Het KMO-Rapport Vlaanderen
|
|
|
- Karel Verhoeven
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Editie 2010 Het KMO-Rapport Vlaanderen De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld
2
3 Het KMO-Rapport Vlaanderen De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld UNIZO-Studiedienst Graydon Belgium nv, departement research januari 2011
4
5 Uitgave van UNIZO vzw & Graydon Belgium nv Redactie Gilles Vandorpe (Economisch Adviseur UNIZO-Studiedienst) Gegevens Eric Van den Broele (Graydon Business Academy - Research) Peter Thijs (Programmatie Graydon Belgium nv) Begeleidingscomité Johan Bortier (Directeur UNIZO-Studiedienst) Eric Van den Broele (Deputy Senior Manager Research Graydon Belgium nv) Contact Secretariaat UNIZO-Studiedienst Spastraat 8, 1000 Brussel Tel: Fax: [email protected] Graydon Belgium nv Uitbreidingstraat 84-b1 Tel: Fax: [email protected] Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd mits dubbele bronvermelding Graydon Belgium - UNIZO. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn ontwikkeld op basis van de Graydon-databanken. De verwerking ervan gebeurde door de UNIZO-Studiedienst. Uitgevers, informatieverstrekker noch auteurs kunnen aansprakelijk gesteld worden voor mogelijke onnauwkeurigheden. De uiteindelijke interpretatie van de gegevens is voor rekening van de lezer. 5
6 Inhoud Inleiding 8 1. Methodologie De KMO in cijfers Evolutie aantal KMO s in België KMO s volgens leeftijdscategorie KMO s volgens juridische vorm KMO s volgens sector KMO s volgens tewerkstellingsklassen Financiële ratio s van de Vlaamse ondernemingen Productiviteit: bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten Nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen Solvabiliteit Graad van financiële onafhankelijkheid Dekking vreemd vermogen door cashflow Liquiditeit FiTo -meter van de Vlaamse KMO 26 6
7 4. Andere financieel-economische gegevens van de Vlaamse KMO s Aantal dagen leverancierskrediet Aantal dagen klantenkrediet Investeringen in materiële vaste activa Bedrijfsresultaat Eigen vermogen Multiscore van de Vlaamse KMO Barometer voor de gezondheid van de KMO in Faillissementen Dagvaardingen Conclusie 45 Financiële ratio s van de Vlaamse KMO-vennootschappen (FiTo -meter) 45 Andere financieel-economische gegevens 47 Multiscore van de Vlaamse KMO s 47 Knipperlichten voor Lijst van afkortingen 49 Lijst van tabellen en grafieken 50 Tabellen 50 Grafieken 51 Bijlagen 53 7
8 Inleiding Het KMO-Rapport Vlaanderen is met deze uitgave aan zijn derde editie toe. Met het rapport willen UNIZO en Graydon de financieel-economische conditie van de Vlaamse KMO s in kaart brengen over een langere periode. De onderzochte periode betreft deze van 2000 tot Binnen deze tijdspanne kunnen we de effecten van onder andere de internetzeepbel voor de Vlaamse KMO mee in kaart brengen en de heroplevende economie vanaf het voorjaar van De gevolgen van de kredietcrisis die sinds half 2008 woedt - en de daaropvolgende economische crisis is dan ook grotendeels opgenomen in de cijfers. Omdat we in dit rapport een eerste indruk willen geven van de economische situatie in 2010, zullen we een aantal extra gegevens opnemen in het KMO-Rapport. Deze cijfers zijn sneller beschikbaar dan de officiële geaggregeerde jaarrekeningen en fungeren daardoor als een eerste barometer voor de financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO s in De cijfers zijn in eerste instantie interessant voor de ondernemer zelf, die zich kan positioneren ten opzichte van andere KMO s binnen een specifieke sector en het totaal van de KMO s in Vlaanderen. Daarnaast is het rapport ook een informatiebron voor allerhande actoren die aan de hand van uitgebreid en officieel cijfermateriaal, de financieel-economische gezondheidstoestand van de Vlaamse KMO s van naderbij willen bekijken en opvolgen. De cijfers in het KMO-Rapport, op de faillissementscijfers na, werden op 25 november 2010 afgesloten. Op dat ogenblik waren 97,3% van de jaarrekeningen voor 2009 beschikbaar. We bekijken zowel de financieel-economische gezondheid van de vennootschappen tot en met 50 werknemers alsook de prestaties van de eenmanszaken. De cijfers voor de vennootschappen zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de gegevens uit de jaarrekeningen. Daarnaast beschikt Graydon Belgium nv ook over een eigen kwalitatief instrument, namelijk de multiscore. De multiscore wenden we aan om de financieel-economische toestand van enerzijds de vennootschappen én anderzijds de eenmanszaken in beeld te brengen. In een eerste deel geven we een cijfermatig overzicht van het aantal KMO s in België opgesplitst volgens regio. Het absolute aantal KMO s wordt van naderbij bekeken, alsook het aantal KMO s volgens leeftijdscategorie, volgens juridische vorm, volgens sector en volgens tewerkstellingsklassen. We maken eveneens het onderscheid tussen KMO-vennootschappen en eenmanszaken. Samen vormen deze de groep van de KMO s. In een tweede deel bekijken we een aantal financieel-economische parameters van de KMO-vennootschappen (dus zonder de eenmanszaken). Deze worden tevens samengevat in een 8
9 allesomvattende indicator: de FiTo -score. De FiTo -score is op basis van jarenlang en nauwgezet onderzoek ontwikkeld door professor emeritus Hubert Ooghe (Universiteit Gent en Vlerick Leuven Gent Management School) in nauwe samenwerking met Graydon Belgium nv. De score wordt berekend op basis van acht uitgewerkte ratio s die in evenwichtige verhouding tot elkaar worden geplaatst. Samen geven ze een duidelijk beeld over het al dan niet bestaan van financiële consistentie binnen de onderneming. De verschillende ratio s die in de berekening worden opgenomen omvatten de bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten, de nettorendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen, de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, de graad van zelffinanciering, de graad van financiële onafhankelijkheid, de korte termijn financiële schuldgraad, de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow en tot slot de nettokasratio. De ratio s worden ook apart in dit rapport verwerkt, met uitzondering van de nettorendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen en de nettokasratio. We bekijken telkens eerst een aantal financieel-economische parameters afzonderlijk voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië voor alle KMO-vennootschappen. Daarna bekijken we de ratio voor iedere sector afzonderlijk voor het totaal van de Vlaamse KMO-vennootschappen. In een derde deel nemen we nog vijf andere financieeleconomische parameters onder de loep, namelijk het aantal dagen leverancierskrediet, het aantal dagen klantenkrediet, de investeringen in materiële vaste activa, het bedrijfsresultaat en het eigen vermogen. Deze vijf parameters geven naast de eerder bekeken financiële ratio s eveneens een idee van de financieel-economische gezondheid van de KMOvennootschappen. In het vierde deel bekijken we de multiscore voor de Vlaamse KMO s. De multiscore is een kwalitatieve analyse van Graydon om de financieel-economische gezondheid van de Vlaamse vennootschappen én eenmanszaken in beeld te brengen. Naast financiële gegevens, die door hun aard bij een vol jaar achterlopen, wordt hierbij ook gebruikgemaakt van vinger-aan-de-polsparameters waardoor de evolutie van de multiscore ook inzicht geeft met betrekking tot de bewegingen in 2010 tot en met de datum waarop deze studie werd afgesloten. In het laatste deel willen we een eerste indicatie brengen van de situatie in We doen dit aan de hand van 2 extra Graydon-datasets. De eerste dataset betreft het aantal faillissementen bij KMO s en het bijhorende jobverlies. Ten tweede bekijken we het aantal dagvaardingen van KMO s door de RSZ, het Fonds voor Bestaanszekerheid en het Sociaal Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen. 9
10 1. Methodologie Het KMO-Rapport Vlaanderen wordt samengesteld aan de hand van gegevens die door Graydon Belgium nv verzameld worden. De basisdatabank van Graydon bevat alle Belgische actieve, passieve en slapende BTW-nummers (sinds juni 2004 de ondernemingsnummers) 1. Anno 2010 betekent dit ongeveer BTW-nummers waarvan ruim actieve ondernemingsnummers (vennootschappen, eenmanszaken, parastatalen en VZW s). De ondernemingsnummers worden van bij het ontstaan doorgegeven vanuit de Kruispuntbank voor Ondernemingen of genoteerd via onder meer de oprichtingsakte. Zowel vrije beroepen (dokters, advocaten, ) als VZW s zijn niet opgenomen in de onderhavige cijfers gezien de aard van hun activiteiten. Naast de ondernemingsnummers werkt Graydon actief met de oprichtingsaktes en de lezing van het Belgisch Staatsblad om de accuraatheid van de gegevens te verhogen, alsook door bijvoorbeeld contacten te onderhouden met de rechtbanken, BTWadministraties en de RSZ. Elke mogelijke financieel-economische informatie die op de Belgische informatiemarkt beschikbaar is wordt systematisch en gestructureerd verzameld en verwerkt. Een voortdurende aanvulling van deze informatie via individuele ondernemingsnummers gebeurt hoofdzakelijk op vier niveaus: online communicatie of communicatie via automatische dragers met verschillende officiële instanties, bijvoorbeeld de balansen van de Nationale Bank van België, de lijsten van geregistreerde aannemers, ; aanvulling en correctie van officiële informatie via allerhande publicaties op officieel niveau (Belgisch Staatsblad, protestenbladen, oprichtingsaktes, ); dagdagelijks doornemen van allerhande niet-officiële publicaties zoals dagbladen en tijdschriften; organiseren van een eigen poolingsysteem om op de hoogte te blijven van de meest recente ontwikkelingen (betalingservaringen, pooling ongedekte cheques, gedagvaarden in faling, RSZ-dagvaardingen, samenwerking met incassokantoren, ). De financiële cijfers in dit rapport hebben betrekking op de periode 2000 tot 2009 en werden afgesloten op 25 november Op dat moment waren 97,3% van de jaarrekeningen voor 2009 beschikbaar. Alles wat ratio s en andere afgeleiden uit de jaarrekeningen betreft zijn in die mate beschikbaar om voldoende representatief te zijn voor de volledige KMO-populatie. We definiëren een KMO als een onderneming tot 50 werknemers. Andere gegevens zoals de multiscore, de evolutie van de faillissementen, de dagvaardingen RSZ,... zijn vinger-aan-de-polsgegevens die tot bovengenoemde afsluitdatum werden verwerkt. In deel 2 de KMO in cijfers - maken we een onderscheid tussen verschillende juridische vormen. Namelijk de NV, BVBA, EBVBA, diverse commanditaire en coöperatieve vennootschappen, de eenmanszaak, de vennootschap onder firma en overige juridische vormen. Onder de categorie overige vallen alle andere entiteiten die niet onder de vorige juridische vormen ressorteerden. Deze andere entiteiten zijn onder meer: Europees samenwerkingsverband Europees economisch samenwerkingsverband Landbouwvennootschap Vereniging naar buitenlands recht Stille handelsvennootschap Feitelijke vereniging Vereniging met sociaal oogmerk De verschillende gehanteerde sectoren zijn gebaseerd op de vernieuwde nacebel nomenclatuur die sinds januari 2008 gebruikt wordt. De gehanteerde sectoren bestaan uit de volgende nacebelgroepen: 1 Actieve ondernemingsnummers wijzen op nog bestaande bedrijven. Passieve ondernemingsnummers wijzen op stopgezette bedrijven en zijn belangrijk om de historiek van de cijfers weer te geven. Slapende ondernemingsnummers wijzen op bestaande bedrijven zonder activiteit. 10
