BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST
|
|
|
- Victor Lenaerts
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST \\baksv1\data\bbproject\tekst\p07054 Begrplan Havelte Oost\Rapportage\Begrazingsplan.doc 3 april 2008
2 Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Buro Bakker (2008); Begrazingsplan Havelte-Oost Buro Bakker adviesburo voor ecologie B.V. te Assen, in opdracht van Stichting Holtinger Schaapskudde, namens Dienst Vastgoed Defensie, Directie Noord, Dienstkring Havelte en Provincie Drenthe.
3 i n o p d r a c h t v a n : Stichting Holtinger Schaapskudde, namens Dienst Vastgoed Defensie, Directie Noord, Dienstkring Havelte en Provincie Drenthe c o n t a c t p e r s o o n : Dhr. W. van der Wijk (Stichting Holtinger Schaapskudde) u i t g e v o e r d d o o r : BURO BAKKER ADVIESBURO VOOR ECOLOGIE B.V. Weiersloop 9 Postbus CA Assen tel fax [email protected] Projectleiding: ir. M.S. van Kerkvoorde Veldwerk en rapportage: Ing. J.R. Offereins Tekenwerk en GIS: Ing. J. Aitink
4
5 I n h o u d 1 INLEIDING AANLEIDING, AFBAKENING EN LEESWIJZER NATURA 2000 GEBIED HAVELTE-OOST Natuurbeschermingswet Natura 2000 gebied Havelte-Oost GEBIEDSBESCHRIJVING TERREINKARAKTERISTIEK BEGRAASD GEBIED Eigendomssituatie Begrazingstypen en doel Het begrazingsgebied als systeem BESCHRIJVING NATUURWAARDEN NATURA 2000 EN VOORKOMEN IN HET GEBIED Habitattypen Soorten BEGRAZING ALS BEHEERMAATREGEL BEGRAZING MET SCHAPEN Eigenschappen van een Gescheperde kudde Graasgedrag Grootte van de kuddes Verplaatsingspatroon BEGRAZING MET SCHOTSE HOOGLANDERS RELATIE TOT ANDERE BEHEERMAATREGELEN BEGRAZING EN NATURA Stuifzandheiden en Tapuit...18
6 3.4.2 Zandverstuivingen Vochtige heiden Droge heiden Heischrale graslanden Vegetaties buiten Natura 2000 habitattypen RECREATIEVE ASPECTEN PLANNING VAN DE BEGRAZING OPZET SCHAPENBEGRAZING IN RUIMTE EN TIJD Benodigde begrazing per begrazingseenheid Schapenbegrazing in de tijd BORGING EN MONITORING AANBEVELINGEN BRONNEN...32 BIJLAGE 1: REGISTRATIEFORMULIER BEGRAZING
7 Samenvatting Havelte Oost is een gebied met hoge natuurwaarden. Het gebied is vooral bekend vanwege de droge en natte heiden, vennen, stuifzanden en schrale graslanden. Er komen veel zeldzame planten en dieren voor. Niet voor niets is Havelte Oost aangemeld als Natura 2000-gebied. Naast het belang van het gebied voor een aantal habitattypen (combinaties van vegetaties) komt deze aanmelding ook voort uit de aanwezigheid van de Kamsalamander en de Tapuit. In het beheer van Havelte Oost neemt de begrazing met schapen en runderen een belangrijke plaats in. Een groot deel van het gebied wordt begraasd met een gescheperde kudde met Drentse heideschapen (de Holtinger schaapskudde). Daarnaast vindt binnen een omrasterd gebied begrazing met Schotse Hooglanders plaats. Dit begrazingsplan geeft sturing aan de inzet van de schaapkudde voor de komende tien jaar. Hierbij wordt per deelgebied aangegeven wanneer en hoe lang de schapen hier moeten grazen. De begrazing wordt afgestemd op de habitattypen en de instandhoudingsdoelstellingen die hiervoor gelden. Daarnaast wordt beknopt aandacht besteed aan de begrazing met Schotse Hooglanders. Bij de inzet van de Holtinger schaapskudde geldt een meervoudige doelstelling: instandhouden en waar nodig herstellen van natuurwaarden in Havelte Oost (hoofddoel) instandhouden van het Drentse heideschaap instandhouding en bevorderen van cultuurhistorische waarden bevorderen van recreatie en toerisme In het begrazingsplan is eveneens meegenomen de mogelijke locatie van een nieuwe schaapskooi. De nieuwe schaapskooi heeft een grotere capaciteit dan de huidige schaapskooi, waardoor beter ingespeeld kan worden op de begrazingsbehoefte in het gebied. Bovendien ligt de kooi centraler ten opzichte van de begraasde gebiedsdelen dan de huidige kooi. Er gaat hierdoor aanmerkelijk minder tijd verloren met het lopen langs de driften door het gebied, waardoor er effectiever begraasd kan worden in de heideterreinen. De begrazing met schapen concentreert zich in belangrijke mate op de droge heidepercelen. In delen hiervan weet de Tapuit zich te handhaven omdat er op deze specifieke locatie sprake is van een hoge begrazingsdruk. De begrazing van vochtige heiden en schraalgraslanden vraagt maatwerk, waarbij kwetsbare planten als Klokjesgentiaan en Valkruid ontzien worden. De begrazing met Schotse Hooglanders draagt vooral bij aan de structuurvariatie in bospercelen en op de heide. Het begrazingsplan maakt duidelijk dat begrazing met schapen een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van de huidige natuurwaarden in het gebied Havelte-Oost en ook in de toekomst een belangrijke rol heeft in het terreinbeheer. Het te begrazen oppervlakte is te groot om volledig met de schaapskudde te begrazen. Bovendien zijn delen van de vegetaties in Havelte Oost in sterke mate vergrast of verbost. De inzet van begrazing is hier niet effectief en efficiënt. Naast begrazing is derhalve ook de inzet van andere beheermaatregelen onmisbaar om de waardevolle vegetaties te behouden of te herstellen. Gedacht kan worden aan maatregelen als plaggen of maaien. Na uitvoering van deze beheermaatregelen kan begrazing met schapen ingezet worden teneinde deze maatregel te bestendigen. Daarnaast kan er voor gekozen worden om vegetaties uit te rasteren en deze te begrazen met runderen. Vooral bossen en geïsoleerd liggende percelen komen hiervoor in aanmerking.
8
9 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING, AFBAKENING EN LEESWIJZER Sinds het midden van de jaren '80 wordt een groot gedeelte van het Natura 2000 gebied Havelte-Oost begraasd door de Holtinger Schaapskudde, die in eigendom is van de Stichting Holtinger Schaapskudde. Er is sprake van een gescheperde kudde, waardoor deze specifiek te sturen is naar gewenste locaties. De Stichting heeft als hoofddoel bij te dragen aan het onderhoud en beheer van het natuurgebied en het militair oefenterrein Havelte-Oost. Hiertoe wordt gewerkt conform een begrazingsplan. Het meest recente begrazingsplan stamt uit 1993 en is aan herziening toe. Daar komt bij dat de huidige ontwikkelingen in het kader van Natura 2000 (Natuurbeschermingswet) vereisen dat het beheer van het gebied afgestemd is op de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor de verschillende habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen. Begrazing met schapen heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Het ligt voor de hand dat begrazing met een schaapskudde een essentiële rol speelt in de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen in dit gebied. Het voor u liggende begrazingsplan heeft een looptijd van 10 jaar. Het plan moet passen binnen de randvoorwaarden en de keuzes in het nog op te stellen beheerplan voor het Natura 2000 gebied. Omdat het beheerplan voor het Natura 2000 gebied er nog niet is, zullen in het kader van het begrazingsplan geen keuzes gemaakt worden over uitbreiding van oppervlaktes van habitattypen. Deze dienen namelijk plaats te vinden in het kader van het beheerplan. Het begrazingsplan zal zich beperken tot die arealen en vegetaties waarover bij beheerders geen discussie bestaat over nut en noodzaak van de inzet van begrazing als beheermaatregel voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling. Hierbij zal het gaan om de instandhoudingsdoelstellingen 'behoud oppervlakte' en 'behoud of verbetering van kwaliteit'. Tenslotte wordt er in dit begrazingsplan rekening gehouden met een nieuwe locatie van de schaapskooi zal nabij het nieuw in te richten recreatiecentrum ten zuiden van de Havelterberg (zie figuur 2). Op verzoek van de Provincie Drenthe worden in het kader van het op te stellen Integraal Plan voor het Natura 2000 gebied Havelte-Oost, de begrazingsaspecten van dit totale gebied bij dit begrazingsplan betrokken, exclusief het Uffelter Binnenveld. Daarom zal tevens in dit begrazingsplan een overzicht worden gegeven van de begrazingsaspecten van de runderbegrazing op de terreinen van mevr. Pigeaud en Staatsbosbeheer. In dit rapport wordt allereerst de relevante wetgeving gepresenteerd (hoofdstuk 1). In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van de begraasde terreinen binnen het Natura 2000 gebied Havelte-Oost en de daarin voorkomende relevante natuurwaarden. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijkheden die begrazing biedt als beheermaatregel en welke rol het kan spelen voor het realiseren van doelen in het kader van Natura In hoofdstuk 4 wordt de planning van de begrazing uitgewerkt in ruimte en tijd en wordt beknopt ingegaan op de toekomstige locatie van de schaapskooi en de omvang van de schaapskudde. Hoofdstuk 5, tenslotte, presenteert de geraadpleegde bronnen 1.2 NATURA 2000 GEBIED HAVELTE-OOST NATUURBESCHERMINGSWET Per 1 oktober 2005 is de vernieuwde Natuurbeschermingswet 1998 in werking getreden. Deze wet legt de bescherming van natuurgebieden volgens de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vast in de nationale wetgeving. De bescherming van Natura 2000 gebieden (het totale netwerk aan richtlijngebieden in Europa) wordt direct geregeld door de Natuurbeschermingswet. Nederland zal in de komende jaren voor alle gebieden die samen Natura 2000 vormen, beheerplannen opstellen. Hiermee wordt duidelijk welke activiteiten wel en niet mogelijk zijn in en om die gebieden. Een dergelijk beheerplan is voor Havelte-Oost nog niet opgesteld. Begrazingsplan Havelte-Oost
