H E T BEROEPSGEHEIM REVISITED
|
|
|
- Ruth van de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 H E T BEROEPSGEHEIM REVISITED 86 juni 2016
2 the Een ziekenhuis maakt bezwaar tegen het bevel van de RC tot inbeslagneming van medische gegevens. Het beklag wordt gehonoreerd. Toestemming van de patiënt heft het verschoningsrecht niet op. Algemeen belang van het beroepsgeheim weegt in casu zwaarder dan het belang van waarheidsvinding. De casus 1 Een ziekenhuis maakt bezwaar tegen het bevel van de rechter-commissaris (RC) tot inbeslagneming van medische gegevens van één van zijn patiënten. Jegens de patiënte in kwestie was een verdenking van zware mishandeling met voorbedachten rade dan wel gekwalificeerde zware mishandeling, dan wel dood door schuld gerezen. Zij werd er namelijk van verdacht de geboorte van haar nog onvoldragen kind te hebben opgewekt met behulp van medicatie. Bij patiënte was het middel Misoprostol in de vagina aangetroffen. Patiënte heeft verklaard dat zij dacht dat zij een middel tegen vaginale schimmelinfectie had ingebracht. Er waren eerdere uitlatingen bekend dat patiënte abortus overwoog omdat zij vreesde dat het kindje schade zou oplopen als gevolg van de door haar gebruikte medicatie. Omdat het OM patiënte als verdachte aanmerkte en het OM over haar medische gegevens wilde beschikken in het kader van het opsporingsonderzoek, vorderde het OM, met verwijzing naar de door patiënte verstrekte toestemming, de gegevens bij het ziekenhuis, welke vordering, na weigering door het ziekenhuis, werd gevolgd door het bevel van de RC. In de daaropvolgende beklagprocedure heeft het ziekenhuis zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het verschoningsrecht moet wijken voor het belang van waarheidsvinding. Niet is komen vast te staan dat er een gevaar voor derden is danwel doorbreking van het beroepsgeheim een risico op schade voor een derde beperkt. De inbeslaggenomen gegevens zijn medische gegevens die bij uitstek onder het wettelijk beroepsgeheim vallen. Het OM beschikt reeds over informatie over de 1 De casus volgt uit de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 maart Deze uitspraak is niet gepubliceerd op rechtspraak.nl en zal worden gepubliceerd in GZR Updates. vroeggeboorte en de aangetroffen tabletten. De gegevens zijn dan ook niet cruciaal voor het aan het licht brengen van de waarheid. Doorbreking van het medisch beroepsgeheim zou een precedent scheppen voor ondermijning van het als fundamenteel aanvaarde beginsel van vertrouwelijkheid bij de patiëntenzorg. Voorts staat niet vast dat de informatie waaraan het OM behoefte heeft niet op andere wijze kan worden verkregen. Tevens stelt het ziekenhuis dat de aan de arts verstrekte toestemming van de patiënte om de onder het verschoningsrecht vallende gegevens aan derden te verstrekken, het verschoningsrecht niet opheft. Daarbij kwam ook dat voor het ziekenhuis niet te verifiëren was of patiënte de gevolgen van de toestemming wel volledig kon overzien. Het ziekenhuis had serieuze aanwijzingen dat patiënte niet als volledig wilsbekwaam ter zake beschouwd zou kunnen worden. Het OM meende dat het belang van strafvordering in deze zaak zwaarder moest wegen dan het belang van het beroepsgeheim. Het OM had twijfels over de betrouwbaarheid van de verklaring van patiënte over de aangetroffen tabletten. Zij had reeds eerder haar zorgen besproken over de mogelijke gevolgen voor de vrucht van de medicatie die zij gebruikte vanwege haar psychische stoornis. Diverse keren zou zij al abortus hebben overwogen. Bovendien, zo stelde het OM, het gaat slechts om beperkte informatie over een periode van vijf dagen. De gegevens kunnen bijdragen aan de waarheidsvinding omdat deze duidelijkheid kunnen verschaffen over wat vooraf ging aan de vroeggeboorte. Patiënte heeft toestemming gegeven en de twijfel aan de wilsbekwaamheid van patiënte acht het OM niet onderbouwd. De gegevens kunnen door de omstandigheden van het geval niet op andere wijze verkregen worden. Tot slot wijst het OM op de belangen van het overleden kindje en een eventueel in de toekomst nog te dragen kind. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat aan het verschoningsrecht ten grondslag ligt dat het maatschappelijk belang, dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde (i.c. het ziekenhuis) moet kunnen wenden. Met verwijzing naar HR 30 november 1999, NJ 2002, 438, overweegt de rechtbank dat het verschoningsrecht van de juni
