Aanvaarding van een nalatenschap:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aanvaarding van een nalatenschap:"

Transcriptie

1 MASTERSCRIPTIE Aanvaarding van een nalatenschap: Biedt de huidige wet na aanvulling met het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden voldoende waarborgen voor de bescherming van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard of dient de verhaalsaansprakelijkheid van de erfgenamen in beginsel beperkt te blijven tot de goederen van de nalatenschap? Naam: Floor van Es Inleverdatum: 28 januari 2015 Studentennummer: Naam begeleider: prof. mr. S. Perrick

2 Inhoudsopgave 1. INLEIDING DE HUIDIGE SITUATIE MET BETREKKING TOT DE WAARBORGEN VOOR DE BESCHERMING VAN EEN ERFGENAAM DIE EEN NALATENSCHAP ZUIVER HEEFT AANVAARD DE VEREISTEN VOOR DE ERFOPVOLGING DE GEVOLGEN VAN DE ERFOPVOLGING DE ZUIVERE AANVAARDING VAN EEN NALATENSCHAP DE HUIDIGE SITUATIE MET BETREKKING TOT DE WAARBORGEN VOOR DE BESCHERMING VAN EEN ERFGENAAM DIE EEN NALATENSCHAP BENEFICIAIR HEEFT AANVAARD INLEIDING DE GEVOLGEN VAN DE ERFOPVOLGING DE BENEFICIAIRE AANVAARDING VAN EEN NALATENSCHAP DE AANVULLING VAN HET WETSVOORSTEL BESCHERMING ERFGENAMEN TEGEN ONVERWACHTE SCHULDEN DE INHOUD EN HET DOEL VAN HET WETSVOORSTEL DE KRITIEK OP HET WETSVOORSTEL RECHTSVERGELIJKEND ONDERZOEK TUSSEN NEDERLAND EN ENKELE ANDERE EUROPESE LANDEN OP HET GEBIED VAN ERFRECHT HET ERFRECHT IN HET VERENIGD KONINKRIJK HET ERFRECHT IN DUITSLAND CONCLUSIE LITERATUURLIJST

3 1. Inleiding Wanneer een nalatenschap openvalt, kan ingevolge artikel 4:190 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een erfgenaam deze nalatenschap verwerpen, beneficiair aanvaarden of zuiver aanvaarden. Een erfgenaam kan de nalatenschap zuiver aanvaarden door een verklaring ter griffie af te leggen (artikel 4:191 BW) of door zich als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam te gedragen (artikel 4:192 lid 1 BW). In situaties waarbij het vermogen van de erflater niet voldoende toereikend is om de schulden van de erflater te voldoen is het van belang dat de erfgenaam, als gevolg van de zuivere aanvaarding van de nalatenschap, met zijn privévermogen voor deze schulden aansprakelijk zal zijn. Eind 2012 hebben het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen een rapport naar aanleiding van de stijging van het aantal negatieve nalatenschappen uitgebracht. 1 Volgens dit onderzoeksrapport komt het steeds vaker voor, dat erfgenamen een nalatenschap verwerpen of beneficiair aanvaarden. 2 Uit dit rapport is namelijk gebleken dat er in 2012 een stijging ten opzichte van 2011 heeft plaatsgevonden van het aantal verworpen erfenissen met 15,6% naar een totaal van Daarnaast is er sprake van een stijging van het aantal beneficiaire aanvaardingen van een nalatenschap met 13,4% naar een totaal van Op 5 februari 2014 is de internetconsultatie met betrekking tot het wetsvoorstel van Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven tot wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen, gepubliceerd. 5 Met dit wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan de toezegging die in de reactie op het onderzoek van het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen is gegeven. 6 Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het doel van dit wetsvoorstel, welk thans nog de status van voorontwerp heeft, is het privévermogen van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard tegen onverwachte schulden van de nalatenschap van de erflater te beschermen. 7 Ik vraag me af of dit wetsvoorstel daadwerkelijk leidt tot een realistische verbetering van de bescherming van de belangen van de erfgenaam die een nalatenschap zuiver heeft aanvaard. Mijn probleemstelling luidt dan ook: Biedt de huidige wet na aanvulling met het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden voldoende waarborgen voor de bescherming van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard of dient de verhaalsaansprakelijkheid van de erfgenamen in beginsel beperkt te blijven tot de goederen van de nalatenschap?. Alvorens deze problematiek te onderzoeken, zal ik eerst de positie van een erfgenaam die een nalatenschap zuiver dan wel beneficiair heeft aanvaard, uiteenzetten. Ik zal daarbij onder andere ingaan op de vereisten voor en gevolgen van de erfvolging. Daarnaast zal ik het doel en de inhoud van het wetsvoorstel uitvoerig behandelen. Bovendien speelt de kritiek op dit wetsvoorstel in het kader van de probleemstelling een belangrijke rol. 1 Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p MvT, p MvT, p MvT, p < 6 MvT, p MvT, p. 2. 3

4 Vervolgens zal ik rechtsvergelijkend onderzoek gaan doen met betrekking tot de stand van zaken van de overgang van de nalatenschap op de erfgenamen. Daarbij wil ik in ieder geval de stand van zaken in Nederland vergelijken met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Tot slot zal ik uit mijn onderzoek een conclusie formuleren en de probleemstelling beantwoorden. Daarnaast zal ik tevens overgaan tot het doen van aanbevelingen in het kader van de uitkomst van mijn onderzoek. 2. De huidige situatie met betrekking tot de waarborgen voor de bescherming van een erfgenaam die een nalatenschap zuiver heeft aanvaard. 2.1 De vereisten voor de erfopvolging. Voor een goed begrip van de stand van zaken rondom de bescherming van een erfgenaam die een nalatenschap zuiver heeft aanvaard, is het noodzakelijk om voorafgaande aan de uiteenzetting hiervan inzicht te krijgen in de vereisten van de erfopvolging. Voordat de positie van de erflater op de erfgenaam over kan gaan, dient de erfgenaam aan een aantal vereisten te voldoen. De erfgenaam moet ten eerste door de wet of een uiterste wilsbeschikking worden geroepen tot de nalatenschap, wat tevens volgt uit artikel 4:1 lid 1 jo 4:10 lid 1 BW. 8 Daarnaast moet de erfgenaam voldoen aan het bestaansvereiste, dat volgt uit artikel 4:9 BW en artikel 4:56 lid 1 BW. Deze eis houdt in dat de erfgenaam dient te bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt om als erfgenaam bij versterf te kunnen optreden of om aan een making een recht te kunnen ontlenen. Op dit vereiste bestaat echter een aantal uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingen vormt artikel 1:2 BW, waaruit volgt dat het kind waarvan een vrouw zwanger is als reeds geboren wordt aangemerkt. Bovendien valt de in artikel 4:2 BW vastgelegde commoriëntenregel tevens onder de uitzonderingen. Deze regel is van belang wanneer de volgorde waarin twee of meer personen zijn overleden niet kan worden bepaald en bepaalt dat die personen dan worden geacht gelijktijdig te zijn overleden en aan de ene persoon geen voordeel uit de nalatenschap van de andere ten deel valt. 9 Dit betekent dat er geen rechtsovergang van de een op de ander plaatsvindt. 10 Hieruit volgt echter niet dat er evenmin plaats is voor plaatsvervulling op grond van artikel 4:12 BW. De in de eerste plaats geroepen erfgenaam op het moment van het opvallen van de nalatenschap wordt immers geacht niet meer te bestaan, waardoor zijn plaats op grond van artikel 4:12 lid 1 jo lid 2 BW wordt vervuld door de in de tweede plaats geroepen erfgena(a)m(en). 11 In het kader van de uitzonderingen op het bestaansvereiste dient tot slot tevens gekeken te worden naar artikel 4:56 leden 2, 3 en 4 BW. In de in dit artikel geregelde gevallen kunnen personen welke op het tijdstip van overlijden van de erflater niet bestaan aan een making een recht ontlenen Asser/Perrick /16. 9 Artikel 4:2 lid 1 BW 10 Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick /19. 4

5 Bovendien is voor erfopvolging door een erfgenaam vereist dat deze erfgenaam erfbekwaam is. In beginsel is iedere natuurlijk persoon en op grond van artikel 2:5 BW dus tevens iedere rechtspersoon erfbekwaam, behalve een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid. 13 Deze vereniging kan dan ook op grond van artikel 2:30 lid 1 BW geen erfgenaam zijn. Tot slot dient een erfgenaam erfbevoegd te zijn om te kunnen erven. In artikel 4:3 BW worden de vijf gevallen genoemd waarin een erfgenaam onwaardig is om uit een nalatenschap voordeel te trekken. In deze gevallen is de erfgenaam dus niet bevoegd om te erven, tenzij de erflater aan de onwaardige op ondubbelzinnige wijze zijn gedraging heeft vergeven. 14 Indien een erfgenaam door de wet of uiterste wilsbeschikking is geroepen tot de nalatenschap, bestaat ten tijde van het openvallen van deze nalatenschap en erfbekwaam en erfbevoegd is, kan deze in beginsel de erflater opvolgen in zijn rechtspositie. Echter, in sommige gevallen zal de vererving zo stuitend voor het rechtsgevoel zijn dat een verandering van deze vererving op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid gewenst is door een weigering van de door de wet of uiterste wil geroepen erfgenaam als erfgenaam van de erflater te bereiken. 15 Deze opvatting vindt steun in een uitspraak van de Hoge Raad van 7 december 1990, waarin de Hoge Raad het oordeel van het Hof heeft bevestigd dat heeft uitgemaakt dat de aanspraken van de erfgenaam dermate onredelijk en onbillijk zijn dat de uitoefeningen van die aanspraken de erfgenaam geheel dient te worden ontzegd. 16 Hierbij verdient echter opmerking dat de aanspraken van de erfgenaam in dit arrest aanspraken op grond van het deelgenootschap krachtens artikel 1:100 lid 1 BW waren en de uitkomst van dit arrest niet beschouwd kan worden als een algemene regel voor de beperking dan wel wijziging van de aanspraken krachtens erfrecht De gevolgen van de erfopvolging. Nu de vereisten voor erfopvolging helder zijn, is het van belang te kijken naar de gevolgen van erfopvolging bij een zuivere aanvaarding van de nalatenschap door één of meerdere erfgena(a)m(en). Eén van de gevolgen van het overlijden van de erflater, waarbij de rechtspositie van de erflater overgaat op de erfgenaam, is de overgang van de goederen en schulden van de erflater. 18 Hieruit volgt dat de erfgenamen de persoon van de erflater voortzetten. 19 Uit artikel 4:182 lid 1 BW jo. 3:80 lid 1 BW volgt dat alle voor overgang vatbare betrekkingen van vermogensrechtelijke aard van rechtswege onder algemene titel overgaan van de erflater op de erfgenaam. Bovendien gaan ook enkele bevoegdheden van niet-vermogensrechtelijke- maar familierechtelijke aard op de erfgenaam over. 20 Daarnaast volgt ingevolge artikel 4:182 lid 1 BW de erfgenaam de erflater op in zijn bezit en houderschap. In het kader van de probleemstelling is het tevens van belang om te kijken naar de schulden van de erflater. De wet geeft in artikel 4:7 lid 1 BW een opsomming van de schulden van de nalatenschap. Onder deze schulden van de nalatenschap vallen volgens artikel 4:7 lid 1 sub a BW 13 Asser/Perrick / Artikel 4:3 lid 3 BW 15 Asser/Perrick / HR 7 december 1990, NJ 1991/593 (Moordhuwelijk) 17 Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick /438. 5

