ODYSSEUS BIJ DE FAIAKEN
|
|
|
- Jonas de Koning
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 LES 15 ODYSSEUS BIJ DE FAIAKEN Wat ga je leren? - het medium tantum (deponentia) - het medium met eigen betekenis ( betekenis-medium of intransitief gebruik) - het wederkerend gebruik van het medium ( zich ) - transitieve werkwoorden (met lijdend voorwerp) met mediumvervoeging (zgn. belanghebbend medium) - het praesens en imperfectum van bouvlomai, fobevomai en duvnamai - het praesens, imperfectum en aoristus medium van luvomai en poievomai - de avonturen van Odysseus: Kalypso, Nausikaä en de Faiaken Odysseus moeizame thuisreis 1. Lees De toorn van Poseidon, de eerste verzen van de Odysseia en beantwoord de volgende vragen. a. Wie wordt door de dichter aangeroepen? b. Welk woord uit de regels 1-10 geeft als het ware de inhoud van de Odysseia heel kort weer? c. Wat wordt bedoeld met de man van velerlei wegen (r. 1)? d. Wat is volgens regel 1-10 de globale inhoud van de Odysseia? e. De andere helden (r. 11): geef enkele voorbeelden van helden die bedoeld zijn. f. Hem alleen (r. 13): in welke twee opzichten is Odysseus alleen? Uit welke woorden van r blijkt dat de terugkeer van Odysseus naar Ithaca is voorbestemd? 2. Maak een korte samenvatting van Odysseus belevenissen tot hij in slaap valt op het eiland van de Faiaken. In deze samenvatting geef je kort de verschillende momenten van het verhaal aan. Verder vermeld je waarom Poseidon zo boos is op Odysseus en wie Kalypso is. 3. Kijk naar ill. 3. Geef van 6 goden die aan de vergadering deelnemen, aan wie ze zijn. 4. Kijk naar ill. 4. Beschrijf in enkele zinnen de sfeer die het schilderij weergeeft. 2
2 WOORDEN TEKST 15A ajfiknevomai, aor. ajfikovmhn (eij~ + acc.) ejpimelevomai + gen. e[rcomai, aor. h\lqon hj qugavthr (qugatrov~) hj kovrh parakeleuvomai + dat. to; ei ma (ei{mato~) ejpilanqavnomai + gen. kei`mai gamevomai (aan)komen (in), bereiken, arriveren zorgen voor, zich bekommeren om gaan, komen dochter meisje aansporen kleding(stuk), mv. kleren, kleding vergeten liggen trouwen (onderwerp: de vrouw) bouvlomai willen ejgeivromai wakker worden parav + acc. naar (van personen) oj potamov~ rivier a[peimi, inf. ajpeiǹai 1. afwezig zijn 2. verwijderd zijn duvnamai kunnen paraskeuavzw klaarmaken, gereedmaken aijdevomai + inf. 1. zich schamen om + acc. 2. ontzag hebben voor, respecteren h{domai + dat. blij zijn met, zich verheugen over Grieks in het Nederlands 1. Welk dier zal bedoeld worden met hippopotamos? 2. Welke Nederlandse woorden hangen samen met duvnamai? TEKST 15A Nausikaä Grammatica Tekst 15A Leer eerst het praesens, de imperativus en infinitivus van duvnamai, bouvlomai en fobevomai en de begrippen athematisch / thematisch op pag ejpimelei` `tai (r. 2): met welke naamval gaat ejpimelevomai? 2. Vergelijk kaqeuvdei (r. 4) en ejpilanqavnei (r. 6). a. Wat valt je aan de vorm van beide werkwoorden op? b. Wat moet je dus goed weten om de vorm correct te kunnen vertalen? 3. Welke constructie volgt er op crhv (r. 7)? 4. e[sei (r. 8): pas je kennis van vraag 2 toe op deze vorm. Welke persoon is het dus? 5. Soi; aujtw`/ (r. 14): hoe vertaal je aujtw`/ hier? 6. - Noteer uit regel 11 t/m 17 de 8 werkwoordsvormen met een medium-uitgang - Zet de 1e persoon praesens ernaast. 7. Geef van deze vormen met een medium-uitgang aan welke thematisch zijn en welke athematisch. 8. tevknon ejmovn (r. 21): in welke naamval staan deze woorden? 3
