Reële valsheid vs. virtuele valsheid
|
|
|
- Hugo Timmermans
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Doctrine Reële valsheid vs. virtuele valsheid I. Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit als antwoord op misbruiken van informaticasystemen Inleiding...1 I. Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit als antwoord op misbruiken van informaticasystemen II. Valsheid in informatica: Valsheid in geschriften in een modern jasje? A. Vergelijking tussen beide misdrijven 1. Constitutieve bestanddelen Strafmaat Onderscheiden hoedanigheden dader B. Verantwoord onderscheid? III. Valsheid in geschriften en valsheid in informatica: hetzelfde garen hoort op hetzelfde klosje Conclusie Inleiding Charlotte Conings Assistente Instituut voor strafrecht (KU Leuven) Belgian Cybercrime Centre of excellence for training, research & education 1. De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit introduceerde onder meer het wanbedrijf valsheid in informatica in het strafwetboek (art. 210bis Sw.). De creatie en het gebruik van valse digitale bestanden wordt daardoor strafbaar gesteld. Het misdrijf vormt een verdere uitbreiding van het hoofdstuk inzake valsheden en vertoont erg veel gelijkenissen met de misdaad valsheid in geschriften (art. 196 Sw.). Wat is precies het verschil tussen beide misdrijven, in theorie en in praktijk? Is dit onderscheid houdbaar in een samenleving die steeds meer geïnformatiseerd geraakt? Werd bovendien niet al van in het begin een artificieel onderscheid gemaakt om op die manier een groter probleem uit de weg te gaan, namelijk de zich steeds meer opdringende herschrijving van het hoofdstuk over valsheden? Is de valsheid in informatica een goed doordachte schepping of louter een product van wetgevende luiheid? 2. Met de wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit heeft de wetgever verschillende nieuwe misdrijven aan het Strafwetboek toegevoegd: valsheid in informatica (art. 210bis Sw.), informaticabedrog (art. 504quater Sw.), hacking (art. 550bis Sw.) en ongeoorloofde datamanipulatie (art. 550ter Sw.) 1. Die nieuwe misdrijven moesten de overheid in staat stellen op een efficiëntere wijze op te treden tegen misbruiken van informaticasystemen. Voordien bestond er immers grote onzekerheid of bepaalde klassieke misdrijven (valsheid in geschriften, diefstal ) ook van toepassing konden zijn in een geïnformatiseerde context 2. De Bistel-zaak vormt een mooie illustratie van hoe men vóór de nieuwe wet soms een al te verregaande analogische toepassing maakte van de bepalingen van het Strafwetboek uit het Papieren Tijdperk, wat zorgde voor grote rechtsonzekerheid 3. Deze zaak had een geval van hacking tot voorwerp. De beklaagden verschaften zich namelijk toegang tot het Bistel-systeem via andermans paswoord 4. Hacking was nog niet als misdrijf in de wet omschreven maar werd wel als maatschappelijk onaanvaardbaar beschouwd. Daarom vatte de rechter in eerste aanleg de gedraging onder enkele klassieke misdrijven, namelijk valsheid in geschriften, diefstal van computerenergie met gebruik van valse sleutels en verduistering van een aan de RTT 5 toevertrouwde mededeling. In hoger beroep werd enkel de laatste veroordeling behouden. Ook die veroordeling bleef echter niet gespaard van kritiek Hoewel we de nood aan modernisering van het Strafwetboek en het nut van nieuwe misdrijven als bescherming tegen 1 Wet 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit, BS 3 februari E. Baeyens, Informatica en strafrecht: oude griffels nieuwe leien, T. Strafr. 2007, afl.6, 404; S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, Corr. Brussel 8 november 1990, Computerr. 1991, afl. 1, 31; B. De Schutter, Het Belgische Bistel-Syndroom, Computerr. 1991, afl. 3, ; O. Leroux, Le faux informatique, JT 2004, afl. 6140, Een voormalige medewerker van de eerste minister verschafte zich namelijk, onder het oog van een journalist, toegang tot de databanken en het communicatiesysteem van de overheid door gebruik te maken van het oude, onveranderde en weinig originele paswoord van de eerste minister. Ze namen niet enkel kennis van vertrouwelijke informatie van de staat maar blokkeerden ook de toegang van de eerste minister tot het systeem. 5 Belgische telefoonmaatschappij Regie van Telegraaf en Telefoon. 6 C. Erkelens, Nullem crimen sine lege, nulla poena sine lege: quid?, Dr. Inform. 1991, afl. 1, 54-56; S. Gutwirth, Waarheidsaanspraken in recht en wetenschap. Een onderzoek naar de verhouding tussen recht en wetenschap met bijzondere illustraties uit het informaticarecht, Antwerpen, Maklu, 1993, NR maart 2013
2 misbruiken van informaticasystemen niet ontkennen, stellen we ons toch vragen bij de nood aan en het nut van het geheel nieuwe misdrijf valsheid in informatica. Is dit misdrijf niet louter het modernere broertje van de verouderende valsheid in geschriften? Was een verjongingskuur voor die klassieke valsheid in geschriften niet meer op zijn plaats geweest? II. Valsheid in informatica: Valsheid in geschriften in een modern jasje? 4. De wet van 28 november 2000 heeft afdeling IIbis inzake valsheid in informatica toegevoegd aan het hoofdstuk van valsheid in geschriften en telegrammen in het Strafwetboek. Het hoofdstuk kreeg dan ook de nieuwe naam valsheid in geschriften, in informatica en in telegrammen. Zo vermeed de strafwetgever, naar eigen zeggen, een herziening van de complexe bepalingen inzake valsheid in geschriften terwijl hij tegelijkertijd duidelijk maakte dat de door de doctrine en jurisprudentie ontwikkelde principes inzake valsheid in geschriften eveneens van toepassing waren op dit modernere misdrijf Heeft de wetgever wel de juiste keuze gemaakt? Had hij niet beter de artikels inzake de valsheid in geschriften aangepast aan de noden van de moderne maatschappij, om op die manier te komen tot een uniformer geheel? De klassieke valsheid in geschriften wordt bovendien steeds minder relevant gelet op de toenemende informatisering van onze samenleving. Niet enkel de bedrijfswereld maar ook de administratie en zelfs stilaan justitie volgen die trend. De motivatie van de wetgever om niet te raken aan de klassieke bepalingen overtuigt niet. Hij wou immers «bewust afwijken van de achterhaalde complexiteit van de gemeenrechtelijke bepalingen over valsheid» (onderscheid tussen categorieën personen, onderscheid tussen aard van documenten) 8. In plaats van het probleem te verhelpen, heeft de wetgever het dus eerder ontlopen en zelfs vergroot. De invoering van een extra afdeling vergroot immers de