8. De verovering van onze streken
|
|
|
- Rosa Boender
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 8. De verovering van onze streken Woordenlijst * dividere, o, visi, visum: verdelen; scheiden * lingua, ae: tong; taal 5.* differre, differo, distuli, dilatum: verschillen * quod + ind. (vgw.): omdat; dat * provincia: provincie 10.* parum (bw.): (te) weinig --- minus (comparatief): minder --- minime (superlatief): het minst Basistekst 1 In 58 v.chr. werd Iulius Caesar gouverneur (proconsul) van de provincies Gallia Cisalpina en Illyria, voor de ongewoon lange periode van 5 jaar (normaal was een ex-consul na zijn ambtsjaar gouverneur gedurende 1 jaar). Kort daarom werd hij ook gouverneur van Gallia Narbonensis, het gebied in Zuid-Frankrijk dat al in 121 v.chr. een Romeinse provincie was geworden. Dat gebied omvatte de huidige Provence, maar ook de Languedoc (meer naar het westen) en de Savoie (meer naar het noordoosten). Die bloeiende provincie was voor Caesar een ideale uitvalsbasis om het nog onafhankelijke Gallië te veroveren. Dat Gallië werd toen door een 100-tal onafhankelijke stammen bewoond en deze stammen hadden ook allerlei onderlinge conflicten. Tijdens één van deze conflicten riepen sommige Gallische stammen Caesar ter hulp. Na ieder oorlogsjaar schreef Caesar een verslag over de voorbije krijgsverrichtingen. Deze verslagen bundelde hij later tot een boek, de Commentarii de Bello Gallico. In Boek I, eerste hoofdstuk situeert hij Gallië als volgt: Gallia est omnis divisa in partes tres, quarum waarvan unam incolunt Belgae, aliam Aquitani, bewonen tertiam qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur. Hi omnes lingua, institutis, instelling 5. legibus inter se differunt. Gallos ab Aquitanis Garunna flumen, a Belgis Matrona Garonne Marne et Sequana dividit. Horum omnium fortissimi Seine sunt Belgae, propterea quod a cultu atque daarom cultuur humanitate provinciae longissime absunt, beschaving heel ver
2 10.minimeque ad eos mercatores saepe handelaar commeant atque ea quae ad effeminandos geregeld gaan verwekelijken animos pertinent important, proximique bijdragen invoeren sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt, Rijn quibuscum continenter bellum gerunt. met wie voortdurend Tijdens het eerste jaar (58 v.chr.) onderwerpt Caesar het centrum van Gallië, dat dus tussen de Garonne en de Seine+Marne ligt. Daarna keert hij, zoals altijd tijdens de winter, naar Noord-Italië (Gallia Cisalpina) terug, om zijn echte bezigheden als gouverneur uit te oefenen. 15.* creber, bra, brum: talrijk * obses, sidis: gijzelaar * primum (bw.): eerst en vooral; ten eerste * vereri, eor, veritus sum: vrezen * ne + conj. (vgw.): opdat niet, om niet te; dat (niet) 20.* nonnullus, a, um: menig; (mv.) sommige * molestus, a, um: lastig, moeilijk (te verdragen) 15.Cum esset Caesar in citeriore Gallia, crebri < esse = Gallia Cisalpina ad eum rumores adferebantur omnes gerucht passief dat... Belgas contra populum Romanum coniurare samenzweren obsidesque inter se dare. Coniurandi has esse causas: primum verebantur ne, omni als pacata Gallia, ad eos exercitus noster onderworpen adduceretur; deinde ab non nullis Gallis zou worden gebracht = nonnullis sollicitabantur, qui populi Romani exercitum werden opgeruid hiemare atque inveterascere in Gallia overwinteren zich vastnestelen moleste ferebant. Naar Caesar, De Bello Gallico, Boek I, 1 en Boek II,1
3 Opgaven 1. De benaming Gallia (r.1) kan verschillende gebieden aanduiden: - het grote Gallia = Gallia Cisalpina + Gallia Transalpina - Gallia Transalpina - Gallia in zijn kleinste betekenis, zonder Belgica en Aquitania. In welke betekenis gebruikt Caesar "Gallia" in regel 1? En in regel 20 of 23? 2. Lingua (r.3 en 4): welke taal spraken de Kelten? Zoek op of deze verwant was aan het Latijn. Zie hiervoor artikels over het Indo-Europees... Zie ook opgave 5 in de rubriek "Activiteiten". 3. Fortissimi sunt Belgae (r.7-8): deze beroemde uitspraak is de allereerste geschreven vermelding van de Belgen. Met Caesar en zijn inval in Gallia en Belgica begint trouwens de geschiedenis van onze streken. Wat is er inderdaad nodig om van "geschiedenis" van een land te kunnen spreken? 4. Provincia (r.9): hiermee bedoelt Caesar de "provincia Romana" - welke streek is hiermee bedoeld? Denk aan de huidige naam van dat gebied! 5. Vóór Gallia Narbonensis, een Romeinse provincie sedert 121 v.chr., in 22 v.chr. die naam kreeg, spraken de Romeinen inderdaad over dat gebied als de "provincia Romana". Narbona, gesticht in 118 v.chr., werd de hoofdstad van dat gebied. Maar welke steden waren veel ouder en welke cultuur kenden die? 6. In die Provence zijn er heel veel overblijfselen van de Romeinse aanwezigheid - zoek maar de namen op van steden als Arles, Nîmes en Orange! 7. Welke redenen geeft Caesar in regels 8-14 voor het feit dat de Belgen de dappersten zijn? 8. Mercatores (r.10): er liepen inderdaad belangrijke handelswegen door Gallië, en dat sedert al heel lang. Die handelswegen volgden vaak de valleien en rivieren, b.v. de Rhône om vanaf het zuiden het binnenland binnen te dringen en dan bijvoorbeeld de vallei van de Seine... Een mooi bewijs van het feit dat zelfs heel grote handelsgoederen al in heel vroege tijden in het centrum van Gallië werden vervoerd is de belangrijke vondst van de Vaas van Vix. Dit enorm Grieks mengvat werd in 1953 in het graf van een Gallische prinses gevonden, in het kleine dorpje Vix, iets ten noorden van de Franse stad Châtillon-sur-Seine. Ze wordt nu in het museum van deze stad bewaard. Zoek inlichtingen op over deze fantastische vondst - kijk b.v. op de site Zie ook de rubriek "Activiteiten". 9. Wat zou kunnen bedoeld zijn met "ea quae ad effeminandos animos pertinent" (r.11-12)? 10. Welke rol spelen de Germanen (r.13) dus volgens Caesar?