6 schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Uit artikel 4:182 lid 2 BW blijkt dat de erfgenaam niet alleen de erflater opvolgt in zijn rechten, maar hij de erflater tevens van rechtswege opvolgt in zijn schulden die niet met zijn dood tenietgaan. Hieronder vallen ook de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan die begrepen zijn in artikel 4:7 lid 1 sub i BW. 21 Voor de overige in artikel 4:7 lid 1 BW opgesomde schulden van de nalatenschap geldt artikel 4:182 lid 2 niet, wat betekent dat de erfgenamen de erflater niet als schuldenaar opvolgen ten gevolge van zuivere aanvaarding met betrekking tot deze schulden. 22 De schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, bestaan doorgaans uit de schulden aan de bank en de ordinaire handelscrediteuren. 23 Tevens vallen de schulden van de erflater uit hoofde van een ouderlijke boedelverdeling dan wel wettelijke verdeling die ten gevolge van het overlijden van de erflater opeisbaar worden onder artikel 4:7 lid 1 sub a BW. 24 Dit houdt echter niet in dat er geen andere schulden bestaan die zijn aan te merken als of leiden tot een schuld zoals bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub a BW. De mogelijkheid is aanwezig dat de verplichting voor de erfgenamen in artikel 7:409 lid 2 BW tot schulden leiden. 25 Voorts dient men zich te realiseren dat het bij schulden uiteraard niet alleen om geldschulden gaat. Het kan onder meer gaan om een verbintenis tot levering van een goed van de nalatenschap en een verbintenis tot vestiging van een beperkt recht op een zodanig goed. 26 Het niet nakomen van deze verbintenis door de erfgenamen kan dan in geval van een formele vereffening ingevolge artikel 4:218 lid 4 BW leiden tot een schuld in geld. 27 Bovendien is een natuurlijke verbintenis van de erflater in beginsel aan te merken als een schuld van de erflater welke niet met zijn dood tenietgaat, maar waarbij voldoening van deze schuld niet is af te dwingen. 28 Tot slot valt onder deze categorie schulden tevens de schuld ontstaan door het handelen van een gevolmachtigde na het overlijden van de volmachtgever. 29 Niet alleen de aard en omvang van de schulden van de erflater zijn van belang, maar tevens de verhaalsmogelijkheden, draagplicht en aansprakelijkheid. In beginsel is verhaal mogelijk op het gehele vermogen van degene die aangesproken kan worden voor de schuld en is degene tevens draagplichtig. 30 Op grond van artikel 4:182 lid 2 BW zijn de erfgenamen van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Schuldeisers van de nalatenschap kunnen hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen. 31 Een erfgenaam is tevens verplicht een schuld der nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub a en sub i BW ten laste van zijn overige vermogen te voldoen indien hij de nalatenschap zuiver aanvaardt. 32 Indien de nalatenschap is verkregen door meerdere erfgenamen vormt de nalatenschap een afgescheiden vermogen waarop de schuldeisers van de erflater exclusief verhaal op kunnen uitoefenen Asser/Perrick / Perrick, WPNR 2001/6435 p. 216; Asser/Perrick 4, 2013/473; Van Mourik e.a 2011, p Kolkman 2006, p Asser/Perrick / Kolkman 2006, p Kolkman 2006, p Kolkman 2006, p Kolkman 2006, p Albers-Dingemans, FTV 2006/ Van Mourik e.a. 2011, p Artikel 4:184 lid 1 jo. artikel 3:192 BW 32 Artikel 4:184 lid 2 sub a BW 33 Van Mourik e.a. 2011, p

7 Indien de schuld een deelbare prestatie betreft, dan is volgens artikel 4:182 lid 2 BW ieder van de erfgenamen verbonden voor een deel, evenredig aan zijn erfdeel, tenzij zij hoofdelijk zijn verbonden op grond van artikel 6:6 BW. In het laatste geval rust de nakoming van de gehele schuld op iedere erfgenaam en is de schuldeiser slechts verplicht de overige erfgenamen aan te spreken indien de aard van de rechtsvordering het rechtens noodzakelijk maakt om dezelfde beslissing voor alle erfgenamen te nemen. 34 De verplichting om een schuld der nalatenschap ten laste van het overige vermogen van de erfgenaam te voldoen is niet beperkt tot de schulden als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub a en sub i BW en geldt in beginsel voor iedere schuld der nalatenschap. Een uitzondering hierop is neergelegd in artikel 4:184 lid 2 sub a BW en houdt in dat de erfgenaam geen schuld van de erflater met zijn overige vermogen dient te voldoen voor zover deze schuld niet op hem rust en onverminderd artikel 4:14 lid 3 BW en artikel 4:87 lid 5 BW. Ik zal, in het kader van de vraag of een schuld op een erfgenaam rust, nader ingaan op een aantal schulden der nalatenschap en daarbij in het bijzonder aandacht besteden aan de vraag wanneer een schuld op de erfgenaam rust. In beginsel rusten de kosten van de lijkbezorging (artikel 4:7 lid 1 sub b BW) slechts op de erfgenaam indien hij schuldenaar is van de schuldeiser van die kosten. 35 Hierbij dient echter rekening te worden gehouden met het feit dat de aansprakelijkheid van een erfgenaam niet alleen uit een overeenkomst kan voortvloeien, maar tevens uit zaakwaarneming. 36 Het loon van de vereffenaar rust niet op de erfgenaam, indien deze dat loon niet is verschuldigd. 37 De overige schulden van de kosten van de vereffening van de nalatenschap, als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub c BW rusten slechts op de erfgenamen indien de executeur of de vereffenaar overeenkomstig artikel 4:145 lid 2 BW onderscheidenlijk artikel 4:211 lid 2 BW de erfgenamen ter zake heeft vertegenwoordigd. 38 Schulden uit handelingen strekkende tot onderhoud of ter behoud van een goed worden aangemerkt als schulden van de erflater welke niet met zijn dood teniet zijn gegaan. 39 Schulden uit belastingen die ter zake van het opvallen der nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub e BW worden geheven rusten op grond van artikel 46 lid 1 Invorderingswet 1990 op ieder van de erfgenamen naar evenredigheid van zijn erfdeel. 40 Tot slot zal een schuld uit een legaat als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub h BW op de erfgenaam rusten, indien en voor zover hij voor deze schuld is verbonden ingevolge artikel 4:117 lid 2 en lid 3 BW. 41 Ten aanzien van het voldoen van de schulden der nalatenschap wordt als uitgangspunt genomen de draagplicht van de erfgenaam, welke in beginsel wordt bepaald door het erfdeel van de erfgenaam Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick / Asser/Perrick /486. 7

8 2.3. De zuivere aanvaarding van een nalatenschap. Volgens artikel 4:190 lid 1 BW kan een erfgenaam een nalatenschap zuiver aanvaarden. Een uitzondering op deze regel is dat de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam een nalatenschap niet zuiver kan aanvaarden. 43 Dit betekent dat de beherende ouder(s), de voogd of de curator ten aanzien van een nalatenschap opgekomen aan een minderjarige of onder curatele gestelde dus niet zuiver kan aanvaarden. 44 Er is een aantal eisen verbonden aan de zuivere aanvaarding van een nalatenschap. Volgens artikel 4:190 lid 2 kan een erfgenaam niet voor het openvallen van een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Daarnaast kan de aanvaarding dan wel verwerping alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling geschieden en dient deze keuze in beginsel het gehele erfdeel te betreffen. 45 Een erfgenaam kan een nalatenschap uitdrukkelijk of stilzwijgend aanvaarden. Ten eerste kan een erfgenaam de nalatenschap zuiver aanvaarden door een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de Rechtbank van het sterfhuis af te leggen, zodat deze in het boedelregister kan worden ingeschreven. 46 Het afleggen van deze verklaring kan tevens geschieden door een door de erfgenaam mondeling gevolmachtigde. 47 Daarnaast aanvaardt een erfgenaam de nalatenschap zuiver door zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, tenzij de erfgenaam zijn keuze eerder heeft gemaakt. 48 Indien door de Rechtbank op verzoek van een belanghebbende een termijn aan de erfgenaam is gesteld voor het maken van een keuze en de erfgenaam deze termijn laat verstrijken wordt de erfgenaam tevens geacht de nalatenschap zuiver te aanvaarden. 49 Dit is slechts anders indien een of meerdere medeerfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaarden en de erfgenaam de nalatenschap niet alsnog zuiver aanvaardt of verwerpt binnen drie maanden nadat hij op de hoogte is gekomen van die beneficiaire aanvaarding of de termijn als bedoeld in artikel 4:192 lid 3 BW nog niet is verstreken. 50 Een erfgenaam gedraagt zich als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam in de zin van artikel 4:192 lid 1 BW indien deze als heer en meester over de nalatenschap beschikt of zonder enig voorbehoud een schuld der nalatenschap voldoet. 51 Specifieke daden van zuivere aanvaarding vloeien voort uit de jurisprudentie. De Hoge Raad heeft immers geoordeeld dat het antwoord op de vraag of uit de gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend te aanvaarden, afhangt van de omstandigheden van het geval. 52 Onder daden van zuivere aanvaarding vallen onder andere het innen van vorderingen van de nalatenschap, het treffen van schikkingen, het instellen van vorderingen die men slechts als erfgenaam kan instellen en het verrichten van handelingen omtrent de verdeling of veiling van de boedel. 53 Het slechts verrichten van beheershandelingen is in beginsel niet aan te merken als de verrichting van een daad van zuivere aanvaarding. 54 Perrick stelt dat hieronder in ieder geval de in artikel 43 Artikel 4:193 lid 1 BW. 44 Asser/Perrick / Artikel 4:190 lid 3 jo. artikel 3:38 BW; Asser/Perrick /509 en Artikel 4:191 lid 1 BW. 47 Asser/Perrick / Artikel 4:192 lid 1 BW. 49 Artikel 4:192 lid 2 en 3 BW. 50 Artikel 4:192 lid 4 BW. 51 Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489, r.o Huijgen, 2005, p Verstappen 2010 (T&C Erfrecht), artikel 4:192 lid 1 BW, aantekening 2. 8

9 3:170 lid 1 BW genoemde handelingen vallen. 55 Daarnaast neemt hij aan dat er tevens geen sprake is van een daad van zuivere aanvaarding indien een erfgenaam handelt ten behoeve van de stuiting van verjaring. 56 Het gaat zijns inziens te ver om, zoals het Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden doet, aan te nemen dat ook de overige daden van beheer zoals bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW niet zijn aan te merken als daden van zuivere aanvaarding. 57 Het Gerechtshof Den-Haag heeft recentelijk nog geoordeeld dat het op kosten van de nalatenschap uit eten gaan te beschouwen is als een beschikkingshandeling en de erfgenamen daardoor de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. 58 Schols meent dat het Gerechtshof Den- Haag hierin heel ver gaat en wellicht met dit vonnis de politiek indirect oproept om actie te ondernemen. 59 Zoals ik reeds vermeldde heeft ook de Hoge Raad zich een aantal maanden geleden uitgelaten over de stilzwijgende zuivere aanvaarding van een nalatenschap door de erfgenamen. In zijn arrest bevestigt de Hoge Raad de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de zoon van de erflater een daad van stilzwijgende aanvaarding heeft verricht door zich te verzetten tegen een verstekvonnis en zich te verweren tegen de vordering, omdat deze daad was gericht op het blijven beschikken over de door de zorgverzekeraar onverschuldigd aan zijn ouder/erflater betaalde bedragen door de erfgenamen. 60 Ten aanzien van de gevolgen van de zuivere aanvaarding van de nalatenschap door de erfgenamen stelt Perrick dat de uitkomst van dit arrest van de Hoge Raad niet in overeenstemming is met de wet. 61 Er is door de erfgenamen geen rekening gehouden met de gevolgen van de toepasselijkheid van de wettelijke verdeling overeenkomstig artikel 4:13 BW. 62 Op grond van artikel 4:14 lid 1 BW is de echtgenoot van de erflater tegenover de schuldeisers en tegenover de kinderen verplicht tot voldoening van de schulden. 63 Deze draagplicht en aansprakelijkheid van de echtgenoot geldt volgens artikel 4:14 lid 4 BW ook indien de schulden van de nalatenschap de baten overtreffen. Op grond van artikel 4:14 lid 3 BW kunnen voor de schulden van de nalatenschap de goederen van een kind dan ook niet worden uitgewonnen, zelfs indien er sprake is van een zuivere aanvaarding van de nalatenschap door het kind. 64 Echter, ten gevolge van de kracht en het gezag van gewijsde van het arrest van het Hof hebben volgens Perrick de kinderen niet meer de mogelijkheid om zich in de fase van de executie op artikel 4:14 lid 3 BW te beroepen. 65 In het kader van een beroep op artikel 4:14 lid 3 BW acht Perrick het wenselijk dat de Rechtbank of het Gerechtshof aan artikel 25 Rv de bevoegdheid dan wel verplichting hadden kunnen ontlenen de door de kinderen aangevoerde rechtsgronden aan te vullen en de vordering van de zorgverzekeraar jegens de kinderen af te wijzen op grond van artikel 4:14 lid 3 BW Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/508; Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2833; Asser/Perrick / Gerechtshof Den-Haag, 8 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014: Dohmen, Elsevier 2014/51, p HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489, r.o Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Asser/Perrick / Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/ Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/508 9

