Provinciale Staten van Overijssel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Provinciale Staten van Overijssel"

Transcriptie

1 Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus GB Zwolle Telefoon Telefax Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum WB2004/ Bijlagen Doorkiesnummer Inlichtingen bij hr. S.J. Bennema Onderwerp Over Winnen in Overijssel, Ontwerp Beleidskader Bouwgrondstoffen. Onlangs hebben wij een ontwerp vastgesteld voor een beleidskader bouwgrondstoffen met als titel Over Winnen in Overijssel. Het bestuurlijk-juridisch kader voor dit beleidskader wordt gevormd door de volgende wetgeving en rijks- en provinciale beleidsdocumenten: de bevoegdheid tot vaststelling van dit beleidskader is gebaseerd op de Provinciewet (art. 105, 1 e lid). Daarnaast is de geldende Ontgrondingenwet van belang, gelet op artikel 7b: bevordering van coördinatie tussen Rijk en provincie van de besluitvorming betreffende de winning van vaste stoffen door middel van ontgrondingen. ; het streekplan is richtinggevend voor dit beleidskader. Naast het streekplan moet dit beleidskader het toetsingskader gaan vormen voor ons vergunningenbeleid voor ontgrondingen; het kabinet heeft besloten het bouwgrondstoffenbeleid niet meer als een kerntaak te beschouwen. Hiermee wordt het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) aan de markt en de betrokken lagere overheden overgelaten. De lopende procedure tot vaststelling van het 2 e Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen is gestaakt. De Nota Ruimte (paragraaf Bouwgrondstoffen) in wording zal het ruimtelijk relevante rijksbeleid met betrekking tot bouwgrondstoffen voor de komende jaren aangeven. Met het vastgestelde deel 3 van de Planologische Kernbeslissing is in het beleidskader rekening gehouden. De parlementaire afhandeling van de Nota Ruimte loopt nog. Om te komen tot besluitvorming door uw Staten over dit beleidskader stellen wij u het volgende proces voor: tervisielegging van dit beleidskader van 2 augustus 2004 tot en met 27 september 2004; een informatie- en discussiebijeenkomstbijeenkomst op 17 september 2004, waarvoor alle vergunninghouders voor gebundelde zandwinningen in Overijssel worden uitgenodigd, alsmede gemeenten met grote zandwinningen, de waterschappen, koepelorganisaties ontgrondend bedrijfsleven en enkele intermediaire organisaties (Natuur en Milieu Overijssel, Landschap Overijssel); ATTENTIE GEWIJZIGD : Rabobank Het provinciehuis is vanaf het NS-station bereikbaar: met stadsbus lijn 1 richting Berkum, halte provinciehuis Bezoekadres Luttenbergstraat 2 Zwolle

2 2 de binnengekomen reacties zullen wij na 27 september 2004 bundelen tot een reactienota met eventuele voorstellen tot wijziging van het Beleidskader; vervolgens zullen wij u Over Winnen in Overijssel. Beleidskader Bouwgrondstoffen, alsmede de reactienota voor besluitvorming voorleggen. Tot slot wijzen wij u erop, dat ook leden van Uw Staten zijn uitgenodigd voor de bijeenkomst van 17 september Wij verzoeken u dit vier weken van tevoren te melden bij de heer S.J. Bennema ([email protected]). Gedeputeerde Staten van Overijssel, voorzitter, secretaris,

3 ATTENTIE GEWIJZIGD : Rabobank Het provinciehuis is vanaf het NS-station bereikbaar: met stadsbus lijn 1 richting Berkum, halte provinciehuis Bezoekadres Luttenbergstraat 2 Zwolle

4 Over winnen in Overijssel Ontwerp Beleidskader Bouwgrondstoffen Juni 2004

5 Colofon Datum Juni 2004 Oplage 100 Auteur S.J. Bennema Fotografie/Illustraties Foto voorpagina: Aanleg strand bij zandwinning Milligerplas bij de wijk Zwolle-Stadshagen (provincie Overijssel) Vormgeving Provincie Overijssel Project/kenmerk Inlichtingen bij S.J. Bennema Water en Bodem Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus GB Zwolle Telefoon Fax [email protected]

6 Inhoudsopgave Samenvatting 1 Waarom een beleidskader? Probleemstelling Taakverdeling overheden; rol van de markt Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid Relevante provinciale taken Doelstellingen en ambitieniveau: wat wil de provincie bereiken Status en reikwijdte Geldingsduur Procedure 13 2 Provinciaal beleid in hoofdlijnen (Multi)functionaliteit van ontgrondingen Vergroting van het draagvlak multifunctionele ontgrondingen Communicatie Compensatie ingrijpende multifunctionele en andere ontgrondingen Inrichting en beheer na ontgronding en naaste omgeving Veiligheid diepe ontgrondingen Ontgrondingen en aardkundige waarden Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer De provincie als opdrachtgever voor werken Winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Ophoogzand Klei Economische aspecten 28 3 Beleiduitvoering Instrumentarium Leidraad uitvoering multifunctionele ontgrondingen Verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen Ontgrondingenverordening Overijssel Ruimtelijke Ordening Afstemming beleidsuitvoering op nationale en regionale schaal Projecten winbaar maken oppervlaktedelfstoffen Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Ophoogzand Mogelijke Onderzoeksprojecten 34 Over winnen in Overijssel 3

7 Beton- en metselzandwinning Haerst (gemeente Zwolle; situatie juni 1997) Foto: KLM Aerocarto 4 Over winnen in Overijssel

8 Samenvatting Voor wonen, werken en verkeer zijn woningen en andere gebouwen nodig en moeten wegen, spoorwegen en dijken aangelegd en onderhouden worden. Daarvoor zijn grote hoeveelheden granulaire grondstoffen nodig. Als bouwgrondstof worden vooral oppervlaktedelfstoffen gebruikt als grind, verschillende soorten zand, kalksteen en klei, maar in toenemende mate is ook toepassing van uit afvalstoffen of industriële reststoffen bereide secundaire grondstoffen in de bouw mogelijk. Deze vervangen in dat geval de uit de bodem winbare oppervlaktedelfstoffen. Probleemstelling Door de schaarste aan ruimte voor grootschalige ontgrondingen wordt het steeds moeilijker om oppervlaktedelfstoffen te winnen voor de bouw. Elk jaar is in Overijssel 15 á 20 ha nodig voor diepe winning van vooral beton- en metselzand en ophoogzand. Deze ruimtelijke claim voor ontgrondingen komt steeds meer in conflict met andere, reeds aanwezige, belangen als natuur- en landschapswaarden en de leefbaarheid van de omgeving en met andere ruimtelijke claims, die op het landelijk gebied worden gelegd. Voor beton- en metselzand geldt, dat grofzandige geologische voorkomens schaars zijn. Dit betekent, dat de locaties waar deze delfstof winbaar gemaakt kan worden, geologisch en ruimtelijk in Nederland maar beperkt aanwezig zijn. Voor de provincies geldt tot 2009 nog een taakstelling om 143 miljoen ton beton- en metselzand winbaar te maken. Het aandeel van Overijssel daarin bedraagt 12 miljoen ton. Secundaire grondstoffen worden vrij algemeen gebruikt in relatief laagwaardiger toepassingen. Hergebruik in hoogwaardiger toepassingen komt tot nu toe eigenlijk niet van de grond. Afstemming van vraag en aanbod van grond en baggerspecie vindt nog onvoldoende plaats. Gelet op de toenemende noodzaak van verwijdering (=aanbod) en op de beperkte stortmogelijkheden, is het dringend gewenst de toepassingsmogelijkheden in werken (=vraag) te optimaliseren. Een verbeterde afstemming tussen aanbieders en vragers kan de doelmatigheid van het grondstromenverkeer verbeteren. Daarvoor is vooral de medewerking van betrokken partijen nodig: gemeenten, waterschappen, aannemers, uitvoerende diensten van rijk en provincie. Het gaat er daarbij vooral om, dat betrokken partijen het zo veel mogelijk hergebruiken van grond en baggerspecie als een gezamenlijke opgave zien. Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid/meer marktwerking De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft aangekondigd het dossier bouwgrondstoffen niet langer als een kerntaak van het rijk te beschouwen. Hiermee wordt het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) aan de markt en de betrokken lagere overheden overgelaten (geen taakstellingen voor winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen meer). Het voor het provinciale beleid relevante rijksbeleid zal zich gaandeweg beperken tot een nationaal ruimtelijk kader (Nota Ruimte), milieubeleid, duurzaam bouwen en mededingingsbeleid. De periode t/m 2008 wordt beschouwd als overgangsperiode. In bijlage II wordt ingegaan op de projecten, die in de overgangsperiode door rijk en provincies worden uitgevoerd. Provinciaal beleidskader Het provinciale beleid gaat voortaan uit van de volgende hoofdindeling van ontgrondingen: multifunctionele ontgrondingen: gericht op de functie oppervlaktedelfstoffenwinning en één of meer andere nevengeschikte functies; functionele ontgrondingen: bodemverlaging ten behoeve van het realiseren/versterken van bepaalde andere functies. Ontgrondingen met de functie winning van oppervlaktedelfstoffen kunnen alleen worden gesitueerd binnen de in het streekplan aangegeven winzones: op deze wijze wordt versnippering van ruimte door ontgrondingen tegengegaan (bundelingsprincipe). De ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen wordt vooral bepaald door de oppervlakte die beschikbaar komt voor andere functie(s) dan delfstoffenwinning; Over winnen in Overijssel 5

9 Vergroting van het draagvlak voor ontgrondingen Teneinde een groter draagvlak te creëren voor ontgrondingen is beleid nodig, ondersteund door concrete projecten. Het gaat om de volgende beleidslijnen: verbeteren communicatie bij de ontwikkeling van multifunctionele ontgrondingenprojecten. compensatie voor ingrijpende ontgrondingen ter verbetering van de leefbaarheid in de (naaste) omgeving; veiligstelling van het (eeuwigdurend) beheer van ontgrondingen; verondieping voormalige zandwinplassen ter vergroting van de natuurwaarde ervan; recreatief medegebruik ontgrondingen tijdens uitvoering toestaan, indien aan voorwaarden is voldaan; veiligheid taluds diepe ontgrondingen; het zichtbaar maken van aardkundige waarden bij bestaande ontgrondingen. Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer Zuinig en hoogwaardig gebruik van primaire en secundaire bouwgrondstoffen zijn een belangrijk uitgangspunt van Gedeputeerde Staten. Dit leidt tot de volgende beleidslijnen: bijdragen aan landelijk onderzoeksprogramma naar alternatieven primaire bouwgrondstoffen; het bijdragen aan een Regionale Duboconsulentschap ten behoeve van duurzaam bouwgrondstoffenbeheer; verkenning naar verbeterde afstemming vraag en aanbod van baggerspecie en (licht verontreinigde) grond; in de ruimtelijke planvorming rekening houden met de voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen; fasegewijze invoering Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen voor provinciale projecten Grond-, Weg- en Waterbouw. Winbaar maken oppervlaktedelfstoffen In het streekplan zijn een aantal winzones oppervlaktedelfstoffen aangegeven. Dit zijn gebieden, waar beton- en metselzand, kalkzandsteenzand, ophoogzand en klei gewonnen wordt of die daarvoor in beginsel in aanmerking komen. Er lopen een aantal projecten gericht op uitbreiding van bestaande locaties dan wel ontwikkeling van nieuwe locaties binnen deze winzones. Het provinciale beleid is, dat deze ontgrondingenprojecten voortaan, waar mogelijk en inpasbaar, een multifunctioneel karakter moeten krijgen. Voor nieuw te ontwikkelen ontgrondingenprojecten binnen op de streekplankaart aan te geven nieuwe winzones geldt, dat deze zonder meer een multifunctioneel karakter dienen te krijgen. Deze nieuw te ontwikkelen multifunctionele ontgrondingen moeten passen in het reeds bestaande netwerk van locaties van waaruit de markt wordt voorzien. Aan het einde van deze samenvatting is een tabel opgenomen met een overzicht van het bestaande en het nieuw te ontwikkelen beleid. Provinciale beleidsuitvoering Instrumentarium Voorzien wordt de opstelling van een leidraad van ons college ter voorkoming van stagnatie in het vooroverleg over grote projecten en gericht op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure, welke leidt tot een optimale balans tussen beleidsuitvoering en particulier initiatief. Voorts zullen wij aan Provinciale Staten een voorstel (wijziging geldende heffingsverordening) voorleggen ter invoering van de verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen ten behoeve van compenserende maatregelen. Dit ter vergroting van het draagvlak in de omgeving van grote, ingrijpende, multifunctionele, ontgrondingenprojecten. Bij de bepaling van wenselijke compenserende maatregelen en bij de uitvoering ervan kan de gemeente een belangrijke rol krijgen. Hierbij denken wij uiteraard gebiedsgericht tevens aan een zoveel mogelijk gecombineerde inzet van (provinciale) gelden, bij voorbeeld in het kader van reconstructie-projecten in het landelijk gebied. Waar mogelijk en gewenst wil de provincie dereguleren. In 2004 wil zij daarom bezien of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 kan worden opgenomen. Dit zou kunnen betekenen, dat meer kleinere ontgrondingen dan tot toe worden vrijgesteld van de vergunningplicht of 6 Over winnen in Overijssel

10 onder een lichtere procedure komen te vallen. Hierbij speelt vooral de overweging een rol, dat bepaalde (kleine) ontgrondingen geen belangenafweging (meer) behoeven, of dat belangenafweging via een andere wet afdoende mogelijk is, of dat althans met een lichtere vergunningenprocedure kan worden volstaan. Beleidsafstemming In de uitvoering van beleid wordt een grotere rol toegekend aan het betrokken bedrijfsleven in de rol van initiatiefnemer (vergrote marktwerking). In de komende jaren is het vooral van belang, dat de provincies en het rijk de in gang gezette beleidswijziging naar een vergrote marktwerking in de overgang naar de nieuwe situatie na 2008 goed coördineren. De schaal van de markt voor bouwgrondstoffen wordt groter. Dit betekent, dat bouwgrondstoffen van grotere afstanden worden aangevoerd. Uitgangspunt voor de provincie is dat zij de markt niet wil reguleren. Zij staat dan ook neutraal tegenover in- en uitvoer van en naar gebieden buiten Overijssel (andere provincies, Duitsland). Wel acht zij het noodzakelijk, dat er overleg wordt gevoerd om te voorkomen, dat multifunctionele ontgrondingen ter voorziening in de algemene bouwgrondstoffenmarkt op korte afstand van elkaar aan weerszijden van een grens worden ontwikkeld. Dit kan immers verspilling van kostbare ruimte, grondstoffen en energie betekenen. Duurzaam bouwen in de gemeente Hengelo Foto: gemeente Hengelo Over winnen in Overijssel 7

11 VERGELIJKING BESTAAND EN NIEUW BELEID (SAMENVATTING) Bestaand beleid (tot 2003) Het rijk en de provincies komen taakstellingen overeen voor het winbaar maken van de bouwgrondstof beton- en metselzand; Voor de periode 1999 t/m 2008 heeft Overijssel een taakstelling om door vergunningverlening 12 miljoen ton beton- en metselzand winbaar te maken; De provincie bepaalt op grond van eigen onderzoek en in overleg met de regio locaties voor gebundelde winningen. Deze locaties worden als winzone oppervlaktedelfstoffen in het streekplan opgenomen; De provincie voert een bundelingsbeleid: de Overijsselse bouwgrondstoffenvoorziening wordt veiliggesteld door een netwerk van gebundelde (centrale) winningen; deze zijn of primair gericht op de winning van beton- en metselzand of kalkzandsteenzand, of primair op de winning van ophoogzand. Verder zijn er enkele gebundelde winningen, waar uitsluitend ophoogzand of klei wordt gewonnen; Binnen winzones kunnen bedrijven een ontgrondingen-project ontwikkelen, waarbij inrichting en beheer na ontgronding zijn vastgelegd. De ontwikkeling van grote ontgrondingenprojecten door initiatiefnemer geschiedt onder nauwe begeleiding van de provincie In zone III en IV van het streekplan worden gebundelde winningen niet toegestaan; voor het gebied van de stuwwal Westerhaar- Kloosterhaar geldt een afbouwbeleid: geen nieuwe gebundelde winningen. De provincie bevordert de vorming van consortia van zandwinbedrijven bij de exploitatie van gebundelde winningen. Op deze wijze kan met een beperkter aantal gebundelde winningen worden volstaan; De exploitatie van zandwinningen is uitsluitend een zaak van de betrokken vergunninghouder, m.a.w. het is aan het betrokken bedrijfsleven de markt te voorzien met bouwgrondstoffen; Buiten deze winzones voert de provincie een terughoudend vergunningenbeleid: ontgrondingen worden in principe alleen toegestaan indien de functionaliteit ervan is aangetoond Voor diepe winningen geldt een stringent veiligheidsbeleid met betrekking tot stabiliteit van taluds. Nieuw beleid Geen nieuwe taakstellingen meer voor de periode na 2008; de bouwgrondstoffenvoorziening is een af te wegen belang naast andere belangen. Geen beleidswijziging Provincie doet in beginsel zelf geen onderzoek meer; zandwinbedrijven moeten in overleg met derden komen tot voorstellen voor multifunctionele ontgrondingen; de provincie bepaalt of zij de betreffende locatie als winzone oppervlaktedelfstoffen in het streekplan wil opnemen. Geen beleidswijziging: bij de bepaling of de betreffende locatie wordt opgenomen in het streekplan, weegt de provincie tevens af of deze past in het netwerk van (multifunctionele) ontgrondingen, waar bouwgrondstoffen worden gewonnen. Tot en met 2008: binnen winzones dienen reeds in ontwikkeling zijnde ontgrondingenprojecten zo veel mogelijk (alsnog) een multifunctioneel karakter te krijgen. Na 2008: binnen winzones worden alleen projecten met een multifunctioneel karakter toegestaan. Initiatiefnemer in overleg met derden ontwikkelt het project. De provincie begeleidt alleen op afstand. De provincie toetst of het multifunctionele ontgrondingenproject past binnen het geformuleerde beleid. Voor een heldere procesgang stelt zij een leidraad vast. Na 2008: in de zones III en IV van het streekplan worden in deze gebieden passende multifunctionele ontgrondingen niet uitgesloten; Voor het gebied Westerhaar-Kloosterhaar blijft een afbouwbeleid gelden De provincie acht een veilige en doelmatige uitvoering (exploitatie) van multifunctionele ontgrondingenprojecten gewenst. Consortiumvorming op vrijwillige basis van deelnemende zandwinbedrijven draagt hieraan bij en wordt gestimuleerd. Geen beleidswijziging Geen beleidswijziging Geen beleidswijziging 8 Over winnen in Overijssel

12 1 Waarom een beleidskader? 1.1 Probleemstelling Voor wonen, werken en verkeer zijn woningen en andere gebouwen nodig en moeten wegen, spoorwegen en dijken aangelegd en onderhouden worden. Daarvoor zijn grote hoeveelheden granulaire grondstoffen nodig. Elke in Nederland wonende burger gebruikt elk jaar gemiddeld circa kilo, hetgeen min of meer vergelijkbaar is met andere West-Europese landen. Als bouwgrondstof worden vooral oppervlaktedelfstoffen gebruikt als grind, verschillende soorten zand, kalksteen en klei, maar in toenemende mate is ook toepassing van uit afvalstoffen of industriële reststoffen bereide secundaire grondstoffen mogelijk. Deze vervangen in dat geval de uit de bodem winbare oppervlaktedelfstoffen. Hieronder wordt uitgelegd wat de problemen zijn, die samenhangen met het beschikbaar krijgen van voldoende granulaire bouwgrondstoffen en wat in dat verband de functie is van een beleidskader voor de bouwgrondstoffenvoorziening in Overijssel. Figuur 1 Markt van vraag en aanbod van granulaire bouwgrondstoffen AANBOD PRIMAIRE GRONDSTOFFEN (oppervlaktedelfstoffen) VRAAG NAAR BOUWGRONDSTOFFEN AANBOD SECUNDAIRE GRONDSTOFFEN Industriezanden Woningbouw granulaten uit bouw- en sloopafval - betonzand - puingranulaten - metselzand Utiliteitsbouw - zeefzanden - asfaltzand - kalkzandsteenzand Grond- weg- en waterbouw industriële reststoffen - wegen - assen grind/steenslag - spoorwegen - slakken - kanalen Ophoogzand - bouwrijp maken terreinen - funderingen klei baksteen - dijken zand en klei uit baggerspecie Vrijkomende grond vernieuwbare grondstoffen - hout - schelpen Schaarste aan ruimte Door de schaarste aan ruimte voor grootschalige ontgrondingen op het land ten behoeve van de winning van bouwgrondstoffen, is het noodzakelijk zuinig om te gaan met deze hulpbronnen. Tot nu toe zijn grootschalige ontgrondingen op land de belangrijkste bron voor de bouwgrondstoffenvoorziening in Over winnen in Overijssel 9

