WEEK 7 VORMVERZUIMEN...
|
|
|
- Leona Veenstra
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inhoudsopgave WEEK 7 VORMVERZUIMEN... 2 HOOFDSTUK XVI: BERAADSLAGING EN EINDUITSPRAAK De eerste hoofdvraag: bewijs (pag )... 2 HR Afvoerpijp... 3 HR De onbevoegde hulpofficier... 5 In ons streven naar perfectie zetten wij alles op alles om een volledige samenvatting beschikbaar te stellen. Mochten wij onverhoopt toch punten over het hoofd hebben gezien of verkeerd hebben genoteerd, schroom dan niet dat terstond te melden. Dit geldt voor alle op- en aanmerkingen. Onze klachtenlijn is te vinden op
2 Week 7 Vormverzuimen Hoofdstuk XVI: Beraadslaging en einduitspraak De eerste hoofdvraag: bewijs (pag ) Art. 359a Sv benoemt de rechtsgevolgen die verbonden kunnen worden aan de onrechtmatige verkrijging van bewijsmateriaal. Het kan hierbij gaan om schending wettelijke normen, verdragsbepalingen of ongeschreven normen (beginselen van behoorlijk procesrecht). Indien een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidende onderzoek is vastgesteld, kán de rechter tot verschillende rechtsgevolgen komen: Niet-ontvankelijkverklaring van het OM (zwaarste sanctie) Bewijsuitsluiting (zware sanctie) Strafvermindering (lichte sanctie) Enkele vaststelling van een vormverzuim (lichtste sanctie) De ratio van de sanctionering van onrechtmatige bewijsgaring kan worden gevonden in de rechtsstaatgedachte: ook de overheid moet zich aan de regels houden (art. 1 Sv). Argumenten voor de keuze voor bovenstaande sancties zijn: 1. Reparatieargument Het voordeel dat de overheid haalt ten gevolge van de onrechtmatige bewijsgaring, wordt weggenomen door de sancties, zodat de rechtsschending wordt gerepareerd. Aan de andere kant kan reparatie ook worden gezien in de zin dat de verdachte geen nadeel ondervindt van het onrechtmatige overheidshandelen. De vraag die dan centraal wordt gesteld is wat moet worden gedaan om de verdachte in de positie te brengen die zou hebben bestaan als het onrechtmatig handelen niet had plaatsgevonden. 2. Demonstratieargument: Het publiek wordt gedemonstreerd dat ook de overheid zich aan de regels moet houden. Dit dient het gezag van de overheid en het recht. 3. Effectiviteitsargument: Het stellen van een sanctie op onrechtmatig overheidstreden draagt eraan bij dat in de toekomst dergelijk optreden achterwege wordt gelaten. Het gaat hier vooral om preventie van vormverzuimen. Hoe zwaarder de sanctie, hoe groter het preventieve effect. Tegenover de argumenten voor het verbinden van rechtsgevolgen staan ook andere argumenten. 1. Waarheidsvinding Begrip van de samenleving. 2. De verdachte profiteert van het onrechtmatige optreden (doordat hij niet wordt veroordeeld of omdat een mildere straf wordt opgelegd). Aan de rechter wordt het onrechtmatig vergaarde bewijs niet onthouden. Ook al mag hij daarop de bewezenverklaring niet baseren, hij kent het wel. Het verbod op het gebruik van op onwettige wijze verkregen bewijsmateriaal heeft voornamelijk gevolgen voor de motivering en slechts zelden voor de beslissing. De waardering van de argumenten voor en tegen zal uiteindelijk worden bepaald door het gewicht dat men aan de belangen toekent. Daarbij is het perspectief dat men kiest bij de toepassing van art. 359a Sv van belang. Er zijn verschillende perspectieven: 1. Perspectief van bescherming van de subjectieve rechten Hierbij staat de vraag voorop of, en zo ja, in welke mate het vormverzuim daadwerkelijk een schending van enig belang van de verdachte teweeg heeft gebracht. 2
