Ontwerp en beheer MS-net met Vision
|
|
|
- Anneleen Elke van Beek
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Ontwerp en beheer MS-net met Vision Kortsluitberekeningen en beveiligingstoestellen 10 kv-net pmo Arnhem, 21 januari 2009 Auteurs: P.M. van Oirsouw, A.D. Proem
2 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, ederland. Alle rechten voorbehouden. Dit document bevat vertrouwelijke informatie. Overdracht van de informatie aan derden zonder schriftelijke toestemming van of namens Phase to Phase BV is verboden. Hetzelfde geldt voor het kopiëren van het document of een gedeelte daarvan. Phase to Phase BV is niet aansprakelijk voor enige directe, indirecte, bijkomstige of gevolgschade ontstaan door of bij het gebruik van de informatie of gegevens uit dit document, of door de onmogelijkheid die informatie of gegevens te gebruiken.
3 pmo IHOUD 1 Theorie kortsluitberekeningen Kortsluitberekeningen met Vision volgens IEC Berekening maximale kortsluitstroom I k " max Berekening minimale kortsluitstroom I k " min Berekening toelaatbare kortsluittijd Verschillen IEC 909 en de IEC Gebruikte symbolen bij kortsluitberekeningen in Vision Invloed van de plaats van de kortsluiting Karakteristieke begrippen en grootheden Modellering van netcomponenten etvoedingen Synchrone generatoren Motoren Asynchrone generatoren Kabels Transformatoren Smoorspoelen Kortsluitvastheid Componenten Kabels Transformatoren Schakelinstallaties Fase - aarde kortsluiting in zwevend net maatregelen ter beperking kortsluitstroom Inrushstromen transformator Storing Sequentieel... 38
4 pmo 1 THEORIE KORTSLUITBEREKEIGE Elektrische installaties dienen zodanig te worden ontworpen en gebouwd dat bij het optreden van kortsluitingen er geen gevaar ontstaat voor personen en dat delen van de installatie niet beschadigd raken. Het doel van kortsluitberekeningen is het onderzoeken of de kortsluitbelasting die de netcomponent bij het optreden van een kortsluiting ondergaat, niet groter is dan zijn kortsluitvastheid. De kortsluitberekening richt zich dus op het vaststellen van het netgedrag en op de fysieke eigenschappen van de netcomponent. Het optreden van een kortsluiting gaat in de regel gepaard met een relatief grote stroom, waarvan het kwadraat evenredig is met: verwarming van de netcomponenten die zich in de stroombaan bevinden: een thermisch effect; elektromagnetische krachtwerking tussen stroomvoerende geleiders: een dynamisch effect. De uitwerking van beide effecten op een netcomponent dient in principe te worden nagegaan. Ten aanzien van de netcomponenten die in distributienetten voorkomen blijkt in de praktijk dat het thermische effect veelal de meeste aandacht verdient. Waar het bij de berekening van de kortsluitvastheid van belang is de maximale waarde van de kortsluitstroom te kennen, is het bepalen van de minimale kortsluitstroom belangrijk voor nog een andere toepassing van de kortsluitberekening: de beveiligingscoördinatie c.q de selectiviteit tussen beveilgingstoestellen. Bij een goede selectiviteit worden de gevolgen van de storingen te beperkt tot het getroffen netdeel. Het bepalen van de kortsluitbelasting gebeurt vrijwel uitsluitend door berekening. Uitzonderingen zijn speciale laboratoria (o.a. KEMA) en LS-netten waarin kortsluitingseffecten door meting kunnen worden bepaald (Panensakoffer). Voor het berekenen zijn er verschillende methoden. Een uitgebreide kortsluitberekening geeft een beeld van het verloop van de stroom als functie van de tijd op de foutplaats, vanaf het begin van de kortsluiting tot het moment dat deze is opgeheven. In de meeste praktische gevallen is een dergelijke uitgebreide berekening niet nodig. Van belang zijn slechts enkele kenmerkende waarden van het stroomverloop en die kunnen met voldoende nauwkeurigheid worden bepaald met eenvoudiger methoden, waarvan er hier twee bekende worden genoemd. Vision gebruikt de methode volgens IEC 909, welke in 2001 is vervangen door de IEC Momenteel kunnen beide methoden nog in Vision worden gebruikt. De berekening volgens de genoemde IEC-normen zijn conservatief, maar geeft resultaten die voldoende nauwkeurig zijn. De methode is eenvoudig - ontworpen als `handmethode' - en kan op alle distributienetten worden toegepast en wordt bij de meeste energiebedrijven gebruikt.
5 pmo 1.1 Kortsluitberekeningen met Vision volgens IEC De methode die IEC hanteert, is gebaseerd op superpositie. Het netwerk wordt passief voorgesteld waarbij actieve elementen, zoals generatoren en motoren, zijn vervangen door impedanties naar aarde. Op de foutplaats wordt een negatieve spanningsbron aangebracht. De stromen die als gevolg van de spanningsbron ontstaan, zijn de foutstromen terwijl de totale stroom die door de spanningsbron wordt geleverd de kortsluitstroom is. In de volgende figuur is een eenvoudig Vision netwerk weergegeven dat bestaat uit drie knooppunten. Knooppunt K1 is verbonden met de netvoeding en knooppunt K3 bevat een belasting, een generator en een motor. Op knooppunt K2 wordt een symmetrische kortsluiting verondersteld. etwerk in Vision met kortsluiting op knooppunt K2 Volgens IEC kan voor de bepaling van de kortsluitstroom het netwerk worden vervangen door het netwerk zoals weergegeven in de volgende figuur. Belastingen en shunts worden daarbij altijd buiten beschouwing gelaten. Capaciteiten van verbindingen van het normale (Z1) en inverse systeem (Z2) worden ook buiten beschouwing gelaten. etwerk volgens IEC Alle takken en actieve elementen zijn vervangen door impedanties bestaande uit R + jx. Op welke wijze R en X worden bepaald staat beschreven bij de objectbeschrijvingen. Op knooppunt K2, de foutplaats, is een spanningsbron aangebracht met als spanning: U foutplaats = -c * U nom De spanningsfactor c is afhankelijk van het spanningsniveau en van de keuze of minimale kortsluitstromen (c min ) of maximale kortsluitstromen (c max ) moeten worden berekend. In tabel 1 zijn de waarden voor c-factor aangegeven.
6 pmo U nom c max c min LS Spanningstolerantie +6% Spanningstolerantie +10% MS 1 kv < U nom <= 35 kv HS 35 kv <= U nom <= 230 kv Tabel 1 Waarden c-factor BEREKEIG MAXIMALE KORTSLUITSTROOM I k " max Deze berekening wordt toegepast om de kortsluitvastheid van de net componenten te onderzoeken. Bij de berekening van maximale kortsluitstromen in een netwerk wordt een c-factor met een waarde groter dan of gelijk aan 1.05 gebruikt. Voor de berekening wordt tevens uitgegaan van: - weerstand geleiders bij een temperatuur van 20 C; - maximale inzet van generatoren; - maximale inzet van transformatoren; - maximaal kortsluitvermogen van netvoeding; - invoeding van asynchrone machines (generatoren en motoren) BEREKEIG MIIMALE KORTSLUITSTROOM I k " min Deze berekening wordt toegepast om de juiste werking van beveiligingstoestellen in het net te onderzoeken. Met name het al dan niet aanspreken en het vaststellen van selectiviteit tussen beveiligingstoestellen onderling. Bij de berekening van minimale kortsluitstromen in een netwerk wordt een c-factor gebruikt <= 1. Voor de berekening wordt tevens uitgegaan van: - weerstand geleiders bij geleider eindtemperatuur (Tk1s in types.xls, maar niet lager dan 150 graden C); - minimale inzet van generatoren; - minimale inzet van transformatoren; - minimaal kortsluitvermogen van netvoeding. Het minimale kortsluitvermogen van de netvoeding moet daarbij minstens 10 % kleiner zijn dan het maximale kortsluitvermogen nodig voor de bepaling van maximale kortsluitstromen; - geen invloed van asynchrone machines (generatoren en motoren) en synchrone motoren BEREKEIG TOELAATBARE KORTSLUITTIJD Van alle taken waarvoor een IEC berekening is uitgevoerd, wordt de maximale toelaatbare kortsluittijd t max berekend aan de hand van de opgegeven I k,1s of I k,2s. Dit is van belang bij de berekening om de kortsluitvastheid van de netcomponenten te onderzoeken. Verbindingen: Transformatoren en smoorspoelen: waarin: t max = 1 (seconde) * (I k,1s / I k ")² t max = 2 (seconden) * (I k,2s / I max )² t max Maximaal toelaatbare kortsluittijd I k,1s Toelaatbare kortsluitstroom gedurende 1 seconde (verbindingen en kabels) I k,2s Toelaatbare kortsluitstroom (LS-zijde) gedurende 2 seconden (transformatoren en smoorspoelen) I k " Maximaal optredende kortsluitstroom in de tak (max(i k "1, I k "2 ) ) I max Maximale doorgaande kortsluitstroom (transformatoren)
7 pmo 1.2 Verschillen IEC 909 en de IEC De norm IEC is een modernisering van de oude norm uit De nieuwe norm bestaat vanaf Voorlopig blijven beide kortsluitmethodes naast elkaar bestaan in Vision. De belangrijkste wijzigingen staan hieronder kort toegelicht. Correctiefactor c (clause 2.3.1) In de oude norm 909 was de correctiefactor c max gelijk aan 1,00 voor 400 V laagspanningssystemen met een tolerantie van +6% en gelijk 1,05 voor andere laagspanningssystemen met een tolerantie van +10%. Deze is nu instelbaar voor laagspanningsnetten bij berekening van de maximale I k ". De keuze bestaat uit c max =1,05 voor netten met een spanningstolerantie van +6 % en c max =1,10 voor netten met een spanningstolerantie van +10 %. De c min factor is gelijkgetrokken op 0,95. Voor midden- en hoogspanningssystemen is er geen verandering. Actuele geleidertemperatuur (clause 2.4 / 2.5) Uitgangspunt bij de kortsluitberekeningen is steeds de worst-case benadering. Dat betekent dat voor het berekenen van de grootste kortsluitstroom de kleinste geleiderweerstand gebruikt wordt. De norm gaat uit van een geleidertemperatuur van 20º C. Voor het berekenen van de kleinste kortsluitstroom wordt de grootste geleiderweerstand gebruikt, die optreedt bij de geleider eindtemperatuur. De eindtemperatuur is afhankelijk van het kabeltype en is opgenomen in het kabeltypenbestand. Impedantie netvoeding (clause 3.2) In de oude IEC 909 is de R/X verhouding een vast gegeven, zowel in het normale als het homopolaire systeem. De verhouding I k "3/I k "1 (het quotiënt van de driefasige en éénfasige kortsluitstroom) is een maat voor de homopolaire impedantie Z0 van de voeding. In de norm zijn de R/X verhoudingen niet dwingend voorgeschreven en is beschikbaar als invoergegeven. Indien de verhouding onbekend is, geeft de norm aan dat in hoogspanningsnetten (U n >35 kv) de impedantie als zuiver reactief kan worden gezien. In andere gevallen mag een verdeling over 0,0995 resistief en 0,995 reactief worden aangenomen, zodat de R/X verhouding gelijk is aan 0,1. Correctiefactor nettransformatoren (clause 3.3.3) Er is een nieuwe factor geïntroduceerd voor correctie van de impedanties van nettransformatoren. De introductie van de correctiefactoren voor transformatoren heeft van alle aanpassingen in de norm de grootste invloed op de kortsluitberekening. De correctiefactor is een functie van de relatieve kortsluitspanning. Met name voor transformatoren met een hoge Uk wordt de correctiefactor op de impedantie klein, zodat de initiële kortsluitstroom volgens de nieuwe norm groter wordt dan bij toepassing van de oude norm. Deze factor wordt overigens niet toegepast op step-up machinetransformatoren. Asynchrone motoren (clause 3.8) In de oude norm IEC 909 was de verhouding van R/X voorgeschreven. In de nieuwe norm mag met een bekende verhouding worden gerekend. Indien die verhouding niet bekend is, kan met de oude voorgeschreven waarden worden gerekend. Motoren die geregeld worden met statische converters kunnen terugvoeden en deze moeten dan ook gemodelleerd worden. Zij dragen bij aan de symmetrische kortsluitstroom I k en aan de piek kortsluitstroom i p. In de berekening voor de bijdrage wordt dan een asynchrone motor met geregelde aandrijving net zo gemodelleerd als een asynchrone motor. Zij dragen echter niet bij aan de symmetrische breekstroom I b en aan de steady-state kortsluitstroom I k.
