Over winnen in Overijssel
|
|
|
- Johan Cools
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Over winnen in Overijssel Beleidskader Bouwgrondstoffen Vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel 22 juni 2005
2 Colofon Datum Juni 2005 Oplage 200 Auteur S.J. Bennema Fotografie/Illustraties Voorpagina: BDG Architecten Ingenieurs Vormgeving Provincie Overijssel Project/kenmerk Inlichtingen bij S.J. Bennema Water en Bodem Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus GB Zwolle Telefoon Fax [email protected]
3 Inhoudsopgave Samenvatting 1 Waarom een beleidskader? Probleemstelling Taakverdeling overheden; rol van de markt Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid Relevante provinciale taken Doelstellingen en ambitieniveau: wat wil de provincie bereiken Status en Reikwijdte Procedure 13 2 Provinciaal beleid in hoofdlijnen (Multi)functionaliteit van ontgrondingen Draagvlak multifunctionele ontgrondingen Ruimtelijke kwaliteit multifunctionele ontgrondingen Compensatie ingrijpende multifunctionele en andere ontgrondingen Communicatie Veiligheid diepe ontgrondingen Water en natuur Water als ordenend principe Ontgrondingen: kans voor natuurontwikkeling Vergroting functionaliteit door ondieper maken ontgrondingen Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer De provincie als opdrachtgever voor werken Winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Ophoogzand Klei Economische aspecten 30 3 Beleidsuitvoering Overgangsbeleid multifunctionele ontgrondingen (tot 2009) Uitwerking naar locaties en/of projecten Uitvoering taakstelling winbaar maken beton- en metselzand Instrumentarium Leidraad multifunctionele en functionele ontgrondingen Verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen Ontgrondingenverordening Overijssel Ruimtelijke Ordening Afstemming beleidsuitvoering op nationale en regionale schaal Mogelijke uitvoeringsprojecten 36 Over winnen in Overijssel 3
4 Aanleg strand bij de Milligerplas bij de wijk Zwolle-Stadshagen foto: provincie Overijssel 4 Over winnen in Overijssel
5 Samenvatting Voor wonen, werken en verkeer zijn woningen en andere gebouwen nodig en moeten wegen, spoorwegen en dijken aangelegd en onderhouden worden. Daarvoor zijn grote hoeveelheden granulaire grondstoffen nodig. Als bouwgrondstof worden vooral oppervlaktedelfstoffen gebruikt als grind, verschillende soorten zand, kalksteen en klei, maar in toenemende mate is ook toepassing van uit afvalstoffen of industriële reststoffen bereide secundaire grondstoffen in de bouw mogelijk. Deze vervangen in dat geval de uit de bodem winbare oppervlaktedelfstoffen. Probleemstelling: naar multifunctionele ontgrondingen als vorm van ontwikkelingsplanologie Door de schaarste aan ruimte voor grootschalige ontgrondingen wordt het steeds moeilijker om oppervlaktedelfstoffen te winnen voor de bouw. Elk jaar wordt in Overijssel circa 15 á 20 hectare afgegraven voor de diepe winning van vooral beton- en metselzand en ophoogzand. Deze ruimtelijke claim voor ontgrondingen komt steeds meer in conflict met andere, reeds aanwezige, belangen als natuur- en landschapswaarden en de leefkwaliteit in de omgeving. De op de bouwgrondstoffenvoorziening gerichte ontgrondingen hebben veelal een gebrek aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit, die beter kan en moet. Teneinde bovenstaande problemen tot een oplossing te brengen wil de provincie multifunctionele ontgrondingen en ontwikkelingsplanologie centraal stellen in haar beleid. Ontgrondingen dienen naast de doelstelling bouwgrondstoffenvoorziening ook één of meer andere, nevengeschikte, doelstellingen te krijgen. Door verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van ontgrondingenprojecten kan maatschappelijk draagvlak worden verworven. De vraag is hoe ontwikkelingsplanologie bij multifunctionele ontgrondingen als manier van werken invulling kan worden gegeven? Daarnaast zijn voor de probleemstelling de volgende vragen van belang: na 2008 geen regulering van bouwgrondstoffenstromen meer via taakstellingen, hoe kan waar nodig en mogelijk de markt worden gefaciliteerd? hoe kunnen alternatieven voor primaire grondstoffen door gericht onderzoek en proefprojecten worden gestimuleerd? Dit hoofdzakelijk in landelijk kader; Het bovenstaande betekent, dat de provincie van mening is, dat zij bij wijze van voorkantsturing een helder beleidskader moet vaststellen, waarbinnen multifunctionele ontgrondingen vorm kunnen krijgen, die gericht zijn op het vergroten van het maatschappelijke draagvlak en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse (ontwikkelingsplanologie). Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid/meer marktwerking De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft aangekondigd het dossier bouwgrondstoffen niet langer als een kerntaak van het rijk te beschouwen. Hiermee wordt het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) alleen aan de markt en de betrokken lagere overheden overgelaten (geen taakstellingen voor winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen meer). Het voor het provinciale beleid relevante rijksbeleid zal zich gaandeweg beperken tot een nationaal ruimtelijk kader (Nota Ruimte), milieubeleid, duurzaam bouwen en mededingingsbeleid. De periode t/m 2008 wordt beschouwd als overgangsperiode. Verder wordt een nut en noodzaak-discussie over de Ontgrondingenwet gevoerd (afslanking en modernisering of opgaan in de nieuwe WRO). Provinciaal beleidskader Het provinciale beleid gaat voortaan uit van de volgende hoofdindeling van ontgrondingen: multifunctionele ontgrondingen: gericht op de functie oppervlaktedelfstoffenwinning en één of meer andere nevengeschikte functies; functionele ontgrondingen: bodemverlaging ten behoeve van het realiseren/versterken van bepaalde andere functies. Daarnaast blijft bij vergunningverlening de in de Ontgrondingenwet vastgelegde brede provinciale belangenafweging van alle bij de uitvoering van ontgrondingen betrokken belangen, onverkort gelden. Over winnen in Overijssel 5
6 Naar multifunctionele ontgrondingen als vorm van ontwikkelingsplanologie Teneinde bovenstaande problemen tot een oplossing te brengen wil de provincie multifunctionele ontgrondingen en ontwikkelingsplanologie centraal stellen in haar beleid. Alleen op die manier kan maatschappelijk draagvlak worden verworven voor ontgrondingenprojecten. Hieronder wordt verstaan: Ontwikkelingsplanologie is een vorm van integrale gebiedsontwikkeling waarin complementaire partijen in een gezamenlijk proces streven naar verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door uitvoering en financiering van een aantal samenhangende projecten. Dit betekent, dat de provincie de ontwikkeling van multifunctionele ontgrondingen en de daarmee te bereiken versterking van de leefkwaliteit een belangrijke plaats wil geven in haar beleid. Maar ontwikkelingsplanologie mag niet leiden tot een afvlakking van de diversiteit, die zo kenmerkend is voor het Overijsselse landschap en een teruggang in de leefkwaliteit van onze provincie. Ontwikkelingsplanologie kan daarom ook niet zonder een vorm van toelatingsplanologie, nee zeggen is soms gewoon nodig. Om die reden wil de provincie voor multifunctionele ontgrondingen een bundelingsbeleid blijven voeren door middel van het aangeven van winzones in het streekplan. Bij nieuwe multifunctionele projecten zal worden bekeken of deze passen in het netwerk van gebundelde winningen. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit multifunctionele ontgrondingen Vaste kenmerken hiervoor, die tevens moeten leiden tot een groter draagvlak voor ontgrondingenprojecten, zijn: vergroting van het nuttig oppervlak voor andere functies dan delfstoffenwinning (tenminste 33%). waarborgen van het (eeuwigdurend) beheer van ontgrondingen; recreatief medegebruik ontgrondingen tijdens uitvoering toestaan, indien aan voorwaarden is voldaan; het waarborgen van de veiligheid taluds bij diepe ontgrondingen; compensatie voor teruggang in natuur- en landschapswaarden; bij ingrijpende ontgrondingen: compensatie voor teruggang in leefkwaliteit in de (naaste) omgeving; Ten aanzien van niet meer in exploitatie zijnde zandwinplassen heeft de provincie een verkenning gestart naar de mogelijkheden om de natuurwaarde ervan te vergroten; dit eventueel in combinatie met het ontwikkelen van nieuwe functies van deze plassen. Water Bij het ontwikkelen van multifunctionele ontgrondingen dient rekening te worden met de mogelijkheden van het watersysteem en dient te worden aangesloten bij de natuurlijke kwaliteiten van de omgeving. De inrichting dient zodanig te zijn, dat water langer wordt vastgehouden en dat, waar dat niet kan, berging plaatsvindt. Waar nodig zullen compenserende maatregelen getroffen moeten worden om dat te bewerkstelligen. Diepe zandwinplassen hebben nu veelal een beperkte functionaliteit: de natuurwaarde is vaak niet groot en ze hebben zelden een duidelijke functie. Het verondiepen van deze plassen biedt mogelijkheden om de functionaliteit te vergroten. Op de markt is soms sprake van een overschot aan niet-vermarktbare grond. De milieuhygiënische en ecologische kwaliteit van het toe te passen verondiepingsmateriaal vormt de belangrijkste risicofactor. Dit betekent, dat van geval tot geval een afweging moet worden gemaakt. In paragraaf 2.3 is daarvoor een toetsingskader opgenomen. Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer Zuinig gebruik van primaire en secundaire bouwgrondstoffen is een belangrijk uitgangspunt van de provincie. Dit leidt tot de volgende beleidslijnen: bijdragen aan landelijk onderzoeksprogramma naar alternatieven primaire bouwgrondstoffen; het bijdragen aan het Regionale Duboconsulentschap ten behoeve van duurzaam bouwgrondstoffenbeheer; verkenning naar verbeterde afstemming vraag en aanbod van baggerspecie en (licht verontreinigde) grond; in de ruimtelijke planvorming rekening houden met de voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen; de provincie zal bij aanleg en onderhoud van provinciale infrastructuur voor minimaal 20% gebruik maken van secundaire bouwgrondstoffen. Tevens streeft zij na, dat minimaal 80% van de vrijkomende materialen wordt hergebruikt. 6 Over winnen in Overijssel
7 Provinciale beleidsuitvoering Overgangsbeleid multifunctionele ontgrondingen Er lopen een aantal projecten gericht op uitbreiding van bestaande locaties dan wel ontwikkeling van nieuwe locaties binnen de winzones in het streekplan. Het provinciale beleid is, dat deze ontgrondingenprojecten voortaan, waar mogelijk en inpasbaar, een multifunctioneel karakter moeten krijgen. Voor nieuw te ontwikkelen ontgrondingenprojecten binnen op de streekplankaart aan te geven nieuwe winzones geldt, dat deze zonder meer een multifunctioneel karakter dienen te krijgen. Om de ontwikkeling naar multifunctionele ontgrondingen een realistisch tijdsperspectief te plaatsen hanteert de provincie tot en met 2008 een overgangsbeleid. Daarbij gaat zij uit van de volgende indeling in categorieën (peildatum: datum vaststelling beleidskader): I-A Binnen bestaande winzones; uitbreiding bestaande ontgronding en een lopende vergunningenprocedure In dit geval behoeft de ontgronding niet multifunctioneel te worden ingericht. Dit is van toepassing op de locaties Oude Vaart (Hardenberg) en Eesveensche Hooilanden (Steenwijkerland). Voor de laatste locatie is een multifunctionele invulling ontwikkeld: een uitbreiding van de bestaande zandwinning wordt gecombineerd met de aanleg van een bedrijventerrein, woningbouw, golfterrein en horecavoorziening. I-B Binnen bestaande winzones; uitbreiding bestaande ontgronding en geen lopende vergunningenprocedure In dit geval dient uitgaande van de bestaande locatie- zo veel mogelijk een multifunctionele inrichting te worden nagestreefd. De betreffende locaties zijn De Dooze (Hardenberg) en De Domelaar (Hof van Twente). I-C Binnen bestaande winzones; geen bestaande ontgronding Bij deze categorie is nog geen sprake van zandwinning binnen de winzone. In dit geval dient uitgaande van de bestaande locatie- in beginsel een multifunctionele inrichting te worden nagestreefd. Dit geldt voor de winzones Oosterweilanden (Twenterand) en Polder Mastenbroek (Zwartewaterland/Zwolle). II Nieuwe winzones In dit geval is het beleid betreffende multifunctionaliteit van grote ontgrondingen volledig van toepassing Instrumentarium Voorzien wordt de opstelling van een leidraad van Gedeputeerde Staten, gericht op een doeltreffender en doelmatiger vooroverleg en uitvoering van de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure, welke leidt tot een optimale balans tussen beleidsuitvoering en particulier initiatief. Voorts zullen Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten een voorstel (wijziging geldende heffingsverordening) voorleggen ter invoering van de verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen ten behoeve van compenserende maatregelen. Dit ter vergroting van het draagvlak in de omgeving van grote, ingrijpende, multifunctionele, ontgrondingenprojecten. Bij de bepaling van wenselijke compenserende maatregelen en bij de uitvoering ervan kan de gemeente een belangrijke rol krijgen. Hierbij denkt de provincie uiteraard gebiedsgericht tevens aan een zoveel mogelijk gecombineerde inzet van (provinciale) gelden, bij voorbeeld in het kader van reconstructie-projecten in het landelijk gebied. Gelet op eerdergenoemde nut en noodzaakdiscussie over de ontgrondingenwet zal dit statenvoorstel op de uitkomst hiervan worden afgestemd. Waar mogelijk en gewenst wil de provincie dereguleren. In 2005 wil zij daarom bezien of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 kan worden opgenomen. Dit zou kunnen betekenen, dat meer kleinere ontgrondingen dan tot toe worden vrijgesteld van de vergunningplicht of onder een lichtere procedure komen te vallen. Hierbij speelt vooral de overweging een rol, dat bepaalde (kleine) ontgrondingen geen belangenafweging (meer) behoeven, of dat belangenafweging via een andere wet afdoende mogelijk is, of dat althans met een lichtere vergunningenprocedure kan worden volstaan. Beleidsafstemming In de uitvoering van het beleid wordt een grotere rol toegekend aan het bedrijfsleven in de rol van initiatiefnemer (vrije marktwerking). In de komende jaren is het van belang, dat de provincies en het rijk de in gang gezette beleidswijziging naar een grotere marktwerking goed coördineren. De schaal van de markt voor bouwgrondstoffen wordt groter. Dit betekent, dat bouwgrondstoffen van grotere afstanden worden aangevoerd. Uitgangspunt voor de provincie is dat zij de markt niet wil reguleren. Wel acht zij het noodzakelijk, dat er overleg wordt gevoerd om te voorkomen, dat multifunctionele ontgrondingen ter voorziening in de algemene bouwgrondstoffenmarkt op korte afstand van elkaar aan weerszijden van een grens worden ontwikkeld. Dit kan immers verspilling van kostbare ruimte, grondstoffen en energie betekenen. Over winnen in Overijssel 7
