Het groeien van kristallen
|
|
|
- Dennis Dekker
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Het groeien van kristallen door Prof. dr. P. Hartman In dit artikel zal worden geprobeerd een idee te geven hoe kristallen groeien en welke faktoren op dit groeien van invloed kunnen zijn. Al zijn we op het ogenblik aardig ver in het weten hoe een kristal er aan de buitenkant behoort uit te zien, de werkelijkheid onttrekt zich meestal aan onze normen, zodat kristallen er altijd wat anders uitzien dan we zouden verwachten. Het is bijzonder moeilijk maar ook fascinerend om daar een verklaring voor te vinden. Kristalvorm Kristallen worden begrensd door bepaalde vlakken, die de kristalvorm bepalen. Bij sommige mineralen zijn de kristalvormen altijd dezelfde: keukenzout kristalliseert in kubusjes uit; aluin (kaliumaluminiumsulfaat plus wat water) in mooie, regelmatige achtvlakjes (oktaëders). Bij andere mineralen kunnen meer vormen voorkomen, maar overheerst één bepaalde configuratie: pyriet, bariet, kwarts. Een mineraal met zeer veel verschillende vormen is calciet: er zijn spitse, vlakke, bijna ronde vormen en er zijn er met weinig en met veel vlakjes. De vraag waar het om gaat is: waarom deze diversiteit, hoe zijn deze verschillen te verklaren en hoe moeten we het probleem benaderen. Groeisnelheid De oorzaak van de verschillende kristalvormen ligt in het feit, dat de vorm bepaald wordt door de snelheid waarmee de vlakken groeien. Deze groeisnelheid is vaak verschillend voor de diverse vlakken van een kristal. Dit is goed te zien op afb. 1, waar de doorsnee van een aluinkristal afgebeeld is. Dit kristal was bol geslepen en daarna in een oververzadigde oplossing gedompeld. Het ging groeien, er kwamen vlakjes aan, waarvan sommige langzaam, andere sneller groeiden. De snelgroeiende vlakken blijken in een latere groeifase verdwenen te zijn. De vlakken die het langzaamst groeien bleven over, zodat uiteindelijk de oktaëdervorm resulteerde. Als het vlak groot is, betekent dit, dat het langzaam is gegroeid. Vlakken die snel groeien verdwijnen hardlopers zijn doodlopers. De groeisnelheid van kristallen wordt bepaald door inwendige en uitwendige faktoren. Onder de inwendige faktoren valt de struktuur van het mineraal; de uitwendige faktoren zijn de invloeden die van de omgeving uitgaan. Dezelfde faktoren spelen ook in de biologie een rol; een paardebloem, met zijn specifieke blad- en bloemvorm, zal in de bergen kleiner en miezeriger zijn dan beneden in de vette kleigrond. Inwendige faktoren, de erfelijke eigenschappen, bepalen het genotype van plant en dier. Beïnvloeding door de omstandigheden en de omgeving doet het fenotype ontstaan. Door de Zwitserse mineraloog Paul Niggli werden de begrippen genotype en fenotype ook op de kristallografie toegepast. Inwendige faktoren Afb. 1. Doorsnede van een bol van aluin met opeenvolgende groeistadia. Het oktaëdervlak (111) groeit langzaam, het kubusvlak (001) groeit sneller, zodat uiteindelijk het kristal begrensd zal worden door het langzaamst groeiende vlak. Het kristal heeft dan de vorm van een oktaëder (regelmatig achtvlak) waarvan we in de tekening maar één vlak zien. De andere vlakken (110), (221) en (112) groeien nog sneller en zijn al na korte tijd helemaal verdwenen. (Uit: C. W. Correns, Einführung in die Mineralogie) De belangrijkste inwendige faktor is de kristalstruktuur van een mineraal. Deze kristalstruktuur is de periodieke herhaling van een motief. Dit motief is al op atomaire schaal aanwezig. De eerste experimenten dienaangaande werden circa 1780 gedaan door René Just Hauy te Parijs. Van een groot calcietkristal, zuilvormig, met boven en onder twee platte vlakken, brak hij een stuk af, afb. 2. De breuk liep kennelijk volgens een nieuw vlak, een der ribben bleek afgekapt. Al proberend vond Hauy, dat sommige ribben wel, andere niet afkapbaar waren, zowel aan boven- als onderzijde van zijn kristal. Wat hij na lang splijten overhield was een soort platgedrukte kubus, een rhomboëder, en wat hij ook deed, deze rhomboëdervorm bleef bestaan. Zelfs als hij tot moleculaire schaal zou blijven splijten, bleef zijn kristal een rhomboëder. Het calcietmolecuul zou dus deze vorm moeten hebben. We weten nu, dat Hauy niet eens zo ver van de werkelijkheid af was: een verzameling van moleculen heeft ongeveer 61
2 Afb. 2. De originele gravure waarmee Hauy liet zien hoe hij aan zijn concept van het molecule intégrante" kwam. Successievelijke splijting van het zuilvormige calciet kristal geeft als uiteindelijk resultaat de rhomboëder als splijtvorm. Deze vorm zou het molecule intégrante van calciet ook moeten hebben. deze vorm. Het kristal kunnen wij ons opgebouwd denken uit een aaneenschakeling van precies dezelfde soorten moleculen, waaruit de hele stof opgebouwd is. Hauy noemde dit de molecule intégrante". Behalve dat de soorten moleculen alle gelijk zijn is ook de periodieke opeenvolging gelijk. Dit betekent, dat er een periodiciteit in de kristalstruktuur in drie dimensies is. Deze periodiciteit is de herhaling van een bepaald motief, bestaande uit een aantal atomen of moleculen. Ook in de kunst komt vaak de herhaling van een bepaald motief voor, in één, twee of drie dimensies. Afb. 3 veraanschouwelijkt deze periodiciteit. Het motief, een