CURSUS HOOGSTAMBOOMGAARDEN
|
|
|
- Floris Smits
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pagina 1 van 38 CURSUS HOOGSTAMBOOMGAARDEN ONTSTAAN EVOLUTIE BETEKENIS AANLEG ONDERHOUD SNOEI
2 Pagina 2 van 38 Inhoudsopgave 1.De hoogstamboomgaard doorheen de tijd Vanaf 1000 voor Christus tot W.O. II Na Wereldoorlog II - verval De 21 ste eeuw een nieuwe toekomst De 21 ste eeuw een nieuwe toekomst Vlaamse subsidies voor hoogstam Motivatie Werkwijze De ecologische waarde van hoogstamboomgaarden Flora Fauna De 10 geboden voor een ecologisch interessante hoogstamboomgaard Aanplanten van een hoogstamboomgaard Factoren waarmee je rekening moet houden Het planten stap voor stap Veebescherming Nazorg het eerste groeijaar Snoeien van hoogstamfruitbomen Vereiste voorkennis De plantsnoei De vormsnoei Onderhoudsnoei Verjongingsnoei Behoudsnoei Zomersnoei aan fruitbomen Conclusie Ziekten en plagen bij hoogstamfruitbomen Niet soortgebonden plagen Niet soortgebonden ziekten Ziekteverschijnselen per fruitsoort... 35
3 Pagina 3 van 38 1.De hoogstamboomgaard doorheen de tijd 1.1 Vanaf 1000 voor Christus tot W.O. II Sinds de mens de kunst van het enten meester werd, nu ongeveer 3000 jaar geleden in Mesopotamië, werd hij fruitteler. Het ontstaan van onze hoogstamboomgaarden is terug te voeren tot een opbrengstboomgaard voor dubbel gebruik. Enerzijds boden ze de mogelijkheid van een begraasbaar grasland en anderzijds een fruitopbrengst onbereikbaar voor de grijpgrage kaken van het vee. DePpomme d Api is één van de weinige appelrassen die ons uit de Romeinse tijd zijn overgebleven. Talloze fruitrassen zijn sinds de beginperiode ontstaan en verspreid. Gedurende eeuwen was dit een moeizaam proces van toevalsvondsten en lokale verbreiding binnen streken en dorpen. Uit geschriften kunnen we afleiden dat de Romeinen bvb. reeds een 40 tal appelrassen kenden en ongeveer evenveel peren. Sindsdien kende de fruitteelt verschillende perioden van opleving en verval. Immers fruitbomen beginnen pas na enkele jaren een fruitopbrengst te geven. Een stabiele maatschappij waarin mensen durfden te investeren in de toekomst, was dan ook onontbeerlijk voor de fruitteelt. Na de val van het Romeinse Rijk nam het aantal boomgaarden en fruitrassen drastisch af. Tijdens het bewind van Karel de Grote kende men bvb. maar een achttal appelrassen meer. Vanaf de Middeleeuwen neemt het aantal fruitrassen opnieuw geleidelijk toe. Op oude kaarten van bvb Brugge is goed te zien dat er zelfs binnen de stadsmuren boomgaarden aanwezig waren. Onder de hoede van kloosters en abdijen wordt de kunst van het enten verfijnd. Er ontstaan nieuwe rassen en de beteelde oppervlakte neemt toe. Geleidelijk aan begint ook de adel met fruitteelt. Eerst om de eigen tafel van een lekker dessert te kunnen voorzien, later ook om meer belastingen de kunnen innen van de pachters. Door hen te verplichten ook fruit te telen werd hun inkomen immers groter. Jules d Airolles. Een voorbeeld van de vele perenrassen die stammen uit de 18 de eeuw De court pendu is reeds gekend uit de middeleeuwen Vooral in de 18 de en 19 de eeuw beleven de Zuidelijke Nederlanden en het Noorden van Frankrijk een rage van de teelt van bijzondere perenrassen. De adel en gegoede burgerij laat talloze hoveniers aanrukken om nieuwe rassen te selecteren en ommuurde leifruittuinen aan te leggen en te onderhouden. Via de organisatie van pomologische congressen werden jaarlijks prijzen toegekend aan de beste vruchten. Uit deze periode stammen de vele tientallen rassen die Belgie op het vlak van de perenteelt nu nog steeds zo uniek maken in Europa. We hebben als land dan ook een belangrijke taak om deze rassen te behouden.
4 Pagina 4 van 38 De Oogstappel is een typisch boomgaardras dat omwille van zijn vroege rijpheid erg gegeerd was op de markten. Met de introductie van de trein als efficiënt vervoermiddel kwam er een laatste opflakkering van de hoogstamfruitteelt met het grootste areaal ooit. De vruchten konden nu over grotere afstanden vervoerd worden naar de groeiende steden. Het Limburgse fruit vond zijn weg naar Luik en Aken, vanuit West- Vlaanderen voeren er vrachtschepen beladen met fruit naar Londen. Ook in de buurt van Mechelen, Gent en Leuven ontstonden fruitstreken. Deze periode viel samen met het ontstaan van de eerste tuinbouwscholen waarbij de tuinbouwschool van Vilvoorde toonaangevend was in heel West-Europa. Niet toevallig ontstonden rondom deze scholen de belangrijkste fruitteeltgebieden zoals Limburgs Haspengouw, de omgeving van Mechelen, Gent, Leuven en het Pajottenland. Deze bloeiperiode duurde tot net na de 2 de wereldoorlog. Uit deze laatste periode dateren ook de typische productieboomgaarden in het open veld met maar enkele superieure fruitrassen in grote aantallen aangeplant. Aan de buitenkant, net binnen de beschuttende haag, stonden in deze boomgaarden vaak enkele rijen stroopperen of stoofperen die bestand waren tegen de gure oostenwinden in winter en voorjaar en voor een vast basisinkomen zorgden. In het beschutte hart van de boomgaard werden de meer waardevolle handappels en zoete kersen aangeplant. De belangrijkste fruitstreken in België na WO 2 Voorheen beperkten de boomgaarden zich voornamelijk tot de nabije omgeving van hoeves en andere gebouwen. In een tijd dat de koelkast nog niet bestond en verwerkte fruitproducten vaak het enig beleg voor de boterham vertegenwoordigden was de hoeveboomgaard zowel voor de eigen voedselvoorziening van belang als ook een welkome aanvulling voor het schaarse landbouwersinkomen via de lokale markt. Witte Krakers. Een typisch boerderijras voor eigen consumptie. De bleke kleur hield de vogels op afstand
5 Pagina 5 van Na Wereldoorlog II - verval Na de 2 de wereldoorlog brak, mede door het ter beschikking komen van chemische bestrijdingsmiddelen, de laagstam fruitteelt door en werden de hoogstamboomgaarden stilaan verwaarloosd en her en der gerooid en vervangen door de eerste laagstamaanplantingen. Deze evolutie ging de pas opgerichte EEG echter te traag en met het spookbeeld van de hongerwinters tijdens de tweede wereldoorlog nog in het achterhoofd stelden zij een plan op om met financiële injecties de minderwaardige hoogstamteelt versneld af te bouwen en om te vormen tot de intensieve laagstamfruitteelt zoals we die nu kennen. Dit alles leidde tot een georganiseerde uitroeiing van vele historische en lokale fruitrassen. In enkele jaren tijd werd ons agrarisch landschap grondig overhoop gehaald. Méér dan 90% van de ha hoogstamboomgaarden in België verdwenen in een periode van enkele jaren, en mét hen verdween ook het fruitkundig erfgoed en de daarmee verbonden gebruiken zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt. Zo werden grote delen van de appel- en perenoogst op de boerderij verwerkt tot stroop als broodsmeersel. Aangezien ze vooral bij de armere bevolking het vlees op de boterham vervingen werden ze lokaal ook wel stroopkoteletten genoemd. Van deze stroop werd op zijn beurt vaak alcohol gestookt. Mensen van bouwjaar 1950 en ouder zullen zich nog de likeurflessen van eigen fabrikaat herinneren, o.a. Parfait d amour, Triple Sec, Goudwater, Als tegenreactie op deze evolutie van verschraling ontstonden wereldwijd organisaties en verenigingen die doelgericht het behoud van bedreigde rassen en hun biotopen nastreven. Één van deze verenigingen is de v.z.w. Nationale Boomgaarden Stichting, kortweg N.B.S., die na de massale rooiingen van de hoogstamboomgaarden in de jaren 70, ontstond onder impuls van Ludo Royen. In minder dan 5 jaar verzamelde hij in Vlaanderen een collectie van 500 regionale fruitvariëteiten, de basis van de huidige genenbank die onderhand zo n 3000 rassen appels, peren, kersen, pruimen en andere fruitrassen beslaat van lokale, nationale en internationale herkomst. Van in het begin had de NBS het voornemen zich niet te beperken tot het redden van de soorten in een soort van levend museum. Nieuwe toepassingen en bestaansredenen voor de oude fruitrassen werden gezocht én beetje bij beetje ook gevonden. De Reinette Delporte is zo n ras dat door de NBS werd gered. Door het nemen van enten van de laatste boom van het ras nabij hoeve Dewaleff te Millen Riemst werd het ras gered. Momenteel is op de oorspronkelijke site een nieuwe boomgaard aangelegd met ruime aanwezigheid van het lokale appelras en wordt het sap aan de vakantiegasten aangeboden.
6 Pagina 6 van De 21 ste eeuw een nieuwe toekomst Omzeggens een generatie lang heeft het geduurd vooraleer een functiewijziging en een veranderend levenspatroon de boomgaard terug bij de woning bracht. Niet meer zozeer om den brode, maar om tal van andere redenen. - De plattelandwens van talrijke woningeigenaars met een inkomen uit een ander beroep, die de omgeving rond hun eigendom op een authentieke manier wensen te herstellen. - De actieve hoeves die bij renovatie of uitbreiding een landschappelijke inkleding dienen door te voeren, de zgn. erfbeplantingen, die meer en meer door middel van de authentieke streekeigen hoogstamboomgaard gebeuren. - Een nieuwe functie van de boomgaard in het natuurbeheer als landschappelijk en ecologisch geheel met een grote variatie aan rassen en biotopen. - Huisboomgaard voor eigen gebruik, als zelfvoorziening op ecologisch verantwoorde wijze. - Hoogstamboomgaard als kader voor alle ander gebruik dat de eigenaar aan het terrein wil geven (speelweide, kippen, schapen, picknickplaats, ligweide in de zomer, parking, ). - De fruitrassen uit grootvaders tijd laten herleven. - Authentieke recepten en gerechten met eigen geteeld fruit. Allemaal factoren die hebben geleid tot de huisboomgaard van de 21 ste eeuw. We onderscheiden nu dan ook twee soorten van huisboomgaarden. De overgebleven oude boomgaarden van vorige eeuw welke door hun vooruitziende bezitters werden behouden én recent nieuw aangelegde boomgaarden rond oude-, gerestaureerde- of nieuwe woningen. Hoe dan ook in hun nieuwe functies zijn ze gelijk. Ook voor de solitaire fruitboom bij de woning is er plots weer een toekomst weggelegd. Prachtige herstelde hoeveboomgaard. Meer en meer groeit het besef dat een vruchtboom bij de woning evengoed alle esthetische taken kan vervullen die we met een solitaire boom willen bereiken en daar bovenop nog een opbrengst levert, een mooie bloesem, een afwisselend groeibeeld in de seizoenen, een herinnering aan de grootouders, een eigenheid van gemeente of streek, een geboorteboom,... Het Sterappelje bij het Kempense hoevetje, het Bergamottepeertje bij het bakhuis, een Rood Keulemannetje voor het bloemschikken, Perenboom van Jules d Airolles, met kenmerkende herfstkleur die een gebruik als sierboom verdient. Men kan het zich zo gevarieerd niet indenken of er is een reden te meer te vinden om een vruchtboom bij de woning te rechtvaardigen.
7 Pagina 7 van Vlaamse subsidies voor hoogstam 2.1. Motivatie De evolutie van onze land- en tuinbouw en fruitteelt heeft geleid naar specialisatie op grotere bedrijven. Er wordt met zo weinig mogelijk arbeidsuren zoveel mogelijk mooi-ogend fruit van uniforme kwaliteit binnen een eng rassenassortiment geproduceerd. Vele oude fruitrassen dreigen hierdoor verloren te gaan. De hoogstammige fruitaanplantingen, een sierraad voor onze landschappen, blijven enkel overeind dankzij overheidssteun. In de Europese Plattelandsverordening wordt er binnen het milieuhoofdstuk plaatsgemaakt voor het behoud van de genetische diversiteit. Vlaanderen heeft in 2004 een regeling voor de aanplant en het onderhoud van hoogstammige fruitbomen in het leven geroepen. Met deze financiële steun mikt de Vlaamse overheid op behoud en herstel van landschappen met behulp van de oude hoogstamfruitrassen die anders zouden verloren gaan. Samen zorgen we op die wijze voor een grote genetische diversiteit en een aangenamere leefomgeving. Dit betekent een groter buffervermogen voor natuur en milieu en het doorgeven van ons agrarisch en cultuurhistorisch erfgoed aan onze kinderen Werkwijze De aanvrager sluit via de Nationale Boomgaardenstichting (NBS), aan wie de praktische afhandeling en controle is toevertrouwd, een overeenkomst met de Vlaamse overheid om een aantal hoogstammige fruitbomen aan te planten en/of te behouden. De bomen worden minstens 5 jaar lang behouden en onderhouden Het aantal bestaande en nieuw aan te planten bomen bedraagt samen minstens 10 stuks en hoort tot de lijst van erkende rassen wat meestal betekent dat ze niet behoren tot het enge rassenassortiment dat in de laagstamfruitteelt voorkomt. De Vlaamse overheid betaalt, na een positieve beoordeling, gedurende 5 jaar een premie van 4 euro/jaar per nieuw aangeplante boom en een premie van 2 euro/jaar per bestaande boom per jaar.
