Jaarboek Integratie & Inburgering 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarboek Integratie & Inburgering 2011"

Transcriptie

1 Jaarboek Integratie & Inburgering 2011

2

3 Jaarboek Integratie & Inburgering 2011

4 4 Inhoud Voorwoord...5 Wie doet wat?...7 Integratie... 7 Integratie is tweerichtingsverkeer... 7 Wie doet wat in het Vlaamse integratiebeleid?...8 Inburgering Instroom Inburgeringstraject Nederlands als tweede taal - Huizen van het Nederlands Realisaties in 2011 op Vlaams niveau Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid Kruispunt Migratie-Integratie Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon Huizen van het Nederlands Minderhedenforum Adressen per regio Provincie en stad Antwerpen Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen Brussels Hoofdstedelijk Gewest Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen Limburg Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen Oost-Vlaanderen en Gent Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen Vlaams-Brabant Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen West-Vlaanderen Cijfers Trends, thema s en realisaties Adressen... 84

5 Voorwoord 5 Dit is het tweede Jaarboek Integratie & Inburgering. Net als vorig jaar geeft het u een beeld van wat er in het voorbije jaar in Vlaanderen en Brussel gerealiseerd is op het vlak van integratie, inburgering en Nederlands als tweede taal (NT2). In een eerste deel lichten we de verschillende werkingsdomeinen toe. We beschrijven hoe het integratiebeleid geregeld is, welke actoren eraan meewerken en wat hun opdrachten zijn. We illustreren het werk van de sociaal tolk- en vertaaldiensten aan de hand van cijfers over de tolkopdrachten en over de belangrijkste afnemers in We maken een foto van wie de inburgeraar in 2011 was en wat zijn/haar inburgeringstraject precies inhield. En u vindt er algemene informatie en cijfers over het werk van de Huizen van het Nederlands. In het tweede deel geven we het overzicht van wat in 2011 is gerealiseerd op het Vlaams niveau. We staan eerst stil bij de ontwikkelingen in het Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid. Daarna komen de verwezenlijkingen aan bod van de organisaties die actief zijn op Vlaams niveau: het Kruispunt Migratie-Integratie, Ba-bel (Vlaamse Tolkentelefoon), de Huizen van het Nederlands en het Minderhedenforum. Nieuw is dat we in deze editie sterk inzoomen op het reilen en zeilen in de verschillende regio s. Dat doen we in het laatste deel. Aan alle integratiecentra, onthaalbureaus, Huizen van het Nederlands en sociaal tolk- en vertaaldiensten is voor dit Jaarboek gevraagd toe te lichten wat ze in hun werkingsgebied in 2011 zagen gebeuren op het vlak van inburgering en integratie, en rond welke thema s ze gewerkt hebben. Het geheel wordt gekruid met enkele representatieve praktijkverhalen. Zo komt u achtereenvolgens te weten wat van belang was in Antwerpen (provincie en stad), het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Limburg, Oost-Vlaanderen en Gent, Vlaams-Brabant en West- Vlaanderen. En hoe er concreet werk is gemaakt van volwaardige participatie van mensen met een migratiegeschiedenis en van constructief omgaan met diversiteit. Marleen Heysse Algemeen directeur Kruispunt Migratie-Integratie

6 6

7 7 Wie doet wat? Integratie Integratie is tweerichtingsverkeer Onze samenleving wordt door de migratie steeds diverser. Die diversiteit is boeiend, maar schept vaak ook uitdagingen en spanningen. Met het integratiebeleid wil de Vlaamse overheid inwerken op de gevolgen van migratie. Ze streeft naar een samenleving waarin alle burgers, ongeacht hun herkomst, op grond van gelijkwaardigheid samenleven. Met respect voor ieders eigenheid maar ook met respect voor de waarden en normen van de democratische rechtstaat. Daarnaast wil de overheid met het integratiebeleid werken aan een samenleving waar iedereen op alle maatschappelijke vlakken gelijke kansen heeft om zichzelf te ontplooien en actief deel te nemen. Om integratie echt mogelijk te maken heeft onze samenleving de medewerking nodig van iedereen. Van de nieuwkomers en de oudkomers. Maar ook van de mensen, voorzieningen, organisaties en besturen van de ontvangende maatschappij. Het integratiedecreet De doelstellingen, doelgroepen en instrumenten van het Vlaamse integratiebeleid zijn opgenomen in het integratiedecreet van 28 april 1998, dat gewijzigd werd op 30 april Volgens het decreet is het integratiebeleid een driesporenbeleid: 1. een emancipatiebeleid dat gericht is op de evenredige participatie van nieuwe Vlamingen en woonwagenbewoners; 2. een beleid dat gericht is op de toegankelijkheid van voorzieningen voor iedereen en meer specifiek voor nieuwe Vlamingen en woonwagenbewoners; 3. een beleid dat gericht is op het samenleven in diversiteit. Het Vlaamse integratiebeleid richt zich tot alle burgers. Iedereen in de samenleving is er mee voor verantwoordelijk dat dit samenleven slaagt. Het Vlaamse integratiebeleid wil de sociale samenhang tussen alle burgers bevorderen. Daarnaast wil de Vlaamse overheid met haar integratiebeleid mensen zonder wettig verblijf een mens-

8 Wie doet wat? 8 waardige begeleiding garanderen, vooral op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs: door hen het recht op dringende medische hulp en het recht op onderwijs te waarborgen. En door hen te oriënteren naar een zinvolle toekomst. Woonwagenbewoners vormen een specifieke doelgroep van het integratiebeleid. Het integratiedecreet omschrijft woonwagenbewoners als personen die legaal in België verblijven en die wonen of woonden in een woonwagen als vermeld in artikel 2, 33, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, of waarvan de ouders dat deden, met uitzondering van bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven. Het woonwagenbeleid richt zich op personen die traditioneel in een woonwagen wonen of woonden. In september 2011 keurde het Vlaams Parlement de conceptnota integratie en inburgering goed. Hiermee wordt een grondige herschikking van het integratieen de inburgeringswerk in het vooruitzicht gesteld. De opdrachten van de onthaalbureaus, de integratiecentra en de diensten voor sociaal tolken en vertalen blijven grosso modo dezelfde. Het doel van de hervorming is om die werkingen beter op elkaar af te stemmen en een sterkere aansturing te realiseren vanuit de beleidsopties van de Vlaamse Regering. Daartoe wordt een Extern Verzelfstandigd Agentschap op gericht waar alle werkingen, behalve die in Limburg, Antwerpen en Gent zullen worden ondergebracht. Meer over de hervormingen van de integratie- en inburgeringssector vindt u op pagina 23. Wie doet wat in het Vlaamse integratiebeleid? Momenteel wordt er nog gewerkt binnen het kader van het in 2009 gewijzigde integratiedecreet, dat vooropstelt dat het integratiebeleid een inclusief beleid is. Dat wil zeggen dat het gerealiseerd wordt binnen het algemeen beleid van de verschillende sectoren. Grotendeels via algemene maatregelen, en alleen als het nodig is via specifieke acties en voorzieningen. Verschillende actoren spelen een specifieke rol in het integratiebeleid. De Vlaamse overheid De Vlaamse overheid staat in voor de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het integratiebeleid. Dat integratiebeleid is inclusief en gecoördineerd. Alle bevoegde ministers nemen binnen hun eigen beleidsdomeinen initiatieven die bijdragen tot het realiseren van de doelstellingen van het integratiebeleid. Om het Vlaamse integratiebeleid te coördineren is de ambtelijke Commissie Integratiebeleid opgericht, waarin de verschillende beleidsdomeinen, de doelgroep en het middenveld vertegenwoordigd zijn. De opdracht van de commissie? Een geïntegreerd actieplan Integratie opmaken, coördineren en evalueren. Dat actieplan stelt per beleidsdomein doelstellingen en maatregelen voorop en garandeert een inclusieve aanpak over de beleidsdomeinen heen. Het Vlaams expertisecentrum Migratie - Integratie: Kruispunt Migratie-Integratie vzw Het Kruispunt Migratie-Integratie het vroegere Vlaams Minderhedencentrum ontwikkelt en ontsluit kennis en expertise over migratie en integratie, ontwikkelt methodieken, zorgt voor coördinatie en afstemming, organiseert vormingen en geeft advies. Iedereen die in zijn werk te maken heeft met migratie, integratie en inburgering kan een beroep doen op het Kruispunt Migratie-Integratie: lokale en provinciale besturen; de Vlaamse overheid; maatschappelijke diensten, instellingen, en organisaties; integratiecentra, onthaalbureaus, integratiediensten en sociaal tolk- en vertaaldiensten.

9 Wie doet wat? 9 Via het uitvoeringsbesluit bij het integratiedecreet kreeg het Kruispunt Migratie-Integratie in 2010 enkele bijkomende opdrachten: de onthaalbureaus ondersteunen; optreden als expertisecentrum inzake inburgering en integratie; een maximale afstemming van de integratiesector en de inburgeringssector bevorderen. Meer over de realisaties van het Kruispunt Migratie- Integratie vindt u vanaf pagina 23. De lokale overheden en de lokale integratiediensten Het integratiebeleid wordt in de eerste plaats gerealiseerd op het lokale niveau, waar oude en nieuwe Vlamingen samenleven. Lokale besturen hebben een belangrijke rol als regisseur van het integratiebeleid op hun grondgebied. Het bestuur van een stad of gemeente waar veel Vlamingen van vreemde herkomst wonen, kan een integratiedienst oprichten en die laten erkennen en subsidiëren door de Vlaamse overheid. Bij de erkenning van integratiediensten houdt de Vlaamse overheid rekening met de omvang en de concentratie van de doelgroepen, de samenstelling van de bevolking en de aard van de problematiek. De rol van de integratiediensten en hun beleidsprioriteiten De integratiediensten werken aan: een betere toegankelijkheid van de (gemeentelijke) diensten en reguliere voorzieningen voor mensen met een migratieachtergrond; de participatie van mensen met een migratieachtergrond aan het beleid en het verenigingsleven; een harmonieus samenleven in diversiteit tussen alle burgers. Met elk lokaal bestuur met een integratiedienst wordt een convenant afgesloten dat de beleidsprioriteiten van de Vlaamse overheid concretiseert en afstemt op de prioriteiten van het lokaal bestuur. Minister Bourgeois formuleerde in 2011 deze nieuwe beleidsprioriteiten voor het lokale integratiebeleid: bevorderen van ontmoetingsmogelijkheden tussen alle inwoners. Daarbij kunnen inburgeringscoaches een rol spelen; detecteren en bespreekbaar maken van samenlevingsproblemen, oplossingen formuleren en probleempreventie; een positief en stimulerend klimaat creëren ten aanzien van het Nederlands: dat betekent aandacht hebben voor oefenkansen, voor laagdrempelig taalgebruik en voor het verhogen van de kennis van het Nederlands; bevorderen van de interlevensbeschouwelijke dialoog; hoewel huwen met iemand uit een ander land moet kunnen, mogen we niet blind zijn voor de negatieve aspecten waarmee structurele huwelijksmigratie vaak gepaard gaat. Daarom is het sensibiliseren rond en het ontraden van huwelijksmigratie op het lokale niveau een prioriteit; initiatieven nemen die ertoe leiden dat de gemeentelijke en OCMW-voorzieningen en diensten de nieuwe Vlamingen bereiken en een kwaliteitsvolle dienstverlening bieden aan alle burgers, ongeacht hun herkomst; initiatieven nemen die de slaagkansen van nieuwe Vlamingen in het onderwijs vergroten. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar acties die de betrokkenheid van de ouders bij het schoolgebeuren van hun kinderen verhogen; aanleggen, beheren en regulariseren van woonwagenterreinen, rekening houdend met de ruimtelijke structuur- en uitvoeringsplannen en de woonwagenbevolking in de gemeente; initiatieven nemen om nieuwe Vlamingen op een actieve manier bij het erfgoedbeleid te betrekken;

10 Wie doet wat? 10 een secundair inburgeringsbeleid opzetten, in het bijzonder de toeleiding van inburgeraars naar het verenigingsleven; zorgen voor een weerspiegeling van de lokale samenleving in de communicatiekanalen van de gemeente; de deelname van nieuw Vlamingen aan adviesorganen en gemeentelijke werkgroepen verhogen; participatie en overleg organiseren met nieuwe Vlamingen en hun organisaties. Lokale integratiediensten in Vlaanderen In Vlaanderen zijn 39 lokale integratiediensten erkend (figuur 1). Negen lokale besturen kregen in 2011 een starttoelage voor de oprichting van een integratiedienst. figuur 1: integratiediensten in vlaanderen mei 2012 bestaande integratiediensten (39) startende integratiediensten (9) De integratiecentra De Vlaamse overheid erkent en subsidieert acht integratiecentra over heel Vlaanderen. Die hebben als taak de provinciale en lokale besturen en andere relevante beleidsinstanties en organisaties te ondersteunen en te stimuleren bij het voeren van een gecoördineerd en inclusief integratiebeleid, en dit in de verschillende beleidsdomeinen. Voor de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen is het integratiecentrum een vzw, voor de provincies Limburg en Vlaams-Brabant werd het integratiecentrum ondergebracht in het provinciebestuur. Er zijn ook nog twee lokale integratiecentra in Antwerpen en in Gent en één hoofdstedelijk integratiecentrum. De integratiecentra hebben als kerntaak: het integratiebeleid analyseren, evalueren, ondersteunen en stimuleren. Ze informeren en ze geven advies en vormingen aan organisaties, verenigingen, voorzieningen en besturen over toegankelijkheid, participatie en samenleven in diversiteit. Ze stimuleren en ondersteunen vernieuwende projecten en ontwikkelen methodieken. En ze begeleiden en ondersteunen veranderingsprocessen van voorzieningen, organisaties of verenigingen. Zij werken aan: een gelijkwaardige participatie van alle burgers aan het samenleven; gelijke kansen voor iedereen, met bijzondere aandacht voor mensen met een migratieachtergrond en woonwagenbewoners; een harmonieuze samenleving in diversiteit. Om meer afstemming en samenwerking te bevorderen, ontwikkelden de integratiecentra samen met het

11 Wie doet wat? 11 Kruispunt Migratie-Integratie vzw een gemeenschappelijk doelenkader. Dat doelenkader werd goedgekeurd door de Minister en is te vinden op de website van het Kruispunt Migratie-Integratie. Sociaal tolk- en vertaaldiensten Vlaanderen telt negen diensten voor sociaal tolken en vertalen. Sociaal tolken en vertalers helpen de taalkloof tussen de anderstalige cliënt en de Nederlandstalige diensten en voorzieningen te overbruggen. Onder andere scholen, ziekenhuizen, openbare diensten en welzijnsorganisaties kunnen gebruik maken van dat aanbod. Binnen het Kruispunt Migratie-Integratie vzw werkt de Centrale Ondersteuningscel voor sociaal tolken en vertalen (COC) als ondersteunings- en expertisecentrum voor de Vlaamse sociaal tolk- en vertaaldiensten. COC is ook erkend als testcentrum voor het ervaringsbewijs sociaal tolken. Het bewaakt de kwaliteit van dat aanbod en streeft naar een gelijk(w)aardig aanbod sociaal tolken en vertalen in alle Vlaamse steden en provincies. De sociaal tolk- en vertaaldiensten voerden in 2011 in totaal tolkopdrachten uit (tabel 1). Die kwamen uit heel verschillende sectoren van de reguliere sociale en openbare dienst- en hulpverlening. Sociaal tolken worden het meest ingezet in de sectoren gezin en maatschappelijk welzijn, openbare dienstverlening en gezondheidszorg. Tabel 1. Aantal tolkopdrachten per sector in 2011 Sectoren Aantal opdrachten % Gezin en maatschappelijk welzijn ,6 Openbare dienstverlening ,9 Gezondheid ,9 Onderwijs ,4 Opvang asielzoekers ,4 Geestelijke gezondheidszorg ,6 Onthaal, integratie / inburgering ,1 Tewerkstelling ,7 Andere 365 0,7 Juridische sector 204 0,4 Preventie en veiligheid 74 0,1 Sociaal-culturele sector 31 0,06 Sociale huisvesting 6 0,01 totaal

12 Wie doet wat? 12 Er zijn twee soorten tolkgesprekken. Ofwel brengt de tolk de boodschap over door de telefoon ( telefoontolken ), ofwel is hij lijfelijk aanwezig bij het gesprek ( tolken ter plaatse ). In alle provincies werken de sociaal tolk- en vertaaldiensten op volle toeren (tabel 2 en 3). Ba-bel en Brussel-Onthaal zijn de diensten waar je terechtkunt voor telefoontol ken. De twee tolkvormen (telefoontolken en tolken ter plaatse) hebben elk hun eigenheden en sterktes. Als we per sector de tolkopdrachten bekijken, zien we dan ook verschillen in de voorkeur voor de ene of de andere tolkvorm (tabel 4). Tabel 2. Tolkopdrachten per tolkendienst in 2011 (tolken ter plaatse en telefoontolken) Ba-bel Brussel Onthaal DeSom (West-Vlaanderen) Limburg Oost-Vlaanderen PaSTa sta (stad Antwerpen) TOPA (provincie Antwerpen) TVGent totaal Tabel 3. Aard van de opdrachten in 2011 Opdrachten Uren Tolken ter plaatse Telefoontolken Totaal Tabel 4. Tolkopdrachten per sector: verdeling tussen tolken ter plaatse en telefoontolken Sectoren Telefoontolken (Ba-bel en Brussel Onthaal) Tolken ter plaatse Aantal opdrachten Aandeel Aantal opdrachten Aandeel 1. Gezin en maatschappelijk welzijn % % 2. Openbare dienstverlening % % 3. Gezondheid % % 4. Onderwijs % % 5. Opvang asielzoekers % % 6. Geestelijke gezondheidszorg 331 7% % 7. Onthaal, integratie / inburgering % % 8. Tewerkstelling % 98 7% 9. Andere ,7% 1 0,3% 10. Juridische sector % 55 27% 11. Preventie en veiligheid 1 1,4% 73 98,6% 12. Sociaal-culturele sector 6 19% 25 81% 13. Sociale huisvesting 4 67% 2 33% totaal % % Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon, voert telefonische tolkopdrachten uit voor diensten en organisaties in heel Vlaanderen. Het ziet de vraag nog steeds stijgen, voornamelijk vanuit de sectoren Welzijn, Gezondheid, Inburgering en Onderwijs. Er is een lichte daling in de vraag vanuit sector Tewerkstelling. Belangrijke afnemers van tolkhulp blijven de OCMW s, ook nadat de opdrachten voor LOI-werkingen halfweg 2011 overgedragen werden naar Brussel Onthaal. Daarnaast ook de CAW s, ziekenhuizen en wijkgezondheidscentra, onthaalbureaus, VDAB (vooral Antwerpen) en scholen. De Vlaamse Tolkentelefoon

13 Wie doet wat? 13 heeft de weg gevonden naar 269 gemeenten. De grote steden Antwerpen, Gent en Brussel zijn goed voor 43% van het volume. Opvallend is de grote afname in enkele Oost-Vlaamse steden in vergelijking met de overige provincies. De participatieorganisatie: het Minderhedenforum De Vlaamse overheid hecht er veel belang aan om de doelgroepen van het integratiebeleid op een volwaardige manier bij het beleid te betrekken. Daartoe bepaalt het integratiedecreet dat de Vlaamse Regering één participatieorganisatie erkent die optreedt als forum van organisaties van de doelgroepen. Het Forum van Etnisch-Culturele Minderheden (Minderhedenforum) vzw, dat erkend is sinds 1999 op basis van het decreet van 1998, is met ingang van 14 januari 2011 erkend als participatieorganisatie op basis van het integratiedecreet van De Vlaamse Woonwagencommissie speelt een belangrijke rol in de realisatie van het woonwagenbeleid. Ze zorgt voor: adviezen aan de bevoegde minister over de uitwerking van een globale planning van de woonwagenterreinen en de opvang van rondtrekkenden; adviezen aan de respectieve bevoegde ministers, via de coördinerende minister voor het integratiebeleid, over het creëren van noodzakelijke voorwaarden over woon- en grondbeleid, ruimtelijke ordening, inrichting, toezicht en over de consultatie van de woonwagenbewoners; voorstellen tot nieuwe regelgeving of wijzigingen aan de bestaande regelgeving; opvolgen van de aan te leggen woonwagenterreinen en het opstellen van de jaarlijkse evaluatie. Leden: Vlaamse overheid: kabinetten en administraties Inburgering, Binnenlands Bestuur, Ruimtelijke Ordening en Wonen; Vlaamse instellingen: Kruispunt Migratie-Integratie, Minderhedenforum, Vlaamse Maatschappij Sociale Huisvesting, Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten, Vlaamse Gemeenschapscommissie; provinciebesturen en provinciale integratiecentra; deskundigen (o.m. Riso Vlaams-Brabant); woonwagenbewoners en de vereniging Ons Leven. De Vlaamse Woonwagencommissie Er zijn zo n 967 woonwagengezinnen in Vlaanderen. In het Vlaams Gewest zijn er dertig openbare residentiële woonwagenterreinen, goed voor 474 standplaatsen. Zo n vijfhonderd woonwagengezinnen kunnen niet terecht op een openbare standplaats. Ze wonen op de ongeveer honderd privéterreinen of staan in overtal op een openbaar residentieel terrein. Het overgrote deel van de privéterreinen is niet vergund. Bijkomend hebben verschillende traditionele woonwagenbewoners hun toevlucht gezocht in weekendverblijven en op campings. In het Vlaams Gewest zijn er ook vier doortrekkersterreinen, goed voor een tachtigtal standplaatsen. Rondtrekkenden kunnen gedurende een of twee weken op deze terreinen verblijven. Cijfers over de standplaatsen vindt u in de regionale hoofdstukken.

14 Wie doet wat? 14 Inburgering 1 Het inburgeringsbeleid richt zich op inwijkelingen die zicht hebben op een langdurig of definitief verblijf in België en die in het Vlaams of het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wonen. Vreemdelingen die in Vlaanderen of Brussel verblijven met een tijdelijk doel, bijvoorbeeld bepaalde arbeidsmigranten en diplomaten, zijn uitgesloten van inburgering. Hetzelfde geldt voor asielzoekers van wie de asielaanvraag minder dan vier maanden daarvoor is ingediend. Iedereen die tot de doelgroep van inburgering behoort, heeft recht op een inburgeringstraject. Sommige inburgeraars in het Vlaams Gewest zijn verplicht om een inburgeringstraject te volgen, zoals personen die recent naar België gemigreerd zijn en zich in Vlaanderen gevestigd hebben of bedienaars van erediensten in een door de Vlaamse overheid erkende plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschap. Het primaire inburgeringstraject bestaat uit een vormingsprogramma, ondersteund door een individuele begeleiding (trajectbegeleiding) op maat van de inburgeraar. Het vormingsprogramma wordt samengesteld uit een cursus Maatschappelijke Oriëntatie, lessen Nederlands (niveau A1) en loopbaanoriëntatie. Het primaire inburgeringstraject is daarmee een eerste, begeleide opstap naar volwaardige deelname aan de samenleving. Die begeleiding gebeurt door het onthaalbureau, dat belast is met de regie van het primaire inburgeringstraject. Er zijn in totaal acht onthaalbureaus: in de steden Antwerpen, Brussel, Gent en in de vijf Vlaamse provincies. Het onthaalbureau werkt samen met verschillende organisaties zoals het Huis van het Nederlands, Centra voor Volwassenenonderwijs en de VDAB. Het primaire inburgeringstraject begint bij de aanmelding van de inburgeraar bij het onthaalbureau, en duurt tot het moment waarop hij overgedragen wordt aan de reguliere voorzieningen die belast zijn met het secundaire traject. Instroom In het Vlaams Gewest worden nieuwe inburgeraars maandelijks geselecteerd uit het Rijksregister. Dat noemen we de instroom. Op basis van die adressenlijsten versturen de onthaalbureaus brieven naar de inburgeraars om hen te informeren over hun inburgeringsrecht of -plicht. In Brussel worden inburgeraars niet geselecteerd uit het Rijksregister en doet het onthaalbureau zelf aan werving (zie verder). In 2011 werden er inburgeraars geselecteerd uit het Rijksregister. Ten opzichte van 2010 is de instroom heel licht gedaald (van naar ). Na een sterke stijging tussen 2009 en lijkt de instroom van inburgeraars in het Vlaams Gewest te stabiliseren. In wat volgt, bekijken we het profiel van de inburgeraars die in 2011 uit het Rijksregister geselecteerd zijn. 1 Alle cijfers over inburgering zijn gegenereerd via de Kruispuntbank Inburgering. 2 Tot en met 2009 schommelde de instroom rond de personen. Tussen 2009 en 2010 steeg de instroom sterk. Dat was te wijten aan een grotere instroom en ook aan een verbeterde selectie van de doelgroep uit het Rijksregister.

15 Wie doet wat? 15 In 2010 stelden we vast dat het aandeel mannelijke inburgeraars licht steeg (van 50% naar 52%). In 2011 steeg het aandeel mannen verder naar 54% en daalde het aandeel vrouwelijke inburgeraars dus naar 46%. Ook in 2011 blijft de instroom uit Nederland het grootst, alhoewel het aandeel van de Nederlanders licht gedaald is van 14,6% naar 13,8% (figuur 2). De tweede grootste groep zijn de Polen. Hun aandeel in de volledige instroom is gelijk gebleven met dat in Bekijken we de grootste nationaliteitengroepen in de instroom, dan zien we die van Roemeense inburgeraars het sterkst toenemen (een stijging van 50% tegenover 2010). Het aantal Bulgaren is ongeveer gelijk gebleven. Ook het aantal Marokkanen dat instroomt, is gestabiliseerd. Het aantal Turkse inburgeraars blijft verder dalen (van naar 1.341). Opvallend is de sterke stijging van het aantal Spaanse inburgeraars (48%). Het aandeel van EU+-burgers 3 in de instroom blijft stijgen: van 51% in 2010 naar 55% in Figuur 2: Aandeel (%) van de 14 belangrijkste nationaliteiten, ingestroomd in het Vlaams Gewest Duitsland Italië Portugal Afghanistan India Irak Frankrijk Spanje Turkije Bulgarije Marokko Roemenië Polen Nederland 0% 2% 4% 6% 8% 10% 12% 14% 16% 18% 3 EU+ -burgers zijn onderdanen van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland. De EER omvat de landen van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

16 Wie doet wat? 16 Figuur 3 toont ten slotte hoe de verdeling van verblijfsstatuten eruit zag in Figuur 3 : Instroom meerderjarige inburgeraars 2010 naar verblijfsstatuut 27% 25% 0% 7% 6% 22% 13% arbeidsmigrant asielzoeker Europese onderdanen (specifiëring niet bekend) geregulariseerd gezinshereniger onbepaald overigen EU+-burgers zijn steeds vrijgesteld van de inburgeringsplicht, derdelanders 4 zijn doorgaans verplicht om een inburgeringstraject te volgen Van alle personen die in 2011 in het Vlaams Gewest gedetecteerd zijn als inburgeraar, was 36% zo goed als zeker verplichte inburgeraar en 59% zeker rechthebbend, waarvan 4% prioritair rechthebbend (figuur 4). Van ongeveer 5% kon op basis van de gegevens in het Rijksregister niet opgemaakt worden of ze tot de doelgroep van inburgering behoren. Wanneer we de verdeling recht/plicht/onduidelijk in de instroom vergelijken met die in 2010, merken we dat het aandeel van de groep onduidelijk verder gedaald is. Waar dat in de instroom in 2010 nog ongeveer 11% bedroeg, is het in 2011 gedaald tot 5%. Dat is te verklaren door de nieuwe selectiecriteria sinds juni 2010 waardoor correcter geselecteerd kan worden of iemand rechthebbend of verplicht is. In 2011 werden minderjarige nieuwkomers tussen 2,5 en 18 jaar geselecteerd als doelgroep van inburgering. Dat is een stijging van 18% tegenover Toen stroomden minderjarigen in. Van de instroom in 2011 was 28% tussen 2,5 en 5 jaar, 35% tussen 6 en 11 jaar en 37% tussen 12 en 17 jaar. Figuur 4: Verdeling (%) doelgroep in de instroom van meerderjarige inburgeraars in 2010 en % 80% 11% 5% 60% 40% 20% 0% 51% 55% 3% 4% 35% 36% onbepaald recht prioritair recht plicht 4 Derdelanders zijn onderdanen van andere landen dan die van de EU+.

17 Wie doet wat? 17 Inburgeringstraject Inburgeringscontract Welk inburgeringstraject een inburgeraar volgt, is vastgelegd in zijn inburgeringscontract. Daarin staat welke onderdelen van het vormingsprogramma hij zal volgen. Het onthaalbureau houdt daarbij maximaal rekening met de leerbehoeften en vragen van de inburgeraar, met de adviezen van het Huis van het Nederlands en, voor inburgeraars met een professioneel perspectief, van de VDAB. Wie een inburgeringscontract ondertekent, engageert zich om regelmatig het vormingsprogramma te volgen. Dat wil zeggen dat hij tijdens elk onderdeel van het vormingsprogramma minstens 80% van de lessen moet bijwonen. Afwijkingen op de aanwezigheidsgraad zijn mogelijk voor inburgeraars die beroepsmatig werkzaam zijn. In 2011 sloten inburgeraars een inburgeringscontract af. Dit is een stijging van 12% tegenover 2010, toen inburgeraars een contract tekenden. Die stijging is te verklaren door de hoge instroom in 2010: veel inburgeraars die in 2010 instroomden, tekenden in 2011 een inburgeringscontract. In het Vlaams Gewest werden 22% van de contracten getekend door rechthebbende inburgeraars (tegenover 24% in 2010) en 78% door verplichte inburgeraars. In vergelijking met 2010 zien we dat het aandeel verplichte inburgeraars gestegen is. Als inburgeraars niet kunnen aantonen dat ze niveau A1 behaald hebben, vraagt het onthaalbureau advies aan het Huis van het Nederlands om te bepalen welke cursus NT2 het meest geschikt is. Op basis van een of meer tests wordt bepaald of de inburgeraars het best NT2 kunnen volgen bij een Centrum voor Basiseducatie (CBE), een Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) of een universitair talencentrum (UT). Er wordt ook bepaald of ze het best een cursus van 240 uren, 180 uren, 120 uren of 80 uren kunnen volgen. Over het algemeen volgen hoger opgeleide inburgeraars een cursus van 80 of 120 uren bij een CVO of UT, en lager opgeleide personen een cursus van 180 uren of 240 uren bij een CBE. Analfabeten volgen NT2 bij een CBE. Die cursus, die uit verschillende modules bestaat, kan oplopen tot 600 uren. De grootste groep inburgeraars (50%) kreeg in 2011 het advies om 120 uren NT2 te volgen bij een CVO. De tweede grootste groep kreeg het advies om NT2 (240 of 600 uren) te volgen aan een CBE (38%). Negen procent kreeg het advies om 180 uren bij een CBE of CVO te volgen en 3% 80 uren bij een UT. De meerderheid van de inburgeraars die een contract tekenden in 2011 is gealfabetiseerd (87%). Ongeveer 10% is niet gealfabetiseerd of zwak gealfabetiseerd en 3% is anders gealfabetiseerd. Het aandeel mannen/vrouwen in het aantal ondertekende contracten was in 2011 ongeveer gelijk, net zoals de vorige jaren. Nederlands als tweede taal Het inburgeringstraject omvat een opleiding Nederlands als tweede taal (NT2) niveau A1 (Breakthrough) volgens het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. De opleiding NT2 niveau A1 wordt uitsluitend georganiseerd door reguliere onderwijsinstellingen, namelijk de Centra voor Basiseducatie, de Centra voor Volwassenenonderwijs en de universitaire talencentra.

