Diagnostiek van geneesmiddelenallergie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Diagnostiek van geneesmiddelenallergie"

Transcriptie

1 Diagnostiek van geneesmiddelenallergie Samenvatting Een grondige (geneesmiddelen)anamnese en lichamelijk onderzoek vormen de basis voor de diagnose geneesmiddelenallergie. Aanvullend kan gebruik gemaakt worden van een beperkt laboratoriumonderzoek en van huidtesten bij verdenking op een allergie van het type I of IV. De indicatie, uitvoering en beperkingen van diverse onderzoekingen worden in dit artikel besproken. (Ned Tijdschr Allergie 2002;3:91-97) Trefwoorden - geneesmiddelenallergie - anamnese - lichamelijk onderzoek - huidtesten Inleiding Naar schatting is 5 tot 10% van alle bijwerkingen van geneesmiddelen het gevolg van een allergische reactie. 1 Een deel daarvan manifesteert zich met huidverschijnselen, maar ook vele andere organen kunnen zijn aangedaan. Overigens heeft slechts een deel van de huidafwijkingen door geneesmiddelen een allergische oorzaak. Een recent systematisch review schat dat 1 tot 5% van de mensen die een antibioticum gebruiken een allergische huidreactie (gedefinieerd als maculopapuleus exantheem, gegeneraliseerde jeuk en/of urticaria) krijgt, met de aminopenicilines aan top (8%). Voor de meeste nietantimicrobiële geneesmiddelen was de incidentie lager dan 1%. De geneesmiddelengroepen die het meest frequent tot een dergelijke huidreactie leidden waren antibiotica (met name β-lactam-antibiotica en sulfonamiden), radiocontrastmiddelen en nietsteroïde anti-inflammatoire drugs (NSAIDs). 2 Eén van de redenen waarom exacte gegevens over de prevalentie van geneesmiddelenallergie ontbreken is dat de diagnose niet altijd met zekerheid gesteld kan worden. Ook in bovengenoemd review werd geen melding gemaakt van allergologische diagnostiek. De gouden standaard voor het vaststellen van een causaal verband, de dechallenge rechallenge procedure, wordt in de praktijk vaak half uitgevoerd. Wanneer er alternatieve, chemisch niet-verwante geneesmiddelen beschikbaar zijn, blijft een rechallenge procedure vaak achterwege, uit angst voor het opnieuw optreden van een (heviger) reactie. Echter, slechts 10% van de mensen die zeggen allergisch te zijn voor penicilline, heeft bij allergologisch onderzoek daadwerkelijk een positieve huidreactie op (één van de) allergenen van penicilline. 3 Negentig procent van deze patiënten wordt dus ten onrechte met alternatieve (vaak duurdere) antibiotica behandeld. Allergologisch onderzoek wordt doorgaans pas aangevraagd wanneer een patiënt een vermoedelijke allergie tegen meerdere geneesmiddelen uit verschillende klassen heeft. Het diagnostisch onderzoek naar een geneesmiddelenallergie wordt echter bemoeilijkt door het feit dat het allergene epitoop vaak niet bekend, of voor diagnostische doeleinden niet beschikbaar is. De meeste geneesmiddelen zijn kleine moleculen (< 1000 D) en worden in het lichaam omgezet in één of meerdere (actieve) metabolieten. Dit gebeurt voornamelijk in de lever, maar ook in bijvoorbeeld de huid en in fagocytaire cellen. 4 Sommige van deze metabolieten zijn reactief en binden makkelijk aan eiwitten die zich in hun nabije omgeving bevinden, waardoor hapteeneiwitcomplexen ontstaan. Een verhoogde productie of een vertraagde eliminatie van deze reactieve metabolieten kan predisponeren tot het ontstaan van een allergische reactie op een geneesmiddel. 4 Hoewel de kennis omtrent de etiologie van een geneesmiddelenallergie nog onvolledig is, is met behulp van een gerichte (geneesmiddelen)anamnese, lichamelijk onderzoek en zo mogelijk allergologisch onderzoek een redelijke inschatting te maken van de waarschijnlijkheid dat een reactie een allergische oorsprong heeft. Anamnese en lichamelijk onderzoek De diagnostiek van een geneesmiddelenallergie begint met een zorgvuldige anamnese en lichamelijk Auteurs W.M.C. Mulder M.M.H.M. Meinardi 91

2 Tabel 1. Belangrijke vragen in de anamnese bij verdenking geneesmiddelenallergie. 5 Tabel 2. Symptomen van huid en slijmvliezen passend bij een geneesmiddelenallergie. Aandachtspunten bij verdenking geneesmiddelenallergie tijdsrelatie tot geneesmiddelgebruik eerdere blootstelling aan het betreffende geneesmiddel comedicatie eerdere geneesmiddelallergieën klachten/symptomen die kunnen passen bij een alternatieve verklaring voor de klacht onderzoek, zo mogelijk ten tijde van de allergische reactie 5 (Tabel 1 en 2). Bij de anamnese moet vooral aandacht besteed worden aan de tijdsrelatie tussen het begin van de klachten en de inname van geneesmiddelen, en eventuele eerdere blootstelling aan deze geneesmiddelen. Een allergische reactie bij een eerste blootstelling aan een geneesmiddel komt meestal tot uiting ongeveer 7 tot 20 dagen na start van het geneesmiddelengebruik. 6 Na sensibilisatie kan een volgende blootstelling binnen minuten tot uren (type I) of enkele dagen (type IV) tot klachten leiden. Een uitzondering is de pseudoallergische reactie, waarbij een geneesmiddel zonder tussenkomst van geneesmiddelspecifiek IgE mestcellen kan laten degranuleren: de klachten kunnen al bij de eerste inname optreden. Geneesmiddelen met deze eigenschap staan vermeld in Tabel 3. 7 Type Type I Type II Type III Type IV Geneesmiddelenallergie symptomen huid en slijmvliezen urticaria Quincke-oedeem angioedeem bleekheid (anemie) puntbloedinkjes (trombocytopenie) gezwollen gewrichten niet-wegdrukbare erythemateuze noduli (vasculitis) purpura (vasculitis) eczemateuze huidafwijkingen conjunctivitis faryngitis blaasjes en blaren erythrodermie erythema multiforme (schietschijflesies) maculopapuleus exantheem Bij het uitvragen van risicofactoren moet zowel aandacht besteed worden aan de aard van het geneesmiddelgebruik in het verleden, als aan patiënt-specifieke factoren 8 (Tabel 4, op pagina 94). Atopie en astma zijn niet geassocieerd met een verhoogde kans op geneesmiddelenallergie, maar leiden mogelijk wel tot een hoger risico op pseudoallergische reacties. 9 Een eerder doorgemaakte anafylactische reactie op penicilline predisponeert wel tot een volgende geneesmiddelenallergie. 9 UV-expositie (ook zonnebank!) kan predisponeren voor foto-allergische reacties, doordat onder invloed van de UV-straling reactieve metabolieten in de huid kunnen ontstaan die leiden tot de vorming van neo-antigenen. In de acute fase kan het lichamelijk onderzoek van huid en slijmvliezen aanwijzingen geven voor het bestaan van een allergische reactie (Tabel 2). Naast huidafwijkingen kunnen ook andere symptomen voorkomen: koorts, lymfadenopatie, dyspnoe, aanwijzingen voor anemie (bleke huid en slijmvliezen, verminderde inspanningstolerantie), hepatomegalie en icterus. Geen van deze verschijnselen is echter specifiek voor een geneesmiddelenallergie, zodat gelijktijdig aanwijzingen voor een alternatieve verklaring gezocht moeten worden. Laboratoriumonderzoek Analyse van het bloedbeeld kan vooral tijdens de acute fase aanwijzingen geven voor de verdenking geneesmiddelenallergie (Tabel 5, op pagina 94). Bij type I reacties zal vaak sprake zijn van een verhoging van het aantal eosinofiele granulocyten. Een (geïsoleerde) anemie, trombocytopenie en/of leukopenie kan wijzen op een type II reactie. Bij anemie kan een directe Coombstest zinvol zijn. Een (sterke) toename van het aantal leukocyten kan daarentegen duiden op een infectieuze oorzaak. Stoornissen van de nier- en/of leverfuncties kunnen het gevolg zijn van een systemische immunologische reactie, of juist leiden naar een alternatieve verklaring van het klachtenpatroon. De verdenking op een serumziekte-achtig beeld met aanwijzingen voor vasculitis, kan onderbouwd worden door de mate van complementactivatie te laten bepalen. Onderscheid tussen (pseudo)allergische en andere oorzaken van shock kan eventueel gemaakt worden door de mestcelproducten histamine en tryptase in plasma of urine aan te tonen. Histamine heeft zeer korte halfwaardetijd (2 minuten) en is alleen aantoonbaar direct na aanvang van de anafylactische reactie. Tryptase heeft een langere halfwaardetijd en kan in bloed bepaald worden met behulp van 92 J U N I - J U L I N R. 3

