DE SPIJSVERTERING BIJ DE MENS
|
|
|
- Myriam van der Meer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2 1 DE SPIJSVERTERING BIJ DE MENS Inleiding Victor Rasquin De spijsvertering van de mens komt in het secundair onderwijs verschillende malen aan bod, maar het is vooral in de tweede graad (gemeenschapsonderwijs) en de derde graad (vrij gesubsidieerd onderwijs), dat wat dieper op dit onderwerp wordt ingegaan. Dit artikel wil een hulp zijn voor de collega s die wat extra informatie kunnen gebruiken. Doel van de spijsvertering Een normaal functionerend organisme kent heel wat energieomzettingen, waarvoor energierijke verbindingen zoals sachariden en vetten noodzakelijk zijn. Verder vereist de vernieuwing van cellen een continue aanvoer van bouwstoffen zoals aminozuren of van regelende stoffen zoals vitaminen. Al deze stoffen nemen we op onder de vorm van voedsel. Veel van de voedselbestanddelen zijn te groot om rechtstreeks via de wand van het spijsverteringskanaal te worden opgenomen in de bloedbaan of het lymfevatenstelsel. Zij dienen eerst te worden afgebroken tot kleinere moleculen (voedingsstoffen of nutriënten) en dat is juist de taak van het spijsverteringsstelsel. Een beetje chemie Water, mineralen, vitaminen, aminozuren, monosachariden, alcohol... worden rechtstreeks in bepaalde onderdelen van het spijsverteringskanaal geabsorbeerd. Dit is niet het geval voor grotere moleculen zoals dien polysachariden, eiwitten, veel lipiden (waartoe de vetten behoren) en kernzuren. Voor een goed begrip van wat volgt, is het wenselijk wat basiskennis te hebben over de structuur van sachariden, vetten en proteïnen. 1. De sachariden Deze verbindingen worden ook wel koolhydraten genoemd. Dit komt doordat we ze kunnen voorstellen door de algemene formule : C x (H 2 O) y (deze schrijfwijze is wel misleidend doordat sachariden geen hydraten zijn!) Men splitst de sachariden op in drie grote groepen : o de monosachariden o de disachariden o de polysachariden 1.1 De monosachariden Zij hebben als algemene formule C n H 2n O n, waarbij n waarden aanneemt van 3 t.e.m. 9. De meest voorkomende monosachariden zijn die met 5 en 6 koolstofatomen, de zgn. pentosen en hexosen. Monosachariden kunnen niet gehydrolyseerd worden tot kleinere sachariden. In wat volgt beperken we ons tot de hexosen. Het meest voorkomende monosacharide is het hexose D-glucose (ook wel dextrose of druivensuiker genoemd). Het heeft als brutoformule C 6 H 12 O 6. Het komt in de natuur overwegend voor als een molecule met een ringstructuur, maar een minder stabiele open ketenstructuur wordt ook waargenomen.
3 2 Nota: a) het biologisch inactieve L-glucose is het spiegelbeeld van D-glucose. b) in waterige oplossing gaat de a-vorm door zgn. mutarotatie over in de b-vorm en omgekeerd, tot er zich een evenwicht instelt D-fructose en D-galactose zijn twee hexosen die stereo-isomeren zijn van glucose en van elkaar. (Stereoisomeren hebben dezelfde brutoformule, maar een verschillende structuurformule) Glucose komt in vrije toestand voor in alle hogere planten. Hoge concentraties van dit suiker kunnen worden aangetroffen in rijpe vruchten. Het is ook het belangrijkste vrije suiker in bloed en lymfe. Verder komt het massaal voor in gebonden toestand onder de vorm van di- en polysachariden. Fructose komt net als glucose voor in rijp fruit en honing. Het is het meest zoete suiker. Galactose komt hoofdzakelijk voor in gebonden toestand. Zo vindt men het in melkproducten, Arabische gom en in bepaalde glycolipiden in zenuwweefsel en de hersenen (vandaar zijn alternatieve naam cerebrose) 1.2 De disachariden Zij zijn het reactieproduct van twee monosachariden. De binding komt tot stand onder de afsplitsing van een molecule water. We zullen ons hier beperken tot een drietal voorbeelden, die allemaal het reactieproduct zijn van twee hexosen: sacharose, lactose en maltose Globaal kunnen we de vormingsreactie voorstellen door: C 6 H 12 O 6 + C 6 H 12 O 6 > C 12 H 22 O 11 + H 2 O Naargelang de hexosen die men gebruikt bekomt men een ander disacharide. Al de disachariden die op deze manier gevormd worden hebben dezelfde brutoformule, maar een verschillende structuurformule. Dit houdt in dat sacharose, lactose en maltose stereo-isomeren zijn. Sacharose of sucrose ontstaat uit de binding tussen α-d-glucose en β-d-fructose. Het komt in hoge concentraties voor in suikerbieten (bietsuiker) en in suikerriet (rietsuiker). Het mengsel van glucose en fructose dat ontstaat bij afbraak noemt men invertsuiker.
4 3 Lactose (melksuiker) Is het reactieproduct van α-d-glucose en β-d-galactose. Het vertegenwoordigt 2 tot 8% van de melkmassa van zoogdieren. Maltose (moutsuiker) Is een disacharide waarin twee moleculen α-d-glucose met elkaar verbonden zijn Maltose komt als dusdanig voor in kiemende granen en aardappelen. Het ontstaat bij de afbraak van zetmeel en glycogeen. Maltose kan nog een glucosemolecule binden, waarbij maltotriose ontstaat, dat op zijn beurt verder kan reageren onder de vorming van maltotetrose, enz. Zo ontstaan korte glucoseketens die men dextrinen noemt. Reducerende suikers Bij aanwezigheid van een aldehydegroep kunnen suikers volgende reductiereactie uitvoeren: Dit is wat zich voordoet bij een positieve reactie met Benedict s of met Fehlings-reagens: men bekomt een oranjebruin neerslag van Cu 2 O. Suikers met ringstructuur zullen reducerende eigenschappen vertonen, wanneer de ring zich opent en een aldehydegroep beschikbaar wordt. Dit is alleen mogelijk wanneer het sacharide een hemi-acetaal vertoont, zoals dit het geval is bij maltose en lactose, maar niet bij sacharose hemi-acetaal
5 1.3 De polysachariden Zijn macromoleculen opgebouwd uit honderden tot verschillende duizenden monosachariden. Veel voorkomend in de natuur zijn zetmeel, cellulose en glycogeen. Deze zijn allemaal polycondensatieproducten met als monomeer glucose. Zetmeel is een mengsel van twee polysachariden: amylose en amylopectine; het komt voor als reservestof bij planten in wortels, wortelknollen, stengelknollen, granen, enz... Amylose is een lineaire, nauwelijks vertakte molecule, opgebouwd uit enkele honderden tot duizenden α-dglucoseresten, onderling verbonden door 1,4-α-glycosidebindingen, en die voorkomt onder de vorm van een enkelvoudige of dubbele helix: 4 Amylose Amylopectine is een sterk vertakte molecule, waarin het aantal α-d-glucoseresten kan oplopen tot enkele honderdduizenden: Amylopectine Naast de 1,4-α-glycosidebindingen in de lange ketens heeft men op de plaats van de vertakkingen 1,6-αglycosidebindingen Het is de eigenlijke structuur van deze twee polysachariden en hun verhouding in het zetmeel, die de uiteindelijke eigenschappen van het zetmeel bepalen. KI / I 2 -oplossing en zetmeel Het gebruik van dergelijke oplossing is een klassiek middel om zetmeel aan te tonen. De details van de reactie zijn niet gekend, maar men vermoedt dat ze berust op de aanwezigheid van I 5 - -ionen binnen de amylose-helix. Ladingoverdracht tussen de amylose en de joodionen zou verantwoordelijk zijn voor een wijziging in het absorptiespectrum, waardoor het geheel de diepblauwe kleur krijgt.
