen. (art. 63 van het BVR) Gemeenschapsgoederen zijn materiële vaste activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening minder ontvangsten genereert dan de uitgaven die nodig zijn om deze activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren. (art. 64 van het BVR) De gemeenschapsgoederen bestaan uit: 1 de terreinen en de gebouwen; 2 de wegen en de overige infrastructuur; 3 de installaties, de machines en de uitrusting; 4 het meubilair, de kantooruitrusting en het rollend materieel; 5 de leasing en soortgelijke rechten; 6 het erfgoed. (art. 65 van het BVR) De bedrijfsmatige materiële vaste activa zijn materiële vaste activa waarbij de vervulling van de maatschappelijke dienstverlening voldoende ontvangsten genereert om de uitgaven te compenseren die nodig zijn om die activa te verkrijgen en om die dienstverlening te realiseren. (art. 66 van het BVR) De bedrijfsmatige materiële vaste activa bestaan uit: 1 de terreinen en de gebouwen; 2 de installaties, de machines en de uitrusting; 3 het meubilair, de kantooruitrusting en het rollend materieel; 4 de leasing en soortgelijke rechten. (art.67 van het BVR) De overige materiële vaste activa zijn materiële vaste activa die worden aangewend om huuropbrengsten, een waardestijging of beide te realiseren en die niet aangewend worden om een maatschappelijke dienstverlening te vervullen. De overige materiële vaste activa bestaan uit: 1 de terreinen en de gebouwen; 2 de roerende goederen. Onder de overige materiële vaste activa worden onder meer de volgende bedragen opgenomen: 1 de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële vaste activa behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve; 2 de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa; Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 45

46 3 de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve als de vorderingen die voortvloeien uit deze contracten, geboekt worden onder de vorderingen van de vlottende of de vaste activa. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd om onmiddellijk doorverkocht te worden, worden hier niet opgenomen, maar worden afzonderlijk onder de voorraden vermeld. (Art. 68 van het BVR) De toewijzing van de materiële vaste activa aan een van deze categorieën gebeurt op basis van twee criteria: het al dan niet aanwenden van de activa voor het realiseren van de maatschappelijke dienstverlening; de kas-generende mogelijkheden van de activa. Onderstaand schema brengt de bepaling van de categorie waartoe een materieel vast actief behoort in kaart: Vraag 1: Wordt het materieel vast actief gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening van het bestuur? Ja Nee Vraag 2: Heeft het bestuur een monopoliepositie voor de maatschappelijke dienstverlening Overig materieel vast actief Nee Ja Vraag 3: Wordt voor de dienstverlening een marktconforme prijs aangerekend? Ja Nee Bedrijfsmatig materieel Vast actief Gemeenschapsgoed Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 46

47 7.2 Waarderingsregels BBC Na erkenning van het bestanddeel als materieel vast actief, geldt als waarderingsregel ofwel het kostprijsmodel, ofwel het herwaarderingsmodel: Volgens het kostprijsmodel wordt een vast actief geboekt tegen zijn kostprijs, verminderd met eventuele geboekte afschrijvingen en eventuele geboekte waardeverminderingen. Volgens het herwaarderingsmodel wordt een vast actief waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde. Onderstaande tabel geeft een schematisch overzicht voor de drie categorieën van vaste activa: Gebruiksduur Afschrijvingen Waardeverminderingen Herwaarderingen Kostprijsmodel Gemeenschapsgoederen Bedrijfsmatige materiële vaste activa Beperkt JA JA NEE Onbeperkt NEE JA NEE Beperkt JA JA NEE Onbeperkt NEE JA NEE Herwaarderingsmodel Overige materiële vaste activa Beperkt JA JA JA Onbeperkt NEE JA JA Aanschaffingswaarde Elk vermogensbestanddeel wordt afzonderlijk gewaardeerd. (art. 142 van het BVR) Elk actiefbestanddeel wordt gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen. (art. 148 van het BVR) Onder aanschaffingswaarde wordt een van de volgende waarden verstaan: de aanschaffingsprijs; de ruilwaarde; de vervaardigingsprijs; de schenkingswaarde; de inbrengwaarde. (art. 149 van het BVR) Aanschaffingsprijs (art. 150 van het BVR) De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet-terugvorderbare belastingen, vervoerkosten en studiekosten 2. Voor de actiefbestanddelen die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente, is de aanschaffingsprijs het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald, en met de kosten. Er wordt een voorziening gevormd ten bedrage van dit kapitaal. Die voorziening wordt jaarlijks aangepast. 2 Enkel de studiekosten die element zijn van een bestanddeel van de materiële vaste activa, zoals de plannen van een gebouw door de architect, zijn een onderdeel van de aanschaffingsprijs. Andere studiekosten, zoals de opmaak van een bijzonder plan van aanleg, worden onder de immateriële vaste activa opgenomen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 47

48 Ruilwaarde (art. 151 van het BVR) De aanschaffingswaarde van een door ruil verkregen actiefbestanddeel is de marktwaarde van de in ruil daarvoor overgedragen actiefbestanddelen. Als die waarde moeilijk vastgesteld kan worden, is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het door ruil verkregen actiefbestanddeel. Die waarden worden geschat op de datum van de ruil Vervaardigingsprijs (art. 152 van het BVR) De vervaardigingsprijs omvat, naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden, als die kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. De productiekosten die niet rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden, maken geen deel uit van de vervaardigingsprijs Schenkingswaarde (art. 153 van het BVR) De schenkingswaarde is de marktwaarde van de goederen die aan het bestuur geschonken worden of die in nalatenschap toegewezen worden, op het moment van de schenking of op de datum van het openvallen van de nalatenschap, alsook de daarmee samenhangende belastingen en kosten. Het eerste lid is ook van toepassing op goederen die het bestuur verkrijgt door verjaring Inbrengwaarde (art van het BVR) De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng. In geval van bestemming voor of inbreng in een entiteit die geen eigen rechtspersoonlijkheid heeft, moet onder de inbrengwaarde de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming worden verstaan. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de goederen in kwestie op de markt zou moeten worden betaald. De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde. Ze worden volledig ten laste gebracht van de staat van opbrengsten en kosten van het financiële boekjaar in de loop waarvan de inbreng heeft plaatsgevonden. Bij de inbreng van een entiteit of een algemeenheid van goederen worden de ingebrachte activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van het bestuur tegen de waarde waarvoor ze op het tijdstip van de inbreng in de boekhouding van de inbrengende entiteit waren opgenomen. In de aanschaffingswaarde van materiële en immateriële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor de financiering ervan, worden opgenomen als die rente betrekking heeft op de periode die het gebruik van deze vaste activa voorafgaat. De opname van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van materiële of immateriële vaste activa wordt bij de waarderingsregels in de toelichting bij de jaarrekening vermeld (art. 154 van het BVR). Uitzonderingen en bijzondere bepalingen: Principe van de ijzeren voorraad In afwijking van het algemene principe dat elk vermogensbestanddeel afzonderlijk wordt gewaardeerd, mogen het meubilair, de kantooruitrusting, het klein materieel, alsook de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag als de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderd zijn in een financieel boekjaar. In dat geval wordt de prijs voor de hernieuwing van de bestanddelen opgenomen onder de operationele kosten (art. 155 van het BVR). Waardering aan 1 euro In bepaalde gevallen wordt een goed behorende tot het erfgoed pro memorie opgenomen in de balans. Dit is het geval wanneer een activum dat behoort tot het erfgoed, verkregen werd door schenking of als de aanschaffingswaarde ervan niet bepaald kan worden. In deze gevallen bedraagt de aanschaffingswaarde 1 euro (art. 165 van het BVR). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 48

49 Erfgoederen zullen in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of ook weinig dienstpotentieel inhouden. Conform de waarderingsregels van de materiële vaste activa, hebben deze goederen dus geen gebruikswaarde. Niettemin moet het bestuur aanzienlijke inspanningen leveren om deze goederen in stand te houden. Het bestuur treedt hier dus op als beheerder van deze goederen voor de toekomstige generaties. Dit laat het bestuur toe om consistent een beleid te voeren inzake de rapportering van transacties in erfgoederen op een wijze dat het de gerapporteerde financiële performantie niet verdraait. Relevante informatie over deze erfgoederen kan via de toelichting worden verschaft Waardecorrecties Jaarlijkse afschrijvingen Zowel onder het kostprijsmodel als onder het herwaarderingsmodel worden de activa met een beperkte levensduur afgeschreven. Afschrijvingen zijn de bedragen die ten laste genomen zijn van de staat van opbrengsten en kosten, met betrekking tot de materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, om het bedrag van de eventueel geherwaardeerde aanschaffingskosten van die vaste activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, of om die kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop ze worden aangegaan (art. 169 van het BVR). Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige vaste activa: Op de materiële vaste activa die behoren tot de gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige vaste activa is het kostprijsmodel van toepassing. Dit komt erop neer dat eenmaal geactiveerd, de boekwaarde van deze materiële vaste activa (met uitzondering voor de vooruitbetalingen en de activa in aanbouw) waarvan de gebruiksduur beperkt is, vanaf hun ingebruikname, lineair wordt afgeschreven conform de door het bestuur vastgelegde regels (duur). Het af te schrijven bedrag van een actief wordt per financieel boekjaar bepaald door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Bedrag afschrijving boekhoudkundige waarde restwaarde resterende gebruiksduur Overige materiële vaste activa: Ook de overige materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur moeten lineair worden afgeschreven conform de door het bestuur vastgelegde regels (duur). Het af te schrijven bedrag wordt in dit geval bepaald door het verschil tussen de geherwaardeerde waarde en de restwaarde, te delen door de resterende gebruiksduur uitgedrukt in jaren. Bedrag afschrijving geherwaardeerde waarde restwaarde resterende gebruiksduur De restwaarde en de gebruiksduur van een actief moeten ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar worden herzien. Dit betekent dat het afschrijvingsbedrag kan verschillen per financieel boekjaar. Het is niet toegestaan om afschrijvingen die al geboekt werden terug te nemen. Ook het boeken van bijkomende afschrijvingen is niet toegestaan (art. 170 van het BVR). De gecumuleerde afschrijvingen worden afgetrokken van de rubrieken van het actief waarop ze betrekking hebben (art. 172 van het BVR). De afschrijvingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen gehanteerd worden (art. 173 van het BVR). De afschrijvingen worden stelselmatig gevormd volgens de door het bestuur vastgelegde waarderingsregels. Ze mogen niet afhangen van het overschot of het tekort van het financiële boekjaar (art. 174 van het BVR). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 49

50 Waardeverminderingen Zowel onder het kostprijsmodel als onder het herwaarderingsmodel worden de activa met een beperkte of onbeperkte levensduur mogelijks onderworpen aan het boeken van waardeverminderingen. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij de afsluiting van het financiële boekjaar (art. 171 van het BVR). Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige vaste activa: Voor wat betreft de gemeenschapsgoederen moeten deze waardeverminderingen worden geboekt als hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde. Indien deze gemeenschapsgoederen behoren tot het erfgoed en hun gebruikswaarde niet kan worden bepaald (omdat ze veelal weinig economische voordelen opleveren en/of weinig dienstenpotentieel inhouden), dan wordt de gebruikswaarde bepaald op 1 euro. Door deze pro memorie opname op de balans (aangevuld met relevante informatie in de toelichting) komen, de vaak aanzienlijk inspanningen die besturen leveren om deze goederen in stand te houden, en waarvoor besturen als beheerder van de goederen voor toekomstige generaties optreedt, alsnog tot uitdrukking in de boekhouding. Op deze manier kunnen besturen ook een consistent beleid voeren inzake de rapportering van transacties in erfgoederen op een wijze dat het de gerapporteerde financiële performantie niet verdraait (art. 180 van het BVR). Voor wat betreft de bedrijfsmatige vaste activa moeten de waardeverminderingen worden geboekt als hun boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde 3. Overige materiële vaste activa: Op de overige materiële vaste activa met beperkte of onbeperkte levensduur moeten waardeverminderingen worden geboekt als hun (eventueel geherwaardeerde) boekhoudkundige waarde hoger is dan de realisatiewaarde. Er zal evenwel maar sprake kunnen zijn van waardeverminderingen voor zover de verlaging van het bedrag van het overig materieel vast actief ten gevolge van een herwaardering groter is dan de eventueel eerder uitgedrukte herwaarderingsreserves. Het bestuur legt de regels inzake de waardeverminderingen op de overige materiële vaste activa vast in de waarderingsregels (art. 180 van het BVR). De gecumuleerde waardeverminderingen worden afgetrokken van de rubrieken van het actief waarop ze betrekking hebben (art. 172 van het BVR). De waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale waardeverminderingen gehanteerd worden(art. 173 van het BVR). De waardeverminderingen worden stelselmatig gevormd volgens de door het bestuur vastgelegde waarderingsregels. Ze mogen niet afhangen van het overschot of het tekort van het financiële boekjaar (art. 174 van het BVR). De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd als de boekhoudkundige waarde van het betreffende activum daardoor op het einde van het financiële boekjaar lager is dan de gebruikswaarde 4 ervan (art. 175 van het BVR) Herwaarderingen Activa die ressorteren onder het kostprijsmodel worden niet geherwaardeerd. Dit betekent dus dat de gemeenschapgoederen en de bedrijfsmatige vaste activa niet geboekt worden tegen hun geherwaardeerde waarde. 3 De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de bedrijfswaarde (= de contante waarde van de ontvangsten en uitgaven waarvan verwacht wordt dat ze voortvloeien uit een actief) en de reële waarde (= bedrag waarvoor een activum verhandeld zou kunnen worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn, en die tot een transactie bereid zijn), verminderd met de verkoopkosten. 4 De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 50

51 Voor de overige materiële vaste activa geldt het herwaarderingsmodel. Na hun opname als een actief worden de overige materiële vaste activa, waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde (art. 183 van het BVR): de reële waarde op het moment van de herwaardering eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen eventuele latere geaccumuleerde waardverminderingen geherwaardeerde waarde De geherwaardeerde waarde die voor de overige materiële vaste activa in aanmerking wordt genomen, wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast. De herwaardering wordt voldoende regelmatig uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de boekhoudkundige waarde niet beduidend verschilt van de reële waarde op de balansdatum. De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale herwaarderingen geboekt worden. Wel geldt als regel dat de volledige categorie van activa waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd wordt. Als de geherwaardeerde waarde groter blijkt dan de boekwaarde, wordt het verschil rechtstreeks geboekt op het nettoactief, tenzij het een verbetering betreft van vroeger in de staat van opbrengsten en kosten geboekte waardeverminderingen, en wordt het verschil daar behouden zolang de goederen waarop de herwaardering betrekking heeft, niet werden gerealiseerd. De herwaarderingen worden bij latere waardeverminderingen afgeboekt ten bedrage van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde. Als de geherwaardeerde waarde kleiner blijkt dan de boekwaarde, wordt het verschil in de staat van opbrengsten en kosten ten laste gelegd, tenzij er vroeger al herwaarderingsmeerwaarden werden geboekt op het nettoactief, die dan eerst zullen worden tegengeboekt. Als de herwaardering betrekking heeft op overige materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven om zo de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de activa in kwestie Terugneming van waardeverminderingen De terugneming van de waardeverminderingen die werden geboekt op materiële en immateriële vaste activa worden opgenomen als andere operationele opbrengsten. (art. 91 van het BVR) Meer- of minderwaarden Meerwaarden bij de realisatie van materiële of immateriële vaste activa worden opgenomen als uitzonderlijke opbrengsten, in het geval van minderwaarde als uitzonderlijke kost (art. 93, 102 van het BVR). 7.3 Voornaamste verschillen met NGB Hieronder worden de voornaamste algemene verschillen besproken. De meer specifieke verschillen komen aan bod in de hiernavolgende hoofdstukken waar de materiële activa per MAR-rubriek worden behandeld. Activa in uitvoering In de NGB worden de vaste activa in uitvoering geboekt op speciaal daarvoor bestemde algemene rekeningen (24011, 24021, en 24041). Pas als de werkzaamheden zijn afgerond, worden deze overgeboekt naar hun definitieve aard. In de BBC worden de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen niet als een aparte categorie opgenomen, maar wel rechtstreeks geboekt onder hun definitieve aard. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 51

52 Afschrijvingstermijnen In de NGB worden de activa afgeschreven volgens wettelijk vastgelegde afschrijvingstermijnen 5. In de BBC geldt de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige of geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Dit betekent dat het afschrijvingsbedrag kan verschillen per financieel boekjaar. Waardeverminderingen In de NGB worden geen waardeverminderingen geboekt, terwijl in de BBC geldt dat op de gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige vaste activa (zowel met beperkte als onbeperkte levensduur) eventueel waardeverminderingen moeten worden geboekt om bij het afsluiten van het financieel boekjaar rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. 7.4 Voornaamste verschillen met NPB Hieronder worden de voornaamste algemene verschillen besproken. De meer specifieke verschillen komen aan bod in de hiernavolgende hoofdstukken waar de materiële activa per MAR-rubriek worden behandeld. Oprichtingskosten In de NPB vormen de oprichtingskosten aan afzonderlijke balansrubriek. In de BBC bestaat de balansrubriek oprichtingskosten niet. Oprichtingskosten worden onmiddellijk in resultaat opgenomen en dus niet tot uitdrukking gebracht op de balans. Dit omwille van het principe dat kosten zoveel als mogelijk moeten worden toegewezen aan het financiële boekjaar waarin ze veroorzaakt worden. Activa in aanbouw In de NPB vormen de materiële vaste activa in aanbouw en de vooruitbetalingen een afzonderlijke categorie (MARcode 27). In de BBC worden de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen niet als een aparte categorie opgenomen, maar wel rechtstreeks geboekt onder hun definitieve aard. Afschrijvingstermijnen In de NPB werden afschrijvingstermijnen vooropgesteld voor de verschillende activa 6. De provincies mogen afwijken van deze afschrijvingstermijnen omwille van de economische realiteit, mits motivering in de toelichting. In de BBC geldt de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige of geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Dit betekent dat het afschrijvingsbedrag kan verschillen per financieel boekjaar. Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de gebruikswaarde voor de provincie voorzag de NPB om over te gaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Binnen het uitvoeringsbesluit moeten besturen jaarlijks ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar de restwaarde en de gebruiksduur van de immateriële vaste activa herzien om zodoende het afschrijvingsbedrag te bepalen maar mag dit niet leiden tot terugneming van reeds geboekte afschrijvingen en er mag niet worden overgegaan tot het boeken van aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Waardeverminderingen In de NPB kan slechts worden overgaan tot het boeken van waardeverminderingen voor materiële vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur. 5 K.B. van 24 mei Ministerieel besluit van 15 februari Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 52

53 In de BBC geldt dat op de gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige vaste activa (zowel met beperkte als onbeperkte levensduur) eventueel waardeverminderingen moeten worden geboekt om bij het afsluiten van het financieel boekjaar rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. 7.5 Voornaamste verschillen met NOB Hieronder worden de voornaamste algemene verschillen besproken. De meer specifieke verschillen volgens de aard van de activa komen aan bod in de hiernavolgende hoofdstukken waar de materiële activa per MAR-rubriek worden behandeld. Minimumbedrag voor activering Binnen de NOB worden voorwaarden ingesteld voor de activering van de activa. Zo mogen materiële vaste activa slechts als zodanig worden opgenomen indien de levensduur meer dan één jaar bedraagt, er een investeringsbudget voor bestaat of indien ze het voorwerp van een schenking uitmaken. Bovendien wordt er ook nog een grensbedrag van euro ingesteld 7. Bedragen lager dan euro komen niet in aanmerking voor boeking op het actief en behoren tot de werkingskosten van het boekjaar. In de BBC wordt geen grensbedrag ingesteld voor de activering van activa. Oprichtingskosten In de NOB vormen de oprichtingskosten aan afzonderlijke balansrubriek. In de BBC bestaat de balansrubriek oprichtingskosten niet. De oprichtingskosten worden onmiddellijk in resultaat opgenomen en dus niet tot uitdrukking gebracht op de balans. Dit omwille van het principe dat kosten zoveel als mogelijk moeten worden toegewezen aan het financiële boekjaar waarin ze veroorzaakt worden. Activa in aanbouw / vooruitbetalingen In de NOB vormen de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen een afzonderlijke categorie (MAR-code 27). In de BBC worden de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen niet als een aparte categorie opgenomen, maar wel rechtstreeks geboekt onder hun definitieve aard. Afschrijvingstermijnen In de NOB werden de te hanteren afschrijvingstermijnen wettelijk vastgelegd 8. De OCMW s mogen afwijken van deze afschrijvingstermijnen wanneer het getrouw beeld dit vereist, maar de wettelijk vastgelegde afschrijvingstermijnen gelden daarbij als maxima. In de BBC geldt de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige of geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Dit betekent dat het afschrijvingsbedrag kan verschillen per financieel boekjaar. Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de gebruikswaarde voor het OCMW voorzag de NOB om over te gaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Binnen het uitvoeringsbesluit moeten besturen jaarlijks ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar de restwaarde en de gebruiksduur van de immateriële vaste activa herzien om zodoende het afschrijvingsbedrag te bepalen maar mag dit niet leiden tot terugneming van reeds geboekte afschrijvingen en er mag niet worden overgegaan tot het boeken van aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen. Waardeverminderingen In de NOB kan slechts worden overgaan tot het boeken van waardeverminderingen voor materiële vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur. In de BBC geldt dat op de gemeenschapsgoederen en de bedrijfsmatige vaste activa (zowel met beperkte als onbeperkte levensduur) eventueel waardeverminderingen moeten worden geboekt om bij het afsluiten van het 7 De OCMW-Raad kon in de waarderingsregels opteren voor een ander grensbedrag. 8 Besluit van de Vlaamse regering van 17 december Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 53

54 financieel boekjaar rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. 7.6 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Hieronder worden de voornaamste algemene verschillen besproken. De meer specifieke verschillen komen, indien van toepassing, aan bod in de hiernavolgende hoofdstukken waar de materiële activa per MAR-rubriek worden behandeld. Oprichtingskosten In de Belgische boekhoudwetgeving vormen de oprichtingskosten een afzonderlijke balansrubriek. In de BBC worden de oprichtingskosten onmiddellijk in resultaat opgenomen en dus niet tot uitdrukking gebracht op de balans. Dit omwille van het principe dat kosten zoveel als mogelijk moeten worden toegewezen aan het financiële boekjaar waarin ze veroorzaakt worden. Vervaardingsprijs Overhead In de BBC maken de productiekosten die niet rechtstreeks aan het individuele product of aan de productgroep toegerekend kunnen worden (=overhead), geen deel uit van de vervaardigingsprijs. In de Belgische boekhoudwetgeving staat het de vennootschappen vrij om de kosten van overhead al dan niet, of gedeeltelijk, op te nemen in de vervaardigingsprijs. Schenkingswaarde In de BBC geldt een specifieke waarderingsgrondslag voor schenkingen. In de Belgische boekhoudwetgeving is geen aparte waarderingsgrondslag voor schenkingen opgenomen. In de context van de ondernemingen komen schenkingen immers zelden voor. Activa in aanbouw / vooruitbetalingen In de BBC worden de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen niet als een aparte categorie opgenomen, maar wel rechtstreeks geboekt onder hun definitieve aard. In de Belgische boekhoudwetgeving worden de activa in aanbouw en de vooruitbetalingen wel als een aparte rubriek opgenomen. Afschrijvingen De Belgische boekhoudwetgeving hanteert volgende formule om jaarlijks afschrijvingsbedrag te bepalen: Jaarlijks bedrag afschrijving aanschaffingswaarde restwaarde resterende gebruiksduur De Belgische boekhoudwetgeving neemt de aanschaffingswaarde op in de teller. In het uitvoeringsbesluit is wordt dit echter de boekhoudkundige waarde, dit is de aanschaffingswaarde verminderd met de al geboekte afschrijvingen en waardeverminderingen en, in voorkomend geval, vermeerderd met de geboekte herwaarderingsmeerwaarden. De restwaarde en de gebruiksduur moeten ten minste aan het einde van elk jaar financieel boekjaar worden herzien. In de Belgische boekhoudwetgeving is dit niet het geval. Het afschrijvingsbedrag wordt elk jaar opnieuw bepaald door de bovengenoemde elementen. Dit kan tot gevolg hebben dat, naar de toekomst toe, het jaarlijks afschrijvingsbedrag wijzigt. Het mag evenwel, in tegenstelling met de Belgische boekhoudwetgeving, geen aanleiding geven tot terugname van afschrijvingen of tot aanvullende afschrijvingen. Waardeverminderingen Het uitvoeringsbesluit laat waardeverminderingen toe op activa met een beperkte levensuur. Volgens de Belgische boekhoudwetgeving zijn waardeverminderingen op activa met een beperkte gebruiksduur niet mogelijk. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 54

55 Herwaardering Het uitvoeringsbesluit laat geen herwaardering toe op activa waarop het kostprijsmodel van toepassing is. De Belgische boekhoudwetgeving laat deze combinatie wel toe. 7.7 Samenvatting Materieel vast activa Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Terugneming van de waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel of herwaarderingsmodel Afschrijvingsbedrag wordt jaarlijks bepaald. Enkel activa met beperkte gebruiksduur. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Opname als andere operationele opbrengsten. Enkel indien herwaarderingsmodel (Enkel overige materiële vaste activa). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 55

56 In de hiernavolgende hoofdstukken worden de materiële vaste activa behandeld op basis van de MAR-rubrieken. In het MAR worden de materiële vaste activa als volgt uitgesplitst: Rubriek 22: Terreinen, gebouwen, wegen en andere infrastructuur Rubriek 23: Installaties, machines en uitrusting Rubriek 24: Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel Rubriek 25: Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht Rubriek 26: Overige materiële vaste activa Rubriek 27: Cultureel erfgoed Bij iedere rubriek worden voorbeelden gegeven. Daarbij gelden volgende uitgangspunten: Eenzelfde activum kan tot verschillende categorieën behoren. Het valt immers niet altijd eenduidig te bepalen of een activum behoort tot de gemeenschapsgoederen, de bedrijfsmatige vaste activa of de overige materiële vaste activa: Bijvoorbeeld een fuifzaal. Wanneer het bestuur een fuifzaal heeft die zij gratis of tegen een nietconcurrentiële prijs ter beschikking stelt aan verenigingen, dan behoort deze tot de gemeenschapsgoederen. Verhuurt het bestuur deze fuifzaal tegen een concurrentiële prijs, dan behoort dit activum tot de bedrijfsmatige materiële vaste activa. Ook het principe bijzaak volgt hoofdzaak moet worden toegepast: Bijvoorbeeld keukentoestellen (ijskast, diepvries, koffiezet, microgolfoven, ). Indien deze keukentoestellen gebruikt worden in het gemeentehuis, dan is de hoofdzaak het gemeentehuis. Een gemeentehuis is een gemeenschapsgoed, dus behoren de keukentoestellen die in dit kader worden gebruikt tot de categorie gemeenschapsgoederen. Worden deze keukentoestellen gebruikt in het rusthuis, dan is de hoofdzaak het rusthuis. Een rusthuis is een bedrijfsmatige vast activum, dus behoren die keukentoestellen ook tot de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Tot slot moet ook rekening worden gehouden met het feit dat bepaalde activa onroerend worden door hun bestemming: Bijvoorbeeld een airco-installatie die wordt geplaatst in het administratief gebouw. Eens geïnstalleerd is deze airco-installatie onroerend geworden. In de boekhouding dient deze airco-installatie dan ook te worden opgenomen onder de rubriek van de gebouwen, in dit voorbeeld de rubriek 221 Gebouwen gemeenschapsgoederen. Wij bevelen aan om de elementen van uitrusting van gebouwen af te zonderen op een afzonderlijke algemene rekening. De uitrusting van gebouwen wordt ook afgeschreven over een kortere termijn dan deze die geldt voor het gebouw zelf. Bijvoorbeeld het plaatsen van (verankerde) basketbalmasten op een sportterrein. Deze worden ook onroerend door hun bestemming en dienen in de boekhouding te worden opgenomen onder de rubriek van de terreinen, in dit voorbeeld de rubriek 2290 Terreinen bedrijfsmatige vaste activa. Wij bevelen aan om de elementen van uitrusting van terreinen af te zonderen op een afzonderlijke algemene rekening. De uitrusting van de terreinen dient wel te worden afgeschreven, daar waar de terreinen zelf niet worden afgeschreven Voor enkele voorbeelden inzake de aanschaf van materiële vaste activa, verwijzen wij naar de Boekhoudfiche 5000 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 56

57 8 Terreinen, gebouwen, wegen en andere infrastructuur 8.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 1. Gemeenschapsgoederen Terreinen en gebouwen Wegen en overige infrastructuur 2. Bedrijfsmatige materiële vaste activa Terreinen en gebouwen 22 Terreinen, gebouwen, wegen en andere infrastructuur (1) 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 221 Gebouwen gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen gemeenschapsgoederen (2) 223 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen gemeenschapsgoederen 224 Wegen 225 Overige infrastructuur betreffende de wegen 226 Waterlopen en waterbekkens 228 Overige onroerende infrastructuur 229 Terreinen en gebouwen bedrijfsmatige materiële vaste activa 2290 Terreinen bedrijfsmatige materiële vaste activa 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen bedrijfsmatige materiële vaste activa (2) 2293 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen bedrijfsmatige materiële vaste activa (1) Voor alle rekeningen van deze balansrubriek 22 wordt per rekeningnummer een subadministratie bijgehouden. Deze subadministratie omvat minimaal volgende gegevens: identificatienummer van het activum, omschrijving, jaar van ingebruikname, aanschaffingswaarde, afschrijvingsduur in jaren, afschrijving van elk financieel boekjaar, cumulatieve afschrijving, boekwaarde. Alle rekeningen van deze groep 22 worden als volgt opgesplitst: Aanschaffingswaarde 2..7 Activa in aanbouw 2 09 Geboekte afschrijvingen 2 19 Geboekte waardeverminderingen 8.2 Begrippen Algemeen De rubriek 22 omvat de terreinen en gebouwen die behoren tot de categorie gemeenschapsgoederen of de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Voor beide categorieën geldt dat de activa worden gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het kostprijsmodel. De wegen en de overige infrastructuur behoren uitsluitend tot de categorie van de gemeenschapsgoederen. We verwijzen naar hoofdstuk 7 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 57