18 Wie doet wat? 18 Maatschappelijke Oriëntatie In de cursus Maatschappelijke Oriëntatie (MO) maken inburgeraars kennis met de Vlaamse en Belgische samenleving. Die cursus bevat elf leeromgevingen: stad en land, verblijfssituatie, gezin, werk, wonen, gezondheid, onderwijs, publieke dienstverlening, mobiliteit, consumptie en vrije tijd. Deelnemers krijgen kennis en vaardigheden over die leeromgevingen die ze nodig hebben om actief aan de samenleving deel te nemen. Daarbij wordt steeds vertrokken vanuit de voorkennis en leerbehoeften van de inburgeraars. Naast kennis en vaardigheden staan ook waarden en normen centraal. Het is belangrijk dat inburgeraars weten welke waarden en normen onze diverse samenleving schragen. Het onthaalbureau biedt de cursus MO aan. Een standaardaanbod duurt 60 uur. De cursist kan de lessen volgen in zijn eigen taal, in een contacttaal of in het Nederlands. In 2011 werden cursussen MO ingericht in 39 verschillende talen. De meeste cursussen MO worden aangeboden in het Engels (16%), Arabisch (15%), Frans (12%), Nederlands (11%) en Russisch (11%). Sinds januari 2011 kunnen inburgeraars ook vrijgesteld worden voor het onderdeel MO als ze slagen voor de vrijstellingstoets MO. Die toets kan worden afgelegd in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. In 2011 legden 966 inburgeraars de toets af, van wie 48% slaagde. Loopbaanoriëntatie Het inburgeringsprogramma bevat ook een aanbod Loopbaanoriëntatie (LO). LO heeft tot doel de inburgeraar te ondersteunen bij het (leren) maken van keuzes om zijn levensloopbaan uit te tekenen. De inhoud van LO is afhankelijk van het perspectief dat een inburgeraar heeft. Inburgeraars met een professioneel perspectief kunnen begeleiding krijgen naar werk en zelfstandig ondernemerschap. Die begeleiding krijgen ze van VDAB of in Brussel van het onthaalbureau zelf i.s.m. VDAB, Tracé en Actiris. Inburgeraars met een educatief perspectief worden door het onthaalbureau begeleid naar verdere studie. Alle inburgeraars hebben een sociaal perspectief en krijgen begeleiding gericht op deelname aan het socioculturele aanbod, vrijwilligerswerk en andere vrijetijdsbesteding. Dat type loopbaanoriëntatie wordt ook maatschappelijke participatie genoemd en wordt door het onthaalbureau aangeboden. Bij 80% van de inburgeraars die in 2011 een contract tekenden werd het perspectief bepaald. De meerderheid van hen heeft een professioneel perspectief (70%). Bij 25% is het hoofdperspectief socio-cultureel, en bij 5% educatief. Bij de overige 20% van de inburgeraars kon nog niet bepaald worden welk perspectief ze hebben. Inburgeraars die het vormingsprogramma regelmatig hebben gevolgd, ontvangen een attest van inburgering. In 2011 behaalden inburgeraars een inburgeringsattest. Van hen was 28% rechthebbend en 72% verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Iets meer vrouwen dan mannen behaalden het attest, namelijk 51% versus 49%.

19 Wie doet wat? 19 Administratieve geldboetes Verplichte inburgeraars die hun plicht niet nakomen, en rechthebbende inburgeraars die hun inburgeringscontract niet naleven, kunnen een administratieve geldboete krijgen. Het systeem van administratieve geldboetes werd ingevoerd op 1 maart Het is niet van kracht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In 2011 kregen 592 inburgeraars een boete voor het niet nakomen van hun verplichtingen. Van hen was 18% rechthebbend. De verdeling van de inbreuken die in 2011 resulteerden in een boete, vindt u in figuur 5. Figuur 5: Aandeel (%) soorten inbreuken die in 2011 resulteerden in een boete 35% 7% 4% 4% 3% 1% 46% Minderjarige anderstalige nieuwkomers De inburgering van minderjarige anderstalige nieuwkomers gebeurt niet door een inburgeringstraject te volgen, maar vooral door school te lopen. Net zoals voor hun leeftijdsgenoten geldt voor minderjarige anderstalige nieuwkomers het recht op onderwijs en de leerplicht. Veel scholen organiseren onthaalonderwijs dat tot doel heeft hen zo snel mogelijk Nederlands te leren en hen te integreren. Niet tijdig aangemeld Onrechtmatig vroegtijdig gestopt Na inbreuk niet tijdig aangemeld Onregelmatig deelgenomen Niet meegewerkt aan het onderzoek Niet meegewerkt aan de intake Geweigerd inburgeringscontract te tekenen Het onthaalbureau verzorgt de toeleiding van minderjarige anderstalige nieuwkomers naar een geschikte school of naar het onthaalonderwijs. Als dat nodig is, worden ze ook begeleid naar welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. In Vlaanderen informeert de gemeente hen over het socioculturele aanbod in hun gemeente, bijvoorbeeld verenigingen, sportieve en culturele activiteiten, jeugdvoorzieningen. In Brussel gebeurt dat door het onthaalbureau zelf. In 2011 startten de onthaalbureaus een toeleidingstraject naar onderwijs op voor minderjarige anderstalige nieuwkomers tussen 5 en 18 jaar.

20 Wie doet wat? 20 Nederlands als tweede taal - Huizen van het Nederlands In Vlaanderen en Brussel zijn er acht Huizen van het Nederlands: vijf provinciale Huizen (de vijf Vlaamse provincies) en drie stedelijke Huizen (Antwerpen, Gent en Brussel). De Huizen van het Nederlands zijn aparte vzw s en zijn een samenwerking van alle aanbieders Nederlands Tweede Taal (NT2) in het werkingsgebied. De Huizen van het Nederlands helpen anderstaligen die Nederlandse taalles willen volgen op weg. Dat betekent concreet dat een consulent van het Huis van het Nederlands een gesprek voert met de kandidaatcursist en eventueel enkele tests afneemt. Samen zoeken ze dan naar de meest geschikte cursus. Het Huis van het Nederlands organiseert dus zelf geen cursussen, maar beschikt wel over een volledig overzicht van alle NT2-cursussen die worden georganiseerd. Het verwijst niet door naar één specifieke school, maar informeert de kandidaat-cursist over alle mogelijkheden die aansluiten bij zijn of haar profiel. Het voorbije jaar steeg het aantal kandidaat-cursisten dat zich aanmeldde bij het Huis van het Nederlands met 10%. In tabel 5 vindt u de unieke aanmeldingen per HvN. In de lijn van die cijfers steeg het aantal cursisten bij Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) en Centra voor Basiseducatie (CBE) met 7% ten opzichte van 2010 (tabel 6). 5 Tabel 5. Aantal unieke aanmeldingen bij het HvN in Huis van het Nederlands Antwerpen Huis van het Nederlands Brussel Huis van het Nederlands Gent Huis van het Nederlands Limburg Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen Huis van het Nederlands Vlaams-Brabant Huis van het Nederlands West-Vlaanderen totaal Bron: HvN/KBI Tabel 6. Aantal cursisten CBE/CVO Huis van het Nederlands Antwerpen Huis van het Nederlands Brussel Huis van het Nederlands Gent Huis van het Nederlands Limburg Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen Huis van het Nederlands Vlaams-Brabant Huis van het Nederlands West-Vlaanderen totaal Bron: HvN/KBI 5 Voor andere aanbieders kunnen geen accurate cijfers worden gegeven wegens een onvolledige uitwisseling van gegevens.

21 Wie doet wat? 21 Realisaties in 2011 op Vlaams niveau Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid Dit hoofdstuk biedt een selectie uit het Vlaams integratie- en inburgeringsbeleid van het Agentschap Binnenlands Bestuur in We kozen er enkele representatieve realisaties uit. Voor een vollediger overzicht verwijzen we naar de Beleidsbrief Inburgering en Integratie. Beleidsprioriteiten Commissie Integratiebeleid Op 26 april 2011 kwam de Commissie Integratiebeleid voor het eerst samen. Ze werd opgericht door het integratiedecreet om een doorgedreven inclusief beleid te kunnen voeren. Bedoeling is de acties van de verschillende beleidsdomeinen te coördineren en te evalueren. De Commissie is meteen van start gegaan met de opmaak van een geïntegreerd actieplan. Dat is gebaseerd op de drie kernopdrachten van het integratiebeleid: het bevorderen van participatie, van toegankelijkheid en van samenleven in diversiteit. De verschillende beleidsdomeinen werken eraan mee via hun vertegenwoordiging in de commissie. Eind 2011, na zes bijeenkomsten, was het actieplan klaar voor bespreking en goedkeuring door de Vlaamse Regering. Strategisch plan woonwagenbewoners Woonwagenbewoners in Vlaanderen worden met nogal wat uitdagingen geconfronteerd. Om daarop te kunnen antwoorden is een proces opgestart om tot een strategisch plan voor woonwagenbewoners te komen. Een grondige omgevingsanalyse bracht knelpunten aan het licht op verschillende domeinen. Een stuurgroep ging aan de slag om acties te ontwikkelen. De stuurgroep kwam zes keer samen om tegen eind 2011 een inclusief en integraal strategisch plan voor bespreking en goedkeuring voor te leggen aan de Vlaamse Regering. Vlaams actieplan voor Midden- en Oost- Europese migranten De migratie uit de Midden- en Oost-Europese (MOE) landen is de laatste jaren sterk gestegen. Een specifieke groep binnen de MOE-migranten zijn de Roma. De toenemende migratie uit de MOE-landen brengt eigen problemen met zich mee en plaatst de Vlaamse en lokale overheid voor uitdagingen. In 2011 werkte de Vlaamse MOE-werkgroep een plan uit met acties van alle betrokken beleidsdomeinen om de nieuwe instroom met een inclusieve aanpak in goede banen te leiden. Het plan zet de directe ondersteuning van de betrokken lokale overheden en diensten centraal. De Vlaamse Regering keurde het plan goed op 11 oktober Starterspakket voor familiemigranten Het project inburgering in het land van herkomst liep in 2011 verder. Er wordt een starterspakket ontwikkeld waarmee familiemigranten zich kunnen voorbereiden op hun vertrek naar Vlaanderen. Het Agentschap vindt het belangrijk dat familiemigranten met realistische verwachtingen vertrekken en dat ze zo vlug mogelijk kunnen deelnemen aan de Vlaamse samenleving. Het pakket bestaat uit drie delen: een DVD en brochure, een taalgidsje dat een eerste kennismaking biedt met het Nederlands en een rugzakje, een praktische handleiding over welke documenten men moet meebrengen uit het herkomstland om hier te kunnen werken of studeren. Vanaf het voorjaar 2012 wordt dit pakket via de consulaten verspreid onder familiemigranten uit Marokko, Turkije en Rusland. Samen Inburgeren De voorbije jaren is de methodiek Samen Inburgeren ontwikkeld. Het is de naam van een Vlaams model van inburgeringscoaching dat vertrekt van de idee: inburgeren doe je samen. Vrijwilligers engageren zich daarbij om inburgeraars te ondersteunen bij hun inburgeringsproces. Inburgeraars kunnen zo het Nederlands dat ze geleerd hebben ook in de praktijk oefenen.

22 Wie doet wat? 22 Omdat echte integratie plaatsvindt in de straat, de buurt, de wijk, ligt de focus van Samen Inburgeren lokaal. Dankzij de informatie, het draaiboek en de website waar ieder lokaal project een eigen webpagina kan aanmaken, moet dit concept uitgroeien tot een toegankelijk initiatief voor vrijwilligers en inburgeraars in heel Vlaanderen. Om de verspreiding van het concept te stimuleren, is Samen Inburgeren gekozen als thema voor de projectoproep 2011 Gezocht: managers van diversiteit. De lokale projecten gaan begin 2012 van start. Vernieuwde website inburgering De website is in 2011 uitgebreid met pagina s in het Arabisch, Turks, Pools, Bulgaars, Roemeens, Russisch en Spaans, om (rechthebbende) inburgeraars beter te kunnen motiveren om een inburgeringstraject te volgen. In de meest van deze talen staan er ook getuigenissen van inburgeraars online. Je vindt er ook het nieuwe filmpje Het leven zoals het wordt, dat het primaire inburgeringstraject uitbeeldt en begrijpelijk maakt: niet alleen voor inburgeraars, maar voor alle Vlamingen. Naar een nieuwe Kruispuntbank Inburgering De Kruispuntbank Inburgering (KBI) is uitgegroeid tot een databank met algemene informatie over inburgeraars en NT2-cursisten. In de eerste plaats wordt ze als cliëntvolgsysteem gebruikt door de onthaalbureaus en de Huizen van het Nederlands. De KBI communiceert ook met de externe partners die betrokken zijn bij het inburgeringproces. In juli 2011 is de overheidsopdracht voor de bouw van een nieuwe Kruispuntbank finaal afgerond. De activiteiten voor de nieuwe databank zijn intussen opgestart in samenspraak met betrokken partners als de Huizen van het Nederlands, de onthaalbureaus inburgering en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. monitor is een ondersteuning met betrouwbare cijfergegevens voor de lokale besturen bij de planning en ontwikkeling van hun beleid. Ze is opgenomen als een thematisch project binnen de portaal Lokale Statistieken. In het voorjaar van 2012 kreeg de monitor definitief vorm en werden nog enkele parameters toegevoegd over onderwijs en opleiding. Voor elke gemeente uit het Vlaams Gewest kan je er een digitaal cijferrapport downloaden. Daarin staan de gemeentelijke resultaten op de verschillende indicatoren, een vergelijking van die resultaten met Vlaanderen en met de gemiddelde score van een groep vergelijkbare gemeenten. Jaarlijks worden de cijferrapporten geactualiseerd, zodat alle steden en gemeenten de vinger aan de pols kunnen houden. aps.vlaanderen.be/lokaal/lokale_statistieken.htm Beleidsrelevant onderzoek Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid is voor de Vlaamse overheid het aanspreekpunt voor gelijke kansen, diversiteit en integratie was voor het Steunpunt het laatste werkjaar. In 2011 leverde het rond de thema s diversiteit en integratie meerdere onderzoeksrapporten op. U kunt ze downloaden op de website van het steunpunt: Eind 2011 is een nieuw Steunpunt Inburgering en Integratie erkend voor een periode van vier jaar. Het is de eerste keer dat er voor het thema inburgering en Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor Sinds eind december 2011 is de eerste versie van de lokale Inburgerings- en Integratiemonitor online. Hij bundelt omgevingsindicatoren die het lokale inburgerings- en integratiegebeuren in kaart brengen. De

23 Wie doet wat? 23 integratie een afzonderlijk steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek zal zijn. Planlastvermindering voor het lokaal integratiebeleid. Op 2 december 2011 keurde de Vlaamse Regering principieel het wijzigingsdecreet goed dat het integratiedecreet afstemt op het planlastendecreet. Vanaf de beleidscyclus zal die aanpassing een reële planlastvermindering betekenen voor de lokale besturen die een lokaal integratiebeleid voeren. Het integratiebeleidsplan wordt geïntegreerd in de algemene strategische meerjarenplanning. De rapportering verloopt via de geëigende instrumenten in de (digitale) beleids- en beheerscyclus. Hervorming van de integratie- en inburgeringssector Om de doelmatigheid van het aanbod en de efficiëntie en effectiviteit van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid te verhogen, is er een traject gestart om de integratie- en inburgeringssector te hervormen. Op 15 juli 2011 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota over de hervorming van de integratie- en inburgeringssector goed. In de conceptnota staan de doelstellingen en krijtlijnen van de geplande hervorming. Inhoudelijk blijven de kernopdrachten en doelstellingen uit de regelgeving behouden. Maar voor een meer doelgerichte inzet van de bestaande instrumenten kiest minister Geert Bourgeois voor een Extern Verzelfstandigd Agentschap Integratie en Inburgering als uitvoerder van het beleid. Die geïntegreerde dienst met een optimale afstemming tussen het eerstelijnsaanbod en de tweedelijnswerking moet garant staan voor een meer resultaatgericht aanbod en een betere aansluiting met initiatieven in andere beleidsdomeinen en sectoren. Tegelijk zal de hervormde sector met kleinere, regionale werkingsgebieden flexibel kunnen inspelen op de prioriteiten van lokale besturen die een integratiebeleid voeren. Die nieuwe manier van werken zal in de steden Gent en Antwerpen en de provincie Limburg niet worden uitgevoerd door het Agentschap maar geïntegreerd worden in de eigen werking van de stad of provincie. Voor de hervorming van de Huizen van het Nederlands wordt in de loop van 2012 een nota voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Momenteel worden de organisatorische, juridische en financiële aspecten van deze hervorming in kaart gebracht. Daarnaast wordt het werkveld via werkgroepen en overleggen bij deze hervorming betrokken. Het nieuwe Agentschap moet in 2014 operationeel zijn. Kruispunt Migratie-Integratie Vlaams Minderhedencentrum wordt Kruispunt Migratie-Integratie Het Kruispunt Migratie-Integratie voert de opdrachten van het integratiedecreet voor het VLEMI uit: dat is de naam die het decreet geeft aan het Vlaams Expertisecentrum Migratie en Integratie. Het decreet zegt dat ook die naam gewijzigd kan worden. Het Vlaams Minderhedencentrum koos vanaf 10 januari 2011 voor de naam Kruispunt Migratie-Integratie, Expertisecentrum voor Vlaanderen - Brussel. Die naam paste beter bij de geëvolueerde koers van de organisatie. Het nieuwe Kruispunt werd plechtig gelanceerd op 8 april Het Kruispunt ontwikkelt een brede kijk op de gevolgen van migratie. De nieuwe naam geeft aan wat dat inhoudt. De voorstellingsbrochure van 2011 zegt het zo:

24 Wie doet wat? 24 Een Kruispunt van perspectieven. We kijken door meerdere brillen We werken in een ruim en divers netwerk. Zodat de héle samenleving er beter van wordt. Een Kruispunt van sectoren en disciplines. Waar experts uit verschillende sectoren en disciplines samenwerken. Een Kruispunt van theorie en praktijk. Want we willen structureel en duurzaam werken. Een Kruispunt voor ontmoetingen. We slaan bruggen tussen organisaties en tussen mensen. We zijn geen belangenbehartigers van één groep. Strategisch doelenkader voor de integratiecentra Het Kruispunt Migratie-Integratie heeft als opdracht een strategisch planningskader te ontwikkelen voor de integratiecentra. In 2011 stelde het dat kader op, samen met de integratiecentra, en met advies van de Integratiecommissie. Vertrekpunt was onder meer de omgevingsanalyse die het Kruispunt in 2010 deed samen met de centra. Minister Geert Bourgeois keurde het doelenkader intussen goed. De provinciale integratiecentra gaan het gebruiken voor hun eigen planning voor Het doelenkader wil twee effecten bereiken: gelijke kansen voor iedereen, met bijzondere aandacht voor mensen met een migratieachtergrond; beter omgaan met etnisch-culturele diversiteit. Er is gekozen voor vijf strategische domeinen. In een notendop: etnisch-culturele diversiteit in het lokaal beleid; etnisch-culturele diversiteit in het beleid van voorzieningen, verenigingen en organisaties; gelijke leer- en onderwijskansen voor kinderen en jongeren; de oriëntatie van mensen met een migratieachtergrond in de samenleving; werken aan sociale samenhang. Ondersteuning voor de onthaalbureaus In 2011 organiseerde het Kruispunt een succesvolle trefdag voor leraren Maatschappelijke Oriëntatie (MO) in de onthaalbureaus. De MoMo-dag bracht honderdzeventig deelnemers op de been. Nieuw is ook het Climrek: een digitaal platform ( dat het voor alle MO-leerkrachten mogelijk maakt om lesmateriaal uit te wisselen. Het Kruispunt lanceerde daarnaast nieuwe succesvolle vormingen op vraag en op maat, zoals gedifferentieerd lesgeven. Opmerkelijk was ook een samenwerking met de UGent: masterstudenten pedagogie ontwikkelen oefeningen voor leerkrachten, en krijgen de kans ze in de praktijk getest te zien. Voor de trajectbegeleiders van de onthaalbureaus lanceerde het Kruispunt een volledig vernieuwde Basismodule trajectbegeleiding. Er namen 52 trajectbegeleiders deel aan deze vierdaagse training. Klassieke vormingen als Diplomagelijkschakeling en de Introductiedag werden aangevuld met nieuwe vormingen zoals Limieten van trajectbegeleiding en een leertraject Midden- en Oost-Europese Inburgeraars. Leertraject ouderbetrokkenheid voor de integratiesector Betrokkenheid van ouders bij de school van hun kinderen, en van de school op de ouders: het thema leeft sterk in het onderwijs. In stelde het Kruispunt Migratie-Integratie samen met de integratiecentra een werkkader ouderbetrokkenheid op. In 2011 stak het Kruispunt daarrond een leertraject in elkaar. Zo kon het werkkader verder gaan leven bij de medewerkers van de integra-

25 Wie doet wat? 25 tiecentra. Het Kruispunt bood de onderwijsverantwoordelijken van de centra daarmee de gevraagde ondersteuning. Tegelijk wou het Kruispunt het werkkader ook aanbieden aan de lokale integratiediensten. Elk traject werd op maat samengesteld en lokaal georganiseerd. Een basispakket van twee dagen introduceerde het werkkader en gaf oefeningen op de toepassing in de praktijk. Alle integratiecentra en diensten kregen de kans om in te stappen in het leertraject. Voor de integratiediensten werd telkens samengewerkt met het integratiecentrum. In totaal werd het traject zeven keer georganiseerd. Bij sommige deelnemende diensten/centra kwam er nog een vervolgdag, om het werkkader verder in praktijk te kunnen brengen. Ondersteuning voor de Managers van Diversiteit Het Kruispunt Migratie-Integratie levert sinds 2011 ondersteuning aan de Managers van Diversiteit. Dat is een projectoproep die het Agentschap Inburgering en Integratie sinds 2006 jaarlijks lanceert. Sinds vorig jaar is die oproep telkens beperkt tot één jaarthema in 2011 was dat huwelijksmigratie. De projectperiode loopt nog tot Het Kruispunt zorgt er mee voor dat elke project tot een goed einde kan worden gebracht, met structurele en inhoudelijke ondersteuning. Projectleiders kunnen bijvoorbeeld leren om hanteerbare planningen uit te werken op basis van hun projectdossier. De ondersteuner organiseerde ook een nuttige vormingsdag over verankeren van projectresultaten. Ook inhoudelijk speelt het Kruispunt zijn expertrol. Zo gaf het de impuls om onder andere rekening te houden met de vervrouwelijking van de groep huwelijksmigranten. Dankzij de ondersteuning komen heel uiteenlopende projecten met elkaar in contact, wat interessante uitwisselingen en samenwerkingen oplevert. In december hield het Kruispunt een studiedag Partnermigratie: onderzoek en uitdagingen voor het beleid. Centraal stonden de pas gewijzigde regels voor gezinshereniging, de nieuwe trends binnen huwelijksmigratie, en de uitdagingen voor het beleid. Helpdesk Roma Lokale besturen zitten niet zelden met vragen over de Roma-inwoners van hun gemeente. Maar het is voor hen niet makkelijk om uit te maken bij wie ze waarvoor terecht kunnen. Het is immers een thematiek waar veel beleidsdomeinen bij komen kijken. Vragen kwamen dus overal terecht, en niet altijd bij de juiste instantie. Het was voor het beleid bovendien moeilijk een overzicht te krijgen van de aard van de vragen die er rezen. De werkgroep Midden- en Oost-Europese migranten (MOE) bij de Vlaamse administratie, waarin alle relevante agentschappen en een aantal lokale besturen een vertegenwoordiger hebben, besloot daarom een helpdesk voor de lokale besturen op te zetten. Het Kruispunt Migratie-Integratie neemt die helpdeskfunctie op. De Roma-helpdesk bij het Kruispunt ging van start op 1 maart Vanuit zijn expertise over het thema kan het Kruispunt vraagstellers doorverwijzen naar het bevoegde agentschap, of hen waar mogelijk zelf voorthelpen. Halfjaarlijks maakt het Kruispunt voor de werkgroep MOE een rapportage over de werking van de helpdesk, met aantallen, opvallende thema s en knelpunten, en desgevallend beleidssuggesties. De meest gestelde vraag ging vorig jaar over de Roma-at-

26 Wie doet wat? 26 Studiedag sociale mix in het basisonderwijs Sociale mix : je hoort de term steeds vaker als het over inschrijvingsbeleid en gelijke onderwijskansen op school gaat. In maart organiseerde het Kruispunt Migratie-Integratie een studiedag over het thema. testen in het onderwijs: het is voor onderwijsinstellingen niet duidelijk wie die attesten mag en wil ondertekenen, waardoor scholen extra middelen dreigen mis te lopen juridische hulpvragen op een jaar Veel advocaten, hulpverleners, gemeenteambtenaren, werkgevers, beleidsmakers komen voor complexe juridische vragen te staan over vreemdelingenrecht, asielrecht, internationaal privaatrecht en gezondheidszorg voor vreemdelingen. De afdeling Rechtspositie van het Kruispunt geeft hen informatie en advies vanuit haar expertise over die thema s. Dat doet ze met de uitgebreide website gespecialiseerde nieuwsbrieven en vormingen, en met een druk bezochte juridische helpdesk. Vorig jaar verwerkte het Kruispunt zo hulpvragen. Wie doet er een beroep op de helpdesk? Het vaakst zijn het familieleden, partners of kennissen van de vreemdeling over wie de vraag gaat. Gevolgd door advocaten, de vreemdeling zelf, gemeenteambtenaren en hulpverleners uit CAW s en OCMW s. Onderaan in de top-10 staan de onthaalbureaus en de integratiecentra. Maar ook ziekenhuizen, werkgevers of parlementaire medewerkers vinden de weg naar de helpdesk. De hulpvragen gaan het vaakst over het verblijfsstatuut. Op de tweede plaats krijgt het Kruispunt vragen over familiaal privaatrecht. Werken, OCMW-steun en opvang en nationaliteit vervolledigen de top-5. Waarover gaat sociale mix precies? Welke effecten kan sociale mix in een school hebben? Hoe komt het dat er segregatie ontstaat? Hoe kan er een sociale mix komen? Over vragen als deze werd gedebatteerd met experts Paul Mahieu (Universiteit Antwerpen) en Loes Vandenbroucke (HIVA). Op de studiedag Sociale Mix. Van witte vlucht tot concentratieschool en terug waren onderwijswerkers uit de integratie- en inburgeringssector uitgenodigd. Vooral leden van Lokale Overlegplatforms (LOP s) kwamen erop af, naast brugfiguren die met scholen werken, en lokale besturen. De sector krijgt veel vragen uit scholen over het managen van diversiteit. Een van de conclusies van de studiedag was dan ook: een sociale mix bereiken volstaat niet. Je moet die mix productief maken: hoe gebruik je de mix om mensen te laten groeien en evolueren? Sociaal tolken en vertalen De certificeringsproeven sociaal tolken en vertalen gaan na of de kandidaten over de kerncompetenties voor sociaal tolk of vertaler beschikken. De Centrale Ondersteuningscel (COC) van het Kruispunt Migratie-Integratie organiseerde in 2011 zo 192 certificeringsproeven sociaal tolken. In 2010 werd beslist om de certificeringsproef sociaal tolken te verfijnen. Dat was nodig om de kwaliteit te verhogen en om te voldoen aan de ESF-criteria. Het gebeurde in een proces van interne denkdagen en bijeenkomsten met externe specialisten, testmateriaal en proefprojecten. Er was overleg met andere testcentra. Begin februari 2011 ontving de COC de validering van ESF. De manier waarop deze pilootfase is uitgevoerd, kan gerust dienen als Best Practice voor andere proeven, aldus de experts in het verslag. Voor sociaal tolken werden 31 proeven afgenomen met de oude proef en 161 met de nieuwe (tabel 7 en 8).