8 Pagina 8 van De ecologische waarde van hoogstamboomgaarden Voor het natuurlijk milieu situeert de meerwaarde van een hoogstamboomgaard zich een klein beetje op het botanische vlak, maar vooral op het vlak van het dierenleven Flora Boomgaarden zijn qua bodembegroeiing voornamelijk kamgrasweiden met een matige soortenrijkdom door de beweiding en bemesting. Een belangrijke uitzondering vormt de maretak, onze enige inlandse boombewonende halfparasiet onder de hogere planten, die in appelbomen een belangrijke standplaats vindt. 3.2 Fauna Over de waarde van hoogstamboomgaarden voor de das bestaat geen twijfel. Dassen apreciëren niet enkel het valfruit, maar nog meer het permanente grasland onder de bomen met zijn regenwormen en rijke bodemleven. Begraasde boomgaarden hebben bij hen dan ook de voorkeur. Ook eikelmuizen weten een boomgaard te waarderen. Hoogstamboomgaarden kunnen erg vogelrijk zijn. Holenbroeders zoals boomkruiper, holenduif, mezen, spreeuw en spechten beschouwen een hoogstamboomgaard als een surrogaat voor bos en broeden er dan ook als er holtes aanwezig zijn. Zij vinden er tevens de insecten die hun voedselbron vormen. boomkruiper koolmees pimpelmees Houtkantsoorten die als broedvogel ook in de hoogstamboomgaard voorkomen, zijn fazant, gekraagde roodstaart, heggenmus, geelgors, tortel, grasmus, tuinfluiter en spotvogel. Vaak gebruiken deze vogels de haag of houtkant rondom de boomgaard als broedlocatie. geelgors heggemus
9 Pagina 9 van 38 Kleine bonte specht Enkele vogelsoorten zijn bijna uitsluitend aan de hoogstamboomgaard gebonden. We hebben het dan over de steenuil, de kleine bonte specht, de ringmus en de grauwe vliegenvanger, Een voorbeeld: bij de inventarisatie van een enkele duizenden ha groot gebied in Vlaanderen voor een ruilverkaveling bleken álle 21 koppels steenuil in de nog aanwezige hoogstamboomgaarden te wonen. Naast de vaste bewoners met een nest in of nabij de boomgaard zijn er ook heel wat vogels die elders nestelen maar voor hun voedsel deels afhankelijk zijn van wat de boomgaard te bieden heeft. steenuil Bij deze categorie horen notoire fruitliefhebbers onder de vogels zoals houtduif, wielewaal, en kraai. Tijdens de winterperiode komen lijsterachtigen zoals koperwiek, kramsvogel, zang- en grote lijster af op de restanten van het valfruit terwijl de buizerd, ruigpootbuizerd en sperwer gebruik maken van dit biotoop om muizen of kleine vogels te vangen. Appelvinken zoeken in die periode naar pitten van pruimen en kersen om er de voedzame kern uit te halen, terwijl in strenge winters de goudvinken zich voeden met de knoppen van twijgen. kramsvogel appelvink Ook voor tal van insecten en andere ongewervelden zoals spinnen en mijten zijn hoogstamboomgaarden doorheen het jaar een waardevol onderdeel van hun biotoop. Op en van een appelboom kunnen tientallen verschillende insectensoorten leven, van boombewonende mieren in de holle stam en vlinders die in de herfst het sap van de rottende vruchten opzuigen tot hommels en bijen die de bloemen bestuiven.
10 Pagina 10 van De 10 geboden voor een ecologisch interessante hoogstamboomgaard 1. Groot. Er is een positieve relatie tussen het aantal wilde soorten en de oppervlakte van de boomgaard. Vanaf 100 bomen tot 300 bomen en meer kan je het maximum aantal soorten verwachten. 2. Soortenrijk. Waardevolle hoogstamboomgaarden bevatten meerdere fruitsoorten, met een overwicht van appelbomen en perenbomen (holtes, valfruit in de winter). 3. Het plantverband niet te klein zodat ook plaatselijk de zon de bodem kan bereiken. Toch moet het aantal bomen/ha minstens 20 zijn, omdat het karakter van een besloten landschap onvoldoende is bij minder en anders de schade aan de bomen door té intensieve betreding door vee voor beschutting en als schuurpaal te groot wordt. 4. Structuurrijk. De ideale boomgaard bevat vele kleine landschapselementen zoals hagen, houtkanten, braam-struweel, ruige hoekjes, poelen, gebouwtjes, zoomvegetaties. Een haag is interessant voor soorten als geelgors, zwartkop, merel, fazant, tuinfluiter, heggenmus, winterkoning, kneu, Ook het behoud van een wat ruige zoomvegetatie bevordert om tal van redenen sterk het belang van een hoogstamboomgaard voor dieren. 5. Rijk aan dood hout in de vorm van (snoei)houtstapels en houten (niet behandelde) weipalen 6. Biocidenarm. De boomgaard wordt haast niet met biociden behandeld of te zwaar bemest. 7. Extensief beweid. Beweide hoogstamboomgaarden zijn het waardevolst voor vogels, omdat enkel rond een beweide boomgaard hagen staan, omdat mest en vee voor veel insecten zorgen en omdat kort gras het foerageren op bodeminsecten en wormen sterk vergemakkelijkt. Paarden zouden negatiever zijn dan ander vee, omdat ze zich te onstuimig gedragen. Toch neemt net beweiding door paarden toe. Eigenlijk zijn schapen het best, omdat ze het minst bodemverdichting veroorzaken: slechts 1 4 cm versus cm bij koeien. 8. Een boomgaard met nestkasten. Omdat gemiddeld maar een goede 1% van alle hoogstambomen een geschikte nestholte voor de steenuil bevat, kunnen nestkasten het nestaanbod drastisch doen stijgen. 9. In ruimer verband gelegen in halfopen landschap met bos, hooiland of weiland. 10. Vrij om (planologisch) oud te worden. Vanaf jaar ontstaan pas holen. Zo stijgt het aantal holen vanaf een stamomtrek van 90 cm erg snel. Geen enkele boomsoort geeft overigens zo snel geschikte holen als hoogstam appel- en perenbomen. Ook voor insecten als oorwormen, hoornaar en voor (vleer)muizen en zelfs de steenmarter zijn holen erg waardevol.
11 Pagina 11 van Aanplanten van een hoogstamboomgaard 4.1. Factoren waarmee je rekening kan of moet houden Rassenkeuze Streekeigenheid is een belangrijk element bij de keuze van de rassen. Daarom hier een overzicht van de voornaamste authentieke rassen voor Brabant: Appels Peren Pruimen kersen en krieken Batard Amandelpeer Belle de Louvain Bigarreau Esperen Belle Fleur Large Mouche Begijnpeer Bleue de Belgique Bigarreau Napoleon Berglander Beurré d'amanlis Conducta Bigarreau van Schrieck Bismarck Beurré Diel Dubbele bakpruim Brabanders Blooskers Beurré Giffard Enkele Bakpruim Hedelfinger Brabantse Bellefleur Beurré Hardy Mirabelle de Nancy Lindekers Bunting Bonne Louise d'avranches Monsieur Hâtif Schneiders Sp[ate Knorpelkirsche Cooreman Bruine Kriekpeer Palokes Zwarte krakers Court Pendu Rosat Calabasse à la reine Queen Victoria Kleine Waalse Dubbele Bellefleur Calabasse Bosc Reine Claude crottéenoordkriek Reine Claude Eysdener Klumpke Calabasse de Tirlemont D'Oullins Schaarbeekse kriek Franse Bellefleur Canadapeer Sainte Catherine Franse Reinette Catillac Washington Grauweinigen Clapp's Favourite Gravensteiner Comtesse de Paris Grijze Franse Reinette Grijze Winterreinette Ijzerappel Jacques Lebel Kattekop keiing Keuleman Klumpke Newton Wonder Peerappel Pomme de Rose Posson de France Rabau Rambour d'automme Rambour d'hiver Reinette Baumann Reinette de France Reinette Descardre Reinette Dorée Reinette Hernaut Reinette Vurenveld Schone van Boskoop Sletsing Snelappel Speeckaert Sterappel Streeping Transparant Blanche Transparant de Croncels Winterbanana De Curé Diksteel Doyenne de Comice Dubbel Flip Durondeau Emile d'heyst Franciscuspeer Heerenpeer= Maagdenpeer Jefkespeer Kampinpeer Kattestaart Kerstdagpeer Koolstok Légipont Marie Louise d'uccle Nec Plus Meuris Nouveau Poiteau Peersnoer Saint Remy Triomphe de Jodoigne Williams Bon Chrétien William's Duchess Winter of Bakpeer Winterkeizerin Zaanpeer Zomerkeizerin Bij de keuze van rassen voor jouw eigen hoogstamboomgaard kan je je laten leiden door verschillende zaken: - Wat vind je lekker? Rassen die je kent uit je jeugd. Info uit boeken (afbeeldingen, beschrijvingen van vorm, kleur, geur en smaak). Proefmomenten. - Waarvoor wil je het fruit gebruiken? Eetfruit, keukenverwerking, confituur, fruitsap, wijn, - Gespreide rijpheid. Zo kan je het hele jaar door genieten van je eigen fruitoogst. Het overgrote deel zou moeten bestaan uit appels en ev. peren die je kan bewaren. - Cultuurhistorisch erfgoed: je kiest voor oude rassen die typisch waren voor de streek waarin je woont. - Belang voor natuur: vroeg rijp (eerste kersen voor vogels) en lang bewarend (bewaarappels en winterperen waarvan je een deel laat liggen als wintervoedsel voor dieren).
12 Pagina 12 van Bestuiving Opdat fruitbomen vruchten zouden dragen moeten de bomen niet alleen bloeien, de bloesems moeten ook worden bestoven. Het zijn insecten (bijen, hommels, ) die bij fruitbomen zorgen voor bestuiving. Er bestaan rassen die zichzelf kunnen bestuiven, ze zijn zelfbestuivend. Andere rassen (de meeste) kunnen dit niet en hebben stuifmeel nodig van een andere boom (ander ras van dezelfde soort) om te worden bestoven (kruisbestuiving). Ook rassen die zelfbestuivend zijn, zullen meestal rijker dragen als er soortgenoten in de buurt staan en kruisbestuiving kan optreden. Het volstaat echter niet om zomaar twee rassen naast elkaar te zetten om zeker te zijn dat ze elkaar zullen bestuiven. Sommige rassen hebben namelijk slecht stuifmeel en kunnen geen enkel ander ras bestuiven. Een tweede belangrijke factor is dat de rassen die door kruisbestuiving moeten worden bevrucht ongeveer op hetzelfde moment moeten bloeien. Om een goede bestuiver te zijn moet een ras dus stuifmeel hebben van goede kwaliteit én tegelijk bloeien met het te bestuiven ras. In een omgeving met veel fruitbomen in de nabijheid of in een grote gevarieerde aanplant hoeft kruisbestuiving geen probleem te zijn. In een kleine geïsoleerde aanplant kan je de rassen best op mekaar afstemmen qua bestuiving. Appels, peren en kersen zijn zeer zelden zelfbestuivend. Bij appels kunnen eventueel sierappels voor bestuiving zorgen. In laagstamaanplantingen worden daarvoor steeds vaker speciaal geselecteerde sierappels aangewend. Krieken, perziken, abrikozen, mispels, amandelen moerbeibomen zijn meestal zelfbestuivend, net zoals een aantal pruimen.
13 Pagina 13 van Grondkeuze/grondbewerking Aangezien de fruitbomen voor lange tijd zullen blijven staan, moeten we ervoor zorgen dat de bodem alles krijgt wat hij gedurende lange tijd aan de fruitbomen zal afgeven. Een goede bodem moet: - waterdoorlatend zijn; - voldoende luchtig zijn (korrelige structuur, de deeltjes kleven (door klei of humus) aan mekaar tot kruimels, die op hun beurt los op elkaar liggen); - een neutrale ph waarde bezitten, dan zijn bacteriën actief, bij een zure grond vooral schimmels; - voldoende bodemventilatie en een goede waterhuishouding (niet te nat/droog) hebben; - meststoffen vrijgeven als de bomen er behoefte aan hebben; - voldoende mineralen bezitten; - voldoende bodemfauna bezitten (bodemdieren b.v.: micro-organismen, regenwormen); Kortom, alles moet aanwezig zijn om de boom gezond en goed te laten ontwikkelen. Voor het planten van fruitbomen zijn er veel grondsoorten geschikt. Natuurlijk is het wel zo dat op gronden met goede eigenschappen, wat betreft: structuur en grondwaterstand, bomen beter zullen ontwikkelen en minder last zullen hebben van ziektes. Hierdoor zullen de opbrengsten ook hoger ligger. Gronden waaraan nog dient gewerkt te worden, moeten eerst en vooral een betere structuur krijgen (een kruimelige, goeddoorlatende structuur met een voldoende dikke bouwlaag (50 tot 80 cm dikte)). Grote aardkluiten moeten doorbroken worden. Verder moet de grond ook vruchtbaar gemaakt worden (door het ondermengen van veel compost, mest, ) en een goede afvloeiing of infiltratie van overtollig regenwater hebben. Hiervoor kan men zorgen door het breken van de ondoorlatende, harde lagen. Zo kan het regenwater beter indringen.
