ANTWOORDEN HOOFDSTUK 1
|
|
|
- Willem Bosman
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 1 TOETS 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN 1 Theo, want is meer dan B 3 B 4 Bijv. haar loon. 5 A ,25 52 : 12 = 37, ,50 12 : 52 = 0,50 8 3,75 52 : : 3 = 35, = C 11 E = D 14 D 15 B ,89 = 115,60 17 C : 100 2,75 = 657,60 19 D 20 Rente : 100 2,4 = 36; rente en premie : = 43, A 22 Voor het werk van Suzanne is speciaal talent en een lange opleiding nodig, voor het werk van Liselotte geldt dat veel minder. 23 Bijv. door meer ervaring, of een dienstjaar erbij kom je op een hogere trede. 24 C TOETS 2 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN 1 A 2 De waarde van de inkomsten in natura (het gebruik van de auto van de zaak) moet vergeleken worden met de reiskostenvergoeding. Dat is lastig. 3 A 4 C 5 A 6 7, : 52 = 1, ,60 52 : 12 = 1,40 8 4, ,20 12 : : 13 = 10, = = B 12 B 13 B 14 D 15 D ,82 = 580,64 17 C : 100 2,2 = 12,32 19 D : 100 2,5 = D
2 22 Bijv. het werk van een politieagent is gevaarlijker; of moeilijker. 23 Bijv. het werk is moeilijker, er is meer opleiding vereist. 24 A VMBO-KGT ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 1 VAN ZAKGELD NAAR INKOMEN
3 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 2 THUIS EN BUITENSHUIS ANTWOORDEN HOOFDSTUK 2 TOETS 1 THUIS EN BUITENSHUIS 1 B 2 Door te produceren, bijvoorbeeld door zijn band te plakken. 3 1 consumeren; 2 produceren. 4 B 5 Iemand die de was ophangt of in de droogtrommel doet. Ook: (onbetaalde) arbeid. 6 Bijv. als je werk wat je niet zelf kunt doen, toch gedaan wilt hebben. 7 49, = 22,50 8 1½ 40 : 5 = 12 9 B 10 B 11 Slapen en overig. 12 (8 + 3) (7 + 2) = 2 uur per dag. 13 Productie in bedrijven is betaald en de productie thuis is onbetaald. 14 1b, 2c, 3a. 15 Kapitaalgoederen. 16 D 17 B 18 Arbowet. 19 Meetellen in haar familie. 20 B 21 C = 6 : 17 = 0,353 miljard kilo = 353 miljoen kilo. 23 C 24 1b, 2c, 3a. TOETS 2 THUIS EN BUITENSHUIS 1 A 2 B 3 Produceren. 4 Zij moeten kiezen uit hun behoeften. 5 De natuur. 6 Bijv. hij krijgt meer vrije tijd (ook: een schildersbedrijf levert beter werk af) ,10 2 1,30 0,10 = 1, , = C 10 Het aantal meisjes is één hoger dan het aantal jongens : = % + 5% = 30% 13 De productie van een bedrijf is gericht op de klanten van het bedrijf en de productie thuis is gericht op het eigen gezin. 14 De natuur. 15 De dansvloer, de geluids- en lichtinstallatie. 16 Bijv. apparatuur om nieuwe, betere ijsjes te kunnen produceren. 17 Bijv. het is soms zwaar werk. Ook: hij werkt samen met een collega. 18 Arbowet. 19 D 20 10% + 18% + 35% + 11% = 74%; 4500 : = 3330 werknemers. 21 A = 8 : 7 = 1,143 miljard kilo = 1143 miljoen kilo.