3 Functie van art. 359a Sv in dit perspectief: het herstellen of het compenseren van het concreet door de verdachte ondervonden nadeel. Is er geen nadeel ondervonden, dan kan er volstaan worden met een enkele constatering van het vormverzuim. 2. Constitutioneel perspectief (perspectief van de rechtsstaat) Hierbij staat centraal dat ook de overheid is gebonden aan het recht. Er komt veel gewicht toe aan het reparatieargument, het demonstratieargument en het effectiviteitsargument. Functie van art. 359a Sv: het bevorderen dat de overheid zich ook daadwerkelijk aan de regels houdt. Dit veronderstelt een ruimhartige toepassing van art. 359a. Van belang is de aard en de ernst van het vormverzuim en de verwijtbaarheid van het strafvorderlijk handelen. Het nadeel wat door de verdachte is ondervonden is niet van doorslaggevend belang. 3. Het perspectief van het primaat van de criminaliteitsbestrijding Hier ligt de nadruk op het juist niet, althans zo min mogelijk, verbinden van rechtsgevolgen (restrictieve toepassing). De belangen van het slachtoffer en de maatschappij bij rechtshandhaving staan voorop. Functie van art. 359a Sv: dát de rechter vormverzuimen vaststelt. Deze geldt als een diskwalificatie. Het verbinden van een rechtsgevolg wordt gereserveerd voor die vormverzuimen waarbij de overheid ernstig in gebreke is gebleven en fundamentele rechten in het gedrang komen. Pag. 821 t/m 833 van Corstens/Borgers bespreekt de theorie zoals neergelegd in de arresten HR Afvoerpijp en HR Onbevoegde hulpofficier. Deze zijn hieronder opgenomen, met aanvullingen uit Corstens/Borgers. HR Afvoerpijp Onderwerp: onrechtmatig verkregen bewijs Wetsartikelen: art. 359a Sv De Hoge Raad formuleert in dit arrest algemene regels voor de toepassing van art. 359a Sv. Deze worden hieronder besproken. De toepassing ervan op de feiten van dit arrest volgt daarna. Beperkingen aan toepassing van art. 359a Sv (rov. 3.4) Uitsluitend betrekking op verzuimen die zijn begaan in voorbereidend onderzoek Onderzoek tegen de verdachte (dus niet in een ander onderzoek); Ter zake van het ten laste gelegde feit (dus niet een ander feit). Niet van toepassing op verzuimen die betrekking hebben op bevelen inzake de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen welke kunnen worden voorgelegd aan de rechter-commissaris ( ). Tegen die oordelen van de rechter-commissaris staat geen hogere voorziening open; het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zou op onaanvaardbare wijze worden doorkruist. Uitsluitend betrekking op onherstelbare vormverzuimen. Wanneer heeft een dergelijk vormverzuim gevolgen (rov. 3.5)? Indien binnen bovenstaande grenzen sprake is van een vormverzuim en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden. Daarbij dient hij rekening te houden met de factoren uit art. 359a lid 2: 1. Belang dat het geschonden voorschrift dient: Indien niet de verdachte door niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, zal in de regel geen rechtsgevolg te behoeven verbonden aan het verzuim (relativiteitsvereiste; Schutznorm). 2. Ernst van het verzuim: Kijken naar de omstandigheden en de mate van verwijtbaarheid. 3
4 3. Nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt: Of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. De rechtsgevolgen van de vormverzuimen (rov. 3.6) 1. Strafvermindering. Vereisten: a) De verdachte heeft daadwerkelijk nadeel ondervonden. b) Causaal verband: het nadeel is veroorzaakt door het verzuim. c) Het nadeel is geschikt voor compensatie. d) Strafvermindering is gerechtvaardigd in het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim. Corstens/Borgers: bijvoorbeeld een aanhouding met onnodig geweld. Nietontvankelijkheidverklaring van het Openbaar Ministerie is een te zware sanctie. Bewijsuitsluiting kan niet. Dus: strafvermindering. 