14 Pagina 14 van 38 De beste grondsoort voor fruitbomen is in België een goed ontwaterde leemgrond. Niet alle fruitsoorten groeien echter even goed in de verschillende grondsoorten. Zo heeft iedere fruitsoort toch wel zijn eigen grondvoorkeur. In de volgende tabel is dit duidelijk zichtbaar: Soort Grondsoort Abrikoos Kalkrijke grond. Amandel Goed doorlatende grond; Neutraal tot licht alkalisch; ph 6,9 tot 7,5 Appel Vruchtbare grond; Leem- tot kleiachtig; Kleiachtige zandgrond; Middelmatig rijk aan kalk; Goed doordringbaar; Winterwaterstand: 70-80cm onder het maaiveld. Hazelnoot Kalkrijke humusgrond; Grond moet permanent voldoende vocht kunnen vasthouden. Kers Kieskeurig; Zandachtige kleigrond; Goed doordringbare leemgrond; Winterwaterstand cm. Kriek Vochtige grond; Winterwaterstand 60-70cm onder het maaiveld. Kweepeer Lichte, vochtige en iets kleiige grond. Mispel Vruchtbare bodem; Goed doorlatend; Moerbei Vruchtbare, lichte zandgrond; Kalkminnende grond. Nashi ph licht zuur tot neutraal; Niet te kalkrijke grond. Nectarine Neutraal tot licht alkalische grond (6,5 tot 8). Peer Peerlijsterbes Perzik Pruim Tamme kastanje Walnoot Zelfde grondsoort als de appel; Groeit traag op vochtige grond; Goed doorlaatbare grond; Winterwaterstand 60cm onder het maaiveld. Diepe, losse en lemige grond; Kalkhoudende grond (ph 6,5 of >). Zandige leemgrond; Goed doordringbaar; Winterwaterstand max cm onder het maaiveld. Leemachtige grond of zandige leemgrond; Zandige, vruchtbare, frisse grond; Niet op natte grond: verminderde vruchtbaarheid; Winterwaterstand 60-70cm onder het maaiveld. Op zandgrond: blijven eerder struikachtig; Humusrijke zandgrond; Leemgrond. Goed ontwaterde en vruchtbare bodem; Niet zuur: veel kalk, magnesium, fosfaat en sporenelementen.
15 Pagina 15 van Plantafstanden Kleine boompjes worden groot. Om te voorkomen dat de volwassen hoogstamfruitbomen mekaar hinderen volgen hier richtlijnen voor de te respecteren afstanden. Hiermee kan je ook zelf uitrekenen hoeveel bomen maximaal op jouw perceel passen. Voor een gemengde boomgaard wordt meestal in één raster geplant, eventueel aangevuld met een boord in een ander (kleiner) verband. Soort Hoogstam (stam 2m) Vruchtbaarheid laag - matig hoog Appel 8x8m 8mx10m 10x10m Peer 6x6m 6x8m 8x8m Pruim 6x6m 6x8m 8x8m Kers 10mx10m 10mx12m 12mx12m Perzik 6x6m 6x8m 8x8m Kriek 10mx10m 10mx12m 12mx12m Kweepeer 6x6m 6x8m 8x8m Amandel 6x6m 6x8m 8x8m Abrikoos 6x6m 6x8m 8x8m Peerlijsterbes 6x6m 6x8m 8x8m Mispel 6x6m 6x8m 8x8m Tamme kastanje 10mx10m 10mx12m 12mx12m Walnoot 10mx10m 10mx12m 12mx12m Moerbei 6x6m 6x8m 8x8m Nectarine 6x6m 6x8m 8x8m Kenmerken van de klassieke boomgaard - rijen georiënteerd op N Z as - een buitenrand van peren - vooraan de pruimen - appels en kersen in het midden - nabij keukenraam of stal een okkernoot (insektenwerend) - Opvallende bomen zoals perzik of mispel vooraan in het zicht - omringd door hagen aan de wind- en koude zijde. Voorbeeld van een gemengde boomgaard
16 Pagina 16 van Het planten stap voor stap De plantperiode voor bomen met naakte wortel loopt vanaf begin november tot eind maart. Het najaar is het beste, omdat zich al nieuwe haarwortels kunnen vormen. Let er bij transport van de bomen op dat de wortels niet kunnen uitdrogen (transporteren in een gesloten wagen, de wortels afdekken met een zeil of inpakken). Indien je de bomen niet onmiddellijk kan aanplanten, kuil ze dan in en zorg dat vorst niet aan de wortels kan. Stappenplan voor de aanplant 1. plantverband uitzetten op basis van de gekozen soorten en rassen en de eigen wensen. 2. steunpalen 80 cm diep ingraven (ze steken dan nog 2 m boven de grond uit). 3. plantgat uitgraven van ± 80x80 cm bij +/- 50 cm diepte. De bovenste (humusrijke) grondlagen gescheiden houden om het plantgat in dezelfde lagen terug te kunnen opvullen. 4. wortelgestel bijknippen (wegnemen gekwetste delen) en best ook insmeren met een aanklevende modderpap 5. boom aan oostzijde op 15 cm van de steunpaal in plantgat zetten met entplaats 10 cm boven de grond en voorlopig bevestigen bovenaan de steunpaal 6. plantgat met goed verkruimelde grond vullen 7. boom, al schuddend iets omhoog trekken zodat de grond tussen de wortels komt. 8. grond aandrukken van binnen naar buiten 9. boom definitief aan de steunpaal vast maken met boomband in een 8- vormige lus 10. de grond rond de stam bedekken met compost of rijpe stalmest (niet tegen de stam!). Dit voorkomt uitdroging van de bodem en zorgt voor een geleidelijke bemesting. Bij aanwezigheid van woelmuizen laat je de grond beter onbedekt in de winter. 11. uitvoeren van de eerste plantsnoei 12. boom voorzien van veebescherming indien er begrazing komt of er risico op wildschade (konijnen, hazen, reeën) is.
17 Pagina 17 van Veebescherming Veebescherming Bij hoogstamfruitbomen in een begraasde weide dienen de wortelvoet, de stam en de laagste takken voldoende beschermd te worden tegen vraat en beschadigingen. De bescherming dient aangepast te zijn aan de ingezette diersoort. Het risico van dieren naar bomen toe is verschillend. De veesoorten gerangschikt in dalende volgorde van vereiste stevigheid van boombescherming zijn: Geiten en herten paarden stieren pony s en ezels koeien schapen Hazen en konijnen Tamme ganzen. Ondergronds kan het nodig zijn een boom te beschermen tegen woelmuizen. Bij de uitvoering van aanplantprojecten maken we gebruik van een aantal gestandaardiseerde veebeschermingen Bescherming tegen hazen, konijnen of ganzen Konijnen en hazen kunnen ook schade veroorzaken aan hoogstamfruitbomen. Een oplossing is het aanbrengen van kippengaas (hoogte: minimum 1,00 m; maaswijdte: niet groter dan 25 mm) rondom de boomkorf als er nog geen veebescherming is. Licht ingraven van het gaas (10 cm) kan nuttig zijn. Deze bescherming is ook voor ganzen nuttig Kippen pikken normaal gezien niet aan bomen. Voor hen is geen speciale bescherming vereist Bescherming tegen schapen en koeien type 1 (geen intensieve begrazing) Een boomkorf (hoogte 1,8 m; diameter 40 cm; maaswijdte 5 x 5 cm voor schapen, 5 x 10 cm voor koeien) in zware gegalvaniseerde ursusdraad wordt met krammen aan de buitenzijde van de boompaal vastgemaakt. Prikkeldraad wordt spiraalvormig rond de boomkorf gewonden.
18 Pagina 18 van Bescherming tegen koeien type 2 (stieren, intensieve begrazing vb. op huiskavel) ezels pony's Een boomkorf (hoogte 1,8 m; diameter 40 cm; maaswijdte 5 x 10 cm) in zware gegalvaniseerde ursusdraad wordt met krammen aan de buitenzijde van de boompaal vastgemaakt. Drie kastanjehouten palen (lengte 2,5 m; diameter 10 cm) worden rond de boomkorf geplaatst. De drie palen worden onderling verbonden met dwarslatten (=kastanjepaal in stukken gezaagd) (lengte 0,6 m). Prikkeldraad wordt spiraalvormig rond de 3 palen gewonden Bescherming tegen paarden - damherten Identiek aan bescherming koeien type 2 met bijkomend bovenop de boomkorf een trechtervormige, gegalvaniseerde entbeschermer Bescherming tegen geiten Drie kastanjehouten palen (lengte 2,5 m; diameter 10 cm) worden rond de boom geplaatst. - De drie palen worden onderling verbonden met dwarslatten (=kastanjepaal in stukken gezaagd) (lengte 0,6 m). Een zware gegalvaniseerde ursusdraad (hoogte 1,8 m; maaswijdte 5 x 10 cm) wordt met krammen aan de buitenzijde van de 3 palen vastgemaakt. Opmerking: voor dwerggeiten mogen de palen en de draad korter zijn: paallengte 2 m (uiteindelijk 1,3 m boven de grond) Bescherming tegen woelmuizen Op de bodem van de plantput worden twee stukken gegalvaniseerde draad (hoogte 50 cm, lengte 1,20m, mazen (vierkant) 1x1cm) kruiselings over elkaar gelegd. De boom wordt op het net geplaatst, rond de wortels wordt aarde aangebracht. De vier uitstekende stukken draad worden naar de stam toe geplooid. De plantput wordt verder opgevuld (de draad verdwijnt volledig onder de grond).
19 Pagina 19 van Nazorg het eerste groeijaar De verantwoordelijkheid van de eigenaar voor het welzijn van zijn nieuwe boomgaard begint onmiddellijk na de aanplant. De eerste zorgen beslaan grofweg de periode tussen de aanplant en de herneming van een normale groei van de planten, meestal is dat 2-3 jaar na de aanplant. De voornaamste zorgen dienen in het eerste groeiseizoen, en vooral in het eerste voorjaar en eerste zomer toegepast te worden en eventueel in mindere mate verdergezet tijdens de daaropvolgende jaren Verdroging (de nummer 1 doodsoorzaak bij nieuwe aanplantingen) o Herkennen De bladeren gaan slap hangen, worden vervolgens bruin vanaf de rand en verschrompelen. In een verder stadium gaat ook de schors rimpelen en sterft de twijg af. o Voorkomen Water geven aan de planten Bij voorkeur s avonds zodat het water de kans krijgt in de bodem te trekken. Voor hoogstammige bomen royaal (+/- 50l per boom) water geven per keer, eventueel een richeltje maken om te vermijden dat het water wegloopt. Geef minstens 1 keer per week water. Blijf met watergeven doorgaan tot na de droogteperiode, het duurt immers een tijdje voordat de regen voldoende diep is ingedrongen. Bedekken van de bodem Dek de grond af met een mulchlaag, bij voorkeur van goed verteerde compost of stalmest. Deze laag mag ruim 5 cm of meer dik zijn Houdt bij het aanbrengen de stamvoet vrij (φ 10 cm) Bedek enkel van april tot oktober in streken waar woelmuizen voorkomen Boomschijf bloot houden Houdt de boomschijf vrij van opslag om wortelconcurrentie te vermijden. Hak of schoffel daartoe de bovenlaag regelmatig en oppervlakkig (1 à 2 cm). Dit Boomschijf bedekt met stalmest remt de verdamping en de kieming van zaden af. Plantsnoei alsnog uitvoeren Indien bij de aanplant de plantsnoei niet werd uitgevoerd, of als er toch nog relatief veel blad aanwezig is, kan je alsnog de takken verder inkorten. Let op! Aangezien de plant nu reeds verdrogingsverschijnselen vertoont is het van groot belang om de wondjes tijdelijk af te dekken met een wondbeschermingsmiddel om extra verdamping te vermijden.
20 Pagina 20 van Vraatschade aan de boom o Herkennen Pikschade aan knoppen (vogels) Afbijten twijgen en schillen van de stam (haas/konijn) Veegschade aan stam of takken en afbijten van knoppen (ree) Ondergrondse gangen en afvreten van schors aan wortels en stamvoet (woelmuizen en ratten). o Voorkomen Plaats een vogelverschrikker Plaats een voldoende hoge cilinder van fijnmazige draad rondom de stam of plaats een kunststof beschermspiraal (minder gunstig door donker en vochtig klimaat rond de stam) Omhein (tijdelijk) het hele perceel Smeer de stam in met een wildafweermiddel Maaischade o Herkennen Rafelige losgekomen schors Beschadigde stam o Voorkomen Plaatsing van 3 lage paaltjes in driehoekvorm op 20 cm van de stam Vraat- en zuigschade aan bladeren en jonge scheuten o Herkennen Onregelmatige gaten in bladeren Opgekrulde bladeren en misvormingen bij de scheutgroei o Voorkomen Bij een beperkte aantasting is bestrijding van deze aantasting niet nodig. Bij een zware aantasting in het eerste of tweede groeiseizoen kan de schade echter zo groot zijn dat een ingreep verantwoord is. Hang met hooi gevulde omgekeerde bloempotjes die je eerst enkele dagen onder een ruige perceels- of haagrand hebt geplaatst in de bomen. De daarin aanwezige oorwormen zullen de plaag bestrijden. Spuit bladluizen weg met een krachtige waterstraal of bespuit de boom met een oplossing van bruine zeep. Plaats (van oktober tot januari) lijmbanden rond de stam voor het wegvangen van de vrouwelijke wintervlinders.