complexiteit van het hoofdstuk over de valsheden. Een herziening dringt zich bovendien niet enkel op wegens het archaïsche en complexe karakter van de valsheden maar ook vanwege de overdreven sancties bij de valsheden uit afdeling I. Daar vinden we namelijk criminele straffen terug, die ondertussen een lange traditie kennen van routinematige correctionalisering in de praktijk 9. [ ABSTRACT ] Deze bijdrage gaat dieper in op de toegevoegde waarde van het misdrijf valsheid in informatica. De centrale vraag hierbij is of de wetgever er niet beter aan had gedaan in te grijpen in de steeds uitdijende strafwetgeving rond valsheden door in één ruime strafbaarstelling te voorzien die alle strafbare vormen van waarheidsvermomming in duurzame dragers zou omvatten. Cette contribution traite plus à fond la question de la plus-value du délit faux en informatique. La question centrale est de savoir si le législateur n aurait pas mieux fait d intervenir au niveau de la législation pénale concernant les faux législation qui s amplifie continuellement et de prévoir une large pénalisation de toutes les formes punissables de dissimulation de la vérité dans des porteurs durables. Charlotte CONINGS, Reële valsheid vs. virtuele valsheid, NjW 2013, A. Vergelijking tussen beide misdrijven 1. Constitutieve bestanddelen 6. Een eerste verschilpunt ligt in de constitutieve bestanddelen. In de parlementaire voorbereiding van 1999 zegt de strafwetgever nochtans met zoveel woorden dat de constitutieve elementen van beide bepalingen gelijklopen 10. Voor het subjectieve delictsbestanddeel volstaat het te verwijzen naar artikel 193 Sw. dat zowel voor valsheid in geschriften als voor valsheid in informatica een bijzonder opzet vereist Voor de objectieve delictsbestanddelen worden drie verschillende componenten van valsheid in geschriften onderscheiden: het materieel voorwerp (geschrift), de geïncrimineerde gedraging (waarheidsvermomming) en het gevolg (potentieel nadeel) 12. Een valsheid in informatica pleegt men door informaticagegevens in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending ervan te 7 Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , nr. 213/2,1 en nr. 213/4, 50; P. De Hert, De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit en het materieel strafrecht. Een wet die te laat komt of een wet die er nooit had moeten komen?, T. Strafr. 2001, 315; T. Laureys, Wet op de Informatica criminaliteit, Gent, Mys & Breesch, 2001, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , 9 L. Dupont, Valsheid in geschriften in X, Bijzonder strafrecht voor rechtspractici, Leuven, Acco, 1989, 161; A. Marchal, Faux commis dans les écritures et les dépêches télégraphiques in Les Novelles, Droit Pénal, II, Brussel, Larcier, 1967, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Senaat, , nr /3, Namelijk: Bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. Bedrieglijk opzet wijst op de bedoeling aan zichzelf of een ander een onrechtmatig voordeel te verschaffen. Zie voor een toepassing: Corr. Dendermonde 14 mei 2007, T. Strafr. 2007, afl. 6, 403, noot E. Baeyens; Corr. Dendermonde 28 november 2005, NjW 2006, S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, NR maart
3 veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van de gegevens verandert (art. 210bis Sw.). De traditionele valsheid in geschriften wordt bestraft met een criminele straf, terwijl op valsheid in informatica slechts een correctionele straf staat. 8. Ook voor valsheid in informatica moet er dus sprake zijn van waarheidsvermomming. Artikel 210bis Sw. omschrijft namelijk in de eerste plaats de mogelijke wijze van waarheidsvermomming 13. De waarheid wordt vermomd via datamanipulatie, in de meest ruime zin van het woord 14. De waarheidsvermomming heeft een wijziging van de juridische draagwijdte tot gevolg. De wetgever maakt nergens duidelijk wat precies wordt bedoeld met het wijzigen van de juridische draagwijdte. Enkel voorbeelden van informaticavalsheid kunnen hier verduidelijking bieden: het namaken van officiële certificaten, het vervalsen van namen van partijen in een digitaal contract, het namaken van kredietkaarten Daarnaast kan uit de parlementaire voorbereiding van 1999 worden afgeleid dat de wijziging van de juridische draagwijdte bovendien wordt beschouwd als het door het misdrijf toegebrachte nadeel 16. Ook al kan men zich situaties inbeelden waarin datamanipulatie heeft plaatsgevonden maar de realisatie van een effectief nadeel in de praktijk is uitgebleven (bijvoorbeeld wegens vroegtijdige ontdekking), toch is volgens de wetgever reeds sprake van een effectief nadeel zodra de juridische draagwijdte werd gewijzigd. De focus ligt op de gevaarzetting, eerder dan op de schade. Ook voor valsheid in informatica blijkt bijgevolg, in de praktijk, een potentieel nadeel te volstaan 17. Het verschil met de klassieke valsheid in geschriften ligt zodoende niet in de geïncrimineerde gedraging noch in de gevolgen van het misdrijf. Het moet daarom gezocht worden in het verschil tussen het strafrechtelijk beschermd geschrift en informaticagegevens. 10. Een strafrechtelijk beschermd geschrift is [1] ieder geschrift [2] dat een gedachte uitdrukt, [3] een juridische draagwijdte 13 T. De Maere en J. Keustermans, Tien jaar wet informaticacriminaliteit, RW , A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 35; J. Kerkhofs, P. Van Linthout, Cybercriminaliteit doorgelicht, T. Strafr. 2010, P. De Hert, De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit en het materieel strafrecht. Een wet die te laat komt of een wet die er nooit had moeten komen?, T. Strafr. 2001, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , 17 Corr. Dendermonde 25 mei 2007, TGR TWVR 2007, 351; J. Kerkhofs, P. Van Linthout, Cybercriminaliteit doorgelicht, T. Strafr. 2010, 182. heeft en [4] zich opdringt aan het openbaar vertrouwen 18. Ook informaticagegevens moeten overeenkomstig artikel 210bis Sw. een juridische draagwijdte hebben 19. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt bovendien dat ook hier de voorwaarde geldt dat zij zich aan het openbaar vertrouwen moeten opdringen 20, maar dat die vereiste volgens de wetgever automatisch is vervuld wanneer de gegevens een juridische draagwijdte hebben 21. Verder wordt in de parlementaire voorbereiding het begrip informaticagegevens als volgt omschreven: «Voorstellingen van informatie die geschikt zijn voor opslag, verwerking en overdracht via informaticasystemen waarvan de materiële vormgeving elektromagnetisch, optisch of anderszins irrelevant is.» 22 Er kan identiteit worden gezien tussen de vereiste dat het moet gaan om voorstellingen van informatie en de vereiste van een gedachte-uitdrukking. Beiden vormen immers de grondvoorwaarde voor de waarheidsvermomming. Informatie wordt gevormd door gegevens (data), net zoals de gedachte-uitdrukking wordt gecreëerd door de elementen van het geschrift (bijv. woorden, getallen d.i. schrift). De combinatie van die gegevens brengt een betekenis met zich mee, die ligt in de gedachte of informatie 23. De verandering van de gegevens leidt tot een wijziging van de gedachte of informatie. Het is die wijziging op een tweede niveau, die de waarheidsvermomming met zich meebrengt 24. Uit voorgaande kan bijgevolg afgeleid worden dat het verschil tussen valsheid in informatica en valsheid in geschriften moet liggen in de termen informaticagegevens en geschrift. Een kleine parenthese is hier op zijn plaats. De wetgever is o.i. niet correct in zijn woordgebruik. Bij valsheid in geschriften kunnen we spreken over 3 niveaus. Op de eerste plaats is er het geschrift (het document). In het geschrift bevindt zich het schrift (de woorden, getallen, letters, d.i. gegevens). Dat schrift stelt in zijn geheel een bepaalde gedachte voor. Op dezelfde manier kunnen we bij valsheid in informatiegegevens spreken van een informaticabestand (bijv. worddocument, videobestand, opname-bestand), dat wordt gevormd door informaticagegevens (bijv. woorden, beeldfragmenten, binaire code) die informatie voorstellen. Wanneer de wetgever bijgevolg spreekt van een valsheid in geschriften, moet hij ook spreken van een valsheid in informaticabestanden. Immers, zowel het geschrift als het 18 S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, P. De Hert, De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit en het materieel strafrecht. Een wet die te laat komt of een wet die er nooit had moeten komen?, T. Strafr. 2001, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , nr. 213/1, 14; O. Leroux, Le faux informatique, JT 2004, afl. 6140, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , 22 Ibid. 23 S. Gutwirth, Fundamentele kanttekeningen bij de juridische beteugeling van informaticacriminaliteit: het juridisch statuut van informatie. In X, Informaticacriminaliteit, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1988, Als het daarentegen gaat om het manipuleren van computergegevens die geen gedachte weergeven, is er sprake van datamanipulatie. 240 NR maart 2013
4 informaticabestand vormen dragers van gegevens die een voorstelling kunnen vormen van een gedachte of informatie. Het eerste verschil tussen de misdrijven kunnen we situeren op het niveau van de gegevens. Bij valsheid in informatica spreekt de wetgever immers van geïnformatiseerde gegevens, terwijl hij bij valsheid in geschriften niet-geïnformatiseerde gegevens voor ogen heeft. Door te focussen op de loutere vorm van gegevens vallen perfect vergelijkbare situaties onder verschillende strafbaarstellingen. Te denken valt aan een valse geschreven factuur en een valse elektronische factuur. Dit onderscheid maakt bovendien vreemde situaties van samenloop denkbaar. Informaticagegevens worden immers schrift wanneer zij op een papieren drager worden geprint 25. Dit kan vragen doen rijzen over het toepasselijke misdrijf wanneer bijvoorbeeld informaticagegevens worden vervalst, uitgeprint, met de hand ondertekend en vervolgens via post en, ingescand, via worden verstuurd. In de parlementaire voorbereiding kunnen we bovendien lezen dat informaticagegevens ook beeld en spraak kunnen voorstellen, die als zodanig niet onder de bescherming van de bepalingen inzake schriftvervalsing ressorteren 26. Hier ligt het tweede verschil. Het begrip informaticagegevens kent een ruimer toepassingsgebied aangezien zij ook gesproken en visuele voorstellingen van informatie omvat. De wetgever vermeldt dit onderscheid langs zijn neus weg als antwoord op de prangende vraag in rechtsleer en rechtspraak of elektronische gegevens ook worden beschermd door de klassieke valsheidsdelicten. Die ondoordachte opmerking van de wetgever heeft echter wel tot gevolg dat bijvoorbeeld een valsheid in een afgedrukte foto niet strafbaar is onder valsheid in geschriften terwijl een valsheid in een digitale foto wel een valsheid in de zin van artikel 210bis Sw. uitmaakt Strafmaat 11. Naast een verschil in het toepassingsgebied kan ook een verschil in ernst van de inbreuk de aanleiding zijn geweest tot de aparte strafbaarstelling van beide misdrijven. Dat vloekt echter met het tegelijkertijd verkondigde uitgangspunt van de strafwetgever: offline = online 28. Als we naar de wet kijken is er wel degelijk een duidelijk verschil in strafmaat. De traditionele valsheid in geschriften wordt namelijk bestraft met een criminele straf, terwijl op valsheid in informatica slechts een correctionele straf staat. Dit wijst vreemd genoeg niet op een verschil in de ernst van de misdrijven. De wetgever heeft op die manier enkel rekening willen houden met de gestandaardiseerde correctio- 25 A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2005, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , 27 Enige nuancering is hier echter op zijn plaats: Een verandering in een foto die deel uitmaakt van een geschrift kan wel een valsheid in geschriften opleveren. Zie: Cass. 3 juli 1939, Pas. 1939, I, 344; Corr. Gent 8 december 1992, RW , 961, noot P. Arnou; L. Dupont, Valsheid in geschriften, in X, Bijzonder strafrecht voor rechtspractici, Leuven, Acco, 1989, Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , nr. 213/1, 17. nalisatie van de traditionele valsheid 29. Op die manier geeft de wetgever dus duidelijk aan dat ook de traditionele valsheid in de categorie van de wanbedrijven thuishoort. Een herziening van afdeling I van de valsheden zou dan veel logischer zijn geweest. Naast het verschil in de op te leggen sancties brengt het onderscheid misdaad wanbedrijf immers nog andere gevolgen met zich mee; bijvoorbeeld de onmogelijkheid tot rechtstreekse dagvaarding door de burgerlijke partij in geval van een misdaad. 