GEZONDHEIDSENQUETE 2013
|
|
|
- Quinten Thys
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 GEZODHEIDSEQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VA GEZODHEIDS- E WELZIJSDIESTE
2 Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat 14 B-1050 Brussel [email protected] Depotnummer: D/2015/2505/01 Intern referentienummer PHS Report
3 4. Raadplegingen bij de specialist AUTEUR Johan VA DER HEYDE
4 Gelieve bij het verwijzen naar resultaten van dit hoofdstuk de volgende referentie te gebruiken: Van der Heyden J. Raadplegingen bij de specialist. In: Drieskens S, Gisle L (ed.). Gezondheidsenquête Rapport 3: Gebruik van gezondheids- en welzijnsdiensten. WIV-ISP, Brussel, 2015
5 IHOUDSTAFEL Samenvatting Inleiding Vragen Indicatoren Resultaten Raadpleging bij de specialist Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist Soort specialist dat geraadpleegd wordt Reden voor de raadpleging bij de specialist Initiatiefnemer voor de raadpleging bij een specialist Bespreking Bibliografie Tabellen RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST Inhoudstafel 115
6
7 SAMEVATTIG Ambulante raadplegingen bij specialisten vormen een belangrijk deel van de medische consumptie. In België rapporteert 47% van de Belgische bevolking minstens één contact met de specialist in de afgelopen 12 maanden. Dit is een sterke onderschatting t.o.v. cijfers van de ziekteverzekering. In de Gezondheidsenquête rapporteert men gemiddeld 1,9 raadplegingen bij de specialist per persoon per jaar. Ook dit cijfer is wellicht een onderschatting. Toch zijn de cijfers van de Gezondheidsenquête belangrijk. De vragen over specialistische zorg maken deel uit van de Europese Gezondheidsenquête (EHIS). Precies dezelfde vragen worden gesteld in de gezondheidsenquêtes van de andere EU-landen zodat Europese vergelijkingen op basis van een zelfde instrument in de toekomst mogelijk zullen zijn. In een land zoals België, met een verplichte ziekteverzekering waarbij de rechthebbenden nagenoeg de volledige bevolking omvatten, situeert de bijdrage van een gezondheidsenquête over raadplegingen bij specialisten zich bovendien niet zo zeer in het berekenen van kwantitatieve schatters over het aantal raadplegingen bij specialisten, maar wel in de studie van verschillen in het gebruik van specialistische zorg tussen specifieke bevolkingsgroepen en de studie van de redenen waarom en de manier waarop de patiënt bij de specialist terecht komt. Zo blijkt dat 22% van de raadplegingen te maken hebben met een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, in 75% van de raadplegingen gaat het om een opvolgcontact of een chronisch probleem en in 3% van de gevallen wordt de specialist gecontacteerd zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. Uiteraard verschillen deze percentages sterk volgens het soort specialist. ieuwe contacten vormen vooral een belangrijk aandeel van de raadplegingen van de dermatoloog (41%), de oogarts (32%) en de kinderarts (29%). Opvolgcontacten komen relatief frequent voor bij de neuroloog/psychiater (90%), de inwendige disciplines (81%) en de heelkundige disciplines (72%). Bij ongeveer één op de tien raadplegingen bij de gynaecoloog en de kinderarts is er geen klacht of gezondheidsprobleem, maar wordt de specialist voor een andere reden geraadpleegd (bijvoorbeeld een preventief onderzoek of een vaccinatie). In 63% van de raadplegingen die vooraf niet afgesproken waren met de specialist neemt de patiënt zelf het initiatief om de specialist te contacteren, in 24% van de gevallen gaat het om een doorverwijzing door de huisarts, in 8% van de gevallen wordt de patiënt doorverwezen door een andere specialist en in 4% neemt een ander persoon het initiatief. Ook hier zijn er belangrijke verschillen volgens het soort specialist. De gynaecoloog, de kinderarts en de dermatoloog werken vooral op de eerste lijn. Meer dan driekwart van de raadplegingen (die niet eerder waren afgesproken) bij deze specialisten gebeuren op initiatief van de patiënt. Specialisten in heelkundige en interne disciplines en neurologen/psychiaters zien vaker patiënten die doorverwezen zijn, in de eerste plaats door de huisarts, maar ook door andere specialisten. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST Samenvatting 117 Vrouwen doen vaker een beroep op een specialist dan mannen. Dit heeft natuurlijk te maken met raadplegingen bij de gynaecoloog (5% van de vrouwen rapporteert een raadpleging bij de gynaecoloog in de afgelopen 2 maanden), maar vrouwen blijken ook vaker een raadpleging bij de oogarts te rapporteren dan mannen. Beneden de leeftijd van 25 jaar rapporteert ongeveer 40% van de vrouwen jaarlijks een specialist. Vanaf 25 jaar is dit rond de 60%. Dit percentage varieert niet substantieel naarmate de leeftijd toeneemt. Mannen tussen 25 en 34 jaar contacteren het minst vaak een specialist: ongeveer 1 op 4 van hen rapporteert een raadpleging bij een specialist in het afgelopen jaar. Dit aantal neemt toe met de leeftijd tot meer dan 60% bij de 75-plussers. De resultaten van de Gezondheidsenquête tonen aan dat, wanneer we rekening houden met leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand, de kans op een raadpleging bij de specialist significant toeneemt naarmate men hoger is opgeleid. Het aantal raadplegingen hangt echter niet samen met het opleidings-
8 niveau. Met andere woorden, de drempel om een specialist te raadplegen ligt hoger bij laagopgeleiden, maar eens ze de stap gezet hebben om een specialist te contacteren is er geen verschil meer. Dit doet vermoeden dat het wellicht cognitieve factoren zijn die aan de basis liggen van de lagere kans van laagopgeleiden om de specialist te raadplegen, en niet zozeer financiële barrières. Gezondheidsvaardigheden kunnen daarbij een rol spelen: een gebrek aan gezondheidsvaardigheden bij laagopgeleiden kan de drempel tot specialistische zorg verhogen. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST Samenvatting 118 Socio-economische verschillen in het gebruik van specialistische zorg variëren volgens het soort specialist. Specialistische disciplines waarvan meer gebruikt gemaakt wordt door hoogopgeleiden zijn in de eerste plaats de gynaecoloog en de kinderarts. Dit zijn net ook de disciplines waarvoor het vaakst geconsulteerd wordt zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. Het kan daarbij gaan om een routinecontrole, een vaccinatie, een preventief onderzoek Het lijkt er op dat hoogopgeleiden zich voor deze redenen eerder naar een specialist richten, terwijl laagopgeleiden zich hiervoor ofwel tot de huisarts richten, of hiervoor geen arts raadplegen. De resultaten van de Gezondheidsenquête geven duidelijk aan dat de keuze om een specialist te raadplegen zonder doorverwijzing door een huisarts veel vaker gemaakt wordt door hoogopgeleiden. Deze laatsten hebben doorgaans meer kennis over gezondheid en sommigen menen wellicht dat het efficiënter is om rechtstreeks naar de specialist te stappen dan via de huisarts. Misschien gaat men er soms ook van uit dat specialistische zorg betere zorg is en zijn hoogopgeleiden bereid om daar een meerprijs voor te betalen. In een performant gezondheidssysteem zijn de huisarts en de specialist echter complementair. De huisarts staat garant voor een globale, continue en integrale zorg en kan daarin niet door een specialist worden vervangen. De meerwaarde van de specialist ligt in de eerste plaats in zijn of haar expertise op een specifiek domein. Het is ook niet efficiënt om voor taken die makkelijk en correct door een huisarts kunnen worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het afnemen van een vaginaal uitstrijkje, een afspraak te maken met een specialist. Vanaf 1 januari 2015 is het remgeld voor een raadpleging bij de specialist vereenvoudigd. Hoewel het remgeld in sommige gevallen verminderd is, komt het globale pakket neer op een toename van het remgeld voor de patiënt. Er zal op gewaakt moeten worden dat dit de bestaande socio-economische ongelijkheden in het gebruik van ambulante specialistische zorg niet zal doen toenemen. Toegang tot specialistische zorg voor wie het nodig heeft, ongeacht de socio-economische status, en een rationeel gebruik van de beschikbare middelen moeten ook de komende jaren aandachtspunten blijven in het gezondheidsbeleid. In het Brussels Gewest (53%) ligt het percentage personen dat in het afgelopen jaar een specialist contacteerde het hoogst. In het Waals Gewest is dit 48% en in het Vlaams Gewest 44%. Ook het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar is het hoogst in het Brussels Gewest (2,3), maar het zijn er vooral de hoogopgeleiden die een beroep doen op specialistische zorg. Anderzijds stellen we vast dat in het Brussels Gewest minder gebruik gemaakt wordt van huisartsgeneeskundige zorg dan in de twee andere gewesten en dat RIZIV-cijfers er op wijzen dat de globale gezondheidsuitgaven er lager liggen. Het is dus duidelijk dat het gebruik van gezondheidszorg in het algemeen en ambulante gezondheidszorg in het bijzonder in het Brussels Gewest een ander patroon vertoont dan in de rest van het land. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de hoge concentratie niet-belgen dit voor een stuk kan verklaren. Voor het hoger gebruik van ambulante specialistische zorg is dit echter niet het geval. Bijkomende onderzoek is nodig om dit verder uit te klaren.
9 1. ILEIDIG Ambulante raadplegingen bij specialisten vormen een belangrijk deel van de medische consumptie. In 2013 werden in België in totaal miljoen raadplegingen bij een specialist terugbetaald 1. Het belangrijkste pluspunt van de medische specialist is de uitgebreide medische competentie in zijn of haar vakgebied. Specialistische geneeskunde is echter ook duurder. Bovendien beperkt de aanpak zich tot het specifieke deelgebied waarvoor de patiënt consulteert. De toenemende kostprijs van de specialistische zorg weegt op het gezondheidsbudget en zorgt er voor dat een rationeel gebruik van de beschikbare middelen, waarbij keuzes moeten worden gemaakt, meer dan ooit aan de orde is. In de Belgische gezondheidszorg is de toegang tot de specialist voor de patiënt mogelijk zonder dat daarvoor doorverwijzing nodig is door de huisarts. De vrije keuze van de patiënt om zelf te kiezen tot welk soort hulpverlener hij zich richt, wordt belangrijk geacht om een optimale kwaliteit van zorg te garanderen. Omwille van de snelle ontwikkeling van de medische kennis en technologieën is het echter nodig om het gebruik van gezondheidszorgen op meer gestructureerde wijzen te laten verlopen en te komen tot een hiërarchie in de zorgverlening. Dit resulteerde in België tot enkele beleidsinitiatieven zoals het globaal medisch dossier, plannen voor het invoeren van een differentiële terugbetaling van de kosten van een consultatie met de specialist naargelang de patiënt doorverwezen is door de huisarts of niet en de uitbouw van zorgtrajecten voor specifieke patiëntengroepen. Voor de gezondheidsinformatie over ambulante raadplegingen bij specialisten zijn we nagenoeg uitsluitend aangewezen op de administratieve gegevens verzameld door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en de verzekeringsinstellingen. Deze gegevens zijn gedetailleerd en volledig en betreffen de grote meerderheid van de bevolking, maar beperken zich tot louter kwantitatieve informatie over raadplegingen met specialisten en technische prestaties. De redenen voor het contact en andere informatie, zoals de manier waarop de patiënt bij de specialist terechtkomt, kan op basis van deze gegevens niet achterhaald worden. et over deze aspecten kan een gezondheidsenquête wel informatie geven. Bovendien laat een gezondheidsenquête toe om verschillen in het gebruik van ambulante specialistische zorg te bestuderen in functie van allerlei potentiële determinanten, ook na controle voor de gezondheidstoestand. In de Gezondheidsenquête meten we de ambulante contacten met de specialist. Sommige medische specialisten verrichten geen raadplegingen, maar enkel technische prestaties. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om specialisten in de klinische biologie, in de anatomopathologie en in de radiodiagnose. Arbeidsgeneesheren hebben een specifieke functie in bedrijven of interbedrijfsgeneeskundige diensten. Deze verschillende specialismen komen dus niet in aanmerking wanneer we het hebben over ambulante raadplegingen bij de specialist. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 1. Inleiding In de vragenlijst van de Gezondheidsenquête wordt uitdrukkelijk vermeld welke raadplegingen en contacten niet mogen meegeteld worden. Het gaat om: raadplegingen bij een arts specialist tijdens een ziekenhuisopname of daghospitalisatie 119 raadplegingen op een spoedgevallendienst raadplegingen bij een kinderarts tijdens een consultatie van Kind en Gezin of OE Wat wel meetelt zijn poliklinische raadplegingen en telefonische raadplegingen met een specialist. Deze module gaat in de eerste plaats over raadplegingen bij de specialist zonder onderscheid te maken tussen de verschillende soorten specialisten. Toch worden ook enkele indicatoren besproken die betrekking hebben op raadplegingen bij specifieke soorten specialisten. 1 Persoonlijke communicatie RIZIV
10
11 2. VRAGE In de Gezondheidsenquête 2013 komen de vragen over de raadplegingen bij zorgverleners aan bod in de mondelinge vragenlijst. Voor kinderen en jongeren onder de 15 jaar dient een proxy te antwoorden. De eerste vragen van de module zijn voor iedereen. SP01 SP02 Wanneer hebt u voor het laatst een specialist geraadpleegd? (minder dan 12 maanden geleden / 12 maanden geleden of langer / nooit) Hoeveel keer hebt u de afgelopen 2 maanden, die gisteren afliepen, een specialist geraadpleegd? Personen die in de 2 maanden voorafgaand aan het interview één of meerdere contacten hadden met de specialist krijgen een aantal bijkomende vragen over deze contacten. In geval er meer dan 3 contacten waren, worden enkel vragen gesteld over de laatste 3 contacten. SP03 SP04 SP05 Wanneer vond deze raadpleging plaats? Om wat voor specialist ging het? Wat was de belangrijkste reden van de raadpleging? (één of meerdere nieuwe ziekten, klachten of gezondheidsproblemen / controle of hernieuwen van een geneesmiddelenvoorschrift voor gekende ziekten, klachten of gezondheidsproblemen / u had helemaal geen ziekte, klacht of gezondheidsprobleem, maar raadpleegde de arts voor een andere reden) SP06 Welke andere reden was dit? (preventief onderzoek zonder enige klacht of ziekte / vaccinatie / pilvoorschrift / administratieve reden zoals een attest van goede gezondheid / andere) SP07 Wie nam het initiatief om contact op te nemen met deze specialist? (ikzelf (of ouder/voogd in geval van kind) / de huisarts/een andere specialist / een preventieve dienst (Kind en Gezin, schoolarts, arbeidsgeneesheer of andere) / door de specialist opgeroepen / iemand die geen arts is) RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 2. Vragen 121
12
13 3. IDICATORE Een eerste reeks indicatoren situeert zich op het niveau van de populatie. SP01_1 SP02_1 SP04_1 SP04_2 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar per persoon in de bevolking Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist in een chirurgische discipline raadpleegde Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist in de inwendige geneeskunde raadpleegde SP04_3 SP04_4 SP04_5 SP04_6 SP04_7 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde Percentage van de bevolking (tot 18 jaar) dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde De volgende indicatoren situeren zich op het niveau van de raadplegingen bij de specialist. Proporties worden uitgedrukt t.o.v. het totaal aantal gerapporteerde contacten in de afgelopen 2 maanden. Aangezien de bevraging zich heeft voorgedaan tijdens een gans kalenderjaar en seizoensgebonden effecten ook gecorrigeerd werden via de wegingsprocedure, kunnen de resultaten geëxtrapoleerd worden op jaarbasis. SP05_1 SP05_2 Verdeling (%) van de raadplegingen bij de specialist volgens de reden van het contact Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een nieuwe klacht of nieuw gezondheidsprobleem RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 3. Indicatoren SP05_3 SP05_4 SP07_1 SP07_2 SP07_3 SP07_4 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een gekende klacht of gekend gezondheidsprobleem Percentage van de raadplegingen bij de specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is Verdeling (%) van de raadplegingen bij de specialist volgens de initiatiefnemer van het contact Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de huisarts Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van een andere specialist 123
14
15 4. RESULTATE 4.1. RAADPLEGIG BIJ DE SPECIALIST BELGIË In 2013 raadpleegde 47% van de Belgische bevolking een specialist in de afgelopen 12 maanden. Voor iets meer dan 43% was dit langer dan een jaar geleden; 10% had nog nooit een specialist geraadpleegd. Analyse volgens leeftijd en geslacht Het percentage personen dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, bedraagt 40% bij mannen en 53% bij vrouwen. Dit verschil is sterk significant na correctie voor leeftijd. Vooral in de leeftijdsgroepen tussen 25 en 54 jaar is dit verschil zeer uitgesproken. Dit heeft natuurlijk te maken met raadplegingen bij de gynaecoloog door vrouwen. Beneden de leeftijd van 25 jaar rapporteert ongeveer 40% van de vrouwen jaarlijks een specialist. Vanaf 25 jaar is dit rond de 60%. Dit percentage varieert niet substantieel naarmate de leeftijd toeneemt. Mannen tussen 25 en 34 jaar contacteren het minst vaak een specialist: ongeveer 1 op 4 van hen rapporteert een raadpleging bij een specialist in het afgelopen jaar. Dit aantal neemt toe met de leeftijd tot meer dan 60% bij de 75-plussers (Figuur 1). Figuur 1 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 125 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Het percentage personen dat in het afgelopen jaar een specialist raadpleegde, vertoont op het eerste gezicht geen duidelijke verschillen tussen hoog- en laaggeschoolden. a correctie voor leeftijd en geslacht blijkt echter dat personen met een diploma hoger onderwijs significant vaker een raadpleging bij de specialist rapporteren in het afgelopen jaar dan de andere opleidingscategorieën. Als we bijkomend controleren voor subjectieve gezondheid is er een duidelijke opleidingsgradiënt: hoe hoger men is opgeleid, hoe meer men een raadpleging bij de specialist rapporteert in het afgelopen jaar. Verschillen voor deze indicator in functie van de urbanisatiegraad manifesteren zich in een toename van het percentage raadplegingen bij de specialist in het afgelopen jaar naarmate de verstedelijking toeneemt: van 44% bij personen die wonen in landelijke gemeenten over 46% bij personen woonachtig in halfstedelijke gemeenten tot 49% bij personen die wonen in steden. Het verschil tussen de eerste en
16 laatste categorie is significant na correctie voor leeftijd en geslacht en dit is ook het geval na bijkomende correctie voor de subjectieve gezondheidstoestand. Evolutie over de tijd Het percentage personen dat jaarlijks minstens één keer de specialist raadpleegt, vertoont tussen 2001 en 2013 eerder een dalende trend. Dit komt niet overeen met de bevindingen van de ziekteverzekering, waar dit percentage licht blijkt toe te nemen 2. Het is niet duidelijk hoe dit verschil kan worden verklaard. Misschien heeft dit te maken met methodologische aspecten, zoals de dalende participatiegraad aan de Gezondheidsenquête tussen 2001 en 2013 en de verandering van de vraagstelling in 2008 (om conform te zijn met de Europese richtlijn) GEWESTE RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten In het Brussels Gewest (53%) ligt het percentage personen dat in het afgelopen jaar een specialist raadpleegde het hoogst. In het Waals Gewest is dit 48% en in het Vlaams Gewest 44%. De verschillen tussen de gewesten zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht, ook als we bijkomend corrigeren voor subjectieve gezondheid. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest rapporteert 44% van de bevolking minstens één raadpleging bij de specialist in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. Voor 45% is de laatste raadpleging langer dan een jaar geleden; 10% heeft nog nooit een specialist geraadpleegd. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 2) en opleidingsniveau geven in het Vlaams Gewest ongeveer dezelfde resultaten als voor het ganse land. Op het niveau van het Vlaams Gewest zijn er voor deze indicator echter geen verschillen in functie van de urbanisatiegraad. Figuur 2 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest 126 Brussels Gewest In het Brussels Gewest rapporteert 53% van de bevolking minstens één raadpleging bij de specialist in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. Voor 39% is de laatste raadpleging langer dan een jaar geleden; 8% heeft nog nooit een specialist geraadpleegd. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 3) geven in het Brussels Gewest ongeveer dezelfde resultaten als voor het ganse land. De toe- 2 Eigen berekeningen op basis van de Permanente Steekproef van de verzekeringsinstellingen
17 name van het percentage personen dat in de afgelopen 12 maanden minstens één keer een specialist raadpleegde in functie van het opleidingsniveau is in het Brussels Gewest iets minder duidelijk dan in het ganse land, hoewel dit percentage ook in het Brussels Gewest het hoogst (57%) is bij de hoogst opgeleiden. Figuur 3 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Waals Gewest In het Waals Gewest rapporteert 48% van de bevolking minstens één raadpleging met de specialist in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. Voor 43% is de laatste raadpleging langer dan een jaar geleden; 9% heeft nog nooit een specialist geraadpleegd. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 4) en opleidingsniveau en urbanisatiegraad geven in het Waals Gewest ongeveer dezelfde resultaten als voor het ganse land. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 127
