Biodiversiteit: bouwplannen
|
|
|
- Dirk de Ridder
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Computer Ondersteund Onderwijs Biodiversiteit: bouwplannen Hand-out behorende bij de COO-module versie 5 januari 2011 Afstammingsboom 1. Er zijn in het dierenrijk ongeveer 35 fyla te onderscheiden. Wat zijn de namen van deze fyla? 2. Er zijn een groot aantal belangrijke eigenschappen in de loop van de evolutie van eukaryoten naar de bestaande fyla ontstaan. Zes hiervan staan hier aangegeven. Geef voor elk fylum aan of het deze eigenschap bezit. Hebben weefsels: Bilaterale symmetrie: Hebben lichaamsholte: Lichaamsholte aan twee zijden bekleed door mesoderm: Blastopore vormt anus: Dorsale, holle zenuwstreng: 3. Deze eigenschappen zijn in de loop van de evolutie na elkaar ontstaan. Geef aan in welke volgorde deze zijn ontstaan door er nummers voor te zetten. 4. Met behulp van deze eigenschappen kan een hypothetische afstammingsboom worden gemaakt. Rangschik de fyla nu van meest primitief naar meest afgeleid naar aanleiding van deze vijf eigenschappen door er nummers boven te zetten.
2 Spons Er bestaan ongeveer 9000 soorten Porifera (sponzen), waarvan er circa 100 in zoet water leven. Porifera zijn losse federaties van cellen. Ze bevatten geen echte weefsels en worden daarom tot de Parazoa gerekend. De andere phyla van het dierenrijk worden de Eumetazoa genoemd. Porifera kunnen zich zowel asexueel als sexueel voortplanten. Sponzen zijn hermafrodiet en de gameten ontstaan uit de choanocyten of de amoebocyten. De bevruchting vindt plaats in het mesohyl waar zich de eicellen bevinden. Uit de zygote ontwikkelt zich een flagelbevattende larve die zich ergens vestigt en weer uitgroeit tot een volwassen dier. 1. Hier zie je een schematische tekening van een spons. Benoem de structuren in deze tekening. 2. Sponzen zeven hun voedsel uit het water dat via kleine openingen in de centrale holte terechtkomt. A. Hoe noemen we dieren die op deze wijze voedsel vergaren? B. Welke cellen vangen het voedsel? 3. Hier zie je een detailtekening van een choanocyt. A. Benoem de onderdelen. B. Geef de functie van de flagel. C. Wat is de functie van de amoebocyten? D. Via welk proces wordt het voedsel opgenomen in de choanocyt?
3 4. Sponzen kunnen in verschillende verschijningsvormen voorkomen: - ascontype: eenvoudigste type, vaasvormig, bestaat uit een dunne lichaamswand bekleed met choanocyten dat het spongocoel omgeeft. - sycontype: de choanocyten bevinden zich in de radiaire kanalen (vingervormige instulpingen), terwijl het spongocoel bekleed is met pinacocyten. - leucontype: bestaan uit afzonderlijke kamertjes met choanocyten (geselkamertjes), van het spongocoel zijn alleen nog kanalen over die naar de uitstroomopeningen leiden. A. Benoem de vier schematisch weergegeven sponzen. B. Geef in de figuren de choanocyten aan. C. Geef in de figuren pinacocyten aan. D. Geef in de figuren aan waar het water de spons instroomt. E. Geef in de figuren aan waar het water de spons weer uitstroomt.
4 Hydra Hydra's (zoetwaterpoliepen) leven in plassen, meren en rivieren. Ze hangen aan waterplanten met hun voetschijf, die een kleverige stof afscheidt. Ze leven van kleine diertjes (watervlooien, zoetwateréénoogjes) die ze met hun tentakels vangen. Gezonde en weldoorvoede Hydra's vermenigvuldigen zich ongeslachtelijk via knopvorming. In de herfst en winter, als de watertemperatuur daalt, planten ze zich ook geslachtelijk voort. Meestal rijpt er één eicel tegelijk, die wordt bevrucht door zaadcellen uit het water. Zij hebben een simpele radiale symmetrie. 1. A. Welke kiembladen komen tot ontwikkeling bij de Hydra? B.-E. Hier zie je een gedetailleerde tekening van de dwarsdoorsnede door Hydra. Benoem de structuren in de afbeelding. De Hydra heeft een diffuus zenuwnetwerk, zonder zenuwknopen of centralisatie. De blauwe cellen met hun uitlopers in epidermis en gastrodermis zijn daar een onderdeel van. In de epidermis liggen zintuigcellen met een flagellum, dat gevoelig is voor aanraking of chemische stoffen in het water. In de basis van de cellen van de epitheelcellen van de epidermis en gastrodermis liggen myofibrillen (spiervezels) die voor beweging van de tentakels en het hele organisme zorgen. In de gastrodermis zitten ook kliercellen, die slijm en verteringsenzymen produceren. Niet al deze structuren zijn in de preparaten te zien. 2. Benoem de structuren in dit preparaat.
5 3. Dit is een detail van de doorsnede. In het basale gedeelte van de epidermiscellen zijn rode ronde structuren te zien. Wat zijn dit? 4. Dit is een detail van de doorsnede met een andere kleuring. Probeer alle structuren hier weer in te herkennen. Wat is de buitenzijde van de Hydra?
