H.A. Pothoven ( )

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "H.A. Pothoven (1883-1970)"

Transcriptie

1 H.A. Pothoven ( ) Een onderzoek naar zijn villa s en landhuizen Erwin Borggreve Studentnummer Mei 2012 Universiteit van Amsterdam Masterscriptie Kunstgeschiedenis Scriptiebegeleider: dr. Petra Brouwer Tweede lezer: dr. Marinke Steenhuis

2 Inhoud Inleiding 3 1. Ontstaansgeschiedenis van Architectenbureau Pothoven Biografie van de oprichter H.A. (Bart) Pothoven Het architectenbureau van oprichting tot opheffing Het belang van loyale opdrachtgevers Ontwikkelingen in de villa- en landhuisbouw Typologische verschillen tussen landhuizen en villa s De afkeer van het eclecticisme Het streven naar een landelijke bouwkunst De opkomst van de vrije plattegrond Villa- en landhuisbouw door H.A. Pothoven Landhuizen in Nijmegen Atelierwoningen voor Larense kunstschilders Diversiteit door klantgerichtheid Conclusies 60 Literatuur 63 Afbeeldingenlijst 66 Afbeelding voorpagina: Tekening van een villa door H.A. Pothoven, November Afkomstig uit het bedrijfsarchief van architectenbureau Pothoven. 2

3 Inleiding Het is inmiddels ruim een eeuw geleden dat Bart Pothoven (afb. 1) zich in Laren vestigde als zelfstandig architect. In 1910 werd daarmee door hem de basis gelegd voor een architectenbureau dat uiteindelijk bijna honderd jaar zou bestaan. Met name in en rond de stad Amersfoort, waar het bureau sinds 1915 was gevestigd, werd een grote hoeveelheid projecten gerealiseerd. Het bureau groeide uit tot één van de belangrijkste Amersfoortse architectenbureaus. Maarliefst drie generaties Pothoven zetten een traditie voort van bescheiden en klantgericht bouwen. Van nieuwbouw tot herbouw en van verbouwingen tot restauraties, alle facetten van de architectuur kwamen in deze periode aan bod. Toen in 2008 de kleinzoon van de oprichter, eveneens Bart Pothoven, besloot het bureau te sluiten, kwam aan deze traditie een einde. De gerealiseerde woningen, bedrijfsgebouwen, kerken en instituties, waarin nog dagelijks wordt gewoond en gewerkt, vormen een blijvende herinnering. Daarnaast liet het bureau ook op papier een wel zeer complete erfenis achter. In de vorm van vele tientallen meters archief zijn veel, zo niet alle, projecten gedocumenteerd, en zijn tekeningen zorgvuldig bewaard gebleven. Een voorlopige inventarisatie van het archief wijst op een totaal van ruim 2100 werken. 1 Afb. 1. H.A. Pothoven 1 Inventarisatielijst archief Pothoven. 3

4 Het beschikbaar komen van dit indrukwekkende archief was de directe aanleiding voor een onderzoek naar de geschiedenis van architectenbureau Pothoven. Een onderzoek naar de drie generaties en alle onderlinge verbanden was, gegeven de beperkingen in tijd en ruimte, hier vanzelfsprekend niet mogelijk. Een dergelijke allesomvattende studie over bijna een eeuw architectenbureau Pothoven verdient het om elders, meer uitvoerig aan bod te komen. Uit praktische overwegingen heb ik mij in mijn onderzoek dan ook beperkt tot de eerste generatie, de oprichter Bart Pothoven. Daaruit volgt ook de afbakening in tijd; de periode tussen 1900 en Hoewel zijn werkzame periode als zelfstandig architect in 1910 begint, was ook de opleiding die Pothoven volgde, en de ervaringen die hij opdeed bij andere architecten, van belang voor zijn latere werk. De te onderzoeken periode wordt besloten bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in Vanaf dat moment werkte Pothoven in eerste instantie samen met zijn zoon Arie en, na diens overlijden, vanaf 1945 met zijn zoon Gesienus. (afb. 2) Voornamelijk de associatie met Gesienus veranderde veel binnen het bureau. Pothoven senior gaf zijn zoon alle ruimte om zichzelf als architect te ontplooien. Als gevolg hiervan verdween vanaf dat moment in de verschillende projecten, het handschrift van Pothoven zelf wat naar de achtergrond. Hoewel hij nog lange tijd bij het bureau betrokken zou blijven, nam het werk van Gesienus na de oorlog steeds meer de overhand. Vanwege de grote verscheidenheid aan opdrachten die Bart Pothoven kreeg, bleek behalve een beperking in tijd, ook een thematische afbakening noodzakelijk. Ik heb mij daarom beperkt tot de villa s en landhuizen die Pothoven ontwierp. De keuze hiervoor komt met name voort uit de belangrijke positie die dit gebouwtype in kwantitatieve zin binnen zijn oeuvre inneemt. Door de toenemende populariteit van villaparken was er in de vroege twintigste eeuw een vrij constante vraag naar dit soort ruime woningen. Daarnaast was het bouwen van een landhuis buiten de stad, voor de meer vermogende opdrachtgevers, steeds vaker een optie. De villa- en landhuisbouw vormt daardoor een stabiele, terugkerende factor binnen het oeuvre van Bart Pothoven. Bovendien werden villa s en landhuizen door tijdgenoten van Pothoven gezien als het gebouwtype bij uitstek om de ontwikkelingen in het werk van een architect aan te toetsen. Dit komt onder andere naar voren in publicaties als Bouwkunst in de stad en op het land (1917) van de architect Herman van der Kloot Meijburg, en Het moderne landhuis in Nederland (1922) van de architect J.H.W. Leliman. De auteurs constateerden beiden dat particuliere opdrachtgevers, meer dan bijvoorbeeld speculanten, geneigd waren om de architect enigszins de vrije hand te geven. Villa- en landhuisontwerpen zouden de werkwijze en stijl van een architect daardoor volgens hen het beste representeren. 2 De villa- en landhuisbouw is ook in meer algemene zin interessant, ook al waren beide woningtypen binnen de woningbouw als geheel een uitzondering. Veel architecten en architectuurcritici zagen villa s, maar met name landhuizen, als de meest ideale vorm van 2 Kloot Meijburg 1917, 1-2; Leliman 1922,

5 woningbouw. 3 De relatieve populariteit van villa s zorgde in de eerste decennia van de twintigste eeuw, behalve voor een toenemende vraag, dus ook voor een levendig en interessant architectuurdebat. Vrijwel alle aspecten van de villa- en landhuisbouw waren in de vroege twintigste eeuw onderwerp van discussie. Van de algehele vormgeving en inpassing in de omgeving, tot het materiaalgebruik en de indeling van de plattegrond. Al deze onderwerpen kwamen aan bod in artikelen in de diverse vakbladen zoals bijvoorbeeld het Bouwkundig Weekblad en De Opmerker. 4 Daarnaast verschenen er, van de hand van een aantal bekende architecten, uitvoerige boekwerken over de villa- en landhuisbouw. Enkele toonaangevende publicaties zijn Landhuisbouw in Nederland (1921) van Herman van der Kloot Meijburg, Het moderne landhuis in Nederland (1922) van J.H.W. Leliman en Moderne Nederlandsche villa s en landhuizen (1931) van J.G. Wattjes. In deze boeken werd aan de hand van vele afbeeldingen uitvoerig ingegaan op de stijl waarin volgens de auteurs gebouwd zou moeten worden, de aansluiting van de architectuur op de omgeving, de situering van de woning op de kavel en het aanpassen van de plattegrond aan de specifieke eigenschappen van het terrein. 5 Afb. 2. H.A. Pothoven met zijn zoon Gesienus. 3 Fokker 1951, Bijvoorbeeld: Saxen 1910, ; Posthumus Meyjes 1887, Kloot Meijburg 1921, 6-25; Leliman 1922, 10; Wattjes 1931,

6 De vele contemporaine publicaties over dit onderwerp maken het interessant om te onderzoeken of een klantgerichte architect als Pothoven zich iets aantrok van deze discussie onder vakgenoten. Hieruit komt de hoofdvraag van dit onderzoek voort, namelijk; wat is kenmerkend voor de villa s en landhuizen van Bart Pothoven, en in welke mate kwamen zijn ontwerpen overeen met die van zijn tijdgenoten? Allereerst is het voor de beantwoording van deze vraag noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de opleiding en werkwijze van Bart Pothoven zelf. Waar deed hij ervaring op en door wie liet hij zich mogelijk inspireren? Hoe kwam hij aan zijn opdrachten, wie waren zijn opdrachtgevers en hoe was zijn verstandhouding met hen? Daarnaast zijn de toenmalige architectuuropvattingen van belang. Waarin onderscheidde de villa- en landhuisbouw van de vroege twintigste eeuw zich van de woningbouw in het algemeen? In welke stijlen werd gebouwd en wat was volgens critici de ideale vormgeving voor villa s en landhuizen? Pas daarna kan aan de hand van Pothovens eigen ontwerpen worden beoordeeld in hoeverre de toenmalige architectuurdiscussie van invloed is geweest op zijn werk. Nam hij wellicht ook zelf stelling in het debat? Hoe ging hij te werk bij de verschillende opdrachten die hij kreeg? En volgens welke opvattingen kwamen zijn ontwerpen tot stand? Voor de beantwoording van deze vragen was een uitvoerig onderzoek nodig. De belangrijkste bron voor deze studie was zoals gezegd het bedrijfsarchief van architectenbureau Pothoven. Om een duidelijk beeld te krijgen van de villa- en landhuisbouw door Bart Pothoven, waren alle bijbehorende ontwerptekeningen nodig. Het zoeken hiernaar werd bemoeilijkt door de staat waarin het archief verkeert. Alle tekeningen en dossiers zijn slechts in zeer algemene zin ontsloten waardoor een aanzienlijke hoeveelheid dozen en tekeningen moest worden ingezien. De eerste stap was het inventariseren van de villa s en landhuizen op basis van bouwjaar en locatie. Daarna heb ik zoveel mogelijk geprobeerd te achterhalen wie de opdrachtgever was en of het ontwerp daadwerkelijk is gerealiseerd. In een aantal gevallen was in de dossiers ook correspondentie met de opdrachtgever aanwezig. Deze brieven geven een interessante kijk in het ontwerpproces en de verhouding tussen de opdrachtgever en de architect. Van groot belang was in het onderzoek bijvoorbeeld de brief die Bart Pothoven in 1921 schreef aan graaf Van Aldenburg Bentinck. Deze brief is opgesteld als curriculum vitae, waarin Pothoven behalve zijn opleiding ook een groot aantal door hem voltooide werken noemt. Dat hij zelf een keuze heeft gemaakt uit zijn werk maakt deze brief tot een interessant document. Blijkbaar waren dit de werken waarover hij vooral tevreden was. Behalve de tekeningen en correspondentie uit het bedrijfsarchief van architectenbureau Pothoven, waren ook andere bronnen van belang. Zo heb ik veel gebruik gemaakt van artikelen en advertenties uit diverse Amersfoortse kranten. Met name persoonlijke gegevens zoals het behalen van een diploma, verschillende verhuizingen en de diverse nevenactiviteiten van Bart Pothoven kwamen hierdoor aan het licht. Voor zover dit relevant was, en waar mogelijk, zijn deze feiten geverifieerd in het gemeentelijk archief van Amersfoort. Naast persoonlijke gegevens gaf het krantenarchief in een aantal gevallen ook inzicht in specifieke bouwprojecten. Zo is bijvoorbeeld de berichtgeving over aanbestedingen zeer behulpzaam geweest bij het dateren van opdrachten, en werd uit deze advertenties 6

7 in sommige gevallen ook ontbrekende informatie over een opdrachtgever verkregen. Voor het vergelijken van het werk van Pothoven met dat van zijn tijdgenoten heb ik gebruik gemaakt van de reeds genoemde boeken over villa- en landhuisbouw. Naast de uiteenzettingen over de ideale vormgeving van villa s, werden hierin ook veel foto s opgenomen van villa s en landhuizen die naar mening van de auteurs in meer of mindere mate geslaagd waren. Een aantal van deze afbeeldingen komen ter vergelijking aan bod bij de behandeling van de ontwerpen van Pothoven. Daarnaast heb ik gebruik gemaakt van artikelen uit architectuur-vakbladen waarin gerealiseerde villa s en landhuizen van andere architecten kritisch werden besproken. Door de werken van Pothoven hiermee te vergelijken kwamen interessante verschillen en overeenkomsten aan het licht. Naast de verschillende boeken en artikelen die in de eerste decennia van de twintigste eeuw over de villa- en landhuisbouw verschenen, zijn ook meer recente publicaties behulpzaam geweest. Vooral de studies van Jannes de Haan; Villaparken in Nederland (1986) en Gooische villaparken (1990), geven een goed beeld van de ontwikkeling van de villa- en landhuisbouw in Nederland in de vroege twintigste eeuw. 6 De Haan behandelde in Villaparken in Nederland met name de ontwikkeling van de Nederlandse architectuur en de invloed van Engelse voorbeelden daarop. Hij ging uitgebreid in op de ontwikkeling van de landelijke bouwkunst in Nederland en besprak daarbij onder andere de populaire bouwmaterialen en de ontwikkelingen in de plattegronden. Het boek Naar buiten dat in 2002 verscheen van de hand van Ileen Montijn bouwt in sterke mate voort op de studies van De Haan. 7 Montijn voegde hieraan vooral een sociologisch aspect toe, door de maatschappelijke oorzaken en gevolgen van de toenemende populariteit van het wonen buiten de stad te belichten. Wat betreft de stedenbouw richtte De Haan zich uitsluitend op de totstandkoming van villaparken. In het boek Bouwen voor gezeten burgers (2004) van Ineke Pey, vormde de stedenbouwkundige ontwikkeling wel een belangrijk onderdeel. 8 Zij nam de ontmanteling van de vestingwerken van Utrecht, Groningen en Nijmegen, en vervolgens de bebouwing van de vrijgekomen grond, als uitgangspunt voor een studie naar de toenmalige populariteit van de neo-hollandse renaissance. Hierbij behandelde zij vooral de riante stadsvilla s die langs de nieuw aangelegde singels verrezen, het vrijstaande landhuis kwam in haar boek niet aan de orde. Datzelfde geldt voor een flink aantal architectuurhistorische handboeken die de afgelopen decennia zijn verschenen. Vrijwel allemaal behandelen zij de ontwikkeling in de volkshuisvesting aan de hand van sociale woningbouw en blijft de villa- en landhuisbouw onderbelicht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Het Nederlandse Woonhuis van dat in 1991 verscheen van de hand van Niels Prak. 9 In het voorwoord merkte de auteur hierover zelf het volgende op; We weten heel wat over onze oude huizen en ook over de huizen van de laatste zeventig jaar. Daartussen zit een gat dat dit boek probeert te vullen ( ). Er is in dit boek veel, soms teveel, aandacht voor arbeiderswoningen ( ) het 6 De Haan 1986; De Haan Montijn Pey Prak

8 gat is verkleind, maar het is er nog wel. 10 Ook in boeken als Een eeuw Nederlandse architectuur (1993) van Joseph Buch en Bouwen in Nederland , dat in 2007 onder redactie van Koos Bosma verscheen, komt de villa- en landhuisbouw slechts kort aan de orde. Het in 2011 verschenen handboek Town planning in the Netherlands van Cor Wagenaar handelde, zoals de titel terecht doet vermoeden, over de stedenbouwkundige ontwikkeling van Nederland. Het wonen in landelijke omgeving werd daarbij alleen besproken in de zin van de ontwikkeling van tuinsteden. De meest recente veelomvattende studie naar villa- en landhuisbouw in Nederland blijft dan ook het reeds genoemde Villaparken in Nederland van Jannes de Haan. Deze scriptie is opgebouwd uit drie hoofdstukken gevolgd door een conclusie. Het eerste hoofdstuk staat in het teken van het architectenbureau, en de oprichter Bart Pothoven in het bijzonder. Achtereenvolgens wordt inzicht gegeven in zijn opleiding, het verloop van zijn carrière en de ontwikkelingen die het architectenbureau onder zijn leiding doormaakte. Aansluitend wordt ook in het kort stilgestaan bij het werk van zijn zoons Arie en Gesienus, en zijn kleinzoon Bart, die mede verantwoordelijk zijn geweest voor de continuïteit van het bureau als geheel. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een paragraaf over de belangrijkste opdrachtgevers, zij waren immers van groot belang voor het succes, en voor de positie die het bureau na verloop van tijd innam in Amersfoort en omgeving. In hoofdstuk 2 worden de toenmalige discussies over typologie, stijl en vormgeving behandeld. Aan de hand van hun boeken en artikelen komen tijdgenoten van Pothoven, zoals de reeds genoemde Leliman, Van der Kloot Meijburg en Wattjes aan het woord. Maar ook architecten als C.B. Posthumus Meyjes, J.P Fokker, A.W. Weissman en A.J. van der Steur lieten met betrekking tot de landhuisbouw in vakbladen van zich horen. 11 De artikelen die zij schreven vormen de basis voor dit hoofdstuk waarin allereerst de typologie van het landhuis en de villa wordt besproken. In het spraakgebruik werden de begrippen villa en landhuis nogal eens door elkaar gebruikt, tot ergernis van een aantal architectuurcritici, die hierover in hun artikelen uitweidden. In de tweede paragraaf wordt in het kort de stijlontwikkeling geschetst aan het begin van de twintigste eeuw. Met name de weerstand tegen stijlnabootsing en historisme leidde tot nieuwe ontwikkelingen in de landhuisbouw. In paragraaf 3 komt het resultaat hiervan aan bod; de zoektocht naar een authentieke Nederlandse bouwstijl voor landhuizen en villa s. Bij de behandeling daarvan ligt de nadruk op de stijl waarin ook Bart Pothoven voornamelijk werkte. Tot slot behandelt hoofdstuk 3 de villa- en landhuisbouw binnen het oeuvre van Bart Pothoven. Het hoofdstuk is chronologisch verdeeld in drie periodes. Achtereenvolgens komen in afzonderlijke paragrafen zijn tijd in Nijmegen, Laren en Amersfoort aan bod. Dit onderscheid is gemaakt op stilistische gronden. De ontwerpen waar Pothoven in Nijmegen aan werkte kenmerken 10 Prak 1991, IX. 11 Posthumus Meyjes 1887, 73-77; Fokker 1951, 7-19, Weismann 1899, ; Steur 1927,

9 zich door verticaliteit en relatief veel decoratie. Vanaf het moment dat Pothoven zich als zelfstandig architect in Laren vestigde kwam er een grotere diversiteit in zijn ontwerpen. De landhuizen die hij hier ontwierp pasten in het toenmalige streven naar landelijkheid. De hoofdvorm is veelal horizontaal en het gebruik van decoratie terughoudend. In de laatste paragraaf worden villa s en landhuizen behandeld die Pothoven ontwierp na de verhuizing van het bureau naar Amersfoort. Steeds meer liet Pothoven vanaf dat moment zien dat hij, al naar gelang de behoefte van de opdrachtgever, uiteenlopende stijlen naast elkaar kon hanteren. Zowel wat betreft kwantiteit als diversiteit is deze laatste periode het meest interessant. Zijn werkzame periode in Amersfoort wordt dan ook het uitvoerigst behandeld. Zoveel mogelijk wordt daarbij ook inzicht gegeven in de verhouding van de architect tot de betreffende opdrachtgevers. Aan de hand van de drie hoofdstukken wordt uiteindelijk in de conclusie antwoord gegeven op de vraag in hoeverre het werk van Pothoven overeenkomsten vertoont met het werk van zijn collega architecten. Afb. 3. Het woonhuis met kantoor dat Bart Pothoven in 1926 voor hemzelf en zijn gezin ontwierp. ontwerp van een woonhuis met kantoor aan de Prins Frederiklaan.,1926, AP. 9

10 1. Ontstaansgeschiedenis van Architectenbureau Pothoven 1.1. Biografie van de oprichter H.A. (Bart) Pothoven Hubertus Adrianus (Bart) Pothoven werd op 25 maart 1883 geboren in Leusden, als zesde nakomeling van de meester-timmerman en architect Adrianus Pothoven ( ), en zijn vrouw Anna Catharina van Dam. Het Nederlands-hervormde gezin bestond vanaf 1889 in totaal uit acht kinderen, waarvan drie zonen en vijf dochters. 12 Na het doorlopen van de lagere school ging Bart Pothoven in 1897 naar de zogenaamde Burgeravondschool in Amersfoort. 13 Hier werd met name les gegeven aan kinderen van ambachtslieden. Deze kinderen, die in de regel overdag moesten werken, volgden van oktober tot en met maart, vijf dagen per week s avonds voortgezet onderwijs. De lessen begonnen om zes uur en duurden tot kwart voor negen. In totaal kregen de leerlingen vijftien uur per week les. Behalve de gebruikelijke vakken als wiskunde en Nederlands, werd hier vooral ook lesgegeven in handtekenen en rechtlijnig tekenen. 14 De Burgeravondschool werd in principe in twee jaar tijd doorlopen, en zo kon ook Bart Pothoven in 1899 zijn diploma in ontvangst nemen. Bij die gelegenheid werden eveneens prijzen toegekend aan leerlingen die uitmuntten door vlijt en plichtsbetrachting, Pothoven ontving de tweede prijs, waaruit blijkt dat hij een goede leerling was. 15 Over de jonge jaren van Bart Pothoven is verder niet veel bekend. In een brief, die hij in 1921 aan de graaf van Aldenburg Bentinck schreef, vertelde hij zelf zeer beknopt iets over zijn achtergrond. Uit deze brief blijkt onder andere dat Pothoven, zoals veel architecten in zijn tijd, geen officiële opleiding tot architect heeft gevolgd. Hij deed zijn vakkennis voornamelijk op door bij diverse architecten in de leer te gaan. Zo schreef hij onder andere over wat hij zelf noemt, zijn eerste bouwkundige opleiding, bij de Amersfoortse gemeentearchitect W.H. Kam. De heer Kam was tot 1903 verbonden aan de Burgeravondschool, onder andere als leraar rechtlijnig tekenen en bouwkundig tekenen. Pothoven heeft waarschijnlijk zowel tijdens als na zijn schooltijd les gekregen van Kam. Leerlingen kregen namelijk de mogelijkheid om na het doorlopen van de burgeravondschool, die in de praktijk vooral gezien werd als tekenschool, nog twee jaar tekenonderwijs te volgen. Dit is waarschijnlijk de bouwkundige opleiding waarnaar Pothoven in zijn brief verwijst. Over architect Kam schrijft hij lovend; Vooral zijn precicieuze opvatting van teekenwerk is mij steeds bij mijn 12 Bevolkingsregister Leusden , AE, familienaam Pothoven; Overlijdensadvertentie A. Pothoven. AD , p Voor toelating tot de Burgeravondschool moesten leerlingen tenminste 12 jaar oud zijn en met vrucht de lagere school hebben gevolgd. Daarnaast moest er toelatingsexamen worden gedaan; Programma van het onderwijs aan de Burgeravondschool te Amersfoort 1917; Examens NAC , p. 2; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 14 Het volledige curriculum van de Burgeravondschool omvatte: wiskunde, werktuigkunde, technologie, natuurkunde, scheikunde, aardrijkskunde, geschiedenis, Nederlandse taal, staatsinrichting, boekhouden, schoonschrijven, handtekenen en rechtlijnig tekenen; Buijs 1896, 37-38; Programma van het onderwijs aan de Burgeravondschool te Amersfoort Examens NAC , p. 2 ; De Burgeravondschool AC , p