8 pmo 1.3 Gebruikte symbolen bij kortsluitberekeningen in Vision De gebruikte symbolen bij de kortsluitberekening in Vision hebben de volgende betekenis, zie tabel 2. Sluiting Situatie S k " I k " I k "a,b,c I p I b I k "e I r Z i R/X I k "1 I k "1a,b,c I k "2 I k "2a,b,c I k 1 s I k 2 s t max I max m Tabel 2 Sluitingsoort: symmetrisch, fase-fase, fase-fase-aarde of fase-aarde geeft aan of maximale of minimale kortsluitstromen zijn berekend subtransiënt kortsluitvermogen (I k " * 3 * U nom ) subtransiënte kortsluitstroom subtransiënte kortsluitstroom per fase piekkortsluitstroom (kappa * 2 * I k ") breekstroom kortsluitstroom naar aarde (bij sluitingsoort: fase-fase-aarde of fase-aarde) nominale stroom netimpedantie op het knooppunt verhouding R/X van de netimpedantie op het knooppunt maximaal optredende takstromen bij een sluiting nabij het "van" knooppunt maximaal optredende takstromen per fase bij een sluiting nabij het "van" knooppunt maximaal optredende takstromen bij een sluiting nabij het "naar" knooppunt maximaal optredende takstromen per fase bij een sluiting nabij het "naar" knooppunt toelaatbare kortsluitstroom gedurende 1 seconde (verbindingen) toelaatbare kortsluitstroom (LS-zijde) gedurende 2 seconden (transformatoren) toelaatbare kortsluittijd maximale doorgaande kortsluitstroom (alleen bij transformatoren) reëel vermogen per poolpaartal (MW) Betekenis symbolen bij kortsluitberekening in Vision
9 pmo 1.4 Invloed van de plaats van de kortsluiting In de figuren 1 en 2 is het gestileerde verloop van de stroom na een driefasen kortsluiting weergegeven. Gemeenschappelijk in beide figuren is het gesuperponeerde afnemende gelijkstroomdeel van de kortsluitstroom, verschillend is het wisselstroomdeel dat in figuur 1 een constante amplitude heeft en in figuur 2 niet. Dit komt omdat figuur 1 een kortsluiting weergeeft die elektrisch dichtbij een generator heeft plaatsgevonden. De impedantie van een generator heeft een impedantie die in de tijd toeneemt. Dit effect is niet aanwezig, of niet zichtbaar, in figuur 1 die het stroomverloop na een kortsluiting elektrisch veraf in het net laat zien. Figuur 1 Kortsluiting ver van generator Figuur 2 Kortsluiting dichtbij generator
10 pmo De afnemende wisselstroomcomponent wordt ook wel breaking current I b genoemd. In de IEC 909 wordt formeel onderscheid gemaakt tussen beide bovengenoemde uitersten, namelijk de kortsluitingen die zich dicht bij een generator dan wel zich daarvan ver verwijderd voordoen. In het eerste geval wordt de bijdrage van generatoren en motoren aan de beginkortsluitstroom in rekening gebracht, in het tweede geval niet. Meer exact luidt het criterium voor een ver van generator kortsluiting, dat elke generator die invoedt op de driefasenkortsluiting niet meer mag bijdragen dan tweemaal de nominale generatorstroom. Tevens mag de totale bijdrage van aangesloten motoren aan de beginkortsluitstroom niet meer zijn dan 5% van de beginkortsluitstroom zonder motoren. Veruit de meeste kortsluitingen in 10 kv-distributienetten zijn van het type ver van generator. Incidenteel zal met dichtbij generator rekening moeten worden gehouden, bijvoorbeeld bij grote motoren en aanwezigheid van decentrale opwek van vermogen van voldoende omvang. In figuur 3 is een voorbeeld van een kortsluiting dicht bij de generator aan LS-zijde weergegeven. Het betreft de WKK van het Twenteborg ziekenhuis. De weergegeven netsituatie is uitsluitend bedoeld om te gebruiken de cursus. De werkelijke netsituatie zal afwijken. 0,4 kv Ik": 61,60 ka Ip: 145,24 ka R/X: 0,138 Sk": 42,7 MVA Ri: 1 mohm Xi: 4 mohm tmax: 0,000 s Ib: 20 ms: 60,04 ka 50 ms: 58,54 ka 100 ms: 57,52 ka 250 ms: 56,44 ka Ik: 51,09 ka A G A Figuur 3 Voorbeeld berekening kortsluiting dichtbij generator Te zien is dat de beginwaarde van de kortsluitwisselstroom 61,6 ka bedraagt. a 250 ms is dit gezakt naar 56,44 ka. Uiteindelijk komt de stationaire kortsluitstroom uit op een waarde van 51,09 ka. Voor het ontwerp betekent de thermische belasting ten gevolge van de wisselstroomcomponent over de beschouwde tijd (0 tot 1 s of 0 tot 3 s) niet constant is.
11 pmo In figuur 4 is een voorbeeld van een kortsluiting aan 10 kv-zijde van de transformator weergegeven. Zilvermeeuw 1 10 kv 7774 A 503 A Ik": 8,26 ka Ip: 16,19 ka R/X: 0,328 Sk": 143,0 MVA Ri: 246 mohm Xi: 729 mohm tmax: 0,000 s Ib: 20 ms: 8,23 ka 50 ms: 8,20 ka 100 ms: 8,18 ka 250 ms: 8,15 ka Ik: 8,00 ka G 0 A belasting 1 Figuur 4 Voorbeeld berekening kortsluiting ver van generator ; (I K = f (t) is nagenoeg constant) Door tussenschakeling van de 2500 kva-transformator blijft de kortsluitstroom nagenoeg constant. De bijdrage aan de kortsluitstroom aan 10 kv-zijde is initieel 503 A. De grootste bijdrage wordt geleverd door het net (initieel 7774 A). 1.5 Karakteristieke begrippen en grootheden De beginkortsluitstroom I k " Zowel bij de kortsluiting ver van generator als bij het type dichtbij generator is er sprake van een symmetrisch wisselstroomdeel. De effectieve waarde daarvan bij het begin van de kortsluiting en bij impedantiewaarden in de kortsluitbaan die op dat moment gelden, wordt de beginkortsluitstroom I k " genoemd. Deze grootheid is de basis voor alle andere grootheden die een rol spelen in de berekening van de kortsluitbelasting. Met behulp van de nominale spanning Un wordt volgens het schijnbare beginkortsluitvermogen S k " verkregen. S " K " = U I K 3 [1] Dit is een fictieve grootheid die vaak als synoniem voor I k " wordt gebruikt. In de meeste gevallen is alleen de maximale waarde van I k " van belang. Alleen ten aanzien van beveiligingsvraagstukken moet, ook de minimale waarde bekend zijn. De wijze waarop beide uitersten moeten worden bepaald, wordt behandeld in paragraaf 4. De stationaire kortsluitstroom Ik a verloop van tijd zal het overgangsverschijnsel in de kortsluitstroom zijn weggedempt en resteert de stationaire kortsluitstroom I k. Voor kortsluitingen `ver van generator', zoals in de meeste `normale' distributienetten, geldt I k = I k ". Voor kortsluitingen dichtbij generator, zoals in industriële netten en in de nabijheid van bijvoorbeeld grote WKK-installaties, moet rekening gehouden worden met eigenschappen van de bekrachtiging. Zie IEC
12 pmo De stootkortsluitstroom i p De stootkortsluitstroom i p vertegenwoordigt de grootste topwaarde van de kortsluitstroom, met inbegrip van een eventueel gelijkstroomdeel. Deze grootheid wordt gebruikt voor het bepalen van de dynamische kortsluitbelasting. De relatie met de driefasen kortsluitsstroom I k "3 luidt als volgt: i P = Κ " 2 I K 3 [2] De stootfactor K in deze uitdrukking is afhankelijk van de R/X-verhouding in de kortsluitbaan. In figuur 5 is de relatie K = f(r/x) weergegeven. 2 stootfactor k κ 1,8 1,6 κ 1,4 k 1, ,2 0,4 0,6 0,8 1 1,2 R / X figuur 5 Stootfactor als functie van R/X voor serieschakeling Tussenliggende waarden kunnen door interpolatie uit deze figuur worden afgeleid, of worden berekend uit de benadering: 3R ( ) [3] X Κ = 1,02 + 0,98 e Als alleen de beginkortsluitstroom I k "3 bekend is, kan voor de stootfactor de waarde 1,8 worden genomen. Dit is conservatief omdat deze waarde alleen in de nabijheid van invoedingen geldt. In de regel is de stootfactor in MSdistributienetten lager. Bij een stootfactor van 1,8 wordt de stootkortsluitstroom, ook wel piekkortsluitstroom genoemd: I P = 1,8 x 2 I K3 = 2,5 x I K3 Meestal wordt Ip berekend via de driefasenkortsluitstroom I" k3 ; bij asymmetrische kortsluitingen kan dezelfde waarde voor K worden gebruikt; de resultaten zijn dan aan de veilige kant. De verhouding R/X volgt in het meest eenvoudige geval van een enkelvoudige serieschakeling rechtstreeks uit de som van de afzonderlijke R- en X-waarden. In geval het netwerk vermaasd is, geeft IEC 909 aan dat een factor Kb gevonden kan worden uit de verhouding R/X van de kortsluitimpedantie op de foutplaats. De waarde van K die nodig is om Ip te berekenen volgt dan uit formule 4. Hierin stelt de factor 1,15 een correctie voor op verschillende R/X-verhoudingen in het netwerk. [4] Κ = 1, 15 Κ B
13 pmo De uitschakelwisselstroom Ia Vanaf het moment van kortsluiting tot aan het begin van afschakeling (eerste schakelaarpool) zal de waarde van I"k afnemen. De effectieve waarde op het moment van afschakeling wordt de uitschakelwisselstroom Ia genoemd. Voor kortsluitingen ver van generator, of bij uitschakeltijden tk > 0,1 s, geldt Ia = I"k. Voor kortsluitingen dichtbij generator' moet rekening gehouden worden met bijdragen aan Ia door invoedende elementen, afhankelijk van de aard ervan. Zie voorts IEC 909. De thermische korte-duurstroom I th Deze grootheid wordt gebruikt om de thermische kortsluitvastheid van netcomponenten te bepalen. De procedure is uitvoerig weergegeven in VDE Een kortsluitstroom heeft in de regel een afnemend gelijkstroomdeel en daardoor een afnemende amplitude. Ten aanzien van de thermische werking van de kortsluitstroom is het eenvoudiger uit te gaan van de thermische korte-duurstroom Ith, een constante effectieve waarde die dezelfde thermische uitwerking en dezelfde tijdsduur heeft als de werkelijke kortsluitstroom. Het verband tussen de thermisch korte-duurstroom Ith en de beginkortsluitstroom I"k is weergegeven in formule 5. I th = ' k + I ' m n [5] Hierin is: m correctiefactor voor de gelijkstroomcomponent, die afhankelijk is van de uitschakeltijd, alsmede van de stootfactor К; n correctiefactor voor de afnemende wisselstroomcomponent, die afhankelijk is van uitschakeltijd, alsmede van de verhouding I K / I K. Verder zie figuur 6. Voor een sterk net geldt: I K = I K, zodat n in dit geval 1 is. Dan geldt voor I TH : I th '' = I m + 1 k figuur 6 m en n factoren
14 pmo 1.6 Modellering van netcomponenten ETVOEDIGE Met behulp van het kortsluitvermogen S" K en de nominale spanning U in één of meerdere voedingspunten wordt de normale impedantie Z van het voorliggende net berekend volgens: Z U = c S 2 '' K = c U 3 I '' K [6] Indien vervolgens de R/X-verhouding van het voedingspunt bekend is, kunnen de netweerstand en netreactantie gevonden worden uit formule 7. X Z = b 2 +1 R = b X [7] met : b = R X Als geen nadere gegevens beschikbaar zijn, kan b = 0,1 worden aangehouden voor voedingen op onderstations SYCHROE GEERATORE De synchrone generator wordt in de kortsluitberekening vertegenwoordigd door de generatorimpedantie: Z G = R G + j X" d [8] waarin: R G = generatorweerstand, X" d = subtransiënte kortsluitreactantie in de d-as (verzadigd). De subtransiënte kortsluitreactantie wordt in Vision uitgedrukt in een per unit waarde van de synchrone impedantie Z SY. De synchrone impedantie wordt berekend met formule 9. Z SY = 2 U P S [ Ohm] Als vuistregel voor de subtransiënte kortsluitreactantie X D geldt 0,2 pu. Idem voor de generatorweerstand R G geldt een vuistregel van 0,01 pu. [9] Bij synchrone generatoren van WKK-eenheden zien we het verschijnsel dat de kortsluitbijdrage na het eerste moment van kortsluiting aanzienlijk afneemt. Hiervoor is een engelse term; current decrement. De bekrachtiging van het magneetveld op de rotor kan niet snel genoeg reageren op de sterk toegenomen belasting (kortsluiting). In de praktijk worden de WKK-generatoren bij kortsluiting in het openbare net binnen 0,1 s afgeschakeld. Zie ook bijlage 1.