10 Een keuze voor verwerping dan wel aanvaarding van een nalatenschap kan niet vernietigd worden op grond van dwaling of benadeling van een of meerdere schuldeisers. 67 De vernietiging van een gemaakte keuze op de voornoemde gronden zou volgens de parlementaire geschiedenis de door het uitbrengen van een keuze ingetreden rechtstoestand te erg op losse schroeven zetten. 68 Bovendien zou volgens de parlementaire geschiedenis de aanvaarding van een nalatenschap meestal uit feitelijk gedrag blijken in plaats van het maken van een expliciete keuze als bedoeld in artikel 4:190 BW. 69 Indien er geen uitdrukkelijke keuze is gemaakt, kan er immers ook geen sprake zijn van een vernietiging van die keuze op welke grond dan ook. Een keuze kan echter wel vernietigd worden indien deze tot stand is gekomen door bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. 70 Een keuze voor zuivere aanvaarding is in beginsel onherroepelijk, tenzij na deze keuze een uiterste wil bekend wordt of een gebeurtenis plaatsvindt die de positie van de erfgenaam benadeelt. 71 Een geslaagd beroep op artikel 4:194 lid 1 BW is mogelijk in een situatie dat een na zuivere aanvaarding bekend geworden uiterste wil een voor de erfgenaam onbekend(e) legaat of last bevat of zijn erfdeel verkleint. 72 Artikel 4:194 lid 2 BW is van toepassing op een situatie waarin het erfdeel van een erfgenaam na zuivere aanvaarding is vergroot en deze erfgenaam dus ook meer in het tekort van een negatieve nalatenschap zou moeten bijdragen. 73 De gedachte bij de invoering van deze bepaling was dat als de erfgenaam op het ogenblik van het aanvaarden van de nalatenschap bekend zou zijn geweest met de inhoud van de uiterste wil, deze erfgenaam de nalatenschap waarschijnlijk niet zou hebben aanvaard. 74 Bij dit artikel verdient overigens opmerking dat de mogelijkheid om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden de erfgenaam wel bevrijdt van de aansprakelijkheid van de gevolgen van de later bekend geworden uiterste wil of latere gebeurtenis, maar de erfgenaam alsnog gehouden is de schulden der nalatenschap en lasten te voldoen, die hij voor de gebruikmaking van de mogelijkheid van artikel 4:194 BW moest voldoen. 75 Op grond van de wet bestaat de mogelijkheid tot het alsnog beneficiair aanvaarden van een nalatenschap na een eerdere zuivere aanvaarding slechts indien één van de in artikel 4:194 BW genoemde omstandigheden aanwezig zijn. Een zuivere aanvaarding van een nalatenschap is, behoudens de voornoemde situaties, onherroepelijk. Een erfgenaam wordt als gevolg van de saisineregel schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan en zal door de zuivere aanvaarding tevens met zijn privévermogen aansprakelijk en draagplichtig zijn voor de schulden der nalatenschap voor zover de wet niet anders bepaald. 76 Desalniettemin heeft de Rechtbank Limburg in zijn hierna te behandelen uitspraak op 1 februari 2013 de zuiver aanvaarde erfgenaam een machtiging verleend om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden. Dit echter niet op grond van artikel 4:194 BW, maar op grond van de redelijkheid en billijkheid. Bij de Rechtbank Limburg had een erfgenaam een verzoek ex artikel 4:194 BW ingediend om alsnog de mogelijkheid te krijgen om de nalatenschap van moeder beneficiair te mogen aanvaarden. Dit verzoek werd afgewezen, omdat er volgens de Rechtbank geen van de in artikel 4:194 BW genoemde omstandigheden aanwezig was. De Rechtbank ziet desalniettemin wel een 67 Huijgen 2005, p. 190; Artikel 4:190 lid 4 BW. 68 Verstappen 2010 (T&C Erfrecht), artikel 4:190 lid 4 BW, aantekening Verstappen 2010 (T&C Erfrecht), artikel 4:190 lid 4 BW, aantekening Verstappen 2010 (T&C Erfrecht), artikel 4:190 lid 4 BW, aantekening Verstappen 2010 (T&C Erfrecht), artikel 4:190 lid 4 BW, aantekening Van Mourik e.a. 2011, p Van Mourik e.a. 2011, p MvT, p Van Mourik e.a. 2011, p. 449; artikel 4:194 lid 1 2 e zin en lid 2 2 e zin BW. 76 Asser/Perrick /

11 andere grond waarop een machtiging van de erfgenaam om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden kan worden afgegeven. Volgens de kantonrechter is er door het overlijden van vader en moeder een onverdeelde gemeenschap in de zin van artikel 3:166 lid 1BW ontstaan. 77 Op grond van artikel 3:166 lid 3 BW is artikel 6:2 lid 2 BW op de rechtsbetrekking tussen deelgenoten ten aanzien van bepaalde schulden van toepassing, waaruit volgt dat een uit de wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeiende regel niet van toepassing is indien deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. 78 De kantonrechter acht het vervolgens redelijk en billijk om de erfgenaam de mogelijkheid te geven om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. 79 Dit in het kader van de nadrukkelijke wens van vader en moeder om de nalatenschap over beide erfgenamen gelijk te verdelen. De kantonrechter benadrukt overigens dat artikel 6:2 lid 2 BW terughoudend dient te worden toegepast De huidige situatie met betrekking tot de waarborgen voor de bescherming van een erfgenaam die een nalatenschap beneficiair heeft aanvaard Inleiding Naast de mogelijkheid om een nalatenschap zuiver te aanvaarden, heeft een erfgenaam tevens de mogelijkheid om een nalatenschap beneficiair te aanvaarden. Een erfgenaam aanvaardt de nalatenschap dan onder voorrecht van boedelbeschrijving. 81 De vereisten voor de erfopvolging veranderen door de beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap niet. Voor deze vereisten verwijs ik dan ook naar hoofdstuk 2.1. De gevolgen van de erfopvolging veranderen in beginsel ook niet, met dien verstande dat de beneficiaire aanvaarding echter wel gevolgen heeft voor de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers De gevolgen van de erfopvolging. Net zoals in de situatie dat een erfgenaam een nalatenschap zuiver aanvaardt is de erfgenaam bij de beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap op grond van artikel 4:182 lid 2 BW aansprakelijk voor de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Deze aansprakelijkheid voor de schulden verandert door de beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap niet. Op grond van artikel 4:184 lid 2 BW is een erfgenaam die een nalatenschap beneficiair heeft aanvaard niet gehouden een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overige vermogen te voldoen, behoudens de aanwezigheid van de omstandigheden in artikel 4:184 lid 2 sub b t/m d BW. Indien de erfgenaam op grond van deze omstandigheden een schuld der nalatenschap met zijn overig vermogen heeft voldaan, treedt hij op als schuldeiser van de nalatenschap. 82 De schuldeiser der nalatenschap heeft dus geen verhaalsmogelijkheid op het privévermogen van de beneficiaire aanvaard hebbende erfgenaam. Desalniettemin heeft een nalatenschapsschuldeiser 77 Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ Artikel 4:190 lid 1 BW. 82 Artikel 4:200 lid 3 BW; Asser/Perrick /

12 wel degelijk een verhaalsrecht op de erfgenaam die een nalatenschap beneficiair heeft aanvaard en een uitkering uit die nalatenschap heeft plaatsgevonden. 83 Op grond van artikel 4:184 lid 3 BW heeft de schuldeiser van de nalatenschap de mogelijkheid om zich in deze situatie te verhalen op het vermogen van die erfgenaam tot de waarde van hetgeen hij uit de nalatenschap heeft verkregen. Ondanks dat het schuldenaarschap van de erfgenamen niet verandert door beneficiaire aanvaarding, verandert de aansprakelijkheid voor en de draagplicht van de schulden der nalatenschap zoals neergelegd in artikel 4:182 lid 2 BW ten gevolge van de beneficiaire aanvaarding wel. Terwijl bij de zuivere aanvaarding van een nalatenschap de schuldeisers der nalatenschap het privévermogen van de erfgenaam kunnen uitwinnen, is dit bij een beneficiaire aanvaarding niet meer mogelijk. Dit volgt tevens uit artikel 4:184 lid 2 waaruit blijkt dat een erfgenaam niet verplicht is een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overige vermogen te voldoen De beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap. Een erfgenaam kan op grond van artikel 4:190 lid 1 BW een nalatenschap beneficiair aanvaarden. Aan deze beneficiaire aanvaarding zijn dezelfde eisen verbonden als aan de zuivere aanvaarding. Een erfgenaam kan dus niet voor het openvallen van een nalatenschap aanvaarden of verwerpen, de aanvaarding dan wel verwerping kan alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling geschieden en tot slot dient deze keuze in beginsel het gehele erfdeel te betreffen. 84 Een erfgenaam kan een nalatenschap beneficiair aanvaarden door een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de Rechtbank van het sterfhuis af te leggen. 85 Daarnaast zijn er twee situaties waarin een erfgenaam wordt geacht een nalatenschap beneficiair te aanvaarden door stil te zitten. 86 Een erfgenaam die nog geen keuze heeft gemaakt wordt geacht de nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving te aanvaarden wanneer een of meer mede-erfgenamen van hem de nalatenschap door een verklaring beneficiair hebben aanvaard, tenzij hij de nalatenschap alsnog zuiver aanvaardt of verwerpt binnen drie maanden nadat hij van de beneficiaire aanvaarding op de hoogte is gekomen of binnen de termijn die hem is opgelegd overeenkomstig artikel 4:192 lid 2 BW. 87 Bovendien heeft een wettelijk vertegenwoordiger geen mogelijkheid om een nalatenschap zuiver te aanvaarden en dient hij de nalatenschap - binnen drie maanden vanaf het moment dat de nalatenschap de erfgenaam toekomt - beneficiair te aanvaarden of te verwerpen door een verklaring af te leggen. 88 Indien de wettelijk vertegenwoordiger de termijn laat verstrijken, dan geldt de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard. 89 Indien een nalatenschap door één of meerdere erfgenamen beneficiair is aanvaard dan moet de nalatenschap in beginsel overeenkomstig afdeling BW worden vereffend, waarbij alle erfgenamen vereffenaar zijn. 90 Vereffening overeenkomstig voornoemde afdeling is niet nodig indien er een bevoegde executeur is welke bevoegd is opeisbare schulden en legaten te voldoen en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen. 91 Bovendien is op grond van artikel 4:202 lid 3 BW 83 Kolkman 2006, p. 261; artikel 4:184 lid 3 BW. 84 Artikel 4:190 lid 3 jo. artikel 3:38 BW; Asser/Perrick / Artikel 4:191 lid 1 BW. 86 Van Mourik e.a. 2011, p Artikel 4:192 lid 4 BW. 88 Artikel 4:193 lid 1 BW. 89 Artikel 4:193 lid 2 BW. 90 Asser/Perrick /533; artikel 4:195 lid 1 BW. 91 Artikel 4:202 lid 1 BW. 12

13 vereffening tevens niet noodzakelijk indien de wettelijke verdeling op de nalatenschap van toepassing is en de echtgenoot van de erflater deze nalatenschap zuiver heeft aanvaard. Immers, op grond van de wettelijke verdeling komen de schulden der nalatenschap voor rekening van de echtgenoot én is deze aansprakelijk jegens de schuldeisers. 92 De echtgenoot is dus op grond van artikel 4:14 lid 1 BW tegenover de schuldeisers en tegenover de kinderen verplicht tot voldoening van de schulden, waardoor vereffening niet noodzakelijk is indien de echtgenoot de nalatenschap zuiver heeft aanvaardt. 93 Ik verwijs hierbij naar de noot van Perrick bij een arrest van de Hoge Raad van 20 juni 2014, welke is besproken in hoofdstuk Ook uit deze noot volgt dat de goederen van een kind niet kunnen worden uitgewonnen voor de schulden van de nalatenschap indien de wettelijke verdeling van toepassing is. Alle erfgenamen zijn vereffenaar tenzij de Rechtbank op grond van artikel 4:203 lid 1 BW een vereffenaar benoemt. Deze vereffenaar treedt dan in de plaats van de erfgenamen. 94 In beide gevallen heeft de vereffenaar de taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen. 95 De verplichtingen in artikel 4:214 lid 1 en lid 5 BW en in artikel 4:218 BW zijn slechts op de erfgenamen die uit hoofde van beneficiaire aanvaarding vereffenaar zijn van toepassing indien de kantonrechter dit bepaalt. 96 De toepassing van dit artikel heeft tot gevolg dat de schuldeisers niet meer op een formele wijze dienen te worden opgeroepen, maar dat oproeping per brief volstaat. 97 Bovendien is het ter inzage leggen van een lijst van schuldeisers, een uitdelingslijst en rekening en verantwoording niet meer verplicht. 98 Deze vereffeningsprocedure, die in beginsel bij beneficiaire aanvaarding van toepassing is, heeft tot gevolg dat de beneficiair aanvaard hebbende erfgenaam slechts verplicht is een boedelbeschrijving op te maken en zich in verbinding moet stellen met de schuldeisers der nalatenschap. 99 Vegter wijst erop dat beneficiaire aanvaarding hierdoor een aantrekkelijke optie is geworden. 100 Tot slot bestaat er bij nalatenschappen met een geringe waarde van de baten de mogelijkheid om een verzoek tot kosteloze vereffening of opheffing van de vereffening bij de kantonrechter in te dienen. 101 De kantonrechter zal dan bij het bevel tot opheffing van de vereffening tevens de vereffeningskosten vaststellen en deze ten laste van de boedel brengen of, wanneer de boedel daartoe onvoldoende is, ten laste van de erfgenamen voor zover dezen met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn. 102 Echter, de griffiekosten zijn volgens de kantonrechter geen vereffeningskosten, waardoor de erfgenamen deze kosten in geval van beneficiaire aanvaarding ten allen tijde dienen te voldoen Artikel 4:14 BW. 93 Asser/Perrick / Artikel 4:203 lid 2 BW. 95 Artikel 4:211 lid 1 BW. Voor de belangrijkste werkzaamheden verwijs ik naar artikel 4:225 lid 1 BW, 4:211 lid 3 BW, 4:211 lid 5 BW, 4:214 BW, 4:215 BW, 4:218 BW, 4:220 BW en 4:226 BW. 96 Artikel 4:221 lid 1 BW. 97 Van Mourik e.a. 2011, p Van Mourik e.a. 2011, p Artikel 4:221 lid 3 BW en 4:214 lid 2 BW; Van Mourik e.a. 2011, p. 609; Aanhangsel handelingen II, 2012/13, p Vegter, WPNR 1991/6018, p Artikel 4:209 BW; Van Mourik e.a. 2011, p. 609 en Artikel 4:209 lid 2 BW. 103 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 oktober 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:7934, r.o

