NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT"

Transcriptie

1 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 30e vergadering 22 december 2011, avond Openbare vergadering van de Gemeenteraad, gehouden op donderdag 22 december 2011 te uur. Voorzitter: mr. A. Wolfsen Tegenwoordig zijn de leden: Van Asperen, mevr. Baş, Beerlage, mevr. De Boer, mevr. Bottse, mevr. Bouazani, Buunk, Van Corler, mevr. Dibi, Dijk, Eggermont, Fokke, Geldof, mevr. Van Gemert, Gilissen, mevr. Haage, mevr. Hakbijl, mevr. Hamid, Hoek, Ikkersheim, Işik, Kleuver, Koopmans, Kuijper, mevr. Mos, mevr. Nalis, Oldenborg, mevr. Oskam, Post, Ravesteijn, Van der Roest, Rollingswier, Roodenburg, Rottier, Rijpma, Van Schie, Schipper, Smid, Van Stuijvenberg, Verschuure, mevr. Vink, De Vries, Van Waveren en Zwanenberg. Tevens zijn aanwezig de wethouders mevr. Den Besten, Everhardt, Isabella, Kreijkamp, Lintmeijer en mevr. De Rijk. Griffier: drs. A.A.H. Smits, griffier. Opening van de vergadering De VOORZITTER opent de vergadering en spreekt als volgt: Dames en heren! Ik heet u allen van harte welkom, speciaal natuurlijk de mensen op de publieke tribune. Ook de mensen die thuis meeluisteren of meekijken heet ik van harte welkom. Wij vinden het altijd mooi als er zoveel belangstelling is voor het werk in de gemeenteraad. Wij hebben vanavond een uitgebreide agenda af te handelen, maar een belangrijk punt aan het begin van deze vergadering is het afscheid van onze ombudsman, mevrouw Schellekens. Ik stel voor om niet eerst de hele agenda door te nemen, maar om gelijk te beginnen met het afscheid, als u daarmee instemt. Ik stel vast dat dat het geval is. Afscheid van mevrouw mr. M.E.T. Schellekens als Gemeentelijke Ombudsman. (Mevrouw Schellekens neemt plaats achter de tafel van de voorzitter en de griffier.) De VOORZITTER: Dames en heren, leden van de raad, leden van het college, mevrouw Schellekens en familie en vrienden van mevrouw Schellekens! Op 1 januari 2012 komt er een einde aan een instituut dat de gemeente Utrecht sinds 1990 heeft gekend: de Gemeentelijke Ombudsman. Wij hebben een tijdje geleden al een beetje informeel afscheid daarvan genomen op een mooi symposium, hier in deze raadzaal. Dit is natuurlijk ook de plek om dat te doen, met allerlei sprekers. Voorts was er toen een mooie receptie in de hal van het stadhuis, maar het is goed om ook in een officiële raadsvergadering afscheid te nemen van de Gemeentelijke Ombudsman. Mevrouw Kwant en, sinds 2004, mevrouw Schellekens hebben deze bijzondere functie vervuld, deels ook voor een wisselend aantal andere Utrechtse gemeenten. Ik heb die tijdens het symposium allemaal genoemd, maar ik zal mij vandaag beperken tot de gemeente Utrecht. De afwikkeling van klachten van burgers, waar deze burgers en de gemeente er samen niet uitkwamen, was de belangrijkste taak van de ombudsman. Die had uitdrukkelijk als opdracht om als een onafhankelijke intermediair op te treden tussen burgers en gemeente en desgevraagd een oordeel te geven over de bejegening door of namens de gemeente.

2 Avondvergadering van 22 december Begin deze maand mocht ik, op uitnodiging van mevrouw Schellekens, spreken tijdens het afscheidssymposium, dat zij het thema "Reflecteren kun je leren" heeft meegegeven. Ik ben toen begonnen met te verwijzen naar haar eigen jaarverslagen. Daaruit blijkt dat de gemeente Utrecht de afgelopen jaren op het gebied van klachtenbehandeling veel heeft geleerd en veel heeft gereflecteerd, al heeft mevrouw Schellekens daar, net als haar voorgangster, soms als een terriër achteraan moeten zitten. Maar uiteindelijk werd er geleerd en gereflecteerd. Het aantal klachten waar burgers en gemeente niet samen uitkwamen, is teruggelopen van 711 in 2003 tot 377 in het afgelopen jaar, terwijl de stad in diezelfde tijd is gegroeid van tot meer dan inwoners. In alle bescheidenheid (uiteraard): reden tot toch wel enige trots. Uw werk heeft effect gehad, mevrouw Schellekens, leiden wij daar maar uit af. Toch kunnen wij als gemeente Utrecht op het moment dat het instituut ombudsman hier ophoudt te bestaan, niet zeggen dat ons optreden op het gebied van klachtenbehandeling volmaakt is. Zeker niet. Het kan altijd beter. Bovendien blijkt het altijd weer verrassend moeilijk te zijn om een eenmaal gehaald niveau daadwerkelijk vast te houden. Een onafhankelijke persoon (of instituut) die bij ons als gemeente de vinger op de zere plekken legt, die ons wijst op onze soms reactieve houding, die als het nodig is, of wij dat nu willen of niet, kritiek op ons levert met het doel dat wij het de volgende keer beter doen, zo iemand was de afgelopen 22 jaar voor onze gemeentelijke diensten belangrijk en zal dat ook blijven, want reflecteren en leren horen er in een moderne ambtelijke organisatie gewoon bij. Het zal echter voor mensen, dus ook voor ambtenaren, altijd een beetje moeilijk blijven om te gaan met kritiek. Daarom moeten er altijd mensen zijn die ons daarbij helpen. Mensen die ons zo nodig dwingen, soms tot onze eigen irritatie en tot in alle haarvaten van onze organisatie, om bij de les te blijven. Ik ben ervan overtuigd dat ook de Nationale ombudsman in staat zal zijn ons voldoende scherp te houden. Daarbij is het inderdaad van belang, zoals mevrouw Schellekens zelf begin deze maand zei, dat hij net zo ver op de werkvloer zal doordringen als zij heeft gedaan. Ik ben er ook van overtuigd dat het daarbij zal helpen dat de cultuur in onze organisatie onder meer door toedoen van de ombudsman, dus door toedoen van mevrouw Schellekens, al zodanig is veranderd dat op het gebied van de klachtenbehandeling meer Utrechtse ambtenaren dan ooit iets doen met de aanbevelingen van de ombudsman. Ik denk, mevrouw Schellekens, dat velen in en buiten de organisatie, zelfs degenen die u wel eens heeft geërgerd, uw aanbevelingen zullen gaan missen. Ik dank u namens het gehele gemeentebestuur voor uw volle inzet gedurende zeven-en-eenhalfjaar. Dank voor het vele goeds dat u de burgers van Utrecht - daar werken wij uiteraard allemaal voor - hebt gebracht door uw persoonlijke inzet. Het ga u goed. (Applaus.) (De voorzitter overhandigt daarop mevrouw Schellekens een boeket bloemen.) Mevrouw SCHELLEKENS: Geachte burgemeester, geachte leden van de gemeenteraad, geachte collegeleden! Een tijdje terug sprak ik met een collega binnen de gemeente Utrecht die ook binnenkort afscheid neemt. Die zei tegen mij: Ik heb het niet zo op afscheidsrecepties, want dan staan ze daar allemaal en ben je opeens hun beste vriend, terwijl je weet dat ze achter je rug over je geroddeld hebben. Eigenlijk behoor ik ook tot het soort mensen dat dat zegt. De reden waarom ik hier sta en waarom wij een symposium georganiseerd hebben, is dat wij als ombudsteam tegen elkaar zeiden: Wat er ook gebeurt, wij gaan door de voordeur naar buiten, niet door de achterdeur. Vandaar. Ik vind het een eer dat hier nu zoveel raadsleden zijn. Dat is niet een eer voor mij, maar een eer voor het team dat, in wisselende samenstellingen, 22 jaar lang met passie en plezier het werk heeft gedaan. Iedereen bracht zijn of haar eigen specifieke kwaliteiten in. Zelf heb ik vanaf het begin nadrukkelijk gekozen voor onderzoek op de werkvloer, omdat ik dacht: Dat is waar de burger contact mee heeft, met de ambtenaren, en van daar werken wij zo veel mogelijk naar boven, om ervoor te zorgen dat men ook daar oog krijgt voor het belang van de burgers. Tot op zekere hoogte is dat zeker gelukt. Ons kantoor was op het laatst goed bezet wat betreft capaciteit, continuïteit en kwaliteit. Ik heb het dan ook eigenlijk nooit zo goed gehad als in de afgelopen twee jaar. In die zin is het jammer dat de gemeenteraad juist op dit moment het besluit heeft genomen om over te stappen. Overigens mag de raad dat gewoon doen, sans rancune, maar dat neemt niet weg dat wij nu in staat zouden zijn om veel meer onderzoek op eigen initiatief te doen. Ik heb het altijd heel jammer gevonden dat wij dat niet konden doen. Ik spreek namens het hele team van de laatste tijd -bestaande uit mevrouw Van der Steen, mevrouw Van Zeben en mevrouw Blok- als ik zeg dat wij het werk met plezier en passie hebben gedaan. Wel hadden wij af en toe last van afdelingen van de gemeente die het heel moeilijk vonden om even uit de systemen te denken en te denken vanuit de wijze waarop burgers de zaken ervaren.

3 Avondvergadering van 22 december Zij vonden het ook heel moeilijk om toe te geven dat zij dingen verkeerd hadden gedaan, maar uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. Het was erg leuk om tijdens het symposium van verschillende kanten te horen dat ze ons wel lastig vonden, maar dat ze ook heel veel van ons geleerd hadden. Het allermooiste compliment dat ik in de afgelopen zeven-en-een-halfjaar heb gekregen, kwam van de klachtencoördinator sociale zaken. Hij zei: Ik ben een Amsterdammer, en daarom zeg ik toch even dat ik jou een moordwijf vind! Dat vond ik erg leuk. Ik had namelijk een heel scherp rapport uitgebracht over de interventieteams die ingesteld waren. Het mooie was dat de afdeling toch in staat was om feedback toe te laten en daarvoor een compliment te geven (zij het dat wij ook wel eens complimenten hebben gegeven). Daaruit bleek dat onze feedback binnenkwam en dat de manier waarop wij die gaven, geaccepteerd werd. Ook de advocaat van verzoeken gaf ons een compliment. Dat vond ik heel grappig, omdat je het als ombudsman soms noch rechtsom, noch linksom goed kunt doen. Niettemin werd tijdens het symposium van twee kanten waardering uitgesproken. Zoals ik zei, heb ik met plezier en passie gewerkt in de afgelopen jaren. Ik wens u toe dat u eveneens met plezier en passie verder gaat en dat de gemeente goed luistert naar wat de Nationale ombudsman te melden heeft. Overigens zal die met een andere insteek komen. Tot slot dank voor de woorden die tot mij gesproken zijn. De contacten die ik had met de gemeenteraad naar aanleiding van mijn jaarverslagen, waren altijd erg leuk. Graag had ik tussendoor nog wat meer contact willen hebben, maar ja, er zitten slechts 24 uren in een dag. De enige teleurstelling die ik richting de gemeenteraad heb ervaren, is dat ik mij behoorlijk in de steek gelaten heb gevoeld op het moment dat ik problemen had met de personele capaciteit op mijn kantoor. Dat heeft er echt heel diep ingehakt bij mij. Niettemin is het fijn dat u even tijd voor ons hebt ingeruimd, niet zozeer voor mij, als wel voor het ombudsteam/het kantoor. Het ga u goed. (Applaus.) De VOORZITTER: Dames en heren! Zoals ik zei, hebben wij al een afscheidssymposium gehad, op initiatief van de Gemeentelijke Ombudsman. Daar waren diverse raadsleden bij aanwezig, maar ik schors de vergadering nu een moment om de raadsleden die er niet bij waren, de gelegenheid te geven om persoonlijk afscheid te nemen van mevrouw Schellekens. Hierna schorst de VOORZITTER de vergadering. Na hervatting der vergadering spreekt de VOORZITTER als volgt: Dames en heren! Bericht van verhindering is ingekomen van mevrouw Wijntuin. De leden Van Corler, Zwanenberg en Rottier hebben laten weten dat zij later ter vergadering komen, hoewel de heer Van Corler inmiddels in de zaal is. Dan geef ik nu wethouder Isabella de gelegenheid om een mededeling te doen over de landtunnel. Daar zijn in de raad vaak debatten over gevoerd, maar nu valt daar nieuws over te melden. De heer ISABELLA (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Dat is een heel korte mededeling, die men vanochtend waarschijnlijk ook in de krant heeft gelezen. Het lijkt mij echter wel zo fatsoenlijk om die mededeling ook in de raad te doen. Men heeft kunnen lezen dat Rijkswaterstaat een openstellingsvergunning heeft aangevraagd voor de landtunnel. Die aanvraag zit nu in de intakefase en zullen wij beoordelen. Zodra het resultaat daarvan helder is, komen wij daar natuurlijk op terug bij de raad. Agenda vaststellen en inventarisatie. De VOORZITTER: Dames en heren! De agenda die u voor deze vergadering heeft gekregen, is vrij lang. Daarover is wat discussie geweest in het presidium en met het college, om na te gaan welke punten in een volgende raadsvergadering behandeld zouden kunnen worden. Het college heeft aangegeven geen problemen te hebben met het doorschuiven van de voorstellen inzake het Bestedingsplan Participatiebudget 2012 (Jaargang 2011, nr. 169) en het Regionaal actieplan jeugdwerkloosheid (Jaargang 2011, nr. 170) naar de raadsvergadering van 19 januari Kunt u daarmee instemmen? Ik stel vast dat dat inderdaad het geval is.

4 Avondvergadering van 22 december Verder vraag ik aandacht voor het voorstel tot vaststelling van de Winkeltijdenverordening 2012 (Jaargang 2011, nr. 177). Hierover is wat discussie geweest in het presidium en er is wat verkeer over geweest (ik verklap geen groot geheim nu ik dat meld). Verschillende fractievoorzitters neigen ertoe om de behandeling van dit voorstel door te schuiven naar een volgende raadsvergadering. Het lijkt mij echter goed om dat hier officieel vast te stellen. De heer GELDOF (VVD): Voorzitter! Ik behoor niet tot de fractievoorzitters die ertoe neigen om het voorstel inzake de winkeltijdenverordening door te schuiven. Het gaat hierbij om een punt dat stamt uit november 2010, namelijk uit de begrotingsbehandeling die toen plaatsvond, en een raadsinformatieavond in februari van dit jaar. De politiek krijgt wel eens het verwijt wat stroperig te zijn. Dat verwijt wil ik niet voeden door de behandeling van dit punt uit te stellen. Het is weliswaar onder voorbehoud op de agenda geplaatst omdat het in de commissie niet helemaal helder was, maar ik vind dat wij het vandaag gewoon moeten behandelen. Dat stel ik dan ook voor, opdat wij het vandaag kunnen aftikken. Hierna beperkt de voorzitter de beraadslaging tot het voorstel van de heer Geldof om het voorstel tot vaststelling van de Winkeltijdenverordening 2012 (Jaargang 2011, nr. 177) te handhaven op de agenda. De heer VERSCHUURE (D66): Voorzitter! Ook wij willen het voorstel inzake de winkeltijdenverordening vandaag behandelen. Ik ben benieuwd hoe de andere fracties daarover denken. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Wij zijn er in zijn algemeenheid voor om te vergaderen over grondige en goede voorstellen. Het gaat nu echter om een voorstel waarvan in de commissie is gebleken dat er nog behoorlijk wat aan geschaafd moet worden en dat nog invulling moet worden gegeven aan een aantal toezeggingen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het gesprek met de stad. Wij willen altijd graag recht doen aan het resultaat daarvan. Er is geen enkele reden om de behandeling van het voorstel nu af te raffelen. Laat ons het voorstel daarom behandelen op 19 januari c.q. op het moment dat het klaar is. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! In de commissie heeft de wethouder de toezegging gedaan om in gesprek te gaan met de vakbeweging over de kwestie van de winkeltijden. De wethouder zou daar eventueel informatie over leveren voor de raadsvergadering waarin het onderwerp behandeld zou worden. Die toezegging is echter niet ingelost. Daarom willen wij de behandeling van het voorstel over de winkeltijdenverordening doorschuiven naar de volgende raadsvergadering. Bovendien hebben wij in het presidium afgesproken dat op het moment dat zich een meerderheid zou aftekenen voor doorschuiven, wij dat zouden doen naar januari Wij vinden het een beetje raar dat de VVD-fractie terugkomt op eerder gemaakte afspraken. De heer GELDOF (VVD): Voorzitter! Er wordt nu gerefereerd aan allerlei afspraken. Wat ik weet, is dat wij hier in de raad gaan over onze agenda. Er is nu onder voorbehoud een voorstel op de agenda geplaatst. Allerlei tjes over de vraag of het voorstel wel of niet thuishoort op de agenda, doen er niet toe. Hier gaan wij over de agenda, en daarom heb ik hier het voorstel gedaan om het voorstel inzake de winkeltijdenverordening vandaag te behandelen. Mevrouw MOS (GroenLinks): Voorzitter! Voor de fractie van GroenLinks is het geen halszaak of het voorstel inzake de winkeltijdenverordening vandaag of in januari 2012 behandeld wordt. Wij hebben onze mening daarover klaar. Het volgende vinden wij echter belangrijk. In het presidium heeft de meerderheid een besluit genomen over het wel of niet vandaag behandelen van het voorstel. In een rondgang langs de fractievoorzitters hebben wij geconstateerd dat verschillende fracties het belangrijk vinden om nog wat informatie met betrekking tot het voorstel tot zich te nemen voordat zij tot een definitief oordeel willen komen. De fractie van GroenLinks wil daar zeker niet voor gaan liggen, want die vindt het belangrijk dat mensen de kans krijgen om te komen tot een zorgvuldige afweging. Gelet daarop, houd ik vast aan het besluit dat afgelopen dinsdag is genomen door het presidium. De heer POST (PvdA): Voorzitter! Ook wij houden vast aan dat besluit. De heer Geldof heeft uiteraard het volste recht om hier een ordevoorstel doen, in dit geval het voorstel tot behandeling van het agendapunt inzake de winkeltijdenverordening, maar wij hebben natuurlijk het recht om vast te houden aan onze voorkeur.

5 Avondvergadering van 22 december Bovendien klopt wat de SP-fractie zojuist zei, namelijk dat er nog enkele toezeggingen van de wethouder liggen die nagekomen moeten worden. Die toezeggingen gaan onder andere over de contacten met de vakbonden en de juridische houdbaarheid. Gelet daarop, zouden wij het heel erg onzorgvuldig vinden wanneer nu het voorstel inzake de winkeltijdenverordening nog even voor Kerstmis wordt afgeraffeld. Daar zien wij helemaal niets in. Wat ons betreft, komt dat voorstel aan de orde op 19 januari De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Er zijn nu allerlei interpretaties gegeven met betrekking tot het voorstel inzake de winkeltijdenverordening Een heel belangrijk punt is volgens mij dat wij in het presidium hebben afgesproken dat wij aan het college zouden vragen welke voorstellen in ieder geval nog dit jaar behandeld moeten worden door de raad. Dat heeft het college aangegeven. Daarmee is relatief helder wat in principe behandeld zou moeten worden in deze vergadering. Wat betreft de toezeggingen die gedaan zijn in de commissie, had ik het idee dat de wethouder bedoelde -en gezegd heeft- dat hij een en ander in de gaten zou houden en dat hij met allerlei mensen zou gaan praten, niet alleen met de bonden, maar ook met werknemers die niet bij bonden zijn aangesloten. Maar goed, hierover bestaat een verschil in interpretatie. Wat mij betreft, zou het voorstel inzake de winkeltijdenverordening nu behandeld kunnen worden. Ik vraag mij in dit soort gevallen altijd af wie in de maling genomen wordt. Ik heb namelijk niet het idee dat het gezien de afspraken die de coalitie gemaakt heeft, iets uitmaakt of wij het voorstel vandaag of op 19 januari a.s. behandelen. De heer POST (PvdA): Voorzitter! Ik wil graag reageren op deze laatste opmerking van de heer Oldenborg. Ik ben namelijk benieuwd over welke afspraken in de coalitie hij het heeft. Die ken ik in elk geval niet, maar goed, ik weet misschien ook niet alles van wat zich in de coalitie afspeelt! Een ander punt is dat wij in het presidium hebben afgesproken dat wij het college zouden vragen om te komen met niet alleen een lijstje van voorstellen die volgens het college moeten worden behandeld door de raad, maar ook de motivatie waarom een bepaald voorstel per se vandaag behandeld zou moeten worden. Die motivatie heb ik niet ontvangen met betrekking tot het voorstel inzake de winkeltijdenverordening. Daarom ga ik ervan uit dat die er ook niet is. De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! De motivatie waar de heer Post het nu over heeft, staat volgens mij heel duidelijk in de winkeltijdenverordening zelf. Dat is namelijk een verordening die beoogt op 1 januari 2012 in te gaan. Onze gewoonte is om verordeningen die per 1 januari ingaan, voor 1 januari te behandelen. Dat is een goede gewoonte; dat doen wij zelfs met legesverordeningen die wij niet in de commissie hebben besproken. Zelfs die gooien wij er nog voor 1 januari door. Kortom, ik meen dat de argumentatie impliciet duidelijk is gemaakt in de verordening. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij kunnen nog een hele tijd debatteren over het voorstel van de heer Geldof en wij kunnen er daarna over gaan stemmen, maar ik constateer dat er gewoon een meerderheid is voor doorschuiven naar januari van de behandeling van het voorstel inzake de winkeltijdenverordening. De griffier heeft dat al een beetje geteld, maar ook u kunt dat constateren. Mag ik dat zo vaststellen, of wil iemand daar een formele stemming over? Ik merk dat niemand daar een stemming over wil. Dan constateer ik dat een meerderheid voor behandeling in januari 2012 is van het voorstel tot vaststelling van de Winkeltijdenverordening 2012 (Jaargang 2011, nr. 177). Wij gaan dat in januari behandelen, net als de voorstellen inzake het Bestedingsplan Participatiebudget 2012 (Jaargang 2011, nr. 169) en het Regionaal actieplan jeugdwerkloosheid (Jaargang 2011, nr. 170). De heer Van Waveren heeft een actuele motie aangekondigd (2011/89) met als titel: Isoleren is beter dan handhaven - Subsidieregeling geluidsisolatie bij splitsen en omzetten. Deze motie heeft een relatie met het voor deze vergadering geagendeerde voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit splitsing woningen (Jaargang 2011, nr. 176). Ik meen dat er voldoende verband zit tussen de motie en dit voorstel (daar waren wat twijfels over). Daarom vraag ik u mij toe te staan dat de heer Van Waveren de motie indient tijdens de behandeling van het voorstel inzake de splitsing van woningen. Dit betekent dat wij de motie dan niet behandelen als een actuele motie. Stemt u daarmee in? Ik stel vast dat dat het geval is. De agenda wordt daarop, met inachtneming van deze opmerkingen van de voorzitter, z.h.o. vastgesteld.

6 Avondvergadering van 22 december Bekrachtiging geheimhouding. De VOORZITTER: Dames en heren! Na verzending van de agenda voor de raad heeft u op dinsdag 20 december jl. per mail ontvangen het ontwerpraadsvoorstel Kredietaanvraag aanvullende voorzieningen Marezaal. Bij dit raadsvoorstel hoort een geheime bijlage. De bekrachtiging van de geheimhouding daarvan dient in de eerstvolgende raadsvergadering na toezending ervan plaats te vinden. Dat is deze vergadering. Daarom verzoek ik u, op grond van artikel 25, derde lid Gemeentewet, de geheimhouding te bekrachtigen van deze geheime bijlage. De heer VERSCHUURE (D66): Mijnheer de voorzitter! Wij hebben hier met ons allen afgesproken dat in het vervolg elk geheim stuk zou worden voorzien van de reden waarom geheimhouding nodig is, op grond van welk wetsartikel dat moet plaatsvinden en tot wanneer de geheimhouding duurt. De bijlage is niet voorzien van deze motivering. Daar zijn wij niet zo blij mee. Natuurlijk willen wij wel instemmen met de geheimhouding, want wij snappen dat die nodig is, maar willen het college er wel op wijzen dat het de afspraak niet is nagekomen. De VOORZITTER: Dat is een punt dat u terecht noemt; ook ik had dat geconstateerd. Ik meen dat goed is dat voordat de raad de geheimhouding bekrachtigt, wethouder Den Besten aangeeft waarom de bijlage bij het ontwerpraadsvoorstel geheim moet zijn en hoe lang de geheimhouding moet duren. Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Wij kunnen het voorstel ook meteen behandelen, natuurlijk! De VOORZITTER: U hoeft de wetsartikelen niet aan te geven, maar wel de inhoudelijke motieven. Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Voorzitter! Het ontwerpraadsvoorstel en de daarbij behorende bijlage gaan over de verbouwing van de sportzaal. De bijlage moet geheim blijven, omdat wij de aanbesteding nog moeten doen, waardoor wij nog geen informatie kunnen geven over de prijs waarvoor wij de verbouwing kunnen en willen laten doen. Een tweede reden waarom de bijlage geheim moet blijven, betreft het zoeken van een huurder van de ruimte voor de activiteit die wij ook in het gebouw willen, namelijk een bso- of een kinderopvangvoorziening. De geheimhouding moet van kracht blijven tot de aanbesteding is afgerond en tot de huurovereenkomst is getekend. Van het wetsartikelnummer weet ik even niet alles! De VOORZITTER: Dames en heren! Sinds kort hebben wij het openbare register voor geheime stukken (ik dacht dat dat al naar de raad is gestuurd). De argumentatie die de wethouder zojuist heeft gegeven, komt natuurlijk sowieso in het verslag van deze vergadering, maar ik stel voor om die ook toe te voegen aan het openbare register. Dat kan dan aan de hand van het verslag gebeuren. Hierna wordt z.h.o. overeenkomstig het verzoek van burgemeester en wethouders besloten de geheimhouding te bekrachtigen van de bijlage bij het ontwerpraadsvoorstel Kredietaanvraag aanvullende voorzieningen Marezaal. Notulen van de openbare vergaderingen van 3 en 24 november Worden z.h.o. conform vastgesteld.

7 Avondvergadering van 22 december Ingekomen stukken: 1. Een de 1 e december 2011 ingekomen brief van het Bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht, alhier, waarbij wordt aangeboden het Beleidsplan Veiligheidsregio Utrecht Besloten wordt deze brief te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening, met informatie aan de commissie Mens en Samenleving. 2. Een de 1 e december 2011 ingekomen zienswijze van de N.V. Nederlandse gasunie te Groningen, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 3. Een de 2 e december 2011 ingekomen zienswijze van A.J. B., alhier, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 4. Een de 2 e december 2011 ingekomen brief van L.C.W.v.Z., alhier, inzake het nog niet zijn beantwoord van een door hem in september jl. aan de raad gestuurde brief inzake de onttrekking aan het openbaar verkeer van de 2 e Achterstraat. Besloten wordt deze brief te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 5. Een de 28 e november 2011 ingekomen zienswijze van VastNed Management BV te Rotterdam, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 6. Een de 5 e december 2011 ingekomen zienswijze van Globe Bouwgroep BV te Oss, mede namens Minerva BV, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 7. Een de 6 e december 2011 ingekomen mail van M.P., alhier, met de vraag naar de mogelijkheden bestemmingsplan Wilhelminapark te wijzigen in verband met een toename van woningsplitsingen aldaar. Besloten wordt deze mail te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 8. Een de 2 e december 2011 ingekomen brief van J.H., alhier, waarbij wordt aangeboden een afschrift van een door hem aan het college van burgemeester en wethouders gericht verzoek voortaan de gemeentelijke mededelingen ook per mail te verspreiden. Besloten wordt deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 9. Een de 7 e december 2011 ingekomen zienswijze van Advocatenkantoor van der Linden, alhier, namens een tweetal cliënten, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht-Noordelijke Stadsrand (90992). Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel.

8 Avondvergadering van 22 december Een de 9 e december 2011 ingekomen mail van de heer B.M. te Almere, inzake de invordering van marktgelden Besloten wordt deze mail te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 11. Een de 9 e december 2011 ingekomen zienswijze van Delek Nederland B.V. te Breda, op het ontwerpbestemmingsplan Veemarkt. Besloten wordt deze zienswijze te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 12. Een de 30 e november 2011 ingekomen zienswijze van Kids Corner Onroerend Goed te Amersfoort, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht Noordelijke stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 13. Een de 1 e december 2011 ingekomen zienswijze van W.S. en C.C.G.M. S.-V., alhier, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht Noordelijke stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 14. Een de 1 e december 2011 ingekomen zienswijze van S.P.V. d. G. en M.T.H. A, alhier, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht Noordelijke stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 15. Een de 5 e december 2011 ingekomen brief van Boekel de Nerée te Amsterdam, inzake het intrekken van hun zienswijze betreffende bestemmingsplan Entreegebouw binnenstad. Besloten wordt deze brief te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 16. Een de 12 e december 2011 ingekomen afschrift van een door het ministerie van Infrastructuur en Milieu te Den Haag, aan het college gerichte brief inzake de EU-verordening over de rechten van buspassagiers. Besloten wordt dit afschrift voor kennisgeving aan te nemen. 17. Een de 12 e december 2011 ingekomen zienswijze van mevrouw N.B. B-K., alhier, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 18. Een de 12 e december 2011 ingekomen zienswijze van C. d. K., alhier, op het ontwerpbestemmingsplan Overvecht Noordelijke Stadsrand. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 19. Een de 12 e december 2011 ingekomen zienswijze van Waternet te Amsterdam, op het ontwerpbestemmingsplan Papendorp. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel.

9 Avondvergadering van 22 december Een de 12 e december 2011 ingekomen brief van Plassenschap Loosdrecht e.o., alhier, inzake de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Plassenschap Loosdrecht in verband met de toetreding van de gemeente Utrecht en de herindeling in van de gemeente Stichtse Vecht. Besloten wordt deze brief te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening. 21. Een de 22 e november 2011 ingekomen zienswijze van E. B., alhier, op het ontwerpbestemmingsplan 2 e Asselijnstraat. Besloten wordt deze zienswijze te betrekken bij het te zijner tijd uit te brengen voorstel. 22. Een de 7 e december 2011 ingekomen mail van H.K. te Amsterdam, inzake Wet camulet & cannabisscreeningsbureau onder toezicht van de burgemeester. Besloten wordt deze brief te stellen in handen van burgemeester en wethouders, ter afdoening, met informatie aan de commissie Mens en Samenleving.

10 Avondvergadering van 22 december De VOORZITTER stelt aan de orde: 1. Voorstel tot vaststelling van de Verordening tot (eerste) wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2012, alsmede de daarbij behorende tarieventabel 2012 (Jaargang 2011, nr. 166). De VOORZITTER: Dames en heren! Dit voorstel is niet in de commissie aan de orde geweest. Het is rechtstreeks in de raad gebracht, omdat per 1 januari 2012 nieuwe tarieven gelden voor reisdocumenten. Daarom heeft het voorstel officieel de B-status. De heer EGGERMONT (SP): Een stemverklaring, voorzitter. De belangrijkste wijziging van de legesverordening is een fikse verhoging van de prijzen van ID-kaarten voor kinderen. Deze lastenverzwaring komt van het rijk. Hoewel de SP-fractie er een tegenstander van is om lastenverzwaringen of bezuinigingen van het rijk een-op-een door te vertalen naar de gemeente, kunnen wij daar in dit geval mee leven, omdat de ID-kaart voor kinderen niet verplicht is. Daarom stemmen wij in met het raadsvoorstel. Hierna wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 2. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Heycopzone (Jaargang 2011, nr. 171). Wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 3. Voorstel tot het doen van een verzoek tot ophoging van de dekking uit het Gemeentefonds inzake het explosievenonderzoek Stationsgebied (Jaargang 2011, nr. 172). Wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 4. Voorstel inzake het ontbinden en vereffenen van Muziekcentrum Vredenburg BV (Jaargang 2011, nr. 173). Wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 5. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Domplein Schatkamer, Binnenstad (Jaargang 2011, nr. 174). Wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 6. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Prozeeterrein, Hoograven (Jaargang 2011, nr. 175). Vragenuurtje. Wordt z.h.o. overeenkomstig het voorstel besloten. 1. Vragen van de heer drs. D.N.E.A. Gilissen (VVD) inzake gladheidbestrijding. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Koning Winter heeft zich deze week voor het eerst goed laten gelden. Afgelopen maandag was het op veel plaatsen in de stad weer glibberen en glijden door de gladheid, met alle blauwe plekken, breuken en overlast van dien. Met de ervaringen van het vorige jaar nog vers in het geheugen, worden nu voorbereidingen getroffen om zo goed mogelijk op de winterse omstandigheden in te spelen en te zijn voorbereid. De winkeliersvereniging van het winkelcentrum Vleuterweide heeft de gemeente benaderd met het verzoek om gezamenlijk maatregelen te treffen om de straten en pleinen van het winkelcentrum sneeuw- en ijsvrij te houden. Het voorstel hield kort samengevat het volgende in: de gemeente verstrekt zout en opslagbakken, en de ondernemers en het Amadeus Lyceum zorgen voor het strooien op de plekken die niet worden meegenomen in de strooiroutes van de gemeente.