3 Onthoud Het Grieks heeft ongeveer dezelfde woordvolgorde als het Nederlands. Volg dus bij het vertalen zoveel mogelijk de Griekse woordvolgorde. Voor een goede Nederlandse zin moet je wel vaak de persoonsvorm naar voren halen. Vertaling Tekst 15A Inhoud Tekst 15A 1. In dit verhaal komen veel zaken uit het dagelijks leven aan de orde en de manier waarop de Grieken over allerlei dingen dachten. Welke informatie geven de regels 1 t/m 10 over het dagelijkse leven? 2. Op welke manier verschijnt de godin Athena aan Nausikaä? 3. Schrijf in het kort op welke informatie deze regels over het dagelijkse leven en de gebruiken verschaffen. 4
4 4. Touvtoi~ toi`~ lovgoi~ Nausikava to;n patevra peivqei (r. 18): waarvan overtuigt Nausikaä haar vader? 5. to;n gavmon (r. 19): welk huwelijk? 6. Ou to~ de; pavnta noei` (r. 20): wat begrijpt Nausikaä s vader zo goed? 7. Wat zeggen deze regels over de verhouding tussen dienaressen en een prinses? 8. Entau` `qa (r. 25): welke plaats wordt bedoeld? TAALOEFENINGEN TEKST 15A A. De volgende werkwoordsvormen staan door elkaar. Rangschik de vormen onder actief en medium. ajfiknouǹtai, e[pascon, e[rcetai, gamei`te, parevcein, bouvlesqai, e[feuge~, i{statai, faivnei (2x), bouvlou, baivnomen actief medium B. Vertaal de volgende werkwoordsvormen: 1. duvnasai 2. bouvlesqai 3. fobei`sqe (2x) 4. boulovmeqa 5. bouvlei C. Vertaal de volgende werkwoordsvormen: 1. ajpokrinovmeqa 2. kei`sai 3. kei`sqai 4. parakeleuvetai 5 e[rcesqe (2x) 6. e[rcou 7. aijdouǹtai 8. paraskeuavzei 6. duvnasqe (2x) 7. fobei` 8. fobou` 9. duvnatai 10. duvnantai 9. ejpilanqavnei 10. ejpimelei` `sqai 11. gamei` (2x) 12. ajfiknouvmeqa (2x) 13. ejgeirovmeqa 14. h{desqe (3x) 15. bouvlei 5
5 WOORDEN TEKST 15B ajnivstamai opstaan faivnw, aor. e[fhna tonen, laten zien faivnomai 1. verschijnen (vaak + inf.) 2. schijnen (te), toeschijnen gumnov~ naakt, onbedekt fobevomai bang zijn (voor), vrezen i{stamai gaan staan, blijven staan givgnomai, aor. 1. geboren worden, ontstaan ejgenovmhn 2. worden (als koppelwerkwoord) 3. gebeuren ou[pw/ouj... pw nog niet hj aijdwv~ (aijdou`~) 1. schaamte, gêne 2. respect, ontzag a{ptomai + gen. aanpakken, vastpakken pavscw, aor. e[paqon 1. lijden, te verduren hebben 2. ondervinden, ervaren oj povnto~ zee ejpivstamai 1. weten, kennen + inf. 2. kunnen hj ejsqhv~ (ejsqh`to~) kleding parevscon ik gaf, ik verschafte (aor. van (inf. parascei`ǹ) parevcw) hjgevomai + dat. leiden, voor(op)gaan hj eujtuciva succes, geluk, voorspoed Grieks in het Nederlands 1. a. Zoek op wat fenomeen betekent. b. Van welk Grieks woord is het afgeleid? 2. Zowel gymnasium als gymnastiek zijn afgeleid van gumnov~. Zoek uit wat deze begrippen in het oude Griekenland met elkaar te maken hadden (zie Les 26, pag. 88). 3. a. Zoek op wat haptonomie betekent. b. Met welk Grieks woord hangt het samen? TEKST 15B Odysseus en Nausikaä Grammatica Tekst 15B Leer nu ook het imperfectum van duvnamai, bouvlomai en fobevomai op pag ejfaivneto (r. 3): wat betekent faivnomai + infinitivus ook al weer? 2. gumo;~ h\n (r. 3): wie is onderwerp? 3. a. Noteer uit regel 1 t/m 7 de werkwoordsvorm die als duvnamai wordt vervoegd. b. Hoe kun je dit type werkwoord herkennen? 4. ti~ qeov~ (r. 9): hoe moet je ti~ hier vertalen? 5. ojmoiva (r. 9): a. Waarom staat er ojmoiva en niet ojmoi`ò~? b Met welke naamval gaat ojmoi`ò~? 6. ti~ ajnqrwvpwn (r. 10): hoe moet je ti~ hier vertalen? (let op: er staat niet ti~ a[nqrwpo~) 7. Makariwvtato~ (r. 11): is dit een comparativus of superlativus? 8. a{yasqai (r. 13): met welke naamval gaat a{ptomai? 9. ejlevhson (r. 16): welke vorm is dit van het werkwoord ejleevw? (let op de -s- in de uitgang en merk op dat de vorm geen augment heeft) 10. prwvthn (r. 16): prwvthn vertaal je hier predicatief. Hoe dus? 11. hjghvsasqai (r. 19): hjgevomai heeft verschillende betekenissen. Met welke naamval is het in deze zin geconstrueerd? 6