soort komma, wordt in (a) in twee richtingen herhaald. Stellen we het motief nu voor als een punt, dan krijgen we het rechterdeel van fig. 3(a). Zo'n puntenverzameling noemt men een rooster. Hetzelfde laat fig. 3(b) zien maar dan in drie dimensies. In zo'n rooster kan men nu een cel denken, die er uitziet als een scheef blok (parallelepipedum) met als ribben de afstanden t-j, t2 en t 3. De hele struktuur kan dus opgevat worden als een aaneenschakeling van deze cellen. Afb. 4 laat in twee dimensies zien wat de begrenzing van zo'n kristal zou kunnen zijn. Het is begrensd door drie ribben, die evenwijdig lopen aan richtingen waarin de motiefjes dicht op elkaar zitten, waar dus de herhalingsperiode erg kort is. Afb. 3. Een periodieke struktuur in twee dimensies (a), verkregen door een motief te herhalen telkens na een afstand t-j in de ene richting en een afstand (periode) t2 in een andere richting. De rechter figuur laat het tweedimensionale rooster zien. In (b) is nog een derde periode t 3 toegevoegd. (Uit: M.J. Buerger, Elementary Crystallography). 62 Gea, vol. 9 nr. 3
3 Afb. 4. Een tweedimensionaal kristalrooster begrensd door ribben evenwijdig aan de drie kortste perioden. (Uit: W. Kleber, Einführung in die Kristallographie). Afb. 5. Electronenmikroskopische opname van een kristal van het tabaksmozaiekvirus. De afzonderlijke moleculen zijn hier zichtbaar en ze zijn duidelijk in een rooster gerangschikt. (Uit: C. Bunn, Crystals). Wanneer de moleculen enorm groot zijn, kunnen ze soms afzonderlijk zichtbaar gemaakt worden. Dit is het geval bij afb. 5 van een electronenmikroskppische opname van een tabaksmozaïèkviruskristal. De bolvormige moleculen en hun periodiciteit zijn hier goed zichtbaar. Bij kristallen met moleculen van normale afmetingen zijn deze niet of nauwelijks te onderscheiden. Groei van kristallen Een plat vlak, dat plat blijft tijdens het groeien, zal in lagen worden uitgebouwd. Afb. 6 toont een kristal in twee dimensies, een laag op een kristalvlakje als het ware. De ruitjes zijn de motieven, de elementen. Het kristal is begrensd door bepaalde ribben. Waar in een der lijnen een element ontbreekt, zit een kink. Waar zal nu het volgende molecuul aangroeien? Mogelijk op plaats C, maar dan zit dit molecuul alleen van onderen gebonden. Komt het molecuul terecht op plaats A, dan is het behalve van onderen ook nog aan B gebonden. Wanneer een stofiuitkristallisèert, heerst er in de oplossing een bepaalde temperatuur. De moleculen zijn in beweging. C heeft grote kans om te verdwijnen, maar A heeft goede kansen om te blijven. Als er na A nog een molecuul neerstrijkt, zit A helemaal goed ingesloten en kan er niet meer uit. Als er tussen A en B een sterke binding bestaat, zal er in die richting een aaneenschakeling van vele moleculen plaatsvinden. Is er een sterke binding in twee richtingen, dan zal er groei in lagen zijn. Er kunnen drie typen van vlakken geklassif iceerd worden, met Engelse termen aangeduid als flat, stepped en kinked faces: Afb. 7. De flat faces platte vlakken lopen evenwijdig aan richtingen waarin ononderbroken ketens van bindingen in één bepaalde richting liggen, en wel in twee richtingen in een hele laag. Dit is namelijk noodzakelijk om een vlak te laten groeien in een opeenvolging van lagen. Een stepped-face getrapt vlak loopt evenwijdig aan één richting met een sterke binding, terwijl een kinked face vlak met kinken helemaal niet evenwijdig aan een richting met sterke bindingen loopt. Stellen wij ons nu het motief als een kubusje voor, dan zien we in fig. 7 dat in een K-vlak elk kubusje aan drie andere gebonden is. Zo'n kubusje zit dus stevig vast en gaat moeilijk weer in oplossing. De groei gaat dus heel snel. Als er maar naar twee kanten sterke bindingen zijn, is de groei minder snel (S-vlak). Bij een sterke binding naar één kant gaat de groei nog langzamer. In de praktijk houd je alleen maar de zg. F-vlakken over. Afb. 6. Tweedimensionaal kristal begrensd door vier ribben. De bovenste ribbe vertoont bij B een kink, waar een molecuul A in past. Als er tussen A en B een sterke binding is, zal een molecuul bij voorkeur in A en niet in C worden aangehecht. De ribbe ontstaat dus doordat de moleculen in die richting door sterke bindingen aan elkaar gebonden zijn. Zouden die er niet zijn, dan zou in plaats van een rechte ribbe een zeer onregelmatige begrenzing optreden. Een groei in lagen is dus mogelijk als er in tenminste twee richtingen sterke bindingen zijn. 63
