PROJECT (On)Beperkte Opvang
|
|
|
- Juliaan Maas
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 PROJECT (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Pilotrapport 3: Rotterdam Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. MEE Rotterdam Rijnmond
2 Colofon Titel Pilotrapport 3: Rotterdam Opdrachtgevers Federatie Opvang/MEE Nederland Auteur(s) Datum en Plaats C. den Boer, Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. J.Y. Carels MMI, MEE Rotterdam Rijnmond drs. P.A.M. van den Broek (landelijk projectleider) Oktober 2012, Amersfoort/Rotterdam/Utrecht Het project is financieel mede mogelijk gemaakt door: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Fonds NutsOhra en het VSBfonds
3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Doelen pilot Rotterdam Leeswijzer Uitgangssituatie Rotterdam Profiel cliënten Pilot deelnemers Cliënten met (vermoedelijk) LVB in de opvang Profiel samenwerkingspartners pilot Leger des Heils - MCR MEE Rotterdam Rijnmond Regionale samenwerking Trajectregie maatschappelijke opvang Bestaande samenwerking Leger des Heils en MEE Rotterdam Rijnmond Pilot Rotterdam Algemeen Deskundigheidsbevordering Herkenning Diagnostiek Ondersteuningsplan Begeleiding/ondersteuning Samenwerking Leger des Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond Conclusies en aanbevelingen... 11
4 1. Inleiding In het project (On)Beperkte Opvang, mensen met licht verstandelijke beperkingen (LVB) in de maatschappelijke opvang, werken opvanginstellingen en MEE-organisaties in vijf regio s samen. Het project richt zich op: Kennisoverdracht en deskundigheidsbevordering; De toepassing van een herkenningsinstrument voor LVB; De inzet van diagnostisch onderzoek; Het gezamenlijk opstellen en uitvoeren van een ondersteuningstraject; Het organiseren en invullen van de samenwerking tussen opvang en MEE. Dit rapport bevat de ervaringen en resultaten van de pilot in de regio Rotterdam. De samenwerkingspartners van de pilot zijn Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. en MEE Rotterdam Rijnmond Doelen pilot Rotterdam De samenwerking heeft in de regio Rotterdam de volgende doelen: verbetering van de onderkenning van verstandelijke beperkingen bij mensen in de opvang; preventieve aansluitende begeleiding aan mensen met een verstandelijke beperking in de opvang; uitstroom uit de opvang van mensen met een verstandelijke beperking wordt bevorderd door een hechte samenwerking. De Rotterdamse samenwerkingspartners richten zich op het: onderzoeken van de bruikbaarheid van een herkenningsinstrument en diagnostische onderzoeken; gezamenlijk uitvoeren van een aantal begeleidingstrajecten van cliënten van het Leger des Heils MCR en het ontwikkelen van doorstroomtrajecten; verbeteren van de ketensamenwerking tussen de maatschappelijke opvang, MEE Rotterdam Rijnmond en andere sectoren, zoals de psychiatrie en de verslavingszorg Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de uitgangssituatie in de regio Rotterdam. Het geeft een beschrijving van de betrokken cliënten en samenwerkingspartners. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de uitgevoerde pilotactiviteiten en de opgedane ervaringen. De verkregen pilotresultaten leiden in hoofdstuk 4 tot een aantal conclusies en aanbevelingen. Naast deze rapportage voor Rotterdam zijn pilotrapporten beschikbaar voor Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Zwolle. De pilotrapportages vormen mede de basis voor een landelijk evaluatierapport. Het landelijk rapport beantwoordt de onderzoeksvragen en komt tot een inhoudelijke beoordeling van de bruikbaarheid van instrumenten en werkwijzen. Daarnaast is op basis van de regionale en landelijke activiteiten een handreiking voor implementatie beschikbaar. Deze geeft aan hoe (andere) opvang- en MEE-organisaties de samenwerking op kunnen pakken en welke instrumenten/voorbeelden beschikbaar zijn. 1
5 2. Uitgangssituatie Rotterdam Dit hoofdstuk beschrijft de cliënten en samenwerkingspartners die in de regio Rotterdam aan de pilot deelnemen Profiel cliënten Pilot deelnemers Voor de pilot zijn vanuit een achttal opvanglocaties potentiële deelnemers aangemeld. Kenmerken van de locaties en hun cliënten zijn: 24-uursopvang (bed, bad en brood) voor problematische op straat levende dak- en thuislozen met vaak langdurig harddruggebruik; Voorziening voor tijdelijk wonen voor vrouwen/gezinnen met mishandeling-/geweldsproblemen en/of relatie-/opvoedingsproblemen, verslaving, huurschulden of een combinatie; Woonvoorzieningen met ambulante begeleiding voor (voormalig) dak- en thuislozen met psychiatrische problematiek en eventueel (inmiddels) hanteerbaar middelengebruik; Beschermd wonen voor mensen die door langdurige psychiatrische problematiek en drugsgerelateerde problematiek ondersteuning en bescherming bij het wonen nodig hebben Cliënten met (vermoedelijk) LVB in de opvang Binnen de pilotregio lopen de inschattingen van het aantal cliënten in de opvang dat (vermoedelijk) een licht verstandelijke beperking heeft uiteen van 15% tot 40%. Aangenomen wordt dat bij gemiddeld 25% van de cliënten in de opvang (mogelijk) sprake is van een licht verstandelijke beperking Profiel samenwerkingspartners pilot In de Rotterdamse pilot werken het Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam en MEE Rotterdam Rijnmond samen Leger des Heils - MCR Het Leger des Heils is een organisatie die zich inzet voor (ex)dak- en thuislozen of zij die in een moeilijke (woon)situatie verkeren. Zij bieden opvang, steun, woonbegeleiding en financiële hulpverlening. Hierbij geven zij invulling aan begrippen als sociale bescherming, maatschappelijk herstel en preventie. Het Maatschappelijk Centrum Rotterdam (MCR) richt zich onder meer op mensen met een dubbeldiagnose : LVB en verslaafd en psychiatrisch en/of veelpleger en/of dakloos en/of sterk gedragsgestoord. Het MCR kent voorzieningen voor laagdrempelige opvang (crisis, ambulante ondersteuning, dag en nacht en wonen). Verder beschikt het Leger des Heils MCR met de unit Kreekpad sinds 2010 over een specifieke woonvoorziening voor dak- en thuislozen met een verslavingsproblematiek en een licht verstandelijke beperking. Het Leger des Heils MCR heeft op jaarbasis in totaal zo n hulpvragers (unieke personen, cijfers 2010). Bij het MCR werken op 21 locaties ongeveer 375 personen (of 323 fte, gemiddeld 2010). De kosten van het MCR zijn verdeeld over de verschillende werkvelden: 69% maatschappelijke opvang, 16% ggz, 10% ouderen- en gezondheidszorg, 5% preventie en maatschappelijk herstel. De bekostiging van het MCR als geheel is voor bijna tweederde op gemeentelijke basis (64%), eenvijfde is Awbz-gefinancierd (20%), 6% door eigen bijdragen hulpvragers en 10% overig MEE Rotterdam Rijnmond MEE Rotterdam Rijnmond geeft gespecialiseerde cliëntondersteuning aan mensen met een beperking, hun netwerk of organisaties in hun omgeving (waaronder algemene voorzieningen, onderwijs- en opvangvoorzieningen). MEE Rotterdam Rijnmond biedt informatie, advies en kortdurende ondersteuning aan mensen met een: lichamelijke beperking,(lichte) verstandelijke beperking (LVB), chronische ziekte, zintuiglijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), ontwikkelingsachterstand of autisme spectrum stoornis. Op jaarbasis ondersteunt MEE Rotterdam Rijnmond bijna cliënten (unieke personen, 2