13 Overijssel. In de afgelopen jaren is in ons land vooral tegen de soms zeer grootschalige winning van beton- en metselzand maatschappelijk en politieke weerstand ontstaan. Ook in Overijssel zijn de mogelijkheden om in de behoefte aan bouwgrondstoffen te voorzien door middel van ontgrondingen, die delfstofwinning tot doel hebben (primaire ontgrondingen), begrensd. De ruimtevraag in Overijssel bedraagt per jaar circa 15 á 20 ha voor diepe winning van vooral beton- en metselzand en ophoogzand. Deze ruimtelijke claim voor ontgrondingen komt steeds meer in conflict met andere belangen, zoals bestaande natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en de leefbaarheid van de omgeving en daarmee samenhangende ruimtelijke claims. Het ruimtelijk, milieu en waterhuishoudingsbeleid zijn richtinggevend voor het beleid betreffende de bouwgrondstoffenvoorziening. Het ruimtelijk beleid stelt als eis een doelmatig gebruik van de ruimte voor nu en de toekomst. Het is noodzakelijk om nieuwe waterplassen, die door ontgronding ontstaan, een maatschappelijk gewenste functie te geven. Schaarste aan beton- en metselzand In Nederland wordt op dit moment voor ongeveer 80 tot 85% van de totale behoefte aan bouwgrondstoffen voldaan door het gebruik van uit de bodem gewonnen oppervlaktedelfstoffen, de overige 15 á 20% bestaat uit secundaire grondstoffen (granulaten uit bouw- en sloopafval, industriële reststoffen). De voorziening van de bouw met de in de Nederlandse bodem relatief schaarse bouwgrondstof beton- en metselzand wordt steeds moeilijker. Geologische voorkomens, waar uit grove zanden met name betonzand kan worden geproduceerd, zijn schaars. Het vinden van locaties, waar deze oppervlaktedelfstoffen op een maatschappelijk aanvaardbare wijze winbaar gemaakt kunnen worden, is moeilijk. De vervanging van beton- en metselzand door secundaire grondstoffen is nog vrijwel nihil. Ten behoeve van het tijdig winbaar zijn van een voldoende aandeel oppervlaktedelfstoffen uit de Nederlandse bodem, hebben het Rijk en de provincies taakstellingen afgesproken. Voor de provincies gezamenlijk geldt een taakstelling voor het winbaar maken van 143 miljoen ton beton- en metselzand in de periode van 1999 tot Voor Overijssel houdt dit een taakstelling voor deze periode in van 12 miljoen ton beton- en metselzand. Dit betekent, dat in de landelijke behoefte aan beton- en metselzand maar ten dele wordt voorzien vanuit landlocaties, waarvoor de provincie als vergunningverlener optreedt. Voor de winning op landlocaties zijn er in beginsel de volgende alternatieven: toepassing van fijner zand in beton dan het tot nu toe gebruikelijk; secundaire grondstoffen uit bouw- en sloopafval; winning van beton- en metselzand uit Noordzee en IJsselmeer; functionele ontgrondingen (onder andere bij Ruimte voor de Rivier ). Deze alternatieven komen tot nu toe niet van de grond. In de huidige situatie betekent dit, voorzover nu bekend vooral extra import uit vooral het Beneden-Rijn-gebied en het grensgebied met Duitsland (Landkreis Grafschaft Bentheim). Voorts hebben het Rijk en de provincies via het Interprovinciaal Overleg (IPO) flankerend beleid ontwikkeld om via onderzoek alternatieven te stimuleren. Afstemming vraag en aanbod grondstromen onvoldoende Een duurzaam bouwgrondstoffenbeleid houdt allereerst in dat er zuinig moet worden omgegaan met hulpbronnen. In plaats van het uitputten van hulpbronnen moeten zoveel mogelijk duurzame alternatieven, zoals het gebruik van vernieuwbare grondstoffen als hout en uit afval verkregen secundaire grondstoffen, worden ingezet. De belangrijkste primaire bouwgrondstoffen zijn ophoogzand, beton- en metselzand, grind en klei. De belangrijkste secundaire bouwgrondstoffen zijn assen, slakken, bouw-en sloopafval, (licht verontreinigde) grond en baggerspecie. Met betrekking tot secundaire grondstoffen is de problematiek tweeledig: Hoogwaardig gebruik van secundaire grondstoffen komt onvoldoende van de grond. Vooral vervanging van beton- en metselzand door secundaire grondstoffen (bij voorbeeld puingranulaten) vindt nog nauwelijks plaats. Aanpak hiervan dient echter vooral in landelijke kaders plaats te vinden. Afstemming van vraag en aanbod van grondstromen vindt nog onvoldoende plaats. Grootste probleem hierbij is de afzet op de bouwgrondstoffenmarkt van voor hergebruik geschikte baggerspecie, die niet of nauwelijks van de grond komt. Gelet op de toenemende noodzaak van verwijdering (=aanbod) en op de beperkte stortmogelijkheden, is het dringend gewenst de toepassingsmogelijkheden (=vraag) te optimaliseren. Daarnaast komt er ook regelmatig grond vrij uit werken, waarvoor niet direct een bestemming c.q. een toepassingsmogelijkheid beschikbaar is. Een verbeterde afstemming tussen aanbieders en vragers kan de doelmatigheid van het grondstromenverkeer verbeteren. Daarvoor is vooral de medewerking van betrokken partijen nodig: gemeenten, waterschappen, aannemers, uitvoerende diensten van rijk en provincie. Het gaat er daarbij vooral om, dat betrokken partijen het zo veel mogelijk hergebruiken van grond en baggerspecie als een gezamenlijke opgave zien. Het is daarbij zo, dat de genoemde betrokken partijen zowel in de rol van aanbieder als die van vrager c.q. verantwoordelijke voor de 10 Over winnen in Overijssel

14 toepassing kunnen zitten. Als de bereidheid er is, kunnen grondbanken helpen om de grondstromen vervolgens te optimaliseren. Figuur 2 Indeling naar soort grondstof en wijze van winning Indeling grondstoffen Indeling naar soort bouwgrondstof Indeling naar wijze van winning Het voorop gestelde doel is toepassing als bouwgrondstof vernieuwbare grondstoffen uit primaire ontgrondingen gewonnen bouwgrondstoffen primaire grondstoffen uit functionele ontgrondingen verwijdering secundaire grondstoffen vrijkomende bouwgrondstoffen 1.2 Taakverdeling overheden; rol van de markt De feitelijke voorziening van de bouw met grondstoffen is een zaak van de markt i.c. het bouwbedrijfsleven: een hele keten van winners van grondstoffen en producenten van (half)producten tot de bouwmaterialenhandel draagt hiervoor zorg. Onder bouw wordt hier verstaan de Burgerlijke en Utiliteitsbouw en de Grond-, Weg- en Waterbouw. De rijksoverheid stelt aan winning, productie en gebruik van grondstoffen vanuit diverse beleidsvelden randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden vinden deels ook hun doorwerking op relevante provinciale beleidsterreinen. Daarbinnen heeft de provincie de nodige beleidsvrijheid. De essentie is dat de markt vraag en aanbod in kwalitatieve en kwantitatieve zin zo veel mogelijk op elkaar afstemt en dat de overheden de randvoorwaarden bepalen Extensivering rijksbouwgrondstoffenbeleid In het kader van de begrotingsbehandeling voor het jaar 2003 en de daarin vervatte bezuinigingstaakstelling heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangekondigd, dat het dossier Bouwgrondstoffen niet langer als een kerntaak wordt beschouwd. Hiermee wordt het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen (weer) aan de markt en de betrokken lagere overheden overgelaten. De discussie in de Tweede Kamer richtte zich vervolgens op de vraag welke rol het rijk zou moeten gaan vervullen: een regierol of een stimulerende rol naar lagere overheden en de markt. De staatssecretaris heeft medegedeeld, dat hierover en over een te voeren overgangsbeleid nog overleg gevoerd zal worden met de provincies en het betrokken bedrijfsleven. Mede op grond van gevoerd overleg heeft zij in mei 2003 in een brief aan de Tweede Kamer de contouren geschetst voor afbouw van de regierol van Verkeer en Waterstaat: geen beleid meer ten aanzien van tijdige en voldoende voorziening voor bouwgrondstoffen inclusief bijbehorende taakstelling voor het winbaar maken van bepaalde hoeveelheden door de provincies. Dit betekent tevens, dat de procedure met betrekking tot het lopende 2e Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen is gestaakt (het 1e SOD geldt inmiddels juridisch al niet meer). het wegvallen van de rijksregie betekent, dat de markt nieuwe wegen zal moeten zoeken: er zal een grotere druk komen op de ontwikkeling van alternatieven voor beton- en metselzand en er zal een prijsstijging optreden. Deze alternatieven en kwalitatief betere projecten voor landlocaties zullen daardoor rendabeler ontwikkeld kunnen worden. ruimtelijk beleid en duurzaam grondstoffenbeleid blijven bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het nationaal ruimtelijk kader voor de winning van oppervlaktedelfstoffen wordt opgenomen in de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid (Nota Ruimte). de beheerstaak van vergunningverlening voor rijkswateren blijft bij Rijkswaterstaat. voor andere delfstoffen dan beton- en metselzand worden geen problemen in de voorziening verwacht. Voorts geeft de staatssecretaris aan hoe de regering de nieuwe situatie van vergrote marktwerking wil bereiken, en dat zij de periode tot 2009 daarbij ziet als een overgangsperiode: Over winnen in Overijssel 11

15 de eerder afgesproken taakstellingen voor provincies voor het via vergunningverlening winbaar maken van beton- en metselzand in de periode 1999 tot en met 2008 worden gecontinueerd; zij zal samen met de minister van Economische Zaken een plan uitwerken gericht op het creëren van randvoorwaarden voor een optimaal functionerende markt; zij zal, samen met het IPO, onderzoeken of het mogelijk is de Ontgrondingenwet af te slanken. het zo mogelijk ontwikkelen van stimulansen voor winning van beton- en metselzand in de Noordzee, het IJsselmeer en het Markermeer. het bevorderen van alternatieven voor beton- en metselzand door een gezamenlijk onderzoeksprogramma van IPO en Verkeer en Waterstaat; een adequate monitoring van winning, verbruik, import en export van bouwgrondstoffen Relevante provinciale taken De provincie is traditioneel verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de regionale oppervlaktedelfstoffenvoorziening en bijbehorende taak van vergunningverlening Ontgrondingenwet. Daarnaast heeft zij nog de volgende taken, die relevant zijn voor de bouwgrondstoffenvoorziening: ruimtelijke ordening: het aanwijzen van gebieden (winzones oppervlaktedelfstoffen) in het streekplan, waar winning van oppervlaktedelfstoffen in principe wordt toegestaan en de toetsing van bestemmingsplannen; het stimuleren van duurzaam bouwen; de provincie is opdrachtgever van (grote) werken, waarin bouwgrondstoffen worden toegepast; de provincies ontwikkelen mede projecten, waarbij substantiële hoeveelheden bouwgrondstoffen vrijkomen (voorbeeld Ruimte voor de Rivier ). De schaal van de wijze waarop in de behoefte aan bouwgrondstoffen wordt voorzien, is bovenregionaal en bij beton- en metselzand zelfs landelijk en internationaal. Om die reden is in toenemende mate overleg en beleidsafstemming nodig met het Rijk en andere provincies en met aangrenzende Duitse regio s. 1.3 Doelstellingen en ambitieniveau: wat wil de provincie bereiken Doelstellingen Gelet op de probleemstelling (zie par. 1.1) en de taken (zie par. 1.2) die de provincie heeft, is het de hoofddoelstelling van Gedeputeerde Staten om: De bouw te voorzien van grondstoffen door het operationaliseren van multifunctionele ontgrondingen, die bijdragen aan de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied. Daarnaast hanteert zij de volgende nevendoelstellingen: te bevorderen, dat grondstoffen zuinig en hoogwaardig worden gebruikt en dat secundaire grondstoffen en vernieuwbare grondstoffen zo veel mogelijk worden ingezet; de provincie wil daarbij waar mogelijk een voorbeeldfunctie vervullen en in het kader van duurzaam bouwen anderen stimuleren dit ook te doen; en de waarden van natuur en landschap te beschermen en waar mogelijk en gewenst verder te ontwikkelen door functionele ontgrondingen; en de waterhuishouding en de veiligheid tegen overstromingen waar mogelijk en gewenst door functionele ontgrondingen te verbeteren. Ten einde dit alles te bewerkstelligen wil Gedeputeerde Staten haar terughoudende beleid met betrekking tot de verlening van ontgrondingsvergunningen voortzetten. Dit houdt in, dat de noodzaak en de functionaliteit van de ontgronding steeds moet worden aangetoond. Ambitieniveau In hoofdstuk 2 hebben wij het provinciale beleidskader aangegeven. Met dit beleidskader willen Gedeputeerde Staten vooral vormgeven aan de overgangsperiode tot 2009 en een aanzet voor de periode na 2008, waarin de vergrote marktwerking moet zijn gerealiseerd. In hoofdstuk 3 hebben wij een aantal projecten aangeduid, die de markt moeten faciliteren of tot een groter draagvlak voor multifunctionele ontgrondingen moeten leiden. 12 Over winnen in Overijssel

16 1.4 Status en reikwijdte Status de bevoegdheid tot vaststelling van dit beleidskader is gebaseerd op de Provinciewet (art 105, 1e lid). Daarnaast is de Ontgrondingenwet van belang, gelet op artikel 7b: bevordering van de coördinatie tussen Rijk en provincie van de besluitvorming betreffende de winning van vaste stoffen door middel van ontgrondingen, bij de uitvoering van het provinciale ontgrondingenbeleid zal rekening worden gehouden met het landelijk geldende beleid, zoals dat wordt vastgelegd in de Nota Ruimte; het streekplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan vormen het richtinggevend kader voor dit beleidskader bouwgrondstoffen. De strategische uitgangspunten voor het bouwgrondstoffenbeleid zijn in overeenstemming met deze plannen; dit beleidskader heeft vooral een uitvoeringsgericht karakter: het geeft aan hoe het beleid in de komende jaren zal worden uitgevoerd en welke acties in dat kader zullen worden ondernomen; dit beleidskader vormt - naast met name het streekplan- het toetsingskader voor de behandeling van aanvragen om een ontgrondingsvergunning; de winning dan wel wijziging of uitbreiding van de winning van oppervlaktedelfstoffen is alleen merplichtig indien het een winplaats (incl. randzone binnen de ontgrondingsvergunning), of een aantal nabij gelegen winplaatsen betreft van (samen) 100 ha of meer, gericht op de winning van commercieel verhandelbare bodemspecie. Van een dergelijke winplaats is in dit beleidskader geen sprake; wel geldt per 1 juli 2004, dat plannen als onderhavige zelfstandig mer-plichtig zullen worden. Wat betreft niet-mer-plichtige winplaatsen geldt overigens, dat bij de locatiekeuze steeds een gedegen afweging moet worden gemaakt van de betrokken belangen als bedoeld in de Ontgrondingenwet. Reikwijdte Deze nota geeft het beleidskader met betrekking tot de voorziening in de behoefte aan primaire en secundaire bouwgrondstoffen in Overijssel, zoals die onder andere worden gewonnen uit de geologische voorkomens in de bodem en uit alternatieve bronnen. 1.5 Geldingsduur Dit beleidskader omvat een zichtperiode tot circa Gelet op het feit, dat de periode tot 2009 wordt gezien als een overgangsperiode, zullen Gedeputeerde Staten vóór die datum een evaluatie uitvoeren over het gevoerde beleid en op grond daarvan eventueel besluiten tot bijstelling. Externe ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen, dat eerder bijstelling nodig is. De in dit beleidskader genoemde nieuwe ruimtelijke aspecten worden definitief afgewogen bij de eerstvolgende integrale herziening van het streekplan of, indien nodig, in een partiële herziening van het Streekplan. Dit is afhankelijk van het moment waarop een mogelijke nieuwe winningslocatie operationeel moet zijn. 1.6 Procedure Bij de vaststelling van dit beleidskader wordt artikel 3:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) toegepast. Dit betekent, dat: Gedeputeerde Staten het ontwerp-beleidskader zullen vaststellen en dat gedurende 8 weken voor iedereen ter inzage zullen leggen in het Provinciehuis als op de gebruikelijke wijze in dag- en nieuwsbladen en op de provinciale website aangekondigd, binnen welke termijn een ieder schriftelijk kan reageren naar Gedeputeerde Staten; Gedeputeerde Staten daarnaast voor een eventuele reactie binnen dezelfde termijn dit ontwerp- Beleidskader zullen toezenden aan de direct betrokken bedrijven en instellingen: NEVRIP (Nederlandse Vereniging van regionale Industriezandproducenten), Vereniging van Overijsselse Zandwinners, Natuur en Milieu Overijssel, Branchevereniging Recycling Breken en Sorteren (BRBS), Branchevereniging Mobiele Recycling, de provincies Drenthe, Friesland en Gelderland, en de Landkreis Grafschaft Bentheim; Over winnen in Overijssel 13

17 Gedeputeerde Staten vervolgens, met verwerking van de ingekomen reacties, het Beleidskader al dan niet aangepast voorlopig zullen vaststellen, en in de vorm van een Statenvoorstel aan Provinciale Staten ter definitieve vaststelling zullen aanbieden. Tegen hun besluit tot vaststelling staat geen bezwaar en beroep open, daar het Beleidskader geen voor bezwaar of beroep vatbare besluiten (concrete beleidsbeslissingen) als bedoeld in de AWB bevat. 14 Over winnen in Overijssel

18 F r i e s l a n d Vledder Diever Beilen Westerbork Oldemarkt Dwingeloo Eesveensche Hooilanden Steenwijk D r e n t h e Emmer-Compascuum Kuinre EMMEN Havelte Giethoorn Hoogeveen Klazienaveen Marknesse Emmeloord Blokzijl Beulakerwijde Meppel Veenoord Dalen Nieuw Amsterdam Zwartemeer Vollenhove Belter- wijde Meppelerdi ep Zuidwolde Coevorden Schoonebeek F l e v o l a n d Zwarte Meer Ketelmeer Genemuiden Zwarte Zwartsluis Water Hooidijk Rouveen Hasselt Staphorst Nieuwleusen Balkbrug Slagharen Dedemsvaart Lutten Collendoorn De Krim Gramsbergen Hardenberg Emlichheim Dronten Kampen IJsselmuiden ZWOLLE Haerst Dalfsen Ommen Overijsselsche Vecht Bergentheim D U I T S L A N D Balderhaar Ankerplas Neuenhaus Kloosterhaar Crullsweg Uelsen Elburg IJssel Sekdoorn Den Ham Vroomshoop Westerhaar Westerhaar- Vriezenveensewijk NORDHORN Oldebroek Wezep Hattem Heino Lemelerveld Geesteren Nunspeet 't Harde Heerde Wijhe Raalte Hooge Broek Hellendoorn Wierden Vriezenveen Oosterweilanden ALMELO Tubbergen Weerselo Ootmarsum Denekamp Epe Olst Nijverdal Heeten Oldenzaal Rijssen Borne Enter Vaassen DEVENTER G e l d e r l a n d Diepenveen Schalkhaar Bathmen Holten Domelaar Winterkampen Goor Markelo Twenthekanaal Delden HENGELO ENSCHEDE Losser Oelemars Overdinkel Twello APELDOORN Beekbergen Voorst Gorssel IJssel Lochem Diepenheim Neede Boekelo Haaksbergen Rutbekerveld Glanerbrug Alstätte Gronau Epe Cartografie: Provincie Overijssel juni.2004 tek.nr Eerbeek Zutphen Vorden Borculo Eibergen 0 10km Figuur 3 Locaties voor het winnen van oppervlaktedelfstoffen in Overijssel Locaties met winkelverkoop Locaties zonder winkelverkoop beton- en metselzandwinning (met bijprodukt ophoogzand) beton- en metselzandwinning in ontwikkeling zandwinning voor kalkzandsteen kleiwinning ophoogzandwinning (met bijprodukt industriezand) ophoogzandwinning (zonder bijprodukt)

