VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL"

Transcriptie

1 VERSLAG van de VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL gehouden op woensdag 29 oktober 2003 Aanvang uur. Voorzitter: de heer Jansen. Griffier: de heer Alberda van Ekenstein. Aanwezig zijn de leden Antuma (CDA), Antuma-Duisterwinkel (CDA), Beckmann (CDA), Been (VVD), Beldsnijder (SP), Van der Bent-van den Hout (CU), Beugelink (CDA), Broeze-van der Kolk (CDA), De Bruin (GroenLinks), Bussink (VVD), Van Dalfsen (PvdA), Dalhuisen (PvdA), D. van Dijk (SGP), G. van Dijk (D66), Dijkhuis (LPF), Dijkslag (VVD), Engbers (CDA), Evering (CDA), De Greef-Moes (D66), Haan (VVD), Harmelink (PvdA), Van Harsselaar-Timmer (VVD), Hollemans (CDA), Husselman- Oosterom (CDA), Jaegers (PvdA), Kerkdijk (CDA), Knoeff (CDA), Koggel-Alferink (CDA), Kok (VVD), Koopman (CDA), Leussink (CDA), Leussink-Jonker (PvdA), Van der Lied-Homeijer (PvdA), Lulofs (PvdA), Mercanoglu (PvdA), Morskate (CDA), Netjes (CDA), Nijhof-Sander (CDA), Oldenburger (CU), Van Olphen (GroenLinks), Van Ommen (SP), Oostra (CU), Pot (PvdA), Ter Schegget (PvdA), Schipper (VVD), Schulten (CDA), Sijbom (VVD), Slagman (SGP), Slijkhuis (CDA), Tunc (PvdA), Visscher (VVD), Visser-Hendriks (CDA), Voortman (PvdA), Van Voorst tot Voorst (CDA), Vruggink (GroenLinks), Weegenaar-Bosch (CDA), Weijnen (PvdA), Welten (CDA), Wichers Schreur (CDA), Yildirim (SP) en Zwart (PvdA). Tevens zijn aanwezig de gedeputeerden Abbenhues (PvdA), Jansen (CDA), Klaasen (VVD), Kristen (PvdA), Ranter (CDA) en Rietkerk (CDA). De voorzitter: Ik open de vergadering en heet u allen van harte welkom. Ik meld u dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Nieuwenhuis van de ChristenUnie en van de heer Relker van de Partij van de Arbeid. Initiatiefvoorstel vanuit de staten Nr. 58. Initiatiefvoorstel van de fracties van het CDA en D66 van 25 september/13 oktober 2003, kenmerk PS/2003/692, betreffende burgerinitiatief. De voorzitter: Ingevolge artikel 44 van het reglement van orde moeten uw staten nu bepalen of u het voorstel vandaag in behandeling wilt nemen dan wel het eerst ter behandeling naar een statencommissie wilt sturen. Gehoord de informatie die ik tot op heden heb gekregen, stel ik uw staten voor om het initiatiefvoorstel thans meteen in behandeling te nemen. Naar mij blijkt, bestaat hiertegen geen bezwaar. Dit is het eerste initiatiefvoorstel dat uw staten is voorgelegd. Aanvaarding ervan kan ertoe leiden dat het recht van burgerinitiatief wordt ingevoerd, wat betekent dat de staten naast initiatiefvoorstellen van statenleden initiatiefvoorstellen van burgers kunnen verwachten. Ik heb begrepen dat in onze buurprovincie Gelderland inmiddels burgers een initiatiefvoorstel bij de Gelderse staten hebben ingediend. Het lijkt mij aardig dat onze griffie contact houdt met de griffie van Gelderland om te bekijken hoe dit in de praktijk functioneert. Ik verzoek de initiatiefnemers, de heer Engbers en mevrouw De Greef-Moes, aan mijn rechterzijde plaats te nemen.

2 Staten, 29 okt De heer Oldenburger (CU): Voorzitter. Er ligt een belangrijk voorstel waarvan ik namens mijn fractie kan zeggen dat wij er van harte mee instemmen. Het lijkt mij goed dat wij als staten deze mogelijkheid toevoegen aan de mogelijkheden die er al zijn. Ik denk dat het voor de burgers van Overijssel een prettige aanvulling is. Tegelijkertijd gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat wij als staten ook de betrekkelijkheid van een dergelijk voorstel moeten inzien. Immers, als wij onze volksvertegenwoordigende rol goed spelen, zou het helemaal niet nodig moeten zijn. Wij zouden dan zelf als statenleden, als fracties, initiatieven vanuit de bevolking oppakken en proberen te agenderen. Dat is natuurlijk in principe de koninklijke weg ten aanzien van voorstellen en ideeën die er in de maatschappij leven en de signaalfunctie die wij als staten daarbij hebben. Als er een belangrijk maatschappelijk probleem is of iets anders waarvan het de moeite waard is dat wij als politiek er met elkaar over spreken en beslissingen over nemen, dan zouden er zelfs geen 1500 handtekeningen voor nodig zijn. Dat is primair de weg waarlangs het zou moeten gaan. Je zou kunnen zeggen dat wij onszelf een brevet van onvermogen geven dat wij niet in staat zijn de signalen uit de samenleving op zodanige wijze op te pakken, dat wij die hier op de agenda krijgen. In die zin behelst het voorstel een aanvulling op de mogelijkheden die er zijn; maar, zoals gezegd, de koninklijke weg is een andere en zou deze ingewikkelde procedure met een heleboel handtekeningen niet nodig maken. Dit geldt temeer voor jongeren. In artikel 3 van de voorgestelde verordening wordt voorgesteld, de mogelijkheid van burgerinitiatief open te stellen voor 16- en 17-jarigen. Wij vragen ons af of dat nodig is in een situatie als die in Overijssel waar een provinciale jongerenraad bestaat. Ik heb het reglement van de Jongerenraad erop nagekeken. Dat is heel ruim geformuleerd. De Overijsselse Jongerenraad kan het provinciaal bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. De raad heeft een netwerkfunctie voor lokale jongerenraden en kan als klankbord fungeren. De raad is meedenktank voor het provinciaal bestuur. Kortom, de regeling voor de Jongerenraad is zo ruim geformuleerd, dat jongeren zelfs zonder 1500 handtekeningen dingen op de agenda van de staten kunnen krijgen. De verordening met deze bepaling voor 16- en 17-jarigen zou aardig zijn voor gemeenten en provincies waarin geen jongerenraad als de onze functioneert, maar in Overijssel zou het eerder een verslechtering dan een verbetering zijn als jongeren met 1500 handtekeningen moeten komen om iets op de agenda van de staten te krijgen. Op dat punt dienen wij een amendement in om artikel 3 te laten luiden: "Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van Provinciale Staten van Overijssel. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend." Ik heb al aangegeven waarom wij denken dat dit in de Overijsselse situatie minstens zo goed functioneert. Ik voeg er nog één argument aan toe, dat overigens in de overwegingen van het amendement staat, namelijk dat de bepaling die nu is opgenomen wel eens op gespannen voet zou kunnen staan met de Kieswet. Ik roep in herinnering de discussie die kortgeleden in den lande is gevoerd over het feit dat bij een referendum dergelijke mogelijkheden waren geschapen, maar niet konden worden gehonoreerd. De heer Schipper (VVD): Geachte voorzitter, collega's, toehoorders. Het zal u niet verbazen dat een partij met veel volk, veel vrijheid en veel democratie in haar naam het initiatiefvoorstel van CDA en D66 van harte steunt. Onze fractie zal dan ook voor dit voorstel stemmen. Wij maken daarbij nog de volgende kanttekeningen. Het vinden van een juiste balans tussen een eenvoudige toegang tot deze democratische mogelijkheid tot agendering voor burgers van Overijssel en het voorkomen van een stroom van futiliteiten moet onze blijvende aandacht hebben. Een goede, heldere voorlichting en bekendmaking van de geboden mogelijkheid in de geëigende organen en op de website van de provincie en eventueel de partijwebsites kunnen al veel mogelijke problemen en frustraties voorkomen. Men denkt aan een campagne, ons best, maar dan graag wel met een kleine c en met ook aandacht voor de inhoud. Het presidium heeft terecht een sleutelrol in de beoordeling van een initiatief. Ongetwijfeld worden wij op de hoogte gehouden van de tussentijdse ervaringen en evalueren wij sneller dan nu is voorgesteld, inspelend op de ontwikkeling en de ervaringen hier en in Gelderland en andere provincies. Er zijn diverse amendementen ingediend, vooral betrekking hebbend op het vereiste aantal handtekeningen. Op dit moment is elk ander aantal dan het in het voorstel genoemde slechts op inschatting gebaseerd. Wat onze fractie betreft, wij houden het voorlopig op de voorgestelde 1500 en wij willen op kortere termijn evalueren dan is voorgesteld. Een tussentijdse bijsturing, maar dan op opgedane ervaringen gebaseerd, lijkt ons dan een hamerstuk. Wij hebben op dit moment geen behoefte, ingediende amendementen te ondersteunen en zullen, als gezegd, dit initiatiefvoorstel van harte steunen. De heer Yildirim (SP): Voorzitter. Dit voorstel, ingediend door CDA en D66, had kunnen zijn ingediend door iedere andere partij, hier in de zaal vertegenwoordigd, want iedereen kan de doelstelling ervan onderschrijven. Het gaat er met name om punten te agenderen die onder burgers spelen, maar om welke

3 Staten, 29 okt reden dan ook hier geen onderdeel uitmaken van de politieke besluitvorming. Door het agenderen ervan kunnen de staten er hun oordeel over vellen. Voordat zo'n voorstel vanuit de burgerij hier komt, moet het een lang traject afleggen. Eerst moet het worden voorzien van 1500 handtekeningen, daarna moet het naar het presidium en vervolgens beoordeelt dit of het op de statenagenda kan komen. Wij vinden op zich dat het presidium het mandaat moet hebben om te bepalen of zo'n voorstel moet worden geagendeerd, maar wij vinden het aantal van 1500 handtekeningen willekeurig. Dit aantal is nergens op gebaseerd en is een te hoge drempel voor de burger om een voorstel rechtstreeks bij de staten voor te leggen. Dit is bureaucratisering van de eigen regeling van de fracties die met dit voorstel zijn gekomen. Je bent voor of tegen burgerparticipatie. Waar zijn zij bang voor dat zij zo'n hoge drempel opwerpen voor de burger? Wij juichen het toe als kleinschalige groeperingen met voorstellen komen waarover wij met elkaar kunnen discussiëren. Dat zou juist een partij met veel volk en vrijheid in haar naam moeten aanspreken. Wij horen graag het uiteindelijke standpunt van deze fractie over ons amendement. Een voorstel van bewoners van Overijssel moet gebaseerd zijn op haalbare doelstellingen en op punten waarop de provincie besluiten kan nemen. Wij stellen in ons amendement een symbolisch aantal voor, namelijk 63. Zo'n voorstel zou dus moeten worden ondertekend door net zoveel mensen als er statenleden zijn. Wij gaan ervan uit dat het haalbaar is om in een straat van een stad of dorp in Overijssel 63 handtekeningen op te halen. Onze insteek is dus zeer symbolisch. In feite hoefde er voor ons geen minimum te worden gesteld aan het aantal handtekeningen. Wij juichen het toe als burgers met voorstellen komen en daarmee hun betrokkenheid bij de staten en de politiek tonen. De heer Oldenburger (CU): U noemt het getal 63 zeer symbolisch. Betekent dit dat u eigenlijk zegt dat u zo'n burgerinitiatief niet nodig hebt? Ik heb net in mijn termijn aangegeven dat de echt koninklijke weg is om er via statenleden voor te zorgen dat dingen op de politieke agenda komen. Dat kan door een of twee mensen worden gedaan. Als u het getal alleen symbolisch benadert en geen filter wilt inbouwen, zegt u eigenlijk: ik heb het burgerinitiatief niet nodig, want het kan ook met een of twee mensen. De heer Yildirim (SP): In feite vinden wij dat het mogelijk moet zijn dat elke burger die dat wenst een punt op de statenagenda zet. In die zin noemen wij dat symbolische aantal 63. Wij denken dat dit een aantal is dat voor een burger haalbaar is. Wij vinden wel dat ten aanzien van de agendering andere kwaliteitseisen kunnen worden gesteld, bijvoorbeeld of het om voldoende bewoners gaat en of het gaat over iets waarover de provincie iets heeft te zeggen. Er zijn nog meer lijnen waarbinnen wij zouden willen blijven. Voorzitter. Bij dezen dienen wij ons amendement officieel in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Weijnen (PvdA): Voorzitter en vooral collega-statenleden. De fractie van de Partij van de Arbeid heeft met genoegen kennisgenomen van het initiatiefvoorstel dat is ingediend door de fracties van het CDA en D66. Ik complimenteer beide indieners hiermee. Ik vind het mooi om te zien dat achter de voorzitterstafel nu twee statenleden zitten in hun hoedanigheid van statenlid. Dit is een wat dubieuze uitspraak, omdat voor de verkiezingen in het monistische stelsel er ook statenleden aan die tafel zaten, maar toen met twee petten op, die van statenlid en die van gedeputeerde. Het zal niemand vreemd in de oren klinken als ik zeg dat de fractie van de Partij van de Arbeid een groot voorstandster is van het nemen van maatregelen die de betrokkenheid van de burgers bij de provinciale politiek kunnen vergroten. In die context zal het evenmin verbazen dat onze fractie dit voorstel dat de mogelijkheid voor burgerinitiatief van inwoners van onze provincie regelt, zeker wil ondersteunen. Toch roepen wij u allen op om dit voorstel in een bredere context te zien. Het gaat hier natuurlijk slechts om één specifieke maatregel die de participatie van burgers bevordert, maar er zijn vele andere maatregelen te bedenken die eenzelfde effect hebben. Dat doet natuurlijk helemaal niets af aan de kwaliteit van de maatregel in dit voorstel, maar ik denk wel dat wij allen in dit geval is dat inclusief de gedeputeerden daarin een verdere uitdaging moeten zien. Zonder vooruit te willen lopen op de behandeling van de programmabegroting in deze staten over een tweetal weken, kan ik wel reeds mededelen dat de fractie van de Partij van de Arbeid verheugd is dat het college van GS het voornemen heeft om in 2004 meer van dit soort maatregelen te nemen. De door het college voor dit najaar aangekondigde startnotitie Burgerparticipatie zien wij dan ook graag tegemoet. Op één punt is het mijns inziens essentieel dat de koppeling tussen dit voorstel en de ideeën van GS goed wordt gemaakt. Dat is het punt van de communicatie. Ik ben het er hartgrondig mee eens dat het succes van dit voorstel sterk samenhangt de mate waarin de nu geboden mogelijkheid aan de burger van Overijssel bekend wordt gemaakt. De fractie van de Partij van de Arbeid doet u allen de dringende suggestie om dit communicatieoffensief te koppelen aan de andere maatregelen die door de provincie op het gebied van burgerparticipatie zullen worden genomen. Zo wordt voorkomen dat het idee ontstaat dat er nu een enkele maatregel wordt genomen, omdat die in deze tijd nu eenmaal in is. Kom