3 arts in zoverre niet absoluut is dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden laten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap hem als zodanig is toevertrouwd moet prevaleren boven het verschoningsrecht. De beantwoording van de vraag welke omstandigheden als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt is niet in een algemene regel samen te vatten. Daarbij geldt voorts dat als geoordeeld moet worden dat het belang van de waarheidsvinding dient te prevaleren, de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit. Bij de vraag of in het onderhavige geval sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden, heeft de rechtbank de volgende factoren in aanmerking genomen: de aard en ernst van het strafbare feit ten aanzien waarvan de verdenking is gerezen; de aard en omvang van de gevraagde gegevens; de mate waarin de belangen van de patiënt worden geschaad indien het verschoningsrecht wordt doorbroken; de beveiliging van derden die met de doorbreking van het verschoningsrecht kan zijn gediend; de vraag of de gegevens op een andere manier zouden kunnen worden verkregen. Ten aanzien van de 1e factor overweegt de rechtbank dat sprake is van een verdenking van een ernstig delict. In casu gaat het echter niet om een tegen de verschoningsgerechtigde bestaande verdenking, in welk geval het met het verschoningsrecht gemoeide algemene belang zou relativeren, maar om een verdenking jegens een moeder van een overleden kindje. Ten aanzien van de aard en omvang van de gegevens (2e factor) overweegt de rechtbank dat het gaat om medische gegevens die bij uitstek privacygevoelig zijn. Dat patiënte niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad bij doorbreking van het verschoningsrecht (3e factor) nu zij zelf toestemming aan de politie heeft gegeven om haar medische gegevens op te vragen, acht de rechtbank niet doorslaggevend. De individuele toestemming van de patiënt heft het verschoningsrecht niet op. De arts zal de toestemming van de patiënt wel moeten betrekken bij zijn beslissing om de opgevraagde gegevens te verstrekken, maar altijd tegen de achtergrond van het algemeen belang van het medisch beroepsgeheim en het daaraan verbonden verschoningsrecht. Toestemming van de patiënt behoeft de arts dan ook niet te verhinderen om te bepalen dat het verschoningsrecht aan de verstrekking van de gegevens in de weg staat. Ten aanzien van de 4e factor heeft de rechtbank overwogen dat op dit moment niet gesproken kan worden van een reële dreiging voor derden. Bovendien oordeelt de rechtbank dat het argument van de Officier van Justitie (OvJ) het belang van een toekomstig kind ook andersom kan uitwerken: doorbreking van het verschoningsrecht zou patiënte ervan kunnen weerhouden om bij een eventuele toekomstige zwangerschap zich tot een arts te wenden. Tot besluit de 5e factor: er zijn naar het oordeel van de rechtbank alternatieven om informatie te verzamelen over de 88 juni 2016
4 feitelijke toedracht: door patiënte zelf of getuigen uit haar omgeving te horen. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat in het onderhavige geval geen sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die meebrengen dat het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven het verschoningsrecht van het ziekenhuis. De rechtbank heeft het beklag dan ook gegrond verklaard en de teruggave van het medisch dossier gelast. Noot De rechtbank Amsterdam heeft de beschikking gegeven in een bijzondere kwestie over inbeslagname van medische gegevens. Er was sprake van een vroeggeboorte van een baby bij een patiënte bij wie Misoprostol in de vagina werd aangetroffen. Misoprostol is een weeënopwekkend middel en wordt gebruikt om een bevalling in te leiden. Patiënte heeft tegenover de politie verklaard dat zij dacht dat zij een middel tegen vaginale schimmelinfectie had ingebracht. Dit werd door het OM niet geloofwaardig geacht omdat er eerdere uitlatingen bekend waren dat patiënte abortus overwoog, omdat zij vreesde dat het kindje schade zou oplopen als gevolg van de door haar gebruikte medicatie. Hoe deze feiten ter kennis van het Openbaar