6 Planaria Planaria's (zoetwaterplatwormen) leven in plassen, meren en rivieren van dierlijke resten. De farynx kan door de mond uitgestulpt worden. Opvallend zijn de lichtgevoelige pigmentvlekken in de kop (ocelli). De 'oortjes' bevatten chemoreceptoren, en ze nemen er voedsel en waterstromen mee waar. Zij hebben een duidelijke bilaterale symmetrie, met een dorso-ventraal afgeplat lichaam. Er is geen segmentatie. Platwormen planten zich voort: - ongeslachtelijk: ze snoeren het deel achter de farynx af, dat weer de ontbrekende onderdelen vormt. - geslachtelijk: ze zijn hermafrodiet (tweeslachtig) en produceren één bevrucht ei tegelijk dat aan waterplanten wordt gehecht. 1. A Welke kiembladen komen tot ontwikkeling bij de Acoelomata, zoals Planaria? B. Dit is een gedetailleerde tekening van de dwarsdoorsnede door de platworm, ter hoogte van de (uitstulpbare) farynx. Benoem de structuren.
7 2. Benoem de structuren in het preparaat. 3. Deze doorsnede is op een andere plek gemaakt. Probeer de onderdelen van het vorige preparaat ook hierin te herkennen. Geef in de tekening aan waar deze doorsnede is genomen. 4. Dit is een detailfoto van de epidermis met de basaalmembraan. Hoe noemt men het weefsel dat met de pijl wordt aangeduid?
8 Ascaris Ascaris suum (varkensspoelworm) leeft parasitair in de darmen van varkens. De darmen kunnen zo vol zitten dat ze compleet verstopt raken. De mannelijke wormen zijn iets kleiner dan de vrouwelijke en hebben een haakje aan de staart, dat dienst doet als copulatie-orgaan. De vrouwelijke spoelworm kan wel eieren per dag leggen. Als deze via uitwerpselen in de grond terechtkomen kunnen ze jaren blijven leven. De nematoden (rondwormen) zijn pseudocoelomaat, met een cylindrisch lichaam en een bilaterale symmetrie. 1. A. Welke kiembladen komen tot ontwikkeling bij de Pseudocoelomata, zoals Ascaris? B. Tussen het endoderm en het mesoderm is een holte ontstaan. Hoe heet deze holte? C. Dit is een gedetailleerdere tekening van een doorsnede door een vrouwelijke Ascaris. Benoem de onderdelen.
9 De spiervezels zitten in de spiercellen. Elke spiercel bestaat uit: - een spoelvormig contractiel deel, dat tegen de hypodermis aanligt, en - een protoplasmatisch deel inclusief kern dat in het pseudocoeloom uitsteekt. Dit protoplasmatisch deel bevat een lange uitloper die naar de dorsale of ventrale zenuwstreng gaat. Het zijn hier dus de spieren die verbinding maken met de zenuwen, en niet de zenuwen die met uitlopers de spieren innerveren. 2. Dit is een preparaat van de dwarsdoorsnede door de voorste helft van Ascaris. Benoem de onderdelen.
10 3. Dit is een detailopname van de buitenwand van Ascaris. Benoem de onderdelen. 4. Bekijk dit preparaat ter hoogte van de zenuwstreng. Probeer hierin de onderdelen te vinden. Geef van deze weefsels aan uit welk kiemblad ze zijn ontstaan: Spieren Geslachtsapparaat Zenuwstelsel Hypodermis Cuticula
11 Mollusca Het phylum Mollusca dankt zijn naam aan het feit dat de leden ervan zijn opgebouwd uit zeer weke weefsels (molluscus = zacht). Het enige harde is een eventueel aanwezige in- of uitwendige schelp. De meeste mollusken zijn marien, maar sommige leven in zoetwater of zelfs op het land. Een voorbeeld van een mollusk die op het land leeft is de overheerlijke escargot. De ongeveer soorten tellende Mollusca kunnen worden onderverdeeld in 8 klassen. Hiervan behandelen wij er vier, namelijk de Polyplacophora (chitons), Gastropoda (slakken), Bivalvia (mossels) en de Cephalopoda (inktvissen). Ondanks hun ogenschijnlijke verscheidenheid in uiterlijk, delen ze een basaal bouwplan. In de meeste Mollusca zijn de sexen gescheiden. Er zijn echter ook soorten die tweeslachtig zijn (hermafrodiet). Een voorbeeld hiervan is de poelslak Lymnaea, die in vele sloten in Nederland voorkomt. De voortplantingsstrategie is zeer gevarieerd. Er zijn mollusken die gebruik maken van externe bevruchting, zoals veel mariene mollusken. Er zijn ook soorten met een interne bevruchting, zoals de bovengenoemde poelslak. De zygote ontwikkelt zich tot een vrijzwemmende Trochophora larve die weer uitgroeit tot een volwassen dier. 1. Benoem de structuren in deze tekening van het basale bouwplan van de mollusken.
12 Dit is een schematische tekening van een mossel. Benoem de structuren in deze tekening. 2. Op het practicum heb je de inktvis als vertegenwoordiger van de koppotigen (Cephalopoda) gezien. De koppotigen zijn de enige Mollusca met een gesloten bloedomloop. Verder hebben zij goed ontwikkelde ogen en een vrij geavanceerd zenuwstelsel. Waarom zijn een goed ontwikkeld zenuwstelsel en sensorische organen van belang voor de levensstijl die een inktvis heeft?