3 een radio-immuno-absorbent test (RIA). Overigens maakt geen van deze bepalingen onderscheid tussen een allergische of een pseudoallergische oorzaak van de reactie. Bij een IgE-gemedieerde allergische reactie kan, wanneer het allergene epitoop bekend is, met behulp van diverse technieken (radio-allergo-sorbent test of RAST, CAP) specifiek IgE worden aangetoond (Tabel 6, op pagina 95). Echter, binnen 6 weken na de allergische reactie zal er (nog) geen specifiek IgE in het bloed kunnen worden aangetoond en na enkele maanden tot jaren zal het specifiek IgE weer afnemen (fout-negatieve uitslag). 9 Afwezigheid van specifiek IgE sluit een type I allergie dus niet uit. Huidtesten met de betreffende allergenen hebben in het algemeen een hogere sensitiviteit. De specificiteit daarentegen is door het risico op contaminatie met andere allergenen geringer (zie onder huidtesten). Aanvullend onderzoek Een histopathologische diagnose, verkregen door middel van een stansbiopt van eventuele huidafwijkingen, kan een allergische etiologie onderbouwen. Vasculitis al dan niet met immuuncomplexen, een ontstekingsinfiltraat in de (epi)dermis met bijmenging van eosinofiele granulocyten en subepidermale blaarvorming kunnen duiden op een allergische reactie op geneesmiddelen, maar sluiten andere diagnosen niet uit. Een gerichte vraagstelling en eventueel overleg tussen patholoog-anatoom en dermatoloog zijn van belang. Huidtesten De huidtesten voor onderzoek naar geneesmiddelenallergie zijn vergelijkbaar met de huidtesten die gebruikt worden om een allergie voor inhalatie- of contactallergenen aan te tonen. Echter, de onvolledige kennis over de allergene epitopen van veel geneesmiddelen vormt ook voor de huidtesten een beperking. Voor een aantal allergenen is een commerciële testset verkrijgbaar (Tabel 6, op pagina 95) met als voordeel dat deze goed gekarakteriseerd en gestandaardiseerd is. Andere geneesmiddelen worden zoveel mogelijk getest als verdunningen van oplossingen voor intraveneuze of intramusculaire toediening, en moeten ook op gezonde controle personen getest worden. De ziekenhuisapotheek kan soms een gestandaardiseerde oplossing van een geneesmiddel maken. Geneesmiddelen betrokken bij histaminevrijlating radiocontrastmiddelen opiaat-achtigen spierrelaxantia protamine dextranen scopalamine atropine acetylsalicylzuur vancomycine chloortetracycline streptomycine polymyxine gentamycine cefalosporinen kinine Onderzoek naar een type I allergie dient alleen plaats te vinden in een setting waar een anafylactische reactie adequaat behandeld kan worden. Gebruik van β-blokkers kan het behandelen van een optredende anafylactische reactie bemoeilijken. Een patiënt die in het verleden een zeer heftige anafylactische reactie heeft doorgemaakt moet alleen getest worden wanneer er geen alternatieve geneesmiddelen beschikbaar zijn. De testconcentraties worden dan uiterst terughoudend gekozen. Het is veilig dan zelfs te beginnen met een epicutane applicatie (20 minuten) van het te testen geneesmiddel. Voor onderzoek naar een type I reactie zijn de krastest, de priktest en de intracutane test beschikbaar. Histamine 1% en NaCl 0,9% worden gebruikt als positieve en negatieve controles. De krastest is obsoleet, omdat deze methode zeer slecht te standaardiseren is. De priktest wordt uitgevoerd door met een bloedlancet een klein gaatje recht in de huid te prikken door een druppel van een oplossing van het te testen geneesmiddel heen. Door het gebruik van standaard bloedlancetten en door een uniforme uitvoering is de priktest beter te standaardiseren dan de krastest. Het aflezen gebeurt volgens protocol na 20 minuten, waarbij duidelijke zwelling en roodheid ten opzichte van de negatieve controle wijst op mestceldegranulatie. Bij de intracutane huidtest wordt een 0,03-0,05 ml van een oplossing van het te testen geneesmiddel Tabel 3. Geneesmiddelen die op niet-immunologische wijze histaminevrijlating bewerkstelligen. 7 93

4 Tabel 4. Risicofactoren voor het optreden van een geneesmiddelenallergie. 8,9 Geneesmiddel-specifiek lokaal gebruik (topicaal of intramusculair) langdurig en/of frequent gebruik metabolisatie tot reactieve metabolieten Patiënt-specifiek leeftijd (>20, <50 jaar) vrouwelijk geslacht allergische reactie op (verwant) geneesmiddel in verleden gelijktijdige virusinfectie (bijvoorbeeld HIV, EBV) in de bovenste huidlaag (papillaire dermis) gespoten. Histamine 0,1% en NaCl 0,9% dienen als controles, en beoordeling vindt plaats na 15 tot 20 minuten. Doordat allergeen in de huid gebracht wordt is de gevoeligheid van de intracutane test groter dan van de priktest. Keerzijde daarvan is dat de kans op heftige reacties groter is. In het algemeen wordt voor de intracutane test een 10 tot 1000 maal lagere concentratie gebruikt dan voor de priktest. Bij uitblijven van een reactie op de hoogste verdunning worden stapsgewijs lagere verdunningen getest. Fout-positieve huidtesten kunnen worden verkregen door verontreiniging met andere allergenen waarvoor de patiënt allergisch is (bijvoorbeeld latex (van latex handschoenen die door de verpleegkundige gebruikt worden) bij een latex-overgevoelige patiënt) of bij geneesmiddelen die vasodilatatie veroorzaken (bijvoorbeeld calcium-antagonisten) of leiden tot mestceldegranulatie zonder tussenkomst van specifiek IgE 7 (Tabel 3, op pagina 93). Wanneer het vermoeden op een geneesmiddelenallergie van het vertraagde type bestaat kunnen reeds uitgevoerde intracutane huidtesten ook na 48 en 72 uur beoordeeld worden op roodheid en intradermale zwelling. Meestal echter worden epicutane huidtesten ( plakproeven ) verricht. De te testen geneesmiddelen worden in verschillende concentraties 48 uur onder occlusie op de rug van de patiënt bevestigd. Na 48 en 72 uur wordt de huid beoordeeld op lokale verschijnselen zoals roodheid, zwelling, blaasjes of blaren volgens de criteria van de International Contact Dermatitis Research Group. 10 Een positieve huidreactie moet worden onderscheiden van een irritatiereactie: deze is meestal al na 48 uur aanwezig, om daarna in intensiteit af te nemen. Bovendien is de reactie soms scherper begrensd en vertoont vaker een versterkt huidlijnenpatroon dan een huidreactie van het allergische type. Irritatiereacties manifesteren zich ook bij personen die het geneesmiddel gebruikt hebben zonder klachten of er nooit aan zijn blootgesteld. De meeste kans op positieve huidreacties op plakproefonderzoek met geneesmiddelen is er bij eczemateuze beelden, erytrodermie, fixed drug eruption, maculopapuleus exantheem, fotoallergische reacties en exfoliatieve dermatitis. 7 Epicutaan onderzoek is echter niet voor alle geneesmiddelen zinvol: alleen geneesmiddelen met een molecuulgewicht < 800 D Tabel 5. Laboratoriumonderzoek in de acute fase van een vermoede allergische reactie op geneesmiddelen. Algemeen Hb, MCV, bij anemie: directe Coombstest, bilirubine, LDH leukocytenaantal, differentiatie, totaal aantal eosinofiele granulocyten trombocytenaantal nierfunctie: creatinine, ureum, natrium, kalium indien gestoord: eiwit, creatinine en natrium in (24-uurs)urine leverfunctie: ASAT, ALAT, alkalisch fosfatase, γgt complementactivatie: complementfactor C4, alleen indien verlaagd (<37% normale activiteit) verdere bepaling complementfactoren en/of immuuncomplexen Direct na shock met onbekende oorzaak tryptase in serum Minimaal 6 weken na herstel specifiek IgE indien beschikbaar 94 J U N I - J U L I N R. 3

