Dienstorder MOW/AWV/2011/6
|
|
|
- Christiaan van Dam
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Dienstorder MOW/AWV/2011/6 d.d Titel: Richtlijnen voor het aanbrengen van voetgangersoversteken Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding: Intern / extern Verkeer en Mobiliteit (AVVG) 4. Verkeer en Mobiliteit 4.4. Verkeersmodi Voetgangersverkeer Vervangt dienstorder: LIN/AWV 2003/4 LI/AWV 93/13 Verwijst naar dienstorder: Bijlagen: 1 Geldig vanaf: Trefwoorden: voetgangersoversteken, verkeersveiligheid. Dit dienstorder is een actualisatie en bijsturing van het dienstorder LIN/AWV 2003/4 betreffende richtlijnen voor het aanbrengen en de uitrusting van voetgangersoversteken, rekening houdende met de bepalingen uit het Vademecum Voetgangersvoorzieningen. In dit dienstorder wordt eveneens het dienstorder LI/AWV 93/13 betreft plaatsingsmodaliteiten Bi-flash langs gewestwegen opgenomen en geactualiseerd. A) Aandachtspunten inplanting voetgangersoversteekplaatsen De locatie en de inplanting van een voetgangersoversteekplaats dient met de nodige omzichtigheid te gebeuren. Men dient erover te waken dat de veiligheid van de weggebruikers niet vermindert door de aanleg van een voetgangersoversteekplaats. De voorrang voor de overstekende voetganger is in deze niet onbelangrijk. Een voetgangersoversteekplaats kan dan ook maar indien de overstekende voetganger(maar evenzeer de voetganger die op het punt staat om over te steken) manifest in het straatbeeld aanwezig is en het gemotoriseerde verkeer zich voldoende rekenschap kan geven van zowel de voetgangersoversteekplaats als van de overstekende voetganger. De oversteekbaarheid van een weg is dan ook meer dan de aanleg van een voetgangersoversteek. Bij niet gemarkeerde voetgangersoversteekvoorzieningen kan plaatsgebonden ingegrepen worden in de weginrichting zodat een oversteekgelegenheid gesuggereerd wordt (bijvoorbeeld door middeneilanden, uitstulpingen, rijbaanversmallingen, snelheidsverminderingen, andere materiaalkeuze), zonder dat er een voetgangersoversteekplaats ingericht wordt. 1
2 Op deze manier wordt het oversteekcomfort bewust verhoogd en wordt de aandacht van de weggebruikers getrokken. Een voetgangersoversteekplaats kan maar voorzien worden indien de looplijnen voldoende kwalitatief ingericht zijn voor de voetgangers. Dit wil zeggen dat er voetpaden aanwezig zijn en/of dat de voetgangersoversteekplaats kadert in een voldoende uitgeruste (wandel-)route, verbindingswegje, doorsteek. Een voetgangersoversteekplaats dient (voornamelijk voor het gemotoriseerd verkeer) voldoende zichtbaar te zijn om geen verkeersonveilige oversteek te creëren. Rekening houdend met de stopafstand, de som van de reactieafstand en de remafstand (ook rekening houdend met de voetganger die aanstalten maakt om over te steken), wordt de minimale zichtbaarheid van de voetgangersoversteekplaats bepaald. Toegelaten snelheid VOP zichtbaar op 30 km/uur 30 m 50 km/uur 70 m 70 km/uur 120 m 90 km/uur 180 m Een voetgangersoversteekplaats die niet gelegen is aan een kruispunt dient met de nodige omzichtigheid geplaatst te worden en heeft tot doel om specifieke voetgangersstromen te kanaliseren. Indien er in de nabije omgeving een kruispunt aanwezig is, is het aanbevolen om de voetgangersoversteekplaats te voorzien ter hoogte van het kruispunt. B) Kwantitatieve voorzieningen voetgangersoversteekplaatsen Dit hoofdstuk behandelt de kwantitatieve voorzieningen voor voetgangersoversteken. In het licht van de principes verwoord in dit hoofdstuk wordt een kruispunt waarop aan beide zijden een voetgangersoversteek wordt aangebracht, beschouwd als één (gebundelde) voetgangersoversteekplaats. Wanneer kan men bij weinig verkeer, ook zonder oversteekplaatsen, oversteken zonder veel wachttijd? Wanneer er een beperkte hoeveelheid gemotoriseerd verkeer op een weg is, dan vindt de voetganger gemakkelijk en snel een voldoende groot hiaat tussen 2 voertuigen om aan een normale stapsnelheid veilig de overkant van de weg te bereiken. In dat geval zal de modale voetganger niet bereid zijn om een omweg af te leggen om een (veiligere en comfortabelere) oversteekplaats te bereiken. In die omstandigheden zijn oversteekplaatsen theoretisch overbodig. Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat: een gemiddelde wachttijd tot 5 sec. als "goed" te bestempelen is; een gemiddelde wachttijd tussen 5 sec. en 10 sec. als redelijk te bestempelen is. Deze algemene voorwaarden worden praktisch als volgt vertaald: voor een bepaald gewenst hiaat kan men, voor een Poisson-verdeelde voertuigenstroom, uitrekenen tot welke voertuigintensiteit men hoger vermelde gemiddelde wachttijden haalt. Als algemene voorwaarde wordt uitgegaan van volgende richtwaarden van de maximum wachttijd om te kunnen oversteken buiten oversteekplaatsen: 5 sec. in de kerngebieden van bebouwde kommen. Kerngebieden zijn die centrale gedeelten van de bebouwde kommen waar wonen en handel sterk verweven zijn en waar het voetgangersgebeuren primeert; tussen de 5 à 10 sec. buiten de kerngebieden van de bebouwde kommen; 2
3 10 sec. in de overgangsgebieden. Overgangsgebieden zijn gebieden met een vrij belangrijke, maar verspreide bebouwing. De bebouwingsdichtheid is de verhouding tussen de totale lengte van de gevels en de lengte van het wegvak. Men onderscheidt 3 klassen: kleiner dan 1/3, tussen 1/3 en 2/3 en groter dan 2/3. Een gebied wordt als overgangsgebied beschouwd wanneer er aan 1 wegzijde een bebouwingsdichtheid van minimum 1/3 is en er aan de andere wegzijde ook (minstens enkele) woningen staan. In deze wordt een stapsnelheid van 1m/sec aangenomen. (bijlage : curve) (bron : ASVV, 2004) Zo is bijvoorbeeld bij een oversteeklengte van 7 m (= 2 rijstroken voor de beide richtingen samen op een weg met 2 rijstroken of de 2 rijstroken van één weghelft van een weg met 2 x 2 rijstroken) een vereist hiaat van 7 sec. bij de normale stapsnelheid van 1 m/sec nodig om de oversteekbeweging te maken. Uit de grafiek valt af te lezen dat bij minder dan 500 vtg/u de gemiddelde wachttijd kleiner is dan 5 sec. en dat bij meer dan 800 vtg/u de gemiddelde wachttijd hoger is dan 10 sec. (bij een oversteeklengte van 7 m). De aandacht wordt dan ook gevestigd op het feit dat wegen met 2 rijstroken, met in het midden van de weg een rustpunt, zoals een middeneiland (zodat men per rijstrook slechts één richting moet aanschouwen), een theoretisch hogere voertuigintensiteit aankunnen om de oversteekbeweging te maken. 3
4 Oversteekplaatsen bij matig verkeer (op lokale en secundaire wegen III met 2 rijstroken) Indien in functie van het gebied (kerngebied bebouwde kommen, buiten kerngebieden bebouwde kom, overgangsgebieden) de benodigde hiaattijd, gerelateerd aan de voertuigintensiteit aanwezig is, zijn er theoretisch geen oversteekplaatsen nodig. Omdat bezwaarlijk aanvaard zal worden dat wanneer de voertuigintensiteit beneden een grenswaarde blijft er geen oversteekplaatsen nodig zijn, terwijl voor intensiteiten net boven die grenswaarde oversteekplaatsen wel kunnen, wordt het begrip matig verkeer ingesteld. Met matig verkeer wordt de voertuigintensiteit bedoeld, die nauw aanleunt bij de voertuigintensiteit waar de benodigde hiaattijd niet aanwezig is. Daarom kunnen bij dergelijke intensiteiten toch oversteekplaatsen worden gerealiseerd in bebouwde kommen en overgangsgebieden op lokale en secundaire wegen: bij school, ziekenhuis, bejaardentehuis, halte openbaar vervoer waar minstens 20 overstekende voetgangers zijn op het spitsuur voor het voetgangersverkeer; op andere plaatsen waar er minstens 40 overstekende voetgangers zijn op het spitsuur voor het voetgangersverkeer. Voetgangersoversteekplaatsen voor wegen met matig verkeer - Minimale tussenafstand Omgeving Lokale weg en secundaire weg III met 2 rijstroken kerngebied van een bebouwde