4 Afb. 7. Een driedimensionaal kristal waarin in de richtingen A, B en C de moleculen (motieven) met sterke bindingen aan elkaar gebonden zijn. Er zijn drie vlakken die laagsgewijs kunnen groeien, het bovenvlak AB, het voorvlak BC en het zijvlak AC. Daar tussen in zijn vlakken, die niet in lagen kunnen groeien en op moleculaire schaal een getrapt oppervlak hebben. Ze zijn evenwijdig aan één bindingsrichting A, B of C. Een derde categorie vlakken is aan geen enkele van deze richtingen evenwijdig en groeit zeer snel. De drie soorten vlakken worden respectievelijk F, S en K vlakken genoemd. Afb. 9. Een niet-ideaal kristal met een schroefdislocatie. Deze veroorzaakt op het vlak waar hij uittreedt een trede, die tijdens het gehele kristalgroeiproces behouden blijft. (Uit: W. T. Read, Jr., Dislocations in crystals). Om duidelijk te maken hoe dit alles er aan de oppervlakte uitziet dient afb. 8: een model van kubusjes, die op elkaar gestapeld zijn. Elk kubusje in het kristal is gebonden aan zes buren. Aan de oppervlakte, in een groeiende laag, zit een kink. Op deze plaats past een molecuul, dat dan gebonden is aan drie buren. Het volgende molecuul past hiernaast, enzovoort, tot de rij vol is. Dit wordt herhaald met de volgende rijen, tot het vlak is gevuld. Afb. 8. Oppervlakte van een ideaal kristal, waarvan de motieven als kubusjes worden voorgesteld. Op het bovenste kubusvlak groeit een laag, begrensd door een trapje of trede, waarin een kink zit. De groei vindt plaats in de kinks, totdat de hele rij vol is, waarna een nieuwe rij kristalliseert en zo vervolgenstot het hele vlak is bedekt met een nieuwe laag. (Uit: A. R. Verma, Crystal growth and dislocations). Deze groeitheorie werd aanvaard tot ongeveer Omstreeks deze tijd ging men eens nader uitrekenen, hoe groot de oververzadiging wel zou moeten zijn, om het proces volgens deze theorie te doen verlopen. Men kwam tot de conclusie, dat de oververzadiging ongeveer 25-50% zou moeten zijn. Maar in de praktijk kan een kristal al gemakkelijk groeien als de oververzadiging 1% of lager is. De vraag waarom theorie en praktijk niet overeenstemden hield velen bezig. Immers, als een plat vlak helemaal gevuld is, moet er opnieuw begonnen worden met een nieuw vlak. Dit vereist een nieuwe, tweedimensionale kristallisatiekiem, die moeite zal hebben zich zonder de nodige buren" te handhaven. Het door mensen uitgedachte groeiproces is kennelijk niet nodig en in werkelijkheid zal het anders toegaan. Het was F. C. Frank uit Bristol, die een nieuwe gedachtengang ontwierp. Hij redeneerde aldus. Een gewoon, normaal kristal is niet ideaal, er zitten fouten in. Een soort afwijking, een dislocatie, kan helpen om de kristalgroei te verklaren. Wanneer we een kristal aan één kant in een bankschroef zouden zetten en de bovenkant van het kristal naar achteren zouden duwen en de onderkant naar voren, dan kan het gebeuren dat in het kristal een afschuiving, een slip, gaat optreden. Omdat het kristal vast zit, ontstaat er binnenin een onregelmatigheid, een schroefdislocatie, zie afb. 9. Er wordt als het ware een plateautje gevormd met een trapje, waaraan de moleculen zich gemakkelijk kunnen hechten. Dit trapje wordt door het aangroeien van moleculen krom, uiteindelijk ontstaat er een spiraal: een groeispiraal (zie afb. 10). Het kristal kan zo continu doorgroeien langs een groeifront. Is de groei bij het beginpunt aangekomen, dan is het kristal een trede hoger geworden. Het is één periode verschoven, één moleculaire afstand, ofwel circa 1/ cm. Bij uitzondering is zo'n groeifront ge- 64 Gea, vol. 9 nr. 3
5 René-Just Hauy, bezig met het meten van een calcietrhomboëder met behulp van een contactgoniometer. 65
6 Afb. 10. Boven: vier stadia in de groei van een ideaal kristal. Na completering van een laag is een nieuwe tweedimensionale kiem nodig, omdat er geen trede met een kink meer is. Onder: vier stadia in de groei van een reëel kristal met een schroefdislocatie, waardoor er altijd een trede is. In de loop van het groeiproces krijgt deze trede de vorm van een spiraal. makkelijk waar te nemen, zoals bij grof carborundumpoeder. Bij een vergroting van ongeveer 100 x is het groeifront van de carborundumkristallen al te zien. Uiteraard beperken schroefdislocaties zich niet tot kristallen die in een bankschroef zitten vastgeklemd. Zij treden op, waar een gedeelte van het kristal verschuift ten opzichte van een ander deel. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Een mechanische oorzaak is het botsen van een kristal dat in een oplossing zweeft. Bij een plotselinge temperatuurval kan een deel van het kristal inkrimpen, maar het moet toch blijven passen op een ander, niet of minder gekrompen deel. Of er is een insluitsel tijdens de groei in het kristal terechtgekomen. Het bouwsel past niet meer, er komen spanningen en de dislocatie krijgt een kans. We kunnen ons afvragen wat er gebeurt bij kristallen waar geen of heel weinig schroefdislocaties inzitten. Laten we een kristal als voorbeeld nemen, waar de schroefdislocatie alleen in vertikale richting loopt. Een horizontaal vlakje groeit netjes, maar de vertikale vlakken groeien niet, zodat het kristal heel langgerekt wordt. Er zijn zeer lange, draadvormige kristallen bekend, zg. whiskers, die zeer elastisch zijn en waarin zelfs een knoop gelegd kan worden. Onder de mikroskoop tussen gekruiste nicols bezien vertonen ze uitdoving waar ze evenwijdig aan de trillingsrichtingen van de polarisatiefilters liggen, een bewijs, dat deze delen tot één kristal behoren. We zagen, dat een kristalstruktuur is opgebouwd op periodieke wijze, door herhaling van een motief. In de praktijk kan een kristalvlak alleen maar groeien, als er een schroefdislocatie loodrecht op het vlak staat, waardoor je een groeispiraal krijgt. Als dit voor alle vlakken geldt en er zijn voldoende dislocaties aanwezig, dan hangt het van de kristalstruktuur af, hoe zo'n kristal er gaat uitzien. De noodzakelijke voorwaarde voor een rechte begrenzing van een kristal is immers, dat er in die richting een ononderbroken