COIN Marktverkenning onder instellingen
|
|
|
- Rosa van der Wal
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 COIN Marktverkenning onder instellingen Project : SURFworks Projectjaar : 2010 Projectmanager : Roland Staring Auteur(s) : Roland Staring, Sabita Behari Opleverdatum : Versie : 1.1 Samenvatting In Q2 is een COIN marktverkenning onder instellingen gedaan. In deze deliverable staat beschreven in hoeverre de bevraagde instellingen de visie achter COIN begrijpen en in welke mate er draagvlak is voor deze visie. Verder wordt de vraag beantwoord in hoeverre de visie aansluit op het ICT-beleid van de instelling. Tot slot wordt ingegaan op de wensen vanuit de instellingen en wordt een overzicht gegeven van instellingen die mogelijk met hun diensten op COIN willen aansluiten. Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
2 Colofon Programmalijn : Marktverkenning Onderdeel : Marktverkenning Collaboration Infrastructure Activiteit : 3.2 Deliverable : Marktverkenning CI Toegangsrechten : Intern (voorlopig) Externe partij : N.v.t. Dit project is tot stand gekomen met steun van SURF, de organisatie die ICT vernieuwingen in het hoger onderwijs en onderzoek initieert, regisseert en stimuleert door onder meer het financieren van projecten. Meer informatie over SURF is te vinden op de website ( 2 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
3 Context 6 dingen die je moet weten over COIN marktverkenning onder instellingen De marktverkenning COIN onder instellingen maakt deel uit van het SURFworks project COIN De marktverkenning is gericht op CIO s, ICT-directeuren en andere belangstellenden in het COIN project vanuit universiteiten en hogescholen. Het voorliggende rapport geldt als de Q2 deliverable van de marktverkenning onder instellingen. Wat is het? De COIN marktverkenning onder instellingen is een combinatie van deskresearch, face-toface gesprekken, stemkastsessies en een online vragenlijst. Dit rapport behandelt de resultaten van de verkenning en doet aanbevelingen aan de hand van de conclusies. Voor wie is het? De resultaten van deze marktverkenning zijn met name relevant voor de stuurgroep, de projectleiders en (technisch) productmanagers binnen het COIN programma. Daarnaast is dit rapport interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in het COIN project. Hoe werkt het? Dit rapport bevat de resultaten van de COIN marktverkenning onder instellingen. Op basis van deze resultaten worden aanbevelingen gedaan en kunnen vervolgstappen worden bepaald. Wat kan je ermee? De resultaten van deze verkenning dienen als input voor de doorontwikkeling van COIN. Tevens biedt dit rapport een overzicht van instellingen en personen waarmee contact kan worden opgenomen over mogelijke diensten die vanuit de instellingen aan COIN kunnen worden gekoppeld. Extra (Bijlagen, Thema, Gerelateerde thema s) Er zijn voor dit rapport verschillende methoden van onderzoek gebruikt. In de bijlagen staan de gedetailleerde onderzoeksgegevens en is een overzicht opgenomen van de deelnemers. Meer informatie is te vinden in de SURFgroepen CollaborationInfrastructure en COIN marktverkenning onder de instellingen. Er bestaat een relatie met het document dat in december 2009 is opgeleverd door Envolve: Eindrapport en presentatie van resultaten behoeftepeiling onder aangesloten instellingen online multimediaal samenwerken. Tot slot is in dit stuk gebruik gemaakt van het rapport Validating the on-line collaboration infrastructure for higher education and research d.d van Roland Staring. 3 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
4 Inhoudsopgave 1 Inleiding Doel Doelgroep Aanpak Resultaten marktverkenning Identity Management Applicaties SaaS en cloud computing Portals en GUI Online samenwerking Conclusies Begrijpen de instellingen de visie achter COIN? Is er bij de instellingen draagvlak voor de visie achter COIN? Sluit de COIN visie aan op het ICT-beleid van de instelling? Zijn er ICT-architecten die we uit kunnen nodigen voor samenwerking? Bieden de instellingen services aan die zich lenen voor een koppeling met COIN? Aanbevelingen Bijlagen Bijlage I Deelnemerslijst Microsoft Live@edu en SURFfederatie Bijlage II Resultaten stemkastsessie Microsoft Live@edu en SURFfederatie Bijlage III Deelnemerslijst Cloud Computing Bijlage IV Resultaten stemkastsessie Cloud Computing Bijlage V Overzicht respondenten SURFgroepen vragenlijst Bijlage VI Resultaten SURFgroepen vragenlijst Bijlage VII Overzicht face-to-face geïnterviewden Bijlage VIII Resultaten van face-to-face interviews Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
5 1 Inleiding De marktverkenning COIN onder instellingen maakt deel uit van het SURFworks project COIN In 2009 startte SURFnet met het innovatieve project Collaboration Infrastructure (COIN). In COIN ontwikkelt SURFnet in samenwerking met het hoger onderwijs en onderzoek een infrastructuur die online samenwerken een nieuwe dimensie geeft. De Collaboration Infrastructure heeft tot doel om een op open standaarden gebaseerde infrastructuur aan te bieden, waarin online applicaties en samenwerkingsdiensten van onderwijs- of onderzoeksinstellingen, marktpartijen en SURFnet met elkaar verbonden kunnen worden en met elkaar interacteren. Nationale en internationale samenwerking binnen de domeinen onderwijs en onderzoek wordt met de Collaboration Infrastructure eenvoudiger en laagdrempeliger. 1.1 Doel Tijdens de marktverkenning onder instellingen is de SURFnet doelgroep (t.w. universiteiten en hogescholen) geconsulteerd om hen nader te informeren over de mogelijkheden van de Collaboration Infrastructure. Vervolgens is nagegaan in hoeverre zij hierop kunnen en willen aansluiten: als afnemers en aanbieders van collaboratie diensten. Deze verkenning richt zich dus op afstemming met de doelgroep m.b.t.: - Wensen voor een op te zetten Collaboration Infrastructure; - Mogelijk aan te bieden diensten (services) door instellingen. De vragen die met deze marktverkenning worden beantwoord zijn: - begrijpt men de visie achter COIN? - is er draagvlak voor deze visie? - sluit de COIN visie aan op het ICT-beleid van de instelling? - zijn er ICT-architecten die we uit kunnen nodigen voor samenwerking? - biedt de instelling services aan die zich lenen voor een koppeling met COIN? De marktverkenning zal twee rapporten opleveren, waarvan het voorliggende document de Q2 deliverable is: - Q2: eerste onderzoeksrapport op basis van interviews, een (online) enquête, gevolgd door plenaire bijeenkomsten onder de IT beleidsmakers bij de onderwijsinstellingen - Q4: tweede onderzoeksrapport op basis van diepte-interviews bij een aantal instellingen 1.2 Doelgroep Deze marktverkenning richtte zich in eerste instantie op de CIO s en ICT directeuren van de op SURFnet aangesloten onderwijsinstellingen; de universiteiten en hogescholen. Van deze personen wordt verwacht dat ze voldoende overzicht hebben en daarnaast hebben we deze groep aangesproken om draagvlak voor COIN te creëren. Gedurende de verkenning is de doelgroep iets breder getrokken en is ook de mening gevraagd van andere geïnteresseerden in COIN, zoals ICT-architecten, projectleiders en consultants van de instellingen. 1.3 Aanpak Om bovenstaande vragen te beantwoorden zijn een aantal typen onderzoek gecombineerd: Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
6 1. Er is deskresearch gedaan naar beleidsdocumenten en portals van de instellingen. 2. Er zijn face-to-face interviews gehouden met de Universiteit Leiden, de Rijksuniversiteit Groningen en de Avans Hogeschool. 3. Er zijn een aantal bijeenkomsten geweest waarbij gebruik is gemaakt van de stemkasten om vragen te stellen over de huidige en toekomstige situatie, waarbij direct kon worden gediscussieerd over de resultaten. 4. Er is via SURFgroepen een vragenlijst uit gezet. Deze vragenlijst is intern gereviewed door de afdeling Account Advisering, Frank Pinxt van de afdeling Advanced Services en enkele leden van de stuurgroep COIN. De combinatie van bovenstaande gegevens levert een goed beeld op van waar de instellingen op dit moment staan en waar ze behoefte aan hebben in de toekomst op het gebied van online samenwerken. In dit rapport worden de resultaten van bovenstaande onderzoeken beschreven. Er wordt vervolgens afgesloten met een aantal conclusies en aanbevelingen. 6 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
7 2 Resultaten marktverkenning In dit hoofdstuk worden de resultaten besproken van de marktverkenning COIN onder instellingen. Deze marktverkenning beslaat verschillende onderzoeken waarvan de gedetailleerde gegevens te vinden zijn in de bijlagen. Het gaat hier om deskresearch, face-to-face interviews, stemkastsessies en een vragenlijst via SURFgroepen. Bij de face-to-face interviews is uitleg gegeven over COIN, bij de vragenlijst via SURFgroepen is in de uitnodigingsmail verwezen naar de COIN website met daarbij een directe link. Bij de stemkastsessies is geen introductie gegeven op COIN. Er is bewust voor gekozen verschillende onderwerpen aan bod te laten komen, welke allemaal met COIN te maken hebben, zonder hierbij grote nadruk te leggen op COIN. Dit is gedaan om een objectief beeld te krijgen van de situatie bij de instellingen en hun visie op ICT. Daarnaast konden respondenten die nog geen kennis van COIN hadden hierdoor toch participeren in de verkenning. Hieronder worden de resultaten steeds besproken per onderwerp. In het volgende hoofdstuk worden op basis van deze resultaten conclusies getrokken, waarbij de vragen uit hoofdstuk een worden beantwoord. 2.1 Identity Management Identity management (IdM) speelt voor de instellingen en voor SURFnet een belangrijke rol. Het IdM dient goed op orde te zijn, omdat hiermee de toegang wordt geregeld tot de diensten die via de instellingen worden aangeboden. De SURFfederatie helpt de instellingen hierbij. Daarnaast is de SURFfederatie een belangrijke schakel in de keten als het gaat over COIN, waarbij geauthenticeerde en geautoriseerde toegang een grote rol spelen. Er zijn tijdens de verkenning daarom een aantal vragen gesteld over het gebruik van de SURFfederatie binnen de instellingen. Ook is gevraagd naar het belang van gastgebruik en het kunnen bijhouden van (instellingsoverstijgende) groepsrelaties. De SURFfederatie wordt door de instellingen gezien als een typische rol voor SURF (net). De SURFfederatie wordt op dit moment voornamelijk ingezet om een verbinding te maken met externe systemen, zoals SURFspot, Elsevier Scopus en EBSCOhost en minder voor het verbinden met interne systemen. De wens om interne systemen te verbinden is echter wel aanwezig bij een aantal instellingen. Redenen dat geen gebruik wordt gemaakt voor het intern verbinden van systemen vallen uiteen in een aantal categorieën: - het gebruik van andere systemen (Entree van Kennisnet, A-Select, Novell Access manager, een eigen IdM voorziening en Enterprise Service Bus). - gebrek aan tijd, capaciteit of andere prioriteiten - nu geen behoefte aan, de meerwaarde is onduidelijk - nog niet aan gedacht of onvoldoende op de hoogte - security redenen Soms wordt de SURFfederatie nog niet gebruikt om extern te verbinden, omdat bijvoorbeeld niet alle uitgeverijen mee doen (het kip/ei probleem, te weinig SPs die aangesloten zijn op de SURFfederatie). Zo schrijft een respondent: Nu doen studenten het via proxies/ op basis van IP-adres, dus kiezen we ervoor dan maar niet via de SURFfederatie te koppelen, zodat we één manier van werken aanhouden. Deze reactie maakt duidelijk dat instellingen het liefst één uniforme oplossing gebruiken en kan gezien worden als een pleidooi om vanuit SURF(net) zwaarder in te zetten op het overtuigen en vervolgens koppelen van SPs die momenteel nog legacy vormen van authenticatie opleggen aan het hoger onderwijs. Als het gaat om het kunnen bijhouden van groepsrelaties, geeft een groot deel van de respondenten (70 %) aan dit belangrijk tot zeer belangrijk te vinden. Een respondent geeft aan dit vooral belangrijk te vinden ten behoeve van contact met bedrijfsmentoren. Ook vinden de instellingen het belangrijk dat personen van buiten de eigen instelling Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