6 Glycogeen lijkt op amylopectine, maar is meer vertakt. Het bestaat uit ca glucoseresten. Het is de vorm waaronder dierlijke cellen glucose stockeren. 5 Glycogeen Cellulose is een lineair polysacharide, opgebouwd uit β-d-glucoseresten, die met elkaar verbonden zijn via β-1,4-glycosidebindingen (in tegenstelling tot zetmeel en glycogeen, waar we te doen hebben met α-1,4- glycosidebindingen) Cellulose Cellulose is een belangrijk structureel element in plantencellen, waar het deel uitmaakt van de primaire en secundaire celwand.
7 6 2. De vetten Deze verbindingen behoren tot de groep van de lipiden. We kunnen deze laatste definiëren als biomoleculen die een olie- of vetachtig aspect vertonen en die weinig of niet oplossen in water, maar die wel oplossen in bepaalde organische solventen. De echte vetten zijn reactieproducten van glycerol en vetzuren. Het zijn trigliceriden. Vetten en oliën zijn belangrijke energiebronnen. Men spreekt van onverzadigde vetzuren wanneer in de koolstofketen meervoudige bindingen voorkomen. Zijn er meerdere van dergelijke bindingen, dan zegt men dat het vetzuur meervoudig onverzadigd is. Vb. cis,cis-linolzuur (cis,cis-octadeca-9,12-dieenzuur) : Het is de aard van de vetzuren die bepaalt of we uiteindelijk te doen hebben met een olie of vet. oliën worden gekenmerkt door de aanwezigheid van onverzadigde vetzuurketens. 3. De eiwitten (proteïnen) Zijn macromoleculen opgebouwd uit één of meerdere polypeptidenketens met een specifieke ruimtelijke configuratie. De monomeren zijn allemaal L-aminozuren (een twintigtal verschillende) L-aminozuur
8 7 Een polypeptide ontstaat wanneer een reeks aminozuren onderling een binding aangaat. Hierbij wordt telkens water afgesplitst tussen de carboxylgroep van het ene aminozuur en de hydroxylgroep van het andere. De bindingen die zo tot stand komen noemt men peptidenbindingen. Ontstaan van een polypeptide Naargelang de ruimtelijke ordening van de aminozuren onderscheidt men 4 mogelijke proteïnestructuren: Eiwitstructuren o o De gewone opeenvolging van de aminozuren noemt men de primaire structuur. Tussen de aminozuren kunnen interacties optreden, waardoor de keten spiraliseert ofwel een golfplaatmodel aanneemt. Dit noemt men de secundaire structuur.
9 o o 8 Onder invloed van wisselwerkingen tussen diverse ketendelen (zoals waterstof- en disulfidebruggen, hydrofobe wisselwerkingen, ioninteracties...) vouwt de polypetidenketen zich op tot zijn natuurlijke driedimensionale vorm. Dit is de tertiaire structuur van het eiwit. Sommige eiwitten, zoals hemoglobine, bestaan uit groeperingen van meerdere polypeptidenketens. In dit geval spreekt men van de quaternaire structuur voor de globale ruimtelijke configuratie. Wanneer eiwitten aan extreme omstandigheden worden blootgesteld (bv. hoge temperaturen) gaan de structuren veranderen, waardoor het eiwit zijn karakteristieken verliest. Het denatureert. Eiwitten hebben heel wat functies in een organisme; zo spelen ze o.a. een rol in de spiercontractie, hebben ze een signaalfunctie tussen cellen, fungeren ze al herkenningspunten op de celmembraan, treden ze op als enzymen... Daar wij niet in staat zijn zelf al onze aminozuren te synthetiseren, zijn wij als bron voor deze essentiële aminozuren aangewezen op bepaalde eiwitten in onze voeding. Enzymen Een steriele oplossing van sacharose kan in een hermetisch gesloten fles nagenoeg onbeperkt bewaard worden. Men moet het suiker blootstellen aan hoge temperaturen of aan de werking van sterke zuren of basen wil het afgebroken worden. Een organisme kan echter niet onbeperkt wachten of beschikt niet over zulke radicale middelen om sacharose om te zetten. Daarom bestaan er in cellen verbindingen die dit proces wel mogelijk maken ; het zijn zgn. biokatalysatoren of enzymen. Op enkele uitzonderingen na (zoals sommige RNA-moleculen), hebben nagenoeg alle enzymen een eiwitstructuur. Verder blijken alleen eiwitten met minimaal een tertiaire structuur te kunnen fungeren als enzymen. Enzymen zijn dus globulaire eiwitten. Enzymen en de activeringsenergie Onderstellen we de verbinding AB; deze kan niet omgezet worden in A en B, tenzij men een zekere hoeveelheid energie toevoert. Deze noodzakelijke hoeveelheid energie noemt men de activeringsenergie. Een enzym verlaagt nu deze activeringsenergie aanzienlijk, waardoor de betrokken reactie veel gemakkelijker (en dus sneller) verloopt. Gedurende de reactie gaat het enzym een binding aan met zijn substraat, waardoor een kortlevend enzymsubstraatcomplex ontstaat. In deze toestand doet zich de betreffende reactie voor, waarna het complex zich terug ontbindt en men het (de) reactieproduct(en) bekomt. De snelheid waarmee dit gebeurt is vaak fenomenaal ; zo veroorzaakt 1 molecule van het enzym catalase de ontbinding van moleculen waterstofperoxide per minuut bij 0 C! Eigenschappen van enzymen Alle enzymen hebben volgende eigenschappen gemeen: het zijn globulaire eiwitten zij verhogen de reactiesnelheid zonder verbruikt te worden hun aanwezigheid heeft geen invloed op de eigenschappen van het (de) reactieproduct(en) een kleine hoeveelheid enzym veroorzaakt de omzetting van een grote hoeveelheid substraat
10 9 de activiteit van het enzym is afhankelijk van de ph, de temperatuur, de druk alsook van de concentraties van enzym en substraat hun werking is meestal zeer specifiek (ze werken slechts in op één substraattype en/of ze katalyseren slechts één reactietype) De specificiteit van een enzym heeft te maken met zijn driedimensionale structuur. De plaats waar het substraat bindt (de actieve site) heeft een ruimtelijke configuratie en ladingsverdeling die rechtstreeks kan interageren met het substraat. Werking van een enzym Sommige enzymen bestaan alleen uit een eiwit ; andere enzymen bestaan dan weer uit twee componenten: een eiwit, dat op zichzelf geen enzymatische werking heeft en dat men het apo-enzym noemt, en een cofactor die ervoor zorgt dat het eiwit wel een enzymatische werking krijgt. De cofactor kan een metaalion zijn (veel van de micro-elementen vervullen deze rol), of een organische verbinding, die men dan een co-enzym noemt. Zo zijn veel vitaminen co-enzymen. Classificatie en naamvorming van enzymen Sinds 1961 bestaat er een internationale afspraak voor de naamvorming van enzymen. Hierbij worden de enzymen in 6 groepen opgesplitst, naargelang het type reactie dat ze katalyseren. Verder kreeg elk enzym een systematische naam, waarbij nauwkeurig beschreven werd welke soort reactie gekatalyseerd werd. Deze werkwijze geeft echter vaak lange en ingewikkelde namen voor het enzym, zodat men voor het dagelijks gebruik zijn toevlucht heeft genomen tot triviale namen. Deze bestaan gewoonlijk uit 3 delen : 1. de naam van het substraat waarop het enzym inwerkt 2. de soort reactie die gekatalyseerd wordt 3. het achtervoegsel -ase. vb. Ribulose-1,5-bisfosfaat carboxylase (RuBisCo) - naam van het substraat : ribulose-1,5-bisfosfaat - soort reactie : carboxylering = toevoegen van CO 2 Ribulose-1,5-bisfosfaat carboxylase Vaak wordt er nog vereenvoudigd en vertrekt men van de naam van het substraat en voegt men gewoon het achtervoegsel -ase toe. Zo is een (poly)peptidase een enzym dat (poly)peptiden afbreekt. Tenslotte bestaan er ook nog 'populaire' namen, die geen directe informatie geven (zoals het eiwitsplitsend enzym pepsine).