kom 150 m 225 m bebouwde kom buiten het kerngebied 210 m 315 m overgangsgebied 270 m 405 m Oversteekplaatsen bij druk verkeer Secundaire weg I en II en secundaire weg III met meer dan 2 rijstroken Indien in functie van het gebied (kerngebied bebouwde kommen, buiten kerngebieden bebouwde kom, overgangsgebieden) de benodigde hiaattijd niet aanwezig is, gerelateerd aan de voertuigintensiteit, wordt dit beschouwd als druk verkeer. Voetgangersoversteekplaatsen voor wegen met druk verkeer - Minimale tussenafstand Omgeving Lokale weg en secundaire weg III met 2 rijstroken kerngebied van een 100 m 150 m bebouwde kom bebouwde kom buiten het 140 m 210 m kerngebied overgangsgebied 180 m 270 m Primaire en secundaire weg I en II en secundaire weg III met meer dan 2 rijstroken 4
5 Tabel kwantitatieve voetgangersvoorzieningen Kerngebied bebouwde kom Bebouwde kom buiten kerngebied Overgangsgebied Buitengebied Lokale weg Secundaire weg III met 2 rijstroken (aanname 7 m wegbreedte zonder middenberm) > 500 vtg/u tussenafst. min. 100 m < 500 vtg/u en bij 40 voetgang/u of 20 voetgang/u bij school, ziekenhuis, bejaardentehuis, halte OV: tussenafst. min. 150 m > 650 vtg/u tuss.afst. min. 140 m < 650 vtg/u en bij 40 voetgang/u of 20 voetgang/u bij school, ziekenhuis, bejaardentehuis, bij halte OV: tussenafst. min. 210 m > 800 vtg/u tussenafst. min. 180 m < 800 vtg/u en bij 40 voetgang/u of 20 voetgang/u bij school, ziekenhuis, bejaardentehuis, halte OV: tussenafst. min. 270 m Secundaire weg (I en II) Secundaire weg III met meer dan 2 rijstroken Als VW² > 2x10 7 tussenafst. min. 150 m Als VW² > 2,5x10 7 tussenafst. min. 210 m Als VW² > 3x10 7 tussenafst. min. 270 m Primaire weg II Als VW² > 3x10 7 en 40 voetgang/1u Als VW² > 5x10 7 en 40 voetgang/1u Primaire weg I VW² > 5x10 7 en 50 voetgang/1u VW² > 7x10 7 en 50 voetgang/1u Als VW² > 3x10 7 Als VW² > 5x10 7 Als VW² > Als VW² > 7x10 7 9x10 7 Bij een tram in eigen bedding is het aantal oversteekplaatsen beperkter: weg is dan met 1 categorie te verhogen V = aantal voetgangers per uur W = aantal personenwageneenheden per uur (1 vrachtwagen = 2 personenwagens) 5
6 C) Kwalitatieve voorzieningen voetgangersoversteekplaatsen Bij de kwalitatieve voorzieningen werd uitgegaan van de volgende (hoofd)klassen van voorzieningen: I. oversteek met basisvoorzieningen (geëigende wegmarkeringen en verkeersborden), desgevallend bijkomend middeneiland, uitstulping, rijbaanversmalling, snelheidsvermindering, andere materiaalkeuze II. oversteek in combinatie met horizontale snelheidsremmer (poort onder een of andere vorm, voetpaduitstulping, middengeleider,.) of met verticale snelheidsremmer (plateau) III. oversteek met verkeerslichten of rotonde IV. ongelijkgrondse kruising Per hoofdklasse zijn er onderverdelingen en eventueel extra voorzieningen. Algemeen geldt: hoe verder van de kern van de bebouwde kom; hoe hoger de toegelaten snelheid; hoe "hoger" de wegcategorie; hoe minder het gemotoriseerd verkeer er voorrang moet afstaan aan ander verkeer; hoe langer het tijdsperspectief; hoe hoogwaardiger (I -> IV) de bescherming van voetgangersoversteekvoorzieningen moet zijn. Tabel kwalitatieve voetgangersvoorzieningen V toegelaten 30 km/u of vaste zone km/u 70 km/u Lokaal Secundaire III met 2 rijstroken In principe geen VOP nodig tenzij aan kleuter- of basisschool of locaties met grote voetgangersstromen (bv stationsomgevingen) = I Secundair I, II en III met meer dan 2 rijstroken I Op 2x2 wegen buiten krpt Ia Krpt zonder voorrang I Krpt met voorrang II Buiten krpt IIa Primair Uitzonderlijk Ia 90 km/u III III (=verkeerslichten) > 90 km/u IV Voorzieningen : a = aandachtsportiek In bijlage 1 aan dit dienstorder een schets van een weg met drie mogelijke situaties: doorgaand wegvak, kruispunt met en zonder voorrang. III 6