11 Sector Nacebelgroep(en) Automobielsector (handel & onderhoud) 45 Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel 47 Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel tot Handelsbemiddeling Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën In deel 3 en deel 4 bekijken we een aantal financiële ratio s en financieel-economische parameters van de KMO s, die worden beoordeeld op basis van hun mediaanwaarde. Er wordt gebruik gemaakt van de mediaanwaarde in plaats van het gemiddelde omdat op die manier de centrale tendens kan worden weergegeven zonder dat er vertekening wordt veroorzaakt door de extreme waarden van sommige individuele ratio s. Op het einde van het derde deel worden de verschillende ratio s samengevat in een allesomvattende indicator: de FiTo -score. De FiTo-score wordt, zoals eerder aangegeven berekend op basis van acht ratio s die samen uitdrukking geven aan het al dan niet bestaan van financiële consistentie. Vervolgens wordt de verkregen waarde als gevolg van een logittransformatie 2 steeds een getal tussen 0 en 1 - gepositioneerd ten opzichte van de referentiepopulatie waardoor voor het individuele bedrijf bepaald wordt welke de kwalitatieve plaats is die zij ten opzichte van haar collega s inneemt. De individuele bedrijven worden binnen deze studie gebundeld tot sectoren. In deel 5 gaan we de financieel-economische toestand na van de Vlaamse vennootschappen én eenmanszaken aan de hand van de multiscore van Graydon. Deze multiscore geeft een overzicht van de kans op een faillissement en het perspectief op groeipotentieel van de ondernemingen binnen een sector. De multiscore deelt een sector in risicoklassen in. Daarvoor maakt de multiscore gebruik van een multidisciplinaire evaluatie van de gezondheid of ongezondheid van ondernemingen en het mogelijk groeipotentieel er van en wijst deze dan een score toe van 0 tot 100. De volledige score rust op 3 peilers. Ten eerste zijn er de feiten. Dit is een mix van gegevens die Graydon met de grootst mogelijke systematiek in haar databank opneemt (RSZ-dagvaardingen, incassodossiers, ongedekte cheques ). Deze gegevens, in totaal een 80-tal, spelen een essentiële rol in de kredietbeoordeling en worden telkens gewogen naar relevantie, anciënniteit en periodiciteit. Ten tweede verwerkt Graydon de jaarrekeningen van de bedrijven. In samenwerking met de Vlerick Leuven Gent Management School werd eerder vastgesteld welke ratio s vooral bepalend zijn voor succes en faling van ondernemingen. Deze ratio s worden ook gewogen naar relevantie en in de scoring geïntegreerd. Deze informatie kan uiteraard niet aangewend worden bij bedrijven die geen publicatieplicht hebben. Daarom wordt voor niet publicatieplichtige ondernemingen - indien nodig - gebruik gemaakt van ander statistisch materiaal. Concreet betreft het onder andere de sector waarin een onderneming actief is, de leeftijd van een onderneming, Ten derde zijn er de betalingservaringen. Dit zijn gegevens over het betalingsgedrag van ondernemingen verkregen via het eigen informatienetwerk van Graydon. Het betalingsgedrag geeft immers, los van balansen en ander feitenmateriaal, een indicatie van de moraal van de onderneming. De multiscore laat op die manier toe om evaluaties te maken over gehele activiteitssectoren en is daarmee een waardevol instrument binnen het kader van dit rapport. 2 logit x = 1 x (1+eˉ ) 11
12 2. De KMO in cijfers Dit deel voorziet in een uitgebreid pakket aan cijfermateriaal in verband met KMO s, zij het KMO-vennootschappen of eenmanszaken 3. Als eerste analyseren we de evolutie van het totaal aantal KMO s in België en de gewesten voor de periode 2000 tot Ten tweede bekijken we het aandeel van KMO-vennootschappen en eenmanszaken volgens leeftijdscategorie binnen het totaal aantal KMO s volgens gewest in Ten derde gaan we na wat de evolutie is van het aantal KMO s volgens juridische vorm en per gewest, opnieuw van 2000 tot Ten vierde analyseren we het aantal KMO s volgens sector en gewest per regio voor Tot slot geven we een overzicht van de ondernemingen volgens tewerkstellingsklassen. 2.1 Evolutie aantal KMO s in België In Vlaanderen zijn in totaal KMO s (vennootschappen en eenmanszaken tot 50 werknemers) actief in Dat is 59% van het totaal aantal KMO s in België. Tussen 2000 en 2003 blijft het aantal KMO s in Vlaanderen min of meer stabiel op een niveau van ruim Vanaf 2004 tot 2009 kan een continue stijgende trend worden waargenomen van het aantal KMO s in Vlaanderen. In 2009 zijn er 14% meer KMO s in vergelijking met Brussel vertegenwoordigt 12% van het totaal aantal KMO s in België, Wallonië 28%. Het aantal KMO s in Brussel neemt tijdens de periode 2000 tot 2009 toe met 14%. In Wallonië is er een stijging met 7%. Tabel 1: Evolutie aantal KMO s volgens gewest en aandeel KMO s binnen totale bedrijvenpopulatie, Vlaanderen Brussel Wallonië Onbekend Federaal In 2009 is 57% van de KMO-vennootschappen in België gevestigd in Vlaanderen. Ten opzichte van 2000 is er een stijging van de KMO-vennootschappen in Vlaanderen vast te stellen met 37%. In Brussel is er een stijging met 24% ten opzichte van 2000 en in Wallonië stellen we een stijging vast met 33%. Het aandeel van de Brusselse en Waalse KMO-vennootschappen in de totale Belgische populatie bedraagt respectievelijk 16% en 23%. Daarnaast is er een groep van KMO-vennootschappen die niet toe te wijzen zijn aan Vlaanderen, Brussel of Wallonië dit is de groep onbekend - met een aandeel van 4% in de cijfers. Tabel 2: Evolutie aantal KMO-vennootschappen volgens gewest, Vlaanderen Brussel Wallonië Onbekend Totaal Vlaanderen telt ruim eenmanszaken in Dit is een daling met 3,8% ten opzichte van Tussen 2000 en 2004 daalt het aantal eenmanszaken in Vlaanderen trendmatig. In totaal zijn er in 2004 bijna eenmanszaken minder dan in Vanaf 2005 stellen we opnieuw een stijging vast van het aantal eenmanszaken. Zo tellen we een extra eenmanszaken tussen 2004 en Ook in Brussel en Wallonië kunnen we een algemene daling van het aantal eenmanszaken vaststellen over de periode , respectievelijk met 5,4% en 7,4%. Vlaanderen telt 60% van de Belgische eenmanszaken, Brussel 7% en Wallonië 33%. 3 De basis voor de cijfers zijn de ruim 1 miljoen actieve ondernemingsnummers in de databank van Graydon. We bekomen de eigenlijke KMO-cijfers door aftrek van de ondernemingen vanaf 50 werknemers en aftrek van VZW s. 12
13 Uit de cijfers van het aantal KMO-vennootschappen en het aantal eenmanszaken blijkt dat het aandeel van de KMOvennootschappen in elk gewest aan belang wint en dat het aandeel van de eenmanszaken overal daalt. Vanaf 2008 zijn er in Vlaanderen zelfs voor het eerst meer KMO-vennootschappen dan eenmanszaken. Tabel 3: Evolutie aantal eenmanszaken volgens gewest, Vlaanderen Brussel Wallonië Onbekend Totaal KMO s volgens leeftijdscategorie 4 In 2009 is bijna de helft (49%) van de KMO-vennootschappen in België jonger dan 10 jaar. Zowat 49% van de KMOvennootschappen is tussen de 10 en 50 jaar. De overige 2% van de KMO s is ouder dan 50 jaar. Er is geen wezenlijk verschil tussen de drie gewesten. Tabel 4: Aandeel van KMO-vennootschappen volgens leeftijdscategorie en gewest, jaar 5 tot 9 jaar jaar jaar jaar jaar + 50 jaar Totaal Vlaanderen 29% 20% 29% 13% 5% 1% 2% 100% Brussel 30% 19% 28% 13% 5% 2% 3% 100% Wallonië 29% 20% 29% 14% 4% 1% 3% 100% Totaal 29% 20% 29% 14% 5% 2% 2% 100% In 2009 is 48% van de eenmanszaken in België jonger dan 10 jaar. Voor Vlaanderen en Wallonië is dit cijfer respectievelijk 47% en 46%. Brussel heeft een groter aandeel van jonge eenmanszaken met 61%, in vergelijking met de andere gewesten. 36% van het totaal aantal eenmanszaken in België is ouder dan 10 jaar en jonger dan 50 jaar. De cijfers zijn min of meer gelijkaardig voor Vlaanderen en Wallonië. Brussel kent een lager aandeel (27%) van eenmanszaken tussen de 10 en 50 jaar, ten opzichte van het totaal. 17% van de eenmanszaken in België, Vlaanderen en Wallonië is ouder dan 50 jaar. In Brussel ligt dit cijfer met 12% beduidend lager in vergelijking met de rest van het land. Tabel 5: Aandeel van eenmanszaken volgens leeftijdscategorie en gewest, jaar 5 tot 9 jaar jaar jaar jaar jaar + 50 jaar Totaal Vlaanderen 32% 15% 26% 8% 2% 1% 17% 100% Brussel 47% 14% 19% 6% 1% 0% 12% 100% Wallonië 32% 14% 25% 9% 2% 1% 17% 100% Totaal 33% 15% 25% 8% 2% 1% 17% 100% 4 Bedrijven die veranderen van juridisch statuut worden opnieuw aanzien als een nieuw bedrijf en dus ook opnieuw meegeteld in de cijfers. 13
14 2.3 KMO s volgens juridische vorm De belangrijkste juridische vorm voor KMO s in Vlaanderen is nog steeds met voorsprong de eenmanszaak, ook al is het aandeel ervan gezakt binnen het totaal van de KMO-populatie van 57% in 2000 tot 48% in De tweede belangrijkste juridische vorm, de BVBA, neemt daarentegen in belang toe. In 2000 hadden 24% van de KMO s een BVBA als juridische vorm, in 2009 is dit aandeel gestegen tot 29%. Ook de EBVBA kent een stijging van het aandeel over de periode en neemt een aandeel van 4% voor haar rekening. Het aandeel van de NV s zakt lichtjes van 14% tot 11% over de periode Tabel 6: Evolutie KMO s in Vlaanderen volgens juridische vorm, Juridische vorm NV BVBA EVBA Div. Comm. en Coöp. Venn Eenmanszaken VOF Overige Totaal In Brussel heeft de BVBA aan belang gewonnen ten opzichte van 2000 (31%) en neemt anno 2009 de belangrijkste plaats in met een aandeel van 37%. In 2000 was de eenmanszaak nog de belangrijkste juridische vorm met een aandeel van 34%. Dit aandeel zakte echter tot 28% in De EBVBA neemt dan weer in belang toe met een aandeel van 6% in De NV kent een daling van het aandeel van 5% ten opzichte van 2000 en komt uit op 17% in De diverse commanditaire en coöperatieve vennootschappen verliezen licht (-1%) ten opzichte van 2000 en komen uit op een aandeel van 7% in Tabel 7: Evolutie KMO s in Brussel volgens juridische vorm, Juridische vorm NV BVBA EVBA Div. Comm. en Coöp. Venn Eenmanszaken VOF Overige Totaal De eenmanszaak als juridische vorm verliest ook in Wallonië terrein. In 2000 was de eenmanszaak nog goed voor 65% van het totaal, in 2009 is dit gezakt tot 56%. De meeste andere juridische vormen behouden ten opzichte van 2000 eenzelfde aandeel in het totaal. Enkel de BVBA en de EBVBA winnen duidelijk terrein. De BVBA wint 5% ten opzichte van 2000 en haalt een aandeel van 24%, de EBVBA wint 4% ten opzichte van 2000 en haalt een aandeel van 4%. Tabel 8: Evolutie KMO s in Wallonië volgens juridische vorm, Juridische vorm NV BVBA EVBA Div. Comm. en Coöp. Venn Eenmanszaken Totaal