8 toegang tot de interne systemen hebben. Vaak is dit wel mogelijk en gebeurt het ook, maar is het niet makkelijk. Een issue hier is de beveiliging. 2.2 Applicaties In de verkenning zijn een aantal vragen gesteld over welke applicaties belangrijk zijn voor de instellingen. Als wordt gevraagd naar de belangrijkste communicatiesystemen binnen de instellingen, kiest iedereen voor . Daarna volgen de leeromgeving en het document sharing systeem. COIN heeft in zijn architectuur een aantal keuzes gemaakt met betrekking tot de standaarden voor portal integratie (OpenSocial) en diensten voor identity management (SURFfederatie en SURFteams) die randvoorwaardelijk zijn voor de instellingen en leveranciers om te kunnen koppelen met COIN. Op basis van de resultaten van de enquête en de interviews met de instellingen ontstaat het beeld dat de applicaties die deze standaarden op dit moment ondersteunen maar in beperkte mate gebruikt worden door de instellingen. Sakai wordt bijvoorbeeld maar door 4% van de respondenten genoemd, terwijl Sharepoint en Blackboard respectievelijk door 65% en 70% van de respondenten genoemd worden. Een andere keuze in de COIN architectuur is om de scope te beperken tot het koppelen van diensten voor online samenwerking. De applicaties die de instellingen gebruiken vallen uiteen in drie categorieën: - applicaties voor online samenwerken - applicaties voor administratieve doeleinden - onderwijskundige applicaties (elektronische leeromgevingen) Het is de vraag of de randvoorwaarden die door COIN geëist worden niet te strikt zijn. Deze randvoorwaarden zouden ook de reden kunnen zijn dat sommige instellingen terughoudend zijn met het noemen van concrete applicaties om te koppelen aan COIN. 2.3 SaaS en cloud computing Via COIN wordt het makkelijker diensten via de cloud en/ of as a service af te nemen. Het succes van COIN wordt mede bepaald door het soort en de hoeveelheid diensten die bereikbaar zijn via COIN. Er zijn daarom vragen gesteld over de bereidheid diensten via de cloud af te nemen, de prioriteiten van de instellingen, de bereidheid zelf diensten via COIN aan te bieden en de interesse in het afnemen van diensten van andere instellingen via COIN. Naast het gebruik van interne applicaties worden op dit moment de eerste stappen genomen om een aantal diensten uit de cloud af te nemen. Uit de resultaten blijkt dat de behoefte bij de instellingen leeft diensten op een makkelijke en goedkope manier te beheren. Als er dus een dienst in de markt of door SURFnet wordt aangeboden die voldoet aan de juiste voorwaarden, op het gebied van kosten, privacy, beveiliging, gegarandeerde duur e.d., kiest een groot aantal respondenten voor het outsourcen van die dienst. Ze vinden het makkelijk dat alle zaken dan in een keer geregeld zijn ( , calender, filesharing). Het hangt wel erg af van de voorwaarden, prijs en functionaliteit van de dienst. Tevens hangt een en ander af van het soort dienst. Primaire dienstverlening, zoals een SIS, waarbij moet worden voldaan aan accreditatie-eisen of een financieel/ HRM systeem zal een instelling eerder in eigen beheer willen houden dan tijdelijke, specialistische diensten die slechts worden gebruikt door een kleine groep binnen de instelling (bijvoorbeeld een specifieke tool voor onderzoekers). Privacy speelt hier een belangrijke rol; wanneer gevraagd wordt wat prioriteit heeft voor de instellingen, scoren privacy (waar staat de data) en functionele aspecten het hoogst. Als gevraagd wordt naar de prioriteit die SURF zou 8 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
9 moeten hebben, scoort privacy het hoogst (31 %). Ook maken instellingen een afweging tussen de prijs en de brede inzetbaarheid van de dienst ( werkt het bijvoorbeeld ook in Firefox? ). Een van de respondenten merkt op dat het niet gaat om afnemen in de cloud, maar dat het sourcing-vraagstuk hier centraal staat. Er wordt echter nog niet zozeer gedacht vanuit een cloud- of sourcing -strategie maar vanuit het afnemen van een dienst. Bij vervanging van een dienst ga je onderzoeken of het geschikt is voor de cloud. Ongeveer de helft van de instellingen denkt erover te outsourcen. Als dit wordt opgesplitst naar voor studenten en medewerkers blijkt dat instellingen eerder de voorzieningen voor studenten dan voor medewerkers zullen outsourcen. Een persoon merkt op dat ze studenten willen laten kiezen tussen intern, Google Apps of Live@edu. Ongeveer een kwart van de instellingen heeft nog geen beslissing genomen op dit gebied. Over het algemeen willen de instellingen eerst experimenteren met één dienst in de cloud en daarna verder kijken. Door de komst van cloud diensten verwachten veel deelnemers dat de rol van het ICT-centrum zal veranderen. Verwacht wordt dat de interne rol van dienstverlener richting de organisatie niet wijzigt, maar wel dat het werk minder technisch wordt en meer faciliterend. Eindgebruikers hebben de behoefte (ook) diensten af te nemen van externen en zelf te kiezen van welke diensten ze gebruik maken, in veel gevallen doen ze dit al, waarbij ze dus zelf diensten betrekken uit de cloud. Dit leidt dit tot versnippering en een hogere beheerlast, wat de business case voor een modulair systeem waarbij decentraal kan worden gekozen uit verschillende diensten sterker maakt. Er wordt door de respondenten in dit kader ook gesproken over vertrouwen tussen instellingen zelf. Zo verlopen sommige samenwerkingsverbanden moeilijk, omdat instellingen niet afhankelijk willen zijn van elkaar en behoefte lijken te hebben aan een neutrale dienstverlener. Als het gaat om het aanbieden van eigen diensten zegt een groot gedeelte van de respondenten hierin geïnteresseerd tot zeer geïnteresseerd te zijn. Ook zijn de meeste respondenten in de mogelijkheid geïnteresseerd diensten van andere, op SURFnet aangesloten, instellingen te gebruiken. 2.4 Portals en GUI De diensten die gekoppeld worden aan COIN zijn via een GUI/ portal bereikbaar voor eindgebruikers. In dit kader zijn er vragen gesteld over het gebruik van portals en de wensen bij de instellingen. Ook is onderzocht hoe wenselijk het is dat eindgebruikers de portal kunnen personaliseren. Alle instellingen hebben op de een of andere manier portals waar informatie uit achterliggende applicaties bij elkaar gebracht wordt. Dit kan een portal zijn die bestaat uit een verzameling links naar allerlei diensten, maar ook een meer geïntegreerde portal zoals in het geval van de Universiteit Twente. De UvT geeft juist aan geen geïntegreerde, eigen portal te hebben, maar Blackboard te gebruiken als onderwijsportal voor studenten. Als meest belangrijke aspecten van de portals geven de instellingen aan dat de portals actueel moeten zijn qua informatie en toegankelijk moeten zijn door middel van SSO (single sign-on). Daarnaast worden ook personalisatie en self-service belangrijk gevonden. De COIN architectuur is neutraal ten opzichte van de aspecten actualiteit en self-service. Mogelijk dat het gebruik van standaarden zoals OpenSocial bij kan dragen aan de actualiteit, omdat informatie real-time uit andere systemen gehaald kan worden en niet dubbel beheerd hoeft te worden. Als het gaat om SSO en personalisatie dan draagt COIN op een meer direct manier bij aan de wensen van de instellingen op het gebied van portals. Er is gevraagd in hoeverre de respondenten het eens zijn met de volgende stelling: studenten, docenten, onderzoekers en medewerkers uit mijn instelling, stellen zelf een op maat gesneden persoonlijke digitale leer- en werkomgeving samen en gebruiken daarbij een mix van interne en externe voorzieningen. 9 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
10 Een groot gedeelte (ongeveer 75 %) is het hiermee eens. Zij geven bijvoorbeeld aan dat je diensten centraal of als basisdienst kunt aanbieden, maar daarnaast best kunt gedogen dat een faculteit een eigen ELO creëert, als dit het leren en studeren faciliteert. Als instelling kies je welke informatie je toelaat en wat je integreert en als eindgebruiker kun je je abonneren op die informatie. Voor een aantal personen is dit toekomstmuziek, een respondent zegt het ermee eens te zijn als een ideaalbeeld voor onderwijs, deels voor onderzoek, maar niet voor de zorg waar beveiligingseisen beperkend zijn. Een deelnemer merkt nog op dat er een verschil bestaat tussen een omgeving die bestaat uit gadgets en een die bestaat uit een verzameling diensten. Tot slot geeft een respondent aan het er technisch gezien wellicht wel mee eens te zijn, maar dat de onderwijsinstelling hier wel sturing op wil hebben, dus is hij het oneens met de stelling. 2.5 Online samenwerking COIN richt zich op online samenwerken. Er is gevraagd in hoeverre het bij de instellingen gaat om intern samenwerken of samenwerken met gebruikers buiten de eigen instelling. Ook is gevraagd welke functionaliteiten van belang zijn bij online samenwerken en wat de grootste uitdaging op dit gebied is in de komende twee jaar. De meeste instellingen (86 %) hebben een voorkeur voor het aanwenden van een mix van interne en externe voorzieningen boven online samenwerking waarbij de interne instellingsvoorzieningen centraal staan. Online samenwerkingsomgevingen worden niet gezien als een los onderdeel, maar hangen samen met administratieve systemen en elektronische leeromgevingen. Veel hogescholen gebruiken bijvoorbeeld Sharepoint tegelijkertijd als elektronische leeromgeving en online samenwerkingsomgeving. Bij een online samenwerkingsomgeving worden de volgende functionaliteiten verwacht door de instellingen, in volgorde van belangrijkheid. Het getal tussen haakjes geeft aan hoeveel respondenten deze functionaliteit verwachten. - het delen van documenten (25) - kalender en webconferencing (beide 21) - en search, find, annotate (beide 19) - IM/presence en notification (beide 17) - mashups (8) Als grootste uitdagingen op het gebied van online samenwerking in de komende twee jaar worden een aantal zaken genoemd. Een aantal antwoorden hebben te maken met identity management, het veilig kunnen koppelen aan externe omgevingen en externen op een veilige manier toegang geven. Ook zien de instellingen het als een uitdaging mee te gaan in de vaart der dingen en de ontwikkelingen op dit gebied bij te houden. Verder wordt hier genoemd het daadwerkelijk kunnen integreren van interne en externe diensten op elk niveau, dus het neerzetten van een infrastructuur. Tot slot noemen een aantal respondenten het creëren van draagvlak binnen de instelling en het oog hebben voor de behoeften en wensen vanuit de organisatie. Daarnaast zijn een aantal respondenten bezig met meer operationele uitdagingen: het uitbesteden van studentenmail, het implementeren en laten gebruiken van Sharepoint en Microsoft Live diensten, het ontsluiten en actualiseren van informatiesystemen en de docent vaardig krijgen in het gebruik van de diensten. Een respondent geeft aan dat je eerst de zaken intern goed op orde moet hebben voordat outsourcen mogelijk is. 10 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
11 3 Conclusies In dit hoofdstuk worden de conclusies besproken die uit de COIN marktverkenning onder instellingen naar voren zijn gekomen. In het vorige hoofdstuk hebben we een analyse gedaan om de resultaten van de enquêtes, stemkastsessies en persoonlijke interviews te interpreteren. In dit hoofdstuk proberen we deze interpretaties verder te concretiseren om een antwoord te geven op de onderstaande vragen: - Begrijpen de instellingen de visie achter COIN? - Is er bij de instellingen draagvlak voor de visie achter COIN? - Sluit de COIN visie aan op het ICT-beleid van de instelling? - Zijn er ICT-architecten die we uit kunnen nodigen voor samenwerking in het COIN project? - Bieden de instellingen services aan die zich lenen voor een koppeling met COIN? 3.1 Begrijpen de instellingen de visie achter COIN? Het is moeilijk deze vraag te beantwoorden. Ja, er zijn mensen binnen bepaalde instellingen die goed lijken te begrijpen wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn van COIN. Dat zijn over het algemeen de ICT architecten. De reden dat de ICT architecten vaak beter doorhebben waar het over gaat komt omdat de ideeën in COIN gebaseerd zijn op een SOA (Service Oriented Architecture). Verder valt op dat COIN beter begrepen wordt bij organisaties die binnen de instelling innovatieprojecten hebben lopen die tot doel hebben om de informatievoorziening naar studenten en medewerkers verder te verbeteren. De problemen die daarbij naar boven komen vereisen vaak oplossingen die qua architectuur lijken op de COIN architectuur. Uit sommige reacties blijkt ook op te maken dat men de verwachting heeft dat COIN toch primair de vervanger is van SURFgroepen. Op dit punt is een bijsturing van de verwachtingen wel wenselijk om te voorkomen dat deze personen teleurgesteld worden. Vanuit de deelnemers wordt gevraagd om een duidelijkere roadmap en concrete voorstellen richting de instellingen. Ook komt de vraag om realistische, werkende voorbeelden en duidelijkheid omtrent de functionele gevolgen en verwachte resultaten. Hieruit blijkt dat de instellingen graag meer duidelijkheid willen omtrent COIN. 3.2 Is er bij de instellingen draagvlak voor de visie achter COIN? Op dit vlak is er toch enige waakzaamheid geboden. Sommige ICT directeuren en CIO s geven aan dat ze COIN te technisch vinden en dat er ook ruimte moet zijn voor de organisatorische aspecten en de processen. Andere instellingen geven aan dat ze niet voorop willen lopen en liever de kat uit de boom kijken. Er zijn ook instellingen die erg enthousiast zijn over COIN, zoals Avans, UvA en UTwente (vanuit het 3TU consortium). Bij Avans en 3TU liggen aanknopingspunten met lopende projecten waarbij de hoop is dat het aansluiten bij COIN voor een versnelling zal zorgen van de eigen projecten. Bij deze partijen liggen mooie kansen voor use-cases waarbij we in samenwerking met de instellingen aan COIN kunnen werken. De use-cases van Avans en UTwente (vanuit het 3TU project) kunnen mogelijkheden bieden om uitgewerkt te worden tot een concrete PoC. Avans wil bijvoorbeeld alle functionaliteiten voor medewerkers en studenten op self-service basis aanbieden, waarbij het niet uitmaakt via welke portal dat gebeurt. Eindgebruikers zouden vrij moeten zijn dat zelf in te richten. Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