13 Lumbricus In droge tijden en in de winter overleeft de aardworm door zich op te rollen in een holte diep onder de grond. Lumbricus terrestris (regenworm) kan tot 30 cm lang worden en leeft in vochtige voedselrijke grond. Ze leven voornamelijk van verrot organisch materiaal. Ze hebben een gesloten circulatiesysteem met hemaglobine als zuurstofbindend eiwit. De regenworm is hermafrodiet (tweeslachtig). Na de paring wordt er slijm afgescheiden dat een cocon vormt om het clitellum (zadel). In deze cocon worden de nog onbevruchte eieren afgezet samen met sperma van de partner en voedingsstoffen. De regenworm is bilateraal symmetrisch, en het lichaam is ook uitwendig gesegmenteerd. In tegenstelling tot Ascaris (spoelworm) vormt zich bij de regenworm door splijting van het mesoderm een echte secundaire lichaamsholte of coeloom (Eucoelomata). Daarnaast behoort Lumbricus tot de protostomia, met als opvallend kenmerk dat de oermond de plaats is waar de mond wordt aangelegd, en de anus in tweede instantie wordt gevormd. 1. A. Welke kiembladen komen tot ontwikkeling bij de eucoelomata, zoals Lumbricus? B. Benoem de structuren in deze schematisch weergegeven doorsnede.
14 Dit is een gedetailleerdere tekening van een doorsnede door een Lumbricus. Benoem de structuren. Tussen het darmepitheel en chloragogeen weefsel liggen nog darmspieren (circulair en longitudinaal). Deze worden gevormd uit het mesoderm, dat na splijting rond het entoderm van de darm is komen te liggen (visceraal of darmmesoderm). De lichaamsspieren voor de voortbeweging zijn gevormd uit de buitenste laag mesoderm (somatisch mesoderm). Het grote voordeel hiervan is dat voortbeweging en darmperistaltiek onafhankelijk van elkaar kunnen plaatsvinden. Er is een gesloten circulair systeem, met hemaglobine als zuurstofbindend eiwit. Op de doorsnede zijn vijf bloedvaten te zien. Per segment ligt er een niereenheid in het coeloom. Dit noemt men het nefridium. Elk nefridium heeft een uitgang naar buiten (nefridiopore). Afvalstoffen uit het bloed en coeloom worden door deze nefridia uitgescheiden. De regenworm heeft per segment vier paar borstels (setae) waarmee hij zich stevig kan verankeren in zijn gang, maar ze dienen toch voornamelijk om de voortbeweging te ondersteunen. De verankering door borstels zorgt ervoor dat vogels de worm moeilijk uit zijn gang kunnen trekken. Tevens is in de laatste staartsegmenten een tegengestelde oriëntatie van de borstels, zodat de worm zich bij onraad snel in zijn gang kan terugtrekken. De borstels worden door kleine spiertjes bewogen.
15 2. Benoem de structuren in dit preparaat. 3. Hier zie je een detailopname van de ventrale zijde van de dwarsdoorsnede. Benoem de onderdelen.
16 Sprinkhaan De geleedpotigen kenmerken zich door een exoskelet, segmentatie en gelede poten. Door het exoskelet konden ze zich ook buiten het water ontwikkelen. Dankzij de segmentatie kunnen ze de verschillende segmenten ook verschillende functies geven. De gelede aanhangsels zijn zeer beweeglijk en kunnen zich specialiseren voor zeer uiteenlopende functies: poten, scharen, antennen, vleugels, vinnen, kieuwen, copulatie-organen, legboor etc. Dit alles maakt de Arthropoda tot het succesvolste fylum, met ruim een miljoen soorten. bruine sprinkhaan (kortspriet, dus 'echt') sabelsprinkhaan (langspriet) pas uitgekomen nimfen Wereldwijd zijn er ongeveer soorten krekels en sprinkhanen, in Europa slechts 600. In de Benelux leven zo'n zestig soorten sprinkhanen. De 'echte' sprinkhanen onderscheiden zich van de krekelachtigen en sabelsprinkhanen door kortere sprieten. Caelifera zijn allemaal planteneters. Ze vervellen zo'n 6 keer, en pas na de laatste vervelling zijn ze geslachtsrijp. Tot die tijd noemt men ze nimfen, daarna imago's. De eieren, die in een schuimnest in de grond worden gelegd, komen na 2 weken tot (bij sommige soorten) een jaar uit. Er is één vraag over de schematische opbouw van een 'echte' sprinkhaan. Er zijn geen preparaten. Klik op de groene pijl voor een lengtedoorsnede van deze sprinkhaan. 1. Dit is een gedetailleerdere tekening van een doorsnede door een vrouwelijke sprinkhaan. Benoem de structuren in deze tekening.
17 Asteroidea (zeesterren) Alle Echindermata worden gekenmerkt door een watervaatstelsel, dat in verbinding staat met het buitenwater. Speciale gespierde voetjes aan de onderzijde kunnen met behulp van dit stelsel opzwellen of klein worden (zie afbeelding hiernaast). Zeesterren eten door een schelp te omarmen, langzaam open te trekken en vervolgens zijn maag uit te stulpen in de schelp. Een gewonde arm kan actief worden afgestoten, en groeit weer aan. Sommige soorten vermenigvuldigen behalve geslachtelijk ook ongeslachtelijk door zich precies door midden te delen, en de armen weer aan te laten groeien. Volwassen zeesterren zijn secundair radiair symmetrisch. In het begin ontwikkelen ze zich tot bilateraal symmetrische larven, die zich met de buikzijde vasthechten aan een ondergrond. Hierna ondergaan ze metamorfose, en vormen een mond en anus aan laterale zijden, en een radiale symmetrie. Daarna komen ze uit de doorschijnende larvenhuid tevoorschijn en beginnen hun leven als kleine zeesterren. Dit is een foto van de bovenkant van een zeester. De volgende afbeelding is een schematische tekening van de doorsnede door het midden van de centrale schijf (witte lijn). 1. Benoem de structuren in deze tekening.
18 2. Dit is een schematische tekening van een dwarsdoorsnede door de arm van een zeester. Benoem de structuren in dit preparaat.