58 8.2.2 Balansrubrieken Terreinen (Subrubriek 220 en rekening 2290) Onder terreinen moeten de bebouwde en de onbebouwde terreinen worden verstaan waarvan het bestuur eigenaar is. Ook de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald, behoren hiertoe (art. 69 van het BVR). In de boekhouding wordt een onderscheid gemaakt tussen de waarde van de grond en die van de gebouwen die zich daarop bevinden. Dit betekent dat bij de aankoop van een gebouw de waarde van het terrein en het gebouw afzonderlijk wordt bepaald. De subrubriek bebouwde terreinen wordt alleen gebruikt: wanneer gebouwen en terreinen niet kunnen worden onderscheiden; wanneer, onder meer voor de afschrijvingen, geen onderscheid wordt gemaakt (bv. wanneer het bestuur slechts een verdieping van een gebouw verwerft). Voorbeelden: Terreinen die behoren tot de gemeenschapsgoederen: gronden van administratieve gebouwen, bibliotheken, schoolgebouwen, academies, provinciehuizen, brandweerkazernes, culturele centra, ; terreinen van containerparken; niet-bebouwde bouwgronden waarop gebouwen zullen opgericht worden bestemd voor de maatschappelijke dienstverlening, zoals een bouwgrond voor een nieuw administratief centrum; bossen met maatschappelijke functie (toegankelijk voor publiek); natuurreservaten; gronden van begraafplaatsen; gronden van parken; speelterreinen; hondenuitlaatweides; terreinen van wegen; terreinen van waterlopen, bufferbekkens; + de uitrusting van deze terreinen (=de voorwerpen die onroerend zijn door bestemming), zoals het plaatsen van een omheining rond het schoolgebouw, de aanplantingen in een park, de basketbalmasten op het basketterrein, hout op stam (ingeval dit niet bestemd is voor verkoop), de speeltoestellen op een speelterrein, de verlichtingsinstallatie van het voetbalveld,. Terreinen die behoren tot de bedrijfsmatige vaste activa: gronden van rusthuizen; gronden van sporthallen; gronden van zwembaden Gebouwen (Subrubriek 221 en rekening 2291) Onder gebouwen moeten de constructies worden verstaan waarvan het bestuur eigenaar is met inbegrip van de inrichting ervan (dus ook de voorwerpen die onroerend zijn door bestemming). Ook de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald, behoren hiertoe (art. 69 van het BVR). Voorbeelden: Gebouwen die behoren tot de gemeenschapsgoederen: administratieve gebouwen, bibliotheken, conciërgewoningen, schoolgebouwen, academies, provinciehuizen, brandweerkazernes, culturele centra, garage voor wagenpark van het bestuur, ; Fuifzaal die gratis of tegen een niet-concurrentiële prijs ter beschikking gesteld wordt. + de voorwerpen in deze gebouwen die onroerend zijn door bestemming, zoals de airco-installaties, branddetectiesystemen in gemeentehuizen, de schoolborden in schoolgebouwen,. Gebouwen die behoren tot de bedrijfsmatige vaste activa: rusthuizen; sporthallen; Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 58

59 zwembaden; fuifzaal die tegen een concurrentiële prijs ter beschikking gesteld wordt; + de voorwerpen in deze gebouwen die onroerend zijn door bestemming, zoals de douches in de sporthal, de zuiveringsinstallaties van zwembaden, de zonneweringen aan rusthuisgebouwen, Wegen (Subrubriek 224, 225 en 226) Tot de wegen behoren (art. 70 van het BVR): de landwegen (subrubriek 224); de toebehoren van de wegen (subrubriek 25); de waterwegen (subrubriek 226). Voorbeelden: De wegen behoren uitsluitend tot de categorie van gemeenschapsgoederen: zate van de weg; grondwerken; grondverhardingen; slijtlaag; verkeerssignalisatie (verkeerslichten, verkeersborden, voetpaden, verkeersdrempels, fietssuggestiestroken, octopuspalen, ); straatmeubilair (schuilhuisjes, banken, picknicktafel, vuilbakken, ) Overige infrastructuur (Subrubriek 228) De overige infrastructuur omvat onder meer de riolen, de leidingen voor nutsvoorzieningen, de gronden van kunstwerken en de kunstwerken (art. 70 van het BVR). Voorbeelden: De overige infrastructuur behoort uitsluitend tot de categorie van gemeenschapsgoederen: openbaar verlichtingsnet; riolen, collectoren, hydranten, pompen, pompstation; zuiveringsstation; kabeldistributie; laagspanningsnet; waterleidingen; waterputten; bruggen; viaducten Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de terreinen, gebouwen, wegen en overige infrastructuur werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode & Landbouwgronden Uitrusting en buitengewoon onderhoud van landbouwgronden 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 59

60 22021 & & & & & & & & Niet-bebouwde bouwgronden Uitrusting en buitengewoon onderhoud van niet-bebouwdebouwgronden Industrieterreinen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van industrieterreinen Gronden van parken, tuinen, begraafplaatsen, sport- en speelterreinen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van gronden van parken, tuinen, begraafplaatsen, sport- en speelterreinen Bosgronden en natuurreservaten Uitrusting en buitengewoon onderhoud van bosgronden en natuurreservaten Hout op stam Uitrusting en buitengewoon onderhoud van hout op stam Niet af te schrijven beplanting op gronden Af te schrijven beplanting op gronden Andere terreinen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van andere terreinen Gronden van gebouwen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van gronden van gebouwen 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 60

61 22121 & & & & & Administratieve gebouwen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van administratieve gebouwen Schoolgebouwen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van schoolgebouwen Industriële en exploitatiegebouwen Uitrusting en buitengewoon onderhoud van industriële en exploitatiegebouwen Gebouwen voor sport cultuur en eredienst Uitrusting en buitengewoon onderhoud van gebouwen voor sport cultuur en eredienst Op de beginbalans niet-gewaardeerde gebouwen zonder specifieke bestemming en monumenten Uitrusting en buitengewoon onderhoud van op de beginbalans nietgewaardeerde gebouwen zonder specifieke bestemming en monumenten materiële vaste activa 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa Andere gebouwen 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen & 222 Bebouwde terreinen Uitrusting en buitengewoon onderhoud gemeenschapsgoederen van andere gebouwen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa Terreinen van wegen 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen & Grondwerken en verhardingen van wegen Buitengewoon onderhoud van grondwerken en verhardingen van wegen 224 Wegen Slijtlaag 224 Wegen Toebehoren van wegen 224 Wegen Riolen 228 Overige onroerende infrastructuur Waterleidingen 228 Overige onroerende infrastructuur Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 61

62 22371 Andere nutsleidingen 228 Overige onroerende infrastructuur Openbare verlichting 225 Overige infrastructuur betreffende de wegen Niet af te schrijven wegbeplanting 225 Overige infrastructuur betreffende de wegen Af te schrijven wegbeplanting 225 Overige infrastructuur betreffende de wegen Terreinen van kunstwerken 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen Kunstwerken 228 Overige onroerende infrastructuur Terreinen van waterlopen en 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen waterbekkens Waterlopen en waterbekkens 226 Waterlopen en waterbekkens Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 220 Terreinen 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 221 Gebouwen 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 223 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen 224 Wegen 224 Wegen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 223 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen - gemeenschapsgoederen 2293 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 225 Kunstbouwwerken 228 Overige onroerende infrastructuur 226 Waterlopen en waterbekkens 226 Waterlopen en waterbekkens 227 Bossen 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 220 Terreinen 220 Terreinen - gemeenschapsgoederen 2290 Terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 62

63 activa 221 Gebouwen 221 Gebouwen - gemeenschapsgoederen 2291 Gebouwen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 222 Bebouwde terreinen 222 Bebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen 2292 Bebouwde terreinen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 223 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen 223 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen - gemeenschapsgoederen 2293 Overige zakelijke rechten op onroerende goederen - bedrijfsmatige materiële vaste activa 8.3 Waarderingsregels BBC We verwijzen hiervoor naar titel 7.2 van deze handleiding. 8.4 Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingen In de NGB geldt voor gebouwen een afschrijving over een termijn van 50 jaar. De uitrusting en het buitengewoon onderhoud ervan worden afgeschreven over een termijn van maximaal 15 jaar. In de BBC geldt voor gebouwen (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Terreinen worden niet afgeschreven aangezien zij een onbeperkte gebruiksduur hebben. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaardering In de NGB worden terreinen en gebouwen jaarlijks geherwaardeerd (art. 21 van het ARGC). Gronden en terreinen worden geherwaardeerd op basis van de evolutie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Gebouwen worden geherwaardeerd aan de hand de prijzen van de bouwsector (Abex-index). Volgens de BBC worden terreinen en gebouwen enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De terreinen en gebouwen die behoren tot de rubriek 22 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 63

64 8.5 Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingstermijn In de NPB geldt voor gebouwen een afschrijving over een termijn van 33 jaar. In de BBC geldt voor gebouwen (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Terreinen worden niet afgeschreven aangezien zij een onbeperkte gebruiksduur hebben. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NPB mogen de provincies de materiële vaste activa herwaarderen wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de provincie of van een onderdeel daarvan, dan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de economische rendabiliteit of de maatschappelijke performantie van de provincie of het betrokken bedrijfsonderdeel. Volgens de BBC worden terreinen en gebouwen enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De terreinen en gebouwen die behoren tot de rubriek 22 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd. 8.6 Voornaamste verschillen met NOB Afschrijvingstermijn In de NOB geldt voor gebouwen een afschrijving over een termijn van 33 jaar In de BBC geldt voor gebouwen (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Terreinen worden niet afgeschreven aangezien zij een onbeperkte gebruiksduur hebben. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NOB mogen de materiële vaste activa worden geherwaardeerd wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Zij mogen slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukt meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van het centrum of de betrokken activiteit. Volgens de BBC worden terreinen en gebouwen enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De terreinen en gebouwen die behoren tot de rubriek 22 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd. 8.7 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving We verwijzen hiervoor naar titel 7.6 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 64

65 8.8 Samenvatting Terreinen, gebouwen, wegen en andere infrastructuur Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Niet van toepassing. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 65

66 9 Installaties, machines en uitrusting 9.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 23 Installaties, machines en uitrusting (1) 1. Gemeenschapsgoederen c. Installaties, machines en uitrusting 230/4 Installaties, machines en uitrusting gemeenschapsgoederen 2. Bedrijfsmatige materiële vaste activa a. Installaties, machines en uitrusting 235/9 Installaties, machines en uitrusting bedrijfsmatige materiële vaste activa (1) Voor alle rekeningen van deze balansrubriek 23 wordt per rekeningnummer een subadministratie bijgehouden. Deze subadministratie omvat minimaal volgende gegevens: identificatienummer van het activum, omschrijving, jaar van ingebruikname, aanschaffingswaarde, afschrijvingsduur in jaren, afschrijving van elk financieel boekjaar, cumulatieve afschrijving, boekwaarde. Alle rekeningen van deze groep 23 worden als volgt opgesplitst: 2 0 Aanschaffingswaarde 2 7 Activa in aanbouw 2.09 Geboekte afschrijvingen 2.19 Geboekte waardeverminderingen 9.2 Begrippen Algemeen De rubriek 23 omvat de installaties, machines en uitrusting die behoren tot de categorie gemeenschapsgoederen of de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Voor beide categorieën geldt dat de activa worden gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het kostprijsmodel. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 7 van deze handleiding Balansrubrieken Installaties, machines en uitrusting (rubriek 23) Onder de installaties, machines en uitrusting worden opgenomen (art. 71 van het BVR): De materiële elementen, met uitzondering van meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel, waarmee een gebouw wordt uitgerust omdat ze nodig zijn voor de werking, als ze niet onroerend zijn door bestemming; De kleine gereedschappen die niet behoren tot de kantooruitrusting, als ze niet onmiddellijk in de staat van opbrengsten en kosten worden genomen. Voorbeelden: Installaties, machines en uitrusting die behoren tot de gemeenschapsgoederen: werkmateriaal, zoals boor- en zaagmachines, freesmachine, hamers, lasapparaten, materiaalwagens, membraanpompen, werkbanken ; materiaal voor de groendienst, zoals bosmaaiers, gazonrollen, grasmachines, hakselaars, heggenscharen, fontmaaiers, kruiwagens, onkruidbranders, struikgewasmaaiers, spades, ; infrastructuur van het containerpark; Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 66

67 materiaal voor de brandweer, zoals ademautomaten, bevrijdingsgereedschap, blustoestellen, brancards, brandweerhelmen, brandweerkledij, brandweerlansen, duikpakken, reanimatietoestel, walkie-talkies, ; keukenmateriaal en -uitrusting dat gebruikt wordt in een gebouw dat behoort tot de gemeenschapsgoederen (vb. gemeentehuis): ijskast, diepvries, koffiezet, microgolfoven, borden, bestek, ; muziekinstrumenten. Installaties, machines en uitrusting die behoren tot de bedrijfsmatige vaste activa: keukenmateriaal en uitrusting dat gebruikt wordt in een gebouw dat behoort tot de bedrijfsmatige vaste activa (vb. rusthuis): ijskast, diepvries, koffiezet, microgolfoven, borden, bestek, ; uitrusting (medisch en niet-medisch) van rusthuizen en RVT s: anti-decubitusmatrassen, armtrainer, badliften, bedpanspoeler, buikgordels, douche-toiletstoelen, elektrotherapietoestellen, ergocycles, ergoliften, fixatiematerieel, gordels, haardrogers, hielkussens, hoofdkussens, hoofdsteunen, hometrainers, hoog/laagbedden, incontinentiemateriaal, infuusmateriaal, kantelbad, kappersstoel, kinemateriaal, linnenkarren, looprekken, lymfedrainagetoestel, maaltijdverdeelwagens, massagetafels, pedicuremateriaal, personenalarmtoestellen, positioneringsmateriaal, revalidatiemateriaal; verzorgingskarren, rusthuisbedden, ruststoelen, tilliften, ziekenhuisbedden, Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de installaties, machines en uitrusting werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Machines, exploitatiematerieel en uitrusting Buitengewoon onderhoud van machines, exploitatiematerieel en uitrusting 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 230 Installaties, machines en uitrusting 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa 231 Informaticahardware 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 230 Medische installaties, machines en uitrusting 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 67

68 231 Niet-medische installaties, machines en uitrusting 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa 230/4 Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen 235/9 Installaties, machines en uitrusting - bedrijfsmatige materiële vaste activa 9.3 Waarderingsregels BBC We verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 7 van deze handleiding. 9.4 Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingen In de NGB geldt voor installaties, machines en uitrusting een afschrijving over een termijn van 10 jaar. Het buitengewoon onderhoud ervan wordt afgeschreven over een termijn van maximaal 5 jaar. In de BBC geldt voor installaties, machines en uitrusting (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. 9.5 Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingen In de NPB geldt voor installaties, machines en uitrusting een afschrijving over een termijn van 10 jaar. In de BBC geldt voor installaties, machines en uitrusting (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NPB mogen de provincies de materiële vaste activa herwaarderen wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de provincie of van een onderdeel daarvan, dan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de economische rendabiliteit of de maatschappelijke performantie van de provincie of het betrokken bedrijfsonderdeel. Volgens de BBC worden installaties, machines en uitrusting enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De installaties, machines en uitrusting die behoren tot de rubriek 23 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd. 9.6 Voornaamste verschillen met NOB Afschrijvingen In de NOB geldt voor installaties, machines en uitrusting een afschrijving over een termijn van 5 of 10 jaar, al naar gelang het niet-medisch of medische activa zijn. In de BBC geldt voor installaties, machines en uitrusting (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NOB mogen de materiële vaste activa worden geherwaardeerd wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Zij mogen slechts worden geherwaardeerd in de Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 68

69 mate waarin de aldus uitgedrukt meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van het centrum of de betrokken activiteit. Volgens de BBC worden installaties, machines en uitrusting enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De installaties, machines en uitrusting die behoren tot de rubriek 23 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd. 9.7 Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving We verwijzen hiervoor naar titel 7.6 van deze handleiding. 9.8 Samenvatting Installaties, machines en uitrusting Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Niet van toepassing. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 69

70 10 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel 10.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 24 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (1) 1. Gemeenschapsgoederen d. Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 2. Bedrijfsmatige materiële vaste activa b. Installaties, machines en uitrusting 235/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel bedrijfsmatige materiële vaste activa (1) Voor alle rekeningen van deze balansrubriek 24 wordt per rekeningnummer een subadministratie bijgehouden. Deze subadministratie omvat minimaal volgende gegevens: identificatienummer van het activum, omschrijving, jaar van ingebruikname, aanschaffingswaarde, afschrijvingsduur in jaren, afschrijving van elk financieel boekjaar, cumulatieve afschrijving, boekwaarde. Alle rekeningen van deze groep 24 worden als volgt opgesplitst: Aanschaffingswaarde 2..7 Activa in aanbouw 2 09 Geboekte afschrijvingen 2 19 Geboekte waardeverminderingen 10.2 Begrippen Algemeen De rubriek 24 omvat de het meubilair, de kantooruitrusting en het rollend materieel die behoren tot de categorie gemeenschapsgoederen of de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Voor beide categorieën geldt dat de activa worden gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het kostprijsmodel. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 7 van deze handleiding Balansrubrieken Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (rubriek 24) In de wetgeving vinden we geen verdere omschrijving terug van deze rubriek. Algemeen gelden volgende omschrijvingen: Meubilair omvat het noodzakelijk materieel ter stoffering van de lokalen (bv. tafels, stoelen, kasten ), voor zover dit niet onroerend is door bestemming. Ook het computermateriaal, de faxtoestellen, de kopieermachines, behoren tot deze rubriek. Rollend materieel slaat op materieel bestemd voor het vervoer van personen of goederen, zowel binnen als buiten het bestuur (wagens, trucks, heftrucks, ). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 70

71 Voorbeelden: Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel die behoren tot de gemeenschapsgoederen: archiefkasten, balie, barkrukken, boekentroggen, brochurehouders, bureaus, bureaustoelen, computertafels, diaprojector -en scherm; dictafoons; enveloppevulmachines, dossierkasten, gordijnen, kapstokken, ladenblokken, lamellen, opbergrekken, presentatiewanden, rolgordijnen, stoelen, tafels, ; beamer, camera, cd-speler, cd-writer, computers, faxen, fototoestellen, frankeermachines, gps-toestellen, gsm s, headsets, kopieermachines, labelprinters, lamineermachines; laptops, lcd-projectors, microfoons, papiervernietigers, radio s, reproductiemateriaal, scanners, usb-sticks, tv s, video s, auto s, aanhangwagens, bestelwagens, bibliobus, borstelwagens, brandweerwagens, bromfietsen, bussen, containerwagens, fietsen, huisvuilwagens, interventievoertuigen, kipwagens, kraanwagens, minibussen, mobilhomes, motorfietsen, patrouillewagens, pick-ups, terreinwagens, tractors, zitgrasmaaiers,. Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel die behoren tot de bedrijfsmatige vaste activa: alle voorbeelden vernoemd als behorend tot de gemeenschapsgoederen kunnen ook voorkomen als bedrijfsmatige vaste activa, wanneer zij gebruikt worden in het kader van het leveren van een maatschappelijke dienstverlening waarbij het bestuur geen monopoliepositie heeft en er sprake is van een concurrentiële prijs. De kleerkasten in zwembaden of sporthallen, de tafels en stoelen in de refters van rusthuizen, de minibussen voor het vervoer van de rusthuisbewoners, de bestelwagens voor het afleveren van de maaltijden aan huis, Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Bureaumeubilair 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Straatmeubilair en verkeerssignalisatie Ander meubilair 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Schrijfmachines 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Reproductiematerieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Informaticamaterieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Ander bureaumaterieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 71

72 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Fietsen, brom- en motorfietsen 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Auto's en bestelwagens 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Buitengewoon onderhoud van auto's en bestelwagens 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Vrachtwagens 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Buitengewoon onderhoud van vrachtwagens 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Speciale en andere voertuigen 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Buitengewoon onderhoud van speciale en andere voertuigen 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 240 Meubilair en kantooruitrusting 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa 241 Rollend materieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 72

73 OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 240 Meubilair en kantooruitrusting 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa 241 Rollend materieel 240/4 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - gemeenschapsgoederen 245/9 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel - bedrijfsmatige materiële vaste activa 10.3 Waarderingsregels BBC We verwijzen hiervoor naar titel 7.2 van deze handleiding Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingen In de NGB geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel een afschrijving over een termijn van 5 tot 10 jaar al naar gelang de categorie waartoe de activa behoren. Het buitengewoon onderhoud ervan wordt afgeschreven over een termijn van maximaal 5 jaar. In de BBC geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingen In de NPB geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel een afschrijving over een termijn van 5 tot 10 jaar al naar gelang de categorie waartoe de activa behoren. Het buitengewoon onderhoud ervan wordt afgeschreven over een termijn van maximaal 5 jaar. In de BBC geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NPB mogen de provincies de materiële vaste activa herwaarderen wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de provincie of van een onderdeel daarvan, dan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de economische rendabiliteit of de maatschappelijke performantie van de provincie of het betrokken bedrijfsonderdeel. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 73

74 Volgens de BBC worden meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. Het meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel die behoren tot de rubriek 24 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd Voornaamste verschillen met NOB Afschrijvingen In de NOB geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel een afschrijving over een termijn van 5 tot 10 jaar al naar gelang de categorie waartoe de activa behoren. Het buitengewoon onderhoud ervan wordt afgeschreven over een termijn van maximaal 5 jaar. In de BBC geldt voor meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NOB mogen de materiële vaste activa worden geherwaardeerd wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Zij mogen slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukt meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van het centrum of de betrokken activiteit. Volgens de BBC worden meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. Het meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel die behoren tot de rubriek 24 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving We verwijzen ook naar titel 7.6 van deze handleiding Samenvatting Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Niet van toepassing. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 74

75 11 Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht 11.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 25 Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht (1) 1. Gemeenschapsgoederen e. Leasing en soortgelijke rechten 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 251 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 2. Bedrijfsmatige materiële vaste activa c. Leasing en soortgelijke rechten 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht bedrijfsmatige materiële vaste activa 254 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk recht - bedrijfsmatige materiële vaste activa 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht - bedrijfsmatige materiële vaste activa (1) Voor alle rekeningen van deze balansrubriek 25 wordt per rekeningnummer een subadministratie bijgehouden. Deze subadministratie omvat minimaal volgende gegevens: identificatienummer van het activum, omschrijving, jaar van ingebruikname, aanschaffingswaarde, afschrijvingsduur in jaren, afschrijving van elk financieel boekjaar, cumulatieve afschrijving, boekwaarde. Alle rekeningen van deze groep 25 worden als volgt opgesplitst: Aanschaffingswaarde 2..7 Activa in aanbouw 2 09 Geboekte afschrijvingen 2 19 Geboekte waardeverminderingen 11.2 Begrippen Algemeen De rubriek 25 omvat de vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht die behoren tot de categorie gemeenschapsgoederen of de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Voor beide categorieën geldt dat de activa worden gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het kostprijsmodel. Voor concrete voorbeelden van vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht die behoren tot de gemeenschapsgoederen of de bedrijfsmatige vaste activa, verwijzen we naar de hoofdstukken inzake terreinen en gebouwen (Hoofdstuk 8), Installaties, machines en uitrusting (Hoofdstuk 9), Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel (Hoofdstuk 10). Van zodra deze activa via leasing of soortgelijk recht worden verworven, worden deze opgenomen onder de rubriek 25, in plaats van de 22, 23 of 24. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 75

76 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 7 van deze handleiding Balansrubrieken Onder leasing en soortgelijke rechten worden de gebruiksrechten op lange termijn opgenomen waarover het bestuur beschikt op grond van leasing, erfpacht, recht van opstal of soortgelijke overeenkomsten (art. 72 van het BVR) Leasing Leasing is de overeenkomst waarbij de leasinggever aan de leasingnemer het recht overdraagt om een goed te gebruiken voor een welbepaalde periode, tegen betaling of een reeks van betalingen, en waarbij nagenoeg alle vooren nadelen die aan de eigendom zijn verbonden, worden overgedragen aan de leasingnemer (art. 72 van het BVR). Er zijn verschillende vormen van leasing: financiële leasing, operationele leasing (renting), sale and lease (rent) back, crossborderleasing. Voorbeelden: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiches 6300, 6301 en 6302 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Erfpacht Erfpacht is een zakelijk recht om het volle genot te hebben van een aan een ander toebehorend onroerend goed, mits betaling (jaarlijks of eenmalig) van een vergoeding (pacht) ter erkenning van het eigendomsrecht van de verstrekker van het recht. De eigenaar van een onroerend goed geeft bij deze overeenkomst, in ruil voor een jaarlijkse vergoeding, het gebruik van het goed voor een zeer lange tijd (minimum 27 jaar en maximum 99 jaar) aan een exploitant (wet van 10 januari 1824) Recht van opstal Het recht van opstal is het reële recht dat de eigenaar van een onroerend goed aan een exploitant verleent om daarop gebouwen, werken of beplantingen aan te brengen voor een periode van maximaal 50 jaar. Bij het eindigen van het recht van opstal treedt de grondeigenaar in de eigendom van de gebouwen, werken en beplantingen, mits betaling van de waarde ervan op dat ogenblik (wet van 10 januari 1824) Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Onroerende goederen in leasing 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa Meubilair in leasing 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa Bureaumaterieel in leasing 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 76

77 materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa Transportmaterieel in leasing 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa Exploitatiematerieel in leasing 251 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtgemeenschapsgoederen 254 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtbedrijfsmatige materiële vaste activa Kunstpatrimonium in leasing Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 250 Terreinen in leasing 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 251 Gebouwen in leasing 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 252 Installaties, machines en uitrusting in leasing 251 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtgemeenschapsgoederen 254 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtbedrijfsmatige materiële vaste activa 253 Meubilair en rollend materieel in leasing 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk rechtgemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk rechtbedrijfsmatige materiële vaste activa 27 Materiële vaste activa in aanbouw 25 Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 77

78 OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 2500 Terreinen 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2501 Gebouwen 250 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht - gemeenschapsgoederen 253 Terreinen en gebouwen in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2510 Medische installaties, machines en uitrusting 251 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtgemeenschapsgoederen 254 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtbedrijfsmatige materiële vaste activa 2511 Niet-medische installaties, machines en uitrusting 251 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtgemeenschapsgoederen 254 Installaties, machines en uitrusting in leasing of op grond van een soortgelijk rechtbedrijfsmatige materiële vaste activa 2520 Meubilair en kantooruitrusting 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2521 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2522 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2523 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2524 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 78

79 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2525 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2526 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2527 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2528 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 2529 Rollend materieel 252 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- gemeenschapsgoederen 255 Meubilair, kantooruitrusting en rollend materieel in leasing of op grond van een soortgelijk recht- bedrijfsmatige materiële vaste activa 11.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde De gebruiksrechten voor materiële vaste activa waarover het bestuur beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten, worden onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft Waardecorrecties We verwijzen hiervoor naar titel van deze handleiding Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingen In de NGB geldt voor vaste activa in onder erfpacht, opstalrecht of in leasing een afschrijving over een termijn die geldt als afschrijvingstermijn voor de aard van het goed. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 79

80 In de BBC geldt voor vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaardering In de NGB worden de onroerende goederen in leasing geherwaardeerd. Gronden en terreinen worden geherwaardeerd op basis van de evolutie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Gebouwen worden geherwaardeerd aan de hand de prijzen van de bouwsector (Abex-index). Volgens de BBC worden terreinen en gebouwen enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De terreinen en gebouwen die behoren tot de rubriek 25 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingen In de NPB geldt voor vaste activa in leasing en soortgelijke rechten een afschrijving over een termijn die geldt als afschrijvingstermijn voor de aard van het goed. In de BBC geldt voor vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaardering In de NPB mogen de provincies de materiële vaste activa herwaarderen wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de provincie of van een onderdeel daarvan, dan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de economische rendabiliteit of de maatschappelijke performantie van de provincie of het betrokken bedrijfsonderdeel. Volgens de BBC worden de materiële vaste activa enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De materiële vaste activa die behoren tot de rubriek 25 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd Voornaamste verschillen met NOB Afschrijvingen In de NOB geldt voor vaste activa in leasing of verworven onder gelijkaardige overeenkomsten een afschrijving over een termijn die geldt als afschrijvingstermijn voor de aard van het goed. In de BBC geldt voor vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaardering In de NOB mogen de materiële vaste activa worden geherwaardeerd wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Zij mogen slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukt meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van het centrum of de betrokken activiteit. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 80

81 Volgens de BBC worden de materiële vaste activa enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. De materiële vaste activa die behoren tot de rubriek 25 en bijgevolg behoren tot de gemeenschapsgoederen of bedrijfsmatige vaste activa worden niet geherwaardeerd Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving We verwijzen hiervoor naar titel 7.6 van deze handleiding Samenvatting Vaste activa in leasing of op grond van een soortgelijk recht Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Niet van toepassing. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 81

82 12 Overige materiële vaste activa 12.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 26 Overige materiële vaste activa 3. Overige materiële vaste activa a. Terreinen en gebouwen 260/4 Terreinen en gebouwen overige materiële vaste activa b. Roerende goederen 265/9 Roerende goederen overige materiële vaste activa Alle rekeningen van deze groep 26 worden als volgt opgesplitst: Aanschaffingswaarde 2..7 Activa in aanbouw 2..8 Geboekte meerwaarde 2 09 Geboekte afschrijvingen 2 19 Geboekte waardeverminderingen 2 89 Geboekte afschrijvingen op meerwaarden 12.2 Begrippen Algemeen De rubriek 26 omvat de terreinen, gebouwen en roerende goederen die niet behoren tot de categorie gemeenschapsgoederen of de categorie bedrijfsmatige vaste activa. Deze activa worden niet gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het herwaarderingsmodel. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 7 van deze handleiding Balansrubrieken De overige materiële vaste activa zijn materiële vaste activa die worden aangewend om huuropbrengsten, een waardestijging of beide te realiseren en die niet aangewend worden om een maatschappelijke dienstverlening te vervullen. De overige materiële vaste activa bestaan uit: 1 de terreinen en de gebouwen; 2 de roerende goederen. (art. 68 van het BVR) Onder de overige materiële vaste activa worden onder meer de volgende bedragen opgenomen: de roerende of onroerende goederen die niet tot de gemeenschapsgoederen of tot de bedrijfsmatige materiële vaste activa behoren, en die worden aangewend als roerende of onroerende reserve; de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa; de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve als de vorderingen die voortvloeien uit deze contracten, geboekt worden onder de vorderingen van de vlottende of de vaste activa. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd om onmiddellijk doorverkocht te worden, worden hier niet opgenomen, maar worden afzonderlijk onder de voorraden vermeld. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 82

83 Voorbeelden: bossen zonder maatschappelijke functie (niet toegankelijk voor publiek); niet-bebouwde bouwgronden die in de toekomst voor verkoop worden aangeboden op de particuliere markt; woningen, magazijnen die verhuurd worden; landbouwgronden die de gemeente in erfpacht geeft aan landbouwers Conversie van de rubrieken Inzake de overige materiële vaste activa verwijzen we voor de conversie van de rubrieken naar de hoofdstukken 8, 9 en 10 van deze handleiding. Voor de overige materiële vaste activa die behoren tot de categorie terreinen en gebouwen geldt de MAR-rubriek 260/4 in BBC; voor de overige materiële vaste activa die behoren tot de categorie roerende goederen geldt de MAR-rubriek 265/9 in BBC Waarderingsregels BBC We verwijzen hiervoor naar titel 7.2 van deze handleiding Voornaamste verschillen met NGB Afschrijvingen In de NGB geldt voor de materiële vaste activa een wettelijk vastgelegde afschrijvingstermijn per aard van het goed. In de BBC geldt voor materiële vaste activa (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaardering In de NGB worden de terreinen en gebouwen en de onroerende goederen in leasing jaarlijks geherwaardeerd. Gronden en terreinen worden geherwaardeerd op basis van de evolutie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Gebouwen worden geherwaardeerd aan de hand de prijzen van de bouwsector (Abex-index). Volgens de BBC worden materiële vaste activa enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. (art. 183 van het BVR) Na hun opname als een actief worden de overige materiële vaste activa, waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde. Dat is de reële waarde op het moment van de herwaardering, verminderd met eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen en latere geaccumuleerde waardeverminderingen Voornaamste verschillen met NPB Afschrijvingen In de NPB geldt voor de materiële vaste activa een wettelijk vastgelegde afschrijvingstermijn per aard van het goed, waarvan in bepaalde omstandigheden kan worden afgeweken. In de BBC geldt voor materiële vaste activa (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NPB mogen de provincies de materiële vaste activa herwaarderen wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de activiteiten van de provincie of van een onderdeel daarvan, dan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de economische rendabiliteit of de maatschappelijke performantie van de provincie of het betrokken bedrijfsonderdeel. Volgens de BBC worden materiële vaste activa enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. Na hun opname als een actief worden de overige materiële vaste activa, waarvan de reële waarde Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 83