4 23 C 24 1c, 2b, 3a. VMBO-KGT ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 2 THUIS EN BUITENSHUIS
5 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 3 DE WINKEL IN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 3 TOETS 1 DE WINKEL IN 1 B 2 Productbeleid. 3 Promotiebeleid. 4 1b, 2d, 3a, 4c = = 600 (verlies) 7 B 8 D 9 Brutowinst = 5.775; in procenten van de omzet : = 22%. 10 Brutowinst = ; in procenten van de omzet : = 40%. 11 Stijging van de omzet = ; in procenten van de omzet : = 25%. 12 Stijging van de omzet van Angelo = ; in procenten van de omzet : = 11%; zijn omzet is meer gestegen dan met 8% (de gemiddelde stijging) = 405 m 2 ; = 81 arbeidsuren; 403 : 81 is 5 m 2 per arbeidsuur. 14 A 15 Door meer ervaring. 16 De arbeidsproductiviteit stijgt. 17 Het fruitbedrijf. 18 Eindproducten kopen en deze doorverkopen aan winkels en Toegevoegde waarde per liter 0,55 0,40 = 0,15; de dagproductie ,15 = D 22 Verschil in euro s 14,04 9,75 = 4,29; in procenten 4,29 : 9, = 44%. 23 C 24 C TOETS 2 DE WINKEL IN 1 B 2 Productbeleid. 3 Bijv. meer klanten trekken zodat de totale verkoop stijgt. 4 De marketingmix = = (verlies) 7 D = In euro s = ; in procenten van de omzet : = 28%. 10 In euro s = ; in procenten van de omzet : = 25%. 11 In euro s = ; in procenten van de omzet : = 7,5%. 12 D
6 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 3 DE WINKEL IN = 510 klanten; = 17 arbeidsuren; 510 : 17 is 30 klanten per arbeidsuur. 14 Bijv. door een prijsdaling van de reparaties. Ook: door een betere kwaliteit van de reparaties en een snellere reparatie. 15 Bijv. iemand kan zijn baan kwijtraken. 16 C 17 Een bedrijfskolom. 18 De suikerfabriek Per kilo 4,50 3 = 1,50; per 15 kilo 15 1,50 = 22, C 22 Mayonaise: 1,33 0,95 = 0,38; 0,38 : 0, = 40%. Boter: 2,04 1,50 = 0,54; 0,54 : 1, = 36%. Dus mayonaise. 23 Door ze apart in te zamelen en te recyclen. 24 B
7 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 4 KOPEN EEN KUNST ANTWOORDEN HOOFDSTUK 4 TOETS 1 KOPEN EEN KUNST 1 30, = 40,60 2 Bijv. op de gebruikersmogelijkheden, want ze moeten pannen kopen die geschikt zijn voor een keramische kookplaat. 3 D 4 A : 2 = : = = Walter, Sanne en Myra. 7 Het misleiden van de consument. 8 B 9 Zakgeld in de vorm van een vast bedrag per maand komt vaker voor dan een vast bedrag per week % 65% 20% = 15% 11 C = D 14 Ectron Economy. 15 Bijv. ze zijn veel duurder dan de andere lampen. Ook: ze hebben een lagere lichtopbrengst en ze starten traag op. 16 D 17 In de algemene voorwaarden. 18 Nee, want hij moet een deugdelijk product leveren. 19 Nee, als de winkelier de kast wil repareren of vervangen, moet hij dat accepteren. 20 B en D 21 D 22 Aan een milieukeurmerk. 23 Bijv. door het afval zo veel mogelijk gescheiden in te leveren. 24 Bijv. er zijn voldoende klanten voor scharreleieren. TOETS 2 KOPEN EEN KUNST = a2, b3, c1. 3 C 4 A 5 De uitgaven van de meisjes : 2 = : = = Jongeren hebben invloed op veel uitgaven thuis. 7 Bijv. ze mag geen schadelijke producten aanprijzen tot 22 jaar. 9 B 10 D 11 Hoe ouder de scholier, hoe hoger de inkomsten. 12 Met = 80 per maand. 13 De Consumentenbond. 14 Lenco DVP-706/2. 15 Nee, want een hogere prijs betekent niet altijd een betere kwaliteit. 16 D 17 Haar rechten als koper en de plichten van de verkoper die ontstaan door de koopovereenkomst. 18 Als je iets koopt, zit je eraan vast (de koopovereenkomst is al gesloten).