6 Vertaling Tekst 15B Inhoud Tekst 15B 1. a. Waarmee wordt Odysseus in de regels 1-2 vergeleken? b. Wat wil de vergelijking duidelijk maken? 2. AiJ me;n kovrai... hj de; Nausikava (r. 4-5): wat wil de dichter met het gebruik van me;n... dev aangeven? 3. Heeft Odysseus al gezegd wat hij van Nausikaä wil? Verklaar je antwoord. 4. Vat in enkele woorden samen wat Odysseus in regel 8 t/m 12 tegen Nausikaä zegt. 5. twǹ gonavtwn sou a{yasqai (r. 13): wat betekent de uitdrukking iemands knieën beetpakken? 6. All ejgw; mavl a[qliov~ eijmi (r. 14): met welke opmerkingen van Odysseus vormen deze woorden een tegenstelling? 7. Kijk naar ill. 5a/b. Op welke punten verschilt deze afbeelding van de tekst? 8. In regel 18 herhaalt Odysseus het woord livssomai: wat zal hij Nausikaä gaan smeken? 9. touvtwn cavrin (r. 20) geeft aan dat er sprake is van twee dingen waarvan de een de oorzaak en de ander het gevolg is. Wat is de oorzaak en wat is het gevolg? 7
7 O1 De ontmoeting van Odysseus en Nausikaä op een tekening van de Nederlander Willem van Mieris ( ). 10. Welke informatie geven de regels (mevllousin)? Bedenk goed wie dit zegt. 11. Bekijk ill. 5a/b en ill. O1 goed. Ze stammen uit verschillende perioden (ill. 5a/b is een Griekse vaasschildering uit de 5de eeuw v. Chr. en O1 is een tekening door een Nederlandse kunstenaar uit de 16de/17de eeuw). a. Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten tussen beide afbeeldingen in de manier waarop ze het verhaal uitbeelden? b. Noem ook twee belangrijke verschillen. TAALOEFENINGEN TEKST 15B A. Vertaal de volgende werkwoordsvormen: 1. ejdunavmeqa 2. ejduvnaso 3. duvnaso 4. ejfobei` `to 5. fobei`tai 6. ejbouvlesqe 7. bouvlesqe (2x) 8. ejfobou` 9. ejbouvlonto 10. ejfobei`sqe B. - Zet de volgende praesens-vormen om in het imperfectum - Vertaal daarna het imperfectum. 1. bouvlesqe 2. fobei`tai 3. bouvlomai 4. duvnantai 5. fobei` 6. dunavmeqa 8
8 C. Kies de juiste betekenis: 1. ajnistavmhn 2. hjpivstato 3. hjgouǹto 4. hj /douvmeqa 5. ejfaivnou 6. i{stato 7. h{ptesqe 8. hjgeivreto 9. parekeleuovmeqa 10. ajfiknouǹto a. zij leidden d. ik stond op g. zij konden j. hij ging staan m. zij kwamen aan b. zij pakten vast e. zij gingen staan h. wij spoorden aan k. hij wist n. wij schaamden ons c. jij scheen f. jullie pakten vast i. ik werd wakker l. hij werd wakker o. wij stonden op WOORDEN TEKST 15C ajpokrivnomai nevmw ajgaqov~ ei[te... ei[te ejpeiv, ejpeidhv parivstamai + dat. Diov~, Diiv, Diva (gen., dat., acc.) antwoorden verdelen, toedelen goed of... of, hetzij... hetzij 1. toen, nadat (+ verleden tijd) 2. aangezien, nu (als voegwoord) bijstaan, helpen Zeus louvw louvomai oj w\mo~ parav + dat. hj cavri~ (cavrito~, acc. cavrin) kavqhmai qeavomai wassen zich wassen schouder bij 1. charme 2. gunst, dank zitten bekijken, beschouwen Grieks in het Nederlands 1. Er zijn in het Nederlands veel woorden die samengesteld zijn met het Griekse voorzetsel parav. Het woord parav heeft behalve de betekenis bij, ook nog andere betekenissen, zoals