11 Avondvergadering van 22 december Het gaat hier om straten en delen van het winkelcentrum die onderdeel uitmaken van de openbare ruimte die in beheer is van de gemeente. De VVD-fractie heeft hierover de volgende vragen: 1. Heeft het college kennisgenomen van het genoemde verzoek van de winkeliersvereniging Vleuterweide om gezamenlijk op te trekken in de gladheidbestrijding? 2. Hoe beoordeelt het college het feit dat de winkeliersvereniging van het kastje naar de muur is gestuurd, waarbij verschillende gemeentelijke diensten steeds naar elkaar verwezen, en uiteindelijk nul op het rekest heeft gekregen? 3. Zijn er bij het college meerdere verzoeken van vergelijkbare strekking bekend? 4. Is het college bereid deze vorm van publiek-private samenwerking te faciliteren en mede mogelijk te maken? Zo ja, hoe gaat het college hier vervolg aan geven? Zo nee, waarom niet? 5. Is het college met de VVD-fractie van mening dat voor deze activiteiten een beroep kan worden gedaan op het leefbaarheidsbudget? 6. Is het college bereid om in navolging van de winkeliersvereniging Vleuterweide te bekijken of deze vorm van samenwerking ook op andere delen van de openbare ruimte navolging kan krijgen? De VOORZITTER: Dames en heren! Ik geef het woord aan wethouder Kreijkamp, die namens het college de vragen zal beantwoorden. Ik zie nu veel mensen verbaasd kijken, waarschijnlijk omdat zij verwacht hadden dat mevrouw De Rijk de vragen zou beantwoorden, maar het college is één en ondeelbaar! De reden waarom mevrouw De Rijk niet antwoordt, is dat zij niet bij stem is. Zij is letterlijk haar stem kwijt. Je zou kunnen zeggen dat zij vandaag een politica in optima forma is: zwijgend en luisterend! De heer KREIJKAMP (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Allereerst dank ik de heer Gilissen voor het stellen van zijn vragen. De eerste vraag was of het college kennis heeft genomen van het verzoek van de winkeliersvereniging Vleuterweide om gezamenlijk op te trekken in de gladheidbestrijding. Dat heeft het college, dus het antwoord op vraag 1 is ja. De tweede vraag van de heer Gilissen is hoe het college het feit beoordeelt dat de winkeliersvereniging van het kastje naar de muur is gestuurd. Volgens onze informatie is dat niet gebeurd en hebben de winkeliers via een contactpersoon bij de afdeling Economische Zaken antwoord gekregen. Zijn bij het college meerdere verzoeken van vergelijkbare strekking bekend, zo luidt de derde vraag van de heer Gilissen. Wij kennen nog één soortgelijk verzoek, namelijk van winkelcentrum De Veldhof, dat eenzelfde type verzoek heeft gedaan aan het college. In vraag 4 gaat het volgens mij om wat er aan de hand is. In de gemeenteraad is het Beleidsplan Gladheidbestrijding gemeente Utrecht besproken. In dit beleidsplan hebben de winkelcentra niet de allerhoogste prioriteit gekregen. Eerst wordt er gestrooid op hoofdwegen, busroutes, hoofdfietsroutes en openbare ruimten rond scholen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen etc. Als er dan nog capaciteit over is, komen de winkelcentra aan de beurt, zo staat in het beleidsplan. Daar kunnen wij niet van afwijken. Kortom, de winkelcentra hebben in de gladheidbestrijding een andere prioriteit. De praktijk is dat ondernemers gezamenlijk de gladheid in de directe nabijheid van hun winkelcentrum bestrijden. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook in Overvecht. De initiatiefnemers/ondernemers kunnen daarvoor ook gespecialiseerde bedrijven benaderen. Vervolgens vraagt de VVD-fractie of voor de gladheidbestrijding een beroep kan worden gedaan op het leefbaarheidsbudget. Het antwoord daarop is: ja, dat kan, maar natuurlijk binnen de regels van het leefbaarheidsbudget. Volgens de huidige spelregels kan een aanvraag worden gedaan als voldaan wordt aan de criteria, zoals draagvlak bij de ondernemers en bewoners en als het gaat om een initiatief van mensen uit de stad, in dit geval ondernemers. Bij het winkelcentrum Vleuterweide gaat het dan om een bedrag van ongeveer EUR 900,00 tot EUR 1200,00 per jaar. De wijkmanager zal daar, gemandateerd door het college, een uitspraak over doen. Dan vraag 6, namelijk of het college bereid is om in navolging van de winkeliersvereniging Vleuterweide te bekijken of deze vorm van samenwerking ook op andere delen van de openbare ruimte navolging kan krijgen. Ja, daar zijn wij toe bereid, want wij benaderen pps-constructies uiteraard positief. De VOORZITTER: Heeft de heer Gilissen behoefte aan het stellen van een aanvullende vraag? De heer GILISSEN (VVD): Ja, voorzitter, dat heb ik. De mensen van winkeliersvereniging Vleuterweide hebben het initiatief genomen en een plan ingediend inzake het gezamenlijk optrekken in de gladheidbestrijding. Ook hebben zij een goed contact gehad met de betreffende ambtenaar van de afdeling Economische Zaken, maar om allerlei duistere redenen is het spaak gelopen.

12 Avondvergadering van 22 december De gladheidbestrijding in winkelcentra heeft een lagere prioriteit binnen de gemeente. De toegangswegen worden echter wel berijdbaar gehouden door de gemeente. Ik heb het nu over ondernemers die in samenwerking met andere partners in het complex zelf (de Cultuurcampus en het Amadeus Lyceum) een beroep hebben gedaan op de gemeente. De gemeente heeft toegang tot het zoutloket en kan inkoopvoordelen hebben bij bijvoorbeeld het bestellen van opslagbakken. Op zich lijkt het mij goed voor de gemeente om de ondernemers tegemoet te komen en om een bijdrage te leveren aan de gladheidbestrijding in een gebied dat misschien een iets lagere prioriteit heeft. Het gaat immers om een goed initiatief dat gezamenlijk opgepakt kan worden. Ik merk nu een iets afwachtende houding. Dit in plaats van een ondersteuning van de pps-constructie (een duur woord) om ervoor te zorgen dat ook oudere mensen en mensen die slecht ter been zijn, een goede route hebben naar het winkelcentrum, maar ook in het winkelcentrum rustig kunnen lopen zonder te vallen. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Ik kan deze woorden van de heer Gilissen helemaal volgen, natuurlijk, alleen heeft volgens het Beleidsplan Gladheidbestrijding gemeente Utrecht de gladheidbestrijding in winkelcentra een minder hoge prioriteit, zoals ik heb aangegeven in de beantwoording. Daarom kan de gladheidbestrijding in winkelcentra niet worden gefinancierd in het kader van dat plan. Wel heb ik naar aanleiding van vraag 5 de voorwaarden aangegeven op basis waarvan ik denk dat het initiatief van de winkeliersvereniging Vleuterweide gehonoreerd kan worden als die een aanvraag indient in het kader van het leefbaarheidsbudget. De heer VAN DER ROEST (PvdA): Voorzitter! Ik ben blij dat ik vanavond heb geconstateerd dat ook de VVD-fractie het nut begint in te zien van het leefbaarheidsbudget, maar dit terzijde! De wethouder gaf aan dat men voor de gladheidbestrijding in winkelcentrum Vleuterweide en nog een winkelcentrum een beroep kan doen op het leefbaarheidsbudget. Ik wil graag weten of dat ook voor de overige winkelcentra in de stad gaat gelden en, zo ja, hoe dat bij die andere winkelcentra bekendgemaakt gaat worden. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heeft de heer Van der Roest mijn antwoorden verkeerd opgevat, want ik heb niet gezegd dat dat gaat gelden. Wel heb ik aangegeven, als antwoord op vraag 5 van de heer Gilissen, dat ten behoeve van de gladheidbestrijding in winkelcentra een aanvraag kan worden gedaan binnen de huidige beleidsregels van het leefbaarheidsbudget. Twee van die regels heb ik genoemd, namelijk betreffende het draagvlak en het initiatief. Die regels gelden natuurlijk voor alle aanvragen binnen de hele gemeente Utrecht. Ik hoop dat ik hiermee de vraag van de heer Van der Roest heb beantwoord. 7. Voorstel inzake de komst van een internationale school voor primair en voortgezet onderwijs (Jaargang 2011, nr. 167). De VOORZITTER: Dames en heren! In de commissie is al uitvoerig over gesproken over dit voorstel, maar er bestaat nog behoefte aan het indienen van een amendement. Ook zijn er nog enkele vragen over de financiering. Ik vraag u om uw bijdragen daartoe te beperken. Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! In de commissie hebben wij inderdaad uitgebreid gesproken over de komst van een internationale school. Ook wij denken dat het nuttig is om een internationale school in Utrecht te hebben. Waar wij nog ongelukkig over zijn, is de dekking. Volgens het collegevoorstel komt de dekking voor de tijdelijke ondersteuning voornamelijk uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief. Daar zijn wij niet zo blij mee, want wij weten dat het college werkt aan een werkgelegenheidsplan. Dan ga je niet van tevoren het geld al aan wat anders uitgeven. Daarom hebben wij gezocht naar een andere dekking. Wij hebben die gevonden in het Fonds Stimulering Lokale Economie. Wij hebben een amendement gemaakt waarmee wij beslispunt 2 willen schrappen en vervangen door eigenlijk dezelfde tekst, zij het met de toevoeging dat de dekking komt uit het Fonds Stimulering Lokale Economie. Het amendement, dat ik bij dezen indien, luidt:

13 Avondvergadering van 22 december "Amendement 2011/97. Wijziging financiering Internationale school De gemeenteraad bijeen op donderdag 22 december Constaterende dat: - Utrecht wordt gerekend tot een van de sterkste kenniseconomische regio's in Europa. - Een internationale school het profiel van Utrecht, Stad van Kennis en Cultuur, versterkt. - De gemeente Utrecht de zorgplicht heeft voor huisvesting van de internationale school. Overwegende dat: - Het huidige voorstel tot financiering vanuit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief een te groot beslag legt op de middelen voor het creëren van werkgelegenheid. - Er wordt gewerkt aan een werkgelegenheidsoffensief in het kader van het re-integratiebeleid. - De gelden in het Fonds Werkgelegenheidsoffensief moeten worden ingezet voor het financieren van werkgelegenheid. - De middelen ter stimulering van de economie een betere bron vormen voor financiering van de exploitatie van de huisvesting van de internationale school. Besluit: De tekst van beslispunt 2 'gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00 en dit te dekken uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs' Te schrappen en de tekst te vervangen door de tekst: 'gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00 en dit te dekken uit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs en EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie'." Dit amendement is ondertekend door mevrouw Bouazani, mevrouw Oskam, de heer Schipper en mijzelf. De bedoeling van dit amendement is uitdrukkelijk dat het fonds Werkgelegenheidsoffensief wordt ontzien. De heer IKKERSHEIM (VVD): Mijnheer de voorzitter! Ik zal mijn bijdrage beperken tot het financiële vraagstuk dat nu voorligt, want in de commissie hebben wij ons al uitgebreid uitgesproken over de komst van de internationale school naar Utrecht. Daar zijn wij als VVD-fractie van harte voorstander van. Wij zijn echter tegen het amendement van de GroenLinks-fractie. De reden daarvoor is dat het vestigen van de internationale school bedrijven kan trekken en daarmee ook werkgelegenheid kan scheppen. De kosten daarvan dienen bij uitstek betaald te worden op de wijze die het college heeft voorgesteld. Sterker nog: wij hebben niet zulke goede ervaringen met de pogingen die de gemeente heeft gedaan om de werkgelegenheid te vergroten. Wij hebben zelfs de ervaring dat dat vaak met gesubsidieerde banen eindigt (zij het dat wij het plan nog niet kennen). Wat nu voorgesteld wordt, vinden wij juist een goede en moderne manier om banen te creëren in de regio. Wij zullen dan ook tegen het amendement stemmen. Ik zou dat haast de andere fracties willen ontraden! Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Voorzitter! Ik wil de heer Ikkersheim vragen of zijn verhaal niet juist rechtvaardigt dat het voorstel gefinancierd wordt uit een potje met een economisch karakter, in plaats van een potje waarmee je de werkgelegenheid wilt stimuleren. De heer IKKERSHEIM (VVD): Wat de VVD-fractie betreft -en dat zal u niet vreemd voorkomen- is het een kwestie van én én. Wij willen de lokale economie stimuleren. Daar hebben wij een duidelijk beleid voor, waar mijn collega de heer Gilissen al het nodige over ingebracht heeft in het afgelopen jaar. Daarnaast willen wij de werkgelegenheid stimuleren via de internationale school. Dat is geen óf-ófsituatie, zoals u doet voorkomen. U kiest ervoor om de economie slechts één keer te stimuleren, wij kiezen er nadrukkelijk voor om dat via beide wegen te doen. Vandaar onze keuze ten aanzien van het voorliggende voorstel. Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Voorzitter! Dan concludeer ik dat ons amendement gewoon een perfecte dekking heeft voor het plan.

14 Avondvergadering van 22 december De heer IKKERSHEIM (VVD): Het plan heeft een goede dekking, technisch gezien. Dat klopt, maar het amendement geeft een verkeerde invulling aan de gedachten over de fondsen. Wij pleiten ervoor om in te stemmen met het raadsvoorstel zoals het college dat gedaan heeft. Wij zullen daarom tegen het amendement stemmen. De heer SCHIPPER (SP): Mijnheer de voorzitter! Tijdens de commissievergadering leek het er even op, of kon althans de indruk ontstaan, dat de SP-fractie tegen de komst van de internationale school is. Dat is niet per se zo. Wel hebben wij problemen met de financiering. De stad Utrecht draait volgens het voorstel in haar eentje op voor de verbouwingskosten van bijna EUR 1 miljoen. Wat ons betreft, ligt daar ook een rol voor de provincie én voor de bedrijven die zo enthousiast zijn over het plan. Die rol zit er echter niet in, en dat weegt zwaar voor ons. Ook delen wij de mening van de fractie van GroenLinks over de herkomst van de dekking van het exploitatietekort. De stimulans die de school zou betekenen voor de lokale economie, voert de boventoon in de discussie, zowel hier als bij de provincie. Sterker nog: de provincie betrekt (mijnheer Ikkersheim) de gelden die zij inlegt, gewoon uit de intensiveringen die in het coalitieakkoord zijn opgenomen voor de economie. Wij steunen dan ook het amendement van de fractie van GroenLinks, dat stelt dat het Fonds Stimulering Lokale Economie aangesproken moet worden. De naam zegt het al. Mevrouw OSKAM (D66): Voorzitter! De woorden "internationale" en "school" zijn altijd een goede zaak wanneer zij in combinatie voorkomen. De fractie van D66 is ontzettend trots dat er een internationale school kan komen in Utrecht. Dat is heel goed voor de talentenontwikkeling van kinderen en voor de economische aantrekkelijkheid van Utrecht. Daarnaast verbetert de internationale school de internationale positie van Utrecht. De stad trekt internationale bedrijven en kenniscentra aan, en dat versterkt het profiel van Utrecht als Stad van Kennis en Cultuur. De in het voorstel opgenomen dekking is nu navenant. Dat is inderdaad een kwestie van én én, zoals de VVD-fractie al meldde. Kortom, snel aan de slag met de internationale school. Mevrouw BOUAZANI (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Allereerst onze complimenten aan het college voor het feit dat het ervoor heeft gezorgd dat de lang gekoesterde wens van het bedrijfsleven en het onderwijs gerealiseerd wordt om een internationale school in Utrecht te vestigen. Door de komst van de internationale school kan Utrecht vormgeven aan de internationale allure van de stad. Dat is van belang als je wilt aangeven dat Utrecht Stad van Kennis en Cultuur is. In de commissie hebben wij uitvoerig met elkaar gesproken over de financiering van het voorstel en de betrokkenheid van het bedrijfsleven. De PvdA-fractie ziet het bedrijfsleven als medeverantwoordelijk voor de financiering van de internationale school. De wethouder heeft daar helder op gereageerd. Wij sluiten ons dan ook aan bij de beantwoording in de commissie. Wel hebben wij samen met de fracties van GroenLinks, de SP en D66 het amendement over de herkomst van de dekking ingediend. De PvdA-fractie kan zich helemaal vinden in het raadsvoorstel wanneer dit amendement wordt aangenomen. Daarmee kan dan vormgegeven worden aan de internationale school. De heer VAN STUIJVENBERG (ChristenUnie): Voorzitter! Ook de fractie van de ChristenUnie kan instemmen met het voorstel om te komen tot een internationale school in Utrecht. Een dergelijke school kan voor de stad, maar zeker ook voor de provincie een belangrijke trekker zijn van internationale bedrijven en instellingen. Over de behoefte aan een internationale school wordt al een aantal jaren gesproken. Nu ligt daarvoor dan een concrete businesscase. De keuze daarvoor zorgt er wel voor dat de gemeente extra zal moeten investeren om de school van de grond te krijgen. Daar kunnen wij in meegaan, maar wij zien wel graag dat de wethouder uitdrukkelijk nagaat of ook private partijen die direct belang hebben bij de komst van de school, in de kosten kunnen bijdragen. Overigens is daar in de commissie al het nodige over gezegd. Tot slot: de ChristenUnie-fractie ondersteunt het door mevrouw Bottse ingediende amendement, dat een deel van de financiering dekt uit het Fonds Stimulering Lokale Economie.

15 Avondvergadering van 22 december De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Ik heb een vraag aan de indieners van het amendement inzake de wijziging van de financiering van de internationale school. Ik heb de tekst gelezen, maar ik begrijp die niet. Willen de indieners dat het totale bedrag van EUR ,00 beschikbaar wordt gesteld? Ik vraag dit, omdat in de nieuw voorgestelde tekst staat dat de school tijdelijk financieel gesteund moet worden tot maximaal EUR ,00, te dekken uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief, terwijl vervolgens gesteld wordt dat EUR ,00 gedekt moet worden uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie. Uit de formulering van het amendement is mij niet helemaal duidelijk wat het totale bedrag mag worden volgens de indieners. Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Ja, daar heeft u gelijk in. Het gaat ons om het totaalbedrag van EUR ,00. De heer OLDENBORG (SLU): Dan vraag ik de indieners om dat in het amendement zo op te schrijven, dat volstrekt helder is wat zij bedoelen. De nu in het amendement opgenomen tekst lijkt mij voor het nageslacht niet echt handig. Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Voorzitter! Dan doe ik het ordevoorstel om mij straks nog even de tijd te geven om het amendement te veranderen voordat daarover gestemd wordt. Of ik moet heel snel een tekstvoorstel opschrijven. Mevrouw OSKAM (D66): Wij kunnen toch ook gewoon het woordje "maximaal" schrappen, dan zijn wij klaar. De VOORZITTER: Mevrouw Bottse! U moet straks even precies aangeven wat u zou willen veranderen in het amendement. Dan bekijken wij vervolgens wat dat betekent voor de orde. Akkoord? Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Dan wil ik graag vijf minuten schorsing van de vergadering om de wijziging echt goed op te schrijven, zodat er geen misverstanden over ontstaan. De VOORZITTER: Mevrouw Oskam denkt daar anders over. Misschien wil zij publiekelijk nog een advies geven. Mevrouw OSKAM (D66): Voorzitter! In het amendement is gewoon de tekst van het originele ontwerpbesluit aangehouden. Daarin wordt gesproken over een maximaal bedrag, omdat het gaat om een schatting/raming. Dat is gewoon overgenomen in het amendement. In het geval dat er een exact bedrag moet worden genoemd, kan gewoon het woordje "maximaal" geschrapt worden uit zowel het originele ontwerpbesluit als het beslispunt zoals dat in het amendement is verwoord. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wil graag eerst de behandeling op zich, dus het inhoudelijke debat, afmaken in de eerste termijn. Daarna schors ik de vergadering even, zodat mevrouw Bottse precies kan bekijken wat zij wil wijzigen in het amendement. Vervolgens geef ik de wethouder het woord. Mevrouw HAKBIJL (CDA): Mijnheer de voorzitter! De fractie van het CDA ziet de internationale school als een welkome aanvulling op het palet van onderwijsvormen dat wij in Utrecht hebben en juicht de aanzuigende werking voor internationale bedrijven en experts toe. Wij zien de school als een stimulans voor de economie, de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat van deze Stad van Kennis en Cultuur die grote internationale ambities heeft. Wij vinden het een uitstekend voorstel van het college. Gezien alle verwarring en consternatie die nu bestaan met betrekking tot het door mevrouw Bottse ingediende amendement, zullen wij dat amendement niet steunen. De reden daarvoor is ook dat wij het voorstel zoals dat nu voorligt, van harte kunnen ondersteunen. Ook complimenteren wij het college daarmee. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik schors de vergadering om de indieners van amendement 97 de gelegenheid te geven even precies te bekijken wat er zou moeten worden gewijzigd in het amendement. Hierna schorst de VOORZITTER de vergadering.

16 Avondvergadering van 22 december Na hervatting der vergadering spreekt de VOORZITTER als volgt: Dames en heren! Het is de bedoeling dat de wethouder zo meteen antwoord geeft. Ik vraag hem om daarbij ook in te gaan op de strekking van het amendement-bottse. Voordat wij over het amendement gaan stemmen, zal een correcte versie worden rondgedeeld. Overigens wil ik u allemaal nog een keer publiekelijk vragen om als u amendementen wilt indienen, zeker wat technische amendementen, vooraf even contact op te nemen met de griffie of de betrokken dienst. Dan kan het amendement goed geformuleerd worden. Dat is erg belangrijk, één van uw belangrijkste taken. Mevrouw MOS (GroenLinks): Voorzitter! Wanneer mondeling twee woorden toegevoegd kunnen worden aan een amendement, dan kunnen wij dat toch ook doen? Dit in plaats van het amendement opnieuw te printen en 45 keer te laten kopiëren. De VOORZITTER: Uitstekend, maar in dit geval moet ik straks eerst van mevrouw Bottse horen wat er gewijzigd wordt. Mijn algemene opmerking is dat wanneer amendementen worden ingediend, zeker wanneer ze niet als een verrassing moeten komen, vooraf contact opgenomen kan worden met de dienst of de (zeg maar) techneuten. Dan hoeven wij niet in de vergadering het soort correcties aan te brengen waar het nu om gaat. Wetgeving is ingewikkeld en moet precies gebeuren. Ik zal straks mevrouw Bottse vragen om de wijzigingen in het door haar ingediende amendement aan te geven, maar eerst krijgt wethouder Kreijkamp het woord. De heer KREIJKAMP (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Wij spreken vandaag over de komst naar Utrecht van een internationale school voor primair en voortgezet onderwijs. Ik meen dat daarmee vanuit de onderwijsportefeuille een mooie bijdrage wordt geleverd aan de economie van Utrecht. Ik wil nu eerst iets zeggen over de dekking. De dekking die wij voorstellen, is bestemd voor een mogelijk exploitatietekort waar de gemeente Utrecht, samen met de provincie Utrecht, voor staat, beide tot een maximum van EUR ,00. Dat is het bedrag dat in het raadsvoorstel staat en dat is het maximum. Vandaar dat in beslispunt 2 van het raadsvoorstel het woord "maximaal" voor het bedrag van EUR ,00 is geplaatst. Ik hoop natuurlijk dat wij daar onder blijven; daar doen wij alles aan. Die inzet is er, samen met het bedrijfsleven. De bedrijven betalen de school fees en de gemeente en de provincie zorgen ervoor dat het tekort zo klein mogelijk blijft. Ik heb in de commissie toegezegd dat jaarlijks de stand van zaken daaromtrent zal worden aangegeven. Het mogelijke tekort dat in het voorstel genoemd wordt, willen wij dekken uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief en het Programma Onderwijs. Zoals ik in de commissie heb gezegd, menen wij dat dat een goede dekking is, want de werkgelegenheid wordt juist ook gestimuleerd door de komst van een internationale school. Wanneer die school er is, is Utrecht een aantrekkelijke stad, ook aantrekkelijk qua werkgelegenheid. In het amendement-bottse wordt dekking gevonden in het Fonds Stimulering Lokale Economie. Die dekking vloeit voort uit nieuwe informatie. Wethouder De Rijk heeft immers pas vorige week in de vergadering van de commissie Stad en Ruimte aangegeven dat het geld beschikbaar is. De in het amendement opgenomen dekking kan dus. De heer IKKERSHEIM (VVD): Als ik u goed beluister, zegt u dat de in het amendement genoemde middelen er zijn. Daar heb ik een vraag over. Volgens mij spreekt u nu ook namens wethouder De Rijk over dit punt. Mijn vraag is of er geen andere plannen zijn om de economie te stimuleren. Ligt er EUR ,00 op de plank te wachten op een bestemming? Hoe zit dat, want dat bevreemdt mij dan? De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Wij hebben daar vorige week vrijdag een brief over gestuurd. Daarin hebben wij aangegeven dat EUR ,00 beschikbaar is uit een aanbestedingsvoordeel. De heer Ikkersheim heeft gelijk dat dat bedrag ook voor iets anders bestemd kan worden dan nu voorgesteld is door een aantal fracties. In het oorspronkelijke collegevoorstel wordt dat bedrag ook niet als dekking gebruikt. Ik geef nu alleen maar aan dat het bedrag van EUR ,00 beschikbaar is en dat het gebruikt kan worden als dekking. Zo meteen zal ik ingaan op de tekst van het amendement. De heer GELDOF (VVD): Voorzitter! Wij hebben nog maar zeer kortgeleden het overzicht van de stand van zaken rond het Fonds Stimulering Lokale Economie gehad. Onderaan staat gewoon dat het saldo nul is. Er zit dus niets in het fonds, want daar is het nodige uit afgeroomd, de rest is al bestemd of uitgegeven en nog zo wat.

17 Avondvergadering van 22 december Nu blijkt dat de in het amendement-bottse aangegeven dekking er is vanwege het feit dat zich ergens een aanbestedingsvoordeel heeft voorgedaan. Ik wil dat precies gespecificeerd zien in het overzicht dat wij eerder hebben gehad en waarin het saldo nul staat. Immers, eerst moet ik geloven dat het saldo nul is, maar vervolgens is er wat geborrel, komt er ergens een amendementje aanrollen en blijkt het saldo opeens 2 ton te zijn. Zo moeten wij hier toch niet met elkaar omgaan, lijkt mij. Ik wil precies weten waar het bedrag zit in dit feest, want anders moet datgene wat de wethouder een mogelijke dekking noemt, misschien bij de voorjaarsnota weer rechtgetrokken worden. Die kennen wij! Nee, toon aan dat het geld er is. Ergens een aanbestedingsvoordeel hebben en dat soort mistige dingen, daar gaan wij als VVD-fractie niet voor. Ik hoop dat het college daar ook niet voor gaat. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Ik ga nu in herhaling vervallen. Het college heeft in het raadsvoorstel een dekking aangegeven. Vervolgens is mij gevraagd of er mogelijkheden zijn om geld uit het Fonds Stimulering Lokale Economie te gebruiken. In de commissie heb ik daarop geantwoord dat ik daarover in overleg zou treden met mijn collega van economische zaken. Vervolgens heeft de wethouder van economische zaken in de commissie aangegeven dat EUR ,00 beschikbaar is vanwege een aanbestedingsvoordeel. Dat is daarna in een raadsbrief bevestigd. Voorts heb ik begrepen dat wethouder De Rijk in januari aanstaande in de commissie zal spreken over het fonds. Daar wil ik nu naar verwijzen. Hier geef ik alleen aan dat de in het amendement-bottse aangegeven dekking klopt. Die dekking kan. Weliswaar was die niet opgenomen in het oorspronkelijke voorstel van het college, maar daarover heb ik al gezegd wat ik wilde zeggen. Overigens wil ik nog een paar dingen zeggen over het amendement-bottse. In de tekst die het amendement aangeeft ter vervanging van beslispunt 2, staat dat het gaat om maximaal EUR ,00. Volgens mij moet dat EUR zijn. Ik meen dat van het bedrag van EUR ,00 gemaakt moet worden: EUR ,00, te dekken als volgt: - EUR ,00 uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief; - EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie. Als dit zo wordt aangegeven in het amendement, dan is dat volgens mij kloppend. Daarover zeg ik dan: Dat kan qua dekking, maar het college blijft bij het voorstel zoals het dat in eerste instantie heeft gedaan. Om die reden ontraad ik het amendement. Dan ga ik nu in op wat de SP-fractie gevraagd heeft over de rol van de provincie en de huisvestingskosten van de internationale school. Ik heb geconstateerd dat in provinciale staten een motie is ingediend waarin staat dat de provincie moet bijdragen aan de huisvestingskosten. Daarover heb ik in de commissie gezegd dat ik het logisch vind om deze kosten bij de gemeente neer te leggen, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting en de zorgplicht daaromheen. Verder hebben wij het mogelijke exploitatietekort verdeeld over de gemeente en de provincie. Daarbij heeft de Universiteit Utrecht een aantal plaatsen gegarandeerd voor de eerste jaren, zodat het mogelijke tekort lager is. Tot zover mijn beantwoording. Ik hoop dat de raad in zal stemmen met de komst van een internationale school in Utrecht. Ik meen dat het goed is voor de werkgelegenheid in Utrecht en voor Utrecht als Stad van Kennis en Cultuur als wij hier een internationale school krijgen. De VOORZITTER: Dames en heren! Hebt u er behoefte aan om in een tweede termijn het woord te voeren? De heer IKKERSHEIM (VVD): Voorzitter! Ik denk dat er nog een gewijzigde versie van het amendement- Bottse ingediend moet worden. De VOORZITTER: Ja, ik zal straks aan mevrouw Bottse vragen hoe zij het amendement precies wil formuleren. De heer IKKERSHEIM (VVD): Ik wil eigenlijk reageren op de versie van het amendement die nog ingediend moet worden. De VOORZITTER: Dan is de goede volgorde misschien dat ik eerst mevrouw Bottse vraag of zij inmiddels gestudeerd heeft op de tekst van het door haar ingediende amendement. Hoe had u die gehad willen hebben, mevrouw Bottse? Begrijp ik goed dat u geen nieuwe schriftelijke versie van het amendement wilt indienen, maar dat u nu mondeling de tekst voor wilt stellen zoals die moet gaan worden?

18 Avondvergadering van 22 december Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Dat klopt. De VOORZITTER: Dan kan iedereen even meeschrijven. Dat scheelt een hoop papier. Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): Voorzitter! De juiste wijziging die volgens het amendement moet worden aangebracht, is dat de tekst van beslispunt 2 moet worden vervangen door de tekst: "gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00 dit voor EUR ,00 te dekken uit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs en voor EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie". De VOORZITTER: Mevrouw Bottse! Kunt u de wijzigingen nog een keer voorlezen voor degenen die ergens nog twijfel hebben? Mevrouw BOTTSE (GroenLinks): De gewijzigde tekst luidt: "gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00 dit te dekken uit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs en voor EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie". De heer GELDOF (VVD): Voorzitter! Zojuist las mevrouw Bottse een andere tekst voor dan daarvoor. Toen kwam er namelijk ook nog ergens een bedrag van EUR ,00 in voor. De VOORZITTER: Ik hoor nu zeggen dat de tekst gekopieerd moet worden. Ja, als iemand daar twijfel over heeft. Ik begrijp dat het voor u niet duidelijk is. De heer GELDOF (VVD): Nee. Mevrouw MOS (GroenLinks): Voorzitter! Ik vind dat wij in deze raad wel heel erg formalistisch aan het worden zijn. Volgens mij is de wijziging van het amendement-bottse heel simpel. De heer Kreijkamp heeft die wijziging aangegeven en mevrouw Bottse heeft die nu twee keer verwoord. Volgens de gewijzigde versie van het amendement komt beslispunt 2 als volgt te luiden: "gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00 dit voor EUR ,00 te dekken uit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs en voor EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie". Met deze wijziging zijn wij er. Wij kunnen de wijziging wel 20 keer op papier willen hebben, maar op een gegeven moment moeten wij elkaar ook gewoon een beetje vertrouwen en moeten wij doorvergaderen. De VOORZITTER: Ik ben dit eens met mevrouw Mos. Ik kijk nu even naar wethouder Kreijkamp, om te zien of de nieuwe tekst van het amendement-bottse een tekst is waarmee hij kan leven. Spoort die met zijn reactie? De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Ik heb daar al over gezegd wat ik heb gezegd. Ook ik lees het amendement nu zoals dat zojuist werd verwoord. Ik heb daarover aangegeven dat de dekking kan, maar ik blijf bij het advies dat ik heb gegeven. De VOORZITTER: Dat is duidelijk en de tekst is duidelijk. De heer IKKERSHEIM (VVD): Er zijn drie verschillende versies gegeven. Minimaal twee, maar mogelijk drie verschillende versies zijn nu voorgelezen. De heer RAVESTEIJN (GroenLinks): De VVD-fractie kan wel blijven vragen om een schriftelijke versie van het gewijzigde amendement-bottse, maar ze gaat toch tegenstemmen. Daarom denk ik: Waar doet de VVD-fractie moeilijk over?

19 Avondvergadering van 22 december De VOORZITTER: Dames en heren! Mevrouw Mos las de tekst van het gewijzigde amendement voor en de heer Kreijkamp zei dat dat inderdaad de tekst is. Daar moeten wij het mee doen, denk ik. U kunt allemaal schrijven en lezen. Wij gaan nu uit van de tekst die mevrouw Mos voorlas en waarover de heer Kreijkamp zei: Daar heb ik op gereageerd. Om elk misverstand te voorkomen, ook bij de VVD-fractie, zal de griffier nog een keer voorlezen hoe volgens het gewijzigde amendement-bottse beslispunt 2 van het bij het voorstel behorende ontwerpbesluit moet luiden. Daar hebben wij het mee te doen. Punt. De heer SMITS (griffier): De nieuwe tekst van beslispunt 2 wordt volgens de gewijzigde versie van amendement 97: "gezien het economische en internationale belang deze school tijdelijk financieel te ondersteunen tot maximaal EUR ,00. Dit voor EUR ,00 te dekken uit het Fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs en voor EUR ,00 uit het werkbudget 2011 van het Fonds Stimulering Lokale Economie". De VOORZITTER: Dat is de tekst, en daar gaat u straks over stemmen. Ik geef nu het woord aan de heer Ikkersheim om in de tweede instantie te reageren op wat er allemaal is gezegd. De heer IKKERSHEIM (VVD): Mijnheer de voorzitter! Ik constateer dat zojuist een derde versie van het gewijzigde amendement 97 is voorgelezen door de griffier, namelijk met een punt. Overigens moet ik wel zeggen dat de zinsbouw op die manier het beste is, tot nu toe! Hartelijk dank daarvoor. Ik kan mijn bijdrage nu kort houden. Het amendement dat nu voorligt en waar wij geen voorstander van zijn, laat in het midden waar, uit elk fonds, begonnen moet worden met het putten uit de financiële middelen. Het is namelijk niet helder of begonnen wordt bij het Programma Onderwijs, het Werkgelegenheidsoffensief of het Fonds Stimulering Lokale Economie. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat de lokale economie niet gestimuleerd wordt, hebben wij een amendement opgesteld. In dat amendement, dat een amendement is op amendement 97, zetten wij in op het eerst putten uit het fonds Werkgelegenheidsoffensief. Wij willen dat pas in uiterste instantie wordt overgegaan tot het putten uit het Fonds Stimulering Lokale Economie. Daarbij tekenen wij aan dat wij eigenlijk veel liever zouden zien dat het raadsvoorstel in zijn originele vorm geaccepteerd wordt. Het amendement, dat ik bij dezen indien, luidt: "Amendement 2011/97 sub. Subamendement dekking amendement A97 De gemeenteraad bijeen op donderdag 22 december 2011, besluit aan de tekst van amendement A97 toe te voegen na het te wijzigen beslispunt 2: 'Bij de financiële ondersteuning zal voor de eerste EUR ,00 dekking gevonden worden in het fonds Werkgelegenheidsoffensief en Programma Onderwijs'." Dit amendement is ondertekend door mijzelf. De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Amendementen maken blijft moeilijk. Dat blijkt maar weer. Waar wij moeite mee hebben, maar dat geldt in feite ook voor het oorspronkelijke voorstel, sluit aan bij de argumentatie die de heer Ikkersheim gaf. Volgens het voorstel wordt 5,5 ton gegeven voor het geval dat nodig is. Daarbij wordt gezegd: Wij hebben daarvoor drie potjes, maar wij zien wel waar wij het uithalen. Ik constateer dat wij bij de begrotingsbehandeling soms uren praten over EUR ,00 hier weghalen of daar weghalen. Gelet daarop, vind ik wat nu voorgesteld wordt met betrekking tot de dekking, geen fatsoenlijk financieel beleid. Je moet geld reserveren in een bepaalde pot, en je moet niet zeggen: Daar, daar of daar kan het uitgehaald worden. Als dat wel zo kan, dan wil ook ik dat graag doen bij de komende begrotingsbehandeling, want dan wordt het allemaal een stuk gemakkelijker! Ik zal het door mevrouw Bottse ingediende amendement 97 dan ook niet steunen. De heer KREIJKAMP (wethouder): Voorzitter! Ik heb aangegeven dat de in het door mevrouw Bottse ingediende amendement 97 aangegeven dekking kan, maar dat het college blijft bij zijn voorstel. Vandaar dat ik amendement 97 heb moeten ontraden. Nu heeft de heer Ikkersheim een amendement ingediend op amendement 97, namelijk amendement 97 sub. In dit amendement wordt aangegeven dat voor de eerste EUR ,00 dekking gevonden moet worden in het fonds Werkgelegenheidsoffensief en het Programma Onderwijs.