11 Het spijsverteringsstelsel 10 Bouw van het spijsverteringsstelsel De mond In de mond ondergaat het voedsel de eerste bewerkingen. Dankzij de tanden wordt het verbrijzeld en fijngemalen. Dit heeft als voordeel, dat het globale contactoppervlak vergroot, zodat de spijsverteringsenzymen efficiënter kunnen inwerken. Het voedsel wordt duchtig vermengd met speeksel, dat hoofdzakelijk geproduceerd wordt door de zes grote speekselklieren en talrijke kleine kliertjes die in de mond verspreid liggen. De grote speekselklieren zijn twee (bij)oorspeekselklieren die hoofdzakelijk een waterig product afscheiden twee onderkaakspeekselklieren en twee ondertongspeekselklieren die meer slijm produceren
12 11 Het speeksel bestaat uit: water (vnl. oplosmiddel) mucus (voornamelijk samengesteld uit glycoproteïnen; het bevochtigt en smeert) elektrolyten (Na +, K +, Cl -, HCO 3 -,... spelen o.a. een rol bij het instandhouden van de ph) enzymen (α-amylase, tong-lipase, lysozym) Per dag produceren we zo n 800 tot 1500 ml speeksel. De samenstelling hangt niet alleen af van de aard van het voedsel, maar wordt ook psychisch beïnvloed. Zo zijn de oorspeekselklieren bij stress minder actief, zodat we een droge mond krijgen. Het α-amylase verbreekt uitsluitend 1,4-α-bindingen in een sacharidenketen, zoals diegene die voorkomen in amylose, amylopectine en glycogeen. Het werkt niet in op eindstandige 1,4-α-bindingen, noch op 1,4-αbindingen in disachariden en ook niet op 1,4-α-bindingen in de nabijheid van een vertakkingspunt. Dit houdt in, dat zetmeel en glycogeen door α-amylase worden afgebroken tot dextrinen (kleine, al dan niet vertakte ketens) en maltose. De optimum ph voor amylase is 5,6-6,9. De activiteit wordt sterk gestimuleerd door Cl -, dat hiervoor een binding met het enzym aangaat. Het tonglipase blijft werkzaam tot in de dunne darm en breekt reeds een deel van de opgenomen vetten af. Het is actief op de 1, 2 en 3-positie van het triglyceride. Het lysozym is een enzym met een anti-bacteriële werking. Het bindt op de celwand van bepaalde bacterien, waardoor deze gemakkelijker vernietigd worden door ons afweersysteem. Overzicht van de afbraakreacties in de mond Enzymen Substraat Producten α-amylase Zetmeel en glycogeen Dextrinen en maltose Tonglipase Vetten Glycerol, vetzuren en monoglyceriden Het slikken Door het kauwen en voortdurende tongbewegingen vormt het voedsel uiteindelijk een prop, die naar de achterkant van de mondholte wordt bewogen. Daar drukt de prop tegen het zacht gehemelte en de huig, waarna de slikreflex ervoor zorgt dat het luchtpijpklepje de luchtpijp afsluit en het voedsel terechtkomt in de slokdarm. De slokdarm Zorgt voor het transport van de voedselprop naar de maag. In de slokdarm worden geen spijsverteringsenzymen geproduceerd, zodat de vertering die in de mond startte gewoon verdergaat. Het voortbewegen van de voedselprop gebeurt door peristaltische bewegingen. Deze zijn het resultaat van gecoördineerde bewegingen van de lengte- en de ringspieren in de wand van de slokdarm. Dergelijke knijpbewegingen vindt men ook terug in de dunne en de dikke darm.
13 De maag De maag is een zakvormig orgaan, gelegen aan de linkerkant van de buikholte onder het diafragma.leeg ligt de maag in plooien, maar gevuld kan ze tot 5 dm 3 voedsel bevatten. Haar taak bestaat erin het voedsel duchtig te kneden en eventuele ziekteverwekkers zoveel mogelijk te vernietigen. 12 Het slijmvlies van de maag bevat bijzondere vertakte en buisvormige klieren. Deze produceren o.a. : beschermend slijm pepsinogenen ; dit zijn de inactieve voorlopers van een reeks van nauw verwante proteasen (= eiwitsplitsende enzymen), de pepsinen. Zij worden geproduceerd in de hoofdcellen. Deze cellen mogen niet rechtstreeks pepsine produceren, anders zou het omliggend weefsel zelf afgebroken worden. 0,04-0,05 % oplossing van HCl; dit veroorzaakt een zuur midden, noodzakelijk voor de omzetting van pepsinogenen in pepsinen. Deze worden dus enkel in de maag zelf geproduceerd, waar ze niet op de maagwand kunnen inwerken door de aanwezige slijmlaag. Verder zorgt het zuur ervoor dat vleesvezels loskomen van elkaar. Het zijn de wandcellen die H + -ionen door actief transport vrijmaken. Dit vereist enorme hoeveelheden ATP, die door de talrijke mitochondriën in deze cellen wordt geproduceerd. De pepsinen werken enkel in op peptidenbindingen naast een aromatisch aminozuur (fenylalanine, tyrosine of tryptofaan), zodat het resultaat van de afbraak bestaat uit zeer gevarieerde peptiden. Pepsinen hebben een optimale ph van 1,6-3,2. Door de zeer lage ph van het maagsap stopt hier de werking van het speekselamylase en worden zetmeel en glycogeen niet verder afgebroken. Lipase. Samen met het nog actieve tonglipase zorgt dit maaglipase voor de verdere afbraak van vetten.
14 13 Intrinsic factor: wordt eveneens door de wandcellen geproduceerd. Het is een glycoproteïne dat vitamine B-12 bindt en opname via de darmwand van deze vitamine mogelijk maakt. Een tekort aan dit vitamine veroorzaakt een vorm van bloedarmoede, gekoppeld aan bepaalde zenuwaandoeningen (ziekte van Addison-Bierner of pernicieuze anemie) De productie van maagsap wordt o.a. gestimuleerd door het zien van voedsel en door de aanwezigheid van voedsel in de maag. Dit laatste veroorzaakt het vrijkomen van gastrine, een hormoon dat zelf de maagsapproductie stimuleert. Via de maagwand worden weinig stoffen geabsorbeerd. Bekend zijn de snelle absorptie van alcohol en aspirine, die korte tijd na hun inname reeds in de bloedbaan circuleren. Het voedsel blijft 1 tot 5 uur in de maag; de duur is afhankelijk van de samenstelling van het voedsel: sachariden verlaten de maag het snelst, eiwitten vertoeven er langer en het langst blijven er de vetten. Het duchtig geknede voedsel, waarin eiwitten en vetten reeds (gedeeltelijk) zijn afgebroken wordt beetje bij beetje door de portier (een ringvormige sluitspier) doorgegeven aan de twaalfvingerige darm (duodenum). Overzicht van de afbraakreacties in de maag Enzymen Substraat Producten Pepsinen Lipase Eiwitten (peptidenbindingen naast aromatische aminozuren) Vetten Diverse (poly)peptiden Glycerol, vetzuren en monoglyceriden De dunne darm Dit is het deel van het spijsverteringskanaal tussen de maag en de blinde darm. Hij wordt opgesplitst in 3 delen : de 12-vingerige darm of duodenum de nuchtere darm of jejunum de kronkeldarm of ileum De zure voedselbrij, die in het duodenum terechtkomt, wordt dadelijk geneutraliseerd door de basische afscheiding van het pancreassap. Dit is noodzakelijk, want de afbraakenzymen die in de dunne darm voorkomen zijn optimaal actief in licht basisch midden. Naast het pancreassap wordt ook gal, geproduceerd door de lever en gestockeerd in de galblaas, geloosd in de twaalfvingerige darm.