7 D) Schoolomgeving Een schoolomgeving zonder verkeerslichten en niet gelegen aan een kruispunt wordt steeds van biflashes voorzien. Onder bi-flash verstaat men een signalisatie die uitgerust is met twee heldere en opvallende lichten, geplaatst links en rechts onder een verkeersbord. Deze lichten lichten alternerend op. Ten einde de plaatsing van de bi-flash langs gewestwegen te uniformiseren, zijn volgende richtlijnen in acht te nemen: 1. Bi-flash installaties worden enkel geplaatst ter hoogte van (gemarkeerde) voetgangersoversteekplaatsen aan scholen voor kleuter-, lager- of middelbaar onderwijs, die niet beveiligd zijn door verkeerslichten. 2. Een bi-flash installatie mag enkel onder het aanwijzingsbord F49 geplaatst worden. Een bord F49 wordt niet geplaatst aan oversteekplaatsen aan kruispunten of aan de oversteekplaatsen voor voetgangers die beschermd worden door driekleurige verkeerslichten. Op die locaties wordt dan ook geen bi-flash geplaatst. 3. De aanvraag tot plaatsing dient te gebeuren via de gemeente (in overleg met de schoolgemeenschap) aan AWV. 4. De leverings- en plaatsingskosten, de exploitatie- en onderhoudskosten zijn ten laste van het Vlaamse Gewest. 5. De bi-flash mag enkel werken tijdens de schoolperiodes en dus niet tijdens het verlof (inbouwen van vakanties) en de weekends. De installatie mag niet permanent werken. Ze mag enkel werken bij de aanvang en het einde van de school. Bij begin: 30 min. voor en 15 min. na. Bij einde: 15 min. voor en 30 min. na. De werking dient automatisch te worden ingesteld. 6. Indien mogelijk dienen gelijktijdig andere structurele veiligheidsmaatregelen onderzocht en eventueel genomen te worden zoals: verplaatsing van de uitgang van de school naar een naastgelegen secundaire straat; uitstulpen van de voetpaden t.h.v. de gemarkeerde voetgangersoversteek; de gemarkeerde voetgangersoversteek niet recht tegenover de uitgang aanbrengen (geleiding met bijvoorbeeld beugels, paaltjes); aanleg van een voldoende breed plaatselijk middeneiland zodanig dat de oversteek van de gewestweg in tweemaal kan gebeuren; het stilstaan en parkeren in de nabijheid van de voetgangersoversteek (+ 20m) fysisch onmogelijk maken teneinde de zichtbaarheid te optimaliseren; aanstelling van wettelijk voorziene gemachtigde opzichters. 7. Zelfs indien de aanvrager de kosten op zich zou nemen, mag de bi-flash installatie enkel geplaatst worden ter hoogte van scholen, vermeld onder punt 1. Dit teneinde wildgroei te voorkomen. 7
8 E) Richtlijnen voor het aanbrengen van punctuele verlichting t.h.v. voetgangersoversteekplaatsen De bepalingen, voorzien in het dienstorder AWV 98/5 van 18 juni 1998, blijven behouden. Punctuele verlichting t.h.v. voetgangersoversteekplaatsen mag slechts aangebracht worden: nadat er voldaan is aan hoger genoemde richtlijnen; buiten de bebouwde kom of indien binnen de bebouwde kom: slechts op wegen met 2 x 2 rijstroken en waar de snelheid beperkt wordt tot 70 km/u; bij een luminantieniveau van de rijbaan tussen 0,5 en 2 cd/m² rekening houdend met de twee hoger vermelde voorwaarden. Hiertoe dient het luminantieniveau ter hoogte van de oversteekplaats bepaald te worden. Onderzoek naar dit luminantieniveau en naar de omgevings- en achtergrondverlichting is noodzakelijk. Bij een luminantieniveau van de rijbaan dat: kleiner is dan 0,5 cd/m² is een punctuele verlichting slecht en dient de kwaliteit van de wegverlichting verbeterd te worden; groter is dan 2 cd/m² is een punctuele verlichting overbodig en heeft ze eerder zelfs een negatief effect. Indien een punctuele verlichting geplaatst wordt, dient ze steeds juist vóór de voetgangersoversteekplaats in de rijrichting aangebracht te worden, zodat er 2 punctuele verlichtingen voorzien worden per voetgangersoversteekplaats. F) Aanbevelingen voor de wegverlichting ter hoogte van voetgangersoversteekplaatsen Een goede wegverlichting vanaf + 2 cd/m² ter hoogte van een voetgangersoversteek is het meest effectief. Bij een goede wegverlichting, waarbij de lampen goed geplaatst zijn ten