12. Het wordt helemaal absurd wanneer blijkt dat de wetgever het bovendien nodig achtte een aparte strafbaarstelling van valsheden in te voeren in het nieuw Sociaal Strafwetboek. Ook daar maakt men het onderscheid tussen valsheid in geschriften en valsheid in informatica maar beide misdrijven worden er wel op dezelfde wijze bestraft. Die sanctie verschilt dan wel weer van de sancties in het Strafwetboek 30. Het was voor de wetgever dus blijkbaar nog niet ingewikkeld genoeg. In het fiscaal recht vinden we bovendien nog eens aparte strafbaarstellingen van valsheid in geschriften terug met aangepaste sancties 31. Bijzondere bepalingen over fiscale valsheid in informatica (Tax on Web) zijn daarentegen nergens te bespeuren, waardoor moet worden teruggegrepen naar de algemene valsheid in informatica 32. Een verschillende behandeling van visuele voorstellingen op papier en elektronische visuele voorstellingen is totaal achterhaald in een wereld waar digitaal en fysiek tastbaar continu door elkaar lopen. 3. Onderscheiden hoedanigheden dader 13. De strafmaat bij een valsheid in geschriften verschilt naargelang de hoedanigheid van de dader (particulier openbaar ambtenaar). Dit onderscheid wordt daarentegen niet gemaakt voor wat betreft de valsheid in informatica. Dit doet vragen rijzen vanuit het in de grondwet verankerde gelijkheidsbeginsel Wetsontwerp inzake informaticacriminaliteit, Parl. St. Kamer, , nr. 213/1, 10; S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, Art. 232 Wet van 6 juni 2010 tot invoering van het Sociaal Strafwetboek, BS 1 juli De sanctie die aldaar op het misdrijf wordt gesteld bestaat uit: hetzij een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600,- tot 6.000,- euro of uit één van die straffen alleen, hetzij een administratieve geldboete van 300,- tot 3.000,- euro. 31 Art. 450 WIB, art. 73bis WBTW. 32 Art. 210bis Sw. 33 F. De Villenfagne en S. Dusollier, La Belgique sort enfin ses armes contre la cybercriminalité: à propos de la loi du 28 novembre 2000 sur la criminalité informatique, 16 maart 2001,7-8; O. Leroux, Le faux informatique, JT 2004, afl. 6140, 518 e.v. NR maart
5 Er valt geen reden te bedenken waarom een verzwaring van de strafmaat enkel zou gelden voor een ambtenaar die een valsheid in geschriften pleegt, terwijl zijn modernere collega, die de valsheid via een geïnformatiseerde weg pleegt, geen verzwaring van de strafmaat hoeft te vrezen. Bijgevolg moet dit verschilpunt worden weggewerkt. B. Verantwoord onderscheid? 14. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat het onderscheid tussen valsheid in geschriften en valsheid in informatica kan worden teruggebracht tot twee kleine verschillen. Die kunnen o.i. de aparte strafbaarstelling echter niet verantwoorden. We zagen dat een eerste verschil ligt in het al dan niet geïnformatiseerde karakter van de gegevens. Als we vertrekken van het, o.i. correcte, uitgangspunt offline=online, kan dat onderscheid niet langer overeind blijven. Het tweede verschil betreft het ruimere toepassingsgebied van informaticagegevens (namelijk ook gesproken en visuele voorstellingen van informatie). Dat verschil in behandeling kan o.i. echter niet de bedoeling zijn geweest. Een verschillende behandeling van visuele voorstellingen op papier en elektronische visuele voorstellingen is immers totaal achterhaald in een wereld waar digitaal en fysiek tastbaar continu door elkaar lopen. III. Valsheid in geschriften en valsheid in informatica: hetzelfde garen hoort op hetzelfde klosje 15. Een gelijkschakeling tussen beide misdrijven dringt zich bijgevolg op en maakt komaf met de reeds geschetste reële virtuele schizofrenie die vandaag bestaat (bijv. de valse geschreven factuur ten aanzien van de valse elektronische factuur / de valsheid door een bijzondere persoon gepleegd in geschriften ten aanzien van de valsheid gepleegd door zijn modernere collega / de valsheid in de papieren visuele voorstellingen ten aanzien van elektronische virtuele voorstellingen enz.). De wetgever zal voor de aanduiding van het voorwerp van het misdrijf gebruik moeten maken van een algemene term die zowel geïnformatiseerde als niet-geïnformatiseerde gegevens omvat. Bovendien staat niet de wijziging van de gegevens op zich centraal maar wel de wijziging van de achterliggende betekenis. Wij raden daarom het gebruik van de term gedachte of informatie aan. Op de tweede plaats moet de wetgever duidelijk het toepassingsgebied van het misdrijf omschrijven. Ofwel kiest hij voor een beperkt toepassingsgebied waarbij het enkel gaat om gedachten/informatie op duurzame wijze uitgedrukt in schrift 34. Het materiële voorwerp van die strafbepaling is dan elke duurzame drager van een in schrift uitgedrukte gedachte. De term schrift moet dan in de ruime zin van het woord begrepen wor- 34 Onderscheid daarbij de notie schrift van de notie geschrift (supra). den en omvat niet enkel niet-geïnformatiseerde gegevens maar ook informaticagegevens. Ofwel opteert de wetgever voor een ruim toepassingsgebied dat ook duurzame gesproken en visuele voorstellingen van gedachten/informatie omvat. In dat geval is het materiële voorwerp van de strafbepaling elke duurzame drager van informatie 35. Gelet op de ratio legis van het misdrijf, is o.i. de tweede optie de juiste. Geschriften worden via de valsheid in geschriften immers beschermd wegens hun bewijsfunctie. Zij zijn drager van een gedachte en vormen het bewijs van die gedachte 36. Maar een gedachte kan ook vervat liggen in een auditieve of visuele weergave waarvan de bewijsfunctie vaak als belangrijker wordt ervaren. Leg maar eens een foto naast een geschrift met tegengestelde inhoud. De grote meerderheid zal zijn vertrouwen eerder stellen in de inhoud van de foto dan in de inhoud van de tekst. Dezelfde redenering geldt met betrekking tot een geluidsopname of videobestand. Bovendien is het aannemelijk dat in de toekomst steeds meer zal worden bewezen via beelden. Er worden immers steeds meer beeldopnames gemaakt in de huidige, geïnformatiseerde samenleving, waarin een groot deel van de bevolking zo goed als altijd een camera op zak heeft (bijv. ingebouwd in een gsm). Als we nu al kunnen vaststellen dat beelden van Google Earth of Google Street View worden gebruikt als bewijsmateriaal in een verzekeringszaak 37, dan kunnen we er niet omheen dat in de toekomst waarschijnlijk nog veel meer mogelijk wordt. Een sluitende bescherming van de authenticiteit en betrouwbaarheid van dergelijke auditieve of visuele voorstellingen is daarom noodzakelijk. 16. Uiteraard is bij zo een ruim geformuleerd toepassingsgebied van het valsheidsdelict ( elke duurzame drager van informatie ) de nood aan een duidelijke grens groot. Het is niet de bedoeling iedere wijziging van gedachten of informatie op een duurzame drager te vatten onder de strafbaarstelling. Wat de objectieve delictsbestanddelen betreft, vinden we vandaag de grens tussen strafbaar en niet-strafbaar terug in vage begrippen als juridische draagwijdte, openbaar vertrouwen en potentieel nadeel. We hebben bovendien kunnen vaststellen dat de wetgever deze begrippen in het kader van de informaticavalsheid aan elkaar koppelt. Als de gegevens een juridische draagwijdte hebben, dringen zij zich volgens de wetgever automatisch op aan het openbare vertrouwen. Bovendien wordt de wijziging van de juridische draagwijdte gelijk gesteld aan een effectief geleden 35 Zie hieromtrent ook: S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, 225 e.v. 36 S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, aspx?artikelid=dmf _084: Om in een appartement in te breken forceerden twee dieven een raamwerk op de benedenverdieping. Het slachtoffer vroeg om een terugbetaling van de verzekering. De verzekering weigerde de terugbetaling echter omdat de raamkozijnen van de woning verouderd waren. De man toonde via Google Street View echter aan dat enkele maanden daarvóór het raamwerk op de benedenverdieping wel degelijk vernieuwd was. 242 NR maart 2013