10 Het totaal aan begraasd gebied valt geheel binnen de begrenzing van het Natura 2000 gebied Havelte-Oost NATURA 2000 GEBIED HAVELTE-OOST Ligging In figuur 1 is de ligging van Natura 2000 gebied Havelte-Oost en de ligging van het gebied Havelterberg weergegeven. Habitattypen in relatie tot begrazing Elk Natura 2000 gebied is aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van bepaalde habitattypen (vegetatiekundige eenheden) of soorten. Voor deze habitattypen en soorten zijn (concept)doelen opgesteld; de zogenaamde instandhoudingsdoelen. Activiteiten die in Natura 2000 gebieden plaatsvinden of in de toekomst zullen plaatsvinden mogen niet in strijd zijn met deze instandhoudingsdoelen. De instandhoudingsdoelen vormen dus het toetsingskader. Habitattype Vegetatietype Instandhoudingsdoel 2310 Stuifzandheiden met Struikhei Associatie van Struikhei, overgang Associatie van Buntgras 2320 Kraaiheibegroeiingen Subassociatie met Gewoon trapmos van de Associatie van Struikhei en Stekelbrem 2330 Zandverstuivingen - Open zand - Associatie van Buntgras 3160 Zure vennen Open water + klasse van Hoogveenslenken 4010 Vochtige heiden - Associatie van gewone dophei - Rompgemeenschap Pijpenstrootje (met hoge presentie van Dophei) 4030 Droge heiden Associatie van Struikheide en Stekelbrem 6230 Heischrale graslanden - Associatie van Liggend walstro en Schapengras - Rompgemeenschap Borstelgras - Associatie van Maanvaren en Vleugeltjesbloem 7110 Actieve hoogvenen - Associatie van Veenmos en Snavelbies - Hoogveenverbond 7150 Pioniervegetaties met Associatie van Moeraswolfsklauw en snavelbiezen Snavelbies Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Uitbreiding oppervlakte, behoud kwaliteit van locaties waar het habitattype goed ontwikkeld is en verbetering kwaliteit van locaties waar het habitattype matig ontwikkeld is Behoud van de oppervlakte en verbetering kwaliteit Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit 9190 Oude eikenbossen Berken-Eikenbos Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Soorten 1166 Kamsalamander Uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie. Aanvullend doel: A277 Tapuit Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud lokale populatie van ten minste 10 paren als bijdrage aan regionale sleutelpopulatie Tabel 1: Habitattypen (met de bijbehorende vegetatietypen) en soorten en de instandhoudingsdoelen voor het Natura 2000 gebied Havelte-Oost. 2 buro bakker 2007/P07054
11 BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 1: Ligging en begrenzing Natura 2000 gebied Havelte-Oost Buro Bakker Meters
12 Het Natura 2000 gebied Havelte-Oost is aangemeld vanwege de in tabel 1 vermelde doelhabitats en doelsoorten. Voor deze doelhabitats en doelsoorten zijn doelstellingen opgesteld, die eveneens in tabel 1 zijn weergegeven. Tenslotte zijn in deze tabel de aan de habitattypen gekoppelde en landelijk gehanteerde vegetatietypen vermeld. De habitattypen Zure vennen en Actieve hoogvenen worden niet begraasd. Wel worden de randzones meegenomen, maar deze vallen buiten de begrenzing van deze habitattypen. Daarom zullen deze habitattypen in dit rapport verder niet behandeld worden. Pioniervegetaties met Snavelbiezen zijn in Nederland in hoofdzaak op plagstroken in natte heide aan te treffen. Normaal gesproken worden dergelijke vegetaties niet begraasd omdat de open grond teveel vertrapt wordt. Bovendien trekken de schapen de net ontkiemde heideplanten en snavelbiezen er vaak met wortel en al uit. Ook dit habitattype zal daarom niet verder behandeld worden. Het habitattype Kraaiheidebegroeiingen komt in het begraasde gebied verspreid en over zeer kleine oppervlaktes voor (zie figuur 3). Kraaiheidevegetaties zijn in staat om over Pijpenstrootje heen te groeien. Dergelijke vegetaties hoeven daarom niet begraasd te worden om het oppervlakte van dit type en de kwaliteit ervan te behouden. Daarnaast wordt Kraaiheide door schapen grotendeels gemeden. Het habitattype zal dan ook niet verder behandeld worden in dit rapport. Het habitattype Oude eikenbossen komt uitsluitend buiten het begraasde gebied voor. Wel worden driften nabij de huidige schaapskooi bij Holtinge begeleid door dit habitattype. Deze worden echter niet meebegraasd of door begrazing beïnvloed. In de overige habitattypen kan in principe begrazing worden toegepast. Kamsalamanders komen in het zomerhalfjaar in vennen voor en 's winters in dicht struweel. Bovendien is deze soort in hoofdzaak 's nachts actief. Deze soort wordt daarom niet door de aanwezigheid van de schaapskudde beïnvloed en in dit begrazingsplan verder niet behandeld. Voor de Tapuit is begrazing echter wel van belang (zie hoofdstuk 2). 4 buro bakker 2007/P07054
13 2 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1 TERREINKARAKTERISTIEK Havelte-Oost is een heidegebied op en rondom de stuwwal Havelterberg. De Havelterberg bestaat voor een groot deel uit kalkrijke rode keileem, die verantwoordelijk is voor de floristische en vegetatiekundige verscheidenheid van dit deel van het gebied. Deze keileem vormt een slecht doorlatende laag waardoor zelfs boven op de berg natte condities bestaan, waarin dopheidevegetaties voorkomen. Natte en droge heiden en heischrale graslanden in afwisseling met vennen en stuifzanden vormen de belangrijke bestanddelen van deze (half)natuurlijke variatie. Met name de heischrale graslanden op en rondom de Kleine Startbaan zijn floristisch zeer waardevol. In de vennen zijn verschillende stadia van verlanding aanwezig. Ook verschillen de vennen in voedselrijkdom. Rond de essen komen plaatselijk soortenrijke eikenberkenbossen voor. In de stuifzandgebieden van het Holtingerzand en het Wester- en Oosterzand, die vrijwel volledig zijn bebost, zijn plaatselijk nog kleinschalige stuifzanden aanwezig met karakteristieke soortenarme buntgrasvegetaties. 2.2 BEGRAASD GEBIED EIGENDOMSSITUATIE Het totale begrazingsgebied van de schaapskudde bedraagt ca. 541 hectare en is weergegeven in figuur 2. Het is verdeeld over drie terreineigenaren, te weten Defensie (464 ha), Staatsbosbeheer (53 ha) en Natuurmonumenten (24 ha). Het begraasde terrein bestaat voor het grootste deel uit droge heide, met locaal vochtige elementen. Ook worden enkele bospercelen begraasd. Delen van het Westerzand waar Defensie oefent vallen grotendeels buiten het begraasde gebied BEGRAZINGSTYPEN EN DOEL De Holtinger schaapskudde bestaat uit Drentse Heideschapen. Dit is een authentiek schapenras, dat dicht bij het oerschaap staat. Vanwege het taaie karakter is het een ideaal ras om grootschalige en reliëfrijke heideterreinen te begrazen. Doel van de begrazing is het in standhouden en waar nodig herstellen van de diverse natuurwaarden die in het gebied worden aangetroffen. Dit onder meer door het voedselarme en open karakter van het terrein te behouden en te verbeteren. Nevendoelen zijn het in standhouden van het ras Drentse Heideschaap, het instandhouden en bevorderen van cultuurhistorische waarden en het bevorderen van recreatie en toerisme. Het begrazingsgebied van de Schotse Hooglanders op de terreinen van mevr. Pigeaud, Defensie en Natuurmonumenten beslaat het gebied ten oosten van de Studentenkampweg (zie figuur 2), en bedraagt circa 150 hectare. Het terrein bestaat uit bos (Westerzand) en natte heide (Uffelterveen). Het bos bestaat voor een groot deel uit eik en Grove den. Deze zijn rond 1900 aangeplant om stuifzanden vast te leggen. Doel van deze begrazing is het tegengaan van verstruiking en vergrassing met Bochtige smele. Het begrazingsgebied van de Schotse Hooglanders op het terrein van Staatsbosbeheer bevindt zich op de Havelterberg, ten oosten van het Hunehuis. Het beslaat ongeveer 11 hectare en bestaat uit vochtige tot droge heide (noordelijk deel) en een geplagd grasland. Doel van het terrein is om heischrale vegetaties te ontwikkelen. De Schotse Hooglanders, die er alleen in de periode mei t/m november lopen, moeten het terrein open houden. Begrazingsplan Havelte-Oost
14 Studentenkampweg Oosterzand Westerzand Kleine startbaan Holtingerzand Holtinge Hunebeddenweg Hunehuis Huidige locatie schaapskooi Havelterberg Nieuwe locatie schaapskooi Van Helomaweg Havelte Legenda Meters BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 2: Begrazingsgebied met terreineigenaren Buro Bakker 2008 Begrenzing begraasd gebied Holtinger schaapskudde Runderbegrazing Eigendom Defensie Natuurmonumenten Particuliere natuurbeheerder Staatsbosbeheer