opzichte van de voetgangersoversteekplaats, zijn de voetgangers op de oversteek goed zichtbaar tegen de donkerdere achtergrond. De wegverlichting dient ook de straatrand en de wachtzone ter hoogte van de voetgangersoversteek degelijk te verlichten. Bij voetgangersoversteekplaatsen in een kruispuntsituatie dient de wegverlichting van het ganse kruispunt prioritair gesteld te worden ten opzichte van de plaatsing van een punctuele verlichting teneinde het "zwarte gat-effect" te vermijden. G) Procedure Nieuwe aanvragen die niet voldoen aan de vooropgestelde richtlijnen en/of waarbij infrastructurele aanpassingen op de rijweg voorgesteld of noodzakelijk geacht worden, moeten voorafgaandelijk voor advies voorgelegd worden aan de Provinciale Commissie Verkeersveiligheid (PCV). Ook de dossiers over oversteekplaatsen, die uit het oogpunt van de verkeersonveiligheid voor de voetgangers best worden afgeschaft, dienen voor advies voorgelegd te worden aan de PCV. H) Inwerkingtreding Dit dienstorder is van toepassing op alle nieuwe aanvraagdossiers vanaf heden. Na maximum één jaar wordt de toepassing ervan geëvalueerd met het oog op eventuele bijsturing. Dit dienstorder vervangt het dienstorder LIN/AWV 2003/4 van 22 juli 2003 en LI/AWV 93/13 van 5 januari ir. Tom Roelants Administrateur-generaal 8
9 Bijlage 1 Bij dienstorder inzake richtlijnen voor het aanbrengen en de uitrusting van voetgangersoversteken. Minimaal vereiste kwalitatieve voorzieningen naargelang de wegsituatie: Doorgaand wegvak Kruispunt waar voorrang moet gegeven worden Kruispunt waar men voorrangsgerechtigd is 9
Bijkomend uitrustingsniveaus van oversteken voor zwakke weggebruikers. Stuurgroep Verkeer en Mobiliteit
Dienstorder MOW/AWV/2019/1 d.d. 11 februari 2019 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Informatiefolder: Doelgroep: Voor wie van toepassing? Bijkomend uitrustingsniveaus van oversteken voor zwakke weggebruikers
Dienstorder MOW/AWV/2010/13
Dienstorder MOW/AWV/2010/13 d.d. 27 oktober 2010 Titel: Bestuurders van bromfietsers klasse B op de rijbaan en/of het fietspad. Overgangsconstructies. Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding:
Oversteekvoorzieningen ter hoogte van tramsporen. Stuurgroep Verkeer en Mobiliteit
Dienstorder MOW/AWV/2016/1 d.d. 8 januari 2016 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Doelgroep: Verspreiding: Vervangt dienstorder: Verwijst naar dienstorder: Bijlagen: Oversteekvoorzieningen
3.4. Voetgangersvoorzieningen
3.4. Voetgangersvoorzieningen Bij de inrichting van verkeersveilige wegen vraagt de positie van de zwakke weggebruiker, en in het bijzonder de voetganger, een specifieke benadering. In 2003 is door het
Snelheid op gewestwegen buiten de bebouwde kom. Stuurgroep Verkeer en mobiliteit
Dienstorder MOW/AWV/2016/2 d.d. 26 januari 2016 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Doelgroep: Verspreiding: Snelheid op gewestwegen buiten de bebouwde kom Stuurgroep Verkeer en mobiliteit
Criteria voor de aanleg van een gevleugelde voetgangersoversteek t.h.v. schoolomgevingen
Criteria voor de aanleg van een gevleugelde voetgangersoversteek t.h.v. schoolomgevingen Ontwerprichtlijn Versie 1, 11/0/019 Gevleugelde voetgangersoversteken Zebrapaden zorgen ervoor dat voetgangers veilig
Algemene inhoudsopgave
Algemene inhoudsopgave 1. Hoofdstuk 1 te voet gaan kan weer en moet meer... 1 1.1 Te voet gaan: een essentiële schakel in het mobiliteitsbeleid...1 1.2 Het belang van een voetgangersvriendelijk beleid...4
Betreft: Aanleg en zichtbaarheid van verhoogde verkeerseilanden en rotondes
Dienstorder!"##$% &'(()*+,-(()*+( $. / ' Dienstorder MOW/AWV 2008/26 Verspreiding: * + website uw kenmerk ons kenmerk bijlagen 8 vragen naar / e-mail telefoonnummer datum jur. Gert De Wilde [email protected]
Aankondiging van vaste snelheidscamera s, semi-mobiele camera s, trajectcontrole, specifieke acties en resultaten snelheidscontrole.