15 Juridische vorm VOF Overige Totaal KMO s volgens sector In 2009 is 17% van de KMO s in Vlaanderen te situeren binnen de sector zakelijke diensten & immobiliën, een stijging met 3% ten opzichte van Op de tweede plaats volgt een grote groep van KMO s waarvan de sector niet gekend is (15%). Op de derde plaats komen de KMO s uit de industrie en de bouwsector met een aandeel van elk 13%. De industrie kent een daling van het aandeel met 3% ten opzichte van 2000, de bouwsector kent een groei van het aandeel met 1%. Daarna volgen de sectoren detailhandel (11%), horeca (6%), groothandel (6%) en overige persoonlijke diensten (5%). Als we de industrie nader in detail bekijken stellen we vast dat bijna de helft (54%) van de industriële KMO s zich in de subgroep agro, bosbouw en visserij bevinden. Op de tweede plaats komt de metaalsector en de sector overige industrie, elk met een aandeel van 9%. De derde plaats is voor de sector van de voeding, drank en levensmiddelen met een aandeel van 8% binnen de groep van de industriële KMO s. Daarna volgen nog de sectoren papier en druk (7%), hout (5%), textiel, kleding en leer (3%), chemie (3%) en ICT & elektronica (2%). Bijlage 1 geeft een detailoverzicht van de evolutie van het aantal KMO s per sector en gewest gedurende de periode 2000 tot Grafiek 1: Aandeel KMO s in Vlaanderen volgens sector, 2009 FINANCIËLE DIENSTEN OVERIGE NIET-INDUSTRIE GEZONDHEIDSZORG HANDELSBEM IDDELING VERVOER & LOGISTIEK AUTOM OBIEL (handel & o nderho ud) COM M UNICATIE & ICT OVERIGE PERSOONLIJKE DIENSTEN GROOTHANDEL HORECA DETAILHANDEL INDUSTRIE BOUWNIJVERHEID ONBEKEND ZAKELIJKE DIENSTEN & IMMOBILIËN In Brussel blijkt dat de groep van KMO s waarvan de sector onbekend is, het grootste aandeel haalt binnen het totaal van de KMO s (26%). Op de tweede plaats komt de sector van de zakelijke diensten en immobiliën met een aandeel van 22%. Daarna volgt de detailhandel (10%), de bouwnijverheid (10%), de horeca (6%) en communicatie & IT (6%). In Brussel blijkt dat de sector papier en druk binnen de groep van de industriële KMO s het grootste aandeel haalt met 21%. Op de tweede plaats staat de sector overige industrie met 19%. De sector voeding, drank en levensmiddelen staat op een derde plaats met een aandeel van 13%. Daarna volgen de sectoren textiel, kleding en leer met 10%, hout (9%), metaal (8%), chemie (7%), ICT & elektronica (7%) en tot slot de sector agro, bosbouw en visserij (5%). 15
16 Grafiek 2: Aandeel KMO s in Brussel volgens sector, 2009 OVERIGE NIET-INDUSTRIE 379 FINANCIËLE DIENSTEN 681 GEZONDHEIDSZORG 683 AUTOM OBIEL (handel & o nderho ud) HANDELSBEM IDDELING VERVOER & LOGISTIEK OVERIGE PERSOONLIJKE DIENSTEN INDUSTRIE GROOTHANDEL COM M UNICATIE & ICT HORECA BOUWNIJVERHEID DETAILHANDEL ZAKELIJKE DIENSTEN & IMMOBILIËN ONBEKEND Net als in Brussel blijkt dat in Wallonië de groep van KMO s waarvan de sector niet gekend is, de grootste groep te zijn (17%). Op de tweede plaats komt de sector industrie met een aandeel van 14%, een daling met 3% ten opzichte van de situatie in Op de derde plaats met eveneens een aandeel van 14%, een stijging van 2% ten opzichte van 2000 staan de zakelijke diensten en immobiliën. De bouwnijverheid heeft een aandeel van 13%, gevolgd door de detailhandel (12%). De detailhandel kent een daling van het aandeel met 2% ten opzichte van Tot slot halen de sectoren horeca een aandeel van 7% en de overige persoonlijke diensten een aandeel van 5%. Grafiek 3: Aandeel KMO s in Wallonië volgens sector, 2009 FINANCIËLE DIENSTEN 750 OVERIGE NIET-INDUSTRIE GEZONDHEIDSZORG VERVOER & LOGISTIEK AUTOM OBIEL (handel & o nderho ud) COM M UNICATIE & ICT GROOTHANDEL HANDELSBEM IDDELING OVERIGE PERSOONLIJKE DIENSTEN HORECA DETAILHANDEL BOUWNIJVERHEID INDUSTRIE ZAKELIJKE DIENSTEN & IMMOBILIËN ONBEKEND Binnen de groep van de industrie stellen we vast dat de subsector agro, bosbouw en visserij het grootste aandeel vertegenwoordigt met 61%. Op de tweede plaats komt de metaalsector met een aandeel van 8%. De derde plaats is voor de sector voeding, drank en levensmiddelen met een aandeel van 7%. De sector overige industrie haalt eveneens een aandeel van 7%. Daarna volgt de houtsector (5%), papier en druk (4%), chemie (3%), textiel, kleding en leer (2%) en tot slot ICT en elektronica (1%). 16
17 2.5 KMO s volgens tewerkstellingsklassen In Vlaanderen hebben zowat KMO s (vennootschappen of eenmanszaken) geen werknemers in dienst of 84% van alle Vlaamse KMO s. 13% van de KMO s hebben 1 tot 9 mensen in dienst, 3% heeft 10 tot 49 mensen in dienst. Het aantal bedrijven dat 5 tot 9 mensen te werk stelt is het sterkst gestegen over de periode (+ 16%). Het aantal bedrijven zonder werknemers stijgt van 2000 tot 2009 met 14%. Tabel 9: Evolutie KMO s in Vlaanderen volgens tewerkstellingsklassen, aantal werknemers geen tot tot tot tot Totaal In Brussel zijn er ruim KMO s zonder werknemers. Dat is 86% van het totaal aantal KMO s in Brussel. 10% van de Brusselse KMO s stelt 1 tot 4 mensen te werk Brusselse KMO s of 5% van het totaal aantal KMO s in Brussel stelt 5 tot 49 mensen te werk. Tabel 10: Evolutie KMO s in Brussel volgens tewerkstellingsklassen, aantal werknemers geen tot tot tot tot Totaal Het aantal KMO s in Wallonië dat geen mensen te werk stelt, loopt in 2009 op tot , of 86% van alle KMO s in Wallonië. 11% van de Waalse KMO s stelt tussen 1 en 9 mensen te werk, 2% stelt tussen 10 en 49 mensen te werk. In Wallonië is de stijging van het aantal bedrijven het grootst bij de KMO s met 5 tot 9 werknemers en met 20 tot 49 werknemers, telkens met 14%. De stijging is het kleinst bij de KMO s zonder personeel (+6%). Tabel 11: Evolutie KMO s in Wallonië volgens tewerkstellingsklassen, aantal werknemers geen tot tot tot tot Totaal
18 3. Financiële ratio s van de Vlaamse ondernemingen Om de financieel-economische toestand van de Vlaamse KMO-ondernemingen in beeld te brengen analyseren we verschillende ratio s gebaseerd op gegevens uit de jaarrekeningen van de ondernemingen. De financiële gegevens slaan enkel op vennootschappen en dus niet op eenmanszaken. We bekijken de productiviteit (bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten), de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, de solvabiliteit, de graad van financiële onafhankelijkheid, de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow en de liquiditeit. Tevens maken we gebruik van de eerder besproken FiTo -meter, die een goede indicator is voor de globale financiële gezondheid van een onderneming of een groep van ondernemingen. We geven voor de verschillende ratio s en de FiTo -meter telkens het cijfer volgens regio en volgens sector. De verkregen ratio s worden telkens weergegeven op basis van hun mediaanwaarden in plaats van gemiddelde waarden om zo de centrale tendens te kunnen weergeven zonder dat er vertekening optreedt, veroorzaakt door mogelijke uitzonderlijke en individuele extreme waarden. 3.1 Productiviteit: bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten De ratio bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten geeft weer in welke mate de bruto toegevoegde waarde de personeelskosten overtreft en is een maatstaf voor de productiviteit van een onderneming. Als de ratio kleiner is dan 100% betekent dit dat de toegevoegde waarde niet toereikend is om de gemaakte personeelskosten te kunnen dekken. Grafiek 4 geeft de evolutie weer van de mediaanwaarde van de bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten van de KMO s in België per regio van 2000 tot In 2009 is de mediaanwaarde van Vlaanderen gelijk aan 171%, wat een daling is voor het tweede jaar op rij. In 2007 haalde de ratio nog een waarde van 181%. Ook Brussel kent voor het tweede jaar op rij een daling van het productiviteitscijfer. Wallonië stabiliseert ten opzichte van het niveau van Brussel blijft het gewest met de laagste productiviteit met een score van 144%, Wallonië haalt een score van 164%. Voor alle regio s is een duidelijk positieve evolutie merkbaar tot In 2000, 2001 en 2003 kan weliswaar een algemene daling vastgesteld worden. In 2008 is in alle gewesten een daling te zien van 4 tot 6 procentpunt. In 2009 blijft Wallonië op hetzelfde niveau waar Vlaanderen en Brussel een duidelijke daling laten optekenen. Grafiek 4: Evolutie bruto toegevoegde waarde / personeelskosten (%) van de KMO s in België per regio, (mediaan) 185% 180% 175% 170% 165% 160% 155% 150% 145% 140% Vlaanderen 175% 174% 170% 169% 174% 175% 177% 181% 176% 171% Brussel 156% 150% 147% 146% 148% 149% 151% 154% 149% 144% Wallonië 166% 166% 164% 162% 167% 167% 167% 170% 164% 164% België 170% 169% 165% 164% 169% 170% 171% 175% 170% 166% Vlaanderen Brussel Wallonië België TTabel 12 geeft de evolutie van de mediaanwaarde weer van de bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeels- 18