Ministerie zijn gekomen, vermeldt de beschikking helaas niet. Wel dat er een verdenking van zware mishandeling met voorbedachten rade dan wel gekwalificeerde zware mishandeling, dan wel dood door schuld jegens patiënte was gerezen. De OvJ vorderde een machtiging van de RC om de medische en persoonlijke gegevens van een patiënte van het ziekenhuis te kunnen vorderen (een zogenaamde vordering gevoelige gegevens ). Het ziekenhuis heeft gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de vordering met verwijzing naar de op haar rustende geheimhoudingsplicht en het beroepsgeheim van haar medewerkers. Daarop vorderde de OvJ bij de RC een bevel tot verstrekking van de gegevens van patiënte. De vordering van de OvJ was noodzakelijk vanwege artikel 96a, derde lid, aanhef en onder b, WSv dat bepaalt dat personen die uit hoofde van hun beroep tot geheimhouding verplicht zijn op grond van hun bevoegdheid tot verschoning niet verplicht zijn te voldoen juni
5 aan het bevel tot uitlevering ter inbeslagneming, voor zover de uitlevering met hun plicht tot geheimhouding in strijd zou zijn. Artikel 98 WSv bepaalt in lid 1 dat inbeslagneming van stukken waarvan de inhoud onder het bereik van het verschoningsrecht valt niet is toegestaan. De RC kan echter op grond van het derde lid van artikel 98 Sv anders beslissen en bepalen dat de inbeslagneming is toegestaan. Daarbij wordt de geheimhouder gewezen op de mogelijkheid van beklag. In het onderhavige geval had de RC de vordering van de OvJ toegewezen. Tegen die beslissing heeft het ziekenhuis een klaagschrift ingediend strekkend tot teruggave van het onder het ziekenhuis inbeslaggenomen dossier van patiënte. In deze zaak ging het, zoals in eerdere zaken over inbeslagneming van medische gegevens 2, 2 Zie: Rb Rotterdam 23 april 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:2847; Rb Den Haag 25 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14545, NJFS 2015/84; HR 14 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9943, NJ 2013/561, m.nt. Legemaate, GJ 2013, 84; om het belang van waarheidsvinding tegenover het belang van geheimhouding. Vaste rechtspraak is, zoals de rechtbank in haar beschikking ook aanhaalt, dat het verschoningsrecht niet absoluut is. Rb Overijssel 24 april 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ9109, GJ 2013, 86; HR 12 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV3004, NJ 2013, 505, m.nt. Legemaate, GJ 2013, 52, m.nt. Schalken; Rb Den Haag 3 mei 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7051, GJ 2012, 116, m.nt. Schalken; Rb Arnhem 29 februari 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV7385, NJFS 2012, 104, GJ 2012, 51; HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6141, NJ 2011/416, m.nt. Legemaate; GJ 2011, 118, m.nt. Schalken; HR 21 oktober 2010, NJ 2008, 630, m.nt. Legemaate; Rb Maastricht 5 november 2009, GJ 2010, 31, m.nt. Schalken; Rb Middelburg 23 juni 2009, GJ 2009, 117, m.nt. Schalken;HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5979, NJ 2009, 263, m.nt. Legemaate; GJ 2009, 82, m.nt. Schalken; HR 21 oktober 2008, NJ 2008, 630, m.nt. Legemaate, GJ 2009, 10, m.nt. Schalken, WBP 2009, 70, m.nt. Tiems; HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7817, GJ 2008, 116, m.nt. Schalken; HR 9 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2386, NJ 2006, 622, m.nt. De Boer. 90 juni 2016
6 Er kunnen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt, zwaarder moet wegen dan het verschoningsrecht. Of sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden dient van geval tot geval beoordeeld te worden. Daarbij heeft de rechtbank - eveneens in lijn met vaste rechtspraak de vijf in de uitspraak opgesomde factoren in aanmerking genomen. Als het opsporingsbelang zwaarder moet wegen, wordt het algemene uitgangspunt gevormd door de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit: de inbreuk op het verschoningsrecht mag niet verder gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het desbetreffende feit. Die beginselen zijn terug te zien in de factoren 2 en 5. In dit geval was het verzoek van het OvJ teruggebracht van (aanvankelijk) de medische en persoonlijke gegevens over een periode van bijna tien maanden tot de medische gegevens over een periode van vijf