2. Bewijsuitsluiting. Vereisten: a) Causaal verband: het bewijsmateriaal is door het verzuim verkregen. b) Door de onrechtmatige bewijsgaring is een belangrijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate geschonden. Corstens/Borgers: schending van art. 8 EVRM leidt niet automatisch tot een schending van art. 6 EVRM, dus schending van het huisrecht/privacy leidt vaak niet tot bewijsuitsluiting. 3. Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Vereiste (uitzonderlijk): a) Door het vormverzuim is een ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van de behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan ( Zwolsman-criterium ). Corstens/Borgers: indien door een zeer fundamentele inbreuk op de beginselen van de behoorlijke procesorde weliswaar het belang van de verdachte niet wordt geschaad, maar wel het wettelijk systeem in de kern is geraakt ( Karman-criterium ; bijv. een ontoelaatbare afspraak met een kroongetuige). Eisen te stellen aan verweer en beslissing op het verweer (rov. 3.7) De verdediging moet een duidelijk en gemotiveerd beroep doen op art. 359a Rv. Alleen op een zodanig verweer is de rechter gehouden een met redenen omklede beslissing te geven. De rechter kan een onderzoek naar de juistheid van de feitelijke grondslag van het verweer achterwege laten. Feiten: Op basis van informatie van een getuige gaan opsporingsambtenaren met een machtiging tot binnentreden naar een woning waar vermoedelijk marihuana wordt verkocht. In de woning treffen de opsporingsambtenaren de verdachte en de marihuana aan. Een opsporingsambtenaar ziet in de kelder een paar afvoerbuizen. Ambtshalve was hem bekend dat deze pijpen vaker gebruikt worden om drugs in te verstoppen. De opsporingsambtenaar heeft de pijp losgetrokken en ontdekte een opbergplaats met een grote hoeveelheid softdrugs. Toepassing van de regels op de feiten: De opsporingsambtenaren waren niet bevoegd tot een doorzoeking. Het opentrekken van de afvoerpijp kan niet worden aangemerkt als zoekend rondkijken en valt onder een doorzoeking. De afvoerpijp in de kelder had niet mogen worden losgetrokken. De verdachte is echter door overtreding van de norm niet in zijn belangen getroffen, omdat hij er niet woonde. De rechtsnorm beschermde dus niet het belang van verdachte, maar slechts dat van de bewoner. Aan de overtreding van de rechtsnorm hoeft in dit geval geen rechtsgevolg te worden verbonden. 4
5 HR De onbevoegde hulpofficier Onderwerp: redenen voor het gebruik maken van de bevoegdheid tot bewijsuitsluiting Wetsartikelen: art. 359a In dit arrest geeft de Hoge Raad een nadere uitwerking van het toetsingsschema bij vormverzuimen ter zake van bewijsuitsluiting (uitwerking t.a.v. HR Afvoerpijp). De Hoge Raad noemt drie gevallen waarin de rechter kan besluiten gebruik te maken van zijn bevoegdheid tot toepassing van bewijsuitsluiting. 1. Ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM. Bijvoorbeeld: schending van het recht op rechtsbijstand bij politieverhoor Bijvoorbeeld: verklaringsvrijheid in het geding (zie situatie als in Allan) 2. Gevallen waarin het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar sprake is van een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden. Toepassing van bewijsuitsluiting kan in dit geval dienen als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen ( ). Bijvoorbeeld een schouwing aan de natuurlijke openingen en holten aan het lichaam, zonder toereikende wettelijke grondslag. Bijvoorbeeld: negeren van verschoningsrecht. De rechter moet de wettelijke beoordelingsfactoren en de omstandigheden van het geval in acht nemen en moet bovendien een afweging maken met andere zwaarwegende belangen (waarheidsvinding en rechten van slachtoffers en nabestaanden). 