84 betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde. Dat is de reële waarde op het moment van de herwaardering, verminderd met eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen en latere geaccumuleerde waardeverminderingen (art. 183 van het BVR) Voornaamste verschillen met NOB Afschrijvingen In de NOB geldt voor de materiële vaste activa een wettelijk vastgelegde afschrijvingstermijn per aard van het goed, waarvan in bepaalde omstandigheden kan worden afgeweken. In de BBC geldt voor materiële vaste activa (met beperkte gebruiksduur) de regel dat het af te schrijven bedrag van een actief per financieel boekjaar wordt bepaald. Het af te schrijven bedrag is gelijk aan het verschil tussen de geherwaardeerde waarde en de restwaarde gedeeld door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding. Herwaarderingen In de NOB mogen de materiële vaste activa worden geherwaardeerd wanneer de waarde van deze activa op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Zij mogen slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukt meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van het centrum of de betrokken activiteit. Volgens de BBC worden materiële vaste activa enkel geherwaardeerd wanneer zij behoren tot de overige materiële vaste activa. Na hun opname als een actief worden de overige materiële vaste activa, waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde. Dat is de reële waarde op het moment van de herwaardering, verminderd met eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen en latere geaccumuleerde waardeverminderingen (art. 183 van het BVR) Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving We verwijzen hiervoor ook naar titel 7.6 van deze handleiding Samenvatting Overige materiële vaste activa Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Na opname: Herwaarderingsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Boeken tegen de geherwaardeerde waarde. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 84

85 13 Cultureel erfgoed 13.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.C. Materiële vaste activa 27 Cultureel erfgoed 1. Gemeenschapsgoederen f. Erfgoed 270/4 Onroerend kunstpatrimonium en onroerende erfgoed 275/9 Roerend kunstpatrimonium en roerend erfgoed Alle rekeningen van deze groep 27 worden als volgt opgesplitst: Aanschaffingswaarde 2..7 Activa in aanbouw 2 09 Geboekte afschrijvingen Geboekte waardeverminderingen 13.2 Begrippen Algemeen De rubriek 27 omvat het cultureel erfgoed en wordt verder opgedeeld volgens op opdeling roerend of onroerend. Het cultureel erfgoed behoort uitsluitend tot de categorie gemeenschapsgoederen wat inhoudt dat deze activa worden gebruikt voor de maatschappelijke dienstverlening. Als waardering geldt het kostprijsmodel Balansrubrieken Tot het erfgoed behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, technologische of geofysische waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Die activa worden hoofdzakelijk aangehouden voor hun bijdrage aan de algemene kennis en cultuur en worden niet alleen aangehouden omwille van het zuiver gemeentelijk of provinciaal belang (art. 73 van het BVR). Als een erfgoed eventueel tot een andere rubriek van de activa kan behoren, dan geldt dat dit activum wordt ingeschreven onder de rubriek die het meest aanleunt bij het ware en getrouwe beeld (art. 51 van het BVR). Voorbeelden: Voor een voorbeeld hieromtrent kan worden verwezen naar de Boekhoudfiche 5001 Aanschaffing erfgoed van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Antiekstukken; Beiaard; Orgel; Kunstwerken en beeldhouwwerken; Standbeelden; Wandtapijten; Collectie archiefstukken; Collectie museumstukken; Windmolens; Belforten; Kerken; Kastelen; Stadswallen; Wandelpaden, jaagpaden en fietsroutes. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 85

86 Conversie van de rubrieken Gemeente In de NGB worden de activa die behoren tot het erfgoed niet afgezonderd in een aparte rubriek. Erfgoederen worden opgenomen onder de algemene rekening die overeenstemt met de aard van het erfgoed Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 242 Roerend kunstpatrimonium 275/9 Roerend kunstpatrimonium en roerend erfgoed 2621 Heritage onroerend 270/4 Onroerend kunstpatrimonium en onroerend erfgoed 2622 Heritage roerend 275/9 Roerend kunstpatrimonium en roerend erfgoed OCMW In de NOB worden de activa die behoren tot het erfgoed niet afgezonderd in een aparte rubriek. Erfgoederen worden opgenomen onder de algemene rekening die overeenstemt met de aard van het erfgoed Waarderingsregels BBC Erfgoederen behoren tot de gemeenschapsgoederen en bijgevolg geldt het kostprijsmodel. In bepaalde gevallen wordt een goed behorende tot het erfgoed pro memorie opgenomen in de balans. Dit is het geval wanneer een activum dat behoort tot het erfgoed, verkregen werd door schenking of als de aanschaffingswaarde ervan niet bepaald kan worden. In deze gevallen bedraagt de aanschaffingswaarde 1 euro (art. 165 van het BVR). Erfgoederen zullen in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of ook weinig dienstenpotentieel inhouden. Conform de waarderingsregels van de materiële vaste activa, hebben deze goederen dus geen gebruikswaarde. Niettemin moet het bestuur aanzienlijke inspanningen leveren om deze goederen in stand te houden. Het bestuur treedt hier dus op als beheerder van deze goederen voor de toekomstige generaties. Daarom is het aangewezen deze goederen pro memorie op te nemen in de balans. Dit laat het bestuur toe om consistent een beleid te voeren inzake de rapportering van transacties in erfgoederen op een wijze dat het de gerapporteerde financiële performantie niet verdraait. Relevante informatie over deze erfgoederen kan via de toelichting worden verschaft. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 7 van deze handleiding Voornaamste verschillen met NGB Geen afzondering van erfgoederen in de boekhouding In de NGB worden de activa die behoren tot het erfgoed niet afgezonderd in een aparte rubriek. Erfgoederen worden opgenomen onder de algemene rekening die overeenstemt met de aard van het erfgoed. Voorbeeld: Als de gemeentelijke administratie gehuisvest is in een historisch pand, dan vinden we dit pand terug onder de algemene rekening Administratieve gebouwen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 86

87 13.5 Voornaamste verschillen met NPB Heritage In de NPB vinden we onder de niet bedrijfsmatige vaste activa onder meer de subrubrieken Heritage onroerend en Heritage roerend terug. De niet bedrijfsmatige vaste activa worden niet opgenomen en gewaardeerd in de beginbalans, noch afgeschreven. Ze moeten wel kwalitatief worden opgenomen in de toelichting. De waarde van de latere verbeterings- en vergrotingswerken om deze activa in stand te houden worden echter wel in de balans opgenomen onder de rubriek Niet bedrijfsmatige vaste activa Voornaamste verschillen met NOB Geen afzondering van erfgoederen in de boekhouding In de NOB worden de activa die behoren tot het erfgoed niet afgezonderd in een aparte rubriek. Erfgoederen worden opgenomen onder de algemene rekening die overeenstemt met de aard van het erfgoed Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Erfgoederen zijn specifiek voor de openbare sector en komen niet voor in de Belgische boekhoudwetgeving Samenvatting Cultureel erfgoed Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Vervaardigingsprijs Na opname: Kostprijsmodel Het af te schrijven bedrag wordt per financieel boekjaar bepaald. Terreinen worden niet afgeschreven. Indien de boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde. Zowel activa met een beperkte als een onbeperkte gebruiksduur. Cultureel erfgoed pro memorie gewaardeerd kan geen waardevermindering ondergaan. Niet van toepassing. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 87

88 14 Financiële vaste activa 14.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.B. Financiële vaste activa 28 Financiële vaste activa 1. Extern verzelfstandigde agentschappen 280 Belangen in en vorderingen op extern verzelfstandigde agentschappen 2800 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen - aanschaffingswaarde 2801 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen nog te storten bedragen (-) 2802 Vorderingen op extern verzelfstandigde agentschappen nominale waarde 2807 Vorderingen op extern verzelfstandigde agentschappen dubieuze debiteuren 2808 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen geboekte meerwaarde 2809 Belangen in en vorderingen op extern verzelfstandigde agentschappen geboekte waardeverminderingen (-) 2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en 281 Belangen in en vorderingen op intergemeentelijke soortgelijke entiteiten samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 2810 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - aanschaffingswaarde 2811 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten nog te storten bedragen (-) 2812 Vorderingen op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten nominale waarde 2817 Vorderingen op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten dubieuze debiteuren 2818 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten geboekte meerwaarde 2809 Belangen in en vorderingen op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten geboekte waardeverminderingen (-) 3. Publiek-Private Samenwerkingsverbanden 282 Belangen in en vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden 2820 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - aanschaffingswaarde 2821 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden nog te storten bedragen (-) 2822 Vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden nominale waarde 2827 Vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden dubieuze debiteuren 2828 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden geboekte meerwaarde Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 88

89 2829 Belangen in en vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden geboekte waardeverminderingen (-) 4. OCMW-verenigingen 283 Belangen in en vorderingen op OCMW-verenigingen 2830 Belangen in OCMW-verenigingen - aanschaffingswaarde 2831 Belangen in OCMW-verenigingen nog te storten bedragen (-) 2832 Vorderingen op OCMW-verenigingen nominale waarde 2837 Vorderingen op OCMW-verenigingen dubieuze debiteuren 2838 Belangen in OCMW-verenigingen geboekte meerwaarde 2839 Belangen in en vorderingen op OCMWverenigingen geboekte waardeverminderingen (-) 5. Andere financiële vaste activa 284 Andere aandelen 2840 Andere aandelen - aanschaffingswaarde 2841 Belangen in OCMW-verenigingen nog te storten bedragen (-) 2848 Andere aandelen geboekte meerwaarde 2849 Andere aandelen geboekte waardeverminderingen (-) 285 Overige vorderingen 2850 Vorderingen op rekening 2852 Vastrentende effecten (1) 2857 Dubieuze debiteuren 2859 Geboekte waardeverminderingen op overige vorderingen (-) 288 Borgtochten betaald in contanten (1) Hieronder komen onder meer de overheidseffecten die niet verhandelbaar zijn (bijvoorbeeld: oorlogsleningen) en de eeuwigdurende renten 14.2 Begrippen Algemeen De financiële vaste activa bevatten de belangen en de vorderingen die door besturen worden aangehouden in andere entiteiten met de bedoeling om een duurzame band te creëren met deze entiteiten. Duurzaamheid is dan ook het criterium aan de hand waarvan wordt bepaald of de belangen en vorderingen thuishoren onder de financiële vaste activa dan wel onder de geldbeleggingen Balansrubrieken Financiële vaste activa - algemeen De financiële vaste activa bestaan uit (art. 62 van het BVR): 1 de extern verzelfstandigde agentschappen; 2 de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, intercommunales en soortgelijke samenwerkingsverbanden; 3 de publiek-private samenwerkingsverbanden; 4 verenigingen of vennootschappen van privaat recht als vermeld in titel 8 van het OCMW-decreet van 19 december 2008; 5 de andere financiële vaste activa. Van de entiteiten, vermeld in 1 tot en met 4, worden de belangen die het bestuur erin heeft en de vorderingen die het bestuur erop heeft, opgenomen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 89

90 Onder belangen verstaan we de maatschappelijke rechten die het bestuur heeft in die entiteiten. Onder vorderingen verstaan we de vorderingen die het bestuur heeft op die entiteiten, en die tot doel hebben de activiteit van de entiteiten op duurzame wijze te ondersteunen, ongeacht de contractuele looptijd, oorsprong of vorm ervan. (art. 62 van het BVR) Voorbeelden: Belangen in / vorderingen op AGB s, APB s, EVA s; Belangen in Iverlek, Finilek, Pidpa,, Interleuven, WVI, IVEKA, IKA, Andere financiële vaste activa De andere financiële vaste activa omvatten de aandelen, de vorderingen en de borgtochten in contanten. (art. 62 van het BVR) Onder de aandelen komen de maatschappelijke rechten in andere entiteiten dan de entiteiten vermeld in 1 tot en met 4, die ertoe strekken het beleid van het bestuur te bevorderen door een duurzame en specifieke band met die entiteit te scheppen. Onder de vorderingen komen de vorderingen die het gevolg zijn van de toekenning van terugvorderbare middelen aan andere entiteiten dan de entiteiten vermeld in paragraaf 1, 1 tot en met 4, en die als doel hebben de werking van die entiteit duurzaam te steunen. Onder de borgtochten in contanten worden de borgtochten opgenomen die in contanten gestort zijn als doorlopende waarborg. De niet-opgevraagde bedragen op belangen en aandelen worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening, per rubriek waarin de nog vol te storten belangen en aandelen zijn opgenomen. Effecten die worden verworven met beleggingsdoeleinden behoren tot de geldbeleggingen (vlottende activa). Er is in dit geval geen sprake van een duurzame band met de entiteit waarvan men belangen en vorderingen verwerft. (art. 54 van het BVR) Voorbeelden: Belangen in de Gemeentelijke Holding, VMW Belangen in sociale huisvestingsmaatschappijen Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de financiële vaste activa werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Deelnemingen in overheidsondernemingen 2800 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen - aanschaffingswaarde 2810 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - aanschaffingswaarde 2820 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - aanschaffingswaarde 2830 Belangen in OCMW-verenigingen - aanschaffingswaarde 510 Aandelen - aanschaffingswaarde Nog te storten bedragen voor 2801 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen - Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 90

91 deelnemingen in overheidsondernemingen nog te storten bedragen (-) 2811 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - nog te storten bedragen (-) 2821 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - nog te storten bedragen (-) 2831 Belangen in OCMW-verenigingen - nog te storten bedragen (-) 2841 Andere aandelen - nog te storten bedragen (-) 511 Aandelen - niet opgevraagde bedragen (-) Deelnemingen in privéondernemingen 2840 Andere aandelen - aanschaffingswaarde Nog te storten bedragen voor 2841 Andere aandelen - nog te storten bedragen (-) deelnemingen in privéondernemingen Vastrentende effecten 2852 Vastrentende effecten Waarborgen op meer dan 1 jaar gestort in speciën 520 Vastrentende effecten - aanschaffingswaarde 288 Borgtochten betaald in contanten Provincie 2801 Deelnemingen in overheidsondernemingen, nog te storten (-) NPB MARcode 2800 Deelnemingen en aandelen, aankoop BBC MARcode 2800 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen - aanschaffingswaarde 2810 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - aanschaffingswaarde 2820 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - aanschaffingswaarde 2840 Andere aandelen - aanschaffingswaarde 2830 Belangen in OCMW-verenigingen - aanschaffingswaarde 2801 Belangen in extern verzelfstandigde agentschappen - nog te storten bedragen (-) 2811 Belangen in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - nog te storten bedragen (-) 2821 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - nog te storten bedragen (-) 2831 Belangen in OCMW-verenigingen - nog te storten bedragen (-) 2841 Andere aandelen - nog te storten bedragen (-) 281 Vorderingen 2822 Vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden - nominale waarde 2832 Vorderingen op OCMW-verenigingen - nominale waarde 288 Borgtochten betaald in contanten 288 Borgtochten betaald in contanten Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 91

92 OCMW NOB BBC MARcodcode MAR- 280 Belangen in rechtspersonen 2820 Belangen in publiek-private samenwerkingsverbanden - aanschaffingswaarde 2830 Belangen in OCMW-verenigingen - aanschaffingswaarde 2840 Andere aandelen - aanschaffingswaarde 281 Vorderingen op rechtspersonen waarin belangen voorkomen 2822 Vorderingen op publiek-private samenwerkingsverbanden - nominale waarde 2832 Vorderingen op OCMW-verenigingen - nominale waarde 2852 Vastrentende effecten 285 Overheidseffecten en eeuwigdurende rente 288 Borgtochten betaald in contanten 288 Borgtochten betaald in contanten 14.3 Waarderingsregels BBC Na erkenning van het bestanddeel als materieel vast activum, geldt als waarderingsregel ofwel het kostprijsmodel, ofwel het herwaarderingsmodel: Volgens het kostprijsmodel wordt een vast activum geboekt tegen zijn kostprijs, verminderd met eventuele geboekte afschrijvingen en eventuele geboekte waardeverminderingen. Volgens het herwaarderingsmodel wordt een vast activum waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde. De financiële vaste activa vallen onder het herwaarderingsmodel. Onderstaande tabel geeft een schematisch: Gebruiksduur Afschrijvingen Waardeverminderingen Herwaarderingen Herwaarderingsmodel Financiële vaste activa Niet van toepassing NEE JA JA Aanschaffingswaarde Belangen of aandelen in rechtspersonen worden tegen hun aanschaffingswaarde in de boekhouding opgenomen. De nog te storten bedragen worden, in voorkomend geval, afzonderlijk tot uitdrukking gebracht in de boekhouding (op een afzonderlijke algemene rekening). De aanschaffingswaarde van belangen of aandelen, ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als die conventionele waarde echter lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde (art. 163 van het BVR). De bijkomende kosten voor de aanschaffing van financiële vaste activa worden ten laste genomen van de staat van opbrengsten en kosten van het financiële boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan (art. 164 van het BVR). Vastrentende effecten worden bij verwerving tegen hun aanschaffingswaarde geboekt en gewaardeerd. Als het actuariële rendement van de vastrentende effecten, berekend bij de aankoop met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op de vervaldag, verschilt van het nominale rendement, wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis voor de resterende looptijd van de effecten Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 92

93 opgenomen in de opbrengst als bestanddeel van de renteopbrengst van die effecten en, naargelang van het geval, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten (art. 184 van het BVR). Deze opname in de opbrengsten van het verschil gebeurt op lineaire basis of op geactualiseerde basis, uitgaande van het actuariële rendement bij de aankoop (art. 184 van het BVR). De hierboven vermelde bepalingen inzake vastrentende effecten zijn van toepassing op effecten met een rendement, dat volgens de uitgiftevoorwaarden, uitsluitend voorkomt uit het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingswaarde (art. 184 van het BVR). De vastrentende effecten mogen voor hun aanschaffingswaarde in de balans behouden blijven als de weerslag van het actuariële rendement van de effecten ten opzichte van het louter nominale rendement te verwaarlozen is (art. 184 van het BVR). De vorderingen worden in de balans opgenomen voor de nominale waarde ervan. (art. 160 van het BVR) Dit is ook van toepassing op de vorderingen die een bestuur heeft op entiteiten die het op een duurzame wijze wil ondersteunen. De borgtochten betaald in contanten worden in de balans opgenomen aan de nominale waarde ervan. Financiële vaste activa in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de contante wisselkoers op datum van de transactie (art. 147 BVR) Waardecorrecties Jaarlijkse afschrijvingen De financiële vaste activa behoren tot de categorie van de overige materiële vaste activa en vallen onder het herwaarderingsmodel. De financiële vaste activa worden niet afgeschreven Waardeverminderingen Onder het herwaarderingsmodel worden de activa mogelijks onderworpen aan het boeken van waardeverminderingen. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij de afsluiting van het financiële boekjaar. (art. 171 van het BVR) Op de overige materiële vaste activa, waartoe de financiële vaste activa behoren, moeten waardeverminderingen worden geboekt als hun (eventueel geherwaardeerde) boekhoudkundige waarde hoger is dan de realiseerbare waarde (art. 180 van het BVR). Er zal evenwel maar sprake kunnen zijn van waardeverminderingen voor zover de verlaging van het bedrag van het overig materieel vast actief ten gevolge van een herwaardering groter is dan de eventueel eerder uitgedrukte herwaarderingsreserves (art. 179 van het BVR). Het bestuur legt de regels inzake de waardeverminderingen op de overige materiële vaste activa vast in de waarderingsregels. De gecumuleerde waardeverminderingen worden afgetrokken van de rubrieken van het actief waarop ze betrekking hebben (art. 172 van het BVR). De waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale waardeverminderingen gehanteerd worden (art. 173 van het BVR). De waardeverminderingen worden stelselmatig gevormd volgens de door het bestuur vastgelegde waarderingsregels. Ze mogen niet afhangen van het overschot of het tekort van het financiële boekjaar (art. 174 van het BVR). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 93

94 De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd als de boekhoudkundige waarde van het betreffende activum daardoor op het einde van het financiële boekjaar lager is dan de gebruikswaarde 9 ervan (art. 175 van het BVR) Herwaarderingen Voor de overige materiële vaste activa geldt het herwaarderingsmodel. Na hun opname als een actief worden de overige materiële vaste activa, waarvan de reële waarde betrouwbaar kan worden bepaald, geboekt tegen de geherwaardeerde waarde (art. 183 van het BVR): de reële waarde op het moment van de herwaardering eventuele latere geaccumuleerde afschrijvingen eventuele latere geaccumuleerde waardeverminderingen geherwaardeerde waarde De geherwaardeerde waarde die voor de overige materiële vaste activa in aanmerking wordt genomen, wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast. De herwaardering wordt voldoende regelmatig uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de boekhoudkundige waarde niet beduidend verschilt van de reële waarde op de balansdatum. De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale herwaarderingen geboekt worden. Wel geldt als regel dat de volledige categorie van activa waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd wordt. Als de geherwaardeerde waarde groter blijkt dan de boekwaarde, wordt het verschil rechtstreeks geboekt op het nettoactief, tenzij het een verbetering betreft van vroeger in de staat van opbrengsten en kosten geboekte waardeverminderingen, en wordt het verschil daar behouden zolang de goederen waarop de herwaardering betrekking heeft, niet werden gerealiseerd. De herwaarderingen worden bij latere waardeverminderingen afgeboekt ten bedrage van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde. Als de geherwaardeerde waarde kleiner blijkt dan de boekwaarde, wordt het verschil in de staat van opbrengsten en kosten ten laste gelegd, tenzij er vroeger al herwaarderingsmeerwaarden werden geboekt op het nettoactief, die dan eerst zullen worden tegengeboekt Meer- of minderwaarden Meerwaarden bij de realisatie van financiële vaste activa worden opgenomen als uitzonderlijke opbrengsten, in het geval van minderwaarde als uitzonderlijke kost (art. 93, 102 van het BVR). De financieel beheerder boekt als oninvorderbare vorderingen de bedragen die betaald moeten worden door schuldenaren van wie de insolvabiliteit bewezen is door om het even welke bewijsstukken (art. 127 van het BVR) Voornaamste verschillen met NGB Vaste activa (klasse 2) versus vlottende activa (klasse 5) In de NGB worden de deelnemingen geboekt op de klasse 2, ongeacht het feit of ze al dan niet worden verworven om een duurzame band te creëren met de entiteit waarvan men de deelnemingen verwerft. In de BBC behoren de effecten die worden verworven met beleggingsdoeleinden tot de geldbeleggingen (vlottende activa klasse 5). Er is in dit geval geen sprake van een duurzame band met de entiteit waarvan men belangen en vorderingen verwerft. 9 De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 94

95 Waardeverminderingen In de NGB worden geen waardeverminderingen geboekt, terwijl in de BBC geldt dat op de financiële vaste activa eventueel waardeverminderingen moeten worden geboekt om bij het afsluiten van het financieel boekjaar rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur voor het bestuur. Concreet moet voor de belangen en de aandelen die tot de financiële activa behoren worden overgegaan tot waardevermindering in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de entiteit waarin de belangen of de aandelen worden aangehouden. Herwaardering In de NGB worden de financiële vaste activa niet geherwaardeerd. In de BBC behoren de financiële vaste activa tot de overige materiële activa en is het herwaarderingsmodel van toepassing Voornaamste verschillen met NPB In de NPB zijn de financiële vaste activa ook onderworpen aan waardeverminderingen en herwaarderingen Voornaamste verschillen met NOB In de NPB zijn de financiële vaste activa ook onderworpen aan waardeverminderingen en herwaarderingen Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Belangen i.p.v. deelnemingen De financiële vaste activa bevatten onder meer de belangen en de vorderingen die door het bestuur worden aangehouden om een duurzame band te scheppen met de betrokken entiteit. Het criterium om als een financieel vast actief te worden opgenomen is dus duurzaamheid. Dit is ook zo in de Belgische boekhoudwetgeving, maar daar worden de financiële vaste activa opgesplitst op basis van de rechten die een onderneming aanhoudt in het aandelenkapitaal van een andere vennootschap. Vermits de belangen van het bestuur in andere rechtspersonen niet altijd via aandelen verloopt, is geopteerd voor een andere indeling. Hierbij werd gezocht naar entiteiten met een eigen rechtspersoonlijkheid waarmee het bestuur een duurzaam samenwerkingsverband kan aangaan. Uiteindelijk zijn er vijf categorieën van dergelijke samenwerkingsverbanden opgenomen. Onder belangen in rechtspersonen worden dus niet alleen aandelen bedoeld maar dit kan bijvoorbeeld ook een inbreng in het werkkapitaal of een inbreng van andere activa in de rechtspersoon zijn waaruit bepaalde rechten voor het bestuur ontstaan Samenvatting Financiële vaste activa Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Terugneming van waardeverminderingen Herwaarderen Aanschaffingswaarde Na opname: Herwaarderingsmodel Niet van toepassing Jaarlijkse controle. Indien de boekhoudkundige warde hoger is dan de realiseerbare waard. Opname als andere operationele opbrengsten. Boeken tegen geherwaardeerde waarde. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 95

96 15 Vorderingen op lange termijn 15.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel II.A. Vorderingen op lange termijn 29 Vorderingen op lange termijn 1. Vorderingen uit ruiltransacties 290 Vorderingen uit ruiltransacties 2900 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties nominale waarde 2905 Overige vorderingen uit ruiltransacties nominale waarde 2906 Vooruitbetalingen (1) 2907 Vorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren 2909 Vorderingen uit ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) 293 Vorderingen wegens toegestane leningen 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen nominale waarde 2937 Vorderingen wegens toegestane leningen dubieuze debiteuren 2939 Vorderingen wegens toegestane leningen geboekte waardeverminderingen (-) 2. Vorderingen uit niet-ruiltransacties 291 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal nominale waarde 2917 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal dubieuze debiteuren 2919 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal geboekte waardeverminderingen (-) 292 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies nominale waarde 2927 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies dubieuze debiteuren 2929 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies geboekte waardeverminderingen (-) 299 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties 2990 Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties nominale waarde 2997 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren 2999 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) (2) Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 96

97 (1) Andere dan deze die kunnen worden toegerekend aan de rekeningen 213 en 360 en aan de rekeningen voor vaste activa in aanbouw (2) De waardeverminderingen ingevolge schuldbemiddeling worden op een afzonderlijke rekening geboekt 15.2 Begrippen Algemeen De vorderingen op lange termijn maken deel uit van de vaste activa (art. 60 van het BVR). Onder de vorderingen op lange termijn worden de vorderingen opgenomen die behoren tot de vaste activa (art. 61 van het BVR). Onder de overeenstemmende rubrieken van de vorderingen worden, naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, ook, de te ontvangen opbrengsten opgenomen die tijdens het financiële boekjaar of tijdens een vorig financieel boekjaar zijn ontstaan en waarvoor er nog geen titel bestaat, op voorwaarde dat de schuldenaar vaststaat en het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. Al gelang hun aard worden de vorderingen op lange termijn ondergebracht bij: de vorderingen uit ruiltransacties of de vorderingen uit niet-ruiltransacties De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar die binnen twaalf maanden vervallen, worden overgeboekt naar de vorderingen op korte termijn onder de vlottende activa Balansrubrieken Het onderscheid tussen ruil en niet-ruil wordt bepaald aan de hand van de economische waarde van de transactie Vorderingen uit ruiltransacties Onder de vorderingen uit ruiltransacties worden de vorderingen opgenomen die ontstaan ingevolge ruiltransacties waarvoor het bestuur een gelijkwaardige economische waarde in ruil geeft (art. 61 van het BVR). Voorbeelden: Het aanbieden van kinderopvang door een bestuur wordt als een ruiltransactie beschouwd, ook als de kinderopvang in grote mate door het bestuur zelf of door andere overheden wordt gesubsidieerd. Bij de waardebepaling van de transactie moet er immers ook rekening gehouden worden met de gesubsidieerde bedragen. Retributies behoren dus steeds tot de ruiltransacties omdat er dan een billijke vergoeding gevraagd wordt voor de geleverde prestatie. In het MAR worden de lange-termijn vorderingen uit ruiltransacties als volgt verder opgedeeld: Werkingsvorderingen uit ruiltransacties (rekening 2900) Werkingsvorderingen uit ruiltransacties zijn vorderingen ontstaan vanuit de courante dienstverlening van het bestuur. Overige vorderingen uit ruiltransacties (rekening 2905) Overige vorderingen uit ruiltransacties zijn vorderingen ontstaan uit transacties die niet gerelateerd zijn aan de courante dienstverlening van het bestuur. Vooruitbetalingen (rekening 2906) Vooruitbetalingen op ruiltransacties zijn vorderingen ontstaan uit transacties, andere dan de vooruitbetalingen op de aankoop van immateriële vaste activa (geboekt onder de subrubriek rekening 213), de vaste activa in aanbouw (rechtstreeks geboekt onder definitieve aard) en de vooruitbetalingen op voorraadaankopen (geboekt onder de subrubriek 360). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 97