19 kosten van de KMO s per sector in Vlaanderen voor Uit de tabel blijkt dat de sector van de financiële diensten de meeste toegevoegde waarde creëert in verhouding tot de personeelskosten in 2009 (276%). Op de tweede plaats staat de gezondheidszorg (257%), op de derde plaats staat de industriële sector agro, bosbouw en visserij (248%). De meest positieve evolutie vinden we in de sector financiële diensten (+85 procentpunt). Andere sectoren die een zeer positieve evolutie kennen zijn de sectoren gezondheidszorg (+34 procentpunt) en de bouwsector (+9 procentpunt). De meest negatieve evoluties stellen we vast bij de industriële sectoren agro, bos en visserij (-29 procentpunt), horeca (-22 procentpunt) en handelsbemiddeling (-19 procentpunt). In 2009 vinden we de laagste niveaus van productiviteit terug in de sectoren overige persoonlijke diensten (144%) en de industriële sectoren textiel, kleding en leer (135%) en vervaardiging ICT en elektronica en (135%). Tabel 12: Evolutie bruto toegevoegde waarde / personeelskosten van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 168% 165% 160% 159% 161% 162% 165% 166% 162% 160% Bouwnijverheid 146% 145% 144% 146% 148% 151% 153% 158% 156% 155% Communicatie & IT 155% 150% 143% 148% 150% 150% 154% 156% 152% 146% Detailhandel 178% 179% 176% 176% 179% 177% 176% 181% 173% 171% Financiële diensten 191% 272% 263% 276% 277% 270% 257% 265% 266% 276% Gezondheidszorg 222% 236% 247% 256% 258% 242% 283% 271% 295% 257% Groothandel 176% 175% 169% 169% 172% 176% 177% 181% 176% 169% Handelsbemiddeling 185% 188% 181% 174% 181% 180% 181% 182% 174% 167% Horeca 166% 161% 158% 153% 152% 152% 150% 152% 149% 144% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 276% 268% 261% 256% 244% 251% 254% 248% 255% 248% Industrie: chemie 161% 159% 158% 162% 160% 161% 165% 167% 166% 164% Industrie: vervaardiging hout(producten) 146% 147% 145% 147% 148% 153% 153% 158% 152% 151% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 144% 144% 140% 137% 143% 145% 145% 146% 143% 135% Industrie: vervaardiging metaal(producten) 151% 146% 146% 148% 148% 152% 153% 161% 158% 148% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 171% 166% 162% 165% 167% 166% 169% 172% 166% 157% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 153% 149% 147% 143% 141% 141% 145% 146% 141% 135% Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 166% 167% 168% 165% 168% 164% 164% 170% 163% 166% Overige Industrie 163% 158% 158% 159% 162% 166% 168% 174% 168% 159% Overige pers. diensten 153% 150% 154% 155% 152% 152% 148% 151% 145% 144% Vervoer & logistiek 163% 166% 160% 159% 160% 157% 160% 164% 159% 156% Zakelijke diensten & immobiliën 192% 188% 182% 186% 190% 192% 193% 195% 189% 181% 3.2 Nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen De nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen geeft weer hoeveel rendement een onderneming genereert in verhouding tot het ingezette eigen vermogen. Het is een graadmeter die het rendement van de geïnvesteerde middelen meet. Hoe hoger de nettorendabiliteit, hoe meer de geïnvesteerde middelen opbrengen. De nettorendabiliteit van een bedrijf wordt best vergeleken met andere bedrijven in eenzelfde sector aangezien deze sterk kunnen verschillen omwille van de aard van de sector. In Vlaanderen kent de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen een daling van 6,9% in 2000 tot 5,8% in Na 2002 is er een continue stijging van de nettorendabiliteit tot 10% in In 2008 daalt de nettorendabiliteit dan met 1,2 procentpunt, om in 2009 verder te dalen tot 7,7%. Een gelijkaardige evolutie zien we in de andere regio s. Wallonië kan het verlies ten opzichte van 2008 wel het meest beperken met een daling van 0,4 procentpunt. Opvallend is dat Brussel te kampen heeft met een structureel lagere nettorendabiliteit in vergelijking met Vlaanderen en Wallonië. 19
20 Grafiek 5: Evolutie nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen van KMO s in België per regio, (mediaan) 11% 10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% Vlaanderen 6,9% 6,3% 5,8% 7,0% 8,0% 8,3% 9,0% 10,0% 8,8% 7,7% Brussel 5,4% 4,7% 3,7% 4,7% 5,5% 6,2% 7,0% 8,0% 6,7% 6,0% Wallonië 6,3% 5,6% 5,3% 6,8% 7,7% 8,0% 8,8% 9,9% 8,7% 8,3% België 6,6% 5,9% 5,4% 6,6% 7,6% 8,0% 8,7% 9,7% 8,5% 7,6% Vlaanderen Brussel Wallonië België De hoogste rendabiliteitcijfers vinden we in de sectoren gezondheidszorg (12,7%), communicatie & IT (11,6%) en de bouwsector (8,9%). De sectoren die de grootste stijging kennen van de nettorendabiliteit sinds 2000 zijn de gezondheidszorg (+2,7 procentpunt) en de voedingsindustrie (+2,1 procentpunt). De laagste rendabiliteitcijfers vinden we terug bij de horeca (3,8%), de papierindustrie (3,1%) en de textielindustrie (2,6%). De papierindustrie is de sector die de meest negatieve rendabiliteitsevolutie kent over de periode De sector vervoer en logistiek kent een daling van de rendabiliteitsevolutie met 2,5 procentpunt, de textielsector met 2,4 procentpunt en de sectoren ICT & elektronica en metaal elk met 2,3 procentpunt. Tabel 13: Evolutie Nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 7,1% 6,0% 5,5% 6,1% 7,0% 7,2% 7,8% 8,8% 7,0% 6,9% Bouwnijverheid 8,2% 6,9% 6,2% 7,9% 8,8% 9,6% 10,4% 11,6% 10,4% 8,9% Communicatie & IT 12,5% 12,2% 9,3% 9,8% 11,4% 11,5% 12,5% 14,0% 14,3% 11,6% Detailhandel 7,2% 7,3% 6,9% 7,8% 8,7% 8,0% 8,4% 9,6% 7,9% 7,9% Financiële diensten 4,8% 8,1% 7,5% 7,2% 9,2% 10,0% 9,9% 9,6% 13,4% 3,9% Gezondheidszorg 10,0% 10,2% 10,7% 10,4% 15,3% 13,5% 14,2% 14,1% 15,0% 12,7% Groothandel 7,0% 6,6% 5,9% 6,7% 7,3% 7,6% 8,3% 9,1% 7,8% 6,4% Handelsbemiddeling 8,8% 8,5% 7,1% 7,2% 8,9% 8,8% 10,2% 11,0% 9,4% 7,9% Horeca 5,8% 4,1% 5,0% 3,6% 3,9% 5,0% 5,4% 6,3% 4,5% 3,8% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 4,7% 4,5% 3,1% 5,0% 4,6% 5,4% 6,7% 6,3% 4,5% 4,4% Industrie: chemie 5,8% 5,2% 4,3% 5,9% 6,6% 6,9% 7,9% 9,1% 7,4% 5,7% Industrie: vervaardiging hout(producten) 5,8% 4,4% 3,3% 4,6% 6,7% 6,3% 7,9% 9,9% 7,9% 6,5% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 7,6% 7,0% 5,3% 4,4% 7,4% 9,3% 9,4% 9,8% 8,1% 5,2% Industrie: vervaardiging metaal(producten) 8,9% 7,8% 5,9% 7,1% 8,6% 9,5% 10,2% 13,0% 11,0% 6,7% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 7,3% 5,0% 3,9% 5,5% 7,3% 5,8% 7,2% 7,8% 6,1% 3,1% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 5,0% 3,9% 3,4% 2,8% 2,9% 3,3% 4,1% 4,8% 3,5% 2,6% Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 5,3% 6,1% 7,0% 6,7% 7,7% 7,9% 7,5% 8,0% 5,7% 7,3% Overige Industrie 7,8% 6,4% 5,6% 6,8% 8,3% 8,7% 9,3% 10,5% 9,1% 6,2% Overige pers. diensten 5,6% 4,7% 6,1% 6,3% 7,0% 6,9% 6,6% 7,8% 6,3% 7,1% Vervoer & logistiek 7,6% 7,9% 6,8% 8,2% 8,9% 7,9% 9,4% 10,8% 8,2% 5,1% Zakelijke diensten & immobiliën 7,8% 7,0% 6,1% 7,1% 8,4% 9,1% 9,4% 10,3% 9,5% 8,2% 3.3 Solvabiliteit De solvabiliteit geeft het vermogen van een onderneming weer om zowel kortlopende als langlopende schulden af te lossen 20
21 via het eigen vermogen. Het is met andere woorden de omvang van de buffer (eigen vermogen) in het totaal van de passiva. Hoe groter de buffer hoe meer een onderneming solvabel is en zal kunnen voldoen aan het aflossen van zowel kort- als langlopende schulden. De solvabiliteitsgraad kan het best vergeleken worden tussen bedrijven in eenzelfde sector gezien tussen verschillende sectoren grote verschillen kunnen optreden. Wat geldt als een goed solvabiliteitscijfer in een sector kan voor een andere sector gelden als een slecht solvabiliteitscijfer en omgekeerd. De algemene solvabiliteitscijfers kennen voor de verschillende gewesten een dalende tendens van 2000 tot In Vlaanderen stabiliseert het cijfer in 2008 en 2009 tot ongeveer 66. In Brussel en Wallonië is de neerwaartse trend gestopt in Brussel komt in 2009 uit op een solvabiliteitsniveau van 71,2. Wallonië komt in 2009 op een niveau van 70,4. Opvallend zijn de systematisch lagere solvabiliteitscijfers van Vlaamse KMO s ten opzichte van hun Waalse en Brusselse collega s. Grafiek 6: Evolutie solvabiliteit van KMO s in België per regio, (mediaan) Vlaanderen 70,8 70,2 70,0 69,2 68,7 67,9 67,2 66,2 66,1 65,9 Brussel 73,5 73,2 73,3 73,1 72,9 72,2 71,7 70,6 71,0 71,2 Wallonië 73,8 73,4 73,5 72,8 72,2 71,6 71,3 70,2 70,5 70,4 België 71,9 71,5 71,4 70,6 70,2 69,4 68,8 67,7 67,8 67,6 Vlaanderen Brussel Wallonië België Tabel 14 geeft de verschillende solvabiliteitsniveaus weer van de KMO s volgens sector in Vlaanderen tijdens de periode 2000 tot De hoogste solvabiliteitsniveaus vinden we terug in de sectoren horeca (86,2), overige persoonlijke diensten (81,3) en financiële diensten (80,9). De laagste niveaus zien we in de sectoren textiel, kleding en leer (63,6), metaal (61,3) en communicatie & IT (61,3). De meeste sectoren kennen een dalend verloop van het solvabiliteitsniveau. De sectoren met de grootste daling van het solvabiliteitscijfer over de periode zijn de sectoren ICT & elektronica (-10,5), de groothandel (-7,3) en communicatie & IT (-5,4). De enige sectoren met een positieve evolutie van het solvabiliteitscijfer zijn de sectoren financiële diensten (+5,8), overige persoonlijke diensten (+5,3) en de horeca (+4,3). Tabel 14: Evolutie solvabiliteitscijfer van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 76,3 76,2 76,2 76,0 75,4 74,8 74,1 73,1 73,3 72,6 Bouwnijverheid 68,7 68,7 68,7 67,8 67,3 66,9 67,3 66,7 67,1 67,0 Communicatie & IT 66,7 65,8 66,3 65,8 65,8 65,1 63,4 61,9 61,2 61,3 Detailhandel 76,1 75,7 75,5 75,5 74,9 74,7 74,5 73,5 74,3 74,3 Financiële diensten 75,0 79,6 78,4 79,8 79,3 84,2 81,4 84,1 79,7 80,9 Gezondheidszorg 75,8 74,1 73,6 74,0 71,9 70,9 70,4 71,2 69,2 70,7 Groothandel 77,7 77,0 76,5 75,4 74,7 74,4 73,2 71,5 70,9 70,4 Handelsbemiddeling 73,8 74,0 73,6 72,8 71,6 70,8 71,0 70,6 70,7 70,8 Horeca 81,8 82,0 81,3 82,2 82,6 82,8 83,5 83,5 84,4 86,2 21
22 Sector Industrie: Agro, bosbouw en visserij 81,0 79,6 80,3 78,9 79,0 78,3 77,0 77,2 78,0 77,8 Industrie: chemie 68,2 67,2 67,2 66,7 67,0 66,3 65,5 65,7 66,0 65,8 Industrie: vervaardiging hout(producten) 70,9 70,7 70,3 69,7 68,8 67,7 68,1 66,6 67,0 67,0 Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 71,8 69,5 69,1 69,0 68,0 67,5 65,3 63,7 63,1 61,3 Industrie: vervaardiging metaal(producten) 67,3 67,8 67,6 66,1 65,7 65,1 65,7 65,4 64,5 63,6 Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 73,0 73,2 72,7 71,7 70,7 70,2 69,7 68,9 69,2 69,8 Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 66,7 66,3 64,6 64,0 64,3 64,6 63,1 61,6 63,0 63,6 Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 75,1 75,7 74,3 74,0 73,6 72,2 72,5 72,6 72,7 72,8 Overige Industrie 69,3 68,6 68,6 67,7 68,1 67,8 67,0 65,5 65,3 65,6 Overige pers. diensten 76,0 77,5 77,0 76,7 76,8 77,0 77,5 77,4 79,1 81,3 Vervoer & logistiek 76,5 76,4 75,5 74,7 74,0 73,6 73,0 71,7 72,3 72,3 Zakelijke diensten & immobiliën 68,8 68,2 68,6 68,2 67,7 66,6 65,9 64,7 64,7 64,8 3.4 Graad van financiële onafhankelijkheid De algemene graad van financiële onafhankelijkheid geeft een aanduiding van de mate waarin een onderneming zich meer met eigen vermogen - en dus minder met vreemd vermogen - financiert. Een hoge graad van financiële onafhankelijkheid wijst op een lage schuldgraad en omgekeerd. Hoe lager de financiële onafhankelijkheid, hoe meer schulden, hoe meer vaste betalingsverplichtingen omwille van schuldaflossingen, hoe meer interesten betaald moeten worden en dus hoe groter het financiële risico dat deze verplichtingen niet kunnen nagekomen worden. De KMO s in Vlaanderen kennen een stijgende graad van financiële onafhankelijkheid gedurende de periode 2000 tot De graad van financiële onafhankelijkheid stijgt er van 29,8% tot 34,6%. In 2008 en 2009 blijkt wel dat de groei van het cijfer van de voorgaande jaren grotendeels gestopt is. Ook Brussel kent een stijgende graad van financiële onafhankelijkheid tot In 2008 en 2009 zien we de graad van financiële onafhankelijkheid in Brussel dalen tot 29,7%. In Wallonië zien we dat het cijfer stijgt tot 2007, in 2008 kent het cijfer dan een lichte daling om in 2009 op min of meer hetzelfde niveau te blijven (30%). Opvallend is dat de Vlaamse KMO s structureel over een hoger niveau van financiële onafhankelijkheid beschikken in vergelijking met de Waalse of Brusselse KMO s. Grafiek 7: Evolutie graad financiële onafhankelijkheid (%) van de KMO s in België per regio, (mediaan) 35% 34% 33% 32% 31% 30% 29% 28% 27% 26% 25% Vlaanderen 29,8% 30,2% 30,4% 31,2% 31,8% 32,5% 33,2% 34,2% 34,3% 34,6% Brussel 27,5% 27,6% 27,6% 27,9% 28,0% 28,6% 29,1% 30,2% 29,8% 29,7% Wallonië 26,6% 26,9% 26,9% 27,6% 28,1% 28,8% 29,1% 30,2% 29,9% 30,0% België 28,6% 29,1% 29,1% 29,9% 30,3% 31,1% 31,7% 32,8% 32,7% 32,9% Vlaanderen Brussel Wallonië België Tabel 15 geeft de evolutie van de financiële graad van onafhankelijkheid weer van de KMO s volgens sector in Vlaanderen. De hoogste graad van financiële onafhankelijkheid vinden we bij de sectoren communicatie & IT (39%), ICT en elektronica (38,8%) en metaal (36,6%). De sectoren met een lage graad van financiële onafhankelijkheid zijn de sectoren overige persoonlijke diensten (19,2%), financiële diensten (19%) en de horeca (14,1%). Over de periode 2000 tot 2009 kennen de sectoren ICT en elektronica (+10,6 procentpunt), de groothandel (+7,3 procentpunt) en 22
