Barometer van de informatiemaatschappij (2015)
|
|
|
- Ruben Aalderink
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Barometer van de informatiemaatschappij (2015)
2 In het kader van de opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die erin bestaat de voorwaarden te scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België, heeft de Algemene Directie Economische Reglementering deze publicatie uitgegeven met de bedoeling de transparantie van de markt te waarborgen. De barometer herneemt het geheel van relevante Belgische en Europese indicatoren om de beleidsmakers in te lichten over de informatie- en communicatietechnologieën. Nota van de uitgever De Afdeling Telecommunicatie en Informatiemaatschappij van de Algemene Directie Economische Reglementering wil iedereen bedanken die heeft bijgedragen tot de realisatie van deze barometer, en in het bijzonder de medewerkers van de Algemene Directie Statistiek Statistics Belgium, het BIPT, CERT.be, FOD Financiën, de Federale Politie en DNS Belgium. U mag gegevens overnemen om ze in andere rapporten te gebruiken op voorwaarde dat u de bron duidelijk en nauwkeurig vermeldt. U kunt deze publicatie online raadplegen via: Rubriek Publicaties (in het menu bovenaan) > Soort publicatie Informatiemaatschappij > Titel Barometer van de informatiemaatschappij (2015). 2 U kunt ook een exemplaar ophalen in onze Infoshop FOD Economie : Adres: Vooruitgangstraat Brussel Openingsuren (alle werkdagen geopend): 9u tot 17u Contact: tel [email protected] Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat Brussel Ondernemingsnummer: Tel.: Voor oproepen vanuit het buitenland: Tel.: Verantwoordelijke uitgever: Jean-Marc Delporte Voorzitter van het Directiecomité Vooruitgangstraat Brussel Wettelijk depot: D/2015/2295/
3 Inhoud Inleiding 4 Huishoudens en individuen 6 Ondernemingen 20 E-commerce 32 E-government 43 Veiligheid 52 E-skills 62 Telecommunicatie en infrastructuur 67 ICT-sector 82 Internationale vergelijking 88 Besluit 103 Ontwikkeling van de belangrijkste indicatoren ( ) 106 Belangrijkste bronnen 115 Lijst met afkortingen 119 3
4 Inleiding 4 Het is voor mij een grote eer om u, net als ieder jaar, deze nieuwe uitgave van onze barometer van de informatiemaatschappij te presenteren was een prachtig jaar voor de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT). Het gebruik van ICT is een vast onderdeel geworden in onze dagelijkse activiteiten. Overal in het beroepsleven wordt er gebruik van gemaakt en ook daarbuiten drukt deze technologie steeds verder zijn stempel, vooral in de interactie tussen individuen en de interactie tussen burgers en overheid. Dit jaar hebben wij de schijnwerper gericht op de nieuwe tendenties geboden door de informatica in de cloud (cloudcomputing). Deze barometer verschaft ook een beeld van de ontwikkeling die de informatiemaatschappij in België doormaakt, en licht de essentiële Europese doelstellingen toe die zijn vastgesteld in het kader van de Digital Agenda for Europe. De belangrijkste onderwerpen zijn uiteengezet in negen hoofdstukken. De eerste twee beschrijven de ICT-apparatuur en het gebruik hiervan door de burgers en ondernemingen; ook wordt hierin toegelicht waar onze focus ligt met betrekking tot cloudcomputing. Het derde hoofdstuk is gewijd aan de elektronische handel vanuit het gezichtspunt van de consument en de ondernemingen. In hoofstuk vier leest u een analyse van de elektronische overheidsdiensten, met in hoofdstuk vijf het vraagstuk van de cyberveilig-
5 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." heid, een actueel onderwerp dat steeds meer aandacht vraagt. Hoofdstuk 6 richt zich op de digitale vaardigheden, d.w.z. hoe individuen met hulpbronnen en ICT-technologie omgaan, hetzij in de particuliere omgeving of in de beroepswereld. Hoofdstuk 7 behandelt de aspecten van de infrastructuur van telecommunicatie, de marktwaarneming door de gebruikers en een vergelijking van de tarieven voor ondernemingen, en in hoofdstuk 8 vindt u een analyse van de economische aspecten van de ICT-sector in België. Hoofdstuk 9 plaatst de prestaties van België in een internationaal perspectief. België heeft ongetwijfeld een gunstige positie, vooral op het gebied van de dichtheid en kwaliteit van de telecominfrastructuur. Het is daarom wenselijk deze gunstige situatie volledig te benutten om alle deelnemende partijen in de informatiemaatschappij aan te moedigen gebruik te maken van de toepassingen en diensten van ICT en deze te ontwikkelen. In dit kader zou het nationale plan Digital Belgium ook kunnen bijdragen aan een verdere versterking van de ICT-ontwikkeling in België. Door het samengaan van de verschillende synergieën en vooral het delen van de kennis, hoop ik dat wij samen een welvarend digitaal België kunnen opbouwen, waar wij allen profijt van hebben. Veel leesgenot! 5 Jean-Marc Delporte Voorzitter van het Directiecomité
6 Huishoudens en individuen De informatie- en communicatietechnologieën (ICT) hebben een belangrijke plaats in onze dagelijkse omgeving en deze tendens stijgt elk jaar meer. Deze maken deel uit van het merendeel van de beroeps- en particuliere activiteiten en wel zodanig dat het bezit en het gebruik van de hiervoor benodigde apparatuur en de kennis hiervan onontbeerlijk worden. 6 In 2014 was 84 % van de huishoudens in België in het bezit van een computer en beschikte 83 % over een internetverbinding. Een overweldigende meerderheid had een internetbreedbandverbinding (98 %). De grotere penetratiegraad van de interactieve digitale televisie wordt nog eens bevestigd, want in 2014 heeft 64 % van de huishoudens een digitale televisie. In België gebruikt 31 % van de individuen in de leeftijd tussen 16 en 74 jaar een opslagruimte op internet of cloudcomputingdiensten voor particuliere doeleinden. Opmerking vooraf De cijfers over de huishoudens en individuen waarbij de vermelding Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen staat, hebben betrekking op huishoudens met minstens één persoon in het huishouden tussen 16 en 74 jaar, en op individuen tussen 16 en 74 jaar oud. Overal in de barometer waar de benaming Belgische huishoudens en Belgen of Belgisch wordt gebruikt (met verwijzing naar de huishoudens en/of individuen), wordt verwezen naar de huishoudens in België en de inwoners van België, waaronder wordt verstaan, volgens de enquêtes, de bevolking tussen 16 en 74 jaar oud of de bevolking vanaf 15 jaar. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
7 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Europese doelstellingen Voor huishoudens en individuen zijn er in de Digitale Agenda van Europa (DAE) een aantal doelstellingen vastgelegd, tegen 2015: verhoging van het regelmatige internetgebruik (a) van 60 % tot 75 %, tegen 2015 [de cijfers gebruikt voor de vertreksituatie dateren uit 2009]; verhoging van het regelmatige internetgebruik van 41 % tot 60 % voor de achtergestelde bevolkingsgroepen (b) [de cijfers gebruikt voor de vertreksituatie dateren uit 2009]; halvering van het deel van de bevolking dat nog nooit heeft geïnternet tegen 2015 (tot 15 %) [vertreksituatie: in 2009 had 30 % van de individuen van 16 tot 74 jaar nog nooit geïnternet]. (a) Onder regelmatig internetgebruik wordt verstaan: minstens één keer per week. (b) In deze groep van de bevolking zitten de mensen die aan minstens één van volgende voorwaarden voldoen: in de leeftijdscategorie jaar, laag opleidingsniveau en/of niet actief op de arbeidsmarkt (werkloos, inactief of gepensioneerd). Bron: Een digitale agenda voor Europa, Com (2010) 245 definitief/2. ICT-uitrusting (huishoudens) 7 Beschikbaarheid van de computer In 2014 beschikte 84 % van de Belgische huishoudens over ten minste één computer. Dit aandeel ligt twee procentpunt hoger dan in Verder ligt dit cijfer hoger (95 %) bij huishoudens met kinderen, die een stimulans zijn om een computer in huis te hebben. Tabel 1.1. Beschikbaarheid van de computer in de huishoudens Huishoudens (in %) Totaal zonder kinderen met kinderen Een of meerdere computers in het huishouden Exact één computer in het huishouden Meer dan één computer in het huishouden Geen computer in het huishouden Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium.
8 8 Beschikbaarheid van interactieve digitale televisie (idtv) 64 % van de huishoudens beschikt in 2014 over een digitale televisie ten opzichte van 61,5 % het jaar daarvoor. Het steeds grotere succes van groepsaanbiedingen verklaart gedeeltelijk deze stijging van het aantal digitale televisies; deze wordt namelijk als lokartikel beschouwd in het kader van de aanbiedingen. Tabel 1.2. Beschikbaarheid van idtv in de huishoudens (in %) Huishouden met een verbinding voor interactieve digitale televisie 61,5 64 Huishouden zonder verbinding voor interactieve digitale televisie 37,8 36 NB. Bepaalde categorietotalen kunnen kleiner zijn dan 100 % ten gevolge van niet-respons bij de geënquêteerden. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Apparaten met internetverbinding Hoewel het cijfer enigszins terugloopt, blijft de computer, of het nu een desktop of notebook is, met een aandeel van 97 % verreweg het apparaat dat in 2014 het meest op internet was aangesloten. De notebook maakt veel vaker internetverbinding (77 %) dan de desktopcomputer (50 %). Tussen 2013 en 2014 maakte de smartphone een sprong van meer dan 10 procentpunt naar 57 %. Hetzelfde geldt voor de tablet die een doorbraak heeft gekend van ruim 12 procentpunt. De ontwikkeling van aangesloten mobiele apparaten onderstreept en versterkt de tendens van de digitale methode onderweg die ook al vorig jaar werd geconstateerd. De aangesloten digitale televisie maakte ook een belangrijke stijging door van ruim 4 procentpunt en wordt vastgesteld op 14 %. Grafiek 1.1. Apparaten met internetverbinding in huishoudens die een internetvebinding hebben Desktopcomputer (vaste computer), laptop, notebook of netbook (*) Laptop, notebook of netbook Gsm, smartphone, tablet of handcomputer (*) Gsm of smartphone Desktopcomputer Tablet (bv. ipad) Spelconsole Televisie met mogelijkheid tot en en/of surfen (smart-tv) Mediaspeler E-reader Handcomputer (pda, palmtop,...) (*) Groepering van andere benamingen. 6 % 3 % 1 % 14 % 14 % 41 % 50 % 57 % 65 % 77 % Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. 97 % FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
9 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Verbinding met het internet 83 % van de huishoudens beschikt in 2014 over een internetverbinding, een stijging van 3 procentpunt ten opzichte van De huishoudens met kinderen tonen een aanzienlijk hoger aandeel met 94 % tegenover 78 % voor de kinderloze huishoudens. Grafiek 1.2. Type internetaansluiting van de huishoudens met internetverbinding Breedbandverbinding (DSL, kabel, satelliet, 3G, UMTS,...) (*) Andere breedbandverbinding dan DSL (kabel, satelliet, 3G, UMTS,...) 58% 98% Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. ADSL, VDSL, SHDSL of ander DSL-type (snel internet via de telefoonlijn) 57% Type internetaansluiting 98 % van de huishoudens met een internetverbinding maakt gebruik van een vaste breedbandverbinding. De mobiele breedbandverbindingen zetten hun stijging voort met 22 %, 3 procentpunt hoger dan in De dalende tendens van DSL-verbindingen blijft zich voortzetten dit jaar, met een aandeel van 57 % ten opzichte van 61 % in Mobiele breedbandverbinding (a) van een gsm-netwerk via een gsm, smartphone of ander apparaat (b) Inbelverbinding via een gewone telefoonlijn of ISDN Uitsluitend inbelverbinding of mobiele smalbandverbinding (*) 2% 1% 22% 9 (a) Ten minste 3G, bv. UMTS, LTE, mobiele WiMAX. (b) desktop, laptop, tablet (*) Groepering van andere benamingen. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
10 Redenen om thuis internettoegang te hebben De wens om thuis informatie te krijgen, blijft verreweg de voornaamste reden van de huishoudens om zich uit te rusten met een internetverbinding thuis, namelijk 62 %. en chatten, en ook e-banking, zijn fors gestegen, namelijk met 34 % en 29 %. Hierbij moet worden opgemerkt dat ondanks dat deze een sterke tendens vertonen in de informatiemaatschappij, de rubrieken e-government, telewerk en e-commerce achteraan komen in de rangschikking van redenen waarom huishoudens sinds kort een internetverbinding hebben (maximaal 12 maanden). Tabel 1.3. Redenen om thuis internettoegang te hebben (% huishoudens die sinds max. 12 maanden een internetverbinding hebben) Voor informatie thuis 63,2 61,7 10 Voor of chat 28,7 33,6 Voor e-banking 24,2 29,2 Mee begrepen in totaalpakket van digitale televisie of telefonieabonnement 21,0 21,3 Voor ontspanning 15,2 17,2 Eenvoudiger geworden om in huis te halen 14,7 15,1 Iedereen heeft tegenwoordig internet 14,3 15,0 Goedkoper geworden om in huis te halen 13,1 14,1 Voor e-government 9,4 8,2 Voor telewerk 7,3 5,1 Voor e-commerce 5,3 4,7 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
11 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Redenen om thuis geen internettoegang te hebben 17 % van de Belgische huishoudens beschikt in 2014 niet over een internetverbinding thuis. Van deze huishoudens vindt 44 % dit niet nuttig. 29 % vindt dat zij de vaardigheden missen voor het gebruik hiervan. De dalende tendens van dit cijfer (minder dan 3 procentpunt ten opzichte van 2013) is stimulerend vanuit het gezichtspunt van de digitale kloof. De bezwaren in verband met kosten worden vaak aangehaald, namelijk 25 % van de huishoudens die niet over een internetverbinding thuis beschikt, geeft aan dat de kosten van het materiaal te hoog zijn en 21 % vindt de internetverbindingskosten te hoog. Tabel 1.4. Redenen om thuis geen internettoegang te hebben (% huishoudens die geen internetverbinding hebben) Internet is niet nodig 44,5 43,7 Vaardigheden ontbreken 32,0 28,8 Het materiaal is te duur 24,8 25,3 Verbindingskosten te hoog 19,5 20,8 Elders toegang 11,9 11,0 Bezorgdheid om privacy of veiligheid 8,4 8,2 Wil geen internet 4,6 6,8 Fysieke of zintuiglijke handicap 2,5 3,3 Geen breedbandinternet beschikbaar in de buurt waar het huishouden woont 0,3 0,6 Andere reden 14,0 11 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
12 Huishoudens en individuen ICT-uitrusting (individuen) 12 Gebruiksfrequentie van de computer (tijdens de laatste drie maanden) 83 % van de Belgen die in de afgelopen drie maanden gebruik maakte van een computer, doet dit dagelijks of nagenoeg dagelijks. 14 % maakt hier wekelijks gebruik van. De leefstijdsfactor heeft invloed op de gebruiksfrequentie in de uiterste categorieën. Zo gebruikt 89 % van de jarigen dagelijks een computer, terwijl slechts 73 % van de individuen tussen jaar dit doet. Het intensieve gebruik van de computer staat in verband met het opleidingsniveau: onder de dagelijkse gebruikers heeft 92 % een hoog opleidingsniveau en slechts 72 % een laag opleidingsniveau. Grafiek 1.3. Gebruiksfrequentie computer (% individuen die tijdens de laatste drie maanden een computer gebruikten) 2% 1% 14% Elke dag of bijna elke dag Minstens één keer per week, maar niet elke dag Minstens één keer per maand, maar niet elke week Minder dan één keer per maand NB. De totalen van sommige categorieën kunnen lager zijn dan 100 %, hetgeen te wijten is aan het ontbreken van een antwoord van een aantal respondenten op de betreffende vraag. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. 83%
13 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Regelmatig internetgebruik door individuen 83 % van de Belgen maakt regelmatig gebruik van het internet, d.w.z. Belgen maken ten minste een keer per week internetverbinding, ten opzichte van 75 % van het gemiddelde in de EU. Driekwart van de Europeanen gebruikt regelmatig het internet. De EU voldoet hiermee een jaar eerder aan een van de doelstellingen van de DAE, die erop gericht is dat tegen % van de individuen van de EU regelmatig internet gebruikt. België voldoet aan deze doelstelling sinds Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), Eurostat. Regelmatig internetgebruik door individuen in de achtergestelde groepen Benadeelde personen of kansarme individuen, zoals de Europese Commissie dit stelt, zijn de hoofdcategorieën van de bevolking die het slachtoffer zijn van de digitale kloof. De Europese Commissie beschouwt een individu als kansarm als deze ten minste over één van de volgende kenmerken beschikt: tussen 55 en 74 jaar oud zijn, een laag opleidingsniveau hebben, werkloos, inactief of gepensioneerd zijn. De DAE stelt zich ten doel dat 60 % van de bevolking uit de kansarme categorieën tegen 2015 regelmatig het internet gebruikt. België voldoet al enkele jaren aan deze doelstelling en maakt een ontwikkelingsgroei door: in 2014 maakte 72 % van de bevolking uit de kansarme categorieën regelmatig gebruik van het internet, een stijging van 4 procentpunt ten opzichte van Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Digitale kloof (internet) Hier wordt in overeenstemming met de doelstelling van de DAE de digitale kloof gemeten aan de hand van het aantal individuen van 16 tot 74 jaar dat nooit het internet heeft gebruikt. In 2014 had 13 % van FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen de individuen uit deze leeftijdsgroep in België nooit gebruik gemaakt van het internet. Dit cijfer betekent een daling van 2 procentpunt ten opzichte van Na een status quo in 2012 en 2013, lijkt de achterstand van de digitale kloof zich weer te herstellen. Volgens nadere gegevens zijn de leeftijd, het opleidingsniveau en in mindere mate het geslacht, de factoren die het risico verhogen om het slachtoffer te worden van de digitale kloof. Zo is binnen de groep van de niet-internetgebruikers de leeftijdsgroep van jaar het meest vertegenwoordigd met 43 %. Hiertegenover bevindt slechts 3 % van de niet-internetgebruikers zich in de leeftijdsgroep van jaar. Het opleidingsniveau is ook een discriminerende factor, omdat 28 % van de individuen die nooit het internet hebben gebruikt, een laag opleidingsniveau heeft ten opzichte van slechts 2 % met een hoog opleidingsniveau. Tot slot zijn 14 % van de internetgebruikers vrouwen, en 12 % mannen. Grafiek 1.4. Percentage individuen die nog nooit internet gebruikten, per leeftijdscategorie 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% jaar jaar jaar jaar jaar jaar Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. 13
14 Internetgebruik: doeleinden De drie belangrijkste activiteiten die de Belgen op het internet uitvoeren zijn: en (91 %), zoeken naar informatie over goederen of diensten (84 %) en e-banking (72 %). Activiteiten gelinkt aan lezen en/of downloaden van audiovisuele of informatieve inhoud nemen een belangrijke plaats in, samen met spelletjes, foto s, films of muziek (65 %), actualiteitensites op het internet (62 %) en e-radio (28 %). Volgens de internetgebruikers hebben de activiteiten gelinkt aan communicatie voornamelijk betrekking op de communicatie via de sociale netwerken (62 %) en telefonische oproepen via het internet (42 %), evenals de publicatie of het delen van een inhoud die de internetgebruiker zelf opmaakt op een website (26 %). Tabel 1.5. Activiteiten gelinkt aan het internet (% individuen die internet gedurende de laatste drie maanden gebruikten) 14 Versturen/ontvangen van s 91 Opzoeken van informatie over goederen of diensten 84 Internetbankieren 72 Lezen/downloaden van spelletjes, foto s, films of muziek 65 Deelnemen aan sociale netwerken (bv. Facebook, Twitter, MySpace, Skyrock, Netlog) (een gebruikersprofiel aanmaken, berichten versturen of een andere inbreng aan een of meerdere sociale netwerken) 62 Lezen van actualiteitensites/kranten/tijdschriften/informatieve tijdschriften 62 Toegang krijgen tot diensten ten aanzien van reizen en/of logies 52 Telefonische oproepen of videoberichten 42 Luisteren naar webradio 28 Een inhoud publiceren die door de internetgebruiker zelf is gemaakt op een website, teneinde deze te delen 26 Verkoop van goederen of diensten 23 Via een website een afspraak maken met een arts, een paramedicus of een andere gezondheidsspecialist 22 Spelen van onlinespelletjes met anderen 17 Aanmaken van websites of blogs 7 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
15 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Cloudcomputing De in dit hoofdstuk genoemde cijfers hebben betrekking op individuen tussen 16 en 74 jaar die in de afgelopen drie maanden internet hebben gebruikt. Gebruik van cloudcomputingdiensten door individuen Grafiek 1.5. Gebruikgemaakt van opslagruimte op het internet (cloudcomputing), om privéredenen, tijdens de laatste drie maanden (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) 69% Ja Nee 72% Cloudcomputing betekent het op afstand opslaan van gegevens (zoals tekstbestanden, afbeeldingen en filmpjes) en software op computers; de gebruikers kunnen vervolgens met een toestel naar keuze via internet toegang tot deze gegevens krijgen. Bron: 31% 27% 15 In 2014 maakte in België 31 % van de individuen tussen 16 en 74 jaar gebruik van opslagruimte op het internet of van cloudcomputingdiensten voor privédoeleinden. Onze score is hoger dan het gemiddelde in de EU (27 %). De gebruiksgraad van deze diensten hangt samen met het geslacht, de leeftijd en het opleidingsniveau van de individuen. BE Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. EU Elektronisch delen van documenten om privéredenen FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen Het elektronisch delen van documenten, foto s, muziek, video s of andere bestanden om privéredenen gebeurt voornamelijk via het versturen van s met bijlagen (46 %). Ook wordt vaak gebruikgemaakt van de persoonlijke internetsites (zoals blogs) en de sociale netwerken (31 %). 24 % van de individuen deelt inhoud op andere wijze dan via of het internet; bijvoorbeeld door middel van een USB-stick of bluetooth-technologie. Eén individu op vijf (21 %) gebruikt cloudcomputing voor het delen van inhoud.
16 Tabel 1.6. Documenten, afbeeldingen, muziek, video s of andere bestanden elektronisch delen met anderen tijdens de laatste drie maanden, om privéredenen (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) Door gebruik te maken van s met bijlagen 46 Heeft tijdens de laatste drie maanden om privéredenen niet-elektronische documenten, afbeeldingen, muziek, video s of andere bestanden met anderen gedeeld 39 Via persoonlijke websites (bv. blogs) of sociaalnetwerksites (bv. Facebook) 31 Op een andere manier dan door gebruik te maken van s of het internet (bv. door middel van een USB-stick, een dvd of bluetooth) 24 Aan de hand van opslagruimte op het internet of onlinediensten om bestanden te delen (cloudcomputing) (bv. Google Drive, Dropbox, Windows SkyDrive/OneDrive, Picasa, Flickr) Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Type opgeslagen of gedeelde bestanden om privéredenen Het soort bestanden waarvoor opslagruimte op het internet of cloudcomputingdiensten gebruikt worden, geeft aan dat het merendeels gaat om foto s (77 %), gevolgd door bestanden voor tekstverwerking, rekenbladen of elektronische presentaties (50 %) en muziek (30 %). Tabel 1.7. Soort bestanden waarvoor tijdens de laatste drie maanden, om privéredenen, opslagruimte op het internet of onlinediensten (cloudcomputing) gebruikt werden om deze op te slaan of met anderen te delen (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) Foto s 77 Tekstverwerkingsbestanden, rekenbladen (spreadsheetbestanden) of elektronische presentaties 50 Muziek 30 Video s (met inbegrip van films en televisieprogramma s) 23 Digitale boeken (e-books) of digitale tijdschriften (e-magazines) 11 Andere 18 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
17 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Betaling voor de opslag of het delen van documenten om privéredenen De individuen die gebruik maken van de opslag op het internet of cloudcomputing, maken voor een overgrote meerderheid (90 %) gebruik van diensten waarvoor zij niet betalen. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Redenen voor het gebruik van opslagruimte op het internet of cloudcomputingdiensten om privéredenen 59 % van de gebruikers van deze diensten nemen hier hun toevlucht toe vanwege de flexibiliteit die deze bieden voor het verkrijgen van toegang tot opgeslagen inhoud vanuit verschillende computers en op verschillende plaatsen. Een andere stimulans voor 55 % van de gebruikers is het delen van inhoud. Eén op de twee gebruikers geeft als argument de bescherming tegen het eventuele kwijtraken van gegevens (49 %). Tabel 1.8. Redenen om tijdens de laatste drie maanden, om privéredenen, opslagruimte op het internet of onlinediensten (cloudcomputing) te gebruiken om documenten, afbeeldingen, muziek, video s of andere bestanden op te slaan of met anderen te delen (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) 17 Om bestanden vanop meerdere apparaten of plaatsen te kunnen gebruiken 59 Om meer geheugenruimte te kunnen gebruiken 55 Bescherming tegen gegevensverlies 49 Om gemakkelijk bestanden met anderen te kunnen delen 26 Toegang tot grote verzamelingen muziek, televisieprogramma s of films 12 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
18 Redenen om geen gebruik te maken van opslagruimte op het internet voor privéredenen Van de individuen die op de hoogte zijn van de opslagdiensten op internet, maar deze niet gebruiken, noemt 53 % het bewaren van bestanden op andere apparatuur zoals een pc, een notebook, een tablet of een smartphone. Opgemerkt dient te worden dat kwesties van veiligheid, de bescherming van het privéleven en vertrouwelijkheidsargumenten een belangrijke zorg zijn. Zo gebruikt 35 % van de individuen deze diensten niet om veiligheidsredenen, en ter bescherming van het privéleven. Bovendien heeft 19 % geen vertrouwen in de dienstverleners hiervan. Tabel 1.9. Redenen om tijdens de laatste drie maanden, om privéredenen, geen gebruik te maken van diensten die opslagruimte op het internet voorzien (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) Bewaart bestanden op een of meerdere eigen apparaten of op een account of slaat zelden of nooit bestanden op (*) Bewaart bestanden op een of meerdere eigen apparaten (zoals een pc, laptop, tablet of smartphone) 53 Deelt bestanden met anderen op een andere manier dan via opslagruimte op het internet of deelt helemaal geen bestanden met anderen (*) 38 Is bezorgd om de privacy of veiligheid 35 Slaat zelden of nooit bestanden op 25 Deelt bestanden met anderen op een andere manier dan via opslagruimte op het internet (bv. via , via sociale media, door middel van een USB-stick) 25 Weet onvoldoende of niet hoe zo n opslagruimte op het internet te gebruiken 24 Heeft geen of onvoldoende vertrouwen in de onlinedienstverleners (providers) 19 Deelt helemaal geen bestanden met anderen 13 Bewaart bestanden op een account 12 Andere redenen 6 (*) Bundeling van andere items. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
19 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Problemen ondervonden bij het gebruik van opslagdiensten op het internet of cloudcomputing Een grote meerderheid (60 %) van de gebruikers van deze diensten ondervinden hier geen problemen bij. De problemen die worden ondervonden hebben voornamelijk betrekking op technische aspecten zoals langzame toegang of werking (27 %), incompatibiliteit tussen de verschillende apparatuur of bestandsformaten (14 %) en technische problemen met de server (12 %). Gelukkig worden problemen gelinkt aan inbreuk op de veiligheid en het privéleven maar weinig genoemd. Tabel Problemen ondervonden bij het gebruik tijdens de laatste drie maanden, om privéredenen, van opslagruimte op het internet of onlinediensten (cloudcomputing) om documenten, afbeeldingen, muziek, video s of andere bestanden op te slaan of met anderen te delen (in % van individuen tussen 16 en 74 jaar die het internet gedurende de laatste drie maanden gebruikt hebben) Geen problemen ondervonden 60 Trage toegang of werking 27 Incompatibiliteit tussen verschillende apparaten of bestandsformaten 14 Technische problemen met de server (bv. de dienst was niet beschikbaar) 12 Moeilijkheden om bestanden van de ene naar de andere onlinedienstverlener (provider) te verplaatsen 5 De contractuele bepalingen en voorwaarden van de onlinedienstverlener (provider) zijn onduidelijk of moeilijk te begrijpen 5 Blootstelling van gegevens aan derden ten gevolge van veiligheidsproblemen of een inbreuk 3 Onrechtmatig gebruik van persoonlijke informatie door de onlinedienstverlener (provider) 2 Andere problemen 6 19 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Huishoudens en individuen
20 Ondernemingen 95,7 % 42,6 % van de Belgische ondernemingen heeft breedband (vast of mobiel); dit aandeel is bijna 100 % in de grote ondernemingen. van de Belgische ondernemingen gebruikt snelle breedband ( 30 Mbps), tegenover 23,5 % van de Europese ondernemingen. De ultrasnelle breedband ( 100 Mbps) wordt gebruikt door 16,9 % van de Belgische ondernemingen, tegenover 9,5 % op Europees niveau. 20 Het gebruik van een mobiele breedbandverbinding (3G of 4G) door de Belgische ondernemingen is in twaalf maanden in belangrijke mate gestegen, namelijk van 56,9 % in 2013 naar 65,7 % in Op dezelfde wijze is het gebruik van de mobiele smalbandverbindingen niet gedaald, deze is zelfs nog veelal aanwezig in onze bedrijven (56,7 %). 21,2 % (18,6 %). Opmerking vooraf van de Belgische ondernemingen koopt cloudcomputingdiensten, oftewel een aandeel dat hoger ligt dan het Europese gemiddelde De hieronder opgenomen cijfers waarbij de bronvermelding Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen staat, hebben betrekking op ondernemingen die minstens tien personeelsleden in dienst hebben. Hun indeling naar grootte ziet er als volgt uit: kleine ondernemingen (10-49 werknemers), middelgrote ondernemingen ( werknemers), grote ondernemingen (250 werknemers of meer). Voor de enquête over het gebruik van ICT (Informatie- en Communicatietechnologie) en e-commerce in ondernemingen heeft de AD Statistiek - Statistics Belgium van de FOD Economie eveneens onderzoek gedaan bij miniondernemingen (5 tot 9 werknemers). FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
21 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Om de gegevens op Europees niveau te kunnen vergelijken, omvatten de cijfers die opgenomen zijn in de Barometer geen gegevens van miniondernemingen. De geïnteresseerde lezer kan de resultaten van de enquête, inclusief de gegevens van de miniondernemingen, terugvinden in het deel Statistiek & Analyse ( fgov.be/nl/statistieken/cijfers/economie/ondernemingen/ict/) op de website van de FOD Economie. De benaming Belgische ondernemingen in de barometer verwijst naar de ondernemingen gevestigd in België, waaronder wordt verstaan ondernemingen met minstens tien werknemers. ICT-uitrusting Computer 98,1 % van de in België gevestigde ondernemingen maakt gebruik van computers, een lichte stijging ten opzichte van het voorgaande jaar (97,9 %). Tabel 2.1. Ondernemingen die computers gebruiken (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 98,1 99,8 99,7 97,8 EU 28 97,4 99,7 98,3 96,0 Max. EU ,0 100,0 100,0 100,0 Draagbaar toestel om zich voor beroepsdoeleinden op het internet aan te sluiten 70,4 % van de Belgische ondernemingen stellen hun werknemers draagbare toestellen ter beschikking waarmee deze om beroepsredenen op het internet kunnen aansluiten. Dit percentage verschilt naargelang de lidstaten van de EU. Het aantal voor België ligt aanzienlijk hoger dan het Europese gemiddelde (66,1 %) maar blijft onder het specifiek hoge percentage in de noordse landen ( 80 %). Grafiek 2.1. Ondernemingen die hun werknemers draagbare toestellen ter beschikking stellen voor het maken van een internetverbinding (via mobiele telefoonnetwerken) om beroepsredenen 89,4% 39,0% 66,1% 70,4% 21 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Slechts 2,2 % van de kleine ondernemingen die in ons land zijn gevestigd maken geen gebruik van een computer (desktopcomputer of laptop, tablet, smartphone ). FOD Economie - Barometer - Ondernemingen Min. EU 28 EU 28 BE Max. EU 28 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Deze indicator varieert sterk naargelang de grootte van de onderneming. In België is dit 67,2 % voor een kleine onderneming, 84,3 % voor een gemiddelde onderneming, en dit cijfer stijgt naar 93,6 % voor een grote onderneming.
22 22 Internet Toegang 97,4 % van de Belgische ondernemingen heeft toegang tot het internet, een lichte stijging ten opzichte van het voorgaande jaar (96,9 %). Tabel 2.2. Ondernemingen met internettoegang (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 97,4 99,5 99,4 97,0 EU 28 96,6 99,6 99,1 96,1 Max. EU ,0 100,0 100,0 100,0 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Bijna alle grote en middelgrote ondernemingen beschikken over internettoegang. Nauwelijks 3 % van de kleine ondernemingen in België heeft geen internettoegang. Er moet op gewezen worden dat 95,7 % van de Belgische ondernemingen toegang heeft tot breedband (vast of mobiel), waarbij dit percentage bijna 100 % is in grote ondernemingen. Vaste breedbandverbinding In België gebruikt 94,3 % van de ondernemingen een vaste breedbandverbinding (DSL, optische kabel, kabel, etc.). Tabel 2.3. Ondernemingen die gebruik maken van een vaste breedbandverbinding (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 94,3 99,3 97,6 93,6 EU 28 92,4 98,3 96,4 91,5 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Snelheid van de internetverbinding met de hoogste snelheid Bijna zeven op de tien Belgische ondernemingen (68,7 %) beschikken over een verbinding met een snelheid van ten minste 10 Mbps, waarbij dit bij minder dan een op de twee Europese ondernemingen het geval is (48,9 %). Tabel 2.4. Maximum overeengekomen downloadsnelheid van de snelste internetverbinding van ondernemingen, per internetsnelheid (Mbps) (in %) BE EU 28 Max. EU 28 minder dan 2 Mbps 6,0 6,0 19,6 minstens 2 Mbps en minder dan 10 Mbps 19,5 36,2 68,5 minstens 10 Mbps en minder dan 30 Mbps 26,2 25,4 41,1 minstens 30 Mbps en minder dan 100 Mbps 25,6 14,0 27,9 minstens 100 Mbps 16,9 9,5 24,9 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
23 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Zeer snelle breedbandverbinding 42,6 % van de Belgische ondernemingen maakt gebruik van zeer snelle breedbandlijnen ( 30 Mbps), tegenover 23,5 % van de Europese ondernemingen. Grafiek 2.2. Ondernemingen die beschikken over een zeer snelle breedbandverbinding ( 30 Mbps), ultrasnel ( 100 Mbps) EU 28 BE Max. EU 28 Mobiele verbinding Het gebruik van een mobiele verbinding komt meer voor in de Belgische ondernemingen (72,8 %) dan dat dit voor het Europese gemiddelde het geval is (68,3 %). Grafiek 2.3. Ondernemingen die een mobiele internetverbinding gebruiken via mobiele telefonienetwerken BE EU 28 52,6% 42,6% 72,8% 68,3% 65,7% 63,9% 56,7% 23 23,5% 24,9% 16,9% 30,3% 9,5% minstens 30 Mbps minstens 100 Mbps Mobiele verbinding (breedband of andere) Mobiele breedbandverbinding (3G of 4G) Andere mobiele verbinding (gsm, GPRS, EDGE) Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. De ultrasnelle breedbandverbinding ( 100 Mbps) wordt al gebruikt door 16,9 % van de Belgische ondernemingen, tegenover 9,5 % op Europees niveau. Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Het gebruik van een mobiele breedbandverbinding in de Belgische bedrijven is op een jaar tijd sterk gestegen, namelijk van 56,9 % in 2013 naar 65,7 % in Op dezelfde wijze is het gebruik van de mobiele smalbandverbindingen niet gedaald, deze is zelfs nog veelal aanwezig in onze bedrijven (56,7 %). FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
24 24 Internetsite 79,2 % van de Belgische ondernemingen heeft een website, waarbij een lichte vooruitgang in twaalf maanden wordt gezien (78,3 %). Deze stijging is specifiek hoger op het gebied van de bestellingen die op een website zijn ontvangen. Tijdens een in 2014 uitgevoerde enquête, verklaarde 19,4 % van de ondervraagde Belgische bedrijven bestellingen te hebben ontvangen, tegenover 15,0 % het jaar daarvoor. Tabel 2.5. Ondernemingen die een website hebben en ondernemingen die via een website bestellingen ontvangen hebben Ondernemingen die een website of webpagina hebben Ondernemingen die via een website bestellingen ontvangen hebben (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine EU 28 BE BE 73,6 79,2 96,2 90,8 76,5 13,6 19,4 31,8 21,1 18,7 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. De Belgische ondernemingen scoren beter dan het Europese gemiddelde, voor elk van de indicatoren. Desondanks zijn er nog stijgingsmarges. Publiciteit op het internet Ondernemingen kunnen ertoe besluiten om voor advertenties op het internet te betalen, voor zoekmachines, sociale media, andere internetsites, Belgische ondernemingen zijn minder geneigd om te betalen voor advertenties op deze media (23,1 %) dan hun Europese gelijken (24,9 %). Tabel 2.6. Ondernemingen die voor advertenties op het internet betalen Ondernemingen die voor advertenties op het internet betalen (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine EU 28 BE BE 24,9 23,1 35,6 25,1 22,3 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. De neiging om te betalen voor advertenties op het internet komt meer voor bij de grote ondernemingen. Het verschil tussen de grote en de kleine of middelgrote ondernemingen ligt hoger dan tien procentpunt. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
25 Ondernemingen ICT-gebruik Elektronische facturatie 82,2 % elektronisch). van de Belgische ondernemingen stuurt facturen naar andere ondernemingen of de overheid (b2bg), voor alle formaten samen (papier, Het versturen van papieren facturen komt nog het meest voor (80,5 %), en is zelfs het enige formaat dat (voor het opsturen) wordt gehanteerd door 52,4 % van de ondernemingen. Eén onderneming op vier (26,4 %) verstuurt facturen die niet automatisch kunnen worden verwerkt, en één op tien (10,9 %) verstuurt e-facturen die automatisch kunnen worden verwerkt. 25 Tabel 2.7. Ondernemingen die facturen sturen naar andere ondernemingen of naar de overheid (b2bg), naargelang het formaat (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine Alleen in papieren vorm 80,5 81,7 82,4 80,1 Facturen in elektronisch formaat, niet geschikt voor automatische verwerking 26,4 43,6 33,5 24,6 E-facturen in een standaardformaat, geschikt voor automatische verwerking 10,9 38,8 18,3 8,7 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Het versturen van facturen in elektronisch formaat wordt minder gehanteerd als de onderneming kleiner is. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
26 26 Automatische gegevensuitwisseling in een onderneming ERP-software wordt gebruikt voor het uitwisselen van informatie tussen de verschillende ondernemingsafdelingen (boekhouding, planning, productie, marketing, etc.). 47,3 % van de Belgische ondernemingen maakt gebruik van ERP-software, wat een aanzienlijke stijging is ten opzichte van het voorgaande jaar (40,8 %). Onze ondernemingen, waaronder de kleine en middelgrote bedrijven, staan hiervoor aan de top in de EU. Tabel 2.8. Ondernemingen die ERP-software hebben gebruikt (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 47,3 87,8 72,4 41,5 EU 28 31,0 75,8 54,3 25,7 Max. EU 28 47,3 92,0 72,4 41,5 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Dit hulpmiddel wordt vooral gebruikt door grote en middelgrote ondernemingen. Identificatie door radiofrequentiesystemen (RFID) De RFID is een automatische identificatiemethode voor de opslag en het verkrijgen op afstand van gegevens door het gebruik van radio-etiketten of transponders. 16,5 % van de Belgische ondernemingen maakt gebruik van identificatietechnologieën gebaseerd op radiofrequentiesystemen. Dit aandeel is in sommige sectoren hoger, zoals bij transport en opslag (20,3 %) en in de ICT-sector (24,9 %). Tabel 2.9. Ondernemingen die gebruik maken van identificatietechnologieën op basis van RFID (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 16,5 37,7 26,2 14,1 EU 28 10,0 36,7 21,0 7,3 Max. EU 28 20,9 58,8 38,0 17,2 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Het cijfer van de Belgische ondernemingen ligt hoger dan het Europese gemiddelde, ongeacht de grootte van de ondernemingen, hoewel er nog een mogelijke stijgingsmarge overblijft. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
27 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Onderstaande grafiek toont de gebruiksdoeleinden van de ondernemingen die de RFID-technologie hanteren. Grafiek 2.4. RFID-gebruik (in % van ondernemingen die RFID-technologie hanteren) Persoonsidentificatie of toegangscontrole Als onderdeel van het productie- en leveringsproces Voor productidentificatie na het productieproces 86,9% 30,2% 14,1% Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Betalend gebruik van cloudcomputingdiensten De in 2014 uitgevoerde enquête bevatte een speciale module gewijd aan cloudcomputing. Cloudcomputing (of cloud) betekent hier informaticadiensten op internet voor toegang tot software, rekencapaciteit, opslagruimte, enzovoort. De diensten moeten alle volgende eigenschappen bevatten: ze worden geleverd door informaticaservers van providers; ze zijn makkelijk uit te breiden of te beperken (bijvoorbeeld aantal gebruikers of wijziging van opslagruimte); eens ze geïnstalleerd zijn, kunnen ze worden gebruikt op vraag van de gebruiker, zonder menselijke interactie met de provider; ze zijn betalend, ofwel door de gebruiker, ofwel volgens de gebruikte capaciteit, of ze zijn voorafbetaald. Cloudcomputing kan verbindingen omvatten via een virtueel privénetwerk (VPN). Betaald gebruik 21,2 % van de Belgische ondernemingen koopt cloudcomputingdiensten, hoger dan het Europese gemiddelde (18,6 %). 27 FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
28 28 Tabel Ondernemingen die cloudcomputingdiensten kopen (in %) Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine BE 21,2 43,9 29,2 19,1 EU 28 18,6 34,7 23,8 17,2 Max. EU 28 50,8 68,9 60,1 48,4 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. De aankoop van clouddiensten is twee keer minder frequent in de kleine ondernemingen (19,1 %) dan in de grote ondernemingen (43,9 %). Gebruikte diensten Onderstaande tabel toont welke (betaalde) diensten door de Belgische ondernemingen worden gebruikt als deze van cloudcomputing gebruik maken. Tabel Gebruik van cloudcomputingdiensten door de ondernemingen (in % van ondernemingen die cloud gebruiken) Opslaan van bestanden 61,5 52,5 Hosting van de databank(en) van het bedrijf 45,4 Softwaretoepassingen voor financieel beheer of boekhouding 33,3 Kantoorsoftware 31,2 Beheer van klantengegevens (CRM) 26,2 Computervermogen waarop de eigen software van het bedrijf draait 23,0 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Belemmeringen Verschillende factoren kunnen een belemmering vormen voor het gebruik van cloudcomputingdiensten door Belgische ondernemingen. Tabel Factoren die een belemmering vormen voor het gebruik van de cloud door ondernemingen (in % van ondernemingen die cloud niet gebruiken) Onvoldoende kennis van cloudcomputing 25,7 Risico van een inbreuk op de beveiliging 24,5 Onzekerheid over de locatie van de gegevens 23,4 Hoge kosten voor de aankoop van cloudcomputingdiensten Onzekerheid over de toepasselijke wetgeving, bevoegde rechtbank, geschillenbeslechtingsmechanisme 21,6 18,7 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. De eerste factor die een belemmering vormt voor het gebruik van cloudcomputing door ondernemingen is het gebrek aan kennis van de cloud, een factor die door een vierde van de ondernemingen die geen gebruik maakt van de cloud (25,7 %) wordt aangevoerd. De tweede belemmering heeft betrekking op de risico s op het gebied van veiligheid (24,5 %), gevolgd door de onzekerheid over de lokalisatie van de gegevens (23,4 %). FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
29 Ondernemingen Domeinnamen (gegevens 2014) Domeinnamen.brussels en.vlaanderen Sinds de herfst van 2014 bestaan er twee nieuwe extensies. Dit zijn de domeinnamen.brussels en.vlaanderen. 29 De genoemde cijfers moeten in de volgende context worden geplaatst: eind 2014 bevonden beide extensies zich nog in de lanceringsfase, hetgeen verklaart waarom het aantal registraties nog laag is. Eind 2014 steeg het totale aantal registraties tot domeinnamen voor de extensie.brussels en domeinnamen voor de extensie.vlaanderen. Bron: DNS Belgium. FOD Economie - Barometer - E-commerce FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
30 Evolutie en toename van het aantal domeinnamen.be Het aantal domeinnamen.be stijgt elk jaar sinds Toch vervaagt de jaarlijkse stijging geleidelijk: dit is +4,1 % in 2014 (ten opzichte van 2013), tegenover 6,5 % in 2013 en 10,4 % in Gebruik van de domeinnaam.be Grafiek 2.6. Gebruik van de domeinnaam.be Enkel website 12,6% Grafiek 2.5. Evolutie en jaarlijkse wijziging van het aantal domeinnamen.be Aantal Jaarlijkse wijziging % Enkel 4,8% 30 Aantal % 15% 10% Jaarlijkse wijziging De twee 70,0% Geen 12,6% Bron: DNS Belgium. 5% 0% Bron: DNS Belgium. Soorten websites 48 % van de domeinnamen.be is bestemd voor websites gewijd aan ondernemingen. In twaalf maanden is deze categorie licht gestegen. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
31 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tabel Inhoud van.be -websites (in %) en evolutie (in procentpunt) Evolutie Bedrijfswebsite 46,9 48,0 1,1 Niet-commerciële website 21,7 18,6-3,1 Foutmelding 7,4 15,4 8,0 Pay per click 4,1 2,1-2,0 Persoonlijke/gezinsblog 4,7 4,8 0,1 Webshop 4,7 3,8-0,9 Portal/media 2,3 1,7-0,6 Website om te verkopen 3,4 2,3-1,1 Andere 4,8 3,3-1,5 Bron: DNS Belgium. Top-level domain (TLD) Het merendeel van de Belgen reserveert domeinnamen.be (59,5 %). Dit marktaandeel maakt een lichte stijging door (twee jaar geleden was dit 58,1 %). Grafiek 2.7. Marktaandelen TLD in België.be 59,5% 31 Nationaliteit van de houders van.be -domeinnamen 67 % van de houders van.be -domeinnamen zijn van Belgische nationaliteit. Tabel 2.4. Nationaliteit van de eigenaars van.be -websites (in %) 2014 BE 67,0 NL 19,0 FR 5,4 DE 1,7 GB 1,2 US 1,2 Andere 4,4.com 15,1%.net 7,2%.eu 8,0% Bron: DNS Belgium, Zooknic + info cctld..cctld 6,5%.org 1,9%.info 1,1%.biz 0,6%.mobi 0,1% Bron: DNS Belgium. FOD Economie - Barometer - Ondernemingen
32 E-commerce 54,2 % van de Belgen heeft online aankopen gedaan, een belangrijke stijging van 6,6 procentpunt in twaalf maanden. Voor de eerste keer heeft België de doelstelling van 50 % van de DAE bereikt en deze zelfs overtroffen. 32 Het aandeel van de omzet uit e-commerce van Belgische ondernemingen is sterk gestegen in twaalf maanden, namelijk van 13,5 % naar 21,8 %. Dit ligt sindsdien boven het Europese gemiddelde (15,1 %). 24,4 % 32,2 % van de Belgische ondernemingen doet aan onlineverkoop, hoger dan het Europese gemiddelde (17,8 %). van de Belgische ondernemingen doet aan onlineaankopen, een stijging van 11,3 procentpunt in twaalf maanden. Dankzij deze toename wordt een deel van de achterstand van Belgische ondernemingen ingelopen ten opzichte van het Europese gemiddelde (37,5 %). FOD Economie - Barometer - E-commerce
33 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Europese doelstellingen De Digital Agenda for Europe (DAE) heeft vier doelstellingen vastgelegd die betrekking hebben op e-commerce, tegen 2015: 50 % van de bevolking moet online aankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 37 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden goederen en diensten voor particulier gebruik besteld via het internet.) 20 % van de bevolking moet over de grenzen van het eigen land onlineaankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 8 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar in de vorige twaalf maanden via het internet goederen en diensten besteld bij verkopers in een ander EU-land.) 33 % van de kmo s (10 tot 249 werknemers) moet tegen 2015 online aankopen. (Vertreksituatie: in 2008 bedroeg de onlineaankoop door bedrijven 24 %; de daarmee gemoeide bedragen bedroegen 1 % of meer van de omzet/totale aankopen.) 33 % van de kmo s (10 tot 249 werknemers) moet tegen 2015 online verkopen. (Vertreksituatie: in 2008 bedroeg de onlineverkoop door bedrijven 12 %; de daarmee gemoeide bedragen bedroegen 1 % of meer van de omzet/totale aankopen.) Bron: Een digitale agenda voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2. Huishoudens en individuen 33 Onlineaankopen door particulieren 54,2 % van de Belgen heeft in de afgelopen twaalf maanden onlineaankopen gedaan, tegenover 47,6 % in Mannen kopen meer online dan vrouwen, hoewel dit verschil sinds drie jaar minder schijnt te worden. In 2012 heeft 48,8 % van de mannen een onlinebestelling gedaan ten opzichte van 41,5 % van de vrouwen, een verschil van 7,3 procentpunt. In 2014 bedroegen de percentages respectievelijk 56,7 % voor mannen en 51,8 % voor vrouwen, een verschil van 4,9 procentpunt. FOD Economie - Barometer - E-commerce
34 Grafiek 3.1. Individuen die, in de laatste twaalf maanden, online hebben besteld 78,7% Onlineaankopen door particulieren bij buitenlandse verkopers Meer dan één op de drie Belgen (33,9 %) heeft onlineaankopen gedaan bij verkopers in andere landen van de Europese Unie. 54,2% 50,2% DAE (2015) 50% Grafiek 3.2. Individuen die, in de laatste twaalf maanden, online goederen of diensten besteld hebben bij een leverancier uit een andere Europese lidstaat 65,4% 34 10,1% 33,9% BE EU 28 Min. EU 28 Max. EU 28 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), Eurostat. Voor de eerste keer heeft België (54,2 %), dankzij deze belangrijke stijging van 6,6 procentpunt, de doelstelling van 50 % van de DAE bereikt en deze zelfs overtroffen. Onze buurlanden en de noordse landen tonen evenwel aanzienlijk hogere percentages (62,2 % naar 78,7 %). 14,6% DAE (2015) 20% 1,2% BE EU 28 Min. EU 28 Max. EU 28 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium; Eurostat. België heeft in 2012 de doelstelling van 20 % van de DAE al overtroffen en dit cijfer is elk jaar verder gestegen. Ons land kende vorig jaar zelfs een grote stijging omdat deze indicator een stijging van 6,3 procentpunt registreerde tussen 2013 en FOD Economie - Barometer - E-commerce
35 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Zoals ook al in de vorige uitgave werd vernoemd, bestaat er een effect gelinkt aan de grootte van het land, in termen van oppervlakte en bevolking, hetgeen het resultaat ten opzichte van deze indicator beïnvloedt. Het zijn de kleine landen die de beste resultaten tonen, zoals Luxemburg (65,4 %) met de beste score. Omdat er maar een beperkt aantal lokale onlineverkopers beschikbaar zijn, is de bevolking van dit land sterk geneigd om op buitenlandse sites te kopen. Betaalwijze voor onlineaankopen door particulieren De krediet- of debetkaart is de meest populaire betaalwijze op het web: in België gebruikt 82,6 % van de internetgebruikers die de laatste twaalf maanden via het internet goederen of diensten voor persoonlijk gebruik hebben besteld (hierna de e-kopers ) deze manier van betaling. Dat percentage schommelt naargelang het type ekopers (mannen 84,3 %, vrouwen 80,6 %) en hun opleidingsniveau (laag 69,8 %, gemiddeld 79,8 %, hoog 89,8 %). De combinatie van deze twee criteria geeft extreme resultaten: 63,5 % voor vrouwen met een laag opleidingsniveau, tegenover 92 % voor mannen met een hoog opleidingsniveau. Hoewel minder populair, wordt betaling via elektronische overschrijving in België door ongeveer vier e-kopers op tien (39,2 %) verkozen. FOD Economie - Barometer - E-commerce Grafiek 3.3. Betaalwijze van de gedurende de laatste twaalf maanden via het internet, voor privégebruik, gekochte of bestelde goederen of diensten (% individuen die de laatste twaalf maanden via internet goederen of diensten voor privégebruik besteld hebben) 82,6% Een kredietkaart of debetkaart via internet 39,2% Een elektronische overschrijving via internetbankieren 10,4% Heeft niet betaald via internet (a) (a) Maar bv. contant of via een klassieke (papieren) overschrijving. 7,5% Met een prepaidkaart of een prepaidrekening via internet (b) (b) Dit is een kaart of rekening waarop vooraf het te besteden bedrag voorzien wordt. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium. Eén e-koper op tien (10,4 %) heeft niet betaald via internet (maar bijvoorbeeld cash of via gewone overschrijving) om producten en diensten op internet te bestellen of aan te kopen. Deze niet-digitale betaalmanieren kunnen worden beschouwd als een digitale kloof. Ze worden meer gebruikt door vrouwen (12,3 %) dan door mannen (8,6 %) en de keuze voor deze vorm van betaling is omgekeerd evenredig met het niveau van opleiding (laag 16,2 %, gemiddeld 11,5 %, hoog 7,1 %). 7,5 % van de Belgische internetgebruikers gebruikten een voorafbetaalde kaart of rekening om op het web te bestellen of te kopen. Dat wordt veelal gedaan door studenten (11,9 %) en werkloze internetgebruikers (12,8 %), ongetwijfeld omdat die twee bevolkingsgroepen makkelijker aan dergelijke betaalinstrumenten raken dan aan een kredietkaart (of debetkaart). 35
36 Goederen en diensten door particulieren online gekocht 36 Onderstaande tabel toont in afnemende volgorde een lijst van goederen en diensten die de afgelopen twaalf maanden door de Belgen via internet aangekocht of besteld werden voor privédoeleinden. Tabel 3.1. Goederen of diensten die de afgelopen twaalf maanden via internet besteld werden voor privédoeleinden (% individuen die de laatste twaalf maanden via internet goederen of diensten voor privégebruik besteld hebben) (in %) Kleding of sportgerief 46,5 Toeristische verblijfsaccommodaties (a) 41,0 Tickets voor evenementen 39,1 Andere reisbestedingen (b) 30,2 Huishoudgoederen (c) 25,8 Boeken, tijdschriften en/of kranten (digitale boeken (e-books) inbegrepen) 25,8 Elektronische toestellen (d) 17,4 Muziek 16,6 Telecommunicatiediensten (e) 12,8 Computer- en/of videospelletjes en/of bijbehorende upgrades 12,4 Computerhardware 11,2 Films 10,4 Computerprogramma s (computersoftware) en/of bijbehorende upgrades, met uitzondering van spelletjes 9,5 Voeding of kruidenierswaren 9,4 Aandelen, financiële diensten of verzekeringen 6,0 Geneesmiddelen of medicijnen (*) 4,4 E-learningmateriaal (onlinecursussen) 3,0 Andere 17,4 (a) Zoals bv. hotelkamers en vakantiehuizen. (b) Zoals bv. het aankopen van vliegtickets of het huren van wagens. (c) Bv. meubelen, speelgoed, keukengerei- en toestellen, wasmachines, badkamerartikelen, voertuigen, planten, tuingereedschap, werkgereedschap, antiek, kunst, verzamelobjecten, (d) Bv. gsm s, camera s, radio s, televisies, stereo-installaties, dvd-spelers, videorecorders, (e) Zoals bv. een abonnement voor televisie, internet, telefoon of gsm, het opladen van belwaarde, (*) Bundeling van andere items. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - E-commerce
37 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De categorie Kleding, sportgerief wordt het meest genoemd (46,5 %) in 2014, waarbij dit aandeel elk jaar stijgt (31,1 % in 2011, 35,6 % in 2012, 43 % in 2013). De aankopen met betrekking tot vakanties staan bovenaan de lijst, op de tweede plaats komt toeristische verblijfsaccomodaties (41 %) en op de vierde plaats, overige reisbestedingen (30,2 %). Meer vrouwen kopen kleding- en sportartikelen (vrouwen 55,4 %, mannen 38,4 %), en boeken, tijdschriften, kranten (vrouwen 27 %, mannen 24,8 %). Mannen op hun beurt kopen meer muziek (mannen 19,6 %, vrouwen 13,3 %), maar vooral alles wat te maken heeft met informatica of elektronica, zoals computermateriaal (mannen 15,5 %, vrouwen 6,6 %), software (mannen 12,5 %, vrouwen 6,2 %), elektronische toestellen (mannen 21,2 %, vrouwen 12,4 %), Verkopers bij wie goederen en diensten besteld of aangekocht werden via het internet Bij hun onlineaankopen bestellen of kopen Belgische internetgebruikers in groten getale bij Belgische verkopers (80,6 %). Zij kopen ook bij verkopers van andere landen van de EU (62,5 %), maar naar verhouding ligt dit lager (ongeveer 18 procentpunt verschil). Het aantal ligt echter veel lager van de aankopers online bij verkopers in landen buiten de grenzen van de Europese Unie (15,3 %). Grafiek 3.4. Verkopers bij wie, in de laatste twaalf maanden, goederen of diensten werden besteld of aangekocht via het internet (% individuen die gedurende de afgelopen twaalf maanden online aankopen of bestellingen deden) 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Verkopers gevestigd in België Verkopers gevestigd in andere EU-landen Verkopers gevestigd in landen die geen deel uitmaken van de EU Land van herkomst van de verkoper onbekend 80,6% 62,5% 15,3% 4,7% Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium. Sinds 2010 is er een jaarlijkse stijging van Belgen die hun onlineaankopen doen bij verkopers gevestigd in België en in andere landen van de EU, waarbij het verschil hiertussen relatief stabiel is (ongeveer 22 %) tot 2013, met een lichte inkrimping (18,1 %) in FOD Economie - Barometer - E-commerce
38 38 Profiel van de e-kopers Mannen en vrouwen hebben naar verhouding een gelijke voorkeur voor het aankopen via het internet bij verkopers gevestigd in België. Vrouwen zijn minder in aantal dan de mannen als het gaat om aankopen bij verkopers van andere landen. Grafiek 3.5. Verkopers (per geografische zone) bij wie in de afgelopen twaalf maanden goederen of diensten werden besteld of gekocht via het internet (% individuen, mannen/vrouwen, die de afgelopen twaalf maanden via het internet goederen of diensten bestelden) 80,7% 80,4% Verkopers gevestigd in België 60,0% Vrouwen 64,7% Verkopers gevestigd in andere EU-landen Mannen 11,8% 18,6% Verkopers gevestigd in landen die geen deel uitmaken van de EU 4,4% 5,0% Land van herkomst van de verkoper onbekend Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium. De verschillen tussen mannen en vrouwen hebben de neiging tot inkrimpen ten opzichte van het jaar Voor wat betreft de verkopers van België was in 2013 het verschil in procentpunt 2,8 ten gunste van de vrouwen en dit is verminderd tot 0,3 in Bij verkopers gevestigd in andere landen van de EU, is dit verschil nog verder gekrompen: van 8,8 ten gunste van de mannen in 2013 naar 4,7 in Kennis van de basisrechten van de e-consument in EU De Belgische internauten kennen beter hun rechten in de EU ten aanzien van onlineaankopen. In 2014 steeg het percentage van Belgische internetgebruikers met kennis van elk van de vier fundamentele rechten. Het aantal dat deze rechten helemaal niet kent, is verminderd. Tabel 3.2. Kennis van de fundamentele rechten van de consumenten in de EU over onlineaankopen (% individuen die het internet al gebruikten) (in %) Weet dat de bescherming van de privacy en andere persoonlijke gegevens gegarandeerd moet zijn Weet dat voor de meeste goederen het recht op annulering van de aankoop en bij annulering het recht op een snelle terugbetaling van de betaalde som bestaat Weet dat het recht bestaat om geïnformeerd te worden over contractuele voorwaarden Weet dat de levering van goederen binnen de 30 dagen na het plaatsen van de bestelling dient te gebeuren Kent geen van bovenvermelde consumentenrechten Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie AD Statistiek Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - E-commerce
39 E-commerce Ondernemingen De gegevens waarbij de vermelding Bron: Enquête naar het gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen vermeld staat, omvat de ondernemingen die minstens tien personeelsleden in dienst hebben. Ze worden als volgt gerangschikt: miniondernemingen (10-49 werknemers), middelgrote ondernemingen ( werknemers), grote ondernemingen (250 werknemers of meer). Omzet afkomstig uit elektronische handel 39 Het omzetaandeel van de Belgische ondernemingen afkomstig van e-commerce is in twaalf maanden flink gestegen. Dit percentage steeg van 13,5 % naar 21,8 % en bevindt zich nu boven het Europese gemiddelde. Het totaal aantal verkopen (exclusief btw) via een website en via EDI-berichten vertegenwoordigt respectievelijk 8 % en 13,8 % van het omzetcijfer van de Belgische ondernemingen. Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - E-commerce
40 Grafiek 3.6. Percentage van de totale omzet van ondernemingen, dat gerealiseerd wordt door e-commerce BE EU 28 Max. EU 28 63,3% Dankzij deze stijging halen de Belgische ondernemingen een deel van hun achterstand in BE met betrekking EU 28 Max. tot EU het 28 Europese gemiddelde (37,5 %). 88,1% Grafiek 3.7. Ondernemingen die bestellingen plaatsten via informaticanetwerken 76,1% 71,9% 70,6% 40 21,8% 52,1% 15,1% 30,8% 20,5% 15,9% 45,3% 11,5% 2,4% 27,5% Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine 5,9% Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Het aandeel van de e-commerce hangt in grote mate af van de grootte van de ondernemingen. Het aantal varieert van 2,4 % voor de kleine Belgische ondernemingen tot 30,8 % voor de grote ondernemingen. Onlineaankopen (website of EDI) door ondernemingen 32,2 % van de Belgische ondernemingen voert zijn aankopen online uit, hetgeen een stijging is van 11,3 procentpunt in twaalf maanden. Deze stijging wordt geregistreerd in elk type ondernemingen (groot, middelgroot, klein). 32,2% 37,5% 58,3% 57,9% 39,4% 45,3% 30,0% Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine 35,5% Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. 24,4 % van de Belgische ondernemingen verkoopt online, een getal dat boven het Europese gemiddelde (17,8 %) ligt. Dit percentage is hoger dan het Europese gemiddelde, voor elk type ondernemingen (klein, middelgroot, groot). FOD Economie - Barometer - E-commerce
41 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grafiek 3.8. Ondernemingen die bestellingen ontvingen via informaticanetwerken 24,4% 28,0% 17,8% 49,1% BE EU 28 Max. EU 28 53,4% 40,3% 32,8% 40,4% 25,3% 22,1% 26,1% Ondernemingen Grote Middelgrote Kleine 15,8% Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. Online aan- en verkoop door kmo s (10 tot 249 werknemers) De DAE heeft als doelstelling dat tegen % van de kleine en middelgrote ondernemingen onlineaankopen/verkopen uitvoert. Tabel 3.3. Kmo s (10 tot 249 werknemers) die online aankopen (minstens 1 % van de aankopen) / online verkopen (minstens 1 % van de omzet) (in %) BE EU 28 Max. EU 28 Kmo s die online aankopen (minstens 1 % van alle aankopen) 15,5 22,0 71,5 Kmo s die online verkopen (minstens 1 % van de omzet) 22,2 14,6 25,9 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), Eurostat. Een minderheid van landen bereikt of overtreft de doelstelling van de onlineaankopen (Denemarken, Tsjechische Republiek, Luxemburg, Ierland, Finland). Hiertegenover staat dat geen enkele lidstaat van de EU de doelstelling behaalde ten aanzien van de onlineverkopen door 33 % van de Kmo s. Verdeling (b2c, b2bg) van verkoop via een website In België is 43 % van de uitgevoerde omzetcijfers gerealiseerd via een website afkomstig van de b2c-verkoop (verkoop van de onderneming aan de consument), ten opzichte van 39 % op Europees niveau. Dit onderdeel varieert sterk tussen de lidstaten van de EU: voor Slovenië is dit 3 %, tegenover 66 % voor Malta. Tabel 3.4. Verkopen volgens bestemming (b2c, b2bg) via een website, gedurende het voorbije jaar (% van omzet gerealiseerd via een website) BE EU 28 Verkopen van bedrijf aan consument (b2c) Verkopen van bedrijf aan bedrijf en aan de overheid (b2bg) Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. FOD Economie - Barometer - E-commerce
42 42 Onlinebemiddeling, klachten en meldingen Onlinebemiddeling Belmed ( is een onlineplatform dat de FOD Economie ter beschikking stelt aan consumenten en ondernemingen. Hiermee kunnen commerciële geschillen worden opgelost via internet, buiten de rechtbanken, dankzij de tussenkomst van een onafhankelijke mediator. Belmed heeft in aanvragen voor buitengerechtelijke regelingen ontvangen. Tabel 3.5. Aanvragen geadresseerd aan Belmed in 2014 (opgedeeld per sector) Sector Aanvragen Consumptiegoederen 36 Algemene diensten aan consumenten 25 Financiële diensten 12 Postdiensten en elektronische communicatie 8 Energie en water 6 Vervoerdiensten 3 Vrijetijdsdiensten 3 Gezondheid 1 Onderwijs 0 Totaal 94 Bron: FOD Economie AD Economische Inspectie. Deze aanvragen hadden vooral betrekking op vrijetijdsdiensten en consumptiegoederen. Klachten en meldingen klachten en meldingen over de digitale economie kwamen in 2014 binnen bij de AD Economische Inspectie van de FOD Economie. Tabel 3.6. Klachten en meldingen over handelspraktijken in de digitale economie Elektronische handel als verkoopkanaal Ongevraagde elektronische reclame Spamming met poging tot fraude Betaalde handelspraktijken via sms Illegale handelspraktijken via 0903-nummers Totaal Bron: FOD Economie AD Economische Inspectie. 69,4 % van de klachten en meldingen hadden betrekking op e-commerce. Een op de twee meldingen (50 %) had te maken met misleidende handelspraktijken, en drie op de tien meldingen (31,2 %) refereerden aan het uitblijven van de levering. Tabel 3.7. Klachten en meldingen over e-commerce (in %) Misleidende handelspraktijken 50,0 Uitblijven van levering van enig product dat, of van enige dienst die, betaald werd bij de bestelling Woekerprijzen voor concerttickets die in België werden verkocht en die vervolgens worden doorverkocht op buitenlandse websites 31,2 8,0 Zwartwerk 3,6 De wijze waarop de instemming met het sluiten van een consumentencontract verkregen werd afgedwongen aankoop 3,2 Namaak 2,2 De transparantieverplichting op het vlak van identificatie van de dienstverlener en over prijzen van goederen en diensten, het ontbreken van identificatiegegevens 1,2 Piramideverkoop 0,4 Agressieve handelspraktijken 0,2 Totaal 100,0 Bron: FOD Economie AD Economische Inspectie.
43 E-government Hoewel het percentage burgers dat nooit zijn eid-kaart heeft gebruikt met behulp van een elektronische identiteitskaartlezer hoog blijft (49,1 %), is dit cijfer in een jaar tijd drastisch verlaagd en ligt het voor de eerste keer lager dan 50 %. 55,1 % van de burgers heeft van het internet gebruik gemaakt voor zijn betrekkingen met overheidsinstanties, een stijging van 5 procentpunt ten opzichte van ,4 % van de particulieren dat in België is gevestigd in 2014 heeft ingevulde formulieren gestuurd naar overheidsinstanties via internet, de 7e plaats in de EU. De globale indicator over de beschikbaarheid van diensten gelinkt aan levensgebeurtenissen steeg. Dit cijfer gaat van 74 in 2013 naar 81 in Deze score plaatst België op de 12e plaats van de EU, hetgeen een vooruitgang van twee plaatsen is ten opzichte van het voorgaande jaar. Wat betreft de Open Data (open gegevens) en het hergebruik van informatie van de overheidssector, neemt België de 15e plaats in onder de 28 lidstaten van de EU, volgens een scorebord gepubliceerd in december Europese doelstellingen 43 De Digital Agenda for Europe (DAE) bepaalt tegen 2015 twee doelstellingen voor onlineadministratie: 50 % van de burgers moet de diensten van onlineadministratie gebruiken, en meer dan de helft van hen (dus 25 % van de burgers) moet ingevulde formulieren terugsturen. [vertreksituatie: in 2009 gebruikte 38 % van de burgers van 16 tot 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden e-overheidsdiensten, 47 % van hen voor het versturen van ingevulde formulieren] Bron: Een digitale strategie voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2. FOD Economie - Barometer - E-government FOD Economie - Barometer - E-government
44 44 Huishoudens en individuen eid elektronische identiteitskaart en elektronische identiteitskaartlezer Minder dan twee derde van de huishoudens (62,2 %) beschikt niet over een elektronische identiteitskaartlezer. Dit verschijnsel is sterker in huishoudens die bestaan uit een enkele volwassene (met of zonder kinderen): dit komt voor bij bijna zeven op de tien alleenstaanden (69,7 %) en bij drie vierde (74,4 %) van de huishoudens met een volwassene met kinderen. Hoewel de elektronische identiteitskaartlezer een minderheidspositie inneemt, wordt deze meer en meer in de huishoudens toegepast. Deze werd in 2014 gebruikt in 37,8 % van de huishoudens, ten opzichte van 32,8 % in Grafiek 4.1. Beschikbaarheid van een kaartlezer voor de elektronische identiteitskaart (eid) in de huishoudens die over één of meerdere pc s beschikken 100% 80% 60% 40% 20% 0% Gezin zonder eid-kaartlezer 12,1% 15,4% 22,0% Gezin met een eid-kaartlezer 26,6% 29,7% 32,8% 37,8% 62,2% Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium. De stijging in de beschikbaarheid van de elektronische identiteitskaartlezer in de huishoudens gaat gepaard met de stijging van het gebruik van deze apparaten door individuen. 43,5 % van de individuen tussen 15 en 64 jaar heeft in de afgelopen twaalf maanden zijn eid-kaart gebruikt met behulp van een elektronische identiteitskaartlezer (28,9 % in de afgelopen drie maanden, 14,5 % in de negen overige maanden). Dit aandeel is gestegen met 9,6 procentpunt ten opzichte van 2013 waarin dit 33,9 % was. Grafiek 4.2. Gebruik eid met behulp van een elektronische kaartlezer (% individuen) 49,1% Nooit elektronisch gebruikt In de loop van de afgelopen drie maanden Tussen drie maanden en een jaar geleden Meer dan een jaar 7,4% 43,5% 28,9% 14,5% Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium. Hoewel het percentage burgers dat nooit zijn eid-kaart heeft gebruikt met behulp van een elektronische identiteitskaartlezer hoog is (49,1 %), is dit aandeel drastisch gedaald in een jaar en ligt dit voor het eerst lager dan 50 %. FOD Economie - Barometer - E-government
45 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Interactie met de overheidsinstanties via het internet 55,1 % van de in België gevestigde burgers heeft van internet gebruik gemaakt voor zijn betrekkingen met overheidsinstanties, een stijging van ruim 5 procentpunt ten opzichte van Dankzij dit resultaat neemt België de 9e plaats in onder de 28 lidstaten van de EU, en overtreft het de eerste doelstelling van de DAE over de e-overheid (50 % van de burgers moet de diensten van onlineadministratie gebruiken). Grafiek 4.3. Internetgebruik (gedurende de laatste twaalf maanden) voor de contacten tussen de burgers en de overheidsinstanties (% individuen) 55,1% 84,4% 46,7% Om contact op te nemen met de overheidsinstanties 44,0% BE EU 28 Max. EU 28 81,1% 40,7% Om via websites informatie te verkrijgen van overheidsinstanties FOD Economie - Barometer - E-government 36,4% 66,3% 26,1% Om ingevulde formulieren terug te sturen 28,5% 60,5% 29,4% Om officiële formulieren te downloaden Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium, Eurostat. In België heeft 36,4 % van de particulieren ingevulde formulieren opgestuurd naar overheidsinstanties via het internet, de 7e beste score van de EU in De doelstelling van 25 %, gesteld door de DAE, die door België al sinds 2011 is gehaald, is nu ver overtroffen. Redenen om de formulieren niet online in te vullen of via internet naar de administratie te versturen Er zijn verschillende redenen die verklaren waarom burgers geen ingevulde formulieren via het internet naar de overheidsinstanties sturen. Tabel 4.1. Redenen om gedurende de laatste twaalf maanden formulieren ingevuld om privéredenen, die naar de overheid verzonden dienden te worden, niet via internet in te vullen en te versturen (% individuen tussen 16 en 74 jaar die gedurende de laatste twaalf maanden om privéredenen ingevulde formulieren naar de overheid dienden te versturen, maar dit niet via internet gedaan hebben) Gebrek aan persoonlijk contact; verkiest persoonlijk langs te gaan 24,9 Heeft meer vertrouwen in het versturen van papieren formulieren 20,5 Gebrek aan vaardigheden of kennis 15,0 Iemand anders heeft het formulier of de formulieren ingevuld en verstuurd (elektronisch of op papier) Ongerustheid over de bescherming en beveiliging van persoonlijke gegevens Gebrek aan of problemen met een elektronische handtekening, elektronische identiteit of elektronisch certificaat (vereist om zich te authenticeren of de dienst te gebruiken) 13,8 10,5 7,1 Gebrek aan een onmiddellijke reactie 6,3 De betrokken diensten vereisen hoe dan ook een persoonlijk bezoek of het versturen van papieren formulieren Er was geen website voorzien om formulieren in te vullen en naar de overheid te versturen Er was een technische storing op de website tijdens het invullen of versturen van het formulier of de formulieren 5,2 4,3 1,7 Andere redenen 41,8 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium. 45
46 De twee meest genoemde redenen tonen duidelijk dat de papieren formule een gewoonte is van een grote minderheid van Belgen die formulieren moeten invullen en versturen naar de overheidsinstanties: één op vier individuen (24,9 %) gaat liever persoonlijk naar de overheidsinstanties, terwijl één op vijf individuen (20,9 %) meer vertrouwen heeft in een papieren formule. Het gebrek aan kennis of vaardigheden is de derde meest genoemde reden (15 %). Tax-on-web Grafiek 4.4. Aantal aangiftes in de personenbelasting Papier Verstuurde VVA's Tax-on-web De belastingplichtige Belgen kunnen hun aangifte doen voor de personenbelasting (pb) met de papieren versie die zij per post ontvangen of met de elektronische versie via internet ( be). Sinds enkele jaren stuurt de overheid vereenvoudigde aangiftes (VVA s) naar bepaalde categorieën belastingplichtigen. Sinds 2010 is het aantal elektronische aangiftes hoger dan het aantal op papier. In 2014 werd 51 % van de pb s naar de belastingdienst uitgevoerd in elektronische versie Bron: FOD Financiën Belastingplichtigen kunnen zelf hun pb-aangifte online invullen, en kunnen ook een beroep doen op de assistentie van vertegenwoordigers of ambtenaren. In 2014 werden er pb s online ingevuld, en wel volgens de onderstaande verdeling: 40,3 % door de burgers zelf, 32 % door vertegenwoordigers, 27,6 % door ambtenaren. Bron: FOD Financiën. De applicatie Tax-on-web vereist het gebruik van een beveiligde authenticatiemethode, hetzij met een wachtwoord, hetzij met een elektronische identiteitskaart (eid). FOD Economie - Barometer - E-government
47 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." De eid-identificatie stijgt elk jaar: deze werd gebruikt door 54,6 % van de belastingplichtigen die hun aangifte in 2012 online deden, door 58,8 % in 2013 en door 65,5 % in Bron: FOD Financiën. Onlineoverheidsdiensten In 2014 publiceerde de Europese Commissie de resultaten van een maatregel van de eoverheid in Europa. Het onderzoek was gericht op onlinediensten met betrekking tot zeven gebeurtenissen uit het leven: studeren, verhuizen, werkloos worden en het zoeken naar een baan, het bezit van een auto en hierin rijden, regelmatige uitvoering van handelsactiviteiten (zoals de overheids- en belastingvereisten, menselijk potentieel en de teruggave van de btw), het oprichten van een onderneming en handelsactiviteiten vooraf uitvoeren, een regelingsprocedure voor kleine geschillen starten. De prestatie-indicatoren van de eoverheid zijn gemeten volgens vier criteria: 1. Gebruikersgerichtheid (4 indicatoren) Dit criterium geeft aan in welke mate de informatie over deze dienst online wordt verstrekt en hoe deze door de gebruiker wordt waargenomen. 2. Transparante overheid (3 indicatoren) Dit criterium geeft aan in welke mate de overheden transparant zijn omtrent hun eigen verantwoordelijkheden en hun prestaties, het dienstverleningsproces en tot slot de persoonlijke gegevens. 3. Grensoverschrijdende mobiliteit (4 indicatoren) Dit criterium geeft aan in welke mate burgers in de EU onlinediensten kunnen gebruiken in een ander land (d.w.z. indien de diensten worden gebruikt in land A, deze ook kunnen worden gebruikt in land B). Voor deze referentie zijn de gebruikte indicatoren hetzelfde als die van de gebruikersgerichte benadering. 4. Essentiële voorwaarden (5 elementen) Dit criterium geeft aan in welke mate de vijf technische essentiële voorwaarden online beschikbaar zijn: elektronische identificatie, unieke authenticatie, elektronische documenten, authentieke bronnen, elektronische safe. Bron: Delivering on the European Advantage? How European Governments can and should benefit from innovative public services, egovernment Benchmark, Final Background Report, May Grafiek 4.5. Prestaties (0 tot 100) van de e-overheid in België Gebruikersgerichtheid 72 Essentiële voorwaarden Grensoverschrijdende mobiliteit Bron: EU egovernment Report Country Factsheets E-Government Belgium. Transparantie FOD Economie - Barometer - E-government
48 48 Gebruikersgerichtheid In 2013 richtten de zeven onlinediensten zich globaal meer op de klant in België (72) dan op het niveau van de EU28 (70). Tabel 4.2. Indicatoren van e-overheid Gebruikersgerichtheid (BE, EU 28) BE EU 28 Onlinebeschikbaarheid Onlinegebruiksvriendelijkheid Globale score Bron: EU egovernment Report Country Factsheets E-Government Belgium, User Centricity. De indicator van de onlinetoegankelijkheid is een cijfer van 0 tot 100 volgens de onderstaande criteria: 0 als de dienst niet online toegankelijk is; 25 als de dienst kan worden gevonden op de website van de overheidsdienst die hier verantwoordelijk voor is, maar de burger of de onderneming desondanks papier moet gebruiken of naar de overheidsinstantie moet gaan om de dienst te verkrijgen, en 50 als deze informatie ook op het portaal van de centrale overheid kan worden gevonden; 75 als de dienst online kan worden verkregen (van begin tot eind) via de website van de overheidsdienst die hier verantwoordelijk voor is, en 100 als dit ook het geval is via het portaal van de centrale overheid. De globale indicator van de onlinetoegankelijkheid is gestegen bij 26 EU-lidstaten. Voor België gaat dit cijfer van 74 in 2013 naar 81 in 2014 (EU 28: 72 in 2013, 75 in 2014). Deze score geeft België de twaalfde positie, twee plaatsen hoger ten opzichte van het voorgaande jaar. Bron: Index DESI 2015, Online Service Completion. Nota: Meer info over de Index DESI vindt u in het onderdeel dat verwijst naar deze index in het hoofdstuk Internationale vergelijking. Transparante overheid De globale score met betrekking tot de transparante overheid was hoger in België (51) dan het Europese gemiddelde (48) in Tabel 4.3. Indicatoren van e-overheid Transparante overheid (BE, EU 28) BE EU 28 Levering van de dienst Persoonlijke gegevens Overheidsinstanties Globale score Bron: EU egovernment Report Country Factsheets E-Government Belgium, Transparency. Ons land heeft een aanzienlijk hogere score (46) dan het Europese gemiddelde (38) wat betreft de dienstlevering (duur van het proces, geboekte vooruitgang, leveringstijden en prestatie van de dienst). De score in België (45) ligt ietwat onder het Europese gemiddelde (47) voor wat betreft de persoonsgegevens (de manier van opslag van de persoonsgegevens, het niveau van toegang van de burgers en ondernemingen tot hun persoonsgegevens, mogelijkheden tot wijziging, kennisgeving of klacht ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens of het gebruik hiervan). FOD Economie - Barometer - E-government
49 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grensoverschrijdende mobiliteit De score van elk van de indicatoren van de grensoverschrijdende mobiliteit van België lag in 2013 lager dan het Europese gemiddelde. Tabel 4.4. Indicatoren van e-overheid Grensoverschrijdende mobiliteit (BE, EU 28) FOD Economie - Barometer - E-government BE EU 28 Onlinebeschikbaarheid Onlinegebruiksvriendelijkheid Globale score Bron: EU egovernment Report Country Factsheets E-Government Belgium, Cross Border Mobility. Essentiële voorwaarden De score ten aanzien van de kernkatalysatoren meet het niveau volgens dewelke de overheden vijf essentiële technische voorwaarden stellen opdat de onlinediensten effectief en efficiënt verlopen. België scoort op vier van de vijf essentiële voorwaarden heel wat hoger dan het Europese gemiddelde. Tabel 4.5. E-overheidsindicatoren Essentiële voorwaarden (BE, EU 28) BE EU 28 Authentieke bronnen Eenmalige aanmelding Elektronische identificatie Elektronische documenten Elektronische safe Globale score Bron: EU egovernment Report Country Factsheets E-Government Belgium, Key Enablers. De indicator Authentieke bronnen geeft weer of de gegevens automatisch vooraf zijn ingevuld door de leverancier van de dienst op basis van de gegevensbestanden afkomstig van authentieke bronnen (zoals het nationaal register, belastingregistraties, registers van ondernemingen, ), wanneer een vrager van een dienst persoonsinformatie moet verschaffen, bijvoorbeeld aan de hand van een formulier. Voor deze indicator scoorde België (73) uitstekend in 2013 en veel hoger dan het Europese gemiddelde (47). Volgens de cijfers die gepubliceerd zijn door de Index DESI 2015, is de score in 2014 ietwat gedaald op Europees niveau (46), waarbij België een flinke daling liet zien (62). Ons land staat daarmee op de 11e plaats tegenover de 5e plaats een jaar eerder. Deze daling is het gevolg van de dalende score van studies dat in België gezakt is van 83 tot 25. Aangezien geen enkele Belgische universiteit het gebruik van de eid toestaat voor authenticatie, is een voorafgaande invulling van deze gegevens niet erg waarschijnlijk. Bron: Index DESI 2015, Pre-filled forms, All Life Events. Open Data Het scorebord toont in de onderstaande grafiek een samengestelde index die de ontwikkeling van de Open Data (open gegevens) weergeeft, samen met het hergebruik van informatie van de overheidssector (in het Engels Public Sector Information, hierna aangeduid als PSI) in Europa. 49
50 De index bestaat uit zeven aspecten, met elk een cijfer tussen 0 en 100 punten, ofwel een theoretisch maximum van 700 punten. Deze zeven aspecten zijn: 585 Grafiek 4.6. Scorebord PSI, globale score Implementatie van de PSI-richtlijn (2 indicatoren) Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie 2. Praktijk van hergebruik (6 indicatoren) 3. Formaten (4 indicatoren) 4. Prijsstelling (3 indicatoren) 5. Einde of begin van exclusiviteitsovereenkomsten (3 indicatoren) 6. Beschikbaarheid PSI en Linked Open Data op lokaal of regionaal niveau (3 indicatoren) 7. Evenementen en activiteiten (4 indicatoren) Bron: Met een score van 585 punten neemt het Verenigd Koninkrijk de eerste plaats in onder de EU-lidstaten, terwijl België de vijftiende plaats heeft met een score van 360 punten. GB ES FR GR IE NL AT IT EE PL DK DE FI SK BE PT LV CZ HR SE HU LT RO CY MT LU SI BG Bron: De grafiek geeft de uitsplitsing van scores weer voor de zeven aspecten die in aanmerking worden genomen. FOD Economie - Barometer - E-government
51 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grafiek 4.7. Scorebord PSI, toegevoegde scores 600 Implementatie van de PSI-richtlijn Formaten Exclusiviteitsovereenkomsten Evenementen en activiteiten Praktijk van hergebruik Prijsstelling Lokale PSI GB ES FR GR IE NL AT IT EE PL DK DE FI SK BE PT LV CZ HR SE HU LT RO CY MT LU SI BG Bron: België scoort zwak voor de indicatoren over het einde of het begin van exclusiviteitsovereenkomsten (0 op 100) en de formaten (20 op 100). Ons land behaalt de maximumscore (100) voor de indicator over de uitvoering van de PSI-richtlijn voor evenementen en activiteiten ter bevordering van de Open Data en het hergebruik van de informatie van de overheidssector. FOD Economie - Barometer - E-government
52 Veiligheid 69 % van de Belgische internetgebruikers heeft een antivirussoftware op zijn computer geïnstalleerd, wat 15 % hoger is dan het vorige jaar. Dit vormt een bewijs dat de bewustmakingscampagnes (zoals E-Shop-Defense) een reële impact hebben gehad op een grotere bewustwording van de Belgen. In België gelooft 89 % van de internetgebruikers dat er een steeds groter risico bestaat om het slachtoffer te worden van cybermisdaad. Cybermisdaad heeft, naargelang het soort feit, tussen 7 % en 30 % van de internetgebruikers in België getroffen, wat een vermindering van 2 % tot 5 % is ten opzichte van Het aantal vastgestelde incidenten met ondernemingen en organisaties als slachtoffer is in 2014 sterk gestegen. Bijna drie op tien gevallen (30,5 %) in 2014 zijn gelinkt aan scan. Hiertegenover daalden de gevallen van spamming (5 %) en phishingtechnieken (5,5 %) met bijna 10 % ten opzichte van In 2014 registreerde de Belgische financiële sector 277 fraudegevallen bij het e-bankieren, d.w.z. een spectaculaire daling van 85 % ten opzichte van Het totale verlies door deze fraudes loopt op tot een bedrag van euro, een gemiddeld nettoverlies van euro per fraudegeval in Cyberveiligheid op het niveau van individuen De cijfers die als bron Survey Cyber Security (2014) vermelden, zijn afkomstig van het verslag Special Eurobarometer Cyber security -- Report dat in februari 2014 werd gepubliceerd. Die enquête werd gevoerd door het consortium TNS Opinion & Social, op verzoek van de Europese Commissie (DG Binnenlandse Zaken). De gegevens werden tussen 11 en 20 oktober 2014 verzameld bij een representatief deel van de bevolking, bij mensen vanaf 15 jaar die in 1 van de 28 lidstaten van de EU verblijven. FOD Economie - Barometer - Veiligheid
53 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Transacties op internet Onlineactiviteiten 70 % van de Belgen doet aan e-banking. Dit plaatst België 16 procentpunt boven het Europese gemiddelde (54 %). 56 % van de Belgen koopt online goederen en diensten (vakantie, boeken, muziek, etc.), terwijl 27 % goederen of diensten verkoopt via internet. Ongerustheid Over welke elementen maken particulieren zich zorgen bij bv. onlinebankieren of online aankopen? Net als het voorgaande jaar heeft de grootste bezorgdheid betrekking op het misbruik van persoonsgegevens van Belgische internetgebruikers (38 %) en de veiligheid van onlinebetalingen (43 %), met een respectievelijke stijging van 3 % en 6 % ten opzichte van Deze bezorgdheid wordt niet door iedereen gedeeld. Meer dan één op vijf internetgebruikers (21 %) maakt zich totaal niet bezorgd over het gebruik van internet voor zaken als onlinebankieren of e-commerce. Tabel 5.1. Antwoorden* van de internetgebruikers op de vraag Welke zorgen hebt u eventueel over het gebruik van internet voor zaken als onlinebankieren of online kopen? U maakt zich zorgen over de veiligheid van onlinebetalingen U maakt zich zorgen dat iemand uw persoonlijke gegevens steelt/misbruikt U maakt zich zorgen over het feit dat u de goederen of diensten die u online koopt, niet zult ontvangen (in %) BE EU U voert de transactie liever fysiek uit, zodat u bv. zelf het product kunt controleren of er vragen over kunt stellen aan een fysiek persoon Geen van deze Andere 3 3 Weet niet 1 2 * Meerdere antwoorden mogelijk. Bron: Survey Cyber Security (2014). Impact van de veiligheid op het gedrag van de internetgebruiker 53 Wijziging in de manier om internet te gebruiken Leidt de bezorgdheid over online veiligheid ertoe dat burgers internet op een andere manier gaan gebruiken? 5 % van de Belgische internetgebruikers heeft niets veranderd aan de wijze waarop hij internet gebruikt, tegenover 7 % van de Europeanen. FOD Economie - Barometer - Veiligheid
54 Bij de anderen leidde deze bezorgdheid tot een aanpassing van hun gedrag op drie specifieke vlakken: meer dan de helft van de Belgische internetgebruikers (69 %) installeerde een antivirusprogramma; één op twee Belgische internetgebruiker (52 %) opent geen s waarvan hij de afzender niet kent; vier op tien Belgische internetgebruikers (45 %) raadplegen enkel sites die ze kennen en vertrouwen. Tabel 5.2. Antwoorden* van de internetgebruikers op de vraag Hebben zorgen over beveiligingskwesties de manier waarop u het internet gebruikt op één van de volgende manieren veranderd? 54 (in %) BE EU 28 Antivirussoftware geïnstalleerd Geen s openen van onbekenden Alleen uw eigen computer gebruiken Alleen websites bezoeken die u kent en vertrouwt Minder geneigd om persoonlijke informatie te geven op websites Verschillende wachtwoorden voor verschillende sites gebruiken U wijzigt regelmatig uw wachtwoorden Beveiligingsinstellingen wijzigen (bv. uw browser, online sociale media, zoekmachine enz.) Minder geneigd om goederen online te kopen Minder geneigd om online te bankieren Een online aankoop geannuleerd omdat u de verkoper of website verdacht vond 5 7 Geen van deze (spontaan) 5 11 Weet niet 1 1 Andere (spontaan) 1 1 * Meerdere antwoorden mogelijk. Bron: Survey Cyber Security (2014). FOD Economie - Barometer - Veiligheid
55 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Over het algemeen zijn de Belgische internetgebruikers voorzichtiger dan de Europese internetgebruikers, wat verklaart waarom België hier een hoger cijfer heeft dan het Europese gemiddelde. Toch hebben sommige lidstaten nog veel hogere scores, zoals Nederland, Luxemburg en de noordse landen. Wijziging van het wachtwoord In 2014 wijzigde 61 % van de Belgische internauten (ten opzichte van 53 % in het voorgaande jaar) zijn wachtwoord in de loop van de afgelopen 12 maanden, voor de toegang tot een van de vier diensten in deze volgorde: internetrekening, sociale onlinenetwerken, onlinekoopsite, bankdiensten. 38 % wijzigde in 2014 zijn wachtwoord helemaal niet. Bron: Survey Cyber Security (2014). Cybercriminaliteit Kennis, perceptie en bezorgdheid 41 % van de Belgen veronderstelt een goede kennis te hebben (9 % heel goed, 32 % best goed) van de cybercriminaliteitrisico s. 89 % van de internetgebruikers in België gelooft dat het risico om slachtoffer te worden van cybercriminaliteit in het afgelopen jaar gestegen is. Dit gevoel versterkt zich, want in 2013 had slechts 81 % van de internetgebruikers in België deze indruk. 73 % van de internetgebruikers in België vreest dat zijn persoonsgegevens niet beveiligd zijn op de internetsites. Deze bezorgdheid uit zich minder als het gaat om websites van overheidsdiensten, waarvan de veiligheid door 65 % van de internetgebruikers in België wordt gevreesd. Bron: Survey Cyber Security (2014). Cybermisdaadfeiten De cybermisdaad waar internetgebruikers in België het meest bezorgd over zijn, is de identiteitsdiefstal. Ruim één op twee Belgische internetgebruikers maakt zich zorgen over identiteitsdiefstal (64 %), terwijl slechts minder dan één op tien (7 %) Belgische internetgebruikers hiervan het slachtoffer is geweest. Hetzelfde aantal Belgen vreest fraude bij online kredietkaartgebruik of bankieren (64 %). Net als bij de identiteitsdiefstal waren echter weinig Belgen hier het slachtoffer van (9 %). Een andere vorm van cybermisdaad die ook een groot deel van Belgische internetgebruikers zorgen baart (63 %), is het ontdekken van kwaadaardige software (virus, enz.) op hun apparaten. Deze vrees wordt ondersteund door de feiten, want 52 % van de Belgische internetgebruikers waren hier het slachtoffer van. Over nog twee feiten maken de Belgische internetgebruikers zich eveneens zorgen: het hacken van hun account op de sociale media of van hun account (56 %) en het ontvangen van frauduleuze s of berichten waarbij men toegang vraagt tot de computer, logingegevens of persoonlijke gegevens (waaronder bank- of betalingsinformatie). In België was 19 % van de internetgebruikers het slachtoffer van dit eerste feit, tegenover 30 % van het tweede feit. 55 FOD Economie - Barometer - Veiligheid
56 Tabel 5.3. Ongeruste internetgebruikers / slachtoffers ten opzichte van de feiten van cybermisdaad Cybermisdaad Identiteitsdiefstal (iemand die uw persoonlijke gegevens steelt en zich als u voordoet, bv. winkelen onder uw naam) internetgebruikers (in %) ongerust slachtoffer 64 7 U bent het slachtoffer geweest van fraude bij online kredietkaartgebruik of bankieren 64 9 Ontdekken van kwaadaardige software (virus, enz.) op uw apparaten Uw account op sociale media of uw account is gehackt Frauduleuze s of telefoons ontvangen waarbij men u toegang tot uw computer, logingegevens, of persoonlijke gegevens vraagt (waaronder bank- of betalingsinformatie) Onlinefraude waarbij gekochte goederen niet werden geleverd, nagemaakt of niet zoals ze geadverteerd waren Per ongeluk worden geconfronteerd met online kinderpornografie 53 9 U wordt gevraagd te betalen in ruil voor het terugkrijgen van het beheer van uw apparaat Niet in staat zijn om toegang te krijgen tot onlinediensten (bv. bankdiensten) vanwege cyberaanvallen Per ongeluk materiaal tegenkomen dat rassenhaat of religieus extremisme promoot Bron: Survey Cyber Security (2014). FOD Economie - Barometer - Veiligheid
57 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Veiligheid van de ondernemingen op het internet Beveiligde internetservers (per miljoen individuen) Beveiligde servers zijn servers die gebruik maken van de encryptietechnologie om de transacties op het internet te beveiligen. Met beveiligde servers per miljoen individuen in 2014 neemt Liechtenstein de eerste plaats in van de wereldrangschikking, ver vóór de tweede plaats (IJsland, 3.210), en de derde (Monaco, 3.184). De Verenigde Staten (1.550) staat op de zestiende plaats. In 2014 had België 854 beveiligde internetservers per miljoen individuen, ofwel een stijging van 15,7 % ten opzichte van Grafiek 5.1. Aantal beveiligde internetservers per miljoen individuen in 2014 Land EU OESO Op niveau van de OESO zijn er 995 beveiligde servers per miljoen individuen, ten opzichte van 833 voor de Europese Unie. Geïnfecteerde computers Een botnet bestaat uit besmette computers, die gebruikt worden om virussen te verspreiden of cyberaanvallen op netwerken van bedrijven of (overheids)organisaties uit te voeren, vaak zonder dat de eigenaar van de computer dit weet. Automatiseringsbronnen rapporteren aan CERT.be over besmette computers in België per een of verschillende botnetten. Het aantal gerapporteerde besmette computers in België steeg van in 2013 (april tot december) naar in 2014 (januari tot juni). Dit cijfer verdubbelde zich dus bijna over een korte periode. Bron: Meldingen (januari tot juni 2014) door geautomatiseerde bronnen bij CERT.be, het federale cyber emergency team. Meldingen en reële veiligheidsincidenten In de eerste zes maanden van 2014 ontving CERT.be meldingen van ondernemingen en organisaties, ofwel reële incidenten na het filteren van de meldingen. In 2014 vonden er gemiddeld 822 cyberincidenten per maand plaats, ten opzichte van 339 in Het aantal reële cyberincidenten per maand is tussen 2013 en 2014 verdubbeld. Bron: Persbericht van 9 maart 2015: Aantal cyberincidenten is verdubbeld in IS CH LU NL KR DK NO FI SE US DE AU GB AT NZ CA EE JP BE IR CZ FR SI PL SL ES HU PT IL IT EL CL TR MX 854 Bron: Netcraft, Wereldbank.
58 58 Grafiek 5.2. Meldingen gesignaleerd aan CERT.be en reële incidenten na onderzoek (per maand) Meldingen/maand Incidenten/maand (*) Meldingen/maand Incidenten/maand (*) 1e semester Bron: Cijfers over de meldingen aan CERT.be ( ), het federale cyber emergency team. De twee meest voorkomende soorten incidenten in het eerste semester van 2014 hadden betrekking op scanincidenten (bv. gescande gegevensbestanden waarbij zwakke punten zijn gevonden) en de serieuze incidenten met wormen en virusssen (bv. een virus dat plotseling het netwerk van een organisatie aanvalt). Tabel 5.4. Soorten veiligheidsincidenten in het eerste semester 2014 (in %) Scanincidenten 30,5 Incidenten met ernstige worm- en virusuitbraken 29,5 Incidenten waarbij kwetsbaarheden gemeld worden 21,0 Phishingincidenten 5,5 Spamgerelateerde incidenten 5,0 Incidenten met systemen 3,5 Incidenten met denial- of serviceaanvallen 0,5 Incidenten/vragen over thema s en onderwerpen over internetveiligheid 0,5 Incidenten met accounts 0,5 Overige incidenten 3,5 Bron: Cijfers over de meldingen (2014) bij CERT.be, het federale cyber emergency team. FOD Economie - Barometer - Veiligheid
59 Veiligheid Cybercriminaliteit en meldingen van misbruik op het internet Ook al krijgen lang niet alle internetgebruikers en ondernemingen te maken met cybercriminaliteit, toch wordt het probleem steeds erger. Dit heeft gevolgen op financieel vlak, en leidt tot financiële verliezen. Fraude bij internetbankieren 59 De meest toegepaste methode van onlinebankfraude is de phishingmethode. Bij deze methode worden de gebruikers van e-banking gevraagd hun bankcode te geven op het internet, per telefoon en/of per . Door het geven van hun codes, stellen zij hun account ter beschikking aan de fraudeurs. 277 van de onlinebankfraudegevallen vonden plaats in 2014, een spectaculaire daling van bijna 85 % ten opzichte van Met deze fraudes hebben de auteurs een nettototaalbedrag van euro verduisterd. Deze cijfers liggen veel lager dan die van het voorgaande jaar: in 2013 werden er bijna fraudegevallen gemeld, waarbij een bedrag van euro werd verduisterd. Bron: Febelfin (Nieuws ). FOD Economie - Barometer - Veiligheid
60 60 Meldingen via ecops In 2014 registreerde het onlinecontactpunt voor misbruiken op het internet (ecops) meldingen, waarvan van financiële aard. Grafiek 5.3. Aantal meldingen (verdeling federale politie FOD Economie) via ecops in Aantal meldingen te behandelen door de FOD Economie Aantal meldingen te behandelen door de federale politie Informaticacriminaliteit De federale politie registreerde overtredingen op het gebied van informaticamisdrijven in het eerste semester van Grafiek 5.4. Soorten informaticacriminaliteit in het eerste semester van 2014 Informaticabedrog 81% Sabotage 3% Hacking 12% Valsheid in informatica 4% Bron: Federale politie; FOD Economie AD Economische Inspectie. Bron: Politiële criminaliteitsstatistieken (2000 eerste semester 2014) Federale politie CGOP/ Beleidsgegevens. FOD Economie - Barometer - Veiligheid
61 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Internetfraude Terwijl de cijfers over informaticabedrog op springen stonden in 2013, bestaat er in 2014 een tendens van een daling. Na 24 oktober 2014 zijn er bij de federale politie fraudes (pogingen en officiële feiten) geregistreerd. Grafiek 5.5. Internetfraudes (aantal misdrijven) (*) 1 januari tot 24 oktober (*) Bron: Politiële criminaliteitsstatistieken (2000 tot ) Federale politie CGOP / Beleidsgegevens. FOD Economie - Barometer - Veiligheid
62 E-skills 62 De digitale vaardigheden, of e-skills, duiden voornamelijk op het kundig gebruik van ICT. Aangezien de informatie- en communicatietechnologie doordringt in onze sociale omgeving en in ons beroepsleven, wordt een goede beheersing ervan een essentiële component op het vlak van kennis, knowhow en vaardigheden. 62,8 % 1 54 % van de Belgen beschikt over digitale basisvaardigheden en hoger. op 5 Belgen kan parameters instellen voor het beveiligingsportaal van zijn internetbrowser. of zich te trainen. 37,7 % van de internetgebruikers vindt het gebruik van het internet een leermiddel en slechts 8 % van de Belgen gebruikt e-learningmethodes om te leren en/ van de ondernemingen vindt het moeilijk om vacante posities in te vullen voor functies waarbij gespecialiseerde ICT-vaardigheden vereist worden. Dit percentage ligt onder het Europese gemiddelde. Huishoudens en individuen De cijfers waarbij de vermelding Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen staat, hebben betrekking op huishoudens met minstens één persoon in het huishouden tussen 16 en 74 jaar, en op individuen tussen 16 en 74 jaar oud. Computeractiviteiten (individuen) De beheersing van informaticavaardigheden hangt af van het niveau van de complexiteit hiervan. Hoe ingewikkelder deze zijn, hoe kleiner het aandeel is van individuen die in staat zijn deze uit te voeren. FOD Economie - Barometer - E-skills
63 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tabel 6.1. Uitgevoerde computeractiviteiten door individuen - Welke computeractiviteiten hebt u al uitgevoerd, zelfs al is het lang geleden? (in %) Bestanden of mappen kopiëren of verplaatsen 76 Kopiëren en plakken (of knippen en plakken) van tekst of andere informatie in een document Bestanden tussen een computer en andere apparatuur overbrengen (bv. vanuit een digitale camera of van of naar een gsm, mp3- of mp4-speler) Nieuwe hardware zoals een printer of een modem installeren Rekenkundige (basis)formules gebruiken in een rekenblad, bv. in Excel Met behulp van presentatiesoftware (bv. PowerPoint) elektronische presentaties maken met eventueel afbeeldingen, geluidsfragmenten, videoclips, grafieken of ta- 40 bellen Bestanden comprimeren of zippen 35 Configuratieparameters van softwareapplicaties, behalve deze van internetbrowsers, wijzigen of verifiëren 23 Installeren of vervangen van een besturingssysteem 22 Een computerprogramma schrijven in een gespecialiseerde programmeertaal Geen van bovenvermelde activiteiten 13 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium; Eurostat Internetexpertise De digitale basisvaardigheden of hoger hebben betrekking op vier expertisedomeinen: informatie, communicatie, opmaak van inhoud en probleemoplossing. Het aandeel Belgen dat over deze vaardigheden beschikt, bestaat uit 62,8 % van de bevolking. Wij scoren hiermee iets beter dan het Europese gemiddelde van 59,2 % maar worden voorafgegaan door onze Luxemburgse (82,1 %), Nederlandse (74,7 %) en Franse buren (66,9 %). Grafiek 6.1. Percentage individuen in België dat over digitale basisvaardigheden en hoger beschikt 82,1% 62,8 % 59,2% 20,3% LU FI SE DK NL GB EE DE FR AT BE SK LT ES CZ LV SI MT HU IE PT CY IT PL GR HR BG RO Bron: Eurostat. Land EU FOD Economie - Barometer - E-skills
64 64 Activiteiten uitgevoerd op het internet in het privékader Tabel 6.2. Activiteiten gelinkt aan het internet (in % van Belgen tussen 16 en 74 jaar oud die al van het internet gebruik hebben gemaakt) (in %) Een zoekmachine (bv. Google) gebruiken om informatie te vinden s met bijlagen (bv. documenten, foto s, afbeeldingen) versturen 95,9 85,9 Berichten posten in chatrooms, nieuwsgroepen of discussiefora (bv. op sociaalnetwerksites zoals Facebook) 55,9 Telefoneren over het internet (bv. via Skype of VoIP) 48,1 Tekst, spelletjes, afbeeldingen, films of muziek uploaden (bv. naar sociaalnetwerksites) 44,6 De veiligheidsinstellingen van internetbrowsers wijzigen 20,8 Films, muziek enz. delen via zogenaamde peer-to-peernetwerken (bv. Napster, Kazaa) 17,9 Een webpagina creëren 13,8 Geen van bovenvermelde activiteiten 2,0 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium; Eurostat. Ruim 95 % van de Belgen die internet gebruikten voor het krijgen van informatie, heeft dit met een zoekmachine gedaan. Toch kan slechts 1 op 5 Belgen (20,8 %) parameters instellen voor het veiligheidsportaal van zijn internetbrowser. Vorming en/of opleiding via het internet om privéredenen Slechts 1 op 2 Belgen (54 %) vindt het gebruik van het internet een leermiddel. Terwijl dit hulpmiddel bovendien wiki s verschaft (online-encyclopedie zoals Wikipedia), denkt minder dan de helft van de Belgische bevolking eraan om dit type informatie online te raadplegen (47,8 %). Slechts 8 % van de Belgen volgt onlinecurssen (ook wel e-learning genoemd). Tabel 6.3. Onderwijs en/of opleiding via het internet om privéredenen in de afgelopen drie maanden (% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar die gebruik hebben gemaakt van het internet in de afgelopen drie maanden) (in %) Het internet raadplegen met de bedoeling iets te leren (*) 54,0 Via het internet een of meerdere wiki s (bv. Wikipedia, een online-encyclopedie) raadplegen om kennis over om het even welk onderwerp te bekomen 47,8 Het internet raadplegen met de bedoeling iets te leren, maar op een andere manier dan door het raadplegen van 37,7 een of meerdere wiki s Informatie zoeken over onderwijs- en opleidingsaanbod 27,6 Een onlinecursus volgen 8,0 Vorming en/of opleiding (minstens één van de vorige items) (*) 60,4 Geen van de bovenvermelde 39,6 (*) Bundeling van andere items. Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium; Eurostat. FOD Economie - Barometer - E-skills
65 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Activiteiten met betrekking tot het beroepsleven uitgevoerd op het internet Het internet is een belangrijk onderdeel geworden van de beroepsactiviteiten. 21 % van de Belgen tussen 16 en 74 jaar oud heeft in de laatste drie maanden gebruik gemaakt van het internet om werk te zoeken of te solliciteren en 15 % heeft deelgenomen aan professionele netwerken. Tabel 6.4. Activiteiten gerelateerd aan het beroepsleven uitgevoerd op het internet om privéredenen in de afgelopen drie maanden (% van Belgen tussen de 16 en 74 jaar die in de afgelopen drie maanden internet hebben gebruikt) (in %) Werk zoeken of solliciteren 21 Deelnemen aan professionele netwerken (bv. LinkedIn, Xing, Viadeo): een gebruikersprofiel aanmaken, berichten versturen of een andere inbreng aan een of meerdere professionele netwerken 15 Ondernemingen Functies waarvoor gespecialiseerde ICT-vaardigheden worden vereist van de ondernemingen heeft moeilijkheden met het 37,7 % invullen van vacante functies die gespecialiseerde ICT-vaardigheden vereisen. Deze specialisten maken deel uit van de volgende beroepscategorieën: directeuren en leidinggevende functies in ICT, specialisten, ICT-technici en ICT-monteurs en reparateurs. Grafiek 6.2. Percentage van ondernemingen dat moeite heeft met het invullen van vacante functies die gespecialiseerde ICT-vaardigheden vereisen (% ondernemingen die personeel hebben gezocht of aangeworven voor functies waarvoor gespecialiseerde ICT-vaardigheden vereist zijn) 61,5% Land EU Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen (2014), FOD Economie AD Statistiek - Statistics Belgium. De factoren leeftijd en opleidingsniveau hebben een sterke invloed op deze waarden, want 33 % van de jarigen heeft in de afgelopen drie maanden werk gezocht of gesolliciteerd en 29 % van de individuen met een hoog opleidingsniveau heeft deelgenomen aan de professionele netwerken. 37,7% 41,3% 11,2% AT LU SI NL IE EE DE MT SE LT FR DK GB LV FI CY BE SK RO HU BG IT PL GR HR PT ES CZ FOD Economie - Barometer - E-skills Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium; Eurostat. Het probleem van het vinden van arbeidskrachten is gemiddeld hoger in de EU (41,3 %). Ons land scoort ook beter dan Nederland (50,8 %), Duitsland (48,9 %) en Frankrijk (41,2 %).
66 Ontwerpen van informaticaprogramma s Wat betreft het ontwerpen van informaticaprogramma s blijft België nog iets achter ten opzichte van zijn buurlanden, met 10,6 % van de individuen die al een gespecialiseerde programmeringstaal heeft ontworpen. België zou een betere positie kunnen innemen aan de hand van de vastgestelde toekomstige initiatieven van het nieuwe digitale project Digital Belgium. Grafiek 6.3 Individuen die een programma hebben opgemaakt met behulp van een gespecialiseerde programmeringstaal (actief werknemersbestand, werknemers en werklozen) 29,3% Land EU ,6% 11,9% 4,1% FI SE ES LU GB GR AT DK HR DE FR MT NL EE IT BE IE SI LT PT SK HU CY PL LV BG CZ RO Bron: Enquête naar de arbeidskrachten (2014), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium; Eurostat. FOD Economie - Barometer - E-skills
67 Telecommunicatie en infrastructuur De mobiele telefonie (gsm en smartphone) is nog altijd de telecommunicatiedienst die het meest door particulieren wordt gebruikt (95 %) om privéredenen. 87 % van de individuen gebruikt thuis internet en 74 % beschikt over digitale televisie. De recente technologieën genieten de voorkeur omdat het gebruik van internettelefonie en internet onderweg via gsm of smartphone een sterke stijging registreert. Voor 44 % van de consumenten is het eerste criterium bij de keuze van een operator de prijs-kwaliteitverhouding. De consumenten zijn over het algemeen meer tevreden met de door de operatoren aangeboden diensten (75 %) dan met de tarieven (50 %). 67 Bij een internationale prijsvergelijking van de telecommunicatietarieven voor ondernemingen neemt België een vrij gunstige positie in ten opzichte van zijn buurlanden, met uitzondering van de professionele profielen die intensief gebruikmaken van mobiele telefonie en de lokale dienstverleningsondernemingen. Uitrusting en telecommunicatiediensten De cijfers waarbij de vermelding Bron: UCL SMCS, Enquête BIPT (2014) staat, zijn afkomstig uit het rapport Enquête over de perceptie van de Belgische elektronische communicatiemarkt door de gebruikers (Université catholique de Louvain, 2 juli 2014 versie 1). Het rapport is gerealiseerd door de UCL op vraag van het BIPT. De gegevens werden verzameld tussen maart en juni 2014, bij een representatief deel van gebruikers vanaf 15 jaar. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
68 68 Gebruik Tabel 7.1. Gebruikte telecommunicatie-uitrusting- of diensten privé en buiten de werkplek (in %) Mobiele telefoon (gsm of smartphone) Internet thuis Digitale televisie 76 Vaste lijn Telefoon via het internet / via de computer / Voice over IP Internet onderweg op gsm of smartphone Internet onderweg op tablet of laptop Gedeeld wifi-netwerk Tv/video on demand 18 Internet tv 16 Bron: UCL SMCS, Enquête BIPT (2014). Mobiele telefonie (gsm of smartphone) wordt gebruikt door bijna alle individuen van 15 jaar en ouder in België (95 %). Deze lijkt de vaste telefonie te hebben vervangen, hoewel nog 74 % van de ondervraagden dit gebruikt. Internet thuis wordt gebruikt door 87 % van de individuen. De recente technologieën genieten de voorkeur omdat er een flinke stijging van het gebruik van internettelefonie wordt geconstateerd (40 %, ofwel 11 procentpunt) en van het internet via gsm of smartphone (35 %, ofwel 7 procentpunt). 18 % van de individuen gebruikt televisie/video on demand en 16 % televisie via het internet. Het gebruik van recente technologieën staat in nauw verband met de leeftijd van de gebruikers. Zo gebruikt 100 % van de individuen tussen 15 en 24 jaar mobiele telefonie, tegenover 83 % van de individuen van 75 jaar en ouder, en 89 % van de jarigen. Hetzelfde geldt voor internet thuis, dat wordt gebruikt door 98 % van de individuen tussen 25 en 34 jaar, tegenover 80 % van de jarigen en slechts 52 % van personen ouder dan 75 jaar. Internettelefonie wordt door een grote meerderheid van de individuen tussen 15 en 24 jaar gebruikt (63 %), tegenover 35 % van de jarigen. De generationele kloof is veel groter bij internet onderweg via gsm of smartphone, met 60 % van de gebruikers tussen 15 en 24 jaar, tegenover 15 % voor de jarigen. Het verschil in gebruik tussen internet onderweg op tablet of laptop is daarentegen minder groot omdat 25 % van de jarigen hier gebruik van maakt tegenover 21 % van de individuen van jaar oud. Dit kan gedeeltelijk worden verklaard door de hoge kosten van de terminal (tablet of laptop), hetgeen een belemmering kan zijn voor de jongeren, maar ook door het feit dat deze de voorkeur geven aan het gebruik van een smartphone die meer opties biedt. Tot slot genieten de oudere technologieën, zoals de vaste telefonie, nog de voorkeur als communicatiekanaal voor de seniors, want 86 % van de individuen van 75 jaar en ouder maakt hier gebruik van. Gegroepeerd aanbod Tabel 7.2. Individuen die een gegroepeerd aanbod hebben in % (volgens de definitie van het BIPT) 2014 Ja 60 Nee 34 Geen idee 6 Bron: UCL-SMCS, Enquête BIPT (2014). FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
69 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." 60 % van de consumenten maakt gebruik van een gegroepeerd aanbod, d.w.z. een aanbod dat verschillende telecommunicatiediensten combineert, zoals breedbandinternet, digitale televisie en telefonie (vast en/of mobiel). De meest verspreide combinaties onder de consumenten met een gegroepeerde aanbieding zijn: de televisie, vaste telefonie en internet (17 %), televisie en vaste telefonie (14 %), televisie, vaste telefonie en mobiele telefonie (6 %). Criteria bij het kiezen van een operator Tabel 7.3. Criteria bij de keuze van een operator (in %) Interessante prijs / interessant plan Interessant pakketaanbod Gewoonte Goede reputatie van de operator Operator van gezin/vrienden Technische betrouwbaarheid Vertrouwen in de stabiliteit van de operator Verbindingssnelheid Beschikbaarheid in straat/gemeente/streek Bereikbaarheid van de verkooppunten Op aanraden van het gezin/vrienden 8 8 Kwaliteit/duidelijkheid van de informatie 8 7 Financiële bijdrage van de werkgever 5 6 Commerciële stimulans 3 3 Respect voor de rechten van de consument en verbintenissen door de operator aangegaan 3 3 Extra aangeboden diensten 2 2 Andere 1 3 Bron: UCL SMCS, Enquête BIPT (2014). De twee belangrijkste criteria voor de keuze van een operator hebben te maken met de prijs: 44 % kiest naargelang een prijs/plan en 43 % naargelang een interessante gegroepeerde aanbieding. Na een sterke stijging tussen 2012 en 2013, hebben beide criteria zich in 2014 gestabiliseerd. Consumenten laten zich ook leiden door gewoonten. Zo kiest 29 % van hen een operator uit persoonlijke gewoonte en 19 % vanwege de gewoonte van familie of vrienden. De reputatie van de operator neemt een steeds belangrijkere rol in omdat één op vier consumenten (23 %) dit criterium aangeeft bij de keuze van een operator. Tevredenheid van consumenten Over het algemeen zijn consumenten meer tevreden met de aangeboden diensten dan over de prijzen. Zo is de tevredenheidsgraad 75 % voor de diensten, tegenover 50 % voor de prijzen. Verder is 75 % tevreden met de weergegeven aanpassing van de snelheden van hun internetverbinding en de reële geconstateerde snelheden. Toch heeft 50 % in de afgelopen drie jaar een technisch probleem ondervonden. Deze problemen waren verreweg het grootst voor televisie (54 %) en internet thuis (53 %). Tot slot hebben de consumenten veel vertrouwen in hun rechten wat betreft de informatie en de betrouwbaarheid van de facturatie: 75 % verklaart tevreden te zijn. Kennis van de consumentenrechten en van nuttige informatie Consumentenrechten 50 % van de consumenten heeft het gevoel dat zij goed geïnformeerd zijn over hun rechten ten aanzien van de telecomoperatoren. Dit is een verdubbeling in vergelijking met het jaar daarvoor, wat op een betere bewustwording van de consumenten wijst. 69
70 70 Datum einde contract Weinig consumenten weten precies waar de einddatum van het contract staat. 19 % weet dat deze informatie in zijn contract staat en slechts 7 % weet dat deze op elke factuur voorkomt. Kosteloze opzegging van een gsm-abonnement Ondanks de inwerkingtreding van de nieuwe telecommunicatiewet op 1 oktober 2012, weten maar weinig consumenten wat de voorwaarden en de termijnen zijn voor het opzeggen van het gsm-abonnement. Zo weet 20 % van de abonnees dat hij op elk moment zijn abonnement kan opzeggen in geval van een prijsverhoging, 17 % weet dat dit kan zonder voorafgaande kennisgeving na een minimumperiode en 25 % weet niet wat de voorwaarden zijn om kosteloos het abonnement op te zeggen. Dankzij de telecommunicatiewet kunnen de abonnees kosteloos hun gsm-abonnement opzeggen na een abonnementsperiode van 6 maanden. Slechts 15 % van de abonnees weet de exacte termijn, 38 % kent deze niet en 27 % is van mening dat er geen minimumtermijn bestaat. Overdraagbaarheid van telefoonnummers en adres Een grote meerderheid van de consumenten weet dat hij zijn mobiele en zijn vaste telefoonnummer kan behouden als hij van operator wisselt. Toch is deze informatie meer bekend (82 %) bij de gebruikers van mobiele telefonie dan bij de gebruikers van vaste telefonie (67 %). Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat consumenten vaker van mobiele telefonieoperatoren wisselen dan van vaste telefonieoperator, waardoor zij beter geïnformeerd zijn over de mogelijkheid om hun telefoonnummer te behouden. Hiertegenover staat dat consumenten zich minder bewust zijn van de mogelijkheid om hun gepersonaliseerde adres, door de telecomoperatoren geleverd, te behouden. De huidige wet stelt dat operatoren gratis het gebruik van een persoonlijk adres moeten bewaren gedurende een periode van 18 maanden na de datum van opzegging van het contract. Toch weet 38 % van de personen met internet thuis niet dat hij zijn adres kan behouden en 32 % denkt dat dit niet kan. Vergelijking van aanbiedingen en wisselen van operator Vergelijking van aanbiedingen Een grote meerderheid van consumenten (59 %) vergelijkt de verschillende aanbiedingen niet alvorens zich in te schrijven voor een telecommunicatiedienst. Dit cijfer is stabiel sinds 2012, wat erop wijst dat de consument onvoldoende bewust is gemaakt over de noodzaak van het vergelijken van aanbiedingen en de hulpmiddelen om dit te doen. De consumenten schatten dat het vrij moeilijk is om de diensten en prijzen van de verschillende operatoren te vergelijken. De meesten die dit denken, hebben niet geprobeerd een vergelijking te maken (75 %). Hiertegenover vindt 50 % van de consumenten die een vergelijking maakten, dat dit moeilijk is. De voornaamste bronnen die de consumenten gebruiken voor het vergelijken van de aanbiedingen zijn de websites van de operatoren (63 %), familie en vrienden (21 %), winkels of stands van operatoren (20 %), publiciteit (14 %), prijsvergelijking van het BIPT (11 %) en de site van een consumentenbond (10 %). Alhoewel dit nog weinig bekend lijkt of sporadisch gebruikt wordt, is de BIPT-prijsvergelijker tussen 2012 en 2014 met 8 procentpunt gegroeid. Dit wordt trouwens ook bevestigd door de sterke daling in het aantal personen die deze vergelijker niet gebruikt omdat ze deze niet kennen: dit getal daalt van 63 % in 2012 naar 50 % in Wisselen van operator 31 % van de consumenten is van operator gewisseld in de afgelopen drie jaar. De groep van jaar is de groep die de grootste tendens toont om van operator te wisselen. De consumenten wisselen bijna twee keer vaker van mobiele operator (30 %) dan van vaste operator (16 %). Dit lijkt gedeeltelijk in verband te staan met de perceptie van de consumenten dat het eenvoudiger is van mobiele dan van vaste operator te wisselen. Het BIPT heeft trouwens in maart 2015 aanbevelingen gedaan om het wisselen van vaste opera- FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
71 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." tor eenvoudiger te maken. De voornaamste oplossingen waren: het gratis wisselen (29 %), een technische en administratieve faciliteit van het wisselen (26 %), een onafhankelijke website die aangeeft wat het goedkoopste aanbod is volgens het gebruikersprofiel (19 %), een standaard informatieblad dat een beschrijving van de aanbiedingen geeft met een identieke structuur, ongeacht de operator (18 %). Breedband Europese doelstellingen De Digitale Agenda voor Europa (DAE) legt de doelstellingen vast die moeten worden bereikt voor het snelle internet: Basisbreedband voor iedereen tegen 2013: 100 % basisbreedbanddekking voor de burgers van de EU. [vertreksituatie: totale DSL-dekking (in december 2008 beschikte 93 % van de bevolking in de EU over een DSL-verbinding.)] Snelle breedband tegen 2020: alle EU-burgers moeten beschikken over breedband met een snelheid van 30 Mbps of meer. [vertreksituatie: in januari 2010 draaide 23 % van de breedbandverbindingen op een snelheid van ten minste 10 Mbps] Ultrasnelle breedband tegen 2020: 50 % van de Europese huishoudens moet over een verbinding met een snelheid van meer dan 100 Mbps beschikken. [geen vertreksituatie] Bron: Een digitale agenda voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2. De dekking van de Belgische huishoudens met een basisbreedbandverbinding is bijna volledig in 2013 (99,9 %). De dekking van een breedbandverbinding van ten minste 30 Mbps (of NGA), bereikte 98,3 %, de op twee na beste prestatie van de EU. De convergentie van deze twee percentages toont aan dat België een goede breedbandkwaliteit heeft. België zou redelijkerwijs aan de tweede doelstelling van de DAE kunnen voldoen die voor breedband is vastgesteld tegen Wat betreft de derde doelstelling van de DAE voor breedband, is de vooruitgangsmarge veel groter. Zo was in juli 2014 de penetratiegraad van ultrasnelle breedband (ten minste 100 Mbps) 4,6 % voor de Belgische bevolking, hetgeen ons land een achtste plaats oplevert binnen de EU. Aan de Europese top staat Zweden met 11,2 %. Vast breedbandinternet Soorten verbinding Het abonnementenaandeel van de DSL-markt van vast breedbandinternet brokkelt steeds verder af ten gunste van de kabel. Dit was in juli %, ten opzichte van 52 % voor kabel. Bron: DSL subscriptions share in fixed broadband, July 2014, July and January 2013, COCOM. Snelheden Grafiek 7.1. Verdeling van de abonnementen vast breedbandinternet per snelheid, juli 2014 EU 28 BE Minstens 144 Kbps tot 30 Mbps Minstens 30 Mbps tot 100 Mbps 100 Mbps en meer 26,5% 77,5% 60,1% Bron: Fixed broadband subscriptions by speed, July 2014, COCOM. 15,9% 6,6% 13,4% De tendens van het verhogen van de snelheid van de vaste breedbandabonnementen is een feit in België. Zo heeft in juli ,1 % van de breedbandinternetabonnementen een snelheid tussen 30 en 100 Mbps, een 71
72 stijging van 12 procentpunt ten opzichte van juli 2013, terwijl het aandeel breedbandabonnementen met een snelheid tussen 144 Kbps en 30 Mbps (26,5 %) eenzelfde daling kent voor die periode. Hiertegenover staat een lichte daling in het percentage breedbandabonnementen ultrahoge snelheid (ten minste 100 Mbps), namelijk 13,4 % in juli 2014 tegenover 13,5 % het jaar daarvoor. België blijft echter op de eerste plaats staan binnen de EU voor wat betreft de verdeling van vaste snelle breedbandabonnementen (ten minste 30 Mbps). Mobiel breedbandinternet Grafiek 7.3. Penetratiegraad (aantal abonnementen per 100 inwoners) van mobiel breedbandinternet alle actieve gebruikers, juli ,2 Land EU 28 Penetratiegraad Grafiek 7.2. Penetratiegraad (aantal abonnementen per 100 inwoners) van vast breedbandinternet, juli ,4 Land EU 28 53,7 66, ,4 30,9 31,7 19,5 FI SE DK EE PL LU UK ES IE HR NL IT AT DE CZ FR BG MT SK LV LT BE CY SI RO EL PT HU DK NL FR GB DE MT LU BE SE FI LT EE CZ GR SI CY IE ES AT PT HU LV IT PL HR SK BG RO Bron: Fixed broadband penetration (subscriptions as a % of population), July 2014, COCOM. In juni 2014 telde België 34,4 vaste breedbandbonnementen met hoge snelheid per 100 inwoners, waardoor het de achtste plaats binnen de EU inneemt. Hoewel ons land het gemiddelde van de EU overtreft (30,9), moet erop worden gewezen dat wij sinds 2004, het jaar waarin wij op de derde positie stonden, voortdurend gedaald zijn in de rangschikking. Bron: Mobile broadband penetration, all active users, July 2014, COCOM. In juli 2014 telde België 53,7 abonnementen per 100 inwoners voor mobiel internet met hoge snelheid. Hierdoor bengelt ons land achteraan de Europese groep, ver onder het gemiddelde van de EU (66,7). Meerdere factoren kunnen deze situatie verklaren, waaronder onvoldoende uitrusting van de bevolking wat betreft smartphones, vrij hoge tarieven en de vrij strikte bepalingen inzake de uitzending van radiogolven, waarbij kans is op vertraging van de ontwikkeling van netwerken (vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Deze tendens heeft zich echter gekeerd en België schijnt de achterstand te hebben ingehaald door een positieve ontwikkeling van 8,4 procentpunt in de periode tussen juli 2013 en juli Inzake de mobiele telefonie bedraagt in 2013 de dekkingsgraad in de huishoudens 98,8 % voor de technologie 3G+ (HSPA) en 45,6 % voor 4G (LTE). Bron: Broadband Coverage in Europe 2013, IHS, VVA.
73 Telecommunicatie en infrastructuur Internationale vergelijking van telecommunicatietarieven voor ondernemingen Het BIPT publiceerde in juni 2014 een rapport onder de titel Vergelijkende studie betreffende het prijsniveau van telecomproducten voor zakelijke gebruikers in België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het rapport is uitgevoerd door Teligen Tariff & Benchmarking (Strategy Analytics Ltd.) voor het BIPT. De hier beschreven cijfers met de aanduiding Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014) zijn afkomstig uit dit rapport. 73 De studie had als doel een vergelijkende studie uit te voeren van de prijzen voor telecomdiensten voor ondernemingen in België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De studie onderzocht ondernemingen met acht profielsoorten, waaronder eenmansondernemingen en kmo s, en drie categorieën pakketten (bepaald volgens de gebruikersgraad) voor de vaste spraakdiensten, mobiele spraakdiensten, vaste breedband en mobiele breedband. De gebruikte prijsaanbiedingen zijn geselecteerd onder de verschillende lokale telecommunicatieoperatoren die een marktaandeel hebben van minimaal 3 % en die gezamenlijk ten minste 80 % van het marktaandeel voor een bepaalde dienst dekken. De analyse omvatte, indien dit relevant bleek, naargelang het type en de grootte van de onderneming, zowel afzonderlijke telecommunicatiediensten als de diensten waarvoor een abonnement is genomen op een multiplay-aanbieding (het geheel van twee of meer telecomdiensten die samen in het kader van een gezamenlijke offerte worden verkocht). FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
74 74 De prijzen gebruikt als basis voor de vergelijking, zijn verkregen bij leveranciers in februari/maart Het gaat om informatie van publieke aard verzameld op internetsites die de leveranciers zelf aanbieden. Hierbij moet worden vermeld dat voor de studie enkel openbare tarieven geldig voor de niet-residentiële markt in aanmerking werden genomen. Het merendeel van de ondernemingen waarbij de noodzaak van telecomdiensten groot is, krijgt namelijk persoonlijke prijsoffertes rechtstreeks van de operatoren. Dit type aaanbiedingen waarover rechtstreeks tussen de klant en de leveranciers wordt onderhandeld, wordt niet in een openbare prijsofferte gepubliceerd en maakt daarom geen deel uit van het studiebereik van het BIPT. Bovendien wordt in deze studie ook geen rekening gehouden met specifieke telecomdiensten zoals gehuurde verbindingen of optische kabels bestemd voor de grote niet-particuliere gebruikers en die een relatief belangrijk onderdeel uitmaken van het niet-kostenvermogen van ondernemingen. Eenmanszaak op een vaste locatie Dit soort onderneming komt overeen met professionals die vanuit een enkele locatie werken (vooral handelaars). Deze ondernemingen hebben geen grote telecomeisen. Grafiek 7.4. Eenmanszaak op een vaste locatie - Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) BE FR DE NL GB In België zijn de tarieven systematisch vergeleken met het gemiddelde tarief van de vier andere landen aan de hand van een berekening (berekening FOD Economie) van het procentueel prijsverschil. Voor een verdere verduidelijking van de vergelijking is er een kleurencode gebruikt: groen als de tarieven in België voordeliger zijn dan het gemiddelde van de andere landen, en rood indien dit niet zo is. BE 46 FR 46 DE 53 NL 55 Afzonderlijk product GB 54 BE 34 Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). FR 31 DE 41 Multiplay NL 49 GB 37 FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
75 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Afzonderlijk product: BE -11,5 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Multiplay: BE -13,9 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Tabel 7.4. Eenmanszaak op een vaste locatie Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Afzonderlijk product BE FR DE NL GB BE (a) Gemiddelde van drie grootste operatoren ,1 % Multiplay ,0 % Thuiswerkende professional Dit ondernemingstype vertegenwoordigt professionals die vooral van thuis uit werken. De noodzaak van telecommunicatie is belangrijker dan die van de eenmanszaak op een vaste locatie.er bestaat een grote noodzaak voor vaste spraak- en breedbanddiensten, in tegenstelling tot de mobiele spraakdiensten, vanwege de meer statische aard van de onderneming. Grafiek 7.5. Thuiswerkende professional - Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) BE FR DE NL GB Afzonderlijk product Gemiddelde van drie goedkoopste operatoren ,3 % Multiplay ,4 % 75 (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). BE 64 FR 66 DE 86 NL 70 GB 79 BE 45 FR 39 DE 64 NL 64 GB 43 Afzonderlijk product Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Multiplay Afzonderlijk product: BE -15,0 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Multiplay: BE -14,3 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
76 Tabel 7.5. Thuiswerkende professional Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Afzonderlijk product BE FR DE NL GB BE (a) Gemiddelde van drie grootste operatoren ,1 % Multiplay ,1 % Mobiele professional type 1 Dit soort onderneming vertegenwoordigt professionnels die vooral onderweg werken. Zij hebben vooral nood aan mobiele telecommunicatiediensten. Grafiek 7.6. Mobiele professional type 1 - Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) BE FR DE NL GB Gemiddelde van drie goedkoopste operatoren Afzonderlijk product ,3 % 76 Multiplay ,2 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). BE 47 FR 39 DE 54 NL 56 GB 38 BE 54 FR 39 DE 58 NL 64 GB 36 Afzonderlijk product Multiplay Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE +0,5 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Multiplay: BE +9,6 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
77 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tabel 7.6. Mobiele professional type 1 Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Afzonderlijk product BE FR DE NL GB BE (a) Gemiddelde van drie grootste operatoren ,7 % Multiplay ,2 % Mobiele professional type 2 Dit soort onderneming vertegenwoordigt professionnels die vooral onderweg werken en die vooral nood hebben aan mobiele communicatie en breedband. Daartegenover zijn de vereisten voor vaste breedband laag. Grafiek 7.7. Mobiele professional type 2 - Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) BE FR DE NL GB Gemiddelde van drie goedkoopste operatoren Afzonderlijk product ,3 % Multiplay ,8 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). 77 BE 64 FR 51 DE 60 NL 76 GB 41 BE 60 FR 49 DE 64 NL 84 GB 39 Afzonderlijk product Multiplay Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE +12,3 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Multiplay: BE +1,7 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
78 Tabel 7.7. Mobiele professional type 2 Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Afzonderlijk product BE FR DE NL GB BE (a) Gemiddelde van drie grootste operatoren ,8 % Multiplay ,8 % Kleinhandelszaak Dit soort onderneming vertegenwoordigt verkooppunten met 5 gebruikers die zowel vaste als mobiele telecomdiensten nodig hebben. De noodzaak van vaste spraak- en breedband is hoog, terwijl de vereisten voor mobiele communicatie geringer zijn. Grafiek 7.8. Kleinhandelszaak Afzonderlijk product: Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) Gemiddelde van drie goedkoopste operatoren Afzonderlijk product ,5 % 78 Multiplay ,5 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Voor onderstaande ondernemingsprofielen zijn alleen de afzonderlijke aanbiedingen in acht genomen, met dien verstande dat de multiplay-offertes slechts zijn aangepast voor hele kleine ondernemingen BE FR DE NL GB Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE -21,5 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
79 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tabel 7.8. Kleinhandelszaak Afzonderlijk product: Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Grafiek 7.9. Groothandelszaak Afzonderlijk product: Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) Gemiddelde van drie operatoren BE FR DE NL GB BE (a) grootste ,0 % goedkoopste ,7 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Groothandelszaak Het gaat hier om bedrijven met 10 gebruikers die werken vanuit een vaste locatie met een groot aantal nationale en internationale contacten. De noodzaak van vaste breedband en vaste spraakcommunicatie zijn hoog, terwijl de vereisten van mobiele communicatie geringer zijn BE FR DE NL GB Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE +2,2 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. Tabel 7.9. Groothandelszaak Afzonderlijk product: Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Gemiddelde van drie operatoren BE FR DE NL GB BE (a) grootste ,6 % goedkoopste ,6 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). 79 FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
80 Lokaal productiebedrijf Het gaat om productiebedrijven met 10 gebruikers met voornamelijk nood aan een lokale verbinding die in belangrijke mate gebruik maakt van vaste spraak- en breedband. Grafiek Lokaal productiebedrijf Afzonderlijk product: Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) Tabel Lokaal productiebedrijf Afzonderlijk product: Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Gemiddelde van drie operatoren BE FR DE NL GB BE (a) grootste ,7 % goedkoopste ,6 % (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Lokaal dienstverlenend bedrijf 80 Het gaat om dienstverlenende ondernemingen die vooral actief zijn op lokaal niveau, met meer dan 50 gebruikers die zowel op kantoor als onderweg zijn. Deze gebruikers hebben vooral behoefte aan vaste en mobiele communicatie. Het hoge aantal gebruikers vereist meerdere breedbandverbindingen en de nood aan zowel vaste als mobiele spraakcommunicatiediensten is relatief hoog BE FR DE NL GB Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE -19,3 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
81 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Grafiek Lokaal dienstverlenend bedrijf Afzonderlijk product: Goedkoopste aanbod (prijzen in euro per maand, excl. btw) Tabel Lokaal dienstverlenend bedrijf Afzonderlijk product: Gemiddelde van drie grootste operatoren en drie goedkoopste operatoren (prijzen in euro per maand, excl. btw) Gemiddelde van drie operatoren BE FR DE NL GB BE (a) grootste ,7 % goedkoopste ,3 % BE FR DE NL GB Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Afzonderlijk product: BE +1,6 % ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen. (a) Ten opzichte van het gemiddelde van de 4 overige landen (FR, DE, NL, GB). Bron: Teligen Tariff & Benchmarking, Studie BIPT (2014). Algemene conclusie In het algemeen zijn de prijzen van de telecommunicatiediensten in België bij de ondernemingen die het onderwerp zijn geweest van een prijsvergelijking relatief voordelig ten opzichte van zijn buurlanden. Dit is specifiek het geval voor hele kleine bedrijven (eenmanszaken met een vaste locatie, thuiswerkende professionnels) en zeker als de diensten afzonderlijk zijn gekocht en niet in een multiplay-kader. Voor grotere ondernemingen zoals verkooppunten en lokale productiebedrijven zijn de prijzen in België veel concurrerender dan het gemiddelde van de buurlanden. Dit is echter niet het geval voor lokale dienstverlenende bedrijven waarvoor de tarieven in België iets hoger liggen. De situatie is minder voordelig voor professionals die intensief gebruikmaken van mobiele diensten. Zo zijn volgens de studie de prijzen in België voor beide profielen van mobiele professionals aanzienlijk hoger dan het gemiddelde van de vier buurlanden. 81 FOD Economie - Barometer - Telecommunicatie en infrastructuur
82 ICT-sector De definitie van de informatie- en communicatietechnologiesector (ICT) wordt beschreven aan het eind van dit hoofdstuk. Het gaat om een verspreide sector die zowel de industriële activiteiten betreffende de informatica- en elektronische producten als de dienstverlenende activiteiten inhoudt. De twee voornaamste ICT-sectoren in België zijn respectievelijk de telecommunicatiesector en de programmeringssector, alsmede computerconsultancy en andere informatica-activeiten. 82 ICT is een belangrijke bepalende factor voor het bieden van concurrentie. Als pijlers van de digitale economie vormen deze een katalysator voor de veranderingen en vernieuwingen op bedrijfsniveau, en dragen zij bij aan een verhoogde productiviteit van de werkkrachten. Het gebruik van ICT over de hele waardeketen stelt ondernemingen in staat op globale wijze efficiënter te worden en concurrerend te zijn. ICT draagt in belangrijke mate bij aan de groei vanwege het effect op de totale economie. Hoewel de ICT-sector slechts 5 % van het BBP van de EU-27 uitmaakt, draagt deze voor 20 % bij tot de groei van de Europese productiviteit. De industriële branche van ICT alleen verzekert een kwart van het totaal aan investeringen in O&O van de Europese economie. Bron: Europe s Digital Competitiveness Report 2010, Europese commissie. Aantal ondernemingen in de ICT-sector Het aantal ondernemingen dat werkzaam is in de Belgische ICT-sector bedraagt Na een uitsplitsing van de ondernemingen per branche blijkt dat een overweldigende meerderheid hiervan dienstverlenende activiteiten uitvoert. Zo voert 98 % van de ondernemingen diensten uit, terwijl slechts 1,4 % in de industrie werkzaam is. De meeste onder- FOD Economie - Barometer - ICT-Sector
83 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." nemingen zijn actief in de branche Computerprogrammering, computerconsultancy- en aanverwante activiteiten, met meer dan ondernemingen, gevolgd door de branche Telecommunicaties met een totaal van ondernemingen. Bij deze laatste branche moet voorzichtigheid worden betracht, omdat de meeste ondernemingen werkzaam zijn in Overige telecommunicatie-activiteiten en specifiek in het leveren van toegang tot telefoon en internet op openbare plaatsen (gewoonlijk aangeduid als cybercafés). Tabel 8.1. Aantal ondernemingen in de ICT-sector (2014) NACE 26.1 Vervaardiging van elektronische onderdelen en printplaten Vervaardiging van computers en randapparatuur Vervaardiging van communicatieapparatuur Vervaardiging van consumentenelektronica Groothandel in informatie- en communicatieapparatuur Uitgeverijen van software Draadgebonden telecommunicatie Draadloze telecommunicatie Telecommunicatie via satelliet Overige telecommunicatie Computerprogrammering, consultancy en aanverwante activiteiten Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportalen Reparatie van computers en communicatieapparatuur 930 TOTAAL Bron: Btw-plichtige ondernemingen (2014), FOD Economie - AD Statistiek Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - ICT-Sector
84 Omzet in de ICT-sector De gegevens over de omzet waren op het moment van de bewerking van deze uitgave niet beschikbaar voor het gehele jaar 2014, en daarom worden enkel de gegevens van de eerste twee kwartalen van 2014 getoond. In de bestudeerde periode was er een omzetdaling van de ICT-sector met 3,9 %, hoofdzakelijk vanwege de dalende omzet van ruim 11,5 % in de telecommunicatiebranche. De twee branches die een gunstige ontwikkeling doormaken zijn Computerprogrammering, computerconsultancyen aanverwante activiteiten (+6,9 %) en Uitgeverijen van software (+0,5 %). Tabel 8.2. Omzet van de ICT-sector, kwartaalgegevens (in miljoen euro) NACE 1 K 2 K 3 K 4 K 1 K 2 K Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten Groothandel in informatie- en communicatieapparatuur Uitgeverijen van software Telecommunicatie Ontwerpen en programmeren van computerprogramma s, computerconsultancy- en aanverwante activiteiten Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportalen Reparatie van computers en communicatieapparatuur TOTAAL ICT Bron: Btw-aangiften, FOD Economie - AD Statistiek Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - ICT-Sector
85 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Uitvoer en import van ICT-goederen De handelsbalans van ICT-goederen (met inbegrip van de branche Uitgeverijen van software ) vertoont een tekort. Voor het jaar 2014 bedraagt het tekort ruim 3,5 miljard euro. Het merendeel van de activiteitenbranches heeft een tekort, uitgezonderd de branches Vervaardiging van elektronische printplaten en Fabricatie van elektronische onderdelen voor openbare verkoop, die een licht overschot hebben. De activiteitenbranche Vervaardiging van computers en randapparatuur vertoont het grootste tekort, gevolgd door de branche Vervaardiging van communicatieapparatuur. Deze branches groeperen de fabricatie van de meeste elektronische en informatica-onderdelen die worden gebruikt voor de activiteiten van alledag. Deze producten worden voornamelijk gefabriceerd in landen met lage arbeidskosten. Door de stijgende consumptie zal het structurele tekort op de handelsbalans in de ICT-sector ongetwijfeld blijven voortbestaan. Tabel 8.3. Uit- en invoer van ICT-goederen (in miljoen euro) NACE Uitvoer Vervaardiging van elektronische onderdelen Vervaardiging van elektronische printplaten Vervaardiging van computers en randapparatuur Vervaardiging van communicatieapparatuur Vervaardiging van consumentenelektronica Vervaardiging van magnetische en optische media Overige uitgeverijen van software 105 TOTAAL NACE Invoer Vervaardiging van elektronische onderdelen Vervaardiging van elektronische printplaten Vervaardiging van computers en randapparatuur Vervaardiging van communicatieapparatuur Vervaardiging van consumentenelektronica Vervaardiging van magnetische en optische media Overige uitgeverijen van software 180 TOTAAL Handelsbalans voor ICT Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen - Berekeningen: Nationale Bank van België.
86 86 ICT-octrooien In 2014 hebben de Belgische ondernemingen 366 octrooiaanvragen ingediend voor ICT, wat een stijging is van 31,6 % ten opzichte van Het stijgende aantal aanvragen van Belgische oorsprong is hoger dan dat van het totaal aantal ICT-aanvragen binnen de EU (+20 %), hoofdzakelijk vanwege de stijging van het aantal aanvragen binnen het domein van audiovisuele technieken (+79 %) en in het domein van meettechnieken (+69 %). Het aantal octrooiaanvragen op het gebied van radionavigatie (-36 %) en telecommunicatie (-26,5 %) is gedaald. Grafiek 8.1. ICT-octrooien (neerleggingen door Belgische ondernemingen en Europese neerleggingen) Europese patenten (linkerschaal) Patenten door Belgische ondernemingen (rechterschaal) Bron: FOD Economie AD Economische Reglementering De twee belangrijkste domeinen voor ingediende ICT-octrooiaanvragen zijn meettechnieken (31,2 %) en informaticatechnieken (30,4 %). Het aandeel van de aanvragen op het terrein van de meettechniek kent een stijging van ruim 6,7 procentpunt ten opzichte van Hiertegenover staat een daling van het aantal octrooiaanvragen op het gebied van telecommunicatie, namelijk 7,8 procentpunt. Grafiek 8.2. Verdeling per domein van de ICT-octrooien neergelegd door Belgische ondernemingen in 2014 Informatica Meettechnieken Telecommunicatie Halfgeleiders Audiovisuele technieken Radionavigatie 16,8% 9,8% 10,0% Bron: FOD Economie AD Economische Reglementering. 1,9% 31,2% Arbeid in de telecommunicatiesector 30,4% Omdat de arbeidsgegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen niet beschikbaar waren voor een voldoende uitsplitsing om het geheel van de ICT-sector te dekken, volgt hierna een gegevensanalyse van de branche Telecommunicatie alleen. In 2013 waren individuen werkzaam in de telecommunicatiesector in België. De totale arbeid in de sector is gedaald in de bestudeerde periode. FOD Economie - Barometer - ICT-Sector
87 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tabel 8.4. Totale arbeid in de telecommunicatiesector (in duizenden) België Werknemers Zelfstandigen ,6 25,8 25,4 24, ,6 24,1 23,3 1,6 2,1 2,6 2,3 2, ,2 Totaal 28,3 27, ,1 27,6 27,6 27,1 26,5 Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen. De loonarbeid is sterk gedaald (-12,4 %) ten gunste van de verdubbeling van de zelfstandige arbeid. De vermindering van de loonwerknemers komt hoofdzakelijk door de consolidatie van de sector, terwijl vanwege de toename van de zelfstandige arbeid bepaalde ondernemingen grotendeels hun toevlucht nemen tot zelfstandige verkopers. Grafiek 8.3. Loonwerknemers en zelfstandigen in de telecommunicatiesector (in duizenden) België 26,6 1,6 Werknemers Bron: Instituut voor de Nationale Rekeningen. Zelfstandingen 23,3 3,2 Definitie van de ICT-sector (a) 26.1 Vervaardiging van elektronische onderdelen en printplaten 26.2 Vervaardiging van computers en randapparatuur 26.3 Vervaardiging van communicatieapparatuur 26.4 Vervaardiging van consumentenelektronica 26.8 Vervaardiging van magnetische en optische media 46.5 Groothandel in informatica- en communicatieapparatuur ( ) 58.2 Uitgeverijen van software ( ) 61 Telecommunicatie ( ) 62 Ontwerpen en programmeren van computerprogramma s, computerconsultancy- en aanverwante activiteiten ( ) 63.1 Gegevensverwerking, webhosting ( ) 95.1 Reparatie van computers en communicatieapparatuur en aanverwante activiteiten; webportalen ( ) Om de interpretatie te vereenvoudigen hebben we de subcategorieën onderverdeeld in 7 categorieën: 1. Vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten (26) 2. Groothandel in informatie- en communicatieapparatuur (46.5) 3. Uitgeverijen van software (58.2) 4. Telecommunicatie (61) 5. Ontwerpen en programmeren van computerprogramma s, computerconsultancy- en aanverwante activiteiten (62) 6. Gegevensverwerking, webhosting en aanverwante activiteiten; webportalen (63.1) 7. Reparatie van computers en communicatieapparatuur (a) OECD Guide to measuring the information society, 2011, p 58-59,
88 Internationale vergelijking 88 België heeft voor het jaar 2015 al vijf doelstellingen overtroffen van de zeven essentiële streefdoelen die zijn bepaald door de Digital Agenda for Europe. Onze buurlanden hebben hogere scores voor verschillende van deze doelstellingen, in het bijzonder het percentage van consumenten dat online aankoopt. Met een NGA-dekking van 98,3 % komt België dichter bij het streefdoel van 100 % dat is vastgesteld voor 2020, en neemt het een tweede plaats in onder de 28 EU-lidstaten. België neemt de 11e plaats in van de 34 OESO-landen ten aanzien van het penetratieniveau van vast breedbandinternet en de 24e plaats voor mobiel breedbandinternet. De door de Europese Commissie vastgestelde index van economie en digitale onderneming geeft België de 5e positie binnen de EU. De twee onderdelen waarvoor België de beste plaats inneemt zijn connectiviteit (1e plaats) en de integratie van digitale technologie (4e plaats). België bevindt zich op de 24e plaats van de 143 landen in de rangschikking ten aanzien van het indexcijfer voor preparaatheid voor netwerken dat is gepubliceerd door het Wereld Economisch Forum. België heeft een uitstekend cijfer voor vaardigheden (gelinkt aan het onderwijssysteem) en goede resultaten voor zijn infrastructuur alsmede voor het gebruik door de individuen. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
89 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Buurlanden De buurlanden van België zijn Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Beide vermeldingen buurlanden en vijf buurlanden verwijzen naar deze lijst van landen, terwijl de vermelding vier buurlanden duidt op de lijst zonder Luxemburg. De cijfers met de vermelding Bron: Survey Cyber Security (2014) komen uit het rapport Special Eurobarometer Cyber security Report, gepubliceerd in februari De enquête is uitgevoerd door de groep TNS Opinion & Social, op verzoek van de Europese Commissie (DG Binnenlandse Zaken). Er werden gegevens verzameld tussen 11 en 20 oktober voor het verkrijgen van een representatieve steekproef van de bevolking ouder dan 15 jaar gevestigd in de 28 lidstaten van de EU. De gegevens waarbij de vermelding Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven van augustus 2014), BIPT staat, zijn afkomstig uit de Vergelijkende studie prijsniveau telecomproducten in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (tarieven van augustus 2014). Die studie werd uitgevoerd door het BIPT. In totaal werden 699 tariefplannen geanalyseerd, op basis van de tarieven die tussen 1 en 12 augustus 2014 vermeld stonden op de website van de operatoren (en/of in hun prijzenbrochure). De prijzen (of maandelijkse kosten) in het rapport van het BIPT zijn uitgedrukt in euro en inclusief btw, gecorrigeerd in functie van de koopkrachtpariteit. België is hierbij als standaard genomen. Om de tekst beter leesbaar te maken, werden in de barometer geen maandelijkse kosten opgenomen voor elk tariefplan afzonderlijk, maar het gewogen gemiddelde ervan. Gebruik van het internet 72 % van de Belgen (vanaf 15 jaar) gebruikt elke dag het internet, terwijl 15 % hier nooit gebruik van maakt. Voor beide indicatoren neemt ons land de op één na laatste plaats in ten opzichte van de zes landen. Tabel 9.1. Frequentie van het internetgebruik door individuen (vanaf 15 jaar), België en buurlanden, 2014 Rangschikking (1 tot 6) Frequentie van internetgebruik (in % van individuen vanaf 15 jaar) BE BE DE FR LU NL GB Elke dag Soms Nooit Bron: Survey Cyber Security (2014). Nota: Voor de indicator van de frequentie van het internetgebruik Nooit wordt de eerste plaats in de rangschikking toegewezen aan het land met het laagste percentage. Voor de overige indicatoren wordt deze toegewezen aan het land dat het hoogste percentage heeft. 89 FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
90 90 82 % van de Belgen (vanaf 15 jaar) maakt gebruik van internet thuis, 43 % op de werkplek en 35 % op een andere plek. België neemt de 4e positie in voor elk van deze plekken. Tabel 9.2. Plaatsen van internetgebruik door individuen (vanaf 15 jaar), België en buurlanden, 2014 Rangschikking (1 tot 6) Plaats van internetgebruik (in % van individuen vanaf 15 jaar) BE BE DE FR LU NL GB Thuis Op de werkplek Andere Bron: Survey Cyber Security (2014). Nota: de eerste plaats in de rangschikking wordt toegewezen aan het land met het hoogste percentage. Van de zes landen heeft Nederland de meest frequente internetgebruikers enerzijds en de minste digitale kloof anderzijds: 89 % maakt dagelijks gebruik van het internet, en slechts 3 % gebruikt dit nooit. Bovendien zijn de inwoners van Nederland internetgebruikers die het liefst overal toegang hebben: zij hebben de hoogste score voor elk van de drie plaatsen. Apparatuur gebruikt voor de internetverbinding Een overweldigende meerderheid van de internetgebruikers gebruikt een computer (desktop, notebook, netbook) voor de verbinding met het internet. Op de tweede plaats komt de smartphone, gevolgd door de touchtablet. Tabel 9.3. Apparatuur gebruikt door internetgebruikers (vanaf 15 jaar), België en buurlanden, 2014 Welke apparatuur gebruikt u om verbinding te maken met het internet? (meerdere antwoorden mogelijk) Rangschikking (1 tot 6) Antwoord (in %) BE BE DE FR LU NL GB Computer Smartphone Tablet Televisie Andere Bron: Survey Cyber Security (2014). Nota: de eerste plaats in de rangschikking wordt toegewezen aan het land met het hoogste percentage. De Belgen gebruiken minder een smartphone voor een internetverbinding (51 %) dan de internetgebruikers in de vijf buurlanden (55 % tot 73 %). De achterstand ten opzichte van deze landen lijkt echter te worden ingehaald: België stijgt 25 procentpunt ten opzichte van 2013, hetgeen de hoogste stijging is van de zes landen. 39 % van de Belgische internetgebruikers maakt verbinding via een tablet, tegenover 19 % het jaar daarvoor. Het gebruik van dit apparaat varieert sterkt onder de landen (18 % tot 57 %). FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
91 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Tarieven vaste telefonie Zoals dit het geval was in het voorafgaande jaar, nemen in 2014 de Belgische tariefplannen voor vaste telefonie een gunstige plaats in ten opzichte van de tarieven die in de vier buurlanden worden gehanteerd. Tabel 9.4. Maandelijkse kosten voor vaste telefonie, België en vier buurlanden, augustus 2014 Gebruikerspatroon Rangschikking (1 tot 5) Maandelijkse kost in euro (gewogen gemiddelde) BE BE DE FR NL GB 1 Laag verbruik 3 25,59 24,27 22,27 28,18 30,98 2 Medium verbruik (daluren en weekend) 2 30,80 30,82 30,38 35,17 34, Medium verbruik (week overdag) 3 31,84 30,82 30,53 37,95 34,54 4 Hoog verbruik (daluren en weekend) 1 33,54 40,08 38,57 37,95 39,27 5 Hoog verbruik (week overdag) 1 34,58 40,08 38,57 37,95 39,27 Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. Nota: De eerste plaats in de rangschikking is voor het land dat de laagste maandelijkse kost (gewogen gemiddelde) heeft. België heeft het laagste gewogen gemiddelde voor de twee hoogste consumptieprofielen. Voor de andere profielen staat België op de tweede of derde plaats. Tarieven voor mobiele postpaidtelefonie (zonder data) De Belgische tariefplannen voor mobiele postpaidtelefonie zonder data nemen een mediaanpositie in ten opzichte van de tarieven gehanteerd in de vier buurlanden. Gemiddeld zijn de tarieven van de Franse en Britse operatoren iets lager dan in België, terwijl de voorgestelde tarieven in Duitsland en Nederland boven die van ons land liggen. Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
92 Tarieven voor mobiele postpaidtelefonie (met data) De resultaten van België voor de postpaidtarieven (met data) zijn ongeveer als de gemiddelde cijfers. Frankrijk (behalve voor het profiel 2) en het Verenigd Koninkrijk hanteren de laagste tarieven, maar deze zijn hoger in Duitsland en Nederland (behalve voor het profiel 4). Tabel 9.5. Maandelijkse kost voor mobiele post-paid telefonie (met data), België en vier buurlanden, augustus 2014 Gebruikerspatroon Rangschikking (1 tot 5) Maandelijkse kost in euro (gewogen gemiddelde) BE BE DE FR NL GB 92 1 Weinig bellen, weinig data 3 12,67 20,55 8,27 18,55 10,68 2 Gemiddeld bellen, gemiddeld data 2 13,80 22,97 15,13 21,41 11,82 3 Veel bellen, veel data 3 27,43 51,99 26,10 28,61 20,48 4 Intens bellen, intens data 4 37,92 63,95 26,90 37,06 25,43 Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. Nota: De eerste plaats in de rangschikking is voor het land dat de laagste maandelijkse kost (gewogen gemiddelde) heeft. Tarieven voor mobiele prepaidtelefonie Over het algemeen genomen zijn de prepaidtelefonietarieven (zonder of met data) lager in België dan in Nederland en Frankrijk, maar hoger dan in het Verenigd Koninkrijk (met een enkele uitzondering). Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
93 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Mobiel internet (voor de gebruikers van tablets) België heeft een relatief goede score voor wat betreft de tariefplannen voor een laag of hoog verbruik. Enkel het Verenigd Koninkrijk is minder duur in deze categorieën. Tabel 9.6. Maandelijkse kostprijs van mobiel internet (voor de gebruikers van tablets), België en vier buurlanden, augustus 2014 Gebruikerspatroon Rangschikking (1 tot 5) Maandelijkse kost in euro (gewogen gemiddelde) BE BE DE FR NL GB 1 Laag volume 2 9,40 9,93 13,03 6,10 2 Hoog volume 2 16,93 21,57 20,05 13,31 3 Zeer hoog volume 5 33,53 24,87 15,03 27,83 20,03 93 Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. Nota: De eerste plaats in de rangschikking is voor het land dat de laagste maandelijkse kost (mediaanprijs) heeft. België heeft de laatste plaats in de categorie van intensief gebruik. In zijn rapport stelt het BIPT dat het datavolume in de Belgische tariefplannen vrij laag is (grosso modo tot 5 GB maximaal), terwijl andere landen al vaak gecombineerde offertes aanbieden met een volume variërend tot 20 GB. Het BIPT onderstreept ook dat de Belgische operatoren een heel dichte hotspot en homespot hebben ontwikkeld. De grote beschikbaarheid van toegang tot wifi zou een substituut moeten zijn (ten minste voor een deel) voor de noodzaak van de gebruikers op het gebied van de toegang tot internet onderweg. Triple-playpack (breedbandinternet/tv/vaste telefoon) De geselecteerde Belgische operatoren bieden alleen triple-play aan met een snelheid (of breedband) van ten minste 30 Mbps. Dit verklaart waarom er geen enkele vergelijking voor de minder veeleisende categorie is uitgevoerd in termen van snelheid (snelheid < 30 Mbps). FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
94 94 Tabel 9.7. Maandelijkse kostprijs van het triple-playpack (breedbandinternet/tv/vaste telefoon), België en vier buurlanden, augustus 2014 Gebruikerspatroon Rangschikking (1 tot 5) Maandelijkse kost in euro (gewogen gemiddelde) BE BE DE FR NL GB 1 Lage snelheid (< 30 Mbps) Gemiddelde snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie 4 55,16 59,60 36,30 52,98 49,55 Gemiddelde snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie (25 opr.) 2 61,83 63,80 39,48 64,34 62,03 Gemiddelde snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie (70 opr.) 3 67,92 66,95 39,48 82,61 78,67 3 Hoge snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie 3 62,50 54,00 59,72 Hoge snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie (25 opr.) 2 66,87 65,37 71,61 Hoge snelheid (30-60 Mbps) + tv + vaste telefonie (70 opr.) 1 71,79 88,76 91,09 4 Zeer hoge snelheid ( 100 Mbps) + tv + vaste telefonie 4 74,07 70,50 36,03 59,26 Zeer hoge snelheid ( 100 Mbps) + tv + vaste telefonie (25 opr.) 4 78,51 74,64 38,70 70,62 Zeer hoge snelheid ( 100 Mbps) + tv + vaste telefonie (70 opr.) 3 83,01 77,74 39,33 93,99 Bron: Benchmarking België en vier buurlanden (tarieven voor augustus 2014), BIPT. Nota: De eerste plaats in de rangschikking is voor het land dat de laagste maandelijkse kost (mediaanprijs) heeft. Voor de aanbiedingen gelinkt aan een gemiddelde breedband (tussen 30 en 60 Mbps) zijn de tarieven in Frankrijk het meest concurrerend. België heeft een rangschikking tussen de tweede en vierde plaats, naargelang de offertes. Voor de snelle breedband (tussen 60 en 100 Mbps) heeft België de laatste plaats (op drie) wat betreft de offertes zonder extra gebruikskosten voor vaste telefonie. België verbetert zijn positie als er extra kosten zijn: het staat bovenaan de rangschikking: op de tweede plaats voor het profiel van 25 oproepen en op de eerste plaats voor het profiel van 70 oproepen. Voor de ultrahoge snelheid (vanaf 100 Mbps) komt België onderaan in de rangschikking, op de voorlaatste of laatste plaats (op vier), naargelang de profielen. In zijn rapport onderstreept het BIPT dat de resultaten van de triple-play genuanceerd moeten worden naargelang de conclusies over de regionale beschikbaarheid van hoge breedbandsnelheid, evenals de verschillen tussen de weergegeven snelheden en de reële snelheden (zie het rapport van het BIPT, hoofdstuk 13, onderwerpen 1 en 2). FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
95 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Essentiële prestatiedoelstellingen De in 2010 goedgekeurde Digital Agenda for Europe (DAE) bepaalt de essentiële prestatiedoelstellingen die moeten worden gerealiseerd. Tabel 9.8. Essentiële prestatiedoelstellingen, Europese Unie, Doelstellingen Breedband Dekkingsgraad van basisbreedbandinternet (in % van de bevolking) 100% Dekkingsgraad snelle breedband (in % van de bevolking) 100% Penetratiegraad voor ultrasnelle breedband (in % van de huishoudens) 50% Digitale eengemaakte markt Mensen die online aankopen doen (in % van de bevolking) 50% Mensen die online aankopen doen over de grenzen heen (in % van de bevolking) 20% Kmo s ( personeelsleden) die online verkopen (in % van de ondernemingen) 33% Kmo s ( personeelsleden) die online aankopen (in % van de ondernemingen) 33% Digitale inclusie Mensen die regelmatig het internet raadplegen (in % van de bevolking) 75% Achtergestelde bevolkingsgroepen (*) die regelmatig het internet raadplegen (in % van de bevolking) 60% Mensen die nog nooit het internet hebben geraadpleegd (in % van de bevolking) 15% Overheidsdiensten Mensen die gebruik maken van e-government (in % van de bevolking) 50% Mensen die ingevulde formulieren terugsturen via internet (in % van de bevolking) 25% 95 Bron: Een digitale agenda voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2. (*) Mensen met ten minste één van de volgende 3 kenmerken: 55 tot 74 jaar / beperkte schoolopleiding / werkloos of inactief of gepensioneerd. De volgende tabel geeft een benadering van de doelstellingen voor Snelle breedband aan de hand van indirecte indicatoren. België neemt de 1e plaats in voor de dekking van de snelle breedband ( 30 Mbps) en voor het percentage kmo s dat online bestellingen heeft ontvangen. Het neemt de tweede positie in voor beide andere indicatoren, namelijk de penetratie van het ultrasnelle internet ( 100 Mbps) en het percentage particulieren dat online bestellingen heeft uitgevoerd bij verkopers van andere landen van de EU. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
96 96 Tabel 9.9. Indicatoren van de essentiële prestatiedoelstellingen, België en buurlanden, 2014 (tenzij anders vermeld) Rangschikking (1 tot 6) Indicator (in %) BE BE DE FR LU NL GB Breedband Basisbreedbanddekking (in % van de bevolking) 4 99,9 97,5 99, Dekking NGA (in % van de huishoudens) 1 98,3 74,8 40,9 94,3 97,6 81,8 Penetratiegraad van ultrasnelle breedband (abonnementen in % van de bevolking) (a) 2 4,6 1,3 2,4 1,9 5,4 1,0 Digitale eengemaakte markt Particulieren die online besteld hebben (12 laatste maanden) 6 54,2 70,4 62,2 74,0 70,8 78,7 Particulieren die online besteld hebben bij verkopers uit niet-eu-landen (12 laatste maanden) 2 33,9 12,0 20,9 65,4 21,0 18,2 Kmo s ( werknemers) met onlinebestellingen (minstens 1% van de omzet) 1 22,2 21,9 11,1 7,0 13,0 19,1 Kmo s ( werknemers) met online-aankopen (minstens 1% van de aankopen) 6 15,5 23,6 16,0 49,5 29,4 26,5 Digitale inclusie Particulieren die internet minstens een keer per week gebruiken 4 83,0 82,3 80,0 93,3 91,3 89,5 Particulieren uit achtergestelde bevolkingsgroepen (*) die het internet minstens een keer per week raadplegen 4 71,6 70,2 68,6 86,5 85,9 87,0 Particulieren die internet nooit geraadpleegd hebben 6 12,9 11,0 12,1 4,05 4,95 5,53 Particulieren die het internet hebben geraadpleegd voor hun contacten met de overheid (12 laatste maanden) Particulieren die ingevulde formulieren via internet naar overheidsdiensten hebben gestuurd (12 laatste maanden) Overheidsdiensten 4 55,1 52,7 63,8 66,8 75,3 51,4 3 36,4 16,1 44,2 34,8 57,4 33,8 Bron: COCOM, IHS, VVA, Eurostat, DAE-portaal. (a) (b) Mensen met ten minste één van de volgende 3 kenmerken: 55 tot 74 jaar / beperkte schoolopleiding / werkloos of inactief of gepensioneerd. Nota: Voor de indicator Particulieren die internet nooit geraadpleegd hebben (digitale kloof) wordt de eerste plaats in de rangschikking toegekend aan het land dat het laagste percentage scoort. Voor de andere indicatoren wordt ze toegekend aan het land met het hoogste percentage.
97 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." 12,9 % van de particulieren die in België zijn gevestigd heeft nooit gebruik gemaakt van het internet, waarbij ons land reeds de door de DAE voor het jaar 2015 vastgestelde doelstelling van 15 % heeft overtroffen. De digitale kloof is lager bij onze buren. In drie buurlanden (Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) ligt deze beneden het niveau van 6 %, hetgeen de helft is van de score die door België wordt bereikt. 54,2 % van de Belgische consumenten heeft onlineaankopen gedaan. Hiermee overtreft België de DAE-doelstelling van 50 % voor De score ligt echter aanzienlijk hoger in de andere buurlanden. OESO Vast internet Het aantal abonnementen voor vast internet met breedband steeg met 3,8 % in de OESO-zone, namelijk van 332 miljoen abonnementen in juni 2013 tot 344,6 miljoen in juni Penetratiegraad In juni 2014 was de penetratiegraad van vast internet met breedband in de OESO-zone 27,4 abonnementen per 100 inwoners. Dit getal varieert sterk voor de 34 landen, met een penetratiegraad van 11,4 (Turkije) en 47,3 (Zwitserland). Grafiek 9.1. Penetratiegraad van breedbandinternet, België en OESO, (tweede kwartaal) Aantal abonnementen per 100 inwoners 14,2 8,2 BE OESO Bron: OESO Broadband statistics [ België telt 34,7 abonnementen per 100 inwoners, waarbij ons land de 11e positie inneemt onder de 34 OESO-landen, vijf plaatsen voor de Verenigde Staten. De tien laatste plaatsen worden ingenomen door de landen van het Europese continent, met uitzondering van de vijfde positie, die bezet wordt door een land van het Aziatische continent, namelijk Korea. Soorten verbinding De DSL blijft de overheersende technologie (51,5 %) op het niveau van de gehele OESO-zone, zelfs nu dit aandeel licht verzwakt ten gunste van de fiber. 34,0 34,7 27,4 97 FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
98 98 Grafiek 9.2. Verdeling van de abonnementen voor vast breedbandinternet per technologie, OESO, juni 2014 DSL Modem kabel Fiber + LAN Andere 31,4% Bron: OESO Broadband statistics [oecd.org/sti/ict/broadband]. 16,5% 0,6% 51,5% Het aandeel in de abonnementen van elk van de voorgestelde technologieën varieert sterk volgens het land. België wordt gekenmerkt door de overwegende kabel (51,7 %), ofwel het op drie na grootste deel van de OESO-landen. Alleen Canada (56,2 %) en de Verenigde Staten (58,2 %) geven grotere delen weer. De fiber is bijna afwezig op niveau van de abonnementen in België (0,1 %) en dit plaatst ons land onderaan de rangschikking. Mobiel internet 983 miljoen abonnementen waren er voor mobiel internet met breedband (*) geregistreerd in juni 2014 in de OESO-zone, ofwel een jaarlijkse groei van 11,9 %. Deze stijging wordt veroorzaakt door de grote vraag naar smartphones en tabletten. (*) Abonnementen op mobiele gegevens, abonnementen op standaard snelle mobiele breedband, vast draadloos internet, satelliet. Penetratiegraad In juni 2014 was de penetratiegraad van mobiel internet met breedband 78,2 abonnementen per 100 inwoners in de OESO-zone. Zeven landen (Australië, Korea, Denemarken, Verenigde Staten, Finland, Japan, Zweden) hebben een penetratiegraad hoger dan 100. Aantal abonnementen per 100 inwoners Grafiek 9.3. Penetratiegraad mobiel breedbandinternet, OESO-landen, juni Land OESO FI JP AU SE DK KR US EE NZ NO LU IS GB ES IE CZ CH NL IT AT DE SK FR BE PL CA IL SI CL MX GR PT TR HU Bron: OESO Broadband statistics [oecd.org/sti/ict/broadband]. De penetratiegraad van mobiel internet in België blijft groeien. Deze is 60,2 abonnementen per 100 inwoners in juni 2014 (tegenover 45,9 in juni 2013), ofwel een stijging van 14,3 procentpunt in twaalf maanden. Na deze belangrijke groei overschreed ons land ruimschoots de 50 % en is twee plaatsen vooruitgegaan in de rangschikking van de OESO-landen. De score van België (60,2) blijft evenwel onder het gemiddelde van de OESO-zone (78,2) en ligt ver onder de score van Finland (131,6). FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
99 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Index van de digitale economie en maatschappij De index van de digitale economie en maatschappij (in het Engels Digital Economy and Society Index en hierna beschreven met het acroniem DESI) is een samengestelde index opgemaakt door de Europese Commissie (DG CNECT) om te evalueren hoe de landen van de Europese Unie zich tot een digitale economie en maatschappij ontwikkelen. Deze index groepeert 33 indicatoren die uit vijf relevante delen is opgebouwd: connectiviteit, menselijk kapitaal, internetgebruik, integratie van digitale technologie en digitale overheidsdiensten. De cijfers van elke DESI-indicator zijn genormaliseerd (0 tot 1) en stijgen volgens het prestatieniveau. Voor meer informatie over de DESI-index, raadpleeg de volgende pagina DESI-index 2015 De DESI-index 2015 bestaat uit 33 indicatoren die hoofdzakelijk betrekking hebben op het kalenderjaar 2014, behalve als er geen gegevens zijn voor dat jaar, in welk geval de meest recente voorafgaande gegevens worden gebruikt. De (niet-genormaliseerde) gegevens van de indicatoren van elk deel worden beschreven in een rubriek van het hoofdstuk Evolutie van de voornaamste indicatoren ( ). Het algemene cijfer van de DESI-index wordt berekend volgens een gewogen gemiddelde van de genormaliseerde indexen van elk van de vijf delen: connectiviteit (25 %), menselijk kapitaal (25 %), internetgebruik (15 %), integratie van digitale technologie (20 %) en digitale overheidsdiensten (15 %). België heeft een globaal cijfer van 0,59 en neemt de 5e plaats in onder de 28 lidstaten van de EU. Grafiek 9.4. Algemeen DESI-indexcijfer 2015, landen van de EU28 0,68 0,59 Land EU 28 DK SE NL FI BE GB EE LU IE DE LT ES AT FR MT PT CZ LV SI HU SK CY PL HR IT EL BG RO Bron: 0,47 0,31 99 FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
100 100 Onderstaande grafiek toont de resultaten (vóór weging) ten aanzien van de vijf delen. Voor sommige delen verkrijgt België eervolle scores, en zelfs excellente scores. Grafiek 9.5. Cijfer (vóór weging) van de vijf delen van de DESI-index 2015, België en EU 28 BE 0,48 Digitale overheidsdiensten BE 0,46 Integratie van digitale technologie BE 0,77 Connectiviteit 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0 BE EU 28 BE 0,51 Internetgebruik Bron: BE 0,61 Menselijk kapitaal De connectiviteit is het sterke punt van België: ons land heeft een cijfer van 0,77 voor dit onderdeel, het beste resultaat van alle EU-lidstaten. De tweede beste plaats van België is de vierde positie voor de integratie van de digitale technologie (0,46). Voor de andere delen neemt België een plaats in tussen de zesde en twaalfde positie in de rangschikking van de 28 lidstaten van de EU. Connectiviteit België is het land met de beste resultaten van de EU ten aanzien van de connectiviteit. Het hele land is gedekt, 98 % is gedekt door snelle netwerken ( 30 Mbps), 81 % van de huishoudens heeft een abonnement op vaste breedband, en drie vierde van deze abonnementen hebben een hoge snelheid. Toch kunnen er verbeteringen worden uitgevoerd. In zijn presentatieblad van de DESI-index per land, stelt de Europese Commissie dat België goede resultaten bereikt in het domein van de snelle toegang tot het internet, maar dat ons land voor twee grote uitdagingen staat. Ten eerste moet België de inzet verhogen van mobiele breedband. Ten tweede moet ons land de inzet van ultrasnelle breedbandverbindingen aanmoedigen. Menselijk kapitaal België verbetert zijn cijfer voor het menselijk kapitaal in vergelijking met het voorgaande jaar en staat op de achtste plaats van de EU-landen. Er moeten echter pogingen worden ondernomen om de digitale kloof te verminderen (internet) die er nog bestaat onder 13 % van de Belgische bevolking tussen 16 en 74 jaar. België heeft verder een laag aantal registraties van gediplomeerden in de wetenschappen, technologie en wiskunde. Een eventuele schaarste in deze domeinen kan een hindernis vormen voor groei en vernieuwing. De zeldzaamheid aan hulpbronnen heeft al zijn weerslag gevonden op bepaalde functies zoals die van digitale experts. Zo heeft 37,7 % van de Belgische ondernemingen moeilijkheden om hun vacatures voor ICT-specialisten in te vullen. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
101 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Internetgebruik Voor wat betreft het gebruik van het internet neemt België de 6e plaats in van de EU-lidstaten. Ruim één Belgische internaut op twee wijdt zich aan de volgende actitviteiten: 62 % volgt de actualiteit; 65 % luistert naar muziek, kijkt naar films of doet online spelletjes; 69 % kijkt naar video-inhoud on demand met behulp van breedbandverbinding. Integratie van digitale technologie België krijgt hier zijn tweede beste rangschikking, de 4e plaats, voor het deel dat betrekking heeft op de integratie van de digitale technologie. Volgens de resultaten van de indicatoren in verband met dit onderdeel, maken de Belgische ondernemingen goed gebruik van de meeste mogelijkheden aangeboden door e-commerce, de sociale media en de informatica in de cloud (cloudcomputing). 22 % van de kmo s ( individuen) in België verkoopt online, waarvan 9 % in het buitenland. Dit is een belangrijk hulpmiddel om de markt verder uit te breiden, zoals wordt onderstreept door de Europese Commissie in het presentatieblad van België. Digitale overheidsdiensten Op het deel van de digitale overheidsdiensten zakt België vier plaatsen in een jaar, waarbij het van de 8e naar de 12e plaats binnen de EU zakt. Evenwel stijgt het merendeel van de categorieën van dit onderdeel, behalve in het geval van de vooraf ingevulde formulieren in de digitale overheidsdiensten (zie de rubriek Kernkatalysatoren in het hoofdstuk E-overheid ). Ondanks de stijging in ons land, hebben verschillende EU-landen met een goede plaats in dit domein, een snelle evolutie gekend, hetgeen geleid heeft tot een achteruitgang van vier plaatsen door België ten opzichte van het voorgaande jaar. In het presentatieblad van België wijst de Commissie op de zwakke indicator van de digitale gezondheid: 4,9 % van de Belgische huisartsen stuurt zijn recepten elektronisch naar de apotheken tegenover een gemiddelde van 27 % op het niveau van de EU. Index van preparaatheid voor netwerken Het Wereld Economisch Forum publiceert elk jaar een rangschikking van meer dan 140 landen die wordt opgesteld volgens de index van preparaatheid voor netwerken (in het Engels Networked Readiness Index, hierna genoemd NRI) die de factoren, het beleid en de instellingen evalueert op basis waarvan een land in staat wordt gesteld ICT te benutten voor een gedeelde welvaart. Deze studie is gebaseerd op de samenvoeging van 53 individuele indicatoren die in vier hoofdrubrieken worden gegroepeerd, waarbij tien pijlers worden gedekt: omgeving (2 pijlers), voorbereiding (3 pijlers), gebruik (3 pijlers) en impact (2 pijlers). Singapore staat bovenaan de wereldlijst van landen die klaar zijn voor de netwerkintegratie in De Verenigde Staten en Japan zijn de enige andere niet-europese landen in de top FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
102 102 Tabel Index van preparaatheid voor netwerken (NRI 2015), Top 10 Rangschikking Land NRI Singapore 6,0 2 Finland 6,0 3 Zweden 5,8 4 Nederland 5,8 5 Noorwegen 5,8 6 Zwitserland 5,7 7 Verenigde Staten van Amerika 5,6 8 Verenigd Koninkrijk 5,6 9 Groothertogdom Luxemburg 5,6 10 Japan 5,6 Bron: World Economic Forum, The Global Information Technology Report De Belgische score (5,3) stelt ons land op de 24e plaats in de rangschikking van 143 landen. België is drie plaatsen gestegen in vergelijking met de voorgaande rangschikking. Grafiek 9.6. Pijlers van de index van preparaatheid voor netwerken (NRI 2015), België 5,1 Maatschappelijke impact 4,8 Economische impact 4,5 Regeringsgebruik Commercieel gebruik 5,1 5,0 Politiek en regelgevend kader Individueel gebruik 5,8 6,3 5,1 Ondernemings- en innovatieomgeving Vaardigheden Bron: World Economic Forum, The Global Information Technology Report ,1 Infrastructuur 5,6 Haalbaarheid België heeft de beste score (6,3) voor de pijler van vaardigheden met betrekking tot het onderwijssysteem, waarvoor ons land op de 4e plaats staat van de 143 landen. De twee overige beste resultaten van België zijn voor infrastructuur (6,1) en individueel gebruik (5,8). Het minst goede resultaat is dat van het regeringsgebruik (4,5), waarvoor België een 43e plaats inneemt. FOD Economie - Barometer - Internationale vergelijking
103 Besluit Cloudcomputing Het gebruik van de cloudcomputingdiensten is nog geen algemene praktijk onder internetgebruikers (BE 31 %, EU 27 %) en ondernemingen (BE 21 %, EU 19 %), maar het cijfer hiervoor ligt in België voor twee gevallen hoger dan het Europese gemiddelde. De Belgische gebruikers van cloudcomputing voor privédoeleinden zien hier twee grote voordelen in: de flexibiliteit van toegang tot de opgeslagen inhoud in de cloud (59 %) en de mogelijkheid om inhoud met anderen te delen (55 %). De niet-gebruikers van de cloudcomputingdiensten noemen als voornaamste reden dat zij andere oplossingen gebruiken (53 %). Zij geven ook hierbij hun bezorgdheid aan over de veiligheid of de bescherming van hun privéleven (35 %). De opslag van bestanden (62 %) en (53 %) zijn de twee betalende diensten van cloudcomputing die het meest worden gebruikt door de Belgische ondernemingen, terwijl de bewaring van de gegevensbestanden van ondernemingen (45 %) een derde plaats inneemt. De eerste factor (26 %) die voor de ondernemingen een belemmering vormt voor het gebruik van cloudcomputing, is het gebrek aan kennis over dit onderwerp, de tweede (25 %) heeft betrekking op het veiligheidsniveau, en de derde (23 %) betreft de onzekerheid over de datalocalisatie. E-commerce 103 E-commerce maakte in ons land een grote ontwikkeling door in 2014, zowel op vlak van consumenten als van ondernemingen. In twaalf maanden tijd hebben de ondernemingen een aanzienlijke stijging gekend op het gebied van de omzet voor e-commerce (14 % 22 %) en zijn de Belgische consumenten aanzienlijk in aantal gestegen voor het uitvoeren van onlineaankopen (48 % 54 %). Sindsdien bevindt België zich boven het Europese gemiddelde voor beide indicatoren, maar er zijn mogelijkheden tot verdere ontwikkeling. De cijfers voor e-kopers zijn aanzienlijk hoger in de buurlanden dan in de noordse landen (63 % tot 79 %). Mobiel internet FOD Economie - Barometer - Belangrijkste resultaten De stijging van mobiel internet vorig jaar, zet zich verder in Op het niveau van de Belgische ondernemingen komt dit tot uiting in de toename van het gebruik van mobiele
104 104 snelverbinding (66 %), waarbij een aanzienlijk percentage ondernemingen draagbare apparatuur ter beschikking stelt van het personeel (71 %). De penetratiegraad van mobiele breedband zelf heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt (45,3 53,7), waardoor België ietwat meer opschuift op internationaal niveau. Ondanks deze vooruitgang blijft ons land nog ver onder het gemiddelde van de EU (66,7) en de OESO-zone. E-overheid Over het algemeen blijft de e-overheid groeien in België, zelfs als de ontwikkeling hiervan sneller is in andere landen. De meerderheid (55 %) van de Belgische burgers maakt gebruik van het internet voor zijn betrekkingen met overheidsdiensten, en het aantal formulieren dat ingevuld naar de overheidsinstanties wordt verstuurd, stijgt elk jaar (29 % 32 % 36 %) in aantal. Toch zit bij een aanzienlijke minderheid nog steeds de verouderde papieren formule verankerd, waarbij de voorkeur wordt gegeven om zelf naar de bureaus van de overheidsinstanties te gaan. Het eid-gebruik is nog niet algemeen, maar dit is gegroeid: het groter aantal beschikbare lezers van elektronische identiteitskaarten in de huishoudens (33 % 38 %) duidt op de stijging van het gebruik van deze apparatuur door de individuen (34 % 44 %). Verschillende onlinediensten voor (levens)gebeurtenissen van burgers en ondernemingen hebben in België globaal genomen een hogere klantgerichtheid dan het Europese gemiddelde. Cybermisdaad De Belgische internauten zijn meer en meer bang om het slachtoffer te worden van cybermisdaad: een groot deel (89 %) denkt dat dit risico hoger is geworden tussen 2013 en Een groot aantal van hen (73 %) vreest dat zijn gegevens niet beschermd zijn op de internetsites. CERT.be, het federale cyber emergency team, ontvangt berichten van cyberincidenten van ondernemingen en organisaties. Het maandelijks aantal reële cyberincidenten is meer dan verdubbeld (+142 %) tussen 2013 en De meest voorkomende soorten incidenten (in het eerste semester van 2014) waren scanning (bijvoorbeeld gegevensbestanden die worden gescand voor het vinden van zwakke punten) en serieuze incidenten met wormen en virussen (bijvoorbeeld een virus dat plotseling het netwerk van een organisatie aanvalt). E-skills Meer dan de helft (63 %) van de Belgen beschikt over digitale vaardigheden van een basisniveau of hoger, maar de buurlanden scoren beter. De percentages zijn nog lager naarmate de taken complexer zijn, zoals bijvoorbeeld het beheer van de veiligheidsparameters van de internetsurfers (21 %). De Belg gebruikt het internet weinig als instrument om bij te leren (54 %), en slechts een minderheid (8 %) gebruikt e-learning om bij te leren of bij te scholen. Zoals ook het geval is in de andere landen, krijgen heel wat Belgische ondernemingen (38 %) moeilijk vacante posten ingevuld voor jobs die gespecialiseerde ICT-vaardigheden vereisen. Internationale vergelijking Voor de penetratiegraad van vast breedbandinternet behoort België bij het eerste derde gedeelte (11e) van de 34 OESO-landen en voor mobiel breedbandinternet tot het laatste kwart (24e). België (24e) is een van de vijfentwintig landen met de beste rangschikking ten aanzien van de index van preparaatheid voor netwerken, gepubliceerd door het Wereld Economisch Forum. Ons land heeft een heel goed cijfer voor vaardigheden (gelinkt aan het onderwijssysteem) en goede resultaten voor zijn infrastructuur en het gebruik door individuen. FOD Economie - Barometer - Besluit
105 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Doelstellingen van de Digital Agenda for Europe (DAE) De DAE heeft zeven essentiële prestatiedoelstellingen vastgesteld die in 2015 moeten worden gehaald. België heeft al vijf doelstellingen overtroffen. Terwijl onze buurlanden hogere scores hebben voor verschillende van deze doelstellingen, onderscheidt België zich door zijn excellentie van zijn NGA-dekking (die bijna de voor 2020 vastgestelde doelstelling haalt), waarbij het voor deze indicator beter presteert dan zijn buurlanden en zelfs een tweede plaats haalt binnen de EU. Index van de digitale economie en maatschappij (DESI) De DESI-index is een samengestelde index opgemaakt door de Europese Commissie (DG CNECT) om te evalueren hoe de landen van de Europese Unie zich tot een digitale economie en maatschappij ontwikkelen. België heeft de vijfde plaats in de rangschikking van de 28 lidstaten van de EU en bevindt zich hiermee bovenaan de categorie van de 13 landen met gemiddelde prestaties. De DESI-index groepeert 33 indicatoren die uit vijf relevante delen is opgebouwd: connectiviteit, menselijk kapitaal, internetgebruik, integratie van digitale technologie en digitale overheidsdiensten. 1. België staat op de zesde plaats wat betreft het internetgebruik. De Belgische internauten hebben de meest gevarieerde onlineactiviteiten. Zij luisteren naar muziek, kijken naar films of doen online spelletjes, maken gebruik van het internet om te communiceren via de sociale netwerken en hebben toegang tot video-inhoud met behulp van breedbandverbinding (voornamelijk voor video on demand), enz. Voor het merendeel van deze activiteiten is het deel van België gelijk aan of hoger dan het gemiddelde van de EU. 2. België neemt de twaalfde plaats in voor het domein van e- overheidsdiensten. In meerdere categorieën is er een stijging, zoals de mogelijkheid van het uitvoeren van administratieve procedures gelinkt aan belangrijke levensgebeurtenissen. Evenwel is de ontwikkeling hiervoor sneller in andere landen van de EU, waardoor België vier plaatsen achteruit is gegaan ten opzichte van het voorgaande jaar. 3. België verbetert zijn cijfer voor het menselijk kapitaal ten opzichte van het voorgaande jaar en neemt hiervoor de achtste plaats in. Er moeten nog pogingen worden ondernomen om de digitale kloof te verminderen (internet). Verder heeft België een gering aantal gediplomeerden op het gebied van de wetenschappen, technologie en wiskunde. Een eventuele schaarste in deze domeinen kan een hindernis vormen voor groei en vernieuwing. De zeldzaamheid aan hulpbronnen heeft al zijn weerslag gevonden op bepaalde functies, zoals die van digitale experts. 4. België staat op de vierde plaats voor het deel over de integratie van de digitale technologie door de ondernemingen. De Belgische ondernemingen maken relatief goed gebruik van de mogelijkheden aangeboden door e-commerce, de sociale media en cloudcomputing. Zij onderscheiden zich met een eerste plaats in de e-informatieuitwisseling dankzij de beheersoftware van de onderneming. 5. België heeft de beste resultaten op het gebied van de connectiviteit. Ons land staat met zijn NGA-dekking (98 %) op de tweede plaats van de EU, een meerderheid (73 %) van de geabonneerden heeft gekozen voor snelle breedband. Daardoor staat ons land voor twee grote uitdagingen: de inzet verhogen van mobiele breedband en de inzet van ultrasnelle breedbandverbindingen stimuleren. 105 FOD Economie - Barometer - Besluit
106 Ontwikkeling van de belangrijkste indicatoren ( ) Huishoudens en individuen (16-74 jaar) ICT-uitrusting (% huishoudens) ICT-uitrusting Een of meerdere computers in het huishouden 80,3 81,9 83,6 EID-kaartlezer in het huishouden 29,7 32,8 37,8 (% huishoudens die een internetverbinding hebben) apparaten met internetverbinding Desktopcomputer, laptop, notebook of netbook 98,0 96,9 Gsm of smartphone 32,8 46,2 56,7 Tablet 13,8 28,9 40,8 Spelconsole 13,4 12,9 14,3 Smart-tv 10,4 9,9 13,9 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
107 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Internet (% huishoudens) verbinding met het internet Huishoudens met internetverbinding 77,7 80,0 82,8 Nooit een internetverbinding in het huishouden geweest 17,9 17,2 15,0 (% huishoudens met internetverbinding) breedband Huishoudens met breedbandverbinding 94,0 97,6 Huishoudens met mobiele breedbandverbinding 14,9 21,7 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Digitale kloof (% individuen) digitale kloof Individuen die nooit een computer hebben gebruikt 13,0 11,8 10,4 Individuen die internet nooit geraadpleegd hebben 15,4 15,1 12,9 Individuen die nooit eid elektronisch hebben gebruikt 59,3 58,5 49,1 107 Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. Ondernemingen (minstens 10 personeelsleden) ICT-uitrusting (% ondernemingen) ICT-uitrusting Ondernemingen die computers gebruiken 97,9 97,9 98,1 Ondernemingen die hun werknemers draagbare apparatuur ter beschikking stellen waarmee zij verbinding met internet kunnen maken (via mobiele telefonienetwerken) voor beroepsdoeleinden Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. 44,1 57,8 70,4
108 Internet (% ondernemingen) verbinding met het internet Ondernemingen met internettoegang 96,7 96,9 97,4 Ondernemingen met vaste breedbandverbinding 94,3 Ondernemingen met mobiele internetverbinding (via het mobiele telefonienetwerk) voor de toegang tot internet 35,5 56,9 65,7 108 (% ondernemingen) snelste internetverbinding minder dan 2 Mbps 2,2 7,6 6,0 minstens 2 Mbps en minder dan 10 Mbps 32,1 21,6 19,5 minstens 10 Mbps en minder dan 30 Mbps 28,4 27,9 26,2 minstens 30 Mbps en minder dan 100 Mbps 21,7 25,7 25,6 minstens 100 Mbps 12,3 14,0 16,9 (% ondernemingen) snelle breedband minstens 30 Mbps 34,0 39,7 42,6 minstens 100 Mbps 12,3 14,0 16,9 (% ondernemingen) website Ondernemingen die een website of webpagina hebben 76,0 78,3 79,2 Ondernemingen die via een website bestellingen ontvangen hebben 18,4 15,0 19,4 Bron: Enquête Gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium. FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
109 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Veiligheid Meldingen gesignaleerd aan CERT.be (meldingen gesignaleerd door ondernemingen en organisaties) (*) Cyberincidenten Meldingen per maand Incidenten per maand (*) Eerste semester Bron: Cijfers over de meldingen aan CERT.be ( ), het federale cyber emergency team. Fraudegevallen via internet (aantal overtredingen geregistreerd door de federale politie) Fraudegevallen via internet (pogingen en voldongen feiten) (*) 1 januari tot 24 oktober (*) Internetfraude Bron: Politiële criminaliteitsstatistieken ( ) Federale politie DGR/DRI. E-skills Digitale vaardigheden Individuen met ten minste digitale basiservaring (% individuen) Digitale vaardigheden 58,3 % 62,8 % Bron: ICT-enquête huishoudens en individuen ( ), FOD Economie - AD Statistiek - Statistics Belgium; rekeningen Eurostat. Telecommunicatie en infrastructuur Penetratiegraad van breedbandinternet (aantal abonnementen per 100 inwoners) Penetratiegraad Vast breedbandinternet 32,6 33,8 34,4 Mobiel breedbandinternet 25,9 45,3 53,7 Bron: Fixed and mobile broadband penetration (subscriptions as a % of population), July , COCOM. 109 FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