8 Met betrekking tot de afstemming inzake ontgrondingen aan weerszijden van de grens hebben Gedeputeerde Staten het initiatief genomen voor overleg met de Duitse overheid. Dit heeft ertoe geleid, dat binnen de subcommissie Noord van de Nederlands-Duitse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening knelpunten worden geïnventariseerd. VERGELIJKING BESTAAND EN NIEUW BELEID (SAMENVATTING) Bestaand beleid (tot heden) Het rijk en de provincies komen taakstellingen overeen voor het winbaar maken van de bouwgrondstof beton- en metselzand. Voor de periode 1999 t/m 2008 heeft Overijssel een taakstelling om door vergunningverlening 12 miljoen ton beton- en metselzand winbaar te maken. De provincie bepaalt op grond van eigen onderzoek en in overleg met de regio locaties voor gebundelde winningen. Deze locaties worden als winzone oppervlaktedelfstoffen in het streekplan opgenomen. De provincie voert een bundelingsbeleid: de Overijsselse bouwgrondstoffenvoorziening wordt veiliggesteld door een netwerk van gebundelde (centrale) winningen; deze zijn of primair gericht op de winning van beton- en metselzand of kalkzandsteenzand, of primair op de winning van ophoogzand. Verder zijn er enkele gebundelde winningen, waar uitsluitend ophoogzand of klei wordt gewonnen. Binnen winzones kunnen bedrijven een ontgrondingen-project ontwikkelen, waarbij inrichting en beheer na ontgronding zijn vastgelegd. De ontwikkeling van grote ontgrondingenprojecten door initiatiefnemer geschiedt onder nauwe begeleiding van de provincie. In zone III en IV van het streekplan worden gebundelde winningen niet toegestaan; voor het gebied van de stuwwal Westerhaar- Kloosterhaar geldt een afbouwbeleid: geen nieuwe gebundelde winningen. De provincie bevordert de vorming van consortia van zandwinbedrijven bij de exploitatie van gebundelde winningen. Op deze wijze kan met een beperkter aantal gebundelde winningen worden volstaan. De exploitatie van zandwinningen is uitsluitend een zaak van de betrokken vergunninghouder, m.a.w. het is aan het betrokken bedrijfsleven de markt te voorzien met bouwgrondstoffen. Buiten deze winzones voert de provincie een terughoudend vergunningenbeleid: ontgrondingen worden in principe alleen toegestaan indien de functionaliteit ervan is aangetoond. Voor diepe winningen geldt een stringent veiligheidsbeleid met betrekking tot stabiliteit van taluds. Nieuw beleid met ingang van 2009 (en het tot en met 2008 geldende overgangsbeleid voor winlocaties) Geen nieuwe taakstellingen meer voor de periode na 2008; de bouwgrondstoffenvoorziening is een af te wegen belang naast andere belangen. Geen beleidswijziging De provincie gaat uit van ontwikkelingsplanologie: het centraal stellen van initiatieven van bedrijven en maatschappelijke organisaties; het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Geen beleidswijziging: bij de bepaling of een locatie wordt opgenomen in het streekplan, weegt de provincie tevens af of deze past in het netwerk van (multifunctionele) ontgrondingen, waar bouwgrondstoffen worden gewonnen. Overgangsbeleid tot en met 2008: reeds in ontwikkeling zijnde ontgrondingenprojecten dienen waar mogelijk (alsnog) een multifunctioneel karakter te krijgen; Vanaf 2009: alleen projecten met een multifunctioneel karakter worden toegestaan. De provincie begeleidt alleen op afstand (beleidskader). De provincie toetst of het multifunctionele ontgrondingenproject past binnen het geformuleerde beleid. Voor een heldere procesgang stelt zij een leidraad vast. Na 2008: in de zones III en IV van het streekplan worden in deze gebieden passende multifunctionele ontgrondingen niet uitgesloten; Voor het gebied Westerhaar-Kloosterhaar blijft een afbouwbeleid gelde. De provincie acht een veilige en doelmatige uitvoering (exploitatie) van multifunctionele ontgrondingenprojecten gewenst. Consortiumvorming op vrijwillige basis van complementaire partijen (waaronder zandwinbedrijven) draagt hieraan bij en wordt gestimuleerd. Geen beleidswijziging Geen beleidswijziging Geen beleidswijziging 8 Over winnen in Overijssel
9 1 Waarom een beleidskader? 1.1 Probleemstelling Schaarste aan ruimte en gebrek aan gewenste ruimtelijke kwaliteit ontgrondingen Voor wonen, werken en verkeer zijn woningen en andere gebouwen nodig en moeten wegen, spoorwegen en dijken aangelegd en onderhouden worden. Daarvoor zijn grote hoeveelheden granulaire grondstoffen nodig. Elke in Nederland wonende burger gebruikt elk jaar gemiddeld circa kilo. Als bouwgrondstof worden vooral oppervlaktedelfstoffen gebruikt als grind, verschillende soorten zand, kalksteen en klei, maar in toenemende mate is ook toepassing van uit afvalstoffen of industriële reststoffen bereide secundaire grondstoffen mogelijk. Deze vervangen in dat geval de uit de bodem winbare oppervlaktedelfstoffen. Door de schaarste aan ruimte voor grootschalige ontgrondingen op het land voor de winning van bouwgrondstoffen, is het noodzakelijk zuinig om te gaan met deze hulpbronnen. Tot nu toe zijn grootschalige ontgrondingen op land de belangrijkste bron voor de bouwgrondstoffenvoorziening in Overijssel. De ruimtevraag in Overijssel bedraagt per jaar circa 15 á 20 ha voor diepe winning van vooral zand voor het maken van beton en metselwerk en voor ophoging. Deze op de bouwgrondstoffenvoorziening gerichte ontgrondingen hebben veelal een gebrek aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit, die beter kan en moet. Daardoor komen deze projecten in toenemende mate in conflict met andere belangen, zoals bestaande natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en de leefkwaliteit van de omgeving en daarmee samenhangende ruimtelijke claims. Om die reden wordt het ook steeds moeilijker om maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak te creëren voor deze ontgrondingen. Het ruimtelijk beleid van de provincie stelt als eis een doelmatig gebruik van de ruimte voor nu en de toekomst. Het is daarom noodzakelijk om nieuwe waterplassen, die door ontgronding ontstaan, een maatschappelijk gewenste functie te geven. Multifunctionele ontgrondingen als vorm van ontwikkelingsplanologie Teneinde bovenstaande problemen tot een oplossing te brengen wil de provincie multifunctionele ontgrondingen en ontwikkelingsplanologie centraal stellen in haar beleid. Ontgrondingen dienen naast de doelstelling bouwgrondstoffenvoorziening ook één of meer andere, nevengeschikte, doelstellingen te krijgen. Alleen op die manier kan maatschappelijk draagvlak worden verworven voor ontgrondingenprojecten. De provincie gaat daarbij uit van de volgende definitie van ontwikkelingsplanologie: Ontwikkelingsplanologie is een vorm van integrale gebiedsontwikkeling waarin complementaire partijen in een gezamenlijk proces streven naar verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door uitvoering en financiering van een aantal samenhangende projecten. Het bovenstaande betekent, dat de provincie de uitvoering van multifunctionele ontgrondingen en de daarmee te bereiken versterking van de leefkwaliteit een belangrijke plaats wil geven in haar beleid. Maar ontwikkelingsplanologie mag niet leiden tot een afvlakking van de diversiteit, die zo kenmerkend is voor het Overijsselse landschap en een teruggang in de leefkwaliteit van onze provincie. Ontwikkelingsplanologie kan daarom ook niet zonder een vorm van toelatingsplanologie, nee zeggen is soms gewoon nodig. Bouwgrondstoffenstromen In Nederland wordt op dit moment voor ongeveer 80 tot 85% van de totale behoefte aan bouwgrondstoffen voldaan door het gebruik van uit de bodem gewonnen oppervlaktedelfstoffen, de Over winnen in Overijssel 9
10 overige 15 á 20% bestaat uit secundaire grondstoffen (granulaten uit bouw- en sloopafval, industriële reststoffen). De voorziening van de bouw met de in de Nederlandse bodem relatief schaarse bouwgrondstof beton- en metselzand wordt steeds moeilijker. Geologische voorkomens, waar uit grove zanden met name betonzand kan worden geproduceerd, zijn schaars. Het vinden van locaties, waar deze oppervlaktedelfstoffen op een maatschappelijk aanvaardbare wijze winbaar gemaakt kunnen worden, is moeilijk. De vervanging van beton- en metselzand door secundaire grondstoffen is nog vrijwel nihil. Ten behoeve van het tijdig winbaar zijn van een voldoende aandeel oppervlaktedelfstoffen uit de Nederlandse bodem, hebben het Rijk en de provincies in het verleden taakstellingen afgesproken. Voor de provincies gezamenlijk geldt nog een taakstelling voor het winbaar maken van 143 miljoen ton beton- en metselzand in de periode van 1999 tot en met Voor Overijssel houdt dit een taakstelling voor deze periode in van 12 miljoen ton beton- en metselzand. Dit houdt ook in, dat in de landelijke behoefte aan beton- en metselzand maar voor een deel wordt voorzien vanuit landlocaties, waarvoor de provincie als vergunningverlener optreedt. Voor de winning op landlocaties zijn er in beginsel de volgende alternatieven: toepassing van fijner zand in beton dan het tot nu toe gebruikelijk; secundaire grondstoffen uit bouw- en sloopafval; winning van beton- en metselzand uit Noordzee en IJsselmeer; functionele ontgrondingen (onder andere bij Ruimte voor de Rivier ). In mei 2003 heeft de staatssecretaris aan de Tweede Kamer aangegeven het dossier Bouwgrondstoffen niet langer als een kerntaak te beschouwen. Dit betekent, dat het feitelijk voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) alleen aan de markt en de betrokken lagere overheden wordt overgelaten. Na 2008 zullen er dan ook geen nieuwe taakstellingen meer gaan gelden (zie verder paragraaf 1.2.1). Voor andere in Overijssel winbare oppervlaktedelfstoffen (dan beton- en metselzand en klei voor de grofkeramische industrie) geldt dat er in geologisch opzicht geen sprake is van schaarste. Een duurzaam bouwgrondstoffenbeleid houdt in dat er zuinig moet worden omgegaan met hulpbronnen. In plaats van het uitputten van hulpbronnen moeten zoveel mogelijk duurzame alternatieven, zoals het gebruik van vernieuwbare grondstoffen als hout en uit afval verkregen secundaire grondstoffen, worden ingezet. De belangrijkste secundaire bouwgrondstoffen zijn assen, slakken, bouw- en sloopafval, (licht verontreinigde) grond en baggerspecie. Daarbij geldt vooral voor uit werken vrijkomende (licht verontreinigde) grond en baggerspecie, dat er niet steeds adequate toepassingsmogelijkheden zijn. Gelet op de toenemende noodzaak van verwijdering (=aanbod) en op de beperkte stortmogelijkheden, is het dringend gewenst de toepassingsmogelijkheden (=vraag) te optimaliseren. Een verbeterde afstemming tussen aanbieders en vragers kan de doelmatigheid van het grondstromenverkeer verbeteren. Probleemstelling samengevat: hoe kan door het op initiatief van de markt laten ontwikkelen van multifunctionele ontgrondingen op verantwoorde wijze (maatschappelijk draagvlak) de ruimtelijke kwaliteit per saldo worden vergroot en tevens worden voorzien in de behoefte aan primaire bouwgrondstoffen? na 2008 geen regulering van bouwgrondstoffenstromen meer via taakstellingen, hoe kan waar nodig en mogelijk de markt worden gefaciliteerd? hoe kunnen alternatieven voor primaire grondstoffen door gericht onderzoek en proefprojecten worden gestimuleerd? Dit hoofdzakelijk in landelijk kader; Het bovenstaande betekent, dat de provincie van mening is, dat zij bij wijze van voorkantsturing een helder beleidskader moet vaststellen, waarbinnen multifunctionele ontgrondingen vorm kunnen krijgen, die gericht zijn op het per saldo vergroten van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse (ontwikkelingsplanologie). 1.2 Taakverdeling overheden; rol van de markt De feitelijke voorziening van de bouw met grondstoffen is alleen een zaak van de markt i.c. het bouwbedrijfsleven: een hele keten van winners van grondstoffen en producenten van (half)producten tot de bouwmaterialenhandel draagt hiervoor zorg. Onder bouw wordt hier verstaan de Burgerlijke en Utiliteitsbouw en de Grond-, Weg- en Waterbouw. De rijksoverheid stelt wel aan winning, productie en gebruik van grondstoffen vanuit diverse beleidsvelden randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden vinden vervolgens hun doorwerking in relevante provinciale beleidsterreinen. Daarbinnen heeft de provincie beleidsvrijheid. De essentie is dat de markt vraag en aanbod in kwalitatieve en kwantitatieve zin zo veel mogelijk op elkaar afstemt en dat waar nodig de overheden aanvullende randvoorwaarden bepalen. 10 Over winnen in Overijssel
11 1.2.1 Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid In het kader van de begrotingsbehandeling voor het jaar 2003 en de daarin vervatte bezuinigingstaakstelling heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangekondigd, dat het dossier Bouwgrondstoffen niet langer als een kerntaak wordt beschouwd. Hiermee wordt het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) alleen aan de markt en de betrokken lagere overheden overgelaten. De discussie in de Tweede Kamer richtte zich vervolgens op de vraag of het rijk toch een regierol zou moeten blijven vervullen ten opzichte van de lagere overheden en de markt. De staatssecretaris heeft medegedeeld, dat hierover en over een te voeren overgangsbeleid nog overleg gevoerd zal worden met de provincies en het betrokken bedrijfsleven. Mede op grond van gevoerd overleg heeft zij in mei 2003 in een brief aan de Tweede Kamer de contouren geschetst voor afbouw van de regierol van Verkeer en Waterstaat: geen beleid meer ten aanzien van tijdige en voldoende voorziening voor bouwgrondstoffen inclusief bijbehorende taakstelling voor het winbaar maken van bepaalde hoeveelheden door de provincies. Dit betekent tevens, dat de procedure met betrekking tot het lopende 2e Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen is gestaakt (het 1e SOD geldt inmiddels juridisch al niet meer). het wegvallen van deze rijksregie betekent, dat de markt nieuwe wegen zal moeten zoeken: er zal een grotere druk komen op de ontwikkeling van alternatieven voor beton- en metselzand en er zal een prijsstijging optreden. Deze alternatieven en kwalitatief betere projecten voor landlocaties zullen daardoor rendabeler ontwikkeld kunnen worden. ruimtelijk beleid en duurzaam grondstoffenbeleid blijven bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het nationaal ruimtelijk kader voor de winning van oppervlaktedelfstoffen wordt opgenomen de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid (Nota Ruimte). de beheerstaak van vergunningverlening voor rijkswateren blijft bij Rijkswaterstaat. voor andere delfstoffen dan beton- en metselzand worden geen problemen in de voorziening verwacht. Voorts geeft de staatssecretaris aan hoe de regering de nieuwe situatie van vergrote marktwerking wil bereiken, en dat zij de periode tot 2009 daarbij ziet als een overgangsperiode: de eerder afgesproken taakstellingen voor provincies voor het via vergunningverlening winbaar maken van beton- en metselzand in de periode 1999 tot en met 2008 worden gecontinueerd; zij zal samen met de minister van Economische Zaken een plan uitwerken gericht op het creëren van randvoorwaarden voor een optimaal functionerende markt; zij zal, samen met het IPO, onderzoeken of het mogelijk is de Ontgrondingenwet af te slanken. het zo mogelijk ontwikkelen van stimulansen voor winning van beton- en metselzand in de Noordzee, het IJsselmeer en het Markermeer. het bevorderen van alternatieven voor beton- en metselzand door een gezamenlijk onderzoeksprogramma van IPO en Verkeer en Waterstaat; een adequate monitoring van winning, verbruik, import en export van bouwgrondstoffen Relevante provinciale taken De provincie is traditioneel verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de regionale oppervlaktedelfstoffenvoorziening en bijbehorende taak van vergunningverlening Ontgrondingenwet. Daarnaast heeft zij nog de volgende taken, die relevant zijn voor de bouwgrondstoffenvoorziening: ruimtelijke ordening: het aanwijzen van gebieden (winzones oppervlaktedelfstoffen) in het streekplan, waar winning van oppervlaktedelfstoffen in principe wordt toegestaan; en toetsing (goedkeuring) van gemeentelijke bestemmingsplannen; het stimuleren van duurzaam bouwen; opdrachtgever van (grote) werken, waarin bouwgrondstoffen worden toegepast; het (mede) ontwikkelen van projecten, waarbij substantiële hoeveelheden bouwgrondstoffen vrijkomen (voorbeeld Ruimte voor de Rivier ). De schaal van de wijze waarop in de behoefte aan bouwgrondstoffen wordt voorzien, is bovenregionaal en bij beton- en metselzand zelfs landelijk en internationaal. Om die reden is overleg en beleidsafstemming nodig met het Rijk en andere provincies en met aangrenzende Duitse regio s. Over winnen in Overijssel 11