23 de sector communicatie & IT (+5,2 procentpunt) de grootste stijging van de financiële onafhankelijkheid. De grootste dalingen stellen we vast bij de sectoren financiële diensten (-5,8 procentpunt), de overige persoonlijke diensten (-5,3 procentpunt) en de horeca (-4,4 procentpunt). Tabel 15: Evolutie financiële graad van onafhankelijkheid (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 24,0% 24,1% 24,2% 24,2% 24,9% 25,5% 26,2% 27,2% 27,0% 27,7% Bouwnijverheid 31,6% 31,5% 31,5% 32,4% 33,0% 33,3% 32,9% 33,5% 33,1% 33,2% Communicatie & IT 33,8% 34,6% 34,1% 34,5% 34,8% 35,5% 36,8% 38,5% 39,2% 39,0% Detailhandel 24,3% 24,7% 24,9% 24,8% 25,5% 25,6% 25,8% 26,8% 26,1% 26,0% Financiële diensten 24,8% 20,4% 20,5% 20,2% 20,5% 15,8% 18,6% 15,9% 19,7% 19,0% Gezondheidszorg 23,8% 26,0% 25,8% 25,2% 27,8% 28,6% 29,2% 28,5% 30,7% 28,9% Groothandel 22,6% 23,2% 23,8% 24,8% 25,6% 25,9% 27,0% 28,8% 29,4% 30,0% Handelsbemiddeling 26,7% 26,5% 26,8% 27,7% 28,8% 29,6% 29,6% 29,8% 29,7% 29,5% Horeca 18,6% 18,5% 19,1% 18,3% 17,9% 17,5% 17,0% 16,8% 15,9% 14,1% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 19,1% 20,6% 19,9% 21,2% 21,1% 21,8% 23,0% 22,8% 22,2% 22,1% Industrie: chemie 31,9% 32,9% 33,0% 33,5% 33,4% 33,7% 34,5% 34,4% 34,0% 34,3% Industrie: vervaardiging hout(producten) 29,3% 29,3% 29,8% 30,8% 31,2% 32,2% 31,9% 33,3% 33,1% 33,0% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 28,2% 30,5% 31,0% 31,0% 32,4% 32,7% 34,8% 36,4% 37,3% 38,8% Industrie: vervaardiging metaal(producten) 32,8% 32,3% 32,4% 34,0% 34,4% 35,0% 34,3% 34,6% 35,6% 36,6% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 27,2% 26,9% 27,5% 28,6% 29,4% 29,9% 30,4% 31,1% 30,9% 30,1% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 33,3% 33,7% 35,4% 36,0% 36,0% 35,4% 36,9% 38,4% 37,0% 36,4% Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 25,0% 24,7% 25,7% 26,2% 26,6% 28,0% 27,9% 27,6% 27,3% 27,3% Overige Industrie 30,7% 31,2% 31,3% 32,3% 31,9% 32,1% 32,8% 34,5% 34,5% 34,4% Overige pers. diensten 24,6% 22,7% 23,3% 23,6% 23,5% 23,2% 22,8% 22,9% 21,3% 19,2% Vervoer & logistiek 23,8% 23,9% 24,8% 25,7% 26,2% 26,7% 27,3% 28,5% 27,9% 28,0% Zakelijke diensten & immobiliën 31,7% 32,2% 31,8% 32,2% 32,6% 33,7% 34,5% 35,7% 35,7% 35,6% 3.5 Dekking vreemd vermogen door cashflow De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow geeft weer in welke mate de cashflow van een bepaald jaar het totaal van het vreemd vermogen dekt. De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow meet op die manier de schuldaflossingcapaciteit van een onderneming. Het vreemd vermogen van een gemiddelde Vlaamse KMO wordt voor 14,4% gedekt door de cashflow in Het is het tweede jaar op rij dat het cijfer voor Vlaanderen - net als in de andere regio s - een daling laat optekenen. In 2007 stond het cijfer op het hoogste niveau tijdens de periode In Brussel ligt de dekkingsgraad van de KMO s met 8,9% beduidend lager in vergelijking met Vlaanderen (14,4%) en Wallonië (14,2%). Vlaanderen heeft structureel altijd een iets hogere dekkingsgraad gehad in vergelijking met Wallonië. In 2009 wordt het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië echter verwaarloosbaar. 23
24 Grafiek 8: Evolutie dekking vreemd vermogen door de cashflow (%) van KMO s in België per regio, (mediaan) 17% 16% 15% 14% 13% 12% 11% 10% 9% 8% 7% Vlaanderen 12,9% 12,7% 12,2% 12,9% 13,7% 14,3% 14,9% 16,2% 15,3% 14,4% Brussel 9,4% 8,5% 8,0% 8,2% 8,8% 9,1% 9,8% 10,7% 10,0% 8,9% Wallonië 12,6% 12,1% 11,8% 12,4% 13,2% 13,5% 14,0% 15,4% 14,4% 14,2% België 12,4% 12,0% 11,5% 12,1% 12,9% 13,4% 14,0% 15,3% 14,4% 13,6% Vlaanderen Brussel Wallonië België De dekkingsgraad van het vreemd vermogen door de cashflow is het hoogst in de sectoren gezondheidszorg (19,3%), communicatie & IT (18,7%) en vervoer en logistiek (18,3%). De laagste dekkingsgraad van het vreemd vermogen vinden we bij de automobielsector (9,5%), de sector handelsbemiddeling (8,8%) en de textielsector (7,5%). Gedurende de periode 2000 tot 2008 nam de dekkingsgraad van het vreemd vermogen door de cashflow gemiddeld toe bij de verschillende sectoren. In 2009 blijkt echter dat zowat de helft van de sectoren opnieuw onder het niveau van 2000 zakt. Vooral de textielsector (-4,7 procentpunt), de papier en druknijverheid (-4,6 procentpunt), de horeca (-3,1 procentpunt) en de overige persoonlijke diensten (-2,1 procentpunt) kennen een sterk negatieve evolutie. De sectoren die de meest positieve evolutie ten opzichte van 2000 laten optekenen zijn de sectoren communicatie en IT (+1,4 procentpunt), de bouw (+1,7 procentpunt) en de groothandel (+2,4 procentpunt). Tabel 16: Evolutie dekkingsgraad vreemd vermogen door cashflow (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 9,0% 8,2% 7,8% 8,0% 8,8% 9,0% 9,7% 10,3% 9,1% 9,5% Bouwnijverheid 15,8% 15,0% 14,6% 15,6% 16,5% 17,1% 17,5% 19,3% 18,4% 17,5% Communicatie & IT 17,3% 16,7% 14,3% 15,1% 16,2% 17,0% 19,0% 21,0% 21,4% 18,7% Detailhandel 10,6% 10,5% 10,4% 10,5% 11,2% 10,9% 11,2% 12,3% 11,2% 11,0% Financiële diensten 11,8% 10,9% 12,4% 11,2% 14,3% 13,1% 11,8% 12,3% 14,6% 10,7% Gezondheidszorg 17,0% 17,8% 15,1% 15,0% 17,1% 18,7% 18,8% 19,8% 19,6% 19,3% Groothandel 8,0% 7,9% 7,6% 8,0% 8,6% 8,6% 9,3% 10,3% 9,6% 8,8% Handelsbemiddeling 10,5% 10,5% 10,0% 10,2% 11,0% 11,6% 11,7% 13,1% 11,7% 10,5% Horeca 13,7% 12,6% 12,9% 11,6% 12,0% 12,2% 12,2% 12,9% 11,5% 10,6% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 11,9% 12,3% 10,8% 11,9% 11,7% 12,5% 13,2% 13,8% 12,0% 11,7% Industrie: chemie 13,0% 12,2% 12,1% 12,4% 13,4% 13,7% 13,6% 14,5% 13,7% 13,1% Industrie: vervaardiging hout(producten) 12,7% 12,3% 10,3% 11,1% 12,7% 13,5% 13,6% 16,1% 15,4% 14,0% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 11,8% 11,3% 10,1% 9,4% 11,6% 13,3% 13,2% 15,9% 13,3% 11,1% Industrie: vervaardiging metaal(producten) 16,3% 15,9% 14,7% 14,8% 15,9% 17,0% 17,0% 19,5% 18,3% 16,2% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 17,7% 16,1% 14,7% 15,7% 16,4% 16,3% 17,0% 17,9% 15,9% 13,1% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 12,2% 10,5% 11,2% 9,4% 9,4% 9,7% 10,1% 11,7% 9,2% 7,5% Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 15,3% 15,0% 15,9% 15,5% 16,8% 16,7% 16,3% 16,9% 14,9% 16,1% Overige Industrie 13,2% 13,1% 12,0% 12,7% 13,0% 14,3% 14,4% 15,5% 15,1% 12,6% Overige pers. diensten 15,4% 14,3% 15,1% 14,5% 15,4% 15,0% 14,6% 15,3% 13,5% 13,3% Vervoer & logistiek 20,1% 20,3% 20,2% 20,2% 20,2% 19,2% 20,5% 22,7% 20,7% 18,3% Zakelijke diensten & immobiliën 13,1% 12,6% 11,6% 12,1% 13,0% 13,8% 14,3% 15,6% 14,9% 13,4% 24
25 3.6 Liquiditeit De liquiditeit van een onderneming geeft weer in welke mate een onderneming in staat is om haar schulden op korte termijn te betalen. Een cijfer groter dan 1 betekent dat de onderneming liquide is, een cijfer kleiner dan 1 betekent dat de onderneming niet liquide is en dus problemen kan ervaren indien de schulden afgelost moeten worden op korte termijn. Grafiek 9 geeft de mediaanwaarde weer van de liquiditeitsevolutie in België. Uit de grafiek blijkt dat Vlaamse KMO s over een betere liquiditeitspositie beschikken in vergelijking met hun Waalse of Brusselse collega s. In Vlaanderen is een toename van de liquiditeitspositie van KMO s te zien tussen 2000 en 2009 van 1,20 tot 1,33. In Wallonië verbetert de liquiditeitspositie van de KMO s van 1,19 tot een niveau van 1,25 in Brussel kent een stijging van het liquiditeitsniveau van 1,16 tot 1,21. Wallonië en vooral Brussel kennen een structureel lagere liquiditeitspositie in vergelijking met Vlaanderen. Grafiek 9: Evolutie liquiditeit van KMO s in België per regio, (mediaan) 1,35 1,30 1,25 1,20 1,15 1, Vlaanderen 1,20 1,21 1,21 1,23 1,25 1,27 1,29 1,32 1,32 1,33 Brussel 1,16 1,15 1,15 1,16 1,16 1,17 1,19 1,21 1,21 1,21 Wallonië 1,19 1,20 1,19 1,20 1,21 1,22 1,23 1,26 1,25 1,25 België 1,19 1,20 1,20 1,21 1,22 1,24 1,26 1,29 1,29 1,29 Vlaanderen Brussel Wallonië België De hoogste liquiditeitscijfers vinden we terug bij de sectoren ICT & elektronica (1,57), communicatie & IT (1,53) en de metaalsector (1,48). De laagste liquiditeitscijfers vinden we in de sectoren financiële diensten (0,94), overige persoonlijke diensten (0,89) en de horeca (0,67). De sector van de overige persoonlijke diensten kent de meest negatieve evolutie met een daling van 0,14 ten opzichte van Ook de horeca en de financiële diensten dalen elk met 0,06 ten opzichte van Tot slot kent ook de agro, bosbouw en visserij een daling van het liquiditeitscijfer ten opzichte van 2000 met -0,03. Sectoren die een sterk positieve evolutie kennen van het liquiditeitscijfer zijn de sectoren ICT & elektronica (+0,25), communicatie & IT (+0,20) en de gezondheidszorg (+0,18). Tabel 17: Evolutie liquiditeit van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 1,25 1,24 1,24 1,25 1,26 1,27 1,29 1,31 1,30 1,32 Bouwnijverheid 1,34 1,34 1,34 1,37 1,39 1,41 1,41 1,43 1,43 1,42 Communicatie & IT 1,33 1,36 1,34 1,37 1,37 1,40 1,45 1,51 1,54 1,53 Detailhandel 1,27 1,28 1,27 1,27 1,28 1,29 1,30 1,33 1,31 1,31 Financiële diensten 1,00 1,01 1,01 0,98 0,92 0,93 1,03 1,00 0,99 0,94 Gezondheidszorg 1,08 1,13 1,11 1,15 1,16 1,23 1,22 1,28 1,28 1,26 Groothandel 1,22 1,22 1,23 1,26 1,28 1,28 1,31 1,34 1,36 1,38 Handelsbemiddeling 1,18 1,16 1,18 1,19 1,22 1,25 1,27 1,27 1,26 1,25 Horeca 0,73 0,73 0,74 0,72 0,72 0,72 0,72 0,72 0,70 0,67 25