15 2.2.3 HET BEGRAZINGSGEBIED ALS SYSTEEM De schapen grazen met name op de drogere heideterreinen. Kenmerkend voor begrazing met schapen is de wijze waarop deze bijdraagt aan een mozaïekpatroon van diverse heidetypen en leeftijdsstadia. Dit als gevolg van de verschillen in smakelijkheid van planten en bereikbaarheid van vegetaties. Binnen een dergelijk patroon varieert tevens de verscheidenheid aan planten- en diersoorten, deze is echter over het algemeen groot. In het begrazingsgebied van Havelte-Oost wordt gewerkt met een gescheperde kudde, die zich gaandeweg verplaatst over het terrein. Kenmerkend is dan dat ook dit mozaïekpatroon zich geleidelijk over het terrein verplaatst 2.3 BESCHRIJVING NATUURWAARDEN NATURA 2000 EN VOORKOMEN IN HET GEBIED Voor de beschrijvingen van de habitattypen en soorten is gebruik gemaakt van informatie van de website van het ministerie van LNV en het eindconcept van het profielendocument. Op basis van een vegetatiekartering en vegetatieopnamen en oriënterende veldbezoeken kon een goede inschatting worden gemaakt van het voorkomen van habitattypen in het plangebied. Tevens kon een goede inschatting gemaakt worden van de ligging van deze habitattypen. Een kaart van de ligging van de habitattypen is weergegeven in figuur 3. De vegetatiekaart waar figuur 3 op is gebaseerd is weergegeven in figuur HABITATTYPEN 2310 Stuifzandheiden met Struikhei Het habitattype omvat droge heiden op binnenlandse zandduinen. Deze landduinen zijn gevormd door verstuiving van dekzanden na de ijstijden. De bodems zijn zuur en uitgesproken voedselarm. In de stuifzandheiden overheerst doorgaans Struikhei, maar plaatselijk kunnen grazige vegetaties kleinschalige mozaïeken vormen met heidestruiken. Zolang deze grassen niet domineren, mag een dergelijke vegetatie tot dit habitattype gerekend worden. Binnen het begrazingsgebied komt dit habitattype uitsluitend voor ten westen van het Holtingerzand (zie foto 1). Foto 1. Een mozaïek van deels kortbegraasde Struikheide en grassoorten in de Stuifzandheide ten westen van het Holtingerzand. Begrazingsplan Havelte-Oost
16 Het terrein wordt hier door de schaapskudde voor een deel intensief begraasd. Hierdoor blijven de heidestruiken in met name het zuidelijke deel laag en vormen ze een mozaïek met grassoorten als Bochtige smele en Schapengras, maar ook heischrale soorten als Borstelgras (Rode lijst) en Tandjesgras. Het betreft hier daarom een structuurarme, maar wel soortenrijke vegetatie. In het noordelijke deel is Struikhei beduidend algemener en meer structuurrijk, met een afwisseling van kortbegraasde en oude, hoge dwergstruiken. Het belang dat Nederland heeft voor het instandhouden van dit habitattype is zeer groot. De kwaliteit van dit type is in Nederland over het algemeen slecht. Uit bovenstaande beschrijving is echter op te maken dat de kwaliteit van dit habitattype in Havelte-Oost redelijk tot goed is. Dit is mede het gevolg van de begrazing met schapen die de heide hier vitaal houdt en de vergrassing op een laag peil houdt. Daarnaast is de afwisseling van heide en meer grazige, kortbegraasde vegetatie een voorwaarde voor het voorkomen van de Tapuit in Havelte-Oost, aangezien de laatste twee broedparen van deze soort specifiek in dit terrein voorkomen Zandverstuivingen Het habitattype betreft pionierbegroeiingen op zandgrond in binnenlandse stuifduinen. Die pionierbegroeiingen hebben een open vegetatiestructuur en wisselen af met plekken met kaal zand. Het stuifzandmilieu is extreem arm aan planten. Zandverstuivingen omvatten naast kaal stuivend zand ook plekken die in de loop van de successie dichtgroeien. Dat zijn plekken met (in volgorde van successie) algen, (korst)mossen en grassen. De zandige, open tot tamelijk grazige plekken op de overgang van zandverstuivingen en bossen of heiden maken deel uit van het habitattype Zandverstuivingen. Het Holtingerzand, het grootste stuifzandgebied van Havelte-Oost, valt, evenals enkele kleinere zandverstuivingen ten noorden van de Grote Startbaan en in de westpunt van het Westerzand binnen het begrazingsgebied (zie figuur 3). Voor alle stuifzanden geldt dat deze langzaam dichtgroeien met Schapegras, Bochtige smele en Zandhaarmos. Na deze vastlegging gaat Bochtige smele overheersen en gaan plaatselijk veel Grove dennen kiemen, waardoor het gebied bij uitblijven van beheer uiteindelijk in bos verandert. Omdat dit proces in meer stuifzanden in Nederland speelt, is de staat van instandhouding van dit habitattype op landelijke schaal zeer ongunstig. De zandverstuivingen in het begrazingsgebied van Havelte-Oost zijn daarom landelijk gezien van groot belang voor het behoud van het habitattype. Foto 2. Halfopen stuifzand in het Holtingerzand. 8 buro bakker 2007/P07054
17 Legenda Meters BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 3: Ligging van Natura 2000 habitattypen Buro Bakker Stuifzandheiden met Struikhei 2320 Binnenlandse Kraaiheibegroeiingen 2330 Zandverstuiving 3160 Zure vennen 4010 Vochtige heiden 4030 Droge heiden 6230 Heischrale graslanden 7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen 9190 Oude eikenbossen Broedgeval Tapuit
18 Legenda Zomereik-type Zomereik-Dalkruid-type Zomereik-Grove den-type Zachte berk-zompzegge-type Open zand Liggende vleugeltjesbloem-tormentil-type Graslanden met Bochtige smele, Schapengras, Borstelgras en/of Gewoon struisgras Pijpenstrootje-dominantietype Struikhei-Rood bekermos-type Kraaiheide-dominantie Gewone dophei-pijpenstrootje-type Pionier heidevegetatie Ruigten Brem-Echte guldenroede-type Geoorde wilg-grauwe wilg-type Hoogveenbegroeiingen Open water Klokjesgentiaan Moeraswolfsklauw Valkruid (nieuwe vindplaats) BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 4: Vereenvoudigde vegetatiekaart Eigendommen Defensie Buro Bakker Meters
19 4010 Vochtige heiden Dit habitattype betreft vochtige heidegemeenschappen op voedselarme, zure zand- en veenbodems. Doorgaans is Dopheide hierin de dominante soort. In Havelte-Oost is dit habitattype op veel locaties in vergraste vorm aanwezig. Deze is met behulp van beheermaatregelen in de vorm van plaggen, maaien of chopperen relatief gemakkelijk om te vormen tot heide van goede kwaliteit. Op de Havelterberg is, als gevolg van de leemhoudende bodem, een soortenrijke vorm van het habitattype aanwezig, dat landelijk gezien in een matig ongunstige staat van instandhouding verkeert. Zowel op en bij de Havelterberg als bij de Kleine Startbaan komen soms veel Klokjesgentianen in de heidevegetatie voor Droge heiden Dit habitattype wordt in hoofdzaak gedomineerd door Struikhei. Dit habitattype komt in het begraasde gebied over grote oppervlakten voor, maar is plaatselijk matig tot sterk met Pijpenstrootje vergrast; soms domineert deze soort (zie foto 3). In het oostelijke deel vindt, als gevolg van opslag van Grove den, ook verbossing van dit habitattype plaats. Omdat deze processen landelijk spelen is de staat van instandhouding van dit habitattype zeer ongunstig. Het belang van Havelte-Oost is daarbij, vanwege de grote oppervlakte ervan, erg groot. Foto 3 Structuurarme droge heide en sterk met Pijpenstrootje vergraste heide in het westelijke deel van Havelte-Oost Heischrale graslanden Dit habitattype omvat halfnatuurlijke graslanden op betrekkelijk zure zand- en grindbodems. In Havelte-Oost komt de meest waardevolle vorm van dit type voor langs de Kleine Startbaan, waarin soorten als Wilde tijm, Rozenkransje en Valkruid (zie foto 4) opvallen. Relatief soortenarmere vormen, met onder andere Borstelgras en Tandjesgras, komen verspreid over het terrein voor (zie figuur 3). Op de Havelterberg komen minder algemene (Gevlekte orchis, Echte guldenroede) tot zeer zeldzame soorten (Knollathyrus, Fraai hertshooi) van heischrale milieu s voor op locaties waar keileem aan de oppervlakte komt. Het betreft hier kleine en verspreid liggende locaties in verder tamelijk soortenarme droge tot vochtige heide. Begrazingsplan Havelte-Oost
20 Het habitattype verkeert landelijk gezien in een zeer ongunstige staat van instandhouding. Het belang van de heischrale milieus in het begrazingsgebied van Havelte-Oost is daarom erg groot. Foto 4. Valkruid langs de Kleine Startbaan in Havelte-Oost SOORTEN Aanvullend doel: A277 Tapuit De Tapuit is een broedvogel van insectenrijke, schaars begroeide heideterreinen met deels zandige bodem en enige uitzichtpunten. Bij voorkeur wordt er in konijnenholen gebroed. In Drenthe broeden Tapuiten vrijwel uitsluitend in heide- en hoogveengebieden. Buiten natuurgebieden komt de soort niet meer voor. Foto 5. De Tapuit 12 buro bakker 2007/P07054
21 In Havelte-Oost kwam de soort in de periode jaarlijks met gemiddeld 13 broedparen voor, in de periode jaarlijks met 4 tot 14 paar. De laatste jaren is het aantal echter sterk afgenomen tot 1-2 paar, die broeden in het open en kortbegraasde heideterrein ten westen van het Holtingerzand (zie ook figuur 3 en foto 1.). De soort staat in het gebied sterk onder druk. Dit is in lijn met de aantalsontwikkelingen in de rest van Nederland. Oorzaak van de achteruitgang is de toenemende vergrassing van open zandige gebieden als gevolg van zure neerslag en, met name in de duinen, de verminderde konijnenvraat. Begrazingsplan Havelte-Oost