15 pmo MOTORE Synchrone motoren moeten worden gemodelleerd als synchrone generatoren. Bij ver van generator kortsluitingen kan de bijdrage van een asynchrone motor, of een groep asynchrone motoren, worden verwaarloosd als de totale nominale motorstroom kleiner of gelijk is aan 1% van de beginkortsluitstroom zonder motor(en). De kortsluitstroom IkM van een asynchrone motor bedraagt: U rm [10] I km = Z M 3 De bijdrage van de motoren in de totale kortsluitstroom beperkt zich tot de beginkortsluitstroom (tot 100 ms). Vooral de stootkortsluitstroom zal toenemen door de aanwezigheid van asynchrone motoren van voldoend vermogen. Voor de impedantie Z M = R M + j X M van een asynchrone motor geldt: 1 U rm Z M = a S rm waarin: a = aanloopfactor (waarde: 4 à 8); U rm = nominale motorspanning; S rm = nominale schijnbare motorvermogen. 2 [11] Voor de verhouding tussen R M en X M geldt: actief vermogen per poolpaar > 1 MW : R M /X M = 0,10 actief vermogen per poolpaar <_ 1 MW : R M /X M = 0,15 LS-motoren : R M /X M = 0, ASYCHROE GEERATORE Asynchrone generatoren moeten worden gemodelleerd als asynchrone motoren.
16 pmo KABELS Voor de modellering volgens IEC 60909, waarin capaciteiten, belastingen e.d. worden verwaarloosd, zijn alleen de normale- en homopolaire weerstand en langsreactantie nodig. De verwaarlozing van dwarsgeleidingen maakt het onder andere onmogelijk via IEC de aardsluitstroom in een zwevend net te berekenen. Hiervoor geldt de benadering: I k1 c 3 U ω C0T waarin: c = spanningsfactor voor de spanning op de foutplaats (zie tabel 3); ω = synchrone hoekfrequentie; C0T = totale aardcapaciteit. [12] De homopolaire parameters van kabels zijn onder andere door wisselende omgevingscondities moeilijk te berekenen waardoor die parameters door metingen aan gelegde kabel moeten worden bepaald. Zelfs dan treedt een forse spreiding in de parameters per kabeltype op. Teneinde toch voor de planning enig houvast te hebben, zijn in tabel 3 voor veelgebruikte kabeltypen enige richtwaarden van homopolaire parameters aangegeven in relatie tot de normale parameters. Het betreft berekeningsresultaten waarbij onderscheid is gemaakt tussen de gevallen dat de retourstroom volledig door mantel/aardscherm terugkeert (XLPE), dan wel in combinatie met aarde terugvloeit (GPLK). R0/R1 R0/R1 X0/X1 X0/X1 Kabeltype/doorsnede retour mantel retour mantel retour mantel retour mantel en aarde en aarde GPLK 1x3x50 mm2 6,1 2,1 1,5 18,1 GPLK 1x3x70 mm2 7,4 2,8 1,5 17,5 GPLK 1x3x120 mm2 9,9 4,3 1,5 16,2 GPLK 1x3x185 mm2 11,6 6,1 1,4 13,6 GPLK 1x3x240 mm2 2,9 7,9 1,5 11,8 XLPE 3x1x95 mm2 (vlak) 7,5 3,4 0,3 6,9 XLPE 3x1x150 mm2 (vlak) 9,2 4,9 0,3 6,2 XLPE 3x1x240 mm2 (vlak) 14,8 8,9 0,2 5,4 XLPE 3x1x400 mm2 (vlak) 17,2 12,3 0,2 4,1 Tabel 3 Richtwaarden homopolaire parameters MS-kabels Voor de verhouding C 0 /C 1 kan voor drie-aderige kabels de waarde 0,6 worden aangehouden, voor éénaderige kabels de waarde 1,0. De invloed van het retourpad Het retourpad voor de homopolaire stroom is van grote invloed op de homopolaire weerstand en reactantie. De homopolaire gegevens van een kabel kunnen redelijk goed berekend worden voor het geval dat de homopolaire stroom volledig door de kabel (nul of afscherming) retour vloeit. Voor de meeste ondergronds geïnstalleerde kabelsystemen geldt dat echter niet, omdat de nul of aardgeleider op meerdere plaatsen geaard kan zijn. Het retourpad bestaat dan uit een parallelschakeling van nul, aardgeleider en aarde. Onderstaand diagram geeft een schematische representatie (Van Waes, 2003).
17 pmo I nul +I aardleider = μ c I 0 I 0 I e = (1 μ c ) I 0 Figuur 1 Retourpad bij een kabelverbinding Het circuit kan in drie gebieden worden opgesplitst: - het gebied vlak bij de voeding; dit kan een onderstation zijn met eventueel een aardelektrode - het gebied vlak bij de homopolaire belasting I 0 (of een asymmetrische fout); dit kan een onderstation zijn met eventueel een aardelektrode - het tussengebied: ver van de voeding en ver van de homopolaire belasting; in dit gebied is interactie tussen de kabelstromen en aardstromen door toegepaste aardelektrodes en door ander contact tussen kabel en aarde (bijvoorbeeld de loodmantel). Figuur 2 Contact afscherming kabeltracé met aarde en stroomverdeling van de aardstroom De invloed van aarding langs een kabeltracé op de interactie met de aarde is geïllustreerd in bovenstaand diagram. In dit diagram is dit geïllustreerd alsof het kabeltracé op meerdere plekken (bij de middenspanningsruimten) via een aardelektrode geaard is. De retourstroom door de aarde volgt een pad van het punt van de aardelektrode aan het einde van het kabeltracé bij de homopolaire bron, enigszins uitwaaierend langs het kabeltraject, retour naar het punt van de aardelektrode aan het begin van het kabeltracé (Van Waes, 2000). Onderstaand diagram geeft een schematisch overzicht van de stroomverdeling door het kabeltracé en de aarde. Het effect van het verdelen van de stromen tussen kabels en aarde is het grootst aan beide uiteinden van het tracé (bij de voeding en bij de homopolaire bron). Als gevolg is de stroom door het kabeltracé (in mantel en armering) het grootst aan het begin en aan het eind van de kabelverbinding.
18 pmo Stroomverdeling als functie van plaats Ifase I Evenwicht Imantel + Iarmering Igrond Afstand Figuur 3 Stroomverdeling door GPLK kabel en aarde als functie van de afstand In het geval van een tracé met kunststof kabels, dat alleen via aardelektrodes in contact met aarde kan staan, vertoont de grafiek met de stroomverdeling een trapsgewijs (discreet) verloop. Op de hoogte van elke aardelektrode worden de stromen door mantel, bewapening en aarde opnieuw verdeeld. In het geval dat het tracé alleen uit GPLK kabels bestaat, is er naast het aardcontact via elektrodes ook sprake van een aardcontact via de loodmantel langs het gehele tracé. Hierdoor vertoont de stroomverdeling in bovenstaand diagram het geschetste continue verloop. Het retourpad volgt het traject van de fasegeleider. In onderstaand diagram is dit afgebeeld voor een kabel die een gekromd pad volgt. Het retourpad van de homopolaire stroom door de aarde volgt een enigszins uitgewaaierd pad, maar blijft de contour van de heenweg volgen (Provoost, 2003). Dit is het gevolg van het feit dat voor elk ander retourpad de door het heen- en retourpad omvatte flux groter is en daardoor de homopolaire reactantie groter is. De stroom neemt dan de weg van de minste impedantie. A Figuur 4 Terug volgt heen B De invloed van de aarde is in veel gevallen onvoorspelbaar vanwege de invloed van nabij gelegen geleidende materialen, zoals andere kabels, metalen pijpen en spoorrails. Afhankelijk van de grootte van het retourpad, worden de homopolaire weerstand en reactantie beïnvloed. Parallelschakeling via de aarde kan de homopolaire weerstand doen afnemen en de homopolaire reactantie doen toenemen (wegens toename van de omvatte flux).
19 pmo TRASFORMATORE De modellering van twee- en driewikkelingstransformatoren voor kortsluitberekeningen is in principe hetzelfde als bij de loadflowberekening. Voor grotere transformatoren (HS/MS) kan het weerstandsdeel worden verwaarloosd voor het berekenen van de symmetrische kortsluitstroom, maar uiteraard niet bij de bepaling van de dynamische kortsluitstroom. Als de transformator wordt belast, daalt de secundaire spanning door het spanningsverlies over de kortsluitimpedantie Z T. Voor Z T geldt: Z T U K % ( U = 100 S Waarin: U K % = procentuele kortsluitspanning [%]; U = nominale lijnspanning transformator [kv]; S = nominale vermogen transformator [MVA]. ) 2 [13] De kortsluitimpedantie Z T is de meetkundige som van de kortsluitweerstand R T en de kortsluitreactantie X T. Voor R T geldt: S P CU = koperverlies bij nominale belasting [W]; U = nominale lijnspanning [kv]; S = nominale vermogen [kva]. Waarin: R T = P CU U ( 2 ) [14] Voor X T geldt: X 2 T Waarin: Z T = kortsluitimpedantie [Ω]; R T = kortsluitweerstand [Ω]. T = Z R 2 T [15]
20 pmo SMOORSPOELE De ohmse weerstand van een smoorspoel kan voor kortsluitberekeningen worden verwaarloosd. De reactantie X S van de smoorspoel wordt bepaald volgens X s 2 n = u K U 100 [16] S n Waarin: X S = reactantie smoorspoel [Ω]; U K = procentuele kortsluitspanning [%]; U n = nominale netspanning smoorspoel [kv]; S n = nominaal vermogen de smoorspoel [MVA]. Voor het nominaal vermogen S van de smoorspoel geldt de bekende formule: S " = U I OM 3 I OM is de nominale stroom van de smoorspoel.