19 2 Provinciaal beleid in hoofdlijnen Gelet op de probleemschets in paragraaf 1.1 en vanuit de doelstellingen van beleid, als verwoord in par. 1.3 en binnen de door het rijk aangegeven nieuwe randvoorwaarden (paragraaf 1.2.1), wordt in de volgende paragraaf de hoofdlijnen van het provinciale beleid geschetst. In de samenvatting is ook een vergelijking oipgenomen tussen bestaand en nieuw beleid. 2.1 (Multi)functionaliteit van ontgrondingen Het provinciale beleid gaat uit van de volgende hoofdindeling van ontgrondingen: multifunctionele ontgrondingen, die zijn gericht op de functie oppervlaktedelfstoffenwinning en één of meer andere nevengeschikte functies; deze andere functie(s) dient/dienen vanaf het begin medebepalend te zijn voor de uitvoering en inrichting van de ontgronding, alsmede voor het beheer van het residu daarvan; functionele ontgrondingen, die zijn gericht op bodemverlaging ten behoeve van het realiseren of versterken van een bepaalde functie of werk. Multifunctionele ontgrondingen en winzones Ten behoeve van de bouwgrondstoffenvoorziening wijst de provincie een aantal locaties voor de winning van oppervlaktedelfstoffen aan. In het streekplan Overijssel zijn daarom 17 winzones vastgelegd. Binnen deze winzones, opgenomen op de functiekaart en belemmeringenkaart van het Streekplan, worden grootschalige ontwikkelingen die de inrichting van een winplaats onmogelijk maken geweerd. Ontgrondingen met de functie winning van oppervlaktedelfstoffen kunnen alleen worden gesitueerd binnen de in het streekplan aangegeven winzones: op deze wijze wordt versnippering van ruimte door ontgrondingen tegengegaan (bundelingsprincipe). Vanwege de schaarste aan ruimte moet van een dergelijke locatie een zo doelmatig mogelijk gebruik worden gemaakt: de ontgronding moet naast de functie van het winnen van bouwgrondstoffen in elk geval ook een andere functie hebben, die aansluit bij de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, waarin de ontgronding is gelegen (multifunctioneel karakter). De door de provincie voorgenomen reconstructie van het landelijk gebied wordt daarbij als richtinggevend gezien. Naast het bundelingsprincipe zijn bij diepe, multifunctionele, ontgrondingen ook de volgende uitgangspunten van belang: de locatiekeuze voor winzones geschiedt door de provincie door middel van aanwijzing in het streekplan. Het bedrijfsleven wordt binnen het in deze nota vastgestelde beleidskader in de gelegenheid gesteld daarbinnen mogelijke locaties voor te stellen en uit te werken. voor alle winzones geldt dat de eindfunctie en bestemming van de winplaats in het kader van de bestemmingsplanprocedure definitief wordt bepaald. De inrichting van het residu van een multifunctionele ontgronding is bepalend voor de kwaliteit van de eindfunctie en voor het draagvlak in de omgeving. Als maatstaf voor de ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen beschouwen Gedeputeerde Staten vooral de oppervlakte, die beschikbaar komt voor andere functie(s) dan delfstoffenwinning. Hiermee sluit de provincie aan bij de wens van het IPO om kwalitatief betere winningsprojecten met meer maatschappelijk draagvlak te realiseren. Voor het gebied van de stuwwal Westerhaar-Kloosterhaar wordt het bestaande beleid gecontinueerd, namelijk dat buiten de reeds aangewezen winzones wordt afgezien van iedere mogelijkheid om in dit gebied nieuwe winzones aan te wijzen of bestaande uit te breiden. Dit vanwege de vele ontgrondingen, die reeds in het verleden in deze stuwwal hebben plaatsgevonden en het landschap hebben aangetast. Over winnen in Overijssel 15

20 Functionele ontgrondingen Functionele ontgrondingen zijn gericht op bodemverlaging ten behoeve van het realiseren of versterken van bepaalde functies of werken. Dit vindt zowel plaats in stedelijk gebied als in landelijk gebied. Het vrijkomen van oppervlaktedelfstoffen is van secundaire betekenis. Functionele ontgrondingen zijn aanvaardbaar als die qua omvang worden opgezet en uitgevoerd volgens de uit de functie voortvloeiende eisen. De functionele maatvoering van de meest voorkomende categorieën functionele ontgrondingen zijn vastgesteld in het rapport Inrichtingsvoorwaarden Functionele Ontgrondingen. De functionaliteit van een voorgenomen ontgronding wordt met name bepaald aan de hand van drie criteria: functie, locatievoorwaarden en inrichtingsvoorwaarden. In onderstaande tabel is een overzicht van functionele ontgrondingen opgenomen. Het zo veel mogelijk nuttig toepassen van uit deze werken vrijkomende oppervlaktedelfstoffen is van belang met het oog op zuinig gebruik van bouwgrondstoffen. Binnen de mazen van het eerdergenoemde netwerk van gebundelde winningen zijn er dan ook veel mogelijkheden om bodemmateriaal op de markt te brengen. Bij het winnen van uit deze werken vrijkomende oppervlaktedelfstoffen mogen financiële overwegingen echter geen uitgangspunt zijn. Functionele ontgrondingen (oppervlakte-ontgrondingen) ten behoeve van de landbouw zijn slechts toelaatbaar ter verbetering van de cultuurtechnische toestand en voor het realiseren van voorzieningen op het eigen agrarisch bedrijf. Deze oppervlakte-ontgrondingen kunnen in principe plaatsvinden in zones I en II en incidenteel in zone III. Dergelijke aanvragen worden in het kader van de vergunningverlening op toelaatbaarheid beoordeeld, mede tegen de achtergrond van de gebiedskwaliteiten. Daarbij wordt een zwaar gewicht toegekend aan handhaving van kenmerkend reliëf. Figuur 4 Voorbeelden van een functionele ontgronding 1 Ontgrondingen voor natuur- en landschapsontwikkeling; b.v. - amfibiënpoelen - nevengeulen in rivier- en beekdalen - natuurvriendelijke oevers 2 Ontgrondingen voor recreatie; b.v. - jachthavens - recreatieplassen - visvijvers 3 Ontgrondingen voor civieltechnische werken; b.v.: - drinkwaterbekkens - waterpartijen in stedelijk gebied - retentie- en bergingsterreinen 4 Waterstaatkundige werken; b.v.: - aanleg en verruiming vaargeulen, kanalen en havens - aanpassing waterlopen en rivier- en beekbeddingen - uiterwaardverlaging in het kader van rivierverruiming - zand- en slibvang 5 Ontgrondingen voor landbouwkundige verbeteringen; b.v.: - egalisaties - kavelvergroting - profielverbetering Conclusies (par. 2.1): de (multi)functionaliteit van ontgrondingen is voortaan het leidend principe in het provinciale ontgrondingenbeleid. ontgrondingen met als doelstelling het winnen van oppervlaktedelfstoffen dienen plaats te vinden binnen winzones op de streekplankaart (bundelingsprincipe) en een multifunctioneel karakter te hebben. functionele ontgrondingen zullen eveneens op het aspect functionaliteit worden getoetst. 16 Over winnen in Overijssel

21 Herinrichting zandwinning Bijkerweg (gemeente Ommen) Foto: provincie Overijssel 2.2 Vergroting van het draagvlak multifunctionele ontgrondingen Communicatie De winning van oppervlaktedelfstoffen stuit, zoals in paragraaf 1.1. is aangegeven, in toenemende mate op bezwaren (NIMBY-effect). Een zorgvuldige communicatie met omwonenden en andere betrokkenen in een vroegtijdig stadium kan ertoe bijdragen, dat procedures soepeler verlopen en dat zandwinning minder weerstand oproept. Ook kan een goede communicatie leiden tot kwalitatief betere oplossingen. Om die reden zal de provincie bij elk ontgrondingsproject bevorderen, dat in een communicatieplan afspraken worden gemaakt over de communicatie Compensatie ingrijpende multifunctionele en andere ontgrondingen Met betrekking tot compensatie is er sprake van 2 sporen. Compensatie voor natuur- en landschapswaarden kan aan de orde zijn voor in principe elke ontgronding. Daarnaast zijn bij ingrijpende, multifunctionele ontgrondingen compenserende maatregelen in de sfeer van de fysieke leefomgeving van belang. Compensatie natuur- en landschapswaarden Bescherming van natuurwaarden vindt plaats op basis van het beschermen van gebieden, het beschermen van soorten en het vaststellen van regels voor compensatie van verlies aan natuurwaarden. Voor gebiedsbescherming zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Natuurbeschermingswet en het Streekplan relevant. De gebieds-beschermende werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn zal worden vastgelegd in de Natuurbeschermingswet en geldt voor gebieden, die zijn aangewezen of aangemeld als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Bij gebleken significante effecten op deze gebieden is ontgronding of niet mogelijk of alleen na gelijktijdige compensatie. Naast de eerder genoemde gebieden geldt, dat compensatie ook verplicht is voor ruimtelijke ingrepen, die schadelijk zijn voor natuur- en landschapswaarden in de streekplanzones III en IV. Over winnen in Overijssel 17

22 Voor bos en landschappelijke beplanting vallend onder de Boswet geldt dit ook in de streekplanzones I en II. Dit is uitgewerkt in de notitie Richtlijnen Compensatiebeginsel Overijssel. De soortenbeschermende werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn is volledig opgenomen in de Flora- en Faunawet. Dit kan op de volgende manieren worden bewerkstelligd: de algemene zorgplicht, geldend voor alle in het wild levende dieren en planten; door het aanwijzen van soorten planten en dieren als beschermde soort; door het aanwijzen van kleine terreinen of objecten als beschermde leefomgeving; door het opnemen van planten of dieren in de Rode Lijst; voor deze soorten heeft de overheid de plicht om speciale beschermingsmaatregelen te treffen. Op grond van bovenstaande dient voor elke ontgronding een inventarisatie van natuurwaarden gemaakt te worden. Deze inventarisatie vormt bij gebleken significante effecten de basis voor verdere besluitvorming (weigering, beperking, eisen compensatie). Voor compensatie binnen het terrein van vergunning of naaste omgeving is de vergunninghouder verantwoordelijk op grond van specifieke vergunningsvoorschriften. Daarbuiten is hij privaatrechtelijk verantwoordelijk (overeenkomst met provincie of derden). Provinciale bijdrage kosten compenserende maatregelen fysieke leefomgeving Ten einde grote, ingrijpende (multifunctionele) ontgrondingen te kunnen ontwikkelen, is het behoud van maatschappelijk draagvlak belangrijk. Dergelijke ontgrondingen veroorzaken in elk geval tijdelijk verlies aan waarden van natuur- en landschap en aantasting van de leefomgeving. Toepassing van het compensatiebeginsel voor natuur- en landschapswaarden is, als hierboven beschreven, uitgangspunt. Daarnaast streeft de provincie na om conform de provinciale strategische visie dit beginsel te verruimen naar ook compensatie in de sfeer van de fysieke leefomgeving (sociaal-maatschappelijke compensatie). Artikel 21f van de Ontgrondingenwet geeft aan de provincie de mogelijkheid om een heffing in te stellen per vergunde kubieke meter oppervlaktedelfstoffen. Deze provinciale heffing kan worden ingezet om bij te dragen in de kosten van compenserende maatregelen voor ingrijpende ontgrondingen. Daarbij dient de provincie aansluitend op het gestelde in de Ontgrondingenwet met name de volgende criteria toe te passen: het moet een ingrijpende multifunctionele ontgronding betreffen i.c. een grote en diepe winning; operationeel betekent dit, dat het gaat om gebundelde winningen; aangetoond moet worden welke waarden door de ingreep verloren gaan of aangetast worden en op welke wijze daarin gecompenseerd zou kunnen worden; compensatie moet op aantoonbare wijze binnen en voor de getroffen regio plaatsvinden; dit houdt in, dat alleen concrete projecten en maatregelen in het algemeen belang in aanmerking komen. De voorkeur gaat daarbij uit naar fysieke maatregelen; specifieke compensatie op grond van andere wettelijke regelingen heeft voorrang. Naar verwachting zal in 2004 een voorstel terzake door Provinciale Staten worden behandeld. Daarbij zal een GS-beleidsregel aan de orde komen met betrekking tot de toekenning van compensatie-bedragen ten laste van deze heffing. Dit alles betekent, dat compensatie zich niet of niet alleen zal behoeven te richten op natuur en landschap, maar op alle mogelijke gevolgen van een dergelijke ontgronding voor de omgeving, waarbij echter specifieke regelingen voorgaan Inrichting en beheer na ontgronding en naaste omgeving Inrichting terrein van ontgronding en naaste omgeving Volgens artikel 3, tweede en derde lid, van de Ontgrondingenwet wordt mede afhankelijk van de betrokken belangen- via vergunningsvoorschriften de vergunninghouder verplicht een bepaalde afwerking van het terrein van ontgrondingsvergunning te realiseren. Dit is vaste praktijk bij alle ontgrondingen. Anno 2003 geldt voor 606 ha een ontgrondingsvergunning, waarvan 436 ha diep ontgrond wordt. Dit betekent, dat op termijn 151 ha grondgebied beschikbaar komt om in te richten ten behoeve van de toekomstige functie van het residu (bruto-netto-verhouding=28%). Meer recente projecten hebben een beduidend hogere bruto-netto-verhouding. Gedeputeerde Staten zien een bruto-netto-verhouding van 33% als richtinggevend. 18 Over winnen in Overijssel

23 Vogelobservatiehut bij de zandwinning Oelemars (gemeente Losser) Foto: provincie Overijssel Beheer terrein van ontgronding en naaste omgeving Daarnaast kan sinds enkele jaren de vergunninghouder via vergunningsvoorschriften worden verplicht geheel of gedeeltelijk bij te dragen in de kosten van het (eeuwigdurend) beheer van het afgewerkte ontgrondingsresidu, alsmede in de kosten van een aanpassingsinrichting van de (naaste) omgeving van de ontgronding en het (eeuwigdurend) beheer ervan. Deze bijdragen moeten aan de provincie worden betaald of aan een in overleg met de provincie te bepalen derde-organisatie (bij voorbeeld Staatsbosbeheer of eigen Beheersstichting). Het gaat hier om grotere ontgrondingen (gebundelde winningen). Wat betreft een concrete beheersregeling van een ontgrondingsresidu kan de vergunninghouder, op basis van eerste beperkte ervaringen, kiezen uit twee mogelijkheden: of betaling van een som geld ter zake of -populairder- oprichting van een eigen Beheersstichting, die een door de provincie goedgekeurd beheersplan en beheersbegroting moet uitvoeren. Het is gewenst, dat Gedeputeerde Staten in een leidraad aangeven, hoe zij hun vergunningbevoegdheid op dit punt zullen invullen (zie verder par. 5.1). Aangaande een concrete aanpassingsinrichting en het beheer ervan bestaat nog geen ervaring. Verondieping voormalige ontgrondingen door berging niet-vermarktbare grond In Overijssel liggen een aantal diepe zandwinplassen, die niet meer in exploitatie zijn. Algemeen wordt erkend, dat de natuurwaarde van deze plassen beperkt is: de natuurwaarde wordt vooral bepaald door de oppervlakte aan ondiepe gedeelten. Het verondiepen van deze plassen met elders uit projecten vrijkomende grond biedt mogelijkheden om de natuurkwaliteit te vergroten. Het biedt tevens mogelijkheden om de niet-vermarktbare grond, die in de komende jaren in substantiële hoeveelheden zal vrijkomen uit werken met waterhuishoudkundige en natuurontwikkelingsdoeleinden, en uit multifunctionele ontgrondingen, een nuttige bestemming te geven. De provincie wil, waar mogelijk, hieraan bijdragen door een verkenning van de mogelijkheden. Ten aanzien van de benodigde grond heeft het de voorkeur gebruik te maken van vrijkomende grond uit natuurontwikkelingsprojecten of andere schone grond. Daarnaast kan het gebruikmaken van een grondbank de uitvoering van verondiepingsprojecten op het operationele vlak ondersteunen. Daarbij zullen de betrokken grondbank en beheerder van de plas erop moeten toezien, dat sprake is van een milieuhygiënisch verantwoorde toepassing. Over winnen in Overijssel 19

24 In het kader van het beleid Ruimte voor de Rivier zullen in de komende jaren naar verwachting substantiële hoeveelheden onbruikbare grond vrijkomen. Het is van belang om eventuele bergingsmogelijkheden in diepe ontgrondingsplassen ter plaatse te benutten. Recreatief medegebruik ontgrondingen tijdens uitvoering Gelet op een veilige uitvoering van diepe ontgrondingen wordt medegebruik daarvan in een voorschrift van de ontgrondingsvergunning verboden. Ontheffing is slechts mogelijk indien aan de volgende criteria is voldaan, indien het medegebruik: beperkt is qua omvang en in de tijd; en met instemming van de vergunninghouder geschiedt; leidt tot een beheersbaar risico, d.w.z. het medegebruik vindt plaats onder verantwoordelijkheid van een daartoe geschikt geachte instelling of overheidsorgaan; en geen extra handhavingsinspanning betekent voor de provincie; tot een adequate juridische regeling heeft geleid, dat wil zeggen op verzoek vergunninghouder wordt ontheffing gegeven voor een bepaalde vorm van medegebruik. Deze ontheffing is gekoppeld aan een overeenkomst tussen vergunninghouder en de verantwoordelijke initiatiefnemer, waarin een en ander is uitgewerkt. Deze overeenkomst behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Het bovenstaande is in de praktijk soms mogelijk bij kleinschaliger activiteiten (bij voorbeeld duiksport). Grootschaliger recreatief medegebruik (bij voorbeeld zwemmen) is alleen mogelijk, indien -naast de voorwaarden 2 t/m 5-ook wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, dat: sprake is van een gefaseerde inrichting van de ontgronding; en dat medegebruik alleen wordt toegestaan van de reeds ingerichte delen; en dat een fysieke scheiding tussen de zandwinactiviteit en het medegebruik tot stand wordt gebracht; en dat de ontgrondingsvergunning voor het reeds ingerichte deel kan vervallen. Instabiliteit talud bij zandwinning in Kloosterhaar (gemeente Hardenberg) Foto: provincie Overijssel 20 Over winnen in Overijssel