4 Staten, 29 okt op, zeg, zo ongeveer iedere gemeente en provincie is ermee bezig. Laat één ding helder zijn, wat de Partij van de Arbeid betreft, worden deze vorm van burgerparticipatie en allerhande andere vormen ervan die ongetwijfeld nog zullen volgen, met maar één idee in het leven geroepen, het idee dat de provincie Overijssel er moet zijn voor haar inwoners en werkt aan wat hen bezighoudt. De heer Van Dijk (SGP): Voorzitter. Invoering van het burgerinitiatief, wie zou daar iets op tegen kunnen hebben? De burgers van Overijssel betrekken bij het bestuur van onze provincie, hun gelegenheid geven tot agendering van bepaalde zaken die hen bezighouden en aangaan. Natuurlijk moet dat onderworpen zijn aan enkele voorwaarden die in het voorstel worden vermeld. Zo wordt een minimum aantal handtekeningen vereist, in het voorstel In het ingediende amendement wordt dit teruggebracht tot 63 en in een nog in te dienen amendement tot 750. Voor de ChristenUnie is het de vraag of de mogelijkheid om van het recht van burgerinitiatief gebruik te maken ook moet worden geboden aan 16- en 17-jarigen. Voor het overige lijkt het initiatiefvoorstel alleen maar toe te juichen. Aanvankelijk was dat ook onze insteek, maar nadere overweging heeft ons tot een minder positieve stellingname gebracht. Het burgerinitiatief is in de mode. Her en der wordt het recht daarop ingevoerd in steden en provincies. Maar is het wel zo waardevol? Voegt het wel zoveel toe? Op 11 maart zijn er verkiezingen geweest voor de provinciale staten. Van de kiesgerechtigde burgers participeerde 52% door 63 statenleden te kiezen. Die 63 statenleden committeren zich om vanuit hun politieke beschouwing en levensbeschouwing de belangen te behartigen van niet alleen de 52% die participeerde, maar ook van de 48% die dat niet deed. Kortom, iedereen heeft in ieder geval vanuit zijn eigen invalshoek het algemeen belang op het oog. Daartoe hebben wij ons met eden of een verklaring en belofte verbonden. Straks wordt het scenario: 63 statenleden zijn niet in staat om een bepaalde ontwikkeling in de samenleving op te merken, om bepaalde problemen te signaleren, om bepaalde kansen te benutten. Kortom, zij zijn kennelijk alle 63 ergens stekeblind voor. Erger nog, signalen uit de provincie, hetzij van individuele burgers, hetzij van organisaties, worden door hen collectief niet opgepikt en genegeerd. Men weigert de zaak te agenderen. Als het zover zou komen, zou ik het persoonlijk hoog tijd vinden om af te treden. Bij nadere overweging vinden wij het burgerinitiatief geen extra kanaal, maar een omslachtige omweg voor burgers die 1500, 750 of 63 handtekeningen moeten verzamelen. Voor ons als SGP-fractie geldt dat één individuele burger zonder dat hij daarvoor handtekeningen nodig heeft te allen tijde bij ons kan aankloppen met een verzoek om bepaalde zaken te agenderen. Voor ons is het de grote vraag of het invoeren van het recht van burgerinitiatief niet is te betitelen als een grote fopspeen. De heer Dijkhuis (LPF): Mijnheer de voorzitter. Ook wij zijn blij met het initiatief dat is genomen, al was het alleen maar om de voordelen die zijn genoemd, bijvoorbeeld het meer betrekken van de burger bij de overheid en het verkleinen van de afstand tussen de burger en de overheid. Als je diep gaat graven wat de heer Van Dijk blijkbaar heeft gedaan kun je misschien enige nadelen ontdekken. Als in Californië het burgerinitiatief niet had bestaan, was Arnold Schwarzenegger waarschijnlijk nooit gouverneur geworden. Dat kun je als een voordeel beschouwen, maar ook als een nadeel. Wij zijn in elk geval blij met het voorstel, maar wij zijn wel van mening dat de drempel niet te hoog moet worden gemaakt. De heer Schipper zegt dat elk getal slechts op inschatting is gebaseerd. Waar Overijssel niet de eerste provincie is die het recht van burgerinitiatief gaat invoeren, hebben wij nagegaan welke aantallen gelden in provincies die dit recht al kennen. Een van de provincies die ervaring hebben met burgerinitiatief is Zeeland. Ingegeven door de opgedane ervaringen is het aantal noodzakelijke handtekeningen daar verlaagd van 1000 naar 550. Gelderland hanteert het aantal Gelderland heeft ongeveer twee miljoen inwoners, dus twee keer zoveel als Overijssel. Mede gezien allerlei samenwerkingsverbanden die tussen Gelderland en Overijssel bestaan, en misschien nog komen, hebben wij er daarom voor gekozen het aantal handtekeningen voor Overijssel te willen bepalen op 750. Wij lopen dan enigszins in de pas met andere provincies, met name met onze buurprovincie Gelderland. Wij hebben dit neergelegd in een amendement dat ik u graag overhandig, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mevrouw De Bruin (GL): Voorzitter, statenleden. Heel goed dat er vandaag een voorstel voorligt om tot een recht op burgerinitiatief te komen. Waarom goed? Omdat burgers daarmee rechtstreeks invloed krijgen op onze agendavorming. In dat opzicht is de agenda vandaag sowieso heel interessant, omdat daarop twee onderwerpen staan die duidelijk raken aan ons democratisch bestel, aan de ene kant de rechtstreekse invloed van burgers en aan de andere kant de WGR-plus. Er liggen enkele amendementen. GroenLinks is voor het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd naar 16 jaar en is dus tegen het amendement dat is ingediend door de ChristenUnie. Er zijn twee amendementen ingediend over het aantal handtekeningen dat nodig is. Het een gaat uit van 750 handtekeningen en het ander van 63. Wat ons betreft, zal het niet zo gek veel uitmaken

5 Staten, 29 okt welke norm er wordt gekozen. Hoe meer voorstellen hoe beter. Worden het er te veel, dan kan de provincie haar reglement aanpassen. Wij neigen dan ook naar de 63 van de SP. Graag willen wij een reactie van de gedeputeerde op dit punt, want er moet een soort waarborg zijn dat wij alleen spreken over onderwerpen die de provincie aangaan. Ik kan mij dan ook voorstellen dat er een drempel moet zijn. De heer Oldenburger (CU): Voordat er misverstanden ontstaan, wijs ik erop dat wij over de invloed van de jongeren hetzelfde denken. Ik heb aangegeven dat het voorstel in die zin een verslechtering is in vergelijking met de mogelijkheden die de jongeren nu hebben. Want als de mogelijkheden van de Jongerenraad goed worden benut, kan er via die weg heel veel. In die zin vind ik het in de Overijsselse situatie overbodig om dat in artikel 3 mee te nemen. Mevrouw De Bruin (GL): Mijnheer Oldenburger, ik zou het een verslechtering vinden op het moment dat wij jongeren de toegang ontzeggen tot het burgerinitiatief, met als argument dat daarvoor al het instituut Jongerenraad bestaat. De Jongerenraad is een instituut waarin een aantal jongeren een plaats hebben en ons gevraagd en ongevraagd adviseren. Ik vind dat je voor jongerenparticipatie niet te veel via instituten moet werken, maar dat je jongeren rechtstreeks moet betrekken. In het verleden heeft mijn fractie dit ook diverse malen kenbaar gemaakt. Wij vinden het dan ook heel erg goed dat in het kader van het burgerinitiatief 16- en 17-jarigen ook worden gezien als mogelijke initiatiefnemers. De heer Oldenburger (CU): Wat betekent dat voor de praktijk? U zei terecht dat het erom gaat dat burgers een mogelijkheid krijgen om invloed uit te oefenen op de agenda van de staten. Dat zou elke individuele burger ook moeten kunnen doen via de fracties. Dat heb ik zelf aangegeven en dat heeft de heer Van Dijk aangegeven. Als jongeren dat willen doen via de Jongerenraad en op die manier de agenda willen beïnvloeden, dan kan dat. Ik waarschuw voor de situatie dat wij dan tegen de jongeren zeggen: ho, ho, jullie hebben 1500 handtekeningen nodig, anders gebeurt het niet. Dan doen wij een stapje achteruit en ik denk dat dit het geval dreigt te worden met dit voorstel. De heer Welten (CDA): Ik ben blij te horen dat mevrouw De Bruin positief is over dit voorstel, ook omdat het een initiatiefvoorstel is en in dat opzicht een vorm van het dualisme dat wij zo graag in de staten willen hebben. Mevrouw De Bruin is een van de grootste voorstanders daarvan. Ik merk nu dat zij een vraag stelt aan GS. Is dat een vraag die ook aan de initiatiefnemers is gesteld? Of riekt het naar monisme dat zij de vraag aan GS stelt? Mevrouw De Bruin (GL): Nee, want mijn vraag is vooral wat de consequenties zijn in de uitvoering van dit initiatiefvoorstel. Volgens mij is dat een vraag die je niet aan de initiatiefnemers moet stellen, maar bij uitstek aan een gedeputeerde kunt stellen. De heer Welten (CDA): Je zou je kunnen voorstellen dat de initiatiefnemers zich daarop ook zouden kunnen hebben voorbereid. Het valt mij op dat u die vraag in ieder geval niet mede aan de initiatiefnemers stelt. De voorzitter: Hoe het ook zij, ik zal altijd de initiatiefnemers de gelegenheid geven om te reageren op hetgeen het college van GS als antwoord op de vraag van mevrouw De Bruin naar voren brengt. Mevrouw De Bruin (GL): Wat de heer Oldenburger zegt over de relatie Jongerenraad-jongeren lijkt heel erg veel op het betoog van de heer Van Dijk van de SGP over de relatie staten-burgers. De heer Van Dijk heeft er volgens mij in zijn betoog op gewezen dat de staten nu juist als functie hebben hun voelsprieten goed uit te steken in de samenleving en dat derhalve geen burgerinitiatieven nodig zijn, omdat de staten hun werk naar behoren moeten doen. Ik hoor de heer Oldenburger eigenlijk dezelfde redenering voor de jongeren aanhangen daar waar het gaat om de positie van de Jongerenraad. Dat vind ik merkwaardig, want dan zou ik zeggen: ChristenUnie, trek één lijn; als je burgers naast het democratisch gekozen bestuur rechtstreeks toegang wilt geven tot de agendavorming, sluit dan daarbij jongeren niet uit. Ik vind het dus een inconsequentie in de argumentatie. Gedeputeerde Ranter: Voorzitter. Elk getal dat wordt genoemd is arbitrair. De keuze van 1500 of 750 handtekeningen is een gevolg van de afweging die door de betrokken statenleden is gemaakt. Mij lijkt 1500 een redelijk aantal om te bereiken dat het inderdaad gaat om onderwerpen die ertoe doen en boven het individu uitstijgen. Wij hebben overigens niet echt een voorkeur voor 1500 of 750. Het is goed voor de staten om te weten dat er zeer binnenkort een nota komt over de heroriëntatie van de Jongerenraad. Wat mij betreft, houdt die een omslag in van advisering naar het actief omgaan met projecten om zodoende jongeren te bereiken. In de verordening staat dat de Jongerenraad een rol kan vervullen inzake initiatieven van 16- en 17-jarigen. Ik kan mij ook voorstellen dat de

6 Staten, 29 okt Jongerenraad dit gezien zijn nieuwe rol niet als zijn core business ziet en er minder prioriteit aan toekent. Ik zou het niet goed vinden dat initiatiefvoorstellen van 16- en 17-jarigen via de Jongerenraad zouden móéten worden gedaan. Het verplichtende karakter dat misschien uit de verordening is te lezen, zie ik dus niet zo. Ik zou de Jongerenraad ruimte willen geven om zelf te bepalen of hij zich er actief mee wil bemoeien als er een initiatiefvoorstel ligt van een 16- of 17-jarige. De heer Yildirim (SP): Voorzitter. Ik wil de heer Ranter een aanvullende vraag stellen. De voorzitter: Om geen misverstand te krijgen over de orde van de vergadering wijs ik erop dat het college van GS nu geen onderdeel uitmaakt van het debat. Misschien kan ik u in tweede termijn gelegenheid geven een vraag te stellen. Nu moeten eerst de initiatiefnemers een reactie geven. De heer Engbers: Wij zijn blij dat vanuit de staten ons voorstel voor een recht van burgerinitiatief wordt toegejuicht. Wij merken dat veel van de overwegingen die wij zelf hebben gehad bij anderen leven. Wij moeten zelf het contact met de burger opzoeken, maar tevens moet de burger naar ons toe kunnen komen. Sommigen hebben het omschreven als: met het burgerinitiatief wordt de snelweg naar Zwolle mogelijk. Wij weten niet of het een snelweg zal worden. Wij hopen in ieder geval dat de burger sneller met zijn voorstel in Zwolle terecht kan. Wij zullen puntsgewijs de vragen en opmerkingen beantwoorden. Het eerste deel van de beantwoording zal ik voor mijn rekening nemen. Daarna neemt Marjo de Greef het over. In de eerste plaats ga ik graag in op de aantallen die zijn genoemd. Het is waarschijnlijk goed om eerst aan te geven dat het aantal niet uit de lucht is komen vallen. Zeer weloverwogen hebben wij gekozen voor het aantal van 1500 initiatiefgerechtigden ter ondersteuning van een voorstel. Dat aantal hebben wij afgeleid van de kiesdeler. Na de statenverkiezingen van dit jaar waren er 1677 stemmen nodig voor een plaats in de staten. Wij hebben gekozen voor een mooi rond getal dat de burger snapt. Vandaar die Wij willen 1500 initiatiefgerechtigden de macht en de kracht geven om hun stem in de staten te laten horen net als wij dat kunnen doen, daartoe gemachtigd door de kiezers. Het is dus een weloverwogen besluit geweest om voor die 1500 te kiezen. Wij houden ons daaraan. Er is gesproken over andere aantallen in andere provincies. Volgens mijn informatie is op dit moment het recht van burgerinitiatief in negen provincies ingevoerd en geldt in vijf provincies 1500 handtekeningen als drempel. Indien wij als staten op zoek zouden zijn naar aansluiting bij andere provincies, dan zou het verstandig zijn om die 1500 te nemen. Ik vind het overigens beter om als staten van Overijssel onze eigen keuze te maken. Dat hebben wij gedaan. De kiesdeler was 1677 en wij kiezen voor Mevrouw De Bruin (GL): Ik vind dat u erg gemakkelijk voorbijgaat aan het argument dat door de LPF is ingebracht, want inderdaad hebben al veel meer provincies het recht van burgerinitiatief, maar vele daarvan zijn vele malen groter dan de provincie Overijssel. Toch houdt u vast aan die De heer Engbers: Als u daar prijs op stelt, heb ik nog wel een vergelijking voor u. Flevoland zegt dat er 500 handtekeningen nodig zijn. Het aantal inwoners van Flevoland is eenderde van dat van Overijssel. Limburg heeft met een vergelijkbaar aantal inwoners ook 1500 als eis gesteld. Dat geldt ook voor Utrecht. Zeeland zit wat lager, maar ook daar geldt de factor drie en als wij die hanteren, zitten wij nog steeds op Gelderland gaat inderdaad ook uit van 1500 en heeft bijna twee keer zoveel inwoners. Ik denk dat het een extra argument voor Overijssel is om voor dat aantal te kiezen. Op 12 november staat er in Gelderland een burgerinitiatief op de agenda waarvoor zonder problemen 2200 handtekeningen zijn opgehaald. De initiatiefnemer heeft mij vanmiddag telefonisch verzekerd dat hij zonder problemen een veelvoud van die 2200 handtekeningen had kunnen ophalen als dat nodig was geweest. Ook dat is een reden voor ons om ons aan die 1500 te houden. Wij hebben er bewust voor gekozen, de jongeren extra mogelijkheden tot inspraak te geven. Wij willen de burger en ook de jongere betrekken bij de politiek. Natuurlijk is er de Jongerenraad, maar gedeputeerde Ranter gaf al aan dat er een nieuwe Jongerenraad is die zich aan het oriënteren is op wat hij gaat doen. Wij kunnen dan niet bij voorbaat zeggen: dat moeten jullie doen. Als de initiatiefgerechtigde jongeren dat op prijs stellen en de Jongerenraad daartoe bereid is, kunnen de jongeren zaken via de Jongerenraad aankaarten, maar daarnaast wordt jongeren de mogelijkheid geboden om zelf rechtstreeks een initiatiefvoorstel in te dienen. Daarmee geven wij de jongeren dus extra mogelijkheden om een initiatiefvoorstel in te dienen en mee te doen in de provinciale politiek. Overigens ken ik voldoende jongeren die met hun 16 of 17 jaar meer zinnige dingen te vertellen hebben dan ouderen van 60 of 70 jaar. De heer Oldenburger (CU): Nu spreekt u mij niet toe, hoop ik.