18 Figuur 4 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 4.2. GEMIDDELD AATAL RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST BELGIË Het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking wordt in de Gezondheidsenquête 2013 geschat op basis van het aantal raadplegingen gerapporteerd in de afgelopen 2 maanden. Extrapolatie hiervan naar een volledig jaar resulteert in een gemiddelde van 1,9 raadplegingen per persoon per jaar. Analyse volgens leeftijd en geslacht Het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist ligt significant hoger bij vrouwen (2,2) dan bij mannen (1,7). Bij vrouwen is dit aantal hoger vanaf de leeftijdsgroep van jaar en blijft het relatief constant in de oudere leeftijdsgroepen. Bij mannen neemt het aantal raadplegingen toe vanaf 15 jaar tot gemiddeld bijna 4 raadplegingen bij de 75-plussers. 128
19 Figuur 5 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken Het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist vertoont geen significante verschillen in functie van het opleidingsniveau of de urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont. Dit is ook zo na correctie voor leeftijd, geslacht en subjectieve gezondheidstoestand. Evolutie over de tijd Op basis van de gegevens van de Gezondheidsenquête blijkt dat het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist tussen 1997 en 2001 is gestegen, tussen 2001 en 2004 gelijk is gebleven en tussen 2004 en 2013 terug is gedaald. Deze evolutie wordt echter niet bevestigd door cijfers van de ziekteverzekering, die wijzen op een lichte, geleidelijke toename van het aantal raadplegingen tussen 1997 en GEWESTE Het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar is significant hoger in het Brussels (2,3) en het Waals Gewest (2,1) dan in het Vlaams Gewest (1,8). Dit verschil blijft significant na correctie voor leeftijd, geslacht en subjectieve gezondheidsbeleving. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest bedroeg het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist in ,8. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 6), opleidingsniveau en urbanisatiegraad geven in het Vlaams Gewest ongeveer dezelfde resultaten als voor het ganse land. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 129
20 Figuur 6 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest bedroeg het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist in ,3. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 7) geven in het Brussels Gewest weinig duidelijke verschillen. In Brussel is het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist hoger bij personen met een opleiding hoger onderwijs (2,7) dan bij personen met een lagere opleiding (1,9-2,1), maar dit verschil is na correctie voor leeftijd en geslacht niet statistisch significant. Omwille van de scheve verdeling van deze indicator moeten regressieanalyses van gemiddelden echter met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Figuur 7 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 130
21 Waals Gewest In het Waals Gewest bedroeg het gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist in ,1. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 8), opleidingsniveau en enquêtejaar geven in het Waals Gewest ongeveer dezelfde resultaten als voor het ganse land. In stedelijke gemeenten ligt het gemiddeld aantal contacten echter significant hoger (2,5) dan in halfstedelijke (1,6) en landelijke gemeenten (1,8), ook na correctie voor leeftijd en geslacht. Figuur 8 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 4.3. SOORT SPECIALIST DAT GERAADPLEEGD WORDT In de Gezondheidsenquête 2013 wordt aan personen die aangeven in de afgelopen 2 maanden een specialist te hebben geraadpleegd bijkomende informatie gevraagd omtrent de laatste 3 raadplegingen bij de specialist. Eerst wordt gevraagd welk soort specialist men heeft geraadpleegd. Dit laat toe indicatoren aan te maken die aangeven of een persoon in de afgelopen 2 maanden een specifiek soort specialist heeft geraadpleegd. Een kleine fout (vals negatief resultaat) is daarbij mogelijk indien personen meer dan 3 keer een specialist raadpleegden in de afgelopen 2 maanden, maar deze fout is verwaarloosbaar, omdat uit de resultaten blijkt dat dit slechts het geval is voor 1% van de bevolking. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 131 De indicator is enkel relevant voor (groepen) specialisten die in voldoende mate worden geraadpleegd. De volgende (groepen) specialisten worden onderscheiden: specialist in een chirurgische discipline (algemeen chirurg, vasculair chirurg, plastisch chirurg, neurochirurg, orthopedist, uroloog); specialist in interne geneeskunde (algemene interne geneeskunde, cardiologie, pneumologie, gastro-enterologie, nefrologie, endocrinologie, oncologie, hematologie, geriatrie, allergologie, reumatologie); specialist in neurologie en/of psychiatrie; specialist in gynaecologie; specialist in pediatrie (kindergeneeskunde); specialist in dermatologie;
22 specialist in oogziekten. De hier besproken indicatoren gaan dus telkens over een raadpleging bij de specialist in de afgelopen 2 maanden. In de bespreking van de resultaten hanteren we hiervoor de term een recente raadpleging bij de specialist BELGIË Uit de resultaten blijkt dat 6,5% van de bevolking een recente raadpleging bij een specialist in een inwendige discipline rapporteert; voor een recente raadpleging bij een specialist in een chirurgische discipline is dit 3,9%, bij een oogarts 2,0%, bij een neuroloog of psychiater 1,6% en bij een dermatoloog 1,4%. Bovendien rapporteert 5,4% van de vrouwen een recente raadpleging bij de gynaecoloog en 4,4% van de kinderen en jongeren (0 tot 18 jaar) een recente raadpleging bij de kinderarts. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Analyse volgens leeftijd en geslacht Vrouwen en mannen rapporteren even vaak een recente raadpleging bij een specialist inwendige ziekten, een specialist in een chirurgische discipline, een neuroloog/psychiater en een dermatoloog. Vrouwen raadplegen echter significant frequenter een oogarts dan mannen. Ook na correctie voor leeftijd is het verschil sterk significant. De samenhang tussen een recente raadpleging bij de specialist en de leeftijd hangt samen met het soort specialist (Figuur 9). De kans op een recente raadpleging bij een specialist in een chirurgische discipline en vooral met een specialist inwendige ziekten neemt toe met de leeftijd. Zo stijgt het percentage van de bevolking met een recente raadpleging bij een internist van minder dan 3% bij personen jonger dan 34 jaar tot meer dan 14% bij 75-plussers. Het percentage personen met een recente raadpleging bij de oogarts bedraagt maximum 2% tot de leeftijd van 65 jaar en neemt daarna toe tot 3,6% bij jarigen en 5,1% bij 75-plussers. Het leeftijdsprofiel van de bevolking met een recente raadpleging bij de gynaecoloog verloopt via een omgekeerde U-vormige curve met een maximum (15% van de vrouwen) in de leeftijdsgroep van jaar, wat vrij logisch is. Een recente raadpleging bij de neuroloog/psychiater is het frequentst bij personen in de leeftijdsgroep van jaar (2,6%) en het minst frequent bij kinderen en jongeren onder de 25 jaar (< 1%). Raadplegingen bij een pediater situeren zich vooral bij de allerjongsten (0-4-jarigen). In deze leeftijdsgroep had 14% een recente raadpleging bij een kinderarts; bij de 5-9-jarigen is dit 2,8%, bij de jarigen 0,8% en bij de jarigen 0,6%. Voor een recente raadpleging bij de dermatoloog zien we geen noemenswaardige verschillen in functie van de leeftijd. 132 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken De kans op een recente raadpleging bij een specialist inwendige ziekten, een specialist in een chirurgische discipline, een psychiater/neuroloog, een dermatoloog en een oogarts hangt niet op een significante manier samen met het opleidingsniveau. De kans op een recente raadpleging bij een gynaecoloog neemt echter zeer sterk en significant toe met het opleidingsniveau: van 1,2% bij de laagst opgeleiden tot 7,3% bij de hoogst opgeleiden en dit is ook zo na correctie voor leeftijd. De kans op een recente raadpleging bij een kinderarts is significant hoger voor kinderen uit gezinnen waarbij één van de ouders minstens een opleiding hoger onderwijs had dan voor kinderen uit de lagere opleidingscategorieën. De urbanisatiegraad van de gemeente waar men woont hangt daarentegen niet samen met de kans op een recente raadpleging bij één van de hierboven vermelde specialisten. Evolutie over de tijd Het percentage personen dat een recent contact rapporteert met een specialist internist, specialist in een chirurgische discipline, neuroloog/psychiater, gynaecoloog, kinderarts en oogarts is tussen 2008 en 2013 niet op significante manier gewijzigd, ook niet na correctie voor leeftijd en/of geslacht.
23 Figuur 9 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde, volgens soort specialisme, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Specialist chirurgische discipline Specialist inwendige discipline euroloog/psychiater Dermatoloog Gynaecoloog Oogarts RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 133
24 GEWESTE Het percentage personen met een recente raadpleging bij een specifiek soort specialist vertoont enkele regionale verschillen. Zo blijkt een recente raadpleging bij een kinderarts significant vaker voor te komen in het Brussels Gewest dan in het Vlaams en het Waals Gewest. Inwoners van het Brussels Gewest rapporteren ook vaker een recente raadpleging bij de psychiater of neuroloog dan inwoners van het Waals Gewest. Een recente raadpleging bij een oogarts komt significant vaker voor in het Waals Gewest dan in het Vlaams Gewest. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 134 Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest rapporteert 5,6% van de bevolking een recente raadpleging bij een specialist in een inwendige discipline; voor een raadpleging bij een specialist in een chirurgische discipline is dit 4,0%, bij een neuroloog of psychiater 1,6%, bij een oogarts 1,5% en bij een dermatoloog 1,3%. Bovendien rapporteert 5,2% van de vrouwen een recente raadpleging bij de gynaecoloog en 4,4% van de kinderen en jongeren (0 tot 18 jaar) een recente raadpleging bij de kinderarts. De verschillen voor deze indicatoren in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 10), opleiding en urbanisatiegraad zijn in het Vlaams Gewest gelijkaardig als voor het ganse land. Hoewel het percentage personen met een recente raadpleging bij de oogarts ook in het Vlaams Gewest hoger is bij vrouwen dan bij mannen, is het verschil hier na correctie voor leeftijd niet significant. Brussels Gewest In het Brussels Gewest rapporteert 6,9% van de bevolking een recente raadpleging bij een specialist in een inwendige discipline; voor een raadpleging bij een specialist in een chirurgische discipline is dit 3,8%, bij een neuroloog of psychiater 2,4%, bij een oogarts 2,3% en bij een dermatoloog 1,9%. Bovendien rapporteert 6,9% van de vrouwen een recente raadpleging bij de gynaecoloog en 7,4% van de kinderen en jongeren (0 tot 18 jaar) een recente raadpleging bij de kinderarts. De verschillen voor deze indicatoren in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 11) en opleiding zijn in het Brussels Gewest gelijkaardig als voor het ganse land. Hoewel het percentage personen met een recente raadpleging bij de oogarts ook in het Brussels Gewest hoger is bij vrouwen dan bij mannen, is dit verschil hier na correctie voor leeftijd niet significant. Waals Gewest In het Waals Gewest rapporteert 8,0% van de bevolking een recente raadpleging bij een specialist in een inwendige discipline; voor een raadpleging bij een specialist in een chirurgische discipline is dit 3,7%, bij een oogarts 2,8%, bij een neuroloog of psychiater 1,5% en bij een dermatoloog 1,4%. Bovendien rapporteert 5,2% van de vrouwen een recente raadpleging bij de gynaecoloog en 3,3% van de kinderen en jongeren (0 tot 18 jaar) een recente raadpleging bij de kinderarts. De verschillen voor deze indicatoren in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 12), opleiding en urbanisatiegraad zijn in het Waals Gewest gelijkaardig als voor het ganse land.
25 Figuur 10 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde, volgens soort specialisme, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest Specialist chirurgische discipline Specialist inwendige discipline euroloog/psychiater Dermatoloog Gynaecoloog Oogarts RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 135
26 Figuur 11 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde, volgens soort specialisme, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Specialist chirurgische discipline Specialist inwendige discipline RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten euroloog/psychiater Dermatoloog Gynaecoloog Oogarts 136
27 Figuur 12 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde, volgens soort specialisme, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest Specialist chirurgische discipline Specialist inwendige discipline euroloog/psychiater Dermatoloog Gynaecoloog Oogarts RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 137
28 4.4. REDE VOOR DE RAADPLEGIG BIJ DE SPECIALIST BELGIË In de Gezondheidsenquête 2013 wordt voor de gerapporteerde raadplegingen van de afgelopen 2 maanden nagevraagd wat de reden voor het contact was: 22% van de raadplegingen zijn voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, in 75% van de raadplegingen gaat het om een opvolgcontact of een chronisch probleem en in 3% van de gevallen wordt de specialist geraadpleegd zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. In 62% van de raadplegingen waarbij er geen klacht of gezondheidsprobleem is, wordt de specialist geraadpleegd voor het uitvoeren van een preventief onderzoek, in 10% voor een vaccinatie en in 29% om een andere reden. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Analyse volgens leeftijd en geslacht Hoewel de meeste raadplegingen, zowel bij mannen als bij vrouwen, raadplegingen zijn voor een gekend probleem, is het percentage raadplegingen dat te maken heeft met een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem significant hoger bij mannen (26%) dan bij vrouwen (19%). Het percentage raadplegingen voor een nieuw gezondheidsprobleem is het hoogst (meer dan 30%) bij kinderen en jongeren tot 25 jaar (Figuur 13). In deze groep vinden we ook het laagste percentage opvolgraadplegingen (62%) (Figuur 14). Het percentage raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, varieert op een meer onregelmatige manier in functie van de leeftijd, maar is verwaarloosbaar (< 1%) bij 65-plussers (Figuur 15). Figuur 13 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België,
29 Figuur 14 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een gekende klacht of een gekend gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Figuur 15 Percentage van de raadplegingen bij de specialist zonder klacht of gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 139 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken De reden voor het contact met een specialist varieert niet significant in functie van het opleidingsniveau of de urbanisatiegraad. Evolutie over de tijd In vergelijking met 2008 lijkt het erop dat het aandeel van de raadplegingen om een gekende klacht of een gekend gezondheidsprobleem is toegenomen, en dit ten koste van de raadplegingen wegens een nieuwe klacht/gezondheidsprobleem en de raadplegingen zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem was. De verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht.
30 Analyse volgens soort specialist De verdeling van de raadplegingen bij de specialist volgens de reden van het contact vertoont belangrijke verschillen volgens het soort specialist (zie Tabel 1). ieuwe contacten vormen vooral een belangrijk aandeel van de raadplegingen bij de dermatoloog (41%), de oogarts (32%) en de kinderarts (29%). Opvolgcontacten komen relatief frequent voor bij de neuroloog/psychiater (90%), de gynaecoloog (81%) en de inwendige disciplines (81%). Bij één op de tien raadplegingen bij de gynaecoloog is er geen klacht of gezondheidsprobleem, maar wordt de gynaecoloog voor een andere reden geraadpleegd, bijvoorbeeld de opvolging van een normale zwangerschap. Ook bij bijna 10% van de raadplegingen met de kinderarts is er geen klacht of gezondheidsprobleem. Tabel 1 Verdeling van de raadplegingen bij de specialist (in %) volgens de reden van het contact per specialist, Gezondheidsenquête, België, 2013 RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 140 Soort specialist Klacht of gezondheidsprobleem ieuw Gekend Geen Heelkundige disciplines 26,2% 72,3% 1,5% 571 Inwendige disciplines 17,5% 80,7% 1,8% 903 euroloog/psychiater 10,0% 89,7% 0,3% 261 Gynaecoloog 8,0% 81,0% 11,1% 388 Kinderarts 29,1% 61,5% 9,4% 219 Dermatoloog 41,0% 59,0% 0,0% 193 Oogarts 32,2% 66,6% 1,2% 250 Andere disciplines 26,8% 72,0% 1,2% 282 Totaal 21,6% 75,2% 3,1% GEWESTE De reden voor een raadpleging met de specialist is niet significant verschillend tussen de gewesten. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest zijn 21% van de raadplegingen bij een specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, in 76% van de raadplegingen gaat het om een opvolgcontact of een chronisch probleem en in 3% van de gevallen wordt de specialist geraadpleegd zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 16-18), opleiding en urbanisatiegraad geven in het Vlaams Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het ganse land.
31 Figuur 16 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest Figuur 17 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een gekende klacht of een gekend gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 141
32 Figuur 18 Percentage van de raadplegingen bij de specialist zonder klacht of gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest zijn 25% van de raadplegingen bij een specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, in 72% van de raadplegingen gaat het om een opvolgcontact of een chronisch probleem en in 3% van de gevallen wordt de specialist geraadpleegd zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 19-21) en opleiding geven in het Brussels Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het ganse land. Figuur 19 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 142
33 Figuur 20 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een gekende klacht of een gekend gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Figuur 21 Percentage van de raadplegingen bij de specialist zonder klacht of gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 143 Waals Gewest In het Waals Gewest zijn 22% van de raadplegingen bij een specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, in 75% van de raadplegingen gaat het om een opvolgcontact of een chronisch probleem en in 3% van de gevallen wordt de specialist geraadpleegd zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 22-24), opleiding en urbanisatiegraad geven in het Waals Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het gehele land.
34 Figuur 22 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een nieuwe klacht of een nieuw gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Figuur 23 Percentage van de raadplegingen bij de specialist voor een gekende klacht of een gekend gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 144
35 Figuur 24 Percentage van de raadplegingen bij de specialist zonder klacht of gezondheidsprobleem, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 4.5. IITIATIEFEMER VOOR DE RAADPLEGIG BIJ EE SPECIALIST BELGIË In de Gezondheidsenquête 2013 wordt voor alle raadplegingen met een specialist die plaatsvonden in de 2 maanden voorafgaand aan het interview nagevraagd wie het initiatief nam voor deze raadpleging. Een gelijkaardige indicator in vorige enquêtes had enkel betrekking op personen die hadden aangegeven dat ze de specialist voor een bepaalde reden voor het eerst raadpleegden. In 2013 werd de vraag of het ging om een eerste raadpleging of een herhalingsbezoek niet meer gesteld. Vergelijking met vorige enquêtes is dus niet mogelijk. De indicator in 2013 betreft alle raadplegingen op initiatief van de patiënt zelf, op initiatief van de huisarts, op initiatief van een andere specialist of op initiatief van iemand anders, maar niet: raadplegingen die tijdens een vorige bezoek aan de specialist al waren vastgelegd; RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten raadplegingen waarbij de patiënt door de specialist werd opgeroepen. De bedoeling van de indicator is vooral om in te schatten of patiënten bij de specialist terechtkomen op eigen initiatief of via de huisarts. 145 In 63% van de gevallen neemt de patiënt zelf het initiatief om de specialist te raadplegen; in 24% van de gevallen gaat het om een doorverwijzing door de huisarts, in 8% van de gevallen wordt de patiënt doorverwezen door een andere specialist en in 4% neemt een ander persoon het initiatief. Analyse volgens leeftijd en geslacht Het percentage personen dat de specialist raadpleegt op eigen initiatief is gelijkaardig voor mannen en vrouwen. Er is echter een duidelijk verband met de leeftijd: naarmate men ouder wordt, zijn er minder raadplegingen op eigen initiatief en meer raadplegingen op initiatief van de huisarts (Figuur 25-26). Het percentage raadplegingen op initiatief van een andere specialist hangt op een meer onregelmatige manier samen met de leeftijd, maar lijkt iets hoger bij 65-plussers (11 à 12%) dan bij jongeren tot 25 jaar (minder dan 5%) (Figuur 27).