26 Sector Industrie: Agro, bosbouw en visserij 1,06 1,07 1,06 1,05 1,03 1,03 1,06 1,05 1,03 1,03 Industrie: chemie 1,34 1,35 1,35 1,37 1,40 1,42 1,44 1,47 1,46 1,46 Industrie: vervaardiging hout(producten) 1,31 1,34 1,35 1,37 1,39 1,39 1,38 1,42 1,40 1,43 Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 1,32 1,34 1,36 1,37 1,40 1,45 1,46 1,55 1,56 1,57 Industrie: vervaardiging metaal(producten) 1,34 1,34 1,35 1,38 1,39 1,43 1,42 1,43 1,46 1,48 Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 1,24 1,23 1,23 1,23 1,25 1,30 1,28 1,31 1,32 1,30 Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 1,37 1,40 1,42 1,43 1,44 1,43 1,44 1,45 1,46 1,43 Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 1,08 1,08 1,11 1,11 1,12 1,12 1,10 1,10 1,10 1,10 Overige Industrie 1,31 1,31 1,34 1,35 1,36 1,38 1,39 1,44 1,41 1,43 Overige pers. diensten 1,03 1,01 1,00 1,01 0,98 0,97 0,96 0,96 0,92 0,89 Vervoer & logistiek 1,10 1,09 1,11 1,13 1,13 1,13 1,17 1,21 1,18 1,17 Zakelijke diensten & immobiliën 1,14 1,14 1,14 1,16 1,18 1,21 1,24 1,27 1,27 1, FiTo -meter van de Vlaamse KMO De FiTo -meter is een eenvoudige tool die 8 ratio s herleidt tot 1 cijfer. Deze 8 ratio s zijn: de bruto toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten, de nettorendabiliteit van de bedrijfsactiva voor belastingen, de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, de graad van zelffinanciering, de graad van financiële onafhankelijkheid, de korte termijn financiële schuldgraad, de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow en tot slot de nettokasratio. De FiTo -meter is de samenvatting van de verschillende ratio s. Zij wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van de logit-getransformeerde ratio s 5. De mediaanwaarde van de FiTo -meter voor België is in ,567. Daarna daalt de FiTo -meter in 2002 tot 0,565. Vanaf 2003 is er een continue stijging van de FiTo -meter voor België tot een mediaanwaarde van 0,576 in In 2008 en 2009 zijn er kleine opeenvolgende dalingen van de FiTo -meter tot een waarde van 0,574. Dezelfde evolutie waarbij er een daling is van de FiTo -score tot 2002 en daarna een toename tot 2007 gevolgd door een beperkte daling in 2008 en geldt ook voor Brussel. Wallonië volgt hetzelfde parcours maar stabiliseert in In 2002 haalt Vlaanderen de laagste mediaanwaarde van de FiTo -meter met 0,568. Voor Brussel en Wallonië is deze waarde 0,555 en 0,565. In 2009 haalt de FiTo -meter in Vlaanderen een mediaanwaarde van 0,577. Brussel en Wallonië halen respectievelijk een mediaanwaarde van 0,561 en 0,573 in Grafiek 10: Evolutie mediaanwaarde FiTo -meter van KMO s in België per regio, ,580 0,575 0,570 0,565 0,560 0,555 0, Vlaanderen 0,569 0,569 0,568 0,570 0,573 0,574 0,576 0,579 0,578 0,577 Brussel 0,558 0,557 0,555 0,556 0,558 0,560 0,562 0,564 0,563 0,561 Wallonië 0,565 0,566 0,565 0,566 0,568 0,570 0,572 0,575 0,573 0,573 België 0,567 0,567 0,565 0,568 0,570 0,571 0,573 0,576 0,575 0,574 Vlaanderen Brussel Wallonië België 5 De logittransformatie wordt toegepast om vergelijkbare waarden tussen 0 en 1 te bekomen. De formule van de logittransformatie is: logit x = 1 x (1+eˉ ) 26
27 De sector gezondheidszorg is de sector die de beste FiTo -score (0,585) haalt in In 2000 stond deze sector op een tweede plaats (0,573), na de zakelijke diensten & immobiliën (0,574). De top drie van 2000 bestaat uit dezelfde sectoren als de top drie van De sector communicatie & IT stijgt van de derde plaats in 2000 (0,571) naar de tweede plaats in 2009 (0,580). De sector zakelijke diensten & immobiliën daalt twee plaatsen en haalt in 2009 de derde plaats met een FiTo -score van 0,580. De laagste FiTo -score is voor de horeca (0,545). De sector stond op de laatste plaats in 2000 en blijft ook de rode lantaarn in De sector van de overige persoonlijke diensten en de textielsector staan respectievelijk op de derdelaatste en de voorlaatste plaats met een FiTo -score van 0,556 en 0,553. De sectoren die de grootste sprong vooruit maken ten opzichte van 2000 zijn de financiële diensten (+0,013), de gezondheidszorg (+0,012) en communicatie & IT (+0,009). Sectoren die een lagere FiTo -score realiseren in 2009 ten opzichte van 2000 zijn de textielsector (-0,009), de horeca (-0,007), overige persoonlijke diensten (-0,005), papier en druk (-0,004) en agro, bosbouw en visserij (-0,002). Door de beperkte vooruitgang of zelfs achteruitgang van de FiTo -score die bepaalde sectoren realiseerden, dalen deze sectoren ook op de algemene ranglijst. De papier- en druknijverheid verliest niet minder dan 11 plaatsen en komt zo op de 16e plaats. De textielsector en de agro, bosbouw en visserijsector verliezen elk 6 plaatsen en stranden respectievelijk op de 19e en de 20e plaats. Tabel 18: Evolutie mediaanwaarde FiTo -meter van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) 0,558 0,557 0,555 0,556 0,557 0,559 0,561 0,563 0,560 0,560 Bouwnijverheid 0,567 0,566 0,566 0,569 0,570 0,573 0,574 0,578 0,576 0,574 Communicatie & IT 0,571 0,572 0,567 0,568 0,571 0,574 0,578 0,583 0,584 0,580 Detailhandel 0,564 0,564 0,564 0,564 0,566 0,566 0,567 0,570 0,566 0,566 Financiële diensten 0,556 0,564 0,566 0,565 0,567 0,570 0,568 0,571 0,581 0,569 Gezondheidszorg 0,573 0,576 0,570 0,575 0,581 0,582 0,582 0,587 0,590 0,585 Groothandel 0,558 0,559 0,557 0,558 0,559 0,561 0,563 0,566 0,565 0,562 Handelsbemiddeling 0,565 0,565 0,563 0,564 0,566 0,569 0,569 0,572 0,569 0,567 Horeca 0,552 0,551 0,551 0,548 0,548 0,550 0,550 0,552 0,549 0,545 Industrie: Agro, bosbouw en visserij 0,567 0,570 0,567 0,568 0,567 0,569 0,572 0,571 0,564 0,565 Industrie: chemie 0,563 0,564 0,561 0,565 0,565 0,567 0,568 0,569 0,567 0,566 Industrie: vervaardiging hout(producten) 0,560 0,559 0,556 0,559 0,562 0,564 0,566 0,571 0,568 0,566 Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 0,560 0,561 0,557 0,554 0,559 0,564 0,568 0,572 0,568 0,565 Industrie: vervaardiging metaal(producten) 0,570 0,569 0,565 0,567 0,570 0,571 0,573 0,579 0,578 0,572 Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 0,568 0,566 0,563 0,567 0,569 0,569 0,570 0,571 0,570 0,564 Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 0,562 0,559 0,560 0,556 0,556 0,558 0,558 0,563 0,559 0,553 Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 0,564 0,564 0,567 0,567 0,569 0,570 0,568 0,571 0,566 0,569 Overige Industrie 0,565 0,563 0,561 0,563 0,565 0,568 0,569 0,573 0,571 0,567 Overige pers. diensten 0,561 0,558 0,563 0,561 0,563 0,562 0,561 0,563 0,558 0,556 Vervoer & logistiek 0,567 0,568 0,568 0,569 0,570 0,568 0,572 0,576 0,572 0,568 Zakelijke diensten & immobiliën 0,574 0,573 0,571 0,573 0,576 0,578 0,580 0,582 0,583 0,580 27
28 4. Andere financieel-economische gegevens van de Vlaamse KMO s Naast de verschillende financiële ratio s die in het vorige hoofdstuk nader werden bekeken, analyseren we in dit hoofdstuk een aantal andere parameters die eveneens belangrijk zijn voor de algemene gezondheid van de Vlaamse KMO s. We gaan dieper in op het aantal dagen leverancierskrediet, het aantal dagen klantenkrediet, de investeringen in materiële vaste activa en het bedrijfsresultaat. 4.1 Aantal dagen leverancierskrediet Het aantal dagen leverancierskrediet geeft weer hoeveel dagen een bedrijf kan wachten vooraleer het de rekeningen dient te vereffenen bij de leveranciers. Het is eigenlijk een vorm van kortlopend vreemd vermogen waarbij de leverancier krediet verleent aan een bedrijf. Het aantal dagen leverancierskrediet van de KMO s in België kent een duidelijk dalend verloop. Het aantal dagen leverancierskrediet zakt voor Belgische KMO s met 10 dagen, van 51 dagen in 2000 tot 41 dagen in De dalende trend in België manifesteert zich in alle regio s. In Brussel zakt het aantal dagen leverancierskrediet met 9 dagen, van 55 dagen tot 46 dagen. In Vlaanderen is er een daling met 9 dagen tot 41 dagen in In Wallonië is de daling het grootst met 12 dagen, tot 38 dagen in Grafiek 11: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen leverancierskrediet van KMO s in België per regio, Vlaanderen Brussel Wallonië België Vlaanderen Brussel Wallonië België De drie sectoren die over het meest aantal dagen leverancierskrediet beschikken zijn allemaal industriële sectoren. De sector agro, bosbouw en visserij beschikt over 60 dagen. De sector overige industrie beschikt over 59 dagen en de sector papier en druknijverheid beschikt over 58 dagen. De sectoren met het minst aantal dagen leverancierskrediet zijn de sectoren detailhandel (31 dagen), overige persoonlijke diensten (29 dagen) en de horeca (27 dagen). De sectoren die de grootste achteruitgang kennen op het vlak van het aantal dagen leverancierskrediet zijn de metaalsector (-22,1 dagen), de financiële diensten (-24 dagen) en de sector ICT & elektronica (-27,2 dagen). Er is uiteindelijk maar 1 sector die een status-quo weet te behouden over de periode en dat is de automobielsector. 28
29 Tabel 19: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen leverancierskrediet van KMO s volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel Handelsbemiddeling Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën Aantal dagen klantenkrediet Het aantal dagen klantenkrediet geeft weer hoeveel dagen een klant kan wachten vooraleer zijn of haar rekeningen te betalen en is met andere woorden een vorm van kredietverlening aan de klant van het bedrijf. Het aantal dagen klantenkrediet kent een schommelend verloop. In 2008 bereikt het aantal dagen klantenkrediet een dieptepunt om in 2009 opnieuw lichtjes te stijgen. In België zakt het aantal dagen klantenkrediet voor de KMO s van 51 dagen in 2000 tot 47 dagen in Vlaamse KMO s geven 48 dagen klantenkrediet in In Brussel worden 48 dagen klantenkrediet toegekend en in Wallonië is dit 44 dagen. Grafiek 12: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen klantenkrediet van KMO s in België per regio, Vlaanderen Brussel Wallonië België Vlaanderen Brussel Wallonië België 29