dagen. Een aanzienlijke beperking dus, die beter past bij de voornoemde beginselen. De rechtbank heeft elk van de vijf factoren beoordeeld en daaraan de besproken overwegingen gewijd. Te zien is dat de rechtbank niet lichtvaardig omgaat met het verschoningsrecht en het daaraan ten grondslag liggende belang. Die precieze afwegingen, toegesneden op de individuele casus zijn ook te zien in de eerdere jurisprudentie over inbeslagneming van medische gegevens onder een wettelijk geheimhouder. Van geval tot geval moet immers beoordeeld worden of sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die wettigen dat het verschoningsrecht wordt doorbroken. Een goed voorbeeld is de door de Hoge Raad in stand gelaten uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 februari 20123, waarin het ging om de verdenking van de vader van seksueel misbruik van zijn driejarige zoon. De therapeut van het jongetje beriep zich op haar verschoningsrecht. De rechtbank achtte in dat geval echter zeer uitzonderlijke omstandigheden aanwezig voor doorbreking van het verschoningsrecht. Alleen al de toevoeging zeer aan het woord uitzonderlijk onderstreept dat er niet zomaar een uitzondering gemaakt kan worden als dat in het belang van de opsporing te pas komt. 3 HR 14 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9943, NJ 2013/561 m.nt. Legemaate, GJ 2013, 84. Vindplaats uitspraak in eerste aanleg: ECLI:NL:R- BARN:2012:BV7385, NJFS 2012, 104, GJ 2012, 51. Er moeten zwaarwegende omstandigheden zijn. Daarin verschilt de rechtspraak van de praktijk, waarin opsporingsambtenaren artsen en andere zorgverleners werkzaam in een ziekenhuis of een praktijk nog wel eens lijken te beschouwen als hun verlengde arm. Er wordt gemakkelijk aangedrongen op het verstrekken van informatie of medewerking aan het opsporingsonderzoek en steeds weer dienen hulpverleners zich op die momenten bewust te zijn van het feit dat zij primair hulpverlener zijn en geen hulpstuk van de politie of justitie. Hulpverleners hebben daarbij wel een stevige rug nodig om hem recht te kunnen houden. Het beroepsgeheim zit weliswaar bij de meesten tot in de haarvaten, maar op het moment dat de politie zich met enig gezag aandient en vragen stelt op een wijze die de indruk wekt dat medewerking verplicht is, stelt dat de stevigheid van de ruggengraat van de hulpverleners danig op de proef. Het desbetreffende ziekenhuis en zijn medewerkers hebben in de besproken casus hun rug meer dan recht gehouden. Verzoeken resp. vorderingen van de opsporingsbevoegden heeft het ziekenhuis naast zich neergelegd en het is met hulp van zijn advocaat in het geweer gekomen tegen het uiteindelijk afgegeven bevel van de RC tot inbeslagneming van de gevorderde medische gegevens, met een zo te lezen consequent beroep op het belang van het beroepsgeheim. Er is één element dat de zaak van eerdere zaken onderscheidt en dat is de omstandigheid dat de patiënte in het onderhavige geval kennelijk toestemming had verleend om haar medische gegevens op te vragen, maar het ziekenhuis desondanks weigerde het dossier af te geven. De hoofdregel is dat het beroepsgeheim in beginsel niet geschonden wordt, maar ook niet absoluut is. Het beroepsgeheim en het verschoningsrecht zijn in die zin twee zijden van één medaille. Het beroepsgeheim kan doorbroken worden als de patiënt toestemming verleent (art. 7:457, lid 1 BW). In de eerste plaats dient uiteraard sprake te zijn van rechtsgeldige toestemming. Dat wil zeggen toestemming die de vrije, werkelijke wil van de betrokkene ter zake weerspiegelt en waarvan aannemelijk is dat betrokkene de inhoud, reikwijdte en gevolgen van zijn toestemming overziet. juni
