14 Luchtwegmanagement

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "14 Luchtwegmanagement"

Transcriptie

1 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina Luchtwegmanagement G.B. Eindhoven Inleiding Een moeilijke luchtweg is volgens de ASA (American Society of Anesthesiologists) Task Force on Airway Management: The clinical situation in which a conventionally trained anesthesia practitioner experiences difficulty with mask ventilation, difficulty with tracheal intubation, or both. De incidentie van een moeilijke endotracheale intubatie wordt geschat op 3-18%. Een belangrijk deel van de morbiditeit en mortaliteit tijdens anesthesieprocedures en traumazorg is te wijten aan mislukt luchtwegmanagement (mislukte maskerventilatie en mislukte intubatie). In dit hoofdstuk worden het herkennen van en het beleid bij een moeilijke luchtweg besproken. Anatomie De luchtweg kan worden onderverdeeld in de bovenste en de onderste (lagere) luchtwegen. De bovenste luchtweg wordt gevormd door de neusholte, de mond en de farynx (nasofarynx, de orofarynx en de hypofarynx) (figuur 14.1). De lagere luchtwegen, betrokken bij de ademhaling en de gaswisseling, worden gevormd door de larynx, de trachea, de hoofdbronchi, de bronchioli en de alveoli. Bovenste luchtweg Neusholte De neus heeft een belangrijke functie bij de reiniging, verwarming en bevochtiging van de ademlucht en de reuk. De neus strekt zich uit van de neusingang (neuspunt/neusvleugels) tot en met de choanae (overgang neus- en keelholte) en wordt in tweeën gedeeld door het septum nasi. In de neus bevinden zich de onderste, de middelste en de bovenste conchae (neusschelpen). Door scheefstand van het septum kan intubatie via de neus problematisch zijn en leiden tot hinderlijke bloedingen. Door de patiënt afwisselend door een van de neusgangen te laten ademen, kan worden achterhaald welke neusgang het meest doorgankelijk is. Aan de achterzijde van de neus bevinden zich de choanae en het adenoïd. Het adenoïd en de tonsillen kunnen bij zwelling een chronische luchtwegobstructie tot gevolg hebben en een probleem vormen bij nasale intubatie. De tonsillen vormen een barrière tegen infectieuze invloeden. De choanae kunnen bij de geboorte afgesloten zijn (choanale atresie), met ernstige ademhalingsproblemen tot gevolg. Bij een (partiële) choanale atresie kan passage van een tube, een maagsonde of een fiberscoop problematisch zijn. Mond De orofarynx strekt zich uit van de choanae tot de larynx. De farynxspieren en de tong vervullen een belangrijke rol bij het openhouden en actief sluiten van de luchtweg. De tong kan echter ook een belangrijk obstakel vormen tijdens luchtwegmanagement. Het grootste gedeelte van de tong ligt in de mondholte, het achterste een derde deel is gelegen in de orofarynx. De tong is gefixeerd aan de symphysis van de mandibula en posterolateraal aan het hyoïd. De mandibulaire ruimte wordt gevormd door de submentale, de submandibulaire en de sublinguale ruimte. Tijdens een conventionele intubatie wordt de tong in de richting van de mandibulaire ruimte verplaatst, waardoor de larynx zichtbaar wordt. De kaakgewrichten scharnieren in het temporomandibulaire gewricht (tot 30 graden bij mond-

2 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK opening). Om de mond ver te kunnen openen moeten de condyli van de kaak uit het kaakgewricht draaien in anterieure richting naar de arcus zygomaticus. Om een goede jaw thrust te kunnen uitvoeren is translatie van de kaak vereist. Bij bepaalde kaakaandoeningen is de translatie beperkt (zie verder). Keelholte De farynx is een buisvormige structuur die de orofarynx met de hypofarynx verbindt en zich uitstrekt naar beneden vanaf de bovenrand van de epiglottis tot aan de onderrand van het cricoïdkraakbeen. De epiglottis speelt een belangrijke en complexe rol in het scheiden van de spijsweg en de luchtweg. Omdat de recessus piriformis een naar lateraal gerichte trechtervorm heeft, kan voedsel naar opzij verplaatst worden zonder dat dit in de luchtweg terechtkomt. De epiglottis fungeert als een dekseltje dat bij slikken de luchtweg afsluit. Onder de vallecula wordt verstaan de ruimte tussen de achterzijde van de tong en de voorzijde (ventraal) van de epiglottis. Bij laryngoscopie wordt de tip van de scoop meestal in deze ruimte geplaatst. Lagere luchtwegen Larynx De larynx is opgebouwd uit negen kraakbeenderen (cartilago thyroidea, cricoidea, epiglottica, twee arytenoideae, twee corniculatae en twee cuneiformes) die verbonden zijn door ligamenten en spieren. De larynx fungeert als stemvormend orgaan en kan daarnaast de luchtweg actief afsluiten van de spijsweg. De kraakbenige structuren samen met de spieren, waaronder de tong, houden de luchtweg open en beschermen tegen aspiratie. Onderbelicht is veelal de achterste begrenzing van de luchtweg: de wervelkolom. De retrofaryngeale en prevertebrale ruimte zijn relatief losmazig en kunnen door infectie of bloeding fors zwellen en daardoor de ruimte in de luchtweg ernstig beperken. Ook speelt de beweeglijkheid van de wervelkolom een belangrijke rol bij het al dan niet gemakkelijk kunnen intuberen van een patiënt (zie verder). Glottis Onder de glottis (figuur 14.2) wordt verstaan het stemvormende deel van de larynx, bestaande uit twee stembanden met de bijbehorende spieren, kraakbeenderen, stemspleet en de conus elasticus. Soms wordt de glottis ten onrechte aangeduid als de stemspleet (rima glottidis). De membrana cricothyroidea, die van belang kan zijn bij een luchtwegnoodprocedure, strekt zich uit van het cricoïd tot het thyroïd. Om het membraan goed te kunnen lokaliseren wordt eerst de adamsappel afgetast, daarna het anterieure oppervlak van het thyroïdkraakbeen en vervolgens caudaal daarvan de harde, kraakbenige structuur. Hiertussen ligt het membrana cricothyroidea. Dit heeft een hoogte van 6 tot 8 mm. Als men in het midden van het membraan puncteert, dan is dat slechts 3 tot 5 mm beneden stembandniveau! n.trigeminus nasofarynx Figuur 14.1 Anatomie en innervatie van de farynx. n. glossopharyngeus orofarynx n. vagus hypofarynx

3 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina LUCHTWEGMANAGEMENT 157 De specificiteit en sensitiviteit van de meeste luchtweg testen blijken niet in alle gevallen voldoende indicatief voor het opsporen van luchttong vallecula (ruimte ventraal van epiglottis) Figuur 14.2 Anatomie van de glottis. epiglottis valse stemband recessus piriformis processus cuneiforme Trachea De trachea begint bij de onderrand van de cricoidring en eindigt ter hoogte van de hoofdcarina. De trachea wordt sensorisch geïnnerveerd door de nervus laryngeus van de nervus vagus. De trachea bij de volwassene is 9 tot 15 mm in doorsnede en 12 tot 15 cm lang. Ter oriëntatie: het kuiltje van het jugulum ligt halverwege de trachea-ingang en de carina. Kernpunten Door afname van de spiertonus door bijvoorbeeld hypoxemie, neurologische aandoeningen, ruimte-innemende processen of anesthesie, kan de luchtweg geobstrueerd raken. De tong en het palatum molle spelen bij obstructie een belangrijke rol. Een nasotracheale tube wordt bij voorkeur via de onderste neusgang, in een vlak loodrecht op het gelaat, in achterwaartse richting ingebracht over de bodem van de neus. De rechter neusgang verdient de voorkeur vanwege de schuin gevormde punt ( bevel ) van de tube. Toegang tot de mondholte wordt bepaald door de grootte en stand van de tanden en kiezen, absolute grootte van de tong, de verhouding van de tong ten opzichte van de mandibula en de mate van mondopening (kaakgewricht, kaakspieren, enz.). ware stemband aryepiglottische plooi derde trachearing processus corniculatum Innervatie De innervatie van de luchtwegen en de glottis is complex. De nervus trigeminus verzorgt de sensibiliteit van de neus- en mondholte, het dak van de nasofarynx en een deel van het palatum molle. De nervus glossopharyngeus innerveert het achterste deel van de tong, het achterste deel van het palatum molle, het bovenste deel van de epiglottis en de rest van naso- en orofarynx. De lagere delen van de luchtweg worden verzorgd door de nervus vagus. De sensorische innervatie van de larynx wordt verzorgd door een tak van de nervus vagus, te weten de nervus laryngeus internus. De nervus laryngeus externus, eveneens een tak van de nervus vagus, verzorgt de motorische innervatie van de larynx (m. cricothyroideus en m. constrictor inferior). De rest van de larynx, de valse stembanden en het bovenste deel van de trachea worden verzorgd door de nervus recurrens. Preoperatieve evaluatie Anamnese en lichamelijk onderzoek