98 Vorderingen uit ruiltransacties - Dubieuze debiteuren (rekening 2907) De financieel beheerder boekt de vorderingen waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, over naar een rekening dubieuze debiteuren (art. 127 BVR). Dit geldt zowel voor de werkingsvorderingen uit ruiltransacties als voor de overige vorderingen uit ruiltransacties. Wanneer de invorderbaarheid van een vordering twijfelachtig is, wordt de gehele vordering in de afzonderlijke groep dubieuze debiteuren ondergebracht. Geboekte waardeverminderingen (rekening 2909) De geboekte waardeverminderingen betreffen de waardeverminderingen die effectief werden geboekt ten opzichte van de dubieuze debiteuren (rekening 2907). Wanneer we het verschil maken tussen de dubieuze debiteuren en de geboekte waardeverminderingen, krijgen we het gedeelte van de vordering dat men verwacht nog te kunnen realiseren. Vorderingen wegens toegestane leningen (rekening 2930) Het bestuur kan leningen toestaan aan derden (vb. jeugdvereniging). Het gedeelte van die leningen dat wordt terugbetaald op een termijn van meer dan één jaar wordt geboekt op rekening Voorbeeld: De gemeente geeft een lening van aan de wereldwinkel. De wereldwinkel betaalt de lening terug over een periode van 10 jaar Vorderingen uit niet-ruiltransacties Bij een niet-ruiltransactie is de economische waarde van de transactie voor de met de transactie verbonden partijen niet gelijkwaardig zijn. Voorbeelden: Onder de vorderingen uit niet-ruiltransacties worden onder meer de volgende bedragen opgenomen (art. 61 van het BVR): Te innen subsidies; Borgtochten in contanten met een looptijd van meer dan één jaar. (Omdat de ontvangende partij het bedrag van de borgtocht alleen tijdelijk in bewaring heeft.) In het MAR worden de vorderingen uit niet-ruiltransacties als volgt verder opgedeeld: Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal (rekening 2910) Op de rekening 2910 worden de vorderingen op lange termijn geboekt die ontstaan vanuit de toekenning van investeringssubsidies in kapitaal aan een bestuur. Voor deze vorderingen geldt dat: de vorderingen betrekking hebben op van overheidswege toegekende subsidies; de subsidies rechtstreeks verbonden zijn met investeringen in vaste activa bestemd om de werking van het bestuur te ondersteunen. Voorbeelden: De gemeente bouwt een nieuwe sporthal en ontvangt een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap voor deze nieuwbouw. De subsidie wordt over een periode van 10 jaar uitgekeerd. Het OCMW ontvangt een VIPA-subsidie naar aanleiding van de bouw van een nieuw woon- en verzorgingscentrum. De subsidie wordt over een periode van 20 jaar uitgekeerd. Wij verwijzen hiervoor ook naar de Boekhoudfiches 6401en 6402 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies (rekening 2920) Deze vorderingen ontstaan uit subsidies onder vorm van terugbetaling van leningslasten. Net zoals bij de vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal, geldt dat: de vorderingen betrekking hebben op van overheidswege toegekende subsidies; Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 98

99 de subsidies rechtstreeks verbonden zijn met investeringen in vaste activa bestemd om de werking van het bestuur te ondersteunen. Voorbeeld: De gemeente bouwt een nieuwe sporthal en ontvangt een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap voor deze nieuwbouw. De subsidie wordt toegekend onder vorm van terugbetaling van leninglasten. Wij verwijzen hiervoor ook naar de Boekhoudfiche 6200 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties (rekening 2990) Tot deze rekening behoren de vorderingen uit niet-ruiltransacties die niet behoren tot de vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal, de vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies en de vorderingen wegens toegestane leningen. Voorbeeld: De gemeente heeft een afbetalingsplan opgesteld waarbij een belastingplichtige de achterstallige belastingen terug zal betalen over een periode van 3 jaar. Dubieuze debiteuren (rekeningen 2917, 2927, 2937 en 2997) De financieel beheerder boekt de vorderingen waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, over naar een rekening dubieuze debiteuren (art. 127 BVR). Dit geldt zowel voor de vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal, wegens prefinanciering investeringssubsidies, wegens toegestane leningen als voor de andere vorderingen uit niet-ruiltransacties. Wanneer de invorderbaarheid van een vordering twijfelachtig is, wordt de gehele vordering in de afzonderlijke groep dubieuze debiteuren ondergebracht. Geboekte waardeverminderingen (rekeningen 2919, 2929, 2939, 2999) De geboekte waardeverminderingen betreffen de waardeverminderingen die effectief werden geboekt ten opzichte van de dubieuze debiteuren (rekeningen 2917, 2927, 2937 en 2997). Wanneer we het verschil maken tussen de dubieuze debiteuren en de geboekte waardeverminderingen, krijgen we het gedeelte van de vordering dat men verwacht nog te kunnen realiseren Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de vorderingen op lange termijn werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Leningen aan ondernemingen 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde Aflossing van leningen aan ondernemingen 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen Waardevermindering van leningen aan ondernemingen Leningen aan gezinnen en v.z.w.'s 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde Aflossing van leningen aan gezinnen en v.z.w.'s 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 99

100 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen Waardevermindering van leningen aan gezinnen en v.z.w.'s Leningen aan de hogere overheden 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde Aflossing van leningen aan de hogere overheden Waardevermindering van leningen aan de hogere overheden Leningen aan andere overheidsinstellingen Aflossing van leningen aan andere overheidsinstellingen Waardevermindering van leningen aan andere overheidsinstellingen 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde 2930 Vorderingen wegens toegestane leningen - nominale waarde 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 2900 Vorderigen op diverse instellingen 2900 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2905 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2901 Te innen opbrengsten 2902 Vooruitbetalingen 2906 Vooruitbetalingen 291 Vorderingen wegens subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 292 Overige vorderingen op meer dan één jaar 2900 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2905 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 2900 Werkingsvorderingen op meer dan één jaar 2900 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2905 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 100

101 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2901 Te innen wissels 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2907 Dubieuze vorderingen 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2917 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal- dubieuze debiteuren 2927 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - dubieuze debiteuren 2937 Vorderingen wegens toegestane leningen - dubieuze debiteuren 2909 Geboekte waardeverminderingen (-) 2909 Vorderingen uit ruiltransacties - geboekte waardeverminderingen (-) 2919 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal- geboekte waardeverminderingen (-) 2929 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - geboekte waardeverminderingen (-) 2939 Vorderingen wegens toegestane leningen - geboekte waardevermindering (-) 2910 Overige vorderingen op meer dan één jaar 2900 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2905 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2911 Te innen wissels 2990 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2995 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominale waarde 2917 Dubieuze vorderingen 2997 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties - dubieuze debiteuren 2919 Geboekte waardeverminderingen (-) 2999 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties - geboekte waardeverminderingen (-) 2920 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2921 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2922 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2923 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2924 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 101

102 kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2925 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2926 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2927 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2928 Te ontvangen subsidies 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 2929 Geboekte waardeverminderingen (-) 2910 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal - nominale waarde 2920 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies - nominale waarde 15.3 Waarderingsregels BBC De vorderingen op lange termijn vallen onder het kostprijsmodel Initiële waardering Vorderingen worden in de balans opgenomen voor de nominale waarde ervan (art.160 van het BVR). Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde worden de volgende bedragen in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in de staat van opbrengsten en kosten opgenomen op grond van de samengestelde interesten (art. 185 van het BVR): 1 de rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is; 2 het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering; 3 het disconto op renteloze of abnormaal laagrentende vorderingen, als die vorderingen voldoen aan de volgende vereisten: a) ze zijn terugbetaalbaar na meer dan één jaar, te rekenen vanaf het ogenblik waarop ze in het vermogen zijn opgenomen; b) ze hebben betrekking op als opbrengst geboekte bedragen, of op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche. Het disconto, vermeld in het eerste lid, 3, wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van het bestuur. Bij vorderingen die in termijnen worden betaald of afbetaald en waarvan de rente of het lastenpercentage gedurende de gehele contractduur wordt toegepast op het oorspronkelijke bedrag van de financiering of van de lening, worden de respectieve bedragen van de gelopen rente en het lastenpercentage die in resultaat moeten worden genomen, en van de niet-gelopen rente en het lastenpercentage die moeten worden overgedragen naar een volgend financieel boekjaar, bepaald door de toepassing van de reële rente op het bij het begin van elke periode uitstaande saldo. (art. 186 van het BVR) De reële rente wordt berekend met inachtneming van de spreiding en de periodiciteit van de betalingen. Een andere methode mag alleen worden toegepast op voorwaarde dat ze, per financieel boekjaar, een gelijkwaardig resultaat oplevert. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 102

103 Het bedrag van de rente of het lastenpercentage mag niet worden gecompenseerd met de kosten en provisies in verband met de verrichtingen Overboeking van lange naar korte termijn De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar die binnen twaalf maanden vervallen, worden overgeboekt naar de vorderingen op korte termijn onder de vlottende activa (Art. 61 van het BVR) Dubieuze debiteuren De financieel beheerder boekt de vorderingen waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, over naar een rekening dubieuze debiteuren (art. 127 van het BVR). Door deze vorderingen af te zonderen in de boekhouding, kunnen ze beter worden opgevolgd Waardeverminderingen Op de vorderingen worden waardeverminderingen toegepast als er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling. Op de vorderingen mogen ook waardeverminderingen worden toegepast als hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekhoudkundige waarde (art. 177 van het BVR) Minderwaarde De financieel beheerder boekt als oninvorderbare vorderingen de bedragen die betaald moeten worden door schuldenaren van wie de insolvabiliteit bewezen is door om het even welke bewijsstukken (Art. 127 van het BVR). De vordering wordt dan overgeboekt van lange naar korte termijn, gevolgd door de registratie van een minderwaarde teneinde de vordering te verwijderen uit de boekhouding. Kan er uiteindelijk toch nog een gedeelte van de vordering worden geïnd, dan leidt dit tot de registratie van een meerwaarde Voornaamste verschillen met NGB Ruiltransactie versus niet ruiltransactie In de NGB wordt het onderscheid tussen ruiltransactie en niet-ruiltransactie niet gehanteerd. In de NGB omvatten de vorderingen op lange termijn: te ontvangen beloofde subsidies; De toegestane leningen. Dubieuze vorderingen In de NGB worden vorderingen op lange termijn niet afgezonderd onder dubieuze debiteuren wanneer deze twijfelachtig worden. Waardeverminderingen In de NGB worden geen waardeverminderingen geboekt op vorderingen Voornaamste verschillen met NPB Ruiltransactie versus niet ruiltransactie In de NPB wordt het onderscheid ruiltransactie en niet-ruiltransactie niet gehanteerd. In de NPB omvatten de vorderingen op lange termijn: vorderingen voor prestaties; vorderingen wegens subsidies, overige vorderingen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 103

104 15.6 Voornaamste verschillen met NOB Ruiltransactie versus niet ruiltransactie In de NOB wordt het onderscheid ruiltransactie en niet-ruiltransactie niet gehanteerd. In de NOB omvatten de vorderingen op lange termijn: de werkingsvorderingen; de overige vorderingen; de vorderingen wegens subsidie Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving In de Belgische boekhoudwetgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen handelsvorderingen en overige vorderingen. In BBC wordt een onderscheid gemaakt tussen vorderingen uit ruiltransacties en vorderingen uit niet-ruiltransacties Samenvatting Vorderingen op lange termijn Waardering Afschrijvingen Waardevermindering Herwaarderen Aanschaffingswaarde Na opname: Kostprijsmodel Niet van toepassing. Indien er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling. Boeken tegen geherwaardeerde waarde. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 104

105 16 Voorraden en bestellingen in uitvoering 16.1 Voorstelling BBC Rubriek van de jaarrekening (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.C. Voorraden en bestellingen in uitvoering 3 Voorraden en bestellingen in uitvoering 30 Grondstoffen (1) 300 Grondstoffen - aanschaffingswaarde 309 Grondstoffen geboekte waardeverminderingen (-) 31 Hulpstoffen 310 Hulpstoffen - aanschaffingswaarde 319 Hulpstoffen geboekte waardeverminderingen (-) 32 Goederen in bewerking 320 Goederen in bewerking - aanschaffingswaarde 329 Goederen in bewerking geboekte waardeverminderingen (-) 33 Gereed product 330 Gereed product - aanschaffingswaarde 339 Gereed product geboekte waardeverminderingen (-) 34 Handelsgoederen 340 Handelsgoederen - aanschaffingswaarde 349 Handelsgoederen geboekte waardeverminderingen (-) 35 Onroerende goederen bestemd voor de verkoop 350 Onroerende goederen bestemd voor de verkoop - aanschaffingswaarde 359 Onroerende goederen bestemd voor de verkoop geboekte waardeverminderingen (-) 36 Vooruitbetalingen op voorraadaankopen 360 Vooruitbetalingen op voorraadaankopen - aanschaffingswaarde 369 Vooruitbetalingen op voorraadaankopen geboekte waardeverminderingen (-) 37 Bestellingen in uitvoering 370 Bestellingen in uivoering - aanschaffingswaarde 371 Bestellingen in uivoering toegerekende winst 379 Bestellingen in uivoering geboekte waardeverminderingen (-) (1) Hieronder verstaat men alle materiële goederen die rechtstreeks opgaan in de dienstverstrekking en ondubbelzinnig aan een bepaalde handeling, dienst of product toegewezen kunnen worden. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 105

106 16.2 Begrippen Algemeen Voorraden zijn materiële vlottende activa die het bestuur op balansdatum bezit maar waarvan het de bedoeling is dat ze in de nabije toekomst worden verbruikt of verkocht. Onder de voorraden worden zoals vermeld in art. 56 van het BVR de volgende bedragen opgenomen: 1 de grond- en hulpstoffen; 2 de goederen in bewerking; 3 het gereed product; 4 de handelsgoederen; 5 de onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop; 6 de vooruitbetalingen. Onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop zullen waarschijnlijk niet zo vaak voorkomen aangezien dit niet onmiddellijk kadert in de maatschappelijke activiteiten van de besturen. Deze voorraden zullen eerder aan de orde zijn binnen een AGB of APB. Bestellingen in uitvoering kunnen indien dit zou voorkomen betrekking hebben op alle prestaties van diensten of producten van goederen die het bestuur heeft verricht naar aanleiding van een specifieke bestelling van derden en die, op balansdatum, nog niet opgeleverd of geleverd zijn. In tegenstelling tot datgene wat voorzien was in de OCMW- of Provincieboekhouding 10, is het werken met een voorraad klein materiaal ( ijzeren voorraad) niet expliciet opgenomen in het BVR Balansrubrieken Artikel 56 van het BVR geeft een korte omschrijving van de verschillende rubrieken: Grondstoffen (Rubriek 30) Onder de grondstoffen worden de goederen opgenomen die het bestuur bij derden heeft gekocht om ze vervolgens te gebruiken als een belangrijk element van een productieproces of een dienstverlening Hulpstoffen (Rubriek 31) Hulpstoffen zijn eveneens goederen die werden aangeschaft in het kader van een productie- of dienstverleningsproces binnen het bestuur, maar dan eerder als een bijkomstig element. Voorbeelden: Diverse materialen die gebruikt worden door de Technische dienst of Groendienst Het strooizout dat de gemeente gebruikt om de wegen sneeuwvrij te maken Goederen in bewerking (Rubriek 32) Onder deze rubriek worden de productiekosten (grondstoffen, hulpstoffen en andere kosten) opgenomen van de goederen die het bestuur zelf produceert, maar die op balansdatum nog niet afgewerkt zijn en die niet toegerekend kunnen worden aan de bestellingen in uitvoering Gereed product (Rubriek 33) Onder deze rubriek worden de productiekosten (grondstoffen, hulpstoffen en andere kosten) opgenomen van de afgewerkte goederen. Het zijn met andere woorden verkoopbare eindproducten die het bestuur zelf heeft geproduceerd en die op balansdatum nog in voorraad zijn. 10 We verwijzen hiervoor ook naar titel 16.5 en 16.6 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 106

107 Handelsgoederen (Rubriek 34) Dit zijn goederen die het bestuur heeft aangekocht bij derden, die in voorraad worden gehouden en die geen (of geen fundamentele) transformatie moeten ondergaan om aan de klanten te worden verkocht. Voorbeelden: Compostvaten, vuilniszakken, strooizout die door de gemeente worden verkocht. Strooizout dat door de gemeente wordt verkocht aan haar inwoners Onroerende goederen die bestemd zijn voor verkoop (Rubriek 35) Dit zijn onroerende goederen die het bestuur heeft aangeschaft of verkregen, met als enige bedoeling om ze opnieuw door te verkopen. De verwachting is dat deze onroerende goederen gerealiseerd worden binnen het jaar na de balansdatum. Indien dit niet het geval is, moeten deze goederen worden opgenomen onder de rubriek Overige materiële vaste activa. Dit soort voorraden zal waarschijnlijk enkel voorkomen bij een AGB of een APB Vooruitbetalingen (Rubriek 36) Deze rubriek omvat alle vooruitbetalingen (op grondstoffen, hulpstoffen, handelsgoederen en onroerende goederen) die het bestuur heeft moeten doen om van de levering verzekerd te zijn Bestellingen in uitvoering (Rubriek 37) In tegenstelling tot bij de voorraden worden in deze rubriek samengebracht: alle diensten, prestaties en goederen waarvan de karakteristieken volledig door de koper worden vastgelegd. Zoals aangegeven in artikel 57 van het BVR betreft het: Het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en dat nog niet opgeleverd is; De goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk; Dienstenprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de voorraden en bestellingen in uitvoering werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Voorraad van kantoorbenodigdheden Voorraad van technische benodigdheden Voorraad van benodigdheden voor gebouwen Voorraad van benodigdheden voor voertuigen Voorraad van benodigdheden voor wegen Voorraad van goederen bestemd voor verkoop 31 Hulpstoffen 30 Grondstoffen 31 Hulpstoffen 34 Handelsgoederen 35 Onroerende goederen bestemd voor de Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 107

108 30199 Geboekte waardevermindering op voorraden verkoop Het MAR voorziet binnen elke subrubriek een specifieke rekening (-9) voor het boeken van eventuele waardeverminderingen met betrekking tot de betreffende voorraden Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 30 Grondstoffen en leveringen 30 Grondstoffen 31 Hulpstoffen 31 Goederen in bewerking 32 Goederen in bewerking 33 Gereed product 33 Gereed product 34 Handelsgoederen 34 Handelsgoederen 36 Vooruitbetalingen op voorraadinkopen 36 Vooruitbetalingen 37 Bestellingen in uitvoering 37 Bestellingen in uitvoering OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 3 Voorraden 30 Grondstoffen 31 Hulpstoffen 32 Goederen in bewerking 33 Gereed product 34 Handelsgoederen 35 Onroerende goederen bestemd voor de verkoop 36 Vooruitbetalingen 37 Bestellingen in uitvoering 16.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Voorraden verworven door ruiltransacties Het algemeen principe is dat de voorraden die verworven zijn door ruiltransacties, gewaardeerd worden tegen de aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde als deze op de balansdatum lager is (art van het BVR). De waardering tegen de lagere marktwaarde ( lower of cost or market principe) mag evenwel niet worden gehandhaafd als de marktwaarde achteraf hoger is dan de lagere waarde waartegen de voorraad werd gewaardeerd. De aanschaffingswaarde van de grond- en hulpstoffen, de handelsgoederen en de voor verkoop bestemde onroerende goederen is de aanschaffingsprijs, zijnde de aankoopprijs vermeerderd met de bijkomende kosten zoals niet-terugvorderbare belastingen, vervoerkosten, invoerrechten en andere aankoopkosten die het bestuur aan derden heeft betaald. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 108

109 Activa met identieke kenmerken Omdat de voorraden binnen het bestuur snel roterend kunnen zijn, moet er een bepaalde waarderingsmethode worden gekozen. In artikel van het BVR worden hieromtrent twee mogelijkheden bepaald: Individualisering Deze methode individualiseert ieder goed en houdt de individuele aankoopprijzen per stuk bij. Bij een verkoop zal de afboeking gebeuren tegen de individuele kostprijzen van de verkochte goederen en zal de voorraad van de nietverkochte goederen per saldo gewaardeerd worden aan de voor deze goederen betaalde prijzen. FIFO-methode In deze methode wordt de waarde van de eindvoorraad afgeleid via een verstrekkingscalculatie. Er wordt verondersteld dat de goederen verstrekt worden tegen de prijs van de eerst in voorraad genomen goederen, waardoor de eindvoorraad wordt gewaardeerd tegen de recentste aanschaffingsprijzen. Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 7400 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Hierin wordt de systematiek van de FIFO-methode verder toegelicht aan de hand van een concreet voorbeeld Goederen die gratis of tegen symbolische prijs worden verdeeld De voorraden van goederen die verworven zijn door ruiltransacties die gratis of tegen een symbolische prijs worden verdeeld, en de voorraden van goederen die verbruikt worden in het productieproces van goederen die gratis of tegen een symbolische prijs worden verdeeld, worden conform de algemene regel gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde. Indien evenwel de huidige vervangingswaarde lager is dan de aanschaffingswaarde, worden deze goederen gewaardeerd tegen de huidige vervangingswaarde (art lid 3 van het BVR) Goederen in bewerking, bestellingen in uitvoering en gereed product 11 De aanschaffingswaarde van de goederen in bewerking, de bestellingen in uitvoering en het gereed product wordt bepaald door de vervaardigingsprijs of tegen de marktwaarde als deze op de balansdatum lager is. Deze vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, ook de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden, als die kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. De productiekosten die niet rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toegerekend kunnen worden (d.i. de overhead), maken geen deel uit van de vervaardigingsprijs (art. 152 van het BVR). In het bijzonder voor wat betreft de waardering van de bestellingen in uitvoering, worden twee verschillende waarderingsmethoden gepreciseerd in artikel 162 van het BVR: Waardering volgens de percentage of completion method Overeenkomstig deze methode worden de bestellingen in uitvoering gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs en: 1 vermeerderd, naarmate de productie of de werkzaamheden vorderen, met het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de vervaardigingsprijs, als dat verschil met voldoende zekerheid als verworven mag worden beschouwd; 2 verminderd met de ontvangen vooruitbetalingen. In deze methode wordt de winst met andere woorden toegerekend à rato van de voortgang van de werken. 11 In het BVR wordt in artikel lid 1 aangegeven dat de aanschaffingswaarde dient te worden gebruikt voor de waardering van het gereed product. Wij zijn van oordeel dat zoals voor de goederen in bewerking de vervaardigingsprijs dient te worden gehanteerd, zoals bepaald in art lid 2. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 109

110 Waardering volgens de completed contract method Overeenkomstig deze methode worden de bestellingen in uitvoering op de balans geboekt tegen de vervaardigingsprijs, verminderd met de ontvangen vooruitbetalingen. In deze methode wordt de winst toegerekend aan de periode van de afwerking. Het bestuur dient in de toelichting bij de jaarrekening onder de waarderingsregels de methode en criteria te vermelden die voor de waardering van de bestellingen in uitvoering worden toegepast Voorraden verworven via niet-ruiltransacties De voorraden die verworven zijn door niet-ruiltransacties, worden gewaardeerd tegen de marktwaarde op de datum van de verwerving (art van het BVR). De voorraden van goederen die verworven zijn door niet-ruiltransacties en die gratis of tegen een symbolische prijs worden verdeeld, en de voorraden van goederen die verbruikt worden in het productieproces van goederen die gratis of tegen een symbolische prijs worden verdeeld, worden niet gewaardeerd Waardecorrecties Waardeverminderingen Indien op balansdatum blijkt dat er een waardeverlies is opgetreden met betrekking tot de voorraden of bestellingen in uitvoering (Voorbeeld als gevolg van een beschadiging, veroudering, etc ), dan dient het bestuur dit waardeverlies tot uitdrukking te brengen in de boekhouding. Dit zal gebeuren door het boeken van een waardevermindering. Ten aanzien van de goederen in bewerking en de bestellingen in uitvoering, worden eveneens waardeverminderingen toegepast als hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan respectievelijk de nettoverkoopprijs op de datum van de jaarafsluiting of de in de overeenkomst bedongen prijs (art van het BVR) Aanvullende waardeverminderingen Met betrekking tot de voorraden en de bestellingen in uitvoering dient het bestuur aanvullende waardeverminderingen te boeken, om rekening te houden met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, of met de risico s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteiten (art van het BVR). Deze waardeverminderingen worden aanvullend genoemd omdat het toepassen van de vorige waarderingsregel (marktprijs of realisatiewaarde) reeds tot een eerste, rechtstreeks geboekte waardevermindering aanleiding kan geven Voorzieningen Voor de risico s en kosten die verbonden zijn aan de verdere uitvoering van de bestellingen, worden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, voorzieningen gevormd als de risico s niet gedekt zijn door de waardeverminderingen die geboekt werden (art van het BVR) Herwaarderingen Er worden geen herwaarderingen toegepast m.b.t. de voorraden en bestellingen in uitvoering. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 110

111 16.4 Voornaamste verschillen met NGB en rekeningen In de gemeenteboekhouding werd bepaald (art. 23 van het ARGC) dat de gemeente kan voorzien in een beheer van voorraad overeenkomstig de regels vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. Er was met andere woorden geen verplichting om een voorraadbeheer op te zetten in de gemeenteboekhouding. Verder werd de voorraad omschreven als de totaliteit van de grondstoffen, materialen en benodigdheden door de gemeente verworven om ze te verbruiken of om ze opnieuw te verkopen. De volgende rekeningen werden voorzien in het algemeen rekeningstelsel: 30111: Voorraad van kantoorbenodigdheden 30112: Voorraad van technische benodigdheden 30113: Voorraad van benodigdheden voor gebouwen 30115: Voorraad van benodigdheden voor voertuigen 30117: Voorraad van benodigdheden voor wegen 30140: Voorraad van goederen bestemd voor verkoop 30199: Geboekte waardevermindering op voorraden Voor goederen in bewerking en gereed product bestond geen afzonderlijke algemene rekening in de NGB. Waarderingsmethoden Indien een bestuur ervoor koos om een voorraadbeheer op te zetten in het kader van de gemeenteboekhouding, dan werden deze voorraden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen marktwaarde indien deze op balansdatum lager is. Verschillende waarderingsmethodes konden worden gehanteerd 12 : Individualisering; Methode van het gewogen gemiddelde; FIFO; LIFO. In BBC werd ervoor gekozen om enkel de gemakkelijkste en minst arbeidsintensieve methodes te behouden. Bijgevolg zijn enkel de methodes van individualisering en FIFO voorzien in het BVR (art ) Voornaamste verschillen met NPB Waarderingsmethoden Artikel 23 van het MB van 15 februari 2001 stelt dat de aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald volgens één van de volgende methodes: Individualisering van de prijs van elk bestanddeel; Methode van gewogen gemiddelde prijzen; FIFO; LIFO. Zoals reeds aangegeven werden in BBC enkel de methodes van individualisering en FIFO opgenomen in het BVR (art ). Klein materiaal In tegenstelling tot het BVR werd in de provincieboekhouding bepaald dat kleine voorraden voor een vast bedrag op de balans werden opgenomen indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet wezenlijk veranderen van het ene boekjaar op het andere. In dat geval werden de aanschaffingskosten van deze voorraden in de loop van het boekjaar opgenomen onder de werkingskosten. 12 E. PAUWELS, R. VANTORRE, De gemeentecomptabiliteit in de praktijk: de boekhouding en het beheer van de financiën, Vanden Broele, pag Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 111

112 16.6 Voornaamste verschillen met NOB Rekeningstelsel In het minimum genormaliseerd rekeningstelsel (NOB) werd de klasse 3 Voorraden niet verder opgesplitst. Er werd enkel bepaald dat de indeling in overeenstemming moet zijn met de indeling van de subgroep 609 (Voorraadwijziging grondstoffen, hulpstoffen en handelsgoederen) en/of de subgroep 71 (Voorraadwijziging goederen in bewerking, gereed product en onroerende goederen bestemd voor verkoop). Waarderingsmethoden Artikel 43 2 van het BVR van 17 december 1997 liet volgende waarderingsmethoden toe: FIFO; Methode van voortschrijdende gewogen gemiddelde. Klein materieel In tegenstelling tot het BVR bepaalde de NOB in artikel 45 van het BVR van 17 december 1997 dat het klein materiaal, alsook de grond- en hulpstoffen die continu worden vernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal van het OCMW, voor een vast bedrag op het actief opgenomen mogen worden. De kosten voor de vernieuwing van deze voorraden, worden dan opgenomen onder de werkingskosten Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Waarderingsmethoden Voor de waardering van de activa met identieke technische of juridische kenmerken worden in BBC de volgende waarderingsmethoden toegelaten in art van het BVR: Individualisering; FIFO. In de Belgische boekhoudwetgeving zijn naast deze twee methoden ook nog de Gewogen gemiddelde methode en de LIFO -methode toegelaten. Gelet op het beperkte belang van de voorraden voor openbare besturen werd ervoor gekozen om in BBC enkel de gemakkelijkste en de minst arbeidsintensieve berekeningsmethodes te behouden. Vervaardigingsprijs Voor wat betreft de goederen die door het bestuur zelf geproduceerd worden (goederen in bewerking, bestellingen in uitvoering en gereed product) zal zoals aangegeven de vervaardigingsprijs gebruikt worden als aanschaffingswaarde. In afwijking van de Belgische boekhoudwetgeving stelt artikel 152 van het BVR dat de productiekosten die niet rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep kunnen worden toegerekend (d.i. de overhead), geen deel uitmaken van deze vervaardigingsprijs. Goederen in bewerking De Belgische boekhoudwetgeving laat zoals in de BBC twee waarderingsmethoden toe: de percentage of completion methode en de completed contract methode. Alleen is de in BBC voorziene netting d.i. de vermindering met de ontvangen vooruitbetalingen niet opgenomen in de Belgische boekhoudwetgeving. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 112

113 16.8 Samenvatting Grond- en hulpstoffen Goederen in bewerking Bestellingen in uitvoering Gereed product Handelsgoederen O.G. bestemd voor verkoop Aanschaffingswaarde Verwerving door ruiltransacties aanschaffingswaarde of lagere marktwaarde aanschaffingswaarde of lager marktwaarde aanschaffingswaarde of lager marktwaarde aanschaffingswaarde of lager marktwaarde aanschaffingsprijs vervaardigingsprijs vervaardigingsprijs vervaardigingsprijs voor activa met identieke kenmerken: grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen * individualisering productie kosten die rechtstreeks kunnen toegerekend productie kosten die rechtstreeks kunnen toegerekend productie kosten die rechtstreeks kunnen toegerekend * FIFO worden aan het product worden aan het product worden aan het product goederen die gratis of tegen symbolische prijs worden verdeeld DWZ: overhead wordt niet opgenomen DWZ: overhead wordt niet opgenomen DWZ: overhead wordt niet opgenomen aanschaffingswaarde of lagere vervangingswaarde 2 waarderingsmethoden: Verwerving door niet-ruiltransacties * percentage of completion methode marktwaarde * completed contract methode goederen die gratis of tegen symbolische prijs worden verdeeld worden NIET gewaardeerd Waardevermindering NEEN JA JA NEEN indien de vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten van deze goederen en bestellingen, hoger is dan de nettoverkoopprijs op de balansdatum of de contractprijs Aanvullende Waardevermindering JA JA JA JA rekening houdende met : * de evolutie van de realisatie- of marktwaarde * risico's die inherent zijn aan aard van de goederen Terugneming van de waardevermindering JA JA JA JA Voorzieningen NEEN NEEN JA NEEN indien de risico's niet gedekt zijn door waardeverminderingen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 113

114 Grond- en hulpstoffen Handelsgoederen Waardering tegen: Marktwaarde is lager dan de aanschaffingsprijs Neen Ja Aanschaffingsprijs Vervaardigingsprijs Marktwaarde X X Indien nodig worden op deze waarderingen aanvullende waardeverminderingen geboekt om rekening te houden: * hetzij met de evolutie van de realisatie- of marktwaarde; * hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit Goederen in bewerking Bestellingen in uitvoering Waardering tegen: Aanschaffingsprijs Vervaardigingsprijs Marktwaarde Netto-verkoopprijs (of overeengekomen prijs) is lager dan de vervaardigingsprijs Neen X verminderd met de nodige waardeverminderingen en eventueel aanvullende waardeverminderingen Ja X Gereed product Waardering tegen: Marktwaarde is lager dan de aanschaffingsprijs Neen Ja Aanschaffingsprijs Vervaardigingsprijs Marktwaarde X X Indien nodig worden op deze waarderingen aanvullende waardeverminderingen geboekt om rekening te houden: * hetzij met de evolutie van de realisatie- of marktwaarde; * hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 114