20 Avondvergadering van 22 december Eigenlijk staat daar dat de dekking moet worden gevonden overeenkomstig ons voorstel. Dat kan ik niet anders dan sympathiek noemen, want anders zou ik ook iets zeggen over ons voorstel. Ik heb echter al over amendement 97 gezegd dat de daarin aangegeven dekking kan. Ook daarmee komt de internationale school in Utrecht weer een stuk dichter bij en kunnen wij hopelijk in augustus volgend jaar de eerste leerlingen verwelkomen. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/97 sub (subamendement dekking amendement A 97). Dit amendement wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD en SLU hebben voorgestemd. Aan de orde is de afhandeling van het gewijzigde amendement 2011/97 (Wijziging financiering internationale school). Dit amendement wordt bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA, de SP, D66, de ChristenUnie en de Groep Kuijper hebben voorgestemd. Aan de orde is de afhandeling van het voorstel inzake de komst van een internationale school voor primair en voortgezet onderwijs (Jaargang 2011, nr. 167). Mevrouw OSKAM (D66): Voorzitter! Laat ons het voorstel snel aannemen, zodat de aanloopkosten maximaal EUR ,00 bedragen. Wat ons betreft, moet de internationale school zo snel mogelijk starten. Dit is een fantastisch verhaal. Ik hoop dat vanaf morgen de leerlingen toestromen. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Wij hebben zowel in de commissie als hier in de raad gezegd dat wij moeite hebben met het feit dat alleen de gemeente Utrecht de verbouwingskosten moet dragen. Wij maken ons overigens geen zorgen over de mogelijkheid dat het bedrag van EUR ,00 wel eens volledig aangesproken zou kunnen worden. Daarom zeggen wij over het subamendement van de VVD-fractie: Dat zij zo. Conclusie: wij hebben problemen met de financiering van het voorstel. Daarom krijgt dat een tegenstem van ons. De heer IKKERSHEIM (VVD): Mijnheer de voorzitter! Het voorstel betreft een geweldig plan. Dat is een plan dat ons als liberale fractie uit het hart gegrepen is. Het is een plan dat het onderwijs versterkt, de blik naar buiten richt en de economie en werkgelegenheid stimuleert. Kortom, wij zijn een groot voorstander van het plan. De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Mijnheer de voorzitter! De internationale school is een verrijking van het onderwijs, maar ook van het economische klimaat in Utrecht. Ik geef de SP-fractie mee dat ook wij liever een regionale samenwerking hadden gezien voor de bekostiging, maar wij zijn zo trots op de komst van de internationale school, dat wij niet dwars gaan liggen. Ik stem dus voor. Het voorstel wordt daarop, met inachtneming van het aangenomen amendement 2011/97, bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de SPfractie hebben tegengestemd. 8. Voorstel tot vaststelling van de nota Aanscherping Wet Werk en Bijstand en intrekking van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) en Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) (Jaargang 2011, nr. 168). De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wijs erop dat nog een brief is nagestuurd met betrekking tot dit onderwerp. Verder heb ik begrepen dat enkele amendementen zullen worden ingediend. Voorts is er nog discussie over de zoektermijn van vier weken die in het voorstel genoemd wordt.

21 Avondvergadering van 22 december Ik geef eerst de fracties het woord die een amendement willen indienen. Dat is praktisch, want dan kunnen de andere fracties daar gelijk op reageren. Mevrouw VINK (D66): Voorzitter! Voor ons ligt het voorstel om het beleid ten aanzien van de WWB op een aantal punten aan te scherpen. Dat is noodzakelijk, niet alleen vanwege landelijke regelgeving, maar ook vanwege gemeentelijke tekorten en gemeentelijke wensen. Ik ga het vanavond niet hebben over de landelijke regelgeving, wat ik daar op sommige punten ook van vind. Ik ga het vanavond wel hebben over de dingen waar de fractie van D66 in de commissie niet uitgekomen is. Het gaat daarbij om: - de verwachte opbrengsten van de maatregelen; - het voorgestelde sanctiebeleid; - en de vier weken zoekperiode. Voordat ik daar op in ga, wil ik graag een technisch amendement indienen. Dat amendement betreft de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht Daar staat namelijk een foutje in, te weten in artikel 2.3.1, dat verwijst naar een gedraging van de vierde categorie als bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, onderdeel A. Dat lid bestaat niet. Via het amendement wil ik bereiken dat de nummering in de verordening juridisch juist geplaatst wordt en dat een technische wijziging doorgevoerd wordt. Het amendement, dat ik bij dezen indien, luidt: "Amendement 2011/98. De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het Raadsvoorstel Aanscherping Wet Werk en Bijstand (WWB), Constaterende dat: - de voorgestelde nummering van de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 onjuist is; - artikel verwijst naar een gedraging van de vierde categorie als bedoeld in artikel 2.1 lid 4, onderdeel A; - lid 4 van artikel 2.1 ontbreekt. Overwegende dat: - de nummering in een verordening juridisch gezien moet kloppen; - dit slechts een technische wijziging is die geen inhoudelijke gevolgen heeft; - de juiste verwijzing moet zijn artikel 2.1 lid 3, een gedraging van de derde categorie. Besluit: Artikel van de verordening als bedoeld in beslispunt 3 als volgt te wijzigen: 'het college weigert de uikering op grond van de IOAW of IOAZ geheel, bij een gedraging van de derde categorie als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, onderdeel A. Het bepaalde in artikel 2.2, tweede lid, is hierbij niet van toepassing'." Dit amendement is ondertekend door mijzelf. Ik wil hierbij nog het volgende zeggen. Ik heb begrepen dat de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 inmiddels wel is aangepast, maar dat die aanpassing niet is doorgestuurd naar de raad. Daarom heb ik het amendement toch ingediend, omdat de verordening niet in de juiste vorm aan ons is voorgelegd. De VOORZITTER: Dat klopt, daar heeft u gelijk in. De juiste versie van de verordening staat wel op internet, maar is niet echt aan de raad voorgelegd. Ik meen dan ook dat dit de juiste procedure is. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Ik snap hier helemaal niets van, voorzitter. Er staat een foutje in de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 en via de is al gezegd dat er inderdaad een foutje in zit. Ook is het raadsvoorstel aangepast. Mijn vraag is hoe het met het stemmen zit. Gaan wij straks stemmen over een fout in de verordening die hersteld is? Als de raad daar tegen stemt, klopt de verordening dan niet of zo? Dit is een heel rare gang van zaken. Ik vraag mij af of de wethouder niet gewoon kan toezeggen dat zij de verordening aanpast op het betrokken punt. De VOORZITTER: Dames en heren! U stemt en besluit over de stukken die aan u zijn voorgelegd. In die stukken, zegt mevrouw Vink, zit een fout. Ik zie nu dat de wethouder bevestigend knikt. Kortom, als u vanavond besluit, neemt u een goed besluit. Mevrouw Vink heeft het voorstel kloppend gemaakt. Zo simpel ligt het eigenlijk. Dat is de goede volgorde. Wethouders kunnen geen amendementen indienen hier. Ik vind het dan ook heel mooi dat mevrouw Vink dat gedaan heeft.

22 Avondvergadering van 22 december Mevrouw VAN GEMERT (SP): Oké. Mevrouw VINK (D66): Voorzitter! Ik ga nu verder met mijn inhoudelijke bijdrage. De verwachte opbrengsten van het voorstel zijn met veel onzekerheden omgeven. Desondanks is op de raadsinformatieavond over dit onderwerp wel aangegeven dat de wethouder verwacht dat het tekort mede dankzij de maatregelen EUR 2 miljoen (exclusief apparaatskosten) gaat bedragen. In de ons nagezonden raadsbrief is aangegeven dat voor ieder onderdeel, zoals het aantal uitkeringen, een bandbreedte van 20% is aangehouden. Het is ons onduidelijk hoe realistisch de verwachtingen zijn. De fractie van D66 wil koste wat het kost voorkomen dat wij in 2012 een tekort hebben dat het tekort over 2011 gaat benaderen. Wij zullen daarom het Dashboard scherp blijven volgen en verwachten dat de wethouder ons op de hoogte stelt wanneer het tekort hoger oploopt. Wij kunnen dan tijdig bekijken of en, zo ja, welke maatregelen nodig zijn om het tekort op te lossen. De D66-fractie wil hierbij nogmaals aangeven dat, conform de afspraak in het collegeakkoord, alles gedaan moet worden om het tekort allereerst op de eigen afdeling op te lossen. In de commissie is ook uitgebreid gesproken over het aangescherpte sanctiebeleid. De fractie van D66 was en is een voorstander van het bestraffen van fraude. Het is altijd noodzakelijk om misbruik van sociale voorzieningen aan te pakken, maar zeker in tijden van bezuinigingen en tekorten is dat het geval. In het voorliggende voorstel wordt echter gewerkt met sancties vanaf 30%. In de commissie zijn terecht voorbeelden genoemd van overtredingen van de eerste categorie waarvoor een sanctie van 30% wel heel erg fors is. Het maatregelenbeleid moet ook de mogelijkheid bieden van een 10%-sanctie voor een dergelijke overtreding. Dat vindt de fractie van D66 niet meer dan redelijk. Wij hebben daarom een amendement ondertekend dat de fractie van GroenLinks hierover zal indienen (op haar initiatief). De fractie van D66 heeft een tijd geworsteld met het invoeren van een zoekperiode van vier weken. Vanaf 1 januari 2012 is het verplicht om voor jongeren onder de 27 jaar een zoekperiode van vier weken in te stellen. In die periode moeten jongeren actief op zoek naar werk en inkomen. Pas als dit aantoonbaar niet is gelukt, komen de jongeren in aanmerking voor een uitkering. Beoordelen of de betrokken jongeren in broodnood of in schrijnende situaties zitten, kan niet of nauwelijks. Het college heeft nu voorgesteld om de zoektermijn van vier weken ook in te stellen voor iedereen boven de 27 jaar en met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Een uitzondering wordt in dat voorstel gemaakt voor de personen die in broodnood zitten. Daarnaast zullen ook groepen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt wellicht in een schrijnende situatie kunnen belanden. Dan gaat er gewerkt worden met wel heel veel groepen. Voor de fractie van D66 is het van belang dat iedereen die in een schrijnende situatie of in broodnood verkeert, geholpen wordt, ongeacht de afstand tot de arbeidsmarkt. D66 heeft ook in het Tweede Kamerdebat aangegeven dat het onderscheid tussen 27-plussers en 27-minners en al die andere groepen niet goed begrepen wordt en dat maatwerk mogelijk moet zijn. Ik kan mij daar gelukkig van harte bij aansluiten. Wat ons betreft, wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van mensen, tenzij de mensen in broodnood verkeren of met een schrijnende situatie te maken hebben. Dat uitgangspunt kan niet in criteria als leeftijd of afstand tot de arbeidsmarkt gegoten worden. Ik dien daarom de volgende motie in: "Motie 2011/90. Vier weken termijn voor iedereen De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het Raadsvoorstel Aanscherping Wet Werk en Bijstand (WWB). Constaterende dat: - We te maken hebben met een fors (dreigend) tekort bij werk en inkomen. - Vanaf 1 januari 2012 het voor jongeren onder de 27 jaar verplicht is om een zoekperiode van 4 weken in te lassen alvorens recht op een uitkering ontstaat. - In het raadsvoorstel 'Aanscherping Wet werk en bijstand' het voornemen is geuit om dit ook voor een ieder boven de 27 jaar met een korte afstand tot de arbeidsmarkt te laten gelden. - Dit vormgegeven gaat worden middels een zorgvuldige screening aan de poort waarbij ook rekening wordt gehouden met broodnood. Overwegende dat: - De eerste geluiden uit andere steden over de vier weken zoekperiode positief zijn. - Het gezien de hoogte van het tekort de moeite waard is ook in Utrecht uit te testen of de resultaten van de zoekperiode in Utrecht ook positief zijn.

23 Avondvergadering van 22 december In de andere steden niet (altijd) onderscheid wordt gemaakt tussen kansrijke en minder kansrijke groepen. - Het doel van de zoekperiode het aanspreken van de eigen verantwoordelijkheid is. - Het gewenste onderscheid op basis van afstand tot de arbeidsmarkt een arbitrair onderscheid is. - Het voorgestelde onderscheid zijn doel, de eigen verantwoordelijkheid van een ieder aanspreken, voorbij kan schieten. - Het onderscheid extra werk oplevert in de uitvoering. Verzoekt het college: - de zoekperiode van vier weken in te lassen voor iedereen ongeacht leeftijd of afstand tot de arbeidsmarkt; - indien wettelijk toegestaan wel scherp onderscheid te maken op basis van broodnood en schrijnende situaties; - bovenstaande zorgvuldig uit te werken in de beleidsregels." Deze motie is ondertekend door de heren Dijk, Kuijper en Oldenborg en door mijzelf. Mevrouw DIBI (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik heb een vraag aan mevrouw Vink. De wethouder heeft in de commissie heel duidelijk aangegeven dat mensen die bij de poort aankloppen voor een uitkering en in broodnood verkeren, gewoon geholpen worden. Ook mensen in schrijnende situaties worden gewoon geholpen. Daarbij komt dat in de nota "Aanscherping WWB en intrekking van de WIJ en WWIK" uitgelegd is dat het college heel graag de groep wil beperken waarvoor de zoektermijn geldt, namelijk alleen voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Kan mevrouw Vink uitleggen wat de door haar ingediende motie, waarin staat dat de zoekperiode van vier weken ingelast moet worden voor iedereen, voor meerwaarde heeft? Vindt zij niet dat dat juist een negatief effect heeft op mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt (ik heb het hierbij dus niet over mensen die in broodnood verkeren)? Mevrouw VINK (D66): Mijnheer de voorzitter! De D66-fractie is van mening dat het gaat om de eigen verantwoordelijkheid van iedereen, tenzij de mensen aantoonbaar in broodnood of een schrijnende situatie verkeren. Wij willen echt niet dat mensen bij de poort weggestuurd worden die in broodnood zitten of in een schrijnende situatie verkeren. Niet iedereen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt zit in een schrijnende situatie of in broodnood, en niet iedereen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zit dat niet. Wij willen gewoon maatwerk en wensen dat daarbij uitgegaan wordt van de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Als mensen in broodnood of in een schrijnende situatie verkeren, dan kan dat aangetoond worden. Dat kun je gewoon zien. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan een jongere die uit detentie komt en dan plotseling bij de poort te horen krijgen: "Nee, ga eerst maar vier weken zoeken naar een inkomen", terwijl de jongere dan al moeite genoeg heeft om zijn leven op orde te krijgen en goed te beginnen. Daarom moeten dergelijke mensen uitgezonderd worden, maar het beginpunt moet wel zijn dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Dat is precies wat de wethouder beoogt met de zoektermijn van vier weken. Het is veel gemakkelijker om te toetsen op kansrijkheid, zoals in de stukken staat. Daarvoor geldt een aantal criteria, en één daarvan is de korte afstand tot de arbeidsmarkt. Het toetsen daaraan is veel eenvoudiger voor ambtenaren. Kan mevrouw Vink reageren op de stelling dat zij het ongelooflijk moeilijk, lastig en duur maakt door te wensen dat iedereen helemaal gescreend moet worden, waardoor zij eigenlijk het gewenste doel voorbij schiet? Mevrouw VAN GEMERT (SP): Ik werd een beetje getriggerd door wat mevrouw Vink zei. Zij stelde: Wij willen gewoon maatwerk. Denkt mevrouw Vink niet dat het voor het ambtelijk apparaat veel gemakkelijker is wanneer niet iedereen aan de poort gescreend hoeft te worden? Zij noemde het voorbeeld van een gedetineerde. Is het niet beter om te zeggen dat voor de mensen op de treden drie en vier van de Participatieladder gewoon de zoektermijn van vier weken geldt? De andere mensen gaan het zeer waarschijnlijk toch niet redden binnen die vier weken. Daarvoor kun je het hele maatwerkverhaal gewoon achterwege laten, wat de regeling een stuk gemakkelijker uit te voeren maakt.

24 Avondvergadering van 22 december Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Ik heb een vraag aan de fracties van de PvdA en de SP. Ik ben namelijk heel benieuwd wat er volgens hen moet gebeuren met schrijnende gevallen die toevallig wel op de treden drie en vier van de Participatieladder staan. Zal er niet sowieso getoetst moeten worden op schrijnendheid? Is het dan niet beter om dat goed in beleidsregels uit te werken? Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Dat klopt. Dat ben ik met mevrouw De Boer eens, maar dat heeft de wethouder al toegezegd. Zij heeft in de commissie al een aantal keren gezegd dat getoetst zal worden op de criteria broodnood en schrijnendheid. Dat gaat ook gebeuren. De mensen die in broodnood of in een schrijnende situatie verkeren, worden niet weggestuurd, maar krijgen een uitkering. Wat voegt de door mevrouw Vink ingediende motie daar nog aan toe, behalve dat de motie het onnodig moeilijk maakt voor die kwetsbare mensen die aan de poort komen en weggestuurd worden? Dan krijgt wethouder Everhardt ze in de daklozenopvang, of weet ik veel waar ze allemaal terechtkomen. Zo is het namelijk; dat is de realiteit. Mevrouw VINK (D66): Mijnheer de voorzitter! Allereerst zeg ik dat wij niemand willen laten wegsturen die dan bij wethouder Everhardt in de daklozenopvang gaat aankloppen. Dat zijn namelijk de mensen in een schrijnende situatie. Zoals ik heel duidelijk heb gezegd, willen wij niet dat die weggestuurd worden. Verder zei mevrouw Dibi heel terecht: Iedereen wordt gescreend, ook al heeft men een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Je neemt de toetsing aan dat criterium juist weg door te zeggen: Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen, tenzij bij de eerste screening blijkt dat de betrokkene in een schrijnende situatie zit. Uiteindelijk zal toch de situatie van iedereen bekeken moeten worden, om te kunnen zien of ook mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt in een schrijnende situatie verkeren. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Ik ga proberen het eenvoudig te houden, want anders snappen de mensen het niet meer. Overigens bedoel ik dit serieus, want de materie is ingewikkeld; dit bedoel ik helemaal niet grappig. De wethouder is met het voorstel gekomen en heeft daarbij gezegd: Wij willen bij de poort tegen de kansrijken zeggen dat zij vier weken moeten gaan zoeken en dat zij maar weg moeten gaan. Dat wordt getoetst. Bij de kansrijken gaat het onder anderen om de mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is een heel belangrijk criterium. Dat de kansrijken vier weken moeten gaan zoeken, vinden wij prima, want dat is heel gemakkelijk te toetsen. De niet-kansrijken -dat zijn de mensen met problemen, ex-gedetineerden enz.- krijgen wel gewoon een uitkering. Gelet daarop, blijft nog steeds mijn vraag: Wat voegt de door mevrouw Vink ingediende motie daaraan toe? Mevrouw VAN GEMERT (SP): Voorzitter! Misschien begrijp ik het verkeerd, en als dat het geval is, kan de wethouder straks misschien antwoord geven op de opmerking die ik nu ga maken. Naar mijn mening wordt volgens het voorstel bij de poort niet iedereen gescreend op het criterium broodnood. Volgens mij wordt bij de poort tegen de mensen op de treden drie en vier van de Participatieladder gezegd: Gaat u maar vier weken zelf zoeken, daarna zien wij u graag terug (of eigenlijk niet graag terug) en kijken wij wel verder. Nogmaals: volgens het voorstel wordt niet iedereen gescreend bij de poort. Dat gebeurt m.i. wel volgens het voorstel dat mevrouw Vink heeft gedaan. Mevrouw VINK (D66): Mijnheer de voorzitter! Het is wel zo dat ook voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt gewoon bekeken zal worden of die in broodnood of in een schrijnende situatie verkeren. Dat is gezegd, dat lijkt mij niet meer dan logisch en het mag verwacht worden van een sociaal college. Mensen komen met een verhaal bij de poort en kunnen zeggen: Ik mag dan misschien op papier een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben, maar in de praktijk blijkt dat ik door deze en deze problemen in een schrijnende situatie zit. Dat zal dan toch getoetst moeten worden, en dat is het praktische gedeelte van de door mij ingediende motie. Daarnaast is er het principiële gedeelte. Dat betreft het feit dat niet iedereen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt in een schrijnende situatie zit (en andersom). Vandaar dat in de motie wordt aangegeven dat iedereen eerst zijn of haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen, tenzij men aantoonbaar in een schrijnende situatie of in broodnood zit. Wanneer mensen met een op papier korte afstand tot de arbeidsmarkt bij de poort zeggen dat zij in broodnood of in een schrijnende situatie zitten, dan zal dat getoetst moeten worden. Wij gaan immers niet iemand bij de poort wegsturen met de mededeling: Ook al zit je in een schrijnende situatie of in broodnood, je moet toch maar zelf gaan zoeken. Dit is de reden waarom ik de motie heb ingediend.

25 Avondvergadering van 22 december Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! Wij hebben het hier vandaag over de aanscherping van het beleid ten aanzien van de WWB op grond van een nog geen 48 uur geleden in de Eerste Kamer aangenomen wet. Over een deel van de maatregelen hebben wij als gemeente niets te vertellen; die moeten wij gewoon uitvoeren, of wij er nu blij mee zijn of niet. Maar er niets over te vertellen hebben, is niet helemaal hetzelfde als er niets over zeggen! De fractie van GroenLinks stoort zich vooral aan de wijze waarop het kabinet de uitkeringsgerechtigden en gemeenten wegzet. In het debat in de Eerst Kamer suggereerde de staatssecretaris: 1. dat met name diegenen die voor langere tijd op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, dat volledig aan zichzelf te wijten hebben; 2. dat de gemeenten de afgelopen jaren onvoldoende hebben gedaan om juist deze groep aan het werk te krijgen. Het eerste geeft aan dat de staatssecretaris geen idee heeft van welke mensen en welke problemen achter de kille cijfers schuilgaan. Het tweede is aantoonbaar onjuist. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het percentage mensen dat langdurig afhankelijk is van een uitkering, de afgelopen jaren is gedaald. Gemeenten slagen er dus in, zelfs in deze moeilijke tijd, deze moeilijke doelgroep deels richting betaald werk te leiden. Dat moet wat de fractie van GroenLinks betreft ook in Utrecht de focus blijven. Daarover hoort u ons begin volgend jaar, als het Bestedingsplan Participatiebudget 2012 behandeld wordt. Ik ga nu in op de twee punten die in de commissie zijn blijven liggen. Dat zijn de vier weken zoektermijn en het maatregelenbeleid. De fractie van GroenLinks is blij met de koers van het college die neerkomt op de volgende drie punten: 1. een sociaal vangnet voor de mensen die dat nodig hebben; 2. meer eigen verantwoordelijkheid voor uitkeringsgerechtigden, tenzij de omstandigheden zo zijn, dat het niet van hen verlangd kan worden; 3. de focus op duurzame uitstroom naar werk. In het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van werkzoekenden past de vier weken zoektermijn. Daarbij moeten wij wat de fractie van GroenLinks betreft twee zaken in het oog houden: - de mensen mogen hierdoor niet direct financieel in de problemen komen, dus er moet getoetst worden op broodnood; - en er moet een uitzondering mogelijk zijn voor de mensen van wie je gezien hun omstandigheden niet kunt verwachten dat zij eerst vier weken zelf op zoek gaan; dat zijn de schrijnende gevallen. Voor jongeren mogen wij deze toets niet doen van de wet, en dat vindt de fractie van GroenLinks erg. Jongeren in financiële problemen of met bijvoorbeeld een ernstige psychiatrische problematiek, moeten wij gewoon wegsturen volgens de wet. Voor mensen van 27 jaar en ouder mogen wij als gemeente wel eigen voorwaarden stellen, en dat moeten wij ook zeker doen. Dit zal zijn neerslag moeten krijgen in duidelijke beleidsregels, zodat zowel de ambtenaren als de werkzoekenden weten waar zij aan toe zijn. De fractie van GroenLinks zal dan ook voor de motie stemmen die mevrouw Vink zojuist heeft ingediend. De reden daarvoor is dat volgens die motie juist een toets weggehaald wordt, waardoor de zaak eenvoudiger gemaakt wordt, terwijl de toets op schrijnendheid wat ons betreft sowieso uitgevoerd moet worden. Verder wijs ik op de belofte van de wethouder dat op het moment dat mensen zich na vier weken toch weer onverhoopt aan het loket melden, hun recht op uitkering binnen nog eens vier weken wordt vastgesteld. Daarmee wordt de totale beoordelingsduur niet langer dan de huidige acht weken, wat voor de fractie van GroenLinks een belangrijke voorwaarde is om met het beleid in te stemmen. Voorts heeft het college aangegeven in de eerste periode nauwlettend te willen volgen waar de mensen blijven die na het verstrijken van de zoektermijn niet terugkeren. Ook dit vinden wij van belang, namelijk om te kunnen toetsen of deze maatregel straks toch geen ongewenste effecten heeft. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Ik kom nog even terug op wat mevrouw De Boer zei over de motie die mevrouw Vink heeft ingediend met betrekking tot de zoektermijn van vier weken voor iedereen. Het is bekend dat daar landelijk heel krachtig tegen geprotesteerd is door de PvdA, GroenLinks en andere partijen. De reden daarvoor is dat mensen gewoon buiten de boot vallen als de zoektermijn van vier weken voor iedereen wordt ingevoerd. Nu wil ook mevrouw De Boer dat die zoektermijn voor iedereen wordt ingevoerd. Kan zij aangeven waarom zij denkt dat deze maatregel niet de meest zwakke mensen zal treffen waar wij het nu over hebben en waar ook mevrouw De Boer heel veel feeling mee heeft? Waar maakt zij dat uit op?

26 Avondvergadering van 22 december Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb niet gezegd dat de zoektermijn van vier weken voor iedereen ingevoerd moet worden. Ik heb gezegd dat die ingevoerd moet worden voor mensen van wie wij dat volgens mij mogen verlangen en dat daarbij een uitzondering gemaakt moet worden op schrijnendheid. Ook heb ik gezegd dat heel duidelijk in beleidsregels moet worden omschreven wat wij daarmee bedoelen. Wat mij betreft, is het helemaal niet de bedoeling dat mensen weggestuurd worden die straks bij de heer Everhardt in de daklozenopvang belanden. Dat is juist de toets die wij heel belangrijk vinden en die wij willen. Mevrouw Dibi heeft de angst dat die toets niet goed gaat. Welnu, juist om ervoor te zorgen dat die angst geen werkelijkheid wordt, vinden wij het heel belangrijk dat goed gemonitord wordt hoe het gaat en waar de mensen blijven. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Ik hoorde mevrouw De Boer zeggen dat zij met haar steun aan de door mevrouw Vink ingediende motie er niet voor kiest dat de zoektermijn van vier weken voor iedereen wordt ingevoerd. In het eerste punt van het dictum van de motie staat echter: "de zoekperiode van vier weken in te lassen voor iedereen ongeacht leeftijd of afstand tot de arbeidsmarkt". Bij het aannemen van de motie wordt dus beslist dat de zoekperiode van vier weken wordt ingevoerd voor iedereen. Weliswaar zegt mevrouw De Boer daar "tenzij" bij, maar de zoekperiode wordt wel degelijk voor iedereen ingevoerd. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Dat "tenzij" lijkt mij niet geheel onbelangrijk! Voorzitter! Ik ga verder met mijn betoog en ga in op het maatregelenbeleid. De fractie van GroenLinks is eerlijk gezegd nogal geschrokken van de bespreking van dit punt in de commissie. Daar werd namelijk het beeld geschetst dat ambtenaren zelf kunnen bepalen of ze bepaalde gedragingen door de vingers zien, of dat er een waarschuwing wordt gegeven of een maatregel wordt opgelegd. Dit kan wat de fractie van GroenLinks betreft absoluut niet. Dat kan niet op basis van de verordening, die voor bepaalde gedragingen bepaalde maatregelen voorschrijft, maar het kan ook niet op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, die onder andere stellen dat er geen sprake mag zijn van willekeur. Wat ons betreft, zijn dan ook twee zaken nodig: enerzijds een helder, rechtvaardig en proportioneel sanctiebeleid en anderzijds een gemeentelijk apparaat dat dit beleid ook consequent uitvoert. Het huidige voorstel van het college is wat ons betreft niet proportioneel. De verplichting om ook bij administratieve overtredingen gelijk 30% korting op te leggen, is volgens ons een te zwaar middel. Daarom pleitten wij in de commissie voor een lagere sanctie voor dit soort lichtere overtredingen. Ik heb daarover een amendement gemaakt dat ik bij dezen indien. Het luidt: "Amendement 2011/99. Consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het Raadsvoorstel Aanscherping Wet Werk en Bijstand (WWB), Constaterende dat: - de voorgestelde tekst van de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 in art. 1.2 duidelijk aangeeft wanneer een sanctie dient te worden opgelegd en dat derhalve de discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar om hiervan af te zien beperkt is; - volgens de huidige tekst bij overtredingen van de eerste categorie - veelal administratieve overtredingen, die niet hebben geleid tot te veel of onterecht verstrekte uitkering - (in elk geval bij de tweede overtreding binnen twee jaar na een eventuele waarschuwing) een verlaging van 30% aangewezen is; Overwegende dat: - een korting van 30% voor administratieve overtredingen zonder kwade opzet van of financieel voordeel voor de uitkeringsgerechtigde, erg fors is; - een goede opbouw en proportionaliteit van het sanctiebeleid van belang is voor het draagvlak bij zowel uitvoerende ambtenaren als burgers; - dit draagvlak mogelijk zal leiden tot consequentere uitvoering en tot minder bezwaar- en beroepsprocedures; - het voorkomen van willekeur behoort tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve een consequente uitvoering van het sanctiebeleid alleen al om die reden noodzakelijk is,

27 Avondvergadering van 22 december Besluit: - Uit beslispunt 3 van het Raadsvoorstel Aanscherping Wet werk en bijstand (WWB) in de laatste zin de zinsnede 'is de uitkomst van een G4-harmonisatie' te schrappen, waardoor deze zin komt te luiden: 'De nu voorliggende verordening behelst een verscherping en versimpeling van het maatregelenbeleid ten opzichte van de oude verordening;' - In de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 art. 2.2, lid 2 sub a te wijzigen in: bij gedragingen van de eerste categorie: 10%." Dit amendement is ondertekend door mevrouw Vink, mevrouw Van Gemert, mevrouw Dibi en mijzelf. De heer DIJK (VVD): Voorzitter! Als ik het goed gehoord heb, wordt volgens amendement 99 de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 zo gewijzigd, dat gedragingen van de eerste categorie bestraft worden met 10% korting. Ik wijs erop dat in de verordening ook staat, in artikel sub a, dat de belanghebbenden een inlichtingen- en medewerkingsplicht hebben. Wat betreft de overtreding van de inlichtingenplicht, kan men denken aan lichte overtredingen, bijvoorbeeld te laat bellen etc., terwijl de mensen dat wel op tijd moeten doen. Bij overtreding van de medewerkingsplicht kan men bijvoorbeeld denken aan situaties waarin de gemeente iemand actief benadert en zegt op een bepaalde datum op bezoek te zullen komen, waarna de mensen er bewust niet zijn. Is mevrouw De Boer het met mij eens dat dat een heel duidelijk verschil is met een overtreding van de inlichtingenplicht en dat voor het laatste geval -dus voor echt obstructief werken- eigenlijk wel direct een korting van 30% moet worden opgelegd? Wanneer het gaat om echt kleine, administratieve fouten bij het geven van inlichtingen, kan de korting 10% zijn. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik vind dat er inderdaad een groot verschil is tussen enerzijds informatie die mensen geacht worden uit zichzelf te leveren en waarin ze inderdaad een vergissing kunnen begaan, dat wil zeggen administratieve fouten maken, en anderzijds daadwerkelijke obstructie. Dat ben ik met de VVD-fractie eens, maar op dit moment worden beide zaken door het college kennelijk als even zwaar beoordeeld, gezien het feit dat ze allebei in de eerste categorie vallen. Als daarover andere voorstellen gedaan worden, dan wil ik daar goed naar kijken, maar op dit moment hebben wij het amendement gemaakt op de manier die ik heb aangegeven. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Ik wil hier nog even op doorgaan. Hoe sympathiek amendement 99 (Consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap) ook is, gelet op het feit dat daarin de rechtvaardigheid tot achter de komma geregeld is, terwijl mevrouw De Boer het zojuist nog verder nuanceerde, ik heb hierover de volgende vraag. Wordt daarmee de uitvoering niet heel ingewikkeld gemaakt voor de ambtenaren die de verordening moeten uitvoeren? Is dat wat de fractie van GroenLinks wil? Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Ik meen dat wat in het amendement aangegeven wordt, helemaal niet ingewikkelder is dan wat nu in de verordening staat. In de verordening staat dat bij gedragingen van de eerste categorie een korting van 30% opgelegd moet worden, terwijl wij voorstellen om daarvoor een korting van 10% op te leggen. Het moet voor de ambtenaren volstrekt duidelijk zijn wat gedragingen van de eerste categorie zijn. Die staan ook heel duidelijk omschreven in de verordening. Kortom, ik zie niet in waarom wat wij voorstellen, ingewikkelder zou zijn dan het voorstel dat het college gedaan heeft. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Mevrouw De Boer nuanceerde de zaak zojuist door te zeggen dat er misschien voor een bepaalde categorie toch weer een uitzondering gemaakt moet worden. Daar doelde ik op, maar misschien heb ik haar verkeerd begrepen. Ik hoorde haar namelijk zeggen, in haar reactie op de interruptie van de heer Dijk, dat er misschien een apart voorstel gedaan moet worden met betrekking tot de mensen die niet thuis zijn als er huisbezoek komt. Ik wil waarschuwen voor het ingewikkeld maken van de verordening en het - ook op dit punt - afwijken van het beleid van de andere grote steden, die er ook over nagedacht hebben en niet voor niets met een harmonisatievoorstel zijn gekomen. Kortom, ik weet niet of het zo simpel uit te voeren is als de fractie van GroenLinks hier nu zegt, maar misschien kan die fractie mij overtuigen.