4 11. Contra populum Romanum coniurare (r.17): gaat het op te spreken over "samenzweren"? Waarom (niet)? 12. Omnia pacata Gallia (r.19-20): "pacare" wordt hier vertaald met "onderwerpen". Maar welk woord zit er in het werkwoord "pacare"? Wat betekent het dus letterlijk? Wat denk je van het gebruik door Caesar van dat woord? Zie voor het begrip "Pax Romana" bij de rubriek "Activiteiten". 13. Ab non nullis Gallis sollicitabantur (r.21-22): wat bewijst dat? Wie is bedoeld met deze "Galli"? Hoe zou je die groep Galliërs kunnen noemen? Woordenlijst * cedere, o, cessi, cessum: gaan; weggaan, wijken 5.* instare, o, stiti, ---: staan op; dreigen, op handen zijn * ut (bw.): hoe? zoals * gravis, is, e: zwaar; ernstig * agitare, o: (aan)drijven; kwellen; verrichten, uitoefenen; doorbrengen 10.* loqui, or, locutus sum: spreken * curare, o: zorgen voor, zich bekommeren om Basistekst 2 We keren een heel eind in de Romeinse geschiedenis terug, tot in het jaar 477 v.chr de vroege jaren van de republiek dus. Rome heerste nog maar over een klein gebied Eo tempore neque pax neque bellum cum Veientibus fuit. Res proxime formam inwoners van Veii latrocinii uenerat: legionibus Romanis strooptocht V.V.T. voor... cedebant in urbem; ubi abductas senserant teruggetrokken V.V.T. 5.legiones, agros incursabant. Et alia bella binnenvallen instabant, ut ab Aequis Volscisque, et Sabini vanwege semper infesti Etruriaque omnis. Sed Veiens vijandig hostis, adsiduus magis quam grauis, animos voortdurend agitabat. 10.Tum Fabia gens senatum adiit. Consul pro gente loquitur: "Vos alia bella curate, praesens 3E
5 * velut (bw.): zoals, evenals; als het ware * gratia, ae: bevalligheid; gunst; dank * posterus, a, um: volgend, later * dies, diei: dag 15.* numerus, i: getal; aantal * pervenire, io, veni, ventum: komen tot; aankomen, bereiken 20.* paulo (bw.): een weinig * regio, ionis: streek, gebied * qua (bw.): waarlangs (?), waar; hoe? zoals * tutus, a, um: veilig * arcessere, o, cessivi, cessitum: ontbieden, halen * praesidium, ii: bescherming, hulp; (mv.) bezettingstroepen; post, versterkt punt * oppugnare: belegeren 25.* acer, cris, cre: scherp; vurig; fel, hevig * sustinere, eo, tinui, tentum: omhoog houden; uithouden, verdragen, stand houden Fabios hostes Veientibus date. Nostrum id nobis uelut familiare bellum gerere in animo van de familie est." 15.Gratiae ingentes actae. Fabii postera die werden betuigd arma capiunt: nunquam exercitus minor kleiner numero per urbem incesserat. Sex et was opgetrokken driehonderd- trecenti milites, omnes patricii, omnes unius enzes patriciër gentis ibant. 20.Mox ad Cremeram flumen peruenerunt et weldra Cremera castra non longe a flumine posuerunt. Paulo post tota regione qua Tuscus ager Etruskisch Romano adiacet, tuta omnia. grenzen Sed Veientes arcessito ex Etruria exercitu nadat ze praesidium Cremerae oppugnabant - saepe acriter ibi pugnabant. Iamque Fabii adeo vicerant hostem ut V.V.T. crederent sua arma non sustineri posse. passief
6 * quidam, quaedam, quoddam (onbep. vnw.): een (zekere), een of ander; (zelfst.) iemand, iets * campus, i: vlakte; veld * pecus, coris: vee, dieren 30.* subito (bw.): plots * insidiae, arum (mv.): hinderlaag * undique (bw.): van alle kanten, (van) overal * defendere, o, ndi, nsum: verdedigen * satis (bw.): voldoende, genoeg; tamelijk Quodam die, cum procul a Cremera magno 30.campi interuallo pecora viderent et rari afstand zeldzaam hostes apparerent, ad eos decurrerunt. te zien zijn losstormen Subito ex insidiis undique hostes erant. Fabii fortiter se defendebant, sed caesi ad unum volt.deelw. tot de omnes praesidiumque expugnatum. laatste man volt.deelw.innemen 35.Trecentos sex perisse satis conuenit. zijn omgekomen Opgaven Naar Livius, Ab Urbe Condita, Boek II, hfdst. 48, 65 - hfdst. 50, Je kent de stad Veii al - van welke statenbond maakte die stad deel uit? Lag Veii ver verwijderd van Rome? 2. Hoe zou je "latrocinium" = strooptocht met een modern begrip kunnen weergeven? Waar in de tekst blijkt dat trouwens? 3. De "gens Fabia" (r.10) was één van die belangrijke Romeinse families, die een grote rol speelden in de republiek. Zo was Caesar lid van de "gens Iulia", een familie die dacht af te stammen van Iulus Ascanius, de zoon van Aeneas. Via deze laatste zou de "gens Iulia" dus een goddelijke oorsprong hebben gehad... Verdere grote "gentes" waren de "gens Cornelia", de "gens Claudia", de "gens Manlia" (waar M. Manlius deel van uitmaakte, zie Les 5, Leestekst 1), de "gens Valeria", enz. Zie o.a. Misschien is het eens interessant uit te zoeken hoe een Romeinse naam was samengesteld...? 4. Omnes patricii (r.18): de patriciërs vormden één van de twee grote sociale standen in Rome, naast de plebejers. De patriciërs vormden dus een soort adel; ze dachten af te stammen van de 100 eerste senatoren of "patres" die door Romulus waren aangesteld. Tot 367 v.chr. waren de patriciërs de enigen die consul konden worden en in de senaat konden zetelen - ze hadden dus alle macht in de staat. Na 367 v.chr. konden ook plebejers consul worden en dus in de senaat worden opgenomen - dat was het resultaat van een lange sociale strijd, waarover je volgend jaar veel meer zult leren.
7 5. De Cremera (r.20) is een klein zijriviertje van de Tiber, dat 10 km ten noorden van Rome in de Tiber vloeit en dat toen op Etruskisch gebied lag. Wat vormde eigenlijk de grens tussen Rome en Etrurië? 6. Wat kun je zeggen over het geslacht van "dies" (zie regels 15 en 29)? Grammatica 1. Het betrekkelijk voornaamwoord en de betrekkelijke bijzin a. Observeer Basistekst 1: in partes tres, quarum... (r.1), ea quae... (r.11), Germanis, qui...quibuscum... (r.13-14), ab non nullis Gallis qui... (r ) b. Besluiten (1) Het betrekkelijk voornaamwoord qui, quae, quod leidt een betrekkelijke bijzin in, die uitleg geeft bij een woord, meestal een substantief. Het woord waarop de betrekkelijke bijzin terugslaat noemen we het antecedent (2) Het betrekkelijk voornaamwoord congrueert in geslacht en getal met het antecedent, maar heeft een eigen naamval. Het betrekkelijk voornaamwoord heeft inderdaad een eigen functie in de betrekkelijke bijzin: het kan onderwerp zijn, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, enz. Voorbeeld: Proximi sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt, quibuscum continenter bellum gerunt (r.12-14): - qui is mannelijk meervoud, omdat het overeenkomt met "Germanis" / het heeft niet dezelfde naamval, maar is zelf nominatief omdat het onderwerp is van "incolunt" - quibus is eveneens mannelijk meervoud, omdat het ook congrueert met "Germanis" / het is ablatief omdat het afhangt van het voorzetsel cum + abl. (3) De verbuiging van qui is onregelmatig: - wel herkennen we soms de uitgangen van de adjectieven op -us, -a, -um: b.v. quorum, quarum, quos, quas, quo, qua - verder herkennen we weer de voornaamwoordelijke uitgangen in de genitief enk. cuius en de datief enk. cui. Voor de volledige verbuiging zie L.S. nr. 90.