3. Uitzonderlijke situatie: als een vormverzuim zozeer bij herhaling voor te komen dat het structurele karakter ervan vaststaat (1) en de verantwoordelijke autoriteiten zich onvoldoende hebben ingespannen om overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen (2). Bovendien moet aannemelijk zijn dat toepassing van bewijsuitsluiting daadwerkelijk de beoogde normerende werking op de praktijk van opsporing en vervolging zal hebben -- preventief effect (3). Tot slot moet de rechter andere zwaarwegende belangen in acht nemen (4). Feiten: De verdachte, die werd verdacht van hennepteelt en diefstal van stroom, heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging, omdat de strafvorderlijke belangen van de verdachte op grove wijze zouden zijn geschonden. Daartoe is onder meer aangevoerd dat tijdens het vooronderzoek de door de verdachte bewoonde woning zonder diens toestemming en zonder toestemming van een andere bewoner is betreden door opsporingsambtenaren die slechts voorzien waren van een machtiging afgegeven door een onbevoegde hulpofficier van justitie. Het Hof is van mening dat hier sprake is van bij het voorbereidend onderzoek, onherstelbaar vormverzuim en dat hier een gevolg als omschreven in art. 359a Sv aan moet worden verbonden. Het oordeel van het Hof dat het betreden van de woning van de verdachte met een door een onbevoegde hoofdinspecteur verstrekte machtiging tot bewijsuitsluiting leidt, is ontoereikend gemotiveerd gezien de ernst van het vormverzuim. Hieronder volgt de samenvatting van pagina uit Corstens/Borgers. Causaliteit Causaliteit is voor toepassing van iedere sanctie een voorwaarde. In deze causaliteitsvraag ligt de leer van de verboden vruchten besloten (indirecte verkrijging van bewijsmateriaal). De regel voor toepassing één der sancties is: de vruchten zijn uitsluitend het gevolg van onrechtmatig optreden. Er wordt geen causaal verband aangenomen in geval van: Een louter temporaal verband. 5
6 Alternatieve causaliteit (het bewijsmateriaal is ook uit een andere bron aangenomen dan waar de onrechtmatige gedraging betrekking op heeft). Inevitable discovery exception (het bewijsmateriaal was zeer waarschijnlijk ook op een rechtmatige wijze verkregen. Dit verweer kan alleen gelden ten aanzien van wilsonafhankelijk materiaal). Stelplicht en motiveringsplicht De verdediging kent een zware stelplicht (zie HR Afvoerpijp). De rechter moet verwerping van het verweer motiveren niet op grond van art. 359 lid 2 Sv, maar op grond van art. 359a Sv zelf (ook al staat dat er niet letterlijk). Rechtsgevolgen buiten de context van art. 359a Sv Er kan bewijsuitsluiting plaatsvinden indien er geen sprake is van een eerlijk proces. De verdedigingsrechten van de verdachte of de beginselen van een behoorlijke procesorde vormen van zelfstandige grondslagen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van: 1. Onrechtmatige bewijsgaring door derden. Indien de strafvorderlijke overheid zich daarmee heeft bemoeid is het gebruik van het vergaarde materiaal onrechtmatig (bijv. inschakeling van een privédetective). Indien er geen sprake is van enige bemoeienis moet de verkrijgingswijze wel heel onrechtmatig zijn geweest, wil zij leiden tot bewijsuitsluiting. 2. Onrechtmatig optreden door politie en justitie buiten het voorbereidend onderzoek. Er moet dan sprake zijn van een aanzienlijke schending van een voorschrift/rechtsbeginsel. 