28 Avondvergadering van 22 december Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Ik heb geen voorstel gedaan om iets te wijzigen in de categorieën. Wel heb ik in amendement 99 gedragingen van de eerste categorie genoemd. Daar valt alles onder wat daar op dit moment onder valt volgens de verordening. Ik heb vervolgens iets gezegd over de mogelijkheid dat het college of andere fracties met voorstellen komen om daar iets in te veranderen, bijvoorbeeld een bepaalde gedraging verplaatsen van de eerste naar de tweede categorie (ik noem maar iets). Daar wil ik dan best naar kijken, maar op dit moment ligt ons voorstel voor om alle gedragingen van de eerste categorie met 10% verlaging te beboeten. De heer SMID (CDA): Ik wil graag nog ingaan op de G4-harmonisatie. De vier grote steden hebben samen op een aantal punten één lijn getrokken, maar de gemeente Utrecht trekt volgens amendement 99 haar eigen lijn. Wat rechtvaardigt het feit dat Utrecht weer afwijkt van de gezamenlijke lijn? Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb in de commissie al gezegd dat wij het hele G4- verhaal niet zo bijster interessant vinden, in die zin dat Utrecht niet haar eigen beleid zou moeten maken op het gebied van sociale zaken. Anders kunnen wij ook wel overleg gaan voeren met Zeist, Amersfoort, Driebergen of noem maar op. Nee, wij bepalen hier gewoon zelf ons beleid. Dat vinden wij ook heel belangrijk. Ik geloof niet dat er ook maar één uitkeringsgerechtigde is die zal denken: Kom, laat ik in Utrecht gaan wonen, want als ik daar vergeet mijn inschrijving te verlengen, dan krijg ik maar 10% korting, terwijl mij dat in Amsterdam 30% korting kost. Ik zie niet in waarom wij dat hier niet zelfstandig zouden kunnen beslissen. Maar goed, daar hoor ik straks graag de wethouder eventueel over. Tot slot nog een opmerking over de korte invoeringstermijn voor de nieuwe wet. In de Eerst Kamer wilde het kabinet hier niet aan tornen. Als Utrecht zijn wij eigenlijk behoorlijk proactief door binnen 48 uur na aanname van de wet al de nodige verordeningen vast te stellen. Echter, een aantal zaken zal nog in beleidsregels nader uitgewerkt moeten worden. Wij horen graag van de wethouder hoe zij dat ziet. Kunnen per 1 januari a.s. alle nu aangenomen maatregelen en verordeningen ook praktisch al worden uitgevoerd? Of zijn er misschien nog een paar weken nodig voordat daadwerkelijk alle beleidsregels zijn uitgewerkt en de ambtenaren zijn geïnstrueerd? Daar krijg ik graag een reactie op zo meteen. Mevrouw DIBI (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik wil mijn betoog beginnen met een voorbeeld. Ik werd gisteren gebeld door een 63-jarige mevrouw waarbij haar zoon van 23 jaar inwoont. Zij worden geconfronteerd met de maatregelen die vanaf het kabinet komen. De 63-jarige mevrouw heeft namelijk een bijstandsuitkering, terwijl haar zoon werkt. Die werkt hard voor zijn geld, maar wordt nu geconfronteerd met het feit dat hij moet gaan zorgen voor zijn moeder. Het einde van het verhaal is dat de zoon nu bezig is woonruimte te zoeken. In een kraakpand, zodat hij geen huur hoeft te betalen en zijn moeder gewoon haar bijstandsuitkering kan houden. Dit is een reëel voorbeeld. Daar kan men om lachen, maar het is niet leuk. De bezuinigingen die van de landelijke overheid komen, zijn namelijk rigoureus. Daar gaan wij achter komen, dat weet ik zeker. Het huidige kabinet heeft ervoor gekozen om een aantal rigoureuze maatregelen in te zetten. Dat zijn maatregelen die vooral de mensen met de laagste inkomens gaan treffen. Met deze maatregelen wil het kabinet meer mensen uit een uitkeringssituatie krijgen, maar het tegenovergestelde zal gebeuren. Ik zeg dan ook dat de PvdA-fractie, en daarmee zeker ook een aantal andere fracties, met grote tegenzin deze asociale maatregelen moet uitvoeren. Dat is niet onze keuze, maar wij moeten. Wij willen de wethouder dan ook vragen om blijvende aandacht te hebben voor alle negatieve gevolgen die de maatregelen met zich meebrengen. En wij vragen zeker om deze negatieve effecten bij het kabinet aan de orde te stellen als dat kan. Graag krijg ik daarop een reactie van het college. De heer DIJK (VVD): Mijnheer de voorzitter! Het klopt dat er landelijke maatregelen komen. Die moeten wij invoeren, en daar zouden wij het bij kunnen laten. Toch zijn er op initiatief van de wethouder op gemeentelijk niveau acht aanscherpende maatregelen getroffen die het voor de betrokken groepen allemaal nog zwaarder maken (volgens de woorden van mevrouw Dibi). Waarom zijn die aanvullende maatregelen getroffen volgens mevrouw Dibi? Daar ben ik heel benieuwd naar. Als alle landelijke maatregelen al heel slecht zouden zijn, dan hadden er immers volgens haar opvatting geen aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Kortom, ik vraag mij af wat de reden is waarom de aanvullende maatregelen door de gemeente zelf worden genomen.

29 Avondvergadering van 22 december Mevrouw DIBI (PvdA): Dat is een heel goede vraag. Ik wilde eigenlijk net op dat onderwerp ingaan. Ik denk dan ook dat ik uw vraag zo meteen zal beantwoorden. Wel wil ik daar eerst nog één ding over zeggen. U zei dat de gemeente nog zwaardere maatregelen zou treffen, maar dat is niet zo. Dat klopt niet, maar daar kom ik zo meteen op terug. Voorzitter! De urgentie om op gemeentelijk niveau met maatregelen te komen, is er inderdaad. Dat klopt, en daarmee heeft de heer Dijk terecht een punt. Het tekort bij sociale zaken dwingt ons om te bekijken wat wij kunnen doen. We moeten ook iets doen als raad en college. Dat heeft de wethouder ook gedaan. De extra maatregelen liggen nu inderdaad voor. Ik kom later in mijn verhaal terug op de opmerking van de heer Dijk dat de maatregelen van de gemeente zwaarder zouden zijn, maar ik wil het college/de wethouder eerst een compliment geven voor het feit dat het college de mensen die het hardst getroffen worden, toch uit de wind heeft weten te houden. Dat is heel erg belangrijk en een groot verschil met het landelijke beleid. Dit sociale college heeft gelukkig niet gekozen voor allerlei andere maatregelen die de mensen met de laagste inkomens ook nog eens hadden kunnen treffen. Ik noem een paar voorbeelden, want daarmee beantwoord ik misschien uw vraag, mijnheer Dijk: - Het college/de wethouder had kunnen komen met een uitbreiding van de vier weken zoektermijn voor iedereen. Weliswaar is daarover een motie (nr. 90) ingediend, maar ik heb het nu over het voorstel van het college. - Het college had kunnen komen met het voorstel om de toeslagen voor de dak- en thuislozen af te schaffen. - Ook had het college kunnen komen met het voorstel om het woonlastenfonds af te schaffen. Dit heeft het college allemaal niet gedaan, omdat het een sociaal college wil blijven. De heer DIJK (VVD): Ik praat liever via u, voorzitter, zo zeg ik richting mevrouw Dibi van de PvdAfractie. Is mevrouw Dibi het niet eens met de stelling dat wanneer er in de stad Utrecht een financieel degelijk beleid was gevoerd in de afgelopen vijf jaar, de vier weken zoektermijn überhaupt niet ingevoerd had hoeven te worden? Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Nu gaat de heer Dijk ervan uit dat het tekort grotendeels te danken is aan financieel wanbeleid, maar dat is helemaal niet waar. U weet net zo goed als ik dat de economische situatie daar een enorm grote invloed op heeft gehad, mijnheer Dijk. U kunt dan ook niet beweren dat er in de afgelopen jaren geen goed financieel beleid is gevoerd. Sterker nog: er zijn allerlei maatregelen genomen om het tekort klein te houden. Als men dat vergelijkt met de tekorten in andere steden, dan mogen wij ons hier in onze handjes wrijven. Ik meen dat het heel belangrijk is om dit te weten. De heer SMID (CDA): Mevrouw Dibi heeft zojuist aangegeven dat allerlei maatregelen nog niet zijn ingevoerd in Utrecht. Volgens haar hadden die voorgesteld kunnen worden, maar heeft het college dat niet gedaan. Daar prijst mevrouw Dibi het college heel erg voor. Ik zal straks voorstellen om wanneer het tekort nog niet wordt weggewerkt, toch ook naar andere maatregelen te kijken, namelijk de maatregelen die zij heeft genoemd. Wat geeft mevrouw Dibi het idee dat de door het college voorgelegde keuzes zeer sociaal zijn en dat andere maatregelen niet sociaal zouden zijn? De verschillende maatregelen zijn toch gewoon bitter noodzakelijk? Ik vind dat mevrouw Dibi daar gewoon eerlijk in moet zijn en niet moet doen alsof Utrecht nu enorm afwijkt van allerlei andere gemeenten. Mevrouw DIBI (PvdA): Wij wijken wel af. Dat is één. Het tweede is dat wij heel sociaal zijn. Ten derde wijs ik op de maatregelen die van de landelijke overheid komen. Hierbij heb ik het met name over de huishoudinkomenstoets, die enorm veel impact heeft op mensen, ook op de ouderen waarvoor u zegt op te komen en waarvoor u helemaal niets doet. Ik moet dit wel zeggen, want de CDA-fractie zegt altijd dat zij goed opkomt voor de ouderen, maar die laat ze nu wel in de steek. Dat hebben wij te danken aan het landelijke beleid. Voorts vroeg de heer Smid of wat het college nu voorstelt, sociaal is. Ja natuurlijk is dat sociaal. Ik heb zojuist uitgelegd dat het college/de wethouder met een heleboel andere maatregelen had kunnen komen, maar daar is niet voor gekozen. Het college is dus wel sociaal. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Hier zou ik een heel lange reactie op kunnen geven, maar dat zal ik niet doen, gezien de tijd. Ik vind dat mevrouw Dibi nu echt een karikatuur schetst en zeer onterecht een uitvergroting maakt van de punten waarop Utrecht überhaupt nog afwijkt van de landelijke maatregelen.

30 Avondvergadering van 22 december Tijdens de begrotingsdebatten hebben wij gesproken over een hele reeks maatregelen die bitter noodzakelijk zijn om het tekort te dempen. Het college voert nu al die maatregelen in, op twee na. Daarover zegt mevrouw Dibi dat dat het grote verschil maakt. Ik vind dat totaal niet geloofwaardig. Ik denk ook dat zij dat niet kan volhouden. Ik vraag haar dan ook om wat dit betreft haar grote woorden kleiner te maken, maar goed, dat is aan haar. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Ik begrijp dat het voor de heer Smid heel ongemakkelijk wordt als ik dit soort woorden gebruik, maar het is gewoon een feit dat bepaalde maatregelen niet genomen zijn. Ik noem maar even de toeslagen voor de dak- en thuislozen. Weet de heer Smid welk effect het zou hebben gehad als de landelijke maatregelen op dit gebied waren doorgevoerd? Weet hij wat er dan zou gebeuren? Die maatregelen hebben namelijk een enorme impact, maar daar is niet voor gekozen. Daar kan de heer Smid het niet mee eens zijn, maar het is wel een feit. De heer SMID (CDA): (Zonder microfoon.) Mevrouw DIBI (PvdA): U kunt het allemaal klein vinden, maar feit is wel dat ongeveer mensen hier in Utrecht hun uitkering verliezen, waaronder een heleboel ouderen. Dat kunt u niets vinden, maar wij vinden dat erg. Verder wijs ik op het rapport dat is opgesteld naar aanleiding van een onderzoek van de G32 naar wat straks de consequenties zijn van alle maatregelen. Ik doel nu op de stapeling. Wij zijn er nog lang niet. Het wordt nog erger. Dat is dan dankzij de maatregelen van het kabinet. U kunt hier dan ook niet volhouden dat het allemaal niets betekent. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Ik constateer dat dit een ideologisch debat wordt. Mevrouw Dibi kan niet aangeven hoe zij de problemen aanpakt die zij geschetst heeft. Dat betreft zaken die ook ik zie, die ook voor het CDA problematisch zijn en waar wij in Den Haag nog wel eens samen voor strijden. Mevrouw Dibi schetst alleen hoe groot de problemen zijn. Ik constateer dat en ik betreur het beeld dat zij neerzet. Mevrouw DIBI (PvdA): Wij betreuren de enorme impact die het beleid gaat hebben op onder anderen de ouderen, waarvoor u zegt op te komen. Heel erg jammer. Voorzitter! Ik vervolg mijn betoog. Tijdens de commissievergadering hebben wij uitgebreid gediscussieerd over de voorliggende maatregelen. De PvdA-fractie heeft toen bij een aantal punten kanttekeningen geplaatst. Ik pak er twee uit: 1. De invoering van de vier weken zoektermijn voor 27-plussers. In de commissie hebben wij als PvdA-fractie heel duidelijk aangegeven dat het hierbij alleen maar mag gaan om de kansrijken. Dat was ook het voorstel van de wethouder. Ook hebben wij aangegeven dat er zorgvuldig beleid moet zijn met duidelijke criteria als het gaat om de kansrijken. 2. Met betrekking tot de tegenprestatie naar vermogen hebben wij aangegeven dat wij de tegenprestatie zien als een vorm van vrijwilligerswerk. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! In het voorstel staat volgens mij niet dat het om de kansrijken gaat, maar wordt alleen gesproken over de afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom vraag ik mij af wat mevrouw Dibi onder kansrijken verstaat. Verder vraag ik nog een keer aan mevrouw Dibi hoe volgens haar mensen die problemen hebben maar een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben, geholpen kunnen worden in het kader van het voorstel dat nu voorligt. Mevrouw DIBI (PvdA): Dat kan juist wel, voorzitter. Kansrijk zijn en afstand tot de arbeidsmarkt hebben met elkaar te maken. Mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt zijn bijna automatisch - niet altijd, dat ben ik met mevrouw De Boer eens- kansrijk. Dat kun je toetsen. De afdeling Werk en Inkomen heeft daar een enorme ervaring in. Die toets wordt nu al uitgevoerd. Wanneer mensen doorgestuurd worden naar Werk loont!, wordt er al getoetst op wel of niet kansrijk zijn. Als je de toets op die manier doet, dus door mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt als kansrijk te beschouwen, dan kun je een groep afbakenen. Dan kun je zeggen: U bent kansrijk, gaat u maar vier weken werk zoeken, en als dat niet lukt, komt u maar terug. De rest kan dan wel een uitkering krijgen. Daarnaast is het zo dat als mensen problemen hebben, wij spreken over broodnood en schrijnende gevallen.

31 Avondvergadering van 22 december Daarover heeft de wethouder gezegd: Als broodnood of schrijnendheid geconstateerd wordt aan de poort, of de betrokkenen nu kansrijk zijn of niet, dan wordt er gewoon geholpen en krijgen de mensen een uitkering. De motie hierover (nr. 90) is dan ook overbodig. Het gebeurt al, en de motie maakt de zaak alleen maar ingewikkelder. De VOORZITTER: Ik meen dat ik dit debat af moet kappen, want dit is een beetje een herhaling van wat in de commissie is gezegd. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Er ligt nu een motie die er in de commissie beslist niet lag, en in die zin is dit debat heel anders dan de discussie in de commissie. Mevrouw Dibi zei dat eerst getoetst moet worden wat de afstand tot de arbeidsmarkt is en dat vervolgens in feite getoetst moet worden op schrijnendheid. Is dit laatste niet juist een extra toets? En geeft het voorstel van de D66-fractie niet juist meer ruimte om uitzonderingen te maken voor mensen die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben maar wel in een schrijnende situatie zitten? Mevrouw VINK (D66): Voorzitter! Ik had eigenlijk precies dezelfde vraag willen stellen. Ik wacht het antwoord van mevrouw Dibi graag af. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Het antwoord op de vraag van mevrouw De Boer is nee. Volgens mij maakt men het met wat in motie 90 gesteld wordt, onnodig ingewikkeld voor de mensen. Daarin wordt de zaak omgedraaid. Het voorstel van het college is dat mensen die aan de poort komen, getoetst worden op kansrijkheid. Het toetsen op broodnood en schrijnendheid hoort daar natuurlijk bij, want als daarvan sprake is, krijgen de mensen een uitkering. Maar mensen die kansrijk zijn, moeten activiteiten gaan ontplooien om een baan te zoeken. Daarmee is de groep van kansrijken al afgebakend, maar de rest heeft recht op een uitkering, want die is kansarm. Mijn punt is dat op deze manier veel gemakkelijker en simpeler gescreend kan worden. De indieners van de motie draaien het echter om en zeggen: Iedereen die aan de balie komt, moet een uitgebreide intake volgen waarbij getoetst wordt op schrijnendheid en op het wel of niet kansrijk zijn. Weten de indieners wat dat kost en met hoe ongelooflijk veel werk de ambtenaren daarmee opgezadeld worden? Mevrouw VINK (D66): Mijnheer de voorzitter! Ik snap nog steeds niet waarom mevrouw Dibi ons voorstel zoveel ingewikkelder vindt, terwijl wij met ons voorstel een toets weghalen. Wij stellen voor om bij de poort meteen te kijken of iemand in een schrijnende situatie zit of niet. Wanneer je dat meteen doet, is er een toets minder. In het voorstel van het college wordt gesproken over afstand tot de arbeidsmarkt, maar dat is niet hetzelfde als in een schrijnende situatie zitten. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Wij praten langs elkaar heen. Dit wordt een commissiebehandeling, maar ik ga het nog een keer zeggen. Ik moet toch antwoord geven?! Volgens het collegevoorstel wordt aan de poort getoetst of iemand kansrijk is of niet. Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Daar hebben wij het in de commissie ook over gehad, waarbij de wethouder heeft gezegd: Ik ga uitwerken wat de criteria moeten zijn voor de kansrijken. Wanneer die duidelijk zijn en wanneer daaraan getoetst wordt, kan gezegd worden: U bent kansrijk en in staat om terug de samenleving in te gaan en vier weken te gaan zoeken. Dat moet men dan gaan doen. Ons punt is dat het in motie 90 onnodig ingewikkeld gemaakt wordt door te zeggen dat iedereen die aan de poort komt, eerst gescreend moet worden. Dan moeten allerlei toetsen gedaan worden. Wat betreft broodnood en schrijnende situaties, heeft de wethouder al een toezegging gedaan. Daarom is het niet nodig om die nog een keer te benadrukken, want de toets op broodnood en schrijnendheid wordt ook al gedaan voor mensen die kansrijk zijn. Dat heeft dus geen meerwaarde. De VOORZITTER: Ik stel vast dat u elkaar niet gaat overtuigen. Wij zien straks bij de stemmingen wel waar het gaat landen, zo zeg ik tegen mevrouw De Boer. Dat lijkt mij het meest praktische. Mevrouw DIBI (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik sprak zojuist over de tegenprestatie naar vermogen. Wij hebben in de commissievergadering aangegeven dat wij die zien als een vorm van vrijwilligerswerk. Daarbij zijn enkele punten belangrijk: - Er mag geen sprake zijn van verdringing van arbeid.

32 Avondvergadering van 22 december De mensen moeten niet voor het minimumloon gaan werken. Als dat wel het geval is, dan moet het werk een betaalde baan worden. De wethouder heeft op deze punten bevestigend geantwoord, waarvoor dank. Met de toezegging hierover zijn wij tevreden. In de toekomst komen er nog meer rigoureuze maatregelen van het kabinet. Dan gaat het niet alleen maar over de lagere inkomens, maar ook over de mensen die werken (ook dat is belangrijk). De PvdA-fractie wil voorkomen dat de verschillende groepen geconfronteerd worden met een enorme stapeling van bezuinigingen, waardoor mensen in grote problemen komen. Ook de SP-fractie heeft dit onderwerp al een paar keer aangekaart. Ik had het zojuist over een rapport dat is uitgebracht in opdracht van de G32, dus ook namens het college, en dat handelt over de effecten van de stapeling van bezuinigingen in het sociale domein. De belangrijkste uitkomst van het rapport is dat de voorgenomen bezuinigingen heel veel huishoudens direct in hun portemonnee zullen raken. Dat is triest, maar het is wel goed om te weten. Dan kom ik nu bij amendement 99 (Consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap). Dat is een prima amendement dat wij steunen. Over motie 90 (Vier weken termijn voor iedereen) heb ik al het een en ander gezegd, maar ik heb er nog twee kleine opmerkingen over: 1. Met de in de motie aangegeven manier van werken wordt het ongelooflijk ingewikkeld gemaakt voor de ambtenaren. Dat kost veel tijd en veel administratie, terwijl er gewoon geen meerwaarde is. Je maakt het alleen ontzettend moeilijk. 2. Er wordt in de motie gesproken over scherp onderscheid maken op basis van broodnood en schrijnende situaties. Dat dat zal gebeuren, heeft de wethouder al diverse keren toegezegd, dus het heeft niet zo heel veel zin om dit te verzoeken. Laat het gewoon simpel, namelijk bij het toetsen op kansrijk zijn. Dan hebben wij ook niet zo heel veel gedoe. De heer DIJK (VVD): Mijnheer de voorzitter! Wij hebben nu ongeveer 15 minuten geluisterd naar de bijdrage van de PvdA-fractie, waarvan 14 minuten eigenlijk beter in de Tweede Kamer gezegd had kunnen worden. Prima allemaal, maar ik merk dat er aan het eind geen amendement of motie wordt ingediend. Daarom vraag ik mij af of de bijdrage er alleen maar op gericht was om hier Tweede Kamertje te spelen. Of wilde de PvdA-fractie ook nog wat bereiken met haar inbreng? Mevrouw DIBI (PvdA): Ik hoop dat u mij het recht geeft om even te reageren op het voorliggende raadsvoorstel. En nu u het toch over de Tweede Kamer heeft, nog het volgende. U weet dat de verschillende maatregelen een enorme impact zullen hebben op de mensen hier. Het is ook uw taak om dat goed te controleren. Ik heb noch u, noch de CDA-fractie kunnen betrappen op enige kritiek op de maatregelen die van het kabinet gekomen zijn. Het is natuurlijk wel onze taak om het effect van die maatregelen goed te controleren. Ik hoor u niets, maar dan ook helemaal niets zeggen over het effect dat de maatregelen hebben op de burgers van onze gemeente. Dat is wel uw taak, en dat is wat ik hier doe. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Een stevig maar een noodzakelijk pakket maatregelen ligt nu voor naar aanleiding van de aanscherping van de WWB. In eerdere debatten hebben wij aangegeven dat het tekort dat opliep tot EUR 17 miljoen of nog meer, ons daartoe dwingt. Het pakket is niet leuk, het is moeilijk en het is intensief, maar het moet. Wij moeten nu eenmaal de tekorten wegdringen. Eerder in debatten hebben wij ook gezegd: Doe ons voorstellen waar wij uit kunnen kiezen. Ik weet nog dat ik op 3 november jl. in het raadsdebat over de begroting vroeg: Gaan wij alle maatregelen invoeren? Nee, daar was geen sprake van. Nu blijkt dat wij gedwongen zijn om vrijwel alle maatregelen in te voeren die genoemd zijn in de brief van 25 oktober. De Utrechtse extraatjes die er de afgelopen jaren nog bij zaten, gaan eraf en het beleid wordt meer in lijn gebracht met het landelijke beleid. Niet dat het landelijke beleid per se zo heilig is, maar onze fractie is er wel voorstander van om op het moment dat bezuinigingen noodzakelijk zijn, aan te sluiten bij dat beleid. Utrecht kiest niet echt wezenlijk meer voor een ander WWB-beleid dan het landelijke beleid. Daar heb ik het zojuist in een interruptiedebatje met de PvdA-fractie al over gehad. Wat daarover ook wordt gezegd, er wordt gedaan alsof er maar één partij in deze stad is die het monopolie heeft op sociaal beleid. Daar gelooft de CDA-fractie niet in en volgens mij geloven meer fracties daar niet in, want sociaal is voor meerdere fracties belangrijk, ook voor die van het CDA (laat mij daar maar voor spreken).

33 Avondvergadering van 22 december Het is goed dat het voorgestelde WWB-beleid een gezamenlijke aanpak is van zowel de wethouder sociale zaken als de wethouder economische zaken. De wethouder economische zaken is hier immers bij betrokken om ervoor te zorgen dat de tekorten worden aangepakt en dat de gemeente met werkgevers aan de slag gaat. De VOORZITTER: Mevrouw Dibi! U bent zojuist al uitvoerig aan het woord geweest, maar u wilt toch alweer interrumperen? Mevrouw DIBI (PvdA): Ja, voorzitter, als het mag. Ik wil namelijk graag van de CDA-fractie weten welke maatregelen ze voorgesteld heeft die uiting geven aan haar sociale gezicht. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Ik zal mij wat dat betreft, beperken tot deze zaal en tot wat wij hebben gedaan als gekozen gemeenteraadsleden in Utrecht. Dat betekent dat wij niet in de Tweede Kamer staan en dat wij geen landelijk beleid voeren. Nee, wij zijn gehouden om landelijk beleid te vertalen in verordeningen voor Utrecht. Voor de CDA-fractie gelden daarbij de volgende uitgangspunten (en daarmee beantwoord ik de vraag van mevrouw Dibi): 1. Het is belangrijk om de eigen verantwoordelijkheid van mensen te benadrukken. Bekeken moet worden wat mensen wel kunnen, in plaats van nagaan wat mensen allemaal niet kunnen. Er moet dus gekeken worden naar het vermogen dat mensen wel hebben. 2. Ook is het belangrijk dat in de maatregelen een stimulans naar werk zit. Daarover is afgelopen dinsdagavond nog gesproken in de Eerste Kamer, en wij hebben daarover kunnen lezen in de media. Meerdere partijen, soms gezamenlijk, hebben aangegeven dat deze stimulans er in moet zitten, want daar gaat het uiteindelijk om. 3. Blijft het sociaal? Ik zei al dat de PvdA niet het monopolie heeft op sociaal. Iedereen vult dat waarschijnlijk op zijn of haar eigen manier in. Voor ons is het van belang dat ook de voorliggende verordeningen sociale regelingen zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat een betaalde baan, of de weg daarheen, uiteindelijk de beste sociale regeling is. 4. Tot slot een argument dat vaker in de strijd wordt geworpen door de wethouder, die nogal eens in de landelijke media komt (Trouw wordt wat dat betreft goed bezocht door het college van Utrecht). Dat is het uitgangspunt van de CDA-fractie dat wij het niet moeten hebben over pesterijen. Nee, wij hebben het over effectieve middelen. De middelen en instrumenten die ingezet worden, moeten effectief zijn. Daarbij is er geen sprake van pesterijen. Wij zijn kritisch op een aantal punten. Wat ik in de commissie heb gezegd over de tekorten, wil ik vanavond herhalen. Wij steunen het voorliggende voorstel. Als het college erin slaagt om daarmee de tekorten weg te werken, dan zijn wij klaar en kunnen wij de wethouder daarmee gelukwensen omdat het gelukt is. Voor het geval dat het echter niet lukt om de tekorten volledig weg te werken, vraag ik de wethouder de toezegging om alle mogelijke bezuinigingsmaatregelen in beeld te brengen. Er is al toegezegd dat daar een financiële vertaling aan gegeven zal worden, maar ik vraag om de toeslagen, de ambtelijke organisatie en andere zaken toch in beeld te brengen op het moment dat onverhoopt blijkt dat de tekorten oplopen. Wij willen daarbij geen heilige huisjes. Nee, wij willen dat alles in beeld wordt gebracht, om op basis daarvan een keuze te maken. Mevrouw VAN GEMERT (SP): De heer Smid zegt nu: Geen heilige huisjes. Stel dat de tekorten zouden blijven (waar wij volgens mij een grote kans op hebben), is dan voor de CDA-fractie de enige mogelijkheid om de tekorten weg te werken het bezuinigen op de voorzieningen voor de groep waar wij het nu over hebben? Of is de CDA-fractie ook bereid om verder te kijken dan deze groep, die aan alle kanten gepakt wordt? Wil de CDA-fractie dan bekijken of op andere manieren de tekorten aangevuld kunnen worden, bijvoorbeeld door over de schotten heen te kijken? Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik wil vragen wat voor de CDA-fractie dan de ondergrens is. Tot hoe ver kun je gaan als je het bij deze groep zoekt? De heer Smid had het over bijvoorbeeld de toeslagen. Die zijn eigenlijk een onderdeel van de uitkering die nodig is voor huisvesting. De maximale toeslag bedraagt volgens mij ongeveer EUR 270,00 per maand. Ik vraag mij af wie volgens de heer Smid een huis of kamer kan vinden in Utrecht onder dat bedrag en hoe hij denkt daar iets mee te kunnen doen. Moet je bij tekorten niet eerder, zoals mevrouw Van Gemert zei, over de schotten van de afdeling Werk en Inkomen heen kijken?

34 Avondvergadering van 22 december De heer SMID (CDA): Voorzitter! Ik denk dat ik beide vragen in één keer kan beantwoorden. Ten principale is in de raad, maar ook in het college (waarin niet de partij van mevrouw Van Gemert, maar wel de partij van mevrouw De Boer is vertegenwoordigd) besloten tot de regel dat bezuinigingen binnen het eigen hoofdstuk worden gezocht. In dit geval betekent dat: binnen Werk en Inkomen. Mevrouw Van Gemert stelde een als-danvraag. Ik denk dat wij beiden hopen dat de tekorten worden weggewerkt met de uitvoering van het voorstel dat nu voor ons ligt. Sterker nog: het wegwerken van het tekort is het middel, het doel is natuurlijk dat de economie weer beter gaat en dat er meer banen komen. Wat de ontschotting betreft, hebben wij enige tijd geleden het Doorbraakdossier aan de orde gehad. De charme van het voorstel daarover -en de reden waarom wij daarmee hebben ingestemd- was juist het ontschotten. Je moet inderdaad over de schotten heen kijken, maar financiële discipline is erg belangrijk voor de CDA-fractie. Dan nog een aanvullend antwoord in de richting van de GroenLinks-fractie. Ik kan op dit moment niet per toeslag op de details ingaan. Het enige dat ik nu vraag aan het college, is om toe te zeggen dat het de zaken in beeld houdt, zodat wij als raad op een gegeven moment over het hele palet een keuze kunnen maken. Daarbij geldt dat wij hier alleen aan die knoppen kunnen draaien waar de raad over gaat. Wij gaan niet over het landelijke beleid en hebben een aantal dingen niet in de hand. Dat is nu eenmaal zo; dat kan ik niet veranderen. Ook kan ik geen geld toveren of tekorten wegtoveren. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! De financiële discipline is inderdaad afgesproken door het college, maar dat heeft daar heel duidelijk een ondergrens aan gesteld. Afgesproken is namelijk dat over de schotten heen gekeken wordt op het moment dat mensen in kwetsbare posities echt onder de grens zakken. Mijn vraag aan de heer Smid was waar voor hem de ondergrens ligt. Daarop heb ik nog geen antwoord gehad. De heer SMID (CDA): Voorzitter! De ondergrenzen zijn deels wettelijk bepaald. Voor de sociale minima hebben wij een aantal sociale regelingen. Op dit gebied worden wettelijk/landelijk dingen gedaan, maar ook lokaal kun je iets doen. Gelukkig gebeurt er op dit gebied ook veel in Utrecht. Wat dat betreft, ben ik blij met de wat bredere, maatschappelijke inzet daarvoor, gezien wat dezer dagen maatschappelijk allemaal wordt gedaan. Dat wil ik er graag bij betrekken, want het is niet alleen de overheid die daarover gaat. Ik kan het echter niet met een schaartje knippen en precies aangeven: Daar, op dat niveau, zoveel euro's, is de bodem. Dat vind ik ook niet geëigend hier, maar ik spreek daar graag over op het moment dat het zich voordoet en als wij keuzes voorgelegd krijgen. Dan zal ik graag dieper op de zaak ingaan, met name op onze uitgangspunten en keuzes. Op dit moment wil ik graag dat alles in beeld blijft. Wat het sanctiebeleid betreft, gaf ik in een interruptiedebatje met mevrouw De Boer al onze mening aan. Dat zal ik nu niet opnieuw doen, maar ik wil hierover wel een vraag stellen aan de wethouder. Wij zijn van mening dat een sanctie niet alleen symbolisch moet zijn, maar ook echt toegepast moet kunnen worden. Dit is niet alleen een kwestie van een druk op de computerknop, want er komt misschien meer bij kijken. Daar wil ik graag iets meer over horen. Verder heb ik al aangegeven dat wij instemmen met de gezamenlijke aanpak in G4-verband. Natuurlijk bepaalt de gemeente Utrecht zelf haar beleid. Die vrijheid hebben wij, maar het heeft zijn charme om, net als op ICT-gebied, in G4-verband dingen gezamenlijk te doen met betrekking tot het WWB-beleid. Dat is nu eenmaal kosteneffectiever. Dit betekent dat je een goede reden moet hebben om af te wijken van het beleid van de overige G4-steden. Ik wil graag horen wat de wethouder hierover zegt, voordat ik al dan niet mijn steun kan geven aan amendement 99 (Consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap). Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! De heer Smid zei dat dingen in G4-verband doen, kosteneffectiever is. Daarbij noemde hij ICT als voorbeeld. Wij hebben het gezamenlijke ICT-project We Go For It hier diverse keren aan de orde gehad. Als dat project naar onze beleving één ding niet is, dan is dat kosteneffectief. Dit als opmerking daarbij. De heer SMID (CDA): Voorzitter! Ik rond mijn bijdrage af. Gelet op de discussie die zojuist is gevoerd over de vier weken zoektermijn voor iedereen, steunen wij de motie (nr. 90) die daarover is ingediend door mevrouw Vink. Tot slot. Wij spreken nu over het treffen van moeilijke maatregelen. Dat is geen feest. Het is echter wel goed dat de gemeente Utrecht erin is geslaagd om met het voorliggende pakket maatregelen te komen zo snel nadat de wetgeving afgelopen dinsdagavond in de Eerste Kamer is afgerond.