27 Wie doet wat? 27 In 2011 werden ook 58 certificeringsproeven sociaal vertalen georganiseerd tijdens vier testmomenten. Er zijn afzonderlijke proeven per vertaalrichting (van of naar het Nederlands). Negenendertig proeven werden afgenomen van de vreemde taal naar het Nederlands, negentien van het Nederlands naar de vreemde taal (tabel 9 en 10). Tabel 7. Certificeringsproeven in 2011, met de oude proef Tolktaal Aantal proeven Deens 3 Duits 3 Engels 8 Frans 2 Italiaans 2 Pools 3 Russisch 4 Spaans 4 Turks 2 Tabel 8. Certificeringsproeven in 2011, met de nieuwe proef Tolktaal Aantal proeven Albanees 8 Armeens 2 Berbers Rifs 6 BSK (Bosnisch, Servisch, Kroatisch) 3 Bulgaars 1 Chinees 4 Duits 9 Engels 10 Farsi 2 Frans 30 Hongaars 1 Italiaans 4 Litouws 1 Mongools 1 Pools 4 Portugees 4 Roemeens 2 Russisch 18 Somali 3 Spaans 14 Standaard Arabisch 11 Tsjechisch 2 Turks 21 Tabel 9. Vertaalproeven naar het Nederlands in 2011 Brontaal Aantal proeven Turks 8 Albanees 5 Farsi 4 Chinees 3 Slowaaks 3 Engels 3 Italiaans 2 Roemeens 2 Bulgaars 2 Portugees 2 Arabisch 2 BSK (Bosnisch, Servisch, Kroatisch) 1 Grieks 1 Tsjechisch 1 Tabel 10. Vertaalproeven vanuit het Nederlands in 2011 Doeltaal Aantal proeven Chinees 4 Turks 4 Portugees 3 Tsjechisch 3 Slowaaks 2 Grieks 1 Arabisch 1 Bulgaars 1

28 Wie doet wat? 28 Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon, voert telefonische tolkopdrachten uit voor diensten en organisaties in heel Vlaanderen. Het werkt dus niet in één regio zoals de andere sociaal tolk- en vertaaldiensten. Net als vorige jaren is Russisch bij Ba-bel ruim de meest gevraagde taal. Toch is er voor het eerst een terugval, net als in Engels en Frans. Ba-bel schakelde in 2011 over naar een tolkenbestand met uitsluitend gecertificeerde tolken. Onder meer Berbers, Armeens, Tsjetsjeens en Mongools vielen daardoor weg uit het aanbod. Er kwam een matching-systeem, om vragen vlugger en efficiënter te beantwoorden en om gedetailleerd en eenvormig te kunnen rapporteren. Ba-bel hield verder demonstraties op de werkvloer voor onder andere maatschappelijk assistenten en leerkrachten. Daarnaast ging in 2011 veel aandacht naar afstemming in de sector sociaal tolken en vertalen Huizen van het Nederlands Nieuwe wetgeving Vanaf 1 september 2011 is wettig verblijf een inschrijvingsvoorwaarde voor het volwassenenonderwijs. Die maatregel heeft bij de HvN en de aanbieders voor een extra werkbelasting gezorgd: het wettig verblijf van elke cursist moet worden gecontroleerd, en elk cursistendossier moet administratief in orde gebracht worden. Kwaliteitsverhoging dienstverlening Elk Huis besteedde aandacht aan de verbetering van screening en testing. Alle HvN nemen momenteel niveautests NT2 af, met het oog op de instroom in het CVO-aanbod. Zo gebruikt HvN Gent nu, in tegenstelling tot twee jaar geleden, één testbatterij niveautests. Het HvN positioneerde zich daarbij als een belangrijke schakel in de competentieontwikkeling en kwaliteitsbewaking van de regionale aanbieders. HvN West Vlaanderen werkt momenteel samen met de NT2-verantwoordelijken en -leerkrachten aan een uniforme batterij oriënteringstests. HvN Limburg breidde zijn toetsenbatterij verder uit. De expertise die de Huizen opbouwen op vlak van testing wordt ter beschikking gesteld van hun partners. Het HvN Brussel maakte in 2011 afspraken over het ontwikkelen van tests voor externe organisaties, onder meer de COC (Centrale Ondersteuningscel voor sociaal tolken en vertalen) in het kader van het screenen van het niveau Nederlands voor kandidaat-sociaal tolken. De test voor COC werden gedeeld met de andere HvN. De HvN werken op verschillende vlakken aan de kwaliteit van hun dienstverlening. Zo zoekt HvN West-Vlaanderen structurele oplossingen voor plaatstekort in de Centra voor Basiseducatie. Een reservatiesysteem tussen Huis en CBE is daarbij een potentiële piste. Een reserveringssysteem zorgt ervoor dat er minder uitval is maar ook dat alle cursusplaatsen zo goed mogelijk worden benut. HvN Brussel kende een significante uitbreiding van de dienstverlening doordat cursisten zich voor de cursussen in vier van de vijf CVO s rechtstreeks konden inschrijven. HvN Oost-Vlaanderen gaat Interactief kwaliteit zoeken en doet dat met werkgroepen die zich buigen over de basiswerking en dienstverlening. HvN Gent stuurt het lokale opvolgingssysteem van OCMWcliënten bij met een goede wederzijdse informatieuitwisseling. Hvn Antwerpen verbeterde zijn dienstverlening met een verdere investering in de Taalgarage adviespunt voor zelfstudie, in behoeftegerichte NT2-trajecten in combinatie met wonen, koken, school van de kinderen, Daarmee toont het dat Nederlands leren op maat van de individuele cursist een aandachtspunt blijft en nog veel groeikansen biedt. Vraag en aanbod afstemmen Alle HvN werken aan de afstemming van vraag en NT2-aanbod. Samen met de aanbieders zoeken ze op basis van cijfers en analyses naar een beter evenwicht en oplossingen. Zo blijkt in HvN Gent het aanbod NT2-cursussen voor het eerst gelijke tred te houden met de vraag. Door de intense samenwerking tussen het Huis en de CVO s, en vooral doordat het Gentse Huis zelf inschrijvingen in CVO-cursussen doet, kan het Huis het beschikbare aanbod optimaal benutten.

29 Wie doet wat? 29 Bij de HvN Antwerpen, provincie Antwerpen en West- Vlaanderen zijn grote inspanningen geleverd om de in 2010 gesignaleerde wachtlijsten grotendeels weg te werken. HvN Brussel vermijdt wachtlijsten door een halfjaarlijkse analyse van vraag en aanbod en de afstemming op het overlegplatform met de aanbodverstrekkers NT2. HvN Vlaams-Brabant kiest op basis van de vraag vooral voor de uitbreiding van 180-urentraject, het zomeraanbod en het weekendaanbod. HvN Provincie Antwerpen analyseerde vraag en NT2- aanbod samen met de NT2-regisseurs: VDAB en onthaalbureau Inburgering Prisma vzw en de consortia. Zo streeft het HvN naar verkorte en verlengde NT2- trajecten in de provincie, een zomeraanbod, afstandsonderwijs en gecombineerd onderwijs. Ondersteuning NT2-aanbod In 2011 werd een samenwerkingsverband opgezet tussen alle HvN, de pedagogische begeleidingsdiensten en Vocvo om jaarlijks vier NT2-trefdagen aan te bieden. Meer hierover leest u op pagina 83. Taalpromotie en taalbeleid De HvN deden het afgelopen jaar ook aan taalpromotie: ze stimuleerden mensen en verlaagden de drempels om Nederlands te leren, te oefenen of te gebruiken. Enkele voorbeelden. HvN Brussel werkt al een aantal jaren rond oefenkansen Nederlands en breidde die werking verder uit met Zap met je klas (Nederlands oefenen via de media). HvN Vlaams-Brabant, Limburg, Gent en West-Vlaanderen werkten op basis van het bestaande concept Bijt in Brussel, Bijt in je vrije tijd-projecten uit om de brug te maken tussen het lokale vrijetijdsaanbod en NT2-cursisten. HvN Oost-Vlaanderen lanceerde Taalmix, een website waar Nederlandstaligen en anderstaligen contact kunnen leggen om hun talen te oefenen. Taalmix is ontwikkeld naar het bestaande Brusselse Patati Patata-project. HvN Antwerpen werkte samen met het museum Red Star Line, de stadsdichter en organiseerde een schrijfwedstrijd. Wat taalbeleid betreft, ondersteunden verschillende Huizen vorig jaar organisaties, bedrijven en lokale besturen om het Nederlands een plaats te geven in hun werking. Maar ook aan het taalbeleid binnen beroepsopleidingen werd gewerkt in het kader van het EIFproject Taalondersteuning in beroepsopleidingen. Minderhedenforum De participatieorganisatie, het Minderhedenforum, werkte in 2011 net als de voorgaande jaren rond de thema s werk, media, onderwijs en participatie. Nieuw is dat het meer aansluiting zoekt op het lokale niveau. Antwerpen beet de spits af met de oprichting van een lokale afdeling. Het Minderhedenforum voerde er een campagne om mensen warm te maken om deel te nemen aan zijn werking. Verder luidde 2011 voor het Minderhedenforum een trend in om meer actiegericht aan de slag te gaan. Het wil de achterban betrekken in het bereiken van zijn lobbydoelen. Een voorbeeld was de actie Stop window dressing. Daarbij gingen een twintigtal leden de ramen wassen van Jobpunt Vlaanderen, om te eisen dat het selectiebureau van de Vlaamse overheid minstens tien procent ambtenaren met interculturele roots zou aanwerven.

30 Wie doet wat? 30 Adressen Agentschap voor Binnenlands Bestuur Boudewijnlaan Brussel Commissie Integratiebeleid Secretaris: Daphné Costes Agentschap voor Binnenlands Bestuur team Integratie Boudewijnlaan Brussel Kruispunt Migratie-Integratie vzw Vooruitgangstraat 323/ Brussel T: F: [email protected] Ba-bel, Vlaamse Tolkentelefoon Vooruitgangstraat 323/ Brussel Tel.: Fax: [email protected] Minderhedenforum Vooruitgangstraat 323/ Brussel [email protected] tel. 02/ fax: 02/

31 31 Cijfers, tendensen, thema s Per regio Provincie en stad Antwerpen Cijfers Demografisch In de provincie Antwerpen zijn mensen ingeschreven, van wie van vreemde herkomst zijn. Dat is 18,8% van de bevolking. Voor de stad Antwerpen zijn er aparte cijfers: daar maken de mensen van vreemde herkomst 37,7% uit van de bevolking, ofwel van de inwoners (tabel 11). Voor deze berekening is iedereen van vreemde herkomst wiens oudste nationaliteit niet de Belgische is. Of voor wie nog bij zijn ouders woont als de oudste nationaliteit van de moeder niet de Belgische is. Tabel 11. Inwoners van vreemde herkomst in de provincie Antwerpen (stad Antwerpen inbegrepen), en in de stad Antwerpen alleen, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst Provincie Antwerpen ,8 Stad Antwerpen ,7 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR

32 Provincie en stad Antwerpen inwoners van de provincie Antwerpen hebben een vreemde nationaliteit en zijn dus vreemdeling. Dat is 9,2%. In de stad Antwerpen bedraagt hun aandeel 17,5% (tabel 12). In was 72,6% van alle kinderen die in de provincie Antwerpen kansarm geboren werden, van vreemde herkomst. Kijk je alleen naar de stad Antwerpen, dan gaat het om meer dan tachtig procent van de kansarme kinderen (tabel 13). Inburgering Provincie Antwerpen De instroom van nieuwe inburgeraars in de provincie Antwerpen stad Antwerpen niet meegerekend daalde in 2011 met 3 procent ten opzichte van 2010, naar inburgeraars. Zeventien procent van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest stroomde in in de provincie Antwerpen. Ook bij de Antwerpse werklozen zijn de mensen van vreemde herkomst sterk vertegenwoordigd: in 2010 maakten ze 38,2 procent uit van de niet-werkende werkzoekenden in de stad Antwerpen, en 58,1 procent in de hele provincie (tabel 14). De herkomst wordt hier bepaald aan de hand van de huidige en oudste nationaliteit van de persoon zelf. Met de (huidige of vorige) nationaliteit van de ouders wordt geen rekening gehouden. Van de inburgeraars die in 2011 in de provincie Antwerpen instroomden, is 59% rechthebbend (4.024) en 36% verplicht (2.439). Van 5% (310) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het om een rechthebbende inburgeraar ging of niet. Eenentwintig procent van de inburgeraars is Nederlander (1.405), gevolgd door Roemenen (10% of 644) en Polen (8% of 562) (zie figuur 6). Tabel 12 Inwoners met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 in de provincie Antwerpen (inclusief stad) en in de stad Antwerpen alleen, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen Provincie Antwerpen ,2 Stad Antwerpen ,5 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 13. Kansarme geboorten naar herkomst van de moeder: gemiddelde in 2008, 2009 en 2010 % kansarme geboorten met moeder van Belgische herkomst % kansarme geboorten met moeder van vreemde herkomst % kansarme geboorten met herkomst moeder onbekend Provincie Antwerpen 23,1 72,6 4,4 Stad Antwerpen 15,4 80,9 3,7 Vlaams Gewest 35,9 58,9 5,2 Bron: Kind en Gezin, bewerking SVR Tabel 14. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in 2010 totaal aantal NWWZ aantal NWWZ van vreemde herkomst % NWWZ van vreemde herkomst Provincie (inclusief stad) Antwerpen ,2 Stad Antwerpen ,1 Vlaams Gewest ,1 Bron: VDAB

33 Provincie en stad Antwerpen 33 Figuur 6: Instroom meerderjarige inburgeraars in provincie Antwerpen naar nationaliteit 21% Nederland Roemenië Polen 52% 10% Marokko Afghanistan 2% 3% 4% 8% Portugal Overige De meeste nieuwe inburgeraars stromen in in Mechelen (8% of 565), Turnhout (8% of 545), Kapellen (5% of 368) en Arendonk (5% of 345) inburgeraars (van wie 81% verplicht) tekenden in 2011 een contract bij het onthaalbureau van provincie Antwerpen. Het aantal contracten steeg er in 2011 met 10% tegenover Dertien procent van alle inburgeringscontracten worden in de provincie Antwerpen getekend (stad Antwerpen niet meegerekend). In 2011 behaalden inburgeraars een attest in provincie Antwerpen. Dat zijn er 36% meer dan in 2010 (toen inburgeraars een attest behaalden). Stad Antwerpen De instroom van nieuwe inburgeraars in de stad Antwerpen steeg in 2011 met 4% ten opzichte van 2010, naar inburgeraars. Dat betekent dat 25% van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest in de stad Antwerpen instroomden. Van al die inburgeraars die in 2011 in stad Antwerpen instroomden, is 57% rechthebbend (5.889) en 37% verplicht (3.840). Van 6% (584) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het al dan niet om een rechthebbende inburgeraar ging. De meeste inburgeraars in de stad Antwerpen komen uit Nederland (1.599 of 15%), gevolgd door inburgeraars uit Polen (1.192 of 12%) en Marokko (1.051 of 10%) (zie figuur 7). Figuur 7: Instroom meerderjarige inburgeraars in stad Antwerpen naar nationaliteit 15% Nederland Polen 51% 12% Marokko Bulgarije Roemenië 10% Spanje 4% 4% 4% Overige

34 Provincie en stad Antwerpen 34 Tabel 15. Aantal unieke aanmeldingen bij het HvN in Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen Huis van het Nederlands stad Antwerpen Vlaanderen en Brussel Bron: HvN / KBI Tabel 16. Aantal cursisten CBE/CVO Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen Huis van het Nederlands stad Antwerpen Vlaanderen en Brussel Bron: HvN / KBI In 2011 tekenden inburgeraars een contract bij het onthaalbureau in stad Antwerpen. Dat is een stijging van 28% ten opzichte van Van alle ondertekende contracten bij alle onthaalbureaus werd 30% getekend bij stad Antwerpen. Ongeveer 71% van de inburgeraars die in stad Antwerpen een contract tekende, is verplichte inburgeraar, 29% rechthebbende inburgeraars behaalden in 2011 een inburgeringsattest in de stad Antwerpen. Dat is een stijging van 45% tegenover Toen behaalden inburgeraars een attest. Nederlands voor anderstaligen In 2011 steeg het aantal kandidaat-cursisten dat zich aanmeldde bij het Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen met 10%. Het gaat over de provincie Antwerpen min de stad Antwerpen. Het aantal unieke aanmeldingen steeg van naar Vooral in de regio Kempen is de stijging voelbaar. In de stad Antwerpen zien we net hetzelfde fenomeen: een toename van 10% in het aantal kandidaten dat zich aanmeldde voor een cursus (tabel 15). In de lijn van bovenstaande cijfers steeg zowel in de stad als in de provincie Antwerpen ook het aantal cursisten bij Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) en Centra voor Basiseducatie (CBE) met 7% ten opzichte van 2010 (tabel 16). Woonwagenterreinen De provincie Antwerpen telt 131 standplaatsen op gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen, de stad 38 (tabel 17). De stad heeft ook een doortrekkersterrein met achttien standplaatsen. Uit de praktijk De stad zoals ze is: infosessies bij Inburgering Antwerpen Ontspannen, sporten, bijleren, andere mensen ontmoeten. Veel inburgeraars weten niet bij welke organisaties ze daarvoor terechtkunnen. Foldertjes werken niet: de informatie blijft te abstract. Daarom koos Inburgering Antwerpen voor een directe en persoonlijke aanpak. Op het eind van elke lessenreeks Maatschappelijke Oriëntatie organiseert het Antwerpse onthaalbureau groepsbezoeken aan bibliotheken, sportcentra, opvoedingswinkels, het consultatiebureau van Kind & Gezin of PC-klassen. Zo kunnen de inburgeraars proeven van het aanbod en tegelijk persoonlijk kennismaken met de medewerkers, zegt Liesbeth Dierickx, stafmedewerker participatie bij Inburgering Antwerpen. Wie wil, kan zich daarna inschrijven. Geen verplichtingen. Ook de infosessies zelf, die buiten de lesuren plaatsvinden, zijn vrij. Natuurlijk moedigen we de inburgeraars zoveel mogelijk aan: we vertellen erover in de lessen, de bezoeken zijn begeleid en het onthaalbureau zorgt altijd voor een tolk. En met succes: in 2011 namen 558 Antwerpse inburgeraars deel aan de infosessies.

35 Provincie en stad Antwerpen 35 Tabel 17. Gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen in de provincie en stad Antwerpen (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Grobbendonk Schmitzhove 10 Heist-op-den-Berg - Booischot Broekmansstraat 10 Herentals Heirenbroek 20 Herentals Viaduct 17 Mechelen Grote Nieuwendijkstraat 20 Mortsel Gasthuishoeven 26 Oud-Turnhout Steenweg op Mol 8 Puurs - Breendonk Schoubroek 8 Sint-Katelijne-Waver Spoorweglaan Antwerpen Deurne Krijgsbaan 24 Antwerpen Wilrijk Klaverbladdreef Tabel 18. doortrekkersterreinen in de provincie en stad Antwerpen (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Antwerpen - Hoboken D'Herbouvillekaai Trends, thema s en realisaties Integratie en inburgering in de provincie Antwerpen Tendens: EU-migratie als nieuwe uitdaging Prisma vzw heeft als werkingsgebied de hele provincie behalve de stad Antwerpen, en werkt geïntegreerd: onthaalbureau en integratiecentrum zitten onder één dak. Uit analyses van Prisma blijkt dat de herkomstlanden van nieuwkomers niet aansluiten bij die van de reeds aanwezige groepen. EU-migranten vormen bij de nieuwkomers een grotere groep, zelfs wanneer je Nederlanders weglaat uit de analyses. De belangrijkste herkomstlanden van de inwoners van buitenlandse herkomst in de provincie Antwerpen (uitgezonderd stad Antwerpen) zijn Nederland (36,6%) en Marokko (14,5%). De andere helft van de bevolking van buitenlandse herkomst is erg divers samengesteld. De herkomstlanden van nieuwkomers (periode ) zijn er duidelijk anders. Nederlanders hebben wel een belangrijk aandeel (27,2%), maar Polen (7,9%) en Roemenen (5,6%) staan op plaats twee en drie. Marokko bekleedt als herkomstland de vierde plaats met 5,5% van de totale instroom. Verder in de top-10 vinden we nog Armenië, Rusland, Portugal, Turkije en Duitsland als herkomstlanden. Het valt ook op dat die nieuwe EU-migranten zich niet vestigen in de gemeenten waar al veel mensen van buitenlandse herkomst wonen. In Mechelen, Turnhout en Boom vestigde zich het grootste aandeel niet-eu-burgers ten opzichte van de totale bevolking. Daarnaast valt een aantal grensgemeenten met Nederland op. Traditioneel is er slechts een klein aandeel van de bevolking van niet-eu-herkomst. We zien nu echter dat zich in deze gemeenten veel niet-eu-nieuwkomers vestigden. Tegelijkertijd vestigden er zich ook veel Nederlandse nieuwkomers. In 2010 waren er al signalen dat er in de grensge-

36 Provincie en stad Antwerpen 36 meenten veel Nederlandse nieuwkomers zijn met een partner uit een niet-eu-land. Voor die niet-eu-burgers gelden in Nederland strenge immigratiewetten. Mogelijk maken ze een omweg langs België. Een deel van deze Nederlanders zou ook van niet-nederlandse origine zijn. Een hypothese die nog verder onderzocht moet worden. Een gelijkaardig signaal betrof Spaanse nieuwkomers met Marokkaanse roots, die zich in Mechelen en omgeving vestigen. Mogelijk zal de EU-migratie zich wegens de economische crisis in Europa de komende jaren nog doorzetten. Het zou daarom ook een nieuwe uitdaging kunnen vormen in het lokale integratiebeleid. Belangrijke thema s voor Prisma vzw in 2011 Samenwerking Onthaalbureau Inburgering en Diversiteits- en Integratiecentrum Prisma vzw zette in 2011 hard in op de samenwerking tussen haar twee afdelingen: het Onthaalbureau Inburgering en het Diversiteits- en Integratiecentrum. Die afdelingen hebben andere kerntaken, maar kunnen door samenwerking ook gedeelde doelstellingen bereiken. Het Onthaalbureau Inburgering wil de maatschappelijke participatie van inburgeraars vergroten (het zogenaamde sociaal perspectief van inburgering). Het Diversiteits- en Integratiecentrum heeft als taak om die sociale participatie waar te maken in het secundair inburgeringstraject. Een samenwerking creëert dus een win-winsituatie voor beide afdelingen van Prisma vzw en voor de inburgeraar. Sociale participatie stimuleren door informatie-uitwisseling Het Onthaalbureau Inburgering zoekt steeds interessante initiatieven voor inburgeraars. Omgekeerd zijn verenigingen en organisaties vaak op zoek naar mensen uit etnisch-culturele minderheden die willen deelnemen aan hun activiteiten. Ze kloppen daarvoor aan bij het Diversiteits- en Integratiecentrum. Door een extra informatie-uitwisseling komt Prisma vzw tegemoet aan die vragen. Het Diversiteits- en Integratiecentrum speelt aan het Onthaalbureau Inburgering de initiatieven en activiteiten door waar het weet van heeft. Het onthaalbureau stimuleert de inburgeraars tot participatie. Meer ontmoetingen tussen Belgen en inburgeraars Prisma vzw breidde in 2011 de methodiek Belgen in de klas uit naar inburgeraars in de maatschappij. Centraal staat nog steeds de ontmoeting tussen de inburgeraar en de Belg, maar die ontmoeting gebeurt ook in trajecten en projecten van het Diversiteits- en Integratiecentrum. Inburgeraars en welzijnswerkers wisselen bijvoorbeeld van gedachten over welzijn en gezondheid. De ervaring van die welzijnswerkers wordt dan verder ingezet in de begeleiding van de organisatie in kwestie. Daarnaast blijft Prisma investeren in de originele methodiek door ook mensen uit organisaties die het begeleidt deel te laten nemen aan de lessen Maatschappelijke Oriëntatie. Signalen uit het werkveld Door de intensievere samenwerking tussen beide werkingen konden ze ook signalen uit het werkveld beter opnemen. Het Diversiteits- en Integratiecentrum zet de cijfergegevens over nieuwkomers gericht in bij organisaties en lokale besturen. Inzicht in groepen etnisch-culturele minderheden is immers de basis van een goed lokaal integratiebeleid. Objectieve informatie werkt bovendien vooroordelen weg. Omgekeerd geeft het onthaalbureau signalen van organisaties een plek in zijn werking. Zo verwerkte het in 2011 informatie over de spoeddiensten in Mechelen in de lessen Maatschappelijke Oriëntatie. Inburgering in de kijker maatschappelijk draagvlak creëren Inburgeraars zijn een dankbare groep om etnischculturele diversiteit in de kijker te zetten en draagvlak te creëren. Inburgeraars kunnen zo een hefboom vormen voor het integratiebeleid. Naar aanleiding van inburgeringscursussen in nieuwe gemeenten legde het Diversiteits- en Integratiecentrum contacten met diensten en voorzieningen in die gemeenten. Prisma vzw hielp lokale besturen ook een openbaar slotmoment te organiseren van de cursus Maatschappelijke Oriëntatie of het inburgeringsprogramma. Zo kwam het inburgeringsprogramma in de lokale pers, wat goed is voor een genuanceerde beeldvorming. Lokale politici zetten de inburgeraars in de bloemetjes. In Lier was zelfs

37 Provincie en stad Antwerpen 37 Vlaams Minister van Inburgering en Integratie van de partij. Dat was voor de inburgeraars extra motiverend om zich verder te integreren in de lokale samenleving. Uit de praktijk Homeparty s met sociaal advies Hoe kan je werken aan kennisarmoede bij allochtonen? De dienst Samenleven van stad Antwerpen laat sociaal adviseurs op huisbezoek gaan. Een allochtone gastvrouw of -heer nodigt kennissen en familie uit voor een infosessie in de huiskamer een homeparty dus. Ze krijgen er in hun eigen taal informatie over een thema dat hen interesseert: gezondheid, opvoeding, vrije tijd, ouder worden, energie, Een homeparty verloopt volgens de Tuppercare-methodiek. In 2011 zijn in Antwerpen 368 homeparty s georganiseerd. De evaluaties zijn heel positief. De deelnemers vragen spontaan ook meer informatie. Over verzekeringen, huisvuilophaling, kinderbijslag, facturen, De sociaal adviseurs verwijzen hen door, bijvoorbeeld naar het team wonen van Samenlevingsopbouw als het over energie gaat, naar Buurtsport voor zwemlessen voor senioren, naar Open School voor computerlessen Ze noteren zo veel mogelijk noden, behoeften en vragen, en ze hebben regelmatig contact met de projectleider. Op basis van de vragen worden ook nieuwe thema s uitgewerkt. Zo komen er pakketten over menopauze, seksuele gezondheid en wordt tandhygiëne aan het pakket gezonde voeding toegevoegd. De sociaal adviseurs zijn allochtone vrijwilligers, die vooraf een basisopleiding volgen. Ze krijgen persoonlijke coaching, intervisies, en regelmatig zijn er informele ontmoetingsmomenten. Een stuurgroep evalueert de sessies en verzamelt signalen. Want het project wil ook informatie opleveren over de noden van allochtone en kansarme Antwerpenaren. Integratie in de stad Antwerpen Tendensen Antwerps Integratiecentrum de8 heeft de stad Antwerpen als werkterrein. Het ziet daar al enkele jaren de volgende tendensen, die zich in 2011 verder hebben ontwikkeld. Antwerpen vergroent en vergrijst. Beide demografische tendensen doen zich in sterkere mate voor onder etnisch-culturele minderheden. Vooral de vergroening (verjonging) is opvallend. Projecties naar 2030 tonen dat een sterke groei van het aantal 0- tot 5-jarigen te verwachten valt. Die groei zal sterker zijn dan in de meeste andere regio s in Vlaanderen. De gevolgen van deze groei laten zich sterk voelen in een capaciteitscrisis van het basisonderwijs. In bepaalde wijken is de capaciteit ontoereikend, en voor het volledige grondgebied Antwerpen is de capaciteit nauwelijks behoeftedekkend. Onder meer de groep anderstalige nieuwkomers vindt moeilijk een plek in de basisscholen. Superdiversiteit: Antwerpen telt meer dan honderdtachtig nationaliteiten op haar grondgebied. Die toegenomen diversiteit zorgt voor een complex samenspel in het stedelijk weefsel. Ook de instroom blijft heel divers. Kansarmoede: Antwerpen scoort hoog op kansarmoede-indicatoren. Sommige Antwerpse wijken behoren tot de meest achtergestelde van België. Vijftig procent van de aanmeldingen bij een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) komen van etnisch-culturele minderheden, en bij de OCMWcliënten is 52% niet uit de EU afkomstig. Op korte termijn zijn de steunaanvragen door mensen met een migratieachtergrond sterk toegenomen. Achterstand in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zijn belangrijke aandachtspunten. Dertig procent van de inburgeraars die aan taallessen beginnen, is laaggeschoold en verwerft moeilijk de Nederlandse taal. Superdiversiteit zorgt ook voor een veelheid aan verenigingen en initiatieven. In de cultuursector zijn enkele succesvolle en populaire initiatieven gegroeid vanuit de verschillende gemeenschappen. Toch blijft het reguliere cultuuraanbod weinig toegankelijk. Er is demografische en sociale druk op maatschappelijke voorzieningen (scholen, sociale huisvesting, sociale voorzieningen), op particuliere woonmarkt en op arbeidsmarkt.