3. Onrechtmatig optreden door vreemde autoriteiten. Indien het een staat betreft die bij het EVRM is aangesloten, beperkt de Nederlandse rechter zich tot toetsing of het recht op een eerlijk proces is gewaarborgd (art. 6 EVRM). De Hoge Raad heeft in het midden gelaten hoe te toetsen indien het een staat betreft die niet bij het EVRM is aangesloten. Uitgangspunten van de Hoge Raad De Hoge Raad beschouwt het afkeuren van afkeurenswaardig overheidsoptreden nauwelijks als een zelfstandige functie van art. 359a Sv. De Hoge Raad kent namelijk juist een groot gewicht toe aan het nadeel en het relativiteitsvereiste. Het constitutionele perspectief is niet overheersend. Het perspectief van de bescherming van de subjectieve rechten komt wel tot uitdrukking. Daarbij staan de rechten van art. 6 EVRM centraal (schending van andere rechten, in het bijzonder het recht op privacy in de zin van art. 8 EVRM, lijkt nog hooguit te kunnen leiden tot strafvermindering of de enkele constatering van het vormverzuim). De Hoge Raad denkt een klein beetje vanuit het perspectief van het primaat van criminaliteitsbestrijding. Minder ernstige vormverzuimen mogen de rechtshandhaving niet te zeer hinderen. De functie van art. 359a Sv komt dus neer op het herstellen of compenseren van verdedigingsrechten. Bewijsuitsluiting is echter wel een soort noodklep. De rechtsstaatgedachte kan worden verwezenlijkt door correctiemechanismes buiten art. 359a Sv, zoals schadevergoeding. 6
Zakboekenpolitie.com
Zakboekenpolitie.com Art. 359a Sv Relativering onrechtmatig verkregen bewijs Gebaseerd op paragraaf 3.9 e.v. van het zakboek Strafvordering voor de Hulpofficier 1 Vormverzuim / relativering onrechtmatig
HC 5-a, , sanctionering van onregelmatigheden: bewijsuitsluiting Art. 359a Sv Wet vormverzuim
HC 5-a, 06-03-2018, sanctionering van onregelmatigheden: bewijsuitsluiting Er wordt gekeken naar het uitsluiten van bewijs, dus materiaal dat bij zou kunnen dragen aan de bewezenverklaring. Het gaat in
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:
Gerechtshof te s-gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2008 in de strafzaak tegen de verdachte: (naam
Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,
Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Mr. J. Kronenberg Mr. B. de Wilde Vijfde druk Kluwer a Kluwer business Deventer - 2012 Inhoudsopgave Voorwoord 13 Aanbevolen literatuur 15 Afkortingenlijst 17
Voorwoord. Materieel strafrecht. Inleiding. 2 Bronnen van strafrecht 3 Voorwaarden voor strafbaarheid. De menselijke gedraging
Inhoud Voorwoord 9 Deel I Materieel strafrecht 11 1 Strafrecht 2 Bronnen van strafrecht 3 Voorwaarden voor strafbaarheid 13 13 14 18 I 4 5 II 6 7 8 9 10 11 De menselijke gedraging De gedraging Causaal
ECLI:NL:HR:2015:643. 1 Geding in cassatie. Uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:643 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 20-03-2015 Datum publicatie 20-03-2015 Zaaknummer 13/03959 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:521, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:1943,
NOBODY POLICING THE POLICE
NOBODY POLICING THE POLICE Mr. S.L.J. Janssen Inleiding: de Schutznorm Onrechtmatig optreden door politie en justitie is van oudsher een heet hangijzer en mag zich, met de uitbreiding van bevoegdheden
Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den
Bewijsuitsluiting, een uitgesloten zaak?
LOEVENDIE NEIJNDORFF A D V O C A T E N Bewijsuitsluiting, een uitgesloten zaak? Een onderzoek naar de mogelijkheden om bewijsverweren met een verzoek tot bewijsuitsluiting beter te kunnen onderbouwen,
Hoofdstukken strafprocesrecht. mr. LE.M. Hendriks mr. J.H. Klifman prof. mr. G.P.M.F. Mols prof.mr. Th.A. de Roos mr. J.
Hoofdstukken strafprocesrecht mr. LE.M. Hendriks mr. J.H. Klifman prof. mr. G.P.M.F. Mols prof.mr. Th.A. de Roos mr. J. Woretshofer Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1992 Inhoud Voorwoord
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=bz...