21 Pagina 21 van SNOEIEN VAN HOOGSTAM FRUITBOMEN In vergelijking met laagstamfruitbomen vereisen hoogstamfruitbomen weinig onderhoud. Snoei is en blijft echter nodig, zeker in de eerste jaren. Snoei zorgt voor de juiste boomvorm en brengt licht, lucht en zon in de kruin. Al deze elementen zijn nodig om veel en gezonde vruchten te kunnen vormen, om takbreuk en ziektes te voorkomen en je bomen een lang en gezond leven te gunnen. Naargelang de ouderdom van de boom is er een ander type snoei van toepassing. Nieuwe boom jonge boom volwassen boom volwassen boom oude boom Plantsnoei vormsnoei vruchthoutsnoei sleunen (verjongingssnoei) behoudssnoei 5.1. Vereiste voorkennis Opbouw boom Een hoogstam bestaat meestal uit 3 delen 1) Wortels: vaak zaailingen (ciderappels wilde peer boskers) 2) Stam: keuleman of pomme d or bij appel, Beurré Hardy, bij peer, Myrobolaan, St-Julien A, bij pruim, boskers bij zoete en zure kersen -3) Ent van het ras waarvan je vruchten wil -Een hoogstam is reeds 4-6 jaar oud als hij kan verkocht worden met een ent van 1 groeiseizoen Groeiregels -Apicale dominantie, of in gewoon nederlands; hoger geplaatste takken krijgen meer sap -Van 2 even hoge takken zal die wat het dichtst bij de stam staat het hardst groeien -Takken met gelijke hoogte en hoek groeien even hard -Steiler ingeplante takken groeien harder
22 Pagina 22 van Taktypes Voor de snoei worden de takken onderverdeeld in verschillende types: - Gesteltakken zijn blijvende takken - Harttak of verlengenis van de stam - vruchthout (twijg) - vruchtbeurzen - Waterscheuten Boomvormen Vaasvorm ronde vorm pyramide Appel-pruim-(kers) appel-pruim-kers peer - kastanje dubbele bellefleur sterappel
23 Pagina 23 van Algemene snoeitips Snoeien doe je steeds met proper en scherp gereedschap. Snoei bij geschikt weer (droog en niet bij zware vorst)zieke takken en vruchten worden verwijderd om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Na het snoeien van zieke takken wordt het snoeigereedschap ontsmet (javelwater, dettol, ) vooraleer een andere boom te verzorgen. (dus best zieke bomen als laatste doen) Twijgen steeds schuin afknippen op 3 5 mm van een knop goed te lang te kort te scherp verkeerde richting Takken afzagen aan de takkraag, de takkraag zelf laten staan Snoei van de harttak of verlengenis Steeds alternerend 5.2. De plantsnoei Snoei van de gesteltakken Steeds op een oog naar buiten Gebeurt vlak voor of na het planten 3-4 stevige takken ( gesteltakken ) goed verdeeld rondom de stam worden behouden en op gelijke hoogte gesnoeid. Ze mogen evenwel niet steil omhoog staan om afscheuren op latere leeftijd te vermijden. De harttak (= verlenging van de stam) wordt (indien nodig voor de boomvorm) slechts een weinig hoger gesnoeid dan de gesteltakken, zodat hij niet teveel in groei bevoordeeld wordt. Kleinere twijgen worden niet allemaal afgeknipt, maar horizontaal afgebonden waardoor ze vroeg vruchten zullen dragen. Spiraalvormige plaatsing van de knoppen bij alle fruitsoorten leidt tot een goede spreiding van de scheuten. Met deze groeiwijze dient rekening te worden gehouden bij de snoei 5.3. De vormsnoei Bij hoogstam moet er eerst enkele jaren aandacht zijn voor de kroonvorming, daarna pas voor de vruchtzetting. Wat betekent
24 Pagina 24 van 38 een jaar langer wachten op vruchten voor een boom die jaar kan meegaan Ongesnoeide hoogstammen krijgen een zeer dichte kroon, geven kleine en zieke vruchten, gaan vlug scheuren en leven veel korter dan goed gevormde en gesnoeide bomen Vormsnoei wordt in functie van de hergroei in de eerste jaren na aanplant, toegepast vanaf 1 à 2 jaar na de aanplant tot de opbrengstfase van de boom bereikt wordt. Opbinden en uitbuigen maken deel uit van de vormsnoei Start opbrengstfase (einde van de vormsnoei) Bij appels op hoogstam is dat na 8-12 jaar na aanplant. Bij peren op hoogstam na jaar na aanplant. Bij kersen op hoogstam na 6-7 jaar na aanplant. Bij pruimen op hoogstam na 6-8 jaar na aanplant. Wintersnoei stimuleert de scheutvorming (de wortels moeten minder scheuten van voedsel voorzien) en om een kroon te vormen hebben we juist sterke scheuten en vertakkingen nodig. Vormsnoei van jonge bomen gebeurt daarom dus steeds in de winter (ook voor kers en pruim) bij droog maar niet te koud weer.
25 Pagina 25 van 38 Voorkeursnoeitijden voor de vormsnoei Abrikoos Amandel Appel Kers Kriek Kweepeer Mispel Moerbei Nectarine Peer Perzik Pruim Tamme kastanje Vijg Vóór half september, direct na de pluk en/of direct na de bloei Mei-september Jonge bomen: januari t/m eind maart. Tijdens of na de bloei in april Tijdens of na de bloei in april februari-maart, november-december na bladval, of bij het begin van de bloei December-februari December-februari Mei-augustus Jonge bomen: januari t/m eind maart. Mei tot september Éénjarige Tijdens kroon of na de bloei in april twee-driejarige kroon vierjarige kroon winter Einde november - begin december-januari en begin maart Zeer jonge bomen maart-april, Snoei zo weinig mogelijk. Walnoot Wegnemen takken tussen juni en september Bij de vormsnoei van de klassiek ronde kruin worden jaarlijks de concurrenten van de harttak en de gesteltakken verwijderd. De gesteltakken worden op gelijke hoogte gesnoeid. Zo krijgen ze evenveel sap en zullen ze gelijkmatiger groeien en vertakken. Zodra het gewenst aantal vertakkingen van de gesteltakken is bereikt kort men deze niet meer in (tenzij om de groei verder te stimuleren bij zwakke groei) Basisregels bij de vormsnoei: - Sterke twijggroei (> 80 cm) - weinig snoeien, om de scheutvorming niet teveel te stimuleren (1/3 insnoeien)
26 Pagina 26 van 38 - Normale twijggroei (40 80 cm) - matig snoeien om eenzelfde groei te behouden (1/2 insnoeien) - Zwakke twijggroei (< 40 cm) - sterker snoeien, om de twijgontwikkeling te prikkelen (2/3 insnoeien) - Zwakkere zijtwijgen worden met mate behouden en zullen de eerste vruchten geven. Kijk ook steeds of de bindband of het naamlabel niet knelt VORMSNOEI VAN APPEL Twee boomvormen zijn mogelijk Met harttak (Oechsbergsnoei) Geeft kleinere boom Dichtere kroon Risico op achterblijven onderste kroon gesteltak Zonder harttak (Vaasvorm) klassieke vorm van de streek Veel zonlicht, mooier fruit Boom blijvend uit evenwicht bij afbreken Insnoeien van harttak en gesteltakken volgens de groeikracht Gesteltakken laten vertakken naarmate de groei naar buiten vordert. Als het goed is heeft men na het vierde-vijfde snoeijaar 8 à 12 vertakkingen van de gesteltakken De laatste jaren van de vormsnoei blijft de snoei beperkt tot. - Corrigeren van fouten (naar binnengroeiende takken, schurende takken, kankertakken, ) - Wegnemen van concurrenten van verlengenis en gesteltakken - De verlengenissen van de gesteltakken worden niet meer ingekort (tenzij de groei achterblijft) - Zijtwijgen worden meer en meer behouden - Waterloten worden weggenomen - Bij boom met harttak wordt aan de tweede krans van gesteltakken begonnen - Boom wordt getopt zodra de uiteindelijke hoogte is bereikt VORMSNOEI VAN PEER Piramidale vorm is het meest natuurlijk. Doorgaande harttak met meerdere kransen van 4 à 5 gesteltakken Tussenafstand tussen de kransen minstens 70 cm tot 1,20m Kruin geleidelijk opbouwen, steeds brede pyramidevorm nastreven Hogere kransen van gesteltakken niet te snel uitbouwen om onderste gestel niet te verzwakken Boom toppen zodra uiteindelijke hoogte is bereikt
27 Pagina 27 van VORMSNOEI VAN ZOETE KERS Twee boomvormen zijn mogelijk. Zonder harttak (boom blijft kleiner) en-met harttak. -Met harttak is de meest natuurlijke vorm, maar de boom wordt hoger. -Op een leeftijd van jaar kan de harttak worden getopt om de hoogte te beperken VORMSNOEI VAN PRUIM Twee boomvormen zijn mogelijk -Zonder harttak en Met harttak (vertakking kan snel te dicht worden) -Inplantingshoek bij de keuze van de gesteltakken is belangrijk (breekbaar hout) 5.4. ONDERHOUDSSNOEI In de opbrengstfase is de boomvorm klaar en wordt gesnoeid om licht en lucht in de kruin te behouden en de vruchtbaarheid te handhaven. Te dicht staande en kruisende takken worden aan de takring verwijderd., Gesteltakken worden teruggesnoeid op een kleinere zijtak, die de natuurlijke groeirichting en uitbreiding van de kruin verder zet. Te oude vruchttakken worden verwijderd. Door het aftoppen van de harttak op de gewenste hoogte bekomt men een lage open kruin. Dit is vooral bij kersen en pruimen gebruikelijk, zowat 2-3 jaar na het bereiken van de volledrachtfase. Onderhoudssnoei gebeurt bij pruimen en kersen tijdens of vlak na de pluk. Bij appels en peren kan de onderhoudssnoei gedeeltelijk in de zomer plaatsvinden, maar het is gebruikelijker alles in de winter uit te voeren omdat dan de vruchten weg zijn. Snoeien afhankelijk van de groeikracht van de boom 5.5. VERJONGINGSSNOEI Dient om bij oudere bomen overmatige vruchtdracht met kleine en minderwaardige vruchten tegen te gaan, maar vooral om nieuwe krachtige twijggroei te stimuleren. Verjongingssnoei gebeurt bij pruimen en kersen tijdens of vlak na de pluk aan relatief jong hout dat nog regenereert. Appels en peren hebben een groter regeneratievermogen dan pruimen en kunnen op relatief dik hout teruggezet worden BEHOUDSSNOEI Dient om bij oude bomen de kruin opnieuw in evenwicht te brengen en in verhouding met de draagkracht van de stam. Deze ingreep die vaak met gespecialiseerd gereedschap moet gebeuren heeft enkel zin indien de resterende levensduur van de boom mét de ingreep nog voldoende lang wordt ingeschat (>15jr)
28 Pagina 28 van ZOMERSNOEI AAN FRUITBOMEN Traditioneel worden de fruitbomen in de wintermaanden gesnoeid. In ieder geval de appels en peren. De (grotere) pruimen, en kersenbomen worden per definitie al in de zomer gesnoeid om besmetting met de voor deze bomen dodelijke schimmelziekte loodglans te vermijden. Uit onderzoek blijkt dat ook voor de appels en peren de snoei in de zomermaanden (periode van half juli tot half september) overwogen kan worden. Sterker zelfs, zomersnoei biedt een hoop voordelen Voordelen van zomersnoei Na het uitvoeren van een zwaardere ingreep (i.v.m. wegwerken achterstallig snoeiwerk) tijdens de zomermaanden, in plaats van in de winter zal de boom minder fors reageren en dus niet zo massaal waterscheuten vormen. Let er bij het uitvoeren van een zware ingreep in de zomer wel op dat hoe ouder de boom is, hoe minder levend weefsel je in één groeiseizoen mag wegnemen. Spreid eventueel de ingreep over meerdere groeiseizoenen. In de zomer is het afgrendelingsmechanisme van de boom optimaal in werking. Dit geeft minder kans op het binnendringen van ziektekiemen in de snoeiwonden. Zomersnoei geeft een beperkte hergroei. In een boom die erg hard groeit zal door zomersnoei de reactiegroei beperkt blijven. Snoei in de zomer gaat niet ten koste van de vruchtdracht voor de daarop volgende seizoenen. Bij wintersnoei is dit wel het geval. Dit komt doordat de bloemknoppen voor volgend jaar pas vanaf augustus worden aangelegd. Gelijk met de zomersnoei kunnen zieke takken weggesnoeid worden. Denk hierbij aan meeldauw, kanker,... Door het open snoeien van de boom in de zomer krijgen schimmelziektes als schurft minder kans. Door zomersnoei verkrijgt men een betere belichting van de vruchttakken. Dit resulteert in sterke knoppen voor het komende seizoen maar ook in een betere kleuring van de vruchten die op boom blijven hangen. Vruchtdunning kan beschouwd worden als een onderdeel van de zomersnoei en zorgt voor dikkere en mooiere vruchten, een betere stand van jonge vruchttakken en een beter evenwicht tussen groei en vruchtdracht Toepassing van de zomersnoei Zomersnoei kan zowel voor hoogstam-, laagstam-, als leifruitbomen worden gebruikt. Er zijn daarbij echter belangrijke verschillen. Bij jonge hoogstamfruitbomen dient de zomersnoei beperkt te blijven tot het verwijderen van verkeerd geplaatste scheuten, vruchtdunning en het wegnemen van dood en ziek hout. Voor hoogstamfruitbomen vanaf 10 jarige leeftijd wordt ook kruindunning toegepast. In beide gevallen is het van belang de zomersnoei pas uit te voeren nadat de eindknop van de nieuwe
