Disciplinereglement Voltige

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Disciplinereglement Voltige"

Transcriptie

1 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Disciplinereglement Voltige Ingangsdatum 1 maart 2007 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie De Beek 125, 3852 PL Ermelo Postbus 3040, 3850 CA Ermelo Telefoon: Fax: [email protected] Website: KNHS 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige ander manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de KNHS.

2

3 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Inleiding Om een eerlijke competitie binnen en een correcte beoefening van de wedstrijdsport mogelijk te maken is goede reglementering nodig. Minstens zo belangrijk is de sportieve instelling van de deelnemers. De combinatie staat garant voor mooie sport op elk niveau. Op 15 januari 2007 zijn de KNHS-wedstrijdreglementen door de Ledenraad vastgesteld. Het gaat hierbij om het Algemeen Wedstrijdreglement en de Disciplinereglementen Dressuur, Springen, Eventing, Mennen, Endurance, Voltige, Aangespannen Sport en het Reglement Ongeoorloofde Middelen voor het Paard. Met ingang van 1 april 2007 zijn deze reglementen van kracht; voor de Disciplinereglementen Eventing, Endurance en Voltige geldt 1 maart 2007 als ingangsdatum. De KNHS-wedstrijdreglementen zijn zoveel mogelijk in lijn gebracht met de regels van de internationale paardensportorganisatie, de Fédération Equestre Internationale (FEI). In enkele gevallen was het niet mogelijk de regelgeving van de FEI te volgen omdat het voorzieningenniveau van KNHS-wedstrijden afwijkt van de voor de FEI-wedstrijden vereiste voorzieningen. Wanneer de KNHS de FEI hierin zou volgen, dan zou dit voor wedstrijdgevende organisaties een aanzienlijke extra kostenpost tot gevolg hebben. Ook is een eerste aanzet gemaakt om de structuur van de reglementen te herzien. Een disciplinereglement moet altijd in samenhang met het Algemeen Wedstrijdreglement worden gelezen en toegepast. Reglementaire bepalingen, die voor tenminste twee disciplines gelden, zijn voortaan in het Algemeen Wedstrijdreglement opgenomen. In de komende jaren wordt de structuur van de wedstrijdreglementen doorontwikkeld, zodat op termijn in disciplinereglementen uitsluitend bepalingen zijn opgenomen die gelden voor die discipline. In de disciplinereglementen kunnen bepalingen voorkomen die afwijken van bepalingen in het Algemeen Wedstrijdreglement. In dergelijke gevallen prevaleren de bepalingen in het disciplinereglement. Wanneer de reglementaire bepalingen geen uitkomst bieden, moet worden gehandeld in de geest van de sport, waarbij het welzijn van mens en dier altijd voorop staat!

4

5 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Disciplinereglement Voltige Vastgesteld door de Ledenraad op 15 januari 2007 ingangsdatum 1 maart 2007 (versie 1) INHOUDSOPGAVE pagina VOLTIGE 1 HOOFDSTRUK 1 - ALGEMEEN Artikel Begrippen 3 Artikel Algemene bepalingen t.a.v. het voltigeren 3 Artikel Bijzondere bepalingen t.a.v. het voltigeren 5 Artikel Muziek 5 Hoofdstuk 1 - paragraaf 1 Wedstrijdmogelijkheden Artikel Verschillende wedstrijdvormen 5 Artikel Wedstrijdsoorten 6 Artikel Klassenindeling 6 Artikel Terugplaatsingsregelingen 8 Hoofdstuk 1 - paragraaf 2 Bepalingen t.a.v. de voltigeurs en de longeur Artikel Deelname aan wedstrijden 9 Artikel Uitrusting voltigeurs en longeur 9 Hoofdstuk 1 - paragraaf 3 Bepalingen t.a.v. het voltigepaard Artikel Eisen voltigepaard 10 Artikel Uitrusting en optoming voltigepaard 10 Artikel Inzet voltigepaard 11 HOOFDSTUK 2 - DE WEDSTRIJDOEFENINGEN EN DE BEOORDELING Artikel De betekenis van de cijfers 12 Artikel Standaardafkortingen bij verplichte oefeningen 12 Artikel Minpunten bij de verplichte oefeningen 13 Artikel Resultatenkaart 14 Artikel Bewegingsbeschrijving verplichte oefeningen 15

6 Hoofdstuk 2 - paragraaf 1 De vrije oefening (kur) en de beoordeling van de teams Artikel Enige algemene opmerkingen 21 Artikel De Inhoud van een kür. 22 Artikel Oefeningen die niet worden beoordeeld 25 Artikel Algemene indruk en het paardcijfer 25 Artikel Küroverzicht 28 Hoofdstuk 2 - paragraaf 2 Het solovoltigeren Artikel De kür 29 Artikel De moeilijkheid 30 Artikel De samenstelling 30 Artikel De uitvoering 31 Artikel Cijfer voor het paard 32 Artikel Aanvullende bepaling 32 Hoofdstuk 2 - paragraaf 3 Het duo-voltigeren Artikel Uitrekenen cijfers 32 HOOFDSTUK 3 - VRIJE OEFENINGEN EN HUN MOEILIJKHEIDSGRAAD Artikel Enige algemene opmerkingen 32 HOOFDSTUK 4 - HET ORGANISEREN VAN EEN VOLTIGEWEDSTRIJD Artikel Aanvraag en voorbereiding van wedstrijden 34 Artikel Klasse indeling deelnemers 35 Artikel Vraagprogramma 35 Artikel Wedstrijddag 36 Artikel Inschrijfgeld/prijzen/prijsuitreiking 37 HOOFDSTUK 5 - JUREREN Artikel Algemene bepalingen 37 HOOFDSTUK 6 - DEELNAME FNRS VOLTIGEURS AAN KNHS VOLTIGEWEDSTRIJDEN 38 BIJLAGEN Bijlage 1 - Beoordelingsstaten 39 Bijlage 2 - Beschrijving van de oefeningen 47

7 VOLTIGE Voltigeren is een jonge tak van de paardensport, die in Nederland sinds 1976 georganiseerd wordt beoefend. De voltigesport is een paardensport. Dit houdt in dat er nooit ten koste van het paard gevoltigeerd mag worden. De voltigeleiders/leidsters en de voltigeurs hebben de verantwoording zich aan te passen aan het karakter van het paard, door niet alleen de mogelijkheden van het paard te benutten, maar ook rekening te houden met het onvermogen van een paard en dit te accepteren. Het paard geeft steeds aan wat wel en niet op zijn hals en rug kan gebeuren, het is aan te bevelen in het kader van paardvriendelijk voltigeren rekening te houden met het gewicht en de verdeling van de voltigeurs. Het paard zal ons vertellen of wij op de goede manier met paardensport bezig zijn. Het doel van het voltigeren is om voltigeurs het wezen paard te laten ervaren. Voltigeren kan een goede basis zijn voor het paardrijden en kan goede ruiters verrijken. Verder is voltigeren een unieke teamsport. De oefeningen worden niet alleen met het paard gemaakt, maar ook met andere teamleden. Sommige oefeningen kunnen alleen ontstaan door groot lengteverschil van de voltigeurs van een team. Een voltigeteam zal dan ook bestaan uit voltigeurs die heterogeen zijn qua leeftijd en prestatie, iets dat uniek is in vergelijking met andere sporten. Kortom: de voltigesport is een fijne sport, die het waard is om beoefend te worden. Bij het voltigeren worden oefeningen uitgevoerd op een paard in stap of in galop, waarbij de oefeningen in, op en met de bewegingen van het paard worden uitgevoerd, zodanig dat het paard niet in zijn beweging en ritme wordt gehinderd en ontspannen kan blijven doorstappen of galopperen. Om goed te voltigeren moet de voltigeur zich aan het paard aanpassen en niet andersom. In alle oefeningen moet er sprake zijn van voldoende vormspanning en een goede houding waardoor de voltigeur; makkelijker in evenwicht blijft, de oefeningen gecontroleerd uit kan voeren en de beweging van het paard goed kan opvangen. Door voldoende vormspanning te houden voelt de voltigeur ook lichter aan voor het paard. Kracht moet vooral gebruikt worden om de uitgevoerde oefeningen op te vangen zodat de voltigeur altijd zacht op het paard neerkomt. Het is van belang dat het lichaamsdeel dat contact heeft met het paard blijft meebewegen met de beweging van het paard en dat er niet tegen de beweging van het paard in wordt gevoltigeerd. 1

8 2

9 HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN Wijzigingen voor alle klassen waarin de gevraagde oefenstof gelijk is aan de A- klasse worden jaarlijks standaard aangepast aan het FEI- reglement. Artikel Begrippen Voor de toepassing van dit reglement wordt, voor zover niet anders blijkt, verstaan onder: a. Voltigegroep: Bij de KNHS aangesloten vereniging of club die het voltigeren als wedstrijdsport beoefent. b. Team: een zestal of viertal, met name te noemen voltigeurs, zo nodig aangevuld met één reserve, die tezamen als team onder leiding van een voltigeleid(st)er het voltigeren in wedstrijdverband beoefenen. Is er bij een voltigegroep meer dan één team ingedeeld, dan worden deze teams met een cijfer aangeduid, uitgaande van het hoogst geklasseerde team als nummer 1, enz. Als er naast een viertal meerdere teams zijn in één vereniging, is het viertal altijd het laagst geklasseerde team. c. Voltigeur: degene die als lid van een voltigegroep of als individueel lid het voltigeren beoefent. d. Voltigeleid(st)er: degene die bij wedstrijden optreedt als hoofd van een team en/of het paard longeert en deel uitmaakt van het team en tevens lid is van een aangesloten vereniging. De voltigeleid(st)er is verantwoordelijk voor het team en voor het voltigepaard/de voltigepaarden. e. Verplichte oefeningen: een reeks voorgeschreven oefeningen die door de voltigeur al naar gelang de klasse in stap of in galop moet worden getoond. f. Vrije oefeningen: een aantal niet voorgeschreven oefeningen of combinaties daarvan, waarbij de keuze en de opbouw van de oefeningen aan het eigen idee van de trainer en voltigeur wordt overgelaten. De vrije oefeningen worden ook wel de kür genoemd. g. Solovoltige: een voltigewedstrijdvorm waarbij de deelnemers individueel voltigeren. h. Duovoltige: een voltigewedstrijdvorm waarbij steeds twee voltigeurs tezamen voltigeren. Deze wedstrijdvorm wordt ook wel pas de deux genoemd. i. Federatievertegenwoordiger: degene die door de KNHS als vertegenwoordiger naar wedstrijden wordt afgevaardigd. j. C.V.F.: buurlandenwedstrijden. k. C.V.I.: internationale wedstrijden met 1 of 2 sterren. l. C.V.I.O.: kampioenschappen per continent en wereldkampioenschappen. Artikel Algemene bepalingen t.a.v. het voltigeren 1. Het paard galoppeert in de linkergalop op een volte met een minimum doorsnede van 15 meter. 2. Tijdens het binnenkomen, zo direct mogelijk opstellen voor de hoofdjury, het opstel- 3

10 len en de groet worden aan de groep overgelaten. Bij het groeten moeten alle voltigeurs contact houden met de grond, het mag niet te ingewikkeld zijn en dient in een zo n kort mogelijke tijd te gebeuren. Daarna het paard op de volte zetten en laten draven. Na het belsignaal van de jury moet binnen 30 seconden worden begonnen met de verplichte oefeningen of de kür. Na beëindiging van de verplichte oefening door teams, volgen na een pauze van minimaal 30 minuten, de vrije oefeningen (kür) in galop. Indien de kür in stap uitgevoerd wordt is deze aansluitend. De solisten (afhankelijk van het vraagprogramma) dienen de vrije oefeningen aansluitend te tonen of minimaal een pauze van 30 minuten tussen verplichte en vrije oefeningen te hebben. 3. In geval van afzonderlijke juryleden wordt altijd jury A gegroet. 4. Er wordt begonnen met de verplichte oefeningen. 5. De wedstrijdtijd gaat lopen op het moment dat de eerste voltigeur het paard en/of de optoming aanraakt. 6. Als een voltigeur door een blessure niet verder kan voltigeren, mag de reserve voltigeur deze vervangen na de oefening waarin de voltigeur zijn blessure heeft opgelopen. Na de proef mag de hoofdjury een verklaring vragen. Wordt er in dit geval geen reserve ingezet, dan worden alle oefeningen die niet meer worden uitgevoerd door de geblesseerde voltigeur beoordeeld met het cijfer 0. Voor het tweede deel van de wedstrijd (kür) mag de reserve worden ingezet in plaats van één van de andere voltigeurs mits dit van tevoren aan het wedstrijdsecretariaat is aangegeven. Het wedstrijdsecretariaat communiceert dit naar jury A. Het inzetten van een reserve voltigeur mag alleen als de reserve aan het begin van de wedstrijd op het wedstrijdformulier staat aangemeld en in de wedstrijdring aanwezig is. Er is maar 1 wissel toegestaan. 7. Ten aanzien van de indeling bij het team voltigeren gelden de volgende bepalingen: a. Per vereniging mag per klasse niet meer dan één team van 4 voltigeurs worden ingeschreven. b. Bij nationale wedstrijden wordt per klasse gevoltigeerd. Wanneer in de klasse A en B minder dan vier teams zijn aangemeld mogen deze klassen worden samengevoegd. In dat geval wordt geen handicap toegepast. c. In het basispaardrijden wordt het team met het hoogste eindcijfer als eerste geplaatst, ongeacht of het een 4- of 6-tal is. Galop en stap zijn twee afzonderlijke klassen. 8. Bij kampioenschapswedstrijden mogen teams c.q. solovoltigeurs in één rubriek worden samengebracht. Er wordt zonder handicap gevoltigeerd. 9. Bij minder dan 4 solovoltigeurs per klasse, mogen de klassen samengevoegd worden. De eisen voor de voltigeurs uitkomend in de klasse A blijven gehandhaafd. 10. De solovoltigeur mag met zijn kür starten als de jury A daarvoor de bel luidt. Start de solovoltigeur voor de bel geluid is, dan wordt de kür niet beoordeeld. Indien er meerdere voltigeurs tegelijk in de wedstrijdring komen, mag de volgende voltigeur pas naar het midden lopen als de vorige voltigeur het paard verlaten heeft. 4

11 Artikel Bijzondere bepalingen t.a.v. het voltigeren 1. Uitvallers moeten minimaal 1 uur voor de aanvang van de rubriek bij het secretariaat worden gemeld. 2. Bij bijzondere gebeurtenissen of onverwachte problemen heeft jury A de beslissende stem. 3. Bij bijzondere gebeurtenissen of onvoorziene omstandigheden, b.v. een val of het losgaan van de singel, kan door tussenkomst van jury A de proef worden beëindigd of worden onderbroken. Als de proef wordt onderbroken dan wordt de tijd stil gezet. Op teken van jury A wordt de proef weer voortgezet en de tijd weer aangezet. 4. Bij materiaalpech (b.v. breken), losgaan of pijn veroorzakend aan het paard, mag het materiaal worden vervangen, indien dit binnen 2 minuten kan gebeuren. 5. Indien het paard hinder heeft van de verplichte- of vrije oefeningen of deze niet accepteert, mag de jury deze combinatie diskwalificeren. 6. Bij een val van een solo- of duovoltigeur tijdens de kür wordt de tijd stop gezet. De tijd wordt weer aangezet als de solo- of duovoltigeur het paard en/of de optoming binnen 1 minuut weer aanraakt, tenzij jury A door middel van de bel iets anders beslist. Dan moet de solo- of duovoltigeur verder gaan als jury A de bel voor de tweede keer luidt. Bij de derde val van een solo- of duovoltigeur volgt uitsluiting. 7. In geval van ex-aequo is de groep met het hoogste cijfer voor de verplichte oefeningen, de winnende groep. Indien het cijfer voor de verplichte oefeningen ook gelijk is, dan is winnaar de groep met het hoogste cijfer voor de algemene indruk. 8. In geval van ex-aequo bij solovoltigeurs of duovoltigeurs is degene met het hoogste cijfer voor de verplichte oefeningen de winnaar. Indien het cijfer voor de verplichte oefeningen ook gelijk is, dan is winnaar degene met het hoogste cijfer voor de uitvoering van de kür. Artikel Muziek Tijdens voltigewedstrijden mag muziek (zowel vocaal als instrumentaal) ten gehore worden gebracht. Dit geldt voor team-voltigeren, solo-voltigeren en duo-voltigeren. Deze is van toepassing op: muziek tijdens het binnenkomen van de wedstrijdring, muziek tijdens de verplichte oefeningen, muziek tijdens de kür en de muziek tijdens het verlaten van de wedstrijdring. Hoofdstuk 1 - paragraaf 1 Wedstrijdmogelijkheden Artikel Verschillende wedstrijdvormen a. Het Team-voltigeren Hierbij wordt door een team van 4 of 6 voltigeurs een aantal voorgeschreven oefeningen getoond, gevolgd door de vrije oefeningen. Op de linkerhand in de linkergalop m.u.v. de vrije oefeningen in de klasse E die in stap worden uitgevoerd. 5

12 b. Het Solo-voltigeren Hierbij worden in een solistisch optreden van een voltigeur de verplichte oefeningen, gevolgd door de vrije oefeningen, getoond. Op de linkerhand in de linkergalop. Indien een wedstrijd in de klasse A over 2 rondes wordt uitgeschreven bestaat in de tweede ronde de mogelijkheid een technische kür uit te schrijven, conform het FEI-reglement. c. Het Duo-voltigeren. Één voltigeur voltigeert het 1 e blok van het team klasse A plicht, de 2 e voltigeur het 2 e blok. Gevolgd door een kür in galop met z n tweeën. Verplichte oefeningen en kür in galop op de linkerhand. d. Het basispaardrijden. Hierbij wordt door een team met een 4 of 6 deelnemers, een aantal voorgeschreven oefeningen getoond op de linkerhand in stap of galop. Gevolgd door een reeks vrije oefeningen op de linkerhand in stap. Artikel Wedstrijdsoorten De volgende wedstrijdsoorten worden onderkend: a. De nationale wedstrijden, waarvoor teams en/of startgerechtigde voltigeurs aangesloten bij de KNHS mogen worden uitgenodigd. b. Kampioenswedstrijden (selecties en dergelijke) Door de KNHS zal worden bepaald welke aangesloten teams en voltigeurs worden uitgenodigd. c. Internationale wedstrijden te houden in Nederland of buitenland. d. Kampioenschappen. Deze worden gehouden of georganiseerd door of namens de KNHS. Artikel Klassenindeling Voor het deelnemen aan een wedstrijd gelden de volgende klasse-indelingen: Klasse Verplichte oefeningen: blok 1 Verplichte oefeningen: blok 2 Kür Tijdslimiet Aantal in te leveren beoordelingsstaten Winstpunten* Verliespunt* Team A/B Opsprong, vrije zit, vlag, Molen afsprong naar binnen. Scharen, staan, flanken Volgens FEI reglement Plicht: 6 min. Kür: 4 min. Min. 2 Klasse A: 7 Klasse B: 6 Klasse A: 5,999 Klasse B: 4,999 Team C Opsprong, vrije zit, vlag, molen afsprong naar binnen. Scharen, staan, flanken Kür met max. 6 statische oefeningen met 3 voltigeurs. Plicht: 6 min. Kür: 4 min. Min. 2 Klasse C: 5,5 Klasse C: 3,999 6