21 pmo 2 KORTSLUITVASTHEID COMPOETE Bij kortsluitingen oefent de kortsluitstroom thermische en mechanische belasting uit op de componenten. Deze moeten daartegen bestand zijn. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op deze bestendigheid, beter bekend als kortsluitvastheid. Waar in de tekst wordt gesproken over aardscherm, wordt ook de loodmantel van GPLK-kabels bedoeld. 2.1 Kabels Maatgevend voor de kortsluitbelasting zijn de beginkortsluitstroom I K ", of als deze niet bekend is, de afschakelstroom I A van de voorgeplaatste vermogenschakelaar, en de afschakeltijd t K van de kortsluiting. De thermische werking van de kortsluitstroom wordt vertegenwoordigd door de thermische korte-duurstroom I TH, rekening houdend met de sterpuntsbehandeling. In de richtlijnen voor kortsluitvastheid van kabels wordt er van uitgegaan dat het verwarmingsproces van een geleider, veroorzaakt door de kortsluitstroom, tot een tijdsduur van 5 s adiabatisch verloopt, ofwel dat er binnen die tijd geen warmte aan de omgeving (isolatie) wordt afgegeven. Binnen dat tijdsbestek is de onderstaande praktijkformule toepasbaar: I K A th < [17] t waarin: I TH = effektieve waarde kortsluitstroom in Ampère; t K = tijdsduur kortsluiting in s ( 0,1 < t< 5 ); A = kerndoorsnede fasegeleider of aardscherm in mm2; K = de kortsluitconstante van de kabel [A.s/mm2], afhankelijk van het toegepaste fase geleider- of aardschermmateriaal en van het isolatiemateriaal alsmede het verschil tussen begin- en eindtemperatuur van de fasegeleider of aardscherm. Middenspanningskabels De thermische kortsluitvastheid van GPLK- en XLPE-kabels is beschreven in respectievelijk de richtlijnen PR-3107 (september 1991) en PR-3626 (september 1994). GPL-Kabel De richtlijn PR-3107 beveelt de onderstaande hoogste temperaturen aan voor grondkabels: MS-kabels (boven 3 kv): geleidertemperatuur 50 C, aardschermtemperatuur 45 C. Er moet worden nagegaan of het aardscherm dan wel de kern de beperkende faktor is. De eindtemperatuur van kern en aardscherm mag oplopen tot 170 C, tenzij zacht gesoldeerde verbindingen zijn toegepast. In dat geval mag de temperatuur niet verder oplopen dan tot 160 C. Overleg met de fabrikant is hierbij gewenst. Uitgaande van de toelaatbare temperatuur van 170 C, resulteert dit voor 10 kv-kabels met koperen geleiders in een K-faktor van 134 en voor aluminium geleiders in een K-faktor van 89. k
22 pmo Wanneer er echter van wordt uitgegaan dat het aardscherm de beperkende factor is voor de maximaal toelaatbare kortsluitstroom, dan dient in geval van een maximaal toelaatbare eindtemperatuur van het aardscherm van 200 C een K-faktor van 28 te worden toegepast. Voor een GPL-kabel met een geleiderdoorsnede van 240 mm2 Al heeft dit bijvoorbeeld als consequentie dat uitgaande van de maximaal toelaatbare kerntemperatuur een stationaire kortsluitstroom van ca. 35 ka kan worden toegelaten, terwijl uitgaande van de maximaal toelaatbare temperatuur van het loden aardscherm, de kortsluitstroom slechts 12 ka mag bedragen. In tabel 4 zijn voor de meest gangbare GPLK-kabeldoorsneden in 10 kv-netten de toelaatbare kortsluitstromen vermeld zoals die gelden voor de kernen en voor het aardscherm. De uitgangspunten voor deze tabel zijn: - de maximale temperatuur voor aardscherm en kern: 170 C; - de begintemperatuur van de kern 50 C; - de begintemperatuur van het aardscherm 25 C; - K AL = 89; K CU = 134; K PB = 24, - t k : 1s, XLPE-kabel Analoog aan de Richtlijn voor GPLK bevat PR-3626 soortgelijke eisen inzake de thermische kortsluitvastheid voor éénfase- en driefasen-kabels met XLPE-isolatie. Het verschil met GPLK-kabel is dat de doorsnede van het aardscherm (Cu) van een XLPE-kabel aanzienlijk kleiner is. In tabel 6.1 zijn voor de meest gangbare XLPE-kabeldoorsneden in 10 kven 20 kv-netten de toelaatbare kortsluitstromen vermeld zoals die gelden voor de kernen en voor het scherm. De uitgangspunten voor deze tabel zijn: - de maximale temperatuur voor scherm en kern: 250 C, - de begintemperatuur van de kern: 90 C, - de begintemperatuur van het scherm: 80 C, - K AL = 94; K CU = 143; K SCHERM = 149, - t k : 1s,
23 pmo Doorsnede [mm 2 ] I k [ka] GPLK I k [ka] XLPE kern aardscherm scherm geleider aardscherm geleider scherm 70 Cu 210 Pb Cu 239 Pb 25 Cu Cu 296 Pb 25 Cu Cu 374 Pb 25 Cu Cu - 50 Cu Al 210 Pb Al 239 Pb 25 Cu Al 296 Pb 25 Cu Al 374 Pb 25 Cu Al - 50 Cu Al - 50 Cu Tabel 4 Toelaatbare kortsluitstromen in 10/20 kv-kabels
24 pmo 2.2 Transformatoren De thermische kortsluitvastheid van een transformator wordt bepaald door de grootte van de stationaire kortsluitstroom aan de secundaire zijde van de transformator. Volgens E-2765 moet deze kortsluitstroom met de onderstaande formules worden berekend: I k U = ( Z + Z ) T 3 met U Z = c. S 2 " k en Z u = k T 100 U S 2 T T waarin: I k de stationaire kortsluitstroom [ka], Z de kortsluitimpedantie van het net [ohm], c de correctiefactor voor de spanning op de foutplaats (MS:1.05) U de nominale spanning van het net [kv], S k het schijnbare kortsluitvermogen van het net [MVA], Z T de nominale kortsluitimpedantie van de transformator [ohm/fase] U T de nominale spanning van de wikkeling [kv], S T het nominale schijnbare vermogen van de transformator [MVA] u k procentuele kortsluitspanning van de transformator bij nominale stroom en referentietemperatuur [%]. In de bovenstaande formules is de netimpedantie verwerkt. De maximale duur van de kortsluiting is 2 s. Het maximum van de dynamische kortsluitstroom is ook vastgelegd in E-2765 en bedraagt 2.5 x I k.
25 pmo 2.3 Schakelinstallaties De afschakelstromen waarvoor schakelmateriaal wordt gedimensioneerd liggen vast in diverse IEC-publikaties. Dit zijn voor schakelaars o.a. IEC-56, IEC-298 (metalen omhulling), IEC-466 (kunststof omhulling) en voor lastscheiders IEC-265. Voor schakelinstallaties wordt voor de thermische korte-duurstroom een tijdsduur aangehouden van 1 s (als hiervan afgeweken moet worden, dan wordt 3 s aanbevolen). Gedurende deze tijd dient het materiaal in staat te zijn de warmte als gevolg van de toegekende kortsluitstroom te weerstaan. De maximale amplitude van de kortsluitstroom bepaalt de mechanische belasting van de installatie. In de IECpublikaties wordt ervan uitgegaan dat de dynamische kortsluitstroom 2.5 maal de effektieve waarde van de stationaire kortsluitstroom is. Voor de meeste toepassingen zal dit voldoende zijn. Dicht bij de generatoren kunnen echter grotere waarden optreden. De maximaal toelaatbare dynamische kortsluitstroom voor diverse soorten installaties volgt uit de normreeks. Als bij omschakeling een installatie kortstondig (praktijkwaarde: 5 minuten) wordt gevoed door twee transformatoren, wordt geadviseerd het kortsluitvermogen af te stemmen op voeding door één transformator. Vermogenschakelaar Een 10 kv-vermogenschakelaar dient een afschakelvermogen van minimaal 250 MVA te bezitten. Lastscheider De thermische korte-duurstroom van een 10 kv-lastscheider moet minimaal 14.4 ka/ 1 sec zijn en de dynamische kortsluitstroom 30 ka. In de normale distributienetten is dit in de regel voldoende. In uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld in netten met relatief veel decentrale produktie, kan het nodig zijn een hogere kortsluitvastheid aan te houden. Dit kan worden bepaald met een kortsluitberekening. Lastscheiders kunnen zowel éénpolig- als driepolig zijn uitgevoerd. De éénpolige variant (Aeton Holec Magnefix) is het goedkoopst en wordt veruit het meest toegepast in het MS-distributienet. Driepolige uitschakeling moet in principe worden toegepast bij aansluitingen met nettransformatoren met een nominaal vermogen van groter dan 1000 kva. Technische gegevens MS-schakelinstallaties In tabel 5 zijn de technische gegevens van de meest voorkomende schakelinstallaties vermeld met fabrikaat, nominale spanning, nominale stroom van de schakelaar en de rail, de thermische en dynamische kortsluitvastheid. Als bij een gegeven netsituatie de werkelijk optredende stationaire kortsluitstroom I K bekend is, kan men met behulp van de in de tabel vermelde waarde van de thermische kortsluitstroom I TH met de bijbehorende tijdsduur t, de maximale uitschakeltijd van de vermogenschakelaar t VS bepalen met de formule: t VS I = I TH '' K 2 t
26 pmo fabrikaat + type 1 of 3 polig U OM [kv] I OMIAAL [A] Kortsluitvastheid Schakelaar Rail Therm. [ka/s] Dyn. [ka] Open systemen 1/ / Holec Magnefix MD / 1 30 Holec Magnefix MF / 1 50 Holec Magnefix MX / 1 50 Holec Magnefix MY / 2 50 Holec SVS / Holec Capitôle uitrijdb. IC / Holec Capitôle IV 6 (HV) / Holec HF-Conel / 1 36 COQ O-0-10S / 3 22 COQ O-0-10SV / 1 52 COQ O 1/ / 3 36 COQ O 1/2 10S / 3 51 COQ / 3 36 COQ R / 3 40 COQ R / 3 50 COQ K / 3 66 Krone KES / 1 50 L&K ELA / 1 50 Tabel 5 Technische gegevens MS-schakelinstallaties
27 pmo 3 FASE - AARDE KORTSLUITIG I ZWEVED ET Het klokgetal van de kv transformatoren is in dit document YnD5. Omdat uiteraard de secundaire wikkeling niet rechtsstreeks kan worden geaard, spreekt men van een zwevend 10 kv-net. Bij een fase-aardekortsluiting bedraagt de spanning van de niet-getroffen fasen ten opzichte van aarde maximaal ongeveer Un (10,5 kv). Zwevend sterpunt In figuur 7 staan de fase- en lijnspanningen van een gezonde zwevend 10 kv-net en het bijbehorende vectordiagram weergegeven. Er is geen galvanische verbinding tussen een sterpunt en aarde aanwezig. Bij een sluiting tussen één van de fasen en aarde vloeit er toch een stroom op de foutplaats. Deze wordt veroorzaakt door de capaciteiten die het net heeft tussen de fasen en aarde. Deze stroom varieert in de 10 kv-netten tussen 200 en 400 Ampère. Een sluiting tussen een fase en aarde wordt in deze netten ('staande aardfout') niet automatisch afgeschakeld, mits de éénfasige kortsluitstroom niet te groot is. De energielevering wordt dan niet onderbroken. In alle rust kan met behulp van aardfoutsignaleringsrelais de aardsluiting worden gesignaleerd en gelokaliseerd. Het vrijschakelen en repareren kan op een nader te bepalen tijdstip gebeuren. 110/10 kv-transformator Y D 10kV 10kV 10kV L1 L2 L3 L kv kv kv C 1 C 2 C aarde U C1 L3 U C3 U C2 L2 figuur 7 Gezond zwevend 10 kv-net Het stelsel van spanningsvectoren (zie figuur 8) ondergaat bij fase-aardekortsluiting in een zwevend net weliswaar een wijziging, maar de gebruiker aan de LS-zijde merkt daar - behoudens een spanningsfluctuatie - niets van. De grootte van de fase-aardekortsluitstroom is vrijwel recht evenredig met de totale aardcapaciteit van het netdeel achter één 110/10 kvtransformator. De éénfasige kortsluitstroom zoekt zich parasitair een weg terug naar de bron en veroorzaakt verwarming van metalen geleiders in de stroombaan. Bij kunststofkabels (XLPE) bestaat de retourweg uit praktisch alleen het aardscherm omdat dit scherm goed is geïsoleerd ten opzichte van de omringende grond.