11 verdere opleiding tot voorbeeld geweest. 16 Naast school werkte Pothoven vanaf zijn zeventiende in het aannemersbedrijf van zijn vader, waar ook zijn oudste broer Jan al werkzaam was. Hier leerde hij de basisvaardigheden van het werken als timmerman. 17 Omdat Pothoven naar eigen zeggen niet in de gelegenheid was om in Delft te gaan studeren, ging hij in de leer bij de Utrechtse architect M.E. Kuiler. Hier maakte hij kennis met het beroep van architect en kreeg hij de gelegenheid zich hierin te bekwamen. Naast zijn werk bij Kuiler studeerde Pothoven in deze periode ook bij de Utrechtse architect W. de Jong, die onder andere ontwierp voor de Staatsspoorwegen. Ter aanvulling op alle praktijkervaring die hij bij deze architecten opdeed, nam hij ook lessen bij de Amersfoortse wis- en natuurkundeleraar C.J.F. Prins. 18 Deze was destijds verbonden aan de Burgeravondschool, waar Pothoven tijdens zijn schooltijd wellicht ook al les van hem had gekregen. 19 Tot 1908 werkte Pothoven als leerling opzichter-tekenaar mee aan een aantal bouwprojecten, eerst binnen het bedrijf van zijn vader, maar later ook onder leiding van architecten als Eduard Cuypers, Jan van der Meij en Alfred Tepe. 20 In juni 1908 vertrok Pothoven naar Nijmegen, waar hij als jongste opzichter in dienst kwam bij het aannemersbedrijf van de gebroeders Haspels. 21 Binnen enkele jaren werkte hij zich op tot architect en uiteindelijk tot hoofd van het bureau. In de periode werden veel, zo niet alle bouwprojecten van de gebroeders Haspels door Pothoven ontworpen. (bijlage 1) Dit waren vooral grote herenhuizen en villa s, maar daarnaast ontwierp hij onder andere ook fabriekspanden en een sanatorium. Over zijn tijd in Nijmegen schreef Pothoven zelf; Voornamelijk in dezen tijd heb ik mijn talenten kunnen ontwikkelen en mij gelijktijdig door zelfstudie verder kunnen bekwamen. 22 Vervolgens vestigde Pothoven zich in 1910 als architect in het Noord-Hollandse Laren waar hij zich toelegde op de bouw van villa s en landhuizen. Ook in die tijd kreeg hij al opdrachten in de nabijgelegen stad Amersfoort. 23 Waarschijnlijk was het zicht op meerdere opdrachten en een groter klantenpotentieel voor hem de reden om zijn bureau eind 1911 naar Amersfoort te verplaatsen. 24 Pothoven trouwde in 1912 met Janna Hendrika Costermans, zij verhuisde in dat jaar vanuit Nijmegen naar Amersfoort. Vermoedelijk hadden zij elkaar leren kennen toen Pothoven in Nijmegen werkzaam was. Samen kregen zij vier zonen; Adriaan (1913), de tweeling Arie en Gesienus (1915) en 16 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 17 Pothoven 1998, H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 19 Pothoven noemt alleen de achternaam van dhr Prins, vrijwel zeker gaat het hier om de wis- en natuurkundeleraar C.J.F. Prins, op dat moment werkzaam aan de Burgeravondschool te Amersfoort; Gemeenteraad AC , p Deze drie architecten worden door Pothoven bij naam genoemd in zijn brief aan graaf van Aldenburg Bentinck, helaas vermeldt hij hierbij geen jaartallen of specifieke bouwprojecten; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 21 Bevolkingsregister Leusden , AE, familienaam Pothoven. 22 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP; Pothoven 1998, H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 24 Pothoven vestigde zich in Amersfoort tijdelijk aan de Lavendelstraat 2. Vanaf 1912 hield hij kantoor aan huis, op het adres Van Asch van Wijckstraat 5; Advertentie H. A. Pothoven. Architect AD , p. 3; advertentie H. A. Pothoven. Architect AD , p

12 Bart (1920). 25 Het gezin verhuisde in 1927 naar een door Pothoven zelf ontworpen villa aan de Prins Frederiklaan in het Amersfoortse Bergkwartier. 26 (afb. 3) Op dit adres zou Pothoven voortaan ook kantoor houden. 27 In 1930 sloot Pothoven zich aan bij de Kring Amersfoort van het in 1929 opgerichte Nederlandsch Instituut van Architecten. Het NIVA was een architectenbond waarin het beschermen van het beroep van architect centraal stond. Zo werd onder andere gestreefd naar de invoering van een wettelijke registratie voor architecten die als kwaliteitswaarborg moest dienen. 28 Deze wettelijke bescherming van het architectenberoep zou nog lang op zich laten wachten. Na de oorlog werd echter, vooruitlopend op wettelijke registratie, het initiatief voor een vrijwillige registratie genomen door de Bond van Nederlandsche Architecten (BNA). Om deze vrijwillige registratie in goede banen te leiden werd op 28 december 1945 de zogenaamde Architectenraad opgericht. Bart Pothoven had zich inmiddels aangesloten bij de BNA, en werd met 11 andere architecten benoemd in deze Architectenraad. 29 Naast zijn werk als architect was Pothoven ook maatschappelijk zeer betrokken, zo was hij ten minste vanaf 1916, maar mogelijk al eerder, administrerend diaken van de Nederlands-hervormde gemeente in Amersfoort. In deze hoedanigheid was hij onder andere verantwoordelijk voor de verschillende collectes die onder leden van de gemeente werden gehouden. 30 Verder was hij regent van het burgerweeshuis te Amersfoort en had hij zitting in de raad van toezicht van de Amersfoortse volksuniversiteit. 31 In 1937 behoorde hij tot het comité dat zich inzette voor de oprichting van een natuurbad in het plaatselijke recreatiegebied Birkhoven. 32 Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1931 was Pothoven verkiesbaar als raadslid voor de Christelijke Historische Unie. Hij stond voor zijn partij op de vierde plaats op de kieslijst, maar werd niet verkozen. Ook in 1935 stond hij als vierde op de kieslijst maar pas in 1939 kwam hij in de gemeenteraad. Op 5 september van dat jaar werd hij benoemd in de raad, waar hij met drie partijgenoten een raadsfractie vormde. Pothoven was op de kop af twee jaar raadslid toen de Nederlandse gemeenteraden per 1 september 1941 door de Duitse bezetter werden opgeheven. 33 Op dat moment kon Pothoven nog niet bevroeden dat hij ook persoonlijk met de bezetter in aanraking zou komen. Dat gebeurde toen hij en zijn zoons Adriaan en Arie, waarschijnlijk begin 1945, door de Duitsers werden gearresteerd. De aanleiding voor deze arrestatie is onduidelijk, maar had mogelijk te maken met de aanwezigheid van onderduikers in de woning van Pothoven, ofwel met de 25 Bevolkingsregister Amersfoort , AE, familienaam Pothoven. 26 ontwerp van een woonhuis met kantoor aan de Prins Frederiklaan AP, Adresboek voor Amersfoort 1927, AE. familienaam Pothoven. 28 De Groot 1930, De aanstaande registratie der architecten Bouwkundig Weekblad, jrg. 64, nr. 2 (1946) p. 9-10; Samenstelling architectenraad Bouwkundig Weekblad, jrg. 64, nr. 2 (1946) p advertentie Wintercollecte AD , p Benoeming regenten van het Burgerweeshuis AD , p. 2; Volksuniversiteit AC , p Wat zal het natuurbad ons brengen? DE , p De raadsverkiezingen AD , p. 3; Gemeenteraad DE , p. 1; De nieuwe raad AD , p. 5; Als de gemeenteraad heengaat AC , p

13 vordering van de woning door de bezetter. Pothoven en zijn twee zoons werden overgebracht naar het Kamp Amersfoort waaruit hij en zijn oudste zoon Adriaan ternauwernood wisten te ontkomen. Zoon Arie, die sinds 1939 in het architectenbureau van zijn vader werkzaam was, werd overgebracht naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Daar overleed hij in maart 1945 op 29 jarige leeftijd. 34 Na de oorlog werd het architectenbureau voortgezet door Gesienus, de tweelingbroer van Arie. Pothoven senior bleef wel werkzaam binnen het bureau, maar vervulde daarnaast verschillende nevenfuncties. 35 Zo was hij vanaf 1946 lid van de schoonheidscommissie, de latere welstandscommissie, van de gemeente Soest. Diezelfde functie vervulde hij vanaf 1951 enkele jaren in de gemeente Apeldoorn. 36 Daarnaast was hij tenminste vanaf 1950 één van de districtshoofden van de Kunstbescherming binnen de provincie Utrecht. Deze overheidsinstantie werd in 1939 opgericht onder leiding van Jan Kalf, de toenmalig directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg. De organisatie was belast met de bescherming van kunstwerken, waaronder met name architectuur, in tijden van oorlogsdreiging. Voor de uitoefening van de Kunstbescherming werd Nederland door Kalf verdeeld in 28 districten, die ieder onder leiding stond van een locale architect. 37 Ook stond Pothoven in 1949 nog een keer namens de Christelijke Historische Unie op de kieslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, zij het op een onverkiesbare plaats. 38 Pothoven, die sinds maart 1949 weduwnaar was, bleef tot zijn 84 e levensjaar betrokken bij het architectenbureau. Hij overleed in 1970 op 86 jarige leeftijd. 39 Afb. 4. Hotel De Hertekop Leusden. Afb. 5. Huize De Boom Leusden. 34 Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus 2011; overlijdensadvertentie Arie Pothoven, AC , p Pothoven 1998, Raad van Soest vergaderde DA , p. 4; Raad van Soest uit waardering voor werk van college DA , p. 2; Apeldoorn benoemt Amersfoorters DA , p Kalf 1940, 3-6; Rijpma 1968, ; Kunstbescherming DA , p Christ. Hist. Unie DA , p Burgerlijke stand DA , p. 2; Pothoven 1998,

14 1.2. Het architectenbureau van oprichting tot opheffing Hoewel Bart Pothoven in 1910 de grondlegger was van architectenbureau Pothoven, waren ook zijn vader en grootvader al actief in de bouw. Met name het werk van zijn vader, en de betrokkenheid van Pothoven daarbij, is waarschijnlijk mede bepalend geweest voor zijn beroepskeuze. Vader Adrianus was behalve meester-timmerman ook werkzaam als aannemer en architect, maar over zijn ontwerpen is helaas weinig bekend. Wel wordt zijn naam in verband gebracht met een verbouwing van het Leusdense hotel De Hertekop in 1905 en twee uitbreidingen aan een school in Leusden in 1904 en (afb. 4) Ook de bouw van huize De Boom in Leusden, die plaatsvond tussen 1879 en 1882, wordt aan hem toegeschreven. 40 (afb. 5) Het is niet verwonderlijk dat de zonen van Adrianus in hun vaders voetsporen traden. Beiden hielpen al op jonge leeftijd mee in het bedrijf en legden hier de basis voor hun latere carrière. Oudste zoon Jan werd in 1908 officieel vennoot in het bedrijf van zijn vader, dat voortaan de Firma A. Pothoven en Zoon heette. 41 Omdat inmiddels was gebleken dat de samenwerking tussen de twee broers binnen één bedrijf niet optimaal was, besloten zij ieder een eigen weg te gaan. 42 Bart Pothoven vertrok naar Nijmegen om bij de gebroeders Haspels ervaring op te doen. Broer Jan zette het aannemersbedrijf van hun vader voort en was eveneens op kleine schaal werkzaam als architect. 43 Van hem zijn enkele ontwerptekeningen bewaard gebleven, zoals die voor de bouw van vier geschakelde woningen aan de Arnhemseweg te Amersfoort in (afb. 6) Na een aantal jaren in Nijmegen werkzaam te zijn geweest vestigde Bart Pothoven zich in 1910 als architect in Laren (NH). In deze periode ontwierp hij met name een aantal landhuizen in Laren en omgeving. 44 Daarnaast kreeg Pothoven ook al opdrachten uit Amersfoort, waaronder de bouw van een woning aan de Frederik van Blankenheymstraat. (bijlage 2) Hoewel hij voornamelijk grote vrijstaande woonhuizen ontwierp kreeg Pothoven in 1911 de opdracht voor de bouw van vier geschakelde woningen aan de Utrechtseweg, eveneens in Amersfoort. Deze woningen werden gebouwd, niet zover van de locatie waar zijn broer Jan ongeveer een jaar eerder eveneens een blok van vier woningen had gebouwd. (afb. 7) Bij vergelijking van deze woningen blijkt dat de broers andere gedachten hadden over de invulling van een dergelijk project. Bart Pothoven maakte bijvoorbeeld gebruik van verschillende bouwhoogtes, terwijl zijn broer de hele huizenrij onder één langgerekt schilddak liet brengen. Een ander contrast is de eclectische, decoratieve bouwstijl die zijn broer gebruikte, waar Bart Pothoven juist zeer terughoudend was in het toepassen van decoratie. 40 De Hertekop DE , p. 2; Aanbesteding AC , p. 3; Aanbesteding AC , p. 3; 41 Firma A. Pothoven en Zoon DE , p Pothoven 1998, Pothoven 1998, Deze landhuizen komen aan bod in hoofdstuk 3, paragraaf 1. 14

15 Afb. 6. Rij van 4 woningen aan de Arnhemseweg in Amersfoort, in 1909 ontworpen door aannemer-architect J. Pothoven. Afb. 7. Rij van 4 woningen aan de Utrechtseweg in Amersfoort, in 1911 ontworpen door architect H.A. Pothoven. Afb. 8. Poortgebouw van het woningbouwcomplex aan het Van Ostadeplein te Amersfoort. In 1919 gerealiseerd naar gezamenlijk ontwerp van de architecten W.K. De Wijs, H.A. Pothoven, G. van Hoogevest en M.J. Klijnstra. 15

16 Deze opdracht was één van de laatste waaraan Bart Pothoven vanuit Laren heeft gewerkt, tegen het eind van 1911 verhuisde hij met zijn bureau naar Amersfoort. 45 In Amersfoort, dat in die periode een sterke groei doormaakte, werkte Pothoven aan zeer uiteenlopende bouwprojecten. Het ontwerpen van villa s en landhuizen bleef een belangrijke pijler onder het bureau, maar Pothoven kreeg hier ook ruimschoots de kans om zich als architect breder te profileren. Zo ontwierp hij onder andere fabrieken, garagebedrijven, kerken, winkels en instituties. 46 Daarnaast werkte hij aan verschillende woningbouwprojecten, zo ontwierp hij in 1916 een complex van 42 woningen in de wijk Kruiskamp. 47 Vanaf 1917 werkte Pothoven enige tijd samen met de Amersfoortse architecten G. van Hoogevest en M.J. Klijnstra aan de bouw van zo n 400 arbeiderswoningen in de omgeving van de Woestijgerweg. De gemeente Amersfoort had voor dit grote project behalve de drie Amersfoortse architecten, ook de Enschedese architect W.K. de Wijs aangetrokken. Deze had in zijn woonplaats al de nodige ervaring opgedaan met de door hem ontworpen arbeiderswijk Pathmos. 48 Blijkbaar verliep de samenwerking goed want in 1919 werd, eveneens in opdracht van de gemeente Amersfoort, door dezelfde vier architecten een complex van nog eens 120 woningen gerealiseerd bij het Van Ostadeplein. 49 (afb. 8) Behalve aan nieuwbouwprojecten werkte Pothoven ook aan restauraties van monumentale panden, zoals bijvoorbeeld kasteel Doorwerth. 50 In de loop der jaren groeide het architectenbureau sterk waardoor Pothoven genoodzaakt was personeel in dienst te nemen. Verschillende namen komen in het bedrijfsarchief voor, waaronder de heren Reeders en Van der Horst, die beiden slechts korte tijd op het bureau hebben gewerkt, en waarover geen nadere informatie bekend is. 51 Verder de heer Engelfriet, die een aantal jaren als opzichter en tekenaar op het bureau werkzaam was en door Pothoven zeer werd gewaardeerd. Op het moment dat Engelfriet in 1920 elders solliciteert, schrijft Pothoven over hem in een aanbevelingsbrief onder andere; De heer Engelfriet ( ) is bekwaam om geheel zelfstandig werken te ontwerpen en uit te werken. ( ) Ik durf u de verzekering te geven dat u in hem een zeer goede bouwkundige kracht zult hebben. 52 De twee belangrijkste medewerkers op het bureau van Pothoven waren zonder twijfel de heren Bansema en Feersma Hoekstra. De laatste werd door Pothoven kortweg Hoekstra genoemd. In 1926 schreef Pothoven ook voor hem een aanbevelingsbrief, gericht aan Bouw en Woningtoezicht van de gemeente Nijmegen, waar Hoekstra blijkbaar naar een baan solliciteerde. Daar de heer Hoekstra reeds sinds eenigen tijd uitziet naar een meer vaste positie, zoo ben ik zoo vrij hem bij U ten zeerste aan te bevelen, alhoewel het mij zeer zou spijten wanneer ik hem zou moeten missen. Het is mij 45 Ontwerp van vier woonhuizen aan de Utrechtschestraatweg te Amersfoort. AP, Architectenbureau Pothoven. Pothoven, Bart. Memo Aanbesteding DE , p Ontwerp bestemmingsplan Leusderkwartier. Gemeente Amersfoort, Raadsvergadering. AC , p. 1; Aanbesteding AD , p. 4; Aanbesteding AD , p Pothoven 1998, H.A. Pothoven aan dhr. F.A. Warners, 26 november 1919, AP; Pothoven 1998, H.A. Pothoven aan de Algemeene Nederlandsche Zuivelbond afd. Technisch Bureau, 18 maart 1920, AP. 16

17 evenwel niet mogelijk hem gedurende eenigen jaren werk te kunnen garandeeren. 53 Pothoven had duidelijk het beste voor met zijn personeel, en de zekerheid die hij in 1926 niet kon bieden was er enkele jaren later wel. In 1928 schreef Pothoven aan Hoekstra, die blijkbaar niet voor de gemeente Nijmegen was gaan werken; Waarde Hoekstra, ( ) De laatste dagen is het hier erg gehaast en gejaagd geweest ( ) Het beste zal toch zijn dat je maar ziet een woning hier te krijgen, want het zou wel heel wat gemakkelijker zijn wanneer je hier woonde. Zetten kan ook nog wel even duren, terwijl bij Noack toch spoedig begonnen moet worden. 54 De twee opdrachten waarnaar Pothoven in zijn brief verwees gaven blijkbaar voldoende zekerheid om zowel Hoekstra als Bansema aan het werk te houden. Beiden zijn uiteindelijk meer dan veertig jaar bij architectenbureau Pothoven in dienst gebleven, respectievelijk als tekenaar en opzichter. 55 Afb. 9. Krantenartikel over de wederopbouw van boerderijen in Het merendeel, maarliefst dertig, van de te bouwen boerderijen werd door Architectenbureau Pothoven ontworpen. Wederopbouw van Boerderijen. AD , p H.A. Pothoven aan dhr. H. Rauch, directeur Bouw en Woningtoezicht Nijmegen, 26 juni 1926, AP. 54 De beide opdrachten waarrnaar Pothoven verwees komen in paragraaf 1.3. aan bod. H.A. Pothoven aan dhr. Hoekstra, 30 Maart 1928, AP. 55 H.A. Pothoven aan dhr. Bansema, 1927, AP; Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus

18 In 1939 trad zoon Arie in het bedrijf van zijn vader. Hij was onder andere de drijvende kracht achter de grote hoeveelheid wederopbouwprojecten die het architectenbureau vanaf augustus 1940 op zich nam. 56 De omgeving van Amersfoort had in 1940 grote oorlogsschade geleden door de hevige gevechten aan de nabijgelegen Grebbelinie. Het zogenaamde Districtsbureau Amersfoort, dat werd belast met de wederopbouw, moest in zeer korte tijd maarliefst 140 boerderijen laten herbouwen in de omgeving van Amersfoort, Hoogland, Leusden, Scherpenzeel en Woudenberg. Op verzoek van het Districtsbureau, gaf Arie Pothoven te kennen dat het architectenbureau in staat was om, in een tijdsbestek van drie maanden, dertig boerderijen te ontwerpen. Het Districtsbureau verstrekte daarop inderdaad de opdracht voor de bouw van deze dertig boerderijen in Amersfoort en omgeving. (afb. 9) Hierdoor maakte het architectenbureau een ongekend drukke periode door. Later volgden nog meer wederopbouwprojecten. 57 Na de oorlog nam ingenieur Gesienus Pothoven ( ) de werkzaamheden van zijn overleden tweelingbroer Arie binnen het bureau over. Gesienus werkte in de beginperiode samen met zijn vader aan het herstellen van oorlogsschade in Amersfoort en omgeving, maar bijvoorbeeld ook in de Betuwe. In de jaren die volgden gaf Pothoven senior zijn zoon de ruimte door zich langzaam maar zeker terug te trekken uit het bureau. Onder leiding van Gesienus maakte architectenbureau Pothoven een indrukwekkende ontwikkeling door. Een grote hoeveelheid woningen, bedrijfspanden en instituties werd ontwikkeld. In het oog springende voorbeelden van zijn werk zijn onder andere het hoofdkantoor van de vroegere Raiffeisenbank in Utrecht en het complex dat hij ontwierp voor autobedrijf Pon in Leusden. (afb. 10, 11) Gesienus Pothoven onderscheidde zich in vormgeving weliswaar sterk van het werk van zijn vader, maar wat betreft de diversiteit in bouwopgaven zette hij het bureau op dezelfde voet voort. Dit deed hij tot 1981, het jaar waarin met zijn zoon, ingenieur Bart Pothoven (1951) de derde generatie binnen het bureau zich aandiende. Deze kleinzoon van de oprichter nam het familiebedrijf over en ging wat betreft de verscheidenheid aan opdrachten op de ingeslagen weg voort. Bart Pothoven onderscheidde zich in zijn werk naar eigen zeggen door toepassing van zijn kennis van de antroposofie, en de beginselen van organische architectuur in het bijzonder. 58 (afb. 12, 13) In 2008 besloot hij het architectenbureau te sluiten, waarmee een einde kwam aan bijna honderd jaar Architectenbureau Pothoven De wederopbouw van boerderijen AD , p Wederopbouw van Boerderijen. AD , p. 5; Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus Pothoven, Bart. Memo 2011; Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus Pothoven 1998, 4-5; Pothoven, Bart. Memo 2011; Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus

19 Afb. 10. Nieuwbouw van het hoofdkantoor voor de Raiffeisenbank aan de Jacobsstraat in Utrecht, naar ontwerp van ingenieur G. Pothoven. Afb. 11. Hoofdkantoor en centraal magazijn van auto-importeur Pon in Leusden. In 1971 gebouwd naar ontwerp van ingenieur G. Pothoven. 19

20 Afb. 12. Voorgevel van het woonhuis voor Gesienus Pothoven en zijn vrouw. Gebouwd in 1988 naar ontwerp van hun zoon Bart Pothoven Afb. 13. Uitbreiding telefooncentrale Hilversum. In 1990 in opdracht van KPN ontworpen door Bart Pothoven. 20

21 1.3. Het belang van loyale opdrachtgevers In de eerste jaren na de oprichting maakte het architectenbureau in Laren een gestage groei door. Pothoven richtte zich in de beginjaren vrijwel volledig op het ontwerpen van villa s en landhuizen voor opdrachtgevers uit Laren en omgeving. De ervaring die hij in Nijmegen met dit architectuurtype had opgedaan was waarschijnlijk een belangrijke aanleiding voor zijn vestiging in het Gooi, waar in de vroege twintigste eeuw veel ruime vrijstaande woningen werden gebouwd. 60 In het bijzonder was Laren populair onder kunstschilders, waarvan Pothoven er een aantal onder zijn cliëntèle mocht rekenen. Onder andere de schilders Salomon Garf, Gijs Bosch Reitz, jonkheer Frans Smissaert en Willem Steelink jr. lieten door Pothoven in de periode landhuizen van verschillende grootte, met ruime ateliers ontwerpen. 61 (bijlagen 4-6) Deze namen noemde Pothoven zelf in zijn brief aan graaf Bentinck, onderzoek heeft uitgewezen dat zij als kunstschilder actief waren. 62 In later jaren werd Pothoven door enkele van hen opnieuw benaderd voor verbouwingen en uitbreidingen. 63 Uit deze opeenvolging van opdrachten kan worden afgeleid dat zijn opdrachtgevers tevreden waren, en dat zij anderen op zijn kwaliteiten wezen. Het was dit soort mond tot mond reclame waarvan Pothoven het als beginnend architect vooral moest hebben. 64 Ook na zijn verhuizing naar Amersfoort wisten opdrachtgevers hem te vinden voor het ontwerpen van landhuizen en villa s. Met name in de Amersfoortse villawijk het Bergkwartier had Pothoven meerdere opdrachtgevers. 65 Hieraan zal zijn vestigingslocatie aan de rand van deze wijk hebben bijgedragen. Pothoven werkte in Amersfoort ook steeds vaker voor instellingen en bedrijven. Niet zelden waren de eigenaren hiervan ook privé klant bij hem. Zo kreeg Pothoven diverse opdrachten van de Amersfoorse familie Pon. Voor Mijndert Pon, de grondlegger van automobielbedrijf Pon, ontwierp Pothoven in 1914 een villa aan de Beukenlaan. (bijlage 7) Pon en zijn zoons bleven het architectenbureau trouw waardoor ook in later jaren voor hen onder andere nog een aantal woningen, een fietsenfabriek, bakkerij-grondstoffenfabriek, autogarage, magazijnen en kantoren door Pothoven 60 De Haan 1986, 13-27; Heyting 1994, Mogelijk heeft Pothoven ook voor andere kunstschilders gewerkt maar meer namen zijn helaas niet bekend. Dat hierover geen volledige zekerheid kan worden verkregen wordt veroorzaakt door het feit dat het niet altijd mogelijk bleek om de juiste opdrachtgever aan het juiste adres, dat wil zeggen het juiste ontwerp te koppelen. Daarnaast zijn ten minste in één geval geen tekeningen bewaard gebleven van een landhuis dat door Bart Pothoven gebouwd of verbouwd is. Dit betreft de woning van de kunstschilder Gijs Bosch Reitz, waarnaar Pothoven in zijn brief verwees. Van deze woning zijn wel, onder vermelding van de naam Pothoven, enkele foto s opgenomen in het boek Het moderne landhuis in Nederland (1922) van J.H.W. Leliman (p ). De mogelijkheid dat in meerdere gevallen tekeningen niet bewaard zijn gebleven kan niet worden uitgesloten. 62 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP; Koenraads 1969, ; Koenraads 1986, ; Heyting 1994, Deze opdrachten worden in hoofdstuk 3 behandeld. 64 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP; Ontwerp van een schilderswoning met atelier te Laren. AP, 1910; Ontwerp van een landhuis met atelier aan de Eemnesserstraat te Laren. AP, 1911; Ontwerp van een woonhuis bij de Torenlaan te Laren. AP, In paragraaf 3 van hoofdstuk 3 komen een aantal villa s in het Amersfoortse Bergkwartier uitvoerig aan bod. 21