115 17 Vorderingen en schulden op korte termijn Vorderingen uit ruiltransacties 17.1 Voorstelling BBC Rubriek van de jaarrekening (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.B. Vorderingen op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 1. Vorderingen uit ruiltransacties 40 Vorderingen uit ruiltransacties (1) 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties nominale waarde (2) 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties (3) 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties nominale waarde (2) 406 Vooruitbetalingen (4) 407 Vorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren (2) 4070 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren 4071 Overige vorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren 409 Vorderingen uit ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) 4090 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) 4091 Overige vorderingen uit ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) (1) De vorderingen op meer dan één jaar of het gedeelte van de vorderingen dat vervalt binnen het jaar, moet op deze rekeningen slechts worden overgeboekt op het einde van het jaar. (2) Debiteurenrekening met debetsaldo. (3) De te innen opbrengsten mogen eveneens worden geboekt als uitsplitsing van de rekening '400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde'. (4) Andere dan deze die kunnen worden toegerekend aan de rekeningen 213 en 360 en aan de rekeningen voor vaste activa in aanbouw Begrippen Algemeen Onder de vorderingen op korte termijn worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt. Onder de overeenstemmende rubrieken van de vorderingen worden, naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, ook de te ontvangen opbrengsten opgenomen die tijdens het financiële boekjaar of tijdens een vorig financieel boekjaar zijn ontstaan en waarvoor er nog geen titel bestaat, op voorwaarde dat de schuldenaar vaststaat en het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat (art van het BVR). De vorderingen op korte termijn worden verder opgesplitst in de vorderingen uit ruiltransacties en de vorderingen uit niet-ruiltransacties We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 18 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 115

116 Onder de vorderingen uit ruiltransacties worden de vorderingen opgenomen die ontstaan ingevolge ruiltransacties waarbij er tussen de betrokken partijen een gelijkwaardige economische waarde wordt omgewisseld (art van het BVR). Bij de ruiltransacties moet bijgevolg de in ruil gegeven economische waarde voor de betrokken partijen ongeveer gelijkwaardig zijn. Wanneer het bestuur voor een bepaalde dienstverlening een vergoeding (retributie) aanrekent, dan wordt dit als een ruiltransactie beschouwd omdat er van uitgegaan wordt dat er een billijke vergoeding wordt gevraagd voor de betreffende dienstverlening, ook al wordt deze dienstverlening (in grote mate) door het bestuur gesubsidieerd Balansrubrieken Werkingsvorderingen uit ruiltransacties (Subrubriek 400) Het betreft de vorderingen op de diverse cliënten van het bestuur evenals de vorderingen op andere gemeenten, OCMW s, provincies, andere overheden, etc, ontstaan uit de courante dienstverlening van het bestuur en realiseerbaar op korte termijn (d.w.z. op ten hoogste één jaar). Voorbeelden: Vorderingen die ontstaan naar aanleiding van: De verkoop van vuilniszakken (BF 2010) 13 De verhuur van de zalen in het Cultureel Centrum (BF 2011) Verblijf in het kinderdagverblijf (BF 8030) Te innen opbrengsten uit ruiltransacties (Subrubriek 404) Onder deze subrubriek kunnen ondermeer worden opgenomen de op te maken facturen alsook de te ontvangen creditnota s. Het betreft vorderingen op korte termijn waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, maar waarvan de schuldenaar vaststaat en waarvan het bedrag ofwel vastligt ofwel met nauwkeurigheid kan worden geschat. Voorbeeld: De facturen die op 31 december nog moeten opgemaakt worden voor de prestaties die geleverd zijn door de brandweer (BF 7501) Overige vorderingen uit ruiltransacties (Subrubriek 405) In tegenstelling tot de werkingsvorderingen die ontstaan uit de courante dienstverlening van het bestuur, heeft deze subrubriek betrekking op vorderingen die voortvloeien uit andere activiteiten dan deze die rechtstreeks verband houden met de courante dienstverlening. Voorbeeld: Te ontvangen creditintresten op financiële rekeningen Vooruitbetalingen (Subrubriek 406) Dit zijn vooruitbetalingen die het bestuur heeft verricht en die géén betrekking hebben op immateriële vaste activa, materiële vaste activa en voorraden. Het omvat de voorschotten die bijvoorbeeld betaald werden aan leveranciers of personeelsleden en die terugvorderbaar zijn op korte termijn. Voorbeeld: Het voorschot dat betaald wordt aan de RSZPPO (BF 1201) Vorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren (Subrubriek 407) Dit zijn vorderingen ontstaan door het verlenen van krediet aan klanten. Op balansdatum dient het bestuur alle vorderingen uit ruiltransacties te onderzoeken op hun inbaarheid. Wanneer blijkt dat de klant in een problematische toestand verkeert waardoor de inning van de vordering twijfelachtig wordt, dan dient deze vordering te worden 13 Waar mogelijk wordt verwezen naar de Boekhoudfiches (BF) die ter beschikking zijn gesteld door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 116

117 overgeboekt naar deze subriek. Deze overboeking dient te gebeuren voor het totale bedrag van de vordering, ook al is slechts een gedeelte dubieus. De volgende oorzaken zullen aanleiding geven tot het boeken van dubieuze debiteuren : De debiteur is insolvabel en zal waarschijnlijk niet of slechts gedeeltelijk betalen; Bepaalde uitstaande vorderingen zijn vervallen en het is waarschijnlijk dat een gedeelte niet meer kan worden geïnd door het bestuur Vorderingen uit ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (Subrubriek 409) Op het moment dat men een vordering overboekt naar de subrubriek 407 Vorderingen uit ruiltransacties dubieuze debiteuren, dient men een zo getrouw mogelijke inschatting te maken van het verlies dat men op de betreffende vordering kan lijden. De inschatting van het vermoedelijk verlies kan op verschillende manieren gebeuren: Individuele raming: elke openstaande vordering wordt kritisch onderzocht op het risico van niet-betaling en op basis daarvan legt het bestuur een waardevermindering vast; Globale (of forfaitaire) benadering: in de praktijk zal het voor het bestuur niet altijd mogelijk zijn om de waardevermindering te individualiseren per vordering; wanneer het bestuur zeer veel vorderingen voor een gering bedrag heeft openstaan, zal men veeleer op basis van de ervaringen werken met een globale schatting. Een individuele raming kan dan bijvoorbeeld enkel worden toegepast in het geval van specifieke gevallen, zoals bij falingen. Deze wijze waarop het bestuur deze inschatting zal maken, dient te worden opgenomen in de waarderingsregels. De subrubriek 409 is met andere woorden een correctierekening die steeds een creditsaldo zal hebben aangezien het geraamde verlies tot uitdrukking wordt gebracht via de kostenrekening 634 Waardeverminderingen op werkingsvorderingen op korte termijn Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de vorderingen uit ruiltransacties werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Debiteuren van belastingen en retributies per natuur en dienstjaar 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Debiteuren van belastingen en retributies per individuele rekening 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Debiteuren van exploitatieopbrengsten per natuur en dienstjaar 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Debiteuren van exploitatieopbrengsten per individuele rekening 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Dubieuze debiteuren van belastingen, retributies en exploitatieopbrengsten 4070 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - dubieuze debiteuren 4071 Overige vorderingen uit ruiltransacties - dubieuze debiteuren Te ontvangen creditintresten op financiële rekeningen 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Te ontvangen dividenden 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Te ontvangen restorno's op 406 Vooruitbetalingen leningintresten Andere te ontvangen intresten 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 117

118 41600 Diverse debiteuren 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Diverse dubieuze debiteuren 4071 Overige vorderingen uit ruiltransacties - dubieuze debiteuren Vervallen waarden (effecten) 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Vorderingen op intercommunales in rekening-courant 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Gestorte voorschotten en 406 Vooruitbetalingen vooruitbetalingen Voorschotten en vooruitbetalingen aan gemeentepersoneel 406 Vooruitbetalingen Terugvordering van waarborgen op leningen 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 400 Vorderingen betreffende belastingen 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 401 Vorderingen betreffende de werking 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 4101 Te innen opbrengsten op meer dan één 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties jaar die binnen het jaar vervallen 4102 Vooruitbetalingen op meer dan één jaar 406 Vooruitbetalingen die binnen het jaar vervallen 4104 Overige vorderingen op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 413 Te innen opbrengsten 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties 415 Diverse overige vorderingen 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 400 Werkingsvorderingen 400 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 404 Te innen opbrengsten 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties 406 Vooruitbetalingen 406 Vooruitbetalingen 407 Dubieuze debiteuren 4070 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - dubieuze debiteuren 409 Geboekte waardeverminderingen (-) 4090 Werkingsvorderingen uit ruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 4091 Overige vorderingen uit ruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 414 Te innen opbrengsten 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties 417 Dubieuze vorderingen 4071 Overige vorderingen uit ruiltransacties - dubieuze debiteuren Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 118

119 17.3 Waarderingsregels BBC Nominale waarde Vorderingen uit ruiltransacties worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde (art. 160 van het BVR), onder aftrek van eventuele toepasselijke waardeverminderingen Waardecorrecties Waardeverminderingen Waardeverminderingen zijn correcties op de nominale waarde van de vorderingen uit ruiltransacties, teneinde rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar. Van zodra de invordering van het geheel of een deel van de vordering op de vervaldag onzeker wordt, dient het bestuur een waardevermindering aan te leggen (art. 177 van het BVR). Er mogen ook waardeverminderingen worden toegepast als de realisatiewaarde van de vorderingen op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde. De gecumuleerde waardevermindering wordt van het bedrag van de vordering afgetrokken. Zoals hiervoor reeds aangegeven kan de inschatting van het verlies op verschillende manieren gebeuren. Waardeverminderingen die in een vorig boekjaar of in vorige boekjaren werden geboekt en die volgens een actuele beoordeling niet meer nodig zijn, moeten worden teruggenomen. Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiches 8000 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Daarin vindt u een voorbeeld van de verschillende boekingen op de rekeningen 407 (Dubieuze debiteuren) en 407 (Geboekte waardeverminderingen) Minderwaarde / meerwaarde De financieel beheerder boekt als oninvorderbare vorderingen alle bedragen die aan het bestuur moeten betaald worden door schuldenaren van wie de insolvabiliteit is bewezen door om het even welk bewijsstuk (art. 127 van het BVR). Het kan bijvoorbeeld zijn dat het bestuur informatie heeft ontvangen over de inning van bepaalde dubieuze vorderingen van bijvoorbeeld een gerechtsdeurwaarder of curator. Op basis van deze informatie zal de financieel beheerder het saldo van de vordering in de kosten moeten opnemen (via de rekening 642 Minderwaarde op realisatie van werkingsvorderingen ) en zal de vordering uit de boekhouding verdwijnen. Indien achteraf toch nog een gedeelte van de vordering zou kunnen gerecupereerd worden, dan zal dit aanleiding geven tot het boeken van een Meerwaarde op realisatie van werkingsvorderingen (rekening 742). Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiches 8000 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Daarin vindt u een voorbeeld van de verschillende boekingen op de rekeningen 642 (Minderwaarde) en 742 (Meerwaarde) Herwaarderingen Er worden geen herwaarderingen geboekt met betrekking tot de vorderingen uit ruiltransacties Voornaamste verschillen met NGB Term ruiltransacties De term Vorderingen uit ruiltransacties werd niet gebruikt in de NGB. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 119

120 In de gemeenteboekhouding heeft de post debiteuren (40) betrekking op alle vorderingen die voortvloeien uit de courante activiteiten van de gemeente, in het bijzonder de vorderingen uit belastingen, retributies en exploitaties. Onwaarden Naast een overboeking naar de rekening dubieuze debiteuren (d.i. wanneer de invorderbaar twijfelachtig is) werd in de NGB wat betreft de niet aan te zuiveren ontvangsten aanvullend het volgende onderscheid gemaakt in artikel 55 van het ARGC: Onverhaalbare posten: ontheffingen en verminderingen die toegestaan zijn door het College van burgemeester en schepenen; Oninvorderbare ontvangsten: ontvangsten die niet kunnen ingevorderd worden ingevolge de insolventie van de schuldenaar of een materiële vergissing Voornaamste verschillen met NPB Term ruiltransacties In de provincieboekhouding werd de term Vorderingen uit ruiltransacties niet gebruikt maar werd de term Vorderingen voor belastingen en exploitatie gehanteerd Voornaamste verschillen met NOB Term ruiltransacties De term Vorderingen uit ruiltransacties werd niet gebruikt in de NOB waar de term Werkingsvorderingen werd gebruikt Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Rubriek en subrubrieken De rubriek Vorderingen uit ruiltransacties komt niet voor in de Belgische boekhoudwetgeving waar de term Handelsvorderingen wordt gebruikt. De verschillende subrubrieken zijn in BBC specifiek afgestemd op de lokale besturen en verschillen bijgevolg van de subrubrieken in de Belgische boekhoudwetgeving. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 120

121 17.8 Samenvatting Vorderingen uit ruiltransacties Waardering Waardevermindering Terugneming van de waardevermindering Minderwaarden Meerwaarden Tegen nominale waarde Indien de betaling op de vervaldag onzeker is, wordt de vordering overgeboekt naar de rekening Dubieuze debiteuren. Op dat moment wordt er ook een waardevermindering geboekt voor het geraamde verlies; deze waardevermindering wordt geboekt op de rekening 409 Geboekte waardeverminderingen (-). Voorheen geboekte waardeverminderingen die niet meer nodig zijn, worden teruggenomen. Op het ogenblik dat er een effectief verlies wordt gerealiseerd, dient een minderwaarde tot uitdrukking te worden gebracht in de boekhouding op de rekening 642 Minderwaarde op de realisatie van werkingsvorderingen. Indien er achteraf toch een deel van de vordering kan worden gerecupereerd (na de boeking van een waardevermindering), dan kan dit aanleiding geven tot een Meerwaarde op de realisatie van werkingsvorderingen (rekening 742). Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 121

122 18 Vorderingen en schulden op korte termijn Vorderingen uit niet-ruiltransacties 18.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.B. Vorderingen op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 2. Vorderingen uit niet-ruiltransacties 41 Vorderingen uit nietruiltransacties (1) 410 Bijdrage in kapitaal (2) 411 Terug te vorderen BTW (2) 412 Terug te vorderen belastingen en voorheffingen (2) 4120/4 Belgische winstbelastingen 4125/7 Belgische belastingen 4128 Buitenlandse belastingen 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten (2) 414 Te innen opbrengsten uit niet-ruiltransacties 415 Vorderingen uit subsidies en uit toegestane leningen (2) 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies (3) 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen (3) 4153 Vorderingen wegens werkingssubsidies (3) 416 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties (2) 4160 Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties nominaal bedrag 4161 Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties nominaal bedrag 417 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren 4170 Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren 4171 Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren 418 Borgtochten betaald in contanten 419 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) (4) 4190 Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) 4191 Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (-) (1) De vorderingen op meer dan één jaar of het gedeelte van de vorderingen dat vervalt binnen het jaar, moet op deze rekeningen slechts worden overgeboekt op het einde van het jaar. (2) Debiteurenrekening met debetsaldo. (3) Deze rekening wordt opgesplitst per subsidiecategorie. (4) De waardeverminderingen ingevolge schuldbemiddeling worden op een afzonderlijke rekening geboekt. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 122

123 18.2 Begrippen Algemeen Zoals in het vorige deel reeds aangegeven, worden de vorderingen op korte termijn opgesplitst in: De vorderingen uit ruiltransacties (We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 17 van deze handleiding) De vorderingen uit niet-ruiltransacties Onder de rubriek Vorderingen uit ruiltransacties worden de vorderingen opgenomen die ontstaan ingevolge de ruiltransacties waarbij er tussen de betrokken partijen een gelijkwaardige economische waarde wordt omgewisseld. Onder de rubriek Vorderingen uit niet-ruiltransacties worden dan de vorderingen opgenomen die ontstaan uit transacties waarbij er geen sprake is van een gelijkwaardige economische waarde. In die zin worden borgtochten als niet-ruiltransacties gecatalogeerd, aangezien er van uitgegaan wordt dat de ontvangende partij het bedrag van de borgtocht slechts tijdelijk in bewaring heeft Balansrubrieken Bijdrage in kapitaal (Subrubriek 410) Deze subrubriek zal enkel gebruikt worden door de autonome gemeente- en provinciebedrijven (AGB s en APB s). Hier worden namelijk de middelen (d.i. het gedeelte van het kapitaal) geregistreerd die bij de oprichting door de gemeente- en provinciebesturen werden toegezegd maar die nog niet werden gestort. Wanneer nadien door de gemeente- en provinciebesturen deze toegezegde middelen worden opgevraagd, ontstaat een vordering die hier dient te worden geregistreerd Terug te vorderen BTW (Subrubriek 411) Deze subrubriek zal enkel gebruikt worden door de besturen die de BTW betaald op aankopen geheel of gedeeltelijk kunnen terugvorderen van de BTW-administratie. In dat geval zal het bestuur ook voor bepaalde uitgaande verrichtingen BTW-plichtig zijn en bijgevolg BTW aanrekenen aan de klanten. 14 Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 8060 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Terug te vorderen belastingen en voorheffingen (Subrubriek 412) Het betreft hier werkelijke vorderingen die volgens de belastingaangifte en berekening van het bestuur terugeisbaar zijn. Volgens het MAR wordt deze subrubriek als volgt opgesplitst: 4120/4 Belgische winstbelastingen (enkel voor AGB s en APB s) 4125/7 Belgische belastingen 4128 Buitenlandse belastingen Vorderingen uit fiscale opbrengsten (Subrubriek 413) Dit is een subrubriek die enkel zal gebruikt worden door de gemeente- en provinciebesturen voor de registratie van de vorderingen in het kader van de gemeente- of provinciale fiscaliteit Te innen opbrengsten uit niet-ruiltransacties (Subrubriek 414) Het betreft alle bedragen die het bestuur op balansdatum kan vorderen uit niet-ruiltransacties, maar waarvoor nog geen definitieve titel bestaat. 14 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 21 inzake de schulden uit ruiltransacties. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 123

124 Voorbeeld: Vervallen huuropbrengsten Vorderingen uit subsidies en uit toegestane leningen (Subrubriek 415) Onder deze subrubriek worden alle bedragen geregistreerd die besturen op korte termijn als subsidie kunnen vorderen op hun subsidiërende instanties. Het betreft zowel investerings- als werkingssubsidies. Volgens het MAR wordt deze subrubriek als volgt opgesplitst: 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen 4153 Vorderingen wegens werkingssubsidies Deze rekeningen dienen verder opgesplitst te worden per subsidiecategorie. Voorbeelden: Onder de vorderingen wegens werkingssubsidies (rekening 4153) worden opgenomen: Het geraamd aandeel in het Gemeentefonds (BF 2040) 15 De Gesco-toelagen die het bestuur kan terugvorderen (BF 2050) De gemeentelijke bijdrage in de werking van het OCMW (BF 3900) Terugvorderingen van bijv. installatiepremies (BF 3210) Terugvorderingen van bijv. verwarmingstoelagen (BF 3001) Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties (Subrubriek 416) Deze subrubriek zal worden gebruikt voor alle vorderingen uit niet-ruiltransacties die niet kunnen ondergebracht worden in één van de overige subrubrieken. Volgens het MAR wordt deze restrubriek als volgt opgesplitst: 4160 Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties 4161 Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties Voorbeelden: Terugvordering van ziekenhuiskosten (BF 3050) Recuperatie van leefloon (BF 3200) Terugvordering van het voorschot op de uitkering van een arbeidsongeval (BF 3100) Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren (Subrubriek 417) Deze rubriek dient zoals bij de vorderingen uit ruiltransacties te worden gebruikt voor de vorderingen uit nietruiltransacties waarvan de inning als twijfelachtig dient te worden beschouwd Borgtochten betaald in contanten (Subrubriek 418) Wanneer het bestuur een borgtocht moet betalen waarvan de teruggave binnen het jaar zal gebeuren (bijvoorbeeld voor de tijdelijk huur van een machine, voor watergebruik, etc ) dan wordt dit bedrag in deze subrubriek geregistreerd Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties geboekte waardeverminderingen (Subrubriek 419) Deze subrubriek werkt op dezelfde manier als bij de vorderingen uit ruiltransacties en is een correctierekening op de dubieuze debiteuren uit niet-ruiltransacties die onder subrubriek 417 werden geregistreerd. 15 Waar mogelijk wordt in verwezen naar de Boekhoudfiches (BF) die ter beschikking zijn gesteld door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 124

125 Conversie Onderstaande tabellen geven weer waar de vorderingen uit niet-ruiltransacties werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Debiteuren van belastingen en retributies per natuur en dienstjaar Debiteuren van belastingen en retributies per individuele rekening Dubieuze debiteuren van belastingen, retributies en exploitatieopbrengsten 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten 4170 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - dubieuze debiteuren 4171 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - dubieuze debiteuren Terugvorderbare BTW 411 Terug te vorderen btw Te ontvangen aanvullende belastingen 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten Te ontvangen investeringssubsidies, 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies giften en legaten in kapitaal Te ontvangen werkingssubsidies 4153 Vorderingen wegens werkingssubsidies Terugvordering van financiële kosten 4153 Vorderingen wegens werkingssubsidies van leningen Te ontvangen intresten van leningen en 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen effecten Diverse debiteuren 4160 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominaal bedrag 4161 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominaal bedrag Terugvordering van periodieke 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies aflossingen van leningen Terugvordering van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen ondernemingen Terugvordering van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen gezinnen en v.z.w.'s Terugvordering van leningen aan de 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen hogere overheden Terugvordering van leningen aan andere 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen overheidsinstellingen Terugvordering van leningen die binnen 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen het jaar vervallen Terugvordering van vervroegde 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen aflossingen van leningen en leningen met één vervaldag ten laste van derden Opeisbare saldi van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen ondernemingen Opeisbare saldi van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen gezinnen en v.z.w.'s Opeisbare saldi van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen hogere overheden Opeisbare saldi van leningen aan 4152 Vorderingen wegens toegestane leningen andere overheidsinstellingen Gestorte waarborgen en borgtochten 418 Borgtochten betaald in contanten Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 125

126 Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 400 Vorderingen betreffende belastingen 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten 411 Terug te vorderen belastingen en voorheffingen 412 Terug te vorderen belastingen en voorheffingen 412 Te ontvangen subsidies 415 Vorderingen uit subsidies en uit toegestane leningen 413 Te innen opbrengsten 404 Te innen opbrengsten uit ruiltransacties 414 Te innen opbrengsten uit niet-ruiltransacties 414 Terugvorderbare BTW 411 Terug te vorderen BTW 415 Diverse overige vorderingen 405 Overige vorderingen uit ruiltransacties - nominale waarde 416 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties 418 Borgtochten betaald in contanten 418 Borgtochten betaald in contanten OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 404 Te innen opbrengsten 414 Te innen opbrengsten uit niet-ruiltransacties 407 Dubieuze debiteuren 4170 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - dubieuze debiteuren 4171 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties dubieuze debiteuren 409 Geboekte waardeverminderingen (-) 4190 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 4191 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 4100 Vorderingen wegens subsidies onder de 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies vorm van een lening niet vervallen vorderingen 4101 Vorderingen wegens subsidies onder de 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies vorm van een lening vervallen vorderingen 411 Vorderingen wegens subsidies onder de 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies vorm kapitaal 412 Terug te vorderen belastingen en 4120/4 Belgische winstbelastingen voorheffingen 4125/7 Belgische belastingen 4128 Buitenlandse belastingen 413 Te ontvangen werkingssubsidies 4153 Vorderingen wegens werkingssubsidies 414 Te innen opbrengsten 414 Te innen opbrengsten uit niet-ruiltransacties 4151 Te ontvangen gemeentelijke bijdrage in investeringen 4152 Diverse vorderingen andere dan tot gemeentelijke bijdrage Interne rekening-courant 4151 Vorderingen wegens investeringssubsidies 4160 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - nominaal bedrag 4161 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - nominaal bedrag 417 Dubieuze vorderingen 4171 Andere overige vorderingen uit niet- Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 126

127 ruiltransacties - dubieuze debiteuren 418 Borgtochten betaald in contanten 418 Borgtochten betaald in contanten 419 Geboekte waardeverminderingen (-) 4190 Andere werkingsvorderingen uit nietruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 4191 Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties - geboekte waardeverminderingen 18.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde Vorderingen uit niet-ruiltransacties worden steeds in de balans opgenomen aan de nominale waarde (art. 160 van het BVR), onder aftrek van eventuele toepasselijke waardeverminderingen. We verwijzen hiervoor ook naar titel van deze handleiding Waardecorrecties Hier gelden dezelfde regels als voor de vorderingen uit ruiltransacties: Waardeverminderingen Van zodra de invordering van het geheel of een deel van de vordering op de vervaldag onzeker wordt, dient het bestuur een waardevermindering aan te leggen (art. 177 van het BVR). Er mogen ook waardeverminderingen worden toegepast als de realisatiewaarde van de vorderingen op de balansdatum lager is dan de boekhoudkundige waarde. Voorheen geboekte waardeverminderingen die niet meer nodig zijn, moeten worden teruggenomen. Zoals reeds aangegeven kan de inschatting van het verlies op verschillende manieren gebeuren: individuele of globale (forfaitaire) waardering. Voor het boeken van dubieuze debiteuren en waardeverminderingen m.b.t. andere vorderingen uit nietruiltransacties, dienen de volgende rekeningen te worden gebruikt: Andere werkingsvorderingen Andere overige vorderingen Dubieuze debiteuren (Subrubriek 417) 4170: Andere werkingsvorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren 4171: Andere overige vorderingen uit niet-ruiltransacties dubieuze debiteuren Geboekte waardeverminderingen (Subrubriek 419) 4190: Andere werkingsvorderingen geboekte waardeverminderingen 4191: Andere overige vorderingen uit nietruiltransacties geboekte waardeverminderingen Minderwaarde / meerwaarde De financieel beheerder boekt als oninvorderbare vorderingen alle bedragen die aan het bestuur moeten betaald worden door schuldenaren van wie de insolvabiliteit is bewezen door om het even welk bewijsstuk (art. 127 van het BVR). Op dat ogenblik zal de financieel beheerder het saldo van de vordering in de kosten moeten opnemen en zal de vordering uit de boekhouding verdwijnen. Hiervoor zullen de volgende rekeningen worden gebruikt: Voor andere werkingsvorderingen: rekening Minderwaarde op realisatie van werkingsvorderingen Voor andere overige vorderingen: rekening 652 Minderwaarde op realisatie van vlottende activa Indien achteraf toch nog een gedeelte van de vordering zou kunnen gerecupereerd worden, dan zal dit aanleiding geven tot het boeken van een meerwaarde. Hiervoor zullen de volgende rekeningen worden gebruikt: Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 127

128 Voor andere werkingsvorderingen: rekening Meerwaarde op realisatie van werkingsvorderingen Voor andere overige vorderingen: rekening 752 Meerwaarde op realisatie van vlottende activa 18.4 Voornaamste verschillen met NGB Term niet-ruiltransacties De term Vorderingen uit niet-ruiltransacties werd niet gebruikt in het kader van de NGB. In de gemeenteboekhouding werden de overige vorderingen (rubriek 41) onderverdeeld als volgt: 411: Terug te vorderen BTW 412: Terug te vorderen belastingen en taksen 413: Te ontvangen subsidies, giften, legaten en leningen 415: Te ontvangen intresten, dividenden en ristorno s 416: Diverse debiteuren 417: Diverse dubieuze debiteuren 418: Vervallen waarden 419: Vorderingen in rekening-courant 461: Gestorte waarborgen, voorschotten en vooruitbetalingen 18.5 Voornaamste verschillen met NPB Term niet-ruiltransacties De term Vorderingen uit niet-ruiltransacties werd niet gebruikt in de NPB waar de term Overige vorderingen werd gebruikt. In het minimum algemeen rekeningstelsel werden de overige vorderingen als volgt onderverdeeld: 410: Vorderingen op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen 411: Terug te vorderen belastingen en voorheffingen 412: Te ontvangen subsidies 413: Te innen opbrengsten 414: Terugvorderbare BTW 415: Diverse overige vorderingen 418: Borgtochten betaald in contanten 18.6 Voornaamste verschillen met NOB Term niet-ruiltransacties De term Vorderingen uit niet-ruiltransacties werd niet gebruikt in de NOB waar de term Overige vorderingen werd gebruikt. In het minimum genormaliseerd rekeningstelsel werden de overige vorderingen als volgt onderverdeeld: 410: Vorderingen wegens subsidies onder de vorm van een lening 411: Vorderingen wegens subsidies onder de vorm van kapitaal 412: Terug te vorderen belastingen en voorheffingen 413: Te ontvangen werkingssubsidies 414: Te innen opbrengsten 415: Diverse vorderingen 416: Interne rekening-courant 417: Dubieuze vorderingen 418: Borgtochten betaald in contanten 419: Geboekte waardeverminderingen (-) Te ontvangen gemeentelijke bijdrage in het werkkapitaal / investeringen In de OCMW-boekhouding waren onder de rubriek 415 Diverse vorderingen volgende specifieke rekeningen opgenomen: Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 128

129 4150: Te ontvangen gemeentelijke bijdrage in het werkkapitaal 4151: Te ontvangen gemeentelijke bijdrage in de investeringen In de BBC worden in het MAR geen specifieke rekeningen overgenomen voor het boeken van de gemeentelijke bijdrage. Deze zal bijgevolg geboekt worden op de rekeningen 4153 (als werkingssubsidie) en 4151 (investeringssubsidie). Interne rekening-courant In het kader van de BBC wordt er niet meer gewerkt via interne rekeningen-courant. De kosten kunnen in het licht van de gewenste managementinformatie verdeeld worden over de verschillende kostenplaatsen. Hierbij zal gewerkt worden met de rekeningen interne facturatie (619 en 709). Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 8050 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Rubriek en subrubrieken De rubriek Vorderingen uit niet-ruiltransacties komt niet voor in de Belgische boekhoudwetgeving waar de term Overige vorderingen wordt gebruikt. Ook de verschillende subrubrieken zijn in de BBC specifiek afgestemd op de lokale besturen en verschillen bijgevolg van de subrubrieken in de Belgische boekhoudwetgeving. Zo is de subrubriek 413 Vorderingen uit fiscale opbrengsten specifiek voor een openbaar bestuur en niet terug te vinden bij een commerciële onderneming Samenvatting Vorderingen uit niet-ruiltransacties Waardering Waardevermindering Terugneming van de waardevermindering Minderwaarden Meerwaarden Tegen nominale waarde Indien de betaling op de vervaldag onzeker is, wordt de vordering overgeboekt naar de rekening 417 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties - dubieuze debiteuren. Op dat moment wordt er ook een waardevermindering geboekt voor het geraamde verlies; deze waardevermindering wordt geboekt op de rekening 419 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties - geboekte waardeverminderingen (-). Voorheen geboekte waardeverminderingen die niet meer nodig zijn, worden teruggenomen Op het ogenblik dat er een effectief verlies wordt gerealiseerd, dient een minderwaarde tot uitdrukking te worden gebracht in de boekhouding: - Minderwaarde op de realisatie van werkingsvorderingen rekening Minderwaarden op de realisatie van vlottende activa rekening 652 Indien er achteraf toch een deel van de vordering kan worden gerecupereerd (na de boeking van een waardevermindering), dan kan dit aanleiding geven tot een: - Meerwaarde op de realisatie van werkingsvorderingen rekening Meerwaarde op de realisatie van vlottende activa rekening 752 Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 129