28 pmo Bij GPLK kan men er van uitgaan dat de buitenisolatie van jute en de ijzeren armering zijn verteerd en de loodmantel in direct contact staat met aarde, waardoor een deel van de kortsluitstroom door de aarde vloeit en derhalve de mantelstroom wordt gereduceerd. Uit onderzoek naar de thermische belastbaarheid van XLPE- en GPLK-kabels bij éénfasige aardfouten in zwevende netten is gebleken dat deze van GPLK-kabels aanzienlijk hoger is dan van XLPE. Debet hieraan is het relatief dunne 25 mm2 aardscherm van XLPE-kabels (tot 240 mm2). De optredende éénfasige kortsluitstromen zijn echter ook voor GPLK-kabels te groot om ze langer dan 1 à 1,5 uur te laten staan. 110/10 kv-transformator Y D 10kV 10kV 10kV L1 L2 L3 L1 10kV 10kV 0kV C 1 C 2 C 3 aarde U C1 L3 U C2 L2 figuur 8 Fase-aardfout in zwevend 10 kv-net Bij een goede benadering geldt voor 10 kv-netten: I = 5, 7 " k1 C a waarin: I k1 " = fase-aardekortsluitstroom [A] C a = aardcapaciteit van het betreffende netdeel [F]
29 pmo Met Vision, submenu Berekeningen-IEC of Storing sequentieel" kan deze stroom ook worden berekend. Zie figuur 9. De fase aarde kortsluitstroom bedraagt 120 A (IEC 60909). Grondmanstraat 28 Parallelstr 10 Stationsstr 1 Berkstr 7 Pr.Hendrikstr 184a Edisonstr 1 (HVD3.1) GB 8 B.Balderikstr 1 10 kv a: 65 A b: 3 A c: 3 A a: 1 A b: 1 A c: 1 A a: 1 A b: 1 A c: 1 A a: 1 A b: 1 A c: 1 A a: 0 A b: 0 A c: 0 A a: 54 A b: 0 A c: 0 A Ik"a: 0,12 ka Ik"b: 0,00 ka Ik"c: 0,00 ka Ik"e: 0,12 ka Ip: 0,28 ka R/Xa: 0,174 tmax: 0,000 s a: 0 A b: 0 A c: 0 A TF-zender a: 0 A b: 0 A c: 0 A TF-installatie a: 0 A b: 0 A c: 0 A trafo 1 Figuur 9 Fase-aarde kortsluitstroom in een MS-net In zwevende netten behoeft een éénfasige aardfout niet onmiddellijk te worden afgeschakeld. Het is echter wel wenselijk een aardsluiting te detecteren vanwege het risico van een tweede aardfout in de gezonde fasen. Deze gecombineerde fout wordt namelijk wel afgeschakeld. Dus de éénfasige aardfout moet gelokaliseerd worden en het defecte netonderdeel moet gerepareerd worden Het signaleren van aardfouten in zwevende netten geschiedt door het meten van de systeemspanning in de onderstations. Om de juiste afbeelding van de gewenste spanning te verkrijgen wordt voor deze meting drie éénfase spanningstransformatoren of een zogenaamde vijfpoot spanningstransformator toegepast. Met de secundaire wikkelingen van de spanningstransformator(-en) wordt een opendriehoek schakeling gevormd. Deze gevormde opendriehoek is afgesloten met een spanningsrelais, zie figuur 10. Bij een fase-aardfout geeft het spanningsrelais een aardfoutmelding aan het Bedrijfsvoeringcentrum door.
30 pmo 110/10 kv-transformator Y D L1 L V 3 C 1 C 2 C 3 aarde L3 e1 e2 e3 100 V 3 U 0 I> L1 n1 n2 n3 L1 n3 e3 n2 n3 e1 n1 e2 e3 n2 U 0 L3 L2 L3 L2 e2 geen aardfout aardfout fase L1 figuur 10 Bij een aardfout in één van de fasen ontstaat over de open zijde van de schakeling 100 V. Het spanningsrelais wordt op ongeveer 30 V ingesteld.
31 pmo 4 MAATREGELE TER BEPERKIG KORTSLUITSTROOM Als voorbeeld nemen we een wijkstation. Zie figuur m 1*630 AL XLPEd 6/10 Telcon 25 Cu: 50/0,5 5 m 3x1x25cu V 1000 m 1*630 AL XLPEd 6/10 MD m 1*630 AL XLPEd 6/10 Figuur 11 etsituatie In het wijkstation staat een nettransformator van 250 kva. Steldat we een extra transformator 630 kva zouden willen plaatsen. Daartoe wordt op het bestaande transformatorveld een Magnefix MD4-schakelinstallatie (KTT) aangesloten. Gegeven is dat thermische kortsluitstroom van de MD4-installatie 14,4 ka is bij 1 s. De piekkortsluitstroom bedraagt 30 ka. Gevraagd: 1. Controleer de thermische- en dynamische kortsluitvastheid van deze oplossing. 2. Controleer de instelling van het max I-t relais Oplossing: Zie figuur m 1*630 AL XLPEd 6/10 Telcon 25 Cu: 50/0,5 V 1371 A 1000 m 1*630 AL XLPEd 6/ m 1*630 AL XLPEd 6/10 5 m 3x1x25cu MD4 13,84 ka Ip: 34,47 ka Sk": 239,77 MVA Figuur 12 Berekening maximale kortsluitstroom volgens IEC 60909
32 pmo In figuur 13 zijn de details van de berekening op het knooppunt MD4 aangegeven. MD4 10 kv A Ik": 13,84 ka Ip: 34,47 ka R/X: 0,093 Sk": 239,8 MVA Ri: 43 mohm Xi: 457 mohm tmax: 1,082 s Ib: 20 ms: 13,84 ka 50 ms: 13,84 ka 100 ms: 13,84 ka 250 ms: 13,84 ka Ik: 13,84 ka Figuur 13 Details berekening knooppunt MD4 Uit figuur 13 blijkt dat de toelaatbare thermische kortsluitstroom (14, 4 ka / 1 s) niet wordt overschreden. Verder is vermeld dat de maximale uitschakeltijd 1,082 s mag bedragen. Deze waarde wordt als volgt berekend. (I K ) 2 x T UIT = (I K1s ) 2 x 1 T UIT = 1 x (I K1s /I K ) 2 = 1 x (14,4/13,84) 2 = 1,082 s De toelaatbare piekkortsluitstroom (30 ka) wordt overschreden (knooppunt MD4 kleurt rood). Er zijn drie manieren om de piekkortsluitstroom te dempen. 1. De kabelverbinding langer maken ( X meter extra op slag leggen); 2. Toepassing I-s begrenzer; 3. Toepassing smoorspoel. De piekkortsluitstroom i P wordt bepaald door de formules [2] en [3]. De oplossingen worden hierna uitgewerkt. i P = Κ " 2 I K 3 [2] met Κ = 3R ( ) X 1,02 + 0,98 e [3] Er is wel een lineair verband met de stationaire kortsluitstroom. De stootfactor is niet lineair verband tussen de netweerstand en netreactantie.
33 pmo Oplossing 1: X meter extra kabel op slag leggen Uit figuur 13 blijkt dat de kortsluitimpedantie op de MD4 sterk inductief van karakter is. R = 43 mω en X = 457 mω. Het verlengen van de aansluitkabel (telcon 25 mm 2 ) betekent in hoofdzaak het vergroten van de netweerstand R. De kortsluitimpedantie zal door toevoeging van extra weerstand aanvankelijk nauwelijks stijgen. Uit berekeningen met Vision blijkt dat door de aansluitkabel met 56 m te verlengen, de piekkortsluitstroom niet boven 30 ka uitkomt. Zie figuur 14. De totale lengte van de aansluitkabel wordt 61 m. De extra lengte wordt op slag gelegd. MD4 10 kv A Ik": 13,42 ka Ip: 29,95 ka R/X: 0,188 Sk": 232,4 MVA Ri: 87 mohm Xi: 465 mohm tmax: 1,152 s Ib: 20 ms: 13,42 ka 50 ms: 13,42 ka 100 ms: 13,42 ka 250 ms: 13,42 ka Ik: 13,42 ka Figuur 14 Details berekening knooppunt MD4, 61 m aansluitkabel op slag Oplossing 2: Toepassing I-s begrenzer Hierbij wordt op het moment van kortsluiting de stijgsnelheid van de kortsluitstroom gemeten (di/dt). Als deze te groot is wordt de parallelverbinding door middel van het ontsteken van een explosieve lading razendsnel onderbroken. Zie figuur 15. De smeltveiligheid zal daarna de kortsluitstroom van de generator binnen 5 ms afschakelen. De maximale waarde van de kortsluitstroom niet wordt bereikt. net I << I K I I K Figuur 15 Principe I-s begrenzer Deze manier van demping van de piekkortsluitstroom is tamelijk kostbaar en wordt toegepast bij DCO die direct gekoppeld is met het MS-net.
34 pmo Oplossing 3: Toepassing van een smoorspoel (E: reactor). Uit figuur 13 blijkt dat de kortsluitimpedantie op de MD4 sterk inductief van karakter is. R = 43 mω en X = 457 mω. Bij toepassing van een smoorspoel zal de extra netreactantie een evenredige toename van de netimpedantie- en dus de evenredige afname van de piekkortsluitstroom- tot gevolg hebben. De netimpedantie Z in de bestaande situatie is: Z = SQR (R 2 + X 2 ) = SQR ( ) = 459 mω De netimpedantie Z in de nieuwe situatie wordt bij redelijke benadering als volgt bepaald: Z = (i P / i P ) x Z = (34,47 / 30) x 459 = 527 mω Bij goede benadering kunnen we stellen dat deze toename door de reactantie X S van de smoorspoel wordt bewerkstelligd. X S Z - Z = = 68 mω Het schijnbare vermogen van de smoorspoel wordt bepaald door het te leveren vermogen aan beide transformatoren. S = S T1 + S T2 = = 880 kva. We plaatsen een extra knooppunt smoorspoel en brengen een smoorspoel aan tussen het nieuwe knooppunt smoorspoel en het bestaande knooppunt MD4. We vullen bij S OM in: 880 kva en druk op Weergave. Figuur 16 Window smoorspoel Vul bij in bij X :0,068 Ω en voer een kortsluitberekening uit op knooppunt MD4.