naast, langs, tegen. Welke betekenis van para tref je in de volgende woorden aan? a. paraplu d. paragraaf b. parallel e. paramedisch c. parachute f. parasol 2. Wat betekent het als je van iemand zegt dat hij een charismatisch persoon is? Als je het niet weet, zoek je het op. 3. a. Van welk woord is theater afgeleid? b. Wat betekent het dus letterlijk? Opdracht woorden Les 15 In onderstaande reeksen staat steeds één woord dat op grond van betekenis daarin niet thuishoort. Welk? Geef aan waarom dit woord er niet in thuishoort. 1. w\mo~ o{pla kefalhv ceivr 2. ajgaqov~ eu[nou~ kalov~ ejcqrov~ 3. e[rcomai qeavomai ajkouvw skopevw 4. fobevomai bavllw aijdevomai lupevw 5. mhvthr qugavthr ajdelfov~ dou` `lo~ 9
9 ` TEKST 15C Nausikaä helpt Odysseus Grammatica Tekst 15C Bestudeer eerst de grammatica op pag. 12 en Xevne (r. 2): in welke naamval staat dit woord? 2. kakoi` `~ (r. 3): waarmee congrueert dit bijvoeglijk naamwoord? 3. crhv (r. 4): welke constructie volgt op crhv? Geef de desbetreffende woorden. 4. tou` ` tw`ǹ Faiavkwn hjgemovno~ (r. 7): welke grammaticale functie hebben deze woorden? 5. fobei`sqe (r. 9): hoe kun je zien dat deze vorm als een imperativus is bedoeld? 6. - Haal uit regel 1 t/m 10 alle (10) werkwoordsvormen met een mediumuitgang - Geef van deze vormen aan of ze een medium tantum/deponens zijn, of dat ze intransitief, wederkerend of belanghebbend zijn gebruikt. 7. All a[gete t/m crivsate (r ): geef de drie persoonsvormen uit deze zin. 8. aujth` / (r. 22): moet je dit verbinden met ejfaivneto of o{moio~? Vertaling Tekst 15C 10
Z I N S O N T L E D I N G
- 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk
Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus
ZELFSTANDIG NAAMWOORD Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus meervoud nominativus genitivus accusativus BIJVOEGLIJK
Aantekening Participium
Aantekening Participium 1. Vorm Er zijn vier verschillende mogelijkheden. Als voorbeeld nemen we het werkwoord luvw: benoeming vorm betekenis - ptc. prs. Act. luvwn, etc. losmakend - ptc. prs. Med. luovmeno~,
ODYSSEUS BIJ DE FAIAKEN
LES 15 ODYSSEUS BIJ DE FAIAKEN Odysseus moeizame thuisreis De toorn van Poseidon 1 Muze, verhaal van de man van velerlei wegen, die heel lang rondzwierf, nadat hij de heilige burcht van Troje verwoest
BIJBELS GRIEKS HERHALING 2
Pagina:1 Her. 2.1 Inleiding In deze les herhalen we de belangrijkste zaken uit les 6 t/m 10. Leest u voordat u verder gaat met deze les eerst de theorie van de lessen 6 t/m 10 nog eens grondig door! Her.
BIJBELS GRIEKS LES 8
Pagina:1 8.1 De aoristus medium Voordat we zo het lezen van een stuk uit Johannes 3 gaan voorbereiden eerst nog de aoristus medium en de conjunctivus en het woordje Hieronder vindt u nog naast elkaar de
BIJBELS GRIEKS LES 2
Pagina:1 2.1 Naamvallen Als u de zin "De predikant gaf" leest, zult u het er ongetwijfeld mee eens zijn, dat die zin niet af is. Er moet nog een aanvulling komen. Dat is ook het geval met de volgende zinnen:
Eindexamen Grieks vwo 2003-I
4.1 Antwoordmodel voor de vragen Tekst 1 1 a. regel 13 1 b. Door de ringcompositie / door de herhaling (in regel 13) van het in regel 1 gebruikte werkwoord 1 2 Omdat hier een door de dichter ingevoerde
BIJBELS GRIEKS LES 5
Pagina:1 5.1 De Aoristus (2) De verleden tijd kan in het Nederlands op twee manieren gevormd worden. 1. betalen - betaalde; koken - kookte. We noemen dit zwakke werkwoorden. 2. kijken - keek; vragen -vroeg.