14 4. De aanvulling van het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden. De Rechtbank Limburg streefde in de voornoemde zaak kennelijk een oplossing na om de nadelige gevolgen van de zuivere aanvaarding van een nalatenschap op te heffen. 104 Immers, de verlening van een machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden is in deze uitspraak niet gegrond op artikel 4:194 BW. De vraag is daarbij of een verandering in de wetgeving ten behoeve van het opheffen van de nadelige gevolgen van een zuivere aanvaarding gewenst is De inhoud en het doel van het wetsvoorstel. Op 7 maart 2013 geeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in zijn reactie op het rapport van de Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen waarin aandacht wordt gevraagd voor het zuiver aanvaarden van negatieve nalatenschappen - aan de Tweede Kamer te kennen in de wet een bepaling op te nemen voor de situatie waarin de erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard en daarna met een onverwachte schuld worden geconfronteerd alsnog de mogelijkheid krijgen om de kantonrechter machtiging te verzoeken om de nalatenschap wat betreft deze onverwacht schuld - alsnog beneficiair te aanvaarden. 105 Vervolgens wordt op 5 februari 2014 de internetconsultatie met betrekking tot het wetsvoorstel van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen (hierna: wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden), gepubliceerd. 106 Het doel van deze consultatie was om burgers te informeren over het wetsvoorstel en tevens informatie uit de praktijk te verzamelen over het soort schulden waar het wetsvoorstel betrekking op heeft. 107 De tekst van het voorgestelde artikel 4:194a BW luidt als volgt: Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, kan binnen drie maanden na die ontdekking de kantonrechter verzoeken om geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn verplichting deze schuld uit zijn vermogen te voldoen voor zover deze niet uit zijn erfdeel kan worden voldaan. De kantonrechter stelt vast of en in hoeverre redelijkerwijs niet van de erfgenaam kan worden gevergd dat hij deze schuld uit zijn overige vermogen voldoet. 108 Uit de Memorie van Toelichting volgt dat het doel van dit wetsvoorstel is het privévermogen van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard tegen onverwachte schulden in de nalatenschap van de erflater te beschermen. 109 De wetgever probeert op deze manier een oplossing te vinden voor de situaties waarin het niet redelijk zou zijn dat de erfgenamen de onverwachte schuld van de erflater dienen te voldoen. 110 Deze bescherming ziet echter alleen op een onverwachte schuld, in welk geval de erfgenaam op grond van het nieuwe artikel 4:194a BW de kantonrechter binnen drie maanden kan verzoeken hem geheel of gedeeltelijk te ontheffen van de verplichting om deze onverwachte schuld met zijn privévermogen te voldoen. 111 De 104 Notafax 2013/ Teeven, 2013, p < 107 < 108 Voorstel van wet, p MvT, p < 111 MvT, p

15 kantonrechter dient bij de toe- dan wel afwijzing van het verzoek tot ontheffing rekening te houden met alle omstandigheden van het geval. 112 In het wetsvoorstel betreffende het nieuwe artikel 4:194a BW wordt gesproken van een onverwachte schuld. Deze schuld is volgens de Memorie van Toelichting een schuld der nalatenschap welke de erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het ogenblik dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde, waarbij verwezen wordt naar het begrip goede trouw in artikel 3:11 BW. 113 Voorbeelden hiervan die genoemd worden zijn onder andere legitieme vorderingen op een vooroverleden (stief) ouder, een te laat gevorderde eigen bijdrage AWBZ of een vordering uit onrechtmatige daad. 114 Het overgrote deel van de schulden zal niet onverwacht zijn. 115 Immers, de erfgenaam zal de meeste schulden op het moment van zuivere aanvaarding van de nalatenschap kennen, dan wel behoren te kennen. Dit volgt tevens uit de Memorie van Toelichting waaruit blijkt dat er slechts in uitzonderingssituaties sprake zal zijn van een onverwachte schuld De kritiek op het wetsvoorstel. Naar aanleiding van de internetconsultatie heeft het wetsvoorstel Wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden kritische reacties ontvangen. Zo hebben mr. P. Blokland, prof. mr. W. Burgerhart en prof. mr. W.D. Kolkman in hun reactie op de internetconsultatie een aantal kritische punten geuit aangaande dit wetsvoorstel. Zij stellen dat het wetsvoorstel op hen over komt als: een weinig doordachte, halfslachtige aanpak van een serieus erfrechtelijk euvel: de privéaansprakelijkheid na een onvoorzichtige zuivere aanvaarding. 117 Aangezien de in deze reactie genoemde punten van kritiek wellicht van belang kunnen zijn voor mijn probleemstelling zal ik hieronder een aantal van deze punten behandelen. Blokland, Burgerhart en Kolkman stellen dat de toelichting van het wetsvoorstel ten aanzien van een zinkende nalatenschap, waarin de verkoopopbrengst van het huis niet voldoende is om de daarop drukkende hypotheekschuld af te lossen waardoor de erfgenamen de restschuld dienen te voldoen, ten onrechte de indruk wekt dat het wetsvoorstel hiervoor een oplossing biedt. 118 Het wekken van een verkeerde indruk is volgens hen tevens het geval bij de verwijzing naar artikel 48 INV, waarbij de indruk wordt gewekt dat het wetsvoorstel volledige bescherming biedt tegen belastingschulden die samenhangen met het overlijden van de erflater. 119 Het wetsvoorstel biedt volgens Blokland, Burgerhart en Kolkman echter alleen bescherming tegen belastingschulden als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub a BW en geen bescherming tegen de op de erfgenamen rustende schulden uit (erf)belastingen die ter zake van het openvallen van een nalatenschap worden geheven. 120 Zij stellen dat de schulden uit belastingen als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub e zijn aan te merken als een schuld van de erfgenaam en niet als een schuld van de erflater MvT, p MvT, p MvT, p MvT, p MvT, p Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/

16 Volgens de Memorie van Toelichting is een onverwachte schuld een schuld welke de erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het ogenblik dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. 122 Daarbij dient men te kijken naar wat de erfgenaam redelijkerwijze had kunnen weten en wordt verwacht dat hij in ieder geval heeft onderzocht waaruit de nalatenschap bestaat. 123 Voor een erfgenaam zal het niet moeilijk zijn om schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen der nalatenschap worden geheven te onderzoeken voorafgaand aan de keuze om een nalatenschap te aanvaarden dan wel te verwerpen. Op dit punt ben ik het met Blokland, Burgerhart en Kolkman eens dat het wetsvoorstel geen bescherming biedt tegen de op de erfgenamen rustende schulden uit (erf) belastingen die ter zake van het openvallen van een nalatenschap zijn geheven. In de meeste gevallen had een erfgenaam de schulden uit belastingen immers kunnen weten. Dit neemt echter niet weg dat de schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen der nalatenschap worden geheven als een schuld der nalatenschap kunnen worden aangemerkt. Hierdoor kan een dergelijke schuld wel degelijk onder onverwachte schuld vallen indien de erfgenaam deze schulden redelijkerwijs niet had kunnen weten. Ik zie dan ook niet in waarom het wetsvoorstel geen bescherming biedt tegen belastingschulden als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub e op grond van het feit dat deze schulden zijn aan te merken als een schuld van de erfgenaam. De schuld is een schuld der nalatenschap en zou daardoor wel degelijk als een onverwachte schuld aangemerkt kunnen worden indien de erfgenaam de schuld niet kende en evenmin behoorde te kennen op het ogenblijk dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. Daarnaast biedt het wetsvoorstel volgens Blokland, Burgerhart en Kolkman tevens geen bescherming tegen het onverwacht verdwijnen van vermogen van de erflater zoals bij een meerof tweetrapsmaking waarbij de erfgenamen pas na het zuiver aanvaarden van de nalatenschap van de erflater er achter komen dat de erflater bezwaarde was. 124 Aangezien een deel van dit bij leven aanwezige vermogen niet tot de nalatenschap behoort, kan dit vermogen dus ook niet door de erfgenamen worden gebruikt voor het voldoen van de schulden. 125 Een beroep op het voorgestelde artikel 4:194a BW zal niet slagen aangezien de verwachters een goederenrechtelijke aanspraak hebben en geen schuldeisers zijn waartegen bescherming kan worden geboden. 126 Bovendien kan het wetsvoorstel leiden tot het minder snel beneficiair aanvaarden van een nalatenschap door erfgenamen. 127 Immers, erfgenamen zullen tegen de tijd dat er een onverwachte schuld opduikt naar de kantonrechter stappen met een verzoek als bedoeld in het voorgestelde artikel 4:194a BW, dit met alle maatschappelijke kosten van dien. 128 Blokland, Burgerhart en Kolkman stellen dat er onduidelijkheid heerst over het moment waarop de nalatenschap negatief dient te zijn voor honorering van een ontheffingsverzoek. 129 In de meeste situaties zal er ten tijde van het indienen van het verzoek nog geen zekerheid bestaan over de vraag of de betreffende erfgenaam de onverwachte schuld uit zijn erfdeel kan voldoen. 130 Het voorgestelde artikel 4:194a BW lijkt volgens Blokland, Burgerhart en Kolkman dan ook geschreven te zijn voor de situatie waarin een schuldeiser opduikt na de verdeling van de 122 MvT, p MvT, p Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/

17 nalatenschap. 131 De werking van dit artikel is echter niet tot dat moment beperkt en roept volgens hen dan ook de nodige problemen op bij de toepassing hiervan. 132 In het kader van de rol van de kantonrechter stellen zij dat de billijkheidsnorm die in het voorgestelde artikel 4:194a BW is vastgelegd de kantonrechter weinig houvast biedt. 133 De vereisten voor een geslaagd beroep worden door Blokland, Burgerhart en Kolkman bestempeld als lawyer s paradise. 134 Tot slot pleiten Blokland, Burgerhart en Kolkman voor een herziening van het systeem van de saisine. 135 Zij stellen dat de aansprakelijkheid van de erfgenamen in beginsel beperkt moet blijven tot de waarde van de goederen der nalatenschap. 136 Zij stellen dan ook voor om de beneficiaire aanvaarding zonder griffierechten als standaard te verheffen. In een artikel in de Telegraaf van 28 december 2014 stellen Kolkman en twee advocaten van het Utrechtse advocatenkantoor Benvalor Advocaten dat het wetsvoorstel niet ver genoeg gaat. 137 Daarnaast stellen de twee advocaten, Judith Jansens van Gellicum en Leonoor Wijnbergen, dat erfgenamen vaak niet op de hoogte zijn van de automatische zuivere aanvaarding bij het niet uitbrengen van een keuze mede omdat de erfgenamen pas na een periode van dagen of zelfs weken contact opnemen met de notaris. 138 Kolkman pleit in dit artikel voor het nemen van de beneficiaire aanvaarding als uitgangspunt, waarbij deze aanvaarding geen extra kosten zoals het griffierecht met zich mee zou moeten brengen. 139 Kolkman kan dan ook de redelijkheid van de gedachte dat een schuldeiser beter zou moeten worden door het overlijden van zijn schuldenaar niet inzien. 140 Niet alleen Blokland, Burgerhart en Kolkman staan kritische tegenover het wetsvoorstel. Ook prof. mr. drs. J.W.A. Biemans heeft een aantal kritische punten naar aanleiding van de internetconsultatie van het wetsvoorstel. Sterker nog, zijns inziens had beneficiaire aanvaarding als wettelijk uitgangspunt de voorkeur gehad boven het voorgestelde artikel 4:194a BW. 141 Gedurende de uiteenzetting van zijn visie om beneficiaire aanvaarding tot standaard te verheffen, weerlegt hij de motieven van de staatssecretaris om beneficiaire aanvaarding niet als uitgangspunt in de wet op te nemen. Ik zal in het kader van de beantwoording van mijn probleemstelling ingaan op zijn kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel en tevens op zijn visie om beneficiaire aanvaarding als wettelijke uitgangspunt te nemen. Biemans stelt dat het belangrijkste argument van de staatssecretaris, dat bij de afwikkeling van de nalatenschap de kosten en lasten voor de erfgenamen zullen stijgen door de rechterlijke tussenkomst, terwijl de stelling dat zuivere aanvaarding relatief simpel en kosteloos is, niet meer opgaat. 142 Volgens hem bestaan er in de kern geen verschillen in lasten en kosten van de afwikkeling tussen een beneficiaire aanvaarde positieve nalatenschap en een zuiver aanvaarde nalatenschap. 143 Indien de lasten en kosten bij de afwikkeling van een negatieve nalatenschap 131 Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Blokland, Burgerhart, Kolkman WPNR 2014/ Ververs, Telegraaf 28 december Ververs, Telegraaf 28 december Ververs, Telegraaf 28 december 2014, zie ook Kolkman NFTV 2012/6 140 Ververs, Telegraaf 28 december Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/