8 ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 4 KOPEN EEN KUNST 19 Nee, als de winkelier de spelcomputer wil vervangen of repareren, moet ze dat accepteren. 20 Ja, de verkoper heeft geen deugdelijk product geleverd. 21 C 22 Bijv. als de rage over is, worden deze speeltjes meestal weggegooid. 23 Er is een betere recycling van het glas mogelijk. 24 De verkochte spullen worden langer gebruikt en voorlopig niet vernietigd.
Antwoorden Economie H1; Productie en Productiefactoren (Present)
Antwoorden Economie H1; Productie en Productiefactoren (Present) Antwoorden door een scholier 1164 woorden 25 maart 2004 5,1 76 keer beoordeeld Vak Economie Hoofdstuk 1: productie en productiefactoren
Je hebt het recht om tot 14 dagen na levering van de koop af te zien. De koopovereenkomst kan ongeldig worden verklaard als:
Samenvatting door een scholier 886 woorden 20 mei 2018 0 keer beoordeeld Vak Methode Economie Economisch bekeken Marketingmix bestaat uit 6 P's Prijsbeleid Plaatsbeleid Productbeleid Promotiebeleid Presentatiebeleid
ECONOMIE. Begrippenlijst H3 VMBO-T2. PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw. Bewerkt door D.R. Hendriks. Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn
ECONOMIE VMBO-T2 Begrippenlijst H3 PINCODE 5 e editie vmbo-kgt onderbouw Bewerkt door D.R. Hendriks Sint Ursula Scholengemeenschap, Horn Versie 1 2013-2014 Hoofdstuk 3 Goede producten? Paragraaf 3.1 Wat
Samenvatting Economie Hoofdstuk 4
Samenvatting Economie Hoofdstuk 4 Samenvatting door D. 1323 woorden 7 februari 2016 1 1 keer beoordeeld Vak Economie Samenvatting Hoofdstuk 4; Aan 't werk Boek: 200% Economie 4 mavo/tl Paragraaf 1; productie
Als ik 3% rente krijg, heb ik na een jaar 6,- verdiend. Ik bezit dan 200,- + 6,- = 206,-
Honderd procent goed Deel 1 Breuken en procenten blz.6 Als ik 3% rente krijg, heb ik na een jaar 6,- verdiend. Ik bezit dan 200,- + 6,- = 206,- 1% = 3,- 2% = 6,- 3% = 9,- Opdracht 1 1% van 500,- = 5,-
Een product begint als grondstof en daarna word het verwerkt tot een eindproduct.
Samenvatting door G. 1151 woorden 21 januari 2015 7,2 5 keer beoordeeld Vak Methode Economie Economie voor jou Paragraaf 3: 3.1: Produceren: is het maken van goederen of het leveren van diensten. Een product
EXTRA. 4,20 Ymkje 24,05. 5,55 Barbara 20,15 22,75 25, = 55 Ontvangsten in natura en loon van januari.
Hoofdstuk Van zakgeld naar inkomen ETRA Op de tekeningen staan de inkomsten van Koen. Kleur het vakje onder elke tekening. In de legenda staat welke kleuren je moet gebruiken. In de tabel hieronder staat
Lesbrief Rekonomie havo 2 e druk
Hoofdstuk 1. 1.11 a. 102,4 88,8 c. 25,4 d. 204,0 Rekenen 1.12 a. 4.700 52.500 c. 9.000 d. 108.000 1.13 1.945 miljoen is 1,945 miljard. 76 miljard/1,945 miljard = 39,07. Of: 76 miljard is 76.000 miljoen.