Tekst 5 ., ; + overtreffende trap. ' =. Verbinden
Tekst 5 Socrates krijgt vroeg in de ochtend in de gevangenis bezoek van zijn vriend Crito. Omdat Socrates nog ligt te slapen, heeft hij zijn binnenkomst niet meteen opgemerkt. Zodra hij wakker is, begint
BIJBELS GRIEKS LES 10
Pagina:1 10.1 Nog meer werkwoorden op - In de vorige les behandelden we het werkwoord Er zijn echter nog meer werkwoorden op -. Een ander bekende werkwoorden op - is = zetten. Toch worden deze laatste
waarmee de dichter naar zijn eigen activiteit verwijst.
Tekst 1 Regel 321 Τὸν 1p 1 Noteer de naam van de persoon naar wie Τὸν verwijst. Regel 326 χόλον τόνδ In het vervolg van de tekst voert Paris een andere reden aan voor het feit dat hij niet deelneemt aan
Online cursus spelling en grammatica
Handleiding Online cursus spelling en grammatica Het hoofdmenu In het hoofdmenu kun je links op een niveau klikken. Daarnaast zie je een overzicht van de modules die bij dit niveau horen. Modules Rechts
Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8
Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk
Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.
Naam: Mijn doelenboekje Grammatica Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8 www.gynzy.com Inhoud & Legenda In dit doelenboekje zijn de volgende Werelden te vinden: Taalkundige ontleding...3 Redekundige
DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.
DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen. STRUCTUUR De lesstof is ingedeeld in rubrieken (onderwerpen)
Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden
Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden Samenvatting door Bernard 1165 woorden 29 januari 2015 6,8 14 keer beoordeeld Vak Nederlands Redekundig ontleden Allereerst, wat is redekundig ontleden? Redekundig
Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.
DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden
71 S. instapkaarten taal verkennen 5KM. MALtABERG. QVRre. v;rw>r t. -t.
v;rw>r t 7 S SS QVRre F9 - -t. t- L 5KM i r MALtABERG instapkaarten taal verkennen S -4 taal verkennen komt er vaak een -e achter. Taa actief. instapkaarten taal verkennen. groep 8 Maimberg s-hertogenbosch
TAALVERZORGING KGT 2 SPORTIEF PERRON 1
Sportief! TAALVERZORGING KGT SPORTIEF PERRON Je zit alweer in het tweede jaar van het vmbo. Vorig jaar heb je veel geleerd bij het onderdeel Taalverzorging, maar misschien ben je ook wel iets vergeten.
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Onderdeel: Grammatica zinsdelen H1-H3 (RTTI) Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1-3 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online Cambiumned.nl De leerling kent de theorie m.b.t. de zinsdelen: - persoonsvorm
Grammatica Zinsontleding - Uitgebreid. Ondersteunend materiaal - Uitlegkaarten Geschikt voor de groepen 7 en 8
Zinsontleding - Uitgebreid Ondersteunend materiaal - Uitlegkaarten Geschikt voor de groepen 7 en 8 Inhoudsopgave Persoonsvorm 4 Onderwerp 6 Gezegde: werkwoordelijk en naamwoordelijk 7 Lijdend voorwerp
Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,
Zinsontleding: onderwerp, persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, handelend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepalingen in zinnen.
1 keer beoordeeld 4 maart 2018
7 Samenvatting door Syb 764 woorden 1 keer beoordeeld 4 maart 2018 Vak Nederlands Nederlands Toets week 3 ZAKELIJKE TEKSTEN LEZEN Het onderwerp van een tekst bestaat uit een paar woorden. Een deel onderwerp
Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen
Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen 1.1 Eigen kennis 1.1.1 Kinderen kunnen hun eigen kennis activeren, m.a.w. ze kunnen aangeven wat ze over een bepaald onderwerp al weten en welke ervaringen ze er
GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG
GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK
Onze-Lieve-Vrouwlyceum Genk Lycipedia: Beter leren CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE. Werkwoorden vervoegen
CAPUT SECUNDUM TAALSTUDIE Werkwoorden vervoegen 1. De infinitief In de woordenlijst vinden we de woorden altijd in dezelfde vorm. Deze vorm, die we het grondwoord noemen, is voor een werkwoord de infinitief..