25 2.2.4 Veiligheid diepe ontgrondingen Het beleid, zoals dat in 2001 in een beleidsnotitie door Gedeputeerde Staten is vastgesteld, is in uitvoering. De vergunningsvoorschriften voor alle ontgrondingen met een diepte van 20 meter of meer beneden maaiveld zijn inmiddels aangescherpt. Wat nog moet worden uitgevoerd, is dat moet worden nagegaan of een heranalyse van taluds in de vergunningen voor een vijftal diepe ontgrondingen gewenst is. Het betreft de locaties De Domelaar, Het Hooge Broek, Balderhaar en Collendoorn. Dit gebeurt in overleg met de vergunninghouder op het moment, dat wijziging van de vergunning noodzakelijk is. Bij de exploitatie van diepe zandwinningen kan vanuit een eenduidige verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid op en rond de zandwinplas slechts sprake zijn van één vergunninghouder. Deze vergunninghouder kan echter heel goed een (juridisch) samenwerkingsverband van bedrijven zijn. Bij aanvragen voor uitbreidingen van vergunningen of voor nieuwe locaties zal in de te verlenen vergunningen steeds uitgegaan worden van het te verwachten dynamisch talud bij gebruik van een winzuiger, zoals dat uit onderzoek ter plaatse naar voren komt. De mindere zandopbrengsten als gevolg van de flauwere taludhellingen acht de provincie onvermijdelijk. Steilere taludhellingen zullen pas mogelijk worden gemaakt, indien een veilige werkwijze wordt aangetoond. Bij voorkeur dient deze te worden gebaseerd op een aanbeveling van CUR (Civieltechnisch Centrum voor Uitvoering Research en Regelgeving) terzake. Het is de bedoeling, dat deze landelijk geldende aanbeveling, als gebruikelijk bij de CUR, wordt opgesteld in nauw overleg met het betrokken bedrijfsleven, wetenschappelijke onderzoeksinstituten, adviesbureau s en de vergunningverlenende instanties (provincies, Rijkswaterstaat). De provincies leveren een financiële en inhoudelijke bijdrage aan de totstandkoming van een dergelijke aanbeveling van de CUR. Naar verwachting zal de aanbeveling ook bijdragen aan het verkrijgen van meer inzicht in de winbaarheid van oppervlaktedelfstoffen binnen de randvoorwaarde van de veiligheid Ontgrondingen en aardkundige waarden Ontgrondingen zijn in principe een aantasting van ter plaatse aanwezige aardkundige waarden (reliëf). Aardkundige waarden dienen om die reden ook zo veel mogelijk te worden gespaard. Tegelijkertijd kunnen ontgrondingen deze aardkundige waarden ook juist zichtbaar maken. In Overijssel wordt dit het best geïllustreerd door de situatie in de stuwwal Westerhaar-Kloosterhaar. Enerzijds wordt dit gebied vanwege de vele ontgrondingen soms gekarakteriseerd als een gatenkaas en anderzijds worden deze groeves van nationaal belang genoemd, omdat zij de aardkundige waarde van de stuwwal zichtbaar maken. Dit laatste geldt primair voor deskundigen. Hier is echter tevens een kans aanwezig om de aardkundige waarde van het gebied tussen Westerhaar en de Duitse grens voor een breder publiek van geïnteresseerde leken inzichtelijk te maken. Daarbij zou ook samenwerking gezocht moeten worden met Duitse instanties, omdat de stuwwal zich als geomorfologische eenheid uitstrekt tot in Duitsland. Met een dergelijk project kan voor een breder publiek ook een positieve betekenis worden toegekend aan de vele ontgrondingen in dit gebied. Tevens kan het een bijdrage leveren aan een verbetering van de toeristischrecreatieve infrastructuur. Conclusies (par. 2.2): bij gebleken significante effecten is toepassing van het compensatiebeginsel uitgangspunt; de provincie zal bij het beoordelen van vergunningaanvragen Ontgrondingenwet en bestemmingsplannen voor ingrijpende ontgrondingen de provincie de redelijkheid van de toepassing ervan toetsen. de ruimtelijke kwaliteit van multifunctionele ontgrondingen wordt vooral bepaald door de oppervlakte die beschikbaar komt voor andere functie(s) dan delfstoffenwinning. Gedeputeerde zien een bruto-netto-verhouding van tenminste 33% als richtinggevend. het verdient aanbeveling om de mogelijkheden van verondieping van voormalige ontgrondingen te verkennen. recreatief medegebruik van ontgrondingen in exploitatie wordt alleen toegestaan, indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. de provincie zal bij het verlenen van nieuwe vergunningen uitgaan van het dynamisch talud als Over winnen in Overijssel 21

26 norm; een steiler talud is alleen mogelijk indien een veilige werkwijze wordt aangetoond; de provincie gaat voor diepe ontgrondingen steeds uit van één vergunninghouder. de provincie zal de totstandkoming van een landelijk geldende CUR-aanbeveling betreffende veiligheid bij diepe ontgrondingen bevorderen. de provincie acht het van belang om aardkundige waarden in de stuwwal Westerhaar- Kloosterhaar gekoppeld aan voormalige en nog in uitvoering zijnde ontgrondingen- voor een breder publiek zichtbaar te maken. Zo mogelijk wordt samenwerking gezocht met de betrokken Duitse instanties over de grens. 2.3 Duurzaam Bouwgrondstoffenbeheer Een belangrijk uitgangspunt voor Gedeputeerde Staten is dat primaire en secundaire grondstoffen voor de bouw zo zuinig en hoogwaardig mogelijk moeten worden toegepast. Daarnaast zouden bij voorkeur vernieuwbare grondstoffen moeten worden aangewend. Het gebruik van secundaire grondstoffen moet in het bredere kader van preventie, hergebruik en storten van bouw- en sloopafval worden gezien. Hergebruik op materiaalniveau is één stap (stap 4) van de zogenaamde Delftse ladder (zie verder de Nota van Toelichting). Het beleid met betrekking tot de bevordering van hergebruik is over het algemeen succesvol: dit geldt echter vooral in laagwaardiger toepassingen. Duurzaam bouwen In 2003 hebben Gedeputeerde Staten besloten om subsidie te geven aan Natuur en Milieu Overijssel voor het aanstellen van een Regionale Duboconsulent voor Overijssel. Het Regionaal Duboconsulentschap biedt de mogelijkheid om de beleidsdoelstelling van duurzaam bouwgrondstoffenbeheer naar gemeenten uit te dragen. Daarbij gaat het om projecten, waarvoor de gemeente beleidsmatig verantwoordelijkheid draagt of zelf opdrachtgever is. Op provinciaal niveau kan de consulent Duurzaam Bouwen bij marktpartijen aandacht vragen voor zuinig gebruik (bij voorbeeld slank bouwen), hoogwaardig gebruik (bij voorbeeld puingranulaten in beton) en optimaal gebruik van vrijkomende grond. Hergebruik puingranulaten Bouw- en sloopafval wordt in Nederland voor circa 90% hergebruikt in met name funderingen. Gedeeltelijke vervanging van grind en zand in beton, wat in principe mogelijk is en wat als een hoogwaardige toepassing geldt, vindt nog weinig plaats. Aangenomen mag worden, dat in Overijssel sprake is van eenzelfde situatie. Voor de provincie zijn er beperkte mogelijkheden om hoogwaardige toepassing te bevorderen: namelijk voorlichting en het stimuleren van voorbeeldprojecten, al of niet in eigen werken. Hergebruik baggerspecie Per 1 januari 2002 geldt voor reinigbare specie die gestort wordt een heffing op milieugrondslag. Het heffingsbedrag is 13 per ton bij 80% droge stof. Het huidige criterium is dat baggerspecie met een zandpercentage groter en gelijk aan 60% reinigbaar is. Bovendien wordt specie, die via eenvoudige verwerkingstechnieken zoals kleirijping, landfarming en koude immobilisatie tot een bouwstof kan worden verwerkt als reinigbaar, beschouwd. De criteria waaronder die beoordeling plaatsvindt en wanneer moet nog worden vastgesteld. Het nieuwe bouwstoffenbesluit zal hierin mogelijk voorzien. Omdat het hergebruik van zand uit baggerspecie en de verwerking van baggerspecie nog slechts marginaal plaatsvindt, is bevordering van hergebruik als actiepunt opgenomen. Daarom zullen o.a. de hergebruiksmogelijkheden in de komende jaren worden uitgewerkt door de regiegroep Tienjarenscenario Waterbodems Overijssel. Hierbij is er sprake van twee sporen: fractionering van zandige baggerspecie en afzet van het zand op de markt; immobilisatie van baggerspecie. Dit moet uiteindelijke leiden tot meerjarige contracten voor grootschalige verwerking. De landelijke doelstelling is om 20% van de baggerspecie klasse 2, 3 en 4 te verwerken en te hergebruiken. Voor Overijssel is dit circa 1,2 miljoen m3. In paragraaf 1.1. is in de probleemschets aangegeven, dat er sprake is van onvoldoende afstemming van vraag en aanbod van grondstromen. Het zand en de klei uit baggerspecie zijn in beginsel vooral geschikt voor ophoging. 22 Over winnen in Overijssel

27 Hergebruik (licht verontreinigde) grond Bij de uitvoering van werken is regelmatig sprake van meer of minder omvangrijke overschotten van vrijkomende -al of niet licht verontreinigde- grondspecie. Ook hier is dus sprake van een onvoldoende afstemming van vraag en aanbod. Om die reden is het gewenst bij de verkenning naar verbeterde afstemming ook de (licht verontreinigde) grond mee te nemen. Verkenning verbeterde afstemming vraag en aanbod Een verbeterde afstemming van vraag en aanbod kan vooral voor (licht verontreinigde) grond en baggerspecie van substantiële betekenis zijn. Om die reden is het gewenst om onder de marktpartijen (gemeenten, waterschappen, rijks- en provinciale diensten, aannemers en grondbanken) een verkenning uit te voeren naar de bereidheid om mee te werken aan een verbeterde afstemming. Het gaat er daarbij vooral om de markt te faciliteren. Grondbanken zouden hierin -mits de bereidheid daartoe bij marktpartijen in voldoende mate bestaat- een rol kunnen spelen. Met marktpartijen wordt gedoeld op waterschappen, gemeenten, natuurbeheersorganisaties, provincie, Rijkswaterstaat en aannemers. Een grondbank is vergelijkbaar met een makelaar op de woningmarkt. De grondbank heeft daarbij ook de functie om de civieltechnische en milieuhygiënische kwaliteit van de specie, die van eigenaar wisselt, te garanderen. In de verkenning kan tevens worden bezien wat voor soort projecten opgezet zouden kunnen worden om de vraagkant in de markt beter te laten functioneren. Het Bestuurlijk Platform Water, waarvan provincie, waterschappen en de VNG-Overijssel deel uitmaken, zal bij de uitvoering van de verkenning worden betrokken ten einde de medewerking van deze partners te verkrijgen. Zuinig gebruik grove zanden Bij elke ontgronding, waar zand wordt gewonnen, bestaat dat uit fracties variërend van fijn zand tot (zeer) grof zand. Als onderdeel van de aanvraag om een ontgrondingsvergunning moet aan de provincie inzicht worden verschaft over de verdeling van de fracties. Bovendien maken deze gegevens deel uit van de verleende vergunning. In het algemeen geldt dat de grovere fracties vooral gebruikt worden voor (het hoogwaardiger) industriezand, terwijl het fijnere zand alleen op de markt kan worden afgezet als (het laagwaardiger) ophoogzand. De verhouding, waarin de diverse fracties voorkomen, is afhankelijk van de winplaats. In de praktijk blijkt dat de winning van de grovere fracties achterblijft bij de theoretisch winbare hoeveelheid. Grove zanden zijn schaars. In de praktijk wordt door de verwerkende industrie (betonmortelcentrales en betonwarenfabrieken) over het algemeen vrij grof zand gebruikt. Uit onderzoek is gebleken dat beton in lagere sterkteklassen ook met fijner zand is te produceren. In welke mate dat het geval is en tegen welke kosten is nog niet bekend. Dit onderzoek vindt plaats in de CUR-onderzoekscommissie B77 Fijner zand in beton. Ook voor Overijsselse beton- en metselzandwinningen kan dit een interessante optie zijn, omdat op deze wijze een doelmatiger gebruik gemaakt kan worden van het fijnere zand. Bekend is immers, dat een aantal Overijsselse beton- en metselzandwinningen moeite heeft om het tevens vrijkomende fijnere zand, tot nu toe eigenlijk alleen geschikt voor ophoging, op de markt af te zetten. In overleg met vergunninghouders zal worden bezien of een betere inschatting is te maken van de voorraden beton- en metselzand, uitgaande van de productie van fijner betonzand. Geologische voorkomens schaarse oppervlaktedelfstoffen In Overijssel zijn geologische voorkomens aanwezig van de schaarse oppervlaktedelfstoffen betonen metselzand en klei voor de grofkeramische industrie aanwezig. Naar verwachting zal in de Nota Ruimte worden opgenomen, dat hiermee in de ruimtelijke planvorming rekening dient te worden gehouden om de winningsmogelijkheden van toekomstige generaties niet te belemmeren. Opdat dit ook wordt uitgevoerd is het gewenst, dat de provincie de voorkomens van deze schaarse oppervlaktedelfstoffen in kaart laten brengen. Conclusies (par. 2.3): via de consulent Duurzaam Bouwen kan de provincie bijdragen aan het stimuleren van zuinig en hoogwaardig gebruik van bouwgrondstoffen; voor baggerspecie en (licht verontreinigde) grond is inzicht gewenst in de bereidheid van marktpartijen om te komen tot een optimalisering van grondstromen. Het gaat er daarbij om te bezien op welke wijze de markt kan worden gefaciliteerd; toepassing van fijner zand in beton is van belang ten behoeve van het zuinig gebruik van schaarse Overijsselse grof zand voorraden; in de ruimtelijke planvorming wordt rekening gehouden met de voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen. Over winnen in Overijssel 23

28 Puingranulaten als funderingsmateriaal voor de nieuwe N348 (Deventer) Foto: provincie Overijssel 2.4 De provincie als opdrachtgever voor werken Met betrekking tot beton- en metselzand is reeds in 1997 de bestuurlijke afspraak gemaakt, dat zowel het Ministerie van V&W, als de provincies proeven zullen doen in eigen werken met het toepassen van fijner zand en secundaire grondstoffen in beton. Het provinciale beleid is met name vastgelegd in het beleidsplan Kiezen voor wegen voor de toekomst, waarin gekozen wordt voor het fasegewijs invoeren van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de Grond-, Weg- en Waterbouw. In dat verband wil zij tevens een voorbeeldfunctie naar gemeenten en waterschappen uitoefenen. Het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de GWW kent 88 verschillende mogelijke maatregelen. In een plan van aanpak zal uitwerking worden gegeven aan Duurzaam Bouwen in provinciale werken. De benchmark voor het duurzaam toepassen van secundaire grondstoffen in provinciale werken, die in opdracht van IPO wordt uitgevoerd, zal meer zicht op de mogelijkheden kunnen geven. Daarnaast biedt het opzetten van voorbeeldprojecten mogelijkheden om te laten zien, dat de provincie bijdraagt aan een zuinig gebruik van bouwgrondstoffen door toepassing van bij voorbeeld: secundaire grondstoffen; fijner zand in beton; het werken met een gesloten grondbalans. Ook een provincie heeft incidenteel projecten, waarbij hoeveelheden grond vrijkomen, dan wel juist toepasbaar zijn. In het kader van haar voorbeeldfunctie wil de provincie in die gevallen, dat daar mogelijkheden voor zijn gebruikmaken van een grondbank. Conclusies (par. 2.4): opstellen van plan van aanpak invoeren Duurzaam Bouwen in provinciale werken; expliciete aandacht hoe zuinig en hoogwaardig gebruik bouwgrondstoffen in provinciale werken te bevorderen; de provinciale zal in bovengenoemd plan van aanpak de opzet van een of meer voorbeeldprojecten aankondigen. 24 Over winnen in Overijssel

29 Figuur 5 Toepassing bouwgrondstoffen in eigen provinciale werken Hoeveelheid in tonnen Secundaire grondstoffen Primaire grondstoffen Jaar 2.5 Winbaar maken van oppervlaktedelfstoffen In het streekplan zijn een aantal winzones oppervlaktedelfstoffen aangegeven. Dit zijn gebieden, waar beton- en metselzand, kalkzandsteenzand, ophoogzand en klei gewonnen wordt of die daarvoor in beginsel in aanmerking komen. Er lopen een aantal projecten gericht op uitbreiding van bestaande locaties dan wel ontwikkeling van nieuwe locaties binnen deze winzones. Het provinciale beleid is, dat deze ontgrondingenprojecten voortaan, waar mogelijk en inpasbaar, een multifunctioneel karakter moeten krijgen. Voor nieuw te ontwikkelen ontgrondingenprojecten in op de streekplankaart aan te geven nieuwe winzones geldt, dat deze zonder meer een multifunctioneel karakter dienen te krijgen. Deze nieuw te ontwikkelen multifunctionele ontgrondingen moeten passen in het reeds bestaande netwerk van locaties van waaruit de markt wordt voorzien. Voor de adequate en tijdige uitvoering van multifunctionele ontgrondingen is de aanwezigheid van winbare c.q. voor de markt geschikte bouwgrondstoffen een voorwaarde. De initiatiefnemer dient om die reden vooraf geologisch onderzoek te doen en aan te geven welke markt met de vrijkomende delfstoffen kan worden bediend. Indien initiatiefnemer ook de winning van beton- en metselzand beoogt, dient zij voldoende deskundigheid en investeringspotentie te hebben of te verkrijgen om een adequate uitvoering van de multifunctionele ontgronding te verzekeren. Bij de beoordeling of een multifunctionele ontgronding past in het provinciale netwerk, gaat het er enerzijds dat voldoende concurrentie mogelijk moet zijn en anderzijds om een tijdige en doelmatige uitvoering van de betreffende ontgronding, en het niet onevenredig in de uitvoering benadelen van bestaande locaties in het netwerk. Immers het tijdig realiseren van een multifunctionele ontgronding dient een maatschappelijke doelstelling. Bij nieuwe multifunctionele ontgrondingen nabij de provinciegrens, zal afstemming moeten plaatsvinden met andere provincies Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Sinds het bestuurlijk overleg in 1997 tussen IPO en de minister Van Verkeer en Waterstaat geldt voor de provincie Overijssel een taakstelling voor het winbaar maken van 12 miljoen ton beton- en metselzand in de periode 1999 t/m Tevens geldt, dat steeds een ijzeren voorraad van 50% van de taakstelling, zijnde 6 miljoen ton beton- en metselzand, in verleende en voor exploitatie gerede vergunningen aanwezig moet zijn. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de beleidsuitvoering betreffende de taakstelling voor het winbaar maken van beton- en metselzand (vooroverlegsituaties zandwinningsprojecten). Inspringen voor andere provincies De provincies staan gezamenlijk garant voor het winbaar maken van 143 miljoen ton. Dit betekent tevens, dat de provincies voor elkaar inspringen als één of meer van hen niet hun aandeel leveren in de 143 miljoen ton. Van de zijde van Gedeputeerde Staten is in reactie hierop aangegeven, dat dit inspringen niet ongeclausuleerd kan zijn. Gedeputeerde Staten is alleen bereid te overwegen in te Over winnen in Overijssel 25

30 springen voor andere provincies indien dit voor Overijssel mogelijk is, de relevantie daarvan aangetoond wordt èn de betrokken provincie kan aantonen inderdaad niet in staat te zijn aan haar verplichtingen te voldoen. Het ontbreken van maatschappelijk draagvlak in een provincie is op zich onvoldoende reden om in te springen. Er moet sprake zijn van buitengewone en onvoorziene omstandigheden. Periode na 2008 (vergrote marktwerking) De winzone De Dooze is bedoeld om de grondstoffenvoorziening voor met name de Anker Kalkzandsteen-fabriek voor de lange termijn veilig te stellen. Gelet op de nabijheid van het Staatsnatuurreservaat Engbertsdijkvenen zal in het kader van de vergunningverlening bij verdere uitbreiding de begrenzing van de winplaats aan de hand van nader geohydrologisch onderzoek worden bepaald. Uitgangspunt hierbij is, dat de ontwikkeling van een winplaats de kwetsbare waterhuishouding van de Engbertsdijkvenen niet nadelig mag beïnvloeden. Met betrekking tot de winzone Polder Mastenbroek kan het volgende worden gesteld. Voor de komende jaren kan de gebundelde winning Haerst de regio in voldoende mate voorzien van betonen metselzand. Voor deze locatie zijn er daarna geen winningsmogelijkheden meer binnen de winzone. De winzone in de Polder Mastenbroek kan dienen als opvolger van Haerst om in de periode daarna de regio te voorzien van voldoende beton- en metselzand en ophoogzand. Voor ontwikkeling van deze locatie geldt nadrukkelijk, dat deze ontgronding een multifunctioneel karakter dient te krijgen. Productie van betonzand op de zandwinning De Domelaar Foto: frank uijlenbroek Ophoogzand In de behoefte aan ophoogzand kan worden voorzien door grote winlocaties, waar ophoogzand het hoofdprodukt of een bijprodukt van de beton- en metselzandwinning is (zie ook figuur 3). Met name in West-Overijssel is de beschikbare voorraad in vergunningen relatief groot (circa 10 miljoen ton; voldoende voor circa 10 jaar). In de komende jaren zullen uit functionele ontgrondingen (o.a. Ruimte voor de Rivier) substantiële hoeveelheden ophoogzand vrijkomen. Maar niet alleen ophoogzand: ook substantiële hoeveelheden onbruikbare en (licht verontreinigde) grond, en klei, die geschikt is voor de dijkbouw of 26 Over winnen in Overijssel