Samenvatting Economie Hoofdstuk 5+6
Samenvatting Economie Hoofdstuk 5+6 Samenvatting door Sanne 1542 woorden 11 april 2017 7,5 11 keer beoordeeld Vak Methode Economie Pincode Hoofdstuk 5 - Werkt dat zo? Paragraaf 5.1 - Aan de slag! Als je
Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4
Samenvatting Economie Levensloop Hst. 2/3/4 Samenvatting door A. 969 woorden 18 november 2012 4 3 keer beoordeeld Vak Methode Economie LWEO Kinderen krijgen is voor ouders liefde en vreugde en de ouders
Eindexamen economie 1 vwo 2001-II
4 Antwoordmodel Opgave Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. ja Uit de toelichting moet blijken dat de stijging
ALGEMENE ECONOMIE /03
HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development [email protected] 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,
In Nederland zijn het klimaat en het landschap zeer geschikt voor veeteelt. Logisch dat we veel koeien houden en melkproducten maken.
DE ZUIVELSECTOR > Inleiding In Nederland zijn het klimaat en het landschap zeer geschikt voor veeteelt. Logisch dat we veel koeien houden en melkproducten maken. De zuivelsector is belangrijk voor de Nederlandse
Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.
Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Klein bedrag? Pinnen mag! 1 C 2 maximumscore 1 Voorbeelden van een juist voordeel (één van de volgende): geld staat
Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6
Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 1 Nog niet zo lang geleden had je als boer te maken met een melkquotum. Een melkquotum betekent dat je een maximale hoeveelheid
Examen VMBO-BB 2005 ECONOMIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni 9.00 10.30 uur. 12-10-2004 Versie vaststelling. Naam kandidaat Kandidaatnummer
Examen VMBO-BB 2005 12-10-2004 Versie vaststelling tijdvak 1 donderdag 2 juni 9.00 10.30 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat
Planner hoofdstuk 1 invullen en kies voor leerroute A, B of C.. (minimaal paragraaf 1 t/m 4 maken) Geplande activiteiten van les 1 en 2 uitvoeren.
Studieplanner 2019-2020 Klas: M2 Vak: Economie week vanaf leerdoelen docentactiviteiten leertaken Verbreden/ verrijken/ verdiepen* laatste week vakantie 34 19/08/2019 start perio de 1 Hoofdstuk 1.1 wat
6,2. Werkstuk door een scholier 1803 woorden 11 april keer beoordeeld. Inleiding
Werkstuk door een scholier 1803 woorden 11 april 2002 6,2 212 keer beoordeeld Vak Economie Inleiding In dit werkstuk vindt je allerlei informatie over geldzaken. Van zakgeld tot bijbaantjes, van geld uitgeven
Samenvatting Economie Hoofdstuk 2
Samenvatting Economie Hoofdstuk 2 Samenvatting door een scholier 1990 woorden 6 december 2010 3,6 2 keer beoordeeld Vak Methode Economie In balans 2.1 produceren Produceren: het maken van goederen en het
ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW. 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK
ECONOMIE VOOR VMBO BOVENBOUW 3 vmbo - (k)gt ANTWOORDENBOEK Hoofdstuk 2 Het inkomen van consumenten Paragraaf 1 Welke soorten inkomens zijn er? 1 Oppassen. 2 3 Werken in de horeca mag je pas na je zestiende.
Oefentoets Klas: havo 3 / vwo 3
Oefentoets Klas: havo 3 / vwo 3 Vak: economie Toets over: h1 en h2 Lesbrief: kopen en werken Hulpmiddelen: gewone rekenmachine DEZE OEFENTOETS BESTAAT UIT 8 OPGAVEN! Opgave 1 Begrippen 1 Noem alle productiefactoren
Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.
Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Patat: niet alleen de smaak verschilt 1 maximumscore 2 bij t Hoekje 1 uit de berekening moet blijken dat deze snackbar
Eindexamen economie vmbo gl/tl 2006 - II
BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. HET GROTE ONDERNEMERSSPEL 1 B 2 A 3 maximumscore 2 Voorbeeld van een juiste berekening: Loonkosten in twee jaar:
Samenvatting Economie Inkomen Hoofdstuk 1 t/m 3
Samenvatting Economie Inkomen Hoofdstuk 1 t/m 3 Samenvatting door een scholier 1203 woorden 17 januari 2005 6,1 90 keer beoordeeld Vak Economie Samenvatting economie lesbrief: inkomen. Hoofdstuk 1: de
ANTWOORDEN HOOFDSTUK 5
ANTWOORDEN EINDTOETS HOOFDSTUK 5 RONDKOMEN ANTWOORDEN HOOFDSTUK 5 TOETS 1 RONDKOMEN 1 Prioriteiten stellen. 2 B 3 2,55 + 2,80 = 5,35 4 52 27 : 12 + 95 : 2 + 40,50 : 3 + 25 = 203. 5 A 3; B 4; C 2; D 1.
7,5. Samenvatting door een scholier 1363 woorden 7 februari keer beoordeeld. Lesbrief: Arbeidsmarkt. Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op
Samenvatting door een scholier 1363 woorden 7 februari 2002 7,5 813 keer beoordeeld Vak Economie Lesbrief: Arbeidsmarkt Hoofdstuk 1: De arbeidsmarkt op Concrete markt: een plek waar vragers en aanbieders
Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt
Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt Samenvatting door een scholier 1291 woorden 7 maart 2004 8,4 13 keer beoordeeld Vak Economie Lesbrief 'de Arbeidsmarkt' Hoofdstuk 1 Concrete markt: een vaste
Examen HAVO. Economie 1
Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II
4 Antwoordmodel Opgave voorbeeld van een juiste berekening: 84.760.000 4 = 2.080 uur 63.000 2 voorbeeld van een juist antwoord: Een antwoord waaruit blijkt dat uitzendkrachten in deeltijd werken. 3 voorbeelden
[zelf op te maken en in te vullen > denk hierbij aan het tonen van een foto en/of logo van de bank, je naam etc.
Beschrijving Deze gastles gaat over inzicht krijgen in je inkomen en uitgaven. Jongeren moeten zorgen dat ze inkomen hebben. Anders is het lastig om een eigen leven in te vullen. Zakgeld, kleedgeld, baantje,
CONCEPT. Venster 1 - Klanten
Venster 1 - Klanten In de nieuwe economie hoeft de klant niet alles zelf te hebben, als hij/zij het maar kan gebruiken en er verder geen omkijken naar heeft. In de nieuwe economie hoeven mensen niet alles
Opnamekosten Boeterente, indien je je geld eerder opneemt dan de afgesproken looptijd dan moet je een boete rente betalen.
Samenvatting Economie Hfd.9 Nu kopen later betalen 5 Sparen, hoe werkt dat? Wat is sparen? Sparen is het opzij leggen van inkomen. 3 redenen (motieven) waarom mensen sparen: 1. Om later iets te kopen;
Lesbrief Kopen en Werken 2 e druk Hoofdstuk 4 Kopen is kiezen 4.1 Contant betalen, betalen met pinpas en betalen met chipknip.
Hoofdstuk 4 Kopen is kiezen 4.1 Contant betalen, betalen met pinpas en betalen met chipknip. 4.2 a. 1 cent, 2 cent, 5 cent, 10 cent, 20 cent, 50 cent, 1 euro en 2 euro. b. 5 euro, 10 euro, 20 euro, 50
UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I EXAMEN: 2003-I
TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I VAK: NIVEAU: ECONOMIE VMBO k EXAMEN: 2003-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen
Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3
Samenvatting Economie Werk hoofstuk 1 t/m 3 Samenvatting door H. 1812 woorden 16 juni 2013 6 4 keer beoordeeld Vak Methode Economie LWEO Economie samenvatting Werk hoofdstuk 1, 2 en 3 Hoofdstuk 1. Werken
Eindexamen economie 1 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Een antwoord waaruit
Eindexamen economie 1-2 havo 2002-I
4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
Lesbrief Vraag en Aanbod 1 e druk
Hoofdstuk 1 1.6 C Markten 1.7 a. De prijzen zijn gestegen. Bij een gelijk volume (= afzet) leidt dit tot een omzetgroei. b. Indexcijfer volume (afzet): 105, indexcijfer prijs: 97,1. 97,1 105 = 101,96.