5 RAST Intracutane huidtest Epicutane huidtest penicilline (penicilloyl) insuline (humaan, runder- en varkensinsuline, geneesmiddelen met een amoxicilline protamine, zink, conserveermiddelen) molecuulgewicht <800 D: insuline antibiotica (de meeste) amoxicilloyl penicilline (penicylloyl-poly-l-lysine en lokale anaesthetica ampicilloyl minor-determinant-mixture ) analgetica atropine alle geneesmiddelen met intraveneuze penicillamine toedieningsvorm pindolol propanolol furosemide sulfonilamide Tabel 6. (Commercieel) beschikbare allergenen voor radio-allergo-sorbent test (RAST) en huidtesten. passeren de epidermale barrière. 11 Daarnaast bepaalt het vehiculum de mate van penetratie van het geneesmiddel in de huid. Een lipofiel geneesmiddel zal beter penetreren vanuit een waterige oplossing, een hydrofiel geneesmiddel penetreert beter vanuit een lipofiel vehiculum zoals vaseline. Voor enkele geneesmiddelen zijn gestandaardiseerde testsubstanties verkrijgbaar (Tabel 6). Bijzondere vormen van de epicutane huidtest zijn de fotopatch test, waarbij de huid na blootstelling aan het geneesmiddel met UV-straling belicht wordt, en de epicutane test bij het vermoeden van een fixed drug eruption (FDE), die gelijktijdig uitgevoerd wordt zowel op de plek waar de FDE zich gemanifesteerd heeft als op niet-aangedane huid. 12 Alleen van de percutane en intracutane test met de penicilline-allergenen PPL en MDM zijn gegevens bekend over de sensitiviteit en de specificiteit. Deze bedragen respectievelijk 90-95% en 50-70%. Voor huidtesten met andere geneesmiddelen zijn hierover geen data bekend, en men moet veronderstellen dat de sensitiviteit laag zal zijn. Bij alle soorten huidtesten kunnen fout-negatieve uitslagen ontstaan doordat niet met het juiste epitoop getest wordt (metabolieten zijn zelden beschikbaar) of doordat de patiënt antihistaminica (type I), corticosteroïden of immuunsuppressiva gebruikt. Deze dienen een week voor het testen gestaakt te worden (eventueel kan onder 5 mg prednison getest worden). Blootstelling aan UV-straling kan tot een foutnegatieve (type IV) reactie leiden. Vanwege de onvolledige kennis over allergene epitopen, de beperkingen bij het uitvoeren van allergologisch onderzoek en de vereiste expertise bij het beoordelen van de reacties verdient het aanbeveling dergelijk onderzoek in gespecialiseerde centra te laten uitvoeren. In vitro onderzoek De meeste in vitro onderzoeksmethoden naar geneesmiddelenallergie worden alleen voor onderzoeksdoeleinden gebruikt. Zo kan de mate van activatie, de proliferatie of de cytokineproductie van lymfocyten bepaald worden na blootstelling aan de verdachte geneesmiddelen. 13 Vrijwel al deze testen zijn als diagnosticum nog onvoldoende gevalideerd en bovendien zeer arbeidsintensief. Gouden standaard De gouden standaard voor de diagnose geneesmiddelenallergie is nog steeds de orale provocatietest, waarbij de patiënt onder gecontroleerde omstandigheden een lage dosis van het verdachte geneesmiddel inneemt. Om fout-positieve reacties uit te sluiten wordt eerst een placebo gebruikt. 14 Omdat de kans bestaat dat de oorspronkelijke reactie opnieuw wordt uitgelokt, met als potentieel risico het optreden van een anafylactische reactie, wordt een orale provocatietest alleen uitgevoerd, wanneer er een duidelijke indicatie voor het betreffende geneesmiddel is zonder dat alternatieve middelen beschikbaar zijn. Een ernstige cardiologische aandoening en gebruik van β-blokkers gelden als contra-indicatie, evenals het doorgemaakt hebben van een toxische epidermale necrolyse of een syndroom van Stevens- Johnson. Het spreekt vanzelf dat adequate bewaking tijdens deze procedure vereist is. 95