Dienstorder MOW/AWV/2018/9 d.d. 8 september 2018 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Informatiefolder: Doelgroep: Voor wie van toepassing? Aankondiging van vaste snelheidscamera s, semi-mobiele camera
Dienstorder MOW/AWV/2012/5
Dienstorder MOW/AWV/2012/5 d.d. 26 maart 2012 Titel: Inplanting en inrichting van halteplaatsen voor openbaar vervoer langs gewestwegen Voorgesteld door: (stuurgroep) Verkeer en Mobiliteit (AVVG) Kenniscluster:
HOOFDSTUK 4 REGLEMENTERING
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Wegen en Verkeer Afdeling Verkeerskunde HOOFDSTUK 4 REGLEMENTERING H O O F D S T U K 4 Inhoudsopgave 4. Hoofdstuk
Hiërarchische volgorde van verkeersborden en aanduiding wegnummers en symbolen op bewegwijzering
Dienstorder MOW/AWV/2015/14 d.d. 7 september 2015 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Doelgroep: Voor wie van toepassing? Hiërarchische volgorde van verkeersborden en aanduiding wegnummers
Veilig oversteken in Haren
Veilig oversteken in Haren Ondertitel: Beleidsnota oversteekvoorzieningen voetgangers Veilig oversteken in Haren Wat: Notitie waarin vastgelegd wordt op welke manier in de toekomst omgegaan wordt met aanvragen
SNELHEID OP VLAAMSE WEGEN BUITEN DE BEBOUWDE KOM
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// SNELHEID OP VLAAMSE WEGEN BUITEN DE BEBOUWDE
Wanneer wel een zebra, wanneer niet? nieuw kader voor oversteekvoorzieningen binnen de bebouwde kom
(Bijdragenr. 25) Wanneer wel een zebra, wanneer niet? nieuw kader voor oversteekvoorzieningen binnen de bebouwde kom J.A.G. de Leur M.Sc. Gemeente Heerhugowaard F.J.Wildenburg Gemeente Heerhugowaard 1.
Dienstorder MOW/AWV/2014/15
Dienstorder MOW/AWV/2014/15 d.d. 17 oktober 2014 Titel: Gekleurde wegoppervlakken voor fietsvoorzieningen - fietsgeleiding op kruispunten. Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding: Vervangt
OVERSTEEKPLAATSEN VOOR VOETGANGERS OP TRAMSPOREN: VAN VERKEERSVEILIGHEIDS- INSPECTIES TOT OPLOSSINGEN
OVERSTEEKPLAATSEN VOOR VOETGANGERS OP TRAMSPOREN: VAN VERKEERSVEILIGHEIDS- INSPECTIES TOT OPLOSSINGEN Françoise GODART, Benoît DUPRIEZ 11 september 2013 2 Context Voetgangersongevallen tram ernstig en
Betreft: Algemene omzendbrief nopens de wegsignalisatie. Aanvulling. Verkeersborden betreffende gevaarlijke goederen.
Dienstorder MOW/AWV/2010/8 Verspreiding: type 4 + website Expertise Verkeer en Telematica Koning Albert II-laan 20 bus 4 1000 Brussel Tel. 02 553 78 01 - Fax 02 553 78 05 [email protected]
Veilig fietsen en stappen
Veilig fietsen en stappen Wat komt aan bod? Achtergrond Kernpunt voor veilig verkeersgedrag Basisregels voor voetgangers Stappen in groep Basisregels voor fietsers Fietsen in groep 2 Hoe verplaatsen we
Dienstorder MOW/AWV/2013/12
Dienstorder MOW/AWV/2013/12 19 augustus 2013 Titel: Kostprijs, vergoeding en aanvraagprocedure voor het verkrijgen van verkeersparameters bij het Agentschap Wegen en Verkeer Voorgesteld door: (stuurgroep)
Verkeerswetgeving fietsers
Verkeerswetgeving (Koninklijk besluit 1 december 1975) INDIVIDUELE FIETSERS of GROEPEN van MINDER DAN 15 FIETSERS Een verplicht fietspad wordt aangegeven met bord G11. Fietsers en snor MOETEN hier gebruik
college van burgemeester en schepenen
college van burgemeester en schepenen Besluit OPSCHRIFT Vergadering van 30 november 2017 Besluit nummer: 2017_CBS_13670 Onderwerp: Nieuw aanvullend reglement van de politie op het wegverkeer - gewestweg
17/04/2014 TYPEDWARSPROFIEL IN DETAIL TYPEDWARSPROFIEL? Cursus Analyse van Ontwerp van Verkeersinfrastructuur Maandag 28 april 2014
TYPEDWARSPROFIEL IN DETAIL Cursus Analyse van Ontwerp van Verkeersinfrastructuur Maandag 28 april 2014 Wim Marquenie Talboom Group TYPEDWARSPROFIEL? Visitekaartje van de weg Plaats en onderlinge verhouding
5. De plaats van de fietser op de openbare weg 1 M. Is er een fietspad, dan moeten fietsers daar op rijden, tenminste indien het berijdbaar is.