13 Team D Opsprong, Vrije zit, Halve molen, Achterwaarts opzwaaien met gesloten benen afsprong naar binnen Vlag (zie 2.2.6) eindigend in bank, Staan vanuit bank, Opzwaai met open benen (op schouderbreedte), Afflanken met gesloten benen naar buiten. Kür met 2 voltigeurs en max. 6 S-oefeningen met 2 voltigeurs. Plicht: 6 min. Kür: 4 min. Min ,999 Team E 4- of 6-tal Opsprong en vrije zit, E- Molen, Binnenwaarts af E-vlag, eindigend in bank, Knielen vanuit bank, Opzwaaien, Afsprong naar buiten. Kür in stap. Kür met 2 voltiguers, Max. 6 S-oefeningen met 2 voltigeurs Plicht: - 6-tal: 6 min. - 4-tal: 4 min. Kür: - 6-tal: 4 min. - 4-tal: 3 min. Min. 1 5 n.v.t. Basispaardrijden 4- of 6-tal Basiszit met handen in de zij, E-Molen, Opzwaaien tot bank-model, Knielen met armen naar voren en de afsprong naar binnen Kür in stap Max. 2 voltigeurs op het paard. Alleen oefeningen van moeilijkheid 2 of 3. Plicht: 6-tal: 6 min. 4-tal: 4 min. Kür: 6-tal: 3 min. 4-tal: 2 min. 1 n.v.t. n.v.t. Team Junioren Opsprong, Vrije zit, Halve molen, Achterwaarts opzwaaien met gesloten benen en afsprong naar binnen Vlag eindigend in bank, Staan vanuit bank, Opzwaai met open benen (op schouderbreedte), Afflanken met gesloten benen naar buiten. Kür met oefeningen met 1,2 of 3 voltigeurs. En max. 6 statisch oefeningen van 3 voltigeurs. Plicht: 6 min. Kür: 4 min. Min. 2 5 n.v.t. Solo A/B/C Alle oefeningen in één blok: Opsprong, vrije zit, vlag, molen, schaar, staan, flank. Zie FEIreglement Plicht: onbeperkt Kür: 1 min. Min. 2 Klasse A: 7,0 Klasse B: 6,5 Klasse C: 6,0 5,999 Klasse B: 4,999 Klasse C: n.v.t. Junioren solo Opsprong, vrije zit, vlag, molen, schaar, staan, flank Zie FEIreglement Plicht: onbeperkt Kür: 1 min. Min. 2 n.v.t n.v.t Duo 1e voltigeur: Opsprong, vrije zit, vlag, molen en afsprong naar binnen 2e voltigeur: schaar, staan, flank Kür met 2 voltigeurs Plicht: onbeperkt Kür: 2 min. Min. 2 n.v.t n.v.t 7

14 Winst- en verliespunten De klasse A is de hoogst mogelijke klasse. Bij 4 winstpunten mag men naar een hogere klasse promoveren en bij 8 winstpunten moet men naar de volgende klasse promoveren. Als een volle punt meer wordt gehaald dan de winstpuntgrens dan worden 2 winstpunten toegekend. Indien een 4-tal in de klasse E minimaal 4 (of maximaal 8) winstpunten heeft behaald, dan moet in deze klasse nog 1 minimaal 1 winstpunt worden behaald als 6-tal om te promoveren naar de klasse D. Bij het behalen van 5 verliespunten degradeert men naar de naast lagere klasse. Een Junioren team is met 0 tot 4 winstpunten startgerechtigd in de klasse E, met 4 tot 8 winstpunten in de klasse D en met 8 of meer punten startgerechtigd in de klasse C. Basispaardrijden is alleen toegestaan voor teams die nog niet in een andere klasse zijn gestart. Een junioren solo mag zodra hij of zij de leeftijd van 17 jaar heeft behaald, of eerder vanaf 14 als de junioren solo ervoor kies in de senioren solo A/B/C klasse te starten, zonder deelname aan de klasse C overgaan naar de klasse B wanneer er 4 x een 6.0 is behaald, of overgaan naar de klasse A wanneer 4 x een 6,5 is behaald. Artikel Terugplaatsingsregelingen Terugplaatsing vindt plaats of kan plaats vinden wanneer: a. 5 verliespunten zijn behaald. Terugplaatsing naar de naast lagere klasse gaat direct in. b. Gedurende 12 maanden niet is deelgenomen aan voltigewedstrijden. Er dient schriftelijk een verzoek tot terugplaatsing naar de naast lager gelegen klasse te worden ingediend. Terugplaatsing zal echter nooit plaats vinden lager dan de klasse D voor teams of B voor solo s. Het team c.q. de solovoltigeur promoveert onmiddellijk weer naar de oorspronkelijke klasse als de eerstvolgende wedstrijd de norm van de klasse is behaald. c. In de klasse A, B of C met een nieuw c.q. ander paard moet worden uitgekomen. Na het indienen van een schriftelijk verzoek kan dat team c.q. solovoltigeur één klasse lager dan de eigenlijke klasse worden ingedeeld. In dat geval promoveert het team c.q. solovoltigeur onmiddellijk weer naar de oorspronkelijke klasse als de eerstvolgende wedstrijd de norm van de klasse is behaald. d. Uitkomend in de klasse A of B, 3 of meer voltigeurs moeten worden vervangen. Na het indienen van een schriftelijk verzoek zal het team één klasse lager worden ingedeeld. Het team c.q. de solovoltigeur promoveert onmiddellijk weer naar de oorspronkelijke klasse als de eerstvolgende wedstrijd de norm van de klasse is behaald. Een verzoek tot terugplaatsing dient gericht te worden aan het secretariaat van de KNHS. 8

15 Hoofdstuk 1 - paragraaf 2 Bepalingen t.a.v. de voltigeurs en de longeur Artikel Deelname aan wedstrijden 1. Een voltigegroep of voltigeur kan onder de volgende voorwaarden aan een wedstrijd deelnemen: a. De voltigeur is lid van de KNHS. Bij teamwedstrijden dienen alle voltigeurs lid te zijn van dezelfde lidvereniging. b. De longeur, zowel bij teams, solisten als duo s, dient ook lid te zijn van een (voltige)vereniging. Start mogelijkheden voor voltigeurs afhankelijk van de leeftijd: Leeftijd in jaren >=6 6 tot en met tot en met 16 >= 12 6 tot en met 16 >= 14 Startmogelijkheden Team Basispaardrijden Junioren solo Duo Junioren team Solo A,B en C >= ouder of gelijk aan 2. Een voltigeur mag op één wedstrijd slechts deel uitmaken van één team, dit geldt ook voor de reserve van een team. Een solovoltigeur mag per wedstrijd, indien de organiserende vereniging dit toestaat, op maximaal 2 paarden starten. Een voltigeur mag zowel starten voor het team als solistisch. 3. Een voltigeteam/voltigeur mag slechts deelnemen aan door de KNHS goedgekeurde wedstrijden. 4. Het deelnemen aan internationale wedstrijden, welke in het buitenland worden gehouden, is toegestaan tenzij: a. Deze wedstrijd(en) gehouden worden op (een) dag(en) van een KNHS voltigekampioenschap. b. Er sprake is van beperkte inschrijving voor Nederlandse deelnemers. In dat geval bepaalt de bondscoach van de KNHS welke teams of voltigeurs een uitnodiging tot deelname zullen ontvangen. Artikel Uitrusting voltigeurs en longeur a. Kleding van de voltigeurs moet veilig, goed aansluitend en geschikt voor de voltigesport zijn. Binnen het team moet de kleding uniform zijn. Platte stoffen applicaties zijn toegestaan als ook prints in verschillende kleuren. Voor verdere omschrijving zie de FEI Guidelines for Judges. De longeurs dienen in gepaste kleding in de ring te verschijnen. Hieronder wordt verstaan een witte of zwarte broek met zwarte of witte bovenkleding of in de kleuren van de vereniging/team. Indien de vereniging een sponsor heeft zie dan het sponsorreglement van de KNHS. b. Voltigeurs dragen op het wedstrijdtenue een 10 tot 12 cm groot nummer (1 t/m 7) op de rechterarm, rechterbeen of op de rug. De reserve draagt het rug-, arm- of beennummer 5 of 7 (bij een 4- respectievelijk 6-tal). 9

16 c. Solo-voltigeurs dienen te starten in de volgorde van het programma. Bij voorkeur met startnummers verstrekt door de organiserende vereniging. d. Bij slechte weersomstandigheden kan in overleg met de vertegenwoordiger en de jury worden bepaald dat tijdens de wedstrijd een trainingspak mag worden gedragen. e. Voltigeurs mogen in de wedstrijdring een mascotte van geringe omvang meevoeren. In geen geval zal levende have als mascotte in de wedstrijdring, oefenring of bij de prijsuitreiking worden toegelaten. Hoofdstuk 1 - paragraaf 3 Bepalingen t.a.v. het voltigepaard Artikel Eisen voltigepaard Het voltigepaard moet: a. Tenminste 7 jaar oud zijn daarbij gezond en niet kreupel zijn geschikt zijn als voltigepaard, dit ter beoordeling van de jury voldoende geoefend en in conditie zijn om op wedstrijden op te treden, dit ter beoordeling van de jury b. Voor wedstrijddeelname met drachtige en zogende merries geldt Basispaardrijden en Klasse E: Maximaal 4 maanden drachtig, aan te tonen door middel van het dekbewijs, en niet zogend Overige klassen: Niet dragend en niet zogend Voor zover niet anders is bepaald zijn de reglementen van de KNHS onverkort op het voltigepaard van toepassing. Artikel Uitrusting en optoming voltigepaard 1. De uitrusting van een voltigepaard bestaat uit: a. Een hoofdstel met een africhtingsneusriem, engelse neusriem of een gecombineerde neusriem en een trens van voldoende breedte en dikte (minimaal 1 cm). b. Een voltigeersingel met twee ingebouwde, voldoende veilige handgrepen met desgewenst een tussenlusje en aan één of beide zijde een voetlus. De singel moet zodanig op het paard liggen dat de schoft van het paard vrij blijft en dat zich geen drukkingen kunnen voordoen c. Het dekje mag in zijn totaliteit niet langer zijn dan 110 cm, niet breder dan 90 cm en niet dikker dan 3 cm, met uitzondering van de plaats direct onder de voltigeersingel, waar iedere dikte is toegestaan. Het dekje mag niet meer dan 80 cm uitsteken vanaf de achterzijde van de voltigeersingel in de richting van de achterzijde van het paard en niet meer dan 25 cm voor de voltigeersingel. Het moet zijn gemaakt van stug materiaal. d. Twee bijzetteugels van voldoende lengte. In de klasse Basispaardrijden en de Klasse E mogen de bijzetteugels na de verplichte oefeningen uitgevoerd in galop bijgesteld worden voor de kür in stap. 10

17 e. Een onder nagenoeg de gehele voltigesingel passende beschermstrook van voldoende dikte, zodanig aangebracht dat het paard optimale bescherming tegen drukkingen wordt gegeven. f. Een longe van minimaal 8 meter lengte, zonodig voorzien van een eindlus en bij voorkeur zonder draaibare sluitingen of verbindingen. g. Een longeerzweep. Deze heeft een minimale lengte van 7 meter. h. Voorzover nodig beenbescherming. Het gebruik of meevoeren van andere uitrustingsstukken of hulpmiddelen van welke vorm dan ook, is niet toegestaan. i. Oorkappen zijn toegestaan. j. Andere hulpteugels anders dan bijzetteugels zijn alleen in de loswerkring toegestaan. 2. Bevestiging van de longe De longe mag uitsluitend op één van de onderstaande wijze aan het hoofdstel worden bevestigd: Voor alle klassen met uitzondering van het basispaardrijden, klasse D en E: Alleen aan de binnenste trensring. Voor het basispaardrijden, klasse D en E: a. Aan de binnenste trensring; b. Aan de neusriem; c. Aan de binnenste trensring en de neusriem; d. Door de binnenste trensring heen, over het hoofd geleid, aan de buitenste trensring; e. Door de binnenste trensring heen, eventueel met een slag om de binnenste trensring, aan de buitenste trensring. In dit geval mogen er geen metalen delen van bevestigingsconstructie tegen de huid van het paard komen. Een riemconstructie met de gesp aan de buitenzijde wordt in dit geval aanbevolen. Artikel Inzet voltigepaard Een voltigepaard mag op één dag maximaal worden ingezet voor: 1 team en twee solo s 6 solo s 2 teams waarvan minimaal 1 team een basispaardrijden of E team is 3 teams basispaardrijden in stap Voorwaarde is wel dat er tussen beide starts een rustpauze van minimaal een halfuur is ingelast, uitgezonderd wanneer een paard 3 basisteams in stap in 1 rubriek loopt. Een duo kan gezien worden als twee solo s voor de inzet van het voltige paard. Voor Solo-voltigeren geldt: Maximaal 3 voltigeurs tegelijk in de ring, bij gesplitste wedstrijdvorm maximaal 6 voltigeurs. 11

18 HOOFDSTUK 2 - DE WEDSTRIJDOEFENINGEN EN DE BEOORDELING Artikel De betekenis van de cijfers Bij de beoordeling van de afzonderlijke verplichte oefeningen, de vrije oefeningen en de algemene indruk, hebben de te geven cijfers van 1 t/m 10 de volgende betekenis: 0 = niet uitgevoerd 6 = bevredigend 1 = zeer slecht 7 = tamelijk goed 2 = slecht 8 = goed 3 = tamelijk slecht 9 = zeer goed 4 = onvoldoende 10 = uitmuntend 5 = voldoende Het geven van decimalen is toegestaan. Artikel Standaardafkortingen bij verplichte oefeningen Bij de verplichte oefeningen kunnen standaard minpunten worden gegeven voor regelmatig voorkomende fouten. Deze fouten en daarmee de minpunten worden d.m.v. een letter, in hetzelfde vakje als het cijfer voor die oefening waarbij de fout is gemaakt, aangegeven. De volgende letters kunnen bij de verplichte oefeningen worden gebruikt: T = een tactfout bij de molen G = een niet gelukte galopsprong K = foutief of niet knielen bij de vlag/staan H = herhaling van een oefening B = bodem raken met de handen na een afsprong V = vallen na de afsprong Naast de standaard afkortingen kan de jury d.m.v. onderstaande tekens andere voorkomende fouten aangeven. Deze tekens leveren geen minpunten op, maar zijn bedoeld om aan te geven dat het een opvallende fout was. Deze fouten worden wel meegenomen in de beoordeling. L = Harde landing S = Spannen Kl = Klemmen Ge = Gewichtsverdeling R = Niet recht houden van armen en benen Mi = Niet in het midden t.o.v. de wervelkolom van het paard Ba = Te weinig balans Be = Bewegingsfout t.o.v. het paard Vl = Niet vloeiend A = Niet aangesloten aan het paard 12

19 M = Niet op het juiste moment D = Fout in de draai Rw = Geen regelmaat in hoogte en wijdte Ho = Houdingsfout P = Fout m.b.t. de parallelliteit W = Onvoldoende wijdte van de benen Lo = Niet los laten na afsprong Artikel Minpunten bij de verplichte oefeningen Aftrek van punten of minpunten bij de verplichte oefeningen worden voor het volgende gegeven: 1 minpunt: De verplichte oefeningen moeten 4 galopsprongen worden volgehouden. Iedere galopsprong minder geeft 1 minpunt. Met het tellen van de galopsprongen wordt begonnen als de oefening helemaal is opgebouwd. Iedere drafpas van het paard wordt als mislukte galopsprong geteld. Voor het niet knielen bij de vlag en het staan. Voor elke fout in de tact bij de molen. Het aanraken van de paardenhals met de hand tijdens een oefening (vlag of staan). De voltigeur moet na het aanraken van de hals opnieuw beginnen met tellen). Voor iedere landing bij een afsprong, anders dan op 2 voeten. Voor elke fysieke hulp bij de opsprong in de klasse D en E. 2 minpunten: Voor het herhalen van een verplichte oefening. Onder herhalen wordt verstaan: het voor de 2e keer zwaai halen bij het afflanken, flanken en scharen, alsmede het opnieuw vastpakken van de grepen bij de vrij zit, vlag en staan. Voor een val na de afsprong of afflanken. Onder een val wordt verstaan: het met één of beide knieën aanraken van de grond. Voor het in de foutieve volgorde uitgevoerde verplichte oefening, die echter direct daarop nog wordt gecorrigeerd, doordat de voltigeur de juiste verplichte oefening uitvoert zonder het paard te verlaten. Voor een foutieve respectievelijk een niet volgens de voorschriften uitgevoerde afsprong. het cijfer 0: Voor iedere niet of gedeeltelijk uitgevoerde verplichte oefening (in galop). Voor het verlaten van het paard tijdens een verplichte oefening, zonder de voorgeschreven afsprong. Voor iedere in verkeerde volgorde uitgevoerde verplichte oefening. 13

20 Voor de verkeerde draairichting in de schaar. Voor het tweemaal vastpakken van de grepen tijdens een verplichte oefening. Voor iedere verplichte oefening uitgevoerd in draf. Voor het twee maal herhalen van een verplichte oefening. Voor het inzetten van een reserve tijdens een wedstrijdonderdeel zonder geldige reden (noodzaak). Voor elke fysieke hulp bij de opsprong in de klasse A, B en C en junioren. Artikel Resultatenkaart 1. Aan elk voor de eerste maal aan een wedstrijd deelnemend team wordt een resultatenkaart uitgereikt. Op deze kaarten worden de prestaties van het team, bij die wedstrijd aangetekend. De kaart geldt als bewijsstuk van de klasse-indeling en blijft uit dien hoofde eigendom van de KNHS. De teamleden en de longeur dienen allen in het bezit te zijn van een lidmaatschapsnummer. De winst- en verliespuntenregistratie vindt plaats bij het secretariaat van de KNHS. 2. Iedere solovoltigeur dient in het bezit te zijn van een resultatenkaart. Op deze kaart worden de prestaties van de solovoltigeur aangetekend. De kaart geldt tevens als bewijs stuk van de klasse-indeling en blijft uit dien hoofde eigendom van de KNHS. Voor iedere start dient de solovoltigeur deze kaart samen met de benodigde beoordelingsstaten, in te leveren bij het wedstrijdsecretariaat. De kaart dient na afloop van de wedstrijd, nadat daarop de dagresultaten zijn ingevuld en door de wedstrijdleiding zijn getekend, te worden opgehaald. 3. Bij de start van een team moeten de beoordelingsstaten en de resultatenkaart voor aanvang van de wedstrijd bij het wedstrijdsecretariaat worden ingeleverd, waarbij door het deelnemende team de namen en de lidnummers van de teamleden en de longeur ingevuld moeten zijn op de beoordelingsstaat. De kaart dient na afloop van de wedstrijd, nadat daarop de dagresultaten zijn ingevuld en door de wedstrijdleiding zijn getekend, te worden opgehaald. De voltigeleider is verantwoordelijk voor een juiste inschrijving van het team. 4. Op eerste aanvraag van de organisatie moeten resultatenkaarten aan de organisatie of afgevaardigde worden getoond. Als de kaart niet is ingeleverd voor de wedstrijd of wanneer namen niet kloppen op de beoordelingsstaat, wordt het betreffende team c.q. de solovoltigeur uitgesloten en wordt hierover rapport uit gebracht door de Federatievertegenwoordiger. Ook als een team c.q. een solovoltigeur zich heeft aangemeld voor een verkeerde klasse, volgt uitsluiting. 5. Indien een resultatenkaart is volgeboekt zal door de KNHS na ontvangst van de volgeboekte resultatenkaart een nieuwe kaart worden afgegeven. 6. De controle op het correct bijhouden van een kaart is in eerste aanleg een zorg van de leid(st)er van het team. 14