22 werden ontworpen. 66 (afb. 14) Ook was Pothoven vanaf het begin van zijn carrière meerdere keren werkzaam voor de Amersfoortse vleesconservenfabriek NOACK aan de toenmalige Soesterstraatweg.(afb. 15) Mogelijk had hij hiervoor al een belangrijke basis gelegd toen hij bij de Utrechtse architect M.E. Kuiler werkzaam was, deze ontwierp eerder ook voor NOACK. 67 De fabriek die Pothoven in 1916 ontwierp werd, eveneens naar zijn ontwerp, in de eerste decennia van de twintigste eeuw een aantal keren uitgebreid. 68 Afb. 14. Magazijn van auto-importeur Pon aan de Amsterdamseweg in Amersfoort. Afb. 15. Hoofdgebouw vleesconservenfabriek NOACK Amersfoort. In 1916 gebouwd, en later uitgebreid, naar ontwerp van H.A. Pothoven 66 Vlijmen 1997, 11-20; Inventarisatielijst archief Pothoven. 67 Kuiler ontwierp voor NOACK in 1901 een winkel aan de Zadelstraat 19 in Utrecht. Monumentenregister, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 68 Inventarisatielijst archief Pothoven. 22

23 Pothoven was goed in het onderhouden van contacten. In veel gevallen bouwde hij met opdrachtgevers een langdurige relatie op die telkens resulteerde in nieuwe opdrachten. Van de Heldring Gestichten in Zetten, een opvanghuis voor moeilijk opvoedbare meisjes, kreeg Pothoven vanaf 1917 regelmatig opdrachten. Hij realiseerde in Zetten onder andere internaatgebouwen, schoolgebouwen, kantoren en woningen.(afb. 16) Behalve voor volledige nieuwbouw werd Pothoven ook meerdere keren gevraagd voor verbouwingen en uitbreidingen. Bij de keuze voor Pothoven heeft deze orthodox-protestantse stichting zich waarschijnlijk mede laten leiden door Pothovens actieve betrokkenheid binnen de Nederlands-hervormde kerk. Zijn functie als diaken werkte vermoedelijk ook in zijn voordeel bij de verschillende kerkbesturen waarvan hij opdrachten ontving. 69 Naast het investeren in bestaande relaties deed Pothoven ook nadrukkelijk zijn best om nieuwe opdrachtgevers binnen te halen. In het archief van het bureau zijn een aantal brieven bewaard gebleven waarin Pothoven zijn diensten als architect aanbood aan potentiële opdrachtgevers. Zo schreef hij in 1921 een dergelijke brief aan de woningbouwvereniging in Bunschoten, blijkbaar was Pothoven ter ore gekomen dat deze vereniging nieuwbouwplannen had. Ter onderbouwing deed hij in deze brief een opsomming van relevante, reeds door hem voltooide projecten. 70 Zoals het hiervoor al genoemde woningbouwproject in de wijk Kruiskamp en de 400 arbeiderswoningen bij de Woestijgerweg die hij met drie andere architecten ontwierp. Een vergelijkbare brief richtte Pothoven in 1923 aan het bestuur van de Nederlands-hervormde kerk te Rijssen. Hierin kwam hij terug op een eerder bezoek aan dit Overijsselse dorp, waarbij hij de kerk al had bekeken; De kerk te Rijssen leent zich mijn inziens zeer goed voor een behoorlijke uitbreiding, zoals ik hedenmiddag ook aan de aanwezige kerkvoogden mededeelde. Mijn inziens zou het zeer goed mogelijk zijn aan de kant waar thans de preekstoel staat een beuk bij te bouwen. ( ) De kerk maakte op mij een zeer mooie indruk, en het zou jammer zijn wanneer een dergelijk mooi bouwwerk zou worden mismaakt of geschonden. 71 Pothoven bood het kerkbestuur aan om eens vrijblijvend kennis te nemen van zijn ideeën over de voorgenomen uitbreiding van de kerk. 72 Hoewel deze twee brieven beide niet aantoonbaar tot een opdracht hebben geleid, zijn ze wel exemplarisch voor Pothovens gedrevenheid en ambitie. Goede familierelaties zijn Pothoven tijdens zijn carrière ook zeer behulpzaam gebleken. Dat begon al toen hij in 1908 bij de gebroeders Haspels in Nijmegen ging werken. De familie Haspels was aangetrouwde familie van Pothoven, en ook na zijn vertrek uit Nijmegen onderhielden zij goede contacten met elkaar. Dat komt onder andere naar voren uit een brief die Pothoven in 1923 schreef aan zijn vroegere werkgever, de heer D.J. Haspels uit Nijmegen; In antwoord op Uw schrijven deel ik U mede dat ik gaarne bereid ben een ontwerp te maken voor het bijbouwen van een lokaal aan de Bethelschool. Het kleine wordt door mij even goed op prijs gesteld als het groote en ik dank U dan bij 69 Inventarisatielijst archief Pothoven. 70 H.A. Pothoven aan de woningbouwvereniging Bunschoten, 30 december 1921, AP. 71 H.A. Pothoven aan de heer R.E. de Vaal te Rijssen, 29 november 1923, AP. 72 H.A. Pothoven aan de heer R.E. de Vaal te Rijssen, 29 november 1923, AP. 23

24 Afb. 16. Kindertehuis Magdalenahuis te Zetten, naar ontwerp van H.A. Pothoven Afb. 17. Dubbel woonhuis aan de Lyceumlaan te Zeist. In 1936 gebouwd naar ontwerp van H.A. Pothoven, voor zijn zus Anna Gelder-Pothoven. Afb. 18. Poortgebouw Huis Doorn, in 1921 gerealiseerd naar ontwerp van H.A. Pothoven. 24

25 deze voor Uw aanbeveling. 73 Pothoven voelde zich niet te goed voor een relatief kleine opdracht als het bouwen van slechts één klaslokaal. Naast een voorstel voor het maken van een afspraak over deze opdracht, was de brief aan Haspels deels ook amicaal van toon; Wij maken het gelukkig alle wel, de jongens verlangen met het mooie weer naar de vacantie. Ik heb wat het werk betreft geen klagen, want het is tamelijk druk. Of het ontwerp dat Pothoven maakte voor de Bethelschool, een Protestants- Christelijke kleuterschool, ook daadwerkelijk is gerealiseerd is niet duidelijk. 74 In 1933 werd Pothoven opnieuw door de familie Haspels benaderd, dit keer voor het ontwerpen van een landhuis voor Mr. G.P. Haspels, toenmalig burgemeester van de gemeente Nieuwer-Amstel. 75 Ook van de familie Callenbach uit Nijkerk, eveneens aangetrouwde familie, kreeg Pothoven met enige regelmaat opdrachten. Zoals in 1912 voor de bouw van een drukkerij met magazijnen en kantoren, waarna in later jaren nog vele uitbreidingen volgden. 76 Voor de directeur van de drukkerij, de heer C.C. Callenbach ontwierp Pothoven in 1926 een landhuis in Nijkerk. Pothoven tekende voor zijn eigen zus Anna Gelder-Pothoven en haar man in 1936 een woning in Zeist. Deze dubbele woning werd voor de helft door hen bekostigd, de andere helft werd door Pothoven zelf verhuurd. 77 (afb. 17) Naast deze concrete voorbeelden blijkt uit het bedrijfsarchief bijvoorbeeld ook een grote activiteit in en rond Elst, waar familie van zijn vrouw woonde, en in Zetten. In beide relatief kleine dorpen heeft Pothoven vele tientallen opdrachten voltooid waaruit blijkt dat hij hier zeer trouwe opdrachtgevers had. 78 Pothoven kreeg door zijn bescheiden en klantgerichte opstelling al snel een goede reputatie in Amersfoort en omstreken, waardoor hij ook in adellijke kringen niet onopgemerkt bleef. Graaf Van Aldenburg Bentinck, die destijds kasteel Amerongen bewoonde, was een belangrijke opdrachtgever. Pothoven ontwierp voor hem onder andere een aantal woningen in Amerongen. Door bemiddeling van diezelfde graaf Bentinck werd Pothoven in 1918 door de gewezen Duitse keizer Wilhelm 2 gevraagd voor de verbouwing van Huis Doorn. Pothoven werkte vervolgens drie jaar voor de Duitse keizer en ontwierp onder andere het nieuwe poortgebouw van Huis Doorn aan de Doornseweg.(afb. 18) Het was eveneens graaf Bentinck die ervoor zorgde dat Pothoven in 1921 betrokken raakte bij de restauratie van de fundering van kasteel Doorwerth. Hiervoor schreef Pothoven een uitgebreide motivatie aan de graaf, waarin hij zorgvuldig zijn staat van dienst beschreef. 79 Van Aldenburg Bentinck, wiens voorouders kasteel Doorwerth hadden bewoond, had blijkbaar nog altijd goede connecties met de eigenaar van het kasteel, de vereniging Doorwerth. Toen de reeds aangevangen restauratie aan de fundering van het kasteel verkeerd dreigde af te lopen besloot Van Aldenburg Bentinck ertoe om 73 H.A. Pothoven aan de heer D.J. Haspels te Nijmegen, 4 juni 1923, AP. 74 Het ontwerp dat Pothoven heeft gemaakt komt voor op de inventarisatielijst van het archief van architectenbureau Pothoven, echter het is niet meer aanwezig in het archief waardoor niet duidelijk is geworden of het ontwerp is uitgevoerd; Inventarisatielijst archief Pothoven. 75 Plan voor een landhuis te Nieuweramstel AP, Doos Correspondentie AP. 76 Aanbesteding AD , p. 3; Ontwerp voor een landhuisje aan de Meinskamp te Nijkerk AP, Ontwerp voor een dubbel woonhuis aan de Lyceumlaan te Zeist. AP, Inventarisatielijst archief Pothoven. 79 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 25

26 Pothoven om een plan van aanpak te vragen. 80 De brief die Pothoven schreef was hoogstwaarschijnlijk bedoeld om het Rijksbureau voor de Monumentenzorg te overtuigen dat men met Pothoven beter af was. Uit latere correspondentie tussen Pothoven en directeur J. Kalf van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg blijkt dat hij in 1921 inderdaad betrokken werd bij deze restauratie. 81 De verschillende werkzaamheden die Pothoven in de loop der jaren voor graaf Bentinck en de Duitse keizer verrichtte, leverden hem naamsbekendheid op onder de Nederlandse adel. Zo ontwierp hij in 1930 nog een landhuis in Breukelen voor jonkheer Roëll. Verder werkte Pothoven op het landgoed Twickel bij Delden meerdere keren in opdracht van baron Van Heeckeren van Wassenaer, die getrouwd was met een nicht van graaf Bentinck. Op landgoed Twickel werden naar ontwerp van Pothoven onder andere een ophaalbrug en een aantal personeelswoningen gebouwd. In 1955 werkte Pothoven samen met zijn zoon Gesienus nog voor baron Verschuur aan huize Mariënwaard te Beesd. 82 Het vertrouwen en de waardering die Pothoven van zijn klanten kreeg is van groot belang geweest voor het succes van het bureau. Ook zijn zoon en kleinzoon hebben hiervan kunnen profiteren. Veel klanten bleven terugkomen, ook nadat Pothoven senior zich uit het bureau had teruggetrokken. Zo hebben bijvoorbeeld alledrie de generaties gewerkt voor de eerder genoemde Heldring Gestichten in Zetten. Deze instantie bleef het bureau maarliefst tachtig jaar trouw. Ook voor de familie Pon werd zowel door de eerste als tweede generatie Pothoven gewerkt, wat in totaal resulteerde in zo n 50 opdrachten van verschillende grootte. Datzelfde geldt voor het Amersfoortse garagebedrijf Molenaar waarvoor Bart Pothoven in 1929 een nieuwe garage met showroom ontwierp. Op diezelfde locatie werd in 1959 naar ontwerp van Gesienus Pothoven een grootschalige nieuwbouw gerealiseerd, waarvoor het werk van zijn vader grotendeels moest wijken. Beide ontwerpen konden, ieder in hun eigen tijd, op zeer veel waardering rekenen. 83 (vgl. afb. 19, 20) Verder kwam de toenmalige PTT vanaf de jaren zestig ook telkens weer bij architectenbureau Pothoven terug voor het ontwerpen van telefooncentrales en postkantoren. 84 Datzelfde deden ook veel kleinere opdrachtgevers, die daardoor mede verantwoordelijk waren voor de continuïteit van het bureau. 80 Pothoven, Bart. Gesprek 11 augustus Naar aanleiding van Uw schrijven d.d.23 dezer deel ik U mede dat ik a.s. vrijdag 27 mei om elf uur aan het Kasteel Doorwerth hoop te zijn ten einde met de Heer Posthumus Meyjes en den Heer Van Heeswijk de door mij voorgestelde wijze van bescherming der fundeeringen te besreken. H.A. Pothoven aan J. Kalf, 24 mei 1921, AP. 82 Pothoven 1998, 4-5; Inventarisatielijst archief Pothoven; Doos Correspondentie AP. 83 Garage Molenaar te Amersfoort. Architect H.A. Pothoven. Het Bouwbedrijf, jrg. 6, nr. 2 (1929): p ; Molenaars showroom klaar DA , p Inventarisatielijst archief Pothoven. 26

27 Afb. 19. Garage Molenaar aan het stationsplein te Amersfoort, in 1929 ontworpen door H.A. Pothoven. Afb. 20. Autobedrijf Molenaar, Barchman Wuytierslaan Amersfoort. In 1959 gerealiseerd naar ontwerp van ingenieur G. Pothoven. Hiervoor werd het complex dat zijn vader, H.A. Pothoven in 1929 voor deze plek ontwierp grotendeels gesloopt. 27

28 2. Ontwikkelingen in de villa- en landhuisbouw Typologische verschillen tussen landhuizen en villa s. Toen Bart Pothoven zich in Laren vestigde, profiteerde hij van de toenemende vraag naar vrijstaande woonhuizen. Hierin kunnen in algemene zin twee gebouwtypen worden onderscheiden; de vrijstaande woning in- of aan de rand van de stad, en de vrijstaande woning in het buitengebied. Hoewel dit onderscheid in wezen voor zich spreekt, heeft de bijbehorende terminologie in de loop der jaren toch soms voor onduidelijkheid gezorgd. Zo werden de benamingen landhuis, landhuisje, stadsvilla en villa, vaak door elkaar gebruikt. Daarnaast werd er, al naar gelang de bestemming, in sommige gevallen ook wel gesproken van een buitenhuis of zomerhuis, of een verkleinvorm daarvan. Ook op de ontwerptekeningen van Bart Pothoven komen verschillende benamingen voor. Toch lijkt hij vrij consequent te zijn geweest in het gebruik van de term landhuis voor een groot vrijstaand huis in het buitengebied, en de term villa voor een vrijstaande woning in meer stedelijke omgeving. De belangrijkste factoren op grond waarvan vrijstaande woningen door architectuurcritici werden gecategoriseerd waren; de grootte van het huis, het oppervlak van het perceel en de ligging in de stad of op het land. 85 Vooral onder de verschillende auteurs van boeken over villa s en landhuizen, bestond er echter enig ongenoegen over met name het onjuist gebruik van de termen villa en landhuis. Dit typologische probleem kwam dan ook regelmatig in publicaties aan de orde. 86 Het artikel Onze villa van de architect C.B. Pothumus Meyjes, dat in 1887 in De Opmerker verscheen, was één van de eerste artikelen waarin vrijstaande huizen op basis van ligging en functie werden gecategoriseerd. 87 Posthumus Meyjes maakte daarbij onderscheid tussen de volgende vier categorieën: villa s bestemd voor zomer- en winterverblijf; villa s uitsluitend voor zomerverblijf; villa s gelegen in de nabijheid eener stad; villa s op het platteland en op badplaatsen gebouwd. 88 Het belangrijkste onderscheid lag daarbij volgens hem in de mate van aansluiting op de omgeving; De villa s, gelegen in de nabijheid onzer steden hebben, voornamelijk wat het uiterlijk betreft, een groot verschil met die, gelegen op het platteland of in de zeeplaatsen. Wordt toch door hare ligging van de eersten een meer deftig karakter verlangd, de laatsten moeten geheel in overeenstemming met de omgeving worden behandeld. 89 Wat opvalt is dat Posthumus Meyjes bij alle vier categorieën blijft spreken over villa s. Hij gebruikt weliswaar ook de term buitenhuis als synoniem voor een villa buiten de stad, maar in zijn artikel komt de benaming landhuis, die later erg populair zou worden, in het geheel niet voor. Dat de term landhuis in Nederland oorspronkelijk niet of nauwelijks werd gebruikt onderschrijft ook Jannes de Haan in zijn boek Villaparken in Nederland (1986). De Haan wijst erop 85 Kloot Meijburg 1917, ; Leliman 1922, 11-12; Wattjes 1931, Leliman 1922, 10; Fokker 1951, 12-13; Wattjes 1931, 5-6; De Haan 1986, Posthumus Meyjes, 1887, Posthumus Meyjes, 1887, Posthumus Meyjes, 1887,

29 dat deze letterlijke vertaling van het Engelse country house, pas in de twintigste eeuw ook in Nederland aan een opmars begon. 90 Een landhuis in de strikte zin van het woord, bevond zich buiten de stad en werd omgeven door een aanzienlijke hoeveelheid onbebouwde grond. De architect en auteur J.P. Fokker sprak in zijn boek Het eigen huis (1931) over het misbruik van deze benaming, voor grote vrijstaande woningen in stedelijk gebied. Hij wenste onderscheid te maken tussen de voorstadsvilla en het echte landhuis; dat werkelijk op het land staat, op een ruim terrein en betrekkelijk geïsoleerd, laat ons zeggen zó, dat uit de vensters van het huis een landelijke omgeving te zien is. 91 Met het begrip villa werd naar idee van Fokker in Nederland een vrijstaand huis bedoeld, met daarbij een nog redelijk grote tuin. Hij constateerde echter dat steeds vaker alleen het huis bedoeld werd, en daarbij de grootte van het perceel niet of nauwelijks meer van belang werd geacht. Het opwaarderen van steeds kleinere huizen tot villa s, had in verband met het gewenste onderscheid, het nadelige gevolg dat voor riante vrijstaande huizen in stedelijk gebied, al vaker de term landhuis werd gebruikt. 92 Fokker neemt hier in sterke bewoordingen afstand van; Het [begrip villa] begint thans wat in discrediet te geraken en velen gaan er daarom al toe over om van landhuizen te spreken, ook al staan deze huizen niet waarlijk op het land, maar in een der villaparken, waar het land mee overstroomd wordt. Dit is een verkrachting van het begrip landhuis. Vermoedelijk zal het er mee gaan als indertijd met villa en zal over enige tijd de usurpatie van het woord niet meer gevoeld worden en landhuis dan zijn oorspronkelijke betekenis verloren hebben. 93 Hoezeer de verschillende termen in het spraakgebruik ook door elkaar werden gebruikt, critici waren het erover eens dat een villa op een ruime kavel, en een landhuis ook daadwerkelijk op het land behoorde te staan. 94 De grote populariteit van het wonen in een villapark en de steeds hogere grondprijzen leidde echter, volgens de architect J.H.W. Leliman, juist steeds vaker tot het verkleinen van de bouwkavels. Hierdoor kwamen huizen dichter bij elkaar te staan, en was er als vanzelfsprekend in de meeste villaparken geen sprake meer van een vrij uitzicht. De vrijstaande huizen in deze villaparken vormden als het ware een overgangszone tussen het stedelijk gebied en de landhuizen buiten de stad. 95 Stedelingen die in dit soort villaparken gingen wonen namen ook hun stadse idealen mee, waardoor in veel van deze parken aan de rand van de stad, huizen werden gebouwd volgens dezelfde principes als in de steden. Veelal leidde dit ook in een relatief landelijke omgeving tot woningen met een stedelijk karakter, bestaande uit twee of meer bouwlagen die slechts door het toepassen van bijvoorbeeld erkers en veranda s een landelijke uitstraling moesten krijgen. Maar volgens critici sloot de verticaliteit van 90 De Haan 1986, Fokker 1951, Fokker 1951, 12; Pey 2004, Fokker 1951, Fokker 1951, 12-17; Kloot Meijburg 1917, ; Wattjes 1931, Leliman 1922,

30 deze villa s niet goed aan op het horizontale karakter van het landschap waarin ze gebouwd werden. 96 In veel publicaties spraken architecten dan ook hun zorgen uit over deze aantasting van het landschap. De verantwoordelijkheid voor de ontaarding van de landelijke bouwkunst werd voor een belangrijk deel bij de speculanten gelegd. Dit komt onder andere naar voren uit de volgende twee passages uit het artikel Het streven naar een gezonde landelijke bouwkunst van de Duitse architect P.G. Saxen; De toenemende welstand schiep een nieuwen burgerstand, voor een groot deel uit parvenus gevormd; hun welgevulde beurs stelde hen in staat te trachten hun gebruiken naar aristocratisch voorbeeld in te richten. Het resultaat was dan ook het tegendeel van ware voornaamheid en goeden smaak. 97 Zoo wordt de bouwwijze der steden, zelf slechts de vrucht van bouwspeculatie en gemis aan cultuur, met al haar hedendaagsche smakeloosheid en onzinnigheden, naar het land overgebracht. ( ) daarbij de vriendelijke en aangenaam aandoende dorpen en met hun het geheele landschap misvormend. 98 Afb. 21. Dit woonhuis beschreef Van der Kloot Meijburg in zijn boek als volgt; Landhuisje, dat evengoed deel zou kunnen uitmaken van een rij huizen en waarbij de verticale richting overwegend is. 96 Steur 1927, ; Kloot Meijburg 1921, Saxen 1910, Saxen 1910,

31 De afwaardering van het buitenwonen werd ook door de landhuisarchitect J.H.W. Leliman ten zeerste betreurd. Hij schreef over de invulling van villaparken; De opdrijving der grondprijzen dwong doorgaans tot de uiterste beperking van het terrein, zoodat menig zoogenaamd villapark, waar de pieterige huizen op enkele meters onderlingen afstand verrijzen, welbeschouwd eene bespotting is van het begrip buiten. 99 Zijn collega architect en hoogleraar bouwkunde J.G. Wattjes, voegde hieraan toe; De villa s in ( ) villaparken ( ) worden slechts door smalle tuinstrooken gescheiden. Van het natuurlijke landschap blijft niets over. De tuinen worden aangelegd als stads-bloemtuinen De geringe afstand tussen de woningen onderling had met name ook een zeer nadelig effect op de architectuur van deze woningen als zodanig. Zo constateerde Herman van der Kloot Meijburg in zijn boek Landhuisbouw in Nederland (1921); Het vasthouden aan het type stadshuis ging zelfs zoover, dat het landhuis uitwendig werd behandeld als een fragment uit een huizenrij: de zijgevels werden soms opgevat als ondergeschikte gevels, bijna zonder ramen en niet zelden uitgevoerd in een minderwaardige steensoort. Alsof de zijgevels niet zichtbaar werden en met ontkenning van den eisch dat een gebouw een harmonisch geheel moet vormen werd de nadruk uitsluitend gelegd op den voorgevel. 101 (afb. 21) Hoewel van het echte buitenwonen dus al steeds minder sprake was, werd het in de ogen van J.P. Fokker nog erger toen het begrip villa niet langer uitsluitend voor vrijstaande woningen werd gebruikt. Steeds vaker werden blokken van twee of meer riante woningen aangeduid als dubbele of meervoudige villa s. 102 De populariteit van deze dubbele villa s was groot en daardoor nam ook de speculatie in de bouw van dit type woning toe. Vaak werden hiervoor smalle maar diepe percelen gebruikt, die bijna vanzelfsprekend een rechthoekige plattegrond tot gevolg hadden. Voor deze huizen werd de kamer-en-suite, als ideale plattegrond in de villaparken geïntroduceerd. Dit kon opnieuw op weinig goedkeurig onder architectuurcritici zoals Fokker rekenen: Dit type plattegrond wordt door de eigenbouwers ook naar de villaparken toegebracht; een ongelukkig strookje grond er naast moet het huis dan tot villa bevorderen. Prulliger kan het niet. 103 Villa s in de zin zoals Fokker het bedoelde, leken door de kleinere bouwkavels steeds minder voor te komen. Echter van een dubbele villa kon volgens zowel Fokker, Wattjes als Leliman eigenlijk per definitie geen sprake zijn Leliman 1922, Wattjes 1931, Kloot Meijburg 1921, Fokker 1951, Fokker 1951, Fokker 1951, 17-19; Wattjes 1931, 5-6; Leliman 1922,