12 Bij de 3TU worden door studenten vakken gevolgd bij de andere instellingen, waarbij ze nu vaak dubbel staan ingeschreven. De use-case richt zich op instellingsoverstijgend gebruik van ict-voorzieningen door deze studenten, zonder dat er een dubbele administratie wordt gevoerd. 3.3 Sluit de COIN visie aan op het ICT-beleid van de instelling? Instellingen kunnen zich niet de luxe permitteren om alle bestaande applicaties te negeren en vanuit een greenfield situatie een aantal standaarden te definiëren die een groot gedeelte van de bestaande applicaties op dit moment nog uitsluiten (Blackboard, Sharepoint, Osiris, SAP). De instellingen begrijpen de visie wel en vinden het over het algemeen een mooi toekomstbeeld. Ook in de beleidsplannen is te lezen dat service georiënteerde architecturen, (self-service- en gepersonaliseerde-) portals en werkplekken die anyplace, anytime, anyhow beschikbaar zijn de aandacht hebben. Op dit moment zijn de meeste instellingen echter meer gericht op het goed regelen van het IdM, het intern op orde krijgen van bepaalde diensten en het (voorzichtig) outsourcen van een dienst (vaak ). Instellingen hebben te maken met een complex ecosysteem van applicaties. Instellingen slagen er tot nu toe maar gedeeltelijk in om de SURFfederatie te koppelen voor externe applicaties, laat staan dat ze in staat zijn om single sign-on voor interne en externe applicaties te regelen. COIN is qua architectuur een logisch vervolg op de SURFfederatie, maar COIN kan pas zijn toegevoegde waarde echt gaan leveren op het moment dat de SURFfederatie effectiever en intensiever ingezet wordt door de instellingen. 3.4 Zijn er ICT-architecten die we uit kunnen nodigen voor samenwerking? Op deze vraag zijn vrij massaal namen doorgegeven door de instellingen (zie tabel bij vraag 24 en 25 in Bijlage VI). Er wordt steeds meer onder architectuur gewerkt en architecten krijgen daardoor meer invloed binnen de instellingen. Een van de ICT directeuren geeft aan dat de functionele wensen en architectuur kaderstellend zijn voor de technische implementatie. Daarmee wordt heel duidelijk aangegeven dat een architectuur heel belangrijk is. Tot nu toe is er vanuit SURFnet nog niet zoveel contact met de ICT architecten bij de instellingen. Dat komt waarschijnlijk ondermeer doordat de ICT architecten niet zitten bij het ICT rekencentrum, maar bij de afdeling waar het informatiebeleid gemaakt wordt onder verantwoordelijkheid van de CIO. Er liggen hier veel aanknopingspunten om de ICT architecten meer te betrekken bij de innovatie binnen SURFnet en in het bijzonder bij de verdere ontwikkeling van COIN. Participatie van instellingen met COIN zal veel gemakkelijker gaan als de principes van de COIN architectuur ook geborgd zijn binnen de architectuur van de instellingen. 3.5 Bieden de instellingen services aan die zich lenen voor een koppeling met COIN? Een groot deel van de respondenten geeft aan interesse te hebben in het bieden van dienstverlening buiten de grenzen van de eigen instelling (zie tabel bij vraag 24 en 25 in Bijlage VI). Wanneer er echter meer concreet gevraagd wordt naar applicaties die gekoppeld zouden worden, dan zijn de antwoorden nog weinig concreet. Direct contact met deze instellingen zal meer duidelijkheid geven over de redenen waarom men nog terughoudend is met het aandragen van applicaties en diensten die in aanmerking komen om op COIN aan te sluiten. Mogelijke redenen zouden kunnen zijn dat men: - (nog) geen applicaties heeft die in aanmerking komen 12 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
13 - (nog) geen applicaties heeft die voldoen aan de randvoorwaarden (OpenSocial) zoals gesteld door COIN - (nog) geen intern beleid heeft voor het aanbieden van interne diensten aan derden - meer duidelijkheid wil over de impact van een samenwerking met SURFnet in het COIN project (met betrekking tot techniek, organisatie en financiën) 13 Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
14 4 Aanbevelingen Op basis van de conclusies wordt een stapsgewijze aanpak en ontwikkeling van COIN aanbevolen met een duidelijke roadmap, waarbij de aandacht in eerste instantie met name ligt op het verder versterken van de rol van de SURFfederatie binnen de instellingen. Daarnaast is meer aandacht vereist voor het overtuigen van de voor het onderwijs belangrijke leveranciers om aan te sluiten op de SURFfederatie. Te denken valt daarbij aan applicaties als Blackboard, maar ook aan Sharepoint of Osiris. Een tweede aanbeveling is om tijdens de verdere ontwikkeling van COIN de ICT architecten van de instellingen te betrekken, zodat de principes en onderliggende ideeën van COIN ook geborgd worden in de architectuurkeuzes van de instellingen. Ten derde is het wenselijk om samen met de instellingen die aangegeven hebben applicaties aan te willen sluiten aan COIN te verkennen welke mogelijkheden er zijn om al binnen het huidige project te koppelen met de COINinfrastructuur. Belangrijk is om daarbij een open dialoog aan te kunnen gaan en niet alleen te denken vanuit de reeds gemaakte keuzes binnen COIN. Met name vanuit 3TU en bij Avans zijn use-cases aangedragen, die interessant zijn om binnen het COIN-project opgepakt te worden. Aanbevolen wordt om waar mogelijk flexibel te zijn als een interessante use-case van een instelling niet geheel binnen de COIN randvoorwaarden valt. De ratio hiervoor is dat instellingen naar verwachting eerder mee zullen doen met COIN als gekozen wordt voor het aansluiten op in het hoger onderwijs veelgebruikte applicaties en standaarden. Wanneer het gaat om de functionaliteiten van een online samenwerkingsomgeving wordt aanbevolen de nadruk te leggen op het delen van documenten, een kalenderfunctie en de mogelijkheid tot webconferencing. Men verwacht dat deze functionaliteiten bij een online samenwerkingsomgeving worden geboden. Waarschijnlijk biedt COIN de meeste toegevoegde waarde wanneer bovenstaande functionaliteiten worden gecombineerd met , search, find, annotate, IM/presence en notification. Deze zaken worden door het merendeel van de respondenten ook verwacht bij een online samenwerkingsomgeving. Vanuit het perspectief van communicatie is het belangrijk dat de verwachting dat COIN de opvolger is voor SURFgroepen bijgesteld wordt. Op zich is deze communicatieboodschap al vastgesteld maar het blijft een aandachtspunt en gezien het belang van het project vereist de positionering van COIN een eigen communicatieplan. Tot slot is het van belang aandacht te besteden aan de onderwerpen privacy en veiligheid. Deze begrippen komen meerdere keren terug en spelen een belangrijke rol bij de acceptatie van COIN. De instellingen zullen COIN eerder gebruiken wanneer de veiligheid en privacy van data en gebruikers gewaarborgd is. Heldere communicatie hierover richting de instellingen is zeer gewenst. Voor deze publicatie geldt de Creative Commons Licentie Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Netherlands. Meer
15 Bijlagen Bijlage I Deelnemerslijst Microsoft Live@edu en SURFfederatie Deelnemerslijst (extern) interactieve sessie Microsoft Live@edu en SURFfederatie op twee juni Nr Naam Functie Organisatie 1 Stan van den Assem Informatie architect Wageningen UR 2 Jan Bakker Directeur SURFdiensten 3 Evert van de Belt Projectmanager/Adviseur Vrije Universiteit 4 Margreet van den Berg Adviseur/projectleider ICT en Onderwijs 5 Jos in den Bosch ICT Architect Technische Universiteit Delft 6 Paul van den Braken Adviseur Ezzenz / Erasmus Universiteit 7 Patrick Brunier Senior Systeembeheerder De Haagse Hogeschool 8 Jeroen Camijn Senior Server Beheer De Haagse Hogeschool 9 Jeroen van Dam Technisch projectleider Erasmus MC 10 Martin Dias d'ullois Productmanager Kennisnet 11 Sijo Dijkstra Projectmanager UvA 12 Kees van Eijden Beleidsmedewerker Universiteit Utrecht 13 Evert Jan Evers Specialist Informatisering UMC Utrecht 14 Dolf Gagestein APS IT-diensten APS 15 Ronald Ham Project manager SURFfoundation 16 Alfred Hartoog consultant ICT en Onderwijs Vrije Universiteit Amsterdam 17 Bart van den Heuvel Information Security Manager UM 18 Patrick Honing ICT Ontwikkelaar Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 19 Jos van de Hulsbeek Projectleider ROC Nijmegen 20 Mark de Jong Applicatie Architect INHolland en ROC Nijmegen 21 Marc de Jong Luneau Communicatie manager Surfdiensten 22 Nico Juist Beleidsadviseur INHolland 23 Michael Kleine Manager Education Microsoft 24 Pieter Klijs Programmamanager IT-Workz 25 Wim Koolhoven Universitair informatiemanager Universiteit Twente 26 Michiel Koren ICT Architect Haagse Hogeschool 27 Alex Levinson Service Manager HvA 28 Bert Meijer beheerder ICT Hogeschool Utrecht 29 Hans Nouwens ICT-Architect TU Delft 30 Marco Otte Service- and accountmanager ICT in Education Wageningen UR 31 Astrid van Raalte Solution Sales Productivity Microsoft Nederland 32 Peter van Schaik Directeur TU Delft 33 Eline van Scherpenzeel Projectmedewerker studentenmail Universiteit van Tilburg 34 Rebecca Scholte Projectmanager Universiteit van Tilburg 35 Martin Scholten Hoofd Erasmus Universiteit Rotterdam 36 Menno Smidts Programmamanager SURFdiensten / Microsoft 37 Richard Smit IT Consultant Hogeschool van Amsterdam
16 F. Spruit Consultant ErasmusMC René Stubbe ICT beheerder/ontwikkelaar ErasmusMC Gerwin Verberne Systeembeheerder Fontys Hogescholen Ad Verbogt Projectleider BPOS Rijnsconsult Rogier Verkade Consultant / ICP HvA Rene Visscher Informatiearchitect Hogeschool van Amsterdam Rens van der Vorst IT Manager Fontys Hogescholen Ed de Vries Manager Infra Hogeschool Utrecht Marco van Weerden IT-Architect Hogeschool van Amsterdam Rinus van Weert ICT coördinator TU Eindhoven Pepe Wildeman Informatiearchitect INHolland Jean-Paul in 't Zandt Service Executive Microsoft 16
17 Bijlage II Resultaten stemkastsessie Microsoft en SURFfederatie In deze bijlage staan de resultaten van de stemkastsessie tijdens de Microsoft en SURFfederatie bijeenkomst, gehouden op 2 juni We zijn begonnen met twee oefenvragen, welke goed aansloten op het thema van de bijeenkomst. Vraag 1: Ik ben blij dat Microsoft Live@edu is aangesloten op de SURFfederatie 1. Ja!: 91 % 2. Nee: 0 % 3. Geen mening: 9 % 91% 0% 9% Ja! Nee Geen mening Vraag 2: Op welke termijn bent u van plan op Live@edu over te stappen? 1. Zo snel als mogelijk is: 26 % 2. Binnen een half jaar: 7 % 3. Binnen een jaar: 2 % 4. Weet ik nog niet: 64 % 64% 26% 7% 2% Zo snel als mogelijk is Binnen een half jaar Binnen een jaar Weet ik nog niet 17
18 Een derde van de deelnemers heeft al concrete plannen over te stappen op de dienst van Microsoft. Het grote aantal deelnemers dat weet ik nog niet heeft geantwoord, heeft te maken met het feit dat nog niet bekend is wanneer beschikbaar komt. Ook hangt een en ander af van de voorwaarden die Microsoft afspreekt met SURFdiensten en van de duur dat de dienst gegarandeerd wordt door Microsoft. Een gedeelte van de weet ik nog niet -groep is dus wel geïnteresseerd in deze dienst van Microsoft. Vervolgens hebben we meer algemene vragen gesteld in het kader van COIN. Vraag 3: wat zijn uw plannen ten aanzien van de voorzieningen binnen uw instelling? * Hier hebben we tijdens de sessie aan toegevoegd: binnen een periode van twee jaar. 1. Intern hosten: 25 % 2. Uitbesteden aan Microsoft: 36 % 3. Uitbesteden aan Google: 6 % 4. Uitbesteden aan andere leverancier: 3 % 5. Anders: 31 % 25% 36% 31% 6% 3% Intern hosten Uitbesteden aan Microsoft Uitbesteden aan Google Uitbesteden aan andere... Anders Uit de antwoorden blijkt, dat bijna de helft (45 %) van de deelnemers van plan is de voorzieningen uit te besteden. Een kwart van de deelnemers wil de voorzieningen intern (blijven) hosten. Vraag 4: Eens of oneens? De rol van het ICT centrum zal door de opkomst van cloud computing, SaaS en online applicaties de komende drie jaar aanzienlijk veranderen. 1. Eens: 84 % 2. Oneens: 16 % 18
19 84% 16% Eens Oneens Het merendeel van de deelnemers is het eens met deze stelling. Na het vragen van een toelichting aan de deelnemers zei een persoon: ik ben het ermee oneens, want de rol van het ICTcentrum als zijnde een dienstverlener blijft (intern) hetzelfde. Een ander gaf aan dat het aan de definitie van het woord aanzienlijk ligt. Een andere deelnemer: nu levert het centrum voornamelijk zelf diensten. Ik denk dat er straks minder techneuten zijn en dat er meer faciliterend personeel komt. Ook: de rol van het centrum ten opzichte van de organisatie wordt niet anders, maar ik denk wel dat er lokaal/ decentraal meer cloud-diensten zullen worden betrokken: groepen/ diensten werken zelf met Skype, Hyves etc.. Of denk aan een congresbureau dat zijn eigen CRM-systeem betrekt. Of je daar blij van wordt is wat anders. Het leidt uiteraard tot versnippering en allerlei ondersteuningsvragen. Studenten zitten steeds meer bij verschillende faculteiten, het is dan dus ook vervelend als daar met verschillende systemen wordt gewerkt. Vraag 5: Eens of oneens? Indien marktpartijen voorzien in collaboratie voorzieningen in the cloud, tegen de juiste voorwaarden, hoeft mijn instelling deze niet meer lokaal te implementeren. 1. Eens: 93 % 2. Oneens: 7 % 93% 7% Eens Oneens Het merendeel van de deelnemers is het hier wederom mee eens. Het hangt dan wel van de voorwaarden af, denk hierbij aan prijs, privacy-aspecten etc. 19