12 1.3 Doelstellingen en ambitieniveau: wat wil de provincie bereiken Doelstellingen Gelet op de probleemstelling (zie par. 1.1) en de taken (zie par. 1.2) is de hoofddoelstelling van de provincie om: De bouw te voorzien van grondstoffen door het door marktpartijen laten operationaliseren van multifunctionele ontgrondingen, die de ruimtelijke kwaliteit van een gebied per saldo vergroten (ontwikkelingsplanologie). Daarnaast hanteert zij de volgende nevengeschikte doelstellingen: te bevorderen, dat grondstoffen zuinig worden gebruikt en dat secundaire grondstoffen en vernieuwbare grondstoffen zo veel mogelijk worden ingezet; de provincie wil daarbij waar mogelijk een voorbeeldfunctie vervullen en in het kader van duurzaam bouwen anderen stimuleren dit ook te doen; en de waarden van veiligheid, waterhuishouding, milieu en natuur en landschap te beschermen en waar mogelijk en gewenst verder te ontwikkelen. Ambitieniveau In hoofdstuk 2 geeft de provincie haar beleidskader aan. Daarmee wil zij het speelveld vaststellen, waarbinnen het beleid moet worden gerealiseerd met een zo groot mogelijke inzet en betrokkenheid van bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en lagere overheden. Daarmee wil zij vormgeven aan de overgangsperiode tot 2009 en een aanzet voor de periode na 2008, waarin de vergrote marktwerking moet zijn verwezenlijkt. Met dit beleidskader sluit de provincie aan bij het Ambitiedocument Ontwikkelingsplanologie, als vastgesteld door Gedeputeerde Staten in januari Status en Reikwijdte Status de bevoegdheid tot vaststelling van dit beleidskader is gebaseerd op de Provinciewet (art 105, 1e lid). Daarnaast is uiteraard de Ontgrondingenwet van belang, met name artikel 7b: bevordering van de coördinatie tussen Rijk en provincie van de besluitvorming betreffende de winning van vaste stoffen door middel van ontgrondingen, bij de uitvoering van het provinciale ontgrondingenbeleid zal rekening worden gehouden met het landelijk geldende ruimtelijk beleid, zoals dat is vastgelegd in de Nota Ruimte; het streekplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan vormen het richtinggevend kader voor dit beleidskader bouwgrondstoffen. De strategische uitgangspunten voor het bouwgrondstoffenbeleid zijn in overeenstemming met deze plannen; dit beleidskader heeft vooral een uitvoeringsgericht karakter: het geeft aan hoe het beleid in de komende jaren zal worden uitgevoerd en welke acties in dat kader zullen worden ondernomen; dit beleidskader vormt - naast met name het streekplan- het toetsingskader voor de behandeling van aanvragen om een ontgrondingsvergunning; de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen is alleen merplichtig indien het een winplaats (incl. randzone binnen de ontgrondingsvergunning), of een aantal nabij gelegen winplaatsen betreft van (samen) 100 ha of meer, gericht op de winning van commercieel verhandelbare bodemspecie. Van een dergelijke nieuwe winplaats is in dit beleidskader geen sprake. Wat betreft niet-mer-plichtige winplaatsen geldt overigens, dat bij de locatiekeuze steeds een gedegen afweging moet worden gemaakt van alle betrokken belangen als bedoeld in de Ontgrondingenwet, waaronder uiteraard het milieubelang. Reikwijdte Deze nota geeft het beleidskader met betrekking tot de voorziening in de behoefte aan primaire en secundaire bouwgrondstoffen in Overijssel, zoals die worden gewonnen uit de geologische voorkomens in de bodem en uit alternatieve bronnen. Dit beleidskader omvat een zichtperiode tot circa Gelet op het feit, dat de periode tot 2009 wordt gezien als een overgangsperiode, zal de provincie vóór die datum een evaluatie uitvoeren over het gevoerde beleid en op grond daarvan eventueel besluiten tot bijstelling. Externe ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen, dat eerder bijstelling nodig is. 12 Over winnen in Overijssel
13 De in dit beleidskader genoemde nieuwe ruimtelijke aspecten worden definitief afgewogen bij de eerstvolgende integrale herziening van het streekplan of, indien nodig, in een partiële herziening van het Streekplan. Dit is afhankelijk van het moment waarop een mogelijke nieuwe winningslocatie operationeel moet zijn. Met de vaststelling van dit beleidskader verliezen de eerder vastgestelde provinciale beleidsnota s inzake ontgrondingen hun werking. 1.5 Procedure Bij de vaststelling van dit beleidskader wordt artikel 3:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) toegepast. Dit betekent, dat: Gedeputeerde Staten het ontwerp-beleidskader hebben vastgesteld, dat van 2 augustus 2004 tot en met 27 september 2004 voor iedereen ter inzage heeft gelegen in het Provinciehuis als op de gebruikelijke wijze in dag- en nieuwsbladen en op de provinciale website is aangekondigd, binnen welke termijn een ieder schriftelijk kon reageren naar Gedeputeerde Staten; Gedeputeerde Staten daarnaast voor een eventuele reactie binnen dezelfde termijn het ontwerp- Beleidskader hebben toegezonden aan de direct betrokken bedrijven en instellingen: NEVRIP (Nederlandse Vereniging van regionale Industriezandproducenten), Vereniging van Overijsselse Zandwinners, Natuur en Milieu Overijssel, Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren (BRBS), Branchevereniging Mobiele Recycling, de provincies Drenthe, Friesland en Gelderland, en de Landkreis Grafschaft Bentheim; Gedeputeerde Staten op 17 september 2004 een informatie- en discussiebijeenkomst hebben gehouden met betrokken organisaties en bedrijven; een verslag van die bijeenkomst is bij de reactienota gevoegd; Gedeputeerde Staten in een reactienota de binnengekomen reacties (15) hebben samengevat en beantwoord; Gedeputeerde Staten vervolgens, met verwerking van de ingekomen reacties, het Beleidskader in de vorm van een Statenvoorstel aan Provinciale Staten ter definitieve vaststelling aanbieden. Tegen dat besluit tot vaststelling staat geen bezwaar en beroep open, daar het Beleidskader geen voor bezwaar of beroep vatbare besluiten (concrete beleidsbeslissingen) als bedoeld in de AWB bevat. Duurzaam bouwen in Hengelo Foto: gemeente Hengelo Over winnen in Overijssel 13
14 Beton- en metselzandwinning Haerst (Zwolle; situatie juni 1997) Foto: KLM Aerocarto 14 Over winnen in Overijssel
15 2 Provinciaal beleid in hoofdlijnen 2.1 (Multi)functionaliteit van ontgrondingen Het provinciale beleid gaat uit van de volgende hoofdindeling van ontgrondingen: multifunctionele ontgrondingen, die zijn gericht op de functie oppervlaktedelfstoffenwinning en één of meer andere nevengeschikte functies; deze andere functie(s) dient/dienen vanaf het begin medebepalend te zijn voor de uitvoering en inrichting van de ontgronding, alsmede voor het beheer van het residu daarvan; functionele ontgrondingen, die zijn gericht op bodemverlaging ten behoeve van het realiseren of versterken van een bepaalde functie of werk. Multifunctionele ontgrondingen als vorm van ontwikkelingsplanologie Zoals in de probleemstelling is aangegeven, wil de provincie multifunctionele ontgrondingen en ontwikkelingsplanologie centraal stellen in haar beleid. Ontwikkelingsplanologie bevat in dit verband de volgende vaste kenmerken (voor definitie zie 1.1): uitvoeringsgericht: de uitvoering van multifunctionele ontgrondingenprojecten; integraal: visie, ontwerp, investeringen en instrumenten worden geïntegreerd ontwikkeld en ingezet; multifunctioneel: er wordt rekening gehouden met meerdere invalshoeken en belangen; samenwerkingsgericht: geen enkele partij kan de opgave alleen aan. Alleen door samenwerking kan meerwaarde worden bereikt; procesgericht: tijdens de ontwikkeling van een project zal moeten worden bijgestuurd op grond van maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen daarbuiten; kwaliteitsgericht: versterking (of minimaal per saldo behoud van) de ruimtelijke en leefkwaliteit staat voorop. Het bovenstaande betekent, dat de provincie de uitvoering van multifunctionele ontgrondingen en de daarmee te bereiken versterking van de leefkwaliteit een belangrijke plaats wil geven in haar beleid. Maar ontwikkelingsplanologie mag niet leiden tot een afvlakking van de diversiteit, die zo kenmerkend is voor het Overijsselse landschap en een teruggang in de leefkwaliteit van onze provincie. Ontwikkelingsplanologie kan daarom ook niet zonder een vorm van toelatingsplanologie, nee zeggen is soms gewoon nodig. Om die reden wil de provincie voor multifunctionele ontgrondingen een bundelingsbeleid blijven voeren door middel van het aangeven van winzones in het streekplan (zie verder hierna). Op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingenprojecten wordt in paragraaf nader ingegaan. Multifunctionele ontgrondingen en winzones Ten behoeve van de bouwgrondstoffenvoorziening wijst de provincie een aantal locaties voor de winning van oppervlaktedelfstoffen aan. In het streekplan Overijssel zijn daarom 17 winzones vastgelegd. Binnen deze winzones, opgenomen op de functiekaart en belemmeringenkaart van het Streekplan, worden grootschalige ontwikkelingen die de inrichting van een winplaats onmogelijk maken geweerd. Ontgrondingen met (mede) de functie winning van oppervlaktedelfstoffen kunnen alleen worden gesitueerd binnen de in het streekplan aangegeven winzones: op deze wijze wordt versnippering van ruimte en schade aan natuur en landschap door ontgrondingen tegengegaan (bundelingsprincipe). Vanwege de schaarste aan ruimte moet van een dergelijke locatie een zo doelmatig mogelijk gebruik worden gemaakt: de ontgronding moet naast de functie van het winnen van bouwgrondstoffen in elk geval ook een andere functie hebben, die aansluit bij de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, waarin de ontgronding is gelegen Over winnen in Overijssel 15
16 (multifunctioneel karakter). De door de provincie voorgenomen reconstructie van gebied wordt daarbij als mede richtinggevend gezien. het landelijk Naast het bundelingsprincipe zijn bij diepe, multifunctionele, ontgrondingen ook de volgende uitgangspunten van belang: de locatiekeuze voor winzones geschiedt door de provincie door middel van aanwijzing in het streekplan. Het bedrijfsleven wordt binnen het in deze nota vastgestelde beleidskader in de gelegenheid gesteld daarbinnen mogelijke locaties en winzones voor te stellen en uit te werken. voor alle winzones geldt dat de eindfunctie en bestemming van de winplaats pas in het kader van de bestemmingsplanprocedure definitief kan worden bepaald. De inrichting van het residu van een multifunctionele ontgronding is bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van de eindfunctie en voor het draagvlak in de omgeving (zie verder paragraaf 2.2). Voor het gebied van de stuwwal Westerhaar-Kloosterhaar wordt het bestaande beleid gecontinueerd, namelijk dat buiten de reeds aangewezen winzones wordt afgezien van iedere mogelijkheid om in dit gebied nieuwe winzones aan te wijzen of bestaande uit te breiden. Dit vanwege de vele ontgrondingen, die reeds in het verleden in deze stuwwal hebben plaatsgevonden en het landschap hebben aangetast. Functionele ontgrondingen Functionele ontgrondingen zijn gericht op bodemverlaging ten behoeve van het realiseren of versterken van bepaalde functies of werken. Dit vindt zowel plaats in stedelijk gebied als in landelijk ge bied. Het vrijkomen van oppervlaktedelfstoffen is van secundaire betekenis. Functionele ontgrondingen zijn aanvaardbaar als die qua omvang worden opgezet en uitgevoerd volgens de uit de functie voortvloeiende eisen. De functionele maatvoering van de meest voorkomende categorieën functionele ontgrondingen zijn vastgesteld in het rapport Inrichtingsvoorwaarden Functionele Ontgrondingen. De functionaliteit van een voorgenomen ontgronding wordt met name bepaald aan de hand van drie criteria: functie, locatievoorwaarden en inrichtingsvoorwaarden. In onderstaande tabel is een overzicht van functionele ontgrondingen opgenomen. Het zo veel mogelijk nuttig toepassen van uit deze werken vrijkomende oppervlaktedelfstoffen is van belang met het oog op zuinig gebruik van bouwgrondstoffen. Binnen de mazen van het eerdergenoemde netwerk van gebundelde winningen zijn er dan ook veel mogelijkheden om bodemmateriaal op de markt te brengen. Bij het winnen van uit deze werken vrijkomende oppervlaktedelfstoffen mogen financiële overwegingen echter geen uitgangspunt zijn. Functionele ontgrondingen (oppervlakte-ontgrondingen) ten behoeve van de landbouw zijn slechts toelaatbaar ter verbetering van de cultuurtechnische toestand en voor het realiseren van voorzieningen op het eigen agrarisch bedrijf. Deze oppervlakte-ontgrondingen kunnen in principe plaatsvinden in zones I en II en incidenteel in zone III van het streekplan. Dergelijke aanvragen worden in het kader van de vergunningverlening op toelaatbaarheid beoordeeld, mede tegen de achtergrond van de gebiedskwaliteiten. Daarbij wordt een zwaar gewicht toegekend aan handhaving van kenmerkend reliëf. Belangenafweging bij ontgrondingen Krachtens de Ontgrondingenwet moet het bevoegde gezag bij het nemen van een besluit over een aanvraag om een ontgrondingsvergunning alle bij de ontgronding betrokken belangen afwegen. In de concrete situatie moet steeds worden bezien welke deze belangen zijn. In de praktijk blijkt het veelal te gaan om de volgende belangen: ruimtelijke ordening, bodemopbouw en waterhuishouding, land-, tuin-, en bosbouw, natuur en landschap, milieu, economische en bedrijfsbelangen, infrastructuur en voorts defensie, recreatie, aardkundige waarden en archeologie. In de na volgende paragrafen wordt op deze belangen ingegaan, indien sprake is van extra aandacht of van nieuw beleid. Waar alleen sprake is van een voortzetting van het bestaande beleid, wordt dit niet behandeld, omdat dit voldoende in het streekplan wordt aangegeven. Conclusies (par. 2.1): de (multi)functionaliteit van ontgrondingen is voortaan het leidend principe in het provinciale ontgrondingenbeleid. ontwikkelingsplanologie is voortaan de manier van werken bij het operationaliseren van multifunctionele ontgrondingen. ontgrondingen met als doelstelling het winnen van oppervlaktedelfstoffen dienen plaats te vinden binnen winzones op de streekplankaart (bundelingsprincipe) en een multifunctioneel karakter te hebben. functionele ontgrondingen zullen eveneens op het aspect functionaliteit worden getoetst. 16 Over winnen in Overijssel
17 Herinrichting zandwinning Bijkerweg (Ommen) Foto: provincie Overijssel Figuur 2 Voorbeelden van een functionele ontgronding 1 Ontgrondingen voor natuur- en landschapsontwikkeling; b.v. - amfibiënpoelen - nevengeulen in rivier- en beekdalen - natuurvriendelijke oevers 2 Ontgrondingen voor recreatie; b.v. - jachthavens - recreatieplassen - visvijvers 3 Ontgrondingen voor civieltechnische werken; b.v.: - drinkwaterbekkens - waterpartijen in stedelijk gebied - retentie- en bergingsterreinen 4 Waterstaatkundige werken; b.v.: - aanleg en verruiming vaargeulen, kanalen en havens - aanpassing waterlopen en rivier- en beekbeddingen - uiterwaardverlaging in het kader van rivierverruiming - zand- en slibvang 5 Ontgrondingen voor landbouwkundige verbeteringen; b.v.: - egalisaties - kavelvergroting - profielverbetering Over winnen in Overijssel 17