keten van een sterke binding is. Dat betekent, dat bij een kristalstruktuur waarin in één richting sterke bindingen zijn, er een vezelstruktuur verschijnt, bijvoorbeeld asbest. Zijn er sterke bindingen in twee richtingen die in een plat vlak liggen, dan ontstaat er een plaatvormige struktuur: glimmers, grafiet. Bij grafiet zijn de koolstof-atomen aan elkaar gebonden in een zeshoek. Binnenin die zeshoek bestaan sterke bindingen, die in één vlak liggen. In richtingen buiten het vlak is de binding zwak, wat de bladvormige struktuur verklaart. Keukenzout heeft een sterke binding tussen natrium- en chlooratomen. Deze vormen een kubusvlak in drie richtingen, daarom is keukenzout kubusvormig. Goudatomen hebben bindingen in diverse richtingen, deze liggen in de vlakken van oktaëder en kubus. Wanneer goudkristallen groeien, zijn ze dan ook begrensd door oktaëder- en kubusvlakjes. De koolstofatomen van diamant zijn gerangschikt in lagen; zo'n laag bestaat uit twee laagjes vlak op elkaar. De volgende laag staat daar een eind vanaf. De lagen vormen oktaëdervlakken, het zijn goede splijtvlakken. De meeste diamanten worden gekloofd op de oktaëdervlakjes. Het is te begrijpen, dat een diamant ook volgens deze vlakken gegroeid is. Uitwendige faktoren Tot de uitwendige faktoren door omgeving en omstandigheden bepaald behoort in de eerste plaats oververzadiging. Bij grote oververzadiging is het mogelijk, dat er andere vlakjes tevoorschijn komen dan bij kleine. Kaliumchloride bijvoorbeeld kristalliseert normaliter uit in kubusjes. Maak je een onderverzadigde oplossing van C in een reageerbuisje en laat je het water snel verdampen door er een glazen staafje in te dompelen, dan er uit te halen en snel heen en weer te bewegen, dan krijg je een sterke oververzadiging. De KCI die uitkristalliseert doet dat niet in kubusjes maar in oktaëders. Afb. 11. Kristallen van brookiet: een platte zeer algemeen voorkomende vorm en een pyramidaal-prismatïsche vorm, die alleen in bepaalde gesteenten voorkomt, o.a. in Arkansas. (Uit: H. A. Miers, Mineralogy). 66 Gea, vol. 9 nr. 3
7 Onzuiverheden vormen een andere uitwendige faktor. Onzuiverheid is alles,, wat niet tot het kristal behoort. Keukenzout kristalliseert normaliter in kubusvorm uit. Voeg je aan de oplossing een toenemende hoeveelheid roodbloedloogzout (kaliumferricyanide) toe, dan komt er in de kristalvorm van de NaCI verandering. Bij geringe toevoeging is er nog de kubusvorm, bij grotere veranderen de kubusvlakken, er komen andere vlakken voor in de plaats: oktaëdervlakken. Uiteindelijk ontstaat een oktaëdervorm., Ook de graad van oververzadiging is hier van belang. Is deze groter, dan gaat de verandering van vorm gemakkelijker. Dus: er is verandering van vorm als de oververzadiging groter wordt en naarmate de hoeveelheid onzuiverheid toeneemt. Het gaat hier om heel kleine hoeveelheden. Een hoeveelheid in de grootte-orde van 10"^ (één miljoenste deel) heeft al invloed. Brookiet, titaandioxyde, kristalliseert in twee vormen uit. De platte vorm is verreweg het meest algemeen (afb. 11). De pyramidaal-prismatische vorm komt maar op drie plaatsen voor, de bekendste is in Arkansas. De platte kristalvorm komt steeds voor in gesteenten met veel kwarts, de brookiet in Arkansas is te vinden in gesteenten zonder kwarts (nefeliensyeniet). De theoretische vorm van brookiet is die van Arkansas (genotype). Waarom komt nu overal elders de platte vorm voor? De hypothese is, dat die platte vorm (fenotype) veroorzaakt wordt door een bijna overal behalve in Arkansas voorkomende onzuiverheid. Die onzuiverheid zou dan kwarts zijn. Bij nog grotere oververzadiging komen er storingen in de kristalgroei, er verschijnen uitstulpingen. Hoe groter de groeisnelheid is, hoe meer. Er komen dan vertakte kristallen: dendrieten. We kennen deze vormen allemaal van sneeuwkristallen. Deze groeien zo snel, dat niet het complete zeskantige zuiltje, met een vlakje boven en onder, wordt gevormd, maar een dendrietachtig kristal. Dit is een storing, die vaak optreedt. Kristalgroei in de petrologie door Dr. C. Maijer De gesteenten die we nu zien zijn meestal al lang of zelfs zeer lang geleden gekristalliseerd; de kristalgroei heeft dus al eerder of zelfs veel eerder plaats gevonden, zonder dat iemand het heeft zien gebeuren. Toch is er in veel gevallen nog wel iets te vertellen over de groei van de kristallen in de diverse gesteenten, door de reconstructie van een gefixeerd groeipatroon, zoals dat vooral zichtbaar wordt onder de polarisatiemicroscoop bij het bekijken van slijpplaatjes (dunne doorsneden). Het genoemde onderwerp is ook dan nog zo uitgebreid, dat ik me zal moeten beperken tot enkele voorbeelden, en wel in eerste instantie tot stollingsgesteenten, d.w.z. gesteenten waarvan de kristallen zijn gevormd door kristallisatie uit een smelt, een silicaatsmelt (hierbij laten we dus vooral de metamorfe gesteenten buiten beschouwing, waar kristallisatie op een heel andere manier plaats vindt, nl. in een vaste omgeving, kristalgroei kan daar slechts plaats vinden in plaats van en ten koste van andere, oudere nabij liggende mineralen). bij ca C, zuivere anorthiet bij ca C; toevoeging van anorthiet aan diopsied verlaagt nu de stollingstemperatuur van diopsied; omgekeerd verlaagt