21 Artikel Bewegingsbeschrijving verplichte oefeningen 1. De opsprong Iedere verplichte of serie van verplichte oefeningen begint met de opsprong. De voltigeur loopt langs de longeerlijn in de richting van de schouders van het paard. Onderweg naar het paard begint de voltigeur mee te galopperen in het ritme van de voorbenen van het paard. Voor de grepen vast te pakken, zijn de schouders en de heupen van de voltigeur parallel aan de schouders van het paard en het bovenlichaam van de voltigeur is verticaal opgericht. Na het vastpakken van de grepen springt de voltigeur met beide voeten naar voren zo dicht als mogelijk is aan de binnenkant van het binnenvoorbeen van het paard, zo creëert de voltigeur energie voor de opsprong. Vervolgens wordt het rechterbeen zo hoog als mogelijk opgezwaaid, hierbij de heupen boven het hoofd brengend en het linkerbeen blijft gestrekt naar beneden. Als de heupen het hoogste punt bereikt hebben en hierbij de armen zijn uitgedrukt om te komen tot een maximale hoogte brengt de voltigeur het gestrekte rechterbeen naar beneden en land vervolgens zacht, aangespannen en in het midden op het paard met het bovenlichaam verticaal. 2. De afsprong naar binnen en naar buiten Vanuit voorwaartse zit tilt de voltigeur een gestrekt rechter- of linkerbeen in een wijde cirkel over de hals van het paard. Het bovenlichaam blijft aangespannen en zo goed als verticaal en het andere been blijft aangesloten naar beneden in contact met het paard zonder van zijn plaats te komen. De grepen worden losgelaten en weer vastgepakt als het opgetilde been voorbij komt. Als het opgetildebeen in de richting van het voorbeen van het paard wijst, wordt het aangeslotenbeen opgetild en aangesloten (beide benen worden dus gesloten). De voltigeur strekt de heupen en duwt zich iets zijwaarts-van het paard en laat de grepen los. De voltigeur landt op beide voeten. 3. Het afflanken voor de junioren en team klasse D Vanuit voorwaartse zit zwaait de voltigeur beide benen gestrekt en boven het paard gesloten, op tot bijna een handstand positie, hierbij worden de armen maxi- 15

22 maal uitgedrukt om te komen tot een maximale hoogte. De voltigeur duwt zich van de grepen weg en krijgt hierdoor maximale hoogte en een vluchtfase naar de buitenkant, waar hij landt op beide voeten met bijna gesloten benen en rent onmiddellijk door in dezelfde richting als het paard loopt. Afflanken 4. De vrije zit De voltigeur zit voorwaarts, rechtop, aangespannen, in het midden, onmiddellijk achter de singel, met de benen gestrekt naar beneden en in contact met het paard. In een verticale rechte lijn langs de schouder, heup en hiel. (basiszit) De benen zijn gestrekt naar beneden en de voorkant van de knieën, enkels en tenen in een rechte lijn naar voren wijzend. De schouders van de voltigeur zijn parallel aan de grepen. De armen worden tegelijk gestrekt en aangespannen zijwaarts van de voltigeur gebracht, met de toppen van de vingers op ooghoogte. (voor de klasse Basispaardrijden worden de handen in de zij gezet met de vingers naar voren en de duim naar achteren). Voor het beëindigen van de oefening, pakt de voltigeur de grepen met beide handen tegelijk weer vast. Vrije zit 16

23 5. Opzwaaien tot bank Vanuit de basiszit tilt men de benen iets naar voren op en zwaait naar achteren tot ligsteun. Daarna gaat men in 1 vloeiende beweging door tot bank. De onderbenen liggen in de bankpositie recht naar achteren aan weerszijde van de wervelkolom van het paard en het gehele onderbeen is aangesloten aan het paard. De voeten wijzen naar achteren. De handen zijn aan de grepen en de schouders bevinden zich boven de grepen. De ellebogen zijn recht naar achteren gebogen. Schouders en heupen moeten op 1 hoogte zijn en parallel aan de grond. Om de oefening te beëindigen strekt de voltigeur beide benen tegelijk en glijdt zacht weer in de basiszit. 6. De vlag Vanuit de basiszit knielt de voltigeur met beide benen tegelijk op en schuift onmiddellijk beide onderbenen diagonaal over de rug van het paard(voeten naar rechts) gelegd. De voorkant van de knieën, enkels en voeten van de voltigeur zijn in contact met de rug van het paard, hierbij het gewicht verdeelt over het gehele onderbeen. Hoofd blijft opgetild en blik is naar voren gericht. Dan worden rechterbeen en linkerarm tegelijk (met uitzondering van de klasse E, hier dient alleen het rechterbeen te worden uitgestrekt), uitgebracht naar een gestrekte positie, waarbij de hand en de voet net boven het hoofd van de voltigeur uitkomen. Rechterhand blijft aan de greep en de schouders zijn recht boven de grepen. De schouders en heupen zijn parallel aan de grond. Om de oefening te beëindigen pakt de voltigeur met de linkerhand de greep weer vast en strekt beide benen naar beneden en glijdt zacht weer in de basiszit. In de klasse team E, team D en Junioren teams wordt na de vlag teruggegaan naar de bank. 7. Knielen Vanuit basiszit knielt de voltigeur op beide onderbenen tegelijk op. Het linkeronderbeen links en het rechteronderbeen rechts van de wervelkolom van het paard. De voorkant van de knieën, enkels en voeten van de voltigeur zijn in contact met de rug van het paard, hierbij het gewicht verdeelt over het gehele onderbeen. De grepen worden losgelaten, het bovenlichaam wordt opgericht en de armen worden naar voren gestrekt tot op schouderhoogte. De blik is naar voren gericht en de heupen nagenoeg gestrekt. Om de oefening te beëindigen pakt de voltigeur met beide handen de grepen weer vast en strekt beide benen tegelijk en glijdt zacht weer in de basiszit. Bij teams klasse E dient het knielen rechtstreeks vanuit de bank te worden uitgevoerd. 17

24 8. De molen Vanuit de basiszit maakt de voltigeur een rotatie op de rug van het paard in 4 gelijke fases. Elk been is gestrekt en wordt in een wijde, hoge boog over het paard getild. Het andere been blijft in contact met het paard, op zijn plaats. Het bovenlichaam blijft aangespannen, in het midden en nagenoeg vertikaal. Hoofd en lichaam draaien mee met iedere boog van het been. De zitbeenknobbels blijven aan het paard. De molen heeft 4 fases die ieder in 4 galopsprongen uitgevoerd worden. Fase 1 Het rechterbeen wordt over de hals gebracht, hierbij worden de grepen losgelaten en weer vastgepakt als het been voorbij komt. Fase 1 eindigt met het binnenwaarts zitten van de voltigeur waarbij hij naar het midden van de cirkel kijkt. Hoofd en schouder in dezelfde richting waarbij de beide benen gesloten en in contact met het paard zijn. Fase 2 Het linkerbeen wordt over het kruis van het paard gebracht. Fase 2 eindigt als de voltigeur rechtop achterwaarts zit. De handen worden van positie op de grepen gewisseld. Fase 3 Het rechterbeen wordt over het kruis van het paard gebracht. Fase 3 eindigt met het buitenwaarts zitten van de voltigeur, waarbij hij naar de buitenkant van de cirkel kijkt. Hoofd en schouder in dezelfde richting waarbij de beide benen gesloten en in contact met het paard zijn. De handen worden van positie op de grepen gewisseld. Fase 4 Het linkerbeen wordt over de hals van het paard gebracht, hierbij worden de grepen losgelaten en weer vastgepakt als het been voorbij komt. Fase 4 eindigt met een voltigeur die naar voren kijkt in een rechte positie. (basiszit). De afsprong volgt onmiddellijk na de 4e fase zonder hapering aan de binnenkant en in hetzelfde ritme. Voor klasse D en juniorenteams hoeven alleen Fase 1 en 2 te worden getoond. Voor de klasse E wordt de molen als volgt uitgevoerd; voorwaartse zit, binnenwaartse zit, voorwaartse zit, buitenwaartse zit en voorwaartse zit. Molen 9. Voorwaarts Opzwaaien Vanuit de zit worden beide benen gestrekt gezwaaid naar een bijna handstand positie, de benen zijn hierbij gespreid op schouderbreedte, de armen worden uitgestrekt naar een maximale hoogte. De voltigeur landt zacht midden op het paard. 18

25 10. Achterwaarts opzwaaien Vanuit de achterwaartse zit zwaait de voltigeur de gestrekte benen naar boven, hierbij de gebogen heupen zo hoog als mogelijk brengend. Boven het paard zijn de benen gesloten. De armen worden uitgeduwd om een maximale hoogte te verkrijgen. De hoek tussen de armen en het lichaam is zo groot mogelijk. De voltigeur land zacht in een achterwaartse zit midden op het paard. 11. Schaar De beweging van de schaar is een rotatie rond de verticale lichaamsas. Met een gelijktijdige, tegengestelde, gestrekte beweging van de benen. De schaar heeft 2 fases met in beide fases een draaien van het lichaam die klaar is als het lichaam zacht in het midden aangespannen in een zit positie landt. Fase 1 Vanuit de zit worden beide benen gestrekt gezwaaid naar een bijna handstand positie, de armen worden uitgestrekt naar een maximale hoogte. Zonder onderbreking in deze beweging, draaien de heupen naar links, zodat de benen elkaar passeren en kruisen bij het hoogste punt. De benen van de voltigeur beschrijven een hoge boog, beide voeten op gelijke afstand van de grond. De eerste fase is klaar als de voltigeur is geland. Fase 2 Vanuit de achterwaartse zit zwaait de voltigeur de gestrekte benen naar boven, hierbij de gebogen heupen zo hoog als mogelijk brengend. De armen worden uitgestrekt om een maximale hoogte te verkrijgen. De hoek tussen de armen en het lichaam is zo groot mogelijk. Zonder onderbreking in deze beweging, de heupen draaien naar rechts, zodat de benen elkaar kruisen en passeren op het hoogste punt. De benen van de voltigeur beschrijven een hoge boog op gelijke afstand van de grond. De 2e fase eindigt als de voltigeur zacht, in het midden van het paard, in basiszit, is geland. Schaar 19

26 12. Staan Vanuit zit knielt de voltigeur zacht met beide benen tegelijk, onmiddellijk gevolgd door het zacht door springen op beide voeten. Het hoofd blijft opgericht en de blik naar voren. De voeten blijven constant aan het paard en het gewicht wordt gelijk verdeeld over de gehele voet gedurende de gehele oefening. De benen zijn gesloten en de voeten wijzen naar voren. De grepen worden tegelijk losgelaten en de voltigeur komt langzaam overeind tot een staande positie met hierbij een rechte lijn van schouders, heupen en hielen. Onmiddellijk worden de armen zijwaarts gestrekt en de toppen van de vingers zijn op ooghoogte (met uitzondering van de klasse D, hierbij worden de armen naar voren gestrekt). In het afbouwen van de oefening, gaat de voltigeur met beide armen tegelijk terug naar de grepen, het hoofd blijft opgericht en de blik naar voren, met beide benen gestrekt glijdt de voltigeur naar de basis zit. Voor juniorenteams en teams klasse D begint de oefening vanuit de bank. 13. Het flanken Flanken is een oefening met 2 fases. Fase 1 Vanuit de basiszit worden beide benen opgezwaaid naar een bijna handstand positie met hierbij de armen uitgedrukt om te komen tot een maximale hoogte. Zonder onderbreking in de beweging worden op het hoogste punt de heupen scherp ingehoekt, zodat de onderbenen naar beneden komen in een bijna verticale positie, hierbij blijven de heupen een moment boven de singel. De voltigeur glijdt zacht tot een binnenwaartse zit, hierbij maakt de buiten kant van het rechteronderbeen het eerste contact met het paard. Tussen de twee fases zit de voltigeur aangespannen in een binnenwaartse zit, direct achter de singel op beide billen met gesloten benen die in contact met het paard zijn. Fase 2 Vanuit de binnenwaartse zit zwaait de voltigeur beide benen gestrekt en gesloten op tot een bijna handstand positie, hierbij drukt hij de armen uit. Als de voltigeur het hoogste punt nadert, duwt hij zich van de grepen weg en krijgt hierdoor maximale hoogte en een vluchtfase naar de buitenkant, waar hij landt op beide voeten met het gezicht in de richting waarin het paard galoppeert. 20

27 Flanken Hoofdstuk 2 - paragraaf 1 De vrije oefening (kür) en de beoordeling van de teams Artikel Enige algemene opmerkingen De vrije oefeningen bestaan uit individuele- en combinatieoefeningen (met tweeën en drieën). Vrije oefeningen kunnen naar eigen ideeën en inzichten van het team worden samengesteld. Voor de vrije oefeningen gelden de volgende bepalingen: Verplichte oefeningen worden niet als vrije oefening beoordeeld. Elementen, delen van de verplichte oefeningen die, op een andere wijze dan bij de verplichte oefeningen worden uitgevoerd, in de kür zijn opgenomen, kunnen in combinatie of als variatie worden beoordeeld. Als twee oefeningen/elementen op een artistieke wijze met elkaar worden verbonden, dan wordt deze verbinding naar moeilijkheid gewaardeerd en beoordeeld. Twee dezelfde oefeningen worden slechts één keer beoordeeld. Bij twee dezelfde oefeningen in verschillende moeilijkheidsgraad wordt alleen de oefening met de hoogste moeilijkheidsgraad beoordeeld. Een kür bestaat uit statische en dynamische oefeningen. Iedere statische oefening dient 3 galopsprongen volgehouden te worden. Bij combinatieoefeningen met 3 voltigeurs moeten twee voltigeurs contact met het paard hebben en houden. 21

28 De kür wordt beoordeeld op: inhoud, bestaat uit het aantal getoonde oefeningen, gecombineerd met de moeilijkheid (max. 10 punten); bij 4-tallen wordt het cijfer met 1,5 vermenigvuldigd (tot max. het cijfer 10); samenstelling (max. 10 punten); uitvoering (max. 10 punten). Artikel De Inhoud van een kür 1. Moeilijkheid: Er worden 3 moeilijkheidsgraden (mg) onderscheiden, t.w.: 1, 2 en 3. Moeilijkheidsgraad 1 is het hoogst, moeilijkheidsgraad 3 het eenvoudigst. De jury noteert het aantal gelukte oefeningen (3 galopsprongen) met de daaraan toegekende moeilijkheidsgraad. De moeilijkheid is onafhankelijk van de uitvoering. Oefeningen die nog nooit vertoond zijn en niet in het reglement zijn opgenomen, zullen door de jury, naar eigen inzicht, met moeilijkheidsgraad 1, 2 of 3 worden aangemerkt. Voor het toekennen van moeilijkheidsgraden aan nieuwe of onbekende oefeningen, wordt onderstaande leidraad bij de statische oefeningen gehanteerd: a) Aantal steunpunten: hoe meer steunpunten, des te gemakkelijker de oefening. Bij 4 steunpunten mg. 3, bij 1 steunpunt mg 1. b) Plaats van de steunpunten: hoe zekerder het steunpunt, hoe eenvoudiger de oefening. De grepen als steunpunt is veel zekerder dan het kruis. c) Plaats van de oefening: bij de singel is gemakkelijker dan op het kruis of de hals van het paard. d) Richting van de voltigeur: voorwaarts is makkelijker dan rugwaarts. e) Hoogte van de oefening. f) Houding van de voltigeur. g) Grootte van het contactvlak. Steunen met de gehele rug is makkelijker dan steunen alleen met de schouders. h) Plaats van de opsprong. Opsprongen van binnen zijn eenvoudiger dan opsprongen van buiten. Bij dynamische oefeningen is de moeilijkheidsgraad alleen toe te kennen uit ervaring. Het geven van punten voor de moeilijkheid van een kür bij teams: De jury noteert het aantal gelukte oefeningen en rekent dan vervolgens het cijfer voor de inhoud uit, Waarde van vrije oefeningen: Oefening moeilijkheidsgraad 3 (L) 0,2 punt Oefening moeilijkheidsgraad 2 (M) 0,3 punt Oefening moeilijkheidsgraad 1 (S) 0,4 punt Bij teams klasse A, B en C tellen slechts de 25 zwaarste oefeningen (dus alleen 25 x S = 10). Op- en afsprongen met fysieke hulp tellen niet mee. 22

29 Voor de klasse E en D tellen alle oefeningen mee van moeilijkheidsgraad 2 en 3 en maximaal 6 oefeningen van moeilijkheidsgraad 1. Voor de klasse Basispaardrijden tellen alleen oefeningen van moeilijkheidsgraad 2 en 3. Voor een junioren team gelden de volgende waardes van vrije oefeningen: Oefeningen moeilijkheidsgraad 3 (L) 0,3 punt Oefeningen met moeilijkheidsgraad 2 (M) 0,4 Oefeningen met moeilijkheidsgraag 1 (S) 0,5 Op- en afsprongen met fysieke hulp tellen niet mee. Alleen de 20 zwaarste oefeningen tellen mee voor de moeilijkheid. 2. De samenstelling van een kür. De samenstelling van de kür heeft weinig te maken met de uitvoering van de kür en of de oefeningen al dan niet gelukt zijn. De samenstelling, de choreografie, de compositie, is wat de groep bedoeld heeft te laten zien. Als alle oefeningen mislukt zijn, kan toch de samenstelling van de kür perfect zijn. Mislukte oefeningen worden gerekend bij de uitvoering en de algemene indruk van de groep (onrust in de groep). De samenstelling behoort: esthetisch mooi te zijn spannend en boeiend te zijn afwisselend te zijn, dit houdt in: Variatie in statische en dynamische oefeningen, gelijkelijk over de gehele kür verdeeld. Variatie in rustige en snelle delen. Variatie in richting, alle kanten van het paard gebruiken. Voorwaarts, rugwaarts, dwars, binnen en buiten. Variatie in op- en afsprongen. Iedere opsprong en iedere afsprong dient anders te zijn. Gelijkmatige verdeling en vloeiende wisselingen van voltigeurs op het paard. Niet alleen maar oefeningen uit één structuurgroep bevattend, b.v. alleen maar vlaggen en handstanden Dat de moeilijke oefeningen gelijkelijk verdeeld zijn over de kür. Niet alle moeilijke oefeningen aan het begin en daarna allerlei makkelijke oefeningen. originele delen te bevatten. aangepast aan het niveau Het geven van punten voor de samenstelling: Maximaal kunnen er 10 punten gegeven worden voor de samenstelling van de kür. Als de samenstelling waardeloos is, b.v. allemaal dezelfde, gewone opsprongen en allemaal vlaggen, dan kan er een 0 voor de samenstelling gegeven worden. Een 23