130 19 Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen 19.1 Voorstelling BBC Rubriek van de jaarrekening (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.A. Schulden op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 6. Schulden op lange termijn die binnen het jaar 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen vervallen (1) 421 Obligatieleningen die binnen het jaar vervallen 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen 425 Werkings- en handelsschulden die binnen het jaar vervallen 426 Ontvangen vooruitbetalingen die binnen het jaar vervallen 429 Overige schulden die binnen het jaar vervallen (1) De schulden op meer dan één jaar of het gedeelte van de schulden dat vervalt binnen het jaar, moeten slechts op het einde van het jaar worden overgeboekt naar deze rekeningen Begrippen Algemeen In hoofdstuk 5 van deze handleiding wordt uitvoerig aandacht besteed aan de schulden op lange termijn. Deze rubriek (17) geeft de verschillende vermogensbronnen weer die het bestuur bij derden heeft verkregen en die aan de volgende voorwaarden cumulatief voldoen: Een contractuele looptijd hebben van méér dan 1 jaar; Niet binnen het boekjaar vervallen. Het gedeelte van deze schulden (met een oorspronkelijke looptijd van méér dan één jaar) die binnen het boekjaar vervallen, worden per balansdatum overgeboekt naar de rubriek 42. Onder de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen, worden de schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan 1 jaar opgenomen die binnen twaalf maanden vervallen (art. 82 van het BVR). Het moet hier bijgevolg gaan om schulden die voor langer dan 12 maanden werden gecontacteerd, maar waarvan een deel door het bestuur dient te worden terugbetaald binnen de 12 maanden te rekenen vanaf de balansdatum Balansrubrieken De inhoud van deze post is vrij heterogeen aangezien zowel schulden met een zuiver financieel karakter (obligatieleningen, leasingschulden, schulden aan kredietinstellingen) als schulden voortvloeiend uit de eigenlijke activiteiten van het bestuur (handelsschulden, vooruitbetalingen, etc ) erin worden opgenomen. Een gedetailleerde bespreking van deze verschillende subrubrieken is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze handleiding van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 130

131 De indeling van rubriek 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen is volledig afgestemd op de subrubrieken van de schulden op lange termijn: 16/7 Schulden op lange termijn 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen 171 Obligatieleningen 421 Obligatieleningen die binnen het jaar vervallen 172 Leasing en soortgelijke verplichtingen 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 173 Schulden aan kredietinstellingen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 174 Overige leningen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen 175 Werkings- en handelsschulden 425 Werkings- en handelsschulden die binnen het jaar vervallen 176 Ontvangen vooruitbetalingen op ruiltransacties 426 Ontvangen vooruitbetalingen die binnen het jaar vervallen 179 Overige schulden uit niet-ruiltransacties 429 Overige schulden die binnen het jaar vervallen De overboeking van de schulden op lange termijn (Rubriek 17) naar de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen is een typische eindejaarsverrichting. Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 7600 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Periodieke aflossingen van andere leningen Periodieke aflossingen van leningen die binnen het jaar vervallen Periodieke aflossingen van leasingschulden die binnen het jaar vervallen Delgingsfonds van openbare leningen (aflossingen) 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 421 Obligatieleningen die binnen het jaar vervallen Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 4200 Schulden ten laste van de provincie: leningen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 4201 Schulden ten laste van de provincie: 421 Obligatieleningen die binnen het jaar vervallen obligatielening 4202 Schulden ten laste van de provincie: schulden financiële leasing 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 421 Schulden ten laste van hogere overheden 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 131

132 422 Schulden ten laste van derden 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 423 Overige schulden 429 Overige schulden die binnen het jaar vervallen OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 4220 Schulden van onroerende leasing 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 4221 Schulden van roerende leasing 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 4222 Schulden van erfpacht en opstal 429 Overige schulden die binnen het jaar vervallen 423 Kredietinstellingen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 424 Overige leningen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen 4250 Leveranciers 425 Werkings- en handelsschulden die binnen het jaar vervallen 4251 Andere werkingsschulden 425 Werkings- en handelsschulden die binnen het jaar vervallen 426 Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 426 Ontvangen vooruitbetalingen die binnen het jaar vervallen 429 Overige schulden 429 Overige schulden die binnen het jaar vervallen 19.3 Waarderingsregels BBC Nominale waarde De waarderingsregels die van toepassing zijn voor de schulden op lange termijn, zijn evenzeer van toepassing op de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen. De algemene regel is dat de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen op de balans uitgedrukt worden voor hun nominale waarde (art. 168 van het BVR). Deze kan omschreven worden als de terugbetalingswaarde van de schuld. We verwijzen hiervoor ook naar titel 5.3 van deze handleiding Waardecorrecties Waardeverminderingen Er worden geen waardeverminderingen geboekt met betrekking tot de schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen Omrekening van vreemde valuta Wanneer het bestuur schulden op lange termijn heeft aangegaan in vreemde valuta, dan zullen de schulden op balansdatum (die binnen het jaar vervallen) het voorwerp uitmaken van mogelijke wisselkoersschommelingen. Deze schulden worden bijgevolg op balansdatum gewaardeerd aan de contantwisselkoers (slotkoers) op die datum. Deze waardering kan aanleiding geven tot een (niet gerealiseerde) omrekeningingsverschillen die in het resultaat worden opgenomen: Rubriek 755: (Positieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Rubriek 655: (Negatieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Indien de wisselkoersverschillen gerealiseerd worden naar aanleiding van de vereffening van deze schulden, dan worden deze gerealiseerde omrekeningsverschillen als volgt in het resultaat opgenomen: Rubriek 754: (Positieve) gerealiseerde wisselresultaten Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 132

133 Rubriek 654: (Negatieve) gerealiseerde wisselresultaten Herwaarderingen Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen zijn niet onderhevig aan herwaarderingen Voornaamste verschillen met NGB Rubrieken In de gemeenteboekhouding werd ook jaarlijks in het kader van de opmaak van de balans een overboeking gemaakt van de schulden op meer dan één jaar naar de schulden op ten hoogste één jaar, en dit voor de aflossingstranches die binnen het volgend jaar vervallen (art. 28 van het ARGC). De volgende rekeningen werden hiervoor gebruikt: 43513: Periodieke aflossingen van leningen die binnen het jaar vervallen 43514: Periodieke aflossingen van leasingschulden die binnen het jaar vervallen 19.5 Voornaamste verschillen met NPB Rubrieken In de provincieboekhouding volgt de klasse 42 Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen dezelfde indeling als de schulden op meer dan één jaar (klasse 17): 420: Schulden ten laste van de provincie 421: Schulden ten laste van de hogere overheden 422: Schulden ten laste van derden 423: Overige schulden 19.6 Samenvatting Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen Waardering Afschrijvingen / waardeverminderingen Omrekening van vreemde valuta Tegen nominale waarde Niet van toepassing Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen (op balansdatum) en gerealiseerde omrekeningsverschillen (bij vereffening). Niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen worden geboekt op de volgende rekeningen: 755: Positieve resultaten uit de omrekening van vreemde valuta 655: Negatieve resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Herwaarderingen Gerealiseerde wisselkoersverschillen worden geboekt op de volgende rekeningen: 754: Positieve gerealiseerde wisselresultaten 654: Negatieve gerealiseerde wisselresultaten Niet van toepassing Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 133

134 20 Vorderingen en schulden op korte termijn Financiële schulden 20.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.A. Schulden op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 1. Financiële schulden 43 Financiële schulden 430 Kredietinstellingen Leningen op rekening met vaste termijn 433 Kredietinstellingen Schulden in rekening-courant (1) 439 Overige leningen (1) De rekening wordt normaal enkel aan het einde van het boekjaar gebruikt. De tegenboeking wordt verricht bij het begin van de volgende periode Begrippen Algemeen De financiële schulden (op korte termijn) betreffen de schulden aan de kredietinstellingen, de overige leningen en de verplichtingen die voortvloeien uit obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, ook al zijn ze aangegaan ten aanzien van leveranciers of worden ze door een handelseffect vertegenwoordigd (art. 76 van het BVR) Balansrubrieken Kredietinstellingen Leningen op rekening met vast termijn (Subrubriek 430) Deze subrubriek bevat alle schulden die het bestuur heeft aangegaan tegenover publieke financiële instellingen, banken, spaarbanken, etc met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste één jaar. Deze kortlopende kredieten met een vaste termijn (bijvoorbeeld kaskredieten, straight loans, etc ) worden door het bestuur bijvoorbeeld aangegaan om een tijdelijk liquiditeitstekort op te vangen Kredietinstellingen Schulden in rekening-courant (Subrubriek 433) Indien een rekening-courant bij een kredietinstelling (Rubriek 55) een negatief saldo (creditsaldo) vertoont, dan wordt dit saldo op balansdatum (dat in het voordeel is van de kredietinstelling) overgeboekt naar de subrubriek 433 Schulden in rekening-courant. Deze subrubriek zal bijgevolg enkel gebruikt worden op het einde van het boekjaar; bij de opening van het volgende boekjaar zal het negatief saldo opnieuw een overgeboekt worden naar de rubriek 55. Indien het bestuur meerdere rekeningen-courant heeft, is het niet toegelaten om deze op balansdatum te compenseren. Dit is enkel toegelaten indien er verschillende rekeningen bestaan bij eenzelfde financiële instelling waarmee een compensatieovereenkomst bestaat Overige leningen (Subrubriek 439) Deze restrubriek wordt enkel gebruikt voor alle andere kredietvormen op korte termijn die niet kunnen ondergebracht worden in de andere subrubrieken. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 134

135 Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de financiële schulden (op korte termijn) werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Leningen op korte termijn 430 Kredietinstellingen - Leningen op rekening met vaste termijn Debetintresten op financiële rekeningen 433 Kredietinstellingen - Schulden in rekeningcourant Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 423 Overige schulden 439 Overige leningen 4300 Vervallen aflossingen van leningen aangegaan bij financiële instellingen, ten laste van de provincie, overboeking 4301 Vervallen intresten van leningen aangegaan bij financiële instellingen, ten laste van de provincie, overboeking 4302 Vervallen aflossingen van obligatieleningen, overboeking 4303 Vervallen intresten van obligatieleningen, overboeking 4304 Vervallen aflossingen van leasingschulden, overboeking 4305 Vervallen intresten van leasingschulden, overboeking 4310 Vervallen aflossingen van leningen ten laste van een hogere overheid, overboeking 4311 Vervallen intresten van leningen ten laste van een hogere overheid, overboeking 4320 Vervallen aflossingen van leningen ten laste van derden, overboeking 4321 Vervallen intresten van leningen ten laste van derden, overboeking 433 Financiële instellingen: schulden in rekening-courant: overboeking 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4451 Vervallen obligaties en coupons 4451 Vervallen obligaties en coupons 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 433 Kredietinstellingen - Schulden in rekeningcourant OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 430 Kredietinstellingen - leningen op rekening met vaste termijn 430 Kredietinstellingen - Leningen op rekening met vaste termijn 431 Kredietinstellingen 430 Kredietinstellingen - Leningen op rekening met vaste termijn Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 135

136 433 Kredietinstellingen - schulden in rekening-courant 433 Kredietinstellingen - Schulden in rekeningcourant 438 Vervallen kapitaalaflossingen en intrestdelgingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 439 Overige leningen 439 Overige leningen 20.3 Waarderingsregels BBC Nominale waarde De financiële schulden worden geboekt en gewaardeerd aan hun nominale waarde Waardecorrecties Waardeverminderingen Er worden geen waardeverminderingen geboekt met betrekking tot de financiële schulden Omrekening van vreemde valuta Wanneer het bestuur financiële schulden heeft aangegaan in vreemde valuta, dan kunnen deze schulden op balansdatum het voorwerp uitmaken van mogelijke wisselkoersschommelingen. De financiële schulden worden op balansdatum gewaardeerd aan de contantwisselkoers (slotkoers) op die datum. Deze waardering kan aanleiding geven tot een (niet gerealiseerde) omrekeningingsverschillen die in het resultaat worden opgenomen: Rubriek 755: (Positieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Rubriek 655: (Negatieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta Indien de wisselkoersverschillen gerealiseerd worden naar aanleiding van de vereffening van de financiële schulden, dan worden deze gerealiseerde omrekeningsverschillen als volgt in het resultaat opgenomen: Rubriek 754: (Positieve) gerealiseerde wisselresultaten Rubriek 654: (Negatieve) gerealiseerde wisselresultaten Herwaarderingen Financiële schulden zijn niet onderhevig aan herwaarderingen Voornaamste verschillen met NGB Financiële kosten In tegenstelling tot BBC werden de financiële kosten in de gemeenteboekhouding vastgelegd en aangerekend in de budgettaire boekhouding, op het ogenblik dat deze kosten verschuldigd zijn. Vervolgens werd de aanrekening van deze uitgave geboekt in de algemene boekhouding op de volgende rekeningen: 65104: Financiële kosten van leningen t.l.v. de gemeente; 43611/43612: Financiële kosten van leningen. Tenslotte werd dan op het ogenblik van de effectieve betaling van de financiële kosten, de boeking op de balansrekening 436 tegengeboekt. In BBC worden de financiële kosten geboekt in de resultatenrekening op het moment van de betaling ervan. Teneinde op de balansdatum een correcte toerekening te maken van deze financiële kosten, dient deze pro rata geboekt te worden via de overlopende rekeningen. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 23 van deze handleiding Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 136

137 Periodieke aflossing van de lening en de rechtzetting In de gemeenteboekhouding (budgettaire boekhouding) werd de aflossing van een lening beschouwd als een uitgave van de gewone dienst, waardoor er in de algemene boekhouding een kost werd geregistreerd. Hierdoor was er bijgevolg een correctieboeking nodig die geboekt werd via de rekening (Rechtzetting van de aflossing van leningen ten laste van de gemeente). In BBC wordt de aflossing van een lening niet geboekt in de resultatenrekening waardoor er ook geen rechtzetting dient te gebeuren Voornaamste verschillen met NPB Rekeningstelsel In het minimum algemeen rekeningstelsel (NPB) werd de klasse 43 Financiële schulden als volgt onderverdeeld: 430: Vervallen schulden ten laste van de provincie 431: Vervallen schulden ten laste van de hogere overheden 432: Vervallen schulden ten laste van derden 433: Financiële instellingen: schulden in rekening-courant, overboeking 434/9: Overige leningen en schulden 20.6 Voornaamste verschillen met NOB Rekeningstelsel In het minimum genormaliseerd rekeningstelsel (NOB) werd de klasse 43 als volgt onderverdeeld: 430: Kredietinstellingen - leningen op rekening met vaste termijn 431: Kredietinstellingen 433: Kredietinstellingen - schulden in rekening-courant 438: Vervallen kapitaalsaflossingen en intrestdelgingen 439: Overige leningen In het kader van BBC worden de vervallen kapitaalaflossingen en intresten opgenomen onder de financiële schulden op de rekening 445. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 21 van deze handleiding Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving De BBC-bepalingen met betrekking tot de financiële schulden zijn gelijkaardig aan de Belgische boekhoudwetgeving. De opsplitsing tussen Kredietinstellingen en Overige leningen zoals opgenomen in de Belgische boekhoudwetgeving, wordt evenwel niet gemaakt in het kader van de BBC Samenvatting Financiële schulden Waardering Afschrijvingen / waardeverminderingen Omrekening van vreemde valuta Herwaarderingen Tegen nominale waarde Niet van toepassing Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen nietgerealiseerde omrekeningsverschillen (op balansdatum) en gerealiseerde omrekeningsverschillen (bij vereffening) Niet van toepassing Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 137

138 21 Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden uit ruiltransacties 21.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.A. Schulden op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 2. Schulden uit ruiltransacties 44/5 Schulden uit ruiltransacties 440 Leveranciers (1) 444 Te ontvangen facturen (2) (1) Crediteurenrekening met creditsaldo 445 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest 4451 Vervallen obligaties en coupons 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 446 Te betalen toegestane leningen 449 Andere overige schulden uit ruiltransacties 453 Ingehouden voorheffing 454 Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 455 Bezoldigingen 459 Andere sociale schulden (2) Te ontvangen facturen mogen eveneens worden geboekt als uitsplitsing van de rekening '440 Leveranciers' Begrippen Algemeen Net zoals bij de vorderingen wordt er bij de schulden een onderscheid gemaakt tussen de schulden uit ruiltransacties en de schulden uit niet-ruiltransacties. Onder de schulden uit ruiltransacties worden de schulden opgenomen die ontstaan ingevolge ruiltransacties waarvoor het bestuur een gelijkwaardige economische waarde in ruil krijgt (art. 77 BVR) en die een contractuele looptijd hebben van ten hoogste één jaar. Deze schulden worden opgesplitst in: Schulden op lange termijn uit ruiltransacties (Rubriek 17) Schulden op korte termijn uit ruiltransacties (Rubriek 44/5) Onder de schulden op korte termijn uit ruiltransacties worden de schulden opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt. Deze schulden bestaan uit (art van het BVR): De schulden met betrekking tot de bezoldigingen en de andere sociale schulden; De handelsschulden; De overige schulden uit ruiltransacties. De schulden met betrekking tot de bezoldigingen hebben ondermeer betrekking op: Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 138

139 Balansrubrieken Leveranciers (Subrubriek 440) De handelsschulden op ten hoogste één jaar zijn de schulden die hun oorsprong vinden in de aankopen waartoe het bestuur zich verbonden heeft uit hoofde van diverse aankopen van goederen en diensten. Deze subrubriek bevat bijgevolg de leveranciersschulden (op korte termijn) die voortvloeien uit de normale werking van het bestuur en waarvoor een rechtstitel bestaat Te ontvangen facturen (Subrubriek 444) Op deze rekening worden de facturen geboekt uit hoofde van goederen en diensten die per balansdatum nog niet ontvangen zijn. Het betreft met andere woorden schulden op korte termijn waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden vastgesteld. Zoals hiervoor reeds aangegeven onder 1.1. mogen de te ontvangen facturen eveneens geboekt worden als een uitsplitsing van de subrubriek 440. De door het bestuur op te maken creditnota s worden ook in deze subrubriek opgenomen Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest (Subrubriek 445) De rekeningen van deze subrubriek worden gebruikt op de vervaldag van: Een deel van de schulden op meer dan 1 jaar; De verschuldigde intresten erop. De opsplitsing van deze subrubriek is afgestemd op deze van rubriek 42 Schulden op lange termijn die binnen het jaar vervallen. In het rekeningstelsel wordt de volgende verdere opsplitsing gemaakt: 4451 Vervallen obligaties en coupons 421 Obligatieleningen die binnen het jaar vervallen 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingschulden 422 Leasingschulden en soortgelijke schulden die binnen het jaar vervallen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 423 Schulden aan kredietinstellingen die binnen het jaar vervallen 424 Overige leningen die binnen het jaar vervallen Te betalen toegestane leningen (Subrubriek 446) Wanneer het bestuur een lening toestaat aan een derde (particulier, onderneming, vereniging of andere overheid, ) dan wordt het bedrag onder deze subrubriek opgenomen zolang de lening niet effectief uitbetaald is. Op het moment van de betaling, wordt deze rekening afgeboekt. Op dat moment zal enkel een vordering wegens een toegestane lening in de boekhouding zichtbaar blijven (Subrubriek 415) Ingehouden voorheffing (Subrubriek 453) De bedrijfsvoorheffing die door het bestuur wordt ingehouden op de bezoldigingen van de personeelsleden, wordt als een belastingschuld in deze aparte subrubriek opgenomen Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (Subrubriek 454) In deze subrubriek worden alle sociale schulden van het bestuur opgenomen. Het betreft zowel de werkgeversbijdragen als de ingehouden bijdragen van de werknemers die nog niet aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid werden doorgestort. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 139

140 Bezoldigingen (Subrubriek 455) Het betreft de netto bezoldigingen die het bestuur aan zijn personeelsleden verschuldigd zijn voor de geleverde prestaties maar nog niet werden uitbetaald. Voorbeelden: De schulden met betrekking tot de bezoldigingen hebben ondermeer betrekking op: Bezoldigingen van de mandatarissen (burgemeesters, schepenen, OCMW-voorzitters en gedeputeerden) (BF 1000) 16 ; Presentiegelden van de raadsleden (BF 1001); Bezoldigingen van het vastbenoemd personeel (BF 1002); Wachtuitkeringen secretaris en ontvanger (BF 1003); Verzekeringsvergoedingen (BF 1005); Compenserende vergoedingen voor inkomensverlies (BF 1006); Pensioenen van burgemeester en schepenen (BF 1008) Andere sociale schulden (Subrubriek 459) In deze restrubriek worden alle andere sociale schulden opgenomen die niet onder de vorige subrubrieken kunnen opgenomen worden. Voorbeelden: Kosten m.b.t. attesten van medische en farmaceutische kosten; Invaliditeitsrente; Bijdragen voor de sociale dienst; Fietsvergoedingen; Vergoedingen voor abonnementen openbaar vervoer; Vakbondspremies; Kosten wegens politiek verlof; Extralegale voordelen aan het personeel (bijv. in het kader van anciënniteit) Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de schulden uit ruiltransacties werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Periodieke aflossingen van leningen bij het Gemeentekrediet Periodieke aflossingen van andere leningen Delgingsfonds van openbare leningen (aflossingen) Vervroegde aflossingen van leningen en leningen met één vervaldag bij het Gemeentekrediet Vervroegde aflossingen van andere leningen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 16 Waar mogelijk wordt verwezen naar de Boekhoudfiches (BF) die ter beschikking zijn gesteld door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 140

141 43611 Financiële kosten leningen bij het Gemeentekrediet 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen Financiële kosten van andere leningen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen Delgingsfonds van openbare leningen (intresten) 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen Leveranciers 440 Leveranciers Te ontvangen facturen 444 Te ontvangen facturen Aan te rekenen facturen Ingehouden bedrijfsvoorheffing 453 Ingehouden voorheffing Belastinginhouding op onroerende 453 Ingehouden voorheffing werken van niet-geregistreerde aannemers Bijdragen aan de R.S.Z.P.P.O. en aan 454 Rijksdienst voor Sociale Zekerheid andere organismen Inhouding voor de R.S.Z. op onroerende 454 Rijksdienst voor Sociale Zekerheid werken (niet-geregistreerde aannemers) Bijdrage voor het pensioen van 459 Andere sociale schulden mandatarissen Pensioenbijdragen voor de 459 Andere sociale schulden gemeentelijke en andere pensioenkassen Te betalen nettobezoldigingen en Bezoldigingen vergoedingen Andere inhoudingen op bezoldigingen 459 Andere sociale schulden Te betalen toegestane leningen 446 Te betalen toegestane leningen Diverse crediteuren 449 Andere overige schulden uit ruiltransacties Te betalen deelnemingen 449 Andere overige schulden uit ruiltransacties Schulden aan intercommunales in rekening-courant 449 Andere overige schulden uit ruiltransacties Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 4300 Vervallen aflossingen van leningen aangegaan bij financiële instellingen, ten laste van de provincie, overboeking 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4301 Vervallen intresten van leningen aangegaan bij financiële instellingen, ten laste van de provincie, overboeking 4302 Vervallen aflossingen van obligatieleningen, overboeking 4303 Vervallen intresten van obligatieleningen, overboeking 4304 Vervallen aflossingen van leasingschulden, overboeking 4305 Vervallen intresten van leasingschulden, overboeking 4310 Vervallen aflossingen van leningen ten laste van een hogere overheid, overboeking 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4451 Vervallen obligaties en coupons 4451 Vervallen obligaties en coupons 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 17 We verwijzen hiervoor naar deel 21.4 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 141

142 4311 Vervallen intresten van leningen ten laste van een hogere overheid, overboeking 4320 Vervallen aflossingen van leningen ten laste van derden, overboeking 4321 Vervallen intresten van leningen ten laste van derden, overboeking 433 Financiële instellingen: schulden in rekening-courant: overboeking 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 433 Kredietinstellingen Schulden in rekeningcourant 434/9 Overige leningen en schulden 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 440 Leveranciers 440 Leveranciers 444 Te ontvangen facturen 444 Te ontvangen facturen 453 Ingehouden voorheffingen 453 Ingehouden voorheffing 454 Schulden RSZ 454 Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 455 Netto bezoldigingen 455 Bezoldigingen 456 Voorziening voor vakantiegeld 455 Bezoldigingen 459 Andere sociale schulden 459 Andere sociale schulden OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 438 Vervallen kapitaalsaflossingen en intrestdelgingen 4452 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest inzake leasingsschulden 4453 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest aan kredietinstellingen 4454 Vervallen kapitaalaflossingen en vervallen intrest voor overige leningen 440 Leveranciers 440 Leveranciers 444 Te ontvangen facturen 444 Te ontvangen facturen 449 Overige werkingsschulden 449 Andere overige schulden uit ruiltransacties 453 Ingehouden voorheffingen 453 Ingehouden voorheffing 454 Sociale zekerheid 454 Rijksdienst voor Sociale Zekerheid 455 Te betalen nettobezoldigingen 455 Bezoldigingen 459 Andere sociale schulden 459 Andere sociale schulden 21.3 Waarderingsregels BBC Nominale waarde De algemene regel is dat de schulden uit ruiltransacties op de balans worden gewaardeerd aan de nominale waarde Waardecorrecties Waardeverminderingen Er worden geen waardeverminderingen geboekt met betrekking tot de schulden uit ruiltransacties. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 142

143 Omrekening van vreemde valuta Wanneer het bestuur op balansdatum schulden uit ruiltransacties heeft in vreemde valuta, dan kunnen deze schulden het voorwerp uitmaken van mogelijke wisselkoersschommelingen. De schulden zullen bijgevolg op balansdatum gewaardeerd worden aan de contantwisselkoers (slotkoers) op die datum. Deze waardering kan aanleiding geven tot een (niet gerealiseerde) omrekeningingsverschillen die in het resultaat worden opgenomen: Rubriek 755: (Positieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta; Rubriek 655: (Negatieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta. Indien de wisselkoersverschillen gerealiseerd worden naar aanleiding van de vereffening van de schulden, dan worden deze gerealiseerde omrekeningsverschillen als volgt in het resultaat opgenomen: Rubriek 754: (Positieve) gerealiseerde wisselresultaten; Rubriek 654: (Negatieve) gerealiseerde wisselresultaten Herwaarderingen De schulden uit ruiltransacties zijn niet onderhevig aan herwaarderingen Voornaamste verschillen met NGB Term ruiltransacties De term Schulden uit ruiltransacties werd niet gebruikt in het kader van de NGB. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de volgende rubrieken: Handelsschulden; Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten; Overige Schulden. Aan te rekenen facturen In de gemeenteboekhouding werden in principe alle binnenkomende facturen conform art. 63 van het ARGC onmiddellijk geboekt in de algemene boekhouding. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de volgende rekeningen: 49200: Beheerders der aanrekeningen (actief); 44700: Aan te rekenen facturen (passief). Deze boeking was slechts tijdelijk en werd na de controle van de documenten en op het ogenblik van de aanrekening tegen geboekt op dezelfde rekeningen. In BBC wordt er niet meer gewerkt met een voorlopige boeking. Alle binnenkomende facturen worden na goedkeuring onmiddellijk geboekt op de correcte rekeningen Voornaamste verschillen met NOB Term ruiltransacties De term Schulden uit ruiltransacties werd niet gebruikt in de NOB waar de term Werkings- en handelsschulden werd gebruikt. In het minimum genormaliseerd rekeningstelsel (NOB) werden deze werkings- en handelsschulden verder als volgt opgesplitst: 440: Leveranciers; 441: Werkingsschulden voor cliënten; 444: Te ontvangen facturen ; 449: Overige werkingsschulden. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 143

144 Werkingsschulden voor cliënten In BBC is er geen rekening 441 opgenomen onder de schulden uit ruiltransacties. Er is wel onder de werkingsschulden uit niet-ruiltransacties een rekening 481 opgenomen waar het OCMW de werkingsschulden inzake de sociale dienstverlening dient te registreren Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Rubriek en subrubrieken De rubriek Schulden uit ruiltransacties komt niet voor in de Belgische boekhoudwetgeving waar de termen financiële schulden, handelsschulden, overige schulden, etc worden gebruikt. In de Belgische boekhoudwetgeving is er ook een aparte post voor de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten. In het kader van de BBC wordt hiervoor een onderscheid gemaakt: enkel de schulden met betrekking tot de bezoldigingen en andere sociale lasten (ingehouden bedrijfsvoorheffing en de bijdragen voor sociale zekerheid) worden opgenomen als schulden uit ruiltransacties Samenvatting Schulden uit ruiltransacties Waardering Afschrijvingen / waardeverminderingen Omrekening van vreemde valuta Herwaarderingen Tegen nominale waarde Niet van toepassing Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen (op balansdatum) en gerealiseerde omrekeningsverschillen (bij vereffening) Niet van toepassing Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 144

145 22 Vorderingen en schulden op korte termijn Voorzieningen voor risico s en kosten 22.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) I.A. Schulden op korte termijn 4. Voorzieningen voor risico s en kosten a. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen Minimumindeling algemeen rekeningstelsel 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 46 Voorzieningen 460 Voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen 461 Voorzieningen voor vakantiegeld 462/7 Voorzieningen voor overige risico s en kosten Algemeen Voorzieningen zijn op de balans terug te vinden zowel onder de schulden op lange termijn alsook onder de schulden op korte termijn. De voorzieningen voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen evenals de voorzieningen voor overige risico s en kosten zijn uitvoerig behandeld onder de schulden op lange termijn (Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 5 van deze handleiding.) In dit deel van de handleiding zal bijgevolg specifiek aandacht worden besteed aan de voorzieningen voor vakantiegeld. Hoewel men hier spreekt van een voorziening voor vakantiegeld, is het belangrijk er op te wijzen dat dit niet dezelfde betekenis heeft als een voorziening voor risico s en kosten. De kosten in het kader van het vakantiegeld zijn zeker voor het bestuur en het bedrag ervan is vaststaand. Het zijn bijgevolg echte schulden die op jaareinde dienen opgenomen te worden onder de schulden op korte termijn Balansrubrieken Voorzieningen voor vakantiegeld (Subrubriek 461) De personeelsleden van een bestuur hebben recht op een vakantiegeld dat hen wordt uitbetaald in het jaar dat volgt op het jaar waarin zij hun prestaties hebben geleverd. Het recht op een vakantiegeld ontstaat bijgevolg in het jaar dat er prestaties worden geleverd en verschilt naargelang van het statuut van het personeelslid (statutair personeel, GECO-personeel, contractueel personeel). Personeelsleden die in jaar N hebben gewerkt, hebben bijgevolg per 31 december van het jaar N recht op een vakantiegeld dat hen zal uitbetaald worden tussen 1 mei en 30 juni van het jaar N + 1. De regels met betrekking tot de vaststelling en uitbetaling van dit (dubbel) vakantiegeld zijn opgenomen in het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2002 betreffende de toekenning en de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel. Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 1100 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de voorzieningen voor vakantiegeld werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 145