6 cijfers 2010). Ongeveer eenderde daarvan (1.580) betreft personen met (ook) een licht verstandelijke beperking. Bij MEE Rotterdam Rijnmond werken 185 medewerkers (of 137 fte, cijfers 2010) Regionale samenwerking De pilot krijgt invulling binnen een bestaande regionale overlegstructuur van lokale/regionale instanties die betrokken zijn bij de opvang van dak- en thuislozen. Verder bouwen MCR en MEE voort op een al langer bestaande samenwerking Trajectregie maatschappelijke opvang Vanaf 2006 werken Rotterdamse instanties samen. De gezamenlijke aanpak van de maatschappelijke opvang kent twee pijlers, te weten een persoongerichte aanpak en een sluitende samenwerking. De persoongerichte aanpak houdt in dat iedere dak- of thuisloze een op zijn situatie toegesneden traject en een cliëntmanager krijgt toegewezen. Sluitende samenwerking betekent dat er een nauwe betrokkenheid moet zijn tussen alle partijen binnen het hulpverleningsproces om te komen tot een integraal traject. Samenwerking vindt plaats op bestuurlijk niveau (gemeente) en het uitvoerende niveau (instellingen, trajectregisseurs en cliëntmanagers). Rotterdam heeft een traject toewijzingscommissie (TTC), waarin convenantpartijen een integrale sluitende aanpak beogen van de problematiek van daklozen en personen die dreigen (opnieuw) dakloos te worden. MEE Rotterdam Rijnmond en het Leger des Heils MCR zijn in dit overleg vertegenwoordigd. De inbreng van de trajectplannen door convenantpartijen worden wekelijks in het TTC overleg besproken. De zorgcoördinatie van de TTC plannen wordt in dit overleg toegewezen aan relevante convenantpartijen. Degenen die de trajecten moeten uitvoeren brengen de problematiek in kaart brengen en leiden de cliënt toe naar passende voorziening(en). MEE Rotterdam Rijnmond en het Leger des Heils MCR willen verbeteringen ontwikkelen t.b.v. de begeleidings- en doorstroomtrajecten. Enkele consulenten van MEE Rotterdam Rijnmond hebben naast hun reguliere taken een specifieke TTC taak Bestaande samenwerking Leger des Heils en MEE Rotterdam Rijnmond Aan de pilot gaat al een langer lopende samenwerking tussen het Leger des Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond vooraf. Een aantal jaren geleden is MEE voorlichting gaan geven bij de opvangorganisaties waaronder het Leger des Heils. En MEE is deel gaan nemen aan de traject toewijzingscommissie (TTC). De toestroom van cliënten (uit de opvang) heeft ertoe geleid dat binnen MEE een groep van acht consulenten klaar staat voor nieuwe aanmeldingen. En er zijn de volgende werkafspraken: geen hoge aanmeldingseisen; eerste screenings-/aanmeldingsgesprek bij MEE door TTC-consulent met screenen op mogelijke beperking (concreet navragen op verleden, gebeurtenissen, jaartallen, scholen, werkervaring, oplossend vermogen, familie betrekkingen); per direct ruimte nemen voor klanten uit de opvang en direct in ondersteuning nemen. Er wordt rekening gehouden met de caseload van de consulent van MEE; er is een directe lijn met Leger des Heils. Men kan buiten de reguliere aanmeldingsprocedure starten met ondersteuning van de cliënt in de opvang; klanten krijgen meer contacturen om afspraken (zoals IQ onderzoek mogelijk maken) na te laten komen. Consulent geeft meer dan gebruikelijk aandacht aan dit proces; vooronderzoek. Er is een kort IQ onderzoek (1 plek per week beschikbaar voor TTC plaatsen); consulenten gaan naar TTC-overleg en hebben inzage in Evita systeem (registratie). Verder kunnen opvangorganisaties terecht bij MEE met vragen om advies of om expertise van MEE om bepaalde situaties zo goed mogelijk te kunnen beoordelen. Met de pilot willen beide partners de samenwerking verder uitbouwen. Zij richten zich op de eerdere signalering, betere (h)erkenning van cliënten met een (vermoedelijke) LVB in de opvang van het Leger des Heils MCR. Verder geeft MEE Rotterdam Rijnmond desgewenst ondersteuning (consultatie, uitwisseling kennis) aan professionals van de unit Kreekpad. De samenwerkingspartners delen de met de professionals van het Leger des Heils-MCR, o.a. de unit Kreekpad, opgedane kennis en ervaringen met het landelijk project. Het Leger de Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond hebben ultimo 2011 hun samenwerking bekrachtigd in een overeenkomst. 3
7 3. Pilot Rotterdam Voorafgaand aan de pilots zijn samen met de pilotorganisaties uitgangspunten en afbakening van doelgroep, project en activiteiten benoemd. Binnen dit landelijk kader zijn de pilots van start gegaan en hebben zij invullling gegeven aan de pilotactiviteiten. Dit hoofdstuk geeft weer op welke wijze in de regio Rotterdam de pilot is uitgevoerd en tot welke regionale ervaringen en pilotresultaten dat heeft geleid Algemeen MEE Rotterdam Rijnmond is vanaf het begin in mei 2011 bij het landelijk project betrokken. Nadat het Leger des Heils MCR bereid was gevonden deel te nemen, is in september 2011 de regionale pilot van start gegaan. De pilot bouwt voort op de reguliere contacten en positieve ervaringen met de bestaande samenwerking tussen beide partners. Succesfactoren daarin zijn: geen nee bij aanmelding succesgerichte benadering gedragsdeskundige samen opgaan sociale kaart MO ook bij twijfel er op af kort IQ-onderzoek motiveren voor onderzoek kennis sociale kaart VG 3.2. Deskundigheidsbevordering Opzet Training Herkennen van en omgaan met mensen met een (licht) verstandelijke beperking Gericht op: o kennisoverdracht om LVB beter te herkennen; o oefenen van gedragsmatige aspecten (hoe om te gaan met mensen met LVB); o voor de pilot is het laatste uur van de training gericht op het gebruik van het herkenningsinstrument (HASI, zie hierna); Afstemming opvang Vooraf worden per opvangmedewerker casussen en twee leervragen opgevraagd: Wat wil men leren? Waar loopt men in het dagelijks werk tegen aan?. Daar wordt het programma op aangepast Omvang: training van 1 dagdeel (5 uur); Opbouw Er worden korte sessies aan theorie gedaan (5 x 10 minuten) en vooral veel praktisch oefenen (5 x 50 minuten) met rollenspellen. Theoriestuk wordt meegegeven als naslag werk. Trainer(s) Twee MEE-consulenten met ruime trainerservaring; Gedragsdeskundige toetst vooraf de inhoud en opzet van de training. Is niet als trainer betrokken. Wel is voor vragen/casuïstiek een beroep op de gedragsdeskundige mogelijk. Vervolg/Terugkommoment Deelnemers kunnen na de training terugvallen op de trainers of gedragsdeskundige. In de pilot is alleen gebruik gemaakt van een telefonisch of mailconsult; Andere opties zijn: inzet MEE op consultbasis of een terugkomdag. Deelnemers In de pilot hebben 36 opvangmedewerkers van Leger des Heil MCR aan de training deel genomen. Per training namen gemiddeld 12 personen deel; De deelnemers hadden een HBO-niveau en zijn werkzaam als coördinator of medewerker van de dag- en nachtopvang, vrouwenopvang (geen geweldsgerelateerde opvang) of begeleid wonen 4