19 Branchiostoma Branchiostoma lanceolatum (lancetvisje) behoort tot het kleine subfylum Cephalochordata, bestaand uit dunne, doorzichtige zeedieren van 5 tot 7 cm lang. Ze komen voor in zandige bodems langs kusten overal ter wereld. In Nederland komt het lancetvisje als enige soort van dit subfylum voor op de Klaverbank: een zandbank van grof zand en grind voor de kust van Den Helder. Ze zijn vrij zeldzaam, maar als ze er zijn komen ze in grote dichtheden voor: tot 5000 per m². De larven zwemmen vrij rond, en zijn ook al in staat tot reproductie (neotonie). Ze voeden zich met voedseldeeltjes (bacteriën, plankton, afval) in het water (filtervoeders). Je krijgt eerst een vraag over de schematische opbouw van het lancetvisje. Daarna moet je dezelfde structuren herkennen in een foto. 1. Dit is een sterk versimpelde weergave van de opbouw van het lancetvisje. Benoem de structuren in deze tekening.
20 2. Dit is een preparaat van een heel lancetvisje. Benoem nu dezelfde structuren in dit preparaat. 3. Het lancetvisje is een chordaat, maar nog geen gewervelde: het heeft geen wervelkolom. Zet ook bij dit preparaat de namen bij de onderdelen. Welke vier onderdelen zijn kenmerkend voor de chordaten?
INFOFICHE. HOEK 1: Lichaamssymmetrie. Zie kijkwijzer
INFOFICHE HOEK 1: Lichaamssymmetrie LICHAAMSSYMMETRIE Wanneer je een organisme in twee gelijke helften kunt verdelen, spreken we van lichaamssymmetrie. De twee lichaamshelften zijn elkaar spiegelbeeld.
Biologie: E-practicum 2
Biologie: E-practicum 2 1. Inleiding Inleiding De evolutieve oorsprong van de meercellige dieren situeert zich bij ééncellige kolonievormende protozoa. Als heterotrofe organismen, beschikten deze protozoa
STAM VAN DE SPONSEN (Porifera)
STAM VAN DE SPONSEN (Porifera) Voorkomen: Sponsen leven uitsluitend in het water, hoofdzakelijk in zee. Ze leiden een vastzittend bestaan. Ze zijn opgebouwd uit een groot aantal cellen die in een netwerk
Het rijk van de dieren
BASISSTOF 6 1 vwo gymnasium Het rijk van de dieren thema 4 Ordening opdracht 20 Beantwoord de volgende vragen. 1 Heeft een cel van de zuidelijke boommiereneter (zie afbeelding 33) een celkern? En een celwand?
Versie 2. 1 maart 2010
Regulering van vorm en functie van dieren Versie 2 1 maart 2010 Tentamen: 40 multiple choice vragen INSTRUCTIES Vraag 1) Welke van de volgende twee stellingen is of zijn juist? Stelling 1: alle cellen
Beestige bundel van: 1
Beestige bundel van: 1 2 Ordening van organismen organisme = een levend wezen, iets wat leeft. Er zijn meer dan anderhalf miljoen soorten organismen. Om een overzicht te krijgen worden deze organismen
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2016 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-16-2-b Koraalriffen Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 42 tot en met 54. Bij
Systematiek in planten- en dierenrijk
Systematiek in planten- en dierenrijk Om de grote diversiteit in organismen te overzien zijn ze door de mens in groepen verdeeld. Hierbij is gekeken naar: morfologie. Dit zijn uiterlijke kenmerken anatomie.
Opmerking voor de docent. Dieren determineren. Werkwijze
Opmerking voor de docent. Verspreid door het lokaal ongeveer 30 dieren met een nummer en de naam van de soort. Gebruik preparaten, opgezette dieren eventueel platen. Vermeld eventueel bij het dier enkele
Ordening. Planten Dieren Bacteriën Schimmels
Ordening Planten Dieren Bacteriën Schimmels Indeling plantenrijk Indeling dierenrijk Planten Kenmerken plantencellen: celwanden celkernen bladgroenkorrels Wieren Sporenplanten Zaadplanten Wieren / Algen
Lumbricus terrestris
KAGM - NGVM F.Van Campen Mei 2018 Lumbricus terrestris De regenworm onder de microscoop 1 Systematiek Ongewervelde dieren (invertebrata) Metazoa (meercelligen) Stam Ringwormen of gelede wormen (Annelida)
BOUWPLAN DR. R. Sluys.
BOUWPLAN DR. R. Sluys. 1) Wat is karakteristiek voor acoelomate dieren'? 1. afwezigheid mesoderm 2. deuterostome ontwikkeling 3. een coeloom dat niet volledig door mcsoderm omringd is 4. een stevig lichaam
Ordening. Bacteriën Schimmels Planten Dieren
Ordening Bacteriën Schimmels Planten Dieren Bacteriën Kenmerken cellen: celwand geen celkern geen bladgroenkorrels eencellig planten zich voort door deling voeden zich meestal met dode resten van organismen
4,8. Werkstuk door een scholier 2194 woorden 20 februari keer beoordeeld. Ongewervelde dieren. Inhoud:
Werkstuk door een scholier 2194 woorden 20 februari 2000 4,8 346 keer beoordeeld Vak Biologie Ongewervelde dieren Inhoud: Wormen Stekelhuidigen Geleedpotigen Sponzen Weekdieren Holtedieren Bronnen: Internet
inh oud 1. Leven onder water 3 2. Dieren en planten 3. Vissen 4. Kwallen 5. Zoogdieren 6. Schaaldieren 7. Stekelhuidigen 8. Zeewier 9.