18 hoger zijn zal de erfgenaam ten behoeve van de voorkoming van de aansprakelijkheid voor schulden uit zijn eigen vermogen deze lasten en kosten accepteren. 144 Beneficiaire aanvaarding als wettelijk uitgangspunt ligt volgens Biemans voor de hand. Hij geeft daarbij aan dat indien dit uitgangspunt niet in de wet wordt neergelegd, de beneficiaire aanvaarding in ieder geval laagdrempeliger dient te worden gemaakt door de kosten die verschuldigd zijn bij het neerleggen van de verklaring ter griffie van de Rechtbank en griffiekosten te laten vervallen. 145 Vervolgens geeft Biemans in zijn reactie een aantal punten van kritiek op het wetsvoorstel. In het algemeen stelt hij dat in het wetsvoorstel aan de positie van de getroffen schuldeisers, de erflater, de andere erfgenamen en andere bij de afwikkeling van de nalatenschap betrokken personen ten onrechte nauwelijks tot geen aandacht wordt besteed. 146 Biemans stelt dat beneficiaire aanvaarding voor zowel de erfgenaam als schuldeiser rechtvaardiger en effectiever is dan ontheffing van de verplichting voor de erfgenaam om een onverwachte schuld uit zijn privévermogen te voldoen. 147 Indien er een onverwachte schuld aan het licht komt, bestaat de mogelijkheid dat de erfgenaam deze schuld als eerste uit het vermogen der nalatenschap voldoet. 148 Als gevolg hiervan blijft er minder geld over voor de overige schuldeisers en deze kunnen zich wel degelijk op het privévermogen van de erfgenaam verhalen. 149 Beneficiaire aanvaarding daarentegen beschermt de erfgenaam tegen alle schulden der nalatenschap die de waarde van de goederen van de nalatenschap overstijgen, waardoor de erfgenaam nooit wordt benadeeld. 150 Beneficiaire aanvaarding heeft tevens voor de schuldeisers het voordeel dat de voorrang of gelijkheid van schuldeisers van de nalatenschap niet wordt aangetast. 151 Tot slot stelt Biemans dat er gekozen zou moeten worden voor het verlenen van een machtiging tot beneficiaire aanvaarding in plaats van de in het voorgestelde artikel 4:194a BW neergelegde betalingsontheffing. 152 Mr. Van Es reageert vervolgens op de reactie van Biemans in verband met de inbreuk op de onderlinge rangorde van schuldeisers in het kader van het wetsvoorstel. Biemans stelt in zijn reactie dat er een inbreuk op deze rangorde wordt gemaakt indien andere schuldeisers van de nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub a t/m i BW moeten worden voldaan uit de opbrengst van de goederen der nalatenschap waardoor vervolgens de onverwachte schuldeiser niet meer kan worden voldaan uit de resterende opbrengst van de goederen der nalatenschap. 153 Van Es relativeert deze gedachte met de stelling dat een onverwachte schuldeiser nooit lager in rang kan eindigen dan een legitimaris, omdat er van een legitimaire vordering nooit sprake kan zijn wanneer het saldo van de nalatenschap negatief is. 154 Wanneer een onverwachte schuld aan het licht komt zal de omvang van een legitimaire vordering aan de hand van artikel 4:65 BW opnieuw moeten worden berekend. 155 Indien ten gevolge van de omvang van de onverwachte schuld het saldo van de nalatenschap negatief wordt, dan zal de omvang van de legitimaire 144 Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Van Es, WPNR 2014/ Van Es, WPNR 2014/

19 vordering ook nihil zijn. 156 Bij de berekening van de legitimaire vordering wordt de waarde van de nalatenschap immers als uitgangspunt genomen. Volgens Van Es kan een reeds aan de legitimaris uitbetaald bedrag teruggevorderd worden op grond van onverschuldigde betaling. 157 Indien de erfgenamen deze legitimaire vordering dus al aan de legitimaris hebben betaald, wordt dit bedrag voor de toepassing van het voorgestelde artikel 4:194a BW geacht nog tot het geërfde vermogen te behoren. 158 Biemans reageert vervolgens weer op de reactie van Van Es en stelt dat de opmerkingen van Van Es als eerste bedoeld zijn voor de wetgever. 159 Of de wetgever het voor ogen heeft gehad dat een onverwachte schuldeiser nooit lager in rang kan eindigen dan een legitimaris is volgens hem nog maar de vraag. 160 Volgens Biemans is het namelijk, gelet op het doel van het wetsvoorstel, niet ondenkbaar dat de wetgever voor ogen heeft dat de erfgenaam de onverwachte schuld niet meer hoeft te voldoen indien hij al de legitimaris heeft betaald en de goederen der nalatenschap zijn besteed aan de voldoening van de schulden der nalatenschap. 161 In die veronderstelling is het volgens Biemans dus wel degelijk mogelijk dat de onverwachte schuldeiser lager in rang eindigt dan een legitimaris. 162 Daarnaast is niet met zekerheid te zeggen dat de wetgever voor ogen heeft gehad dat een reeds aan de legitimaris uitbetaald bedrag teruggevorderd kan worden op grond van onverschuldigde betaling. 163 Biemans vraagt zich dan ook af hoe artikel 4:216 BW zich volgens de wetgever verhoudt tot het wetsvoorstel. 164 Door de toepassing van dit artikel wordt de onverwachte schuldeiser ten koste van de legitimaris en de erfgenaam beschermd terwijl de zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gehouden is de schulden uit zijn overig vermogen te voldoen. 165 Aan de wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten is verzocht om een reactie te geven op het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden. De commissie ervaart het wel positief dat door het wetsvoorstel de positie van de zuiver aanvaard hebbende erfgenaam beter wordt beschermd. 166 De commissie heeft echter een aantal kritiekpunten. De commissie stelt dat het wetsvoorstel niet bijdraagt aan een oplossing voor de erfgenamen die een nalatenschap onbewust zuiver hebben aanvaard door een daad van zuivere aanvaarding. 167 Een erfgenaam is in de meeste gevallen niet op de hoogte van de inhoud van artikel 4:192 lid 1 BW en de commissie stelt dan ook dat het onredelijk is dat een erfgenaam onbewust met zijn privévermogen aansprakelijk wordt voor de schulden der nalatenschap. 168 Het wetsvoorstel biedt erfgenamen die een nalatenschap onbewust zuiver hebben aanvaard door een daad van zuivere aanvaarding dus geen bescherming tegen alle nalatenschapsschulden, doch slechts tegen onverwachte schulden der nalatenschap. De commissie pleit dan ook voor schrapping van artikel 156 Van Es, WPNR 2014/ Van Es, WPNR 2014/ Van Es, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Biemans, WPNR 2014/ Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p

20 4:192 lid 1 BW, zodat een erfgenaam een nalatenschap niet meer stilzwijgend kan aanvaarden door een daad van zuivere aanvaarding. 169 Bovendien merkt de commissie op dat de mogelijkheid voor de erfgenaam om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden in het voorgestelde artikel 4:194a BW ontbreekt, terwijl volgens de commissie de vereffeningsprocedure de rechterlijke macht naar verwachting niet zwaarder zal belasten dan de procedure van het voorgestelde artikel 4:194a BW. 170 Sterker nog, de commissie acht de veel voorkomende lichte vereffeningsprocedure minder van de rechterlijke macht vergen dan de procedure in het voorgestelde artikel 4:194a BW. 171 Tot slot pleit de commissie om de kosten van vereffening, executele en afwikkeling als onverwachte schuld aan te merken indien een of meerdere erfgena(a)m(en) de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. 172 Volgens de commissie kan er bij zuivere aanvaarding immers ook sprake zijn van vereffening op grond van artikel 4:204 BW, waarbij ten gevolge van onenigheid tussen erfgenamen de voornoemde kosten flink kunnen oplopen. 173 Volgens de Memorie van Toelichting is een onverwachte schuld een schuld welke de erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het ogenblik dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. 174 Daarbij dient men te kijken naar wat de erfgenaam redelijkerwijze had kunnen weten en wordt verwacht dat hij in ieder geval heeft onderzocht waaruit de nalatenschap bestaat. 175 De kosten van vereffening, executele en afwikkeling van de nalatenschap zijn schulden der nalatenschap als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub c en sub d BW. Mijns inziens dient de erfgenaam niet alleen onderzoek te doen naar de schulden der nalatenschap, maar tevens naar de gevolgen van de gemaakte keuze. Een erfgenaam dient er dan ook van op de hoogte te zijn dat zelfs bij een zuivere aanvaarding van een nalatenschap vereffening mogelijk is met de daarbij behorende kosten. Een erfgenaam die een nalatenschap zuiver aanvaard is immers verplicht een schuld der nalatenschap met zijn privévermogen te voldoen (artikel 4:184 lid 1 sub a BW), wat tot gevolg heeft dat de erfgenaam de eventuele kosten van vereffening, executele en afwikkeling zoals bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub c en sub d BW tevens met zijn privévermogen zal moeten voldoen. Mijns inziens is het de verantwoordelijkheid van de erfgenaam om zich te laten informeren over de gevolgen van de zuivere aanvaarding en gaat het aanmerken van de kosten van vereffening, executele en afwikkeling als onverwachte schuld te ver. De commissie concludeert dat er verdergaande bescherming voor de zuiver aanvaard hebbende erfgenamen gerealiseerd dient te worden door artikel 4:192 lid 1 BW uit het Burgerlijk Wetboek te verwijderen, zodat erfgenamen de nalatenschap niet meer onbewust zuiver kunnen aanvaarden. 176 Daarnaast heeft ook de Raad voor de rechtspraak (hierna: De Raad ) een advies uitgebracht over het wetsvoorstel. De Raad beschouwt de invoering van artikel 4:194a BW als een codificatie van de op grond van de jurisprudentie bestaande mogelijkheid voor erfgenamen om aan de rechter ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met hun privévermogen te voldoen. 177 Ik vraag mij echter af of je daadwerkelijk kunt spreken van een 169 Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p MvT, p MvT, p Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, 2014, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p