30 De top drie van sectoren die het meest aantal dagen klantenkrediet verlenen zijn de industriële sectoren papier- en druknijverheid (69 dagen), metaal (66 dagen) en de sector ICT & elektronica (65 dagen). De top drie van sectoren die het minst aantal dagen klantenkrediet verlenen zijn de sectoren automobiel (23 dagen), detailhandel (18 dagen) en de horeca (10 dagen). Zowel voor de top drie van sectoren met het meest aantal dagen klantenkrediet, als voor de top drie van sectoren met het minst aantal dagen klantenkrediet geldt dat deze dezelfde is in 2000 en In de sectoren metaal, ICT & elektronica en de papier- en druknijverheid stellen we de grootste daling van het aantal dagen klantenkrediet vast, met respectievelijk een daling van 13,2 dagen, 12,6 dagen en 12,1 dagen. De industriële sectoren voeding en agro, bosbouw en visserij zijn de enige sectoren die een stijging kennen van het aantal dagen klantenkrediet, met respectievelijk 5,4 dagen en 2,6 dagen. Tabel 20: Evolutie mediaanwaarde saldo aantal dagen klantenkrediet van KMO s volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel Handelsbemiddeling Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën Investeringen in materiële vaste activa De investeringen in materiële vaste activa zijn een graadmeter voor de financiële gezondheid van het bedrijf en het vertrouwen van de onderneming naar de toekomst toe. Enkel financieel gezonde bedrijven zijn in staat om substantiële investeringen door te voeren. De bedrijfsinvesteringen in KMO s kennen een volatiel verloop en geven aan dat bedrijven werken met investeringscyclussen. Opvallend zijn de sterke pieken in 2003 alsook zij het in mindere mate - in Ook 2008 blijkt een jaar te zijn waar bedrijven in sterke mate hebben geïnvesteerd. Vooral Brussel toont dat het forse investeringspieken kent in 2003, 2005 en De pieken zijn ook veel forser in vergelijking met de andere gewesten. In 2003 haalt Brussel een investeringsniveau van 301% ten opzichte van In 2005 en 2008 haalt het investeringsniveau in Brussel hoogtes van respectievelijk 229% en 329% ten opzichte van Vlaanderen kent het hoogste investeringsniveau in 2003 met 171% ten opzichte van Eenzelfde verhaal in Wallonië waar het hoogste investeringsniveau gelijk is aan 182%. Op Belgisch niveau blijkt dat het investeringsniveau een stijgende trend vertoont met eveneens piekniveaus in 2003 en 2005 en In 2009 haalt het investeringsniveau van de Belgische KMO s een niveau van 153%. 30
31 Grafiek 13: Evolutie totaal volume KMO-investeringen in materiële vaste activa in België per regio (basis 2000 = 100), % 300% 250% 200% 150% 100% 50% Vlaanderen 100% 102% 103% 171% 116% 140% 135% 141% 157% 152% Brussel 100% 106% 95% 301% 101% 229% 162% 185% 329% 157% Wallonië 100% 107% 119% 182% 119% 131% 140% 137% 150% 156% België 100% 104% 104% 202% 113% 158% 142% 150% 194% 153% Vlaanderen Brussel Wallonië België Naast de eigenlijke evolutie van de investeringsvolumes dienen we op te merken dat het gemiddelde aandeel van de gewesten in het totaal Belgisch investeringsvolume onderling sterk verschilt. Vlaanderen haalt tijdens de periode een gemiddeld aandeel van 57% van de investeringen. Voor Brussel is dit 27% en voor Wallonië is dit slechts 17%. Tabel 21: Evolutie aandeel van het totaal investeringsvolume in materiële vaste activa van KMO s in België per regio, Regio gemiddelde Vlaanderen 61% 60% 60% 51% 62% 54% 58% 57% 49% 60% 57% Brussel 22% 23% 20% 33% 20% 32% 25% 27% 38% 23% 27% Wallonië 17% 18% 20% 16% 18% 14% 17% 16% 13% 18% 17% België 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% De sector met de hoogste mediaanwaarde voor investeringen in Vlaanderen in 2009, is de sector van de overige industrie met euro. Een stijging met 23% ten opzichte van De tweede plaats is voor de chemische sector die een mediaanwaarde haalt van euro, een daling met 5% ten opzichte van Op de derde plaats staat de sector vervoer en logistiek met een mediaanwaarde van euro, een daling met 33% ten opzichte van De sectoren met de laagste mediaaninvesteringen zijn de horeca ( euro), handelsbemiddeling (9.379 euro) en communicatie & IT (7.099 euro). De sectoren met de grootste dalingen - over de periode van 10 jaar - in de mediaanwaarde zijn de sectoren kleding, textiel en leer (-46%), communicatie & IT (-44%), de papier- en druknijverheid (-37%) en de sector vervoer en logistiek (-33%). De sectoren met de grootste stijgingen in mediaanwaarde zijn de financiële diensten (+33%), de overige industrie (+23) en de agro, bosbouw en visserijsector (+21%). Tabel 22: Evolutie mediaanwaarde KMO-investeringen in materiële vaste activa volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel Handelsbemiddeling
32 Sector Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën Bedrijfsresultaat Het bedrijfsresultaat is het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van een onderneming en is een significante graadmeter voor de financiële gezondheid van een onderneming. De evolutie van het totaal volume van de bedrijfsresultaten van de KMO s evolueert sterk positief in 2003, om daarna opnieuw sterk te dalen. Vanaf 2005 evolueert het totaal volume van de bedrijfsresultaten dan trendmatig positief tot in In België neemt het totale volume van de KMO-bedrijfsresultaten over de periode toe moet 47%. Voor Vlaanderen is dit 52%, voor Brussel 3% en voor Wallonië 64%. Wel is er een duidelijke daling van het bedrijfsresultaat in alle gewesten in Dit fenomeen stellen we voor het eerst sinds 2004 vast. Grafiek 14: Evolutie totaal volume KMO bedrijfsresultaten in België per regio (basis 2000 =100), % 400% 300% 200% 100% 0% -100% -200% Vlaanderen 100% 98% 92% 208% 126% 140% 155% 166% 168% 152% Brussel 100% -102% 64% 419% 148% 150% 194% 199% 244% 103% Wallonië 100% 101% 103% 202% 140% 145% 169% 176% 186% 164% België 100% 69% 90% 238% 131% 142% 163% 172% 182% 147% Vlaanderen Brussel Wallonië België De sector met de hoogste mediaanwaarde van het KMO-bedrijfsresultaat is de chemische sector met een mediaanwaarde voor het bedrijfsresultaat van euro, een stijging van 3% ten opzichte van de situatie in Op de tweede plaats staan de financiële diensten met euro, een stijging met 119% ten opzichte van Op de derde plaats komt de metaalsector met een mediaanwaarde van euro, een daling met 17% ten opzichte van De sectoren die de grootste stijging kennen van de mediaanwaarde van het bedrijfsresultaat zijn de financiële diensten (+119%), de gezondheidszorg (+60%) en de sector communicatie & IT (+30%). 32
33 De drie sectoren met de laagste mediaanwaardes van het bedrijfsresultaat zijn de textielsector (3.275 euro), overige persoonlijke diensten (2.682 euro) en de horeca (982 euro). De textielsector en de horeca kennen de grootste daling van het bedrijfsresultaat met beide -74%. Na de textielsector volgen de sectoren horeca (-74%) en papier en druk (-56%) als sectoren met de grootste dalingen van het bedrijfsresultaat. Tabel 23: Evolutie mediaanwaarde KMO bedrijfsresultaat volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel Handelsbemiddeling Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën Eigen vermogen Het eigen vermogen geeft de eigen financiële basis van de onderneming weer. Het eigen vermogen neemt toe wanneer de onderneming opbrengsten genereert, maar neemt af in geval van een negatief resultaat of uitkering van dividenden. In België kunnen we voor alle regio s een algemeen stijgende trend van de mediaanwaarde van het eigen vermogen van KMO s vaststellen tot In 2008 en 2009 is de stijgende trend duidelijk gestopt en treedt een lichte daling op van de mediaanwaarden. In Vlaanderen stijgt de mediaanwaarde van het eigen vermogen van de KMO s van euro in 2000 tot euro in Dit is een stijging met 35%. In Wallonië en vooral Brussel zien we dat de mediaanwaarden van het eigen vermogen van de KMO s structureel lager liggen in vergelijking met de waarden voor Vlaanderen. Beide regio s kunnen wel - net als Vlaanderen - een positieve evolutie voorleggen van 30% voor Wallonië en 10% voor Brussel. In 2009 is de mediaanwaarde van het eigen vermogen van de KMO s in Wallonië gelijk aan euro. In Brussel is de mediaanwaarde euro. 33
34 Grafiek 15: Evolutie mediaanwaarde eigen vermogen van de KMO s in België per regio (basis 2000 = 100), Vlaanderen Brussel Wallonië België Vlaanderen Brussel Wallonië België De hoogste mediaanwaarden van het eigen vermogen bij KMO s zien we in de chemiesector ( euro). Op de tweede en de derde plaats volgen de overige industrie ( euro) en de metaalsector ( euro). De grootste stijgingen van de mediaanwaarde van het eigen vermogen constateren we bij de financiële diensten (+99%), de gezondheidszorg (+85%) en de groothandel (+75%). Vier sectoren kennen een daling van de mediaanwaarde van het eigen vermogen tijdens de periode , met name de overige persoonlijke diensten (-10%), de textielsector (-9%) en tot slot de papier- en druknijverheid en de horeca (-1%). De laagste mediaanwaarden van het eigen vermogen zien we bij de sector handelsbemiddeling ( euro), overige persoonlijke diensten ( euro) en de horeca ( euro). Tabel 24: Evolutie mediaanwaarde eigen vermogen van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, Sector Automobielsector (handel & onderhoud) Bouwnijverheid Communicatie & IT Detailhandel Financiële diensten Gezondheidszorg Groothandel Handelsbemiddeling Horeca Industrie: Agro, bosbouw en visserij Industrie: chemie Industrie: vervaardiging hout(producten) Industrie: vervaardiging ICT en elektronica Industrie: vervaardiging metaal(producten) Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen Overige Industrie Overige pers. diensten Vervoer & logistiek Zakelijke diensten & immobiliën
35 5. Multiscore van de Vlaamse KMO De multiscore geeft een indicatie van de kans op faling en het perspectief op groeipotentieel van een KMO (vennootschappen en eenmanszaken). Per sector kan een beeld opgemaakt worden met een overzicht van het percentage bedrijven dat zich in een bepaalde risicoklasse bevindt gedurende de periode We onderscheiden hierbij drie risicoklassen. De eerste klasse heeft een verhoogd risico op faillissement en een beperkt groeipotentieel (score tussen 0 en 19), de tweede klasse heeft een matig risico op faling en een matig groeipotentieel (score tussen 20 en 49) en de derde klasse heeft weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel (score tussen 50 en 100). Bijlage 2 geeft een totaaloverzicht van het percentage Vlaamse bedrijven volgens risicoprofiel en groeipotentieel voor de verschillende sectoren. Als we het overzicht maken van het aandeel KMO s binnen een bepaald risicoprofiel, zien we dat 17,6% van de KMO s in België een groot risico op faling hebben en een beperkt groeipotentieel. Dit is een iets hoger cijfer in vergelijking met vorig jaar toen 16,7% van de KMO s onder deze categorie vielen. In Brussel ligt het cijfer voor 2009 beduidend hoger met 27,8%. In Vlaanderen zit 15,6% van de KMO s in de groep met een hoog risicoprofiel. In Wallonië is dit 17,4%. Wanneer we de groep van bedrijven bekijken die binnen de groep met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel vallen, zien we dat 70,9% van de Vlaamse KMO s hieronder vallen. In Brussel is dit een stuk lager met een cijfer van 55,3%, in Wallonië is dit 71,1%. Tabel 25: Aandeel KMO s volgens risicoprofiel in België per regio, Vlaanderen 13,3% 2,3% 5,1% 3,7% 4,8% 25,3% 13,1% 24,8% 6,8% 0,8% Brussel 24,0% 3,8% 7,3% 4,5% 5,2% 25,6% 10,0% 15,5% 3,6% 0,6% Wallonië 15,3% 2,1% 4,1% 3,3% 4,0% 26,3% 12,1% 27,0% 5,2% 0,5% België 15,2% 2,4% 5,1% 3,7% 4,6% 25,6% 12,5% 24,3% 6,0% 0,7% Uit tabel 26 kunnen we afleiden dat het aantal bedrijven in de automobielsector (handel en onderhoud) met een verhoogd risico op faling en beperkt groeipotentieel stijgt in 2010 met 0,8 procentpunt tot 18,6%. De toename in 2010 van het aantal bedrijven met een verhoogd risico op faling wordt gecompenseerd door een afname van de bedrijven met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel (-0,8 procentpunt tot 66,6%). Het aantal bedrijven met matig risico op faling en matig groeipotentieel blijft stabiel ten opzichte van 2008 en komt uit op 14,8%. Tabel 26: Evolutie percentage KMO s automobielsector (handel en onderhoud) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 19,6% 20,0% 19,9% 19,7% 18,3% 18,2% 17,5% 17,8% 18,6 Automobielsector (handel en onderhoud) score ,2% 14,2% 14,8% 14,3% 13,0% 14,3% 14,7% 14,1% 14,7% 14,8 score ,4% 66,2% 65,1% 65,8% 67,2% 67,4% 67,2% 68,5% 67,5% 66,6 Het aantal bouwbedrijven met een verhoogd risico op faling en beperkt groeipotentieel neemt af van 17,5% in 2001 tot 14,3% in 2010, een daling met 3,2 procentpunt. In 2009 was het cijfer voor de bouwsector nog een procent beter met 13,3%. Tegelijkertijd zien we dat het percentage van bedrijven met een klein risico op faling en een ruim groeipotentieel toeneemt van 71,9% in 2001 tot 73,8% in 2010, een stijging met 1,9 procentpunt. De toename bij de groep van KMO s met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel bedraagt 1,3 procentpunt en komt in 2010 uit op 11,9%. 35