32 2.2. De afkeer van het eclecticisme Behalve het streven naar een goede inpassing in de landelijke omgeving, was met name ook de vormgeving van de woningen onderwerp van veel discussie. Er kwamen in de vroege twintigste eeuw, toen Bart Pothoven aan zijn loopbaan begon, in de Nederlandse villa- en landhuisbouw namelijk diverse bouwstijlen voor. Onder architecten vond op dat moment een tegenreactie plaats op het eclecticisme, en het veelvuldig toepassen van neostijlen in de negentiende eeuw. Deze voorbije eeuw werd destijds door architecten en critici omschreven als een dieptepunt in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. 105 De architect Herman van der Kloot Meijburg wist dit gevoel treffend te beschrijven in zijn boek Bouwkunst in de stad en op het land dat in 1917 werd gepubliceerd. Hierin sprak hij over de negentiende eeuw als een vervalperiode in de Nederlandse bouwkunst; In den loop der vorige eeuw heeft de bouwkunst in de stad en op het land een zeer ongunstige verandering ondergaan en is zij steeds verder afgedwaald van den juisten weg, waarop zij zich tot daartoe had bewogen. Kan zelfs aan de eenvoudigste bouwwerken uit vroegere perioden een zekere schoonheid niet worden ontzegd, de meeste voortbrengselen van onzen tijd op het gebied der burgerlijke bouwkunst zijn daarvan geheel ontbloot en strijden vaak met de meest bescheiden eischen der aesthetica. Het gevoel voor de ware schoonheid schijnt bij velen te zijn afgestompt en verdrongen door een streven naar oppervlakkige schijnschoonheid, die de meesten onzer hedendaagsche bouwkunst-beoefenaren gretig aangrijpen om hun geestelijke armoede, hun onmacht, hun onkunde soms, te verbergen ( ). 106 (afb 22, 23) Van der Kloot Meijburg was net als veel van zijn tijdgenoten van mening dat het kopiëren van oude stijlen nooit tot een goed resultaat kon leiden. Oude bouwwerken zouden volgens hem slechts ter inspiratie mogen dienen om in het eigen ontwerp tot een hoger niveau te komen. Een belangrijke verklaring voor de teloorgang in de negentiende eeuwse architectuur zag Van der Kloot Meijburg met name in het opheffen van de gilden, en daarmee verband houdend het loslaten van de overlevering binnen het ambacht. 107 Hij kreeg hierin bijval van de architect J.H.W. Leliman. In zijn boek Het moderne landhuis in Nederland (1922) scheef deze; in de 19 e eeuw had de overlevering in de bouwkunst hare kracht verloren. In rustelooze afwisseling, met plotselinge sprongen waren de meest uiteenloopende opvattingen en stijlen elkander opgevolgd, naast en door elkander toegepast. ( ) Gewaagde proefnemingen met nieuwe bouwstoffen gingen hand in hand met misbegrepen architektuur, die haar kracht zocht in klakkelooze navolging van oude stijlen of in eene gewilde oorspronkelijkheid, niet geleid door een beschaafd en gerijpt inzicht De Haan 1986, Kloot Meijburg 1917, VIII. 107 Kloot Meijburg 1917, Leliman 1922, XII. 32

33 Afb. 22. Dit woonhuis kon ook niet op de goedkeuring van Van der Kloot Meijburg rekenen; Slecht gevormd dubbel huis vol hinderlijke zinlooze opschik. Afb. 23. Bij deze foto plaatste Van der Kloot Mijburg de opmerking; Pronkzuchtige architectuur in alle opzichten minderwaardig. 33

34 Zowel Van der Kloot Meijburg als Leliman constateerden echter ook een positieve ontwikkeling in de architectuur van de vroege twintigste eeuw, waarin architecten steeds meer op zoek leken te gaan naar een oprechte bouwstijl zonder stijlimitatie. 109 Deze vooruitgang kwam volgens Leliman het best tot uiting in de landhuisbouw; Van de verschillende groepen bouwwerken heeft echter het landhuis zich het eerst hersteld. Op zijn gebied valt wederom een vaste lijn te bespeuren, is eene overlevering in wording, welke, ( ) haar invloed doet gelden door een beschaafder, soberder bouwtrant. ( ) Het ligt voor de hand dat het algemeene streven naar ongekunstelden eenvoud en natuurlijkheid, hetwelk de moderne bouwkunst kenmerkt, nergens beter en vollediger tot zijn recht kon komen dan bij het landhuis. 110 De positieve ontwikkelingen op dit gebied werden versneld door een toename van het aantal villa s en landhuizen dat werd gebouwd in de jaren kort na Door de toenemende vraag werd het ontwerpen van villa s en landhuizen voor veel architecten een steeds belangrijker onderdeel van hun werk. 112 De kwantitatieve toename had volgens velen ook een gunstig effect op de kwaliteit van de landelijke bouwkunst. Herman van der Kloot Meijburg constateerde in 1917 dan ook een veelbelovende vooruitgang; Verschillende talentvolle bouwmeesters van onzen tijd hebben op het land reeds huizen gebouwd, die de oude in menig opzicht overtreffen. Er is voor onzen landhuisbouw een nieuwe periode ingeluid, die een groote belofte in zich sluit. Verscheidene moderne landhuizen hebben reeds alle hoedanigheden, die aan een woning op het land moeten worden gesteld. Zij sluiten zich harmonisch bij de oude landelijke bouwkunst aan en doen een herleving van de goede vaktradities bespeuren. 113 (afb 24, 25) Een goede aansluiting op het landschap werd zo door de meeste critici als het belangrijkste kenmerk van goede landhuisarchitectuur gezien. Daarnaast droeg de hernieuwde interesse in oude vaktradities volgens Van der Kloot Meijburg bij aan de ontwikkeling van een eerlijke bouwstijl, waarin de oorspronkelijke locale bouwkunst in zekere zin herleefde Kloot Meijburg 1917, 1-2; Leliman 1922, Leliman 1922, XII-XIII 111 Brusse 1993, De Haan 1986, Kloot Meijburg 1917, Kloot Meijburg 1917, 133; Aanknooping 1908,

35 Afb. 24. Deze woning werd door Van der Kloot Meijburg als goed beoordeeld; Bescheiden, modern buitenhuis, zonder eenige opschik. Afb. 25. Dit landhuis kreeg van Van der Kloot Meijburg de beschrijving; Goed en voornaam, modern landhuis te Heemstede. 35

36 De landhuisbouw bleek bij uitstek geschikt voor het doorontwikkelen van deze nieuwe manier van bouwen. Omdat landhuizen en villa s vrijwel uitsluitend voor particuliere opdrachtgevers werden gebouwd, kregen architecten hierbij doorgaans meer de ruimte om een eigentijds ontwerp te realiseren. Vaak werd bij het ontwerpen van een villa of landhuis door de opdrachtgever veel waarde gehecht aan een persoonlijk ontwerp dat was afgestemd op de specifieke behoeftes van de eigenaar en zijn gezin. 115 In de steden werden daarentegen veel woningen speculatief gebouwd, om vervolgens verkocht of verhuurd te worden. Een ontwerp moest dan een zo breed mogelijke doelgroep aanspreken waardoor er werd gebouwd op basis van bekende standaardvoorbeelden. Een vergelijkbaar effect ging in sommige gevallen ook uit van gemeentelijke welstandseisen, of van servituten die door een exploitatiemaatschappij werden opgelegd. Door de opname van servituten in de koopcontracten kon een exploitant de nodige eisen stellen aan het toekomstige gebruik van de kavels in een villapark. Er werd bijvoorbeeld vastgelegd hoe groot de afstand tussen de woningen onderling, en tussen de woning en de openbare weg diende te zijn. Maar in sommige gevallen werd ook de hoogte van de te bouwen woningen door de exploitatiemaatschappij bepaald. 116 Deze eisen waren doorgaans afgeleid van de bestaande bebouwing, omdat men daarmee bekend was en de kenmerken hiervan veilig wilde stellen. Daardoor was er echter beperkte ruimte voor experiment, zoals bijvoorbeeld het toepassen van een afwijkende nokhoogte of een plat dak. 117 Nieuwe ontwikkelingen vonden daardoor pas echt navolging wanneer zij in zekere zin algemeen geaccepteerd waren geraakt, en wanneer de welstandseisen en servituten hierop waren aangepast. De villa- en landhuisbouw speelde een belangrijke rol in dit proces Leliman 1922, Cuijpers 1912, Hoevers 2003, ; Pey 2004, Saxen 1910, 90-92; Prak 1991,

37 2.3. Het streven naar een landelijke bouwkunst De hernieuwde interesse voor het buitenwonen en de toenemende afkeer van het negentiende eeuwse eclecticisme, leken elkaar kort na de eeuwwisseling wederzijds te versterken. Opdrachtgevers die voldoende vermogend waren om een landhuis te laten bouwen, waren zich doorgaans zeer bewust van de actuele trends op het gebied van architectuur. In zijn boek Het Nederlandse woonhuis van 1800 tot 1940 constateerde Niels Prak in 1991 dan ook dat het deze opdrachtgevers waren, waardoor vooruitstrevende architecten voor het eerst in de gelegenheid werden gesteld om hun idealen te realiseren, en onder wie stijlnabootsing uit de gratie raakte. De landhuizen van deze bovenklasse werden volgens Prak vervolgens ook door de gegoede middenstand tot voorbeeld genomen bij de bouw van villa s in villaparken. 119 Terecht werd destijds door architectuurcritici dan ook een breuk geconstateerd tussen de eigentijdse landhuisbouw en de weelderige buitenplaatsen zoals die in de zeventiende en achttiende eeuw werden gebouwd. In plaats van de overdadige uitstraling van weleer, zocht men in de vroege twintigste eeuw juist naar eenvoud en schilderachtigheid. Daarvoor werd, in eerste instantie, niet zozeer teruggekeken naar voorbeelden uit de eigen omgeving maar waren vooral Engelse invloeden van groot belang. 120 Afb De modelboerderij Oud Bussum. In gerealiseerd naar ontwerp van architect K.P.C. de Bazel. 119 Prak 1991, 6-8; Wattjes 1931, Leliman 1922, 10-13; Kloot Meijburg 1921, 6-7; Wattjes 1931,

38 Met name Engelse vaktijdschriften zoals The Studio en Country Life speelden een belangrijke rol bij de verspreiding van de populariteit van de Engelse landhuisbouw. 121 In zijn studie Villaparken in Nederland (1986) constateerde Jannes de Haan dat architecten in Engeland al sinds het eind van de negentiende eeuw steeds meer op zoek gingen naar een eerlijke landelijke architectuur. Daarbij werden locale tradities van groot belang geacht, en werd gestreefd naar het gebruik van authentieke bouwmaterialen die voor de bewuste streek kenmerkend waren. 122 Architect A.W. Weissman onderschreef deze ontwikkeling al in De vader der nieuwe kunst, een reeks artikelen die in 1902 verscheen in het vakblad De Bouwwereld. Hierin prees Weissman de Engelse schrijver en kunstcriticus John Ruskin. Zijn boek The seven lamps of architecture (1849) was volgens Weissman van grote invloed geweest voor de nieuwe ontwikkelingen in de architectuur; Twee en vijftig jaren geleden werd het geschreven; de zaaier heeft dus geduld moeten oefenen eer hij het zaad zag opkomen. Slechts het eerste groene waas heeft hij mogen aanschouwen. Het kan nog lang duren, eer de oogsttijd is aangebroken. 123 Ook Herman van der Kloot Meijburg zag in John Ruskin en William Morris de belangrijkste pioniers op het gebied van de nieuwe landelijke bouwkunst; Aangespoord door het vurig streven van John Ruskin tot verheffing van het handwerk, trachtte William Morris deze denkbeelden op een practische wijze te verwezenlijken, daarin bijgestaan door verschillende jonge kunstenaars, die doordrongen waren van de noodzakelijkheid om te breken met het nabootsen van historische stijlen. 124 Als tegenreactie op de negentiende eeuwse neostijlen en massaproductie ontstond zo de Arts and Crafts movement, waarvan Ruskin en Morris belangrijke voorvechters waren. Zij propageerden onder andere het gebruik van ambachtelijke, handgemaakte producten en streefden ernaar deze producten voor iedereen toegankelijk te maken. 125 Ook het werk van de Engelse architecten Norman Shaw en Charles Voysey werd door Nederlandse architecten en critici geprezen, en leidde onder andere volgens architect J.H.W. Leliman tot veel navolging; In Engeland, waar, meer dan in eenig ander land, in den loop der eeuwen de landhuisbouw gebloeid had ( ), bestond eene krachtige overlevering. Deze werd door Philip Webb, George Devey, Eden Nesfield in de tweede helft der 19 de eeuw opgevat, maar vooral werd zij populair, door Richard Norman Shaw. Hunne scheppingen werkten als eene onthulling Weissman 1905, ; Leliman 1924, XVII. 122 De Haan 1986, Weissman 1902, 2, Kloot Meijburg 1921, De Haan 1986, Leliman 1922, XIX. 38

39 Afb. 27. Landhuis te Huizen door architect K.P.C. de Bazel, jaartal onbekend. Afb. 28 Landhuis te Hilversum, K.P.C. de Bazel, Afb. 29. Landhuis te Laren, H.P. Berlage 1902,

40 In eerste instantie resulteerde de Nederlandse interesse in de Engelse landhuisbouw, in het geheel of gedeeltelijk overnemen van voorbeelden, zonder aanpassing aan het Nederlandse landschap en de lokale bouwmaterialen. Maar al snel hadden de Engelse invloeden ook in Nederland een hernieuwde interesse in de eigen landelijke bouwkunst tot gevolg. 127 Herman van der Kloot Meijburg zag in architect K.P.C. de Bazel een belangrijke pionier op dit gebied; K.P.C. de Bazel, heeft resultaten geboekt, die zeker in waarde en betekenis niet onderdoen voor de beste Engelsche landhuizen. Zijn werken dragen bij een persoonlijk karakter onmiskenbaar het stempel van eigen nationaliteit. 128 Door veel tijdgenoten werd onder andere zijn ontwerp voor de modelboerderij Oud Bussem hoog gewaardeerd. (afb. 26) Deze boerderij moest als voorbeeld dienen voor een moderne melkveehouderij en was de eerste in Nederland waar gesteriliseerde melk werd geproduceerd. Het ontwerp van De Bazel werd ook internationaal opgemerkt en werd groot afgebeeld in het boek Landhaus und Garten van Hermann Muthesius. 129 Ook Jannes de Haan haalt in zijn boek Villaparken in Nederland (1986) het werk van de Bazel aan; de combinatie van romantiek, in de vorm van een rieten kap en rationaliteit, in de vorm van het symmetrisch opgezette bakstenen hoofdgedeelte en de uiterst zorgvuldige proportionering van alle onderdelen, bepaalden De Bazels populariteit. 130 (afb. 27, 28) Naast De Bazel behoorde ook H.P. Berlage tot de vernieuwers in de landhuisbouw. Ook hij legde in zijn ontwerpen de nadruk op een heldere vormgeving. In 1921 nam Van der Kloot Meijburg in zijn boek Landhuisbouw in Nederland, ook een door Berlage ontworpen villa in landelijke stijl op.(afb. 29 ) De vormgeving van deze villa uit 1902 doet denken aan een Gooise boerderij. De muren werden laag gehouden en de villa werd voorzien van ramen met roedeverdeling en een lage rieten kap. Het was één van de eerste voorbeelden van de zogenaamde Gooise landhuisstijl. 131 Afb. 30 en 31. Boerenwoningen te Laren in het Gooi getekend door Herman van der Kloot Meijburg. 127 Fischer 1927, Kloot Meijburg 1921, Muthesius 1910, De Haan 1986, De Haan 1986, ; Grooten,

41 Van der Kloot Meijburg zag in de nieuwe landhuisbouw een werkelijk Nederlandse stijl ontwikkelen die recht deed aan de omgeving. 132 Hieraan leverde hij in zekere zin zelf een bijdrage met zijn publicatie Onze oude boerenhuizen, waarvan de eerste druk in 1908 verscheen. In dit boek nam hij tachtig eigen schetsen op van boeren woonhuizen uit alle regio s van Nederland.(afb. 30, 31) Hij benadrukte de grote regionale verschillen in de landelijke bouwkunst, en de diversiteit in het materiaalgebruik. Het belang dat hij hechtte aan deze regionale authenticiteit bleek uit de derde druk van Onze oude boerenhuizen, waarin nog eens tien extra tekeningen van boerenhuizen uit Zeeland werden toegevoegd. Hoewel deze naar zijn zeggen binnen de landelijke bouwkunst geen aparte positie innamen, bezaten ze toch karakteristieke eigenschappen die in de eerste druk onderbelicht waren gebleven. 133 Deze kleine regionale nuances vond Van der Kloot Meijburg juist cruciaal bij de inpassing van een ontwerp in de omgeving. Hij noemde de aard van het landschap daarbij doorslaggevend. Om de tegenstellingen daarin te benadrukken onderscheidde hij bijvoorbeeld bosgebieden, uitgestrekte vlaktes, polderland of het duingebied. Nieuw te bouwen woningen moesten zowel in vorm als in kleurgebruik worden aangepast aan de specifieke gesteldheid van de omgeving. Van der Kloot Meijburg zag daarom de landelijke bouwkunst als uitstekend voorbeeld voor de landhuisbouw, niet om te kopiëren, maar om de grondbeginselen zoals geslotenheid, degelijkheid en eenvoud als inspiratie te nemen. Met name het horizontale karakter van de boerenwoningen leende zich naar zijn idee uitstekend als uitgangspunt voor het bouwen van woningen in een landelijke omgeving. 134 Afb. 32. Landhuis Parkwijck te Amsterdam, H.P. Berlage, zonder jaartal. Afb. 33. Landhuis te Helmond, J.W. Hanrath, jaartal onbekend. 132 Kloot Meijburg 1921, Kloot Meijburg 1920, Kloot Meijburg 1917,

42 In de eerste decennia van de twintigste eeuw verschenen veel woningen die aan deze karakteristieken voldeden. Het eerlijke functionele karakter van de traditionele boerenwoning kwam daarbij tot uiting in lage bakstenen muren met daarop laagkomende rietgedekte daken. Een van de voordelen van een rieten kap was de mogelijkheid om hoge en lagere gebouwdelen op een vloeiende wijze met elkaar te verbinden. 135 Ramen met roedeverdeling en luiken zorgden dan, samen met het overige houtwerk in de gevel, voor de schilderachtige, landelijke uitstraling. 136 Net als Van der Kloot Meijburg schonk ook J.H.W. Leliman in Het moderne landhuis in Nederland aandacht aan de nieuwe landelijke bouwkunst. Hij nam een groot aantal afbeeldingen op van villa s die naar zijn idee voor een belangrijk deel tegemoetkwamen aan deze nieuwe lijn in de architectuur.(afb. 32, 33) Onder deze afbeeldingen bevonden zich maarliefst drie villa s die in de jaren daarvoor door Bart Pothoven werden ontworpen.(bijlage 8) Hoewel deze villa s in vorm uiteenlopen, kenmerken zij zich alledrie door een zelfde eenvoud en bescheidenheid, die voor het werk van Pothoven karakteristiek is. Leliman herkende in de landhuisbouw in het algemeen dan ook de opkomst van een beschaafder, soberder bouwtrant, waarbij het vormen van een harmonisch geheel tussen de woning en de omgeving centraal stond. 137 Afb. 34. Villa aan de Prinses Marielaan te Amersfoort, J.C. van Epen, Afb. 35. Villa te Hilversum, J.W. Hanrath, Wagner 1912, De Haan 1986, ; Bosma, 572; Fokker 1951, Leliman 1922, 7-8,

43 In Moderne Nederlandse villa s en landhuizen onderschreef ook architect J.G. Wattjes in 1931 hoe het herstel van de Nederlandse architectuur voor het eerst was doorgedrongen in de bouw van villa s en landhuizen. Wattjes schonk in zijn boek ook aandacht aan een sobere doch statige stijl die gelijktijdig met de hiervoor beschreven landelijke bouwtrend populair werd. In plaats van overeenkomsten met oude boerenhuizen vertoonde deze meer zakelijke variant parallellen met de achttiende eeuwse patricische buitenplaatsen. 138 Maar in de twintigste eeuw was in de meeste gevallen geen sprake meer van de symmetrische grondvorm van weleer. De overeenkomst moest vooral gezocht worden in een rechthoekige bakstenen hoofdvorm, en het vaak toegepaste schilddak. Ook bij deze woningen werd nauwelijks gebruik gemaakt van decoratie. Het was de kracht van de sobere hoofdvorm die moest spreken. (Afb 34, 35) Dit formelere type villa of landhuis vormde een interessant alternatief voor opdrachtgevers die geen boerderijachtige woning wilden bouwen, maar ook niet wilden kiezen voor eclecticisme en historisme. In zowel de heldere samenstelling en constructie, als in het gebruik van authentieke bouwmaterialen hadden beide varianten hun belangrijkste overeenkomst. 139 Daarnaast kwam in de jaren 20 de Nieuwe Zakelijkheid, of het Nieuwe Bouwen op. Waar de hiervoor beschreven bouwstijlen voortgingen op nationale of zelfs regionale tradities, sloot het Nieuwe Bouwen aan op een internationale mode. Hierbij werd een gebouw niet geacht op te gaan in het landschap maar werd het juist door contrastwerking op de voorgrond geplaatst. 140 Door grote glasoppervlakken, gepleisterde muren en platte daken werd getracht het gebouw in dienst van de gebruiker te stellen. In de villabouw leidde dit tot een aantal avant-gardistische experimenten door onder andere Gerrit Rietveld en Cornelis van Eesteren. (afb 36, 37) Het grote publiek had niet veel waardering voor het Nieuwe Bouwen, waardoor het ook in de villabouw tot een aantal uitzonderingen beperkt is gebleven. 141 Afb. 36. Villa te Utrecht, Gerrit Rietveld, Afb. 37. Woonhuis Alblasserdam, Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg, Wattjes 1931, Romantische zakelijkheid 1929, 301; De Haan 1986, , Albers 1982, Wattjes 1931, 5-6. Bosma 2007,