21 codificatie van een op de grond van de jurisprudentie bestaande mogelijkheid. Er zijn immers slechts een paar uitspraken geweest waarin de rechter erfgenamen ontheffing heeft gegeven van de verplichting om onverwachte schulden met hun privévermogen te voldoen. Zo heeft de Rechtbank Limburg op grond van de redelijkheid en billijkheid de erfgenaam de mogelijkheid gegeven om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, terwijl er geen van de in artikel 4:194 BW genoemde omstandigheden aanwezig was. 178 Daarnaast heeft de Rechtbank Assen een erfgenaam (X) die de nalatenschap zuiver had aanvaard op grond van artikel 4:194 BW machtiging verleend om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, omdat de erfgenaam na het overlijden van haar echtgenoot (M) werd geconfronteerd met geldvorderingen van de kinderen uit hoofde van het testament van de overleden echtgenote van M waaruit deze geldvordering voortvloeide en de erfgenaam hier niet eerder op de hoogte van was. 179 Hoewel deze machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden op grond van artikel 4:194 BW is verleend, betwisten Luijten en Meijer de juistheid van deze uitspraak. Zij stellen dat er geen sprake is van een onbekende uiterste wil van de erflater, maar dat het hier gaat om een aan de langstlevende partner wellicht onbekende schuld van de erflater uit de uiterste wil van zijn vooroverleden echtgenote Naar hun mening is artikel 4:194 BW dan ook niet hiervoor geschreven. 181 Mijns inziens kunnen twee uitspraken van de Rechtbank niet gezien worden als basis van een op de grond van de jurisprudentie bestaande mogelijkheid voor erfgenamen om aan de rechter ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met hun privévermogen te voldoen. De Raad heeft echter een aantal kritiekpunten, waarbij de Raad zich afvraagt of het niet meer voor de hand zou liggen om de beneficiaire aanvaarding als uitgangspunt te nemen. 182 In het kader van de impliciete zuivere aanvaarding van een nalatenschap geeft de Raad aan dat de ervaring van de Rechtbanken leert dat de erfgenamen veel stress ervaren. 183 Uit de Memorie van Toelichting volgt volgens de Raad dat de hoogte van de onverwachte schuld één van de beoordelingsfactoren is bij een toe- dan wel afwijzing van een verzoek om ontheffing van de verplichting om een onverwachte schuld met het privévermogen te voldoen. 184 Door de hoogte van de onverwachte schuld echter mee te nemen in de beoordeling van het verzoek ontstaat het risico dat de regeling van artikel 4:194a BW zal worden toegepast ter bescherming van zielige gevallen. 185 Bovendien wordt door het wetsvoorstel de reikwijdte van het begrip onverwachte schulden niet afgebakend, waardoor de Raad voorziet dat de jurisprudentie de maatstaf voor dit begrip zal moeten geven. 186 Vervolgens geeft de Raad nog een aantal adviezen met betrekking tot de vereffeningsprocedure bij beneficiaire aanvaarding en de ontheffing van vereffening. Zo geeft de Raad aan dat de wettelijke vereffeningsprocedure als een dure en ingewikkelde procedure wordt ervaren en adviseert hij om deze procedure helderder in de wet op te nemen en hier meer voorlichting over te geven. 187 Tot slot kunnen volgens de Raad de mogelijkheden van ontheffing van de vereffening uitgebreid worden zodat artikel 4:202 lid 2 BW dan van toepassing wordt op alle 178 Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ Notafax 2011/ Luijten en Meijer, TE 2011/ Luijten en Meijer, TE 2011/ De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p

22 erfgenamen die een positief saldo kunnen aantonen in plaats van slechts op de erfgenamen met een wettelijk vertegenwoordiger. 188 Tot slot geeft ook de redactie van het Nederlands Tijdschrift Fiscaal Vermogen een reactie op het wetsvoorstel. Zij stelt dat het wetsvoorstel slechts een aanvulling op de bestaande mogelijkheden geeft en geen oplossing is voor alle mogelijke negatieve financiële gevolgen van het zuiver aanvaarden van een nalatenschap zoals de erfbelasting of een waardedaling van een geërfde woning. 189 Zoals ik al eerder heb besproken zie ik echter niet in waarom het wetsvoorstel geen bescherming biedt tegen erfbelasting als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 sub e BW. Deze schuld is een schuld der nalatenschap en zou mijns inziens daardoor wel degelijk als een onverwachte schuld aangemerkt kunnen worden indien de erfgenaam de schuld niet kende en evenmin behoorde te kennen op het ogenblijk dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. 5. Rechtsvergelijkend onderzoek tussen Nederland en enkele andere Europese landen op het gebied van erfrecht. Voor een beter begrip van de kwesties rondom de zuivere aanvaarding van een nalatenschap is het tevens van belang te kijken naar de manier waarop de keuze betreffende en de gevolgen van de aanvaarding van een nalatenschap in andere Europese landen is vormgegeven. Bovendien kan de vergelijking van het Nederlands erfrecht en erfrecht in andere landen wellicht een rol spelen bij de beantwoording van mijn probleemstelling en conclusie Het erfrecht in het Verenigd Koninkrijk. Een van de belangrijkste verschillen tussen het Nederlands erfrecht en het erfrecht in het Verenigd Koninkrijk is dat men in het Verenigd Koninkrijk geen saisine-regel of iets dergelijks kent. 190 Aangezien de erfgenamen de erflater dus niet van rechtswege onder algemene titel in goederen en schulden opvolgen, vormt het vermogen van de nalatenschap voor de afwikkeling van de nalatenschap een zwevend vermogen. 191 Een personal representative zal onder rechterlijk toezicht deze nalatenschap afwikkelen en vervolgens het overschot van de nalatenschap, na vereffening hiervan, aan de erfgenamen uitkeren. 192 Erfgenamen zijn in het Verenigd Koninkrijk dus in beginsel niet met hun privévermogen verhaalsaansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap. 193 Aangezien in het Verenigd Koninkrijk in beginsel gerechtelijke vereffening van de nalatenschap plaatsvindt, worden de meeste nalatenschappen afgewikkeld met inmenging van de rechterlijke macht Het erfrecht in Duitsland. Net zoals het Nederlandse erfrecht kent het Duitse erfrecht ook de rechtsfiguur van saisine. 195 Door de aanvaarding van de nalatenschap is echter de vraag naar de verhaalsaansprakelijkheid in het Duitse recht nog niet beantwoord. 196 De erfgenaam kan de nalatenschap nog steeds binnen 188 De Raad voor de rechtspraak, 2014/32, p Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht, NTFR 2014/ Sonneveldt en Monteiro, KWEP 2010/ Sonneveldt en Monteiro, KWEP 2010/ Knot, NIPR 2010/ Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen 2012, p Vegter, WPNR 1996/ BGB; Reinhartz, KWEP 2010/ Heuff, WPNR 1994/

23 zes weken vanaf het moment dat de erfgenaam op de hoogte is gekomen van het erfgenaamschap weigeren of aanvaarden. 197 Wanneer een erfgenaam een nalatenschap heeft aanvaard of als de termijn van zes weken is verstreken, kan deze de nalatenschap niet meer weigeren. 198 Desalniettemin hebben de erfgenamen in Duitsland de mogelijkheid om drie maanden na een aanvaarding de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden, waardoor de erfgenamen hun privévermogen buiten het bereik van de nalatenschapsschuldeisers houden. 199 In beginsel vindt vereffening van de nalatenschap door de erfgenamen plaats. 200 Een nadeel van het Duitse erfrecht is dat in de situatie waarin een erfgenaam een solvente nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, deze vervolgens gerechtelijk vereffend dient te worden Conclusie Tot slot zal ik thans overgaan tot het beantwoorden van mijn probleemstelling: Biedt de huidige wet na aanvulling met het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden voldoende waarborgen voor de bescherming van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard of dient de verhaalsaansprakelijkheid van de erfgenamen in beginsel beperkt te blijven tot de goederen van de nalatenschap?. Na onder andere onderzoek te hebben gedaan naar de huidige wetgeving ben ik tot de conclusie gekomen dat de huidige wetgeving onvoldoende waarborgen bevat voor de bescherming van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De zuivere aanvaarding van een nalatenschap is in beginsel immers onherroepelijk. Een erfgenaam kan een nalatenschap slechts alsnog beneficiair aanvaarden indien na zijn keuze een uiterste wil bekend wordt of een gebeurtenis plaatsvindt die de positie van de erfgenaam benadeelt zoals bedoeld in artikel 4:194 BW. De erfgenaam wordt dan wel bevrijd van de aansprakelijkheid van de gevolgen van de later bekend geworden uiterste wil of latere gebeurtenis, maar is echter nog steeds gehouden om de schulden van de nalatenschap te voldoen die hij vóór een beroep op de mogelijkheid van artikel 4:194 BW moest voldoen. Daarnaast lijkt het er op dat de indiener van het wetsvoorstel wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden het doel, het privévermogen van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard tegen de onverwachte schulden in de nalatenschap van de erflater te beschermen, niet heeft bereikt. Hoewel er wel degelijk sprake is van een verbetering van de positie van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard en vervolgens geconfronteerd worden met onverwachte schulden, bevat het wetsvoorstel echter een aantal cruciale onvolkomenheden en onduidelijkheden. Het wetsvoorstel biedt, in tegenstelling tot hetgeen de Memorie van Toelichting meldt, geen oplossing voor een zogenaamde zinkende nalatenschap. Bovendien valt de situatie waarin een erfgenaam een nalatenschap onbewust zuiver heeft aanvaard door een daad van zuivere aanvaarding niet onder het bereik van het voorgestelde artikel 4:194a BW. Daarnaast biedt het wetsvoorstel geen oplossing voor de situatie waarin het vermogen van de erflater verdwijnt ten gevolge van het feit dat de erflater bezwaarde was in het kader van een meer- of tweetrapsmaking. 197 Brenneisen, 2012, p BGB BGB; Vegter, WPNR 1996/ Vegter, WPNR 1996/ Vegter, WPNR 1996/

24 Niet alleen is het moment waarop een nalatenschap negatief dient te zijn voor de honorering van een ontheffingsverzoek onduidelijk, maar tevens biedt de billijkheidsnorm in het voorgestelde artikel 4:194a BW de kantonrechter weinig houvast bij de toe- dan wel afwijzing van het ontheffingsverzoek. Daar komt nog bij dat het wetsvoorstel de reikwijdte van het begrip onverwachte schulden niet afbakent en er geen aandacht wordt besteed aan de positie van onder anderen de getroffen schuldeisers, de erflater en de andere erfgenamen. Tot slot zal er slechts in uitzonderingssituaties sprake zijn van een onverwacht schuld, waardoor het voorgestelde artikel 4:194a BW in de meeste gevallen niet eens van toepassing zal zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de huidige wet met aanvulling van het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden onvoldoende waarborgen biedt voor de bescherming van erfgenamen die een nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Wat is dan wel de oplossing voor de onvoldoende bescherming van erfgenamen tegen onverwachte schulden? Mijn aanbeveling zou zijn om de verhaalsaansprakelijkheid van de erfgenamen in beginsel te beperken tot de goederen van de nalatenschap door beneficiaire aanvaarding zonder griffierechten als uitgangpunt in de wet te nemen. Op deze manier kunnen erfgenamen een nalatenschap niet meer onbewust zuiver aanvaarden en komen ze niet meer voor onverwachte schulden te staan. Bovendien levert de veelvoorkomende lichte vereffeningsprocedure na de beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap geen onevenredige belasting van de rechterlijke macht en erfgenamen op. Indien erfgenamen alsnog een nalatenschap zuiver willen aanvaarden of verwerpen hebben zij de mogelijkheid om een daartoe strekkende verklaring ter griffie van de Rechtbank af te leggen. Het systeem van de saisine wordt dan als het ware omgedraaid en de erfgenamen zijn dan, net zoals in het Verenigd Koninkrijk, in beginsel niet meer aansprakelijk met hun privévermogen voor de schulden der nalatenschap. 24

25 7. Literatuurlijst Literatuur Albers-Dingemans, FVT 2006, p R. L. Albers-Dingemans, Boekbespreking: Schulden der nalatenschap, FTV 2006, afl. 10, p Biemans, WPNR 2014, p J.W.A. Biemans, Reactie op het concept-wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden, WPNR 2014, afl. 7019, p Biemans, WPNR 2014, p J.W.A. Biemans, Naschrift, WPNR 2014, afl. 7029, p Blokland, Burgerhart & Kolkman, WPNR 2014, p P. Blokland, W. Burgerhart & W.D. Kolkman, Wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden: schuldeisers de klos met de Wet betos, WPNR 2014, afl. 7091, p Brenneisen 2012 Ute Brenneisen, Familien und Erbrecht, Müller Jur.Vlg.C.F., Dohmen Elsevier 2014, p. 94. J. Dohmen, Hebzucht, wraak en liefde, Elsevier 2014, afl. 51, p. 94. Van Es, WPNR 2014, p P.C. van Es, Reactie op Reactie op het concept-wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden van prof. mr. drs. J.W.A. Biemans in WPNR (2014) 7019, WPNR 2014, afl. 7029, p Heuff WPNR 1994 p W. Heuff, Boekbespreking. Grondslagen der beneficiaire aanvaarding naar Nederlands en Duits recht door J.B. Vegter, WPNR 1994, afl. 6162, p Huijgen e.a Huijgen e.a., Compendium Erfrecht, Deventer: Kluwer Knot NIPR 2010, p J.G. Knot, Europees internationaal erfrecht op komst: het voorstel voor een Europese Erfrechtverordening nader belicht, NIPR 2010, afl. 1, p Kolkman 2006 W.D. Kolkman, Schulden der nalatenschap, Deventer: Kluwer, Kolkman FTV 2012 W.D. Kolkman, Beneficiaire aanvaarding als hoofdregel, FTV 2012, afl. 6. Van Mourik e.a Van Mourik e.a., Handboek Erfrecht, Deventer: Kluwer Luijten en Meijer, TE 2011, p