8 projecten. Het gaat om betrokken, zorgzame,door de wol geverfde professionals met veel ervaring in ernstige problematiek; Bejegening en effectiviteit zijn aspecten die vaak aan de orde komen. Aandachtspunten blijken: o Handelingsverlegenheid; o Belang van algoritme te weten (op tijd, kamer opruimen); o Concreet en abstract denken; o Overvraging zelf voelen (wiskunde som) en ervaren reacties (lacherig, afhaken). Resultaten Door opvangmedewerkers positief en als afwisselend gewaardeerde training; Basiskennis voor herkenning verworven; Veel geoefend met een andere focus. Afbrengen van de GGZ-focus en/of medische focus. Dat geeft veel herkenning; Vaardigheden verworven om de beperking (soms moeilijk onderwerp) aan de orde te brengen. Niet lacherig en eromheen praten, maar aandacht op wat iemand kan en koppelen aan waar iemand tegen aan loopt en heel concreet oplossingen laat aandragen; Meer begrip voor cliënt en aansluitende dienstverlening: concretere taal, kleinere stappen ondersteuning, respectvol (niet kinderachtig), succesgerichte benadering (wat iemand wel kan). Aandachtspunten Gedragsdeskundige capaciteit in relatie tot (mogelijke) trainingsinzet. MEE Rotterdam Rijnmond laat de training verzorgen door ervaren trainers. De gedragsdeskundigen zetten zij graag in voor consultaties bij complexe situaties. Letterlijk genomen Begeleider opvang: Ik zei tegen een cliënt dat ze de borden niet zo vroeg op tafel moest zetten voor het eten. Vervolgens dekte cliënt de hele tafel zonder de borden maar wel net zo vroeg. We kregen een conflict omdat ik dacht dat ze me in de maling nam. Maar ze nam het waarschijnlijk dus gewoon heel letterlijk Herkenning Introductie HASI Voor de introductie van het herkenningsinstrument HASI is gebruik gemaakt van het gezamenlijk ontwikkelde gebruiksmateriaal (draaiboek, presentatie, toelichting HASI). In de pilot Rotterdam is deze introductie gecombineerd met de training LVB. Deze combinatie is goed bevallen. Hierdoor werd de informatie over het herkenningsinstrument heel praktisch en direct toepasbaar. Gebruik HASI Van de 43 cliënten waarbij een vermoeden van een LVB was, is van 25 cliënten het resultaat van een HASI-test verkregen. Bij 12 cliënten is geen HASI-test afgenomen. Van 6 cliënten is dit (of het resultaat) niet bekend op het moment van rapportage. Redenen voor uitval of uitstroom van cliënten zijn: niet gemotiveerd (1), ziekenhuisopname (4), andere zorgaanbieder (3), reden vertrek onbekend (7). Voor het vastleggen van de ervaringen van cliënten en medewerkers met de HASI-test zijn in de pilotregio Rotterdam in beperkte mate logboeken geretourneerd. Ervaringen cliënten (1 logboek) o Vond test interessant en conclusie goed; Evaringen medewerkers (1 logboek) o Duur: 1x minuten (1 e keer) o Omzetting van onuitgewerkte scores naar geschaalde score: onduidelijk en vraag of dat niet eenvoudiger kan Overige waarnemingen Niet op alle locaties zijn spreekkamers. Dit maakt het afnemen van een HASI-test lastig; De test is lastig af te nemen bij cliënten die de Nederlandse taal slecht beheersen; 5
9 In het algemeen wordt voor de praktijk de HASI goed bruikbaar geacht. Zeker naarmate degene die de HASI afneemt diagnostisch geschoold is, worden de signalen voor een vermoedelijke LVB sneller herkend. HASI-scores De HASI-test leidt tot een puntenscore voor de cliënt. Vervolgens leidt de leeftijdsafhankelijke grenswaarde tot een advies om de cliënt wel of niet door te verwijzen voor een verdere beoordeling. De grenswaarde voor personen van 18 jaar en ouder is 85. In de pilot Rotterdam zijn de volgende HASI-scores verkregen. HASI-score Aantal Subtotaal Advies < Verwijzing Geen 9 >90 7 verwijzing Totaal ingevulde HASI-formulieren retour ontvangen, waarvan 1 onvolledig Vergelijking HASI en diagnostisch onderzoek Van 22 cliënten kan het HASI-resultaat vergeleken worden met de uitslag van het diagnostisch onderzoek. Onderstaande tabel geeft de relatie tussen het HASI-resultaat en de uit het diagnostisch onderzoek verkregen IQ-score. Voorbeeld: Van de cliënten die een IQ-score blijken te hebben tussen de zouden er op basis van de HASI 5 zijn doorverwezen en 2 zouden niet zijn doorverwezen. HASI Verwijzing Geen verwijzing Totaal Procentueel IQ< % IQ 50<IQ< % (licht) 70<IQ< % (zwak) 85<IQ % % Bijna driekwart van de pilotcliënten (73%) is (licht) verstandelijk beperkt of zwakbegaafd. Normering Nederland Naarmate de HASI-resultaten meer overeenstemmen met de IQ-scores is dit beter bruikbaar als herkenningsinstrument. Daarom wordt gekeken in welke mate de HASI cliënten ten onrechte heeft doorverwezen (ten onrechte positief of false positive/fp ) of ten onrechte niet heeft doorverwezen (ten onrechte negatief of false negative/fn ). De HASI is in Australië ontwikkeld voor de herkenning van personen met een IQ lager dan 70. In Nederland worden ook mensen met een benedengemiddeld intelligentieniveau ( zwakbegaafd met IQ tussen de 70 en 85) en bijkomende beperkingen en problemen gerekend tot de LVB-groep. 6
10 Indien conform de ruimere Nederlandse definitie wordt gekeken, ontstaat het volgende overzicht. Grenzen IQ-groep Nederland IQ<50 Verwijzing 1 (= terecht) HASI Geen verwijzing IQ 50<IQ<70 5 (= terecht) 2 (= onterecht/fn) 70<IQ<85 5 (= terecht) 3 (= onterecht/fn) 85<IQ 3 (= onterecht/fp) 3 (= terecht) Uitgaande van de ruimere Nederlandse definitie van de LVB-doelgroep leidt dat tot 64% terechte casussen (cliënten terecht verwezen of terecht niet verwezen). Het aantal onterechte verwijzingen/niet-verwijzingen is 36%. Daarvan zouden 3 personen (13%) op basis van de HASI ten onrechte een verwijzing krijgen. En 5 personen (23%) zouden op basis van de HASI ten onrechte niet zijn verwezen. Dit betekent dat mogelijk de HASI bij een substantiële groep van mensen binnen de opvang met (vermoedelijk) een LVB daarvan geen bevestiging geeft. Grenzen IQgroep Nederland Verwijzing Geen Verwijzing Terecht (64%) Onterecht 3 (FP=13%) 5 (FN=23%) 8 (36%) Ter vergelijking: het oorspronkelijk gerezen vermoeden van een (L)VB blijkt bij 16 van deze 22 cliënten (=73%) correct te zijn. Een mogelijke verklaring voor deze (hogere) score kunnen de met de LVB-training opgedane kennis en vaardigheden zijn. Meerwaarde screening MEE-consulent Een MEE-consulent kreeg de indruk dat met de HASI meer cliënten doorkwamen die geen LVB hadden. Hij zou een aantal cliënten bij zijn eigen screening niet doorgestuurd hebben voor IQ onderzoek. Persoonlijke screening door een MEE-consulent blijkt nog steeds een meerwaarde te hebben Diagnostiek Diagnostisch instrumentarium In de pilotregio Rotterdam zijn de volgende typen diagnostische onderzoeken gedaan: IQ-test: o 28x, waarvan 24x WAIS; 4x WNV (non-verbale Weschler schaal); o Deze zijn goed bruikbaar; o Voor deze doelgroep geldt wel t.a.v. alle IQ-testen dat sommige onderdelen lastig zijn af te nemen omdat deze te schools, veeleisend of kinderachtig zijn; Sociale redzaamheid: o 20x SRZ-P; o Deze zijn voldoende bruikbaar (verouderd,hangt van afnemer af, wel korte tijd nodig); Andere testen: o Sociaal-emotioneel (18x), matig/voldoende bruikbaar (moeilijk); o Probleemonderkennend (20x), voldoende bruikbaar; o Persoonlijkheid (20x), voldoende bruikbaar; o Neuropsychologisch (4x, =relatief veel), goed bruikbaar 7