8 (4) (V) We vertalen het betrekkelijk voornaamwoord dikwijls door die, dat / wie, wat. Maar let erop dat we in het Nederlands moeten zeggen: - van wie (bij personen), maar: waarvan (bij zaken) = Latijn: cuius, quorum, quarum - aan wie (bij personen), maar: waaraan (bij zaken) = Latijn: cui, quibus - met wie, door wie (bij personen), maar: waarmee, waardoor, waarin, waaruit (bij zaken) = Latijn: cum/ab/in/ex... quo, qua, quibus. Let ook op dat cum quo/qua/quibus meestal in één woord geschreven wordt: quocum, quacum, quibuscum. 2. De bijwoorden a. Observeer - Basistekst 1: continenter (r.14), moleste (r.24) - Basistekst 2: proxime (r.2), longe (r.21), acriter (r.26), fortiter (r.33) b. Besluiten (1) Bijwoorden bepalen meestal een werkwoord - zoals adjectieven meestal een substantief bepalen. In tegenstelling tot de adjectieven zijn ze onveranderlijk. (2) Er bestaan heel wat bijwoorden die je zo in de woordenlijst leert: die hebben dan erg verschillende uitgangen. Zo zagen we al: (in deze les) parum, paulo, subito, undique, satis - (in de vorige lessen) hic, nunc, saepe, fere, simul, adeo, forte, haud, enz. (3) Veel bijwoorden worden van het adjectief afgeleid. De regels hiervoor zijn: - adjectieven van de eerste groep (-us, -a, -um): stam + -e Voorbeelden: longus --- longe Let op de belangrijke uitzonderingen bene - multo of multum - solum - crebro - adjectieven van de tweede groep (gemengde verbuiging): stam + -iter (soms -ter) Voorbeelden: fortis --- fortiter / acer --- acriter.
9 3. De imperatief (gebiedende wijs): a. Observeer - da (Les 7, Basistekst, r.1) / serva (Les 7, Basistekst, r.2) - curate (Basistekst 2, r.11), date (Basistekst 2, r.12) / quaerite (Les 7, Basistekst, r.6-7) / credite (Les 3, Basistekst 2, r.18) / discedite (Les 2, Basistekst, r.27) b. Besluiten (1) Tot nu toe zagen we 3 onvoltooide tijden - ze horen tot de indicatief (= aantonende wijs), de wijs waarin het normale vervoegde werkwoord staat. De meeste zinnen delen inderdaad gewoon iets mee en deze mededelende zinnen staan dus in de indicatief. (2) Er bestaan nog andere wijzen van het werkwoord: er is natuurlijk de infinitief of noemvorm, verder bijvoorbeeld ook het onvoltooid of voltooid deelwoord (participium) - en nu maken we kennis met de imperatief of gebiedende wijs (2) In vele talen, ook in het Nederlands, is de imperatief 2de pers. enk. = stam. In het Latijn is de imperatief 2de pers. enk. = stam of stam + e. (3) De imperatief 2de pers. mv. = stam (+ bindletter -i-) + te. Zie LS nr. 139 en De telwoorden a. Observeer - tres (Basistekst 1, r.1), unam (Basistekst 1, r.2) / sex et trecenti (Basistekst 2, r.17-18) - tertiam (Basistekst 1, r.3) b. Besluiten (1) De hoofdtelwoorden (in het Nederlands: één, twee, drie...) leer je in de woordenlijst. Vaak zijn ze onveranderlijk, soms worden ze verbogen. Zie LS nrs (2) De rangtelwoorden (in het Nederlands: eerste, tweede, derde...) zijn bijna altijd afgeleid van het hoofdtelwoord. Ze worden verbogen volgens de adjectieven op -us, -a, -um. Zie ook de LS nrs
10 Oefeningen 1. Betrekkelijke voornaamwoorden komen veel voor. Het is belangrijk dat je het antecedent (het woord waarop het betr. vnw. slaat) goed kunt vinden en dat je het voornaamwoord goed kunt vertalen: - geef het antecedent van volgende betrekkelijke vnw.:. Basistekst 1: quarum (r.1), quibus (r.14), qui (r.22). Les 7, Basistekst: quae (r.5), quem (r.20), qui (r.22). Les 6, Basistekst: quorum (r.6), qui (r.24), qui (r.29). Les 5, Basistekst: cuius (r.8). Les 4, Basistekst: qui (r.31) - hoe vertaal je deze betrekkelijke voornaamwoorden telkens? Welke gevallen zijn de moeilijkste? 2. Verklaar de naamval van volgende substantieven: - Basistekst 1: lingua (r.4), legibus (r.5), flumen (r.6), provinciae (r.9), mercatores (r.10, exercitus (r.20), Gallis (r.21), populi (r.22) - Basistekst 2: temore (r.1), bella (r.5), animos (r.8), gente (r.11), Veientibus (r.12), die (r.15), exercitus (r.16), gentis (r.19), flumen (r.20), tuta (r.23), pecora (r.30), hostes (r.31), insidiis (r.32). 3. Geef de hele woordgroep waarvan de volgende woorden een deel zijn: - Basistekst 1: tres (r.1), ad (r.10), noster (r.20), exercitum (r.22) - Basistekst 2: Romanis (r.3), die (r.15), tota (r.22), magno (r.29), rari (r.30). 4. Geef de woordsoort van volgende woorden uit Basistekst 2: Pax (r.1), fuit (r.2), legionibus (r.3), cedebant (r.4), in (r.4), ubi (r.4), semper (r.7), omnis (r.7), gravis (r.8), animos (r.8), tum (r.10), vos (r.11), date (r.12), nostrum (r.12), id (r.12), nobis (r.13), numquam (r.16), per (r.17), mox (r.20), longe (r.21), paulo (r.22), tota (r.22), acriter (r.26), adeo (r.27), ut (r.27), sua (r.28), eos (r.31), decurrerunt (r.31), fortiter (r.33). 5. Weer kun je Latijnse woorden via de moderne talen herkennen of de betekenis van moderne woorden uit het Latijn afleiden. Welke woorden herken je in: divisie, Eng. different/fr. différent, minimum, Fr. grave, gravitatie, gratie, regionaal, defensief, enz. Haal ook eens afgeleide moderne woorden uit de woordjes die je moest leren in lessen 6 en 7.