Leven onder water inhoud 1. Leven onder water 3 2. Dieren en planten 4 3. Vissen 5 4. Kwallen 7 5. Zoogdieren 8 6. Schaaldieren 9 7. Stekelhuidigen 10 8. Zeewier 11 9. Weekdieren 12 10. Filmpje 13 Pluskaarten
Kaartenset ongewervelde dieren
Kaartenset ongewervelde dieren Deze set met plaatjes is het eerste deel van de kaartjes met gewervelde- en ongewervelde dieren op. Ieder kaartje bevat een afbeelding van het dier in kwestie, met daarbij
De indeling van het dierenrijk zie je hieronder in de mindmaps van Brent, Guus en Febe!
Deze krant is het overzicht van het dierenrijk zoals we het in klas 6 zagen. Ze werd gemaakt naar aanleiding van de tentoonstelling en de uitstap naar het natuurhistorisch museum van Doornik! De indeling
Regulering van vorm en functie van dieren Deeltentamen Bouwplan (colleges Sluys)
Bouwplan (colleges Sluys) 1. Door welk uniek stamboomkenmerk(en) zijn de Beenvissen gekarakteriseerd? 1. een schedel 2. een skelet van been 3. vinnen met botelementen 4. geen van deze, bovengenoemde kenmerken
Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-16-2-b
Bijlage VMBO-KB 2016 tijdvak 2 biologie CSE KB Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-16-2-b Koraalriffen Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 42 tot en met 50. Bij het beantwoorden
Opdracht 1 Deze opdracht doe je in de klas en kun je niet hier nakijken.
Thema 4 Opdracht 1 Deze opdracht doe je in de klas en kun je niet hier nakijken. Opdracht 2 1. bacteriën schimmels planten dieren 2. Kenmerken van cellen, namelijk of de organismen cellen hebben met celkernen,
1. In welke 4 rijken worden organismen ingedeeld? 3. wat is de functie van de celkern in een cel?
Antwoorden door een scholier 1487 woorden 13 januari 2013 6 184 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie Thema 4 Ordenen 1 t/m 5 Opdracht 2 1. In welke 4 rijken worden organismen
Practicum 1: Bacteriën en schimmels in de bodem.
Mens en milieu. Het leven in een bodem. Dit practicum bestaat uit 4 onderdelen: 1. Bacteriën en schimmels in de bodem. 2. Bodemdiertjes. Rol van deze beestjes in de kringloop van de stof. Dit moet verbonden
Taxonomen (ca. 1850): Organismen vertonen kenmerken van zowel planten als dieren. Wetenschappers gingen dus op kenmerken letten.
Ordening van organismen: vroeger: plantenrijk - dierenrijk Taxonomen (ca. 1850): Organismen vertonen kenmerken van zowel planten als dieren. Wetenschappers gingen dus op kenmerken letten. huidige indeling:
Ordening Dieren - B 2
Ordening Dieren - B 2 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres siri Muilenburg 29 September 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/66750 Dit lesmateriaal is
Thema 3b Voortplanting. Wereldoriëntatie L6
Wereldoriëntatie L6 Les 1 Instandhouding van de soort. p. 3 1. Alle levende wezens zijn opgebouwd uit cellen. Vul de woorden celkern, celvloeistof en celwand correct aan. 2. Vul de tekst aan. In elke
Ecologie voedselweb van zoetwater
Ecologie voedselweb van zoetwater Inleiding: In een voedselweb worden de relaties tussen organismen duidelijk. In alle voedselketens en dus ook een voedselweb start de reeks / basis met een groen organisme.
Een kreeft in de klas
Een kreeft in de klas Leerdagboek van:... Een kreeft in de klas Wat doet de kreeft? Kijk een poosje heel nauwkeurig naar de kreeft. Schrijf heel nauwkeurig op wat de kreeft doet en hoe hij dat doet. Doe
Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Bijlage met informatie. 700045-2-740b
Bijlage VMBO-KB 2007 tijdvak 2 biologie CSE KB Bijlage met informatie 700045-2-740b De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000 jaar geleden
Informatie: zoetwaterdiertjes
Informatie: zoetwaterdiertjes In het zoete water wonen heel veel diertjes. Ze zien er best schattig uit, maar pas op! Leven in een sloot is heerl gevaarlijk. Kijk maar eens naar dit diertje. Het is de
Levenscyclus dieren vmbo-b12
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 11 januari 2018 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62394 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet.
BODEMLEVEN, GROND & BEMESTING
BODEMLEVEN, GROND & BEMESTING Wat gaan we doen De bodem Bodemleven Voorstellen van verschillende groepen Wat doen deze beestjes in de bodem Goede bodemkwaliteit Regenwormen Petra van Vliet Blgg - Oosterbeek
Levenscyclus dieren vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 13 July 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62394 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein
watervlooien onder de microscoop watervlooien Watervlooien zijn kleine zoetwaterkreetjes die voorkomen in sloten, plassen en vijvers.