6 Tabel 7. Algemene richtlijnen voor de evaluatie van een patiënt met mogelijke geneesmiddelenallergie. Stap 1. Vaststellen klinisch beeld door middel van anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullend bloedonderzoek (zie Tabel 5, op pagina 94). Anamnese gericht op geneesmiddelgebruik voorafgaand aan de klachten, met het accent op dosisveranderingen (en relatie tot veranderingen in de klachten), gestopte en nieuw gestarte medicijnen. Vraag ook naar eerdere expositie en gebruik van kruis-reagerende geneesmiddelen. Stap 2. Bij zeer ernstige reactie*: stop alle medicatie die niet direct noodzakelijk is. Probeer voor de overige een chemisch niet-verwant alternatief te vinden. Bij minder ernstige reacties: focus op die geneesmiddelen waarvan recent de dosis veranderd is en bestudeer de farmaco-epidemiologie met betrekking tot de klachten van de patiënt. Rangschik de medicatie naar waarschijnlijkheid dat zij dergelijke klachten veroorzaken. Stop die medicatie waarvan de klachten eerder beschreven zijn en/of de tijdsrelatie tussen het gebruik en het optreden van de klachten duidelijk is. Stap 3. Evalueer het effect van het stoppen van onder stap 2 geïdentificeerde geneesmiddelen. Stap 4. Als een type I of IV allergische reactie bij het verdachte geneesmiddel mogelijk is, maak afspraken voor het bepalen van specifiek IgE en/of het verrichten van huidtesten minimaal 6 weken na de acute fase. Stap 5. Als gebruik van het betreffende geneesmiddel eerder noodzakelijk is en wanneer geen alternatief geneesmiddel beschikbaar is, overweeg dosis-escalatie of desensibilisatie. * Als zeer ernstige reacties moeten worden beschouwd: gegeneraliseerde urticaria en/of angioedeem, anafylaxie, vasculitis, blaren verspreid over het lichaam en erythrodermie. Naar: Adkinson Jr NF. Drug Allergy. In: Middleton. Allergy: Principles and practice Mosby-Year Book Inc. pp Desensibilisatie Indien er bij een bevestigde geneesmiddelenallergie een absolute noodzaak bestaat het betreffende geneesmiddel te gebruiken, kan voor sommige geneesmiddelen een desensibilisatie worden uitgevoerd. Onder adequate bewaking krijgt de patiënt oplopende doses van het betreffende middel toegediend, waardoor immunologische tolerantie ontstaat. Direct aansluitend kan het geneesmiddel zonder risico s gebruikt worden. Diverse schema s voor onder andere penicilline, allopurinol en insuline zijn in de literatuur beschreven Conclusie Een grondige (geneesmiddelen)anamnese en lichamelijk onderzoek vormen nog steeds de basis voor de diagnose geneesmiddelenallergie. Aanvullend kan gebruik gemaakt worden van een beperkt laboratoriumonderzoek en van huidtesten bij verdenking op een allergie van het type I of IV. Het achterwege laten van allergologisch onderzoek leidt op populatieniveau tot een overschatting van de incidentie van geneesmiddelenallergie en hogere kosten van geneesmiddelengebruik, terwijl voor de individuele patiënt het therapeutisch arsenaal van geneesmiddelen beperkt wordt. Referenties 1. DeSwarte RD, Patterson R. Drug allergy. In: Patterson R, Carroll Grammer L, Greenberger PA (eds): Allergic Diseases. Lippincott-Raven Publishers 1997; Bigby M. Rates of cutaneous reactions to drugs. Arch Dermatol 2001;137: Van den Bemt PMLA, Roovers MHWM, Vreede RW. Penicilline-allergie: to be or not to be. Anamnese belangrijk, niet beslissend. Pharm Weekbl 1998;133: Griem P, Wulferink M, Sachs B, González JB, Gleichmann E. Allergic and autoimmune reactions to xenobiotics: how do they arise? Immunol Today 1998;19: Gruchalla RS, Sullivan TJ. In vivo and in vitro diagnosis of drug 96 J U N I - J U L I N R. 3

7 A ANWIJZINGEN VOOR DE PRAKTIJK 1. De diagnostiek van geneesmiddelenallergie geschiedt in twee fasen: tijdens de acute fase wordt met behulp van de anamnese en het lichamelijk onderzoek geprobeerd de symptomen te duiden en zo mogelijk te rangschikken binnen het kader van een pathofysiologisch mechanisme. Allergologisch onderzoek, indien voorhanden, is pas 6 tot 8 weken na de acute fase betrouwbaar. 2. Een mogelijk causaal verband met een geneesmiddel wordt gelegd op basis van de tijdsrelatie tussen gebruik van het geneesmiddel en het optreden van de klachten, en op basis van wat er bekend is over klachten die door dit betreffende geneesmiddel veroorzaakt kunnen worden. 3. Alleen van huidtesten met penicilline(derivaten) is de sensitiviteit en specificiteit goed onderzocht. Deze bedragen respectievelijk ongeveer 70% en 90%. 4. Redenen om geneesmiddelen zo spoedig mogelijk te stoppen zijn: gegeneraliseerde urticaria en/of angioedeem, anafylaxie, vasculitis, blaren verspreid over het lichaam en erytrodermie. allergy. Immunol All Clinics North Americ 1991;11: Roujeau JC, Stern RS. Severe adverse cutaneous reactions to drugs. N Eng J Med 1994;331: Bruynzeel DP, van Joost T. Diagnostiek. In: Huidafwijkingen door geneesmiddelen, Glaxo BV 1995, pg DeShazo RD, Kemp SF. Allergic reactions to drugs and biologic agents. JAMA 1997;278; Adkinson NF. Risk factors for drug allergy. J Allergy Clin Immunol 1984; Anonymous. Allergy testing, percutaneous and intracutaneous. Position Statement 24 American Academy of allergy, asthma and immunology. J Allergy Clin Immunol 1993;92: Bos JD, Meinardi MMHM. The 500 dalton rule for the skin penetration of chemical compounds and drugs. Exp Dermatol 2000;9: Alanko K, Stubb S, Reitamo S. Topical provocation of fixed drug eruption. Br J Dermatol 1987;116: Choquet-Kastylevsky G, Vial T, Descotes J. Drug allergy diagnosis in humans: possibilities and pitfalls. Toxicology 2001;158: Hein UR, Chantraine-Hess S, Worm M, Zuberbier T, Henz BM. Evaluation of systemic provocation tests in patients with suspected allergic and pseudoallergic drug reactions. Acta Derm Venereol (Stockh) 1999;79: Stark BJ, Earl Hs, Gross GN, Lumry WR, Goodman EL, Sullivan TJ. Acute and chronic desensitization of penicillin allergic patients using oral penicillin. J Allergy Clin Immunol 1987;79: Tanna SB, Barnes JF, Seth SK. Desensitization to allopurinol in a patient with previous failed desensitization. Ann Pharmacother 1999;33: De Maat-Bleeker F, van Vloten WA, de Maat CEM. Allergie voor humane insuline. Ned Tijdschr Geneeskd 1994;135: Correspondentie-adres auteurs: Mw. Dr. W.M.C. Mulder, arts, klinisch farmacoloog in opleiding Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam Afdeling Klinische Farmacologie & Farmacotherapie, K01-64 Postbus DD Amsterdam [email protected] Dr. M.M.H.M. Meinardi, dermatoloog Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam Afdeling Dermatologie, HP A0223 Postbus DD Amsterdam [email protected] Correspondentie gaarne richten aan eerste auteur 97

Huid en geneesmiddelenreacties

Huid en geneesmiddelenreacties Huid en geneesmiddelenreacties GHPR Slabbers, kinderarts kinderallergiecentrum Ziekenhuis Bernhoven Uden Spoorboekje Epidemiologie Definitie Pathofysiologie Type allergische reacties Welke beelden en middelen

Nadere informatie

Geneesmiddelenallergie

Geneesmiddelenallergie Geneesmiddelenallergie Drug hypersensitivity Auteur: W.M.C. Mulder Trefwoorden: diagnostiek, geneesmiddelenallergie, huidtesten, provocatietest Keywords: diagnostic procedures, drug hypersensitivity, drug

Nadere informatie

Late reacties op amoxycilline: implicaties voor de diagnostiek

Late reacties op amoxycilline: implicaties voor de diagnostiek Late reacties op amoxycilline: implicaties voor de diagnostiek Trefwoorden - amoxycilline - intracutane test - plaktest - late reactie Samenvatting In dit artikel wordt een tweetal casus besproken bij

Nadere informatie

Geneesmiddelenallergie

Geneesmiddelenallergie Geneesmiddelenallergie Geneesmiddelovergevoeligheid Uw arts heeft u verwezen naar de polikliniek van de allergoloog omdat u mogelijk klachten heeft gekregen als het gevolg van medicatiegebruik. In deze

Nadere informatie

Minisymposium voedselallergie. 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe

Minisymposium voedselallergie. 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe Minisymposium voedselallergie 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe Verschillende noten Verschillende noten Voedsel allergie Wat is allergie? Allergie is een afweerreactie (van

Nadere informatie

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem Urticaria = galbulten = netelroos Urticaria Urticaria komen veel voor: ¼ volwassenen heeft het wel eens gehad Kenmerkend zijn snel wisselende kwaddels (bleek) daaromheen