38 Provincie en stad Antwerpen 38 Belangrijke thema s voor de8 in 2011 Antwerps Integratiecentrum de8 werkt vooral rond onderwijs, werk, vrije tijd, welzijn en sociale grondrechten In het algemeen richt het integratiecentrum zich daarbij sterk maar niet uitsluitend op de groep etnisch-culturele minderheden bij wie kansarmoede in mindere of meerdere mate aanwezig is. Het werkt op die manier aan de armoedeproblematiek binnen de etnisch-culturele minderheden, en zet zich sterk in voor de preventie en bestrijding van armoederisicofactoren. Ook een thema dat het integratiecentrum opneemt, is discriminatie. Dat doet het onder andere met netwerken discriminatiebestrijding rond tewerkstelling en onderwijs. Enkele subthema s waaraan de8 sterk werkt: binnen het thema onderwijs: - opvoedingsondersteuning (scholen als vindplaats, opvoedingsondersteuning binnen ouderparticipatie en op schoolse aspecten); - schoolbeleid voor (kansarme) etnisch-culturele minderheden; - ondersteuning van ouders in rol taalontwikkeling en thuistaal in onderwijs; - Roma en onderwijs: bemiddeling; binnen het thema werk: - hooggeschoolde nieuwkomers; - begeleiding op de werkvloer in intercultureel personeelsbeleid; - (cultuur)toeleiding; - competentieontwikkeling bij jongeren; binnen het thema vrije tijd: - ouderen en sport - interculturalisering sportclubs en (ook op Vlaams niveau) voetbal; - intercultureel vrijwilligerswerk; binnen het thema welzijn: - interculturalisering welzijnsorganisaties; - gevangenis interculturalisering onthaalbeleid; - ouderen uit etnisch-culturele minderheden; - Kleurrijk gezond gezondheidspreventie; binnen het thema sociale grondrechten: - juridische helpdesk; - helpdesk dringende medische zorg; - vorming en beeldvorming rond thema migratie en precaire doelgroepen; - oriëntatie mensen zonder wettig verblijf. Inburgering in de stad Antwerpen Tendensen Profiel van instromers in Antwerpen De stad Antwerpen trekt bij de meerderjarigen relatief meer laaggeschoolde, niet-gealfabetiseerde en kansarme nieuwkomers aan. Eén op vier inburgeraars is cliënt van het OCMW. Kleuters van nieuwkomers vinden moeilijker een school. Voor 110 kleuters lukte dat in 2011 zelfs helemaal niet. Het aantal nieuwkomers uit de Europese Unie groeide explosief. Nederlanders waren opnieuw afgetekend de grootste groep. Ook de instroom uit alle andere EU-landen steeg. Alleen het aantal Polen daalde voor het eerst. Opvallend is dat het niet alleen gaat over burgers uit nieuwe EU landen, maar ook uit Spanje, Portugal, Frankrijk en Duitsland. Daarnaast is migratie in Antwerpen telkens weer een afspiegeling van wat er zich elders op deze planeet afspeelt. Zo groeide de groep asielzoekers en gesubsidieerd beschermden en het aantal nieuwkomers uit Afghanistan, Irak, Ghana, India en Pakistan significant. Ten slotte worden ook de effecten van een ander Europees en federaal beleid merkbaar. Twee tendensen: de groep klassieke gezinsvormers nam af met bijna 20%; geregulariseerden waren nog steeds een belangrijke groep, maar ook hun aantal nam af. Meer deelnemers Na vijftien jaar is inburgering een vaste waarde geworden in de stad Antwerpen. Dat bewijst de groeiende interesse van zowel rechthebbende als verplichte inburgeraars. Het afgelopen jaar volgden maar liefst nieuwe Antwerpenaars een inburgeringstraject. Dat stijgend aantal deelnemers heeft te maken met: de samenwerking met het Centraal Loket Vreemdelingen van de stad Antwerpen: inburgeraars worden bij inschrijving meteen geïnformeerd over en gemotiveerd voor inburgering; inburgering is ingeburgerd: steeds meer cursisten zijn zelf overtuigd van het belang van een traject;

39 Provincie en stad Antwerpen 39 de sluitende aanpak en doorverwijzing met OCMW, VDAB en Huis van het Nederlands. Profiel van de inburgeraars In 2011 steeg het aantal inburgeringscontracten in de stad Antwerpen met 28%. Eén op vier van de contracten werd ondertekend door inburgeraars die zich als rechthebbenden engageerden voor een inburgeringstraject. Die rechthebbenden zijn vooral te vinden bij de Polen, Marokkanen, Bulgaren, Spanjaarden en Roemenen. Ook al steeg de instroom van mannen in Antwerpen, toch blijft de man-vrouw verhouding bij de contracten ongeveer even groot. Mannen uit Afghanistan, Algerije, Egypte, Irak, Pakistan en Syrië en vrouwen uit Thailand, Polen, Oekraïne en de Filippijnen ondertekenden twee keer vaker een contract dan het gemiddelde. Meer dan één op drie inburgeraars is alleenstaand. Twaalf procent van de inburgeraars van 2011 was ongeschoold, 17% had hoger onderwijs (bachelor of meer) gevolgd. Eén op drie inburgeraars had bij het ondertekenen van zijn contract al een basisniveau Nederlands behaald. Dat valt mee te verklaren door de grote groep geregulariseerden. Inburgering werkt Het engagement van de vele inburgeraars en de inzet van alle betrokken medewerkers en partnerorganisaties werpt duidelijk vruchten af. In 2011 werden trajecten succesvol afgerond met een inburgeringsattest. Bijna één op vier inburgeraars combineerde zijn cursussen Nederlands en Maatschappelijke Oriëntatie met een job, wat mogelijk is door de lessen s avonds of in het weekend te volgen. Belangrijke thema s voor Inburgering Antwerpen in 2011 Meer kansen op taalverwerving Inburgering Antwerpen (stad) voerde een actief taalbeleid om inburgeraars zoveel mogelijk kansen voor taalverwerving Nederlands te bieden. Zo probeerden de trajectbegeleiders systematisch meer Nederlands in bouwen in de gesprekken. Doordat er meer inburgeraars waren met een basisniveau NT2, konden ook meer cursussen Maatschappelijke Oriëntatie in het Nederlands georganiseerd worden. Inburgeraars die nog geen 1.2-niveau behaalden, kregen bepaalde delen van de cursus in het Nederlands in een experimentele immersiegroep. Ten slotte werden ook inspanningen gedaan om het taalniveau Nederlands van collega s binnen het onthaalbureau te verfijnen. Belang van participatie staat voorop Inburgeraars willen met het traject in de eerste plaats Nederlands leren en zelfredzaam worden. Maar ze willen ook participeren aan de samenleving op alle mogelijke domeinen. Hun competenties en interesses zijn immers heel divers. Na hun traject bij het onthaalbureau stromen ze door naar werk, een opleiding, vervolglessen Nederlands, vrijwilligerswerk en een breed scala aan organisaties, sportclubs en allerlei vrijetijdsinitiatieven. Inburgering Antwerpen werkt maximaal aan die participatie. Het stimuleert en faciliteert daarom de combinatie van een inburgeringstraject met een job. Er is een aanbod s avonds en in het weekend. Eén op vier cursisten volgde een aanbod buiten de gewone uren. Het onthaalbureau nam in 2011 nieuwe initiatieven om participatie te bevorderen: bijvoorbeeld de samenwerking met de fietsschool en Buurtsport of de infosessies met Kind & Gezin en de opvoedingswinkel. Leren in een realistische context Om leeromgevingen realistisch en relevant te houden, werkt het onthaalbureau zoveel mogelijk samen met externe partners, organisaties en het middenveld. Zowel in klasverband (met bijvoorbeeld Stadsklap) als daarbuiten (door het organiseren van bezoeken en infosessies). Er wordt daarbij maximaal ingespeeld op de noden en leervragen van de cursisten. Civiel effect mee stimuleren De stad nodigde in 2011 voor het eerst inburgeraars uit op het stadhuis voor een inburgeringsceremonie, om haar waardering uit te spreken voor de inspanningen die ze leveren. De nieuwe Antwerpenaars worden op die manier ook aangemoedigd om hun inspanningen voort te zetten en zich te engageren voor hun stad. Op de eerste inburgeringsceremonie, op 23 maart 2011, waren 125 inburgeraars en 120 fa-

40 Provincie en stad Antwerpen 40 milieleden aanwezig. De aanwezige inburgeraars apprecieerden het initiatief zichtbaar. Vanaf 2012 wordt tweemaal per jaar een inburgeringsceremonie in het stadhuis georganiseerd. Nood aan budget om tolkuren en vertalingen te financieren Een vaak gehoorde opmerking vanwege de gebruikers van TOPA en vooral van de intensieve aanvragers is dat het niet eenvoudig is de tolk- en vertaalrekening gefinancierd te krijgen. Zij zijn vragende partij om de tolkuren en vertalingen te laten financieren door de subsidiërende overheid zodat ze niet langer uit hun werkingsmiddelen hoeven te putten. Sociaal tolken en vertalen Provincie Antwerpen Tendensen Groei van het aantal tolkaanvragen Sinds zijn ontstaan in 2005 blijft Tolk- en vertaaldienst Provincie Antwerpen (TOPA) groeien. De gebruikers hebben steeds meer tolken nodig. Vooral de gebruikers van het eerste uur nemen veel tolkopdrachten voor hun rekening. Bovendien komen er steeds meer organisaties of diensten bij (in 2011 maar liefst 81) die ook hun toegankelijkheid willen blijven garanderen voor hun steeds taaldiverser wordend cliënteel. Ze moeten maar Nederlands leren Aan de andere kant merkt TOPA een groeiend onbegrip tegenover mensen die niet of onvoldoende Nederlands spreken. De sector van het sociaal tolken en vertalen en de organisaties die er gebruik van maken voelen zich daardoor onder druk gezet. Bij de publieke opinie en veel beleidsmakers leeft de mening: als mensen maar voldoende gemotiveerd zijn, kunnen ze genoeg Nederlands leren om zich overal en altijd uit de slag te trekken. In dat denkmodel zouden sociaal tolken en vertalen alleen nog ingezet kunnen worden voor nieuwkomers. Oudkomers die onvoldoende Nederlands kennen, zouden dan geen recht meer hebben op dienstverlening met een tolk/vertaler, omdat ze niet hard genoeg hun best gedaan hebben. De praktijk wijst echter uit dat sommige NT2-cursisten, hoe gemotiveerd ze ook zijn, stagneren op een niveau dat lager ligt dan niveau A van het Europees referentiekader. Eveneens is aangetoond dat mensen met een heel degelijke kennis van het Nederlands zich niet in alle sectoren (bijvoorbeeld een juridische of medische context) even goed verstaanbaar kunnen maken. Belangrijke thema s voor TOPA in 2011 Overgang naar een bestand van 100% gecertificeerde tolken 2011 was voor TOPA het laatste jaar waarin het nog tijdelijk inzetbare tolken inzette als er geen gecertificeerde tolk beschikbaar was. (Een tijdelijk inzetbare tolk is getest op zijn kennis Nederlands en geslaagd voor alle onderdelen van een test na een introductiecursus. Een gecertificeerde tolk is geslaagd voor alle Uit de praktijk De huisarts: niets dan voordelen Niet alle nieuwkomers zijn vertrouwd met een huisarts. Het idee dat er een arts in de buurt woont die je kent en een medisch dossier van je bijhoudt, is voor sommigen nieuw. Het lijkt een onbetaalbare luxe. Spoeddiensten worden dan ook overstelpt met klachten die een huisarts perfect kan behandelen: een verkoudheid, migraine of koorts. Samen met het OCMW, het Mechelse Sint-Maartenziekenhuis en het Wijkgezondheidscentrum kwam Prisma vzw op het idee om een eenvoudige folder te maken over het raadplegen van een huisarts. In enkele puntjes krijgt de nieuwkomer een zicht op de voordelen van een huisarts, en informatie over de praktische formaliteiten. De folder wordt door alle partners verspreid. Het leek ons logisch om die folder een plaats te geven in de lessen Maatschappelijke Oriëntatie, waar gezondheid een vast thema is, zegt Prisma-medewerker Samir El-Morabit. De docenten kunnen meteen extra uitleg geven en vragen beantwoorden. Die persoonlijke aanpak werkt het best. Of de folder al impact heeft, moet de evaluatie uitwijzen. De reacties van de inburgeraars zijn alvast positief. El-Morabit: Ze zijn heel geïnteresseerd, en vooral: ze beseffen dat het veel handiger en goedkoper is om beroep te doen op een huisarts.

41 Provincie en stad Antwerpen 41 onderdelen van de certificeringsproef sociaal tolken. Na vijf jaar was duidelijk geworden dat de nietgecertificeerde tolken tolktechnisch en vooral deontologisch onvoldoende gewapend waren en dat de gebruikers een duidelijke voorkeur hadden voor de gecertificeerde tolken. In 2011 stopte TOPA daarom met tijdelijk inzetbare tolken in zijn databank op te nemen. Alle tijdelijk inzetbare tolken kregen tot het einde van het jaar de tijd om hun certificeringsproef af te leggen. Knelpunttalen Voor sommige talen zijn er niet genoeg tolken of vertalers in verhouding tot het aantal aanvragen. Dat zijn de zogenoemde knelpunttalen. Doordat de tolken zonder certificaat stilaan uitvielen, werd dit probleem nog verscherpt. TOPA wierf daarom samen met de Stedelijke Tolk- en Vertaaldienst Antwerpen (STA) een halftijdse gecertificeerde tolk voor het Maghrebijns-Arabisch aan. Het aanbieden van een contract als werknemer is cruciaal om sommige gecertificeerde tolken die zich liever niet als zelfstandige vestigen toch te kunnen inzetten. Er waren ook verschillende rekruteringsacties voor freelance tolken. De knelpunttalen blijven een permanent aandachtspunt voor TOPA. Stad Antwerpen Tendensen De Stedelijke Tolk- en Vertaaldienst Antwerpen (STA) hanteert intern en extern een nieuwe wijze van rapporteren. Daardoor is het voor 2011 moeilijker iets te zeggen over de trends. Het valt wel op dat het aantal opdrachten van februari tot juni daalde met gemiddeld 15% ten opzichte van Vervolgens was er van juli tot december 2011 een stijging met gemiddeld 23% met uitschieters in juli (+45%) en november (+38%). Onderwijs blijft de grootste afnemer van tolkopdrachten in de stad Antwerpen, goed voor 52% in Voor vertaalopdrachten is de openbare dienstverlening de grootste afnemer, maar onderwijs komt ook daar op de tweede plaats. STA kreeg er ook enkele nieuwe afnemers bij: de Fedasil-vestiging in Antwerpen, Free Clinic, Adic. Belangrijke thema s voor STA in 2011 Automatisering voor een betere dienstverlening De Stedelijke Tolk- & Vertaaldienst Antwerpen heeft in 2011 al haar procedures gereorganiseerd. De workflow is nu sterk geautomatiseerd. Klanten vragen vertalingen én tolkopdrachten aan via een online formulier. De aanvrager krijgt meteen een opdrachtnummer terug, en de opdracht staat meteen klaar om gematcht te worden. Voor dat matchen (de beste tolk of vertaler voor elke opdracht vinden) komt veel meer tijd vrij. Ook de facturatie is volledig geïntegreerd in de workflow. Er kan preciezer begroot worden, en er kan betrouwbaar gerapporteerd worden aan het lokale en het Vlaamse beleid. Voorbereiding contingentering Verschillende tolk- en vertaaldiensten staan voor de vaststelling dat de subsidies minder stijgen dan de vraag naar sociaal tolken en vertalen. Naar het voorbeeld van tolk- en vertaaldienst TVGent is STA daarom begonnen met het voorbereiden van een contingentering. Er wordt geteld hoeveel prestaties elke afnemer in een bepaalde periode krijgt en hoeveel dat gekost heeft. Op basis daarvan wordt bepaald op hoeveel eenheden de afnemer het jaar daarop gratis of tegen sociaal tarief recht heeft. Wie méér tolkuren of vertaalprestaties afneemt, krijgt die 100% aangerekend. De aanvragers zullen zo zelf mee verantwoordelijkheid krijgen om af te wegen wanneer het opportuun is een tolk in te zetten. Sensibilisering klanten (duur, gebruik etc.) STA sensibiliseert zijn klanten (vooral de scholen) actief om de tolken efficiënter en doeltreffender in te zetten. Niet zelden worden tolken ingezet bij gesprekken die ook zonder tolk konden plaatsvinden, of die veel korter hadden gekund. Sinds september 2011 houden de matchers de vinger aan de pols. Het gevolg is dat opdrachten nu gemiddeld korter duren (gemiddeld een uur en tien minuten), zodat meer opdrachten kunnen worden uitgevoerd met dezelfde middelen. Vertaalbibliotheek STA is in 2011 begonnen met de voorbereiding (ICTinfrastructuur) van een vertaalbibliotheek. Die zal in eerste instantie worden gebruikt om de officiële vertalingen (al dan niet beëdigd) beter en nauwkeuriger in kaart te brengen.

42 Provincie en stad Antwerpen 42 Nederlands voor anderstaligen HvN Provincie Antwerpen Nederlands in de praktijk Met middelen van het Federaal Impulsfonds investeerde HvN Provant in de ondersteuning van vrijwilligersinitiatieven voor NT2 en in de afstemming met het regulier NT2-aanbod (aanbod van CVO, CBE, VDAB en universitaire talencentra, die een attest opleveren en erkend zijn door de Vlaamse overheid). Zo organiseerde het een Babbelbal, en een trefdag voor NT2-vrijwilligers met interessante workshops. Vraag en aanbod afstemmen Voldoet het NT2-aanbod aan de bestaande behoeften? HvN Provincie Antwerpen analyseerde in 2011 vraag en aanbod samen met de regisseurs NT2 : VDAB, onthaalbureau Inburgering Prisma vzw en de consortia voor volwassenenonderwijs. Op basis daarvan werkte het Huis van het Nederlands samen met alle aanbieders aan een afstemming van vraag en aanbod. Zo streeft het naar verkorte en verlengde NT2-trajecten in de provincie, een zomeraanbod, afstandsonderwijs en gecombineerd onderwijs. Taalpromotie en taalbeleid HvN Provant ziet de vraag naar vormingen in duidelijke taal en naar ondersteuning voor taalbeleid in de profitsector stijgen. Zo krijgt het vragen van groenteen fruitveilingen, een aluminium ramen- en deurenbedrijf tot een koffiebranderij. Ook openbare besturen blijven grote vragende partij. Daarom trok het HvN met een project Taal, barrière of carrière, met middelen van minister Bourgeois, naar de interimsector: dé sector waarin anderstaligen aan werk worden geholpen. Het was geen evidentie om die sector te sensibiliseren. Samen met Vooruitzenden, het Vormingsfonds voor Uitzendkrachten, kon het HvN de volgende taalbeleidsacties voeren: screening van enkele logistieke opleidingen van de sector; uitwerking van een functionele taaltoets voor uitzendconsulenten; uitwerking van de koelkastfiche; een handig gadget met taaltips; digitale verspreiding van taaltips in samenwerking met preventie en interim. Ook de stad Mechelen investeert samen met HvN Provant in taalbeleid en taalpromotie. Ze liet een taalscan uitvoeren in de diensten waar ambtenaren in contact komen met anderstalige cliënten. Eveneens met HvN Provant organiseert Mechelen op kleine schaal een Bijt-in-Mechelen om anderstalige Mechelaars in contact te brengen met het Mechelse vrijetijdsaanbod. Met het EIF-project Vak en taal, een geïntegreerd verhaal ten slotte ondersteunt HvN Provant beroepsopleidingen van het CVO op vlak van taaltoegankelijkheid voor anderstaligen. De begeleiding begint met een taalomgevingsanalyse. Een adviesnota licht vervolgens knelpunten toe en vertaalt adviezen naar enkele concrete acties. Het leerkrachtenteam bepaalt welke acties prioritair zijn. Het HVN ondersteunt het team bij de uitvoering van de acties. HvN stad Antwerpen Op maat van de cursist Huis van het Nederlands Antwerpen (stad) investeerde verder in de Taalgarage, een adviespunt voor zelfstudie, behoeftegerichte NT2-trajecten in combinatie met wonen, koken, school van de kinderen, Nederlands leren op maat van de individuele cursist blijft een aandachtspunt en biedt nog vele groeikansen. Vraag en aanbod afstemmen In 2010 zag het HvN Antwerpen wachtlijsten verschijnen voor de cursussen Nederlands. In 2011 zette het alle hens aan dek om met extra NT2-uren vanuit de overheid de wachtlijsten voor een groot stuk weg te werken. Taalpromotie en taalbeleid Het Huis van het Nederlands startte verschillende taalbeleidsprojecten op. De focus lag niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook op sociale huisvesting en opleidingen. Uit zo n taalbeleid haalt iedereen voordeel, niet alleen laagtaalvaardigen en anderstaligen. Met de uitbreiding van de website klaretaalrendeert.be krijgen nu ook vak- en taaldocenten een hulpmiddel om taalbeleid in de opleidingen toe te passen.

43 Provincie en stad Antwerpen 43 Leren gebeurt niet alleen op de schoolbanken. Wie permanent creatief oefent met de taal, ook buiten de les, ziet het rendement stijgen. Het Huis van het Nederlands werkt daarom samen met het museum Red Star Line rond het vertellen van migratieverhalen, met de stadsdichter rond poëzie schrijven, het organiseerde theatervoorstellingen en lanceerde een schrijfwedstrijd. Adressen Antwerps Minderhedencentrum de8 Van Daelstraat Borgerhout Tel: Prisma, één in diversiteit Brusselsepoortstraat Mechelen Tel: [email protected] Inburgering Antwerpen Carnotstraat 110, 2060 Antwerpen Tel: [email protected] antwerpen.inburgering.be Inburgering Provincie Antwerpen Brusselsepoortstraat 8, 2800 Mechelen Tel: [email protected] provincieantwerpen.inburgering.be Tolk- en vertaaldienst Provincie Antwerpen (TOPA) Boomgaardstraat 22 bus Berchem Tel.: en Fax: [email protected] Stedelijke Tolk- en Vertaaldienst Antwerpen (STA) Permeke De Coninckplein 25, Blok C 2060 Antwerpen Tel.: [email protected] Huis van het Nederlands stad Antwerpen Atlas Carnotstraat Antwerpen tel.: [email protected] Huis van het Nederlands provincie Antwerpen Brusselpoortstraat Mechelen tel.: [email protected] Lokale integratiediensten Er is een lokale integratiedienst in Antwerpen, Boom, Willebroek, Mechelen, Lier, Turnhout, Geel, Mol De gemeenten Mortsel, Heist-op-den-Berg en Borsbeek starten momenteel een integratiedienst op. Adressen: zie

44 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 44 Brussels Hoofdstedelijk Gewest Cijfers Demografisch Van de inwoners van het Brussels Gewest was, begin 2011, 61,6% van vreemde herkomst. Dat betekent dat hun oudste nationaliteit niet de Belgische is, of voor wie nog bij zijn ouders woont, dat de oudste nationaliteit van de moeder niet de Belgische is (tabel 19). Kijk je naar nationaliteit in plaats van naar herkomst, dan kom je uit op Brusselaars met een vreemde nationaliteit, ofwel 31,5% van de inwoners (tabel 20). Cijfers voor Brussel over niet-werkende werkzoekenden komen van de Federale Overheidsdienst Economie. Deze cijfers zijn gebaseerd op de huidige nationaliteit, en zijn verkregen via een enquête. Er is een indeling gemaakt volgens de huidige nationaliteit van de betrokkenen, dus niet volgens herkomst. De verschillen met het Vlaams Gewest zijn opvallend (tabel 21). Inburgering In tegenstelling tot het Vlaamse Gewest worden nieuwe inburgeraars in Brussel niet geselecteerd uit het Rijksregister. Het onthaalbureau in Brussel (bon) ontvangt dus geen adressenlijsten van nieuwe inburgeraars. In Brussel zijn inburgeraars ook niet verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Bon zet daarom sterk in op het bekendmaken van de werking van het onthaalbureau en neemt daartoe diverse acties. Zo worden ex-cursisten gestimuleerd om promotie te maken voor bon, worden brochures gedistribueerd bij andere organisaties die potentiële inburgeraars kunnen doorverwijzen, worden infosessies gegeven, Tabel 19. Inwoners van vreemde herkomst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst Brussels Gewest ,6 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 20. Brusselaars met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen Brussels Gewest ,5 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 21. Werklozen met vreemde nationaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2011 Aandeel werklozen met Belgische nationaliteit Aandeel werklozen met Europese nationaliteit Aandeel werklozen met niet-europese nationaliteit Brussels Gewest 66,65 % 14,54 % 18,8 % Vlaams-Gewest 85,19 % 6,5 % 8,31 % Bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek - EAK (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE)

45 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 45 In 2011 meldden zich inburgeraars aan bij bon. Negenendertig procent was doorverwezen door een ex-cursist, en 21% door het Huis van het Nederlands. Net zoals in 2010 komen de meeste inburgeraars die zich in 2011 aanmeldden bij bon uit Marokko (14%), Guinea (13%) en Congo (5%). De Marokkanen vormen dus nog altijd de grootste nationaliteitengroep, maar hun aandeel is gevoelig afgenomen (in 2010 nog 20%). Ook opvallend voor 2011 is de grote stijging van het aantal Afghanen dat zich aanmeldde. Met een aandeel van 5% komen ze in 2011 in de top-4 van grootste nationaliteitengroepen. In 2010 bedroeg hun aantal nog maar 1%. Het aantal inburgeraars dat in 2011 een contract tekende bij Bon is ongeveer gelijk gebleven met In 2011 tekenden inburgeraars een contract (2.015 in 2010). Tien procent van alle inburgeraars in Vlaanderen en Brussel (20.824) tekende het inburgeringscontract in Brussel. 748 inburgeraars behaalden in 2011 in Brussel een inburgeringsattest. Tegenover 2010 is dat een stijging van 19%. Toen behaalden 629 inburgeraars een attest. Nederlands voor anderstaligen Stijging aantal kandidaat-cursisten en cursisten Ook in Brussel steeg voorbije jaar het aantal kandidaatcursisten dat zich aanmeldde bij het HvN (tabel 22). In de lijn daarvan steeg ook het aantal cursisten: ook bij bij CVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs) of CBE (Centrum voor Basiseducatie)was er een stijging (tabel 23). Woonwagenterreinen Brussel heeft vijf residentiële standplaatsen voor woonwagens en 21 standplaatsen op een doortrekkersterrein (tabellen 24 en 25). Tabel 22. Aantal unieke aanmeldingen bij het HvN in Huis van het Nederlands Brussel Totaal Vlaanderen en Brussel Bron: HvN/KBI Tabel 23. Aantal cursisten CBE/CVO Huis van het Nederlands Brussel Totaal Bron: HvN/KBI Tabel 24. Gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Sint-Jans-Molenbeek Nestelingenstraat 5 Tabel 25. Doortrekkersterreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Brussel - Haren Waterranonkelstraat 21

46 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 46 Trends, thema s en realisaties Integratie Tendensen Op het vlak van nieuwe migraties werd in Brussel de problematiek rond mensen zonder wettig verblijf of met een precair verblijf heel actueel in Opnieuw kwamen duizenden asielzoekers op straat terecht bij gebrek aan opvangplaatsen. In en om het Noordstation verzamelden tientallen dakloze Romafamilies uit Midden- en Oost-Europa. spellendoos werd uitgegeven door Jeugd en Vrede. Op 30 september 2011 ontving de lego Lingua-methodiek de tweede prijs bij de uitreiking van het Europees Label voor Innovatief Talenonderwijs 2011 (ELIT). Onder het motto Made in Brussels besteedde de jaarlijkse Dag van de Dialoog op 22 oktober 2011 aandacht aan de lokale economie en aan wat, in heel ruime zin, in Brussel wordt geproduceerd. Er waren dertig dialoogtafels, verspreid over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze noodsituaties zijn niet los te denken van de bredere problematiek van wat vandaag gekleurde armoede heet. Niet alleen nieuwkomers in een precaire situatie, maar ook (generatie)armen die al jarenlang in België verblijven of er geboren zijn, houden vaak met moeite het hoofd boven water. De integratiesector kan niet anders dan daar rekening mee houden. Samenleven in diversiteit is een blijvende uitdaging. Zo deden zich in 2011 enkele incidenten voor in de onmiddellijke omgeving van Integratiecentrum Foyer: twee reclamebureaus wilden Molenbeek verlaten wegens het toenemende onveiligheidsgevoel bij hun medewerkers. Met een van die bureaus ging IC Foyer in zee om een oplossing te zoeken (zie hieronder). Anderzijds is er vanuit tal van voorzieningen, instanties en organisaties grote interesse voor het Foyeraanbod. Daaruit blijkt een interesse voor het werken aan interculturalisering en samenleven in diversiteit, in het onderwijs, de gezondheidszorg, vrijetijdsorganisaties en bij commerciële bedrijven. Wat rechtsbescherming en juridische oriëntering betreft, noteerde IC Foyer in 2011 een opvallende stijging van het aantal vragen over het statuut van (nieuwe) EU-onderdanen en langdurig ingezeten derdelanders. Belangrijke thema s voor IC Foyer in stond meer dan ooit in het teken van de interculturele dialoog. Zo lanceerde IC Foyer met Lego Lingua een methodiek voor talensensibilisering: een meertalige spellendoos voor spelers vanaf acht jaar. Het doel is scholen, vrijetijdsorganisaties, ouders en kinderen aan te sporen aandacht te hebben voor alle talen. De In samenwerking met reclamebureau BBDO zette Foyer enkele acties op die medewerkers van het bedrijf en jongeren uit de buurt in staat stelden elkaar op een positieve manier te ontmoeten. BBDO stelde zijn parkeerterrein ter beschikking van de plaatselijke jongeren, die er een minivoetbaltornooi konden houden. In het kader van de actie Music for Life organiseerden IC Foyer en BBDO samen een Buikloop voor het goede doel, met BBDO-medewerkers en jongeren uit de buurt. Foyer geeft ook juridische vormingen, en daarbij ging in 2011 veel aandacht naar mogelijkheden op het vlak van tewerkstelling. Vormingen voor eerstelijnswerkers focusten onder meer op de specifieke situatie na hongerstakingen en op de tewerkstelling van EUen niet-eu-onderdanen. Een Brussels Platform was gewijd aan het thema Vreemdelingen en een zelfstandige activiteit. Op 20 juni organiseerde het samenwerkingsverband IC Foyer, Meeting, Samenlevingsopbouw Brussel en de Brusselse CAW s een studiedag met als thema Voorbij de papieren, toekomstoriëntering met mensen zonder wettig verblijf. Die studiedag kreeg de steun van het Kruispunt Migratie-Integratie en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. Er werd een publicatie gemaakt. In het kader van het monitoren van de diverse samenleving publiceerde IC Foyer in december 2011 de studie Een verhaal van één taal, één stad en drie continenten. De Angolese, Braziliaanse en Portugese bevolking van Brussel. Aan de situatie van de Roma in Brussel werd een talrijk bijgewoonde studiedag gewijd op 14 december De algemene situatie van de verschillende Ro-

47 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 47 magroepen en de onderwijsproblematiek kwamen er aan bod. In 2011 werden opnieuw veel Romakinderen door een bemiddelaar toegeleid naar een school en verbeterden de relaties tussen de Romafamilies en de Brusselse scholen. IC Foyer realiseerde in 2011 tevens de reportage Jong en Roma zijn in Brussel (zie ook kadertekst p.48) en een video- en boekvoorstelling met een debat met politicoloog en filosoof Bleri Lleshi over Identiteitsconstructie bij jongeren in Brussel. Mountainbiken in de stad: inburgering met een goed gevoel. Uit de praktijk Zomerproject Inburgeren voor jongeren, bon vzw Voor jongeren die geen achttien zijn als ze naar België komen, bestaat er geen inburgeringsparcours. Ze worden ingeschreven in een onthaalklas, waar de nadruk ligt op taal. Veel tijd voor inhoudelijke lessen over de Belgische samenleving is er dus niet. Dat is jammer, zegt Ingrid Declunder, stafmedewerker bij bon vzw. Veel jongeren van zestien, zeventien jaar zitten met een heleboel vragen over het reilen en zeilen in België. Waar kunnen ze met hun vragen terecht? Drie jaar geleden besloot bon, het Brussels Onthaalbureau Inburgering, het zomerproject Inburgeren voor jongeren te organiseren. Het kreeg steun van het Europees Vluchtelingenfonds en werkte samen met de Brusselse jeugdorganisatie JES. In 2011 begeleidde bon zo dertig jongeren uit Subsahariaans Afrika en Afghanistan door een inburgeringsparcours. Net als de volwassenen kregen de jongeren Maatschappelijke Oriëntatie en Nederlands. Maar, zo benadrukt Declunder, de jonge inburgeraars bleven niet in de schoolbanken zitten. Ze gingen ook mountainbiken in de stad, muurklimmen en leerden een kortfilm maken. De jongeren doopten de cursus bon-bon, een verwijzing naar hun goed gevoel. Kers op de taart was het slotfeest op 26 augustus, waar de jongeren uit volle borst Ik hou van u! zongen. De derde en laatste editie van Inburgeren voor jongeren heeft plaats in Er zullen maar liefst zestig jongeren deelnemen. Inburgering Tendensen Sinds 1 september 2011 moet een NT2-cursist dus ook een inburgeraar een zogenaamd wettig verblijf hebben om zich te kunnen inschrijven voor een cursus Nederlands. Het vastleggen van de juiste criteria van wettig verblijf heeft voeten in de aarde, en de maatregel veroorzaakt deining in het maatschappelijk werkveld. Een nieuw gegeven is de vrijstellingstoets. Inburgeraars uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Vlaams- Brabant en Limburg kunnen bij bon de vrijstellingstoets Maatschappelijke Oriëntatie afleggen. 220 personen leggen effectief de toets af, waarvan 59 % slaagt. Er zijn meer taaltrajecten: steeds meer cursisten starten eerst met Nederlandse lessen en volgen pas daarna de cursus Maatschappelijke Oriëntatie. Bon bevindt zich in een aparte situatie: er is in Brussel geen verplichting voor inburgeraars, en de omgeving is meertalig. Daarom organiseert het gewoonlijk eerst de cursus Maatschappelijke Oriëntatie en dan NT2. Het aantal analfabete of zwak gealfabetiseerde cliënten neemt toe. Bon stelt vast dat er vraag is naar Pashtu, Poular en Tibetaans voor de cursus Maatschappelijke Oriëntatie. In 2011 werd er in bon lesgegeven in dertien talen.