44 2.4. De opkomst van de vrije plattegrond Door de wijzigingen in gebouwtype en stijl veranderden ook de plattegronden van villa s en landhuizen. Er vond vanaf het einde van de negentiende eeuw een omslag plaats in het denken over de indeling van villa s en landhuizen. Het eigen huis werd steeds meer gezien als een maatproduct dat zich naar de wensen van de bewoner diende te voegen. Daarbij werd naast het wooncomfort ook de aansluiting van het huis op de tuin, of de omliggende natuur, van groot belang geacht. Zo belangrijk zelfs dat de symmetrie, zowel in de plattegrond als in de opstand van de woning, steeds meer ondergeschikt raakte. Naar Engels voorbeeld werd daardoor ook in de Nederlandse landhuis- en villabouw de asymmetrische plattegrond populair. 142 (bijlage 3, 4, 5) Dit kwam onder andere naar voren in het artikel Moderne Landhuizen dat in 1910 verscheen in het tijdschrift Bouwkunst. In dit artikel werd door architect J. Gratama gesproken over de praktische eisen die opdrachtgevers aan de plattegrond stelden; niet de gevel, zoals vroeger, maar de plattegrond-indeeling beheerscht het moderne landhuis. Hierin spreken de wenschen van den eigenaar zich uit, hierdoor wordt de geriefelijkheid en doelmatigheid van de bewoning in hoofdzaak bepaald. 143 Behalve praktische en esthetische redenen, wogen echter ook economische motieven mee. Zowel de kosten voor de bouw van de woning, als de kosten voor het onderhoud en de bewoning ervan, speelden een grotere rol dan voorheen het geval was. Waar eerder uitsluitend de rijke bovenklasse buiten de stad ging wonen, behoorde een meer bescheiden villa nu ook voor de gegoede middenstand tot de mogelijkheden. Deze nieuwe doelgroep moest echter wel bewustere keuzes maken. Hierdoor ontstond er een toenemende behoefte aan villa s van divers formaat, en eveneens van uiteenlopende waarde. 144 Daarnaast zorgde vanaf de jaren twintig het tekort aan huishoudelijk personeel voor het achterwege laten van de vroegere dienstruimten in huis. De meisjes die voorheen dienstbode werden moesten namelijk steeds vaker in fabrieken aan het werk, waardoor inwonend personeel minder vanzelfsprekend werd. De afzonderlijke ruimten voor het huispersoneel, die voorheen bijna vanzelfsprekend waren, werden door dit dienstbodenprobleem een luxevoorziening. 145 In de meer bescheiden villa s werden de dienstbodenkamers en personeelsvertrekken dan ook weggelaten. (bijlage 13) Villabewoners waren door het gebrek aan personeel vaker genoodzaakt huishoudelijke taken zelf te verrichten. Hierdoor werden zij zich meer en meer bewust van de omvang van het huishouden en de hoeveelheid onderhoud die de woning vergde. Als logisch gevolg hiervan raakte bijvoorbeeld de salon, een kamer die slechts voor representatieve doeleinden werd gebruikt, steeds minder in trek. Ook andere kamers die slechts één of enkele keren per jaar gebruikt werden, zoals bijvoorbeeld een logeerkamer, bleven vaker achterwege. Landhuisarchitect J.H.W. Leliman sprak in dezen van een toenemende vraag naar Arbeidsbesparende woonhuizen waaraan architecten steeds 142 Bosma 2007, Gratama 1910, Wattjes 1931, Montijn 1998,

45 meer tegemoet moesten komen. 146 De landhuis- en villaplattegrond ontwikkelde zich in de loop der jaren verder richting een functionele oplossing waarbij het gebruiksgemak voor de bewoner steeds meer voorop kwam te staan. 147 De opkomst van de zogenaamde vrije plattegrond was deels het gevolg van deze behoefte aan efficiëntie. De plattegrond van een landhuis of villa werd in de twintigste eeuw niet meer vanzelfsprekend volgens een vast stramien ingedeeld. In het boek Bouwen in Nederland dat in 2007 onder redactie van Koos Bosma verscheen, wordt de opkomst van de vrije plattegrond beschreven als de meest interessante ontwikkeling in de landhuisbouw van deze periode. Onder invloed van de Duitse architect K.F. Schinkel was al vanaf het midden van de negentiende eeuw gestreefd naar een functionele indeling van het landhuis; In de nieuwe villa s stonden twee zaken voorop: de harmonie met de omliggende natuur en het comfort voor de bewoners. 148 In de vroege twintigste eeuw publiceerde de al eerder genoemde Duitse architect Hermann Muthesius het boek Das Englische Haus, dat een standaardwerk werd en waarin hij onder andere uitvoerig inging op de Engelse Arts and Crafts movement, en landhuisplattegronden in het bijzonder. 149 Behalve in Duitsland werd het werk van Muthesius ook in Nederland zeer gewaardeerd. Zo blijkt onder andere uit een redactioneel stuk dat in 1914 verscheen in Architectura, en waarin werd gesproken over zijn invloed op de landhuisbouw; Op dit punt is hij in Duitsland een hervormer geweest, die nieuwe ideeën, over de ligging van het landhuis in de natuur, ten opzichte van den zon, over de ligging van de verschillende ruimten ten opzichte van elkaar, in zijn werken leeraarde. 150 In Villaparken in Nederland (1986) onderschrijft ook Jannes de Haan de grote invloed die Duitse publicaties, en met name die van Hermann Muthesius hadden op de ontwikkeling van de landhuisplattegrond in Nederland; De Duitse invloed op de Nederlandse villa- en landhuisbouw werd vanaaf 1905 steeds merkbaarder. ( ) Vanaf de eeuwwisseling verscheen een niet aflatende stroom van Duitse publicaties over villa- en landhuisbouw ( ) 151 Door het loslaten van de symmetrie in zowel de plattegrond als de gevels konden de woonvertrekken juist daar geplaatst worden, waar ze het beste tot hun recht kwamen. Niet langer hoefde de architect rekening te houden met bijvoorbeeld de symmetrische plaatsing van vensters in de gevel, en de beperkingen die dat voor de indeling tot gevolg had. In plaats daarvan werd de onderlinge samenhang van vertrekken, en de interne distributie in huis belangrijker. Het comfort en het gebruiksgemak won het daarbij van de oude conventies. Ook de inval van voldoende daglicht in woonvertrekken vond men belangrijk. 152 Zo werden slaapkamers bij voorkeur nooit op het noorden, maar veel liever op het oosten geplaatst zodat er s ochtends zon binnenviel, en de kamer s avonds juist fris zou zijn. De keuken en bijkeuken bevonden zich juist aan de noordzijde waar het koel bleef. 146 Leliman 1924, Fokker 1951, Bosma 2007, Muthesius 1908, 35-36, tentoonstelling 1914, De Haan 1986, Cuijpers 1912, ; De Haan 1986, 82-85,

46 De woonvertrekken werden zo geplaatst dat er optimaal van het uitzicht kon worden genoten. Vaak was dit aan de achterzijde, waar de woning en de tuin doormiddel van terrassen en balkons met elkaar waren verbonden. 153 De situering van woonvertrekken aan de achterzijde werd ook ingegeven door de behoefte aan privacy. Vaak waren de woonvertrekken van landhuizen vanaf de openbare weg dan ook niet te zien. 154 De voordelen van de vrije plattegrond leidden ertoe dat deze als basis ging gelden voor vrijwel alle villa s en landhuizen die in landelijke stijl gebouwd werden. Daarbij ging ook in Nederland de van oorsprong Engelse hal een steeds belangrijker rol spelen. Hoewel de Nederlandse variant wat betreft formaat en functie minder belangwekkend was, gold deze toch vaak als uitgangspunt voor de verdere plattegrond. De gang verdween en de belangrijkste vertrekken waren voortaan vanuit de hal te bereiken. Soms werd deze ruimte voorzien van een haard en was er zitgelegenheid. Hoewel dit in Nederland bijna uitsluitend bij echt grote landhuizen voorkwam. 155 Het loslaten van de symmetrische plattegrond leidde ook tot een grote diversiteit in de vorm en afmeting van woonkamers. Vaak zorgden erkers of openslaande tuindeuren voor extra lichttoetreding. Een afzonderlijke eetkamer was nog tot in de jaren veertig gebruikelijk, deze lag net als de woonkamer zover mogelijk van de openbare weg verwijderd. Pas later kwam de multifunctionele woonkamer in trek waarin ruimte was voor een zithoek, eethoek en werkhoek. De draagmuren op de benedenverdieping waren bepalend voor de indeling van de overloop en de slaapkamers boven 156 En bij de positionering van ramen werd zoveel mogelijk rekening gehouden met belendende gebouwen en het zicht van en naar de openbare weg. 157 Veel van deze kenmerken zijn ook in het werk van Pothoven te herkennen. In de vele villa s en landhuizen die hij ontwierp paste hij in de meeste gevallen een vrije plattegrond toe. 153 Bosma 2007, De Haan 1986, Albers 1982, De Haan 1986, De Haan 1986, 82, Wattjes 1931, 5. 46

47 3. Villa- en landhuisbouw door H.A. Pothoven 3.1. Landhuizen in Nijmegen Van de vele ontwerpen die Bart Pothoven tijdens zijn verblijf in Nijmegen heeft gemaakt zijn er in het archief van architectenbureau Pothoven slechts enkele bewaard gebleven. (bijlage 1) Uit vergelijking met de brief die Pothoven in 1921 aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck schreef blijkt dat in ieder geval twee van deze ontwerpen volledig naar ontwerp van Pothoven zijn gerealiseerd. 158 De eerste betreft het ontwerp voor het landhuis Beukenoord in de gemeente Groesbeek. 159 (bijlage 9) In zijn brief noemt Pothoven letterlijk de naam van dit landhuis; Huize Beukenoord, Meerwijk bij Nijmegen. 160 Het landhuis blijkt inderdaad volgens het bewaard gebleven ontwerp te zijn gebouwd, en staat nog altijd aan de Meerwijkselaan in de gemeente Groesbeek. De tweede treffer is het landhuis dat door Pothoven werd omschreven als Huize de Berg voor den Heer G. Schuller te Ubbergen. 161 Dit blijkt hetzelfde landhuis te zijn als op de tekening met als beschrijving; Ontwerp van een Landhuis, Gem. Ubbergen uit (bijlage 10) Uit een aantal ansichtkaarten blijkt dat het landhuis inderdaad is gebouwd, en voor zover dat op basis van deze afbeeldingen kan worden beoordeeld, lijkt het ontwerp ongewijzigd te zijn uitgevoerd.(afb. 38, 39) Het landhuis heeft tot 18 september 1944 gestaan op een perceel aan de huidige Pompweg te Ubbergen. Op die dag werd het volledig door brand verwoest na een inslag van een Duitse fosforgranaat. 163 De twee ontwerpen, waarvan geconcludeerd kan worden dat deze door Bart Pothoven zijn vervaardigd, kenmerkten zich beide door een asymmetrische vormgeving en een overwegend verticaal karakter. De kwalificatie Landhuis lijkt gezien de landelijke ligging van beide huizen volledig gerechtvaardigd. Het ontwerp voor Landhuis Beukenoord was van de twee landhuizen het meest regelmatig, ondanks de asymmetrische vensterverdeling, de verschillende balkons en de uitgebouwde serre en veranda. De regelmatigheid werd voor een belangrijk deel bepaald door het rechthoekige bakstenen bouwlichaam en het schilddak dat aan beide zijden was voorzien van een schoorsteen. Door deze formele eigenschappen te combineren met de meer landelijke veranda s en balkons, zorgde 158 In deze brief deed Pothoven op verzoek van graaf Van Aldenburg Bentinck een opsomming van zijn werkervaring tot dat moment. De volledige lijst luidt als volgt: Huize Beukenoord, Meerwijk bij Nijmegen; Huize de Berg voor den Heer G. Schuller te Ubbergen; Woonhuis de Jong Schouwenburg, Canisiussingel Nijmegen; Woonhuis Crommelin, Oranjesingel Nijmegen; Woonhuis Lyclama à Nijeholt, Oranjesingel Nijmegen; Woonhuis Dr J. Wiardi Beckman, Nijmegen; Sanatorium Berkenoord, Nijmegen; Woonhuis Mr. Van Berckel, Nijmegen; Woonhuis M. Jurgens, Nijmegen; 3 Woonhuizen, Batavierenweg Nijmegen; Woonhuis Ebeling, St. Anna Nijmegen, Woonhuis de Plek van H. Budding, Elst; Verbouwing Wilh. Ziekenhuis Nijmegen en meerdere werken als fabrieksbouw waaronder ook de papierfabriek De Gelderland en de papierfabriek Schuller & Co te Nijmegen. ; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 159 Ontwerp van een Landhuis Beukenoord, Gem. Groesbeek., zonder jaartal, AP. 160 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 161 H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 162 Ontwerp van een Landhuis, Gem. Ubbergen, maart 1910, AP. 163 Boldrik 1972, 10; Wingens 2003,

48 Afb. 38. Ansichtkaart met villa De Berg te Ubbergen. Afb. 39. Ansichtkaart met villa De Berg te Ubbergen. 48

49 Pothoven ervoor dat het huis niet slechts zakelijk, noch schilderachtig van aard was. Dit werd versterkt doordat bijvoorbeeld de entree duidelijk uit het midden was geplaatst en doordat de afwijkend geplaatste dakkapellen aan de voorzijde ook opzettelijk de regelmaat doorbraken. Ook de plaatsing van het huis op de kavel week af van de traditie. De gevel die gericht was naar de openbare weg had het karakter van een zijgevel, hoewel deze op het ontwerp wel werd aangeduid als voorgevel. De entree werd met een vrij klassieke stoep aan de zijkant van het huis geplaatst. Verder maakte Pothoven subtiel gebruik van decoratie, bijvoorbeeld in het muurvlak op de eerste verdieping. Dit was aan de bovenzijde witgepleisterd, maar de ontlastingsbogen boven de ramen werden juist ongepleisterd gelaten. De overgang tussen het muurvlak en het dak werd stevig aangezet door de breed overstekende goot op houten klossen te plaatsen. Landhuis De Berg was minder regelmatig van vorm dan Beukenoord. Door een compact, rechthoekig grondvlak te gebruiken heeft Pothoven ook bij dit landhuis de nadruk gelegd op de verticale lijn. Door de specifieke situatie van het terrein, de ligging op de flank van een heuvel, was het mogelijk om de kelder rechtstreeks van buiten toegankelijk te maken. Het landhuis was verder zodanig op de kavel gesitueerd dat de bewoners optimaal van het uitzicht konden genieten. Als gevolg daarvan stond het schuin ten opzichte van de openbare weg, wat tegelijkertijd de schilderachtigheid versterkte. Door gebruik te maken van verschillende kappen en een gevarieerde opstand sloot het huis meer dan Beukenoord aan op de landelijke omgeving. De architectuur van De Berg was daarnaast evenwichtiger doordat de balkons, evenals de serre en de veranda, op een logische wijze onderdeel uitmaakten van het bouwblok, en niet zoals bij Beukenoord uitgebouwd waren. Het landelijke karakter van het landhuis werd door Pothoven bij de vensters benadrukt, door in de bovenlichten gebruik te maken van een roedeverdeling, en de onderste vensters van luiken te voorzien. Voor de rest werd de decoratie van het huis rustig gehouden. In het gestileerde vakwerk in de daknokken was een Engelse invloed te herkennen. Een vergelijkbaar patroon werd bijvoorbeeld ook door H.P. Berlage gebruikt bij zijn ontwerp voor een villa in Bussum. (afb. 40) Opvallend waren ook de vele rondbogen die het huis een uitnodigende open uitstraling gaven, en die het op een natuurlijke wijze lieten aansluiten op de omgeving. Net als in het uitwendige waren bij De Berg ook in de plattegrond duidelijk Engelse invloeden te herkennen. Zo waren de vertrekken op de begane grond gesitueerd rond een grote hal die in afmeting niet onderdeed voor de andere woonruimten. De hal was naar Engels voorbeeld voorzien van een open haard en de trap werd zodanig in een hoek geplaatst dat deze geen bezwaar opleverde voor het gebruik van de hal als leefruimte. Ook op de bovenverdieping was in plaats van de traditionele gang, gekozen voor een ruime overloop van waaruit alle vertrekken toegankelijk waren. De plattegrond van De Berg contrasteerde sterk met de wat traditionelere plattegrond van landhuis Beukenoord. Hoewel beiden als vrije plattegrond gekarakteriseerd konden worden, waren bij het laatstgenoemde landhuis de ruimten op zowel de begane grond als de verdieping gerangschikt langs een gang, die bijna de gehele breedte van het huis besloeg. Een ander traditioneel element dat opvalt 49

50 bij Beukenoord is de spreekkamer direct naast de entree, een dergelijke ruimte werd vanaf het begin van de twintigste eeuw in de villa- en landhuisbouw steeds vaker weggelaten. Datzelfde geldt overigens voor de salon die nog wel in beide landhuizen aanwezig was. 164 Afb. 40. Villa te Bussum, H.P. Berlage, De Haan 1986,

51 3.2. Atelierwoningen voor Larense kunstschilders Nadat Bart Pothoven zich in 1910 als architect in Laren had gevestigd, werkte hij de eerste jaren met name aan het ontwerpen van ruime vrijstaande landhuizen, voor opdrachtgevers uit de directe omgeving. Laren was, net als het naastgelegen dorpje Blaricum, in die tijd populair onder kunstschilders. Zij trokken hier vanuit de steden naartoe om de ongerepte natuur en de boeren bevolking op het schildersdoek vast te leggen. Steeds meer kunstschilders besloten zich zelfs permanent, of ten minste voor een langere periode, in Laren te vestigen. Zij lieten hier woningen bouwen die varieerden van buitengewoon klein en eenvoudig, tot relatief groot en voorzien van ruime ateliers. 165 In die laatste categorie was ook Bart Pothoven enige tijd werkzaam. Zo werkte hij onder andere voor de kunstschilders Salomon Garf, Gijs Bosch Reitz, jonkheer Frans Smissaert en Willem Steelink jr. 166 De landhuizen die Pothoven voor deze kunstschilders ontwierp onderscheidden zich zowel van zijn eerdere werk in Nijmegen, als van zijn latere werk. Dit werd grotendeels veroorzaakt door de specifieke typologie van deze landhuizen, die voortkwam uit hun dubbelfunctie. Naast een woonfunctie bevatten de landhuizen van de kunstschilders ook een werkruimte in de vorm van een atelier. Ook leek Pothoven de vormgeving van zijn ontwerpen in Laren bewust te hebben aangepast aan de landelijke bouwkunst ter plaatse, waardoor ze enigszins afweken van de ontwerpen die hij maakte voor woningen in stedelijke omgeving. In deze paragraaf worden vier landhuizen met ateliers besproken die door Bart Pothoven in de periode werden ontworpen en gerealiseerd. De keuze voor deze landhuizen en deze periode komt voort uit een typologische selectie binnen het oeuvre van Pothoven. Er zijn van zijn hand slechts een klein aantal ontwerpen van landhuizen met ateliers bekend, die allen uit deze periode dateren. Omdat Pothoven alleen in Laren en Blaricum landhuizen met ateliers heeft gebouwd is deze paragraaf ook in geografisch opzicht beperkt tot deze twee dorpen. Pothovens vroegst bekende landhuisontwerp dateerde uit juli Het betrof een ontwerp voor de bouw van een landhuis met atelier aan de Torenlaan in Laren. 167 (bijlage 3) Dit landhuis werd door Pothoven ontworpen in opdracht van de Larense kunstschilder Salomon Garf. 168 In vergelijking met de woningen die Pothoven in Nijmegen ontwierp was dit landhuis meer bescheiden en eenvoudig van vorm. Het L-vormige huis kenmerkte zich door een hoog opgaande rietgedekte kap, die naar de zijgevels toe laag afliep. Het toepassen van een dergelijke rieten kap was kenmerkend voor de destijds 165 Heyting 1994, H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 167 Ontwerp van een schilderswoning met atelier. Gem. Laren, juli 1910, AP. 168 Op de situatieschets die Pothoven in november 1912 maakte bij het ontwerp van de naastgelegen woning, wordt het hier besproken landhuis door Pothoven duidelijk aangeduid als Woonhuis Garf. Het landhuis van Garf is in oorspronkelijke staat bewaard gebleven en staat op de hoek van de Torenlaan en de Sint Lucasweg te laren; Ontwerp van een woonhuis bij de Torenlaan te Laren, november 1912, AP; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 51

52 populaire landelijke bouwstijl in het Gooi. 169 De eerste verdieping werd aan de zijkanten onder de kap gebracht, en voorzien van kleine dakkapellen. Het vooraanzicht vanaf de Torenlaan werd in belangrijke mate bepaald door de erker, die vanuit de woonkamer door dubbele tuindeuren toegang bood tot de tuin. Boven de erker bevond zich op de eerste verdieping een balkon. De entree van het huis werd door Pothoven geaccentueerd met een overdekt entreeportaal, dit is een element dat Pothoven in veel van zijn ontwerpen zou gaan toepassen. In de zijgevel, aan de zijde van de Sint Lucasweg, werd door een uitzonderlijk groot venster de plaats van het atelier in de woning verraden. Dit venster was als enige op de begane grond niet voorzien van luiken. Zowel in de hoofdvorm als wat betreft de detaillering, was het landhuis vrij eenvoudig. Het was een voorbeeld van de zogenaamde Gooise landhuisbouw waarin werd gestreefd naar landelijkheid en schilderachtigheid. Hierbij werd de eerlijke en functionele vormgeving van oude boerenhuizen tot voorbeeld genomen. 170 Bij dit ontwerp maakte Pothoven dan ook niet of nauwelijks gebruik van decoratie. Het streven naar functionaliteit had verder een eenvoudige plattegrond tot gevolg. Vanaf de entree leidde een kleine gang naar de leefruimten, die allen vrij klein waren ten opzichte van het relatief ruime atelier aan de achterzijde. De woonvertrekken werden door de bewoners kennelijk ook als te klein ervaren. Zij gaven Pothoven al in 1915 de opdracht om het landhuis aan meerdere zijden uit te breiden. 171 (afb 41) Bij deze gelegenheid werd onder andere de eetkamer aan de voorgevel voorzien van een segmentvormige erker, die enigszins contrasteerde met de naastgelegen driezijdige erker. Verder werd de woonkamer aan de zijgevel uitgebreid met een zitje, en werd het toch al grote venster van het atelier in afmeting maarliefst verdubbeld. Afb. 41. Ontwerp voor de verbouwing van het landhuis aan de Torenlaan te laren, Wagner 1912, 39-40; De haan 1986, De haan 1986, Plan tot het verbouwen van een woonhuis met atelier staande te Laren N.H. aan de Torenlaan, september 1915, AP. 52

53 Een heel ander landhuis met atelier ontwierp Pothoven in 1911.(bijlage 4) De opdrachtgever kon in dit geval niet achterhaald worden maar de aanwezigheid van een ruim atelier, met opnieuw een buitengewoon groot venster, bevestigt dat het een kunstschilder betrof. 172 De opzet van dit landhuis was geheel anders, en vooral aanzienlijk rianter dan het voorbeeld dat hiervoor werd besproken. Opvallend is vooral het ruime atelier, dat vrijstond van de woning en hier doormiddel van een gang mee was verbonden. Door deze gang werd het horizontale karakter van het huis benadrukt. Zowel het huis als het atelier waren voorzien van een laag komende rietgedekte kap met wolfseinden, een veelvoorkomend daktype binnen de Gooise landhuisbouw. 173 De voorgevel van het landhuis werd naast een kleine topgevel gedomineerd door een opvallende brede schoorsteen. De entree viel hiernaast in het niet. Midden in de rechter zijgevel van het huis zorgde een brede segmentvormige erker zowel op de begane grond als de eerste verdieping voor veel lichttoetreding. Vanuit de woonkamer boden dubbele deuren toegang tot de tuin. Aan de linker zijgevel, waar zich de achteringang bevindt, was het huis voorzien van een overdekt entreeportaal, dat door dubbele deuren ook vanuit de zogenaamde eethal bereikbaar was. De gang die aan deze zijde van het huis naar het atelier leidde was opvallend geaccentueerd met pilasters die ook de achteringang benadrukten. Wat betreft de decoratie beperkte Pothoven zich verder vooral tot siermetselwerk in de gevels en schoorstenen. De plattegrond laat een woonhal zien met een openhaard naar Engels voorbeeld. Deze hal, die qua oppervlak niet onderdeed voor de naastgelegen woonkamer, stond in open verbinding met wat op de ontwerptekening de eethal werd genoemd. De trap werd tegenover de entree gesitueerd, maar zodanig dat deze de leefbaarheid van de hal niet negatief beïnvloedde. Opvallend was de decoratieve tegelvloer die Pothoven in de plattegrond intekende. Dit was hoogstwaarschijnlijk een speciaal verzoek van de opdrachtgever, omdat het bij andere ontwerpen van Pothoven niet voorkomt. In 1933 werd het landhuis door Pothoven aan de achterzijde uitgebreid. Het oppervlak van de serre werd bij deze verbouwing ongeveer verdubbeld. 174 In 1938 maakte Pothoven opnieuw een ontwerp voor een aanzienlijke uitbreiding aan de achterzijde, deze werd echter niet uitgevoerd. In 1939 volgde een ontwerp voor een uitbreiding van de kelder, of deze verbouwing wel plaats heeft gehad is niet duidelijk. 175 Het landhuis, dat staat aan de Eemnesserstraat in Laren, is in vrij oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De bijzondere samenstelling van het landhuis kon blijkbaar ook op de goedkeuring van architect J.H.W. Leliman rekenen. In zijn boek Het moderne landhuis in Nederland (1922) nam hij van dit ontwerp maarliefst drie foto s en een plattegrond op. 176 (bijlage 8) Helaas gaf Leliman in zijn boek slechts een algemene inleiding op de landhuisbouw in Nederland en werden de foto s door hem 172 Ontwerp van een landhuis met atelier aan de Eemnesserstraat. Gem. Laren, november 1911, AP. 173 Bosma 2007, Plan voor verbouwing van een landhuis te Laren, december 1933, AP. 175 Plan voor verbouwing van een landhuis te Laren, februari 1938, AP; Landhuis te Laren, juni 1939, AP. 176 Leliman 1922,