36 Figuur 25 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Figuur 26 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de huisarts, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België,
37 Figuur 27 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van een andere specialist, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Analyse volgens socio-economische achtergrondkenmerken aarmate het opleidingsniveau toeneemt, daalt het percentage raadplegingen op eigen initiatief en stijgt het percentage personen dat bij de specialist terecht komt via de huisarts. De verschillen zijn statistisch significant, ook na correctie voor leeftijd, geslacht en subjectieve gezondheidstoestand. Het percentage personen dat de specialist raadpleegt op initiatief van een andere specialist varieert niet op significante wijze in functie van het opleidingsniveau. In vergelijking met personen die wonen in landelijke gemeenten gaan personen die wonen in steden minder vaak op initiatief van de huisarts naar de specialist. Dit is ook zo na correctie voor leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand. Analyse volgens soort specialist De verdeling van de raadplegingen bij de specialist volgens de initiatiefnemer van het contact vertoont belangrijke verschillen volgens het soort specialist (zie tabel 2). De kinderarts, de dermatoloog, de oogarts en de gynaecoloog werken vooral op de eerste lijn. De meerderheid van de raadplegingen bij deze specialisten gebeuren op initiatief van de patiënt. Specialisten in heelkundige en interne disciplines en neurologen/psychiaters zien relatief frequenter patiënten die doorverwezen zijn, in de eerste plaats door de huisarts, maar ook door andere specialisten. Doorverwijzingen naar de kinderarts gebeuren meestal op eigen initiatief (van de ouders), maar zijn ook relatief frequent (in bijna 15% van de gevallen) op initiatief van een ander persoon of dienst (bv. Kind en Gezin, OE of de schoolarts). RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 147
38 Tabel 2 Verdeling van de raadplegingen bij de specialist* (in %) volgens de initiatiefnemer van het contact per specialist, Gezondheidsenquête, België 2013 Soort specialist Patiënt zelf Huisarts Andere specialist Ander persoon/ dienst Heelkundige disciplines 53,0% 32,6% 10,5% 4,0% 414 Inwendige disciplines 52,9% 35,1% 10,2% 1,9% 654 euroloog/psychiater 55,6% 23,7% 11,8% 9,0% 174 Gynaecoloog 93,2% 4,0% 2,1% 0;8% 290 Kinderarts 82,8% 2,6% 0,0% 14,6% 180 RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Dermatoloog 78,4% 14,4% 4,9% 2,3% 175 Oogarts 63,4% 18,6% 8,5% 9,5% 201 Andere disciplines 56,7% 30,5% 9,8% 3,0% 234 Totaal 63,1% 24,2% 8,3% 4,4% 2384 * Raadplegingen die tijdens een vorig bezoek aan de specialist al waren vastgelegd of raadplegingen waarbij de patiënt door de specialist zelf werd opgeroepen worden niet in rekening gebracht GEWESTE In het Brussels Gewest is het percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf het hoogst en het percentage van de raadplegingen op initiatief van de huisarts het laagst. Voor deze laatste indicator is het verschil tussen het Vlaams en het Brussels Gewest significant, ook na correctie voor leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest vindt 61% van de raadplegingen bij de specialist plaats op initiatief van de patiënt zelf, in 28% van de gevallen gaat het om een doorverwijzing door de huisarts, in 6%% van de gevallen wordt de patiënt doorverwezen door een andere specialist en in 5% van de gevallen neemt een ander persoon het initiatief. 148 De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 28-30), opleiding en urbanisatiegraad geven in het Vlaams Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het gehele land.
39 Figuur 28 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest Figuur 29 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de huisarts, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 149
40 Figuur 30 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van een andere specialist, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Brussels Gewest In het Brussels Gewest vindt 69% van de raadplegingen bij de specialist plaats op initiatief van de patiënt zelf, in 17% van de gevallen gaat het om een doorverwijzing door de huisarts, in 11% van de gevallen wordt de patiënt doorverwezen door een andere specialist en in 4% van de gevallen neemt een ander persoon het initiatief. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 31-33) en opleiding geven in het Brussels Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het ganse land. Figuur 31 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 150
41 Figuur 32 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de huisarts, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest Figuur 33 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van een andere specialist, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 151 Waals Gewest In het Waals Gewest vindt 64% van de raadplegingen bij de specialist plaats op initiatief van de patiënt zelf, in 21% van de gevallen gaat het om een doorverwijzing door de huisarts, in 11% van de gevallen wordt de patiënt doorverwezen door een andere specialist en in 4% van de gevallen neemt een ander persoon het initiatief. De analyses in functie van leeftijd en geslacht (Figuur 34-36), opleiding en urbanisatiegraad geven in het Waals Gewest ongeveer dezelfde resultaten als in het ganse land.
42 Figuur 34 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de patiënt zelf, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten Figuur 35 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van de huisarts, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest 152
43 Figuur 36 Percentage van de raadplegingen bij de specialist op initiatief van een andere specialist, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 4. Resultaten 153
44
45 5. BESPREKIG Hoewel de Gezondheidsenquête toelaat om een aantal kwantitatieve schatters over raadplegingen bij specialisten te berekenen, moeten de resultaten met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Onderzoek op basis van de gegevens van de Gezondheidsenquête 2008 die werden gekoppeld met gegevens van de ziekteverzekering (1) heeft aangetoond dat het percentage personen dat in het afgelopen jaar een specialist raadpleegde in de Gezondheidsenquête sterk onderschat wordt. Bovendien stellen we vast dat de licht stijgende trend die we voor deze indicator vaststellen op basis van de cijfers van de ziekteverzekering in de Gezondheidsenquête niet wordt bevestigd. Toch zijn de cijfers van de Gezondheidsenquête belangrijk. De vragen over specialistische zorg maken deel uit van de Europese Gezondheidsenquête (EHIS). Precies dezelfde vragen worden gesteld in de gezondheidsenquêtes van de andere EU-landen zodat Europese vergelijkingen op basis van een zelfde instrument in de toekomst mogelijk zullen zijn. In een land zoals België, met een verplichte ziekteverzekering waarbij de rechthebbenden nagenoeg de volledige bevolking omvatten, situeert de bijdrage van een gezondheidsenquête over raadplegingen bij specialisten zich bovendien niet zo zeer in het berekenen van kwantitatieve schatters over het aantal raadplegingen bij specialisten, maar wel in de studie van socio-economische verschillen in het gebruik van specialistische zorg en de studie van de redenen waarom en de manier waarop de patiënt bij de specialist terecht komt. De resultaten van de Gezondheidsenquête tonen aan dat, wanneer we rekening houden met leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand, de kans op een raadpleging bij de specialist significant toeneemt naarmate men hoger is opgeleid. Het aantal raadplegingen hangt echter niet samen met het opleidingsniveau. Met andere woorden, de drempel om een specialist te raadplegen ligt blijkbaar hoger bij laagopgeleiden, maar eens ze de stap gezet hebben om een specialist te contacteren is er geen verschil meer. Dit doet vermoeden dat het wellicht cognitieve factoren zijn die aan de basis liggen van de lagere kans van laagopgeleiden om de specialist te raadplegen, en niet zozeer financiële barrières. Toch kan men niet zomaar stellen dat laagopgeleiden die geen specialist raadplegen, vaker naar de huisarts gaan. a correctie voor leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand blijkt de kans op een contact met een huisarts weliswaar toe te nemen naarmate het opleidingsniveau daalt, maar de verschillen tussen de opleidingsniveaus zijn niet significant. Opmerkelijk is dat de samenhang tussen opleidingsniveau en het gebruik van ambulante specialistische zorg over de jaren heen nauwelijks veranderde. Reeds op basis van de gegevens van de Gezondheidsenquête 1997 kwamen we tot dezelfde vaststellingen (2). RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 5. Bespreking Het lijkt in ieder geval zinvol om via verder onderzoek na te gaan waarom laagopgeleiden minder de weg naar een specialist vinden dan hoogopgeleiden, terwijl dit voor contacten met de huisarts niet het geval is. Gezondheidsvaardigheden kunnen daarbij een rol spelen: een gebrek aan gezondheidsvaardigheden bij laagopgeleiden kan de drempel tot specialistische zorg verhogen. 155 Socio-economische verschillen in het gebruik van specialistische zorg variëren volgens het soort specialist. Specialistische disciplines waarvan meer gebruikt gemaakt wordt door hoogopgeleiden zijn in de eerste plaats de gynaecoloog en de kinderarts. Dit zijn net ook de disciplines waarvoor het vaakst geconsulteerd wordt zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is. Het kan daarbij gaan om een routinecontrole, een vaccinatie, een preventief onderzoek Het lijkt er op dat hoogopgeleiden zich voor deze redenen eerder naar een specialist richten, terwijl laagopgeleiden zich hiervoor ofwel tot de huisarts richten, of hiervoor geen arts raadplegen. In België heeft de patiënt in tegenstelling tot in sommige andere landen, zoals ederland de vrije keuze om rechtstreeks naar de specialist te stappen, zonder doorverwijzing door de huisarts. De resultaten van de Gezondheidsenquête geven duidelijk aan dat de keuze om een specialist te raadplegen zon-
46 der doorverwijzing door een huisarts vooral gemaakt wordt door hoogopgeleiden. Hoger opgeleiden hebben doorgaans meer kennis over gezondheid en sommigen menen wellicht dat het efficiënter is om rechtstreeks naar de specialist te stappen dan via de huisarts. Misschien gaat men er soms ook van uit dat specialistische zorg betere zorg is en zijn hoogopgeleiden bereid om daar een meerprijs voor te betalen. In een performant gezondheidssysteem zijn de huisarts en de specialist echter complementair. De huisarts staat garant voor een globale, continue en integrale zorg en kan daarin niet door een specialist worden vervangen. De meerwaarde van de specialist ligt in de eerste plaats in zijn of haar expertise op een specifiek domein. Het is ook niet efficiënt om voor taken die makkelijk en correct door een huisarts kunnen worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het nemen van een uitstrijkje, rechtstreeks naar de specialist toe te stappen. RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 5. Bespreking 156 Over de uitbouw van een meer getrapte gezondheidszorg, waarbij de toegang tot de specialistische zorg verloopt via de eerste lijn, lopen in België de meningen uiteen. Voorstanders wijzen er op dat echelonnering bijdraagt tot een meer efficiënte gezondheidszorg en een heropwaardering van de eerste lijn. Tegenstanders menen dat dit haaks staat op het recht van de patiënt op een vrije artsenkeuze en de kwaliteit van de zorg negatief beïnvloedt. Vanuit de overheid werden de afgelopen jaren enkele initiatieven genomen in de richting van een meer centrale rol van de huisarts in ons gezondheidssysteem. Meer specifiek met betrekking tot de relatie tussen de eerste en de tweede lijn werd in 2006 een Koninklijk Besluit uitgevaardigd waarbij een raadpleging bij een specialist na doorverwijzing door een huisarts financieel aantrekkelijker is dan wanneer men rechtstreeks de specialist raadpleegt. Algemeen wordt aangenomen dat deze maatregel niet zo heel veel effect had, ook omdat deze gepaard ging met bijkomende administratieve formaliteiten. Vanaf 1 januari 2015 is het remgeld voor een raadpleging bij de specialist vereenvoudigd. Hoewel het remgeld in sommige gevallen verminderd is, komt het globale pakket neer op een toename van het remgeld voor de patiënt. Er zal op gewaakt moeten worden dat dit de bestaande socio-economische ongelijkheden in het gebruik van ambulante specialistische zorg niet zal doen toenemen. Toegang tot specialistische zorg voor wie het nodig heeft, ongeacht de socio-economische status, en een rationeel gebruik van de beschikbare middelen moeten ook de komende jaren aandachtspunten blijven in het gezondheidsbeleid. In het Brussels Gewest ligt het gebruik van ambulante specialistische zorg het hoogst. Anderzijds stelden we vast dat in het Brussels Gewest minder gebruik gemaakt wordt van huisartsgeneeskundige zorg en wijzen RIZIV-cijfers er op dat de globale gezondheidsuitgaven er lager liggen (3). Het is dus duidelijk dat het gebruik van gezondheidszorg in het algemeen en ambulante gezondheidszorg in het bijzonder in het Brussels Gewest een ander patroon vertoont dan in de rest van het land. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de hoge concentratie niet-belgen dit voor een stuk kan verklaren (1). Voor het hoger gebruik van ambulante specialistische zorg is dit echter niet het geval. Bijkomende onderzoek is nodig om dit verder uit te klaren.
47 6. BIBLIOGRAFIE (1) Mimilidis H, Demarest S, Tafforeau J, Van der Heyden J. Projet de couplage de données issues de l Enquête de Santé 2008 et des Organismes Assureurs. Bruxelles: Institut Scientifique de Santé Publique (WIV-ISP); Report o.: 018. (2) Van der Heyden J, Demarest S, Tafforeau J, Van Oyen H. Socio-economic differences in the utilisation of health services in Belgium. Health Policy 2003 Aug;65(2): (3) Geographie de la consommation. Variations de dépenses de l assurance soins de santé en Belgique Données IAMI/RIZIV; RAADPLEGIGE BIJ DE SPECIALIST 6. Bibliografie 157
48
49 7. TABELLE Tabel 1 Tabel 2 Tabel 3 Tabel 4 Verdeling van de raadplegingen bij de specialist (in %) volgens de reden van het contact per specialist, Gezondheidsenquête, België, Verdeling van de raadplegingen bij de specialist* (in %) volgens de initiatiefnemer van het contact per specialist, Gezondheidsenquête, België Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, België Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, België Tabel 5 Tabel 6 Tabel 7 Tabel 8 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, België Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, België Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, België Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, België Tabel 9 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, België Tabel 10 Tabel 11 Tabel 12 Tabel 13 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, België Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, België Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, België Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, België Tabel 14 Tabel 15 Tabel 16 Tabel 17 Tabel 18 Tabel 19 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, België Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, België Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, België Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, België Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, België Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, België