Nadere informatie

Geneesmiddelovergevoeligheid

Geneesmiddelovergevoeligheid Centrumlocatie Geneesmiddelovergevoeligheid Uw arts heeft u verwezen naar de allergoloog omdat u mogelijk klachten heeft gekregen als gevolg van medicatiegebruik. In deze folder leest u meer over de verschillende

Nadere informatie

Geneesmiddelenallergie. Sophia Kinderziekenhuis

Geneesmiddelenallergie. Sophia Kinderziekenhuis Geneesmiddelenallergie Sophia Kinderziekenhuis Uw kind heeft mogelijk klachten gekregen na gebruik van medicatie. In deze folder leest u wat geneesmiddelovergevoeligheid is, wat de klachten zijn en welke

Nadere informatie

Functiecentrum Longfunctie Allergologie. Allergologisch onderzoek: specifieke huidtesten

Functiecentrum Longfunctie Allergologie. Allergologisch onderzoek: specifieke huidtesten Functiecentrum Longfunctie Allergologie Allergologisch onderzoek: specifieke huidtesten Functiecentrum Longfunctie Allergologie Algemene informatie Bepaalde stoffen (allergenen) kunnen een allergische

Nadere informatie

Geneesmiddelenallergie

Geneesmiddelenallergie o v e r z i c h t s a r t i k e l e n Huisartseneditie Geneesmiddelenallergie Auteur refwoorden W.M.C. Mulder geneesmiddelenallergie, geneesmiddelenprovocatietest, huidtest, RAS Samenvatting Veel mensen

Nadere informatie

Chapter 10. Samenvatting

Chapter 10. Samenvatting Chapter 10 Samenvatting 123 Samenvatting Samenvatting De term atopische dermatitis (AD) is voor de kat in 1982 geïntroduceerd door Reedy, die bij een groep katten met recidiverende jeuk en huidproblemen

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Astma bij volwassenen: Aanvullende diagnostiek allergietest (Toets)

Verdiepingsmodule. Astma bij volwassenen: Aanvullende diagnostiek allergietest (Toets) 1. Toelichting Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard van oktober 2007 (tweede herziening) Allergie speelt een belangrijke rol in de pathofysiologie van astma: klachten en symptomen kunnen erdoor

Nadere informatie

Red Man Syndroom bij vancomycine. Emmy Janssen, 5 maart 2019

Red Man Syndroom bij vancomycine. Emmy Janssen, 5 maart 2019 Red Man Syndroom bij vancomycine Emmy Janssen, 5 maart 2019 Vancomycine Glycopeptide-antibioticum, sinds 1958 Remt bacteriële celwandsynthese Tast permeabiliteit celmembraan aan Blokkeert RNA synthese

Nadere informatie

Dermatologie AZ Maria Middelares Dr Linda Temmerman Dr Els Van Autryve Dr Veerle Dhondt Dr Jolien Veramme Dr Sam Dekeyser

Dermatologie AZ Maria Middelares Dr Linda Temmerman Dr Els Van Autryve Dr Veerle Dhondt Dr Jolien Veramme Dr Sam Dekeyser 10 09 2016 Urticaria bij kinderen, praktische aanpak in 2016 Dermatologie AZ Maria Middelares Dr Linda Temmerman Dr Els Van Autryve Dr Veerle Dhondt Dr Jolien Veramme Dr Sam Dekeyser Wat is urticaria?

Nadere informatie

Subcutane immuno therapie. Sublinguale immuno therapie. Skin prick test.

Subcutane immuno therapie. Sublinguale immuno therapie. Skin prick test. Allergie A DEEL I: DIAGNOSTIEK 1e druk 2007 2e druk 2012 Samengesteld door kinderartsen, dermatologen, longartsen, KNO artsen, en laboratorium van de Isala Klinieken, en huisartsen Zwolle en omgeving.

Nadere informatie

BIJSLUITER (Ref ) (CCDS PRAC + MAT)

BIJSLUITER (Ref ) (CCDS PRAC + MAT) BIJSLUITER (Ref. 03.04.2017) (CCDS 0052-02 + PRAC + MAT) 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bisolvon 2 mg/mldruppels voor oraal gebruik, oplossing broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

Voedselallergie is een veel voorkomende vorm van overgevoeligheid voor voedsel, waarbij immunoglobuline type E (IgE)-antistoffen een rol spelen. Allergische reacties op voedsel staan steeds meer in de

Nadere informatie

BIJSLUITER (Ref ) (CCDS PRAC)

BIJSLUITER (Ref ) (CCDS PRAC) BIJSLUITER (Ref. 11.03.2016) (CCDS 0052-02 + PRAC) 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bisolvon 8 mg tabletten broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat

Nadere informatie

Overgevoeligheid voor geneesmiddelen

Overgevoeligheid voor geneesmiddelen Allergologie Patiënteninformatie Overgevoeligheid voor geneesmiddelen U ontvangt deze informatie, omdat u mogelijk klachten heeft door uw medicatiegebruik. Uw arts heeft u hiervoor doorverwezen naar de

Nadere informatie

Centrumlocatie. Voedselprovocatie. Afdeling Allergologie

Centrumlocatie. Voedselprovocatie. Afdeling Allergologie Centrumlocatie Voedselprovocatie Afdeling Allergologie Met u is afgesproken dat u een voedselprovocatie zult doen. Dit is tot op heden de enige test waarin nagegaan kan worden of u een echte reactie krijgt

Nadere informatie

Allergologisch onderzoek

Allergologisch onderzoek Allergologisch onderzoek Allergologisch onderzoek Klachten van de huid of luchtwegen kunnen soms door overgevoeligheid (allergie) veroorzaakt worden. Bij verdenking op een allergie kan allergologisch onderzoek

Nadere informatie

Patiëntenvoorlichting Urticaria en Angio-oedeem

Patiëntenvoorlichting Urticaria en Angio-oedeem Patiëntenvoorlichting Urticaria en Angio-oedeem Wat zijn urticaria en angio-oedeem? Urticaria Urticaria zijn hevig jeukende verheven rode vlekken op de huid met een centrale bleke opheldering. Is er sprake

Nadere informatie

Allergologisch onderzoek bij geneesmiddelenallergie: toepasbaarheid van verdunningsreeksen en een patiëntencasus

Allergologisch onderzoek bij geneesmiddelenallergie: toepasbaarheid van verdunningsreeksen en een patiëntencasus Allergologisch onderzoek bij geneesmiddelenallergie: toepasbaarheid van verdunningsreeksen en een patiëntencasus ium A.F.Y. Al Hadithy a *, M.S. van Maaren b en A. Vermes c a Ziekenhuisapotheker in opleiding,

Nadere informatie

HAL Allergy Prick Test Positieve Controle 10 mg/ml, oplossing voor huidpriktest

HAL Allergy Prick Test Positieve Controle 10 mg/ml, oplossing voor huidpriktest 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL HAL Allergy Prick Test Positieve Controle 10 mg/ml, oplossing voor huidpriktest 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Een ml oplossing voor huidpriktest bevat 10 mg

Nadere informatie

Protocol/werkwijze huidpriktesten (SPT)

Protocol/werkwijze huidpriktesten (SPT) Protocol/werkwijze huidpriktesten (SPT) Annette Blauw Verpleegkundig specialist kinderallergologie Polikliniek kindergeneeskunde 119 Noordwest ziekenhuisgroep locatie Alkmaar Januari 2017 Doel: Het aantonen

Nadere informatie

Urticaria en angio-oedeem

Urticaria en angio-oedeem Urticaria en angio-oedeem URTICARIA EN ANGIO-OEDEEM Urticaria Urticaria zijn hevig jeukende verheven rode vlekken op de huid met een centrale bleke opheldering. Is er sprake van één bult of vlek dan spreekt