11 Leestekst 1 Ook op andere plaatsen in zijn De Bello Gallico geeft Caesar inlichtingen over de Galliërs in het algemeen en over de Belgen in het bijzonder. Bij het begin van zijn veldtocht tegen de Belgen lopen de Remi over naar de Romeinen. Zij geven Caesar kostbare inlichtingen over de andere stammen: "Plerique Belgae sunt orti ab Germanis, de meeste stammen af Rhenumque antiquitus traducti propter Rijn eertijds hebben overgestoken loci fertilitatem ibi consederunt Gallosque, vruchtbaarheid zich vestigen qui ea loca incolebant, expulerunt. Soli sunt bewonen verdrijven 5. qui patrum nostrorum memoria, omni Gallia herinnering toen... vexata, Teutonos Cimbrosque intra suos fines verwoest Teutones Cimbri werd ingredi prohibuerunt. binnenvallen beletten (V.T.T.) Suessiones nostri sunt finitimi; fines latissimos Suessiones heel uitgestrekt feracissimosque agros possident. Apud eos heel vruchtbaar bezitten bij 10.fuit ex nostra etiam memoria Diviciacus, qui Diviciacus cum magnae partis harum regionum, tum niet alleen... maar... etiam Britanniae imperium obtinuit. Oppida Brittannië bezitten habent numero duodecim, pollicentur milia twaalf beloven duizend armata quinquaginta. Totidem Nervii, qui gewapend vijftig evenveel Nerviërs
12 15.maxime feri inter ipsos habentur longissimeest woest passief het verst meque absunt." Naar Caesar, De Bello Gallico, II, hfdst. 4, 1-2 en 6-8 Opgaven 1. Plerique Belgae sunt orti a Germanis (r.1): verder schrijft Caesar dat sommige stammen, onder wie de Eburonen van Ambiorix, Germanen waren. Zou dat kunnen kloppen? 2. De volksverhuizingen die later de ondergang van het Romeinse rijk zouden bespoedigen, waren al heel lang bezig. De Kelten zelf waren in de jaren v.chr. vanuit hun stamland in Zuid-Duitsland naar het westen beginnen te trekken. Ze zouden in de 5de eeuw het huidige Frankrijk bezetten en in de 4de eeuw ook Brittannië, het Iberische schiereiland en Noord-Italië - denk ook aan de verwoesting van Rome in 390 v.chr.! De Germanen hadden als stamland Denemarken en Zuid-Skandinavië en begonnen vooral in de 3de-4de eeuw n.chr. de Rijn over te steken. Maar was de grens tussen Kelten en Germanen zo duidelijk? Welke indruk heb je hier uit Caesars inlichtingen? 3. Cimbri en Teutones: zoek hierover inlichtingen op. Klopt de tijdsaanduiding "patrum nostrorum memoria"? 4. Diviciacus zou zelfs tot in Brittannië macht hebben! Hoe ver strekte het gebied door Kelten bewoond zich uit? Zou deze band tussen Gallië en Brittannië dus kunnen? 5. Waar woonden de Nerviërs? Klopt het dat ze "longissime absunt" r.15-16)? 6. De indeling in provincies van het Romeinse rijk in de 1ste eeuw n.chr. bevatte o.a. Germania Inferior, met als hoofdstad Keulen (Colonia Agrippina). Deze provincie omvatte een groot deel van Zuid-Nederland, bijna heel het oosten van het huidige België en een stuk van Duitsland ten westen van de Rijn. Bevestigt dit de gegevens die we kunnen lezen bij Caesar?
13 Leestekst 2 In Les 3 kon je al over de druïden en de godsdienst van de Galliërs lezen. Hierover schrijft Caesar nog: Natio est omnis Gallorum admodum dedita volk zeer gehecht religionibus, atque ob eam causam qui sunt godsdienstige wegens diegenen gebruiken die affecti gravioribus morbis quique in proeliis getroffen nogal ziekte zware periculisque versantur, pro victimis homines verkeren offerdier 5. immolant. Alii immani magnitudine simulacra offeren reusachtig beeld habent, quorum contexta viminibus membra gevlochten vlechtwerk ledematen vivis hominibus complent; quibus succensis levend vullen ze steken die in brand en... circumventi flamma exanimantur homines. omgeven door vlam omkomen Funera sunt pro cultu Gallorum magnifica begrafenis beschaving schitterend 10.et sumptuosa; omniaque quae vivis cordi weelderig dierbaar erant in ignem inferunt, etiam animalia; ac paulo supra hanc memoriam servi et clientes, vóór herinnering slaaf horige qui ab iis dilecti erant, una cremabantur. geliefd waren samen verbranden passief Naar Caesar, De Bello Gallico, Boek VI, hfdst. 16, 1-2 en 4; hfdst. 19, 4
14 Nadat Caesar geschreven heeft over de goden die de Galliërs vereren, gaat hij enkele hoofdstukken verder ook in op de zeden en gewoonten van de Germanen: Germani multum ab hac consuetudine differunt. gewoonte 15.Nam neque druides habent, qui rebus divinis van de goden praesint, neque sacrificiis student. Deorum de leiding offer zich toeleggen hebben in op numero eos solos ducunt, quos cernunt et rekenen onder quorum aperte opibus iuvantur, Solem et openlijk passief Vulcanum et Lunam. Vulcanus Opgaven Caesar, De Bello Gallico, VI, hfdst. 21, Welke wrede gewoonten zouden de Galliërs dus volgens Caesar gehad hebben? 2. In elk geval werd de leer van de druïden door keizer Augustus verboden - zogezegd omdat ze mensenoffers brachten. Onder keizer Tiberius werden alle druïden in 21 n.chr. naar Brittannië verbannen. Zou er geen andere reden geweest zijn voor deze Romeinse strengheid? 3. Plinius Maior - over wie je in de volgende les veel meer zult lezen - gaat nog iets verder en schrijft: "Nec satis aestimari potest, quantum Romanis debeatur, qui sustulere monstra, in quibus hominem occidere religiosissimum erat, mandi vero etiam saluberrimum." - of vertaald: "Wij kunnen niet genoeg inschatten hoeveel men de Romeinen verschuldigd is: zij hebben inderdaad deze monsterlijke gewoonten afgeschaft, waarbij een mens doden iets zeer godsdienstigs was en hem opeten zelfs iets heel gezonds". (Plinius Maior, Naturalis Historia, Boek XXX, IV, 13). Wat zouden de Galliërs dus nog gedaan hebben? Ook enkele andere antieke schrijvers maken gewag van mensenoffers bij de druïden, maar zou het ook Romeinse propaganda kunnen geweest zijn. 4. De offers bij begrafenissen (r.10-13) zijn van een andere orde. Bestonden zulke gebruiken ook bij andere volkeren? Zelfs van mensen?
15 5. Hoe komt het dat Caesar ook over de zeden en gewoonten van de Germanen kan schrijven? 6. Welke verschillen zijn er dus tussen de godsdienst van de Galliërs en van de Germanen, althans volgens Caesar? 7. Haal de tijdsaanduidingen die Caesar in de leesteksten 1 en 2 uit de tekst. Zijn ze precies en kloppen ze? Hoe dateerden de Romeinen? 8. Verklaar geslacht en naamval van quae (r.10), qui (r.13), quos (r.17) en quorum (r.18). 9. Bij qui (r.2 en 3) is het antecedent verzwegen. Wat zou het kunnen zijn: causae / religiones / ei / natio? Leestekst 3: uitspraken, gezegden en spreekwoorden Toen Caesar op het punt stond de Rubicon over te steken en de burgeroorlog te ontketenen, sprak hij niet alleen de legendarische woorden "Alea iacta est", maar zou hij ook het volgende gezegd hebben: 1. Etiam nunc regredi possumus; quod si terugkeren maar als... ponticulum transierimus, omnia armis agenda brugje < transire zal moeten erunt. gebeuren Suetonius, Vitae Caesarum, Caesar, hfdst. 31,63 Romulus' dood was mysterieus: Livius schrijft dat hij tijdens een onweer plots verdwenen zou zijn, aan het oog onttrokken door een wolk... Later verklaarde een zekere Proculus Iulius dat Romulus hem verschenen was en hem de volgende boodschap meegegeven had: 2. "Abi, nuntia Romanis deos ita velle ut mea melden dat... Roma caput orbis terrarum sit; posteris <esse nakomelingen tradant nullas opes humanas armis Romanis moeten ze vertellen dat... resistere posse." weerstand bieden Livius, Ab Urbe Condita, Boek I, hfdst. 16, 7
