Wonen in Amsterdam 2005 Leefbaarheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wonen in Amsterdam 2005 Leefbaarheid"

Transcriptie

1 bevat ook de uitgaven: Stand van zaken Stadsdeelprofielen Wonen in Amsterdam 2005 Wonen in Amsterdam 2005 Deelnemers aan het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005: Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Gemeente Amsterdam Stadsdelen: Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer Amsterdam-Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Stadsdelen Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

2 COVER 2005 DEEL3 DEF 8PAG :52 Pagina 2 bijlage 5 Omschrijving en kaart van de buurtcombinaties en stadsdelen Stadsdelen Colofon Uitgave Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Datum 16 februari 2007 Plaats Amsterdam Auteur(s) Jeroen van der Veer, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties hoofdstuk 5: Ruud van Trijp, Woningbouwvereniging Het Oosten, afd. Markt en Innovatie hoofdstuk 6: Hester Booi en Kees Dignum, Dienst Wonen Begeleidingsgroep Vertegenwoordigers van stadsdelen, corporaties, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de Dienst Wonen en de Dienst O+S A Centrum B Westpoort C Westerpark D Oud-West G Zeeburg H Bos en Lommer J De Baarsjes N Amsterdam-Noord P Geuzenveld/Slotermeer Q Osdorp R Slotervaart T Zuidoost U Oost/Watergraafsmeer V Oud-Zuid W ZuiderAmstel Grafische vormgeving Jan de Wringer en Sandy Bakmeijer (Artvark Design) Foto s omslag Katrien Mulder Foto s binnenwerk Edwin van Eis, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 11, 35, 44) Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 24) Kees Hoogeveen, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 54 rechtsonder, 105) Cécile Obertop, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 103) Maarten Stuurman, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (pag. 13, 15, 34, 41, 43, 46, 57, 60 linksonder en rechtsonder, 79, 83, 88, 118) Jeroen van der Veer, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (pag. 6, 37 rechts, 42, 54 linksboven en linksonder, 56, 60 boven, 66, 68, 73, 81, 91, 122) Kaarten hoofdstukken 1 t/m 4: Jeroen van der Veer kaarten hoofdstuk 5: Ruud van Trijp kaarten hoofdstuk 6: Hester Booi en Kees Dignum In opdracht van Dienst Wonen, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de volgende stadsdelen: Centrum, Westerpark, Oud-West, Zeeburg, Bos en Lommer, Amsterdam-Noord, Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp, Slotervaart, Zuidoost, Oost/Watergraafsmeer, Oud-Zuid, ZuiderAmstel Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Delflandlaan 4 Postbus AR Amsterdam Telefoon [email protected] Website Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Jodenbreestraat 25 Postbus BX Amsterdam Telefoon [email protected] Website Buurtcombinaties A00 A01 A02 A03 A04 A05 A06 A07 A08 A09 Burgwallen-Oude Zijde Burgwallen-Nieuwe Zijde Grachtengordel-West Grachtengordel-Zuid Nieuwmarkt/Lastage Haarlemmerbuurt Jordaan De Weteringschans Weesperbuurt/Plantage Oostelijke Eilanden/Kadijken B10 Westelijk Havengebied B11 Bedrijventerrein Sloterdijk C12 Houthavens C13 Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt C14 Staatsliedenbuurt C15 Centrale Markt C16 Frederik Hendrikbuurt D17 D18 D19 D20 D21 D22 Da Costabuurt Kinkerbuurt Van Lennepbuurt Helmersbuurt Overtoomse Sluis Vondelbuurt G31 G32 G33 G35 Indische Buurt West Indische Buurt Oost Oostelijk Havengebied IJburg West H36 H37 H38 H39 Sloterdijk Landlust Erasmuspark De Kolenkit J40 J41 J42 J43 De Krommert Van Galenbuurt Hoofdweg e.o. Westindische Buurt N60 N61 N62 N63 N64 Volewijck IJplein/Vogelbuurt Tuindorp Nieuwendam Tuindorp Buiksloot Nieuwendammerdijk/ Buiksloterdijk N65 N66 N67 N68 N69 N70 N71 N72 N73 Tuindorp Oostzaan Oostzanerwerf Kadoelen Nieuwendam-Noord Buikslotermeer Banne Buiksloot Buiksloterham Nieuwendammerham Waterland P75 P76 P77 P78 P79 Spieringhorn Slotermeer-Noordoost Slotermeer-Zuidwest Geuzenveld Eendracht Q80 Q81 Q82 Q83 Q84 Lutkemeer/Ookmeer Osdorp-Oost Osdorp-Midden De Punt Middelveldsche Akerpolder/Sloten R85 R86 R87 R88 Slotervaart Overtoomse Veld Westlandgracht Sloter-/Riekerpolder T92 T93 T94 T95 T96 T97 T98 Amstel III/Bullewijk Bijlmer Centrum (D,F,H) Bijlmer Oost (E,G,K) Nellestein Holendrecht/Reigersbos Gein Driemond U27 U28 U29 U30 U55 U56 U57 U58 Weesperzijde Oosterparkbuurt Dapperbuurt Transvaalbuurt Frankendael Middenmeer Betondorp De Omval V24 V25 V26 V44 V45 V46 V47 V48 V49 V50 Oude Pijp Nieuwe Pijp Diamantbuurt Hoofddorppleinbuurt Schinkelbuurt Willemspark Museumkwartier Stadionbuurt Apollobuurt Duivelseiland W52 W53 W54 W59 W90 W91 Scheldebuurt IJselbuurt Rijnbuurt Station Zuid/WTC e.o. Buitenveldert-West Buitenveldert-Oost

3 Wonen in Amsterdam 2003 Stand van zaken Wonen in Amsterdam 2005 Deel 3 1

4 Inhoudsopgave Belangrijkste conclusies 5 hoofdstuk 1 Inleiding Het onderzoek: combinatie Wonen in Amsterdam (WIA) en Lemon-leefbaarheidsmonitor Overige onderzoeksrapporten en fact sheets op basis van Wonen in Amsterdam Steekproef: gewogen en ongewogen rapporteren Relatie met andere leefbaarheidsonderzoeken Opbouw van de rapportage Het gaat om de mening van de bewoners Hoe verder? 11 hoofdstuk 2 sresultaten per stadsdeel Algemeen: totaaloordeel buurt en ontwikkeling komende jaren Spreiding rond het gemiddelde rapportcijfer Oordeel over de woning Voorzieningen Parkeren Inrichting woonomgeving, straten, groen- en speelvoorzieningen Prettig Samenleven Overlast Veiligheid Wat kan er verbeteren? en kenmerken respondenten 30 hoofdstuk 3 sresultaten per buurtcombinatie Totaaloordeel buurt Kwaliteit, onderhoud en schoonheid woningen Buurtvoorzieningen Parkeren Openbaar Vervoer Inrichting woonomgeving Groenvoorziening Onderhoud en schoonhouden straten, stoepen en groen Onderhoud en schoonhouden speelvoorzieningen Prettig samenleven Overlastaspecten Ontwikkeling in de afgelopen jaren Buurtontwikkeling komende jaren Ontwikkelingen in de hot spots Hoogste en laagste scores per leefbaarheidsdimensie 69 2

5 hoofdstuk 4 Gemengde buurten, gemengde complexen: de ene men(g)ing is de andere niet Menging op buurtniveau Menging op gebouwniveau huur/koop Menging op buurt- en gebouwniveau 82 hoofdstuk 5 De grootste ergernissen van de Amsterdammers Rondjes rijden tussen het blik Ergernissen in de stadsdelen Ergernissen van buurten Hotspots onder de loep Hoe nu verder 89 hoofdstuk 6 Woonstijlen en Woonmilieus Buurtwaardering en woonmilieus Welke oriëntatie hebben bewoners op het wonen in de verschillende woonmilieus? Woonoriëntatie en levensfase Woonoriëntatie en buurtwaardering Variërende kwaliteitsmix per woonmilieu Kwaliteiten van de buurt en de buurtwaardering Conclusie 109 hoofdstuk 7 Hoe leefbaar is Amsterdam? Samenvatting en slotbeschouwing Resultaten per stadsdeel Resultaten per buurtcombinatie en woonmilieus De grootste ergernissen van de Amsterdammers Slotbeschouwing 122 Bijlagen 1 Gegevens per (samengevoegde) buurtcombinatie, Wonen in Amsterdam Gegevens per (samengevoegde) buurtcombinatie, Wonen in Amsterdam Enquête Wonen in Amsterdam Onderzoeksverantwoording Omschrijving en kaart van de buurtcombinaties en stadsdelen uitvouwbare achterflap 3

6 4

7 Belangrijkste conclusies Conclusies van Wonen in Amsterdam 2005 / Lemon op het gebied van leefbaarheid: de rapportcijfers (op een schaal van 1 10) staan steeds tussen haakjes. Op de vraag: Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) geven de Amsterdammers in 2005 gemiddeld een 7,1. In 2001 was dat nog een 6,9 en in ,0. De tevredenheid is dus opnieuw iets toegenomen. Bewoners van het Centrum (7,9), Oud-Zuid (7,9) en ZuiderAmstel (7,8) zijn net als in 2003 het meest tevreden over hun buurt. Maar de rapportcijfers zijn in deze stadsdelen niet verder omhoog gegaan. Blijkbaar hebben ze hun top zo n beetje bereikt. Opvallend is de toenemende waardering voor de buurt in de stadsdelen Westerpark en met name Bos en Lommer. Het laatste stadsdeel scoort weliswaar het laagst van Amsterdam, maar het rapportcijfer voor de buurt is wel toegenomen van een 5,4 in 2001 naar een 6,1 in Dat betekent dat er in 2005 geen enkel stadsdeel meer is dat gemiddeld een onvoldoende scoort. Negatieve trends zijn er ook. Zo laat stadsdeel Noord opnieuw een afname van tevredenheid zien. Het rapportcijfer is hier gedaald van 7,1 in 2001 via 7,0 in 2003 naar 6,8 in Ook in Slotervaart zijn de bewoners in 2005 iets minder tevreden dan in In de andere Westelijke Tuinsteden Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer is de tevredenheid wel toegenomen. Stedelijke vernieuwing en de aanpak van leefbaarheidsproblemen werpen hier duidelijk vruchten af. Amsterdammers zijn gemiddeld iets tevredener over de eigen woning (7,2) dan over de buurt (7,1). Van alle overlastaspecten ergeren Amsterdammers zich het meest aan vervuiling. Gemiddeld geven ze, evenals in 2003, hiervoor een rapportcijfer van 6,0 (een hoog rapportcijfer staat hier voor weinig overlast). Daarna volgt de mate van overlast van verkeer (6,5), criminaliteit (6,6) en andere groepen bewoners (6,7). Opmerkelijk is dat tussen 2003 en 2005 de overlast van criminaliteit sterk is afgenomen. Tegelijkertijd is de overlast van verkeer toegenomen. Maar liefst zeven stadsdelen scoren gemiddeld onvoldoende (lager dan een 6) op de overlast van vervuiling. De meest vervuilde stadsdelen zijn volgens de bewoners Bos en Lommer, De Baarsjes, Geuzenveld/Slotermeer en Slotervaart. Als we uitgaan van de rapportcijfers is de vervuiling het sterkst afgenomen in Zeeburg, Westerpark, Bos en Lommer en Geuzenveld/Slotermeer. De sterkste toename van vervuiling is te zien in ZuiderAmstel, Slotervaart, Oost/Watergraafsmeer en Amsterdam-Noord. Het onderhoud en schoonhouden van straten, pleinen en groen wordt door 46% van de mensen genoemd en is veruit het belangrijkste verbeteraspect. Daarna volgen veiligheid (35%), meer parkeergelegenheid (35%) en meer/betere winkels (35%). 5

8 De Apollobuurt in Oud-Zuid en het Museumkwartier/Duivelseiland worden door de bewoners het meest gewaardeerd (8,6), gevolgd door de Grachtengordel-West (8,4). Deze topdrie is ten opzichte van 2001 en 2003 niet gewijzigd. Het minst tevreden over de buurt zijn de bewoners van Overtoomse Veld (5,4). Meer in zijn algemeenheid ontstaat een beeld waarbij de grachtengordel, Amsterdam-Zuid, Buitenveldert, Watergraafsmeer, nieuwbouwwijken en de landelijke gebieden aan de rand van de stad een hoog rapportcijfer krijgen van de bewoners. Dat globale beeld is in de afgelopen jaren niet echt veranderd en lijkt samen te vallen met de sociaal-economische status van buurten in de stad. Het aantal buurtcombinaties waar de bewoners hun eigen buurt gemiddeld een onvoldoende geven is afgenomen van elf in 2003 naar zes in In deze zes hot spots doet zich een concentratie van leefbaarheidsproblemen voor. Het betreft Overtoomse Veld, Kolenkit, IJplein/Vogelbuurt, Transvaalbuurt, Bijlmer-Centrum en Indische Buurt West. Op vervuiling en criminaliteit scoren deze buurten aanzienlijk lager dan het Amsterdamse gemiddelde en de bewoners voelen zich minder betrokken bij de buurt. In de globale waardering van leefbaarheid tussen 2003 en 2005 is weinig veranderd. Maar op het niveau van de buurtcombinaties treden wel degelijk belangrijke verschuivingen op. Volgens de bewoners is de buurt (totaaloordeel) er het meest op vooruit gegaan in de Spaardammer- en Zeeheldenbuurt (van 6,2 naar 6,9), gevolgd door de Indische Buurt West (van 5,3 naar 5,9), Osdorp Midden (van 5,8 naar 6,3), Landlust (van 5,7 naar 6,2) en Erasmuspark (van 5,9 naar 6,3). Maar er zijn ook buurten waar de leefbaarheid er fors op achteruit is gegaan. De sterkste daler is Banne Buiksloot in Amsterdam Noord. Het succes van de stedelijke vernieuwing blijkt uit het feit dat de gebieden waar de leefbaarheid het sterkst is toegenomen, ook gebieden zijn waar de stedelijke vernieuwing inmiddels een eind op streek is. Vooral de stijging van de Indische Buurt West is positief, omdat deze buurt in 2003 nog het laagst scoorde van heel Amsterdam. Omgekeerd is er een aantal buurten waar deze verbetering (nog) niet zichtbaar is in het subjectieve oordeel van bewoners over hun buurt. Het betreft Overtoomse Veld, IJplein/Vogelbuurt en Transvaalbuurt. Tegelijkertijd zijn dit ook de buurten waar de bewoners de ontwikkeling in de komende jaren somber inzien. Reden te meer om in deze buurten alle zeilen bij te zetten. Het rapportcijfer voor de buurt is sterk gestegen in de Indische Buurt West. 6

9 hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Wonen is meer dan een dak boven je hoofd. De tevredenheid van bewoners over het wonen in hun buurt wordt niet alleen bepaald door de kwaliteit van de woning zelf. Ook de inrichting van de woonomgeving, de veiligheid op straat, de aanwezigheid van voorzieningen en de manier waarop verschillende groepen met elkaar omgaan, spelen een belangrijke rol in het oordeel van bewoners over het wonen. De partijen van het Amsterdams Volkshuisvestingsoverleg (Centrale Stad, Stadsdelen, Huurdersvereniging Amsterdam en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties) hebben een gezamenlijke visie op de aanpak van leefbaarheid. Volgens deze gezamenlijke visie, die in februari 2002 werd gepubliceerd, is een leefbare buurt van grote betekenis voor de kwaliteit van het wonen in de grote stad. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving telt sterk mee als factor die het woongenot van de Amsterdammer bepaalt. In de aanpak en inzet voor de leefbaarheid op straatniveau ligt de sleutel tot het bereiken van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De leefbaarheid hoort daarom hoog op de agenda te staan van partijen zowel op stadsdeelniveau als op stedelijk niveau; iedere partij moet aanspreekbaar zijn op zijn rol. (Een stedelijke visie op de leefbaarheid in Amsterdam, AVO, 2002, p.10) Het begrip leefbaarheid is uitgegroeid tot containerbegrip dat al gauw het totale menselijk geluk lijkt te omvatten. Wij zullen hier niet proberen een definitie te geven van leefbaarheid, maar sluiten aan bij de begripsafbakening zoals die wordt gegeven in de stedelijke visie op de leefbaarheid(aanpak) in Amsterdam. De AVOpartijen zijn het er over eens: dat de volgende aspecten en activiteiten tot leefbaarheid worden gerekend: schoon: alle activiteiten die gericht zijn op het schoonhouden van de stad, met name woongebouwen en woonomgeving; heel: alle activiteiten die gericht zijn op een goed functionerend gebruik en onderhoud van objecten in de stad, met name in de gebouwde omgeving en de buitenruimte; veilig: alle activiteiten die gericht zijn op een vergroting van de veiligheid van bewoners, met name op het terrein van criminaliteit en verkeer; prettig samenleven: alle activiteiten die ten doel hebben om de kwaliteit van het samenleven van bewoners te verbeteren, met name op straat-, buurt- en wijkniveau. Daarnaast zijn er nog andere aspecten die bijdragen aan de leefbaarheid van buurten. Zo blijkt dat in buurten waar de bewoners de woonomgeving mooi vinden, ook vaak de tevredenheid over de buurt hoog is. Ook de aanwezigheid van voorzieningen wordt door de bewoners op prijs gesteld. Zo vormt functiemenging van wonen, werken en voorzieningen een belangrijke pullfactor van stedelijke woonmilieus. In onze benadering van leefbaarheid spelen dus de volgende aspecten een rol: schoon, heel, mooi, veilig, prettig samenleven en de aanwezigheid van voorzieningen. Een stedelijk beeld van de leefbaarheid in buurten kan partijen helpen om hun keuzes in de aanpak te toetsen. 7

10 1.2 Het onderzoek: combinatie Wonen in Amsterdam (WIA) en Lemon-leefbaarheidsmonitor Sinds 1995 wordt tweejaarlijks het grootschalige onderzoek Wonen in Amsterdam gehouden. Het veldwerk voor dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. In 2005 traden de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de Dienst Wonen en 13 van de 14 stadsdelen op als gezamenlijk opdrachtgever van Wonen in Amsterdam. In 2001 werd het onderzoek uitgebreid met leefbaarheidsvragen. De vragen zijn afkomstig uit een door de Amsterdamse woningcorporaties aangepaste versie van de Lemonleefbaarheidsmonitor van Aedes. Lemon meet het subjectieve oordeel van bewoners over de buurt(ontwikkeling) als geheel, de kwaliteit van de woningvoorraad, de inrichting, het onderhoud en het schoonhouden van de woonomgeving, veiligheid, groenvoorzieningen, aanwezigheid van scholen, winkels, sport en speelvoorzieningen, sociale relaties in de buurt, burenoverlast, overlast van ongewenste activiteiten en verkeersoverlast. Centraal staat daarbij de vraag hoe de bewoners zelf denken over de leefbaarheid van hun buurt. Het AVO ziet het onderzoek Wonen in Amsterdam als de belangrijkste informatiebron voor een aantal subjectieve indicatoren van leefbaarheid. De scores op de leefbaarheidsvragen van Wonen in Amsterdam 2001 moeten worden beschouwd als nulmeting. Elke twee jaar wordt dit onderzoek herhaald, zodat buurten in de tijd kunnen worden gevolgd. Hierdoor is het mogelijk om een vergelijking te maken tussen 2001, 2003 en De combinatie van de Lemon-leefbaarheidsmonitor met Wonen in Amsterdam biedt een aantal belangrijke voordelen: Grote steekproef Het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005 is uitgevoerd door middel van schriftelijke en mondelinge enquêtes, die in het voorjaar van 2005 zijn afgenomen onder zelfstandig wonende huishoudens. Er zijn bijna enquêtes ingevuld. Amsterdam is ingedeeld in 15 stadsdelen (inclusief Westpoort) en 94 buurtcombinaties. Alle buurten doen mee Het onderzoek strekt zich uit over de gehele stad en beperkt zich niet tot buurten die in het kader van het grotestedenbeleid of de stedelijke vernieuwing zijn genoemd. Zowel de Bijlmermeer als de Apollobuurt zijn in het onderzoek vertegenwoordigd. De probleembuurt van gisteren is immers niet noodzakelijkerwijze de probleembuurt van vandaag en omgekeerd. Zeker voor het volgen van ontwikkelingen over langere periodes is het wenselijk als onderzoeken zich niet beperken tot die wijken die in het kader van een bepaald beleid zijn aangewezen. Alle buurten doen dus mee, met uitzondering van een aantal bedrijfs- en haventerreinen. Vanwege de betrouwbaarheid is een aantal buurtcombinaties samengevoegd (zie bijlage 4). Uiteindelijk resteren 76 gebieden waarvoor betrouwbare uitspraken mogelijk zijn. Per buurtcombinatie is gestreefd naar zo n 200 ingevulde enquêtes. Gebruikersvriendelijk computerpakket voor stadsdelen en corporaties De resultaten van de leefbaarheidsvragen worden beschikbaar gesteld in het gebruikersvriendelijke computerpakket Lemon dat door Aedes is ontwikkeld en dat door het onderzoeksbureau RIGO wordt bijgehouden. Combinatie met andere variabelen Het onderzoek Wonen in Amsterdam bevat veel vragen over achtergrond- 8

11 kenmerken als inkomen, opleiding, etniciteit, leeftijd en woonsituatie. Hierdoor is het mogelijk de antwoorden op leefbaarheidsvragen te relateren aan andere kenmerken van respondenten. Eenduidige cijfers door onderlinge samenwerking Het onderzoek Wonen in Amsterdam in combinatie met Lemon is tot stand gekomen door nauwe samenwerking tussen woningcorporaties, Dienst Wonen en stadsdelen. Voordeel hiervan is dat iedereen dezelfde leefbaarheidsgegevens hanteert. Er is een begeleidingscommissie gevormd waarin deze partijen zitting hebben. 1.3 Overige onderzoeksrapporten en fact sheets op basis van Wonen in Amsterdam 2005 De leefbaarheidsrapportage is het derde rapport op basis van Wonen in Amsterdam De andere, eerder verschenen, delen zijn: deel 1: Stand van zaken. Dit deel gaat vooral in op de ontwikkeling van de inkomens en de woningvoorraad. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de woonsituatie en de mening van bewoners over de kwaliteit van de woning. deel 2: Stadsdeelprofielen bevat analyses en tabellen op buurtcombinatieniveau met de resultaten per stadsdeel. Deze leefbaarheidsrapportage (deel 3) besteedt vooral aandacht aan de woonomgeving. Maar ook de mening over de woning komt aan de orde. Bovendien wordt een relatie gelegd met andere gegevens in Wonen in Amsterdam, zoals inkomen, opleiding en etniciteit. De rapportage zoomt in op het schaalniveau van de buurtcombinaties, waarbij met behulp van kaarten een overzicht wordt gegeven van de verschillende leefbaarheidsdimensies. Voor een uitgebreidere analyse van de tevredenheid over de woning naar verschillende deelaspecten verwijzen wij naar deel 1: Stand van zaken. Naast de uitgebreide rapportages is in maart 2006 een aantal fact sheets verschenen op basis van Wonen in Amsterdam 2005 waarin de belangrijkste resultaten worden weergegeven. Deze fact sheets zijn te vinden op de websites van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Dienst Wonen Steekproef: gewogen en ongewogen rapporteren Wonen in Amsterdam is een steekproefonderzoek. Je hebt dus altijd te maken met bepaalde betrouwbaarheidsmarges. Op stadsdeelniveau liggen die tussen de 2,3% en 3,4% afhankelijk van de omvang van de respons. Het gaat er in deze rapportage dan ook niet om het exacte rapportcijfer vast te stellen dat door bewoners in een bepaald stadsdeel of buurtcombinatie wordt gegeven. Veeleer gaat het erom algemene patronen op te sporen en te bepalen welke wijken en buurten ruim boven het Amsterdamse gemiddelde scoren en welke eronder. Om uitspraken te kunnen doen over de woonsituatie en de kenmerken van de bevolking is in deel 1 van Wonen in Amsterdam 2005 gebruik gemaakt van zogenaamde gewogen cijfers. Met behulp van een weging is de steekproef vertaald naar de Amsterdamse bevolking en woningvoorraad. Daarbij is gewogen met etniciteit, bewoningstype, eigendom van de woning en opleidingsniveau. In tegenstelling tot de gegevens over woningen en bewoners zijn de rapportcijfers in deze rapportage en in deel 1 gebaseerd op ongewogen cijfers. Bij de leefbaarheidsvragen bleek namelijk het verschil tussen gewogen en ongewogen rapportcijfers 9

12 zeer gering te zijn. Bovendien worden in het landelijke benchmarkbestand van Lemon de gegevens ook niet gewogen. Vanuit het streven naar eenduidigheid is er daarom voor gekozen om voor de leefbaarheidsdimensies uit te gaan van ongewogen cijfers. Verder kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen de cijfers in deze rapportage en de leefbaarheidscijfers in het rapport Stadsdeelprofielen, omdat in deze rapportage is gewerkt met het bestand van woningen en onzelfstandige eenheden, terwijl voor Stadsdeelprofielen alleen gebruik is gemaakt van het bestand met de zelfstandige woningen. 1.5 Relatie met andere leefbaarheidsonderzoeken De combinatie van Wonen in Amsterdam met Lemon is niet het enige leefbaarheidsonderzoek dat in Amsterdam wordt uitgevoerd. Vanaf 2003 wordt het veldwerk voor de Monitor leefbaarheid en veiligheid continu uitgevoerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de standaard GSB-vragenlijst, zoals die door Intomart is ontwikkeld, op aangevuld met een aantal vragenblokken. In overleg met de Directie Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente Amsterdam wordt getracht overlap tussen beide onderzoeken zoveel mogelijk te voorkomen. Het zwaartepunt van de monitor leefbaarheid en veiligheid komt daarbij te liggen bij veiligheid, terwijl in het deel woonomgeving van Wonen in Amsterdam de leefbaarheid centraal staat. Voor informatie over de veiligheidssituatie in Amsterdam verwijzen wij naar de Regionale Veiligheidsrapportage Amsterdam-Amstelland 2005 en de Veiligheidsindex Amsterdam van de Directie Openbare Orde en Veiligheid. De rapporten over 2006 verschijnen in maart De combinatie van Lemon met Wonen in Amsterdam moet vooral worden gezien als een soort Quick Scan, een signaleringsinstrument voor de gehele stad met alle buurtcombinaties Tot slot is nog een verwijzing op zijn plaats naar De Staat van de Stad Amsterdam III. De derde versie van deze monitor is verschenen in juli 2005 in het kader van het Sociaal Structuurplan. De Staat van de Stad geeft een beeld van de ontwikkelingen in participatie en leefsituatie. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van de stadsmonitor Amsterdam. De Stadsmonitor Amsterdam (een samenwerkingsproductie van O+S met de Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie) geeft op een laag ruimtelijk schaalniveau (6-positie-postcode) een beeld van de ruimtelijke spreiding van verschijnselen, als werkloosheid en bevolkingsgroepen (o.a. naar leeftijd, huishoudenstype en etniciteit). Uit de eerdere leefbaarheidsrapportages op basis van Wonen in Amsterdam is gebleken dat leefbaarheidsproblemen vaak optreden in die buurten die te maken hebben met ruimtelijke concentraties van sociaal-economische problemen. 1.6 Opbouw van de rapportage Allereerst geven we in hoofdstuk twee een overzicht van de leefbaarheidsresultaten per stadsdeel. De scores worden daarbij zoveel mogelijk in tabellen weergegeven. In hoofdstuk drie dalen we vervolgens af naar het schaalniveau van de (samengevoegde) buurtcombinaties. De gegevens worden in hoofdstuk drie vooral met behulp van kaarten gepresenteerd. De kaarten geven snel een overzicht van de scores van de buurtcombinaties, waarbij rood staat voor een onvoldoende (rapportcijfer < 6) en donkergroen voor een hoog rapportcijfer. Voor wie echt het naadje van de kous wil weten, is in bijlage 1 een tabel toegevoegd met de scores van Wonen in Amsterdam 2005 per buurtcombinatie. In hoofdstuk vier, 10

13 gaan wij in op het thema gemengd wonen. In het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005 is de Amsterdammers voor het eerst gevraagd of zij hun eigen buurt gemengd vinden en hoe tevreden ze daarover zijn. Hoofdstuk vijf gaat helemaal in op de open vraag: Geef in maximaal drie trefwoorden aan wat u het vervelendst vindt van uw buurt? Dit hoofdstuk is geschreven door Ruud van Trijp van de afdeling Markt en Innovatie van woningcorporatie Het Oosten op basis van een eigen analyse van het bestand van Wonen in Amsterdam Hoofdstuk zes, dat is geschreven door Hester Booi en Kees Dignum van de Dienst Wonen, confronteert de subjectieve woonstijlen van Amsterdammers met de objectieve kenmerken van de tien woonmilieus. In hoofdstuk zeven tenslotte, komen de samenvatting en conclusies aan de orde. 1.7 Het gaat om de mening van de bewoners Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om met deze rapportage buurten te stigmatiseren. Wel vinden wij het wenselijk dat de mening van bewoners over de leefbaarheid in de buurt helder voor het voetlicht komt. Als bewoners tevreden of ontevreden zijn over de leefbaarheid in een bepaalde buurt zal dat in deze rapportage duidelijk worden weergegeven. Tevens zal worden aangegeven, waarover ze dan tevreden of ontevreden zijn. De mate van leefbaarheid wordt in deze leefbaarheidsrapportage niet bepaald door een toevallige selectie van statistische indicatoren of de mening van professionals. In dit onderzoek zijn het de bewoners zelf die bepalen of hun buurt wel of niet leefbaar is. 1.8 Hoe verder? Deze rapportage geeft een gedetailleerd beeld van de wijze waarop bewoners de leefbaarheid in hun buurt beoordelen en de ontwikkeling tussen 2001 en De rapportage vervult dan ook een signaalfunctie voor partijen op buurt- en stadsdeelniveau. Op basis van deze rapportage kunnen de betrokkenen (bewoners, stadsdeel, woningcorporaties, centrale stad, politie etc.) de discussie voeren en met elkaar beslissen welke maatregelen nodig zijn. De gegevens uit dit onderzoek kunnen daarbij worden gecombineerd met de kennis en ervaringen van de betrokkenen in specifieke buurten. In de afgelopen jaren hebben wij gezien dat de stadsdelen en corporaties steeds meer gebruik maken van de gegevens in dit onderzoek om te bezien of inspanningen op het gebied van leefbaarheid vruchten afwerpen. Het gaat om de mening van de bewoners, August Allebéplein Overtoomse Veld. 11

14 12

15 hoofdstuk 2 sresultaten per stadsdeel 2.1 Algemeen: totaaloordeel buurt en ontwikkeling komende jaren Op internationale ranglijsten scoort Amsterdam goed op leefbaarheid. Mercer Human Resource Consulting stelt jaarlijks een quality of living -rangorde op van 215 wereldsteden ten behoeve van expats, Amsterdam stond in 2006 op een verdienstelijke dertiende plaats, aanzienlijk hoger dan steden als Parijs of London. De Zwitserse steden Geneve en Zurich voeren de rangorde aan en Bagdad bungelt onder aan de lijst vanwege de dramatische veiligheidssituatie. Binnen de Europese Unie staat Amsterdam zelfs op een derde plaats. Alleen Wenen en Kopenhagen staan hoger. Amsterdammers staan bekend als notoire kankeraars, maar gemiddeld gesproken zijn ze redelijk tevreden over hun buurt. Op de vraag: Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) geven de Amsterdammers in 2005 gemiddeld een 7,1. In 2001 was dat nog een 6,9 en in ,0. De tevredenheid is dus opnieuw iets toegenomen. Bewoners van het Centrum (7,9), Oud-Zuid (7,9) en ZuiderAmstel (7,8) zijn net als in 2003 het meest tevreden over hun buurt. Maar de rapportcijfers zijn in deze stadsdelen niet verder omhoog gegaan. Blijkbaar hebben ze hun top zo n beetje bereikt. Opvallend is de toenemende waardering voor de buurt in de stadsdelen Westerpark en met name Bos en Lommer. Het laatste stadsdeel scoort weliswaar het laagst van Amsterdam, maar het rapportcijfer voor de buurt is wel toegenomen van een 5,4 in 2001 naar een 6,1 in Dat betekent dat er in 2005 geen enkel stadsdeel meer is dat gemiddeld een onvoldoende scoort. Negatieve trends zijn er ook. Zo laat stadsdeel Noord opnieuw een afname van tevredenheid zien. Het rapportcijfer is hier gedaald van 7,1 in 2001 via 7,0 in 2003 naar 6,8 in Ook in Slotervaart zijn de bewoners in 2005 iets minder tevreden dan in In de andere Westelijke Tuinsteden Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer is de tevredenheid wel toegenomen. Stedelijke vernieuwing en de aanpak van leefbaarheidsproblemen werpt hier duidelijk vruchten af. De tevredenheid over de buurt is in Bos en Lommer sterk toegenomen. 13

16 In de tabellen in dit hoofdstuk staat steeds met groen aangegeven welke drie stadsdelen het hoogst scoren en in rood welke drie stadsdelen het laagst. Rood staat hier dus niet voor onvoldoende, want er zijn ook leefbaarheidsdimensies waarop geen enkel stadsdeel onvoldoende scoort. Indien de nummer drie en vier dezelfde score hebben, worden alleen de eerste (of laatste) twee in groen (of rood) weergegeven. Tabel 2.1: totaaloordeel over de buurt en de ontwikkeling per stadsdeel Centrum 7,9 7,9 7,7 0,0 0,2 Westerpark 7,2 6,8 6,6 0,4 0,6 Oud West 7,5 7,4 7,1 0,1 0,4 Zeeburg 6,6 6,3 6,3 0,3 0,3 Bos en Lommer 6,1 5,7 5,4 0,4 0,7 De Baarsjes 6,6 6,5 6,2 0,1 0,4 Amsterdam-Noord 6,8 7 7,1 0,2 0,3 Geuzenveld/Slotermeer 6,3 6,1 6,5 0,2 0,2 Osdorp 6,7 6,6 6,6 0,1 0,1 Slotervaart 6,4 6,5 6,5 0,1 0,1 Zuidoost 6,7 6,7 6,5 0,0 0,2 Oost/Watergraafsmeer 7,1 7,1 7 0,0 0,1 Oud-Zuid 7,9 7,9 7,6 0,0 0,3 ZuiderAmstel 7,8 7,8 7,6 0,0 0,2 Amsterdam totaal 7,1 7 6,9 0,1 0,2 De bewoners werd niet alleen gevraagd hoe ze de buurt op dit moment beoordelen, maar ook wat zij verwachten van de ontwikkeling van de buurt in de komende jaren. Een 1 staat daarbij voor een zeer negatieve ontwikkeling en een 10 voor een zeer positieve ontwikkeling. Bewoners van Westerpark, Oud-West en Oud-Zuid zijn het meest positief over de ontwikkeling in de komende jaren, terwijl bewoners van Geuzenveld-Slotermeer, Slotervaart en Noord minder positief zijn. De laatste twee stadsdelen laten ook een daling van tevredenheid zien in de afgelopen jaren. 14

17 Tabel 2.2: verwachte ontwikkeling van de buurt in de komende jaren Centrum 6,9 Westerpark 7,0 Oud West 7,0 Zeeburg 6,5 Bos en Lommer 6,2 De Baarsjes 6,5 Amsterdam-Noord 5,9 Geuzenveld/Slotermeer 5,6 Osdorp 6,1 Slotervaart 5,7 Zuidoost 6,0 Oost/Watergraafsmeer 6,4 Oud-Zuid 7,0 ZuiderAmstel 6,7 Amsterdam totaal 6,4 De tevredenheid over de buurt is in Amsterdam-Noord de laatste jaren gedaald. 15

18 2.2 Spreiding rond het gemiddelde rapportcijfer De spreiding rond het gemiddelde rapportcijfer is groot. Zo zijn er in elk stadsdeel wel bewoners die de buurt met een rapportcijfer van 10 beoordelen. Omgekeerd zijn er ook in elk stadsdeel bewoners die de buurt met een 1 beoordelen. Dat komt mede doordat stadsdelen, met tienduizenden woningen, een grote diversiteit aan buurten herbergen. Het stadsdeelbeeld is daarom heel divers, net zoals de scores rondom het gemiddelde. In de onderstaande figuur zijn de stadsdelen gerangschikt naar het percentage respondenten dat de buurt met een 5 of lager beoordeelt. Dit aandeel ligt net als in 2003 het hoogst in Bos en Lommer (33%) en het laagst in stadsdeel ZuiderAmstel (4,7%). Het aandeel respondenten dat een rapportcijfer van 10 geeft, ligt het hoogst in Centrum (13,6%) en het aandeel respondenten dat een 1 geeft, ligt het hoogst in Bos en Lommer (4,1%). Op buurtcombinatieniveau ligt het aandeel tienen het hoogst in de Grachtengordel-West (23%) en het aandeel eenen het hoogst in IJplein/Vogelbuurt in Amsterdam-Noord (8,7%). Figuur 2.1: totaaloordeel over de buurt 100% 10 zeer tevreden zeer ontevreden 0 Bos en Lommer Geuzenveld/Sloterm Slotervaart Zeeburg Zuidoost Osdorp Noord De Baarsjes Oost/Watergraafsme Westerpark Centrum Oud-West Oud-Zuid ZuiderAmstel De spreiding rond het gemiddelde is weliswaar groot, maar de gegevens in de figuur over de spreiding rond het totaaloordeel wijzen toch in dezelfde richting als de gemiddelde rapportcijfers. In de stadsdelen Centrum, ZuiderAmstel en Oud- Zuid geeft tussen de 65% en 70% van de respondenten de buurt een rapportcijfer van een 8 of hoger. In Bos en Lommer is dat slechts 24%. Een lage score op het 16

19 gemiddelde rapportcijfer gaat dus samen met een groot aandeel ontevreden bewoners. Hetzelfde geldt voor de cijfers over de ontwikkeling van de buurt in de komende jaren. In Geuzenveld/Slotermeer geeft 41,4% van de respondenten een rapportcijfer van 5 of lager voor de ontwikkeling van de buurt in de komende jaren. In Westerpark, waar de bewoners erg positief zijn over de toekomst, is dat slechts 14,4% Bos en Lommer dat het laagst scoort op het totaaloordeel over de buurt in 2005 scoort aanzienlijk beter op de ontwikkeling van de buurt in de komende jaren. De bewoners van Bos en Lommer zijn positiever over de toekomst van de buurt dan de bewoners van de andere Westelijke Tuinsteden, Noord en Zuidoost. Aangezien de cijfers over de spreiding rond het gemiddelde ruwweg hetzelfde beeld opleveren als het gemiddelde rapportcijfer zelf, worden de andere resultaten van het onderzoek grotendeels gepresenteerd op basis van de gemiddelde rapportcijfers. Figuur 2.2: ontwikkeling buurt in de komende jaren 100% 10 zeer positief zeer negatief 0 Geuzenveld/Slotermeer Slotervaart Noord Zuidoost Osdorp Bos en Lommer Oost/Watergraafsmeer Zeeburg De Baarsjes ZuiderAmstel Centrum Oud-West Oud-Zuid Westerpark 17

20 Tabel 2.3: tevredenheid over de eigen (huur- of koop)woning woning staat van onderhoud Centrum 7,7 7,6 7,5 7,1 7,1 6,9 Westerpark 7,1 6,8 6,8 6,8 6,6 6,5 Oud West 7,2 7,1 6,8 6,5 6,5 6,1 Zeeburg 7,1 7,1 6,8 6,8 7 6,6 Bos en Lommer 6,3 6,4 6,2 6,1 6,1 6 De Baarsjes 6,9 6,8 6,6 6,4 6,4 6,1 Amsterdam-Noord 7,3 7,4 7,4 6,9 6,8 6,9 Geuzenveld/Slotermeer 7,0 6,9 6,8 6,8 6,7 6,6 Osdorp 7,3 7,3 7,3 7,0 7,1 7,2 Slotervaart 7,4 7,5 7,5 7,2 7,3 7,3 Zuidoost 7,3 7,4 7,1 6,9 7 6,8 Oost/Watergraafsmeer 7,2 7,2 7,0 6,7 6,6 6,6 Oud-Zuid 7,5 7,4 7,3 6,8 6,7 6,6 ZuiderAmstel 7,6 7,5 7,3 7,0 7 6,7 Amsterdam totaal 7,2 7,2 7,1 6,8 6,8 6,6 2.3 Oordeel over de woning Amsterdammers zijn gemiddeld tevredener over hun eigen woning (7,2) dan over de buurt (7,1). De beoordeling van de eigen woning is ten opzichte van 2001 en 2003 nauwelijks gewijzigd. De schoonheid van de woningen in de buurt (mooi of lelijk) wordt met een 6,7 beoordeeld, de staat van onderhoud van de eigen woning met een 6,8 en van de woningen in de buurt met een 6,6. Ook hier zijn er nauwelijks veranderingen ten opzichte van Beschouwen wij de resultaten per stadsdeel dan blijkt dat, evenals bij de tevredenheid over de buurt, het stadsdeel Bos en Lommer het laagste rapportcijfer krijgt voor wat betreft de tevredenheid over de eigen woning, de schoonheid van de woningen in de buurt, alsmede het onderhoud daarvan. Westerpark is er wat betreft de kwaliteit van de eigen woning het meest op vooruitgegaan (van een 6,8 in 2003 naar een 7,1 in 2005). De bewoners vinden ook dat de woningen in de buurt mooier zijn geworden (van een 6,2 in 2003 naar een 6,5 in 2005). Waarschijnlijk heeft de verbetering van de woningvoorraad in de Spaarndammerbuurt en de Staatsliedenbuurt hieraan bijgedragen. Behalve in Westerpark is de waardering voor de schoonheid van de woningen het sterkst toegenomen in Oud-West en Geuzenveld-Slotermeer. Ook Osdorp en Slotervaart vertonen een bovengemiddelde toename van de tevredenheid voor de schoonheid van de woningen. De stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden draagt blijkbaar volgens de bewoners bij aan de verfraaiing van de woningen in het stadsdeel. 2.4 Voorzieningen In 2005 is de vraag over buurtvoorzieningen voor het eerst uitgesplitst naar winkels, basisscholen en sportgelegenheden. Hiervoor is vergelijking met de vorige jaren dus niet mogelijk. Amsterdammers geven in 2005 aan het aanbod van winkels een 6,9, scholen een 6,8 en sportgelegenheden een 6,1. Oud-West (7,8), Oud-Zuid 18