7 Staten, 29 okt De heer Engbers: Als ik die indruk heb gewekt, dan spijt mij dat, maar mijn opmerking was voor de gehele zaak bedoeld. Mevrouw De Greef-Moes: De ChristenUnie en de SGP hebben eigenlijk de vraag opgeworpen of wij niet de hand in eigen boezem moeten steken en moeten zeggen dat wij hiermee onszelf een brevet van onvermogen geven. In mijn hart ben ik het daarmee eens. Ik heb er heel lang over zitten dubben. Als je het ideale plaatje schetst, dan zouden wij al onze voelhoorntjes moeten uitsteken in de provincie en alle seintjes moeten opvangen. Sprekend voor mijzelf zeg ik: helaas, ik ben ook maar een mens en kan maar op één plek tegelijk aanwezig zijn. Burgerinitiatieven zijn vaak heel plaatselijk. Ik zou er alles aan willen doen om die initiatieven tot mij te nemen, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit ons als statenlid niet zal lukken. Daarom zien wij dit als een extra aanvulling op ons werk als statenlid om toch alle seintjes binnen te krijgen. Ik kan in reactie op wat namens de PvdA over communicatie is gezegd, verzekeren dat wij vorige week al om de tafel hebben gezeten met de griffie en iemand van de afdeling communicatie om met name het natraject van dit initiatiefvoorstel te bespreken. Wij zijn er optimistisch van uitgegaan dat het wel zal worden aangenomen. Wij hebben gevraagd wat wij dan gaan doen, waar onze verantwoordelijkheden als PS liggen en waar de verantwoordelijkheden liggen van de provincie in het algemeen. Waar het gaat om een stateninitiatief, heeft de griffie gemeld ons te zullen steunen. De afdeling communicatie zal een folder ontwerpen die neergelegd kan worden in bibliotheken en dergelijke. Er zal publicatie plaatsvinden op Overijssel.nl en in andere mooie bladen en dagbladen. Het belangrijkste lijkt mij te zijn dat wij zelf moeten aangeven dat deze mogelijkheid er voor de burger is. Ik weet wel dat dit niet moet in de vorm van een concreet voorstel. Als iemand bijvoorbeeld komt met de klacht dat een huisartsenpost ontbreekt, moeten wij niet zeggen: kom maar met een initiatief. Aangezien het probleem al is gesignaleerd, kan het dan ook rechtstreeks, maar in z'n algemeenheid moeten wij de burgers erop wijzen welke mogelijkheid zij hebben om vi a dit initiatief een voorstel op de agenda van de staten te krijgen. De heer Yildirim (SP): Voorzitter. Nogmaals, wij onderschrijven het belang van dit voorstel om de betrokkenheid van burgers te bevorderen, maar wat ons betreft, gaat het niet aan om de kiesdeler bij de laatste verkiezingen in Overijssel als maatstaf te nemen voor het aantal handtekeningen dat burgers nodig hebben om hier met voorstellen te kunnen komen. Voorstellen van burgers gaan veelal over kleine gebieden en wellicht een enkele keer over geheel Overijssel. Wij hoeven daarbij geen appels en peren met elkaar te vergelijken. Ik zeg daarom nogmaals, dat de indieners hun eigen voorstel bureaucratiseren. Men is voor of tegen burgerparticipatie. Wie voor is, moet ervoor zorgen dat de drempel zo laag mogelijk blijft. Dat is onze insteek. De heer Ranter heeft gezegd dat elk getal arbitrair is. Dat is ook zo. Daarom gaan wij uit van een symbolisch getal. Immers, als het getal van 63 wordt aangenomen, is het nog niet gezegd dat er heel veel burgers met een initiatief komen. Dat moet afgewacht worden. Wij raden de indieners daarom aan met ons amendement mee te gaan. Vervolgens kunnen wij over een jaar evalueren of er inderdaad heel veel initiatiefvoorstellen van burgers zijn gekomen. Mevrouw De Bruin (GL): Ik wil nog even ingaan op twee punten, namelijk op de aantallen en op een opmerking van mevrouw De Greef. Eerlijk gezegd zal het ons worst zijn welk aantal wordt gebruikt. Wij vinden het vooral belangrijk dat burgers door middel van het initiatief het recht krijgen om zaken rechtstreeks te agenderen. Wat ons betreft, maken er zeer veel burgers gebruik van. Wij vinden de drempel van 1500 dan net zo arbitrair als de drempel van 63. In die zin vinden wij dus bijna elk getal acceptabel. Je kunt hoogstens zeggen dat 10 toch wel erg weinig is. Ik vind dus dat het iets is wat je vooral in de praktijk zult moeten ondervinden. Ik zou mij wel kunnen voorstellen dat je voor die 63 gaat. Tegen de heer Yildirim zeg ik: als uw amendement het niet haalt, kan er misschien een burgerinitiatief komen om het aantal te verlagen tot 63. De heer Yildirim (SP): Dat is afgesproken. Mevrouw De Bruin (GL): Dan een ander, meer procedureel punt. Ik heb mevrouw De Greef horen zeggen: wij zijn al bezig met het communicatieplan hiervoor. Dat brengt mij in verwarring. Normaal is het zo dat wij een besluit nemen en dat GS dat voor ons uitvoeren. Wij hebben dan ook de mogelijkheid GS op die uitvoering te controleren. Ik ben geneigd om de taken die zij noemde te beschouwen als uitvoeringstaken. Hoe werkt dat dan nu? Zijn CDA en D66 van nu af aan verantwoordelijk voor de uitvoering van het burgerinitiatief? Of zijn GS er verantwoordelijk voor? Zo ja, dan zullen die de uitvoering op zich moeten nemen. Graag krijg ik een toelichting.

8 Staten, 29 okt De heer Engbers: Wat denkt mevrouw De Bruin zelf? De heer Dijkhuis (LPF): Voorzitter. Mevrouw De Greef zei zo-even dat het veelal gaat om plaatselijk initiatief. Is in dat licht bezien 1500 niet een groot aantal? In veel Nederlandse gemeenten speelt het burgerinitiatief en in heel veel gemeenten heb je slechts 5 tot 25 handtekeningen nodig. In dat licht lijken mij 1500 handtekeningen heel veel. Om met mevrouw De Bruin te spreken, ook ons zal het exacte aantal worst zijn, maar wij hebben een grote voorkeur voor 750. De heer Welten (CDA): Mijnheer Dijkhuis, ik heb uw amendement gelezen. U geeft aan dat u met name de vergelijking met Gelderland van belang vindt. Dat argument wil ik nader wegen. Wat vindt u belangrijker: dat een burger die een initiatiefvoorstel wil doen inwoner is van een provincie met 2 miljoen (Gelderland) of 1,1 miljoen inwoners (Overijssel) dan wel dat die burger in Gelderland én Overijssel daarvoor 1500 handtekeningen nodig heeft? De heer Dijkhuis (LPF): Ik denk dat de drempel even hoog moet zijn. In Gelderland heeft men 1500 stemmen nodig. Dat doortrekkend naar Overijssel kom je op 750. De heer Welten (CDA): Ik begreep dat u zei dat de drempel in beide provincies even hoog moet zijn. Dat vind ik een valide argument. De heer Dijkhuis (LPF): Ik denk dat je in een groep van 2 miljoen inwoners gemakkelijker 1500 handtekeningen bij elkaar krijgt dan in een groep van 1 miljoen. De heer Van Dijk (SGP): Voorzitter. De verdediging van de initiatiefnemers CDA en D66 heeft ons niet kunnen overtuigen. Het voorstel voegt naar onze mening niets, maar dan ook niets toe aan de mogelijkheden die de burgers nu hebben om bepaalde zaken te agenderen. Wat de jongeren betreft, hebben wij geen behoefte aan het amendement dat de ChristenUnie heeft ingediend. Als er een jongere belt met een bepaald probleem zal de vraag aan de jongere niet zijn: hoe oud ben je eigenlijk? Zeventien jaar? Dan moet je volgend jaar nog maar eens bellen. Het gaat om de aard van het probleem. Als het probleem relevant is, neem je het mee. Dat kristalliseert zich vanzelf wel uit. Jongeren zullen de fractie van de SGP niet bellen met het verzoek om het vergroten van de mogelijkheden van discoavonden in de provincie te agenderen. Dat zullen zij vragen aan fracties die deze wens helaas wel zullen ondersteunen. Nogmaals, voorzitter, het voegt niets toe. Het is eigenlijk, zoals de heer Oldenburger het noemde, een brevet van onvermogen van een overheid die in verwarring is omdat grote groepen burgers zich van haar hebben afgekeerd of gaan afkeren. Op deze manier wil de overheid die er een beetje krampachtig bij houden. Ik vond het wel aardig dat mevrouw De Greef zei: als ik mijn hart laat spreken, ben ik het eigenlijk met de SGP en de ChristenUnie eens. Ik zou bijna zeggen: mevrouw De Greef, laat uw hart spreken, trek het voorstel in en maak bekend in Overijssel dat er hier 63 statenleden zijn die oog willen hebben voor de problemen van de inwoners van Overijssel, daarvoor openstaan en een kloppend hart hebben voor de problemen, vooral wat de kwetsbare groepen betreft. De heer Yildirim zegt dat wie voor burgerparticipatie is, voor dit voorstel is. Ik sluit dit betoog af met de opmerking: de SGP is voor burgerparticipatie en daarom tegen dit voorstel. De heer Engbers: Voorzitter. De heer Van Dijk zegt: wij hebben het eigenlijk helemaal niet nodig. Het is waar dat de mensen gelukkig alle partijen die hier in de staten vertegenwoordigd zijn en alle personen hier in de zaal kunnen bereiken, maar wij moeten ons realiseren dat slechts 52% van de kiezers is gaan stemmen, wat betekent dat wij niet iedereen weten te bereiken. Burgers kunnen denken: ik heb een goed voorstel, maar ik wil dat niet via een politieke partij doen, want die heeft waarschijnlijk toch een andere mening of het duurt me langs die weg veel te lang. Die burgers krijgen nu de mogelijkheid om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en in deze zaal te zeggen: dit moet hier worden besproken; dit gaat ons aan. Wij kunnen dan zeggen dat wij het er van harte mee eens zijn. Ik denk dat het alleen maar steun verdient dat er nu een extra weg wordt geboden. Wat de drempel betreft het volgende. Stel dat iemand in Eibergen en iemand in Haaksbergen een burgerinitiatief willen nemen over de N18, dan hebben zij daarvoor allebei 1500 handtekeningen nodig. Dat geeft helderheid en gelijkheid. Mevrouw De Bruin (GL): Het is maar net welk voorbeeld je gebruikt. Je kunt ook kijken naar Kampen en Emmeloord. De heer Engbers: Ik sluit aan bij de gemaakte vergelijkingen met Gelderland.