22 3 BEGRAZING ALS BEHEERMAATREGEL 3.1 BEGRAZING MET SCHAPEN EIGENSCHAPPEN VAN EEN GESCHEPERDE KUDDE Bij begrazing van terreinen kan gekozen worden voor een gescheperde (door een herder geleide) kudde of een vast aantal schapen binnen een raster (ingerasterde kudde). Een gescheperde kudde wordt, in tegenstelling tot een ingerasterde kudde, door het terrein geleid. Hierbij kunnen voor begrazing kwetsbare terreinen gemeden worden. Een gescheperde kudde is tevens in het voordeel indien de te begrazen delen verspreid over het terrein liggen, zoals in het begrazingsgebied van Havelte-Oost. Ook het militaire gebruik van het terrein leidt tot een voorkeur voor een mobiele schaapskudde. Bij een gescheperde kudde kan de begrazingsintensiteit worden beïnvloed door de frequentie waarmee de kudde bepaalde terreingedeelten bezoekt. Zo zullen bepaalde terreingedeelten bijna dagelijks en andere incidenteel bezocht worden. Op deze wijze kan de graasdruk gespreid worden, waardoor er binnen een beperkt gebied veel variatie (mozaïeken) gecreëerd kan worden. Deze variatie is met name gunstig voor de in droge heideterreinen aanwezige reptielen, zoals hagedissen. Negatieve effecten, zoals onder- of overbegrazing worden door de herder voorkomen. Bovendien kan de schaapskudde bijdragen aan de verspreiding en hervestiging van plantensoorten door het verspreiden van zaden. Bij een ingerasterde kudde vindt de begrazing veel gelijkmatiger plaats en is de variatie in de vegetatie minder GRAASGEDRAG Schapen zijn selectievere grazers dan runderen en paarden. Met name runderen eten meer dood materiaal dan schapen, waardoor deze beter inzetbaar zijn bij sterk vergraste vegetaties. Runderen en paarden dienen echter ingerasterd te worden, daarom is dit type begrazing voor de heideterreinen van Havelte-Oost ongeschikt (zie vorige paragraaf). Begrazing met ingerasterde runderen (Schotse Hooglanders) wordt wel toegepast in het bosgebied van het Oosterzand en in een heideterrein op de Havelterberg. Vanwege hun selectieve graasgedrag eten schapen niet alle planten; Dophei en Kraaihei worden vrijwel niet begraasd. Ook de lange bloeiende of uitgebloeide groeiwijzen van Pijpenstrootje en Bochtige smele worden niet gegeten. Alleen de jonge scheuten van deze grassoorten worden gegeten. Als Pijpenstrootje en Bochtige smele zaadknoppen gaan maken in juni eten de schapen het niet meer, dan gaan ze over op de jonge scheuten van Struikhei die dan juist tot groei is gekomen. Verder wordt het hele jaar door de grondrozetten van Bochtige smele gegeten en ook de jonge blaadjes van de berkenopslag. In het algemeen prefereren schapen grassen boven heide. In vergraste heides worden dan ook de grassen tussen de heideplanten uitgegeten. Wanneer de heide echter sterk vergrast is, worden juist de heideplanten tussen de grassen uitgegeten. Verder worden jonge loten en kiemplanten van Struikheide gegeten omdat deze een hoge voedingswaarde hebben. Dit eetgedrag bij elkaar zorgt voor een begrazing die de heide in staat stelt zich steeds te vernieuwen en de vergrassing tegen gaat. Op plaatsen waar alleen hoge pollen van Pijpenstrootje voorkomen zullen schapen niet graag lopen (zie foto 6). Dergelijke pollen worden door de schapen ook niet gegeten. Omdat schapen een hekel hebben aan natte poten worden ook vochtige en drassige plekken gemeden. Bovendien worden schapen ziek als ze te lang in vochtige omstandigheden lopen. Het begrazen van dergelijke vochtige gebieden (vaak Dophei-vegetaties) is daarom alleen mogelijk wanneer, binnen een graasdag, vochtige vegetaties worden afgewisseld met droge. In principe wordt het gehele jaar door begraasd, maar is er in de winterperiode sprake van een duidelijk andere begrazingssituatie dan in de zomer. In de winterperiode (oktober tot en met april) levert Pijpenstrootje te weinig voeding voor de schapen. Struikheide is dan het meest voedselrijk. Om overbegrazing van deze vegetaties te voorkomen is het echter zaak naar alternatieven te zoeken. Vegetaties van Bochtige smele, soms dominant aanwezig in de droge bossen in het begrazingsgebied, zijn dan uitstekend geschikt voor begrazing in de win- 14 buro bakker 2007/P07054
23 ter. Daarnaast kunnen de schapen gebruik maken van graslanden. Vooral voor drachtige en zogende ooien is de beschikbaarheid van goede graasmogelijkheden van groot belang. Naast het weiden worden de schapen bijgevoerd met hooi en brok gedurende de wintermaanden. Het hooi wordt gewonnen van eigen graslanden. Verder wordt er hooi aangekocht. Jaarlijks wordt er circa 1800 pak hooi en circa kg schapenbrok gevoerd. Foto 6. Pollerige Pijpenstrootjedominantie. Dergelijke vegetaties worden door schapen gemeden GROOTTE VAN DE KUDDES De grootte van de Holtinger schaapskudde bedraagt circa 300 ooien gedurende de winterperiode. In de dektijd worden rammen 'bijgeleend'. Er zijn dan 12 rammen bij de kudde. Er wordt geselecteerd op "vers" rammenbloed om inteelt tegen te gaan en het zuivere Drentse Heideschaap te bevorderen. De dektijd valt in de periode eind september tot eind november. Het zomerbestand (mei-juli) bedraagt, na het aflammeren in de periode half februari tot eind april, ongeveer 500 stuks. Deze lammeren worden in de periode augustus-november echter doorverkocht, zodat de kudde in november weer op het oorspronkelijke aantal is VERPLAATSINGSPATROON Dagritme Het verblijf van de kudde op de heide en in de schaapskooi wordt zoveel mogelijk aangepast aan het dagritme van de dieren. De schapen grazen in het winterhalfjaar overdag en in de hoogzomer s ochtends en in de namiddag op de heide. Op warme dagen brengt de kudde rond de middag de tijd door op beschaduwde plaatsen. Op enkele plaatsen zijn gedeelten van het terrein ingerasterd om de kudde hier op de warme middagen te laten verblijven of zelfs te laten overnachten (zie figuur 6). De herder heeft dan de mogelijkheid om andere werkzaamheden te verrichten. Ook kunnen op deze wijze veraf gelegen terreingedeelten intensiever begraasd worden. Deze parkeerweides worden zo min mogelijk belast. Begrazingsplan Havelte-Oost
24 Driften Driften zijn vaste routes van schaapskuddes waarlangs deze zich (vanuit de schaapskooi) door het terrein verplaatsen. Soms zijn deze driften al van oudsher aanwezig toen de kudden vanuit het dorp naar de heide trokken. In het buurtschap Holtinge zijn driften begeleid door oude eikensingels (strubben). Waar driften op de hei uitkomen zal het meest intensief worden begraasd. De graasintensiteit zal afnemen naarmate de afstand vanaf de driften groter wordt. De gradiënt die zo ontstaat, draagt in sterke mate bij aan de structuur en variatie binnen de heidevegetaties. Het is aan de herder om te voorkomen dat er aan het eind van de schapendrift structurele overbegrazing plaatsvindt. Dit kan door de kudde relatief snel door het gebied te leiden. 3.2 BEGRAZING MET SCHOTSE HOOGLANDERS Runderen als de Schotse Hooglanders nemen tijdens het grazen niet alleen kort, maar ook lang gras mee. Daarnaast eten ze ook opslag en jonge twijgen van bomen en boombast. Op deze wijze kunnen ze openheid creëren in bosgebieden en heideterreinen open houden. Het graasgedrag van runderen wijkt daarmee sterk af van het graasgedrag van schapen. Vooral bij het open houden van bos en het versterken van structuurvariatie bewijzen runderen hun meerwaarde. De begrazingseenheid waarbinnen vooral het eigendom van mevrouw Pigeaud valt, is circa 150 hectare groot. Het raster is in 2001 geplaatst. Bij het plaatsen van het raster is rekening gehouden met het verspreidingspatroon van kwetsbare soorten. Een graslandperceel waar regelmatig Ringslangen worden waargenomen is buiten het raster gehouden. De begrazingseenheid bestaat voor een groot deel (ca. 50%) uit bos. In de zuidoosthoek ligt een gevarieerd heideterrein, waarin droge heide, vochtige heide en schraal grasland elkaar afwisselen. De begrazing met Schotse Hooglanders beoogt meer diversiteit en structuur in de vegetatie aan te brengen. Zowel op de heideterreinen als in de bospercelen is het gewenst dat de vergrassing wordt teruggedrongen. Hieronder valt ook de plaatselijke dominantie van Pitrus. Ook het terugdringen van verbossing op de heide met berken en Grove den is een belangrijk doel. Binnen het bos wordt gestreefd naar meer structuurvariatie, waarin ook open plekken in het kronendak en dood hout een plek krijgen. Foto 7. Begrazing met Schotse Hooglanders in het Westerzand. 16 buro bakker 2007/P07054
25 De begrazing wordt uitgevoerd met 15 Schotse Hooglanders (10-12 Groot Vee Eenheden). Tot op heden waren dit voornamelijk jonge dieren, die jaarlijks werden vervangen. In de toekomst wordt gestreefd naar een permanente kudde, waarin ook oudere dieren zitten. Bijstelling van het aantal Schotse Hooglanders vindt plaats aan de hand van de monitoring van de resultaten van de begrazing. Een beheersevaluatie vindt jaarlijks plaats. De ervaringen tot nu toe laten zien dat Bochtige smele in het bos toeneemt. De runderen zorgen in het bos eerder voor meer structuur. De dieren mijden grotendeels de pitrusvegetaties. Mogelijk kan aanvullend maaibeheer, in combinatie met de begrazing, hier verandering in brengen. De runderen grazen veel op de heide, waarbij de Bochtige smele duidelijk de voorkeur heeft. Kwetsbare vegetaties, waaronder groeiplaatsen van Klokjesgentiaan worden niet aangetast door de begrazing. Klokjesgentiaan breidt zich nog steeds uit binnen het begraasde gebied, onder meer als gevolg van plagwerkzaamheden. Alleen in strenge winters vindt in zeer beperkte mate bijvoedering plaats. Op het terrein van Staatsbosbeheer lopen 6 volwassen Schotse Hooglanders, aangevuld met enkele kalveren. De dieren lopen in een heideterrein met een klein 'reepje' bos en een afgeplagd voormalig grasland. Doelstelling van deze begrazing is het openhouden van dit terrein, waarbij met name opslag tegengegaan moet worden en de vegetatie laag moet blijven. De resultaten van deze begrazing zijn tot dusver positief; het terrein blijft open en zeldzame (pionier)soorten van heischrale milieus vestigen zich in het terrein. Naast begrazing wordt op kleine schaal andere beheermaatregelen uitgevoerd, zoals het maaien van een strook met Pitrus, die door de runderen wordt gemeden. 