20 Een deelnemer licht toe: ik ben het hiermee eens, omdat je vanuit de cloud alles in één bups meekrijgt: calender, , filesharing, dat brengt de beheerkosten omlaag. Privacy is wel een issue. Een andere deelnemer: het bestaan van SURFgroepen zorgt ervoor dat we zelf zoiets niet gaan implementeren. Er wordt door de deelnemers een afweging gemaakt tussen de prijs en de brede inzetbaarheid van diensten (werkt het bijvoorbeeld ook in Firefox). Vraag 6: Eens of oneens? Studenten, docenten, medewerkers en onderzoekers uit mijn instelling stellen zelf een op maat gesneden persoonlijke digitale leer- en werkomgeving samen en gebruiken daarbij een mix van interne en externe voorzieningen. 1. Eens: 80 % 2. Oneens: 20 % 80% 20% Eens Oneens De meeste deelnemers zijn het ook hier mee eens. Een deelnemer geeft aan hier niet in te geloven en dat het eraan ligt wat je als instelling aanbiedt, het gaat dan primair om interne dienstverlening. Een ander reageert daarop met je kunt best dingen centraal aanbieden, maar daarnaast kan een faculteit ook zijn eigen ELO creëren. Dit kun je best gedogen, om het leren en studeren te faciliteren. Dan krijg je een soort organisatie binnen een grotere organisatie: allemaal dezelfde voorzieningen, maar wel met eigen (te kiezen) onderdelen. Vanuit de Kennisnet vertegenwoordiging komt de reactie dat het in het PO en VO anders ligt. Daar zijn leermethoden (boeken) heel rigide, de docent maakt de les en wordt min of meer gedwongen vast te houden aan de structuur van het boek. De docent heeft in dat geval dus weinig te kiezen. Voor het PO is het niet mogelijk, omdat van tevoren vastligt wat de leerlingen moeten weten. De docenten willen overigens wel. Een deelnemer merkt op dat er nog wel een verschil is tussen een omgeving die bestaat uit gadgets of een die bestaat uit een verzameling diensten. Microsoft geeft aan dat zij merken dat medewerkers graag zelf de eigen manier van werken willen inrichten. De Enterprise 2.0 bestaat niet meer. Instellingen maken de keuze: welke informatie laten we toe, wat integreren we. Als gebruiker kun je je abonneren op informatie. Vraag 7: Kies de stelling die u het meest aanspreekt 1. Bij online samenwerking staan de interne instellingsvoorzieningen centraal: 15 % 2. Bij online samenwerking wordt een mix van interne en externe voorzieningen aangewend. 85 % 20
21 85% 15% Bij online samenwerking... Bij online samenwerkin... Deze vraag sluit aan op de vorige vraag. Uit de gegeven antwoorden blijkt dat een zeer ruime meerderheid van de deelnemers het liefst ziet dat er, naast interne voorzieningen, tevens externe voorzieningen worden gebruikt als het gaat om online samenwerking. Vraag 8: Gebruikt u de SURFfederatie voor het verbinden van interne systemen (ELO, CMS, Roostersysteem)? 1. Ja: 16 % 2. In beperkte mate: 18 % 3. Nee: 47 % 4. Weet niet: 18 % 47% 16% 18% 18% Ja In beperkte mate Nee Weet niet Bij bijna de helft van de deelnemers wordt de SURFfederatie niet gebruikt om interne systemen te verbinden. Bij navraag blijkt echter dat de deelnemers dit wel willen. 21
22 Vraag 9: Gebruikt u de SURFfederatie voor het verbinden van externe systemen (Scopus, SURFspot, EBSCO)? 1. Ja: 57 % 2. In beperkte mate: 16 % 3. Nee: 16 % 4. Weet niet: 11 % 57% 16% 16% 11% Ja In beperkte mate Nee Weet niet Uit bovenstaand resultaat blijkt dat ruim de helft van de instellingen de SURFfederatie voornamelijk ziet als een manier om een verbinding te maken met externe systemen. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om de bereikbaarheid van diensten als SURFspot, Scopus en EBSCO. Vraag 10: Heeft u behoefte aan het bieden van dienstverlening buiten de grenzen van de eigen instelling? 1. Ja: 55 % 2. In enige mate: 24 % 3. Nee: 21 % 22
23 55% 24% 21% Ja In enige mate Nee Een ruime meerderheid geeft aan behoefte te hebben aan het bieden van dienstverlening buiten de grenzen van de eigen instelling. Daarnaast geeft nog eens bijna een kwart van de deelnemers aan dit in beperkte mate te willen. Ongeveer een vijfde deel van de deelnemers geeft aan hier geen behoefte aan te hebben. 23
24 Bijlage III Deelnemerslijst Cloud Computing Deelnemerslijst (extern) interactieve sessie Cloud Computing bijeenkomst op 15 juni Nr Naam Functie Organisatie 1 Rob Bastings Systeem architect KNMI 2 Haico Bianchi Programmamanager Hogeschool Leiden 3 Co Braspenning Corporate Informatie Manager Saxion 4 Gertjan Bron Projectleider NHL Hogeschool 5 Kees van Eijden Beleidsmedewerker Universiteit Utrecht 6 Sven Gabriel CERT Nikhef 7 John Grobben Docent Hogeschool Rotterdam 8 Ronald Ham Projectmanager SURFfoundation 9 Bart van den Heuvel Information Security Manager UM 10 Menno Hiemstra Hoofd VUW Universiteit Leiden 11 Wim Koolhoven Universitair Informatiemanager UT 12 Mees van Middendorp Ontwikkelaar Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 13 Hans Nouwens ICT-Architect TU Delft 14 Eva Sebok Informatiemanager Marnix Academie 15 Youri Tjang Docent informatica Hogeschool Rotterdam 16 Hans van Vlaanderen CEO IGI Group
25 Bijlage IV Resultaten stemkastsessie Cloud Computing In deze bijlage staan de resultaten van de stemkastsessie tijdens de Cloud Computing sessie, gehouden op 15 juni De eerste vraag was een oefenvraag, vervolgens hebben we vragen gesteld over Cloud Computing en COIN. Vraag 2: Indien marktpartijen voorzien in voorzieningen in the cloud, tegen de juiste voorwaarden, hoeft mijn instelling deze niet meer lokaal te implementeren. 1. Eens: 88 % 2. Oneens: 13 % Hier gaat het volgens een van de deelnemers niet om, het sourcing-vraagstuk staat hier centraal. Vraag 3: Cloud computing: nu of nooit? 1. Rustig de ontwikkelingen volgen en inhaken als het dichtbij komt: 31 % 2. Niet afwachten, meteen beginnen!: 13 % 3. Eerst een sourcing strategie opstellen en dan beginnen: 56 % 4. Anders, namelijk : 0 % 25
26 Optie 1 en 3 sluiten elkaar niet uit. Ik kies nu optie 1 en wanneer we er wat mee kunnen, dan 3. Een andere deelnemer: mijn management laat optie 1 niet toe: iedereen doet het, dus waarom wij niet? Iemand anders vindt dat je pas echt weet wat het is als je het gaat doen. Puur vanuit de theorie en beleidsstukken gaat niet. Een ander: op het moment dat je iets gaat vervangen, ga je kijken of dat geschikt is voor de cloud. Er wordt vaak niet gedacht vanuit een cloud of sourcing strategie, maar vanuit het afnemen van een dienst (dus per app.). Als je ervaring hebt/ het een keer zelf hebt gedaan, weet je beter hoe je het moet uitbesteden: wat spreek je af, wat staat er in de SLA. In de non-functionals zitten dus best dingen. Je moet vaak ook zaken weer fine-tunen: in hoeverre is standaard standaard? Bij de Universiteit Leiden is de dienst Blackboard geoutsourced. Dat is weleens mis gegaan, dat Blackboard niet beschikbaar was. Bij de 3 TU s ging samenwerking mis, omdat ze niet afhankelijk willen zijn van elkaar. Dit soort wantrouwen staat samenwerking dus in de weg. Zou SURF niet een generiek Blackboard-achtige hostingdienst kunnen aanbieden? Een instelling: bij ons wordt het altijd bekeken in de driehoek: hoster, afnemer en dienstenaanbieder. Vraag 4: Eens of oneens? De rol van het ICT centrum zal door de opkomst van cloud computing de komende drie jaar aanzienlijk veranderen. 1. Eens: 100 % 2. Oneens: 0 % Cloud computing is een externe factor die de verandering versnelt die toch al kwam. Je hebt het nu meer business-achtig over dit soort dingen. Waarom kan Shell wel buiten de deur afnemen? De instellingen hebben blijkbaar teveel geld. Drijfveer is hier toch bezuinigen. De vraag is ook wat je primaire dienstverlening is. Bijv. Osiris en de financiële administratie worden gezien als cruciaal (dus die wil je intern houden), maar specialistische diensten voor kleine onderdelen van de instelling niet. Studenten maken nu gebruik van vluchtige omgevingen (samenwerkingsdiensten), maken hiervoor tijdelijk accounts aan. De halffabricaten zijn hier dan de verantwoordelijkheid van de student zelf, maar het eindproduct moet de instelling iets van 7 jaar bewaren. In sommige gevallen ben je blij dat het al via de Cloud gebeurt, dan is het weg bij jezelf. Overigens gaan sommige medewerkers ook slordig om met data. Vraag 5: Eens of oneens? De rol van SURF zal door de opkomst van cloud computing de komende drie jaar aanzienlijk veranderen. 1. Eens: 56 % 2. Oneens: 44 % 26
27 De rol van SURF verandert niet, dat gaat om continu innoveren en handig samenwerken, maar over 3 of 6 jaar zal SURF wel heel andere dingen doen. Het gaat om tijdelijke dienstverlening. Ik kan me voorstellen dat SURF ook generieke diensten biedt. Moet SURF niet ook juridisch ondersteunen op het gebied van CC en storage, in plaats van alleen op technologisch gebied? Nu biedt SURF netwerken, moet ze niet ook storage bieden? SURF zie ik als intermediair, welke partijen zij in de arm nemen, maakt mij niet uit (als ze iets niet zelf doen). De SURFfederatie is een typische rol voor SURF. Opmerkingen bij de sheet over nieuwe kerncompetenties: veel universiteiten gaan naar SSCs, dus op de universiteit moet dan een informatiemanager zitten. Aan de SSC kant zitten Service managers. Teveel ICT ers zijn informatiemanager geworden, waarbij dan nog wel gedacht wordt vanuit de techniek. Andersom geeft ook problemen: de (nieuwe) informatie/ businessmanager weet nauwelijks wat af van ICT. Vraag 6: Wat heeft voor u prioriteit? 1.Functionele aspecten: 27 % 2.Licentie-vraagstukken: 0 % 3.Support: 13 % 4.Security: 20 % 5.Privacy (waar staat de data?): 27 % 6.Federatief identity management: 13 % 27
28 Ze zijn allemaal belangrijk, je wil ze eigenlijk kunnen rangschikken. Licentie-vraagstukken is ongeveer hetzelfde als de kosten, bij het CvB had dit op nummer een gestaan. Als je het zo bekijkt, vinden een aantal deelnemers ook dat dit meer prioriteit krijgt. Een opmerking: op basis van licenties kun je nog best wijzigen van provider. SURF kan hierbij helpen door deze provider op te voeden. Vraag 7: Waar zou SURF prioriteit aan moeten geven? 1.Functionele aspecten: 6 % 2.Licentie-vraagstukken: 13 % 3.Support: 19 % 4.Security: 13 % 5.Privacy (waar staat de data?): 31 % 6.Federatief identity management: 19 % Privacy is een belangrijke. Licenties worden hier wel gekozen, de SURFdiensten rol is belangrijk. Vraag 8: Wat zijn uw plannen ten aanzien van de voorzieningen binnen uw instelling? 1.Intern hosten: 25 % 2.Uitbesteden aan IBM: 0 3.Uitbesteden aan Microsoft: 8 % 4.Uitbesteden aan Google: 17 % 5.Uitbesteden aan andere leverancier: 25 % 6.Anders: 25 % 28
29 Degenen die het antwoord anders hebben gekozen willen nog bekijken wie of wat. Ook is een deelnemer bezig met een shared service integratie (kantoorautomatisering). Het gaat dan vooral om medewerkers (intern), studenten hoeft niet. Als je medewerkers en studenten splitst in de vraag krijg je wel andere antwoorden. Aan de andere kant: als je voor elke doelgroep verschillende providers hebt, wordt beheer lastig. Microsoft intern en MS Exchange kun je nog wel verbinden, maar met Google kun je niks. Vraag 9: Kies de stelling die u het meest aanspreekt 1.Bij online samenwerking staan de interne instellingsvoorzieningen centraal: 15 % 2.Bij online samenwerking wordt een mix van interne en externe voorzieningen aangewend: 85 % Vraag 10: Gebruikt u de SURFfederatie voor het verbinden van interne systemen (ELO, CMS, Roostersysteem)? 1.Ja: 9 % 2.In beperkte mate: 18 % 3.Nee: 55 % 4.Weet niet: 18 % 29
30 Vraag 11: Gebruikt u de SURFfederatie voor het verkrijgen van toegang tot externe service providers (zoals Elsevier, EBSCO)? 1.Ja: 22 % 2.In beperkte mate: 11 % 3.Nee: 22 % 4.Weet niet: 44 % Er wordt hier veel weet niet ingevuld, maar de deelnemers vergeten hier SURFspot en SURFmedia. Het aantal ja s moet dus hoger zijn. Er wordt soms nog niet gebruik van gemaakt, omdat niet alle uitgeverijen meedoen (een kip/ ei probleem). Nu doen studenten het via proxies/ op basis van IP-adres, dus kiezen instellingen ervoor dan maar niet via de SURFfederatie te koppelen. Ze willen wel, maar dan zouden studenten nu vaak moeten inloggen. Instellingen hebben het liefst gewoon een uniforme oplossing. Vraag 12: SURFnet maakt het mogelijk groepsrelaties bij te houden voor (instellingsoverstijgende) samenwerkingsverbanden. In hoeverre vindt u dit belangrijk? 1.Zeer belangrijk: 10 % 2.Belangrijk: 50 % 30
31 3.Neutraal: 30 % 4.Onbelangrijk: 10 % 5.Zeer onbelangrijk: 0 % Vraag 13: Hebben personen van buiten de eigen instelling toegang tot uw interne systemen? 1.Ja: 86 % 2.Nee: 14 % 3.Weet niet: 0 % Dit gaat dus om gastgebruik. Het is vaak wel mogelijk en het gebeurt ook, maar het is niet makkelijk. Vraag 14: Bent u geïnteresseerd in de mogelijkheid diensten aan te bieden buiten de grenzen van de eigen instelling? 1.Zeer geïnteresseerd: 22 % 2.Geinteresseerd: 56 % 3.Neutraal: 0 % 4.Niet geïnteresseerd: 22 % 5.Helemaal niet geïnteresseerd: 0 % 31
32 Het gebeurt al (Utrecht, Metis). Vraag 15: Bent u geïnteresseerd in de mogelijkheid diensten van andere, op SURFnet aangesloten, instellingen te gebruiken? 1.Zeer geïnteresseerd: 20 % 2.Geinteresseerd: 50 % 3.Neutraal: 20 % 4.Niet geïnteresseerd: 0 % 5.Helemaal niet geïnteresseerd: 10 % 32
33 Bijlage V Overzicht respondenten SURFgroepen vragenlijst Overzicht van respondenten op de vragenlijst in SURFgroepen COIN marktverkenning onder instellingen. Nr Naam Functie Organisatie 1 Bas Bakker Docent Hogeschool van Amsterdam 2 Sir Bakx CIO Universiteit Twente 3 Marc van den Berg Hoofd universiteitsbibliotheek UvT 4 Chris Blom Onderwijskundige ICT WUR 5 Bert van Daalen Wellant 6 Kees van Eijden Beleidsmedewerker ICT Universiteit Utrecht 7 Evert Jan Evers Specialist Informatisering UMC Utrecht 8 Anton Goos ICT directeur Hogeschool Zuyd 9 Alfred Hartoog Consultant ICT en Onderwijs Vrije Universiteit Amsterdam 10 Ron Helwig Directeur ICT Open Universiteit 11 Jos van de Hulsbeek Projectleider ROC Nijmegen 12 Mark de Jong Applicatie Architect INHolland en ROC Nijmegen 13 Rob Keemink ICT directeur Windesheim 14 Roelof Kooy Informatiemanager HHS 15 Bert Meijer Beheerder ICT Hogeschool Utrecht 16 Richard Oerlemans ICT directeur VU 17 Luc van der Pijl CIO HvA 18 Maarten van der Salm Projectleider UvT 19 Lou Smeding HHS 20 Ronald Snijder Projectmanager Amsterdam University Press 21 Gerwin Verberne Functioneel systeembeheerder Fontys Hogescholen 22 Rogier Verkade Consultant / ICP HvA 23 Ad Vogels ICT directeur Avans 24 Ed de Vries Manager Infra Hogeschool Utrecht 25 Corno Vromans Directeur ICT UvT 26 Nicolai van der Woert UMCN 27 Edward Zijlstra Programmamanager/ Hoofd Informatie Services Onderwijs HvA