146 Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Voorzieningen voor risico s en kosten 461 Voorziening voor vakantiegeld Provincie NPB Algemene rekening BBC MARcode 456 Voorzieningen voor vakantiegeld 461 Voorziening voor vakantiegeld OCMW NOB Algemene rekening BBC MARcode 456 Voorzieningen voor vakantiegeld 461 Voorziening voor vakantiegeld 22.2 Waarderingsregels BBC Initiële waardering De algemene regels met betrekking tot het aanleggen van voorzieningen zijn ook van toepassing op de voorzieningen van vakantiegeld (Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 5 van deze handleiding). Dit betekent dat deze voorzieningen stelselmatig gevormd worden en niet afhankelijk mogen zijn van het financieel resultaat van het bestuur. Voor de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel is de volgende regel van toepassing: - Vanaf het jaar 2006 bedraagt het vakantiegeld van het personeelslid voor volledige prestaties die gedurende het hele referentiejaar werden verricht, 92% van een twaalfde van het jaarsalaris, aangepast volgens de indexverhogingscoëfficiënt die van toepassing is op het salaris van de maand maart van het vakantiejaar Waardecorrecties Er worden geen waardecorrecties geboekt met betrekking tot de voorzieningen voor vakantiegeld Voornaamste verschillen met NGB In het kader van de gemeenteboekhouding was het geen verplichting - en bijgevolg geen gebruikelijke praktijk - om op jaareinde een voorziening voor vakantiegeld aan te leggen. Indien een gemeente vooralsnog een dergelijke voorziening wenste aan te leggen, werd hiervoor gebruik gemaakt van de algemene rekening (Voorzieningen voor risico s en kosten). Een specifieke rekening zoals voorzien in BBC, was niet voorzien in het rekeningstelsel van de gemeenteboekhouding. 18 Besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2002 betreffende de toekenning en de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel, art Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 146

147 22.4 Voornaamste verschillen met NPB In het minimum algemeen rekeningstelsel van de provincieboekhouding werd onder de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten een specifieke subrubriek voorzien voor het boeken van de voorziening van vakantiegeld (subrubriek 456). In BBC worden de schulden met betrekking tot de bezoldigingen en sociale lasten opgenomen onder de schulden uit ruiltransacties en werd een afzonderlijke rubriek voorzien voor voorzieningen (op korte termijn) waaronder de voorzieningen voor vakantiegeld dienen te worden geboekt (subrubriek 461) Voornaamste verschillen met NOB Net zoals in de provincieboekhouding werden in de OCMW-boekhouding onder de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten een specifieke subrubriek voorzien voor het boeken van de voorziening van vakantiegeld (subrubriek 456) Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving In de Belgische boekhoudwetgeving is er in het MAR ook een specifieke subrubriek voorzien voor het boeken van het vakantiegeld. Deze is evenwel opgenomen onder de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten Samenvatting Voorzieningen voor vakantiegeld Waardering Relevante regelgeving 92% van 1/12 van het bruto jaarsalaris Besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2002 betreffende de toekenning en de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 147

148 23 Vorderingen en schulden op korte termijn Schulden uit niet-ruiltransacties 23.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.A. Schulden op korte termijn 4 Vorderingen en schulden op korte termijn 3. Schulden uit niet-ruiltransacties 47/8 Schulden uit niet-ruiltransacties 473 Rechthebbenden uit de bestemming van het resultaat 474/6 Schulden met betrekking tot belastingen (1) Andere dan BTW 474 Geraamd bedrag der belastingen 475 Te betalen BTW 476 Andere te betalingen en taksen (1) 481 Werkingsschulden inzake sociale dienstverlening OCMW 482 Ontvangen voorschotten en terugbetalingen inzake subsidies 483 Ontvangen vooruitbetalingen 487 Te betalen en terug te betalen borgtochten 488 Borgtochten ontvangen in contanten 489 Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties 23.2 Begrippen Algemeen Onder de schulden uit niet-ruiltransacties worden de schulden opgenomen die ontstaan ingevolge transacties waarvoor het bestuur geen gelijkaardige economische waarde in ruil krijgt (art. 79 BVR). In tegenstelling tot bij de schulden uit ruiltransacties (zie hoofdstuk 21 van deze handleiding) is er hier met andere woorden geen enkel verband tussen de prestatie enerzijds en de vergoeding anderzijds. Bij deze ruiltransactie is er geen billijke vergoeding voor een bepaalde geleverde prestatie. Deze schulden uit niet-ruiltransacties worden verder opgesplitst in: Schulden op lange termijn uit niet-ruiltransacties (Subrubrieken 178 en 179); Schulden op korte termijn uit niet-ruiltransacties (Subrubriek 47/8). De schulden op korte termijn uit niet-ruiltransacties bestaan verder uit: De schulden met betrekking tot belastingen; De overige schulden uit niet-ruiltransacties. Specifiek voor de OCMW s is de subrubriek 481 een belangrijke onderdeel van deze rubriek aangezien hier alle schulden met betrekking tot de sociale dienstverlening van het OCMW dienen te worden geregistreerd. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 148

149 Balansrubrieken Rechthebbenden uit de bestemming van het resultaat (Subrubriek 473) Deze rekening zal enkel gebruikt worden door de autonome gemeente- en provinciebedrijven (AGB s en APB s) in het kader van eventuele winstuitkeringen. Indien de beslissing wordt genomen om een deel van de winst uit te keren aan derden, ontstaat er hierdoor een schuld aan deze derden Geraamd bedrag der belastingschulden (Subrubriek 474) Onder deze subrubriek worden alle belastingschulden van het bestuur opgenomen (andere dan de BTW-schulden waarvoor er een afzonderlijke subrubriek (475) voorzien werd), die door het bestuur verschuldigd zijn maar waarvoor er nog geen definitieve aangifte is gebeurd. Voor de autonome gemeente- en provinciebedrijven (AGB s en APB s) gaat het ondermeer over de geraamde winstbelastingen. Ook andere geraamde taksen en belastingen (Belgische en buitenlandse) worden hier geboekt. Van zodra er een aangifte of berekening beschikbaar is, worden deze schulden opgenomen onder de subrubriek 476 (zie verder) Te betalen BTW (Subrubriek 475) Indien het bestuur voor bepaalde uitgaande verrichtingen BTW-plichtig is en bijgevolg BTW aanrekent aan de klanten, dan zal de aan de Administratie verschuldigde BTW op deze rekening geboekt worden. In dat geval zal het bestuur ook de mogelijkheid hebben om de BTW (of een gedeelte) die zij betaalt op bepaalde aankopen terug te vorderen van de BTW-administratie. 19 Uiteindelijk zal het BTW-saldo een te betalen of terug te vorderen saldo zijn dat in de boekhouding tot uitdrukking zal komen op één van de volgende rekeningen: Te betalen BTW (Subrubriek 475); Terug te vorderen BTW (Subrubriek 411). Voorbeeld: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 8060 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Andere te betalen belastingen en taksen (Subrubriek 476) In tegenstelling tot subrubriek 474 waar de geraamde belastingschulden worden opgenomen, komen in deze subrubriek alle werkelijk te betalen belastingen en schulden (anderen dan BTW-schulden) die het bestuur volgens een bepaalde aangifte of berekening verschuldigd is. Voor de autonome gemeente- en provinciebedrijven (AGB s en APB s) gaat het ondermeer over de te betalen winstbelastingen. Ook de andere te betalen taksen en belastingen (Belgische en buitenlandse) worden hier geboekt Werkingsschulden inzake sociale dienstverlening OCMW (Subrubriek 481) Deze rekening is specifiek opgenomen voor de OCMW s voor de registratie van alle schulden in het kader van de sociale dienstverlening. Voorbeelden van de specifieke kosten van de sociale dienst die hier zullen geboekt worden zijn: Financiële steun (BF 3000); Verwarmingstoelage (3001); Dringende steun betaald via subsidie (BF 3002); Materiële steun (BF 3050); Voorschotten, bijv. op pensioenen (BF 3100); Leefloon (BF 3200); Aanvullend leefloon (BF 3201); Toekenning van een installatiepremie (3210); 19 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 18 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 149

150 Verschillende vormen van tussenkomsten in de loonkosten (BF 3230, BF 3240, BF 3260, BF 3270) Ontvangen voorschotten en terugbetalingen inzake subsidies (Subrubriek 482) Deze subrubriek dient te worden gebruikt voor de voorschotten inzake subsidies die het bestuur reeds heeft ontvangen met betrekking tot toekomstige boekjaren. Indien er terugbetalingen dienen te gebeuren met betrekking tot bepaalde subsidies, dan dienen deze schulden hier te worden opgenomen Ontvangen vooruitbetalingen (Subrubriek 483) De door het bestuur ontvangen vooruitbetalingen voor niet-ruiltransacties (met uitzondering van deze die ontvangen werden met betrekking tot subsidies), dienen hier te worden opgenomen Te betalen en terug te betalen borgtochten (Subrubriek 487) Onder deze subrubriek dient het bestuur de volgende schulden op te nemen: Eventuele borgtochten in contanten waartoe het bestuur zich heeft geëngageerd, maar die nog niet werden uitbetaald; Ontvangen borgtochten waarvan de vervaldag verstreken is en die op korte termijn zullen moeten terugbetaald worden Borgtochten ontvangen in contanten (Subrubriek 488) Het betreft alle borgtochten die het bestuur heeft ontvangen en waarvan de vervaldag nog niet is verstreken. Indien de teruggave binnen één jaar zal gebeuren, dient deze schuld hier te worden opgenomen. Indien de teruggave pas op meer dan één jaar zal gebeuren, wordt de schuld opgenomen onder de schulden uit niet-ruiltransacties op lange termijn (subrubriek 1780) Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties (Subrubriek 489) Deze restrubriek wordt gebruikt voor alle overige schulden uit niet-ruiltransacties die niet onder één van de andere subrubrieken kan worden ondergebracht Conversie van de balansrubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de schulden uit niet-ruiltransacties werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Te betalen BTW 475 Te betalen btw BTW te betalen, na ontvangst van 475 Te betalen btw derden-belastingsplichtigen Te betalen belastingen en taksen 476 Andere te betalen belastingen en taksen 476 Andere te betalen belastingen en taksen Ingehouden roerende voorheffing 476 Andere te betalen belastingen en taksen Ontvangen voorschotten en vooruitbetalingen 482 Ontvangen voorschotten en terugbetalingen inzake subsidies 483 Ontvangen vooruitbetalingen 483 Ontvangen vooruitbetalingen Ontvangen waarborgen en borgtochten 488 Borgtochten ontvangen in contanten Te betalen toegestane subsidies 489 Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 150

151 46601 Diverse crediteuren 489 Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 451 Te betalen BTW 475 Te betalen btw 452 Te betalen belastingen en taksen 476 Andere te betalen belastingen en taksen 460 Ontvangen vooruitbetalingen 483 Ontvangen vooruitbetalingen 482 Borgtochten ontvangen in contanten 488 Borgtochten ontvangen in contanten OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 452 Te betalen belastingen en taksen 474 Geraamd bedrag der belastingschulden 475 Te betalen btw 476 Andere te betalen belastingen en taksen 428 Borgtochten ontvangen in contanten 488 Borgtochten ontvangen in contanten 441 Werkingsschulden voor cliënten 481 Werkingsschulden inzake sociale dienstverlening OCMW 449 Overige werkingsschulden 489 Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties 460 Ontvangen voorschotten 483 Ontvangen vooruitbetalingen 486 Interne rekening-courant 488 Borgtochten ontvangen in contanten 488 Borgtochten ontvangen in contanten 489 Andere diverse schulden 489 Andere overige schulden uit niet-ruiltransacties 23.3 Waarderingsregels BBC Nominale waarde De schulden uit niet-ruiltransacties worden voor hun nominaal bedrag op de balans opgenomen Waardecorrecties Waardeverminderingen Er worden geen waardeverminderingen geboekt met betrekking tot de schulden uit niet-ruiltransacties Omrekening van vreemde valuta Wanneer het bestuur op balansdatum schulden uit niet-ruiltransacties heeft in vreemde valuta, dan kunnen deze schulden het voorwerp uitmaken van mogelijke wisselkoersschommelingen. De schulden zullen bijgevolg op balansdatum gewaardeerd worden aan de contantwisselkoers (slotkoers) op die datum. Deze waardering kan dan aanleiding geven tot een (niet gerealiseerde) omrekeningingsverschillen die in het resultaat worden opgenomen: Rubriek 755: (Positieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta; Rubriek 655: (Negatieve) resultaten uit de omrekening van vreemde valuta. Indien de wisselkoersverschillen gerealiseerd worden naar aanleiding van de vereffening van de schulden, dan worden deze gerealiseerde omrekeningsverschillen als volgt in het resultaat opgenomen: Rubriek 754: (Positieve) gerealiseerde wisselresultaten; Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 151

152 Rubriek 654: (Negatieve) gerealiseerde wisselresultaten Herwaarderingen De schulden uit niet-ruiltransacties zijn niet onderhevig aan herwaarderingen Voornaamste verschillen met NGB Term niet-ruiltransacties In de NGB werd er niet gesproken over schulden uit niet-ruiltransacties. Er werd binnen de overige schulden een onderscheid gemaakt tussen de volgende rekeningen: 464: Ontvangen voorschotten en waarborgen; 465: Te betalen leningen en subsidies; 466: Diverse crediteuren; 467: Te betalen deelnemingen; 469: Schulden in rekening-courant Voornaamste verschillen met NPB Term niet-ruiltransacties In de provincieboekhouding werd er niet gesproken over schulden uit niet-ruiltransacties. Binnen het MAR werden naast de werkingsschulden (Rubriek 44) de volgende onderverdeling gemaakt: 45: Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten; 46: Ontvangen vooruitbetalingen; 47: Schulden in verband met het beheer van gelden van derden; 48: Diverse schulden Voornaamste verschillen met NOB Term niet-ruiltransacties De term Schulden uit niet-ruiltransacties werd niet gebruikt in de NOB. Naast de werkings- en handelsschulden (Rubriek 44) werden de volgende rubrieken gebruikt: 45: Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten; 46: Ontvangen vooruitbetalingen; 47/48: Diverse schulden. Werkingsschulden inzake sociale dienstverlening In BBC worden de schulden die ontstaan als gevolg van de sociale dienstverlening van het OCMW geboekt onder de schulden uit niet-ruiltransacties, rekening 481. In de OCMW-boekhouding werden deze schulden opgenomen op de rekening Voornaamste verschillen met Belgische boekhoudwetgeving Rubriek en subrubrieken De rubriek Schulden uit niet-ruiltransacties komt niet voor in de Belgische boekhoudwetgeving. Zoals reeds toegelicht onder de schulden uit ruiltransacties is er in de Belgische boekhoudwetgeving een aparte post voor de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten. In het kader van BBC wordt hiervoor een onderscheid gemaakt: de schulden met betrekking tot de bezoldigingen en andere sociale lasten (ingehouden bedrijfsvoorheffing en de bijdragen voor sociale zekerheid) worden opgenomen als schulden uit ruiltransacties (zie hoofdstuk 21); te betalen BTW en andere te betalen belastingen en taksen worden opgenomen onder de schulden uit nietruiltransacties. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 152

153 23.8 Samenvatting Schulden uit niet-ruiltransacties Waardering Afschrijvingen / waardeverminderingen Omrekening van vreemde valuta Herwaarderingen Tegen nominale waarde Niet van toepassing Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen niet-gerealiseerde omrekeningsverschillen (op balansdatum) en gerealiseerde omrekeningsverschillen (bij vereffening) Niet van toepassing Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 153

154 24 Vorderingen en schulden op korte termijn Overlopende rekeningen, vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen en wachtrekeningen 24.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa/Passiva) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.D. Overlopende rekeningen van het actief I.A.Schulden op korte termijn 49 Overlopende rekeningen 490 Over te dragen kosten 491 Verkregen opbrengsten 5. Overlopende rekeningen van het passief 492 Toe te rekenen kosten I.E. Vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen 493 Over te dragen opbrengsten 494 Vorderingen uit ruiltransacties op lange termijn die binnen het jaar vervallen 495 Vorderingen uit niet-ruiltransacties op lange termijn die binnen het jaar vervallen 4951 Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal die binnen het jaar vervallen 4952 Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies in kapitaal die binnen het jaar vervallen 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen 4959 Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties die binnen het jaar vervallen 499 Wachtrekeningen 24.2 Begrippen Algemeen Overlopende rekeningen zijn zoals de term aangeeft rekeningen die op de balansdatum overlopend zijn. Ze zijn ontstaan uit het matching -principe (d.i.: alle gebeurtenissen moeten tot de juiste periode behoren ), teneinde de kosten en opbrengsten in overeenstemming te brengen met het juiste boekjaar waarop zij betrekking hebben. Via de overlopende rekeningen van het actief worden een deel van de kosten die nog niet verbruikt werden, overgedragen naar het volgend boekjaar; anderzijds worden opbrengsten die verworven zijn (maar nog niet geboekt), toegerekend aan het huidige boekjaar. Deze posten (niet-verbruikte kosten en reeds verworven opbrengsten) vertegenwoordigen een bezit voor het bestuur. Om die reden worden zij onder de vlottende activa opgenomen. Via de overlopende rekeningen van het passief worden een deel van de kosten die nog niet werden aangerekend (geboekt), toegerekend aan het huidige boekjaar; anderzijds worden opbrengsten die reeds aangerekend werden maar nog niet verworven, overgedragen naar het volgende boekjaar. Deze posten worden op de balans opgenomen onder de schulden op korte termijn. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 154

155 Voorbeelden: Wij verwijzen hiervoor naar de Boekhoudfiche 7502 zoals ter beschikking gesteld als ondersteunend materiaal door het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Balansrubrieken Over te dragen kosten (Subrubriek 490) De over te dragen kosten zijn de bedragen naar rata van de kosten die werden gemaakt tijdens het financiële boekjaar of tijdens een vorig financieel boekjaar, maar die ten laste van een of meer volgende boekjaren moeten worden gebracht (art. 58 van het BVR). Deze rekening (uitstelpost) zal bijgevolg worden gebruikt m.b.t. kosten die reeds aangerekend werden aan het bestuur, maar die niet tot de afgesloten periode behoren; deze kosten moeten met andere woorden ten laste gelegd worden van één (of meerdere) volgende boekjaren. Doorgaans zullen deze facturen door het bestuur geboekt zijn in de 61-rekeningen. Voorbeelden: Vooruitbetaalde verzekeringspremies, vooruitbetaalde intresten, pro-rata gedeelte van betaalde nog niet verlopen onderhoudscontracten, vooruitbetaalde abonnementen, etc Verkregen opbrengsten (Subrubriek 491) De verworven opbrengsten zijn de bedragen naar rata van de opbrengsten die pas in een later financieel boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken financieel boekjaar (art. 58 van het BVR). Deze rekening (anticipatiepost) zal worden gebruikt m.b.t. opbrengsten die tot de afgesloten periode behoren, maar die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd. Voorbeelden: Nog te ontvangen commissies, huurgelden die te ontvangen zijn op het einde van de verlopen periode, verworven intresten van termijnbeleggingen, etc Toe te rekenen kosten (Subrubriek 492) De toe te rekenen kosten zijn de bedragen naar rata van de kosten die pas in een later financieel boekjaar zullen worden aangerekend en betaald, maar die betrekking hebben op een verstreken financieel boekjaar (Art. 81 van het BVR). Deze rekening (anticipatiepost) zal worden gebruikt voor de pro rata van de kosten die pas in een later boekjaar door het bestuur zullen worden betaald, maar die betrekking hebben op het voorbije boekjaar. Aangezien het bestuur over geen factuur beschikt voor de boeking van deze kosten, is er ook geen vaststaande schuld die onder de leveranciers kan worden geregistreerd. Voorbeelden: Nog te betalen huur, diverse nog te betalen prestaties die slechts aangerekend worden na de verbruiksperiode (telefoon, elektriciteit, gas, ), etc Deze rekening mag niet gebruikt worden voor de facturen van leveranciers die op balansdatum te ontvangen zijn voor de door hen geleverde goederen en prestaties. Hiervoor dient de rekening 444 Te ontvangen facturen te worden gebruikt Over te dragen opbrengsten (Subrubriek 493) De over te dragen opbrengsten zijn de bedragen naar rata van de opbrengsten die in de loop van het financiële boekjaar of van een vorig financieel boekjaar zijn geïnd, maar die betrekking hebben op een later financieel boekjaar (art. 81 van het BVR). Deze rekening (uitstelpost) wordt gebruikt voor opbrengsten die door het bestuur reeds geïnd werden maar die betrekking hebben op een later boekjaar. 20 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 21 van deze handleiding Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 155

156 Voorbeeld: vooruit ontvangen huurgelden, Artikel 185 van het BVR voorziet conform de Belgische boekhoudwetgeving nog een specifiek geval voor het gebruik van de overlopende rekeningen van het passief: Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde, worden de volgende bedragen in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in de staat van opbrengsten en kosten opgenomen op grond van de samengestelde intresten: 1. De rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is; 2. Het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering; 3. Het disconto op renteloze of abnormaal laagrentende vorderingen, als die vorderingen voldoen aan de volgende vereisten: a. Ze zijn terugbetaalbaar na meer dan één jaar, te rekenen vanaf het ogenblik waarop ze in het vermogen zijn opgenomen; b. Ze hebben betrekking op als opbrengst geboekte bedragen, of op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche. Het disconto, vermeld in het eerste lid, 3, wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van het bestuur Vorderingen uit ruiltransacties die binnen het jaar vervallen (Subrubriek 494) Wanneer het bestuur vorderingen heeft uit ruiltransacties met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, dan zullen op een bepaald moment deze vorderingen (of een gedeelte ervan) binnen de 12 maanden vervallen, d.w.z. door het bestuur moeten geïnd worden. In deze subrubriek worden bijgevolg de vorderingen uit ruiltransacties opgenomen die overgeboekt worden vanuit de subrubriek 290, zijnde de vorderingen op lange termijn uit ruiltransacties Vorderingen uit niet-ruiltransacties die binnen het jaar vervallen (Subrubriek 495) Net zoals bij de vorderingen uit ruiltransacties, betreft het hier vorderingen uit niet-ruiltransacties die een oorspronkelijke looptijd hebben van meer dan 12 maanden en die bijgevolg opgenomen worden onder de vorderingen op lange termijn. Op balansdatum komen deze vorderingen geheel of gedeeltelijk te vervallen, waardoor ze dienen overgeboekt te worden naar de vorderingen op korte termijn. De overboekingen op balansdatum zullen gebeuren aan de hand van de volgende rekeningen: Vorderingen uit niet-ruiltransacties Vorderingen op lange termijn 291: Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal Vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen 4951: Vorderingen wegens investeringssubsidies in kapitaal 292: Vorderingen wegens prefinanciering 4952: Vorderingen wegens prefinanciering investeringssubsidies investeringssubsidies 293: Vorderingen wegens toegestane leningen 4953: Vorderingen wegens toegestane leningen 294: Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties 4954: Andere vorderingen uit niet-ruiltransacties 21 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 15 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 156

157 Wachtrekeningen (Subrubriek 499) Het zijn tijdelijke hulprekeningen die het bestuur in de loop van het boekjaar kan gebruiken, maar die op het einde van het boekjaar naar definitieve rekeningen moeten overgeboekt worden Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de overlopende rekeningen en wachtrekeningen werden opgenomen in respectievelijk de NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: Gemeente NGB Algemene rekening BBC MARcode Terugvordering van periodieke aflossingen van leningen die binnen het jaar vervallen Diverse verrichtingen voor derden 499 Wachtrekeningen 4953 Vorderingen wegens toegestane leningen die binnen het jaar vervallen Over te dragen kosten 490 Over te dragen kosten Verworven opbrengsten 491 Verkregen opbrengsten Over te dragen opbrengsten 493 Over te dragen opbrengsten Toe te rekenen kosten 492 Toe te rekenen kosten Beheerders der aanrekeningen Te identificeren inningen 499 Wachtrekeningen Ontvangsten opgenomen in de 499 Wachtrekeningen hulpdagboeken Te identificeren betalingen 499 Wachtrekeningen Te ventileren inningen 499 Wachtrekeningen Ten onrechte ontvangen sommen 499 Wachtrekeningen Voorschotten op leningintresten 499 Wachtrekeningen Overnamerekening 499 Wachtrekeningen Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 490 Over te dragen kosten 490 Over te dragen kosten 491 Verkregen opbrengsten 491 Verkregen opbrengsten 492 Toe te rekenen kosten 492 Toe te rekenen kosten 493 Over te dragen opbrengsten 493 Over te dragen opbrengsten 499 Wachtrekeningen 499 Wachtrekeningen OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 490 Over te dragen kosten 490 Over te dragen kosten 22 We verwijzen hiervoor naar deel 21.4 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 157

158 491 Verkregen opbrengsten 491 Verkregen opbrengsten 492 Toe te rekenen kosten 492 Toe te rekenen kosten 493 Over te dragen opbrengsten 493 Over te dragen opbrengsten 499 Wachtrekeningen 499 Wachtrekeningen 24.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde De overlopende rekeningen (actief en passief) worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en in de balans opgenomen voor het gedeelte dat overlopend is. De vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen ontstaan door een overboeking vanuit de vorderingen op lange termijn. De waardering ervan zal bijgevolg gebeuren volgens de regels die gelden voor deze lange termijn vorderingen. We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 15 van deze handleiding Waardecorrecties Er worden geen waardecorrecties (afschrijvingen, waardeverminderingen, herwaarderingen, etc ) geboekt met betrekking tot de overlopende rekeningen. Voor ev. waardecorrecties met betrekking tot de vorderingen op lange termijn die binnen het jaar vervallen, kan worden verwezen naar hoofdstuk 18 van deze handleiding voor de vorderingen op korte termijn Voornaamste verschillen met NGB Rubrieken In de gemeenteboekhouding werden onder de overlopende rekeningen en wachtrekeningen van het actief de volgende specifieke rekeningen opgenomen: 49200: Beheerders der aanrekeningen; 49600: Te identificeren betalingen; 49900: Voorschotten op leningsintresten; 49999: Overnamerekeningen (debetsaldo). Onder de overlopende rekeningen en wachtrekeningen van het passief werden de volgende specifieke rekeningen opgenomen: 49500: Te identificeren inningen; 49501: Ontvangsten opgenomen in de hulpdagboeken; 49700: Te ventileren inningen; 4999: Overnamerekening (creditsaldo). In BBC bestaat enkel de rubriek 499 voor eventuele wachtrekeningen. Aan te rekenen facturen In de gemeenteboekhouding werden in principe alle binnenkomende facturen conform art. 63 van het ARGC onmiddellijk geboekt in de algemene boekhouding. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de volgende rekeningen: 49200: Beheerders der aanrekeningen (actief); 44700: Aan te rekenen facturen (passief). Deze boeking was slechts tijdelijk en werd na de controle van de documenten en op het ogenblik van de aanrekening tegen geboekt op dezelfde rekeningen. In BBC wordt er niet meer gewerkt met een voorlopige boeking. Alle binnenkomende facturen worden na goedkeuring onmiddellijk geboekt op de correcte rekeningen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 158

159 24.5 Samenvatting Uitstelposten Anticipatieposten 61: Diensten en diverse leveringen Over te dragen kosten (490) - Overlopend ACTIEF Toe te rekenen kosten (492) - Overlopend PASSIEF * Voorafbetaalde huur * Verzekeringspremies * Drukwerk (nog niet verbruikt) * * Nog te betalen huur * Nog te betalen prestaties * Verbruik dat slechts aangerekend wordt na de verbruiksperiode (electriciteit, gas, water, ) * 745/7: Diverse operationele opbrengsten Over te dragen opbrengsten (493) - Overlopend PASSIEF Verkregen opbrengsten (491) - Overlopend ACTIEF * Prorata van vooruit ontvangen huurgelden * * Prorata van te ontvangen huuropbrengsten * Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 159

160 25 Geldbeleggingen en liquide middelen 25.1 Voorstelling BBC Balansrubriek (Activa) Minimumindeling algemeen rekeningstelsel I.A. Liquide middelen en geldbeleggingen 5 Geldbeleggingen en liquide middelen 51 Aandelen 510 Aandelen - aanschaffingswaarde 511 Aandelen niet opgevraagde bedragen (-) 519 Aandelen geboekte waardeverminderingen (-) 52 Vastrentende effecten 520 Vastrentende effecten - aanschaffingswaarde 529 Vastrentende effecten geboekte waardeverminderingen (-) 53 Termijndeposito s 530 Termijndeposito s nominale waarde 539 Termijndeposito s geboekte waardeverminderingen (-) 54 Te incasseren vervallen waarden 55 Kredietinstellingen (*) 57 Kassen (*) 58 Interne overboekingen (*) De kredietinstellingen en kassen moeten als volgt opgesplitst worden: 55 0 Rekening-courant; 55 1 Uitgeschreven cheques (-); 55 2 Betalingen in uitvoering (-); 55 3/8 Andere; 55 9 Geboekte waardeverminderingen Begrippen Algemeen Geldbeleggingen kunnen worden beschouwd als financiële middelen die binnen het bestuur aanwezig zijn en waaraan men een zo goed mogelijke bestemming geeft qua rendement en qua realiseerbaarheid. Wat de bestemming kan zijn, wordt duidelijk aangegeven in het rekeningstelsel: Aandelen; Vastrentende effecten; Termijndeposito s. Het is belangrijk om het onderscheid te benadrukken tussen de geldbeleggingen en de financiële vaste activa. Enkel de effecten die door het bestuur worden aangehouden uit beleggingsdoeleinden worden onder de geldbeleggingen opgenomen. Er is met andere woorden geen sprake van een duurzame en specifieke band met de entiteit waarin men een belang heeft (aandelen) of waarop men een vordering heeft. Het is bijgevolg ook niet de bedoeling van het bestuur om door het bezit van de effecten macht uit te oefenen in de onderneming. Liquide middelen zijn middelen die onmiddellijk beschikbaar zijn. Ze omvatten kasmiddelen, te incasseren vervallen waarden en de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 160