3.3 RELATIE TOT ANDERE BEHEERMAATREGELEN Om de vergrassing in Havelte Oost terug te dringen, zijn naast begrazing ook andere beheermaatregelen nodig. In 1993 is vastgesteld dat het aandeel grassen in de vegetaties in het begrazingsgebied ongeveer 65% is. Dit komt neer op een totale droge stof productie in het terrein van ruim kg per jaar. Met de toenmalige omvang kon de schaapskudde hiervan maximaal kg per jaar afvoeren. Hoe groot het gat is tussen de totale productie van droge stof en de afvoercapaciteit van de huidige kudde, is niet bekend. Wel kan aangenomen worden dat dit gat thans nog steeds aanwezig is. Er zijn dus ook andere beheermaatregelen, zoals plaggen, maaien en chopperen, nodig om een deel van de droge stof af te voeren. De inzet van begrazing blijkt vooral effectief te zijn als deze volgt op de inzet van andere beheermaatregelen. Dit betekent dat na het maaien of plaggen van een heideterrein, de vergrassing op een blijvend laag niveau gehouden kan worden met behulp van begrazing. Hier zijn de jonge scheuten van het gras goed bereikbaar voor de schapen. De begrazing bevordert het uitstoelen van Struikhei waardoor de bodem sneller bedekt wordt en overmatige grasgroei wordt tegengegaan. De inzet van de schaapskudde is ook zeer effectief voor het blijvend tegengaan van opslag van bomen in de heide. Hier geldt eveneens dat de opslag van oudere bomen beter verwijderd kan worden met andere maatregelen. Om met de inzet van de schaapskudde een maximaal effect te bereiken is het van belang dat: - De schaapskudde wordt uitgebreid, zodat de schapen een groter gedeelte van de droge stof kunnen afvoeren. - De schaapskudde vooral wordt ingezet op plekken waar eerder andere maatregelen zijn uitgevoerd (zie bijvoorbeeld foto 8). In terreinen met een hoge mate van vergrassing zijn andere beheermaatregelen effectiever. Een optimale inzet van de schaapskudde kan de noodzaak voor het uitvoeren van andere beheermaatregelen in de toekomst mogelijk terugdringen. Begrazingsplan Havelte-Oost
26 Foto 8. Deels gemaaide heide in Havelte-Oost. Begrazing dient direct na uitvoering van dergelijke maatregelen efficiënt ingezet te worden om verdere vergrassing met Pijpenstrootje tegen te gaan. 3.4 BEGRAZING EN NATURA 2000 In deze paragraaf wordt ingegaan op het gewenste begrazingsregime per habitattype (doelhabitat Natura 2000) en doelsoort in relatie met de instandhoudingsdoelen. Het begrazingsregime kan afhankelijk zijn van de huidige kwaliteit van het habitattype, de specifieke natuurwaarden die er in voorkomen of het graasgedrag van de schapen STUIFZANDHEIDEN EN TAPUIT Op de enige locatie waar het habitattype voorkomt in het gebied (ten westen van het Holtingerzand), wordt deze vegetatie deels zeer intensief begraasd vanwege de ligging van deze locatie op de route van de kudde naar de kooi (drift) en omdat de kudde hier goed door recreanten te bewonderen is en om deze reden hier regelmatig halt houdt. Als gevolg van de intensieve begrazing is het terrein echter het laatste bolwerk van de Tapuit in Havelte-Oost geworden. De soort profiteert hier namelijk van de hoge insectenrijkdom als gevolg van de regelmatige aanwezigheid van de kudde en wordt niet gehinderd door hoog gras. De ligging van het type op een helling garandeert vele uitkijkpunten, waar deze soort graag gebruik van maakt. Een zekere mate van overbegrazing kan voor dit habitattype, in combinatie met de Tapuit, dan ook geen kwaad en draagt bij aan het instandhouden en uitbreiden van dit habitattype en het behoud van de Tapuitenpopulatie van Havelte-Oost. 18 buro bakker 2007/P07054
27 Foto 9. Kortbegraasde Stuifzandheide ten westen van het Holtingerzand ZANDVERSTUIVINGEN De kern van dergelijke vegetaties bestaat in Havelte-Oost uit spaarzaam begroeid open zand (zie foto 2). Dit hoeft niet begraasd te worden. Wel is hier mechanisch beheer gewenst om het gebied open te houden. In de randzones van het stuifzand is het zand vastgelegd door soorten als Buntgras, Schapengras en Biggenkruid. In deze vegetatie komt plaatselijk veel opslag van Grove den voor. Deze randzone dient in de winterperiode door de schapen extensief begraasd te worden VOCHTIGE HEIDEN Schapen eten niet of nauwelijks Dopheide en zijn in dergelijke vegetaties afhankelijk van de mate van vergrassing. In vele gevallen betreft het hier echter vochtige tot natte heides die niet ideaal zijn voor schapen (zie 3.1.2). Bovendien komen hier soms kwetsbare plantensoorten of vegetaties voor (Klokjesgentiaan of, zoals op de Havelterberg, zeldzame heischrale soorten) die in het groeiseizoen ontzien moeten worden. Buiten het groeiseizoen is er in deze vegetaties echter weinig voedsel te krijgen. In samenspraak met de beheerders kan er locaal voor gekozen worden de kudde specifiek in het voorjaar in vochtige heiden te laten grazen. Een dergelijk beheer houdt de heide open en bevordert de vestiging van Klokjesgentiaan. Ook kan begrazing worden ingezet na uitvoering van beheermaatregelen als maaien of chopperen DROGE HEIDEN Dit habitattype is onder te verdelen in Struikheivegetaties, korstmosrijke heidevegetaties, oude Struikheivegetaties en dominanties van Pijpenstrootje en Bochtige smele. Struikheivegetaties Intensieve begrazing van dit vegetatietype is mogelijk. De intensiteit is afhankelijk van de mate van vergrassing. Vaak betreft het homogene en licht tot matig vergraste vegetaties die zijn ontstaan na het uitvoeren van beheermaatregelen als maaien of chopperen (zie bijvoorbeeld foto 8). Begrazingsplan Havelte-Oost
28 Korstmosrijke heidevegetaties Dergelijke vegetaties zijn tredgevoelig en dienen in vochtige perioden extensief begraasd te worden. In droge perioden dienen deze vegetaties gemeden te worden. Foto 10. Open, korstmosrijke heide met jonge uitlopers van Struikhei Oude Struikheivegetaties Vegetaties met oude heidestruiken of een grote variatie in leeftijd, zoals op de Havelterberg (zie foto 11), dienen extensief en voorzichtig begraasd te worden om te voorkomen dat oude heidestruiken afsterven. Dominanties van Pijpenstrootje Dergelijke vegetaties kunnen intensief begraasd worden in de periode mei-juli. Van begrazing alleen mogen echter geen opzienbare verbeteringen worden verwacht; deze zijn alleen haalbaar in combinatie met andere beheermaatregelen, zoals maaien, chopperen of branden (zie 3.3). Het inzetten van de schaapskudde kan deze maatregel vervolgens bestendigen. Dominanties van Bochtige smele Dit vegetatietype kan gedurende het hele jaar intensief begraasd worden. Gezien de samenstelling van de vegetaties in het gehele begrazingsgebied, waar in de zomer voldoende aanbod van goed voedsel aanwezig is, is het raadzaam de vegetaties die grotendeels uit Bochtige smele bestaan te reserveren voor de winter, aangezien dit een van de weinige soorten is die ook in de winter nog een redelijke voedingswaarde heeft. 20 buro bakker 2007/P07054
29 Foto 11. Structuurrijke droge heide op de Havelterberg HEISCHRALE GRASLANDEN Deze komen in goede kwaliteit voor nabij de Kleine Startbaan en in versnipperde vorm op de flanken van de Havelterberg. Deze vegetaties dienen in het groeiseizoen (maart t/m oktober) gemeden te worden zodat de kwetsbare soorten van deze vegetatie kunnen bloeien en zaadzetten. In het winterseizoen kunnen deze vegetaties vervolgens extensief begraasd worden. De overige, meer soortenarme, heischrale vegetaties liggen verspreid over het begrazingsgebied en doorgaans ingeklemd in heidevegetaties. Deze kunnen met het ter plekke aangeduide begrazingsregime (zie hoofdstuk 4) meegenomen worden. Dit kan dus zowel intensieve als extensieve begrazing zijn VEGETATIES BUITEN NATURA 2000 HABITATTYPEN Dit betreft in hoofdzaak loof- en naaldbossen met een ondergroei van Bochtige smele. Vanwege hun soortsamenstelling en hun leeftijd (aangeplant na 1900) vallen deze niet onder het habitattype Oude eikenbossen. Deze vegetaties kunnen in de winterperiode intensief begraasd worden. 3.5 RECREATIEVE ASPECTEN De schaapskudde van het Holtingerveld heeft, naast een beheerfunctie, ook een belangrijke recreatieve functie. Zo biedt de grazende kudde op de Havelterberg een fraai aanblik voor de bezoekers. Niet zelden worden hier trouwreportages gemaakt met de schaapskudde en de heide als hoofdthema's. De schaapskooi heeft als vertrek- en eindpunt van de kudde een bijzondere aantrekkingskracht voor recreanten. Met name de goed bereikbare locatie bij het dagrecreatief centrum aan de Van Helomaweg zal de schaapskooi tot een dagattractie maken. De schapen zullen echter niet ten behoeve van een recreatief gunstiger tijdstip eerder naar de kooi terugkeren. Begrazingsplan Havelte-Oost
30 Wel kan de kudde, in combinatie met informatieverstrekking via borden en/of folders, veel aanknopingspunten voor bewustwording van de diverse waarden van het gebied bij het grote publiek. Deze bewustwording kan een belangrijke rol spelen voor het creëren van draagvlak voor beheermaatregelen in het gebied en instandhouding van het Natura 2000 gebied in de toekomst. Foto 12 De Holtinger schaapskudde op weg naar de schaapskooi aan het eind van de middag. 22 buro bakker 2007/P07054