15 14 Wanneer er geen voedsel in het duodenum aanwezig is belet een sluitspier van het galkanaal het wegvloeien van de gal, zodat deze afgevoerd wordt naar de galblaas waar ze gestockeerd wordt. Gal bevat steroïden, die vetten en oliën emulgeren. ze hebben een analoog effect als een detergent. Hierdoor kunnen de lipasen beter hun werk doen. Gal bevat ook pigmenten die afkomstig zijn van de afbraak van rode bloedcellen in de lever. Het zijn deze pigmenten die verantwoordelijk zijn voor de bruine kleur van de ontlasting. Bouw van de dunne darm Het grootste deel van de dunne darm is sterk geplooid en de plooien vertonen talrijke vingervormige uitstulpingen: de darmvlokken of villi. Verder vertonen de cellen die de darmvlokken begrenzen zelf ook nog talrijke uitstulpingen: de microvilli, die samen de zgn. borstelzoom vormen. Dit alles maakt dat de darm een enorme oppervlakte heeft, wat het rendement van de vertering en de opname van nutriënten ten goede komt. Afbraak van voedingsstoffen in de dunne darm Dit is het werk van enzymen die voorkomen in het pancreassap de membraan van de microvilli (borstelzoom)
16 15 Het sap dat geproduceerd wordt door de alvleesklier bevat: NaHCO 3 - dit neutraliseert de zure spijsbrij die de maag verlaat en brengt de ph op ca 8 Pancreasamylase - dit is net zoals speekselamylase een α-amylase en het breekt niet verteerd zetmeel en glycogeen af tot dextrinen en maltose. Pancreaslipase: dit enzym werkt gemakkelijk in op de 1 en 3 bindingen van de triglyceriden, zodat de afbraakproducten vooral glycerol, vetzuren en 2-glyceriden zijn. Colipase: wordt in een inactieve vorm afgescheiden in het darmkanaal, waar het geactiveerd wordt. Dit enzym verplaatst de galzouten, zodat het lipase op de microdruppeltjes kan binden. Nucleasen: deze breken kernzuren (DNA en RNA) af tot nucleotiden De inactieve vorm (zymogeen) van vier proteasen (peptidasen); deze worden geactiveerd in het darmkanaal. De vier zijn: o Trypsine: splitst peptidenbindingen alleen aan de C-kant van arginine en lysine o o Chymotripsine: heeft dezelfde werking als pepsine. Het werkt dus in op peptidenbindingen aan de C-kant van tyrosine, fenylalanine en tryptofaan. Elastase: dit enzym breekt niet alleen elastine af; het werkt in op alle peptidenbindingen aan de C-kant van kleine, hydrofobe aminozuren zoals alanine, glycine en valine o Carboxypeptidase: dit enzym verwijdert één per één eindstandige aminozuren aan de carboxylkant van peptiden.
17 16 Ingebed in de plasmamembraan van de microvilli vindt men een reeks enzymen, die de vertering beeindigen: Aminopeptidasen: deze knippen eindstandige aminozuren af aan de aminokant van het peptide. Net zoals carboxypeptidase is aminopeptidase een exo-peptidase. Disacharidasen: breken disachariden af tot monosachariden. We onderscheiden: o Maltase dat maltose afbreekt tot glucose o Sacharase dat sacharose omzet in glucose en fructose o Lactase dat lactose afbreekt tot glucose en galactose We zien dat enzymen vaak in een inactieve vorm als zymogeen (pro-enzym) door een kliercel worden afgescheiden. De activering kan op diverse manieren gebeuren; zo wordt pepsinogeen geactiveerd door het HCl in het maagsap en trypsinogeen in de dunne darm door het membraaneiwit enterokinase. Het gevormde trypsine werkt dan als activator voor chymotrypsinogeen en voor andere moleculen trypsinogeen. Dit laatste mechanisme resulteert in een zeer snelle productie van grote hoeveelheden trypsine en chymotrypsine. Activering van trypsine en chymotrypsine Overzicht van de afbraakreacties in de dunne darm Enzymen Substraat Producten Amylase Zetmeel en glycogeen Dextrinen en maltose Lipase Vetten Glycerol, vetzuren en 2-glyceriden Trypsine Peptidenbindingen aan carbonylkant van arginine en lysine Kleinere peptiden Geproduceerd door de alvleesklier Chymotrypsine Peptidenbindingen aan carbonylkant van tyrosine, fenylalanine en tryptofaan Kleinere peptiden Elastase Peptidenbindingen aan carbonylkant van kleine hydrofobe aminozuren Kleinere peptiden Carboxypeptidasen Eindstandige peptidenbindingen aan carboxylkant van peptide Aminozuren en kleinere peptiden Nucleasen Nucleïnezuren nucleotiden
18 Overzicht van de afbraakreacties in de dunne darm (vervolg) 17 Enzymen Substraat Producten Aminopeptidase Eindstandige peptidenbindingen aan aminokant van peptide Aminozuren en kleinere peptiden Enzymen in membraan van microvilli Maltase Maltose Glucose Isomaltase Dextrinen Glucose Sacharase Sacharose Glucose en fructose Lactase Lactose Glucose en galactose Uit wat vooraf gaat blijkt dat de spijsvertering een gradueel proces is, waarbij op verschillende plaatsen eenzelfde soort voedselbestanddeel kan afgebroken worden. Dit heeft als groot voordeel, dat nagenoeg alle voedsel verteerd is, wanneer het laatste deel van de dunne darm wordt bereikt. Alleen voedselbestanddelen, zoals cellulose, waarvoor wij geen enzymen produceren kunnen wij niet verteren. Wij vinden ze dan ook onveranderd terug in de ontlasting. Absorptie van nutriënten in de dunne darm Absorptie van aminozuren D-aminozuren diffunderen traag doorheen de epitheelcellen van de darm en worden vervolgens in de bloedbaan opgenomen. L-aminozuren daarentegen worden opgenomen via actief transport en men vindt ze zeer snel terug in het bloed. Slechts minieme hoeveelheden peptiden kunnen via gespecialiseerde cellen opgenomen worden. Ongeveer 50% van de afgebroken eiwitten is afkomstig van het opgenomen voedsel. Daarbij komen 25% van eiwitten uit spijsvertering-sappen en 25% van cellen die loskomen van de darmwand. Slechts 2 tot 5% van de eiwitten die terechtkomen in de dunne darm bereiken onverteerd de dikke darm. De absorptie van aminozuren verloopt snel in het duodenum en jejunum, maar traag in het ileum. Absorptie van monosachariden Pentosen diffunderen gewoon vanuit de darm naar het bloed. Van de hexosen bereikt fructose de bloedbaan via een vorm van vergemakkelijkte diffusie. Glucose en galactose tenslotte worden komen in de bloedbaan terecht via secundair actief transport (zie volgende bladzijde).
19 18 Glucose en galactose worden, tegen hun concentratiegradiënt in, samen met natriumionen over de borstelzoommembraan getransporteerd via een Na + /suiker symport. Met elke molecule glucose die de symport in de darmcel binnenbrengt, komen twee Na + -ionen mee. Om de stijging van de osmolariteit te compenseren diffunderen tezelfdertijd watermoleculen door de membraan. Dit proces is energetisch mogelijk doordat het 3Na + /2K + -ATPase via de basolaterale membraan natriumionen uit de cel pompt (verbruik van ATP), en zo een Na + -gradiënt veroorzaakt. Transport van monosachariden doorheen de borstelzoommembraan is dus een secundair actief proces. Voor de tweede transportstap (in de richting van de bloedbaan) is geen energie vereist; een ander type transportmolecule vergemakkelijkt de diffusie van glucose, galactose (en fructose) over het basolaterale membraan. Absorptie van vetzuren Afbraakproducten van de vetten zoals vetzuren en monoglyceriden blijven in contact met galzouten en samen met fosfolipiden en cholesterol. Het geheel vormt bolvormige structuurtjes, die men micellen noemt.
20 19 Deze micellen versmelten met de celmembraan van de darmcellen, waardoor de componenten in de cel terechtkomen. Naargelang de lengte van de vetzuurketens zijn er nu twee scenario s mogelijk: 1. de vetzuurketens zijn maximaal 12 koolstofatomen lang. In dit geval diffunderen de vetzuren rechtstreeks vanuit de darmcellen naar de bloedbaan. 2. Gaat het om 2-glyceriden, of zijn de vetzuurketens langer dan 12 koolstofatomen dan worden deze producten terug omgezet in triglyceriden. Samen met lipoproteïnen afkomstig van het Golgicomplex en cholesterol vormen deze bolvormige structuurtjes: chylomicronen. Deze chylomicronen worden vervolgens door exocytose aan de omgeving afgestaan en worden opgenomen in de chylvaten in de darmvlokken. Absorptie van vetzuren en monoglyceriden De chylomicronen circuleren in het lymfevatenstelsel tot ze via de verbinding met de linker ondersleutelbeenader in de bloedbaan terechtkomen. Daar vallen ze uit elkaar en de triglyceriden worden door enzymen in de epitheelcellen van de bloedvaten terug afgebroken tot glycerol en vetzuren, waardoor deze kunnen opgenomen worden in de lichaamscellen.