Nadere informatie

Dermatitis herpetiformis

Dermatitis herpetiformis 88 08 Samenvatting Richtlijnen Dermatologie 2015 Dermatitis herpetiformis Dr. A.C. de Groot, dr. T.J. Stoof De richtlijn dateert uit 2008. De tekst van de samenvatting is niet gewijzigd. Inleiding De richtlijn

Nadere informatie

Interne Geneeskunde Allergologie. Urticaria / Angio-oedeem

Interne Geneeskunde Allergologie. Urticaria / Angio-oedeem Interne Geneeskunde Allergologie Urticaria / Angio-oedeem Interne Geneeskunde Allergologie U heeft een huidafwijking die urticaria (galbulten, netelroos) wordt genoemd. Deze aandoening gaat ook vaak gepaard

Nadere informatie

Voedselallergie; kliniek en diagnostiek

Voedselallergie; kliniek en diagnostiek Voedselallergie; kliniek en diagnostiek WDH allergie nascholing 5 oktober 2010 Annejet Plaisier, kinderarts Janneke Ruinemans-Koerts, klinisch chemicus Casus Dylano, ruim 2 ½ jaar oud Reden van komst:

Nadere informatie

Handboek allergologie

Handboek allergologie prof.dr. C.A.F.M. Bruijnzeel-Koomen, dr. A.C. Knulst, prof.dr. J.G.R. de Monchy, prof.dr. R. Gerth van Wijk (redactie) Handboek allergologie De Tijdstroom, Utrecht De Tijdstroom Uitgeverij, 2008. De auteursrechten

Nadere informatie

Franciscus nascholing. Welkom!

Franciscus nascholing. Welkom! Franciscus nascholing Praktische Kindergeneeskunde Donderdag 22 november 2018 Welkom! Nothing to declare! Disclosure belangen sprekers symposium kindergeneeskunde 2018 (Potentiële) Belangenverstrengeling

Nadere informatie

Voedselprovocatie. Havenziekenhuis. april 2012

Voedselprovocatie. Havenziekenhuis. april 2012 Voedselprovocatie april 2012 Een allergie is een reactie van het afweersysteem van het lichaam gericht tegen niet schadelijke stoffen als stuifmeel, huidschilfers of voedingsmiddelen met allergische klachten

Nadere informatie

ALLERGIE ONDERZOEKEN

ALLERGIE ONDERZOEKEN ALLERGIE ONDERZOEKEN In deze folder geeft het Ruwaard van Putten ziekenhuis u algemene informatie over allergie onderzoeken in ons ziekenhuis. Wij adviseren u deze informatie zorgvuldig te lezen. Indien

Nadere informatie

Allergische rhinitis bij volwassenen

Allergische rhinitis bij volwassenen Allergische rhinitis bij volwassenen Wynia Derks KNO-arts OLVG 20% bevolking piekleeftijd 15-24 jaar Epidemiologie 42% heeft ook oogklachten 40% ontwikkelt astma Priming meer hyperreactiviteit meer virale

Nadere informatie

Allergie. Voedingsallergie en atopie bij hond en kat. Afweer. Afweer 28-5-2014. Eiwitten (15-40 kda) Glycoproteïne (10-70 kda)

Allergie. Voedingsallergie en atopie bij hond en kat. Afweer. Afweer 28-5-2014. Eiwitten (15-40 kda) Glycoproteïne (10-70 kda) Allergie Voedingsallergie en atopie bij hond en kat Drs. Stijn Peters [email protected] Tel. 040-3040054 Allergie Overdreven reactie op een stof/indringer Allergeen Sensitisatie Antigeen Allergeen Stoffen die

Nadere informatie

Allergie. A27/ Allergie bij kinderen

Allergie. A27/ Allergie bij kinderen Allergie Wat is een allergie? Een allergie is een overdreven reactie (overgevoeligheidsreactie) van het afweersysteem op, in het algemeen niet-schadelijke stoffen, zoals: stuifmeel, huidschilfers van huisdieren,

Nadere informatie

Richtlijn penicilline-allergie

Richtlijn penicilline-allergie Richtlijn penicilline-allergie Samenvatting De groep β-lactamantibiotica omvat penicillinen, cefalosporinen, monobactams en carbapenems. Een vermoedelijke IgE-gemedieerde reactie op een β-lactamantibioticum

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broomhexine HCl Triangle Pharma 8 mg, tabletten broomhexinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broomhexine HCl Triangle Pharma 8 mg, tabletten broomhexinehydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Broomhexine HCl Triangle Pharma 8 mg, tabletten broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Bisolvon 8 mg/5ml siroop broomhexinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Bisolvon 8 mg/5ml siroop broomhexinehydrochloride BIJSLUITER 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Bisolvon 8 mg/5ml siroop broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen van 0 tot 1 maand (0-28 dagen) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (jonger dan 1 maand) met koorts, verdacht van een

Nadere informatie

Sophia Kinderziekenhuis. Voedselprovocatie. Test op voedselallergie

Sophia Kinderziekenhuis. Voedselprovocatie. Test op voedselallergie Sophia Kinderziekenhuis Voedselprovocatie Test op voedselallergie Bij een voedselprovocatie onderzoeken wij of uw kind allergisch is voor bepaalde voedingsmiddelen. In deze folder leest u meer over het

Nadere informatie

Bijlage III. Wijzigingen die moeten worden aangebracht in de desbetreffende rubrieken van de Samenvatting van de Productkenmerken en de Bijsluiters

Bijlage III. Wijzigingen die moeten worden aangebracht in de desbetreffende rubrieken van de Samenvatting van de Productkenmerken en de Bijsluiters Bijlage III Wijzigingen die moeten worden aangebracht in de desbetreffende rubrieken van de Samenvatting van de Productkenmerken en de Bijsluiters NB: Deze Samenvatting van de productkenmerken, Etikettering

Nadere informatie

1. WAT IS BISOLVON 0,2 % VERNEVELOPLOSSING EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

1. WAT IS BISOLVON 0,2 % VERNEVELOPLOSSING EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? BIJSLUITER BISOLVON 0,2% VERNEVELOPLOSSING BPI 0052-02 + PRAC Lees de hele bijsluiter aandachtig door, omdat er voor u belangrijke informatie in staat. Dit geneesmiddel is zonder voorschrift verkrijgbaar.

Nadere informatie

De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling

De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling C. Frieke Kuper Dieren zijn geen mensen.. 2 Focus Moeten huidcontact en inademing wel gescheiden worden? Bij

Nadere informatie

Reacties bij behandelingen Overgevoeligheid, anafylaxe en extravasatie

Reacties bij behandelingen Overgevoeligheid, anafylaxe en extravasatie 18 mei 2006 Jaarbeurs Utrecht Reacties bij behandelingen Overgevoeligheid, anafylaxe en extravasatie Monique Termeulen, M-ANP Verpleegkundig specialist oncologie Zaans Medisch Centrum Inhoud presentatie

Nadere informatie

Dermatologie. Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie

Dermatologie. Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie Dermatologie Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie Dermatologie Veel ouders van kinderen, en ook volwassenen, denken dat een allergie de oorzaak is van eczeem. Zij komen met de vraag bij de huisarts

Nadere informatie

Richtlijnen bij de diagnostiek van radiocontrastmiddelgerelateerde reacties

Richtlijnen bij de diagnostiek van radiocontrastmiddelgerelateerde reacties Richtlijnen bij de diagnostiek van radiocontrastmiddelgerelateerde reacties Guidelines on diagnostics in radiocontrast media related reactions Auteurs: I. Terreehorst Trefwoorden: directe reactie, huidtesten,

Nadere informatie

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Vancomycine CNP 500 mg, poeder voor oplossing voor infusie Vancomycine CNP 1000 mg, poeder voor oplossing voor infusie Vancomycine Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