18 2.2 Draagvlak multifunctionele ontgrondingen Ruimtelijke kwaliteit multifunctionele ontgrondingen Definitie ruimtelijke kwaliteit Zoals in paragraaf 2.1 aangegeven wil de provincie versterking (of minimaal per saldo behoud van) de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen kan evenwel niet op voorhand volledig worden gedefinieerd. Het bevat deels een aantal vaste kenmerken en is deels een locatie- en context-gebonden fenomeen. Een volledige set van provinciedekkende, objectieve, kwaliteitscriteria moet vooralsnog als niet haalbaar worden beschouwd. Voor concrete projecten zal de gewenste ruimtelijke kwaliteit werkende weg moeten worden vastgesteld (maatwerk). Vaste kenmerken voor ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen zijn vooral: het nuttige oppervlak dat beschikbaar komt voor andere functie(s) dan delfstoffenwinning, een goede opbouw en samenhang tussen de verschillende functies; een adequate beheersregeling; compensatie voor (tijdelijke) teruggang in natuur- en landschapswaarden bij ingrijpende ontgrondingen: compensatie voor teruggang in leefkwaliteit in de (naaste) omgeving; Daarmee wil de provincie een ondergrens voor ruimtelijke kwaliteit vastleggen. Hierop zal in deze en volgende paragraaf worden ingegaan. Inrichting terrein van ontgronding en naaste omgeving Volgens artikel 3, tweede en derde lid, van de Ontgrondingenwet wordt mede afhankelijk van de betrokken belangen- via vergunningsvoorschriften de vergunninghouder verplicht een bepaalde afwerking van het terrein van ontgrondingsvergunning te realiseren. Dit is vaste praktijk bij alle ontgrondingen. Anno 2003 geldt voor 606 ha een ontgrondingsvergunning, waarvan 436 ha diep wordt ontgrond. Dit betekent, dat op termijn 151 ha grondgebied beschikbaar komt om in te richten ten behoeve van de toekomstige functie van het residu (resulterende bruto-nettoverhouding=28%). Meer recente projecten hebben een beduidend hogere bruto-netto-verhouding. De provincie ziet een bruto-netto-verhouding van 33% als een richtinggevende maatstaf voor de ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen. Dit is immers de nuttige oppervlakte, die beschikbaar komt voor één of meer andere functies dan delfstoffenwinning. Hiermee sluit de provincie aan bij de wens van het rijk en het IPO om kwalitatief betere winningsprojecten met meer maatschappelijk draagvlak te realiseren. Naast het creëren van voldoende nuttig oppervlak voor (een) andere functie(s) dan bouwgrondstoffenvoorziening is ook de op die functie gerichte tijdige inrichting van belang. Dit kan een fasegewijze inrichting inhouden, maar ook het bij de start van de ontgronding in één keer geschikt maken van de randstroken voor hun uiteindelijke functie. Voorts is van belang een goede ruimtelijke opbouw en samenhang van de verschillende functies tot stand te brengen. Dit heeft uiteraard ook betrekking op de naaste omgeving van de ontgronding. Mogelijke functies, die gecombineerd kunnen worden met oppervlaktedelfstoffenwinning kunnen ook aangereikt worden vanuit het provinciale reconstructie- en/of gebiedsgerichte beleid. Verder is het belangrijk met het oog op de samenhang met de omgeving aandacht te geven aan water als ordenend principe (zie ook paragraaf 2.3). En als belangrijk sluitstuk: compenserende maatregelen in die naaste omgeving zijn belangrijk voor het verwerven van draagvlak (zie ook paragraaf 2.2.2) Beheer terrein van ontgronding en naaste omgeving Daarnaast kan sinds enkele jaren de vergunninghouder via vergunningsvoorschriften worden verplicht geheel of gedeeltelijk bij te dragen in de kosten van het (eeuwigdurend) beheer van het afgewerkte ontgrondingsresidu, alsmede in de kosten van een aanpassingsinrichting van de (naaste) omgeving van de ontgronding en het (eeuwigdurend) beheer ervan. Deze bijdragen moeten aan de provincie worden betaald of aan een in overleg met de provincie te bepalen derde-organisatie (bij voorbeeld Staatsbosbeheer of eigen Beheersstichting). Het gaat hier om grotere ontgrondingen (gebundelde winningen). Wat betreft een concrete beheersregeling van een ontgrondingsresidu kan de vergunninghouder, op basis van eerste beperkte ervaringen, kiezen uit twee mogelijkheden: of betaling van een som geld ter zake of -populairder- oprichting van een eigen Beheersstichting, die 18 Over winnen in Overijssel
19 een door de provincie goedgekeurd beheersplan en beheersbegroting moet uitvoeren. Het is gewenst, dat Gedeputeerde Staten in een leidraad aangeven, hoe zij hun vergunningbevoegdheid op dit punt zullen invullen (zie verder par. 5.1). Aangaande een concrete aanpassingsinrichting en het beheer daarvan bestaat nog geen ervaring. Aardkundige en archeologische waarden Ontgrondingen zijn in principe een aantasting van ter plaatse aanwezige aardkundige waarden (reliëf). Aardkundige waarden dienen om die reden ook zo veel mogelijk te worden gespaard. Tegelijkertijd kunnen ontgrondingen deze aardkundige waarden ook juist zichtbaar maken. In Overijssel wordt dit het best geïllustreerd door de situatie in de stuwwal Westerhaar-Kloosterhaar. Enerzijds wordt dit gebied vanwege de vele ontgrondingen soms gekarakteriseerd als een gatenkaas en anderzijds worden deze groeves van nationaal belang genoemd, omdat zij de aardkundige waarde van de stuwwal zichtbaar maken. Dit laatste geldt primair voor deskundigen. Hier is echter tevens een kans aanwezig om de aardkundige waarde van het gebied tussen Westerhaar en de Duitse grens voor een breder publiek van geïnteresseerde leken inzichtelijk te maken. Daarbij zou ook samenwerking gezocht moeten worden met Duitse instanties, omdat de stuwwal zich als geomorfologische eenheid uitstrekt tot in Duitsland. Met een dergelijk project kan voor een breder publiek ook een positieve betekenis worden toegekend aan de vele ontgrondingen in dit gebied. Tevens kan het een bijdrage leveren aan een verbetering van de toeristischrecreatieve infrastructuur. Het bovenstaande uitgangspunt geldt evenzeer voor archeologische waarden. Ontgrondingen zullen in beginsel niet worden gesitueerd in gebieden met een middelhoge of hoge verwachtingswaarde. In het kader van de wet op de archeologische monumentenzorg zal dit beleid verder worden verfijnd, daar de ontgrondingsvergunning volgens deze wet één van de beleidsinstrumenten zal worden. Recreatief medegebruik ontgrondingen tijdens uitvoering Gelet op een veilige uitvoering van diepe ontgrondingen wordt medegebruik daarvan in een voorschrift van de ontgrondingsvergunning verboden. Ontheffing is slechts mogelijk indien aan de volgende criteria is voldaan, indien het medegebruik: beperkt is qua omvang en in de tijd; en met instemming van de vergunninghouder geschiedt; leidt tot een beheersbaar risico, d.w.z. het medegebruik vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een daartoe geschikt geachte instelling of overheidsorgaan; en geen extra handhavingsinspanning betekent voor de provincie; tot een adequate juridische regeling heeft geleid, dat wil zeggen op verzoek vergunninghouder wordt ontheffing gegeven voor een bepaalde vorm van medegebruik. Deze ontheffing is gekoppeld aan een overeenkomst tussen vergunninghouder en de verantwoordelijke initiatiefnemer, waarin een en ander is uitgewerkt. Deze overeenkomst behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Het bovenstaande is in de praktijk soms mogelijk bij kleinschaliger activiteiten (bij voorbeeld duiksport). Grootschaliger recreatief medegebruik (bij voorbeeld zwemmen) is alleen mogelijk, indien -naast de hierboven laatstgenoemde vier voorwaarden- ook wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, dat: sprake is van een gefaseerde inrichting van de ontgronding; en dat medegebruik alleen wordt toegestaan van de reeds ingerichte delen; en dat een fysieke scheiding tussen de zandwinactiviteit en het medegebruik tot stand wordt gebracht; en dat de ontgrondingsvergunning voor het reeds ingerichte deel kan vervallen Compensatie ingrijpende multifunctionele en andere ontgrondingen Met betrekking tot compensatie is er sprake van 2 sporen. Compensatie voor natuur- en landschapswaarden kan aan de orde zijn voor in principe elke ontgronding. Daarnaast zijn bij ingrijpende, multifunctionele ontgrondingen compenserende maatregelen in de sfeer van de fysieke leefomgeving van belang. Over winnen in Overijssel 19
20 Vogelobservatiehut bij de zandwinning De Oelemars (Losser) Foto: provincie Overijssel Compensatie natuur- en landschapswaarden Bescherming van natuurwaarden vindt plaats op basis van het beschermen van gebieden, het beschermen van soorten en het vaststellen van regels voor compensatie van verlies aan natuurwaarden. Voor gebiedsbescherming zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuur- Bij gebleken significante effecten op deze gebieden is ontgronding of niet beschermingswet en het Streekplan relevant. De gebiedsbeschermende werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn zal worden vastgelegd in de Natuurbeschermingswet en geldt voor gebieden, die zijn aangewezen of aangemeld als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. mogelijk of alleen na gelijktijdige compensatie. Naast de eerder genoemde gebieden geldt, dat compensatie ook verplicht is voor ruimtelijke ingrepen, die schadelijk zijn voor natuur- en landschapswaarden in de streekplanzones III en IV. Voor bos en landschappelijke beplanting vallend onder de Boswet geldt dit ook in de streekplanzones I en II. Dit is uitgewerkt in de notitie Richtlijnen Compensatiebeginsel Overijssel. De soortenbeschermende werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn is volledig opgenomen in de Flora- en Faunawet. Dit kan op de volgende manieren worden bewerkstelligd: de algemene zorgplicht, geldend voor alle in het wild levende dieren en planten; door het aanwijzen van soorten planten en dieren als beschermde soort; door het aanwijzen van kleine terreinen of objecten als beschermde leefomgeving; door het opnemen van planten of dieren in de Rode Lijst; voor deze soorten heeft de overheid de plicht om speciale beschermingsmaatregelen te treffen. Op grond van bovenstaande dient voor elke ontgronding een inventarisatie van natuurwaarden gemaakt te worden. Deze inventarisatie vormt bij gebleken significante effecten de basis voor verdere besluitvorming (weigering, beperking, eisen compensatie). Voor compensatie binnen het 20 Over winnen in Overijssel
21 terrein van vergunning of naaste omgeving is de vergunninghouder verantwoordelijk op grond van specifieke vergunningsvoorschriften. Daarbuiten is hij privaatrechtelijk verantwoordelijk (overeenkomst met provincie of derden). Provinciale bijdrage kosten compenserende maatregelen ingrijpende ontgrondingen Teneinde grote, ingrijpende (multifunctionele) ontgrondingen te kunnen ontwikkelen, is het behoud van maatschappelijk draagvlak belangrijk. Dergelijke ontgrondingen veroorzaken in elk geval tijdelijk verlies aan waarden van natuur- en landschap en aantasting van de leefkwaliteit. Toepassing van het compensatiebeginsel voor natuur- en landschapswaarden is, als hierboven beschreven, uitgangspunt. Daarnaast streeft de provincie na om conform de provinciale strategische visie dit beginsel te verruimen naar ook compensatie in de sfeer van de fysieke leefomgeving (verbetering leefkwaliteit). Artikel 21f van de Ontgrondingenwet geeft aan de provincie de mogelijkheid om een heffing in te stellen per vergunde kubieke meter oppervlaktedelfstoffen. Deze provinciale heffing kan worden ingezet om bij te dragen in de kosten van compenserende maatregelen voor ingrijpende ontgrondingen. Daarbij dient de provincie aansluitend op het gestelde in de Ontgrondingenwet met name de volgende criteria toe te passen: het moet een ingrijpende multifunctionele ontgronding betreffen i.c. een grote en diepe winning; operationeel betekent dit, dat het gaat om gebundelde winningen; aangetoond moet worden welke waarden door de ingreep verloren gaan of aangetast worden en op welke wijze daarin gecompenseerd zou kunnen worden; compensatie moet op aantoonbare wijze binnen en voor de getroffen regio plaatsvinden; dit houdt in, dat alleen concrete projecten en maatregelen in het algemeen belang in aanmerking komen. De voorkeur gaat daarbij uit naar fysieke maatregelen; specifieke compensatie op grond van andere wettelijke regelingen heeft voorrang. Met goede plannen voor multifunctionele ontgrondingen en compensatie kan per saldo ruimtelijke kwaliteitswinst worden geboekt. Het instellen van een heffing kan het provinciaal instrumentarium meer ontwikkelingsgericht maken. Invoering van deze heffing is overigens mede afhankelijk van de lopende nut en noodzaak-discussie rond de Ontgrondingenwet, waarbij ook het huidige heffingstelsel ter discussie staat Communicatie De winning van oppervlaktedelfstoffen stuit, zoals in paragraaf 1.1. is aangegeven, in toenemende mate op bezwaren (NIMBY-effect). Een zorgvuldige communicatie met omwonenden en andere betrokkenen in een vroegtijdig stadium kan ertoe bijdragen, dat procedures soepeler verlopen en dat zandwinning minder weerstand oproept. Ook kan een goede communicatie leiden tot kwalitatief betere oplossingen. Om die reden zal de provincie bij elk ontgrondingsproject bevorderen, dat in een communicatieplan afspraken worden gemaakt over de communicatie Veiligheid diepe ontgrondingen Het beleid, zoals dat in 2001 in een beleidsnotitie door Gedeputeerde Staten is vastgesteld, is in uitvoering. De vergunningsvoorschriften voor alle ontgrondingen met een diepte van 20 meter of meer beneden maaiveld zijn inmiddels aangescherpt. Bij de exploitatie van diepe zandwinningen kan vanuit een eenduidige verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid op en rond de zandwinplas slechts sprake zijn van één vergunninghouder. Deze vergunninghouder kan echter heel goed een (juridisch) samenwerkingsverband van bedrijven zijn. Bij aanvragen voor uitbreidingen van vergunningen of voor nieuwe locaties zal in de te verlenen vergunningen steeds uitgegaan worden van het te verwachten dynamisch talud bij gebruik van een winzuiger, zoals dat uit onderzoek ter plaatse naar voren komt. Ook bij wijziging van een vergunning is dit het uitgangspunt. De mindere zandopbrengsten als gevolg van de flauwere taludhellingen acht de provincie onvermijdelijk. Steilere taludhellingen zullen pas mogelijk worden gemaakt, indien een veilige werkwijze wordt aangetoond. Bij voorkeur dient deze te worden gebaseerd op een aanbeveling van CUR (Civieltechnisch Centrum voor Uitvoering Research en Regelgeving) terzake. Het is de bedoeling, dat deze landelijk geldende aanbeveling, als gebruikelijk Over winnen in Overijssel 21
22 bij de CUR, wordt opgesteld in nauw overleg met het betrokken bedrijfsleven, wetenschappelijke onderzoeksinstituten, adviesbureau s en de vergunningverlenende instanties (provincies, Rijkswaterstaat). De provincies leveren een financiële en inhoudelijke bijdrage aan de totstandkoming van een dergelijke aanbeveling van de CUR. Naar verwachting zal de aanbeveling ook bijdragen aan het verkrijgen van meer inzicht in de winbaarheid van oppervlaktedelfstoffen binnen de randvoorwaarde van de veiligheid. Conclusies (par. 2.2): met goede plannen voor multifunctionele ontgrondingen en compensatie kan per saldo ruimtelijke kwaliteitswinst worden geboekt. Vaste kenmerken voor de ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen zijn: het nuttige oppervlak dat beschikbaar komt voor andere functie(s) dan delfstoffenwinning: de provincie hanteert een aandeel van tenminste 33% als richtinggevende maatstaf; een goede opbouw en samenhang tussen de verschillende functies; een adequate regeling van het beheer van het residu van de multifunctionele ontgronding; compensatie voor (tijdelijke) teruggang van natuur- en landschapswaarden en bij ingrijpende ontgrondingen van de leefkwaliteit in de (naaste) omgeving; ruimtelijk kwaliteit is een kwestie van maatwerk: het is van belang van projecten te leren en ook in interprovinciaal verband ervaringen uit te wisselen en zo nodig nader onderzoek uit te voeren; recreatief medegebruik van ontgrondingen in exploitatie wordt alleen toegestaan, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. de provincie zal bij het verlenen van nieuwe vergunningen uitgaan van het dynamisch talud als norm; een steiler talud is alleen mogelijk indien een veilige werkwijze wordt aangetoond; de provincie gaat voor diepe ontgrondingen steeds uit van één vergunninghouder. Instabiliteit talud bij zandwinning in Kloosterhaar (Hardenberg) Foto: provincie Overijssel 22 Over winnen in Overijssel