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
2018-2019 Klas: HV1 Lesperiode: 1 + 2 Diploma grammatica Methode: Nieuw Nederlands 5 e editie Hoofdstuk: Grammatica HF 1 t/m 6 Bladzijde: 25 t/m 30, 67 t/m 72, 109 t/m 114, 151 t/m 156, 193 t/m 198, 235
(werkwoordelijk gezegde)
Grammatica 1F Grammatica 1F bestrijkt de basisregels van de Nederlandse grammatica die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs meestal nog wordt geoefend. Doelgroepen
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Vak: Nederlands, onderdeel taalportfolio /HV Lesperiode: 1 Taalportfolio deel 1 In je taalportfolio komen 4 opdrachten die gedurende het jaar worden uitgedeeld en uitgelegd. In de eerste rapportperiode
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende
Antwoorden Nederlands Ontleding
Antwoorden Nederlands Ontleding Antwoorden door een scholier 1587 woorden 27 april 2010 5,8 10 keer beoordeeld Vak Nederlands Taalkundig ontleden; Lidwoorden; Een lidwoord hoort altijd bij een zelfstandig
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende regel De stam van werkwoorden kunnen noteren
TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2
Sportief! TAALVERZORGING BK 2 SPORTIEF PERRON 2 Je zit alweer in het tweede jaar van het vmbo. Vorig jaar heb je veel geleerd bij het onderdeel Taalverzorging, maar misschien ben je ook wel iets vergeten.
oefenbundel voor het vierde leerjaar
oefenbundel voor het vierde leerjaar leerinhoud aard bron taal: de persoonsvorm verrijking Tijd voor Taal accent - Taal 4 taalbeschouwing taal: figuurlijk taalgebruik accentactiviteit Tijd voor Taal accent
Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord
Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord
instapkaarten taal verkennen
instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3
Thema 10. We ruilen van plek
Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Vak: Nederlands Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2016-2017 Lesperiode: 1 Hoofdstuk: Spelling 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende
Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.
groep 8 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Verlengde instructie: Per kind een blad met
Loopt vader met moeder in het park?
Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint
De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon
Josée Coenen De bovenkamer een kleurrijke grammatica van het Nederlands colofon Dit overzicht is samengesteld door Josée Coenen, auteur van De bovenkamer. Vormgeving Marjo Starink Bazalt 2016 Voor meer
Eigen vaardigheid Taal
Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht
Eindtermen bij het beginonderwijs Klassiek Hebreeuws. Een handreiking aan docenten
Eindtermen bij het beginonderwijs Klassiek Hebreeuws Een handreiking aan docenten Inleiding Het is gebleken dat onder docenten Klassiek / Bijbels Hebreeuws voor beginners behoefte bestaat aan een overzicht
Extra opdrachten met het zinsbouwpakket. Bijlage bij het Basisboek syntaxis
Extra opdrachten met het zinsbouwpakket Bijlage bij het Basisboek syntaxis 1 Hoofdstuk 1: 1. De volgende opdrachten kun je alleen uitvoeren als je het zinsbouwpakket hebt. a. Zoek het puzzelstukje 'wolf'
Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.
Basisgrammatica Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw. Doelgroepen Basisgrammatica Het computerprogramma Basisgrammatica
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende
Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar
Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde
Leren van woorden Herhalen en consolideren van kennis van woorden uit leerjaar 1 en 2.
Leerlijn Latijn Leerjaar 3 ( zelfstandige gymnasia klas 3, scholengemeenschap klas 4) - heeft betrekking op leerstof - heeft betrekking op vaardigheden Kernconcept Inhoud Eisen aan de leerling Activiteit
1. Overzicht grammatica 2V
Inhoudsopgave 1. OVERZICHT GRAMMATICA 2V... 2 A. LIDWOORD... 2 B. ONTKENNINGEN... 2 C. PERSOONSVORM... 2 D. NAAMVALLEN... 2 E. ZINSDELEN... 3 F. TERMINOLOGIE... 3 2. TOTAALOVERZICHT VERBUIGINGEN... 4 A.
Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament
Beknopte grammatica voor de cursus Grieks van het Nieuwe Testament versie 1.0 Menno Haaijman scripture4all.org Tijdens de try-out voor de cursus bleek dat veel, zo niet alle, toehoorders de Nederlandse
Leerstofomschrijving proefwerkweek 2 1 kgt. Vak. Engels. Lesstof. File 4 Post It, Like It. Stofomschrijving
Leerstofomschrijving proefwerkweek 2 1 kgt Vak Engels File 4 Post It, Like It F Grammar: hoe je de verleden tijd van to be en to have maakt; hoe je meervouden maakt in het Engels; hoe je kunt aangeven
BIJBELS GRIEKS LES 11
Pagina:1 11.1 Nieuwe verbuigingen Straks zult u de "bergrede" gaan lezen. In deze bergrede komt het woordje "berg" voor. Het Griekse woord voor "de berg" is. Dit woord is onzijdig en wordt niet als verbogen.