9 Staten, 29 okt De heer Dijkhuis (LPF): Als je het afmeet aan het aantal kilometers van de N18 in Overijssel en in Gelderland, dan klopt die berekening ook al niet. De voorzitter: Volgens mij krijgen wij nu heel bijzondere berekeningsmethodieken. Mevrouw De Greef-Moes: Mijnheer Van Dijk, ik blijf mijn hart laten spreken. Ik lees graag sprookjes, maar geloof er niet in. Ik weet dat wij niet kunnen uitgaan van de ideale situatie. Nogmaals, dit is ter ondersteuning en ik hoop dat dit behulpzaam kan zijn bij het toewerken naar een situatie in de toekomst zoals u die wenst. Wij hebben nog niks op papier gezet over de communicatie. Ik heb alleen willen aangeven dat voor ons als initiatiefnemers de communicatie in het natraject heel belangrijk is. De uitvoering zal zeker voor het grootste gedeelte in handen van GS liggen. Wij hebben er even over zitten brainstormen waar onze taak ligt en waar die van anderen. Onze taak ligt met name in de mond tot mond-reclame om het zo maar even te noemen. Wij zullen inderdaad moeten controleren of de communicatie met buiten goed gaat. De voorzitter: Ik zag overigens gedeputeerde Ranter ja knikken toen u het over de uitvoering had. Ik kreeg daardoor de indruk dat het college van GS dat als vanzelfsprekend beschouwt. De heer Van Dijk (D66): Ik wijs mevrouw De Bruin erop dat wij niet moeten vergeten dat wij als staten zelf bezig zijn met het communicatiebeleid dat, om in de woorden van de heer Kristen te treden, nog niet is ingedaald. Wel denken wij op dit moment heel actief met elkaar na over hoe je als staten zelf naar buiten toe kunt communiceren. In stemming komt het amendement van de ChristenUnie tot wijziging van artikel 3. De voorzitter: Ik constateer dat het amendement is verworpen met drie stemmen voor. In stemming komt het amendement van de SP tot wijziging van het aantal 1500 in 63. De voorzitter: Ik constateer dat het amendement is verworpen met zes stemmen voor. In stemming komt het amendement van de LPF tot wijziging van het aantal 1500 in 750. De voorzitter: Ik constateer dat het amendement is verworpen met zes stemmen voor. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen, met de aantekening dat de fractie van de SGP geacht wenst te worden ertegen te hebben gestemd. Vaststellen van de agenda Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter. Op de agenda staat de startnotitie over de precarioheffing voor benzinebrandstofstations. Ik heb in de commissie gemeld dat ik in de geest van de beraadslagingen die wij daar over de notitie hebben gevoerd een aantal acties heb ondernomen. Dat betekent dat de startnotitie die daar lag in feite niet meer de basis is voor verder handelen. Ik stel dan ook voor, mij toe te staan de notitie terug te nemen en mij te mandateren om verder te gaan met een nieuwe startnotitie die wij eind dit jaar/begin volgend jaar in de commissie zullen brengen. Overeenkomstig dit voorstel wordt besloten. De agenda wordt voor het overige vastgesteld overeenkomstig het concept. Vragenuur De voorzitter: De heer Oostra heeft gemeld mondelinge vragen te willen stellen over de combitunnel Nijverdal. Toevallig is over dit onderwerp eerst een vraag ingediend langs de schriftelijke weg. Voor het presidium is dit een leermoment, zoals dat heet, omdat het probleem is of bij het toelaten van mondelinge vragen over een onderwerp waarover al schriftelijke vragen zijn gesteld recht wordt gedaan aan de steller van de schriftelijke vragen. Wij hebben geconcludeerd dat dit eigenlijk niet het geval is. Wij willen ernaar toe werken dat in de toekomst altijd de eerste vragensteller het eerst aan bod komt, of hij nu schriftelijke of mondelinge vragen heeft voorgelegd. Voor vandaag hadden wij hiervoor geen procedure.

10 Staten, 29 okt Daarom geef ik de heer Oostra nu het woord en zal ik daarna de heer Knoeff de gelegenheid geven ons in het kort zijn vraag te melden. Combitunnel Nijverdal De heer Oostra (CU): Voorzitter. Vorig jaar is in de gemeente Nijverdal de nodige onrust ontstaan toen bekend werd dat in plaats van een combitunnel een zogenaamde open tunnelbak zou worden gerealiseerd die 1,20 tot 1,70 meter boven het maaiveld uit zou komen. In Nijverdal is daarop actie gevoerd, waarbij actiecomité en raadsleden gezamenlijk naar Den Haag zijn getogen en aldaar een succesvol pleidooi hebben gevoerd onder de leden van de Tweede Kamer. Dat had tot resultaat dat de voltallige Tweede Kamer achter de motie-oplaat ging staan om alsnog 50 miljoen euro voor de combitunnel vrij te maken op het infrastructuurfonds, zodat in 2007 zou kunnen worden begonnen met realisatie van de combitunnel in plaats van een open tunnelbak. Opnieuw is nu in de Tweede Kamer en in de media onrust waar te nemen: het blijkt dat de minister de toegezegde 50 miljoen euro geheel en al heeft wegbezuinigd waardoor niet alleen de leden van de Tweede Kamer, maar ook de inwoners van Nijverdal weer terug bij af zijn. Dit gezwabber over de combitunnel in Nijverdal lijkt mij ongezond en ongewenst. Kan de gedeputeerde mij zeggen of mijn informatie juist is en, zo ja, mogen wij stappen van hem verwachten met de bedoeling een heroverweging over dit onderwerp los te krijgen van de minister? Of heeft hij zelf al de nodige stappen daartoe ondernomen? De heer Knoeff (CDA): Voorzitter. De inleiding van onze vragen is ongeveer gelijk aan wat door de heer Oostra is verwoord. Onze vragen zijn: Is het college op de hoogte van deze ontwikkelingen? Wat zijn de consequenties voor het gehele traject, zowel in kwaliteit wat de leefbaarheid betreft als in tijd en geld gemeten? Overweegt uw college initiatieven teneinde die 50 miljoen aan het totale budget toegevoegd te krijgen? Welke initiatieven denkt uw college nog meer te nemen? Immers, er zijn meer wegen die naar Rome leiden. Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter. Het is goed te weten wat de positie is van de motie die door de Tweede Kamer is aangenomen. De Overijsselaar Oplaat heeft destijds veroorzaakt dat de motie in de Tweede Kamer is aangenomen. Dat gebeurde onder het bewind van minister De Boer van het vorige kabinet. Die heeft destijds al tegen de Kamer gezegd: ik weet niet of ik wel middelen kan vinden om deze motie uit te voeren, maar ik zal mij daarvoor inspannen. Dat betekent dat formeel die 50 miljoen euro nooit in een begroting heeft gestaan van welke minister dan ook. Op verzoek van de Kamer heeft minister Peijs de Kamer een brief gestuurd als bijlage bij haar begroting. Daarin heeft zij gemeld dat zij geen kans ziet om de motie van de VVD uit te voeren. Dat betekent dat de 50 miljoen niet beschikbaar is, noch beschikbaar komt voor Nijverdal eigenlijk moet ik zeggen voor Hellendoorn tenzij de Kamer er de komende tijd nog een punt van maakt. Zoals bekend zijn er los van die 50 miljoen nog andere problemen inzake de weg van Almelo naar Zwolle. Deze 50 miljoen zou een mooie bijdrage zijn geweest voor de oplossing daarvan. Wij zitten behoorlijk voor het blok als provincie die een zeer belangrijke rol heeft om die weg daar de komende jaren te krijgen. Wij hebben een aantal acties ondernomen. Wij hebben afspraken gemaakt bij het ministerie. Ik ga volgende week naar de directeur-generaal. Rijkswaterstaat Oost-Nederland kan een bezoek verwachten. Op 17 november hebben wij een gesprek met de minister. Dit onderwerp zal onderdeel uitmaken van dat gesprek. Want uiteindelijk heeft ook Rijkswaterstaat, dus de minister, zich ingezet om te komen tot een oplossing voor alles wat te maken heeft met de verbinding tussen Almelo en Zwolle. In de vorige statenperiode had gedeputeerde Bennink nogal wat zorgen over het feit dat die 50 miljoen euro via een motie boven tafel was gekomen, omdat het wel eens zo kon zijn dat men de minister hiermee voor de voeten zou lopen. Mogelijk wordt met het wegstrepen van deze 50 miljoen de hele afspraak die in het verleden met de minister is gemaakt om de weg in één keer aan te pakken, ter discussie gesteld. Ik zal mij sterk maken om in ieder geval die zaken waarover, ook financieel gezien, overeenstemming is, zoals de omleiding vanaf de A35 bij Almelo t/m Wierden, via een contract met de minister veilig te stellen, zodat het werk daaraan kan beginnen. Vervolgens zullen wij de komende tijd heel hard gaan werken om alle problemen die er rond de combitunnel bestaan in kaart te brengen. Mogelijk hebben wij veel meer geld nodig dan die 50 miljoen. Het gaat er dus niet zozeer om, die 50 miljoen boven tafel te houden als wel om de problematiek die daar ligt bij de minister op het bordje te leggen en ook tot de hare te maken. De heer Oostra (CU): Voorzitter. Ik heb begrepen dat men in Nijverdal bericht heeft gekregen dat die 50 miljoen op de begroting was gezet. Vandaar de verontwaardiging en de vraag of dat dan zomaar weer van de begroting afgehaald kan worden.

11 Staten, 29 okt De heer Knoeff (CDA): De gedeputeerde zegt dat wij wellicht nog meer dan 50 miljoen nodig hebben. Ligt dat in elkaars verlengde of overvragen wij het ministerie dan? Gedeputeerde Klaasen: In de loop van de tijd is duidelijk geworden dat de tunnelvariant ook een aantal veiligheidsproblemen in zich draagt. Er is een nieuwe tunnelwet op komst waarin nog veel meer eisen worden gesteld aan de veiligheid, dus de constructie van tunnels. Dat is een van de redenen waarom die 50 miljoen als zij er al waren absoluut niet voldoende zouden zijn. In die zin hebben wij dus veel meer dan 50 miljoen nodig. Dit bedrag staat dus niet op de begroting en heeft er ook nooit op gestaan. Het bedrag is genoemd in een motie van de Kamer met een Kamerbrede opdracht aan de minister om die 50 miljoen voor Nijverdal/Hellendoorn beschikbaar te stellen. Ik heb al gezegd dat de minister de vrijheid heeft om de motie niet uit te voeren, al levert hem of haar dat een probleem met de Kamer op. Dat probleem is er nu. Wij proberen via onze lijnen naar Den Haag helder te krijgen of er Kamerleden zijn die bereid zijn om hiervoor het hoofd boven het maaiveld uit te steken en het debat met de minister aan te gaan, want het is natuurlijk wel een beetje een kwestie van onbehoorlijk bestuur. De voorzitter: Die 50 miljoen staat niet in het MIT. De politieke discussie over het MIT moet nog worden gevoerd. Ik denk dat dat het moment is waarop het er echt politiek op aan komt. De heer Knoeff (CDA): Worden wij op de hoogte gebracht van het resultaat van de activiteiten die de gedeputeerde gaat ondernemen, het bezoek aan de directeur-generaal en de minister enzovoort? Ik zie de gedeputeerde knikken en dank hem voor deze bevestiging. Ingekomen stukken Overeenkomstig de op de agenda vermelde voorstellen wordt besloten. Diversen Invoering WGR+ in kaderwetgebied Twente. De voorzitter: Het gaat om de reactie die de minister heeft gevraagd van de regio. De regio moet ook de provincie gehoord hebben, die dus ook een eigen standpunt heeft in te nemen. De heer Welten (CDA): Voorzitter. Aan de orde is een standpuntbepaling over een gezamenlijke reactie van GS en het DB van de regio Twente aan de minister over het voornemen tot beëindiging van de kaderwet en invoering van de WGR+, met name voor zeven kaderwetgebieden waaronder Twente. Dat wij dit punt nu op de agenda hebben staan, is in eerste instantie en dat benadruk ik op initiatief van PS zelf. Dat geldt ook voor de manier waarop wij het gaan bespreken. Als het aan GS had gelegen, zou het hier niet zijn besproken, maar zou zijn volstaan met een behandeling in een extra vergadering op 8 oktober van de commissie Economie en bestuur, eventueel gemandateerd door PS om een uitspraak te doen. Onze fractie beschouwt de procedure die GS wilden volgen en hun communicatie met de staten als een taxatiefout van het college bij een historisch beladen dossier. Dat er een gezamenlijke reactie is, wordt door ons op zich positief gewaardeerd, maar die reactie ruikt naar compromis en bevat onzorgvuldigheden, zelfs tegenstrijdigheden wat de taken betreft, neergelegd in de bijlage bij de brief. Dit is voor onze fractie en andere fracties eens te meer een reden om hierover een debat in de staten te willen voeren, met als doel om vanuit de staten heldere kaders aan GS mee te geven voor het vervolgtraject. Wij willen een richtsnoer meegeven voor het overleg met de bestuurlijke partners dat vooral over inhoud en zo min mogelijk over structuur dient te gaan. Verschillende fracties hebben daartoe gezamenlijk een motie voorbereid die statenbreed is ondertekend. Deze zal ik aan het eind van mijn bijdrage aan u overhandigen, voorzitter. Eerst ga ik in op de visie van mijn fractie op dit punt. Het CDA staat voor een goede samenwerking tussen de drie overheidslagen in ons Nederlandse staatsbestel (het Huis van Thorbecke) op basis van een heldere rolverdeling. Hulpconstructies zijn denkbaar uit effectiviteits- en efficiencyoverwegingen, maar het beginsel van democratische legitimatie vraagt om een extra bewijslast bij hulpstructuren, die overigens minder zwaar weegt bij uitvoerende taken. Met de WGR+ wordt beoogd verplichtende samenwerking tussen gemeenten, met name in stedelijke gebieden, mogelijk te maken. Dat is een onderdeel van het landelijke CDA-programma. Wij zijn er dus zeker niet tegen. Het CDA heeft het beginsel van subsidiariteit hoog in het vaandel. Dat betekent dat overheidstaken in beginsel zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden gebracht. Daarnaast hechten wij eraan, in te brengen dat het provinciale onderhandelingsakkoord Ruimte voor actie eveneens richting