35 Het blijkt dat de piekkortsluitstroom nog iets te groot is (30,75 ka) pmo Met behulp van de bekende Try and Error methode blijkt dat bij een reactantie van circa 75 mω de gewenste verlaging van de piekkortsluitstroom tot < 30 ka is verkregen. Zie ook figuur m 1*630 AL XLPEd 6/10 Telcon 25 Cu: 50/0,5 Smoorspoel 5 m 3x1x25cu V 1171 A 1000 m 1*630 AL XLPEd 6/ m 1*630 AL XLPEd 6/10 Uk = 0,063% MD4 11,82 ka Ip: 29,95 ka Sk": 204,68 MVA Figuur 17 Oplossing met smoorspoel De relatieve kortsluitspanning van de smoorspoel wordt berekend met behulp van formule [16], zie bladzijde 18. bedraagt: U K = X S 100 S U 0, ,88 = 2 10,5 = 2 0,063% De oplossing met smoorspoel is tamelijk kostbaar en wordt evenals de I-s begrenzer, toegepast bij DCO die direct gekoppeld is met het MS-net. Samenvattend kunnen we stellen dat oplossing 1 55 m extra kabel op slag leggen in dit geval de beste oplossing is. De instelling van het maximaal I-t relais is: 50 / 0,5. Dit betekent dat bij een stroom hoger dan 50 A de overbelastingsbeveiliging aanspreekt en na 0,5 s afschakelt. Omdat in dit voorbeeld een tweede transformator wordt aangesloten stijgt het totale transformatorvermogen tot 880 kva. Dit is 48,4 A bij 10,5 kv (ga dit na). Een overbelastingsbeveiliging wordt vaak 20% hoger ingesteld dan het nominale vermogen. Hier dus 1,2 x 48,4 58 A. ---> Instelling 60 A / 0,5.
36 pmo 5 IRUSHSTROME TRASFORMATOR Wanneer een transformator onbelast wordt ingeschakeld, kan er een grote inschakelstroom optreden, de zogenoemde inrush-stroom. Bepalend voor de grootte van deze inrush-stroorn zijn: - De momentele waarde van de voedingsspanning op het moment van inschakelen. - De richting van het remanent magnetisch veld of restflux. Een transformator, die nog niet op het net is ingeschakeld, bezit in de ijzeren kern een remanent veld. Figuur 28 vermeld van een onbelaste transformator in stationaire toestand de diagrammen van de spanning en het hoofdveld over één periode. Figuur 28 Spanning en flux bij een ideale transformator In de kromme is te zien dat het hoofdveld zijn maximale waarde bereikt bij de nul-doorgang van de spanning. Wanneer nu op de transformator een voedingsspanning wordt ingeschakeld op het moment van een nuldoorgang (0 Volt), dan ontbreekt een voldoende groot veld om een tegenspanning voor de voedings-spanning op te bouwen. Dit heeft tot gevolg dat deze voedingsspanning alleen wordt beperkt door de ohmse weerstand van de wikkeling. Is het remanent magnetisch veld hierbij méé-gemagnetiseerd, dan raakt de kern door de grote stroom veel sneller verzadigd, waardoor de inrush-stroom nog groter wordt. De inrush-stroom kan op deze manier een waarde aannemen die tot het 20-voudige kan bedragen van de nominaal stroom van de transformator.
37 pmo De periode waarin er sprake is van het 'inrush-effect', duurt slecht enkele seconden. Hierin neemt de inrush-stroorn snel af van de maximale waarde tot de stationaire toestand; de stroom slingert zogezegd uit. Zie ook figuur 29. Figuur 29 Inrushstroom van een onbelaste transformators 125 kva, 8100/396 V, Uk = 4,4 %
38 pmo 6 STORIG SEQUETIEEL In Vision is naast IEC ook een andere, meer exacte methode, opgenomen voor het analyseren van storingen. Omdat in de methode volgens IEC 909 veel verwaarlozingen zijn ingebouwd en gecorrigeerd, geeft die methode in de meeste gevallen een wat pessimistische kijk. Omdat veel ontwerpers moeten refereren aan een internationaal erkende standaard, heeft de methode volgens IEC 909 vaak de voorkeur. In enkele gevallen is het voor de ontwerper interessant om precies te weten hoe het net zich gedraagt in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld in een complex net of in de gevallen dat bijzondere opwekkers of machines aanwezig zijn. Een methode die gebaseerd is op de werkelijke belastingssituatie en die de invloed van diverse componenten in het net meeneemt, geeft dan extra informatie. De invloed van het al dan niet aanwezig zijn van specifieke componenten kan zo onderzocht worden. De in Vision geïmplementeerde methode van de Sequentiële Storingsanalyse gaat uit van de door de loadflow bepaalde situatie van vóór de kortsluiting. De netvoeding en de asynchrone machines zijn in de methode gemodelleerd als een spanningsbron achter de betreffende kortsluitimpedantie. De synchrone machines zijn gemodelleerd als een spanningsbron achter de betreffende subtransiënte reactantie. De actuele waarde van een belasting wordt omgerekend naar een constante impedantie. Ook eventuele dwarselementen, zoals shunts en capaciteiten, doen gewoon mee in de berekening. De methode heet Sequentieel omdat het mogelijk is om successievelijk meer dan één fout te simuleren. Het komt namelijk voor dat in de wat oudere netten een kortsluiting een fout op een andere plaats inleidt. Bovendien is het met de methode mogelijk om ook andere dan botte kortsluitingen te berekenen. De foutimpedantie in kortsluiting kan bij de berekening worden opgegeven. De methode maakt geen gebruik van correctiefactoren. In de volgende figuur is een eenvoudig Vision netwerk weergegeven dat bestaat uit drie knooppunten. Knooppunt K1 is verbonden met de netvoeding en knooppunt K3 bevat een belasting, een generator en een motor. Op knooppunt K2 wordt een symmetrische storing verondersteld met een foutimpedantie R f + jx f. K1 K2 K3 motor M V netvoeding etwerk in Vision met storing op knooppunt K1 belasting generator U In Vision wordt voor de sequentiële storingsanalyse het netwerk uit deze figuur vervangen door het netwerk zoals weergegeven in de volgende figuur.
39 pmo K1 R + jx K2 R + jx K3 transformator verbinding R + jx R + jx R + jx Rf + jxf 2Xc 2Xc netvoeding foutplaats belasting generator motor Modellering van het netwerk voor de sequentiële storingsanalyse etvoeding, generator en motor zijn vervangen door een orton equivalent, waarbij is uitgegaan van een door een loadflow bepaalde "pre-fault" spanning. Op welke wijze R en X van de componenten worden bepaald, staat beschreven bij de componentbeschrijvingen. Op knooppunt K2 is de symmetrische storing aangebracht in de vorm van een impedantie R f + jx f. Met de sequentiële storingsanalyse wordt de subtransiënte kortsluitstroom I k " op elke aangegeven foutplaats berekend. Daarnaast worden alle spanningen, tak- en elementstromen berekend. Stromen en spanningen kunnen zowel complex als absoluut per fase (a, b, c) of per systeem (homopolair, normaal, invers) worden weergegeven.
De netimpedantie nader bekeken
De netimpedantie nader bekeken 04-124 pmo 22 november 2004 Phase to Phase BV trechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 04-124 pmo Phase to Phase
Homopolaire impedanties van kabels, revisie 2
Homopolaire impedanties van kabels, revisie 2 9-95 pmo 8 mei 29 Phase to Phase BV Utrechtseweg 31 Postbus 1 68 AC Arnhem T: 26 352 37 F: 26 352 379 www.phasetophase.nl 2 9-95 pmo Phase to Phase BV, Arnhem,
Kortsluitberekeningen met Vision Mogelijkheden en achtergronden
Kortsluitberekeningen met Vision Mogelijkheden en achtergronden 01-115 pmo 23-4-2001 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl
Speciale transformatoren
Speciale transformatoren 6-55 pmo 5 april 26 Phase to Phase BV Utrechtseweg 31 Postbus 1 68 AC Arnhem T: 26 352 37 F: 26 352 379 www.phasetophase.nl 2 6-55 pmo 1 INLEIDING Speciale transformatoren zijn
De betekenis van de verhouding Ik"3/Ik"1 van de netvoeding
De betekenis van de verhouding Ik"3/Ik" van de netvoeding 0306 pmo/ejm 372003 Phase to Phase BV Utrechtseweg 30 Postbus 00 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 0306 pmo/ejm
Fase-aardsluiting in een zwevend MS-net in Gaia
Fase-aardsluiting in een zwevend MS-net in Gaia 08-239 pmo 21 oktober 2008 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 08-239 pmo
Kortsluitvastheid HS VP. Quercus Technical Services B.V.
Kortsluitvastheid HS \!P Inhoudsapgave Inleiding Kortsluitvastheid 2.1 Kortsluitstrornen uit het openbare net ( netbijdrage') 2.1.1 Wisselstroomcornponent 2.1.2 Gelijkstroomcomponent 2.1.3 Stootkortsluitstroom
De werking van de nulpuntstransformator
De werking van de nulpuntstransformator 5-5 pmo 17 januari 25 Phase to Phase BV Utrechtseweg 31 Postbus 1 68 AC Arnhem T: 26 356 38 F: 26 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 5-5 pmo Phase to Phase BV, Arnhem,
Mogelijkheden met beveiligingen
ogelijkheden met beveiligingen 0-0 pmo 0 januari 00 Phase to Phase BV Utrechtseweg 30 Postbus 00 800 AC Arnhem T: 0 3 3700 F: 0 3 3709 www.phasetophase.nl 0-0 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland.
De 3e harmonische. 08-262 pmo. 11 december 2008
De 3e harmonische 8- pmo 11 december 8 Phase to Phase BV Utrechtseweg 31 Postbus 1 8 AC Arnhem T: 35 37 F: 35 379 www.phasetophase.nl 8- pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland. Alle rechten voorbehouden.
Impedanties van kabels
Impedanties van kabels 09-146 pmo 20 augustus 2009 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 09-146 pmo Phase to Phase BV, Arnhem,
Gaia LV network design. Bedrijfsaarde
Gaia L network design Bedrijfsaarde 06-164 pmo 10 november 2006 Phase to Phase B Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 06-164 pmo Phase to Phase
Beveiligingen. 02-192 pmo. 11 december 2002
Beveiligingen 02-192 pmo 11 december 2002 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 02-192 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland.
Stroomcompensatie bij transformatorregelingen
Stroomcompensatie bij transformatorregelingen 01-154 pmo 5-6-2001 Phase to Phase B Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 01-154 pmo 1 INLEIDING
ZX ronde van 10 april 2011
ZX ronde van 10 april 2011 Transformatoren Vandaag een verhaaltje over de transformator geen speciale transformator maar gewoon een doorsnee voedingstransformator met een gelamelleerde kern. De werking
0 0,02 0,04 0,06 0,08 0,1 0,12
Dynamisch gedrag van kortsluitstromen C. J. van de Water Vision Gebruikersdag 1999 Dynamische berekeningen van kortsluitstromen volgens IEC909 volgens dynamisch model met machine-data Waarom dynamische
Berekening veiligheid in Gaia
Berekening veiligheid in Gaia 03-153 pmo 23 september 2003 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 03-153 pmo Inhoud 1 Inleiding...
Tent. Elektriciteitsvoorziening I / ET 2105
Tent. Elektriciteitsvoorziening I / ET 2105 Datum: 24 januari 2011 Tijd: Schrijf op elk blad uw naam en studienummer Begin elke nieuwe opgave op een nieuw blad De uitwerkingen van het tentamen worden na
Modellering windturbines met Vision
Modellering windturbines met Vision 06-078 pmo 11 mei 2006 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 06-078 pmo Phase to Phase
Afleiding kabelparameters normaal bedrijf
Afleiding kabelparameters normaal bedrijf 01-153 pmo 1-6-2001 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl 2 01-153 pmo INHOUD 1 geleiderweerstand...3
Kortsluitstromen en. Kabelberekeningen
1 Kortsluitstromen en kabelberekeningen Veel werk? Kennis in Praktijk... Kabelberekeningen Door : Joost de Koning Product manager vermogensschakelaars Lid NEC64 commissie (NEN1010) Lid NEC23E commissie
Stochastische loadflow
Stochastische loadflow 7-43 pmo 6 november 27 Phase to Phase BV Utrechtseweg 3 Postbus 68 AC Arnhem T: 26 352 37 F: 26 352 379 www.phasetophase.nl 2 7-43 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland. Alle
(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld!