21 Tabel 2.4: tevredenheid over de woningen in de buurt (mooi of lelijk) en de staat van onderhoud woningen de buurt onderhoud Centrum 7,6 7,6 7,5 7,2 7,2 6,9 Westerpark 6,5 6,2 6,0 6,4 6,3 6,1 Oud West 6,8 6,5 6,4 6,6 6,3 6,1 Zeeburg 6,5 6,3 6,2 6,4 6,3 6,0 Bos en Lommer 5,6 5,5 5,4 5,8 5,7 5,5 De Baarsjes 6,3 6,3 6,1 6,3 6,3 6,0 Amsterdam-Noord 6,7 6,7 6,8 6,6 6,6 6,6 Geuzenveld/Slotermeer 6,1 5,8 6,1 6,0 5,9 6,1 Osdorp 6,4 6,2 6,3 6,5 6,4 6,3 Slotervaart 6,3 6,1 6,2 6,4 6,5 6,3 Zuidoost 6,7 6,6 6,3 6,7 6,7 6,2 Oost/Watergraafsmeer 6,7 6,6 6,5 6,6 6,6 6,4 Oud-Zuid 7,3 7,3 7,1 7,1 7,1 6,7 ZuiderAmstel 7,1 7,1 7,0 7,1 7,0 6,9 Amsterdam totaal 6,7 6,6 6,5 6,6 6,6 6,4 (7,5) en het Centrum (7,4) scoren het beste op het aanbod van winkels. Maar het Centrum scoort juist slecht op het aanbod van basisscholen (6,6) en sportgelegenheden (5,6). Zuidoost scoort het best op het aanbod van basisscholen (7,2). Bewoners zijn het meest tevreden over het aanbod van sportgelegenheden in Geuzenveld-Slotermeer, Oud-Zuid en ZuiderAmstel (allen 6,6). Tabel 2.5: tevredenheid over het aanbod van voorzieningen aanbod aanbod aanbod winkels basisscholen sportgelegenheden Centrum 7,4 6,6 5,6 Westerpark 6,4 6,7 6,0 Oud West 7,8 6,9 6,0 Zeeburg 6,3 6,8 5,8 Bos en Lommer 7,0 6,6 5,6 De Baarsjes 7,1 6,9 5,8 Amsterdam-Noord 6,4 6,8 6,2 Geuzenveld/Slotermeer 6,2 6,7 6,6 Osdorp 6,9 7,0 6,1 Slotervaart 6,7 6,9 6,1 Zuidoost 6,2 7,2 6,3 Oost/Watergraafsmeer 6,5 6,5 6,3 Oud-Zuid 7,5 7,1 6,6 ZuiderAmstel 7,3 7,0 6,6 Amsterdam totaal 6,9 6,8 6,1 19

22 2.5 Parkeren Het aanbod van parkeervoorzieningen krijgt een rapportcijfer van 5,9 (tegen 5,8 in 2003). Evenals in 2003 zijn bewoners van Oud-West (5,0), Zeeburg (5,2) en De Baarsjes (5,2) het meest ontevreden over de parkeervoorzieningen. In deze stadsdelen is duidelijk sprake van een schaarste aan parkeerplaatsen en lange wachttijden voor een parkeervergunning. De waardering voor de parkeervoorzieningen in deze stadsdelen is overigens tussen 2003 en 2005 wel toegenomen. Het oordeel over de parkeervoorzieningen levert een ander beeld op dan het rapportcijfer voor de buurt. Waar de centraal gelegen stadsdelen hoog scoren op de buurt als totaal, scoren ze laag op parkeren. In de naoorlogse stadsdelen zijn de bewoners iets tevredener over het aanbod aan parkeervoorzieningen. Stadsdeel Noord scoort het hoogst wat betreft de waardering voor het aanbod van parkeervoorzieningen (6,7). Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat in de meeste buurten in Noord nog geen betaald parkeren is ingevoerd. Tabel 2.6: tevredenheid over aanbod parkeervoorzieningen Centrum 5,3 5,2 5,0 Westerpark 5,8 5,5 5,4 Oud West 5,0 4,7 5,0 Zeeburg 5,2 5,0 5,4 Bos en Lommer 5,5 5,5 5,2 De Baarsjes 5,2 5,0 4,4 Amsterdam-Noord 6,7 6,5 6,8 Geuzenveld/Slotermeer 6,3 6,4 6,5 Osdorp 6,6 6,5 6,5 Slotervaart 6,2 6,3 6,1 Zuidoost 6,5 6,6 6,4 Oost/Watergraafsmeer 6,2 6,0 6,2 Oud-Zuid 5,6 5,6 5,4 ZuiderAmstel 6,0 6,1 6,0 Amsterdam totaal 5,9 5,8 5,8 20

23 2.6 Inrichting woonomgeving, straten, groen- en speelvoorzieningen In Wonen in Amsterdam is een aantal vragen gewijd aan de inrichting en het onderhoud van de woonomgeving en de groenvoorziening. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen het oordeel over de inrichting (mooi of lelijk), het onderhoud en het schoonhouden van de woonomgeving. Voor de inrichting van de woonomgeving (mooi of lelijk) geven Amsterdammers gemiddeld een 6,7 (tegen een 6,6 in 2003). Evenals in 2003 scoren Centrum, Oud- Zuid en ZuiderAmstel boven een 7. Bos en Lommer is weliswaar het stadsdeel dat het laagst scoort, maar de woonomgeving is er volgens de bewoners tussen 2003 en 2005 wel mooier op geworden (van 5,7 naar 6,0). Ook in Westerpark (van 6,2 naar 6,5) is de waardering voor de woonomgeving met 0,3 punten toegenomen. De groenvoorziening (mooi of lelijk) wordt in Zeeburg het laagst beoordeeld (gemiddeld 6,1) en in stadsdeel Zuidoost het hoogst (7,3). Beide stadsdelen laten een toename zien van de tevredenheid over de groenvoorziening. De tevredenheid over de groenvoorziening is sinds 2001 nergens zo sterk toegenomen als in Zeeburg (van een 5,3 in 2001 naar een 6,1 in 2005). Sinds Wonen in Amsterdam 2003 wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoud van de woonomgeving enerzijds en schoonhouden anderzijds. Dit onderscheid is gemaakt vanwege de grote ontevredenheid in de stad over de mate van vervuiling. Over het schoonhouden van straten, stoepen (6,2) en groenvoorziening (6,4) zijn de Amsterdammers in 2005 gemiddeld minder tevreden dan over het onderhoud (respectievelijk 6,4 en 6,6). Het minst tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen zijn de bewoners van Geuzenveld/Slotermeer (5,9), terwijl bewoners van het Centrum daarover het meest tevreden zijn (6,8). Opmerkelijk is de verbetering van het schoonhouden van straten en stoepen in Bos en Lommer (van een 5,4 in 2003 naar een 6,0 in 2005). In 2005 zijn voor het eerst vragen opgenomen over onderhoud en schoonhouden van speelvoorzieningen. De stadsdelen Osdorp (5,7) en Centrum (5,8) scoren onvoldoende op het onderhoud en de stadsdelen Osdorp (5,8), Amsterdam-Noord (5,9) en Bos en Lommer (5,9) op het schoonhouden van speelvoorzieningen. Tabel 2.7: tevredenheid over schoonheid inrichting woonomgeving (mooi of lelijk) beoordeling inrichting woonomgeving beoordeling groenvoorziening Centrum 7,2 7,1 7,0 6,2 5,9 5,8 Westerpark 6,5 6,2 6,1 6,4 6,0 5,8 Oud West 6,7 6,5 6,2 6,3 6,0 5,8 Zeeburg 6,4 6,2 6,0 6,1 5,7 5,3 Bos en Lommer 6,0 5,7 5,4 6,3 6,0 5,8 De Baarsjes 6,3 6,2 6,0 6,3 6,1 5,9 Amsterdam-Noord 6,7 6,7 6,9 7,0 6,9 7,1 Geuzenveld/Slotermeer 6,4 6,2 6,5 7,1 6,7 6,9 Osdorp 6,5 6,4 6,4 6,9 6,7 6,8 Slotervaart 6,5 6,5 6,4 7,1 6,9 6,8 Zuidoost 6,9 6,8 6,5 7,4 7,3 7,0 Oost/Watergraafsmeer 6,6 6,6 6,4 6,8 6,7 6,5 Oud-Zuid 7,1 7,1 7,0 6,9 6,7 6,7 ZuiderAmstel 7,2 7,2 7,0 7,3 7,1 7,1 Amsterdam totaal 6,7 6,6 6,5 6,7 6,5 6,4 21

24 Tabel 2.8: tevredenheid over onderhoud openbare ruimte staat van onderhoud staat van onderhoud staat van onderhoud speelvoorstraten en stoepen groenvoorziening zieningen Centrum 6,6 6,5 6,2 5,9 5,8 Westerpark 6,3 6,1 6,4 6,1 6,3 Oud West 6,5 6,3 6,2 6,0 6,1 Zeeburg 6,5 6,1 6,3 5,9 6,1 Bos en Lommer 6,2 5,8 6,3 6,0 6,0 De Baarsjes 6,3 6,2 6,3 6,1 6,1 Amsterdam-Noord 5,9 5,8 6,6 6,5 6,0 Geuzenveld/Slotermeer 5,9 5,7 6,8 6,3 6,1 Osdorp 6,2 6,3 6,7 6,7 5,7 Slotervaart 6,3 6,3 7,0 6,8 6,3 Zuidoost 6,3 6,2 7,1 6,8 6,3 Oost/Watergraafsmeer 6,4 6,3 6,6 6,5 6,2 Oud-Zuid 6,7 6,6 6,7 6,6 6,2 ZuiderAmstel 6,7 6,7 7,1 6,9 6,8 Amsterdam totaal 6,4 6,2 6,6 6,4 6,1 Tabel 2.9: tevredenheid over schoonhouden openbare ruimte schoonhouden schoonhouden schoonhouden speelvoorstraten en stoepen groenvoorziening zieningen Centrum 6,8 6,3 6,4 6,0 6,2 Westerpark 6,4 5,9 6,4 6,0 6,3 Oud West 6,3 6,0 6,3 6,0 6,3 Zeeburg 6,2 5,7 6,2 5,8 6,2 Bos en Lommer 6,0 5,4 6,2 5,7 5,9 De Baarsjes 6,0 5,5 6,2 5,9 6,1 Amsterdam-Noord 6,0 5,8 6,2 6,1 5,9 Geuzenveld/Slotermeer 5,9 5,4 6,4 5,9 6,0 Osdorp 6,2 6,2 6,5 6,5 5,8 Slotervaart 6,0 5,9 6,6 6,4 6,1 Zuidoost 6,3 6,1 6,7 6,4 6,2 Oost/Watergraafsmeer 6,0 6,0 6,3 6,3 6,1 Oud-Zuid 6,2 6,2 6,4 6,3 6,2 ZuiderAmstel 6,6 6,5 6,9 6,7 6,7 Amsterdam totaal 6,2 6,0 6,4 6,1 6,1 22

25 2.7 Prettig Samenleven behelst niet alleen een instrumentele invulling op de terreinen schoon, heel en veilig, maar heeft ook betrekking op de manier waarop mensen met elkaar omgaan. In Een stedelijke visie op de leefbaarheidsaanpak (2002) wordt daar het volgende over gezegd: Stadsdelen, corporaties en andere instellingen in de buurt realiseren zich dat de kwaliteit van het samenleven voor bewoners net zo hard meetelt in het uiteindelijke oordeel over de leefbaarheid van een buurt. In buurten waar bewoners elkaar kennen, waar men elkaar durft aan te spreken, kortom waar men zich thuis voelt, oordeelt men ook vaak positiever over de onderhoudstaat. (p.11) De mate waarin bewoners prettig samenleven valt bijvoorbeeld af te meten aan de betrokkenheid bij de buurt en de mate van overlast die bewoners ondervinden van buren en andere groepen mensen. Voor het eerst zijn in 2005 ook vragen opgenomen over de mate van menging van de buurt en de tevredenheid daarover. Daar gaat hoofdstuk vier over. Tabel 2.10: betrokkenheid bij de buurt beoordeling betrokkenheid buurt Centrum 6,2 6,2 0,0 6,1 Westerpark 5,9 5,7 0,2 5,7 Oud West 6,0 5,8 0,2 5,5 Zeeburg 5,5 5,4 0,1 5,2 Bos en Lommer 4,9 4,8 0,1 4,5 De Baarsjes 5,3 5,3 0,0 4,9 Amsterdam-Noord 5,9 6 0,1 6,1 Geuzenveld/Slotermeer 5,3 5,3 0,0 5,3 Osdorp 5,5 5,7 0,2 5,5 Slotervaart 5,4 5,5 0,1 5,4 Zuidoost 5,7 5,7 0,0 5,5 Oost/Watergraafsmeer 5,8 6 0,2 5,8 Oud-Zuid 6,0 6,1 0,1 5,9 ZuiderAmstel 5,9 6,2 0,3 6 Amsterdam totaal 5,7 5,8 0,1 5,6 De betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt is licht afgenomen tussen 2003 en 2005 (van 5,8 naar 5,7). Bewoners van het Centrum geven het hoogste rapportcijfer aan de betrokkenheid van buurtbewoners (6,2). In Bos en Lommer (4,9), de Baarsjes (5,3) en Geuzenveld/Slotermeer (5,3) is volgens de bewoners weinig betrokkenheid bij de buurt. Vergelijken wij het oordeel over de betrokkenheid van de buurtbewoners tussen 2003 en 2005 dan blijkt de betrokkenheid bij de buurt vooral sterk afgenomen te zijn in ZuiderAmstel (van een 6,2 naar een 5,9). Ook Osdorp en Oost/Watergraafsmeer vertonen een bovengemiddelde afname van de betrokkenheid bij de buurt. In Westerpark en Oud-West is de betrokkenheid volgens de bewoners juist toegenomen. 23

26 2.8 Overlast Amsterdammers ondervinden de meeste overlast van vervuiling. Gemiddeld geven ze, evenals in 2003, hiervoor een rapportcijfer van 6,0 (een hoog rapportcijfer staat hier voor weinig overlast). Daarna volgt de mate van overlast van verkeer (6,5), criminaliteit (6,6), andere groepen bewoners (6,7), buren (7,1) en activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops (8,1). Opmerkelijk is dat tussen 2003 en 2005 de overlast van criminaliteit sterk is afgenomen. Tegelijkertijd is de overlast van verkeer toegenomen. Tabel 2.11: overlastaspecten vervuiling 6,0 6,0 5,7 verkeer 6,5 6,6 6,3 criminaliteit 6,6 6,3 6,2 andere groepen mensen 6,7 * * buren 7,1 7,0 6,8 activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops 8,1 7,9 7,7 * = geen gegevens Vervuiling per stadsdeel Maar liefst zeven stadsdelen scoren gemiddeld onvoldoende (lager dan een 6) op de overlast van vervuiling. De meest vervuilde stadsdelen zijn volgens de bewoners Bos en Lommer, De Baarsjes, Geuzenveld/Slotermeer en Slotervaart. Als we uitgaan van de rapportcijfers is de vervuiling het sterkst afgenomen in Zeeburg, Westerpark, Bos en Lommer en Geuzenveld/Slotermeer. De sterkste toename van vervuiling is te zien in ZuiderAmstel, Slotervaart, Oost/Watergraafsmeer en Amsterdam-Noord. Amsterdammers ondervinden de meeste overlast van vervuiling. 24

27 Tabel 2.12: mate van overlast van vervuiling Centrum 6,1 6,1 0,0 5,7 Westerpark 6,2 5,9 0,3 5,7 Oud West 5,9 5,9 0,0 5,3 Zeeburg 5,9 5,5 0,4 5,6 Bos en Lommer 5,5 5,2 0,3 4,8 De Baarsjes 5,7 5,6 0,1 5,3 Amsterdam-Noord 6,0 6,1 0,1 6,1 Geuzenveld/Slotermeer 5,8 5,5 0,3 5,7 Osdorp 6,2 6,2 0,0 6,0 Slotervaart 5,8 5,9 0,1 5,8 Zuidoost 6,1 6,1 0,0 5,6 Oost/Watergraafsmeer 5,9 6,0 0,1 6,0 Oud-Zuid 6,2 6,2 0,0 5,8 ZuiderAmstel 6,6 6,8 0,2 6,5 Amsterdam totaal 6,0 6,0 0,0 5,7 Overlast van verkeer per stadsdeel Zoals gezegd is de mate van overlast van verkeer toegenomen tussen 2003 en Zuidoost, Oud-Zuid en Noord vertonen de sterkste toename van verkeersoverlast. Geen enkel stadsdeel scoort hierop gemiddeld onvoldoende. Tabel 2.13: mate van overlast van verkeer Centrum 6,3 6,4 0,1 6,1 Westerpark 6,4 6,4 0,0 6,2 Oud West 6,2 6,3 0,1 5,9 Zeeburg 6,6 6,6 0,0 6,3 Bos en Lommer 6,3 6,3 0,0 6,0 De Baarsjes 6,4 6,5 0,1 5,9 Amsterdam-Noord 6,5 6,7 0,2 6,7 Geuzenveld/Slotermeer 6,5 6,4 0,1 6,1 Osdorp 6,8 6,7 0,1 6,6 Slotervaart 6,4 6,5 0,1 6,2 Zuidoost 7,0 7,2 0,2 7,0 Oost/Watergraafsmeer 6,5 6,5 0,0 6,4 Oud-Zuid 6,4 6,6 0,2 6,3 ZuiderAmstel 6,7 6,8 0,1 6,7 Amsterdam totaal 6,5 6,6 0,1 6,3 25

28 Overlast van criminaliteit per stadsdeel De overlast van criminaliteit is tussen 2003 en 2005 opmerkelijk afgenomen. Het rapportcijfer is gestegen van 6,3 naar 6,6. Bos en Lommer, Geuzenveld-Slotermeer en Slotervaart ondervinden de meeste overlast van criminaliteit. De daling van de overlast van criminaliteit is het sterkst in de stadsdelen Zeeburg, Osdorp en Westerpark. In geen enkel stadsdeel is de overlast van criminaliteit toegenomen. Amsterdam-Noord is het enige stadsdeel dat geen afname vertoont. Tabel 2.14: mate van overlast van criminaliteit Centrum 6,5 6,3 0,2 6,1 Westerpark 6,8 6,3 0,5 6,2 Oud West 6,8 6,7 0,1 6,3 Zeeburg 6,3 5,7 0,6 5,9 Bos en Lommer 6,0 5,6 0,4 5,3 De Baarsjes 6,4 6,3 0,1 5,9 Amsterdam-Noord 6,7 6,7 0,0 6,8 Geuzenveld/Slotermeer 6,0 5,7 0,3 5,8 Osdorp 6,5 5,9 0,6 5,7 Slotervaart 6,0 5,8 0,2 5,6 Zuidoost 6,2 6,1 0,1 5,8 Oost/Watergraafsmeer 6,4 6,2 0,2 6,2 Oud-Zuid 7,2 7,0 0,2 6,9 ZuiderAmstel 7,5 7,4 0,1 7,2 Amsterdam totaal 6,6 6,3 0,3 6,2 Tabel 2.15: mate van overlast van buren verschil 2001 Centrum 7,3 7,2 0,1 7,0 Westerpark 6,8 6,5 0,3 6,4 Oud West 6,7 6,7 0,0 6,4 Zeeburg 7,2 6,9 0,3 6,6 Bos en Lommer 6,5 6,2 0,3 6,3 De Baarsjes 6,7 6,6 0,1 6,2 Amsterdam-Noord 7,2 7,3 0,1 7,2 Geuzenveld/Slotermeer 7,1 6,9 0,2 6,5 Osdorp 7,3 7,0 0,3 6,9 Slotervaart 7,3 7,2 0,1 7,0 Zuidoost 7,0 7,0 0,0 6,8 Oost/Watergraafsmeer 7,1 7,1 0,0 7,0 Oud-Zuid 7,0 6,9 0,1 6,7 ZuiderAmstel 7,3 7,2 0,1 7,2 Amsterdam totaal 7,1 7,0 0,1 6,8 26

29 Overlast van buren en andere groepen mensen per stadsdeel Gemiddeld hebben Amsterdammers minder last van hun buren (7,1) dan van andere groepen mensen (6,7). Geen enkel stadsdeel scoort gemiddeld onvoldoende op deze vormen van overlast. Bewoners van Geuzenveld/Slotermeer hebben het meeste last van andere groepen mensen. Tabel 2.16: mate van overlast van andere groepen mensen in 2005 Centrum 6,5 Westerpark 6,9 Oud West 6,9 Zeeburg 6,6 Bos en Lommer 6,4 De Baarsjes 6,7 Amsterdam-Noord 6,8 Geuzenveld/Slotermeer 6,3 Osdorp 6,7 Slotervaart 6,5 Zuidoost 6,5 Oost/Watergraafsmeer 6,8 Oud-Zuid 7,2 ZuiderAmstel 7,5 Amsterdam totaal 6,7 Tabel 2.17: mate van overlast van activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops Centrum 7,3 7,1 0,2 6,8 Westerpark 7,9 7,5 0,4 7,4 Oud West 7,8 7,8 0,0 7,3 Zeeburg 7,8 7,4 0,4 7,6 Bos en Lommer 7,9 7,7 0,2 7,2 De Baarsjes 7,7 7,6 0,1 7,2 Amsterdam-Noord 8,6 8,5 0,1 8,2 Geuzenveld/Slotermeer 8,5 7,9 0,6 7,3 Osdorp 8,4 8,4 0,0 8,2 Slotervaart 8,6 8,5 0,1 8,0 Zuidoost 8,3 8,1 0,2 8,0 Oost/Watergraafsmeer 8,0 7,9 0,1 7,9 Oud-Zuid 8,3 8,2 0,1 7,9 ZuiderAmstel 8,8 8,7 0,1 8,4 Amsterdam totaal 8,1 7,9 0,2 7,7 Overlast activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops Van activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops hebben Amsterdammers gemiddeld minder overlast dan van andere overlastaspecten. Het zal niet verbazen dat bewoners van het Centrum het meeste last hebben van deze vorm van overlast (zie tabel). Maar zelfs het Centrum scoort nog een rapportcijfer van 7,3. Dat komt omdat deze uitgaansgerelateerde overlast sterk locatiegebondenis, terwijl de rest van de buurt geen overlast heeft. 27

30 2.9 Veiligheid Uit tabel 2.18 blijkt dat Amsterdammers zich redelijk veilig voelen. Voor de veiligheid overdag geven bewoners een gemiddeld rapportcijfer van 7,9 en voor de veiligheid s avonds een 6,7. Deze cijfers zijn voor Amsterdam gemiddeld niet gewijzigd ten opzichte van Bewoners van Oud-Zuid voelen zich s avonds het veiligst (gemiddeld rapportcijfer van 7,5), maar bewoners van Geuzenveld/Slotermeer waarderen de veiligheid in de avonduren met een rapportcijfer van 5,8. Zeeburg en Westerpark zijn er volgens de bewoners een stuk veiliger op geworden. Dat geldt ook voor Bos en Lommer, maar het aangrenzende Geuzenveld- Slotermeer lijkt een tegenovergestelde ontwikkeling door te maken. Sinds 2001 is het rapportcijfer voor de veiligheid s avonds in Bos en Lommer toegenomen van 5,5 naar 6,0 in In Geuzenveld-Slotermeer is in dezelfde periode het rapportcijfer gedaald van 6,1 naar 5,8. Ook Amsterdam-Noord is er volgens de bewoners onveiliger op geworden. Tabel 2.18: veiligheid (1 = zeer onveilig, 10 = zeer veilig) overdag avond Centrum 8,4 8,3 8,3 7,4 7,1 7,2 Westerpark 8,1 8,0 8,0 7,2 6,8 6,9 Oud West 8,2 8,2 8,2 7,1 7,2 7 Zeeburg 7,9 7,7 7,8 6,6 6,2 6,4 Bos en Lommer 7,4 7,3 7,1 6,0 5,8 5,5 De Baarsjes 7,9 7,8 7,8 6,5 6,6 6,4 Amsterdam-Noord 7,8 7,9 8,0 6,6 6,8 6,9 Geuzenveld/Slotermeer 7,2 7,3 7,5 5,8 5,9 6,1 Osdorp 7,6 7,6 7,6 6,2 6,0 5,9 Slotervaart 7,5 7,6 7,5 6,1 6,1 5,9 Zuidoost 7,6 7,5 7,4 6,0 6,0 5,8 Oost/Watergraafsmeer 8,0 8,0 8,0 6,8 6,7 6,7 Oud-Zuid 8,4 8,4 8,4 7,5 7,4 7,4 ZuiderAmstel 8,3 8,4 8,3 7,3 7,4 7,2 Amsterdam totaal 7,9 7,9 7,9 6,7 6,7 6,6 28

31 2.10 Wat kan er verbeteren? Er is de bewoners gevraagd op welke aspecten de buurt kan worden verbeterd. Tabel 2.19 laat het percentage genoemde verbeteraspecten zien: het onderhoud en schoonhouden van straten, pleinen en groen wordt door 46% van de mensen genoemd en is veruit het belangrijkste verbeteraspect. Daarna volgen veiligheid (35%), meer parkeergelegenheid (35%) en meer/betere winkels (35%). Omdat meerdere antwoorden konden worden ingevuld, tellen de percentages niet op tot 100 procent. Het onderhoud en verbeteren van bestaande woningen wordt het meest genoemd in Bos en Lommer (49%), evenals meer nieuwbouw (36%). Het onderhoud en schoonhouden van straten, pleinen en groen wordt het vaakst genoemd in Amsterdam Noord (54%), andere inrichting van straten, pleinen en groen in Zeeburg (21%), meer/betere winkels in Zeeburg en Zuidoost (52%), meer/beter openbaar vervoer in Westerpark ((25%), meer parkeergelegenheid in Oud-West en veiligheid in Zuidoost (50%). Tabel 2.19: verbeteraspecten per stadsdeel (genoemd als percentage van respondenten). onderhoud/verbeteren bestaande woningen meer nieuwbouw (sloop oude woningen) onderhoud en schoonhouden straten, pleinen, groen andere inrichting straten, pleinen en groen meer/betere winkels meer/beter openbaar vervoer meer parkeergelegenheid veiligheid Centrum Westerpark Oud West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Amsterdam-Noord Geuzenveld/Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal

32 2.11 en kenmerken respondenten Gedeeltelijk wordt het oordeel van bewoners over de leefbaarheid van de buurt verklaard door achtergrondkenmerken van de respondenten. Zo blijken bewoners met een hoger inkomen gemiddeld een iets hoger cijfer aan de buurt te geven dan bewoners met een lager inkomen. Beschouwen wij de tevredenheid over de buurt per etnische groep, dan blijken Nederlanders en buitenlanders uit geïndustrialiseerde landen in 2005 gemiddeld het meest tevreden (respectievelijk 7,2), terwijl Turken het laagste cijfer geven (6,2). Ook als we rekening houden met verschillen in bevolkingskenmerken blijven de verschillen tussen de stadsdelen bestaan. Het Centrum, ZuiderAmstel en Oud-Zuid scoren bijvoorbeeld bij alle inkomensgroepen hoog, terwijl stadsdeel Bos en Lommer bij alle inkomensgroepen laag scoort op het totaaloordeel voor de buurt. Bovendien zijn de verschillen tussen de bevolkingscategorieën binnen een stadsdeel kleiner dan de verschillen tussen stadsdelen. Hogere inkomensgroepen in Bos en Lommer enerzijds zijn bijvoorbeeld ontevredener dan lagere inkomensgroepen in stadsdeel Centrum anderzijds. Bij alle etnische groepen zien we een grote tevredenheid in Oud-Zuid en ZuiderAmstel. Turken zijn het meest tevreden in ZuiderAmstel en Marokkanen in Oud-Zuid. Beide groepen zijn minder tevreden in Bos en Lommer of Geuzenveld/Slotermeer waar ze met meer personen uit de eigen groep samenwonen. In de stadsdelen Zeeburg en Amsterdam-Noord zijn de hogere inkomensgroepen wat tevredener dan de overige bewoners. In Zeeburg komt dat, omdat de hogere inkomensgroepen sterker geconcentreerd zijn in het gewaardeerde Oostelijk Havengebied. Ook in Noord kent het gewaardeerde landelijk Noord een hoge concentratie hoge inkomensgroepen. Voor zover er dus, op het niveau van Amsterdam als totaal, verschillen bestaan tussen bevolkingscategorieën, worden ze vooral veroorzaakt door de ruimtelijke spreiding over de stad. Met andere woorden, hogere inkomensgroepen zijn niet tevredener over de buurt, omdat ze in het algemeen positiever oordelen maar omdat ze relatief oververtegenwoordigd zijn in gebieden waar de buurt positief wordt beoordeeld. Dat geldt uiteraard ook binnen stadsdelen. De kleine verschillen die er binnen stadsdelen bestaan in de rapportcijfers van verschillende groepen bewoners, zullen dus eerder worden verklaard doordat de ruimtelijke spreiding van de bevolkingscategorieën over de buurten verschilt, dan door achtergrondkenmerken van de respondenten zelf. Voor dit onderzoek is deze conclusie belangrijk. De in deze rapportage gepresenteerde rapportcijfers geven dus wel degelijk een beeld van het oordeel van bewoners over hun omgeving. We meten dus wat we willen meten. 30

33 Tabel 2.20: totaaloordeel buurt naar inkomensgroep in 2005 primaire secundaire (voormalige) > = ander- totaal doelgroep doelgroep tot ziekenfonds- half maal (voormalige) grens tot modaal ziekenfonds- anderhalf grens maal modaal Centrum 7,7 7,8 8,0 8,1 7,9 Westerpark 7,1 7,1 6,9 7,5 7,2 Oud West 7,4 7,6 7,6 7,7 7,5 Zeeburg 6,1 6,6 6,5 7,4 6,6 Bos en Lommer 6,0 6,1 6,3 6,1 6,1 De Baarsjes 6,4 6,5 6,5 6,8 6,6 Amsterdam-Noord 6,4 6,8 6,9 7,5 6,8 Geuzenveld/Slotermeer 6,2 6,0 6,3 6,4 6,3 Osdorp 6,6 6,7 6,7 6,9 6,7 Slotervaart 6,3 6,5 6,4 6,6 6,4 Zuidoost 6,1 6,8 6,8 7,1 6,7 Oost/Watergraafsmeer 6,9 7,1 7,2 7,5 7,1 Oud-Zuid 7,5 7,8 8,0 8,2 7,9 ZuiderAmstel 7,6 7,8 7,8 7,9 7,8 Amsterdam totaal 6,8 7,1 7,1 7,5 7,1 Tabel 2.21: totaaloordeel buurt naar etniciteit en stadsdeel in 2005 Surinamers Turken Marokkanen overig niet- geindus- Nederlands totaal geindus- trialiseerd trialiseerd Centrum 7 * 6,7 7,8 8,1 7,9 7,9 Westerpark 7,3 6,4 6,8 7,2 7,2 7,2 7,2 Oud-West 7,6 7,8 7,1 7,2 7,5 7,5 7,5 Zeeburg 6,8 5,7 6,2 6,2 6,6 6,7 6,6 Bos en Lommer 5,7 6,1 6,1 6,2 6 6,1 6,1 De Baarsjes 6,4 5,5 7 6,6 6,4 6,6 6,6 Noord 6,8 6,3 6,2 6,5 6,6 6,9 6,8 Geuzenveld 6,3 5,8 6,5 6,3 6,5 6,2 6,3 Osdorp 6,7 6,6 6,9 6,4 6,6 6,7 6,7 Slotervaart 5,9 5,5 6,3 6,1 6,4 6,6 6,4 Zuidoost 6,7 * 6,2 6,4 6,4 6,8 6,7 Oost/Watergraafsmeer 6,8 6, ,2 7,1 Oud Zuid 7,4 7,4 8,1 7,8 7,9 7,9 7,9 ZuiderAmstel 7,8 9 7,1 7,9 7,9 7,7 7,8 Amsterdam totaal 6,7 6,2 6,6 6,8 7,2 7,2 7,1 * minder dan 5 respondenten 31

34 32

35 hoofdstuk 3 sresultaten per buurtcombinatie Binnen stadsdelen kunnen grote verschillen bestaan voor wat betreft de beoordeling van leefbaarheid door de bewoners, zoals bijvoorbeeld tussen Oost enerzijds en Watergraafsmeer anderzijds of in Zeeburg tussen de Indische buurt en het Oostelijk Havengebied. Bovendien verschillen nieuwbouwgebieden vaak sterk van de bestaande woongebieden. De Westelijke Tuinsteden vormen daarvan een duidelijk voorbeeld. Bij Wonen in Amsterdam is gestreefd naar een dusdanige omvang van de steekproef dat voor alle buurtcombinaties betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan. Dat wil zeggen ongeveer 200 ingevulde enquêtes per buurtcombinatie Een aantal buurtcombinaties bestaat uit industriegebieden en bedrijfsterreinen. Die zijn hier buiten beschouwing gelaten. In een aantal andere buurtcombinaties woont bovendien een gering aantal mensen. Vanuit overwegingen van betrouwbaarheid is een aantal buurtcombinaties samengevoegd. Aldus resteert een lijst met 76 (samengevoegde) buurtcombinaties waarvoor betrouwbare representatieve uitspraken mogelijk zijn. kan uiteindelijk het beste worden aangepakt op het schaalniveau van de buurt. In dit hoofdstuk zullen we de leefbaarheidsresultaten presenteren met behulp van kaarten op buurtcombinatieniveau. De kaarten laten steeds een indeling in vier klassen zien, waarbij donkergroen staat voor een hoog rapportcijfer en rood voor een laag rapportcijfer. De buurtcombinaties die rood zijn gekleurd, scoren gemiddeld onvoldoende op de betreffende leefbaarheidsdimensie. De grens wordt daarbij precies gelegd bij een rapportcijfer van zes (zonder afronding). Wonen in Amsterdam 2001 was de nulmeting voor de leefbaarheidsresultaten. Nu het leefbaarheidsonderzoek voor de derde maal is gehouden, is het mogelijk de verandering in waardering tussen 2001 en 2005 in beeld te brengen. De rapportcijfers per buurtcombinatie van Wonen in Amsterdam 2005 zijn te zien in bijlage 1 en de rapportcijfers van Wonen in Amsterdam 2003 in bijlage 2. In de tekst zullen wij vooral ingaan op de buurtcombinaties die in 2005 het hoogst of het laagst scoren en de buurtcombinaties die tussen 2003 en 2005 een sterke stijging of daling in de waardering voor de leefbaarheid hebben doorgemaakt. 3.1 Totaaloordeel buurt De Apollobuurt in Oud-Zuid en het Museumkwartier/Duivelseiland worden door de bewoners het meest gewaardeerd (8,6), gevolgd door de Grachtengordel-West (8,4). Deze topdrie is ten opzichte van 2001 en 2003 niet gewijzigd. Het minst tevreden over de buurt zijn de bewoners van Overtoomse Veld (5,4). Meer in zijn algemeenheid ontstaat een beeld waarbij de grachtengordel, Amsterdam-Zuid, Buitenveldert, Watergraafsmeer, nieuwbouwwijken en de landelijke gebieden aan de rand van de stad een hoog rapportcijfer krijgen van de bewoners. Dat globale beeld is in de afgelopen jaren niet echt veranderd en lijkt samen te vallen met de sociaal-economische status van buurten in de stad. 33

36 >De Apollobuurt is al jaren één van de meest gewaardeerde buurten van Amsterdam. >>Overtoomse Veld krijgt van de bewoners het laagste rapportcijfer (5,4). Gemiddeld is de leefbaarheid er in Amsterdam iets op vooruitgegaan. Ook het aantal buurtcombinaties waar de bewoners hun eigen buurt gemiddeld een onvoldoende geven is afgenomen van elf in 2003 naar zes in In deze zes hot spots doet zich een concentratie van leefbaarheidsproblemen voor. De hot spots staan in rood aangegeven op kaart. Figuur 3.1: totaaloordeel over de buurt 1 = zeer ontevreden 10 = zeer tevreden 8 tot 8,7 7 tot 8 6 tot 7 5,4 tot 6 Het betreft Overtoomse Veld (5,4), Kolenkit (5,8), IJplein/Vogelbuurt (5,8), Transvaalbuurt (5,9), Bijlmer-Centrum (5,9) en Indische Buurt West (5,9). Hoopgevend is dat in de Indische Buurt, Kolenkit en Bijlmer-Centrum de tevredenheid over de buurt sterker is toegenomen dan het Amsterdamse gemiddelde (zie ook tabel 3.2). 34

37 In Overtoomse Veld is deze verbetering nog niet echt te zien. De leefbaarheidsproblematiek lijkt zich in deze buurt dan ook het sterkst te concentreren en heeft kennelijk een hardnekkig karakter. 3.2 Kwaliteit, onderhoud en schoonheid woningen De tevredenheid over de eigen woning wordt gemiddeld hoger gewaardeerd (7,2 in 2005 tegen 7,2 in 2003 en 7,1 in 2001) dan de tevredenheid over de buurt (7,1 in 2005 tegen 7,0 in 2003 en 6,9 in 2001). Op de dimensie tevredenheid eigen woning zijn er geen buurtcombinaties die een onvoldoende (< 6) scoren. Landelijk Noord (Waterland en Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk) scoort hier, evenals in 2003 en 2001 het hoogst met een 8,5, gevolgd door het Museumkwartier/Duivelseiland en het Oostelijk Havengebied (8,3). De Kolenkit scoort, evenals in 2003 en 2001 het laagst met een 6,0, gevolgd door de Indische Buurt West (6,3) In landelijk Noord zijn Het rapportcijfervoor de eigen woning is tussen 2003 en 2005 het sterkst toegenomen in de Transvaalbuurt (van 6,4 naar 7,0) en Driemond (van 7,5 naar 8,1), bewoners het meest tevreden over de eigen woning. Figuur 3.2: tevredenheid eigen woning 1 = zeer ontevreden 10 = zeer tevreden 7,5 tot 8,5 7 tot 7,5 6,5 tot 7 6 tot 6,5 In Wonen in Amsterdam is zowel gevraagd naar staat van onderhoud van de eigen woning als de staat van onderhoud van woningen in de buurt. Over de staat van onderhoud van de eigen woning zijn Amsterdammers meer tevreden (6,8) dan over de staat van onderhoud van woningen in de buurt (6,6). Deze cijfers zijn niet gewijzigd ten opzichte van Alleen van het onderhoud van de eigen woning hebben we een kaartje gemaakt. De staat van onderhoud van de eigen 35

38 woning wordt met een onvoldoende beoordeeld in De Kolenkitbuurt, Kinkerbuurt en Indische Buurt West (5,9). Het Oostelijk havengebied scoort hierop het hoogst met een 8,1. Figuur 3.3: tevredenheid onderhoud eigen woning 1 = zeer ontevreden 10 = zeer tevreden 7,5 tot 8,13 7 tot 7,5 6 tot 7 5 tot 6 Er is de bewoners ook gevraagd of ze de woningen in de buurt mooi of lelijk vinden. Gemiddeld scoort Amsterdam hierop een 6,7 (was 6,6 in 2003). Overtoomse Veld (5,2) en De Kolenkit (5,3) scoren, evenals in 2003 lager dan een 5,5 op de schoonheid van de woningen. In het westelijke deel van de grachtengordel vinden de bewoners de woningen in de buurt het mooist (gemiddeld een 8,5). Vooral in de Weesperzijde (van 6,4 naar 7,0) en de Indische Buurt West (van 5,2 naar 5,7) vinden de bewoners de woningen er een stuk mooier op geworden. In beide buurten hebben de woningcorporaties veel geïnvesteerd in de verbetering van de kwaliteit van de woningvoorraad. 36

39 Figuur 3.4: schoonheid woningen in de buurt (mooi of lelijk) 1 = zeer lelijk 10 = zeer mooi 7,5 tot 8,5 7 tot 7,5 6 tot 7 5,2 tot 6 >In Overtoomse Veld vinden de bewoners de woningen het lelijkst (5,2), >>In de westelijke grachtengordel vinden de bewoners de woningen het mooist (8,5). 37

40 3.3 Buurtvoorzieningen In 2005 is de vraag over buurtvoorzieningen voor het eerst uitgesplitst naar winkels, basisscholen en sportgelegenheden. Hiervoor is vergelijking met de vorige jaren dus niet mogelijk. Amsterdammers geven in 2005 aan het aanbod van winkels een 6,9, basisscholen een 6,8 en sportgelegenheden een 6,1. Bewoners zijn het meest tevreden over het aanbod van winkels op de Burgwallen Nieuwe Zijde (8,5) en het minst tevreden in Driemond (3,5) en Nellestein (4,5) in Zuidoost. De tevredenheid over winkels in de Burgwallen Nieuwe Zijde heeft onder andere te maken met de aanwezigheid van Food Plaza van Albert Heijn die ruime openingstijden kent. Waar de Burgwallen Nieuwe Zijde het hoogst scoren op het aanbod van winkels scoren ze het laagst op het aanbod van scholen (4,8). In de Apollobuurt zijn bewoners hierover het meest tevreden (7,8), gevolgd door Gein (7,7). Figuur 3.5: tevredenheid aanbod winkels 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 8 tot 8,5 7 tot 8 6 tot 7 3,5 tot 6 38

41 Figuur 3.6: tevredenheid aanbod basisscholen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,9 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,8 tot 6 Figuur 3.7: tevredenheid aanbod sportvoorzieningen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,8 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,8 tot 6 39

42 Zoals te verwachten, scoort het Centrum lager op sportvoorzieningen dan de randen van de stad. In de Grachtengordel-Zuid zijn bewoners hierover het meest ontevreden (4,9) en in Middenmeer het meest tevreden (7,7). In de laatste buurtcombinatie liggen dan ook veel sportvelden, een schaatsbaan en atletiekbaan. 3.4 Parkeren Over de aanwezigheid van parkeervoorzieningen is de Amsterdammer ronduit ontevreden (5,9, was 5,8 in 2003). Tweeënveertig buurtcombinaties scoren hierop onvoldoende. De Burgwallen Oude Zijde scoort hierop het laagst (3,9). Opmerkelijk is dat niet alleen stedelijke buurten met hoge parkeertarieven binnen de ring hierop onvoldoende scoren, maar ook gebieden aan de rand van de stad, zoals De Aker, Eendracht, Oostzanerwerf, Kadoelen, Nellestein en Driemond. Het gebied van ontevredenen over parkeren lijkt zich steeds verder uit te breiden. Figuur 3.8: tevredenheid aanbod parkeervoorzieningen 1 = zeer ontevreden 10 = zeer tevreden 7 tot 7,7 6,5 tot 7 6 tot 6,5 3,9 tot 6 Deze conclusies sluiten goed aan op de analyse van de grootste ergernissen van de Amsterdammers in hoofdstuk vijf. Het gebrek aan parkeerplaatsen wordt daarbij als grootste ergernis genoemd. Als mensen een laag rapportcijfer geven voor het aanbod aan parkeervoorzieningen wil dat niet zeggen dat ze de buurt als geheel daardoor niet waarderen. Centraal gelegen stedelijke buurten combineren een hoog rapportcijfer voor de buurt met een laag rapportcijfer voor parkeervoorzieningen. 40

43 Ook in de nieuwbouwwijk de Aker zijn de bewoners ontevreden over het aanbod aan parkeervoorzieningen (5,6). De tevredenheid over parkeervoorzieningen is het meest afgenomen in de Scheldebuurt. Opmerkelijk is de sterke stijging van het rapportcijfer voor parkeren in Overtoomse Sluis (van 3,5 naar 4,2), al scoort de buurt bij lange na nog niet voldoende. De tevredenheid over parkeervoorzieningen is het meest afgenomen in de Scheldebuurt (van 5,5 naar 4,6.). 41