31 4 PLANNING VAN DE BEGRAZING 4.1 OPZET Om de planning van de begrazing inzichtelijk te maken is het totale begrazingsgebied onderverdeeld in 18 begrazingseenheden (zie figuur 5). Bij het indelen van deze eenheden is er naar gestreefd deze qua terreinsamenstelling, tijdstip van begrazing (zomer en/of winter) en type begrazing (rund of schaap) zo homogeen mogelijk te houden. Sommige eenheden zijn afgezonderd omdat begrazing hier geen zin heeft (bijvoorbeeld open water) of niet wordt ingepland (omrasterde eenheden of veraf gelegen losse gebieden). Van elk van de begraasde eenheden is de oppervlakte bepaald. In het grootste gebied (deelgebied 11) maken de gebiedsdelen die uitsluitend door Pijpenstrootje worden gedomineerd geen deel uit van de begraasde oppervlakte, aangezien deze vegetaties door schapen gemeden worden (zie 3.1.2). De kudde bestaat 's winters uit 300 schapen. In de zomerperiode ligt dit aantal hoger in verband met de geboorte van lammeren. Deze zullen voor een beperkt deel meedraaien in de begrazing, en in de loop van de zomer worden doorverkocht. Deze lammeren zijn derhalve voor een kwart eenheid meegeteld, zodat de zomerbezetting op 375 schapen is gesteld. Bij de berekeningen is er van uitgegaan dat de kudde 300 dagen per jaar in het gebied verblijft. Deze zijn verdeeld over een zomerperiode van 175 dagen en een winterperiode van 125 dagen. Dit laatste in verband met een verhoogde kans op uitval van dagen. Voor de begrazingsintensiteit is voor intensieve begrazing een dichtheid van 1 schaap per hectare aangehouden. Extensieve begrazing is op 1 schaap per 2 hectare gesteld. Op deze wijze kan per deelgebied het aantal begrazingsdagen worden bepaald. De uiteindelijke locatie van de schaapskooi is niet van invloed geweest op de berekeningen. Ook bij het eventueel verplaatsen van de schaapskooi naar de Van Helomaweg kan uitgegaan worden van de hieronder uitgevoerde berekeningen. In de begrazingseenheden die door Schotse Hooglanders worden begraasd (deelgebied 4 en 15) is de daar nu aangehouden begrazingsdruk gehandhaafd. 4.2 SCHAPENBEGRAZING IN RUIMTE EN TIJD BENODIGDE BEGRAZING PER BEGRAZINGSEENHEID Deelgebied 1 (8 ha) Vanwege de samenstelling van de vegetatie (dominantie van Pijpenstrootje) en de afstand tot de schaapskooi staat de inspanning die hiervoor nodig is niet in verhouding tot het beperkte resultaat. Voorgesteld wordt om deze uit het begrazingsgebied te halen. Deelgebied 2 (9 ha) Dit deel gebied bestaat uit een dominantie van het door schapen gemeden Kraaiheide en een strook bos. Vanwege deze eenzijdige en grotendeels niet door schapen begraasde oppervlakte alsmede de afstand tot de schaapskooi wordt ook hier voorgesteld dit deelgebied buiten het begrazingsgebied te halen. Deelgebied 3 (25 ha) Het betreft hier een omrasterd terrein, dat gebruikt kan worden bij calamiteiten of vrije dagen van de herder. Om deze reden zal deze eenheid niet ingepland worden. Gezien de capaciteit van het gebied wordt aanbevolen hier niet vaker dan 25 dagen per jaar gebruik van te maken en deze dagen over het jaar te spreiden om overbegrazing te voorkomen. Begrazingsplan Havelte-Oost
32 Meters BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 5: Begrazingseenhedenkaart Buro Bakker 2008 Legenda Niet begraasde Pijpenstro-dominanties in vak 11 Begrazingseenheden Ingerasterde gebieden
33 Deelgebied 4 (169 ha) Dit deel wordt door 15 runderen begraasd. Aan deze situatie zal niets veranderen. Deelgebied 5 (6 ha) Het betreft hier een terrein dat voor één dag per jaar door de schaapskudde wordt meebegraasd. Deze ene dag kan zowel in de winter als in de zomer vallen. Om deze reden wordt deze eenheid niet verder ingepland. Gezien de capaciteit van het gebied wordt aanbevolen hier niet vaker dan 3 dagen per jaar gebruik van te maken om structurele overbegrazing te voorkomen. Deelgebied 6 (18 ha) Het betreft hier een terrein dat 's winters extensief (8 dagen) wordt meebegraasd. Omdat het geen onderdeel uitmaakt van het aaneengesloten gebied wordt deze eenheid niet verder ingepland. Gezien de capaciteit van het gebied wordt aanbevolen 's winters hier niet vaker dan deze 8 dagen gebruik van te maken. Dit om overbegrazing te voorkomen. Deelgebied 7 en 9 (totaal 15 ha) Dit betreft open water. Deelgebied 8 (34 ha) Dit deelgebied bestaat voor het grootste deel uit bos en wordt alleen 's winters intensief begraasd om vergrassing en opslag tegen te gaan en de beperkt aanwezige zandverstuiving open te houden. Onderstaande berekening is gebaseerd op 1 schaap per hectare in de winterperiode. Als uitgangspunt wordt dus 34 schapen (want 34 ha) genomen voor een periode van 125 dagen (zie 4.1). Dit wordt omgerekend naar een kudde van 300 schapen, waardoor er uiteraard minder dagen nodig zijn om het gewenste resultaat te behalen. Winter: 34 schapen dagen 300 schapen - 14 graasdagen Deelgebied 10 (13 ha) Het betreft een kwetsbare vegetatie, waar in het groeiseizoen zeldzame soorten van heischrale graslanden en natte heide voorkomen. Dit deelgebied dient uitsluitend in de wintermaanden (1 oktober tot 1 maart) extensief begraasd te worden. Winter: 7 schapen (want 1 schaap per 2 hectare)- 125 dagen 300 schapen - 3 graasdagen Deelgebied 11 (202 ha) Het deelgebied bestaat voor het overgrote deel uit droge heide die jaarrond intensief begraasd kan worden. De dominanties van Pijpenstrootje (totaal 61 hectare) en een ingerasterd terrein in het noordoosten (13 hectare) maken geen deel uit van de 196 hectare. De ligging van deze dominanties is gebaseerd op een vegetatiekartering uitgevoerd in In de planning van de begrazing (zie volgende paragraaf) is enige ruimte gehouden om in te springen op later uitgevoerde beheermaatregelen die hebben geleid tot een afname van deze oppervlakte. Dit deelgebied kan het efficiëntst begraasd worden wanneer de begrazing volgend is op beheermaatregelen als maaien en chopperen. Binnen het deelgebied dienen de bescheiden oppervlaktes met natte heide minder vaak bezocht te worden. Gebieden met Klokjesgentiaan (zie figuur 4) dienen in de periode 1 juni-1 oktober gemeden te worden. Zomer: 202 schapen dagen 375 schapen - 91 graasdagen Winter: 202 schapen dagen 300 schapen - 82 graasdagen Begrazingsplan Havelte-Oost
34 Deelgebied 12 (14 ha) Droge, oude en structuurrijke heide. Deze dient jaarrond extensief begraasd te worden. Zomer: 7 schapen dagen 375 schapen - 3 graasdagen Winter: 7 schapen dagen 300 schapen - 3 graasdag Deelgebied 13 (19 ha) Deelgebied 13 betreft een mengeling van vrij vochtige en vrij natte heide. Vanwege de hier voorkomende kwetsbare heischrale soorten en soorten van natte heides dient er alleen in het winterhalfjaar extensief gegraasd te worden. Winter: 9 schapen dagen 300 schapen - 4 graasdagen Deelgebied 14 (67 ha) Dit deelgebied bestaat uit (halfopen) bos met Bochtige smele in de kruidlaag en wordt alleen 's winters intensief begraasd. Winter: 75 schapen dagen 300 schapen - 32 graasdagen Deelgebied 15 (13 ha) Dit deelgebied wordt in de periode mei tot en met november door 6 Schotse Hooglanders, aangevuld met enkele kalveren, begraasd. Aan deze situatie zal niets veranderen. Deelgebied 16 (28 ha) Voor het grootste deel bestaat dit deelgebied uit droge heide, vaak met enige opslag. Het dient jaarrond extensief begraasd te worden. De natte heidevegetatie met zonnedauw en Moeraswolfsklauw (zie figuur 4) dient gemeden te worden. Zomer: 14 schapen dagen 375 schapen - 7 graasdagen Winter: 14 schapen dagen 300 schapen - 7 graasdagen Deelgebied 17 (13 ha) Dit deelgebied bestaat uit droge heide en een zandverstuiving. Het dient jaarrond extensief begraasd te worden. Zomer: 7 schapen dagen 375 schapen - 3 graasdagen Winter: 7 schapen dagen 300 schapen - 3 graasdagen Deelgebied 18 (19 ha) Dit deelgebied bestaat uit open stuifzand en dennenbos. Het dient jaarrond extensief begraasd te worden, waarbij in de zomer de nadruk ligt op grazige vegetaties en 's winters op houtige vegetaties (opslag Grove den). Zomer: 10 schapen dagen 375 schapen - 4 graasdagen Winter: 10 schapen dagen 300 schapen - 4 graasdagen 26 buro bakker 2007/P07054
35 Samenvatting In onderstaande tabel is de het begrazingstype per deelgebied samengevat. Deze tabel is tevens samengevat in figuur 6. Deelgebied Opp. Type Intensief Extensief Niet 1 april - 1 oktober 1 oktober - 1 april Totaal graasdagen x x 3 25 Ingerasterd Rund exclave exclave x 8 34 Schaap x x Schaap - x 3* Schaap x Schaap - x Schaap - x Schaap x Rund Schaap - x Schaap x Schaap - x Totaal Tabel 2. Indeling begrazing in Havelte-Oost. * = begrazingsperiode gebied 10 1 oktober 1 maart SCHAPENBEGRAZING IN DE TIJD De in de vorige subparagraaf weergegeven indeling is verder uitgewerkt in onderstaand maandschema. Hierbij zijn alleen de door schapen begraasde deelgebieden weergegeven. In de planning is rekening gehouden met de lammertijd (februari tot half maart), waardoor een groot aantal dagen zal uitvallen. Uiteindelijk zijn er in de maandplanning er 260 dagen daadwerkelijk ingepland. Dit om ruimte te houden voor calamiteiten, specifieke wensen van de terreinbeheerders en om te kunnen anticiperen op uitgevoerde of in de toekomst uit te voeren beheermaatregelen in het gebied. De herder c.q. terreinbeheerders kunnen naar eigen inzicht de overige 40 dagen in hun planning opnemen. Doordat in deelgebied 11 de begrazing in hoofdzaak in de zomermaanden plaatsvindt, bestaan er voldoende mogelijkheden om de kudde nabij de hunebedden aan recreanten te tonen. Deelgeb. Jan. Feb. Mrt. Apr. Mei Juni Juli Aug. Sept. Okt. Nov. Dec. Tot Totaal Tabel 3. Maandschema schapenbegrazing Havelte-Oost. Grijstint is zomerbegrazing. Begrazingsplan Havelte-Oost