54 niet afzonderlijk van commentaar voorzien. In hetzelfde boek nam Leliman nog een aantal afbeeldingen op van twee landhuizen die eveneens door Pothoven waren gerealiseerd. Één daarvan was het landhuis dat Pothoven ontwierp voor de Larense kunstschilder Gijs Bosch Reitz. 177 Van dit ontwerp zijn geen tekeningen bewaard gebleven in het archief van architectenbureau Pothoven, waardoor een vergelijking daarvan met de foto s niet mogelijk is. Uit de foto s blijkt evenwel hoezeer dit landhuis afweek van de hiervoor besproken ontwerpen. Het huis had een sterk verticaal karakter en een onregelmatige, maar compacte, grondvorm. Met name de tuitgevels en het pannendak deden dit ontwerp sterk contrasteren met andere ontwerpen van Pothoven. Het atelier naast de woning was waarschijnlijk al aanwezig en verschilde in vormgeving sterk van het woonhuis. Dit contrast zorgde er samen met bijvoorbeeld het hoekige bouwvolume links naast de entree voor dat het huis een wat romantisch schilderachtige aanblik kreeg. Door de luikjes en de baldakijn aan de tuitgevels werd dit effect versterkt. Het derde ontwerp van Pothoven dat door Leliman werd afgebeeld sloot qua vormgeving weer meer aan bij de andere atelierwoningen. 178 (bijlage 5) Dit landhuis in Blaricum, dat Pothoven in 1912 ontwierp voor de heer L.R. Gratama, lijkt in verschillende fasen te zijn gerealiseerd. 179 Op de foto in het boek van Leliman werd slechts een klein gedeelte van het uiteindelijk zeer riante landhuis afgebeeld. De ontwerptekeningen uit het archief van Pothoven tonen namelijk een landhuis met een ruim opgezette T-vormige plattegrond. Uit een vergelijking met de huidige staat van het nog bestaande landhuis, blijkt dat het geheel naar dit ontwerp is gerealiseerd. De foto s van Leliman tonen dus niet de definitieve vorm. Hoewel het landhuis voorzien was van een hoog opgaand rieten dak met wolfseinden en grote dakkapellen, zorgde de compositie van meerdere bouwdelen ervoor dat het landhuis overwegend horizontaal aandeed. Het rieten dak was aan de bovenzijde opvallend gedecoreerd en ook in het muurvlak was gebruik gemaakt van een bakstenen vlechting. Net als bij het hiervoor beschreven landhuis aan de Eemnesserstraat, realiseerde Pothoven ook hier, bij de achterdeur in de zijgevel, een overdekt portaal, dat door een kleine zuilenrij werd ondersteund en hierdoor extra nadruk kreeg. Het gebruik van ontlastingsbogen boven een aantal deuren en de gevelbetimmering aan de zijgevel gaven ook dit landhuis een zeker romantische, landelijke uitstraling. 180 De kleine vensters waarvan de onderste voorzien waren van luiken droegen hier in belangrijke mate aan bij. Dit type venster, dat doet denken aan oude kloostervensters, werd ook door Herman van der Kloot Meijburg toegepast in een landhuisje dat hij in 1909 ontwierp. 181 (afb 42) Ook kwam het voor op een afbeelding van een 177 Dit ontwerp is helaas niet gedateerd; Leliman 1922, Leliman 1922, Ontwerp voor een landhuis te Blaricum, juli 1912, AP. 180 De Haan 1986, Gratama 1909, ; 54

55 boerenwoning te Laren in zijn boek Onze oude boerenhuizen dat in 1908 verscheen, en als voorbeeld moest dienen voor landelijke bouwkunst. 182 (afb 30, 31) Voor zover bekend ontwierp Bart Pothoven voor het laatst in 1913 een landhuis met atelier in Laren. 183 (bijlage 7) Dit landhuis werd in opdracht van de kunstschilder Willem Steelink jr. gebouwd op een perceel op de hoek van de Torenlaan en de Sint Lucasweg, tegenover de woning van Salomon Garf. Het landhuis kreeg een compact rechthoekig grondplan waarbij het atelier achter de woning werd gebouwd. De voorgevel van Steelinks landhuis vertoonde in grote lijnen enige gelijkenis met dat van Garf. Ook hier werd het aanzicht met name bepaald door een erker. Deze was een stuk ruimer dan de erker van Garf maar had geen tuindeuren. In plaats van een overdekt entreeportaal plaatste Pothoven hier een stoep voor de gevel met daarboven een luifel. Het meest opvallende verschil met het huis aan de overzijde van de straat was het dak. Dit komt in hoofdvorm weliswaar overeen maar in plaats van riet werden hier dakpannen gebruikt. Ook dit landhuis had de hiervoor beschreven vensters waarvan alleen de onderzijde van luiken was voorzien. Het grote venster van het atelier vormde hierop wederom de enige uitzondering. Wat betreft de decoratie heeft Pothoven zich met name beperkt tot de erker aan de voorzijde van het huis. Deze was dan ook relatief uitbundig in vergelijking met de rest van de woning. Dit werd met name veroorzaakt door het contrast tussen de verschillende vensters. Een groot rechthoekig venster in het midden met ter weerszijden daarvan twee kleinere rondboogvensters. Het balkon boven de erker werd afgeschermd met een opengewerkte bakstenen balustrade. Een zelfde balustrade bevond zich aan de achterzijde langs het terras. De plattegrond laat een eenvoudige maar efficiënte indeling zien. Vanuit de entree leidde een kleine hal en een langgerekte gang rechtstreeks naar het atelier aan de achterzijde van de woning. Daarnaast lagen de woonkamer en eetkamer in elkaars verlengde zoals dat toen veel voorkwam. 184 Het landhuis is tot op heden in oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Afb. 42. Landhuisje te Sloterdijk, H. van der Kloot Meijburg, Kloot Meijburg 1920, Ontwerp van een landhuis met atelier aan de Torenlaan te Laren, juli 1913, AP. 184 De Haan 1986,

56 3.3. Diversiteit door klantgerichtheid Behalve de reeds beschreven atelierwoningen in Laren, ontwierp Pothoven gedurende vrijwel zijn hele carrière, villa s en landhuizen. Het kwantitatieve zwaartepunt van Pothovens eigen werk ligt echter in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. In de periode daarna ontwierp Pothoven minder villa s zelf omdat sommige projecten bijvoorbeeld door zijn medewerkers of door een van zijn zoons werd uitgevoerd. Vanzelfsprekend concentreerden de opdrachten zich met name in en rond de stad Amersfoort. De landhuizen en villa s die Bart Pothoven ontwierp kenmerkten zich net als zijn andere werk door een grote diversiteit. Pothoven werkte klantgericht en was ogenschijnlijk moeiteloos in staat om in uiteenlopende bouwstijlen te variëren. In deze laatste paragraaf komen daarom een zestal villa s en landhuizen aan bod die samen een zo adequaat mogelijke afspiegeling vormen van Pothovens oeuvre, op het gebied van de villa- en landhuisbouw. Uit het totaal van zo n zestig geïnventariseerde villa- en landhuisontwerpen zijn deze zes voorbeelden genomen om zijn veelzijdigheid te onderstrepen. Bij de selectie heeft de brief aan graaf Bentinck opnieuw een belangrijke rol gespeeld. De meeste van de behandelde ontwerpen werden door Pothoven in deze brief genoemd. 185 Gelijktijdig met zijn productiviteit in en rond Laren was Pothoven ook al in Amersfoort actief. De eerste Amersfoortse stadsvilla naar zijn ontwerp, werd in 1910 gebouwd aan de Blankenheimstraat, iets buiten het centrum van Amersfoort. 186 (bijlage 2)De opdrachtgever was een zekere heer Van Dam. 187 Zoals dat voor een stadsvilla of herenhuis doorgaans gebruikelijk was kenmerkte het huis zich door een compact, min of meer vierkant grondplan, in combinatie met een sterke verticaliteit. De gevel van deze villa deed enigszins denken aan het ontwerp van villa De Berg dat Pothoven in maart van datzelfde jaar nog in Nijmegen had gemaakt. Met name de zijgevel van villa De Berg vertoonde een sterke gelijkenis met de Amersfoortse villa. (vgl bijlage 2, 10) In beide gevallen gebruikte Pothoven gestileerd vakwerk bovenin de topgevel. Verder kwam ook het gebruik van rondbogen en de specifieke vormgeving van de vensters in beide ontwerpen terug. De opvallend hoge schoorsteen van de Amersfoortse villa vond zijn oorsprong waarschijnlijk in een combinatie van esthetische en praktische argumenten. Een groot verschil met de villa in Ubbergen, en met het werk dat Pothoven in Laren realiseerde, was de sterke nadruk op de voorgevel. Dit was het gevolg van de ligging in een huizenrij in stedelijk gebied, waardoor de beide zijgevels niet of nauwelijks zichtbaar waren. De achtergevel werd juist gekenmerkt door een groot aantal vensters en een serre. De openheid aan deze zijde was 185 Van de in deze paragraaf besproken woningen werden de volgende door Pothoven zelf genoemd in zijn brief aan graaf Bentinck; Woonhuis Not, Harterink, Augustinusga; Woonhuis Van Dam, Amersfoort; Dubbel woonhuis Anna Paulownalaan Amersfoort; Woonhuis H. Bast, Amersfoort; Woonhuis M. Pon, Amersfoort; Woonhuis dr. Van Enst, Amersfoort; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 186 Ontwerp van een heerenhuis aan de Blankenheimstraat te Amersfoort., oktober 1910, AP. 187 Pothoven verwijst naar dit ontwerp in zijn brief aan graaf Bentinck; H.A. Pothoven aan G.J.G.Ch. graaf van Aldenburg Bentinck, 2 februari 1921, AP. 56

57 gerechtvaardigd door de privacy en beschutting die de ruime achtertuin aan de bewoners bood. De plattegrond was vrij traditioneel met een kamer-en-suite, en een kleine hal die geen andere functie had dan de ontsluiting van de verschillende vertrekken. Een variatie op deze plattegrond is te zien bij de villa die Pothoven in 1912 ontwierp voor de Amersfoortse huisarts dr. B.J. van Enst. 188 (bijlage 11) Deze villa op de hoek van de Beukenlaan en de Arnhemseweg was weliswaar aanzienlijk ruimer van opzet en stond ook meer vrij op het perceel, toch waren er een aantal overeenkomsten. Wanneer de inpandige dokterspraktijk buiten beschouwing wordt gelaten, blijken de woonvertrekken volgens hetzelfde stramien te zijn gegroepeerd als bij de woning van de heer Van Dam. Ook hier toonde de plattegrond een traditionele kamer-en-suite waarbij de salon, woonkamer en serre in elkaars verlengde lagen, om te eindigen bij het terras in de achtertuin. Door op de hoek van het huis een segmentvormige erker te plaatsen, en nog een driezijdige variant hiervan langs de zijgevel, heeft Pothoven het huis meer karakter gegeven en zorgde hij tevens voor meer lichttoetreding in de salon en woonkamer. De woning van dokter Van Enst was als geheel veel rijker gedecoreerd dan iedere andere villa die Pothoven tot dan toe gebouwd had, althans voor zover de ontwerpen hiervan bekend zijn. Pothoven gebruikte naast gestileerd vakwerk in de nok ook siermetselwerk in het muurvlak van de eerste verdieping. Het entreeportaal werd geaccentueerd met natuursteen, en de balkonbalustrades decoratief opgemetseld uit baksteen. In de vensters werden glas in lood ramen geplaatst. In 1914 ontwierp Pothoven eveneens voor een perceel aan de Beukenlaan, grenzend aan dat van dokter Van Enst, een villa in een geheel andere stijl. 189 (bijlage 7) De opdrachtgever was Mijndert Pon, directeur en grondlegger van automobielbedrijf Pon, van wie Pothoven ook gedurende zijn latere carrière nog vaak opdrachten zou ontvangen. De woning had een formelere uitstraling dan die van dokter Van Enst. Dit kwam allereerst door de sobere rechthoekige hoofdvorm, maar werd nog eens versterkt door de strenge vorm van het dak. Dit bestond uit twee haaks op elkaar geplaatste, steile schilddaken die ver overstaken waardoor het dak zwaar oogde. De robuuste schoorstenen op de hoeken van het dak versterkten dit effect nogmaals. Verder werd het vooraanzicht in belangrijke mate bepaald door de ruime erker die op een klassieke wijze was gedecoreerd met zuiltjes waarop een brede kroonlijst was geplaatst. Verder nam Pothoven op de eerste ontwerptekeningen opvallende neorenaissance-elementen op, in de vorm van speklagen tussen het metselwerk en een prominente gevelsteen. Deze decoratie was, mogelijk op verzoek van de opdrachtgever, in het definitieve ontwerp achterwege gelaten. Kenmerkend voor het werk van Pothoven was het overdekte entreeportaal op de hoek van het huis. De verticaliteit werd in de gevel benadrukt door de uitwaaierende spekblokken boven de vensters. Ondanks de vele grote vensters had deze villa, meer dan de naastgelegen dokterswoning, een gesloten karakter. Dit werd aan de achterzijde gecompenseerd door de serre met daarboven een inpandig balkon. Verder kwamen beide villa s qua plattegrond in grote mate overeen. 188 Ontwerp van een dokterswoning aan de Beukenlaan hoek Arnhemscheweg. Gem. Amersfoort., maart 1912, AP. 189 Ontwerp van een heerenhuis op een terrein aan den Beukenlaan te Amersfoort., mei 1914, AP. 57

58 Ook de villa van Mijndert Pon had een indeling op basis van een kamer-en-suite waarbij de salon, woonkamer en serre achter elkaar waren geplaatst. Een opvallend verschil was wel dat het huis van Pon over een ruime eetkamer beschikte terwijl Van Enst het zonder moest doen. Zijn huis was weliswaar groter maar de begane grond werd bijna voor de helft ingenomen door de dokterspraktijk. De villa s die destijds in opdracht van de heren Van Enst en Pon werden gebouwd zijn inmiddels beide aangewezen als gemeentelijk monument. 190 De statige uitstraling die de villa van Mijndert Pon karakteriseerde, kwam in een heel andere vorm ook naar voren in de Notariswoning in het Friese Augustinusga, die in 1915 door Bart Pothoven werd ontworpen voor notaris Harterink. 191 (bijlage 12) Het landhuis, dat in oorspronkelijke vorm bewaard is gebleven, is inmiddels aangewezen als rijksmonument. 192 Het werd gebouwd op een grote kavel op enige afstand van de openbare weg en had een overwegend rechthoekig grondvlak. De symmetrisch ingedeelde voorgevel werd bekroond door twee topgevels voor een hoog opgaand zadeldak dat op beide hoeken voorzien was van een schoorsteen. Centraal in de gevel plaatste Pothoven een overdekt entreeportaal, dat door een rondboog op natuurstenen aanzetblokken werd benadrukt. De voorgevel werd aan weerszijden van de entree uitgebouwd met twee driezijdige erkers. Door een aparte entree aan de linkerzijde was het notariskantoor bereikbaar. De rechterzijgevel werd uitgebouwd met een grote serre. Wat betref decoratie heeft Pothoven zich behalve de natuurstenen detaillering rond de entree, beperkt tot blinde rondlichten en een bakstenen vlechting in beide topgevels. Veel vensters op de begane grond hadden als bovenlicht een glas in lood raam. Op de plattegrond is te zien dat het linker gedeelte van het huis grotendeels bestemd was voor het notariskantoor met daarachter de keuken. In het midden bevond zich achter de entree een ruime hal. Ondanks de aanwezigheid van een schouw was deze ruimte niet erg bruikbaar als leefruimte vanwege de prominente trap en de hoeveelheid deuren die hier uitkwamen. In de rechter helft van het huis bevond zich een traditionele kamer-en-suite bestaande uit een salon en huiskamer met serre. Op de verdieping werd in belangrijke mate de muurverdeling van de benedenverdieping gevolgd. Ook hier waren de verschillende kamers allen vanuit de grote overloop toegankelijk. De riante opzet van het huis maakte het mogelijk om ook de dienstbodekamer, in plaats van op zolder, op de eerste verdieping in te richten. Vijf jaar later ontwierp Pothoven een aanzienlijk bescheidener landhuis voor een perceel aan de Koninginnelaan in Amersfoort. 193 (bijlage 13) De dienstbodekamer was hier volledig achterwege gelaten, waarschijnlijk omdat inwonend personeel steeds minder vanzelfsprekend werd. Ook de salon en de spreekkamer ontbreken op de plattegrond, en de overige ruimten zijn niet groter dan noodzakelijk. De bescheiden opbouw van het huis werd door Pothoven ook aan de buitenzijde doorgevoerd. Zo gebruikte hij weinig tot geen decoratie en werd de gevel op een aantal plaatsen 190 Zie lijst gemeentemonumenten Amersfoort; Ontwerp van een notarishuis te Augustinusga., 1915, AP Ontwerp van een landhuis op een terrein bij de Koninginnelaan te Amersfoort., september 1920, AP. 58

59 voorzien van een eenvoudige landelijke betimmering. Het rieten wolfdak liep aan de zijkanten ver naar beneden door en wordt aan de rechterzijde doorbroken door een dakkapel waar de robuuste schoorsteen deel van uitmaakt. De vensters zijn sober van vorm met een grove roedeverdeling, alleen aan de voor- en rechter zijgevel werden luiken geplaatst. De voorgevel werd in belangrijke mate gedomineerd door een gevelbreed balkon voor de eerste verdieping. Hier paste Pothoven in tegenstelling tot zijn eerdere ontwerpen geen luxueuze balustrade toe maar werd volstaan met een eenvoudig houten hekwerk. Een zelfde eenvoud werd door Pothoven als uitgangspunt genomen bij het riante woonhuis met kantoor, dat hij in 1926 ontwierp voor eigen bewoning door hem en zijn gezin. 194 (afb. 3) De voorzijde van het huis werd in belangrijke mate gekarakteriseerd door twee kleine puntgevels tegen de achtergrond van een breed zadeldak. Pothoven koos ervoor om de daadwerkelijke gevel laag te houden waardoor het huis een horizontaal karakter kreeg. De gevel werd over de gehele breedte voorzien van ramen met een fijne roedeverdeling. Midden tussen de twee risalerende topgevels bevindt zich de entree. Wat opvalt is dat Pothoven ervoor koos om hier geen gebruik te maken van een entreeportaal maar de voordeur in het muurvlak op te nemen. Rechts in de voorgevel bood een relatief groot venster voldoende lichtinval voor de daar achter liggende kantoorruimte ten behoeve van het architectenbureau. Deze kantoorruimte was via een aparte entree aan de rechterzijde van het huis toegankelijk. Alle zijden van de woning kenmerken zich door een evenwichtige vensterverdeling zonder verdere decoratie. De geveltoppen werden met bekleed met een landelijke houten betimmering. Op de plattegrond is te zien hoe een lange gang op een efficiënte wijze toegang bood tot alle leefruimten en aan de rechterzijde aansloot op het kantoorgedeelte. Pothoven koos dus bewust niet voor een grote hal zoals dat enkele jaren daarvoor nog populair was. Wat verder opvalt is de onregelmatige vorm van de ruime huiskamer, met een inpandig overdekt terras aan de achterzijde. Wel werd tussen de huiskamer en de keuken nog een afzonderlijke eetkamer gerealiseerd. 194 Ontwerp van een woonhuis met kantoor aan de Prins Frederiklaan hoek Koningin Sophialaan te Amersfoort., februari 1926, AP. 59

60 Conclusie Met de oprichting van zijn architectenbureau legde Bart Pothoven in 1910 de basis voor een lange periode van klantgericht bouwen. Onder zijn leiding groeide het bureau uit tot een van de meest succesvolle Amersfoortse architectenbureaus. Met name de villa s en landhuizen die hij in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw ontwierp, waren van groot belang voor de continuïteit van het bureau. Pothoven speelde destijds in op de constante vraag naar dit soort ruime vrijstaande woningen, die door de toenemende welstand voor meer mensen betaalbaar waren geworden. Hij bouwde met zijn ontwerpen achtereenvolgens in Laren en Amersfoort een goede naam op, waardoor steeds meer opdrachtgevers hem wisten te vinden. De ervaring die hij bij andere architecten had opgedaan, kwam hem daarbij goed van pas. Tijdens zijn verblijf in Nijmegen kreeg Pothoven ruimschoots de gelegenheid om zich toe te leggen op de bouw van villa s en landhuizen. Deze ervaringen zijn bepalend geweest voor zijn verdere carrière, waarin villabouw een belangrijke rol bleef spelen. De vele opdrachten die Pothoven in zijn werkzame leven voltooide, hebben geresulteerd in een omvangrijk oeuvre dat vrijwel volledig in het bedrijfsarchief bewaard is gebleven. Dit archief nodigde uit tot een onderzoek naar de oprichter van het bureau. In het onderzoek dat aan deze scriptie is vooraf gegaan stond de vraag centraal wat kenmerkend is voor de villa s en landhuizen van Bart Pothoven, en in welke mate zijn ontwerpen overeenkomen met die van zijn tijdgenoten. Om hier antwoord op te geven was het noodzakelijk om een zo goed mogelijk inzicht te verkrijgen in zijn oeuvre, door alle villa s en landhuizen die in de loop der tijd naar zijn ontwerp zijn gerealiseerd, te inventariseren. In totaal heeft dit geleid tot een inventarisatielijst met zo n zestig ontwerpen, uiteenlopend van bescheiden vrijstaande huizen tot riante landhuizen. Twaalf van deze landhuizen en villa s zijn in het laatste hoofdstuk van deze studie uitvoerig behandeld, om daarmee enige grip te krijgen op het werk van Pothoven. Wat daarbij telkens opnieuw opviel, is de grote diversiteit in de ontwerpen die hij maakte. Zo werkte hij in Nijmegen nog tamelijk traditioneel en paste hij relatief veel decoratie toe. De landhuizen die hij hier ontwierp waren daarnaast opvallend verticaal gericht. Dit contrasteerde sterk met de landhuizen die naar zijn ontwerp in Laren werden gerealiseerd. Deze kenden een overwegend horizontale vormgeving en waren wat decoratie betreft zeer eenvoudig. Uit deze constatering zou desgewenst geconcludeerd kunnen worden dat Pothoven in Nijmegen wellicht niet geheel de vrije hand heeft gehad in zijn ontwerpen. Mogelijk moest hij naast de eisen van de opdrachtgever ook rekening houden met de normen van zijn werkgever. Zijn verhuizing naar Laren zou voor hem in dat geval aanleiding kunnen zijn geweest om het roer om te gooien, door in een stijl te gaan werken die meer bij hem paste en waar hij zelf volledig achter stond. Toch blijkt zo n rigoureuze breuk niet uit de ontwerpen die hij ook in later jaren nog gemaakt heeft. Niets in zijn werk wijst erop dat hij er strikte principes op nahield met betrekking tot de stijl waarin hij 60

61 bouwde. Hij lijkt juist in alle opzichten een klantgerichte architect te zijn geweest, die datgene bouwde waar zijn principaal prijs op stelde. Hij beheerste zijn vak tegelijkertijd goed genoeg om aan te voelen welke uitvoering een bepaald project, en belangrijker nog; de locatie, verlangde. In Laren waren dit landhuizen in een landelijke stijl, met lage muren en bescheiden rietgedekte daken. Terwijl in diezelfde periode aan de rand van het Amersfoortse stadscentrum van zijn hand karakteristieke stadsvilla s verrezen, in een uitgesproken zakelijke stijl. Deze laatsten kenmerkten zich juist door een groot vierkant of rechthoekig bouwblok dat veelal met een zwaar schilddak werd afgesloten. Pothoven nam niet nadrukkelijk stelling in het verhitte architectuurdebat over de teloorgang van de architectuur in de negentiende eeuw. Ook legde hij zich niet op basis van principes vast in één stijl. Hij putte daarentegen, ogenschijnlijk moeiteloos, uit vele voorbeelden van tijdgenoten en gaf hier overtuigend zijn eigen draai aan. De enige stijl waar Pothoven zich niet aan gewaagd heeft is het Nieuwe Bouwen. Uit al zijn ontwerpen blijkt vooral een grote liefde voor authentieke materialen als baksteen en hout. De meeste landhuizen en villa s die hij ontwierp zijn ondanks hun onderlinge verscheidenheid in grote lijnen in te delen binnen twee stromingen. De landelijke villa s die dienden op te gaan in de omgeving enerzijds, en de zakelijke, formele villa s in stedelijk gebied anderzijds. Hoewel hij zich ogenschijnlijk niet liet beïnvloeden door de discussies in vakliteratuur, was hij wel alert op nieuwe ontwikkelingen. Dit leidde niet tot gewaagde experimenten maar is wel terug te zien in zijn ontwerpen. Zo is in een aantal projecten duidelijk een Engelse invloed te herkennen en vallen zijn Larense landhuizen geheel binnen de theorieën van bijvoorbeeld Herman van der Kloot Meijburg, over de door hem zo gewenste landelijke bouwkunst. Waarschijnlijk is Pothoven juist door zijn veelzijdigheid en klantgerichtheid relatief onbekend gebleven. Toch lijkt hij, ondanks dat hij niet officieel als architect geschoold was, in geen enkel opzicht onder te hebben gedaan voor tijdgenoten die dit wel waren. Wellicht bood de praktijkervaring die hij opdeed binnen het aannemersbedrijf van zijn vader, en zijn leerperiodes bij verschillende architecten, in de praktijk zelfs wel meer perspectief dan een officieel erkende opleiding. Dit beeld wordt bevestigd in de indrukwekkend grote hoeveelheid opdrachten die pothoven kreeg, en het uiteenlopende karakter van deze projecten. Bijvoorbeeld de complexe restauraties van een aantal kerken en zijn adviezen aan het Rijksbureau voor de Monumentenzorg inzake de restauratie van kasteel Doorwerth. De loyaliteit van vele opdrachtgevers kan verder worden gezien als een bevestiging van de goede kwaliteit die Pothoven leverde. Zijn ontwerpen kenmerken zich met name door bescheidenheid, gaan voor een belangrijk deel op in de omgeving en sluiten daardoor goed aan bij de omliggende bebouwing. Het lag duidelijk niet in zijn aard om opvallende statements te willen maken. Desondanks is het opvallend dat het werk van Pothoven, gezien de buitengewoon grote diversiteit en kwaliteit, relatief onbekend is gebleven. In deze scriptie kon slechts een zeer beperkt deel van zijn oeuvre worden besproken, maar ook het overige werk van Pothoven verdient het om onderwerp te zijn van nader onderzoek. Wellicht krijgt de architect Bart Pothoven daarmee alsnog de 61