11 Toepassing o De kenmerken van de pilotcliënten stellen specifieke eisen aan de toepassing van de diagnostische instrumenten: Inhoud: niet schools,kinderachtig en te lang; Afnemen: balans zoeken duur (vermoeidheid, concentratie) en frequentie (motivatie). Wisselt per persoon; Locatie: op opvanglocatie of iemand die brengt/haalt; Info: weinig netwerk, afhankelijk van moeite begeleiders; Interpretatie uitkomsten: veel bijkomende problemen die van invloed zijn (veel stress, zeer weinig slaap, verslavingen en hersenletsel/leerstoornissen; o Regulier voor MEE:ja, maar zal per MEE-organisatie verschillen; o Regulier voor Opvang: het Leger des Heils verricht zelf geen diagnostisch onderzoek naar een mogelijke LVB; o Gedragstherapeut/psycholoog: Materiaal creatiever toepassen (bv. Vervelende subtest op ander moment); Om kunnen gaan/iets hebben met doelgroep; Het beschikbare diagnostisch instrumentarium is goed bruikbaar voor het vaststellen van de LVB, het bijbehorende lage sociaal-emotioneel niveau en bijkomende gedragsproblemen. Deze bieden houvast aan het bepalen van het toekomstperspectief bepalen; Wel meer neuropsychologie/ hersenletsel onderzoeken en korte lijnen naar psychiatrie als verder onderzoek nodig is. Resultaat diagnostisch onderzoek Het diagnostisch onderzoek geeft de gewenste duidelijkheid over wat cliënten wel en niet kunnen. Daardoor kunnen ondersteuningstrajecten beter en sneller ingevuld worden; Het vaststellen van een LVB leidt in de vervolgstappen (opstellen/uitvoeren ondersteuningsplan) tot: o Balans haalbare doelen en niveau cliënt; o Duidelijkere taal, gerichtere doelen, stap-voor-stap acties; o Specifieker kijken naar doorstroommogelijkheden; 3.5. Ondersteuningsplan Regionale infrastructuur opvang Het opstellen van het ondersteuningsplan maakt in de Rotterdamse pilot deel uit van de regionale infrastructuur voor de opvang van dak- en thuislozen: De toegang tot de Rotterdamse opvanvoorzieningen loopt via 1 loket: Centraal Onthaal. Samen met Trajectregie vormt dit het (virtueel) Coördinatiepunt Zorg; Bij de toewijzing van een hoofddossierhouder is de huisvesting vaak leidend; De hoofddossierhouder voert binnen 4-6 weken de zorgvraagverduidelijking uit en stelt een integraal trajectvoorstel op. Bij de hoofddossierhouder is een cliëntmanager voor de ondersteuning van de cliënt en de coördinatie van de uitvoering van het trajectplan. De GGD is verantwoordelijk voor de trajectregie en zorgt er voor dat er voor de cliënt een sluitende keten is; De zorgvraagverduidelijking en trajectvoorstel bestrijken alle relevante leefgebieden: inkomen, dagbesteding, huisvesting, gezinssituatie/-relaties, geestelijke gezondheid, fysieke gezondheid, verslaving, ADL-vaardigheden (Activiteiten van het dagelijke leven), sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. Hierbij wordt de Zelfredzaamheids-matrix (ZRM) gebruikt. Deze geeft een beoordeling van een vermogen van een cliënt om zich te kunnen redden in de huidige situatie op het betreffende levensdomein. De ZRM wordt gebruik om de te bereiken doelen te benoemen en leent zich voor een nulmeting, tussentijdse monitoring en (eind)evaluatie. Bij de ZRM wordt erkend dat een (mogelijke) verstandelijke beperking van invloed is op de zelfredzaamheid van een cliënt. Andere factoren zijn het hebben van een zorgverzekering, de beheersing van de Nederlandse taal en de zorg voor kinderen. Als (mogelijk) sprake is van een beperkt cognitief vermogen is dit aanleiding voor een nader onderzoek. 8
12 Pilotpartners De pilot Rotterdam is binnen deze bestaande regionale infrastructuur ingevuld: Leger des Heils MCR is de hoofddossierhouder en stelt het benodigde integrale (traject)plan op; MEE Rotterdam Rijnmond is betrokken bij: o de aanmelding van de cliënt; o het stimuleren van de cliënt voor het diagnostisch onderzoek; o het opstellen van het ondersteuningsplan (advisering vervolg-aanvragen CIZ-indicatie, VG-woonvorm zoeken, communicatie); MEE stelt de hiervoor benodigde verslagen/rapportages en voorstellen op; Mogelijk betrokken professionals zijn: o Opvang: begeleider, zorgcoördinator; o MEE: consulent, gedragsdeskundige; De exacte taakverdeling tussen Leger des Heils en MEE Rotterdam Rijnmond is afhankelijk van de hulpvraag van de cliënt en situatie. Per cliënt wordt gekeken wat noodzakelijk is. o MEE richt zich met name op de sociale kaart gehandicaptenzorg, zorgverzekering en Awbz-zorg; o Opvang richt zich vooral op de gemeentelijke voorzieningen Begeleiding/ondersteuning De (gezamenlijke) uitvoering van het ondersteuningsplan voor cliënten leiden tot de volgende ervaringen van de samenwerkingspartners in de pilot Rotterdam. Ondersteuningsdoelen De ondersteuningsdoelen variëren van opvoedingsondersteuning, huishoudelijke hulp en ambulante hulp bij financiën/administratie, tot het vinden van een geschikte woonplek of werkplek. Met name het vinden van een geschikte woonplek is vaak aan de orde. Ervaringen samenwerkingspartners De gezamenlijke ondersteuning van cliënten met LVB leidt bij: Opvang: tot het inzicht om anders te kijken bij cliënten of/als er sprake is van een licht verstandelijke beperking; MEE: tot het bouwen van een netwerk binnen gemeentelijke voorzieningen en andere betrokken instanties. Knelpunten Grenzen van de door Opvang en MEE te bieden ondersteuning liggen bij: o in de cliënt gelegen factoren: medewerking, multiproblematiek (verslaving, psychiatrie, LVB), complexe gedragsproblematiek, extreem laag niveau (IQ<50); o bij de samenwerkingpartners gelegen factoren: afbakening verslaving, psychiatrie, LVB; o ontwikkelingen Awbz en Wmo die leiden tot bezuinigingen en verschraling van zorg; Ondersteuning binnen opvang o Binnen de dagopvang en woonvoorzieningen kan met (meer) training, aandacht en tijd door medewerkers beter ingespeeld worden op een (mogelijke) LVB-problematiek. Wel vergt dit voldoende capaciteit (plaatsen), personeel en veiligheid binnen de laagdrempelige opvang; o Binnen de nachtopvang is het lastiger een om cliënten met een (vermoedelijke) LVB te ondersteunen. Er zijn te veel prikkels, te weinig structuur, tijd en rust voor begeleiding op maat; Doorstroom/uitstroom: o Wachtlijsten: zowel bij zorgaanbieders gehandicaptenzorg als bij LVB-locatie Kreekpad van Leger des Heils; o Meervoudige problematiek doelgroep vormt vaak contra-indicatie voor zorgaanbieders van (vervolg)woonvoorzieningen. Binnen hun regulier aanbod is voor deze cliënten te weinig aandacht en ondersteuning mogelijk. Of instellingen kunnen niet inspelen op bijkomende problematiek, afhankelijk van wat de dominante problematiek is; o De Awbz-bezuinigingen (vervallen van begeleiding, vervallen van LVG 1, 2 en 3) geven voor de LVB-doelgroep problemen met het aanvragen van indicaties voor begeleid wonen. 9
13 3.7. Samenwerking Leger des Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond Algemene beoordeling Het Leger des Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond hebben de pilot opgezet vanuit de al bestaande samenwerking. Wel is door de pilot de samenwerking sneller en intensiever geworden. Verder is als onderdeel van het landelijk project de bruikbaarheid van instrumenten en werkwijzen onderzocht. De Rotterdamse pilotpartners zien als samenwerkingsresultaat: er is nu (h)erkennen van LVB-problematiek en aandacht voor een kwetsbare doelgroep binnen de opvang!. Kansen De samenwerking leidt tot: Beter begrip van elkaars doelgroep; Elkaar sneller vinden waardoor cliënten sneller geholpen worden. Belemmeringen Bereikbaarheid door wisselende diensten (opvang)medewerkers; Door het project heeft MEE de diagnostische onderzoeken sneller kunnen realiseren. Normaliter heeft MEE daarvoor een wachtlijst van een aantal maanden. Deskundigheden/vaardigheden Het werken met mensen met (vermoedelijk) LVB in de opvang vraagt deskundigheden en vaardigheden van medewerkers van de betrokken organisaties: Opvang: de LVB-training geeft de opvangmedewerkers goede aanknopingspunten voor de praktijk en biedt een basis voor (verdere) bijscholing; MEE-medewerkers hebben te maken met outreachend werken, bemoeizorg, adhoc werken, verslaving en agressie. Trainingen als outreachend werken en omgaan met verslaving (Youz) rusten de MEE-medewerker toe voor deze (en andere) cliënten (begegening en grenzen aangeven). Werkprocessen Gevolgen van de samenwerking voor de werkprocessen van de pilotorganisaties zijn: Opvang o Verbreding van focus met LVB; o Tijd en ruimte voor signaleren en ondersteunen van cliënten met (vermoedelijk) LVB; MEE o Mogelijkheid outreachend