29 Pagina 29 van 38 twijgen is gevormd en dus de lengtegroei is gestopt. Hierdoor wordt ongewenste hergroei voorkomen. Bij laagstamfruitbomen kan een belangrijk deel van het snoeiwerk via zomersnoei worden uitgevoerd. Meestal gebeurt de zomersnoei hier in 2 beurten. Naast de handelingen beschreven voor hoogstam worden sterk groeiende twijgen en scheuten ergens in juni reeds ingesnoeid op 4 à 5 ogen. In augustus wordt dan nogmaals een snoeibeurt toegepast waarbij er meer aandacht gaat naar een goede belichting van het fruit. Bij de snoei van vormfruitbomen gaat men nog een stap verder. Hier is zomersnoei een onmisbaar middel om de boompjes mooi in vorm te houden. Min of meer continu wordt de jonge scheutgroei onder controle gehouden. Echte liefhebbers grijpen zelfs zo frequent in dat het geen snoeien meer kan genoemd worden, maar eerder innijpen van de jonge scheuten Zomersnoei bij steenfruit Wat betreft het steenfruit is het normaal dat er in de zomermaanden gesnoeid wordt. In verband met de verspreiding van bepaalde schimmelziekten in de wintermaanden wordt er in die periode niet gesnoeid. In de regel worden de kersen en pruimen dan ook gesnoeid tijdens of direct na de pluk. Aan het snoeien van steenfruit zijn echter risico s verbonden. Bij te sterke snoei gaan de bomen gommen waardoor ze makkelijk aangetast kunnen worden door bacteriekanker. Toch zal er in meer of mindere mate gesnoeid moeiten worden. Redenen hiervoor zijn de volgende: In de jeugdjaren is een vormsnoei noodzakelijk voor het verkrijgen van een evenwichtige kroon met daarin een beperkt aantal goed gepositioneerde gesteltakken. Tijdens de vormsnoei in de jeugdjaren is het nog mogelijk gesteltakken te kiezen met een goede inplantingshoek. Te steil groeiende takken zijn niet geschikt als gesteltak. Regelmatige snoei zorgt ervoor dat de boom niet dichtgroeit. Dunning zorgt ervoor dat licht en lucht tot binnenin de kroon kunnen doordringen. Bovendien zorgt dit ervoor dat de onderste takken blijvend voldoende belichting krijgen en daardoor behouden blijven Snoei geeft bovendien een reductie van de hoeveelheid bloesem en vruchten. Beide zullen hiervan profiteren en beter van kwaliteit zijn. Bij de snoei wordt dood en ziek hout verwijderd. Dit voorkomt verdere verspreiding van ziekten. Door regelmatige snoei kan men zelf de vorm en bovendien de uiteindelijke hoogte van de boom bepalen. Dit zorgt ervoor dat je kunt oogsten en het onderhoud uitvoeren zonder halsbrekende toeren uit te halen Zomersnoei bij kersen: voorzichtig Voor kersen geldt dat niet te zwaar gesnoeid mag worden. Als gevolg van sterke snoei gaat deboom gommen. Voor oudere bomen geldt bovendien dat te sterke snoei kan resulteren in het achterwege blijven van de gewenste groeireactie. De boom zal in dat geval wegkwijnen. Grotere snoeiingrepen derhalve faseren en beperken tot een lichte dunning. Bij kers gebeurt dit dunnen aan de buitenzijde en de bovenzijde van de kroon om te voorkomen dat de boom binnenin onderbelicht en vervolgens kaal wordt. Hierdoor blijft de snoei zoveel mogelijk beperkt tot het een- en tweejarig hout. Snoeiwonden in meerjarig hout best behandelen met wondafdekmiddel.
30 Pagina 30 van 38 Normaliter worden bij het snoeien de takken glad tot op de stam of tak weggeknipt. Bij de kersenboom maken we hierop een uitzondering en laten een klein stompje van ongeveer 2 cm staan. Door het laten staan van een klein stompje is er minder kans op gommen. Het gevaar van de kersenboom. Het werken in grotere kersenbomen is gevaarlijk. Doorgaans gebeuren de meeste ongelukkenbij het onderhouden of oogsten in kersenbomen. Door de typische groei van de kers (lange, niet vertakte naar buiten groeiende vruchttakken) is het moeilijk een goede plek te vinden voor het plaatsen van de ladder. Dit is vooral het probleem bij de oogst aangezien de kersen alleen aan de buitenzijde, ver verwijderd van de dikkere takken hangen. Tijdens de vormsnoei kan hieraan al iets gedaan worden. Zorg ervoor dat niet teveel gesteltakken overblijven. Meestal is drie al voldoende. Deze takken krijgen daardoor de ruimte zich te vertakken waardoor er steunplekken voor de ladder ontstaan. Dit wordt verder gestimuleerd door het inkorten van deze jonge gesteltakken. Bovendien kunnen tijdens de oogst de lange vruchttakken die te ver naar buiten groeien weggesnoeid worden. Het plukken van de afgesnoeide takken kan vervolgens op de grond gebeuren Zomersnoei bij zure kersen: inkorten Vooral bij uitkalende soorten, waaronder de Noordkriek, is een oogstsnoei dringend aan te raden om dunne scheuten te vermijden. Zonder een jaarlijkse snoei, gaan mettertijd overwegend overhangende takken ontstaan, zoals bij een treurwilg, en gaat de boom voortijdig verouderen. De vorming van eenjarige, 25 à 40 cm lange twijgen, is het doel. Langere twijgen bloeien uiterst zelden. De snoei die wordt toegepast is het inkorten van de tweejarige scheuten op een mooie éénjarige scheut die volgend jaar vrucht zal dragen Zomersnoei bij pruimen: uitbreken De beste tijd om pruimenbomen te snoeien is tijdens de vruchtdunning ( tweede helft van juni) of tijdens de pluk (augustus-september). Dit zijn de twee periodes waarin sterke groei plaats vindt. Het is voor de pruimenbomen vooral belangrijk dat door middel van dunningssnoei voorkomen wordt dat takken te zwaar worden. Vooral bij pruimen bestaat er tijdens de vruchtdracht veel kans op takbreuk. Naast het inkorten van lange zware takken wordt geadviseerd om de vruchten te dunnen ter voorkoming van takbreuk. De dunning uitvoeren in de eerste helft van juni en zodanig dat de vruchten elkaar bij het uitgroeien niet raken (onderlinge afstand 5 cm). Andere zomerwerkzaamheden Okkernoten nu snoeien, nazien van bindband, veebescherming, stamscheuten, wortelopslag, uitbuigen en opbinden van jonge takken, opruimen gevallen vruchten,
31 Pagina 31 van CONCLUSIE De ideale boom/snoei bestaat niet, bomen zijn levende wezens, reacties op een ingreep zijn niet steeds hetzelfde. Takken kunnen afsterven, insecten, zoogdieren of vogels kunnen knoppen of scheuten opeten of beschadigen. Het is slechter helemaal niet te snoeien dan een fout te maken bij het snoeien, zolang je maar de bekende basisprincipes hanteert. -Evenwichtige verdeling van de takken over de windrichtingen -Pas de groeiregels toe -Respecteer de boomvorm en stuur bij waar nodig -Open kruinstructuur -Wintersnoei stimuleert scheutgroei en hoe meer snoei, hoe meer groei -Zomersnoei remt de groei (beperken tot 20% van het levende materiaal) -De juiste weersomstandigheden
32 Pagina 32 van Ziekten en plagen bij hoogstamfruitbomen Vooral de eerste jaren zijn planten gevoelig aan allerhande ziekten en plagen. Jonge bomen hebben nog niet voldoende weerstand kunnen opbouwen en zijn dus gemakkelijke prooien. Het is belangrijk dat deze ziekten en plagen op een efficiënte manier worden bestreden. Hieronder volgt een bespreking van de meest voorkomende ziekten en plagen, hun symptomen en de daarbij horende bestrijding Niet soortgebonden plagen Luizen Zij zijn schadelijk omdat ze de sappen uit de plant zuigen, maar vooral omdat ze virusinfecties kunnen overbrengen. Ze onttrekken door het zuigen aan de plant de belangrijkste bouwstoffen. Ze scheiden daarbij een gifstof af, die krulziekte en misvorming van organen veroorzaakt Bladluizen Symptomen veroorzaken zuigschade; ze bevinden zich onder de opgerolde bladeren reactie van de plant op het giftige speeksel van de luizen; door saproof ontstaat vaak blad- en scheutmisvorming gevolgd door een groeistilstand; suikerafscheiding (honingdauw), hierin ontwikkelen zich schimmels die de plant met een zwarte schimmellaag overgroeien (= roetdauw). Bestrijding (enkel bij ernstige aantasting) sterke groei van jonge bomen en takken beperken door een matige stikstofbemesting; in droge periodes de aantasting met een krachtige koude waterstraal besproeien; nuttige roofvijanden inzetten: o lieveheersbeestje; o roofwants; o groene gaasvlieg; o zweefvlieg; o wolfspin; o strekspin; o hangmatspin; o loopkever; o kortschildkever.
33 Pagina 33 van Bloedluis Symptomen zorgt voor schade aan jonge knoppen en takken, doordat ze met hun monddelen sap zuigen uit de jonge bladeren en takken wat in een later stadium resulteert tot beschadigde, onvolgroeide bladeren en takken; ze begeven zich naar reeds bestaande wonden en naar de jonge scheuten, op randen van wonden en spleten; dit verspreiden vindt bij normale omstandigheden omstreeks begin mei plaats; op de aangetaste plaatsen ontstaan knobbels door abnormale groei, veroorzaakt door het zuigen van de bloedluizen; de met bloedluiskanker aangetaste jonge scheuten vriezen bij stevige vorst dood. Bestrijding sluipwesp: dit insect legt haar eieren in de bloedluizen; door predatie van oorwormen en lieveheersbeestjes kan de plaag worden verminderd Vlinders Kleine wintervlinder Symptomen vraat aan bladeren en vruchtbeginsel. later vreten de rupsen grotere gaten in de bladeren, terwijl ook stukken uit de vruchten gegeten worden. de aantasting kan zo hevig zijn, dat er van bloei en vruchtzetting niet veel terechtkomt en een groot gedeelte van het blad verloren gaat. bij een ernstige aantasting ruist het in de boomgaard van het knagen van de rupsen. Bestrijding lijmbanden: De lijmbanden worden op een hoogte van 1-1,5 meter boven de grond aangebracht en dienen minimaal cm. Breed te zijn. De lijmbanden moeten begin oktober vervangen worden. Eind januari de banden verwijderen en verbranden Mijten Mijten zorgen voor beschadigingen aan bladeren, ze steken met hun monddelen de cellen kapot en zuigen het uittredende vocht op (zuigschade), wat resulteert in aantastingen van het blad, vergeling en verdorring van de bladeren Rode spin of fruitspintmijt symptomen zuigschade waardoor de fotosynthese vermindert; overwinteren als rood winterei op de schors van de bomen; zomereitjes worden afgelegd aan de onderzijde van het blad; bladeren verkleuren; beschadigde cellen drogen uit en sterven af, waarna het blad een roestbruine kleur krijgt; zwakkere groei; lagere productie. Bestrijding natuurlijke vijanden zoals de roofmijt
34 Pagina 34 van Niet soortgebonden ziekten Schurft Symptomen komt vaak voor bij appel en peer; op de bladeren ontstaan olijfgroene vlekken: bij appel aan de bovenzijde van het blad, bij peer aan de onderzijde; de schimmelziekte tast de bladeren, bloemen, scheuten, takken, kelkblaadjes, bloemsteeltjes, vruchtbeginsels en vruchten aan; op het blad geeft de ziekte eerst donkergroene, later bruinzwarte vlekken; de vlekken vertonen zich reeds als de bladeren zich in het voorjaar nog niet geheel hebben ontvouwen; bij een ernstige schurft aantasting vallen de bladeren vroegtijdig af; op de vruchten zien we dezelfde vlekken verschijnen, die enigszins verzonken lijken in het vruchtvlees en die later lelijk verkurken; op die plaats groeit de schil slecht uit, het gezonde gedeelte groeit wel door en dat is de oorzaak dat de vruchten vervormen, barsten vertonen en krom gaan groeien. Deze vruchten vallen vaak vroegtijdig af; vooral bij peren scheurt de schil gemakkelijk bij of op de aangetaste plaats; op de perentakken en twijgen ontstaan kleine blaasjes die later openspringen; de plek wordt hard en korstig en het takje krijgt hierdoor een ruw uiterlijk; in de opengebarsten blaasjes bevindt zich het zwarte schimmelpluis; de opengesprongen blaasjes komen vooral voor op het één- en tweejarige hout; deze takken zijn zwakker, hebben meer last van vorst en kunnen soms afsterven; zwaar aangetaste bomen blijven later altijd herkenbaar. Bestrijding preventieve bestrijding van schurft begint al in de winter door zoveel mogelijk al het afgevallen en aangetaste blad/tak weg te halen; tijdens de infectieperiode zal de kieming van de sporen sneller verlopen naarmate het warmer wordt, maar steeds blijft een eerste vereiste dat de sporen in voldoende vocht liggen, m.a.w. dat het blad nat blijft; droogt het blad op, voordat infectie heeft plaats kunnen vinden, dan verschrompelt de kiembuis en zal de spore geen infectie kunnen veroorzaken; wanneer men de meest gevoelige fruitrassen zeer open gaat snoeien zal het blad eerder drogen en de besmettingsdruk afnemen.