62 erkenning die hij verdient, en zal hij in de toekomst een duidelijker plaats gaan innemen in de Nederlandse architectuurhistorie. 62

63 Literatuur Aanknooping aan den Biedermeijerstijl De Opmerker, jrg. 43 (1908): p Albers, Lucia. Cultuurhistorische betekenis van villaparken. Haarlem: Provinciale planologische dienst, Berlage, H.P. red. e.a. Moderne bouwkunst in Nederland. Het Groote landhuis. Het groote stadshuis. Rotterdam: W.L. & J. Brusse, Berlage, H.P. red. e.a. Moderne bouwkunst in Nederland. Het landhuisje en de boerderij. Rotterdam: W.L. & J. Brusse, Blijdenstein, Roland. Zeist, groei en bouw. Geschiedenis, bouwstijlen en woonhuistypen. Zeist: Kerckebosch, Boer-van Hoogevest, Carien de. Bouwen op historie: 100 jaar Van Hoogevest architecten Amsterdam: Sun, Boldrik, M.J.Th, e.a., Ubbergen in oude Ansichten. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, Bosma, Koos, red. e.a. Bouwen in Nederland Zwolle: Waanders Uitgevers, Broekhuizen, H.B. van. Landelijke Bouwkunst. Bouwkundig Weekblad Architectura, jrg. 48, (1927): p Brusse, Paul. Amersfoort Economische bedrijvigheid en sociale verhoudingen. Amersfoort: Bekking, Buch, Joseph, J. Roding. Een eeuw Nederlandse architectuur Rotterdam: NAi, Buijs, G.J. Gedenkboek der Hoogere Burgerschool met vijfjarigen cursus en der Burger-Avondschool te Amersfoort gedurende de eerste kwart-eeuw van haar bestaan, Amersfoort: HBS Cuijpers, Joseph. Eenige opmerkingen over den aanleg van villaparken Architectura, jrg. 20, nr. 42 (1912): p De aanstaande registratie der architecten Bouwkundig Weekblad, jrg. 64, nr. 2 (1946): p Fischer, F.H. Het Engelse Landhuis Bouwkundig Weekblad, jrg 48, (1927): p Fokker, J. P. Het eigen huis. Landhuizen, villa s en andere eensgezinshuizen. 3 e herziene druk. Amsterdam: Kosmos, Garage Molenaar te Amersfoort. Architect H.A. Pothoven. Het Bouwbedrijf, jrg. 6, nr. 2 (1929): p Gratama, J. Landhuisje te Sloterdijk Bouwkundig Weekblad, jrg 29 (1909): p Gratama, J. Moderne Landhuizen. Bouwkunst, nr 2 (1910): p Groot, H. de. Nederl. Instituut Van Architecten (N.I.V.A.) - Kring Amersfoort Het Bouwbedrijf, jrg. 7, nr. 21 (1930): p Grooten, C.H. Gooische landhuisbouw. Vakblad voor de bouwbedrijven, jrg. 29, nrs. 11, 12, 15, 25 (1933): bijlage. H.A. Pothoven. Architect. Landhuis aan den Engelweg te Laren (N.-H.). De Bouwwereld, nr

64 (1913): p Haan, Jannes de. Villaparken in Nederland. Een onderzoek aan de hand van het villapark Duin en Daal te Bloemendaal Haarlem: Schuyt en Co, Haan, Jannes de. Gooische villaparken. Ontwikkeling van het buitenwonen in het Gooi tussen 1874 en Haarlem: Schuyt en Co, Heyting, Lien. De wereld in een dorp. Schilders, schrijvers en wereldverbeteraars in Laren en Blaricum Amsterdam: Meulenhoff, Hoevers, D. C. De Bergservituten in Amersfoort. Een verkenning. Flehite. Historisch jaarboek voor Amersfoort en omstreken, (2003): p Kalf, J. Eerste voorlopig verslag betreffende den stand der werkzaamheden van de kunstbescherming tegen oorlogsgevaren. s-gravenhage: Algemeene Landsdrukkerij, Kloot Meijburg, Herman van der. Bouwkunst in de stad en op het land. Rotterdam: W.L. & J. Brusse, Kloot Meijburg, Herman van der. Onze oude boerenhuizen. 3 e herziene druk. Rotterdam: W.L. & J. Brusse, Kloot Meijburg, Herman van der. Landhuisbouw in Nederland. Amsterdam: Koenraads, Jan P. Gooische schilders. Amsterdam: A.J.G. Strengholt, Koenraads, Jan P. Laren en zijn schilders. Kunstenaars rond Hamdorff. 2 e druk. Laren N.H.: Boekhandel Judi Kluvers, Landhuis te Zandvoort. Architect: J.H.W. Leliman Bouwkundig Weekblad, jrg. 32, nr 2, (1912): p: Landhuizen en villa-tjes Bouwkundig Weekblad, jrg 45 (1924): p Leliman, J.H.W. De ontsiering van stad en land Bouwkundig Weekblad, jrg 30 (1910): p Leliman, J.H.W., K. Sluyterman. Het moderne landhuis in Nederland. 3 e herziene druk. `s Gravenhage: Martinus Nijhoff, Leliman, J.H.W. Het stadswoonhuis in Nederland. Gedurende de laatste 25 jaren. 2 e herziene druk. `s Gravenhage: Martinus Nijhoff, Montijn, Ileen. Leven op stand Amsterdam: Thomas Rap, Montijn, Ileen. Naar buiten! Het verlangen naar landelijkheid in de negentiende en twintigste eeuw. Amsterdam: Sun Muthesius, Hermann. Das Englische haus. Entwicklung, bedingungen anlage, aufbau, einrichtung und innenraum. Deel 2. Berlijn: Ernst Wasmuth, Muthesius, Hermann. Landhaus und Garten. Beispiele neuzeitlicher landhäuser nebst grundrissen, innenräumen und gärten. München: F. Bruckmann, Ontwerp bestemmingsplan Leusderkwartier. Gemeente Amersfoort, Pey, Ineke. Bouwen voor gezeten burgers. Herenhuizen en villa s in de nieuwe stadswijken van Utrecht, Groningen en Nijmegen ( ). Zwolle: Waanders,

65 Posthumus Meyjes, C.B. Onze villa De Opmerker, jrg. 22, nr. 10 (1887): p Pothoven, Bart. Hubertus Adrianus Pothoven ( ). Huisarchitect van Twickel Twickelblad, jrg. 8, nr. 4 (1998): p Prak, Niels L. Het Nederlandse woonhuis van 1800 tot Delft: Delftse Universitaire Pers, Programma van het onderwijs aan de Burgeravondschool te Amersfoort. Amersfoort: Burgeravondschool, , Rijpma, K. Organisatie Kunstbescherming De Vierde Macht. Tijdschrift voor de civiele verdediging. Jrg. 17, nr. 10 (1968): p Romantische zakelijkheid en zakelijke romantiek Bouwkundig Weekblad Architectura, jrg 49 (1929): p: 301. Roding, Juliette Germaine, Talitha van Dijk. J. C. van Epen, : van villabouw tot volkshuisvesting. Rotterdam: Stichting Bonas, Samenstelling architectenraad Bouwkundig Weekblad, jrg. 64, nr. 2 (1946): p. 11. Saxen, Peter George. Het streven naar een gezonde landelijke bouwkunst. Bouwkundig Weekblad, jrg. 30, (1910): p , , Schulte Nordholt, J. Het bouwbedrijf en de oorlog. De bevordering van het bouwbedrijf te Amersfoort gedurende de heerschende crisis Bouwkundig Weekblad, jrg. 35, nr. 9 (1915): p Smits, A.P. Over het werk van J.W. Hanrath Bouwkundig Weekblad Architectura, jrg 53, (1932): p Steur, A.J. van der. Landelijke bouwkunst Bouwkundig Weekblad Architectura, jrg. 48, (1927): p Tentoonstelling van de photographische opnamen der werken van Hermann Muthesius Architectura, jrg. 22, nr 16 (1914): p Vlijmen, Maria van, Bob van de Giessen. Koopman in Beweging. Pon s Automobielhandel B.V Nijkerk: Pon Holding, Wagenaar, Cor. Town planning in the Netherlands since Rotterdam: 010, Wagner, Friedrich. Het rieten- en strooien- dak voor landelijke gebouwen. Bouwkundig Weekblad, jrg 32, (1912): p Wattjes, J.G. Nieuw Nederlandsche bouwkunst. Amsterdam: Kosmos, 1924 (deel 1), 1926 (deel 2). Wattjes, J.G. Landhuizen te Amersfoort Architect C. Adriaans. Bouwbedrijf, (1928): p Wattjes, J.G. Moderne Nederlandsche villa s en landhuizen. Amsterdam: Kosmos, Weissman, A.W. Nieuwe kunst Bouwkundig Weekblad, jrg 19 (1899): p , , , Weissman, A.W. De vader der nieuwe kunst De Bouwwereld, jrg 1 (1902) p. 2, 15, 34, 46, 62, 69, 78. Weissman, A.W. Het hedendaagsche Engelsche huis Architectura, jrg 14, nr 18 (1905): p

66 Wingens, Marc. Monument & landschap in de gemeente Ubbergen. Ubbergen: Stichting tot Behoud van Monument en Landschap in de gemeente Ubbergen, Internetbronnen Database rijksmonumenten: Lexicon kunstenaars uit Laren en Blaricum: Naamlijst voor den telefoondienst 1915: Archivalia Archief Pothoven (AP) Archief Eemland te Amersfoort (AE): -Bevolkingsregister Leusden -Bevolkingsregister Amersfoort -Adresboek voor Amersfoort 1915, Archief Amersfoortsch Dagblad , (AD) -Archief Dagblad voor Amersfoort (DA) -Archief Amersfoortsche Courant (AC) -Archief Nieuwe Amersfoortsche Courant (NAC) -Archief De Eemlander (DE) Afbeeldingen Afb. 1. Pothoven, Bart. Hubertus Adrianus Pothoven ( ). Huisarchitect van Twickel Twickelblad, jrg. 8, nr. 4 (1998): p Afb. 2. Privé collectie Bart Pothoven. Afb. 3. Ontwerp van een woonhuis met kantoor aan de Prins Frederiklaan.,1926, AP. Afb. 4. Beeldbank archief Eemland. Afb. 5. Beeldbank archief Eemland. Afb. 6. Plan voor vier woonhuizen aan de Arnhemseweg te Amersfoort., 1909, AP. Afb. 7. Ontwerp van vier woonhuizen aan de Utrechtschestraatweg te Amersfoort., 1911, AP. Afb. 8. Beeldbank archief Eemland. Afb. 9. Wederopbouw van Boerderijen. AD , p. 5. Afb. 10. Privé collectie Bart Pothoven. Afb. 11. Privé collectie Bart Pothoven. Afb. 12. Landhuis Pothoven Berends., 1988, AP. Afb. 13. Telefooncentrale 1990, AP. Afb. 14. Beeldbank archief Eemland. 66

67 Afb. 15. Beeldbank archief Eemland. Afb. 16. Archief Pothoven. Afb. 17. Ontwerp voor een dubbel woonhuis aan de Lyceumlaan te Zeist., 1936, AP. Afb Afb. 19. Garage Molenaar te Amersfoort. Architect H.A. Pothoven. Het Bouwbedrijf, jrg. 6, nr. 2 (1929): p. 21. Afb. 20. Beeldbank archief Eemland. Afb. 21. Kloot Meijburg 1917, 189. Afb. 22. Kloot Meijburg 1917, 184. Afb. 23. Kloot Meijburg 1917, 183. Afb. 24. Kloot Meijburg 1917, 186. Afb. 25. Kloot Meijburg 1917, 190. Afb. 26. Muthesius, 1910, 137. Afb. 27. Leliman 1922, 7. Afb. 28. De Haan 1986, 118. Afb. 29. De Haan 1986, 114. Afb. 30. Kloot Meijburg 1920, 10. Afb. 31. Kloot Meijburg 1920, 36. Afb. 32. Leliman 1922, 13. Afb. 33. Leliman 1922, 92. Afb. 34. Beeldbank archief Eemland. Afb. 35. De Haan 1986, 120. Afb. 36. Wattjes 1926, 103. Afb Afb Afb Afb. 40. De Haan 1986, 94. Afb. 41. Plan tot het verbouwen van een woonhuis met atelier staande te Laren N.H. aan de Torenlaan, september 1915, AP. Afb. 42. Gratama 1909,

DE WOERDENSE BINNENSTAD IN HET MONUMENTENJAAR ( II )

DE WOERDENSE BINNENSTAD IN HET MONUMENTENJAAR ( II ) II e Jaargang no. 4 December 1975 DE WOERDENSE BINNENSTAD IN HET MONUMENTENJAAR ( II ) Het geboortehuis van Herman de Man op de monumentenlijst door N. Plomp. In het maartnummer van "Heemtijdinghen" vertelden

Nadere informatie

WAT ANDEREN DOEM. NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren.

WAT ANDEREN DOEM. NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren. WAT ANDEREN DOEM NAERDINCKLANT 9 november 1983 Lezing door dr.ir. T. van Tol: Nederzettingsgeschiedenis van Laren. Plaats : De Vaart, Hilversum, aanvang 20.00 uur. 25 januari 1984 Lezing, samen met "Albertus

Nadere informatie

DE FAMILIE VAN LOON 130 _

DE FAMILIE VAN LOON 130 _ DE FAMILIE VAN LOON Mooi idee: je familie en huis jarenlang laten portretteren door schilders en fotografen. De roemrijke familie Van Loon uit Amsterdam deed dat. De indrukwekkende stapel familieportretten

Nadere informatie

Handleiding Sollicitatiebrief

Handleiding Sollicitatiebrief Handleiding Sollicitatiebrief 1. De gerichte sollicitatiebrief Met een gerichte sollicitatiebrief reageer je op een advertentie waarin een werkgever een vacature vermeldt. Voorafgaand aan het schrijven

Nadere informatie

Archiefwegwijzer Bevolkingsregisters

Archiefwegwijzer Bevolkingsregisters Archiefwegwijzer Bevolkingsregisters Inhoud Inleiding... 1 Indeling van bevolkingsregisters... 2 Registers die zijn ingedeeld op huis, wijk en straat... 2 Registers met een alfabetische indeling... 3 Werkwijze

Nadere informatie

Het Snijdersplein. Voorwoord

Het Snijdersplein. Voorwoord Het Snijdersplein Voorwoord Ruim 4 jaar ben ik nu bezig om alle gegevens van de kadastrale percelen van de vestingstad s-hertogenbosch, in 1832 aangeduid als de secties G en H, vanaf het begin van het

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021

Rapport. Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021 Rapport Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is

Nadere informatie

Inventarisatie, beschrijving, waardering en beleidsrichting - bouwkundige objecten 2017

Inventarisatie, beschrijving, waardering en beleidsrichting - bouwkundige objecten 2017 Beleidsnota Cultuurhistorie Inventarisatie, beschrijving, waardering en beleidsrichting - bouwkundige objecten 2017 Gemeente Bodegraven-Reeuwijk 1 Toelichting op de werkwijze bouwkundige objecten 1.1 Kader

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Mondelinge geschiedenis en architectuur Een voorstel voor format diepte-interview Centrum Vlaamse Architectuurarchieven _ draft 28 april 2010

Mondelinge geschiedenis en architectuur Een voorstel voor format diepte-interview Centrum Vlaamse Architectuurarchieven _ draft 28 april 2010 Mondelinge geschiedenis en architectuur Een voorstel voor format diepte-interview Centrum Vlaamse Architectuurarchieven _ draft 28 april 2010 THEMA S - Identificatie - Opleiding - Opdrachtgevers - Samenwerkingsverbanden

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Werkstuk Dordtologie november 2014

Werkstuk Dordtologie november 2014 Werkstuk Dordtologie november 2014 Hilde van Kruiningen VAN BIERBROUWEN. NAAR BLAUWBILGORGEL Omdat ik in dit gebied woon en me dagelijks over de Groenmarkt en het Buddingh plein begeef hebben de geschiedenis

Nadere informatie

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee Inzicht stand van zaken asbestinventarisaties scholen Auteur(s) GGD Amsterdam Fred Woudenberg GGD Amsterdam Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Eerste deel project 3

Nadere informatie

Dossier opdracht 5. Kijk op leerlingen en leren

Dossier opdracht 5. Kijk op leerlingen en leren Dossier opdracht 5 Kijk op leerlingen en leren Naam: Thomas Sluyter Nummer: 1018808 Jaar / Klas: 1e jaar Docent Wiskunde, deeltijd Datum: 19 januari, 2008 Samenvatting Als voorbereiding op onze baan in

Nadere informatie

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek.

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. 19 februari 2015 Goedemiddag, Ik ben heel blij met deze tentoonstelling. Als dochter van een oorlogsvrijwilliger

Nadere informatie

Opdrachten bij Architectuurroute Uden

Opdrachten bij Architectuurroute Uden Op de vouwfolder staat de route aangegeven. Je loopt route A, die begint bij het Museum voor Religieuze Kunst. Bij enkele gebouwen op de route worden vragen gesteld. Deze vragen maak je in klad in dit

Nadere informatie

Voorbeeldig onderwijs

Voorbeeldig onderwijs m a r i a va n de r hoe v e n Voorbeeldig onderwijs In de politieke arena wordt gedebatteerd over de vraag of het goed gaat met het Nederlandse onderwijs. Getuige het recente Oesorapport zijn we op onderdelen

Nadere informatie

EEN ZAMBIAANSE SPIEGEL

EEN ZAMBIAANSE SPIEGEL 26 EEN ZAMBIAANSE SPIEGEL Marike Spruyt - de Kloe / Willemieke Reijnoudt De grootste kracht van christelijk onderwijs is dat het bijdraagt aan karakterverandering. Op onze school komen kinderen uit arme

Nadere informatie

Rhenen binnenstad. Een wederopbouwgebied van nationaal belang 04 / 30

Rhenen binnenstad. Een wederopbouwgebied van nationaal belang 04 / 30 Rhenen binnenstad Een wederopbouwgebied van nationaal belang 04 / 30 In de verdeling van de [ ] architecten werd in theorie het uiterste gedaan om te zorgen dat het straatbeeld, in overeenstemming met

Nadere informatie

G. Oud Pzn & Co (Likeurstokerij "de Voorwaarts") (Oud Wijnkopers)

G. Oud Pzn & Co (Likeurstokerij de Voorwaarts) (Oud Wijnkopers) G. Oud Pzn & Co (Likeurstokerij "de Voorwaarts") (Oud Wijnkopers) Gerrit Oud, zoon van tabaksfabrikant Pieter Oud, plaatste in de Purmerender courant van zondag 6 mei 1877 een advertentie. De naam Oud

Nadere informatie

Henny Radijs (1915-1991)

Henny Radijs (1915-1991) Henny Radijs (1915-1991) Van pottenbakster naar keramisch kunstenares Tekst: Rob Meershoek Foto s: Kunsthandel Artentique Zoetermeer, september 2010 Alle rechten voorbehouden Vaas 1961, h. 42 cm. Inleiding

Nadere informatie

Irma Steenbeek VERSTAG

Irma Steenbeek VERSTAG Irma Steenbeek VERSTAG Colofon Eindredactie Joost Pool Redactie Boris Goddijn Vormgeving Pien Vermazeren Fotografie Boris Goddijn Beeldbewerking Pien Vermazeren Copyright en disclaimer Het overnemen van

Nadere informatie

Marie Anne Tellegen overleefde de oorlog. Zij werd na de oorlog benoemd tot directeur van het Kabinet der Koningin (1945-1959).

Marie Anne Tellegen overleefde de oorlog. Zij werd na de oorlog benoemd tot directeur van het Kabinet der Koningin (1945-1959). Werkblad 1: Marie Anne Tellegen. Mijn naam is Marie Anne Tellegen. Ik ben geboren in het jaar 1893 in Arnhem. Mijn vader was burgemeester van Amsterdam van 1915 tot 1921. In februari 1944 kwam ik in de

Nadere informatie

Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015

Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015 Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015 Inhoudsopgave Inleiding blz. 2 Hoofdstuk 1: Mijn stamboom blz. 3 Hoofdstuk 2: Mijn tijdlijn blz. 5 Hoofdstuk

Nadere informatie

F r a n c i s c u s. v a n. Leven met aandacht. w e g D e. Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot

F r a n c i s c u s. v a n. Leven met aandacht. w e g D e. Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot Leven met aandacht Erfgoed Congregatie Zusters Franciscanessen van Oirschot w e g D e v a n F r a n c i s c u s 2 Leven met aandacht Inhoud 1 De weg van Franciscus 9 2 De oprichting van de congregatie

Nadere informatie

Aan de Schrans in Leeuwarden is één van de meest opvallende orthodontiepraktijken. van Noord-Nederland gevestigd. Daarin werkt

Aan de Schrans in Leeuwarden is één van de meest opvallende orthodontiepraktijken. van Noord-Nederland gevestigd. Daarin werkt Aan de Schrans in Leeuwarden is één van de meest opvallende orthodontiepraktijken van Noord-Nederland gevestigd. Daarin werkt orthodontist Daniël van der Meulen samen met veertien assistentes intensief

Nadere informatie

Voor of tegen de Delftse School?

Voor of tegen de Delftse School? Voor of tegen de Delftse School? Lidy Bultje-van Dillen Niet alle inwoners van Rhenen zijn gecharmeerd van de wederopbouw van hun stad. Onlangs zei iemand tegen me: Men heeft Rhenen na de oorlog totaal

Nadere informatie

plaatsingslijst van het archief J.C. de Haas (1898-1960) archief V. Prins

plaatsingslijst van het archief J.C. de Haas (1898-1960) archief V. Prins plaatsingslijst van het archief J.C. de Haas (1898-1960) archief V. Prins Nederlands Architectuurinstituut 1987 INHOUD INLEIDING 2 Aanwijzigingen bij gebruik 2 PLAATSINGSLIJST 3 Inleiding INLEIDING Jan

Nadere informatie

Inleiding In mijn praktijk als orthopedagoog/gz-psycholoog komen natuurlijk ook ouders met een enig kind. Eerlijk gezegd zag ik hen tot nu toe niet als een aparte categorie. Voor mij is ieder mens uniek,

Nadere informatie

D74, thans Kruisstraat 12

D74, thans Kruisstraat 12 D74, thans Kruisstraat 12 Geplaatst in de Heise Krant van september 2011, gewijzigd 15-05-2015 De boerderij van Has van den Tillaar. Zo kennen de meesten onder ons de oude boerderij achter de kerk met

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Veluwse Poort in beeld. Een onderzoek naar de bekendheid en beeldvorming van Veluwse Poort

Veluwse Poort in beeld. Een onderzoek naar de bekendheid en beeldvorming van Veluwse Poort Veluwse Poort in beeld Een onderzoek naar de bekendheid en beeldvorming van Veluwse Poort INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 2 1.1. Aanleiding... 2 1.2. Doel van het onderzoek... 2 1.3. Probleemstelling...