7 De hulpverlener moet zich hiervan vergewissen.4 In dit geval plaatste het ziekenhuis vraagtekens bij de toestemming en wilde daar niet zonder meer van uitgaan. Terecht lijkt ons, gelet op de in de beschikking genoemde omstandigheden waaruit afgeleid kan worden dat patiënte tegenover de politie had verklaard dat die haar gegevens mocht opvragen bij het ziekenhuis en de behandelend arts. In hoeverre die verklaring in vrijheid is tot stand gekomen kan men zich inderdaad afvragen. Het is gemakkelijk voor te stellen dat deze patiënte zich onder druk van de omstandigheden gedwongen heeft gezien deze toestemmingsverklaring af te geven. Daarbij komt ook nog eens dat patiënte psychisch blijkbaar in een toestand was die bij het ziekenhuis ook vraagtekens opriep bij haar toestemming. Dat het ziekenhuis zich terughoudend opstelde bij het aannemen van toestemming valt dan ook te begrijpen. In de tweede plaats, ook al kan uitgegaan worden van een rechtsgeldige toestemming, zal de hulpverlener steeds een eigen afweging moeten maken5. Het beroepsgeheim heeft immers twee aspecten: het individuele aspect van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt en het aspect van het algemeen belang dat iedereen zich vrijelijk tot een ziekenhuis of een arts moet kunnen wenden zonder de angst dat zijn gegevens bij anderen bekend worden. Beide aspecten zal de hulpverlener moeten betrekken in zijn afweging om het beroepsgeheim al dan niet te doorbreken, óók als er toestemming is van de patiënt in kwestie. In de meeste gevallen zal het er niets in de weg staan aan het verstrekken van medische gegevens aan een derde met toestemming van de patiënt, omdat dit in veel gevallen rechtstreeks in het belang zal zijn van de patiënt. Denk bijv. aan het verstrekken van medische gegevens ten behoeve van een uitkering of een verzekering. Indien het gaat om het verstrekken van gegevens in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, waarbij de patiënt bovendien verdachte is, gaat niet om het belang van de patiënt maar om het belang van opsporing dat gediend is met verstrekking van de gegevens. Juist in die gevallen zal de hulpverlener het algemeen belang-aspect van het wettelijk beroepsgeheim in het oog moeten houden. 4 KNMG Handreiking beroepsgeheim politie/justitie Richtlijn omgaan met medische gegevens, KNMG Maar ook zijn gevallen denkbaar waarin het verstrekken van toestemming gericht is op de uitdrukkelijke wens of belang van de patiënt, maar de hulpverlener zich toch moet afvragen of doorbreking van zijn beroepsgeheim toch niet het algemeen belang van het beroepsgeheim schendt. Denk bijvoorbeeld aan medewerking aan reality tv. Zodra het delen van medische gegevens zover gaat dat anderen, die meer aan hun privacy hechten, daardoor een belemmering ervaren om zich tot het ziekenhuis te wenden, terwijl dat wel nodig is, is er een probleem. Wat de besproken uitspraak bijzonder maakt is dat het individuele en het algemeen belang-aspect van het medisch beroepsgeheim hier samenvielen. Als het ziekenhuis de medische gegevens van de patiënte zou hebben verstrekt zou het risico bestaan, zo valt in het beklag van het ziekenhuis te lezen, dat deze kennelijk toch al zorgmijdende patiënte zich bij een volgend probleem helemaal niet meer tot het ziekenhuis zou wenden. Terecht heeft de rechtbank oor gehad voor dit argument. Stel nu dat deze patiënte opnieuw zwanger zou raken en zich niet meer tot een verloskundige of een ziekenhuis wendt, dan heeft dat risico s voor haarzelf, maar ook voor het ongeboren kind voor wiens belang het OM ook juist opkwam. Dit punt raakt de kern van het medisch beroepsgeheim: dat een ieder moet kunnen rekenen op vertrouwelijkheid binnen de muren van de spreek- of behandelkamer, zodat de noodzakelijke medische zorg kan worden verleend. Wordt dat vertrouwen geschaad, dan kan dat risico s met zich brengen voor patiënten in die zin dat zij zich niet of te laat melden met gezondheidsproblemen, terwijl zij wel medische hulp nodig hebben. Maar niet alleen voor patiënten, ook voor de samenleving als geheel kan dit een potentieel risico inhouden. Denk bijvoorbeeld aan het gevaar voor anderen als gevolg van onbehandelde besmettelijke ziektes zoals tbc of soa s. Deze uitspraak maakt maar weer eens duidelijk dat het beroepsgeheim en het daaraan verbonden verschoningsrecht van wezenlijk belang zijn voor de zorg. Niet omdat hulpverleners zich daarachter zouden willen verschuilen, maar omdat zij stáán voor het verlenen van goede zorg en dat kan alleen als vertrouwen én vertrouwelijkheid gewaarborgd zijn. 92 juni 2016
Uitspraak Hoge Raad. met betrekking tot camerabeelden in en bij een ziekenhuis
Uitspraak Hoge Raad met betrekking tot camerabeelden in en bij een ziekenhuis Hoge Raad In het voorjaar van 2018 heeft de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, zich bezig gehouden met de vraag
Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek.