16 En zelfs Martialis die in zijn Epigrammen met iedereen en alles de spot dreef, stelt in een huldedicht aan keizer Trajanus ( n.chr.) Rome als volgt voor: 3. Terrarum dea gentium Roma, cui par est nihil... niets Martialis, Epigrammen, Boek XII, 8, r.1-2a Veel spottender luidde volgend epigram: 4. Omnia promittis, cum tota nocte bibisti: beloven drinken Mane nihil praestas. Postume, mane bibe. 's morgens nakomen (belofte) Martialis, Epigrammen, Boek XII, 12 Nog enkele gezegden en spreekwoorden Quem di diligunt, adolescens moritur. = dei beminnen als jongeman sterven Plautus, Bacchides, vers Qui fert malis auxilium, post tempus dolet. slecht hulp betreuren Phaedrus, Fabulae 4, 20, 1 7. Ego esse miserum credo, cui placet nemo. dat... bevallen niemand Martialis, Epigrammen, Boek V, 28, 9
17 Opgaven 1. Romeinse geschiedschrijvers smukken hun verhalen vaak op met onwaarschijnlijke uitspraken van hun helden of met legendarische gebeurtenissen. Waar zie je dit weer hierboven? Zou je kunnen zeggen dat die schrijvers een soort propaganda schrijven? Waarvoor? 2. Wat bedoelt Martialis in tekstje 4? Vind je wat hij schrijft logisch? 3. Het vers van de schrijver Plautus in tekstje 5 is heel pessimistisch. Wat geloofde men vroeger, als kinderen of jongeren vroeg stierven? 4. Je kent Phaedrus natuurlijk nog! De eerste regel van één van zijn fabels kun je lezen in tekstje 6 - wat bevat dit zinnetje? 5. Wie noemt Martialis in tekstje 5 dus ongelukkig? 6.Haal de betrekkelijke voornaamwoorden uit bovenstaande tekstjes - het zijn er vier. Verklaar de naamval ervan. 7. Waar vind je imperatieven? 8. Vier adjectieven zijn in bovenstaande tekstjes zelfstandig gebruikt (zie Les 6, Grammatica nr. 6). Haal ze eruit. Welk zelfstandig naamwoord kun je er telkens bij denken? 9. Geef de hele woordgroep rond "opes" (tekstje 2, r.3) Activiteiten 1. Het ogenblik is nu natuurlijk aangebroken om "op het terrein" kennis te maken met de Romeinse en Keltische beschavingen. Daar zijn nl. ook in ons land, in Zuid-Nederland en in Noord-Frankrijk veel sporen van te vinden. Je kunt je leraar - als hij dit zelf niet heeft voorzien - vragen een studiebezoek te brengen aan zulke Romeinse of Keltische sites: - het Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke: zie - de stad Tongeren, Belgiës oudste stad: en... een site van Tongenaar Robert Hermans - het Gallo-Romeins Museum Tongeren: zie - het Archeologisch Museum Doornik: zie - Aarlen of Orolaunum: zie (Frans) of (Frans) - het Archeologisch Museum Aarlen: zie (Frans) - de Romeinen in Nijmegen: zie
18 - Museum Het Valkhof Nijmegen: - Musée de Bavay (of Bagacum): zie (Frans) of (Frans) Meer dan je denkt? En moeilijk om te kiezen? Praat erover in klas met je leraar! 2. Druïden hebben altijd tot de verbeelding gesproken. Hun naam is waarschijnlijk afgeleid van "dru" = sterk (Eng. thrue) of "drus" = eik (Grieks) + wid- = weten (denk aan Latijn "vide-re"). Het verband met de eikenboom, de marentak,... kan legendarisch zijn. De leer van de druïden is lang blijven leven in Brittannië en zelfs nu zijn er daar nog druïden en opperdruïden. Ook in onze streken bestaan er verenigingen die het druïdisme willen levend houden. Sommigen brengen de druïden ook in verband met grote prehistorische ruïnes als Stonehenge (Engeland) en Carnac (Bretagne) - ten onrechte evenwel. Deze sites zijn veel ouder - zoek er inlichtingen over op! En je kunt op een ludieke manier met de druïden kennis maken in de vele Asterix-verhalen Een stelling die je moet bewijzen of ontkrachten: "De Galliërs hielden er wredere gewoonten op na dan de Romeinen". 4. Een wettelijke bepaling van Karel de Grote (uit 785) verbiedt het verbranden van "heksen" en "menseneters" of... het opeten van hun vlees! De wet voorziet zelfs de doodstraf voor wie zich hieraan schuldig maakt. Wat zou dit dan weer bewijzen? Andere moderne schrijvers wijzen erop dat het verbranden van gevlochten ledematen, gevuld met levende dieren, nog tot lang na de Middeleeuwen heeft bestaan en in Frankrijk pas door Lodewijk XIV ( ) is verboden Je maakte in deze les kennis met de taal van de Kelten en met het begrip Indo-Europese of Indo-Germaanse talen. Heel interessant zijn de verbanden en gelijkenissen tussen de vele talen die in Europa en een deel van Azië worden gesproken! In feite heb je dat al een beetje gemerkt als je banden zocht tussen Latijnse woorden en moderne woorden. Maar er is veel meer: Latijn, Grieks, Indisch, Nederlands, Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans..., het zijn allemaal "dochters" van éénzelfde grote taalgroep! Zie hiervoor o.a. Hoe het van Indo-Europees tot Nederlands kwam kun je o.a. lezen in de mooie website
Gaius Julius Caesar politicus, generaal en schrijver
Gaius Julius Caesar politicus, generaal en schrijver Zijn voornaam is Gaius, zijn familienaam Julius en Caesar is zijn bijnaam. Hij is een bekende figuur die in de Romeinse geschiedenis een hoofdrol gespeeld
Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen
CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..
Inhoud Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury
Inhoud 1 Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury a Sanoma company I lingua latina Lingua Latina Romeinse cijfers Het Latijnse alfabet Uitspraak van het Latijn Woordsoorten
Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren http://lycipedia.lyceumgenk.be CAPUT PRIMUM. De uitspraak van het Latijn
CAPUT PRIMUM De uitspraak van het Latijn 1) Pegasus p. 12: het Latijn en zijn dochtertalen Kaart 1 : Het Latijn (de taal van Latium) werd gesproken in het Romeinse rijk. Kaart 3 : Het Latijn leeft voort
Julius Caesar de bello Gallico I 2-29
IN BLOED GESMOORD HET VERHAAL VAN DE MISLUKTE VOLKSVERHUIZING Julius Caesar de bello Gallico I 2-29 uitgegeven door René van Royen HET BEGIN VAN DE EUROPESE GESCHIEDSCHRIJVING? in bloed gesmoord Misschien
1 Belangrijk in deze periode
1 Belangrijk in deze periode De Romeinen en de Grieken zijn in hun tijd twee machtige volkeren. Ze hebben beiden zaken bedacht en uitgevoerd die ook nu voor ons eigen, hedendaagse leven belangrijk zijn.
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 De Romeinen
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 De Ro Samenvatting door S. 1180 woorden 29 maart 2016 6,4 11 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden Hoofdstuk 5 De Ro Paragraaf 1 t/m 7 1 Van dorp
Extra: Limes hv123. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 03 October 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/79557 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN
@ LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN pagina 2 en 3! inleiding HET ROMEINSE RIJK Het Romeinse Rijk bestond van 753 voor Christus tot 476 na Christus. Het viel in 285 na Christus uit elkaar in het
Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT TERTIUM TAALSTUDIE
CAPUT TERTIUM TAALSTUDIE STRUCTUUR VAN DE ZIN: DE BIJVOEGLIJKE BEPALING Pegasus p. 78-79 We kunnen een zin verdelen in... Sommige zinsdelen kunnen verder onderverdeeld worden in... Het belangrijkste woord
Inhoud. Jan Brams - Wendy Geerts - Kristien Hulstaert Eliane Lammens - Wim Moreau - Bram Roosen. geef meer dan les
Inhoud 2 Jan Brams - Wendy Geerts - Kristien Hulstaert Eliane Lammens - Wim Moreau - Bram Roosen geef meer dan les Repetitio umbra De onderwereld Een vervelende mug (naar Vergilius) Een Tantaluskwelling
LATIJN IS DOOD. LANG LEVE LATIJN!