ook de toevoeging van enige diopsied aan anorthiet de kristallisatietemperatuur van anorthiet; hoe meer er wordt toegevoegd, hoe lager de kristallisatietemperaturen (vgl. de vriespuntsverlaging als bv. bij de toevoeging van zout aan water optreedt), tot bij een bepaalde minimum temperatuur, de zg. eutectische temperatuur (1270 C), diopsied en anorthiet samen en tegelijk en in een vaste onderlinge verhouding (42% anorthiet en 58% diopsied) uitkristalliseren (zie fig. D. Het uitgangsmateriaal van een stollingsgesteente is dus een silicaatsmelt. Kristallisatie, dus kristalgroei, gaat optreden als de (externe) omstandigheden zodanig veranderen dat het systeem vanuit het stabiliteitsveld van de vloeibare, gesmolten fase in die van de vaste fase overgaat, als bv. de temperatuur T zodanig daalt dat het materiaal beneden de stollingstemperatuur geraakt. De meeste gesteenten zijn echter complexe systemen, waarvan ook het kristallisatieverloop een ingewikkeld proces vormt, vooral ook omdat de aanwezigheid van het ene mineraal invloed heeft op het kristallisatieverloop (bv. stollingstemperatuur en kristallisatievolgorde) van een ander mineraal, en omgekeerd. Als voorbeeld kan dienen de eutectische kristallisatie van twee niet mengbare mineralen, bv. diopsied (CaMgSi20ö) en anorthiet (CaAl2Si20s); zuivere diopsied kristalliseert Fig. 1 : Temperatuur samenstel I ingsdiagram van het binaire systeem diopsied-anorthiet. E = eutecticum 67
Kristalgroei in de petrologie
Onzuiverheden vormen een andere uitwendige faktor. Onzuiverheid is alles,, wat niet tot het kristal behoort. Keukenzout kristalliseert normaliter in kubusvorm uit. Voeg je aan de oplossing een toenemende
Sneeuw & ijskristallen deel II. Waarnemingen aan kristal Kristalgroei Condities Kristallisatie Oververzadiging en nucleatie steps Macrostep vorming
Sneeuw & ijskristallen deel II Waarnemingen aan kristal Kristalgroei Condities Kristallisatie Oververzadiging en nucleatie steps Macrostep vorming sector plate crystal CR TM broad branch chrystal SEM dendriet
Kristalvormen en de vorm van kristallen. Het terugvinden van vlakken met bekende Millerindices. Inleiding
Afb. 38. Kristallen van galeniet (A) en pyriet (C) met het kubische assenkruis (B). lend van lengte zijn. Door de gelijke verhoudingen krijgen de twee vlakken wel dezelfde indices. Het terugvinden van
De Miller-indices van kristalvlakken
De Miller-indices van kristalvlakken Drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam. Inleiding In bijna alle publicaties over mineralen komt men bij de beschrijving van
1 Junior Wiskunde Olympiade 2006-2007: eerste ronde
1 Junior Wiskunde Olympiade 2006-2007: eerste ronde 1 Welke ongelijkheid is juist? (A) 3 5 < 2 6 (C) 5 6 < 3 (B) 3 7 < 2 (D) 5 7 < 2 10 (E) 5 < 6 7 2 Hoeveel vierkante meter is 1600 vierkante centimeter?
Deel 1. Basiskennis wiskunde
& Geomatica 2 juli 2018 - reeks 1 - p. Deel 1. Basiskennis wiskunde Oefening 1 et gemiddelde van de getallen 1 2, 1 en 1 4 is (A) 1 27 (B) 1 4 (C) 1 (D) 1 6 Juist beantwoord: 81 %. Blanco: 0 %. Oefening
Wat is de som van de getallen binnen een cirkel? Geef alle mogelijke sommen!
Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 480 punten) Zeven gebieden Drie cirkels omheinen zeven gebieden. We verdelen de getallen 1 tot en met 7 over de zeven gebieden, in elk gebied één getal. De getallen
Leest hij eerst de eerste kolom van boven naar beneden, dan de tweede enzovoorts, dan hoor je
Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 580 punten) Vier bij vier. In een schema van vier maal vier vierkantjes schrijft iemand letters. In iedere rij en in iedere kolom komt zo één A, één B en één C, zodat
CALCIET: hoe een 'gewoon' mineraal verrassend mooi kan zijn
CALCIET: hoe een 'gewoon' mineraal verrassend mooi kan zijn tekst en mineralen: Wilfred Moorer foto's: Piet Stemvers Bijna iedereen kent het mineraal calciet en velen van ons hebben verschillende exemplaren
START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600.
START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600. Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 580 punten) Vier bij vier. In een schema van vier maal
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1994-1995 : Tweede Ronde De Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw is een officiële foreign coordinator voor de welbekende AHSME-competitie (American High School Mathematics Examination
De Miller-indices van kristalvlakken
De Miller-indices van kristalvlakken Drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam [Het nu volgende hoofdstuk is grotendeels reeds gepubliceerd in Gea, vol. 10 (1978),
Spin-afhankelijk transport over anti-fase grenzen in magnetiet films
Samenvatting Spin-afhankelijk transport over anti-fase grenzen in magnetiet films Introductie Waarom zijn dunne films van magnetiet (Fe 3 O 4 ) interessant? Dit is omdat magnetiet magnetisch en geleidend
94 Samenvatting te vervormen, wordt de huid bijzonder stijf bij grotere vervormingen. Uit onderzoek is gebleken dat deze eigenschap deels toe te schri
Samenvatting De biofysica kan worden beschouwd als het grensgebied tussen de natuurkunde en de biologie. In dit vakgebied worden natuurkundige methoden gebruikt om biologische systemen te analyseren en