35 Avondvergadering van 22 december Het ambtelijk apparaat, dat het allemaal moet uitvoeren, verdient dan ook een compliment. Wij houden de vinger aan de pols. Ik denk dat het laatste woord nog niet gezegd is over de maatregelen en de uitvoering daarvan in de komende maanden. De heer DIJK (VVD): Mijnheer de voorzitter! De VVD-fractie kan instemmen met het voorliggende raadsvoorstel. Ik zou nu "punt" kunnen zeggen, maar ik wil nog een paar kleine dingen naar voren brengen. Volgens de VVD-fractie zijn het niet alleen de financiële problemen van de afdeling Werk en Inkomen die nopen tot de voorgestelde maatregelen. Onze fractie denkt namelijk ook dat een ferm inkomensbeleid een sterke stimulans is voor mensen om te gaan werken. Wij zijn van mening dat de rijksmaatregelen, maar zeker ook de keuzes die de gemeente heeft gemaakt, daar goed aan bijdragen. Ik sluit mij aan bij de opmerking die de CDA-fractie gemaakt heeft over de gemeentelijke toeslagen. Ingrepen hierin zijn absoluut heel vervelend, maar als je kijkt naar het voor 2012 geprognosticeerde financiële gat van EUR 2 miljoen en het feit dat de toeslagen maximaal EUR 2 miljoen kunnen opleveren, dan kun je een sommetje maken. Vervolgens een opmerking over de motie van de D66-fractie (nr. 90). De D66-fractie heeft hierin verzocht om de vier weken zoektermijn voor iedereen te laten gelden, omdat de uitvoering dat gemakkelijker en doeltreffender maakt. Dat ondersteunen wij. Verder kom ik terug op het sanctiebeleid, waarover ik zojuist al met de fractie van GroenLinks gesproken heb in een klein debat. Ik steun de gedachte om de willekeurigheid uit het sanctiebeleid te halen. Ook steun ik de gedachte dat bij een heel lichte overtreding, bijvoorbeeld een dagje te laat bellen, niet gelijk een korting van 30% opgelegd moet worden. Dat dan een korting van 10% opgelegd moet worden, steun ik. Wel heb ik nog wat problemen met het amendement (99) dat hierover is ingediend. De reden daarvoor is dat ik niet denk dat volgens dat amendement beide problemen er volledig uitgehaald worden. Het ene punt, dat ik al bediscussieerde met de fractie van GroenLinks, betreft het verschil tussen de inlichtingenplicht en medewerkingsplicht. Een overtreding van de inlichtingenplicht kan slaan op het voorbeeld dat ik zojuist noemde, namelijk een dag te laat bellen. Een overtreding van de medewerkingsplicht kan slaan op bijvoorbeeld een door de afdeling Werk en Inkomen aangekondigd huisbezoek. Wanneer de betrokkene dan niet aanwezig is, is die obstructief bezig. Wij zijn van mening dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen een overtreding van de inlichtingenplicht en een overtreding van de medewerkingsplicht. Daarom hebben wij - de VVD-fractie is daar vandaag goed in! - een subamendement op amendement 99 opgesteld. In dit amendement stellen wij dat een gedraging die de inlichtingenplicht betreft, in de eerste categorie moet blijven, maar dat die kan leiden tot een korting van 10%. Een overtreding van de medewerkingsplicht (bijvoorbeeld bewust niet thuis zijn als er huisbezoek komt), wordt in ons amendement ondergebracht in de tweede categorie, zodat er direct een korting van 30% opgelegd kan worden. Ons subamendement, dat ik bij dezen indien, luidt: "Amendement 2011/99 sub. Subamendement bij amendement consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap: verschil tussen inlichtingen en medewerking De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het Raadsvoorstel Aanscherping Wet Werk en Bijstand (WWB), Constaterende dat: - Het amendement 'consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap' lichte vergrijpen als het niet op tijd verstrekken van inlichtingen lichter wil bestraffen. - In de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen inlichtingen- en medewerkingsplicht in dezelfde categorie vallen. Overwegende dat: - Een keer een dag te laat informatie geven minder zwaar gestraft moet worden dan bewust obstructief te werken. Besluit: Aan het amendement 'consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap' de volgende besluiten toe te voegen: - In de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 art. 2.1, lid 1 sub a de zinsnede: 'de inlichtingen- en medewerkingsplicht' te wijzigen in 'inlichtingenplicht'.

36 Avondvergadering van 22 december Aan de verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 art. 2.1, lid 2, het volgende sub d toe te voegen luidend: 'het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17 van de WWB, voor zover dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van bijstand;'." Dit amendement is ondertekend door mijzelf. Ook mijn laatste opmerking gaat over amendement 99 van de fractie van GroenLinks. In artikel van de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012 staat dat het college uitzonderingen mag maken en dan in plaats van een 10% sanctie een schriftelijke waarschuwing mag geven als: "de omstandigheden daartoe aanleiding geven". Dit is natuurlijk een heel moeilijk begrip. Zeker als je de willekeur uit het beleid wilt halen, is zo'n zin niet echt handig, want dan kan men zich elke keer beroepen op de bepaling: de omstandigheden gaven daartoe aanleiding. Wat zijn die omstandigheden? Ik vraag de wethouder of zij bereid is om hiervoor duidelijke beleidsregels op te stellen waarmee heel duidelijk wordt waar en wanneer een uitzondering wordt toegepast. Het moet niet zo zijn dat wij elke keer naar de willekeur van de betreffende ambtenaar moeten kijken om te zien hoe hij of zij de uitzonderingsmogelijkheid toepast als de omstandigheden daar aanleiding toe geven. Wanneer hierover duidelijke beleidsregels worden opgesteld, krijgen wij volgens ons een regelgeving die meer gelijk is voor iedereen. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Voorzitter! Ik wilde interrumperen na de eerste zin van de heer Dijk. Ik zit al te gebaren sindsdien om dat duidelijk te maken! Ik zal nu eerst reageren op het laatste punt dat hij noemde. Daar ben ik het van harte mee eens (dat scheelt mij zo meteen een heleboel inbreng). De heer Dijk stelde verder dat de verschillende maatregelen bedoeld zijn om meer mensen aan het werk te krijgen. Kan hij mij vertellen in hoeverre hij de huishoudinkomenstoets een effectieve maatregel vindt om mensen aan het werk te krijgen? En deelt hij met mij de mening dat bijvoorbeeld jongeren daardoor juist niet meer gestimuleerd worden om te gaan werken? Immers, op het moment dat zij gaan werken, raakt hun vader of moeder de uitkering kwijt. De heer DIJK (VVD): Voorzitter! Ik heb geprobeerd dit onderwerp te vermijden, omdat ik daarmee de commissiebehandeling zou overdoen. Ik heb toen als voorbeeld gegeven -en dat geef ik nu weer- een gezin dat bestaat uit vier personen die allemaal een uitkering hebben. Een dergelijk gezin verdient EUR 2900,00 netto. Daar zit niet echt een stimulans in om aan het werk te gaan. De VOORZITTER: Dat is een duidelijke reactie. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Mijnheer de voorzitter! Niet ieder gezin heeft vier uitkeringen. De nieuwe regelingen, met name de huishoudinkomenstoets, gelden ook voor bijvoorbeeld een gezin met twee kinderen waarvan er eentje een handicap of een chronische ziekte heeft, terwijl het andere kind meerderjarig is en werkt en de vader een bijstandsuitkering krijgt. Deze mensen krijgen te maken met: - wijzigingen van/bezuinigingen op de Wajong, de WSW, de AWBZ, de WMO en de Jeugdzorg; - een verhoogde zorgpremie en een verhoogd eigen risico; - het kwijtraken van de zorgtoeslag; - een strenger beleid ten aanzien van de U-pas; - een verhoging van de bijdrage voor kinderopvang. En zo kan ik nog even doorgaan. Ik wil echt niet de commissievergadering overdoen, maar ik had toch wel de behoefte om voor de mensen die er in de commissie niet bij waren, even te schetsen wat er gaat gebeuren, met name de stapeling van maatregelen. Voordat er nu geïnterrumpeerd wordt om te zeggen dat de maatregelen allemaal vanuit Den Haag komen, merk ik op dat ik dat weet. In Utrecht kunnen wij niet zo veel doen op dit gebied. Het voorstel dat nu voorligt -en waar de SP-fractie mee in gaat stemmen- betreft voor 90% Haags beleid. Wat wij wel kunnen doen hier in Utrecht, is proberen de klappen zo goed mogelijk op te vangen. Met het voorstel doen wij dat ook. Ik geef mevrouw Dibi gelijk dat het college op dit moment probeert zijn sociale gezicht aan alle kanten te laten zien met wat nu voorligt. Maar wat ons betreft, zit er een boa constrictor onder het gras als het gaat om wat het komende halfjaar op ons af zal komen, ook van het college, gezien de maatregelen die geschetst zijn in de brief hierover, andere maatregelen, de planning voor de komende tijd en het armoedebeleid dat nog aan de orde komt. Gelet daarop, hebben wij geen garantie dat het sociale gezicht, waar de PvdA-fractie zo trots op is, gehandhaafd blijft.

37 Avondvergadering van 22 december Ik ben bang dat op het moment dat er grote tekorten zijn, zich in de raad meerderheden gaan aftekenen voor voorstellen om meer weg te halen bij de groep mensen waar wij het nu over hebben. Ik heb er niet zoveel vertrouwen in als mevrouw Dibi dat de armen dan zullen worden ontzien door het college. Ik heb niet het vertrouwen dat men bereid is om over de schotten heen te kijken of dat met niet vast zal houden aan de discipline waar de heer Smid het over had. Kortom, er is nog ontzettend veel onzeker. Dit bleek ook in de commissie. De fractie van D66 wilde toen getallen en berekeningen hebben. Ook hebben wij in de commissie gesproken over het feit dat 900 bijstandsgerechtigden meer of minder een verschil van EUR 13,5 miljoen uitmaakt. Dus: waar hebben wij het over? Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Ik begrijp heel goed de bedenkingen van mevrouw Van Gemert. Ik wijs er echter op dat wij een collegeakkoord hebben liggen waarin heel goede afspraken zijn opgenomen over de sociale kant, de onderkant en de mensen met de laagste inkomens. Kortom, er liggen heel duidelijke afspraken. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Voorzitter! Mevrouw Dibi was aanwezig in de commissievergadering, zodat ook zij heeft kunnen zien welke kant de discussie op ging. Ik heb op dit moment niet zoveel vertrouwen in de coalitie, dat ik ervan uitga dat de spelregels die de coalitie heeft afgesproken, gehandhaafd zullen blijven. Ik zie dat zich in de raad toch meerderheden aftekenen voor verdergaande maatregelen. Maar goed, de coalitie krijgt het voordeel van de twijfel. Over een halfjaar staan wij hier waarschijnlijk weer, en dan zullen wij zien of de heer Smid gelijk heeft dat het college eigenlijk bezig is met het uitvoeren van het rijksbeleid. Ik hoop het niet, maar wij zullen zien. Terug nu naar wat voorligt, te beginnen met de vier weken zoektermijn. In de praktijk zal die termijn natuurlijk gewoon acht weken worden. Ook wij willen dat de termijn alleen gaat gelden voor kansrijke mensen op de arbeidsmarkt. Ik ben het met mevrouw Vink eens dat broodnood niet gebonden is aan een bepaalde trede op de Participatieladder, maar ik ben met mevrouw Dibi van mening dat het voorstel zoals het er nu ligt, veel simpeler is uit te voeren dan de motie (nr. 90) die over de zoektermijn is ingediend. Ik ga de discussie daarover niet meer voeren, maar ik ben wel erg benieuwd naar het antwoord van de wethouder met betrekking tot deze motie. Wat het sanctiebeleid betreft, ben ik het van harte eens met de heer Dijk en met het amendement (99 sub) dat hij heeft ingediend. Ik ben benieuwd wat de fractie van GroenLinks als indiener van het hoofdamendement vindt van het subamendement, maar ook daar zal ik straks wat over horen. De SP-fractie maakt zich het allermeest zorgen over de mensen die tussen de wal en het schip vallen, met name de mensen onder de 27, waar wij als gemeente helemaal niets voor mogen doen. Met betrekking tot jongeren in broodnood vraag ik de wethouder: Verzin iets, linksom of rechtsom. Breng een kerstpakket langs, een paaspakket of (in mijn geval!) een carnavalspakket, maar verzin iets. De jongeren die in broodnood verkeren, kunnen wij niet zomaar op straat laten belanden. Dat gebeurt nu wel. Ook vraag ik de wethouder om heel goed de vinger aan de pols te houden wat betreft alle mensen die straks tussen de wal en het schip vallen. Ik vraag dus om niet alleen te monitoren (waar ik overigens heel blij mee ben) wat er gebeurt met de mensen die na de vier weken zoekperiode "verdwijnen". Houd ook in de gaten wat per 1 januari 2012 de situatie wordt van bijvoorbeeld de kunstenaars en wat er gaat gebeuren met oudere mensen die zich nu gedwongen zien om te verhuizen naar een tehuis vanwege de huishoudinkomenstoets. Ik sluit af. Wij wachten op de invulling van het armoedebeleid. Wij hopen van harte dat de wethouder alle mogelijkheden zal benutten om in Utrecht met name de kinderen in armoede te ontzien, ook als het gaat om het afschaffen van de U-pas (wat betreft de 135%). In dit verband wijs ik op een uitspraak van mevrouw Dibi. Zij stelde: Ik heb het niet alleen maar over de lagere inkomens, maar ook over de mensen die werken. Volgens mij zit daar juist het probleem op dit moment. De mensen met een laag inkomen zijn niet meer alleen maar de mensen die niet werken. Het probleem is dat ook de mensen die werken, te maken krijgen met de effecten van de enorme stapeling van maatregelen. Ik wil daarom heel graag dat wij het in de discussies hierover niet meer hebben over: een laag inkomen, dus kansarm, dus grote afstand tot de arbeidsmarkt enz. Het gaat erom dat ook iedereen die een baan heeft, met de effecten te maken krijgt. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik schors de vergadering om de wethouder de gelegenheid te geven de beantwoording voor te bereiden. Hierna schorst de VOORZITTER de vergadering.

38 Avondvergadering van 22 december Na hervatting der vergadering verleent de VOORZITTER het woord aan mevrouw Den Besten. Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik dank de raad voor zijn oordeel over de nieuwe verordeningen die wij hebben opgesteld naar aanleiding van de aanscherping van de WWB. Die verordeningen zijn inderdaad snel gekomen en zullen al over negen dagen ingaan, terwijl de aanscherping van de wet nog geen 48 uur geleden door de Eerste Kamer is vastgesteld. Wij zijn daar inderdaad erg snel mee, maar wij menen dat dat noodzakelijk is om direct vanaf 1 januari a.s. zorgvuldig, transparant en met helderheid voor onze medewerkers en vooral onze cliënten aan de slag te kunnen gaan. Overigens verwacht ik dat wij daar in januari nog wel over door zullen praten met elkaar zal een turbulent jaar worden, maar ook een heel onzeker jaar. Op dit moment is het voor iedereen ontzettend moeilijk om in te schatten hoe het zal gaan met de bijstandsuitkeringen. Het is moeilijk om prognoses daarover met de raad te delen, want die schieten werkelijk alle kanten op. Zo is gesteld dat het gevolg van de invoering van de huishoudinkomenstoets zou kunnen zijn dat volgend jaar 1300 minder mensen een uitkering nodig hebben van ons, omdat ze daar volgens de toets geen recht meer op hebben. Hetzelfde getal zou echter net zo goed de andere kant op kunnen schieten, gezien de prognoses voor de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van de werkloosheid. Deze ontwikkelingen zijn in de laatste maand van 2011 hard de verkeerde kant op gegaan. Uiteraard krijgt de raad aan het begin van het nieuwe jaar het vierde Dashboard over 2011, en dan zal men dat zien. Alle maatregelen die wij nu deels wettelijk, maar deels ook op basis van het eigen gemeentelijke beleid nemen, moeten ertoe leiden dat het geld dat wij hebben voor 2012, gaat naar de groep die het echt het allerhardst nodig heeft. Daarbij moeten we proberen mensen uit een uitkeringssituatie te houden die daar naar ons idee niet in moeten zitten. Ook moeten wij zoveel mogelijk blijven inzetten op het effectief mensen uit een uitkeringssituatie helpen. Daarover praten wij op 19 januari a.s., bij de vaststelling van het Bestedingsplan Participatiebudget Het streven bij beide raadsvoorstellen (het voorliggende voorstel en het voorstel dat wij op 19 januari bespreken) blijft dat Utrecht als stad en onze afdeling Werk en Inkomen het beter blijven doen dan het landelijke gemiddelde. Overigens staat het landelijke gemiddelde er op dit moment vrij beroerd voor. De gemeenten sluiten het jaar 2011 waarschijnlijk af met een tekort op de uitkeringen van EUR 700 miljoen. Als je weet dat de gemeente Utrecht meestal op 2% van dergelijke bedragen zit, dan kun je volgens mij vrij eenvoudig uitrekenen dat wij ondanks alles toch nog goed presteren. Ondanks de crisis, hebben wij een heleboel mensen succesvol uit een uitkeringssituatie weten te helpen, ook in Hiermee heb ik het kader geschetst waar wij nu mee te maken hebben. Ik zal het debat van de Tweede Kamer daarover niet overdoen of gaan vertellen wat ik er allemaal van vind, met name van de huishoudinkomenstoets. Wel merk ik op dat volgens mij een aantal fracties terecht zorg heeft geuit over wat een en ander betekent voor de groep sociaal kwetsbaren en over de beloftes die wij in het collegeakkoord hebben opgenomen, met name de belofte dat de mensen niet door het ijs mogen zakken. Wij willen niet dat mensen zoveel koopkrachtverlies zullen lijden, dat zij op geen enkele manier meer mee kunnen doen in onze samenleving. Daar is het voorliggende voorstel op gericht, en daarom is ook niet de keuze gemaakt om verder te gaan met bijvoorbeeld het verlagen van de toeslagen (wat een optie was). Overigens zal daar ook in het armoedebeleid, dat de raad begin 2012 van mij krijgt, op ingegaan worden (daar is al aan gerefereerd door de fracties van de PvdA, de SP en GroenLinks). In het kader van het armoedebeleid willen wij de effecten van de stapeling van maatregelen en te veel koopkrachtverlies voorkomen bij de gezinnen met lagere inkomens, dus niet alleen bij mensen met een uitkering. Ik waarschuw echter alvast dat wij ook op dat gebied zullen moeten bezuinigen, want ook daar redden wij het niet met het huidige budget. Dat budget wordt ook gekort. Ik zal nu de gestelde vragen beantwoorden en zal daarbij de ingediende amendementen en de motie behandelen. Daarbij begin ik met de bijdrage van de fractie van D66, die de motie (nr. 90) heeft ingediend over de vier weken zoektermijn voor iedereen. Wij hebben het debat daarover goed gehoord. Ook begrijpen wij de afwegingen die de indieners en ondersteuners van deze motie gemaakt hebben. Wij menen dat de manier waarop volgens ons aan de kop van het proces de mensen moeten worden ontvangen die om een uitkering vragen, efficiënter, helderder en transparanter is dan wat in de motie verzocht wordt. Het zo verbreden van de zoekperiode dat die geldt voor de totale groep, zou naar mijn mening veel onrust kunnen veroorzaken onder de groep die nu op de treden één en twee (en misschien tweeënhalf) van de Participatieladder staat en waarvoor naar mijn beoordeling de vier weken zoektermijn niet zou moeten gelden. Wat betreft de vraag of er materieel of effectief veel verschil zit tussen wat in motie 90 verzocht wordt enerzijds en het collegevoorstel anderzijds, kan ik mij voorstellen dat ze in de praktijk ongeveer op hetzelfde uitkomen.

39 Avondvergadering van 22 december Dat komt met name door het begrip "schrijnendheid", dat niet gemakkelijk -ik denk eigenlijk helemaal niet- zal kunnen worden vervat in een limitatief lijstje van situaties die als schrijnend te omschrijven zijn. Met het door ons voorgestelde proces proberen wij met behulp van een quickscan aan de balie direct te bepalen op welke trede van de Participatieladder iemand zich bevindt. Daarmee is naar mijn mening een gemakkelijkere, transparantere en snellere uitvoering door de baliemedewerkers van de afdeling Werk en Inkomen mogelijk dan wanneer dat proces geschrapt wordt en meteen gekeken wordt naar de mate van schrijnendheid. Overigens zie ik ook welke handtekeningen onder de motie staan en weet ik dat er een meerderheid voor is. Dat betekent dat wij de motie zullen moeten uitvoeren. Ik zeg daarbij toe dat wij zullen monitoren (dat zullen wij sowieso doen) wat er gebeurt met de mensen die wij na de vier weken zoektermijn niet meer terugzien. Ook zullen wij monitoren wat er gebeurt als wij de nieuwe werkwijze over negen dagen gaan invoeren. Wel maak ik daar nog de volgende kanttekening bij. Die betreft het laatste punt van het dictum van motie 90, waarin staat dat het gestelde in de motie zorgvuldig uitgewerkt moet worden. Dat zullen wij doen, maar niet in beleidsregels, zoals in de motie verzocht wordt. Wij zullen dat namelijk doen in een werkwijze. Wat die werkwijze betreft, wil ik afspreken dat wij de commissie in het eerste kwartaal van 2012 zullen uitnodigen voor een soort werkbezoek aan de loketten. Dit om te laten zien op welke manier wij de kop van het proces hebben ingericht (die is in het afgelopen jaar behoorlijk veranderd). Dan kunnen de commissieleden zien hoe het er aan toegaat bij de balie en kunnen zij daar iets meer kennis van nemen. Vervolgens kunnen wij na een kwartaal ook evalueren/monitoren hoe de werkwijze heeft uitgepakt. Kortom, ik zeg toe dat ik de commissie daarvoor zal uitnodigen in het eerste kwartaal van Ik kom nu bij de vragen van de fractie van GroenLinks. Ik bevestig dat ik in de commissie heb gezegd dat wij er met onze werkwijze voor zorgen dat mensen die terecht een uitkering aanvragen, die uitkering binnen acht weken ontvangen. Dat geldt ook voor de mensen die vallen onder de regeling voor de zoektermijn van vier weken. De beoordelingsperiode verandert dus niet. Wij willen dat mensen op tijd over hun uitkering kunnen beschikken. Vervolgens de vragen over het sanctiebeleid. Wij willen een zo helder, transparant en proportioneel mogelijk sanctiebeleid dat in lijn is met het sanctiebeleid van de G4. De reden daarvoor is dat de grote steden voor ons nu eenmaal interessante partners zijn om samen mee op te trekken in tijden dat er veel moet veranderen. Ook kunnen wij zo samen expertise ontwikkelen. Wat dat betreft, geef ik de CDA-fractie gelijk. Overigens wil dat niet zeggen dat wij de overige G4-partijen dan maar slaafs moeten volgen. Nee, wij moeten gewoon bekijken of wij samen slimmer kunnen zijn dan in ons eentje. Het sanctiebeleid is tot op bepaalde hoogte altijd maatwerk. Dat heeft niets te maken met willekeur, maar staat gewoon heel duidelijk in artikel 2.2 van de Verordening maatregelen inkomens-voorzieningen Utrecht Volgens dat artikel moet altijd worden gekeken naar de ernst van de gedragingen. Daar wordt ook altijd rekening mee gehouden. Daarmee is er altijd sprake van een bepaalde mate van vrijheid voor de behandelend ambtenaar. Dan kom ik nu bij de amendementen (99 en 99 sub) die zijn ingediend met betrekking tot het sanctiebeleid. Ik kan mij prima vinden in beide amendementen. Dat geldt ook voor de argumentatie dat je bij een minder zware overtreding (een lichte administratieve overtreding of wat dan ook) niet direct moet overgaan tot het korten van de uitkering met 30%. In amendement 99 sub wordt onderscheid gemaakt tussen de inlichtingenplicht en medewerkingsplicht en wordt gesteld dat voor gedragingen van de eerste categorie een korting van 10% moet worden opgelegd. Dat sluit aan op amendement 99. Nogmaals: ik kan helemaal leven met beide amendementen. Ik wil die dan ook niet ontraden. Amendement 98 betreft iets -en dat is heel vervelend- dat in het gemeentelijk apparaat is misgegaan. Er was al een verbeterde versie van de Verordening maatregelen inkomensvoorzieningen Utrecht 2012, maar die verbeterde versie heeft de raad niet bereikt. Dat betekent dat de aanpassing die de fractie van D66 in amendement 98 heeft aangegeven, al is verwerkt in de verordening zoals die op internet staat en in het Gemeenteblad gepubliceerd wordt. De raad stemt vandaag echter over de verordening zoals de raad die heeft ontvangen, en die klopt niet. Amendement 98 is dan ook helemaal juist. Dit amendement kan ik dan ook zeker aanbevelen. Ik meen dat ik inmiddels de meeste vragen van de PvdA-fractie heb beantwoord. In het armoedebeleid dat begin 2012 naar de raad toe komt, willen wij met name de effecten van de stapeling van maatregelen -ik zou willen zeggen- voorkomen, maar dat lukt niet. Daarom willen wij ze compenseren, vooral voor de groepen waarvan wij nu zien, ook in het G32-onderzoek van het Nicis Institute, dat daar de hardste klappen vallen. Daar treedt tussen de 10 en 30% koopkrachtverlies op. Dat is echt fors. Dat is de reden waarom wij met name deze groepen in de gaten houden en dat wij ons armoedebeleid daarop zullen afstemmen.

40 Avondvergadering van 22 december Daarbij zullen wij zeker, zo zeg ik ook richting de SP-fractie, proberen kinderen niet de dupe te laten zijn van opgroeien in armoede. De CDA-fractie vroeg de toezegging om geen heilige huisjes te ontzien bij het zoeken naar dekkingen voor de tekorten hier en daar. Dat wij geen heilige huisjes kennen, is volgens mij al gebleken. Wij willen in ieder geval zo min mogelijk rekening houden met de heilige huisjes. In onze brief aan de raad hebben wij in alle openheid geschetst welke maatregelen allemaal mogelijk zijn om het I-deel te vullen. Acht van de tien mogelijke maatregelen hebben wij gekozen, twee niet. Dat zijn wat de tekorten op het I- deel betreft, de opties. Ook zei de heer Smid dat breed gekeken moet worden als straks eventueel blijkt dat er meer tekorten zijn. Ik zeg toe dat wij dat als college altijd zullen doen. Wij kijken naar alles. De vragen van de VVD-fractie heb ik volgens mij al behandeld met mijn reactie op amendement 99 sub. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Voorzitter! Mevrouw De Boer had het over de afspraken die in het college zijn gemaakt. Zij gaf aan dat over de schotten heen gekeken wordt op het moment dat mensen in kwetsbare posities echt onder de grens zakken. Is dat ook de mening van de wethouder? Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Ik kan zeggen dat wij in het collegeakkoord hebben afgesproken dat wij een aantal stappen zullen volgen om geld te zoeken als dat nodig mocht zijn. Eén van de ondergrenzen daarbij is dat de mensen die het moeilijk hebben, niet door het ijs mogen zakken (althans zo'n soort formulering, want in het collegeakkoord wordt, dacht ik, niet gesproken over de sociaal kwetsbaren). Dat blijft staan. Daar begon ik mijn inbreng zojuist ook mee. Nogmaals: dat blijft hoe dan ook als een paal boven water staan, ook in moeilijke tijden. Daarom hebben wij bijvoorbeeld ook onze toezegging gedaan met betrekking tot mensen die in broodnood verkeren. Mevrouw VAN GEMERT (SP): Het gaat er natuurlijk om waar het college het geld gaat halen waarmee voorkomen wordt dat de mensen door het ijs zakken. Haalt het college dat bij andere mensen, die net niet door het ijs zakken? Of haalt het college dat buiten de schotten? Dat was mijn vraag. Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Ik vind het nu nog te vroeg om dat te zeggen. De CDA-fractie vroeg of er geen heilige huisjes zijn en of het college naar alles kijkt als het gaat om het opvangen van tekorten. Ja, wij kijken altijd naar alles, breed. Als wij in 2012 zien dat de tekorten verder oplopen dan wij nu denken, dus als het tekort oploopt ten opzichte van de prognose van EUR 2 miljoen die wij nu hebben voorgelegd, dan komen wij daarmee terug bij de raad. Zoals u weet, kunt u dat ook volgen, omdat wij elk kwartaal het Dashboard naar de raad sturen. Overigens lijkt het ons goed om nog iets aan het Dashboard toe te voegen, zij het dat wij nog even moeten bekijken hoe wij dat precies vorm gaan geven. Het lijkt ons in ieder geval goed om daaraan toe te voegen wat het effect is van de vier weken zoektermijn. Wij willen in de gaten houden waar de mensen zijn gebleven als zij zich na vier weken niet alsnog melden voor een uitkering. Dat willen wij goed monitoren en blijven delen met de raad, opdat wij geen mensen kwijtraken. Dit laatste is een probleem van deze tijd, namelijk dat steeds meer mensen onder de radar verdwijnen. Dat is zeer onwenselijk wat mij betreft. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! Ik heb in mijn bijdrage gevraagd of alle voorgestelde maatregelen per 1 januari 2012 kunnen worden ingevoerd. Ik heb dat gevraagd, omdat in de commissie bijvoorbeeld is gezegd dat de mensen die met de zoektermijn te maken krijgen (jongeren, maar ook oudere mensen), geïnformeerd zullen worden over wat van hen wordt verwacht in die periode. Is dat soort informatie al per 1 januari beschikbaar voor de mensen? Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Ja, daar begon ik mijn inbreng mee. Wij hebben in de afgelopen weken ons eigen personeel al geïnstrueerd en gezegd dat de verschillende maatregelen én door de Eerste Kamer én door de raad zouden worden vastgesteld. Wij konden iedereen daar al op voorbereiden. Ook hebben wij alle cliënten al een brief gestuurd met de mededeling dat de maatregelen er aan zitten te komen, met name de huishoudinkomenstoets. Wij hebben iedereen daarvoor gewaarschuwd (zeg ik toch maar). Wij denken dat wij alle maatregelen vanaf 1 januari 2012 goed kunnen uitvoeren voor de nieuwe gevallen, want daar gaat het om bij de huishoudinkomenstoets. Wij hebben de uitvoering klaar.

41 Avondvergadering van 22 december Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/98 (betreft technische wijziging). Wordt z.h.o. aangenomen. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/99 sub (Subamendement bij amendement consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap: verschil tussen inlichtingen en medewerking). Dit amendement wordt bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/99 (Consequent en proportioneel sanctiebeleid vereist tussenstap). Dit amendement wordt, met inachtneming van het aangenomen amendement 2011/99 sub, bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de CDA-fractie hebben tegengestemd. Aan de orde is de afhandeling van het Voorstel tot vaststelling van de nota Aanscherping Wet Werk en Bijstand en intrekking van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) en Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) (Jaargang 2011, nr. 168). Dit voorstel wordt, met inachtneming van de aangenomen amendementen 99 en 99 sub, bij handopsteken met algemene stemmen aangenomen. Aan de orde is de afhandeling van motie 2011/90 (Vier weken termijn voor iedereen). Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Wij zullen, zoals gezegd, deze motie steunen. De reden daarvoor is dat wij denken dat deze motie meer mogelijkheden geeft om zwakke groepen te beschermen dan het voorstel van het college. Mevrouw DIBI (PvdA): Voorzitter! Wij zullen tegen de motie stemmen. De uitvoering daarvan kost veel meer geld en mensen zullen buiten de boot vallen wanneer de motie wordt uitgevoerd. Daarom stemmen wij tegen. De motie wordt bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van D66, de Groep Kuijper, SLU, de ChristenUnie, GroenLinks, het CDA en de VVD hebben voorgestemd. 9. Voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit splitsing woningen (Jaargang 2011, nr. 176). De VOORZITTER: Dames en heren! Dit voorstel is al uitvoerig, ik dacht zelfs bijna drie uur, in de commissie besproken. Daarom wil ik u op het hart binden om u op de besluitvorming te richten. Overigens heb ik begrepen dat verschillende fracties moties of amendementen willen indienen met betrekking tot het voorstel, namelijk de fracties van SLU, het CDA en de PvdA. Het lijkt mij het beste dat die fracties als eerste het woord voeren, want dan kunnen de andere fracties reageren op de moties en/of amendementen. De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Wij hebben het voorstel in de commissie inderdaad uitgebreid behandeld, heel uitgebreid, mag ik wel zeggen. Weliswaar ging de commissiebehandeling niet alleen over het splitsen van woningen, maar ook over het omzetten. Dit laatste is vandaag niet aan de orde, want het gaat nu puur om het voorbereidingsbesluit. Ik heb in de commissie al aangegeven dat ik in deze raadsvergadering mogelijk met een amendement zou komen. Dat zal ik ook doen, zelfs met drie amendementen. Die betreffen het toevoegen van een aantal plekken op de bij het voorbereidingsbesluit behorende kaart, naast de plekken die nu al aangegeven zijn als gebieden waar woningsplitsing tegengegaan wordt.