LATIJN IS DOOD. LANG LEVE LATIJN! Inhoud Verantwoording.... 7 Waarom Latijn?... 9 Van niets tot wereldmacht.... 11 Latijn heeft Europa voor de eerste maal verenigd.... 11 Een mythisch begin.... 11 Het
HET VOORNAAMWOORD. 1. Persoonlijk voornaamwoord. a) Het persoonlijk voornaamwoord van de 1ste en 2de persoon. 1 persoon. 2 persoon
1. Persoonlijk voornaamwoord HET VOORNAAMWOORD a) Het persoonlijk voornaamwoord van 1ste en 2 persoon ste 1 persoon Nom. ego (ik) nos (wij) Voc. -- -- Gen. mei nostri, nostrum Dat. mihi nobis Acc. me nos
De imperativus... 2 De dativus... 2 Gebruik van de dativus... 2 De vocativus... 2 De Romeinse goden... 2 Tekst Tekst
LANG LEVE LATIJN! Inhoud Verantwoording.... 2 Waarom Latijn?... 2 Van niets tot wereldmacht.... 2 Latijn heeft Europa voor de eerste maal verenigd.... 2 Een mythisch begin.... 2 Het begin van Rome....
jaarplan Latijn 5 lestijden.xlsx
JAARPLAN LATIJN EERSTE GRAAD EERSTE JAAR 5 UUR PER WEEK Referentie leerplan : D/2011/7841/001 Handboek : Ars Legendi Vestibulum: taalboek, leesboek, woordenlijst Voeten: Bij het begin van elke les worden
Inhoud. Verantwoording. Waarom Latijn? Van niets tot wereldmacht.
Inhoud Verantwoording. Waarom Latijn? Van niets tot wereldmacht. Les 1. De uitspraak. De zin. Het werkwoord. De naamvallen. Inleiding Tekst 1. Tekst 1.1 Les 2 Aemulatio. De genitivus. De geslachten van
Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT QUARTUM TAALSTUDIE
CAPUT QUARTUM TAALSTUDIE DE LAATSTE NAAMVALLEN: de DATIEF en de ABLATIEF: morfologie uitgangen 1 e klasse datief ablatief m. enk. m. mv v. enk. v. mv. o. enk. o. mv Uitgangen 2 e klasse m. + v. enk. m.
jaarplan Latijn 4 lestijden.xlsx
Referentie leerplan : D/2011/7841/001 JAARPLAN LATIJN EERSTE GRAAD EERSTE JAAR 4 UUR PER WEEK Handboek : Ars Legendi Vestibulum: taalboek, leesboek, woordenlijst Voeten: Bij het begin van elke les worden
Eindexamen vwo Latijn II
Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Tekst 1 1 maximumscore 1 De god Mars was de vader van Romulus / Romulus had een god als vader / Venus was de moeder van (stamvader)
Z I N S O N T L E D I N G
- 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk
Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1
Auteur Floris Sieffers Laatst gewijzigd 28 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/65939 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.
Antwoorden Nederlands Ontleding
Antwoorden Nederlands Ontleding Antwoorden door een scholier 1587 woorden 27 april 2010 5,8 10 keer beoordeeld Vak Nederlands Taalkundig ontleden; Lidwoorden; Een lidwoord hoort altijd bij een zelfstandig
LATIJN IS DOOD. LANG LEVE LATIJN!
LATIJN IS DOOD. LANG LEVE LATIJN! 1 2 Inhoud Verantwoording.... 9 Waarom Latijn?... 12 Van niets tot wereldmacht.... 15 Latijn heeft Europa voor de eerste maal verenigd... 15 Een mythisch begin... 15 Het
2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12
Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het
Taalbeschouwelijke termen bao so 2010
1 Bijlage: Vergelijking taalbeschouwelijke termen leerplannen basisonderwijs en secundair onderwijs In deze lijst vindt u in de linkerkolom een overzicht van de taalbeschouwelijke termen uit het leerplan
π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46
Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord
Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament
Beknopte grammatica voor de cursus Grieks van het Nieuwe Testament versie 1.0 Menno Haaijman scripture4all.org Tijdens de try-out voor de cursus bleek dat veel, zo niet alle, toehoorders de Nederlandse
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I
Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I Grammatica I Rubriek Oefening Type Opgaven Uitleg Alle onderwerpen Totaaltoets Grammatica I (*) 42 1 Klanken/letters Deeltoets 1 (*) Naamwoorden Deeltoets 2
Extra oefeningen bij Pegasus1, Caput 2
Extra oefeningen bij Pegasus1, Caput 2 OEFENINGEN OP DE ESSE EN POSSE 1. Noem de persoon, het getal en geef weer met het juiste onderwerp. persoon en getal vertaling (met O) sumus est possum potes sunt
Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.
Naam: Mijn doelenboekje Grammatica Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8 www.gynzy.com Inhoud & Legenda In dit doelenboekje zijn de volgende Werelden te vinden: Taalkundige ontleding...3 Redekundige
Eindexamen latijn vwo 2001-II
4. Antwoordmodel voor de vragen Tekst (Romanorum) servitutem (perferre) (regel ) Dat hij onverantwoord heeft gehandeld door naar Illyrië te vertrekken (terwijl de situatie in Gallië klaarblijkelijk nog
Geschiedenis van het Nederlands Voorlopers en verwanten. Noord-Germaans
3. Ontstaan van de verschillende Germaanse talen Noord-Germaans Oost-Germaans West-Germaans Proto-Indo-Europees Proto-Germaans Keltisch, Italisch, Baltisch, Slavisch, Grieks, Albanees, Armeens, Hettitisch,
Relatieve aansluiting.
Relatieve aansluiting. Vaak begint een nieuwe zin met een relativum, maar het antecedent daarvan staat in de vorige zin of is de vorige zin. Het relativum moet je dan vervangen door et/sed/nam en een corresponderende
Griekse taalleer. Vormleer van het Attisch dialect. Sint-Jan Berchmanscollege. Antwerpen
Griekse taalleer Vormleer van het Attisch dialect Sint-Jan Berchmanscollege. Antwerpen 1998 Hoofdstuk 1 Het Naamwoord 1 De verbuiging van het naamwoord [1-9] 2 De eerste klasse van substantieven en adjectieven
Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord
Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord
DE BIJWOORDELIJKE BIJZIN Is een zin die de waarde heeft van een bijwoordelijke bepaling
DE BIJWOORDELIJKE BIJZIN Is een zin die de waarde heeft van een bijwoordelijke bepaling A. De tijdbepalende bijzin 1. voegwoorden met een indicatief a. - simul ac, simul atque : zodra - ubi (primum), ut
Gymnasium. Op het Hondsrug College. Het Hondsrug College, een slimme start voor je toekomst!
Gymnasium Op het Hondsrug College Het Hondsrug College, een slimme start voor je toekomst! Gymnasium Hondsrug Het Gymnasium Hondsrug is een afdeling van het Hondsrug College. Het is onderdeel van het vwo,
Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen
Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen Verslag door Lotte 1570 woorden 19 juni 2017 3 4 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Feniks Tijdvak: Tijd van Grieken
4 - Bijzondere paradigmes
Bijzondere paradigmes 23 4 - Bijzondere paradigmes. - De adjectieven en 60... - [stam: - (zie nr. ) en -/ - (zie nr. )] Enkelvoud Meervoud! " # $ % & # $ $ ' ( ) * + +, ) * + - * + + '. / 0 2 3 / 0 4 /
De grammatica van les 17
De grammatica van les 17 De coniunctivus in de hoofdzin streefzinnen (ne): zinnen waarin aangegeven wordt dat iets bereikt wil worden: aansporing adhortativus laten verbod prohibitivus moeten wens optativus
Project Prehistorie, Grieken en Romeinen ABC
Project Prehistorie, Grieken en Romeinen ABC Week 1ABC: Algemeen Info: Prehistorie De geschiedenis in Nederland begint al heel lang geleden. Lang voordat de Romeinen in Nederland kwamen, waren er al mensen.