30 0 voor de samenstelling wil niet zeggen dat de oefeningen niet zijn uitgevoerd, integendeel, ze kunnen wel perfect zijn uitgevoerd. Omgekeerd kan een totaal mislukte kür wel een perfecte samenstelling hebben. 3. De uitvoering van een kür De uitvoering bestaat uit 6 te beoordelen elementen; maximaal aantal punten: 10. De uitvoering wordt beoordeeld op: 1. Zekerheid van de oefeningen, het volhouden, de stabiliteit van de oefeningen die getoond worden in de kür. 2. Ontspanning van de voltigeurs tijdens de oefeningen in de kür. 3. Harmonie met het paard, rekening houden met karakter en beweging van het paard. 4. Lichaamshouding van de voltigeurs tijdens en tussen de oefeningen. Zoals recht zitten, staan, etc.; het gelijktijdig uitdoen en terug pakken van armen en benen en het rechthouden van armen en benen. 5. Bewegingsprecisie. Het direct goed zitten, staan, etc. Niet nog even verschuiven of verstappen voor dat de oefening begint. 6. Hoogte en wijdte van de bewegingen van de kür. De uitvoering is onafhankelijk van de inhoud van de kür. Er kan best een 4 gescoord worden door de groep voor de inhoud, en een 10 voor de uitvoering van de kür. Meestal is de inhoud dan hoog (te moeilijk) en de uitvoering daarbij laag. Fouten in de uitvoering: Kleine fouten zijn: slechte voet- en/of armhouding, te ontspannen lichaamshouding, het hoofd laten hangen, te weinig oprichting. Middelgrote fouten zijn: afwijkingen van de optimale techniek, tegen de beweging van het paard in bewegen, een harde landing, herhaling van de oefening, duidelijke houdingsfouten, te weinig bewegingswijdte. Grote fouten zijn: balansfouten, waarbij het paard uit balans wordt gebracht, het in elkaar storten van een oefening, het terug klauteren op het paard na een val. 24

31 Artikel Oefeningen die niet worden beoordeeld Iedere statische vrije oefening, die niet 3 galopsprongen is volgehouden, wordt niet beoordeeld. Iedere vrije oefening met meer dan 3 voltigeurs. Ieder na afloop van de toegestane tijd begonnen onderdeel van een vrije oefening. Iedere vrije oefening, die niet in galop wordt uitgevoerd (m.u.v. de klasse E en basispaardrijden) Iedere vrije oefening met 3 voltigeurs, waarbij maar één voltigeur in contact blijft met het paard. Oefeningen die onnodig zwaar zijn voor het paard of blessures op kunnen leveren voor de voltigeurs. Iedere oefening die voor de 2e maal getoond wordt. Artikel Algemene indruk en het paardcijfer In de algemene indruk bij teams, wordt het volgende beoordeeld: a. Het binnen komen, de opstelling en het groeten van de groep. b. De verzorging van de groep, het paard en de longeur. c. Het gedrag van de groep. d. De muzikale begeleiding. Onderstaande tabel geeft het basis paardencijfer aan punten 0,0 tot 4 4 tot 5 5 tot 7,5 7,5 tot en met 10 Continue een 4 tact Geen zweefmoment 3 tact galop Goede 3 tact galop galop Zweefmoment Zweefmoment Pacing Onregelmatige galop Regelmatigheid Kwaliteit van Herhaaldelijk fouten Cadans Gedragenheid Zweefmoment voorwaarts 25

32 Aftrekpunten paardcijfer 1 punt aftrek: de singel losgaat tijdens de wedstrijd het paard stil gaat staan om te mesten de cirkel kleiner is dan 15 meter Tot 1 punt aftrek: Niet goed rechtgericht paard Fouten in het longeren (meelopen, losse (slappe) longeerlijn, gedraaide longeerlijn, verkeerde hulpen etc.) Ongeschikte kleding van de longeur Ongeschikte optoming van het paard Tot 0.5 punt aftrek: Spanning op de longeerlijn Geen of weinig reactie op de hulpen van de longeur De algemene indruk wordt snel beïnvloed door de subjectieve mening van de jury. De bedoeling is zo objectief mogelijk te beoordelen, daarom moet worden afgesproken wat objectief te beoordelen is en wat niet te beoordelen is m.b.t. de algemene indruk. In alle klassen wordt het paard twee keer beoordeeld, tijdens de verplichte oefeningen voor 100% en tijdens de kür wordt het cijfer voor algemene indruk 10% en het paardencijfer 90%. Aftrekpunten algemene indruk: 1 punt aftrek wordt gegeven indien: een voltigeur niet is ingezet tijdens de kür de voltigeurs de verkeerde volgorde van de verplichte oefeningen tonen a. Het binnenkomen de opstelling en het groeten van de groep Objectief te beoordelen Gelijkmatigheid Eenheid van de groet Correcte binnenkomst Rustig paard Subjectief Manier van lopen Manier van opstellen De vorm van het groeten b. De verzorging van de groep, het paard en de longeur Objectief te beoordelen Eenheid in kleding Pasvorm van de kleding Schone kleding Zonder sieraden Subjectief Kleur van de kleding Vorm van de kleding (rok of pak) kapsels 26

33 De longeur Objectief te beoordelen De kleur van de groep Schone kleding Passende kleding Schoeisel (straat of sportschoenen) Subjectief Sportkleding of nette kleding Het paard Objectief te beoordelen Verzorging Eenheid in tuigage De manen De staart Subjectief De manier van invlechten Of de staart gevlochten of geschoren is c. Het longeren Objectief te beoordelen Goede omgang met de longe en de zweep De grootte van de cirkel Invloed van de longeur Correcte galop Correcte stelling van het paard Duidelijke stemhulpen Subjectief Stevig paard Groot paard d. Het gedrag van de groep Objectief te beoordelen Lol/gekheid maken Kletsen Teveel voltigeurs in het midden Het vergeten van de volgorde van de oefeningen in de kür Naar het midden rennen Subjectief De uitstraling van de voltigeurs (figuur, grootte, mimiek, aard en manier van bewegen) e. De muzikale begeleiding Objectief te beoordelen Muziek Aangepast ritme Opwekken van spanningsmomenten Onderstreping van hoogtepunten Subjectief Versterking of verzwakking van de expressie tijdens de wedstrijd Bewerkstelligen van positieve of negatieve emoties 27

34 Artikel Küroverzicht Cijfers voor de kür. Team Moeilijkheid Samenstelling Uitvoering Algemene indruk A/B Moeilijkheid x 1 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 1 (S) 0,4 25 zwaarste oefeningen tellen mee. C Moeilijkheid x 1 Max. 6 statische oefeningen met 3 voltigeurs 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 1 (S) 0,4 25 zwaarste oefeningen tellen mee. D Moeilijkheid x 1 Max. 6 S-oefeningen met 2 voltigeurs. 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 1 (S) 0,4 Verder tellen alle oefeningen met mg 2 en 3 mee. E Moeilijkheid x 1 Max. 6 S oefeningen met 2 voltigeurs. 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 1 (S) 0,4 Verder tellen alle oefeningen met mg 2 en 3 mee Samenstelling x 2 Uitvoering x 2,5 Algemene indruk x 1,5 Samenstelling x 2 Uitvoering x 2,5 Algemene indruk x 1,5 Samenstelling x 2 Uitvoering x 2,5 Algemene indruk x 1,5 Samenstelling x 2 Uitvoering x 2,5 Algemene indruk x 1,5 28

35 Basispaardrijden Moeilijkheid x 1 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 Alleen oefeningen met moeilijkheid 2 of 3 tellen mee. Alle oefeningen met mg 2 of 3 tellen mee Inhoud : door het aantal voltigeurs Samenstelling x 2 Uitvoering x 2,5 Algemene indruk x 1,5 Junioren Moeilijkheid x 1 3 (L) 0,3 punt 2 (M) 0,4 1 (S) 0,5 Alleen de 20 zwaarste oefeningen tellen mee voor de moeilijkheid. Solo Moeilijkheid x 1 3 (M) 0,4 2 (S) 0,9 1 (RS) 1,3 Duo Moeilijkheid x 1 3 (L) 0,2 2 (M) 0,3 1 (S) 0,4 Samenstelling x 2 Uitvoering x 3 Algemene indruk x 1,5 Samenstelling x 1 Uitvoering x 2 Paard x 1,0 Samenstelling x 1 Uitvoering x 2 Paard x 1,0 Hoofdstuk 2 - paragraaf 2 Het solovoltigeren Het solovoltigeren bestaat uit: 1. de verplichte oefeningen 2. de kür (max. tijd 1 minuut) 3. de technische kür (zie art. 746 FEI-reglement) Artikel De kür De kür wordt beoordeeld op: a. de moeilijkheid b. de samenstelling c. de uitvoering d. gaan van het paard 29

36 Artikel De moeilijkheid: De moeilijkheid verschilt met het team-voltigeren omdat oefeningen met moeilijkheidsgraad 3 bij het solovoltigeren niet meegeteld worden in het cijfer voor de moeilijkheid van de kür De hoeveelheid oefeningen en het noteren: Net als bij het team-voltigeren is het cijfer voor de moeilijkheid onafhankelijk van de uitvoering. Een hoge moeilijkheid van de kür zegt niets over de uitvoering daarvan. Bij de kür worden van de statische oefeningen alleen de gelukte, 3 galopsprongen volgehouden, oefeningen opgeschreven. De oefeningen worden als volgt genoteerd: moeilijkheidsgraad 1 met de letter S (zwaar) moeilijkheidsgraad 2 met de letter M (middel) Inhoudwaarde küroefeningen: M = 0,4, S = 0.9, RS = 1,3. Het hoogst te behalen cijfer is een 10. De kür dient minimaal uit 7 oefeningen/verbindingen te bestaan om voor een cijfer in aanmerking te komen. Oefeningen/verbindingen uit de categorie L tellen hiervoor ook mee. Voor de klassen A, B en Junioren, tellen alleen de 10 zwaarste oefeningen. Geen punten worden geven voor: elke statische oefening die minder dan 3 galopsprongen wordt volgehouden elke oefening die wordt begonnen nadat het belsignaal, ten teken dat de toegestane tijd (60 sec.) is verstreken, heeft geklonken oefeningen die reeds zijn getoond bij de verplichte oefeningen elke oefening die niet in galop wordt getoond herhalingen Artikel De samenstelling De samenstelling van de kür heeft veel overeenkomsten met de eisen die worden gesteld aan de samenstelling van de kür bij het team-voltigeren. De samenstelling is datgene wat de voltigeur bedoeld heeft om te laten zien, ongeacht de wijze van uitvoering. De samenstelling moet zo zijn dat: het hele paard rond wordt gevoltigeerd, d.w.z.: voorwaarts, dwars, hals, rug, binnen, buiten, rugwaarts etc. Alle richtingen en delen van het paard moeten gebruikt worden. het een bodemsprong bevat het afwisselend is. Afwisselend wil zeggen dat er variatie in statische / dynamische oefeningen is rustige en snelle delen zijn variatie in richting is niet alleen oefeningen uit één structuurgroep worden gebruikt (b.v. allemaal vlaggen) meerdere hoogtepunten in de kür zijn, de moeilijkste oefeningen gelijk over de kür verdeeld met het hoogtepunt aan het einde van de kür 30

37 geen meerdere oefeningen in dezelfde positie worden gevoltigeerd, b.v. 3 maal rugwaarts, 3 maal voorwaarts etc. de afsprong binnen de tijd is en op niveau van de kür de kür originele ideeën bevat. Originaliteit is datgene wat niet eerder vertoond is en wat bij het paard en voltigeur past er uitstraling is. Uitstraling is stijl en gratie. Uitstraling kan er alleen zijn als: er ontspanning is er zekerheid is de gehele kür vloeiend is. Vloeiendheid in de beweging betekent dat er geen "stoppen" en pauzes in de kür voorkomen er alleen een rustfase is als er een statische oefening getoond wordt de verbinding tussen de oefeningen vloeiend zijn de kür in harmonie is met het paard Het beoordelen van de samenstelling Voor het beoordelen van de samenstelling zijn staten beschikbaar. Op de beoordelingsstaten kan worden aangegeven welke oefeningen zijn getoond en welke zijden van het paard benut zijn. Dit is echter maar een klein gedeelte van de samenstelling. Artikel De uitvoering Tijdens de kür worden niet alleen de moeilijkheidsgraden (M, S of RS) genoteerd maar tevens worden er voor de uitvoering direct aftrekpunten gegeven. Voor onderstaande fouten worden de volgende aftrekpunten gegeven: 0,2-0,5 bij kleine fouten 0,6-0,9 bij middelmatige fouten 1,0 bij grove fouten Overige aftrekpunten: 2,0 bij een val uitsluiting bij een 3e val De voltigeur mag de afsprong beëindigen met een rol indien de oefening niet behoeft te worden beëindigd met stand. Het uitrekenen van het cijfer voor de uitvoering Het uiteindelijke protocol kan er b.v. als volgt uitzien S 0,2 M, M 0,6 0,2 S 2,0 0,2 M, M 0,3 S 0,3 M, S, M 1,0 0,5 Bij de uitvoering wordt uitgegaan van het cijfer 10. Van dit cijfer worden de aftrekpunten, gegeven voor de uitvoering afgetrokken en het cijfer wat daar uitkomt is het cijfer dat gegeven wordt voor de uitvoering (0,2 + 0,6 + 0,2 + 2,0 + 0,2 + 0,3 + 0,3 + 1,0 + 0,5 = 5,3) 5,3 = 4,7 voor de uitvoering. 31

38 Artikel Cijfer voor het paard Hier wordt een cijfer gegeven voor het gaan van het paard tijdens de kür. Zie 2.4 voor toelichting paardcijfer. Artikel Aanvullende bepaling In geval van een wedstrijd over 2 ronden, mogen in de 2e ronde de verplichte oefeningen vervangen worden door een verplichte kür. De oefeningen voor deze verplichte kür worden jaarlijks door de FEI voorgeschreven. Hoofdstuk 2 - paragraaf 3 Het duo-voltigeren Bij het duo-voltigeren wordt het eerste blok van de verplichte oefeningen van de klasse A solo s uitgevoerd door één van de voltigeurs en het tweede blok wordt uitgevoerd door de andere voltigeur. De cijfers voor de verplichte oefeningen worden bij elkaar opgeteld en gemiddeld zodat er 1 cijfer uitkomt voor de verplichte oefeningen van beide voltigeurs. De kür van het duo voltigeren wordt beoordeeld op de volgende punten: Inhoud Samenstelling Uitvoering Paard Artikel Uitrekenen cijfers Voor de berekening van de cijfers zie de toelichting op de voorbeeld beoordelingsstaten in bijlage 1. HOOFDSTUK 3 - VRIJE OEFENINGEN EN HUN MOEILIJKHEIDSGRAAD Artikel Enige algemene opmerkingen A. Een aantal oefeningen, waarvan in de praktijk is gebleken dat zij onnodig zwaar zijn voor het paard, en niet het doel van het voltigeren bevorderen, worden niet gestimuleerd. Oefeningen waarvan verwacht wordt dat zij op de lange duur blessures voor de voltigeurs, met name rugklachten kunnen opleveren, worden in de kür niet meegeteld bij de inhoud. De jury zal dit vermelden op het protocol. B. Statische oefeningen zijn oefeningen waarbij een houding, de beweging van het paard volgend, drie of vier galopsprongen wordt volgehouden. B.v. de vrije zit, vlag dynamische oefeningen zijn oefeningen waarbij er geen moment van rust of stilstand is. B.v. alle op- en afsprongen, scharen en flanken combinatie van statische/ dynamische oefeningen zijn oefeningen die als basis statisch zijn maar waarbij armen en/of benen in de tact van de galop mee bewegen. 32

39 C. Structuurgroepen Statische elementen a. zitten; dit zijn elementen waarbij het zitvlak, de zitbeenknobbels van de voltigeurs(s) het zwaartepunt dragen en het contactpunt zijn met het paard b. knielen; dit zijn elementen waarbij met een recht lichaam één of twee onderbenen op het contactvlak liggen. De hoek tussen het lichaam en de onderbenen is altijd kleiner dan 90 graden, om de galop te kunnen opvangen c. bank; dit zijn elementen met een horizontale romphouding waarbij de onderbenen of voeten (bij hoge bank) op het contactvlak liggen(staan). Bij de lage bank is de hoek tussen boven - en onderbenen altijd kleiner dan 90 graden. Bij de hoge bank zijn de benen altijd iets gebogen om de galop op te kunnen vangen d. vlag; dit zijn elementen waarbij één onderbeen op het contactvlak ligt, terwijl het andere been, ongeacht de richting of positie vrij gehouden kan worden. Het bovenlichaam is horizontaal of vormt ene lichte boog iets boven de horizontale lijn. De schouders en de heupen zijn hierbij op dezelfde hoogte. De hoek van het steunbeen is kleiner dan 90 graden e. standvlag, standvlag in de lus, standspagaat; dit zijn elementen waarbij het zwaartepunt van de voltigeur(s) op één voet rust. Dit standbeen is nooit gestrekt maar altijd iets gebogen om de galop te kunnen opvangen. f. staan; dit zijn elementen waarbij het zwaartepunt van het lichaam, met losse armhouding, over beide voeten gelijk is verdeeld g. schouderstand, handstand dit zijn elementen waarbij de schouders zich loodrecht onder de heupen bevinden. Schouder(s) of hand(en) zijn op het contactvlak h. hangoefeningen; dit zijn elementen waarbij de schouders zich onder het ophangpunt/ contactpunt bevinden i. ligoefeningen; dit zijn elementen waarbij het lichaam recht of licht gebogen in een horizontale of een bijna horizontale positie is. Naast het lichaamszwaarte punt kan ook het gehele lichaam contactvlak zijn j. spagaat; dit zijn elementen waarbij de benen in de lengte, hoogte of dwars t.o.v. het paard in een hoek van 180 graden worden gespreid k. steunen, ligsteun; dit zijn elementen waarbij het massamiddelpunt boven één of beide handen is en de hand(en) het steunvlak zijn l. vlieger; dit zijn elementen die vrij, in verschillende posities kunnen worden uitgevoerd, zonder dat de uitvoerende voltigeur zelf contact heeft met het paard of zelf steunt. De voltigeur kan zelf nauwelijks iets veranderen. Dit is alleen mogelijk in combinatie met andere voltigeurs. Dynamische elementen a. zwaaien; dit zijn elementen waarbij arm(en) en/of be(e)n(en)in het galopritme van het paard zwaaien. Deze bewegingen kunnen gebruikt worden als 33

40 overgang tussen twee elementen inleiding tot een complex elementen inleiding op combinaties(statische/dynamische oefeningen) middel om tot een artistieke vormgeving te komen Het zwaaien komt altijd voort uit heup-, schouder-, knie- of ellebooggewricht b. wenden; zijn elementen die alleen kunnen plaats vinden door het op- om- of zijwaarts zwaaien van één of twee rechte benen. Bijna gelijktijdig met het zwaaien van de benen wordt er om een vast steunpunt gedraaid, meestal de handen c. draaien; schroeven zijn rotaties om de lengteas van het lichaam rollen zijn rotaties om de breedte-as van het lichaam met een rond boven lichaam, dat over het contactvlak rolt salto's zijn rotaties om de breedte-as van het lichaam. Tijdens het draaien zijn er geen contactpunten met het paard of de andere voltigeurs. De salto ontstaat door een afzet met beide voeten en kan gehurkt, gehoekt of gestrekt worden uitgevoerd. steunsalto's zijn salto's waarbij de handen van zowel de saltomaker als een andere voltigeur als steun of inzet worden gebruikt voor het maken van de salto. draaiingen om de diepte-as van het lichaam dit zijn radslagen. d. kiepen; zijn technieken en elementen waarbij het lichaam eerst langzaam, met rechte benen, in de heupen wordt gebogen en daarna zo snel mogelijk weer wordt gestrekt. Kiepen gebeurt vanuit liggen, steunen of hangen. e. overslagen; zijn elementen met rotaties om de breedte- of diepte-as met een recht lichaam. Deze rotaties ontstaan door krachtig één of beide benen op te zwaaien. De benen en heupen gaan loodrecht over het steunpunt, de handen, heen. Overslagen kunnen worden uitgevoerd met of zonder steun op de handen (de zgn. "losse overslagen"). f. sprongen, steunsprongen; zijn elementen waarvan het hoofd kenmerk een krachtige één- of twee benige afzet is. Hiertoe behoren ook alle opsprongen. Niet in structuurgroepen in te delen oefeningen die ook in andere takken van sport een begrip zijn en daar een vaste naam hebben zijn: de vliegende engel; rock'n roll-rol; bielmann-standspagaat; kruiwagen; hongaarse post. HOOFDSTUK 4 - HET ORGANISEREN VAN EEN VOLTIGEWEDSTRIJD Artikel Aanvraag en voorbereiding van wedstrijden 1. Wedstrijden dienen voor 1 november van het voorgaande jaar bij de KNHS Voltigevereniging aangemeld te worden en voor te komen op de door de KNHS Voltigevereniging in februari uit te brengen wedstrijdkalender. 34

41 Op dagen dat er Voltigekampioenschappen gehouden worden, mogen er geen andere voltigewedstrijden gehouden worden. Het houden en organiseren van een internationale voltigewedstrijd in Nederland dient via de KNHS bij de F.E.I. te worden aangevraagd. Goedkeuring van de datum van de wedstrijd, alsmede van het programma is een zaak van de F.E.I. In geval van beperkte Nederlandse deelname aan een dergelijke wedstrijd zal de bondscoach bepalen welke teams of voltigeurs uitgenodigd kunnen worden. 2. Alle wedstrijdgevende organisaties zullen na plaatsing op de wedstrijdkalender, tijdig goedkeuring moeten vragen voor de wedstrijd(en) bij de KNHS middels een model vraagprogramma dat verkrijgbaar is bij de KNHS. 3. Wedstrijdgevende organisaties zijn verplicht alle voltigegroepen/voltigeurs van de KNHS een vraagprogramma te zenden. 4. De uitnodigingen voor deelname aan wedstrijden dienen te allen tijde gezonden te worden aan de besturen van de bij de KNHS aangesloten voltigeverenigingen. 5. Iedere wedstrijdgevende organisatie is vrij in het samenstellen van het vraagprogramma, mits het voldoet aan de reglementen van de KNHS. 6. In het geval van een wedstrijd over twee ronden, mag in de tweede ronde de verplichte oefeningen vervangen worden door een verplichte kür. De oefeningen voor deze verplichte kür worden jaarlijks door de FEI voorgeschreven. Artikel Klasse indeling deelnemers Op de sluitingsdatum van de inschrijvingen geldt de klasse-indeling waarin het team/ solo/duo is ingedeeld. Resultaten behaald tussen de sluitingsdatum van de wedstrijd en de wedstrijddag zelf worden in dat geval niet meer verwerkt, tenzij het deelnemende team daar zelf om vraagt en de wedstrijdgevende organisatie daarmee instemt. Artikel Vraagprogramma Het vraagprogramma dient de volgende onderdelen te bevatten: a. erkenning van de KNHS reglementen; b. plaats en dag(en) waar en waarop de wedstrijd wordt gehouden; c. soort wedstrijd met eventuele bijzonderheden betreffende de beoordeling; d. opsomming van ter beschikking staande prijzen en basis van verdeling; e. mededelingen betreffende eventuele voorselecties; f. hoogte van het inschrijfgeld wanneer dat wordt gevraagd; g. dag en uur waarop de inschrijvingen sluiten (maximaal 4 weken voor de wedstrijddatum); h. naam, adres en telefoonnummer van degene aan wie de inschrijvingen gezonden moeten worden; i. het soort van een eventueel te houden show; j dag en uur waarop of tot wanneer overschrijvingen kunnen plaats vinden; k. Indien bij teams de verplichte oefeningen en de kür in galop uitgevoerd worden, 35

42 dienen deze gesplitst uitgevoerd te worden. Deze vorm van de wedstrijd moet in het vraagprogramma zijn vermeld. Artikel Wedstrijddag 1. In het officiële dagprogramma moet de volgende tekst vermeld zijn: Er zal gereden worden onder de reglementen van de KNHS. Voorts moeten zo mogelijk worden opgenomen de namen van: Federatievertegenwoordiger; juryleden; ringmeesters; voor de oefenring en voor de wedstrijdring; geneeskundige hulp; diergeneeskundige hulp; hoefsmid; wedstrijdsecretariaat; omroeper; deelnemers, paarden/pony s, voltigeverenigingen; rekenkamer, alsmede de toe te kennen prijzen. Na goedkeuring van de wedstrijd volgt publicatie in het officiële orgaan. 2. De wedstrijdgevende organisatie heeft naast regelingen welke reeds eerder in dit reglement genoemd zijn, tevens voor het hierna volgende zorg te dragen: a. Een wedstrijdring moet bij binnenwedstrijden een middenlijn van tenminste 20 meter hebben. b. Een wedstrijdring moet bij buitenwedstrijden een middenlijn van tenminste 25 meter hebben. c. Een wedstrijdring moet een bodem hebben die bestaat uit zand, al dan niet gemengd met zaagsel, krullen of iets dergelijks. De bodem moet vlak, veerkrachtig en slipvast zijn, zodat de kans op lichamelijk letsel bij paard en voltigeurs zoveel mogelijk wordt gereduceerd. d. De ring moet zodanig afgezet zijn, dat de omtrek van de ring zichtbaar is. Een zichtbare markering van het middelpunt is gewenst. e. De bodem moet vlak of nagenoeg vlak zijn. Indien er tijdens een wedstrijd sprake is van hinderlijke spoorvorming, dit ter beoordeling van de jury, moet de ring tussentijds geëgaliseerd worden. f. Bij binnenwedstrijden moet de ring een vrije hoogte hebben van tenminste 5.00 meter. g. Bij de wedstrijdring moet een voldoende van het publiek afgeschermde plaats zijn voor de jury en hun medewerkers. h. Toeschouwers moeten een afstand van tenminste 3 meter tot de buitenzijde van de wedstrijdring bewaren. i. Een geluidsinstallatie moet zodanig opgesteld zijn, dat berichten (en de nodige muzikale ondersteuning) de voltigeurs, de jury en overig technisch kader, alsmede het publiek kunnen bereiken. 36

43 j. Bij elke wedstrijd moet aan de voltigeurs een oefenring ter beschikking worden gesteld, die dezelfde afmetingen heeft als de wedstrijdring. De bodem van deze ring moet aan de wedstrijdbepalingen voldoen. k. Zonodig moet door de wedstrijdgevende organisatie een schema worden opgesteld en bekend gemaakt waaruit blijkt door wie, hoelang en in welke volgorde er gebruik gemaakt mag worden van de oefenring. l. Het wedstrijdprogramma/schema dient minstens 5 dagen voor de wedstrijd bij de deelnemende verenigingen aanwezig te zijn. m. Een klasse die meer dan 12 deelnemende teams telt mag gesplitst worden in twee afdelingen. n. Bij 20 deelnemende solovoltigeurs en 12 duo s mag er gesplitst worden in twee afdelingen. Artikel Inschrijfgeld/prijzen/prijsuitreiking 1. Het maximum inschrijfgeld per klasse is vastgesteld in de Wedstrijdtarievenlijst van de KNHS. 2. Ten aanzien van het toekennen en uitreiken van prijzen gelden de volgende bepalingen: a. Per 3 deelnemende teams of andere deelnemers dient tenminste één prijs te worden toegekend en uitgereikt. b. Twee uur na beëindiging van de betreffende rubriek dient de prijsuitreiking plaats te vinden. 3. Bij de prijsuitreiking is het gewenst dat de longeur mee naar voren komt. HOOFDSTUK 5 - JUREREN Artikel Algemene bepalingen 1. Aanvullend aan datgene wat bepaald is in het Algemeen Wedstrijdreglement, dienen juryleden minimaal 2 x per kalenderjaar te hebben gejureerd. Alle goedgekeurde wedstrijden dienen beoordeeld te worden door regelmatig bijgeschoolde juryleden van de KNHS. Juryleden dienen bij een wedstrijdduur van 4-6 uur, minimaal 1 uur pauze te hebben. Bij een wedstrijdduur van meer dan 6 uur dient 1 jury extra te worden aangetrokken, zodat de juryleden kunnen rouleren. 2. Nationale wedstrijden: Klasse A, Klasse B, Klasse C, } Klasse D, zijnde de hoogst mogelijke klassenindeling; het is verplicht deze klasse altijd door juryleden afzonderlijk te laten beoordelen, bij voorkeur door 3 juryleden. deze klassen moeten door minimaal 2 juryleden afzonderlijk beoordeeld worden. 37

44 Klasse E, zijnde de laagste klasse, Basispaardrijden } deze klassen mogen door 1 jurylid beoordeeld worden Solovoltige moet altijd door minimaal 2 juryleden afzonderlijk beoordeeld worden. Juniorenteams moeten door minimaal 2 juryleden afzonderlijk beoordeeld worden. Duo voltige moet altijd door minimaal 1 jurylid beoordeeld worden. 3. Kampioenswedstrijden (selecties e.d.): Deze wedstrijden dienen door drie juryleden, verspreid over de cirkel, afzonderlijk gejureerd te worden. 4. De jury bepaalt in eerste aanleg of het voltigepaard voldoet aan de voorwaarden voor deelname genoemd in artikel Bij bijzondere gebeurtenissen of onverwachte problemen heeft jury A de beslissende stem. Jury A kan deze beslissing al dan niet in overleg met jury B en jury C nemen. Bij onverwachte gebeurtenissen of problemen voor of tijdens de proef, als de tijd is stil gezet, mogen jury B en jury C naar jury A komen om deze hun oordeel of voorstel tot oplossing voor te leggen. HOOFDSTUK 6 - DEELNAME FNRS VOLTIGEURS AAN KNHS VOLTIGEWEDSTRIJDEN FNRS Voltigeurs mogen deelnemen aan KNHS wedstrijden in het basispaardrijden, teams klasse E en D of als junioren solo of solo klasse C mits zij in het bezit zijn van een ruiterpaspoort, zich als FNRS voltigeteam of solo hebben aangemeld bij de KNHS en lid zijn van de KNHS Voltige Vereniging. Als de voltigeurs promoveren naar een hogere klasse moeten zij lid zijn van een locale voltige vereniging om verder op wedstrijden uit te kunnen komen. Deelname aan KNHS Voltigewedstrijden gebeurt volgens het KNHS Disciplinereglement voltige. 38

45 Bijlage 1 - Appendix Beoordelingsstaten 1 Appendix Beoordelingsstaat Appendix voor Basispaardrijden 1 Beoordelingsstaat Voltigeurs voor Basispaardrijden Beoordelingsstaat voor Basispaardrijden Lidnummer* Jury: 1) Datum: 2) Voltigeurs Lidnummer* Voltigeurs Lidnummer* Plaats: Jury: 3) 1) Jury: 1) Team: Datum: 4) 2) Datum: 2) Paard: Plaats: 5) 3) Plaats: 3) Longeur: Team: 6) 4) Team: 4) Lidnummer Paard: Longeur: 5) 7) Paard: 5) Longeur: 6) Longeur: 6) Lidnummer Longeur: 7) Lidnummer Longeur: 7) Verplichte Oefeningen Tijd: 1 minuut per deelnemer Totaal zit Verplichte Oefeningen Tijd: 1 minuut per deelnemer Verplichte Oefeningen Tijd: 1 minuut per deelnemer E-Molen Totaal Totaal Opzwaai zit tot zit bank E-Molen E-Molen Knielen Opzwaai tot Opmerkingen: bank Opzwaai tot Totaal verplichte oefeningen bank Knielen / 6 voltigeurs Opmerkingen: Knielen Totaal verplichte paard oefeningen X2 Opmerkingen: Totaal verplichte oefeningen Verplichte oefeningen / 6 voltigeurs +paard / 6 voltigeurs paard X2 /6= totaal verplichte paard oefeningen X2 Verplichte oefeningen +paard Verplichte oefeningen +paard /6= totaal verplichte oefeningen /6= totaal verplichte oefeningen Handtekening Kür Handtekening Tijd: 30 seconden per deelnemer Handtekening Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Moeilijkheidsgraad Kür Tijd: 30 seconden Score per 4-tal deelnemer Kür x 1,5 X 1.0 Tijd: 30 seconden per deelnemer Samenstelling Opmerkingen Score Coëfficiënt X 2.0 Uitslag Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Uitvoering Moeilijkheidsgraad Score 4-tal 1, Moeilijkheidsgraad Score 4-tal x 1,5 X 1.0 Algemene Samenstelling Indruk 90% paard Samenstelling X 2.0 Uitvoering 10% team 2.5 Uitvoering X 2.5 Opmerkingen: Algemene Indruk 90% paard 1.5Totaal: Algemene Indruk 90% paard X % team Totaal/7= totaal voor de kür: Opmerkingen: 10% team Verplichte oefeningen+ Totaal: kür= Opmerkingen: Totaal: Totaal/7= totaal /2 = voor totale de score kür: Totaal/7= totaal voor de kür: Verplichte oefeningen+ kür= Verplichte oefeningen+ kür= /2 = totale score /2 = totale score Handtekening * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Handtekening Lidnummer Handtekening Jury Lidnummer Jury Lidnummer Jury 39

46 Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Klasse A/B/C Klasse A/B/C Klasse A/B/C Voltigeurs Lidnummer* Voltigeurs Lidnummer* Jury: 1) Jury: 1) Voltigeurs Lidnummer* Datum: 2) Datum: Jury: 2) 1) Plaats: 3) Plaats: Datum: 3) 2) Team: 4) Team: Plaats: 4) 3) Paard: 5) Paard: Team: 5) 4) Longeur: 6) Longeur: Paard: 6) 5) Lidnummer longeur: 7) Lidnummer Longeur: longeur: 6) 7) Lidnummer longeur: 7) Verplichte Oefeningen Tijd: minuten Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen Totaal 1 2 Tijd: 63 minuten Totaal Opsprong Opsprong Totaal Vrije zit Vrije Opsprong zit Vlag Vlag Vrije zit Molen Molen Vlag Schaar Schaar Molen Staan Staan Schaar Flank Flank Staan Opmerkingen: Totaal verplichte oefeningen Flank Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal verplichte oefeningen Totaal verplichte voltigeurs / 6 oefeningen voltigeurs paard X2 paard / 6 voltigeurs X2 Verplichte oefeningen +paard Verplichte paard oefeningen +paard X2 /9= Verplichte totaal verplichte oefeningen oefeningen +paard /9= totaal verplichte oefeningen /9= totaal verplichte oefeningen Handtekening Handtekening Handtekening Kür Tijd: minuten Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Moeilijkheidsgraad 1.0 Moeilijkheidsgraad Opmerkingen Score Coëfficiënt X 1.0 Uitslag Samenstelling 2.0 Samenstelling Moeilijkheidsgraad X Uitvoering 2.5 Uitvoering Samenstelling X Algemene Indruk 90% paard 1.5 Algemene UitvoeringIndruk 90% paard X Algemene 10% team 10% 90% paard team X 1.5 Opmerkingen: Totaal: 10% team Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal: Totaal/7= totaal voor de kür: Totaal/7= totaal voor de Totaal: kür: Totaal/7= Verplichte oefeningen+ kür= Verplichte totaal oefeningen+ voor de kür= kür: Verplichte oefeningen+ /2 totale score kür= /2 = totale score /2 = totale score Handtekening Handtekening Handtekening het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury 40

47 Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Klasse Klasse Klasse D Voltigeurs Lidnummer* Jury: 1) Voltigeurs Lidnummer* Datum: Jury: 2) 1) Voltigeurs Lidnummer* Plaats: Datum: Jury: 3) 2) 1) Team: Plaats: Datum: 4) 3) 2) Paard: Team: Plaats: 5) 4) 3) Longeur: Paard: Team: 6) 5) 4) Lidnummer Longeur: Paard: longeur: 6) 5) 7) Lidnummer Longeur: longeur: 6) 7) Lidnummer longeur: 7) Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen 1 2 Tijd: 6 minuten Totaal opsprong Totaal Vrije opsprong Totaal zit Halve Vrije opsprong zit molen a.w. Halve Vrije zit molen opzwaaien+ a.w. Halve molen afsprong opzwaaien+ a.w. vlag afsprong opzwaaien+ staan vlag afsprong v.w. staan vlag opzwaaien v.w. staan flank opzwaaien v.w. Opmerkingen: flank opzwaaien Totaal verplichte oefeningen flank Opmerkingen: Opmerkingen: Handtekening Handtekening Handtekening Totaal verplichte oefeningen Totaal verplichte / 6 oefeningen voltigeurs / 6 voltigeurs paard / 6 voltigeurs X2 paard X2 Verplichte paard oefeningen +paard X2 Verplichte oefeningen +paard /10= Verplichte totaal verplichte oefeningen oefeningen +paard /10= totaal verplichte oefeningen /10= totaal verplichte oefeningen Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Moeilijkheidsgraad Opmerkingen Score Coëfficiënt X 1.0 Uitslag Samenstelling Moeilijkheidsgraad Opmerkingen Score Coëfficiënt X Uitslag Uitvoering Samenstelling Moeilijkheidsgraad X Algemene Uitvoering Samenstelling Indruk 90% paard X Algemene Uitvoering Indruk 10% 90% paard team X Algemene Indruk Opmerkingen: 10% 90% paard team X 1.5 Totaal: 10% team Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal: Totaal/7= totaal voor de Totaal: kür: Totaal/7= totaal voor de kür: Totaal/7= Verplichte totaal oefeningen+ voor de kür= kür: Verplichte oefeningen+ kür= Verplichte oefeningen+ /2 = totale score kür= /2 = totale score /2 = totale score * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Handtekening Handtekening Lidnummer Handtekening Jury Lidnummer Jury Lidnummer Jury 41

48 Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Beoordelingsstaat voor Voltigegroepen Klasse Klasse Klasse E Voltigeurs Lidnummer* Jury: 1) Voltigeurs Lidnummer* Voltigeurs Lidnummer* Datum: Jury: 2) 1) Jury: 1) Plaats: Datum: 3) 2) Datum: 2) Team: Plaats: 4) 3) Plaats: 3) Paard: Team: 5) 4) Team: 4) Longeur: Paard: 6) 5) Paard: 5) Lidnummer Longeur: longeur: 6) Longeur: 6) 7) Lidnummer longeur: 7) Lidnummer longeur: 7) Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen 1 2 Tijd: 6 minuten Totaal Vrije zit Totaal Totaal E-molen Vrije zit Vrije zit Afsprong E-molen E-molen binnen E-vlag Afsprong binnen Afsprong binnen Knielen E-vlag E-vlag Opzwaaien Knielen Knielen Opmerkingen: Opzwaaien Totaal verplichte oefeningen Opzwaaien Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal verplichte oefeningen / 6 voltigeurs Totaal verplichte oefeningen / 6 voltigeurs paard X2 / 6 voltigeurs Verplichte paard oefeningen +paard X2 paard X2 Verplichte oefeningen +paard /8= Verplichte totaal verplichte oefeningen oefeningen +paard /8= totaal verplichte oefeningen /8= totaal verplichte oefeningen Handtekening Handtekening Handtekening Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Moeilijkheidsgraad Opmerkingen Score Coëfficiënt X 1.0 Uitslag Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Samenstelling Moeilijkheidsgraad Moeilijkheidsgraad X 1.0 Uitvoering Samenstelling Samenstelling X 2.0 Algemene Uitvoering Indruk 90% paard Uitvoering X 2.5 Algemene Indruk 10% 90% paard team 1.5 Algemene Indruk 90% paard X 1.5 Opmerkingen: 10% team Totaal: Opmerkingen: 10% team Totaal/7= totaal voor Totaal: de kür: Opmerkingen: Totaal: Totaal/7= totaal voor de kür: Verplichte oefeningen+ kür= Totaal/7= totaal voor de kür: Verplichte oefeningen+ kür= Verplichte oefeningen+ /2 = totale score kür= /2 = totale score /2 = totale score * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Handtekening Handtekening Lidnummer Handtekening Jury Lidnummer Jury Lidnummer Jury 42

49 Beoordelingsstaat voor Junioren teams Beoordelingsstaat voor Junioren teams Beoordelingsstaat voor Junioren teams Voltigeurs Lidnummer* Jury: 1) Voltigeurs Lidnummer* Voltigeurs Lidnummer* Datum: Jury: 2) 1) Jury: 1) Plaats: Datum: 3) 2) Datum: 2) Team: Plaats: 4) 3) Plaats: 3) Paard: Team: 5) 4) Team: 4) Longeur: Paard: 6) 5) Paard: 5) Lidnummer Longeur: longeur: 7) 6) Longeur: 6) Lidnummer longeur: 7) Lidnummer longeur: 7) Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen 1 2 Tijd: 6 3minuten Verplichte Oefeningen Totaal Tijd: 6 minuten opsprong Totaal Totaal Vrije opsprong zit opsprong Halve Vrije zit molen Vrije zit a.w. Halve opzwaaien molen Halve molen + a.w. afsprong opzwaaien vlag a.w. afsprong opzwaaien + afsprong staan vlag vlag v.w. staan opzwaaien staan flank v.w. opzwaaien v.w. opzwaaien Opmerkingen: flank Totaal verplichte oefeningen flank Opmerkingen: Opmerkingen: Handtekening Handtekening Handtekening Totaal verplichte / 6 oefeningen voltigeurs Totaal verplichte oefeningen paard / 6 voltigeurs X2 / 6 voltigeurs Verplichte paard oefeningen +paard X2 paard X2 Verplichte oefeningen +paard /10= Verplichte totaal verplichte oefeningen oefeningen +paard /10= totaal verplichte oefeningen /10= totaal verplichte oefeningen Kür Tijd: 4 minuten Kür Tijd: 4 minuten Kür Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Tijd: 4 minuten Moeilijkheidsgraad Opmerkingen Score Coëfficiënt X 1.0 Uitslag Opmerkingen Score Coëfficiënt Uitslag Samenstelling Moeilijkheidsgraad Moeilijkheidsgraad X 1.0 Uitvoering Samenstelling Samenstelling X 2.0 Algemene Uitvoering Indruk 90% paard Uitvoering X 3.0 Algemene Indruk 10% 90% paard team 1.5 Algemene Indruk 90% paard X 1.5 Opmerkingen: 10% team Totaal: 10% team Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal/7.5= totaal voor de Totaal: kür: Totaal: Totaal/7.5= Verplichte totaal oefeningen+ voor de kür= kür: Totaal/7.5= totaal voor de kür: Verplichte oefeningen+ kür= Verplichte oefeningen+ /2 = totale score kür= /2 = totale score /2 = totale score Handtekening Handtekening Handtekening * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury 43

50 Beoordelingsstaat voor voor Solo Solo Voltige Voltige Klasse Klasse A/B/Junioren A/B/C/Junioren Jury: Jury: Voltigeur: Voltigeur: Datum: Datum: Lidnummer*: Plaats: Plaats: Paard: Paard: Voltigevereniging: Longeur: Longeur: Lidnr: Lidnr: Verplichte Oefeningen Opsprong Opsprong Vrije Vrije zit zit Vlag Vlag Molen Molen Schaar Schaar Staan Staan Flank Flank Opmerkingen Score Score Totaal Totaal verplichte verplichte oefeningen oefeningen paard paard X2 X2 Verplichte Verplichte oefeningen oefeningen +paard +paard /9= totaal /9= totaal verplichte verplichte oefeningen oefeningen Handtekening Handtekening Kür Kür Moeilijkheidsgraad Moeilijkheidsgraad Samenstelling Samenstelling Uitvoering Uitvoering Paard Paard X 1.0X 1.0 X 1.0X 1.0 X 2.0X 2.0 X 1.0X 1.0 totaal totaal /5= totaal /5= totaal Kür Kür Opmerkingen: Opmerkingen: Verplichte Verplichte oefeningen oefeningen + Kür + Kür / 2 = / eindcijfer 2 = eindcijfer Handtekening Handtekening * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury * het lidmaatschapsnummer altijd invullen Lidnummer Jury 44

51 Beoordelingsstaat voor Duo Voltige Beoordelingsstaat voor Duo V Jury: Voltigeur Jury: 1*: Lidnr. Voltigeur 1*: Datum: Voltigeur Datum: 2*: Lidnr. Voltigeur 2*: Plaats: Paard: Plaats: Paard: Voltigevereniging: Longeur: Voltigevereniging: Lidnr: Longeur: Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Verplichte Oefeningen Tijd: 6 minuten Voltigeur 1 Voltigeur Voltigeur 2 1 Totaal Opsprong Vrije zit Vlag Molen Schaar Staan Flank Opsprong Vrije zit Vlag Molen Schaar Staan Flank Opmerkingen: Opmerkingen: Totaal verplichte oefeningen Vo T paard X2 /9= totaal verplichte oefeningen /9= t Handtekening Handtekening Kür Kür Opmerkingen score coëfficiënt resultaat Opmerkingen score coëfficiënt resu Moeilijkheid Moeilijkheid X 1 X 1 Samenstelling Samenstelling X 1 X 1 Uitvoering Uitvoering X 1 X 1 Paard Paard X 1 X 1 totaal /4 = totaal opmerkingen opmerkingen Handtekening Handtekening Lidnummer Jury Lidnummer Jury Totaal verplichte oefeningen en kür Totaal verplichte oefeningen en kü * het lidmaatschapsnummer altijd invullen /2 = eindcijfer * het lidmaatschapsnummer altijd invullen /2 = eindcij 45

52 46

53 Bijlage 2 - Beschrijving van de oefeningen Posities zijn gerelateerd aan de richting waarin het paard gaat, deze eindigen op waarts Voorwaarts De voltigeur kijkt in de richting waarin het paard gaat Rugwaarts De voltigeur kijkt in de tegenovergestelde richting van de richting waarin het paard gaat Als de uitleg niet precies genoeg is kunnen binnenwaarts, buitenwaarts, omhoog of omlaag worden toegevoegd Zijwaarts naar binnen Zijwaarts naar buiten Als deze regel niet toepasbaar is geeft de positie van het hoofd de plaats aan Voorwaarts omhoog Rugwaarts omhoog 47

54 Bewegingen zijn gerelateerd aan het lichaam van de voltigeur, deze eindigen op uit Voorwaarts achteruit Rugwaarts vooruit Sommige bewegingen hebben specifieke benamingen zoals Delphinsalto Auerbachsalto 48

55 1 - Opsprongen Opsprongen vanaf de binnenkant tenzij anders wordt vermeld. Alle opsprongen vanaf de buitenkant zijn 1 moeilijkheidsgraad hoger dan dezelfde opsprongen vanaf de binnenkant. Alle opsprongen omhoog met behulp van één of twee voltigeurs zijn S oefeningen Opsprongen tot schouderhang L M S RS Opsprong tot schouderhang zijwaarts vanaf de binnenkant Alle andere opsprongen tot schouderhang Opsprongen tot geknielde posities L M S RS Opsprong op de knieën voorwaarts Opsprong op de knieën vanaf de buitenkant Opsprong op de knieën zijwaarts naar binnen of naar buiten vanaf de binnenkant Opsprong op de knieën zijwaarts naar binnen of naar buiten vanaf de buitenkant Opsprong op de knieën met assistentie van een andere voltigeur 49

56 1.3 - Opsprongen naar liggende positie of vlieger L M S RS Opsprong tot liggen op de zij Opsprong tot liggen op de zij naar binnen of naar buiten vanaf de binnenkant Opsprong tot liggen op de zij naar binnen of naar buiten vanaf de buitenkant Opsprong tot liggen op de buik vanaf de buitenkant Opsprong tot liggen op de buik vanaf de binnenkant Opsprong tot liggen op de rug met open benen Opsprong tot liggen op de rug met gesloten benen Opsprong direct tot vlieger 50

57 1.4 - Opsprongen naar zit positie L M S RS Opsprong tot zijwaartse zit naar binnen of naar buiten Opsprong tot rugwaarts zitten op de hals door zijwaartse zit naar binnen of naar buiten Opsprong tot zijwaartse zit naar binnen of naar buiten vanaf de buitenkant Opsprong direct naar rugwaarts zitten op de hals Spreidopsprong met assistentie Spreidopsprong Opsprong onder partner die omhoog springt tot buitenwaartse zit Opsprong onder partner die omhoog springt tot zit Opsprong tot buitenwaartse steun 51

58 L M S RS Schaar opsprong vanaf de buitenkant Schaar opsprong vanaf de binnenkant Opsprong tot zitten op bank/vlag Koprol opsprong tot zit Geassisteerde koprol opsprong tot zit Geassisteerde koprol opsprong tot zit op midden of hoog niveau 52

59 1.5 - Opsprongen tot stand Alle opsprongen tot schouderstand of handstand zijn S oefeningen Hoofd beneden de heup Hoofd boven de heup L M S RS Opsprong tot handstand zonder assistentie Opsprong tot schouderstand Geassisteerde opsprong tot schouderstand Opsprong tot knielen vanaf de binnenkant Opsprong tot knielen vanaf de buitenkant Geassisteerde opsprong tot stand, benen wijd (90 graden) gedurende de sprong Opsprong tot stand met hulp van staande voltigeur Opsprong tot staan 53

60 1.6 - Opsprongen tot steunpositie L M S RS Opsprong tot steun vanaf de buitenkant Opsprong tot steun vanaf de binnenkant Opsprong tot kruiwagen, landing met 1 been Opsprong tot kruiwagen Opsprong tot ligsteun Opsprongen tot vlag L M S RS Opsprong tot vlag (been boven horizontaal) Vanaf de buitenkant Opsprong tot vlag (been boven horizontaal) Opsprong tot standvlag (been boven horizontaal) 54

61 2 - Afsprongen De volgende oefeningen zijn S oefeningen: Alle koprollen en afsprongen met rol vanaf het bovenste niveau Alle afsprongen met handspring beweging Alle afsprongen van het bovenste niveau of van een staande steun voltigeur Rol afsprongen L M S RS Rol voorwaarts vooruit over de schouder van het paard naar de buitenkant Rol achterwaarts vooruit over het kruis Rol rugwaarts achteruit over de schouder van het paard Rol voorwaarts achteruit over het kruis (of over een liggende voltigeur) Rol zijwaarts vooruit naar binnen of naar buiten Rol zijwaarts achteruit naar binnen of naar buiten Steun rol vanaf de schouder Steunsalto voorwaarts gehoekt/gehurkt 55

62 L M S RS Rol voorwaarts vanaf hoge bank Rol voorwaarts over bank of vlag Rol naar beneden en voorwaars vanaf een knielende voltigeur Rol naar beneden en voorwaars vanaf een zittende voltigeur Rol naar beneden en voorwaars vanaf een staande voltigeur Zwaaiende afsprongen L M S RS V-afsprong voorwaarts of achterwaarts Afflanken vanuit overdwars liggen naar binnen of naar buiten Afflanken over het kruis naar achteren vanuit zit of bank Afflanken vanaf liggen op de hoge bank Afflanken vanaf liggen op de bank 56

63 L M S RS Afflanken met halve draai vanaf de hals of het kruis Afsprong via handstand vanuit knielen Afflanken vanaf rugwaartse zit op de hals met een draai over de rug van het paard Afsprong via handstand door vlag of standvlag Afsprong via handstand met 1/4 draai Afsprong via handstand vanaf het kruis met een halve draai Afsprong via handstand vanaf de schouder (midden niveau) 57

64 2.3 - Sprong afsprongen L M S RS Hoek of spreidsprong over standvlag dwars Gehoekte sprong over standvlag zijwaarts in de lus Over-spreiden rugwaarts over 1 of 2 zittende voltigeurs Spreidsprong over het kruis Over-spreiden over 1 of 2 zittende voltigeurs Voorwaarts of achterwaartse sprong over één of twee knielende of staande voltigeurs Spreidhoek-sprong achterwaarts Hoek of strek sprong binnen of buitenwaarts Spreidhoeksprong voorwaarts Hoek of strek sprong achteruit Strek sprong met 360 graden draai 58

65 2.4 - Afsprongen met draai Alle afsprongen met een draai zijn S oefeningen. L M S RS Radslag Handstand-overslag in alle richtingen Flick-Flack 59

66 3 - Dynamische oefeningen De volgende oefeningen zijn S oefeningen: Alle rollen op het hoogste niveau, Alle koprollen, Alle handstand-overslagen, Alle oefeningen op een staande steun voltigeur Draaien L M S RS Draai van binnen of buitenwaarse zit naar binnen of buietenwaarts op de hals en vice versa Draai van princenzit voorwaarts naar prinsezit rugwaarts 1/2 draai in handstand door het wisselen tussen de handen van twee ondersteunende voltigeurs Draai van binnen of buitenwaarse zit naar voorwaarse zit op de hals Vlieger- veranderen van richting met 1/4 draai Vlieger- veranderen van richting voorwaartsrugwaarts, zijwaars naar binnen of buiten, voorwaars omhoog of omlaag 60

67 3.2 - Rollen Alle rollen op het hoogste niveau of op een los staande ondersteunende voltigeur zijn S oefeningen. Alle losse rollen zijn RS-oefeningen. Rol rugwaarts van rugwaartse zit naar zit rugwaarts op de hals L M S RS Rol rugwaarts van rugwaartse zit met schaarbeweging naar zit voorwaarts op de hals Roll achterwaarts van rugwaartse zit naar rugwaartse vlag op de hals Rol voorwaarts of achterwaarts vanaf de hals tot dwarsligging Roll achterwaarts van rugwaartse zit naar rugwaartse standvlag op de hals Rol voorwaarts of achterwaarts vanaf de hals tot voorwaartse of rugwaartse zit Rol voorwaarts van steun op het kruis naar voorwaartse zit op de hals Handstand achterwaarts-afrollen Roll achterwaarts tot handstand Rol voorwaarts van de hals tot rugligging op de paardenrug met gesloten benen Afrollen van schouderstand tot rugligging Omhoog rollen vanuit ligging op de rug naar schouderstand 61

68 L M S RS Afrollen of omhoogrollen van of op liggen op een zittende voltigeur Afrollen of omhoogrollen van of op liggen op een knielende voltigeur Ondersteunde rol vanaf de schouders vanuit knielen Afrollen of omhoogrollen van of op liggen op een staande voltigeur Ondersteunde rol vanaf de schouders vanuit knielen Rock n Roll Rol 62

69 3.3 - Zwaai oefeningen L M S RS Halve schaar rugwaarts vanuit voorwaartse zit op de hals via rugligging Halve schaar rugwaarts vanuit voorwaartse zit op de hals via een vrije steun halve schaar voorwaarts/ rugwaarts met steun op het kruis van het paard Halve schaar op de hoge bank Halve schaar op de bank Vanuit vlag op de hals omdraaien met tweearmige ondersteuning op de paardenrug tot voorwaartse zit of knielen Vanuit vlag op de hals omdraaien met tweearmige ondersteuning op de paardenrug tot vlag voorwaarts of zijwaarts met wissel van het steunbeen Vanuit vlag op de hals omdraaien met tweearmige ondersteuning op de paardenrug tot vlag voorwaarts of zijwaarts zonder wissel van het steunbeen Vanuit voorwaartse vlag op de paardenrug tot vlag op de hals met wissel van het steunbeen Vanuit voorwaartse vlag op de paardenrug tot vlag op de hals zonder wissel van het steunbeen 63

70 L M S RS Afsprong vanaf dwarsligging op de hoge bank Doorhokken van binnen of buitenwaartse steun naar zit Doorhokken vanuit zijwaartse steun tot steun binnen of buitenwaarts Doorhokken van zijwaartse steun tot steun in 90 hoek Opzwaai tot schouderstand via spreidsprong 90 Wissel van steunbeen in de vlag of standvlag via handstand Opzwaai tot schouderstand vanuit zit of standvlag Hoogwenden vanuit zit tot zit Zwaai tussen paard en hoge bank Opzwaaien tussen twee voltigeurs 64

71 3.4 - Sprong oefeningen L M S RS (Spreid)sprongachterwaarts over 1 of 2 zittende voltigeurs (Spreid)sprong voorwaarts over 1 of 2 zittende voltigeurs Sprong voorwaarts/ achterwaarts over 1 of 2 knielende of staande voltigeurs Vanuit staan met 1/4 schroef Vanuit staan voorwaarts tot staan voorwaarts met hele schroef Vanuit staan voorwaarts met 1/2 schroef tot staan rugwaarts en vice versa Voorwaarts Knielen - voorwaarts staan Vanuit voorwaarts knielen met 1/2 schroef tot rugwaarts staan prinsenzit - voorwaarts staan met 1 of 2 voltigeurs 65

72 3.5 - Overslagen Alle overslag oefeningen zijn S-oefeningen. L M S RS Brug voorwaarts/achterwaarts van de rug naar de hals, eventueel over een voltigeur Overslag van vlieger naar de hals Overslag op of naast het paard 66

73 4 - Statische oefeningen S-oefeningen zijn: Alle oefeningen op de hoge bank of op een los staande voltigeur Hang oefeningen L M S RS Kozakkenhang met 1 been in de lus Dubbele kozakkenhang, alle variaties Schouder hang, alle richtingen met één hand vastgehouden Schouder hang, alle richtingen met twee handen vastgehouden Schouderhang aan een zittende/knielende onderman of aan de bank 67

74 L M S RS Hang tussen twee voltigeus met gespreide benen Hang aan één staande voltigeu met gespreide benen Hang tussen twee voltigeurs Hang met knie aan een staande voltigeur Hang binnen of buitenwaarts aan 1 of 2 knielende voltigeurs Hang binnen of buitenwaarts aan 1 of 2 staande voltigeurs 68

75 4.2 - Kniel oefeningen L M S RS Vrij knielen / dubbel knielen/ Met drieen knielen voorwaarts Vrij knielen / dubbel knielen/ Met drieen knielen rugwaarts of zijwaarts Prinsenzit, dubbele prinsenzit rugwaarts Prinsenzit op de hals Prinsenzit, dubbele prinsenzit zijwaarts Prinsenzit, dubbele prinsenzit voorwaarts Knielen los voorwaarts, rugwaarts, zijwaarts op één been, been naar beneden gestrekt Knielen vast voorwaarts/ rugwaarts/ zijwaarts op één been, het andere been omhoog gestrekt op opgetrokken Knielen los voorwaarts, rugwaarts, zijwaarts op één been, andere been vrij Knielen/ prinsenzit los voorwaarts/ rugwaarts op de bank Knielen/ prinsenzit los op de hoge bank Knielen/ prinsenzit vast voorwaarts/ rugwaarts op 1 of 2 zittende voltigeurs Knielen/ prinsenzit los voorwaarts/ rugwaarts op 1 of 2 zittende voltigeurs 69

76 4.3 - Ligoefeningen en oefeningen met vlieger L M S RS In de lengte op het paard liggen, vastgehouden In de lengte op het paard liggen, met 1 hand vastgehouden Schoudervlieger voorwaarts/rugwaarts Onderman knielt Schoudervlieger voorwaarts/rugwaarts Onderman staat Schoudervlieger voorwaarts/rugwaarts. Onderman zit Dwars liggen op de paardenrug op de rug/ buik met twee handen vastgehouden Dwars liggen op de bank met twee handen vastgehouden Dwars liggen op de paardenrug op de rug/ buik met één hand vastgehouden Dwars liggen op de bank met één hand vastgehouden Dwars liggen op de paardenrug op de rug/buik los Dwars liggen op de armen met één arm vastgehouden Dwars liggen op de hoge bank met één hand vastgehouden Dwars liggen op de bank los Dwars liggen op de hoge bank los Kaars op paardenrug Dwars liggen op de armen los Kaars op de hoge bank Kaars op de bank 70

77 L M S RS Schoudervlieger met gespreide benen op de schouder van zittende onderman rugwaarts Vliegende engel met over elkaar gekruiste benen vanaf de knieen Zittende onderman Liggen op een schouderblad, 1 voet ondersteund, 1 arm en 1 been los Schoudervlieger met gespreide benen op de schouder van knielende/ staande onderman rugwaarts Vliegende engel met over elkaar gekruiste of gestrekte benen staande onderman Zitten-vliegende engel Vlieger hoog gesteund in alle variaties 71

78 4.4 - Zit oefeningen L M S RS Kleermakerszit rugwaarts los Kleermakers zit voorwaarts los/ rugwaarts vast Spreidzit voorwaarts los/ rugwaarts vast Spreidzit rugwaarts los Spreidzit voorwaarts vast Spagaat met één hand vast Spagaat vast Zit voorwaarts/ rugwaarts op de losstaande hoge bank Zit voorwaarts/ rugwaarts op de bank/ vlag Zit voorwaarts/ rugwaarts op de hoge bank Spreidzit voorwaarts/ rugwaarts op de bank Spreidzit voorwaarts/ rugwaarts op de hoge bank Schouderzit, onderman zit Schouderzit, onderman knielt Schouderzit/ spreidzit op 1 schouder, onderman zit Schouderzit, onderman staat Schouderzit/ spreidzit op 1 schouder, onderman knielt of staat 72

79 L M S RS Zijwaarts zitten op de armen (Holmen) vast Zijwaarts zitten op de armen (Holmen) los Ondersteund zitten/ kleermakerszit Spagaat los aan het lichaam vastgehouden Spagaat los aan de benen vastgehouden 73

80 4.5 - Shouderstanden en sta oefeningen Hoofd lager dan de heupen Hoofd hoger dan de heupen L M S RS Schouderstand vastgehouden -staan Schouderstand vastgehouden -zitten Schouderstand in alle variaties Nekstand Vrije handstand op de grepen/ paardenrug Vrije handstand Handstand voorwaarts/ rugwaarts ondersteund door voorwaarts/rugwaarts zittende partner Handstand op de paardenrug ondersteund door een zittende of staande partner Handstand voorwaarts/ rugwaarts met 1 arm, ondersteund met twee armen door zittende partner of Handstand voorwaarts/rugwaarts/ zijwaarts omdersteund met 1 arm door zittende partner Handstand op het kruis gesteund achter een voorwaarts zittende partner 74

81 L M S RS Handstand voorwaards op de grepen met twee handen ondersteund door staande partner Handstand -staande partner, alle variaties m.u.v. voorwaarts op de grepen Handstand rugwaarts (B) met één arm op de vlag/bank (C) - rugwaartse zit (A) Handstand rugwaarts (B) ondersteun met twee armen op de vlag/ bank (C) - rugwaartse zit (A) Handstand (B) op de schouders van vlag/ standvlag (A) - staan (S) en vergelijkbare variaties Handstand op de handen van een zittende onderman (vast) - Staan Holmerstand - los, houd zich vast aan 1 voltigeur Holmerstand de bovenman pakt vast aan de grepen 75

82 L M S RS Bovenarm stand zijwaarts Bovenarmstand ( Königskerze ) Staan in de lussen Kniestand op de hals/ rug los, standbeen in de lus Staan in de lus zijwaarts/rugwaarts los Staan zijwaarts met gekruiste benen Staan op 1 been, andere been los staan met drieen voorwaats Staan met tweeen voorwaarts Staan/met tweeen of drieen staan rugwaarts/ zijwaarts 76

83 L M S RS Zitten - staan/ knielen - staan rugwaarts Zitten - staan/ Knielen - staan voorwaarts Zitten - knielen - staan voorwaarts Staan rugwaarts over voorwaartse bank/vlag Zitten - knielen - staan rugwaarts Staan rugwaarts over rugwaartse bank/vlag Staan over bank Staan voorwaarts over vlag Staan op de bank/vlag/hoge bank Hongaarse post op twee banken naast elkaar 77

84 L M S RS Ster Staan op 1 of 2 partners vast Gallions figuur, staan minstens 45 graden Standspagaat op 1 of 2 personen, los 78

85 4.6 - Steun oefeningen L M S RS Split steun zijwaarts naar binnen of buiten Steunoefening met gezicht naar het paard Kick steun zijwaarts naar binnen of buiten Split steun voorwaarts/ rugwaarts op de grepen Kruiwagen voorwaarts omhoog of omlaag, met 1 arm ondersteund Kruiwagen voorwaarts omhoog of omlaag Kruiwagen voorwaarts omhoog of omlaag, met 1 been ondersteund Kruiwagen rugwaarts op het kruis, 1 arm ondersteund door zittende partner Kruiwagen vast Kruiwagen los, benen op heupen van staande voltigeur Kruiwagen benen op de schouders van staande voltigeur 79

86 L M S RS ligesteun op de schouders, benen op schouders van staande partner Ligsteun voorwaartsrugwaarts op schouders van zittende partner steunend Ligsteun voorwaartsrugwaarts op schouders van rugwaarts zittende partner steunend Ligsteun voorwaarts op de schouders van een knielende partner Kruiwagen met tweeen naast elkaar Ligsteun met tweeen boven elkaar 80

87 4.7 - Bank oefeningen L M S RS Bank ruglings op de hals, 1 been omhooggestrekt Bank ruglings rugwaarts op het kruis Bank ruglings voorwaarts op het kruis, 1 been omhooggestrekt Bank ruglings voorwaarts op het kruis op 1 arm, het tegenovergestelde been omhooggestrekt Vlag rugwaarts op de hals Bielman-vlag elleboog naar voren gericht Halve vlag rugwaarts op de hals Vlag rugwaarts Vlag rugwaarts op het kruis Halve vlag zijwaarts Vlag zijwaarts 81

88 L M S RS Dubbele vlag voorwaarts Dubbele halve vlag rugwaarts Dubbele vlag- halve vlag rugwaarts op de hals Vlag tegen elkaar Halve vlag tegen elkaar Gekruiste vlag Gekruiste halve vlag Halve vlag voorwaarts/ rugwaarts op 1 of 2 zittende partners vlag voorwaarts/ rugwaarts op 1 of 2 zittende partners Vlag op 1 zittende/ knielende/staande partner Halve vlag voorwaarts op de bank Vlag voorwaarts op de bank Vlag rugwaarts op de bank 82

89 L M S RS Halve vlag op halve vlag Halve vlag voorwarts op de hoge bank Vlag op vlag, alle variaties Vlag voorwaarts op de hoge bank of vlag/ halve vlag rugwaarts/ zijwaarts op de hoge bank Standvlag voorwaarts/ rugwaarts/zijwaarts in de lus 1 armig vastgehouden Standvlag voorwaarts/ rugwaarts/zijwaarts in de lus, los Standvlag voorwaarts/ rugwaarts/zijwaarts in de lus, vast Standvlag tegenover elkaar in de lussen 1 armig vastgehouden Standvlag tegenover elkaar in de lussen, los Standvlag tegenover elkaar in de lussen vast 2 standvlaggen parallel in de lussen en 1 op de paardenrug, vast 2 standvlaggen parallel in de lussen en 1 op de paardenrug, met 1 arm vastgehouden 83

90 L M S RS Naald in de lus, alle variaties Bielman standvlag, alle richtingen (voet en hand boven het hoofd, elleboog naar voren) Standvlag voorwaarts op de rug, vast Standvlag rugwaarts op de rg met 1 hand vast Naald voorwaarts/ rugwaarts (ook op de hals) met 1 arm vastgehouden Standvlag voorwaarts op de rug, los Naald voorwaarts/ rugwaarts (ook op de hals) vast Bielman standvlag los op de paardenrug - alle richtingen (voet en hand boven het hoofd, elleboog naar voren) 84

91 L M S RS Standvlag rugwaarts met 1 arm ondersteund door liggende partner Standvlag rugwaarts ondersteund door liggende partner Zitten voorwaarts/ rugwaarts- standvlag met 1 arm vastgehouden Bielman standvlag vast-zitten Zitten voorwaarts/ rugwaarts-standvlag vast Twee standvlaggen tegenover elkaar vastgehouden aan zittende partner Standvlaggen tegenover elkaar met 1 arm vastgehouden aan zittende partner Standvlag voorwaarts tussen twee zittende partners, standbeen ondersteund Standvlag voorwaarts tussen twee zittende partners, standbeen hoog ondersteund 85

92 L M S RS Standvlag met 1 hand vastgehouden op 1 of 2 zittende partners/ bank Bielman standvlag op 1 of 2 partners Standvlag los op 1 of 2 partners Standvlag met twee handen vastgehouden op 1 of 2 zittende partners/bank Standvlag (C)) - op halve vlag (B) - zitten(a) vlag - standvlag voorwaarts vast vlag - standvlag, met 1 arm vastgehouden vlag - standvlag, beiden los vlag - standvlaggen tegenover elkaar vast Dubbele vlag - standvlag Dubbele vlag - standvlag, allemaal los Met dank aan de Deutsche Reiterliche Vereinigung voor de toestemming om de plaatjes van de vrije oefeningen in dit reglement te mogen gebruiken. 86

93 Aantekeningen

94 Aantekeningen

95 Aantekeningen

96 Aantekeningen

Wedstrijdreglement Voltige

Wedstrijdreglement Voltige Wedstrijdreglement Voltige Wijzigingen per 1 maart 2017 Vet en onderstreept is nieuw, doorgehaald komt te vervallen Artikel 702 Paarden 1. Een paard dat deelneemt aan voltigewedstrijden moet minimaal 6

Nadere informatie

Verplichte oefeningen

Verplichte oefeningen Verplichte oefeningen Een voltigewedstrijd bestaat uit twee onderdelen, de verplichte oefeningen en de kun Beide onderdelen bepalen samen het totaal cijfer van de wedstrijd, elk onderdeel telt 50% in de

Nadere informatie

FNRS Wedstrijdreglement april 2014

FNRS Wedstrijdreglement april 2014 Algemeen: Artikel 1 Kledingvoorschriften van de ruiter: a. Het veiligheidshoofddeksel dient NEN-EN 1384-2012 gekeurd te zijn (ook verplicht bij het losrijden of inspringen). Deze norm vervangt de voorgaande

Nadere informatie

Wedstrijdreglement Voltige

Wedstrijdreglement Voltige KONINKLIJKE BELGISCHE RUITERSPORT FEDERATIE Wedstrijdreglement Voltige Versie 2012. INHOUDSOPGAVE pagina HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN 3 Artikel 700 Begrippen 3 Artikel 701 Algemene bepalingen t.a.v. het voltigeren

Nadere informatie

Hippiade Voltige 2016 Versie 20 juni 2016

Hippiade Voltige 2016 Versie 20 juni 2016 Datum: Vrijdag 26 augustus en zaterdag 27 augustus 2016 Accommodatie: Secretariaat: KNHS-Centrum Ermelo Prinses Amalia Hal De Beek 125 3852 PL ERMELO KNHS-Afdeling Evenementen Tel: 0577 408 381 E-mail:

Nadere informatie

KNHS-kampioenschappen t/m Z2 dressuur en ZZ springen. Ingaand per 1 april 2010 en geldig tot en met 1 oktober 2010

KNHS-kampioenschappen t/m Z2 dressuur en ZZ springen. Ingaand per 1 april 2010 en geldig tot en met 1 oktober 2010 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Reglement KNHS-kampioenschappen t/m Z2 dressuur en ZZ springen Ingaand per 1 april 2010 en geldig tot en met 1 oktober 2010 Het bestuur van de KNHS stelt

Nadere informatie

Kampioenschapsreglement

Kampioenschapsreglement Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Kampioenschapsreglement KNHS-outdoorkampioenschappen (Hippiade) t/m ZZ-Licht dressuur en ZZ springen Ingaand per 1 april 2012 en geldig tot 1 oktober 2012

Nadere informatie

Kampioenschapsbepalingen

Kampioenschapsbepalingen Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Kampioenschapsbepalingen KNHS-Subli Kampioenschap Jonge Dressuurpaarden 2010 ALGEMEEN 1. Het KNHS-Subli Kampioenschap Jonge Dressuurpaarden heeft als belangrijkste

Nadere informatie

KNHS Selectieprocedure Outdoor Dressuur Kampioenschappen 2015 - ZZ-Zwaar en Lichte Tour

KNHS Selectieprocedure Outdoor Dressuur Kampioenschappen 2015 - ZZ-Zwaar en Lichte Tour Selectiewedstrijden De selectiewedstrijden voor het KNHS Outdoor kampioenschap dressuur in de klasse ZZ-Zwaar en Lichte Tour vinden plaats op de volgende data: 1 e selectiewedstrijd: 3 mei 2015 in Almelo,

Nadere informatie

Statische rekoefeningen

Statische rekoefeningen Statische rekoefeningen Bovenlichaam Lage rugspieren Ga met je zitvlak op je hakken zitten. Duw je handen over de grond naar voren en buig je rug. Rek zover mogelijk uit. Kijk naar de grond. Houd deze

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN BRABANTSE KAMPIOENSCHAPPEN 2007

ALGEMENE BEPALINGEN BRABANTSE KAMPIOENSCHAPPEN 2007 ALGEMENE BEPALINGEN BRABANTSE KAMPIOENSCHAPPEN 2007 Er wordt gereden onder de reglementen van de afdeling basiswedstrijdsport van de KNHS. De organisatie behoudt zich het recht voor de starttijden met

Nadere informatie

Rijtechniek Springen. Fases van de sprong en verlichte zit

Rijtechniek Springen. Fases van de sprong en verlichte zit Rijtechniek Springen p Fases van de sprong en verlichte zit Doelstelling van de les De student kan de verschillende fases van de sprong benoemen en herkennen. De student kan aangeven hoe de houding van

Nadere informatie

Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen

Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen Algemeen Tijdens een F-proeven wedstrijd kun je laten zien wat je hebt geleerd tijdens je paardrijlessen. De proeven worden beoordeeld door juryleden die door

Nadere informatie

VOLTIGE IN VLAANDEREN

VOLTIGE IN VLAANDEREN VOLTIGE IN VLAANDEREN Naar aanleiding van de oprichting van de voltigecommissie binnen VLP, rees meer en meer de aandacht alsook de vraag naar voltige. Al verschillende pony- en ruiterclubs in Vlaanderen

Nadere informatie

Aan de secretariaten van de kringen regio Noord-Brabant Ter kennisgeving aan de kringvoorzitters en DA s. Someren, 5 juni 2007. Geachte secretaris,

Aan de secretariaten van de kringen regio Noord-Brabant Ter kennisgeving aan de kringvoorzitters en DA s. Someren, 5 juni 2007. Geachte secretaris, Wedstrijdsecretariaat regio Noord-Brabant: Nannie Verhappen Diepe Vaart 14, 5663 AX Geldrop Tel.: 06 51 899 874 e-mail:[email protected] NOORD-BRABANT Aan de secretariaten van de

Nadere informatie

KNHS-Indoorkampioenschappen 2017 ZZ-Zwaar - Lichte Tour Junioren Young Riders Zware Tour Versie

KNHS-Indoorkampioenschappen 2017 ZZ-Zwaar - Lichte Tour Junioren Young Riders Zware Tour Versie 25 februari 2017 26 februari 2017 Dressuur paard ZZ-Zwaar - Lichte Tour - Junioren Young Riders U25 - Zware Tour Accommodatie: Nationaal Hippisch Centrum De Beek 125 3852 PL Ermelo Secretariaat: KNHS-Afdeling

Nadere informatie

Kampioenschapsreglement

Kampioenschapsreglement Kampioenschapsreglement KNHS-outdoorkampioenschappen (Hippiade) t/m ZZ-Licht dressuur en ZZ springen Ingaand op 1 april 2014 en geldig tot 1 oktober 2014 Het bestuur van de KNHS stelt jaarlijks de voorwaarden

Nadere informatie

Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU BALK Meisjes Oefeningen 4, 5

Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU BALK Meisjes Oefeningen 4, 5 Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU BALK Meisjes Oefeningen 4, 5 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN BALK D-niveau (meisjes): Algemeen: - Zie richtlijnen balk niveau E! Keuze oefening, samenstelling en inhoud: - De gymnast

Nadere informatie

Oefenprogramma revalidatie

Oefenprogramma revalidatie Oefenprogramma revalidatie Dit oefenprogramma ontvangt u van uw revalidatiearts. Oefen dit programma bij voorkeur 2x per dag. Oefeningen moet u pijnvrij kunnen doen, en adem door! Schouder en arm oefeningen:

Nadere informatie

Kampioenschapsreglement Hippiade 2017

Kampioenschapsreglement Hippiade 2017 Kampioenschapsreglement Hippiade 2017 KNHS-outdoorkampioenschappen t/m ZZ-Licht dressuur en ZZ springen Ingaand op 1 april 2017 en geldig tot 1 oktober 2017 Het bestuur van de KNHS stelt jaarlijks de voorwaarden

Nadere informatie

Wedstrijdreglement Acrobatische Gymnastiek Aanvulling op A-B-C niveau. Pupillen reglement Versie oktober 2016

Wedstrijdreglement Acrobatische Gymnastiek Aanvulling op A-B-C niveau. Pupillen reglement Versie oktober 2016 Wedstrijdreglement Acrobatische Gymnastiek Aanvulling op A-B-C niveau Pupillen reglement Versie oktober 2016 1. Introductie Dit reglement is special gericht op: Het bevorderen van de voorbereiding naar

Nadere informatie

PTV hindernis beschrijvingen basis -TREC

PTV hindernis beschrijvingen basis -TREC PTV hindernis beschrijvingen basis -TREC Versie 1, 2015 NHAV 1 Inhoudsopgave Algemeen 3 1 Acht rijden met één hand 4 2 Achterwaarts naast het paard 5 3 Achterwaarts te paard 6 4 Afsprong naast het paard

Nadere informatie

Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam:

Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam: Rekoefeningen onderlichaam Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam: Bilspieren Ga op de rug liggen. Hef de rechterknie en houd deze met beide handen vast. Trek de rechterknie

Nadere informatie

Oefeningen voor beenspieren

Oefeningen voor beenspieren Oefeningen voor beenspieren Borstpass op één been Gooi de bal heen en weer. Staan op je rechtervoet betekent gooien met de linkerarm en andersom. Vang de bal met beide handen en gooi hem terug met één

Nadere informatie

Uitwerking VOORBEELD vrije oefening Meso Teamgym

Uitwerking VOORBEELD vrije oefening Meso Teamgym 1 e deel: tempo telling erg traag (vergelijkbaar met een dodenmars), tellen tot 4 2 e deel: tempo snel (snelle mars), tellen tot 8 Na pieptoon opmaat van circa 3 tellen, tel 1 van maat 1 begint met pianospel

Nadere informatie

KNHS-Indoorkampioenschappen 2018 ZZ-Zwaar - Lichte Tour Junioren Young Riders U25 Zware Tour Versie

KNHS-Indoorkampioenschappen 2018 ZZ-Zwaar - Lichte Tour Junioren Young Riders U25 Zware Tour Versie 3-4 maart 2018 Dressuur paard ZZ-Zwaar - Lichte - Junioren Young Riders U25 - Zware Accommodatie: Nationaal Hippisch Centrum De Beek 125 3852 PL Ermelo Secretariaat: KNHS-Afdeling Evenementen Tel: 0577

Nadere informatie

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest 2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof Oefeningen voor een gezond lichaam en geest De Soldaat Dit is de eerste van de vier warming up oefeningen waarbij het doel is de hartslag te verhogen

Nadere informatie

Regiokampioenschap Zeeland Versie 21-1-2016

Regiokampioenschap Zeeland Versie 21-1-2016 KNHS-Regio: Zeeland www.knhszeeland.nl Dressuur Paarden/pony's B t/m ZZ licht Wedstrijdplaats: Nieuw- en Sint Joosland Wedstrijddatum: 29 t/m 31 januari 2016 Accommodatie: De Kroo Ruitersport Vereniging:

Nadere informatie

Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 4,5

Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 4,5 Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 4,5 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN HERENBRUG D-niveau: Algemeen: - Zie richtlijnen herenbrug niveau E! Keuze oefening, samenstelling en inhoud: -

Nadere informatie

Regiokampioenschap Gelderland Versie 27 mei 2015

Regiokampioenschap Gelderland Versie 27 mei 2015 KNHS-Regio: Gelderland www.paardensportgelderland.nl Dressuur en springen Pony Alle klassen Wedstrijdplaats: Brummen Wedstrijddatum: 1 augustus 2015 Accommodatie: Hazenberg 5, 6971LC Brummen. Vereniging:

Nadere informatie

kijkwijzers. De voortgezet onderwijs leefstijl cursus voor in de gymles!

kijkwijzers. De voortgezet onderwijs leefstijl cursus voor in de gymles! Schouders Ga met je linkervoet goed stevig op de dynaband staan en houd met je rechterhand de dynaband vast. Strek je arm naar de rechterzijkant uit tot boven je schouder en kijk je rechterhand na. Breng

Nadere informatie

Hippiade 2015 Versie 21 mei

Hippiade 2015 Versie 21 mei 28 augustus 2015 Springen paarden en pony s B 29 augustus 2015 Dressuur pony s B t/m Z2 29 augustus 2015 Springen pony s L t/m ZZ 29 augustus 2015 Verenigingskampioenschap pony s en afdelingsdressuur 4

Nadere informatie

KNHS Selectieprocedure Outdoor Dressuur Kampioenschappen ZZ-Zwaar en Lichte Tour

KNHS Selectieprocedure Outdoor Dressuur Kampioenschappen ZZ-Zwaar en Lichte Tour Selectiewedstrijden De selectiewedstrijden voor het KNHS Outdoor kampioenschap dressuur in de klasse ZZ-Zwaar en Lichte Tour vinden plaats op de volgende data: 1 e selectiewedstrijd: VP0074471: 23 april

Nadere informatie

Regiokampioenschap Utrecht Versie 10 maart 2015

Regiokampioenschap Utrecht Versie 10 maart 2015 KNHS-Regio: Utrecht www.paardensportutrecht.nl Springen Paarden Z en ZZ Wedstrijdplaats: Utrecht Wedstrijddatum: 13 maart 2015 Accommodatie: Rabo Hippisch Centrum van De Voornruiters, Sportpark Rijnvliet

Nadere informatie

De 11+ Een compleet warming-up programma

De 11+ Een compleet warming-up programma De 11+ Een compleet warming-up programma Deel 1 & 3 A A }6m Deel 2 B A: Hardlopen B: Jog terug B! ORGANISATIE A: Running OP HET exercise VELD B: Jog back Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste

Nadere informatie

Posities van de voeten

Posities van de voeten Posities van de voeten 1 e positie: De hielen aan elkaar, de voeten naar buiten gedraaid, gelijk aan de schouderlijn. De voeten staan met de hele voetzolen op de grond. 2 e positie: De voeten naar buiten

Nadere informatie

Minitrampoline Reglement: Groepsspringen

Minitrampoline Reglement: Groepsspringen Minitrampoline Reglement: Groepsspringen Categorie: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen mogen zowel deelnemen

Nadere informatie

Yogales mei Ademoefening Prana Mudra!

Yogales mei Ademoefening Prana Mudra! Yogales mei 2019 Staan Plaats de voeten onder de heupen. Je voeten licht naar binnen gedraaid. Je voeten staan stevig op de grond. Voel je in verbinding staan met de aarde. De knieën zijn zacht. Ga met

Nadere informatie

Lenigheidtrainingsschema - niveau 1

Lenigheidtrainingsschema - niveau 1 Lenigheidtrainingsschema - niveau 1 Oefening 1 - back cat Aandachtsgebied: onderste en bovenste rugspier Ga op uw knieën zitten. Zorg dat deze onder uw heupen staan. Uw tenen wijzen naar achteren. Plaats

Nadere informatie

SPRONG Meisjes / Jongens

SPRONG Meisjes / Jongens Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU SPRONG Meisjes / Jongens Oefeningen 1, 2, 3 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN SPRONG E-niveau (meisjes/jongens): Algemeen: - De E-sprongen worden uitgevoerd over plinten in de breedte

Nadere informatie

Zomerfit Pagina 1 van 5

Zomerfit Pagina 1 van 5 Zomerfit Pagina 1 van 5 1. Brug in ruglig met calf raises Neem plaats in ruglig met de kniëen gebogen, waarbij de voeten plat op de mat staan. Til het bekken op tot een brugpositie en ga op de tenen staan.

Nadere informatie

Wijzigingen 2016 (vet en onderstreept is nieuw, doorgehaald komt te vervallen)

Wijzigingen 2016 (vet en onderstreept is nieuw, doorgehaald komt te vervallen) Wijzigingen 16 (vet en onderstreept is nieuw, doorgehaald komt te vervallen) 6. Paarden en pony s mogen niet vaker dan één maal per week en maximaal twee weken achter elkaar op een eventingwedstrijd worden

Nadere informatie

Reglement Minitrampoline (groepsspringen)

Reglement Minitrampoline (groepsspringen) Reglement Minitrampoline (groepsspringen) 2017-2018 Algemene bepalingen: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen

Nadere informatie

53e IICH Groningen Zuidbroek

53e IICH Groningen Zuidbroek ZUIDBROEK Stichting Ruitersport Noord Nederland (V30156) 21-12-2014-10-1-2015 Fred Schutter VP0054694 06-15514706 Status: Goedgekeurd [email protected] Datum goedgekeurd: 14-10-2014 www.iichgroningen.nl

Nadere informatie

Jurycursus FNRS F1 t/m F12. Les 1

Jurycursus FNRS F1 t/m F12. Les 1 Les 1 Les 1 Les 1 Welkom Voorstelrondje Doel van de opleiding Wat mogen jullie verwachten van de opleiding Wat verwacht de opleiding van jullie Hoe wordt de opleiding afgesloten FNRS en F proeven Les 1

Nadere informatie

Lenigheid en beweeglijkheid

Lenigheid en beweeglijkheid 2.3.2. Lenigheid en beweeglijkheid Deze vaardigheid is bedoeld om de verschillende spieren te trainen op lenigheid en de verschillende gewrichten te mobiliseren. Lenigheid en beweeglijkheid bestaat uit:

Nadere informatie

Oefenprogramma revalidatie linkerzijde

Oefenprogramma revalidatie linkerzijde Oefenprogramma revalidatie linkerzijde Dit oefenprogramma ontvangt u van uw revalidatiearts. Oefen dit programma bij voorkeur 2x per dag. Oefeningen moet u pijnvrij kunnen doen, en adem door! In de oefengids

Nadere informatie

Regiokampioenschap Zeeland Versie 1 juni 2015

Regiokampioenschap Zeeland Versie 1 juni 2015 KNHS-Regio: Zeeland www.knhszeeland.nl Dressuur (individueel en afdelingsdressuur) Paarden & Pony's B t/m ZZ licht Wedstrijdplaats: Nieuw en Sint Joosland Wedstrijddatum: 6 en 8 augustus 2015 Accommodatie:

Nadere informatie

Oefenprogramma revalidatie rechterzijde

Oefenprogramma revalidatie rechterzijde Oefenprogramma revalidatie rechterzijde Dit oefenprogramma ontvangt u van uw revalidatiearts. Oefen dit programma bij voorkeur 2x per dag. Oefeningen moet u pijnvrij kunnen doen, en adem door! In de oefengids

Nadere informatie

Houding en zit van de ruiter

Houding en zit van de ruiter Houding en zit van de ruiter 1. Essentie/belang van een correcte houding en zit 2. Houding en zit algemeen 3. Hoe leert iemand bewegen 4. Verschillende zitten 5. De klassieke en onafhankelijke zit 6. Het

Nadere informatie

FNRS proeven \ Diplomarijden. FNRS proeven \ Promotiepunten

FNRS proeven \ Diplomarijden. FNRS proeven \ Promotiepunten FNRS proeven \ Diplomarijden Algemeen Diplomarijden is speciaal door de FNRS ontwikkeld om ook ruiters zonder eigen paard of pony proeven te laten rijden. De proeven mogen dus op verschillende paarden

Nadere informatie

Balans en Springen Thema Januari

Balans en Springen Thema Januari Balans en Springen Thema Januari Kracht en balans helpen je samen om te ontspannen en te communiceren met je paard. Of je nu dressuur rijdt, western of springt. Tijdens een eerder thema hebben we al stukje

Nadere informatie

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint:

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Rek/Strek oefeningen mogen nooit pijn veroorzaken. Mocht u pijn krijgen stop dan onmiddellijk met de oefening. Het is belangrijk om de rek niet

Nadere informatie

Koninklijke Vereniging Het Nederlandse Trekpaard en de Haflinger Reglementen gebruiksrubrieken Nationale Tentoonstelling

Koninklijke Vereniging Het Nederlandse Trekpaard en de Haflinger Reglementen gebruiksrubrieken Nationale Tentoonstelling Koninklijke Vereniging Het Nederlandse Trekpaard en de Haflinger Reglementen gebruiksrubrieken Nationale Tentoonstelling 18, 19 en 20 augustus 2016 De Peelbergen, Horst aan de Maas Reglementen voor de

Nadere informatie

Competitiebepalingen. KNHS-BMC Centaur Cup 2011/2012 1. ALGEMEEN

Competitiebepalingen. KNHS-BMC Centaur Cup 2011/2012 1. ALGEMEEN Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Competitiebepalingen KNHS-BMC Centaur Cup 2011/2012 1. ALGEMEEN 1. De KNHS-BMC Centaur Cup heeft als belangrijkste doel het stimuleren van het Aangepast

Nadere informatie

Oorspronkelijke titel: Das Buch vom Voltigieren fur Kinder Tekst Ulrike Rieder Tekeningen van Silke Ehrenberger Bewerkt door Leo Langelaan

Oorspronkelijke titel: Das Buch vom Voltigieren fur Kinder Tekst Ulrike Rieder Tekeningen van Silke Ehrenberger Bewerkt door Leo Langelaan Voltigeboek voor kinderen Oorspronkelijke titel: Das Buch vom Voltigieren fur Kinder Tekst Ulrike Rieder Tekeningen van Silke Ehrenberger Bewerkt door Leo Langelaan 2 Voltigeren is een leuke paardensport.

Nadere informatie

Reglement Minitrampoline (groepsspringen)

Reglement Minitrampoline (groepsspringen) Reglement Minitrampoline (groepsspringen) 2016-2017 Algemene bepalingen: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen

Nadere informatie

Klasse B. In de klasse B-springen wordt het eerste parcours altijd verreden volgens artikel 280 Rijstijlwedstrijden.

Klasse B. In de klasse B-springen wordt het eerste parcours altijd verreden volgens artikel 280 Rijstijlwedstrijden. Klasse B In de klasse B-springen wordt het eerste parcours altijd verreden volgens artikel 280 Rijstijlwedstrijden. Rijstijlwedstrijden kunnen tevens voor hogere klassen worden uitgeschreven. De deelnemers

Nadere informatie

2.) Heg springen : Uitvoeringsfouten ( -1 per fout ) Beoordeling ( +2 per uitvoering ) 3.) Smalle doorgang : Reglement Cross Challenge TREC:

2.) Heg springen : Uitvoeringsfouten ( -1 per fout ) Beoordeling ( +2 per uitvoering ) 3.) Smalle doorgang : Reglement Cross Challenge TREC: Reglement Cross Challenge TREC: Iedere hindernis wordt beoordeeld op een cijfer (hindernissen staan op volgorde van het parcours). De ruiters mogen eventueel afstappen in het parcours als deelnemen aan

Nadere informatie

KNHS Kampioenschappen Samengesteld L,M,Z Paarden 2011

KNHS Kampioenschappen Samengesteld L,M,Z Paarden 2011 Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie Vraagprogramma KNHS Kampioenschappen Samengesteld L,M,Z Paarden 2011 Data: vrijdag 28 en zaterdag 29 oktober 2011 Plaats: Barchem Organisatie: Stichting

Nadere informatie

IICH GRONINGEN Zuidbroek

IICH GRONINGEN Zuidbroek ZUIDBROEK 20-12-2015-9-1-2016 VP0068842 Status: Goedgekeurd Datum goedgekeurd: 25-10-2015 Indoor Pony & Paard Categorie 1 Openstelling: Onbeperkt opengesteld Selectiewedstrijd: Nee Stichting Ruitersport

Nadere informatie

Reglement Kringselecties, Kringkampioenschappen en afvaardiging naar de Regiokampioenschappen

Reglement Kringselecties, Kringkampioenschappen en afvaardiging naar de Regiokampioenschappen REGIO ZUID-HOLLAND BESTAAT UIT 3 KRINGEN TE WETEN: 1. Kring Noord, Rijn & Gouwe 2. Kring Zuidwest 3. Kring Oost, Maas en Merwede Iedere Kring kan zelfstandig bepalen of men selectiewedstrijden plaats laat

Nadere informatie

REK Meisjes / Jongens

REK Meisjes / Jongens Recreatief Toestelturnen D-NIVEAU REK Meisjes / Jongens Oefeningen 4, 5 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN REK D-niveau (meisjes/jongens): Algemeen: - Er wordt in het D-niveau gewerkt op laag rek (borsthoogte) en

Nadere informatie

TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN

TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN FITNESSBANDENSET TRAININGSHANDLEIDING Let op: Wees er voor de training van verzekerd dat uw training bij uw fysieke conditie aansluit. Consulteert u, bij twijfel, de huisarts.

Nadere informatie

Cambridge Health Plan Benelux BV

Cambridge Health Plan Benelux BV Wanneer doet u deze oefeningen? Doe deze minstens 3 keer per week en al vrij snel voelt u verandering in uw lichaam. Ook krijgt u meer zelfvertrouwen. Naast deze oefeningen zorgt een dagelijkse wandeling

Nadere informatie

BELGISCHE AANPASSINGEN 2015 Aan het FEI-reglement Uitgave 2015 Gereviseerd in februari 2015

BELGISCHE AANPASSINGEN 2015 Aan het FEI-reglement Uitgave 2015 Gereviseerd in februari 2015 1 BELGISCHE AANPASSINGEN Aan het FEI-reglement Uitgave Gereviseerd in februari 2 Als basis voor het Belgisch Reglement geldt het FEI-reglement, dat van kracht is sinds 1 februari, alsook de latere aanpassingen

Nadere informatie

Eenvoudige bovenbeen spieroefeningen

Eenvoudige bovenbeen spieroefeningen Oefeningen menselijk lichaam Eenvoudige bovenbeen spieroefeningen Eenvoudige oefeningen voor de bovenbeen spieren bijvoorbeeld na een operatie aan het kniegewricht of immobilisatie van het kniegewricht.

Nadere informatie

Bijscholing voltige instructeurs 21-12-2014 Doreth Chatwick, José Oost, Diana van Klaveren & Roos Hanemaaijer-Slottje

Bijscholing voltige instructeurs 21-12-2014 Doreth Chatwick, José Oost, Diana van Klaveren & Roos Hanemaaijer-Slottje Bijscholing voltige instructeurs 21-12-2014 Doreth Chatwick, José Oost, Diana van Klaveren & Roos Hanemaaijer-Slottje Opsprong Opbouw van het aanleren van de oefening: 1. Kaatsen als plank, tot steun met

Nadere informatie

Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3

Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3 Recreatief Toestelturnen E-NIVEAU HERENBRUG jongens Oefeningen 1, 2, 3 SPECIFIEKE RICHTLIJNEN HERENBRUG E-niveau: Algemeen: - De oefening wordt uitgevoerd op een herenbrug van min. 1,50 m hoogte (mag aangepast

Nadere informatie

Regiokampioenschap Noord-Holland Versie 23-12-2015

Regiokampioenschap Noord-Holland Versie 23-12-2015 KNHS-Regio: Noord-Holland www.paardensportnoordholland.nl Dressuur pony Klasse B, L1 en L2. Wedstrijdplaats: Middenmeer Wedstrijddatum: 6 februari 2016 Accommodatie: Wieringermeerruiters Hoornseweg 16

Nadere informatie

Core Stability - serie 1

Core Stability - serie 1 Inleiding Schaatsers zijn vaak zeer eenzijdig ontwikkeld, omdat veel trainingen die we voor het schaatsen doen, vooral gericht zijn op het verbeteren van de beenspieren. Met Core Stability train je je

Nadere informatie