42 Avondvergadering van 22 december Het college heeft er -en dat kan ik heel goed billijken- niet voor gekozen om het voorbereidingsbesluit voor de hele stad te laten gelden. Er zijn immers zeker plekken in de stad aan te wijzen waar het splitsen van woningen een nuttige toevoeging aan de woningvoorraad oplevert. Daarbij denk ik aan gebieden met woningen die heel groot zijn en die niet meer bewoond worden door gezinnen zoals die vroeger bestonden. Daarom zeg je daar nu over: Dat zijn dermate grote panden, dat er best twee of drie appartementen in gerealiseerd kunnen worden. Gelet daarop, moeten wij zeker niet de hele stad op slot zetten als het gaat om het splitsen van woningen. Wat betreft de gebieden waar woningsplitsing tegengegaan moet worden, heeft het college een keuze gemaakt op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren. Die keuze heeft het college goed beargumenteerd, maar er zijn meldingen vanuit de stad binnengekomen bij zowel onze fractie als andere fracties met betrekking tot woningsplitsingen. Ook is een werkgroep op dit terrein bezig die informatie heeft aangedragen. Een en ander heeft mijn fractie, samen met de SP-fractie, ertoe gebracht om voor te stellen drie gebiedjes aan de kaart toe te voegen. Over de reden waarom wij dat willen, hebben wij het in de commissie al even gehad. De wethouder zei toen dat hij heel graag goed wil monitoren of het in andere dan de op de kaart aangegeven gebieden fout gaat. Op zich vond ik dat een mooie toezegging, alleen is het probleem -en dat is ook één van de problemen met het splitsen van woningen- dat het nogal eens voorkomt dat mensen illegaal beginnen. Zij gaan dan vrolijk aan de gang met bouwen, waarna er op een gegeven moment een splitsingsvergunning aangevraagd moet worden, want om te kunnen verkopen, moet er een kadastrale splitsing komen. Op dat moment blijkt dat er geen bouwvergunning en splitsingsvergunning zijn. Niettemin is de gemeente dan verplicht om een mogelijkheid tot legalisatie te geven. Dat betekent dat malafide ondernemers in staat zijn om de regelgeving te omzeilen en om door clandestien te beginnen, toch iets gelegaliseerd te krijgen. Dat kan ook in de gebieden waarvan wij, althans de fracties van de SP en SLU, van mening zijn dat de druk op de leefbaarheid er te groot wordt als daar woningsplitsing wordt toegestaan. Dat heeft deze fracties ertoe gebracht om drie gebiedjes aan te geven waar geen woningsplitsingen meer toegestaan moeten worden. Die gebiedjes hebben wij in drie onderscheiden amendementen aangegeven, zodat mijn collega-raadsleden eventueel kunnen kiezen en kunnen zeggen: Wat dat gebied betreft, ben ik het absoluut niet met jullie eens, maar wat een ander gebied betreft wel. Ik zal de gebieden even noemen waar volgens ons woningsplitsing tegengegaan moet worden (die zijn ook aangegeven in de amendementen, die eigenlijk alle drie hetzelfde zijn; alleen de namen van de wijkjes verschillen): 1. Het eerste deel betreft de Croeselaan tussen de Van Zijstweg en de Heycopstraat en het gebied dat begrensd wordt door Heycopstraat, Merwedeplantsoen, Balijelaan en Croeselaan. Het is heel apart dat dit gebiedje nu niet is opgenomen op de kaart. De hele omgeving van het gebiedje heeft exact dezelfde structuur, met hetzelfde soort huizen, maar is wel opgenomen op de kaart. Dit gebiedje is als het ware een toekomstige splitsingsoase midden in de woestijn. Dat lijkt ons niet juist. Volgens het voorstel valt de ene kant van de Croeselaan wel onder het voorbereidingsbesluit, terwijl de andere kant daar niet onder valt, hoewel daar exact dezelfde situatie bestaat en daar al duidelijke signalen vanuit de buurt zijn gekomen dat men op het vinkentouw zit om heel snel te beginnen met woningsplitsing. 2. Het tweede gebied wordt omsloten door de Abstederdijk, de Notebomenlaan en de westzijde van de Minstraat. Ook uit dat gebied hebben ons berichten bereikt dat er al heel veel ondernomen wordt op het terrein van woningsplitsing, met name clandestien. 3. Het derde gebied dat genoemd wordt in de nota van de betrokken werkgroep, is de Zeeheldenbuurt. Daar zijn in het verleden al heel veel woningen gesplitst, want daar waren heel grote huizen, maar volgens onze informatie begint daar het systeem van splitsen op splitsen. Dat is de reden waarom wij ook met betrekking tot dit gebied een amendement hebben opgesteld. De amendementen die ik nu met betrekking tot deze gebieden indien, luiden: "Amendement 2011/100. Niet splitsen deel Rivierenwijk De gemeenteraad van de gemeente Utrecht in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het voorbereidingsbesluit splitsen woningen Constaterende dat op de bijbehorende tekening met bestandsnaam NL.lMRO.0344.VBUTRECHT een aantal gebieden zijn aangegeven waarbinnen beoogd wordt het splitsen van woningen tegen te gaan. Overwegende dat de, in het raadsvoorstel aangegeven, gebieden gekozen zijn op basis van de ervaringen met het omzetten en splitsen van woningen in de periode Voorts overwegende dat er meer gebieden in de stad aan te wijzen zijn waar in een vroeger verleden veel splitsingen hebben plaatsgehad en, dan wel ook, thans de kans groot is dat woning-

43 Avondvergadering van 22 december splitsingen een te grote druk op de bestaande ruimte zullen leggen. Besluit op de kaart, genoemd onder de constatering, de zuidwestelijke zijde van de Croeselaan tussen de Van Zijstweg en de Heycopstraat en het gebied dat begrensd wordt door Heycopstraat, Merwedeplantsoen, Balijelaan en Croeselaan onder de werking van het voorbereidingsbesluit te brengen en dientengevolge toe te voegen. En gaat over tot de orde van de dag." "Amendement 2011/101. Niet splitsen Zeeheldenbuurt De gemeenteraad van de gemeente Utrecht in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het voorbereidingsbesluit splitsen woningen Constaterende dat op de bijbehorende tekening met bestandsnaam NL.lMRO.0344.VBUTRECHT een aantal gebieden zijn aangegeven waarbinnen beoogd wordt het splitsen van woningen tegen te gaan. Overwegende dat de, in het raadsvoorstel aangegeven, gebieden gekozen zijn op basis van de ervaringen met het omzetten en splitsen van woningen in de periode Voorts overwegende dat er meer gebieden in de stad aan te wijzen zijn waar in een vroeger verleden veel splitsingen hebben plaatsgehad en, dan wel ook, thans de kans groot is dat woningsplitsingen een te grote druk op de bestaande ruimte zullen leggen. Besluit op de kaart, genoemd onder de constatering, het gebied dat bekend staat als de Zeeheldenbuurt onder de werking van het voorbereidingsbesluit te brengen en dientengevolge toe te voegen. En gaat over tot de orde van de dag." "Amendement 2011/102. Niet splitsen in Abstede De gemeenteraad van de gemeente Utrecht in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het voorbereidingsbesluit splitsen woningen Constaterende dat op de bijbehorende tekening met bestandsnaam NL.lMRO.0344.VBUTRECHT een aantal gebieden zijn aangegeven waarbinnen beoogd wordt het splitsen van woningen tegen te gaan. Overwegende dat de, in het raadsvoorstel aangegeven, gebieden gekozen zijn op basis van de ervaringen met het omzetten en splitsen van woningen in de periode Voorts overwegende dat er meer gebieden in de stad aan te wijzen zijn waar in een vroeger verleden veel splitsingen hebben plaatsgehad en, dan wel ook, thans de kans groot is dat woningsplitsingen een te grote druk op de bestaande ruimte zullen leggen. Besluit op de kaart, genoemd onder de constatering, het gebied omsloten door de Abstederdijk, de Notebomenlaan en de westzijde van de Minstraat onder de werking van het voorbereidingsbesluit te brengen en dientengevolge toe te voegen. En gaat over tot de orde van de dag." Deze amendementen zijn ondertekend door de heer Schipper en mijzelf. De heer IŞIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik heb de argumentatie van de heer Oldenborg gehoord waarom hij de drie door hem genoemde gebieden wil toevoegen op de kaart. Er zijn echter nog andere, identieke complexen die daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen (als voorbeeld daarvan noem ik de Hoogstraat). Wat was voor de heer Oldenborg de reden om die identieke gebieden niet mee te nemen in zijn voorstellen, maar wel deze drie specifieke gebieden? En waarom acht hij de toezegging die de wethouder tijdens de behandeling van dit onderwerp gedaan heeft, niet voldoende? De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Dit laatste heb ik zojuist toegelicht. Dat heeft puur te maken met het feit dat mensen illegaal woningen splitsen. Omdat er geen voorbereidingsbesluit geldt, moet de gemeente die mensen de gelegenheid geven de zaak te legaliseren. Het college heeft gezegd dat het wil evalueren en dat het zal bekijken of het fout gaat in de andere gebieden dan nu op de kaart zijn aangewezen. Als blijkt dat het op andere plekken inderdaad fout gaat, dan betekent dat gewoon dat er weer een voorbereidingsbesluit genomen moet worden. Je kunt dan immers niet zeggen: Wij hebben een voorbereidingsbesluit genomen en schuiven daar even een gebiedje bij.

44 Avondvergadering van 22 december Het voorbereidingsbesluit is immers heel duidelijk omschreven en heeft slechts een looptijd van een jaar. Als wij over drie maanden met elkaar tot de conclusie zouden komen dat er nog een gebied is dat wij eigenlijk onder het voorbereidingsbesluit zouden willen brengen, dan moeten wij een nieuw voorbereidingsbesluit nemen. Dat lijkt ons niet handig. Dan de vraag waarom wij juist de drie door mij genoemde gebieden hebben voorgesteld. Wij zijn al een heel lange tijd aan het discussiëren over de woningsplitsingen. Wij zijn dan ook heel blij dat het college nu met een voorstel daarover gekomen is. Voorts hebben wij een raadsinformatieavond over dit onderwerp gehad, hebben wij daar s over ontvangen, hebben wij bezoeken van de wijkraden gehad en zijn wij bij wijkraden op bezoek geweest. Hieruit zijn de drie gebieden naar voren gekomen als gebieden waar ook de door het college voorgestelde maatregel inzake splitsing zou moeten gelden. Met andere woorden: de gebieden hebben wij genoemd op basis van wat bij ons binnengekomen is vanuit de stad. Daar hebben wij over nagedacht en wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen: Wij kunnen ons voorstellen dat ook daar de voorgestelde maatregel gaat gelden. Daarom lijkt het ons nuttig om de drie door mij genoemde gebieden op de kaart aan te wijzen als gebieden waar woningsplitsing tegengegaan wordt. Daarbij sluit ik absoluut niet uit dat er nog andere gebieden in de stad zijn die als zodanig op de kaart aangewezen zouden kunnen worden. Als ik puur op de kaart kijk, zou ik allerlei gebieden kunnen bedenken, maar daarover heb ik geen enkele melding gehad uit de stad. Ik ben volksvertegenwoordiger. Wanneer ik uit meerdere bronnen in een bepaald gebied meldingen over woningsplitsing krijg, dan denk ik dat het nuttig is om dat gebied op de kaart op te nemen als gebied waar woningsplitsing tegengegaan wordt. Dat is één van de taken die je hebt als raadslid. Als de heer Işik een ander gebied wil toevoegen, dan staat het hem vrij om daarvoor de matrix van mijn amendementen te gebruiken. Dan hoeft hij alleen maar de naam van de wijk in te vullen en kan hij zo een amendement indienen! Er zit geen copyright op. De heer ROODENBURG (D66): Mijnheer de voorzitter! Dan zit binnenkort waarschijnlijk de hele stad op slot, omdat iedereen dan tjes gaat sturen naar de raadsleden, die vervolgens zouden voorstellen om woningsplitsingen tegen te gaan. In de commissie heb ik de heer Oldenborg gevraagd of hij zou kunnen komen met extra onderzoek. Tenslotte hebben wij allemaal de s gekregen en de geluiden uit de stad gehoord. Heeft de heer Oldenborg nader onderzoek verricht? Het antwoord daarop is waarschijnlijk nee, maar ik dacht: Ik vraag het nog even voor de zekerheid. De heer OLDENBORG (SLU): Laat mij zeggen dat ik uitgebreid heb gesproken met de Werkgroep Woonbeleid en een aantal wijkraden. De informatie die ik daarvan gekregen heb, heb ik verwerkt. Ik zal een voorbeeld geven, namelijk het gebied dat wordt omsloten door de Abstederdijk, de Notebomenlaan en de westzijde van de Minstraat. Daar ligt niet voor niets de grens op de Minstraat. Die had ook doorgetrokken kunnen worden naar bijvoorbeeld de Burgemeester Fockema Andrealaan. Dat wij hebben voorgesteld dit gebied aan te wijzen als gebied waar woningsplitsing tegengegaan moet worden, is het gevolg van wat je onderzoek zou kunnen noemen, maar je kunt het ook gewoon benoemen als: mensen bellen, praten en bekijken wat de meest logische keuze is. De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Met onderzoek bedoel ik wat het college heeft gedaan. In dat onderzoek is bekeken hoeveel splitsingen er in de afgelopen vier jaar zijn geweest in de verschillende buurten etc. Ik bedoel natuurlijk onderzoek dat gebaseerd is op dat soort feiten, bijvoorbeeld hoeveel woningsplitsingen er in een wijk zijn geweest etc. Op basis daarvan kunnen wij bepalen: daar is woningsplitsing wel of niet meer wenselijk. Natuurlijk speelt ook de grootte van de huizen mee, dat ben ik met de heer Oldenborg eens. De heer OLDENBORG (SLU): Het is natuurlijk relatief. Ik weet niet precies welke grens het college heeft aangehouden. Je kunt je voorstellen dat twee woningsplitsingen in een bepaalde straat al heel veel effect hebben, terwijl dat anders ligt als je de effecten in een heel gebied bekijkt. Dit is een beetje vergelijkbaar met betaald parkeren: het is maar net hoe groot je het gebied neemt. Ik beschouw dat althans op dezelfde manier. De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Is de heer Oldenborg het dan niet met mij eens dat wanneer je alleen maar op bepaalde geluiden afgaat, zonder echt goed onderzoek te doen, je binnenkort de hele stad splitsingsvrij hebt gemaakt?

45 Avondvergadering van 22 december De heer OLDENBORG (SLU): Dat denk ik niet. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat vanuit de omgeving van het Wilhelminapark dezelfde problemen worden gemeld als vanuit de omgeving van de Croeselaan. Maar het zou kunnen. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Wat de Zeeheldenbuurt betreft, kan ik melden dat wij hier in 2006 het bestemmingsplan ter goedkeuring voor ons hadden liggen. Toen al kwamen er uit die wijk geluiden dat woningsplitsing aan de orde was. Als je daar gewoon een keer een rondje fietst, dan kun je het ook met eigen ogen zien. Dit kan ik in ieder geval melden ter ondersteuning van de keuze om de Zeeheldenbuurt op de kaart op te nemen als gebied waar woningsplitsing wordt tegengegaan. De heer VAN WAVEREN (CDA): Mijnheer de voorzitter! Het dossier splitsen en omzetten van woningen is complex en weerbarstig, vooral omdat er sprake is van veelal gewenste ontwikkelingen die toch onwenselijke gevolgen hebben. Wij hebben het dan met name over geluidsoverlast, volumineuze uitbouwen, afnemende privacy en overbelasting van de openbare ruimte door fiets- en autoparkeren. Dan kun je het splitsen en omzetten van woningen geheel verbieden, maar dat is wat de CDA-fractie betreft, niet aan de orde. Daarvoor zitten er te veel voordelen aan omzetten en splitsen: de woningen worden meestal grondig opgeknapt, het helpt tegen de kamernood onder studenten en starters en bovendien is elke verkochte woning er op dit moment één. Daarom moeten wij de overlast aanpakken. Het college heeft nu een conceptbesluit voorgelegd om het komende jaar het splitsen van woningen in flinke delen van de stad de facto onmogelijk te maken. Dat is een tijdelijke maatregel waar-mee ongewenste ontwikkelingen voorkomen worden terwijl wij nieuw beleid maken. Daarmee zijn wij verder dan de commissiebrief van januari jongstleden. Toen concludeerde het college dat er geen beleidswijzigingen nodig waren. Wat dat betreft, is het voorstel winst en een stap vooruit, maar liever hadden wij nu al meer van de inhoud gehad. De inhoud zal genuanceerder moeten zijn dan de beperkingen die nu in het voorbereidingsbesluit zitten. De wethouder heeft beloofd om voor de komende zomer met nadere regels te komen inzake woningsplitsing, heldere regels die in een facetbestemmingsplan kunnen worden opgenomen. Wij hopen met hem dat dat lukt. Het is immers niet zo gemakkelijk. Dat blijkt wel uit de voorgeschiedenis. En als de oplossingen eenvoudig waren, dan hadden wij ze nu al wel gehad. Bovendien is het de opvatting van de CDA-fractie dat alleen regels, beperkingen en toetsen eerder een probleem zijn dan iets oplossen. Het voorliggende voorbereidingsbesluit zullen wij steunen, in de verwachting dat het snel van tafel kan als er nieuw beleid ligt. Dan is het redelijk om er even de rem op te zetten, maar voor verlenging hoeft het college niet bij ons aan te komen, laat dat alvast gezegd zijn. Op basis van dezelfde redenering zullen wij ook de door de heer Oldenborg ingediende amendementen steunen. Wij maken ons ernstig zorgen over een mogelijk waterbedeffect, en wat dat betreft, vinden wij de door de heer Oldenborg voorgestelde uitbreidingen terecht, zeker omdat wij de onderbouwing van de gebiedskeuze door het college ook niet overtuigend vinden. Wat dat betreft, zitten de amendementen en het collegevoorstel op één lijn. Ik wil nu even vooruitkijken naar hoe wij de overlast die ik aan het begin van mijn bijdrage noemde, willen voorkomen. De aanpak van het college is wat ons betreft te juridisch en te beperkend van aard, terwijl wij met elkaar juist constateren dat een aantal van de meest effectieve maatregelen, zoals geluidsisolatie en het plaatsen van fietsklemmen, niet via bestemmingsplannen of verordeningen geregeld kunnen worden. In de commissie pleitte ik er daarom voor om daar waar de stok niet werkt, het met de wortel te proberen. Laten wij een manier zoeken om het kwaliteitsniveau van omgezette en gesplitste woningen te verhogen. Dat helpt echt. Voor de energetische kwaliteit van woningen trekken wij miljoenen uit in het Programma Utrechtse Energie, en voor binnenstedelijke nieuwbouwprojecten (ook door ontwikkelaars uitgevoerd) trekken wij miljoenen uit in het kader van het Dynamisch Stedelijk Masterplan. Waarom dan op die manier geen aandacht voor de binnenstedelijke verbouw? Daarmee voegen wij immers ook kwaliteit toe aan onze woningvoorraad, die wij zo duurzaam overeind houden. Laat ook gezegd zijn dat ik niet van nature geneigd ben om elke zorg in de stad op te lossen met een subsidieregeling. Echter, in situaties zoals deze, waarin de juridische mogelijkheden tekortschieten, moeten wij roeien met de riemen die wij wel hebben. Daarom heb ik hierover een motie voorbereid (aan het begin van deze vergadering is die al even genoemd). Ik zal die indienen, omdat die een complex verhaal bevat. Dan weten wij met elkaar waar wij het over hebben. De motie beoogt onrendabele en niet afdwingbare investeringen in geluidsisolatie voor ontwikkelaars aantrekkelijk te maken door de kosten te subsidiëren. Ik laat daarbij de ruimte aan het college om dit inhoudelijk uit te werken, ook qua omvang en werkwijze, en het op de meest effectieve manier te formuleren. De motie, die ik bij dezen indien, luidt:

46 Avondvergadering van 22 december "Motie 2011/89. Isoleren is beter dan handhaven Subsidieregeling geluidsisolatie bij splitsen en omzetten De raad van de gemeente Utrecht, bijeen op 22 december 2011, ter bespreking van het voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit splitsing woningen, Constaterende dat: 1. Het omzetten en splitsen van woningen helpt het tekort aan studenten- en starterswoningen terug te dringen, 2. Het omzetten en splitsen van woningen daarnaast helaas ook tot de nodige (geluids)overlast leidt doordat de indeling van (oude) woningen wordt aangepast, 3. Het college een aantal maatregelen wil inzetten om toekomstige problemen te voorkomen, waaronder het voorliggende voorbereidingsbesluit, 4. In het woonruimteonttrekkingsfonds nog ruim EUR 0,5 miljoen beschikbaar komt en dit nog zal doorgroeien, 5. Daaruit nu onder andere handhaving en advocaten betaald worden, 6. Er initiatieven zijn voor een keurmerk voor omgezette woningen. Overwegende dat: 1. Aantal, aard en omvang van de klachten over overlast bij omzetten en splitsen nadere maatregelen van overheidswege rechtvaardigen, 2. Geluidsisolatie substantieel kan bijdragen aan het verminderen van de overlast, 3. De grote vraag naar woningen in deze segmenten de prikkel om extra kwaliteit te leveren beperkt, 4. Het de gemeente niet toegestaan is om aanvullende maatregelen te eisen bij de vergunningafgifte voor splitsen en omzetten, 5. Middelen uit het woonruimteonttrekkingsfonds besteed kunnen worden om de nadelige effecten en overlast te bestrijden, 6. Er ook subsidie wordt verleend voor het verkrijgen van bijvoorbeeld het keurmerk veilig wonen, Roept het college op: 1. Een voorziening in het leven te roepen waarmee geluidwerende maatregelen boven het rechtens afdwingbare niveau in te splitsen of om te zetten woningen gesubsidieerd worden, 2. Voor deze regeling middelen te onttrekken aan het woonruimteonttrekkingsfonds, of wanneer dat niet mogelijk blijkt uit het stimuleringsfonds woningbouw of het Dynamisch Stedelijk Masterplan, of middels een kortingsregeling op de onttrekkingsbijdrage. 3. De gemeenteraad binnen drie maanden te informeren over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan deze motie. En zo mogelijk: 1. Deze voorziening op termijn te laten aansluiten bij een keurmerk voor kamerverhuurders, 2. Deze voorziening te laten aansluiten bij maatregelen uit het Programma Utrechtse Energie voor energetische isolatie. En gaat over tot de orde van de dag." Deze motie is ondertekend door de heren Schipper en Zwanenberg en door mijzelf. Ik heb de motie vanmiddag moeten aanleveren omwille van de tijd (ik wilde die namelijk indienen als actuele motie). Daardoor kon ik van de ambtelijke ondersteuning nog geen reactie krijgen op de haalbaarheid van de financiële onderbouwing. Daarvoor zijn in de motie vier opties opgenomen. Inmiddels heb ik, kort voor het begin van deze vergadering, van de wethouder begrepen dat de eerste optie afvalt, maar er staan er nog drie. Mijn conclusie is dan ook dat het college de ruimte heeft om aan het werk te gaan met de motie. Die heb ik bewust ruim geformuleerd, ook omdat de strekking is: Laten wij niet in regels blijven hangen, maar laat ons proberen de problemen op te lossen. Ik ben benieuwd naar de reactie van het college daarop. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Ik heb een vraag over het werkingsgebied van de subsidieregeling die de CDA-fractie voorstelt. Is de regeling bedoeld voor woningen die gesplitst worden, zodat de subsidie verstrekt wordt om tijdens de verbouwing geluidwerende voorzieningen aan te brengen? Of geldt de regeling voor de woningen van de buren, dus voor situaties waarin woningen al gesplitst zijn en er geluidsoverlast is? Kortom, hoe moeten wij ons het werkingsgebied voorstellen?

47 Avondvergadering van 22 december De heer VAN WAVEREN (CDA): Ik kan mij voorstellen dat de subsidieregeling geldt voor beide door u genoemde situaties. Ik laat het aan het college over om de regeling op de meest praktische manier uit te werken en daarvoor een goede oplossing te verzinnen. Ik ga dat nu nog niet nader detailleren. Aan welke kant van de muur de geluidswerende voorzieningen worden aangebracht, zal mij eerlijk gezegd een zorg zijn, als wij het probleem maar oplossen. De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Ik heb een vraag/constatering met betrekking tot de dekking van wat in motie 89 gesteld wordt. De heer Van Waveren heeft vier opties opgeschreven, maar dat zouden er ook zeven kunnen zijn. De dekking interesseert hem niet zoveel, geloof ik. De heer VAN WAVEREN (CDA): Ik heb geconstateerd dat wij in deze gemeente een aantal fondsen of potjes hebben die zijn bedoeld voor investeringen in de kwaliteit van binnenstedelijke woningbouw. Gelet daarop, maakt het mij eerlijk gezegd inderdaad niet zoveel uit uit welk potje het geld komt. Als het college iets beters vindt, dan sta ik daarvoor open. In die zin klopt uw constatering. De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Mijnheer de voorzitter! De werkwijze van het college in het splitsingsbeleid is die van de omgekeerde wereld. Ik begrijp heel goed dat wij het splitsen en omzetten van woningen moeten reguleren. De druk op de leefbaarheid neemt daardoor immers toe en ook studenten hebben voorzieningen nodig, maar stel de student niet onnodig in een negatief daglicht. Begin eerst eens met het bouwen van meer studentenkamers en -voorzieningen. Tot die tijd blijft het splitsen en omzetten van woningen helaas bittere noodzaak. Communicatie tussen beide partijen is waar het college zich voor moet inzetten. Ook van belang zijn het monitoren van de overlast en het zorgen voor de juiste voorzieningen. Ik wil het college er graag op wijzen dat de doelstelling uit de Woonvisie, namelijk het verminderen van de druk op de woningmarkt, haaks staat op wat er in het kader van het splitsingsbeleid gaat gebeuren. De woningmarkt sluit niet aan bij de vraag die er nu is. Er zijn teveel eengezinswoningen, terwijl de vraag juist anders ligt. Graag krijgen wij hierop een antwoord van het college. Wat ons betreft, geen discussie over de vraag in welke wijk wel woningen gesplitst mogen worden en in welke wijk niet, maar moet de gemeente heel snel aan tafel met de studenten zelf en natuurlijk met de SSH. Utrecht is bij uitstek een studentenstad. Studenten leveren een bijdrage aan de sociale cohesie en aan de lokale economie. Wij zullen in dit stadium -ik herhaal: in dit stadium, want wij vinden het wel belangrijk dat de woningsplitsingen gereguleerd worden- tegen het raadsvoorstel stemmen. Wel steunen wij elk initiatief dat erop gericht is om geluidshinder tegen te gaan, zoals de motie (nr. 89) van de CDA-fractie, en elk ander voorstel dat voorziet in het treffen van voorzieningen voor studenten. Als laatste vraag ik of het college met een jaarlijkse monitor wil komen die zich deze keer ook toespitst op de student zelf. De fractie van de Groep Kuijper zal tegen het raadsvoorstel stemmen. De heer IŞIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Allereerst willen wij het college danken voor het voorliggende voorstel en voorbereidingsbesluit. Eindelijk, zoals de CDA-fractie zei, het was broodnodig. Dat klopt. In het verleden heeft de PvdA-fractie regelmatig bij het college aangedrongen op een beleid voor woningsplitsingen en een aanscherping van het bestaande omzettingsbeleid. Wij vinden het namelijk nodig dat de kleine starterswoningen in deze stad beschermd worden. Ook vinden wij het nodig dat de geluidsoverlast in de wijken wordt aangepakt. Eindelijk ligt daarvoor nu een voorstel van het college. Wij hebben regelmatig aandacht gevraagd voor de problemen die het gevolg zijn van woningsplitsingen en -omzettingen. Dankzij de PvdA-fractie hebben wij nu voor het eerst een voorstel daarover voor ons liggen. Wij hebben ten aanzien van het splitsen van woningen altijd een tweesporenbeleid gehanteerd. Aan de ene kant willen wij dat splitsingen en omzettingen niet onmogelijk worden gemaakt, dus wel toegestaan kunnen worden, maar aan de andere kant willen wij dat de geluidsproblematiek aangepakt wordt. Wij zien in het voorliggende besluit onze wens heel duidelijk terug. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! Ik raak nu een beetje de draad kwijt wat betreft hetgeen de PvdA-fractie wil. De heer Işik heeft in de commissie gezegd dat hij het liefst wil dat alle studenten wonen in complexen van de SSH. Ook wil hij liever niet dat woningen gesplitst worden, maar hij is wel blij met het voorstel. Ziet hij niet liever een algeheel verbod op woningsplitsing? Dat leid ik namelijk af uit zijn verhaal.

48 Avondvergadering van 22 december De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Tijdens de commissiebehandeling heb ik duidelijk aangegeven dat ik liever met goede marktpartijen het tekort aan studentenhuisvesting wil oplossen. Daarbij denk ik aan de SSH, andere corporaties en betrouwbare marktpartijen. Dat is mijn insteek. Als de omzettingen door goede marktpartijen ertoe leiden dat het tekort aan studentenwoningen wordt teruggedrongen, dan zal ik daarvoor de helpende hand uitsteken. Ik steek mijn hand echter niet uit voor malafide huisbazen die een bepaalde vierkantemeterprijs vragen aan de studenten. Dat is wat ik in de commissiebehandeling heb aangegeven. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! Het voorstel gaat niet over het wel of niet een hand uitsteken. Het voorstel gaat over verbieden of niet verbieden van woningsplitsingen en wel of niet de rem erop. Mijn vraag is wat de PvdA-fractie daarvan vindt, anders dan dat alle studenten in SSH-complexen moeten zitten? De heer IŞIK (PvdA): Wat de PvdA-fractie niet wil, is dat mensen die nu student zijn en straks starter worden, dan geen woning meer hebben in deze stad. Wij willen twee wegen bewandelen: woningsplitsing toestaan waar het kan, en niet toestaan waar het niet mogelijk is. Dat is ons beleid. Dus: én én, niet óf óf. De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Voorzitter! Is de heer Işik het dan niet met mij eens dat juist door het tekort aan starterswoningen voor alleenstaanden het aantal woningsplitsingen erg toeneemt? Is hij het met mij eens dat dit tekort een onderdeel van het probleem is? De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik zal het nog een keer herhalen, voor de laatste keer: wij zijn niet tegen splitsing van woningen en niet tegen omzetting van woningen. Wij zeggen alleen dat dat mogelijk moet zijn in gebieden waar dat kan. Dat moet niet gebeuren in gebieden waar kleine arbeiderswoningen staan die straks nodig zijn voor mensen die nu student zijn en straks starter worden. Dit is het grote verschil tussen de redenatie van de heer Kuijper en mijn redenatie. De heer VAN WAVEREN (CDA): U heeft het nu over gebieden waar woningsplitsing niet kan. Dit betekent dat u voor de toekomst pleit voor een gebiedsafbakening waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen gebieden waar wel woningen gesplitst mogen worden en gebieden waar dat niet mag. Dat houdt in dat u niet pleit voor de kwalitatieve toets waar de CDA-fractie voor is. De heer IŞIK (PvdA): Ik vind het voorstel een goed instrument om een bepaalde sturing te geven voor de gebieden en wijken waarvoor dat nodig is. Als het gaat om een woning met een oppervlak van 150 m 2, dan heb ik er geen enkel probleem mee om die te laten splitsen. Wat ik probeer aan te geven, is dat de bescherming van de kleine arbeiderswoningen hard nodig is in deze stad. Nogmaals: studenten die straks afgestudeerd zijn, een goede baan hebben en graag in deze stad willen wonen, moeten ook een woning hebben. Voorzitter! Ik ben heel blij dat er in de stad een werkgroep ontstaan is die heel erg constructief meedenkt over de oplossing van de problemen rond woningsplitsing. Namens de PvdA-fractie kan ik zeggen dat ik heel erg blij ben met een dergelijke participatie. Dank daarvoor. In overleg met de marktpartijen gaat het college werken aan een convenant voor het invoeren van een keurmerk kamerverhuur. Ik ben blij dat dat gaat gebeuren. Ook ben ik blij dat daarmee heel veel problemen hopelijk -daar ga ik van uit- ondervangen worden. Wij hopen dat het college tijdens de diverse overleggen zal proberen te bewerkstelligen dat geluidswerende maatregelen worden genomen. Dat is een belangrijk aspect. Ik ben van mening dat op het moment dat een marktpartij een woning gaat splitsen om meer rendement te halen uit het vastgoed, je wel bepaalde eisen kunt voorleggen, hoewel je die niet kunt verplichten. Een eis moet dan zijn: zorg dat er geen overlast ontstaat etc. Ik hoop dat de wethouder bereid is om de problematiek van de geluidsoverlast in de betrokken panden mee te nemen. Wat de PvdA-fractie ook heel erg belangrijk vindt, is dat er een beoordeling van de bouwkundige geschiktheid van een te splitsen of om te zetten pand plaatsvindt. Wij vragen ons af of er op dit moment een steekproefsgewijze toetsing van de bouwkundige geschiktheid van panden plaatsvindt. Met andere woorden: ik ben heel benieuwd of voordat de vergunning toegekend wordt, de ambtenaar de technische staat van het pand beoordeelt om na te gaan of het wel of niet geschikt is voor splitsing.