Handleiding voor de deken ter waarborging van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten bij extern onderzoek Maart 2013 Vastgesteld door de algemene raad op 4 maart 2013 1 Voorwoord
Strafrecht in de zorg / Preventie
Strafrecht in de zorg / Preventie 7 oktober 2013 Mr. Marcel Smit en mr. Tina Sandrk Onderwerpen Inleiding Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) Openbaar Ministerie (OM) Gegevensuitwisseling IGZ en OM
Het medisch beroepsgeheim
Het medisch beroepsgeheim mr.dr. Sjaak Nouwt Adviseur Gezondheidsrecht KNMG [email protected] Agenda Inhoud medisch beroepsgeheim Belang Uitzonderingen Maatschappelijke druk Vragen? 2 Medisch Beroepsgeheim
Arts vs. OM: Wanneer moet het beroepsgeheim wijken voor opsporing?
Arts vs. OM: Wanneer moet het beroepsgeheim wijken voor opsporing? Masterscriptie Gezondheidsrecht Julie-Anne Prick 5978491 Juni 2013 Arts vs. OM: Wanneer moet het beroepsgeheim wijken voor opsporing?
Beroepsgeheim en Huiselijk Geweld
Beroepsgeheim en Huiselijk Geweld Workshop Landelijk Congres Huiselijk Geweld 16 november 2009 Inhoud Waar hebben we het over Juridisch Kader Achtergrond Afweging: geheim doorbreken? Stappenplan Casusposities
Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag
RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek
Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in
Convenant inzet onafhankelijk deskundige arts bij signalen en verdenkingen van fraude in de zorg
Convenant inzet onafhankelijk deskundige arts bij signalen en verdenkingen van fraude in de zorg Sjaak Nouwt Beleidsadviseur gezondheidsrecht KNMG Bram Verwoert Senior adviseur opsporingsdeskundigheid
Handreiking. Openbaar Ministerie /
Handreiking CONVENANT Stichting Samenwerkende Rijnmond Ziekenhuizen / Openbaar Ministerie / LANDELIJKE POLITIE EENHEID ROTTERDAM Wie Zelfstandig en afgeleid verschoningsgerechtigden I Medisch beroepsgeheim
Handleiding controle FIOD. 12 tips voor bezoek FIOD (bij u als dienstverlener). Wat te doen (en waarom)?
Handleiding controle FIOD 12 tips voor bezoek FIOD (bij u als dienstverlener). Wat te doen (en waarom)? 1 Inleiding Een bezoek van de FIOD kan mogelijk verstrekkende gevolgen hebben voor uw klant. Maar
ECLI:NL:RBAMS:2016:9239
ECLI:NL:RBAMS:2016:9239 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 08-11-2016 Datum publicatie 23-01-2017 Zaaknummer 16/4106 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Rekestprocedure Inhoudsindicatie
Handleiding voor dekens bij strafrechtelijke doorzoeking. Februari 2018
Handleiding voor dekens bij strafrechtelijke doorzoeking Februari 2018 Vastgesteld door de algemene raad op 5 februari 2018 Voorwoord algemeen deken De algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten
Beroepsgeheim: waar liggen de grenzen? Mr. Yvonne Drewes, arts M&G KNMG. 23 april
Beroepsgeheim: waar liggen de grenzen? Mr. Yvonne Drewes, arts M&G KNMG 23 april 2013 1 23 april 2013 2 Eed van Hippocrates Wat ik ook bij de behandeling, of ook buiten de praktijk, over het leven van
ECLI:NL:RBOVE:2017:2237
ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 26-04-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Zaaknummer 08/910083-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Raadkamer
Gesjoemel met het verschoningsrecht Het medisch beroepsgeheim in strafzaken toegespitst op de medisch hulpverlener als verdachte
Gesjoemel met het verschoningsrecht Het medisch beroepsgeheim in strafzaken toegespitst op de medisch hulpverlener als verdachte Anouk Beerts Februari 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Het wettelijk kader
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
Zorgseminar Medisch beroepsgeheim
Zorgseminar Medisch beroepsgeheim [Roermond 28 februari 2013] Een korte inleiding op het spanningsveld tussen het belang van waarheidsvinding en het medisch beroepsgeheim. Dave Mattheijs Officier van Justitie
Beslissing op bezwaar
Beslissing op bezwaar Kenmerk: 24055/2010018942 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake Wob besluit naar aanleiding van verzoek om openbaarmaking door de VARA Het Commissariaat voor de Media, gezien het
Leidraad voor het nakijken van de toets
Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)
Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde
Strafrechtelijke inbeslagname bij de medisch verschoningsgerechtigde Mr. W.R. Kastelein * 1. Inleiding Strafrechtelijke inbeslagname van medische gegevens bij een verschoningsgerechtigde leidt de laatste
Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den
Het medisch beroepsgeheim: groot goed of sta-inde-weg?