50 Tabel 20 Tabel 21 Tabel 22 Tabel 23 Tabel 24 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Vlaams Gewest Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Vlaams Gewest Tabel 25 Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Vlaams Gewest Tabel 26 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Vlaams Gewest Tabel 27 Tabel 28 Tabel 29 Tabel 30 Tabel 31 Tabel 32 Tabel 33 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Vlaams Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Vlaams Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Vlaams Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Vlaams Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Vlaams Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Vlaams Gewest Tabel 34 Tabel 35 Tabel 36 Tabel 37 Tabel 38 Tabel 39 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Vlaams Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Vlaams Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Vlaams Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Brussels Gewest Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Brussels Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Brussels Gewest...199
51 Tabel 40 Tabel 41 Tabel 42 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Brussels Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Brussels Gewest Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Brussels Gewest Tabel 43 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Brussels Gewest Tabel 44 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Brussels Gewest Tabel 45 Tabel 46 Tabel 47 Tabel 48 Tabel 49 Tabel 50 Tabel 51 Tabel 52 Tabel 53 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Brussels Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Brussels Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Brussels Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Brussels Gewest Tabel 54 Tabel 55 Tabel 56 Tabel 57 Tabel 58 Tabel 59 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Waals Gewest Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Waals Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Waals Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Waals Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Waals Gewest Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Waals Gewest
52 Tabel 60 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Waals Gewest Tabel 61 Tabel 62 Tabel 63 Tabel 64 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Waals Gewest Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Waals Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Waals Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Waals Gewest Tabel 65 Tabel 66 Tabel 67 Tabel 68 Tabel 69 Tabel 70 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Waals Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Waals Gewest Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Waals Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Waals Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Waals Gewest Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Waals Gewest
53 Tabel 3 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, België SP01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 40,2 (38,3-42,2) 40,4 (38,5-42,4) 5226 Vrouwen 52,8 (50,9-54,7) 52,6 (50,7-54,5) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,1 (37,3-44,9) 41,2 (37,4-45,1) ,5 (32,3-40,7) 36,5 (32,4-40,9) ,4 (39,6-47,2) 43,3 (39,6-47,1) ,9 (41,6-48,1) 45,0 (41,7-48,2) ,5 (45,9-53,1) 49,5 (45,9-53,1) ,4 (48,9-55,9) 52,5 (49,0-56,0) ,7 (51,0-60,3) 55,5 (50,8-60,1) ,2 (53,0-61,4) 55,9 (51,6-60,2) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 46,6 (42,2-51,0) 40,6 (36,1-45,2) 1129 Lager secundair 45,6 (41,8-49,4) 43,3 (39,4-47,3) 1489 Hoger secundair 43,6 (41,1-46,0) 43,8 (41,3-46,3) 3402 Hoger onderwijs 49,0 (46,8-51,3) 50,6 (48,3-52,9) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 49,4 (47,3-51,5) 49,6 (47,5-51,8) 5566 Halfstedelijk gebied 45,7 (42,9-48,6) 44,9 (42,0-47,8) 2298 Landelijk gebied 43,5 (40,8-46,2) 43,5 (40,7-46,3) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 44,5 (42,3-46,6) 44,0 (41,8-46,2) 3510 Brussels Gewest 53,3 (50,9-55,7) 54,5 (52,0-56,9) 3096 Waals Gewest 48,3 (46,0-50,5) 48,3 (46,1-50,6) 4214 JAAR ,0 (46,5-49,6) 49,0 (47,4-50,6) ,4 (49,0-51,8) 50,6 (49,2-52,1) ,4 (49,0-51,9) 50,7 (49,2-52,2) ,4 (47,0-49,8) 48,4 (47,0-49,9) ,7 (45,2-48,1) 46,6 (45,1-48,1) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
54 Tabel 4 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, België SP02_1 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,7 (1,5-1,9) 1,7 (1,5-1,9) 5223 Vrouwen 2,2 (2,0-2,4) 2,2 (2,0-2,4) 5592 LEEFTIJDSGROEP ,6 (1,3-2,0) 1,6 (1,3-2,0) ,1 (0,8-1,3) 1,1 (0,8-1,3) ,0 (1,6-2,4) 2,0 (1,6-2,4) ,0 (1,5-2,5) 2,0 (1,5-2,5) ,9 (1,6-2,2) 1,9 (1,6-2,2) ,2 (1,8-2,6) 2,2 (1,8-2,6) ,5 (2,0-3,0) 2,5 (2,0-3,0) ,9 (2,0-3,7) 2,8 (1,9-3,7) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,3 (1,5-3,0) 1,9 (1,3-2,5) 1127 Lager secundair 2,0 (1,5-2,5) 1,9 (1,3-2,4) 1489 Hoger secundair 1,9 (1,6-2,1) 1,9 (1,6-2,1) 3401 Hoger onderwijs 1,9 (1,7-2,1) 2,0 (1,8-2,2) 4674 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,1 (1,9-2,3) 2,1 (1,9-2,3) 5563 Halfstedelijk gebied 1,8 (1,5-2,1) 1,8 (1,5-2,1) 2297 Landelijk gebied 1,8 (1,5-2,1) 1,9 (1,6-2,1) 2955 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 1,8 (1,6-2,0) 1,8 (1,5-2,0) 3510 Brussels Gewest 2,3 (2,0-2,7) 2,4 (2,0-2,8) 3093 Waals Gewest 2,1 (1,8-2,4) 2,1 (1,9-2,4) 4212 JAAR ,0 (1,9-2,2) 2,1 (1,9-2,2) ,3 (2,1-2,5) 2,3 (2,2-2,5) ,3 (2,1-2,4) 2,3 (2,1-2,5) ,2 (2,0-2,3) 2,2 (2,0-2,3) ,9 (1,8-2,1) 1,9 (1,8-2,1) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
55 Tabel 5 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, België SP04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 3,7 (3,0-4,3) 3,4 (2,8-4,1) 5226 Vrouwen 4,1 (3,3-4,8) 3,7 (3,0-4,5) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,7-2,3) 1,5 (0,9-2,6) ,7 (1,3-4,0) 2,7 (1,6-4,4) ,1 (1,8-4,5) 3,1 (2,0-4,9) ,2 (2,2-4,3) 3,2 (2,3-4,5) ,4 (3,6-7,2) 5,4 (3,9-7,5) ,7 (4,0-7,4) 5,7 (4,3-7,7) ,6 (4,5-8,7) 6,6 (4,7-9,0) ,5 (3,0-6,1) 4,5 (3,2-6,4) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,4 (2,1-4,7) 2,6 (1,7-3,9) 1129 Lager secundair 4,7 (3,1-6,2) 3,8 (2,7-5,3) 1489 Hoger secundair 4,7 (3,7-5,7) 4,3 (3,4-5,3) 3402 Hoger onderwijs 3,1 (2,4-3,9) 3,1 (2,4-3,9) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,9 (3,2-4,7) 3,7 (3,0-4,5) 5566 Halfstedelijk gebied 4,2 (3,0-5,4) 3,7 (2,7-4,9) 2298 Landelijk gebied 3,5 (2,6-4,3) 3,2 (2,5-4,0) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 4,0 (3,3-4,8) 3,6 (3,0-4,4) 3510 Brussels Gewest 3,8 (3,0-4,5) 3,7 (2,9-4,5) 3096 Waals Gewest 3,7 (2,8-4,5) 3,3 (2,6-4,3) 4214 JAAR ,9 (3,4-4,3) 3,6 (3,1-4,1) ,9 (3,4-4,4) 3,5 (3,1-4,1) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
56 Tabel 6 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, België SP04_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 6,6 (5,7-7,6) 5,6 (4,7-6,6) 5226 Vrouwen 6,4 (5,6-7,3) 5,0 (4,3-5,9) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,7 (1,2-4,2) 2,7 (1,5-4,6) ,9 (1,0-2,8) 1,9 (1,2-3,0) ,8 (1,8-3,8) 2,8 (2,0-4,0) ,0 (4,2-7,8) 6,0 (4,5-8,0) ,1 (5,3-9,0) 7,1 (5,5-9,2) ,5 (8,5-12,5) 10,5 (8,6-12,7) ,4 (9,7-15,0) 12,4 (10,0-15,3) ,2 (11,0-17,3) 14,3 (11,4-17,7) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 11,1 (8,2-14,0) 6,2 (4,5-8,4) 1129 Lager secundair 7,5 (5,8-9,2) 5,1 (3,9-6,7) 1489 Hoger secundair 6,2 (4,9-7,4) 5,2 (4,1-6,6) 3402 Hoger onderwijs 5,6 (4,6-6,5) 5,2 (4,4-6,2) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 7,2 (6,2-8,3) 6,0 (5,0-7,2) 5566 Halfstedelijk gebied 6,0 (4,8-7,3) 4,7 (3,8-5,7) 2298 Landelijk gebied 6,0 (4,7-7,2) 4,8 (3,8-6,1) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 5,6 (4,7-6,5) 4,4 (3,7-5,2) 3510 Brussels Gewest 6,9 (5,9-8,0) 6,3 (5,4-7,5) 3096 Waals Gewest 8,0 (6,6-9,3) 6,6 (5,4-8,0) JAAR ,0 (5,4-6,6) 4,9 (4,3-5,4) ,5 (5,9-7,2) 5,2 (4,6-5,9) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
57 Tabel 7 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, België SP04_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,5 (1,0-2,0) 1,4 (1,0-1,9) 5226 Vrouwen 1,8 (1,3-2,2) 1,6 (1,2-2,0) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,8 (0,2-1,4) 0,8 (0,4-1,7) ,6 (0,1-1,0) 0,6 (0,3-1,2) ,4 (1,0-3,9) 2,4 (1,3-4,4) ,9 (1,0-2,7) 1,9 (1,2-2,9) ,6 (1,6-3,5) 2,6 (1,8-3,7) ,7 (1,1-2,4) 1,7 (1,2-2,5) ,4 (0,5-2,3) 1,4 (0,7-2,7) ,9 (0,6-3,2) 1,9 (0,9-3,7) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,8 (1,0-4,5) 2,7 (1,3-5,6) 1129 Lager secundair 2,4 (1,4-3,5) 2,2 (1,4-3,5) 1489 Hoger secundair 1,4 (0,9-1,8) 1,2 (0,8-1,7) 3402 Hoger onderwijs 1,4 (1,0-1,9) 1,2 (0,9-1,8) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,9 (1,4-2,4) 1,7 (1,3-2,2) 5566 Halfstedelijk gebied 1,6 (1,0-2,3) 1,4 (1,0-2,1) 2298 Landelijk gebied 1,3 (0,6-1,9) 1,2 (0,7-2,0) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 1,6 (1,1-2,1) 1,4 (1,0-2,0) 3510 Brussels Gewest 2,4 (1,8-3,0) 2,2 (1,6-2,8) 3096 Waals Gewest 1,5 (1,0-1,9) 1,3 (1,0-1,8) 4214 JAAR ,0 (1,7-2,4) 1,8 (1,5-2,2) ,6 (1,3-2,0) 1,5 (1,2-1,8) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
58 Tabel 8 Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, België SP04_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,0-0,7) 0,3 (0,1-1,2) ,3 (2,4-6,2) 4,3 (2,8-6,7) ,7 (11,0-18,3) 14,7 (11,4-18,7) ,5 (7,0-12,0) 9,5 (7,2-12,3) ,5 (2,8-8,1) 5,5 (3,4-8,8) ,8 (1,5-6,0) 3,8 (2,1-6,7) ,8 (0,1-9,4) 4,8 (1,8-12,1) ,7 (0,0-1,4) 1,5 (0,4-4,7) 586 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,2 (0,3-2,0) 1,0 (0,5-2,3) 621 Lager secundair 3,0 (1,4-4,7) 2,2 (1,2-4,1) 778 Hoger secundair 5,0 (3,1-6,9) 3,3 (2,1-5,2) 1758 Hoger onderwijs 7,3 (5,9-8,7) 4,7 (3,4-6,3) 2366 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,5 (4,9-8,0) 4,1 (2,9-5,9) 2898 Halfstedelijk gebied 4,8 (3,1-6,5) 3,2 (2,1-4,7) 1213 Landelijk gebied 4,2 (3,0-5,5) 2,8 (1,9-4,1) 1483 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 5,2 (3,8-6,6) 3,4 (2,4-4,9) 1825 Brussels Gewest 6,9 (5,5-8,3) 4,1 (3,0-5,6) 1617 Waals Gewest 5,2 (4,0-6,4) 3,4 (2,5-4,6) 2152 JAAR ,8 (4,1-5,5) 3,0 (2,4-3,7) ,4 (4,5-6,3) 3,5 (2,8-4,4) *Correctie voor leeftijd op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
59 Tabel 9 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, België SP04_5 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Jongens 4,9 (2,8-7,0) 2,2 (1,3-3,7) 1054 Meisjes 3,8 (1,9-5,7) 1,9 (0,9-3,7) 986 LEEFTIJDSGROEP ,3 (9,4-19,2) 14,2 (10,0-19,8) ,8 (1,0-4,6) 2,8 (1,4-5,3) ,8 (0,1-1,5) 0,8 (0,4-1,8) ,6 (0,0-1,8) 0,6 (0,1-4,2) 447 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,8 (0,0-4,2) 1,0 (0,2-4,7) 126 Lager secundair 2,2 (0,4-4,1) 1,2 (0,5-3,1) 247 Hoger secundair 4,8 (1,6-8,1) 2,3 (1,1-4,9) 634 Hoger onderwijs 4,8 (3,0-6,7) 2,2 (1,2-3,8) 1008 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,2 (2,9-7,6) 2,3 (1,3-4,0) 1081 Halfstedelijk gebied 4,2 (1,0-7,4) 2,2 (1,0-5,0) 397 Landelijk gebied 3,2 (1,3-5,1) 1,5 (0,6-3,4) 562 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 4,4 (2,0-6,7) 2,1 (1,1-4,0) 614 Brussels Gewest 7,4 (4,8-10,0) 2,9 (1,6-5,3) 655 Waals Gewest 3,3 (1,8-4,8) 1,6 (0,9-3,0) 771 JAAR ,4 (2,7-6,0) 1,9 (1,2-2,9) ,4 (2,9-5,8) 2,0 (1,2-3,1) 2040 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie) 169
60 Tabel 10 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, België SP04_6 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,1 (0,8-1,5) 1,1 (0,8-1,5) 5226 Vrouwen 1,6 (1,2-2,0) 1,6 (1,2-2,1) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,6 (0,8-2,5) 1,6 (1,0-2,7) ,4 (0,6-2,2) 1,4 (0,8-2,4) ,2 (0,5-1,9) 1,2 (0,6-2,1) ,4 (0,7-2,0) 1,4 (0,9-2,2) ,6 (0,8-2,4) 1,5 (0,9-2,6) ,1 (0,5-1,7) 1,0 (0,6-1,8) ,2 (0,5-1,9) 1,1 (0,6-2,1) ,3 (0,3-2,4) 1,3 (0,6-2,8) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,0 (0,2-1,7) 0,9 (0,4-2,0) 1129 Lager secundair 1,2 (0,5-1,9) 1,1 (0,6-2,1) 1489 Hoger secundair 0,8 (0,4-1,1) 0,8 (0,5-1,2) 3402 Hoger onderwijs 2,0 (1,4-2,5) 1,9 (1,5-2,5) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,6 (1,1-2,0) 1,5 (1,2-2,0) 5566 Halfstedelijk gebied 1,2 (0,7-1,7) 1,2 (0,7-1,8) 2298 Landelijk gebied 1,2 (0,7-1,8) 1,2 (0,8-1,8) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 1,3 (0,9-1,7) 1,2 (0,9-1,7) 3510 Brussels Gewest 1,9 (1,3-2,5) 1,8 (1,3-2,5) 3096 Waals Gewest 1,4 (0,9-1,8) 1,3 (0,9-1,8) JAAR ,5 (1,1-1,8) 1,4 (1,1-1,8) ,4 (1,1-1,7) 1,3 (1,1-1,6) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
61 Tabel 11 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, België SP04_7 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,5 (1,0-1,9) 1,3 (1,0-1,8) 5226 Vrouwen 2,5 (1,9-3,0) 2,1 (1,6-2,7) 5594 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,5-1,5) 1,0 (0,6-1,7) ,1 (0,8-3,5) 2,1 (1,1-3,9) ,1 (0,2-2,0) 1,1 (0,5-2,4) ,9 (0,4-1,4) 0,9 (0,5-1,6) ,0 (1,0-3,0) 2,0 (1,2-3,3) ,0 (1,1-2,9) 2,0 (1,2-3,1) ,6 (2,0-5,2) 3,5 (2,2-5,5) ,1 (3,3-6,9) 4,7 (3,3-6,7) 992 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,4 (1,7-5,1) 1,8 (1,1-2,9) 1129 Lager secundair 2,0 (1,1-2,9) 1,4 (0,9-2,3) 1489 Hoger secundair 1,7 (1,2-2,1) 1,5 (1,1-2,0) 3402 Hoger onderwijs 1,9 (1,3-2,5) 1,9 (1,4-2,6) 4676 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,2 (1,7-2,7) 1,9 (1,5-2,5) 5566 Halfstedelijk gebied 1,7 (1,1-2,3) 1,4 (0,9-2,0) 2298 Landelijk gebied 2,0 (1,2-2,8) 1,7 (1,1-2,6) 2956 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 1,5 (1,1-1,9) 1,2 (0,9-1,7) 3510 Brussels Gewest 2,3 (1,6-2,9) 2,1 (1,6-2,8) 3096 Waals Gewest 2,8 (1,9-3,6) 2,3 (1,7-3,2) 4214 JAAR ,9 (1,6-2,2) 1,7 (1,4-2,1) ,0 (1,6-2,4) 1,8 (1,5-2,2) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
62 Tabel 12 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, België SP05_1 ieuwe klacht of gezondheidsprobleem Gekende klacht of gezondheidsprobleem Geen klacht of gezondheidsprobleem GESLACHT Mannen 25,7 71,9 2, Vrouwen 18,7 77,6 3, LEEFTIJDSGROEP ,7 62,2 5, ,0 62,3 0, ,6 79,3 8, ,3 74,4 4, ,9 75,0 2, ,7 79,4 1, ,9 83,4 0, ,5 81,2 0,3 356 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 21,5 77,8 0,7 336 Lager secundair 18,7 79,2 2,1 441 Hoger secundair 22,5 74,1 3,4 959 Hoger onderwijs 22,1 74,1 3, URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 22,8 74,8 2, Halfstedelijk gebied 22,0 73,7 4,3 629 Landelijk gebied 19,3 77,5 3, VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 20,7 76,1 3,2 920 Brussels Gewest 25,0 72,4 2, Waals Gewest 21,8 75,0 3, JAAR ,4 66,3 5, ,6 75,2 3,1 3144