23 2.3 Water en natuur Water als ordenend principe Omdat met ontgrondingen veelal water wordt gecreëerd, is het van belang, dat het on tgrondingenbeleid op dit punt afgestemd is op de strategische plannen met betrekking tot water en ruimte. Bij het ontwikkelen van multifunctionele ontgrondingen dient bij de locatiekeuze rekening te worden gehouden met de mogelijkheden van het watersysteem en de beïnvloeding daarvan en dient t e worden aangesloten bij bestaande structuren en bij de natuurlijke kwaliteiten van de omgeving. Uitgangspunten in dit waterbeleid is de drietrapsstrategie: vasthouden - bergen afvoeren. Dit houdt in, dat de ontwikkeling van een multifunctionele ontgronding in principe niet tot extra afvoer van water uit een gebied mag leiden. De inrichting dient zodanig te zijn, dat water langer wordt vastgehouden en waar dat niet kan, dat berging plaatsvindt. Compenserende maatregelen zullen genomen moeten worden om dit te bewerkstelligen. In het kader van de ook voor multifunctionele ontgrondingen verplichte watertoets zal worden beoordeeld of in voldoende mate aan de uitgangspunten van het waterbeleid is tegemoet gekomen. Waar nodig zullen deze compenserende maatregelen in de ontgrondingsvergunning worden voorgeschreven. In deze vergunning zal tevens de verplichting worden opgenomen de effecten van de ontgronding op de grond- en oppervlaktewaterstanden te monitoren Ontgrondingen: kans voor natuurontwikkeling In Overijssel ligt een aantal diepe zandwinplassen die niet meer in exploitatie zijn. Algemeen wordt erkend dat de functionaliteit c.q. de ruimtelijke kwaliteit van deze plassen beperkt is. Ze hebben vaak slechts een beperkte natuurwaarde en daarnaast zelden een andere functie. Landschap Overijssel heeft de provincie gevraagd extra aandacht te geven voor kansen voor natuurontwikkeling bij en in zandwinplassen. Potenties voor de ontwikkeling van hogere natuurwaarden kunnen worden ontwikkeld door bijvoorbeeld extra ontgronding, ondieper maken, ander beheer, bestemmingswijziging. Opbrengsten uit vrijkomende oppervlaktedelfstoffen of een wijziging van de bestemming kunnen hierbij helpen. In het licht van ontwikkelingsplanologie kan gesteld worden, dat ook voormalige zandwinplassen wellicht kansen bieden. Daarom heeft de provincie opdracht gegeven voor een inventarisatie van de actuele natuurwaarden van oude zandwinplassen in Overijssel. Ook worden hierbij de potentiële natuurwaarden, dus de ontwikkelingsmogelijkheden beschreven. Voor de kansrijke locaties, die uit dit onderzoek naar voren komen, kan door een initiatiefnemer in overleg met eigenaar en gemeenten een inrichtingsplan worden uitgewerkt Vergroting functionaliteit door ondieper maken ontgrondingen Het ondieper maken van voormalige zandwinplassen met elders vrijkomende grond biedt mogelijkheden om de functionaliteit te vergroten, met name door een toename van de natuurwaarden ervan. Daarmee kan ook de ruimtelijke kwaliteit toenemen. Daarnaast biedt het ondieper maken mogelijkheden om niet-vermarktbare grond, die in de komende jaren in substantiële hoeveelheden vrij zal komen, een nuttige toepassing te geven. Toepassingsgebied Ondieper maken zal voornamelijk een rol spelen bij bestaande, diepe zandwinningen. Nieuwe ontgrondingsplassen zullen, conform het ontgrondingenbeleid van de provincie, veelal multifunctioneel zijn, zodat latere verondieping alleen mogelijk is als dit past binnen de beoogde functie. Hoewel het verondiepingsbeleid gericht is op alle plassen in de Provincie Overijssel, geldt voor plassen in de uiterwaarden van de IJssel tevens de beleidsrichtlijn Actief Bodembeheer Rijntakken (ABR), die de beleidsmatige voorkeursvolgorde voor de berging van uiterwaardengrond Over winnen in Overijssel 23
24 beschrijft die vrijkomt uit rivierverruimings- en natuurontwikkelingsprojecten in de uiterwaarden. Voor deze plassen wordt het ABR-beleid als leidend beschouwd. Functioneel bergen De wens om een plas ondieper te maken kan zowel voortkomen uit een beoogde functieverbetering, als uit het willen bergen van een overschot aan niet-vermarktbare grond. Deze beide sporen zijn niet los van elkaar te zien, aangezien, zowel een functioneel te verondiepen plas, als geschikt opvulmateriaal nodig is. Afgewogen moet worden in hoeverre de functionaliteit van de plas, zowel beleidsmatig als vanuit de omgeving beschouwd, door het ondieper maken toeneemt. Het functioneel ondieper maken van ontgrondingsplassen is daarmee in lijn met het op (multi)functionaliteit gerichte ontgrondingenbeleid van de provincie. Opvulmateriaal De milieuhygiënische kwaliteit van het toe te passen opvulmateriaal heeft belangrijke gevolgen voor het wettelijke kader waarbinnen de verondieping plaats kan vinden. Toepassing van schone grond is wettelijk gezien eenvoudig en milieuhygiënisch het minst risicovol. Toepassing van licht verontreinigde grond conform het Bouwstoffenbesluit is gezien het functionele karakter van de verondieping mogelijk, hoewel moeilijk aan de verwijderingsplicht kan worden voldaan. Hiervoor geldt bij toepassing van categorie I materiaal geen Wvo-plicht (hoewel dit niet volledig duidelijk is). De milieuhygiënische risico s worden in belangrijke mate gedekt door de keuring en melding in het kader van het Bouwstoffenbesluit. Bovendien kunnen vanwege de ontheffing op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (Wvo) vanuit het oogpunt van waterkwaliteitsbeheer door de waterschappen aanvullende eisen worden gesteld ten aanzien van het toe te passen opvulmateriaal. Deze eisen zijn met name gericht op het tegengaan van eutrofiëring en andere ongewenste verstoring van de waterkwaliteit en het ecosysteem. Toepassing van sterker vervuild materiaal wordt niet uitgesloten, maar vergt veel inspanning op het gebied van de benodigde vergunningen. Net als voor het bergen van schone grond is een vergunning nodig op grond van de Wet Milieubeheer. De verondieping wordt in dat geval beschouwd als het storten van een afvalstof in een stortplaats waaraan vanuit de milieuwetgeving een groot aantal eisen is verbonden met betrekking tot zaken als grootte, plicht tot het uitvoeren van een MER-studie of een vergelijkbaar onderzoek, verspreiding, monitoring, handhaving en isolatie. Het gebruikmaken van een bouwgrondstoffenbank kan de uitvoering van verondiepingsprojecten op het operationele vlak ondersteunen. Daarbij zullen de bevoegde gezagen moeten toezien op een milieuhygiënisch verantwoorde toepassing van verondiepingsmateriaal. Waterkwaliteit Naast de functionele afwegingen, zoals hierboven beschreven, moet het ondieper maken van zandwinplassen worden bezien in het kader van de eisen die door de waterbeheerder aan de waterkwaliteit worden gesteld. Conclusies (par. 2.3): bij de ontwikkeling van multifunctionele ontgrondingen is water een ordenend principe; bij bestaande zandwinplassen bestaan kansen voor vergroting van de functionaliteit en ruimtelijke kwaliteit; het ondieper maken van zandwinplassen draagt bij aan vergroting van de functionaliteit en met name de natuurwaarde ervan. 2.4 Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer Een belangrijk uitgangspunt voor de provincie is dat zuinig moet worden omgegaan met primaire en secundaire grondstoffen voor de bouw. Daarnaast zouden bij voorkeur vernieuwbare grondstoffen moeten worden aangewend. Het gebruik van secundaire grondstoffen moet in het bredere kader van preventie, hergebruik en storten van bouw- en sloopafval worden gezien. Het beleid met betrekking tot de bevordering van hergebruik is over het algemeen succesvol: dit geldt echter vooral in laagwaardiger toepassingen. Duurzaam bouwen In 2003 hebben Gedeputeerde Staten besloten om subsidie te geven aan Natuur en Milieu Overijssel voor het aanstellen van een Regionale Duboconsulent voor Overijssel. Het Regionaal 24 Over winnen in Overijssel
25 Duboconsulentschap biedt de mogelijkheid om de beleidsdoelstelling van duurzaam bouwgrondstoffenbeheer naar gemeenten uit te dragen. Daarbij gaat het om projecten, waarvoor de gemeente beleidsmatig verantwoordelijkheid draagt of zelf opdrachtgever is. Op provinciaal niveau kan de consulent Duurzaam Bouwen bij marktpartijen aandacht vragen voor zuinig gebruik (bij voorbeeld slank bouwen), hoogwaardig gebruik (bij voorbeeld puingranulaten in beton) en optimaal gebruik van vrijkomende grond. Hergebruik puingranulaten Bouw- en sloopafval wordt in Nederland voor circa 90% hergebruikt in met name funderingen. Gedeeltelijke vervanging van grind en zand in beton, wat in principe mogelijk is en wat als een hoogwaardige toepassing geldt, vindt nog weinig plaats. Aangenomen mag worden, dat in Overijssel sprake is van eenzelfde situatie. Voor de provincie zijn er beperkte mogelijkheden om hoogwaardige toepassing te bevorderen: namelijk voorlichting en het stimuleren van voorbeeldprojecten, al of niet in eigen werken. Hergebruik baggerspecie De landelijke doelstelling is om 20% van de baggerspecie klasse 2, 3 en 4 te verwerken en te hergebruiken. Per 1 januari 2002 geldt voor reinigbare specie die gestort wordt een heffing op milieugrondslag. Het heffingsbedrag is 13 per ton bij 80% droge stof. Het huidige criterium is dat baggerspecie met een zandpercentage groter en gelijk aan 60% reinigbaar is. Bovendien wordt specie, die via eenvoudige verwerkingstechnieken zoals kleirijping, landfarming en koude immobilisatie tot een bouwstof kan worden verwerkt als reinigbaar, beschouwd. De criteria waaronder die beoordeling plaatsvindt en wanneer moeten nog worden vastgesteld. Het nieuwe bouwstoffenbesluit zal hierin mogelijk voorzien. Hergebruik van zand en klei uit baggerspecie vindt tot nu toe nog slechts marginaal plaats. Hierbij is er sprake van twee sporen: fractionering van zandige baggerspecie en afzet van het zand op de markt; immobilisatie van baggerspecie. De provincie ziet hierin geen specifieke rol voor zich weggelegd. Het is aan de markt om hergebruik te realiseren (zie ook hierna onder Verkenning). Hergebruik (licht verontreinigde) grond Bij de uitvoering van werken is regelmatig sprake van meer of minder omvangrijke overschotten van vrijkomende -al of niet licht-verontreinigde- grondspecie. Ook hier is dus sprake van een onvoldoende afstemming van vraag en aanbod. Om die reden is het gewenst bij de verkenning naar verbeterde afstemming ook de (licht verontreinigde) grond mee te nemen. Verkenning verbeterde afstemming vraag en aanbod Een verbeterde afstemming van vraag en aanbod kan vooral voor (licht verontreinigde) grond en baggerspecie van substantiële betekenis zijn. Om die reden kan het gewenst zijn om onder de marktpartijen (gemeenten, waterschappen, rijks- en provinciale diensten, aannemers en bouwgrondstoffenbanken) een verkenning uit te voeren naar de bereidheid om mee te werken aan een verbeterde afstemming. Het gaat er daarbij vooral om de markt te faciliteren. Bo uwgrondstoffenbanken zouden hierin -mits de bereidheid daartoe bij marktpartijen in voldoende mate bestaat- een rol kunnen spelen. Met marktpartijen wordt gedoeld op waterschappen, gemeenten, natuurbeheersorganisaties, provincie, Rijkswaterstaat en aannemers. Een bouwgrondstoffenbank is vergelijkbaar met een makelaar op de woningmarkt. De bouwgrondstoffenbank heeft daarbij ook de functie om de civieltechnische en milieuhygiënische kwaliteit van de specie, die van eigenaar wisselt, te garanderen. Het Bestuurlijk Platform Water, waarvan provincie, waterschappen en de VNG-Overijssel deel uitmaken, zal bij de uitvoering van de verkenning worden betrokken teneinde de medewerking van deze partners te verkrijgen. Zuinig gebruik grove zanden Bij elke ontgronding, waar zand wordt gewonnen, bestaat dat uit fracties variërend van fijn zand tot (zeer) grof zand. Als onderdeel van de aanvraag om een ontgrondingsvergunning moet aan de provincie inzicht worden verschaft over de verdeling van de fracties. In het algemeen geldt dat de grovere fracties vooral gebruikt worden voor (het hoogwaardiger) industriezand, terwijl het fijnere zand alleen op de markt kan worden afgezet als (het laagwaardiger) ophoogzand. De verhouding, waarin de diverse fracties voorkomen, is afhankelijk van de winplaats. In de praktijk blijkt dat de winning van de grovere fracties achterblijft bij de theoretisch winbare hoeveelheid. Grove zanden zijn schaars. In de praktijk wordt door de verwerkende industrie (betonmortel-centrales en Over winnen in Overijssel 25
26 betonwarenfabrieken) over het algemeen vrij grof zand gebruikt. Uit onderzoek is gebleken dat beton in lagere sterkteklassen ook met fijner zand is te produceren. In welke mate dat het geval is en tegen welke kosten is nog niet bekend. Dit onderzoek vindt plaats in de CURonderzoekscommissie B77 Fijner zand in beton. Ook voor Overijsselse beton- en metselzandwinningen kan dit een interessante optie zijn, omdat op deze wijze een doelmatiger gebruik gemaakt kan worden van het fijnere zand. Geologische voorkomens schaarse oppervlaktedelfstoffen In Overijssel zijn geologische voorkomens aanwezig van de schaarse oppervlaktedelfstoffen beton- en metselzand en klei voor de grofkeramische industrie aanwezig. Naar verwachting zal in de Nota Ruimte worden opgenomen, dat hiermee in de ruimtelijke planvorming rekening dient te worden gehouden om de winningsmogelijkheden van toekomstige generaties niet te belemmeren. Opdat dit ook wordt uitgevoerd is het gewenst, dat de provincie de voorkomens van deze schaarse oppervlaktedelfstoffen op toegankelijke wijze in kaart laat brengen. Conclusies (par. 2.4): via de consulent Duurzaam Bouwen kan de provincie bijdragen aan het stimuleren van zuinig gebruik van bouwgrondstoffen; voor baggerspecie en (licht verontreinigde) grond is inzicht gewenst in de bereidheid van marktpartijen om te komen tot een optimalisering van grondstromen. Het gaat er daarbij om te bezien op welke wijze de markt kan worden gefaciliteerd; toepassing van fijner zand in beton is van belang ten behoeve van het zuinig gebruik van schaarse Overijsselse grof zand voorraden; bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen (ontgrondingen) wordt rekening gehouden met de voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen. Puingranulaten als funderingsmateriaal voor de nieuwe N348 (Deventer) Foto: provincie Overijssel 26 Over winnen in Overijssel
27 2.5 De provincie als opdrachtgever voor werken Met betrekking tot beton- en metselzand is reeds in 1997 de bestuurlijke afspraak gemaakt, dat zowel het Ministerie van V&W, als de provincies proeven zullen doen in eigen werken met het toepassen van fijner zand en secundaire grondstoffen in beton. Het provinciale beleid is met name vastgelegd in het beleidsplan Kiezen voor wegen voor de toekomst, waarin gekozen wordt voor het fasegewijs invoeren van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de Grond-, Weg- en Waterbouw. Het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de GWW kent 88 verschillende mogelijke maatregelen. De provincie wil waar mogelijk Duurzaam Bouwen opnemen in haar werkprocessen bij aanleg en onderhoud van provinciale infrastructuur. In november 2004 hebben Gedeputeerde Staten de normering voor het kwaliteitsniveau voor het beheer van provinciale infrastructuur vastgesteld. Dit houdt onder andere het volgende in: bij de aanleg en het onderhoud van provinciale infrastructuur moet gemiddeld per jaar minimaal 20% gebruik worden gemaakt van secundaire bouwgrondstoffen; bij de aanleg en het onderhoud van de provinciale infrastructuur wordt gestreefd naar maximalisatie van de hergebruikswaarde van vrijkomende materialen ten behoeve van (civiel)technische werken. Het streefpercentage bedraagt 80% van de van de hoeveelheid vrijkomende materialen. Ook de provincie heeft projecten, waarbij hoeveelheden grond vrijkomen, dan wel juist toepasbaar zijn. De provincie wil in die gevallen, dat daar mogelijkheden voor zijn gebruikmaken van een bouwgrondstoffenbank. De benchmark voor het duurzaam toepassen van secundaire grondstoffen in provinciale werken, die in opdracht van IPO wordt uitgevoerd, zal wellicht zicht op meer mogelijkheden geven. Conclusie (par. 2.5): De provincie zal bij aanleg en onderhoud van provinciale infrastructuur voor minimaal 20% gebruik maken van secundaire bouwgrondstoffen. Tevens streeft zij na, dat minimaal 80% van de vrijkomende materialen wordt hergebruikt. Figuur 3 Toepassing bouwgrondstoffen in eigen provinciale werken Hoeveelheid in tonnen Secundaire grondstoffen Primaire grondstoffen Jaar Over winnen in Overijssel 27