4 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK wegproblemen. Een gerichte anamnese, beeldvormend onderzoek, waaronder (in)directe laryngoscopie en bestudering van oude anesthesieverslagen, kunnen waardevolle informatie verschaffen bij het voorspellen van een moeilijke luchtweg. De moeilijkheid van maskerventilatie kent vier gradaties: graad I: maskerventilatie mogelijk (77,4%); graad II: maskerventilatie mogelijk met behulp van een orale luchtweg met of zonder spierrelaxatie (21,1%); graad III: moeilijke maskerventilatie, met of zonder spierverslapping. Twee medewerkers zijn vereist ( vierhandstechniek, 1,34%); graad IV: maskerventilatie onmogelijk met of zonder spierrelaxatie: 0,16%. Bij 0,37% van de operatiepatiënten is er sprake van een moeilijke intubatie én een moeilijke maskerventilatie (graad III of IV). Onafhankelijke voorspellende factoren voor een moeilijke maskerventilatie en intubatie zijn: beperkte of ernstig beperkte mandibulaire protrusie; afwijkende anatomie van de nek; slaapapnoe; snurken; BMI > 30. In tabel 14.1 wordt een overzicht gegeven van de onderzoekscomponenten die indicatief kunnen zijn voor een moeilijke luchtweg. Bijzondere ziektebeelden en omstandigheden Bij de ziekte van Bechterew en reumatoïde artritis zal het verkrijgen van een sniffing position vrijwel onmogelijk zijn door verstijving van de cervicale wervelkolom. Trismus kan onder andere ontstaan door een abces in de mondkeelholte (reactief) of door een afwijking van het kaakgewricht. Als de trismus het gevolg is van een ontstekingsproces, kan deze door het toedienen van een spierrelaxans en/of pijnstilling verdwijnen. Als de trismus is ontstaan door een ankylose van het kaakgewricht of Tabel 14.1 Lichamelijk onderzoek. onderzoekscomponent luchtweg indicatief voor problemen lengte van snijtanden bovenkaak relatief lang relatie van snijtanden van boven- en onderkaak prominente overbeet; snijtanden bovenkaak vóór tijdens normale kaaksluiting (anterieur) de snijtanden onderkaak relatie van snijtanden van onder- en bovenkaak patiënt kan de snijtanden van de onderkaak niet vóór tijdens protrusie van onderkaak de snijtanden bovenkaak krijgen mondopening (afstand snijtanden) minder dan 3 cm zichtbaarheid van uvula niet zichtbaar als tong wordt uitgestoken bij zittende patiënt (Mallampati-graad hoger dan II) vorm palatum hoog gewelfd of erg smal stugheid, beweeglijkheid van mandibulaire ruimte * stug, ge-indureerd, zwelling aanwezig, of niet elastisch thyreomentale afstand minder dan drie vingers breed dikte van de nek dik lengte van de nek kort mate van beweeglijkheid van hoofd en nek patiënt kan de kinpunt niet op de borst brengen of kan de nek niet extenderen * Als de patiënt niet goed kan articuleren, terwijl dat voorheen wel mogelijk was, wijst dit veelal op een proces in de mond en/of de mondbodem.

5 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina LUCHTWEGMANAGEMENT 159 LEMON-law Maak bij de preoperatieve beoordeling gebruik van de LEMON-law. Deze (Nederlandse versie) luidt: soptosis en een gespleten palatum molle). In het ziektebeloop van glycoproteïnestapelingsziekten zoals het syndroom van Hunter-Hurler zullen de intubatieproblemen steeds groter worden. Als de mandibulaire ruimte klein is ten opzichte van de tong, zoals bij een hypoplastische mandibula, tongoedeem, angio-oedeem en een hematoom van de tong of bij bepaalde aangeboren afwijkingen, kan visualisatie van de glottis een probleem zijn. Dit geldt ook bij infectieuze processen, bijvoorbeeld angina van Ludwig. Bij een hooggewelfd palatum wordt de ruimte die nodig is om de laryngoscoop te kunnen manipuleren beperkt, wat ook het geval kan zijn bij hazentanden en een langgerekte mondholte. De speekselklieren bevochtigen de mondholte voortdurend. Door hypersalivatie, bijvoorbeeld bij glycogeenstapelingsziekten, is het verkrijgen van adequate lokale anesthesie van de slijmvliezen soms moeitoelichting L Let op de buitenkant kleine mandibula, grote tong, lange tanden, korte nek, baard enzovoort? E Evalueer de regel: mandibulaire ruimte 3 vingers breed mogelijkheid om tong bij laryngoscopie te verplaatsen mondopening ten minste 3 cm trismus? spier-, medicatie- of kaakgewricht-gerelateerd? grote tanden enz.? afstand van larynx tot tong 2 vingers > 2 vingers: larynx distaal van basis tong; moeilijk te visualiseren < 2 vingers: anterieure larynx; je kijkt er onderdoor M Mallampati-test graad I en II: moeilijke intubatie niet te verwachten graad III: wees bedacht op een moeilijke intubatie graad IV: mislukte intubatie > 10% O Obstructie hete-aardappelspraak? slikproblemen? stridor? (let op!) N Nekmobiliteit obesitas? bestraling? ziekte van Bechterew? reumatoïde artritis enz.? door een fractuur van het zygoma, dan zal de trismus niet verdwijnen bij toediening van analgetica en/of spierrelaxantia. Bij een patiënt met trisomie 21 (downsyndroom) is vaak sprake van macroglossie en faryngeale spierhypotonie waardoor een bovensteluchtwegobstructie dreigt. Door de macroglossie en eventuele micrognathie kan intubatie erg lastig zijn. In sommige gevallen is ook maskerbeademing een groot probleem door obstructie van de hogere luchtwegen. Daarnaast wordt frequent een hypertrofie van het adenoïd en de tonsillen waargenomen die postoperatief een obstructieve slaapapneu tot gevolg kan hebben. Een aantal aangeboren afwijkingen kan gepaard gaan met ernstige luchtweg- en intubatieproblemen. Soms verdwijnen de intubatieproblemen met het toenemen van de leeftijd, zoals bij een kind met het syndroom van Pierre Robin (micrognathie, glos-

6 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK lijk; remming van de slijmproductie is dan vereist. Bij acromegalie zal de tong relatief groot zijn door afname van de mandibulaire ruimte en door toename van de benige structuren. Hierdoor kan de tong minder gemakkelijk tussen de mandibulaire bogen geduwd worden. De obese patiënt kenmerkt zich onder andere door een korte nek, een grote tong en een verminderde pulmonale reserve. Het verkrijgen van een optimale ligging (sniffing position) bij deze patiënten is soms zeer moeilijk. De kans op regurgitatie en aspiratie is toegenomen en positieve drukbeademing is soms problematisch. Men moet ervan uitgaan dat bij een gewicht van meer dan 110 kg de intubatie bemoeilijkt zal zijn. Trauma van de luchtweg, vooral stomp trauma, kan levensbedreigend zijn en vereist veelal een vroegtijdig zekeren van de luchtweg en de ademhaling. In geval van een trauma is het toepassen van de sniffing position, als de nek niet is vrijgegeven, gecontra-indiceerd. Tumoren van de luchtweg vormen een uitdaging en vergen ervaring van het behandelteam. De plaats en grootte van de tumor bepalen in hoge mate de symptomatologie. Kernpunt Een luchtwegprobleem of -obstructie kan men op het spoor komen door goed te observeren, met de patiënt te communiceren en door gericht lichamelijk onderzoek en beeldvormende diagnostiek te verrichten. Kenmerken van een moeilijke luchtweg Luchtwegproblemen en luchtwegobstructie kunnen gekenmerkt worden door dyspnoe, tachypneu, heesheid, stridor (inspiratoir, expiratoir of bifasisch), hete-aardappelspraak (bijv. cyste van de epiglottis of vergrote tongtonsil), stemverandering en een slaapapneusyndroom. Het onderscheid tussen heesheid en stridor lijkt soms moeilijk te maken. Heesheid heeft vaak te maken met een afwijking aan de stembanden of valse stembanden (granulomen, cysten ten gevolge van roken of geneesmiddelen) zonder dat dit een moeilijke intubatie tot gevolg heeft. Een stridor is een hoorbare manifestatie van een luchtwegobstructie, veroorzaakt door een turbulente luchtstroom door een vernauwd segment van de luchtweg. Men hoort een stridor als ten minste 10% van het lumen is vernauwd. In 1985 is door Mallampati ter evaluatie van een moeilijke intubatie een nieuwe benadering voorgesteld. Hij ging ervan uit dat door een disproportioneel grote tongbasis het verkrijgen van zicht op de glottis bemoeilijkt zou kunnen zijn. Dat betekent dus eigenlijk dat de tong(basis) te groot is ten opzichte van de mandibula, of dat de mandibula te klein is ten opzichte van de tong. Om een laryngoscoop goed te kunnen manipuleren en positioneren in de mondholte is een goede mondopening vereist en daarnaast voldoende ruimte om de tong tussen de mandibulaire bogen te kunnen wegdrukken; Een Mallampati-test (figuur 14.3) wordt correct uitgevoerd als: de patiënt op de rand van het bed of de stoel zit; de mond maximaal wordt geopend; de tong zo ver mogelijk wordt uitgestoken zonder dat daarbij wordt gefoneerd. De test is noch hoogsensitief noch hoogspecifiek, maar kan gemakkelijk worden uitgevoerd en verschaft waardevolle informatie over de toegankelijkheid van de bovenste luchtweg en het al dan niet kunnen visualiseren van de glottis. De mate van zicht op de glottisopening wordt bij directe laryngoscopie gecategoriseerd volgens Cormack en Lehane (figuur 14.4). Bij patiënten met een Cormack-Lehane-graad II of III kan een Eschman- of Frova-stylet of een McCoy-laryngoscoop het intubatieprobleem helpen oplossen. Aanvullend onderzoek Een X-thorax, laterale halsfoto, CT-scan of MRI van het hoofd-halsgebied, met speciale aandacht voor de luchtweg en/of directe spiegellaryngo-