48 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 48 Belangrijke thema s voor bon in 2011 De sector staat voor hervormingen. Bon wil tegen 2013 klaarstaan met een betere afstemming van het aanbod op de vraag. In 2011 investeerde het in de interne voorbereiding om een versnelling hoger te schakelen. Gezien de Brusselse situatie (o.m. geen input van data uit het Rijksregister) maakt bon zich op om meer contracten af te sluiten en te zorgen voor een betere doorstroom naar inburgeringsattesten. Vanaf juni 2011 is een interne hervormingsdiscussie aangevat op kaderniveau, daarna in denktanks en werkgroepen. Daarbij worden alle personeelsniveaus vertegenwoordigd. Uit de praktijk De Roma in Brussel: Foyer kent ze door en door Wie Roma zegt, zegt de Foyer. Het Brusselse integratiecentrum werkt al acht jaar rond deze specifieke en moeilijk bereikbare doelgroep. Op verschillende manieren. Eén aanpak is het inzetten van bemiddelaars van Roma-origine, die als brugfiguur de Roma en de Brusselse instellingen dichter bij elkaar brengen. En die werkwijze werpt vruchten af: sinds 2007 daalde het spijbelgedrag bij Romakinderen in Brussel met veertig procent. Ook in 2011 investeerde de Foyer in de doelgroep Roma. Inhoudelijk coördinator Ann Trappers: Op 14 december organiseerde het integratiecentrum een studiedag Over-leven van de Roma in Brussel. Die werd bijgewoond door een tachtigtal professionals, allemaal mensen die dagelijks met Roma werken. Het doel van de studiedag: informeren over de specifieke situatie en cultuur van de Roma in Brussel. Er kwamen ook veel praktijkvoorbeelden aan bod, vooral over het onderwijs. In de mediaberichtgeving over Roma komt die groep zelf komen zelden aan het woord. Wat vinden de Roma zelf? De Foyer zocht het uit in de reportage Jong en Roma zijn in Brussel. Daarin vertellen jonge Roma van Roemeense afkomst over hun leven en ambities. Ann Trappers: Het is via dit soort projecten dat we de emancipatie van Roma willen verhogen, en tegelijk de Brusselaars een correcter beeld willen geven van de Romagemeenschap. Sociaal tolken en vertalen Tendensen in Brussel Nederlandstalige of tweetalige socialprofitorganisaties en -voorzieningen in Brussel blijken binnen hun eigen organisatie voortdurend te switchen tussen Nederlands en Frans, met vaak bijkomend nog het Engels. Zo geeft bijvoorbeeld een psycholoog die in een Nederlandstalige organisatie werkt, maar die zelf Franstalig is, de voorkeur aan een tolk vreemde taal/ Frans. Brussel Onthaal vzw is een Nederlandstalige sociaal tolk- en vertaaldienst, maar levert ook Franstalige sociaal tolken aan Nederlandstalige organisaties. Voor hen bestaat echter geen opleidingstraject sociaal tolk. Brussel Onthaal vzw organiseert daarom een test Frans en een introductiecursus in het Frans. Brussel Onthaal ziet ook een nood aan afstemming en samenwerking tussen de verschillende partners in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zo krijgen Franstalige organisaties van de Franse Gemeenschapscommissie een subsidie voor het sociaal tolken terwijl de Nederlandstalige organisaties zelf de tolkprestaties moeten betalen. Die sociaal tolk- en vertaalpartners zijn Setis Bxl (Franstalige sociaal tolk- en vertaaldienst), Integratiecentrum Foyer met interculturele bemiddelaars, de federale interculturele bemiddelaars in de ziekenhuizen en Ba-bel Vlaamse tolkentelefoon. De noden in Brussel zijn divers, en veel gebruikers hebben specifieke eisen: urgentie, annulatie, niet bereikbaar, moeilijk te vinden locaties, shopgedrag tussen de vele partners in het BHG. Brussel Onthaal probeert er flexibel op in te spelen. De gecertificeerde tolken worden (met eigen middelen) aangevuld met een groot meertalig netwerk van tolken en vertalers. De matchfunctie voor het tolken ter plaatse is een erg veeleisende functie. Brussel schrikt ook veel gecertificeerde tolken af. Dat maakt dat Brussel Onthaal extra werk moet maken van rekrutering en certificering van sociaal tolken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Belangrijke thema s voor Brussel Onthaal vzw in 2011 Enkele opvallende initiatieven van Brussel Onthaal vzw in 2011: Een Open dag voor de Brusselse organisaties in augustus 2011

49 Brussels Hoofdstedelijk Gewest 49 Om meer gecertificeerde tolken te kunnen inzetten, legde Brussel Onthaal contact met het register van gecertificeerde tolken/ vertalers, paste de tolkuurprijs aan, en biedt de tolken hulp bij facturatie. Om zijn eigen netwerk van Nederlands- en Franstalige tolken en vertalers te omkaderen, werkte Brussel Onthaal zijn vormingsaanbod uit, het lanceerde een nieuwsbrief voor de tolken en vertalers, en zorgde ervoor dat de tolken en vertalers regelmatig onderling kunnen uitwisselen (nieuwjaarsreceptie, BBQ, eindejaarsdrink, intervisie, getuigenissen vrijwillige tolken/vertalers). Ze worden toegeleid naar het kwaliteitstraject van de Centrale Ondersteuningscel sociaal tolken en vertalen. Brussel Onthaal doet ook zelf rekruteringsacties. In 2011 levert Brussel ook telefoontolken aan Lokale Opvanginitiatieven Nederlands voor anderstaligen Nieuwe wetgeving In 2011 kreeg het HvN Brussel er een extra opdracht bij. Ouders die hun kind in het Nederlandstalig onderwijs wilden inschrijven en daarvoor de prioriteit wilden inroepen op basis van moedertaal Nederlands, moeten dat bewijzen. Ouders kunnen daarvoor terecht bij HvN Brussel. Betere dienstverlening NT2-cursisten konden zich bij vier van de vijf CVO s rechtstreeks inschrijven: CVO Brussel, CVO Meise Jette, CVO Strombeek Grimbergen en Lethas CVO. In 2011 maakte het HvN Brussel ook afspraken over de ontwikkeling van tests Nederlands voor externe organisaties, onder meer COC (Centrale Ondersteuningscel voor sociaal tolken en vertalen dat het niveau Nederlands voor kandidaat-sociaal tolken wil testen). De tests voor COC werden gedeeld met de andere Huizen. Vraag en aanbod afstemmen Met een halfjaarlijkse cijferanalyse van vraag en aanbod en via overleg met de NT2-aanbieders probeert het HvN Brussel wachtlijsten te vermijden. Taalpromotie en taalbeleid HvN Brussel blijft ook inzetten op de voor Brussel decretale opdrachten: taalbeleid en taalpromotie. Daarbij heeft HvN Brussel in 2011 zijn expertise en materiaal rond initiatieven als Bijt in je vrije tijd, Patati patata, ook overgedragen naar de andere Huizen. Adressen Regionaal Integratiecentrum Foyer Werkhuizenstraat Brussel Tel: [email protected] bon - Inburgering Brussel Toekomststraat Sint-Jans-Molenbeek Tel: 02/ brussel.inburgering.be [email protected] Huis van het Nederlands Brussel Philippe de Champagnestraat Brussel tel.: 02/ [email protected] Sociaal vertaalbureau van Brussel Onthaal Cellebroersstraat Brussel Tel: / [email protected]

50 Limburg 50 Limburg Cijfers Demografisch In Limburg wonen personen van vreemde herkomst. Dat is 21,4% van de bevolking (tabel 26). Wie is voor deze berekening van vreemde herkomst? Je bent van vreemde herkomst als je oudste nationaliteit niet de Belgische is. Of als je nog bij je ouders woont als de oudste nationaliteit van je moeder niet de Belgische is Limburgers hebben een vreemde nationaliteit. Dat is 9,3% van de inwoners van Limburg (tabel 27). In was meer dan de helft van alle kinderen die in Limburg kansarm geboren werden, van vreemde herkomst (tabel 28). Ook bij de Limburgse werklozen zijn de mensen van vreemde herkomst sterk vertegenwoordigd: in 2010 maakten ze bijna 36% uit van de niet-werkende werkzoekenden (tabel 29). Tabel 26. Limburgers van vreemde herkomst op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst Provincie Limburg ,4 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 27. Limburgers met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen Provincie Limburg ,3 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 28. Kansarme geboorten in Limburg naar herkomst van de moeder: gemiddelde in 2008, 2009 en 2010 % kansarme geboorten met moeder van Belgische herkomst % kansarme geboorten met moeder van vreemde herkomst % kansarme geboorten met herkomst moeder onbekend Provincie Limburg 37,1 55,7 7,2 Vlaams Gewest 35,9 58,9 5,2 Bron: Kind en Gezin, bewerking SVR Tabel 29. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in Limburg in 2010 totaal aantal NWWZ aantal NWWZ van vreemde herkomst % NWWZ van vreemde herkomst Provincie Limburg ,9 Vlaams Gewest ,1 Bron: VDAB

51 Limburg 51 Inburgering De instroom van nieuwe inburgeraars in de provincie Limburg daalde in 2011 naar inburgeraars, dat is een daling met 11% ten opzichte van Twaalf procent van alle inburgeraars in het Vlaams Gewest stroomde in in Limburg. Van de inburgeraars die in 2011 in Limburg instroomden, is 61% rechthebbend (2.971) en 37% verplicht (1.829). Van 2% (95) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het al dan niet om een rechthebbende inburgeraar ging. Limburg kent een heel grote instroom van Nederlanders (27% of 1.319) (figuur 8). De tweede grootste nationaliteitengroep zijn de Polen (8% of 413) en op de derde plaats staan de Turken (6% of 300). Inburgeraars stromen voornamelijk in in Sint-Truiden (11% of 551), Lanaken (10% of 486) en Hasselt (9% of 437). In 2011 tekenden inburgeraars (waarvan 77% verplicht) een inburgeringscontract in Limburg. Het aantal contracten nam met 9% toe tegenover % van alle contracten worden in Limburg getekend. Net zoals in de andere werkingsgebieden steeg het aantal inburgeraars dat een attest behaalde in 2011 met 19% inburgeraars behaalden een attest. Sociaal tolken en vertalen Het aantal tolkaanvragen bij Sociale Tolkendienst Limburg stijgt gestaag. In 2009 kreeg de tolkendienst in totaal aanvragen, in 2010 waren het er 2.986, en in 2011 in totaal Die stijging is ook wel te danken aan het aanbod van nieuwe tolktalen. Nederlands voor anderstaligen Ook in Limburg is het aantal kandidaat-cursisten dat zich aanmeldde bij het Huis van het Nederlands gestegen (tabel 30). Figuur 8: Instroom meerderjarige inburgeraars in Limburg naar nationaliteit 48% 3% 4% 4% 27% 6% 8% Nederland Polen Turkije Marokko Roemenië Bulgarije Overige Tabel 30. Aantal unieke aanmeldingen bij het Huis van het Nederlands Limburg en in Vlaanderen/Brussel in 2010 en HvN Limburg Totaal Vlaanderen/Brussel Bron: HvN/KBI

52 Limburg 52 Tabel 31. Aantal en percentage cursisten NT2 bij CBE en CVO in Limburg CBE % CVO % Totaal Huis van het Nederlands Limburg % % Bron: HvN/KBI Tabel 32. Aantal en percentage kandidaat-cursisten in Limburg dat ook inburgeringscontract tekent Aanmeldingen bij het HvN in 2011 Ondertekend Inburgeringscontract % HvN Limburg % Bron: HvN/KBI Tabel 33. Gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen in de provincie Limburg (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen As Lanklaarsesteenweg 6 Bilzen Vrankrijkstraat 2 Bilzen Eikaartstraat 6 Genk - Waterschei Geenhornstraat 52 Hasselt - Kuringen Oude Spoorbaan 26 Ham - Kwaadmechelen Eikendreef 8 Maaseik - Wurfeld Engerhoven 26 Maasmechelen - Eisden Forenzenweg 28 Sint-Truiden Groenstraat In dezelfde lijn steeg ook het aantal cursisten bij CVO en CBE ten opzichte van Tabel 31 geeft aan voor Limburg hoeveel personen in 2011 in een cursus zijn ingestapt in een CVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs) of CBE (Centrum voor Basiseducatie). In Limburg zijn personen aan een NT2-cursus begonnen waarvan 67% ingericht door CVO en 33% door CBE. Tabel 32 toont hoeveel personen zich in 2011 bij het Huis van het Nederlands Limburg hebben aangemeld en in hetzelfde jaar een inburgeringscontract hebben ondertekend. In Limburg tekende 31% van de kandidaat-cursisten van 2011 ook een inburgeringscontract. Woonwagenterreinen Limburg telt 172 standplaatsen op gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen (tabel 33). Er zijn geen doortrekkersterreinen in de provincie Limburg (januari 2010).

53 Limburg 53 Trends, thema s en realisaties Integratie Tendensen Net als Vlaanderen vergrijst ook Limburg. Bijna één op vier Limburgers is ouder dan zestig jaar. Tien jaar geleden was dat nog maar één op vijf. Meer dan één op tien 60-plussers had niet de Belgische nationaliteit bij geboorte. De groep is goed voor meer dan 115 verschillende nationaliteiten. De laatste vijf jaar steeg het aantal allochtone ouderen sterker (+21,7%) dan het aantal autochtone ouderen (+10,3%). Ouderen van Nederlandse herkomst vormen de grootste groep niet-belgische ouderen in Limburg gevolgd door de ouderen van Italiaanse, Turkse en Marokkaanse herkomst. Het aantal personen van vreemde herkomst in Limburg neemt op vijf jaar toe met 11,2%. Hun aandeel bedraagt in ,3%. In absolute cijfers is de stijging het sterkst bij de personen van Oost-Europa. Zo stijgt het aantal Polen op vijf jaar tijd met een derde, verdrievoudigt het aantal Bulgaren en verdubbelt het aantal Roemenen. Ook bij de ex-oostbloklanden van buiten de Europese Unie zien we een sterke toename. Hetzelfde geldt voor personen met de Russische nationaliteit bij geboorte. Naast deze nieuwe migratie vanuit Oost-Europa groeien ook de traditionele migrantengroepen verder aan. Ook de instroom uit andere Afrikaanse landen, andere landen van Azië en landen van Zuid- en Centraal-Amerika kent een stijging. Enkel het aantal mensen uit Zuid-Europa daalt licht. Het aantal asielzoekers in Limburg blijft stabiel, het aantal erkenningen en regularisaties neemt toe. Ongeveer één op negen van de bijna tachtigduizend leerlingen die in Limburg in het basisonderwijs schoollopen, spreekt thuis een andere taal dan Nederlands. In het Limburgse gewoon secundair onderwijs is dat aandeel iets lager, namelijk 7,7%. De voorbije drie jaar steeg dat aandeel lichtjes, zowel in het basisonderwijs als in het gewoon secundair onderwijs. Personen die niet de Belgische nationaliteit hadden bij hun geboorte zijn ook in Limburg vaker werkzoekend dan personen die als Belg geboren worden. Maar sinds september 2010 begon het aantal werkzoekenden van allochtone origine er voor het eerst te dalen. Deze daling zette zich ook het voorbije jaar door, en volgt de tendens van de globale daling van het aantal werkzoekenden. Wel groeit het aantal werkzoekenden van de ex-oostbloklanden en de overige niet-europese landen (niet-maghreb). In vergelijking met december 2007 nam hun aantal met respectievelijk 45 en 91% toe, een toename die samengaat met de grotere migratie van deze groepen in diezelfde periode. Een aantal allochtone werkzoekenden blijft het echter moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Ze slepen de gevolgen van de economische crisis met zich mee. De economische crisis sloeg bij hen niet alleen eerder toe, maar ook harder. Belangrijke thema s voor PRIC Limburg in 2011 Het Provinciaal Integratiecentrum voerde in 2011 het onderzoek uit. Dat richt zich tot twee groepen van tien personen: tien personen die via huwelijksmigratie migreerden naar Limburg en tien personen die na regularisatie een nieuw leven begonnen in Limburg. Door interviews met deze nieuwe Limburgers krijgen regularisatie en huwelijksmigratie een menselijk gelaat: wie zijn de mensen achter de cijfers? Welke zorgen hebben ze? Hoe participeren ze aan de samenleving? Wat doen ze in hun vrije tijd? Welke toekomstperspectieven hebben ze? Taallessen alleen volstaan niet om het Nederlands onder de knie te krijgen. Zowel in opvoeding, onderwijs, vrije tijd als werk liggen kansen verscholen om bewust(er) om te gaan met de ontwikkeling van taalvaardigheid. Daarom organiseert het Provinciaal Integratiecentrum samen met Vormingplus Limburg gespreksgroepen. Met het project vriendentaal kunnen taalleerders elke week op een ongedwongen manier hun Nederlands oefenen. De provincie organiseerde op 20 oktober 2011 voor het eerst een Staten-Generaal rond taal, onder het motto Taal is van iedereen! Daarmee wil het Steunpunt Onderwijs ook op beleidsmatig en meer structureel niveau nadenken over het belang van taal en een goede ken-

54 Limburg 54 nis ervan. Als provinciale partner ging het PRIC mee op zoek naar manieren om, samen met onder meer anderstalige Limburgers, onderwijs, Kind&Gezin, het Huis van het Nederlands, vrijetijds- en werknemersorganisaties en gemeentes de provincie taalvaardiger te maken. Het Provinciaal Integratiecentrum ontwikkelde enkele nieuwe lessenpakketten voor het onderwijs. Zo werd het bestaande vormingsprogramma rond huwelijk en migratie aangevuld met een vormingsprogramma rond migratiegeschiedenis, en een vormingsprogramma over hoofddoeken en tulbanden. Een betere sociale cohesie tussen Limburgers van diverse herkomst, cultuur en godsdienst. Dat is de doelstelling van het subsidiereglement sociale cohesie van het Provinciaal Integratiecentrum. Verenigingen, organisaties en individuen kunnen subsidies aanvragen. Een geslaagd voorbeeld is het naailessenproject waarvoor KAV Limburg en Perspectief de handen in elkaar sloegen. Uit de praktijk Borstkankerpreventie zonder drempels Borstkanker is een ernstige en veel voorkomende ziekte. Verontrustend is dat allochtone vrouwen veel minder deelnemen aan preventieacties. De stedelijke integratiedienst van Lommel besloot daar samen met het provinciebestuur iets aan te doen. Een medische bus, een mammobiel, leek ons de beste manier om de vele drempels weg te nemen bij de allochtone vrouwen van 50-plus, zegt Goele Kerkhof, medewerker van de integratiedienst. Het grote voordeel van dit project is dat de vrouwen niet naar het diagnosecentrum hoeven. Het diagnosecentrum komt gewoon naar hen toe. Via een wervende en ook in het Turks vertaalde brief vernamen de buurtbewoners dat de mammobiel een week in hun wijk zou staan. Een afspraak maken was niet nodig. Bovendien zorgden de integratiedienst en de provincie voor een tolk. Achteraf kregen de vrouwen ook nog een geschenkentas. Opvallend was dat het vooral de allochtone vrouwen waren die naar de mammobiel kwamen. Inburgering Tendensen Het Onthaalbureau Inburgering Limburg ziet enkele opvallende trends bij de nieuwkomers in Limburg in Er kwamen minder Nederlanders in de provincie wonen dan voorheen. Mogelijk heeft dat te maken met de economische crisis. Er kwamen ook minder Turkse en Marokkaanse gezinsherenigers naar Limburg. Daar ziet het onthaalbureau een mogelijke invloed van de strengere wetgeving. Asielzoekers kregen in 2011 een groeiend aandeel bij de nieuwkomers in de provincie. Er is een toename bij Afghanen, Irakezen, West-Afrikanen. Andere vaststelling zijn nog: meer analfabeten bij de nieuwkomers; veel geregulariseerden, na de regularisatiecampagne, onder andere Russen en Indiërs; meer Oost-Europeanen dan vroeger: Polen, Roemenen, Russen, Kosovaren, Bulgaren Belangrijke thema s voor Inburgering Limburg in 2011 Voor het vak Maatschappelijke Oriëntatie (MO) ontwikkelde het Onthaalbureau Inburgering Limburg in 2011 een eigen aanpak voor verschillende doelgroepen. Er kwamen aparte groepen voor geregulariseerden, analfabeten, Roma en verschillende niveaus Nederlands Voor Trajectbegeleiding en MO zette de organisatie de Appreciative Inquiry -methode (AI of Waarderend Onderzoek ) in voor de begeleiding en de aanpak van de lessen. Het onthaalbureau dat in 2010 een vzw-statuut kreeg bouwde ook een eigen HR-beleid uit, eveneens met AI als uitgangspunt en met doorgedreven betrokkenheid van het personeel. Sociaal tolken en vertalen De Sociale Tolkendienst Limburg kreeg in 2011 nogal wat spontane aanmeldingen van kandidaat-sociaal

55 Limburg 55 Uit de praktijk Een job in uniform Brandweerman, politieambtenaar, penitentiair beambte, militair : het zijn beroepen die bij kansengroepen in Limburg nog niet voldoende bekend zijn. Het personeel is er nog onvoldoende een afspiegeling van de samenleving. Zo is in het Limburgse brandweerkorps slechts 0,3% van de werknemers van allochtone afkomst, en maken vrouwen er maar 1,3% van uit. Daarom sloegen politie, brandweer, defensie en het gevangeniswezen in het najaar van 2011 de handen in elkaar om hun jobs ook bij Limburgse allochtonen en bij vrouwen bekend te maken. Want een divers personeelsbestand kan de dienstverlening alleen maar verbeteren. Het project wil in de eerste plaats herkenbare beroepen met lage diplomavereisten en een aantrekkelijk statuut in de kijker zetten bij vrouwen, laaggeschoolden en allochtonen. Daartoe organiseerden de partners samen met het Provinciaal Integratiecentrum Limburg in totaal tien informatie-, test- en oriëntatiesessies. Bedoeling is dat iedereen vanuit zijn of haar eigen competenties maximale kansen krijgt. De sessies zijn gratis en staan voor iedereen open. Je krijgt er toelichting bij de verschillende beroepen en een voorbereiding op de eigenlijke selectieproeven. Wie deelneemt aan een oefentest kan bovendien instappen in voorbereidende modules op de echte selectieproeven voor een opleiding. tolken. Het heeft daarom geen actieve wervingsactie gedaan. Wel is de tolkendienst gericht gaan zoeken naar kandidaat-tolken voor de talen waarvoor dat dringend nodig was, namelijk Dari, Farsi en Standaard-Arabisch. Er werd gezocht bij de kandidaten die net niet slaagden voor de introductiecursussen van 2010 en 2011; bij kandidaten die zich ooit meldden maar nog niet deelnamen; bij de trainers van de cursus Mind-Spring van het Provinciaal Integratiecentrum; in het persoonlijk netwerk van de medewerkers. Voor hen organiseerde het een preselectietest Nederlands en een introductiecursus. Om hulp- en dienstverleners te wijzen op het tolkaanbod houdt de Sociaal Tolkendienst Limburg ieder jaar minstens drie infosessies voor alle organisaties. Telkens schrijft het alle contactpersonen van alle organisaties aan, ook organisaties waarvan medewerkers de infosessie eerder al volgden. Ook organisaties die slechts sporadisch tolken inzetten, worden aangesproken. Mogelijk zijn ze immers nog niet genoeg vertrouwd met de methodiek en mogelijkheden van sociaal tolken. In 2011 heeft de tolkendienst drie keer intervisies gehouden voor tolken, samen met de communicatiespecialist Luc VandeWalle. Nederlands voor anderstaligen Meer screening en testing NT2 In 2011 werkte het Huis van het Nederlands Limburg verder aan de niveaubepalingstoetsen voor de richtgraden 2.4, 3 en 4. De toetsenbatterij werd uitgebreid, zodat ook meer toetsen werden afgenomen in de antennes en loketten van het Huis. Van 76 in 2010 ging het al naar 539 in De screening wordt ook diepgaander. Het aantal Covaar - (Cognitieve Vaardigheden) en schrijftests neemt nog steeds toe. Taalpromotie en taalbeleid Met het project Bijt in je Vrije Tijd werkt HvN Limburg in Genk aan het taaltoegankelijk maken van het verenigingsleven. Het project geeft oefenkansen aan anderstaligen, om zo hun deelname aan het Nederlandstalig vrijetijdsleven te bevorderen. Dat was mogelijk dankzij expertise uit het Huis van het Nederlands Brussel en projectmiddelen van minister Bourgeois. Bij het bedrijf Galvapower en de vzw Alternatief begeleidde het Huis een taalbeleidsproces: er werd een analyseproces opgezet, dat de basis vormde voor aanbevelingen en acties. Ook voor het taalbeleid in beroepsopleidingen gaf het Huis ondersteuning, meer bepaald inzake taaltoegankelijkheid voor anderstaligen. Dat gebeurde via het EIF-project Taalondersteuning in beroepsopleidingen.

56 Limburg 56 Adressen Provinciaal Integratiecentrum Limburg Universiteitslaan Hasselt Tel: [email protected] Inburgering Limburg Universiteitslaan Hasselt Tel: [email protected] limburg.inburgering.be Sociale Tolkendienst Limburg Universiteitslaan Hasselt Tel.: [email protected] Huis van het Nederlands Limburg Universiteitslaan Hasselt tel.: [email protected] Lokale integratiediensten Er is een lokale integratiedienst in Lommel, Ham, Leopoldsburg, Beringen, Heusden-Zolder, Houthalen- Helchteren, Genk, Sint-Truiden, Hasselt, Maasmechelen, Dilsen-Stokkem Adressen: zie

57 Oost-Vlaanderen en Gent 57 Oost-Vlaanderen en Gent Cijfers Demografisch De provincie Oost-Vlaanderen heeft inwoners. Elf procent is van vreemde herkomst (tabel 34). Dat betekent dat hun oudste nationaliteit niet de Belgische is, of dat als ze nog bij hun ouders wonen de oudste nationaliteit van de moeder niet de Belgische is. Lichten we de cijfers voor de stad Gent eruit, dan stijgt het aandeel van personen van vreemde herkomst naar meer dan 25%. Als we enkel kijken naar de nationaliteit van de inwoners (tabel 35), dan telt de provincie Oost-Vlaanderen (Gent inbegrepen) 4,5% inwoners met een vreemde nationaliteit. In Gent hebben inwoners, of bijna 12% van de Gentenaars, een vreemde nationaliteit. Van de kinderen die in de provincie Oost-Vlaanderen in kansarm geboren werden, was 54,5% van vreemde herkomst (tabel 36). Kijk je alleen naar de stad Gent, dan gaat het om 71,8% van de kansarme kinderen. Tabel 34. Inwoners van vreemde herkomst in de provincie Oost-Vlaanderen (stad Gent inbegrepen), en in de stad Gent alleen, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst Provincie Oost-Vlaanderen ,0 Stad Gent ,4 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 35. Inwoners met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 in de provincie Oost-Vlaanderen (inclusief stad) en in de stad Gent alleen, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen Provincie Oost-Vlaanderen ,5 Stad Gent ,9 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 36. Kansarme geboorten naar herkomst van de moeder: gemiddelde in 2008, 2009 en 2010 % kansarme geboorten met moeder van Belgische herkomst % kansarme geboorten met moeder van vreemde herkomst % kansarme geboorten met herkomst moeder ONBEKEND Oost-Vlaanderen 40,6 54,5 4,9 Stad Gent 21,3 71,8 6,8 Vlaams Gewest 35,9 58,9 5,2 Bron: Kind & Gezin, bewerking SVR

58 Oost-Vlaanderen en Gent 58 Wat is het aandeel van mensen van vreemde herkomst bij de niet-werkende werkzoekenden (tabel 37)? In 2010 maakten ze in Oost-Vlaanderen (Gent inclusief) 27,2% uit van de niet-werkende werkzoekenden. In de stad Gent alleen bedroeg dat aandeel 44,4%. De herkomst van wordt hier bepaald aan de hand van de huidige en oudste nationaliteit van de persoon zelf. Met de (huidige of vorige) nationaliteit van de ouders wordt geen rekening gehouden. Tabel 37. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in 2010 totaal aantal NWWZ aantal NWWZ van vreemde herkomst % NWWZ van vreemde herkomst Oost-Vlaanderen, incl. Gent ,2 Stad Gent ,4 Vlaams Gewest ,1 Bron: VDAB Inburgering Provincie Oost-Vlaanderen De instroom van nieuwe inburgeraars in de provincie Oost-Vlaanderen stad Gent niet meegerekend daalde in 2011 met 5% ten opzichte van 2010, naar inburgeraars. Tien procent van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest stroomde in in Oost-Vlaanderen. Van de inburgeraars die in 2011 in Oost-Vlaanderen instroomden is 53% rechthebbend (2.130) en 43% verplicht (1.713). Van 4% (153) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het om een rechthebbende inburgeraar ging of niet. Inburgeraars uit Polen vormen de grootste nationaliteitengroep (15% of 612) bij de inburgeraars in Oost- Vlaanderen, gevolgd door de Nederlanders (9% of 360) (figuur 9). De instroom in Oost-Vlaanderen is het grootst in Sint- Niklaas (14% of 569) en in Aalst (10% of 404) inburgeraars (van wie 86% verplicht) tekenden een contract in Oost-Vlaanderen. Het aantal contracten lag in % hoger dan in Negen procent van alle contracten worden in Oost-Vlaanderen getekend (stad Gent niet meegerekend). Het aantal inburgeraars dat een attest behaalde in 2011 is met 27% gestegen tegenover inburgeraars behaalden een attest. Stad Gent De instroom van nieuwe inburgeraars in Gent steeg in 2011 met 9% ten opzichte van 2010 naar inburgeraars. 9% van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest stroomde in in Gent. Figuur 9: Instroom meerderjarige inburgeraars in Oost-Vlaanderen (zonder gent) naar nationaliteit 15% Polen 54% 6% 9% 6% Nederland Roemenië Marokko Bulgarije Turkije 5% Overige 5%

59 Oost-Vlaanderen en Gent 59 Figuur 10: Instroom meerderjarige inburgeraars in Gent naar nationaliteit 44% 5% 6% 7% 23% 7% 8% Bulgarije Nederland Turkije Polen Spanje Slowakije Overige In Gent stroomden voornamelijk rechthebbende inburgeraars in (72% of personen). 23% is verplicht (830) en van 5% (176) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het om een rechthebbende inburgeraar ging of niet. Gent kent sinds een aantal jaren een heel grote instroom van Bulgaren. In 2011 stroomden er 847 Bulgaren in, dat is 23% van de instroom in Gent (figuur 10). In Gent tekenden in inburgeraars (van wie 63% verplichte inburgeraar is) een inburgeringscontract. Dat is 8% minder dan in In Gent wordt 7% van alle contracten getekend. 928 inburgeraars behaalden in 2011 een inburgeringsattest. Dit is 26% meer dan in Toen ontvingen 735 inburgeraars het attest. De vertalingen bestonden uit 436 bladzijden informatieve vertalingen (brochures, reglementen, folders, ) en bladzijden officiële documenten (vertalingen van paspoorten, akten, diploma s, attesten, ). De Stad Gent departement Bevolking en Welzijn is met 73% de grootste aanvrager van vertalingen. Voor het sociaal tolken zijn de sectoren Gezondheid (28%), Gezin en Maatschappelijk welzijn (26%) en Onderwijs (24%) de grootste afnemers in Gent. Bij de gevraagde tolktalen zet de trend van 2010 zich door in 2011: er is een grote nood aan tolkuren voor Russisch (11%), Slovaaks (13%) en Bulgaars (17%). De grootste tolktaal in Gent blijft het Turks (35%). Door een tekort aan Bulgaarse tolken wordt Turks vaak gebruikt als contacttaal. Sociaal tolken en vertalen Gent Tolk- en Vertaalservice Gent presteerde in ,50 tolkuren en vertaalde bladzijden. Nederlands voor anderstaligen In 2011 kwamen er meer kandidaat-cursisten langs bij het HvN. Het aantal unieke aanmeldingen bij HvN Gent steeg van naar 9.355, bij HvN Oost-Vlaanderen van naar (tabel 38). Tabel 38. Aantal unieke aanmeldingen bij het HvN in Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Huis van het Nederlands Gent Vlaanderen en Brussel Bron: HvN/KBI