12 Staten, 29 okt geeft. Daarin is sprake van grotere beleidsruimte voor gemeenten, met name gemeenten na herindeling, vergroten van bestuurskracht van gemeenten en meer gezamenlijk optreden met gemeenten bij de aanpak van maatschappelijke problemen. Dit brengt mij bij ons standpunt ten aanzien van Twente. Samenwerken op inhoud vanuit een heldere rolverdeling, een samenhangende aanpak voor de grotestedenproblematiek via het grotestedenbeleid en de Netwerkstad, dat is wat wij voorstaan. Wij zijn voorstander van beëindiging van de kaderwet. Op zich staan wij dan ook positief tegenover de overgang naar de WGR+ met maatwerk voor Twente. Wij hebben op zich geen behoefte aan een structuurdiscussie. Wat ons betreft, zijn er wel heldere randvoorwaarden aan te stellen. Die willen wij ook graag aan GS meegeven. Op zich hebben wij oog voor de historische dimensie van het dossier. Wij hebben behoefte aan bestuurlijke continuïteit. Dat geeft ons in dat wij niet te maken hebben met een "nul"start, maar met een doorstart. Het wettelijke kader is primair onderwerp van een staatsrechtelijke discussie op landelijk niveau. Van belang is voor ons ook de brede consensus die ook aanwezig is in het algemeen bestuur van de regio Twente. Vertrekpunt voor ons is het huidige concreet ingevulde takenpakket van het kaderwetgebied Twente, niet het mogelijke takenpakket onder de kaderwet. In dat opzicht is de brief van GS niet duidelijk. De plus van de WGR+ zien wij met name gericht op de beleidsopgave van het stedelijk gebied. Het gaat dan over primair lokale taken van de netwerksteden op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid. Een zeer harde randvoorwaarde is wat ons betreft het herstel van de planhiërarchie. Dat betekent erkenning van de provincie in haar kaderstellende, verdelende en toezichthoudende rol, met name op ruimtelijk gebied. Dit betekent voor ons bijvoorbeeld helderheid over het provinciaal verkeers- en vervoersplan als kaderstellend en structurerend plan voor de hele provincie. Daaraan ondergeschikt is het regionaal verkeers- en vervoersplan. Een heldere afbakening van taak- en rolverdeling dient te volgen na de beslissing op landelijk niveau. Wij hopen hiermee GS in ieder geval kaders en ijkpunten mee te geven voor bestuurlijk overleg, te beginnen morgen met de minister. Voorzitter, ik mag u nu de motie overhandigen. De voorzitter: Dank voor deze ruim van handtekeningen voorziene motie. De heer Sijbom (VVD): Voorzitter. Laat ik van meet af aan duidelijk zijn. De discussie die hier wordt gevoerd, is naar de mening van de VVD in de eerste plaats een Haagse discussie. Al meer dan een kwart eeuw discussieert Nederland over de bestuurlijke structuur. Wat heeft het tot nu toe opgeleverd? Veel verbruikte energie, veel werk voor adviesbureaus, uiteindelijk slappe compromissen en een burger die er allang niets meer van snapt. Wat wil het kabinet nu eigenlijk? Ja, één ding, het wil af van de kaderwet. Dat wil de VVD ook. Je kunt je afvragen wat er eigenlijk mis is met de kaderwet. Het ging uiteindelijk om bestuur in verandering, wat wil zeggen dat het de opmaat was tot de vorming van stadsprovincies. Maar dat ging al snel mis. Het IPO stelde zich heftig te weer, gemeenten wilden geen taken afstaan, het ineens heilig verklaren van het Huis van Thorbecke en het belang van democratische legitimatie werkten ook al niet mee. Kortom, er werd veel weerstand gemobiliseerd, wat uiteindelijk het einde betekende van de kaderwet. Terwijl, en laten we dat vooral niet vergeten, er vele voorbeelden in het land te vinden zijn waarin verregaande samenwerking tussen gemeenten gemeengoed was en nog steeds is. Daarbij gaat het veelal om het gezamenlijk vervullen van uitvoeringstaken op basis van de WGR. En het is niet de eerste keer dat wordt gesleuteld aan die regeling. Al eerder stond de aanscherping van deze stokoude regeling op de agenda. Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Met een diepe zucht doen wij dus maar weer mee aan de discussie. De minister van Binnenlandse Zaken vraagt ook de provincies om mede kaders te stellen voor een herziening van de WGR. Voor de VVD zijn op de vraag of het noodzakelijk is een opvolger van de kaderwet te willen, vier uitgangspunten van belang: - dat er een regeling wordt getroffen als opvolging van de kaderwet, die de gewenste aanpak van de specifieke stedelijke problemen mogelijk maakt; - dat ook van onderop de wenselijkheid wordt benadrukt; - dat taken en bevoegdheden daar worden neergelegd waar ze het best tot uitvoering komen; - dat en dat is niet onbelangrijk het de burgers nog kan worden uitgelegd in wat voor huis zij leven, wat ons betreft het Huis van Thorbecke. Niet onbelangrijk in deze discussie is voor de VVD dus ook, dat het gewenst is dat de bestuurlijke aanpassing voor een belangrijk deel van onderop komt. Zowel provincies als gemeenten moeten het willen en het is niet vrijblijvend. Het brengt verplichtingen met zich, en dat kunnen wij niet vaak genoeg benadrukken. Dat is ook een duidelijk verschil met de huidige regeling. De VVD is het dan ook eens met de gevolgde koers. Welke onderwerpen betreft de nieuwe vorm van samenwerking en omvat deze kaderstelling of uitvoering dan wel beide? De notitie van de minister is daar niet duidelijk over, evenmin als de brief van

13 Staten, 29 okt de regio en de provincie. Als het gaat om uitvoerende taken, zegt de VVD ja, mits de gezamenlijke uitvoering efficiënt en effectief is. Gaat het om kaderstellende taken (beleidsvorming), dan zijn wij heel wat terughoudender. Juist op dat vlak is het van belang dat naast de financiële consequenties de politiek het primaat houdt, democratische legitimatie dus. Kan het college wat meer duidelijkheid geven over zijn standpunt omtrent de kaderstellende en uitvoerende verantwoordelijkheden? Wat hoort waar thuis? Voor de VVD is dat duidelijk, vooralsnog liggen de kaderstellende verantwoordelijkheden bij provincie dan wel gemeente. En daarnaast pleiten wij ook voor het herstel van de planhiërarchie. De heer Welten sprak er ook al over. Wij moeten bijvoorbeeld af van de onduidelijke rol van de provincie in het opstellen van het regionale verkeers- en vervoersplan. Het ligt voor de hand om de uitvoering en ik onderstreep nog maar eens dat dit als een van de verplichtende taken is opgenomen van de regionale verkeers- en vervoerstaken onder te brengen in de nieuwe regeling. Dat is ook wel logisch, omdat per 1 januari 2005 een belangrijk deel van de daarbij behorende financiën via de Wet brede doeluitkering wordt gedecentraliseerd. Vooralsnog gaat het naar het nieuwe WGR-gebied. De VVD is nog niet echt overtuigd dat dat nu juist moet. De besteding van de middelen (moet het naar harde infrastructuur dan wel naar exploitatie van het openbaar vervoer?) is bij uitstek politiek gevoelig. Dat moet dan ook door de politiek direct beïnvloed kunnen worden. Daarom is het overhevelen van politiek gevoelige, niet verplichtende taken zoals ruimtelijke ordening, wonen en werken naar het WGR-gebied voor de VVD nog lang niet aan de orde. De rol van de regio Twente in het realiseren van een regionaal bedrijventerrein in Twente steunt ons in dat standpunt. In z'n algemeenheid stelt de VVD dan ook, dat het overhevelen van alle oude kaderwettaken naar het WGR-gebied vooralsnog niet aan de orde is. Wat dat betreft, had de gezamenlijke brief nog niet geschreven moeten worden en heeft de daarop volgende nadere toelichting ons niet kunnen overtuigen. Blijft een laatste, niet onbelangrijk punt liggen en dat is de omvang van de opvolger van het kaderwetgebied. In de brief gaan de regio en het college er gemakshalve van uit dat het huidige gebied één op één overgaat in de nieuwe regeling. Dat ging de VVD wel heel snel. Kennelijk was een aantal gemeenten ook blij verrast, terwijl het juist primair aan de gemeenten is om de omvang te bepalen. En over de rol en plaats van de Netwerkstad werd al helemaal niet gerept, wat wij erg merkwaardig vonden, omdat juist de Netwerkstad initiatiefnemer was voor deze brief. Voor ons is de omvang van het WGR-gebied naast de omvang van taken en bevoegdheden zeker nog punt van discussie. Het standpunt van de gemeenten speelt daarbij een belangrijke rol. De in de pers uitgestraalde eensgezindheid na de vergadering van de regioraad heeft ons niet bepaald kunnen overtuigen. Kortom, onze conclusie blijft onveranderd: de brief is te snel geschreven en er is niet goed over nagedacht. Wij zijn het dan ook van harte eens met de door het CDA ingediende motie die wij dan ook mede hebben ondertekend. Mevrouw De Bruin (GL): Voorzitter, collega-statenleden. In de regio Twente werkten voorheen 23 en thans 15 gemeenten met elkaar samen binnen twee wettelijke constructies. Aan de ene kant is de regio Twente een WGR-gebied waar een aantal doetaken, bijvoorbeeld de GGD, is ondergebracht en aan de andere kant is de regio Twente een kaderwetgebied dat zijn verankering kent in de Wet bestuur in verandering. De Wet bestuur in verandering was ooit de opmaat tot de discussie over de stadsprovincies. Die stadsprovincies hebben het niet gehaald en nu gaat eindelijk de kaderwet bestuur in verandering verdwijnen. De minister denkt na en werkt aan een krachtige, meer verplichtende opvolger van deze wet. Dat wordt de WGR+. De minister heeft GS gevraagd of zij hun mening willen geven. Volgens mij zitten GS morgen bij de minister om het daarover te hebben. Wij zijn heel erg blij dat toen dit in de commissie werd behandeld commissiebreed het CDA wees er ook al op werd gezegd: dit is een onderwerp dat zo fundamenteel raakt aan de positie van de verschillende overheidslagen ten opzichte van elkaar, dat PS hierover een standpunt moeten innemen. Dat is ook de reden dat wij een van de initiatiefnemers zijn geweest voor de gezamenlijke motie. Kernpunt voor GroenLinks is dat in principe democratisch gekozen bestuurslagen als uitgangspunt dienen. Mensen gaan gemiddeld één keer per jaar naar de stembus om een bestuurslaag te kiezen: gemeente, provincie, rijk en Europa. In principe zouden mensen ervan uit moeten kunnen gaan dat die vier bestuurslagen ook toereikend zijn om ons land te runnen. In die zin beschouwen wij iedere tussenconstructie dan ook als een zwaktebod. Blijkbaar lukt het niet om bepaalde bovenlokale problemen en opgaven afdoende te behandelen met de bestaande bestuurslagen en zijn daarvoor minder democratische tussenconstructies nodig. Het zij zo. De visie van GroenLinks op de WGR+ is, dat de discussie erover niet los gezien kan worden van de beoordeling van het takenpakket van de provincie. Met de gemeentelijke herindeling hebben wij in Overijssel gekozen voor grotere bestuurskrachtiger gemeenten. Wat ons betreft, is het einde daarvan nog niet in zicht in die zin, dat er nog een fundamentele discussie moet worden gevoerd over het takenpakket van de provincie en wat daarvan naar de bestuurskrachtiger gemeenten zou kunnen worden gedecentraliseerd, zodat zij nog krachtiger kunnen optreden. Die discussie moet worden gevoerd los

14 Staten, 29 okt van, maar parallel aan de WGR-discussie. Laat er absoluut geen onhelderheid over bestaan, GroenLinks ziet de meerwaarde van de WGR+ vooral voor de Netwerkstad. Het automatisme waarmee de regio Twente zich weer opwerpt als WGR+-gebied is ons iets te gemakkelijk. Wij vinden dat je daar heel principieel tegenaan kunt kijken, omdat vooral de Netwerkstad de grootste opgave in Twente heeft. Ik vind dat je je wel eens mag afvragen of de Netwerkstad niet soms te veel last heeft van de andere gemeenten in de regio Twente. De beleidsbrief van de minister is erg onduidelijk. Verschillende taken passeren de revue zonder dat hij zich uitspreekt over wat nu uiteindelijk het takenpakket van de WGR+ moet zijn. Aan één onderwerp gaat de minister zelfs geheel voorbij. Dat is de dualisering. Ik heb begrepen dat er op lokaal niveau met name over dat punt is gesproken, want daar waar het WGR- en kaderwetgebied nu vooral een constructie is waar dagelijkse bestuurders een rol vervullen, zou je je kunnen voorstellen dat een WGR+-gebied vooral qua bestuurssamenstelling iets wordt waarin volksvertegenwoordigers uit gemeenteraden een functie krijgen, want wethouders zijn immers niet langer meer lid van de gemeenteraden. Dat punt is ook in de gezamenlijke motie opgenomen. Wij vinden het heel belangrijk om dat tegenover de minister te onderstrepen, want het lijkt alsof hij daaraan helemaal voorbij is gegaan. Conclusie, ik denk dat het goed is dat de staten vandaag laten zien dat zij bovenop dit dossier zitten, maar ik denk tegelijkertijd dat wij ons zelf niet in slaap moeten sussen, maar inhoudelijk met elkaar het debat moeten aangaan over de vraag wat wij de komende jaren willen met die WGR+. De heer Van Dijk (SGP): Voorzitter. De SGP is altijd mordicus tegen het instellen van een vierde bestuurslaag in ons land geweest, met name als dat gaat via hulpconstructies die niet of nauwelijks democratisch gelegitimeerd zijn. Wij hadden en hebben er geen behoefte aan. De kaderwet bleek geen succes en wordt ingetrokken, maar de opvolger staat al in de grondverf in de vorm van de WGR+. Wat die precies gaat inhouden, is nog niet bekend. Alleen en dat vinden wij in dit verband heel belangrijk het uitgangspunt van de minister is dat het Huis van Thorbecke in tact blijft. Ondertussen blonk de notitie van de minister die ons bij de stukken is toegezonden, niet uit in helderheid, evenmin als de brief van de regio en de provincie erg duidelijk was. Duidelijk is voor ons dat er geen extra verdieping komt in het Huis van Thorbecke, en dat is essentieel. Vervolgens dient zich de vraag aan wat het, om bij deze beeldspraak te blijven, dan wel gaat worden, want er komt wel iets. Wordt er ergens een balkon aangeplakt? Dat is zeker niet ongevaarlijk, zo heeft het recente verleden ons geleerd. De SGP spreekt de hoop uit dat de WGR+ zal dienen als een mooie serre die wordt aangebouwd, een transparant gebeuren. Er lag aanvankelijk een motie van GroenLinks en de ChristenUnie waarmee wij ons ook akkoord hadden verklaard. Ook nu weer bleek dat het succes vele vaders heeft. Zowaar delen wij ook nog in dat succesje, alleen maar door onze handtekening te zetten, want wij vinden het een heel sterke motie, waar wij ons graag achter stellen. Hulde aan de opstellers! De heer Oldenburger (CU): Voorzitter. Ik werk graag mee aan het niet langer laten voortduren van deze vergadering dan strikt noodzakelijk is en zal daarom heel kort zijn. De belangrijkste elementen zijn genoemd. Wij hebben als commissie gezegd dat de brief van het college echt te vroeg kwam. Dat het onderwerp gevoelig lag, kon bekend zijn. In de vorige statenperiode is er herhaaldelijk over gesproken dat er een eind zou moeten komen aan het kaderwetgebied. Die één op één vertaling, dat kon niet. Ik heb zelf in de commissie gezegd dat ik geen chocola kon maken van de notitie van de minister, omdat het nog alle kanten op kan. Je zou van die notitie kunnen zeggen dat het normaal is, omdat er nog geen wetsvoorstel voorligt. De minister peilt kennelijk hoe het ligt. Dat is prima. Het is mijns inziens heel goed dat de staten nu over de volle breedte uitspreken in welke richting het nu zou moeten gaan. Dat is een andere richting dan de minister in zijn notitie aangeeft. Dat is helder verwoord in de motie die voorligt en in de kritiek die intussen door een aantal sprekers hier naar voren is gebracht. Wij moeten er uit kunnen komen. Ik wil nog één lijntje leggen, namelijk met de ook door mevrouw De Bruin genoemde takendiscussie die wij in dit huis zelf voeren. Waarover gaat het in het hele debat over de WGR? Waarover gaat het bij de hele takendiscussie? Het gaat erom dat er helder verantwoordelijkheden worden gelegd op de niveaus die wij gewend zijn. Ik ben een beetje geschrokken van het interview in de laatste Transistor waarin de takendiscussie aan de orde kwam. Ik kreeg het gevoel dat het om een financiële taakstelling gaat waaraan wij moeten voldoen, terwijl in de voorbespreking in het presidium met mevrouw Grotenhuis is gezegd: het gaat erom dat wij helder de verantwoordelijkheden neerleggen op de niveaus waar ze thuishoren. Daarbij zijn alle bekende elementen als bestuurskrachtige gemeenten genoemd. Het kan toch niet waar zijn dat wij ons weer laten verleiden tot een financiële discussie. Ik wil daarvoor waarschuwen. Het gaat om het andere verhaal. Wat hier ten aanzien van de WGR is gezegd, geldt ook voor onze eigen takendiscussie. De heer Yildirim (SP): Voorzitter. De SP is geen voorstander van een regiobestuurder die niet