1. C De derde zijde moet meer dan 5-2=3 zijn en minder dan 5+2=7 (anders heb je geen driehoek).
Uitwerkingen wizprof 08. C De derde zijde moet meer dan 5-=3 zijn en minder dan 5+=7 (anders heb je geen driehoek).. C De rode ringen zitten in elkaar, de groene liggen onder de rode ringen en zijn er
ouder schuim jong schuim Afbeelding 2. Schematische voorstelling van een ideaal schuim
Schuim Je kent dat wel: heb je mooi bier gemaakt en slaat-ie dood in het glas. Eerst denk je nog: zeker met een vette bek aan het glas gezeten. Maar de keer daarop: zelfde verhaal. Jasses. Een mooie schuimkraag
TWEELINGKRISTALLEN. Inleiding. Tweelingen van aragoniet. door drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam
TWEELINGKRISTALLEN door drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam Inleiding Als mineralen onbelemmerd kunnen groeien vormen zij kristallen met hun eigen karakteristieke
Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Moleculen
Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Mol Samenvatting door een scholier 1296 woorden 9 november 2017 7,6 34 keer beoordeeld Vak Methode NaSk Natuur/scheikunde overal Paragraaf 6.1: stoffen herkennen
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4 4.4.1 Basis Lijnen en hoeken 1 Het assenstelsel met genoemde lijnen ziet er als volgt uit: 4 3 2 1 l k -4-3 -2-1 0 1 2 3 4-1 -2-3 n m -4 - Hieruit volgt: a Lijn k en
1 Junior Wiskunde Olympiade : tweede ronde . (D)
Junior Wiskunde Olympiade 2006-2007: tweede ronde 9 is gelijk aan (A) 3 (B) 3 (C) 9 (D) 3 9 (E) 2 Het kwadraat van 3+ + 3 is gelijk aan (A) 2 (B) 6 (C) 0 (D) 2 2 (E) 4 3 Welk van volgende figuren is het
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren 141 Eventjes herhalen : Wat is een homothetie? h (o,k) : Een homothetie met centrum o en factor k Het beeld van een punt Z door de homothetie met centrum O en factor
7.1 Het deeltjesmodel
Samenvatting door Mira 1711 woorden 24 juni 2017 10 3 keer beoordeeld Vak NaSk 7.1 Het deeltjesmodel Een model van een stof Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen. Aangezien je niet kunt zien hoe een
3. Beschouw een zeer goede thermische geleider ( k ) in de vorm van een cilinder met lengte L en straal a
1. Op een vierkantig substraat bevinden zich 4 IC s (warmtebronnen), zoals op de bijgevoegde figuur. Als een van de warmtebronnen een vermogen van 1W dissipeert als warmte (en de andere geen vermogen dissiperen),
QUARK_5-Thema-01-elektrische kracht Blz. 1
QUARK_5-Thema-01-elektrische kracht Blz. 1 THEMA 1: elektrische kracht Elektriciteit Elektrische lading Lading van een voorwerp Fenomeen: Sommige voorwerpen krijgen een lading door wrijving. Je kan aan
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan Inhoudsopgave 1 Atoommodel... 1 Moleculen... 1 De ontwikkeling van het atoommodel... 1 Atoommodel van Bohr... 2 Indicatoren van atomen... 3 2 Periodiek
HET IS EEN PRISMA, OF TOCH NIET...
In dit artikel laten we zien hoe je een kubus, een rombendodecaëder en een afgeknotte octaëder kunt omvormen tot een. Om de constructie zelf uit te voeren, heb je de bouwtekeningen nodig die bij dit artikel
wizprof 2013 21 maart 2013 Veel succes en vooral veel plezier.!! je hebt 75 minuten de tijd rekenmachine is niet toegestaan
www.zwijsen.nl www.e-nemo.nl 21 maart 2013 www.education.ti.com Veel succes en vooral veel plezier.!! Stichting Wiskunde Kangoeroe www.smart.be www.rekenzeker.nl www.sanderspuzzelboeken.nl www.schoolsupport.nl
Theorie beeldvorming - gevorderd
Theorie beeldvorming - gevorderd Al heel lang geleden ontdekten onderzoekers dat als licht op een materiaal valt, de lichtstraal dan van richting verandert. Een voorbeeld hiervan is ook te zien in het
WISKUNDE-ESTAFETTE Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500
WISKUNDE-ESTFETTE 2014 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 00 1 (20 punten) Gegeven zijn drie aan elkaar rakende cirkels met straal 1. Hoe groot is de (donkergrijze) oppervlakte
Zelf kaarsen maken: Basisbenodigdheden
Zelf kaarsen maken: Basisbenodigdheden HOE DE WAS SMELTEN Paraffine mag NOOIT boven een directe hittebron worden gesmolten en daarom is een au bain-marie' systeem een onmisbaar attribuut. U kunt een speciale
Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram
en toestandsdiagram en toestandsdiagram De Eiffeltoren (één van de nietklassieke wereldwonderen) is 317 meter hoog tot aan de top van de vlaggenstok, zonder de televisieantennes mee te rekenen. Met televisieantennes
Escher in Het Paleis. Wiskundepakket. Ruimtelijke figuren
Escher in Het Paleis Wiskundepakket Ruimtelijke figuren Ruimtelijke figuren Escher maakt in EEN AANTAL prenten gebruik van wiskundig interessante ruimtelijke vormen, zoals Platonische lichamen en Möbiusbanden.
www. Fysica 1997-1 Vraag 1 Een herdershond moet een kudde schapen, die over haar totale lengte steeds 50 meter lang blijft, naar een 800 meter verderop gelegen schuur brengen. Door steeds van de kop van
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olmpiade 2006-2007: eerste ronde 1 Hoeveel punten kunnen een rechthoek en een cirkel maimaal gemeen hebben? (A) 2 (B) 4 (C) 6 (D) 8 (E) 10 2 Van de volgende drie uitspraken R : 2 = R
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2017: algemene feedback
IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica 5 juli 2017 - reeks 1 - p. 1/9 IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2017: algemene feedback Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde
Vlaamse Wiskunde Olympiade 988-989: Tweede Ronde Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw is een officiële foreign coordinator voor de welbekende AHSME-competitie (American High School Mathematics Examination -
Extra opgaven Aanzichten, oppervlakte en inhoud
Piramide (bewerking van opgave uit CE vmbo-gtl wis 2009-II) Hierboven is een piramide getekend. Het grondvlak ABC is een gelijkzijdige driehoek met zijden van 6,5 cm. De top T van de piramide ligt recht
Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)
Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 2018: algemene feedback
IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica juli 8 - reeks - p. IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica juli 8: algemene feedback Positionering ten opzichte van andere deelnemers In totaal namen 8 studenten
Hoe kleiner hoe fijner
Hoe kleiner hoe fijner Keuzeopdracht scheikunde 5vwo Verdiepende opdracht over de verdelingsgraad op nanoschaal Voorkennis: Reactiesnelheid en evenwichten Oriëntatie Deze verdiepingsopdracht gaat over
Hoe leg ik uit wat NANOTECHNOLOGIE. is?