28 2.6 Winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen In het streekplan zijn een aantal winzones oppervlaktedelfstoffen aangegeven. Dit zijn gebieden, waar beton- en metselzand, kalkzandsteenzand, ophoogzand en klei gewonnen wordt of die daarvoor in beginsel in aanmerking komen. Er lopen een aantal projecten gericht op uitbreiding van bestaande locaties dan wel ontwikkeling van nieuwe locaties binnen deze winzones. Het provinciale beleid is, dat deze ontgrondingenprojecten voortaan, waar mogelijk en inpasbaar, een multifunctioneel karakter moeten krijgen. Voor nieuw te ontwikkelen ontgrondingenprojecten in op de streekplankaart nog aan te geven nieuwe winzones geldt, dat deze zonder meer een multifunctioneel karakter dienen te krijgen. Deze nieuw te ontwikkelen multifunctionele ontgrondingen moeten passen in het reeds bestaande netwerk van locaties van waaruit de markt wordt voorzien. Voor de adequate en tijdige uitvoering van multifunctionele ontgrondingen is de aanwezigheid van winbare c.q. voor de markt geschikte bouwgrondstoffen een voorwaarde. De initiatiefnemer dient om die reden vooraf geologisch onderzoek te doen en aan te geven welke markt met de vrijkomende delfstoffen kan worden bediend. Indien initiatiefnemer ook de winning van beton- en me tselzand beoogt, dient zij voldoende deskundigheid en investeringspotentie te hebben of te verkrijgen om een adequate uitvoering van de multifunctionele ontgronding te verzekeren. Bij de beoordeling of een multifunctionele ontgronding past in het provinciale netwerk, gaat het er enerzijds dat er voldoende concurrentie is en anderzijds om een tijdige en doelmatige uitvoering van de betreffende ontgronding, en het niet onevenredig in de uitvoering benadelen van bestaande locaties in het netwerk. Immers uitgaande van het concept multifunctionaliteit dient het tijdig realiseren van de doorgaans toch al langdurige zandwinprojecten voortaan ook een maatschappelijke doelstelling. Bij nieuwe multifunctionele ontgrondingen nabij de provincie- en staatsgrens, zal afstemming plaatsvinden met andere provincies en met Duitsland (Landkreis Grafschaft Bentheim). Zandzuiger bij de locatie Het Hooge Broek te Raalte Foto: provincie Overijssel 28 Over winnen in Overijssel
29 2.6.1 Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Sinds het bestuurlijk overleg in 1997 tussen IPO en de minister Van Verkeer en Waterstaat geldt voor de provincie Overijssel een taakstelling voor het winbaar maken van 12 miljoen ton beton- en metselzand in de periode 1999 t/m Tevens geldt, dat steeds een ijzeren voorraad van 50% van de taakstelling, zijnde 6 miljoen ton beton- en metselzand, in verleende en voor exploitatie gerede vergunningen aanwezig moet zijn. In paragraaf 3.1 wordt ingegaan op de beleidsuitvoering betreffende de taakstelling voor het winbaar maken van beton- en metselzand. Inspringen voor andere provincies De provincies staan gezamenlijk garant voor het winbaar maken van 143 miljoen ton. Dit betekent tevens, dat de provincies voor elkaar inspringen als één of meer van hen niet hun aandeel leveren in de 143 miljoen ton. Van de zijde van Gedeputeerde Staten is in reactie hierop aangegeven, dat dit inspringen niet ongeclausuleerd kan zijn. Gedeputeerde Staten is alleen bereid te overwegen in te springen voor andere provincies indien dit voor Overijssel mogelijk is, de relevantie daarvan aangetoond wordt èn de betrokken provincie kan aantonen inderdaad niet in staat te zijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het ontbreken van maatschappelijk draagvlak in een provincie is op zich onvoldoende reden om in te springen. Er moet sprake zijn van buitengewone en onvoorziene omstandigheden. Periode na 2008 (vergrote marktwerking) De winzone De Dooze is bedoeld om de grondstoffenvoorziening voor met name de Anker Kalkzandsteenfabriek voor de lange termijn veilig te stellen. Gelet op de nabijheid van het Staatsnatuurreservaat Engbertsdijkvenen zal in het kader van de vergunningverlening bij verdere uitbreiding de begrenzing van de winplaats aan de hand van nader geohydrologisch onderzoek worden bepaald. Uitgangspunt hierbij is, dat de ontwikkeling van een winplaats de kwetsbare waterhuishouding van de Engbertsdijkvenen niet nadelig mag beïnvloeden. Met betrekking tot de winzone Polder Mastenbroek kan het volgende worden gesteld. Momenteel (januari 2005) wordt in het licht van het zich wijzigende rijks- en provinciale beleid een quick-scan uitgevoerd naar deze winzone in het kader van het landelijk voorbeeldproject IJsseldelta. De verkenning richt zich op de kansen voor een multifunctionele ontgronding met ruimtelijke kwaliteit in dit gebied en eventuele alternatieven. Vooralsnog staat de winzone niet ter discussie. Hierbij dient te worden opgemerkt, dat de provincie voor de periode na 2008 geen taakstellingsverplichting meer heeft om winningsmogelijkheden te scheppen voor beton- en metselzand. Voor de komende jaren kan de gebundelde winning Haerst de regio in voldoende mate voorzien van beton- en metselzand. Voor deze locatie zijn er daarna geen winnings-mogelijkheden meer binnen de winzone. De winzone in de Polder Mastenbroek zien wij in beginsel als opvolger van Haerst om in de periode daarna de regio te voorzien van voldoende beton- en metselzand en ophoogzand. De oppervlakte van circa 350 ha biedt de gewenste flexibiliteit voor een optimale locatie van de ontgronding in relatie met ontwikkelingen in de omgeving en de daaruit voortvloeiende kansen Ophoogzand In de behoefte aan ophoogzand kan worden voorzien door grote winlocaties, waar ophoogzand het hoofdprodukt of een bijprodukt van de beton- en metselzandwinning is. Met name in West- Overijssel is de beschikbare voorraad in vergunningen relatief groot (circa 10 miljoen ton; voldoende voor circa 10 jaar). In Twente is deze wezenlijk geringer. In de komende jaren zullen uit functionele ontgrondingen (o.a. Ruimte voor de Rivier) substantiële hoeveelheden ophoogzand vrijkomen. Maar niet alleen ophoogzand: ook substantiële hoeveelheden onbruikbare en (licht verontreinigde) grond, en klei, die geschikt is voor de dijkbouw of grofkeramische industrie. De mogelijkheden om ophoogzand op de markt af te zetten zijn beperkt. Bovendien is er het gegeven, dat er ook ophoogzand wordt aangevoerd vanaf de wateren van het IJsselmeergebied. Een verkenning naar de mogelijkheden om grondstromen te optimaliseren is gewenst. Bij rivierverruiming komen verschillende verwerkingsmogelijkheden voor vrijkomende grond aan de orde (Actief Bodembeheer Rijntakken.): Bodem blijft bodem: verwerking ter plaatse; Over winnen in Overijssel 29
30 Bodem wordt bouwstof: nuttige toepassing ter plaatse of elders; Hergebruik na bewerking: nuttige toepassing na bewerking tot hoogwaardiger grondstof ter plaatse of elders; Berging van vrijkomende grond in bestaande plassen in de uiterwaarden van onbruikbare of minder geschikte grond; Storten in daartoe ingerichte baggerspeciestortplaatsen. In Twente vindt er tevens import plaats uit Duitsland en zal er in de komende jaren naar verwachting ca. 6 miljoen m 3 ophoogzand vrijkomen uit de Twentekanalen (Gelderland en Overijssel) Klei In Overijssel wordt klei gewonnen voor de grofkeramische industrie (bakstenen) en incidenteel voor de dijkbouw. De baksteenindustrie is tegenwoordig met nog slechts één bedrijf vertegenwoordigd. De grondstofvoorziening voor dit bedrijf is verzekerd voor een periode van circa 25 jaar (vanaf ). De nog aanwezige geologische voorkomens van klei langs de IJssel bieden kansen voor het creëren van meer ruimte voor de rivier en natuurontwikkeling. Daarvoor is dan wel nodig, dat de winning van klei wordt afgestemd op de toepassingsmogelijkheden. Conclusies (par. 2.6): lopende ontgrondingenprojecten dienen waar mogelijk een multifunctioneel karakter te krijgen; voor nieuwe projecten, waarvoor nieuwe winzones in het streekplan moeten worden opgenomen, geldt dit zonder meer (voor het te hanteren overgangsbeleid zie par. 3.1). nieuw te ontwikkelen multifunctionele ontgrondingen dienen te passen in het bestaande netwerk van locaties van waaruit de markt wordt voorzien. de aanwezigheid van winbare bouwgrondstoffen dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond. bij verdere uitbreiding van de zandwinning De Dooze binnen de winzone oppervlaktedelfstoffen mag de kwetsbare waterhuishouding van de Engbertsdijkvenen niet nadelig beïnvloed worden. de winzone in de Polder Mastenbroek wordt in beginsel gezien als opvolger van de gebundelde winning Haerst en dient een multifunctioneel karakter te krijgen. een verkenning naar de mogelijkheden om de bij rivierverruiming vrijkomende grondstromen te optimaliseren is gewenst. 2.7 Economische aspecten De economische effecten van de extensivering van het rijksbeleid en de uitwerking daarvan door de provincies, als hierboven beschreven, is niet te kwantificeren. Wel kan gezegd worden, dat de prijzen v an de verschillende soorten zand zullen stijgen door meer invoer uit het buitenland (betonen metselzand), door toenemende schaarste (beton- en metselzand) en door substantieel stijgende kosten van multifunctionele zandwinprojecten (beton- en metselzand, ophoogzand). De kostenstijging in de woning- en utiliteitsbouw zal beperkt blijven; voor de infrastructurele projecten zullen deze wat groter zijn. Indien dit beleid geleidelijk (overgangsperiode t/m 2008) wordt uitgevoerd, zal de bouw de effecten naar verwachting kunnen opvangen. De ontwikkeling van multifunctionele ontgrondingen zal de nodige extra-investeringen vragen. Het zal enige tijd duren alvorens kwalitatief hoogwaardige multifunctionele ontgrondingen worden gerealiseerd. Het is gewenst om deze ontwikkeling tezamen met andere provincies en het rijk te volgen teneinde op eventueel dreigende stagnaties in de voorziening in te kunnen spelen. Conclusie (par. 2.6): Het is gewenst de economische ontwikkeling naar kwalitatief hoogwaardige multifunctionele ontgrondingenprojecten tezamen met andere provincies te volgen. 30 Over winnen in Overijssel
31 3 Beleidsuitvoering 3.1 Overgangsbeleid multifunctionele ontgrondingen (tot 2009) Uitwerking naar locaties en/of projecten De provincie wil in de verdere toekomst alleen nog maar multifunctionele ontgrondingen. Om dit te realiseren is tijd nodig. Daarom hanteert de provincie met betrekking tot de ontwikkeling van zandwinlocaties een overgangsbeleid. Daarbij gaat zij uit van de volgende indeling in categorieën: I- A Binnen bestaande winzones streekplan; uitbreiding bestaande ontgronding en een lopende vergunningenprocedure Voor deze categorie geldt, dat er vóór vaststelling van dit beleidskader door Provinciale Staten een aanvraag tot uitbreiding van een ontgronding binnen een winzone is ingediend; met andere worden er is sprake van een lopende vergunningenprocedure. In dat geval behoeft de ontgronding niet multifunctioneel te worden ingericht. Onder deze categorie vallen de volgende projecten: Voor de locatie Eesveensche Hooilanden/Eesserwold is een multifunctionele invulling gevonden: een uitbreiding van de bestaande zandwinning wordt gecombineerd met de aanleg van een bedrijventerrein, woningbouw, een golfterrein en een horecavoorziening. Hiervoor is reeds een aanvraag om ontgrondingsvergunning ingediend. voor de locatie Oude Vaart (Hardenberg) is een aanvraag voor een beperkte uitbreiding (ca. 5 ha) in procedure. I-B Binnen bestaande winzones streekplan; uitbreiding bestaande ontgronding en geen lopende vergunningenprocedure Voor deze categorie geldt, dat er vóór vaststelling van dit beleidskader door Provinciale Staten geen aanvraag tot uitbreiding van een ontgronding is ingediend. Er is hoogstens sprake van vooroverleg en onderzoek. In dit geval dient uitgaande van de bestaande locatie- zo veel mogelijk een multifunctionele inrichting te worden nagestreefd. Onder deze categorie vallen de volgende projecten: uitbreiding van de zandwinning van de Anker Kalkzandsteenfabriek met ca. 16 ha binnen de winzone De Dooze (gemeente Hardenberg; grootte 105 ha). Het is de bedoeling, dat deze zandwinning wordt geëxploiteerd door een samenwerkingsverband tussen Anker en Plegt-Vos (vergunninghouder Balderhaar). Met de uitvoering van dit project wordt de grondstofvoorziening van de Anker kalkzandsteenfabriek voor ongeveer 25 jaar veiliggesteld. uitbreiding van de zandwinning De Domelaar met ca. 52 ha binnen de winzone Haverlanden (gemeente Hof van Twente) bedoeld voor de periode na 2008; Naast bovengenoemde zijn er ook binnen de bestaande winzones Collendoorn (Hardenberg), Het Hooge Broek (Raalte), Hooidijk (Staphorst), De Oelemars (Losser) en Winterkampen (Hof van Twente) nog uitbreidingsmogelijkheden. I-C Binnen bestaande winzones streekplan; geen bestaande ontgronding Bij deze categorie is nog geen sprake van een zandwinning binnen de winzone. Er is eventueel Over winnen in Overijssel 31
32 al wel sprake van vooroverleg of van een lopende procedure ten behoeve van het ontwikkelen van een nieuwe locatie. In dit geval geldt, dat er tot een vergunningaanvraag kan worden ingediend, waarbij uitgaande van de bestaande locatie- in beginsel een multifunctionele inrichting dient te worden nagestreefd. Indien er op nog geen voor behandeling geschikte aanvraag om ontgrondingsvergunning is ingediend, kunnen Provinciale Staten de betreffende winzone in heroverweging nemen. Onder deze categorie vallen de volgende projecten: operationalisering van een 75 á 100 ha grote, nieuwe, locatie binnen de winzone Oosterweilanden (gemeente Twenterand; grootte ca. 200 ha); de winzone in de Polder Mastenbroek. Voor wat betreft de beleidsmatige aspecten wordt verwezen naar par II Nieuwe winzones Het nieuwe beleid betreffende multifunctionele ontgrondingen is volledig van toepassing op locaties binnen nieuwe winzones èn binnen een uitbreiding van een bestaande winzone op de 1 streekplankaart Uitvoering taakstelling winbaar maken beton- en metselzand Met het bovenstaande wordt ruimschoots voldaan aan de tussen het Ministerie van V&W en onze provincie overeengekomen taakstelling om 12 miljoen ton winbaar te maken in de periode 1999 t/m Daarmee wordt dus ook voldaan aan de afspraak dat steeds een ijzeren voorraad van 50% van de taakstelling, zijnde 6 miljoen ton, in verleende en voor exploitatie gerede vergunningen aanwezig moet zijn. In figuur 6 wordt een beeld gegeven van de verwachte ontwikkeling van de voorraadsituatie. Figuur 6 Uitvoering taakstelling winbaar maken beton- en metselzand t/m 2008 Potentiële voorraad bij toepassing fijner zand Verwachting te vergunnen voorraden (projecten in voorbereiding) Hoeveelh eid i n m iljoen ton Verwachting te vergunnen voorraden (aanvragen) Vergunde voorraden beton- en metselzand Voorraad per Voor de volledigheid wordt opgemerkt, dat er binnen de winzones Haerst (Zwolle), Het Rutbekerveld (Enschede) en Sekdoorn (Zwolle) geen uitbreidingsmogelijkheden meer zijn. 32 Over winnen in Overijssel