Havo/Vwo 60 minuten watervlooien Watervlooien zijn kleine zoetwaterkreetjes die voorkomen in sloten, plassen en vijvers. leefomgeving van de watervlo watervlooien op ware grote Zoek op Internet naar informatie
De onderwaterwereld Watervlooien: anatomie en voortplanting
Inleiding De watervlo is een klein, met het blote oog nauwelijks zichtbaar beestje, dat in het water leeft. Waarom wordt zo n onooglijk beestje voor onderzoek gebruikt? Een van de redenen daarvoor is,
Hand-out Microbiologie
Hand-out Microbiologie COO-module bij hoofdstuk 25, 26, 27, 28 en 31 uit Biology van Campbell. NB In de module krijg je een random selectie van 18 van deze vragen. Hieronder staan dus meer vragen dan je
Afdrukken pagina 2-19 dubbelzijdig formaat A4 naar behoefte kunnen lege A4-pagina s worden tussengevoegd
Gebruiksaanwijzing leerdagboek Miniatuur Een kreeft in de klas Afdrukken pagina 2-19 dubbelzijdig formaat A4 naar behoefte kunnen lege A4-pagina s worden tussengevoegd Aanwijzingen Schrijf- en tekenruimte
Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Scan
THEMA 4 REGELING EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN 3 VMBO-bk Examentrainer Vragen vmbo-bk Scan In een Engelse folder staat informatie over een bepaald apparaat. Hiermee kan het centrale zenuwstelsel onderzocht
Antwoorden Biologie Thema 5
Antwoorden Biologie Thema 5 Antwoorden door een scholier 697 woorden 9 juni 2003 6,8 323 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Basisstof 1 Opdracht 1 1. Het fenotype zijn de zichtbare
3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3.
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Veiligheidsvoorschriften 9 1.1 Genen en hun vererving 9 1.2 Genotype en fenotype 14 1.3 Erfelijke gebreken 18 1.4 Genfrequenties 25 1.5 Afsluiting 27 2 Fokmethoden 28 2.1
Herhalingsles Het lichaam. Ademhaling. Benoem de aangeduide delen op onderstaande tekeningen aan.
Herhalingsles Het lichaam Ademhaling Benoem de aangeduide delen op onderstaande tekeningen aan. Als we ademen, stroomt er lucht binnen in ons lichaam. Welke weg legt deze lucht af? Vul het schema aan.
Antwoorden door een scholier 1825 woorden 28 februari keer beoordeeld
Antwoorden door een scholier 1825 woorden 28 februari 2005 6 511 keer beoordeeld Vak Biologie Biologie Thema 5 Opdracht 1 1. Het uiterlijk is een fenotype van een organisme. 2. Alle erfelijke informatie
Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL. 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: *
Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: * * * 2 Hoe kun je de naam van een organisme opzoeken?
De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 18 februari 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,
De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 18 februari 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was afgelopen dinsdag beslist niet koud, de wind was ook niet echt hinderlijk, maar de zon liet helaas verstek
Werkblad slootdiertjes
Werkblad slootdiertjes Hoe groot is het dier? Hoeveel poten heeft het dier? Hoe ziet de achterkant van het dier eruit? Zit er bij de kop rode franje? Heeft het dier een schelp? Hoe heet het dier? 0, 4,
Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:
Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid Basisstof 1 Erfelijke eigenschappen: - Genotype: o genen liggen op de chromosomen in kernen van alle cellen o wordt bepaald op moment van de bevruchting - Fenotype: o
Klas 2. Herhaling biologie klas 1
Klas 2 Herhaling biologie klas 1 1 Herhaling Biologie Klas 1 De eerste lessen zullen we besteden aan een herhaling van de lesstof uit de eerste klas. Deze herhaling bestaat uit tekeningen, vragen en aantekeningen.
Voorbeeldtentamen Evolutiebiologie DT 2
Voorbeeldtentamen Evolutiebiologie DT 2 Het tentamen zal bestaan uit: - twee vragen over het onderdeel Microbiologie - een of twee vragen over het onderdeel Plantenrijk - twee vragen over het onderdeel
Thema 4 Voortplanting
Naut samenvatting groep 8 Mijn Malmberg Thema 4 Voortplanting Samenvatting Zaad, plant, boom De voortplanting zorgt ervoor dat mensen, dieren en planten kunnen voortbestaan. Bij planten vindt de bevruchting
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Bijlage met informatie 700045-2-617b De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000
Eindexamen biologie pilot havo I
Bromelia s Van haar oma werd gezegd, dat ze groene vingers had. Ook haar moeder is dagelijks in de weer om planten te verzorgen. De nieuwste rage bij haar thuis zijn Bromelia s (zie afbeelding 1 en 2).
Biologie 1997 Augustus
www. Biologie 1997 Augustus Vraag 1 In de onderstaande tekening is de elektronenmicroscopische afbeelding van een cel van een traanklier van een mens weergegeven. Het afgescheiden traanvocht bevat een
Dit kan nog gewijzigd worden!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Excursie Osnabrück, Thema ordening. Voorbereiding: Leerlingen downloaden de app zoo osnabruck audioguide (kan op Android en IOS) De app wordt in de klas geupdate zodat alle gebieden zijn te bekijken en
Eencellige en meercellige organismen
2 Eencellige en e organismen 2.1 Eencelligen en en Tonen onderstaande microscopische foto s een of een organisme? Kruis aan. 1 2 pantoffeldiertje amoebe 3 4 lever nier 5 6 blauwwier wortel tuinboon Conclusie
Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.
Paarden Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. Informatie 1 Evolutie van paardachtigen In de
Aftekenlijst. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
Aftekenlijst 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Werkblad 1 Schematisch
Snijpracticum Pijlinktvis
Snijpracticum Pijlinktvis Voedselvergaring, Vertering & Groei Deze practicumhandleiding is gemaakt door Henk-Jan Hoving, post-doc onderzoeker bij GEOMAR in Kiel (Duitsland) en Deniz Haydar, vakdidacticus
Juli blauw Biologie Vraag 1
Biologie Vraag 1 Bij bijen komt parthenogenese voor. Dit is de ontwikkeling van een individu uit een onbevruchte eicel. Bij bijen ontstaan de darren (mannelijke bijen) parthenogenetisch. De koningin en
Juli geel Biologie Vraag 1
Biologie Vraag 1 Bij bijen komt parthenogenese voor. Dit is de ontwikkeling van een individu uit een onbevruchte eicel. Bij bijen ontstaan de darren (mannelijke bijen) parthenogenetisch. De koningin en
Verzorging van de Afrikaanse reuzenslak
Verzorging van de Afrikaanse reuzenslak De Afrikaanse reuzenslak (Achatina fulica) komt komt van nature in Afrika voor. De slak heeft een puntig gedraaid huisje. Dat huisje kan bruin zijn, beige, geelachtig,
Organen, Cellen en Ordening
Examen VMBO-GL en TL Organen, Cellen en Ordening biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 10 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 18 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
8,7. Samenvatting door L. 580 woorden 5 maart keer beoordeeld. Biologie voor jou. Biologie. hoofdstuk 1. biologie. is de leer van het leven
Samenvatting door L. 580 woorden 5 maart 2016 8,7 4 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie hoofdstuk 1 biologie is de leer van het leven een levend wezen word bij biologie een
Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben?