Ontstaan van Rome: 1 * Aeneas en de Trojaanse oorlog sticht Alba Longa * Mars x Sylvia Rheia = Romulus + Remus * moeder is dochter van Numitor koning
DE ROMEINEN Ontstaan van Rome: 1 * Aeneas en de Trojaanse oorlog sticht Alba Longa * Mars x Sylvia Rheia = Romulus + Remus * moeder is dochter van Numitor koning van Alba Longa * Numitor afgezet door zijn
TALEN EN CULTUREN VAN GRIEKENLAND EN ROME
TALEN EN CULTUREN VAN GRIEKENLAND EN ROME GRIEKS LATIJN KCV AAN HET STEDELIJK GYMNASIUM JOHAN VAN OLDENBARNEVELT TE AMERSFOORT (Plaatje 1 & 2) De klassieke talen en kcv aan het gymnasium Aan het Gymnasium
Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.
9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw
In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.
Grammatica: werkwoorden werkwoordsen uitleg Werkwoordsen 1. Persoonsvorm In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal
(werkwoordelijk gezegde)
Grammatica 1F Grammatica 1F bestrijkt de basisregels van de Nederlandse grammatica die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs meestal nog wordt geoefend. Doelgroepen
Examen VWO. Latijn. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 1 juni uur. Vragenboekje
Latijn Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 1 juni 9.00 12.00 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen; het examen bestaat uit 26 vragen
Barbaars of beschaafd?
Bronnenblad havo Werkwijze Hieronder staan bronteksten van Romeinse schrijvers. Ze gaan over het contact tussen Romeinen en Germaanse stammen. Wat moet je doen? Lees de bronteksten goed door en vraag je
Grammatica 2F. Doelgroepen Grammatica 2F. Omschrijving Grammatica 2F. meewerkend voorwerp. voegwoord alle woordsoorten
Grammatica 2F Grammatica 2F bestrijkt de basisregels van de Nederlandse grammatica die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs meestal nog wordt geoefend. Doelgroepen
π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46
Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord
Peristylium. leesboek
Ars Legendi Peristylium leesboek Lucien De Vuyst Henri Dreesen Carine Plets Yolanda Régal David Stienaers Liselot Vandamme Marc Van Den Eynde Liselot Van der Haegen Commentārii de bello Gállico: Een dor
PTA Latijn Leerjaar 1 2013-2014
PTA Latijn Leerjaar 03-04 Periode Periode Periode Leerstof Weging toets Weging voor Disco les t/m 4. De Romeinen: hun taal en cultuur. De wereld van de goden Tekst: Jupiter en zijn broers, Jupiter en zijn
Samenvatting Latijn Grammatica t/m les 19
Samenvatting Latijn Grammatica t/m les 19 Samenvatting door een scholier 664 woorden 9 maart 2017 7,6 18 keer beoordeeld Vak Methode Latijn Disco Naamwoord Zelfstandig naamwoord Groep 1 Groep 2 Groep 3
Latijn: iets voor jou?
: n j i t a L r o o v s iet jou? De Romeinen en wij Waar komen onze letters vandaan? Hoe komen we aan de namen van de maanden? De antwoorden op vele van deze vragen vind je vaak in het verleden bij de
GRIEKEN EN ROMEINEN KENNISVRAGEN VWO-4
GRIEKEN EN ROMEINEN KENNISVRAGEN VWO-4 1. Leg uit wat een sofist was. score: 2. Welke rol speelden de sofisten in de Atheense democratie? 3. Waarom is het niet juist te spreken van Griekenland in de tijd
- Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen. - 41cm hoog. - Staatliche Museen (museum), East Berlin.
- Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen - 41cm hoog - Staatliche Museen (museum), East Berlin. ijdele machthebber met de markante neus. Komt keizerlijk
Samenvatting Nederlands Formuleren
Samenvatting Nederlands Formuleren Samenvatting door Luca 1052 woorden 28 maart 2016 8,2 1 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Dubbelop Onjuiste herhaling; Tautologie; Pleonasme; Contaminatie;
VOORWOORD. René van Royen
VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond
Een uitgave van Eifel vakanties thema vakanties in de Eifel
Een uitgave van Eifel vakanties thema vakanties in de Eifel Eifel thema vakanties Pad door de Middeleeuwen Eifel Thema Vakanties Haal meer uit uw vakantie! Wie zijn wij en wat bieden wij u? Wij zijn het
Startpunt: Volkspark Oosterhofweg 49, Rijssen
Speurtocht Oosterhof Startpunt: Volkspark Oosterhofweg 49, Rijssen Romeinse Rijk Vooraf Tweeduizend jaar geleden woonden er ongeveer 250 miljoen mensen op aarde (nu: meer dan 7 miljard!). Een groot deel
Romeinen. Romeinen. Germanen
Romeinen Romeinen Grieken en Romeinen lijken op elkaar qua levensstijl. Het Romeinse rijk is ontstaan in Rome (753 v. Chr.). De Romeinen kwamen 50 v. Chr. naar Nederland. De Romeinen hebben het Latijns
Deze tekst begint niet meteen met de lotgevallen van Romulus en Remus.
Tekst 1 Deze tekst begint niet meteen met de lotgevallen van Romulus en Remus. 1p 1 Citeer het eerste Latijnse woord van de zin waarin het verhaal over de lotgevallen van Romulus en Remus begint. Regel
Examen VWO. Latijn. tevens oud programma Latijn. tijdvak 2 dinsdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VWO 2017 tijdvak 2 dinsdag 20 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma Latijn Latijn Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen en een vertaalopdracht. Voor dit examen zijn
Examen VWO. Latijn. tevens oud programma Latijn. tijdvak 1 woensdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VWO 2017 tijdvak 1 woensdag 17 mei 9.00-12.00 uur tevens oud programma Latijn Latijn Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen en een vertaalopdracht. Voor dit examen zijn
1.2.3 Trappen van vergelijking 20
INHOUD DEEL I Woord voor woord 13 1.1 Zelfstandig naamwoord (substantief) 16 1.1.1 Definitie 16 1.1.2 Soorten 16 1.1.2.1 Soortnaam of eigennaam 16 1.1.2.2 Concrete of abstracte zelfstandige naamwoorden
Nederlandse geschiedenis van de Oudheid tot de vroege Middeleeuwen
Leergang Nederlandse Geschiedenis, deel I Nederlandse geschiedenis van de Oudheid tot de vroege Middeleeuwen 1 Auteursrecht Onderwijs geven zonder het gebruik van afbeeldingen is niet mogelijk. Een pdf-versie
blz. verwijzen naar Kosmos 1 Woorden en Grammatica, 2006 1 e druk
Grieks Klas Periode Periode PTA 0 03 blz. verwijzen naar Kosmos Woorden en Grammatica, 006 e druk Kosmos Het Griekse schrift, les A en B Het Griekse schrift (voor de kerstvakantie) Grammatica: Grieks alfabet
Analyseschema Tacitus Jaarboeken. Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990)
Analyseschema Tacitus Jaarboeken Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990) Inhoudsopgave Religie blz. 3 Priesters blz. 3 Offeren blz. 3 Goden blz. 3 Overige blz. 3 Oorlog blz. 4-5
a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok
Gelijkvormigheid in de 17 de - en 18 de -eeuwse landmeetkunde Heb jij enig idee hoe hoog dat gebouw of die boom is die je uit het raam van je klaslokaal ziet? Misschien kun je de hoogte goed schatten,
Het gebruik van de conjunctivus
Het gebruik van de conjunctivus Bij het gebruik van de conjunctivus is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de conjunctivus die in de hoofdzin staat en de conjunctivus die in de bijzin staat.