Page 1 of 5 LJN: BZ4987, Rechtbank Alkmaar, 15.740827-12 Datum 20-03-2013 uitspraak: Datum 20-03-2013 publicatie: Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:Niet-ontvankelijkheid
Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag
RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek
GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken
parketnummer : 20.001938.96 uitspraakdatum : 29 april 1997 verstek dip GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis
Annotatie NJ 2012, 145 (onrechtmatige doorzoeking) HR 4 januari 2011, nr. 08/03766. M.J. Borgers
Annotatie NJ 2012, 145 (onrechtmatige doorzoeking) HR 4 januari 2011, nr. 08/03766 M.J. Borgers 1. Enkele opsporingsambtenaren betreden op grond van artikel 9 Opiumwet het woon- en slaapgedeelte van een
Inhoudsopgave. Voorwoord 13. Aanbevolen literatuur 15. Afkortingenlijst 17. Hoofdstuk 1 Inleiding 19
Inhoudsopgave Voorwoord 13 Aanbevolen literatuur 15 Afkortingenlijst 17 Hoofdstuk 1 Inleiding 19 1.1 Eerste kennismaking 19 1.2 Plaats van het strafrecht 19 1.3 Doelen van straffen 22 1.4 Materieel strafrecht,
Leidraad voor het nakijken van de toets
Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)
De kerstboom van art. 359a Sv: hoe moet de verdediging in strafzaken omgaan met het inkleden van vormverweren?
De kerstboom van art. 359a Sv: hoe moet de verdediging in strafzaken omgaan met het inkleden van vormverweren? (gedeelte uit toespraak van Tom Schalken voor de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten,
Parketnummer: /17 Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak
vonnis GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Parketnummer: 500.00480/17 Uitspraak: 2 november 2018 Tegenspraak Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak tegen de verdachte: R.M.C., geboren op Curaçao, wonende
«JOR» Bank- en effectenrecht
169 NOOT 1. Bovenstaand arrest is gewezen door de Hoge Raad als belastingrechter. Centraal staat de vraag of bewijsmiddelen waarvan in een eerdere strafprocedure door de strafrechter is geoordeeld dat
6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding
6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding 1 INLEIDING Over de taak van de rechter in het burgerlijk geding bestaat weinig onenigheid. Het is zijn taak om ambtshalve te beoordelen of het recht op
Binnentreden Pagina s 79 t/m 84
Binnentreden Pagina s 79 t/m 84 Wat gaan we behandelen - Betreden van plaatsen en in het bijzonder de woning - Artikel 12 Grondwet (huisrecht) - Wat is een woning - AWBI Uitgangspunt Uitgangspunt is, dat
Tilburg University. Elk nadeel heb z n voordeel? Artikel 359a Sv en de ontdekking van het strafbare feit Kooijmans, Tijs
Tilburg University Elk nadeel heb z n voordeel? Artikel 359a Sv en de ontdekking van het strafbare feit Kooijmans, Tijs Published in: Delikt en Delinkwent Document version: Publisher final version (usually
Sanctionering van onrechtmatige bewijsverkrijging in de rechtsstaat
1 Masterscriptie Sanctionering van onrechtmatige bewijsverkrijging in de rechtsstaat Een onderzoek naar de reactie in de rechtspraak op onrechtmatige bewijsverkrijging in het licht van de rechtsstaatgedachte
1.2. Mr. Van Straalen heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
LJN: BM0948, Hoge Raad, 09/01236 A Datum uitspraak: 16-11-2010 Datum publicatie: 16-11-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Antilliaanse zaak. OM-cassatie. Art. 413 SvNA.
Tilburg University. Elk nadeel heb z n voordeel? Artikel 359a Sv en de ontdekking van het strafbare feit Kooijmans, Tijs
Tilburg University Elk nadeel heb z n voordeel? Artikel 359a Sv en de ontdekking van het strafbare feit Kooijmans, Tijs Published in: Delikt en Delinkwent Document version: Publisher final version (usually
Instantie. Onderwerp. Datum
Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs. Strafzaken. Bewijsvoering. Onrechtmatig verkregen bewijs. Toelaatbaarheid. Beoordeling door de rechter Datum 23 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve
DEEL III. Het bestuursprocesrecht
DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel
Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in
WEEK 6 ONRECHTMATIG VERKREGEN BEWIJS EN MOTIVERINGSVEREISTEN...
Inhoudsopgave WEEK 6 ONRECHTMATIG VERKREGEN BEWIJS EN MOTIVERINGSVEREISTEN... 2 HOOFDSTUK XVI: BERAADSLAGING EN EINDUITSPRAAK... 2 16.12 De eerste hoofdvraag: bewijs... 2 Arrest: HR Dagboekaantekening...
Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
ECLI:NL:GHAMS:2016:5673 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-11-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-003159-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.
vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar
Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK
ECLI:NL:GHAMS:2016:5593 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-001668-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt:
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6494_1/309; 6836_1/220 Betreft zaak: Limburgse bouwzaken 1 en 2 / de heer [A] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger
1 De totstandkoming van art. 359a Sv
1 De totstandkoming van art. 359a Sv 1.1 De commissie-moons Vóór 1996 kende ons strafrecht een zogeheten stelsel van formele nietigheden, waarvan sprake is wanneer vormvoorschriften in de wet met nietigheid
Inhoudsopgave. 3 Materieel strafrecht: opzet en schuld Inleiding 45
Inhoudsopgave 1 Algemene inleiding: wat is strafrecht? 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Strafrecht: begripsvorming 16 1.2.1 Materieel en formeel strafrecht 16 1.2.2 Commuun en bijzonder strafrecht 17 1.2.3 Wat
Jaarverslag cassatiedesk 2012/2013
Jaarverslag cassatiedesk 2012/2013 In dit jaarverslag over 2012/2013 van de cassatiedesk van het Openbaar Ministerie wordt een cijfermatige analyse gegeven van de in 2012 en 2013 door de cassatiedesk behandelde
Balanceren tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming
Balanceren tussen waarheidsvinding en rechtsbescherming Consequenties van onrechtmatig verkregen bewijs in het strafrecht en het bestuursrecht Master Thesis T.C. Heijmerink (i487600) Universiteit Maastricht,
Destructief toezicht en aansprakelijkheid Mr. dr. B.J.P.G Roozendaal. vrijdag 27 februari 2009
Destructief toezicht en aansprakelijkheid Mr. dr. B.J.P.G Roozendaal vrijdag Inleiding Bestuursorganen beschikken over diverse controle en handhavingsbevoegdheden om op te treden tegen burgers of ondernemingen
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 Instantie Datum uitspraak 16-05-2012 Datum publicatie 16-05-2012 Zaaknummer 20-002733-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht
Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297
Rapport Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 2 Klacht Verzoeker is op 8 november 2006 door de politie aangehouden wegens stalking van zijn ex-echtgenote. In dit verband klaagt verzoeker erover
Strafrechtelijk bewijsrecht
Strafrechtelijk bewijsrecht vijfde, herziene druk J.F. Nijboer 2008 Ars Aequi Libri Nijmegen Voorwoord Lijst van gebruikte afkortingen Inhoudsopgave V IX XIII Hoofdstuk 1: Oriëntatie 1 1.1. De plaats van
Hoofdstuk 1,2, en 4 van het boek Straf(proces)recht begrepen.
Week 1 Inleiding in het strafrecht Het karakter van het strafrecht. De geschiedenis van de codificatie van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. Waarom bestaat het strafrecht? Hoe verwordt een bepaalde
NEDERLANDsE ORDE VAN ADVOCATEN. Strafprocesrecht
4. NEDERLANDsE ORDE VAN ADVOCATEN. Strafprocesrecht Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1992 Derde druk Prof. mr M. Wladimiroff Mr S.E. Marseille Dr mr J.M. Sjöcrona Mr P.R. Wery Strafprocesrecht
Het gaat om bijzondere motiveringskwesties; het beslissen en motiveren.