werken, laagdrempeligheid; o Buiten lijnen mogen en durven werken; o Flexibeler, minder star in regels; o Sneller ingaan op een aanmelding (met oog op doelgroep hebben deze een hoge urgentie. Succesfactoren samenwerking Een adhoc en laagdrempelige samenwerking waarbij het accent ligt op doen; Vooral een visie op samenwerking van niet loslaten en zoeken hoe het wel kan ; Rekbaarheid wordt benoemd en is afhankelijk van persoonlijke directe contacten. Perspectief Door de pilotsamenwerking maakt het Leger des Heils MCR eerder en meer gebruik van de expertise van MEE Rotterdam Rijnmond. Dit leidt tot meer inzicht en groei in kwaliteit van de aanpak van de LVB-doelgroep binnen de opvang; Voor de laagdrempelige opvang wordt gekeken naar de beste vorm om samenwerking op de werkvloer te realiseren. Het gaat dan met name om elkaar kennen en weten te vinden. Een spreekuur op een vast moment bleek niet haalbaar. De opvang heeft daarvoor te veel wisseling van cliënten en wisselende diensten van medewerkers. Het plan is nu om per locatie aanspreekpunten van het Leger des Heils en MEE Rotterdam Rijnmond te benoemen; De samenwerkingspartners geven verder invulling aan mogelijkheden voor advies en consultatie voor cliënten met (vermoedelijk) LVB in de opvang. 10
14 4. Conclusies en aanbevelingen De in de voorgaande hoofdstukken weergegeven ervaringen en resultaten van de pilotregio Rotterdam leiden tot de volgende conclusies en aanbevelingen: Meerwaarde samenwerking voor cliënt Conclusie 1. De samenwerking tussen Leger des Heils Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. en MEE Rotterdam Rijnmond leidt tot een verbetering van het perspectief van opvangcliënten met een Licht Verstandelijke Beperking door een betere herkenning en begeleiding. Aanbeveling 1. Continueer de samenwerking voor alle cliënten van Leger de Heils MCR die mogelijk een licht verstandelijke beperking hebben. Deskundigheidsbevordering Conclusie 2. De training van de opvangmedewerkers in het herkennen van een LVB en het omgaan met cliënten met een LVB maakt bij opvangmedewerkers de focus op LVB meer zichtbaar. Aandachtspunten voor deskundigheidsbevordering van MEE-medewerkers zijn: outreachend werken, bemoeizorg, adhoc werken, verslaving en agressie. Aanbeveling 2. Stel opvangmedewerkers die opvangcliënten begeleiden in de gelegenheid de LVB-training te volgen. Besteed in de deskundigheidsbevordering van MEE-medewerkers aandacht aan de omgang met opvangcliënten en hun (bijkomende) problemen. Herkenningsinstrument Conclusie 3. Opvangmedewerkers krijgen mede door het gebruik van een herkenningsinstrument meer een focus op LVB. Het in de pilot gebruikte HASI-instrument geeft, uitgaande van de Nederlandse definitie van de LVB-groep, in 64% van de pilotcliënten ((N=22) een terechte uitslag (wel of geen verwijzing). In 36% geeft de HASI ten onrechte een verwijzing (13%) of geen verwijzing (5 personen = 23%). Daarmee lijkt de HASI onvoldoende onderscheidend. Aanbeveling 3. Interpreteer de resulaten van deze pilot en het gehele landelijke project in samenhang met de ervaringen met de HASI elders (in Nederland en internationaal) en de ervaringen die met alternatieve instrumenten worden opgedaan (zoals de LVB-screener). Beoordeel de meerwaarde voor cliënten en medewerkers in relatie tot de opbrengst van deskundigheidsbevordering of een persoonlijke screening door een MEE-consulent. Diagnostisch onderzoek Conclusie 4. De beschikbare diagnostische instrumenten zijn bruikbaar voor het onderzoeken van cliënten met een mogelijke LVB in de opvang. Wel stellen de kenmerken van de opvangcliënten specifieke eisen aan de toepassing van de instrumenten en de interpretatie van de resultaten. Aanbeveling 4. Benut de pilotervaringen voor het opstellen van een aantal vuistregels voor de toepassing van diagnostiek voor opvangcliënten. Breng de verkregen inzichten in bij de ontwikkeling van nieuwe diagnostische instrumenten die zijn toegesneden op de opvangcliënten. 11
15 Ondersteuningsplan Conclusie 5. De samenwerking tussen Leger des Heils MCR en en MEE Rotterdam Rijnmond bij het opstellen van een ondersteuningsplan maakt deel uit van een specifieke regionale infrastructuur voor de opvang van dak- en thuislozen. De invulling van de betrokkenheid van de samenwerkingspartners bij het opstellen van het ondersteuningsplan varieert met de omstandigheden en de vragen/lvbproblematiek van de cliënt en opvangmedewerkers. Aanbeveling 5. Benoem de overwegingen en criteria voor opvangorganisatie en MEE-organisatie bij het bepalen van de mate van samenwerking bij het opstellen van het ondersteuningsplan van de opvangcliënt met LVB. Kijk daarbij ook naar mogelijke ketensamenwerking. Ondersteuning cliënten met LVB in de opvang Conclusie 6. Het onderkennen van de licht verstandelijke beperking leidt tot nieuwe inzichten over de cliënt en brengt nieuwe ondersteuningsmogelijkheden in beeld. De opvangcliënt met LVB krijgt daardoor binnen de opvang ondersteuning die beter op zijn mogelijkheden en beperkingen is afgestemd. Aanbeveling 6. Houd bij de binnen de opvang gebruikte methodieken en ondersteuningsvormen rekening met een mogelijke licht verstandelijke beperking van de opvangcliënt. Doorstroom en uitstroom van cliënten met LVB in de opvang Conclusie 7. Voor een deel van de pilotcliënten met LVB in de regio Rotterdam is de gewenste ondersteuning in uitvoering of staat deze gepland. Een deel van de cliënten heeft te maken met wachtlijsten voor de gewenste werk- en/of woonsetting met een op de LVB afgestemde begeleiding of behandeling. Aanbeveling 7. Zorg voor voldoende woon- en dagbestedings-/werkmogelijkheden voor opvangcliënten met een LVB om zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Organisatie van de samenwerking Conclusie 8. De samenwerking tussen Leger des Heils MCR en MEE Rotterdam Rijnmond vraagt binnen en tussen de samenwerkingsorganisaties om flexibiliteit, heldere communicatie en toegesneden werkafspraken. Aanbeveling 8. Borg de projectmatige of structurele samenwerking binnen de organisaties door het duidelijk benoemen van verantwoordelijkheden (projectleider, aandachtsfunctionaris, verantwoordelijke managementniveau). Maak LVB een regulier onderwerp van (gezamenlijk) casuïstiek- en werkoverleg en faciliteer flexibiliteit en korte lijnen op werkniveau. 12
16 Aantal cliënten met (vermoedelijk) LVB Conclusie 9. Het is niet mogelijk een exact cijfer te geven van het aantal cliënten met (vermoedelijk) LVB in de opvang. Binnen de pilot Rotterdam lopen inschattingen uiteen van 15%-40% cliënten per opvanglocatie met een (vermoedelijke) LVB. Aangenomen wordt dat bij gemiddeld 25% van de cliënten mogelijk sprake is van een (L)VB. Aanbeveling 9. Maak opnieuw een inschatting van het aantal cliënten met (vermoedelijk) LVB in de opvang zodra dit mogelijk is doordat: medewerkers deelgenomen hebben aan de deskundigheidsbevordering (LVB-training) en/of; een herkenningsinstrument bechikbaar is waarvan de uitkomsten voldoende betrouwbaar zijn. 13
De resultaten van het project
De resultaten van het project Project (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Peter van den Broek Landelijk projectleider Agenda Het project De instrumenten
PROJECT (On)Beperkte Opvang
PROJECT (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Pilotrapport 5: Zwolle/Overijssel LIMOR MEE IJsseloevers Colofon Titel Pilotrapport 5: Zwolle/Overijssel
PROJECT (On)Beperkte Opvang