(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld! De verantwoordelijkheid voor een voldoende kwaliteit van de spanning en de stroom is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van netbeheerders, fabrikanten en
Oefenvragen_Basistoets Stipel
1 In een kabelbed moet een hoogspanningskabel worden gelokaliseerd. De kabel is aan beide zijden afgeschakeld. Hoe kan de kabel worden gelokaliseerd? A Met een kabelseiectieapparaat B Met een capacitieve
Eilandbedrijf. P.M. van Oirsouw 13 december 2005
Eilandbedrijf P.. van Oirsouw 13 december 2005 Er bestaat behoefte aan een methode voor loadflowberekeningen voor netten in eilandbedrijf, zoals op schepen en boorplatforms en zoals dat kan voorkomen bij
Driewikkeltransformator Toepassing
Driewikkeltransformator Toepassing 01-15 pmo 4-4-001 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 06 356 38 00 F: 06 356 36 36 www.phasetophase.nl 01-15 pmo 1 INLEIDING B de driewikkelingentransformator
Veiligheidsaarding HS. Quercus Technical Services B.V.
Veiligheidsaarding HË nhoudsspgav& 1. Inleiding 5 2. Aanraakspanning en stroomstelsels 6 2.1 IT Stelsel 6 2.2. TT-stelsel 9 2.3 TN-stelsel 10 3. Aard- en vereffeningsleidingen 12 4. Aardverspreidingsweerstand
Spanningsverlies in kabels ZX ronde 8 november 2015
1 Spanningsverlies in kabels ZX ronde 8 november 2015 Spanningsverlies leid tot vermogensverlies en daarbij energieverlies. Met het berekenen van kabels moet hier rekening mee gehouden worden. Als de doorsnede
Dimensionering van de lijnbeveiliging van een transformator
Dimensionering van de lijnbeveiliging van een transformator Dimensionering van de lijnbeveiliging van een transformator Verband tussen inschakelstroom en lijnbeveiliging Bij het selecteren van de lijnbeveiliging
Mutuele koppelingen in Vision
Mutuele koppelingen in Vision 7-178 pmo 14 december 27 Phase to Phase BV Utrechtseweg 31 Postbus 1 68 AC Arnhem T: 26 352 37 F: 26 352 379 www.phasetophase.nl 2 7-178 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland.
Uitleg bij de programma s voor de Casio
Uitleg bij de programma s voor de Casio 1. Cos phi compensatie [COSPHI] De berekening van een condensatorbatterij en het bepalen van alle vermogens (werkelijk, blind en schijnbaar vermogen). Hierbij wordt
L1 L2 L3 N L1 L2 L3 N PE PE. aarde L1 L2 L3 PEN. Figuur 3.6: Verdeelnetten
TT-net. Het sterpunt van de secundaire transformatorwikkeling in het net wordt met de verbonden. Bij elke verbruiker is er een aarding ( : protective earth), waarmee de metalen onderdelen van de toestellen
Harmonischen in Vision
Harmonischen in Vision 8-65 pmo 5 augustus 8 Phase to Phase BV Utrechtseweg 3 Postbus 68 AC Arnhem T: 6 35 37 F: 6 35 379 www.phasetophase.nl 8-65 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland. Alle rechten
Scheidingstransformatoren. ZX ronde 27 september 2015
Scheidingstransformatoren. ZX ronde 27 september 2015 Wanneer er een aardfout ontstaat in een geaard net (TN stelsel ) zal er ten gevolge van deze fout direct een hoge stroom via de aardfout naar aarde
TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I. 250.01 Algemeen
SCHAKELAARS 250.01 Algemeen Schakelaars en andere bedieningstoestellen moeten conform de desbetreffende door de Koning zijn, of overeenkomen met bepalingen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden.
Zucchini railkokersystemen LB / LB6
railkokersystemen LB / LB6 Technische informatie Type 254 256 404 406 zijde zijde zijde zijde Actieve geleiders Aantal I n (A) ) Doorsnede van de beschermingsgeleider (equivalent in Cu) PE (mm ) I cw (ka)rms
Kleine generatoren ZX ronde 24 april 2016
Kleine generatoren ZX ronde 24 april 2016 De tijd van velddagen en festiviteiten breekt weer aan. Voor het aansluiten van elektrische apparatuur wordt vaak een klein aggregaat gebruikt. Maar ook zijn er
Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen )
Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008 Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Zekeringen is een artikel uit de Electron van september 2008. Het is een artikel wat geschreven is door Hans PA0JBB. Het is
Netflicker pmo. 15 september 2005
Netflicker 05-097 pmo 15 september 2005 Phase to Phase BV Utrechtseweg 10 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 52 7 00 F: 026 52 7 09 www.phasetophase.nl 2 05-097 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland.
Mogelijkheden met Profielen. P.M. van Oirsouw 13 december 2005
Mogelijkheden met Profielen P.M. van Oirsouw 13 december 2005 1 Mogelijkheden met profielen Definitie profiel/patroon Koppeling aan belasting en opwekking Koppeling aan een netvoeding Belastingsgedrag
Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit
Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit 1. Gelijkstroomkringen (DC) De verschillende elektrische grootheden bij gelijkstroom zijn: Elektrische spanning (volt) definitie: verschillend potentiaal
Stroomstelsels LS. Quercus Technical Services B.V.
Stroomstelsels ä S lnhoudsepgave Stroomstelsels Geaard sterpunt 2.1 Inleiding 2.2 TT-stelsel \IG\ TN-stelsel 3. 1 TN-S-Stelsel 3 2 TN-C-stelsel 3.3 TN C-Sstelsel Geïsoleerd sterpunt 4.1 Inleiding 4.2 IT
Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011
Theorie Stroomtransformatoren Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011 Theorie Stroomtransformatoren 22 november 2011 Onderwerpen: - Theorie stroomtransformatoren - Vervangingsschema CT -
Gaia LV network design. Negengeleiderloadflow
Gaia LV network design Negengeleiderloadflow 06-161 pmo 7 november 2006 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 06-161 pmo Phase
Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (2)
Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek () E. Gernaat, ISBN 97-9-97-3- 1 Inductiespanning 1.1 Introductie Eén van de belangrijkste ontdekkingen op het gebied van de elektriciteit was het
Invloed van geleidertemperatuur op de door Gaia berekende resultaten
Invloed van geleidertemperatuur op de door Gaia berekende resultaten 01-114 pmo 20-4-2001 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 680C Arnhem T: 026 356 38 00 F: 026 356 36 36 www.phasetophase.nl
Passieve filters: enkele case studies
Passieve filters: enkele case studies Passieve filters: enkele case studies - Voorbeeld 1: rekenvoorbeeld - Voorbeeld 2: simulatieresultaten - Voorbeeld 3: simulatieresultaten Voorbeeld 1: rekenvoorbeeld
Veiligheidsaarde is meer dan 25/In
VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/In De techniek waarop Nederland draait VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/ln In deze folder vatten we de essenties van
ZX Ronde 14 augustus 2011
ZX Ronde 14 augustus 2011 Hoogspanning en veiligheid Er is een kenmerkend verschil tussen laagspanning en hoogspanning. Er zijn natuurkundige effecten die pas optreden boven een bepaalde spanning. In de
Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et2 040)
1 Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et2 040) gehouden op vrijdag, 24 augustus 2001 van 14.00 tot 17.00 uur Dit tentamen bestaat uit 6 bladzijden met 6 opgaven. Het aantal punten dat u maximaal per opgave
Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning
Cursus/Handleiding/Naslagwerk Driefase wisselspanning INHOUDSTAFEL Inhoudstafel Inleiding 3 Doelstellingen 4 Driefasespanning 5. Opwekken van een driefasespanning 5.. Aanduiding van de fasen 6.. Driefasestroom
Veiligheidsaarde is meer dan 25/In
VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/In De techniek waarop Nederland draait VAKGROEP BLIKSEMBEVEILIGING Veiligheidsaarde is meer dan 25/ln In deze folder vatten we de essenties van
TENTAMEN ELEKTROMAGNETISME
TENTMEN ELEKTROMGNETISME 23 juni 2003, 14.00 17.00 uur Dit tentamen bestaat uit 4 opgaven. OPGVE 1 Gegeven is een zeer dunne draad B waarop zch een elektrische lading Q bevindt die homogeen over de lengte
BEVEILIGING VAN HET STUURSTROOMCIRCUIT
BEVEILIGING VAN HET STUURSTROOMCIRCUIT Beveiliging van de stuurstroomtransformator: EN60204-1 stelt: Transformatoren moeten beveiligd zijn tegen overbelasting in overeenstemming met de het datasheet van
Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010
Maart 2013-1(gewijzigd augustus 2014) Intech E&I van januari 2013 Rubriek Technische vragen TN- of TT-stelsel In Intech E&I van januari 2013 zijn in de rubriek Technische vragen vragen behandeld over de
Gaia LV network design. Strand-Axelsson
Gaia LV network design Strand-Axelsson 06-163 pmo 10 november 2006 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 06-163 pmo Phase to
Werking isolatiewachters
Werking isolatiewachters augustus 2013 Inleiding Om de elektrische energie in een installatie te verdelen worden drie of vier actieve geleiders gebruikt. Deze geleiders voeren de stroom van de bron naar
2. Beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking
Beveiligingen in LS-installaties Een elektrische installatie die geen fouten vertoont, zal even goed functioneren zonder beveiligingen. Dit zou de installatie bovendien een stuk goedkoper maken. Enkel
Stochastische loadflow
Stochastische loadflow 8-5 pmo 23 januari 28 Phase to Phase BV Utrechtseweg 3 Postbus 68 AC Arnhem T: 26 352 37 F: 26 352 379 www.phasetophase.nl 2 8-5 pmo Phase to Phase BV, Arnhem, Nederland. Alle rechten
Magneetschakelaars: technische eigenschappen
Magneetschakelaars: technische eigenschappen Elektrische eigenschappen omschrijving modulaire magneetschakelaars voor DIN-rail montage hulpcontact norm IEC 61095 type Magn.schak Magneetschakelaar handbediening
NEN Werken met de. Pluspakket NEN 1010:2015. MBO Elektrotechniek. Meer ie. verder in technisch vakmanschap
Werken met de NEN 1010 Pluspakket - NEN 1010:2015 Meer ie t informa 0 44 99 0 l 088-4 kenteq.n @ m a e t e servic nteq.nl www.ke MBO Elektrotechniek Werken met de NEN 1010 Pluspakket NEN 1010:2015 verder
Oefeningen Elektriciteit II Deel II
Oefeningen Elektriciteit II Deel II Dit document bevat opgaven die aansluiten bij de cursustekst Elektriciteit II deel II uit het jaarprogramma van het e bachelorjaar industriële wetenschappen KaHo Sint-ieven.