Denken over taal: ontleden #2.0
DOMINICUS COLLEGE tweede klassen VWO NIJMEGEN december 2011 Denken over taal: ontleden #2.0 Je krijgt in tweetallen een aantal losse kaartjes, waarop taaluitingen staan van een tweejarige kleuter. Je ziet
BIJBELS GRIEKS LES 4
Pagina:1 4.1 De verleden tijd (het imperfectum) In les 1 heeft u de vervoeging van de tegenwoordige tijd geleerd. Hieronder volgt de vervoeging van een verleden tijd. Deze verleden tijd heeft als naam
Toets grammaticale termen met sleutel
Schrijf Vaardig 1, 2 en 3 Methode met grammaticale opbouw voor anderstaligen Toets grammaticale termen met sleutel Marilene Gathier u i t g e v e r ij c o u t i n h o c bussum 2012 Deze toets hoort bij
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Fictie Klas: MH-1 Lesperiode:1 Taalportfolio In je taalportfolio komen 5 opdrachten die gedurende het jaar worden uitgedeeld en uitgelegd. In de eerste rapportperiode worden de eerste 3 opdrachten beoordeeld
In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen.
In dit boekje staan verschillende mogelijkheden om iets op te lossen. Mochten er aanvullingen zijn, kunt u altijd een e-mail sturen naar [email protected]. ONTLEDEN Taalkundig ontleden. benoem de
Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.
Woordsoorten De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort. Woord Uitleg Voorbeeld Werkwoord Lidwoord Zelfstandig Bijvoeglijk
Kinderdienst: Helden Over David en Goliath.
Kinderdienst: Helden Over David en Goliath. Voor de dienst: *Wat is dat, dat is Goliath *Trek je wapenrusting aan *Ik volg de Heer *Groot en machtig zijt Gij 387 *Van A tot Z 241 opwekking voor kids Welkom
Tevredenheid 1. Tevreden over wat je hebt gedaan 8 2. Tevreden in alle omstandigheden Tevreden met weinig Tevreden met wat je hebt 14
Inhoud Tevredenheid 1. Tevreden over wat je hebt gedaan 8 2. Tevreden in alle omstandigheden 10 3. Tevreden met weinig 12 4. Tevreden met wat je hebt 14 Angst 5. Angst voor mensen 16 6. Angst voor God
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het
Woordenkennis In Huis. Kaartenparen om het oefenen en het versterken van de woordenschat zowel receptief alsook productief. Bestelnummer 814 00
Woordenkennis In Huis Kaartenparen om het oefenen en het versterken van de woordenschat zowel receptief alsook productief. Bestelnummer 814 00 K2-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat 37 NL-2411 CS Bodegraven
Examen VWO. Grieks. tijdvak 1 dinsdag 24 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VWO 2016 tijdvak 1 dinsdag 24 mei 9.00-12.00 uur Grieks Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen en een vertaalopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.
PTA leerjaar
PTA leerjaar 07-08 Grieks Klas PTA 07 08 Soort toets ARGO Thema BEGIN les en gemiddelde so s x Periode Taal: Alfabet Lidwoord Getal De Griekse zin, partikels Cultuur: Proloog: Hellas Epos Mythe en het
Vollenhove Wonen op een havezate
D S T R K C N T Opdracht 1 Nodig: foto van jezelf als klein kind, fotoblad opdracht 1 In Vollenhove staat de havezate Oldruitenborgh. De havezate is al heel oud. Bijna 250 jaar geleden, rond 1770, woonden
Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.
Ontleden Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Bij het redekundig ontleden verdeel je de zin in zinsdelen en geef je elk zinsdeel een redekundige naam. Deze zinsdelen
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Vak: Nederlands, onderdeel taalportfolio Lesperiode: 1 Taalportfolio deel 1 In je taalportfolio komen 4 opdrachten die gedurende het jaar worden uitgedeeld en uitgelegd. In de eerste rapportperiode worden
instapkaarten taal verkennen
-b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord
ajgw ujmin aujton ejxw
1 LES VI 6.1 Inleiding In deze les beginnen wij met de behandeling van het werkwoord. Wij willen geleidelijk alle tijden van het werkwoord in het Grieks langs lopen. Regelmatige werkwoorden hebben evevn
Vakonderdeel: TAALBESCHOUWING: NADENKEN OVER TEKSTEN
Vakonderdeel: TAALBESCHOUWING: NADENKEN OVER TEKSTEN Doelen De termen lay-out, cursief en vetjes correct gebruiken De bedoeling van een lay-out inzien De bedoeling van cursieve en vetgedrukte woorden inzien.
PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:
PIT HAVO-2 +HAVO/VWO-2 2016-2017 Vak: Nederlands Onderdeel: Spelling H1 en H2 Lesperiode: 1 Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1 en 2 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online De leerling kent de volgende
EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 9. TalencentrumBarneveld.nl.
versie 2 1. Weer een vers uit gen. 22!.OnB:=tae uoxw:li tleke^a_m-h-=tae xq- YI v- Od yf=tae,hfrfb:a- xl-w: YI v-,hfrfb:a-,hfrfb:a- rmeaoy^v-,yim-^wfh-=]mi hvhy @a-l:m- vylfa" arfq:yiv- Ook met dit vers
H1 D-Toets Fictie en Grammatica
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Merlijn Draisma 09 juni 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/62569 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
We zijn tevreden mensen!
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Vlamingen bekennen: We zijn tevreden mensen! De Vlaamse regering wil de Vlamingen goed kennen. Daarom doet ze elk jaar een onderzoek.
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
2016-2017 Vak: Nederlands Klas: vmbo-tl 2 Onderdeel: Spelling 1 & 2 Digitale methode 1F Spelling: verdubbeling en verenkeling. 1F Spelling: vorming van het bijvoeglijk naamwoord. 1F Werkwoordspelling waarvan
BOL / BBL OPLEIDINGEN. (Combi ) VERZORGENDE-IG // MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER
BOL / BBL OPLEIDINGEN (Combi ) VERZORGENDE-IG // MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER BOL / BBL NEDERLANDS 2F module 1 Taalbegrip en taalverzorging basisfase 2022 kwartiel 1
BIJBELS GRIEKS HERHALING 1
Pagina:1 Her.1.1 Inleiding Dit een herhalingsles. In deze les herhalen we de beangrijkste zaken uit les 1 t/m 5. We beginnen met het herhalen van de naamvallen. Leest u voordat u verder gaat met deze les
Programma van Inhoud en Toetsing
Onderdeel: Grammatica zinsdelen (RTTI) Lesperiode: 1 Hoofdstuk: 1, 2,3 & 5 Theorie blz 28, 68, 108, 188, 189 De leerling moet de volgende zinsdelen kennen: persoonsvorm onderwerp werkwoordelijk gezegde
blz. verwijzen naar Kosmos 1 Woorden en Grammatica, 2006 1 e druk
Grieks Klas Periode Periode PTA 0 03 blz. verwijzen naar Kosmos Woorden en Grammatica, 006 e druk Kosmos Het Griekse schrift, les A en B Het Griekse schrift (voor de kerstvakantie) Grammatica: Grieks alfabet
GRIEKSE TAAL EN LITERATUUR VWO
GRIEKSE TAAL EN LITERATUUR VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015 juni 2014 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor
Onderdeel: Grammatica zinsdelen Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:
Onderdeel: Grammatica zinsdelen Lesperiode: 2 1, 2 en 5 Extra materiaal: PowerPoint Stappenplan zinsdelen op blz. 268 t/m 270 zinsdelen: Onderwerp Werkwoordelijk- en naamwoordelijk gezegde Lijdend voorwerp
Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.
5 Veldhuis & Kemper Te blond werkblad 1-1 Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord. Te blond Veldhuis & Kemper Je haren zijn te blond Je lippen veel te (1) bol/vol
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Onderdeel: Hoofdstuktoets [Je leert over] onderwerp, deelonderwerpen en hoofgedachte. 2F Ik kan onderwerp en deelonderwerpen van een tekst vinden. 2F Ik kan de hoofdgedachte van een tekst vinden. 2F Ik
Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5
Taal actief 4 taal verkennen groep 5-8 taal verkennen groep 5 In dit document een overzicht opgenomen van de benodigde voor de lessen Taal verkennen groep 5. Deze kenn maakt onderdeel uit van de leerlijn
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Samenleving De nieuwe vaders Niveau 3
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 De nieuwe vaders Vroeger vormden vader en moeder met de kinderen een gezin. Vandaag is dat soms anders. Meer en meer ouders scheiden.
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende
Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)
Week 1 t/m week 12 Nieuw Nederlands. 3 vwo. 5 e editie Onderdeel Grammatica Zinsdelen en Grammatica Woordsoorten 1 en 2 2 uur per week Additionele methode: Klare taal plus Weten wat de volgende begrippen
VOORWOORD. René van Royen
VOORWOORD Priscianus was een knappe man. Toen Rome lang geleden nog een rijk was, leerde hij de kinderen in zijn klas Latijn. Hij gaf dus les, maar wat hij in de klas vertelde schreef hij ook op. Zo ontstond
Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek
Compacte taalgids Nederlands (basis en gevorderd) les- en werkboek Bezoek- en postadres: Bredewater 16 2715 CA Zoetermeer [email protected] www.uitgeverijbos.nl 085 2017 888 Aan de totstandkoming van