5. De plaats van de fietser op de openbare weg 1 M Is er een fietspad, dan moeten fietsers daar op rijden, tenminste indien het berijdbaar is. 2 E Is het fietspad op de grond aangeduid met twee witte evenwijdige
TAW s - Projectleiders/werfleiders/werfcontroleurs - Team exploitatie/districten - Verkeer & Signalisatie/Wegendatabank-opmeters
Dienstorder MOW/AWV/2018/13 d.d. 7 december 2018 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Plaatsing van Referentiepunten Werkgroep Referentiepunten Informatiefolder: 2.7.1 Doelgroep: Voor wie van toepassing?
Werfsignalisatie. Werken 1ste categorie Werken 2de categorie Werken 3de categorie Werken 4de categorie Werken 5de categorie Werken 6de categorie
Werfsignalisatie op niet-autosnelwegen Werken 1ste categorie Werken 2de categorie Werken 3de categorie Werken 4de categorie Werken 5de categorie Werken 6de categorie Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Het juiste bord op de juiste plaats
2 MINDERBORDENGIDS april 2007 Het juiste bord op de juiste plaats Vooraleer de wegbeheerder overgaat tot het aanbrengen van signalisatie voor welke reden dan ook, is het aanbevolen dat de wegbeheerder
Dienstorder MOW/AWV/2015/5
Dienstorder MOW/AWV/2015/5 d.d. 31 maart 2015 Titel: Werfsignalisatie. Signalisatie naar handelaars en diensten bij wegenwerken. Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verkeer en Mobiliteit 4. Verkeer
Bijsturing van de Lichtvisie voor de Vlaamse gewestwegen
Bijsturing van de Lichtvisie voor de Vlaamse gewestwegen Sweco Belgium ism Light To Light AWV Expertise Verkeer en Telematica Stuurgroep 1-18/05/17 Agenda 1. Bespreking van enkele bijsturingen Criterium
7 MEI Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. Belgisch Staatsblad 21 mei 1999
7 MEI 1999. - Ministerieel besluit betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. Belgisch Staatsblad 21 mei 1999 HOOFDSTUK I. - Signaleren van werken. Artikel 1. Algemene
Gemeentebestuur Wichelen
Gemeentebestuur Wichelen Sociaal Huis Oud Dorp 2 9260 Wichelen - Tel. 052/43.24.22 Fax. 052/43.04.25 email : [email protected] Openinguren : van maandag tot vrijdag : van 8.00u tot 12.00u dinsdagavond
Dienstorder MOW/AWV/2015/6
Dienstorder MOW/AWV/2015/6 d.d. 14 april 2015 Titel: Plaatsingsvoorwaarden paaltjes, bakens en zuilen Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding: extern Projectgroep Verticale signalisatie
Dienstorder MOW/AWV/2013/8
Dienstorder MOW/AWV/2013/8 D.d. 8 mei 2013 Titel: Inrichting van rotonde kunstwerk op het middeneiland Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding: Vervangt dienstorder: Stuurgroep beleid
70 km/u algemene snelheidsnorm BUBEKO. VSV infomomenten
70 km/u algemene snelheidsnorm BUBEKO VSV infomomenten 1 1 1 Inleiding Wat wordt er gewijzigd? Waarom deze wijziging? Verwachtingen t.a.v. de wegbeheerder Richtlijnenkader Aanvullende reglementen Communicatie
Evaluatie Tervurenlaan (N3) ter hoogte van de kruispunten Oppemstraat, Albertlaan en Brusselsesteenweg na de aanleg van de vrijliggende fietspaden.