34 Bijlage VI Resultaten SURFgroepen vragenlijst In dit hoofdstuk worden de resultaten van de online vragenlijst besproken. Deze vragenlijst is gemaakt in SURFgroepen. Bij geen van de vragen was het verplicht een antwoord in te vullen en bij bijna elke vraag had men de gelegenheid zelf een antwoordmogelijkheid toe te voegen. De uitnodiging de vragenlijst in te vullen is verzonden aan CIO s, ICTdirecteuren, deelnemers aan de COIN sessie op 14 december 2009, deelnemers aan de Microsoft en SURFfederatie sessie en personen die op de vrienden van UC en online apps -lijst staan van Andres Steijaert. In totaal is aan ongeveer 120 personen gevraagd de vragenlijst in te vullen. De respons binnen een week was 27. Vraag 1: Kunt u aangeven bij welk type instelling u werkt? N = Een HBO-instelling: 44 % (12) 2. Een universiteit: 33% (9) 3. Een onderzoeksinstelling: 4 % (1) 4. Anders: 19 % (5) Van degenen die onder de categorie anders vallen, werken twee respondenten bij een UMC, een bij een MBO-instelling, een bij een academische uitgeverij en een persoon werkt zowel bij een HBO-instelling als een universiteit. Vraag 2: Als uw instelling gebruik maakt van portals: welke functionaliteiten worden via deze portal(s) geboden (meerdere antwoorden mogelijk)? N = Administratieve handelingen (inschrijven, uitschrijven): 87 % (20) 2. Onderwijskundig (toetsing, opdrachten, roosters, presentaties): 100 % (23) 3. Algemene samenwerkingsdiensten ( , filesharing, wiki, blog): 83 % (19) Naast bovenstaande wordt ook genoemd: portal zelf (dashboard), patientenportals. DLWO, notificatie van behaalde cijfers en nieuwsuitingen. Een respondent geeft aan dat de portal vooral logistiek is en dat er geen onderwijsactiviteiten via de portal plaatsvinden. Vraag 3: Welke applicaties worden via de portal(s) geboden (meerdere antwoorden mogelijk)? N = Osiris: 9 3. Blackboard: Sharepoint: QMP: 6 6. Groupwise: 3 7. SAP: 4 8. Planon: 3 9. Sakai: 1 Respondenten konden hier meerdere antwoorden invullen, het getal geeft aan hoe vaak dat antwoord is aangevinkt. Naast bovenstaande applicaties worden de volgende applicaties ook nog genoemd: Elluminate, Metis, diverse interne informatiebronnen via RSS, specifieke sw voor patientenportals, N@tschool, Rostar, roostersoftware en Peoplesoft. Vraag 4: Welke drie aspecten van de portal(s) zijn het belangrijkst (maximaal drie opties aanvinken)? 34
35 N = Self service faciliteiten op de portal: De actualiteit van de informatie op de portal: Toegang via mobiele devices tot de portal: 3 4. Toegang van externe gebruikers tot (delen van) de portal: 3 5. Het makkelijk kunnen toevoegen van nieuwe functionaliteiten aan de portal: 5 6. Eenvoudig combineren van interne en externe diensten via de portal: 5 7. Een SSO (Single Sign-On) functionaliteit voor de portal: Gepersonaliseerde toegang tot de portal: 13 Respondenten konden hier meerdere antwoorden invullen, het getal geeft aan hoe vaak dat antwoord is aangevinkt. De drie aspecten die het meest genoemd worden zijn de actualiteit van de informatie op de portal, een SSO functionaliteit en gepersonaliseerde toegang. Een van de respondenten heeft zelf een derde optie ingevuld: een gecentraliseerde navigatie (routekaart). Vraag 5: Kies hieronder de stelling die u het meest aanspreekt: N = De instellingsportal dient vooral om interne voorzieningen te aggregeren: 42 % (11) 2. De instellingsportal dient vooral om interne en externe voorzieningen te bundelen: 58 % (15) Vraag 6: Gebruikt uw instelling de SURFfederatie: N = 25 Ja In beperkte mate Nee Voor het verbinden van 12 % (3) 12 % (3) 76 % (19) interne systemen Voor het verbinden van 24 % (6) 12 % (3) 64 % (16) interne en externe systemen? Voor het verkrijgen van 36 % (9) 16 % (4) 48 % (12) toegang tot externe service providers (zoals Elsevier, EBSCO)? Als Single Sign-On systeem? 24 % (6) 4 % (1) 72 % (18) Vraag 7: Als u geen gebruik maakt van de SURFfederatie voor het intern verbinden van systemen, wat is dan hiervoor de reden? Veertien respondenten hebben hier een toelichting ingevuld. De antwoorden zijn in een aantal categorieën in te delen. - Vier respondenten maken gebruik van andere systemen (Entree van Kennisnet, A-Select, Novell Access manager, een eigen IdM voorziening en Enterprise Service Bus). - Twee personen geven aan over te gaan op de SURFfederatie/ met de aanvraag bezig te zijn. - Drie respondenten noemen een gebrek aan tijd of andere prioriteiten. - Ook geeft een respondent aan dat er security issues zijn en dat de meerwaarde onduidelijk is. - Een andere respondent geeft aan dat de interne systemen deel uitmaken van het lokale domein. Er zijn geen interne systemen die buiten het domein staan. (Zal in de toekomst wel komen, waarbij federatie zal worden toegepast, al is het niet zeker of dat SURFfederatie zal zijn.) - Tot slot hadden drie respondenten er nog niet over gedacht of zijn onvoldoende op de hoogte van de SURFfederatie. 35
36 Vraag 8: SURFnet maakt het mogelijk groepsrelaties bij te houden voor (instellingsoverstijgende) samenwerkingsverbanden. In welke mate vindt u dit belangrijk? N = Zeer belangrijk: 26 % (7) 2. Belangrijk: 54 % (14) 3. Neutraal: 8 % (2) 4. Onbelangrijk: 8 % (2) 5. Zeer onbelangrijk: 0 6. Anders: 4 % (1) Een respondent merkt hier nog op het vooral belangrijk te vinden ten behoeve van contact met bedrijfsmentoren e.d. Vraag 9: Wat zijn voor u de twee belangrijkste communicatiesystemen binnen uw instelling (maximaal 2 opties aanvinken)? N = % (25) 2. Document sharing systeem: 44 % (11) 3. Leeromgeving: 48 % (12) 4. Instant messaging en presence: 0 5. Video conferencing: 0 Iedereen heeft hier gekozen voor als een van de belangrijkste communicatiesystemen. Tweede en derde zijn de leeromgeving en het document sharing systeem. Een respondent noemt naast nog face-to-face als belangrijkste communicatiesysteem. Vraag 10: Welke systemen overweegt u te outsourcen (meerdere antwoorden mogelijk)? N = % (16) 2. Document sharing systeem: 8 % (2) 3. Leeromgeving: 19 % (5) 4. Instant messaging en presence: 12 % (3) 5. Video conferencing: 19 % (5) 6. Geen: 27 % (7) Ruim de helft van de respondenten overweegt te outsourcen. Een van de respondenten verduidelijkt dat het gaat om en data voor studenten. Ook wordt overwogen QMP en OCS te outsourcen. Vraag 11: Wat zijn uw plannen ten aanzien van voorzieningen voor studenten? N = Intern hosten: 12 % (3) 2. Uitbesteden aan Google: 8 % (2) 3. Uitbesteden aan Microsoft: 40 % (10) 4. Uitbesteden aan andere leverancier: 0 5. Nog geen keus gemaakt: 24 % (6) Bij een respondent is het al uitbesteed aan Google een ander geeft aan dat ze de student de keuze willen laten tussen intern, Google Apps of Live@edu. Een andere respondent geeft aan: intern en via onze universiteit. 36
37 Vraag 12: Wat zijn uw plannen ten aanzien van voorzieningen voor medewerkers? N = Intern hosten: 73 % (19) 2. Uitbesteden aan Google: 0 3. Uitbesteden aan Microsoft: 12 % (3) 4. Uitbesteden aan andere leverancier: 0 5. Nog geen keus gemaakt: 8 % (2) Vraag 13: In welke mate vindt u het van belang dat personen van buiten de eigen instelling, die samenwerken met personen binnen uw instelling, toegang krijgen tot uw interne systemen. N = Zeer belangrijk: 16 % (4) 2. Belangrijk: 68 % (17) 3. Neutraal: 8 % (2) 4. Onbelangrijk: 0 5. Zeer onbelangrijk: 4 % (1) Een respondent vindt het belangrijk, maar merkt op dat het dan heel goed beveiligd moet zijn. Een andere respondent geeft aan dat niet toegang tot de systemen belangrijk is, maar toegang tot de diensten. Vraag 14: In welke mate heeft u behoefte aan het koppelen van eigen systemen met externe systemen (uitwisselen van gegevens op applicatieniveau)? N = Zeer veel: 8 % (2) 2. Veel: 42 % (11) 3. Neutraal: 38 % (10) 4. Weinig: 4 % (1) 5. Zeer weinig: 0 Een respondent geeft aan alleen behoefte te hebben indien het voldoende is beveiligd een ander zegt dat deze behoefte er in toenemende mate is. Vraag 15: In welke mate bent u geïnteresseerd in de mogelijkheid diensten aan te bieden buiten de grenzen van de eigen instelling? N = Zeer geïnteresseerd: 8 % (2) 2. Geïnteresseerd: 58 % (15) 3. Neutraal: 19 % (5) 4. Niet geïnteresseerd: 12 % (3) 5. Helemaal niet geïnteresseerd: 0 Een persoon noemt hier het verzorgen van onderwijs op niet beheerde apparaten, anywhere. Vraag 16: In welke mate bent u geïnteresseerd in de mogelijkheid diensten van andere op SURFnet aangesloten instellingen te gebruiken? N = Zeer geïnteresseerd: 12 % (3) 37
38 2. Geïnteresseerd: 64 % (16) 3. Neutraal: 24 % (6) 4. Niet geïnteresseerd: 0 5. Helemaal niet geïnteresseerd: 0 Vraag 17: Kies hieronder de stelling die u het meest aanspreekt: N = Bij online samenwerking staan de interne instellingsvoorzieningen centraal: 12 % (3) 2. Bij online samenwerking wordt een mix van interne en externe voorzieningen aangewend: 88 % (23) Vraag 18: Bent u het eens of oneens met de volgende stelling? Indien marktpartijen voorzien in collaboratie voorzieningen in the cloud, tegen de juiste voorwaarden, hoeft een ICT centrum van een onderwijsinstelling deze niet meer lokaal te implementeren. N = Eens: 74 % (20) 2. Oneens: 7 % (2) 3. Geen mening: 0 4. Anders: 19 % (5) Een respondent geeft aan dat het afhangt van de business case en ook een ander zegt dat diensten die voor minimaal dezelfde kwaliteit en functionaliteit goedkoper uit de cloud betrokken kunnen worden interessant zijn. Verder zijn twee respondenten het ermee eens, op voorwaarde dat de beveiliging goed is en de privacy gewaarborgd is. Vraag 19: Bent u het eens of oneens met de volgende stelling? Studenten, docenten, onderzoekers en medewerkers uit mijn instelling, stellen zelf een op maat gesneden persoonlijke digitale leer- en werkomgeving samen en gebruiken daarbij een mix van interne en externe voorzieningen. N = Eens: 69 % (18) 2. Oneens: 12 % (3) 3. Geen mening: 4 % (1) 4. Anders: 19 % (5) Een respondent zegt toekomstmuziek, een ander geeft aan het ermee eens te zijn als ideaalbeeld voor onderwijs, deels voor onderzoek, maar niet voor de zorg waar beveiligingseisen beperkend zijn. Verder zegt een respondent: nog niet, maar komt naast een basis dienst. Tot slot geeft een respondent aan het er technisch gezien wellicht wel mee eens te zijn, maar dat de onderwijsinstelling hier wel sturing op wil hebben, dus kiest voor oneens. Vraag 20: Bent u het eens of oneens met de volgende stelling? De rol van het ICT centrum zal door de opkomst van cloud computing, SaaS en online applicaties, de komende drie jaar aanzienlijk veranderen. N = Eens: 76 % (19) 2. Oneens: 12 % (3) 3. Geen mening: 4 % (1) 4. Anders: 8 % (2) Een respondent geeft aan dat de rol wel zal veranderen, maar nog beperkt. Vraag 21: Welke functionaliteit verwacht u van een online samenwerkingsomgeving (meerdere antwoorden mogelijk)? N = 27 38
39 Calender: Document sharing: IM/presence: Webconferencing: Notification: Mashups: 8 8. Search, find, annotate: 19 Vraag 22: Wat is de grootste uitdaging voor uw organisatie op het gebied van online samenwerking in de komende twee jaar? De meeste respondenten (22) hebben iets ingevuld bij deze vraag. De belangrijkste gemene delers zijn: - het IdM op orde hebben en het (veilig) kunnen koppelen aan extern en op een veilige manier externen toegang geven (ook van buiten de SURFfederatie). - het creëren van draagvlak binnen de instelling, de wensen stroomlijnen en behoeften afstemmen en denken vanuit de functionele wensen vanuit de organisatie. Een respondent geeft aan dat COIN een te technische benadering is, want dat je eerst de architectuur moet inrichten op basis van de functionele wensen en vraag van de organisatie. Dit is kaderstellend voor de oplossing en inrichting van de sourcingstrategie en technologie. In die volgorde. - het neerzetten van een COIN/ platform/ infrastructuur, dus het daadwerkelijk kunnen integreren van interne en externe diensten op elk niveau. - meegaan in de vaart van de dingen, de ontwikkelingen proberen bij te benen. Een aantal respondenten denkt bij deze vraag aan wat specifiekere zaken: - het ontsluiten en actualiseren van informatiesystemen. - het implementeren en laten gebruiken van Sharepoint en Microsoft Live diensten. - het uitbesteden van studentenmail. - de docent vaardig krijgen in het gebruik van de diensten en hen daadwerkelijk kennis laten delen. Verder worden nog genoemd: - een operationele, federatieve 3TU DLWO. - standaardiseren. - de cloud is nog niet volwassen en outsourcen is pas mogelijk als de interne zaken goed geregeld zijn. Vraag 23: In COIN ontwikkelt SURFnet in samenwerking met het hoger onderwijs en onderzoek, een op open standaarden gebaseerde infrastructuur, waarmee online applicaties en systemen onderling informatie kunnen uitwisselen. Dit maakt flexibele online samenwerking op maat mogelijk. Bent u, in dit kader, bereid om uw eigen samenwerkingsdiensten (denk aan filesharing, bibliotheekdiensten e.d.) aan te bieden aan andere op SURFnet aangesloten instellingen? N = Ja: 35 % (9) 2. Nee: 15 % (4) 3. Anders: 50 % (13) Een aantal respondenten geeft aan hier niet over te gaan of geen beslisser te zijn. Een aantal anderen is wel bereid, maar op basis van de business case, er is nog geen beleid voor gedefinieerd, we zullen waarschijnlijk niet voorop lopen en deze [diensten] zijn nauwelijks (centraal) voorhanden. 39