31 grofkeramische industrie. De mogelijkheden om ophoogzand op de markt af te zetten zijn beperkt. Bovendien is er het gegeven, dat er ook ophoogzand wordt aangevoerd vanaf de wateren van het IJsselmeergebied. Een verkenning naar de mogelijkheden om grondstromen te optimaliseren is gewenst. Bij rivierverruiming gaat de provincie uit van de volgende beleidsmatige voorkeursvolgorde, als vastgelegd in de Beleidsnotitie Actief Bodembeheer Rijntakken. Bodem blijft bodem: verwerking ter plaatse; Bodem wordt bouwstof: nuttige toepassing ter plaatse of elders; Hergebruik na bewerking: nuttige toepassing na bewerking tot hoogwaardiger grondstof ter plaatse of elders; Berging van vrijkomende grond in bestaande plassen in de uiterwaarden van onbruikbare of minder geschikte grond; Storten in daartoe ingerichte baggerspeciestortplaatsen. In Twente vindt er tevens import plaats uit Duitsland en zal er in de komende jaren naar verwachting ca. 6 miljoen m 3 ophoogzand vrijkomen uit de Twentekanalen (Gelderland en Overijssel). Met het oog op de bouwgrondstoffenvoorziening in de jaren daarna is het gewenst, dat er een nieuwe multifunctionele ontgronding wordt ontwikkeld aan de zuidzijde van de Stedenband. De provincie wenst, dat het bedrijfsleven bij deze ontwikkeling het voortouw neemt. Zij wacht daarom voorstellen af van de zijde van bedrijven en eventueel gemeenten. De te ontwikkelen ontgronding dient een multifunctioneel karakter te krijgen, als aangegeven in paragraaf Klei In Overijssel wordt klei gewonnen voor de grofkeramische industrie (bakstenen) en incidenteel voor de dijkbouw. De baksteenindustrie is tegenwoordig met nog slechts één bedrijf vertegenwoordigd. De grondstofvoorziening voor dit bedrijf is verzekerd voor een periode van circa 25 jaar (vanaf ). De nog aanwezige geologische voorkomens van klei langs de IJssel bieden kansen voor het creëren van meer ruimte voor de rivier en natuurontwikkeling. Daarvoor is dan wel nodig, dat de winning van klei wordt afgestemd op de toepassingsmogelijkheden. Conclusies (par. 2.5): lopende ontgrondingenprojecten dienen zo veel mogelijk een multifunctioneel karakter te krijgen; voor nieuwe projecten, waarvoor nieuwe winzones in het streekplan moeten worden opgenomen, geldt dit zonder meer. de aanwezigheid van winbare bouwgrondstoffen dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond. de initiatiefnemer voor een multifunctioneel project met beton- en metselzand dient te beschikken over voldoende deskundigheid en investeringspotentie. nieuw te ontwikkelen multifunctionele ontgrondingen dienen te passen in het bestaande netwerk van locaties van waaruit de markt wordt voorzien. bij verdere uitbreiding van de zandwinning De Dooze binnen de winzone oppervlaktedelfstoffen mag de kwetsbare waterhuishouding van de Engbertsdijkvenen niet nadelig beïnvloed worden. de winzone in de Polder Mastenbroek wordt alleen tot ontwikkeling gebracht als opvolger van de gebundelde winning Haerst en dient een multifunctioneel karakter te krijgen. een verkenning naar de mogelijkheden om de bij rivierverruiming vrijkomende grondstromen te optimaliseren is gewenst. voor de middellange termijn zal voor ophoogzand een nieuwe locatie nodig zijn in Twente. De provincie wacht voorstellen af van de zijde van het bedrijfsleven en/of gemeenten, gericht op het realiseren van een multifunctionele ontgronding. Bij de vergunningverlening zal meegewogen worden, dat beleidsmatig gezien het nuttig toepassen van (zand uit) baggerspecie uit de Twentekanalen de voorkeur heeft. Over winnen in Overijssel 27

32 2.6 Economische aspecten De economische effecten van de extensivering van het rijksbeleid en de uitwerking daarvan door de provincies, als hierboven beschreven, is niet te kwantificeren. Wel kan gezegd worden, dat de prijzen van de verschillende soorten zand zullen stijgen door meer invoer uit het buitenland (betonen metselzand), door toenemende schaarste (beton- en metselzand) en door substantieel stijgende kosten van multifunctionele zandwinprojecten (beton- en metselzand, ophoogzand). De kostenstijging in de woning- en utiliteitsbouw zal beperkt blijven; voor de infrastructurele projecten zullen deze wat groter zijn. Indien dit beleid geleidelijk (overgangsperiode t/m 2008) wordt uitgevoerd, zal de bouw de effecten naar verwachting kunnen opvangen. De ontwikkeling van multifunctionele ontgrondingen zal de nodige extra-investeringen vragen. Het zal enige tijd duren alvorens kwalitatief hoogwaardige multifunctionele ontgrondingen worden gerealiseerd. Het is gewenst om deze ontwikkeling tezamen met andere provincies en het rijk te volgen teneinde op eventueel dreigende stagnaties in de voorziening in te kunnen spelen. Conclusie (par. 2.6): Het is gewenst de economische ontwikkeling naar kwalitatief hoogwaardige multifunctionele ontgrondingenprojecten tezamen met andere provincies te volgen. Zandzuiger bij de Anker Kalkzandsteenfabriek te Kloosterhaar Foto: provincie Overijssel 28 Over winnen in Overijssel

33 3 Beleiduitvoering 3.1 Instrumentarium Leidraad uitvoering multifunctionele ontgrondingen Vooroverleg procedure Het gebruikelijke vooroverleg aangaande nieuwe en uitbreiding van bestaande gebundelde winningen blijkt, zoals in dit beleidskader aangegeven, noch inhoudelijk noch procedureel goed te verlopen. Nu worden per project afspraken gemaakt met gemeenten en initiatiefnemers/potentiële aanvragers. Het blijkt moeizaam om met betrokkenen overeenstemming te bereiken over uit te voeren onderzoek, te realiseren compensatie, etc. Tevens treedt er vaak ernstige vertraging op in de termijnen van onderzoek en vooroverleg. Op grond van deze praktijkervaringen is ons college van mening, dat enkele in het kader van de uitvoering van het provinciale bouwgrondstoffenbeleid aan ons toebedeelde taken, als vastgelegd van de Ontgrondingenwet en de daarop gebaseerde Ontgrondingenverordening Overijssel 1997, nadere invulling behoeven in de vorm van een nietjuridische leidraad. Het gaat hier om de opzet en de werkwijze van het in Overijssel gebruikelijk geworden projectmatig opgezette vooroverleg met betrekking tot de ontwikkeling van (grootschalige) gebundelde regionale zandwinningen. Verbetering wat betreft de daaraan door de provincie te stellen beleidsmatige eisen en termijnen, gericht op het beter en sneller bereiken van een voor formele besluitvorming geschikte vergunningsaanvraag, blijkt noodzakelijk. Een goed gestructureerd vooroverleg, afgestemd op een doeltreffende en doelmatige uitvoering van de wettelijk voorgeschreven vergunningsprocedure, leidt tot een optimale balans tussen beleidsuitvoering en particulier initiatief. Vergunningtoedelingsbeleid In een beleidsnotitie van ons college uit maart 1995 hebben wij terzake reeds globaal ons beleid vastgelegd. Gelet op het huidige beleid, wat is gericht op meer marktwerking, is het van belang ons beleid te actualiseren. In concreto gaat het daarbij om het stellen van niet-juridische regels voor het inmiddels bepaald niet meer denkbeeldige geval, dat voor eenzelfde locatie (of uitbreiding ervan) van een (grootschalige) gebundelde regionale winning, meerdere aanvragen of verzoeken bij ons college worden ingediend. Doel is dan het stimuleren van de vorming van 1 consortium van relevante ontgrondende bedrijven, zodat 1 ontgrondingsaanvraag voor provinciale besluitvorming resteert. Beheer ontgrondingsresidu Conform het beleid in paragraaf is het gewenst ons beleid vast te leggen aangaande het opnemen van tot de vergunninghouder gerichte vergunningsvoorschriften met betrekking tot (permanent) beheer (na verval van de ontgrondingsvergunning) van het ontgrondingsresidu van regionaal gebundelde winningen of van de naaste omgeving ervan Verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen Sinds 1997 bestaat er reeds, op basis van het toen ontstane artikel 21f van de Ontgrondingenwet, en de daarop gebaseerde Heffingsverordening ontgrondingen Overijssel, een provinciale ontgrondingenheffing per vergunde m3 ter dekking van maximaal 50% van de provinciale kosten Over winnen in Overijssel 29

34 voor planvorming (inclusief planonderzoek) en landelijke coördinatie (inclusief landelijk onderzoek) aangaande ontgrondingen. De overige 50% komt wettelijk ten laste van de provinciale algemene middelen. Sinds 2000 is -op grond van landelijke ervaringen- artikel 21f van de Ontgrondingenwet zodanig gewijzigd, dat daarnaast ontgrondingenheffingen mogelijk zijn geworden voor: het geheel of gedeeltelijk in geld realiseren van compenserende maatregelen, -tot een maximum van 0,10 per vergunde m3- ten behoeve van een door een ingrijpende ontgronding voor de oppervlaktedelfstoffenvoorziening getroffen regio; de dekking van toegekende provinciale schadevergoedingen, wegens onevenredige schade door rechtmatige overheidsbesluiten, op grond van artikel 26 van de Ontgrondingenwet (door verlening, wijziging of intrekking van provinciale ontgrondingsvergunningen of door opgelegde gedoogplichten aan grondeigenaren). Voor deze beide heffingen zijn, anders dan bij eerdergenoemde heffing voor plankosten, wettelijk geen bijdragen uit de algemene middelen van de provincie nodig. Op grond van het voorgenomen beleid, als aangegeven in hoofdstuk 4, zullen wij aan Provinciale Staten een voorstel (wijziging geldende heffingsverordening) voorleggen ter invoering van de verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen ten behoeve van compenserende maatregelen. Tegelijkertijd zullen wij in een beleidsregel van ons college vastleggen hoe de besteding van de opbrengsten van deze ontgrondingenheffing compenserende maatregelen zal plaatsvinden. Een (flexibele en experimentele) beleidsregel is hier naar de mening van ons college noodzakelijk, daar de Ontgrondingenwet hier grote beleidsvrijheid voor de provincies biedt. Bij de bepaling van wenselijke compenserende maatregelen en bij de uitvoering ervan kan de gemeente een belangrijke rol krijgen. Alvorens een dergelijk voorstel te doen, zullen wij eerst overleg plegen met de Overijsselse gemeenten. Bij de uitvoering denken wij tevens aan een zoveel mogelijk gebiedsgerichte, gecombineerde inzet van (provinciale) gelden, bij voorbeeld in het kader van reconstructie-projecten in het landelijk gebied Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 Waar mogelijk en gewenst wil de provincie dereguleren. In 2004 wil zij daarom bezien of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening kan worden opgenomen. Dit zou kunnen betekenen, dat meer kleinere ontgrondingen dan tot toe worden vrijgesteld van de vergunningplicht of onder een lichtere procedure komen te vallen. Hierbij speelt vooral de overweging een rol, dat bepaalde (kleine) ontgrondingen geen belangenafweging (meer) behoeven, of dat belangenafweging via een andere wet afdoende mogelijk is, of dat althans met een lichtere vergunningenprocedure kan worden volstaan Ruimtelijke Ordening Beoordeling ruimtelijke plannen In de Handleiding en beoordeling ruimtelijke plannen (februari 2003) is op grond van het tot nu toe gevoerde beleid het volgende opgenomen: Binnen de winzones oppervlaktedelfstoffen van het streekplan dienen grootschalige ontwikkelingen die de inrichting van een winplaats onmogelijk maken te worden geweerd. Gebundelde (multifunctionele) ontgrondingen dienen als winplaats specifiek te worden bestemd voor zandwinning en - zo mogelijk - voor de eindfunctie (dubbelbestemming). Gefaseerde uitbreiding overeenkomstig het streekplan kan via de wijzigingsbevoegdheid ex art 11 WRO in het bestemmingsplan worden opgenomen. Functionele ontgrondingen dienen te worden bestemd voor de eindfunctie. Cultuurtechnische ontgrondingen, die geen functieverandering beogen, dienen afhankelijk van de zonering ruimtelijk afgewogen te worden via aanlegvergunningen. Bouwgrondstoffentoets Naar verwachting zal op grond van de Nota Ruimte voor nieuwe ruimtelijke plannen voor initiatiefnemers gaan gelden, dat zij de effecten op de bouwgrondstoffen-voorziening in de afweging 30 Over winnen in Overijssel

35 moeten betrekken. Er moet rekening worden gehouden met het geologisch voorkomen van ook in Overijssel aanwezige schaarse grondstoffen als grof zand voor beton en metselwerk, zilverzand en klei voor de grofkeramische industrie. Dit ten einde de winningsmogelijkheden voor toekomstige generaties niet te belemmeren. De provincie zal daartoe op grond van bestaande gegevens de voorkomens van deze grondstoffen in Overijssel in beeld laten brengen, zodat initiatiefnemers snel inzage kunnen krijgen of ter plaatse mogelijkerwijs schaarse delfstoffen voorkomen of dat dit niet het geval is. Actiepunten (par. 3.1): het voorbereiden van een niet-juridische leidraad van Gedeputeerde Staten inzake de vooroverleg procedure, vergunningtoedeling en het beheer ontgrondingenresidu. het voorbereiden van een ontwerp-statenvoorstel invoering verbrede bestemmingsheffing ontgrondingen. het onderzoeken of en in hoeverre een verruiming van vrijstellingsmogelijkheden en van de toepassingsmogelijkheden van de korte procedure in de Ontgrondingenverordening kan worden opgenomen. ter uitvoering van de bouwgrondstoffentoets zal de provincie de geologische voorkomens van schaarse oppervlaktedelfstoffen in beeld laten brengen. 3.2 Afstemming beleidsuitvoering op nationale en regionale schaal Afstemming op nationaal niveau (rijk en andere provincies) Afstemming van beleid inzake bouwgrondstoffen van de provincies vindt plaats in het kader van het Vakberaad Ontgrondingen van het Interprovinciaal Overleg. De Adviescommissie Water van IPO overlegt namens de provincies met de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over landelijke ontwikkelingen. In de komende jaren is het vooral van belang, dat de provincies en het rijk de in gang gezette beleidswijziging naar een vergrote marktwerking in de overgang naar de nieuwe situatie na 2008 goed coördineren. Afstemming op regionale schaal (naburige provincies en Landkreis Grafschaft Bentheim) De schaal van de markt voor bouwgrondstoffen wordt groter. Dit betekent, dat bouwgrondstoffen van grotere afstanden worden aangevoerd. Voor schaarsere delfstoffen als grind en beton- en metselzand is dit meer het geval dan voor ophoogzand. Tegelijkertijd heeft aanvoer op grote schaal ook zijn beperkingen in verband met transportkosten. Uitgangspunt voor de provincie is dat zij de markt niet wil reguleren. Zij staat dan ook neutraal tegenover in- en uitvoer van en naar gebieden buiten Overijssel (andere provincies, Duitsland). Wel acht zij het noodzakelijk, dat er overleg wordt gevoerd om te voorkomen, dat multifunctionele ontgrondingen ter voorziening in de algemene bouwgrondstoffenmarkt op korte afstand van elkaar aan weerszijden van een grens worden ontwikkeld. Dit kan immers verspilling van kostbare ruimte, grondstoffen en energie betekenen. Afstemming met de provincies Gelderland, Drenthe en Friesland, Rijkswaterstaat (als vergunningverlener voor rijkswateren) en met regionale overheden in Duitsland acht zij daarom belangrijk. Met de provincie Drenthe bestaat sinds 1990 een afstemmingsregeling (ambtelijke werkafspraak), dat de provincies elkaar zullen informeren over ontgrondingen van m3 of meer, gelegen in een zone van 10 km uit de wederzijdse provinciale grens. De provincie zal entameren, dat met de provincies Gelderland en Friesland een soortgelijke afspraak wordt gemaakt. In de afgelopen jaren is voor Overijssel als grensprovincie steeds meer de beleidsafstemming (inclusief vergunningverlening) met de Duitse Landkreis Grafschaft Bentheim van belang geworden. Immers, deze Landkreis bezit, evenals Overijssel, van oudsher grote geologische voorkomens van ook beton- en metselzand, juist in het grensgebied met Nederland c.q. Overijssel. Daarentegen kent de Landkreis geen met het Overijsselse bundelingsbeleid vergelijkbaar (stringent) ontgrondingenbeleid, daar de Duitse ruimtelijke ordening, vanwege grondwettelijke belemmeringen in verband met het Duitse grondrecht van (grond)eigendom, beduidend minder sturend is dan in Nederland gebruikelijk. Dit alles leidt tot steeds meer grootschalige ontgrondingen in de Landkreis nabij de Nederlandse staatsgrens, die bovendien steeds vaker (mede) door Nederlandse ontgrondende bedrijven als vergunninghouder worden geëxploiteerd, en dus in belangrijke mate op de Nederlandse markt zijn gericht. Dit alles gaat uiteraard aan Duitse zijde (als daar op zich onderkend) ten koste van een zuinig ruimtegebruik en natuur en landschap. Wat Overijssel betreft is allereerst de (dreigende) aantasting van het bundelingsbeleid in het grensgebied aan de orde, welk beleid door dergelijke grootschalige Over winnen in Overijssel 31

36 Duitse ontgrondingen wordt ondermijnd. Daarnaast is in concrete gevallen in Overijssel aantasting van natuur en landschap in het geding (vaak natuurbeschermingsgebieden en soms zelfs Habitatrichtlijn-gebieden), alsmede milieu- en verkeersoverlast (door gebruik van daartoe niet geschikte soms zelfs private wegen). Bijgevolg hebben wij recent het initiatief genomen tot het opzetten van een periodiek ambtelijk en waar nodig bestuurlijk overleg met deze Landkreis. Inmiddels is een eerste ambtelijke bijeenkomst geweest, waarin met de Landkreis afspraken zijn gemaakt voor de verdere opzet en werkwijze van dit overleg. Ook de provincie Drenthe zal aan dit overleg gaan deelnemen. Indien dit overleg daartoe aanleiding geeft zullen wij Provinciale Staten uiteraard nader concreet informeren. Als voorlopig einddoel zien wij het onderzoeken van de mogelijkheid van een tripartiet samenwerkingsconvenant ter (praktische overbrugging) van diverse verschillen in beleid en bestuursrecht, met navenant verschillende procedures en betrokken (overheids) organen. Actiepunt (par. 3.2): het uitbouwen van het overleg met de Landkreis Grafschaft Bentheim. 3.3 Projecten winbaar maken oppervlaktedelfstoffen Beton-, metsel- en kalkzandsteenzand Binnen de streekplanwinzones Oosterweilanden, De Domelaar en De Dooze zijn projecten in ontwikkeling. Dit betekent, dat er voor die gebieden door bedrijven zandwinningsprojecten worden ontwikkeld en dat daarover vooroverleg wordt gepleegd met provincie, gemeente en waterschap: operationalisering van een 75 á 100 ha grote, nieuwe, locatie binnen de winzone Oosterweilanden (gemeente Twenterand; grootte ca. 200 ha); uitbreiding van de zandwinning De Domelaar met ca. 52 ha binnen de winzone Haverlanden (gemeente Hof van Twente) bedoeld voor de periode na 2008; uitbreiding van de zandwinning van de Anker Kalkzandsteenfabriek met ca. 16 ha binnen de winzone De Dooze (gemeente Hardenberg; grootte 105 ha). Het is de bedoeling, dat deze zandwinning wordt geëxploiteerd door een samenwerkingsverband tussen Anker en Plegt-Vos (vergunninghouder Balderhaar). Met de uitvoering van dit project wordt de grondstofvoorziening van de Anker kalkzandsteenfabriek voor ongeveer 25 jaar veiliggesteld. Met het bovenstaande wordt ruimschoots voldaan aan de tussen het Ministerie van V&W en onze provincie overeengekomen taakstelling om 12 miljoen ton winbaar te maken in de periode 1999 t/m Daarmee wordt dus ook voldaan aan de afspraak dat steeds een ijzeren voorraad van 50% van de taakstelling, zijnde 6 miljoen ton, in verleende en voor exploitatie gerede vergunningen aanwezig moet zijn. In figuur 6 wordt een beeld gegeven van de verwachte ontwikkeling van de voorraadsituatie. Zuinig gebruik grove zanden Ook voor Overijsselse beton- en metselzandwinningen is het gewenst om na te gaan of doelmatiger gebruik gemaakt kan worden van het aanwezige fijnere zand. Bekend is immers, dat een aantal Overijsselse beton- en metselzandwinningen moeite heeft om het tevens vrijkomende fijnere zand, tot nu toe eigenlijk alleen geschikt voor ophoging, op de markt af te zetten. In overleg met vergunninghouders zal worden bezien of een betere inschatting is te maken van de voorraden beton- en metselzand, uitgaande van de productie van fijner betonzand. 32 Over winnen in Overijssel