21 20 Het grootste deel van de vetabsorptie gebeurt in het eerste deel van de dunne darm, maar zelfs in het ileum worden nog merkbare hoeveelheden geabsorbeerd. Bij een gematigde vetinname wordt tot 95% van het vet geabsorbeerd. Vermelden we ten slotte nog dat de spijsvertering in de dunne darm geregeld wordt door heel wat hormonen, maar de bespreking van dit aspect alleen vormt reeds een artikel op zich! Cholesterol en plantensterolen In de aanwezigheid van galzouten, vetzuren en pancreassap wordt cholesterol gemakkelijk door de darmcellen via het systeem van micellen geabsorbeerd. Plantensterolen zijn structureel nauw verwant met cholesterol, maar worden weinig of niet niet geabsorbeerd. Nu blijkt de aanwezigheid van niet absorbeerbare plantensterolen door een vorm van competitie de absorptie van cholesterol te belemmeren, waardoor de cholesterolconcentratie in het bloed afneemt. Studies hebben aangetoond dat een dagelijkse inname van plantensterolen (max. 3 g) een gunstig effect heeft op het cholesterolgehalte in het bloed. Momenteel worden plantensterolen reeds verwerkt in diverse voedingsproducten zoals Becel (Pro-Activ) en Benecol. De dikke darm (colon) Is een deel van de darm, dat enerzijds aansluit via een klep op de kronkeldarm en aan de andere kant loopt tot aan de endeldarm. Het blind eindigend deel van de dikke darm aan de kant van de kronkeldarm noemt men de blinde darm of caecum. Aan het caecum hangt het wormvormig aanhangsel of appendix. Over de functie van dit aanhangseltje bestaat geen zekerheid. In de dikke darm wordt nog water gereabsorbeerd (een groot deel werd reeds ge(re)absorbeerd in de dunne darm, zodat de voedselbrij verder indikt. Verder bevat de dikke darm biljoenen bacteriën die zich voeden met onze spijsverteringsresten en deze omzetten. Sommige van de stoffen geproduceerd door deze bacteriën worden gebruikt als voedingsstoffen voor de dikke darmcellen of zijn nuttig voor het organisme (vb. vitamine K, dat één van de bloedstollingsfactoren is) De endeldarm (rectum) Dit laatste deel van het darmkanaal dient als tijdelijk opslagplaats van de fecaliën. Bibliografie o R.M. Berne en M.N. Levy, Physiology, C.V. Mosby, 2003, 1024 pp. o Faller en M. Schünke, Der Körper des Menschen. Einführung in Bau und Funktion, Thieme, 2004, 810 pp. o W.F. Ganong, Review of Medical Physiology, McGraw Hill, 1995, 928 pp. o N.P.O. Green e.a., Biological Science 1 and 2, Cambridge University Press, 1997, 992 pp. o E.N. Marieb en K. Hoehn, Human Anatomy and Physiology, Benjamin Cummings, 2006, 1296 pp o J. McMurry, Organic Chemistry, Brooks/Cole, 2003, 1296 pp. o D. Voet en J.G. Voet, Biochemistry, Wiley, 2004, 1616
BOUWSTENEN VAN HET LEVEN
BOUWSTENEN VAN HET LEVEN Pearson Basisboek Biologie 10voorBiologie VWO Hoofdstuk 1 L. Grotenbreg (MSc.) Bouwstenen van het leven Organische moleculen, groot of klein, bevatten chemische energie en zijn
Samenvatting Biologie Thema Vertering
Samenvatting Biologie Thema Vertering Samenvatting door een scholier 999 woorden 11 december 2012 7,5 6 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou basisstof 1; Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
THEMA: VOEDING EN VERTERING VWO
THEMA: VOEDING EN VERTERING VWO H E N R Y N. H A S S A N K H A N S C H O L E N G E M E E N S C H A P L E L Y D O R P [ H H S - S G L ] A R T H U R A. H O O G E N D O O R N A T H E N E U M - V R I J E A
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4 Samenvatting door een scholier 1216 woorden 3 mei 2005 6,9 34 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Thema 4 Voeding en vertering Basisstof 1 Voedingsmiddelen
8.3. Boekverslag door T woorden 19 januari keer beoordeeld. Biologie voor jou. Thema 4. 2 voedingsmiddelen en voedingsstoffen
Boekverslag door T. 2010 woorden 19 januari 2017 8.3 8 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Thema 4 2 voedingsmiddelen en voedingsstoffen Voedingsmiddelen, alles wat je eet of drinkt.
boek: biologie voor jouw ; klas 5 hoofdstuk 4 voeding hoofdstuk 4 paragraaf 1 geen belangrijke informatie hoofdstuk 4 paragraaf 2 voedingsmiddelen:
boek: biologie voor jouw ; klas 5 hoofdstuk 4 voeding hoofdstuk 4 paragraaf 1 geen belangrijke informatie hoofdstuk 4 paragraaf 2 voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt voedingsstoffen: stoffen die
5,2. Samenvatting door een scholier 1671 woorden 17 december keer beoordeeld. Biologie voor jou. 1. Voedingsmiddelen en voedingsstoffen.
Samenvatting door een scholier 1671 woorden 17 december 2012 5,2 7 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou 1. Voedingsmiddelen en voedingsstoffen. Voedingsmiddelen, alles wat je eet of drinkt,
3,3. Samenvatting door D woorden 28 november keer beoordeeld. Thema 3: Chemische samenstelling van organismen 1.