7 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina LUCHTWEGMANAGEMENT 161 klasse 1 klasse 2 klasse 3 klasse 4 Figuur 14.3 Mallampati-test. Graad 1: farynxboog volledig zichtbaar, evenals het palatum molle en uvula. Graad 2: farynxboog gedeeltelijk zichtbaar, evenals het palatum molle; de uvula niet meer. Graad 3: alleen palatum molle is zichtbaar. Graad 4: palatum molle niet meer zichtbaar. graad I graad II graad III graad IV Figuur 14.4 Cormack-Lehane-kenmerken. Graad I: gehele larynxopening zichtbaar (moeilijke intubatie onaannemelijk); graad II: stembanden en arytenoïden ten dele zichtbaar (moeilijke intubatie nauwelijks aannemelijk); graad III: alleen, of zelfs geen, epiglottisrand zichtbaar (wees bedacht op een moeilijke intubatie); graad IV: geen structuren van de glottis zichtbaar (kans op mislukte intubatie >10%). scopie door de KNO-arts, kunnen behulpzaam zijn bij het vaststellen van een moeilijke luchtweg. Anesthesieplan Inzicht in de luchtwegproblematiek Vastgesteld moet worden of er op grond van de anamnese, de voorgeschiedenis, het lichamelijk onderzoek en eventueel beeldvormend onderzoek een moeilijke luchtweg te verwachten is. Omdat adequate maskerventilatie de hoeksteen is van veilig luchtwegmanagement, moet men beoordelen of er aanwijzingen zijn voor een moeilijke maskerventilatie zoals bij een afwijkende gelaatsvorm, baard, prognathie, retrognathie of trauma van het aangezicht. De drie assen van de luchtweg Om goed zicht op de larynxingang van een volwassene te kunnen krijgen, moet men bij een klassieke laryngoscopie de drie luchtwegassen (orale, faryngeale en laryngeale as) parallel aan elkaar in min of meer één lijn zien te krijgen (figuur 14.5). De sniffing position blijkt veelal de meest ideale uitgangshouding: hoofd en nek in extensie ter hoogte van het atlanto-occipitale gewricht, met een kussen of gevouwen laken (10 cm dik) onder het hoofd. Bij kinderen jonger dan 1 maand legt men het hoofd in neutrale positie of wordt een lakentje onder de thorax gelegd. De BURP-techniek Door de positie van de larynx, de vorm van het klassieke (rechter) laryngoscoopblad en de wijze waarop de laryngoscoop rechts in de mondkeelholte wordt geplaatst, zal de glottis

8 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK veelal maar ten dele zichtbaar zijn en enigszins links in het zichtveld gelegen zijn. Men kan het zicht op de glottis verbeteren door de BURP - a techniek toe te passen: backward, upward and rightward pressure. Hulpmiddelen FA LA OA Bij iedere vorm van luchtwegmanagement dient u een aantal eenvoudige hulpmiddelen bij de hand te hebben die een moeilijke intubatie en maskerventilatie kunnen helpen oplossen: meerdere soorten en maten maskers en laryngoscopiebladen, orale en nasale luchtwegpijpjes, een gum elastic bougie en een (intubatie-)larynxmasker (I)LMA. b Aandachtspunten en strategie FA LA c OA FA LA OA Figuur 14.5 Assentheorie. Toelichting luchtwegassen en positionering. a De orale as (OA), de faryngeale as (FA) en de laryngeale as vormen een zodanige hoek dat er geen zicht op de larynxingang verkregen wordt. b Hoofd, in neutrale positie, terwijl hoofd op kussentje is gelegd (flexie); de faryngeale (FA) en de laryngeale (LA) as zijn in lijn gebracht. c Optimale positie om zicht op de laynxingang te verkrijgen. Hoofd op kussen en extensie in de nek (sniffing position); de orale (OA), de faryngeale (FA), en de laryngeale (LA) zijn in lijn gebracht. Belangrijk bij het opstellen van een anesthesieplan zijn de volgende aandachtspunten. Neem het intubatieplan en de alternatieven door met uw collega/medewerker. Zorg dat het intubatieplan goed is voorbereid, dat de patiënt zorgvuldig is geïnstrueerd, dat de materialen en hulpmiddelen klaarliggen en zijn gecontroleerd. Een aparte luchtwegkar is optimaal. Moet er een nasale of orale tube worden geplaatst en zijn er anatomische afwijkingen die dit moeilijk of onmogelijk maken? Zo is bijvoorbeeld een nasale tubeplaatsing onmogelijk bij een choanale atresie. Is de patiënt coöperatief? Als de patiënt coöperatief is en een moeilijke luchtweg wordt verwacht, beoordeel dan of de intubatie wakker, in combinatie met lokale anesthesie, kan worden uitgevoerd. Als de patiënt niet coöperatief is, dan verdient intubatie onder inhalatieanesthesie de voorkeur al dan niet in combinatie met lokale anesthesie. Is er wel of geen maskerbeademing mogelijk? Overweeg om, als maskerventilatie mogelijk lijkt, een proeflaryngoscopie uit te voeren onder inhalatieanesthesie, al dan niet in combinatie met lokale anesthesie. In geval van twijfel wordt een wakkere flexibele fiberoptische intubatie (FFI) uitgevoerd. Het is van belang om bij een moeilijke lucht-

9 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina LUCHTWEGMANAGEMENT 163 weg de spontane ademhaling ( respiratoire brug ) in stand te houden. Om spontane ademhaling te behouden, verdient inhalatieanesthesie de voorkeur boven intraveneuze anesthesie. Fiberoptische intubatie onder lokale anesthesie wordt beschouwd als de gouden standaard bij een moeilijke luchtweg. De procedure kan ook worden uitgevoerd bij een spontaan ademende patiënt onder inhalatieanesthesie. Als orale bijtring, die tevens fungeert als centreerhulpstuk, kan de Optosafe worden gebruikt. Als alternatieve techniek kan men een FFI uitvoeren door een gewoon masker met daarop gemonteerd een membraan (Mainzer-adapter) of via een (I)LMA. Als een endotracheale intubatie niet vereist is, kan men overwegen een larynxmasker in te brengen. Er dient altijd een alternatief luchtwegplan bedacht en voorbereid te zijn voor het geval de LMA-plaatsing mislukt. Omdat retrograde intubatie in Nederland vrijwel niet meer wordt toegepast en er veiliger en direct visuele technieken beschikbaar zijn, wordt deze techniek in dit kader niet behandeld. Een chirurgische luchtweg (tracheostoma) onder lokale anesthesie is de eerste keuze bij een ernstig aangezichtstrauma of een obstruerende tumor in het hoofd-halsgebied. Alternatieve technieken, vooral spoed- en noodtechnieken, kunnen alleen dan veilig worden toegepast als er onder niet-spoedeisende omstandigheden mee is geoefend. Hanteer het Nederlandse Luchtweg Algoritme en raadpleeg het daarbij behorende artikel. Noodprocedures De technieken bij noodprocedures worden onderscheiden in invasief en niet-invasief (zie het Nederlands Luchtweg Algoritme). Ook tijdens een noodsituatie kan het larynxmasker (of ILMA/Fastrach ) een vitale/cruciale rol spelen. Met behulp van het masker kan de patiënt soms adequaat geoxygeneerd en geventileerd worden. Vervolgens kan een endotracheale tube door het masker worden ingebracht, al dan niet met behulp van een flexibele intubatiefiberscoop. In sommige gevallen staan de resterende tijd en de omstandigheden geen niet-invasieve techniek toe, bijvoorbeeld een ernstig trauma van de luchtweg. Pas dan een invasieve noodtechniek toe. Omdat de membrana cricothyroidea bij het kind heel klein is, wordt een cricothyreotomie afgeraden. Een naaldcricothyreotomie of een tracheotomie verdient dan de voorkeur. Tubewisseling Voor de verwisseling van een endotracheale tube kan men gebruikmaken van een gum elastic bougie of een speciaal daarvoor ontwikkelde tubewisselaar. De bougie heeft geen lumen waardoor men niet over de sonde kan oxygeneren of highfrequency-jetventilatie kan toepassen. Er zijn tubewisselaars in de handel die wel een lumen hebben. Extubatie Bij een moeilijke luchtweg dient ook de extubatie zorgvuldig voorbereid en uitgevoerd te worden. Zodra een patiënt spontaan ademt en zichzelf adequaat oxygeneert, kan worden getest of er, na deflatie van de cuff, luchtpassage is langs de cuff. Daarna kan, om prikkeling van de luchtweg te voorkomen, lidocaïne i.v. worden toegediend (1 mg/kg lichaamsgewicht). Vervolgens wordt de endotracheale tube over een holle tubewisselaar of voersonde verwijderd. Indien de luchtweg onvoldoende kan worden opengehouden, kan men de tube weer over de sonde inbrengen. Lokale anesthesie van de luchtweg Adequate lokale anesthesie is cruciaal bij het uitvoeren van een wakkere intubatietechniek. Speekselsecretie (hypersalivatie) kan worden

10 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK Moeilijke luchtweg Herkend Niet herkend Coöperatief Niet coöperatief Wakkere technieken: - Flexibele fiberoptische - intubatie (FFI) - Tracheotomie - Andere technieken Mislukt Inhalatie anesthesie: Spontaan ademend Algehele anesthesie +/- spierrelaxatie Maskerventilatie mogelijk? Lukt, overweeg laryngoscopie Laryngoscopische intubatie mislukt, onder optimale omstandigheden Gum elastic bougie Mislukt Mislukt Lukt Ja Kan procedure worden uitgevoerd zonder ET-tube? Nee Mislukt Anesthesie continueren: - met maskerventilatie - of LMA Mislukt of onveilig Lukt, overweeg Niet invasief: - (I)LMA + tube - Trachlight - FFI via (I)LMA of - masker Mislukt of onveilig - Staak procedure zo mogelijk - Herbezin Mislukt Invasief: - Cricothyrotomie - TTJV - Tracheotomie Noodtechnieken Figuur 14.6 Nederlands Luchtweg Algoritme. (I)LMA: (Intubating) Laryngeal Mask. ET: Endotracheale Tube. TTJV: Trans Tracheale Jet Ventilatie.