63 Tabel 13 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, België SP05_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 25,7 (21,2-30,2) 26,1 (22,1-30,6) 1270 Vrouwen 18,7 (16,0-21,4) 19,5 (16,7-22,6) 1874 LEEFTIJDSGROEP ,7 (23,9-41,4) 32,5 (24,7-41,4) ,0 (26,3-47,7) 37,7 (28,3-48,1) ,6 (8,3-16,8) 13,3 (9,2-18,7) ,3 (14,8-27,8) 21,9 (16,1-29,2) ,9 (15,7-30,0) 23,3 (17,0-31,1) ,7 (14,0-23,5) 18,8 (14,6-24,0) ,9 (11,0-20,7) 15,9 (11,6-21,5) ,5 (11,5-25,6) 18,3 (11,9-27,0) 356 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 21,5 (13,3-29,7) 26,8 (18,2-37,6) 336 Lager secundair 18,7 (12,6-24,8) 20,4 (15,1-27,1) 441 Hoger secundair 22,5 (17,5-27,4) 23,3 (18,6-28,8) 959 Hoger onderwijs 22,1 (18,8-25,4) 21,9 (18,7-25,5) 1364 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 22,8 (19,1-26,4) 24,2 (20,7-28,0) 1774 Halfstedelijk gebied 22,0 (16,7-27,3) 22,7 (17,6-28,9) 629 Landelijk gebied 19,3 (15,2-23,3) 19,7 (16,0-24,0) 741 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 20,7 (17,0-24,3) 21,4 (17,9-25,4) 920 Brussels Gewest 25,0 (20,4-29,5) 25,6 (21,1-30,7) 1020 Waals Gewest 21,8 (17,6-26,0) 23,1 (19,3-27,5) 1204 JAAR ,4 (24,9-31,9) 29,7 (26,4-33,4) ,6 (19,2-24,1) 22,3 (19,8-24,9) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
64 Tabel 14 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, België SP05_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 71,9 (67,3-76,6) 70,9 (66,3-75,2) 1270 Vrouwen 77,6 (74,7-80,6) 76,7 (73,4-79,7) 1874 LEEFTIJDSGROEP ,2 (54,0-70,4) 62,3 (54,0-70,0) ,3 (51,6-73,0) 61,8 (51,3-71,2) ,3 (72,3-86,3) 78,4 (70,1-84,9) ,4 (67,0-81,9) 73,8 (65,7-80,6) ,0 (67,8-82,2) 74,6 (66,8-81,0) ,4 (74,5-84,2) 79,2 (74,2-83,5) ,4 (78,5-88,4) 83,3 (77,7-87,8) ,2 (74,0-88,3) 81,4 (72,7-87,8) 356 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 77,8 (69,5-86,1) 71,0 (60,0-80,0) 336 Lager secundair 79,2 (72,6-85,7) 77,2 (69,5-83,3) 441 Hoger secundair 74,1 (69,0-79,2) 72,8 (67,2-77,8) 959 Hoger onderwijs 74,1 (70,4-77,7) 74,4 (70,6-77,9) 1364 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 74,8 (71,1-78,5) 73,3 (69,4-77,0) 1774 Halfstedelijk gebied 73,7 (67,9-79,5) 72,3 (65,8-78,0) 629 Landelijk gebied 77,5 (72,9-82,1) 76,7 (71,7-81,1) 741 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 76,1 (72,2-80,0) 74,8 (70,5-78,6) 920 Brussels Gewest 72,4 (67,5-77,3) 72,0 (66,6-76,7) 1020 Waals Gewest 75,0 (70,6-79,5) 73,6 (68,9-77,9) JAAR ,3 (62,8-69,9) 64,8 (61,1-68,4) ,2 (72,6-77,9) 74,4 (71,6-77,1) 3144 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
65 Tabel 15 Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, België SP05_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,4 (1,1-3,7) 2,2 (1,2-3,8) 1270 Vrouwen 3,7 (2,1-5,2) 3,1 (2,1-4,6) 1874 LEEFTIJDSGROEP ,1 (2,2-7,9) 5,0 (2,9-8,5) ,7 (0,0-1,7) 2,3 (0,7-7,6) ,1 (2,4-13,8) 7,5 (3,6-14,8) ,3 (1,3-7,2) 4,0 (2,0-7,9) ,2 (0,6-3,8) 2,1 (1,0-4,3) ,9 (0,0-4,3) 1,9 (0,5-6,4) ,7 (0,0-1,7) 0,7 (0,2-2,5) ,3 (0,0-0,9) 0,8 (0,3-2,6) 356 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,7 (0,0-1,6) 1,0 (0,3-3,3) 336 Lager secundair 2,1 (0,3-3,9) 2,4 (1,0-5,5) 441 Hoger secundair 3,4 (1,1-5,8) 3,0 (1,6-5,5) 959 Hoger onderwijs 3,8 (2,1-5,5) 2,9 (1,7-4,6) 1364 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,4 (1,4-3,4) 2,0 (1,1-3,6) 1774 Halfstedelijk gebied 4,3 (1,3-7,4) 3,6 (1,9-6,5) 629 Landelijk gebied 3,2 (1,1-5,4) 2,7 (1,4-5,0) 741 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 3,2 (1,5-5,0) 2,3 (1,3-3,9) 920 Brussels Gewest 2,6 (1,3-4,0) 1,5 (0,8-2,9) 1020 Waals Gewest 3,1 (1,5-4,8) 1,9 (1,0-3,6) 1204 JAAR ,3 (4,0-6,5) 4,6 (3,6-5,9) ,1 (2,0-4,2) 2,9 (2,1-4,0) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
66 Tabel 16 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, België SP07_1 Persoon zelf (ouder/ voogd bij een kind) Huisarts Andere specialist Andere GESLACHT Mannen 59,7 24,9 9,9 5,6 950 Vrouwen 65,4 23,7 7,3 3, LEEFTIJDSGROEP ,1 9,7 4,8 10, ,7 23,1 4,7 8, ,2 15,0 13,5 0, ,4 20,7 9,0 0, ,1 27,9 5,9 4, ,7 26,7 6,2 1, ,4 40,2 11,6 4, ,6 39,3 11,9 7,2 245 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 35,3 45,7 12,7 6,3 236 Lager secundair 51,5 31,2 12,7 4,6 331 Hoger secundair 63,8 26,8 5,9 3,5 728 Hoger onderwijs 72,0 15,6 8,0 4, URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 65,1 21,6 9,0 4, Halfstedelijk gebied 63,0 24,3 6,7 6,0 475 Landelijk gebied 59,8 28,4 8,4 3,4 608 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 61,1 28,1 5,8 5,0 679 Brussels Gewest 68,8 16,6 11,1 3, Waals Gewest 64,0 21,4 10,7 3, JAAR ,1 24,2 8,3 4,4 2384
67 Tabel 17 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, België SP07_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 59,7 (53,6-65,8) 60,2 (53,3-66,8) 950 Vrouwen 65,4 (61,3-69,5) 66,6 (62,6-70,4) 1434 LEEFTIJDSGROEP ,1 (67,9-82,3) 75,3 (67,5-81,8) ,7 (52,4-75,0) 63,3 (51,2-74,0) ,2 (58,1-84,3) 70,1 (55,4-81,6) ,4 (62,2-76,7) 68,7 (60,9-75,6) ,1 (52,7-71,5) 61,5 (51,7-70,4) ,7 (57,4-73,9) 65,5 (57,0-73,1) ,4 (35,0-51,8) 43,2 (34,9-51,8) ,6 (31,7-51,6) 40,7 (31,1-51,0) 245 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 35,3 (26,1-44,6) 42,6 (32,3-53,5) 236 Lager secundair 51,5 (39,5-63,5) 53,3 (40,9-65,4) 331 Hoger secundair 63,8 (57,4-70,2) 63,7 (57,0-69,8) 728 Hoger onderwijs 72,0 (67,8-76,2) 70,2 (65,6-74,4) 1050 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 65,1 (60,1-70,1) 66,1 (60,9-70,8) 1301 Halfstedelijk gebied 63,0 (56,8-69,2) 64,3 (57,9-70,2) 475 Landelijk gebied 59,8 (52,3-67,3) 58,8 (50,6-66,5) 608 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 61,1 (56,0-66,1) 61,6 (56,5-66,5) 679 Brussels Gewest 68,8 (63,2-74,4) 67,4 (60,9-73,2) 695 Waals Gewest 64,0 (57,7-70,3) 64,8 (58,2-71,0) 1010 JAAR ,1 (59,6-66,7) 2384 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 177
68 Tabel 18 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, België SP07_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 24,9 (20,2-29,6) 23,0 (18,7-28,0) 950 Vrouwen 23,7 (19,9-27,4) 21,5 (18,2-25,3) 1434 LEEFTIJDSGROEP ,7 (5,5-14,0) 9,7 (6,2-14,8) ,1 (13,8-32,5) 23,2 (15,3-33,6) ,0 (8,9-21,1) 15,2 (10,0-22,4) ,7 (14,4-27,1) 20,9 (15,3-28,0) ,9 (18,6-37,2) 28,1 (19,6-38,6) ,7 (19,3-34,1) 26,8 (20,2-34,6) ,2 (30,5-50,0) 40,3 (30,7-50,7) ,3 (28,3-50,3) 39,6 (29,4-50,7) 245 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 45,7 (34,5-56,9) 36,9 (26,8-48,2) 236 Lager secundair 31,2 (24,2-38,3) 28,3 (21,6-36,1) 331 Hoger secundair 26,8 (20,8-32,7) 25,2 (19,9-31,3) 728 Hoger onderwijs 15,6 (12,2-19,0) 16,0 (12,9-19,8) 1050 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 21,6 (17,1-26,0) 19,4 (15,5-24,0) 1301 Halfstedelijk gebied 24,3 (18,8-29,9) 21,8 (17,1-27,3) 475 Landelijk gebied 28,4 (22,7-34,1) 27,3 (22,1-33,2) 608 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 28,1 (23,4-32,9) 26,0 (21,7-30,7) 679 Brussels Gewest 16,6 (12,0-21,1) 16,2 (11,9-21,8) 695 Waals Gewest 21,4 (16,9-25,8) 19,3 (15,4-24,0) JAAR ,2 (21,2-27,1) 2384 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
69 Tabel 19 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, België SP07_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 9,9 (5,6-14,1) 9,3 (6,3-13,6) 950 Vrouwen 7,3 (5,2-9,4) 6,2 (4,4-8,6) 1434 LEEFTIJDSGROEP ,8 (1,5-8,1) 4,6 (2,3-9,1) ,7 (0,5-8,8) 4,7 (1,9-11,1) ,5 (3,8-23,1) 14,4 (6,7-28,1) ,0 (4,9-13,1) 9,3 (5,8-14,5) ,9 (2,6-9,2) 6,1 (3,4-10,6) ,2 (2,8-9,7) 6,2 (3,6-10,6) ,6 (4,4-18,7) 11,5 (6,2-20,5) ,9 (4,3-19,6) 12,4 (6,4-22,7) 245 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 12,7 (4,3-21,0) 10,2 (5,4-18,4) 236 Lager secundair 12,7 (2,1-23,4) 10,7 (5,3-20,2) 331 Hoger secundair 5,9 (3,3-8,6) 5,7 (3,6-9,1) 728 Hoger onderwijs 8,0 (5,6-10,3) 7,7 (5,6-10,6) 1050 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 9,0 (6,0-12,0) 8,0 (5,9-10,9) 1301 Halfstedelijk gebied 6,7 (3,7-9,7) 6,1 (3,8-9,8) 475 Landelijk gebied 8,4 (3,4-13,5) 8,0 (4,7-13,3) 608 VERBLIJFPLAATS Vlaams Gewest 5,8 (3,8-7,8) 5,4 (3,7-7,9) 679 Brussels Gewest 11,1 (6,9-15,2) 10,5 (6,9-15,7) 695 Waals Gewest 10,7 (6,1-15,2) 9,4 (6,6-13,4) 1010 JAAR ,3 (6,2-10,4) 2384 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 179
70 Tabel 20 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Vlaams Gewest SP01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 38,2 (35,3-41,0) 38,1 (35,2-41,1) 1685 Vrouwen 50,5 (47,6-53,3) 49,9 (47,1-52,8) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,0 (31,3-42,8) 37,1 (31,5-43,1) ,7 (28,2-41,3) 34,8 (28,4-41,8) ,3 (36,4-48,2) 42,1 (36,5-48,0) ,3 (37,4-47,1) 42,3 (37,6-47,2) ,2 (40,9-51,6) 46,1 (40,9-51,5) ,7 (45,6-55,8) 50,8 (45,7-55,9) ,3 (45,6-58,9) 52,2 (45,6-58,7) ,2 (50,2-62,3) 55,1 (48,8-61,1) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 47,7 (40,6-54,9) 39,1 (31,9-46,8) 307 Lager secundair 41,1 (34,8-47,3) 36,3 (30,2-42,8) 422 Hoger secundair 42,1 (38,6-45,6) 41,7 (38,2-45,3) 1233 Hoger onderwijs 46,1 (42,8-49,5) 48,1 (44,6-51,5) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 44,6 (40,5-48,6) 44,3 (40,2-48,4) 1119 Halfstedelijk gebied 45,1 (41,9-48,4) 44,2 (40,9-47,5) 1536 Landelijk gebied 43,3 (39,0-47,5) 43,5 (39,2-48,0) 855 JAAR ,1 (42,8-47,4) 46,1 (43,8-48,4) ,0 (44,9-49,0) 47,1 (45,0-49,3) ,0 (43,9-48,2) 46,2 (44,0-48,3) ,7 (43,6-47,8) 45,5 (43,4-47,7) ,5 (42,3-46,6) 44,1 (41,9-46,3) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
71 Tabel 21 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Vlaams Gewest SP02_1 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,6 (1,2-1,9) 1,6 (1,2-1,9) 1685 Vrouwen 2,0 (1,7-2,3) 1,9 (1,7-2,2) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,6 (1,1-2,1) 1,6 (1,1-2,2) ,0 (0,7-1,4) 1,0 (0,7-1,4) ,6 (1,2-2,1) 1,6 (1,2-2,1) ,4 (1,0-1,7) 1,4 (1,0-1,7) ,8 (1,3-2,2) 1,8 (1,3-2,2) ,9 (1,4-2,3) 1,9 (1,4-2,3) ,3 (1,6-3,1) 2,3 (1,6-3,1) ,0 (1,7-4,3) 2,9 (1,6-4,3) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,6 (1,3-3,9) 2,0 (0,9-3,2) 307 Lager secundair 1,5 (1,0-2,0) 1,3 (0,7-1,8) 422 Hoger secundair 1,8 (1,4-2,1) 1,8 (1,4-2,2) 1233 Hoger onderwijs 1,7 (1,4-2,0) 1,8 (1,5-2,1) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,7 (1,4-2,0) 1,6 (1,3-2,0) 1119 Halfstedelijk gebied 1,8 (1,5-2,2) 1,8 (1,4-2,1) 1536 Landelijk gebied 1,8 (1,4-2,3) 1,9 (1,4-2,3) 855 JAAR ,9 (1,7-2,1) 2,0 (1,8-2,2) ,0 (1,8-2,2) 2,0 (1,8-2,2) ,0 (1,8-2,3) 2,1 (1,8-2,3) ,0 (1,8-2,2) 2,0 (1,8-2,2) ,8 (1,6-2,0) 1,8 (1,5-2,0) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
72 Tabel 22 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Vlaams Gewest SP04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 3,6 (2,7-4,5) 3,1 (2,4-4,1) 1685 Vrouwen 4,5 (3,3-5,7) 3,9 (2,9-5,2) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,4 (0,4-2,4) 1,4 (0,7-2,8) ,3 (1,1-5,4) 3,3 (1,7-6,3) ,2 (1,1-5,3) 3,2 (1,7-6,0) ,5 (1,0-3,9) 2,5 (1,4-4,4) ,9 (4,0-9,8) 6,9 (4,5-10,3) ,2 (3,6-8,9) 6,2 (4,1-9,4) ,0 (3,3-8,6) 5,9 (3,8-9,2) ,6 (1,6-5,5) 3,5 (2,0-6,0) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,8 (0,8-4,8) 2,2 (1,0-4,8) 307 Lager secundair 5,1 (2,4-7,7) 3,8 (2,2-6,6) 422 Hoger secundair 5,3 (3,8-6,7) 4,4 (3,3-5,9) 1233 Hoger onderwijs 3,1 (2,1-4,1) 2,9 (2,1-4,1) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,6 (2,4-4,8) 3,2 (2,3-4,6) 1119 Halfstedelijk gebied 4,2 (3,0-5,5) 3,5 (2,6-4,8) 1536 Landelijk gebied 4,3 (2,8-5,8) 3,7 (2,6-5,3) 855 JAAR ,9 (3,2-4,5) 3,5 (2,8-4,2) ,0 (3,3-4,8) 3,6 (3,0-4,4) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
73 Tabel 23 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Vlaams Gewest SP04_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 5,8 (4,6-7,0) 4,3 (3,4-5,6) 1685 Vrouwen 5,5 (4,2-6,7) 3,7 (2,8-5,0) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,9 (0,6-3,2) 1,9 (1,0-3,6) ,1 (0,0-2,2) 1,1 (0,4-3,1) ,0 (0,7-3,2) 1,9 (1,0-3,7) ,3 (2,6-7,9) 5,2 (3,2-8,6) ,3 (3,0-7,6) 5,3 (3,4-8,1) ,0 (5,4-10,5) 7,9 (5,8-10,8) ,0 (7,6-14,4) 11,0 (8,0-14,8) ,8 (10,4-19,3) 15,0 (11,1-20,0) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 13,5 (8,8-18,3) 6,1 (3,8-9,7) 307 Lager secundair 7,1 (4,5-9,8) 3,8 (2,4-6,0) 422 Hoger secundair 4,9 (3,6-6,2) 3,7 (2,7-5,0) 1233 Hoger onderwijs 4,4 (3,2-5,6) 4,0 (3,0-5,4) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 4,4 (3,1-5,7) 3,1 (2,3-4,4) 1119 Halfstedelijk gebied 6,1 (4,7-7,5) 4,2 (3,3-5,5) 1536 Landelijk gebied 6,4 (4,4-8,4) 4,7 (3,3-6,9) 855 JAAR ,8 (4,9-6,7) 4,2 (3,5-5,1) ,6 (4,7-6,5) 4,0 (3,3-4,9) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 183
74 Tabel 24 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Vlaams Gewest SP04_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,4 (0,6-2,1) 1,3 (0,8-2,2) 1685 Vrouwen 1,8 (1,1-2,5) 1,6 (1,1-2,4) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,0-2,0) 1,0 (0,3-2,8) ,7 (0,0-1,4) 0,7 (0,2-2,1) ,6 (0,0-5,2) 2,6 (0,9-7,0) ,6 (0,4-2,8) 1,6 (0,7-3,4) ,5 (0,5-2,4) 1,4 (0,8-2,7) ,7 (0,7-2,6) 1,7 (0,9-2,9) ,8 (0,3-3,3) 1,8 (0,8-4,0) ,6 (0,5-4,6) 2,5 (1,1-5,5) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,8 (0,4-7,2) 3,4 (1,0-11,2) 307 Lager secundair 2,0 (0,7-3,4) 1,9 (0,9-4,0) 422 Hoger secundair 1,2 (0,6-1,8) 1,1 (0,7-1,9) 1233 Hoger onderwijs 1,4 (0,7-2,1) 1,3 (0,8-2,2) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,7 (0,8-2,7) 1,6 (0,9-2,7) 1119 Halfstedelijk gebied 1,5 (0,9-2,1) 1,4 (0,9-2,1) 1536 Landelijk gebied 1,6 (0,4-2,8) 1,5 (0,7-3,2) 855 JAAR ,1 (1,5-2,7) 1,8 (1,3-2,5) ,6 (1,1-2,1) 1,4 (1,0-2,0) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
75 Tabel 25 Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Vlaams Gewest SP04_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,0-1,0) 0,3 (0,0-2,4) ,7 (0,2-5,1) 2,7 (1,0-6,6) ,2 (7,7-18,8) 13,2 (8,6-19,7) ,3 (4,8-11,8) 8,3 (5,4-12,6) ,7 (2,4-11,0) 6,7 (3,5-12,5) ,4 (0,8-8,0) 4,4 (2,0-9,8) ,5 (0,0-14,2) 6,5 (2,0-19,4) ,0 (0,0-0,0) 1,3 (0,2-8,7) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,2 (0,0-2,6) 1,0 (0,3-4,2) 180 Lager secundair 3,5 (0,5-6,5) 2,4 (0,9-6,5) 218 Hoger secundair 5,1 (2,0-8,2) 3,2 (1,7-6,2) 630 Hoger onderwijs 6,5 (4,6-8,4) 4,3 (2,6-7,0) 788 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,4 (3,2-9,5) 4,4 (2,3-8,1) 586 Halfstedelijk gebied 4,9 (3,0-6,9) 3,2 (1,9-5,1) 821 Landelijk gebied 4,0 (2,1-5,9) 2,5 (1,3-4,7) 418 JAAR ,1 (3,1-5,1) 2,6 (1,8-3,6) ,2 (3,8-6,6) 3,5 (2,4-5,0) 1825 *Correctie voor leeftijd op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 185
76 Tabel 26 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Vlaams Gewest SP04_5 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Jongens 5,1 (1,6-8,6) 2,3 (1,2-4,5) 295 Meisjes 3,6 (0,4-6,8) 1,7 (0,5-5,6) 319 LEEFTIJDSGROEP ,8 (7,3-24,3) 15,6 (8,9-25,8) ,7 (0,0-4,1) 1,7 (0,4-7,2) ,8 (0,0-1,8) 0,8 (0,3-2,6) ,1 (0,0-3,4) 1,1 (0,2-7,7) 124 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,7 (0,0-8,9) 1,6 (0,1-19,3) 22 Lager secundair 1,0 (0,0-3,2) 0,6 (0,1-4,6) 47 Hoger secundair 5,7 (0,0-11,9) 2,7 (0,7-9,8) 188 Hoger onderwijs 4,3 (1,7-6,9) 1,9 (0,9-4,0) 353 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 5,7 (0,5-10,8) 2,4 (1,0-5,6) 198 Halfstedelijk gebied 4,6 (0,8-8,4) 2,4 (0,8-6,5) 259 Landelijk gebied 2,4 (0,0-5,3) 1,1 (0,2-4,5) 157 JAAR ,6 (1,9-7,3) 1,8 (1,0-3,3) ,4 (2,0-6,7) 1,9 (1,0-3,7) 614 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie) 186