De ligging van Rome De Tiber als aanvoerroute en bedreiging
De ligging van Rome De Tiber als aanvoerroute en bedreiging Rome is gesticht aan de rivier de Tiber. Dit is een traagstromende rivier, althans in de zomer. In tijden van regen kan het waterpeil in de rivier
- 1 - Christus. Maar ook een apostel en dat betekent: een gezondene van Jezus Christus. Goddelijke natuur 2 Petrus 1
- 1 - Goddelijke natuur 2 Petrus 1 We slaan de bijbel open bij 2 Petrus 1 en we gaan onze aandacht richten op de eerste elf verzen daarvan. Het is opmerkelijk dat Petrus in zijn brieven het niet heeft
Limburg tussen staf en troon 1000 jaar graafschap Loon. les 1: Wie waren de graven van Loon
Limburg tussen staf en troon 1000 jaar graafschap Loon les 1: Wie waren de graven van Loon Na deze les kan je de geschiedenis van het graafschap Loon aanduiden op je tijdbalk; kan je informatie opzoeken
Vraag Antwoord Scores
Tekst 1 1 maximumscore 1 Huic (regel 6) 2 maximumscore 1 Augustus heeft hiermee willen aangeven dat hij zichzelf beschouwde als een tweede Romulus / dat hij afstamde van de stichter(s) van Rome / dat hij
1 WOORDSOORTEN 3 2 ZINSDELEN 8
Deel 1 Grammatica 1 1 WOORDSOORTEN 3 1.1 Tot welke woordsoort behoren de onderstreepte woorden in de volgende zinnen? 3 1.2 Multiple choice. Benoem de onderstreepte woorden 4 1.3 Benoem de onderstreepte
Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.
Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren
Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola
Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola Bron: Tacitus, P.C., Het leven van Agricola en de Germanen, vert. Vincent Hunink (Amsterdam 2000) (Voor online versie, zie: http://www.let.ru.nl/v.hunink/documents/tac_agr_germ_nl.pdf
Situering in tijd en ruimte
Situering in tijd en ruimte Rome groeide tussen 753 v.c. en 476 uit tot een echt wereldrijk. Binnen deze tijdspanne kunnen we drie periodes onderscheiden: Rome als koninkrijk, als republiek en tenslotte
De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!
De renaissance Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis. Deze term betekent letterlijk de wedergeboorte, en is een kunststroming uit
Iets wat alleen een mens kan. Geheel Deel Mensen Persoon Voorwerp Inhoud Product uitstreek product
Samenvatting door Sam 813 woorden 2 maart 2016 6,8 21 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Nieuw Nederlands Lezen Tekststructuren: Voor/nadelenstructuur Verleden/heden(/toekomst)structuur Aspectenstructuur
Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar
Stap voor stap Latijn leren (en) lezen in het eerste jaar Marjan Hillewaere ENW AUGent, 6/11/ 13 Studiedag Taal en Tekst. De rol van taalbeschouwing in het klassieketalenonderwijs. Latijn leren (en) lezen
Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141
Deel 5: Romeinse Rijk Project: Bij de Gallo- Romeinen in de vicus Tienen. HB pg 138-141 I. Inleiding Schrijf bij elke afbeelding welke functie/doel het zou hebben gehad in de Gallo- Romeinse periode. Functie:
Regel 4-6 Quo t/m videre In deze zin wordt het oordeel van Plinius over de belangstelling voor de wagenrennen onderstreept door een antithese.
Tekst 1 Regel 1 iucundissima quiete 1p 1 Leg uit waarom dit volgens Plinius verwondering bij Calvisius zal wekken. Baseer je antwoord op het vervolg. Regel 4-6 Quo t/m videre In deze zin wordt het oordeel
Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VWO 2013 tijdvak 1 vrijdag 17 mei 9.00-12.00 uur Latijn Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen en een vertaalopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen Samenvatting door een scholier 2171 woorden 14 juni 2016 7,9 4 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden 1 Tussen
Vraag Antwoord Scores
Tekst 1 1 maximumscore 2 (de dapperheid bij) het heroveren van het koningschap/koninkrijk (van zijn grootvader) (het beleid bij) het stichten van de stad / van Rome (het beleid bij) het sterker maken van
De Germaanse cultuur hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/62219
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 June 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/62219 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.
BEGELEID ZELFSTANDIG LEREN GESCHIEDENIS
BEGELEID ZELFSTANDIG LEREN GESCHIEDENIS BZL 1-30 september 2007 WERKBRIEF Naam: Klas: Legende individueel per twee in groep Nr: Verplichte opdracht Vrije opdracht Correctie met sleutel Pc nodig BZL 1 Werken
Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.
Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen
Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen.
Machtsuitbreiding en de Punische oorlogen. In de eeuw nadat de Galliërs vertrokken waren, begonnen de Romeinen hun macht in Italië uit te breiden. Ze kwamen in botsing met de hun naburige volken. Hun machtigste
Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:
Rapportperiode 1 Vak: Nederlands Onderdeel: LEZEN Docent: RKW 1 Aantal lessen per week: 4 Methode: Lees Mee Hoofdstuk: Blok 1 t/m 6 Blz. Weging: 1x 3x woordmixtoets 3x leestoets In totaal 6 cijfers Studievaardigheden:
Samenvatting Geschiedenis Romeinen, Het Romeinse Rijk
Samenvatting Geschiedenis Romeinen, Het Romeinse Rijk Samenvatting door een scholier 1951 woorden 29 januari 2006 6,3 340 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden Het Romeinse Rijk. 1)
Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5
Taal actief 4 taal verkennen groep 5-8 taal verkennen groep 5 In dit document een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen Taal verkennen groep 5. Deze kenn maakt onderdeel uit van de leerlijn
Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel
Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij
SYNTAXIS VAN DE NAAMVALLEN
SYNTAXIS VAN DE NAAMVALLEN Herhaal eerst de verbuigingen van het substantief en het adjectief. A. DE NOMINATIEF De nominatief is de naamval van het onderwerp en het NDG (Naamwoordelijk Deel van het Gezegde).
5,1. Samenvatting door Anoniem 686 woorden 2 maart keer beoordeeld. Geschiedenis. Hoofdstuk 3 De tijd van monniken en ridders.
Samenvatting door Anoniem 686 woorden 2 maart 2013 5,1 27 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Memo Hoofdstuk 3 De tijd van monniken en ridders. Paragraaf 1 De Romeinen trekken zich terug. 1. Welke
Oudnederlands. < Jan W. de Vries, Roland Willemyns & Peter Burger. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam (1995), p. 11-29
Duistere eeuwen Prehistorisch Nederlands en Oudnederlands < Jan W. de Vries, Roland Willemyns & Peter Burger Het verhaal van het Nederlands. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam (1995), p. 11-29 1. Waarom
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5
Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 Samenvatting door Sophie 1766 woorden 27 februari 2013 6,2 24 keer beoordeeld Vak Methode Geschiedenis Sprekend verleden Romeinse Koninkrijk 753-509 (500) voor Chr.