60 Oost-Vlaanderen en Gent 60 In dezelfde lijn steeg het aantal personen dat effectief een cursus volgde bij CVO en CBE ten opzichte van 2010 (tabel 39). Woonwagenterreinen De stad Gent telt 27 standplaatsen op een gemeentelijk residentieel woonwagenterrein, de rest van de provincie Oost-Vlaanderen 48 (tabel 40). De stad heeft ook een doortrekkersterrein met 25 standplaatsen. Tabel 39. Aantal cursisten CBE/CVO Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Huis van het Nederlands Gent Vlaanderen en Brussel Bron: HvN/KBI Tabel 40. Gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen in de provincie Oost-Vlaanderen en stad Gent (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Aalst - Hofstade Zijpstraat 13 Aalst - Bleekveld Bleekstraat 15 Dendermonde Bruynkaai 5 Wetteren Zuiderdijk Gent Vosmeers 27 Tabel 41. Doortrekkersterreinen in de provincie Oost-Vlaanderen en stad Gent (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Gent - Gentbrugge Driebeekstraat 25

61 Oost-Vlaanderen en Gent 61 Trends, thema s en realisaties Integratie in de provincie Oost-Vlaanderen Tendensen De voorbije jaren tekenen zich een paar opvallende trends af in de interculturele samenleving in Oost- Vlaanderen. 6 Een eerste is dat minderheden zich verder verspreiden over alle 65 Oost-Vlaamse gemeenten. Er is geen enkele gemeente die niet etnisch-cultureel divers is. Een tweede is dat de superdiversiteit toeneemt: in herkomstlanden, in statuten, in opleiding, in traumatische ervaringen in het herkomstland of de migratie, in migratiemotieven, enzovoort Ook specifiek op het vlak van migratie zijn er een paar markante ontwikkelingen. In de oostrand van Oost-Vlaanderen, van Denderleeuw over Geraardsbergen en Ninove tot Aalst, groeit de instroom. Het begon met een instroom vanuit Brussel. Veelal Franstalige allochtonen met de Belgische nationaliteit lieten de grootstad achter zich en zochten een betaalbare koopwoning in de steden en gemeenten in de oostrand, met een gemakkelijke verbinding van en naar Brussel. Zo ontstaan daar nu bijvoorbeeld Afrikaanse gemeenschappen (herkomstlanden Congo en Angola). Europese migranten van dezelfde herkomst sluiten zich daar dan aan, uit Nederland maar recent ook uit andere Europese landen. Door huwelijksmigratie groeien deze gemeenschappen verder aan. Scholen die voordien nauwelijks allochtone leerlingen hadden, halen nu soms verhoudingen van één op drie. Dat vraagt om wendbaarheid in de aanpak. De intra-europese migratie is ook elders in de provincie merkbaar. Zeker in Gent waar een aanzienlijk aantal Roma zich vestigt maar ook in andere gemeenten. Zo trekken gemeenten met een relatief grote Turkse gemeenschap Turkstalige Bulgaarse migranten aan. In Zele bijvoorbeeld kunnen die snel aan de slag in de ondernemingen voor grondwerken die in handen zijn van aannemers van Turkse herkomst. Deze nieuwe migranten willen een langdurig verblijf en kunnen dat realiseren op basis van die tewerkstelling. De gemeenschap van Kosovaarse Roma in het Waasland groeide verder aan en verbleef tot voor kort voornamelijk in Sint-Niklaas en Temse. Nu verspreidt deze bevolkingsroep zich ook meer in de naburige gemeenten. Deze ontwikkelingen zijn uitvoerig omschreven in Identiteit: Oost-Vlaming etnisch-culturele diversiteit in onze provincie, een uitgave van het provinciebestuur Oost- Vlaanderen, ODiCe en Intercultureel Netwerk Gent. Belangrijke thema s van Oost-Vlaams integratiecentrum ODiCe in 2011 Integratiebeleid De laatst bijgekomen lokale integratiedienst was die van Denderleeuw. Die draait ondertussen op kruissnelheid. In 2011 deden zowel Ninove als Geraardsbergen een beroep op een starttoelage om werk te maken van de oprichting van een eigen dienst. Daarbij konden ze rekenen op de ondersteuning van ODiCe. Ze sluiten onder meer aan bij het zeswekelijks integratiedienstenoverleg. ODiCe kon met een tijdelijke tewerkstelling een aanzet geven voor het secundair inburgeringsbeleid in een aantal gemeenten met een integratiedienst. In Oost-Vlaanderen wordt Maatschappelijke Oriëntatie in het primaire inburgeringstraject centraal in Gent gegeven. De band met de lokale situatie is dus niet altijd vanzelf te leggen in die lessen. Daarom ondersteunt ODiCe de integratiediensten om er ter plaatse een vervolg aan te geven, of een aanvulling terwijl het primaire traject loopt. Een belangrijke voorwaarde is een stevig lokaal netwerk van integratiediensten, trajectbegeleiders en lokale organisaties die een bijdrage willen leveren. ODiCe is daarvan de gangmaker. Verder introduceert OdiCe het project Toeleiders : ex-nieuwkomers in een artikel 60-statuut 7 helpen nieuwkomers op weg in hun eigen gemeente. In Aalst is het project gestart en de voorbereidingen zijn getroffen in Lokeren en Ronse. ODiCe werkt samen met enkele gemeenten ook een lokale sociale wandeling met nieuwkomers uit (zie ook pagina 64). 6 De Stad Gent behandelen we apart op blz Tewerkstelling door het OCMW volgens de voorwaarden van artikel 60 7 van de OCMW-wet.

62 Oost-Vlaanderen en Gent 62 Uit de praktijk Gent stemt werking af op migratie uit nieuwe EU-landen In Gent is er een groeiende groep inwoners afkomstig uit de nieuwe EU-landen. Het integratiecentrum Intercultureel Netwerk Gent (ING vzw) en de stedelijke integratiedienst stemmen hun werking af op die nieuwe groepen. ING vzw werkt aan het informeren en sensibiliseren over opvoeding en onderwijs. Het organiseerde negen informatiemomenten voor Bulgaarse, Slowaakse en Roemeense ouders in verschillende Gentse wijken. Dat deed het samen met Steunpunt Leerrechtleerplicht, het CLB en onthaalbureau Kom-pas. In de kijker: het belang van naar school gaan, de structuur van het onderwijs, inschrijvingen en spijbelen. Er kwamen honderddertien ouders luisteren. Nog meer interesse was er van Bulgaarse, Slowaakse of andere Oost-Europese Gentenaars voor de sessies over opvoedingsondersteuning. Vijfendertig sessies organiseerde ING vzw zo, met in totaal 189 deelnemers. Voor vrijwilligers en professionals was er Roma in het Gentse onderwijs een vorming met praktijkuitwisseling. Ze werd gezamenlijk georganiseerd door ING vzw, Kom-Pas en de stedelijke integratiedienst en kreeg veel positieve reacties. Vijf nieuwe vormingsmomenten zijn al gepland. Ervaringen uitwisselen over de aanpak van spijbelen kan dan weer op het Scholenoverleg Roma en onderwijs. ING vzw zit dat overleg voor, met de bedoeling acties naar de doelgroep of beleid onderling af te stemmen. De stad startte met een Permanent Overleg Comité rond intra-europese migratie (IEM). Daarin stemmen OCMW en stadsdiensten hun beleid en acties voor Oost-Europese nieuwkomers op elkaar af: onder meer de Bevolkingsdienst, de Integratiedienst, Internationale Samenwerking en de Politiezone Gent. Daarnaast zette Gent een werking op met IEM-consulenten om overlastdossiers en samenlevingsproblemen aan te pakken die verband houden met Intra- Europese migratie. De consulenten vertrekken van klachten van buurtbewoners, meestal over kraken en afval. Ze brengen een huisbezoek bij de klager en bij de familie waarover geklaagd wordt. Samen met de bevoegde diensten bekijken ze wat er gedaan kan worden. Bij klachten over afval wordt bijvoorbeeld nauw samengewerkt met de Dienst Gemeenschapswachten, IVAGO (de intercommunale voor afvalbeheer) en de Dienst Milieutoezicht. In het Waasland was ODiCe gangmaker voor een intergemeentelijk tewerkstellingsproject van drie OCMW s Sint-Niklaas, Temse en Beveren dat in 2012 uitgevoerd wordt. Een Romaveldwerker kan aan de slag bij de vrijwilligersorganisatie VLOS (Vluchtelingen Ondersteuning Sint-Niklaas), met middelen van het provinciebestuur. De islamitische gemeenschappen konden ook in 2011 rekenen op ondersteuning bij hun organisatieontwikkeling. De lokale besturen kregen informatie over de rol die ze kunnen spelen bij vragen vanuit deze gemeenschappen: bijvoorbeeld over de organisatie van het Offerfeest, islamitische begraafpercelen, erkenning van de geloofsgemeenschappen. Waar wenselijk brengt ODiCe de lokale beleidsmensen en woordvoerders van de islamitische gemeenschappen samen voor overleg. Zo werd in Wetteren een nieuwe moskee opgericht. In 2011 onderzocht ODiCe samen met Samenlevingsopbouw en met de steun van het provinciebestuur de leefsituatie van woonwagenbewoners die niet op reguliere residentiële terreinen wonen. Het team Rechtspositie van ODiCe bood zeer gewaardeerde vormingen aan en was ter beschikking voor allerlei vragen over verblijfsrecht en, vanuit het Oriëntatiepunt gezondheidszorg (met middelen van het provinciebestuur), over de terugbetaalbaarheid van gezondheidszorg. In Dendermonde ondersteunde ODiCe de bevolkingsdienst om de opgedane kennis in de praktijk te integreren. Die mogelijkheid wil het in de toekomst ook op andere plaatsen aanbieden.

63 Oost-Vlaanderen en Gent 63 Interculturaliseren ODiCe zet in zijn meerjarenplan maximaal in op onderwijs. In meer dan tien kleuterscholen in zeven verschillende gemeenten bood het het ouderparticipatieproject Thuis op School aan. Het schoolteam brengt de ouders samen voor een educatief programma over ouderbetrokkenheid, met een grondig uitgewerkt vormingspakket en de steun van projectmedewerkers. In het mentor- en menteeproject M&M krijgen leerlingen uit een eerste graad als coach leerlingen uit de derde graad secundair onderwijs. Voor dat project werkt ODiCe vooral samen met scholen die een richting 1B aanbieden waarin kinderen met een migratieachtergrond aanwezig zijn. Het project laat mooie resultaten zien bij zowel de mentoren als de mentees, bijvoorbeeld in het verminderen van het spijbelgedrag van de mentees. M&M werd zevenmaal uitgevoerd in zes secundaire scholen in vijf verschillende gemeenten. Het taalbeleid is voor steeds meer scholen een topprioriteit, onder meer voor de scholen in gemeenten die voor het eerst met een grotere etnisch-culturele diversiteit te maken krijgen en dus ook met meertaligheid. Een procesbegeleider bekwaamde zich in 2011 in dat thema en begeleidt trajecten in Oudenaarde. Dat aanbod wordt nu verder uitgebreid. ODiCe leverde procesmatige begeleiding in CAW s en seniorenvoorzieningen. Het Mind Spring-project kwam in 2011 op kruissnelheid. Het biedt psycho-educatie aan vluchtelingen, in een duo van een ervaringsdeskundige en een reguliere hulpverlener. In Oost-Vlaanderen kon ODiCe twaalf zulke cursussen aanbieden. Het project ging een volgende fase in door een subsidietoezegging van het Europees Vluchtelingenfonds, een engagement van Fedasil om het op te nemen in het gezondheidszorgaanbod, de uitbreiding naar West-Vlaanderen en een groeiende samenwerking met het algemeen welzijnswerk en de geestelijke gezondheidszorg. De ervaringen werden met het brede werkveld gedeeld op een druk bijgewoonde studiedag. In drie gemeenten ondersteunde ODiCe de interlevensbeschouwelijke dialoog. Het bood een ontmoetingsproject voor vrouwen aan in twee gemeenten. Vrouwen leerden fotograferen, legden de overgangsrituelen uit hun eigen gemeenschappen vast en deelden dat met elkaar in Koffieklik. In zeven gemeenten liep het wekelijks ontmoetingsaanbod Babbelonië, dat ODiCe coördineert en ondersteunt in samenwerking met Vormingplus en Samenlevingsopbouw. Babbelonië wordt nu al uitgevoerd in Aalst, Denderleeuw, Dendermonde, Destelbergen, Lokeren, Ronse, Temse en Wetteren. De basis is in 2011 gelegd voor een creatief, interactief aanbod voor secundaire scholen om het samenleven in etnisch-culturele diversiteit in de klas te verbeteren door jongeren uit te nodigen om na te denken over identiteit. Tientallen jongeren en deskundigen werden geïnterviewd en dat beeldmateriaal wordt nu ontsloten, in samenwerking met de sociaalartistieke werkplaats Victoria Deluxe. Verschillende beroepsgroepen volgden de basisvorming interculturele competentie, onder meer de gemeenschapswachten van Oost- en West-Vlaanderen (in samenwerking met de Oost-Vlaamse Bestuursacademie), politieambtenaren, leerkrachten, maatschappelijk werkers van Bond Moyson Oost-Vlaanderen, zorgkundigen en verzorgenden. Ook scholen en organisaties deden een beroep op ODiCe voor vormingen op maat over interculturele vaardigheden. Integratie in stad Gent In Gent is er nog steeds een grote instroom van nieuwe EU-burgers, vooral Bulgaren en Slowaken, onder wie veel Roma. Het aandeel van mensen in armoede stijgt, en die armoede wordt alsmaar gekleurder. Integratiecentrum Intercultureel Netwerk Gent (ING vzw) werkte in 2011 onder meer aan procesbegeleiding interculturalisering en aan vorming bij welzijnsorganisaties en in het onderwijs. Een ander prioritair thema was de sociale cohesie in wijken van Gent. ING vzw tekende met twee andere Gentse organisaties ook met succes in op het Managers van Diversiteit-project Samen inburgeren. Dat koppelt vrijwilligers ( inburgeringscoaches ) aan inburgeraars voor een kennismaking met de Gentse samenleving. ING vzw gaf ook zelf vorming aan doelgroepen (via

64 Oost-Vlaanderen en Gent 64 een convenant met de Stad Gent). Er waren sessies over onderwijs en opvoeding, vooral voor nieuwe EUburgers, maar ook voor Turkse mensen. Voor mensen zonder wettig verblijf en nieuwe EU-burgers waren er sessies Samenleven en Oriënteren. Inburgering Oost-Vlaanderen Tendensen Kleinere instroom, stijgend aantal contracten Over heel Vlaanderen stabiliseerde de algemene instroom van inburgeraars zich, maar in Oost-Vlaanderen (Gent niet meegerekend) werd in 2011 een daling vastgesteld van een grote 5%. Het aantal contracten zat er wel in een verdere stijgende lijn. Door de hoge werkdruk in 2010 besliste Inburgering Oost-Vlaanderen een tijdelijke wervingsstop in te voeren. Ondertussen is de vertraging ingehaald en zit de werving in Oost-Vlaanderen al geruime tijd opnieuw op kruissnelheid. Maar een groot deel van de potentiële inburgeraars startte het inburgeringsprogramma dus wat later dan oorspronkelijk gepland, en tekende pas een contract in Dat kan impliceren dat het aantal inburgeringscontracten de laatste twee jaren in feite stabiel is gebleven, maar dat het in de cijfers niet zichtbaar is. Door grote aantal contracten is ook het aantal cursisten Maatschappelijke Oriëntatie sterk gestegen in Om zoveel mogelijk achterstand te vermijden, zijn voortdurend extra cursussen georganiseerd om vlottere en kortere primaire inburgeringstrajecten te garanderen. Uit de praktijk Op sleeptouw langs de stadsdiensten Spelotheek? Dienst Vrije tijd? Woonwinkel? De namen doen bij nieuwkomers niet altijd een belletje rinkelen. Daarom organiseert de Dienst Integratie van de stad Lokeren lokale rondleidingen. Een Nederlandstalige gids van de dienst Toerisme neemt een twintigtal nieuwkomers op sleeptouw langs stadsdiensten in Lokeren. Trajectbegeleiders van Inburgering Oost-Vlaanderen maken inburgeraars warm voor die rondleidingen. De inburgeraars bepalen mee wat er op het programma staat. Het programma start bijvoorbeeld in het stadhuis, met een bezoek aan het historische gedeelte en aan de trouwzaal. Van daaruit gaat het naar de bibliotheek, de kinderopvang en de sporthal. Ook een museum behoort tot de mogelijkheden. Telkens krijgen de nieuwkomers uitleg van een medewerker van de bezochte dienst. Zo hebben ze meteen een bekend gezicht en een aanspreekpunt bij een volgend bezoek. Trajectbegeleiders gaan ook minstens één keer mee op stap. Zelfs de schepen van integratie was al van de partij. Afsluiten gebeurt met een drankje in het ontmoetingshuis Moazart, thuisbasis van de dienst Samenlevingsopbouw en van de interculturele ontmoetingsgroep Babbelonië. Minder diplomadossiers door een gecentraliseerde aanpak In 2011 heeft Inburgering Oost-Vlaanderen de helft minder dossiers in het kader van diplomawaardering opgestart dan het jaar daarvoor. Dat heeft te maken met een betere afstemming tussen de trajectbegeleiders voor de opvolging van die dossiers. Sinds begin 2011 zijn de diplomadossiers van alle cliënten gecentraliseerd bij een gespecialiseerde trajectbegeleider die daarvoor vrijgesteld is. Door die gecentraliseerde aanpak worden de dossiers niet alleen objectiever en efficiënter behandeld, er wordt ook eenduidiger bepaald of er wel een dossier opgestart moet worden. Belangrijke thema s voor Inburgering Oost-Vlaanderen in 2011 Door een combinatie van dalende subsidies en een groeiend aantal inburgeraars, moest Inburgering Oost-Vlaanderen in 2010 een interne reorganisatie doorvoeren. Het grootste aandachtspunt voor 2011 was dan ook de heroriëntering van de interne werking en de uitvoering van de noodzakelijke veranderingen die in 2010 al uitgetekend waren.

65 Oost-Vlaanderen en Gent 65 Verder uitbouwen loketwerking in samenwerking met lokale actoren Inburgering Oost-Vlaanderen was de voorbije jaren al op zeventien plaatsen aanwezig: vijf vestigingen in grotere steden en kleine loketten in twaalf andere steden. In die laatste deed het voornamelijk aanmeldingen en korte opvolgingen van trajecten. In 2011 is de focus verlegd naar een nog betere lokale bereikbaarheid en een grotere garantie voor volwaardige dienstverlening. Op alle locaties is het nu mogelijk volledige trajecten op te volgen zodat er een gelijkwaardige dienstverlening is voor alle inburgeraars. Inburgeraars kunnen nu sneller een beroep doen op een laagdrempelige dienstverlening. De meeste gesprekken gebeuren op afspraak, wat de efficiëntie en de kwaliteit ten goede komt. Teamdag voor alle medewerkers Sinds de reorganisatie zijn alle medewerkers van Inburgering Oost-Vlaanderen één keer per week aanwezig in Gent. Alle interne vormingen en overlegmomenten worden op die teamdag gepland. Zo kan de inhoud van de Oost-Vlaamse trajectbegeleiding beter afgestemd worden. De centrale aansturing door de coördinatoren trajectbegeleiding draagt bij aan de gelijkwaardige dienstverlening in elk van de zeventien loketten in Oost-Vlaanderen. Het wordt ook mogelijk een geïntegreerde werking tussen de trajectbegeleiders en de leerkrachten Maatschappelijke Oriëntatie uit te werken. Beiden werken immers met dezelfde cliënten aan dezelfde doelstellingen, dus is het belangrijk dat er voldoende afstemming is. Informatie-uitwisseling is noodzakelijk om de lessen zo gepersonaliseerd mogelijk te maken, maar evengoed om op goede praktijken of heikele punten sneller in te spelen. De samenwerking kan ook de motivatie van de cliënten in het verdere verloop van hun traject verhogen. Professionalisering Maatschappelijke Oriëntatie In het najaar van 2010 is Inburgering Oost-Vlaanderen gestart met een leertraject voor de leerkrachten Maatschappelijke Oriëntatie. De leerkrachten worden ook voortdurend intern pedagogisch opgevolgd om hun lessen blijvend te verbeteren. Op basis van de positieve feedback van de inspectie Maatschappelijke Oriëntatie in 2011, zijn de praktijken diepgaander en verder opgevoerd. Professionalisering trajectbegeleiding Inburgering Oost-Vlaanderen heeft een proces voor en met de trajectbegeleiders opgestart om algemene competenties in kaart te brengen. Dat mondde uit in een op maat gemaakt persoonlijk ontwikkelingsplan voor elke trajectbegeleider, waar vormingsmogelijkheden aan gekoppeld worden. Met coaching, vorming, veelvuldige uitwisseling en casusbesprekingen op de wekelijkse teamdag, wordt er hard gewerkt aan de professionaliseringsgraad van de trajectbegeleider. De organisatie bewaakt voortdurend de verdere ontwikkelingen van dit proces. Stad Gent Tendensen In Gent blijft een belangrijke trend de instroom van Bulgaren, in de stad en bij Inburgering Gent. Bulgaren zijn er de grootste groep. Van de Bulgaren in Vlaanderen woont meer dan de helft in Gent. In 2011 stroomden 877 Bulgaren in bij Onthaalbureau Kom-Pas Gent (volwassenen). Het gaat voornamelijk over werknemers-zelfstandigen uit de EU+ (300) en gezinsherenigers met EU+ echtgenoot (183). Driehonderdvijftig Bulgaren meldden zich aan bij Kom-Pas. Er is vooral een daling vanaf oktober. De doorverwijzing van het OCMW in het kader van de samenwerking rond nieuwe EU-burgers daalde vanaf juli met 50%. De doorverwijzing in het kader van het protocol is vrijwel volledig tot 0 teruggebracht. Daardoor daalde het aantal afgesloten contracten naar 271. Belangrijke thema s voor Onthaalbureau Kom-Pas in 2011 Kom-Pas Gent besliste te focussen op werving. Niet alleen vanwege de daling van de Bulgaarse rechthebbende doelgroep, ook omdat het een zeventigtal verplichte Turkse nieuwkomers niet bereikte. Omdat de Bulgaarse nieuwkomers niet onder de verplichting vielen en de grootste groep uitmaken, werd de focus daar gelegd. Er kwamen initiatieven die de Bulgaarse gemeenschap meer in contact moest brengen met Kom-Pas. Als eerste stap werd een Bulgaars feest georganiseerd. Later ondersteunden het onthaalbureau de oprichting van een Bulgaarse Vereni-

66 Oost-Vlaanderen en Gent 66 ging in Gent (de eerste zelforganisatie van Bulgaren in Gent) waardoor het nu een permanent aanspreekpunt heeft om inburgering kenbaar te maken en te promoten. Daarnaast werd een affiche ontwikkeld die de Turkse gemeenschap (maar ook vele Turkssprekende Bulgaren) informeert over het bestaan van inburgering. Sociaal tolken en vertalen Tolk- en Vertaalservice Oost-Vlaanderen Sociaal tolk- en vertaaldiensten worden steeds meer gezien als een instrument binnen een diversiteitsbeleid, inclusief denken en klantvriendelijkheid van een organisatie. Dat is een belangrijke tendens. Ook de gebruikers zijn er steeds meer van overtuigd dat het belangrijk is een goede gecertificeerde tolk en vertaler in te zetten. Naarmate ze zelf meer tolken inzetten, merken ze ook het verschil tussen een gecertificeerde tolk en een gelegenheidstolk. Er is nood aan een uitgebreider register vertalers en tolken. Vaak worden tolken gevraagd voor talen waarvoor er geen tolken, laat staan gecertificeerde tolken, ter beschikking zijn, bijvoorbeeld Pashtu, Dari, Farsi, Arabisch en Berbers. Voor die knelpunttalen worden voorlopig niet-gecertificeerde tolken ingezet die wel al het traject doorlopen hebben om een certificaat te behalen. Er wordt veel tijd gestoken in het contacteren van kandidaat-tolken en vertalers uit het register. Vaak ook haken tolken af om emotionele of financiële redenen. Want tolken in de hulpverleningssector en geestelijke gezondheidszorg is vaak belastend, en de verloning is vaak laag. Begeleiding van sociaal tolken en intervisie is daarom heel belangrijk. Bij sociaal vertalers ligt het aantal afhakers veel lager dan bij sociaal tolken. Bij de sociaal vertaaldienst valt op dat onthaalbureaus in het kader van trajectbegeleidingen veel vertalingen van diploma s en getuigschriften naar het Nederlands aanvragen. Uit de praktijk Kleuters gaan op taalstage Kleuters die thuis geen Nederlands spreken, lopen in de lange zomervakantie vaak een taalachterstand op. Om de overgang naar het eerste leerjaar toch soepel te laten verlopen, organiseert de Dienst Samenleving van Sint-Niklaas al vijf jaar een taalstage voor een veertigtal kleuters. Hoe gaat het in zijn werk? Karine Kiekens, coördinator: De tien Sint-Niklase scholen met de meeste anderstalige of kansarme leerlingen ( GOK-leerlingen ) doen mee. Zij bekijken eerst welke kleuters in aanmerking komen. De leerkrachten gaan dan praten met de ouders. Die beslissen uiteindelijk of ze hun kind inschrijven. Opvallend is dat de meeste ouders heel positief reageren, ondanks het inschrijvingsgeld van 30 euro. De deelnemende kleuters zijn van heel diverse origine. De bedoeling van de taalstage, die twee weken duurt, is dat de kinderen al spelend Nederlands leren. Het moet plezant zijn. Kiekens: Stagiairs van de Arteveldehogeschool Gent zorgen voor taalspelletjes in de klas, maar trekken er ook op uit met de kleuters. Naar een museum of bibliotheek bijvoorbeeld, waar ze een rondleiding krijgen. Of ze mogen eens op een politiemotor zitten. Zo zijn ze op een leuke manier bezig met taal. Ook in de tweede week is taal geen doel op zich, maar een manier om te ontdekken. Want daar gaat het volgens Kiekens om: In de stedelijke academies kunnen de kleuters die week kennismaken met muziek, woord, dans en beeldende kunst. Ook kleuters met Nederlands als moedertaal kunnen zich voor die activiteit inschrijven. Zo ontstaat ook weer een taalbad. Tolk- en Vertaalservice Gent (TVGent) TVGent bestond in 2011 tien jaar (zie ook pagina 67). De Gentse sociaal tolk- en vertaaldienst bestaat uit 23 personeelsleden, waarvan 11 tolken of vertalers. Daarnaast doet TVGent ook dagelijks een beroep op een zestigtal zelfstandige sociaal tolken en een vijftigtal zelfstandige sociaal vertalers.

67 Oost-Vlaanderen en Gent 67 In 2011 hebben 110 nieuwe kandidaat-tolken of vertalers zich bij TVGent aangemeld. Ze werden geïnformeerd, geadviseerd en, indien nodig, doorverwezen naar de Centrale Ondersteuningscel voor Sociaal tolken en vertalen (COC), waar ze zich konden inschrijven voor de opleidingen. De dienst geeft interne vormingen, zodat alle medewerkers permanente bijscholing krijgen. In 2011 werden zo de vertalingen uitgewisseld van familiebanden in de verschillende talen ( oom heeft bijvoorbeeld verschillende vertalingen). Organisaties en enkele specifieke afnemers zijn uitgenodigd om hun werking toe te lichten voor de tolken. Aan bod kwam bijvoorbeeld het tolken op de afdeling Low Vision (slechtziendheid) van UZ Gent, het project Alternatieve Sancties, de werking van Kind & Gezin, en de bezoekruimte van het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk waar (groot)ouders en kinderen elkaar kunnen ontmoeten als een zelfstandige omgangsregeling niet mogelijk is. Ook ook de diensten Burenbemiddeling, het Collectief Anticonceptie en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling kwamen hun werking uitleggen aan alle medewerkers. Door die vormingen krijgen de tolken extra input om terminologielijsten aan te leggen (lijsten met vakjargon). Tolken komen in hun dagelijks werk in aanraking met diverse leefomstandigheden of gebeurtenissen van cliënten van onze afnemers. Dat kan wegen op hun psychische draagkracht. Tolken is ook een solojob: de tolk is steeds alleen op de baan. Om dat een plaats te kunnen geven en om te kunnen uitwisselen met collega s binnen de krijtlijnen van de deontologische code van tolken en vertalers, bestaat de methodiek van intervisie. TVGent organiseerde in 2011 twee intervisies voor de tolken, begeleid door een extern expert. Ook aan de afnemers gaf TVGent vorming: de vier vormingen Werken met tolken voor de Gentse maatschappelijke voorzieningen hadden in totaal 57 deelnemers. Tot slot organiseert TVGent elf screenings op vraag van organisaties met het oog op aanwerving van een intercultureel medewerker, bemiddelaar, brugfiguur... Daarbij wordt de kennis van de vreemde taal en de deontologische vaardigheden getest. Nederlands voor anderstaligen Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Kwaliteitsverhoging dienstverlening Het HvN Oost-Vlaanderen is in 2011 binnen zijn team gestart met werkgroepen die zich buigen over thema s die direct in verband staan met de basiswerking en dienstverlening. De bedoeling is de expertise die bij de collega s aanwezig is te delen en te versterken. Uit de praktijk Trefdag Meertaligheid in de stad In Gent zijn steeds meer talen te horen, en het ziet er niet naar uit dat dat een voorbijgaand fenomeen is. Meertaligheid zorgt ook vaak voor discussies over een eentalig beleid in gezondheidszorg, administratie, onderwijs, tewerkstelling,... Naar aanleiding van zijn tienjarig bestaan organiseerde Tolk- en Vertaalservice Gent daarom een trefdag over meertaligheid in de stad. Zo n tweehonderd mensen namen deel aan workshops over toegankelijk en rechtlijnig taalgebruik, taalwetgeving in de praktijk en taalbeleid in de organisatie, en aan een plenaire discussie over meertaligheid in de stad. Met voorbeelden uit onderwijs en hulp- en dienstverlening in de hand bekeken sociolinguïsten Piet Van Avermaet en Stef Slembrouck (UGent) de verborgen problemen, onbedoelde effecten, uitdagingen en mogelijkheden, en vooral: de kansen voor de toekomst. Verschillende sprekers toonden aan dat het sociaal tolken en vertalen heel belangrijk is voor toegankelijkheid, voor gelijke kansen en om aan iedereen in de stad goede hulp- en dienstverlening te kunnen geven. Tolken leggen een communicatiebrug. De sociaal tolken en vertalers torsen daarbij een zware verantwoordelijkheid: ze hebben een deontologische code, waarin geheimhoudingsplicht, onpartijdigheid, professionalisme, en een objectieve, volledige en getrouwe weergave centraal staat.