37 Figuur 6 Uitvoering taakstelling winbaar maken beton- en metselzand t/m 2008 Potentiële voorraad bij toepassing fijner zand Verwachting te vergunnen voorraden (projecten in voorbereiding) 40 Verwachting te vergunnen voorraden (aanvragen) Vergunde voorraden beton- en metselzand Hoeveelheid in miljoen ton Voorraad per Ophoogzand In figuur 7 wordt een beeld gegeven van de voorraadsituatie voor ophoogzand in de verschillende delen van Overijssel. De nog lopende projecten, die naar verwachting zullen leiden tot een vergroting van die voorraad zijn Eesveensche Hooilanden/Eesserwold (Steenwijk) en Hooidijk (Staphorst). Buiten de hiervoor reeds genoemde winzones zijn er voor de primaire ophoogzandwinning alleen binnen deze streekplanaanduidingen voor Oelemars (Losser) en Collendoorn (Hardenberg) nog uitbreidingsmogelijkheden.. De winzones Het Rutbekerveld (Enschede), en Sekdoorn (Zwolle) hebben binnen deze streekplanaanduiding geen ruimte meer. Actiepunt (par.3.3): het in de in par. 3.1 genoemde leidraad opnemen, dat aanvragers moeten aangeven op welke wijze een zuinig gebruik van uit vergunningen winbaar grof zand zal worden gemaakt. Over winnen in Overijssel 33

38 Figuur 7 Voorraadsituatie ophoogzand tot Vergunde voorraden Twente Vergunde voorraden NO+NW-Overijssel 20.0 Vergunde voorraden West-Overijssel Hoeveelheid in miljoenen tonnen Voorraad per Mogelijke Onderzoeksprojecten In dit beleidskader (hoofdstuk 2) zijn de volgende onderwerpen aangedragen, waaraan de provincie vanuit het ontgrondingenbudget wil bijdragen: bijdrage aan het Regionaal Consulentschap Duurzaam Bouwen ter stimulering van het zuinig gebruik van bouwgrondstoffen en het bevorderen van het gebruik van secundaire en vernieuwbare bouwgrondstoffen. een verkenning naar de mogelijkheden van een verbeterde afstemming van vraag en aanbod van (licht-verontreinigde) grond en baggerspecie. Het gaat er hierbij vooral om te bezien hoe de markt beter kan worden gefaciliteerd. een verkenning van de mogelijkheden om de stromen vrijkomende grond in het kader van ruimte voor de rivier te optimaliseren met het oog op bestemmingsmogelijkheden (afzet op de markt, hergebruik in uiterwaarden). ontwikkeling van een toeristisch-recreatief, educatief projectvoorstel om aardkundige waarden in het gebied van stuwwal, die loopt vanaf Westerhaar (gemeente Hardenberg) tot in Duitsland. Daarbij zal ook de mogelijkheid van samenwerking met Duitse instanties, met name de Landkreis Grafschaft Bentheim, worden bezien. Indien het projectvoorstel een uitvoerbaar 34 Over winnen in Overijssel

39 resultaat oplevert, zal de provincie het ontgrondende bedrijfsleven betrekken bij de uitvoering ervan. vervaardiging van kaarten met de geologische voorkomens van schaarse grondstoffen in Overijssel ten behoeve van uitvoering van de bouwgrondstoffentoets. Voor de uitvoering van het beleid, als in deze beleidsnota aangekondigd, is per jaar ca ,-- per jaar beschikbaar. Daarvan is per jaar ,-- bestemd voor het landelijk onderzoek in het kader van de overeenkomst tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en IPO. De provincie gaat ervan uit, dat met het resterende budget van ,-- in de komende jaren de voorziene projecten uitgevoerd kunnen worden. Gedeputeerde Staten zal daarvoor een actieprogramma opstellen. Actiepunt (par. 3.4): Gedeputeerde Staten zullen een onderzoeksuitvoeringsprogramma opstellen. Peilschaal bij de zandwinning van Anker Kalkzandsteenfabriek (Hardenberg) Foto: provincie Overijssel Over winnen in Overijssel 35

40 Over winnen in Overijssel Achtergrondinformatie bij het Ontwerp Beleidskader Bouwgrondstoffen Juni 2004

41 Colofon Datum Juni 2004 Auteur S.J. Bennema Fotografie/Illustraties Foto voorpagina: Aanleg strand bij zandwinning Milligerplas bij de wijk Zwolle-Stadshagen (provincie Overijssel) Inlichtingen bij S.J. Eenheid Water en Bodem (038) Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus GB Zwolle Telefoon Fax [email protected]

42 Inhoudsopgave 1 Bouwgrondstoffenvoorziening in Overijssel Beton- en metselzandvoorziening Ophoogzandvoorziening Secundaire grondstoffen (ophoogzandvervangers) Bouwgrondstoffen in eigen provinciale werken 8 2 Bestaand instrumentarium 11 3 Rijksbeleid in hoofdlijnen 13 4 Winzones en bijbehorende zandwinningen 14 5 Geraadpleegd onderzoek 14 6 Begrippen en afkortingen 14 Over winnen in Overijssel 3

43 4 Over winnen in Overijssel

44 1 Bouwgrondstoffenvoorziening in Overijssel In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de Overijsselse voorziening in de behoefte aan bouwgrondstoffen zich heeft ontwikkeld: Anno 2003 bestaat het netwerk van gebundelde winningen uit 14 locaties (zie figuur 3 Beleidskader). Vanuit deze locaties worden met name de volgende oppervlaktedelfstoffen geleverd: betonzand, metselzand, asfaltzand kalkzandsteenzand ophoogzand klei 1.1 Beton- en metselzandvoorziening De industriële toepassing van zand (beton, asfalt, kalkzandsteen) en ook specifieke toepassingen van grof zand (b.v. drainage, filters) is een stabiele markt: er wordt gezocht naar zekerheid van de grondstofvoorziening en lange termijnoplossingen. Kenmerkend is ook de integratie van de industriezandproducerende bedrijven met de verwerkende sector. De productie van betonzanden en metselzanden is in de loop der jaren in Overijssel dan ook vrij constant gebleven; wel is het aantal locaties, vanwaar dit gebeurt, gedaald. Een viertal locaties is met name ingericht op de productie van industriezanden; op een aantal gebundelde ophoogzandwinningen wordt metselzand en asfaltzand als bijprodukt geleverd (zie grafiek). Figuur 1 Winning beton- en metselzand in Overijssel 1.2 Gebundelde ophoogzandwinningen Gebundelde beton- en metselzandwinningen Hoeveelheid in miljoen ton Jaar Over winnen in Overijssel 5

45 De behoefte van de Overijsselse betonmortel- en betonwarenindustie wordt globaal geschat op ca. 1,7 miljoen ton beton- en metselzand per jaar. Dit betekent, dat er naast de winning uit Overijsselse locaties ook substantiële hoeveelheden per schip worden aangevoerd van met name kwalitatief hoogwaardig betonzand uit het Duitse Beneden-Rijngebied en in mindere mate uit de zuidelijke provincies. In beperkte mate vindt ook uitvoer plaats naar andere provincies. Daarnaast wordt er ook beton- en metselzand per as aangevoerd uit de Duitse Landkreis Grafschaft Bentheim. Vervangende secundaire grondstoffen worden er in Overijssel, als in heel Nederland, tot nu toe nauwelijks toegepast. Wel spannen IPO, Rijk en bedrijfsleven zich in om alternatieven van de grond te krijgen. Op grond van het rapport Regionale Bouwgrondstoffenmarkt is in onderstaande tabel een samenvattend beeld gegeven van de beton- en metselzandvoorziening in Overijssel (situatie 2000). 1.2 Ophoogzandvoorziening De afzetmarkt van zand voor ophoging verschilt sterk van die voor industriële toepassingen. De ophoogmarkt is vooral een projectenmarkt met incidenteel grote projecten, die grote pieken in de vraag kan veroorzaken. De middelgrote en kleine projecten leveren vaak een redelijk stabiele basisvraag op. De ophoogzandvoorziening geschiedt vanuit de gebundelde ophoogzandwinningen en de beton- en metselzandwinningen, vanwaar ophoogzand als bijproduct op de markt gebracht wordt. Daarnaast komen er substantiële hoeveelheden vrij uit functionele ontgrondingen, waar de doelstelling niet is het winnen van zand, maar het realiseren van een werk ten behoeve van een nieuwe functie van een terrein of het beter uitoefenen van een bestaande functie. Uit bijgaande figuur blijkt, dat 40 á 50% van de benodigde hoeveelheid ophoogzand uit gebundelde ophoogzandwinningen werd betrokken. De hoeveelheden, die vrijkomen uit functionele ontgrondingen, wisselen per jaar sterk, maar zijn in de afgelopen jaren over het algemeen toegenomen. Dit geldt echter niet voor de landbouwkundige ontgrondingen: de daaruit gewonnen hoeveelheden namen af tot ca. 1% van het totaal. Hoeveelheid in miljoen ton Figuur 2 Winning ophoogzand in Overijssel Secundaire ontgrondingen (incl. meldingsplichtige werken) Gebundelde beton- en metselzandwinningen Gebundelde ophoogzandwinningen Jaar 6 Over winnen in Overijssel

46 Naast de uit bovenstaande ontgrondingen gewonnen hoeveelheden, wordt ook ophoogzand aangevoerd uit het IJsselmeergebied. Dit heeft vooral betekenis in het gebied, dat per schip bereikbaar is via de IJssel en Zwarte Water. Daarnaast wordt er ook zand voor ophoging aangevoerd uit Duitsland naar vooral het gebied ten noorden van de Twentse stedenband. 1.3 Secundaire grondstoffen (ophoogzandvervangers) Volgens een zeer ruwe schatting bedraagt de ophoogzandvervanging in Noord-Nederland momenteel ca. 3,5 miljoen ton (dit is ca. 30% van de behoefte). Granulaten uit bouw- en sloopafval vormen verreweg de belangrijkste stroom. Vrijwel alle granulaten gaan momenteel naar de wegenbouwmarkt ten behoeve van funderingen. Door deze steenfunderingen is minder zand voor ophoging nodig en moet om die reden als een relatief hoogwaardige toepassing worden gezien. Voorts zijn er grondstromen, die over het algemeen een laagwaardige toepassing (ophoging en aanvulling) kennen: bij voorbeeld gereinigde grond, licht verontreinigde grond, grondtarra en AVIbodemas. Zand en klei uit baggerspecie hebben in principe een grote potentie als ophoogzandvervanger, maar dienen door bewerking geschikt gemaakt te worden. Daarvoor zijn verschillende technieken beschikbaar zoals zandscheiding (percentage zand >50%) en mobilisatie. Maar ze worden in de praktijk nog nauwelijks toegepast. In Overijssel is in totaal circa 8 miljoen m3 baggerspecie aanwezig, die verwijderd zal moeten worden. In onderstaande grafiek is een onderscheid gemaakt naar verontreinigingsklasse. Uit een onderzoek onder Overijsselse gemeenten en waterschappen blijkt, de besparing op primaire grondstoffen geen rol van betekenis speelt bij de voorbereiding van projecten. Secundaire grondstoffen ter vervanging van ophoogzand worden met name toegepast, indien dit een meerwaarde heeft (bij voorbeeld in funderingen). Figuur 3 Te verwijderen baggerspecie in Overijssel 3 Overig (provincie, particulieren) Bebouwd gebied Hoeveelheid in miljoen m Waterschappen Rijkswateren Baggerspecie naar klasse Over winnen in Overijssel 7

47 1.4 Bouwgrondstoffen in eigen provinciale werken Naast de voorziening van de vraag aan bouwgrondstoffen van de in Overijssel werkzame bedrijven, overheden en particulieren, komt in dit beleidskader aan de orde de wijze waarop de provincie voorziet in de behoefte ten behoeve van uitvoering van haar eigen werken. Zoals uit bijgaande grafiek blijkt, gebruikt de provincie Overijssel jaarlijks gemiddeld ton in eigen werken. Dit is ruwweg ca. 4% van de binnen de provincie gebruikte bouwgrondstoffen. Een meer gedetailleerd overzicht is opgenomen in bijlage II. De uitschieter in 1999 wordt veroorzaakt door de uitvoering van een groot werk, waarvoor een aanzienlijke hoeveelheid ophoogzand nodig was. Tabel I TOEPASSING BOUWGRONDSTOFFEN IN EIGEN PROVINCIALE WERKEN Zand voor zandbed Straatzand Steenslag Asfaltbeton Cementbeton Emulsiebeton Totaal primaire grondstoffen Betongranulaat Menggranulaat Teerhoudend BRAC Schoon BRAC AGRAC type Regeneratieasfalt Hoogovenslakken Totaal secundaire grondstoffen Totaal Aandeel sec. Grondstoffen 26% 27% 7% 11% 21% 21% 24% 20% 8 Over winnen in Overijssel

48 F r i e s l a n d Vledder Diever Beilen Westerbork Oldemarkt Dwingeloo uitvoer naar andere provincies Steenwijk D r e n t h e Emmer-Compascuum Kuinre 0.2 Havelte EMMEN Giethoorn Hoogeveen Klazienaveen Marknesse Emmeloord Blokzijl Beulakerwijde Meppel Veenoord Dalen Nieuw Amsterdam Zwartemeer F l e v o l a n d Ketelmeer Dronten Vollenhove Kampen Zwarte Meer IJsselmuiden Genemuiden Belter- wijde Zwartsluis Zwarte Water ZWOLLE Meppelerdi ep Rouveen Hasselt Staphorst Dalfsen Nieuwleusen Balkbrug Zuidwolde Ommen Overijsselsche Vecht Slagharen Dedemsvaart verbruik B & M in Overijssel Lutten De Krim Bergentheim Gramsbergen Hardenberg winning B & M in Overijssel Coevorden Schoonebeek Emlichheim D U I T S L A N D Neuenhaus Kloosterhaar Uelsen Nunspeet Elburg invoer uit andere provincies Oldebroek Wezep 't Harde Hattem 0.3 IJssel Heerde Wijhe Heino Raalte 1.7 miljoen ton/jaar Lemelerveld Hellendoorn 1.1 miljoen ton/jaar Den Ham Vroomshoop Wierden Westerhaar- Vriezenveensewijk Geesteren Vriezenveen ALMELO Tubbergen Ootmarsum NORDHORN 0.2 Denekamp invoer per as uit Niedersachsen Weerselo Epe Olst Nijverdal Heeten Oldenzaal Rijssen Borne Enter Vaassen Diepenveen Schalkhaar DEVENTER G e l d e r l a n d Twello APELDOORN Gorssel IJssel Holten Delden Losser 0.3 Goor Bathmen Markelo invoer per schip (Beneden-Rijngebied) Diepenheim Twenthekanaal Boekelo HENGELO ENSCHEDE Glanerbrug Gronau Overdinkel Epe Beekbergen Voorst Lochem Neede Haaksbergen Alstätte Cartografie: Provincie Overijssel juni.2004 tek.nr Eerbeek Zutphen Vorden Borculo Eibergen 0 10km Figuur 4 BETON- EN METSELZAND-BALANS OVERIJSSEL (gemiddelde in miljoenen tonnen/jaar over de jaren 1998 t/m 2000) bron: Fugro Milieuconsult/van Ruiten advies

49 F r i e s l a n d Vledder Diever Beilen Westerbork Oldemarkt Dwingeloo Emmer-Compascuum Steenwijk D r e n t h e Kuinre EMMEN Havelte Giethoorn Hoogeveen Klazienaveen F l e v o l a n d Ketelmeer Dronten Marknesse Emmeloord 0.4 Vollenhove Zwarte Meer Blokzijl Genemuiden Beulakerwijde Belter- wijde Zwarte Zwartsluis Water Meppelerdi ep Rouveen aanvoer ophoogzand uit IJsselmeer Kampen IJsselmuiden Hasselt ZWOLLE Meppel Zuidwolde De Krim Staphorst Dalfsen Slagharen Lutten Emlichheim Balkbrug Gramsbergen Dedemsvaart Nieuwleusen Hardenberg D U I T S L A N D Ommen verbruik ophoogzand in Overijssel Overijsselsche Vecht Bergentheim Kloosterhaar Veenoord Zwartemeer Dalen Nieuw Amsterdam Coevorden productie ophoogzand vervangers winning ophoogzand in Overijssel 0.2 Schoonebeek Neuenhaus invoer ophoogzand Uelsen Nunspeet Elburg 't Harde Oldebroek Wezep Hattem IJssel Heerde Wijhe Heino Raalte 4.9 miljoen ton/jaar Lemelerveld Hellendoorn 3.3 miljoen ton/jaar Den Ham Vroomshoop Wierden 1 miljoen ton/jaar Westerhaar- Vriezenveensewijk Geesteren Vriezenveen ALMELO Tubbergen Weerselo Ootmarsum NORDHORN Denekamp Epe Olst Nijverdal Heeten Oldenzaal Rijssen Borne Enter Vaassen Diepenveen Schalkhaar Holten Delden Losser DEVENTER G e l d e r l a n d Bathmen Goor Markelo Twenthekanaal HENGELO ENSCHEDE Overdinkel Twello APELDOORN Gorssel IJssel Diepenheim Boekelo Glanerbrug Gronau Epe Beekbergen Voorst Lochem Neede Haaksbergen Alstätte Cartografie: Provincie Overijssel juni.2004 tek.nr Eerbeek Zutphen Vorden Borculo Eibergen 0 10km Figuur 5 BALANS OPHOOGZAND EN OPHOOGZANDVERVANGER IN OVERIJSSEL (gemiddelde in miljoenen tonnen/jaar over de jaren 1998 t/m 2000) bron: Fugro Milieuconsult/van Ruiten advies