15 Staten, 29 okt democratisch gelegitimeerd is. Wat dat betreft, vindt de SP dat provinciebestuurders soms heel ver van de burgers staan. Wij pleiten er ook voor dat provincies kleinschaliger worden georganiseerd. Wij denken bijvoorbeeld aan splitsing van de provincie Overijssel in de provincies Twente en Salland. Daarmee kan de betrokkenheid van de burger worden vergroot. Aan de andere kant vinden wij de nieuwe wet een goede ontwikkeling. Wij hopen dat op termijn taken die de provincie uitoefent langzamerhand kunnen worden overgedragen aan zo'n WGR+-gebied. Daarmee zou de positie van de provincie steeds meer ter discussie komen te staan. Wij hopen dat het op termijn zover komt. GS gaan straks met de minister praten over taakstellingen. Zijn de gemeenten daarbij voldoende betrokken? Wij hebben een brief van de heer Mans gezien. Kunnen de gemeenten zich vinden in de taken die GS straks voorleggen en waarover zij wellicht met de minister gaan onderhandelen? Is er voldoende met de gemeenten over gesproken? Dat was wat wij GS wilden meegeven. De motie die is ingediend, blijven wij ondersteunen. De heer Mercanoglu (PvdA): Voorzitter. Ik weet niet of er een amendement kan worden ingediend op een motie. Er staat namelijk in de laatste overweging 20 december Dat moet 20 december 2002 zijn. Dit onderwerp is uitgebreid in de commissie behandeld. Dit voorstel is een mooi voorbeeld van hoe provinciale staten hun kaderstellende rol tot uiting kunnen brengen. Wij waren niet erg blij met het WGR+-voorstel dat alle kanten op kon en evenmin met de reactie van GS en de regio Twente. De formulering was veel te open. Wij waren van mening dat op een aantal punten een concretere formulering mogelijk was. Ik meen dat dit in de motie duidelijk tot uitdrukking komt. Soms moet je zaken iets relativeren. De Europese Commissie regeert zo'n 300 miljoen mensen en is ook niet democratisch gekozen. Je kunt je dan afvragen of het ontbreken van een democratische legitimatie voor het bestuur van de regio Twente zo erg is, maar wij blijven hechten aan de democratische legitimiteit als het gaat om sturende, verdelende en burgerbindende taken. Wij kunnen hier, zoals de VVD heeft gezegd, geen Haagse discussie voeren, maar wij willen via GS wel tegen de minister zeggen dat wij willen dat inzake sturende en verdelende taken de democratische legitimatie als toetsingscriterium wordt gehanteerd. Wij hadden er ook problemen mee dat er in het voorstel geen sprake was van een uniform takenpakket. Ik kon bijna alles onderbrengen in het takenpakket van de WGR+. Dat lijkt mij niet echt de bedoeling. Ik denk dat je een aantal dingen goed met elkaar moet doorspreken en moet vaststellen wat de aantoonbare meerwaarde is van onderbrenging van een taak bij een WGR+-gebied in plaats van bij de gemeente, de provincie of het rijk. Het samenwerkingsverband blijft voor ons een functionele hulpstructuur. Het wordt niet een bestuurseenheid die zelfstandig beslissingen kan nemen zonder dat er democratische controle op is. Vooral in de door GroenLinks al genoemde gedualiseerde situatie, waarbij de verhouding tussen de wethouders en de gemeenteraad anders komt te liggen, lijkt het ons normaal om de minister te vragen er aandacht aan te besteden. Ik kan mij best voorstellen dat het modale gemeenteraadslid er veel moeite mee gaat krijgen wanneer het WGR+-takenpakket te groot en te onoverzichtelijk wordt. De democratische controle is dan echt in het geding. Wij hebben de motie medeondertekend. Het vertrekpunt voor het takenpakket moet minimaal vervoer, verkeer en wonen omvatten. De voorzitter: Ik neem aan dat de staten ermee akkoord gaan dat conform de suggestie van de heer Mercanoglu 2003 wordt veranderd in Het lijkt mij om een tikfout te gaan. Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter, dames en heren. Ik had het genoegen de motie een half uurtje geleden al te kunnen doorlezen. Ik heb getracht vast te stellen of er verschillen waren tussen wat door uw staten is uitgesproken in uw bijdragen en in de motie. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat er naar mijn gevoel soms wat licht is tussen de tekst van de motie, die op een aantal punten een onderschrijving is van een aantal brieven, en de kritische kanttekeningen in de bijdragen. Als de motie de conclusie van een en ander is, kan ik mij er gauw van afmaken, maar dat wil ik niet doen, want uiteindelijk hebben wij vandaag met elkaar een debat. Ik zal proberen een aantal onderwerpen aan de orde te stellen die de positie van GS helder moeten maken. Misschien zal ik hier en daar wat toelichting geven op de reden waarom wij hebben gedaan wat wij hebben gedaan. Ik heb in de commissie al gezegd dat een gegeven is dat de kaderwet aan haar eind is en dat wordt gewerkt aan een nieuwe vorm van intergemeentelijke samenwerking op het niveau van de vroegere kaderwetgebieden. Er is tussen VNG, IPO en minister afgesproken dat er in principe geen discussie is over de omvang van de huidige kaderwetgebieden die de WGR-status krijgen. Dat is dus een gepasseerd station. Wel heeft de minister de gebieden gevraagd zich erop te beraden of de grootstedelijke problematiek die binnen de WGR moet worden bestreden, moet worden aangepakt binnen de grote gebieden die binnen de kaderwet functioneren. Elk der kaderwetgebieden heeft er op

16 Staten, 29 okt een eigen manier op gereageerd. Vanuit Twente is niet gemeld dat gemeenten binnen het huidige kaderwetgebied zouden willen afhaken op weg naar de WGR. Dat is ook niet naar voren gebracht op de bijeenkomst van de regioraad vorige week donderdag die ik heb bijgewoond. Iedereen heeft gezegd: voor ons is de samenwerking binnen de WGR Twente de basis waarop wij verder willen. De discussie spitste zich toe op de vraag, welke taken er voor welke partners binnen het WGR-gebied zouden zijn. De brief kan op dit punt wat verschillend worden gelezen. Verschillende sprekers hebben gezegd dat het compromis op een aantal plekken in de brief te lezen is. Dat hoeven wij ook niet onder stoelen of banken te steken. Er zijn drie partijen bij elkaar geweest, de regio, de Netwerkstad en de provincie, en die hebben zich samen maximaal ingespannen om de positie van al die partijen tot uiting te laten komen binnen de randvoorwaarde dat de planhiërarchie, dus het maken van beleid, en de controle op het goed uitgevoerd zijn bij de provincie liggen. De samenwerking in een regioverband kan dus niet anders zijn dan het samenbrengen van taken die bij gemeenten liggen of, bij combinaties van gemeenten, het organiseren van een gemeenschappelijk belang om voor de provincie een partner te zijn, waarbij de provincie ervoor moet zorgen dat zij tot hun recht kunnen komen in het beleid dat u als staten vaststelt. In die zin moeten wij, ook voor wat betreft het bestaansrecht van de provincie op de langere termijn, heel erg blij zijn dat er geen discussie over is. Binnen het kaderwetgebied ging het nog beduidend verder. Dat had een eigen autonome taak met lijnen naar het kabinet. In het voorvorige kabinet had minister De Vries van Binnenlandse Zaken duidelijk voor ogen dat het een vorm van miniprovincies moest zijn. Gelukkig zijn wij nu weer terug bij de basis, het Huis van Thorbecke, waarbij de provincie een eigenstandige taak heeft en intergemeentelijke samenwerking op regionale thema's is ondergebracht bij het netwerkverband of beter gezegd de WGR+. Een vraag die ook nadrukkelijk aan de orde moet komen, is of er ruimte is om andere taken onder te brengen binnen het WGR-gebied of binnen clusters van gemeenten. Door de regio is heel nadrukkelijk uitgesproken dat er op dit moment geen enkele behoefte aan is om in het kader van de WGR toe te werken naar verbreding van de taken die men uitvoert onder vigeur van de kaderwet. De ministers geeft de regio's daarvoor wel de ruimte. Hij geeft de ruimte om alle taken die nu binnen het kaderwetgebied worden uitgevoerd te transformeren naar de WGR+. Binnen de regio Twente is daaraan op dit moment geen behoefte. Men heeft gezegd: wij hebben de handen meer dan vol aan de taken die wij nu doen (woningplanning en verkeer en vervoer) en daarvoor hebben wij ook steun in de hele regio. Men wil dat het daarbij blijft, al wil men wel in regioverband in wisselende samenstelling een aantal taken oppakken. Hoofdzakelijk zal dat zijn binnen het verband van de vier netwerksteden. Het zal dan gaan om economische afstemming binnen die vier gemeentes, waarbij de provincie dan partner wil zijn. Wij hebben het dan niet over het overdragen door de provincie van taken aan de gemeenten, maar over taken die zij oppakken en overdragen naar het niveau van de WGR, mogelijk binnen het netwerkverband. Wij ondersteunen dat van ganser harte, want wij denken dat het heel goed is dat men in Twente probeert tot een vorm van samenhang van onderwerpen te komen, ook bij economische ontwikkeling, scholing, woningbouwproductie en al dat soort zaken meer. Ik vind het fijn, uw staten een voorbeeld te geven van hoe de afgelopen tijd de contacten zijn verlopen met de regioraad en de regiobestuurders. U weet dat wij bezig zijn over het nieuwe provinciaal verkeers- en verkeersplan. Afgesproken is dat de regioraad het regionaal verkeers- en vervoersplan, dat hij van de minister moet maken, gelijk op laat lopen met ons provinciaal verkeers- en vervoersplan, zodat er uiteindelijk een PVVP komt dat kaderstellend is voor het regionaal verkeers- en vervoersplan van Twente, dat er één op één op aansluit, zodat er geen botsende elementen in zitten. Het is zowel een prestatie van Twente om dat signaal aan ons af te geven als van ons om daaraan te werken, als wij erin slagen voor Overijssel één plan te maken. Het zou immers raar zijn als je bijvoorbeeld in een keer bij Nijverdal op een andersoortige weg terecht zou komen. Ik meen dat ik de gestelde vragen heb beantwoord. Ik meen namens het college te kunnen zeggen dat ik de motie zie als een ondersteuning van hoe wij dit dossier zien. Wij nemen de motie graag morgen mee naar de minister. Het zou heel gemakkelijk zijn om hem de motie te overhandigen met de opmerking dat zij een mooie bijlage is bij de brief die hij van de provincie en de regio, ondersteund door de Netwerkstad, heeft gekregen. Mevrouw De Bruin (GL): Voorzitter. Ik vind dit zo aanmatigend. De motie als bijlage bij de brief van GS! Neem mij niet kwalijk, maar volgens mij hebben diverse sprekers zo pas kenbaar gemaakt dat zij ongelukkig waren met de brief van GS. Dat lag wat verschillend in de commissie, maar de staten voelden breed de urgentie om veel duidelijker uit te spreken hoe zij in deze discussie staan. Dat is vertaald in een motie. De gedeputeerde heeft zijn rol daarin en wij hebben onze rol daarin. Het is prettig om van de gedeputeerde te horen dat hij onze mening ook kenbaar wil maken aan de minister, maar het komt bij mij veel te aanmatigend over dat hij de motie wegzet als een soort bijlage bij de brief van het college waarin dit zijn eigen standpunt heeft verwoord. Gedeputeerde Klaasen: Ik zal het beter verwoorden. De motie die er ligt en de discussie die vandaag is