11 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina LUCHTWEGMANAGEMENT 165 geremd met atropine of glycopyrrolaat. Na decongestie van de slijmvliezen met xylometazoline 0,1% (of 0,05% voor kinderen) wordt lidocaïne 4% lokaal geappliceerd met een De- Vilbiss-vernevelaar. Voor kinderen wordt gebruikgemaakt van lidocaïne 1 of 2%. Bij verneveling van lidocaïne bedraagt de maximale dosis 4 mg/kg. In verband met de bijwerkingen en addictie wordt meestal geen gebruik gemaakt van cocaïne als lokaal anestheticum of decongestivum. Als de klassieke endotracheale intubatie en andere technieken niet veilig uitvoerbaar lijken, is een primaire chirurgische luchtweg de veiligste techniek. Goede lokale anesthesie, soms in combinatie met lichte sedatie (propofol) en analgesie (remifentanil), is daarbij van het grootste belang. Casus 1 Een vrouw van 40 jaar komt voor het opheffen van een ankylose van het kaakgewricht bij een beperkte mondopening. Bij een vorige ingreep heeft men met zeer veel moeite, vanwege de kleine mondopening, een endotracheale tube kunnen plaatsen met een Trachlight. De mondopening bedraagt thans maximaal 1,5 cm en zal volgens de kaakchirurg niet toenemen onder invloed van analgetica of spierrelaxatie, door benige beperking. De patiënte is zeer gemotiveerd voor de ingreep en blijkt zeer coöperatief. Hier is dus sprake van een verwacht moeilijke luchtweg. Plan van aanpak Plan A. Wakkere flexibele fiberoptische intubatie (FFI). De patiënt wordt uitgebreid voorgelicht over de te volgen procedure. Maskerbeademing lijkt geen probleem. Preoperatieve anxiolyse en sedatie worden niet gegeven. Na slijmsecretieremming en decongestie van de slijmvliezen met xylometazoline (Otrivin ) worden met een De- Vilbiss-vernevelaar de neus- en mondholte zorgvuldig verdoofd met lidocaïne 4%. De mondholte en achterzijde van de tong worden ook zorgvuldig verdoofd om eventuele prikkeling en pijn door de fiberscoop te voorkomen. Plan B. Als de patiënt niet nasaal te intuberen blijkt door middel van FFI, dan kan een Trachlight -intubatie worden geprobeerd; na lokale verdoving en onder spontane ademhaling met een inhalatieanestheticum. De chirurg zal in dit geval de orale tube moeten accepteren. Plan C. Als plan A onder optimale omstandigheden mislukt (goede positionering, adequate lokaalanesthesie en een ervaren intubator) en een orale tube chirurgischtechnisch niet wenselijk is, wordt een tracheotomie onder lokale anesthesie uitgevoerd. Plan D. In geval van nood wordt een cricothyreotomie uitgevoerd, bijvoorbeeld met een Melker-set. Ook de extubatie dient men zorgvuldig voor te bereiden en uit te voeren. Casus 2 Een nerveuze vrouw van 38 jaar, overigens goed gezond maar 130 kg wegend bij een lichaamslengte van 176 cm, komt voor cholecystectomie. Voorgeschiedenis, anamnese en lichamelijk onderzoek (mondopening 4 cm en Mallampati-graad 2) geven geen aanwijzingen voor intubatie- en ventilatieproblemen. Patiënte wordt gepremediceerd met 15 mg midazolam per os en komt in een diepe slaap en snurkend aan op de OK. Na inductie met 200 mg propofol en 100 mg succinylcholine i.v. blijkt dat de patiënte goed met de kap te ventileren is. Bij laryngoscopie ziet men een Cormack-Lehane-graad 4, de intubatie met behulp van een gum elastic bougie mislukt.

12 14-Anesthesiologie-H :34 Pagina DEEL C BASISPRINCIPES VAN ANESTHESIE EN INTRAOPERATIEVE PROBLEMATIEK Na verwisseling van het laryngoscopieblad wordt een nieuwe, vergeefse poging gedaan. Omdat de maskerbeademing moeilijker wordt, geeft men opnieuw 100 mg succinylcholine i.v. Plan van aanpak Plan A. Een ervaren intubator voert na zorgvuldige herpositionering een klassieke laryngoscopie uit en intubeert zonodig met behulp van een gum elastic bougie en/of McCoy-laryngoscoop. Plan B. Als de intubator ervaring heeft met de Trachlight, kan daarmee één poging worden gedaan. Als de intubator geen ervaring heeft met de Trachlight of de maskerventilatie en oxygenatie verslechteren, dan wordt een (I)LMA ingebracht. Vervolgens wordt overwogen om via het (I)LMA een tube in te brengen met een fiberscoop of de patiënte te laten ontwaken. Plan C. Als er sprake is van een noodsituatie wordt een cricothyreotomie uitgevoerd. Ook de extubatie moet zorgvuldig worden voorbereid. Kernpunten een belangrijk instrument in het luchtwegmanagement. Na elke mislukte intubatie moet worden overwogen om de procedure af te breken en de patiënt te laten ontwaken. Overweeg een wakkere procedure te verrichten of de chirurgische ingreep onder locoregionale anesthesie uit te voeren. Een locoregionale techniek lost een (potentieel) luchtwegprobleem niet op, maar omzeilt het! Bij een potentieel luchtwegprobleem kan een locoregionale techniek worden toegepast. Voorwaarde is daarbij dat men ten minste één luchtwegplan heeft voorbereid. De instrumenten voor dit plan dienen gecontroleerd te zijn en binnen handbereik te liggen. Om een FFI of een andere intubatietechniek uit te voeren, kunnen de luchtwegen adequaat lokaal worden verdoofd door lidocaïne 2 of 4% op de slijmvliezen aan te brengen met behulp van een DeVilbisssprayfles. Maxillofaciale chirurgie, carotisendarteriotomie en thyroïdectomie zijn voorbeelden van chirurgische procedures die gepaard kunnen gaan met een bemoeilijkt extubatietraject na een probleemloze intubatie. Het larynxmasker is, ook in noodsituaties, Literatuur Benumof JL. Airway management. Principles and practice. St. Louis: Mosby, Eindhoven GB, Dercksen B, Regtien JG, Borg PA, Wierda JMKH. A practical clinical approach to management of the difficult airway. Eur J Anaesthesiology Suppl 2001;23:60-5. Latto IP, Stacey M, Mecklenburg J, Vaughan RS. Survey of the use of the gum elastic bougie in clinical practice. Anesthesia 2002;57: Morris IR. Functional anatomy of the upper airway. Emerg Med Clin North Am 1988;6(4): Practice guidelines for management of the difficult airway. Un updated report by the American Society of Anesthesiologists Task Force on Management of the difficult airway. Anesthesiology 2003;98: Walls RM. Manual of emergency airway management. 2nd ed. Philadelphia: Lippincott Williams & Wilkins, 2004.

DE MOEILIJKE LUCHTWEG: TIJD VOOR EEN NEDERLANDS MOEILIJKE LUCHTWEG-ALGORITME

DE MOEILIJKE LUCHTWEG: TIJD VOOR EEN NEDERLANDS MOEILIJKE LUCHTWEG-ALGORITME 6 DE MOEILIJKE LUCHTWEG: TIJD VOOR EEN NEDERLANDS MOEILIJKE LUCHTWEG-ALGORITME B. Dercksen 1, G.B. Eindhoven 2, J.G. Regtien 2, N.S. Klaver 2, P.A.J. Borg 3 SAMENVATTING Bij verwachte en onverwachte intubatie-

Nadere informatie

management of the airway maskerventilatie maskerventilatie optimale seal

management of the airway maskerventilatie maskerventilatie optimale seal LUCHTWEG MANAGEMENT MASKER-VENTILATIE INSTRUMENTATIE VAN LUCHTWEG management of the airway ALGORITHMES DIFFICULT VENTILATION DIFFICULT INTUBATION OXYGENATIE PRIMAIR! NOOIT PERSEVEREREN ASK FOR HELP MORTALITY!!!!

Nadere informatie

Moeilijke luchtweg bij kinderen. Indicatie Elk kind met een al dan niet te verwachten moeilijke maskerbeademing, intubatie of infraglottische toegang.

Moeilijke luchtweg bij kinderen. Indicatie Elk kind met een al dan niet te verwachten moeilijke maskerbeademing, intubatie of infraglottische toegang. DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische

Nadere informatie

management of the airway

management of the airway management of the airway maskerventilatie optimale seal vrije luchtweg extensie jawtrust laterale positionering oropharyngeale luchtweg (mayo-cannule) nasopharyngeale luchtweg evt larynxmasker overweeg

Nadere informatie

Hoofdstuk 12 Luchtwegmanagement

Hoofdstuk 12 Luchtwegmanagement Hoofdstuk 12 Luchtwegmanagement Remco Bergman, Niels Koopmans, Bouwe Molenbuur, J.K. Götz Wietasch, G. Boukes Eindhoven 1 De anatomie van de bovenste luchtwegen 1.1 De neus 1.2 De mond 1.3 De farynx 1.4

Nadere informatie

KNO kinderluchtweg en -problemen

KNO kinderluchtweg en -problemen KNO kinderluchtweg en -problemen Refereeravond Kindergeneeskunde 27 mei 2014 J.W. Brunings KNO-arts Choanaal atresie CHARGE: Coloboma, Hartafwijking, Atresie van de choane, Retardatie van groei en ontwikkeling,

Nadere informatie

Opvang van het kind met een moeilijke luchtweg

Opvang van het kind met een moeilijke luchtweg Be Aware Opvang van het kind met een moeilijke luchtweg Jan Hanot Anesthesist-Kinderintensivist MUMC+ - Waarom de nadruk op de luchtweg bij kinderen? - Kies een luchtwegalgoritme - Enkele voorbeelden A

Nadere informatie

Moeilijke intubatie bij kinderen

Moeilijke intubatie bij kinderen situaties bij pasgeborenen en oudere kinderen Moeilijke intubatie bij kinderen Hans Hoeve KNO arts Sophia Kinderziekenhuis Erasmus MC Rotterdam Intuberen, niet intuberen? noodzakelijk? onverstandig? intubatie

Nadere informatie

Programma. Parallellezingen Groep 6 10 komen terug in auditorium Groepsnummer staat op programma

Programma. Parallellezingen Groep 6 10 komen terug in auditorium Groepsnummer staat op programma Programma 9.30 uur Opening congres Dr. A.W.M.M. Koopman-van Gemert, anesthesioloog-intensivist ASz 9.40 uur Luchtwegmanagement anno 2013 C. Grass, anesthesioloog Erasmus MC 10.15 uur Uitleg workshops 10.20

Nadere informatie

Traumatische luchtweg reconstructie

Traumatische luchtweg reconstructie Traumatische luchtweg reconstructie Jimmie Honings KNO-arts / Hoofd-hals Chirurg 10-10-2018 Disclosure belangenverstrengeling (Potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Tracheostomie. tracheostomie 2. Electieve tracheostomie. 1. Urgentie-tracheostomie. Postgraduaat heelkunde 15/03/2008 Verfaillie

Tracheostomie. tracheostomie 2. Electieve tracheostomie. 1. Urgentie-tracheostomie. Postgraduaat heelkunde 15/03/2008 Verfaillie Tracheostomie 1. Urgentie-tracheostomie tracheostomie 2. Electieve tracheostomie 1. Urgentie-tracheostomie tracheostomie Percutane jetinsufflatie Cricothyroidectomie Urgentietechnieken Bekomen van een

Nadere informatie

Airway (luchtweg)-management

Airway (luchtweg)-management Published on Medics4medics.com (https://www.medics4medics.com) Home > Advanced life support > Airway (luchtweg)-management Airway (luchtweg)-management Active https://www.medics4medics.com/%3a//resize/p3250067-230x305.jpg

Nadere informatie

Luchtwegen en. ademhaling: hoe zit het ook alweer?

Luchtwegen en. ademhaling: hoe zit het ook alweer? Luchtwegen en En bij het kind? ademhaling: hoe zit het ook alweer? Drs. Corine Vollbehr Docent anatomie/fysiologie bij de UMCUtrecht Academie 1 Aan de orde komen: Korte herhaling van - anatomie van luchtwegen

Nadere informatie

Morbide obesitas. BMI= body mass index kg / m 2 Normaal te zwaar > 30 obesitas > 40 morbide obesitas

Morbide obesitas. BMI= body mass index kg / m 2 Normaal te zwaar > 30 obesitas > 40 morbide obesitas Morbide obesitas BMI= body mass index kg / m 2 Normaal 18-25 25-30 te zwaar > 30 obesitas > 40 morbide obesitas Relatief risico voor overlijden als functie van BMI=body mass index Eigen schuld? Schuld?

Nadere informatie

Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek

Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek M. Lacko KNO-arts/Hoofd-hals oncoloog Oncologie symposium, Maastricht 21 mei 2015 Indeling presentatie 1. Incidentie en epidemiologie

Nadere informatie

Luchtwegmanagement. Over het (vroeg) herkennen van een bedreigde luchtweg en de behandeling ervan

Luchtwegmanagement. Over het (vroeg) herkennen van een bedreigde luchtweg en de behandeling ervan Luchtwegmanagement Over het (vroeg) herkennen van een bedreigde luchtweg en de behandeling ervan Fleur Nooteboom, internist-intensivist Intensive Care Midden Limburg Januari 2008 Zeg eens A.. Prioriteit

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 112

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 112 111 Ondervoeding is gedefinieerd als een subacute of acute voedingstoestand waarbij een combinatie van onvoldoende voedingsinname en ontstekingsactiviteit heeft geleid tot een afname van de spier- en vetmassa

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx IX Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx naar Algemeen 552 Epidemiologie 552 1. Screening 552 2. Diagnostiek 552 2.1 Anamnese 552 2.2 Fysische diagnostiek

Nadere informatie

Voor- en Nadelen van Propofol Sedatie voor Kindertandheelkunde. Catherine de Jong Anesthesioloog

Voor- en Nadelen van Propofol Sedatie voor Kindertandheelkunde. Catherine de Jong Anesthesioloog Voor- en Nadelen van Propofol Sedatie voor Kindertandheelkunde Catherine de Jong Anesthesioloog Introductie Uitgebreide tandheelkundige behandeling bij jonge, angstige kinderen is soms nodig en lukt niet

Nadere informatie

Snurken en Slaapapnoe

Snurken en Slaapapnoe Wat is snurken en het obstructief slaapapneusyndroom? Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) worden gerekend tot de slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen. Snurken kan hinderlijk voor

Nadere informatie

Een$kind$ontwaakt. Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent. Sunday, 23 March 14

Een$kind$ontwaakt. Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent. Sunday, 23 March 14 Een$kind$ontwaakt Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent U$ook? Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent Leukste kinderziekenhuis;) Leukste kinderziekenhuis;) www.pollev.com/acamedic Opvang

Nadere informatie

Het aanbrengen van een buisje in de luchtpijp Tracheotomie

Het aanbrengen van een buisje in de luchtpijp Tracheotomie Het aanbrengen van een buisje in de luchtpijp Tracheotomie Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Wat is een tracheotomie? 1 Waarom een tracheotomie? 2 Soorten tracheacanules 2 Na een

Nadere informatie

2010 A.J. Alkemade. Drukwerk:

2010 A.J. Alkemade. Drukwerk: 2010 A.J. Alkemade Drukwerk: www.pumba.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm

Nadere informatie

Ademweg en ademhaling

Ademweg en ademhaling Ademweg en ademhaling Module acute zorg Hans ter Haar voor UMCU 2009 (A)irway Controle en zo nodig vrijmaken van de ademweg met inachtneming van bescherming cervicale wervelkolom (CWK) Praat de patiënt?

Nadere informatie

Obesitas op de recovery

Obesitas op de recovery Obesitas op de recovery Marlous Huijzer AIOS anesthesiologie UMC Utrecht Inzichten Toegenomen arbeid hart en longen Verhoogde kans metabool syndroom Verhoogde kans op DVT of longembolie Obesitas hypoventilatie

Nadere informatie

Videolaryngoscopie als hulpmiddel bij de moeilijke luchtweg. Goris Stefanie Promotor: Dr. F. De Buck

Videolaryngoscopie als hulpmiddel bij de moeilijke luchtweg. Goris Stefanie Promotor: Dr. F. De Buck Videolaryngoscopie als hulpmiddel bij de moeilijke luchtweg. Goris Stefanie Promotor: Dr. F. De Buck Inhoud 1. Inleiding 2. Types videolaryngoscopen A. Videolaryngoscopen met een standaard Macintosh-blad

Nadere informatie

Slikproblemen bij NMA/ALS. Nicole Frielink, logopedist

Slikproblemen bij NMA/ALS. Nicole Frielink, logopedist Slikproblemen bij NMA/ALS Nicole Frielink, logopedist Inhoud Normale slik Slikproblemen en beïnvloedende factoren Specifieke slikproblemen bij NMA/ALS Rol logopedist Slikken: Het geheel van gedrags-, sensorische

Nadere informatie

Tandheelkunde. Inspectie en palpatie van de mondholte

Tandheelkunde. Inspectie en palpatie van de mondholte Tandheelkunde Inspectie en palpatie van de mondholte Inspectie en palpatie van de mondholte Inleiding Dieren met gebitsaandoeningen komen vaak voor in de dierenartsenpraktijk. Vaak zijn de eigenaren hier

Nadere informatie

STEMBANDEN BEKIJKEN EN BEHANDELEN Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO)

STEMBANDEN BEKIJKEN EN BEHANDELEN Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO) STEMBANDEN BEKIJKEN EN BEHANDELEN Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO) FRANCISCUS VLIETLAND Inleiding U hebt last van uw stembanden. Bij poliklinisch onderzoek van de stembanden kon geen duidelijke diagnose

Nadere informatie

HET ADEMHALINGSSTELSEL

HET ADEMHALINGSSTELSEL HET ADEMHALINGSSTELSEL INLEIDING Gasgeleidingsstelsel Gasuitwisselingsstelsel Tractus respiratorius Fibrose Tracheostomie Mucoviscidose Immobiele cilla syndroom I. ALGEMENE BOUW A. Epitheel Respiratoir

Nadere informatie

HET ADEMHALINGSSTELSEL

HET ADEMHALINGSSTELSEL HET ADEMHALINGSSTELSEL ANATOMIE EN FYSIOLOGIE Functies van het ademhalingsstelsel De functies van het ademhalings-stelsel Gasuitwisseling tussen bloed en lucht Verplaatsen van lucht van en naar de uitwisselingsoppervlakken

Nadere informatie

OSAS peri-operatief. Queenayda Kroon Peter Huybrechts

OSAS peri-operatief. Queenayda Kroon Peter Huybrechts Queenayda Kroon Peter Huybrechts Inhoud Casus Slaap apnee Obstructief slaap apnee syndroom (OSAS) 1. Preoperatief 2. Peroperatief 3. Postoperatief Take home messages Casus Man, 66jaar, BMI 31, ASA3 Medische

Nadere informatie

Cufflek test op IC. Max Rooijakkers, keuzecoassistent IC

Cufflek test op IC. Max Rooijakkers, keuzecoassistent IC Cufflek test op IC Max Rooijakkers, keuzecoassistent IC 08-12-2017 Casus 68-jarige patiënt Geïntubeerd vanwege bedreigde ademweg bij (peri-)tonsillaire en parafaryngeale abcessen Op OK draineren abcessen,

Nadere informatie

TRAUMATISCHE LUCHTWEG Aangezichtsletsel bij kinderen. Louis van t Hek, kinderarts-intensivist

TRAUMATISCHE LUCHTWEG Aangezichtsletsel bij kinderen. Louis van t Hek, kinderarts-intensivist TRAUMATISCHE LUCHTWEG Aangezichtsletsel bij kinderen Louis van t Hek, kinderarts-intensivist Disclosure belangenverstrengeling voor de sprekers van de AZO scholingsavond (Potentiële) belangenverstrengeling

Nadere informatie

Dr. P. Huyghe Dr. E. Van Gerven. Mediastinale massa

Dr. P. Huyghe Dr. E. Van Gerven. Mediastinale massa Dr. P. Huyghe Dr. E. Van Gerven Mediastinale massa De casus Wat bij mediastinale massa? Reflectie op de eigen casus Besluit Inhoudstafel Casus Meisje, 14 jaar, 50 kg, 162cm Blanco voorgeschiedenis Gepland

Nadere informatie

Het larynxcarcinoma. dr. M. Degroote

Het larynxcarcinoma. dr. M. Degroote Het larynxcarcinoma dr. M. Degroote Larynx of strottenhoofd Orgaan in de hals betrokken bij De ademhaling De bescherming van de luchtpijp Maken van geluid Bestaat uit kraakbeen delen verbonden met pezen

Nadere informatie

Traumatologie van het Aangezicht symposium huisartsen 6 juni Dr Gertjan van Beek

Traumatologie van het Aangezicht symposium huisartsen 6 juni Dr Gertjan van Beek Traumatologie van het Aangezicht symposium huisartsen 6 juni 2018 Dr Gertjan van Beek Disclosures spreker (potentiële) belangenverstrengeling Nothing to disclose Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Patiëntenvoorlichting MKA (mondziekten, kaak en aangezichtschirurgie) Chirurgische kaakcorrectie

Patiëntenvoorlichting MKA (mondziekten, kaak en aangezichtschirurgie) Chirurgische kaakcorrectie Patiëntenvoorlichting MKA (mondziekten, kaak en aangezichtschirurgie) Chirurgische kaakcorrectie Inleiding Binnenkort zult u een kaakoperatie ondergaan. In deze folder worden de verschillende operaties

Nadere informatie

1. Anatomie en fysiologie van de neus

1. Anatomie en fysiologie van de neus 1. Anatomie en fysiologie van de neus Anatomie De neus bestaat uit bot, kraakbeen en vet. Het septum scheidt beide neusgaten. De buis van Eustachius verbindt de neus met de oren. Het gehemelte scheidt

Nadere informatie

Behandelmogelijkheden van het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS)

Behandelmogelijkheden van het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) Behandelmogelijkheden van het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) Inleiding Als bij u het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) is vastgesteld is er een aantal behandelingen mogelijk: 1. Als er sprake

Nadere informatie

Snurken en Obstructief Slaapapneu

Snurken en Obstructief Slaapapneu Snurken en Obstructief Slaapapneu (OSAS) Wat is snurken en het obstructief slaapapneusyndroom? Snurken en het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) zijn stoornissen in de ademhaling tijdens het slapen.

Nadere informatie

Standaardhandeling Beademde patiënt, Differentiële LongVentilatie (DLV), intubatie t.b.v.

Standaardhandeling Beademde patiënt, Differentiële LongVentilatie (DLV), intubatie t.b.v. Definitie Het onafhankelijk van elkaar kunnen beademen van de longen door middel van een dubbel-lumen tube (DLT). Doel Het optimaliseren van de gasuitwisseling door beide longen, onafhankelijk van elkaar,

Nadere informatie

HOOFDSTUK 4: ADEMHALINGSPROBLEMEN. 1 Luchtwegproblematiek. 1.1 Inleiding

HOOFDSTUK 4: ADEMHALINGSPROBLEMEN. 1 Luchtwegproblematiek. 1.1 Inleiding HOOFDSTUK 4: ADEMHALINGSPROBLEMEN 1 Luchtwegproblematiek 1.1 Inleiding In het kader van de ABC -benadering staat het garanderen van een vrije luchtweg op de eerste plaats. Wanneer de luchtweg geblokkeerd

Nadere informatie

OPERATIE NEUSTUSSENSCHOT EN NEUSSCHELPEN

OPERATIE NEUSTUSSENSCHOT EN NEUSSCHELPEN OPERATIE NEUSTUSSENSCHOT EN NEUSSCHELPEN OPERATIE NEUSTUSSENSCHOT EN NEUSSCHELPEN Binnenkort ondergaat u een operatie van het neustussenschot en/of een operatie van de neusschelpen in AZ Sint-Lucas. Met

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Slaapapneu

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Slaapapneu kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Slaapapneu Wat is het slaap-apneusyndroom? Een apneu is een pauze van de ademhaling van meer dan 10 seconden. Bij een klein deel van de snurkende

Nadere informatie

Coniotomie bij acute bovensteluchtwegobstructie

Coniotomie bij acute bovensteluchtwegobstructie Coniotomie bij acute bovensteluchtwegobstructie tijdens intubatie K.A. de Rooij, P.A. Borggreven, R.C. Tromp Meesters, W.P. Godefroy, P.J.F.M. Lohuis Samenvatting Dit artikel beschrijft twee patiënten

Nadere informatie

Chronische beademing in NL ALS en CTB Groningen

Chronische beademing in NL ALS en CTB Groningen Programma Inleiding (Peter Wijkstra, longarts) Chronische beademing in NL ALS en CTB Groningen Zorgtraject ALS (Hans van der Aa, Verpleegkundig specialist) Poliklinische intake, opname en ontslag Long

Nadere informatie

Intensive Care, afdeling R1 TRACHEOSTOMA. Een opening in de hals waardoor een buis in de luchtpijp wordt geplaatst

Intensive Care, afdeling R1 TRACHEOSTOMA. Een opening in de hals waardoor een buis in de luchtpijp wordt geplaatst Intensive Care, afdeling R1 TRACHEOSTOMA Een opening in de hals waardoor een buis in de luchtpijp wordt geplaatst U krijgt een tracheostoma. In deze folder leest u wat een tracheostoma is en hoe deze wordt

Nadere informatie

Tracheotomie en tracheacanule bij kinderen

Tracheotomie en tracheacanule bij kinderen Tracheotomie en tracheacanule bij kinderen Wat is een tracheotomie? Een tracheotomie is een chirurgische ingreep (operatie) waarbij er een tracheostoma in de trachea (luchtpijp) wordt aangelegd. Dit gebeurt

Nadere informatie

VOORBEELD. 5 Indirecte laryngoscopie

VOORBEELD. 5 Indirecte laryngoscopie 5 Indirecte laryngoscopie Inleiding Heesheidsklachten komen veel voor. De oorzaken ervoor zijn legio: infecties, goedaardige afwijkingen aan de stembanden door verkeerd stemgebruik, kwaadaardige aandoeningen

Nadere informatie

Bezoek aan de OSAS-polikliniek. Ziekenhuislocatie Scheper

Bezoek aan de OSAS-polikliniek. Ziekenhuislocatie Scheper Bezoek aan de OSAS-polikliniek Ziekenhuislocatie Scheper 1 U bent doorverwezen naar de OSAS-poli kliniek om te kijken of er bij u sprake is van OSAS. OSAS is de afkorting voor Obstructief Slaap Apneu Syndroom.

Nadere informatie

INDELING. Luchtweg beoordeling Planning en voorbereiding Aspiratie profylaxe Pre--oxygenatie Positie Inductie agentia Spierrelaxantia

INDELING. Luchtweg beoordeling Planning en voorbereiding Aspiratie profylaxe Pre--oxygenatie Positie Inductie agentia Spierrelaxantia INDELING 1. Intro 2. Waarom moeilijke luchtweg 3. AA in obstetrie: een dalende trend 4. AA in obstetrie: de huidige stand van zaken 5. Algoritmes 6. Algoritme 1: veilige obstetrische AA Luchtweg beoordeling

Nadere informatie

Christophe Fauconnier

Christophe Fauconnier Christophe Fauconnier Kinesitherapeut UVC Brugmann IVe INTERDISCIPLINAIR SYMPOSIUM Vrijdag 21 oktober 2011 Square - Brussels Meeting Center Definitie = ± geheel onmogelijk Openen Mond (OM) < contractuur

Nadere informatie

INWENDIGE EN UITWENDIGE NEUSCORRECTIE

INWENDIGE EN UITWENDIGE NEUSCORRECTIE INWENDIGE EN UITWENDIGE NEUSCORRECTIE INWENDIGE EN UITWENDIGE NEUSCORRECTIE Binnenkort ondergaat u een neuscorrectie in AZ Sint-Lucas. Met deze brochure willen wij u zo goed mogelijk informeren over de

Nadere informatie

Tracheacanule (Luchtpijp)

Tracheacanule (Luchtpijp) Tracheacanule (Luchtpijp) Een KNO-arts of een chirurg maakt een paar centimeter onder uw adamsappel een kleine opening in uw hals (tracheotomie). De opening in de luchtpijp heet een tracheostoma. Daarna

Nadere informatie

Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) Bij snurken en Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS)

Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) Bij snurken en Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) Mandibulair Repositie Apparaat (MRA) Bij snurken en Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS) Inleiding U heeft last van snurken of van het Obstructief Slaapapneu Syndroom (OSAS). Er zijn verschillende behandelmethoden

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE DIRECTE. laryngoscopie

PATIËNTEN INFORMATIE DIRECTE. laryngoscopie PATIËNTEN INFORMATIE DIRECTE laryngoscopie Mevrouw, mijnheer Binnenkort word je opgenomen in het dagziekenhuis van het AZ Lokeren. Wij vragen je om deze folder aandachtig te lezen. Indien je nog vragen

Nadere informatie

Snurken en slaapapneu

Snurken en slaapapneu Snurken en slaapapneu Gevolgen Eén op de tien volwassenen snurkt. Dit is hinderlijk voor de omgeving maar heeft verder geen nadelige lichamelijke gevolgen. Dit kan wel het geval zijn als er sprake is van

Nadere informatie

Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS)

Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) U heeft binnenkort een afspraak op de polikliniek voor snurk- en slaapapneu klachten. In deze folder vindt u algemene informatie over snurken en het

Nadere informatie

TANDEN EN TANDPROBLEMEN BIJ KONIJNEN. Recessief vererven wil zeggen, dat wanneer men een dier met. Geplaatst met toestemming van de schrijver.

TANDEN EN TANDPROBLEMEN BIJ KONIJNEN. Recessief vererven wil zeggen, dat wanneer men een dier met. Geplaatst met toestemming van de schrijver. TANDEN EN TANDPROBLEMEN BIJ KONIJNEN. Bron: http://www.konijnen.be/club/artikelen/tanden.htm Geplaatst met toestemming van de schrijver. Recessief vererven wil zeggen, dat wanneer men een dier met olifantstanden

Nadere informatie

LMA Protector Gebruiksaanwijzing. Nederlandse versie

LMA Protector Gebruiksaanwijzing. Nederlandse versie LMA Protector Gebruiksaanwijzing Nederlandse versie Let op: De federale Amerikaanse wetgeving vereist dat dit product uitsluitend door of in opdracht van een wettelijk bevoegd zorgverlener wordt verkocht.

Nadere informatie

MRA-behandeling bij snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)

MRA-behandeling bij snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) MRA-behandeling bij snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) Inleiding Deze folder gaat over het gebruik van een individueel op maat gemaakte beugel om snurken of apneu (=ademstop) te behandelen.

Nadere informatie

Logopedie bij stemproblemen: wat nu?

Logopedie bij stemproblemen: wat nu? Logopedie bij stemproblemen: wat nu? Inleiding U bent verwezen naar de logopedist in verband met stemproblemen. Deze leert u een juiste spreek- en ademtechniek aan zodat de stemklachten verminderen. Deze

Nadere informatie

Reanimatie van de pasgeborene

Reanimatie van de pasgeborene Reanimatie van de pasgeborene Anne Debeer, neonatale intensieve zorgen, UZ Leuven Katleen Plaskie, neonatale intensieve zorgen, St Augustinus Wilrijk Luc Cornette, neonatale intensieve zorgen, AZ St-Jan

Nadere informatie

Indicaties voor gebruik Het ZQuiet anti-snurkmondstuk is bedoeld voor de behandeling van nachtelijk snurken bij volwassenen.

Indicaties voor gebruik Het ZQuiet anti-snurkmondstuk is bedoeld voor de behandeling van nachtelijk snurken bij volwassenen. GEBRUIKSAANWIJZING Gebruiksaanwijzing en onderhoud Waarom ZQuiet werkt Snurken is het trillen van zacht weefsel tegen de achterkant van de keel. Als we slapen, ontspant de tong zich en sluit dan gedeeltelijk

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Slaapapneu Syndroom Slaapapneu Syndroom.indd 1

Patiënteninformatie. Slaapapneu Syndroom Slaapapneu Syndroom.indd 1 Patiënteninformatie Slaapapneu Syndroom 1260428 Slaapapneu Syndroom.indd 1 30-09-16 13:16 Slaapapneu Syndroom Martini Slaapcentrum Tel. (050) 524 5930 Algemeen Neem bij ieder bezoek aan het ziekenhuis

Nadere informatie

patiënteninformatie neus-keel-oor Neusoperatie

patiënteninformatie neus-keel-oor Neusoperatie patiënteninformatie neus-keel-oor Neusoperatie ALGEMEEN ZIEKENHUIS SINT-JOZEF Oude Liersebaan 4-2390 Malle tel. 03 380 20 11 - fax 03 380 28 90 [email protected] - www.azsintjozef-malle.be Dit ziekenhuis

Nadere informatie

Chronische Hoge Luchtwegstenosen bij Kinderen. Refereernamiddag kindergeneeskunde azm 12 oktober 2007 Drs. LWJ. Baijens (KNO-arts/ Laryngoloog azm)

Chronische Hoge Luchtwegstenosen bij Kinderen. Refereernamiddag kindergeneeskunde azm 12 oktober 2007 Drs. LWJ. Baijens (KNO-arts/ Laryngoloog azm) Chronische Hoge Luchtwegstenosen bij Kinderen Refereernamiddag kindergeneeskunde azm 12 oktober 2007 Drs. LWJ. Baijens (KNO-arts/ Laryngoloog azm) Inhoud Laryngomalacie Subglottische stenose (congenitaal/

Nadere informatie

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Snurken en slaapapneu. rkz.nl

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Snurken en slaapapneu. rkz.nl Patiënteninformatie Snurken en slaapapneu rkz.nl Gevolgen Eén op de tien volwassenen snurkt. Dit is hinderlijk voor de omgeving maar heeft verder geen nadelige lichamelijke gevolgen. Dit kan wel het geval

Nadere informatie

Thuisaspiratie. Stef Bouduin Centrum voor Neurofysiologische Monitoring UZ Gent Thuisbeadmingsverpleegkundige. 6 december 2012

Thuisaspiratie. Stef Bouduin Centrum voor Neurofysiologische Monitoring UZ Gent Thuisbeadmingsverpleegkundige. 6 december 2012 Thuisaspiratie Stef Bouduin Centrum voor Neurofysiologische Monitoring UZ Gent Thuisbeadmingsverpleegkundige 6 december 2012 Thuisaspiratie via canule Inleiding Fysiologie van hoesten Wanneer aspireren?

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Snurken. Slaapcentrum Slingeland Keel-, neus- en oorheelkunde Longziekten Neurologie. Oorzaken en behandelingen

Patiënteninformatie. Snurken. Slaapcentrum Slingeland Keel-, neus- en oorheelkunde Longziekten Neurologie. Oorzaken en behandelingen Slaapcentrum Slingeland Keel-, neus- en oorheelkunde Longziekten Neurologie Snurken i Patiënteninformatie Oorzaken en behandelingen Slingeland Ziekenhuis Algemeen In deze folder leest u over de oorzaken

Nadere informatie

Wat bevordert het snurken

Wat bevordert het snurken Snurken Inleiding Deze folder geeft u informatie over oorzaken en behandeling van snurken. Als u recent voor deze aandoening bij een keel-, neus- en oorarts (kno-arts) bent geweest, dan kunt u in deze

Nadere informatie

Slaap- en snurkproblemen

Slaap- en snurkproblemen PATIËNTEN INFORMATIE Slaap- en snurkproblemen Informatiefolder over onderzoek, behandeling en begeleiding 2 PATIËNTENINFORMATIE Met deze informatiefolder willen wij u informeren over het onderzoek- en

Nadere informatie

Cerebrale parese bij volwassenen. Evaluatie en revalidatie

Cerebrale parese bij volwassenen. Evaluatie en revalidatie Cerebrale parese bij volwassenen Evaluatie en revalidatie Definitie CP. «Cerebrale Parese (Cerebral Palsy in het Engels) is een internationaal gebruikte term, waarvan de afbakening en definitie talrijke

Nadere informatie

1 Wat is dysfagie?... 2. 2 Kenmerken van dysfagie... 3. 3 Gevolgen van dysfagie... 3. 4 Behandeling van dysfagie... 4

1 Wat is dysfagie?... 2. 2 Kenmerken van dysfagie... 3. 3 Gevolgen van dysfagie... 3. 4 Behandeling van dysfagie... 4 Dysfagie Logopedie Inhoudsopgave 1 Wat is dysfagie?... 2 2 Kenmerken van dysfagie... 3 3 Gevolgen van dysfagie... 3 4 Behandeling van dysfagie... 4 5 Tips tijdens het eten en drinken... 5 1 Wat is dysfagie?

Nadere informatie

Gnathologie: diagnostiek en behandeling van temporomandibulaire disfuncties (TMD) in de algemene praktijk. Datum

Gnathologie: diagnostiek en behandeling van temporomandibulaire disfuncties (TMD) in de algemene praktijk. Datum Gnathologie: diagnostiek en behandeling van temporomandibulaire disfuncties (TMD) in de algemene praktijk Datum Naam spreker Orofaciale pijn Dentogeen TMD Neuralgiforme pijn Hoofdpijn Gerefereerde pijn

Nadere informatie

Beginselen van een chirurgische ingreep

Beginselen van een chirurgische ingreep j3 Beginselen van een chirurgische ingreep j 3.1 Inleiding Het doel van een chirurgische ingreep in de mond is in de meeste gevallen het verwijderen van weefsel of gebitselementen. Daarbij is het nodig

Nadere informatie

Preoperatieve onderzoeken

Preoperatieve onderzoeken Preoperatieve onderzoeken Dr.Veerle Dirckx Anesthesie mariaziekenhuis.be Mensen zorgen voor mensen Preoperatieve evaluatie: overzicht Voorgeschiedenis medisch en chirurgisch KOZ Medicatie Allergie met

Nadere informatie

Kinderanesthesie D cursus 13 mei 2014. Laura Blok, kinderanesthesioloog

Kinderanesthesie D cursus 13 mei 2014. Laura Blok, kinderanesthesioloog Kinderanesthesie D cursus 13 mei 2014 Laura Blok, kinderanesthesioloog Inhoud Wat is een kind? NVA richtlijnen Juridisch Algemeen Specifieke kinderchirurgische ingrepen Regels en rekenen (ex) prematuren

Nadere informatie

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Schildklieroperatie (thyreoidectomie)

Afdeling Heelkunde, locatie AZU. Schildklieroperatie (thyreoidectomie) Afdeling Heelkunde, locatie AZU Schildklieroperatie (thyreoidectomie) Inleiding Deze brochure geeft u informatie over operaties aan de schildklier. Informatie over aandoeningen waarvoor een schildklieroperatie

Nadere informatie

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker Ik ben zo benauwd Titia Klemmeier/Josien Bleeker dyspneu ademnood kortademigheid benauwdheid Bemoeilijkte ademhaling Programma Inventarisatie leerdoelen Kennis over de praktijk? Alarmsymptomen Achtergrond

Nadere informatie

Gebruiks- en onderhoudsinformatie

Gebruiks- en onderhoudsinformatie Gebruiks- en onderhoudsinformatie 2 Beste OPTISLEEP-gebruiker, beste OPTISLEEP-gebruiker, U kent dat gevoel wel: vermoeidheid en uitputting bepalen uw dag. De diagnose van uw arts luidt: u lijdt aan snurken

Nadere informatie

Slaapproblemen MKA. Locatie Hoorn/Enkhuizen

Slaapproblemen MKA. Locatie Hoorn/Enkhuizen Slaapproblemen MKA Locatie Hoorn/Enkhuizen Slaapproblemen We slapen gemiddeld een derde van ons leven. Een gezonde nachtrust geeft ons de energie om de volgende dag goed te kunnen functioneren vooral wat

Nadere informatie

KIMBERLY-CLARK* MICROCUFF* endotracheale tube voor pediatrie. Eindelijk een ET-tube met cuff die ontworpen is voor de pediatrische anatomie.

KIMBERLY-CLARK* MICROCUFF* endotracheale tube voor pediatrie. Eindelijk een ET-tube met cuff die ontworpen is voor de pediatrische anatomie. KIMBERLY-CLARK* MICROCUFF* endotracheale tube voor pediatrie. Eindelijk een ET-tube met cuff die ontworpen is voor de pediatrische anatomie. KIMBERLY-CLARK* MICROCUFF* endotracheale tube voor pediatrie

Nadere informatie

Obesitas Hypertensie Cardiovasculair risico Diabetes mellitus II

Obesitas Hypertensie Cardiovasculair risico Diabetes mellitus II Obesitas Hypertensie Cardiovasculair risico Diabetes mellitus II Patiënt: Al jaren niet fit overdag. Kan daarom zijn werk als manager van supermarkt niet meer aan. Zit nu thuis en is in overleg met bedrijfsarts

Nadere informatie

Workshop slikproblemen opsporen en interventies

Workshop slikproblemen opsporen en interventies GOUD symposium Workshop slikproblemen opsporen en interventies Welkom Inleiding Voorstellen workshopleiders Doel en opzet workshop Inventarisatie aanwezige disciplines Resultaten GOUD Hoe vaak komen slikstoornissen

Nadere informatie

Snurken en slaap-apneu. Behandelmogelijkheden van de KNOarts

Snurken en slaap-apneu. Behandelmogelijkheden van de KNOarts Snurken en slaap-apneu Behandelmogelijkheden van de KNOarts Inhoud Inleiding... 3 Wat is snurken?... 3 Multidisciplinaire zorg... 3 Diagnose... 4 Behandelingsmogelijkheden van de KNO-arts... 4 Chirurgische

Nadere informatie

Gebruiks- en onderhoudsinformatie

Gebruiks- en onderhoudsinformatie Gebruiks- en onderhoudsinformatie 2 Beste OPTISLEEP-gebruiker, U kent dat gevoel wel: vermoeidheid en uitputting bepalen uw dag. De diagnose van uw arts luidt: u lijdt aan snurken of zelfs obstructieve

Nadere informatie

Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS)

Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) Snurken en het obstructieve slaapapneusyndroom (OSAS) Informatie voor patiënten F0608-1011 mei 2013 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411,

Nadere informatie

Slikken of stikken?! Symposium (On)zichtbare hinder in het dagelijks leven door hersenletsel

Slikken of stikken?! Symposium (On)zichtbare hinder in het dagelijks leven door hersenletsel Slikken of stikken?! Symposium (On)zichtbare hinder in het dagelijks leven door hersenletsel 19-03-2018 Francien Lammerts, logopedist Groene Hart Ziekenhuis Voorstellen Francien Lammerts, logopedist Groene

Nadere informatie

Tracheostoma. Informatie voor familie en bezoekers van het Intensive Care Centrum UMC Utrecht. Afdeling Intensive Care, locatie AZU

Tracheostoma. Informatie voor familie en bezoekers van het Intensive Care Centrum UMC Utrecht. Afdeling Intensive Care, locatie AZU Tracheostoma Informatie voor familie en bezoekers van het Intensive Care Centrum UMC Utrecht Afdeling Intensive Care, locatie AZU Tracheostoma Tracheostoma 1 Inleiding Uw familielid of naaste is opgenomen

Nadere informatie

Reanimatie van pasgeboren baby s

Reanimatie van pasgeboren baby s Reanimatie van pasgeboren baby s Introductie Dit hoofdstuk bevat de richtlijnen reanimatie van pasgeboren baby's. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de uitgave van de European Resuscitation Council, gepubliceerd

Nadere informatie

EEN OPLOSSING TEGEN SNURKEN EN LICHTE SLAAPAPNEU

EEN OPLOSSING TEGEN SNURKEN EN LICHTE SLAAPAPNEU EEN OPLOSSING TEGEN SNURKEN EN LICHTE SLAAPAPNEU Van snurken.. In Nederland snurken miljoenen mensen 1 op de 4 van die mensen slaapt apart van hun partner Van de snurkers zijn 63% mannen en 37% vrouwen.tot

Nadere informatie

ANTIBIOTICUM. Een snotterende pluis. Wat wordt er gegeven als een konijn snot heeft? Konijn met snot. Therapie bij een konijn met snot

ANTIBIOTICUM. Een snotterende pluis. Wat wordt er gegeven als een konijn snot heeft? Konijn met snot. Therapie bij een konijn met snot Een snotterende pluis Hetgeen ik vandaag behandel is beschreven op: Evert-Jan de Boer Konijn met snot Normale ademhaling gaat door de neus, als dit niet lukt door snot in de neusgangen: * Benauwd * Ronchi

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis)

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis) kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis) De onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis) 1: oorspeekselklier

Nadere informatie

Operaties aan de neus

Operaties aan de neus Operaties aan de neus Inleiding Deze folder heeft tot doel u informatie te geven over diverse operaties, die aan de neus kunnen worden uitgevoerd. Als u recent bij de KNO-arts bent geweest, die u zo'n

Nadere informatie

Het tracheostoma. Venticare congres mei 2014. D.M. Scharn, vaatchirurg

Het tracheostoma. Venticare congres mei 2014. D.M. Scharn, vaatchirurg Het tracheostoma Venticare congres mei 2014 D.M. Scharn, vaatchirurg Inleiding Geschiedenis Indicaties Anatomie Technieken Complicaties Nazorg Venticare 2014 1 Tracheostoma Wat is het? Opening in de voorste

Nadere informatie