Richtlijn penicillineallergie

Richtlijn penicillineallergie Richtlijn penicillineallergie Auteurs Trefwoorden H. de Groot en W.M.C. Mulder huidtests, penicillineallergie, therapie Samenvatting De groep β-lactamantibiotica omvat penicillines, cefalosporines, monobactams

Nadere informatie

Allergische rhinitis bij kinderen

Allergische rhinitis bij kinderen Allergische rhinitis bij kinderen Dr. Jurjan R. de Boer KNO heelkunde Martini Ziekenhuis Epidemiologie Prevalentie allergische en niet allergische rhinitis in Nederland: 150 200 per 1000 personen/jaar

Nadere informatie

www.printo.it/pediatric-rheumatology/nl/intro De Ziekte Van Behçet Versie 2016 2. DIAGNOSE EN THERAPIE 2.1 Hoe wordt het gediagnosticeerd? De diagnose is voornamelijk klinisch. Het kan een tot vijf jaar

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT BIJSLUITER 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT PURETHAL Pollen, suspensie voor injectie voor subcutaan gebruik Gezuiverde allergenen uit een mengsel van 10 grassen Lees goed de hele bijsluiter voordat

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. RXT broomhexine HCl 8 mg hoesttabletten, tabletten. broomhexinehydrochloride

Bijsluiter: informatie voor de gebruiker. RXT broomhexine HCl 8 mg hoesttabletten, tabletten. broomhexinehydrochloride Bijsluiter: informatie voor de gebruiker RXT broomhexine HCl 8 mg hoesttabletten, tabletten broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke

Nadere informatie

Trasylol bijsluiter Pagina 1 van 6 BIJSLUITER

Trasylol bijsluiter Pagina 1 van 6 BIJSLUITER Trasylol bijsluiter Pagina 1 van 6 BIJSLUITER Trasylol bijsluiter Pagina 2 van 6 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT Trasylol, oplossing voor infusie 10.000 KIE/ml aprotinine Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

Onwel na lokale verdoving: is het allergisch?

Onwel na lokale verdoving: is het allergisch? o v e r z i c h t s a r t i k e l e n Huisartseneditie Onwel na lokale verdoving: is het allergisch? Auteur Trefwoorden W.M.C. Mulder allergie, bijwerking, lokale anaesthetica Samenvatting Wanneer patiënten

Nadere informatie

RVG JUMBO HOESTTABLETTEN BROOMHEXINE HCl 8 mg Broomhexinehydrochloride

RVG JUMBO HOESTTABLETTEN BROOMHEXINE HCl 8 mg Broomhexinehydrochloride Page 1 of 5 1.3.1.3 PATIENT INFORMATION LEAFLET JUMBO HOESTTABLETTEN BROOMHEXINE HCl 8 mg Broomhexinehydrochloride Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke informatie voor u.

Nadere informatie

Voedsel- of geneesmiddelenallergie Eliminatie-provocatietest

Voedsel- of geneesmiddelenallergie Eliminatie-provocatietest Voedsel- of geneesmiddelenallergie Eliminatie-provocatietest Informatie voor ouders Afdeling kindergeneeskunde Inhoudsopgave Inleiding 2 De eliminatiefase 4 Voedingsmiddelen 4 Geneesmiddelen 4 De klinische

Nadere informatie

Package Leaflet / 1 van 5

Package Leaflet / 1 van 5 1.3.1.3 Package Leaflet 1.3.1.3 / 1 van 5 Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Hydroxocobalamine HCl CF 0,5 mg/ml, oplossing voor injectie hydroxocobalamine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit

Nadere informatie

MET bespreking Een verlate reactie bij anafylaxie? 19 Februari 2018 Veerle van Coenen, fellow Intensive Care

MET bespreking Een verlate reactie bij anafylaxie? 19 Februari 2018 Veerle van Coenen, fellow Intensive Care MET bespreking Een verlate reactie bij anafylaxie? 19 Februari 2018 Veerle van Coenen, fellow Intensive Care Casus R/ Vrouw 39 jaar D1: SEH: jeuk, stridor S/ Voorgeschiedenis: neuritis optica, cholecystectomie,

Nadere informatie

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Inleiding U heeft één of meerdere ernstige allergische aanvallen gehad, ook wel anafylaxie genoemd.

Nadere informatie

Urticaria en angio oedeem

Urticaria en angio oedeem Urticaria en angio oedeem Haarlem Urticaria Urticaria zijn hevig jeukende verheven rode vlekken op de huid met een centrale bleke opheldering. Is er sprake van één bult of vlek dan spreekt men in het Nederlands

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broomhexine HCl drank 4 mg/5 ml, drank Broomhexine HCl drank 8 mg/5 ml, drank. broomhexinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Broomhexine HCl drank 4 mg/5 ml, drank Broomhexine HCl drank 8 mg/5 ml, drank. broomhexinehydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Broomhexine HCl drank 4 mg/5 ml, drank Broomhexine HCl drank 8 mg/5 ml, drank broomhexinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat

Nadere informatie

Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants

Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants Emma 14 jaar Op 6 jaar Symptomen: rhinitis conjunctivitis Huidtest op berk: 4+ Op 14 jaar Symptomen: lokale reactie op pinda Huidtest pinda: 4+ IgE

Nadere informatie

Urticaria en angio-oedeem

Urticaria en angio-oedeem Urticaria en angio-oedeem Informatie afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Allergologie (juni 2011) In deze folder vindt u informatie over urticaria en angio-oedeem. Wat zijn urticaria en angio-oedeem?

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Vancocin CP 250 mg, capsules Vancomycinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Vancocin CP 250 mg, capsules Vancomycinehydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Vancocin CP 250 mg, capsules Vancomycinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Allergie bij het schoolgaande kind: preventie en aanpak van acute allergische reacties

Allergie bij het schoolgaande kind: preventie en aanpak van acute allergische reacties Allergie bij het schoolgaande kind: preventie en aanpak van acute allergische reacties Kinderallergologie Dr. Liliane De Swert 65 8 Preventie en aanpak van acute allergische reacties In onze westerse landen

Nadere informatie

Welke patient kunt u verwijzen naar de polikliniek allergologie?

Welke patient kunt u verwijzen naar de polikliniek allergologie? Welke patient kunt u verwijzen naar de polikliniek allergologie? Allergologie: er is meer dan antihistaminica Huub Willems 1-2-2011 Rhinitis +- astma Urticaria Angio-oedeem Voedingsallergieën Medicatiereacties

Nadere informatie

Broomhexine HCl Teva 8 mg, tabletten broomhexine

Broomhexine HCl Teva 8 mg, tabletten broomhexine 1.3.1 : Bijsluiter Bladzijde : 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Broomhexine HCl Teva 8 mg, broomhexine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke

Nadere informatie

, v16; FK Achtergrondinformatie Contacteczeem Pagina 1 van 5

, v16; FK Achtergrondinformatie Contacteczeem Pagina 1 van 5 2016127797, v16; FK Achtergrondinformatie Contacteczeem Pagina 1 van Consultatiedocument Farmacotherapeutisch Kompas voor registratiehouders Graag reactie voor 30 april 2017 van de registratiehouders die

Nadere informatie

Richtlijn Diagnostiek van Koemelkallergie bij Kinderen in Nederland

Richtlijn Diagnostiek van Koemelkallergie bij Kinderen in Nederland Richtlijn Diagnostiek van Koemelkallergie bij Kinderen in Nederland OVERZICHT VAN DE DOOR DE NVK GEAUTORISEERDE AANBEVELINGEN Uitgangsvraag 1 Bij welke symptomen, aanwijzingen uit de (voedings)anamnese