6 nadeel. Daarenboven laat de wetgever de invulling van het begrip juridische draagwijdte volledig over aan de rechter. De wetgever staat er dus blijkbaar op dezelfde criteria toe te passen in geval van valsheid in geschriften en valsheid in informatica en benadrukt op die manier de identiteit tussen beide misdrijven. Maar tegelijkertijd past de wetgever de criteria (juridische draagwijdte, openbaar vertrouwen, potentieel nadeel) op een zeer kunstmatige wijze toe bij de valsheid in informatica. We kunnen bijgevolg, zeker in het kader van de valsheid in informatica, niet spreken van een efficiënte rem op de toepassing van het strafrecht op valse voorstellingen van gegevens. Het misdrijf valsheid in informatica lijkt eerder een gevolg te zijn van de terughoudendheid van de wetgever om voor eens en altijd komaf te maken met de complexe, achterhaalde en te strenge regelgeving van valsheid in geschriften. Het verwoorden van een werkbare grens is dus noodzakelijk en zal allicht het moeilijkste aspect zijn van de hervorming van de valsheden. Een correcte toepassing van het bedrieglijk opzet, dat in de praktijk vaak al te laks wordt toegepast, zou zeker en vast al een hele stap in de goede richting zijn. Bovendien zou de wetgever er goed aan doen meer aandacht te besteden aan de ratio legis van de strafbaarheid van de valsheden. Het misbruik maken van de bewijsfunctie kan daarom o.i. best als centraal constitutief bestanddeel in de strafbaarstelling worden ingeschreven. Opdat er sprake kan zijn van een misbruik van bewijsfunctie moet de drager van informatie voldoende geloofwaardig zijn zodat een bonus pater familias erop mag vertrouwen dat de drager effectief de waarheid bevat. Er wordt als het ware misbruik gemaakt van de redelijke en geloofwaardige schijn van de drager van informatie en van de inhoud. Een e- mail van met daarin de vraag naar uw bankrekeninggegevens en de mededeling dat Dagobert op zijn oude dag zijn vermogen wil verdelen onder enkele gelukkigen, valt zodoende niet onder het misdrijf valsheid. Een aanpassing in een officieel doktersattest valt daarentegen wel onder het misdrijf valsheid. Vervolgens is het belangrijk te kijken naar wat er precies werd vervalst en of men het vervalste gedeelte heeft willen bewijzen. Dit vormt een onderscheiden subjectief delictsbestanddeel. De focus ligt dan niet meer op de drager (geschrift, bestand) maar op de gegevens (woorden, videofragmenten, ). Wanneer men bijvoorbeeld een document antidateert, dan heeft men de bedoeling daarmee aan te tonen dat het document daadwerkelijk op die bepaalde datum is opgesteld. Wanneer men een bedrag aanpast in een factuur, heeft men ook de bedoeling aan de hand van de factuur de daarin voorziene valse kost te bewijzen. Het fotoshoppen van modellen in reclame is daarentegen bijvoorbeeld niet gericht op het bewijzen van hun slanke lijn maar op het aanzetten tot kopen van de voorgestelde kledij. Het opzet situeert zich daarbij op een ander niveau. Conclusie 17. Het misdrijf valsheid in informatica lijkt eerder een gevolg te zijn van de terughoudendheid van de wetgever om voor eens en altijd komaf te maken met de complexe, achterhaalde en te strenge regelgeving van valsheid in geschriften. In deze bijdrage werden beide misdrijven met elkaar vergeleken en verschilpunten werden onderstreept. Die verschillen bleken echter een onderscheid in strafbaarstelling niet te verantwoorden. Eén ruime strafbaarstelling van valsheid in duurzame dragers van informatie moet het kluwen van regels rond valsheden vervangen. Dat zou de complexiteit van de valshedenwetgeving terugschroeven door een aanpak van alle vormen van valsheden op grond van hetzelfde artikel mogelijk te maken. Daarbij is het uiteraard niet de bedoeling iedere aanpassing van informatie strafbaar te stellen. Daarom werd de nood aan een duidelijke grens tussen strafbaar en niet strafbaar benadrukt. Voor de bepaling van die grens werden in deze bijdrage enkele suggesties gedaan. Het wordt hoog tijd dat de wetgever zijn obese valshedenwetgeving aanpakt: het wetgevend fotoshoppen van de voorbije jaren is immers niets meer dan zelfbedrog Deze bijdrage bevat enkel de visie van de auteur en verbindt niet de instellingen waarvan zij deel uitmaakt. NR maart
INHOUD LIJST VAN AFKORTINGEN...
INHOUD VOORWOORD... v DANKWOORD... LIJST VAN AFKORTINGEN... ix xxi INLEIDING... 1 1. Probleemstelling en relevantie van het onderzoek... 1 2. Opzet, afbakening en methode van het onderzoek en opbouw van
Het advies van de accountant of belastingconsulent en de rechtsdwaling in strafzaken
Het advies van de accountant of belastingconsulent en de rechtsdwaling in strafzaken J. VAN DROOGBROECK De accountant en de belastingconsulent verstrekken adviezen aan de onderneming die hem tewerkstelt
Informaticacriminaliteit
Informaticacriminaliteit Misdrijven spamming hacking sniffing spoofing defacing DoS aanval wormen/virussen Trojaanse paarden identiteitsdiefstal Juridisch? België Auteurswet Privacywetgeving Wet informaticacriminaliteit
Tien jaar wet informaticacriminaliteit
Tien jaar wet informaticacriminaliteit Jeff KEUSTERMANS Advocaat Gastdocent VUB en HUB Tina DE MAERE Advocaat De wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit bestaat tien jaar. Dit artikel
INHOUDSTAFEL DEEL I. MATERIEEL CYBERSTRAFRECHT... 37 WOORD VOORAF... 3 TEN GELEIDE... 5 INHOUDSTAFEL... 7
WOORD VOORAF... 3 TEN GELEIDE... 5 INHOUDSTAFEL... 7 INLEIDING... 15 1. Algemene inleiding... 15 2. Digitale recherche op het Web 2.0... 15 3. Old crimes new tools, new tools new crimes... 17 4. Cyberspace...