Het medisch beroepsgeheim: groot goed of sta-inde-weg? Spanning tussen recht en praktijk September 2015 Zware kritiek op inperking medisch beroepsgeheim, kopte Trouw afgelopen zomer. 1 De ministeries van
Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes!
Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes! Er was eens. Een kort verhaal door R.P. Wijne, 28 maart 2014 1 een patiënt 2 Medisch beroepsgeheim Hulpverleners hebben een beroepsgeheim: Art. 7:457 BW Art.
HANDREIKING CONVENANT STICHTING SAMENWERKENDE RIJNMOND ZIEKENHUIZEN / OPENBAAR MINISTERIE / REGIOPOLITIE ROTTERDAM RIJNMOND EN ZUID-HOLLAND-ZUID
HANDREKNG CONVENANT STCHTNG SAMENWERKENDE RJNMOND ZEKENHUZEN / OPENBAAR MNSTERE / REGOPOLTE ROTTERDAM RJNMOND EN ZUD-HOLLAND-ZUD nhoud 3 Voorwoord 05. Medisch beroepsgeheim (schema) binnenzijde kaft. Medisch
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het arrondissementsparket te Rotterdam. Datum: 3 augustus Rapportnummer: 2011/226
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het arrondissementsparket te Rotterdam. Datum: 3 augustus 2011 Rapportnummer: 2011/226 2 Feiten Verzoekers hebben bij de politie aangifte gedaan jegens
ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7902
ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ7902 Instantie Rechtbank Leeuwarden Datum uitspraak 08-06-2011 Datum publicatie 15-06-2011 Zaaknummer 112142 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Kort
Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen
Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen aan LOVCK&T van Expertgroep Burgerlijk procesrecht datum 29 mei 2019 onderwerp Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen / reële
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 5111 28 februari 2013 Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris Categorie: Opsporing Rechtskarakter: Aanwijzing
ECLI:NL:RBAMS:2017:3217
ECLI:NL:RBAMS:2017:3217 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 07-03-2017 Datum publicatie 15-05-2017 Zaaknummer 16-6064 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Rekestprocedure Inhoudsindicatie
ECLI:NL:RBAMS:2017:2714
ECLI:NL:RBAMS:2017:2714 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 25-04-2017 Datum publicatie 01-05-2017 Zaaknummer RK 16/7321 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Rekestprocedure
Jelgersma lezing 11 oktober 2016
Jelgersma lezing 11 oktober 2016 het medisch beroepsgeheim R. H. Zuijderhoudt, gezondheidsjurist en psychiater/ psychotherapeut niet praktizerend Belangen? Niets in het kader van CGR maar: Centraal Tuchtcollege
Stelling 1 De cliënt is eigenaar van zijn eigen ondersteuningsplan
Stelling 1 De cliënt is eigenaar van zijn eigen ondersteuningsplan Niet waar Eigendom is het meest omvattende recht dat iemand op een zaak kan hebben. Een eigenaar kan alles met zijn eigendom doen, tenzij
Rapport. Een onderzoek naar een klacht over de inbeslagname van een scooter. Oordeel
Rapport Een onderzoek naar een klacht over de inbeslagname van een scooter. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag gegrond. Datum: 13 november 2017
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag. Datum: 7 juli 2015 Rapportnummer: 2015/109
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag. Datum: 7 juli 2015 Rapportnummer: 2015/109 2 Aanleiding Verzoekster is advocaat en haar cliënt stelt dat hij op
Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;
Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van
6. BEROEPSGEHEIM EN VERSCHONINGSRECHT.
6. BEROEPSGEHEIM EN VERSCHONINGSRECHT. In dit hoofdstuk zal aandacht besteed worden aan de vraag in welk opzicht het beroepsgeheim een rol kan spelen bij de aanpak van ernstige (seksuele) mishandeling.
Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant
Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220
ECLI:NL:RBMNE:2014:5220 Instantie Datum uitspraak 23-10-2014 Datum publicatie 28-10-2014 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer AWB - 14 _ 2227 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht
Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om
NOTENKRAKER Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om CBb 14 oktober 2011, nr. AWB 10/85 en 10/86 E.J. Daalder 1 Inleiding Uit het in, onder meer, artikel 6 EVRM neergelegde
Privacyreglement. ALTRA Jeugd- en Opvoedhulp
Privacyreglement ALTRA Jeugd- en Opvoedhulp 1 Vastgesteld MT Altra 11 november 2016 INHOUDSOPGAVE Algemene bepalingen 1. Begripsbepalingen 2. Reikwijdte Rechtmatige verwerking persoonsgegevens 3. Doel
Rol van de forensisch arts bij een slachtoffer van een schietincident.
Rol van de forensisch arts bij een slachtoffer van een schietincident. GGD-arts versus arts bij de GGD In plaats van GGD-arts wordt ook wel gezegd: de dienstdoende arts van de GGD de piketarts GGD de politie-arts
31 mei 2012 z2012-00245
De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister
Hof van Discipline Zitting van 19 juni 2017 te uur Kenmerk: art. 515 lid 4 Sv en daartoe overwogen:
Hof van Discipline Zitting van 19 juni 2017 te 14.30 uur Kenmerk: 160102 PLEITNOTA Inzake: Deken orde van Advocaten Den Haag - mr. M.J.F. Stelling Raadsman: W.H. Jebbink Geen ontzegging tot onafhankelijke
Beroepsgeheim en politie/justitie. Handreiking
Beroepsgeheim en politie/justitie Handreiking Colofon Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie is een uitgave van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG),
Strafrecht als waarborg voor de kwaliteit van zorg? Ver. voor gezondheidsrecht Vrijdag 7 november 2014 P.A.M. Mevis
Strafrecht als waarborg voor de kwaliteit van zorg? Ver. voor gezondheidsrecht Vrijdag 7 november 2014 P.A.M. Mevis - handboek 1929: strafrecht als bedreiging - anno 2014: strafrecht rukt op (evaluatie
3. Alvorens ik toekom aan de bespreking van het middel, besteed ik aandacht aan de vraag of de klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
ECLI:NL:PHR:2016:606 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 07-06-2016 Datum publicatie 07-07-2016 Zaaknummer 15/03064 Formele relaties Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:1420, Gevolgd Rechtsgebieden
Het verstrekken van referenties na einde dienstverband; goed ex-werkgeverschap vereist?
Laura Gringhuis Advocaat Het verstrekken van referenties na einde dienstverband; goed ex-werkgeverschap vereist? Belastingrecht 28 september 2018 Het opgeven van oud-werkgevers als referent en het verstrekken
ECLI:NL:GHDHA:2017:2291
ECLI:NL:GHDHA:2017:2291 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 24-05-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 22-005150-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam Datum: 30 december 2013 Rapportnummer: 2013/213 2 Feiten Verzoeker is
Privacy en letselschaderegeling
Privacy en letselschaderegeling (workshop 1) 1 e ronde: 13.30 14.15 uur 2 e ronde: 14.30 15.15 uur 12 e PIV Jaarconferentie, vrijdag 30 maart 2012 mr. ir. Jørgen Simons Twee thema s 1. Inzage slachtoffer
Rapport. Datum: 4 december 2010 Rapportnummer: 2010/346
Rapport Datum: 4 december 2010 Rapportnummer: 2010/346 2 Klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, vestiging Roosendaal, zonder
INHOUD. 103 Fiscale fraude / Ten geleide / 1
INHOUD 103 Fiscale fraude /1 103.0 Ten geleide / 1 103.1 Inleiding / 17 103.1.1 Wat is belastingfraude? / 17 103.1.2 Hoe treedt belastingfraude aan het licht? / 17 103.1.3 Wettelijk kader / 17 103.1.3.a