Micro-WKK in Gaia: Speciale generatoren
Micro-WKK in Gaia: Speciale generatoren 08-156 pmo 21 juli 2008 Phase to Phase BV Utrechtseweg 310 Postbus 100 6800 AC Arnhem T: 026 352 3700 F: 026 352 3709 www.phasetophase.nl 2 08-156 pmo Phase to Phase
Elektrische beïnvloedingen kruisende 150 kv hoogspanningsverbinding op spoorlijn Amsterdam - Woerden
1 1 INLEIDING In het geval van een hoogspanningsverbinding in de (directe nabijheid) van een spoorlijn moet rekening worden gehouden met de elektrische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de
INHOUD INLEIDING 19. Metingen en thermografie - 13
INLEIDING 19 1 NEN 1010 ALS ACHTERGROND 21 1.1 VOEDINGSBRONNEN 22 1.1.1 Aansluiting op net: diverse stroomstelsels 22 1.1.2 Voedingsbronnen voor veiligheidsdoeleinden 25 1.2 BESCHERMINGSMAATREGELEN 25
Elektrische Netwerken 27
Elektrische Netwerken 27 Opgaven bij hoofdstuk 12 12.1 Van een tweepoort zijn de Z-parameters gegeven: Z 11 = 500 S, Z 12 = Z 21 = 5 S, Z 22 = 10 S. Bepaal van deze tweepoort de Y- en H-parameters. 12.2
SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM
C1/111 SPECIFIEKE TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN WAARAAN DE NETTEN VAN DE DISTRIBUTIENETBEHEERDERS MOETEN VOLDOEN INZAKE BESCHERMING TEGEN OVERSTROOM ln DE BOVENGRONDSE LIJNEN EN ONDERGRONDSE ENERGIEKABELS Datum
WINDENERGIE : SYNCHRONE GENERATOREN
WINDENERGIE : REACTIEF VERMOGEN INHOUD: SYNCHRONE GENERATOREN Het equivalent schema Geleverde stromen en vermogens Het elektrisch net Een synchrone generator is een spanningsbron. Het equivalent schema
informeert TAD: Technologische AdviesDienst
informeert TAD: Technologische AdviesDienst Beveiligingen in UPS-installaties Een perfect elektriciteitsnet zou een sinusoïdale spanning leveren die bovendien permanent aanwezig zou moeten zijn. In werkelijkheid
de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype.
TNO heeft een onderzoek naar de invloed van een aantal parameters op de wrijvings- en weerstandscoëfficiënten van DEC International -slangen en -bochten uitgevoerd (rapportnummer 90-042/R.24/LIS). De volgende
Titel: Aanvullende werkinstructie railsystemen. Procesdeskundige: IV (KEB) Procesbeheerder: Procesbeheerder KEB AM Publicatiedatum:
Omschrijving Titel: Aanvullende werkinstructie railsystemen Proceseigenaar: IV TM (KEB) Procesdeskundige: IV (KEB) Procesbeheerder: Procesbeheerder KEB AM Publicatiedatum: 03-05-2017 Reviewdatum: 03-05-2019
Deze instructie beschrijft de beproevingsmethoden die door Enexis gestandaardiseerd zijn t.b.v. LS- en OVL- kabelverbindingen.
Blad : 1 van 5 TOEPASSINGSGEBIED: Brabant, Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen, Limburg, Overijssel 1 DOELSTELLING Deze instructie beschrijft de beproevingsmethoden die door gestandaardiseerd zijn
Leereenheid 8. Diagnostische toets: Driefasenet. Let op!
Leereenheid 8 Diagnostische toets: Driefasenet Let op! Bij meerkeuzevragen: Duid met een kringetje rond de letter het juiste antwoord of de juiste antwoorden aan. Vragen gemerkt met: J O. Sommige van die
DE VEILIGHEID VAN EEN INSTALLATIE BIJ VERVORMDE STROMEN
DE VEILIGHEID VAN EEN INSTALLATIE BIJ VERVORMDE STROMEN FOCUS Om een elektrisch net veilig uit te baten, is het van belang dat de installatie goed beveiligd is. Elektriciteit kan de oorzaak zijn van brand
Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen
Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen Inhoud De schakeling Een blokspanning van 15 V opwekken De wisselspanning omhoog transformeren Analyse van de maximale stroom door de primaire
In 1995 is Gaia begonnen met een model voor één fase, een nul en een
1 In 1995 is Gaia begonnen met een model voor één fase, een nul en een afscherming voor de aardingsveiligheidsberekening. ili id i In het kabelmodel was al rekening gehouden met de asymmetrie van de LS-kabel.
Titel: in bedrijf nemen koppeltransformatoren en APA's. Procesbeheerder: Procesbeheerder KEB AM Publicatiedatum:
Omschrijving Titel: in bedrijf nemen koppeltransformatoren en APA's Proceseigenaar: IV TM (KEB) Procesdeskundige: IV (KEB) Procesbeheerder: Procesbeheerder KEB AM Publicatiedatum: 15-04-2016 Reviewdatum:
VULTO mb. Omvlochten installatiekabel. Constructiegegevens. Eigenschappen. Elektrisch. Geleidervorm
Constructiegegevens NEN: VO YMvKasmb 0,6/1kV Toepassing: Voedings en stuurstroomkabel in laagspanningsinstallaties tot 1 kv, geschikt voor alle in NEN 1010 aangegeven toepassingen Voor aanleg direct in
IEC Case: Eaton xboard EWS05082
Δt 1,0 = c * Δt 0,5 Δt 0,75 = c * Δt 0,5 Δt 0,5 = k * d * Px Δt 0,25 = c * Δt 0,5 sg koper = 1,83 * 10^-8 = I nc2 * R * aders/1000 Watt-verliezen kabel per circuit: Pv = I nc2 * kabellengte * R * aders/1000
Gids voor de evaluatie van. harmonischen
Gids voor de evaluatie van harmonischen C10/19 RCP097 05/2006 Synthese Voor de evaluatie van harmonischen heeft men gegevens nodig van de leverancier of de constructeur van de belasting EN van de netbeheerder.
HULTO mbzh. Omvlochten halogeenvrije installatiekabel. Constructiegegevens. Eigenschappen. Elektrisch. Geleidervorm.
Constructiegegevens NEN: Z 1 O YMz 1 Kasmbzh 0,6/1kV Toepassing: Halogeenvrije voedings en stuurstroomkabel in laagspanningsinstallaties tot 1 kv, geschikt voor alle in NEN 1010 aangegeven toepassingen,
TOELICHTING OP DE VOEDING VAN ELEKTRISCH AANGEDREVEN SPRINKLERPOMPEN
Technisch Bulletin 74 datum 01 november 2012 TOELICHTING OP DE VOEDING VAN ELEKTRISCH AANGEDREVEN SPRINKLERPOMPEN Goedgekeurd door Commissie van Deskundigen Blus op 05 oktober 2012 1 INHOUD 1 Richtlijnen
ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27
ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27 Omschrijving: Compressoren met een draaistroom-asynchroonmotor hebben de karakteristieke eigenschappen dat ze bij het inschakelen het net hoog belasten
Aanbod van energiedragers Winning en invoer van energiedragers Verbruik van energiedragers Bunkers
Aanbod van energiedragers Het energieaanbod wordt bepaald door zowel de winning, invoer, uitvoer, bunkers als ook de voorraadmutatie van energiedragers. In het stroomschema wordt de voorraadmutatie verwaarloosd.
Handleiding voor de toepassing van de technische voorwaarden op grond van de RfG. Elektriciteitsproductie-eenheden van 1 tot 50 MW (type B)
Handleiding voor de toepassing van de technische voorwaarden op grond van de RfG. Elektriciteitsproductie-eenheden van tot 5 MW (type B) Datum: 6-5-28 pagina 2 van 9 Inleiding Dit document vormt een handleiding
Opgaven bij hoofdstuk 20 20.1. Bepaal R 1 t/m R 3 (in het sternetwerk) als in de driehoek geldt: R 1 = 2 ks, R 2 = 3 ks, R 3 = 6 ks 20.
Elektrische Netwerken 49 Opgaven bij hoofdstuk 20 20.1 Bepaal R 1 t/m R 3 (in het sternetwerk) als in de driehoek geldt: R 12 = 1 ks, R 23 = 3 ks, R 31 = 6 ks 20.2 Bepaal R 12 t/m R 31 (in de driehoek)
2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF
CAPACITEITSPLAN ELEKTRICITEIT 2003-2010 Westland Energie Infrastructuur b.v. DEFINITIEF Inhoudsopgave: Inleiding 3 Toelichting op het Capaciteitsplan 4 1.1 Algemeen 4 1.2 Opbouw van het net 4 1.3 Invullen
Technische aansluitvoorwaarden. Elektriciteitsproductie-eenheden van 1 tot 50 MW (categorie B)
Technische aansluitvoorwaarden Elektriciteitsproductie-eenheden van tot 5 MW (categorie B) Datum: 5-3-28 pagina 2 van 9 Inleiding Dit document bevat de technische voorwaarden van de gezamenlijke netbeheerders
SECTIE NULGELEIDER BIJ ASYMMETRISCH BELASTE EN VERVUILDE NETTEN
TECHNOLOGIEWACHT: ENERGIE SECTIE NULGELEIDER BIJ ASYMMETRISCH BELASTE EN VERVUILDE NETTEN FOCUS: In een driefasig symmetrisch belast net leveren alle fasen even grote sinusvormige stromen die onderling
SI MODULAIRE AUTOMATEN 10 ka
W SI AUTOMATEN BMS0 10 ka BMS0 V DE 570... en andere zoals aangegeven op het toestel W SCHRACK-INFO Nominale spanning/frequentie: 230 V/400 V AC, 50 Hz 240 V/415 V AC, 50 Hz bij ijkingstemp. 40 C Nominale
Stroommeter PCE fase stroommeter, energiemeter en harmonischen analyser met geheugen, poort voor PC en software
Stroommeter PCE-830 3-fase stroommeter, energiemeter en harmonischen analyser met geheugen, poort voor PC en software De stroommeter PCE-830 (Power and Harmonics Analyzer) wordt gebruikt voor de één- tot
Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3)
Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3) E. Gernaat, ISBN 978-90-808907-3-2 1 Theorie wisselspanning 1.1 De inductieve spoelweerstand (X L ) Wanneer we een spoel op een wisselspanning
Sicuro generatoraansluitkasten 1 Productinformatie Sicuro generatoraansluitkasten. Sicuro. generatoraansluitkasten
Sicuro generatoraansluitkasten 1 Productinformatie Sicuro generatoraansluitkasten Sicuro generatoraansluitkasten alfen 2 Sicuro generatoraansluitkasten Traditionele aansluitingen van generatoren bezitten
HOOFDSTUK 2: Elektrische netwerken
HOOFDSTUK 2: Elektrische netwerken 1. Netwerken en netwerkelementen elektrische netwerken situering brug tussen fysica en informatieverwerkende systemen abstractie maken fysische verschijnselen vb. velden
Harmonischen: gevolgen
Harmonischen: gevolgen Harmonischen: gevolgen - Spanning- en stroomharmonischen - Geleiders: skin en proximiteitseffect - De nulgeleider - Transformatoren - Inductiemotoren - Diversen Spanning en stroomharmonischen
Tentamen Analoge- en Elektrotechniek
Verantwoordelijke docent: R. Hoogendoorn, H.J. Wimmenhoven Cursus Analoge- en Elektrotechniek Code MAMAET01 Cursusjaar: 2014 Datum: 2-6-2014 Tijdsduur: 90 min. Modulehouder: R. Hoogendoorn Aantal bladen:
Voorbeeld NPR Preview. N Nederlands
Nederlandse NPR 3626 Kabels geïsoleerd met vernet polyetheen voor spanningen van 6 kv tot en met 30 kv. Continu toelaatbare stroom en thermisch toelaatbare kortsluitstroom Cables with insulation of cross-linked
Overgangsverschijnselen
Hoofdstuk 5 Overgangsverschijnselen Doelstellingen 1. Overgangsverschijnselen van RC en RL ketens kunnen uitleggen waarbij de wiskundige afleiding van ondergeschikt belang is Als we een condensator of
INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES
9 9.01 ELEKTRISCHE Nominale spanning Elektrische installaties moeten in al hun onderdelen onderworpen en uitgevoerd worden in functie van hun nominale spanning 9.02 Regels van goed vakmanschap gelijkvormigheid