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 15 SEPTEMBER 2015
Not.nr. : GE45.FJ.4277/14-Sw4 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 15 SEPTEMBER 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: Stéphane Michel Christian W., zonder beroep, geboren te Boussu op (
Beroepsgeheim Ontwerp tot wijziging van artikel 458bis van het Strafwetboek
Beroepsgeheim Ontwerp tot wijziging van artikel 458bis van het Strafwetboek Doc: a135005 Tijdschrift: 135 Datum: 17/09/2011 Origine: NR Thema's: Beroepsgeheim Kwetsbare personen Mishandeling van een kind,
Steven Dewulf Studiecentrum voor militair recht en oorlogsrecht KMS 15 mei 2013
Steven Dewulf Studiecentrum voor militair recht en oorlogsrecht KMS 15 mei 2013 Rechtsmachtrecht Misdrijven op Belgisch grondgebied gepleegd Misdrijven buiten het grondgebied van het Rijk gepleegd Territorialiteitsbeginsel
Algemeen. Specifieke bepalingen in het Strafwetboek. Strafrechtelijke bepalingen in het Wetboek Vennootschappen
Algemeen Misdrijf................................. 3 Rechtspersoon - strafrechtelijke verantwoordelijkheid................................. 3 Straffen - natuurlijke personen............. 3 Straffen - rechtspersonen..................
CORRECTIONELE RECHTBANK TE MECHELEN OPENBARE ZITTING van 8 JUNI 2009
Griffie nr. 585 Not. Nr. ME43.L3.302-08 CORRECTIONELE RECHTBANK TE MECHELEN OPENBARE ZITTING van 8 JUNI 2009 De rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, 10 de kamer rechtsprekend in correctionele zaken,
STRAFVERVOLGING VAN PROCES-VERBAAL TOT VEROORDELING
STRAFVERVOLGING VAN PROCES-VERBAAL TOT VEROORDELING Christophe THIEBAUT Advocaat PAQUES, NOPERE & THIEBAUT Assistent UCL Maître de conférences FUCAM II- DE OPSPORING * Basisstuk van de strafprocedure *
DE VERJARING VAN DE STRAFVORDERING VOOR RECHTSPRACTICI. Onder redactie van Frank Verbruggen en Raf Verstraeten
DE VERJARING VAN DE STRAFVORDERING VOOR RECHTSPRACTICI Onder redactie van Frank Verbruggen en Raf Verstraeten Universitaire Pers Leuven 2005 Inhoudsopgave 7 TER INLEIDING 13 Raf Verstraeten VERJARING:
INLEIDING TOT HET FISCAAL STRAFRECHT
INLEIDING TOT HET FISCAAL STRAFRECHT M R. F R A N K VA N D E W A L L E A D V O C A A T B A L I E A N T W E R P E N A D VOCAAT- VENNOOT A N T A X IUS A D VOCATEN CVBA INHOUDSTAFEL 1. Inleiding 2. Algemene
Arbitragecommissie. Advies over de sancties bepaald in artikel 5 van de wet
Advies nr. 2011/08 van 4 oktober 2011 Arbitragecommissie Wet van 19 december 2005 betreffende de precontractuele informatie bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten. Advies over de sancties bepaald
BART SPRIET. Art. 449. }1 [Hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de bepalingen van dit Wetboek
king in het Belgisch Staatsblad slechts geschieden zo het besluit niet door de Raad van State verbroken werd. Afdeling II Strafrechtelijke sancties Art. 449. }1 [Hij die met bedrieglijk opzet of met het
Publicatie : FEBRUARI Wet betreffende de bestraffing van corruptie
Publicatie : 1999-03-23 MINISTERIE VAN JUSTITIE 10 FEBRUARI 1999. - Wet betreffende de bestraffing van corruptie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Algemene inhoud. HOOFDSTUK 1 Algemene inleiding 3. HOOFDSTUK 2 Historische inleiding 5
Algemene inhoud Reeks Fiscaal Compendium Ten geleide Voorwoord Algemene bibliografie V VII IX XI DEEL I Inleiding HOOFDSTUK 1 Algemene inleiding 3 HOOFDSTUK 2 Historische inleiding 5 1. Eerste fase: voor
AFDELING III DE AANLEIDING VOOR EEN SOCIALE CONTROLE 13 DE VOORBEREIDING VAN EEN AANGEKONDIGDE SOCIALE CONTROLE 15
AFDELING I DE VASTSTELLING VAN HET BELEID TER BESTRIJDING VAN SOCIALE FRAUDE 1 1. Inleiding 1 2. De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst 2 3. Arrondissementscellen 6 3.1. Samenstelling van de arrondissementscellen
De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de commissaris. Jean-Pierre VANDE MAELE Advocaat balie Brussel
De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de commissaris Jean-Pierre VANDE MAELE Advocaat balie Brussel 1 De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de commissaris 1. Strafbepalingen in het Wetboek van
Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders
Aansprakelijkheid van bestuurders en zaakvoerders Peter VERSCHELDEN Accountant Moore Stephens Verschelden, Accountants en Belastingconsulenten Bedrijfsrevisor Moore Stephens Verschelden, Bedrijfsrevisoren
De draagwijdte van het fiscaal visitatierecht
De draagwijdte van het fiscaal visitatierecht 1 Wettelijke grondslag Art. 319 WIB92 Natuurlijke of rechtspersonen zijn gehouden aan de ambtenaren van de administratie der directe belastingen, voorzien
Sociale media en recht. Een studie van recente rechtspraak
Sociale media en recht Een studie van recente rechtspraak Arbeidsrecht (1) Het bewijs dat door de werkgever ter rechtvaardiging van een dringende reden voorgelegd wordt, is rechtmatig in het geval waarin
Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken
Vonnisnummer/ Griffienummer 1988/2018 Repertoriumnummer / Europees 2018/2551 Datum van uitspraak 7 november 2018 Naam van de beklaagde V. S. Systeemnummer parket 17CP16424 Rolnummer 18L001556 Notitienummer
Cybercriminaliteit doorgelicht
Doctrine Cybercriminaliteit doorgelicht Jan KERKHOFS * ** Substituut-procureur des Konings bij het parket van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde Philippe VAN LINTHOUT * ** Onderzoeksrechter
Algemene beginselen. Afdeling 1. De straffen