68 Oost-Vlaanderen en Gent 68 Taalpromotie en taalbeleid HvN Oost-Vlaanderen lanceerde het project Taalmix. Via de website kunnen mensen een taalvriend vinden: iemand uit hun streek die hun interesses deelt. Anderstaligen met minstens een basiskennis Nederlands kunnen met hun taalvriend hun Nederlands oefenen in een reële situatie. Nederlandstaligen kunnen het Nederlands van anderstaligen helpen verbeteren en hun eigen talenkennis bijspijkeren. Voor de ontwikkeling van de website kon het HvN Oost-Vlaanderen rekenen op de expertise van het HvN Brussel. Zij maakten eerder de website Patati Patata, waarop de Taalmix-website gebaseerd is. In het voorbije werkjaar startten HvN Oost-Vlaanderen en VDAB met enkele experimenten om de effectieve opkomst van anderstalige VDAB-cliënten bij de start van een NT2-cursus te verhogen. Dat blijkt vooral nuttig als er een zekere wachttijd is tussen een eerste aanmelding bij HvN en de start van de cursus. Vraag en aanbod afstemmen Het aanbod aan NT2-lessen lijkt in Gent voor het eerst gelijke tred te houden met de vraag. Tot vorig jaar konden de twee Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO s) zonder problemen bijkomende cursussen inrichten als bleek dat het aanbod ontoereikend was. In 2011 zat HvN Gent op de limiet van de capaciteit van het aanbod, maar wachtlijsten zijn er nog niet. Een belangrijke troef is dat het HvN de inschrijvingen verzorgt voor het CVO. Zo heeft het een accuraat en up to date zicht op de vrije plaatsen en eventuele knelpunten. Door die intense samenwerking kan het beschikbare aanbod optimaal benut worden. Bij het Centrum voor Basiseducatie was er tot vorig jaar sprake van wachtlijsten. Bij een bevraging in september 2011 zag het ernaar uit dat daar hetzelfde beeld komt als bij de CVO s: een volzet aanbod, maar geen noemenswaardige wachtlijsten. Het aanbod is dus voldoende groot om de nieuwe instroom te bedienen. Huis van het Nederlands Gent Kwaliteitsverhoging dienstverlening De belangrijkste realisatie van 2011 was de opening van het kinderdagverblijf Villa Kakelbont, een samenwerking met het onthaalbureau Inburgering Gent en de dienst voor opvanggezinnen Partena. De steun van de stad Gent was onontbeerlijk voor de realisatie van dit project. Twee jaar geleden had het HvN nog een wachtlijst van tweehonderdvijftig cursisten die niet konden starten door het gebrek aan kinderopvang. Nu is die wachtlijst op korte tijd gedaald tot een vijftigtal. Twee jaar voordien had elke aanbieder nog verschillende niveautests. Nu is er één testbatterij die door alle Gentse aanbieders wordt gebruikt. Het HvN vormt nu een belangrijke schakel in het proces van competentie ontwikkeling en kwaliteitsbewaking over de centra heen. Het OCMW wil graag kunnen volgen hoe het NT2- traject van zijn cliënten vordert. Het lokale opvolgingssysteem van OCMW-cliënten is bijgestuurd, zodat een goede informatie-uitwisseling met het OCMW gegarandeerd is. Ook de inhoudelijke afspraken over die opvolging hebben vorm gekregen. Taalpromotie en taalbeleid Via het project Bijt in je Vrije Tijd werkt HvN Gent aan een taaltoegankelijk verenigingsleven. Er worden oefenkansen gecreëerd voor anderstaligen en de deelname van anderstaligen aan het Nederlandstalig vrijetijdsleven wordt bevorderd. Dat is mogelijk gemaakt door de overdracht van expertise uit HvN Brussel naar alle andere HvN, en door de projectmiddelen van minister Bourgeois. Er is volop ingezet op oefenkansen buiten de lessen. De conversatiegroepen met vrijwilligers hebben een autonome dynamiek gekregen. Het HvN Gent heeft ook de eerste taalbeleidsprojecten vorm gegeven, met een aantal samenwerkingsverbanden met werkgevers die willen werken aan de taalkennis van hun werknemers.

69 Oost-Vlaanderen en Gent 69 Adressen Intercultureel Netwerk Gent Koopvaardijlaan Gent Tel: [email protected] ODICe - Oost-Vlaams Diversiteitscentrum Dok Noord 4, d Gent Tel: [email protected] Inburgering Gent Kongostraat Gent Tel: 09/ gent.inburgering.be [email protected] Inburgering Oost-Vlaanderen Elfjulistraat 39 C 9000 Gent Tel: 09/ oostvlaanderen.inburgering.be [email protected] Tolk- en Vertaalservice Provincie Oost-Vlaanderen, dienst Maatschappelijke Participatie - team insluiting en diversiteit, Provinciaal Administratief Centrum Woodrow Wilsonplein Gent Tel.: Fax: kansen/minderheden/projecten/vertaaltolk_dienst/index.cfm [email protected] Tolk- & Vertaalservice Gent (TVGent) Wolterslaan Gent Tel.: Fax: [email protected] Huis van het Nederlands Gent Casa Mundi-gebouw Kongostraat Gent tel.: 09/ [email protected] Huis van het Nederlands Oost-Vlaanderen Meuleschettestraat Aalst tel.: 053/ [email protected] Lokale integratiediensten Er is een lokale integratiedienst in Gent, Lokeren, Sint-Niklaas, Temse, Zele, Aalst, Denderleeuw en Ronse. De gemeenten Ninove en Geraardsbergen starten momenteel een integratiedienst op. Adressen: zie

70 Vlaams-Brabant 70 Vlaams-Brabant Cijfers Demografisch Van de inwoners van Vlaams-Brabant was begin ,2% van vreemde herkomst (tabel 42). Tot die groep wordt iedereen gerekend van wie de oudste nationaliteit niet de Belgische is, of, voor wie nog bij de ouders woont, bij wie de oudste nationaliteit van de moeder niet de Belgische is. Acht procent van de Vlaams-Brabanders heeft een andere nationaliteit dan de Belgische. Dat zijn personen (tabel 43). Meer dan de helft (54,4%) van alle kinderen die in Vlaams-Brabant kansarm geboren worden, is van vreemde herkomst (tabel 44). Van alle Vlaams-Brabanders die in 2010 niet-werkend werkzoekend waren, was 29,6% van vreemde herkomst (tabel 45). Dat is iets minder dan het Vlaamse gemiddelde. De herkomst van wordt hier bepaald aan de hand van de huidige en oudste nationaliteit van de persoon zelf. Met de (huidige of vorige) nationaliteit van de ouders wordt geen rekening gehouden. Tabel 42. Inwoners van vreemde herkomst in Vlaams-Brabant, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst Vlaams-Brabant ,2 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 43. Inwoners met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 in Vlaams-Brabant, op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen Vlaams-Brabant ,0 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 44. Kansarme geboorten naar herkomst van de moeder: gemiddelde in 2008, 2009 en 2010 % kansarme geboorten met moeder van Belgische herkomst % kansarme geboorten met moeder van vreemde herkomst % kansarme geboorten met herkomst moeder onbekend Vlaams-Brabant 41,2 54,4 4,4 Vlaams Gewest 35,9 58,9 5,2 Bron: Kind & Gezin, bewerking SVR

71 Vlaams-Brabant 71 Tabel 45. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in 2010 totaal aantal NWWZ aantal NWWZ van vreemde herkomst % NWWZ van vreemde herkomst Vlaams-Brabant ,6 Vlaams Gewest ,1 Bron: VDAB Inburgering De instroom van nieuwe inburgeraars in de provincie Vlaams-Brabant steeg in 2011 met 4% ten opzichte van 2010 naar inburgeraars. 16% van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest stroomde in in Vlaams- Brabant. Van de inburgeraars die in 2011 in Vlaams-Brabant instroomden, is 59% rechthebbend (3.832) en 32% verplicht (2.058). Van 9% (632) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het om een rechthebbende inburgeraar ging of niet. In tegenstelling tot de andere werkingsgebieden, springt er in Vlaams-Brabant geen nationaliteitengroep uit bij de instromers. De grootste instroom in 2011 kwam uit Roemenië (9% of 581), Polen (9% of 580) en Nederland (7% of 444) (figuur 11). Ongeveer 30% van alle nieuwe inburgeraars stroomde in in Leuven (1.933). Daarna volgt Zaventem (6% of 372), Beersel (4% of 279) en Vilvoorde (4% of 270). Het aantal inburgeraars dat in 2011 een contract tekende, steeg met 37% tegenover inburgeraars tekenden in 2011 in Vlaams-Brabant een contract. Daarvan was 85% verplichte inburgeraar. Negen procent van alle contracten werden in Vlaams- Brabant getekend. In 2011 behaalden inburgeraars een inburgeringsattest. Dat is een stijging van 52% tegenover Toen behaalden 799 inburgeraars een inburgeringsattest. Figuur 11: Instroom meerderjarige inburgeraars in Vlaams-Brabant naar nationaliteit 9% 9% Roemenië Polen 63% 7% 4% 4% 4% Nederland Spanje Marokko Frankrijk Overige

72 Vlaams-Brabant 72 Nederlands voor anderstaligen In 2011 kwamen er meer kandidaat-cursisten langs bij het HvN. Het aantal unieke aanmeldingen bij HvN Vlaams-Brabant steeg van naar (tabel 46). In de lijn daarvan steeg ook het aantal cursisten bij (Centrum voor Volwassenenonderwijs) of CBE (Centrum voor Basiseducatie) ten opzichte van 2010 (tabel 47). Vooral in Asse en Zaventem merkte het HvN een verhoogde interesse voor NT2. Tabel 48 toont hoeveel personen zich in 2011 bij een Huis van het Nederlands hebben aangemeld en in hetzelfde jaar een inburgeringscontract hebben ondertekend. Woonwagenterreinen Vlaams-Brabant heeft 53 residentiële standplaatsen voor woonwagens en 15 standplaatsen op een doortrekkersterrein (tabellen 49 en 50). Tabel 46. Aantal unieke aanmeldingen bij het Huis van het Nederlands Vlaams-Brabant en in Vlaanderen/Brussel in 2010 en HvN Vlaams-Brabant Totaal Vlaanderen/Brussel Bron: HvN/KBI Tabel 47. Aantal en percentage cursisten NT2 bij CBE en CVO in Vlaams-Brabant CBE % CVO % Totaal HvN Vlaams-Brabant % % Bron: HvN/KBI Tabel 48. Aantal en percentage kandidaat-cursisten in Vlaams-Brabant dat ook inburgeringscontract tekent Aanmeldingen bij het HvN in 2011 Ondertekend Inburgeringscontract % HvN Vlaams-Brabant % Bron: HvN/KBI Tabel 49. Gemeentelijke residentiële woonwagenterreinen in de provincie Vlaams-Brabant (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Aarschot - Ou'rodenberg Gijmelhoekstraat 11 Diest Zwartebeekplein 9 Leuven Dijledreef 26 Rotselaar - Werchter Nieuwebaan 7 53 Tabel 50. Doortrekkersterreinen in de provincie Vlaams-Brabant (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Beersel Huizingen Henri Torleylaan 15

73 Vlaams-Brabant 73 Trends, thema s en realisaties Integratie De instroom van mensen van vreemde herkomst in Vlaams-Brabant blijft toenemen. Vlaams-Brabant scoort ondertussen het tweede hoogste inzake aanwezigheid doelgroepen ECM en inburgeraars. Er komen veel lokale integratiediensten bij. Acht gemeenten in Halle-Vilvoorde bouwen een gemeentelijk taalbeleid uit. Er is vanuit de gemeenten steeds meer vraag naar het ondersteuningsaanbod en de toeleiders van het Provinciaal Integratiecentrum. Een belangrijk thema voor het PRIC is de ondersteuning voor secundaire inburgering, of zoals ze het bij het PRIC zelf liever noemen lokaal integratiebeleid. Die gebeurt op vier vlakken. Samenwerking met het onthaalbureau. De gezamenlijke inbedding van integratiecentrum en onthaalbureau in Vlaams-Brabant biedt veel afstemmingsvoordelen. Een belangrijke mogelijkheid tot betere samenwerking ligt in de afstemming tussen trajectbegeleiders en toeleiders. Die is essentieel voor een op het individu afgestemde dienstverlening in zowel het primaire traject als de bredere levenslooporiëntatie. (Stimuleren van het) werken met brugfiguren. De meest praktische manier van werken voor lokale integratie is de inzet van brugfiguren. Meestal worden daarmee toeleiders bedoeld, maar er zijn ook andere initiatieven die onder de noemer brugfiguren vallen, zoals inburgeringscoaches en peters/meters bij verenigingen. Ook sociaal tolken en vertalers zijn een Uit de praktijk Stadsdienst en tolkendienst helpen ouders en scholen over taalbarrière In Vlaams-Brabant betalen sociale organisaties een forfaitaire bijdrage van 25 euro voor een sociaaltolkprestatie. Onder meer voor scholen werkt die prijs remmend. Tegelijk beseffen de scholen steeds meer dat de inzet van gelegenheidstolken (ouders brengen hun kinderen mee als tolk) een ernstig gesprek kan verstoren. In Vilvoorde zette de Dienst maatschappelijke integratie een project ouderparticipatie op, in overleg met alle basisscholen en in samenwerking met de allochtone ouders. Alle betrokkenen waren het erover eens dat meer ouderbetrokkenheid wenselijk is. Ze leidt tot een betere onderwijsintegratie van de kinderen. Maar de ouders ondervonden vaak een taalbarrière omdat schoolreglementen uitdrukkelijk Nederlandstaligheid eisten. De scholen verwachtten inspanningen van de ouders. Ook de politieke gevoeligheden van de Brussels rand en de angst voor concentratiescholen speelden een rol. Hoe pakte de Dienst maatschappelijke integratie het aan? De scholen van alle netten kunnen sinds half 2010 gebruik maken van het tolkaanbod van PaSTa (de sociaal tolkendienst van de provincie) via een aanvraag bij de Dienst maatschappelijke integratie. Die houdt zo een overzicht. PaSTa geeft ook vorming en workshops op maat voor leerkrachten en directies. De Dienst maatschappelijke integratie neemt de forfaitaire prijs van 25 euro ten laste, zodat het voor de scholen gratis is. De vraag in Vilvoorde is duidelijk gestegen (tabel 51), maar tegelijk niet zo massaal dat de financiële implicaties onhoudbaar werden. Na de positieve ervaringen neemt de Dienst maatschappelijke integratie nu ook de vraag van het secundair onderwijs in Vilvoorde op. Tabel 51. Aantal sociaaltolkaanvragen voor scholen in Vilvoorde, Jaar Aanvrager Aantal aanvragen 2009 twee scholen één school tot 31 juli: 6 dienst maatschappelijke integratie vanaf 1 augustus: dienst maatschappelijke integratie dienst maatschappelijke integratie (cijfers tot 1 mei:) 37

74 Vlaams-Brabant 74 soort brugfiguren, zij het met een apart en vooral onafhankelijk statuut. Doel van alle brugwerkingen is een persoonlijke begeleiding aanbieden om al of niet vermeende drempels te beslechten tussen nieuwkomers en de samenleving in brede zin. PRIC Vlaams-Brabant heeft vooral ervaring met het werken met toeleiders. Meestal werkt deze groep via art. 60 OCMW en vormen ze dus een professioneel team. Ze hebben zelf een migratie- of andere etnischculturele achtergrond, om zo gemakkelijk(er) het vertrouwen te winnen van de doelgroep en taalbarrières te overwinnen. In de provincie Vlaams-Brabant zijn twee toeleidersprojecten gaande, één in de regio Halle-Vilvoorde (sinds 2008, in samenwerking met vzw PIN) en één in de regio Leuven-Diest (sinds 2011, in eigen beheer en met subsidie van het Federaal Impulsfonds). De lokale besturen ondersteunen in het ontwikkelen van het lokaal integratiebeleid is aansluitend ook in algemene zin de rol van het PRIC. Reguliere voorzieningen, verenigingen en andere organisaties interculturaliseren: al jaren is een van de kerntaken van het PRIC begeleidingstrajecten binnen organisaties op te zetten met als doel hen toegankelijker en begripsvoller te maken richting etnischculturele minderheden (als cliënten maar ook als medewerkers). Inburgering Tendensen In tegenstelling tot de trend in een aantal andere regio s, blijft de instroom in Vlaams-Brabant ook in 2011 stijgen. Die instroom is ook heel divers: de top-6 van de nationaliteiten vertegenwoordigt samen slechts 37% van de totale instroom. In de meeste andere regio s is dat rond de 50%. Er stromen heel veel verschillende nationaliteiten in, maar er is niet één dominante groep zoals in enkele andere regio s. Van alle Vlaamse centrumsteden telt Leuven, na Antwerpen en Gent, de meeste nationaliteiten op zijn grondgebied (honderdvijftig verschillende nationaliteiten). Na Antwerpen telt Leuven ook het hoogste percentage niet-belgen in zijn gemeente (14,3%). Tegelijk heeft Leuven het hoogste gemiddeld inkomen per inwoner van alle centrumsteden. Leuven telt een groot aandeel hooggeschoolden, ook bij de nieuwkomers. Vlaams-Brabant heeft een heel typische geografie, met in het midden het Brusselse gebied, dat buiten het werkingsgebied van Onthaalbureau Inburgering Vlaams-Brabant valt, maar waarop wel veel inwoners uit de rand rond Brussel zich sociologisch richten. Toch blijft het aanbod van het Onthaalbureau Inburgering Vlaams-Brabant beperkt tot het provinciale grondgebied. De immobiliënprijzen op de huur- en op de koopmarkt liggen in Vlaams-Brabant nog steeds heel hoog. De vijf locaties van het onthaalbureau nemen dus een grote hap uit het budget. Al die tendensen brengen extra uitdagingen mee voor de werking van het Onthaalbureau Vlaams-Brabant: het is moeilijk om op het vlak van trajectbegeleiding, maar vooral ook van het vak Maatschappelijke Oriëntatie, voor alle inburgeraars een passend en bereikbaar aanbod te organiseren. MO moet tegelijk voldoende cursisten in een groep hebben, maar ook financieel nog te verantwoorden zijn. Dat impliceert vaak lange reistijden voor cursisten, omdat bepaalde kleine-talen-groepen maar één of twee keer per jaar worden georganiseerd en niet op alle vijf de locaties. Dat brengt ook hoge verplaatsingskosten voor het onthaalbureau met zich mee. Belangrijke thema s voor Onthaalbureau Inburgering Vlaams-Brabant in 2011 De organisatie heeft zich aangepast aan de verhoogde instroom: er zijn extra trajectbegeleiders en MO-docenten aangeworven om op redelijke termijn een passend aanbod te kunnen realiseren. Vlaams-Brabant heeft 37% meer inburgeringscontracten afgesloten. Dat vergt uiteraard aanpassingen in personeelsinzet, infrastructuur, logistiek en organisatie, maar ook in financiële middelen. In 2011 is een specialistenwerking opgestart: trajectbegeleiders en MO-docenten specialiseren zich, naast hun allround-opdracht, specifiek in één thema. Bijvoorbeeld in minderjarigenwerking, diplomagelijkschakeling, interculturele dialoog, enzovoort. Dat moet het onthaalbureau in staat stellen genoeg aandacht te hebben voor de ontwikkelingen in de sector, en houdt het toch verteerbaar voor elke medewerker. Tegelijk garandeert het een correcte, professionele dienstverlening voor de inburgeraar.

75 Vlaams-Brabant 75 Sociaal tolken en vertalen Tolk- en vertaaldienst PASTA (Provinciaal Aanbod Sociaal Tolken voor Anderstaligen in Vlaams-Brabant) heeft in 2011 vooral gefocust op zijn pool van tolken en vertalers. Het heeft nu meer en betere tolken en vertalers, die ook beter opgevolgd worden. Er wordt lokaal ook aan werving gedaan om nieuwe tolken en vertalers aan te trekken. Samen touwtrekken op het straatfeest. Uit de praktijk Woonwagenbewoners en buren verbroederen feestelijk Het is al enkele jaren een traditie in de Dijledreef in Kessel-Lo. Woonwagenbewoners, ambtenaren en buren komen samen voor een buurtfeest, op het woonwagenterrein. Daar kunnen ze informeel en ontspannen met elkaar kennismaken. In 2011 koos de Leuvense integratiedienst voor een andere aanpak. Deze keer wilden we geen feest dat door de stad is georganiseerd, maar door de mensen zelf, de mensen uit de buurt, zegt Lissa Lagiewka, begeleider woonwagenwerking. We kozen ook voor een feest, maar op straat, vlakbij het woonwagenterrein. Zo konden we meer huisbewoners lokken. Iedereen die zin had, kon mee helpen organiseren. Van het prikken van een datum tot bepalen van het programma. De combinatie van het organisatietalent van de straatbewoners en het feesttalent van de woonwagenbewoners bleek een succes, zegt Lagiewka. Op Pinksternamiddag was de Dijledreef, waar anders weinig contact is tussen de buurtbewoners, het toneel van barbecue, buikdansen, muziek, touwtrekken, spelende kinderen. En aan het eind van de namiddag zag je de buurtbewoners en sympathisanten gezellig keuvelen. In 2012, op de Dag van de Buren, wordt dezelfde formule gebruikt. De tolk- en vertaaldienst heeft ook geïnvesteerd in efficiëntere, digitale werkinstrumenten om opdrachten te verwerken, betalingen te beheren, enz. Nederlands voor anderstaligen Kwaliteitsverhoging dienstverlening In het kader van een samenwerking met VDAB heeft het Huis ongeveer cursisten gescreend in de regio Halle-Vilvoorde. Focus zijn werkzoekende anderstaligen zonder een basiskennis Nederlands. Het Huis heeft hen in een geschikte basiscursus Nederlands geplaatst. Vraag en aanbod afstemmen Het HvN Vlaams-Brabant gaat samen met de NT2- aanbieders op zoek naar het evenwicht tussen vraag en aanbod. Focus in 2011 was de uitbreiding van het 180-urentraject, het zomeraanbod en het weekendaanbod NT2. Taalpromotie en taalbeleid Vanuit organisaties en lokale besturen is er steeds meer vraag naar procesbegeleiding taalbeleid en heel specifiek naar vormingen duidelijke taal. Met het project Bijt in je Vrije Tijd werkt HvN Vlaams- Brabant aan een taaltoegankelijk verenigingsleven. Daardoor ontstaan oefenkansen voor anderstaligen en wordt hun deelname aan het Nederlandstalig vrijetijdsleven bevorderd. Dat gebeurt in samenwerking met vzw De Rand. Elk jaar voert het Huis, eveneens in samenwerking met vzw De Rand, een campagne in de rand rond Brussel over Nederlands leren: er is een huis-aanhuisbedeling van infoflyers over cursussen Nederlands in alle gemeenten van de rand. Het HvN Vlaams-Brabant heeft in 2011 verder in-

76 Vlaams-Brabant 76 gezet op taalbeleid binnen organisaties. Zo zette het een begeleiding op met ACV Halle-Vilvoorde, met een tiental rust- en verzorgingstehuizen in de rand, met Kind & Gezin, tien lokale besturen uit Halle-Vilvoorde, enkele sociale-economieprojecten (Groep Intro, Televil Kringloopcentra), distributiecentrum Delhaize Zellik en het hoofdkantoor Colruyt Halle. Het HvN Vlaams-Brabant ondersteunt beroepsopleidingen op vlak van taaltoegankelijkheid voor anderstaligen via het EIF project Taalondersteuning in beroepsopleidingen. Adressen Provinciaal Integratiecentrum (PRIC) Vlaams- Brabant Provincieplein Leuven Tel: [email protected] Inburgering Vlaams-Brabant Provincieplein Kessel-Lo Tel: 016/ [email protected] vlaamsbrabant.inburgering.be Provinciaal Aanbod Sociaal Tolken voor Anderstaligen in Vlaams-Brabant (PASTA) Provincieplein Leuven Tel.: [email protected] sociale-tolken/index.jsp Huis van het Nederlands Vlaams-Brabant Provincieplein Leuven tel.: [email protected] Lokale integratiediensten Er is een lokale integratiedienst in Asse, Vilvoorde, Machelen, Leuven, Sint-Pieters-Leeuw, Halle, Asse en Diest. De gemeenten Zemst, Grimbergen, Dilbeek en Tienen starten momenteel een integratiedienst op. Adressen: zie

77 West-Vlaanderen 77 West-Vlaanderen Cijfers Demografisch Van de West-Vlamingen is 6,7% van vreemde herkomst (tabel 52). Dat betekent dat hun oudste nationaliteit niet de Belgische is, of voor wie nog bij zijn ouders woont, dat de oudste nationaliteit van de moeder niet de Belgische is. Dat is aanzienlijk minder dan het gemiddelde voor het Vlaams Gewest. Kijken we naar de nationaliteit van de inwoners van West-Vlaanderen op dit moment (tabel 53), dan komen we uit op een percentage van 3,1 inwoners met een vreemde nationaliteit. In was meer dan de helft van alle kinderen die in West-Vlaanderen kansarm geboren werden, van vreemde herkomst (tabel 54). In 2010 maakten de mensen van vreemde herkomst 18,1% uit van de niet-werkende werkzoekenden in de provincie West-Vlaanderen (tabel 55). De herkomst wordt hier bepaald aan de hand van de huidige en oudste nationaliteit van de persoon zelf. Met de (huidige of vorige) nationaliteit van de ouders wordt geen rekening gehouden. Tabel 52. West-Vlamingen van vreemde herkomst op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal personen van vreemde herkomst % personen van vreemde herkomst West-Vlaanderen ,7 Vlaams Gewest ,6 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 53. West-Vlamingen met vreemde nationaliteit op 1 januari 2011 totaal aantal inwoners totaal aantal vreemdelingen % vreemdelingen West-Vlaanderen ,1 Vlaams Gewest ,8 Bron: Rijksregister, bewerking SVR Tabel 54. Kansarme geboorten naar herkomst van de moeder: gemiddelde in 2008, 2009 en 2010 % kansarme geboorten met moeder van Belgische herkomst % kansarme geboorten met moeder van vreemde herkomst % kansarme geboorten met herkomst moeder onbekend West-Vlaanderen 60,2 33,5 6,2 Vlaams Gewest 35,9 58,9 5,2 Bron: Kind & Gezin, bewerking SVR Tabel 55. Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in 2010 totaal aantal NWWZ aantal NWWZ van vreemde herkomst % NWWZ van vreemde herkomst West-Vlaanderen ,1 Vlaams Gewest ,1 Bron: VDAB

78 West-Vlaanderen 78 Inburgering De instroom van nieuwe inburgeraars in de provincie West-Vlaanderen stabiliseerde in Er stroomden inburgeraars in. Twaalf procent van alle inburgeraars in het Vlaamse Gewest stroomde in in West- Vlaanderen. Van de inburgeraars die in 2011 in West-Vlaanderen instroomden, is 55% rechthebbend (2.686) en 42% verplicht (2.045). Van 3% (176) kon op basis van de gegevens uit het Rijksregister niet bepaald worden of het om een rechthebbende inburgeraar ging of niet. In West-Vlaanderen komen de meeste inburgeraars uit Polen (17% of 824), Roemenië (9% of 452) en Frankrijk (6% of 315) (figuur 12). Vooral Brugge kent een sterke instroom van nieuwe inburgeraars. 15% van alle inburgeraars in 2011 stroomde in in Brugge (743 personen). 10% stroomde in in Oostende (508), 8% in Kortrijk (386) en 8% in Roeselare (377). Het aantal inburgeraars dat in 2011 een contract tekende, is met 3% gedaald tegenover In 2011 tekenden inburgeraars, waarvan 89% verplicht, een contract. 11% van alle contracten werden in West- Vlaanderen getekend. In alle werkingsgebieden steeg het aantal inburgeraars dat een attest behaalde, maar in West-Vlaanderen steeg dat aantal het sterkst, namelijk met 78%. In 2011 ontvingen inburgeraars het inburgeringsattest, in 2010 waren dat er 921. Figuur 12: Instroom meerderjarige inburgeraars in West-Vlaanderen naar nationaliteit 17% Polen Roemenië Frankrijk Nederland Marokko Afghanistan Overige 9% 56% 6% 3% 4% 5% Sociaal tolken en vertalen Steeds meer diensten in West-Vlaanderen doen een beroep op de Sociaal Tolken- en Vertaaldienst. Het aantal aanvragen is ook in 2011 gestegen. In 2011 kreeg de dienst 3544 aanvragen: een groei van 8,54% in vergelijking met de aanvragen in Nederlands voor anderstaligen Stijging aantal kandidaat-cursisten en cursisten Ook in West-Vlaanderen is het aantal kandidaat-cursisten dat zich aanmeldde bij het Huis van het Nederlands het voorbije jaar gestegen (tabel 56). Tabel 56. Aantal unieke aanmeldingen bij het Huis van het Nederlands West-Vlaanderen en in Vlaanderen/Brussel in 2010 en HvN West-Vlaanderen Totaal Vlaanderen/Brussel Bron: HvN/KBI

79 West-Vlaanderen 79 In de lijn daarvan steeg ook het aantal cursisten bij (Centrum voor Volwassenenonderwijs) of CBE (Centrum voor Basiseducatie) ten opzichte van 2010 (tabel 57). Tweeëntwintig procent startte in een CBE, 78% in een CVO. Tabel 58 toont hoeveel personen zich in 2011 bij een Huis van het Nederlands hebben aangemeld en in hetzelfde jaar een inburgeringscontract hebben ondertekend. Wat het profiel van de cursisten betreft, zien we in West-Vlaanderen dezelfde nationaliteitentop-10 als in 2010, weliswaar met een verschuiving in de rangorde. Zo zijn er meer Polen (6,2% in 2011 versus 4,8% in 2010) en Roemenen (4,6% in 2011 versus 2,2% in 2010). Ook de instroom van Afghanen stijgt (4,7% in 2011 versus 2,5% in 2010). Eerste en tweede plaats in die top-10 zijn voor de anderstalige Belgen (14,9%) en de Marokkanen (6,9%). De Polen (6,2%) staan op de derde plaats. Er meldden zich ook meer minderjarigen (-18 jaar) aan bij het HvN (4% in 2010 versus 5,4% in 2011). De leeftijdscategorie tussen 26 en 45 is de grootste groep die zich aanmeldt bij HvN (57,2%). Het percentage 65+ ers bedraagt 1,5 %. Vrienden en familie, VDAB/RVA, CVO en desom zijn de belangrijkste wervingskanalen (respectievelijk 15,2%, 12,1%, 10,5% en 10,4%). De categorie familie en vrienden scoort heel goed. Dat wijst erop dat veel anderstaligen de weg naar HvN vinden op eigen kracht, zonder de tussenkomst van een officiële instantie. Dat illustreert de naambekendheid en laagdrempeligheid van HvN. Woonwagenterreinen West-Vlaanderen heeft een doortrekkersterrein met 20 standplaatsen. Er zijn geen gemeentelijke residentiële terreinen in de provincie. Tabel 57. Aantal en percentage cursisten NT2 bij CBE en CVO in West-Vlaanderen CBE % CVO % Totaal Huis van het Nederlands West-Vlaanderen % % Bron: HvN/KBI Tabel 58. Aantal en percentage kandidaat-cursisten in West-Vlaanderen dat ook inburgeringscontract tekent Aanmeldingen bij het HvN in 2011 Ondertekend Inburgeringscontract % HvN West-Vlaanderen % Bron: HvN/KBI Tabel 59. Doortrekkersterreinen in de provincie West-Vlaanderen (januari 2010) Gemeente Adres terrein Aantal standplaatsen Kortrijk Ringlaan 20

80 West-Vlaanderen 80 Trends, thema s en realisaties Integratie Ondersteuning lokale besturen Tendensen Centrumsteden versus randgemeenten In lokale besturen met een integratie- of diversiteitsdienst lopen voornamelijk (intensieve) interculturaliseringstrajecten om een overkoepelende missie en een visie op diversiteit te ontwikkelen, een visie op taalbeleid, om de lokale regierol in te vullen, of om actieplannen uit te werken. Hetzelfde geldt voor diensten en organisaties (met een hoofdzetel) in de centrumsteden. Lokale besturen zonder integratiedienst, en diensten en organisaties uit kleinere steden en gemeenten vragen het integratiecentrum ondersteuning om uitwisselingsmomenten op lokaal en regionaal niveau te organiseren, vormingen op maat, en advies omtrent een concrete problematiek of de opstart van kleine projecten. Belangrijke thema s voor desom in 2011 In 2010 en 2011 heeft het Integratiecentrum desom zich sterk geprofileerd als facilitator van (interculturaliserings)processen. De input van kennis en het belang van terreinkennis verdween naar de achtergrond in vergelijking met het faciliteren zelf. Uit contacten met verschillende diensten, intern en extern, is het duidelijk dat het Integratiecentrum zich, naast het begeleiden van processen, opnieuw meer moet gaan profileren met expertise op het vlak van interculturaliteit, migratie en integratie. Er is nood om aan de slag te gaan met concrete projecten en methodieken. Projecten die meer vertrekken vanuit de noden van de diverse doelgroepen in hun integratieproces moeten opnieuw meer ruimte krijgen. In 2011 werd de structuur van het integratiecentrum hertekend. De nieuwe structuur bestaat uit vier complementaire delen: Ondersteuning lokale besturen; Interculturaliseren van organisaties, diensten en verenigingen; Onderwijs en opvoedingsondersteuning; Vorming en beeldvorming. In september 2011 werd een medewerker aangeworven voor de ondersteuning van de steden, gemeenten en OCMW s (in het bijzonder de gemeenten zonder lokale integratiedienst), en om het regionaal overleg uit te bouwen. Aan de hand van informatie en actuele cijfers over de West-Vlaamse bevolking wordt gebouwd aan een beleid voor de toekomst. De opdracht van de ondersteuner lokale besturen is: ondersteunen (advies, projectwerking en begeleiding), aanbieden (algemeen vormingsaanbod), stimuleren (inclusief acties opzetten) en inspireren (regionale overlegmomenten). Intussen zijn zes halfjaarlijkse ROOII s (Regionaal Ondersteunend Overleg Inburgering en Integratie) op de sporen gezet, voor Kortrijk, Ieper, Roeselare, Veurne-Diksmuide, Oostende, Brugge en Roeselare- Tielt, om diensten en dienst-, zorg-, en hulpverleners uit de regio s samen te brengen. De deelnemers gaan noden formuleren, vragen, opmerkingen, probleemstellingen delen, en signaleren wat er leeft in de regio op vlak van integratie en diversiteit. Centraal staat de medewerker zelf. Inburgering Tendensen Asielzoekers In West-Vlaanderen kende het aantal ondertekende inburgeringscontracten een lichte daling. Ongeveer 40% van de inburgeringscontracten in 2011 is van asielzoekers. Hun onzekere statuut en hun doorstroming hebben een duidelijke impact op de werking van het onthaalbureau, zowel voor de individuele begeleiding (TB) als voor de begeleiding in groep (Maatschappelijke Oriëntatie). Zo nemen aanmeldingen en intakes gemiddeld meer tijd in beslag. Het gebeurt dat mensen verhuizen net voor of tijdens hun instap in MO. Ook komen er verhuizers uit andere provincies bij, die daar hun MO- of NT2-traject onderbroken hebben. Anderen zetten hun inburgeringstraject stop vanwege hun verblijfssituatie.