77 Tabel 27 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Vlaams Gewest SP04_6 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 0,8 (0,3-1,2) 0,7 (0,4-1,2) 1685 Vrouwen 1,8 (1,1-2,4) 1,6 (1,0-2,3) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,4 (1,0-3,8) 2,3 (1,2-4,2) ,9 (0,0-1,9) 0,9 (0,3-2,4) ,4 (0,1-2,7) 1,3 (0,5-3,1) ,7 (0,1-1,4) 0,7 (0,3-1,7) ,6 (0,5-2,8) 1,5 (0,7-3,1) ,4 (0,0-1,0) 0,4 (0,1-1,4) ,8 (0,0-1,6) 0,7 (0,2-2,2) ,4 (0,0-2,9) 1,2 (0,3-3,9) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,7 (0,0-1,6) 0,5 (0,1-2,2) 307 Lager secundair 1,2 (0,0-2,4) 1,1 (0,3-3,3) 422 Hoger secundair 0,7 (0,3-1,1) 0,6 (0,3-1,1) 1233 Hoger onderwijs 1,9 (1,1-2,7) 1,5 (0,9-2,4) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,3 (0,5-2,1) 1,0 (0,5-1,9) 1119 Halfstedelijk gebied 1,2 (0,6-1,8) 1,0 (0,6-1,7) 1536 Landelijk gebied 1,4 (0,6-2,2) 1,2 (0,6-2,1) 855 JAAR ,4 (0,9-1,9) 1,3 (0,9-1,8) ,3 (0,9-1,7) 1,2 (0,8-1,6) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 187
78 Tabel 28 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Vlaams Gewest SP04_7 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,3 (0,7-1,9) 1,0 (0,6-1,7) 1685 Vrouwen 1,7 (1,1-2,3) 1,3 (0,8-2,0) 1825 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,0-1,1) 0,5 (0,2-1,7) ,9 (0,1-3,6) 1,9 (0,7-4,8) ,6 (0,0-1,5) 0,6 (0,1-2,6) ,5 (0,0-1,1) 0,5 (0,2-1,6) ,3 (0,1-2,5) 1,3 (0,5-3,3) ,5 (0,2-2,7) 1,5 (0,6-3,4) ,1 (1,2-4,9) 3,0 (1,7-5,5) ,3 (2,1-6,4) 4,2 (2,5-6,8) 376 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,9 (0,9-4,9) 1,1 (0,5-2,2) 307 Lager secundair 1,4 (0,3-2,4) 0,7 (0,3-1,6) 422 Hoger secundair 1,2 (0,7-1,8) 0,9 (0,5-1,6) 1233 Hoger onderwijs 1,4 (0,7-2,2) 1,4 (0,8-2,3) 1532 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,8 (1,0-2,5) 1,4 (0,8-2,2) 1119 Halfstedelijk gebied 1,6 (0,9-2,3) 1,2 (0,7-1,9) 1536 Landelijk gebied 1,0 (0,2-1,8) 0,8 (0,3-1,9) 855 JAAR ,4 (1,0-1,8) 1,2 (0,8-1,7) ,5 (1,1-1,9) 1,3 (0,9-1,7) 3510 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 188
79 Tabel 29 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Vlaams Gewest SP05_1 ieuwe klacht of gezondheidsprobleem Gekende klacht of gezondheidsprobleem Geen klacht of gezondheidsprobleem GESLACHT Mannen 25,8 71,7 2,5 367 Vrouwen 16,9 79,3 3,8 553 LEEFTIJDSGROEP ,2 66,6 4, ,1 64, ,8 77,0 9, ,3 65,2 8, ,0 73,1 1, ,3 83,5 2, ,5 89,4 1, ,3 81, OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 18,0 82, Lager secundair 19,2 78,4 2,4 106 Hoger secundair 22,1 74,8 3,1 305 Hoger onderwijs 20,9 74,5 4,5 406 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 23,7 73,9 2,4 285 Halfstedelijk gebied 23,0 73,2 3,8 414 Landelijk gebied 13,7 83,2 3,1 221 JAAR ,1 67,7 3, ,7 76,1 3,2 920
80 Tabel 30 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Vlaams Gewest SP05_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 25,8 (18,7-32,9) 26,7 (20,7-33,6) 367 Vrouwen 16,9 (12,9-20,9) 17,5 (13,6-22,2) 553 LEEFTIJDSGROEP ,2 (17,2-41,1) 29,0 (19,2-41,2) ,1 (19,9-50,3) 35,9 (23,6-50,5) ,8 (6,0-21,6) 15,3 (8,5-26,0) ,3 (17,2-35,5) 27,1 (18,9-37,2) ,0 (13,2-36,9) 25,9 (16,1-39,1) ,3 (7,7-20,8) 14,0 (8,7-21,8) ,5 (4,3-14,7) 10,0 (5,7-16,9) ,3 (7,9-28,8) 17,1 (8,7-30,9) 127 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 18,0 (6,1-29,9) 22,9 (10,6-42,8) 97 Lager secundair 19,2 (10,8-27,6) 23,4 (15,3-34,1) 106 Hoger secundair 22,1 (15,0-29,2) 24,0 (17,2-32,4) 305 Hoger onderwijs 20,9 (16,0-25,9) 19,7 (15,3-25,0) 406 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 23,7 (16,5-30,8) 25,3 (18,8-33,1) 285 Halfstedelijk gebied 23,0 (16,9-29,1) 24,1 (18,3-31,1) 414 Landelijk gebied 13,7 (8,5-18,8) 13,9 (9,5-19,8) 221 JAAR ,1 (23,4-34,9) 30,7 (25,5-36,5) ,7 (17,0-24,3) 20,6 (17,0-24,7) 920 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
81 Tabel 31 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Vlaams Gewest SP05_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 71,7 (64,4-79,0) 69,8 (62,6-76,2) 367 Vrouwen 79,3 (74,9-83,8) 78,6 (73,6-82,9) 553 LEEFTIJDSGROEP ,6 (55,8-77,4) 66,6 (55,6-76,1) ,9 (49,7-80,1) 64,1 (49,5-76,6) ,0 (64,8-89,3) 75,1 (60,2-85,7) ,2 (55,0-75,5) 64,3 (53,5-73,8) ,1 (61,2-85,0) 72,3 (59,3-82,3) ,5 (76,7-90,3) 83,7 (76,2-89,1) ,4 (83,9-94,9) 88,9 (81,8-93,4) ,7 (71,2-92,1) 82,7 (69,1-91,1) 127 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 82,0 (70,1-93,9) 76,3 (56,3-88,9) 97 Lager secundair 78,4 (69,8-87,1) 72,5 (60,7-81,9) 106 Hoger secundair 74,8 (67,8-81,9) 71,8 (63,4-78,9) 305 Hoger onderwijs 74,5 (68,9-80,2) 76,2 (70,4-81,1) 406 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 73,9 (66,8-81,0) 72,1 (64,4-78,8) 285 Halfstedelijk gebied 73,2 (66,7-79,8) 71,3 (64,0-77,6) 414 Landelijk gebied 83,2 (77,3-89,1) 82,3 (75,6-87,4) 221 JAAR ,7 (61,9-73,4) 65,8 (59,9-71,3) ,1 (72,2-80,0) 75,6 (71,3-79,4) 920 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 191
82 Tabel 32 Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Vlaams Gewest SP05_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,5 (0,6-4,4) 2,4 (1,0-5,3) 367 Vrouwen 3,8 (1,1-6,5) 3,2 (1,7-6,0) 553 LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,1-8,4) 4,2 (1,7-10,2) ,0 (0,0-0,0) 2,8 (0,4-16,1) ,1 (0,0-19,1) 8,4 (2,8-22,4) ,4 (1,5-15,3) 8,1 (3,6-17,2) ,8 (0,0-4,0) 1,7 (0,5-5,6) ,2 (0,0-6,4) 2,2 (0,3-13,7) ,1 (0,0-2,7) 1,0 (0,2-4,7) ,0 (0,0-0,0) 0,4 (0,0-2,7) 127 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0 (0,0-0,0) 0,0 (0,0-0,0) 97 Lager secundair 2,4 (0,0-5,8) 3,9 (1,1-13,3) 106 Hoger secundair 3,1 (0,0-6,5) 3,0 (1,1-7,8) 305 Hoger onderwijs 4,5 (1,6-7,4) 3,1 (1,5-6,5) 406 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,4 (0,1-4,8) 2,4 (0,8-6,8) 285 Halfstedelijk gebied 3,8 (0,4-7,2) 3,0 (1,5-6,1) 414 Landelijk gebied 3,1 (0,7-5,5) 2,8 (1,3-6,0) 221 JAAR ,2 (1,9-4,4) 2,5 (1,6-3,9) ,2 (1,5-5,0) 2,9 (1,7-4,7) 920 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
83 Tabel 33 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Vlaams Gewest SP07_1 Persoon zelf (ouder/ voogd bij een kind) Huisarts Andere specialist Andere GESLACHT Mannen 59,3 27,5 7,0 6,2 251 Vrouwen 62,1 28,5 5,1 4,3 428 LEEFTIJDSGROEP ,6 10,0 4,3 7, ,6 25,5 6,7 13, ,9 19,8 8, ,2 23,2 7,9 0, ,6 34,8 1,8 3, ,3 26,2 6,2 1, ,4 51,7 4,8 5, ,7 43,0 9,0 12,4 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 32,7 51,7 8,9 6,7 69 Lager secundair 42,8 44,4 6,4 6,5 79 Hoger secundair 58,4 34,2 3,6 3,8 216 Hoger onderwijs 73,4 15,2 6,6 4,8 310 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 61,8 26,0 6,2 6,0 213 Halfstedelijk gebied 62,2 26,1 5,3 6,4 292 Landelijk gebied 58,5 33,6 6,0 1,9 174 JAAR ,1 28,1 5,8 5,
84 Tabel 34 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Vlaams Gewest SP07_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 59,3 (50,5-68,1) 59,8 (50,6-68,4) 251 Vrouwen 62,1 (56,0-68,2) 64,0 (57,8-69,8) 428 LEEFTIJDSGROEP ,6 (69,0-88,2) 78,6 (67,5-86,6) ,6 (36,6-72,6) 54,2 (37,1-70,5) ,9 (58,7-85,0) 70,9 (56,3-82,2) ,2 (55,9-80,6) 67,7 (54,8-78,5) ,6 (44,8-74,4) 59,1 (43,8-72,8) ,3 (53,5-79,1) 66,2 (52,7-77,6) ,4 (24,3-52,5) 37,7 (24,9-52,4) ,7 (23,4-47,9) 35,2 (24,1-48,1) 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 32,7 (19,5-45,8) 43,4 (27,1-61,4) 69 Lager secundair 42,8 (28,2-57,4) 46,3 (32,2-60,9) 79 Hoger secundair 58,4 (48,2-68,7) 58,2 (48,1-67,6) 216 Hoger onderwijs 73,4 (67,3-79,5) 71,1 (64,1-77,3) 310 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 61,8 (51,7-72,0) 62,6 (52,1-72,0) 213 Halfstedelijk gebied 62,2 (55,1-69,3) 64,2 (56,5-71,2) 292 Landelijk gebied 58,5 (48,6-68,4) 58,1 (48,4-67,3) 174 JAAR ,1 (56,0-66,1) 679 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 194
85 Tabel 35 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Vlaams Gewest SP07_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 27,5 (19,4-35,7) 25,5 (18,6-34,0) 251 Vrouwen 28,5 (22,7-34,3) 25,3 (20,2-31,3) 428 LEEFTIJDSGROEP ,0 (4,1-16,0) 10,0 (5,5-17,7) ,5 (11,7-39,2) 25,5 (14,7-40,5) ,8 (8,5-31,2) 19,9 (10,9-33,4) ,2 (12,1-34,2) 23,2 (14,1-35,7) ,8 (19,4-50,3) 34,9 (21,0-51,9) ,2 (14,6-37,8) 26,2 (16,6-38,8) ,7 (36,5-66,8) 51,7 (36,7-66,4) ,0 (29,2-56,7) 43,0 (30,3-56,7) 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 51,7 (36,9-66,6) 43,2 (26,7-61,3) 69 Lager secundair 44,4 (30,4-58,3) 39,6 (26,4-54,4) 79 Hoger secundair 34,2 (24,1-44,3) 32,2 (23,9-41,7) 216 Hoger onderwijs 15,2 (10,3-20,0) 15,7 (11,3-21,5) 310 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 26,0 (16,4-35,6) 23,9 (15,9-34,3) 213 Halfstedelijk gebied 26,1 (19,5-32,7) 22,6 (17,1-29,2) 292 Landelijk gebied 33,6 (24,3-42,9) 31,5 (23,4-40,8) 174 JAAR ,1 (23,4-32,9) 679 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 195
86 Tabel 36 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Vlaams Gewest SP07_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 7,0 (3,0-10,9) 6,6 (3,6-11,9) 251 Vrouwen 5,1 (2,9-7,3) 4,5 (2,8-7,1) 428 LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,0-9,5) 4,2 (1,2-13,4) ,7 (0,0-14,9) 6,8 (2,0-20,3) ,3 (0,7-15,9) 9,1 (3,4-22,1) ,9 (0,9-14,8) 8,2 (3,4-18,4) ,8 (0,0-4,0) 1,8 (0,6-6,0) ,2 (1,3-11,1) 6,2 (2,8-13,1) ,8 (0,0-10,2) 5,0 (1,5-15,0) ,0 (2,1-15,8) 9,2 (4,2-18,9) 85 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 8,9 (1,1-16,8) 6,9 (2,7-16,4) 69 Lager secundair 6,4 (1,0-11,8) 6,2 (2,5-14,7) 79 Hoger secundair 3,6 (1,0-6,3) 3,7 (1,7-7,8) 216 Hoger onderwijs 6,6 (3,2-10,0) 6,3 (3,7-10,7) 310 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,2 (2,4-10,0) 5,4 (2,9-9,9) 213 Halfstedelijk gebied 5,3 (2,3-8,3) 4,9 (2,7-8,9) 292 Landelijk gebied 6,0 (2,0-10,0) 6,3 (3,1-12,4) 174 JAAR ,8 (3,8-7,8) 679 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 196
87 Tabel 37 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Brussels Gewest SP01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 45,3 (42,0-48,5) 46,3 (43,0-49,7) 1479 Vrouwen 61,0 (57,9-64,0) 61,8 (58,7-64,9) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,7 (49,3-60,1) 55,2 (49,5-60,7) ,8 (32,0-45,6) 38,6 (32,2-45,3) ,1 (44,8-55,4) 49,9 (44,8-55,1) ,7 (47,4-58,1) 53,3 (47,9-58,6) ,4 (47,4-59,4) 53,8 (47,6-59,8) ,9 (52,0-65,9) 58,9 (52,1-65,4) ,4 (59,5-75,3) 67,1 (58,5-74,7) ,5 (57,0-71,9) 63,0 (55,2-70,1) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 48,9 (42,7-55,1) 48,7 (42,4-55,1) 347 Lager secundair 53,5 (47,0-60,0) 53,8 (46,9-60,5) 441 Hoger secundair 48,2 (44,0-52,4) 49,8 (45,5-54,1) 856 Hoger onderwijs 57,1 (53,3-60,9) 58,5 (54,5-62,3) 1387 JAAR ,1 (52,3-57,9) 55,9 (53,0-58,7) ,0 (55,7-60,3) 58,5 (56,1-60,8) ,6 (55,4-59,8) 58,4 (56,1-60,6) ,0 (53,0-57,1) 55,9 (53,8-58,0) ,3 (50,9-55,7) 54,4 (51,9-56,8) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 197
88 Tabel 38 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Brussels Gewest SP02_1 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,0 (1,4-2,6) 2,1 (1,5-2,7) 1478 Vrouwen 2,7 (2,3-3,0) 2,7 (2,3-3,1) 1615 LEEFTIJDSGROEP ,9 (1,5-2,3) 1,9 (1,5-2,3) ,2 (0,8-1,5) 1,2 (0,8-1,5) ,9 (1,4-2,3) 1,9 (1,4-2,3) ,5 (1,5-5,4) 3,5 (1,5-5,4) ,3 (1,7-2,9) 2,3 (1,7-2,9) ,2 (2,2-4,1) 3,1 (2,2-4,0) ,7 (1,5-4,0) 2,7 (1,5-4,0) ,0 (2,0-4,0) 2,9 (1,9-3,9) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,9 (1,4-2,4) 2,0 (1,5-2,4) 346 Lager secundair 2,1 (1,5-2,6) 2,1 (1,6-2,7) 441 Hoger secundair 2,0 (1,6-2,4) 2,1 (1,6-2,5) 856 Hoger onderwijs 2,7 (2,0-3,4) 2,7 (2,1-3,4) 1385 JAAR ,6 (2,3-3,0) 2,6 (2,3-3,0) ,4 (3,0-3,9) 3,5 (3,0-3,9) ,5 (2,6-4,3) 3,5 (2,7-4,4) ,1 (2,7-3,4) 3,1 (2,8-3,4) ,3 (2,0-2,7) 2,4 (2,0-2,8) 3093 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
89 Tabel 39 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Brussels Gewest SP04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 3,8 (2,7-4,9) 3,6 (2,7-4,9) 1479 Vrouwen 3,7 (2,6-4,8) 3,3 (2,3-4,7) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,1-2,2) 1,2 (0,5-2,8) ,1 (0,0-4,5) 2,1 (0,7-6,3) ,7 (1,0-4,3) 2,7 (1,4-4,9) ,3 (2,2-6,5) 4,3 (2,6-7,0) ,9 (1,9-5,9) 3,9 (2,3-6,4) ,1 (4,1-10,2) 7,2 (4,6-10,9) ,9 (3,9-13,9) 8,9 (5,1-15,3) ,8 (2,2-9,4) 5,9 (3,2-10,7) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 4,9 (2,4-7,4) 4,3 (2,6-6,9) 347 Lager secundair 3,4 (1,7-5,1) 3,2 (2,0-5,3) 441 Hoger secundair 3,6 (2,0-5,2) 3,5 (2,2-5,5) 856 Hoger onderwijs 3,5 (2,4-4,6) 3,2 (2,2-4,5) 1387 JAAR ,5 (2,8-4,3) 3,2 (2,6-3,9) ,8 (3,0-4,5) 3,4 (2,7-4,3) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 199
90 Tabel 40 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Brussels Gewest SP04_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 5,7 (4,3-7,0) 5,0 (3,9-6,5) 1479 Vrouwen 8,1 (6,6-9,7) 7,0 (5,6-8,7) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,9-4,1) 2,5 (1,3-4,7) ,9 (0,6-3,2) 1,9 (1,0-3,7) ,9 (1,4-4,5) 2,9 (1,7-4,9) ,2 (4,4-9,9) 7,2 (4,8-10,4) ,6 (8,7-16,6) 12,6 (9,1-17,1) ,1 (9,5-18,6) 13,9 (10,1-18,8) ,8 (6,3-17,3) 11,5 (7,1-18,2) ,2 (8,4-18,0) 12,6 (8,6-18,1) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 6,7 (3,7-9,7) 5,1 (3,2-8,2) 347 Lager secundair 7,0 (4,2-9,8) 5,8 (3,7-8,9) 441 Hoger secundair 6,5 (4,6-8,4) 5,9 (4,3-8,1) 856 Hoger onderwijs 7,1 (5,6-8,7) 6,2 (4,9-7,8) 1387 JAAR ,0 (6,0-8,0) 6,2 (5,3-7,3) ,9 (5,9-8,0) 6,2 (5,3-7,3) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 200
91 Tabel 41 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Brussels Gewest SP04_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,2 (1,3-3,1) 1,8 (1,2-2,9) 1479 Vrouwen 2,6 (1,8-3,3) 2,1 (1,5-3,0) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,0-1,1) 0,5 (0,1-1,7) ,1 (0,1-2,1) 1,1 (0,4-2,8) ,6 (0,9-4,3) 2,6 (1,3-4,9) ,6 (1,8-5,4) 3,6 (2,2-6,0) ,3 (1,9-6,6) 4,3 (2,4-7,3) ,6 (1,8-5,5) 3,6 (2,2-5,9) ,9 (0,0-4,1) 1,9 (0,6-5,7) ,2 (0,0-4,5) 2,1 (0,7-6,1) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,7 (1,4-6,0) 3,1 (1,6-5,9) 347 Lager secundair 3,7 (1,7-5,6) 3,1 (1,8-5,4) 441 Hoger secundair 2,0 (0,9-3,1) 1,6 (0,9-2,9) 856 Hoger onderwijs 1,9 (1,1-2,7) 1,4 (0,8-2,4) 1387 JAAR ,6 (2,0-3,2) 2,2 (1,6-2,8) ,4 (1,8-3,0) 2,0 (1,5-2,7) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 201
92 Tabel 42 Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Brussels Gewest SP04_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand LEEFTIJDSGROEP ,0 (0,0-0,0) 0,7 (0,1-4,7) ,0 (4,4-15,6) 10,0 (5,7-17,1) ,6 (11,5-21,8) 16,6 (12,1-22,4) ,4 (6,0-14,7) 10,4 (6,8-15,6) ,8 (1,3-6,3) 3,8 (2,0-7,3) ,9 (0,9-6,9) 3,9 (1,8-8,2) ,8 (0,0-2,0) 0,8 (0,2-3,3) ,8 (0,0-7,8) 3,8 (1,4-10,4) 135 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,9 (0,2-3,7) 1,3 (0,5-3,2) 185 Lager secundair 2,8 (0,5-5,2) 1,9 (0,8-4,5) 232 Hoger secundair 6,0 (3,3-8,7) 4,2 (2,3-7,4) 451 Hoger onderwijs 9,6 (7,2-12,0) 5,6 (3,8-8,1) 709 JAAR ,7 (6,2-9,1) 4,9 (3,6-6,6) ,9 (5,5-8,3) 4,4 (3,2-6,0) 1617 *Correctie voor leeftijd op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 202
93 Tabel 43 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Brussels Gewest SP04_5 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Jongens 7,8 (4,2-11,3) 0,3 (0,2-0,6) 343 Meisjes 7,1 (3,4-10,8) 0,3 (0,2-0,4) 312 LEEFTIJDSGROEP ,2 (9,6-22,7) 16,2 (10,6-23,8) ,3 (2,0-10,7) 6,3 (3,2-12,2) ,1 (0,0-7,2) 3,1 (0,9-10,8) ,0 (0,0-0,0) 0,0 (0,0-0,0) 132 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,8 (0,0-6,8) 0,1 (0,0-0,6) 67 Lager secundair 6,5 (0,0-13,0) 0,3 (0,1-0,9) 112 Hoger secundair 9,2 (2,8-15,6) 0,4 (0,2-0,8) 184 Hoger onderwijs 8,2 (4,8-11,6) 0,3 (0,2-0,5) 278 JAAR ,3 (3,2-7,3) 0,2 (0,1-0,4) ,4 (4,8-10,0) 0,3 (0,1-0,6) 655 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie) 203