HC 6-a, 13 maart 2018, het vonnis (I) Het gaat om bijzondere motiveringskwesties; het beslissen en motiveren. Er zijn in het strafproces drie fasen: het onderzoek ter terechtzitting, de beraadslaging en
JAARVERSLAG 2014 CASSATIEDESK
JAARVERSLAG 2014 CASSATIEDESK Inhoudsopgave Voorwoord pagina 2 Cijfermatige analyse pagina 4 Deel I pagina 5 o Algemene leerstukken pagina 5 1. Art. 359a Sv (vormverzuimen) pagina 5 2. Beklag na beslag
Als er sprake is van een incident op heterdaad (tijdens of kort na plegen) en het gaat om een mishandeling of een bedreiging met mishandeling:
1-2-3 Aangiftewijzer Geweld, bedreiging en belediging tegen de gerechtsdeurwaarder Soms heeft de gerechtsdeurwaarder te maken met agressie en geweld. Helaas worden strafbare feiten niet altijd en automatisch
ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377
ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste
ECLI:NL:HR:2003:AH9998
ECLI:NL:HR:2003:AH9998 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21-10-2003 Datum publicatie 23-10-2003 Zaaknummer 02580/02 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AH9998
Bestuurs(proces)recht II- B Samenvatting van de stof - Bestuursrecht in het Awb- tijdperk, T. Barkhuysen e.a., Kluwer 2014.
AthenaSummary Universiteit van Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Bachelorjaar 2 Bestuurs(proces)recht II- B Samenvatting van de stof - Bestuursrecht in het Awb- tijdperk, T. Barkhuysen e.a., Kluwer
Aanbevelingen behandeling civiele schadevordering in het strafproces (wet Terwee)
Aanbevelingen behandeling civiele schadevordering in het strafproces (wet Terwee) Verantwoording... 1 Geen voegingsformulier... 1... 2 Afwijzen of niet ontvankelijk verklaren... 2... 2 Civiele vordering
Een sociaal inspecteur aan de deur Sofie Heyndrickx PVI 9 februari 2017
Een sociaal inspecteur aan de deur Sofie Heyndrickx PVI 9 februari 2017 Ezelstraat 25 B-8000 Brugge T +32[0]50 33 82 91 F +32[0]50 47 16 59 [email protected] Overzicht 1. De sociale inspectie
R. Kuiper. Vormfouten in de Verenigde Staten. Juridische consequenties van vormfouten in strafzaken
R. Kuiper Vormfouten in de Verenigde Staten Juridische consequenties van vormfouten in strafzaken Inhoud Rechtsgevolgen van vormfouten 9 (Essay) Inleiding 13 1 Rechtsvergelijking met de Verenigde Staten
Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016
Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Datum vaststelling: 26-05-2016 Inwerkingtreding: 02-06-2016 Kenmerk besluit: 2016-006596/c Publicatiedatum: 01-06-2016 Bijlage
ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994
ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 22-12-2006 Datum publicatie 11-01-2007 Zaaknummer 15/645076-06 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-006079-14 Uitspraak d.d.: 22april2015 Tegenspraak Promis Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken,
Symposium Omkering van bewijslast. 27 oktober 2017 Rotterdam Studiekring Normatieve Uitleg
Symposium Omkering van bewijslast 27 oktober 2017 Rotterdam Studiekring Normatieve Uitleg Wettelijk vermoeden en omkering van de bewijslast Daan Asser 1 1. Feiten en recht Rechtsfeit is het feit of het
Waarheidsvinding vs. Rechtsbescherming
UNIVERSITEIT LEIDEN Waarheidsvinding vs. Rechtsbescherming Het dilemma van onrechtmatig verkregen bewijs Bachelorscriptie Rechtsgeleerdheid Celesta Bonnet Naam: Adres: Studentnummer: Telefoonnummer: E-mail:
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is an author's version which may differ from the publisher's version. For additional information about this
Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.
Wetgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. Onder beschikking
Voorwoord. Lawbooks Grondslagen van Recht ( ) Beste student(e),
Grondslagen van Recht Week 3 2018 2019 Voorwoord Beste student(e), Voor je ligt de samenvatting van de stof van Hoofdstuk 14 van het boek Hoofdlijnen, dat voorgeschreven wordt in week 3. Aanvankelijk hebben
BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING
HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Gelezen het namens [klager] ingediend verzoekschrift, welke ertoe strekt dat het Hof
Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK
ECLI:NL:GHAMS:2016:5390 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-11-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer 23-003117-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
Regeling melding misstand woningcorporaties
Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.