8 Deel I Strafrecht H o o f d s t u k 1 Algemene beginselen 1. Sinds 1981 zijn de bepalingen inzake de strafrechtelijke sancties in alle fiscale wetboeken gelijkluidend. Alle fiscale wetboeken bevatten
Hof van Cassatie van België
27 SEPTEMBER 2016 P.16.0556.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.16.0556.N P J G V, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Laurens Van Puyenbroeck, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, strafzaken
Vonnisnummer/ Griffienummer / \.\bi. /2015 Repertoriumnummer/ Europees 2015 / 461. Datum van uitspraak 18 maart 2015 Rolnummer niet in strafzaken Notitienummer parket 66.RW.500300/2013 Rechtbank van eerste
Second Life Criminaliteit in de virtuele wereld
Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2008-09 Second Life Criminaliteit in de virtuele wereld Masterproef van de opleiding Master in de rechten Ingediend door Sabrina Holvoet Stamnummer:
College van Procureurs-generaal stelt. jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor
Statistisch analisten van het Openbaar Ministerie College van Procureurs-generaal BRUSSEL College van Procureurs-generaal stelt jaarstatistiek 2015 van de correctionele parketten voor Persbericht 21 april
Hof van Cassatie van België
4 NOVEMBER 2014 P.13.1253.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.1253.N A B, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Stijn De Meulenaer, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te
WONINGKWALITEITSBEWAKING IN HET VLAAMSE GEWEST
WONINGKWALITEITSBEWAKING IN HET VLAAMSE GEWEST ISBN 978 90 4651 951 6 D 2008 2664 421 BP/R_P-BI8054 Verantwoordelijke uitgever: Hans Suijkerbuijk Ragheno Business Park Motstraat 30 B-2800 Mechelen Telefoon:
Hoofdstuk 1 Wat zijn grondrechten? 11. 1.1. Achtergrond 11. 1.2. Belangrijke vindplaatsen en codificaties van mensenrechten 14
Wegwijzer Inleiding TITEL I: HET GRONDRECHT PRIVACY EN HET GRONDRECHT BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS Inleiding 7 Hoofdstuk 1 Wat zijn grondrechten? 11 1.1. Achtergrond 11 1.2. Belangrijke vindplaatsen
I N H O U D Inleiding Hoofdstuk 1. Juridische aspecten inzake de persoonlijke levenssfeer en de verwerking van persoonsgegevens 1 Inleiding
INHOUD Inleiding 13 Hoofdstuk 1. Juridische aspecten inzake de persoonlijke levenssfeer en de verwerking van persoonsgegevens 15 1 Inleiding 15 2 Wettelijke bepalingen 15 3 Basisprincipes van de wet verwerking
Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en K.I. Mr. Martin Denys & Mr. John Toury
Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en K.I Mr. Martin Denys & Mr. John Toury Rechtspraak met betrekking tot het gebruik en misbruik van kadastrale gegevens en
Instelling. Onderwerp. Datum
Instelling hof van cassatie Onderwerp Valsheid in geschriften. Conclusie neergelegd in een procedure tot echtscheiding. Conclusie houdende een vordering tot onderhoudsgeld op grond van valse beweringen.
rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC...15 oktober 2018 Vonnis Inzake het Openbaar Ministerie
Vonnisnummer / Griffienummer / Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC...15 oktober 2018 Vonnis Aangeboden op Inzake het Openbaar Ministerie en BURGERLIJKE PARTIJ(EN)
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT 7 NOVEMBER 2017
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT 7 NOVEMBER 2017 In de zaak van het openbaar ministerie tegen: S. V. G., zonder gekend beroep, geboren te Gent op ( ), wonende te ( ) beklaagd van: A. Hetzij door daden,
Valse facturen: voldoende aanwijzing van fraude of niet?
Valse facturen: voldoende aanwijzing van fraude of niet? Onderzoek en controle Fiscale Actualiteit nr. 2017/10, pag. 1-5 De fiscus is gebonden aan strikte onderzoekstermijnen. Als de administratie onderzoek
Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten
Rechtsvordering : ook nadien niet-aangegeven inkomsten Auteur(s): Filip Smet Editie: 1202 p. 9 Publicatiedatum: 21 april 2010 Rechtbank/Hof: Cassatie Datum van uitspraak: 11 februari 2010 Wetboek: W.I.B.
Misdaad Wanbedrijf Overtreding
Materieel strafrecht praktische oefeningen : Kort schema : Bert Buysse Om tot een correcte beschrijving en analyse te komen van een casus in het materieel strafrecht moeten we een aantal stappen doorlopen,
Juridische kanttekeningen rond maaltijdzorg. Jan Vande Moortel Advamo Arteveldehogeschool Gent
Juridische kanttekeningen rond maaltijdzorg Jan Vande Moortel Advamo Arteveldehogeschool Gent WIE HEEFT BESLISSINGSRECHT? De patiënt Is hij nog bekwaam? Wie bepaalt de bekwaamheid? Zijn vertegenwoordiger
INHOUDSOPGAVE. III. Drugwet: 24 februari 1921 A. Inleiding 28 1. Algemeen... 28 2. Afbakening... 30 B. Wat is strafbaar?... 30 1. Algemeen...
INHOUDSOPGAVE I. Beleid A. Situering van het drugbeleid...1 B. De parlementaire werkgroep Drugs...2 C. De Federale Beleidsnota Drugs...4 D. Invloed van de wetswijziging in 2003...5 E. De richtlijn van
ius sanguinis principe geen probleem naturalisatie soms problematisch vb Nottebohm zaak (IG, 1955) [Liechtenstein-Guatemala]
1 Jurisdictie Personele Jurisdictie (19 november 2003) 2 Nationaliteit Nationaal aspect Iedere staat bepaalt vrij 2 principes worden meestal toegepast ius sanguinis ius soli vb België: Wetboek van de Belgische
Inhoudstafel INLEIDING TOT HET MATERIEEL EN STRAFPROCEDUREEL IS ER PLAATS VOOR SOCIALE MEDIA OP DE WERKVLOER?... 45
i Inhoudstafel INLEIDING TOT HET MATERIEEL EN STRAFPROCEDUREEL CYBERSTRAFRECHT: UITDAGINGEN VOOR DE ADVOCATUUR...... 1 Philippe Van Linthout & Jan Kerkhofs I. Inleiding..............................................