Samenvatting door D. 1431 woorden 28 november 2016 3,3 4 keer beoordeeld Vak Biologie Thema 3: Chemische samenstelling van organismen 1. Inleiding Scheikundige samenstelling persoon 70kg Scheikundige samenstelling
7,7. Samenvatting door een scholier 2220 woorden 23 januari keer beoordeeld. Biologie voor jou. Thema 4: Voeding en vertering
Samenvatting door een scholier 2220 woorden 23 januari 2011 7,7 34 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Thema 4: Voeding en vertering Bassisstof 1: Voedingsmiddelen en voedingsstoffen
ENZYMEN. Hoofdstuk 6
ENZYMEN Hoofdstuk 6 H6 ENZYMEN opbouw en werking mechanisme Invloeden op de enzymactiviteit Temperatuur ph Enzym-substraatconcentratie Remstoffen Naamgeving Toepassing mogelijkheden enzymen Spijsverteringsenzymen
5. a) Ja, brood bevat vel zetmeel (polysachariden) en snoep veel suiker (disachariden) b) D Want zonnebloem olie bevat meer onverzadigd vet
Paragraaf 3.1 1. a)consumenten b) producenten c) producenten 2. (Per stap van de voedselpyramide gaat 70-90 % van de biomassa verloren, dus voor 1 kilo vlees is 6-10 kilo plantaardig voedsel nodig, wat
Les 7 Spijsvertering 2. Spijsvertering Maag. Maagwand. Maag, duodenum, gal, resorptie, vetten, eiwitten, poortader
Les 7 Spijsvertering 2 Maag, duodenum, gal, resorptie, vetten, eiwitten, poortader ANZN 1e leerjaar - Les 7 - Matthieu Berenbroek, 2000-2011 1 Spijsvertering Maag ventriculus gaster maag leeg ongeveer
5. a) Ja, brood bevat veel zetmeel (polysachariden) en snoep veel suiker (disachariden) b) D Want zonnebloem olie bevat meer onverzadigd vet
Paragraaf 3.1 1. a) consumenten b) producenten en consumenten c) alleen producenten 2. (Per stap van de voedselpyramide gaat 70-90 % van de biomassa verloren, dus voor 1 kilo vlees is 6-10 kilo plantaardig
Mitochondriële ziekten
Mitochondriële ziekten Spijsvertering NCMD Het Nijmeegs Centrum voor Mitochondriële Ziekten is een internationaal centrum voor patiëntenzorg, diagnostiek en onderzoek bij mensen met een stoornis in de
Voedingsleer. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Voedingsleer en het plantenrijk
Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over voedingsleer: over voedingsstoffen en de manier waarop ons lichaam met deze stoffen omgaat. Wat wordt er van je verwacht? Na het bestuderen van deze kaart
7. Het gebit De bouw van het gebit Tanden en kiezen noem je gebitselementen. kroon. wortel
Samenvatting biologie voeding en vertering 5tm9 5 eerlijk zullen we alles delen Ondervoeding Vooral in ontwikkelingslanden Oorzaken - Doordat er geen voedsel is - Doordat ze niet genoeg voedsel kunnen
Spijsverteringsstelsel. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/88213
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 16 december 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/88213 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs
vwo voeding en vertering
vwo voeding en vertering Resorptie van glucose In het celmembraan komen allerlei transporteiwitten voor. Er zijn enkelvoudige transporteiwitten die gefaciliteerde diffusie van een bepaalde stof door het
Hoorcollege Tractus digestivus. Dirk Geurts
Hoorcollege Tractus digestivus Dirk Geurts Voorbereiding E-book/boek Anatomie en fysiologie van Martini lezen (Hoofdstuk 16, Het spijsverteringsstelsel); probeer een goed overzicht te krijgen van wat dit
Alles over KOOLHYDRATEN. E-book
Alles over KOOLHYDRATEN E-book WAT ZIJN KOOLHYDRATEN? KOOLHYDRATEN ZIJN VOEDINGSSTOFFEN DIE ENERGIE LEVEREN AAN HET LICHAAM, NET ALS EIWITTEN EN VETTEN. KOOLHYDRATEN ZITTEN VOORAL IN GRAANPRODUCTEN ZOALS
Samenvatting Biologie Thema 4 voeding en vertering
Samenvatting Biologie Thema 4 voeding en ver Samenvatting door een scholier 2365 woorden 20 maart 2011 4,7 16 keer beoordeeld Vak Biologie Biologie ; voeding en ver 1. voedingsmiddelen: alles wat je eet
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4, Voeding en vertering
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4, Voeding en vertering Samenvatting door een scholier 1766 woorden 9 maart 2008 4,5 10 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Hoofdstuk 4: voeding en vertering Voedingsmiddelen:
Mitochondriële ziekten Spijsvertering
Mitochondriële ziekten Spijsvertering Deze folder maakt deel uit van een serie over mitochondriële aandoeningen. In deze folder leest u meer over de spijsvertering en de spijsverteringsorganen. Inleiding
Spijsverteringsstelsel. Anatomie. Mondholte Andere namen: Transportfunctie. Digestieapparaat Spijsverteringsapparaat
Spijsverteringsstelsel Andere namen: Digestieapparaat Spijsverteringsapparaat Transportfunctie Mond Keelholte Slokdarm Maag Darmen: dunne darm dikke darm Lever Alvleesklier Anatomie Mondholte 1 Tong Smaakpapillen
Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media
Hoofdstuk 11 Biomoleculen bladzijde 1 Opgave 1 Geef de reactie van de verbranding van glucose (C 6H 12O 6) tot CO 2 en water. C 6H 12O 6 + 6 O 2 6 CO 2 + 6 H 2O Opgave 2 Hoe luidt de reactie (bruto formules)
Voorbereidende opgaven Examencursus
Voorbereidende opgaven Examencursus Tips: Maak de volgende opgaven voorin in één van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een som niet lukt, werk hem dan uit tot waar je kunt en
Tractus digestivus externe secretie
Tractus digestivus externe secretie Spijsverteringskanaal: Mond Mond keelholte Slokdarm Maag Dunne darm Dikke darm Endeldarm Anus Spijsverteringsstelsel: Lever Galblaas Alvleesklier Wand van het spijsverteringskanaal
Spijsvertering. Voorwoord. Mijn spreekbeurt gaat over de reis van het voedsel. Met een moeilijk woord heet dat Spijsvertering.
Spijsvertering Voorwoord Mijn spreekbeurt gaat over de reis van het voedsel. Met een moeilijk woord heet dat Spijsvertering. Spijsvertering betekent: "Het verteren van het voedsel tot stoffen die door
Samenvatting Biologie Samenvatting Hoofdstuk 11 Vertering
Samenvatting Biologie Samenvatting Hoofdstuk 11 Vertering Samenvatting door een scholier 1754 woorden 20 februari 2019 0 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Paragraaf 11.1 Voedingsmiddelen: producten
Praktische opdracht Biologie Het verteringsstelsel
Praktische opdracht Biologie Het verteringsstel Praktische-opdracht door B. 2707 woorden 5 oktober 2015 6,2 19 keer beoordeeld Vak Biologie Inleiding Het verteringsstel Spijsvertering is het verteren van
1. Hier zie je een overzicht van alle compartimenten van het spijsverteringsstelsel in ons lichaam. Geef de namen van de compartimenten en organen.
Spijsvertering vragen bij het COO-programma bij Biologie van dieren Algemeen 1. Hier zie je een overzicht van alle compartimenten van het spijsverteringsstelsel in ons lichaam. Geef de namen van de compartimenten
Module 5 Spijsverteringsstelsel. De evolutie. De visser verzamelaar. Overleven en eten of gegeten worden
Module 5 Spijsverteringsstelsel 1/18 De evolutie De visser verzamelaar Overleven en eten of gegeten worden 2.6 miljoen jaar geleden stenen tijdperk (Paleolithicum) Geen exclusief dieet, gevarieerd door
In dit deel van de bronnenbundel wordt eerst het verteringsstelsel van koeien beschreven. Daarna wordt het verteringsstelsel van varkens beschreven.
Spijsvertering In dit deel van de bronnenbundel wordt eerst het verteringsstelsel van koeien beschreven. Daarna wordt het verteringsstelsel van varkens beschreven. a. Spijsvertering rundvee Als je goed
SPIJSVERTERINGSKLACHTEN
DE VOEDINGSSUPPLEMENTEN VAN ALFA AAN JE GEZONDHEID BOUW JE ELKE DAG SPIJSVERTERINGSKLACHTEN ONDERSTEUNING VAN EEN VLOTTE MAAGWERKING DE SPIJSVERTERING, EEN INGEWIKKELD PROCES De spijsvertering bestaat
Algemeen. 25 oktober 2017
Hand-out COO Spijsvertering 25 oktober 2017 Zelfstudie bij paragraaf 42.3 van 'Biology', Campbell (11e editie) Inhoud: dr. J.H.B. Diederen, dr. J.W.M. Freriksen, dr. J. Bogerd, dr. R.W. Schülz Realisatie:
Samenvatting Biologie Samenvatting hoofdstuk 1 bvj
Samenvatting Biologie Samenvatting hoofdstuk 1 bvj Samenvatting door Fabienne 1166 woorden 24 oktober 2017 5 2 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Hoofdstuk 1: stofwisseling Paragraaf
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 Stofwisseling Samenvatting door M. 1566 woorden 14 januari 2017 4,2 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie Thema 1: stofwisseling Paragraaf
5 HAVO. biologie voor jou BIOLOGIE VOOR DE BOVENBOUW
5 HAVO biologie voor jou uitwerkingenboek BIOLOGIE VOOR DE BOVENBOUW havo auteurs ARTEUNIS BOS MARIANNE GOMMERS ARTHUR JANSEN ONNO KALVERDA THEO DE ROUW GERARD SMITS BEN WAAS RENÉ WESTRA VIJFDE EDITIE
2,7. Samenvatting door Niels 1791 woorden 6 december keer beoordeeld. Biologie voor jou
Samenvatting door Niels 1791 woorden 6 december 2017 2,7 3 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou BIO Hoofdstuk 2 voeding en vertering samenvatting/opdrachten paragraaf 1 bouwstof! Voedingsmiddelen
Spijsvertering vmbo-b12
banner Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 04 juli 2017 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62399 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van
Examen Voorbereiding Voeding
Examen Voorbereiding Voeding Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 4 Voeding Begrippenlijst: Begrip Essentiële aminozuren Voedingsvezels Verzadigd vetzuur Onverzadigde vetzuren Essentiële vetzuren
Samenvatting Biologie Voeding en vertering
Samenvatting Biologie Voeding en vertering Samenvatting door een scholier 1402 woorden 8 november 2009 6 24 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Voeding en vertering. 1.Voedingsmiddelen
Examentrainer. Vragen. Vertering. Wat is de naam van P?