94 Tabel 44 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Brussels Gewest SP04_6 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,0 (1,2-2,8) 1,9 (1,3-2,9) 1479 Vrouwen 1,8 (0,9-2,6) 1,7 (1,1-2,7) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,2-2,1) 1,2 (0,5-2,6) ,3 (0,1-4,6) 2,3 (0,9-5,9) ,1 (0,6-3,5) 2,1 (1,0-4,2) ,9 (0,6-3,3) 1,9 (1,0-3,8) ,5 (0,2-4,8) 2,5 (1,0-6,2) ,8 (0,4-3,2) 1,8 (0,8-3,9) ,5 (0,0-3,1) 1,5 (0,5-4,2) ,7 (0,0-3,9) 1,7 (0,5-6,0) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,9 (0,0-1,9) 0,9 (0,3-2,7) 347 Lager secundair 2,1 (0,6-3,6) 2,1 (1,0-4,2) 441 Hoger secundair 0,8 (0,1-1,4) 0,8 (0,3-1,8) 856 Hoger onderwijs 2,5 (1,5-3,6) 2,5 (1,6-3,8) 1387 JAAR ,7 (1,2-2,2) 1,6 (1,2-2,2) ,9 (1,3-2,5) 1,8 (1,3-2,4) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 204
95 Tabel 45 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Brussels Gewest SP04_7 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,8 (1,1-2,6) 1,8 (1,2-2,8) 1479 Vrouwen 2,7 (1,7-3,6) 2,5 (1,7-3,7) 1617 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,6-3,7) 2,1 (1,0-4,3) ,1 (0,1-4,1) 2,1 (0,8-5,2) ,0 (0,0-2,1) 1,0 (0,4-2,9) ,6 (0,5-2,8) 1,6 (0,8-3,3) ,4 (0,1-2,7) 1,4 (0,5-3,6) ,3 (1,2-5,4) 3,2 (1,7-6,0) ,9 (1,0-6,7) 3,8 (1,8-7,8) ,4 (2,7-10,0) 6,1 (3,3-10,8) 219 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,3 (0,9-5,7) 2,7 (1,2-5,8) 347 Lager secundair 3,2 (1,2-5,2) 2,9 (1,6-5,3) 441 Hoger secundair 2,0 (0,7-3,3) 2,0 (1,0-3,7) 856 Hoger onderwijs 1,8 (1,0-2,5) 1,8 (1,1-2,8) 1387 JAAR ,9 (2,2-3,6) 2,8 (2,2-3,5) ,3 (1,6-2,9) 2,2 (1,6-2,9) 3096 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 205
96 Tabel 46 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Brussels Gewest SP05_1 ieuwe klacht of gezondheidsprobleem Gekende klacht of gezondheidsprobleem Geen klacht of gezondheidsprobleem GESLACHT Mannen 25,5 73,5 0,9 395 Vrouwen 24,5 71,6 3,9 625 LEEFTIJDSGROEP ,0 53,9 6, ,0 59,0 4, ,9 67,4 6, ,6 81,5 0, ,1 73,3 1, ,1 72,6 0, ,3 83, ,1 88, OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 23,4 75,9 0,8 110 Lager secundair 28,5 68,3 3,2 144 Hoger secundair 24,0 71,5 4,5 254 Hoger onderwijs 24,7 73,5 1,8 484 JAAR ,9 68,1 6, ,0 72,4 2,
97 Tabel 47 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Brussels Gewest SP05_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 25,5 (16,7-34,3) 25,9 (19,5-33,4) 395 Vrouwen 24,5 (19,9-29,2) 24,6 (20,3-29,5) 625 LEEFTIJDSGROEP ,0 (29,9-50,0) 39,9 (30,5-50,1) ,0 (19,9-52,1) 36,4 (22,2-53,4) ,9 (18,0-33,8) 26,2 (18,9-35,0) ,6 (6,1-29,1) 17,6 (8,9-32,0) ,1 (15,5-34,8) 25,2 (16,9-35,9) ,1 (19,2-35,0) 27,3 (20,2-35,7) ,3 (5,2-27,4) 16,2 (8,0-30,2) ,1 (4,4-17,8) 11,2 (6,1-19,7) 89 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 23,4 (12,4-34,3) 24,4 (14,7-37,5) 110 Lager secundair 28,5 (20,3-36,6) 30,3 (22,7-39,1) 144 Hoger secundair 24,0 (16,7-31,3) 22,7 (16,2-30,7) 254 Hoger onderwijs 24,7 (17,2-32,2) 25,4 (20,0-31,7) 484 JAAR ,9 (20,9-29,0) 25,5 (21,4-30,1) ,0 (20,4-29,5) 25,5 (21,7-29,8) 1020 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 207
98 Tabel 48 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Brussels Gewest SP05_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 73,5 (64,4-82,6) 73,3 (65,6-79,8) 395 Vrouwen 71,6 (66,5-76,6) 71,7 (66,7-76,2) 625 LEEFTIJDSGROEP ,9 (44,2-63,6) 53,8 (44,2-63,1) ,0 (42,5-75,6) 59,5 (42,8-74,3) ,4 (58,3-76,6) 67,9 (58,1-76,3) ,5 (69,5-93,4) 81,4 (67,0-90,5) ,3 (63,8-82,9) 73,4 (63,1-81,7) ,6 (64,7-80,6) 72,9 (64,3-80,0) ,7 (72,6-94,8) 83,6 (69,9-91,8) ,9 (82,2-95,6) 89,0 (80,5-94,1) 89 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 75,9 (64,9-86,9) 74,9 (61,4-84,9) 110 Lager secundair 68,3 (59,1-77,6) 65,9 (56,1-74,5) 144 Hoger secundair 71,5 (63,9-79,2) 73,6 (65,5-80,3) 254 Hoger onderwijs 73,5 (65,6-81,4) 73,2 (66,8-78,7) 484 JAAR ,1 (62,9-73,3) 68,3 (62,9-73,3) ,4 (67,5-77,3) 72,3 (68,0-76,3) 1020 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 208
99 Tabel 49 Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Brussels Gewest SP05_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 0,9 (0,0-1,9) 0,7 (0,3-2,1) 395 Vrouwen 3,9 (1,7-6,0) 3,0 (1,8-5,0) 625 LEEFTIJDSGROEP ,1 (1,2-11,0) 5,3 (2,5-11,0) ,9 (0,0-12,6) 3,1 (0,6-13,8) ,7 (0,6-12,8) 4,2 (1,6-10,5) ,9 (0,0-2,1) 0,7 (0,2-2,6) ,5 (0,0-3,8) 1,1 (0,2-6,2) ,3 (0,0-0,9) 0,2 (0,0-1,4) ,0 (0,0-0,0) 0,5 (0,1-3,6) ,0 (0,0-0,0) 2,4 (0,4-12,9) 89 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,8 (0,0-2,3) 0,7 (0,1-4,0) 110 Lager secundair 3,2 (0,0-7,3) 3,5 (1,3-8,7) 144 Hoger secundair 4,5 (1,1-7,9) 2,1 (0,9-4,7) 254 Hoger onderwijs 1,8 (0,2-3,5) 0,9 (0,3-2,6) 484 JAAR ,9 (2,8-11,0) 4,4 (2,8-6,9) ,6 (1,3-4,0) 2,0 (1,1-3,5) 1020 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 209
100 Tabel 50 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Brussels Gewest SP07_1 Persoon zelf (ouder/ voogd bij een kind) Huisarts Andere specialist Andere GESLACHT Mannen 70,8 14,8 10,3 4,0 267 Vrouwen 67,6 17,6 11,5 3,3 428 LEEFTIJDSGROEP ,1 8,3 4,5 7, ,4 12,1 8,9 3, ,4 15,5 6,8 1, ,7 27,6 10,0 0, ,1 14,4 18,8 10, ,0 18,5 13,6 0, ,4 25,4 18,0 1, ,1 15,6 16,4 0,8 57 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 61,9 23,0 4,9 10,2 61 Lager secundair 66,8 19,9 11,2 2,1 94 Hoger secundair 66,6 19,0 12,4 2,0 187 Hoger onderwijs 69,6 14,2 12,3 4,0 328 JAAR ,8 16,6 11,1 3,
101 Tabel 51 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Brussels Gewest SP07_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 70,8 (61,8-79,9) 70,6 (61,0-78,7) 267 Vrouwen 67,6 (60,7-74,5) 67,7 (59,8-74,7) 428 LEEFTIJDSGROEP ,1 (68,9-91,3) 80,0 (66,8-88,9) ,4 (58,3-92,6) 75,9 (56,7-88,3) ,4 (61,7-91,1) 77,1 (60,2-88,2) ,7 (47,7-75,6) 62,2 (47,5-75,0) ,1 (40,3-71,8) 56,5 (40,9-70,9) ,0 (50,0-84,0) 67,4 (48,2-82,1) ,4 (35,2-75,5) 55,3 (36,0-73,2) ,1 (45,8-88,5) 67,7 (45,5-84,1) 57 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 61,9 (45,4-78,5) 64,4 (46,2-79,3) 61 Lager secundair 66,8 (51,3-82,3) 67,9 (52,7-80,1) 94 Hoger secundair 66,6 (55,3-77,9) 66,6 (54,1-77,2) 187 Hoger onderwijs 69,6 (61,3-77,9) 70,0 (60,9-77,8) 328 JAAR ,8 (63,2-74,4) 695 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 211
102 Tabel 52 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Brussels Gewest SP07_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 14,8 (8,5-21,2) 14,5 (9,4-21,7) 267 Vrouwen 17,6 (11,4-23,8) 16,3 (10,5-24,5) 428 LEEFTIJDSGROEP ,3 (0,0-18,7) 8,4 (2,3-25,9) ,1 (0,0-28,0) 11,9 (3,2-35,6) ,5 (1,2-29,8) 15,0 (5,7-33,8) ,6 (13,5-41,7) 27,1 (15,2-43,4) ,4 (4,4-24,4) 14,1 (6,8-27,1) ,5 (8,3-28,7) 18,2 (10,2-30,3) ,4 (7,4-43,3) 25,4 (12,0-45,9) ,6 (1,8-29,4) 15,2 (6,2-32,9) 57 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 23,0 (11,5-34,5) 19,5 (11,5-31,2) 61 Lager secundair 19,9 (7,9-32,0) 20,6 (11,4-34,2) 94 Hoger secundair 19,0 (8,8-29,2) 18,4 (10,0-31,4) 187 Hoger onderwijs 14,2 (7,5-20,9) 12,6 (7,9-19,6) 328 JAAR ,6 (12,0-21,1) 695 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 212
103 Tabel 53 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Brussels Gewest SP07_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 10,3 (2,5-18,0) 9,9 (4,9-18,9) 267 Vrouwen 11,5 (6,7-16,3) 10,8 (6,8-16,7) 428 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,0-9,3) 4,5 (1,6-12,3) ,9 (0,2-17,6) 8,7 (3,3-21,1) ,8 (0,0-13,7) 6,6 (2,4-17,2) ,0 (2,5-17,5) 9,9 (4,7-19,6) ,8 (4,7-33,0) 18,6 (8,6-35,7) ,6 (0,0-30,3) 13,5 (3,3-41,2) ,0 (0,5-35,4) 18,0 (6,6-40,5) ,4 (0,0-34,0) 16,2 (5,4-39,4) 57 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 4,9 (0,0-12,2) 3,7 (0,8-15,5) 61 Lager secundair 11,2 (0,0-22,7) 8,4 (3,3-20,0) 94 Hoger secundair 12,4 (4,3-20,5) 11,6 (5,9-21,4) 187 Hoger onderwijs 12,3 (5,7-18,9) 12,1 (6,9-20,6) 328 JAAR ,1 (6,9-15,2) 695 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 213
104 Tabel 54 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 12 maanden een specialist raadpleegde, Waals Gewest SP01_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 42,1 (39,0-45,2) 42,4 (39,4-45,5) 2062 Vrouwen 54,1 (51,2-57,0) 54,0 (51,0-57,0) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,8 (36,7-48,8) 43,0 (37,0-49,2) ,5 (32,3-44,6) 38,5 (32,5-44,8) ,9 (35,5-48,3) 42,0 (35,7-48,5) ,3 (40,7-51,8) 46,4 (41,0-51,9) ,3 (49,0-59,5) 54,2 (48,9-59,4) ,7 (48,3-59,1) 53,8 (48,4-59,1) ,2 (52,2-66,2) 58,9 (51,6-65,9) ,3 (51,0-63,7) 55,9 (49,3-62,2) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 44,2 (37,6-50,8) 38,3 (31,7-45,3) 475 Lager secundair 48,9 (43,3-54,5) 48,1 (42,4-53,9) 626 Hoger secundair 44,9 (40,8-49,0) 45,6 (41,4-49,8) 1313 Hoger onderwijs 51,6 (48,3-54,9) 53,2 (49,9-56,6) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 52,4 (48,9-56,0) 52,8 (49,2-56,3) 1351 Halfstedelijk gebied 49,4 (44,4-54,3) 49,2 (44,0-54,3) 762 Landelijk gebied 43,7 (40,4-47,0) 43,5 (40,2-46,9) 2101 JAAR ,1 (48,7-53,5) 52,0 (49,5-54,5) ,2 (52,0-56,4) 54,5 (52,3-56,7) ,8 (53,6-58,0) 56,2 (53,9-58,4) ,0 (48,9-53,1) 51,2 (49,1-53,4) ,3 (46,0-50,5) 48,3 (46,0-50,6) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
105 Tabel 55 Gemiddeld aantal raadplegingen bij de specialist per jaar en per persoon in de bevolking, Waals Gewest SP02_1 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,8 (1,5-2,1) 1,8 (1,5-2,1) 2060 Vrouwen 2,4 (2,0-2,8) 2,4 (2,0-2,8) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,5 (1,1-2,0) 1,5 (1,1-2,0) ,1 (0,7-1,5) 1,1 (0,7-1,5) ,6 (1,6-3,5) 2,6 (1,6-3,5) ,6 (1,4-3,8) 2,6 (1,4-3,8) ,9 (1,5-2,3) 1,9 (1,4-2,3) ,5 (1,9-3,2) 2,5 (1,9-3,2) ,6 (1,9-3,4) 2,6 (1,9-3,3) ,6 (1,8-3,3) 2,5 (1,7-3,2) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,9 (1,2-2,5) 1,6 (1,0-2,2) 474 Lager secundair 2,6 (1,4-3,8) 2,6 (1,3-3,8) 626 Hoger secundair 2,0 (1,6-2,3) 2,0 (1,7-2,4) 1312 Hoger onderwijs 2,1 (1,8-2,4) 2,1 (1,8-2,5) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,5 (2,0-3,0) 2,5 (2,0-2,9) 1351 Halfstedelijk gebied 1,6 (1,3-2,0) 1,7 (1,3-2,1) 761 Landelijk gebied 1,8 (1,5-2,1) 1,8 (1,5-2,2) 2100 JAAR ,0 (1,8-2,2) 2,0 (1,8-2,3) ,5 (2,2-2,8) 2,5 (2,2-2,8) ,3 (2,1-2,5) 2,3 (2,1-2,5) ,2 (2,0-2,4) 2,2 (2,0-2,4) ,1 (1,8-2,4) 2,1 (1,8-2,4) *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van lineair regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
106 Tabel 56 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in een chirurgische discipline, Waals Gewest SP04_1 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 3,8 (2,6-5,1) 3,7 (2,6-5,1) 2062 Vrouwen 3,5 (2,4-4,6) 3,1 (2,2-4,4) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,9 (0,2-3,7) 1,9 (0,8-4,7) ,9 (0,2-3,6) 1,9 (0,8-4,6) ,2 (0,7-5,7) 3,2 (1,5-6,9) ,2 (2,1-6,3) 4,2 (2,5-6,9) ,1 (1,5-4,7) 3,1 (1,8-5,2) ,5 (2,5-6,5) 4,4 (2,8-6,9) ,1 (3,0-11,3) 7,2 (3,9-12,6) ,1 (3,0-9,3) 6,2 (3,7-10,3) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 3,7 (1,4-6,0) 2,5 (1,4-4,7) 475 Lager secundair 4,5 (2,6-6,5) 4,0 (2,5-6,3) 626 Hoger secundair 3,9 (2,4-5,3) 3,8 (2,6-5,5) 1313 Hoger onderwijs 3,1 (1,7-4,4) 3,0 (1,9-4,7) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 4,6 (3,1-6,0) 4,1 (3,0-5,7) 1351 Halfstedelijk gebied 4,1 (1,1-7,1) 3,9 (1,8-8,6) 762 Landelijk gebied 2,6 (1,8-3,4) 2,5 (1,8-3,4) 2101 JAAR ,0 (3,2-4,8) 3,8 (3,1-4,6) ,7 (2,8-4,5) 3,4 (2,7-4,4) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
107 Tabel 57 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een specialist raadpleegde in interne geneeskunde, Waals Gewest SP04_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 8,4 (6,4-10,5) 7,6 (5,8-10,1) 2062 Vrouwen 7,5 (6,0-9,1) 6,4 (5,0-8,1) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,1-8,0) 4,0 (1,5-10,2) ,2 (1,4-5,0) 3,2 (1,8-5,6) ,2 (2,0-6,4) 4,1 (2,4-6,9) ,9 (3,9-9,8) 6,8 (4,4-10,4) ,8 (5,1-12,5) 8,8 (5,7-13,2) ,0 (10,1-18,0) 14,0 (10,5-18,4) ,2 (10,1-20,3) 15,2 (10,8-21,0) ,1 (8,2-18,0) 13,4 (9,2-19,1) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 9,2 (5,0-13,4) 5,6 (3,4-9,2) 475 Lager secundair 8,1 (5,3-10,8) 6,5 (4,4-9,4) 626 Hoger secundair 8,4 (5,5-11,2) 7,8 (5,3-11,4) 1313 Hoger onderwijs 7,2 (5,4-9,0) 6,8 (5,2-8,7) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 11,0 (8,4-13,5) 9,7 (7,3-12,6) 1351 Halfstedelijk gebied 5,7 (3,4-8,0) 5,0 (3,3-7,5) 762 Landelijk gebied 5,6 (4,1-7,0) 4,8 (3,6-6,4) 2101 JAAR ,1 (5,2-7,0) 5,2 (4,4-6,2) ,0 (6,6-9,3) 6,7 (5,3-8,4) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 217
108 Tabel 58 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een neuroloog of psychiater raadpleegde, Waals Gewest SP04_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,6 (0,8-2,3) 1,1 (0,7-1,7) 2062 Vrouwen 1,4 (0,8-1,9) 1,0 (0,6-1,6) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,0-1,4) 0,7 (0,3-1,9) ,2 (0,0-0,5) 0,2 (0,1-0,9) ,0 (0,6-3,4) 2,0 (1,0-4,0) ,6 (0,2-3,1) 1,6 (0,7-4,0) ,1 (1,7-6,4) 4,1 (2,3-7,1) ,3 (0,2-2,4) 1,3 (0,6-3,0) ,5 (0,0-1,1) 0,5 (0,2-1,5) ,5 (0,0-1,0) 0,5 (0,2-1,3) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,0 (0,2-1,9) 0,9 (0,4-2,4) 475 Lager secundair 2,5 (0,4-4,5) 1,7 (0,8-3,7) 626 Hoger secundair 1,5 (0,7-2,3) 1,0 (0,6-1,8) 1313 Hoger onderwijs 1,2 (0,7-1,8) 0,8 (0,5-1,4) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,7 (1,0-2,5) 1,3 (0,8-2,0) 1351 Halfstedelijk gebied 2,4 (0,1-4,7) 1,6 (0,7-3,6) 762 Landelijk gebied 0,9 (0,5-1,4) 0,7 (0,4-1,2) 2101 JAAR ,8 (1,3-2,2) 1,6 (1,2-2,1) ,5 (1,0-1,9) 1,3 (1,0-1,8) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
109 Tabel 59 Percentage van de vrouwelijke bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een gynaecoloog raadpleegde, Waals Gewest SP04_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand LEEFTIJDSGROEP ,2 (0,0-0,7) 0,2 (0,0-1,6) ,8 (1,4-8,3) 4,8 (2,3-9,7) ,3 (9,8-22,8) 16,3 (10,8-23,9) ,2 (6,4-16,0) 11,2 (7,3-16,9) ,8 (1,4-6,1) 3,8 (2,0-6,9) ,6 (0,2-4,9) 2,6 (1,0-6,3) ,5 (0,5-4,5) 2,5 (1,1-5,4) ,1 (0,0-3,3) 1,1 (0,2-7,5) 232 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,8 (0,0-1,7) 0,8 (0,2-2,5) 256 Lager secundair 2,4 (0,7-4,2) 1,5 (0,7-3,2) 328 Hoger secundair 4,6 (2,8-6,4) 2,6 (1,5-4,3) 677 Hoger onderwijs 8,0 (5,4-10,5) 4,3 (2,5-7,2) 869 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 6,3 (4,1-8,4) 3,2 (1,9-5,3) 695 Halfstedelijk gebied 4,1 (2,0-6,2) 2,5 (1,3-4,7) 392 Landelijk gebied 4,4 (2,8-6,1) 2,5 (1,5-4,3) 1065 JAAR ,1 (3,9-6,2) 2,8 (2,0-4,0) ,2 (4,0-6,4) 2,9 (2,1-4,1) 2152 *Correctie voor leeftijd op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 219
110 Tabel 60 Percentage van de bevolking van 0 tot 18 jaar dat in de afgelopen 2 maanden een kinderarts raadpleegde, Waals Gewest SP04_5 Gemiddelde (Ruw) 95% BI gemid Gemiddelde (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Jongens 3,6 (1,5-5,7) 0,1 (0,0-0,2) 416 Meisjes 3,0 (1,2-4,8) 0,1 (0,0-0,2) 355 LEEFTIJDSGROEP ,9 (5,2-16,6) 10,9 (6,4-17,9) ,4 (0,2-6,6) 3,4 (1,3-8,6) ,2 (0,0-0,4) 0,2 (0,0-0,6) ,0 (0,0-0,0) 0,0 (0,0-0,0) 191 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 0,0 (0,0-0,0) 0,0 (0,0-0,0) 37 Lager secundair 1,3 (0,0-3,4) 0,0 (0,0-0,2) 88 Hoger secundair 2,6 (0,6-4,5) 0,1 (0,0-0,1) 262 Hoger onderwijs 4,9 (2,0-7,9) 0,1 (0,1-0,2) 377 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 3,0 (0,5-5,4) 0,1 (0,0-0,2) 228 Halfstedelijk gebied 2,2 (0,1-4,2) 0,1 (0,0-0,2) 138 Landelijk gebied 4,0 (1,6-6,4) 0,1 (0,1-0,2) 405 JAAR ,7 (2,1-5,2) 0,1 (0,1-0,3) ,3 (1,8-4,8) 0,1 (0,1-0,2) 771 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2001 als referentie) 220