40 Bij de volgende twee vragen is gevraagd diensten en personen te noemen waar SURFnet contact mee kan opnemen om mee samen te werken op het gebied van online samenwerken. Opvallend is dat veel respondenten aangeven wel te willen samenwerken, maar (nog) geen specifieke diensten noemen. Zie onderstaande tabel voor resultaten van vraag 24 en 25. Vraag 24: Om welke samenwerkingsdiensten gaat het dan? Zie onderstaande tabel voor resultaten van vraag 24 en 25. Vraag 25: Welke perso(o)n(en)/ ICT-architecten binnen uw instelling kan SURFnet uitnodigen om mee samen te werken op het gebied van online samenwerkingsdiensten? Zou u hier de naam/ namen en adres(sen) willen vermelden. Zie onderstaande tabel voor resultaten van vraag 24 en 25. Personen Instelling Bereid Welke dienst Sir Bakx ([email protected]) Tom Koppen ([email protected]) UTwente Op basis van business case. Samenwerkingsomgeving met relevante partners. Ed Grouwels ([email protected]) OU Ja N.n.t.b. Frans Mofers ([email protected]) [email protected] [email protected] Hogeschool Windesheim Ja Content Toetsbanken Marc van den Berg ([email protected]) Corno Vromans ([email protected]) UvT Ja Economists Online ( rg/home) Leon van Gorp ([email protected]) Alfred Hartoog: Onderwijscentrum VU, VU Ja? Bibliotheekdiensten afdeling HO/ICTOUniversitair Centrum IT, Weblectures informatie-architectuniversitair Centrum IT, afdeling InnovatieUniversiteitsbibliotheek Roelof Kooy ([email protected]) -> heeft vraag uit gezet. HHS Lijkt niet onlogisch, maar er is nog geen beleid. Evert Jan Evers UMC Utrecht Mogelijk, maar we zullen niet M.n. uitwisseling tussen UMCs ([email protected]) voorop lopen. onderling. Ed de Vries HU Mogelijk N.n.t.b. Lou Smeding -> via de reguliere HHS Ja N.n.t.b. contacten. [email protected] (informatiemanager) Wellant Ja Content delen [email protected] (informatiemanager) [email protected] (ICT-architect) Kees van Eijden ([email protected]) UU Ja Zodra zich een concreet geval aandient. (Metis?) Rens van der Vorst ([email protected]) Fontys Mijn organisatie heeft zich daar nog geen oordeel over gevormd. Paul Dalhoven ([email protected]) HvA Bas Bakker: is geen Bas: Bijv. Digitale Edward Zijlstra ([email protected]) (- > Jan Broos en Mark van Weerden zie beslisser, wel voorstander. toetsbankitems. Bas Bakker ([email protected]) Edward Zijlstra: Ja Edward: DLWO 40
41 Ad Vogels, directeur ICT, Paul Schoot, sr beleidsadviseur Mario van Rijn sr beleidsadviseur. Dienst Zuydplein. Persoon onbekend. Facilitair Bedrijf, team Architectuur. Persoon onbekend. Avans Ja, eerste gesprek is al geweest met Roland Staring en Niels van Dijk. N.n.t.b. HS Zuyd Ja N.n.t.b. INHolland Ja, maar zijn nauwelijks (centraal) voorhanden. Content repositories via Sharekit. Esther van Popta verwijst door naar: Jaap Gall HAN N.n.b. N.n.b. Jeroen Langestraat Hayco Wind RUG Progress (SIS)? Louwarnoud van der Duim Purple Search? Peter Mostert Universiteit Leiden ULCN (University Leiden Community Network)? Vraag 26: Welke aanbeveling(en) zou u SURFnet mee willen geven op het vlak van online samenwerking? Door respondenten wordt een aantal keer aangegeven gebruikers en ICT-centra (vroeg) bij dit project te betrekken. Tevens is het belangrijk (ook) een focus te hebben op de organisatie, mensen en het proces, naast de focus op techniek. Transparantie vanuit SURFnet is belangrijk. Daarbij zien de respondenten graag een duidelijker roadmap en concrete voorstellen richting de instellingen. Ook komt de vraag om realistische, werkende voorbeelden en duidelijkheid omtrent de functionele gevolgen en verwachte resultaten. Twee keer wordt genoemd oog te hebben voor privacy en beveiliging (vooral belangrijk bij de UMCs). Ook geven twee respondenten aan dat gekozen moet worden voor veelgebruikte standaarden en systemen/ platformen. Verder wil een respondent duidelijkheid over licenties, zegt een respondent SURFnet graag te willen zien als dienstenleverancier, bij knelpunten die niet door de markt kunnen worden opgelost en geeft een ander aan te kijken naar de verschillende niveaus van samenwerking (permanent of ad-hoc). Tot slot zegt een respondent SURFgroepen pas opheffen als er een operationeel alternatief is voor de huidige gebruikers. Vraag 27: Heeft u nog opmerkingen en/ of vragen dan kunt u deze in het veld hieronder kwijt. Drie respondenten hebben hier iets ingevuld. Een respondent (UvT) geeft aan geen geïntegreerde portals te hebben, maar Blackboard te gebruiken als onderwijsportal voor studenten en bezig te zijn met een SAP-portal voor ESS. De VU geeft het volgende aan: de richting die SURFnet kiest met COIN sluit heel goed aan bij de gedachtewereld bij de VU. Maar het blijkt moeilijk, ook binnen de VU om dit te concretiseren. Bij de HvA zijn geen portals in gebruik, maar zijn ze wel bezig met een DLWO op Sharepoint, via het consortium waar ook SURFnet bij betrokken is. Over bovenstaande vragen is nog niets besloten, maar zal binnenkort wel veel duidelijk worden. 41
42 Bijlage VII Overzicht face-to-face geïnterviewden De persoonlijke interviews vonden plaats tijdens een gezamenlijk bezoek van SURF met een aantal instellingen aan Washington. Er zijn in totaal drie interviews afgenomen met vier personen die een CIO-achtige functie hebben bij universiteiten of hogescholen. Onderstaande lijst toont welke personen wij gesproken hebben en welke instelling ze vertegenwoordigen. De interviews hebben ongeveer een uur geduurd. De resultaten van de interviews zijn uitgewerkt in een tweetal vergelijkende tabellen die als bijlage zijn toegevoegd aan dit rapport. Name: Institute Job description: Peter Mostert University of Leiden Chief Information Officer (CIO) Name: Institute Job: Ad Vogels Avans University of applied sciences Director ICT and head of facility services Name: Institute Job description: Hayco Wind RUG (Rijksuniversiteit Groningen) Chief Technology Officer (CTO) Centre for Information Technology (RUG) Name: Institute Job description: Louwarnoud van der Duim RUG (Rijksuniversiteit Groningen) Head of department Educational Technology and Innovation RUG
43 Bijlage VIII Resultaten van face-to-face interviews Tijdens de interviews is de geïnterviewden een schematische opzet getoond van de huidige (AS-IS) en toekomstige (TO- BE) architectuur van COIN. Op basis van een aantal onderliggende aannames in de COIN architectuur zijn de antwoorden van de instellingen gemapt op deze aannames. De resultaten van het mappen van de aannames in de COIN architectuur op de AS-IS en TO-BE architectuur hebben geresulteerd in de onderstaande twee vergelijkende tabellen voor drie instellingen. De resultaten van het onderzoek van de interviews zijn verwerkt in een intern rapport met de titel Validating the on-line collaboration infrastructure for higher education and research 1.De basis van N=3 werd als te zwak gezien om de in het rapport genomen conclusies te extrapoleren naar de gehele doelgroep. De resultaten in dit document bevestigen een groot aantal van de conclusies van het onderzoeksrapport, maar nu met een bredere basis van N=27. Table 1: Validation of AS-IS assumptions AS-IS assumption RUG Uni Leiden Avans One main portal which is an aggregation of multiple subportals No main portal is provided Blackboard is the most important portal No main portal is provided. (A list of links is provided to Blackboard, umail, usis.) Yes, but Novell Extend the main CMS will not be supported much longer The main portal provides single sign-on to the subportals No, there are multiple subportals that require No, three years ago a project was initiated to provide a Single-sign on works for some applications separate log-in. There is a single sign-on project with Novell access manager single sign-on portal. The project was stopped because the solution was to expensive and there were security issues SURFfederation is used for single sign-on of the main portal No, there is no single sign-on, so SURFfederation is No, there is no single sign-on so SURFfederation is SURFfederation is not used for single sign-on not used not used Applications are hosted in-house Yes, most applications are Some applications (e.g. Blackboard) is Yes, all applications are hosted in-house hosted in-house hosted Use of SaaS (Software as a Service) The Student Information System is applied as a SaaS Blackboard is hosted but not as a SaaS Not yet applied. Might not save costs Applications are monolithic pillars that provide little or no integration with other applications RUG has developers that can build building blocks for Blackboard for integration Not mentioned Lots of in-house development has been done to connect applications. Applications have their own Not mentioned Yes, the main Not mentioned as a
44 storage, user database (users) and role based authorisation (teams) problem is RBAC (Role Based Access Control) problem Applications used for e-learning (e.g. Blackboard, Moodle, Sakai) Applications for resource scheduling (e.g. Syllabus PLus, Planon) Applications for student administration (Osiris, Oracle Campus Solutions, Peoplesoft, SAP) Applications are used for on-line collaboration such as , wiki, blogs document sharing (e.g. Sharepoint, Exchange, Oracle Collaboration Suite) Blackboard Blackboard Blackboard Syllabus, Planon Not mentioned Planon, A set of in house developed tools are being used for scheduling but are end-of-life Progress (in-house Oracle Campus Osiris developed) solutions Oracle collaboration ULCN (University Blackboard suite Leiden Community Network), Blackboard Table 2: Validation of TO-BE assumptions TO-BE assumptions RUG Uni Leiden Avans Service oriented architecture (SOA) is a guiding principle for providing services Open-standards and opensource are preferred above factory standards and closed source Social networking is the main driver for on-line collaboration The open-social standard is the main standard for building a SOA based portal Services are provided beyond the boundaries of the institute. Portals should be personalised and user-centric Portals should support selfservice tasks Yes, a strong focus on service orientation Yes, a strong focus on service orientation Yes, a strong focus on service orientation in the new portal set-up. Not mentioned. Open-source is Open-standards and mentioned as option open-source are a for cost reduction. guiding principle Open standards is not mentioned Not mentioned Not mentioned Not mentioned Not mentioned Not mentioned Not mentioned Yes. The RUG Not mentioned Provide services to provides services other institutes (JHS (Progress and and HAS) Purple search) for other institutes Not mentioned Yes, user centric information is mentioned Yes Yes Yes Yes 44
45 Applications should be available for the users anyplace, anytime, anywhere User authentication and role based user authorisation (teams) need to be application independent Applications for on-line collaboration and e-learning will be SaaS applications provided by the cloud Students and researchers should be able to combine services provided by the universities into their own portals (e.g. igoogle) The SURFfederation will be used for single sign-on within and between portals in higher education Virtual groups of researchers from different national and international universities are in need of federated on-line collaboration tools Yes, a clear focus on mobility and mobile access Yes, a clear focus on mobility and mobile access Yes Yes, a project has Yes, RBAC is Yes, Novell Acces started for mentioned as manager is implementing Novell important, but very operationel access manager difficult and costly Not mentioned Uni Leiden has SaaS is interesting if positive experiences it will save costs, with hosting but at the moment Blackboard in the there is no business cloud case Not mentioned Not mentioned Yes SURFfederation is SURFfederation is not Not mentioned not used for single used for single signon sign-on to the portal to the portal but but for access to for access to scientific scientific information information(e.g. (e.g. scopus, science scopus, science direct etc) direct etc Focus is for Focus is on open Not mentioned researchers is on access of scientific search, computing information and databases not (repositories) not on on generic on-line generic, federated collaboration tools on-line collaboration tools 45
De Kracht van Federatief Samenwerken
De Kracht van Federatief Samenwerken Entree en SURFfederatie verkleinen uw sleutelbos Ton Verschuren Productmanager Entree a.i. - Kennisnet Naam van de Auteur Remco Rutten Account Adviseur MBO - SURFnet
Strategisch omgaan met de cloud
http://www.flickr.com/photos/mseckington/ Strategisch omgaan met de cloud Floor Jas, Hoofd Advanced Services, SURFnet bv [email protected] Issues met cloud Privacy Dataportabiliteit Beveiliging Koppelbaarheid
ICT voorzieningen in de cloud; het UvT traject
ICT voorzieningen in de cloud; het UvT traject Berthilde Boukema Projectleider de nieuwe werkplek 13-5-2011 1 Agenda Project achtergrond Beoogde situatie Doorlopen traject Demo Implementatie Vragen 12.000
Special Interest Group Cloud implementaties
Special Interest Group Cloud implementaties Welkom! 13:00 Office365 authenticatie / provisioning vanuit TU Delft (Joost van Dijk, Bas van Atteveldt, Hans Nouwens) 13:45 Universiteit Utrecht, twee jaar
Cloud services: aantrekkelijk, maar implementeer zorgvuldig
Cloud services: aantrekkelijk, maar implementeer zorgvuldig Auteur: Miranda van Elswijk en Jan-Willem van Elk Dit artikel is verschenen in COS, mei 2011 Cloud services worden steeds meer gebruikelijk.