49 Avondvergadering van 22 december Binnen de leefbaarheidstoets voor de omzettingsvergunning wordt het criterium "krachtwijk" losgelaten en vervangen door het criterium: weerbaarheid van de buurt. Een goed voorstel. De reden waarom ik dat een goed voorstel vind, is dat daarmee voor elke wijk hetzelfde criterium wordt toegepast. Wij zijn ook blij met de toezegging dat het college voor de zomer van 2012 met een voorstel komt voor de invulling van het facetbestemmingsplan. Wij gaan ervan uit dat daarin concrete, meetbare criteria worden opgenomen, zodat wij het goed kunnen beoordelen. Ook heel erg blij zijn wij met de toezegging in de brief van de wethouder dat bestaande woningen met een oppervlak van 140 m 2 in tweeën gesplitst mogen worden. Daar ben ik dus niet tegen, zo zeg ik tegen de heer Van Waveren. Wij vinden het nodig dat een strenge handhaving plaatsvindt. Als wij in de praktijk gaan kijken, dan merken wij dat meldingen die inhoud hebben, niet voldoende of minder gecontroleerd worden. Verder willen wij het college graag meegeven dat wij heel erg veel waarde hechten aan een inhoudelijke, snelle en complete beantwoording van de zienswijzen. Ook vinden wij dat als het mogelijk is, steekproefsgewijs gecontroleerd moet worden of nagekomen wordt wat wij met elkaar hebben afgesproken. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Ik ben het eens met de PvdA-fractie dat het college bij de uitwerking van de nu voorgestane oplossing van de splitsingsproblematiek, goed moet omgaan met de ideeën die uit de zienswijzen voortkomen. Ik hoorde de PvdA-fractie echter ook zeggen: Als een woning groter is dan 140 m2, dan mag die in twee eenheden gesplitst worden. In één van de zienswijzen die op een raadsinformatieavond naar voren zijn gebracht, werd daarover gesteld: Dat is niet zo veel. Als een woning toch gesplitst wordt en als daarbij aan alle voorwaarden voldaan wordt, dan kan een goed ontworpen starterswoning of een studio klein zijn. Waarom zou de woning dan niet in drieën gesplitst mogen worden als dat kan? De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik kan de redenatie van de heer Buunk begrijpen, maar ik zeg daar één ding bij. Wanneer iemand nu een eenpersoonshuishouden vormt, dan betekent dat nog niet dat die tien jaar lang een dergelijk huishouden blijft vormen. Ik kan mij namelijk voorstellen dat zo iemand een relatie of kinderen krijgt etc. Die moet dan uiteindelijk zeggen: Ik woon lekker in deze wijk, maar mijn woning is te klein. Ik wil hiermee aangeven dat wanneer je aan de ene kant woningen in meerdere appartementen laat splitsen, je aan de andere kant een probleem creëert. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Ik zal dit onderwerp niet al te ver uitdiepen door aan te geven wat je allemaal kunt passen op 60 m 2 en dat je in een woning met een dergelijke oppervlakte uitstekend met twee mensen kunt wonen. Wel wil ik de PvdA-fractie er graag op wijzen dat als mensen op een gegeven moment vinden dat hun woning te klein is, ze kunnen verhuizen naar een andere woning. Doorstroming op de woningmarkt willen wij allemaal. Waarom zou je dan nu op voorhand bedenken dat een woning niet kleiner mag zijn dan 70 m 2, terwijl op de markt nadrukkelijk gevraagd wordt om betaalbare, kleine woonstudio's? De reden daarvoor is dat dergelijke woningen echt een laag instaptarief hebben voor kopers. De heer ROODENBURG (D66): Mijnheer de voorzitter! Ik wil even aan de VVD-fractie vragen of zij niet weet dat wij het wellicht nog gaan hebben over de ontheffingsgrond en dat daar nog onderzoek voor nodig is. Dat onderwerp hoeft op dit moment niet behandeld te worden, zodat wij het nu niet hoeven te hebben over hoeveel vierkante meters, wie wat daarop kan doen etc. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Dat realiseert de VVD-fractie zich. Ik zal daar in mijn bijdrage dan ook niets over zeggen, maar ik hoorde de PvdA-fractie tegen de wethouder zeggen dat woningen met een oppervlak van 140 m 2 in tweeën gesplitst mogen worden. Daar maak ik mij een beetje zorgen over. Als de wethouder denkt dat wij allemaal zouden vinden dat dat de goede koers is, dan hebben wij een probleem. Nu weet de wethouder alvast dat de VVD-fractie dat niet de goede koers vindt. De heer IŞIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik kom aan het eind van mijn bijdrage. Er ligt nu voor het eerst een voorstel met betrekking tot splitsing van woningen en het tegengaan daarvan in bepaalde wijken. Wij krijgen echter meldingen uit andere wijken over vergelijkbare klachten als gevolg van splitsingen en omzettingen. Onze vraag daarover is: Hoe wil het college hiermee omgaan? Over dit onderwerp dien ik de volgende motie in:

50 Avondvergadering van 22 december "Motie 2011/91. Toevoegen gebieden waar woningen niet worden gesplitst. De gemeenteraad van de gemeente Utrecht in vergadering bijeen op donderdag 22 december 2011 ter bespreking van het voorbereidingsbesluit splitsen woningen. Constaterende dat op de bijbehorende tekening met bestandsnaam NLIMRO.0344.VBUTRECHT een aantal gebieden zijn aangegeven waarbinnen beoogd wordt het splitsen van woningen tegen te gaan. Overwegende dat: - de in het raadsvoorstel aangegeven gebieden gekozen zijn op basis van de ervaringen met het omzetten en splitsen van woningen in de periode ; - dat er meer gebieden in de stad aan te wijzen zijn, waar splitsingen tot problemen kunnen leiden; - de kans groot is dat woningsplitsingen een te grote druk op de bestaande ruimte zullen leggen; - de wethouder tijdens de commissiebehandeling heeft aangegeven dat als hij nieuwe probleemlocaties signaleert, op basis van klachten dan wel gezien het aantal aanvragen van vergunningen, dat dan zal melden aan de commissie; - bewoners uit bijvoorbeeld de buurten Abstederdijk, het ontbrekende stukje Dichterswijk, Hoogstraat en Zeeheldenbuurt de gemeenteraad ook hun zorgen hebben gemeld over de gevolgen van splitsingen van woningen. Vraagt het college: - maandelijks op basis van meldingen van bewoners, splitsingsaanvragen en andere signalen over woningsplitsingen te beoordelen of ook voor andere gebieden een soortgelijk voorbereidingsbesluit moet worden genomen; - de gemeenteraad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag." Deze motie is ondertekend door de heren Zwanenberg, Roodenburg en mijzelf. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik heb een vraag aan de heer Işik. In het dictum van de zojuist door hem ingediende motie staat dat er maandelijks monitoring moet plaatsvinden. Ik vraag mij af hoe dat zich verhoudt tot de opdracht die er ligt, bijvoorbeeld in Via B. Denkt de heer Işik dat zijn voorstel niet leidt tot erg veel bureaucratie? De heer IŞIK (PvdA): Elke melding met betrekking tot woningsplitsing die bij de gemeente binnenkomt, wordt geregistreerd. Daarom meen ik dat de uitvoering van de motie geen extra bureaucratie zal veroorzaken. De meldingen worden immers nu al geregistreerd. Het enige dat wij willen, is dat de meldingen maandelijks in een Excelbestand worden gezet, waarna ze in één keer uitgeprint en naar de raad gestuurd kunnen worden. Dan ben je klaar. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! Ik heb het verhaal van de heer Işik aangehoord. Ik dacht vervolgens: Wat zijn de antwoorden van de PvdA-fractie op de problemen rond woningsplitsing? Ik constateer dat de PvdA-fractie eigenlijk alle hoop vestigt op een keurmerk waar ontwikkelaars van om te zetten en te splitsen woningen vrijwillig aan voldoen in een markt waarin er studenten te over zijn die in de woningen willen en het keurmerk alleen maar extra verplichtingen oplevert. Welke prikkel zit er volgens de PvdA-fractie in haar oplossing? De heer IŞIK (PvdA): Weet u wat mijn oplossing is, mijnheer Van Waveren? Mijn oplossing is dat de wethouder straks met de marktpartijen en alle overige belanghebbenden aan tafel gaat zitten om met elkaar een convenant af te spreken. Daar komt dan een duidelijke aanpak uit met de marktpartijen, zoals ook u graag wilt. De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Ik heb een reactie op wat de heer Van Waveren zei. In het omzettingsbeleid zit ook een intrekkingsgrond, namelijk structurele overlast. Daar gaat in ieder geval een preventieve werking van uit, juist voor de overlast waar hij over sprak.

51 Avondvergadering van 22 december De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! Dat ben ik met de heer Roodenburg eens. Ook in de commissie hebben wij het daarover gehad. Toen heb ik gezegd: Met een aantal van de maatregelen van het omzettingsbeleid ben ik blij, maar die moeten nog wel uitgewerkt worden. Ik hoorde de heer Işik het echter puur hebben over het keurmerk kamerverhuur, dat één van de punten is in de brief hierover. Het keurmerk is juist het punt waar ik niet enthousiast over ben. Dat is wat mij betreft de zwakste schakel in het beleid wanneer er geen prikkel is voor de mensen om mee te doen. Voorts hoorde ik de heer Işik alleen maar zeggen: Ik hoop dat de wethouder met de betrokkenen gaat praten. Ja, dat kan ik mij voorstellen. Dat hoop ik ook, laat mij daar duidelijk over zijn, maar dat neemt niet weg dat er geen enkele prikkel is voor de mensen om mee te doen. Daar hoor ik de heer Işik nu geen antwoord op geven. Daarom constateer ik dat hij dat antwoord niet heeft. De heer IŞIK (PvdA): Uw constatering is niet juist. De wethouder heeft heel duidelijk toegezegd dat wanneer er een nieuw splitingsbeleid is, hij na twee jaar zal komen met een evaluatie daarvan. Het is mogelijk dat wij dan op basis van de evaluatie aanvullende opdrachten geven of aanvullende voorstellen indienen om ervoor te zorgen dat de situatie nog beter wordt. De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Voorzitter! Ik heb een vraag aan de heer Işik over de door hem ingediende motie (nr. 91). Is hij niet bang dat als wij elke maand gaan monitoren, elk klein incident al heel snel leidt tot een melding, terwijl dat bij een halfjaarlijkse of jaarlijkse monitoring waarschijnlijk niet zal gebeuren? De heer IŞIK (PvdA): Ik kan daar een heel erg kort antwoord op geven, voorzitter. Dat is dat ik ervan uitga dat de ambtenarij een goede kwaliteit heeft en goed kan beoordelen wat wel en wat niet gemeld moet worden. De heer SCHIPPER (SP): Mijnheer de voorzitter! In een stad waar ongeveer de helft van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens en waarin de woningbouw stagneert, is het splitsen van bestaande panden een waardevol middel om toch te voorzien in de broodnodige woonruimte. Woningen splitsen moet je echter niet onbeperkt en ongebreideld doen, want in sommige buurten treden daardoor problemen op met de leefbaarheid. Wij staan daarom achter het voornemen van het college om een aantal gebieden op slot te doen wat betreft het splitsen van woningen, maar wij denken dat het een onsje meer mag zijn. De heer Oldenborg heeft dat al ruimschoots verwoord. Ook de motie (89) van de CDA-fractie over de maatregelen tegen geluidshinder steunen wij. Wij hebben die motie zelfs mede ondertekend. Ik meen dat de Werkgroep Woonbeleid heel zinnige suggesties heeft gedaan over dergelijke maatregelen. Wij zien uit naar de uitwerking in het facetbestemmingsplan door het college. Wij zien ook uit naar de reactie van de wethouder op de motie (91) van de PvdA-fractie over de maandelijkse monitoring. Dat doen wij zeker in het licht van wat de heer Oldenborg terecht opmerkte, namelijk dat op het moment dat je weer een nieuw gebied wilt aanwijzen waarin het splitsen van woningen wordt tegengegaan, je een nieuw voorbereidingsbesluit zult moeten maken. Het is dus niet alleen een kwestie van even een Excelsheetje maken, want dan moet er meteen een heel voorbereidingsbesluit komen met een plangebied etc. Ik ben dan ook benieuwd wat de wethouder vindt van motie 91. Tot slot: wij steunen het voorstel, zeker als de door de heer Oldenborg ingediende amendementen worden aangenomen. De heer BUUNK (VVD): Mijnheer de voorzitter! De VVD-fractie is geen voorstander van een overheid die zich al te intensief bemoeit met de manier waarop mensen hun woning gebruiken. Wij vinden dat niet liberaal. Een liberale samenleving wordt gekenmerkt door een grote individuele vrijheid, en het eigendomsrecht is één van de belangrijke grondrechten om de bescherming van die vrijheid te verzorgen. Het is een grondrecht dat ook de basis vormt voor een gezond economisch verkeer. Het staat eigenaren vrij om hun eigendommen te verkopen en/of te verhuren, desgewenst in onderdelen. Dat geldt wat de VVD-fractie betreft ook voor woningen. Het ruimtelijkeordeningsbeleid en het woonbeleid kennen een schier oneindige hoeveelheid regels die ingrijpen in de vrijheid van de eigenaren om over hun woning te beschikken. De VVD-fractie is van mening dat daarin eerder deregulering nodig is dan dat nieuwe regels moeten worden ontworpen.

52 Avondvergadering van 22 december Dat gezegd hebbende, moet ook de andere kant van de individuele vrijheid belicht worden. Dan hebben wij het over de manier waarop eigenaren van hun woning genieten en het feit dat zij daarbij geen inbreuk mogen maken op de vrijheid van de buren om naar eigen believen te genieten van hun woning. Dit is het spanningsveld waar wij als raad vanavond een afweging over moeten maken. Het gaat daarbij over de maat en de schaal van het ingrijpen dat nodig is en de rechtvaardigheid van de manier waarop de gemeente haar instrumenten inzet. Dit vindt de VVD-fractie de belangrijke meetpunten. Op basis van deze genuanceerde beoordeling constateert de VVD-fractie dat het college kiest voor een nieuwe aanpak van de problematiek van de woningsplitsingen. De VVD-fractie beoordeelt de nieuwe aanpak als een betere aanpak dan die er in het verleden was. De VVD-fractie constateert met vreugde dat niet gekozen is voor een stadsbrede norm of een quotum voor het aantal woningen dat mag worden gesplitst in straten of buurten, maar dat zorgvuldig is gekeken naar een aantal buurten/delen van de stad waar een bijzondere regeling gerechtvaardigd is. Dat heeft onze steun. De VVD-fractie kijkt nu uit naar de precieze uitwerking. In de commissie hebben wij daar al een aantal opmerkingen over gemaakt, en zojuist is in een debatje al duidelijk geworden dat wij op een aantal punten wat twijfels hebben bij de koers van het college, maar wij wachten af wat het wordt en wij kijken daar naar uit. Wat ons teleurstelt in de nu door het college voorgestane aanpak, is dat voor het omzetten van woningen in verhuurbare eenheden, zoals studentenkamers, niet eenzelfde soort aanpak is gekozen als voor de woningsplitsingen. Met die aanpak bedoel ik een goede ruimtelijke afweging/toets. De VVDfractie ziet in het verfijnen van de leefbaarheidstoets -die nu weerbaarheidstoets gaat heten- een soort blijvend bureaucratisch gefrunnik met een rare mix van eigenlijke en oneigenlijke criteria en een beoordeling op basis van weinig passende algemeenheden die bovendien op een verkeerd schaalniveau worden toegepast, zoals cijfers uit een wijkmonitor. Daarbij ga je met gegevens op wijkniveau een ontwikkeling op een bepaalde locatie bekijken. Wij blijven van mening dat ook voor de omzetting naar studentenkamers op elke plek een goede ruimtelijke beoordeling per locatie nodig is. Daar kiest het college niet voor, en dat betreuren wij. In de commissie hebben wij echter geconstateerd dat er geen meerderheid voor is om het anders te gaan doen dan het college voorstaat. Daarom wachten wij af hoe de omzettingen zich verder zullen ontwikkelen in de praktijk. De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! De VVD-fractie weet dat blijkens uitspraken van rechters de leefbaarheidstoets juridisch houdbaar is. Noemt de heer Buunk het werk van de rechters die de uitspraken hebben gedaan, ook gefrunnik, zoals hij de leefbaarheidstoets zojuist omschreef? De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat ook de rechters nogal bureaucratisch moeten frunniken. Dat doen zij zorgvuldig, en dan komen zij tot de conclusie dat de leefbaarheidstoets juridisch houdbaar is. Ik ben geen rechter, maar ben raadslid. Daarom beoordeel ik de leefbaarheidstoets politiek. Mijn politieke oordeel is dat ik de koers op dit gebied niet de goede koers vind. Ik ben van mening dat het allemaal erg gedetailleerd gaat met een erg ingewikkelde toets. Wat naar ons idee nodig is, is een goede ruimtelijke beoordeling van wat er wel en niet kan op een bepaalde plek. Als die beoordeling wordt gemaakt op basis van een vooraf goed voorbereid ruimtelijk kader, dan is dat wat gemakkelijker. Wij zijn van mening dat het college de goede koers heeft gekozen voor de splitsingsproblematiek, maar wij denken dat eenzelfde soort inhoudelijke aanpak (los van de vraag of die wel of niet via het bestemmingsplan moet lopen) ook nodig is voor omzettingen. Dat is wat ik gezegd heb. De heer ROODENBURG (D66): Mijnheer de voorzitter! Vroeger was er een soort omzettingsverbod voor bijvoorbeeld de krachtwijken. Dat verbod is in het nieuwe beleid komen te vervallen. Hoor ik de VVDfractie nu zeggen dat zij eigenlijk voor herinvoering is van de omzettingsverboden in delen van de stad die op grond van bepaalde criteria ontzien zouden moeten worden? De heer BUUNK (VVD): Nee, voorzitter, want dat verbod voor de krachtwijken was helemaal niet gebaseerd op een goede ruimtelijke beoordeling per locatie. Nee, dat verbod was voor de hele wijk een soort generaal verbod. Daar heeft men mij niet voor horen pleiten. Ik denk dat de heer Roodenburg dan toch goed moet luisteren naar wat ik zeg, want dat heb ik niet bepleit. Wij willen niet terug naar de omzettingsverboden. Dat vonden wij een slechte aanpak, en ik denk dat wij het daar snel over eens zijn met elkaar.

53 Avondvergadering van 22 december De heer KUIJPER (Groep Kuijper): Voorzitter! Voor mij is het volgende nog onduidelijk. De VVDfractie begon zojuist zo mooi met een stukje over liberalisme, maar steunde vervolgens wel het voorliggende raadsvoorstel. Daarom vraag ik mij af: Hoe liberaal is dat, want met het raadsvoorstel mengt de gemeente zich wel in de woningmarkt? De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Ik heb aangegeven dat je je liberale principes over de volle breedte serieus moet nemen. Vervolgens verwees ik naar het zogenaamde schadebeginsel. Dat betreft situaties waarin de vrijheid van de één de vrijheid van ander begint te beschadigen, letterlijk. Dan is er een gerechtvaardigde reden voor overheidsoptreden. Daarvan is sprake, denken wij na een zorgvuldige beoordeling van woningsplitsingen. Overigens zijn wij blij dat het tegengaan van woningsplitsingen een beperkt aantal wijken betreft en dat dat goed is onderzocht. Weliswaar worden de woningsplitsingen daar nu voor een jaar nogal bruut in een standstill gezet met het voorbereidingsbesluit, maar daarna volgt het facetbestemmingsplan. Daarin wordt niets onmogelijk gemaakt, maar wordt een subtielere set van regels gegeven. Dat heeft niet onze voorliefde of onze grootste voorkeur, maar gegeven de kenmerken van een aantal wijken, lijkt het ons verantwoord om te doen. Ik kom nu bij het grote, principiële probleem dat zit in het beleid dat nu aan de orde is. Wij blijven tegen dat probleem aanlopen en zijn bijzonder teleurgesteld over het feit dat het probleem er niet uit is gehaald terwijl dat wel had gemoeten. Dat principiële probleem is de instandhouding van de financiële heffing in het kader van de compensatieregeling. Het college is wel gekomen met een betere regeling voor de woningsplitsingen, maar houdt daarbij de financiële heffing in stand. Dat is een heel raar instrument. Voor de meeste eigenaren komt dat neer op een soort greep in hun portemonnee ter grootte van ongeveer EUR ,00 tot EUR ,00. Dat zijn forse bedragen. Wij begrijpen niet goed waarom die heffing nodig is. De motivatie achter de heffing is dat woonruimte onttrokken wordt, oftewel dat er wat veranderd wordt in de samenstelling van het woningenbestand. Tja, dat is een beetje raar, want als een woning wordt gesplitst, dan wordt er geen woonruimte onttrokken, geen vierkante meter zelfs, want het blijft allemaal in stand. Er worden zelfs woningen toegevoegd, want er komen meer wooneenheden. Kortom, dit is een heel rare redenering. Als ik kijk naar hoe het aantal woningen zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld heeft in Utrecht, constateer ik dat er woningen waren in 2001 en dat er waren in Dit betekent dat het aantal woningen gegroeid is; er zijn gewoon veel woningen bij gekomen. Nu kan men zich afvragen of er nog wel genoeg woningen zijn voor gezinnen. Als ik echter kijk naar het percentage eengezinswoningen, dan zie ik dat dat in tien jaar gegroeid is van 43% naar 46%. Gelet op deze gegevens, is het mij ten enenmale en ten anderen male onduidelijk wat de motivatie blijft voor het handhaven van de heffing. Wij zien die motivatie niet en wij begrijpen niet waarom die gehandhaafd wordt. De VVD-fractie laat zich graag overtuigen door het college dat de heffing wel nodig is, maar wij hebben in de betreffende notitie en in de aanvullende brief van 16 december jl. gelezen dat de praktijk van zowel woningsplitsing als woningomzetting bijdraagt aan de doelen van het woonbeleid van deze gemeente. Kortom, het is volstrekt onduidelijk waarom het college op grond van een volkshuisvestelijke toets tot het oordeel moet komen dat het nodig is om een financiële heffing te vragen in gevallen waarin er een soort tussensituatie bestaat. Het mag een beetje niet en het mag een beetje wel, maar het mag alleen als de eigenaar de heffing betaalt. Het gaat daarbij om forse bedragen. Wij vinden dat niet verantwoord. Daarom willen wij het college graag vragen de beoordeling anders te gaan maken, namelijk door in een stadsbrede weging tot het oordeel te komen dat de heffing eigenlijk niet meer nodig is. Ik krijg hier graag een heldere toezegging over van de wethouder. De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Mijnheer de voorzitter! Veel mensen hebben reikhalzend uitgekeken naar de aanpassing van het beleid voor het splitsen en omzetten van woningen. De fractie van GroenLinks ook. Mede dankzij de niet aflatende inzet van de bewonersgroepen, de Werkgroep Woonbeleid en de wijkraden, heeft het college dit volgens ons goed opgepakt. Dat was participatie pur sang, zoals de fractie van D66 dat volgens mij noemde. Het heeft allemaal even geduurd misschien, maar dan heb je ook wat, zogezegd! Wij zullen dan ook instemmen met het voorbereidingsbesluit om het splitsen in een groot aantal wijken tegen te gaan en zijn benieuwd naar de uitwerking van de ontheffingsgronden. Die ontheffingsgronden zijn nodig omdat, zoals ook een aantal andere fracties zei, het wenselijk is dat splitsen in Utrecht mogelijk blijft in bepaalde wijken, ondanks dat dit in veel wijken voor onrust zorgt. Het splitsen biedt namelijk veel mensen de mogelijkheid om de eerste stap op de Utrechtse woningmarkt te doen.

54 Avondvergadering van 22 december Een punt van zorg hebben wij nog wel op het gebied van de handhaving (ook de PvdA-fractie had het daar al even over). Er is een echte verbeterslag gemaakt op dit gebied (dat zien wij ook), maar wij blijven toch veel klachten krijgen over illegaal splitsen en omzetten van woningen, waarna de situatie gelegaliseerd wordt. Voorts blijft het wat de fractie van GroenLinks betreft spijtig dat het juridisch niet mogelijk is om bij splitsen, net als bij omzetten, iets als een leefbaarheidstoets toe te passen. Ook al vindt de VVD-fractie deze toets niet goed, wij zijn van mening dat die toets een heel goede indicatie oplevert, maar die kan juridisch helaas niet uitgevoerd worden wanneer woningen gesplitst worden. Hetzelfde geldt voor het treffen van geluidwerende maatregelen. Het is juridisch niet mogelijk om dat verplicht te stellen, en daarom zijn wij zo gecharmeerd van het idee dat de CDA-fractie heeft op dit punt, namelijk over de stok en de wortel. Het zou mooi zijn als wij op deze manier bovenwettelijke maatregelen kunnen stimuleren. Daarbij is het wat ons betreft wel absoluut noodzakelijk om inzichtelijk te maken welke extra maatregelen hiervoor in aanmerking komen. Voorts moet volgens ons de heffing als instrument intact blijven. Het moet niet zo zijn dat een huisbaas of ontwikkelaar gewoon zijn kas kan spekken via splitsing of omzetting. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! De heer Zwanenberg heeft het nu over een ontwikkelaar die zijn kas niet mag spekken. Ik snap dat de fractie van GroenLinks weerzin heeft tegen de praktijk dat mensen gewoon economisch actief zijn en dat er een zekere winst mag staan tegenover het nemen van risico bij het bedienen van de vraag in de woningmarkt. Echter, nergens in de regionale huisvestingsverordening en nergens in de Huisvestigingswet, waarop die verordening gebaseerd is, staat dat de heffing bedoeld is om winsten af te romen. Nee, daarin staat dat de heffing bedoeld is om te compenseren dat er iets verandert in het woningenbestand. Is de fractie van GroenLinks dat met mij eens? Zo ja, is die fractie het dan ook met mij eens dat de praktijk van splitsen en omzetten op zich een bijdrage levert aan het woonbeleid? De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Mijn antwoord op deze laatste vraag is ja, maar voor de rest citeert u mij niet volledig. Volgens mij zijn wij het juist heel erg met elkaar eens dat de subsidiëring straks niet misbruikt mag worden door mensen. Dat is iets waar u volgens mij heel erg vaak op hamert in deze raad, namelijk dat er geen misbruik mag zijn van subsidies. Dat is precies waar wij wel bang voor zijn in dezen. Daarom willen wij graag weten of het mogelijk is om de eigenaren/huisbazen te stimuleren of te subsidiëren om de gewenste maatregelen te treffen zonder dat daar misbruik van gemaakt wordt. Volgens mij moet u dat eigenlijk als muziek in de oren klinken! Voorzitter! Ik kom nu bij de amendementen die de heer Oldenborg heeft ingediend om te bereiken dat drie buurten worden toegevoegd aan de gebieden waar woningsplitsing wordt tegengegaan. Wij snappen de zorgen in die buurten en wij kennen natuurlijk de signalen, bijvoorbeeld uit de Zeeheldenbuurt. Het gaat ons echter te ver om de drie buurten nu toe te voegen. Dat heeft ook te maken met het feit dat wij niet willen dat straks in de hele stad het splitsen van woningen onmogelijk wordt. De Zeeheldenbuurt heeft een wezenlijk andere opzet. Het college heeft gemotiveerd waarom bepaalde wijken zijn aangewezen als gebieden waar woningen niet gesplitst mogen worden. Wij vinden die motivatie vrij helder. Wanneer de door de heer Oldenborg voorgestelde buurten of andere wijken (waaruit tot nu toe eigenlijk geen klachten zijn gekomen) worden toegevoegd, dan wordt daarmee de hele argumentatie weggehaald. Dan kun je net zo goed de hele stad op slot zetten. Dat is iets dat wij niet willen, ondanks dat wij de zorgen delen die de verschillende partijen hebben geuit met betrekking tot woningsplitsingen. Daarom hopen wij dat problemen via een goede monitoring worden voorkomen. Velen zijn hier als student komen wonen en nooit meer weggegaan. Sommigen zijn uiteindelijk in de gemeenteraad terechtgekomen, enkelen zelfs terwijl ze nog student zijn (rare dingen!). Utrecht als Stad van Kennis en Cultuur is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met studenten en studeren. Wij bestrijden de opvatting die je soms wel hoort in bepaalde buurten dat studeren synoniem is voor overlast. Echter, regulering is wel goed, vinden wij. Daarom kunnen wij ons vinden in de voorstellen van het college met betrekking tot aanpassing van het omzettingsbeleid en zien wij vol verwachting uit naar de uitwerking van een keurmerk voor kamerverhuur. De heer ROODENBURG (D66): Mijnheer de voorzitter! De fractie van D66 is voor studentenkamers. Wij zijn dan ook blij dat het nieuwe omzettingsbeleid hieraan bij gaat dragen (maar ik zal het hier niet al te lang over hebben, hopelijk).

55 Avondvergadering van 22 december Kamerverhuurders gaan weer investeren in kamers voor studenten en kunnen dat doen in de hele stad. In de afgelopen twee maanden zijn er, zo staat in de brief d.d. 16 december jl. van het college, 780 aanvragen ingediend. Als die allemaal gehonoreerd worden, leidt dat tot kamers voor studenten. Ook komt zo de doorstroming in Utrecht op gang. En starterswoningen worden door het nieuwe omzettingsbeleid beschermd. Dit is pas een win-win-winsituatie. Verder is de fractie van D66 blij met de faciliterende rol van de gemeente bij de totstandkoming van een keurmerk voor kamerverhuurders. De D66-fractie staat achter dit beleid en roept de wethouder op zo snel mogelijk tot uitvoering over te gaan. Dan over de splitsingen. Wij zijn voor het splitsingsverbod zoals dat in het voorbereidingsbesluit is opgenomen. De grenzen echter van de gebieden zijn, zou je kunnen zeggen, lichtelijk arbitrair. Vandaar ook de amendementen van de heer Oldenborg en de SP-fractie. Wij verzoeken de wethouder om op basis van de uit een aantal buurten binnengekomen meldingen, die wij allemaal hebben gekregen, deze buurten nader te onderzoeken. Er zijn in ieder geval voldoende meldingen binnengekomen om te bekijken of deze buurten mee moeten worden genomen bij de gebieden waar woningsplitsing tegen wordt gegaan. Graag krijg ik de toezegging van de wethouder dat hij de raad zal informeren over het onderzoek. Wij willen, net als andere fracties, hier ook nog even onze complimenten over de Werkgroep Woonbeleid uitspreken. Een aantal van de leden heeft zich heel hard voor het splitsingsbeleid ingezet, terwijl het "kwaad" bij hen al was geschied en/of niet meer te voorkomen was. De notitie van de werkgroep en de nadere antwoorden op vragen getuigen van een gedegen expertise in de stad die wij goed kunnen gebruiken. Wij vinden het ook heel goed dat de wethouder in gesprek gaat met de Werkgroep Woonbeleid, vastgoedpartijen etc. om te komen tot goede en gedragen ontheffingscriteria. Voor de volgende zomer komt het college met een voorstel daarover. Zoals ik al heb gezegd, zijn wij voorstander van het voorbereidingsbesluit. Een grote domper voor de fractie van D66 en alle betrokkenen bij omzettingen en splitsingen is echter dat het op basis van de regels niet afdwingbaar lijkt te zijn om geluidswerende maatregelen op te leggen. De fractie van het CDA heeft hierover een motie (89) ingediend. De D66-fractie is zeer benieuwd naar het oordeel van de wethouder daarover. Zoals men weet, houdt de D66-fractie van solide financieel beleid. Van dekkingsvoorstellen in een soort keuzemenu, zoals in motie 89 opgenomen, zijn wij niet helemaal voorstander. Los daarvan, lijkt het de fractie van D66 juist de verantwoordelijkheid van de partijen die omzetten en splitsen om geluidswerende maatregelen te treffen. De fractie van D66 vraagt de wethouder dan ook dit onderwerp te betrekken bij het keurmerk en de besprekingen daarover met de diverse partijen. Ook de Werkgroep Woonbeleid heeft nog wat tips gegeven over dit onderwerp. Wij vragen de wethouder om, wanneer hij de werkgroep toch spreekt, deze tips te ontvangen en mee te nemen naar het stadhuis. Wellicht zijn er nog mogelijkheden op basis van de huidige regels. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! De heer Roodenburg heeft heel netjes een toezegging gevraagd aan de wethouder over onderzoek in de betrokken wijken, maar er is ook een motie (91) ingediend die volgens mij over hetzelfde onderwerp gaat en die namens de fractie van D66 ondertekend is. In deze motie wordt gevraagd om maandelijks op basis van meldingen van bewoners en andere signalen over splitsingen de raad te informeren. Dat kan de wethouder natuurlijk altijd doen, zij het dat ik het met de heer Schipper eens ben dat maandelijks rapporteren wel vaak is; wanneer dat één keer per kwartaal of per halfjaar gebeurt, lijkt mij dat dienstiger, maar goed. Mijn vraag is wat de coalitiefracties dan verwachten van het college. Wanneer moet de wethouder volgens hen ingrijpen? Welk niveau van meldingen moet daarvoor bereikt worden, want daar gaat het uiteindelijk om? De heer ROODENBURG (D66): Mijnheer de voorzitter! Dan zal ik hierbij de interpretatie van de D66- fractie geven van motie 91 (Toevoegen gebieden waar woningen niet worden gesplitst) en nog wat andere vragen van de heer Buunk beantwoorden. De amendementen die zijn ingediend over drie buurten, betreffen meldingen die ons nu bereikt hebben. Ik vraag de wethouder die te onderzoeken. In motie 91 wordt gevraagd om maandelijks te monitoren. Dat wil nog niets zeggen, want dat betekent dat er maandelijks informatie naar de wethouder toe moet gaan over de buurten waar zich voordoet wat in de motie staat. Op het moment dat de wethouder besluit dat de meldingen informerenswaardig zijn, moet hij de raad daarover informeren. Ik zie de motie niet anders dan zo. In de motie staat niet -en dat is de interpretatie die ik hoorde van een aantal van mijn mederaadsleden- dat er dan direct een voorbereidingsbesluit moet worden genomen. Er staat slechts dat maandelijks gemonitord moet worden.

56 Avondvergadering van 22 december Dat mag de wethouder zelf doen. Op het moment dat hij vindt dat hij richting ons iets met de signalen moet doen omdat ze een bepaald niveau bereikt hebben, zal hij ons daarover informeren. De heer BUUNK (VVD): Welke signalen hebben de fractie van D66 en de andere indieners van motie 91 dan dat de wethouder op dit punt niet goed zou worden geïnformeerd door zijn ambtelijke dienst? De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Die informatie hebben wij niet. Wij vragen in motie 91 gewoon om een heel scherpe monitoring. De raad zal Vanavond een voorbereidingsbesluit nemen. Wij zijn bang dat vervolgens een waterbedeffect ontstaat, namelijk verschuiving van woningsplitsingen naar andere delen van de stad. Daarom willen wij gewoon, zeker de komende tijd, dat de wethouder bovenop de informatie zit. Dan kunnen wij eventueel (daar hebben wij in de commissie ook om gevraagd) ingrijpen indien dat nodig is. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Dat is precies wat de wethouder al in de commissie heeft toegezegd. Ik snap dan ook niet waarom deze symbolische motie er moet zijn. De heer ROODENBURG (D66): Voorzitter! Het gaat nu om de interpretatie van de toezegging van de wethouder versus de interpretatie van de motie. De motie ligt er, en daar staan wij achter. De VOORZITTER: Wij horen het zo meteen van de wethouder. Dames en heren! Ik moet u formeel wijzen op het feit dat het nu uur is en dat om uur ieder lid van de raad het vetorecht heeft wat betreft de voortzetting van deze vergadering. Ik ga er echter van uit dat de wethouder dan al klaar is met de beantwoording. Het lijkt mij in ieder geval goed dat de wethouder de beantwoording afmaakt. Ik stel vast dat u daarmee instemt. De heer ISABELLA (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik dank de raad voor alle opmerkingen met betrekking tot het voorstel. Wij hebben daarover al een zeer uitvoerige discussie gehad in de commissie. Daarom wil ik mijn reactie nu voornamelijk beperken tot de moties en amendementen die zijn ingediend, maar eerst maak ik graag een paar kleine opmerkingen vooraf. Het lijkt mij namelijk toch goed om te reageren op enkele opmerkingen van de raad. Laat mij beginnen bij de inbreng van bewoners van deze stad als het gaat om een toch zeer lastig onderwerp als splitsen en omzetten van woningen. Ik ben zeer tevreden en zeer blij met die inbreng. De Werkgroep Woonbeleid is vanavond een aantal keren genoemd. Ter geruststelling: ik sta al in contact met de werkgroep en ik heb hun tips al binnengekregen op het stadhuis, want ook mijn adres is zeer bekend bij de mensen van de werkgroep. Ook ben ik daar een aantal keren geweest, om zelf te kijken hoe het ervoor staat. Ik hoop dat ik hiermee de raad direct gerustgesteld heb op dit punt. Ik zal zeer zeker verdergaan met de Werkgroep Woonbeleid, zoals ik al in de commissie heb toegezegd. Overigens niet alleen met die werkgroep, maar ook met andere partijen die hebben aangegeven mee te willen denken en creatief mee te willen kijken om te zien welke indicatoren ontwikkeld zouden kunnen worden. Ik ga daar direct na het komende kerstreces weer verder mee. Het lijkt mij goed wanneer ik namens het college waardering uitspreek richting de inwoners van onze stad, omdat zij niet alleen betrokken zijn vanwege het feit dat de ontwikkelingen bij hun achtertuin gebeuren. Volgens mij is die betrokkenheid namelijk ook bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waar wij voor staan als het gaat om omzetten en splitsen van woningen. Daarbij gaat het om huisvesting voor verschillende groeperingen, ook studenten, die wij heel graag in onze stad willen hebben. Er wordt een aantal zeer ingrijpende maatregelen genomen op het gebied van de studentenhuisvesting. Wij hebben tenslotte niet voor niets met de G4 het actieprogramma studentenhuisvesting ondertekend. Ik heb al toegezegd in de commissie dat wij daar heel snel een Utrechtse vertaling aan zullen geven. Ieder initiatief, van wie dan ook (vanuit de markt, de corporaties of ontwikkelaars), kan op mijn steun rekenen als het een bijdrage levert aan het terugdringen van het tekort aan studentenhuisvesting. Laat helder zijn dat het splitsen en omzetten van woningen bijdraagt aan het uitvoeren van de opdracht die wij hebben met elkaar als het gaat om het huisvesten van verschillende groeperingen: starters, studenten en ga zo maar door. Wat dat betreft, hoeft het één het ander niet te bijten. Of het doel bereikt moet worden met een stok of met een wortel, mijnheer Van Waveren, weet ik eigenlijk niet zo goed, maar ik zal zo meteen reageren op de motie (89) die u heeft ingediend.