33 3.2 Instrumentarium Leidraad multifunctionele en functionele ontgrondingen Vooroverleg procedure Het gebruikelijke vooroverleg aangaande nieuwe en uitbreiding van bestaande gebundelde winningen blijkt, zoals in dit beleidskader aangegeven, noch inhoudelijk noch procedureel goed te verlopen. Nu worden per project afspraken gemaakt met gemeenten en initiatiefnemers/potentiële aanvragers. Het blijkt moeizaam om met betrokkenen overeenstemming te bereiken over uit te voeren onderzoek, te realiseren compensatie, etc. Tevens treedt er vaak ernstige vertraging op in de termijnen van onderzoek en vooroverleg. Vergroting van doelmatigheid en effectiviteit is dringend gewenst bij de ontwikkeling van dergelijke projecten. Doelstelling van beleid is, dat multifunctionele ontgrondingen door marktpartijen worden ontwikkeld (meer marktwerking). Dit betekent, dat deze ook een trekkende rol hebben in het vooroverleg bij de ontwikkeling van projecten. De provincie vervult hierin dus geen trekkende rol meer, maar blijft wel bevoegd gezag in het kader van de vergunningverlening Ontgrondingenwet en Wet Milieubeheer. Om die reden achten wij het gewenst, dat Gedeputeerde Staten als vorm van voorkantsturing een niet-juridische leidraad vaststellen: verduidelijking van de daaraan door de provincie te stellen beleidsmatige eisen en termijnen, gericht op het beter en sneller bereiken van voor formele besluitvorming geschikte vergunningsaanvragen. Een goed gestructureerd vooroverleg, afgestemd op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure, leidt tot een optimale balans tussen beleidsuitvoering en particulier initiatief. In de leidraad zal daarnaast ook ingegaan worden op de kleinschaliger functionele ontgrondingen. Dit om het klantgericht werken te bevorderen. Vergunningtoedelingsbeleid Consortiumvorming (veelal in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma VOF, die dan onder meer als aanvrager c.q. vergunninghouder volgens de Ontgrondingenwet functioneert) is volgens de provincie allereerst wenselijk om een evenwichtige ontwikkeling, uitvoering en beheer van een multifunctionele ontgronding ruimtelijk en maatschappelijk te verzekeren, waarbinnen immers meerdere functies gelijkwaardig moeten worden gediend. Een dergelijke samenwerking van complementaire partijen, door bundeling van deskundigheden van een ontgrondend bedrijf met op andere functies gerichte bedrijven of instellingen, draagt hieraan vanuit de gedachte van ontwikkelingsplanologie optimaal bij. Daarnaast is consortiumvorming, in een situatie van meerdere aanvragen voor een multifunctionele ontgronding binnen eenzelfde wingebied (winzone streekplan), soms zelfs noodzakelijk, gezien de jurisprudentie van de Raad van State. Volgens deze jurisprudentie is dan namelijk het belang van de bedrijfscontinuïteit van de aanvragers een bij elke aanvraagbeoordeling volgens de Ontgrondingenwet af te wegen belang. Dit kan uiteindelijk leiden tot verlening van een ontgrondingsvergunning met een specifiek vergunningsvoorschrift tot het sluiten van een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst tussen de vergunninghouder en een of meer andere aanvragers onder goedkeuring van de provincie. De andere aanvragen kunnen dan worden geweigerd. In beide gevallen is dus een provinciaal vergunningtoedelingsbeleid geboden. Beheer ontgrondingsresidu Conform paragraaf is het gewenst ons beleid aangaande het (permanente) beheer van het residu van multifunctionele ontgrondingen in de leidraad vast te leggen Verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen Sinds 1997 bestaat er, op basis van het toen ontstane artikel 21f van de Ontgrondingenwet, en de daarop gebaseerde Heffingsverordening ontgrondingen Overijssel, een provinciale ontgrondingenheffing per vergunde m3 ter dekking van maximaal 50% van de provinciale kosten voor planvorming (inclusief planonderzoek) en landelijke coördinatie (inclusief landelijk onderzoek) Over winnen in Overijssel 33
34 aangaande ontgrondingen. De overige 50% komt wettelijk ten laste van de provinciale algemene middelen. Sinds 2000 is -op grond van landelijke ervaringen- artikel 21f van de Ontgrondingenwet zodanig gewijzigd, dat daarnaast ontgrondingenheffingen mogelijk zijn geworden voor: het geheel of gedeeltelijk in geld realiseren van compenserende maatregelen, -tot een maximum van 0,10 per vergunde m3- ten behoeve van een door een ingrijpende ontgronding voor de oppervlaktedelfstoffenvoorziening getroffen regio; de dekking van toegekende provinciale schadevergoedingen, wegens onevenredige schade door rechtmatige overheidsbesluiten, op grond van artikel 26 van de Ontgrondingenwet (door verlening, wijziging of intrekking van provinciale ontgrondingsvergunningen of door opgelegde gedoogplichten aan grondeigenaren). Voor deze beide heffingen zijn, anders dan bij eerdergenoemde heffing voor plankosten, wettelijk geen bijdragen uit de algemene middelen van de provincie nodig. Op grond van het voorgenomen beleid, als aangegeven in hoofdstuk 2, zullen Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten een voorstel (wijziging geldende heffingsverordening) voorleggen ter invoering van de verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen ten behoeve van compenserende maatregelen. Tegelijkertijd zullen Gedeputeerde Staten in een beleidsregel van ons college vastleggen hoe de besteding van de opbrengsten van deze ontgrondingenheffing compenserende maatregelen zal plaatsvinden. Een (flexibele en experimentele) beleidsregel is hier naar de mening van ons college noodzakelijk, daar de Ontgrondingenwet hier grote beleidsvrijheid voor de provincies biedt. Bij de bepaling van wenselijke compenserende maatregelen en bij de uitvoering ervan kan de gemeente een belangrijke rol krijgen. Alvorens een dergelijk voorstel te doen, zullen Gedeputeerde Staten eerst overleg plegen met de Overijsselse gemeenten. Bij de uitvoering denken Gedeputeerde Staten tevens aan een zoveel mogelijk gebiedsgerichte, gecombineerde inzet van (provinciale) gelden, bij voorbeeld in het kader van reconstructie-projecten in het landelijk gebied. Overigens zal, als aangegeven onder paragraaf 2.2.2, op dit punt eerst de uitkomst van de lopende nut en noodzaak-discussie over de Ontgrondingenwet worden afgewacht Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 Waar mogelijk en gewenst wil de provincie dereguleren. In 2005 wil zij daarom bezien of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening kan worden opgenomen. Dit zou kunnen betekenen, dat meer kleinere ontgrondingen dan tot toe worden vrijgesteld van de vergunningplicht of onder een lichtere procedure komen te vallen. Hierbij speelt vooral de overweging een rol, dat bepaalde (kleine) ontgrondingen geen belangenafweging (meer) behoeven, of dat belangenafweging via een andere wet afdoende mogelijk is, of dat althans met een lichtere vergunningenprocedure kan worden volstaan Ruimtelijke Ordening Beoordeling ruimtelijke plannen In de Handleiding beoordeling ruimtelijke plannen (februari 2003) is op grond van het tot nu toe gevoerde beleid het volgende opgenomen: binnen de winzones oppervlaktedelfstoffen van het streekplan dienen grootschalige ontwikkelingen die de inrichting van een winplaats onmogelijk maken, te worden geweerd. gebundelde (multifunctionele) ontgrondingen dienen als winplaats specifiek te worden bestemd voor zandwinning en -zo mogelijk- voor de eindfunctie (dubbelbestemming). gefaseerde uitbreiding overeenkomstig het streekplan kan via de wijzigingsbevoegdheid ex art 11 WRO in het bestemmingsplan worden opgenomen. functionele ontgrondingen dienen te worden bestemd voor de eindfunctie. cultuurtechnische ontgrondingen, die geen functieverandering beogen, dienen afhankelijk van de zonering ruimtelijk afgewogen te worden via aanlegvergunningen. Overigens moet opgemerkt worden, dat bovengenoemde Handleiding wordt herzien onder het motto: Decentraal wat kan en Centraal wat moet. Dit betekent, dat ook hier vorm zal worden gegeven aan 34 Over winnen in Overijssel
35 ontwikkelingsplanologie als werkwijze en de veranderende rol van de provincie in de ruimtelijke ordening (voorkantsturing). Bouwgrondstoffentoets Naar verwachting zal op grond van de Nota Ruimte voor nieuwe ruimtelijke plannen voor initiatiefnemers gaan gelden, dat zij de effecten op de bouwgrondstoffen-voorziening in de afweging mo eten betrekken. Er moet rekening worden gehouden met het geologisch voorkomen van ook in Overijssel aanwezige schaarse grondstoffen als grof zand voor beton en metselwerk, zilverzand en klei voor de grofkeramische industrie. Dit teneinde de winningsmogelijkheden voor toekomstige generaties niet te belemmeren. De provincie zal daartoe op grond van bestaande gegevens de voorkomens van deze grondstoffen in Overijssel in beeld laten brengen, zodat initiatiefnemers snel inzage kunnen krijgen of ter plaatse mogelijkerwijs schaarse delfstoffen voorkomen of dat dit niet het geval is. Actiepunten (par. 3.2): het voorbereiden van een niet-juridische leidraad van Gedeputeerde Staten inzake de vooroverleg procedure, vergunningtoedeling en het beheer ontgrondingenresidu. het voorbereiden van een ontwerp-statenvoorstel invoering verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen ter versterking van de ontwikkelingsgerichtheid van het instrumentarium. het onderzoeken of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening kan worden opgenomen. ter uitvoering van de bouwgrondstoffentoets zal de provincie de mogelijkheid bezien om op grond van bestaande gegevens geologische voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen in beeld te brengen (ICT). 3.3 Afstemming beleidsuitvoering op nationale en regionale schaal Afstemm ing op nationaal niveau (rijk en andere provincies) Afstemming van beleid inzake bouwgrondstoffen van de provincies vindt plaats in het kader van het Vakberaad Ontgrondingen van het Interprovinciaal Overleg. De Adviescommissie Water van IPO overlegt namens de provincies met de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over landelijke ontwikkelingen. In de komende jaren is het vooral van belang, dat de provincies en het rijk de in gang gezette beleidswijziging naar een vergrote marktwerking in de overgang naar de nieuwe situatie na 2008 goed coördineren. Afstemming op regionale schaal (naburige provincies en Landkreis Grafschaft Bentheim) De schaal van de markt voor bouwgrondstoffen wordt groter. Dit betekent, dat bouwgrondstoffen van grotere afstanden worden aangevoerd. Voor schaarsere delfstoffen als grind en beton- en metselzand is dit meer het geval dan voor ophoogzand. Tegelijkertijd heeft aanvoer op grote schaal ook zijn beperkingen in verband met transportkosten. Uitgangspunt voor de provincie is dat zij de markt niet wil reguleren. Zij staat dan ook neutraal tegenover in- en uitvoer van en naar gebieden buiten Overijssel (andere provincies, Duitsland). Wel acht zij het noodzakelijk, dat er overleg wordt gevoerd om te voorkomen, dat multifunctionele ontgrondingen ter voorziening in de algemene bouwgrondstoffenmarkt op korte afstand van elkaar aan weerszijden van een grens worden ontwikkeld. Dit kan immers verspilling van kostbare ruimte, grondstoffen en energie betekenen. Afstemming met de provincies Gelderland, Drenthe en Friesland, Rijkswaterstaat (als vergunningverlener voor rijkswateren) en met regionale overheden in Duitsland acht zij daarom belangrijk. Met de provincie Drenthe bestaat sinds 1990 een afstemmingsregeling (ambtelijke werkafspraak), dat de provincies elkaar zullen informeren over ontgrondingen van m 3 of meer, gelegen in een zone van 10 km uit de wederzijdse provinciale grens. De provincie zal entameren, dat met de provincies Gelderland en Friesland een soortgelijke afspraak wordt gemaakt. In de afgelopen jaren is voor Overijssel als grensprovincie steeds meer de beleidsafstemming (inclusief vergunningverlening) met de Duitse Landkreis Grafschaft Bentheim van belang geworden. Immers, deze Landkreis bezit, evenals Overijssel, van oudsher grote geologische voorkomens van ook beton- en metselzand, juist in het grensgebied met Nederland c.q. Overijssel. Daarentegen kent de Landkreis geen met het Overijsselse bundelingsbeleid vergelijkbaar ontgrondingenbeleid, daar de Duitse ruimtelijke ordening, vanwege grondwettelijke belemmeringen in verband met het Duitse Over winnen in Overijssel 35
36 grondrecht van (grond)eigendom, beduidend minder sturend is dan in Nederland gebruikelijk. Dit alles leidt tot steeds meer grootschalige ontgrondingen in de Landkreis nabij de Nederlandse staatsgrens, die bovendien steeds vaker (mede) door Nederlandse ontgrondende bedrijven als vergunninghouder worden geëxploiteerd, en dus in belangrijke mate op de Nederlandse markt zijn gericht. Dit alles gaat uiteraard aan Duitse zijde (als daar op zich onderkend) ten koste van een zuinig ruimtegebruik en natuur en landschap. Wat Overijssel betreft is allereerst de (dreigende) aantasting van het bundelingsbeleid in het grensgebied aan de orde, welk beleid door dergelijke grootschalige Duitse ontgrondingen wordt ondermijnd. Daarnaast is in concrete gevallen in Overijssel aantasting van natuur en landschap in het geding (vaak natuurbeschermingsgebieden en soms zelfs Habitatrichtlijn-gebieden), alsmede milieu- en verkeersoverlast (door gebruik van daartoe niet geschikte soms zelfs private wegen). Om die reden heeft Gedeputeerde Staten recent het initiatief genomen tot het opzetten van ambtelijk en waar nodig bestuurlijk overleg met deze Landkreis. Dit heeft er inmiddels toe geleid, dat binnen de subcommissie Noord van de Nederlands-Duitse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening een gemeenschappelijke ambtelijke werkgroep is gevormd om knelpunten te inventariseren. Als voorlopig einddoel ziet de provincie het onderzoeken van de mogelijkheid van een tripartiet samenwerkingsconvenant ter (praktische overbrugging) van diverse verschillen in beleid en bestuursrecht, met navenant verschillende procedures en betrokken (overheids) organen. Actiepunt (par. 3.3): het gezamenlijk met de Landkreis Grafschaft Bentheim inventariseren van knelpunten betreffende de afstemming van het ontgrondingenbeleid 3.4 Mogelijke uitvoeringsprojecten Ter uitvoering van dit beleidskader kunnen de volgende onderwerpen worden genoemd, waaraan de provincie vanuit het ontgrondingenbudget wil bijdragen: bijdrage aan het Regionaal Consulentschap Duurzaam Bouwen ter stimulering van het zuinig gebruik van bouwgrondstoffen en het bevorderen van het gebruik van secundaire en vernieuwbare bouwgrondstoffen. een verkenning naar de mogelijkheden van een verbeterde afstemming van vraag en aanbod van (licht-verontreinigde) grond en baggerspecie. Het gaat er hierbij vooral om te bezien hoe de markt beter kan worden gefaciliteerd. een verkenning van de mogelijkheden om de stromen vrijkomende grond in het kader van ruimte voor de rivier te optimaliseren met het oog op bestemmingsmogelijkheden (afzet op de markt, hergebruik in uiterwaarden). ontwikkeling van een toeristisch-recreatief, educatief project om aardkundige waarden in het gebied van stuwwal, die loopt vanaf Westerhaar (gemeente Hardenberg) tot in Duitsland. Daarbij zal ook de mogelijkheid van samenwerking met Duitse instanties, met name de Landkreis Grafschaft Bentheim, worden bezien. Indien het project een uitvoerbaar resultaat oplevert, zal de provincie het ontgrondende bedrijfsleven betrekken bij de uitvoering ervan. een verkenning in interprovinciaal verband naar de mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen te versterken. de provincie zal de mogelijkheid bezien om op grond van bestaande gegevens geologische voorkomens van schaarse grondstoffen in Overijssel in beeld te brengen met behulp van Geografische Informatie Systemen (GIS) en Informatie en Communicatie Technologie (ICT). Dit mede in het licht van de uitvoering van de bouwgrondstoffentoets. Voor de uitvoering van het beleid, als in deze beleidsnota aangekondigd, is per jaar ca ,-- per jaar beschikbaar. Daarvan is per jaar ,-- bestemd voor het landelijk onderzoek in het kader van de overeenkomst tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en IPO. De provincie gaat ervan uit, dat met het resterende budget van ,-- in de komende jaren de voorziene projecten uitgevoerd kunnen worden. Gedeputeerde Staten zal daarvoor een actieprogramma opstellen. Actiepunt (par. 3.4): Gedeputeerde Staten zullen een actieprogramma opstellen. 36 Over winnen in Overijssel
Provinciale Staten van Overijssel
www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 26 79 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum WB2004/1872
Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen,
Indicator 16 januari 2018 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Veel bouwgrondstoffen als grind,
s t r u c t u u r v i s i e G o o r Goor 202
VISIEKAART 8 9 s t r u c t u u r v i s i e G o o r 2 0 2 5 structuu Goor 202 rvisie 5 1. Structuurvisie Goor 2025 2. Analyse 3. Visie en ambitie: Goor in 2025 4. Ruimtelijke kwaliteit 5. Wonen 6. Economie
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
Partiële herziening POL-aanvulling Grensmaas (2010), tevens partiële herziening van POL2006. Inhoud.