161 Balansrubrieken Aandelen (Rubriek 51) Aandelen zijn effecten (vb. SICAV s) die het bestuur verworven heeft met het oog op een rechtstreeks inkomen (dividenden) of een latere meerwaarde, maar zonder de bedoeling om door het bezit ervan macht uit te oefenen in de betreffende ondernemingen. Het deel van het kapitaal dat nog niet werd opgevraagd (d.i. het nog te volstorten saldo van het geplaatst kapitaal) moet in mindering gebracht worden op de subrubriek Vastrentende effecten (Rubriek 52) Dit zijn kasbons en/of obligaties die uitgegeven zijn door publieke financiële instellingen, banken, spaarbanken, private ondernemingen of de overheid en die niet het karakter hebben van een duurzame ondersteuning van de emitterende entiteit en bijgevolg niet onder de financiële vaste activa dienen te worden opgenomen Termijndeposito s (Rubriek 53) Het betreft alle plaatsingen van gelden op termijnrekeningen bij financiële instellingen, ongeacht de duurtijd Te incasseren vervallen waarden (Rubriek 54) Dit zijn waarden (zoals coupons, dividendbewijzen, effecten, cheques, ) die op vervaldag gekomen zijn, maar door het bestuur nog niet geïncasseerd zijn. Wanneer deze waarden reeds ter incasso overgedragen zijn aan een kredietinstelling, mogen ze geboekt worden onder de Kredietinstellingen (Rubriek 55) Kredietinstellingen (Rubriek 55) Het zijn alle rekeningen die geopend zijn bij publieke financiële instellingen, banken, spaarbanken en andere ondernemingen die een financiële functie vervullen. Indien op het einde van het boekjaar het saldo van de financiële rekening negatief is (m.a.w. in het voordeel van de financiële instelling), dan moet het saldo overgeboekt worden naar het passief van de balans (Subrubriek 433 Kredietinstellingen Schulden in R/C) Kassen (Rubriek 57) De kassen zijn de liquide middelen in speciën die in het bestuur worden aangehouden in een bepaalde kassa. Daarnaast worden ook de betalingen met proton, de voorraad postzegels, de nog uit te reiken maaltijdcheques onder deze rubriek opgenomen Interne overboekingen (Rubriek 58) Deze rekening wordt gebruikt om de transfers tussen de rekeningen van de liquide middelen op te volgen. Door gebruik te maken van deze rekening worden dubbele boekingen in het bank- of kasboek vermeden Conversie van de rubrieken Onderstaande tabellen geven weer waar de geldbeleggingen en liquide middelen werden opgenomen in respectievelijk NGB, NPB en NOB en welke de corresponderende MAR-codes zijn in BBC: NGB Gemeente Algemene rekening BBC MAR - code Dexia rekening-courant 55 Kredietinstellingen Voorschotten op leningen Dexia 55 Kredietinstellingen Dexia rekeningen kredietopening op 55 Kredietinstellingen leningen Dexia zichtrekeningen voor bijzonder 55 Kredietinstellingen gebruik Dexia rekening toelagen en 55 Kredietinstellingen 23 We verwijzen hiervoor ook naar hoofdstuk 20 van deze handleiding. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 161

162 leningsgelden Dexia rekening leningsgelden met 55 Kredietinstellingen bestemmingswijziging Dexia rekeningen-courant 55 Kredietinstellingen verdiscontering van toelagen Dexia rekeningen kapitalisatie van 55 Kredietinstellingen leningslasten NBB rekening-courant 55 Kredietinstellingen Fortis zichtrekening 55 Kredietinstellingen Fortis rekeningen kredietopening op 55 Kredietinstellingen leningen Fortis rekening in agentschap 55 Kredietinstellingen Beleggingen op ten hoogste 1 jaar 53 Termijndeposito s Bankrekeningen-courant 55 Kredietinstellingen BCH rekening-courant 55 Kredietinstellingen Kas van de ontvanger 57 Kassen Interne overboekingen 58 Interne overboekingen Dexia betalingen in uitvoering op rekening-courant Dexia betalingen in uitvoering op rekeningen kredietopeningen op leningen Dexia betalingen in uitvoering op zichtrekening voor bijzonder gebruik Dexia betalingen in uitvoering op rekening toelagen en leningsgelden Dexia betalingen in uitvoering op rekening leningsgelden met bestemmingswijziging Dexia betalingen in uitvoering op rekeningen-courant verdiscontering van toelagen NBB betalingen in uitvoering op rekening-courant Fortis betalingen in uitvoering op zichtrekening Fortis betalingen in uitvoering op rekeningen kredietopening op leningen Fortis betalingen in uitvoering op rekening in agentschap Betalingen in uitvoering op beleggingen op ten hoogste 1 jaar Betalingen in uitvoering op bankrekeningen-courant BCH betalingen in uitvoering op rekening-courant 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen Provincie NPB BBC MAR-code MARcode 510 Geldbeleggingen in aandelen 510 Aandelen - aanschaffingswaarde 511 Geldbeleggingen in vastrentende effecten op ten hoogste één jaar 520 Vastrentende effecten - aanschaffingswaarde 512 Geldbeleggingen in vastrentende effecten op meer dan één jaar 520 Vastrentende effecten - aanschaffingswaarde 513 Termijndeposito's op ten hoogste één 530 Termijndeposito s - nominale waarde jaar 514 Termijndeposito's op meer dan één jaar 530 Termijndeposito s - nominale waarde 52 Geldbeleggingen 55 Kredietinstellingen 53 Geldbeleggingen 55 Kredietinstellingen 54 tot 58 Liquide middelen 55 Kredietinstellingen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 162

163 540 Te incasseren vervallen waarden 54 Te incasseren vervallen waarden 550 Financiële rekeningen 55 Kredietinstellingen 570 Kasgelden 57 Kassen 580 Interne overboekingen 58 Interne overboekingen OCMW NOB BBC MAR-code MARcode 510 Aandelen - Aanschaffingswaarde 510 Aandelen - aanschaffingswaarde 511 Niet opgevraagde bedragen (-) 511 Aandelen - niet opgevraagde bedragen (-) 519 Geboekte waardeverminderingen (-) 519 Aandelen - geboekte waardeverminderingen (-) 520 Vastrentende effecten - Aanschaffingswaarde 520 Vastrentende effecten - aanschaffingswaarde 529 Geboekte waardeverminderingen (-) 529 Vastrentende effecten - geboekte waardeverminderingen (-) 530 Termijndeposito's 530 Termijndeposito s - nominale waarde 539 Geboekte waardeverminderingen (-) 539 Termijndeposito s - geboekte waardeverminderingen (-) 54 Te incasseren vervallen waarden 54 Te incasseren vervallen waarden 55 Kredietinstellingen 55 Kredietinstellingen 550 tot 559 Rekeningen geopend bij verschillende instellingen 55 Kredietinstellingen 57 Kassen 57 Kassen 580 Interne overboekingen 58 Interne overboekingen 25.3 Waarderingsregels BBC Aanschaffingswaarde De geldbeleggingen en liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, met uitzondering van de aandelen en de vastrentende effecten die gewaardeerd worden tegen aanschaffingswaarde. Alle bijkomende kosten met betrekking tot de verwerving van de geldbeleggingen worden ten laste genomen van de staat van opbrengsten en kosten van het financiële boekjaar waarin ze werden aangegaan. Deze bijkomende kosten mogen met andere woorden niet geïncorporeerd worden in de aanschaffingswaarde Waardecorrecties (Aanvullende) waardeverminderingen Overeenkomstig artikel 176 lid 1 van het BVR worden op liquide middelen en geldbeleggingen waardeverminderingen toegepast als de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Deze waardeverminderingen moeten teruggenomen worden als de oorzaak van de waardevermindering verdwijnt. Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt om rekening te houden met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde of met de risico s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteit (art. 176 lid 2 van het BVR). Bij de realisatie kan een winst of verlies voorkomen wat dan tot uitdrukking komt in de staat van opbrengsten en kosten (i.e. meerwaarden of minderwaarden op de realisatie van vlottende activa subrubrieken 752 en 652) Herwaarderingen Er is geen enkele vorm van herwaardering mogelijk met betrekking tot de geldbeleggingen liquide middelen. Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 163

164 Omrekening van vreemde valuta Aangezien geldbeleggingen en liquide middelen in vreemde valuta het voorwerp zijn van wisselkoersschommelingen, worden deze waarden op balansdatum gewaardeerd aan de contantwisselkoers op die datum. Deze omrekening zal aanleiding geven tot positieve of negatieve omrekeningsverschillen die worden opgenomen in de financiële opbrengsten / kosten (subrubrieken 755 en 655) Voornaamste verschillen met NGB Deelnemingen en vastrentende effecten - Vaste activa (klasse 2) versus vlottende activa (klasse 5) In de NGB werden de deelnemingen geboekt op de klasse 2, ongeacht het feit of ze al dan niet worden verworven om een duurzame band te creëren met de entiteit waarvan men de deelnemingen verwerft. In de BBC behoren de effecten die worden verworven met beleggingsdoeleinden tot de geldbeleggingen (vlottende activa klasse 5). Er is in dit geval geen sprake van een duurzame band met de entiteit waarvan men belangen en vorderingen verwerft. In de NGB werden onder de financiële rekeningen (AR 55300) enkel de beleggingen op korte termijn opgenomen conform artikel 36 2 van het ARGC. Betalingen in uitvoering In de gemeenteboekhouding wordt in de algemene boekhouding gewerkt met een afzonderlijke rekening (58) betalingen in uitvoering. Op het ogenblik dat er een betaalopdracht wordt gegeven, wordt deze rekening gecrediteerd. Wanneer nadien het geld van de rekening gaat, wordt op basis van het rekeninguittreksel de bankrekening gecrediteerd. In BBC wordt voor de betalingen in uitvoering een subrekening gebruikt onder de betreffende 55-rekening (zie titel 25.1) Samenvatting Geldbeleggingen en liquide middelen Waardering Waardevermindering Terugneming van de waardevermindering Aanvullende waardevermindering Herwaarderingen Minderwaarden Meerwaarden Tegen nominale waarde Als de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde Eerder geboekte waardeverminderingen moeten teruggenomen worden als de oorzaak van de waardevermindering verdwenen is Om rekening te houden met: de evolutie van de realisatie- of marktwaarde de risico s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteit Niet van toepassing Op het ogenblik dat er een effectief verlies wordt gerealiseerd, dient een minderwaarde tot uitdrukking te worden gebracht in de boekhouding op de rekening 652 Minderwaarde op de realisatie van vlottende activa Op het ogenblik dat er een winst wordt gerealiseerd, wordt een meerwaarde tot uitdrukking gebracht in de boekhouding op de rekening 752 Meerwaarde op de realisatie van vlottende activa Agentschap voor Binnenlands Bestuur Handleiding 164

Handleiding boekhoudkundige identificatie en waardering van de verschillende balansrubrieken.

Handleiding boekhoudkundige identificatie en waardering van de verschillende balansrubrieken. Handleiding boekhoudkundige identificatie en waardering van de verschillende balansrubrieken. Infosessie 10 november 2011 Agenda 1. Inleiding 2. De handleiding 3. Elektronische tool 4. Slotbeschouwingen

Nadere informatie

Brussel,... De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding, Liesbeth Homans.

Brussel,... De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding, Liesbeth Homans. Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van... tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van

Nadere informatie

Lokaal Financieel Management Boekhoudpraktijk beleids- en beheerscyclus. Woord vooraf I / 1

Lokaal Financieel Management Boekhoudpraktijk beleids- en beheerscyclus. Woord vooraf I / 1 INHOUDSOPGAVE I. Woord vooraf I / 1 II. De algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen II / 1 Inleiding II / 1 II.1. Uitgangspunten, krachtlijnen en toepassingsgebied II.1 / 1 1. Studieronde

Nadere informatie

Waarderingsregels gemeente Bierbeek

Waarderingsregels gemeente Bierbeek Algemene principes De waarderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar. Elk vermogensbestanddeel (bezitting

Nadere informatie

LRM BALANS NA WINSTVERDELING. Nr. BE VOL 2.1 ACTIVA VASTE ACTIVA 20/

LRM BALANS NA WINSTVERDELING. Nr. BE VOL 2.1 ACTIVA VASTE ACTIVA 20/ LRM Nr. BE 0452.138.972 VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 326.978.093 317.434.940 Oprichtingskosten 5.1 20 Immateriële vaste activa 5.2 21 159.589 8.214 Materiële vaste activa

Nadere informatie

Lijninvest BALANS NA WINSTVERDELING. Nr. BE VOL 2.1 ACTIVA VASTE ACTIVA 20/

Lijninvest BALANS NA WINSTVERDELING. Nr. BE VOL 2.1 ACTIVA VASTE ACTIVA 20/ Lijninvest Nr. BE 0889.551.267 VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 5.201.558 5.046.931 Oprichtingskosten 5.1 20 4.162 Immateriële vaste activa 5.2 21 Materiële vaste activa 5.3 22/27

Nadere informatie

Participatiemaatschappij Vlaanderen

Participatiemaatschappij Vlaanderen Participatiemaatschappij Vlaanderen Nr. BE 0455.777.660 VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 341.917.124 257.063.221 Oprichtingskosten 5.1 20 Immateriële vaste activa 5.2 21 411.617

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING

BALANS NA WINSTVERDELING Nr. 0812.019.662 VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... Toel. 20/28 60.411,22 55.375,35 Oprichtingskosten...... Immateriële vaste activa.... Materiële vaste activa... Terreinen en gebouwen...

Nadere informatie

Syllabus. Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus. Rubrieken en waarderingsregels.

Syllabus. Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus. Rubrieken en waarderingsregels. Syllabus Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus Rubrieken en waarderingsregels Editie 2011 Slideshow Christophe Vanhee UGent 2011 pag. 1 Opdeling

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 VLOTTENDE ACTIVA... 29/58 6.723.285,38 4.508.

BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 VLOTTENDE ACTIVA... 29/58 6.723.285,38 4.508. VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 Oprichtingskosten... 5.1 20...... Immateriële vaste activa... 5.2 21 2.089,48 3.556,27 Materiële vaste activa...

Nadere informatie

JAARREKENING. Toel / / / / ,67 Aandelen /8

JAARREKENING. Toel / / / / ,67 Aandelen /8 Nr. 0862.492.920 VOL 3.1 JAARREKENING BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA OPRICHTINGSKOSTEN.. VASTE ACTIVA.. Immateriële vaste activa.. Materiële vaste activa.. Terreinen en gebouwen.. Installaties, machines

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING

BALANS NA WINSTVERDELING BE 04.777.660 VOL2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten Immateriële Materiële Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair en rollend materieel Leasing

Nadere informatie

Deel 2: Financiële jaarrekening

Deel 2: Financiële jaarrekening Deel 2: Financiële jaarrekening Nr. 0407.201.941 VOL-VZW 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten..... Immateriële vaste activa. Materiële vaste activa... Terreinen en gebouwen...

Nadere informatie

Minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel

Minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel Minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel Cf. KB van 19 december 2003 & KB van 18 december 2012 1 1. EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO S EN KOSTEN EN SCHULDEN OP MEER DAN ÉÉN JAAR 10 Fondsen

Nadere informatie

VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/ , ,40. Nr. BE Oprichtingskosten

VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/ , ,40. Nr. BE Oprichtingskosten VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 340.346,18 538.042,40 Oprichtingskosten... 4.1 20...... Immateriële vaste activa... 4.2 21 244.452,43 441.579,00 Materiële vaste activa...

Nadere informatie

1 Codes I Boekjaar I Vorig boekjaar I

1 Codes I Boekjaar I Vorig boekjaar I VOL 2.1 BALANS NA WNSTVERDELNG ACTVA VASTE ACTVA...... Oprichtingskosten... mmateriële vaste activa... Toel. 5.1 5.2 1 Codes Boekjaar Vorig boekjaar Materiële vaste activa......... Terreinen en gebouwen......

Nadere informatie

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA)

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Bijlage 3. BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Nr. VOL 2.1 Balans na winstverdeling ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28...... Oprichtingskosten... 5.1 20...... Immateriële vaste activa... 5.2 21......

Nadere informatie

JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN

JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN 20 31/08/2017 BE 0832.375.509 10 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 17568.00080 VKT 1.1 JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN IDENTIFICATIEGEGEVENS

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector openbare instelling Adres: vrijhavenstraat Nr: 5 Bus: Postnummer: 8400 Gemeente: Oostende Land:

Nadere informatie

EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR

EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR naam :... M.A.R. Uittreksel uit de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel KLASSE 1 : EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S EN KOSTEN, SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR 10 Kapitaal 100 Geplaatst

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 21/01/2015 BE 0449.054.471 11 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 15019.00586 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: ERDA KOMADA Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Adres:

Nadere informatie

BE (in euros)

BE (in euros) VKT2. 1. BALANS NA WINSTVERDELING A C T I V A VASTE ACTIVA 2/28 8.634.1 7.174.249 I. Oprichtingskosten 2 II. Immateriële vaste activa toel. I, A) 21 III. Materiële vaste activa toel. I, B) 22/27 8.631.91

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 30/11/2015 BE 0462.537.075 11 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 15679.00182 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: DE LILLE Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Adres: Kwadenbulk

Nadere informatie

ACTIVA. VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING VASTE ACTIVA 20/ , ,87

ACTIVA. VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING VASTE ACTIVA 20/ , ,87 VOL-vzw 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 5.353.141,98 5.284.478,87 Oprichtingskosten 5.1 20 Immateriële vaste activa 5.2 21 21.635,19 3.414,00 Materiële vaste activa 5.3 22/27 5.318.337,90

Nadere informatie

8. ONZE FINANCIËLE MIDDELEN

8. ONZE FINANCIËLE MIDDELEN 48 8. ONZE FINANCIËLE MIDDELEN 8. ONZE FINANCIËLE MIDDELEN CONSOLIDEREN Beheren DUIDELIJKHEID DE REKENINGEN VAN PARKING.BRUSSELS Het kapitaal van het Agentschap = 561.500 Het kapitaal van het Agentschap,

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING

BALANS NA WINSTVERDELING Nr 1 0454423323 VOL-VZW 21 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20128 47390603 42179615 Oprichtingskosten 20 Irnrnateriele vaste activa 21 11 143122 1 1228793 Materiele vaste activa Terreinen en

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 27/01/2015 BE 0429.423.255 12 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 15025.00242 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: FRAVAN Naamloze vennootschap Adres: Kortrijksestraat Nr: 439 Bus: Postnummer:

Nadere informatie

Syllabus. Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus. Rubrieken en waarderingsregels.

Syllabus. Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus. Rubrieken en waarderingsregels. Syllabus Algemene boekhouding voor lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus Rubrieken en waarderingsregels Editie 2011 Slideshow Christophe Vanhee UGent 2011 pag. 1 Opdeling

Nadere informatie

1. BALANS NA WINSTVERDELING. Codes 20/28 22/27 22 23 24 25 26 27 29/58 40/41 50/53 54/58

1. BALANS NA WINSTVERDELING. Codes 20/28 22/27 22 23 24 25 26 27 29/58 40/41 50/53 54/58 VKT2. 1. BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28 3.591,29 I. Oprichtingskosten... 20 3.591,29 II. Immateriële vaste activa (toel. I,A)... 21 III. IV. Materiële vaste activa (toel. I,B)... A.

Nadere informatie

Jaarrekening OCMW 2018

Jaarrekening OCMW 2018 Jaarrekening OCMW 218 2 Inhoud Beleidsnota... 5 De doelstellingenrekening...7 De financiële toestand...1 De financiële nota... 13 De exploitatierekening...14 De investeringsrekening...15 De liquiditeitenrekening...

Nadere informatie

ACTIEF. Scmactn.doc [22]

ACTIEF. Scmactn.doc [22] ACTIEF I. Oprichtingskosten... 20 II. Immateriële vaste activa... 21 III. Materiële vaste activa... 22/27 A. Terreinen en gebouwen...22 B. Installaties, machines en uitrusting...23 C. Meubilair en rollend

Nadere informatie

Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing

Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing Nr. I 0454.423.323 I VOL-VZW 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA Toel. Codes Boekjaar Vorig boekjaar VASTE ACTIVA....... 20/28 467.243,35 526.129,30 Oprichtingskosten.......................

Nadere informatie

Woord vooraf 3 Inleiding 13. Deel 1 Basisbegrippen en boekhoudprincipes 15. Hoofdstuk 1 Wat is (algemeen) boekhouden? 17

Woord vooraf 3 Inleiding 13. Deel 1 Basisbegrippen en boekhoudprincipes 15. Hoofdstuk 1 Wat is (algemeen) boekhouden? 17 INHOUDSOPGAVE Woord vooraf 3 Inleiding 13 Deel 1 Basisbegrippen en boekhoudprincipes 15 Wat is (algemeen) boekhouden? 17 Het conceptueel kader 19 2.1 Definitie 19 2.2 Doelstellingen van de boekhouding

Nadere informatie

Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn

Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn BALANS ACTIVA huidig jaar vorig jaar VASTE ACTIVA 1.300.921.490 1.252.025.212 Oprichtingskosten (+) 0 931.131 Immateriële vaste activa (+) 3.178.727 753.035 Materiële

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO (2 decimalen)

JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) 201 1 EUR NAT Datum neerlegging Nr 0811575046 Blz E D VKT-VZW 11 JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) NAAM: Orange House partnership Rechtsvorm: VZW Adres: Kampendaal Nr: 83 Postnummer: 1653 Gemeente: Dworp

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: Pelicano Stichting van openbaar nut Adres: Congresstraat Nr: 35 Bus: Postnummer: 1000 Gemeente: Brussel Land: België Rechtspersonenregister(RPR)- Rechtbank van Koophandel

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 19/06/2015 BE 0458.098.930 12 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 15194.00114 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: Gusta Commanditaire vennootschap op aandelen Adres: Westendelaan Nr: 71

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 07/06/2016 BE 0458.098.930 11 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 16157.00038 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: Gusta Commanditaire vennootschap op aandelen Adres: Westendelaan Nr: 71

Nadere informatie

E TE XCO HAL FJA AR R E SU LTATE N 2016

E TE XCO HAL FJA AR R E SU LTATE N 2016 E TE XCO HAL FJA AR R E SU LTATE N 2016 BALANS VOL 2.1 ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingkosten 20 I Immateriële vaste activa 21 Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en

Nadere informatie

De huidige OCMW-beleidsinstrumenten. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening

De huidige OCMW-beleidsinstrumenten. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening Lokaal Financieel Management Praktijkgids INHOUDSOPGAVE I. Wegwijzer Woord vooraf 1 II. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening Inleiding 1 II.1.1. Het actief 1. De balans vaste

Nadere informatie

Wat Waardering Afschrijving Herwaardering Waardevermindering

Wat Waardering Afschrijving Herwaardering Waardevermindering ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA - Liquide middelen nominale waarde geen Als de realisatiewaarde en geldbeleggingen op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingwaarde - Vorderingen op nominale

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 juni 2014 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Inga Verhaert Telefoon: 03 240 52 50 Agenda nr. 5/1 Intern Verzelfstandigde Agentschappen opheffing

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: NewB Europese vennootschap Adres: Rue Botanique Nr: 75 Bus: Postnummer: 1210 Gemeente: Sint-Joost-ten-Node Land: België Rechtspersonenregister(RPR)- Rechtbank van

Nadere informatie

Bridgeboetiek vzw. Balans en Jaarrekening. Seizoen 2009-2010

Bridgeboetiek vzw. Balans en Jaarrekening. Seizoen 2009-2010 Bridgeboetiek vzw Balans en Jaarrekening Seizoen 2009-2010 1 juli 2009 tot 30 juni 2010 Actief passief resultatenbalans Pagina 1/5 Datum lijst 14/10/2010 BRUTO Afschrijvingen en waardeverm. NETTO ACTIEF

Nadere informatie

Boekingsfiche 3420 Serviceflats Invest

Boekingsfiche 3420 Serviceflats Invest Deel 1: Omschrijving van de verrichtingen 0 Het OCMW heeft een stuk grond ter waarde van 100.000 euro waarop het aan een BEVAK een recht van opstal verleent voor de bouw van 20 serviceflats Het OCMW ontvangt

Nadere informatie

Inhoud. DEEL I Het systeem van dubbel boekhouden 19. Inleiding 21

Inhoud. DEEL I Het systeem van dubbel boekhouden 19. Inleiding 21 Inhoud Woord vooraf 5 DEEL I Het systeem van dubbel boekhouden 19 Inleiding 21 Hoofdstuk 1 De balans 25 1 Inleiding 25 2 De balans: actief = passief 26 3 Indeling van de balans in rubrieken 28 3.1 De indeling

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 27/10/2015 BE 0471.522.641 10 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 15654.00593 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: 'T SMOSKE TIELT Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Adres:

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 02/10/2013 BE 0830.513.208 8 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 13616.00294 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: DIAMOND VAULT Naamloze vennootschap Adres: SCHUPSTRAAT Nr: 1-7 Bus: Postnummer:

Nadere informatie

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap BALANS ACTIVA huidig jaar vorig jaar VASTE ACTIVA 5.746.738 5.872.147 Immateriële vaste activa (+) 225.133 168.349 Materiële vaste activa 5.485.599 5.669.592

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO (2 decimalen)

JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) 201 1 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. 0822.880.197 Blz. E. D. VKT-VZW 1.1 JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) NAAM: Ecofest Rechtsvorm: VZW Adres: Ferdinand Coosemansstraat Nr.: 145 Postnummer: 2600 Gemeente:

Nadere informatie

Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen

Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen BALANS ACTIVA huidig jaar vorig jaar VASTE ACTIVA 32.724.128 32.734.686 Immateriële vaste activa (+) 1.103.982 1.150.385 Materiële vaste activa 27.209.152 25.293.956

Nadere informatie

Gemeente Geetbets. Dorpsstraat Geetbets. NIS code: 24028

Gemeente Geetbets. Dorpsstraat Geetbets. NIS code: 24028 Gemeente Geetbets Dorpsstraat 7 3450 Geetbets NIS code: 24028 Jaarrekening 2018 Gemeente Geetbets Jaarrekening 2018 2 Inhoudsopgave Inleiding... 4 1. Kerncijfers... 5 2. Beleidsnota... 7 2.1. Doelstellingenrealisatie...

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3. Geldbeleggingen

HOOFDSTUK 3. Geldbeleggingen HOOFDSTUK 3 Geldbeleggingen Blz. 405 tot 417 ATIVA BALANS per --/--/-- PASSIVA I. OPRIHTINGSKOSTEN 20 I. KAPITAAL 10 II. IMMATERIËLE VASTE ATIVA 21 A. Geplaatst kapitaal 100 III. MATERIËLE VASTE ATIVA

Nadere informatie

Toelichting bij de jaarrekening OCMW 2014

Toelichting bij de jaarrekening OCMW 2014 Toelichting bij de jaarrekening OCMW 214 Meeuwen-Gruitrode OCMW / Toelichting bij de jaarrekening 214 2 Meeuwen-Gruitrode OCMW / Toelichting bij de jaarrekening 214 Inhoud Toelichting bij de exploitatierekening...

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/14 De boekhoudkundige verwerking van de uitgestelde belastingen bij gerealiseerde meerwaarden waarvoor de uitgestelde belastingregeling geldt en bij

Nadere informatie

Voorwoord... 7. Geconsolideerde balans na resultaatsverwerking... 9. Activa... 10. Passiva... 11. Geconsolideerde resultatenrekening...

Voorwoord... 7. Geconsolideerde balans na resultaatsverwerking... 9. Activa... 10. Passiva... 11. Geconsolideerde resultatenrekening... Gemeente Wuustwezel Arrondissement Antwerpen Provincie Antwerpen NIS-nummer 11053 JAARREKENING 2012 JAARVERSLAG Gasthuisstraat 11 2990 Wuustwezel Tel 03 633 52 10 Fax 03 633 07 53 Ontvanger: Secretaris:

Nadere informatie

Gemeentebestuur van HERENT. BALANS EN RESULTATENREKENING (afgerond) 3 Balans 4 Resultatenrekening 6

Gemeentebestuur van HERENT. BALANS EN RESULTATENREKENING (afgerond) 3 Balans 4 Resultatenrekening 6 INHOUDSOPGAVE BALANS EN RESULTATENREKENING (afgerond) 3 Balans 4 Resultatenrekening 6 BALANS EN RESULTATENREKENING (intern) 8 Balans 9 Resultatenrekening 11 WAARDERINGSREGELS 13 MUTATIESTATEN VAN DE VASTE

Nadere informatie

JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN

JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN 40 1 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. 0405.110.404 Blz. E. D. VOL 1 JAARREKENING EN ANDERE OVEREENKOMSTIG HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN NEER TE LEGGEN DOCUMENTEN IDENTIFICATIEGEGEVENS NAAM: West-Vlaams

Nadere informatie

VZW Verkort schema. 1. Volle eigendom van de vereniging 2. Andere. waarvan niet rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente

VZW Verkort schema. 1. Volle eigendom van de vereniging 2. Andere. waarvan niet rentedragende vorderingen of gekoppeld aan een abnormaal lage rente 1 ACTIEF ACTIEF VASTE ACTIVA I. Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa (bijlage I, A) 215000 Website 215009 Af schrijving op website 20/28 20 21 21 21 30.500,00 30.500,00 (30.500,00) (30.500,00)

Nadere informatie

EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. E. D. VOL 1.1

EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. E. D. VOL 1.1 40 1 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. E. D. VOL 1.1 JAARREKENING IN EURO (2 decimalen) NAAM:... PREFLEXIBEL... Rechtsvorm:... Naamloze vennootschap Adres:...Nr.: Elisabethlaan... 153 Bus:... Postnummer:...

Nadere informatie

JAARREKENING IN EURO

JAARREKENING IN EURO 20 27/06/2016 BE 0824.339.751 8 EUR NAT. Datum neerlegging Nr. Blz. D. 16260.00550 VKT 1.1 JAARREKENING IN EURO Naam: Rechtsvorm: SOLAR ECO-INVEST Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Adres:

Nadere informatie

Nota. Jaarrekening 2014 Balans en resultatenrekening per 31/12/2014

Nota. Jaarrekening 2014 Balans en resultatenrekening per 31/12/2014 Nota RBR auteur a 66 55 dossier 20150331_financieelverslag bestand 31 maart 2015 Datu m Jaarrekening 2014 Balans en resultatenrekening per 31/12/2014 1 Situering Door de invoering van de programmawet van

Nadere informatie

1 toelichting jaarrekening

1 toelichting jaarrekening I. Staat van de immateriële vaste activa (post 21 van de activa) a) Aanschaffingswaarde Aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa Overdrachten en buitengebruikstellingen ( ) Overboekingen

Nadere informatie

BROUWERIJ LIEFMANS NV Juridische status : Faillissement. Juridische vorm : NV. Wontergemstraat, DENTERGEM

BROUWERIJ LIEFMANS NV Juridische status : Faillissement. Juridische vorm : NV. Wontergemstraat, DENTERGEM BROUWERIJ LIEFMANS NV 0400.228.136 Juridische status : Faillissement Juridische vorm : NV Wontergemstraat, 42 8720 - DENTERGEM NACE code : 11050 - Vervaardiging van bier Het bedrijf komt NIET voor op de

Nadere informatie

Interne jaarrekening - Uitgebreid verslag (Vennootschap)

Interne jaarrekening - Uitgebreid verslag (Vennootschap) donderdag 21 maart 2019 14:22 Bedrijf: 2 - DE LANDGENOTEN CVBA Pagina 1 van 10 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA OPRICHTINGSKOSTEN (toelichting 6.1) 20 131,89 531,89 200000 - Kost oprichting en kapitaalverhoging

Nadere informatie

OCMW. Gemeente Jabbeke Dorpsstraat Jabbeke NISCODE: Algemeen directeur: Gabriël Acke Financieel directeur: Bart Demey

OCMW. Gemeente Jabbeke Dorpsstraat Jabbeke NISCODE: Algemeen directeur: Gabriël Acke Financieel directeur: Bart Demey OCMW JABBEKEE JAARREKENING 2018 Gemeente Jabbeke Dorpsstraat 3 8490 Jabbeke NISCODE: 31012 Algemeen directeur: Gabriël Acke Financieel directeur: Bart Demey OCMW Jabbeke Jaarrekening 2018 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie