Integraal Afwegingskader
|
|
|
- Robert de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Integraal Afwegingskader Implementatie ILUC-richtlijn en operationalisering reductieverplichting van de richtlijn brandstofkwaliteit 1. Wat is de aanleiding? In 2015 zijn door de Europese Commissie twee richtlijnen gepubliceerd die invulling geven aan het brandstoffenbeleid voor vervoer. Het betreft: 1. Richtlijn (EU) 2015/652 tot vaststelling van berekeningsmethode en rapportageverplichting overeenkomstig Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof (hierna: de uitvoeringsrichtlijn FQD). Deze richtlijn is op 20 april 2015 gepubliceerd. 2. Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU L 239) (hierna:iluc-richtlijn). De uitvoeringsrichtlijn FQD wordt in het voorjaar 2017 in regeling brandstoffen luchtverontreiniging geïmplementeerd.. Nederland is verplicht om beide richtlijnen binnen 2 jaar in de nationale wet- en regelgeving te implementeren. De Wet milieubeheer wordt ten behoeve van de implementatie van de ILUC-richtlijn en de operationalisering van de reductieplicht van de richtlijn brandstofkwaliteit gewijzigd. Er is gekozen om op aan te sluiten op bestaande systematiek hernieuwbare energie vervoer die per 1 januari 2015 van kracht is geworden. Zo wordt de verhoging van administratieve- en bestuurlijke lasten beperkt en wordt de eenvoud en de goede handhaafbaarheid behouden. 2. Wie zijn betrokken? Bij de implementatie van deze Europese regelgeving in nationale wet- en regelgeving is een groot aantal publieke en private partijen betrokken. Onderstaand is een overzicht van de belangrijkste partijen met hun rol en verantwoordelijkheden gegeven. Overheden Partij Europese Commissie Ministerie van IenM (KLG en HBJZ) Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) Ministerie van EZ Belastingdienst Rol/verantwoordelijkheid Bewaken van de juiste implementatie van de richtlijn in lidstaten. Bewaken van de juiste implementatie van de betreffende richtlijnen in het Nederlandse beleid en de verantwoording daarvan Uitvoeringsorganisatie voor regelgeving voor hernieuwbare energie in vervoer en voor CO 2 -emissiehandel. Houdt toezicht op bedrijven en handhaaft de wet- en regelgeving wat betreft de uitvoering van het biobrandstoffenbeleid. Stelt de landelijke rapportages aan de Tweede Kamer op over hernieuwbare energie in vervoer en broeikasgasemissies van brandstoffen en de nationale rapportage in het kader van de FQD aan de Europese Commissie. Nationale rapportage aan de Europese Commissie in het kader van de RED. De NEa verstrekt voor deze rapportage informatie over hernieuwbare energie in vervoer en broeikasgasemissies van brandstoffen aan het CBS. Toezicht op bedrijven in het kader van de uitvoering van de Wet op de accijns en voor de Energiebelasting. Dit is van belang omdat met de regelgeving voor biobrandstoffen zoveel mogelijk is aangesloten bij het stelsel van accijnsregelgeving voor brandstoffen.
2 Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) Handhaving op belastingfraude en belastingontduiking. Private partijen Partij Brandstofleveranciers van fossiele brandstoffen aan vervoer (wegvoertuigen en niet voor de wegbestemde mobiele machines, landbouw-, bosbouwmachines en pleziervaart Producenten en leveranciers van hernieuwbare energie vervoer Verificateurs en auditors NGO s Consumenten Netbeheerders Vertogas Rol/verantwoordelijkheid Partijen die fossiele brandstoffen leveren aan vervoer die een jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en een rapportage- en reductieverplichting kennen. Partijen die hernieuwbare energie aan vervoer produceren en leveren (Biobrandstoffen, Hernieuwbare brandstoffen, elektriciteit). Auditors certificeren bedrijven als ze aan de door het duurzaamheidssysteem gestelde eisen voldoen. Verificateurs controleren of bedrijven op een juiste manier de inboekgegevens in het register hebben ingevoerd. Belangenbehartiging sociale- en milieuaspecten van het beleid ten aanzien van biobrandstoffen en brandstofkwaliteit. Afnemers van de energie in vervoer die voldoet aan RED en FQD. Transport van elektriciteit en gas. Uitvoeren van de regeling Garanties van Oorsprong (GvO) voor hernieuwbaar gas. 3. Wat is het probleem? Een goede implementatie van de aanvullingen en wijzigingen omvat zowel de juridische inbedding als het aanpassen van een geborgde uitvoeringssystematiek. Alleen op die wijze wordt een aantoonbare realisatie van doelstellingen van de richtlijn hernieuwbare energie en dereductieplicht van de richtlijn brandstofkwaliteit bewerkstelligd. Alleen het sec implementeren van de Europese richtlijnen leidt tot een inflexibel systeem met onduidelijke lasten voor het Rijk en bedrijfsleven, omdat: de uitvoeringssystematiek voor het behalen de nieuwe doelstellingen van de richtlijn hernieuwbare energie ontbreekt; er geen invulling wordt gegeven aan het Single Information Single Audit (SISA) principe van de overheid. Bedrijven die brandstoffen leveren aan de Nederlandse vervoersmarkt kennen meestal een rapportage- en reductieverplichting als een jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer. Voor zowel de rapportage- en reductieverplichting als de jaarverplichting wordt gebruik gemaakt van een zelfde set gegevens; de onzekere uitvoering van twee afzonderlijke sets wet- en regelgeving leidt tot hoge administratieve lasten voor het bedrijfsleven; het bestaande register energie vervoer geeft slechts ten dele invulling aan de benodigde uitvoering; er een groter beroep gedaan wordt op toezicht en handhaving om conformiteit te bewaken. 4. Wat is het doel? Het doel van de gehele implementatie van de ILUC-richtlijn en de operationalisering van de reductieplicht van de richtlijn brandstofkwaliteit is de verankering van de aanvullingen en wijzigingen in de in 2015 geïntroduceerde wet- en regelgeving om te komen tot een eenvoudig,
3 handhaafbaar en kosteneffectief systeem waarmee Nederland en haar leveranciers van brandstoffen aan de Nederlandse markt aan hun verplichtingen kunnen voldoen. 5. Wat rechtvaardigt overheidsinterventie? Nederland is verplicht om beide richtlijnen binnen 2 jaar te implementeren. Met wijziging van de bestaande wet- en regelgeving wordt ervoor gezorgd dat de doelstellingen van de richtlijn hernieuwbare energie en de rapportage- en reductieplicht van de richtlijn brandstofkwaliteit worden gehaald. Het niet aanpakken van de problemen zoals die beschreven zijn in paragraaf 3 maakt het behalen van de Europese doelstellingen uiterst onzeker en ontneemt het bedrijfsleven de mogelijkheid om kosteneffectief invulling te geven aan de opgelegde verplichtingen. 6. Wat is het beste instrument? Met oog op bestuurlijke continuïteit en adaptatie door het bedrijfsleven is het voortbouwen op de bestaande systematiek die is ingevoerd in 2015 veruit de meest logische optie. De basis doelstelling voor dat systeem een kosteneffectieve manier waarmee bedrijven met een jaarverplichting aan de eisen kunnen voldoen wordt daarmee voortgezet. Continuïteit is vooral van belang met oog op de doelbereik dat al in 2020 moet plaatsvinden. Met betrekking tot het beleidsinstrumentarium ligt het daarmee voor de hand om bestaande titel 9.7 van de Wet milieubeheer, Besluit en Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 en Besluit en Regeling brandstoffen luchtverontreiniging aan te passen aan de nieuwe verplichtingen van de ILUC-richtlijn en de operationalisering van rapportage- en reductieplicht van de richtlijn brandstofkwaliteit. Dit wordt gekoppeld aan het borgings- en verantwoordingssysteem met het Register energie vervoer als uitvoeringsinstrument. De implementatie van de wet- en regelgeving zal direct gevolgd worden door het op niveau brengen van de handhaving. In het besluitvormingsproces zijn 4 opties verkend hoe het instrumentarium aangepast kan worden. Deze opties zijn: Optie A: toevoegen van een nieuwe verhandelbare eenheid voor de reductieverplichting; Optie B: invulling van reductieverplichting met HBE s en een flexibel deel; Optie C: invulling van reductieverplichting met UER s; Optie D: afschaffen jaarverplichting en over te gaan op een reductieverplichting Gekozen is voor optie B. De belangrijkste overwegingen daarvoor zijn: De inschatting dat de reductieverplichting van brandstofleveranciers van 6% reeds voor minimaal 5% behaald wordt door het voldoen aan de jaarverplichting; voor het restant kan de brandstofleverancier HBE s (van niet-conventionele biobrandstoffen), betere fossiele brandstoffen en eventueel UER s gebruiken; De goede balans tussen de lagere administratieve lasten van de brandstofleveranciers en de lagere kosten van de investering voor de overheid; De grotere kans dat deze systematiek voor 1 januari 2018 zowel in wet- en regelgeving als in programmatuur verwerkt kan worden. De belangrijkste bezwaren van de andere opties: Het rendement van de investering in nieuwe registerprogrammatuur in optie A, gelet op de onzekerheid over de Europese beleidsbeslissingen, is onzeker, terwijl de complexiteit van de systematiek voor hogere administratieve lasten en mogelijk hogere kosten voor naleving voor de brandstofleveranciers zorgen dan bij optie B; Optie C maakt de systematiek geheel afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende UER s terwijl Brusselse regelgeving daaromtrent nog volop in ontwikkeling is. In optie D verliest het ministerie de regie over de invulling van de verplichting uit de richtlijn hernieuwbare energie vervoer en daarmee de begrote hernieuwbare energiebijdrage vanuit aan transport aan de 14% nationale beleidsdoelstelling Hernieuwbare Energie in 2020.
4 7. Wat zijn de gevolgen voor burgers, bedrijven, overheid en milieu? In deze paragraaf zijn de kostenconsequenties van optie B beschreven. De administratieve lasten zijn bepaald op basis van een eigen inschatting door het ministerie van IenM en de NEa. Bedrijven Verandering van systematiek brengen meestal kosten voor het bedrijfsleven mee. Door te kiezen voor aansluiting bij de bestaande systematiek worden deze kosten zoveel mogelijk beperkt. De administratieve lasten voor de biobrandstofproducenten neemt door deze wetswijziging niet toe. Wel kan door stimulering van biobrandstoffen van bijlage IX lijst A de productie van deze biobrandstoffen gestimuleerd worden. De bedrijven die geleverde hoeveelheden duurzame biobrandstoffen inboeken hoeven door afschaffing van de dubbeltelling geen kosten voor de dubbeltellingverificatie meer te betalen. De administratieve lasten voor bedrijven met een jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer kunnen toenemen. Zij moeten ervoor zorgen dat zij ook voldoen aan de nieuwe doelstellingen van de richtlijn hernieuwbare energie. Een exacte prijsinschatting is vanwege toekomstige ontwikkelingen van de (bio)brandstoffenmarkt moeilijk te maken. Speciaal voor bedrijven die leveren aan mobiele machines (met uitzondering van de binnenvaart) zullen de administratieve lasten toenemen, omdat zij door deze wetgeving ook voor leveringen aan die bestemming een jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer opgelegd krijgen. Deze bedrijven hebben voor de leveringen aan deze bestemmingen echter al een rapportageverplichting en hebben over de leveringen aan deze bestemmingen een reductieverplichting in Omdat deze reductieverplichting grotendeels ingevuld wordt met de Hernieuwbare Brandstofeenheden die zij voor hun jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer aangeschaft hebben, zullen de extra kosten in 2020 beperkt zijn. Voor het behalen van de reductieverplichting, zullen de lasten voor het bedrijfsleven die aan deze doelstelling moeten voldoen (de rapportageplichtigen) niet tot nauwelijks toenemen. Dit komt omdat de ongeveer 50 bedrijven die moeten voldoen aan de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer hiermee nagenoeg ook voldoen aan hun reductieverplichting. Bedrijven die betere fossiele brandstoffen leveren, zoals LPG, LNG en CNG, hebben feitelijk alleen een rapportageverplichting hebben (door de broeikasgasintensiteit gedurende de levenscyclus hebben zij een negatieve reductieverplichting). Voor de verificateurs en auditors heeft de wijziging nauwelijks financiële effecten. Weliswaar wordt met de dubbeltelling ook de dubbeltellingverificatie afgeschaft, maar dit wordt naar verwachting gecompenseerd door de grotere reikwijdte van de verificatie hernieuwbare brandstof als gevolg van de gewijzigde begripsomschrijving van hernieuwbare brandstof, waardoor leveringen meer vormen van energie uit hernieuwbare bronnen voor inboeking in aanmerking komen. Uitvoeringslasten NEa Door de veranderende systematiek zal het register energie voor vervoer door de NEa aangepast moeten worden. De kosten hiervoor worden geraamd op euro. Het onderhoud aan de uitbreiding van dit register kost met ingang van 2018 jaarlijks euro. Het aantal doelstellingen en de bestaande systematiek worden door de implementatie van de eerder genoemde richtlijnen uitgebreid. Dit heeft tot gevolg dat de uitvoeringstaken van de NEa toenemen. Geschat wordt dat dit ongeveer euro per jaar kost. De NEa als organisatie zal zichzelf moeten voorbereiden op de veranderende systematiek. Ook de doelgroepen zullen voorbereid en begeleid moeten worden. Dit vergt in de periode 2016 tot en met 2020 een extra personele inspanning van ongeveer euro per jaar.
5 Kosten voor de consument De beschreven systematiek ten behoeve van de implementatie van de ILUC-richtlijn en de operationalisering van de rapportage- en reductieverplichting van de richtlijn brandstofkwaliteit brengen geen extra kosten voor de consument mee. Beleidskeuzes over de doelstellingen kunnen dat wel al zal het verschil tussen de verschillende opties naar schatting ongeveer 0,3 cent per liter bedragen. Gevolgen voor het milieu Deze verandering van de wet- en regelgeving heeft positieve gevolgen voor het milieu. Het vermindert de broeikasgasemissies van vervoersbrandstoffen. Dit gebeurt door beperking van conventionele biobrandstoffen die meestal een hogere broeikasintensiteit gedurende de levenscyclus kennen dan geavanceerde biobrandstoffen. Ook weten bedrijven die een reductieverplichting hebben hoe zij daadwerkelijk 6% van de broeikasgasemissie in hun brandstofketen kunnen reduceren.
Hernieuwbare waterstof en HBEmarkt
Hernieuwbare waterstof en HBEmarkt John van Himbergen Opbouw presentatie Wettelijk kader Systematiek Eisen aan inboeken Wanneer is H 2 hernieuwbaar? 2 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Systematiek
1 december 2015 Renée Peerboom
Renée Peerboom Jaarafsluiting Energie voor Vervoer Voorlichtingsbijeenkomst Renée Peerboom Inhoud Wet- en regelgeving Energie voor vervoer Verplichtingen Deelnemers Register Energie voor Vervoer Jaarverplichting
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van, IenM/BSK-2014/, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Besluit van tot wijziging van het Besluit hernieuwbare energie vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met vaststelling van de jaarverplichting voor 2015 en enkele technische
30 april 2015 Renée Peerboom
Inboeken Workshop Inboeken HEV 30 april 2015 Inhoud Nieuwe uitvoeringssystematiek HEV Inboekers Inboekingen Bijschrijving HBE s Controle Rapportages Tijdlijn inboeken Wettelijk kader Europa Richtlijn hernieuwbare
INFORMATIEBIJEENKOMST ENERGIE VOOR VERVOER
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 12 DECEMBER 2017 INFORMATIEBIJEENKOMST ENERGIE VOOR VERVOER Programma 10.00 Welkom 10.10 Inleiding wijzigingen energie voor vervoer 10.30 Uitvoeringsconsequenties:
Jaarafsluiting Energie voor Vervoer
Jaarafsluiting Energie voor Vervoer Voorlichtingsbijeenkomst Jaap Bousema Inhoud Wettelijk kader Energie voor Vervoer Deelnemers Reikwijdte (brandstoffen en vervoersbestemmingen) Jaarafsluiting HEV Registreren
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische opsomming wordt ingevoegd:
Nota van wijziging Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register hernieuwbare energie vervoer) Het voorstel van
Besluit Hernieuwbare Energie vervoer
Reacties op de internetconsultatie Besluit Hernieuwbare Energie vervoer Openbare internetconsultatie van 8 november tot en met 22 november 2016 Dit ontwerpbesluit vervangt het Besluit hernieuwbare energie
Nieuwe uitvoeringssystematiek
Nieuwe uitvoeringssystematiek Voorlichtingsbijeenkomst NEa 3 december 2014 Opbouw 1. Einddoel en jaarverplichting 2. Uitvoeringssystematiek HBE s 3. Wat betekent dit voor u? 4. Rol van de NEa 5. Conclusie
Uitvoering RED NL regelgeving
Uitvoering RED NL regelgeving Hans de Waal Ministerie van Infrastructuur en Milieu Projectdirectie Biobrandstoffen 6-12-2010 Inhoud Richtlijn hernieuwbare energie / onderdeel vervoer Implementatie in NL
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register
Brandstofkwaliteit NL regelgeving
Brandstofkwaliteit NL regelgeving + Rob Cuelenaere Ministerie van Infrastructuur en Milieu Directie Klimaat & Luchtkwaliteit 3-12-2010 Richtlijn 2009/30/EG Omzetting in nationale regelgeving: uiterlijk
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstofeenheden en elektronisch register
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Besluit van (versie 8nov16 internetconsultatie) houdende regels met betrekking tot de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en de rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies, ter implementatie
Algemene wet inzake rijksbelastingen Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen
1 Bestuursovereenkomst tussen de Rijksbelastingdienst en de Nederlandse Emissieautoriteit inzake de informatie-uitwisseling in verband met de uitvoering van artikel 9.7.1.4 van de Wet milieubeheer, artikel
Vereisten voor het inboeken van een vloeibare biobrandstof
Vereisten voor het inboeken van een vloeibare biobrandstof Inleiding De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving inzake hernieuwbare
Overgang naar nieuwe uitvoeringssystematiek. Voorlichtingsbijeenkomst NEa 3 december 2014
Overgang naar nieuwe uitvoeringssystematiek Voorlichtingsbijeenkomst NEa 3 december 2014 Inhoud Jaarafsluiting 2014 Belangrijkste veranderingen Veranderingen deelnemers Verschillen HBE-bioticket Overgang
Notitie 5 september Handhaaf doelstellingen en verplichtingen
Notitie 5 september 2016 Reactie Platform Duurzame Biobrandstoffen op ontwerpwet tot wijziging Wet milieubeheer inzake implementatie ILUC-richtlijn en reductieverplichting richtlijn brandstofkwaliteit,
Handleiding Register Energie voor Vervoer (REV)
Nederlandse Emissieautoriteit Koningskade 4 Postbus 91503 2509 EC Den Haag IPC 652 t +3170-4568050 [email protected] www.emissieautoriteit.nl Handleiding Register Energie voor Vervoer (REV) Nederlandse
Rapportage hernieuwbare energie 2014
Rapportage hernieuwbare energie 2014 Naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging Nederlandse Emissieautoriteit 5-11-2015 2 44 Samenvatting Bedrijven
houdende regels ter uitvoering van titel 9.7 Hernieuwbare energie vervoer van de Wet milieubeheer (Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015)
Besluit van houdende regels ter uitvoering van titel 9.7 Hernieuwbare energie vervoer van de Wet milieubeheer (Besluit hernieuwbare energie vervoer 2015) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur
Naleving jaarverplichting 2012 hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging
Naleving jaarverplichting 2012 hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging Nederlandse Emissieautoriteit 07-08-2013 Samenvatting Registratieplichtige bedrijven moeten
Verslag onderzoek naar de markt voor Hernieuwbare Brandstofeenheden
Verslag onderzoek naar de markt voor Hernieuwbare Brandstofeenheden Datum November 2016 Versie 1 Inhoud 1. Inleiding 3 2. Uitkomsten onderzoek 4 3. Conclusies 7 Onderzoek HBE-markt, november 2016 2 7 1.
Nota naar aanleiding van het verslag
34 717 Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende
Specifiek Accreditatie- Protocol (SAP) voor verificatieactiviteiten in het kader van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015
Raad voor Accreditatie (RvA) Specifiek Accreditatie- Protocol (SAP) voor verificatieactiviteiten in het kader van de Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 Documentcode: RvA-SAP-I005-NL Versie 4, 4-1-2016
Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011
Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1. Interpretatie van de grafieken 4 1.2. Leeswijzer 4 2. De aard van de gebruikte
Handleiding bij de duurzaamheidsrapportage vloeibare biomassa Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) Datum Versie V1.
Handleiding bij de duurzaamheidsrapportage vloeibare biomassa Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) Datum 20-4-2017 Versie V1.0 Colofon Titel Contactpersoon Handleiding bij de duurzaamheidsrapportage
Review van de rapportage implementatie brandstofkwaliteitsrichtlijn door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
PBL-Notitie Review van de rapportage implementatie brandstofkwaliteitsrichtlijn door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) Hans Eerens en Harry Wilting December 2013 Publicatienummer 1168 Inhoud Samenvatting
Richtlijn Garanties van Oorsprong voor hernieuwbare warmte
Richtlijn Garanties van Oorsprong voor hernieuwbare warmte Richtlijn Garanties van Oorsprong voor hernieuwbare warmte Pagina 2 van 8 Inleiding Deze Richtlijn is opgesteld door de warmteproducenten en -leveranciers