Kees begint voor zichzelf (of niet)!
Kees begint voor zichzelf (of niet)! Bij de beantwoording van de vragen 10 tot en met 14 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 6 in de bijlage. Deze staat helemaal onderaan Kees Baving is ontslagen.
Praktische opdracht Economie Inflatie
Praktische opdracht Economie Inflatie Praktische-opdracht door een scholier 1658 woorden 20 juni 2005 6,9 44 keer beoordeeld Vak Economie Wat is Inflatie? Wat is inflatie en wat is een prijsindexcijfer?
3.2 De omvang van de werkgelegenheid
3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal
Eindexamen economie vwo I
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave maximumscore 2 Door de vermindering van
Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I
4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 twee van de volgende voorbeelden
aanbod van arbeid: alle mensen tussen de 15 en de 65 die willen, kunnen en mogen werken. (werknemers, zelfstandigen en werklozen)
Samenvatting door een scholier 1898 woorden 28 maart 2004 6,9 64 keer beoordeeld Vak Economie Economie H 1 tm 5 1 aanbod van arbeid: alle mensen tussen de 15 en de 65 die willen, kunnen en mogen werken.
De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u?
De rente stijgt: welke gevolgen heeft dat voor u? Onafhankelijke informatie voor consumenten Wat is renterisico? Als u geld nodig heeft, kunt u een lening afsluiten. U moet het geleende geld wel terugbetalen.
Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?
1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte
Eindexamen economie havo I
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 van het aanbod van arbeid
Ruilen over de tijd (havo)
1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?
Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 5, Marketingbeleid
Samenvatting Management & Organisatie Hoofdstuk 5, Marketingbeleid Samenvatting door een scholier 1430 woorden 1 februari 2003 6,1 79 keer beoordeeld Vak Methode M&O In balans Marketingbeleid. 5.1 Het
Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 3: We gaan voor de winst Exameneenheid: Arbeid en productie
3.1 Wat zijn de kosten? Toegevoegde = extra waarde die ontstaat door de bewerking van een product waarde Toegevoegde waarde = verkoopwaarde inkoopwaarde Productiefactoren = productiemiddelen die een producent
Een ondernemingsplan voor een duurzaam product of dienst
DUURZAAMHEIDSPROJECT KLAS 11 Inleverdatum: VRIJDAG 17 februari 2017 Een ondernemingsplan voor een duurzaam product of dienst Jullie zijn een productteam die de opdracht krijgt een nieuw duurzaam product
Kaarten module 4 derde klas
1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef
UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 2 Opgave 1 a. Welk bedrag aan rente is Jansen in één jaar aan de bank verschuldigd? 25.000 5 = 1.250 100 Opgave 2 a. Hoeveel procent van de klanten is vrouw (afronden op 1 decimaal)? 1.800 2.300
Eco samenvatting; hs 2 + 5
Samenvatting door Inge 1413 woorden 12 januari 2014 7,5 10 keer beoordeeld Vak Methode Economie Pincode Eco samenvatting; hs 2 + 5 2.1 Hoe verkoop je een product? Martkaandeel is het aandeel van een product
1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?
Eindexamen economie 1 havo 2003-II
4 Antwoordmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Een antwoord
Hoofdstuk 1 Onderneming
Een organisatie is een groep mensen die samenwerken om een bepaald doel te bereiken. Hoe willen we dat doel bereiken? (scenario) Welke middelen gebruiken we om dat doel te bereiken? Natuur, arbeid, kapitaalgoederen
Examenopgaven VMBO-BB 2003
Examenopgaven VMBO-BB 2003 tijdvak 1 woensdag vrijdag 28 23 mei 9.00 10.30 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 28 vragen.