Inleiding. 1 Strafrecht
Inleiding 1 Strafrecht Plaats van het strafrecht Het strafrecht is, net als bijvoorbeeld het staatsrecht en het bestuursrecht, onderdeel van het publiekrecht. Het publiekrecht regelt de betrekkingen tussen
Rechtsweigering Art.5 Gerechtelijk Wetboek
Rechtsweigering Art.5 Gerechtelijk Wetboek FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 34 A 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W www.forumadvocaten.be I. Intrede Artikel 4 Burgerlijk
DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335
XXVI DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335 HOOFDSTUK 1. INLEIDING 335 HOOFDSTUK 2. DE STRAFFEN 336 Afdeling 1. Begrip en kenmerken 336 1. Het begrip straf 336 2. Kenmerken 337 Afdeling 2. Indeling van
samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal! het beleid wordt uitgestippeld door een college van procureurs-generaal
Leg uit : het openbaar ministerie ( parket ) = hoeder van de openbare orde! 1) opsporen en onderzoeken 2) vervolgen 3) uitvoering van de straf samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal!
H o o f d s t u k I. Algemeen. Afdeling 1. Situering van de problematiek inzake fiscale antimisbruikbepalingen bij de overdracht van ondernemingen
1 H o o f d s t u k I Algemeen Afdeling 1 Situering van de problematiek inzake fiscale antimisbruikbepalingen bij de overdracht van ondernemingen Een vraag die de laatste jaren steeds meer gesteld wordt
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W www.forumadvocaten.be Inleiding
Analyse, gegevensverzameling en promotie Medicolegale rechten en plichten
STORME, LEROY, VAN PARYS Advocatenassociatie cvba Analyse, gegevensverzameling en promotie Medicolegale rechten en plichten Christiaan Beyaert [email protected] Kristiaan Vandenbussche [email protected]
Datum 28 februari 2013 Onderwerp Beantwoording kamervragen over vervolgingen en veroordelingen wegens majesteitsschennis
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN VAN 18 SEPTEMBER 2018
18L000969 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN VAN 18 SEPTEMBER 2018 OPENBAAR MINISTERIE Vertegenwoordigd door, substituut-procureur des Konings. BURGERLIJKE PARTIJEN wonende te die persoonlijk verschijnt.
De correctionele rechtbank van het arrondissement Hasselt VONNIS van 19 NOVEMBER 2008
not.nr. 56.99.139-07 rep. Nr. 2293 De correctionele rechtbank van het arrondissement Hasselt VONNIS van 19 NOVEMBER 2008 INZAKE : CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, Koningsstraat
Strafbare belediging. A.L.J.M. Janssens
Strafbare belediging A.L.J.M. Janssens Inhoudsopgave Gebruikte afkortingen Hoofdstuk 1 Inleidende opmerkingen 1 1.1 Het belang van de eer en de goede naam 1 1.2 Kennismaking met de beledigingsbepalingen
Wet inzake informaticacriminaliteit. 28 november 2000 B.S. 3 februari 2001
Wet inzake informaticacriminaliteit. 28 november 2000 B.S. 3 februari 2001 Te onthouden: De wet inzake informaticacriminaliteit bevat een reeks bepalingen die ertoe strekken de bestaande Belgische wetgeving
Hof van Cassatie van België
30 OKTOBER 2012 P.12.0330.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0330.N I A J M G, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frank Janssen, advocaat bij de balie te Turnhout. II J A L G, beklaagde,
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 juli 1999 (07.09) (OR. en) 10456/99 LIMITE DROIPEN 5
RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 juli 999 (07.09) (OR. en) 0456/99 LIMITE DROIPEN 5 RESULTAAT BESPREKINGEN van : de Groep Materieel Strafrecht d.d. : 9 juli 999 nr. vorig doc. : 9966/99 DROIPEN 4
DEBAT INZAKE FISCALE SANCTIONERING
DEBAT INZAKE FISCALE SANCTIONERING Jan Tuerlinckx & Karel Anthonissen Advocaat-vennoot Tuerlinckx Fiscale Advocaten & Gewestelijk directeur van de BBI 1. Kunnen belastingen an sich een strafrechtelijk
Inhoud. Bijdrage van de Raad van State van België
Bijdrage van de Raad van State van België Veranderingen en aanpassingen vanuit een rechtsstatelijk perspectief van bestuur, regelgeving en rechtspraak, die noodzakelijk zijn als gevolg van digitalisering,
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 13 februari 2012 ADVIES 2012-8 met betrekking tot de openbaarheid van voorbereidende documenten
DE CIJFERBEROEPEN & HET BEROEPSGEHEIM
DE CIJFERBEROEPEN & HET BEROEPSGEHEIM DE WETGEVING ALGEMEEN ART 458 SW : Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat
Wegwijs in het beroepsgeheim
Wegwijs in het Actuele ontwikkelingen in zorg en welzijn 1 april 2019 RWOD Dendermonde Anne-Sophie Versweyvelt I. Situering Beroepsgeheim in woelige tijden Beroepsgeheim in woelige tijden Beroepsgeheim
Uw rechten en plichten als 18-jarige
Uw rechten en plichten als 18-jarige Hoofdstuk 5 Een 18 de verjaardag is vaak een mijlpaal waarop men zelfstandiger en onafhankelijker wordt, maar het is ook het moment van wettelijke meerderjarigheid.
INHOUD DEEL I VERZEKERINGSFRAUDE IN MAATSCHAPPELIJK PERSPECTIEF. Hoofdstuk I. Verzekeringsfraude in historisch perspectief... 17
INHOUD Woord vooraf.......................................................... v Dankwoord.......................................................... vii Inleiding.............................................................
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN 23 JUNI 2010
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN 23 JUNI 2010 De Rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, kamer 1C, rechtdoende in correctionele zaken, heeft het volgende vonnis
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LIMBURG AFDELING HASSELT VAN 19 OKTOBER 2017
HA56.L2.3542-14 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LIMBURG AFDELING HASSELT VAN 19 OKTOBER 2017 INZAKE HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN BEKLAAGDE A. A., geboren te Beringen op ( ), wonende te ( ), Belg. In persoon.
Het mini-onderzoek : Hefboom voor het verhoor van de accountant en de belastingconsulent als getuige in strafzaken
Het mini-onderzoek : Hefboom voor het verhoor van de accountant en de belastingconsulent als getuige in strafzaken Jan VAN DROOGBROECK De extern accountant en extern belastingconsulent is overeenkomstig
Rolnummer 3681. Arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 A R R E S T
Rolnummer 3681 Arrest nr. 197/2005 van 21 december 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 9 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN AFDELING TURNHOUT VAN 9 OKTOBER 2017
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN AFDELING TURNHOUT VAN 9 OKTOBER 2017 In de zaak van het Openbaar Ministerie tegen: A. A., geboren te Beringen op ( ), van Belgische nationaliteit, wonende te (