17 Staten, 29 okt gevoerd, zien wij als zeer waardevol en nemen wij als heel belangrijk mee naar ons gesprek van morgen. Wij zien het als onze rugdekking bij de discussie morgen. De heer Welten (CDA): Voorzitter. Ik ben het eens met de reactie van mevrouw De Bruin. Bij mij groeit ook in toenemende mate onrust. Als de gedeputeerde de motie ziet als ondersteuning van de brief is óf de motie niet helder genoeg, óf de brief niet in alle opzichten helder bij ons overgekomen. Het is van tweeën één. Onze fractie heeft net als verschillende andere fracties aangegeven dat er in onze ogen tegenstrijdigheden in de brief zitten en dat er een duidelijk andere insteek wordt gekozen, bijvoorbeeld op het punt van het mogelijke takenpakket van de kaderwet. De bijlage bij de brief is wat ons betreft een duidelijke inkadering en verdere inperking van de ruimte die de brief lijkt te bieden. Wij hebben aangegeven dat wij begrijpen dat er een compromis in de brief doorklonk, maar de motie geeft veel meer richting en is geen verlengde van de brief, laat staan een bijlage. De heer Sijbom (VVD): Voorzitter. In de brief die de regio en het college naar de minister hebben gestuurd, is het voorbehoud gemaakt van behandeling in de staten. In de motie spreken de staten uit hoe zij erover denken. De motie is geen bijlage bij de brief. Gedeputeerde Klaasen: De brief is geschreven en staat vandaag ter discussie. Ik heb gemeld dat wij de afgelopen weken nadat de brief is verschenen een aantal gesprekken hebben gevoerd met de regio, met de Netwerkstad. Wij zijn op bijeenkomsten geweest in de regio. Wij hebben het gevoel dat de positie die uw staten kiezen niet veel verschilt van onze positie toen wij met de regio gingen spreken. Dat de brief op een aantal punten minder genuanceerd is en getuigt van een compromis tussen partijen, is helder. Laat ik zeggen dat ik de motie die er vandaag ligt en de discussie van vandaag zie als het sturingsmodel voor het gesprek morgen met de minister. De brief en de motie bijten elkaar niet in die zin dat er tegenstrijdigheden in zitten. In de motie en het debat vandaag hebben uw staten de zaak puntiger neergezet. Wij voelen dat als een extra motief om ons morgen in te zetten voor de kaderstelling zoals uw staten die in deze motie hebben neergelegd. Heb ik het zo beter verwoord als zijnde de opdracht van de staten voor het gesprek morgen? De heer Sijbom (VVD): Ik begrijp dat u de motie overneemt en ermee naar de minister gaat. Dat wil ik graag door u bevestigd horen. Gedeputeerde Klaasen: Ik denk dat u mij de ruimte moet geven om dat met de andere leden van het college te bespreken. Wij hebben geen problemen met de motie en staan er ook achter, maar ik weet niet of het verstandig is om de motie nu volledig over te nemen. Wij zien de motie als een eigenstandig instrument van de staten waarmee wij geen enkel probleem hebben. Ik moet zoeken naar de weg die wij moeten volgen. De voorzitter: Ik zie dat een aantal leden wil interrumperen, maar ik wil eerst een praktisch voorstel doen. Er ligt een brief van het college ter bespreking voor in de staten. De brief bevat een voorbehoud, en terecht. De staten discussiëren nu over het onderwerp en er is statenbreed een motie ingediend. Het dunkt mij dat het heel eenvoudig is: wordt de motie straks bij de stemming aanvaard, wat logisch lijkt, dan gaat zij naar de minister. De heer Welten (CDA): Ik begrijp dat de heer Klaasen even overleg wil. Ik zou iets meer willen horen van GS dan alleen dat de brief meegaat of afzonderlijk naar de minister gaat. Wij geven duidelijk een richting aan. Krachtiger dan statenbreed kan niet. Alle fracties geven aan dat er licht zit tussen de brief van GS aan de minister en deze motie. Als wij horen dat de motie vooral een verlengde is van de brief en een ondersteuning daarvan, dan hebben wij het idee dat wij niet goed over zijn gekomen. De vergadering wordt voor enkele minuten geschorst voor collegeberaad. Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter. Het college staat achter de brief die is geschreven en ziet de beraadslaging van vandaag en de motie als een stevige aanscherping van ons standpunt. Wij zullen de motie morgen onder de aandacht van de minister brengen. Sterker nog, wij zullen ons maximaal inzetten om hem ervan te overtuigen dat het hierin gestelde onderdeel zou moeten zijn van de wetgeving die hij gaat voorbereiden. Ik besef dat ik vergeten ben een beeld te geven van de reden waarom het is gelopen zoals het is gelopen. Burgemeester Mans heeft in de regioraad zijn excuus aangeboden voor de weg die is bewandeld. Ik denk dat wij dat ook mogen doen. Er zijn wel verzachtende omstandigheden. De partijen VNG en IPO waren niet in staat en bereid om voordat er een nieuw kabinet zat deze reactie voor te

18 Staten, 29 okt bereiden. Die wilden wachten tot er een nieuw kabinet zat. Toen Remkes er eenmaal zat, heeft hij provincie en kaderwetgebied formeel gevraagd om een reactie te geven voor een bepaald moment. Dat is de reden dat wij niet in staat waren om voordat de brief werd verzonden daarover contact met uw staten te hebben. Daarom hebben wij deze eigenstandige reactie verzonden, onder voorbehoud van de beraadslagingen vandaag. De heer Welten (CDA): Voorzitter. In eerste instantie was ik van plan een aantal punten uit de brief aan te halen om daarmee aan te geven dat het antwoord van de heer Klaasen mij niet tevredenstelt. Ik laat dat schieten. Voor mij is nu van belang een klip en klaar antwoord op de vraag: is het college bereid de motie over te nemen en uit te voeren? De voorzitter: Voor alle duidelijkheid, dat zijn twee vragen. De heer Sijbom (VVD): Ik wilde niet vragen of het college bereid is de motie over te nemen, maar wel of het bereid is de motie uit te voeren. De heer Van Dijk (D66): Voorzitter. Ik zit niet in de commissie Economie en bestuur, maar ik heb begrepen dat en nu druk ik mij onparlementair uit voor een deel de commissie, dus de staten, het college heeft teruggefloten wat de brief betreft die het college samen met de regio Twente en de Netwer kstad Twente heeft opgesteld. Door deze staten is een motie opgesteld die unaniem zal worden aangenomen. In mijn beleving is dat de enige brief van de provincie die bij de minister geldt. De heer Mercanoglu (PvdA): Voorzitter. Ik denk dat deze motie op een aantal punten een aanscherping is van de brief, maar op een aantal punten ervan verschilt. Beseft het college dat? Ik sluit mij aan bij de vraag van het CDA of het college bereid is de motie over te nemen en als handelingskader voor het gesprek met de minister te aanvaarden. Gedeputeerde Klaasen: Ik heb gezegd dat wij de brief hebben ondertekend die is geschreven samen met de regio Twente. Wij staan daar dus achter. De motie zien wij als een duidelijke aanscherping. Meer dan dat kan ik er niet van maken. Wij nemen de motie niet over, maar zullen haar voor 100% uitvoeren, morgen in het gesprek met de minister en de komende tijd in de debatten die met iedereen zullen worden gevoerd om de WGR-positie zodanig te maken dat de positie van de provincie niet wordt geschaad. De heer Van Dijk (SGP): Voorzitter. Volgens mij wordt de verwarring almaar groter. Beluister ik de gedeputeerde goed en zegt hij: wij voeren de motie uit, maar nemen haar niet over? Dat kan toch niet? Hij heeft voor de schorsing gezegd: wij staan achter de motie. Als je achter een motie staat, neem je haar toch over? Voor de schorsing leek het erop dat de gedeputeerde ons een dienst bewees door als een soort postbode onze motie mee te nemen en aan de minister te overhandigen. Na de schorsing gaf hij ondubbelzinnig aan dat hij zou bepleiten wat inhoudelijk in de motie is verwoord. Ik denk dat hij nu helderheid moet verschaffen. De voorzitter: Eén ding is eenieder duidelijk: de motie bevat een helder betoog. Dat betoog kan, zo men dat wil, mondeling en op papier helder worden overgebracht bij de minister. In mijn denken zou overnemen betekenen dat de handtekening die het college heeft gezet onder de brief samen met de regio morgen zou moeten worden teruggetrokken. De heer Klaasen heeft gezegd dat er wat de brief betreft sprake is van een bestuurlijk commitment. Op de vraag of het college de motie voor 100% uitvoert, heeft de heer Klaasen ja gezegd. Ik vraag ook uw staten mee te werken en het misverstand over de procedure niet veel groter te doen zijn, waar de inhoud zo glashelder is en u ervan overtuigd kunt zijn dat het morgen zo aan de minister wordt overgebracht. Mevrouw De Bruin (GL): Voorzitter. Voor mij is het wel duidelijk, GS hebben een standpunt ingenomen en hebben daarbij een voorbehoud gemaakt, omdat zij de mening van PS wilden weten. PS hebben breed hun standpunt kenbaar gemaakt. De gedeputeerde heeft gezegd dat GS dat zullen uitvoeren. Aangezien zij dat voorbehoud hebben gemaakt, kunnen GS dat morgen ook met een gerust hart aan de minister mededelen. De voorzitter: Dat lijkt mij helder. Ik constateer dat de motie met algemene stemmen is aangenomen. B-voorstellen

19 Staten, 29 okt Nr. 46. Voorstel van gedeputeerde staten van 9 september 2003, kenmerk BA/2003/2166, betreffende Herziening klachtenprocedure en instellen hoorcommissies bezwaar en klachten in het kader van dualisme. De heer Yildirim (SP): Voorzitter. Mijn fractie had liever gezien dat de twee voorgestelde commissies tot één commissie waren samengesmolten. Voor ons is van belang het antwoord van de gedeputeerde op de volgende vraag. Kunnen wij binnen een termijn van een jaar een evaluatie verwachten van de bezwaarschriften die zijn ingediend tegen de handelwijze van GS? Op basis van dit antwoord zullen wij ons standpunt nader bepalen. De heer Welten (CDA): Voorzitter. In het voorstel is niet voorzien in de invulling. Wij hebben in mei een commissie benoemd die wij nu reeds opheffen. Het leek ons gelet op de recente benoeming verstandig om de mensen die toen in die commissie zijn benoemd, nu opnieuw voor benoeming voor te dragen. Daartoe dient er een kleine wijziging te worden gebracht in het ontwerpbesluit. De fracties van het CDA, de PvdA en de VVD hebben een daartoe strekkend amendement opgesteld dat ik u hierbij aanbied. De voorzitter: Dank u. Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter. Uw staten kunnen een overzicht tegemoet zien van de onderwerpen die zijn behandeld in de klachtencommissie. Wilt u een evaluatie, dan kan dat wat mij betreft binnen een jaar, maar uw staten mogen zelf de termijn bepalen waarop wij de klachtencommissie gaan evalueren. In stemming komt het amendement van CDA, PvdA en VVD tot wijziging van het ontwerpbesluit. De voorzitter: Ik constateer dat het amendement zonder stemming wordt aangenomen. Ik constateer voorts dat het voorstel, zoals gewijzigd door de aanvaarding van het amendement, zonder stemming wordt aangenomen. Aangezien het om personen gaat, moet er schriftelijk worden gestemd. Ik benoem tot lid van het stembureau mevrouw Visser-Hendriks en de heren Mercanoglu, Dijkslag en Vruggink. De uitslag van de schriftelijke stemming is dat benoemd worden: - tot lid van beide commissies de heer Beugelink, de heer Sijbom, mevrouw Pot, mevrouw Beldsnijder en de heer Nieuwenhuis, allen met 60 stemmen; - tot plaatsvervangend lid van beide commissies mevrouw Nijhof-Sander, mevrouw Van Harsselaar- Timmer, de heer Harmelink, de heer G. van Dijk en mevrouw Van der Bent-van den Hout, eveneens allen met 60 stemmen. Nr. 47. Voorstel van gedeputeerde staten van 9 september 2003, kenmerk WB/2003/4656, betreffende Wijziging heffingsverordening ontgrondingen Overijssel. De heer Slagman (SGP): Voorzitter. Dit voorstel behelst een tariefsverhoging voor de onderzoeksperiode Die verhoging wordt geïnd in de jaren 2004 en Omgerekend per vierkante meter is het natuurlijk kruimelwerk, maar het totale bedrag aan kruimels komt toch op Wat denken GS met ingang van 2006 te doen? Wordt de verhoging dan teruggedraaid of stilzwijgend verlengd? Hierover worden geen opmerkingen gemaakt in het voorstel en het ontwerpbesluit. Ik weet wel dat wij in wezen over zeer geringe bedragen praten, maar het is ook een principekwestie. De voorzitter: Ik weet niet welke gedeputeerde hierover iets kan vertellen. Naar ik heb begrepen is deze verhoging een vrij automatische doorvertaling van een vierjarig onderzoeksprogramma waartoe het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het IPO hebben besloten. De heer Van Dalfsen (PvdA): Voorzitter. Ik neem aan dat hierop moet worden ingegaan door onze schatkistbewaarder. Ik moet zeggen dat ik die functie niet associeer met de heer Kristen. Dat lijkt mij meer een spender. Het gaat inderdaad om een zeer beperkte tariefsverhoging, namelijk om 0,07. Eigenlijk gaat het dus nergens om. Toch nodig ik de schatkistbewaarder uit om een verhoging in dezelfde orde van grootte toe te passen op bijvoorbeeld de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Ik ben bereid om dan hier een serieus voorstel te doen om hem in letterlijke zin lid van verdienste van deze staten te maken, want het gaat wel om een verhoging van meer dan 30%. Gedeputeerde Kristen: Voorzitter. Het enige wat ik nu kan zeggen, is dat mij is geworden dat de overeenkomst eindig is, dat het rijk van zins is de bedragen af te bouwen en dat het IPO nu moet

20 Staten, 29 okt uitzoeken hoe een en ander wordt geregeld. In de loop van de tijd zal de staten schriftelijk een definitief antwoord bereiken. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen. Nr. 48. Voorstel van gedeputeerde staten van 16 september 2003, kenmerk EMT/2003/3778, betreffende Beleidswijziging subsidieregeling Europese programma's Overijssel. Dit voorstel wordt zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. Nr. 49. Voorstel van gedeputeerde staten van 23 september 2003, kenmerk RWB/2003/2859, betreffende Subsidieverordening regionale en lokale verkeers- en vervoersprojecten Overijssel De heer Vruggink (GL): Voorzitter. Ik weet dat mevrouw Husselman hierbij het woord gaat voeren en verklaar mij vooraf al eens met haar woorden. Mevrouw Husselman-Oosterom (CDA): U hebt geen idee hoe gevaarlijk dat is. Voorzitter. Bij deze verordening gaat het over twee zaken: de bundeling van een aantal doeluitkeringen en het overhevelen van het hierbij betrokken geld van incidenteel naar structureel. In dit hele verhaal vallen twee woorden op: ontschotting en decentralisatie. Vooralsnog gaat het over lopende projecten waarbij de provincie niet anders is dan een doorgeefluik naar de gemeente. GS stellen dan ook terecht: dat is uitvoering en de verordening voorziet daarin. Maar en daar zit ons punt en ook het punt van GroenLinks deze pot met geld zal "groeien". Het ziet ernaar uit dat ook de openbaarvervoergelden er op enige wijze in terecht zullen komen. Als wij dan praten over ontschotting en meer geld, dan denken wij: dat betekent ook meer beleidsruimte. Het kan niet zo zijn dat GS die beleidsruimte alleen gaan afstemmen met het vervoerdersberaad. Op dat moment zullen PS weer in beeld moeten komen, want dan is er sprake van een politieke keuze, van een openbaar debat en van duidelijke toetsingskaders. Kunnen GS toezeggen dat deze verordening van tijdelijk aard is? Kunnen wij dan met elkaar te spreken komen over een vervolgtraject waarin met name ook PS zijn opgenomen? Gedeputeerde Klaasen: Voorzitter. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij al die middelen naar Overijssel krijgen en dat GS die middelen eigenstandig gaan bestemmen, zonder dat daar beleid onder ligt. Ik heb heden aangekondigd dat zeer binnenkort de startnotitie PVVP komt, gevolgd door het definitieve PVVP. Daar liggen de politieke keuzes. Daarin kunnen uw staten uw prioriteiten bepalen. Op basis van het PVVP worden de middelen die straks gebundeld naar ons toekomen ontschot. Via dat beleidsinstrument hebben GS de ruimte om die middelen in te zetten in de markt. Mevrouw Husselman-Oosterom (CDA): Is daarmee de vraag of de verordening tijdelijk is, ook beantwoord? Gedeputeerde Klaasen: Ik denk inderdaad dat de verordening tijdelijk is. Op 1 januari gaat de regeling in. Wij moeten die dus voor die datum hebben. Ik kan mij voorstellen dat wij bij het PVVP bekijken of wij deze verordening moeten aanpassen en dat zij opnieuw onderwerp van discussie met de staten is. Mevrouw Husselman-Oosterom (CDA): Wat ons betreft, is het niet de vraag of wij de verordening moeten aanpassen. Voor ons staat vast dat wij de verordening moeten aanpassen. Gedeputeerde Klaasen: Dat zal de discussie over het PVVP leren. Het voorstel wordt zonder stemming aangenomen. De voorzitter: Wij zijn hiermee gekomen aan het einde van de agenda. Ik dank u voor uw aanwezigheid en constructieve bijdragen. De volgende vergadering van uw staten wordt gehouden op 12 november a.s. Sluiting uur.

VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL

VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL VERSLAG van de VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL gehouden op woensdag 7 mei 2003 Aanvang 19.00 uur. Voorzitter: de heer Jansen. Griffier: de heer Alberda van Ekenstein. Aanwezig bij de

Nadere informatie

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Inleiding In het presidium van 31 maart 2016 is afgesproken dat de voorstellen m.b.t.: Reglement

Nadere informatie

BESLUITENLIJST. Vaststelling agenda

BESLUITENLIJST. Vaststelling agenda BESLUITENLIJST Vergadering van Provinciale Staten van Overijssel Woensdag 17 februari 2016 U kunt de Statenvoorstellen en ingezonden brieven via het Staten Informatie Systeem inzien op de website van de

Nadere informatie

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11).

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Persoonsgebondenbudget Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Mevrouw Bergkamp (D66): Voorzitter. Eigen regie en keuzevrijheid voor de zorg en ondersteuning die je nodig hebt, zijn

Nadere informatie

Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017

Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017 BESLUITENLIJST Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017 U kunt de Statenvoorstellen en ingezonden brieven via het Staten Informatie Systeem inzien op de website van de provincie

Nadere informatie

Polderen voor beginners

Polderen voor beginners Jongerenkamer Polderen voor beginners Voorwoord De Tweede Kamer is het hart van de Nederlandse democratie. De 150 gekozen Kamerleden gaan met elkaar en de regering in debat over de toekomst van Nederland.

Nadere informatie

Voorstel tot invoering van een nieuw instrument van de raad tijdens raadsvergaderingen.

Voorstel tot invoering van een nieuw instrument van de raad tijdens raadsvergaderingen. ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 18 juni 2009 1 OPSTELLER VOORSTEL: Griffier AFDELING: Griffie PORTEFEUILLEHOUDER: N.v.t. Agendapunt: No. /'05 Dokkum, 19 mei 2009. Onderwerp: Spoeddebat.

Nadere informatie

Verordening op de Burgeragendering en het Burgerinitiatief gemeente Utrecht 2018

Verordening op de Burgeragendering en het Burgerinitiatief gemeente Utrecht 2018 Initiatiefvoorstel Opgesteld door Kenmerk Vergaderdatum Portefeuille Geheim Has Bakker (raadslid D66) 0000 27 september (aanbieding) Wijkgericht werken en participatie Nee Verordening op de Burgeragendering

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad

Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad 1 gemeente Eindhoven Griffie gemeenteraad Raadsnummer O4.RZOP8.OOZ Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad Samenvatting Door GroenLinks is in een motie aan de deelnemers van de debattraining

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel. Status: besluitvormend. Agendapunt: * Instelling Jongerenraad. Datum: 22 juni 2015. Decosnummer: 361

Initiatiefvoorstel. Status: besluitvormend. Agendapunt: * Instelling Jongerenraad. Datum: 22 juni 2015. Decosnummer: 361 Initiatiefvoorstel Status: besluitvormend Agendapunt: * Onderwerp: Instelling Jongerenraad Datum: 22 juni 2015 Portefeuillehouder: drs. H.C.P. Noten Decosnummer: 361 Informant: Jan Rooijakkers [email protected]

Nadere informatie

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid, Jij bent lid van de Derde Kamer der Staten-Generaal. Als politicus moet je natuurlijk wel verstand hebben van politiek. Samen met je

Nadere informatie

Welkom. bij de. gemeenteraad

Welkom. bij de. gemeenteraad Welkom bij de gemeenteraad Welkom bij de gemeenteraad Aan het hoofd van de gemeente staat de gemeenteraad. De raad neemt beslissingen over allerlei belangrijke zaken in de gemeente. Of het nu gaat om toeristenbelasting

Nadere informatie

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal

Handboek Politiek 2. Derde Kamer der Staten-Generaal Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Plak hier je pasfoto Derde Kamerlid Dit Handboek Politiek is van: Naam Klas Leeftijd Fractie Fotografie & cartoons: - Hans Kouwenhoven - RVD: p. 17 -

Nadere informatie

Praat met de Gemeenteraad

Praat met de Gemeenteraad Praat met de Gemeenteraad Griffie, januari 2016 Zakboekje voor inwoners en instellingen Inhoudsopgave Voorwoord...3 De gemeenteraad...4 De werkwijze...4 Het Beeld - rondetafelgesprekken...5 Het Debat debatraad...5

Nadere informatie

Besluitenlijst RAADSVERGADERING

Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst openbare vergadering van de raad van de gemeente Brummen op donderdag 26 maart 2015 om 20.40 uur in het gemeentehuis van Brummen AGENDA BESLUIT 1. Opening

Nadere informatie

Praktische zaken. Waar wordt de ideeënmarkt gehouden? De ideeënmarkt wordt gehouden in de hal van het gemeentehuis.

Praktische zaken. Waar wordt de ideeënmarkt gehouden? De ideeënmarkt wordt gehouden in de hal van het gemeentehuis. Vragen en antwoorden over de ideeënmarkt De raad van Beuningen organiseert deze ideeënmarkt voor het eerst, dus voor alle duidelijkheid hebben we een aantal mogelijke vragen (met antwoorden) voor u op

Nadere informatie

Wijze van afhandelen van bezwaarschriften door Gedeputeerde Staten CBE Inleiding

Wijze van afhandelen van bezwaarschriften door Gedeputeerde Staten CBE Inleiding 1 Wijze van afhandelen van bezwaarschriften door Gedeputeerde Staten CBE03.068 1. Inleiding Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is het mogelijk om tegen besluiten van Gedeputeerde Staten bezwaar

Nadere informatie

Wijziging van de Experimentenwet Kiezen op Afstand in verband met de verlenging van de werkingsduur van die wet.

Wijziging van de Experimentenwet Kiezen op Afstand in verband met de verlenging van de werkingsduur van die wet. Hieronder het antwoord van de staatssecretaris van BZK op vragen uit de Kamer over de voorgestelde verlenging van de Experimentenwet Kiezen op Afstand. Van deze tekst zijn twee versies in omloop geweest

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Wetgeving en Juridische Zaken Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

5.4. Boekverslag door B woorden 2 juni keer beoordeeld. Maatschappijleer. Inhoudsopgave

5.4. Boekverslag door B woorden 2 juni keer beoordeeld. Maatschappijleer. Inhoudsopgave Boekverslag door B. 1102 woorden 2 juni 2003 5.4 32 keer beoordeeld Vak Maatschappijleer Inhoudsopgave - Inleiding - Samenvatting verkiezingsstrijd - Artikelen - Bronvermelding Inleiding Verkiezingen We

Nadere informatie

De heer Öztürk (PvdA): Voorzitter. Bij de stemmingen onder punt 3, over de begroting van Economische Zaken, houd ik onze motie op stuk nr. 27 aan.

De heer Öztürk (PvdA): Voorzitter. Bij de stemmingen onder punt 3, over de begroting van Economische Zaken, houd ik onze motie op stuk nr. 27 aan. Mededelingen stemmingen Ik verzoek de leden, hun plaatsen in te nemen. Voor wij gaan stemmen, geef ik als eerste het woord aan de heer Öztürk van de Partij van de Arbeid, die een wijziging wil doorgeven

Nadere informatie

HIER. Interview EERSTE KAMERLEDEN Esther-Mirjam Sent & Ben Knapen. Dit doet de Eerste Kamer GEBEURT HET! INVLOED VAN DE EERSTE KAMER EERSTE KAMER

HIER. Interview EERSTE KAMERLEDEN Esther-Mirjam Sent & Ben Knapen. Dit doet de Eerste Kamer GEBEURT HET! INVLOED VAN DE EERSTE KAMER EERSTE KAMER STEM 2019 VOOR (V)MBO MAGAZINE OVER DE EERSTE KAMER HOE WORDT DE EERSTE KAMER GEKOZEN? Interview EERSTE KAMERLEDEN Esther-Mirjam Sent & Ben Knapen Dit doet de Eerste Kamer HIER GEBEURT HET! INVLOED VAN

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over de motiemarkt. Praktische zaken

Vragen en antwoorden over de motiemarkt. Praktische zaken Vragen en antwoorden over de motiemarkt De gemeenteraad van Beuningen organiseert weer een motiemarkt op donderdagavond 5 oktober. Voor alle duidelijkheid hebben we een aantal mogelijke vragen (met antwoorden)

Nadere informatie

Viering 100 jaar vrouwenkiesrecht; vrouwen in de Drentse politiek

Viering 100 jaar vrouwenkiesrecht; vrouwen in de Drentse politiek 2016-754 Viering 100 jaar vrouwenkiesrecht; vrouwen in de Drentse politiek Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Financiën, Cultuur, Bestuur en Economie op 26 oktober 2016 - Provinciale Staten op

Nadere informatie

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011

Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Onderzoek Diversiteit in Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en Eerste Kamer in 2011 Het Huis voor democratie en rechtsstaat heeft na de verkiezingen van 2 maart 2011 de diversiteit in de nieuwe Provinciale

Nadere informatie

Notitie raadsvragen in soorten en maten

Notitie raadsvragen in soorten en maten Notitie raadsvragen in soorten en maten Aanleiding Het komt regelmatig voor dat raadsleden een vraag willen stellen aan het college. Over een voorstel dat het college aan de raad doet. Over een artikel

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005 VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005 Onderwerp: Voorzitter: Aanwezig zijn de leden: Griffie: Portefeuillehouders: Financieel meerjarenbeleid

Nadere informatie

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur Aanpassingen vergaderstructuur Voorstel 1. kennis nemen van de concept jaaragenda 2. vaststellen thematische indeling commissies 3. toevoegen beeldvormend deel, voorafgaand aan de reguliere commissievergadering

Nadere informatie

De agenda wordt gewijzigd vastgesteld: het als agendapunt 13 geagendeerde voorstel PS/2016/763 HMO wordt omgezet naar hamerstuk.

De agenda wordt gewijzigd vastgesteld: het als agendapunt 13 geagendeerde voorstel PS/2016/763 HMO wordt omgezet naar hamerstuk. BESLUITENLIJST Vergadering van Provinciale Staten van Overijssel Woensdag 28 september U kunt de Statenvoorstellen en ingezonden brieven via het Staten Informatie Systeem inzien op de website van de provincie

Nadere informatie

Derde Kamer Handboek Politiek 2

Derde Kamer Handboek Politiek 2 Derde Kamer Handboek Politiek 2 Derde Kamer der Staten-Generaal Hallo Kamerlid, Jij bent lid van de Derde Kamer der Staten-Generaal. Als politicus moet je natuurlijk wel verstand hebben van politiek. Samen

Nadere informatie

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn Verslag Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening Vergaderdatum Kenmerk 15 april 2009 COR2008-11 Status verslag Concept Verslaglegging door Telefoonnummer W.L. Walkate (Notuleerservice Nederland)

Nadere informatie

Een Lokaal Referendum of niet?

Een Lokaal Referendum of niet? Een Lokaal Referendum of niet? Een eerste discussie over een lokaal in Krimpen aan den IJssel als onderdeel van burgerparticipatie. Inleiding In ons land zijn de afgelopen periode op het gebied van de

Nadere informatie

Minister Plasterk, Voorzitter van de gemeenteraad van de toekomst, Leden van de gemeenteraad van de toekomst,

Minister Plasterk, Voorzitter van de gemeenteraad van de toekomst, Leden van de gemeenteraad van de toekomst, Toespraak bij het aanbieden van de Brief aan de Koning door de gemeenteraad van de toekomst aan minister Plasterk donderdag 13 maart 2014 in Den Haag. Minister Plasterk, Voorzitter van de gemeenteraad

Nadere informatie

Besluiten Provinciale Staten 24 juni 2015 Algemene Beschouwingen bij de Voorjaarsnota 2015

Besluiten Provinciale Staten 24 juni 2015 Algemene Beschouwingen bij de Voorjaarsnota 2015 p e r s b e r i c h t e-mail: website: [email protected] www.provinciegroningen.nl PS-besluitenlijst, nr. 123, 25 juni 2015 Besluiten Provinciale Staten 24 juni 2015 Algemene Beschouwingen

Nadere informatie

Handleiding Toolbox Provinciale Statenverkiezingen 2019

Handleiding Toolbox Provinciale Statenverkiezingen 2019 Handleiding Toolbox Provinciale Statenverkiezingen 2019 mbo entree / mbo niveau 2 Met (kandidaat-)statenlid INHOUD TOOLBOX In deze Toolbox Provinciale Statenverkiezingen 2019 vindt u verschillende werkvormen

Nadere informatie

Burgerinitiatief - Model raadsvoorstel

Burgerinitiatief - Model raadsvoorstel Burgerinitiatief - Model raadsvoorstel Bijlage 1, behorende bij de Verordening burgerinitiatief Alkmaar 2015 agendapunt bijlage nr. : [door griffie in te vullen] : [door griffie in te vullen] Raadsvergadering:

Nadere informatie

Puzzel: De stem van de Statenleden

Puzzel: De stem van de Statenleden Puzzel: De stem van de Statenleden Korte omschrijving werkvorm De verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn geweest, de uitslag is bekend en de volgende verkiezingen staan alweer voor de deur: die van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 417 Kabinetsformatie 2010 Nr. 2 BRIEF VAN DE INFORMATEUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Hierbij zend ik u, daartoe

Nadere informatie

Besluitenlijst Provinciale Staten

Besluitenlijst Provinciale Staten Besluitenlijst Provinciale Staten Middelburg 26 mei 2015 Nummer: 15007743 Besluitenlijst van de openbare vergadering van de provinciale staten van Zeeland, gehouden op 26 mei 2015 van 09.40 tot 18.43 uur,

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe

PROVINCIAAL BLAD. Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Drenthe. Nr. 199 14 januari 2016 Vaststelling Verordening Werkgeverscommissie Statengriffie Provinciale Staten Drenthe Besluit van Gedeputeerde Staten van

Nadere informatie

Verordening op het burgerinitiatief 2004

Verordening op het burgerinitiatief 2004 Verordening op het burgerinitiatief 2004 Status Bespreking of Beslissing door Datum voorontwerp B&W 10-02-2004 ontwerp Commissie AZ 01-03-2004 ontwerp Gemeenteraad 18-03-2004 Verordening op het burgerinitiatief

Nadere informatie