26 E.A.A. Luijten en W.R. Meijer, Vernietiging van een zuivere aanvaarding van een nalatenschap, TE 2011, afl. 4, p Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2014 Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht, Internetconsultatie wetsvoorstel Wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden, NTFR 2014, afl. 9. Notafax 2013 Notafax, Opnieuw een bijzondere uitspraak waarbij zuivere aanvaarding werd teruggedraaid, NFX 2013, afl. 36. Notafax 2011 Notafax, Een bijzondere uitspraak waarbij een zuivere aanvaarding wordt omgezet, NFX 2011, afl. 74. Perrick WPNR 2001, p S. Perrick, Over schulden van de nalatenschap onder boek 4 NBW, WPNR 2001, afl. 6435, p Perrick 2013 S. Perrick, Mr. C. Assers handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 4. Erfrecht en schenking., Deventer: Kluwer Perrick NJ 2014 S. Perrick, noot bij: HR 20 juni 2014, NJ 2014/508. De Raad voor de rechtspraak 2014 De Raad voor de rechtspraak, Advies wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden, 2014/32. Rapport Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen 2012 Rapport Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen, Erven zonder financiële zorgen?! Een verkenning naar meer bescherming van erfgenamen door een kleine ingreep in het erfrecht., Rapport Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht NOvA 2014 Rapport Wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht, Nederlandse Orde van Advocaten, Betreft: Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen (wet bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden), Reinhartz KWEP 2010 p B.E. Reinhartz, Inleiding in het Duitse huwelijksvermogens- en erfrecht, KWEP 2010, afl. 4, p Sonneveldt & De L. Monteiro KWEP 2010, p F. Sonneveldt en M. De L. Monteiro, Het huwelijksvermogens- en erfrecht in het Verenigd Koninkrijk en Nederland: oceans apart, KWEP 2010, afl. 3, p

27 Teeven 2013 F. Teeven, Reactie op het rapport 'Erven zonder financiële zorgen' van de Radboud Universiteit en Netwerk Notarissen, 2013, kenmerk 2012Z16833/2012D Vegter WPNR 1991, p J.B. Vegter, Aspecten van vereffening van nalatenschappen in het nieuwe BW, WPNR 1991, afl. 6018, pagina Vegter WPNR 1996, p J.B. Vegter, Erfopvolging, vereffening en zuivere aanvaarding van het nieuwe erfrecht., WPNR 1996, afl. 6229, p Verstappen T&C Erfrecht Relatievermogensrecht 2010 L.C.A. Verstappen, Gevolgen van erfopvolging, in: W.D. Kolkman e.a. (red.), Tekst & Commentaar Erfrecht Relatievermogensrecht, Deventer: Kluwer, Jurisprudentie HR 7 december 1990, NJ 1991/593 Rechtbank Limburg, 1 februari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0690 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 februari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2833 Gerechtshof Den Haag, 8 april 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:1799 HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489 Elektronische bronnen Ververs Telegraaf 2014 C. Ververs, Deskundigen vinden wetsvoorstel niet afdoende Erven zonder schuld moet standaard zijn, Telegraaf 28 december 2010, Telegraaf.nl/premium/reportage/ / Erven_zonder_schuld_moet_standaard_zijn.html?lightbox=false Internetconsultatie wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden Regelgeving en parlementaire stukken Aanhangsel handelingen II 2012/13, 122. Wetsvoorstel tot wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen. Kamerstukken II, Memorie van Toelichting Wetsvoorstel tot wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te moeten voldoen. Kamerstukken II, voorstel van wet 27

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt:

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt: Van : Adviescommissie Familie- en Jeugdrecht Datum : 31 augustus 2015 Betreft : 34 224 Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater (Wet

Nadere informatie

Inleiding. 1 MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p

Inleiding. 1 MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p Van : wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht Datum : 7 mei 2014 Betreft : Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing

Nadere informatie

Inleiding. 1 MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p

Inleiding. 1 MvA II, Parl. Gesch. Boek 4, p Van : wetgevingscommissie Familie- en Jeugdrecht Datum : 7 mei 2014 Betreft : Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING

MEMORIE VAN TOELICHTING Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om in uitzonderlijke situaties erfgenamen de mogelijkheid te geven, ontheffing te vragen van de verplichting om onverwachte schulden met privévermogen te

Nadere informatie

Indien iemand overlijdt heeft een erfgenaam met betrekking tot de erfenis drie mogelijkheden:

Indien iemand overlijdt heeft een erfgenaam met betrekking tot de erfenis drie mogelijkheden: ERFENIS ACCEPTEREN OF NIET? Beneficiaire aanvaarding en wettelijke vereffening Indien iemand overlijdt heeft een erfgenaam met betrekking tot de erfenis drie mogelijkheden: * De erfenis zuiver aanvaarden.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG en Juridische Zaken Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511

Nadere informatie

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling 1. Inleiding Wanneer men de problematiek van aansprakelijkheid voor en verhaalbaarheid van schulden van de nalatenschap bij

Nadere informatie

Gevolgen van de erfopvolging

Gevolgen van de erfopvolging Monografieen BW B22 Gevolgen van de erfopvolging Prof. mr. W.R. Meijer Kluwer - Deventer - 2005 Inhoud VOORWOORD IX LUST VAN AFKORTINGEN XI LUST VAN VERKORT AANGEHAALDELITERATUUR XIII INLEIDING 1 I DE

Nadere informatie

Moet ik de erfenis aanvaarden?

Moet ik de erfenis aanvaarden? Moet ik de erfenis aanvaarden? mr. W.S. (Wiebren) Santema www.erfrechtadvocaat.nu [email protected] Is er een probleem in de familie over een erfenis? Na het overiijden van een familielid komt

Nadere informatie

Inhoud. 2.1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen 69 2.1.1 Het karakter van de uiterste wilsbeschikking 69. Maklu 5

Inhoud. 2.1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen 69 2.1.1 Het karakter van de uiterste wilsbeschikking 69. Maklu 5 Inhoud Hoofdstuk 1 Versterferfrecht 13 1.1 Inleiding 13 1.1.1 Achtergrond 13 1.1.2 Terminologie 15 1.1.3 Geschiedenis 16 1. 2 Algemene bepalingen 20 1.2.1 Erfopvolging 20 1.2.2 Commoriënten 20 1.2.3 Onwaardigheid

Nadere informatie

Hoe nu verder? Alles over het vereffenen van een nalatenschap die beneficiair is aanvaard.

Hoe nu verder? Alles over het vereffenen van een nalatenschap die beneficiair is aanvaard. Hoe nu verder? Alles over het vereffenen van een nalatenschap die beneficiair is aanvaard. De beneficiair aanvaarde nalatenschap Het beneficiair aanvaarden van een nalatenschap heeft gevolgen voor u als

Nadere informatie

ERFRECHT MOEILIJKE CASUSSEN

ERFRECHT MOEILIJKE CASUSSEN SPREADSHEET ERFRECHT MOEILIJKE CASUSSEN WWW.KZOADVOCATEN.NL Inleiding Op onze website publiceren wij met regelmaat artikelen, in onderstaande spreadsheet een verzameling van de meest gelezen artikelen

Nadere informatie

Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14. Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15

Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14. Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15 Voorwoord 13 Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14 Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15 1.1 Inleiding 15 1.1.1 Achtergronden 15 1.1.2 Terminologie 17 1.1.3 Geschiedenis 19 1.2 Algemene bepalingen 22

Nadere informatie

Webinar Jurisprudentie P en F uitspraken Hoge Raad 27 oktober uur. Mr A.A.M. Ruys-van Essen

Webinar Jurisprudentie P en F uitspraken Hoge Raad 27 oktober uur. Mr A.A.M. Ruys-van Essen Webinar Jurisprudentie P en F uitspraken Hoge Raad 27 oktober 2015 12.30-13.30 uur Mr A.A.M. Ruys-van Essen Gerechtshof s-hertogenbosch, 24 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3736 EERDERE SCHENKINGEN GEEN

Nadere informatie

ERFRECHT EN SCHENKING

ERFRECHT EN SCHENKING MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT ERFRECHT EN SCHENKING BEWERKT DOOR MR. S. PERRICK ADVOCAAT EN NOTARIS TE AMSTERDAM DERTIENDE DRUK KLUWER - DEVENTER - 2002

Nadere informatie

Procederen ten behoeve van de gemeenschap van nalatenschap

Procederen ten behoeve van de gemeenschap van nalatenschap Procederen ten behoeve van de gemeenschap van nalatenschap Prof. dr. S. Perrick* 1 Inleiding In de praktijk komt het regelmatig voor dat een erfgenaam procedeert ten behoeve van de gemeenschap van een

Nadere informatie

15 jaar erfrecht bezien vanuit notariaat, advocatuur en rechterlijke macht. EPN VEAN Congres 20 september 2018 Prof.mr.dr.

15 jaar erfrecht bezien vanuit notariaat, advocatuur en rechterlijke macht. EPN VEAN Congres 20 september 2018 Prof.mr.dr. 15 jaar erfrecht bezien vanuit notariaat, advocatuur en rechterlijke macht EPN VEAN Congres 20 september 2018 Prof.mr.dr. Fons Stollenwerck Rechterlijke macht Civiele rechter Kantonrechter/Rechtbank/Hof/Hoge

Nadere informatie

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83 Doorlopende tekst van de gewijzigde artikelen van de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW (nieuw), alsmede van artikel V (overgangsbepaling), zoals deze luidt volgens Kamerstukken I 2008/09, 28 867, A (gewijzigd

Nadere informatie

Doorlopende tekst van Titel 7 van Boek I per

Doorlopende tekst van Titel 7 van Boek I per Doorlopende tekst van Titel 7 van Boek I per 1-1-2018 Artikel 1:93 BW Bij huwelijkse voorwaarden kan uitdrukkelijk of door de aard der bedingen worden afgeweken van bepalingen van deze titel, behalve voor

Nadere informatie

Erfrecht en schenking

Erfrecht en schenking Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht Erfrecht en schenking Veertiende druk Bewerkt door: Mr. S. Perrick Advocaat te Amsterdam Voorheen deel 6A en 6B a Wolters

Nadere informatie

Erfrecht algemeen. 1 Erfrecht

Erfrecht algemeen. 1 Erfrecht I Erfrecht algemeen 1 Erfrecht Wat is erfrecht? Wat is de nalatenschap? Het erfrecht treft men aan in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en kan worden gezien als een onderdeel van het vermogensrecht

Nadere informatie

Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.

Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Wetgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. Onder beschikking

Nadere informatie

Vereniging voor Estate Planners in het Notariaat, ALV Amersfoort, 8 september Insolventie, verhaal en familievermogen

Vereniging voor Estate Planners in het Notariaat, ALV Amersfoort, 8 september Insolventie, verhaal en familievermogen Vereniging voor Estate Planners in het Notariaat, ALV Amersfoort, 8 september 2016 Insolventie, verhaal en familievermogen Prof.mr. Jan Biemans Hoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel

Nadere informatie

De erfenis in goede banen. Special: vereffening

De erfenis in goede banen. Special: vereffening De erfenis in goede banen. Special: vereffening Woord vooraf Helaas is het niet vanzelfsprekend dat een nalatenschap probleemloos wordt verdeeld. In deze special staan we stil bij het onderwerp: vereffening.

Nadere informatie

Advies Wet modernisering personenvennootschappen

Advies Wet modernisering personenvennootschappen Advies Wet modernisering personenvennootschappen Dit document bevat de alternatieve tekst van het origineel. Dit document is bedoeld voor mensen met een visuele beperking, zoals slechtzienden en blinden.

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. November 2015

Erfrechtjournaal. November 2015 Erfrechtjournaal November 2015 Items Erfdeel bij versterf of legitieme? Verbeurd? Erfrecht en sociale zekerheid Vereffeningsproblematiek op een A4 (Kolkman) Verrefeningskosten: advieskosten? Stiefkinderen

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING

MEMORIE VAN TOELICHTING Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater (Wet bescherming erfgenamen tegen schulden) MEMORIE VAN TOELICHTING 1. Inleiding Het doel

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015 Erfrechtjournaal 16 januari 2015 Items Gewijzigde familieverhoudingen Defiscalisatie in het erfrecht Machtiging kantonrechter voor het doen van schenking? Gewijzigde familieverhoudingen Eindejaarspeiling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 224 Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater (Wet bescherming erfgenamen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/106232

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord bij de zevende druk / V. Voorwoord bij de zesde druk / VI. Enige afkortingen en symbolen / XV

INHOUDSOPGAVE. Voorwoord bij de zevende druk / V. Voorwoord bij de zesde druk / VI. Enige afkortingen en symbolen / XV INHOUDSOPGAVE Voorwoord bij de zevende druk / V Voorwoord bij de zesde druk / VI Enige afkortingen en symbolen / XV Enige verkort aangehaalde werken / XVII HOOFDSTUK I Inleiding / 1 1 Erfrecht / 1 2 De

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 428 Beschikking van de Minister van Justitie van 16 augustus 2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde tekst van de wet van

Nadere informatie

a. Vaststelling vorderingen kinderen: successieaangifte niet bepalend - Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juni 2015, ECLI 2015:3954

a. Vaststelling vorderingen kinderen: successieaangifte niet bepalend - Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juni 2015, ECLI 2015:3954 SRA/NEVOA-cursus najaar 2016 prof. mr. M.J.A. van Mourik Actualiteiten Erfrecht Leidraad I. Wettelijke verdeling (art. 4:13 e.v. BW) a. Vaststelling vorderingen kinderen: successieaangifte niet bepalend

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 229 Wet van 18 april 2002 tot vaststelling van de Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte

Nadere informatie

Stappenplan vereffeningsprocedure na beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap.