81 West-Vlaanderen 81 Uit de praktijk Ouders en kinderen krijgen leeskriebels Hoe zet je ouders in taalarme gezinnen ertoe aan om hun kinderen voor te lezen? Sociaal Huis welwel van de stad Roeselare doet het met het voorleesproject De Leeskriebel. De stad vroeg eerst aan kleuterjuffen om goede vertelboekjes te kiezen. Vrijwilligers gaan zeven weken lang bij de kleuters aan huis om die prentenboekjes voor te lezen. De vrijwilligers nemen ook een tas mee met opdrachten over het boek, spelletjes en nog extra boekjes. Ook die tas is samengesteld door kleuterjuffen. De verteltas blijft een hele week in het gezin. Ouders maken de opdrachten en spelen samen met hun kinderen. De kinderen kennen de opdrachten en spelletjes van in de klas zo zien de ouders wat de kinderen op school leren. Voor de ouders zijn er informatienamiddagen over bijvoorbeeld de kleuterklas, de ontwikkeling van kleuters, of meertalig opvoeden. De Leeskriebel sluit af met een feest en een bezoek aan de bibliotheek, waar de ouders kennismaken met het aanbod voor kleuters. De ouders worden aangesproken door de zorgcoördinatoren van de meewerkende scholen. Ouders stappen vrijwillig in het Leeskriebel-project. De zorgcoördinator en een medewerker van de integratiedienst gaat eerst op huisbezoek. De ouders krijgen uitleg, er wordt een verteltas ontleed, er worden afspraken gemaakt. Daarna komt de vrijwilliger kennismaken met het gezin en praktische afspraken maken over het voorlezen. De Leeskriebel loopt al een aantal jaren. Uit evaluaties blijkt dat veel ouders daarna met boeken en met taal bezig blijven. Ook scholen voelen een positieve verandering bij de kinderen. En de kinderen, die kijken echt uit naar het voorleesmoment. Samen met trajectbegeleiders en MO-docenten is in 2011 nagedacht over de plaats van asielzoekers binnen inburgering en de haalbaarheid van een aangepast begeleidingstraject en programma voor de werking van het onthaalbureau. (Een nieuwe wending is de decreetswijziging van 17 februari 2012, waardoor asielzoekers niet langer verplicht zijn om MO te volgen. Doel van Onthaalbureau Inburgering West-Vlaanderen blijft een gedragen visie op trajectbegeleiding en deelname van asielzoekers aan MO te ontwikkelen.) Interimbureaus Een interimbureau (regio Brugge en Roeselare) dat veel Roemenen rekruteert, vroeg of cursussen Maatschappelijke Oriëntatie op maat konden worden gegeven. In voorgaande jaren namen interimbureaus en werkgevers ook contact op met het onthaalbureau met een focus op de rekrutering van Poolse arbeiders. Maar cursussen op maat aanbieden blijkt geen eenvoudige opdracht, gezien de vaak onregelmatige werkuren. Naast de organisatorische problemen rijzen er ook vragen over de rol van de trajectbegeleider, het werken met gedifferentieerde groepen in MO de CLIMO-diek. Daarnaast staat het onthaalbureau voor maatschappelijke vragen, bijvoorbeeld in verband met arbeidsvoorwaarden en verblijfsstatuut. Belangrijke thema s voor Onthaalbureau Inburgering desom in 2011 Trajectbegeleiding Voor zijn trajectbegeleiders werkte het onthaalbureau een VTO-beleid (vorming, training en opleiding) op maat van trajectbegeleiders en hun individuele noden uit. De opleiding voor nieuwe trajectbegeleiders werd ook herwerkt. Om nieuwkomers gericht door te verwijzen en de doorstroming naar het secundaire traject te verbeteren, investeerde het onthaalbureau in de verdere uitbouw van de levensloopbaanoriëntatie. Trajectbegeleiders konden inburgeraars met een educatief perspectief voor begeleiding doorverwijzen naar de Leerwinkel, waarmee het onthaalbureau een samenwerkingsovereenkomst afsloot. Het onthaalbureau

82 West-Vlaanderen 82 participeerde in het proefproject begeleidingsprocedure diplomagelijkschakeling voor inwerkingsklanten. Om de socio-culturele kaart transparant te maken voor trajectbegeleiders en inburgeraars, ging het onthaalbureau meer samenwerken met lokale doorverwijzers en aanbieders. En op verschillende manieren werd ook de samenwerking met de VDAB verbeterd. Maatschappelijke Oriëntatie Gezien de historische wachtlijst voor MO en de stijgende instroom van inburgeraars de voorgaande jaren, heeft het onthaalbureau in 2011 zijn aanbod verruimd en de werking geprofessionaliseerd. Dat vergde financiële en organisatorische inspanningen. Er werd vooral heel sterk gefocust op (externe en interne) leslokalen en een uitbreiding van de personeelsequipe voor MO. De voorbije drie jaar is het MO-aanbod en het aantal cursisten exponentieel gegroeid. In 2011 waren er een tal MO-cursisten voor 153 cursussen. Een groep die in dat cijfer niet wordt meegerekend, zijn de geregulariseerden uit de campagne van de federale overheid in In 2011 organiseerde het onthaalbureau een extra aanbod voor die doelgroep, waarmee het nog eens 350 mensen van MO voorzag. Daarnaast blijft het onthaalbureau zoveel mogelijk differentiëren in de talen van de MO-cursussen. Het houdt daartoe de wachtlijsten in het oog en houdt structureel de vinger aan de pols bij de trajectbegeleiders. In 2011 waren er daardoor niet alleen in cursussen in het vaste talenaanbod Russisch, Arabisch, Engels, Frans, Nederlands, Spaans en Farsi, maar ook in het Albanees, Servo-Kroatisch, Pools, Portugees en Punjabi. Gemeenschappelijke Initiatieven en uitwisseling MO-TB Uit de praktijk Divers publiek over de vloer dankzij Netwerk Brugfiguren Stedelijke verenigingen promoten hun activiteiten meestal met folders of websites. Maar op die manier bereiken ze het allochtone publiek te weinig. De Dienst Integratie van de stad Kortrijk schakelt daarom brugfiguren in om leden van etnisch-culturele minderheden beter te informeren over wat er leeft. Brugfiguren zijn Kortrijkzanen die zelf een migratieverleden hebben. Ze gaan praten met de mensen die ze kennen in hun gemeenschap over wat er reilt en zeilt in de stad. Bovendien nemen ze zelf volop deel aan het vrijetijdsaanbod in Kortrijk. Ze vormen zo een rolmodel voor hun eigen netwerk. De brugfiguren zijn vrijwilligers. Via Vormingplus krijgen ze eerst een korte opleiding in communicatietechnieken. Later volgen er ook intervisies waar ze ervaringen kunnen uitwisselen. Zo worden ze permanent ondersteund in hun opdracht. Netwerk Brugfiguren is er zowel voor (allochtone) mensen die willen weten wat er leeft en beweegt in hun stad, als voor Kortrijkse organisaties en verenigingen die een diverser publiek willen bereiken. Het verzamelt de activiteiten van de aangesloten organisaties en verenigingen. De brugfiguren kiezen er maximum drie activiteiten uit, en proberen hun netwerk ervoor warm te maken. Zo trok een van hen met een groepje ouders en kleuters naar een voorleesnamiddag in de bibliotheek. Ook de Buitenspeeldag en Open Bedrijvendag kregen dankzij het Netwerk Brugfiguren een meer divers publiek over de vloer. Er werd in 2011 ook gefocust op een structurele samenwerking van MO en TB. Een trajectbegeleider kan bijvoorbeeld leervragen doorspelen aan de docent MO, de docent kan de trajectbegeleider op de hoogte houden van leervorderingen. Dat gebeurt aan de hand van technische ondersteuning en overleg- en vormingsmomenten. Er zijn ook initiatieven genomen om een instrument te ontwikkelen dat het inburgeringstraject transparant maakt voor de inburgeraar.

83 West-Vlaanderen 83 Sociaal tolken en vertalen Het aantal aanvragen is ook in 2011 gestegen. En de diensten die al langer gebruik maken van sociaal tolken stellen steeds meer kwaliteitseisen. Opvallend is dat meer gevraagd wordt naar opgeleide tolken die zich aan de deontologische code houden. Aandachtspunt is echter de betaalbaarheid van het sociaal tolken voor de diensten. Hogere verwachtingen ten aanzien van de sociaal tolken impliceren een betere vergoeding, maar daartoe is een voor de organisaties betaalbaar systeem nodig. Voor zo n 20% van de aanvragen kan de Sociaal Tolken- en Vertaaldienst momenteel geen tolk leveren. Belangrijk voor de organisatie van de dienst was dat in 2011 de voorbereidingen begonnen voor de opstart van een Vertaaldienst, operationeel vanaf Verder werden de beschikbare tolken klaargestoomd om in te stappen in het kwaliteitstraject van de Centrale Ondersteuningscel sociaal tolken en vertalen (COC). Negenendertig van de huidige tolken legden de preselectietest Nederlands af. Negen van hen slaagden ervoor. Dertig tolken kregen dus in 2011 de boodschap dat ze niet meer voor de dienst konden tolken. Vanaf 1 januari 2012 zijn alle tolken minstens geslaagd voor de preselectietest Nederlands. De tests worden vanaf augustus 2011 afgenomen door de Huizen van het Nederlands in plaats van door de COC. Uit de praktijk Achthonderd leraren Nederlands wisselen ideeën uit Waar vind ik interessant kijk- en luistermateriaal voor mijn lessen? Hoe begin je aan werken rond uitspraak? Wat met cursisten die geen vooruitgang meer lijken te maken? Docenten Nederlands als Tweede Taal (NT2) zijn voortdurend op zoek naar mogelijkheden om hun lessen te verbeteren. Alle Huizen van het Nederlands (HvN) sloegen daarom in 2011 de handen in elkaar om in totaal vier NT2- trefdagen te organiseren. Dat gebeurde in samenwerking met de verschillende pedagogische begeleidingsdiensten en het Vlaams ondersteuningscentrum voor Volwassenenonderwijs (Vocvo). De NT2-trefdagen zijn voor en door de NT2-docenten. Ze konden er nieuwe ideeën oppikken en interessante methodieken met elkaar uitwisselen. Veel workshops worden dan ook gegeven door NT2-docenten die hun ervaring en instrumenten willen delen met collega s. In totaal bereikten de NT2 trefdagen een goede achthonderd NT2-docenten over heel Vlaanderen. Ook de volgende jaren willen de HvN in Vlaanderen jaarlijks vier NT2-trefdagen organiseren. Nederlands voor anderstaligen Kwaliteit dienstverlening De HvN werken op verschillende vlakken aan de kwaliteit van hun dienstverlening. HvN West-Vlaanderen zoekt structurele oplossingen voor plaatstekort in de Centra voor Basiseducatie. Een reservatiesysteem tussen HvN en CBE is daarbij een potentiële piste. Een reservatiesysteem zorgt ervoor dat er minder uitval is maar ook dat alle cursusplaatsen zo goed mogelijk worden benut. In 2011 is het reservatiesysteem tussen HvN en de Centra voor Volwassenenonderwijs uitgebreid en verder verfijnd, om de uitval tot het uiterste minimum te beperken en verloren kandidaat-cursisten terug te vinden.

84 West-Vlaanderen 84 Een werkgroep van NT2-verantwoordelijken en NT2- leerkrachten van de diverse Centra voor Volwassenenonderwijs heeft onder leiding van het Huis van het Nederlands een serie niveautests ontwikkeld en uitgetest. Het doel is om in heel West-Vlaanderen uniforme niveautests te gebruiken. Dat draagt mee bij tot een verdere professionele uitbouw van HvN West- Vlaanderen. Vraag en aanbod afstemmen Bij de centra voor Basiseducatie vormen de wachtlijsten een knelpunt. Het aantal instapmomenten is beperkt en de instapperiode is relatief kort. Met de mogelijkheid om CBE-cursussen in CVO s te organiseren werd in 2011 aan die problematiek van de wachtlijsten gewerkt. Bij de Centra voor Volwassenenonderwijs zijn er geen wachtlijsten zijn omdat er tijdens het schooljaar meerdere instapmomenten zijn, zowel voor de beginners als voor de vervolgcursussen. HvN zette waar er nood aan was zomerklassen op en organiseerde NT2-cursussen op academisch niveau. Taalpromotie en taalbeleid Ook HvN West-Vlaanderen deed het afgelopen jaar inspanningen om mensen te stimuleren en drempels te verlagen om Nederlands te leren, te oefenen of te gebruiken. Net als HvN Vlaams-Brabant, Limburg en Gent werkte het, op basis van het bestaande concept Bijt in Brussel, Bijt in je vrije tijd-projecten uit om de brug te maken tussen het lokale vrijetijdsaanbod en NT2-cursisten. Dat was mede mogelijk door projectmiddelen van minister Bourgeois. Momenteel beperkt het project zich tot Kortrijk, maar ook andere steden tonen interesse. Adressen desom vzw Hoogstraat 98 bus Roeselare Tel: [email protected] Inburgering West-Vlaanderen Hoogstraat 98 bus Rumbeke-Roeselare Tel: 051/ [email protected] westvlaanderen.inburgering.be Huis van het Nederlands West-Vlaanderen Sint-Godelievedreef Brugge (St Kruis) tel.: 050/ [email protected] Lokale integratiediensten Er is een lokale integratiedienst in Oostende, Roeselare, Kortrijk en Waregem. Adressen: zie Sociaal Tolken- en Vertaaldienst desom vzw West-Vlaanderen Hoogstraat 98 bus Roeselare Tel.: [email protected]

85 V.u.: Marleen Heysse, Vooruitgangstraat 323/1, 1030 Brussel Eindredactie: Kruispunt Migratie-Integratie Creatie en opmaak: Fotografie: Michael de Lausnay (p. 8-13, en 60), Lies Willaert, Nele van Canneyt en Isabel Perseyn (p ), bon vzw (p. 47), integratiedienst Leuven (p. 75). 85

86 Jaarboek Integratie & Inburgering 2011

Jaarboek Inburgering & Integratie 2010

Jaarboek Inburgering & Integratie 2010 Inburgering Jaarboek Inburgering & Integratie 2010 1 Jaarboek Inburgering & Integratie 2010 4 Inhoud Voorwoord...5 Inleiding... 6 Inburgering...7 Inburgering, een opstap naar actieve participatie aan

Nadere informatie

Dienst Diversiteit Een kennismaking

Dienst Diversiteit Een kennismaking Dienst Diversiteit Een kennismaking Dienst Diversiteit INHOUD 1. Voorstelling dienst Diversiteit 2. Doelstellingen en acties 3. Van diversiteit naar gezondheid Voorstelling dienst Diversiteit Huidig organogram

Nadere informatie

Het Vlaamse inburgeringsbeleid

Het Vlaamse inburgeringsbeleid Het Vlaamse inburgeringsbeleid Informatiebrochure voor gemeenten januari 2009 Inhoud Inleiding...3 1 Samenleven in diversiteit en inburgering...4 2 Het inburgeringstraject...4 2.1 Nederlands als tweede

Nadere informatie

Agentschap Integratie en inburgering. Wij ondersteunen, stimuleren en begeleiden het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid

Agentschap Integratie en inburgering. Wij ondersteunen, stimuleren en begeleiden het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid Agentschap Integratie en inburgering Wij ondersteunen, stimuleren en begeleiden het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid 1 januari 2015 Agentschap Integratie en inburgering Extern verzelfstandigd

Nadere informatie

Intake bij atlas trefdag NT2

Intake bij atlas trefdag NT2 Intake bij atlas trefdag NT2 Nieuwe organisatie Atlas Bij Atlas, integratie& inburgering Antwerpen kan je terecht voor: inburgeringstrajecten en informatie over Nederlands leren en oefenen ondersteuning

Nadere informatie

De samenwerking tussen OCMW en onthaalbureau

De samenwerking tussen OCMW en onthaalbureau De samenwerking tussen OCMW en onthaalbureau Inleiding OCMW s streven naar een maximale integratie en participatie aan het maatschappelijk leven van hun cliënten. Ook medewerkers van onthaalbureaus zetten

Nadere informatie

Bereiken van nieuwkomers via inburgeringcursussen. Dr. Rik Baeten Domus Medica

Bereiken van nieuwkomers via inburgeringcursussen. Dr. Rik Baeten Domus Medica Bereiken van nieuwkomers via inburgeringcursussen Dr. Rik Baeten Domus Medica Risicogroepen ondervaccinatie bron vaccinatiegraadstudies 2005-2008 Kinderen 18 tot 24 maanden Gezinnen met een moeder van

Nadere informatie

Inburgering. Toelichting aan de hand van de regelgeving

Inburgering. Toelichting aan de hand van de regelgeving Inburgering Toelichting aan de hand van de regelgeving Inburgering is een begrip dat vrijwel iedereen kent. Ook is er bijna iedereen over eens dat immigranten zich moeten inburgeren. Inburgering of integratie

Nadere informatie

Decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid

Decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid Decreet betreffende het Vlaamse integratiebeleid HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. In dit decreet wordt verstaan onder: Artikel 2

Nadere informatie

Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw. Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau

Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw. Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau Inhoud 1. Wat doet Onthaalbureau Inburgering Limburg? 2. VuurWerkt als methode voor perspectiefbepaling

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. tot wijziging van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid AMENDEMENTEN

ONTWERP VAN DECREET. tot wijziging van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid AMENDEMENTEN Zitting 2005-2006 5 juli 2006 ONTWERP VAN DECREET tot wijziging van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid AMENDEMENTEN voorgesteld Zie: 850 (2005-2006) Nr. 1: Ontwerp

Nadere informatie

Inburgering. in Vlaanderen en Brussel

Inburgering. in Vlaanderen en Brussel Inburgering in Vlaanderen en Brussel Als nieuwkomer voelde ik mij soms verdwaald, bijna opnieuw een baby Je moet in zekere zin helemaal opnieuw beginnen. De inburgeringscursussen stimuleerden me om mijn

Nadere informatie

organisaties instellingen lokale overheden diversiteit

organisaties instellingen lokale overheden diversiteit organisaties instellingen lokale overheden diversiteit Vlaanderen is divers. Van alle vormen van diversiteit is etnisch-culturele diversiteit wellicht het meest zichtbaar en het meest besproken. Diversiteit

Nadere informatie

Inburgering en Integratie. Beleidsprioriteiten 2013-2014

Inburgering en Integratie. Beleidsprioriteiten 2013-2014 stuk ingediend op 2229 (2013-2014) Nr. 1 21 oktober 2013 (2013-2014) Beleidsbrief Inburgering en Integratie Beleidsprioriteiten 2013-2014 ingediend door de heer Geert Bourgeois, viceminister-president

Nadere informatie

Deze overeenkomst treedt in werking na ondertekening en eindigt op 31 augustus 2020.

Deze overeenkomst treedt in werking na ondertekening en eindigt op 31 augustus 2020. Vlaamse Gemeenschapscommissie Collegebesluit nr. 20152016-0050 26-11-2015 BIJLAGE Bijlage nr. 1 Samenwerkingsovereenkomst Tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), Emile Jacqmainlaan 135 te 1000 Brussel,

Nadere informatie

Houthalen-Helchteren

Houthalen-Helchteren Houthalen- Inhoudstafel Demografie Vreemdelingen 1 en aandeel personen met vreemde nationaliteit in 2011 1 en aandeel vreemdelingen, totaal en naar nationaliteitsgroep 1 Top 5 van nationaliteiten 1 en

Nadere informatie

Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen

Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen Agentschap: wie zijn we? Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) sinds 1 januari 2015 Alle diensten voor: Integratie Inburgering Sociaal tolken en vertalen

Nadere informatie

Asielaanvragen en beschermingsgraad januari 2016

Asielaanvragen en beschermingsgraad januari 2016 Asielaanvragen en beschermingsgraad januari 2016 Nota in het kader van de coördinatieopdracht monitoring asielinstroom van het Agentschap Integratie en Inburgering Publicatiedatum: 26 februari 2016 Inhoud

Nadere informatie

Sectoraal comité van het Rijksregister

Sectoraal comité van het Rijksregister 1/6 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr. 40/2007 van 12 december 2007 Betreft: Aanvraag van het Vlaamse Overheid, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Afdeling Beleid Binnenland,

Nadere informatie

Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit

Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit Maart 2017 20-tal ingekantelde organisaties Van 20-tal organisaties naar één Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering 2015: installeren 2016: organiseren

Nadere informatie

Inburgering en Integratie. Beleidsprioriteiten 2012-2013

Inburgering en Integratie. Beleidsprioriteiten 2012-2013 stuk ingediend op 1760 (2012-2013) Nr. 1 19 oktober 2012 (2012-2013) Beleidsbrief Inburgering en Integratie Beleidsprioriteiten 2012-2013 ingediend door de Geert Bourgeois, viceminister-president van de

Nadere informatie

Resultaten De te bereiken resultaten m.b.t. de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 kunnen als volgt worden omschreven:

Resultaten De te bereiken resultaten m.b.t. de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 kunnen als volgt worden omschreven: BIJLAGE Bijlage nr. 1 Fiches Titel initiatief: Brusselwerking Initiatiefnemer: vzw Forum van Etnisch-Culturele Minderheden (0478.953.435), Vooruitgangsstraat 323/4, 1030 Brussel (Schaarbeek) Omschrijving

Nadere informatie

Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015

Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015 Monitoring asielinstroom Profiel van de asielzoekers in opvang op 31 december 2015 Nota in het kader van de coördinatieopdracht monitoring asielinstroom van het Agentschap Integratie en Inburgering Publicatiedatum:

Nadere informatie

Beleidsbrief Inburgering & Integratie Beleidsprioriteiten 2011 2012

Beleidsbrief Inburgering & Integratie Beleidsprioriteiten 2011 2012 Beleidsbrief Inburgering & Integratie Beleidsprioriteiten 2011 2012 Ingediend door de heer Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands

Nadere informatie

Inburgering en Integratie

Inburgering en Integratie stuk ingediend op 732 (2010-2011) Nr. 1 25 oktober 2010 (2010-2011) Beleidsbrief Inburgering en Integratie 2010-2011 ingediend door de heer Geert Bourgeois, viceminister-president van de Vlaamse Regering,

Nadere informatie

Korte kennismaking. jezelf voorstellen en je werkcontext. heb je ervaring in het bouwen aan een cultuursensitieve organisatie?

Korte kennismaking. jezelf voorstellen en je werkcontext. heb je ervaring in het bouwen aan een cultuursensitieve organisatie? Korte kennismaking jezelf voorstellen en je werkcontext heb je ervaring in het bouwen aan een cultuursensitieve organisatie? wat is voor jouw organisatie een uitdaging of een knelpunt in het omgaan met

Nadere informatie

brugfiguren 5 praktische aanbevelingen voor organisaties die een beroep doen op

brugfiguren 5 praktische aanbevelingen voor organisaties die een beroep doen op 5 praktische aanbevelingen voor organisaties die een beroep doen op brugfiguren Jouw organisatie wil een brugfiguur inzetten. Met welke factoren moet je rekening houden? Hier vind je vijf essentiële voorwaarden

Nadere informatie

Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid

Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid VR 2017 2402 DOC.0170/2BIS Voorontwerp van decreet betreffende het lokaal sociaal beleid DE VLAAMSE REGERING, Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Na beraadslaging,

Nadere informatie

Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen. Sociale Plattegrond meerderjarige asielzoekers 19 april 2016

Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen. Sociale Plattegrond meerderjarige asielzoekers 19 april 2016 Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen Sociale Plattegrond meerderjarige asielzoekers 19 april 2016 Het Agentschap Integratie en Inburgering in Oost-Vlaanderen: wie zijn we? Dienstverlening

Nadere informatie

Kruispunt Migratie-Integratie. Expertisecentrum voor Vlaanderen - Brussel

Kruispunt Migratie-Integratie. Expertisecentrum voor Vlaanderen - Brussel Kruispunt Migratie-Integratie Expertisecentrum voor Vlaanderen - Brussel Voorstellingsbrochure 2012 Beste lezer, Dit is de tweede voorstellingsbrochure van het Kruispunt Migratie-integratie. onze nieuwe

Nadere informatie

DIVERSITEIT IN de gemeente

DIVERSITEIT IN de gemeente DIVERSITEIT IN de gemeente Ondersteuning op maat van lokale besturen Diversiteit in Vlaanderen Een diversiteitsvriendelijk Vlaanderen Vlaanderen is divers, ook etnisch-cultureel. De aanwezigheid van mensen

Nadere informatie

Decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid

Decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid Decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid (B.S.8.V.2003) 1 HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen HOOFDSTUK II. - Doelgroep, doel en inhoud van het Vlaamse inburgeringsbeleid

Nadere informatie

De NT2 trajecten van inburgeraars in kaart gebracht. Peter De Cuyper HIVA. Inhoud

De NT2 trajecten van inburgeraars in kaart gebracht. Peter De Cuyper HIVA. Inhoud De NT2 trajecten van inburgeraars in kaart gebracht VLOR, Brussel, 21 01 2014 Peter De Cuyper HIVA [email protected] Situering Inhoud De evaluatie van taaltrajecten Opzet Methodologie Conclusies

Nadere informatie

GEÏNTEGREERD ACTIEPLAN INTEGRATIEBELEID 2012-2015. In uitvoering van het Vlaams Integratiebeleid Deel 1

GEÏNTEGREERD ACTIEPLAN INTEGRATIEBELEID 2012-2015. In uitvoering van het Vlaams Integratiebeleid Deel 1 GEÏNTEGREERD ACTIEPLAN INTEGRATIEBELEID 2012-2015 In uitvoering van het Vlaams Integratiebeleid Deel 1 GEÏNTEGREERD ACTIEPLAN INTEGRATIEBELEID 2012-2015 In uitvoering van het Vlaams Integratiebeleid Deel

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen

Ontwerp van decreet. houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen stuk ingediend op 1716 (2011-2012) Nr. 6 28 november 2012 (2012-2013) Ontwerp van decreet houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen Tekst aangenomen

Nadere informatie

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant BIJLAGE CONVENANT VRIJWILLIGERSWERK IN UITVOERING VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE SAMENWERKING TUSSEN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN EN DE PROVINCIES TIJDENS DEZE LEGISLATUUR Motivering

Nadere informatie

Lancering Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018 en survey Samenleven in Diversiteit 2017

Lancering Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018 en survey Samenleven in Diversiteit 2017 PERSBERICHT - 8 mei 2018 Lancering Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018 en survey Samenleven in Diversiteit 2017 Het Agentschap Binnenlands Bestuur en Statistiek Vlaanderen publiceren vandaag de

Nadere informatie

De te bereiken resultaten m.b.t. de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 kunnen als volgt worden omschreven:

De te bereiken resultaten m.b.t. de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 kunnen als volgt worden omschreven: BIJLAGE Bijlage nr. 1 Fiches Titel initiatief: Brusselwerking Initiatiefnemer: vzw Forum van Etnisch-Culturele Minderheden (0478.953.435), Vooruitgangsstraat 323/4, 1030 Brussel (Schaarbeek) Omschrijving

Nadere informatie