44 3.5 Openbaar Vervoer Het aanbod aan openbaar vervoer wordt door de bewoners aanzienlijk positiever beoordeeld dan de aanwezigheid van parkeervoorzieningen. Er zijn dan ook nauwelijks buurten die onvoldoende scoren op deze dimensie. Alleen de landelijke gebieden aan de rand van de stad en Buitenveldert-Oost scoren hier onder een 6. Bewoners van Driemond vinden het openbaar vervoer echt onder de maat (4). De buurtcombinatie Burgwallen Nieuwe Zijde scoort hier, evenals in 2003 het hoogst (8,6), maar dat is ook niet zo verwonderlijk aangezien het Centraal Station binnen deze buurt valt. Figuur 3.9: Tevredenheid aanbod openbaar vervoer 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7,5 tot 8,6 7 tot 7,5 6 tot 7 4 tot 6 Bewoners van de Burgwallen Nieuwe Zijde zijn het meest tevreden over openbaar vervoer. 42

45 3.6 Inrichting woonomgeving De inrichting van de woonomgeving (mooi of lelijk) wordt gemiddeld met een 6,7 beoordeeld (6,6 in 2003 en 6,5 in 2001). Vooral in de Apollobuurt (8,0) vinden de bewoners de inrichting van de woonomgeving mooi. Vijf buurten scoren een onvoldoende (lager dan een 6), namelijk Kolenkitbuurt, Overtoomse Veld, Indische Buurt West en IJplein/Vogelbuurt en Transvaalbuurt. De waardering voor de schoonheid van de woonomgeving is er tussen 2003 en 2005 het sterkst op vooruitgegaan op de Oostelijke Eilanden/Kadijken en in de Staatsliedenbuurt. Figuur 3.10: schoonheid inrichting woonomgeving 1 = zeer lelijk 10 = zeer mooi 7,5 tot 8,02 7 tot 7,5 6 tot 7 5,6 tot 6 Bewoners van de Apollobuurt vinden de woonomgeving het mooist. 43

46 3.7 Groenvoorziening Het rapportcijfer voor de groenvoorziening (mooi of lelijk) lijkt samen te hangen met de mate van stedelijkheid. Hoe dichter bij het centrum, hoe lager de waardering voor de groenvoorziening, terwijl naar de rand van de stad toe de waardering juist toeneemt. De bewoners van Burgwallen-Oude Zijde geven, evenals in 2003 de groenvoorziening gemiddeld het laagste cijfer (4,4). De groenvoorziening in Zuid, Buitenveldert, het oostelijk deel van Noord, grote delen van de Westelijke Tuinsteden en Zuidoost (m.u.v. Bijlmer Centrum) scoort goed. De buurt Nellestein in Zuidoost scoort, evenals in 2001 en 2003 het hoogst op groenvoorziening, namelijk een 8,6. Het recreatiegebied Gaasperplas ligt binnen deze buurtcombinatie. Beschouwen wij de verandering in de waardering van de groenvoorziening tussen 2003 en 2005, dan blijkt de waardering het meest te zijn toegenomen in de Staatsliedenbuurt, Oostelijke Eilanden/Kadijken en Burgwallen Nieuwe Zijde. Bij de Staatsliedenbuurt heeft de renovatie van het Westerpark zeker bijgedragen aan deze De renovatie van het Westerpark heeft stijgende tevredenheid. bijgedragen aan de stijgende tevredenheid over groenvoorziening. Figuur 3.11: schoonheid groenvoorziening 1 = zeer lelijk 10 = zeer mooi 8 tot 8,6 7 tot 8 6 tot 7 4,39 tot 6 44

47 3.8 Onderhoud en schoonhouden straten, stoepen en groen Het onderhoud van straten en stoepen krijgt in 2005 het hoogste rapportcijfer van bewoners van Museumkwartier/Duivelseiland 8,0 en het laagste rapportcijfer van bewoners van Overtoomse Veld (5,4) en de Indische Buurt West (5,5). Over het schoonhouden van straten, stoepen en groenvoorziening zijn de Amsterdammers minder tevreden dan over het onderhoud. Het minst tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen zijn de bewoners van de Transvaalbuurt (4,9), terwijl bewoners van Nellestein en het Oostelijk Havengebied daarover het meest tevreden zijn (7,1). Een groot aantal buurten scoort hierop onvoldoende. Vooral de lage score van Amsterdam-Noord valt op. Hoopgevend is dat een aantal buurten een forse verbetering laat zien tussen 2003 en Vooral de verbetering van Burgwallen Nieuwe Zijde (van 5,8 naar 6,9) en de Indische Buurt West (van 4,6 naar 5,5 is opmerkelijk. De Transvaalbuurt (van 5,3 naar 4,9) en Bijlmer-Oost (van 6,2 naar 5,9) laten evenwel een verslechtering zien ten opzichte van Figuur 3.12: tevredenheid onderhoud straten en stoepen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,41 6,5 tot 7 6 tot 6,5 5,47 tot 6 45

48 Figuur 3.13: tevredenheid schoonhouden straten en stoepen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,2 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,9 tot 6 De tevredenheid van Amsterdammers over het onderhoud van groenvoorzieningen wijkt eigenlijk weinig af van de tevredenheid over de schoonheid van de groenvoorziening. Het schoonhouden van het groen wordt evenals in 2003 het meest gewaardeerd in Nellestein (7,6) en het minst op de Burgwallen-Oude Zijde (5,0). Maar in de laatste buurtcombinatie is ook weinig groen. Bewoners van de Transvaalbuurt zijn het minst tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen. Het rapportcijfer voor schoonhouden is hier gedaald van 5,3 naar 4,9. 46

49 Figuur 3.14: tevredenheid onderhoud groenvoorziening 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 8,13 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,44 tot 6 Figuur 3.15: tevredenheid schoonhouden groenvoorziening 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,6 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,9 tot 6 47

50 3.9 Onderhoud en schoonhouden speelvoorzieningen In 2005 zijn voor het eerst vragen opgenomen over onderhoud en schoonhouden van speelvoorzieningen. Amsterdammers zijn hierover ontevredener dan over het onderhoud en schoonhouden van straten, stoepen en groen. In de Burgwallen Nieuwe Zijde is het volgens de bewoners slecht gesteld met het onderhoud (3,7) en schoonhouden (4,4) van de speelvoorzieningen, maar die zijn er dan ook nauwelijks. Nellestein scoort hier het beste (respectievelijk 7,3 en 7,1). In zijn algemeenheid is het schoonhouden van de openbare ruimte volgens de bewoners een groter probleem dan het onderhoud. Maar voor speelvoorzieningen lijkt dat niet op te gaan. Het onderhoud scoort in een aantal buurten zelfs slechter dan het schoonhouden van speelvoorzieningen. Dit is duidelijk een aandachtspunt voor de stadsdelen (i.h.b. Centrum) Figuur 3.16: Tevredenheid onderhoud speelvoorzieningen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,3 6,5 tot 7 6 tot 6,5 3,6 tot 6 48

51 Figuur 3.17: Tevredenheid schoonhouden speelvoorzieningen 1 = ruim onvoldoende 10 = ruim voldoende 7 tot 7,2 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,4 tot Prettig samenleven De mate waarin bewoners prettig samenleven valt bijvoorbeeld af te meten aan de betrokkenheid bij de buurt en de mate van overlast die bewoners ondervinden van buren en andere groepen mensen. Voor het eerst zijn in 2005 ook vragen opgenomen over de mate van menging van de buurt en de tevredenheid daarover. Daar is hoofdstuk vier aan gewijd. Aan de mate van betrokkenheid bij de buurt geven Amsterdammers gemiddeld een 5,7 (tegen 5,8 in 2003). Vooral in de landelijke gebieden zijn de bewoners naar eigen zeggen betrokken bij de buurt. Landelijk Noord scoort evenals in 2001 en 2003 het hoogst (7,5), gevolgd door Driemond (7,2). Ook Middenmeer, Museumkwartier, en de Nieuwmarkt/Lastagebuurt scoren scoren hoog op de betrokkenheid van buurtbewoners. In Overtoomse Veld en de Transvaalbuurt is er volgens de bewoners de minste betrokkenheid bij de buurt (4,8). Opmerkelijk is dat de betrokkenheid van buurtbewoners het sterkst is afgenomen in een aantal tuindorpen, zoals Betondorp (van 6,5 naar 5,9), Tuindorp Nieuwendam/Buiksloot van 6,5 naar 6,1) en Tuindorp Oostzaan (van 6,3 naar 5,9). Deze ontwikkeling is des te opmerkelijker, omdat de tuindorpen juist bekend stonden om de grote betrokkenheid bij de buurt. Vermoedelijk heeft de instroom van nieuwe bewoners bijgedragen aan de afnemende betrokkenheid bij de buurt. Aan de andere kant is in de Indische Buurt West de betrokkenheid juist toegenomen (van een 4,4 naar 5,1). Betrokkenheid van bewoners bij de buurt is overigens geen must. Zo geven de bewoners van de Grachtengordel West een 6,0 voor de betrokkenheid van buurtbewoners, terwijl ze zeer tevreden zijn over de buurt als totaal (8,4). Ook de zeer 49

52 gewaardeerde Willemsparkbuurt (totaaloordeel 8,4) scoort slechts een 6,2 voor de betrokkenheid van buurtbewoners. Figuur 3.18: betrokkenheid buurtbewoners 1 = geen betrokkenheid 10 = grote betrokkenheid 7 tot 7,6 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,7 tot 6 50

53 3.11 Overlastaspecten Overlast buren en andere groepen bewoners Gemiddeld wordt aan de mate van burenoverlast een rapportcijfer van 7,1 gegeven (tegen 7,0 in 2003 en 6,8 in 2001) en er is geen enkele buurtcombinatie die lager dan een 6 scoort. De bewoners van de Kinkerbuurt ondervinden de meeste burenoverlast (6,1). In Landelijk Noord ondervinden bewoners evenals in 2001 en 2003 de minste overlast van buren (gemiddeld een 8,2). De buurtcombinaties Jordaan, Kolenkit, Indische Buurt, Spaarndammerbuurt en de Westindische Buurt vertonen de sterkste afname van burenoverlast. Vooral de afname van de burenoverlast in de Kolenkit is opmerkelijk, omdat deze in 2003 nog het laagste rapportcijfer kreeg van heel Amsterdam (van 5,9 in 2003 naar 6,5 in 2005). Mogelijk heeft de stedelijke vernieuwing en de verbetering van de woningvoorraad in die buurt daaraan bijgedragen. Dat de mate van burenoverlast gemiddeld meevalt, wil niet zeggen dat dit geen probleem is. In individuele gevallen kan burenoverlast ernstige vormen aannemen. Figuur 3.19: overlast buren 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 7,5 tot 8,2 7 tot 7,5 6,1 tot 7 Recentelijk is er in de media veel aandacht geweest voor de overlast van groepen hangjongeren in buurten als de Diamantbuurt en Overtoomse Veld. Hieruit borrelt het beeld op van een totaal onleefbare stad. Hier en daar werd de angst geuit voor Parijse toestanden. Als je het de Amsterdammers zelf vraagt, beoordelen ze de overlast van (andere) groepen mensen gemiddeld met een voldoende (6,7). De Diamantbuurt (6,6) en Overtoomse Veld (6,1) scoren maar net onder het Amster- 51

54 damse gemiddelde. Blijkbaar komt de overlast van groepen jongeren sterk gelokaliseerd voor op bepaalde plekken (zie ook hoofdstuk vijf over de grootste ergernissen in de buurt), maar is het niet zo dat de hele buurt hierdoor wordt geteisterd. Dat ligt anders op de Wallen. In de Burgwallen Oude Zijde wordt de overlast van andere groepen mensen gemiddeld met een rapportcijfer van 4,1 beoordeeld. Het gaat hier veelal om uitgaansgerelateerde overlast en overlast van junks en dealers. Ook Burgwallen Nieuwe Zijde, Bijlmer Centrum, Transvaalbuurt, Westlandgracht en Grachtengordel-zuid (met het Rembrandtplein binnen de grenzen) scoren onvoldoende op de overlast van andere groepen mensen. Figuur 3.20: overlast andere groepen mensen 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 7 tot 7,93 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,11 tot 6 52

55 Overlast Verkeer De overlast van verkeer is tussen 2003 en 2005 toegenomen in de stad. Het aantal buurtcombinaties dat hierop onvoldoende scoort, is toegenomen van 6 naar 8. Dat zijn Burgwallen-Oude Zijde (5,5), Oude Pijp (5,7), De Schinkelbuurt (5,7), Burgwallen Nieuwe Zijde (5,8), Da Costabuurt (5,,8), Overtoomse Veld (5,9), Kinkerbuurt (5,9), Dapperbuurt (5,9) In Het Oostelijk Havengebied en de buurtcombinatie Gein ondervinden de bewoners de minste verkeersoverlast (7,4). De Hoofddorppleinbuurt en Banne Buiksloot vertonen volgens de bewoners de grootste toename van verkeersoverlast. Figuur 3.21: overlast verkeer 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 7 tot 7,5 6,5 tot 7 6 tot 6,5 5,5 tot 6 53

56 Overlast vervuiling Evenals in 2003 scoren in 2005 maar liefst 36 buurtcombinaties onvoldoende op de overlast van vervuiling. Bewoners van de Wallen vinden hun buurt het vuilst (met een gemiddeld rapportcijfer van 4,8) en bovendien is de overlast van vervuiling hier toegenomen. De schoonste buurten van de stad zijn volgens de bewoners het Oostelijk Havengebied en Driemond (gemiddeld 7,3). De overlast van vervuiling is nergens zo sterk afgenomen als in de Indische Buurt (van 4,1 naar 5,1) en nergens zo sterk toegenomen als in Buitenveldert-West (van 7,2 naar 6,5). Figuur 3.22: overlast vervuiling De Indische Buurt West is er volgens de bewoners tussen 2003 en 2005 een stuk schoner op geworden. 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 7 tot 7,3 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,8 tot 6 >Het Oostelijk Havengebied is volgens de bewoners één van de schoonste buurten van de stad. >>Bewoners van de Wallen ondervinden de meeste overlast van vervuiling. 54

57 Overlast criminaliteit Zoals gezegd is de overlast van criminaliteit afgenomen. Gemiddeld is het rapportcijfer toegenomen van 6,3 naar 6,6. Maar er zijn nog steeds buurtcombinaties die hierop onvoldoende scoren, namelijk De Wallen, Slotermeer, Overtoomse Veld, Erasmuspark, Westlandgracht, Bijlmermeer, Indische Buurt, Dapperbuurt, Transvaalbuurt en Nieuwendam Noord. Burgwallen Oude Zijde scoort het laagst met een 4,7, gevolgd door Overtoomse Veld 5,3. Maar in beide buurten is de overlast van criminaliteit wel sterk afgenomen. De sterkste toename van criminaliteit volgens de bewoners vertoont Banne Buiksloot (van 6,9 naar 6,1) en de sterkste afname de Indische Buurt West (van 4,7 naar 5,6). Figuur 3.23: overlast criminaliteit 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 7 tot 7,85 6,5 tot 7 6 tot 6,5 4,66 tot 6 Overlast prostitutie, horeca en coffeeshops De mate van overlast van activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops wordt in Amsterdam gemiddeld beoordeeld met een 8,1 (was 7,9 in 2003). Bewoners ondervinden naar eigen zeggen relatief weinig overlast van deze activiteiten. De enige buurtcombinaties die hier onvoldoende scoren, zijn de Burgwallen-Oude Zijde (4,9, tegen 4,5 in 2003) en de Burgwallen Nieuwe Zijde (5,2 tegen 5,4 in 2003). Op de Burgwallen-Nieuwe Zijde is de overlast van prostitutie, horeca en coffeeshops dus toegenomen, terwijl deze op de Burgwallen Oude Zijde is afgenomen tussen 2003 en Dat de wallen het laagst scoren is op zich niet zo verwonderlijk gegeven de concentratie van dergelijke activiteiten aldaar. Bewoners van deze buurten ondervinden aanzienlijk meer overlast van prostitutie, horeca en coffeeshops dan andere Amsterdamse buurten. Na de wallen ondervindt de aangren- 55

58 zende Nieuwmarkt/Lastagebuurt (6,8) de meeste overlast van bovengenoemde activiteiten. Figuur 3.24: overlast prostitutie, horeca en coffeeshops 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 8 tot 9,3 7 tot 8 6 tot 7 4,9 tot 6 Bewoners van de Burgwallen Oude Zijde ondervinden de meeste overlast van activiteiten als prostitutie, horeca en coffeeshops (4,9). (On)veiligheidsgevoelens Aan de bewoners is gevraagd hoe veilig ze zich in hun buurt voelen. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen de veiligheid overdag en s avonds. Deze vraag verschilt dus van de vraag over criminaliteit in die zin dat het hier gaat over (on)veiligheidsgevoelens en niet over overlast. De veiligheid overdag wordt door Amsterdammers positief beoordeeld. Gemiddeld geven Amsterdammers hiervoor een rapportcijfer van 7,9 evenals in 2003 en Zelfs de laagst scorende buurt 56

59 Figuur 3.25: veilig voelen overdag 1 = ernstige overlast 10 = geen overlast 8,2 tot 8,8 7,5 tot 8,2 6,8 tot 7,5 Bewoners van Overtoomse Veld geven het laagste rapportccijfer aan de veiligheid overdag (6,8) en s avonds (5,1). 57

60 (Overtoomse Veld) scoort nog een 6,8. De veiligheid s avonds wordt evenwel aanzienlijk minder positief gewaardeerd (gemiddeld rapportcijfer van 6,7, evenals in 2003). In een aantal buurtcombinaties voelen bewoners zich s avonds onveilig. Vooral de Westelijke Tuinsteden en de Bijlmermeer springen eruit als onveilige gebieden in de beleving van de bewoners. De onveiligste buurt volgens de bewoners is Overtoomse Veld, maar de onveiligheidsgevoelens zijn hier wel afgenomen (van 4,5 in 2001 via 4,8 in 2003 naar 5,1 in 2005). Na Overtoomse Veld wordt het aangrenzende Slotermeer Zuidwest s avonds het meest onveilig gevonden. Bovendien voelen mensen zich hier onveiliger. (van 5,9 in 2001 via 5,8 in 2003 naar 5,5 in 2005). Ook in Bijlmer Centrum (D,F,H) voelen mensen zich onveilig, maar de situatie is de afgelopen jaren wel verbeterd (van 5,3 in 2001 en 2003 naar 5,5 in 2005). De veiligste buurten zijn volgens de bewoners Driemond (8,2), Landelijk Noord (8,0) en Willemspark (8,0). Vergelijken wij de ontwikkeling tussen 2003 en 2005 dan zijn de gevoelens van onveiligheid het sterkst toegenomen in Banne Buiksloot (van 6,6 naar 6,1), Nellestein (van 6,1 naar 5,8), Nieuwendam Noord (van 5,9 naar 5,5) en Hoofdweg e.o (van 6,4 naar 6,1). Bewoners voelen zich ten opzichte van 2003 juist veiliger in de Burgwallen Nieuwe Zijde (van 6,1 naar 6,9), Indische Buurt West (van 5,1 naar 5,8), Burgwallen Oude Zijde (van 5,9 naar 6,6) en de Staatsliedenbuurt (van 6,7 naar 7,3). Figuur 3.26: veilig voelen s avonds 1 = zeer onveilig 10 = zeer veilig 7,5 tot 8,3 7 tot 7,5 6 tot 7 5,1 tot 6 58

61 3.12 Ontwikkeling in de afgelopen jaren In de globale waardering van leefbaarheid tussen 2003 en 2005 is weinig veranderd. Maar op het niveau van de buurtcombinaties treden wel degelijk belangrijke verschuivingen op. Volgens de bewoners is de buurt (totaaloordeel) er het meest op vooruit gegaan in de Spaardammer- en Zeeheldenbuurt (van 6,2 naar 6,9), gevolgd door de Indische Buurt West (van 5,3 naar 5,9), Osdorp Midden (van 5,8 naar 6,3), Landlust (van 5,7 naar 6,2) en Erasmuspark (van 5,9 naar 6,3). In al deze buurten zijn de resultaten van stedelijke vernieuwing en de aanpak van leefbaarheidsproblemen inmiddels duidelijk zichtbaar. Tabel 3.1: buurtcombinaties waar de leefbaarheid het sterkst is toegenomen tussen 2003 en Totaaloordeel over de buurt stijging (afgerond) Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt 6,9 6,2 0,7 Indische Buurt West 5,9 5,3 0,6 Osdorp Midden 6,3 5,8 0,5 Landlust 6,2 5,7 0,5 Erasmuspark 5,9 6,3 0,4 Figuur 3.27: totaaloordeel over de buurt: ontwikkeling significante stijging 0,3 tot 0,7 significante daling 0,3 tot 0,7 59

62 Het rapportcijfer voor de buurt is tussen 2003 en 2005 het meest gestegen in de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt. Maar er zijn ook buurten waar de leefbaarheid er fors op achteruit is gegaan. De sterkste daler is Banne Buiksloot in Amsterdam Noord, gevolgd door de Weteringschans. De waardering voor de buurt is in Banne Buiksloot gedaald van een 6,8 naar een 6,2. Bewoners geven zelf in open antwoorden aan dat deze buurt verloedert en de vervuiling toeneemt en de overlast van hangjongeren en junks wordt vaak genoemd. Ook in de buurtcombinatie Weteringschans zijn de bewoners minder tevreden over de buurt (van 8,1 naar 7,8), maar de score ligt nog wel ruim boven het Amsterdamse gemiddelde. Vermoedelijk heeft de daling van het rapportcijfer veel te maken met de specifieke problematiek van de overlast van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. >Het rapportcijfer voor de buurt is tussen 2003 en 2005 het sterkst gedaald in Banne Buiklsloot. Volgens de bewoners neemt de verloedering hier toe. >>Bewoners van de buurtcombinatie Weteringschans ondervinden veel overlast van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. 60

63 Beschouwen wij de verandering over een langere periode (tussen 2001 en 2005), dan blijkt de tevredenheid over de buurt vooral te zijn toegenomen in Westerpark, Bos en Lommer en de Bijlmermeer, terwijl de tevredenheid in delen van Amsterdam Noord achteruit is gegaan. Figuur 3.28: totaaloordeel over de buurt: ontwikkeling significante stijging 0,3 tot 0,89 significante daling 0,3 tot 0,73 61

64 3.13 Buurtontwikkeling komende jaren De bewoners werd niet alleen gevraagd hoe ze de buurt op dit moment beoordelen, maar ook wat zij verwachten van de ontwikkeling van de buurt in de komende jaren. Een 1 staat daarbij voor een zeer negatieve ontwikkeling en een 10 voor een zeer positieve ontwikkeling. Bewoners van het Museumkwartier/Duivelseiland (7,7) en de Apollobuurt (7,6) zijn het meest positief over de toekomst en bewoners van Slotermeer Noordoost en Overtoomseveld het minst (5,2). Figuur 3.29: oordeel verwachte ontwikkeling toekomst 1 = zeer negatief 10 = zeer positief 7 tot 7,7 6,5 tot 7 6 tot 6,5 5,1 tot Ontwikkelingen in de hot spots In 2001 was de Kolenkitbuurt de buurt met de sterkste concentratie van leefbaarheidsproblemen, in 2003 was dit de Indische Buurt West en in 2005 Overtoomse Veld. Van jaar tot jaar treden er binnen de stad ruimtelijke verschuivingen op in de concentraties van leefbaarheidsproblemen. Tabel 3.2 geeft een beeld van de ontwikkeling van het bewonersoordeel over de buurten met de grootste leefbaarheidsproblematiek ( hot spots ). In 2001 scoorden tien buurtcombinaties onvoldoende, in 2003 elf en in 2005 zes. 62

65 Tabel 3.2: buurtcombinaties met een onvoldoende op totaaloordeel in 2001, 2003 of en 2005 totaaloordeel 2005 totaaloordeel 2003 totaaloordeel vervuiling 2005 criminaliteit 2005 betrokkenheid bij de buurt 2005 ontwikkeling toekomst Overtoomse Veld 5,4 5,3 5,3 0,1 0,1 5,1 5,3 4,8 5,2 De Kolenkit 5,8 5,4 5,0 0,4 0,8 5,2 6,0 5,0 6,0 IJplein/Vogelbuurt 5,8 5,8 6,5 0,0 0,7 5,3 6,0 5,1 5,6 Indische Buurt West 5,9 5,3 5,4 0,6 0,5 5,1 5,6 5,1 6,2 Bijlmer Centrum 5,9 5,8 5,4 0,1 0,5 5,3 5,5 4,9 6,0 Transvaalbuurt 5,9 5,9 5,7 0,0 0,2 5,2 5,4 4,8 5,8 Indische Buurt Oost 6,0 5,7 5,9 0,3 0,1 5,4 5,6 5,0 6,0 Geuzenveld 6,1 5,9 6,1 0,2 0,0 5,6 6,1 5,2 6,0 Landlust 6,2 5,7 5,5 0,5 0,7 5,4 6,2 4,9 6,3 Osdorp-midden 6,3 5,8 5,8 0,5 0,5 5,7 6,3 5,1 6,2 Erasmuspark 6,3 5,9 5,8 0,4 0,5 5,8 5,8 4,9 6,4 Bijlmer Oost 6,3 6,2 5,9 0,1 0,4 5,9 5,8 5,5 6,3 Amsterdam totaal 7,1 7,0 6,9 0,1 0,2 6,0 6,6 5,7 6,4 In de zes buurtcombinaties die in 2005 onvoldoende scoren, krijgt niet alleen de buurt als totaal een laag rapportcijfer, maar ook de mate van overlast van vervuiling en criminaliteit. Bovendien is de betrokkenheid van bewoners bij de buurt gering. sproblemen lijken zich in sterke mate in deze buurten te concentreren. De meerderheid van de hot spots maakt beschouwd over een langere periode wel een positieve ontwikkeling door. Het succes van de stedelijke vernieuwing blijkt uit het feit dat de gebieden waar de leefbaarheid het sterkst is toegenomen, ook gebieden zijn waar de stedelijke vernieuwing inmiddels een eind op streek is. Over de periode vanaf 2001 zien we een bovengemiddelde stijging van tevredenheid in De Kolenkit, Indische Buurt West, Bijlmer Centrum, Landlust, Osdorp-Midden (met onder andere Zuidwestkwadrant), Erasmuspark en Bijlmer Oost. Vooral de stijging van de Indische Buurt West is positief, omdat deze buurt in 2003 nog het laagst scoorde van heel Amsterdam. Door een combinatie van maatregelen is de overlast van vervuiling en criminaliteit afgenomen. In al deze buurten gaan fysieke maatregelen gepaard met maatregelen op het gebied van veiligheid, onderwijs en arbeidsmarkt en de bestrijding van verloedering. Het gaat dus zeker niet alleen om stenen stapelen. Maar het laatste kan wel een belangrijke keer ten goede bewerkstelligen. Zo maken een aantal buurten niet langer deel uit van de lijst met hot spots. Omgekeerd is er een aantal buurten waar deze verbetering (nog) niet zichtbaar is in het subjectieve oordeel van bewoners over hun buurt. Het betreft Overtoomse Veld, IJplein/Vogelbuurt en Transvaalbuurt. Tegelijkertijd zijn dit ook de buurten waar de bewoners de ontwikkeling in de komende jaren het meest somber inzien. Reden te meer om in deze buurten alle zeilen bij te zetten. Er is in het onderzoek aan de bewoners zelf gevraagd wat er moet verbeteren in de buurt. De bewoners van de betreffende buurten vinden veel vaker dan de 63

66 gemiddelde Amsterdammer dat er iets moet verbeteren aan het onderhoud en schoonhouden van de openbare ruimte. In Overtoomse Veld en de Transvaalbuurt wordt bovendien de veiligheid vaak genoemd als verbeteraspect. Bewoners van IJplein/Vogelbuurt vinden vooral dat het winkelbestand moet worden verbeterd. Figuur 3.30: verbeteraspecten per buurtcombinatie Amsterdam totaal veiligheid Transvaalbuurt parkeren openbaar vervoer winkels Overtoomse Veld andere inrichting straten, pleinen en groen onderhoud en schoonh. straten, pleinen en groen IJplein/Vogelbuurt sloop/nieuwbouw renovatie bestaande woningen % 3.15 Hoogste en laagste scores per leefbaarheidsdimensie Tabel 3.3 geeft een beeld van de hoogst en laagst scorende buurtcombinatie voor de leefbaarheidsdimensies schoon, mooi, heel, veilig, prettig samenleven, de aanwezigheid van winkels en parkeren. In de tabel valt vooral de lage score van Overtoomse Veld op. De buurt scoort het laagst van Amsterdam op schoon, heel, mooi en prettig samenleven. Beschouwen wij de ontwikkeling tussen 2003 en 2005 dan blijkt Banne Buiksloot op een groot aantal dimensies de sterkste achteruitgang te vertonen. Positieve ontwikkelingen op het gebied van de dimensies schoon en heel en prettig samenleven zien we in de Indische Buurt West. 64

67 Tabel 3.3 Hoogste en laagst scorende buurtcombinaties per leefbaarheidsdimensie laagste score hoogste score grootste achteruitgang grootste vooruitgang totaaloordeel Overtoomse Veld (5,4) Apollobuurt (8,6), Banne Buiksloot Spaarndammer- en Museumkwartier/ (van 6,8 naar 6,2) Zeeheldenbuurt Duivelseiland (8,6) van 6,2 naar 6,9) schoon vervuiling Burgwallen Oude- Oostelijk Havengebied Buitenveldert West Indische Buurt West en Nieuwe Zijde (4,8) en Driemond (7,3) (van 7,2 naar 6,5) (van 4,1 naar 5,1) schoonhouden straten Transvaalbuurt (4,9) Nellestein (7,1) Transvaalbuurt Burgwallen Nieuwe Zijde en stoepen (van 5,3 naar 4,9) van 5,8 naar 6,9) heel onderhoud eigen woning Kolenkitbuurt, Kinkerbrt., Oostelijk Havengebied Van Galenbuurt Driemond Indische Buurt West (5,9) (8,1) (van 6,5 naar 6,2) (van 7,2 naar 7,8) onderhoud straten Overtoomse Veld (5,4) Museumkwartier/ Rijnbuurt Indische Buurt West en stoepen Duivelseiland (8,0) (van 7,0 naar 6,7) (van 5,1 naar 5,8) mooi schoonheid woningen Overtoomse Veld (5,2) Grachtengordel-West Banne Buiksloot Weesperzijde in de buurt (8,5) (van 6,4 naar 6,1) (van 6,4 naar 7,0) schoonheid inrichting Kolenkitbuurt (5,3) Apollobuurt (8,0) Hoofddorppleinbuurt Oostelijke Eilanden/ woonomgeving (van 7,1 naar 6,8) Kadijken (van 6,4 naar 7,0) veilig overlast criminaliteit Burgwallen Oude Zijde Driemond en Banne Buiksloot Indische Buurt West (4,7) Willemspark (7,8) (van 6,9 naar 6,1) (van 4,7 naar 5,6) veiligheid s avonds Overtoomse Veld (5,1) Driemond (8,2) Banne Buiksloot Kinkerbuurt (van 6,6 naar 6,1) (van 6,3 naar 6,8) prettig samenleven betrokkenheid bij de buurt Overtoomse Veld en Landelijk Noord (7,5) Betondorp Indische Buurt West Transvaalbuurt (4,8) (van 6,5 naar 5,9) (van 4,4 naar 5,1) overlast groepen Burgwallen Oude Zijde Apollobuurt (7,9) in 2005 voor het eerst in 2005 voor het eerst (4,1) gevraagd gevraagd tevredenheid over Overtoomse Veld (4,9) Apollobuurt (7,5) in 2005 voor het eerst in 2005 voor het eerst gemengd wonen gevraagd gevraagd winkels Driemond (3,5) Burgwallen Nieuwe Zijde in 2005 voor het eerst in 2005 voor het eerst (8,5) gevraagd gevraagd parkeren Burgwallen Oude Zijde Nieuwendam Noord (7,7) Scheldebuurt Overtoomse Sluis (3,9) (van 5,5 naar 4,6) (van 3,5 naar 4,2) 65

68 Stedelijke vernieuwing werkt: vooral de toenemende tevredenheid in de Indische Buurt is positief. 66

69 hoofdstuk 4 Gemengde buurten, gemengde complexen: de ene men(g)ing is de andere niet heeft betrekking op de terreinen schoon, heel, veilig en prettig samenleven. De analyse van de onderzoeksresultaten van Wonen in Amsterdam 2001 en 2003 heeft uitgewezen dat in buurten waar bewoners ontevreden zijn over het samenleven met andere bewoners, ze ook ontevreden zijn over de buurt als geheel. De sociale dimensie is dus van groot belang bij het oordeel over de buurt. Uit hoofdstuk zes van deze rapportage blijkt dat vooral in laag scorende wijken de sociale dimensie van belang is. Vanwege het belang van de sociale dimensie is in het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005 een vraag toegevoegd over de mate van menging van de bevolking in de buurt en de waardering daarvoor. In het eerste deel van dit hoofdstuk (4.1) [1] worden de antwoorden op die vraag geanalyseerd. Het tweede deel van het hoofdstuk (4.2) gaat in op de vraag of mensen in een gemengd complex van huur- en koopwoningen wonen, en hoe ze dat waarderen. 4.1 Menging op buurtniveau De eerste vraag over menging op het schaalniveau van de buurt luidt: Vindt u dat de bevolking in uw buurt gemengd is of juist niet?. Een 1 staat daarbij voor niet gemengd en een 10 voor wel gemengd. De tweede vraag vraagt om een oordeel over de mate van menging: Hoe tevreden bent u met de mate van menging in uw buurt?. Een 1 staat daarbij voor zeer ontevreden en een 10 voor zeer tevreden. Het begrip gemengd is hier niet gedefinieerd. Het hangt dus af van degene die de vraag heeft beantwoord of menging hier slaat op bijvoorbeeld etniciteit, inkomen, huishoudenstypen en of leefstijlen. Bovendien kan de ene persoon een buurt gemengd vinden, terwijl de andere persoon de buurt homogeen vindt. Net zoals bij de andere leefbaarheidsvragen in Wonen in Amsterdam 2005 wordt hier dus een beeld gegeven van het subjectieve oordeel van de bewoners. Menging op buurtniveau per stadsdeel De mate van menging komt voor Amsterdam volgens de bewoners gemiddeld uit op 6,5. Het oordeel over die mate van menging in de vorm van een rapportcijfer komt voor Amsterdam toevallig ook precies op een 6,5 uit. Figuur 4.1 geeft een beeld van de gemiddelde mate van menging per stadsdeel en de tevredenheid daarover. De stadsdelen zijn gerangschikt op mate van menging van hoog naar laag. Volgens de bewoners zijn Westerpark en De Baarsjes de meest gemengde stadsdelen van Amsterdam en Centrum, ZuiderAmstel en Oud-Zuid de minst gemengde. In Oud-Zuid zijn de bewoners zeer tevreden over de mate van menging (7,1). Ook in de weinig gemengde stadsdelen Centrum (6,9) en Zuider- Amstel (7,0) zijn bewoners bovengemiddeld tevreden over de mate van menging. [1] Een verkorte versie van dit eerste deel is al eerder verschenen in het septembernummer (2006) van het tijdschrift Nul20. 67

70 Dit lijkt de soort zoekt soort -gedachte te ondersteunen. Men woont in de buurt met gelijkgestemden, de buurt is niet gemengd en de bewoners vinden dat prima zo. Maar zo eenvoudig ligt het niet. In de gemengde stadsdelen Westerpark en Oud-West geven bewoners samen met Oud-Zuid het hoogste rapportcijfer aan de mate van menging (7,1). Ronduit ontevreden over de mate van menging zijn de bewoners van Bos en Lommer (5,4) en Geuzenveld-Slotermeer (5,6). Beide stadsdelen scoren gemiddeld op de mate van menging. Van een eenduidig verband tussen de mate van menging en de tevredenheid daarover is dus geen sprake. Figuur 4.1: mate van menging per stadsdeel en tevredenheid daarover Westerpark De Baarsjes Zuidoost Oud-West Osdorp Geuzenveld / Slotermeer Zeeburg Oost/Watergr Slotervaart Bos en Lommer Noord Oud-Zuid ZuiderAmstel Centrum Menging (1 = niet gemengd, 10 = wel gemengd) Tevredenheid over menging, (1 = zeer ontevreden, 10 = zeer tevreden) In de Bijlmermeer zijn de bewoners tevredener over de menging dan in de Westelijke Tuinsteden. 68

71 Stadsdeel Zuidoost wordt door de bewoners als gemengd stadsdeel gezien en de tevredenheid daarover ligt aanzienlijk hoger dan in de Westelijke Tuinsteden. Dit sluit aan bij ander onderzoek waaruit blijkt dat de bewoners van de Bijlmermeer de bevolkingssamenstelling en de mate van multiculturaliteit waarderen. Uit het grote Europese onderzoek RESTATE [2] waarin 29 naoorlogse woonwijken in 10 landen met elkaar worden vergeleken, blijkt dat van alle onderzochte wijken bewoners van de Bijlmer het meest tevreden zijn over de bevolkingssamenstelling. Bewoners van een buurt als de Kolenkit in de Westelijke Tuinsteden blijken volgens datzelfde onderzoek echter veel minder tevreden over de bevolkingssamenstelling. De multiculturele samenstelling van de bevolking wordt daar in tegenstelling tot de Bijlmermeer als probleem gezien door de bewoners. Dat geldt niet alleen voor de autochtone Nederlanders, maar ook voor andere etnische groepen. Oordeel over menging op buurtniveau naar inkomen en etniciteit De uitkomsten maken nieuwsgierig naar de achtergrondkenmerken van de bewoners. Hangt de tevredenheid over de mate van menging bijvoorbeeld af van het inkomen of van de etniciteit van degene die de vraag heeft beantwoord. Uit tabel 4.1 blijkt dat inkomen weinig invloed heeft op de tevredenheid over de mate van menging. Lagere inkomensgroepen zijn gemiddeld iets ontevredener over de mate van menging dan hogere inkomensgroepen. Maar de belangrijkste verschillen zitten toch tussen de stadsdelen en niet tussen de inkomensgroepen. Zo zijn in Oud-Zuid, Westerpark en Oud-West alle inkomensgroepen gemiddeld tevreden over de mate van menging, terwijl in Bos en Lommer en Geuzenveld / Slotermeer het omgekeerde het geval is. Tabel 4.1: tevredenheid over menging naar inkomen per stadsdeel primaire sec tot tot hogere totaal doelgroep voorm ZFG inkomens Centrum 6,6 6,9 7,0 7,0 6,9 Westerpark 7,1 7,2 6,9 7,3 7,1 Oud-West 7,0 7,2 7,1 7,2 7,1 Zeeburg 5,8 6,0 6,0 6,5 6,0 Bos en Lommer 5,5 5,5 5,4 5,2 5,4 De Baarsjes 6,2 6,2 6,3 6,4 6,3 Noord 6,3 6,4 6,6 6,7 6,4 Geuzenveld-Slotermeer 5,6 5,3 5,5 5,6 5,6 Osdorp 6,1 6,1 6,3 6,4 6,2 Slotervaart 5,7 6,2 5,8 6,4 6,0 Zuidoost 6,2 6,5 6,6 7,0 6,5 Oost/Watergr 6,5 6,8 6,8 6,9 6,7 Oud-Zuid 7,0 7,2 7,2 7,3 7,1 ZuiderAmstel 6,8 7,1 7,0 7,2 7,0 Amsterdam totaal 6,4 6,6 6,6 6,8 6,5 [2] Large Housing Estates in European Cities, Opinions of residents on recent developments, Restate report 4k, Sako Musterd & Ronald van Kempen, Utrecht 2005 en Large Housing Estates in Amsterdam, the Netherlands, Opinions of residents on recent developments. RESTATE report, 4e1, Manuel Aalbers, Sako Musterd & Wim Ostendorf. Zie ook: 69

72 Beschouwen wij de tevredenheid over de mate van menging naar etniciteit dan blijkt dat Turken in zijn algemeenheid veel minder tevreden zijn dan de andere bevolkingsgroepen. Dat geldt overigens ook voor de tevredenheid over de buurt als totaal. De verschillen tussen de etnische groepen zijn groter dan bij de inkomensgroepen. Maar ook hier zien we dat alle etnische groepen in Bos en Lommer een rapportcijfer lager dan een 6 geven voor de mate van menging, terwijl dat in Oud- Zuid bij alle groepen boven een 6,5 ligt. Surinamers en Antillianen zijn in Zuidoost wat tevredener over de mate van menging dan de andere etnische groepen. Dat zou er op kunnen duiden dat daar waar de betreffende groep in sterke mate is vertegenwoordigd, de bewoners tevreden zijn. Dat blijkt echter niet op te gaan voor Marokkanen en Turken, want die zijn in ruime mate vertegenwoordigd in Slotervaart en Bos en Lommer, maar waarderen de mate van menging toch negatief. Tabel 4.2: tevredenheid over menging naar etniciteit per stadsdeel Surinamers Turken Marokkanen niet geindus- geindus- Neder- totaal en Antillianen trialiseerd trialiseerd landers Centrum 6,5 * * 6,9 7,0 6,9 6,9 Westerpark 7,1 6,7 6,7 7,4 7,4 7,0 7,1 Oud-West 7,1 7,0 6,5 7,1 7,0 7,1 7,1 Zeeburg 6,6 4,9 6,4 5,9 5,5 6,1 6,0 Bos en Lommer 5,4 5,5 5,9 5,8 5,3 5,2 5,4 De Baarsjes 6,0 6,1 6,8 6,4 6,3 6,3 6,3 Noord 6,7 6,0 6,2 6,1 6,4 6,4 6,4 Geuzenveld-Slotermeer 5,7 5,6 6,0 6,5 5,6 5,4 5,6 Osdorp 6,4 6,0 6,9 6,3 6,0 6,1 6,2 Slotervaart 6,0 5,8 5,8 5,7 5,9 6,1 6,0 Zuidoost 6,9 * * 6,4 6,3 6,5 6,5 Oost/Watergr 6,6 6,2 7,0 6,5 7,0 6,7 6,7 Oud-Zuid 6,7 6,8 6,9 7,4 7,2 7,1 7,1 ZuiderAmstel 7,3 8,3 * 7,1 7,0 7,0 7,0 Amsterdam totaal 6,5 5,8 6,3 6,5 6,6 6,5 6,5 * te weinig respondenten Menging op buurtniveau per buurtcombinatie De verschillen binnen stadsdelen in de mate van menging en de waardering daarvoor zijn groot. Zo wordt Oost bijvoorbeeld gemengd gevonden en de Watergraafsmeer niet. Vandaar dat we verder inzoomen op het schaalniveau van de buurtcombinaties. De meest gemengde buurten (aangegeven in donkergroen) liggen in de negentiende-eeuwse gordel en de ring De lijst wordt aangevoerd door de Oosterparkbuurt, Kinkerbuurt, Dapperbuurt (deze buurten scoren 8,1) gevolgd door de Staatsliedenbuurt en de Nieuwe Pijp (beide 8,0). De minst gemengde buurten (aangegeven in rood) zijn het Museumkwartier en de Apollobuurt (beide 3,2), gevolgd door Driemond (3,7), landelijk Noord en de Grachtengordel West en Zuid (3,9). Het betreft hier de hoge status gebieden in de grachtengordel en Zuid, alsmede de landelijke dorpen aan de rand van de stad. 70