50 Voorkeursvolgorde m.b.t. preventie, hergebruik en storten van bouw- en sloopafval ( Delftse ladder). 1 Preventie/herstel op basis van restlevensduur (technisch en economisch); 2 Hergebruik van constructies/ selectieve demontage 3 Hergebruik van bouwdelen/ selectieve demontage/ retoursysteem; 4 Hergebruik van materialen/ selectieve demontage/ retoursystemen/ Bouwstoffenbesluit (Bsb); 5 Nuttige toepassing van reststof (kwalitatief gelijkwaardig aan referentie)/ Bsb 6 Nuttige toepassing van geïmmobiliseerde reststoffen /Bsb 7 Immobilisatie zonder nuttige toepassing (Stortbesluit) 8 Verbranden met energieopwekking (Emissiebeperking); 9 Verbranden (Emissiebeperking) 10 Storten (Stortbesluit). Enige voorbeelden uit de huidige provinciale praktijk resp. mogelijke toekomst (Grond-, Weg-, en Waterbouw) Bodemstabilisatie door toevoeging van bindmiddelen aan grond;geen materiaal nodig voor ophoging en minder funderingsmateriaal door het frezen van asfaltbeton (deklaag c.q. tussenlagen) ontstaat freesmateriaal, dat hergebruikt kan worden als toevoeging (tot 50 %) in asfaltmengsels of als funderingsmateriaal eventueel met cement als toeslagstof; hergebruik van diverse soorten slakken uit ovens (hoogovenslakken, E.O.S-slakken, fosforslakkenmengsels, als funderings-materialen; zeefzand verkregen door breking en zeving van beton- en metselwerkpuin kan als toeslagstof dienen in asfaltmengsels; granulaten uit betonpuin als grindvervanging in lagere beton kwaliteitsklassen (in praktijk maximaal 20%; hoger % mogelijk); betonpuin met metselwerkpuin of klei gebakken materialen te breken, mengen en fractioneren tot menggranulaat en toe te passen als funderingsmateriaal in de wegenbouw; koolstof als restproduct van bitumen kan als bouwstof dienen voor asfaltmengsels en worden toegepast in speciale asfaltconstructies. nuttige toepassing van bijvoorbeeld vervuild baggerslib in wegfunderingen; hergebruik van vervuilde grond ter plaatse in een funderingslaag Over winnen in Overijssel 9

51 Ophoogzandwinning Sekdoorn te Zwolle Foto:KLM Aerocarto 10 Over winnen in Overijssel

52 2 Bestaand instrumentarium Ontgrondingenwet Onderwerp: de geldende Ontgrondingenwet kent geen definitie van het begrip ontgronding, maar op grond van jurisprudentie en literatuur wordt hieronder verstaan: het verlagen van het maaiveld of de bodem van een water, ongeacht tijdsduur of doel. De feitelijk uitgevoerde bodemingreep is dus beslissend. Uitwerking: de Ontgrondingenwet is in haar uitwerking vooral procedureel gericht (vrijstellingen vergunningsplicht, soorten vergunningsprocedures) en voorts een raamwet ( uitwerking via provinciale ontgrondingsverordeningen, zie hierna). Bij verlening van een ontgrondingsvergunning heeft een (zeer) brede belangenafweging plaatsgevonden van alle bij de uitvoering van een voorgenomen ontgronding betrokken belangen, waartoe ook de nodige vergunningsvoorschriften kunnen worden opgenomen. Bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten van een provincie (voor landlokaties); de minister van Verkeer en Waterstaat (voor zomerbed rivieren, Noordzee, IJsselmeer en Waddenzee). Ontgrondingenverordening Overijssel 1997 Onderwerp: specifieke uitwerking voor Overijssel van de ad 1 genoemde aspecten, vooral wat betreft de vrijstellingen van de vergunningsplicht en de omvang van de meldingsplicht (van vrijgestelde ontgrondingen) en van de zogenaamde korte vergunningsprocedure. Heffingsverordening ontgrondingen Overijssel Onderwerp: volgens artikel 21.f van de Ontgrondingenwet mag de provincie een heffing bij vergunningverlening over de vergunde m3 invoeren ter dekking van maximaal 50% van de provinciale kosten voor planvorming (inclusief planonderzoek) en landelijke coördinatie met de overige provincies en de minister van Verkeer en Waterstaat. De overige kosten moeten worden gedekt uit de eigen provinciale middelen. De provincie is bezig, op basis van de in 2000 aangepaste Ontgrondingenwet, deze heffing uit te breiden tot het volledig bekostigen van noodzakelijk geachte compenserende maatregelen voor de omgeving van een ingrijpende ontgronding, alsmede ter volledige dekking van uitbetaalde provinciale schadevergoedingen op grond van de wet. Beleidsnotitie beton- en metselzand- en kalkzandsteenzandvoorziening in Overijssel na 2000 (1995) Onderwerp: deze beleidsnotitie is gebaseerd op een onderzoek (inclusief indicatief geologisch onderzoek) naar de voorziening in de behoefte aan deze oppervlaktedelfstoffen in Overijssel voor de naaste toekomst, als met name afgeleid van de voor Overijssel landelijk afgesproken taakstelling beton- en metselzand voor de periode 1999 t/m Het betreft hier dan het door vergunningverlening winbaar maken van hoeveelheden. De ruimtelijke vertaling van een en ander is vastgelegd in het streekplan in de vorm van winzones, en daarbinnen te realiseren winplaatsen door ontgrondingsvergunningverlening (zie hierna). Streekplan Overijssel Onderwerp:in paragraaf van dit geldende streekplan staat het ruimtelijk ontgrondingenbeleid weergegeven voor de diverse oppervlaktedelfstoffen (met name beton- en metselzand en ophoogzand). Dit is gebaseerd op een lokatiebeleid van regionaal gebundelde (primaire) ontgrondingen, waartoe winzones zijn opgenomen, waarbinnen een winplaats is of kan worden gerealiseerd. Daarnaast wordt aandacht besteed aan secundaire ontgrondingen (niet primair voor zandwinning), en daarbinnen vooral aan oppervlakteontgrondingen ten behoeve van landbouwkundige cultuurverbetering. Over winnen in Overijssel 11

53 Beleidsregel handhaving ontgrondingen Overijssel (1997) Onderwerp: vastlegging van een systematisch en adequaat handhavingsbeleid inzake ontgrondingen in de vorm van een beleidsregel van Gedeputeerde Staten, zowel aangaande de handhaving van vergunningsvoorschriften, als aangaande het tegengaan van ontgrondingen zonder vereiste ontgrondingsvergunning. Tevens wordt aandacht geschonken aan de samenwerking in de handhaving bij samenloop van overtredingen van verschillende wetten, alsmede aan de organisatie ervan via provinciale toezichthouders annex buitengewone opsporingsambtenaren. Beleidsnotitie taludinstabiliteit en veiligheid diepe zandwinningen in Overijssel (2001) Onderwerp: vanwege vroegere en meer recente gevallen van stabiliteitsverlies van ontgrondingstaluds bij diepe zandwinningen (inbressingen), hebben Gedeputeerde Staten besloten tot (geactualiseerd) wetenschappelijk onderzoek terzake. Op grond daarvan komen zij tot (geactualiseerde) beleidsmaatregelen, gericht op meer specifiek onderzoek in de vooroverleg-fase van een voorgenomen diepe zandwinning, en op het verbinden van stringentere vergunningsvoorschriften aan de betrokken ontgrondingsvergunning wat betreft de in te zetten zandzuiger. Een en ander heeft tevens geleid tot een ambtshalve wijziging van vergunningsvoorschriften van alle relevante in uitvoering zijnde diepe zandwinningen. Zandzuiger bij de beton- en metselzandwinning Haerst te Zwolle Foto: provincie Overijssel 12 Over winnen in Overijssel

54 3 Rijksbeleid in hoofdlijnen Zoals in het Ontwerp-beleidskader is aangegeven, komt er geen Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen meer. Het (nieuwe, geëxtensiveerde) relevant rijksbouwgrondstoffenbeleid kan aanvullend op hetgeen in het ontwerp-beleidskader reeds is vermeld- in hoofdlijnen als volgt worden samengevat. Afslanking Ontgrondingenwet Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zal, samen met het IPO, onderzoeken of het mogelijk is de Ontgrondingenwet af te slanken. Naar verwachting betekent dit vooral het schrappen van de bepalingen over rijksplanvorming (Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen). Maar mogelijk zal het ook consequenties hebben voor de Ontgrondingenverordening Overijssel Commissie Taakstellingen en Flankerend beleid beton- en metselzandvoorziening Deze zogenaamde commissie Tommel brengt jaarlijks advies uit over de voortgang van het betonen metselzandbeleid: de ontwikkelingen in vraag en aanbod van beton- en metselzand; de voortgang van de vergunningverlening voor nieuwe landlocaties en de rijkswateren in relatie met de afgesproken taakstellingen; de voortgang met betrekking tot inzet van beton- en metselzandvervangende materialen; de uitvoering van de afspraken met betrekking tot het flankerend beleid. De Commissie is voorts door de staatssecretaris bereid gevonden de extensivering van het rijksbeleid te volgen en ieder jaar over de voortgang te rapporteren. Ook kan zij ongevraagd advies uitbrengen. Alternatieven voor beton- en metselzand Op grond van discussies tussen IPO en V&W over de provinciale taakstellingen is in 1997 een beleidswijziging ingezet. Deze beleidswijziging komt neer op minder uit landlocaties, meer uit alternatieven als secundaire grondstoffen en rijkswateren, en binnen de landlocaties een verschuiving naar meer uit provincies, waar tot nu toe weinig of niets vandaan komt maar waar wel mogelijkheden zijn ten gunste van de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, waar tot nu toe veel beton- en metselzand wordt gewonnen. In dat bestuurlijk overleg is voor de gezamenlijke provincies een taakstelling afgesproken van 143 miljoen ton beton- en metselzand en voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat van 27 miljoen ton. Dit betekende tevens een reductie van ca. 20% ten opzichte van de geschatte landelijke behoefte aan deze grondstof. Na 1997 zijn onderzoeken uitgevoerd en enkele adviezen uitgebracht over de (on)mogelijkheden van alternatieven (zie verder paragraaf 6.). Kort samengevat komen die op het volgende neer. Er blijken een aantal, meer en minder omvangrijke, mogelijke alternatieven te zijn voor primaire winning van beton- en metselzand uit landlocaties. Maar er is geen enkel alternatief dat alleen het probleem kan oplossen. Het grote aantal alternatieven maakt de implementatie complex, lastig en onoverzichtelijk. Het gaat in concreto om de volgende alternatieven: toepassen van secundaire grondstoffen, met name zanden uit bouw- en sloopafval; meer fijner grof zand gebruiken; winning van beton-en metselzand uit de Noordzee en IJsselmeergebied; secundaire winning uit landlocaties, waarbij omputten in het kader van Ruimte voor de Rivier een optie is; en het verminderen van de overige toepassingen van beton- en metselzand. Om bovengenoemde alternatieven ook werkelijk op de markt ingang te doen krijgen, is een grotere betrokkenheid van het bouwbedrijfsleven en andere departementen dan Verkeer en Waterstaat nodig. Over winnen in Overijssel 13

55 Voor deze alternatieven zijn de belemmeringen voor de implementatie en mogelijke oplossingsmaatregelen in beeld gebracht. Mogelijke acties voor de provincies zijn: de optie van het omputten in het kader van Ruimte voor de Rivier via pilots te onderzoeken; vanuit de rol van opdrachtgever voor werken in de sector Grond-, Weg en Waterbouw een implementatietraject uit te werken gericht op de toepassing van alternatieven voor primair beton- en metselzand; Overigens is op veel gebieden de implementatie afhankelijk van de houding en inzet van: Rijkswaterstaat als het gaat om vergunningverlening voor winning in de Noordzee en de wateren van het IJsselmeergebied; het Ministerie van VROM (regelgeving en certificering m.b.t. secundaire grondstoffen, milieuprestatie-eisen gebouwen); het Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving (CUR) en Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) als het gaat om regelgeving op het gebied van betontechnologische toepassingen resp. certificering; het Centrum voor Immobilisatie (CIM) als het gaat om toepassingen van uit slib verkregen producten; het bouwbedrijfsleven om de alternatieven in de bouw toegepast te krijgen. Verwachte economische effecten extensivering rijksbeleid De in 2003 geschatte prijsstijging voor beton- en metselzand als gevolg van de afbouw van rijksbeleid loopt uiteen van circa 10% tot circa 75% (huidig prijsniveau circa 8,00). Dit afhankelijk van de alternatieven, die ingezet moeten worden als vervanging van Nederlandse landlocaties gewonnen beton- en metselzand. Voor ophoogzand wordt een prijsstijging ingeschat van circa 33% (huidig prijsniveau circa 7,50). Voor de bouw heeft dit volgens de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat tot gevolg, dat de bouwkosten met circa 1% zullen stijgen. De hierboven genoemde prijsstijgingen geven ook de marge aan, die in principe benut kan worden om kwalitatief goede, multifunctionele zandwinprojecten in Overijssel te realiseren. Plan voor meer marktwerking De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat zal in samenwerking met de minister van Economische Zaken een plan uitwerken voor een optimaal functionerende markt. Inmiddels is in het kader van het Overlegorgaan Oppervlaktedelfstoffen (OOD) van dit ministerie met betrokkenen (provincies, bedrijfsleven) nagegaan, wat daarvoor de belangrijkste belemmeringen zijn. Het advies van de OOD zal door de bovengenoemde ministeries betrokken worden gebruikt om te komen tot een plan voor een goede marktwerking. Beleidsuitgangspunten afval Het beleid voor afvalstoffen voor de komende jaren is vastgelegd in het landelijk afvalbeheerplan (LAP) Het LAP bestaat uit drie delen: een algemeen beleidskader (deel1), een deel waarin voor diverse stromen specifiek beleid is ontwikkeld, de zogenaamde sectorplannen (deel 2) en een deel dat gericht is op de eindverwijdering (storten en verbranden), de zogeheten capaciteitsplannen (deel 3). Belangrijk voor de ontwikkeling voor de bouwgrondstoffenmarkt is sectorplan 13, dat aangeeft, dat het beleid ten aanzien van bouw- en sloopafval gericht is op preventie en het nuttig toepassen van deelstromen. Voorts is van belang de wijze waarop de overheid het beleid zal gaan uitvoeren met betrekking tot de verwijdering van baggerspecie (o.a. implementatie EG Kaderrichtlijn Water) en de aanpassing van het Bouwstoffenbesluit. Verwacht wordt, dat laatstgenoemde aanpassing zal leiden tot een vergroting van de toepassing van secundaire grondstoffen in met name laagwaardige toepassingen. De gevolgen van de herijking van de wetgeving van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor onderhavig beleidsterreinen is nog niet te overzien. Ontwikkelingen op Europees niveau De bouw krijgt binnen de thema s Afvalpreventie, Recycling en hergebruik en Bodem steeds meer aandacht. Er wordt gewerkt aan uitwerking van strategieën, die de oplossing van enkele actuele problemen dichterbij moeten brengen: milieubelasting van constructiematerialen, inclusief beheer, gebruik en sloop; energiebesparing en beperking uitstoot van broeikasgassen; bevorderen hergebruik bouw- en sloopafval; de impact van menselijke activiteiten op de conditie van de bodem. Een belangrijke vraag, die in de discussies opkomt, is wie verantwoordelijk kan worden gemaakt voor bouw- en sloopafval: aannemers, fabrikanten of lokale overheden. 14 Over winnen in Overijssel

56 4 Winzones en bijbehorende zandwinningen In het streekplan Overijssel zijn voor de volgende gebieden winzones opgenomen. Voor deze winzones zijn in onderstaande tabel een aantal gegevens van de bijbehorende gebundelde zandwinningen weergegeven. Gemeente Winzone Oppervlak winzone Vergunning Oppervlakte vergunning Hof van Twente (in ha) De Domelaar 77 Beton- en metselzand (bmz) Haverlanden + 60 Uitbreiding in voorbereiding Zwolle Haerst 96 Beton- en metselzand Raalte Twenterand Het Hooge Broek Bruto-nettoverhouding Oosterweilanden 120 Beton- en metselzand 221 Bmz-winning 75 á 100 ha in voorbereiding Hardenberg De Dooze 209 Anker (zand voor kalkzandsteen) Steenwijk Eesveense Hooilanden Bruto (ha) Netto (ha) 71,1 52,1 26,7% 94,3 70,5 25,2% 69,7 46,6 33,1% ,5 31,3% Balderhaar (bmz) 31,1 22,7 27% Crullsweg (ophoogzand) Uitbreiding VOF CombiDooze ca. 16 ha in voorbereiding 7,2 5,7 20,8% 39 Ophoogzand 34,9 27,1 22,3% Staphorst De Hooidijk 89 Ophoogzand 23,4 18,9 19,2% Hardenberg Collendoorn 35 Ophoogzand 26,0 20,0 23,1% Hardenberg Oude Vaart 21 Ophoogzand In proced ure Twenterand Westerhaar 19 Ophoogzand 14,3 7,7 46,2% Losser De Oelemars 73 Ophoogzand % Enschede Het Rutbekerveld 53 Ophoogzand 54,3 36,5 Zwolle Sekdoorn 101 Ophoogzand 52,3 38,3 26,8% Zwolle Polder Mastenbroek 356 Reservering Totaal ,1 28% Over winnen in Overijssel 15

57 5 Geraadpleegd onderzoek Adviesbureau De Meent, Verondiepen van diepe plassen met categorie 1 - grond; een verkenning van de mogelijkheden Alterra, Groen ontgronden, Realisatie EHS en robuuste verbindingen door middel van ontgrondingen voor delfstoffenwinning een verkenning van mogelijkheden, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Publicatiereeks Grondstoffen 2003/17, september 2003 Arcadis, Ophoogzandvoorziening Overijssel, september 2001 Beleidsnotitie Actief Bodembeheer Rijntakken, Provincie Gelderland, Overijssel en Utrecht en Ministerie Verkeer en Waterstaat, mei 2003 CUR preadviescommissie PC 130 Zandwinputten en taludinstabiliteit, preadvies, januari 2003 Eénmalig advies van de Commissie Tommel over de taakverdeling van de provincies alsmede Rijk (V&W) voor de winning van beton- en metselzand in de periode , juli 2002 Fugro Milieuconsult B.V./van Ruiten adviesbureau B.V., Regionale Bouwgrondstoffenmarkt in de vier noordelijke provincies, augustus 2002 Flankerend beleid voor beton- en metselzand; IPO/ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2002 Implementatieplan alternatieven winning beton- en metselzand, fase 1: studierapport Ministerie Verkeer en Waterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Het perspectief van burger en gemeente bij beton- en metselzandwinningen, een voorstudie, Publicatiereeks Grondstoffen 2003/13 Taken Landschapsplanning b.v. Inrichtingsvoorwaarden functionele ontgrondingen, 1 december 2003 Vereniging van Industriezand- en Grindproducenten, Over winnen; zandwinning als hefboom, november Over winnen in Overijssel

58 6 Begrippen en afkortingen Begrippen asfaltbeton: Een warm bereid mengsel van mineraal aggregaat met een bitumeneus bindmiddel en eventueel toeslagstoffen asfaltzand: Natuurlijk zand of een mengsel van natuurlijk zand en brekerzand toegepast bij de fabricage van bitumineuze mengsels (asfaltbeton). afvalstof: alle stoffen waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering ervan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. baggerspecie: uit waterbodems ontgraven bodemmateriaal. beton- en metselzand (bmz): natuurlijk grof zand, toegepast in betonmortel, betonwaren en metselspecie. Het betreft zand met een gemiddelde korrelgrootte van meer dan 300µm en een maximale korrelgrootte van 2000 µm ( 2mm bovengrens zandfractie). In beton wordt relatief veel grof zand wordt gebruikt, doorgaans onder bijmenging van fijn grind (2-4 mm). betongranulaat: granulaat dat verkregen is door selectief slopen en adequaat bewerken (breken en zeven) van betonpuin. betonzand: een mengsel van natuurlijk grof zand en fijn grind, gebruikt voor de productie van betonwaren en betonmortel. In NEN5905 wordt dit mengsel 0-4 genoemd. Het in de praktijk gangbare betonzand is grover dan de volgens bovengenoemde NEN-norm voor de korrelopbouw geldende ondergrens. breker(zeef)zand: een fijnkorrelig, hoofdzakelijk natuurlijk materiaal, dat vrijkomt als bouw- en sloopafval en in een sorteerinrichting de eerste zeefgang ondergaat voordat het materiaal in de breker wordt geleid (sorteren van gemengd bouw - en sloopafval). cementbeton: bouwstof in verharde toestand, bestaande uit een gegradeerd mengsel van zand, grind, en/of gebroken materialen, cement, water en eventueel hulp- en/of vulstoffen. emulsiebeton: mengsel bestaande uit mineraal aggregaat en bitumenemulsie, waaraan eventueel CEM I, poederkalk of emulgatoren mogen worden toegevoegd. functionele ontgronding: ontgronding gericht op bodemverlaging ten behoeve van het realiseren of versterken van een bepaalde functie(s). Dit vindt zowel plaats in stedelijk gebied (b.v. havens, waterpartijen, Over winnen in Overijssel 17