Whitepaper. Veilig de cloud in. Whitepaper over het gebruik van Cloud-diensten deel 1. www.traxion.com
Veilig de cloud in Whitepaper over het gebruik van Cloud-diensten deel 1 www.traxion.com Introductie Deze whitepaper beschrijft de integratie aspecten van clouddiensten. Wat wij merken is dat veel organisaties
Conferentie. Dienstenoverzicht SURFnet
Conferentie Dienstenoverzicht SURFnet Remco Rutten, 17 september 2010 Agenda 1. Kort dienstenoverzicht SURFnet 2. Vragen/opmerkingen? 3. Discussie a.h.v. vragen a) Wat is uw verwachting van deze bijeenkomst?
Eindrapport Stimulering SURFfederatie
indi-2009-12-025 Eindrapport Stimulering SURFfederatie Project : SURFworks Projectjaar : 2009 Projectmanager : Maurice van den Akker Auteur(s) : Maurice van den Akker Opleverdatum : december 2009 Versie
TU/e DLWO: Concept voor interne en externe koppeling. Frank Vercoulen Functioneel beheer TU/e DLWO
TU/e DLWO: Concept voor interne en externe koppeling Frank Vercoulen Functioneel beheer TU/e DLWO Inhoud Historie DLWO Randvoorwaarden sourcing Ontwikkelingen DLWO Grensoverstijgende ICT uitdagingen Conclusies
Samen in het onderwijs draadloos koppelen met de cloud
Samen in het onderwijs draadloos koppelen met de cloud Remco Rutten 20 september 2012 Naam Functie Cloud cloud cloud dat a explosion Mobile mobile mobile device explosion Go go go st udy + w ork + play
ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk
ICT alignment en ICT governance: theorie en praktijk lezing voor de MBO raad, dd. 21/1/2010. Dr.mr.ir. Th.J.G Thiadens, Lector ICT governance Fontys Hogeschool, Docent aan de UvA, Erasmus, UvT, RuG, OU
Werksessie DLWO. 25 juni 2013. Nico Juist, Danny Greefhorst en Lianne van Elk
Werksessie DLWO 25 juni 2013 Nico Juist, Danny Greefhorst en Lianne van Elk Aanleidingen programma Mogelijkheden van SURFconext Ontwikkelingen rondom cloud Kansen voor samenwerking kennisinstellingen Behoeften
MEER INZICHT IN PORTALEN. Frank Snels www.utwente.nl/im - informatiearchitectuur 29 oktober 2014
MEER INZICHT IN PORTALEN Frank Snels www.utwente.nl/im - informatiearchitectuur 29 oktober 2014 AGENDA Aanleiding De wereld van portalen Doelgroep portalen hoger onderwijs Portal ontwikkelingen Tot slot
Resultaten 2 e Cloud Computing onderzoek in Nederland. Alfred de Jong Principal Consultant Manager Architectuur & Innovatie Practice
Resultaten 2 e Cloud Computing onderzoek in Nederland Alfred de Jong Principal Consultant Manager Architectuur & Innovatie Practice De thema voor deze presentatie: Onderzoeksresultaten betreffende het
Open & Online. De (mogelijke) rollen van bibliotheken. Onderwijs
Open & Online De (mogelijke) rollen van bibliotheken Onderwijs Enthousiasme om mee te werken aan het onderzoek De opkomst hier vandaag Vragen en nieuwsgierigheid Leidraad met vragen opgesteld Telefonische
Onderwijsgroep Tilburg. De Blauwdruk van Onderwijsgroep Tilburg
Onderwijsgroep Tilburg De Blauwdruk van Onderwijsgroep Tilburg Even voorstellen Jan Schrevel [email protected] +31625181818 Projectleider Blauwdruk Joël de Bruijn [email protected] +31614241587
MAATWERK VERBINDEN OPMAAT NAAR DE TOEKOMST DRAAGVLAK 1
MAATWERK VERBINDEN OPMAAT NAAR DE TOEKOMST BRUG DRAAGVLAK 1 VOORSTELLEN AGENDA EVEN VOORSTELLEN Meta t Lam, Lid Raad van Bestuur Rick van Dam, manager Strategie & Innovatie René Bosman, manager Informatie
Digitale zelfbeschikking biedt uw burgers controle, overzicht en inzicht
Digitale zelfbeschikking biedt uw burgers controle, overzicht en inzicht Alstublieft, een cadeautje van uw gemeente! Maak gebruik van het Nieuwe Internet en geef uw burgers een eigen veilige plek in de
THE CLOUD IN JURIDISCH PERSPECTIEF SPREKERSPROFIEL. Mr. Jan van Noord Directeur International Tender Services (ITS) BV
THE CLOUD IN JURIDISCH PERSPECTIEF SPREKERSPROFIEL Mr. Jan van Noord Directeur International Tender Services (ITS) BV Wat is Cloud Op het moment dat content uit het eigen beheer c.q. toezicht verdwijnt
IT beheer: zelf doen is geen optie meer. Ed Holtzer Jurian Burgers
IT beheer: zelf doen is geen optie meer Ed Holtzer Jurian Burgers Het leven is te kort om zelf iets te doen wat men tegen betaling ook door anderen kan laten verrichten. William Somerset Maugham Engels
Een Digitale Leer- en Werkomgeving uit de cloud Beat Nideröst Cloud vendor dagen 21 september 2011 Agenda DLWO case Hogeschool van Amsterdam Extended DLWO EduGroepen Demo Inzichten ICT Landschap Hogeschool
Remote instrumentation
indi-2009-12-035 Remote instrumentation Project : SURFworks Projectjaar : 2009 Projectmanager : Walter van Dijk Auteur(s) : Hind Abdulaziz, Alexander ter Haar (Stratix) Opleverdatum : december 2009 Versie
Openingstijden Stadswinkels 2008
Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 René van Duin & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) december 2008 In opdracht van Publiekszaken afdeling Beleid
Universiteit Utrecht & Cloudservices
Universiteit Utrecht & Cloudservices Presentatie op SIG Cloud Implementaties 28 november 2011 Kees van Eijden Beleidsmedewerker ICT Universiteit Utrecht Onderwerpen Gmail voor studenten Cloud Intermezzo
CMS Ronde Tafel. Cloud Continuity. Ir. Jurian Hermeler Principal Consultant
CMS Ronde Tafel Cloud Continuity Ir. Jurian Hermeler Principal Consultant Introductie Quint Wellington Redwood Onafhankelijk Management Adviesbureau Opgericht in 1992 in Nederland Ruim 20 jaar ervaring
SURFconext Cookbook. Het koppelen van Alfresco aan SURFconext. Versie: 1.0. Datum: 8 december 2013. 030-2 305 305 [email protected] www.surfnet.
SURFconext Cookbook Het koppelen van Alfresco aan SURFconext Auteur(s): Frank Niesten Versie: 1.0 Datum: 8 december 2013 Radboudkwartier 273 3511 CK Utrecht Postbus 19035 3501 DA Utrecht 030-2 305 305
Visie op DLWO E-merge expertmeeting over DLWO
Visie op DLWO E-merge expertmeeting over DLWO Nico Juist,Hogeschool Leiden / SURF Leiden, 22 April 2014 Wat is een DLWO? De digitale leer- en werk omgeving georganiseerd door een instelling voor Hoger
Dé cloud bestaat niet. maakt cloud concreet
Dé cloud bestaat niet. maakt cloud concreet 1 Wilbert Teunissen [email protected] Cloud Cases Strategie De rol van Functioneel Beheer 2 Onderwerpen 1. Context? Hug 3. the Impact cloud! FB 2.
Dragon1 EA Tool. Business case webbased EA tool. Een webbased EA tool geschikt voor elke architectuurmethode!
Dragon1 EA Tool Business case webbased EA tool Een webbased EA tool geschikt voor elke architectuurmethode! uw organisatie, datum, versie #.#, documentstatus eigenaar/budgetverantwoordelijke: Kies op deze
ONTSOURCING Ontzorgen en cloud Sourcing in Onderwijs en Onderzoek. Het Rijk in de Wolken 3 november 2016 Harold Teunissen en Michel Wets
ONTSOURCING Ontzorgen en cloud Sourcing in Onderwijs en Onderzoek Het Rijk in de Wolken 3 november 2016 Harold Teunissen en Michel Wets SURF als paraplu SURF is de ICT-samenwerkingsorganisatie van het
Microsoft; applicaties; ontwikkelaar; developer; apps; cloud; app; azure; cloud computing; DevOps; microsoft azure
Asset 1 van 7 Over het bouwen van cloudoplossingen Gepubliceerd op 24 february 2015 Praktische handleiding voor ontwikkelaars die aan de slag willen met het maken van applicaties voor de cloud. Zij vinden
IAM en Cloud Computing
IAM en Cloud Computing Cloud café 14 Februari 2013 W: http://www.identitynext.eu T: @identitynext www.everett.nl www.everett.nl Agenda 1. Introductie 2. IAM 3. Cloud 4. IAM en Cloud 5. Uitdagingen 6. Tips
AkhMa at. Vraag en aanbod, ICT-alignment Paul van Uffelen
Vraag en aanbod, ICT-alignment Paul van Uffelen Het domein wil een digitale leer- en werkomgeving (DLWO) Achtereenvolgens Enkele ervaringen vooraf en hoe deze een rol speelden bij de opzet van het project
Het gevolg van transitie naar de cloud SaMBO-ICT & KZA. 16 januari 2014 Doetinchem
Het gevolg van transitie naar de cloud SaMBO-ICT & KZA 16 januari 2014 Doetinchem Agenda Introductie Aanleiding Samenvatting handreiking Uitkomsten workshop netwerkbijeenkomst Afsluiting 2 Introductie
Maak kennis met. donderdag 19 november 2015
Maak kennis met wie is GeeFirm GeeFirm Ervaring en referenties in allerlei sectoren Synmotive Internet Overal Cloud - Telecom - Web - IT 24 x 7 support 100% web based office onderdeel van AllSolutions
Geleerde lessen van zes pilotprojecten Eindrapport Regie in de Cloud -project werkpakket 3
Ervaringen en aanbevelingen op het gebied van datamanagement Geleerde lessen van zes pilotprojecten Eindrapport Regie in de Cloud -project werkpakket 3 Introductie Onderzoekers in zes pilotprojecten hebben
MKB ICT-onderzoek 2009
ICT: noodzakelijk kwaad of concurrentievoordeel? Voor 32% van het MKB vormt ICT een bijrol binnen de business, terwijl voor het overig deel ICT een sleutelfunctie heeft binnen de bedrijfsvoering: als de
Business case Digikoppeling
Business case Digikoppeling Versie 1.0 Datum 02/06/2014 Status Definitief Van toepassing op Digikoppeling versies: 1.0, 1.1, 2.0, 3.0 Colofon Logius Servicecentrum: Postbus 96810 2509 JE Den Haag t. 0900
ITIL en/of eigen verantwoordelijkheid
ITIL en/of eigen verantwoordelijkheid Leo Ruijs 20 SEPTEMBER 2011 INNOVATIEDAG MANSYSTEMS Service8 B.V. Stelling ITIL BEPERKT DE EIGEN VERANTWOORDELIJKHEID VAN MEDEWERKERS EN HEEFT DAARMEE EEN NEGATIEVE
Resultaten marktscan eduroam
indi-9-- Resultaten marktscan eduroam Project : SURFworks Projectjaar : 9 Projectmanager : Paulien Rinsema Auteur(s) : Eefje van der Harst, Elise Roders, Karianne Vermaas Opleverdatum : 5 9 Versie :. Samenvatting
Congres Publiek Private Samenwerking en Identity Management Op het juiste spoor met eherkenning
Congres Publiek Private Samenwerking en Identity Management Op het juiste spoor met eherkenning Marije Jurriëns, business consultant eherkenning & Idensys, Logius Agenda 1. Wat is eherkenning, hoe werkt
VAN DUIZEND BLOEMEN NAAR EEN HORTUS BOTANICUS Het Portaal 21 januari 2010 sambo~ict Coen Free Faraday van der Linden Maarten van den Dungen
VAN DUIZEND BLOEMEN NAAR EEN HORTUS BOTANICUS Het Portaal 21 januari 2010 sambo~ict Coen Free Faraday van der Linden Maarten van den Dungen Missie-Visie Het succes van de leerling is de reden van ons bestaan.
Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management
Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management Project : GigaPort3 Project Year : 2010 Project Manager : Albert Hankel Author(s) : Eefje van der Harst Completion Date : 24-06-2010 Version : 1.0
Veelgemaakte fouten bij de inzet van SharePoint
Veelgemaakte fouten bij de inzet van SharePoint Vincent Somers Paul Keijzers Oprichter, directeur Orangehill Online- & IT-professional Oprichter, directeur KbWorks Online Business Consultant Intranet Publieksomgevingen
Samen veilig online MULTI-FACTOR AUTHENTICATIE VOOR CLOUDAPPLICATIES VIA SURFCONEXT. Eefje van der Harst - Productmanager
Samen veilig online MULTI-FACTOR AUTHENTICATIE VOOR CLOUDAPPLICATIES VIA SURFCONEXT Eefje van der Harst - Productmanager Hoger onderwijs & onderzoek: cloud is the way Steeds meer applicaties in de cloud
Position Paper. Doelarchitectuur Rijks Application Store (RAS) juni 2013 versie 1.0
Position Paper Doelarchitectuur Rijks Application Store (RAS) juni 2013 versie 1.0 De Rijks Application Store (RAS) is één van de onderdelen uit de I-infrastructuur voor de rijksambtenaar, zoals beschreven
Alles in de cloud: bent u er al klaar voor? Whitepaper OGD ict-diensten. Alles in de cloud: bent u er al klaar voor? Whitepaper OGD ict-diensten
Alles in de cloud: bent u er al klaar voor? Whitepaper OGD ict-diensten Alles in de cloud: bent u er al klaar voor? Whitepaper OGD ict-diensten 1 Cloudcomputing is populair, en niet zonder reden. Clouddiensten
18 REDENEN OM TE KIEZEN VOOR CENTRIC PROJECTPORTAAL BOUW
18 REDENEN OM TE KIEZEN VOOR CENTRIC PROJECTPORTAAL BOUW Versie: 1 Datum 21 april 2016 Auteur Peter Stolk Centric Projectportaal Bouw 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Actuele informatie cruciaal 3 SharePoint
Functiebeschrijving Technische Architect
Functiebeschrijving 1. Algemene Gegevens Organisatie Functienaam Versie Auteur : [naam organisatie] : : 1.0 concept : Ad Paauwe a. Plaats in de organisatie De rapporteert aan de manager van het architectuurteam.
Albert Jan Anneveld en Co Meerveld Testomgevingen, nu zeker wel!!!
Titel, samenvatting en biografie Albert Jan Anneveld en Co Meerveld Testomgevingen, nu zeker wel!!! Samenvatting: Het belang van testen hoeven we niet uit te leggen. Onze presentatie behelst een warm pleidooi
OFFICE 365 REGIEDIENST. Onderdeel van de clouddiensten van SURF
OFFICE 365 REGIEDIENST Onderdeel van de clouddiensten van SURF Voorstellen Wim van Vliet Productmanager Office 365 Regiedienst SURFmarket Frans Beentjes ICT Consultant Universiteit van Amsterdam Hogeschool
ImtechCloud, het platform voor een Hybride cloud
ImtechCloud, het platform voor een Hybride cloud Erik Scholten Solution Architect Agenda Introductie Waarom cloud-oplossingen en wat zijn de uitdagingen? Wat is ImtechCloud? Toepassingen van Hybride Cloud
Eindrapport en Presentatie van Resultaten Behoeftepeiling onder Aangesloten Instellingen Online Multimediaal Samenwerken
indi-2009-12-016 Eindrapport en Presentatie van Resultaten Behoeftepeiling onder Aangesloten Instellingen Online Multimediaal Samenwerken Dit rapport is opgesteld door drs. Menno Smidts (Envolve bv) en
Portal Planning Process
BROCHURE Portal Planning Process SAMENWERKEN AAN EEN WAARDEVOL PORTAAL BROCHURE PORTAL PLANNING PROCESS 2 Axians PORTAL PLANNING PROCESS BROCHURE Inhoud Introductie 4 3 Portal Planning Process 5 4 Uitdagingen
Telezorgcentrum een oplossing? Luc de Witte
22-10-2015 Telezorgcentrum een oplossing? Luc de Witte Hoogleraar en Lector Technologie in de Zorg Directeur Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT) TIJD 16.00 tot 16.30 Waar staan
Frameworks/Modellen Informatievaardigheid
Resultaten vragenlijst Frameworks/Modellen Informatievaardigheid Maart 2018 door LOOWI Werkgroep Frameworks Anneke Dirkx Harrie van der Meer Lisa Kozlowska Jos Fleuren Renny Oortwijn Mariette Vissers Michielsen
Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid
Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot
Verkenning functionaliteit voor ontsluiting (cloud)diensten en leermateriaal in het MBO Samenwerking SURF, Kennisnet en
Verkenning functionaliteit voor ontsluiting (cloud) en leermateriaal in het MBO Samenwerking SURF, Kennisnet en sambo-ict Bas Kruiswijk V1.0, [datum: 18 maart 2013] Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1.
Masterclass Value of Information. Waarde creëren voor de business
Masterclass Value of Information Waarde creëren voor de business Informatie en informatietechnologie maken het verschil bij de ontwikkeling van nieuwe business ideeën. Met informatie kunnen nieuwe innovatieve
De Exact MKB Cloud Barometer: Kansen in de Cloud voor het MKB. Peter Vermeulen Pb7 Research i.o.v. Exact
De Exact MKB Cloud Barometer: Kansen in de Cloud voor het MKB Peter Vermeulen Pb7 Research i.o.v. Exact Veldwerk Doel van de Exact MKB Cloud Barometer Hoeveel waarde haalt het MKB uit de cloud? Hoe kunnen
Enabling Enterprise Mobility. Chantal Smelik [email protected]
Enabling Enterprise Mobility Chantal Smelik [email protected] Nieuwe werkplek & digitaal toetsen Hanzehogeschool Groningen Agenda 1. Introductie Chantal Smelik Microsoft Maaike van Mourik project
Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok
Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar
Rapport Proof of Concept Collaboration Infrastructure
indi-2009-12-033 Rapport Proof of Concept Collaboration Infrastructure Project : SURFworks Projectjaar : 2009 Projectmanager : Frank Pinxt Auteur : Mark Versteegen Opleverdatum : 08-01-2010 Versie : 1.0
Verkenning Next DLO VU. Overzicht Alternatieve Systemen
Verkenning Next DLO VU Overzicht Alternatieve Systemen Onderwijscentrum VU Amsterdam 8 oktober 2009 2009 Vrije Universiteit, Amsterdam Overzicht Alternatieve Systemen 2 Auteur Opdrachtgever Status Versie
BEVEILIGINGSARCHITECTUUR
BEVEILIGINGSARCHITECTUUR Risico s onder controle Versie 1.0 Door: drs. Ir. Maikel J. Mardjan MBM - Architect 2011 cc Organisatieontwerp.nl AGENDA Is een beveiligingsarchitectuur wel nodig? Oorzaken beveiligingsincidenten
Welkom. Persoonlijk, ambitieus en ondernemend. ICT Utrecht De weg naar onze digitale werkplek. zaterdag 7 oktober 2017
Welkom Persoonlijk, ambitieus en ondernemend ICT Utrecht 2016 De weg naar onze digitale werkplek zaterdag 7 oktober 2017 Inhoudsopgave Wat is portalisatie? Aanleiding Doel Verdieping: wat willen we eigenlijk??
> 2 INTRODUCTIES > HENK DUBBELMAN > ICT DIRECTEUR > GRAFISCH LYCEUM ROTTERDAM > JOHN ONION > PRINCIPAL ASSOCIATE > ARLANDE
> 2 INTRODUCTIES 29 STE SAMBO-ICT CONFERENTIE - 16 JANUARI 2014 - DOETINCHEM > HENK DUBBELMAN > ICT DIRECTEUR > GRAFISCH LYCEUM ROTTERDAM > [email protected] > JOHN ONION > PRINCIPAL ASSOCIATE > ARLANDE
Wat is de cloud? Cloud computing Cloud
The Cloud Agenda Wat is de cloud? Ontwikkelingen en trends in de markt Bedrijfsstrategie Voordelen en vraagtekens Werken in de cloud: Hoe? Veiligheid & privacy Toepasbaarheid in breder verband Demo Borrel
Volgende stap in identity en accessmanagement. Rick Ruumpol (ROC van Twente) - Red Spider Vereniging Hendri Boer (Aventus) Infrastructuur specialist
Volgende stap in identity en accessmanagement Rick Ruumpol (ROC van Twente) - Red Spider Vereniging Hendri Boer (Aventus) Infrastructuur specialist Voorstellen Rick Ruumpol Informatiemanager bij ROC van
Office 365 Implementeren. Joël de Bruijn
Office 365 Implementeren Joël de Bruijn Programma Inleiding Waar komen we vandaan? Waar willen we heen? Hoe denken we dat te bereiken? Wat is daar voor nodig? Welke uitdagingen zien we? Welk afspraken
(3TU) DLWO: Concept voor koppeling. Frank Vercoulen Functioneel beheer TU/e DLWO
(3TU) DLWO: Concept voor koppeling binnen Frank Vercoulen Functioneel beheer TU/e DLWO en tussen instellingen Frank Vercoulen Voorzitter projectgroep 3TU DLWO Inhoud Aanleiding voor koppeling (intern en
Dataportabiliteit. Auteur: Miranda van Elswijk en Willem-Jan van Elk
Dataportabiliteit Auteur: Miranda van Elswijk en Willem-Jan van Elk Cloud computing is een recente ontwikkeling die het mogelijk maakt om complexe ICTfunctionaliteit als dienst via het internet af te nemen.
Impact Cloud computing
Impact Cloud computing op de Nederlandse zakelijke markt De impact van Cloud Computing op de Nederlandse zakelijke markt De economische omstandigheden zijn uitdagend. Nederland is en bedrijven informatietechnologie
kansen voor bedrijven & (semi) overheidsorganisaties 12 juni 2012
kansen voor bedrijven & (semi) overheidsorganisaties 12 juni 2012 Agenda 1. Introductie eherkenning 2. Kansen / voordelen 3. Specifieke (EH) functionaliteit: 1. Machtigingen beheer 2. Signing/ondertekendienst
Kickstart Architectuur. Een start maken met architectuur op basis van best practices. Agile/ TOGAF/ ArchiMate
Kickstart Architectuur Een start maken met architectuur op basis van best practices. Agile/ TOGAF/ ArchiMate Context schets Net als met andere capabilities in een organisatie, is architectuur een balans
Dienstbeschrijving SURFconext
Auteur(s): S. Veeke Versie: 1.0 Datum: 1 augustus 2015 Moreelsepark 48 3511 EP Utrecht Postbus 19035 3501 DA Utrecht +31 88 787 3000 [email protected] www.surfnet.nl ING Bank NL54INGB0005936709 KvK Utrecht
SURFconext dienstbeschrijving
Auteur(s): SURFconext team Versie: 1.3 Datum: mei 2019 Moreelsepark 48 3511 EP Utrecht Postbus 19035 3501 DA Utrecht 088-787 30 00 [email protected] www.surf.nl Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Afkortingen
Identity as a Service: procesbeschrijvingen
Identity as a Service: procesbeschrijvingen Project : SURFworks Identity as a Service Projectjaar : 2009 Projectmanager : Remco Poortinga-van Wijnen, Roland van Rijswijk Auteur(s) : Arjo Duineveld (IGI)
Visie op Cloud & ICT Outsourcing
HEALTHCARE & LOCAL GOVERNMENT Visie op Cloud & ICT Outsourcing Regionaal ICT Beraad, gemeente Midden-Delfland 25 oktober 2016 Voorstellen - Sinds 2013 werkzaam bij PinkRoccade Local Government - Productmanager
Agenda. 1. Introductie CIBER. 2. Visie Cloud Services. 4. Hoe kan CIBER hepen. 2 Titel van de presentatie
CIBER Nederland BV Agenda SURF 1. Introductie CIBER 2. Visie Cloud Services 3. Visiei Position Paper Beliefs 4. Hoe kan CIBER hepen 2 Titel van de presentatie 1. Introductie CIBER Nederland? Feiten en
Radboudumc online: Hoe stel je de patiënt centraal in een omnichannel oplossing? Mobile Healthcare Event 24 november 2017 Yno Papen
Radboudumc online: Hoe stel je de patiënt centraal in een omnichannel oplossing? Mobile Healthcare Event 24 november 2017 Yno Papen Inleiding Het Radboudumc is een vooruitstrevend en innovatief universitair
Cloud Computing. -- bespiegelingen op de cloud -- MKB Rotterdam, 10 november 2015. Opvallend betrokken, ongewoon goed
Cloud Computing -- bespiegelingen op de cloud -- MKB Rotterdam, 10 november 2015 Opvallend betrokken, ongewoon goed Agenda Inleiding Mijn achtergrond Over Innvolve Cloud Computing Overwegingen Afsluiting
ROC ID College vergroot kracht van virtuele desktops
ROC ID College vergroot kracht van virtuele desktops IT met impact Referentie Met deze oplossing kunnen we een beter serviceniveau aan ons hun productiviteit te verbeteren Voor beter onderwijs en meer
Hetty Braam. vragen aan:
10 vragen aan: Hetty Braam Manager ICT & Informatiemanagement bij Timing Uitzendbureau over Sigmax als ICT partner en de overstap naar de Sigmax ONE Cloud Facts & Figures Timing Uitzendbureau 51 vestigingen
Kickstart-aanpak. Een start maken met architectuur op basis van best practices.
Kickstart-aanpak Een start maken met architectuur op basis van best practices. www.theunitcompany.com Kickstart-aanpak Soms is net dat extra duwtje in de rug nodig om te komen waar je wilt zijn. In onze
Applicatie Integratie in de zorg: implementatie tips uit de praktijk
Applicatie Integratie in de zorg: implementatie tips uit de praktijk Veel zorginstellingen geven aan informatievoorziening te willen verbeteren. Om bijvoorbeeld de cliënt meer centraal te stellen of Het
Agenda 26-4-2009. Wat zijn de gevolgen van Cloud en Gridcomputing voor de gebruikersorganisatie en de beheersfunctie.
Wat zijn de gevolgen van Cloud en Gridcomputing voor de gebruikersorganisatie en de beheersfunctie. John Lieberwerth Agenda Even voorstellen Cloud Computing De tien Plagen Gebruikersorganisatie en ICT