36 Huidige schaapskooi Nieuwe schaapskooi 17 6 Legenda Graasdagen en Begrazingsvormen 14 Aantal graasdagen per jaar Meters BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 6: Graasdagen schaapskudde en Schapendriften Buro Bakker Deelgebied Jaarrond intensieve begrazing Jaarrond extensieve begrazing Intensieve winterbegrazing Extensieve winterbegrazing Extensieve zomerbegrazing Niet begraasde dominanties van Pijpenstrootje in vak 11 raster Schapendriften Drift vanuit huidige kooi Drift vanuit nieuwe kooi Oude drift vanuit Havelte Veldroute huidige kooi Veldroute nieuwe kooi
37 In bovenstaand schema zijn alle maanden in redelijkheid vol gepland op basis van 260 graasdagen per jaar. Uit de maandplanning blijkt dat de in de vorige paragraaf berekende benodigde aantal graasdagen niet gehaald wordt. De problemen spitsen zich toe op deelgebied 11, waar in de winterperiode er van de benodigde 82 dagen er maximaal slechts 56 dagen realistisch, dat wil zeggen rekening houdend met uitvallen van dagen in verband met de weersgesteldheid en de lammertijd, ingepland kunnen worden. Dit betekent dat 31 dagen niet ingepland kunnen worden. Voor de maandplanning worden deze 31 dagen in deelgebied 11 doorgeschoven naar de zomerplanning. Vanwege de staat van vergrassing zal dit voor het gebied naar verwachting geen problemen opleveren. Ook het later toevoegen van het Holtingerzand (deelgebied 18) aan het begrazingsgebied legt een zekere druk op het schema. 4.3 BORGING EN MONITORING In voorgaande paragraaf is de gewenste begrazing uitgewerkt in ruimte en tijd. Deze indeling maakt de begrazing in Havelte-Oost per maand controleerbaar. Aanbevolen wordt om de begrazing eens per jaar te evalueren met de diverse terreineigenaren. Om de resultaten te kunnen evalueren kan de herder desgewenst het aantal graasdagen per deelgebied registreren door deze op een blanco versie van tabel 3 te turven (zie bijlage 1). In deze indeling is ruimte gelaten voor eventuele bijsturing. Wanneer de begrazing niet blijkt aan te sluiten op het door de beheerders gestelde doel is het mogelijk de begrazing aan te passen of prioriteiten te stellen. 4.4 AANBEVELINGEN In dit begrazingsplan is mede van de mogelijkheid uitgegaan dat de schaapskooi een nieuwe locatie krijgt nabij de Van Helomaweg, ten zuiden van de Havelterberg. Voordeel van deze locatie is dat de kudde vanwege de 500 meter kortere route (zie figuur 6) sneller in het centrale deel van het begrazingsgebied (met name deelgebied 11) is, waar de begrazing het meest gewenst is. Ten opzichte van de huidige locatie van de schaapskooi kan er per dag derhalve een winst een winst van één kilometer aan af te lopen route behaald worden. Omdat de kudde zich eerder kan verspreiden in het terrein, is overbegrazing langs driften een minder groot probleem dan in de huidige situatie. Daarnaast is het op deze locatie mogelijk om een grotere kudde te herbergen. In 1993 is vastgesteld dat het aandeel grassen in de vegetaties in het begrazingsgebied ongeveer 65% is. Dit komt neer op een totale droge stof productie in het terrein van ruim kg per jaar. Met de toenmalige omvang kon de schaapskudde hiervan maximaal kg per jaar afvoeren. Hoe groot het gat is tussen de totale productie van droge stof en de afvoercapaciteit van de huidige kudde, is niet bekend. Wel kan aangenomen worden dat dit gat thans nog steeds aanwezig is. Hoewel een deel van de overige af te voeren droge stof afgevoerd kan worden door middel van andere beheermaatregelen als plaggen, maaien en chopperen, is het inschakelen van een schaapskudde noodzakelijk om deze ingrepen te bestendigen. Dit om te voorkomen dat dergelijke prijzige beheermaatregelen met grote regelmaat uitgevoerd moeten worden. Bovendien kan met dergelijk maatregelen nooit de variatie op microniveau worden bereikt die met begrazing wel wordt gerealiseerd. Het is daarom evident dat de huidige omvang van de kudde hiervoor niet toereikend is. Bij een evaluatie van de begrazing in 1993 is vastgesteld dat de kudde van 260 schapen de vergrassing redelijk tot staan weet te brengen, maar niet terugdringt. Dit laatste is vooral het gevolg van de grootte van het begraasde gebied en het hoge aandeel van de grassen in de vegetatie. Voor het daadwerkelijk terugdringen van de vergrassing en het efficiënt inspringen op beheermaatregelen is derhalve een grotere schaapskudde gewenst. Begrazingsplan Havelte-Oost
38 Huidige schaapskooi Nieuwe Schaapskooi 17 Legenda Meters BEGRAZINGSPLAN HAVELTE-OOST Figuur 7: Begrazingsvormen Buro Bakker 2008 Begrazingsvormen Jaarrond intensieve begrazing Jaarrond extensieve begrazing Intensieve winterbegrazing Extensieve winterbegrazing Extensieve zomerbegrazing Runderbegrazing Niet begraasd Niet begraasde dominanties van Pijpenstrootje in vak 11 raster
39 Wanneer in het kader van Natura 2000 besloten wordt om de dominanties van Pijpenstrootje om te vormen tot heideterreinen en het te begrazen oppervlak met name in gebied 11 zal toenemen, zijn alternatieven in het terreinbeheer noodzakelijk. Het is niet realistisch en niet effectief om het terreinbeheer geheel met begrazing door schapen uit te voeren. Deze alternatieven kunnen bestaan uit de volgende zaken: Aanvullende beheermaatregelen als het (jaarlijks) maaien en chopperen in die gebieden die onvoldoende door de schaapskudde bezocht kunnen worden. Het gaat hierbij dan voornamelijk om gebiedsdelen in het (uiterste) noorden van het begrazingsgebied. Uitrasteren van bovenstaande gebieden, waarna deze door runderen begraasd kunnen worden. Delen van bosgebieden die thans nog vallen onder het begrazingsgebied van de schaapskudden uitrasteren en laten begrazen voor runderen of geiten. Hierdoor komt er voor de schaapskudde meer tijd vrij om op de heide te grazen. Efficiënt benutten van de schapendriften, waardoor verder gelegen gebieden sneller bereikt worden. Uitbreiden van de bezetting van de Holtinger schaapskudde van 300 naar 325 schapen. Begrazingsplan Havelte-Oost
40 5 BRONNEN Literatuur Baaij, G. de, BOS & ecologisch adviesbureau STL(1995); Begrazingsplan Ederheide en Ginkelse Heide. Brink H. van den, A.J. van Dijk, B. van Os & P. Venema (1996); Broedvogels van Drenthe. Provincie Drenthe, Stichting Werkgroep Avifauna Drenthe & SOVON Vogelonderzoek Nederland. Van Gorkum. Diedenhoven, M & I van Zanten (1993); Begrazingsplan Havelte-Oost. LB&P in opdracht van het Ministerie van Defensie, DGW&T Directie Noord-Nederland. Elbersen, B.S., A.T. Kuiters, W.J.H. Meulenkamp & P.A. Slim (2003); Schaapskuddes in het natuurbeheer. Economische rentabiliteit en ecologische meerwaarde. Alterra-rapport 735. Wageningen Europese Commissie (2000); Beheer van Natura 2000 gebieden. De bepalingen van artikel 6 in de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) Everts, F.H. & De Vries, N.P.J. (2004); Vegetatiekartering Ruinen EGG consult te Groningen, in opdracht van Staatsbosbeheer regio Groningen-Drenthe. Rapportnummer 486-EGG Haveman, R. (eindred.) (2000); Inventarisatie en monitoring van natuurwaarden op defensieterreinen; OT Havelte Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (2004); Concept-Gebiedendocument Havelte- Oost. Ministerie van LNV, Den Haag Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (2006); Profielendocument. Ministerie van LNV, Den Haag Perdeck, M. (2003); Soortenkartering flora Havelterberg. Staatsbosbeheer regio Noord te Groningen SOVON & CBS (2005); Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk. SO- VON-informatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek- Ubbergen Stichting Holtinger SWchaapskudde (1986); Het Holtingerveld; begrazingsplan voor de begrazing van de heide gelegen in het Holtingerveld in de gemeente Havelte voor de kudde van de Stichting 'Holtinger Schaapskudde. Uffelte Vereniging Natuurmonumenten (2007); Nationaal Park Dwingelderveld. Begrazingsplan Dwingelder schaapskudde. Websites Ministerie van LNV: =n2k29 Holtinger Schaapskudde: 32 buro bakker 2007/P07054
41 Overige Mededelingen A.J. van Dijk (Vogelwacht Uffelte) Interviews met de beheerders van het begrazingsgebied Havelte-Oost: - J. Mulder, Defensie - H. Everts en K. van Eerde, Staatsbosbeheer - R. Popken, Natuurmonumenten - E. van der kolk, rentmeester Ooster- en Westerzand Begrazingsplan Havelte-Oost
42
43 Bijlage 1: Registratieformulier begrazing
44
45 Deelgebied Jan. Feb. Mrt. Apr. Mei Juni Juli Aug. Sept. Okt. Nov. Dec. Tot Totaal
46
47 april 2008 Met dank aan de heer Van der Wijk van de Holtinger Schaapskudde en de diverse terreinbeheerders van Havelte- Oost voor de plezierige samenwerking. Fotografie: Rudy Offereins, Drachten Vormgeving: Joop Striker, Assen
Grasland en Heide. Hoofdstuk 2.2 en 2.4
Grasland en Heide Hoofdstuk 2.2 en 2.4 Planning Grasland Voedselweb opdracht Heide Voedselweb opdracht Grasland Grasland is een gebied van enige omvang met een vegetatie die gedomineerd wordt door grassen
Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Concept
Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Concept a Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Colofon Deze samenvatting
De inrichting en het beheer van de kwelders sluit aan bij het Kwelderherstelprogramma Groningen.