Evaluatie Tervurenlaan (N3) ter hoogte van de kruispunten Oppemstraat, Albertlaan en Brusselsesteenweg na de aanleg van de vrijliggende fietspaden. AANZET. Het gemeentebestuur van Tervuren vraagt een politionele
college van burgemeester en schepenen
college van burgemeester en schepenen Besluit OPSCHRIFT Vergadering van 19 januari 2017 Besluit nummer: 2017_CBS_00571 Onderwerp: Nieuw aanvullend reglement van de politie op het wegverkeer - gewestweg
Dienstorder MOW/AWV/2014/6
Dienstorder MOW/AWV/2014/6 dd. 20 maart 2014 Titel: Plaatsingsvoorwaarden bebakening Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Verspreiding: Intern / extern Vervangt dienstorder: Verwijst naar dienstorder:
Oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers 23 mei 2017
Oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers 23 mei 2017 1. Inleiding In 2013 is het Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we alle wegen duurzaam veilig inrichten
PROVINCIALE COMMISSIE VERKEERSVEILIGHEID LIMBURG. Sven Lieten 10/10/14 Anna Bijns
PROVINCIALE COMMISSIE VERKEERSVEILIGHEID LIMBURG Sven Lieten 10/10/14 Anna Bijns Overzicht programma 1. Visie 2. Doel PCV 3. Samenstelling 4. Werking 5. Procedure 6. formulering advies 7. TV3V 8. voorbeelden
3. Expertise opbouwen en adviseren
Dienstorder MOW/AWV/2018/10 d.d. 6 september 2018 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Kenniscluster: Doelgroep: Voor wie van toepassing? Werfsignalisatie 2 de categorie Stuurgroep Verkeer en Mobiliteit
Actieplan: Voorrang 2 Oversteekplaats voor voetgangers / fietsers
ZVP 2014 2017 - Veiligheid en leefbaarheid Verkeer Storende interacties zone 30 Preventie Voorrang 2 Actieplan: Voorrang 2 Oversteekplaats voor voetgangers / fietsers HCP Koen Wouters - HINP Jo Daniels
Brussels Hoofdstedelijk Gewest ****** Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Mobiliteitscel
Koninklijk Besluit van 9 oktober 1998 tot bepaling van de vereisten voor de aanleg van verhoogde inrichtingen op de openbare weg en van de technische voorschriften waaraan die moeten voldoen. Van commentaar
HOOFDSTUK 3 DEFINIËRING EN KENMERKEN VAN VOETGANGERS EN VOETGANGERSVOORZIENINGEN
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Wegen en Verkeer Afdeling Verkeerskunde HOOFDSTUK 3 DEFINIËRING EN KENMERKEN VAN VOETGANGERS EN VOETGANGERSVOORZIENINGEN
Conceptnota voor nieuwe regelgeving
ingediend op 706 (2015-2016) Nr. 1 15 maart 2016 (2015-2016) Conceptnota voor nieuwe regelgeving van Marino Keulen, Gwendolyn Rutten, Mathias De Clercq, Herman De Croo, Emmily Talpe en Bart Somers betreffende
Binnenstad Tienen wordt zone 30
Binnenstad Tienen wordt zone 30 Na de paasvakantie wordt de hele binnenstad van Tienen een zone 30. Een zone 30 is een gebied waar je nergens sneller mag rijden dan 30 km/uur. Waarom gaan we voor deze
GEMACHTIGDE OPZICHTER. PZ 5416 Regio Puyenbroeck
GEMACHTIGDE OPZICHTER Lespakket in 2 delen: DEEL 1 = theorie DEEL 2 = praktijkoefening Oorsprong MB van 25/03/1987 BS van 08/05/1987 Gemachtigd opzichter ter bescherming van kinderen en scholieren Actualisering
AMBTELIJK VERKEERSKUNDIG ADVIES LOOP- EN FIETSROUTE AZC
AMBTELIJK VERKEERSKUNDIG ADVIES LOOP- EN FIETSROUTE AZC Datum : 18 maart 2016 Aan : Projectteam AZC Kopie aan : Van : Matthijs Koops Onderwerp : AZC, verkeerskundig advies loop- en fietsroute Op verzoek
VERO voor voetgangers basisschool Pulle
VERO voor voetgangers basisschool Pulle 1 Stappen in groep Het vertrekpunt veilig verlaten Kloosterstraat 7 Het vertrek en eindpunt van de VERO voor voetgangers is de parking voor de school (Kloosterstraat).
De meest genoemde probleem locaties of kruisingen zijn:
Beschrijving van meest genoemde kruisingen. Doel van deze beschrijving is de actuele situatie weer te geven en een aantal oplossingen voor de geconstateerde problemen aan te dragen. Voorafgaand aan deze
Verkeersveiligheid Begijnendijk-Betekom
Verkeersveiligheid Begijnendijk-Betekom Voorstel van Samen.be voor de mobiliteitsraad Oktober 2013 Locatie: Liersesteenweg Voorstel verkeersveiligheid Verkeersveiligheid binnen onze gemeente was een belangrijk