73 Figuur 4.2: mate van menging per buurtcombinatie Staatsliedenbuurt Grachtengordel-west Grachtengordel-zuid Landelijk Noord 7 tot 8,13 6 tot 7 5 tot 6 3,16 tot 5 1 = niet gemengd 10 = wel gemengd Kinkerbuurt Museumkwartier/Duivelseiland Mate van menging per buurtcombinatie 1 = niet gemengd, 10 = wel gemengd 7 tot 8,13 6 tot 7 5 tot 6 Apollobuurt Nieuwe Pijp Dapperbuurt Oosterparkbuurt Figuur 4.3: tevredenheid over menging per buurtcombinatie Driemond Geuzenveld Slotermeer noordoost Staatsliedenbuurt 7 tot 7,55 6 tot 7 Slotermeer zuidwest De Kolenkit 5 tot 6 4,85 tot 5 1 = zeer ontevreden gemengd 10 = zeer tevreden Overtoomse veld Apollobuurt Oude Pijp Tevredenheid over menging 1 = zeer ontevreden, 10 = zeer tevreden 7 tot 7,55 6 tot 7 Driemond 71

74 De kaart over de tevredenheid over de mate van menging laat zien dat bewoners vooral tevreden zijn in buurten in de negentiende-eeuwse gordel die volgens de bewoners zeer gemengd zijn of in hoge status buurten waar zeer weinig menging is. Het meest tevreden over menging zijn de bewoners van de Apollobuurt, Oude Pijp, Driemond en de Staatsliedenbuurt. Dat zijn over het algemeen ook buurten waar bewoners bovengemiddeld tevreden zijn over de buurt als geheel. Bewoners van Overtoomse Veld zijn het minst tevreden over de mate van menging (4,9), gevolgd door de Kolenkitbuurt (5,0) en Slotermeer Noordoost (5,3). De vijf buurten waar de bewoners het minst tevreden zijn over de mate van menging vormen een aaneengesloten gebied in de Westelijke Tuinsteden. Meestal scoren deze buurten gemiddeld op de mate van menging. De vraag die onmiddellijk opkomt is of deze bewoners nou meer of minder menging wensen en wat ze daar dan precies mee bedoelen. Duidelijk is in ieder geval dat ze de huidige situatie niet waarderen. Overtoomse Veld en Staatsliedenbuurt als uitschieters Overtoomse Veld springt eruit als buurt waar de bewoners ronduit ontevreden zijn over de mate van menging. De Staatsliedenbuurt wordt daarentegen door de bewoners gewaardeerd als gemengde buurt. Om een beter beeld te krijgen van de achterliggende overwegingen van bewoners zoomen wij in op deze twee buurten. De ontevredenheid van de bewoners van Overtoomse Veld betreft niet alleen de mate van menging. Op vrijwel alle leefbaarheidsaspecten geldt dat de bewoners van de Staatsliedenbuurt tevredener zijn dan de bewoners van Overtoomse Veld. Bovendien is het rapportcijfer voor de buurt er de laatste jaren sterk gestegen van een 6,1 in 2001 naar een 7,3 in Figuur 4.4: subjectieve oordeel leefbaarheid in de Staatsliedenbuurt en Overtoomse Veld overlast vervuiling overlast groepen veilig voelen 's avonds veilig voelen overdag betrokkenheid bij de buurt Staatsliedenbuurt oordeel menging Overtoomse Veld mate van menging Amsterdam totaal totaaloordeel

75 Meander in de Staatsliedenbuurt. Bevolkingssamenstelling Overtoomse Veld en Staatsliedenbuurt De buurten verschillen weinig van elkaar wat betreft inkomensverdeling. Beide buurten kennen een oververtegenwoordiging aan lage inkomensgroepen. In de Staatsliedenbuurt behoort 41 procent van de huishoudens tot de primaire doelgroep en in Overtoomse Veld 44 procent (tegen 35 procent voor Amsterdam als geheel). De Staatsliedenbuurt en Overtoomse Veld verschillen wel van elkaar wat betreft etniciteit. Volgens de bewoners is de Staatsliedenbuurt zeer gemengd, maar de bevolkingssamenstelling naar etniciteit lijkt sterk op die van Amsterdam als geheel en autochtone Nederlanders maken er met 53 procent de meerderheid uit. Overtoomse Veld is volgens de bewoners minder gemengd, maar is objectief gezien gemengder naar etniciteit. Marokkanen zijn er met 33 procent de grootste groep, gevolgd door de Nederlanders met 26 procent. Verder wonen er in Overtoomse Veld relatief meer stellen met kinderen en eenoudergezinnen dan in de Staatsliedenbuurt. Toch bestaat in Overtoomse Veld nog altijd 44 procent van de huishoudens uit alleenstaanden, tegen 65 procent in de Staatsliedenbuurt. Figuur 4.5: Bevolking naar etniciteit in de Staatsliedenbuurt en Overtoomse Veld 100% Nederlanders geïnd. landen niet-geïnd. landen Zuid-Europeanen Marokkanen Turken Antillianen Surinamers Staatsliedenbuurt Overtoomse Veld Amsterdam Bron: Dienst Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, Stadsdelen in Cijfers De afgelopen jaren zijn er in de Staatsliedenbuurt veel nieuwbouwprojecten opgeleverd, waaronder Meander. Bovendien is de Fannius Scholtenbuurt opgeknapt. De differentiatie van de woningvoorraad is dus in de Staatsliedenbuurt de afgelopen jaren toegenomen. Overtoomse Veld staat nog redelijk aan het begin van een grootschalige vernieuwingsoperatie. In beide buurten overheerst nog steeds de sociale huursector. 73

76 Uit de onderstaande grafiek blijkt dat autochtone Nederlanders Overtoomse Veld gemiddeld een gemengde buurt vinden (6,9). Marokkanen vinden de buurt echter een stuk minder gemengd (4,9). Beide groepen zijn echter ontevreden over de situatie, want de Nederlanders geven een rapportcijfer van 4,8 als oordeel voor de menging en de Marokkanen een 5,0. Figuur 4.6: menging en tevredenheid in Overtoomse Veld naar etniciteit Nederlands geïndustrialiseerd/z-eur. niet geïndustrialiseerd Marokkaans Turks Surinaams en Antilliaans Menging (1 = niet gemengd, 10 = wel gemengd) Tevredenheid over menging, (1 = zeer ontevreden, 10 = zeer tevreden) Figuur 4.7: menging en tevredenheid in de Staatsliedenbuurt naar etniciteit Nederlands geïndustrialiseerd/z-eur. niet geïndustrialiseerd Marokkaans Turks Surinaams en Antilliaans Menging (1 = niet gemengd, 10 = wel gemengd) Tevredenheid over menging, (1 = zeer ontevreden, 10 = zeer tevreden) In de Staatsliedenbuurt is het beeld veel eenduidiger. Alle etnische groepen vinden deze buurt gemengd en zijn daar bijzonder tevreden over. In het onderzoek Wonen in Amsterdam 2005 hebben bewoners de mogelijkheid gekregen om met drie trefwoorden aan te geven wat ze het vervelendst vinden van hun buurt. Tevens hebben ze aangegeven wat er kan verbeteren in de buurt. 74

77 Het is opvallend hoe vaak de bevolkingssamenstelling door de bewoners van Overtoomse Veld wordt genoemd als ergernis en verbeterpunt. In de Staatsliedenbuurt wordt dit nauwelijks genoemd. Een selectie uit de open antwoorden in Overtoomse Veld wat betreft verbeterpunten: samenstelling bevolking, verspreiding bewoners, verspreiding etniciteit, meer koopwoningen voor starters, meer gemengde samenstelling van bewoners. diverse culturen spreiden Het is zeker niet zo dat alleen Nederlanders ontevreden zijn over de bevolkingssamenstelling. In alle etnische groepen zijn respondenten te vinden die de bevolkingssamenstelling als vervelendste aspect van de buurt opgeven. Een aantal Surinaamse en Antilliaanse respondenten spreekt over teveel dezelfde soort mensen, ik hoor hier niet, alle witte mensen verhuizen, woningdiversiteit gering. Een Turkse respondent ergert zich aan het feit dat mensen niet met elkaar omgaan. Een aantal Marokkanen vindt het vervelend dat het niet gemengd is en merkt op dat er teveel buitenlanders bij elkaar wonen. Het lijkt erop of ook etnische minderheden van mening zijn dat er te weinig autochtone Nederlanders wonen. De meeste open antwoorden lijken te slaan op de bevolkingssamenstelling naar etniciteit. Een aantal respondenten legt daarbij een relatie met de samenstelling van de woningvoorraad. Menging op buurtniveau: nabeschouwing Uit Wonen in Amsterdam 2005 blijkt dat bewoners zeer tevreden zijn over de mate van menging in weinig gemengde hoge statusbuurten in Oud-Zuid, de grachtengordel en de landelijke dorpen aan de rand van de stad. Dit lijkt de soort zoekt soort -gedachte te ondersteunen. Maar de zaak ligt gecompliceerder, want buurten als de Oude Pijp en de Staatsliedenbuurt zijn volgens de bewoners gemengde buurten waar de bevolkingssamenstelling wordt gewaardeerd. De mate van menging wordt het minst gewaardeerd in een aantal buurten in de oude Westelijke Tuinsteden. Dat geldt voor alle bevolkingsgroepen. In objectieve zin gaat het hier om buurten die in sociaal-culturele zin gemengd zijn, maar een oververtegenwoordiging kennen van mensen met lage inkomens en of lage opleiding. Bewoners in die wijken hebben vaak weinig met elkaar gemeen en de betrokkenheid bij de buurt is gering. Sommige bewoners van deze buurten geven aan dat de buurt te eenzijdig is samengesteld. Als verbeterpunt noemen bewoners zelf vaak een grotere differentiatie van de woningvoorraad, bijvoorbeeld door de bouw van koopwoningen. Uiteraard is gemengd bouwen geen panacee voor alle problemen, maar het leidt er wel toe dat mensen met een verschillende sociaal-economische of sociaal-culturele achtergrond elkaar kunnen ontmoeten. In de Staatsliedenbuurt, een gemengde buurt die zeer gewaardeerd wordt door de bewoners, heeft het gemengde bouwen van de afgelopen jaren er in ieder geval toe geleid dat een aantal zwarte scholen gemengd is geworden. De mogelijkheden tot contact tussen de verschillende culturen zijn daarmee toegenomen. 4.2 Menging op gebouwniveau huur/koop Er is de bewoners niet alleen gevraagd naar de menging van de buurt. In 2005 is voor het eerst ook een vraag toegevoegd over gemengde complexen. Door de nieuwbouw van complexen met huur en koopwoningen in hetzelfde gebouw en door de verkoop van huurwoningen neemt het aantal gemengde complexen in de stad toe. Het is daarom interessant om te onderzoeken of de bewoners tevreden zijn over het samenleven in die gebouwen. Aan huurders is gevraagd of zij in een gebouw wonen waarin ook koopwoningen zijn en aan kopers het omgekeerde. Aan de bewoners van gemengde complexen (huur/koop) is vervolgens gevraagd 75

78 wat ze daarvan vinden. De bewoners konden vier antwoorden geven: 1. Goed, er zijn geen problemen. 2. Lastig, er zijn soms problemen 3. Slecht, er zijn vaak problemen en 4. Weet niet. In tegenstelling tot de vraag over de menging op buurtniveau is hier wel direct duidelijk over welke soort menging het gaat, namelijk de menging van huur- en koopwoningen. Van de bewoners van koopwoningen geeft 25 procent aan in een gebouw te wonen waarin zich ook huurwoningen bevinden. Dit aandeel ligt het hoogst in Bos en Lommer (61% van de kopers) en De Baarsjes (52%) en het laagst in Amsterdam- Noord (9%). Tabel 4.3: kopers die wonen in een gebouw met huurwoningen in % ja nee weet niet totaal Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal Tabel 4.4: kopers in gemengde complexen naar bouwperiode in % < totaal Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal

79 Bos en Lommer en de Baarsjes zijn dus de stadsdelen met relatief de meeste (kopers in) gemengde complexen naar huur/koop. Vaak betreft het hier vooroorlogse woningen. Bij de menging van huur en koopwoningen denken we vaak aan gemengde nieuwbouwcomplexen met koop en sociale huur die recentelijk zijn opgeleverd. Maar gemiddeld wordt er het meest gemengd gewoond in de bestaande voorraad waar (particuliere) huurwoningen en koopwoningen zich in hetzelfde gebouw bevinden. Gedeeltelijk betreft het hier een situatie die al lang bestaat. Amsterdam kent immers, vooral in de vooroorlogse wijken, veel kleine particuliere eigenaren die zelf een deel van hun perceel bewonen en de rest van de appartementen verhuren. Verder worden steeds meer particuliere huurwoningen verkocht. De toenemende verkoop van sociale huurwoningen zal er toe leiden dat het aantal gemengde complexen de komende jaren sterk zal toenemen,ook in buurten waar nu de sociale huursector nog sterk is vertegenwoordigd. Zeeburg en Westerpark vallen juist op door een hoog percentage kopers in gemengde nieuwbouwcomplexen. In de afgelopen jaren zijn er in deze stadsdelen dan ook veel gemengde complexen gerealiseerd, bijvoorbeeld het GWL-terrein en Meander in Westerpark en diverse projecten in de Indische Buurt, Oostelijk Havengebied en IJburg. Van de huurders geeft 14 procent aan in een gemengd complex te wonen. Dit percentage ligt het hoogst in Zuidoost (25%) en het laagst in Geuzenveld en Slotervaart (7%). Tabel 4.5: huurders die wonen in een gebouw met koopwoningen in % ja nee weet niet niets ingevuld totaal Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal

80 Tabel 4.6: oordeel over menging van kopers in % goed, er zijn lastig, er zijn slecht, weet niet totaal geen soms er zijn vaak problemen problemen problemen Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal De overgrote meerderheid van de kopers (69%) heeft geen problemen met het wonen in een gemengd complex, 23% geeft aan dat er soms problemen zijn en 4% dat er vaak problemen zijn. Vergelijken wij de stadsdelen, dan valt vooral Zeeburg op waar 32% van de kopers aangeeft dat er soms problemen zijn en 10% dat er vaak problemen zijn. Ook in Osdorp geven relatief veel kopers (9%) aan vaak problemen te ervaren als gevolg van de menging van huur en koop. Beschouwen wij de tevredenheid van kopers over gemengd wonen naar bouwperiode dan valt op dat bewoners van gemengde nieuwbouwcomplexen ontevredener zijn over de menging van huur en koop dan bewoners van vooroorlogse complexen. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat in de nieuwbouw in de afgelopen jaren niet alleen een menging is gerealiseerd van sociale huur en koop, maar ook vaak van verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld grote gezinnen en ouderen. Verder geldt dat de verschillen in de vooroorlogse complexen tussen de bewoners van de meestal particuliere huurwoningen enerzijds en de koopwoningen anderzijds geringer zijn dan die tussen de bewoners van nieuwbouwkoopwoningen enerzijds en nieuwbouw sociale huurwoningen anderzijds. Tabel 4.7: oordeel over menging van kopers naar bouwperiode in % goed, er zijn lastig, er zijn slecht, weet niet totaal geen soms er zijn vaak problemen problemen problemen < totaal

81 De huurders zijn nog iets tevredener over gemengd wonen dan de kopers. Drieënzeventig procent van de huurders van gemengde complexen geeft aan geen problemen te ondervinden, 8% heeft soms problemen en 3% vaak. Tabel 4.8: oordeel over menging van huurders goed, er zijn lastig, er zijn slecht, weet niet niets totaal geen soms er zijn vaak ingevuld problemen problemen problemen Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en Lommer De Baarsjes Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergr Oud-Zuid ZuiderAmstel Amsterdam totaal Het onderzoeksmateriaal van Wonen in Amsterdam 2005 is vanwege het steekproefkarakter niet geschikt om uitspraken te doen over specifieke (nieuwbouw)- complexen. Wel kunnen we laten zien in welke buurtcombinaties veel gemengde gebouwen staan. Figuur 4.8 geeft een beeld van de buurtcombinaties waar meer dan de helft van de kopers aangeeft in een gemengd gebouw te wonen waarin zich ook huurwoningen bevinden. Nellestein in Zuidoost voert de lijst aan, gevolgd door Erasmuspark in Bos en Lommer, De Krommert in de Baarsjes, Rijnbuurt en Scheldebuurt in ZuiderAmstel en de Indische Buurt West in Zeeburg. Met uitzondering van de Indische Buurt West en de Rijnbuurt betreft het allemaal buurten waar de particuliere huursector overheerst. Zoals hierboven al aangegeven, gaat het vaak om een menging van koopwoningen en particuliere huurwoningen in de bestaande voorraad. In de ring treffen wij veel complexen met een menging van particuliere huurwoningen en koopwoningen. Deze complexen zijn wel gemengd naar eigendomsverhouding, maar niet naar bevolking. 79

82 Figuur 4.8: buurten waar meer dan 50% van de kopers aangeeft in gemengde gebouwen te wonen 100% % kopers dat aangeeft in een gebouw met huurwoningen te wonen % huurders dat aangeeft in een gebouw met koopwoningen te wonen Indische Buurt West Scheldebuurt Rijnbuurt De Krommert Erasmuspark Nellestein Figuur 4.9: woningvoorraad naar eigendom in buurten met veel gemengde complexen 100% corporatiehuur 20 particuliere huur 0 koop Indische Buurt West Scheldebuurt Rijnbuurt De Krommert Erasmuspark Nellestein De Indische Buurt onderscheidt zich van de andere vijf buurten, omdat bijna 60 procent van de kopers in gemengde gebouwen in nieuwbouwcomplexen (gebouwd na 1994) woont. In de andere gemengde buurten betreft het vrijwel uitsluitend menging in de bestaande bouw. 80

83 Figuur 4.10: hoe denken kopers over gemengd wonen? 100% weet niet 40 slecht, er zijn vaak problemen lastig, er zijn soms problemen 20 goed, er zijn geen problemen 0 Indische Buurt West Scheldebuurt Rijnbuurt De Krommert Erasmuspark Nellestein In de Indische Buurt wonen veel eigenaar bewoners in gemengde nieuwbouwcomplexen. De resultaten van het onderzoek laten zien dat in de buurtcombinaties met de meeste gemengde complexen kopers redelijk tevreden zijn over de menging. In de genoemde buurten ervaart meer dan de helft van de kopers geen problemen. Van de kopers in gemengde complexen in de Indische Buurt West beoordeelt 9% de menging als slecht en 30% als lastig. In Wonen in Amsterdam 2005 is niet gevraagd waarom bewoners de menging van huur en koop niet waarderen. Wel weten we wat respondenten het vervelendst vinden van hun buurt. Bij de kopers in de Indische Buurt West die de menging als slecht beoordelen, wordt bijvoorbeeld geluidsoverlast van de buren als ergernis genoemd, evenals armoede en vervuiling. De huurders van gemengde complexen zijn over het algemeen tevredener dan kopers, want in de Indische Buurt West beoordeelt maar 2% van de huurders in gemengde complexen de situatie als slecht. De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat de meeste bewoners van gemengde complexen geen problemen hebben met de menging van huur en koop. Tegelijkertijd lijken bewoners van de gemengde nieuwbouwcomplexen wat ontevredener dan bewoners van met name vooroorlogse gemengde gebouwen. In het septembernummer van Nul20 (2006) is door André Buys van het RIGO een aantal aanbevelingen gedaan om problemen met menging in de nieuwbouw te voorkomen. Zo is het niet verstandig om grote woningen boven kleine te maken en een aparte opgang voor de bewoners van koop- en huurappartementen verdient aanbeveling. 81

84 4.3 Menging op buurt- en gebouwniveau Het is niet eenvoudig op basis van dit hoofdstuk eenduidige conclusies over menging te trekken. Het eerste deel van het hoofdstuk laat zien dat bewoners tevreden zijn in de (naar bevolkingssamenstelling) minst gemengde buurten (bijvoorbeeld in Oud-Zuid), maar ook in de meest gemengde buurten (vaak in de negentiendeeeuwse gordel). Bij de vraag over menging van bevolkingsgroepen is niet duidelijk of het om inkomen, etniciteit, opleiding of bijvoorbeeld leeftijd gaat. Uit andere antwoorden in de enquête lijken bewoners bij menging vooral te doelen op de etnische achtergrond van de bewoners. Het tweede deel van dit hoofdstuk gaat niet over het schaalniveau van de buurt, maar over gemengde gebouwen. In tegenstelling tot deel 1 is hier duidelijk in de vraag gespecificeerd dat het om de menging van huur- en koopwoningen gaat. De buurten met de meeste gemengde complexen blijken vooral in de ring gelegen. De complexen bestaan in die buurten vaak uit een mix van particuliere huur- en koopwoningen in de bestaande bouw. Bewoners hebben daar over het algemeen weinig problemen met de menging van huur en koop. In buurten met gemengde nieuwbouwcomplexen van sociale huur- en koopwoningen wordt de menging wat vaker als negatief ervaren. Maar ook daar ondervindt de overgrote meerderheid van de bewoners geen problemen als gevolg van menging. Belangrijk is dat we bij het begrip menging altijd duidelijk moeten aangeven wat er wordt bedoeld. Gaat het om menging van bevolkingsgroepen naar inkomen, etniciteit, leefstijl etc, of gaat het om de menging van eigendomscategorieën (huur/- koop)? Tevens is het schaalniveau van belang. De ene menging is de andere niet. Een mix van huur en koop hoeft niet altijd te resulteren in een gemengde bevolking. Zo zijn de buurten met veel gemengde complexen in de ring , vaak helemaal niet zo gemengd naar bevolkingssamenstelling. 82

85 hoofdstuk 5 De grootste ergernissen van de Amsterdammers In het grote tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam loopt traditioneel een open slotvraag mee. Dit jaar luidde die: Geef in maximaal drie trefwoorden aan wat u het vervelendst vindt van uw buurt. Geen voorgedrukte antwoordhokjes, maar ruimte om in drie woorden zelf iets op te schrijven. Hierna wordt de rijke oogst van deze vraag besproken, die door ruim mensen (een respons van 81%) werd beantwoord. Al die schrijfsels zijn bewaard en in rubrieken ondergebracht. Daaruit komen interessante verschillen tussen de stadsdelen en buurten naar voren. 5.1 Rondjes rijden tussen het blik Wat vinden de mensen van de grootste stad van Nederland het vervelends aan de buurt waar ze wonen? Dat ze hun auto niet kwijt kunnen. Dat speelt niet alleen in de drukke gebieden met betaald parkeren maar ook in een aantal gebieden ver daarbuiten. Waar parkeren minder gereguleerd wordt, is het wellicht deels juist daardoor ook een bron van ergernis. Ook afval, vuilnis en de verkeersdrukte zijn belangrijke ergernissen. In de top 5 staan vooral fysieke ergernissen. Pas daarna volgen zaken als onveiligheid, criminaliteit en overlast. De Aker. 5.2 Ergernissen in de stadsdelen Wat is er zo vervelend aan wonen in Amsterdam, en wat hindert je in je eigen buurt? Het hangt er maar van af wie je het vraagt, en dan vooral waar ze wonen. Zoals gezegd: parkeren scoort over de hele stad het hoogst. Het gaat dan vooral over de schaarste, en minder over teveel blik op straat. Met name aan de westkant van het centrum is parkeren een hot-issue. Maar ook in gebieden zonder parkeerregime kan het storen: in de Aker en de noordwesthoek van Noord moeten mensen veel rondjes rijden om hun auto te kunnen stallen. Deze gebieden liggen ver van de stad en het autobezit is eerder hoger dan lager. Evengoed geldt er een parkeernorm die het aantal plekken op straat beperkt, waardoor parkeren in deze gebieden toch lastig wordt gevonden. 83

86 Tabel 5.1: rangordes binnen de stadsdelen (top-20 van meestgenoemde kenmerken) Centrum Westerpark Oud-West Zeeburg Bos en lommer De Baarsjes Amsterdam-Noord Geuzenveld-Slotermeer Osdorp Slotervaart Zuidoost Oost/Watergraafsmeer Oud-Zuid ZuiderAmstel totaal parkeren afval/vuil/vuilnis druk verkeer weinig voorzieningen hondepoep hangjongeren criminaliteit lawaai/drukte zwerfvuil sfeer geluidsoverlast allochtonen/buitenlanders groen buren onveilig drugs/verslaafden agressie/asociaal gedrag onderhoud openbare ruimte bouwlawaai speelplekken Tabel 5.1 geeft een overzicht van de eerste twintig (van de in totaal veertig) antwoordcategorieën. De vraag was wat men het vervelendst vond van de eigen buurt. Omdat de antwoorden zich niet laten optellen, zijn ze in rangordes gezet. De meestgenoemde ergernis krijgt rangorde 1, en zo verder aflopend. Uiterst rechts staat het totaal over de stad. Als de rangorde in een stadsdeel sterk afwijkt kleurt hij op (oranje = opvallend vaak genoemd, groen = opvallend weinig genoemd). Hoe lager een kenmerk staat in de stedelijke rangorde, hoe groter de benodigde afwijking om te worden gekleurd. Er is gewerkt met ongewogen aantallen, zoals voor leefbaarheidsanalyses gebruikelijk is. Tabel 5.1 geeft een overzicht van de eerste 20 (van de in totaal 40) antwoordcategorieën. Hoog op de lijst vervelende punten staan verder afval/vuilnis, druk verkeer, gebrek aan voorzieningen en good-old hondenpoep. Tussen de antwoorden veel bloemrijke schrijfsels zoals geen vriendelijk groet ; het waait hier altijd! ; het uitgekozen worden voor een veel te lange enquête en samenhangende Marokkaanse jongeren. Niet alles kon worden gerubriceerd, maar het beeld tekende zich al snel genoeg af. Vragen naar de drie meest vervelende dingen in de buurt maakt dat voor kleine ergernissen geen plaats is. Er zijn in Slotervaart wellicht niet eens zoveel minder honden dan in Oud-West, maar veel Slotervaarters maken zich momenteel meer zorgen om zaken als hangjongeren, criminaliteit en zwerfvuil. In het centrum worden criminaliteit en zwerfvuil niet veel genoemd, maar wel de drukte, de toeristen en het bouwlawaai. Het is zoals een buurtregisseur onlangs al zei op televisie over zijn buurt waar de 84

87 afgelopen jaren met succes is gewerkt aan het terugdringen van illegale prostitutie en straatroof: het gaat fantastisch met deze buurt, mensen gaan weer klagen over hondenpoep en de muziek van de buren. Een aantal stadsdelen voegt zich naar de gemiddelde rangorde voor de stad. In De Baarsjes, Zeeburg en Oost-Watergraafsmeer zijn nauwelijks opvallende verschillen met het stedelijk beeld waar te nemen. Een aantal stadsdelen lijkt beter te slagen in het op orde houden van vuilnis. De leefbaarheid en het veiligheidsgevoel staan in Slotervaart, Geuzenveld en Osdorp meer onder druk dan elders. In tabel 5.2 worden accenten genoemd per stadsdeel. Tabel 5.2: accenten in de rangordes van de stadsdelen stadsdeel relatief vaak genoemd relatief weinig genoemd Centrum lawaai, gebrek aan groen, drugs/verslaafden afval/vuilnis, gebrek aan voorzieningen, hangjongeren Westerpark geluidsoverlast, agressie/asociaal gedrag afval/vuilnis, hangjongeren, criminaliteit Oud-West hondenpoep, geluidsoverlast, gebrek aan groen afval/vuilnis, gebrek aan voorzieningen, hangjongeren Zeeburg gebrek aan groen druk verkeer, hondenpoep, onderhoud openbare ruimte Bos en Lommer criminaliteit, allochtonen, imago druk verkeer, gebrek aan voorzieningen, hondenpoep De Baarsjes gehorige woningen, gebrek aan fietsenrekken, criminaliteit, drugs/verslaafden, bouwlawaai coffeeshops Amsterdam-Noord druk verkeer, onderhoud openbare ruimte parkeren, hondenpoep, drugs/verslaafden Geuzenveld-Slotermeer allochtonen, onveiligheid, imago parkeren, druk verkeer, hondenpoep Osdorp hangjongeren, allochtonen, gebrek aan speelplekken hondenpoep, geluidsoverlast, drugs/verslaafden Slotervaart hangjongeren, criminaliteit, zwerfvuil parkeren, druk verkeer, hondenpoep Zuidoost gebrek aan voorzieningen, onveiligheid, parkeren, druk verkeer, gebrek aan groen drugs/verslaafden Oost/Watergraafsmeer drugs/verslaafden hondenpoep, gebrek aan groen Oud-Zuid lawaai van bouwactiviteiten, gehorige woningen gebrek aan voorzieningen, hangjongeren, criminaliteit ZuiderAmstel slechte sfeer, lawaai van bouwactiviteiten afval/vuilnis, hangjongeren, criminaliteit Een aantal typisch grootstedelijke problemen zoals criminaliteit en onveiligheidsgevoel dringen diep door in de gebieden buiten de ring en in Noord, ook in relatief jonge uitleggebieden. In en rond het centrum zijn het vooral de drukte en het weinige groen die opvallen. Wat vervelend wordt gevonden, hangt niet af van wie je het vraagt. De rangordes voor verschillende leeftijdsgroepen (zoals jong vs oud) en soorten huishoudens (zoals gezinnen vs alleenstaanden) verschillen nauwelijks. Pas als je binnen gebieden de belangrijke problemen op een rijtje zet, komen er verschillen aan het licht tussen groepen mensen. 85

88 5.3 Ergernissen van buurten Stadsdelen zijn groot en vaak ook heel divers, ze herbergen heel diverse woonmilieus. Dat maakt een analyse op stadsdeelniveau nogal grof. Daarom dalen we een stapje verder af in de stad. Op het niveau van buurtcombinaties ontstaat dan een gevarieerder beeld, dat zich ook goed laat verklaren. Figuur 5.1 laat voorbeelden uit de top-20 zien. Uit de plaatjes kan goed worden afgeleid wat de achtergrond van de rangordes is, en in een aantal gevallen zelf een precisering over wat er met de gebruikte termen is bedoeld. Figuur 5.1: rangordes van vier aspecten uit de top-20 per buurtcombinatie Parkeren* Hondenpoep Allochtonen Hangjongeren Rangordes per buurtcombinatie. Als in buurtcombinaties items relatief vaak zijn genoemd, zijn ze rood gekleurd. Naarmate ze minder vaak zijn genoemd, kleuren ze geel en uiteindelijk fel groen. Er is geanalyseerd op alle buurtcombinaties, dus er zijn geen buurtcombinaties samengevoegd omwille van representativiteit (zoals in andere analyses wel is gebeurd). * In de figuur over parkeren is het gebied gearceerd waar een parkeerregime geldt. 86

89 Over parkeren is hiervoor al het nodige gezegd. Hondenpoep is vooral een ergernis in dichtbebouwde gebieden rond het centrum, waar in de openbare ruimte minder plaats is voor groenstroken en hondenuitlaatplekken. Het item allochtonen is een bijzondere. Omdat de antwoorden hier niet zijn toegelicht, moeten de resultaten met nuances worden bekeken. De ingevulde teksten zijn niet zondermeer voor één uitleg vatbaar. Een paar voorbeelden: teveel allochtonen hier allochtonenoverschot dat autochtonen zich allochtonen wanen te hoog proportie allochtonen te veel buitenlanders in één buurt toename buitenlanders verhouding autochtoon - allochtoon niet evenredig Gechargeerd kan er onderscheid worden gemaakt in twee betekenissen: ik vind buitenlanders niet prettig in mijn woonomgeving; ik zou liever zien dat de bevolking hier meer gemengd was. Een aantal respondenten geeft daarbij expliciet aan ook zelf allochtoon te zijn. Problemen met hangjongeren zijn de afgelopen tijd indringend in het nieuws. De Diamantbuurt wordt door sommigen wel eens weggezet als een mediahype, maar de bewoners zelf ervaren de hangjongeren toch echt als een grote ergernis. Ook al scoort overlast van andere groepen in de rapportcijfervragen (voorgedrukte vragen en antwoorden) niet erg laag in die buurt, de hangjongeren liggen wel voorop de tong als mensen vrijuit gevraagd worden hun ergernissen te spuien (drie lege regels om in eigen woorden iets op te schrijven). In het kaartbeeld vallen verder de westelijke tuinsteden en de middelhoogbouw in Noord op. Problemen met hangjongeren in de Aker zijn wellicht minder breed uitgemeten in de media, maar daarom niet minder serieus te nemen. Dit gebied is nog jong, en veel Amsterdammers zijn hier in een suburbaan milieu binnen de stadsgrenzen gebleven. Ze treffen daar nu al grootstedelijke problemen aan en dat is zorgelijk. 87

90 5.4 Hotspots onder de loep In de leefbaarheidanalyses van WIA 2005 zijn 6 buurten naar voren gekomen waar de bewoners hun eigen buurt gemiddeld een onvoldoende geven. Het betreft Overtoomse Veld, Kolenkit, IJplein/Vogelbuurt, Transvaalbuurt, Bijlmer-Centrum en Indische Buurt West. Op naaststaande kaart zijn ze in rood aangegeven. Figuur 5.2 hotspots Vuilnis is ergernis nummer 1 in de Transvaalbuurt. Voor deze buurten zijn de rangordes apart onderzocht. Tabel 5.3 (qua opzet gelijk aan tabel 5.1) geeft een overzicht. De rangordes zijn gesorteerd op de resultaten voor de 6 buurten tezamen ( HOT-spots totaal ). De resultaten lichten op als er relatief grote afwijkingen zijn ten opzichte van het stedelijke beeld. Na afval (op nummer 1) scoren in deze buurten criminaliteit en overlast van hangjongeren hoog (met uitzondering van IJplein/Vogelbuurt). Zonder uitzondering kennen deze buurten hoge percentages allochtonen. Met uitzondering van de Bijlmer van oudsher een gebied met veel allochtonen vormt dit ook een relatief grote ergernis. Veel ergernissen in de zes buurten hebben te maken met hoe verschillende groepen in de buurt zich gedragen en hoe ze met elkaar omgaan. Dat betekent dat 88

91 Tabel 5.3: accenten in de rangordes van de Hot-spots Transvaal Indische buurt-west Kolenkit IJplein/vogelbuurt Overtoomse veld Bijlmer-Centrum HOT-spots totaal elders Amsterdam totaal afval/vuil/vuilnis criminaliteit hangjongeren zwerfvuil parkeren allochtonen/buitenlanders weinig voorzieningen lawaai/drukte druk verkeer onveilig sfeer geluidsoverlast buren drugs/verslaafden agressie/asociaal gedrag imago groen hondenpoep/loslopende huisdieren overlast onderhoud openbare ruimte integratie hier hoog op de agenda hoort, tussen andere problemen die zich in deze buurten ook bovengemiddeld vaak voordoen zoals hardnekkige werkloosheid en het achterblijven van inkomens. 5.5 Hoe nu verder Allemaal leuk en aardig, die uitkomsten, maar wat moet volkshuisvestend Amsterdam daar nu mee? Per gebied in Amsterdam heeft een grote groep bewoners aangegeven wat ze in hun eigen buurt vervelend vinden, het zijn antwoorden uit de eerste hand. Waar heel indringende zaken als criminaliteit en drugsoverlast spelen, voeren die blijkbaar de boventoon boven meer alledaagse zaken als parkeren en verkeersdrukte. Mochten in de toekomst hondenpoep en vliegtuiglawaai de belangrijkste problemen worden, zijn we al bijna in Utopia aangeland. Maar daarvoor moeten wel eerst de schouders worden gezet onder die andere ergernissen. 89

92 90

93 hoofdstuk 6 Woonstijlen en Woonmilieus [1] Amsterdam kent een grote diversiteit aan woonmilieus. Amsterdammers hebben daarnaast ook zeer uiteenlopende woonvoorkeuren. Ieder woonmilieu heeft zijn eigen voor- en nadelen en mensen hebben daar vanuit de plaats waar ze wonen en vanuit hun woonvoorkeuren mee te maken. In dit hoofdstuk worden de subjectieve woon- en woonmilieuvoorkeuren geconfronteerd met de objectieve kenmerken van de Amsterdamse woonmilieus. 6.1 Buurtwaardering en woonmilieus Hoe wordt de buurt gewaardeerd in de verschillende woonmilieus? Per woonmilieu is gekeken hoe tevreden mensen zijn met hun buurt en vergeleken met de waardering in De kaart van de Amsterdamse woonmilieus is inmiddels bekend uit de rapportages over Wonen in Amsterdam De indeling naar woonmilieus is niet geactualiseerd. De woonmilieu-indeling, gebaseerd op de statistiek van 300 buurten uit het jaar 2003, is nog actueel genoeg om de differentiatie binnen Amsterdam te beschrijven en om recente trends op af te meten. De woonmilieus zijn dus gebaseerd op de indeling in buurten en niet op de buurtcombinaties, zoals hoofdstuk drie. Het Oostelijk Havengebied behoort tot het woonmilieu inbreiding. [1] Dit hoofdstuk is grotendeels gebaseerd op de scriptie Ieder z n eigen buurt? (2006) van Hester Booi, afgestudeerd aan de Wageningen Universiteit. De informatie uit dit hoofdstuk is ook verschenen als artikel. Zie ook: Hester Booi en Kees Dignum, Woonstijl in schaduw van kwaliteit woonmilieus, Tijdschrift voor de Volkshuisvesting, 2007, nr 1. 91

94 Figuur 6.1: Amsterdam in tien woonmilieus centrumrand dorp stadsvernieuwing transitie welgesteld stedelijk overgang aansluiting inbreiding stadsrand centrum Toelichting: De tien woonmilieus verschillen van elkaar in sociaal-economische status en ligging. Centrum, centrumrand en stadsvernieuwing liggen het meest centraal. Stadsrand en dorp liggen meer perifeer. Welgesteld stedelijk ligt vooral in het zuiden van de stad, aansluiting ligt vaak aangesloten op dit milieu. Transitie bevindt zich vooral in het westen en zuidoosten van de stad, met kleinere gebieden in het oosten en het noorden. Overgang is vooral te vinden in het westen en noorden van Amsterdam. Inbreiding ligt voor het grootste gedeelte in het oosten van de stad, net buiten het centrale gebied. De woonmilieus transitie, overgang en stadsvernieuwing kennen een lagere sociaal-economische status, welgesteld stedelijk en dorp kennen een zeer hoge sociaal-economische status. De overige woonmilieus bevinden zich daartussen in. Daarnaast bestaan er tussen de milieus aanzienlijke verschillen in bevolkingskenmerken (leeftijd, etniciteit) en woningmarktdynamiek. Zie hiervoor het rapport Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt (Dignum, 2004). De zogenaamde hot spots (zie hoofdstuk drie) waar de buurt met een onvoldoende wordt beoordeeld liggen allemaal in het transitieof overgangsmilieu. 92

95 Figuur 6.2: gemiddeld waarderingscijfer voor de buurt per woonmilieu, 2005 en 2001 transitie overgang stadsvernieuwing e.a. stadsrand inbreiding aansluiting centrumrand centrum dorp 2005 welgesteld stedelijk 2001 Amsterdam De algemene Amsterdamse trend dat de waardering voor de buurt stijgt, doet zich in vrijwel de hele stad voor. Alleen in het stadsrandmilieu doet zich een dalende trend voor, maar het rapportcijfer ligt in dit milieu, waartoe delen van Gein maar ook de Aker en Nieuw Sloten behoren nog wel net boven het Amsterdamse gemiddelde (7,1). In de milieus welgesteld stedelijk en dorp liggen de gemiddelde waarderingen zo hoog (boven de 8) dat geen winst meer haalbaar lijkt. Dat geldt wel voor centrum en met name centrumrand. Het rapportcijfer voor centrum beweegt inmiddels richting 8 en dat voor Centrumrand naar 7,5. Ook in het nieuwbouwmilieu inbreiding en het door de jaren gedomineerde aansluiting wordt inmiddels een 7,5 als gemiddelde waardering gehaald. Stadsvernieuwing en overgang hebben een beduidend lager rapportcijfer (6,5) terwijl de trend naar een hogere waardering hier ontbreekt. Die positieve trend is echter wel duidelijk aanwezig in het milieu met de laagste waardering, het transitiemilieu. Zoals we in hoofdstuk drie al hebben gezien werpt de stedelijke vernieuwing in de Bijlmermeer en Amsterdam Nieuw West zijn vruchten af. 6.2 Welke oriëntatie hebben bewoners op het wonen in de verschillende woonmilieus? In de vorige hoofdstukken kwam aan de orde dat het rapportcijfer voor de buurt een afspiegeling is van de waardering voor diverse aspecten van de fysieke en sociale woonkwaliteit. De vraag is daarnaast hoe deze buurtwaardering gerelateerd is aan wat mensen van hun buurt en van de mensen in de woonomgeving verwachten. Komt de woonoriëntatie van mensen overeen met wat ze in hun omgeving aantreffen? In de enquête Wonen in Amsterdam van 2005 zijn zes vragen gesteld 93

96 die erop gericht zijn om die oriëntatie te onderzoeken. De woonoriëntaties worden verderop in deze paragraaf samengevat in een drietal woonstijlen. De zes vragen luiden als volgt: Wat is voor uw tevredenheid belangrijker: verschillende mensen in de buurt of mensen als uzelf? een levendige buurt of een rustige buurt? omgang met de buren als het nodig is of omgang met de buren voor de gezelligheid? buren helpen met een klusje of buren niet lastig vallen? gericht op eigen buurt of gericht op de gehele stad? lang op dezelfde plek wonen of ergens anders wonen als dat zo uitkomt? Figuur 6.3: antwoordenverdeling op de vraag, wat is voor uw tevredenheid belangrijker, verschillende mensen in de buurt of mensen als uzelf? 35% verschillend 1 midden 1 2 uzelf 3 De vragen werden voorzien van een schaal met zeven invulhokjes waarbij de suggestie gedaan werd: hoe verder u een hokje naar links of rechts aankruist, hoe sterker uw voorkeur is. Figuur 6.3 laat het scorepatroon zien voor de vraag over de voorkeur voor verschillende mensen dan wel mensen als uzelf. Bij elke vraag koos ongeveer 30% van de mensen voor het tussenantwoord. Mensen maken dus vaak geen scherpe keuze uit de voorgestelde mogelijkheden. Het is in die gevallen niet te onderscheiden of beide kanten van de vergelijking dan niet belangrijk zijn voor de tevredenheid of beide opties juist wel, maar in zodanig gelijke mate dat de keuze toch in het midden uitkwam. Het kan bijvoorbeeld zijn dat mensen zowel verschillende mensen in de buurt willen als mensen als zijzelf, overdag bijvoorbeeld een levendige buurt, maar s nachts een rustige buurt, soms contact met de buren voor de gezelligheid maar andere keren weer liever privacy. In de navolgende analyse wordt alleen gekeken naar de mensen die wel een keuze hebben gemaakt: de antwoorden 1 tot en met 3 aan beide zijden van het middenantwoord. 94