PROJECT (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Pilotrapport 2: Den Haag Kessler Stichting Den Haag e.o. MEE Zuid-Holland Noord Colofon Titel Pilotrapport
(On)Beperkte Opvang. Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang. Pilotrapport 4: Utrecht
(On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Pilotrapport 4: Utrecht Oktober 2012 Colofon Titel Pilotrapport 4: Utrecht Opdrachtgevers Federatie Opvang/MEE
MEE Amstel en Zaan. PROJECT (On)Beperkte Opvang. Pilotrapport 1: Amsterdam. HVO-Querido MEE Amstel en Zaan
PROJECT (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Pilotrapport 1: Amsterdam HVO-Querido MEE Amstel en Zaan MEE Amstel en Zaan Colofon Titel Pilotrapport
Handreiking Samenwerken aan (On)Beperkte Opvang
Een samenwerkingsproject van Federatie Opvang en MEE Nederland Handreiking Samenwerken aan (On)Beperkte Opvang Mensen met een licht verstandelijke beperking in de maatschappelijke opvang Mogelijk 25% cliënten
PROJECT (On)Beperkte Opvang
PROJECT (On)Beperkte Opvang Mensen met Licht Verstandelijke Beperkingen in de Maatschappelijke Opvang Landelijk evaluatierapport Federatie Opvang MEE Nederland Utrecht/Amersfoort oktober 2012 Colofon Titel
LVB en Verslaving. Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013
Samenwerken, het kan! Lisette Bloemendaal Erna Mensen 5 februari 2013 Binnenplein Casus Methodieken 2 Binnenplein Onderdeel van Aveleijn (VG) Gericht op verstandelijke beperking en verslaving Ambulant
IVO onderzoek: Zorg voor zwerfjongeren met ernstige problematiek in Rotterdam. Van onderzoek naar praktijk
IVO onderzoek: Zorg voor zwerfjongeren met ernstige problematiek in Rotterdam Van onderzoek naar praktijk 22-11-2011 Van onderzoek naar praktijk Doelgroep IVO onderzoek: Dak- en thuisloze jongeren met
verwijzers Behandeling en begeleiding Forensische zorg voor mensen met een LVB
verwijzers Behandeling en begeleiding Forensische zorg voor mensen met een LVB Forensische cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben na een delict strafrechtelijk zorg opgelegd gekregen.
verwijzers De beste ondersteuning op maat Behandeling en begeleiding voor mensen met een licht verstandelijke beperking
verwijzers De beste ondersteuning op maat Behandeling en begeleiding voor mensen met een licht verstandelijke beperking Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben een niet-zichtbare beperking
Vragenlijst Ketensamenwerking Sociaal Kwetsbaren
Vragenlijst Ketensamenwerking Sociaal Kwetsbaren Deze vragenlijst is ontwikkeld door AnnemiekeTomassen van de GG&GD te Utrecht. Zij stelt de evaluatie aan andere veldregisseurs en geïnteresseerden ter
BETREFT ZRM METING EN ANALYSE en METING MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT
Bijlage 4 BETREFT ZRM METING EN ANALYSE en METING MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT Voor een deel van de verantwoording voor het eerste halfjaar van 2016 is gebruik gemaakt van de ZelfRedzaamheid Matrix. Hieronder
Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg
Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg De zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) (Bron: GGD Amsterdam) bevat onder andere het domein huisvesting. Het afwegingskader in deze bijlage is afgeleid van deze zelfredzaamheidsmatrix.
VERBETERPLAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG, VERSLAVINGSZORG EN OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG
VERBETERPLAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG, VERSLAVINGSZORG EN OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Aanleiding Met het Verbeterplan Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2012-2014. Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid
Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg 2012-2014 Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid Raadscarrousel Drechtsteden 2 oktober 2012 Opbouw presentatie 1. Maatschappelijke Zorg (Wmo prestatievelden 7, 8 en
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking
Laagdrempelige toegang voor mensen met een beperking Evaluatie Pilot clientondersteuning in de Rotterdamse Vraagwijzers MEE Rotterdam-Rijnmond Datum Januari 2017 Opdrachtgever Opdrachtnemer Status Gemeente
Evaluatie Housing First. Titel van de presentatie
Evaluatie Housing First Titel van de presentatie Toelichting Housing First Uitgangspunt is: iedereen heeft recht op een eigen plek om te wonen. HF biedt dak- en thuisloze mensen met meervoudige complexe
Signalering en zorgcoördinatie bij begeleiding in de Wmo voor specifieke groepen
Signalering en zorgcoördinatie bij begeleiding in de Wmo voor specifieke groepen Specifieke groepen voor de extramurale begeleiding vanuit Wmo zintuiglijk gehandicapten (ZG) mensen met complex niet aangeboren
Ervaren problemen door professionals
LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren
Sport- en beweegvragen van kwetsbare doelgroepen/ mensen met een beperking in het sociale wijkteam en de rol van MEE
Sport- en beweegvragen van kwetsbare doelgroepen/ mensen met een beperking in het sociale wijkteam en de rol van MEE Dordrecht 17 maart 2016 Nynke Tilstra, Sportconsulent Introductie MEE Uitleg Wijkteams
Bijlage Informatiedocument. Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost
Bijlage Informatiedocument Brabant Noordoost-oost 1 Inleiding: Vanaf 1 januari 2015 zal de huidige langdurige intramurale Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) niet langer meer onderdeel zijn van de AWBZ.
Voorstel van de Rekenkamer
Voorstel van de Rekenkamer Opgesteld door Rekenkamer Vergadering Commissie Mens en Samenleving Vergaderdatum 28 juni 2018 Jaargang en nummer 2018, nr. 44 Geheim Nee Rekenkameronderzoek: Opvang en zorg
Aanpak: Gezinscoaching. Beschrijving
Aanpak: Gezinscoaching De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: BJZ Flevoland
Een stap verder in forensische en intensieve zorg
Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt
Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen.
Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen. Om deze ambitie te realiseren, zetten we in op maatregelen
Op weg naar 2020: Transformatie van de maatschappelijke zorg
Op weg naar 2020: Transformatie van de maatschappelijke zorg Paul Maatschappelijke zorg (Wolf, 2015) Maatschappelijke zorg richt zich op mensen met meerdere complexe problemen om: sociale uitsluiting te
FACT IDRIS. Idris is een onderdeel van de Amarant Groep
FACT IDRIS Idris is een onderdeel van de Amarant Groep Iedereen is Behandeling en begeleiding voor cliënten met een LVB in combinatie met complexe problematiek Specialistische behandeling Kinderen, jeugdigen
Memorandum. Maatschappelijke Ontwikkeling Beleidsontwikkeling. Aan Regionaal beleidsteam. Datum 17 februari 2015
Maatschappelijke Ontwikkeling Beleidsontwikkeling Aan Regionaal beleidsteam Datum 17 februari 2015 Opgesteld door, telefoonnummer Renée Veldkamp, 9534 Onderwerp Ondersteuning voor adreslozen De laatste
CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL
CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in
Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken. Beschrijving
Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld
Kader subsidieaanvragen OGGZ 2018
Postbus 21000 (058) 233 83 88 8900 JA [email protected] Leeuwarden www.sdfryslan.nl Kader subsidieaanvragen OGGZ 2018 Versie: 1 september 2017 1. Inleiding en aanleiding Eén van de beleidsterreinen waarvoor
B&W. Advies. Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen. Zoetermeer steeds ondernemend. \u,/.,;/ 9P..\9\.\ Zocx C?.3-.l.l.--2:c.