Beschrijving kwelderherstelmaatregelen 1 1.1 Inleiding Aan de noordkust van Groningen heeft Groningen Seaports, mede ten behoeve van RWE, circa 24 ha. kwelders aangekocht. Door aankoop van de kwelders
Heidebeheer en fauna. Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009
Heidebeheer en fauna Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009 Inleiders: Jap Smits (Staatsbosbeheer) en prof. dr. Henk Siepel (Alterra-WUR) De Strabrechtse Heide is een
Bermenplan Assen. Definitief
Definitief Opdrachtgever: Opdrachtgever: Gemeente Assen Gemeente Mevrouw Assen ing. M. van Lommel Mevrouw M. Postbus van Lommel 30018 Noordersingel 940033 RA Assen 9401 JW T Assen 0592-366911 F 0592-366595
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum : 8 oktober 2014 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2010-005930- gemeente Harderwijk Activiteit : Uitbreiding
De Bunte Vastgoed Oost BV T.a.v. dhr. W. van den Top Postbus AA Ede. Geldermalsen, 28 oktober Geachte heer Van den Top,
De Bunte Vastgoed Oost BV T.a.v. dhr. W. van den Top Postbus 8029 6710 AA Ede Geldermalsen, 28 oktober 2015 betreft: project: referentie: behandeld door: bijlage(n): Toetsing herinrichting aan NNN en Natura-2000
Schaapskuddes in het natuurbeheer Wim Meulenkamp ROM3D Research Opbouw Inleiding Knelpunten Aanbevelingen Vragen Inleiding Onderzoek Wageningen UR: Schaapskuddes in het natuurbeheer Wat is ecologische
Advies over het begrazingsplan van de Kesselse Heide
Advies over het begrazingsplan van de Kesselse Heide Nummer: Datum advisering: Auteur: INBO.A.2012.91 5 juni 2013 Geert De Blust Contact: Lon Lommaert ([email protected] ( [email protected]) Kenmerk
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 30 mei 2016 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2016-002095 - gemeente Ede Activiteit : sloop en bouw van nieuwe
1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap
1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 18 maart 2016 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2015-012117 - gemeente Ermelo Activiteit : verbreden van het
BEGRAZINGSPLAN ELSPEETSCHE EN WESTEINDSCHE HEIDE
BEGRAZINGSPLAN ELSPEETSCHE EN WESTEINDSCHE HEIDE BEGRAZINGSPLAN ELSPEETSCHE EN WESTEINDSCHE HEIDE Opdrachtgever: Gemeente Nunspeet Titel: Begrazingsplan Elspeetsche en Westeindsche Heide Status: Definitief
Begrazing van natuurgebieden
Begrazing van natuurgebieden Jan Van Uytvanck Knokke 07/12/2017 Thema s 1. Grote grazers in natuurbehoud en beheer 2. Begrazing in de duinen en het Zwin 3. Begrazingsonderzoek Grote herbivoren in natuurbehoud
MMC Scherpenberg Lieren. Programma van Eisen
MMC Scherpenberg Lieren Programma van Eisen Dienst Landelijk Gebied Zwolle, mei 2009 Uitgangspunten Scherpenberg Voor het ontwerp op de Scherpenberg zijn de volgende zaken als input gebruikt: Vigerende
BOETELERVELD. ROUTE 4,3 km
BOETELERVELD ROUTE 4,3 km 20 17 Weten hoe een groot deel van Salland er tot eind 19e eeuw uitzag? Wandel dan eens door het Boetelerveld bij Raalte. Ervaar rust, ruimte en openheid in dit enig overgebleven
Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept
Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept a Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Colofon Deze samenvatting is een uitgave van de
Herstel en beheer van heideterreinen
Herstel en beheer van heideterreinen Gevolgen van verzuring, vermesting en verdroging en de invloed van beheer op levensgemeenschappen van heide. Een samenvattend rapport voor beheerders. Chris van Turnhout
Biotoop heide. Cursus natuurmanagement, 2019
Biotoop heide Cursus natuurmanagement, 2019 Natura 2000 Wat doen we vandaag? Heide Heide in Vlaanderen Begin 19 de eeuw Grootste uitbreiding heidelandschap (woeste grond) De mens vecht om er te overleven.
Op weg naar een levend hoogveen Samenvatting van het beheerplan Fochteloërveen Concept
Op weg naar een levend hoogveen Samenvatting van het beheerplan Fochteloërveen Concept a Op weg naar een levend hoogveen Samenvatting van het beheerplan Fochteloërveen Colofon Deze samenvatting is een
Realisatie Eckeltse vennen
Uitgangssituatie Algemeen Realisatie Eckeltse vennen Projectnummer: 2008_008 Projectnaam: Realisatie Eckeltse vennen PMJP: B1 Inrichting verworven EHS Natuurdoel: Inrichting van 5 voedselarme licht gebufferde
Struinen door De Stille Kern
58 Horsterwold Struinen door De Stille Kern Een 900 hectare groot natuurgebied waar natuurlijke processen volop de ruimte krijgen. Het gebied wordt begraasd door een kudde konikpaarden, die zorgen voor
Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen
Resultaten Uitgangssituatie Algemeen Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen Projectnummer: 2010_009 Projectnaam: Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen PMJP: B2 Kwaliteitsverbetering
EFFECTEN VAN GRAZERS OP BELANGRIJKE KWELDER PROCESSEN
Samenvatting INTRODUCTIE Een groot deel van het landoppervlak op aarde is bedekt met graslanden en deze worden doorgaans door zowel inheemse diersoorten als door vee begraasd. Dit leidt vaak tot een zeer
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Erratum Bijlage 9 Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Onderstaande tekst vervangt bijlage 9 bij het
Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven)
4.5 Landduinen Landschapskenmerken Reliëfvorm Mozaïek van hogere zandduinen meestal bebost en lager en vlakker gelegen vennen en schrale graslanden Water Lage grondwaterstanden Bodem Zandgronden Wegenpatroon
grazers helpen de natuur.
grazers helpen de natuur. Begrazing vroeger en nu Lang geleden kwamen in Vlaanderen allerlei soorten grazers voor: mammoeten, wisenten, oerrunderen, elanden... Die grazers zorgden ervoor dat Vlaanderen
Beheerplan bijzondere natuurwaarden Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein Samenvatting
Beheerplan bijzondere natuurwaarden Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein Samenvatting Samenvatting van het beheerplan 2012-2017 een bijdrage aan het Europese programma Natura 2000 Het beheerplan is
Hartelijk welkom. Informatieavond Beheerplan Natura 2000 Fochteloërveen
Hartelijk welkom Informatieavond Beheerplan Natura 2000 Fochteloërveen Programma Opening Opzet en doel van deze avond Even terug kijken Hoe staat het met de Programmatische Aanpak Stikstof Korte samenvatting
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d, 19e en 19kd lid 1 onder b Datum : 19 september 2014 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2014-00078 - gemeente Nunspeet
Indeling lezing. Herstel van leefgebieden voor de gladde slang. Ringslang. Gladde slang. Adder
Indeling lezing Herstel van leefgebieden voor de gladde slang De gladde slang; uiterlijk, verspreiding en habitat Beheer Monitoring Jeroen van Delft Bladel, 13 september 2013 2/31 Ringslang Slanke bruine
HEIDE ROZENDAALSE VELD EN ROZENDAALSE ZAND. Beleidsnota
HEIDE ROZENDAALSE VELD EN ROZENDAALSE ZAND 2005 Beleidsnota Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Doelen...3 3 Uitgewerkte randvoorwaarden op juridisch en beleidsinhoudelijk vlak...4 3.1 Europees beleid...4
Werkstuk Aardrijkskunde Loonse en Drunense duinen
Werkstuk Aardrijkskunde Loonse en Drunense d Werkstuk door een scholier 1890 woorden 30 oktober 2004 7 79 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde De Loonse en Drunense D A. Tot welk landschapstype behoort het
BERGVENNEN. ROUTE 2,3 km
BERGVENNEN ROUTE 2,3 km Tegen de Duitse grens, in Noordoost Twente, ligt natuurgebied de Bergvennen. Een weids, glooiend landschap met zeven vennen, droge en natte heide, schrale hooilanden en bos. De
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins Quickscan Spankerenseweg 20 Dieren februari 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Gegevens plangebied... 2 3 Methode... 3 4 Resultaten... 3 4.1 Bureaustudie...
Heidebeheer in de 21 e eeuw
Heidebeheer in de 21 e eeuw Henk Siebel Met OBN-faunaonderzoek van Joost Vogels, Arnold van den Burg, Eva Remke, Henk Siepel Stichting Bargerveen, Radboud Universiteit Nijmegen Herstel en beheer van droge
Drasland. Groot Wilnis-Vinkeveen
Groot Wilnis-Vinkeveen Drasland in de Zouweboezem, provincie Zuid-Holland Bron: provincie Utrecht Drasland Drasland is niet bemest kruidenrijk hooiland dat maximaal 30 cm boven het oppervlaktewaterpeil
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 gebieden zonder vogeldoelen
Bijlage 9 - Toetsing typische soorten in Natura 2000 en zonder vogeldoelen Er zijn acht Natura 2000 en waarvoor geen vogeldoelen zijn geformuleerd, maar die wel binnen één van de helikopterlaagvliegen
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum : 21 januari 2015 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2014-010894 - gemeente Ermelo Activiteit
Bijen en Landschapsbeheer
Bijen en Landschapsbeheer Hoe maken we het landschap bijenvriendelijk Wat betekent dat voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster -- www.bijenhelpdesk.nl
Notitie. Inventarisatie Rapunzelklokje op locatie Platveld 4 te Meijel (gemeente Peel en Maas)
Notitie Inventarisatie Rapunzelklokje op locatie Platveld 4 te Meijel (gemeente Peel en Maas) Door: G.M.T. Peeters Notitienummer: 174 Datum: 16 september 2011 In opdracht van: Aelmans Ruimtelijk Ordening
3. Inventarisatie. Organisatie. Figuur 1: Grafiek met het aantal retour gezonden inventarisatieformulieren per organisatie.
3. Inventarisatie 3.1. Methode Het inventarisatieformulier (zie bijlage 2) voor de Jeneverbes is verspreid via diverse organisaties naar beheerders en vrijwilligers. De organisaties die hierbij aan bij
GROOT MALPIEVEN. Fotoreportage: een jaar na ven-herstelwerken. (ge VALKENSWAARD. Jacques van Kessel
GROOT MALPIEVEN (ge VALKENSWAARD Fotoreportage: een jaar na ven-herstelwerken. Jacques van Kessel September 2011 De Malpieheide is eigendom van de gemeente Valkenswaard, het gebied is in beheer bij de
Programma. Beheerplan Elperstroomgebied
Beheerplan Elperstroomgebied Alie Alserda Pietop t Hof Christina Schipper Rienko van der Schuur 1 Elperstroomgebied Natura 2000 14 mei 2013 Programma Inleiding Doelen Knelpunten Activiteiten Aanvullend
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e Datum : 6 november 2014 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2014-010581 - gemeente Barneveld Activiteit
Herbegrenzing van de EHS/GHS-Natuur in relatie met de uitbreiding Van de Wijgert te Tilburg
Herbegrenzing van de EHS/GHS-Natuur in relatie met de uitbreiding Van de Wijgert te Tilburg Opdrachtgever: Firma Van de Wijgert Maart 2009 Antonie van Diemenstraat 20 5018 CW Tilburg 013-5802237 [email protected]
Marijn Nijssen, Toos van Noordwijk, Annemieke Kooijman, Herman van Oosten, Bart Wouters, Chris van Turnhout, Jasja Dekker, Michiel Wallis de Vries,
Zijn effecten van begrazing te voorspellen? Marijn Nijssen, Toos van Noordwijk, Annemieke Kooijman, Herman van Oosten, Bart Wouters, Chris van Turnhout, Jasja Dekker, Michiel Wallis de Vries, Ingo Jansen,
2 e ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND. Artikelen 19d en 19e
2 e ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikelen 19d en 19e Datum : 1 augustus 2014 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998-2013-018427 - gemeente Dronten Activiteit