97 Figuur 6.4: voorkeur voor verschillende mensen in de buurt of mensen als uzelf naar woonmilieu 70% Liever mensen als uzelf in de buurt 10 Liever verschillende mensen in de buurt 0 dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum In de leefbaarheidsrapportage van Wonen in Amsterdam 2003 bleek de algemene waardering voor de buurt sterk samen te hangen met het oordeel over het met elkaar omgaan van de verschillende groepen mensen in de buurt. De oriëntatievraag over verschillende mensen of mensen als uzelf sluit hierop aan. In Amsterdam is de oriëntatie op mensen als uzelf sterker dan een oriëntatie op verschillende mensen in de buurt. In de milieus welgesteld stedelijk en dorp, maar ook in aansluiting en stadsrand, is dit sterk het geval. In centrum, centrumrand, transitie en stadsvernieuwing is er ook een grote groep die liever verschillende mensen in de buurt heeft. De voorkeur voor verschillende mensen in de buurt is dus meer aanwezig in meer centraal gelegen woonmilieus en in gebieden met een lage sociaal-economische status. 95

98 Figuur 6.5: voorkeur voor een levendige buurt of een rustige buurt naar woonmilieu 70% Liever een rustige buurt Liever een levendige buurt dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Amsterdam zal door velen in het land gezien worden als een stad met veel levendigheid en beweging. Toch hebben Amsterdammers gemiddeld vaker liever een rustige buurt om in te wonen dan een levendige buurt. In centrum, centrumrand en in mindere mate in stadsvernieuwing is er ook een grote groep die liever een levendige buurt heeft. In de meer centraal gelegen woonmilieus is de voorkeur voor een levendige buurt dus iets sterker aanwezig. In welgesteld stedelijk, aansluiting, overgang, stadsrand, inbreiding en dorp heeft men duidelijk liever een rustige buurt. Figuur 6.6: voorkeur voor omgang met de buren voor de gezelligheid of enkel als het nodig is naar woonmilieu 70% Contact met de buren voor de gezellligheid Contact met de buren als het nodig is 0 dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum 96

99 Op welke manier mensen contact willen hebben met de buren, verschilt sterk binnen de woonmilieus. In de meeste woonmilieus is de groep die liever contact heeft met de buren voor de gezelligheid even groot als de groep die alleen contact wil als het nodig is. In dorp overheerst de voorkeur voor contact voor de gezelligheid. In centrum en centrumrand en in mindere mate in stadsvernieuwing hechten mensen iets meer aan privacy. Men heeft er liever enkel contact met de buren als het nodig is. Anders gezegd: in de meer centraal gelegen gebieden hebben bewoners dus eerder een voorkeur voor privacy en in de meer perifeer gelegen gebieden hebben zij eerder een voorkeur voor sociale cohesie. Figuur 6.7: voorkeur voor de buren helpen met een klusje of ze niet lastig vallen per woonmilieu 70% Buren liever niet lastig vallen 10 Buren helpen met een klusje 0 dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Instrumentele burenhulp is voor veel mensen in Amsterdam een vanzelfsprekendheid. In alle woonmilieus is de groep mensen die zegt dat bereidheid tot helpen met een klusje beter bij ze past veel groter dan de groep die zegt dat buren elkaar beter maar niet moeten lastig vallen. In aansluiting, transitie en overgang is die nadruk op burenhulp voor een klusje minder sterk. 97

100 Figuur 6.8: oriëntatie meer op de buurt of op de stad per woonmilieu 70% Gericht op de gehele stad 10 Gericht op eigen buurt 0 dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Hebben de Amsterdammers hun eigen buurt als leefwereld of de hele stad? Het is ze op eenvoudige manier gevraagd. In centrum, centrumrand, welgesteld stedelijk en inbreiding is er een grotere groep meer op de stad gericht. In stadsrand en dorp is er een grotere groep meer op de buurt gericht. In de meer centraal gelegen gebieden speelt het dagelijks leven zich meer af op de schaal van de gehele stad en in de meer perifeer gelegen gebieden op de schaal van de eigen buurt. 98

101 Figuur 6.9: voorkeur voor lang op dezelfde plek wonen of op een andere plaats als dat zo uitkomt per woonmilieu 70% Op een andere plek wonen als het zo uitkomt 20 Lang op dezelfde plek wonen 10 0 dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Hoe zit het de plaatsgebondenheid van Amsterdammers? De meeste mensen willen liever lang op dezelfde plek wonen. Een eigen vaste plek blijkt zeer belangrijk te zijn voor Amsterdammers. Vooral in centrum, welgesteld stedelijk en dorp is dit sterk het geval. In het lager gewaardeerde milieu transitie, is er ook een grote groep die liever verhuist als het zo uitkomt. Deze attitude is sterk gekoppeld aan de verhuisgeneigdheid. In de sociaal-economisch lagere woonmilieus zijn er meer mensen die graag willen verhuizen en daar ook actief mee bezig zijn dan in de sociaal-economisch hogere woonmilieus. In inbreiding is, ondanks aanwezigheid van hogere inkomens, deze voorkeur ook nog aanwezig, men voelt hier waarschijnlijk nog de onrust van de recente verhuizing en vermoedt over enige tijd weer verder te willen gaan. In alle woonmilieus is de meerderheid bereid de buren te helpen met een klusje en willen mensen over het algemeen liever lang op een zelfde plek wonen. In transitie, overgang en stadsvernieuwing zijn deze voorkeuren wel iets minder aanwezig. Het lijkt er op dat de lagere tevredenheid met de buurt hier een rol in speelt. Met de wens buren zo weinig mogelijk lastig te vallen, worden potentiële conflicten vermeden. De verhuisgeneigdheid in transitie, overgang en stadsvernieuwing is hoog. De voorkeur voor het wonen op een andere plek is daarom ook meer aanwezig. 99

102 Tabel 6.1: samenvatting van oriëntaties in drie woonstijlen woonoriëntaties verschillende levendige contact met buren helpen gericht op lang op de- woonstijl mensen of of rustige de buren als met een de stad of zelfde plek mensen als buurt als het nodig klusje of ze eigen buurt wonen of uzelf is of voor de niet lastig andere als gezelligheid vallen het uitkomt centrum verschillend levendig nodig klusje stad lang stedelijk centrumrand verschillend levendig nodig klusje lang stedelijk stadsvernieuwing verschillend levendig klusje (stedelijk) inbreiding rustig nodig klusje stad andere mengvorm welgesteld stedelijk uzelf rustig klusje lang suburbaan aansluiting uzelf rustig suburbaan stadsrand uzelf rustig klusje buurt lang suburbaan dorp uzelf rustig gezellig klusje buurt lang dorps transitie verschillend andere overgang rustig De overige oriëntaties vertonen een duidelijkere differentiatie over de woonmilieus. Hiermee zijn drie woonstijlen te definiëren: een hoogstedelijke woonstijl, een dorpsstedelijke woonstijl en een parkstedelijke woonstijl (gebaseerd op Brower, 1996 [2]). In de centraal gelegen milieus centrum, centrumrand en stadsvernieuwing zijn de voorkeuren voor een levendige buurt met verschillende mensen en privacy relatief ruim vertegenwoordigd. Dit samen vormt een hoogstedelijke woonstijl. In dorp is een dorpsstedelijke woonstijl aanwezig: de voorkeur voor een rustige buurt wordt gecombineerd met een voorkeur voor sociale cohesie en een gerichtheid op de buurt. In welgesteld stedelijk, aansluiting en stadsrand is een parkstedelijke woonstijl aanwezig: mensen hebben er vaker een voorkeur voor een rustige buurt met mensen als zijzelf, maar de voorkeur voor sociale cohesie en de gerichtheid op de buurt of stad loopt uiteen. Inbreiding kent een mengeling van een hoogstedelijke en parkstedelijke woonstijl. In dit nieuwe woonmilieu heeft zich nog geen duidelijke woonstijl kunnen ontwikkelen. In transitie en overgang zijn de voorkeuren divers en is geen sprake van een overheersende woonstijl. In de hoger gewaardeerde woonmilieus is eerder een overheersende woonstijl te bepalen dan in de lager gewaardeerde milieus. Het wonen in een buurt behorend tot de woonmilieus transitie of overgang is vaak niet gebaseerd op een optimale keuze. Door een beperkt budget zijn mensen minder in staat hun woonwensen te verwezenlijken. De verhuisgeneigdheid ligt hier ook hoog. Door dit beperkte budget is het voor hen minder goed mogelijk een buurt te kiezen die past bij hun persoonlijke woonstijl (zie ook Bourdieu, 1984). [2] Brower (1996) omschrijft de woonstijlen als volgt: Hoogstedelijke woonstijl (Center): Voorkeur voor een gevarieerd samengestelde en levendige buurt. De dagelijkse leefwereld beslaat de gehele stad en in de buurt hecht men waarde aan privacy. Men hecht weinig waarde aan een vaste woonplek en verhuist wanneer het zo uitkomt. Parkstedelijke woonstijl (Residential Partnership): Een zeer sterke voorkeur voor een rustige buurt met gelijkgestemden. Geen uitgesproken voorkeur voor sociale cohesie of privacy en gerichtheid op buurt of stad. Dorpsstedelijke woonstijl (Small-town): Voorkeur voor een rustige buurt met goede sociale contacten. De dagelijkse leefwereld beslaat de eigen buurt en men woont lang op dezelfde plek. 100

103 Als woonstijlen heel strikt gedefinieerd worden blijven er maar kleine groepen over die voldoen aan de criteria. Een hoogstedelijke woonstijl slaat volgens strenge criteria op mensen die een voorkeur hebben voor verschillende mensen in de buurt, gecombineerd met en voorkeur voor een levendige buurt en voor alleen contact met de buren als het nodig is. In de woonmilieus waar een hoogstedelijke woonstijl overheerst, geeft toch slechts 9-10% werkelijk deze combinatie aan voorkeuren op. Een parkstedelijke woonstijl wordt gekenmerkt door een voorkeur voor een rustige buurt met mensen als zijzelf en geen voorkeur voor contact met de buren voor de gezelligheid of enkel als het nodig is. In welgesteld stedelijk is deze voorkeur aanwezig, maar ook slechts 10% van de totale bevolking, in dorp 9% en aansluiting en stadsrand 8%. Een dorpsstedelijke woonstijl wordt gekenmerkt door een voorkeur voor een rustige buurt, contact met de buren voor de gezelligheid en een gerichtheid op de buurt. In dorp is deze combinatie van voorkeuren relatief sterk aanwezig. 18% geeft deze combinatie van antwoorden aan. Maar ook in welgesteld stedelijk en stadsrand komen deze voorkeuren vaak samen voor (11 en 10%). Ondanks dat bepaalde combinaties van oriëntaties voorkomen in bepaalde woonmilieus, is het niet zo dat op het niveau van de individuele bewoner deze combinaties ook sterk terugkomen. Woonmilieus kenmerken zich door specifieke accenten in woonoriëntatie en woonstijl. Maar de verschillende woonstijlen kunnen overal door de stad heen gevonden worden. Mensen met verschillende woonstijlen voelen zich blijkbaar niet gebonden aan bepaalde delen van de stad. 101

104 6.3 Woonoriëntatie en levensfase De woonoriëntaties verschillen tussen mensen in verschillende levensfasen. In de verschillende woonmilieus zijn de verschillende huishoudengroepen ook sterker of zwakker vertegenwoordigd. Dit verklaart een deel van de variatie de woonmilieus voor wat betreft de woonoriëntatie en de woonstijl van de bewoners. Figuur 6.10: verdeling huishoudenstypen over de woonmilieus 100% Huishouden zonder kinderen, > = 60 jaar 40 Huishouden zonder kinderen, jaar 20 Huishouden met kinderen 0 Huishouden zonder kinderen, < 40 jaar dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Huishoudens zonder kinderen en jonger dan 40 jaar wonen vooral in centrum en centrumrand en weinig in welgesteld stedelijk, stadsrand en dorp. Zij wonen vaker in meer centraal gelegen gebieden. De huishoudens met kinderen wonen vooral in transitie, stadsrand en dorp en weinig in centrum, centrumrand en aansluiting. Zij kiezen eerder voor meer perifeer gelegen gebieden of zijn aangewezen op de gebieden waar woningen goedkoper zijn. De huishoudens zonder kinderen in de leeftijd van jaar wonen veel in centrum, centrumrand, stadsvernieuwing en inbreiding en minder in transitie en overgang. Zij wonen net als de jonge huishoudens eerder in centraal gelegen gebieden, maar komen vaker dan de jonge huishoudens voor in de meer perifere gebieden. De oude huishoudens zonder kinderen (ouder dan 60 jaar) wonen vooral in welgesteld stedelijk, aansluiting en overgang en weinig in centrum, centrumrand en inbreiding. Zij kiezen dus eerder voor de meer stedelijke milieus, maar buiten het echte centrum. Over de onderscheiden huishoudenstypen zijn de volgende oriëntaties te onderscheiden, met in sommige gevallen enkele bijzonderheden per woonmilieu. Vooral oude huishoudens (boven de 60 jaar) geven in geringe mate voorkeur aan de aanwezigheid van verschillende mensen in de buurt. 102

105 Naarmate mensen ouder worden neemt de voorkeur voor een levendige buurt af en heeft men liever een rustige buurt. Vooral de jonge huishoudens hebben liever een levendige buurt en de mensen van boven de 60 jaar stellen een rustige buurt sterk op prijs. Huishoudens zonder kinderen in de leeftijd tot 60 jaar hebben vaker een voorkeur voor weinig burencontact. Vooral huishoudens met kinderen hebben vaker wel een voorkeur voor gezellig burencontact. De voorkeur voor sociale cohesie is dus vooral bij mensen met kinderen aanwezig. Oudere mensen hebben eerder een voorkeur voor de buren niet lastig vallen dan ze helpen met een klusje. Tussen de andere huishoudengroepen zijn geen duidelijke verschillen. Oudere mensen hebben daarmee vaker een zeer sterke voorkeur voor privacy. Huishoudens met kinderen zijn meer op de buurt gericht, vooral jonge huishoudens zijn meer op de stad gericht. Jonge huishoudens kennen vaak ook een uithuizige levensstijl waarbij de gehele stad wordt bezocht. Het hebben van kinderen kan je actieradius verkleinen, waardoor huishoudens met kinderen meer op de buurt gericht raken. Jonge huishoudens geven vaker aan best op een andere plek te willen wonen. Zij zijn nog flexibel en staan daarnaast aan het begin van hun wooncarrière. Zij zijn minder goed in staat hun woonwensen te verwezenlijken, maar hebben ook meer de behoefte verschillende woontypen en woonmilieus uit te proberen. Huishoudens met kinderen zijn meer op de buurt gericht, Westerpark. Resumerend hebben jonge huishoudens vaker een hoogstedelijke woonstijl. Zij geven vaker de voorkeur voor een levendige buurt, met contact met de buren enkel als het nodig is en een voorkeur om te veranderen van woonplek. Huishoudens met kinderen hebben een meer dorpsstedelijke woonstijl. Ze geven vaker aan contact met de buren te willen hebben voor de gezelligheid en zijn meer op de buurt gericht. Huishoudens zonder kinderen van middelbare leeftijd geven vaker aan enkel contact met de buren te willen als het nodig is, zijn meer op de stad gericht en wonen liever lang op dezelfde plek. Zij hebben daarmee een meer hoogstedelijke woonstijl, maar zonder de voorkeur voor verhuizen. De oude huishoudens geven weinig de voorkeur aan verschillende mensen in de buurt, hebben liever een rustige buurt met contact met de buren voor de gezelligheid, maar vallen ook liever de buren niet lastig. Zij hebben daarmee een meer parkstedelijke woonstijl. 103

106 6.4 Woonoriëntatie en buurtwaardering In de enquête werd gevraagd welke woonoriëntatie belangrijk is voor de tevredenheid met de buurt. Het lijkt daarom logisch dat een bepaalde oriëntatie leidt tot een verschillende buurtwaardering. Er zijn enkele uitzonderingen maar over de hele linie gezien is dit verband erg klein. Mensen met een verschillende voorkeur in hetzelfde woonmilieu waarderen hun buurt nauwelijks verschillend. Wanneer iemand liever lang op dezelfde plek wil blijven wonen wordt de buurt wel hoger gewaardeerd. Deze verschillen zijn wel aanzienlijk, variërend van een halve (in de hoger gewaardeerde milieus) tot een hele punt (in de lager gewaardeerde milieus). In de overige woonmilieus en bij de overige attitudes treden geen verschillen in buurtwaardering op. De geringe samenhang tussen buurtwaardering en woonoriëntatie wijst erop dat de buurtwaardering meer te maken heeft met de specifieke buurtkwaliteiten die zich aan de bewoners voordoen los van hun oriëntatie. Woonoriëntaties komen wel gedifferentieerd tot leven bij verschillende huishoudenstypen maar de buurtwaardering vertoont op zichzelf weinig samenhang met huishoudenstypen en met woonstijlen. Deze conclusie sluit aan bij de bevindingen in hoofdstuk twee, waaruit bleek dat buurtwaardering nauwelijks werd beïnvloed door de achtergrondkenmerken van de bewoners (zoals inkomen of etniciteit). Buurtwaardering zegt dus iets over de kenmerken van de buurt en niet over de kenmerken van de respondenten. 6.5 Variërende kwaliteitsmix per woonmilieu In de enquête werden mensen gevraagd verschillende aspecten van hun buurt te beoordelen. Er werd gevraagd naar fysieke, functionele en sociale kwaliteiten. De vragen met betrekking tot fysieke kwaliteiten van de buurt: Hoe beoordeelt u de woningen in de buurt? Hoe beoordeelt u de inrichting van de woonomgeving? Hoe beoordeelt u de groenvoorziening in de buurt? Hoe beoordeelt u de staat van onderhoud van de woning in de buurt? In welke mate ondervindt u overlast van vervuiling? De vragen met betrekking tot sociale kwaliteiten van de buurt: Hoe beoordeelt u de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt? In welke mate ondervindt u overlast van de buren? In welke mate ondervindt u overlast van andere groepen mensen? Hoe veilig voelt u zich in uw buurt, s avonds? De vragen met betrekking tot functionele kwaliteiten van de buurt: Wat vindt u van het aanbod aan voorzieningen in de buurt? parkeervoorzieningen openbaar vervoer winkels sportgelegenheden [3] De verschillende vragen uit de enquête over de leefomgeving zijn operationaliseringen van de begrippen schoon, heel, mooi, veilig, prettig samenleven en de aanwezigheid van voorzieningen. Schoon, heel en mooi zijn hier samengevat onder fysieke kwaliteiten, veilig en prettig samenleven onder sociale kwaliteiten en voorzieningen onder functionele kwaliteiten. Voor deze analyse zijn niet alle vragen meegenomen. 104

107 De verschillende woonmilieus hebben verschillende kwaliteiten. Dit komt tot uiting in de waardering van de buurtaspecten. Hoe de kwaliteiten van de buurt gewaardeerd worden vertoont veel overeenkomst met hoe de buurt gewaardeerd wordt. Als de buurt laag wordt gewaardeerd, worden ook de verschillende kwaliteiten van de buurt lager gewaardeerd. Dit geldt vooral voor de fysieke (de woningen in de buurt, de inrichting van de woonomgeving en het beheer van de woningen en de overlast van vervuiling) en sociale buurtkwaliteiten (betrokkenheid van buurtbewoners, overlast van buren en andere groepen en ervaren veiligheid). In de lager gewaardeerde milieus transitie, overgang en stadsvernieuwing vinden we de lagere rapportcijfers terug bij diverse woononderwerpen terwijl in welgesteld stedelijk juist op veel onderdelen hoge rapportcijfers behaald worden. Figuur 6.11: waardering van de buurt en de waardering van de fysieke kwaliteiten van de buurt dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk Waardering van de buurt Mate van overlast: vervuiling Beoordeling staat van onderhoud: de woningen in de buurt centrumrand Waardering van de inrichting van de woonomgeving centrum Waardering van de woningen in de buurt In woonmilieu dorp is de waardering voor de buurt hoog. Ransdorp 105

108 Figuur 6.12: waardering van de buurt en de sociale aspecten van de buurt dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk Waardering van de buurt Ervaren veiligheid 's avonds Mate van overlast: andere groepen mensen centrumrand centrum Mate van overlast: buren Beoordeling van de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt De gebieden met een meer hoogstedelijke, parkstedelijke en dorpsstedelijke woonstijl kennen ook andere buurtkwaliteiten. In de stedelijke milieus centrum en centrumrand wordt het aanbod aan openbaar vervoer en winkels hoog gewaardeerd. Maar het groen in de buurt, het aanbod aan parkeervoorzieningen en sportgelegenheden worden lager gewaardeerd. Een stedelijk milieu kan enkel ontstaan wanneer de ruimte intensief wordt gebruikt. Voor groen, parkeren en sportgelegenheden is dan minder plaats. In dorp is dan ook het tegenovergestelde het geval. Het aanbod aan winkels en het openbaar vervoer wordt er laag gewaardeerd, maar het groen, het parkeren en de sportgelegenheden worden er hoger gewaardeerd. De sociale aspecten van de buurt worden hoger gewaardeerd in dorp dan in centrum en centrumrand. In dorp ervaren mensen de buurtbewoners als meer betrokken en is er minder overlast van buren en andere groepen in de buurt. Ook is de overlast van vervuiling minder aanwezig. In de milieus met een parkstedelijke woonstijl (welgesteld stedelijk, aansluiting en stadsrand) zijn zowel stedelijke kwaliteiten aanwezig (het aanbod aan openbaar vervoer en winkels) als dorpse kwaliteiten (de groenvoorziening, parkeer- en sportgelegenheden, betrokkenheid van buurtbewoners, weinig overlast van buren en andere groepen en weinig overlast van vervuiling), maar beide in geringere mate dan in de woonmilieus waar die dorpsstedelijke of hoogstedelijke woonstijl beeldbepalend is. 106

109 Figuur 6.13: waardering aanbod openbaar vervoer en winkels dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk centrumrand centrum Waardering aanbod winkels Waardering aanbod openbaar vervoer Figuur 6.14: waardering groenvoorziening en aanbod aan parkeer- en sportgelegenheden dorp inbreiding stadsrand stadsvernieuwing e.a. overgang transitie aansluiting welgesteld stedelijk Waardering aanbod sportgelegenheden centrumrand Waardering aanbod parkeervoorzieningen centrum Waardering groenvoorziening

110 6.6 Kwaliteiten van de buurt en de buurtwaardering Om te zien welke kwaliteiten van de buurt invloed zouden kunnen hebben op de tevredenheid over de buurt is een correlatie analyse uitgevoerd. Uit deze analyse blijkt in hoeverre een waardering van een bepaalde kwaliteit van de buurt overeenkomt met hoe mensen hun buurt waarderen. Bij een hoge correlatie kan dan sprake zijn van een verband, de buurtwaardering wordt dan verklaard door de waardering van een bepaalde kwaliteit van de buurt. Vooral de fysieke en sociale kwaliteiten geven hoge correlaties met de buurtwaardering. De functionele kwaliteiten hebben nauwelijks direct invloed op de tevredenheid met de buurt. Tabel 6.3: correlaties fysieke kwaliteiten met de buurtwaardering [4] woningen inrichting van staat van overlast in de buurt de woonomgeving onderhoud woningen vervuiling welgesteld stedelijk dorp centrum centrumrand aansluiting inbreiding stadsrand stadsvernieuwing overgang transitie / De waardering van de woningen, van de inrichting van de woonomgeving en het onderhoud van de woningen geven hoge correlaties met de buurtwaardering. Wanneer mensen de woningen en de inrichting van de buurt hoog waarderen, waarderen zij hun buurt ook hoger. Het uiterlijk van de buurt is waarschijnlijk van grote invloed op de tevredenheid met de buurt. De beoordeling van het onderhoud en schoonhouden van straten en stoepen en de mate van overlast van vervuiling die men ondervindt laten een ander patroon zien. In de woonmilieus waar de buurt laag beoordeeld wordt geven deze aspecten hogere correlaties dan in woonmilieus waar de buurt hoger wordt gewaardeerd. Het lijkt er op dat in lager gewaardeerde milieus het beheer van de buurt wel van invloed is op de buurtwaardering en in de hoger gewaardeerde milieus niet. In de hoger gewaardeerde milieus is de beoordeling van het beheer ook veel positiever. Daar is het beheer van de openbare ruimte blijkbaar op orde, waardoor het niet meer direct van invloed is op de buurtwaardering. In de lager gewaardeerde milieus is er op dit thema een gebrek dat doorwerkt in de waardering. [4] Correlatiecoëfficiënten geven de mate weer waarin twee variabelen een zelfde patroon volgen. De coëfficiënten lopen van 0 tot 1. Een correlatie van 0 betekent dat er geen enkel verband is, een correlatie van 1 betekent dat de twee variabelen een zelfde (lineair) patroon volgen. In deze en volgende tabel betekent: ++ = > 0,50; + = 0,45 0,50; +/ = 0,40 0,45; = 0,35 0,40; = < 0,

111 Tabel 6.4: correlaties sociale aspecten met de buurtwaardering beoordeling overlast overlast ervaren veiligheid betrokkenheid van buren andere groepen s avonds de buurtbewoners welgesteld stedelijk -- dorp +/ centrum centrumrand +/ aansluiting inbreiding +/ stadsrand + + stadsvernieuwing overgang transitie +/ +/ De sociale kwaliteiten geven over het algemeen matig hoge correlaties met de buurtwaardering. In de lager gewaardeerde milieus geven de sociale kwaliteiten van de buurt hogere correlaties dan in de hoger gewaardeerde milieus. Sociale kwaliteiten van de buurt zijn wellicht niet per definitie belangrijk voor de tevredenheid met de buurt, maar er moet wel een bepaald basisniveau aanwezig zijn. In de lager gewaardeerde woonmilieus transitie, overgang en stadsvernieuwing wordt de betrokkenheid van buurtbewoners laag ervaren, mensen voelen zich er minder veilig en er is meer overlast van buren en andere groepen. Dit werkt ook door in de buurtwaardering. Wanneer mensen in deze milieus weinig sociale kwaliteiten ervaren, waarderen zij de buurt ook lager. De lage sociale cohesie in de buurt leidt in deze woonmilieus tot een lagere tevredenheid met de buurt. 6.7 Conclusie In de Amsterdamse woonmilieu-indeling die op basis van de buurtenstatistiek geconstrueerd is, zijn de sociaal-economische kenmerken van de buurt in sterke mate bepalend. De algemene waardering voor de buurt en de woonomgeving loopt grotendeels parallel met deze sociaal-economische verschillen. Welgesteld stedelijk en dorp zijn het hoogst gewaardeerd en hier treedt nauwelijks nog verandering op. Ook centrum en centrumrand krijgen een hoge waardering met daarbij een aanzienlijk positieve trend die aansluit bij het revitaliseringsproces van het centrum en de negentiende eeuwse gordel. Ook het milieu aansluiting, gedomineerd door de gordel 20 40, krijgt een goede waardering en hetzelfde geldt voor de nieuwbouwmilieus stadsrand en inbreiding. Wel is er in stadsrand als enige milieu een negatieve trend in de waardering. De milieus stadsvernieuwing en overgang hebben een waardering onder het stedelijk gemiddelde met een zwak positieve trend. De laagste waardering wordt gehaald in het transitiemilieu maar wel met een sterke verbetering de laatste jaren. Op basis van preferentievragen over de samenstelling van en activiteiten in de buurt, omgang met de buren die meer op zakelijkheid of gezelligheid gericht is, de ruimtelijke oriëntatie en de wens om ergens lang of kort te wonen kunnen woonoriëntaties en woonstijlen worden benoemd. De oriëntaties kunnen samengevat worden in hoogstedelijke, parkstedelijke en dorpsstedelijke woonstijlen. Die woonoriëntaties en woonstijlen zijn enigszins gerelateerd aan verschillende 109

112 huishoudenstypen en de compositie naar huishoudenstypen is een van de kenmerken van de woonmilieus. Op deze manier werken woonoriëntaties en woonstijlen door in de woonmilieus, maar er worden geen scherpe scheidslijnen zichtbaar. Eigenlijk zijn de mensen in elk woonmilieu aanzienlijk heterogeen voor wat betreft hun woonoriëntaties en hun hiervan afgeleide woonstijlen. Wel zijn er accentverschillen aan te geven die overeenstemmen met de verwachting dat in de meer centrale woonmilieus ook de meer hoogstedelijke woonstijlen worden aangetroffen en in de milieus buiten het centrum de meer parkstedelijke oriëntaties. Als Amsterdammers gevraagd wordt of zij liever verschillende mensen in de buurt hebben of mensen als zijzelf is er een meerderheid voor homogeniteit (zelfde mensen). In de centrale milieus is ook de groep die gericht is op heterogeniteit aanzienlijk. Op dezelfde manier is er een onderscheid in het waarderen van een rustige dan wel een levendige buurt. Een rustige buurt is wat de meeste Amsterdammers willen, maar in de meer stedelijke milieus is de groep die levendigheid wil ook aanzienlijk. Ook is men in de centrale milieus vaak meer op de hele stad gericht en in de milieus daarbuiten meer op de buurt. Gerichtheid op eigen buurt, mensen als uzelf, lang blijven wonen en burencontact voor de gezelligheid wordt het duidelijkst gevonden in het dorpsmilieu. Deze kleinschalige, dorpse tegenpool binnen Amsterdam als een van de meest stedelijke gemeenten van het land, krijgt ook op het gebied van woonstijl een herkenbaar profiel. Transitie en overgang zijn als milieus met een lage sociaal-economische status en een lage waardering moeilijker in te delen wat betreft de oriëntaties en woonstijlen. Wel vaker wordt in onderzoek gevonden dat woonoriëntaties en woonstijlen pas uit de verf komen als de woonomstandigheden boven een basisniveau uitstijgen. Beide milieus zijn daarmee voldoende getypeerd. De algemene waardering voor de buurt of de woonomgeving is maar amper gerelateerd aan de woonoriëntaties en woonstijlen van de buurtbewoners. Met andere woorden: mensen ondervinden de hogere en lagere kwaliteiten van de woonmilieus en waarderen deze navenant hoger of lager, maar deze waarderingen worden niet sterk beïnvloed door de voorkeuren en oriëntaties die mensen hebben met betrekking tot het buurtleven (woonstijl). Mensen uit verschillende geledingen ondervinden die omgevingskwaliteiten in vergelijkbare mate en drukken hun waardering hiervoor niet verschillend uit. Daarmee is het verschil in buurtwaardering in de woonmilieus vooral terug te voeren op een cumulatief verschil in kwaliteit. In de hooggewaardeerde milieus worden meer onderdelen van de fysieke en sociale woonomgeving hoog gewaardeerd en in de laag gewaardeerde milieus zijn er op meer fronten tekortkomingen. Over die tekortkomingen is nog iets bijzonders te melden. De beoordeling van de mate van overlast van vervuiling die men ondervindt vertoont in de laag gewaardeerde milieus een sterker verband dan in woonmilieus waar de buurt hoger wordt gewaardeerd. Het lijkt er op dat in lager gewaardeerde milieus het beheer van de buurt wel van invloed is op de buurtwaardering en in de hoger gewaardeerde milieus niet. Dus, in die milieus waar het beheer op orde is, is het niet meer direct van invloed is op de buurtwaardering. Iets soortgelijks geldt door de sociale aspecten van de woonomgeving. In de lager gewaardeerde milieus geven de sociale aspecten van de buurt hogere correlaties dan in de hoger gewaardeerde milieus. Sociale aspecten van de buurt zijn wellicht niet per definitie belangrijk 110

113 voor de tevredenheid met de buurt, maar er moet wel een bepaald basisniveau aanwezig zijn en dat ontbreekt in de betreffende woonmilieus. In de lager gewaardeerde woonmilieus transitie, overgang en stadsvernieuwing wordt de betrokkenheid van buurtbewoners laag ervaren, men voelt zich minder veilig en heeft meer overlast van buren en andere groepen. De lage waardering van deze sociale kenmerken in deze woonmilieus draagt bij aan een lagere tevredenheid met de buurt. Mensen met verschillende woonoriëntaties wonen overal door elkaar in de stad. Een bepaalde oriëntatie leidt niet tot een verschillende buurtwaardering. Het lijkt er daarmee op dat woostijlen weinig invloed hebben op de woning- en buurtkeuze. De buurtwaardering wordt meer bepaald door de verschillende kwaliteiten van de buurt en dan met name de fysieke kwaliteiten. In laag gewaardeerde milieus zijn ook de sociale kwaliteiten en het beheer van de openbare ruimte van belang. Genoemde literatuur: Bourdieu, P. (1984). Distinction, a social critique of the judgement of taste, Cambridge: Harvard University Press. Brower, S. (1996). Good neighbourhoods, a study of in-town & suburban residential environments, London: Praeger Publishers. Dignum, K. (2004). Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt, Amsterdamse woonmilieus 2003, Dienst Wonen Amsterdam. 111

114 112

115 hoofdstuk 7 Hoe leefbaar is Amsterdam? Samenvatting en slotbeschouwing 7.1 Resultaten per stadsdeel Alle resultaten van WIA/Lemon worden uitgedrukt in een rapportcijfer op een schaal van 1 tot en met 10. Amsterdammers staan bekend als notoire kankeraars, maar gemiddeld gesproken zijn ze redelijk tevreden over hun buurt. Op de vraag: Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) geven de Amsterdammers in 2005 gemiddeld een 7,1. In 2001 was dat nog een 6,9 en in ,0. De tevredenheid is dus opnieuw iets toegenomen. Bewoners van het Centrum (7,9), Oud-Zuid (7,9) en Zuideramstel (7,8) zijn net als in 2003 het meest tevreden over hun buurt. Maar de rapportcijfers zijn in deze stadsdelen niet verder omhoog gegaan. Blijkbaar hebben ze hun top zo n beetje bereikt. Opvallend is de toenemende waardering voor de buurt in de stadsdelen Westerpark en met name Bos en Lommer. Het laatste stadsdeel scoort weliswaar het laagst van Amsterdam, maar het rapportcijfer voor de buurt is wel toegenomen van een 5,4 in 2001 naar een 6,1 in Dat betekent dat er in 2005 geen enkel stadsdeel meer is dat gemiddeld een onvoldoende scoort. Negatieve trends zijn er ook. Zo laat stadsdeel Noord opnieuw een afname van tevredenheid zien. Het rapportcijfer is hier gedaald van 7,1 in 2001 via 7,0 in 2003 naar 6,8 in Ook in Slotervaart zijn de bewoners in 2005 iets minder tevreden dan in In de andere Westelijke Tuinsteden Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer is de tevredenheid wel toegenomen. Stedelijke vernieuwing en de aanpak van leefbaarheidsproblemen werpen hier duidelijk vruchten af. Overlast : Amsterdammers ergeren zich het meest aan vervuiling Als we kijken naar de verschillende vormen van overlast die bewoners kunnen ondervinden, dan blijken Amsterdammers zich het meest te ergeren aan vervuiling. Gemiddeld geven ze, evenals in 2003, hiervoor een rapportcijfer van 6,0 (een hoog rapportcijfer staat hier voor weinig overlast). Daarna volgt de mate van overlast van verkeer (6,5), criminaliteit (6,6) en andere groepen bewoners (6,7). Opmerkelijk is dat tussen 2003 en 2005 de overlast van criminaliteit sterk is afgenomen. Tegelijkertijd is de overlast van verkeer toegenomen. Maar liefst zeven stadsdelen scoren gemiddeld onvoldoende (lager dan een 6) op de overlast van vervuiling. De meest vervuilde stadsdelen zijn volgens de bewoners Bos en Lommer, De Baarsjes, Geuzenveld/Slotermeer en Slotervaart. Als we uitgaan van de rapportcijfers is de vervuiling het sterkst afgenomen in Zeeburg, Westerpark, Bos en Lommer en Geuzenveld/Slotermeer. De sterkste toename van vervuiling is te zien in Zuideramstel, Slotervaart, Oost/Watergraafsmeer en Amsterdam-Noord. Voorzieningen en parkeren In 2005 is de vraag over buurtvoorzieningen voor het eerst uitgesplitst naar winkels, basisscholen en sportgelegenheden. Amsterdammers geven in 2005 aan het aanbod van winkels een 6,9, scholen een 6,8 en sportgelegenheden een 6,1. Oud-West (7,8), Oud-Zuid (7,5) en het Centrum (7,4) scoren het beste op het aan- 113

116 bod van winkels. Maar het Centrum scoort juist slecht op het aanbod van basisscholen (6,6) en sportgelegenheden (5,6). Zuidoost scoort het best op het aanbod van basisscholen (7,2). Bewoners zijn het meest tevreden over het aanbod van sportgelegenheden in Geuzenveld-Slotermeer, Oud-Zuid en Zuideramstel (allen 6,6). Het aanbod van parkeervoorzieningen krijgt een rapportcijfer van 5,9 (tegen 5,8 in 2003). Evenals in 2003 zijn bewoners van Oud-West (5,0), Zeeburg (5,2) en De Baarsjes (5,2) het meest ontevreden over de parkeervoorzieningen. In deze stadsdelen is duidelijk sprake van een schaarste aan parkeerplaatsen en lange wachttijden voor een parkeervergunning. De waardering voor de parkeervoorzieningen in deze stadsdelen is overigens tussen 2003 en 2005 wel toegenomen. Het oordeel over de parkeervoorzieningen levert een ander beeld op dan het rapportcijfer voor de buurt. Waar de centraal gelegen stadsdelen hoog scoren op de buurt als totaal, scoren ze laag op parkeren. In de naoorlogse stadsdelen zijn de bewoners iets tevredener over het aanbod aan parkeervoorzieningen. Stadsdeel Noord scoort het hoogst wat betreft de waardering voor het aanbod van parkeervoorzieningen (6,7). Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat in veel buurten in Noord nog geen betaald parkeren is ingevoerd. Inrichting woonomgeving, straten en groenvoorzieningen In Wonen in Amsterdam is een aantal vragen gewijd aan de inrichting en het onderhoud van de woonomgeving en de groenvoorziening. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen het oordeel over de inrichting (mooi of lelijk), het onderhoud en het schoonhouden van de woonomgeving. Voor de inrichting van de woonomgeving (mooi of lelijk) geven Amsterdammers gemiddeld een 6,7 (tegen een 6,6 in 2003). Evenals in 2003 scoren Centrum, Oud- Zuid en Zuideramstel boven een 7. Bos en Lommer is weliswaar het stadsdeel dat het laagst scoort, maar de woonomgeving is er volgens de bewoners tussen 2003 en 2005 wel mooier op geworden (van 5,7 naar 6,0). Ook in Westerpark (van 6,2 naar 6,5) is de waardering voor de woonomgeving met 0,3 punten toegenomen. De groenvoorziening (mooi of lelijk) wordt in Zeeburg het laagst beoordeeld (gemiddeld 6,1) en in stadsdeel Zuidoost het hoogst (7,3). Beide stadsdelen laten een toename zien van de tevredenheid over de groenvoorziening. De tevredenheid over de groenvoorziening is sinds 2001 nergens zo sterk toegenomen als in Zeeburg (van een 5,3 in 2001 naar een 6,1 in 2005). Sinds Wonen in Amsterdam 2003 wordt onderscheid gemaakt tussen onderhoud van de woonomgeving enerzijds en schoonhouden anderzijds. Dit onderscheid is gemaakt vanwege de grote ontevredenheid in de stad over de mate van vervuiling. Over het schoonhouden van straten, stoepen (6,2) en groenvoorziening (6,4) zijn de Amsterdammers in 2005 gemiddeld minder tevreden dan over het onderhoud (respectievelijk 6,4 en 6,6). Het minst tevreden over het schoonhouden van straten en stoepen zijn de bewoners van Geuzenveld/Slotermeer (5,9), terwijl bewoners van het Centrum daarover het meest tevreden zijn (6,8). Opmerkelijk is de verbetering van het schoonhouden van straten en stoepen in Bos en Lommer (van een 5,4 in 2003 naar een 6,0 in 2005). In 2005 zijn voor het eerst vragen opgenomen over onderhoud en schoonhouden van speelvoorzieningen. De stadsdelen Osdorp (5,7) en Centrum (5,8) scoren onvoldoende op het onderhoud en de stadsdelen Osdorp (5,8), Amsterdam-Noord (5,9) en Bos en Lommer (5,9) op het schoonhouden van speelvoorzieningen. 114

117 Prettig samenleven De mate waarin bewoners prettig samenleven valt bijvoorbeeld af te meten aan de betrokkenheid bij de buurt en de mate van tevredenheid over gemengd wonen. De betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt is licht afgenomen tussen 2003 en 2005 (van 5,8 naar 5,7). Bewoners van het Centrum geven het hoogste rapportcijfer aan de betrokkenheid van buurtbewoners (6,2). In Bos en Lommer (4,9), de Baarsjes (5,3) en Geuzenveld/Slotermeer (5,3) is volgens de bewoners weinig betrokkenheid bij de buurt. Vergelijken wij het oordeel over de betrokkenheid van de buurtbewoners tussen 2003 en 2005 dan blijkt de betrokkenheid bij de buurt vooral sterk afgenomen te zijn in Zuideramstel (van een 6,2 naar een 5,9). Ook Osdorp en Oost/Watergraafsmeer vertonen een bovengemiddelde afname van de betrokkenheid bij de buurt. In Westerpark en Oud-West is de betrokkenheid volgens de bewoners juist sterk toegenomen. Volgens de bewoners zijn Westerpark en De Baarsjes de meest gemengde stadsdelen van Amsterdam en Centrum, Zuideramstel en Oud-Zuid de minst gemengde. In Oud-Zuid zijn de bewoners zeer tevreden over de mate van menging (7,1). Ook in de weinig gemengde stadsdelen Centrum (6,9) en Zuideramstel (7,0) zijn bewoners bovengemiddeld tevreden over de mate van menging. Dit lijkt de soort zoekt soort -gedachte te ondersteunen. Men woont in de buurt met gelijkgestemden, de buurt is niet gemengd en de bewoners vinden dat prima zo. Maar zo eenvoudig ligt het niet. In de gemengde stadsdelen Westerpark en Oud-West geven bewoners samen met Oud-Zuid het hoogste rapportcijfer aan de mate van menging (7,1). Ronduit ontevreden over de mate van menging zijn de bewoners van Bos en Lommer (5,4) en Geuzenveld-Slotermeer (5,6). Dit zijn ook stadsdelen waar relatief weinig betrokkenheid bij de buurt is. (On)veiligheid Amsterdammers voelen zich redelijk veilig. Voor de veiligheid overdag geven bewoners een gemiddeld rapportcijfer van 7,9 en voor de veiligheid s avonds een 6,7. Deze cijfers zijn voor Amsterdam gemiddeld niet gewijzigd ten opzichte van Bewoners van Oud-Zuid voelen zich s avonds het veiligst (gemiddeld rapportcijfer van 7,5), maar bewoners van Geuzenveld/Slotermeer waarderen de veiligheid in de avonduren met een rapportcijfer van 5,8. Zeeburg en Westerpark zijn er volgens de bewoners een stuk veiliger op geworden, evenals Bos en Lommer. Geuzenveld-Slotermeer lijkt een tegenovergestelde ontwikkeling door te maken. Sinds 2001 is het rapportcijfer voor de veiligheid s avonds in Bos en Lommer toegenomen van 5,5 naar 6,0 in In Geuzenveld-Slotermeer is in dezelfde periode het rapportcijfer gedaald van 6,1 naar 5,8. Ook Amsterdam-Noord is er volgens de bewoners onveiliger op geworden. Wat kan er verbeteren? Er is de bewoners gevraagd op welke aspecten de buurt kan worden verbeterd. Het onderhoud en schoonhouden van straten, pleinen en groen wordt door 46% van de mensen genoemd en is veruit het belangrijkste verbeteraspect. Daarna volgen veiligheid (35%), meer parkeergelegenheid (35%) en meer/betere winkels (35%). Omdat meerdere antwoorden konden worden ingevuld, tellen de percentages niet op tot 100 procent. Het onderhoud en verbeteren van bestaande woningen wordt het meest genoemd in Bos en Lommer (49%), evenals meer nieuwbouw (36%). Het onderhoud en schoonhouden van straten, pleinen en groen wordt het vaakst genoemd in Amsterdam Noord (54%), andere inrichting van straten, pleinen en groen in Zeeburg (21%), meer/betere winkels in Zeeburg en Zuidoost 115

118 (52%), meer/beter openbaar vervoer in Westerpark ((25%), meer parkeergelegenheid in Oud-West en veiligheid in Zuidoost (50%). 7.2 Resultaten per buurtcombinatie De Apollobuurt in Oud-Zuid en het Museumkwartier/Duivelseiland (8,6) worden door de bewoners het meest gewaardeerd (8,6), gevolgd door de Grachtengordel- West (8,4). Deze topdrie is ten opzichte van 2001 en 2003 niet gewijzigd. Het minst tevreden over de buurt zijn de bewoners van Overtoomse Veld (5,4). Meer in zijn algemeenheid ontstaat een beeld waarbij de grachtengordel, Amsterdam-Zuid, Buitenveldert, Watergraafsmeer, nieuwbouwwijken en de landelijke gebieden aan de rand van de stad een hoog rapportcijfer krijgen van de bewoners. Dat globale beeld is in de afgelopen jaren niet echt veranderd en lijkt samen te vallen met de sociaal-economische status van buurten in de stad. Figuur 7.1: totaaloordeel over de buurt 1 = zeer ontevreden, 10 = zeer tevreden 8 tot 8,7 7 tot 8 6 tot 7 5,4 tot 6 Ontwikkelingen in de hot spots In de zes buurtcombinaties die in 2005 onvoldoende scoren ( hot spots ), krijgt niet alleen de buurt als totaal een laag rapportcijfer, maar ook de mate van overlast van vervuiling en criminaliteit. Bovendien is de betrokkenheid van bewoners bij de buurt gering. sproblemen lijken zich in sterke mate in deze buurten te concentreren. Deze hot spots staan in rood aangegeven op kaart 7.1. Het betreft Overtoomse Veld, Kolenkit, IJplein/Vogelbuurt, Indische Buurt West, Transvaalbuurt en Bijlmer-Centrum. In 2001 was de Kolenkitbuurt de buurt met de sterkste 116

119 concentratie van leefbaarheidsproblemen, in 2003 was dit de Indische Buurt West en in 2005 Overtoomse Veld. Van jaar tot jaar treden er binnen de stad ruimtelijke verschuivingen op in de concentraties van leefbaarheidsproblemen. Dat is hoopgevend, want de status van hot spot of probleembuurt is blijkbaar geen permanent gegeven. Evenmin treedt in de hot spots een daling op van de bewonerswaardering. Integendeel, de buurtwaardering is in de meeste hot spots juist sterker toegenomen dan het Amsterdamse gemiddelde. Tabel 7.1 geeft een beeld van de ontwikkeling van het bewonersoordeel over de buurten met de grootste leefbaarheidsproblematiek. In 2001 scoorden tien buurtcombinaties onvoldoende, in 2003 elf en in 2005 zes. Tabel 7.1: buurtcombinaties met een onvoldoende op totaaloordeel in 2001, 2003 of en 2005 totaaloordeel betrokken- ontwikkecriminali- heid bij ling vervuiling teit de buurt toekomst Overtoomse Veld 5,4 5,3 5,3 0,1 0,1 5,1 5,3 4,8 5,2 De Kolenkit 5,8 5,4 5,0 0,4 0,8 5,2 6,0 5,0 6,0 IJplein/Vogelbuurt 5,8 5,8 6,5 0,0 0,7 5,3 6,0 5,1 5,6 Indische Buurt West 5,9 5,3 5,4 0,6 0,5 5,1 5,6 5,1 6,2 Bijlmer Centrum 5,9 5,8 5,4 0,1 0,5 5,3 5,5 4,9 6,0 Transvaalbuurt 5,9 5,9 5,7 0,0 0,2 5,2 5,4 4,8 5,8 Indische Buurt Oost 6,0 5,7 5,9 0,3 0,1 5,4 5,6 5,0 6,0 Geuzenveld 6,1 5,9 6,1 0,2 0,0 5,6 6,1 5,2 6,0 Landlust 6,2 5,7 5,5 0,5 0,7 5,4 6,2 4,9 6,3 Osdorp-midden 6,3 5,8 5,8 0,5 0,5 5,7 6,3 5,1 6,2 Erasmuspark 6,3 5,9 5,8 0,4 0,5 5,8 5,8 4,9 6,4 Bijlmer Oost 6,3 6,2 5,9 0,1 0,4 5,9 5,8 5,5 6,3 Amsterdam totaal 7,1 7,0 6,9 0,1 0,2 6,0 6,6 5,7 6,4 Het succes van de stedelijke vernieuwing blijkt uit het feit dat de gebieden waar de leefbaarheid het sterkst is toegenomen, ook gebieden zijn waar de stedelijke vernieuwing inmiddels een eind op streek is. Over de periode vanaf 2001 zien we een bovengemiddelde stijging van tevredenheid in De Kolenkit, Indische Buurt West, Bijlmer Centrum, Landlust, Osdorp-Midden (met onder andere Zuidwestkwadrant), Erasmuspark en Bijlmer Oost. Vooral de stijging van de Indische Buurt West is positief, omdat deze buurt in 2003 nog het laagst scoorde van heel Amsterdam. Door een combinatie van maatregelen is de overlast van vervuiling en criminaliteit afgenomen. In al deze buurten gaan fysieke maatregelen gepaard met maatregelen op het gebied van veiligheid, onderwijs en arbeidsmarkt en de bestrijding van verloedering. Het gaat dus zeker niet alleen om stenen stapelen. Maar het laatste kan wel een belangrijke keer ten goede bewerkstelligen. Zo maken een aantal buurten niet langer deel uit van de lijst met hot spots. Omgekeerd is er een aantal buurten waar deze verbetering (nog) niet zichtbaar is in het subjectieve oordeel van bewoners over hun buurt. Het betreft Overtoomse Veld, IJplein/Vogelbuurt en Transvaalbuurt. Tegelijkertijd zijn dit ook de buurten waar de bewoners de ontwikkeling in de komende jaren het meest somber inzien. Reden te meer om in deze buurten alle zeilen bij te zetten. 117

120 De waardering voor de buurt is in Banne Buiksloot gedaald van een 6,8 in 2003 naar een 6,2 in Er is in het onderzoek aan de bewoners zelf gevraagd wat er moet verbeteren in de buurt. De bewoners van de betreffende buurten vinden veel vaker dan de gemiddelde Amsterdammer dat er iets moet verbeteren aan het onderhoud en schoonhouden van de openbare ruimte. In Overtoomse Veld en de Transvaalbuurt wordt bovendien de veiligheid vaak genoemd als verbeteraspect. Bewoners van IJplein/Vogelbuurt vinden vooral dat het winkelbestand moet worden verbeterd. Verandering in de afgelopen jaren In de globale waardering van leefbaarheid tussen 2003 en 2005 is weinig veranderd. Maar op het niveau van de buurtcombinaties treden wel degelijk belangrijke verschuivingen op. Volgens de bewoners is de buurt (totaaloordeel) er het meest op vooruit gegaan in de Spaardammer- en Zeeheldenbuurt (van 6,2 naar 6,9), gevolgd door de Indische Buurt West (van 5,3 naar 5,9), Osdorp Midden (van 5,8 naar 6,3), Landlust (van 5,7 naar 6,2) en Erasmuspark (van 5,9 naar 6,3). In al deze buurten zijn de resultaten van stedelijke vernieuwing en de aanpak van leefbaarheidsproblemen inmiddels duidelijk zichtbaar. Maar er zijn ook buurten waar de leefbaarheid er fors op achteruit is gegaan. De sterkste daler is Banne Buiksloot in Amsterdam Noord, gevolgd door de Weteringschans. De waardering voor de buurt is in Banne Buiksloot gedaald van een 6,8 in 2003 naar een 6,2 in Bewoners geven zelf in open antwoorden aan dat deze buurt verloedert en de vervuiling toeneemt en de overlast van hangjongeren en junks wordt vaak genoemd. Beschouwen wij de verandering over een langere periode (tussen 2001 en 2005), dan blijkt de tevredenheid over de buurt vooral te zijn toegenomen in Westerpark, Bos en Lommer en de Bijlmermeer, terwijl de tevredenheid in delen van Amsterdam Noord achteruit is gegaan. De waardering voor de buurt is er nergens zo sterk op vooruitgegaan als in de Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt. 118

121 Figuur 7.2: totaaloordeel over de buurt: ontwikkeling significante stijging, 0,3 tot 0,7 significante daling, 0,3 tot 0,7 Figuur 7.3: totaaloordeel over de buurt: ontwikkeling significante stijging, 0,3 tot 0,89 significante daling, 0,3 tot 0,73 119

122 7.3 en woonmilieus Het rapport Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt bevat een indeling in tien verschillende woonmilieus, waarbij gebruik gemaakt is van statistische gegevens op het niveau van 355 buurten (Dignum, 2004). Een belangrijke determinant van de woonmilieu-indeling is het sociaal-economisch niveau. De algemene waardering voor de buurt en de woonomgeving loopt grotendeels parallel met deze sociaal-economische verschillen. Welgesteld stedelijk en dorp zijn het hoogst gewaardeerd en hier treedt nauwelijks nog verandering op. Ook centrum en centrumrand krijgen een hoge waardering met daarbij een aanzienlijk positieve trend die aansluit bij het revitaliseringproces van het centrum en de negentiendeeeuwse gordel. Ook het milieu Aansluiting, gedomineerd door de gordel 20 40, krijgt een goede waardering en hetzelfde geldt voor de nieuwbouwmilieus stadsrand en inbreiding. Wel is er in stadsrand als enige milieu een negatieve trend in de waardering. De milieus stadsvernieuwing en overgang hebben een waardering onder het stedelijk gemiddelde met een zwak positieve trend. De laagste waardering wordt gehaald in het transitiemilieu maar wel met een sterke verbetering de laatste jaren, mede dankzij de stedelijke vernieuwing in De Westelijke Tuinsteden, Zuidoost en de Indische Buurt. De algemene waardering voor de buurt of de woonomgeving is maar amper gerelateerd aan de woonoriëntaties en woonstijlen van de buurtbewoners. Met andere woorden: mensen ondervinden de hogere en lagere kwaliteiten van de woonmilieus en waarderen deze navenant hoger of lager, maar deze waarderingen worden niet sterk beïnvloed door de voorkeuren en oriëntaties die mensen hebben met betrekking tot het buurtleven (woonstijl). Evenmin worden deze waarderingen beïnvloed door andere achtergrondkenmerken als inkomen en etniciteit. Mensen uit verschillende geledingen ondervinden die omgevingskwaliteiten in vergelijkbare mate en drukken hun waardering hiervoor niet verschillend uit. Daarmee is het verschil in buurtwaardering in de woonmilieus vooral terug te voeren op een cumulatief verschil in kwaliteit. In de hooggewaardeerde milieus worden meer onderdelen van de fysieke en sociale woonomgeving hoog gewaardeerd en in de laag gewaardeerde milieus zijn er op meer fronten tekortkomingen. Over die tekortkomingen is nog iets bijzonders te melden. De beoordeling van de mate van overlast van vervuiling die men ondervindt vertoont in de laag gewaardeerde milieus een sterker verband dan in woonmilieus waar de buurt hoger wordt gewaardeerd. Het lijkt er op dat in lager gewaardeerde milieus het beheer van de buurt wel van invloed is op de buurtwaardering en in de hoger gewaardeerde milieus niet. Dus, in die milieus waar het beheer op orde is, is het niet meer direct van invloed is op de buurtwaardering. Iets soortgelijks geldt door de sociale aspecten van de woonomgeving. In de lager gewaardeerde milieus geven de sociale aspecten van de buurt hogere correlaties dan in de hoger gewaardeerde milieus. Sociale aspecten van de buurt zijn wellicht niet per definitie belangrijk voor de tevredenheid met de buurt, maar er moet wel een bepaald basisniveau aanwezig zijn en dat ontbreekt in de betreffende woonmilieus. In de lager gewaardeerde woonmilieus transitie, overgang en stadsvernieuwing wordt de betrokkenheid van buurtbewoners laag ervaren, men voelt zich minder veilig en heeft meer overlast van buren en andere groepen. De lage waardering van deze sociale kenmerken in deze woonmilieus draagt bij aan een lagere tevredenheid met de buurt. 120

123 Mensen met verschillende woonoriëntaties wonen overal door elkaar in de stad. Een bepaalde oriëntatie leidt niet tot een verschillende buurtwaardering. Het lijkt er daarmee op dat woonstijlen weinig invloed hebben op de woning- en buurtkeuze. De buurtwaardering wordt meer bepaald door de verschillende kwaliteiten van de buurt en dan met name de fysieke kwaliteiten. In laag gewaardeerde milieus zijn ook de sociale kwaliteiten en het beheer van de openbare ruimte van belang. Figuur 7.4: Amsterdam in tien woonmilieus centrumrand dorp stadsvernieuwing transitie welgesteld stedelijk overgang aansluiting inbreiding stadsrand centrum 7.4 De grootste ergernissen van de Amsterdammers In het grote tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam loopt traditioneel een open slotvraag mee. Dit jaar luidde die: Geef in maximaal drie trefwoorden aan wat u het vervelendst vindt van uw buurt. Wat vinden de mensen het vervelends aan de buurt waar ze wonen? Dat ze hun auto niet kwijt kunnen. Dat speelt niet alleen in de drukke gebieden met betaald parkeren maar ook in een aantal gebieden ver daarbuiten. Waar parkeren minder gereguleerd wordt, is het wellicht deels juist daardoor ook een bron van ergernis. Ook afval, vuilnis en de verkeersdrukte zijn belangrijke ergernissen. In de top 5 staan vooral fysieke ergernissen. Pas daarna volgen zaken als onveiligheid, criminaliteit en overlast. De zes eerder genoemde hot spots met concentraties leefbaarheidsproblemen onderscheiden zich duidelijk van het Amsterdamse gemiddelde. Na afval (op nummer 1) scoren in deze buurten criminaliteit en overlast van hangjongeren hoog (met uitzondering van IJplein/Vogelbuurt). Veel ergernissen in de zes buurten heb- 121

124 ben te maken met hoe verschillende groepen in de buurt zich gedragen en hoe ze met elkaar omgaan. Dat betekent dat de sociale dimensie van leefbaarheid hier hoog op de agenda hoort. 7.5 Slotbeschouwing Stenen stapelen helpt toch, maar is niet voldoende Een toenemende waardering van bewoners voor de wijk is wel degelijk te beïnvloeden door beleid. Het succes van de stedelijke vernieuwing blijkt uit het feit dat de gebieden waar de leefbaarheid het sterkst is toegenomen, ook gebieden zijn waar de stedelijke vernieuwing inmiddels een eind op streek is. De tevredenheid van de bewoners is er het meest op vooruitgegaan in de Spaarndammerbuurt, Indische Buurt West, Osdorp Midden (met daarbinnen het Zuidwestkwadrant) en Landlust. Ook in de Bijlmer is de tevredenheid er sinds In al deze buurten gaan fysieke maatregelen gepaard met maatregelen op het gebied van veiligheid, onderwijs en arbeidsmarkt en de bestrijding van verloedering. Het gaat dus zeker niet alleen om stenen stapelen. Maar het laatste kan wel een belangrijke keer ten goede bewerkstelligen. De stedelijke vernieuwingsoperatie in de Westelijke Tuinsteden moet nog goed op gang komen en loopt door tot Pas daarna kunnen we de effecten van stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden pas echt goed beoordelen. Stedelijke vernieuwing moet uiteraard gepaard gaan met beleid op andere terreinen. Een aantal zaken moet daarbij hoge prioriteit krijgen: de aanpak van vervuiling en onveiligheid, verbetering van het onderhoud en schoonhouden van de openbare ruimte, de bestrijding van overlast en het scheppen van voorwaarden waardoor mensen prettig met elkaar samen kunnen leven. Juist in periodes van stedelijke vernieuwing staat de leefbaarheid onder druk en moet er alles aan worden gedaan om de leefbaarheid op peil te houden. Hoe verder? Deze rapportage geeft een gedetailleerd beeld van de wijze waarop bewoners de leefbaarheid in hun buurt beoordelen. De rapportage vervult dan ook een signaalfunctie voor partijen op buurt- en stadsdeelniveau. Op basis van deze rapportage kunnen de betrokkenen (bewoners, stadsdeel, woningcorporaties, centrale stad, politie etc.) de discussie voeren en met elkaar beslissen welke maatregelen nodig Stedelijke vernieuwing zijn. De gegevens in deze rapportage kunnen daarbij worden gecombineerd met helpt. Het rapportcijfer de kennis en ervaringen van de betrokkenen in specifieke buurten. De hoogste voor de buurt is er in prioriteit dient daarbij te worden gegeven aan de aanpak van leefbaarheidsproblemen in de hot spots. Osdorp-Midden op vooruitgegaan van een 5,8 naar een 6,3. 122

125 bijlage 1 Gegevens per (samengevoegde) buurtcombinatie, Wonen in Amsterdam

126 124

127 Tabel B1.1: gemiddelde rapportcijfers voor totaaloordeel, rapportcijfer woning, rapportcijfer woonomgeving 76 (samengestelde) buurtcombinaties 2.10 Wilt u aangeven in welke mate u tevreden bent u over uw woning? 2.11 de staat van onderhoud van uw woning? 6.1 Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) 6.2 woningen in de buurt 6.2 inrichting van de woonomgeving 6.2 groenvoorziening 6.3 staat van onderhoud: de woningen in de buurt 6.3 staat van onderhoud: straten en stoepen 6.3 staat van onderhoud: de groenvoorziening 6.3 staat van onderhoud: speelvoorzieningen 6.4 schoonhouden: straten en stoepen 6.4 schoonhouden: de groenvoorziening 6.4 schoonhouden: speelvoorzieningen A00 7,4 6,7 6,8 7,3 6,3 4,4 6,6 5,8 4,4 4,0 6,4 5,0 4,7 A01 7,2 6,8 7,1 7,2 6,6 4,9 6,6 6,6 5,2 3,7 6,9 5,6 4,4 A02 7,9 7,3 8,4 8,5 7,9 6,5 7,9 6,7 6,4 5,5 6,9 6,6 6,1 A03 8,0 7,4 8,3 8,1 7,5 6,3 7,8 6,5 6,2 5,3 6,7 6,3 5,8 A04 7,6 7,2 7,9 7,7 7,3 5,6 7,4 6,8 5,9 5,8 6,5 6,2 6,1 A05 7,9 7,1 8,3 7,6 7,4 6,5 7,3 6,8 6,5 6,6 6,8 6,8 6,7 A06 7,6 7,1 8,2 7,6 7,2 6,1 7,2 6,5 6,2 5,8 7,0 6,4 6,2 A07 7,6 6,8 7,8 7,5 7,0 6,2 7,1 6,6 6,3 5,9 6,7 6,4 6,2 A08 7,6 7,1 8,0 7,6 7,2 7,0 7,4 6,9 6,9 6,0 6,9 6,8 6,4 A09 7,5 7,0 7,4 6,8 7,0 6,7 6,8 6,7 6,8 6,9 7,0 6,8 6,8 C13/C12(B10/B11) 7,0 6,7 6,9 6,2 6,2 6,0 6,0 5,9 6,0 6,3 5,9 6,1 6,2 C14 7,1 6,7 7,3 6,6 6,7 6,7 6,5 6,5 6,7 6,5 6,5 6,5 6,5 C16/C15 7,4 7,0 7,3 6,6 6,6 6,5 6,8 6,6 6,6 6,1 6,8 6,6 6,3 D17 7,2 6,6 7,5 6,8 6,7 6,0 6,4 6,4 6,1 6,0 6,6 6,4 6,4 D18 6,7 5,9 7,0 6,2 6,2 5,5 6,0 6,3 5,6 5,9 6,1 5,9 6,1 D19 7,0 6,6 7,3 6,4 6,5 5,7 6,3 6,2 5,8 5,9 6,1 5,8 6,0 D20/D22 7,6 7,0 7,9 7,3 7,3 7,2 7,2 7,0 6,9 6,5 6,5 6,7 6,5 D21 7,5 6,6 7,9 7,0 7,0 7,1 6,8 6,6 6,9 6,4 6,5 6,7 6,6 G31 6,3 5,9 5,9 5,7 5,7 5,5 5,5 5,8 5,6 5,4 5,5 5,5 5,4 G32 6,8 6,4 6,0 5,9 6,1 6,7 5,8 6,2 6,6 6,2 6,0 6,3 6,1 G33/G35 8,3 8,1 7,8 7,7 7,4 6,1 7,9 7,4 6,6 6,5 7,1 6,9 6,9 H37(H36) 6,6 6,2 6,2 5,8 6,0 6,0 6,0 6,2 6,0 5,6 6,0 6,0 5,7 H38 6,4 6,0 6,3 5,8 6,3 6,7 5,9 6,6 6,8 6,6 6,3 6,5 6,5 H39 6,0 5,9 5,8 5,3 5,6 6,2 5,6 6,0 6,2 5,9 5,6 6,0 5,6 J40 6,9 6,4 6,4 6,2 6,2 6,0 6,2 6,4 6,1 5,9 6,1 6,1 6,0 J41 6,8 6,2 6,4 6,3 6,3 6,3 6,2 6,4 6,3 6,1 5,8 6,1 5,9 J42 6,8 6,5 6,4 6,2 6,2 6,3 6,2 6,2 6,2 6,4 6,1 6,2 6,2 J43 7,2 6,6 7,1 6,6 6,6 6,6 6,5 6,3 6,5 6,2 6,2 6,3 6,2 N60 6,5 6,2 6,3 6,3 6,2 6,4 6,1 5,8 6,2 5,8 5,9 5,9 5,7 N61 6,6 6,2 5,8 6,0 5,9 6,0 6,1 5,5 5,8 5,6 5,8 5,6 5,4 N62/N63 7,2 6,9 7,4 7,2 7,1 7,2 7,0 6,0 6,9 6,0 6,2 6,4 6,0 N65 7,3 7,2 7,2 6,8 6,6 6,5 6,8 5,8 6,4 6,1 6,1 6,3 6,0 N66/N67 7,9 7,6 7,1 6,9 6,7 6,9 7,1 5,9 6,6 5,7 5,7 6,1 5,7 N68 7,0 6,8 6,3 6,1 6,4 7,3 6,2 5,8 6,9 5,9 5,8 6,4 5,8 N69 7,4 6,8 7,2 6,6 6,9 7,5 6,8 6,2 7,2 6,4 6,3 6,9 6,2 N70/N71 7,2 7,0 6,2 6,1 6,5 6,9 6,2 5,6 6,6 6,2 5,5 6,2 5,8 N73/N72/N64 8,5 7,6 8,3 8,0 7,6 7,9 7,5 6,1 7,1 6,3 6,5 6,5 6,2 P76 6,9 6,6 6,2 5,9 6,4 7,1 6,1 6,1 6,8 6,4 6,0 6,4 6,1 P77 6,9 6,6 6,2 5,9 6,3 7,1 5,9 5,7 6,8 5,8 5,7 6,3 5,6 P78(P75) 6,9 6,6 6,1 5,8 6,2 6,9 5,6 5,7 6,6 6,1 5,6 6,3 5,9 P79 7,9 8,0 6,9 7,1 7,1 7,5 7,2 6,9 7,3 6,7 6,8 7,0 6,6 Q81 7,4 6,9 6,9 6,3 6,8 7,3 6,4 6,3 7,1 5,9 6,2 6,8 6,0 Q82 6,5 6,2 6,3 5,9 6,1 6,8 5,9 6,0 6,6 5,7 5,8 6,3 5,6 Q83 7,2 6,8 6,8 6,3 6,5 7,2 6,3 5,9 6,9 6,0 6,3 6,6 6,1 Q84/Q80 8,2 8,0 7,0 7,2 6,7 6,4 7,3 6,6 6,3 5,2 6,6 6,3 5,6 R85 7,4 7,0 6,8 6,4 6,8 7,5 6,6 6,4 7,2 6,5 6,2 6,7 6,3 R86 6,7 6,6 5,4 5,2 5,8 6,7 5,4 5,7 6,5 5,7 5,5 6,2 5,7 R87 7,3 7,1 6,2 6,0 6,2 7,0 6,1 6,1 6,9 6,2 5,9 6,5 6,2 R88 8,2 8,0 7,4 7,4 7,3 7,4 7,4 6,9 7,2 6,7 6,5 6,8 6,4 T93 6,7 6,5 5,9 6,2 6,1 6,6 6,3 6,2 6,6 5,6 5,8 6,2 5,6 T94 7,1 7,0 6,3 6,5 6,7 7,3 6,6 6,2 7,0 6,4 5,9 6,5 6,2 T95 7,5 6,9 7,6 7,2 7,9 8,6 7,3 6,9 8,1 7,3 7,1 7,6 7,1 T96(T92) 7,4 6,8 6,8 6,6 6,7 7,4 6,7 6,1 7,0 6,0 6,5 6,6 6,0 T97 7,5 7,2 6,9 6,7 7,0 7,6 6,8 6,0 7,0 6,3 6,3 6,7 6,0 T98 8,1 7,8 7,9 7,2 7,2 7,6 7,1 6,3 7,3 6,6 6,6 7,2 6,6 U27 7,3 6,7 7,4 7,0 6,6 6,4 6,7 6,1 6,2 5,6 5,6 5,9 5,8 U28 7,0 6,5 6,7 6,3 6,1 6,3 6,2 6,1 6,3 6,3 5,5 6,0 6,0 U29 6,9 6,7 6,5 6,1 6,2 6,2 6,2 6,4 6,2 5,7 6,0 6,1 5,8 U30 7,0 6,4 5,9 6,2 5,9 5,7 6,0 5,7 5,7 5,8 4,9 5,4 5,5 U55/U58 7,4 7,0 7,7 6,9 7,1 7,4 6,9 6,8 7,2 6,5 6,6 6,8 6,4 U56 7,8 7,2 8,0 7,5 7,4 7,5 7,4 6,8 7,3 7,0 6,5 6,8 6,8 U57 6,9 6,5 7,3 6,7 7,0 7,3 6,6 6,3 6,9 6,1 6,3 6,6 6,2 V24 7,0 6,3 7,9 6,5 6,6 6,1 6,3 6,1 6,1 5,7 5,7 6,1 6,0 V25 7,0 6,2 7,5 6,8 6,7 6,2 6,6 6,3 6,2 5,9 5,9 6,1 5,9 V26 7,0 6,6 7,1 7,1 6,7 6,2 6,8 6,4 6,2 6,2 6,3 6,2 6,3 V44 7,2 6,7 7,7 7,1 6,8 6,7 6,9 6,6 6,5 6,1 6,1 6,2 6,0 V45 7,4 7,0 7,6 6,9 6,7 6,4 6,9 6,5 6,2 5,4 6,0 5,9 5,6 V46 8,2 7,1 8,4 8,1 7,8 7,7 7,6 6,8 7,2 6,3 6,3 6,6 6,1 V47/V50 8,3 7,7 8,6 8,2 7,9 7,7 8,0 7,4 7,4 6,4 6,9 7,1 6,6 V48 7,2 6,6 7,7 7,1 7,1 7,0 6,9 6,7 6,8 6,6 6,3 6,5 6,3 V49 8,2 7,4 8,6 8,2 8,0 8,1 7,8 7,3 7,6 7,0 6,8 7,0 6,8 W52 7,6 6,8 8,0 7,6 7,4 7,3 7,3 7,0 7,1 6,7 6,9 7,0 7,0 W53 7,2 6,6 7,5 7,2 6,9 6,7 6,8 6,4 6,5 6,4 6,2 6,4 6,3 W54 7,3 6,5 7,7 7,2 7,0 6,8 6,9 6,7 6,8 6,7 6,6 6,6 6,6 W90/W59 7,8 7,4 7,9 7,1 7,3 7,7 7,3 6,7 7,3 6,9 6,7 7,0 6,8 W91 7,8 7,5 7,8 6,8 7,2 7,8 7,3 6,7 7,5 7,1 6,8 7,3 7,0 Amsterdam totaal 7,2 6,8 7,1 6,7 6,7 6,7 6,6 6,4 6,6 6,1 6,2 6,4 6,1 125

128 Tabel B1.2: gemiddelde rapportcijfers voor voorzieningen, betrokkenheid bij de buurt en menging 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.5 aanbod voorzieningen: parkeervoorzieningen 6.5 aanbod voorzieningen: openbaar vervoer 6.5 aanbod voorzieningen: winkels 6.5 aanbod voorzieningen: basisscholen 6.5 aanbod voorzieningen: sportgelegenheden 6.8 de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt? 6.10 Vindt u dat de bevolking in uw buurt gemengd is of juist niet? 6.11 Hoe tevreden bent u met de mate van menging in uw buurt? A00 3,9 8,2 7,7 5,7 5,2 6,1 6,2 6,9 A01 4,4 8,6 8,5 4,8 5,5 5,3 5,0 6,7 A02 5,0 7,6 8,0 6,5 5,6 6,0 3,9 6,8 A03 4,5 7,8 7,6 6,4 4,9 6,2 3,9 6,5 A04 5,0 7,6 7,3 6,9 5,6 6,5 5,3 6,9 A05 5,6 7,2 7,8 7,1 6,4 6,4 5,4 6,8 A06 5,2 7,3 7,7 7,0 5,6 6,5 5,0 7,0 A07 5,1 8,0 7,7 6,5 5,8 6,1 4,3 6,9 A08 6,0 7,8 6,4 6,6 5,3 6,2 4,9 7,0 A09 6,5 7,3 5,8 6,8 5,8 6,3 7,4 7,1 C13/C12(B10/B11) 6,2 6,4 5,7 6,7 5,6 5,9 7,8 6,8 C14 5,3 6,9 6,7 6,6 6,3 6,0 8,0 7,4 C16/C15 6,0 7,4 6,9 6,8 5,9 5,7 7,4 7,0 D17 5,4 8,0 7,9 6,9 5,6 6,0 7,4 7,1 D18 5,3 7,7 8,0 6,9 5,6 5,8 8,1 7,0 D19 5,2 7,9 8,1 7,0 6,3 5,9 7,8 7,0 D20/D22 5,0 7,6 7,6 6,7 5,9 6,1 5,7 7,0 D21 4,2 7,5 7,3 6,8 6,5 6,0 6,6 7,3 G31 5,1 7,4 7,1 6,6 5,9 5,1 7,5 5,7 G32 5,7 7,4 6,3 6,7 6,3 5,0 7,4 5,7 G33/G35 4,9 7,0 5,7 6,9 5,3 6,4 5,7 6,6 H37(H36) 5,3 7,2 6,9 6,5 5,3 4,9 7,3 5,8 H38 5,3 7,6 7,3 6,8 5,9 4,9 6,8 5,5 H39 5,9 7,1 6,9 6,6 5,6 5,0 5,7 5,0 J40 4,9 7,6 7,0 7,0 5,5 5,2 7,5 6,0 J41 4,8 7,5 7,4 6,8 5,9 4,9 7,5 5,9 J42 5,5 7,6 7,4 7,1 5,8 5,2 7,5 6,1 J43 5,5 7,6 6,6 6,7 5,9 5,6 7,5 7,0 N60 6,2 7,2 5,5 6,5 5,5 5,7 7,1 6,0 N61 6,4 6,3 5,3 6,4 5,0 5,1 7,3 5,7 N62/N63 6,8 7,2 6,9 6,6 5,9 6,1 5,0 7,1 N65 6,7 7,1 5,2 6,5 6,4 5,9 6,1 6,7 N66/N67 5,6 7,3 6,6 7,3 6,7 6,0 6,5 6,7 N68 7,7 7,6 7,4 7,3 6,6 5,2 7,4 5,8 N69 7,6 7,8 7,9 7,5 7,0 5,9 7,1 6,5 N70/N71 6,8 7,4 6,7 7,1 6,3 5,5 6,9 6,0 N73/N72/N64 6,2 6,0 5,3 6,2 6,4 7,5 3,9 7,0 P76 6,2 7,6 7,2 6,9 6,3 5,4 6,7 5,3 P77 6,5 7,4 6,5 6,6 6,4 5,3 6,8 5,6 P78(P75) 6,3 7,2 5,9 6,9 6,5 5,2 7,0 5,4 P79 5,9 6,9 4,8 6,1 7,4 5,7 6,9 6,3 Q81 7,1 7,5 7,4 7,2 6,9 5,4 7,0 6,1 Q82 6,6 7,1 7,0 7,1 6,1 5,1 6,7 5,8 Q83 7,1 7,2 7,0 7,0 6,0 5,6 7,8 6,3 Q84/Q80 5,6 7,1 6,3 6,6 5,4 5,9 6,8 6,6 R85 7,0 7,7 7,0 6,9 6,2 5,6 6,8 6,1 R86 6,0 7,0 5,8 6,6 5,5 4,8 6,4 4,9 R87 5,6 7,7 6,7 6,6 5,8 5,2 7,0 5,8 R88 6,2 7,6 7,3 7,3 6,8 6,1 6,5 7,2 T93 6,4 7,5 7,0 6,9 5,6 4,9 7,1 6,1 T94 6,3 7,0 6,0 7,0 6,0 5,5 7,2 6,4 T95 5,9 7,3 4,5 7,3 6,1 6,3 6,4 6,8 T96(T92) 7,0 7,4 6,9 7,4 6,5 5,6 7,8 6,5 T97 6,8 7,6 6,8 7,7 6,8 5,8 7,6 6,8 T98 5,7 4,0 3,5 7,2 7,4 7,2 3,7 7,4 U27 5,5 7,7 6,2 6,5 5,8 6,1 6,8 7,0 U28 5,4 7,7 7,0 6,9 6,1 5,3 8,1 6,7 U29 5,6 7,9 7,9 6,8 6,0 5,5 8,1 6,5 U30 5,5 6,9 6,6 6,6 5,8 4,8 7,5 6,1 U55/U58 6,9 7,8 5,7 6,3 6,7 6,2 6,3 6,9 U56 6,7 7,4 7,1 7,1 7,7 6,7 4,8 7,0 U57 6,7 6,7 4,6 5,2 5,9 5,9 6,4 6,7 V24 4,2 7,6 8,2 7,1 6,2 5,9 7,8 7,4 V25 5,1 7,5 7,9 6,9 6,2 5,6 8,0 7,1 V26 6,4 7,3 7,6 6,9 6,5 5,6 7,9 6,7 V44 4,8 7,5 7,3 6,7 6,0 5,8 6,3 7,2 V45 5,2 7,7 7,6 6,4 6,3 5,6 6,1 7,0 V46 5,8 7,9 7,5 7,4 6,7 6,2 4,1 7,2 V47/V50 6,0 8,2 7,7 7,5 6,4 6,7 3,2 7,2 V48 6,8 7,7 6,7 7,4 7,6 6,0 6,3 6,9 V49 6,3 7,7 7,8 7,8 7,1 6,3 3,2 7,5 W52 4,6 7,4 7,3 7,0 6,3 6,0 4,6 7,0 W53 5,7 7,8 7,8 7,1 6,3 5,5 6,9 6,9 W54 5,5 7,4 7,3 7,0 6,4 5,8 5,8 6,9 W90/W59 6,8 7,3 6,7 7,0 6,9 6,2 4,8 7,1 W91 7,2 5,9 7,3 6,9 7,0 6,0 5,3 7,3 Amsterdam totaal 5,9 7,4 6,9 6,8 6,1 5,7 6,5 6,5 126

129 Tabel B1.3: gemiddelde rapportcijfers voor overlastaspecten, veiligheid en ontwikkeling in de toekomst 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.9 mate van overlast: buren 6.9 Mate van overlast: andere groepen mensen 6.9 Mate van overlast: verkeer 6.9 Mate van overlast: vervuiling 6.9 Mate van overlast: activiteiten als prostitutie horeca en coffeeshops 6.9 Mate van overlast: criminaliteit 6.12 Hoe veilig voelt u zich in uw buurt overdag? 6.12 Hoe veilig voelt u zich in uw buurt? s avonds? 6.13 Verwachte ontwikkeling van de buurt A00 7,5 4,1 5,5 4,8 4,9 4,7 7,9 6,6 6,1 A01 7,0 5,1 5,7 4,8 5,2 5,6 8,2 6,9 6,2 A02 7,7 6,8 6,6 6,2 7,3 6,7 8,4 7,4 7,2 A03 7,4 5,9 6,1 5,7 7,4 7,0 8,6 7,4 7,1 A04 7,6 6,1 6,4 5,9 6,8 6,2 8,3 7,1 6,8 A05 7,2 7,2 6,5 6,4 7,6 6,9 8,5 7,6 7,1 A06 7,4 7,0 6,6 6,6 7,9 7,3 8,6 7,9 7,0 A07 7,1 6,4 6,2 6,1 7,4 6,8 8,4 7,6 6,9 A08 7,1 6,8 6,1 6,3 7,8 6,3 8,4 7,4 7,1 A09 7,3 6,9 6,9 6,7 8,2 6,7 8,4 7,3 6,9 C13/C12(B10/B11) 6,8 7,0 6,5 5,9 8,0 6,8 8,1 6,9 7,1 C14 6,8 7,0 6,5 6,5 7,9 6,9 8,2 7,3 7,3 C16/C15 6,8 6,6 6,3 6,3 7,9 6,7 8,2 7,2 6,7 D17 6,8 6,9 5,8 5,6 7,7 6,6 8,0 6,9 6,6 D18 6,1 6,5 5,9 5,7 7,5 6,3 7,8 6,7 6,6 D19 6,6 6,8 6,3 5,9 7,6 6,7 8,1 6,8 6,9 D20/D22 7,2 6,9 6,3 6,0 7,9 7,3 8,4 7,5 7,3 D21 6,9 7,3 6,5 6,2 8,1 7,2 8,5 7,5 7,3 G31 6,7 6,1 6,1 5,1 7,1 5,6 7,5 5,8 6,2 G32 6,9 6,1 6,2 5,4 7,3 5,6 7,4 5,8 6,0 G33/G35 7,8 7,4 7,4 7,3 8,9 7,6 8,6 7,9 7,3 H37(H36) 6,4 6,2 6,2 5,4 8,0 6,2 7,6 6,2 6,3 H38 6,7 6,4 6,4 5,8 7,9 5,8 7,5 6,1 6,4 H39 6,5 6,5 6,4 5,2 7,8 6,0 7,1 5,7 6,0 J40 6,6 6,3 6,0 5,4 7,5 6,1 7,8 6,4 6,4 J41 6,4 6,6 6,1 5,3 7,2 6,0 7,9 6,3 6,4 J42 6,7 6,6 6,5 5,7 7,7 6,2 7,6 6,1 6,4 J43 7,1 7,1 6,9 6,2 8,3 7,2 8,2 7,1 6,7 N60 6,8 6,5 6,3 5,5 8,1 6,3 7,6 6,4 5,7 N61 6,5 6,1 6,3 5,3 8,2 6,0 7,3 6,0 5,6 N62/N63 7,7 7,1 6,7 6,5 8,9 6,9 7,9 6,9 6,2 N65 7,3 7,0 6,8 6,4 9,0 7,6 8,0 7,2 6,1 N66/N67 7,6 6,8 6,3 5,8 9,1 7,2 8,1 7,0 6,1 N68 6,7 6,4 6,5 5,6 7,9 5,8 7,1 5,5 5,4 N69 7,6 7,4 7,1 6,5 8,8 6,9 7,9 6,7 5,9 N70/N71 6,9 6,3 6,5 5,6 8,2 6,1 7,4 6,1 5,4 N73/N72/N64 8,2 7,4 6,3 7,0 9,0 7,5 8,7 8,0 7,2 P76 7,2 6,3 6,4 5,8 8,3 5,8 7,2 5,8 5,2 P77 7,0 6,2 6,3 5,6 8,4 5,8 7,1 5,5 5,6 P78(P75) 6,9 6,3 6,6 5,6 8,5 6,1 7,2 5,8 6,0 P79 7,5 6,2 6,7 6,8 8,9 6,3 7,6 6,5 5,6 Q81 7,4 6,8 6,9 6,3 8,4 6,6 7,7 6,0 6,1 Q82 7,0 6,5 6,7 5,7 7,8 6,3 7,3 5,9 6,2 Q83 7,2 6,9 6,7 6,3 8,3 6,3 7,5 6,0 6,0 Q84/Q80 7,7 6,6 6,9 6,6 9,3 6,8 8,1 7,0 6,2 R85 7,3 6,7 6,6 6,1 8,7 6,2 7,5 6,0 5,6 R86 7,1 6,1 5,9 5,1 8,0 5,3 6,8 5,1 5,2 R87 7,0 5,9 6,4 5,6 8,5 5,7 7,5 6,0 5,7 R88 7,8 7,1 6,8 6,4 9,1 6,9 8,2 7,2 6,2 T93 6,6 5,7 6,9 5,3 7,4 5,5 7,2 5,5 6,0 T94 7,3 6,6 7,0 5,9 7,8 5,8 7,4 5,7 6,3 T95 7,3 7,4 6,8 6,6 9,2 6,1 7,8 5,8 5,8 T96(T92) 6,8 6,4 6,7 6,3 8,4 6,5 7,6 6,1 5,7 T97 7,0 6,5 7,4 6,3 8,7 6,9 8,0 6,6 6,1 T98 7,7 7,7 7,1 7,3 9,1 7,8 8,7 8,2 7,3 U27 6,9 6,7 6,4 5,6 7,9 6,6 8,3 7,2 7,1 U28 6,7 6,4 6,1 5,2 7,4 6,1 7,8 6,4 6,3 U29 7,1 6,3 5,9 5,3 7,0 5,5 7,6 5,8 6,1 U30 6,7 5,9 6,3 5,2 7,2 5,4 7,5 6,0 5,8 U55/U58 7,4 7,3 6,9 6,6 8,7 7,1 8,3 7,3 6,5 U56 7,5 7,2 6,7 6,5 9,0 7,2 8,5 7,7 6,9 U57 7,1 7,1 6,8 6,4 8,8 7,0 8,1 7,1 6,0 V24 6,6 6,7 5,7 5,4 7,1 6,6 8,4 7,4 7,1 V25 6,5 6,7 6,2 5,7 7,7 6,8 8,3 7,4 6,8 V26 6,6 6,5 6,7 6,0 8,6 6,6 8,0 6,8 6,0 V44 6,9 7,0 6,2 5,9 8,1 7,1 8,2 7,2 6,6 V45 6,6 7,1 5,8 6,0 8,0 7,1 8,3 7,7 7,1 V46 7,6 7,8 6,4 6,2 8,7 7,8 8,6 8,0 7,4 V47/V50 7,6 7,6 6,8 6,9 8,5 7,5 8,8 7,9 7,7 V48 7,0 7,4 6,4 6,3 8,7 7,5 8,3 7,5 6,7 V49 7,5 7,9 6,9 7,0 9,2 7,7 8,5 7,8 7,6 W52 7,2 7,7 6,9 6,9 8,8 7,6 8,6 7,7 7,0 W53 6,7 6,9 6,7 6,2 8,0 7,1 8,4 7,2 6,4 W54 7,1 7,4 6,7 6,6 8,7 7,4 8,4 7,5 6,6 W90/W59 7,5 7,7 6,3 6,5 9,2 7,7 8,2 7,1 6,7 W91 7,8 7,8 6,9 6,9 9,2 7,7 8,2 7,0 6,6 Amsterdam totaal 7,1 6,7 6,5 6,0 8,1 6,6 7,9 6,7 6,4 127

130 Tabel B1.4: verbeteraspecten per buurtcombinatie (als percentage van het aantal respondenten) Telt niet op tot 100 procent, omdat meerdere antwoorden mogelijk zijn. 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.6 Woonomgeving verbeteren: onderhoud/verbeteren bestaande woningen 6.6 Woonomgeving verbeteren: meer nieuwbouw (sloop oude woningen) 6.6 Woonomgeving verbeteren: onderhoud en schoonhouden straten,pleinen, groen 6.6 Woonomgeving verbeteren: andere inrichting straten, pleinen en groen 6.6 Woonomgeving verbeteren: meer/betere winkels 6.6 Woonomgeving verbeteren: meer/beter openbaar vervoer 6.6 Woonomgeving verbeteren: meer parkeergelegenheid 6.6 Woonomgeving verbeteren: veiligheid A00 34% 7% 50% 35% 19% 1% 43% 52% A01 32% 8% 38% 28% 14% 1% 53% 31% A02 13% 3% 45% 21% 10% 13% 49% 25% A03 16% 2% 52% 22% 11% 3% 60% 21% A04 15% 3% 42% 19% 24% 11% 39% 29% A05 26% 4% 34% 17% 12% 23% 35% 22% A06 31% 4% 38% 23% 17% 16% 51% 18% A07 28% 5% 40% 20% 14% 2% 43% 28% A08 17% 1% 33% 21% 46% 10% 33% 25% A09 29% 6% 29% 15% 64% 15% 22% 34% C13(B10/B11/C12) 46% 20% 44% 20% 63% 33% 21% 31% C14 39% 10% 35% 17% 37% 26% 41% 23% C16/C15 31% 12% 33% 21% 43% 15% 30% 29% D17 47% 6% 39% 26% 25% 2% 45% 27% D18 55% 19% 44% 21% 20% 4% 39% 32% D19 42% 17% 49% 25% 22% 2% 39% 26% D20/D22 25% 3% 42% 14% 14% 7% 56% 15% D21 36% 6% 37% 14% 23% 6% 61% 14% G31 48% 31% 57% 27% 37% 10% 38% 49% G32 47% 36% 45% 18% 53% 10% 34% 53% G33/G35 2% 1% 20% 17% 67% 24% 54% 15% H37(H36) 48% 29% 48% 19% 30% 11% 42% 41% H38 50% 31% 37% 12% 32% 7% 44% 41% H39 47% 49% 50% 23% 27% 15% 28% 52% J40 45% 15% 45% 20% 35% 8% 50% 39% J41 40% 15% 53% 15% 38% 8% 53% 41% J42 42% 25% 48% 20% 29% 4% 33% 40% J43 35% 8% 48% 17% 38% 4% 43% 23% N60 46% 18% 51% 11% 66% 10% 26% 40% N61 36% 17% 54% 25% 62% 31% 22% 42% N62/N63 23% 5% 54% 9% 22% 16% 26% 32% N65 24% 6% 51% 19% 67% 17% 23% 23% N66/N67 17% 2% 60% 20% 30% 12% 47% 30% N68 31% 27% 55% 16% 22% 14% 8% 48% N69 31% 14% 55% 9% 12% 9% 11% 42% N70(N71) 33% 22% 59% 15% 41% 15% 26% 48% N73/N72/N64 9% 3% 45% 12% 28% 35% 42% 23% P76 33% 33% 49% 11% 32% 13% 23% 51% P77 37% 35% 48% 14% 37% 10% 22% 53% P78(P75) 39% 42% 51% 12% 62% 16% 25% 49% P79 9% 10% 33% 5% 67% 26% 43% 34% Q81 34% 24% 41% 7% 29% 17% 16% 47% Q82 34% 38% 47% 17% 30% 24% 19% 48% Q83 33% 23% 46% 21% 35% 22% 18% 50% Q84/Q80 7% 1% 38% 23% 35% 14% 43% 36% R85 28% 20% 49% 11% 37% 9% 20% 47% R86 45% 42% 54% 16% 55% 14% 28% 61% R87 34% 28% 44% 13% 41% 7% 44% 51% R88 5% 1% 45% 11% 26% 12% 43% 37% T93 38% 21% 45% 21% 38% 14% 27% 62% T94 25% 24% 52% 13% 66% 20% 29% 55% T95 21% 4% 30% 7% 71% 22% 46% 57% T96(T92) 29% 12% 42% 14% 42% 18% 19% 43% T97 27% 5% 50% 15% 42% 11% 26% 42% T98 9% 9% 34% 7% 73% 82% 48% 11% U27 41% 12% 51% 30% 46% 9% 36% 26% U28 47% 20% 55% 30% 32% 3% 41% 45% U29 33% 24% 46% 17% 19% 5% 32% 58% U30 48% 18% 63% 28% 30% 14% 32% 54% U55/U58 29% 19% 41% 13% 53% 9% 19% 21% U56 19% 4% 55% 15% 27% 17% 29% 19% U57 39% 8% 41% 12% 73% 22% 14% 30% V24 58% 12% 61% 23% 7% 5% 54% 14% V25 51% 7% 60% 15% 17% 7% 40% 30% V26 37% 10% 45% 16% 16% 9% 20% 38% V44 33% 4% 54% 21% 21% 6% 57% 22% V45 27% 6% 49% 26% 19% 9% 52% 14% V46 16% 1% 59% 12% 15% 3% 48% 15% V47/V50 11% 0% 46% 14% 23% 6% 49% 12% V48 37% 6% 43% 15% 45% 11% 20% 13% V49 12% 0% 53% 14% 11% 11% 46% 16% W52 24% 3% 33% 10% 23% 7% 64% 11% W53 44% 5% 55% 17% 14% 4% 44% 24% W54 32% 4% 44% 13% 21% 10% 48% 15% W90/W59 20% 3% 42% 8% 29% 25% 27% 18% W91 21% 4% 35% 8% 16% 65% 18% 16% Amsterdam totaal 33% 15% 46% 17% 35% 13% 35% 35% 128

131 bijlage 2 Gegevens per (samengevoegde) buurtcombinatie, Wonen in Amsterdam

132 130

133 Tabel B2.1: Gemiddelde rapportcijfers voor totaaloordeel, rapportcijfer woning, rapportcijfer woonomgeving (WiA, 2003) 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.1 Hoe tevreden bent u met uw buurt? (totaaloordeel) 2.8 Bent u tevreden over uw woning? (totaaloordeel) 2.9 Hoe beoordeelt u de staat van onderhoud van uw woning? 6.2a Beoordeling woningen in de buurt 6.2b Beoordeling van de inrichting van de woonomgeving 6.2c Beoordeling van de groenvoorziening 6.3a Beoordeling staat van onderhoud woningen in de buurt 6.3b Beoordeling staat van onderhoud straten en stoepen 6.3c Beoordeling staat van onderhoud groenvoorziening 6.4a Beoordeling schoonhouden woningen in de buurt 6.4b Beoordeling schoonhouden straten en stoepen 6.4c Beoordeling schoonhouden groenvoorzieningen A00 6,58 7,26 6,71 7,31 6,38 4,06 6,59 6,15 4,19 6,36 5,72 4,62 A01 7,09 7,41 6,89 7,21 6,57 4,24 6,53 5,90 4,57 6,36 5,84 4,94 A02 8,49 8,05 7,42 8,58 7,92 6,35 7,93 6,68 6,25 7,61 6,51 6,25 A03 8,17 8,08 7,53 8,29 7,41 6,22 7,71 5,95 5,79 7,24 6,10 5,95 A04 7,88 7,63 7,07 7,50 7,07 5,66 7,28 6,59 5,69 7,02 6,07 5,82 A05 8,24 7,58 7,03 7,59 7,29 6,19 7,18 6,67 6,03 6,94 6,51 6,29 A06 8,22 7,22 6,88 7,43 7,31 5,76 7,22 6,46 5,78 6,97 6,44 6,01 A07 8,14 7,72 6,92 7,61 7,15 6,20 7,17 6,59 6,27 7,12 6,63 6,39 A08 8,05 7,58 6,97 7,51 7,10 6,81 7,29 6,54 6,66 7,05 6,61 6,45 A09 7,08 7,25 7,04 6,53 6,36 6,00 6,48 6,30 6,13 6,54 6,29 6,27 C13(B10/B11/C12) 6,23 6,54 6,34 5,92 5,74 5,79 5,83 5,52 5,79 5,82 5,45 5,70 C14 6,90 6,88 6,68 6,21 6,12 5,93 6,29 6,08 6,01 6,04 5,94 6,01 C16/C15 7,23 7,01 6,80 6,40 6,59 6,27 6,65 6,56 6,36 6,59 6,46 6,34 D17 7,45 7,29 6,66 6,58 6,42 5,55 6,20 6,00 5,64 6,34 5,90 5,87 D18 6,84 6,70 6,09 5,96 5,91 5,26 5,76 5,74 5,34 5,78 5,64 5,44 D19 7,29 6,84 6,43 6,04 6,37 5,52 6,04 6,21 5,75 6,08 5,90 5,93 D20/D22 7,86 7,55 6,71 7,26 7,11 6,86 6,99 6,90 6,75 6,85 6,29 6,53 D21 7,52 7,19 6,72 6,63 6,57 6,57 6,64 6,57 6,52 6,46 6,12 6,35 G31 5,30 6,34 5,89 5,24 5,16 4,94 5,02 5,12 5,06 4,93 4,58 4,89 G32(G34) 5,71 6,67 6,60 5,86 6,04 6,52 5,91 6,01 6,43 5,72 5,72 6,12 G33 7,61 8,14 8,23 7,49 7,16 5,62 7,83 7,08 6,11 7,34 6,73 6,33 H37(H36) 5,71 6,32 6,12 5,53 5,56 5,57 5,79 5,80 5,70 5,58 5,42 5,48 H38 5,87 6,68 6,16 5,71 5,89 6,44 5,73 6,06 6,43 5,70 5,62 6,02 H39 5,39 6,31 5,93 5,23 5,49 5,89 5,45 5,54 5,72 5,10 5,08 5,42 J40 6,30 6,92 6,49 6,08 5,97 5,58 6,10 6,11 5,73 6,01 5,51 5,62 J41 6,36 6,73 6,49 6,41 6,27 6,21 6,30 6,08 6,10 6,07 5,23 5,88 J42 6,34 6,42 6,21 6,09 6,01 6,23 6,11 6,22 6,21 6,02 5,47 5,80 J43 6,91 7,09 6,57 6,55 6,45 6,37 6,56 6,32 6,26 6,55 5,97 6,14 N60 6,35 6,50 5,96 6,35 6,25 6,41 6,28 5,83 6,06 6,02 5,55 5,82 N61 5,82 6,70 6,50 6,15 5,84 5,77 6,17 5,66 5,65 5,76 5,39 5,48 N62/N63 7,52 7,12 6,50 7,28 7,20 7,15 6,86 5,82 6,71 6,49 6,03 6,41 N65 7,27 7,23 6,90 6,88 6,72 6,55 6,70 5,64 6,22 6,43 5,78 5,94 N66/N67 7,11 7,80 7,23 6,80 6,72 6,80 6,83 5,76 6,45 6,56 5,76 5,98 N68 6,38 7,07 6,73 6,00 6,45 7,04 6,30 5,87 6,72 6,08 5,91 6,40 N69 7,09 7,66 7,07 6,19 6,81 7,35 6,51 6,10 6,91 6,27 5,93 6,39 N70(N71) 6,80 7,54 7,04 6,41 6,44 6,88 6,46 5,74 6,41 6,06 5,34 5,86 N73/N72/N64 8,15 8,45 7,59 7,82 7,62 7,67 7,52 5,79 6,88 7,46 6,23 6,41 P76 6,25 6,76 6,61 5,88 6,25 6,66 5,90 5,88 6,24 5,82 5,61 5,77 P77 6,11 6,95 6,77 5,82 6,07 7,01 5,90 5,56 6,53 5,73 5,20 5,86 P78(P75) 5,93 6,63 6,36 5,49 5,95 6,36 5,44 5,31 6,03 5,29 5,19 5,76 P79 6,69 8,13 7,82 6,81 6,93 7,23 7,01 6,66 6,87 6,83 6,41 6,42 Q81 6,74 7,15 7,03 6,14 6,52 7,15 6,34 6,52 6,97 6,35 6,33 6,79 Q82 5,83 6,57 6,37 5,52 5,78 6,45 5,72 6,03 6,40 5,62 5,92 6,12 Q83 6,52 7,16 6,85 6,05 6,22 6,67 6,12 5,98 6,56 6,09 6,20 6,34 Q84/Q80 7,18 8,26 8,15 7,21 6,84 6,55 7,40 6,70 6,80 7,13 6,51 6,65 R85 6,84 7,58 7,23 6,21 6,73 7,18 6,71 6,64 7,07 6,55 6,28 6,61 R86 5,33 6,98 6,51 5,38 5,88 6,74 5,59 5,58 6,48 5,45 5,16 6,02 R87 6,08 7,28 7,04 5,75 6,02 6,58 6,14 6,03 6,56 6,06 5,77 6,28 R88 7,53 8,34 8,21 7,17 7,21 7,04 7,44 6,80 6,89 7,18 6,38 6,53 T93 5,78 6,70 6,48 5,87 5,91 6,56 6,20 5,86 6,24 5,70 5,48 5,94 T94 6,21 7,46 7,22 6,48 6,67 7,22 6,55 6,28 6,77 6,11 6,16 6,47 T95 7,60 7,81 7,13 7,16 7,55 8,29 7,42 6,81 7,69 7,22 6,75 7,14 T96(T92) 6,76 7,47 7,06 6,61 6,84 7,00 6,78 6,17 6,62 6,63 6,19 6,42 T97 6,77 7,66 7,25 6,65 6,78 7,27 6,68 5,78 6,67 6,32 5,84 6,20 T98 7,89 7,47 7,19 7,09 7,25 7,08 7,15 6,10 6,96 7,17 6,12 6,83 U27 7,09 7,13 6,28 6,38 6,03 5,73 6,29 5,91 5,70 6,02 5,58 5,64 U28 6,59 6,79 6,20 6,01 6,08 6,44 6,16 5,93 6,28 5,86 5,39 6,00 U29 6,67 7,12 6,64 6,22 6,17 6,16 6,34 6,28 5,94 6,00 5,55 5,73 U30 5,89 6,40 5,89 5,89 5,77 5,51 5,68 5,81 5,41 5,43 5,35 5,23 U55/U58 7,79 7,61 7,01 6,91 7,18 7,40 7,00 6,87 7,16 6,94 6,62 6,90 U56 7,88 7,80 7,21 7,34 7,45 7,51 7,39 6,88 7,29 7,26 6,63 6,94 U57 7,34 6,98 6,52 6,94 6,93 7,26 6,59 6,14 6,97 6,54 6,39 6,74 V24 7,86 7,03 6,04 6,74 6,59 5,97 6,43 6,00 5,90 6,36 5,65 5,79 V25 7,76 6,85 6,18 6,66 6,56 5,91 6,37 6,07 5,92 6,24 5,56 5,61 V26 7,13 6,91 6,58 6,87 6,74 6,16 6,68 6,43 6,18 6,52 6,11 6,09 V44 7,84 7,29 6,55 7,04 7,13 6,92 6,89 6,78 6,84 6,71 6,24 6,51 V45 7,55 7,07 6,57 6,78 6,61 6,12 6,91 6,49 6,15 6,56 5,87 5,99 V46 8,34 8,02 7,18 8,01 7,69 7,48 7,62 6,94 7,07 7,31 6,16 6,49 V47/V50 8,51 8,07 7,37 8,03 7,66 7,53 7,79 6,91 7,21 7,43 6,41 6,77 V48 7,58 7,00 6,51 7,08 7,03 6,75 6,96 6,68 6,61 6,70 6,34 6,46 V49 8,53 8,09 7,36 8,25 7,90 7,64 7,93 7,29 7,29 7,64 6,87 6,95 W52 8,22 7,81 6,88 7,41 7,46 7,08 7,04 6,90 6,88 6,96 6,64 6,65 W53 7,28 6,84 6,42 7,11 6,87 6,45 6,77 6,22 6,16 6,64 6,05 6,13 W54 7,81 7,18 6,57 7,15 7,14 6,97 7,00 7,00 6,91 6,86 6,60 6,65 W90/W59 7,95 7,77 7,34 6,91 7,24 7,56 7,24 6,79 7,33 7,11 6,76 6,97 W91 7,85 7,81 7,51 6,77 7,15 7,55 7,04 6,41 7,16 7,06 6,61 6,95 Amsterdam totaal 7,03 7,23 6,79 6,62 6,61 6,49 6,58 6,23 6,35 6,40 5,98 6,15 131

134 Tabel B2.2: Gemiddelde rapportcijfers voor voorzieningen, omgang tussen groepen en betrokkenheid bij de buurt (WiA, 2003) 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.5a Beoordeling aanbod van parkeervoorzieningen 6.5b Beoordeling aanbod van openbaar vervoer 6.5c Beoordeling aanbod van buurtvoorzieningen 6.7 Omgang verschillende groepen mensen in buurt 6.8 De betrokkenheid van de buurtbewoners bij de buurt? A00 4,38 8,14 6,64 6,08 5,92 A01 4,10 8,28 7,10 6,27 5,14 A02 4,76 7,70 7,30 7,29 6,24 A03 4,52 7,93 7,02 7,14 5,93 A04 5,04 7,63 6,85 7,11 6,40 A05 4,99 6,96 7,37 7,19 6,50 A06 5,04 7,03 7,24 7,06 6,50 A07 5,35 7,86 7,21 7,10 6,22 A08 6,35 7,66 6,36 7,05 6,50 A09 6,47 6,47 5,01 6,51 6,18 C13(B10/B11/C12) 5,80 6,49 5,80 6,02 5,70 C14 5,20 6,59 6,51 6,43 5,82 C16/C15 5,57 7,19 6,96 6,62 5,67 D17 5,52 7,87 7,59 6,72 5,79 D18 5,24 7,71 7,40 6,43 5,71 D19 4,98 7,52 7,56 6,48 5,50 D20/D22 4,52 7,36 7,24 7,09 6,19 D21 3,46 6,71 6,91 6,90 5,86 G31 4,91 7,51 6,57 5,40 4,43 G32(G34) 5,65 7,20 6,35 5,90 5,09 G33 4,54 6,58 6,01 6,98 6,42 H37(H36) 5,48 7,20 6,49 5,83 4,86 H38 5,36 7,35 6,90 5,88 4,89 H39 5,54 6,95 6,46 5,64 4,66 J40 4,63 7,41 6,85 6,03 5,18 J41 4,63 7,39 7,16 6,09 5,09 J42 5,25 7,34 7,12 6,05 5,14 J43 5,41 7,58 6,58 6,50 5,61 N60 6,47 7,12 5,95 6,44 5,50 N61 6,16 6,40 6,03 5,96 5,06 N62/N63 6,21 7,11 6,89 6,99 6,53 N65 6,44 7,09 5,98 6,88 6,29 N66/N67 5,61 7,22 6,97 6,80 6,17 N68 7,50 7,55 7,45 6,14 5,28 N69 7,63 7,77 7,80 6,63 5,82 N70(N71) 6,67 7,35 6,86 6,42 5,75 N73/N72/N64 6,28 5,97 5,44 7,73 7,58 P76 5,95 7,45 6,99 5,95 5,35 P77 6,70 7,50 6,83 6,03 5,28 P78(P75) 6,46 7,10 6,02 5,95 5,20 P79 6,16 6,98 5,72 6,81 5,80 Q81 7,08 7,64 7,49 6,36 5,76 Q82 6,55 6,88 6,79 5,96 5,15 Q83 6,82 7,20 7,17 6,22 5,66 Q84/Q80 5,67 7,10 6,75 6,76 6,17 R85 6,77 7,27 6,67 6,41 5,62 R86 6,18 7,10 6,10 5,64 4,87 R87 5,80 7,54 6,54 5,89 5,08 R88 6,32 7,53 7,38 6,98 6,28 T93 6,15 7,14 6,65 5,93 5,02 T94 6,57 6,78 6,30 6,28 5,66 T95 6,35 7,29 5,73 6,94 6,31 T96(T92) 7,32 7,38 7,10 6,56 5,63 T97 6,63 7,42 7,05 6,69 5,70 T98 6,35 4,63 5,33 7,17 7,04 U27 5,67 7,55 6,62 6,71 6,05 U28 5,24 7,73 7,27 6,26 5,56 U29 5,67 8,02 7,64 6,31 5,23 U30 5,44 6,75 6,83 5,90 5,06 U55/U58 6,55 7,56 6,16 6,99 6,54 U56 6,41 7,16 7,08 7,20 6,90 U57 6,79 6,84 5,14 6,81 6,51 V24 4,40 7,70 7,72 7,02 6,02 V25 4,79 7,46 7,73 6,59 5,67 V26 6,37 7,24 7,47 6,37 5,55 V44 4,79 7,45 7,25 7,00 6,16 V45 4,94 7,14 7,31 6,76 5,68 V46 5,75 7,57 7,27 7,20 6,42 V47/V50 5,63 7,99 7,66 7,36 6,68 V48 6,67 7,60 7,10 6,75 5,98 V49 6,55 7,83 7,92 7,48 6,46 W52 5,45 7,58 7,47 7,04 6,29 W53 6,21 7,74 7,54 6,55 5,68 W54 5,17 7,53 7,33 6,93 6,02 W90/W59 6,69 7,36 7,13 7,19 6,48 W91 6,80 5,90 7,33 7,10 6,35 Amsterdam totaal 5,78 7,29 6,84 6,56 5,80 132

135 Tabel B2.3: Gemiddelde rapportcijfers voor overlastaspecten en veiligheid (WiA, 2003) 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.9a Overlast van: buren 6.9b Overlast van: andere groepen bewoners 6.9c Overlast van: verkeer A00 7,34 6,98 5,68 4,86 4,52 4,10 7,50 5,85 A01 6,76 7,00 5,69 5,26 5,38 5,50 7,73 6,11 A02 7,45 7,64 6,69 6,24 6,95 6,17 8,57 7,29 A03 7,56 7,52 6,38 6,08 6,88 6,59 8,29 7,46 A04 7,35 7,43 6,15 5,90 6,76 6,23 8,22 6,98 A05 7,28 7,50 6,55 6,37 7,37 6,50 8,32 7,19 A06 6,70 7,30 6,73 6,37 7,40 6,88 8,45 7,74 A07 7,39 7,56 6,46 6,32 7,58 6,64 8,41 7,45 A08 7,31 7,60 6,26 6,53 8,12 6,54 8,39 7,27 A09 6,89 6,87 6,73 6,21 8,10 6,21 8,06 6,91 C13(B10/B11/C12) 6,20 6,27 6,18 5,57 7,45 6,27 7,71 6,48 C14 6,45 6,42 6,50 5,85 7,28 6,09 7,97 6,65 C16/C15 6,73 7,10 6,54 6,37 7,82 6,47 8,20 7,22 D17 6,60 7,38 6,08 5,89 7,88 6,44 8,06 7,03 D18 6,49 6,72 5,90 5,40 7,33 6,23 7,90 6,82 D19 6,65 6,82 6,42 5,95 7,57 6,56 7,98 6,87 D20/D22 7,13 7,41 6,31 6,27 8,10 6,97 8,54 7,71 D21 6,76 7,49 6,68 6,06 7,94 7,08 8,38 7,60 G31 6,11 5,91 6,00 4,13 6,32 4,72 7,06 5,10 G32(G34) 6,74 6,28 6,35 5,13 6,76 5,03 7,19 5,41 G33 7,69 7,35 7,23 6,84 8,67 7,07 8,56 7,78 H37(H36) 6,10 6,36 6,26 5,26 7,58 5,84 7,27 5,91 H38 6,56 6,42 6,66 5,54 7,92 5,63 7,65 5,96 H39 5,91 6,18 5,96 4,76 7,38 5,32 6,91 5,59 J40 6,67 6,73 6,37 5,73 7,71 6,27 7,95 6,67 J41 6,57 6,72 6,36 5,31 7,26 6,01 7,54 6,12 J42 6,64 6,80 6,51 5,33 7,34 5,96 7,82 6,43 J43 6,56 7,07 6,89 6,20 8,20 7,04 8,07 7,07 N60 6,93 6,55 6,43 5,69 7,82 5,88 7,64 6,35 N61 6,54 6,53 6,30 5,38 7,73 5,85 7,65 6,27 N62/N63 7,47 7,18 6,80 6,53 8,86 6,70 7,89 6,76 N65 7,42 7,37 6,80 6,47 8,65 7,17 8,16 7,26 N66/N67 7,55 7,08 6,67 6,22 9,11 6,96 7,99 7,00 N68 6,90 6,40 6,86 5,84 7,99 5,91 7,43 5,88 N69 7,28 6,95 7,10 5,91 8,53 6,98 7,94 6,78 N70(N71) 7,20 6,78 7,20 5,86 8,42 6,90 7,84 6,63 N73/N72/N64 8,28 7,88 6,10 7,09 8,90 7,40 8,76 8,01 P76 6,88 6,58 6,24 5,63 7,76 5,49 7,16 5,92 P77 6,82 6,52 6,33 5,28 7,78 5,35 7,34 5,77 P78(P75) 6,69 6,27 6,53 5,40 7,86 5,98 7,22 5,93 P79 7,61 6,72 6,74 6,37 8,73 6,34 7,89 6,60 Q81 7,04 6,80 6,50 6,43 8,32 5,88 7,69 6,06 Q82 6,58 6,44 6,49 5,65 8,06 5,76 7,32 5,55 Q83 6,99 6,54 6,66 6,10 8,12 5,54 7,27 5,46 Q84/Q80 7,54 6,97 7,03 6,63 9,09 6,22 8,12 7,04 R85 7,26 6,82 6,71 6,30 8,58 6,02 7,51 6,15 R86 6,76 5,94 5,76 4,86 7,91 4,50 6,73 4,80 R87 6,85 6,50 6,26 5,69 8,41 5,44 7,49 5,77 R88 7,92 7,45 7,26 6,65 9,16 7,20 8,48 7,54 T93 6,53 6,24 6,88 5,02 7,20 5,46 6,96 5,35 T94 6,98 6,53 7,02 5,78 7,38 5,33 7,02 5,50 T95 7,62 7,46 7,21 6,93 8,75 6,23 7,86 6,11 T96(T92) 6,89 6,79 7,24 6,30 8,27 6,45 7,70 6,35 T97 6,99 6,62 7,52 6,12 8,52 6,48 7,87 6,22 T98 7,31 7,68 7,10 7,27 8,85 7,32 8,40 8,02 U27 6,91 6,78 6,12 5,73 7,71 5,90 7,88 6,65 U28 6,73 6,77 6,06 5,25 7,26 6,09 7,78 6,58 U29 6,88 6,58 5,91 5,25 6,73 5,09 7,69 5,78 U30 6,52 6,23 6,25 5,21 6,95 5,29 7,39 5,82 U55/U58 7,51 7,50 6,90 6,75 8,72 6,89 8,36 7,16 U56 7,54 7,62 6,93 6,87 9,00 6,96 8,35 7,48 U57 7,34 7,36 6,70 6,70 8,61 6,85 7,98 7,07 V24 6,77 7,27 6,09 5,56 6,98 6,61 8,41 7,14 V25 6,41 6,83 6,10 5,49 7,69 6,48 8,14 7,20 V26 6,32 6,65 6,65 6,07 8,08 6,11 7,78 6,58 V44 7,22 7,47 6,91 6,31 8,14 7,03 8,40 7,28 V45 6,33 7,05 6,28 5,96 8,13 7,18 8,52 7,57 V46 7,37 7,92 6,45 6,43 8,56 7,50 8,62 7,87 V47/V50 7,65 8,06 6,71 6,64 8,66 7,49 8,76 8,03 V48 6,63 7,18 6,46 6,40 8,44 7,16 8,24 7,32 V49 7,66 8,17 7,33 7,08 9,14 7,47 8,63 7,70 W52 6,99 7,57 6,76 6,95 8,71 7,58 8,49 7,65 W53 6,64 6,79 6,68 6,27 8,29 7,06 8,27 7,28 W54 6,80 7,45 6,65 6,52 8,29 7,35 8,42 7,58 W90/W59 7,77 8,07 6,74 7,20 9,04 7,45 8,34 7,29 W91 7,65 8,02 7,07 7,27 8,94 7,66 8,30 7,16 Amsterdam totaal 6,96 6,98 6,55 6,00 7,93 6,34 7,93 6,70 6.9d Overlast van: vervuiling 6.9e Overlast van: activiteiten als prostitutie, horeca en koffieshops 6.9f Overlast van: criminaliteit 6.10a Hoe veilig voelt u zich in uw buurt overdag? 6.10b Hoe veilig voelt u zich in uw buurt s avonds? 133

136 Tabel B2.4: Gemiddelde rapportcijfers voor ontwikkeling buurt in het afgelopen jaar, totaal en per aspect (WiA, 2003) 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.11 Ontwikkeling: van de buurt (totaaloordeel) 6.12a Ontwikkeling: kwaliteit woningen 6.12b Ontwikkeling: straten, pleinen, groen 6.12c Ontwikkeling: buurtvoorzieningen 6.12d Ontwikkeling: parkeergelegenheid 6.12e Ontwikkeling: openbaar vervoer 6.12f Ontwikkeling: veiligheid op straat 6.12g Ontwikkeling: omgang met buurtbewoners A00 5,23 6,14 5,40 5,27 4,43 5,86 4,62 5,64 A01 5,91 6,12 5,60 5,64 4,80 6,27 5,46 5,84 A02 6,57 6,76 6,26 6,01 4,78 6,34 5,79 6,30 A03 6,19 6,64 5,67 5,75 4,81 6,40 5,90 6,15 A04 6,48 6,62 5,96 5,77 4,67 6,00 5,70 6,16 A05 6,63 6,45 6,23 5,94 4,67 6,07 5,75 6,25 A06 6,55 6,66 6,03 5,93 4,81 6,12 6,02 6,16 A07 6,31 6,46 5,88 5,76 4,85 5,93 5,83 6,11 A08 6,46 6,46 5,80 5,77 5,30 5,67 5,79 6,05 A09 6,06 6,30 5,84 4,88 5,38 5,57 5,59 6,01 C13(B10/B11/C12) 5,42 5,52 5,52 5,38 5,29 5,70 5,54 5,52 C14 6,77 6,85 6,25 5,80 4,95 5,75 5,83 5,94 C16/C15 6,34 6,33 6,11 5,91 5,11 6,16 5,80 6,07 D17 6,24 6,17 5,88 5,98 5,21 6,31 5,75 6,03 D18 5,91 5,83 5,64 5,58 4,92 5,95 5,53 5,53 D19 6,27 6,11 5,97 5,82 4,86 6,22 5,70 5,77 D20/D22 7,12 7,01 6,58 6,12 4,27 5,69 5,97 6,15 D21 6,97 6,87 6,53 5,91 3,67 5,28 5,88 6,04 G31 5,19 5,65 5,39 5,15 4,53 6,20 4,55 5,13 G32(G34) 5,35 5,89 6,08 5,39 5,20 6,00 4,79 5,54 G33 6,79 6,80 6,53 6,39 4,58 6,40 6,23 6,36 H37(H36) 5,61 5,72 5,78 5,48 5,14 6,08 5,25 5,28 H38 5,84 5,76 6,22 5,68 4,87 6,09 5,35 5,42 H39 4,84 4,99 5,30 5,34 5,32 6,21 5,11 5,22 J40 6,04 5,96 6,02 5,61 4,69 6,18 5,55 5,72 J41 6,36 6,56 6,46 6,12 4,62 6,33 5,64 5,77 J42 6,19 5,96 6,16 6,08 5,16 6,35 5,76 5,89 J43 6,07 6,01 5,89 5,75 4,94 6,06 5,78 5,84 N60 5,19 5,52 5,55 5,41 5,55 5,92 5,43 5,65 N61 5,12 5,57 5,15 5,30 5,20 5,76 5,20 5,72 N62/N63 5,85 6,11 5,94 5,83 5,46 6,11 5,82 6,23 N65 6,12 6,50 5,81 5,49 6,01 6,15 6,19 6,33 N66/N67 5,67 6,14 5,48 5,73 4,92 6,17 5,74 6,05 N68 5,10 5,69 5,77 5,78 6,42 6,46 5,26 5,53 N69 5,69 5,97 5,98 6,02 6,40 6,42 5,79 6,00 N70(N71) 5,20 5,79 5,36 5,62 5,52 6,13 5,67 5,92 N73/N72/N64 6,48 6,90 5,58 5,55 5,00 5,08 5,99 6,54 P76 5,23 5,61 5,74 5,76 5,56 6,43 5,14 5,62 P77 5,03 5,32 5,40 5,52 5,72 6,33 5,08 5,45 P78(P75) 5,35 5,53 5,66 5,51 5,80 6,51 5,34 5,57 P79 5,77 6,65 6,19 6,00 5,54 6,65 5,77 6,40 Q81 5,61 5,83 6,01 5,82 5,95 6,63 5,43 5,99 Q82 5,16 5,58 5,88 5,49 5,59 6,40 5,08 5,50 Q83 5,57 5,90 5,87 5,93 5,89 6,23 5,10 5,69 Q84/Q80 6,26 6,74 6,28 6,12 5,33 7,11 5,69 6,35 R85 5,72 6,14 6,23 5,92 5,72 6,27 5,47 5,77 R86 4,87 5,33 5,48 5,03 5,26 6,24 4,72 5,38 R87 5,19 5,56 5,56 5,36 5,15 6,21 5,20 5,43 R88 6,23 6,32 5,93 6,05 5,54 6,46 5,81 6,23 T93 5,52 6,01 5,86 5,71 5,57 6,17 5,36 5,62 T94 5,84 6,41 6,07 5,80 5,87 6,34 5,31 5,72 T95 5,85 6,52 6,21 5,74 5,39 5,85 5,48 5,94 T96(T92) 5,67 5,96 5,94 5,81 6,24 6,16 5,69 5,87 T97 5,54 6,01 5,57 5,64 5,38 6,02 5,30 5,76 T98 6,66 6,44 6,05 5,51 5,40 4,48 6,80 7,00 U27 6,35 6,36 5,49 5,58 5,02 6,02 5,64 6,07 U28 6,16 6,06 6,16 5,87 4,87 6,35 5,72 5,80 U29 5,80 6,19 5,81 5,72 5,07 6,31 4,96 5,66 U30 5,56 5,72 5,91 5,80 4,99 5,97 5,15 5,51 U55/U58 6,13 6,06 6,27 5,75 5,41 6,27 5,86 6,18 U56 6,40 6,51 6,33 5,97 5,35 6,04 5,87 6,24 U57 5,88 6,03 6,28 5,69 6,02 6,23 6,15 6,36 V24 6,76 6,40 5,88 6,02 4,60 6,12 5,91 5,98 V25 6,45 6,26 5,90 5,94 4,86 6,04 5,80 5,91 V26 5,77 5,90 5,81 5,73 5,44 6,01 5,37 5,58 V44 6,52 6,35 6,28 6,09 4,70 6,13 5,94 6,10 V45 6,62 6,62 6,21 5,99 4,72 5,86 6,02 5,97 V46 6,52 6,66 6,43 6,12 4,94 6,05 6,06 6,26 V47/V50 6,67 6,98 6,43 6,21 5,24 6,51 6,32 6,49 V48 5,94 6,05 6,04 5,92 5,66 6,18 5,90 6,00 V49 6,46 6,53 6,22 6,15 5,23 6,26 6,11 6,35 W52 6,49 6,39 6,34 6,21 4,89 6,36 6,14 6,39 W53 6,20 6,26 6,02 5,92 5,37 6,41 5,87 5,90 W54 6,22 6,36 6,38 6,03 4,48 6,23 6,09 6,06 W90/W59 6,29 6,40 6,30 6,21 5,58 6,24 6,16 6,53 W91 6,29 6,50 6,21 6,20 5,67 5,30 5,98 6,43 Amsterdam totaal 5,98 6,15 5,95 5,77 5,18 6,13 5,62 5,90 134

137 Tabel B2.4: Gemiddelde rapportcijfers voor ontwikkeling buurt in het afgelopen jaar, totaal en per aspect (WiA, 2003) 76 (samengestelde) buurtcombinaties 6.11 Ontwikkeling: van de buurt (totaaloordeel) 6.12a Ontwikkeling: kwaliteit woningen 6.12b Ontwikkeling: straten, pleinen, groen 6.12c Ontwikkeling: buurtvoorzieningen 6.12d Ontwikkeling: parkeergelegenheid 6.12e Ontwikkeling: openbaar vervoer 6.12f Ontwikkeling: veiligheid op straat 6.12g Ontwikkeling: omgang met buurtbewoners A00 5,23 6,14 5,40 5,27 4,43 5,86 4,62 5,64 A01 5,91 6,12 5,60 5,64 4,80 6,27 5,46 5,84 A02 6,57 6,76 6,26 6,01 4,78 6,34 5,79 6,30 A03 6,19 6,64 5,67 5,75 4,81 6,40 5,90 6,15 A04 6,48 6,62 5,96 5,77 4,67 6,00 5,70 6,16 A05 6,63 6,45 6,23 5,94 4,67 6,07 5,75 6,25 A06 6,55 6,66 6,03 5,93 4,81 6,12 6,02 6,16 A07 6,31 6,46 5,88 5,76 4,85 5,93 5,83 6,11 A08 6,46 6,46 5,80 5,77 5,30 5,67 5,79 6,05 A09 6,06 6,30 5,84 4,88 5,38 5,57 5,59 6,01 C13(B10/B11/C12) 5,42 5,52 5,52 5,38 5,29 5,70 5,54 5,52 C14 6,77 6,85 6,25 5,80 4,95 5,75 5,83 5,94 C16/C15 6,34 6,33 6,11 5,91 5,11 6,16 5,80 6,07 D17 6,24 6,17 5,88 5,98 5,21 6,31 5,75 6,03 D18 5,91 5,83 5,64 5,58 4,92 5,95 5,53 5,53 D19 6,27 6,11 5,97 5,82 4,86 6,22 5,70 5,77 D20/D22 7,12 7,01 6,58 6,12 4,27 5,69 5,97 6,15 D21 6,97 6,87 6,53 5,91 3,67 5,28 5,88 6,04 G31 5,19 5,65 5,39 5,15 4,53 6,20 4,55 5,13 G32(G34) 5,35 5,89 6,08 5,39 5,20 6,00 4,79 5,54 G33 6,79 6,80 6,53 6,39 4,58 6,40 6,23 6,36 H37(H36) 5,61 5,72 5,78 5,48 5,14 6,08 5,25 5,28 H38 5,84 5,76 6,22 5,68 4,87 6,09 5,35 5,42 H39 4,84 4,99 5,30 5,34 5,32 6,21 5,11 5,22 J40 6,04 5,96 6,02 5,61 4,69 6,18 5,55 5,72 J41 6,36 6,56 6,46 6,12 4,62 6,33 5,64 5,77 J42 6,19 5,96 6,16 6,08 5,16 6,35 5,76 5,89 J43 6,07 6,01 5,89 5,75 4,94 6,06 5,78 5,84 N60 5,19 5,52 5,55 5,41 5,55 5,92 5,43 5,65 N61 5,12 5,57 5,15 5,30 5,20 5,76 5,20 5,72 N62/N63 5,85 6,11 5,94 5,83 5,46 6,11 5,82 6,23 N65 6,12 6,50 5,81 5,49 6,01 6,15 6,19 6,33 N66/N67 5,67 6,14 5,48 5,73 4,92 6,17 5,74 6,05 N68 5,10 5,69 5,77 5,78 6,42 6,46 5,26 5,53 N69 5,69 5,97 5,98 6,02 6,40 6,42 5,79 6,00 N70(N71) 5,20 5,79 5,36 5,62 5,52 6,13 5,67 5,92 N73/N72/N64 6,48 6,90 5,58 5,55 5,00 5,08 5,99 6,54 P76 5,23 5,61 5,74 5,76 5,56 6,43 5,14 5,62 P77 5,03 5,32 5,40 5,52 5,72 6,33 5,08 5,45 P78(P75) 5,35 5,53 5,66 5,51 5,80 6,51 5,34 5,57 P79 5,77 6,65 6,19 6,00 5,54 6,65 5,77 6,40 Q81 5,61 5,83 6,01 5,82 5,95 6,63 5,43 5,99 Q82 5,16 5,58 5,88 5,49 5,59 6,40 5,08 5,50 Q83 5,57 5,90 5,87 5,93 5,89 6,23 5,10 5,69 Q84/Q80 6,26 6,74 6,28 6,12 5,33 7,11 5,69 6,35 R85 5,72 6,14 6,23 5,92 5,72 6,27 5,47 5,77 R86 4,87 5,33 5,48 5,03 5,26 6,24 4,72 5,38 R87 5,19 5,56 5,56 5,36 5,15 6,21 5,20 5,43 R88 6,23 6,32 5,93 6,05 5,54 6,46 5,81 6,23 T93 5,52 6,01 5,86 5,71 5,57 6,17 5,36 5,62 T94 5,84 6,41 6,07 5,80 5,87 6,34 5,31 5,72 T95 5,85 6,52 6,21 5,74 5,39 5,85 5,48 5,94 T96(T92) 5,67 5,96 5,94 5,81 6,24 6,16 5,69 5,87 T97 5,54 6,01 5,57 5,64 5,38 6,02 5,30 5,76 T98 6,66 6,44 6,05 5,51 5,40 4,48 6,80 7,00 U27 6,35 6,36 5,49 5,58 5,02 6,02 5,64 6,07 U28 6,16 6,06 6,16 5,87 4,87 6,35 5,72 5,80 U29 5,80 6,19 5,81 5,72 5,07 6,31 4,96 5,66 U30 5,56 5,72 5,91 5,80 4,99 5,97 5,15 5,51 U55/U58 6,13 6,06 6,27 5,75 5,41 6,27 5,86 6,18 U56 6,40 6,51 6,33 5,97 5,35 6,04 5,87 6,24 U57 5,88 6,03 6,28 5,69 6,02 6,23 6,15 6,36 V24 6,76 6,40 5,88 6,02 4,60 6,12 5,91 5,98 V25 6,45 6,26 5,90 5,94 4,86 6,04 5,80 5,91 V26 5,77 5,90 5,81 5,73 5,44 6,01 5,37 5,58 V44 6,52 6,35 6,28 6,09 4,70 6,13 5,94 6,10 V45 6,62 6,62 6,21 5,99 4,72 5,86 6,02 5,97 V46 6,52 6,66 6,43 6,12 4,94 6,05 6,06 6,26 V47/V50 6,67 6,98 6,43 6,21 5,24 6,51 6,32 6,49 V48 5,94 6,05 6,04 5,92 5,66 6,18 5,90 6,00 V49 6,46 6,53 6,22 6,15 5,23 6,26 6,11 6,35 W52 6,49 6,39 6,34 6,21 4,89 6,36 6,14 6,39 W53 6,20 6,26 6,02 5,92 5,37 6,41 5,87 5,90 W54 6,22 6,36 6,38 6,03 4,48 6,23 6,09 6,06 W90/W59 6,29 6,40 6,30 6,21 5,58 6,24 6,16 6,53 W91 6,29 6,50 6,21 6,20 5,67 5,30 5,98 6,43 Amsterdam totaal 5,98 6,15 5,95 5,77 5,18 6,13 5,62 5,90 135

138 136

139 bijlage 3 Enquête Wonen in Amsterdam

140 138

141 139

142 140

143 141

144 142

145 143

146 144

147 145

148 146

149 bijlage 4 Onderzoeksverantwoording Achtergrond Sinds 1995 wordt elke twee jaar het onderzoek Wonen in Amsterdam uitgevoerd om de ontwikkeling van de woningvoorraad en de inkomensontwikkeling van Amsterdammers te monitoren. Het onderzoek is in 2005 voor de zesde keer uitgevoerd. Tot en met 2001 was de voormalige Stedelijke Woningdienst opdrachtgever van het onderzoek en waren de stadsdelen en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties middels een financiële bijdrage deelnemer aan het onderzoek. Daarna is gekozen voor een iets andere aanpak: de Dienst Wonen, de gezamenlijke woningcorporaties en eerst twaalf, later dertien van de veertien stadsdelen zijn nu gezamenlijk opdrachtgever van het onderzoek. Deze drie partijen (waarbij de stadsdelen als een partij beschouwd worden) betalen elk ongeveer een derde van de uitvoeringskosten voor het onderzoek en voor de kosten van vormgeving en drukkosten van rapporten. In de kosten is niet opgenomen de capaciteit die de Dienst Wonen besteedt aan de correctie en aanvulling van het onderzoeksbestand en wat de Dienst Wonen en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en Het Oosten aan tijd besteden voor de verschillende rapporten die uitgegeven worden. De dataverzameling is net als voorgaande jaren uitgevoerd door de dienst Onderzoek en Statistiek (O+S). Naar aanleiding van deze dataverzameling heeft O+S in november 2005 de onderzoeksverantwoording Wonen in Amsterdam 2005, gegevensbestand voor 76 gebieden uitgebracht. In deze bijlage worden de belangrijkste punten uit deze verantwoording kort samengevat. Aanpak onderzoek Net als in 2001 en 2003 is ervoor gekozen om de steekproef zodanig samen te stellen dat er voor 76 afzonderlijke woongebieden (gebaseerd op (samengestelde) buurtcombinaties) uitspraken mogelijk zijn. Met name in de leefbaarheidsrapportage wordt op dit schaalniveau gerapporteerd. Evenals vorige keren is een beoogde respons van minimaal 900 ingevulde enquêtes per stadsdeel aangehouden, uitgezonderd het stadsdeel De Baarsjes dat niet aan het onderzoek wenste deel te nemen. De beoogde respons per gebied is 200. Bij een aantal gebieden is in overleg met de stadsdelen hier vanaf geweken, afhankelijk van bewonersaantal en het aantal gebieden per stadsdeel. Ook voor enkele groepen etnische minderheden is een minimumgrens voor de respons gesteld, om betrouwbare uitspraken voor deze groepen mogelijk te maken. Deze minimumgrens ligt aanmerkelijk hoger dan in 2003, wat tot kostenverhoging heeft geleid (3.200 geslaagde enquêtes voor de vier belangrijkste etnische groepen). Het feit dat antwoorden gescand zijn, heeft weer tot kostenbesparing geleid. De totale beoogde respons van het onderzoek kwam uit op De dataverzameling heeft plaatsgevonden door middel van schriftelijke en mondelinge enquêtes onder (hoofd)bewoners die in zelfstandige woningen wonen. O+S heeft in maart 2005 een netto steekproef getrokken van ruim hoofdbewoners uit het gemeentelijk personenbestand. Deze steekproef is ongeveer even groot als in In mei 2005 zijn de vragenlijsten verstuurd naar alle huishoudens uit de steekproef. 147

150 Daarbij kreeg een groot deel van de etnische minderheden een vertaalde lijst meegestuurd. In de gebieden, waar na een aantal weken de respons te laag was vergeleken met de beoogde respons, zijn enquêteurs ingezet voor het mondeling afnemen van de enquête. De gehanteerde onderzoeksmethode leverde een respons op van ruim enquêteformulieren, waarvan er ook daadwerkelijk bruikbaar bleken. Dit zijn er bijna 600 meer dan in 2003 en ruim meer dan de die minimaal vereist zijn. Alle enquêtegegevens zijn door O+S in een bestand geplaatst en de records zijn verrijkt met gegevens uit het STIF-adressen bestand. STIF is een statistisch bestand van de dienst Onderzoek en Statistiek met gegevens over vastgoed en bevolking op de peildatum 1 januari Daarnaast is het onderzoeksbestand gekoppeld aan een bestand van de Federatie met gegevens over de huren van corporatiewoningen. Het geanonimiseerde onderzoeksbestand is eind 2005 opgeleverd aan de Dienst Wonen. De Dienst Wonen heeft dit gegevensbestand vervolgens gecontroleerd en gecorrigeerd, aangevuld met nieuwe variabelen en daarna verspreid onder een aantal (SPSS gebruikende) deelnemende stadsdelen en corporaties. Representativiteit en betrouwbaarheid Het ongewogen resultaat van het onderzoek geeft geen representatief beeld omdat stadsdelen en gebieden verschillend van grootte zijn wat betreft het aantal personen en het aantal woningen, en omdat er soms meer leden van een bevolkingsgroep zijn geënquêteerd dan minimaal noodzakelijk was. Om deze vertekening te corrigeren is er een weging toegepast. Er is gewogen naar etniciteit, bewoningstype, eigendomsverhouding en het opleidingsniveau. Daarnaast is er gewogen naar stadsdeel en gebieden. Met behulp van deze weging kan het WiA 05-bestand als representatief worden beschouwd voor de Amsterdamse bevolking en de bewoonde woningvoorraad. In deze leefbaarheidsrapportage zijn ongewogen gegevens gebruikt. Deze gegevens worden namelijk ook als input voor de leefbaarheidsdatabase van Aedes (Lemon) gebruikt. Deze database vereist ongewogen gegevens. Om eenduidige cijfers naar buiten te brengen hebben we in dit rapport ook ongewogen cijfers over leefbaarheid gebruikt. De verschillen tussen de gewogen en ongewogen gemiddelden zijn beperkt gebleken. Om te controleren of de steekproef na weging een representatief beeld zou geven, werd een aantal WiA-variabelen op stadsdeel- en stadsniveau vergeleken met overeenkomstige variabelen uit andere bronnen. Op stedelijk niveau is de weging goed geslaagd: de verdeling van de variabelen waar het om gaat, komt op het niveau van de stad als geheel goed overeen met bekende statistische variabelen. In tabel B4.1 staan de betrouwbaarheidsmarges op stedelijk niveau en op stadsdeelniveau. Deze percentages zijn berekend op basis van een 50-50% verdeling van de antwoorden (bijvoorbeeld 50% van de respondenten geeft het antwoord ja en 50% nee). Dit zijn de maximale betrouwbaarheidsmarges. Bij elke andere verdeling van de antwoorden zijn de betrouwbaarheidsmarges lager en daarmee de betrouwbaarheid hoger (zie ook tabel B1.2). 148

151 Voor de WiA-resultaten op stadsniveau ligt de betrouwbaarheidsmarge met een respons van ruim op 0,75%. Op stadsdeelniveau is de representativiteit per definitie geringer. Per stadsdeel zijn tussen de 900 en enquêtes ingevuld. De marges van betrouwbaarheid op stadsdeelniveau liggen daardoor tussen 2,2% en 3,4%, afhankelijk van de omvang van de respons. Tabel B4.1: respons en betrouwbaarheidsmarge naar stadsdeel doelrespons respons betrouwbaarheidsmarge Centrum ,3% Westerpark ,2% Oud-West ,0% Zeeburg ,1% Bos en Lommer ,1% De Baarsjes ,4% Amsterdam-Noord ,2% Geuzenveld-Slotermeer ,1% Osdorp ,1% Slotervaart ,0% Zuidoost ,0% Oost/Watergraafsmeer ,5% Oud-Zuid ,2% ZuiderAmstel ,9% Amsterdam totaal ,75% In tabel B1.3 staat de respons op buurtcombinatieniveau. Hier liggen de maximale betrouwbaarheidsmarges afhankelijk van de omvang van de respons en bij 50% ja en 50% nee tussen de 5,0% en 10,2%. De betrouwbaarheidsmarges voor de meeste buurtcombinaties met een respons van 200 ligt dus op 7,2%. Het kan dus heel goed zijn de uitkomst uit onderzoek op buurtcombinatieniveau in jaar x 7% hoger uitkomt dan de werkelijkheid. En is in jaar x + 2 de werkelijkheid met 2 procent toegenomen dan kan de uitkomst uitkomst 7% lager aangeven. Als voorbeeld: in 2003: werkelijke omvang kernvoorraad in buurtcombinatie x is 34%; uitkomst onderzoek: 29%. in 2005: werkelijke omvang kernvoorraad in buurtcombinatie x is 32%; uitkomst onderzoek: 37%. M.a.w. de uitkomsten op buurtcombinatieniveau moeten met de nodige relativering bekeken worden. Tabel B4.2: betrouwbaarheidsmarges bij respons van 100 tot 400 huishoudens respons percentage in tabel 5% ja en 95% nee 50% ja en 50% nee 100 4,9% 10,2% 200 3,3% 7,2% 300 2,6% 5,8% 400 2,3% 5,0% 149

152 Tabel B4.3: samenvoeging en toedeling van buurtcombinaties aan gebieden en beoogde en gerealiseerde respons per gebied buurt- doelgebied combinaties respons respons buurt- doelgebied combinaties respons respons Centrum 1 A A A A A A A A A A totaal A Westerpark/Westpoort 11 C13(B10/B11/C12) C C16/C totaal C De Baarsjes 25 J J J J totaal J Amsterdam-Noord 30 N N N62/N N N66/N N N N70(N71) N73/N72/N totaal N Oud-West 14 D D D D20/D D totaal D Geuzenveld-Slotermeer 39 P P P78(P75) P totaal P Zeeburg 19 G G G33/G totaal G Osdorp 43 Q Q Q Q84/Q totaal Q Bos en Lommer 22 H37(H36) H H totaal H Slotervaart 47 R R R R totaal R

153 buurt- doelgebied combinaties respons respons buurt- doelgebied combinaties respons respons Zuidoost 51 T T T T96(T92) T T totaal T Oost/Watergraafsmeer 57 U U U U U55/U U U totaal U Oud-Zuid 64 V V V V V V V47/V V V totaal V ZuiderAmstel 73 W W W W90/W W totaal W totaal Amsterdam

154 152

155 COVER 2005 DEEL3 DEF 8PAG :52 Pagina 2 bijlage 5 Omschrijving en kaart van de buurtcombinaties en stadsdelen Stadsdelen Colofon Uitgave Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Datum 16 februari 2007 Plaats Amsterdam Auteur(s) Jeroen van der Veer, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties hoofdstuk 5: Ruud van Trijp, Woningbouwvereniging Het Oosten, afd. Markt en Innovatie hoofdstuk 6: Hester Booi en Kees Dignum, Dienst Wonen Begeleidingsgroep Vertegenwoordigers van stadsdelen, corporaties, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de Dienst Wonen en de Dienst O+S A Centrum B Westpoort C Westerpark D Oud-West G Zeeburg H Bos en Lommer J De Baarsjes N Amsterdam-Noord P Geuzenveld/Slotermeer Q Osdorp R Slotervaart T Zuidoost U Oost/Watergraafsmeer V Oud-Zuid W ZuiderAmstel Grafische vormgeving Jan de Wringer en Sandy Bakmeijer (Artvark Design) Foto s omslag Katrien Mulder Foto s binnenwerk Edwin van Eis, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 11, 35, 44) Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 24) Kees Hoogeveen, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 54 rechtsonder, 105) Cécile Obertop, Fotobank Intranet Amsterdam (pag. 103) Maarten Stuurman, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (pag. 13, 15, 34, 41, 43, 46, 57, 60 linksonder en rechtsonder, 79, 83, 88, 118) Jeroen van der Veer, Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (pag. 6, 37 rechts, 42, 54 linksboven en linksonder, 56, 60 boven, 66, 68, 73, 81, 91, 122) Kaarten hoofdstukken 1 t/m 4: Jeroen van der Veer kaarten hoofdstuk 5: Ruud van Trijp kaarten hoofdstuk 6: Hester Booi en Kees Dignum In opdracht van Dienst Wonen, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de volgende stadsdelen: Centrum, Westerpark, Oud-West, Zeeburg, Bos en Lommer, Amsterdam-Noord, Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp, Slotervaart, Zuidoost, Oost/Watergraafsmeer, Oud-Zuid, ZuiderAmstel Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Delflandlaan 4 Postbus AR Amsterdam Telefoon [email protected] Website Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Jodenbreestraat 25 Postbus BX Amsterdam Telefoon [email protected] Website Buurtcombinaties A00 A01 A02 A03 A04 A05 A06 A07 A08 A09 Burgwallen-Oude Zijde Burgwallen-Nieuwe Zijde Grachtengordel-West Grachtengordel-Zuid Nieuwmarkt/Lastage Haarlemmerbuurt Jordaan De Weteringschans Weesperbuurt/Plantage Oostelijke Eilanden/Kadijken B10 Westelijk Havengebied B11 Bedrijventerrein Sloterdijk C12 Houthavens C13 Spaarndammer- en Zeeheldenbuurt C14 Staatsliedenbuurt C15 Centrale Markt C16 Frederik Hendrikbuurt D17 D18 D19 D20 D21 D22 Da Costabuurt Kinkerbuurt Van Lennepbuurt Helmersbuurt Overtoomse Sluis Vondelbuurt G31 G32 G33 G35 Indische Buurt West Indische Buurt Oost Oostelijk Havengebied IJburg West H36 H37 H38 H39 Sloterdijk Landlust Erasmuspark De Kolenkit J40 J41 J42 J43 De Krommert Van Galenbuurt Hoofdweg e.o. Westindische Buurt N60 N61 N62 N63 N64 Volewijck IJplein/Vogelbuurt Tuindorp Nieuwendam Tuindorp Buiksloot Nieuwendammerdijk/ Buiksloterdijk N65 N66 N67 N68 N69 N70 N71 N72 N73 Tuindorp Oostzaan Oostzanerwerf Kadoelen Nieuwendam-Noord Buikslotermeer Banne Buiksloot Buiksloterham Nieuwendammerham Waterland P75 P76 P77 P78 P79 Spieringhorn Slotermeer-Noordoost Slotermeer-Zuidwest Geuzenveld Eendracht Q80 Q81 Q82 Q83 Q84 Lutkemeer/Ookmeer Osdorp-Oost Osdorp-Midden De Punt Middelveldsche Akerpolder/Sloten R85 R86 R87 R88 Slotervaart Overtoomse Veld Westlandgracht Sloter-/Riekerpolder T92 T93 T94 T95 T96 T97 T98 Amstel III/Bullewijk Bijlmer Centrum (D,F,H) Bijlmer Oost (E,G,K) Nellestein Holendrecht/Reigersbos Gein Driemond U27 U28 U29 U30 U55 U56 U57 U58 Weesperzijde Oosterparkbuurt Dapperbuurt Transvaalbuurt Frankendael Middenmeer Betondorp De Omval V24 V25 V26 V44 V45 V46 V47 V48 V49 V50 Oude Pijp Nieuwe Pijp Diamantbuurt Hoofddorppleinbuurt Schinkelbuurt Willemspark Museumkwartier Stadionbuurt Apollobuurt Duivelseiland W52 W53 W54 W59 W90 W91 Scheldebuurt IJselbuurt Rijnbuurt Station Zuid/WTC e.o. Buitenveldert-West Buitenveldert-Oost

Wonen in Amsterdam. Leefbaarheid. Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Stadsdelen. Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

Wonen in Amsterdam. Leefbaarheid. Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Stadsdelen. Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2003 Gemeente Amsterdam Dienst Wonen Stadsdelen Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties WIA 4 COVER def 17-08-2004 13:50 Pagina 2 bijlage 5 Colofon Omschrijving en kaart van de buurtcombinaties

Nadere informatie

3 Marktwaarden en Grondprijzen woningbouw 2015 bestaande rechten

3 Marktwaarden en Grondprijzen woningbouw 2015 bestaande rechten A. Centrum grondwaarde grondwaarde A00 Burgwallen Oude Zijde a,b,c,d,e OGA OGA OGA OGA OGA OGA A01 Burgwallen Nieuwe Zijde a,e,h,i OGA OGA OGA OGA OGA OGA b,c,d,f,g OGA OGA OGA 4.250 1.469 1.117 A02 Grachtengordel

Nadere informatie

3 Marktwaarden en Grondprijzen woningbouw, bestaande rechten

3 Marktwaarden en Grondprijzen woningbouw, bestaande rechten 3 Marktwaarden en Grondprijzen woningbouw, A. Centrum A00 A01 A02 A03 A04 A05 A06 A07 Burgwallen Oude Zijde a,b,c,d,e G&O G&O G&O 4.350 1.504 1.145 Burgwallen Nieuwe Zijde a,e,h G&O G&O G&O G&O G&O G&O

Nadere informatie

Wonen in Amsterdam 2017 Leefbaarheid

Wonen in Amsterdam 2017 Leefbaarheid Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2017 Leefbaarheid Januari 2018 Amsterdammers waarderen hun buurt gemiddeld met een 7,5 Bewoners Centrum minder positief over toekomst buurt

Nadere informatie

WOZ WAARDE WONINGEN IN AMSTERDAM GESTEGEN

WOZ WAARDE WONINGEN IN AMSTERDAM GESTEGEN WOZ WAARDE WONINGEN IN AMSTERDAM GESTEGEN Nieuwsbericht Onderzoek, Informatie en Statistiek, 24 maart 2015 Na september zijn onder invloed van de kredietcrisis de koopprijzen van woningen gedaald en daarmee

Nadere informatie

Wonen in Amsterdam 2015 Leefbaarheid

Wonen in Amsterdam 2015 Leefbaarheid Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Wonen in Amsterdam 2015 Leefbaarheid Januari 2016 Amsterdammers geven hun buurt gemiddeld een 7,5 Sterkste stijgers in Oost en West; drie

Nadere informatie

WOZ-waarde woningen weer verder gedaald

WOZ-waarde woningen weer verder gedaald WOZ-waarde woningen weer verder gedaald Na september 2008 zijn onder invloed van de kredietcrisis de koopprijzen van woningen gedaald en daarmee ook de WOZ-waarde, want die is gebaseerd op marktontwikkelingen.

Nadere informatie

Criminaliteitsbeeld. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Criminaliteitsbeeld. Onderzoek, Informatie en Statistiek Criminaliteitsbeeld In opdracht van: OOV Projectnummer: Anne Huijzer Josca Boers Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal Postbus, AR Amsterdam [email protected] Telefoon www.ois.amsterdam.nl Amsterdam,

Nadere informatie

Fact sheet Leefbaarheidsindex Periode

Fact sheet Leefbaarheidsindex Periode Fact sheet Leefbaarheidsindex Periode 2010-2013-1 nummer 4 juni 2013 Deze fact sheet gaat in op de leefbaarheid van buurten in Amsterdam. Ontwikkelingen vanaf 2010 komen aan de orde, met specifieke aandacht

Nadere informatie

Criminaliteitsbeeld. rapportage. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Criminaliteitsbeeld. rapportage. Onderzoek, Informatie en Statistiek Criminaliteitsbeeld rapportage Onderzoek, Informatie en Statistiek In opdracht van: OOV Projectnummer: Anne Huijzer Josca Boers Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal % Postbus ), AR Amsterdam [email protected]

Nadere informatie

Criminaliteitsbeeld. Jeugdcriminaliteit en volwassenencriminaliteit in Amsterdam. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Criminaliteitsbeeld. Jeugdcriminaliteit en volwassenencriminaliteit in Amsterdam. Onderzoek, Informatie en Statistiek Criminaliteitsbeeld Jeugdcriminaliteit en volwassenencriminaliteit in Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek In opdracht van: OOV Projectnummer: Anne Huijzer Josca Boers Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers 2015

Stadsdelen in cijfers 2015 Stadsdelen in cijfers 2015 Onderzoek, Informatie en Statistiek 2 Woord vooraf De publicatie Stadsdelen in cijfers biedt statistische basisgegevens op het niveau van de zeven stadsdelen, Westpoort en hun

Nadere informatie

1 Kerncijfers. Kerncijfers 19. Kerncijfers Amsterdam Kerncijfers stadsdelen Kerncijfers buurtcombinaties Kerncijfers ouderen Kerncijfers jongeren

1 Kerncijfers. Kerncijfers 19. Kerncijfers Amsterdam Kerncijfers stadsdelen Kerncijfers buurtcombinaties Kerncijfers ouderen Kerncijfers jongeren Kerncijfers 9 Kerncijfers..2.3.4.5 Kerncijfers Amsterdam Kerncijfers stadsdelen Kerncijfers buurtcombinaties Kerncijfers ouderen Kerncijfers jongeren Amsterdam in cijfers 204 20 Kerncijfers Toename bevolkingsomvang

Nadere informatie

Probleemwijken in Amsterdam

Probleemwijken in Amsterdam Probleemwijken in Amsterdam Project 7120 In opdracht van Dienst Wonen Lieselotte Bicknese Jeroen Slot Cor Hylkema Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon 020 527 9424

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers

Stadsdelen in cijfers Stadsdelen in cijfers Stadsdelen in cijfers 2 COLOFON Verkrijgbaar bij Stadsboekwinkel Gemeentearchief, Amsteldijk 67, telefoon 020 572 0229 Stadsdrukkerij Amsterdam NV, Voormalige Stadstimmertuin 4-6,

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers 2009

Stadsdelen in cijfers 2009 Stadsdelen in cijfers 2009 Stadsdelen in cijfers 2009 2 Colofon Verkrijgbaar bij Stadsdrukkerij Amsterdam N.V., Voormalige Stadstimmertuin 4-6, telefoon 020 551 1811 Samenstelling Dienst Onderzoek en Statistiek

Nadere informatie

Wonen in Amsterdam 2011 Leefbaarheid

Wonen in Amsterdam 2011 Leefbaarheid Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Amsterdam Datum Juli 2013 Auteurs San Yin Kan, Jan Düker en Kees Dignum Begeleidingsgroep

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers 2014

Stadsdelen in cijfers 2014 Stadsdelen in cijfers 2014 2 Colofon Verkrijgbaar bij Bureau Onderzoek en Statistiek, telefoon 020 251 0333 Samenstelling Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) Oudezijds Voorburgwal 300 1012 GL Amsterdam

Nadere informatie

Amsterdamse index veiligheidsbeleving

Amsterdamse index veiligheidsbeleving Een voorstel op basis van cijfers uit 2002 Amsterdam, 3 juli 2003 Sander Flight Met medewerking van: Bram van Dijk Onderzoek en Statistiek (0 + S) Amsterdam Inhoudsopgave Inleiding. Achtergrond.2 Herhaalde

Nadere informatie

Amsterdamse jongeren 'buiten beeld. jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken nader bekeken. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Amsterdamse jongeren 'buiten beeld. jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken nader bekeken. Onderzoek, Informatie en Statistiek Amsterdamse jongeren 'buiten beeld jongeren die geen onderwijs volgen en niet werken nader bekeken In opdracht van: WPI/OJZ/ stadsdelen West en Nieuw-West Projectnummer:./ Jong, Idske de Bezoekadres: Oudezijds

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers 2009

Stadsdelen in cijfers 2009 Stadsdelen in cijfers 2009 Westpoort Noord West Centrum Nieuw-West Oost Zuid Vo st lge ad n 1 sd s in m el d ei en el 20 p ing 10 er Zuidoost Stadsdelen in cijfers 2009 Westpoort Noord West Centrum Nieuw-West

Nadere informatie

Amsterdamse studentenwoningen in het nieuwe WWS

Amsterdamse studentenwoningen in het nieuwe WWS NOTITIE RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl Amsterdamse studentenwoningen in het nieuwe WWS De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren nummer 3 november 2011 Jeugdcriminaliteit en risicofactoren Deze fact sheet bespreekt de actuele stand van zaken van de jeugdcriminaliteit en risicofactoren

Nadere informatie

Stadsdelen in cijfers 2013

Stadsdelen in cijfers 2013 Stadsdelen in cijfers 2013 2 Colofon Verkrijgbaar bij Bureau Onderzoek en Statistiek, telefoon 020 251 0333 Samenstelling Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) Oudezijds Voorburgwal 300 1012 GL Amsterdam

Nadere informatie

VERKIEZINGEN 2002 GEMEENTERAAD

VERKIEZINGEN 2002 GEMEENTERAAD VERKIEZINGEN 2002 GEMEENTERAAD in samenwerking met Bureau Verkiezingen Register Amsterdam VERKIEZINGEN GEMEENTERAAD 2002 INHOUD blz. Uitslag gemeenteraadsverkiezing Amsterdam 3 Grafiek Winst en verlies

Nadere informatie

Geraadpleegde literatuur

Geraadpleegde literatuur 141 Geraadpleegde literatuur Babeliowsky, M & den Boer, R., Babeliowsky Onderwijsonderzoek. Voortgezet Onderwijs in beeld; resultaten in het Amsterdamse voortgezet onderwijs 1997/98 2002/03. Almere, augustus

Nadere informatie

Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Jeugdcriminaliteit en risicofactoren nummer 1 april 2011 Deze fact sheet geeft inzicht in de actuele stand van zaken betreffende jeugdcriminaliteit en risicofactoren in Amsterdam door middel

Nadere informatie

Wonen in Amsterdam. Stadsdeelprofielen. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Stadsdelen Amsterdamse Woningcorporaties

Wonen in Amsterdam. Stadsdeelprofielen. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Stadsdelen Amsterdamse Woningcorporaties 2011 Wonen in Amsterdam Stadsdeelprofielen Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Stadsdelen Amsterdamse Woningcorporaties Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Datum Augustus 2012 Auteurs Kees Dignum

Nadere informatie

De precieze cijfers voor het aantal misdrijven diefstal/inbraak woning voor de gemeente Amsterdam zijn als volgt: 2008 2009 2010 2011 2012 Verschil

De precieze cijfers voor het aantal misdrijven diefstal/inbraak woning voor de gemeente Amsterdam zijn als volgt: 2008 2009 2010 2011 2012 Verschil Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad Schriftelijke vragen R Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 521 Publicatiedatum 26 juni 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw Shahsavari-Jansen

Nadere informatie

Tegengaan van segregatie in het basisonderwijs

Tegengaan van segregatie in het basisonderwijs Tegengaan van segregatie in het basisonderwijs Mogelijkheden en beperkingen van het instellen van voedingsgebieden Project 7206 In opdracht van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling drs. Jolijn Broekhuizen

Nadere informatie

Kwetsbare bewoners in de stadsdelen. Analyse kwetsbaarheidsscore (2016)

Kwetsbare bewoners in de stadsdelen. Analyse kwetsbaarheidsscore (2016) Kwetsbare bewoners in de stadsdelen Analyse kwetsbaarheidsscore (2016) Roland Oude Ophuis (Nieuw-West) en Ingrid van Zelm (Noord), juni 2019 Inhoudsopgave Toelichting op de kwetsbaarheidsscore 3 Samenvatting

Nadere informatie

Verkiezingen 2014 Bestuurscommissies

Verkiezingen 2014 Bestuurscommissies Verkiezingen 2014 Bestuurscommissies Definitieve uitslag In samenwerking met Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Projectnummer: 14059 Cor Hylkema Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300

Nadere informatie

Verkiezingen 2009 Europees Parlement

Verkiezingen 2009 Europees Parlement Verkiezingen 2009 Europees Parlement Definitieve uitslag Amsterdam Project: 9140 In samenwerking met: Dienst Persoons- en Geo-informatie Samenstelling publicatie: Cor Hylkema Jeroen Slot Wim van Zee Oudezijds

Nadere informatie

Bewonersonderzoek Dienstverlening weer verbeterd

Bewonersonderzoek Dienstverlening weer verbeterd Bewonersonderzoek 2018 Dienstverlening weer verbeterd Onderwerpen Methode en respons Resultaten: Woning, buurt en overlast Bewonersonderzoek 2018 Sociale contacten en betrokkenheid Verhuizen Dienstverlening

Nadere informatie

Een veilig Amsterdam. Samen zorgen we ervoor. Veiligheidsindex Amsterdam

Een veilig Amsterdam. Samen zorgen we ervoor. Veiligheidsindex Amsterdam Een veilig Amsterdam. Samen zorgen we ervoor. Veiligheidsindex Amsterdam 2003-2005 Veiligheidsindex Amsterdam 2003-2005 Een beleids- en meetinstrument van de driehoek Amsterdam-Amstelland. De Veiligheidsindex

Nadere informatie

Openbare ruimte en groen

Openbare ruimte en groen Ruimtegebruik 245 Openbare ruimte en groen..2 Ruimtegebruik Woonomgeving Amsterdam in cijfers 203 246 Openbare ruimte en groen Stad wordt steeds drukker Amsterdam heeft een oppervlakte van 2.933 hectare.

Nadere informatie

Verkiezingen 2006 Gemeenteraad Amsterdam

Verkiezingen 2006 Gemeenteraad Amsterdam Verkiezingen 2006 Gemeenteraad Amsterdam Definitieve uitslag Project: 6041 In samenwerking met: Dienst Persoonsgegevens/Bureau Verkiezingen Sdu Uitgevers Samenstelling publicatie: Cor Hylkema Wim van Zee

Nadere informatie

Fact sheet. Concentraties van allochtone ouderen en jongeren,

Fact sheet. Concentraties van allochtone ouderen en jongeren, Fact sheet nummer 1 maart 2004 Concentraties van allochtone ouderen en jongeren, 1994-2003 Waar in Amsterdam wonen allochtone jongeren en ouderen? Allochtonen wonen vaker dan autochtonen in gezinsverband

Nadere informatie

Definitieve uitslag Amsterdam. Project: 12213 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen

Definitieve uitslag Amsterdam. Project: 12213 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Verkiezingen 2012 Tweede Kamer Definitieve uitslag Amsterdam Project: 12213 In samenwerking met: Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Samenstelling publicatie: Jeroen Slot Cor Hylkema Chris Beijer

Nadere informatie

De staat van de aandachtswijken

De staat van de aandachtswijken De staat van de aandachtswijken Amsterdam Project 7181 In opdracht van Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling en Dienst Wonen Lieselotte Bicknese Jeroen Slot Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam

Nadere informatie

Verkiezingen 2010 Gemeenteraad Amsterdam

Verkiezingen 2010 Gemeenteraad Amsterdam Verkiezingen 2010 Gemeenteraad Amsterdam Definitieve uitslag Project: 10057 In samenwerking met: Dienst Persoons- en Geo-informatie/Bureau Verkiezingen Samenstelling publicatie: Cor Hylkema Wim van Zee

Nadere informatie

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren nummer 1 juni 2012 Categorieën/doelgroepen First offender: een persoon van 18 jaar of ouder die voor het eerst in aanraking is gekomen met Justitie.

Nadere informatie

Openbare ruimte en groen

Openbare ruimte en groen Ruimtegebruik 259 Openbare ruimte en groen. Ruimtegebruik.2 Woonomgeving Amsterdam in cijfers 200 260 Openbare ruimte en groen Woningdichtheid per hectare bebouwd terrein, 200 veel meer dan gemiddeld (>

Nadere informatie

Gebiedsanalyse Overkoepelende analyse. Projectnummer: H. Booi J. Slot. L. Bicknese

Gebiedsanalyse Overkoepelende analyse. Projectnummer: H. Booi J. Slot. L. Bicknese Gebiedsanalyse 2015 Overkoepelende analyse veel hoger dan gemiddeld hoger dan gemiddeld rond het gemiddelde lager dan gemiddeld veel lager dan gemiddeld buiten beschouwing veel hoger dan gemiddeld hoger

Nadere informatie

Verkiezingen 2014 Gemeenteraad Amsterdam

Verkiezingen 2014 Gemeenteraad Amsterdam Verkiezingen 2014 Gemeenteraad Amsterdam Definitieve uitslag In samenwerking met Dienst Basisinformatie/Bureau Verkiezingen Projectnummer: 14059 Cor Hylkema Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal

Nadere informatie

Verkiezingen 2011 Provinciale Staten

Verkiezingen 2011 Provinciale Staten Verkiezingen 2011 Provinciale Staten Definitieve uitslag Amsterdam Project: 11082 In samenwerking met: Dienst Persoons- en Geo-informatie/Bureau Verkiezingen Samenstelling publicatie: Jeroen Slot Ivo de

Nadere informatie

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam

Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Pagina 1 / 6 Bijdrage van woningcorporaties aan leefbare buurten in Amsterdam Veel gehoord en gelezen is dat inzet op leefbaarheid geen verantwoordelijkheid en kerntaak meer is van woningcorporaties. Handen

Nadere informatie

Wonen in Amsterdam 2013 Stadsdeelprofielen

Wonen in Amsterdam 2013 Stadsdeelprofielen Stadsdeelprofielen Gemeente Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties Colofon Uitgave Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Amsterdam Datum Juni 2014 Auteurs Kees Dignum en Hester Booi Grafische

Nadere informatie

Geraadpleegde literatuur

Geraadpleegde literatuur 183 Geraadpleegde literatuur Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC). Jaarboek 2009. Amsterdam, 2009. ANP. Meer mensen melden zich bij schuldhulpverlening. ANP persbericht, 18 maart 2009. Bestuursdienst

Nadere informatie

WOZ-waarde woningen flink gestegen

WOZ-waarde woningen flink gestegen WOZ-waarde woningen flink gestegen Veel mensen krijgen een dezer dagen de aanslag voor de onroerendgoedbelasting in de brievenbus, eigenaren van woningen krijgen ook een waardebeschikking. De aanslag is

Nadere informatie

Politieke participatie

Politieke participatie 12 Politieke participatie In dit hoofdstuk komen de interesse en participatie van Amsterdammers in de politiek aan bod. 2014 was in dat opzicht een boeiend jaar, met drie verkiezingen en belangrijke verschuivingen

Nadere informatie

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Nummer 2 I maart 2013 O+S heeft twee afzonderlijke indexen ontwikkeld om te laten zien hoe het gaat met de volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Nadere informatie

VERKIEZINGEN 2002 STADSDEELRAAD

VERKIEZINGEN 2002 STADSDEELRAAD VERKIEZINGEN 2002 STADSDEELRAAD in samenwerking met Afdelingen Burgerzaken Stadsdelen VERKIEZINGEN STADSDEELRAAD 2002 INHOUD blz. Uitslag en zetelverdeling verkiezing Stadsdeelraden 3/9 Voorkeursstemmen

Nadere informatie

Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt?

Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt? VEILIGHEIDSMONITOR-WIJKPEILING ALMERE 2017 Hoe beoordelen Almeerders de leefbaarheid en veiligheid in hun buurt? 23 mei 2018 Meer weten over uw eigen wijk? Ga naar www.wijkmonitoralmere.nl 1. INTRODUCTIE

Nadere informatie

Samenvatting onderzoeksresultaten

Samenvatting onderzoeksresultaten SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 9 2 Samenvatting onderzoeksresultaten 2.1 Inleiding In 2007 hebben de gemeente Tilburg en de woningcorporaties Tiwos Tilburgse Woonstichting, WonenBreburg, t Heem (voorheen

Nadere informatie

Geraadpleegde literatuur

Geraadpleegde literatuur 173 Geraadpleegde literatuur Aalbers, M., S. Musterd en W. Ostendorf (Universiteit Utrecht). Large housing estates in Amsterdam, the Netherlands. Utrecht, 2005. Agyemang, C., C. van Hooijdonk, W. Wendel-Vos,

Nadere informatie

Amsterdam. (on)betaalbaar. amsterdam woon

Amsterdam. (on)betaalbaar. amsterdam woon Amsterdam (on)betaalbaar woon amsterdam 2 16 Amsterdam woon amsterdam 216 (on)betaalbaar Makelaarsvereniging Amsterdam Amsterdamse Federatie van Woning corporaties Gemeente Amsterdam Amsterdam (on)betaalbaar

Nadere informatie

Ontwikkelingen in de werkloosheid in Amsterdam per stadsdeel tussen 1 januari 2001 en oktober 2003 (%)

Ontwikkelingen in de werkloosheid in Amsterdam per stadsdeel tussen 1 januari 2001 en oktober 2003 (%) Werkloosheid Amsterdam sterk gestegen Volgens de nieuwste cijfers van het CBS steeg de werkloosheid in Amsterdam van bijna 5% in 2002 naar 8,4% in 2003. Daarmee is de werkloosheid in Amsterdam sneller

Nadere informatie

Beoordeling schoonheid in Oud-West

Beoordeling schoonheid in Oud-West Beoordeling schoonheid in Oud-West Van 12 tot en met 18 februari 2009 kon u vragen beantwoorden over hoe schoon Oud- West en in het bijzonder uw buurt vindt. Net als bij de metingen in 2007 en 2008 kreeg

Nadere informatie

WijkWijzer De tien Utrechtse wijken in cijfers.

WijkWijzer De tien Utrechtse wijken in cijfers. WijkWijzer 2011 De tien Utrechtse wijken in cijfers www.onderzoek.utrecht.nl Inleiding Voor u ligt de WijkWijzer 2011; een bron aan informatie over de tien Utrechtse wijken. Aan de hand van vijf belangrijke

Nadere informatie

Leefbaarheid en veiligheid

Leefbaarheid en veiligheid 13 Leefbaarheid en veiligheid De mate waarin de woonomgeving als leefbaar en veilig wordt ervaren heeft invloed op hoe mensen zich voelen in de stad en op hun participatie. Hoe mensen met elkaar omgaan

Nadere informatie

Verkiezingen 2007 Provinciale Staten

Verkiezingen 2007 Provinciale Staten Verkiezingen 2007 Provinciale Staten Definitieve uitslag Amsterdam Project: 7041 In samenwerking met: Dienst Persoonsgegevens Samenstelling publicatie: Jeroen Slot Cor Hylkema Wim van Zee Weesperstraat

Nadere informatie

Het Eigen Haard Wijkselectie & Analyse model. Pieter Masmeijer Hoofd klant, markt & wijken

Het Eigen Haard Wijkselectie & Analyse model. Pieter Masmeijer Hoofd klant, markt & wijken Het Eigen Haard Wijkselectie & Analyse model Pieter Masmeijer Hoofd klant, markt & wijken Welke kansen liggen er voor corporaties op het gebied van informatieverzameling en kennismanagement, nu kostenefficiënt

Nadere informatie

Buurtprofiel: Heugemerveld hoofdstuk 11

Buurtprofiel: Heugemerveld hoofdstuk 11 Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in

Nadere informatie

Enquête leefbaarheid in uw buurt

Enquête leefbaarheid in uw buurt Inlogcode/ buurtnummer Enquête leefbaarheid in uw buurt Bij het onderzoeken van de leefbaarheid van de buurt, is het waardevol om te weten of er verschillen bestaan in beoordeling van de leefbaarheid naar

Nadere informatie

Leefbaarheid en veiligheid

Leefbaarheid en veiligheid 12 Leefbaarheid en veiligheid De mate waarin de woonomgeving als leefbaar en veilig wordt ervaren heeft invloed op hoe mensen zich voelen in de stad en op hun participatie. Daarbij is de tevredenheid met

Nadere informatie

Verleden en toekomst in Oud-West

Verleden en toekomst in Oud-West Verleden en toekomst in In mei 009 is aan de panelleden van stadsdeel gevraagd naar hun mening over de ontwikkelingen die in het stadsdeel zichtbaar zijn. Deze ontwikkelingen betreffen onder andere inkomsten,

Nadere informatie

GGD Amsterdam Eenzaamheid in Beeld

GGD Amsterdam Eenzaamheid in Beeld GGD Amsterdam Eenzaamheid in Beeld Samenvatting Eén op de acht volwassen Amsterdammers voelt zich ernstig. Dat is meer dan gemiddeld in Nederland. In vergelijking met voorgaande jaren voelen steeds meer

Nadere informatie

B&W-besluit 9 juni Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari Burgemeester en wethouders van Amsterdam

B&W-besluit 9 juni Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari Burgemeester en wethouders van Amsterdam B&W Gemeenteblad B&W-besluit 9 juni 2015 B&W Jaar 2015 Afdeling 3B Nummer 134 Publicatiedatum 23 juni 2015 Onderwerp Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015 Burgemeester en

Nadere informatie

Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015(3B, 2015, 134)

Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015(3B, 2015, 134) GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 56979 25 juni 2015 Wijziging statistische buurtindeling van Amsterdam per 1 januari 2015(3B, 2015, 134) Afdeling 3B Nummer 134 Publicatiedatum

Nadere informatie