Naam: VLINDERS Vlinders zijn niet weg te denken uit onze leefomgeving. In het voorjaar kunnen we haast niet wachten tot de eerste Kleine vosjes of Citroenvlinders zich laten zien. En dan in de zomer en
Kreeftachtigen hebben meestal kleine ogen, waar ze maar weinig mee zien. Ze kunnen wel bijzonder goed ruiken.
Kreeftachtigen Er zijn veel verschillende soorten kreeftachtigen. Van ieder soort leven er vaak zeer grote aantallen in zee. Kreeftachtigen zijn bijvoorbeeld de roeipootkreeftjes, de zeepissebedden en
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2014 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-14-2-b Katten Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 38 tot en met 53. Bij het
Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij
Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij In deze les ga je leren hoe de honingbij is opgebouwd. Je gaat bijen vergelijken met andere dieren en je gaat drie mooie tekeningen maken van de
Vul het schema in. Gebruik hierbij: + (voordeel), (nadeel), 0 (geen voor- en geen nadeel).
1. Samenleven Afb. 1 Ossenpikker op de kop van een buffel. In de basisstoffen heb je geleerd dat de verschillende populaties in een ecosysteem op veel manieren met elkaar te maken hebben. Ze leven immers
Eindexamen biologie vmbo gl/tl 2007 - II. De kip en het ei. Informatie 1 Uiterlijk. - www.vmbogltl.nl www.examen-cd.nl -
De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000 jaar geleden werden kippen (of hoenderen) als huisdieren gehouden. Men vermoedt dat de kip afstamt
PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6
PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6 Tenzij anders vermeld, gaat het steeds om gezonde organismen en normale omstandigheden. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam
GEZONDHEIDSKUNDE Het menselijk lichaam 1 KENMERKEN VAN HET LEVEN Anatomie à wetenschap die zich bezighoudt met de bouw van het menselijk lichaam (waar ligt wat?). Fysiologie à Wetenschap die zich bezighoudt
Dieren 1. Cursus Natuurgids
Dieren 1 Cursus Natuurgids Inhoud 1. Vereenvoudigde indeling dierenrijk 2. Ongewervelden 3. Gewervelden Dieren 1 Cursus Natuurgids 2 1. Vereenvoudige indeling van het dierenrijk Dieren 1 Cursus Natuurgids
Aquarium. Groep 6, 7 en 8 van het basisonderwijs
Aquarium Groep 6, 7 en 8 van het basisonderwijs Hallo, welkom in Ouwehands Dierenpark! In het aquarium leven heel veel verschillende vissen en ook een paar amfibieën, zoals kikkers. In deze Doe Mee staan
Inleiding. Wanneer? Heel veel plezier. De biologie sectie van t Hooghe Landt Medewerkers van Het Groene Huis. Ochtend programma: 1 e t/m 4 e uur
Inleiding Dit opdrachtenboekje is gemaakt door de biologie sectie van t Hooghe Landt en het Centrum voor Natuur en Milieueducatie in Het Groene Huis. Wij wensen je veel plezier met het maken van de opdrachten
Ordening. Klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs
Ordening Klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs Over de hele wereld verspreid leven zeer veel verschillende dieren die allemaal hun eigen kenmerken hebben. Als je in de dierentuin rondloopt kun je de
Tussen de trofoblast en de kiemschijf wordt de navelstreng gevormd.
Biologie SE4 Hoofdstuk 6 Paragraaf 1 Tijdens de ovulatie komt een eicel vrij uit een van de beide ovaria. Deze eicel komt terecht in een eileider. Een van de zaadcellen die de tocht van de vagina naar
Voortplanting bij dieren
Voortplanting bij dieren Opdracht 1 Geef aan of de beweringen juist of onjuist zijn: 1. De primaire geslachtskenmerken heb je vanaf je puberteit 2. Geslachtshormonen zorgen voor veranderingen in de puberteit
Houden van dieren 91123a.indd :45
Houden van dieren Houden van dieren WEGWIJZER Deze module bestaat uit drie hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit zes vaste onderdelen: Oriëntatie, Theorie, Opdrachten, Eindopdracht, Terugblik en Begrippen.
Deze les ga je leren
Lesstof Deel 1: het koraalrif Deel 2: het koraal Deel 3: het belang van koraal Deel 4: de bedreigingen voor het koraal Deel 5: het beschermen van het koraal Deze les ga je leren 2.1 Wat is een koraal?
Doelstelling 1: Je moet de organismen kunnen indelen in 4 rijken en van elk rijk de kenmerken kunnen noemen.