57 Avondvergadering van 22 december Voorzitter! Ik wil even stilstaan bij de oproep van diverse fracties om te bekijken of wij bij het splitsen en omzetten van woningen iets kunnen laten doen aan geluidsisolatie. In de commissie heb ik uitvoerig aangegeven dat ik dat heel graag zou willen, maar dat dat juridisch gewoon niet mogelijk is op dit moment. Zoals men weet, wordt er een Bouwbesluit light voorbereid. Wij zijn nu in G4-verband in gesprek met het rijk over hoe dit er in 2012 uit zou kunnen gaan zien. Daarbij dringen wij er voortdurend op aan -en dat zullen wij ook bij de nieuwe minister doen- dat ons handvatten geboden worden waarmee wij eisen/voorwaarden kunnen stellen bij woningsplitsingen, maar tot nu toe is het gewoon nog niet zover. Ik kan wel op mijn kop gaan staan, maar dat zal niet helpen. Zolang wij op dit gebied geen eisen en voorwaarden kunnen stellen, zijn wij mede afhankelijk van de bereidheid van bouwers en aannemers om mee te werken. Overigens hebben wij tijdens de raadsinformatieavond daar gelukkig wel voorbeelden van gehoord; bouwers en aannemers die deze bereid hebben, zijn er wel degelijk. Dan kom ik nu bij het convenant waarover gesproken is en het keurmerk waarnaar wij op zoek zijn. Het gaat er daarbij om of je de bouwers in deze stad die zich bezighouden met splitsingen en omzettingen, zover kunt krijgen dat zij dat op basis van vrijwilligheid op een goede manier doen. Dat kan, maar zij moeten dat zelf willen. Daar waar wij ongewenste ontwikkelingen kunnen beperken door middel van toezicht, zullen wij dat zeker niet nalaten. In dit verband merk ik nog het volgende op over het toezicht en handhaven. Er worden natuurlijk controles uitgevoerd. Als meldingen binnenkomen over illegale bouwwerken, dan wordt daar altijd op gereageerd vanuit de ambtelijke dienst. Laat mij verzekeren dat als het gaat om dit soort zaken, wij zeer goede ambtenaren hebben die de zaken direct oppakken en melden. Dit om te bekijken of de stappen gezet kunnen worden die nodig zijn om het tegen te gaan. De VVD-fractie heeft een aantal opmerkingen gemaakt over het woonbeleid en de ruimtelijke ordening. De heer Buunk heeft zijn opmerkingen vooral gericht op de compensatieregeling, maar die geldt niet voor woningsplitsingen. Wij vragen helemaal geen compensatie aan iemand die een woning splitst. Nee, dat doen wij alleen bij omzettingen. Daarover hebben wij gezegd met elkaar -en dat hebben wij ook vastgelegd in de regionale huisvestingsverordening- dat wij compensatie vragen vanwege het belang dat zwaarder weegt. Dat is het algemeen belang als het gaat om het onttrekken van zelfstandige woonruimte aan de woningvoorraad van onze stad. Ik denk dat wij het daarover niet eens zullen worden met elkaar, want ik heb heel goed gehoord wat de heer Buunk hierover gezegd heeft. Hij heeft daar uitvoerig over gesproken, ook in de commissie. Wij menen dat het vragen van compensatie een goed middel is. Ook heb ik geprobeerd om in de brief van 16 december jl. aan te tonen dat het geld daadwerkelijk wordt ingezet om andere woningen te creëren. Daarmee draagt de financiële compensatie wel degelijk bij aan het verruimen van onze woningvoorraad. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Dit onderwerp is heel ingewikkeld, maar als ik de regionale huisvestingsverordening goed begrepen heb, kan de compensatieregeling wel toegepast worden bij splitsingen. Het is mogelijk dat het college dat niet meer doet, en dat is fijn, maar het kan wel. Maar goed, misschien vergis ik mij; ik ben benieuwd. Verder heb ik nog een vraag aan de wethouder. In de brief waarin hij ons informeert over de besteding van de middelen, blijkt dat een derde wordt besteed aan toezicht en handhaving. Dat is wat anders dan het geld besteden aan bouwprojecten om woonruimte toe te voegen aan de woningvoorraad. Hoe zit dat dan? De heer ISABELLA (wethouder): Voorzitter! Daartussen bestaat volgens mij een heel directe relatie. Daarom kan het nog net, maar het zit op de rand. Wij laten daarmee zien dat wij daadwerkelijk de woningen willen hebben die wij creëren. Als de heer Buunk een paar zinnen verder leest, ziet hij dat er honderden zelfstandige woningen zijn toegevoegd. Dat is waar het uiteindelijk om gaat. Verder heeft de heer Buunk gehoord dat een aantal van zijn collega's in de raad het college heeft opgeroepen om het toezicht en de handhaving daadwerkelijk uit te voeren. Gelukkig hebben wij dat in het afgelopen jaar ook kunnen doen in het kader van het integrale handhavingsprogramma. Dat was juist mogelijk dankzij de extra inzet van middelen uit het woonruimteonttrekkingsfonds. Die middelen zijn gebruikt ten gunste van een aantal ontwikkelingen die wij met elkaar nastreven. De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Nog een opmerking om dit even goed te markeren. Over het feit dat de middelen uit het woonruimteonttrekkingsfonds ook worden gebruikt voor toezicht en handhaving, zei de wethouder: Dat zit op de rand. Dat gevoel had ik ook. Sterker nog: ik had het gevoel dat het over de rand is. Als ik artikel van de regionale huisvestingsverordening lees, dan zie ik dat daar staat dat de middelen bedoeld zijn om alternatieve woonruimte te creëren. Dat is echt wat anders dan handhaven en toezicht houden.

58 Avondvergadering van 22 december De heer ISABELLA (wethouder): U hebt mij goed gehoord. Ik heb inderdaad gezegd dat het op de rand is, maar het is niet over de rand. Dat komt regelmatig naar voren. Ik kan u verklappen dat ik op mijn bureau regelmatig bezwaarschriften aantref (waar ik als wethouder nog eens naar moet kijken) met betrekking tot de compensatieregeling. Tot op heden hebben wij op dit gebied nog steeds het recht aan onze zijde, zoals ook blijkt uit de jurisprudentie. Dit is natuurlijk een juridische uitspraak. Wij zitten hier in de gemeenteraad, en daarom doet u politieke uitspraken, maar u zult begrijpen dat als het toepassen van de compensatieregeling juridisch gedekt is, wij daarmee door zullen gaan. Het college is ook voornemens om dat te doen. Voorzitter! Ik ga nu in op de ingediende moties en amendementen, te beginnen met motie 89 (Isoleren is beter dan handhaven - Subsidieregeling geluidsisolatie bij splitsen en omzetten) van de CDAfractie. Laat mij beginnen met op te merken dat ik dat een heel sympathieke motie vind, maar ( want er komt altijd een maar achter als iemand dat zegt, dat weet men inmiddels!). Ik heb zojuist al geprobeerd uit te leggen dat wij geen eisen kunnen stellen met betrekking tot het laten treffen van de geluidwerende maatregelen die wij wellicht heel graag zouden willen met elkaar. Ik zeg echter toe dat ik dat nader wil onderzoeken. Ik ben daarover in gesprek met mijn collega's van de andere drie grote steden. Wij proberen hier heel nadrukkelijk aandacht voor te vragen bij de nieuwe minister (wellicht kan de heer Van Waveren ons daar een handje bij helpen). Wij gaan na of wij het voor elkaar kunnen boksen dat het in 2012 opgenomen wordt in het nieuwe Bouwbesluit light. Zo ja, dan zullen wij dat zeker niet nalaten, maar anders moeten wij op zoek naar creatieve oplossingen. Daar moeten wij onderzoek voor doen, en dat zeg ik bij dezen toe. Ik wil dat onderzoek niet te lang laten duren. Een onderzoek kan immers een aantal maanden in beslag nemen, maar de heer Van Waveren verzoekt in punt 3 van het dictum van de motie om daarover binnen drie maanden te rapporteren. Ook dat zeg ik bij dezen toe. Ik wil daar heel nadrukkelijk met het ambtelijk apparaat naar kijken en ik wil nagaan welke creatieve oplossingen mijn collega's in de andere steden hebben bedacht. Daar kom ik vervolgens op terug bij de raad. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt nu dat hij de zaak heel nadrukkelijk wil bekijken met een positieve blik. Beoordeel ik zo zijn woorden goed? Anders weet ik wel wat er uit het onderzoek komt. Dan hoeft het niet. De heer ISABELLA (wethouder): U kent mij als wethouder natuurlijk nog maar heel kort, dat snap ik, maar ik zal daar zeker met een zeer positieve blik naar kijken (laat mij het zo maar verwoorden). Wij moeten natuurlijk wel bekijken wat er mogelijk is. Laat ons daar nu niet op vooruitlopen. Ik snap heel goed wat de raad vraagt van mij op het gebied van geluidwerende voorzieningen. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat dat nu niet kan. Ik hoop dat de raad dat wil aannemen van mij. Wij hebben echter ook de goede wil gehoord van een aantal mensen die hebben ingesproken. Met elkaar moeten wij een heel eind kunnen komen volgens mij. Over motie 89 zeg ik dan ook: Ja, dat is een sympathieke motie. Voorzitter! Over het eerste punt van het dictum van motie 89 heb ik inmiddels iets gezegd. Wat het tweede punt betreft, zeg ik dat de voor de beoogde regeling benodigde middelen niet uit het woonruimteonttrekkingsfonds kunnen komen, laat dat direct helder zijn. Of het nu een keuzemenu is dat in de motie gepresenteerd is voor de dekking of niet, als ik het zojuist toegezegde onderzoek heb gedaan, bekijken wij natuurlijk ook wat dat zou kunnen betekenen. Dat neem ik dan direct mee, want dat lijkt mij wel zo handig. Anders gaat de heer Van Waveren mij dat vervolgens toch weer vragen, en daarom zeg ik dat ik het in één keer zal meenemen. Ook de heer Van Waveren heeft gesproken over het keurmerk voor kamerverhuur. Ik heb al toegezegd in de commissie dat ik daarmee aan de slag ga met de betrokken partijen. Dat pak ik direct op na het komende kerstreces. Ter informatie: in de derde week van januari 2012 (ik zeg dit uit mijn hoofd) zal ik een rondetafelgesprek voeren met een aantal van de betrokken partijen. Daar zal ik dit onderwerp direct inbrengen en zal ik die partijen uitnodigen om met ons mee te denken en met creatieve oplossingen te komen. Daarbij zal ik ook het laatste punt bekijken dat de heer Van Waveren genoemd heeft in motie 89 en zal ik nagaan wat de mogelijkheden daarvoor zijn in het Programma Utrechtse Energie. Conclusie: motie 89 is zeer sympathiek. Met de ruime toezeggingen die ik naar aanleiding daarvan heb gedaan, probeer ik de heer Van Waveren ertoe te bewegen iets met de motie te doen! Dit is in ieder geval mijn commentaar op de motie.

59 Avondvergadering van 22 december Ik kom nu bij motie 91 (Toevoegen gebieden waar woningen niet worden gesplitst). Ik snap deze motie. Ik vind het geen probleem om wat in deze motie gevraagd wordt, ruim toe te zeggen. In dit verband kijk ik ook naar de opmerking van de heer Schipper over hoe dat zich verhoudt tot de nieuwe organisatievorm. Ik kan verklappen dat ik regelmatig stafoverleg heb. Daardoor komen de ingewikkelde kwesties sowieso ter tafel of op mijn bureau. Ik vind het geen enkele moeite om de splitsingsaanvragen die maandelijks binnenkomen (dat aantal ligt tussen 10 en 15), te bespreken in mijn straf en vervolgens de raad een signaal te geven als ik denk: Hé, dit gaat niet goed. Dat zal ik ook doen wanneer ik veel aanvragen uit een bepaalde wijk of buurt krijg. Overigens ben ik dan ook zo vrij (ik hoop dat een aantal raadsleden dat inmiddels weet) om op mijn fiets te springen en zelf te gaan kijken waar men het over heeft. Kortom, motie 91 vind ik een goede motie. Ik neem die over, omdat ik de raad dan goed op de hoogte kan houden van de ontwikkelingen die zich voordoen. De heer Oldenborg heeft namens de fracties van SLU en de SP drie amendementen ingediend (de nrs. 100, 101 en 102), maar ze hebben alle drie dezelfde strekking, namelijk dat een buurt toegevoegd moet worden aan de gebieden die wij al op de kaart hebben aangewezen als gebieden waar woningsplitsing tegengegaan wordt. Ik snap de overwegingen van de heer Oldenborg. Wij hebben ons voorstel echter gebaseerd op een aantal grote kaarten. Daarop hebben wij met stippen en kleuren zaken in beeld gebracht als: wanneer hebben de omzettingen plaatsgevonden, zijn het splitsingen of gaat het om omzettingen en in welk jaar hebben ze plaatsgevonden. Op basis daarvan kan ik in alle oprechtheid zeggen dat in de buurten die de heer Oldenborg heeft genoemd in zijn amendementen, weliswaar een aantal omzettingen of splitsingen heeft plaatsgevonden, maar dat dat echt slechts een beperkt aantal is. Het is natuurlijk mogelijk dat dat net de gevallen zijn waarover de heer Oldenborg een melding heeft gekregen, maar op basis van de nu door mij aangegeven informatie, hebben wij als college besloten om de drie buurten niet mee te nemen in het voorliggende voorbereidingsbesluit. Ik weet dat wanneer ik positief zou reageren op de drie amendementen, de heer Oldenborg morgen hetzelfde soort berichten zou krijgen uit een aantal andere straten en buurten. Wij hebben echt een weloverwogen afweging gemaakt op basis van wat wij in beeld hebben gebracht met de stippen op de kaart. Daarom ontraad ik alle drie de amendementen, omdat anders het effect waar wij allemaal zo bang voor zijn, zal optreden. Overigens wijs ik hierbij op de toezegging die ik zojuist heb gedaan naar aanleiding van motie 91, namelijk dat ik maandelijks zal bekijken welke kant het op gaat met de splitsingen. Ik zit daar bovenop. De heer OLDENBORG (SLU): Voorzitter! Je kunt hierover van mening verschillen. Ik wil in ieder geval één buurt noemen, en ik zou het leuk vinden als de wethouder daar even op in wil gaan. Dat is het stukje rond de Croeselaan. Ik heb gezien dat bijvoorbeeld het Vondelparc, waar nieuwbouw staat, wel opgenomen is op de kaart als gebied waar woningsplitsing wordt tegengegaan. Ik kan mij niet voorstellen dat er in het Vondelparc woningen gesplitst zijn. Op de kaart is het hele gebied rond de Balijelaan en de Croeselaan gemarkeerd als gebied waar woningsplitsing wordt tegengegaan, behalve een klein stuk. Je kunt logischerwijs verwachten dat dat een focuspunt wordt als de hele omgeving gemarkeerd wordt op de kaart. Dat soort gevoelens zou de ambtelijke staf ook kunnen hebben volgens mij. Ik vind het in ieder geval typisch een voorbeeld van een gebied dat nu eigenlijk meegenomen zou moeten worden in het voorbereidingsbesluit. De heer ISABELLA (wethouder): Ik snap uw opmerking, mijnheer Oldenborg. Ook ik heb daar natuurlijk naar gekeken (want ik heb uw amendementen vanmiddag al binnengekregen). Dat het Vondelparc op de kaart is opgenomen als gebied waar woningsplitsing wordt tegengegaan, heeft te maken met het feit dat twee straatjes verder een lijn is getrokken (vanaf de Jutfaseweg linksaf de Vondellaan in). Dat had ook twee straten daarvoor kunnen gebeuren, want wij willen wel heel nadrukkelijk de Croesestraat meenemen. Het feit dat wij een deel niet hebben meegenomen, is gebaseerd op de wolkenpatronen op de kaart die wij hebben bekeken. Daaruit blijkt dat er tot dit moment een zeer beperkt aantal omzettingen en splitsingen in dat deel van de Dichterswijk heeft plaatsgevonden. Overigens realiseer ik mij als geen ander dat wij onze focus juist daarop moeten richten, om te zien of daar niet het waterbedeffect gaat optreden waar u en ik wellicht allebei bang voor zijn. Maar nogmaals, op dit moment is er op basis van de meldingen die wij tot nu toe hebben gekregen, geen aanleiding voor ons om dat gebied direct mee te nemen in het voorbereidingsbesluit. Kortom, ik ontraad de drie door u ingediende amendementen. De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Buunk nog iets wil zeggen. Ik heb u nog niet gewaarschuwd, maar dat doe ik bij dezen. De VVD-fractie is, samen met de CDA-fractie, door de spreektijd heen, maar u mag nog even in twee zinnen een vraag stellen.

60 Avondvergadering van 22 december De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Dat kan in één zin (oh, nu worden het er twee!). Betekent het antwoord dat de wethouder zojuist gaf, dat in het plangebied van het facetbestemmingsplan het stukje Vondelparc uitgesloten wordt, op grond van het nieuwe inzicht dat ik de wethouder hoorde vertellen? De heer ISABELLA (wethouder): Ik stel voor om nu in te stemmen met de voorgestelde indeling. Dat schaadt in ieder geval niet. Dat zal zeker niet gebeuren op basis van mijn toezegging die u hebt gehoord, namelijk dat ik zeer nadrukkelijk naar het andere deel van de wijk zal blijven kijken (ik bedoel het deel van de wijk dat niet is meegenomen in het voorstel). Ik hoop dat ik u daarmee kan overtuigen. Wanneer het facetbestemmingsplan aan de orde is, zullen wij natuurlijk nog eens goed tegen het licht houden wat er op dat moment aan de orde is. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/100 (Niet splitsen deel Rivierenwijk). Dit amendement wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van SLU, de SP en het CDA hebben voorgestemd. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/101 (Niet splitsen Zeeheldenbuurt). Dit amendement wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van SLU, de SP en het CDA hebben voorgestemd. Aan de orde is de afhandeling van amendement 2011/102 (Niet splitsen in Abstede). Dit amendement wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de aanwezige leden van de fracties van SLU, de SP en het CDA hebben voorgestemd. Aan de orde is de afhandeling van het Voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit splitsing woningen (Jaargang 2011, nr. 176). De heer BUUNK (VVD): Voorzitter! Wij hebben in de commissie een goed debat gehad over het voorstel en ik heb aangegeven waarom onze fractie het voorstel steunt. Ik heb de wethouder horen zeggen dat hij nog heel precies gaat kijken naar de begrenzing van het plangebied. Dat lijkt ons uitstekend. Ik had een motie achter de hand om toch iets te doen aan de heffing voor omzettingen, die wij onvoldoende onderbouwd vinden. Die motie houd ik nog even achter de hand, want ik vertrouw erop dat wij dit onderwerp nog op een ander moment kunnen bespreken. Wij zijn echt ontevreden met de manier waarop het college met de heffing omgaat en met het feit dat het college dat niet kritischer tegen het licht houdt. Hetzelfde geldt voor de besteding van de middelen uit het woonruimteonttrekkingsfonds. Maar nogmaals, dit onderwerp komt later aan de orde. Wij stemmen nu in met het voorbereidingsbesluit. Het voorstel wordt daarop bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat de heer Kuijper heeft tegengestemd. Aan de orde is de afhandeling van motie 2011/89 (Isoleren is beter dan handhaven - Subsidieregeling geluidsisolatie bij splitsen en omzetten). De VOORZITTER: Dames en heren! Deze motie is ingediend door de heer Van Waveren. Heeft hij nog aanvullende gedachten bij de motie? De heer VAN WAVEREN (CDA): Hoe raadt u het, voorzitter! Wij zijn blij met de woorden die de wethouder heeft gesproken met betrekking tot de motie. Gelet daarop, zullen wij de motie een maand of drie aanhouden. Wij bekijken dan wat er ligt en of wij ons alsnog genoodzaakt zien om de motie wel of niet in stemming te laten brengen. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat motie 89 wordt aangehouden, zodat die nu niet in stemming gebracht hoeft te worden.

61 Avondvergadering van 22 december Aan de orde is de afhandeling van motie 2011/91 (Toevoegen gebieden waar woningen niet worden gesplitst). De heer IŞIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Wij hebben heel duidelijk de toezegging gehoord die de wethouder heeft gedaan naar aanleiding van deze motie. Gelet op die toezegging, trekken wij de motie in. De VOORZITTER: Dames en heren! Dat bespoedigt de afhandeling. Ik stel vast dat motie 91 is ingetrokken. Hiermee zijn wij aan het eind gekomen van de behandeling van de agendapunten. Voordat ik de vergadering sluit, geef ik het woord aan wethouder Den Besten voor het doen van een mededeling. Dat is een beetje gebruikelijke mededeling volgens mij. Mevrouw DEN BESTEN (wethouder): Precies, voorzitter. Die mededeling is niet meer echt een verrassing, want dit is het derde jaar dat ik die doe. Die betreft het feit dat de raadsleden een klein kerstcadeau krijgen van kabinet en griffie, namelijk de kalender Waar in Utrecht? De uitgifte van deze kalender is een initiatief van een aantal mensen die elk jaar via Twitter foto's verzamelen van plaatsen in Utrecht. De mensen die goed raden waar de foto's genomen zijn, kunnen daarmee elke week een prijs winnen. De opbrengsten van dit initiatief gaan voor honderd procent naar een goed doel. Dit jaar is dat de Stichting Jarige Job!, de raad welbekend. Ik mag namens kabinet en griffie u allen een heel prettige kerst en een goed Nieuwjaar toewensen. (Applaus.) De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wens u zeer goede feestdagen toe. Tot volgend jaar. Hierna sluit de voorzitter, aangezien niets meer aan de orde is, de vergadering. INHOUD: Opening van de vergadering Pag. 1 Afscheid vetrekkende ombudsman Pag. 1 Vaststelling agenda en inventarisatie Pag. 3 Bekrachtiging geheimhouding Pag. 6 Notulen openbare vergaderingen van 3 en 24 november 2011 Pag. 6 Ingekomen stukken Pag. 7 AAN DE ORDE: 1. Vastst. Verord. tot (1 e wijz) Legesverord. 2012, incl. tarieventabel 2012 (Jrg.'11, nr. 166) Pag Vastst. best.-plan Heycopzone (Jrg.'11, nr. 172) Pag Verzoek tot ophoging dekking uit Gemeentefonds inzake explosievenonderzoek Stationsgebied (Jrg.'11, nr. 172) Pag Ontbinden/vereffenen Muziekcentrum Vredenburg BV (Jrg.'11, nr. 173) Pag Vastst. best.-plan Domplein Schatkamer, Binnenstad (Jrg.'11, nr. 174) Pag Idem Prozeeterrein, Hoograven (Jrg.'11, nr. 175) Pag. 10

62 Avondvergadering van 22 december Vragenuurtje Pag Komst internationale school voor primair/voorgezet onderwijs (Jrg.'11, nr. 167) Pag Vastst. nota Aanscherping WWB en intrekking WIJ en WWIK (Jrg.'11, nr. 168) Pag Vbb splitsing woningen (Jrg.'11, nr. 176) Pag. 41

NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT

NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 2 0 11 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 24e vergadering 10 november 2011, middag Extra buitengewone openbare vergadering van de Gemeenteraad, gehouden op donderdag 10 november 2011 te 17.00 uur.

Nadere informatie

B e s l u i t: A. Presidium en Griffie. De raad van de gemeente Almere, Gelet op het artikel 16 en 33 van de Gemeentewet

B e s l u i t: A. Presidium en Griffie. De raad van de gemeente Almere, Gelet op het artikel 16 en 33 van de Gemeentewet De raad van de gemeente Almere, Gelet op het artikel 16 en 33 van de Gemeentewet B e s l u i t: vast te stellen de spelregels voor raadsleden van Almere 2012 1.1 Inleiding In Almere willen we op een open

Nadere informatie

Welkom. bij de. gemeenteraad

Welkom. bij de. gemeenteraad Welkom bij de gemeenteraad Welkom bij de gemeenteraad Aan het hoofd van de gemeente staat de gemeenteraad. De raad neemt beslissingen over allerlei belangrijke zaken in de gemeente. Of het nu gaat om toeristenbelasting

Nadere informatie

Besluitenlijst RAADSVERGADERING

Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst RAADSVERGADERING Besluitenlijst openbare vergadering van de raad van de gemeente Brummen op donderdag 26 maart 2015 om 20.40 uur in het gemeentehuis van Brummen AGENDA BESLUIT 1. Opening

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad

Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad 1 gemeente Eindhoven Griffie gemeenteraad Raadsnummer O4.RZOP8.OOZ Initiatiefvoorstel Beter debatteren in commissie en raad Samenvatting Door GroenLinks is in een motie aan de deelnemers van de debattraining

Nadere informatie

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11).

Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Persoonsgebondenbudget Aan de orde is het VAO Persoonsgebondenbudget (AO d.d. 21/11). Mevrouw Bergkamp (D66): Voorzitter. Eigen regie en keuzevrijheid voor de zorg en ondersteuning die je nodig hebt, zijn

Nadere informatie

Praktische zaken. Waar wordt de ideeënmarkt gehouden? De ideeënmarkt wordt gehouden in de hal van het gemeentehuis.

Praktische zaken. Waar wordt de ideeënmarkt gehouden? De ideeënmarkt wordt gehouden in de hal van het gemeentehuis. Vragen en antwoorden over de ideeënmarkt De raad van Beuningen organiseert deze ideeënmarkt voor het eerst, dus voor alle duidelijkheid hebben we een aantal mogelijke vragen (met antwoorden) voor u op

Nadere informatie

De Gemeenteraad van Wijchen

De Gemeenteraad van Wijchen De Gemeenteraad van Wijchen Besluitenlijst van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van Wijchen gehouden op 30 juni 2016 1. Vaststellen notulen van de vergadering van 12 mei 2016, voorgezet

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over de motiemarkt. Praktische zaken

Vragen en antwoorden over de motiemarkt. Praktische zaken Vragen en antwoorden over de motiemarkt De gemeenteraad van Beuningen organiseert weer een motiemarkt op donderdagavond 5 oktober. Voor alle duidelijkheid hebben we een aantal mogelijke vragen (met antwoorden)

Nadere informatie

Pers. Betreft: Woordmelding VVD fractie bij de Perspectiefnota 2017

Pers. Betreft: Woordmelding VVD fractie bij de Perspectiefnota 2017 Afschrift aan: VVD-leden Pers Brunssum, 12 juli 16 Betreft: Woordmelding VVD fractie bij de Perspectiefnota 2017 Geachte burgers van Brunssum, geachte collega raadsleden, geacht college van B en W, geachte

Nadere informatie

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium

Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Reglement van orde voor de raad, verordening op de raadscommissies en huishoudelijk reglement van het presidium Inleiding In het presidium van 31 maart 2016 is afgesproken dat de voorstellen m.b.t.: Reglement

Nadere informatie

HET WAALWIJKS VERGADERMODEL

HET WAALWIJKS VERGADERMODEL De Raad Gemeente Waalwijk PRAAT MET DE RAAD HET WAALWIJKS VERGADERMODEL Het Waalwijks vergadermodel 1 Het vergadermodel in het kort Om alle inwoners van de gemeente Waalwijk goed te kunnen vertegenwoordigen,

Nadere informatie

GRIF12/006 VASTSTELLEN VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE BURGEMEESTERSVACATURE GEMEENTE HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE. Aan de raad, Voorstel

GRIF12/006 VASTSTELLEN VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE BURGEMEESTERSVACATURE GEMEENTE HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE. Aan de raad, Voorstel VASTSTELLEN VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE BURGEMEESTERSVACATURE GEMEENTE HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE GRIF12/006 Aan de raad, Voorstel Wij stellen u voor de bijgaande Verordening op de vertrouwenscommissie

Nadere informatie

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad Agendanummer: 11 Vergadering: 4 november 2014 De raad van de gemeente Winsum; overwegende dat het wenselijk is dat de burgemeester - in het kader van een zorgvuldig personeelsbeleid - er recht op heeft

Nadere informatie

Agenda commissie Mens en Samenleving van 12 mei 2016

Agenda commissie Mens en Samenleving van 12 mei 2016 Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens en Samenleving Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030-286 10 64 / 286 10 94 E-mail [email protected] www.utrecht.nl/gemeenteraad

Nadere informatie

De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00

De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00 De Raad 04-12-2012 Aanvang: 19:00 Tijd Raadzaal 1.02 Molendijkzaal 0.01 Vermeerzaal 1.03 19:00 Waarborgen ruimtelijke kwaliteit door stadsbouwmeester en commissie ruimtelijke kwaliteit vrz: Land secr:

Nadere informatie

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016

Nr Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 1 Nr. 5.16 Vergadering: 24 mei 2016 Onderwerp: Besluitenlijst raadsvergadering 21 juni 2016 Aanwezig: De heer J.B. Wassink, voorzitter raad Mevrouw J. Hofman, griffier Mevrouw C. Oosterbaan, PvdA De heer

Nadere informatie

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad een voorbeeld

Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad een voorbeeld Verordening Functioneringsgesprekken burgemeester en raad een voorbeeld Het voorbeeld is gebaseerd op de Handreiking functioneringsgesprek burgemeester, BZK 2008, alsmede op diverse op internet circulerende

Nadere informatie

Notitie raadsvragen in soorten en maten

Notitie raadsvragen in soorten en maten Notitie raadsvragen in soorten en maten Aanleiding Het komt regelmatig voor dat raadsleden een vraag willen stellen aan het college. Over een voorstel dat het college aan de raad doet. Over een artikel

Nadere informatie

Datum vergadering Aanvang Contactpersoon. 21 mei uur B.J. Schouten. Raadzaal

Datum vergadering Aanvang Contactpersoon. 21 mei uur B.J. Schouten. Raadzaal Vergadering Presidium Datum vergadering Aanvang Contactpersoon 21 mei 2013 20.00 uur B.J. Schouten Plaats vergadering Doorkiesnummer Raadzaal 5229499 Verslag Zeewolde Agendapunt Onderwerp 1. Opening 2

Nadere informatie

Voorgesteld raadsbesluit: Vast te stellen de Verordening op de vertrouwenscommissie gemeente Dinkelland 2015

Voorgesteld raadsbesluit: Vast te stellen de Verordening op de vertrouwenscommissie gemeente Dinkelland 2015 RAADSVOORSTEL Datum: 2 december 2014 Nummer: Onderwerp: Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming 2015 Voorgesteld raadsbesluit: Vast te stellen de Verordening op de vertrouwenscommissie gemeente Dinkelland

Nadere informatie

Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april 2015 in het gemeentehuis te Uithuizen.

Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april 2015 in het gemeentehuis te Uithuizen. Besluitenlijst van de vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond gehouden op donderdag 23 april in het gemeentehuis te Uithuizen. Aanwezig: Voorzitter Griffier mevrouw M. van Beek mevrouw H. Hoekstra

Nadere informatie

Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017

Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017 BESLUITENLIJST Vergadering Provinciale Staten van Overijssel op woensdag 24 mei 2017 U kunt de Statenvoorstellen en ingezonden brieven via het Staten Informatie Systeem inzien op de website van de provincie

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005 VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAADSSESSIE GEMEENTE HAARLEMMERMEER OP DONDERDAG 20 januari 2005 Onderwerp: Voorzitter: Aanwezig zijn de leden: Griffie: Portefeuillehouders: Financieel meerjarenbeleid

Nadere informatie

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR2008-11. Status verslag Concept. de heer Romijn Verslag Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening Vergaderdatum Kenmerk 15 april 2009 COR2008-11 Status verslag Concept Verslaglegging door Telefoonnummer W.L. Walkate (Notuleerservice Nederland)

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Almere (Flevoland)

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Almere (Flevoland) De gemeenteraad van de gemeente Almere. gelezen het voorstel van het presidium; gelet op de bepalingen in de Gemeentewet besluit: vast te stellen de Verordening op de vertrouwenscommissie, die de aanbeveling

Nadere informatie

Parafenbesluiten van Burgemeester en Wethouders. Periode: maandag 26 november tot en met vrijdag 30 november 2012

Parafenbesluiten van Burgemeester en Wethouders. Periode: maandag 26 november tot en met vrijdag 30 november 2012 Lijst nr. 48 Parafenbesluiten van Burgemeester en Wethouders Periode: maandag 26 november tot en met vrijdag 30 november 2012 PUBLIEKSDIENST Aanwijzingsbesluiten veiligheidsrisicogebied in Apeldoorn Voorstel

Nadere informatie

NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT

NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 2 0 1 4 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 3 e vergadering, 30 januari 2014, avond Openbare vergadering van de gemeenteraad van Utrecht, gehouden op donderdag 30 januari 2014 te 20.00 uur. Aanwezig

Nadere informatie

Raadsvoorstel 35. Gemeenteraad. Vergadering 14 maart Onderwerp

Raadsvoorstel 35. Gemeenteraad. Vergadering 14 maart Onderwerp Raadsvoorstel 35 Onderwerp Dienst / afdeling : Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester Helmond 2012 en instellen van een vertrouwenscommissie. : Raadsgriffie Aan de gemeenteraad, Als gevolg

Nadere informatie

Datum uitwerkingtreding Betreft nieuwe regeling

Datum uitwerkingtreding Betreft nieuwe regeling Gemeente Tiel Verordening op de ambtelijke bijstand 2003 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld door Onderwerp Eigen onderwerp

Nadere informatie

mevrouw R. Leeuwenburgh notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig

mevrouw R. Leeuwenburgh notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig VERSLAG RAADSVERGADERING 16 november 2010 Samenvattend verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Wijk bij Duurstede Voorzitter Griffier Leden VVD CDA SP GroenLinks PvdA PCG

Nadere informatie

Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam,

Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam, Geachte collega raadsleden, Dagelijks bestuur, Publiek op de tribune, En misschien ook publiek thuis via de webcam, Deze voorjaarsnota is de eerste stap naar drastische bezuinigingen voor de komende jaren.

Nadere informatie

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011

Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Besluitenlijst van de commissievergadering Ruimtelijke Zaken van 8 december 2011 Datum: 8 december 2011 Aanvang: 20:00 uur Einde: 23:30 uur Vergaderlocatie: Raadzaal, raadhuis Voorzitter: Carlo van Esch

Nadere informatie

A.J. Gerritsen 25 september 2014

A.J. Gerritsen 25 september 2014 Portefeuillehouder Datum raadsvergadering A.J. Gerritsen 25 september 2014 Datum voorstel 15 juli 2014 Agendapunt Onderwerp Publicatie van gemeentelijke kennisgevingen De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Nadere informatie