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261

Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk

Nadere informatie

Het clubhuis van de Amsterdamsche Golflinks, tegenwoordig Amsterdam Old Course geheten

Het clubhuis van de Amsterdamsche Golflinks, tegenwoordig Amsterdam Old Course geheten Het clubhuis van de Amsterdamsche Golflinks, tegenwoordig Amsterdam Old Course geheten In de Duivendrechtse polder ligt sinds 1935 een van Nederlands oudste golfbanen (9 holes, A- status) met een historisch

Nadere informatie

Architect nieuw te bouwen MFC Klarendal bekend!

Architect nieuw te bouwen MFC Klarendal bekend! Architect nieuw te bouwen MFC Klarendal bekend! Architectenbureau De Zwarte Hond gaat MFC Klarendal ontwerpen. Wat er aan vooraf ging Zoals al in een vorige wijkkrant heeft gestaan wordt het MFC Klarendal

Nadere informatie

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem Het overlijden van een broer of zus is een ingrijpende gebeurtenis. Toch wordt het onderwerp in de rouwliteratuur doodgezwegen. Tot verbazing van Minke Weggemans. De pastoraal therapeute schreef er daarom

Nadere informatie

Beschrijving en waardering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen voor het bestemmingsplan Buitengebied Harmelen van de gemeente Woerden

Beschrijving en waardering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen voor het bestemmingsplan Buitengebied Harmelen van de gemeente Woerden Beschrijving en waardering van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen voor het bestemmingsplan Buitengebied Harmelen van de gemeente Woerden Actualisatie 2013 TasT, projecten voor tastbaar erfgoed in opdracht

Nadere informatie

Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag.

Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag. Naam: Mariska v/d Boomen. Klas: TG2C. Datum: 25 Juni. Docent: Van Rijt. Schrijfverslag. Onze vragen: 1. Wanneer bent u met uw schrijfcarrière begonnen? 8 jaar geleden ben ik begonnen met het schrijven.

Nadere informatie

Afkomstig uit de nalatenschap van

Afkomstig uit de nalatenschap van in de etalage Afkomstig uit de nalatenschap van Op woensdag 23 januari 2013 vond er een bijzondere onthulling plaats in het Stedelijk Museum Kampen. Een onthulling die werd verricht door Herman Krans,

Nadere informatie

Inleiding. Keuzes in:

Inleiding. Keuzes in: Keuzes in: 5 Inleiding Tijdens de ouderavond heb ik u uitgelegd hoe de keuzebegeleiding in klas 3 plaats vindt. In dit artikel zet ik de belangrijkste punten nog even op een rij. Mocht u na het lezen ervan

Nadere informatie

INFORMATIE-AVOND START UITVOERING NIEUWBOUW ZWEMBAD 2 SEPTEMBER 2013

INFORMATIE-AVOND START UITVOERING NIEUWBOUW ZWEMBAD 2 SEPTEMBER 2013 INFORMATIE-AVOND START UITVOERING NIEUWBOUW ZWEMBAD 2 SEPTEMBER 2013 PROGRAMMA INFORMATIE-AVOND 19:30 20:00 20:05 20:10 20:30 21:00 21:30 Inloop. Welkom en toelichting op het programma door wethouder Veerman.

Nadere informatie

Projectfiche RODE ROOS

Projectfiche RODE ROOS Projectfiche RODE ROOS Monnikenheide wil uitmunten in warme én professionele dienstverlening aan personen met een verstandelijke handicap en hun gezin. In de loop van de voorbije 41 jaar groeide Huize

Nadere informatie

DR. W.F. VAN GUNSTEREN, 1908-2000

DR. W.F. VAN GUNSTEREN, 1908-2000 DR. W.F. VAN GUNSTEREN, 1908-2000 DOOR U. TUKKER Op 3 november 2000 overleed op 92-jarige leeftijd in Zwitserland dr. Willem Frederik van Gunsteren. Wanneer men zijn leven bestudeert, komt men tot de ontdekking

Nadere informatie

In een vorig artikel is uiteengezet hoe de monumentenwet

In een vorig artikel is uiteengezet hoe de monumentenwet In een vorig artikel is uiteengezet hoe de monumentenwet funktioneert en is opgegeven welke gebouwen in Hilversum door het Rijk beschermd zijn (de z g n o Rijksmonumenten) Van de mogelijkheid om voor objekten

Nadere informatie

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

B1 Hoofddorp pagina 1

B1 Hoofddorp pagina 1 B1 Hoofddorp pagina 1 Inhoud 1. Inleiding 2. Geschiedenis 3. Ontwikkeling 4. Bezienswaardigheden 1. Inleiding Hoofddorp is een stad in de provincie Noord-Holland en de hoofdplaats van de gemeente Haarlemmermeer.

Nadere informatie

Het. riet- en gevestigd. Wilgenhorst. kopen. Sliebewust. zijn van drie. was

Het. riet- en gevestigd. Wilgenhorst. kopen. Sliebewust. zijn van drie. was Het Kompas kijkt binnen in Het Kompas keek binnen bij Vincent-Jan de Jong in aan de Molendijk. Een woonhuis dat rond 1886 gebouwd is in opdracht van zijn overgroot- was ouders. Erachter een hoepels-, biezen-,

Nadere informatie

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna.

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. 100 jaar geleden t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. t Is oorlog! Binderveld, Kozen, Nieuwerkerken en Wijer 100 jaar geleden is een

Nadere informatie

Omdat bouwen teamwork is

Omdat bouwen teamwork is Omdat bouwen teamwork is Nijhuis Bouw Innovatie en duurzaamheid komen bij Nijhuis samen. Wij bouwen niet alleen huizen, ook leefbare wijken en gebieden waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Ontwikkelen

Nadere informatie

Informatieblad Bevolkingsregister

Informatieblad Bevolkingsregister Informatieblad Bevolkingsregister Achtergrond van het bevolkingsregister Vóór de invoering van de burgerlijke stand in 1811 werd een volkstelling gehouden. Ook daarna zijn nog regelmatig volkstellingen

Nadere informatie

Noot 14 Het maken van een levenslijn of familiestamboom, en het verzamelen van materialen.

Noot 14 Het maken van een levenslijn of familiestamboom, en het verzamelen van materialen. Noot 14 Het maken van een levenslijn of familiestamboom, en het verzamelen van materialen. Een levenslijn Tijdens het kennismakingsgesprek of in het eerste themagesprek kunt u met iets bijzonders beginnen:

Nadere informatie

Wie was Schafrat(h)? En wat was de relatie met Van Gogh?

Wie was Schafrat(h)? En wat was de relatie met Van Gogh? Wie was Schafrat(h)? En wat was de relatie met Van Gogh? Soms weten bezoekers ons tijdens rondleidingen te vermelden dat Vincent van Gogh ooit een kamertje bewoonde in hotel Schafrath aan het Park in Nuenen.

Nadere informatie

Illustraties bij Mussert & Co De NSB-leider en zijn vertrouwelingen

Illustraties bij Mussert & Co De NSB-leider en zijn vertrouwelingen Hoofdstuk 4 Familieportret, Rie Mussert-Witlam onder links,mussert boven links. Bron: Collectie NIOD. Rie Mussert-Witlam bij een NSB-herstellingdoord. Bron: Beeldbank WO2, collectie NIOD. Blz. 1 van 21

Nadere informatie

Zes generaties warme toewijding

Zes generaties warme toewijding Zes generaties warme toewijding De geschiedenis van familiebedrijf Bakker van de Ven Bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan in Venhorst Venhorst, juni 2010 PAG 1 INHOUD Voorwoord Inleiding 1 Martinus

Nadere informatie

Inventaris van het archief van de Vereniging voor Vrij Beheer van kerkelijke Goederen

Inventaris van het archief van de Vereniging voor Vrij Beheer van kerkelijke Goederen Inventaris van het archief van de Vereniging voor Vrij Beheer van kerkelijke Goederen (1838-1889) 238 Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) Vrije Universiteit Amsterdam

Nadere informatie

Slachthuisstraat 12 t/m 23, 84 t/m 98 en 130 t/m 144 Hoek Pladellastraat en Merovingenstraat

Slachthuisstraat 12 t/m 23, 84 t/m 98 en 130 t/m 144 Hoek Pladellastraat en Merovingenstraat Slachthuisstraat 12 t/m 23, 84 t/m 98 en 130 t/m 144 Hoek Pladellastraat en Merovingenstraat Soort : Tekststenen (2 stuks) en Gevelstenen (12 stuks) Naam : - Opdrachtgeefster : Prè-wonen Datering : 2007

Nadere informatie

Enkele vragen aan Kristin Harmel

Enkele vragen aan Kristin Harmel Enkele vragen aan Kristin Harmel Waar gaat Zolang er sterren aan de hemel staan over? Zolang er sterren aan de hemel staan gaat over Hope McKenna- Smith, eigenaresse van een bakkerij in Cape Cod. Ze komt

Nadere informatie

Bijlage 4. Advies RCE

Bijlage 4. Advies RCE Bijlage 4 Advies RCE Bestemmingsplan Uitbreiding Château St. Gerlach vastgesteld 11 mei 2015 Reactie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed inzake de voorgenomen bouw van een conferentiepaviljoen

Nadere informatie

narratieve zorg Elder empowering the elderly

narratieve zorg Elder empowering the elderly narratieve zorg Elder empowering the elderly huisbezoek 1: KENNISMAKING - 2 - KENNISMAKING - huisbezoek 1- a kennismaking huisbezoek 1: KENNISMAKING a vertrouwelijkheid individueel in teamverband naar

Nadere informatie

INHOUD. Inleiding. Het archief 2. Aanwijzingen voor gebruik 3. Plaatsingslijst. Lijst van de inhoud van de archiefdozen 3

INHOUD. Inleiding. Het archief 2. Aanwijzingen voor gebruik 3. Plaatsingslijst. Lijst van de inhoud van de archiefdozen 3 INHOUD Inleiding Het archief 2 Aanwijzingen voor gebruik 3 Plaatsingslijst Lijst van de inhoud van de archiefdozen 3 Lijst van de inhoud van de rollendozen 5 Lijst van de inhoud van de portefeuilles 6

Nadere informatie

Hans van Rooij VERSTAG

Hans van Rooij VERSTAG Hans van Rooij VERSTAG Colofon Eindredactie Joost Pool Redactie Boris Goddijn Vormgeving Pien Vermazeren Fotografie Boris Goddijn Beeldbewerking Pien Vermazeren Copyright en disclaimer Het overnemen van

Nadere informatie

Voorwoord Met oprechte blijdschap schrijf ik het voorwoord voor dit boek. Ik ken Henk Rothuizen al vele jaren en heb hem zien opgroeien tot een man van God, met een bediening die verder reikt dan zijn

Nadere informatie

Nieuwsbrief Amigos. maart 2014 DE SAN JUAN DE FLORES

Nieuwsbrief Amigos. maart 2014 DE SAN JUAN DE FLORES Nieuwsbrief Amigos maart 2014 DE SAN JUAN DE FLORES Voorwoord Beste Amigos, Terwijl wij hier in Nederland al weer helemaal het gevoel krijgen in het voorjaar te zijn beland, hebben de bursalen in Guatemala

Nadere informatie

Gevel. Opgeknapt in : 2009 gerestaureerd en gepolychromeerd door Schildersbedrijf Iquality van Daniel van Schaik, uitvoerend schilder Ivo Schouten.

Gevel. Opgeknapt in : 2009 gerestaureerd en gepolychromeerd door Schildersbedrijf Iquality van Daniel van Schaik, uitvoerend schilder Ivo Schouten. Jansstraat 64 wijk: Centrum Soort : Gevelsteen Naam : INDE TOELAST Datering : 1609 Architect : Lieven de Key (alleen nog de 1 e verdieping) Bouwstijl : Perceel : Rijksmonument RM/19340 Oorspronkelijke

Nadere informatie

VERSLAG VAN EESTERENGESPREK #13 ARCHITECT J.F. BERGHOEF TRADITIONALIST OF MODERNIST?

VERSLAG VAN EESTERENGESPREK #13 ARCHITECT J.F. BERGHOEF TRADITIONALIST OF MODERNIST? VERSLAG VAN EESTERENGESPREK #13 ARCHITECT J.F. BERGHOEF TRADITIONALIST OF MODERNIST? Johannes Fake Berghoef (Aalsmeer, 1903-1994) is voor velen een onbekende architect. Niet voor Jennifer Meyer, promovenda

Nadere informatie

Plaatsbepaling voormalig kasteel Frisselstein te Veghel

Plaatsbepaling voormalig kasteel Frisselstein te Veghel Jan van Erp Pagina 1 26-3-2008 Plaatsbepaling voormalig kasteel Frisselstein te Veghel Auteur: Jan van Erp Veghel Datum: maart 2008 Met dank aan : Henk van der Voort, heemkundekring Vehchele Jo Verbakel

Nadere informatie

Canonvensters Michiel de Ruyter

Canonvensters Michiel de Ruyter ARGUS CLOU GESCHIEDENIS LESSUGGESTIE GROEP 8 Canonvensters Michiel de Ruyter Michiel Adriaanszoon de Ruyter werd op 23 maart 1607 geboren in Vlissingen. Zijn ouders waren niet rijk. Michiel was een stout

Nadere informatie

John (Johan Willem Helen) 1884-1971

John (Johan Willem Helen) 1884-1971 John (Johan Willem Helen) 1884-1971 IIId Johan Willem Helen 06-03-1884 te Kraksaan, Besuki, Oost-Java [RANI 1885] x 10-04-1910 te San Piero in Campo met Giuseppina Montauti IIIev ( 19-03-1889 te San Piero

Nadere informatie

ORIËNTATIE OP DE NEDERLANDSE ARBEIDSMARKT

ORIËNTATIE OP DE NEDERLANDSE ARBEIDSMARKT WOORDENLIJST ORIËNTATIE OP DE NEDERLANDSE ARBEIDSMARKT Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is de markt van werk. Op de arbeidsmarkt wordt werk aangeboden en op de arbeidsmarkt zoeken mensen naar een baan. Bijvoorbeeld:

Nadere informatie

Krantenkop in het Leeuwarder Nieuwsblad van In de voorganger van Midden Brabant, de Rooise Handelsvriend stond niks

Krantenkop in het Leeuwarder Nieuwsblad van In de voorganger van Midden Brabant, de Rooise Handelsvriend stond niks ROOISE STREKEN 10 WONDERKOE IN SINT-OEDENRODE Sensationeel nieuws in vele kranten In 1936 is het verhaal van de Rooise wonderkoe groot nieuws in Nederland. Veel kranten, van het Leeuwarder Nieuwsblad in

Nadere informatie

Pieter Zillesen ( ) zandgraf 716, vak K Gemeenteraadslid en fabrikant

Pieter Zillesen ( ) zandgraf 716, vak K Gemeenteraadslid en fabrikant Pieter Zillesen (1838-1902) zandgraf 716, vak K Gemeenteraadslid en fabrikant Personalia Geboren: 12 september 1838 te Amsterdam Zoon van: Frederic Corneille Zillesen en Johanna Jacoba Portielje Gehuwd

Nadere informatie

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente,

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, We zijn er doorheen gegaan, Veertig dagen en nachten, Tijd van voorbereiding...

Nadere informatie

Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):

Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;

Nadere informatie

IN EEN HUIS IN GEMENGDE HOEVESTIJL

IN EEN HUIS IN GEMENGDE HOEVESTIJL I N T E R I E U R W Wonen op de Windrichtingen IN EEN HUIS IN GEMENGDE HOEVESTIJL Tekst: ANNEMIE WILLEMSE Foto s: JAN VERLINDE 22 TIJDLOOS TIJDLOOS 23 Na een zoektocht naar de ideale bouwgrond, gingen

Nadere informatie

Ten slotte wens ik je veel plezier bij het lezen. Hopelijk geeft het de kennis en de inspiratie om ook zelf met je kinderen aan de slag te gaan!

Ten slotte wens ik je veel plezier bij het lezen. Hopelijk geeft het de kennis en de inspiratie om ook zelf met je kinderen aan de slag te gaan! inleiding Voor al mijn kinderen schrijf ik hun ontwikkelingen op in een schrift. Ik schrijf op wanneer en hoelang ze sliepen, wat ze aten, hoe ze speelden en hoe we samen de dag doorbrachten. Dat lijkt

Nadere informatie

De echte verzamelaar van oude ansichten combineert speurzin, vasthoudendheid

De echte verzamelaar van oude ansichten combineert speurzin, vasthoudendheid Verzamelaars van oude ansichten (2) Jan Verboom De echte verzamelaar van oude ansichten combineert speurzin, vasthoudendheid en oog voor detail met een onverzadigbare liefde voor zijn of haar onderwerp.

Nadere informatie

Sinds haar oprichting in 1956 heeft Stadsherstel zeshonderd panden in. Amsterdam en omgeving gered. Panden die soms al op de nominatie stonden

Sinds haar oprichting in 1956 heeft Stadsherstel zeshonderd panden in. Amsterdam en omgeving gered. Panden die soms al op de nominatie stonden Rooilijn Jg. 50 / Nr. 5-6 / 2017 Vijftig jaar geleden was onze binnenstad gewoon een puinhoop P. 410 Paul Morel Vijftig jaar geleden was onze binnenstad gewoon een puinhoop Sinds haar oprichting in 1956

Nadere informatie

Daar mogen jullie niet naar kijken!

Daar mogen jullie niet naar kijken! Daar mogen jullie niet naar kijken! Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,

Nadere informatie

Warder in Gevelstenen. De oude huizen van Warder met hun gevelstenen

Warder in Gevelstenen. De oude huizen van Warder met hun gevelstenen Warder in Gevelstenen De oude huizen van Warder met hun gevelstenen Warder in Gevelstenen Een aantal oude huizen en boerderijen van Warder zijn voorzien van een gevelsteen. Hierop staat aangegeven wanneer

Nadere informatie

DR. LETTEPLEIN, GENOEMD NAAR WIE?

DR. LETTEPLEIN, GENOEMD NAAR WIE? DR. LETTEPLEIN, GENOEMD NAAR WIE? Wie de Hessenweg afrijdt richting Bilthoven, komt aan het eind daarvan op het Dr. Letteplein, een driehoekig plein dat aan de noordzijde wordt afgesloten door een karakteristieke

Nadere informatie

Herinnering aan Elisabeth Bangert - tante Betje (1870-1964) FREEK DIJS

Herinnering aan Elisabeth Bangert - tante Betje (1870-1964) FREEK DIJS Herinnering aan Elisabeth Bangert - tante Betje (1870-1964) FREEK DIJS Van wie ben jij er één? Dat was telkens de vraag van tante Betje als ik bij mijn oma, haar zuster, kwam logeren in Baarn. Die vraag

Nadere informatie

SERIE LEVENSBESCHRIJVINGEN NR. 2 G.H. VEENSTRA

SERIE LEVENSBESCHRIJVINGEN NR. 2 G.H. VEENSTRA SERIE LEVENSBESCHRIJVINGEN NR. 2 G.H. VEENSTRA Wim de Kam. 15 In het tweede deel van deze serie thans een aanzet tot een levensbeschrijving van de heer G.H.Veenstra. Ik noem het een aanzet omdat er nog

Nadere informatie

Eindverslag SLB module 12

Eindverslag SLB module 12 Eindverslag SLB module 12 Marthe Verwater HDT 3C 0901129 Inhoudsopgave: Eindreflectie.. Blz.3 Reflectieverslag les 1.. Blz.4 Reflectieverslag les 2.. Blz.6 Reflectieverslag les 3.. Blz.8 2 Eindreflectie

Nadere informatie

De punt op de i van de restauratie

De punt op de i van de restauratie Gerlof van der Veen De punt op de i van de restauratie Op zoek naar historische eenheid in hedendaagse verscheidenheid Aan de markten in Zutphen vormen de afzonderlijke gevels met elkaar een beschermd

Nadere informatie

VERKOOP & BOUWFORMULE

VERKOOP & BOUWFORMULE VERKOOP & BOUWFORMULE BOUWEn MET ZEKERHEID Het leven zit vol dromen en verlangens. De Verkoop & Bouwformule van Hyboma helpt u die waarmaken: een woning op maat, zonder zorgen, om te leven zoals u dat

Nadere informatie

Meer Lauwe on Light?

Meer Lauwe on Light? Onderzoeksrapport studenten ; Meer? Rapport gemaakt door : Marvin van Dinteren Erik de Veer Jelle Schenkels Freek Hogenkamp 4 september 2008 Inhoudsopgave Inleiding blz. 2 Werkwijze blz. 3 Verwerking blz.

Nadere informatie

Bijlage: beschrijving van de panden met cultuurhistorische waarden

Bijlage: beschrijving van de panden met cultuurhistorische waarden Bijlage: beschrijving van de panden met cultuurhistorische waarden Kruisstraat 64-66, 68, 68a Ensemble van twee woonhuizen onder een kap en twee vrijstaande woningen. De panden vormen een voorbeeld van

Nadere informatie

INHOUD. Inleiding. Biografische schets 2. Literatuur 4. Verantwoording inventarisatie 5. Aanwijzingen voor gebruik 5 CATALOGUS. Ontwerpen Gosschalk 6

INHOUD. Inleiding. Biografische schets 2. Literatuur 4. Verantwoording inventarisatie 5. Aanwijzingen voor gebruik 5 CATALOGUS. Ontwerpen Gosschalk 6 INHOUD Inleiding Biografische schets 2 Literatuur 4 Verantwoording inventarisatie 5 Aanwijzingen voor gebruik 5 CATALOGUS Ontwerpen Gosschalk 6 INLEIDING Biografische schets Isaac Gosschalk Isaac Gosschalk

Nadere informatie

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007

Rapport. Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen. Datum: 22 januari 2013. Rapportnummer: 2013/007 Rapport Verslag van Rapport over een klacht over de SVB te Amstelveen Datum: 22 januari 2013 Rapportnummer: 2013/007 2 De klacht en de achtergronden De Nationale ombudsman ontving in het voorjaar van 2012

Nadere informatie

Uit het babyboek Eerste levensjaren het volgende citaat:

Uit het babyboek Eerste levensjaren het volgende citaat: De jeugdjaren van F.C.A. Huber Uit het babyboek Eerste levensjaren het volgende citaat: "Donderdag 26 oktober 1916 werd Ferry geboren. Hij heeft twee opvallende eigenschappen: hij lijkt precies op Ab,

Nadere informatie

Imkerlaan 0 ong Dalfsen

Imkerlaan 0 ong Dalfsen TE KOOP 223.850,- k.k. BOUWEN IN DE GERNER MARKE Nog 12 vrije kavels beschikbaar, grootte vanaf 792m² tot 1179m² Vanaf prijs incl. btw Imkerlaan 0 ong Dalfsen Prinsenstraat 10 7721 AJ Dalfsen 0529-432058

Nadere informatie

Jan de Laat OVERSTAG

Jan de Laat OVERSTAG Jan de Laat VERSTAG Colofon Eindredactie Joost Pool Redactie Boris Goddijn Vormgeving Pien Vermazeren Fotografie Boris Goddijn Beeldbewerking Pien Vermazeren Copyright en disclaimer Het overnemen van teksten

Nadere informatie

De Interpolis WerkWaarde Pensioenen

De Interpolis WerkWaarde Pensioenen De Interpolis WerkWaarde Pensioenen Pensioen voor uw werknemers Interpolis. Glashelder Willem Dijk sr., 53 jaar, Willem Dijk Groothandel groente & fruit. Import & Export. Ik was commissionair in groente

Nadere informatie

Maatschappelijke Zorgboerderij. Amatheon. Nikki van Berlo. Jasmijn Borms. Joy Willems T4B

Maatschappelijke Zorgboerderij. Amatheon. Nikki van Berlo. Jasmijn Borms. Joy Willems T4B Maatschappelijke Zorgboerderij Amatheon Nikki van Berlo Jasmijn Borms Joy Willems T4B Inleiding Ons groepje bestaat uit Nil

Nadere informatie

Persoonlijk rapport van: Marieke Adesso 29 Mei 2006 1

Persoonlijk rapport van: Marieke Adesso 29 Mei 2006 1 Talenten Aanzien en Erkenning 3 Besluitvaardigheid 8 Confrontatie en Agitatie 4 Doelgerichtheid 4 Talenten Hulpvaardigheid 5 Ontzag 3 Orde en Netheid 4 Pragmatisme 6 Stressbestendigheid 7 Verantwoording

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

Had de pastorie in Van Goghs tijd een pleisterlaag?

Had de pastorie in Van Goghs tijd een pleisterlaag? Had de pastorie in Van Goghs tijd een pleisterlaag? Een heel speciale vraag die vaak gesteld wordt over de pastorie aan Berg 26 vindt zijn oorsprong in een schilderij en een tekening van Vincent, waarop

Nadere informatie