Nadere informatie

ALLERGIEDIAGNOSTIEK IN HET LABORATORIUM. S.O. Stapel

ALLERGIEDIAGNOSTIEK IN HET LABORATORIUM. S.O. Stapel ALLERGIEDIAGNOSTIEK IN HET LABORATORIUM S.O. Stapel Er bestaat een algemene neiging om elke overgevoeligheidsreactie te bestempelen als "allergie". Het ontstaan van de tot deze conclusie leidende klachten

Nadere informatie

Allergietest neemt onduidelijkheid weg. door G.E.S.G. Sam en T.M. Bruggink - 01-03-2013

Allergietest neemt onduidelijkheid weg. door G.E.S.G. Sam en T.M. Bruggink - 01-03-2013 Allergietest neemt onduidelijkheid weg Arts en apotheker interpreteren samen geneesmiddelallergie door G.E.S.G. Sam en T.M. Bruggink - 01-03-2013 Overgevoeligheidsklachten bij medicatie zijn vaak lastig

Nadere informatie

Azathioprine (Imuran ) bij dermatologische aandoeningen

Azathioprine (Imuran ) bij dermatologische aandoeningen Azathioprine (Imuran ) bij dermatologische aandoeningen Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel azathioprine te willen gaan behandelen. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel.

Nadere informatie

Allergologisch onderzoek: de huidtest

Allergologisch onderzoek: de huidtest Universitair Medisch Centrum Groningen Interne Geneeskunde I Functiecentrum Allergologie I Fonteinstraat 13 Allergologisch onderzoek: de huidtest m meer te weten te komen over de oorzaak van uw klachten

Nadere informatie

De lotgevallen van medicatie in het menselijk lichaam.

De lotgevallen van medicatie in het menselijk lichaam. De lotgevallen van medicatie in het menselijk lichaam. Waarom medicijnen gebruiken? Iemand heeft een aandoening en de oorzaak van die aandoening kan met geneesmiddelen worden behandeld causale behandeling.

Nadere informatie

Immunotherapie met inhalatie-allergenen

Immunotherapie met inhalatie-allergenen Immunotherapie met inhalatie-allergenen Interne Geneeskunde Allergologie Inleiding U reageert allergisch op stuifmeel, huisstofmijt en/of huidschilfers van katten. Deze stoffen die in de lucht voorkomen,

Nadere informatie

Azathioprine (Imuran ) bij reumatische aandoeningen

Azathioprine (Imuran ) bij reumatische aandoeningen Azathioprine (Imuran ) bij reumatische aandoeningen Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel azathioprine te willen gaan behandelen. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel.

Nadere informatie

1. WAT IS BISOLVON 2MG/ML DRUPPELS VOOR ORAAL GEBRUIK, OPLOSSING EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL INGENOMEN?

1. WAT IS BISOLVON 2MG/ML DRUPPELS VOOR ORAAL GEBRUIK, OPLOSSING EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL INGENOMEN? BISOLVON BIJSLUITER (Ref. 14.09.2018) (CCDS 005202 + PRAC + MAT + 4mg/5ml + corrections) Bijsluiter: informatie voor de gebruiker Bisolvon 2 mg/ml druppels voor oraal gebruik, oplossing broomhexinehydrochloride

Nadere informatie

Antibioticumallergie: gemakkelijk gediagnosticeerd, maar ook snel uitgesloten?

Antibioticumallergie: gemakkelijk gediagnosticeerd, maar ook snel uitgesloten? Antibioticumallergie: gemakkelijk gediagnosticeerd, maar ook snel uitgesloten? Auteurs Tr e f w o o r d e n M.E. Wiesman, M.O. Hoekstra, Y. Meijer, S.P.M. Geelen, S.G.M.A. Pasmans, en A.C. Knulst antibioticumallergie,

Nadere informatie

www.printo.it/pediatric-rheumatology/be_fm/intro De Ziekte van Behçet Versie 2016 2. DIAGNOSE EN THERAPIE 2.1 Hoe wordt het gediagnosticeerd? De diagnose is voornamelijk klinisch. Het kan een tot vijf

Nadere informatie

Urticaria en angio-oedeem. Sophia Kinderziekenhuis

Urticaria en angio-oedeem. Sophia Kinderziekenhuis Urticaria en angio-oedeem Sophia Kinderziekenhuis In deze folder vindt u informatie over de huidaandoeningen urticaria en angio-oedeem. Wij willen u vragen deze folder goed door te lezen, zodat wij u en

Nadere informatie

Contactallergologisch onderzoek

Contactallergologisch onderzoek Dermatologie Contactallergologisch onderzoek Plakproeven Inleiding U heeft een afspraak gemaakt op de polikliniek dermatologie voor plakproeven. De officiële naam daarvoor is epicutaan allergologisch

Nadere informatie

4.4 Contra-indicaties (5,10)

4.4 Contra-indicaties (5,10) 4.4 Contra-indicaties (5,10) Bij absolute contra-indicaties is vaccinatie meestal uitgesloten, in sommige gevallen kan overwogen worden toch in hospitaalmilieu te vaccineren. Bij relatieve contra-indicaties

Nadere informatie

Diagnostiek en behandeling van urticaria

Diagnostiek en behandeling van urticaria o v e r z i c h t s a r t i k e l e n Huisartseneditie Diagnostiek en behandeling van urticaria Auteur Trefwoorden P.G.M. van der Valk antihistaminica, galbulten, netelroos, urticaria Samenvatting Urticaria

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Een karakteristieke eigenschap van astma is ontsteking van de luchtwegen. Deze ontsteking wordt gekenmerkt door een toename van ontstekingscellen in het longweefsel. De overgrote meerderheid

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. HAL Allergy Prick Test, oplossing voor huidpriktest

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. HAL Allergy Prick Test, oplossing voor huidpriktest BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER HAL Allergy Prick Test, oplossing voor huidpriktest HAL Allergy Prick Test Pollen 10.000 AU/ml, oplossing voor huidpriktest HAL Allergy Prick Test Mijten 10.000

Nadere informatie

VOEDSELPROVOCATIETESTEN BIJ KINDEREN

VOEDSELPROVOCATIETESTEN BIJ KINDEREN VOEDSELPROVOCATIETESTEN BIJ KINDEREN 17091 Inleiding Uw kind heeft verschijnselen die passen bij een allergie voor een voedingsmiddel, bijvoorbeeld het koemelkeiwit, kippe-eiwit of pinda. In deze folder

Nadere informatie

Bijlage 14A. SYMPTOOMSCOREFORMULIER DUBBELBLINDE PLACEBOGECONTROLEERDEKOEMELK PROVOCATIE 2 E EN 3 E LIJN

Bijlage 14A. SYMPTOOMSCOREFORMULIER DUBBELBLINDE PLACEBOGECONTROLEERDEKOEMELK PROVOCATIE 2 E EN 3 E LIJN Bijlage 14A. SYMPTOOMSCOREFORMULIER DUBBELBLINDE PLACEBOGECONTROLEERDEKOEMELK PROVOCATIE 2 E EN 3 E LIJN Betreft 0 TEST DAG 1 (Voor zowel TEST DAG 1 en TEST DAG 2 wordt dit formulier ingevuld) 0 TESTDAG

Nadere informatie

Toularynx bromhexine, 5mg/5ml, siroop Broomhexine Hydrochloride

Toularynx bromhexine, 5mg/5ml, siroop Broomhexine Hydrochloride Toularynx bromhexine, 5mg/5ml, siroop Broomhexine Hydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat innemen want er staat belangrijke informatie in voor u. Gebruik dit geneesmiddel

Nadere informatie