110 Index van de digitale economie en maatschappij (DESI) Connectiviteit Jaar Rangschikking DESI 2015 Dekking vaste breedband (% huishoudens) 100 % 6 Gebruik vaste breedband (% huishoudens) 78 % 81 % Gebruik mobiele breedband (abonnees per 100 inwoners) Spectrum (% van de doelstelling voor op EU-niveau te harmoniseren spectrum) 75 % 75 % 13 NGA-dekking (% van de huishoudens, van alle huishoudens) 98 % 2 Abonnementen snelle breedband (% van de abonnementen 30Mbps, van de abonnementen op vaste breedband) 61 % 73 % 1 Prijs vaste breedband (% van het individuele bruto-inkomen dat wordt besteed aan het goedkoopste standalone-abonnement op vaste breedband) 1,2 % 1,2 % 10 Bron: FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
111 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Menselijk kapitaal Jaar Rangschikking DESI 2015 Internetgebruikers (% van de inwoners, jaar) 80 % 83 % 7 Digitale basisvaardigheden (% van de inwoners, jaar) 58 % 63 % 11 ICT-specialisten (% van de werkzame bevolking) 3,7 % 3,7 % 8 Afgestudeerden in STEM-vakken (exacte wetenschappen, technologie, ingenieurswetenschappen en wiskunde, per 1000 inwoners, jaar) Bron: Internetgebruik 111 Jaar Rangschikking DESI 2015 Nieuws (% van de bevolking dat de laatste drie maanden internet heeft gebruikt, jaar) 62 % 24 Muziek, films en spelletjes (% van de bevolking dat de laatste drie maanden internet heeft gebruikt, jaar) 63 % 65 % 3 Films op aanvraag (% van de huishoudens dat een tv heeft) 69 % 4 IPTV (% van de huishoudens dat een tv heeft) 27 % 4 Videogesprekken (% van de bevolking dat de laatste drie maanden internet heeft gebruikt, jaar) 37 % 42 % 13 Sociale netwerken (% van de bevolking dat de laatste drie maanden internet heeft gebruikt, jaar) 57 % 62 % 18 Bankieren (% van de bevolking dat de laatste drie maanden internet heeft gebruikt, jaar) 70 % 72 % 8 Winkelen (% van de bevolking dat het afgelopen jaar internet heeft gebruikt, jaar) 57 % 63 % 11 Bron:
112 Integratie van digitale technologie Jaar Rangschikking DESI 2015 Delen van elektronische informatie (% van de bedrijven, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 41 % 47 % 1 RFID (% van de bedrijven, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 2,9 % 5,5 % 8 Sociale media (% van de bedrijven, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 17 % Elektronische facturen (% van de bedrijven, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 12 % 11 % 12 Cloud (% van de bedrijven, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 14 % 9 Verkoop via internet door kmo s (% van de kmo s, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 20 % 22 % 6 Omzet elektronische handel (% van de omzet van de kmo s, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) Verkoop over grenzen heen via internet (% van de omzet van de kmo s, uitgezonderd de financiële sector, 10 werknemers) 8,9 % 8,9 % 9 Bron: FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
113 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Digitale overheidsdiensten Jaar Rangschikking DESI 2015 Gebruikers van e-overheid (% van de bevolking dat online formulieren invult, van de internetgebruikers afgelopen jaar, jaar) 38 % 42 % 9 Vooraf ingevulde formulieren (score 0 tot 100) Voltooiing van diensten via internet (score 0 tot 100) Open data (score 0 tot 700) Uitwisseling van medische gegevens (% van de huisartsen) 39 % 9 Elektronische recepten (% van de huisartsen) 4,9 % Bron: FOD Economie - Barometer - Belangrijkste indicatoren
114 Digital Agenda for Europe (DAE) - Essentiële prestatiedoelstellingen De DAE formuleert essentiële doelstellingen voor De cijfers in rood geven de te behalen waarden aan. De cijfers in groen hebben betrekking op de doelstellingen die al gehaald zijn in België. Essentiële prestatiedoelstellingen België Doelstellingen DAE Breedband Basisbreedbanddekking (in % van de bevolking) ±100 % ±100 % 100 % Dekkingsgraad snelle breedband (in % van de huishoudens) 97,1 % 98,3 % 100 % Penetratiegraad van ultrasnelle breedband (juli , in % van de bevolking; 2020, in % van huishoudens) 3,4 % 4,6 % 4,6 % 50 % 114 Digitale eengemaakte markt Particulieren die online besteld hebben (in % van de bevolking) 45,1 % 47,6 % 54,2 % 50 % Particulieren die online besteld hebben bij verkopers uit niet-eu-landen (in % van de bevolking) 25,1 % 27,6 % 33,9 % 20 % Kmo s ( werknemers) met onlinebestellingen (in % van de ondernemingen) 22,1 % 20,0 % 22,2 % 33 % Kmo s ( werknemers) met online-aankopen (in % van de ondernemingen) 15,5 % 33 % Digitale inclusie Particulieren die regelmatig het internet raadplegen (in % van de bevolking) 77,7 % 80,1 % 83,0 % 75 % Particulieren uit achtergestelde bevolkingsgroepen (*) die regelmatig het internet raadplegen (in % van de bevolking) 64,3 % 68,1 % 71,6 % 60 % Particulieren die internet nooit geraadpleegd hebben (in % van de bevolking) 15,4 % 15,1 % 12,9 % 15 % Overheidsdiensten Particulieren die gebruik maken van e-government (in % van de bevolking) 49,8 % 49,6 % 55,1 % 50 % Particulieren die ingevulde formulieren terugsturen via internet (in % van de bevolking) (*) Mensen met ten minste één van de volgende 3 kenmerken: 55 tot 74 jaar / beperkte schoolopleiding / werkloos of inactief of gepensioneerd. Bron: COCOM, IHS, VVA, Eurostat, Portail DAE. 28,7 % 31,7 % 36,4 % 25 %
115 Belangrijkste bronnen BIPT Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Studies of rapporten Vergelijkende studie betreffende het prijsniveau van telecomproducten voor zakelijke gebruikers in België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk [tarieven februari/maart 2014] Vergelijkende studie Prijsniveau Telecomproducten in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk [Tarieven van augustus 2014] Enquête over de perceptie van de Belgische elektronische communicatiemarkt door de gebruikers (september 2014) CERT.be, het federale cyber emergency team Persbericht ( ) DNS Belgium FOD Economie - Barometer - Belangrijkste bronnen
116 Europese Unie 116 Digital Agenda for Europe Portaal Mededeling Een digitale agenda voor Europa, COM(2010) 245 definitief/2 Digital Agenda Scoreboard Pillar IV: Fast and ultra-fast Internet access - analysis and data Digital Economy and Society Index (DESI) Eurobarometer Special Eurobarometer 423 Cyber Security -- Report Statistieken Eurostat (statistieken over de informatiemaatschappij) NACE Rév2 -- Statistical classification of economic activities in the European Community, Eurostat, ISSN Febelfin Belgische federatie van de financiële sector Cijfers Nieuws FOD Economie - Barometer - Belangrijkste bronnen
117 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." Federale politie Criminaliteitsstatistieken Rapport Politiële criminaliteitsstatistieken België (2000 Semester ), federale politie DGR/DRI FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie AD Economische Reglementering AD Economische Inspectie AD Statistiek Statistics Belgium Nomenclatuur Nace-BEL Enquêtes Enquête ICT- en internetgebruik bij huishoudens Gebruik van ICT bij ondernemingen Enquête naar de arbeidskrachten Campagne E-SHOP-DEFENSE De kunst van het veilige online shoppen
118 FOD Financiën INR - Instituut voor de Nationale Rekeningen NBB - Nationale Bank van België OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Portaal (breedband) Rapport OECD Guide to Measuring the Information Society Wereldbank Beveiligde internetservers (per miljoen inwoners) FOD Economie - Barometer - Belangrijkste bronnen
119 Lijst met afkortingen Landen AT Oostenrijk IL Israël AU Australië IS IJsland BE België IT Italië BG Bulgarije JP Japan CA Canada KR Zuid-Korea (Republiek) CH CL Zwitserland Chili LT LU Litouwen Luxemburg (Groothertogdom) 119 CY Cyprus LV Letland CZ Tsjechië (Tsjechische Republiek) MT Malta DE Duitsland (Bondsrepubliek) MX Mexico DK Denemarken NL Nederland EE Estland (Republiek) NO Noorwegen ES Spanje NZ Nieuw-Zeeland FI Finland PL Polen (Republiek) FR Frankrijk PT Portugal GB Verenigd Koninkrijk RO Roemenië GR Griekenland SE Zweden HR Kroatië SI Slovenië (Republiek) HU Hongarije (Republiek) SK Slovakije (Slovaakse Republiek) IE Ierland TR Turkije US Verenigde Staten van Amerika FOD Economie - Barometer - Lijst met afkortingen
120 Andere afkortingen 120 3G Derde generatie norm [UMTS] 3G+ Norm tussen 3G en 4G [HSPA of HSPA+] 4G AD ADSL b2bg b2c b2g bbp BIPT btw CERT COCOM CRM DAE DESI DG CNECT DNS DSL DVD euro EDGE EDI Vierde generatie norm [LTE] Algemene Directie Asymmetric Digital Subscriber Line Business to Business/Government Business to consumer Business to government Bruto binnenlands product Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Belasting op de toegevoegde waarde Computer Emergency Response Team Communications Committee Customer Relationship Management Digital Agenda for Europe Digital Economy and Society Index Directorate General Connect Domain Name System Digital Subscriber Line Digital Versatile Disc Enhanced Data Rates for GSM Evolution Electronic Data Interchange eid ERP EU EU 27 EU 28 Febelfin FOD FTTB FTTH GB GPRS gsm HSPA ICT idtv IHS IP ISDN ISP Kbps kmo LAN LTE Elektronische identiteitskaart Enterprise resource planning Europese Unie Europese Unie (27 lidstaten) Europese Unie (28 lidstaten) Belgische federatie van de financiële sector Federale Overheidsdienst Fiber to the building Fiber to the home Gigabyte General Packet Radio Service Global system for mobile communications High Speed Packet Access Informatie- en Communicatietechnologie (Information and Communication Technology) Interactive Digital Television IHS Inc. Internet Protocol Integrated Services Digital Network Internet Service Provider Kilobit per second Kleine en middelgrote ondernemingen ( medewerkers) Local Area Network Long Term Evolution Max. Maximum FOD Economie - Barometer - Lijst met afkortingen
121 "De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België." MB Megabyte RFID Radio Frequence Identification Mbps Megabit per second SHDSL Single-pair High-speed Digital Subscriber Line Min. Minimum SMCS Support en Méthodologie et Calcul Statistique MP3 MP4 NACE NGA NRI OECD OESO MPEG-1/2 Audio Layer 3 [algoritme van geluidscompressie] MPEG-4 Part 14 [algoritme van audio- of geluidscompressie] Statistische nomenclatuur van de economische activiteiten binnen de Europese Gemeenschap Next generation access Networked Readiness Index Organisation for Economic Co-operation and Development Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling sms STEM TLD tv UBL UCL UMTS USB VDSL VoIP VPN Short Message Service Science, technology, engineering, and mathematics Top-level domain Televisie Universal Business Language Université catholique de Louvain Universal Mobile Telecommunications System Universal Serial Bus Very High Bitrate Digital Subscriber Line Voice over Internet Protocol Virtual Private Network 121 pb Personenbelasting VVA Valdani, Vicari & Associati pc Personal computer VVA s Voorstellen vereenvoudigde aangifte PDA pdf PSI Personal Digital Assistant Portable document format public sector information wifi WiMAX XML De term wifi wordt gebruikt voor draadloze netwerken die steunen op de IEEE standaard Worldwide Interoperability for Microwave Access Extensible Markup Language FOD Economie - Barometer - Lijst met afkortingen
122
123
124 Vooruitgangstraat Brussel Ondernemingsnr.:
De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013
De FOD Economie publiceert zijn Barometer van de informatiemaatschappij 2013 Brussel, 25 juni 2013 De FOD Economie publiceert jaarlijks een globale barometer van de informatiemaatschappij. De resultaten
Goede ICT-prestaties voor België, blijkt uit de Barometer van de informatiemaatschappij 2014
Goede ICT-prestaties voor België, blijkt uit de Barometer van de informatiemaatschappij 2014 Brussel, 10 september 2014 De FOD Economie publiceert vandaag zijn jaarlijkse Barometer van de Informatiemaatschappij.
Barometer van de informatiemaatschappij (2012) Bronvermelding
Bronvermelding GEZINNEN EN INDIVIDUEN Bl. 6 ICT-uitrusting - Huishoudens (tabel) Bl. 7 Apparaten met internetverbinding in het huishouden (grafiek) Beschikbaarheid van interactieve digitale televisie (idtv)
Barometer van de informatiemaatschappij (2014)
Barometer van de informatiemaatschappij (2014) In het kader van de opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die erin bestaat de voorwaarden te scheppen voor een competitieve, duurzame
Goede ICT-prestaties voor België volgens de Barometer van de Informatiemaatschappij 2015
Goede ICT-prestaties voor België volgens de Barometer van de Informatiemaatschappij 2015 Brussel, 16 juli 2015 De editie 2015 van de jaarlijkse Barometer van de Informatiemaatschappij kunt u nu raadplegen.
Barometer van de informatiemaatschappij
Barometer van de informatiemaatschappij BAROMETER VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ (2014) http://economie.fgov.be De editie 2014 van de Barometer van de informatiemaatschappij is beschikbaar op de website
1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.
Barometer van de informatiemaatschappij (2013)
Barometer van de informatiemaatschappij (2013) Nota van de uitgever De Algemene Directie van Telecommunicatie en Informatiemaatschappij wil iedereen bedanken die heeft bijgedragen tot de realisatie van
Huishoudens. Huishoudens zonder kinderen 95% 93% 80% 78% 75% 72% 62% 58%
Huishoudens met kinderen Huishoudens zonder kinderen Huishoudens Geïsoleerde personen 95% 93% 80% 78% 75% 72% 62% 58% Computer Internet Individuen Individuen die behoren tot de achtergestelde bevolkingsgroepen
Digitale (r)evolutie in België anno 2009
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Eerste zes maanden van 2015 De opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie bestaat erin de voorwaarden te scheppen voor een competitieve,
Mobiele technologie zorgt ervoor dat je met een smartphone en tablet en draadloos op een laptop of computer kunt werken.
Informatie- en communicatietechnologie Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de techniek om informatie te verzamelen, op te slaan, weer te geven en uit te wisselen. Dit kan door geluid, tekst,
Enquête naar het gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen 2015
Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium North Gate III - Koning Albert II-laan 16-1000 Brussel ondernemingsnummer: 0314.595.348 http://economie.fgov.be - http://statbel.fgov.be Enquête naar het
ICT- EN INTERNETGEBRUIK BIJ HUISHOUDENS
Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Simón Bolívarlaan 30-1000 Brussel Ondernemingsnummer: 0314.595.348 http://economie.fgov.be - http://statbel.fgov.be Vak in te vullen door de enquêteur:
Enquête naar het gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen 2016
Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium North Gate III - Koning Albert II-laan 16-1000 Brussel ondernemingsnummer: 0314.595.348 http://economie.fgov.be - http://statbel.fgov.be Enquête naar het
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Jaarverslag 2014 Niet-preferentiële certificaten van oorsprong afgeleverd door de Belgische kamers van koophandel Jaarverslag 2014 De opdracht van de FOD
De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies
De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij
Enquête naar het gebruik van ICT en e-commerce bij ondernemingen 2017
Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium North Gate III - Koning Albert II-laan 16-1000 Brussel ondernemingsnummer: 0314.595.348 http://economie.fgov.be - http://statbel.fgov.be Enquête naar het
De Belg gaat op reis en hij neemt mee zijn internet
Nieuwsflash De Belg gaat op reis en hij neemt mee zijn internet Belg voelt zich ongemakkelijk zonder internet op vakantie Man checkt stiekem werkmails op het toilet tijdens vakantie Kinderen surfen zo
Country factsheet - April 2016. België
Country factsheet - April 2016 België Inhoud Inleiding 3 Wat kopen de Belgische klanten online? 4 Populaire betaalmethodes 4 Populaire leveringsmethodes 5 Populaire online platformen 5 Over de grenzen
ZeelandNet.nl Bezoekersprofiel
ZeelandNet.nl Bezoekersprofiel 22 mei 2014 Walter Bil Marketing Services 1 Korte samenvatting 2 Bezoekers van ZeelandNet.nl komen uit Zeeland en zijn voornamelijk mannen van gemiddeld 58 jaar die klant
Altijd en overal online?
Altijd en overal online? Smartphone Tablet E-Reader Netbook Notebook Chromebook Smartphones Bekende merken en types: Apple iphone 4 Samsung Galaxy S II HTC Desire HD Blackberry bold Steeds minder: Nokia
De evolutie in TV- en video-kijken op nieuwe schermen. CIM Other Screen Monitor
Centrum voor Informatie over de Media VZW De evolutie in TV- en video-kijken op nieuwe schermen CIM Other Screen Monitor 2015-2016 17/01/2017 Avenue Herrmann-Debrouxlaan, 46 Brussel 1160 Bruxelles België
BEZINT VOOR GE U BINDT
BEZINT VOOR GE U BINDT telefoon, gsm, internet, tv: durf vergelijken! Welk soort gebruiker bent u? Bepaal stap voor stap uw gebruikersprofiel. Vooraleer u de aanbiedingen van de verschillende telecomoperatoren
Internetgebruik onder niet-westerse allochtonen
Internetgebruik onder niet-westerse allochtonen Ger Sleijpen beschikken over iets meer internetvaardigheden dan autochtonen. Dit verschil wordt voor een groot deel verklaard doordat jongeren bij niet-westerse
PERSBERICHT Brussel, 15 mei 2017
PERSBERICHT Brussel, 15 mei 2017 Armoede-indicatoren in België in 2016 (EU-SILC) Werklozen, eenoudergezinnen en huurders meest kwetsbaar voor armoede Vandaag publiceert de Algemene Directie Statistiek
Trends in Digitale Media december 2014. SPOT publicatie GfK onderzoek in samenwerking met KVB SMB, PMA, RAB, en SPOT
Trends in Digitale Media december 2014 SPOT publicatie GfK onderzoek in samenwerking met KVB SMB, PMA, RAB, en SPOT TV kijken via smartphone 75% gegroeid Vorig jaar december concludeerde SPOT dat TV kijken
TABELLEN OTHER SCREEN MONITOR WAVE 3
TABELLEN OTHER SCREEN MONITOR WAVE 3 De cijfers in de volgende tabellen hebben enkel betrekking op de Belgen (12+) met internet en zijn dus niet representatief voor de gehele Belgische bevolking. In Tabel
Evolutie in mediagebruik: Back to the future? Dimitri Schuurman Ike Picone IBBT - Digital Society
Evolutie in mediagebruik: Back to the future? Dimitri Schuurman Ike Picone IBBT - Digital Society Outline 1. De Vlaamse mediamix in cijfers What s in a buzz? 2. Hoe de evoluties in de mediamix begrijpen
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de
De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011
De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België Samenvatting rapport 2011 Hoe groot is de loonkloof? Daalt de loonkloof? De totale loonkloof Deeltijds werk Segregatie op de arbeidsmarkt Leeftijd Opleidingsniveau
3. Mappen en bestanden in de cloud
75 3. Mappen en bestanden in de cloud U heeft tot nu toe gewerkt met het opslaan van uw bestanden op de harde schijf van uw computer. Echter er zijn ook diverse programma s en diensten waarmee u uw bestanden
PERSBERICHT CIM 22/04/2015
PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds
4G frequentiebanden / LTE frequentiebanden
4G frequentiebanden / LTE frequentiebanden 13-01-2014 GSM Helpdesk Nederland Bij reguliere 2G (GSM) en 3G (UMTS) telefoons en smartphones was het zeer gebruikelijk om de frequenties in MHz aan te geven
M IMPROVING YOUR BUSINESS MOBILITY Mobistar Juni 1 2012. Hoe kiest u de juiste gsm voor uw bedrijf? UW ONDERNEMING alle krachten gebundeld
M IMPROVING YOUR BUSINESS MOBILITY Mobistar Juni 1 2012 Hoe kiest u de juiste gsm voor uw bedrijf? UW ONDERNEMING alle krachten gebundeld 2 De mobiele trends: een wereld in verandering Groot of klein,
PLAN VOOR ULTRASNEL INTERNET IN BELGIË 2015-2020
PLAN VOOR ULTRASNEL INTERNET IN BELGIË 2015-2020 België speelt momenteel een voortrekkersrol in het uitrollen van nieuwe technologieën voor ultrasnel internet. De Belgische overheid moet er alles aan doen
Uw internetaansluiting
Studio Visual Steps Uw internetaansluiting Een overzicht van de mogelijkheden 1 Voorwoord Beste lezers en lezeressen, In deze gids krijgt u informatie over de verschillende aansluitmogelijkheden waaruit
Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%
Statistieken over de informatie- en communicatietechnologie (ICT) Enquête bij de Belgische bevolking
Statistieken over de informatie- en communicatietechnologie (ICT) Enquête bij de Belgische bevolking De Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie biedt onpartijdige statistische informatie.
Gemiddeld gebruik van internet via verschillende media, in procenten (meer antwoorden mogelijk) 52% 37% 0% 20% 40% 60% 80% 100%
6 GEBRUIK VAN INTERNET EN SOCIAL MEDIA De gemeente is benieuwd of alle bewoners beschikking hebben over en gebruik maken van internet en van social media en of men belemmerd wordt als het gaat om informatie
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid
Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Juli 2013 De evolutie van de werkende beroepsbevolking te Brussel van demografische invloeden tot structurele veranderingen van de tewerkstelling Het afgelopen
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong
Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Overzicht 2013 Niet-preferentiële certificaten van oorsprong Overzicht 2013 In het kader van de opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie,
Country factsheet - Januari 2014 Verenigd Koninkrijk
Country factsheet - Januari 2014 Verenigd Koninkrijk Inkomsten uit e-commerce bedragen 109 miljard euro Aan superlatieven geen gebrek als we de e-commerce van het Verenigd Koninkrijk moeten kwalificeren!
De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie. Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies
De FOD Economie informeert u! De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij de fiscale vrijstelling van de innovatiepremies De innovatiepremie Een creatieve werknemer belonen? Ja! Dankzij
Persbericht. Maak kennis met de eerste Chromebook van Toshiba: stijl, snelheid en eenvoud met de vrijheid van de cloud
Persbericht Maak kennis met de eerste Chromebook van Toshiba: stijl, snelheid en eenvoud met de vrijheid van de cloud Persbericht Persbericht Persbericht Persbericht Maak kennis met de eerste Chromebook
Jen Kegels, Eveline De Wilde, Inge Platteaux, Tamara Van Marcke. Hardware. De computer in een oogopslag. 1 / 11 Cursusontwikkeling
Hardware De computer in een oogopslag 1 / 11 Cursusontwikkeling Opslag Er worden verschillende apparaten gebruikt om gegevens op te slaan. Dit zijn de meest voorkomende apparaten. Harde schijf; CD / DVD;
Een desktopcomputer kan uit de volgende onderdelen zijn opgebouwd:
Soorten Personal Computers De drie meest voorkomende computers zijn: * Desktop * Laptop * Tablet Een desktopcomputer kan uit de volgende onderdelen zijn opgebouwd: Systeemkast Beeldscherm Toetsenbord Printer
01. Cookiewet en mobiele apps
WHITEPAPER IN 5 MINUTEN J U L I 2 0 1 2 01. Cookiewet en mobiele apps Op 5 juni 2012 trad in Nederland de nieuwe Telecommunicatiewet in gang. Artikel 11.7a uit deze wet is in de volksmond vooral Telecommunicatiewet
DE SNELWEG NAAR INFORMATIE OVER 50-PLUSSERS
Cijfers 50-plussers en internetgebruik 2011-2012 Informatie via SeniorWeb, april 2012 Prognose 50+ bevolking 2012 2014 2016 50-54 1.214.861 1.249.809 1.273.004 55-59 1.103.954 1.129.357 1.165.305 60-64
Wanneer je de Apps installeert via de Ipad, vergeet ze dan zeker niet te synchroniseren via itunes met je pc of omgekeerd.
Interessante Apps voor de ipad! Wat zijn Apps? Apps = Applications (toepassingen) Applicaties voor mobiele telefoons (iphone) en tablets (ipad) met internetverbinding. Deze Apps zijn verkrijgbaar via de
Moving Pictures: second screen en schermvoorkeur
Moving Pictures: second screen en schermvoorkeur Televisiekijken is een sociale activiteit.. Uit het kijkonderzoek blijkt dat heel vaak samen met het eigen gezin en gasten naar de televisie wordt gekeken.
Verkorte handleiding Vodafone Mobile Connect USB-stick
Verkorte handleiding Vodafone Mobile Connect USB-stick Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe USB-stick*. In deze verkorte handleiding vertellen wij u hoe u snel aan de slag kunt met het modem en
Online Marketing. Door: Annika Woud ONLINE MARKETING
Online Marketing Door: Annika Woud 1 Inhoudsopgaven 1 Wat is online marketing? 2 Hoe pas je online marketing toe op een website? Hoe pas je het toe? SEO Domeinnaam HTML Google Analytics Advertenties op
M-commerce, sociale media en veranderend winkelgedrag beïnvloeden de ontwikkelingen in de globale retailmarkt. Dat blijkt uit de enquête
DigitasLBi presenteert nieuwe enquête over wereldwijd winkelgedrag en onthult enkele belangrijke trends voor Belgische markt Brussel, 24 april, 2014 M-commerce, sociale media en veranderend winkelgedrag
67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.