Zoefermeer VERGADERING B&W ó.d. IJ NOV 2009 B&W DM^nr. 2009/20150 Advies 090641 Datum: 03-11-2009 Versie: 1 Conform advies bésldtëh Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen Verantwoordelijk Portefeuille
METINGEN 2014, 2015 EN Monitor opvang Enschede. A. Kruize. B. Bieleman
METINGEN 2014, 2015 EN 2016 Monitor opvang Enschede A. Kruize B. Bieleman 1. Inleiding Op 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ingegaan. In deze wet wordt gesproken over twee ondersteuningsvormen
Beleidsplan Opvang en Bescherming. Anne-Marie van Bergen (Movisie) en Daan Heineke (Talenter)
Beleidsplan Opvang en Bescherming Anne-Marie van Bergen (Movisie) en Daan Heineke (Talenter) 9/21/2015 Even voorstellen Anne-Marie van Bergen Daan Heineke Adviseur Movisie Gespecialiseerd in (O)GGZ 2013
Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland. informatie voor verwijzers
Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland Informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland biedt in een open setting
Rotterdam Rijnmond. Zorg voor jongeren en hun gezin. Begeleiding en (tijdelijk) wonen voor jongeren BEGELEID WONEN INDIVIDUELE BEGELEIDING
BEGELEID WONEN INDIVIDUELE BEGELEIDING GEZINS- BEGELEIDING DAGBESTEDING Rotterdam Rijnmond Zorg voor jongeren en hun gezin Begeleiding en (tijdelijk) wonen voor jongeren Wie zijn wij? Stichting Prokino
IrisZorg Preventieve wijkgerichte
IrisZorg Preventieve wijkgerichte hulpverlening 1. Wie zijn Bianca Lubbers en Vincent Stijns? 2. Wat is IrisZorg? 3. Wat is IRIS in de Buurt? 4. Wat doet IRIS in de Buurt? casuïstiek 5. Maatschappelijk
MEE Zuid-Limburg Ondersteuning bij leven met een beperking. Voor verwijzers
MEE Zuid-Limburg Ondersteuning bij leven met een beperking Voor verwijzers Voor verwijzers Werkt u als professional in het onderwijs, de kinderopvang, bij Bureau Jeugdzorg, gemeente of justitie? Of bent
Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving
Aanpak: Interventieteam Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Fier
Zelfredzaamheid-Matrix. Volledige en telbare beoordeling van cliënten
Zelfredzaamheid-Matrix Volledige en telbare beoordeling van cliënten Wat is de Zelfredzaamheid-Matrix? Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is: Het zelf realiseren van een acceptabel niveau op belangrijke domeinen
Workshop. Toegang tot beschermd wonen in de Wmo 2015
Workshop Toegang tot beschermd wonen in de Wmo 2015 Rina Beers, Federatie Opvang Agenda voor workshop: 1. Schets van toegang in Awbz en Wmo nu 2. Praktijk huidige centrale toegang MO 3. Schets van toegang
Wmo 2015 Gemeente Zeist
Wmo 2015 Gemeente Zeist Het veranderende zorgaanbod voor ouderen, mantelzorgers en mensen met dementie. Dinsdag 14 oktober 2014 Even voorstellen Naam: Judith van Leeuwen Functie: accountmanager Wmo bij
Van AWBZ naar Jeugdwet. Een presentatie over de Factsheet Jeugd met een beperking Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd
Van AWBZ naar Jeugdwet Een presentatie over de Factsheet Jeugd met een beperking Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd De wetten De Jeugdwet De Wet Langdurige Zorg (Wlz) De Zorgverzekeringswet
De Maatschappelijke zorg dichterbij. Op weg naar 2021: Transformatie van de maatschappelijke zorg
De Maatschappelijke zorg dichterbij Op weg naar 2021: Transformatie van de maatschappelijke zorg Aanleiding WMO 2015: gemeenten worden verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning van burgers met
Aveleijn ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking of een lage sociale redzaamheid. Leven vol betekenis
Aveleijn ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking of een lage sociale redzaamheid. Leven vol betekenis We gaan uit van eigen kracht, eigen keuzes en eigen mogelijkheden. 02 Aveleijn Inhoud Missie
BIJLAGE voortgangsrapportage mei 2007 Rapportage en planning activiteiten Den Haag Onder Dak. maart Bijgesteld op 4 mei 2007.
RIS146638a_13-JUN- BIJLAGE voortgangsrapportage mei Rapportage en planning activiteiten Den Haag Onder Dak. maart. Bijgesteld op 4 mei. Inleiding. Op 27 juni 2006 is het Haagse Plan van Aanpak MO/OGGZ,
SAMENVATTING BOUWSTENEN ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG
SAMENVATTING ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG INLEIDING ZELFMANAGEMENT EN PASSENDE ZORG In samenwerking met de deelnemers van het De Bouwstenen zijn opgebouwd uit thema s die Bestuurlijk Akkoord GGZ zijn
Gespreksformat (half)jaarlijks overleg gemeente Venray MEE
Gespreksformat (half)jaarlijks overleg gemeente Venray MEE Inleiding Op 13 sept.2010 hebben de gemeente Venray en MEE een samenwerkingsovereenkomst getekend. Hierin spreken zij uit welke doelen zij samen
Overzichtskaart 3. Opvoedingsondersteuning. voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen
Overzichtskaart 3 Opvoedingsondersteuning voor hulp bij opvoedingsvragen en lichte opvoedproblemen Zelfreflectie-instrument individuele opvoedingsondersteuning Sommige JGZ-professionals zullen al over
GGD Hollands Noorden. en wijkverpleegkundigen met S1-taken
GGD Hollands Noorden en wijkverpleegkundigen met S1-taken Waarom een GGD? Wet Publieke Gezondheidszorg (WPG): Gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke
Het project is financieel mede mogelijk gemaakt door: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Fonds NutsOhra en het VSBfonds
Amersfoort/Utrecht oktober 2012 Colofon Titel Opdrachtgevers Samenwerken aan (On)Beperkte Opvang Handreiking voor maatschappelijke opvang en MEE Federatie Opvang/MEE Nederland Auteur(s) Datum en Plaats
Kinderen met een beperking van AWBZ naar Jeugdwet
Kinderen met een beperking van AWBZ naar Jeugdwet Een presentatie over de factsheetvan de Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd De wetten De jeugdwet De Wet Langdurige Zorg (Wlz)
Aanmelden Singelzicht
Aanmelden Singelzicht Om jouw cliënt aan te melden voor een 24-uurszorgtraject binnen Singelzicht, kan je het aanmeldformulier invullen. Stuur daar waar mogelijk, zo veel mogelijk relevante informatie
Ambtenaren / managers Ambtenaren die werken met moeilijk bereikbare groepen
Bijlage Overzicht Doelgroepen Overzicht Doelgroepen participerend in Wmo-werkplaatsen Wmo werkplaats Participerende doelgroepen praktijken Actieve burgers Actieve burgers Actieve buurtbewoners / managers
MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Voor verwijzers
MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Voor verwijzers Voor verwijzers Werkt u als professional in het onderwijs, de kinderopvang, bij Bureau Jeugdzorg, gemeente of justitie? Of bent u arts, bijvoorbeeld
Bemoeizorg. mensenkennis. Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders. post-hbo opleiding
post-hbo opleiding Bemoeizorg Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders mensenkennis Post-hbo opleiding bemoeizorg Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders In onze samenleving zijn er meer dan
Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling.
Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling. 1. Sociaal beleid in breder verband Ontwikkelen beleid: een complex proces Het ontwikkelen en implementeren van beleid voor preventie en aanpak van grensoverschrijdend
'Integrale zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking en problematisch middelengebruik'
'Integrale zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking en problematisch middelengebruik' Toelichting en handreiking bij het Auditinstrument Het verbeterproject LVB & Verslaving Het Trimbos-instituut
Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld
Begeleid Wonen www.st-neos.nl Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld De stichting Neos is een organisatie voor maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld. De organisatie richt zich
Aanpak: Casusregie en inzet gezinscoaching. Beschrijving
Aanpak: Casusregie en inzet gezinscoaching De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld
Wegwijzer voor buurt- en wijkteams
Wegwijzer voor buurt- en wijkteams IRISZORG IN DE ACHTERHOEK Wegwijzer voor buurt- en wijkteams Voor wie we er zijn Hoe je ons bereikt Onze gezichten Wat IrisZorg in de Achterhoek biedt Voor wie we er
Begeleid zelfstandig wonen. Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking
Begeleid zelfstandig wonen Voor jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking Melius Zorg - Tel: 010 842 2526 - Email: [email protected] - Kenmerken begeleiding (LVB-) Jongeren Melius Zorg biedt
Manifest. voor de intensieve vrijwilligerszorg
Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Manifest voor de intensieve vrijwilligerszorg Meer dan 15.000 mensen zijn vrijwilliger bij een Waarom dit manifest? organisatie voor Vrijwillige Thuishulp,
De winst van maatwerk: Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn
De winst van maatwerk: Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn Waarom advies? Adviesaanvraag minister voor Jeugd en Gezin Niet of moeizaam duurzame plaats op arbeidsmarkt Afhankelijkheid collectieve voorzieningen
Zelfredzaamheid-matrix. Matty de Wit, Steve Lauriks, Leonie Klaufus, Wijnand van de Boom
Zelfredzaamheid-matrix Matty de Wit, Steve Lauriks, Leonie Klaufus, Wijnand van de Boom 4 februari 2015 Zelfredzaamheid-matrix DOMEIN 1 acute problematiek 2 niet zelfredzaam 3 beperkt zelfredzaam 4 voldoende
Maatschappelijke opvang (prestatieveld 7)
Maatschappelijke opvang (prestatieveld 7) Algemeen Het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang, en het voeren van beleid ter bestrijding van huiselijk geweld Asielzoekers en ongedocumenteerden
Memorandum. Maatschappelijke Ontwikkeling Beleidsontwikkeling. Aan Regionaal beleidsteam. Datum 17 februari 2015
Maatschappelijke Ontwikkeling Beleidsontwikkeling Aan Regionaal beleidsteam Datum 17 februari 2015 Opgesteld door, telefoonnummer Renée Veldkamp, 9534 Onderwerp Ondersteuning voor adreslozen De laatste
Zorgaanbieder stelt samen met klant het ondersteuningsplan op. Kortdurende beschikking. klant stuurt getekend onderszoeksverslag retour (aanvraag)
Handleiding Format Ondersteuningsplan SDD Vanaf januari 2016 gaat de SDD met behulp van de ZRM-methodiek indiceren. Deze handleiding is opgesteld om de bedoeling van het format voor het ondersteuningsplan
BZ11A. Bemoeizorg. post-hbo opleiding. Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders. mensenkennis
BZ11A post-hbo opleiding Bemoeizorg Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders mensenkennis Post-hbo opleiding bemoeizorg Assertieve psychiatrische hulp aan zorgmijders In onze samenleving zijn er
Presentatie verdiepingssessie inkoop Jeugd-AWBZ. Vrijdag 13 juni 2014
Presentatie verdiepingssessie inkoop Jeugd-AWBZ Vrijdag 13 juni 2014 Wie zijn we? Ons Tweede thuis is een organisatie ten dienste van ongeveer 2000 mensen met een verstandelijke, meervoudige of lichamelijke
Het kind centraal. maatschappelijke Business Case (mbc) Samenvatting / juli 2010
Het kind centraal maatschappelijke Business Case (mbc) Samenvatting / juli 21 VROEG VOORTDUREND INTEGRAAL Samenvatting maatschappelijke Business Case VVI 1www.vroegvoortdurendintegraal.nl Dit is de samenvatting
Aanpak: Praktische gezinsondersteuning. Beschrijving
Aanpak: Praktische gezinsondersteuning De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door:
Convenant Integrale Aanpak Huiselijk Geweld Den Haag
Convenant Integrale Aanpak Huiselijk Geweld Den Haag Ondergetekenden - (naam + functie), namens Gemeente Den Haag -, namens Regiopolitie Haaglanden, -, namens Algemeen Maatschappelijk Werk Den Haag, bestaande
Deelsessie Training van wijkteams en wijknetwerken in vroegsignalering lvb- en ggz-problematiek en cultuursensitief werken met migrantenouders.
Deelsessie Training van wijkteams en wijknetwerken in vroegsignalering lvb- en ggz-problematiek en cultuursensitief werken met migrantenouders. Wie doet er mee? Ernie van der Weg Gemeente Rotterdam Marijke
Vier zorgprogramma s ingezet vanuit het veiligheidshuis. [ontwikkeld door Palier]
Vier zorgprogramma s ingezet vanuit het veiligheidshuis [ontwikkeld door Palier] Palier, enkele kenmerken Begonnen als Forensische & Intensieve zorg Parnassia (2004). Omvang nu 175 bedden nu 513 medewerkers
Stichting Vroeghulp Rotterdam. Stichting Vroeghulp Rotterdam is 21 augustus 1997 opgericht door onderstaande organisaties:
Stichting Vroeghulp Rotterdam Stichting Vroeghulp Rotterdam is 21 augustus 1997 opgericht door onderstaande organisaties: - ASVZ. - MEE Rotterdam Rijnmond. - Pameijer. - Rijndam revalidatiecentrum. Later
AWBZ zorg bij Bureau Jeugdzorg (BJz)
AWBZ zorg bij Bureau Jeugdzorg (BJz) Waar gaan we het over hebben? Wie ben ik en waarom deze presentatie? Algemeen: beleidsregels en doelgroep Welke zorg valt voor onze doelgroep onder de AWBZ? Hoe wordt
Kortdurend intensief verblijf
Inhoudsopgave De Buitenwereld 4 6 Doelgroep 8 Doelgericht werken 10 Inhoudelijke randvoorwaarden 11 2 3 De Buitenwereld Als je binnen een gezin een kind mag grootbrengen met psychiatrische problematiek
Stroomopwaarts. Begeleiding jongeren met psychische kwetsbaarheid
Stroomopwaarts Begeleiding jongeren met psychische kwetsbaarheid Opzet Korte inleiding Stroomopwaarts Visie Aanpak begeleiding Jongeren met psychische kwetsbaarheid Training medewerkers door GGZ, MEE en
Traverse! Thuis in opvang & begeleiding. Stichting Maatschappelijke Opvang Midden-Brabant
Traverse! Thuis in opvang & begeleiding Stichting Maatschappelijke Opvang Midden-Brabant Missie: Traverse organiseert met gevoel voor medemenselijkheid de hulpverlening voor mensen in probleemsituaties
Auditinstrument. LVB & Middelengebruik
Auditinstrument LVB & Middelengebruik Trimbos-instituut Organisatie: Organisatie-eenheid / locatie: Datum afname: Auditoren: Versie 9 mei 0 Pagina . Visie & beleid a. Beleid rondom middelengebruik De organisatie(eenheid)
Huisvesting Cliënt heeft eigen adres maakt geen gebruik van een adres via Maaszicht.
Aanbod Maaszicht Toelichting per product: Opsporing en toeleiding Maaszicht krijgt regelmatig aanmeldingen van en voor jongeren voor wie niet direct duidelijk is voor welke zorg zij nodig hebben. Dit kan