Examen VMBO-BB. economie CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 25 mei 9.00-10.30 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2007 tijdvak 1 vrijdag 25 mei 9.00-10.30 uur economie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 36 vragen. Voor dit examen
LESPAKKET DE 9 LEVENS VAN VAN BOMMEL
@ LESPAKKET DE 9 LEVENS VAN VAN BOMMEL ! inleiding ONDERNEMEN Voor het maken van deze opdrachten moet je eerst het stripboek De 9 levens van Van Bommel hebben gelezen. Om de onderneming zo succesvol mogelijk
Economie Pincode klas 4 vmbo-gt 6 e editie Samenvatting Hoofdstuk 4: Aan het werk! Exameneenheid: Arbeid en productie
4.1 Werk je voor loon of voor winst? Werknemer Werkgever zzp = je werkt in loondienst in opdracht van een werkgever en je ontvangt loon = je werkt als zelfstandige met werknemers in dienst en de nettowinst
WONEN MET EEN GROEN WOONT ENERGIE NEUTRAAL COMFORTABEL WONEN EN TOCH GELD BESPAREN. Lodewijk Hoekstra NIEUW! DE ENERGIE-EXPERT Steeds meer
ELEKTRISCH RIJDEN ZONNEPANELEN DE ENERGIE-EXPERT 64 39 26 Steeds meer Kosten, opbrengst & Nul-op-de-meter in betaalbare modellen salderingsregeling een jaren 80-woning NIEUW! Lodewijk Hoekstra WOONT ENERGIE
Indexcijfer productie= indexcijfer werkgelegenheid x indexcijfer arbeidsproductiviteit 100
Samenvatting door een scholier 1391 woorden 3 juni 2005 7 34 keer beoordeeld Vak Economie Economie de arbeidsmarkt hoofdstuk 4 en 5 Hoofdstuk 4 4.1 Werkgelegenheid in Nederland Alleen een opdracht 4.2
Vraag Antwoord Scores
Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 altijd toekennen Bij een lagere prijs
Hoofdstuk 5 4e klas GT
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 juni 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
Eindexamen economie havo I
Opgave 1 Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. 1 Voorbeeld van een juiste berekening: 47,5 27,5 100% = 72,73% 27,5
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3: Een eigen bedrijf
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3: Een eigen bedrijf Samenvatting door L. 1904 woorden 25 maart 2013 7 3 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nova Hoofdstuk 3 Een eigen bedrijf 5.1 Werken in loondienst
TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)
TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) Het maximaal aantal te behalen punten voor deze toets is 90. Bij elke vraag of opdracht staat aangegeven hoeveel punten u daarvoor kunt halen. De beschikbare examentijd
Micronieveau: dat wil zeggen naar de productie van een bedrijf of het inkomen van een huishouden
Samenvatting door een scholier 1037 woorden 19 augustus 2003 5,5 126 keer beoordeeld Vak Economie H1. Micronieveau: dat wil zeggen naar de productie van een bedrijf of het inkomen van een huishouden Macroniveau:
ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2
ANTWOORDEN OPGAVEN HOOFDSTUK 2 Opgave 1 Jansen heeft een lening van 25.000 genomen om zijn auto te financieren. Voor deze lening moet hij 5% rente per jaar betalen. a. Welk bedrag aan rente is Jansen in
Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten
Antwoorden stencils OPGAVE 1 1. Nominaal Inkomen 1996 = 25,34 miljard pond x 1,536 = 38,92224 miljard pond Bevolkingsomvang 1996 = 3.340.000 x 1,03 = 3.440.200 Nominaal Inkomen per hoofd = 38,92224 miljard
Economie 1. Doelgroep Economie 1. Omschrijving Economie 1
Economie 1 Economie 1 is geschikt voor alle vmbo-niveaus en voor de onderbouw van havo/vwo. De module is zeer geschikt voor handel en administratie maar kan ook uitstekend voor andere richtingen gebruikt
Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II
Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet
Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector
Opgave koppeling ambtenaren particuliere sector In 1990 werden ambtenarensalarissen gekoppeld aan de gemiddelde stijging van de lonen in het bedrijfsleven. Een argument voor deze koppeling houdt verband
Thema 1 Pizzeria. Deel 1 Consumptie
1 Thema 1 Pizzeria Deel 1 Consumptie 1. Ieder mens probeert zo veel mogelijk wensen te vervullen. Iedereen begint daarbij met de belangrijkste behoeften: eten, drinken, kleding en een dak boven je hoofd.
UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I EXAMEN: 2003-I
TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2003-I VAK: NIVEAU: ECONOMIE VMBO gt EXAMEN: 2003-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen
Eindexamen economie havo I
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 salaris: 122.000 175 = 86.437
economie voor vmbo leerwerkboek 2 vmbo-basis A deel
economie voor vmbo leerwerkboek 2 vmbo-basis A deel Inhoudsopgave A deel Werken met Economisch bekeken 4 Hoofdstuk 1 Zakgeld en inkomen Hoofdstuk 3 De winkel in 1 Inkomsten in soorten 8 2 Zakgeld vergelijken
H1: Economie gaat over..
H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen
Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt H1 t/m H4
Samenvatting Economie Lesbrief Arbeidsmarkt H1 t/m H4 Samenvatting door een scholier 1263 woorden 23 november 2002 5,9 14 keer beoordeeld Vak Economie Economie samenvatting hoofdstuk 1 t/m 4 Hoofdstuk
Samenvatting Economie Consument & Producent
Samenvatting Economie Consument & Producent Samenvatting door een scholier 1097 woorden 3 april 2003 7,7 84 keer beoordeeld Vak Economie CONSUMENT & PRODUCENT Hoofdstuk 1 de klant Marktaandeel afzet eigen
Examen Burgerschap. Naam kandidaat : Kandidaatnummer : Examenplaats : Examendatum :
Examen Burgerschap Niveau Opgavenummer Examenduur : KSE2 : BU2(01) : 60 minuten Instructies Dit examen bevat 40 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens in. Kruis bij elke vraag het goede antwoord
CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25
CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in
Samenvatting Economie Arbeidsmarkt & inkomen
Samenvatting Economie Arbeidsmarkt & inkomen Samenvatting door een scholier 1239 woorden 30 oktober 2003 6,6 81 keer beoordeeld Vak Economie Lesbrief Arbeidsmarkt Hoofdstuk 1 Beroepsbevolking= werkgelegenheid
Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen
Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar
7,3. Werkstuk door een scholier 2076 woorden 22 oktober keer beoordeeld. Aardrijkskunde
Werkstuk door een scholier 2076 woorden 22 oktober 2002 7,3 324 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Kinderarbeid in India India is een land met meer dan 1 miljard inwoners. Van die 1 miljard inwoners is
18.1 Intro. ANTWOORDENBOEK Cijfers in orde 1. b 1366 c d 81 e 111 f g 20 miljoen h i 51,3 j 225
18.1 Intro 1 a 81 b 1366 c 115000 d 81 e 111 f 33000 g 20 miljoen h 25000 i 51,3 j 225 2 Handel, bevolking (geboorten, huwelijken,...), gezondheid, financiën (inkomsten, faillisementen,...), verkeer (aantallen
Hoofdstuk 5 4e klas GT
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Monique Kroon 27 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80430 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.
Eindexamen economie compex vmbo gl/tl 2007 - I. De goedkoopste auto van Nederland. - www.vmbogltl.nl - 2 -
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De goedkoopste auto van Nederland Bij de beantwoording van de vragen 1 tot en met 5 moet je soms gebruikmaken van informatiebron
Examen Burgerschap. Naam kandidaat : Kandidaatnummer : Examenplaats : Examendatum :
Examen Burgerschap Niveau Opgavenummer Examenduur : KSE1 : BS1(01) : 60 minuten Instructies Dit examen bevat 35 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens in. Kruis bij elke vraag het goede antwoord
Examen VMBO-GL en TL COMPEX
Examen VMBO-GL en TL COMPEX 2007 tijdvak 1 dinsdag 29 mei totale examentijd 2,5 uur economie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 26 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet
