Winterslaapplaatsen van vleermuizen
|
|
|
- Francisca Veenstra
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Winterslaapplaatsen van vleermuizen Leidraad bij de bouw, de inrichting en het beheer van vleermuiswinterverblijven Vleermuiswerkgroep Noord-Brabant Tekst: Peter Twisk, Fons Aelberts
2 Voorplaat: Voltooide vleermuiskelder Foto: Roel Winters 2
3 1. Inleiding Van de vleermuissoorten die leven in streken met een gematigd of landklimaat gebruikt een belangrijk deel graag grotachtige ruimten om in te kunnen overwinteren. In een vlak land als Nederland zijn er geen natuurlijke ondergrondse ruimten, maar de gebouwen die mensen hier neergezet hebben bieden regelmatig vergelijkbare omstandigheden. Het gaat om bouwwerken als appel-, aardappel- en ijskelders, kasteelkelders, bunkers en dergelijke. Door toenemende druk op de ruimte, inclusief die in en om gebouwen, zijn allerlei van dergelijke plaatsen door mensen in gebruik genomen, en daardoor niet meer bruikbaar als winterslaapplaats door vleermuizen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kasteelkelders, die steeds vaker als tentoonstellingsruimte of restaurant worden gebruikt. Inmiddels zijn op tal van plaatsen in Nederland ruimten ingericht als vleermuiswinterverblijf, en worden ook speciaal voor dit doel kelders gebouwd. Behalve dat hiermee gelegenheid geboden wordt aan vleermuizen om de winter door te komen, biedt dit ook aan deskundigen de mogelijkheid de overwinterende dieren te tellen. Deze vorm van monitoring vindt al vele tientallen jaren plaats in Nederland, en het blijkt een goed middel om het wel en wee van vleermuizen in ons land te volgen. Deze handleiding heeft als doel tot steun te zijn bij inrichting, bouw en beheer van vleermuiswinterverblijven. Gewone grootoorvleermuis in winterslaap. De grote oren zijn onder de vleugels gevouwen. Deze soort is vaak de eerste die een nieuw winterverblijf in gebruik neemt. Foto: Peter Twisk 2. Wat is een vleermuiswinterverblijf? In Nederland komen 19 soorten vleermuizen voor, welke zich alle voeden met insecten en andere kleine ongewervelde dieren. Omdat deze in de winter beperkt voor handen zijn houden vleermuizen een winterslaap. Ongeveer de helft van de inheemse soorten brengt de winterslaap door in grot-achtige ruimten. In mergelgroeven, oude vestingwerken, ondergrondse kelders en bunkers kunnen kleine of grote aantallen vleermuizen van verschillende soorten door elkaar hangend gevonden worden. De omstandigheden in zulke ruimten voldoen in de regel aan de volgende omschrijvingen: -de luchtvochtigheid is er hoog en ligt tussen de 80 en 100 %. -de temperatuur is er vrij constant, en ligt s zomers tussen de 5 en 15 en 's winters tussen de 1 en 10 Celsius. -er dringt weinig of geen licht en geluid naar binnen. -er vindt weinig of geen verstoring plaats. -de lucht is vrij van penetrante gassen of rook. Tussen de soorten kunnen er aanzienlijke verschillen zijn in hun voorkeur voor temperatuur, luchtvochtigheid en schuilmogelijkheden. Ook de mate waarin minder gunstige omstandigheden worden verdragen kunnen sterk verschillen. Dwergvleermuizen kunnen overwinteren in een spouwmuur met een wisselende, tot onder nul dalende temperatuur, waar ook de luchtvochtigheid varieert. Als de buitentemperatuur boven de 4 C. komt kan deze soort weer actief worden en op insecten gaan jagen, ook gedurende de wintermaanden. Vale vleermuizen verkiezen meestal hangplaatsen diep in grotten of mergelgroeves waar een nagenoeg constante temperatuur en luchtvochtigheid heersen. Afgezien van enkele wisselingen van hangplaats blijven deze dieren waarschijnlijk inactief tot de buitentemperatuur boven de 10 C. komt. Behalve als winterslaapplaats dienen deze grotachtige ruimten ook als verzamelplaats voor de paring. Met behulp van mistnetvangsten is vastgesteld dat vooral mannelijke dieren van verschillende soorten in augustus - september gedurende de nacht deze ruimten korte tijd bezoeken. Dit zogenaamde voor- en najaars zwermgedrag is bekend van zeker de helft van de vleermuissoorten die in Nederland 3
4 voorkomen. Er blijkt ook een verband te bestaan tussen de mate waarin overwinteringplaatsen als zwermlocatie gebruikt worden, en de aantallen vleermuizen die daar overwinteren. Hoe meer er gezwermd wordt, hoe beter de bezetting in de winter. Over de relatie tussen de ligging van zomer- en winterverblijven is nog heel weinig bekend; aannemelijk is echter dat de meeste vleermuissoorten verblijfplaatsen verkiezen die zo dicht mogelijk bij elkaar zijn gelegen. Behalve vleermuizen maken ook vaak andere dieren van ondergrondse ruimten gebruik om de winter door te komen. Het gaat om insecten als dagpauwogen, roestjes (een soort nachtvlinder) en muggen, en amfibieën als padden, kikkers en salamanders. Figuur 1.Schematische weergave van activiteit van vleermuizen rond een winterverblijf gedurende het jaar. Bijna het hele jaar kan er activiteit rond een winterverblijf zijn, en vooral in maart - april en augustus - september kan er veel vliegactiviteit zijn. Dit wordt aangeduid met voor- en najaars zwermgedrag, en houdt verband met de paring. 3. Wat kan er verwacht worden van een nieuw vleermuiswinterverblijf? In het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw werden er veel winterverblijven door zowel de overheid als door particulieren gebouwd. Door het ontbreken van voldoende kennis leidde dit regelmatig tot teleurstellingen en voldeden maar weinig van deze verblijven aan de voorwaarden die vleermuizen eraan stellen. Uiteraard hebben de pioniers op dit gebied wel de aanzet gegeven tot het ontwikkelen van kelderruimten die wél geschikt waren als overwinteringplaats voor vleermuizen. Uit ervaringen op verschillende plaatsen in Nederland blijkt dat vleermuizen soms al de eerste winter na de bouw van een winterverblijf er gebruik van gaan maken, maar ook dat het soms jaren kan duren voordat de eerste vleermuis zo n ruimte heeft ontdekt en gebruikt. Het is belangrijk hierbij te beseffen dat de natuur zich niet laat dwingen. Pogingen om het gebruik van een winterverblijf te bevorderen, door vleermuizen in zo n ruime te brengen, hebben nooit resultaat opgeleverd. Hieronder volgen drie voorbeelden uit Noord-Brabant die laten zien hoelang het kan duren voordat een winterverblijf in gebruik genomen wordt. Een voorbeeld van een ruimte, waarbij het jaren duurde voordat er overwinterende vleermuizen werden gevonden, is de vleermuiskelder bij het Natuurhistorischmuseum De Peel in Asten. Deze kelder werd gebouwd in 1989, en in de winter van 93/94 werden hierin de eerste vleermuizen gevonden. Sindsdien overwinteren hier jaarlijks 6-19 bruine grootoorvleermuizen. Tot nu toe is er éénmaal een andere vleermuissoort in gevonden, een watervleermuis. Deze vleermuiskelder ligt aan de rand van Asten in een parkachtige omgeving, en wordt voor een groot deel omringd door de bebouwde kom. Een ruimte die al de eerste winter na de bouw door vleermuizen werd gebruikt is een vleermuiskelder bij Leenderstrijp. Deze kelder heeft ongeveer dezelfde vorm als de kelder bij het museum in Asten, en ligt tegen de rand van het Leenderbos, dus in een bosrijke omgeving. Deze kelder kwam gereed in 2000, en in de eerstvolgende winter overwinterde er een grootoorvleermuis, in de daaropvolgende winter twee grootoorvleermuizen en een baardvleermuis. Zie het praktijk voorbeeld op pagina 8. Bij s-hertogenbosch is in 1993 een vleermuiskelder gebouwd aan de rand van een grote plas, waarvan bekend is dat er water- en meervleermuizen jagen. Het klimaat in de ruimte lijkt optimaal: er staat altijd water in de kelder, dus is de vochtigheid is er hoog, en de temperatuur 4
5 schommelt tussen de 7en 15 ºC. Toch was deze kelder 12 jaar later, in de winter van 05/ 06 nog niet door vleermuizen als winterslaapplaats in gebruik genomen. Dus ook als de omstandigheden gunstig lijken kan het soms lang duren voordat vleermuizen een gebouwde kelderruimte in gebruik gaan nemen. Als er op een bepaalde plaats vaak vleermuizen vliegen, betekent dit niet dat de kans ook groot is dat een vleermuiswinterverblijf op deze plaats snel in gebruik genomen wordt. De algemeenste vleermuissoort, de gewone dwergvleermuis, maakt geen gebruik van dit soort kelderruimtes om te overwinteren, maar benut hiervoor spouwmuren en andere ruimten in gebouwen. Slechts bij hoge uitzondering overwintert dit dier op plaatsen die in de winter geïnspecteerd kunnen worden. Soorten die wel van dit soort kelderruimten gebruik maken zijn onder andere de gewone grootoorvleermuis, de watervleermuis, de baardvleermuis en de franjestaart. Deze soorten zijn vooral in bos- en waterrijke gebieden te vinden zijn. Bij een goed beheer kunnen na verloop van jaren steeds meer vleermuissoorten een ruimte gaan gebruiken, en kunnen de aantallen oplopen tot tientallen of soms zelfs enkele honderden dieren. Zo n winterverblijf vormt een belangrijke steunpilaar voor vleermuissoorten in een bepaalde regio. Toegang tot één van de ondergrondse ruimten op Fort Sabina. Dit fort wordt door Staatsbosbeheer beheerd, onder andere ten behoeve van vleermuizen. De provinciale vleermuiswerkgroep telt er jaarlijks de overwinterende dieren. Foto: Peter Twisk 4. Betekenis voor de bescherming van vleermuizen Zoals hiervoor beschreven kan een kelderruimte met een redelijk volume, de juiste klimaatomstandigheden en een goed beheer een trekpleister worden voor vele tientallen vleermuizen uit de regio. Onder de soorten die hier komen overwinteren kunnen zeldzame soorten als de baardvleermuis en franjestaart zijn. Mits de ruimte lange tijd in goede staat wordt gehouden kan dit een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming van deze dieren. Maar daarbij moet ook bedacht worden dat van andere soorten, als de watervleermuis en gewone grootoor, de aantallen in Nederland veel hoger zijn dan er gevonden worden tijdens de wintertellingen. Zo werd naar aanleiding van het Vleermuis Atlasproject ( ) het aantal watervleermuizen dat voorkomt in ons land geschat op vijftien- tot dertigduizend en van de gewone grootoor op vier- tot zesduizend. In de winter van werden in Nederland van de watervleermuis ongeveer 6700 dieren geteld en van de gewone grootoor ruim duizend. Daarbij moet nog opgemerkt worden dat het aantal in de winter getelde watervleermuizen tussen 1994 en 2006 bijna is verdubbeld. Een heel groot deel van de water- en grootoorvleermuizen overwintert dus blijkbaar op andere plaatsen dan de ondergrondse kelders, forten en mergelgroeven die jaarlijks worden geteld. De beschikbaarheid van zulke grotachtige ruimten is dan ook waarschijnlijk niet doorslaggevend voor het voortbestaan van deze vleermuizen. Ook komen er in Nederland meer vleermuissoorten voor dan er in de winter gevonden en geteld worden. De gewone en de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger en de rosse vleermuis komen vrij algemeen in ons land voor, maar worden slechts bij uitzondering in genoemde grotachtige ruimten gevonden. Dit zijn soorten die zich op een andere manier hebben aangepast aan het gematigde klimaat in ons land, en op andere manieren kunnen overwinteren. De bouw van winterverblijven kan dus bijdragen aan de bescherming van vleermuizen, maar is op zich niet genoeg voor een goede bescherming van alle hier voorkomende vleermuizen. 5
6 5. Algemene richtlijnen voor bouw en inrichting van vleermuiswinterverblijven a. In het kort Aan welke eisen de inrichting van vleermuiswinterverblijven moet voldoen wordt hieronder uitgebreid toegelicht. In het kort komt het op het volgende neer: in een winterverblijf moeten grotachtige omstandigheden heersen. Dat wil zeggen dat het er donker moet zijn, het moet er koel zijn maar het mag er niet vriezen, en er moet een hoge luchtvochtigheid heersen. Het is verstandig in de ruimte allerlei hangplaatsen te maken, zodat de vleermuizen vrij aan het plafond kunnen hangen, of weg kunnen kruipen in kieren. Verder is het raadzaam een winterverblijf zo groot mogelijk te maken en in een natuur-rijke omgeving te bouwen. b. Locatie De plaats waar een vleermuiswinterverblijf wordt gebouwd bepaalt waarschijnlijk voor een groot deel de kans dat hij door vleermuizen wordt ontdekt, en door welke soorten. In steden komen vaak wel vleermuizen voor, maar meestal niet de soorten die van een grotachtige ruimte gebruik maken om te overwinteren. Soorten als de bruine grootoor-, de water- en de baardvleermuis leven in water- en bosrijke gebieden, en deze soorten zoeken wél deze grotachtige ruimten op voor hun winterslaap. De kans dat een vleermuiswinterverblijf ontdekt en regelmatig gebruikt wordt is dus groter in water- en bosrijke gebieden dan in steden. De omgeving van een winterverblijf moet dus zo groen mogelijk zijn. Een redelijke spreiding van winterverblijven in het landschap is van belang, maar dit weegt minder zwaar dan een groene omgeving. Ook kunnen dicht bijeen liggende winterverblijven elkaar versterken en een grotere aantrekkingskracht uitoefenen dan een geïsoleerd gelegen ruimte. Niet vrijblijvend! Wie een winterverblijf voor vleermuizen bouwt moet daarbij beseffen dat, vanaf het moment dat vleermuizen de ruimte gaan gebruiken, deze ruimte wettelijke bescherming geniet. Want niet alleen vleermuizen zelf zijn wettelijk beschermd, ook hun vaste verblijfplaatsen. Om die reden moet de plaats waar zo n winterverblijf gepland wordt nauwkeurig gekozen worden, bij voorkeur op een plaats die in planologisch opzicht veilig ligt. Ook mogen de vleermuizen in de ruimte niet verstoord worden, wat betekent dat de ruimte niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden, en niet betreden mag worden, tenzij hiervoor een ontheffing verkregen is van de Flora- en Faunawet. c. Formaat Het formaat van een vleermuiswinterverblijf kan aanzienlijk variëren. Zo zijn er kelders met een inhoud van enkele kubieke meters die door overwinterende vleermuizen worden gebruikt, maar ook ondergrondse groeven met een ganglengte van meerdere kilometers waar honderden vleermuizen de winter doorbrengen. Hieruit volgt dat zowel kleine als grote ondergrondse ruimten voor dit doel ingericht kunnen worden. Wanneer de bouw van een vleermuiswinterverblijf wordt overwogen is het wel aan te raden deze zo groot mogelijk te maken, en een inhoud van tenminste 40 kubieke meter (bijv. 4 x 4 x 2,5 m) aan te houden. Hoe groter de ruimte, hoe groter de kans dat er verschillen in het binnenklimaat kunnen worden gecreëerd, en als gevolg daarvan dat verschillende vleermuissoorten van de ruimte gebruik zullen maken. Uit ervaring blijkt dat grote ondergrondse ruimten vaak grotere aantallen vleermuizen aantrekken (ook naar verhouding) dan kleine. Ook worden soorten die hoge eisen stellen aan hun overwinteringplaats alleen gevonden in grote ondergrondse ruimten. Soorten als de vale en ingekorven vleermuis behoren tot de zeldzaamste in Nederland, en worden bijna alleen in grote, stabiele winterkwartieren gevonden. Wat de hoogte van de ruimte betreft is het aan te raden deze hoog genoeg te maken voor een mens om er normaal in te kunnen staan, en bij voorkeur niet hoger dan 3 meter, omdat de vleermuizen dan minder goed zichtbaar zijn en als gevolg daarvan minder goed op naam zijn te brengen. 6
7 d. Klimaat Het klimaat moet redelijk stabiel zijn. In een kleine ruimte met een inhoud van enkele kubieke meters is dit te bereiken door het aanbrengen van een zo groot mogelijke aarden afdeklaag (tenminste 1 m. dik) en het afsluiten met twee deuren. In een grote ruimte ontstaat veel sneller een stabiel klimaat, en is het afsluiten van de toegang met een hek vaak voldoende. Indien de ruimte dit toelaat moet de inrichting gericht zijn op een gradiënt, d.w.z. een verloop in klimaat. De daarvoor meest geëigende delen moeten stabieler of juist minder stabiel zijn of gemaakt worden. Het deel van de ruimte het dichtst bij de ingang is normaal gesproken instabiel, het deel achterin de ruimte het meest stabiel (zie kadertekst luchtcirculatie ). De stabiliteit is te beïnvloeden door bijvoorbeeld het plaatsen van een binnendeur, welke een goed geïsoleerd deel scheidt van een minder goed geïsoleerd deel. Ook kan een doorgang smaller en langer gemaakt worden door het plaatsen van verspringende binnenmuurtjes. Indien meerdere ruimten dicht bijeen aanwezig zijn kunnen die op uiteenlopende wijzen ingericht worden, gericht op verschillende klimaten. Door bij één ruimte een hek te gebruiken als afsluiting en bij een andere ruimte een deur zijn een respectievelijk instabiele en stabiele ruimte te vormen. Ook in verticale richting is diversiteit in klimaat te creëren door onregelmatigheden in het plafond te maken. Warme, vochtige lucht blijft hangen op verhoogde plaatsen of plaatsen waar door schotten minder luchtcirculatie mogelijk is. Bij een kleine ruimte kan een dikke afdeklaag zorgen voor een voldoende stabiel klimaat. Foto: Peter Twisk Indien de luchtvochtigheid minder is dan 80 tot 100 % kan deze door het binnen pompen van water (bijvoorbeeld door de vrijwillige brandweer) verhoogd worden. Vandalismegevoelige ruimten verliezen veel van hun aantrekkingskracht indien er een laag water op de vloer staat. Ook kunnen bakken, gevuld met water, worden geplaatst. Vanwege de kans dat vleermuizen in zulke bakken met water terecht komen en erin verdrinken is het bijzonder belangrijk deze af te dekken met een rooster of iets dergelijks. Ook kunnen er enkele bakstenen in geplaatst worden, zodat vleermuizen die erin vallen er makkelijk weer uit kunnen klimmen. De aanwezigheid van veel water zal als een buffer op de temperatuur werken. 7
8 Luchtcirculatie Van nature is koude lucht zwaarder dan warme lucht, waardoor warme lucht bovenin een ruimte terecht komt, en koude lucht onderin. In een vleermuiswinterverblijf is in de wintermaanden de lucht meestal warmer dan buiten. Bij de toegangswegen stroomt daarom warme lucht bovenlangs naar buiten, terwijl koude lucht onderlangs naar binnen stroomt. Naarmate de koude lucht verder naar achteren in een vleermuiswinterverblijf stroomt wordt deze steeds warmer. Op het punt dat het verst van de ingang af ligt stopt de luchtstroom bijna: hier is het klimaat het meest stabiel. De geleidelijk opgewarmde lucht stijgt naar het plafond, en stroomt daarna langzaam naar buiten. Behalve de temperatuur neemt ook de vochtigheid van deze lucht toe. Warme lucht kan immers meer vocht bevatten dan koude. Als de lucht naar de uitgang stroomt koelt deze weer langzaam af en condenseert het vocht. Dit wordt in de vorm van kleine druppeltjes afgezet op muren en plafond. Op plaatsen waar er een verhoging in het plafond aanwezig is blijft warme lucht hangen, en ook een plaatselijke verlaging van het plafond zorgt ervoor dat de warme lucht grotendeels blijft hangen. Op zulke plaatsen kan zodoende een relatief warm, vochtig klimaat ontstaan. In een vleermuiswinterverblijf is dicht bij de ingang de lucht onderaan dus het koudst en naar boven toe wordt deze geleidelijk wat warmer. Achterin het winterverblijf is de lucht gelijkmatiger van temperatuur. 8
9 Praktijkvoorbeeld: vleermuiskelder bij Leende Een kelder in aanbouw. De vloer ligt onder het maaiveld, voor de stabiliteit en vochtigheid. Door de zigzag indeling ontstaat een lange gang. Foto: Roel Winters. De bouw is grotendeels gereed. Er wordt een flinke laag zand overheen gebracht. Zie voor het eindresultaat de foto op de voorpagina. Foto: Roel Winters. 9
10 e. Hangplaatsen Voor soorten die graag vrij hangen zijn ruwe plaatsen op wanden en plafond gewenst. Een hand vol dik aangemaakte specie tegen muur of plafond kan hierin voorzien. Een aantal vleermuissoorten hangt graag in nisjes in het plafond. Met een nis wordt hier een ondiepe uitsparing (dus verhoging) van het plafond bedoeld. Mits er niet teveel luchtbeweging is blijft er in zo n nis warme, vochtige lucht hangen, waarmee een goed klimaat ontstaat voor soorten die relatief warme hangplaatsen verkiezen. In bestaande ruimten is het meestal niet mogelijk zulke nisjes te creëren. In speciaal gebouwde vleermuiswinterverblijven kan dit vaak wel. Voor soorten die graag wegkruipen zijn allerlei spleten en kieren gewenst. Deze worden bij voorkeur zowel 'vrij' in de ruimte gemaakt, als op beschutte plaatsen. Met een spleet 'vrij' in de ruimte wordt bedoeld een holle steen of twee planken met kleine tussenruimte die aan een wand of het plafond worden bevestigd. Met een spleet op een beschutte plaats wordt bedoeld een smalle opening in aanwezige wanden of gevormd met een holle steen in de hoek van een zijwand en het plafond. De hiervoor te gebruiken materialen moeten bij voorkeur enigszins ruw zijn, zoals patioblokken of opgeruwde snelbouwstenen. De ruimte in een kier of spleet moet variëren tussen 0,8 cm en 2 cm. In verband met de kans op predatie (zelfs door muizen!) is het belangrijk de hangplaatsen niet te dicht bij de vloer te maken. De meeste hangplaatsen kunnen het beste bovenin de ruimte gemaakt worden, enkele wat lager, op 1,8 m hoogte. Voor de telbaarheid van een ruimte is het belangrijk dat vleermuizen niet uit het zicht kunnen verdwijnen. Kieren en spleten waarin dieren onzichtbaar diep kunnen wegkruipen worden dan ook bij voorkeur dichtgestopt. Bij in aanbouw zijnde ruimten kan hier cement voor gebruikt worden, voor bestaande ruimten kan men stroken schuimrubber gebruiken. Gewone dwergvleermuis diep weggekropen in een holle, ruwe steen. Foto: Peter Twisk f. Afsluiting en toegangsopening Afhankelijk van de grootte van een ruimte kan de toegang worden afgesloten met behulp van een hek of een deur. In hoeverre rekening moet worden gehouden met vandalisme hangt af van de plaats en de toegankelijkheid van het terrein waar het betreffende bouwwerk ligt. In de regel worden ruimten die dicht bij een stadsrand gelegen zijn en/of waar geen sociale controle plaats vindt het meest door vandalen bezocht. Waar vandalisme een probleem vormt kan gekozen worden voor een dubbele afsluiting. Vanaf de eerste, buitenste afsluiting (hek of deur) moet dan de tweede afsluiting zichtbaar zijn, met ook het slot. Ook kan gekozen worden voor twee verschillende toegangswegen, één voor de vleermuizen en één voor diegenen die de ruimte in de winter inspecteren. De eerste kan een eenvoudige invliegopening zijn, de tweede een toegang in de vorm van een putdeksel die met bouten wordt vastgezet. Een putdeksel oogt niet als een toegang en wordt daarom over het algemeen met rust gelaten. Ook kan er eenvoudig zand overheen geschoven worden. 10
11 De toegangsweg die de vleermuizen gebruiken moet bij voorkeur zo groot zijn dat de dieren vliegend in en uit kunnen. Dit komt neer op een opening van ongeveer 50 (breedte) bij 12 cm (hoogte). Deze opening moet bij voorkeur niet te dicht boven het grondoppervlak gelegen zijn, in verband met de kans op predatie door katten of marterachtigen. Om amfibieën een toegangsweg te bieden is een kier aan de onderzijde van een deur van twee centimeter voldoende. Ook voor het naar binnen stromen van koude lucht is dit van belang. Het is belangrijk een degelijk slot te gebruiken. Tegelijkertijd is het verstandig ervoor te zorgen dat het slot het zwakste punt is van de afsluiting. Als vandalen het slot vernielen is dat relatief eenvoudig te vervangen, maar als men een ander deel van de afsluiting kapot maakt kan het veel meer werk met zich mee brengen de schade te herstellen. Afhankelijk van de plaats kan een kelder al dan niet aantrekkelijk zijn voor hangjeugd en vandalisme. Foto: Peter Twisk 6. Controle en rust Om er zeker van te zijn dat de toegangswegen goed gesloten zijn is het wenselijk jaarlijks in september te controleren of sloten e.d. in orde zijn. Een tweede controle na de herfstvakantie is gewenst vanwege de verhoogde kans dat tijdens die vakantie vernielingen zijn aangericht. Ook na de kerstvakantie is een controleronde gewenst. Het betreden van de ruimten moet zoveel mogelijk vermeden worden. In het kader van het Zoogdier Monitoring Programma, waarmee onder andere de aantalontwikkeling van vleermuizen in Nederland wordt gevolgd, vindt in vrijwel alle bekende vleermuiswinterverblijven jaarlijks één telling plaats. Het Zoogdier Monitoring Programma is onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring, waarvan de gegevens gebruikt worden door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor zo n telling is deskundigheid in het herkennen van vleermuizen noodzakelijk, evenals een ontheffing van de Flora- en Faunawet. Bij de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming is bekend welke personen daarover beschikken. Ook zijn op de website vleermuis.net contactpersonen van regionale vleermuiswerkgroepen te vinden. Voor vragen en meer informatie kunt u in Noord-Brabant contact opnemen met: Fons Aelberts Heesakkerweg 43, 5721 KN Asten, [email protected] Voor informatie uit andere provincies kunt u contact opnemen met: Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, [email protected] Of kijk op 11
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
Van: Erik Korsten [mailto:[email protected]] Verzonden: vrijdag 21 september 2012 15:22 Aan: Beers, Erik van; Assema, Renée van Onderwerp: Vleermuizen in Belgenmonument! Dag Erik en Renée, bij deze
Vleermuizen: ecologie, functie van laanbomen, wettelijke bescherming. Natuurbescherming is toch tijdloos?
Vleermuizen: ecologie, functie van laanbomen, wettelijke bescherming Peter Twisk Natuurbescherming is toch tijdloos? Foto: Erik Korsten In Europa komen zo n 40 soorten voor, in Nederland 17 soorten. Ze
Aantalsontwikkeling van vleermuizen
Indicator 24 september 2013 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Lange tijd zijn vleermuizen
Vleermuizen DEN HAAG EN OMGEVING KAARTBIJLAGE. Kees Mostert, Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland
Vleermuizen in DEN HAAG EN OMGEVING 2009-2011 KAARTBIJLAGE Kees Mostert, Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland SAMENVATTEND RAPPORT VLEERMUIZEN ONDERZOEK DEN HAAG 2009 t/m 2011 K. Mostert Stichting Zoogdierenwerkgroep
De vleermuis. Colin ziet ze vliegen, jij ook? 2016 Colin Beekman Gebaseerd op presentatie 2013 van Harrie Pelgrim
Colin ziet ze vliegen, jij ook? 2016 Colin Beekman Gebaseerd op presentatie 2013 van Harrie Pelgrim ! Programma Algemene info Soorten Onderzoek aan vleermuizen Video-opname(s) 2 Algemeen zoogdier zeer
Het verloop van het aantal vleermuizen in een winterverblijf
Het verloop van het aantal vleermuizen in een winterverblijf Anne-Jifke Haarsma ([email protected]) Wanneer arriveren vleermuizen eigenlijk in hun winterverblijf? Is dit moment gekoppeld aan bijvoorbeeld
Vliegen met je handen
Vliegen met je handen middelvinger wijsvinger duim ringvinger pink voet hielbeen staart Paul van Hoof Kijken met je oren EU: Insecteneters Wereldwijd 1000 vleermuissoorten. Verschillende voedselspecialismen;
KNNV Zoogdierenwerkgroep Voorne
KNNV Zoogdierenwerkgroep Voorne vleermuis foto Jan Alewijn verslag 48 Wintertelling Vleermuizen Voorne januari 2011 2 e versie Jan Alewijn Dijkhuizen inleiding Sinds de winter van 1982 worden op Voorne
Advies gewelfkelder Bowlespark Wageningen;
Advies gewelfkelder Bowlespark Wageningen; maatregelen voor vleermuisvriendelijke restauratie CONCEPT VERSIE 1 Datum: 19 april 2011 Rapport: 2011.09 In opdracht van: Gemeente Wageningen Advies gewelfkelder
Vleermuiswinterobjecten: ingang, microklimaat en vleermuizen. Anne-Jifke Haarsma
Vleermuiswinterobjecten: ingang, microklimaat en vleermuizen Anne-Jifke Haarsma Inleiding In de winter slapen vleermuizen Meestal in ondergrondse objecten, zoals een fort, ijskelder, bunker of mergelgroeve
Vleermuizen in de Vesting Naarden
Vleermuizen in de Vesting Naarden WJR de Wijs, september 1999 Hier wordt beknopt verslag gedaan van de resultaten van tellingen van overwinterende vleermuizen in de Vesting Naarden. Er wordt ingegaan op
Een netwerk voor vleermuizen
Een netwerk voor vleermuizen Herman Limpens Foto: Erik Korsten mmv Eric Jansen & Marcel Schillemans Een netwerk van leefgebieden met verschillende functies verblijfplaatsen + vliegroutes + jachtgebieden
VERENIGING VOOR ZOOGDIERKUNDE EN ZOOGDIERBESCHERMING Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318, fax 026-3704038, email: zoogdier@vzz.
VERENIGING VOOR ZOOGDIERKUNDE EN ZOOGDIERBESCHERMING Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318, fax 026-3704038, email: [email protected] >> Concept januari 2005
Informatieles Vleermuizen
Informatieles Vleermuizen De les is bedoeld voor groep 5 t/m 8 van het primair onderwijs en leerjaar 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Er komen verschillende facetten over het leven van de vleermuis
ONDERZOEK NAAR DE WATERVLEERMUIS IN DE OPSTALLEN VAN HET: SIEGERPARK. Projectnummer : 30.06.03 Datum : 07 juni 2010
ONDERZOEK NAAR DE WATERVLEERMUIS IN DE OPSTALLEN VAN HET: SIEGERPARK Projectnummer : 30.06.03 Datum : 07 juni 2010 Onderzoek naar de Watervleermuis 1 Inhoudsopgave 1 ALGEMEEN 1.1 Watervleermuis algemeen
2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN...
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 1.1 INLEIDING... 2 1.2 HET GEBIED... 2 1.3 OPBOUW RAPPORT... 3 2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN... 4 3 METHODE... 5 4 RESULTAAT... 6 5 CONCLUSIE... 8 LITERATUUR... 9 Adviesbureau
Het monitoren van (meer)vleermuizen in de winter
[email protected] Het monitoren van (meer)vleermuizen in de winter Yves Adams A-J Haarsma Universiteit Leiden (IBL) en VZZ Wintermonitoring Het met een vaste methodiek tellen van winterslapende vleermuizen,
Hierboven: inspectie van het fort. Hiernaast: munitiebos met rood omcirkeld de onderzochte plofhuisjes
1 2 Aanleiding In verband met mogelijke ontwikkelingen in Fort Benoorden Spaarndam en het aangrenzende Munitiebos heeft het Recreatieschap Spaarnwoude op 18 juni 2007 aan het Ecologisch Adviesbureau B.Kruijsen
Het belang van pand Kleine Gent 6-12 te Vught voor vleermuizen. September Peter Twisk, vleermuisdeskundige
Het belang van pand Kleine Gent 6-12 te Vught voor vleermuizen September 2010 Peter Twisk, vleermuisdeskundige 2 Belang pand Kleine Gent 6-12 (Vught) voor vleermuizen Het belang van pand Kleine Gent 6-12
Prioriteiten voor vleermuisonderzoek. Anne-Jifke Haarsma
Prioriteiten voor vleermuisonderzoek Anne-Jifke Haarsma Gebied of soortgericht onderzoek? Vanwege subsidie regelingen vaak soortgericht onderzoek Vleermuissoorten in Nld (16x) Dwaalgasten, verdwenen of
Compleet landschap voor vleermuizen
Gewone grootoorvleermuizen in Fort Rijnauwen. Foto Bernadette van Noort Nieuwe Hollandse Waterlinie meer dan overwintering Compleet landschap voor vleermuizen Op veel locaties binnen de Nieuwe Hollandse
Cursus Vleermuizen. Zoogdieren : Evolutie. Bewerking: Joeri Cortens
Cursus Vleermuizen Bewerking: Joeri Cortens Zoogdieren : Evolutie Innovaties: * endotherm - haar * jongen zogen * voedselspecialisatie - tanden - kauwspieren 2 1 De Mythe voorbij Vleermuizen vliegen niet
1 ZOMERVERBLIJF. 1.1 Achtergrond. 1.1.1 Doelsoorten
1 ZOMERVERBLIJF 1.1 Achtergrond Onder de noemer zomerverblijfplaatsen vallen hier alle locaties waar vleermuizen, buiten de lethargische periode van de winterslaap, gebruik van maken om te slapen, te paren,
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29 Colofon Opdrachtgever: t Schoutenhuis BV Titel: Quickscan Natuurwetgeving Langbroekerdijk 29 Status: Definitief Datum: Mei 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Projectnummer:
Compensatie en mitigatie voor de vleermuis en de huismus in plangebied Jeruzalem
Compensatie en mitigatie voor de vleermuis en de huismus in plangebied Jeruzalem Planteam Groen, ecologie, Stedelijke recreatie en Water Februari, 2010 Compensatie en mitigatie voor de Gewone dwergvleermuis
Vleermuizen in winterslaap determineren
Vleermuizen in winterslaap determineren Daan Dekeukeleire Herwerking: Lieselot De Vos VleermuizenWerkgroep Oost-Vlaanderen - JNM ZWG Opbouw Winterslaap en verstoring Leren tellen Leren determineren Verschillen
Notitie Flora en faunawet bestemmingsplan Centrum Best; Locatie ten noorden van begraafplaats
Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze 0495-46 20 70 0495-46 20 79 [email protected] www.ecologica.eu Gemeente Best T.a.v. dhr. P. van den Broek Raadhuisplein 1 Postbus 50 5680 AB Best Datum: 2 april
Vleermuisonderzoek Zwanenburg
Vleermuisonderzoek Zwanenburg Opdrachtgever Referentie Gemeente Haarlemmermeer Stoker, O. 2012. Vleermuisonderzoek Zwanenburg. A&W notitie NWG-KAdiv2012#25. Altenburg & Wymenga bv, Feanwâlden. Projectcode
Onderzoek vleermuizen en steenmarters Dommelsvoort Oktober 2011
Onderzoek vleermuizen en steenmarters Dommelsvoort Oktober 2011 Peter Twisk, vleermuisdeskundige Onderzoek vleermuizen en steenmarters Dommelsvoort Oktober 2011 In opdracht van Architectenbureau Verkuylen,
Winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen
Winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen Aanknopingspunten voor herkenning, onderzoek en bescherming. Foto: A. Koopman Erik Korsten Vleermuizen in de Stad Symposium Amersfoort, 15 november 2013
Wat weten we over de laatvlieger?
Wat weten we over de laatvlieger? Peter Twisk Foto s en afbeeldingen Peter Twisk, tenzij anders vermeld Even voorstellen: Foto: Erik Korsten 1 Aanleiding: Van zes soorten vleermuizen zijn soortenstandaards
Vleermuizen. in onze omgeving
Vleermuizen in onze omgeving De meeste mensen komen nooit in aanraking met vleermuizen Toch kan het gebeuren dat een vleermuis uw huis als tijdelijke verblijfplaats kiest of per ongeluk in uw kamer terechtkomt.
AANVULLEND ONDERZOEK WINTERVERBLIJFPLAATSEN VLEERMUIZEN LOCATIE OORDT, VRIEZENVEEN
AANVULLEND ONDERZOEK WINTERVERBLIJFPLAATSEN VLEERMUIZEN LOCATIE OORDT, VRIEZENVEEN GEMEENTE TWENTERAND 25 januari 2010 B01035/OF0/002/700613/jbp Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Plangebied 3 1.3
Introductie. Introductie. Introductie. Vleermuizen Ecologie. Vleermuizen Ecologie. Vleermuizen Herkenning en inventarisatie
Herkenning en inventarisatie Introductie Inhoud Aanleiding Pauze Bescherming Inventariseren Even naar buiten! April 2013 Carola van den Tempel Introductie Introductie Inleiding Nachtdier en vampier? Onbekend
www.natuurindewijk.nl
OPHANG- EN PLAATSINGSINSTRUCTIE Gefeliciteerd met Uw nestkast verblijfkast bijenhotel! Fijn dat U mee wilt werken aan het project. In de stad zijn er voor gebouw bewonende dieren steeds minder mogelijkheden
Vleermuis in huis? Wat voor dieren zijn vleermuizen?
Vleermuis in huis? Vleermuizen duiken met enige regelmaat op in huizen en andere gebouwen. Dat leidt soms tot problemen. Bovendien zijn het wettelijk beschermde dieren, die niet zomaar verjaagd mogen worden.
Herinrichting recreatiegebied Gouwzeepark - Uytvenne Quickscan Flora- en faunawet vervolgonderzoek vleermuizen
Herinrichting recreatiegebied Gouwzeepark - Uytvenne Quickscan Flora- en faunawet vervolgonderzoek vleermuizen projectnr. 183274 revisie 00 Opdrachtgever Van Wijnen Recreatiebouw b.v. datum vrijgave beschrijving
Vleermuizen rond verzorgingstehuis Ruijschenbergh, Gemert
Vleermuizen rond verzorgingstehuis Ruijschenbergh, Gemert Peter Twisk oktober 2006 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Staro Bos- en Natuurbeheer Vleermuizen rond verzorgingstehuis Ruijschenbergh,
Vleermuizen in Ermelo
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging Afdeling Noord-West Veluwe Vleermuizen in Ermelo Lex Groenewold November 2016 Inhoud Wat zijn vleermuizen Wat eten vleermuizen Waar wonen vleermuizen
Vleermuizen in de Hoge hof (Biesbosch)
Vleermuizen in de Hoge hof (Biesbosch) Peter Twisk Oktober 2006 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Directie Landelijk Gebied, Regio Zuid Rapport nr.: 2006.55 Datum uitgave: Oktober
inhoud blz. Inleiding 1. Twee hoofdsoorten 2. Echo 3. Huid en vleugels 4. Jonge vleermuizen 5. Vleermuizen in Nederland
Vleermuizen inhoud blz. Inleiding 3 1. Twee hoofdsoorten 4 2. Echo 6 3. Huid en vleugels 7 4. Jonge vleermuizen 8 5. Vleermuizen in Nederland 9 6. Andere soorten vleermuizen 11 7. Vleermuisweetjes 13 8.
Vale vleermuis (Myotis myotis) H Status. 2. Kenschets. Habitatrichtlijn Bijlage II (inwerkingtreding 1994).
Dit profiel dient gelezen, geïnterpreteerd en gebruikt te worden in combinatie met de leeswijzer, waarin de noodzakelijke uitleg van de verschillende paragrafen vermeld is. Vale vleermuis (Myotis myotis)
Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat?
Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat? Je valt in een diepe slaap en wordt in maart pas weer
1 WINTERVERBLIJF. 1.1 Achtergrond
1 WINTERVERBLIJF 1.1 Achtergrond Vleermuizen brengen de winter slapend door: de winterslaap. In deze periode, wanneer het buiten koud is en er nagenoeg geen prooiaanbod is om voldoende energie te vergaren
Vademecum voor het tellen van uitvliegers
Vademecum voor het tellen van uitvliegers Vleermuizenwerkgroep Oost-Vlaanderen 2014 1 Telperiode Het tellen wordt best uitgevoerd eind mei/juni, vóór het spenen van de jongen. Daardoor kan het aantal volwassen
Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH)
Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te
Vleermuisonderzoek Vlietsingel, Medemblik
Aan Witteveen+Bos De heer W.B. Roosen Contactpersoon Kenmerk Status Datum M.A. (Martin) Heinen 16-265 concept 14 september 2016 Betreft Vleermuisonderzoek Vlietsingel, Medemblik Omschrijving Inleiding
Vleermuis. Kids for Animals Vleermuizen spreekbeurt. Vleermuizen Kennis. Verboden weg te jagen. Etenstijd!
Vleermuis Vleermuizen Kennis Je kent hem vast wel van griezelverhalen, de vleermuis. Veel mensen weten niet dat de vleermuis helemaal niet zo gevaarlijk is. Een beetje apart is hij wel, het is het enige
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Datum: 08-11-2008 Auteur: A.H. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Kenmerk: vlm2008/10
Voorbereiding post 4. Nachtbrakers Groep
Voorbereiding post 4 Nachtbrakers Groep 5-6-7-8 Welkom bij IVN Valkenswaard Dit is de Powerpointserie als voorbereiding op post 4: Nachtbrakers, voor groep 5, 6, 7 en 8. Inhoud: Algemeen Verhaal over de
Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-11-1-b
Bijlage VMBO-KB 2011 tijdvak 1 biologie CSE KB Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-11-1-b Vleermuizen - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 6 en beantwoord dan vraag 40 tot en met 50. Bij
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2011 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-11-1-b Vleermuizen - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 41 tot en
Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT
Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT rapportnr. 2011.1247 september 2011 In opdracht van:
Gevlederde Vrienden. Vleermuizen in en om het huis
Gevlederde Vrienden Vleermuizen in en om het huis Nu de zomer in aantocht is en het terrasjesweer begint, zal je op mooie zomeravonden tegen valavond thuis de acrobatische toeren kunnen bewonderen van
Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV
Notitie Contactpersoon ing. M.M. (Margaret) Konings Datum 18 juli 2012 Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV Algemeen In opdracht van Monarch heeft Tauw in 2011 en 2012 onderzoek
Wandeling n 23 : La porte Aïve : Hotton Bewegwijzering :
Wandeling n 23 : La porte Aïve : Hotton Bewegwijzering : Deze wandeling, "porte Aïve" genoemd, is als het ware een speleologische uitstap : ze neemt u mee naar de rotsmeanders van de kalksteenrichel. Op
Oele de uil vertelt over hoe de verschillende dieren de winter doorkomen
Hier zien jullie alweer de derde uitgave van ons jeugdblad. Ook nu heeft de Oele weer heel wat te vertellen. Lees maar gauw. Oele de uil vertelt over hoe de verschillende dieren de winter doorkomen Zoogdieren
Word ook actief voor onze zoogdieren!
ZOOGDIERVERENIGING ZOEKT VRIJWILLIGERS Word ook actief voor onze zoogdieren! Gezocht: haas, konijn, ree, vos, egel en eekhoorn, bijzondere muizen zoals de hazelmuizen, bevers, bunzingen en boommarters
Uilenkamp 22. H.J.V. van den Bijtel Fotografie: H.J.V. van den Bijtel Beopublicatie: Februari 2015
Tekst: H.J.V. van den Bijtel Fotografie: H.J.V. van den Bijtel Beopublicatie: 201509 Februari 2015 Omslagfoto: entree van het voormalige politiebureau aan de Van der Molenallee 8 in Doorwerth Uilenkamp
Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013
uitgave januari 2013 Winterslaap Met filmpjes, werkblad en puzzels groep 5/6 inhoud blz. Inleiding 3 1. Wat is een winterslaap? 4 2. Lage hartslag 5 3. Lage temperatuur 6 4. Winterrust 7 5. Winterslapers
Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 2
Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 2 Samenvatting door J. 181 woorden 13 januari 2016 6,1 48 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde Terra 2.1 Klimaten A Waardoor is het bij de evenaar warm? In bron
Beheer van bomen en bos i.r.t. vleermuizen
Beheer van bomen en bos i.r.t. vleermuizen Als je niets doet. krijg je bos, bos en Als je niets doet met bos. krijg je chaos.? Bos of. plantage? We hebben een uitgebreide cultuur van omgaan met bomen Bomen
A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen
A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen Herman Limpens en Jasja Dekker Effecten van klimaatverandering op vleermuizen?? Vooral: analyserende speculerende verhalen
De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is het voornemen lichtmasten te plaatsen bij de tennisbaan.
NatuurBeleven b.v. Oostermeerkade 6 1184 TV Amstelveen 020-4727777 [email protected] gemeente Heemstede T.a.v. de heer Jarda Dijk afdeling Uitvoering Openbare Ruimte Datum: 14 september 2010 Uw brief
Vleermuizen en de ruimte binnen de Flora- en faunawet
Vleermuizen en de ruimte binnen de Flora- en faunawet Strikte toepassing van Flora- en faunawet is contraproductief! Gerard Smit Wettelijke status Habitatrichtlijn Bijlage II: 7 soorten Habitatrichtlijn
Notitie flora en fauna
Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.
een pluspunt voor de natuur Vleermuizen in bunkers
een pluspunt voor de natuur Vleermuizen in bunkers Ontstaan van de Belgische bunker De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog maakten de manschappen kwetsbaar. Daarom ontwierp men overdekte schuilplaatsen
Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10
Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever
Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011
Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011 Eric Jansen 2011 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de Provincie Utrecht Vleermuizen inventariseren rond Baarn en Soest in 2011 Rapport
Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008
Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008 R.M. Koelman Juli 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging
Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht. M. Boonman
Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht M. Boonman Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht M. Boonman opdrachtgever: Sint Dominicus bv 26 augustus 2010 rapport nr. 10-126 Status
Welke vleermuis is dat?
. Welke vleermuis is dat? Een succesmodel 4 Hoefijzerneuzen 24 Gladneuzen 32 Bulvleermuizen 74 Afkortingen in het determinatiegedeelte L = lengte; VS = vleugelspanwijdte; G = gewicht Links: watervleermuis;
Over vorst-zwermen en waarnemingen van dwergvleermuizen in winterslaap
Massa-Winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Deel 2 Over vorst-zwermen en waarnemingen van dwergvleermuizen in winterslaap Erik Korsten & Eric Jansen Vleermuizen
Compensatieplan De Wheme in Vorden. rapportnummer 1191
Compensatieplan De Wheme in Vorden rapportnummer 1191 Compensatieplan De Wheme in Vorden Dit rapport is afgedrukt op FSC-gecertificeerd en CO2-neutraal papier. Colofon Zelhem : augustus 2011 Rapportnummer