Boekverslag door Een scholier 1128 woorden 15 januari 2005 5.1 80 keer beoordeeld Vak Biologie Biologie boek A Thema 5 Ordening en revolutie Doelstelling 1: Je moet de organismen kunnen indelen in 4 rijken
Embryologie van de zee-egel van onbevrucht ei tot vrij-zwemmend pluteus larve
Embryologie van de zee-egel van onbevrucht ei tot vrij-zwemmend pluteus larve Serie van 14 dia s Virtual Classroom Biologie Objectief: - ter ondersteuning van het praktikum - ter beperking van het aantal
Aantekeningen Hoofdstuk 1: Vier rijken Vergelijken KGT
Aantekeningen Hoofdstuk 1: Vier rijken Vergelijken KGT 1.1 De tuin 1 Wat leeft er in een tuin? Organismen: dit zijn levende wezens zoals, planten, dieren, mensen, bacteriën en schimmels. Levenskenmerken:
GENEXPRESSIE VOORBEREIDENDE LES
GENEXPRESSIE VOORBEREIDENDE LES Alle organismen op aarde zijn opgebouwd uit cellen. Ook jouw eigen lichaam bestaat uit cellen. Die cellen zien er niet allemaal hetzelfde uit. Zo is een huidcel heel compact,
Project Dieren. Week 1AB: Algemeen
Project Dieren. Week 1AB: Algemeen Info: Leven op aarde Een fossiel is een afdruk in een steen van een schelp, dier of plant. Bijna vier miljard jaar geleden begon in de zee het eerste leven. Dat waren
Om de organismen in te delen moet je letten op de volgende kenmerken: celwand, celkern en bladgroenkorrels.
Samenvatting door Aukje 4892 woorden 5 juli 2016 5,2 22 keer beoordeeld Vak Biologie Biologie hoofdstuk 4: Ordening 1 Het ordenen van organisme Je kunt uitleggen waarvoor we de Tree of Life gebruiken Je
Mitose is een ander woord voor gewone celdeling. Door gewone celdeling blijft het aantal chromosomen in lichaamscellen gelijk (46 chromosomen).
Samenvatting door M. 1493 woorden 28 februari 2014 5 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Genotype en fenotype Veel eigenschappen zijne erfelijk. Je hebt deze eigenschappen geërfd van
Sprinkhanen en krekels
Sprinkhanen en krekels Springende herrieschoppers Er bestaan ongeveer 20.000 soorten sprinkhanen en krekels! En behalve in de koudste gebieden op aarde kun je ze overal tegenkomen. De verschillende soorten
Dieren Inhoud. 1. Vereenvoudige indeling van het dierenrijk. Cursus Natuurgids
Inhoud Dieren 1 1. Vereenvoudigde indeling dierenrijk 3. Gewervelden Cursus Natuurgids Dieren 1 Cursus Natuurgids 2 1. Vereenvoudige indeling van het dierenrijk 1. Indeling dierenrijk Indeling in stammen
SPREEKBEURT BIDSPRINKHAAN
SPREEKBEURT BIDSPRINKHAAN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n ONGEWERVELDEN OVER HOUDEN VAN HUISDIEREN WE HEBBEN DE BELANGRIJKSTE INFORMATIE OVER DE BIDSPRINKHAAN
De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster,
De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Doordat we anderhalve week afwezig waren komt dit verslag later dan gebruikelijk. Intussen ben ik vergeten hoe de omstandigheden
Kikkers. Inleiding. Kikkers bij ons in de buurt
Kikkers Inleiding Vandaag wil ik jullie graag iets meer vertellen over de kikker. Iedereen van jullie kent wel de kikker, misschien woont er wel ergens één in jullie tuin? Zoals in onze tuin, daar woont
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4 Ordening
Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4 Ordening Samenvatting door A. 910 woorden 1 februari 2015 7,6 69 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie samenvatting hoofdstuk 4, havo vwo 1 1
Ongeslachtelijke voortplanting vmbo-b34
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres VO-content 12 juli 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/73623 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs
Hoofdstuk 1: Veldkenmerken en voorkomen 3. Hoofdstuk 2: Voedsel en vijanden 4. Hoofdstuk 3: Voortplanting en verwanten 6
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Literatuurlijst 1 Inleiding 2 Hoofdstuk 1: Veldkenmerken en voorkomen 3 Hoofdstuk 2: Voedsel en vijanden 4 Hoofdstuk 3: Voortplanting en verwanten 6 Hoofdstuk 4: Verzorging
Samenvatting Biologie H3 Organen en cellen
Samenvatting Biologie H3 Organen en cellen Samenvatting door een scholier 751 woorden 30 mei 2017 8,2 6 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou H3 organen en cellen iets uitleg voorbeelden
opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 opdracht 4 Beweging en voeding Leven en waarnemen Welke woorden horen bij elkaar?
opdracht 1 opdracht 2 Leven en waarnemen Welke woorden horen bij elkaar? Oor proeven Oog voelen Tong luchttrillingen Huid ruiken Neus lens Beweging en voeding Welk woord past bij de zin? Kies uit: vitamines
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. 700013-1-617b Paarden Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden
Bewoners van de Noordzee
Bewoners van de Noordzee Doel Materialen Vak Niveau Duur Werkwijze De leerlingen kunnen: verschillende groepen dieren noemen die in de Noordzee leven (vissen, anemonen, kwallen,kreeftachtigen); uitleggen
H5 Begrippenlijst Zenuwstelsel
H5 Begrippenlijst Zenuwstelsel acetylcholine Vaak voorkomende neurotransmitter, bindt aan receptoren en verandert de permeabiliteit van het postsynaptische membraan voor specifieke ionen. animatie synaps
Deel 1: het koraalrif
Lesstof Deel 1: het koraalrif Deel 2: het koraal Deel 3: het belang van koraal Deel 4: de bedreigingen voor het koraal Deel 5: het beschermen van het koraal Deel 1: Het koraal rif Deze les ga je leren