35 Pagina 35 van Ziekteverschijnselen per fruitsoort Appel Wollige bloedluis/appelbloedluis Symptomen actief begin april; ze scheiden witte wasdraden af die het donkerbruine lichaam bedekken met een wollige dons; door het zuigen aan takken en jonge scheuten ontstaan kankerachtige knobbels; bloedluisknobbels kunnen ontaarden tot echte vruchtboomkanker; witte wollige bloedluiskoloniën bevuilen vruchten en handen bij de pluk Peer Bestrijding sluipwesp; oorwormen; lieveheersbeestje Vruchtboomkanker Symptomen aanvankelijk is de ziekte zichtbaar als kleine, donker gekleurde plekken op de schors; na een jaar heeft het centrum van de plek een diepe, ovale wond gekregen; bij het ouder worden, wordt de wond steeds dieper; op de twijgen ontstaan ruwe, bultige gezwellen; nabij de ogen van de twijgen ontstaan concentrische ringen, die zich verder uitbreiden in alle richtingen; in de zomer komen er kleine, rode vruchtlichamen op de takken voor; de sporen dringen binnen via snoeiwonden, vorstscheurtjes. Bestrijding bestaande kankers: wonden verzorgen vóór de bladval, instrijken met kankerverf; de wonde uitsnijden in het voorjaar, dan wordt er vlugger callus gevormd; uitgesneden plekken insmeren met wondontsmettingsmiddel; bij voorkeur niet snoeien bij regenachtig weer; Perenprachtkever of perenringworm Symptomen de platte witte larve van deze kever boort slingervormige gangen in de bast onder de schors van stam en takken; plaatselijk gaat hierdoor het hout dood en de schors gaat barsten. Bestrijding Uitsnijden van de gangen met een scherp mes
36 Pagina 36 van Kers Bacterievuur of perenvuur Symptomen de toppen van de scheuten en bloemtrossen verwelken en verdrogen; een bruin-zwarte verkleuring van deze twijgen; er kunnen vuilwitte druppeltjes bacterieslijm zichtbaar zijn aan bladstelen en scheuten; deze kunnen met de regen uitvloeien waardoor na opdrogen een zilverachtige film overblijft; bij aansnijding van de bast onder een aantasting wordt een rood-bruin gevlamde verkleuring zichtbaar, en het weefsel is vochtig en plakkerig; op de stam en dikkere takken ontstaan ingezonken kankerplekken, waarbij de kleur van de bast in paars verandert; plaatselijk op de schors van de stam zijn er duidelijke omzoomde, dode plekken; bij sterke aantasting verschijnen er slijmdruppels op blad, vrucht en tak de verdroogde bladeren, bloemen en vruchten blijven tot in de winter aan de plant Bestrijding zieke takken diep wegsnijden en verbranden; de nabloei verwijderen; gereedschap, handen ontsmetten met Dettol Perenroest Symptomen in de zomer ovale, geelbruine vlekken van 1cm lengte op de bovenkant van het perenblad kegelvormige pukkeltjes aan de onderzijde van het blad, zichtbaar in het najaar. Bestrijding aangetaste plantendelen weg snoeien Loodglans Symptomen de bladeren krijgen een dofgrijze, zilverachtige kleur; aangetaste planten sterven af; de vruchtlichamen ontwikkelen zich op het dode hout als paarse paddestoelen; aanvankelijk vertonen de bladeren aan één of enkele takken een grijze, loodkleurige tint; de ziekte verspreidt zich geleidelijk door de hele boom waarbij de aangetaste takken afsterven; komt ook voor bij pruim en perzik.
37 Pagina 37 van 38 Bestrijding aangetaste planten en dode takken opruimen en verbranden; verwondingen vermijden Gomziekte Symptomen gomuitvloeiing kan een natuurlijk proces zijn b.v. na het wegnemen van takken wanneer geregeld gomdruppels voorkomen aan de takken is dit het gevolg van een zieke bodem, oorzaken kunnen zijn: o slechte bodemstructuur; o te hoge watertafel en gebrekkige waterafvoer; o hoge zoutconcentratie; o te veel stikstof; o kalkarmoede; o strenge wintervorst en late lentevorst; o te strenge snoei; komt ook voor bij pruim en perzik. Bestrijding zorg voor een goede bodemstructuur; vermijden van ongecomposteerde stalmest Bloesemsterfte Symptomen bij kersen en krieken kunnen bloesems, bladeren en de jonge scheuten verwelken en bruin verkleuren; de infectie gebeurt tijdens de bloei; de schimmel groeit tot in het hout; de geïnfecteerde twijgen sterven af; er ontstaan kale takken; komt ook vaak voor bij krieken: hier komt dan meer taksterfte voor dan bij kersen; ook bij pruimen kan dit voorkomen. Bestrijding Aangetaste twijgen verwijderen. Ruim terugsnoeien, ongeveer 20 centimeter Pruim: zie voor de voornaamste problemen bij kers.
38 Pagina 38 van Perzik Krulziekte Symptomen in mei zijn de ziekte bladeren en scheuten blaasvormig opgezwollen en gekruld; later vindt men op de geelrode vergroeiingen een witte schimmel; zieke weefsels vallen af; na juni is er niets meer te bespeuren; de ziekte overwintert in de knoppen; als de groei start, breekt de ziekte terug uit. Bestrijding Aangetaste bladeren verwijderen. Slotwoord Deze cursus heeft als doel eigenaars en beheerders van hoogstamboomgaarden op weg te helpen om hun boomgaard deskundig te beheren. Ondanks alle inspanningen blijft dit een beperkt document. Zit u, na het doornemen ervan, nog met vragen, aarzel dan niet contact op te nemen met de Nationale Boomgaarden Stichting v.z.w. Vereniging voor pomologie, boomgaard- en landschapsbeheer (Staatsblad 2 sept 2005) zetel: Universiteit Hasselt, Agoralaan gebouw D, Campus Diepenbeek, arrondissement Hasselt Leopold-III-straat Vliermaal, tel: 012/391188; fax: 012/ [email protected] Website:
De aanplant. Agentschap Natuur en Bos Bodem. Aanplant, snoei en verzorging van hoogstamfruitbomen
Aanplant, snoei en verzorging van hoogstamfruitbomen Jan Van Bogaert Voor het Agentschap Natuur en Bos De aanplant Bodem De meest geschikte bodem voor grootfruit (appels, peren, kersen en pruimen) is:
Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015
1 Snoeien doet groeien Beknopte snoeiinstructie door Leo van Mierlo voor Boomgaard De Steenen Camer, januari 2015 Botanische termen De STAM is de hoofdstengel van een boom. Een SCHEUT (of LOOT) is een
Op YouTube zijn een aantal goede instructie video s beschikbaar:
Fruitsoort Wanneer snoeien? Abrikoos Appel Kers Peer Perzik Pruim Vóór half september, direct na de pluk en/of direct na de bloei Jonge bomen: januari t/m eind maart. Oude bomen: juli t/m eind augustus
Cursus Achterstallig Onderhoud Hoogstamfruit
Hoogstamfruit 1 Indeling theorie Beoordeling hoogstamboomgaard Uitgangspunten bij Achterstallig onderhoud Fasering achterstallig onderhoud Snoeiafhankelijke factoren Techniek en veiligheid 2 Beoordeling
Snoeien van (fruit)bomen. De basisbeginselen
Snoeien van (fruit)bomen De basisbeginselen Zaterdag 23 februari 2008 ZWN, februari 2008 Els en Bert Vrenegoor, Evert van Huijssteeden 2 1. De onderdelen van de fruitboom Een normale fruitboom bestaat
Snoei van Steenfruit
VELT Dijlevallei Roger Verlinden 22/05/2012 [email protected] Snoei van Steenfruit 1. Wat is snoeien Snoeien is het wegnemen of vervormen van plantendelen. 2. Waarom snoeien zieke, verkeerd ingeplante,
Snoei van Appel en Peer
VELT Dijlevallei Roger Verlinden 15/02/2011 [email protected] Snoei van Appel en Peer 1. Wat is snoeien Snoeien is het wegnemen of vervormen van plantendelen. 2. Waarom snoeien Zieke, verkeerd
Snoeien fruit. Workshop 23 januari 2019 ATV Utrecht Zuid
Snoeien fruit Workshop 23 januari 2019 ATV Utrecht Zuid Waarom snoeien? onderhoud of vorm jong beginnen kroon vormen beschadigingen voorkomen ziekten afmeting te groot, hinder omgeving verjongen vorming
vormen Bomen IN ONZE SERIE BOMEN VORMEN ZULLEN WE NU DE VERZORGING VAN PRUIMEBOMEN BEHANDELEN. Opkweek van vrijstaande bomen
Bomen vormen IN ONZE SERIE BOMEN VORMEN ZULLEN WE NU DE VERZORGING VAN PRUIMEBOMEN BEHANDELEN. Erg oude, wat verwilderde pruimenboom Vrijstaande pruimenbomen kunnen tot behoorlijke bomen uitgroeien, ze
INHOUD INHOUD. 1. Algemeen 01. 2. Beheer: aanplant 11. 3. Beheer: snoei 19. 4. Beheer: gezondheid 35. Module 7 Hoogstam
Module 7 Hoogstam INHOUD INHOUD 1. Algemeen 01 1.1 Definitie 01 1.2 Geschiedenis 04 1.3 Natuurwaarde 06 1.4 Economische waarde 08 1.5 Wetgeving 09 2. Beheer: aanplant 11 3. Beheer: snoei 19 3.1 Algemeen
Huis- of boerenboomgaard
Huis- of boerenboomgaard Kenmerken Een huis- of boerenboomgaard ligt in de buurt van het huis of erf en bestaat uit vruchtbomen zoals peer, appel, pruim en kers. Meestal zijn dit half- en hoogstamfruitbomen.
Pagina 1 van 23 HOOGSTAMFRUITBOMEN PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR SNOEI EN BEHEER. Jos Ramaekers
Pagina 1 van 23 HOOGSTAMFRUITBOMEN PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR SNOEI EN BEHEER Jos Ramaekers Pagina 2 van 23 Inhoudsopgave Voorwoord...3 1. Aanplanten van een hoogstamboomgaard...4 1.1. Factoren waarmee
Presentatie. Afsterven steenfruitbomen. Klantendag Stonefruitconsult. Echteld Donderdag 7 maart. Met medewerking van Marcel Wenneker van PPO
oetermeer Presentatie Afsterven steenfruitbomen Klantendag Stonefruitconsult Echteld Donderdag 7 maart Met medewerking van Marcel Wenneker van PPO Boomuitval Grotere verliezen aan bomen binnen steenfruit
Maak de juiste keuze Jos Pauwels 2013
Maak de juiste keuze Jos Pauwels 2013 De boomvorm, deze bepaalt het aantal bomen in functie van oppervlakte, de nabijheid van buren; Afhankelijk van de grondsoort, de fruitsoort, het fruitras en de gebruikte
Veebescherming bij aanplant hoogstamfruitbomen Regionaal Landschap Zuid-Hageland, versie april 2017
Veebescherming bij aanplant hoogstamfruitbomen Regionaal Landschap Zuid-Hageland, versie april 2017 Basis 1. zonder veebescherming Basis 2. met veebescherming tegen schapen mm, hoogte 1,5-1,8 m; breedte
Thee- en soortgelijke hybriden
Thee- en soortgelijke hybriden Theehybriden en andere grootbloemige rozen worden zo gesnoeid, dat er sterke basisscheuten, een komvormige plant met een open centrum worden gevormd. Theehybriden bloeien
WAT IS EEN HOOGSTAMBOOMGAARD?