Examentrainer Vragen Vertering 1p 1 In de afbeelding worden organen van het verteringsstelsel weergegeven. Enkele van deze organen produceren verteringssappen met enzymen. Een orgaan is aangegeven met
beschermende bouwstoffen brandstoffen reservestoffen eiwitten x x vetten x x x vitamine x x water x Mineralen x x koohlydraten x x x
Samenvatting door N. 970 woorden 25 maart 2014 9 1 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Paragraaf 1. Voedingsmiddelen = alle producten die je eet drinkt. Voedingsstoffen = de bruikbare
Koolhydraten en suikers in brood
Inhoudsopgave en 3 Verschil tussen koolhydraten en suikers 3 en suikers in het lichaam 4 en suikers op het etiket 5 in brood 5 Functie van 6 Beweringen over suikers 7 en brood in een gezond en gevarieerd
Organismen die organisch en anorganische moleculen kunnen maken of nodig hebben zijn heterotroof
Boekverslag door A. 1802 woorden 20 juni 2007 5 71 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting stofwisseling Stofwisseling is het totaal van alle chemische processen in een organisme
Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus
Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus Leuk dat je een cursus biologie komt volgen! Maak deze opgaven als voorbereiding. Zoals je weet moet je veel stof bestuderen voor het eindexamen biologie. Tijdens
Samenvatting Biologie 1-1 tot 1-3
Samenvatting Biologie 1-1 tot 1-3 Samenvatting door K. 1464 woorden 10 december 2012 5,6 11 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar 8.1 Het werkt! Hoe werkt je lichaam? Organen: delen van het lichaam
1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden
Paragraaf 5.1 1. Een orgaan waarbij stoffen vanuit het interne milieu naar het externe milieu gebracht worden 2. a) Huid, longen, nieren en lever b) Water c) Huid: zouten, Longen: CO 2, Nieren: Ureum,
Werkstuk ANW Spijsvertering
Werkstuk ANW Spijsvertering Werkstuk door een scholier 1904 woorden 13 december 2002 6,8 90 keer beoordeeld Vak ANW De mond en het gebit In de mond begint de lange weg van het spijsverteringskanaal. Het
Bij hoeveel procent vochtverlies gaat de sportprestatie achteruit? Ong. 1% Bart van der Meer WM/SM theorie les 11 Amice
Bij hoeveel procent vochtverlies gaat de sportprestatie achteruit? Ong. 1% Bart van der Meer WM/SM theorie les 11 Amice Bij hoeveel procent vochtverlies krijg je een dorstsignaal? Ong. 2% Bewerkt door
Koolhydraten. Voeding en Welzijn
Koolhydraten Voeding en Welzijn Koolhydraten Welke koolhydraten kennen jullie al? Verschillende koolhydraten Op te delen in 3 groepen Monosachariden Disachariden Polysachariden Op te delen in deze groepen
Waar leven is, zijn ook Enzymen
Waar leven is, zijn ook Enzymen De verschillende functies van de Enzymen zijn ontelbaar veelzijdig, net zo als bij Microorganismen, maar Enzymen zijn geen Micro organismen. Het betreft hier dus geen levende
Module Voeding basis varkens
Module Voeding basis varkens De CO 2 -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl www.climatecalc.eu Cert. no. CC-000057/NL Colofon Auteur Jolanda Holleman,
Fysiologie / spijsvertering
Fysiologie / spijsvertering Onder de fysiologie vallen bij de sportmassage de volgende onderdelen: Celleer/cytologie Weefselleer/histologie Stofwisseling/metabolisme Spijsvertering Hart, bloedvaten en
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 2
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 2 Samenvatting door L. 718 woorden 5 maart 2016 7,9 1 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Voedingsstoffen à stoffen die je lijf nodig heeft Voedingsmiddelen
Metabolisme. Opbouwstofwisseling anabole (assimilatie) reactie. Afbraakstofwisseling katabole (dissimilatie) reactie. Kost energie.
Spijsvertering Metabolisme Opbouwstofwisseling anabole (assimilatie) reactie Kost energie Afbraakstofwisseling katabole (dissimilatie) reactie Geeft energie Energie nodig voor Chemische arbeid (omzetting
BT15 tm 1 toets BT15 tm 1 toets
1 2013-2014 BT15 tm 1 toets 2 SPIJSVERTERING 1. Waar mondt de ductus parotideus uit in de mondholte? A. Bij de 2 e molaar van de maxilla B. Bij de 2 e molaar van de mandibula C. Bij de 2 e premolaar van
Samenvatting Voeding en Vertering Biologie voor Jou VMBO 4. M.b.v. melkzuurbacteriën kun je melk omzetten in yoghurt Kaas en zuurkool
Samenvatting Voeding en Vertering Biologie voor Jou VMBO 4 5.1 Voedselproductie m.b.v. bacterie: M.b.v. melkzuurbacteriën kun je melk omzetten in yoghurt Kaas en zuurkool Voedselproductie m.b.v. schimmel:
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL]
BIOLOGIE Energie & Stofwisseling HAVO Henry N. Hassankhan Scholengemeenschap Lelydorp [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai De student moet de bouw en werking van enzymen kunnen beschrijven moet het proces van
Les 6 Spijsvertering en enzymen. Spijsvertering Metabolisme = anabolisme + katabolisme. Spijsverteringstaak
Les 6 Spijsvertering en enzymen Spijsvertering, voeding, energie, enzym, oesophagus ANZN 1e leerjaar - Les 6 - Matthieu Berenbroek, 2000-2011 1 Spijsvertering Metabolisme = anabolisme + katabolisme Metabolisme
Toetsingsvragen Natuurvoedingsleer
Toetsingsvragen Natuurvoedingsleer I. Anatomie en Fysiologie van het spijsverteringsstelsel 1) B) Benoem op onderstaande tekening de delen die met een pijl zijn aangeduid (Nederlands). 2) A) Benoem op
Boekverslag door Anoniem 860 woorden 16 april Samenvatting Hoofdstuk 2 Voeding en vertering
https://www.scholieren.com/verslag/106187 Boekverslag door Anoniem 860 woorden 16 april 2017 Samenvatting Hoofdstuk 2 Voeding en vertering Pagina {PAGENO} van {nb} Vak Biologie 6.5 7 keer beoordeeld 2.1
Onder het begrip koolhydraten. Koolhydraten
Koolhydraten gist Onder het begrip koolhydraten verstaan we alle moleculen die opgebouwd zijn uit koolstof, zuurstof en waterstof en die bepaalde chemische eigenschappen gemeenschappelijk hebben. Koolhydraten
Mitochondriële ziekten
Mitochondriële ziekten Stofwisseling NCMD Het Nijmeegs Centrum voor Mitochondriële Ziekten is een internationaal centrum voor patiëntenzorg, diagnostiek en onderzoek bij mensen met een stoornis in de mitochondriële
Biologie Hoofdstuk 1 Celleer Vanderschaeve_EurAc_2011
Biologie Hoofdstuk 1 Celleer Overzicht hoofdstuk Cel als basiseenheid van de levende wezens Bouwstenen van levende wezens Enzymen De cel als basiseenheid van de levende wezens Antonie Van Leeuwenhoek (1632-1723)
Samenvatting Biologie Stofwisseling
Samenvatting Biologie Stofwisseling Samenvatting door een scholier 1466 woorden 13 juni 2006 5,6 46 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting Thema 1 Stofwisseling Doelstelling
Samenvatting Biologie Voeding en vertering
Samenvatting Biologie Voeding en vertering Samenvatting door een scholier 1000 woorden 13 maart 2008 6,1 24 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Samenvatting Biologie Voeding en vertering
Hoofdstuk 1 Doelstelling 1: Stofwisseling (metabolisme): het geheel aan chemische processen in een cel. Via passief en actief transport nemen cellen
Hoofdstuk 1 Doelstelling 1: Stofwisseling (metabolisme): het geheel aan chemische processen in een cel. Via passief en actief transport nemen cellen stoffen op uit hun milieu. Enzymen maken de omzettingsprocessen
Voeding en vertering. Hoofdstuk 2
Voeding en vertering Hoofdstuk 2 2.5 Eerlijk zullen we alles delen Leerdoelen Je kunt de oorzaken en gevolgen van ondervoeding en van overvoeding noemen 2.5 Eerlijk zullen we alles delen Voedsel voor iedereen?