Partiële herziening POL-aanvulling Grensmaas (2010), tevens partiële herziening van POL2006. Inhoud. 1. Inleiding 2. Aanleiding voor het intrekken van de status van concrete beleidsbeslissing. 3. Intrekking
PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing
Provinciale Staten van Overijsse PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& Dat. 1 8 DEC 2013 ontv.: Routing a.d. Bijl.: Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88
Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot
Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot Maart 2007 1 Inleiding Decentralisatie van de hogere waardeprocedure is onderdeel van de gewijzigde Wet geluidhinder die per
MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2017
13 september 2018-2 - MONITORING In opdracht van Provincie Noord-Brabant Opgesteld door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven Auteur Anine Verbeek Antonet van den Berg Ron Verest
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2013, Hoge Heiligenweg 12 datum: 5 september 2013 projectnummer: R.2011 gemeente Maasdriel
bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2013, Hoge Heiligenweg 12 status: vastgesteld datum: 5 september 2013 projectnummer: 202360R.2011 adviseurs: Jke / Wle gemeente Maasdriel Inhoudsopgave Hoofdstuk
Bodemfunctiekaart Hof van Twente Besluit Bodemkwaliteit
projectnr. 204156 revisie 02 augustus 2011 Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Afdeling Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Postbus 54 7470 AB Goor datum vrijgave beschrijving revisie 02 goedkeuring
Beleidskader windenergie
Bijlage 1 Beleidskader windenergie Europese richtlijn 2009/28/EG De Europese richtlijn 2009/28/EG verplicht Nederland om in 2020 14 procent van het totale bruto-eindverbruik aan energie afkomstig te laten
BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE
BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE Vastgesteld op 15 december 2011 BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE CODE 110505 / 15-12-11 GEMEENTE HET BILDT 110505
Provinciale Staten van Overijssel
www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830
BIJLAGE 3: Toetsingskader
BIJLAGE 3: Toetsingskader In dit toetsingskader geven partijen een nadere invulling en uitwerking aan de kaders die in de PKB Plus PMR met betrekking tot het deelproject 750 hectare natuur en recreatie
Bomenbeleidsplan Sliedrecht
Bomenbeleidsplan Sliedrecht Bomenbeleidsplan Sliedrecht Afdeling Plantsoenen en Reiniging Sliedrecht, 2009 Inhoud 1. Inleiding 1 2. Definiëring boomcategorieën en status 2 3. Herplant- en compensatiebeleid
MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2014
MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2014 Provincie Noord-Brabant MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN PROVINCIE NOORD-BRABANT VERSLAGJAAR 2014 In opdracht van Opgesteld door Auteurs provincie Noord-Brabant
Provinciale Staten van Overijssel. Onderwerp Wet ammoniak en veehouderij: aanmerken kwetsbare gebieden.
www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 27 03 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum LNL/2004/176
HOOFDSTUK 3 Beleid. 3.2 Rijksbeleid. 3.3 Provinciaal beleid
HOOFDSTUK 3 Beleid 3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door (Europese,) landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante (Europees-,)
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017 Nota van wijzigingen Vastgesteld Gedeputeerde Staten Datum 13 juni 2017 1 Inleiding Voor u ligt de Nota van wijzigingen behorende bij de Wijziging
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 158 Besluit van 29 april 2008, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
AMBITIEDOCUMENT ZONNE-ENERGIE UITWERKING OMGEVINGSVISIE - GEMEENTE OPSTERLAND
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Opsterland. Nr. 25469 16 februari 2017 AMBITIEDOCUMENT ZONNE-ENERGIE UITWERKING OMGEVINGSVISIE - GEMEENTE OPSTERLAND 1.INLEIDING ZONNE-ENERGIE IN OPKOMST Het
Zandwinputten. Baggernet Thema-ochtend over Zandwinputten. Een overzicht. Afdelingsoverleg Bodem & Water 22 juni John Maaskant.
Zandwinputten Een overzicht Afdelingsoverleg Bodem & Water 22 juni 2009 Baggernet Thema-ochtend over Zandwinputten John Maaskant Ministerie van Verkeer & Waterstaat Marc Pruijn Ministerie van Volkshuisvesting,
Provinciaal Omgevingsplan Limburg
Provinciaal Omgevingsplan Limburg Presentatie t.b.v. Regionalrat Düsseldorf, Provinciale Staten Gelderland en Provinciale Staten Limburg Arnhem, 7 maart 2012 POL POL = Provinciaal Omgevingsplan Limburg,
Beschikking Ontgrondingenwet
Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088-369 03 69 I: www.odzob.nl Beschikking Ontgrondingenwet Onderwerp Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 6 juni 2017 een aanvraag ontvangen van Zandexploitatie
Ontwerpbestemmingsplan
Geanonimiseerd Gemeente Berkelland Augustus 2015 Verslag terinzagelegging Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, Hambroekplas Borculo 2015 1 Verslag van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan
Beleidsregels vaststellen hogere waarde Wet geluidhinder Gemeente Edam-Volendam
Beleidsregels vaststellen hogere waarde Wet geluidhinder Gemeente Edam-Volendam De Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) geven een regeling voor de toegestane geluidsbelasting door wegen,
MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting
MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting Maart 2013 Langenboom Zeeland Mill Uden Wilbertoord Wanroij Volkel Odiliapeel Figuur 1: Ligging Luchthaven Volkel Samenvatting MER Volkel Aanleiding Initiatiefnemer
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug
Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente
UITZONDERINGSLIJST VOOROVERLEG RUIMTELIJKE PLANNEN (plannen waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is)
UITZONDERINGSLIJST VOOROVERLEG RUIMTELIJKE PLANNEN (plannen waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is) AANPASSING ONDERDELEN UITZONDERINGSLIJST VOOROVERLEG RUIMTELIJKE PLANNEN ARTIKEL 3.1.1.2 BESLUIT RUIMTELIJKE
Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren
Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren ONTWERP Inhoudsopgave Regels 3 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 4 Artikel 1 Begripsbepalingen
Z A N D I N B A L A N S
Z A N D I N B A L A N S bouwstenen voor een evenwichtig ontgrondingenbeleid E E N A C T U A L I S E R I N G V A N H E T O N T G R O N D I N G E N B E L E I D I N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N
Nota vooroverleg bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht
Nota vooroverleg bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht ( TVM
Woningbouw Het plan maakt de ontwikkeling van twee woningen aan het Landaspad mogelijk. Tegen deze ontwikkeling hebben wij geen bezwaar.
Bestaande overcapaciteit aan bedrijventerreinen In de stadsregio Arnhem-Nijmegen bestaat een groot overaanbod aan bedrijventerreinen. Voor de periode 2016-2025 bedraagt dit minstens 150 ha. Van het bestaande
Bestemmingsplan Weideveld 2016, 1 e herziening. (ontwerp 25 januari 2019)
Bestemmingsplan Weideveld 2016, 1 e herziening (ontwerp 25 januari 2019) Pagina 2 van 13 2019-01-25 Toelichting - Weideveld 2016 1e herziening Bestemmingsplan Weideveld 2016, 1 e herziening Toelichting
(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn
sectorplan 30 Accu s
sectorplan Accu s 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Startaccu s, tractiebatterijen, stationaire batterijen 2. Belangrijkste bronnen Garagebedrijven, autodemontagebedrijven, schadeherstelbedrijven
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan
Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Overijssel, provincie Gelderland, gemeente Zwolle, gemeente Enschede, gemeente Hengelo, gemeente Apeldoorn, gemeente Arnhem, gemeente Nijmegen De Staatssecretaris
F O D I Federatie van Oppervlaktedelfstoffenwinnende Industrieën. Zorgvuldig winnen. Gedragscode Flora- en faunawet voor natuurbewust ontgronden
F O D I Federatie van Oppervlaktedelfstoffenwinnende Industrieën Zorgvuldig winnen Gedragscode Flora- en faunawet voor natuurbewust ontgronden Zorgvuldig In Nederland is in het verleden veel zand, grind,
VERONDIEPEN VAN DIEPE PLASSEN BELEIDSNOTA WATERSCHAP RIVIERENLAND
VERONDIEPEN VAN DIEPE PLASSEN BELEIDSNOTA WATERSCHAP RIVIERENLAND 1 Datum: Auteurs: Debby Gorter, Hella Pomarius, Fathia Timmermans, Robert Vink 2 INHOUDSOPGAVE 1 AANLEIDING... 1 2 WETTELIJKE KADER...
gelet op het bepaalde in artikel lid 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.5, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht;
^2 gemeente T -^^fc Nijkerk RAADSBESLUIT Nummer: 2012-094 De raad van de gemeente Nijkerk; gelezen het collegevoorstel van 2 oktober 2012; gelet op het bepaalde in artikel 2.27. lid 1, van de Wet algemene
Besluit van GS van 15 september 2014, kenmerk 2014/ gehoord het Faunafonds van 18 juli 2004, kenmerk BIJ F F OVERWEGENDE;
Goedkeuringsbesluit Faunabeheerplan 2014-2019 Flora- en faunawet Flora- en faunawet: goedkeuring faunabeheerplan Besluit van GS van 15 september 2014, kenmerk 2014/025032 Gedeputeerde Staten van Overijssel;
Aanvraag om vergunning op grond van de Ontgrondingenwet (indienen in zevenvoud, inclusief bijlagen) (Naam bedrijf)
Aanvraag om vergunning op grond van de ntgrondingenwet (indienen in zevenvoud, inclusief bijlagen) Van: Adres: ( bedrijf) Aan: Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân Afdeling mgevingsvergunningen
Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.
Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het
PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN
Concept PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN BELEIDSNOTITIE VAN GEDEPUTEERDE STATEN DECEMBER 2004 1. Doel en Aanleiding In haar brief van 11 november 2003 aan de Tweede Kamer heeft de Minister van
Notitie. Beleid ten behoeve van. Ontheffingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening
Notitie Beleid ten behoeve van Ontheffingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening Gemeente Bussum Afdeling Ruimtelijke Inrichting September 2009 1 1. AANLEIDING De gemeente Bussum heeft in het jaar
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Toelichting correctieve
Toelichting Ontwerp correctieve herziening bestemmingsplan Landelijk Gebied NL.IMRO.0342.CHLG0001-0201 10 juni 2014 Raad op dd maand jjjj) 1 Raad op dd maand jjjj) 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING...
Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela
Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela 2012 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Begrippen... 3 Het beleid uit 2005... 4 Vraagstelling... 4 Planologisch kader... 4 Juridisch
Beheersverordening Kornputkwartier
Beheersverordening Kornputkwartier ID plan: NL.IMRO.1708.STWKornputkwtrBV1-VA01 datum: maart 2017 status: vastgesteld auteur: SRE Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter, NL.IMRO.1708.STWKornputkwtrBV1-VA01
Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling Peil
Nota van Beantwoording Ontvangen n en beantwoording van n op Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling Peil Amstelveen, juni 2014 Nota van beantwoording Paraplubestemmingsplan herziening begripsbepaling
Provincie Vlaams Brabant
156 Provincie Vlaams Brabant OPEN RUIMTE Open ruimte is de zuurstof van onze ruimte. Het is dus een kostbaar goed, dat we moeten beschermen. Voor de Visienota Ruimte betekent dit dat we de verdere inname
B-140 Green Deal: Groene Gevangenis Veenhuizen: naar een gevangenis voorzien van duurzame energie uit de regio
B-140 Green Deal: Groene Gevangenis Veenhuizen: naar een gevangenis voorzien van duurzame energie uit de regio Partijen: De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, de heer drs. M.J.M. Verhagen,
Agenda vergadering Provinciale Staten op 14 november 2012
Agenda vergadering Provinciale Staten op 14 november 2012 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Provinciale Staten Datum: woensdag 14 november 2012 Aanvang: 10:00 uur (de vergadering
GEMEENTE OLDEBROEK PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN STRUCTUURVISIE CONCEPT, DECEMBER 2014 KENMERK
GEMEENTE OLDEBROEK STRUCTUURVISIE PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN CONCEPT, DECEMBER 2014 KENMERK 188197 Inhoudsopgave 1 Beleidskader 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Beleidsmatige aspecten 5 2 Toetsingskader
In opdracht van de gemeente Hattem heeft Tauw een bodemfunctiekaart opgesteld. Deze notitie vormt de toelichting bij de gemaakte keuzes.
Notitie Contactpersoon Mirjam Bakx - Leenheer Datum 18 september 2009 Kenmerk N001-4598028LNH-cmn-V01-NL In opdracht van de gemeente Hattem heeft Tauw een bodemfunctiekaart opgesteld. Deze notitie vormt
Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing De Kouwe Noord 3, Geffen Gemeente Oss Raadhuislaan 2 5341 GM Oss T: 14 0412 F: 0412 642605 www.oss.nl RUIMTELIJKE ONDERBOUWING De Kouwe Noord 3 te Geffen Februari maart 2016 1
Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt
Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt Programma Stedelijke ontwikkeling Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting De initiatiefnemer van de realisatie
Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer
Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer meer ruimte voor haven verbetering kwaliteit leefomgeving 2 Projecten voor haven en leefomgeving procedures voor de uitvoering Het Project Mainportontwikkeling
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015-2016 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) A herdruk 1 GEWIJZIGD
De begroting van de provincie Utrecht voor Een samenvatting
De begroting van de provincie Utrecht voor 2012 Een samenvatting Hoeveel gaat de provincie Utrecht in 2012 uitgeven? Waaraan en waarom? Dat leest u in deze samenvatting. U zult zien dat wij voor 2012 duidelijke
c) de belangen die mogelijk invloed kunnen ondervinden van de installatie van bodemenergiesystemen
1 juli 2014 zaaknummer 2013-018143 Beleidsregels masterplannen bodemenergie Gelderland 2014 GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6.4, eerste
Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen verpakkingsafval.
TEKST SECTORPLAN 41 (onderdeel LAP) Sectorplan 41 Verpakkingen algemeen I Afbakening Verpakkingen algemeen bestaat uit gescheiden ingezameld verpakkingsafval en via nascheiding als aparte fractie verkregen
Ruimte voor Limburg. Limburg in VORm: Ruimtelijke ontwikkelingen in balans
Ruimte voor Limburg Limburg in VORm: Ruimtelijke ontwikkelingen in balans Colofon Uitgave: Provincie Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht Tel.: +31 (0)43 389 99 99 Fax: +31 (0)43 361 80 99 E-mail: [email protected]
11 MRT Afvyijkingsprocedure gemeente Hof van Twente gemeentelijk gronddepot De Bree.
Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl [email protected] VAN Pravinciale Staten Dat. ontv.: 11 MRT 2008 Routing a.d. Biil.: Inlichtingen
Concept Raadsvoorstel
Concept Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: Sliedrecht, 6 oktober 2009 Onderwerp: Eindrapportage onderzoek capaciteit binnensportaccommodaties 2009. Voorgesteld besluit: 1.
Welkom in Gemeente Haaren
Welkom in Gemeente Haaren Programma Themabijeenkomst Vrijkomende Agrarische Bebouwing Programma 1 2 3 4 5 6 Welkom en inleiding Aanleiding en doel van het project Het proces tot nu toe Toelichting op het
VERKEER EN VERVOER. Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST
VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg Colofon Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 2000 MD Haarlem
Reactienota inspraak en overleg voorontwerp-bestemmingsplan Oude- en nieuwehorne
Reactienota inspraak en overleg voorontwerp-bestemmingsplan Oude- en nieuwehorne 1. Inleiding Bij de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan Oude- en Nieuwehorne heeft