59 spaarbekkens, recreatieterreinen) als in landelijk gebied (b.v. retentievijvers, nevengeulen, natuurbouw). Het vrijkomen van oppervlaktedelfstoffen is van secundaire betekenis. granulaire bouwstof: bouwgrondstoffen met een korrelstructuur. De in dit plan beschouwde oppervlaktedelfstoffen en secundaire grondstoffen vallen onder dit begrip. grind: in de betekenis als bouwgrondstof: gesteente met overwegend afgeronde vormen van natuurlijke herkomst met een korrelgrootte tussen 4 mm en 63 mm. grond: niet vormgegeven bouwstof met een vaste structuur, die van natuurlijke oorsprong is, niet door de mens kan worden geproduceerd en onderdeel van de Nederlandse bodem uitmaakt. industriezand: industrieel geproduceerd zand, waarbij uit natuurlijke zanden mengsels worden samengesteld die aan specifieke eisen voor verschillende toepassingen voldoen. Betonmortels en metselmortels zijn de belangrijkste toepassingsgebieden van industriezand. De zanden die voor die toepassingen worden gebruikt, worden aangeduid met de verzamelnaam: beton- en metselzand. kalkzandsteenzand: natuurlijk zand, toegepast bij de productie van kalkzandstenen of -blokken. Daarvoor is een laag gehalte aan klei en leem vereist, een hoog kwartsgehalte (75-95%) en een brede korrelopbouw met een mediane korrelgrootte tussen 150 µm en 300 µm. Het is gewenst dat circa 10% kleiner is dan 150 µm en minimaal 20% groter is dan 500 µm. klei: een sterk samenhangende fijnkorrelige grondsoort die bestaat uit een mengsel van lutum (kleifractei, klastische deeltjes kleiner dan 2 µm) silt ( 2 µm - 63 µm) en zand. Klei wordt gebruikt in de grofkeramische industrie voor de vervaardiging van bakstenen, dakpannen, e.d. en in de dijkbouw. menggranulaat: samengesteld granulaat van beton- en metselwerkgranulaat in ongeveer gelijke verhouding. metselwerkgranulaat: granulaat dat is verkregen door selectief slopen en adequaat bewerken van metselwerkpuin. metselzand: natuurlijk zand dat wordt gebruikt voor de aanmaak van metselspecie, dat voldoet aan de eisen als gesteld in NEN3835. In de praktijk gangbaar metselzand is grover dan de volgens bovengenoemde NEN-norm voor de korrelopbouw geldende ondergrens. multifunctionele ontgronding ontgronding binnen een winzone oppervlaktedelfstoffen op de streekplankaart, die dient ter uitoefening van de functie oppervlaktedelfstoffenvoorziening en één of meer andere nevengeschikte functies. Deze functie(s) dienen vanaf het begin medepalend te zijn voor de inrichting en het beheer van het residu. ontgronding: afgraving gericht op verlaging van de bodem van land of water. oppervlaktedelfstof: een delfstof die voorkomt in de bodem en die kan worden gewonnen zonder dat ondergrondse mijnbouw nodig is. primaire grondstof: natuurlijke grondstoffen die verwerkt worden voor hun eerste toepassing. Dit kunnen vernieuwbare grondstoffen zijn zoals hout en schelpen en niet vernieuwbare grondstoffen zoals delfstoffen. In het bouwgrondstoffenbeleid wordt met primaire bouwgrondstoffen doorgaans de laatste categorie bedoeld. 18 Over winnen in Overijssel

60 recycling-brekerzand: zand uit bouw- en sloopafval, dat na het breken van het puin wordt afgezeefd. vernieuwbare grondstoffen: zogenaamde biotische, d.w.z. levende grondstoffen die in de natuur of door telen steeds opnieuw kunnen ontstaan. In tegenstelling tot de abiotische of niet-levende grondstoffen waarvan de voorraden eindig zijn. Voorbeelden van vernieuwbare bouwgrondstoffen zijn hout, gras, stro en schelpen. zand: grondsoorten die volgens de geologische definitie de fractie klastische deeltjes met een diameter van 63 µm tot 2000 µm (=2mm) omvat. zeefzand: fijnkorrelig en hoofdzakelijk zandig materiaal dat vrijkomt wanneer bouw- en sloopafval een eerste zeefgang ondergaat voordat het materiaal in de breker wordt geleid. Gebruikte afkortingen AGRAC: een gebonden asfaltgranulaat bestaand uit een mengsel van asfaltgranulaat, zand, cement en water of een mengsel van asfaltgranulaat, zand, bitumenemulsie, cement en water. Er wordt een onderscheid gemaakt in type A1 en type A2 Bmz: Beton- en metselzand BRAC: Granulaat uit schoon of teerhoudend breekasfaltcement µm: micrometer CIM: Centrum voor Immobilisatie CUR: Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving GWW: Grond-, weg- en Waterbouwkundige werken IPO: het InterProvinciaal Overleg MER: milieu-effect rapport NNI: Nederlands Normalisatie Instituut PIA: het Project Implementatie alternatieven winning beton- en metselzand SOD: Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen, een PKB waarin het Rijksbeleid met betrekking tot de voorziening in bouwgrondstoffen is neergelegd Over winnen in Overijssel 19

Over winnen in Overijssel

Over winnen in Overijssel Over winnen in Overijssel Beleidskader Bouwgrondstoffen Vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel 22 juni 2005 Colofon Datum Juni 2005 Oplage 200 Auteur S.J. Bennema Fotografie/Illustraties Voorpagina:

Nadere informatie

Omgevingsverordening Overijssel - Kaarten en bijlagen. Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel, 13 september 2016

Omgevingsverordening Overijssel - Kaarten en bijlagen. Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel, 13 september 2016 Omgevingsverordening Overijssel - Kaarten en bijlagen Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel, 13 september 2016 Omgevingsverordening Overijssel - Kaarten en bijlagen Ontwerp Omgevingsverordening Overijssel

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen,

Winning en verbruik van oppervlaktedelfstoffen, Indicator 16 januari 2018 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Veel bouwgrondstoffen als grind,

Nadere informatie

MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2017

MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2017 13 september 2018-2 - MONITORING In opdracht van Provincie Noord-Brabant Opgesteld door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven Auteur Anine Verbeek Antonet van den Berg Ron Verest

Nadere informatie

F O D I Federatie van Oppervlaktedelfstoffenwinnende Industrieën. Zorgvuldig winnen. Gedragscode Flora- en faunawet voor natuurbewust ontgronden

F O D I Federatie van Oppervlaktedelfstoffenwinnende Industrieën. Zorgvuldig winnen. Gedragscode Flora- en faunawet voor natuurbewust ontgronden F O D I Federatie van Oppervlaktedelfstoffenwinnende Industrieën Zorgvuldig winnen Gedragscode Flora- en faunawet voor natuurbewust ontgronden Zorgvuldig In Nederland is in het verleden veel zand, grind,

Nadere informatie

FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën

FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën FODI Federatie van Oppervlakte Delfstoffenwinnende Industrieën Koepel van het Nederlandse grondstofwinnende bedrijfsleven De leden van FODI zijn in principe brancheorganisaties. Zand (beton, wegfundering)

Nadere informatie

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Beschikking Betreft : functietoekenning en aanwijzing zwemwaterlocaties 2016 Datum beschikking : 10.05.2016 Kenmerk : 2016/0146784 1 Colofon

Nadere informatie

MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2014

MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2014 MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN 2014 Provincie Noord-Brabant MONITORING OPPERVLAKTEDELFSTOFFEN PROVINCIE NOORD-BRABANT VERSLAGJAAR 2014 In opdracht van Opgesteld door Auteurs provincie Noord-Brabant

Nadere informatie

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing Provinciale Staten van Overijsse PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& Dat. 1 8 DEC 2013 ontv.: Routing a.d. Bijl.: Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88

Nadere informatie

Partiële herziening POL-aanvulling Grensmaas (2010), tevens partiële herziening van POL2006. Inhoud.

Partiële herziening POL-aanvulling Grensmaas (2010), tevens partiële herziening van POL2006. Inhoud. Partiële herziening POL-aanvulling Grensmaas (2010), tevens partiële herziening van POL2006. Inhoud. 1. Inleiding 2. Aanleiding voor het intrekken van de status van concrete beleidsbeslissing. 3. Intrekking

Nadere informatie

Onderwerp Advies PCFL en standpunt NMO over Windenergie Noordoost-Overijssel en partiële herziening streekplan.

Onderwerp Advies PCFL en standpunt NMO over Windenergie Noordoost-Overijssel en partiële herziening streekplan. www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 26 73 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum RWB/2004/226 02 02

Nadere informatie

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Ontwerpbeschikking Betreft : functietoekenning en aanwijzing zwemwaterlocaties 2016 Datum ontwerpbeschikking : 23.02.2016 Kenmerk : 2016/0052721

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot

Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder Gemeente Oirschot Maart 2007 1 Inleiding Decentralisatie van de hogere waardeprocedure is onderdeel van de gewijzigde Wet geluidhinder die per

Nadere informatie

Procedureel De aanvraag voor de onderhavige vergunning werd gedaan bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (hierna: EL&I).

Procedureel De aanvraag voor de onderhavige vergunning werd gedaan bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (hierna: EL&I). > Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG Rijkswaterstaat De heer D-J. Zwemmer, Projectmanager Boskalis Postbus 164 6700 AD WAGENINGEN Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG www.rijksoverheid.nl/eleni T 070

Nadere informatie

bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2013, Hoge Heiligenweg 12 datum: 5 september 2013 projectnummer: R.2011 gemeente Maasdriel

bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2013, Hoge Heiligenweg 12 datum: 5 september 2013 projectnummer: R.2011 gemeente Maasdriel bestemmingsplan Ammerzoden herziening 2013, Hoge Heiligenweg 12 status: vastgesteld datum: 5 september 2013 projectnummer: 202360R.2011 adviseurs: Jke / Wle gemeente Maasdriel Inhoudsopgave Hoofdstuk

Nadere informatie

Bomenbeleidsplan Sliedrecht

Bomenbeleidsplan Sliedrecht Bomenbeleidsplan Sliedrecht Bomenbeleidsplan Sliedrecht Afdeling Plantsoenen en Reiniging Sliedrecht, 2009 Inhoud 1. Inleiding 1 2. Definiëring boomcategorieën en status 2 3. Herplant- en compensatiebeleid

Nadere informatie

Beleidskader windenergie

Beleidskader windenergie Bijlage 1 Beleidskader windenergie Europese richtlijn 2009/28/EG De Europese richtlijn 2009/28/EG verplicht Nederland om in 2020 14 procent van het totale bruto-eindverbruik aan energie afkomstig te laten

Nadere informatie

s t r u c t u u r v i s i e G o o r Goor 202

s t r u c t u u r v i s i e G o o r Goor 202 VISIEKAART 8 9 s t r u c t u u r v i s i e G o o r 2 0 2 5 structuu Goor 202 rvisie 5 1. Structuurvisie Goor 2025 2. Analyse 3. Visie en ambitie: Goor in 2025 4. Ruimtelijke kwaliteit 5. Wonen 6. Economie

Nadere informatie

Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer

Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer meer ruimte voor haven verbetering kwaliteit leefomgeving 2 Projecten voor haven en leefomgeving procedures voor de uitvoering Het Project Mainportontwikkeling

Nadere informatie

Visie op Zuid-Holland. Verordening Ruimte. Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS

Visie op Zuid-Holland. Verordening Ruimte. Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS Visie op Zuid-Holland Verordening Ruimte Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS GS 21 mei 2013 ONTWERP VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING RUIMTE Provinciale Staten van

Nadere informatie

Ontwerp-BESLUIT. Besluit van Provinciale Staten van de Provincie Noord-Brabant van ( ), met kenmerk ( )

Ontwerp-BESLUIT. Besluit van Provinciale Staten van de Provincie Noord-Brabant van ( ), met kenmerk ( ) BIJLAGE 3 Ontwerp-BESLUIT Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 [email protected] www.brabant.nl Bank ING 67.45.60.043 Postbank 1070176 Onderwerp

Nadere informatie

Z A N D I N B A L A N S

Z A N D I N B A L A N S Z A N D I N B A L A N S bouwstenen voor een evenwichtig ontgrondingenbeleid E E N A C T U A L I S E R I N G V A N H E T O N T G R O N D I N G E N B E L E I D I N D E P R O V I N C I E G R O N I N G E N

Nadere informatie

11 MRT Afvyijkingsprocedure gemeente Hof van Twente gemeentelijk gronddepot De Bree.

11 MRT Afvyijkingsprocedure gemeente Hof van Twente gemeentelijk gronddepot De Bree. Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl [email protected] VAN Pravinciale Staten Dat. ontv.: 11 MRT 2008 Routing a.d. Biil.: Inlichtingen

Nadere informatie

De vergunninghouder. Watervergunning. voor het plaatsen van een aanlegsteiger met meerpalen nabij Dijksgracht 23 in Amsterdam. Datum 25 juli 2018

De vergunninghouder. Watervergunning. voor het plaatsen van een aanlegsteiger met meerpalen nabij Dijksgracht 23 in Amsterdam. Datum 25 juli 2018 De vergunninghouder Datum 25 juli 2018 Kenmerk DMS2018-0030860 Zaaknummer WN2018-004141 Watervergunning voor het plaatsen van een aanlegsteiger met meerpalen nabij Dijksgracht 23 in Amsterdam. Uw kenmerk/projectcode:

Nadere informatie

1 6 DEC Streekplanafwijkingsprocedure School Eerde, Kasteellaanl te Ommen (gemeente Ommen).

1 6 DEC Streekplanafwijkingsprocedure School Eerde, Kasteellaanl te Ommen (gemeente Ommen). VAN Reg.nr. pr v * Dat. ontv.: 1 6 DEC 2008 i a.d. Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 provincie.overijssel.nl [email protected] Routing Bijh: RABO

Nadere informatie

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ambachtsschool Gemeente Enschede Programma Stedelijke Ontwikkeling Team Bestemmingsplannen Februari 2016 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

Nadere informatie

Jij kleurt Overijssel. Ontwerp - Omgevingsvisie en - Omgevingsverordening september 2016

Jij kleurt Overijssel. Ontwerp - Omgevingsvisie en - Omgevingsverordening september 2016 Jij kleurt Overijssel Ontwerp - Omgevingsvisie en - Omgevingsverordening september 2016 Jij kleurt Overijssel In 2030 ziet Overijssel er anders uit dan nu. En in 2050 zal er weer van alles veranderd zijn.

Nadere informatie

PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN

PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN Concept PERMANENTE BEWONING VAN RECREATIEWONINGEN BELEIDSNOTITIE VAN GEDEPUTEERDE STATEN DECEMBER 2004 1. Doel en Aanleiding In haar brief van 11 november 2003 aan de Tweede Kamer heeft de Minister van

Nadere informatie

*Z04630B9E6E* Ruimtelijke onderbouwing. Bouwen van een loods op het perceel Westerweg 21 Ouddorp. Initiatiefnemer: Maatschap Aleman-Sperling

*Z04630B9E6E* Ruimtelijke onderbouwing. Bouwen van een loods op het perceel Westerweg 21 Ouddorp. Initiatiefnemer: Maatschap Aleman-Sperling *Z04630B9E6E* Registratienummer: Z -14-38204 / 39321 Ruimtelijke onderbouwing Bouwen van een loods op het perceel Westerweg 21 Ouddorp Initiatiefnemer: Maatschap Aleman-Sperling Opgemaakt: 16 april 2015

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A.

Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A. Raadsvoorstel Agendapunt: 12b Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn Portefeuillehouder: wethouder F.S.A. Wissink Samenvatting: In april 2008 heeft uw raad besloten in te stemmen met

Nadere informatie

website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1

website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1 website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1 Ons kenmerk RO/2009015319 Behandeld door de heer B. Klijs (0592) 36 56 64 Onderwerp: Vergunning artikel 19d van de Natuurbeschermingswet (Nb-wet) 1998 BESLUIT

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

afdeling ruimtelijke en economische ontwikkeling, I. Feenstra, telefoonnummer (0521) ;

afdeling ruimtelijke en economische ontwikkeling, I. Feenstra, telefoonnummer (0521) ; Raadsvoorstel nr. : 2002/180 Aan de gemeenteraad. Raadsvergadering : 17 december 2002 Agendapunt : 19 Steenwijk, 3 december 2002. Onderwerp: Rijstelling bestemmingsplan Giethoorn 1994 Voorstel besluit

Nadere informatie

Wet geluidhinder. Ontwerp-beschikking

Wet geluidhinder. Ontwerp-beschikking Wet geluidhinder Ontwerp-beschikking Besluit tot vaststelling van een HOGERE GELUIDGRENSWAARDE ingevolge art. 83 en 110a t/m 110h Wet geluidhinder, in samenhang met een besluit tot herziening van het bestemmingsplan

Nadere informatie

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Aalst, Prins Hendrikstraat naast 3

Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Aalst, Prins Hendrikstraat naast 3 Nota behandeling zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (procesnota) bestemmingsplan Aalst, Prins Hendrikstraat naast 3 Bestemmingsplan : Aalst, Prins Hendrikstraat naast 3 Datum vaststelling raad : 29

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 158 Besluit van 29 april 2008, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet

Nadere informatie

Nota vooroverleg bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht

Nota vooroverleg bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht Nota vooroverleg bestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan Tramlijn Vlaanderen Maastricht ( TVM

Nadere informatie

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU 5 -minuten versie voor Provinciale Staten provincie HOLLAND Directie DLB Afdeling Samenleving en Economie Registratienummer 489015306 {DOS-2007-0015748) Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : WF Recycling Aangevraagde activiteiten : Beperken capaciteit opslag gevaarlijke afvalstoffen Locatie : Bedrijvenweg 47

Nadere informatie

Beoogde uitbreiding zandwinning Netterden. Datum: woensdag 23 oktober 2013. Netterden Zand en Grind BV. Inleiding

Beoogde uitbreiding zandwinning Netterden. Datum: woensdag 23 oktober 2013. Netterden Zand en Grind BV. Inleiding Onderwerp: Beoogde uitbreiding zandwinning Netterden Datum: woensdag 23 oktober 2013 Van: Inleiding Netterden Zand en Grind BV Voorliggende notitie vormt een uitwerking van de kennismaking van de raden

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Schakerpad 5 in Twello

Ruimtelijke onderbouwing Schakerpad 5 in Twello Ruimtelijke onderbouwing Schakerpad 5 in Twello Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op 2 november 2010 is door het college van burgemeester en wethouders het principebesluit genomen om medewerking te

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel. Onderwerp Wet ammoniak en veehouderij: aanmerken kwetsbare gebieden.

Provinciale Staten van Overijssel. Onderwerp Wet ammoniak en veehouderij: aanmerken kwetsbare gebieden. www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 27 03 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum LNL/2004/176

Nadere informatie

De paragrafen en worden in het kader van deze partiële herziening als volgt gewijzigd;

De paragrafen en worden in het kader van deze partiële herziening als volgt gewijzigd; Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland 2006 Beleidsaanpassing windenergie inzake vrijwaring van de gemeenten Noordoostpolder en Urk en Markermeer, IJmeer en IJsselmeer. De paragrafen 5.7.1 en 7.3.4

Nadere informatie

Ontwerpbestemmingsplan

Ontwerpbestemmingsplan Geanonimiseerd Gemeente Berkelland Augustus 2015 Verslag terinzagelegging Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, Hambroekplas Borculo 2015 1 Verslag van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan

Nadere informatie

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING 2 BELEIDSKADER EN WETGEVING De kern van deze bewonersvisie is dat natuur de belangrijkste beleidsfunctie is van het gebied waarbij de gebiedswaarden rust, stilte en donkerte centraal moeten staan en dat

Nadere informatie

Jeroen Overbeek, Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling

Jeroen Overbeek, Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Raadsmemo Datum: 28 januari 2014 Aan: Gemeenteraad van Hof van Twente Kopie aan: Van: Voor informatie: Onderwerp: mr. ing. B.J. Sijbom Jeroen Overbeek, Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Verondiepen

Nadere informatie