WAT WAT IS EEN HOOGSTAMBOOMGAARD? Een huis- of boerenboomgaard (hoogstamboomgaard) ligt in de buurt van het huis of erf en bestaat uit vruchtbomen zoals peer, appel, pruim en kers. Meestal zijn dit half-
Klein-en groter fruit
Klein-en groter fruit In de moestuin Gevorderdencursus dl 3 TT Boxtel Volkstuinvereniging Ceres 2013-2014 Plaats van fruit in de tuin Vaste plek Zonnig Als haag tussen tuinen Als afscheiding tussen tuindelen
Snoei altijd op stompen van circa 3-5 cm. Bij Jonagold moet dit langer zijn; hier mag het gerust 10 cm zijn.
Snoei appels Enige tijd geleden hebben we al kort een bericht gemaakt over de snoei van appels. Hierbij is het belang aangegeven van een tijdige rond om de grote knippen te zetten. Probeer dit in de maand
De Smaak van Het Groene Woud Hoogstamfruit in Boxtel en Oirschot
SPELREGELS De Smaak van Het Groene Woud Hoogstamfruit in Boxtel en Oirschot Draag uw steentje bij aan het verfraaien van Het Groene Woud door de aanplant van hoogstamfruitbomen hagen Inrichting van een
9 Woord vooraf. 11 Welke boom kies je? 47 Teeltzorg. 31 Standplaats en omgeving
9 Woord vooraf 11 Welke boom kies je? 11 Boomvorm Aanpassing van de natuurlijke fruitboom Hoogstam Halfstam Laagstam Leifruit Fruithaag Zuil- of kolomboom 25 Rassenkeuze Resistentie Fruit dat je met plezier
Plantinstructies Aandacht voor het plantgat.
Plantinstructies Aandacht voor het plantgat. Aandachtspunten bij het planten. Om te zorgen voor een optimale hergroei van een nieuw aangeplante boom is het raadzaam een aantal zaken goed in het oog te
SNOEIEN (LAAN) BOMEN
SNOEIEN (LAAN) BOMEN Snoeien van bomen Ideale boomvorm Een solitaire boom in de vrije ruimte behoeft géén snoei Begrippen binnen begeleiding snoei Scheut een nog niet verhouten stengel die max. 1 groeiseizoen
Samenstelling pakket : keuze uit volgende soorten (minstens 5 stuks per soort)
GEMEENTE INGELMUNSTER Tel. 051 / 33 74 00 BETOELAGING VAN DE AANLEG VAN KLEINE LANDSCHAPSELEMENTEN SAMENSTELLING VAN DE PAKKETTEN BOSPLANTGOED 20 STUKS VOOR 5 EURO De soorten opgenomen in de pakketten
POMologische Vereniging Noord-Holland. Fruitbomen. Planten. www.hoogstamfruitnh.com
POMologische Vereniging Noord-Holland Fruitbomen www.hoogstamfruitnh.com Planten 12 Dit werkboekje is een uitgave van de POMologische Vereniging Noord-Holland INHOUD 1. Wanneer fruitbomen planten? 2. Gaat
Hoogstam. boomgaarden. een praktische gids REGIONAAL LANDSCHAP VZW
Hoogstam boomgaarden een praktische gids REGIONAAL LANDSCHAP D i j l e l a n d VZW inhoud voorwoord 3 voorwoord 4 waarde en belang van hoogstamboomgaarden 5 Cultuurhistorische achtergrond 5 Ecologisch
www.vostersboomverzorging.be
www.vostersboomverzorging.be Bomen zijn onmisbaar en een waardevol element in uw tuin. Ze vragen om een goede verzorging en begeleiding. Door deskundige snoei en controle kunnen bomen veilig oud worden.
Snoeien. Snoeien van hagen: worden meestal gesnoeid in mei en augustus - september Bodembedekkers: alle 2 jaren bij snoeien tot op 5 cm.
Snoeien Dode en zieke takken zullen bij alle heesters weggesnoeid worden; lucht en licht moeten in de gesteltakken kunnen doordringen. Uitzondering voor de heesters die een schaduw of halfschaduwplaats
Fruit snoeien. Johan Schuppert. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur Johan Schuppert Laatst gewijzigd 11 November 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/49395 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
Bodem. Bodemleven. Bodemverzorging. Gevorderdencursus dl 1 TT Boxtel Volkstuinvereniging Ceres 2013-2014
Bodem Bodemleven Composteren Bodemverzorging Gevorderdencursus dl 1 TT Boxtel Volkstuinvereniging Ceres 2013-2014 Vanavond. Bodem: leer je bodem kennen Bodemvoedselweb Composteren Bodem verbeteren en voeden
Snoei puberbomen. Otto Vloedgraven Snoeicursus puberhoogstambomen
Snoei puberbomen 1 Oude Bellefleur met bolvorm en 4 hoogtelijnen en veel zij-etages en 1 e etagesteltakken 2 Belangrijk bij puberbomen Groei erin blijven houden Zorgen dat de hoogtelijnen zich goed ontwikkelen
Snoei Conference Fruitconsult
Snoei Conference Extra aandachtspunten 2017 Op veel percelen is vanuit een wat magerder bloei in 2017, erg veel hout ontstaan voor 2017. Vooral bij V-hagen Conference zal er dit jaar veel aandacht moeten
MINICAMPING LEEUWE PLAN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING. eigenaar: fam. A. Leeuwe Zuidwelleweg 2 4326 SG NOORDWELLE. plan datum: 20 juli 2010
MINICAMPING LEEUWE PLAN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING eigenaar: fam. A. Leeuwe Zuidwelleweg 2 4326 SG NOORDWELLE plan datum: 20 juli 2010 gemaakt door: E. Voogd Cipta Indah www.cipta-indah.com Kaarten
ALGEMEEN BEMESTEN WATER GEVEN
ALGEMEEN Alleen werken aan gezonde bomen. Als de boom niet gezond is, dan beschermen tegen de zon. Gun hem de brood nodige rust. Bedenk te allen tijde dat in principe alleen dat wordt gedaan dat goed is
Je kunt nu de heesters snoeien die al zijn uitgebloeid. Ook buxushaagjes kun je alvast knippen. Geef ze daarna extra mest voor goede hergroei.
Lentetips April Vroegbloeiende struiken kan u na de bloei snoeien. Vanaf april ziet onkruid vaak zijn kans. Onbeplante oppervlaktes zijn snel bedekt met ongewenst groen. Schoffelen is dus de boodschap!
Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold
Broedvogelinventarisatie Noorlaarderbos 2012 M.Wijnhold Tellers: D.Schoppers, A. Vanderspoel, J. de Vries, W. Woudman, M. Werkman, J. De Bruin, M.Wijnhold Inhoud: 1. Samenvatting 2. Methode: territoria
SNOEI INSTRUCTIE 2016 SNOEIEN VAN VOORAL DE HOUTIGE GEWASSEN HALFHEESTERS STRUIKEN/ HEESTERS BOMEN CONIFEREN ROZEN
1 SNOEIEN VAN VOORAL DE HOUTIGE GEWASSEN HALFHEESTERS STRUIKEN/ HEESTERS BOMEN CONIFEREN ROZEN 2 Wat zijn knoppen? 3 KNOPPEN Bladknoppen Bloemknoppen Gemengde knoppen 4 KNOPPEN Bladknoppen Bloemknoppen
Little Cherry Virus Dinsdag 9 september 2014
Little Cherry Virus Dinsdag 9 september 2014 Samen sterk voor de Haspengouwse kersen Toon Vanrykel, pcfruit Diensten aan Telers Proefcentrum Fruitteelt vzw Fruittuinweg 1, B-3800 Sint-Truiden 0032 (0)11
HOOGSTAMNIEUWS 2007-3
Nationale Boomgaarden Stichting v.z.w. Vereniging voor pomologie, boomgaard- en landschapsbeheer (staatsblad 18 feb. 1986 18 dec. 1986) zetel: Limburgs Universitair Centrum 3590 Diepenbeek Leopold-III-straat
Begrazing van natuurgebieden
Begrazing van natuurgebieden Jan Van Uytvanck Knokke 07/12/2017 Thema s 1. Grote grazers in natuurbehoud en beheer 2. Begrazing in de duinen en het Zwin 3. Begrazingsonderzoek Grote herbivoren in natuurbehoud
Beplantingsplan. Woning Eendenkooiweg ong. Melderslo. A.I.W.M. Christiaens
Beplantingsplan Woning Eendenkooiweg ong. Melderslo A.I.W.M. Christiaens 16 oktober 2014 Beplantingsplan Woning Eendenkooiweg ong. Melderslo A.I.W.M. Christiaens Adres: Eendenkooiweg ong. Melderslo Initiatiefnemer:
Kersen telen nu ook voor de amateurtuinder!
Kersen telen nu ook voor de amateurtuinder! Wie lust ze niet? Dat is maar een enkeling, die vinden de pitten erin maar niks. Het eten van de kersen gaat menigeen goed af, maar het telen van de kersen is
broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval. 9.05 : 1 w. met 3 pulli - regelmatig worden ongepaarde ex.
Kleiputten 't Hoge 1983 2013 (2014) In deze kolom krijgen sommige soorten een andere kleur en dus een andere Broedende of waarschijnlijk broedende soorten broedwaarde. Wilde eend - 1 zeker broedgeval.
Fruit Indeling fruit Kleinfruit, ook wel zacht fruit genoemd, kunnen we indelen in besvruchten en verzamelvruchten.
Fruit Indeling fruit Kleinfruit, ook wel zacht fruit genoemd, kunnen we indelen in besvruchten en verzamelvruchten. Je kunt bij kleinfruit de volgende groeivormen aantreffen: struikvorm; haagvorm; struiken
Bacterieziekten. Bacterieziekten. Bacterieziekten. Bacterieziekten. Pseudomonas. Bacterieziekten. Klein en steenfruit
Klein en steenfruit Diverse soorten in groot- en kleinfruit: Rob Derikx Boekel, 17 februari 2016 Xanthomonas (o.a. aardbeien, kersen, pruimen) Erwinia (o.a. peren, ook wel bacterievuur genoemd) (o.a. kersen,
Leren Beheren. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Module 7 Hoogstam
Leren Beheren Agrarisch natuur- en landschapsbeheer Module 7 Hoogstam INHOUD INHOUD 1. Algemeen 01 1.1 Definitie 01 1.2 Geschiedenis 04 1.3 Natuurwaarde 06 1.4 Economische waarde 08 1.5 Wetgeving 09 2.
Elk deel van de puzzel moet kloppen. Wat verbruikt een volwassen aanplant?? Ontwikkelingen in de teelt. Wat is beschikbaar voor de boom?
Ontwikkelingen in de teelt Programma - Voeding - bestuiving - boomopbouw Rene Albers, Fruitconsult Elk deel van de puzzel moet kloppen Gewasbescherming Bestuiving Wat verbruikt een volwassen aanplant??
Index Natuurbeheer Landschapselementen
Index Natuurbeheer Landschapselementen Houtwal en houtsingel Houtwallen en houtsingels komen in heel Nederland voor. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende
LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD FICHES
LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD FICHES LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD - FICHES PRO 7 GROTE BOMEN & KLEINE BOMEN GROTE BOMEN... Vroeger plantten de boeren hoogstamfruitbomen. Elke boerderij had zijn hoogstamboomgaard
Herfstwerkboekje van
Herfstwerkboekje van Herfst werkboekje groep 5 1 De bladeren aan de bomen worden bruin en rood en vallen naar beneden, het is weer herfst! September wordt herfstmaand genoemd, dit omdat op 22 september
Fruitbomen. Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg
5.4.1. Fruitbomen Vrijstaande fruitbomen kennen verschillende historische groeivormen, lage kleine struiken, halfstambomen en breed uitgroeiende hoogstambomen. In groen erfgoed ligt de nadruk op de instandhouding
Snoeien van Klein fruit.
Snoeien van Klein fruit. Waarom snoeien Om licht en lucht in de struik te houden. Dit voorkomt schimmelziekten en versnelt de rijping Om oud en aangetast hout weg te halen. Daardoor heb je minder last
FRUITBOMEN. Lionsclub Haarlemmermeer/XXY. Den Daas Terracotta. Aangeboden door: Met speciale dank aan:
FRUITBOMEN Buurtvereniging Het Dijkhuis Aalsmeerderdijk 77 1438 AT Oude Meer Aangeboden door: Lionsclub Haarlemmermeer/XXY Met speciale dank aan: Den Daas Terracotta Appelbomen 5 verschillende rassen(malus
(FRUIT-)BOMEN SCHRIJVEN GESCHIEDENIS
(FRUIT-)BOMEN SCHRIJVEN GESCHIEDENIS MENSEN, DIEREN EN PLANTEN GROEIEN EEN BEPAALDE PERIODE VAN HUN LEVEN TOT ZE HUN UITEINDELIJKE GROOTTE HEBBEN BEREIKT. BIJ MENSEN EN DIEREN IS MEESTAL WEL TE ZIEN OF
Landschappelijke inpassing ten behoeve van bestemmingsplanwijziging voor het bouwen van een woning aansluitend aan Maagdenweg 1 te Aardenburg
Landschappelijke inpassing ten behoeve van bestemmingsplanwijziging voor het bouwen van een woning aansluitend aan Maagdenweg 1 te Aardenburg Gegevens erf Naam eigenaar: mevr. de Vreeze-Buysse Adres: Markt
Omschrijving: Hoogstamboomgaarden met fruittelersbedrijf, Sint-Genovevaplein 1
Bijlage 2. Fotoregistratie van de fysieke toestand bij het ministerieel besluit tot voorlopige bescherming als cultuurhistorisch landschap van hoogstamboomgaarden met fruittelersbedrijf in Tienen (Oplinter)
NIEUWSBRIEF 51 December 2011. Beste,
NIEUWSBRIEF 51 December 2011 Beste, Je hebt via www.atelierartisjok.be ingetekend op de nieuwsbrief. De nieuwsbrief zal je wat meer wegwijs maken in diverse thema's rond planten en tuinarchitectuur. Suggesties
6+ 10 WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS? 3+ 8 + Opdracht EDUKIT 3
WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS? 6+ 10 + Wanneer is een bos een bos? Een paar bomen samen vormen pas een bos als ze een oppervlakte van 1/2 hectare beslaan. Je zou dit kunnen vergelijken met een voetbalvel
Bomen verlaten de kwekerij, en dan?
Boomkwekers stoppen bloed, zweet en tranen in hun kindjes om ze op te laten groeien tot sterke individuen die op eigen benen kunnen staan. Zonde om deze te zien kwarren of afsterven door verkeerde aanplant.
Streefbeelden Bomen & Bos. Streefbeelden Bomen, Bos & Struweel. Stadsbomen. Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie
Streefbeelden Bomen, Bos & Struweel Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie Streefbeelden Bomen & Bos Van Leefbaarheid & Emotie tot Biodiversiteit & Natuureducatie Stadsbomen Stadsbomen
NIEUWSBRIEF 37 September 2010. Beste,
NIEUWSBRIEF 37 September 2010 Beste, Je hebt via www.atelierartisjok.be ingetekend op de nieuwsbrief. De nieuwsbrief zal je wat meer wegwijs maken in diverse thema's rond planten en tuinarchitectuur. Suggesties
A. HAAG. A.1 Type laag geschoren
1 Bijlage 1.a Lijst van struiken A. HAAG Algemeen : - een haag wordt op minimim 50 cm van de perceelsgrens geplant - een haag op de scheidingslijn valt onder de verantwoordelijkheid van beide eigenaars.
Bestuivingsinformatie
Bestuivingsinformatie Aardbei Fragaria vesca Familie Ode: Rosales Familie: Rozenfamilie, Rosace. Geslacht: Frigaria Biotoop en bodem: De aardbei prefereert een zonnige standplaats op vochtige vruchtbare
WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS?
10 WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS? Wanneer is een bos een bos? Een paar bomen samen vormen pas een bos als ze een oppervlakte van 1/2 hectare beslaan. Dat is gelijk aan 5000 m² en ongeveer even groot als
Vaste planten. Inhoudsopgave:
Vaste planten Vaste planten zijn kruidachtige meerderjarige planten. Ze overwinteren ondergronds en lopen in het voorjaar opnieuw uit. Enkele zijn wintergroen zoals vinca en waldsteinia. Vaste planten
Ontwikkeling en beheer van natuurgraslanden in Utrecht: Kruiden- en faunarijk grasland
Provincie Utrecht, afdeling FLO, team NEL, 5 februari 2015 is het basis-natuurgrasland. Het kan overal voorkomen op alle grondsoorten en bij alle grondwaterstanden, maar ziet er dan wel steeds anders uit.
Overzicht cursusaanbod Groen en Doen
Overzicht cursusaanbod Groen en Doen Veilig werken als basis voor vrijwilligerswerk (1 module) 1 Maaien met de zeis (3 modules) 1 Leren zeisen 2 Leren haren 3 Zeistechnieken voor gevorderden Snoeien fruitbomen
Groene Detailhandel. Een- en tweejarigen antwoorden 1. Een- en tweejarige tuinplanten Antwoorden
Een- en tweejarige tuinplanten Antwoorden 1 Omschrijf met eigen woorden wat eenjarige planten zijn. Aan het einde van het seizoen vormen ze zaad en sterven af. Met andere woorden de meeste eenjarige kun
5 Borderonderhoud 70 BORDERONDERHOUD
5 Borderonderhoud 5 Borderonderhoud 70 5.1 Algemeen onderhoud 71 5.2 Groeien en snoeien 74 5.3 Afzetten en dunnen 75 5.4 Overig onderhoud 76 5.5 Afsluiting 78 70 BORDERONDERHOUD Alle vormen van tuinonderhoud
1.1 Wat bepaalt de bladhoeveelheid aan een tomatenplant.
1.1 Wat bepaalt de bladhoeveelheid aan een tomatenplant. Niets zo moeilijk als de hoeveelheid blad aan een tomatenplant omschrijven. Het gaat ook niet altijd om de bladhoeveelheid, maar ook over de afstand
ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN
ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN Een boom is... Een boom is een plant, alleen noemen de onderdelen anders. Een boom is namelijk een vaste plant met een houten stam en een kruin. Delen van de boom Laat
Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.
KB2 Tijdsinvestering: 45 minuten Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui. 1. Inleiding Een mol eet per jaar wel 50 kg wormen. Dat is veel, maar als je bedenkt dat in je
Overzicht broedperiode 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels.
Overzicht broed 1) en voorkeur broedgebied (bos)vogels. Voorkeur bos Vogelsoorten van Bijlage 1 vogelrichtlijn Gemengd bos Zwarte specht #1 1500-2500 2300-2900 1100-1600 - Naald- en loofbos Wespendief
WORD EEN ECHTE bomenkenner!
WORD EEN ECHTE bomenkenner! In dit boek kun je bladeren van loofbomen plakken die je vindt tijdens je wandelingen in het bos of het park. Maar voor je een echte bomenkenner kunt worden, moet je nog een
Pierikstraat 16 Gaanderen
Pierikstraat 16 Gaanderen Inrichtingsplan Pierikstraat 16 te Gaanderen Onderdeel van de bestemmingswijziging VOF Wisselink Loonbedrijf Colofon Hoog-Keppel : 7 juli 2014 Rapportnummer : 1414 Projectnummer
Bomen. Plantgoed en kwaliteit
Bomen Plantgoed en kwaliteit bosplantsoen; spil; veer; hoogstam (halfstam, laagstam); solitair; meerstammig. Type plantgoed Het type plantgoed is afhankelijk van de standplaats, de soort, de aangeplante
Standaardbestek 250 versie 3.1. Bomen
Standaardbestek 250 versie 3.1 Bomen Wat is standaardbestek 250 SB 250 versie 3.1 In voegen vanaf 1 mei 2015 Bestaat uit 14 hoofdstukken Vijf hoofdstukken behandelen bomen: Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk
3.3 Zonering: natuurlijk en functioneel groen
3.3 Zonering: natuurlijk en functioneel groen In dit bedrijfsnatuurplan wordt een hoofdzonering aangebracht tussen 'natuurlijk groen' en 'functioneel groen'. In het natuurlijke groen is de natuurwaarde
Bijlage VMBO-GL en TL-COMPEX 2006
Bijlage VMBO-GL en TL-COMPEX 26 tijdvak 1 BIOLOGIE CSE GL EN TL COMPEX Deze bijlage bevat informatie. 613-1-589b DUINEN INFORMATIE 1 DUINGEBIEDEN Het grootste deel van de Nederlandse kust bestaat uit duingebieden.
LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD WERKBLADEN
LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD WERKBLADEN 2 LEVEN IN DE BIO-APPELBOOMGAARD - WERKBLADEN GROTE BOMEN & KLEINE BOMEN Grote bomen... of kleine bomen? Zijn de bomen in deze boomgaard hoogstammen of laagstammen?
WERK VAN DEN AKKER Afdeling Herentals PELARGONIUM EN GERANIUM.
WERK VAN DEN AKKER Afdeling Herentals PELARGONIUM EN GERANIUM. Lesgever: Bart Peers 29-01 - 2012 Verslag: Michel Peeters 1. PELARGONIUM. 1.1 Inleiding Pelargonium ofwel in de volksmond geranium is een
Bloeiend plantje Spoor van een dier
Volwassen boom Jonge boom Dode boom Hoge struik Lage struik Varen Mos Klimmende plant Bloeiend plantje Spoor van een dier Paddenstoel (op de grond) Bodemdiertje Paddenstoel (op een boom) Activiteit 3 :
Dieren. Fruit. Verschillende Soorten dieren. Verschillende rassen. Honden Katten Konijnen Vogels. Chihuahua Jack Russell Labrador
Dieren Honden Katten Konijnen Vogels Verschillende Soorten dieren Chihuahua Jack Russell Labrador Verschillende rassen Fruit Grote oren, lange neus, korte pootjes, witte vacht, korte staart Fruit Appels
1. Levende wilgenstaken I blz. 2 2. Levende wilgenstaken II blz. 2 3. Levende meidoornhaag blz. 2
SOORTEN OMHEININGEN Inhoud: Omheiningen van levend materiaal 1. Levende wilgenstaken I blz. 2 2. Levende wilgenstaken II blz. 2 3. Levende meidoornhaag blz. 2 Andere soorten omheining 4. Dood hout blz.
De plant is een Miki no mai van 52cm hoog en is vijf jaar oud. De stam heeft goede bewegingen naar rechts en links en veel scheuten.
Vertaling Uitgave Juni 2014 Bonsaiblad Satsuki Kenkyu Geschreven door Isamu Enomoto (officieel lector van de Japanse Satsuki vereniging). Handleiding om Satsuki azalea s te kweken en te vormen in alle
Grondsoort: normaal, neutraal,vochtige gronden vermijden, droog
Castanea sativa 'Lyon' Veredelde kastanje, grootvruchtig,herfstkleur Bloeimaand:mei,halfschaduw Hoogte in meters: tot 10m,vochtige gronden vermijden, bos,border Bloeikleur: roomkleurige bloei Castanea
Beplantingen Elzensingel Enkele rij, 3 stuks per meter. Minimale lengte 10 m. Planten bosplantsoen (60-100cm) 1 m 4,20
Normbedragen Landschapselementen 201 Normbedragen voor herstel en aanleg De normbedragen zijn opgebouwd uit kosten voor arbeid inclusief kosten voor materialen. De bedragen zijn de werkelijke kosten. Afwijkingen
inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten
Herfst inhoud Herfst 3 1. Het weer 4 2. Overal blad 5 3. Zaden 6 4. Paddenstoelen 7 5. De eekhoorn 8 6. De egel 9 7. Insecten 10 8. Vogels op reis 11 9. Filmpje 12 Pluskaarten 13 Bronnen en foto s 15 Colofon
Landschappelijke inpassing Geldereschweg 108 Meddo
Landschappelijke inpassing Geldereschweg 108 Meddo Colofon Landschappelijke inpassing Geldereschweg 108 Meddo Uitgevoerd door: Centrum Plattelandsontwikkeling Oost Opdrachtgever: Contactpersoon: Van Westreenen
Overzicht haagconiferen
Bureel: Beekstraat 14-9920 Lovendegem Toonpark: Pyramidestraat 25A 9920 Lovendegem Tel/fax: 09/377.85.25 Mail: [email protected] - Web: www.kendevos.be Overzicht haagconiferen Een flink aantal coniferen
GEMEENTE NOORD-BEVELAND. Bijlagenboek Bestemmingsplan Wissenkerke Zuidoost
GEMEENTE NOORD-BEVELAND Bijlagenboek Bestemmingsplan Wissenkerke Zuidoost Vastgesteld door de raad van de gemeente Noord-Beveland bij besluit van 28 oktober 2010, voorzitter, griffier gemeente titel projectnummer
2. Normkostentabel aanleg, herstel en achterstallig onderhoud 2015 Herstel en aanleg
2. Normkostentabel aanleg, herstel en achterstallig onderhoud 2015 Herstel en aanleg De normbedragen zijn opgebouwd uit kosten voor arbeid inclusief kosten voor materialen. De bedragen zijn de werkelijke
LEREN BEHEREN: module 1
MODULE 3 REGIOSPECIFIEK: HOOGSTAM 3.1 Algemeen 3.1.1 definitie 3.1.2 geschiedenis 3.1.3 natuurwaarde 3.1.4 economische waarde 3.1.5 wetgeving 3.2 Beheer: aanplant 3.3 Beheer: snoei 3.3.1 algemeen 3.3.2
ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN
3 8 6 10 ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN Een boom is...... een vaste plant met een houten stam en een kruin, alleen noemen de onderdelen anders dan bij een plant. Delen van de boom Laat de kinderen
CURSUS AANPLANT SNOEIEN EN ONDERHOUD DE ECOLOGISCHE FRUITTUIN.
AFDELING HERENTALS CURSUS AANPLANT SNOEIEN EN ONDERHOUD IN DE ECOLOGISCHE FRUITTUIN. LESGEVER: EDDY VETS CURSUS: MICHEL PEETERS 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN SITUERING VAN DE CURSUS. 1.1 Inleiding. Het opzet
Vertaling van het November 2014 nummer van Satsuki Kenkyu Les 11
Vertaling van het November 2014 nummer van Satsuki Kenkyu Les 11 Deze les wordt u gepresenteerd voor diegene die graag Satsuki bomen willen vormen in goede stijlen vanaf het eerste begin. Les 11 Ik wil
Het is winter. op Landgoed Schothorst
Het is winter op Landgoed Schothorst In de winter is er genoeg te zien en te beleven in de natuur. Tijdens deze wandeling kun je dat ervaren. 6 Enkeerdpad 1 Winterbloeiers Zelfs in de winter kun je soms