Hoe leg ik uit wat NANOTECHNOLOGIE is? Je weet toch nog dat alles uit atomen is opgebouwd? Een steen, een pen, een videospelletje, een TV, een hond en ook jijzelf zijn uit atomen opgebouwd. Atomen vormen
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni Nummer vragenreeks: 1
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni 206 Nummer vragenreeks: IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica 29 juni 206 - reeks - p. /0 Oefening Welke studierichting wil je graag volgen? (vraag
11 Junior Wiskunde Olympiade 2001-2002: tweede ronde
Junior Wiskunde Olympiade 200-2002: tweede ronde De tweede ronde bestaat uit 30 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt: per goed antwoord krijgt de deelnemer 5 punten, een blanco antwoord
Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II
Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.
Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-II
Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.
Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau bedraagt 1 bar.
7. Gaswetten Opgave 1 Opgave 2 Opgave 3 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau
V el v'akk n kl ure. door Dion Gijswijt
door Dion Gijswijt V el v'akk n kl ure Stel, je wilt de zijvlakken van een veelvlak kleuren, en wel zo dat aangrenzende veelvlakken verschillende kleur krijgen. Hoeveel kleuren heb je dan minimaal nodig?
o ATerinzagelegging @ 7906572
Octrooiraad o ATerinzagelegging @ 7906572 Nederland @ NL
Veelvlakken kleuren. Dion Gijswijt
Stel, je wilt de zijvlakken van een veelvlak kleuren, en wel zo dat aangrenzende veelvlakken verschillende kleur krijgen. Hoeveel kleuren heb je dan minimaal nodig? Veelvlakken kleuren Dion Gijswijt De
De Hongaarse kubus ontward
De Hongaarse kubus ontward door Dick Grune, Aug. 1981 herzien Febr. 2007 Er zijn vele manieren om een in de war geraakte kubus weer te ontwarren. De bekendste worden gegeven door David Singmaster en Donald
2 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 NATUURKUNDE. Woensdag 28 augustus, uur. Zie ommezijde
2 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1974 Woensdag 28 augustus, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit
Controle: Bekijk nu of aan het evenwicht wordt voldaan voor het deel BC, daarvoor zijn immers alle scharnierkracten bekend
Hints/procedures voor het examen 4Q130 dd 25-11-99 ( Aan het einde van dit document staan antwoorden) Opgave 1 Beschouwing vooraf: De constructie bestaat uit twee delen; elk deel afzonderlijk vrijgemaakt
IN SLIJPPLAATJES LAACHER SEE-GESTEENTE. door J. Stemvers - van Bemmel
LAACHER SEE-GESTEENTE IN SLIJPPLAATJES door J. Stemvers - van Bemmel Veel typische gesteentekenmerken kunnen pas bij het bekijken van slijpplaatjes onder de mikroskoop opgemerkt worden. We zullen met behulp
Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)
Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1.0 16.0 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen.
Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.
2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom
Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak
Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal
Eerste ronde Nederlandse Wiskunde Olympiade
Eerste ronde Nederlandse Wiskunde Olympiade 23 januari 2 februari 2017 Uitwerkingen A1. C) donderdag In de eerste vier weken van augustus komt elke dag van de week precies viermaal voor. De laatste 31
Hoofdstuk 4: Meetkunde
Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen Assenstelsel Lineair
Alleen de metalen zullen de stroom geleiden omdat deze vrije elektronen hebben, dit zijn dus alleen kalium en tin.
Alleen de metalen zullen de stroom geleiden omdat deze vrije elektronen hebben, dit zijn dus alleen kalium en tin. De metalen en de zouten zullen in gesmolten toestand stroom geleiden, de metalen hebben
Figuur 7.21: Het Voronoi diagram van zes supermarkten, genummerd 1 t/m 6.
Samenvatting. Voronoi diagrammen. Stel je alle supermarkten in een stad voor. De stad is te verdelen in sectoren door naar de dichtstbijzijnde supermarkt te kijken: alle mensen die wonen in de sector van
Examen VWO. wiskunde B1,2
wiskunde B, Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak Dinsdag 3 mei 3.3 6.3 uur 6 Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen; het examen bestaat uit 9 vragen. Voor elk vraagnummer
Noordhoff Uitgevers bv
6 Etra oefening - Basis B-a 0 y 9 8 8 9 b y = + y 8 0 6 8 0 6 O 8 c Zie de tekening hierboven. De symmetrieas is de y-as. d De coördinaten van de top zijn (0, ). B-a r = ( s+ )( s + ) e h= ( + i)( i +
IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2013: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 1 juli 013 - reeks 1 - p. 1 IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 013: algemene feedback In totaal namen 61 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur die
Nederlandse Samenvatting
Electron Transfer Properties in the Prussian Blue Analogues Rb x Mn[Fe() 6 ] y z 2 ederlandse Samenvatting Ieder element dat bestaat heeft een specifiek aantal protonen (positief geladen deeltjes in de
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen HAVO 05 tijdvak donderdag 8 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit examen
Structuur, vorm en dynamica van biologische membranen
SAMENVATTING Structuur, vorm en dynamica van biologische membranen Biofysica is de studie van de natuurkunde achter biologische processen. Haar werkterrein is voornamelijk de individuele cel. Cellen zijn
Plasticiteit. B. Verlinden Inleiding tot de materiaalkunde. Structuur van de lessen 1-4
Plasticiteit Hoofdstuk 6 B. Verlinden Inleiding tot de materiaalkunde Structuur van de lessen 1-4 Algemene introductie in de wereld van de materialen Les 1 materialen ontwerp materialen en milieu Elastische
De statespace van Small World Networks
De statespace van Small World Networks Emiel Suilen, Daan van den Berg, Frank van Harmelen [email protected], [email protected], [email protected] VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM 2 juli
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 2015 Oplossingen
IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 15 Oplossingen IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica 1 juli 15 - p. 1/1 Oefening 1 Welke studierichting wil je graag volgen? (vraag zonder score, wel
IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2013: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 1 juli 013 - reeks - p. 1 IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 013: algemene feedback In totaal namen 61 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur die
IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2013: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 1 juli 013 - reeks 3 - p. 1 IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 013: algemene feedback In totaal namen 61 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur die
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per goed antwoord krijgt hij
wiskunde B havo 2015-II
Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven in de Amerikaanse eenheid
IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2013: algemene feedback
IJkingstoets burgerlijk ingenieur 1 juli 013 - reeks 4 - p. 1 IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 013: algemene feedback In totaal namen 61 studenten deel aan de ijkingstoets burgerlijk ingenieur die
Wat is het aantal donkere tegels?
Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 480 punten) De tegelvloer. Hieronder zie je een stukje van een tegelvloer. De hele vloer heeft dit patroon en is een regelmatige zeshoek, met tien witte tegels aan iedere
Klankkast. Figuur 2. Figuur 3
Klankkast We gebruiken een stevige plaat met een minimale afmeting van 1040 x 400 mm en ca mm dik als tijdelijk support. Teken vervolgens parallelle lijnen op afstanden zoals gegeven in figuur 2. Deze
Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2006-I
Sauna Om 5. uur wordt het verwarmingselement van een sauna aangezet. Vanaf dat moment,9t wordt de sauna opgewarmd. Dan geldt: St ( ) 8 e. Hierin is S de temperatuur in de sauna in graden Celsius en t de
Onmogelijke figuren. Geschreven door Judith Floor en Vivike Lapoutre. Herzien door Dieuwke van Wijk en Amarins van de Voorde
Onmogelijke figuren Geschreven door Judith Floor en Vivike Lapoutre Herzien door Dieuwke van Wijk en Amarins van de Voorde Vierkant voor Wiskunde Zomerkamp A 2010 Voorwoord Je hebt vast wel eens een stripboek
Examen HAVO en VHBO. Wiskunde B
Wiskunde B Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Dinsdag 23 mei 13.30 16.30 uur 00 Dit examen bestaat uit 19 vragen.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : tweede ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 005-006: tweede ronde Volgende benaderingen kunnen nuttig zijn bij het oplossen van sommige vragen 1,1 3 1,731 5,361 π 3,116 1 Als a 1 3 a 1 3 a m = a met a R + \{0, 1}, dan
Grafieken van veeltermfuncties
(HOOFDSTUK 43, uit College Mathematics, door Frank Ayres, Jr. and Philip A. Schmidt, Schaum s Series, McGraw-Hill, New York; dit is de voorbereiding voor een uit te geven Nederlandse vertaling). Grafieken
Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde
Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Opgave 1 Op het etiket van een pot pindakaas staat als een van de ingrediënten magnesium genoemd. Scheikundig is dit niet juist. Pindakaas bevat geen magnesium
B136. BIJLAGE H De verbinding met het 'On-eindige' vanuit het twaalf-, het ruitendertig- en het twintig-vlak. Het twaalfvlak of dodecaëder
B136 De verbinding met het 'On-eindige' vanuit het twaalf-, het ruitendertig- en het twintig-vlak Het twaalfvlak of dodecaëder Een dodecaëder ligt besloten tussen 6 paren van evenwijdige vlakken. Als die
Het leek ons wel een interessante opdracht, een uitdaging en een leuke aanvulling bij het hoofdstuk.
Praktische-opdracht door een scholier 2910 woorden 3 mei 2000 5,2 46 keer beoordeeld Vak Wiskunde Wiskunde A1 - Praktische Opdracht Hoofdstuk 2 1. Inleiding We hebben de opdracht gekregen een praktische
VAARDIGHEDEN EXCEL. MEETWAARDEN INVULLEN In de figuur hieronder zie je twee keer de ingevoerde meetwaarden, eerst ruw en daarna netjes opgemaakt.
VAARDIGHEDEN EXCEL Excel is een programma met veel mogelijkheden om meetresultaten te verwerken, maar het was oorspronkelijk een programma voor boekhouders. Dat betekent dat we ons soms in bochten moeten
Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/36998 holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/36998 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Dunnen, Angela den Title: Surface-structure dependencies in catalytic reactions
Pingpongballen als wetenschappelijk instrument
Pingpongballen als wetenschappelijk instrument Jilt Sietsma Inleiding Bij het begrip pingpongballen denken we niet direct aan wetenschap. Toch wist prof. Willie Burgers, in een tijd waarin zeer beperkte
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Eerste ronde theorie toets. 17 januari beschikbare tijd: 2 uur
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE Eerste ronde theorie toets 17 januari 2001 beschikbare tijd: 2 uur Meerkeuze vragen 1. Leïla legt met de auto een weg met een afstand van 50 km af. De eerste 25 km legt
Stap 1: Ga naar Stap 3: Gebruik de pijltjes om te navigeren tussen de bladzijden.
Stap 1: Ga naar www.wiskundewereld.be/bzl-ruimtemeetkunde.html Stap 2: Klik rechts op de witte knop. Stap 3: Gebruik de pijltjes om te navigeren tussen de bladzijden. Stap 4: Links zie je waar je je in
jaar: 1994 nummer: 12
jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olmpiade 1997-1998: Eerste ronde De eerste ronde bestaat uit meerkeuzevragen Het quoteringsssteem werkt als volgt: per goed antwoord krijgt de deelnemer 5 punten, een blanco antwoord
Eindexamen wiskunde B havo I (oude stijl)
Een functie Voor 0 < = x < = 2π is gegeven de functie figuur 1 f(x) = 2sin(x + 1 6 π). In figuur 1 is de grafiek van f getekend. y 1 f 4 p 1 Los op: f(x) < 1. De lijn l raakt de grafiek van f in het punt
Junior Wiskunde Olympiade : eerste ronde
Junior Wiskunde Olympiade 2007-2008: eerste ronde 1 30% van 300 is (A) geen van de volgende (B) 10 (C) 90 (D) 100 (E) 9000 2 Hoeveel getallen zijn het product van 2 verschillende getallen uit de verzameling
Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag
Practicum algemeen 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag 1 Diagrammen maken Onafhankelijke grootheid en afhankelijke grootheid In veel experimenten wordt