Vitamine B12 Brood Glucose Biefstuk Fruitsap Proteïnen Kiwi Zetmeel Calcium Broccoli
Toetsvragen voedingsleer 1. Voedingsmiddel of voedingsstof? Kruis het juiste antwoord aan! Voedingsmiddel Voedingsstof Vitamine B12 Brood Glucose Biefstuk Fruitsap Proteïnen Kiwi Zetmeel Calcium Broccoli
Spijsvertering. Of wat gebeurt er met onze voeding
Spijsvertering Of wat gebeurt er met onze voeding Het spijsverteringsproces Opname van voedsel Vloeibaar maken Verteren Opname in bloed Verwijderen van onverteerbare resten Het spijsverteringskanaal De
1. Overzicht maagdarmstelsel
1. Overzicht maagdarmstelsel Het maagdarmstelsel moet het lichaam voorzien van voedingsstoffen, water, zouten en vitaminen. Om deze functie te kunnen uitvoeren, moet het maagdarmstelsel aan een aantal
Bouw. Spijsverteringsstelsel. Tractus digestivus 2 Mond en verder. bestaat uit: Cavum oris (mondholte)
Tractus digestivus 2 Mond en verder FHV2009 / Cxx54 9+10 / Anatomie & Fysiologie -Tractus digestivus 2 1 Bouw Cavum oris (mondholte) FHV2009 / Cxx54 9+10 / Anatomie & Fysiologie -Tractus digestivus 2 2
Kerstvakantiecursus. biologie. Voorbereidende opgaven HAVO. Voordat je begint. De cel. Transport. Assimilatie & dissimilatie
Voorbereidende opgaven HAVO Kerstvakantiecursus biologie Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in een van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk
Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus
Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus Tips: Maak de voorbereidende opgaven voorin in één van de A4-schriften die je gaat gebruiken tijdens de cursus. Als een opdracht niet lukt, werk hem dan uit tot
S C H I J F V A N V I J F
SCHIJF VAN VIJF DE SCHIJF VAN VIJF, GOED VOOR JE LIJF! V o o r i e d e r e e n i s e e n v o e d i n g s k e u z e v a n b e l a n g w a a r a l l e b e n o d i g d e voedingsstoffen in zitten. Dit zijn
De Weende-analyse bij veevoeding. Scheikunde voor VE41, Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans
De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE41, 2017-2018 Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans Weende-analyse: DS-gehalte Droge stof (DS): Het materiaal dat overblijft als, door verwarming
Scheikunde Chemie Overal Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 18
Scheikunde Chemie Overal Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 18 Reactietypen Substitutiereactie Een atoom(groep) wordt vervangen door een andere atoomgroep. Bij halogenen gebeurt dat alleen onder straling.
5,5. Samenvatting door een scholier 2060 woorden 22 februari keer beoordeeld. Biologie
Samenvatting door een scholier 2060 woorden 22 februari 2017 5,5 1 keer beoordeeld Vak Biologie Biologie 5.1 drie organische stoffen waar je energie uit kan halen: vetten, koolhydraten en eiwitten. - Vetten:
BASISSTOF. 1 Omstandigheden van de zetmeelsynthese Functionele bouw van een chloroplast Fotosynthesereacties 48
3 1 De cel 3 Autotrofe voeding 1 De cel gezien door de lichtmicroscoop 06 1 Omstandigheden van de zetmeelsynthese 44 2 De cel gezien door de elektronenmicroscoop 09 3 Verband cel - weefsel - orgaan - stelsel
1. Stofwisseling, assimilatie en dissimilatie
Samenvatting door A. 1427 woorden 12 april 2013 6,5 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie H3 - Energie 1. Stofwisseling, assimilatie en dissimilatie Stofwisseling (metabolisme):
- Bij dierlijke voedingsmiddelen wordt bederf vaak veroorzaakt door salmonellabacteriën.
Samenvatting door E. 1754 woorden 21 januari 2013 5,6 12 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Thema 5 voeding en vertering Paragraaf 1 Rol bacteriën en schimmels voedselproductie en voedselbederf:
Lezing Rijpaardenfokvereniging Limburg
Lezing Rijpaardenfokvereniging Limburg Bijzonderheden spijsvertering paard Het paard: Produceert voortdurend maagzuur Is een lange duureter Heeft een zeer kleine maag Heeft relatief weinig zetmeelsplitsende
Mitochondriële ziekten Stofwisseling
Mitochondriële ziekten Stofwisseling Deze folder maakt deel uit van een serie over mitochondriële aandoeningen. In deze folder leest u meer over de stofwisseling. De stofwisseling is niet eenvoudig daarom
Suikerchemie 1. Aldehyden (en ketonen) kunnen door reactie met alcoholen een hemiacetaal (eventueel hemiketaal) vormen: OH + R'-OH R- C
Suikerchemie 1 1.1 DISACCARIDEN 1.1.1 Chemische achtergrond Aldehyden (en ketonen) kunnen door reactie met alcoholen een hemiacetaal (eventueel hemiketaal) vormen: R-C + R'- R- C R' aldehyd + alcohol hemiacetaal
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE31-VE41, 2018-2019 Auteur: E. Held; bewerkt door H. Hermans : Hoofdstuk 2 De Weende-analyse (presentatie) 1 Bij het oprispen boeren komt methaan (CH4)
6,8. Samenvatting door een scholier 2043 woorden 8 december keer beoordeeld. Biologie voor jou
Samenvatting door een scholier 2043 woorden 8 december 2010 6,8 401 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou SAMENVATTING BIOLOGIE Thema 2: Voeding & Vertering Basisstof 1: Voedings middelen
Het maag- en darmstelsel
Het maag- en darmstelsel Achtergrondinformatie Avond 1 Anatomie en Fysiologie 1. Mond en speekselklieren 2. Slokdarm en peristaltiek 3. Maag en vertering 4. Dunne darm 5. Lever en poortaderstelsel 6. Galblaas
eiwitmatrix kleine zetmeelkorrels grote zetmeelkorrels
Over rusten Zoals in het stukje over mouten (zie website) vermeld, zitten in een cel in de mout de zetmeelkorrels omgeven door een eiwitnetwerk (zie afbeelding hieronder). Eiwit is opgebouwd uit aminozuren.
Celademhaling & gisting
Celademhaling & gisting Tekst voor de leerlingen V. Rasquin - 1 - DISSIMILATIE - TEKST VOOR DE LEERLINGEN celademhaling & GISTING Wij weten dat heel wat processen endergonisch zijn (ze vergen energie).
Biologie Hoofdstuk 2 Stofwisseling
Biologie Hoofdstuk 2 Stofwisseling Wat is stofwisseling? Wat is stofwisseling? Stofwisseling of metabolisme is het geheel van chemische processen in een levend organisme of in levende cellen Een organisme
Samenvatting Biologie Voeding en vertering
Samenvatting Biologie Voeding en vertering Samenvatting door een scholier 2025 woorden 5 februari 2008 7,5 53 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Basisstof 1 * Bacteriën en schimmels
Aantekeningen B4T1 Voeding en vertering
Naam: klas: Aantekeningen B4T1 Voeding en vertering Basisstof 1 Natuur & Gezondheid Voedingsmiddel =. Voedingsstof =... Verzamelnaam voor alle onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel =.. Functies
H18 Opdracht 5: Voedingsstoffen in blanke vla
H18 Opdracht 5: Voedingsstoffen in blanke vla Hoe toon je aan welke voedingsstoffen blanke vla bevat? In je onderzoek probeer je water, suiker, zetmeel, eiwit en vet aan te tonen. a. Bedenk zelf een methode