Stappenplan vereffeningsprocedure na beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap. Stappenplan vereffeningsprocedure na beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap. N.b. Dit betreft een korte beschrijving van de vereffeningsprocedure. De kantonrechter kan de erfgenamen aanvullende verplichtingen

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht

Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht (Tekst geldend op: 28-01-2014) Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht Boek 4. Erfrecht Titel 1. Algemene bepalingen Artikel 1 1. Erfopvolging heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.

Nadere informatie

Executele, vereffening en bewind

Executele, vereffening en bewind Executele, vereffening en bewind 13 oktober 2015 M.J.P. (Mathieu) Schipper en mw. K van Barneveld Onderlinge verhouding Executele Voor 2003 in wet executeur testamentair, nu executeur Positie veel sterker:

Nadere informatie

BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME. Boek 4 Erfrecht. Titel 1 Algemene bepalingen. Artikel 1

BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME. Boek 4 Erfrecht. Titel 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME Boek 4 Erfrecht Titel 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. Erfopvolging heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking. 2. Van de erfopvolging

Nadere informatie

EPN COEP 2016 Relatievermogensrecht, erfrecht en insolventie MET ANTWOORDEN

EPN COEP 2016 Relatievermogensrecht, erfrecht en insolventie MET ANTWOORDEN EPN COEP 2016 Relatievermogensrecht, erfrecht en insolventie MET ANTWOORDEN Prof.mr. J.W.A. (Jan) Biemans, Universiteit Utrecht Op verzoek van het bestuur van de EPN wordt tijdens de COEP in het bijzonder

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Te behandelen uitspraken: ECLI:NL:GHSHE:2014:4672 (facultatief verrekenbeding) ECLI:NL:HR:2015:1297 (gemeenschap)

Nadere informatie

Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. zevende druk Deventer KLUWER

Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. zevende druk Deventer KLUWER s t u d i e p oc ke t s privaatrecht Erfrecht zevende druk Prof. mr. M.J.A. van Mourik KLUWER 2002 Deventer Inhoud Lijst van afkortingen/verklaring van Symbolen Enige verkort aangehaalde werken XV XVII

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg Onderwerpen 3 uitspraken: 1. samenwoners en natuurlijke verbintenis, HR 10 oktober 2014,

Nadere informatie

s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer

s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer Inhoud Lijst van afkortingen/verklaring van Symbolen Enig verkort aangehaalde

Nadere informatie

BENOEMING EN AANVAARDING EXECUTELE (Quasiovereenkomst. of VERKLARING VAN ERFRECHT (Art. 4:188 BW) <(met comparitie executeur)>

BENOEMING EN AANVAARDING EXECUTELE (Quasiovereenkomst. of VERKLARING VAN ERFRECHT (Art. 4:188 BW) <(met comparitie executeur)> Hoewel de nodige zorg aan dit stuk is besteed, aanvaarden de makers geen enkele aansprakelijkheid voor het gebruik hiervan in de praktijk. Het stuk dient ter bepaling van de gedachte tijdens de cursus.

Nadere informatie

A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD

A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 15 de december 2011 tot vaststelling van Boek 4 en titel 7.3 van het Burgerlijk Wetboek Landsverordening erfrecht en schenking) IN NAAM DER KONINGIN!

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 6 Landsverordening van de 9 de januari 2014 tot vaststelling van Boek 4 en titel 7.3 van het Burgerlijk Wetboek (Landsverordening erfrecht en schenking)

Nadere informatie

1 van 5 26-10-13 19:27

1 van 5 26-10-13 19:27 1 van 5 26-10-13 19:27 Burgerlijk Wetboek Boek 1, Titel 19 (Tekst geldend op: 24-10-2013) Titel 19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen Artikel 431 Indien een meerderjarige als gevolg

Nadere informatie

Monografieèn Privaatrecht. Nieuw erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vierde druk

Monografieèn Privaatrecht. Nieuw erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vierde druk Monografieèn Privaatrecht Nieuw erfrecht Prof. mr. M.J.A. van Mourik Vierde druk Deventer - 2004 Inhoud Enige afkortingen en symbolen XV Enige verkort aangehaalde werken XVI I. INLEIDING 1 1. Erfrecht

Nadere informatie

Bewindvoerderschap. Curatele, bewind en mentorschap

Bewindvoerderschap. Curatele, bewind en mentorschap Bewindvoerderschap Het kan voorkomen dat een erflater van mening is dat zijn erfgenamen (nog) niet de volledige verantwoording kunnen dragen van het door hen geërfde vermogen. Dit kan te maken hebben met

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 221 Besluit van 5 juni 2015 tot wijziging van het Besluit boedelregister in verband met Artikel 2 van de Uitvoeringswet Verordening Erfrecht

Nadere informatie

Datum 6 juni 2012 Betreft: Vragen van de leden Omtzigt en Van Bochove over de erfbelasting over een niet verkochte woning

Datum 6 juni 2012 Betreft: Vragen van de leden Omtzigt en Van Bochove over de erfbelasting over een niet verkochte woning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's Gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Volksgezondheidswetgeving GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST

Volksgezondheidswetgeving GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST GENEESKUNDIGE BEHANDELINGSOVEREENKOMST 13 Geneeskundige behandelingsovereenkomst (P.B. 2000, no. 118) Landsverordening van de 23ste oktober 2000 houdende vaststelling van de tekst van Boek 7 van het Burgerlijk

Nadere informatie

A. Vaste kosten Het opmaken en passeren van de akte houdende een Nederlandse verklaring van erfrecht:

A. Vaste kosten Het opmaken en passeren van de akte houdende een Nederlandse verklaring van erfrecht: kandidaat- OFFERTE VERKLARING VAN ERFRECHT A. Vaste kosten Het opmaken en passeren van de akte houdende een Nederlandse verklaring van erfrecht: notarieel salaris onderzoek Centraal Testamenten Register

Nadere informatie

s t-u-d i e p o c k e t s p r i v a a t r e c h t* 37 Erfrecht zevende druk Prof. mr. M.J.A. van Mourik 2002 Deventer KLUWER

s t-u-d i e p o c k e t s p r i v a a t r e c h t* 37 Erfrecht zevende druk Prof. mr. M.J.A. van Mourik 2002 Deventer KLUWER s t-u-d i e p o c k e t s p r i v a a t r e c h t* 37 Erfrecht zevende druk Prof. mr. M.J.A. van Mourik KLUWER 2002 Deventer Inhoud Lijst van afkortingen/verklaring van symbolen Enige verkort aangehaalde

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:7022

ECLI:NL:GHARL:2015:7022 ECLI:NL:GHARL:2015:7022 Instantie Datum uitspraak 25-08-2015 Datum publicatie 22-09-2015 Zaaknummer 200.169.571 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel

Nadere informatie

Invoering beperkte gemeenschap van goederen. Inleiding; voorgeschiedenis. Moderniseringswetgeving huwelijksvermogensrecht

Invoering beperkte gemeenschap van goederen. Inleiding; voorgeschiedenis. Moderniseringswetgeving huwelijksvermogensrecht 23-1-2018 1 Invoering beperkte gemeenschap van goederen Rijksuniversiteit Groningen Notarieel Instituut Groningen (NIG, zie: www.notarieelinstituut.nl) Prof. mr. Leon Verstappen 23-1-2018 2 Inleiding;

Nadere informatie

Monografieèn Privaatrecht. Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vijfde druk

Monografieèn Privaatrecht. Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vijfde druk Monografieèn Privaatrecht Erfrecht Prof. mr. M.J.A. van Mourik Vijfde druk Kluwer - Deventer - 2008 Inhoud Enige afkortingen en symbolen XV Enige verkort aangehaalde werken XVI I. INLEIDING 1 1. Erfrecht

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. Oktober 2015

Erfrechtjournaal. Oktober 2015 Erfrechtjournaal Oktober 2015 Items Proefschrift Boelens De tweetrapsmaking Procederen en executele Ontslag executeur Stiefkinderen en inkortingsvolgorde Proefschrift Boelens Het legaat, de wisselwerking

Nadere informatie

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:229

ECLI:NL:RBROT:2016:229 ECLI:NL:RBROT:2016:229 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 06-01-2016 Datum publicatie 07-01-2016 Zaaknummer C/10/475943 / HA ZA 15-510 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015 BEWIND Zodra een kind meerderjarig is (18 jaar) mag het zelf over zijn of haar eigen vermogen beschikken. Dat is meestal geen probleem, als dat vermogen niet groot is en één van beide ouders of beide ouders

Nadere informatie

De bescherming van erfgenamen tegen nalatenschappen met een negatief saldo

De bescherming van erfgenamen tegen nalatenschappen met een negatief saldo De bescherming van erfgenamen tegen nalatenschappen met een negatief saldo Masterscriptie rechtsgeleerdheid, accent privaatrecht Tilburg Law School 27-11-2013 Examencommissie: Prof. mr. P. Vlaardingerbroek

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament

Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament Notariaat Kremer Wezep, Stationsweg 87a, tel (038) 376 00 80 Oldebroek, Beeklaan 10, (0525) 63 13 35 Wet of testament De meeste zekerheid over verdeling

Nadere informatie

Erfrecht voor leken. Korte uitleg van het erfrecht in begrijpelijke taal

Erfrecht voor leken. Korte uitleg van het erfrecht in begrijpelijke taal Erfrecht voor leken Korte uitleg van het erfrecht in begrijpelijke taal Wat is erfrecht? We zullen beginnen met een uitleg van de drie belangrijkste termen die in het erfrecht worden gebruikt: De erflater

Nadere informatie

EEN GOED DOEL ALS ERFGENAAM HANDLEIDING EXECUTEURS BIJ DE AFWIKKELING VAN NALATENSCHAPPEN

EEN GOED DOEL ALS ERFGENAAM HANDLEIDING EXECUTEURS BIJ DE AFWIKKELING VAN NALATENSCHAPPEN HANDLEIDING EXECUTEURS 1 EEN GOED DOEL ALS ERFGENAAM HANDLEIDING EXECUTEURS BIJ DE AFWIKKELING VAN NALATENSCHAPPEN INHOUD: TAKEN VAN DE EXECUTEUR 4 HET EXECUTEURSCHAP IN DE PRAKTIJK 4 DE AFWIKKELING 5

Nadere informatie

Vermijding van financiële risico s voor erfgenamen

Vermijding van financiële risico s voor erfgenamen Vermijding van financiële risico s voor erfgenamen De bescherming van de rechtspositie van erfgenamen en Wet Bets Lisa Hensen 151981 26 mei 2017 Scriptiebegeleider prof. mr. P. Vlaardingerbroek Aantal

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5

Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5 Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5 (Tekst geldend op: 19 02 2015) Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 4. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling in deze

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht journaal. Oktober 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. Oktober 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal Oktober 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur Afwikkeling huwelijkse voorwaarden of afkoop? Verdeling vorderen? Beleggingsvisie en samenwoners?

Nadere informatie

2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan: Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

TESTAMENT HERROEPING ERFGENAMEN WETTELIJKE VERDELING OPVULLEGAAT

TESTAMENT HERROEPING ERFGENAMEN WETTELIJKE VERDELING OPVULLEGAAT 1 TESTAMENT De verschenen persoon verklaart: 1. HERROEPING Ik herroep alle uiterste wilsbeschikkingen vóór heden door mij gemaakt. 2. ERFGENAMEN Ik wijk niet af van de wettelijke erfopvolging of van de

Nadere informatie

Begunstigde en nalatenschap

Begunstigde en nalatenschap Begunstigde en nalatenschap Begunstigde en nalatenschap Veel huishoudens hebben een levensverzekering of een overlijdensrisico verzekering afgesloten, om de overblijvende partner financieel goed achter

Nadere informatie