111 Tabel 61 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een dermatoloog raadpleegde, Waals Gewest SP04_6 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,4 (0,8-2,0) 1,2 (0,7-1,9) 2062 Vrouwen 1,3 (0,7-1,9) 1,1 (0,7-1,7) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,0-1,1) 0,5 (0,2-1,5) ,8 (0,3-3,3) 1,8 (0,8-4,1) ,3 (0,0-0,7) 0,3 (0,1-0,9) ,3 (0,7-3,9) 2,3 (1,2-4,6) ,1 (0,0-2,2) 1,1 (0,4-2,9) ,0 (0,5-3,4) 2,0 (0,9-4,1) ,9 (0,5-3,3) 1,9 (0,9-4,0) ,2 (0,0-2,7) 1,2 (0,4-4,1) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 1,4 (0,0-2,9) 1,0 (0,3-3,4) 475 Lager secundair 0,8 (0,0-1,6) 0,6 (0,2-1,8) 626 Hoger secundair 0,9 (0,3-1,6) 0,8 (0,4-1,6) 1313 Hoger onderwijs 1,9 (1,1-2,7) 1,6 (1,0-2,5) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 1,7 (0,9-2,4) 1,4 (0,9-2,2) 1351 Halfstedelijk gebied 1,1 (0,1-2,1) 0,9 (0,3-2,4) 762 Landelijk gebied 1,1 (0,5-1,7) 0,9 (0,5-1,5) 2101 JAAR ,5 (1,0-1,9) 1,4 (1,0-1,9) ,4 (0,9-1,8) 1,2 (0,9-1,7) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 221
112 Tabel 62 Percentage van de bevolking dat in de afgelopen 2 maanden een oogarts raadpleegde, Waals Gewest SP04_7 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 1,7 (0,9-2,5) 1,6 (1,0-2,6) 2062 Vrouwen 3,8 (2,5-5,1) 3,3 (2,3-4,8) 2152 LEEFTIJDSGROEP ,5 (0,4-2,5) 1,4 (0,7-2,9) ,5 (0,0-5,1) 2,4 (0,8-6,7) ,0 (0,0-4,3) 1,9 (0,6-5,8) ,4 (0,2-2,5) 1,3 (0,6-3,0) ,5 (1,3-5,6) 3,2 (1,7-6,2) ,6 (0,9-4,3) 2,4 (1,3-4,6) ,6 (0,9-8,4) 4,3 (1,9-9,5) ,3 (2,4-10,2) 5,4 (2,9-10,0) 397 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 4,1 (0,6-7,5) 2,3 (1,0-5,3) 475 Lager secundair 2,4 (0,5-4,3) 1,9 (0,9-4,1) 626 Hoger secundair 2,3 (1,3-3,4) 2,1 (1,3-3,4) 1313 Hoger onderwijs 2,9 (1,5-4,4) 2,8 (1,6-4,6) 1757 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,7 (1,5-3,8) 2,3 (1,5-3,5) 1351 Halfstedelijk gebied 2,2 (0,6-3,8) 1,9 (0,9-3,8) 762 Landelijk gebied 3,0 (1,6-4,4) 2,5 (1,5-4,1) 2101 JAAR ,5 (1,9-3,0) 2,3 (1,7-2,9) ,8 (1,9-3,6) 2,5 (1,8-3,4) 4214 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 222
113 Tabel 63 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de reden voor de raadpleging, Waals Gewest SP05_1 ieuwe klacht of gezondheidsprobleem Gekende klacht of gezondheidsprobleem Geen klacht of gezondheidsprobleem GESLACHT Mannen 25,6 71,6 2,8 508 Vrouwen 19,1 77,5 3,4 696 LEEFTIJDSGROEP ,7 58,2 6, ,1 59, ,4 86,1 7, ,6 79,1 2, ,2 78,8 3, ,0 75,9 2, ,0 72,8 0, ,3 77,7 1,0 140 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 27,6 70,5 2,0 129 Lager secundair 15,8 82,5 1,7 191 Hoger secundair 22,6 73,6 3,8 400 Hoger onderwijs 22,6 73,7 3,7 474 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 20,5 77,3 2,2 469 Halfstedelijk gebied 15,0 76,9 8,1 215 Landelijk gebied 25,7 71,0 3,3 520 JAAR ,6 63,1 8, ,8 75,0 3,1 1204
114 Tabel 64 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een nieuwe klacht of gezondheidsprobleem, Waals Gewest SP05_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 25,6 (19,1-32,2) 24,8 (19,4-31,0) 508 Vrouwen 19,1 (14,6-23,6) 19,7 (15,6-24,6) 696 LEEFTIJDSGROEP ,7 (18,8-52,6) 35,4 (21,2-52,8) ,1 (19,7-60,4) 40,2 (23,7-59,3) ,4 (1,9-10,9) 6,5 (3,1-13,1) ,6 (7,8-29,4) 19,6 (11,1-32,1) ,2 (11,0-25,4) 18,3 (12,3-26,5) ,0 (13,4-30,6) 22,2 (15,1-31,5) ,0 (18,4-35,6) 26,4 (18,7-35,9) ,3 (13,1-29,5) 21,9 (14,8-31,2) 140 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 27,6 (17,9-37,2) 30,0 (19,6-42,9) 129 Lager secundair 15,8 (6,3-25,3) 18,1 (10,7-28,9) 191 Hoger secundair 22,6 (14,0-31,2) 22,5 (15,8-31,0) 400 Hoger onderwijs 22,6 (17,3-28,0) 22,0 (16,8-28,1) 474 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 20,5 (14,1-26,9) 20,7 (15,2-27,5) 469 Halfstedelijk gebied 15,0 (8,3-21,7) 14,8 (9,1-23,2) 215 Landelijk gebied 25,7 (19,5-31,8) 26,1 (20,6-32,4) 520 JAAR ,6 (24,5-32,7) 29,2 (25,0-33,8) ,8 (17,6-26,0) 22,8 (19,0-27,2) 1204 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
115 Tabel 65 Percentage van de raadplegingen bij een specialist omwille van een gekende klacht of gezondheidsprobleem, Waals Gewest SP05_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 71,6 (64,8-78,4) 71,5 (64,6-77,5) 508 Vrouwen 77,5 (72,5-82,5) 76,0 (70,6-80,7) 696 LEEFTIJDSGROEP ,2 (41,6-74,8) 58,4 (41,8-73,3) ,9 (39,6-80,3) 59,8 (40,5-76,5) ,1 (76,1-96,1) 85,8 (72,5-93,3) ,1 (67,4-90,7) 78,2 (65,1-87,4) ,8 (71,0-86,5) 78,6 (70,1-85,2) ,9 (66,8-84,9) 75,7 (66,0-83,3) ,8 (64,2-81,3) 73,2 (63,8-80,9) ,7 (69,3-86,0) 77,2 (67,8-84,4) 140 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 70,5 (60,6-80,3) 65,1 (51,9-76,3) 129 Lager secundair 82,5 (72,3-92,7) 79,9 (68,2-88,0) 191 Hoger secundair 73,6 (64,6-82,6) 72,9 (63,4-80,6) 400 Hoger onderwijs 73,7 (68,2-79,2) 73,7 (67,4-79,1) 474 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 77,3 (70,7-83,9) 76,1 (69,2-81,9) 469 Halfstedelijk gebied 76,9 (68,5-85,4) 76,0 (65,5-84,0) 215 Landelijk gebied 71,0 (64,1-78,0) 70,0 (62,4-76,6) 520 JAAR ,1 (58,5-67,7) 62,3 (57,2-67,1) ,0 (70,6-79,5) 73,9 (69,2-78,1) 1204 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 225
116 Tabel 66 Percentage van de raadplegingen bij een specialist zonder dat er een klacht of gezondheidsprobleem is, Waals Gewest SP05_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 2,8 (0,4-5,1) 2,0 (0,9-4,4) 508 Vrouwen 3,4 (1,7-5,1) 2,4 (1,5-3,8) 696 LEEFTIJDSGROEP ,1 (0,6-11,6) 6,1 (2,5-14,4) ,0 0,8 (0,1-5,6) ,6 (0,0-16,3) 7,4 (2,2-22,1) ,3 (0,0-5,2) 2,2 (0,6-7,3) ,0 (0,0-6,2) 3,0 (1,0-8,3) ,1 (0,0-4,8) 2,1 (0,6-7,5) ,2 (0,0-0,6) 0,2 (0,0-1,1) ,0 (0,0-3,2) 1,0 (0,1-7,4) 140 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 2,0 (0,0-4,9) 2,8 (0,8-9,9) 129 Lager secundair 1,7 (0,0-4,0) 1,1 (0,2-5,1) 191 Hoger secundair 3,8 (0,0-7,9) 2,5 (1,0-6,2) 400 Hoger onderwijs 3,7 (1,5-5,8) 2,4 (1,2-4,7) 474 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 2,2 (0,6-3,7) 1,5 (0,6-3,4) 469 Halfstedelijk gebied 8,1 (2,4-13,7) 6,0 (2,8-12,1) 215 Landelijk gebied 3,3 (0,0-7,0) 2,2 (0,8-5,5) 520 JAAR ,3 (5,7-11,0) 7,6 (5,4-10,7) ,1 (1,5-4,8) 3,0 (1,8-4,9) 1204 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie)
117 Tabel 67 Verdeling (%) van de raadplegingen bij een specialist volgens de persoon die het intiatief nam voor de raadpleging, Waals Gewest SP07_1 Persoon zelf (ouder/ voogd bij een kind) Huisarts Andere specialist Andere GESLACHT Mannen 57,3 24,5 13,0 5,2 432 Vrouwen 69,3 18,9 8,9 2,9 578 LEEFTIJDSGROEP ,9 9,9 5,7 16, ,7 23,6 0,8 4, ,0 10,4 20,2 0, ,3 15,8 9,8 1, ,8 20,5 9,0 2, ,4 30,0 3,9 1, ,4 31,6 17,1 4, ,5 39,7 15,7 0,1 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 32,5 43,2 19,4 4,9 106 Lager secundair 54,1 24,1 18,0 3,8 158 Hoger secundair 70,1 19,0 7,3 3,6 325 Hoger onderwijs 70,7 16,7 8,4 4,1 412 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 65,5 21,0 10,1 3,4 393 Halfstedelijk gebied 67,0 15,8 13,6 3,5 183 Landelijk gebied 61,0 23,4 10,8 4,8 434 JAAR ,0 21,4 10,7 3,
118 Tabel 68 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van de patiënt zelf, Waals Gewest SP07_2 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 57,3 (47,0-67,5) 58,5 (47,3-68,9) 432 Vrouwen 69,3 (62,3-76,2) 70,4 (63,5-76,5) 578 LEEFTIJDSGROEP ,9 (53,1-82,7) 68,8 (53,2-81,0) ,7 (54,8-88,6) 72,0 (52,5-85,7) ,0 (43,1-95,0) 67,9 (40,9-86,6) ,3 (62,9-83,8) 72,2 (59,9-81,9) ,8 (55,2-80,3) 67,2 (53,2-78,7) ,4 (51,3-77,5) 64,3 (51,5-75,3) ,4 (35,2-57,6) 47,5 (36,5-58,6) ,5 (24,2-64,9) 42,5 (23,9-63,5) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 32,5 (17,0-48,0) 36,6 (22,1-53,9) 106 Lager secundair 54,1 (32,0-76,3) 53,4 (34,9-70,9) 158 Hoger secundair 70,1 (61,0-79,1) 70,7 (61,0-78,8) 325 Hoger onderwijs 70,7 (63,6-77,9) 70,4 (62,2-77,5) 412 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 65,5 (57,2-73,8) 68,1 (59,8-75,4) 393 Halfstedelijk gebied 67,0 (55,3-78,8) 66,8 (53,7-77,7) 183 Landelijk gebied 61,0 (49,5-72,6) 59,7 (48,2-70,3) 434 JAAR ,0 (57,7-70,3) 1010 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 228
119 Tabel 69 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een huisarts, Waals Gewest SP07_3 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 24,5 (18,4-30,7) 22,5 (16,5-29,8) 432 Vrouwen 18,9 (12,9-24,9) 16,9 (12,2-23,0) 578 LEEFTIJDSGROEP ,9 (2,2-17,6) 9,6 (4,3-20,0) ,6 (6,9-40,2) 23,4 (11,2-42,7) ,4 (1,6-19,3) 10,7 (4,8-22,2) ,8 (7,5-24,0) 16,3 (9,5-26,5) ,5 (10,7-30,4) 20,8 (12,6-32,4) ,0 (17,7-42,4) 30,1 (19,9-42,8) ,6 (18,9-44,2) 30,8 (19,7-44,7) ,7 (17,3-62,1) 40,9 (21,6-63,4) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 43,2 (22,0-64,4) 33,0 (18,9-51,1) 106 Lager secundair 24,1 (15,1-33,1) 23,8 (14,9-35,9) 158 Hoger secundair 19,0 (12,1-25,9) 17,7 (11,7-25,8) 325 Hoger onderwijs 16,7 (10,8-22,7) 16,6 (11,3-23,7) 412 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 21,0 (14,2-27,8) 17,4 (12,5-23,8) 393 Halfstedelijk gebied 15,8 (8,6-23,0) 14,5 (8,8-23,0) 183 Landelijk gebied 23,4 (16,5-30,3) 23,7 (16,9-32,2) 434 JAAR ,4 (16,9-25,8) 1010 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 229
120 Tabel 70 Percentage van de raadplegingen bij een specialist op initiatief van een andere specialist, Waals Gewest SP07_4 % (Ruw) 95% BI ruw % (Corr*) 95% BI stand GESLACHT Mannen 13,0 (4,5-21,4) 9,2 (5,5-14,9) 432 Vrouwen 8,9 (4,5-13,3) 5,6 (3,1-10,1) 578 LEEFTIJDSGROEP ,7 (0,5-10,8) 5,3 (2,0-13,6) ,8 (0,0-2,0) 0,7 (0,1-3,8) ,2 (1,5-39,0) 21,0 (8,4-43,5) ,8 (3,7-15,9) 10,2 (5,3-18,8) ,0 (1,5-16,4) 9,1 (3,7-20,4) ,9 (0,7-7,0) 3,8 (1,7-8,2) ,1 (4,1-30,0) 16,2 (7,4-31,8) ,7 (0,0-34,6) 16,5 (4,5-45,0) 103 OPLEIDIGSIVEAU Lager/geen diploma 19,4 (1,1-37,7) 13,2 (5,4-28,7) 106 Lager secundair 18,0 (0,0-37,4) 10,8 (5,2-21,1) 158 Hoger secundair 7,3 (2,1-12,6) 5,3 (2,6-10,5) 325 Hoger onderwijs 8,4 (4,8-12,1) 6,2 (3,7-10,4) 412 URBAISATIEGRAAD Stedelijk gebied 10,1 (4,2-15,9) 6,7 (3,9-11,1) 393 Halfstedelijk gebied 13,6 (4,4-22,8) 10,0 (4,7-20,2) 183 Landelijk gebied 10,8 (2,0-19,5) 7,1 (3,7-13,1) 434 JAAR ,7 (6,1-15,2) 1010 *Correctie voor leeftijd en/of geslacht op basis van logistisch regressiemodel (Belgische bevolking van 2013 als referentie) 230
121
122 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid OPERATIOELE DIRECTIE VOLKSGEZODHEID E SURVEILLACE Juliette Wytsmanstraat Brussel België Verantwoordelijke uitgever: Dr. Johan Peeters Depotnummer: D/2015/2505/01
Contacten met de huisarts
Contacten met de huisarts Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
Inleiding. Sabine Drieskens
Inleiding Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail : [email protected]
Opname in het ziekenhuis
Opname in het ziekenhuis Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail :
Leefstijl en preventie
Leefstijl en preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 59 Bestudeerde indicatoren... 61 1. Voedingsgewoonten.... 61 3. Gebruik
Contacten met paramedische zorgverstrekkers
Contacten met paramedische zorgverstrekkers Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57
Patiëntentevredenheid
Patiëntenheid Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]
Inleiding. Johan Van der Heyden
Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : [email protected]
Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997
7.1.1. Inleiding De huisarts vervult een essentiële rol binnen het geheel van de gezondheidszorg. Deze rol is bovendien in volle evolutie. Thema s zoals het globaal medisch dossier en de echelonnering
Contacten met de tandarts
Contacten met de tandarts Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 1: GEZONDHEID EN WELZIJN Johan Van Der Heyden, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Deel 5 Medische Consumptie IPH/EPI REPORTS nr 2002-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 1050 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail :
Het gebruik van tabak
Het gebruik van tabak Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : [email protected]
Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest
Socio-economische ongelijkheden in gezondheid in het Vlaams Gewest Analyse indicatoren Gezond leven Analyse van de gezondheidsenquête in opdracht van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Door Sabine
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.
Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.
Methodologie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Inleiding Om sociale ongelijkheden in gezondheid in kaart te brengen en om mogelijke trends in de
Klassiek wordt de mate van cariës voorgesteld door een cariës-index (DMFT-index = gemiddeld aantal gecarieerde, afwezige of gevulde tanden).
5.6.1. Inleiding Tandcariës is een ziekte waarbij de gemineraliseerde tandweefsels vernietigd worden als gevolg van zuurvorming die ontstaat bij de fermentatie van koolhydraten door bacteriën in de mond.
PERSONEEL IN VLAAMSE ZIEKENHUIZEN
/ Archief cijfers PERSONEEL IN VLAAMSE ZIEKENHUIZEN Vlaams Gewest 2013 / 5.01.2016 5.01.2016 Personeel in Vlaamse Ziekenhuizen 1/20 GEPUBLICEERD OP: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers op januari
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001
Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Deel 1 Methoden IPH/EPI REPORTS nr 2002-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 1050 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail : [email protected]
GEZONDHEIDSENQUETE 2013
GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance
6.1.1. De gezondheidstoestand
6.1. Kernboodschap 6.1.1. De gezondheidstoestand Er is een verschuiving in het morbiditeitsprofiel in vergelijking met de gegevens over overlijden. In vergelijking met de voornaamste oorzaken van overlijden
Vaccinatie. Jean Tafforeau
Vaccinatie Jean Tafforeau Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71 E-mail : [email protected]
Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997
Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.
PERSONEEL IN VLAAMSE ZIEKENHUIZEN
/ Rapport cijfers PERSONEEL IN VLAAMSE ZIEKENHUIZEN Vlaams Gewest 2016 / 15.02.2018 15.02.2018 Personeel in Vlaamse ziekenhuizen 1/21 Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers in februari
KAART 1 REDENEN CONTACT MET DE HUISARTS EN/OF DE SPECIALIST
KAART 1 REDENEN CONTACT MET DE HUISARTS EN/OF DE SPECIALIST (VRAAG GP.06. EN SP.06. - mondelinge vragenlijst) 1. Wegens een klacht, ziekte 2. Diagnostisch of preventief onderzoek, test 3. Voor een behandeling
Persbijlage. Tariefonderzoek: Wat betaalt u bij de specialist?
Persbijlage Tariefonderzoek: Wat betaalt u bij de specialist? Contents Inleiding... 3 Gegevensverzameling... 4 Het enquêteformulier... 4 Respons... 5 Analyse... 5 1. Respecteren van conventietarieven...
4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau
4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit
Samenvatting van de IMA-studie. Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid
1 Samenvatting van de IMA-studie Sociaaleconomisch profiel en zorgconsumptie van personen in primaire arbeidsongeschiktheid Het aantal arbeidsongeschikten alsook de betaalde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid
1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