36 Tabel 27: Evolutie percentage KMO s bouwsector volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 17,5% 17,9% 17,5% 16,1% 14,4% 13,9% 14,2% 13,3% 14,3% Bouwnijverheid score ,6% 11,1% 11,8% 11,8% 10,7% 11,4% 11,3% 11,0% 11,4% 11,9% score ,9% 71,4% 70,4% 70,8% 73,2% 74,1% 74,8% 74,8% 75,3% 73,8% Binnen de sector communicatie & IT neemt het percentage bedrijven met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel af met 3,1% procentpunt tot 18,7%, over de periode Het percentage van bedrijven met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel neemt toe met 2 procentpunt tot 12,8%. Het aandeel van bedrijven met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel stijgt met 1,1 procentpunt tot 68,5%. De sector communicatie & IT staat op de zesde plaats op het vlak van sectoren met het hoogste aandeel van bedrijven met een verhoogd risico op faling. Tabel 28: Evolutie percentage KMO s communicatie & IT volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,8% 21,9% 22,9% 23,4% 22,7% 20,3% 20,3% 18,5% 18,4% 18,7% Communicatie & IT score ,8% 11,2% 11,3% 12,5% 12,0% 12,0% 12,2% 11,7% 12,4% 12,8% score ,4% 66,9% 65,7% 64,1% 65,4% 67,7% 67,5% 69,8% 69,3% 68,5% In 2010 heeft 18,4% van de KMO s in de detailhandel een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Dat is 0,4 procentpunt lager dan in Het laagste aantal bedrijven in de detailhandel met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel vinden we terug in Het aantal bedrijven met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel neemt toe met 2,8 procentpunt tot 11,3% in Het percentage bedrijven in de detailhandel met weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel neemt af van 72,8% in 2001 tot 70,3% in Tabel 29: Evolutie percentage KMO s detailhandel volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,8% 18,8% 19,1% 18,2% 18,3% 17,1% 17,6% 17,2% 17,6% 18,4% Detailhandel score ,5% 9,2% 9,6% 9,7% 9,4% 10,0% 10,4% 10,5% 10,8% 11,3% score ,8% 71,9% 71,3% 72,1% 72,3% 73,0% 72,0% 72,3% 71,6% 70,3% De financiële diensten blijven ook in 2010 in de top drie staan van sectoren met het minste kans op faling en goede groeivooruitzichten. 84,5% van de KMO s in de sector zitten in de categorie met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel. Dit is een daling met 1,8 procentpunt ten opzichte van Omwille van het hoge cijfer in de categorie met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel, zijn de percentages van het aantal bedrijven met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel (9,6% en daarmee ook het tweede laagste cijfer van alle sectoren) of een matig risico op faling en een matig groeipotentieel (5,9%) zeer laag. Tabel 30: Evolutie percentage KMO s financiële diensten volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 12,8% 12,1% 10,9% 9,4% 9,4% 8,9% 8,3% 9,2% 9,6% Financiële diensten score ,2% 3,7% 3,9% 5,3% 4,7% 4,9% 5,4% 5,6% 5,3% 5,9% score ,3% 83,5% 83,9% 83,9% 86,0% 85,7% 85,7% 86,1% 85,5% 84,5% De gezondheidszorg staat op de tweede plaats op het vlak van sectoren met een lage kans op faling en mooie groeivooruitzichten. 85,4% van de KMO s actief in de sector hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. Dit is een daling met 1,2 procentpunt ten opzichte van Ten opzichte van 2009 verliest de sector 0,9 procentpunt. Het percentage 36
37 KMO s met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel is hetzelfde cijfer als in 2001, namelijk 10,9%. Ten opzichte van 2009 stijgt het percentage bedrijven met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel met 0,5 procentpunt. Een matig risico op faling en een matig groeipotentieel is van toepassing op 3,7% van de bedrijven in de sector, het laagste percentage van alle sectoren. Tabel 31: Evolutie percentage KMO s gezondheidszorg volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,9% 10,8% 11,0% 10,2% 10,1% 9,5% 9,2% 8,4% 10,4% 10,9% Gezondheidszorg score ,5% 2,5% 2,8% 3,0% 3,1% 2,9% 2,8% 3,1% 3,2% 3,7% score ,6% 86,7% 86,2% 86,8% 86,9% 87,6% 88,0% 88,5% 86,3% 85,4% De groothandel is de sector met het tweede grootste risico op faling en een beperkt groeipotentieel. 22,5% van de KMO s in de sector hebben een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Ondanks een daling met 3,5 procentpunt ten opzichte van 2001 blijft de groothandel daarmee op de tweede plaats staan van sectoren met de meeste kans op een faillissement. Voor de groothandel ligt het percentage van KMO s met een matig risico op faling en een beperkt groeipotentieel het hoogst van alle sectoren met 20,6%, een stijging met 1,2 procentpunt ten opzichte van Als gevolg van het hoge risicoprofiel in deze sector staat de groothandel ook op de laatste plaats op het vlak van bedrijven met weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. Slechts 56,9% van de KMO s in deze sector hebben weinig kans op een faillissement, een stijging met 2,3 procentpunt ten opzichte van Tabel 32: Evolutie percentage KMO s groothandel volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,0% 26,6% 26,1% 25,4% 24,3% 22,6% 22,4% 22,0% 22,1% 22,5% Groothandel score ,4% 20,6% 20,6% 20,0% 18,4% 19,9% 20,4% 19,8% 20,5% 20,6% score ,6% 52,8% 53,3% 54,6% 57,3% 57,6% 57,3% 58,2% 57,4% 56,9% Het percentage KMO s in de sector handelsbemiddeling met een verhoogd percentage op faling en een beperkt groeipotentieel bedraagt 21,2%. Dit is een belangrijke daling ten opzichte van 2001, toen het percentage nog 25,1% bedroeg. Ondanks deze positieve evolutie staat de sector op de derde laatste plaats van bedrijven met een verhoogde kans op een faillissement en een beperkt groeipotentieel. Het percentage bedrijven met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel bedraagt 11,3%, een stijging met 3,5 procentpunt ten opzichte van Een kleine 70% van de KMO s actief op het vlak van handelsbemiddeling hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. Tabel 33: Evolutie percentage KMO s handelsbemiddeling volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,1% 24,6% 24,3% 23,2% 22,3% 19,8% 20,5% 19,1% 19,5% 21,2% Handelsbemiddeling score ,8% 8,3% 9,2% 9,5% 9,1% 9,5% 9,8% 10,0% 10,6% 11,3% score ,1% 67,1% 66,5% 67,3% 68,6% 70,7% 69,7% 70,8% 69,8% 67,5% De horeca is de sector met het hoogste percentage KMO s met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Ruim een kwart van de bedrijven in de horecasector hebben een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Ondanks het hoge percentage ligt het cijfer iets lager ten opzichte van Toen liep het cijfer op tot 27,5%. Het aantal KMO s met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel bedraagt 12,9%, een stijging met 3,6 procentpunt ten opzichte van Slechts 61,1% van de KMO s actief in de horeca hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. Daarmee staat de horeca op de voorlaatste plaats in de rangschikking van sectoren met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel, voor de groothandel. 37
38 Tabel 34: Evolutie percentage KMO s horeca volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 26,8% 27,3% 26,7% 26,4% 24,7% 25,1% 24,5% 25,1% 26,0% Horeca score ,3% 10,4% 11,1% 11,1% 11,0% 12,3% 12,2% 12,3% 12,3% 12,9% score ,2% 62,8% 61,5% 62,3% 62,6% 63,0% 62,7% 63,1% 62,6% 61,1% De sector agro, bosbouw en visserij heeft een laag risicoprofiel. Slechts 8,3% van de KMO s in de sector hebben een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Dit is het laagste percentage voor alle sectoren. 4,7% van de KMO s hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel. Dit is het derde laagste percentage van alle sectoren. Het percentage bedrijven met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel bedraagt 87%. Daarmee staat de sector op de eerste plaats van de sectoren met de laagste kans op faling en een ruim groeipotentieel. Tabel 35: Evolutie percentage KMO s agro, bosbouw, visserij volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,2% 7,7% 7,8% 8,6% 8,0% 7,2% 8,5% 8,1% 8,0% 8,3% Industrie: Agro, bosbouw en visserij score ,7% 2,9% 3,2% 3,3% 3,3% 3,6% 3,8% 3,8% 4,1% 4,7% score ,1% 89,4% 89,0% 88,1% 88,7% 89,2% 87,7% 88,1% 87,9% 87,0% Het percentage KMO s in de chemiesector met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel bedraagt 18,2%, een daling met 2,8 procentpunt ten opzichte van ,2% van de KMO s hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel, dit is het vierde hoogste cijfer van alle sectoren binnen deze categorie. Het percentage KMO s met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel bedraagt 65,6%, een stijging met 3,5 procentpunt ten opzichte van Tabel 36: Evolutie percentage KMO s chemie volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,0% 23,3% 24,3% 24,4% 20,1% 17,4% 17,7% 17,5% 17,6% 18,2% Industrie: chemie score ,0% 17,8% 18,3% 17,0% 15,6% 16,7% 16,9% 16,0% 17,1% 16,2% score ,1% 58,8% 57,4% 58,6% 64,3% 66,0% 65,4% 66,5% 65,3% 65,6% 11,9% van de KMO s in de metaalsector hebben een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Een daling met 4,6 procentpunt ten opzichte van ,4% van de KMO s in de sector hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel. 75,7% van de bedrijven in de sector hebben weinig kans op een faillissement en hebben een ruim groeipotentieel. Dit is een stijging met 4,2 procentpunt ten opzichte van 2001 en daarmee is de metaalsector de 5e best presterende sector. Tabel 37: Evolutie percentage KMO s metaal(producten) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 17,3% 17,0% 16,9% 15,0% 13,2% 12,3% 11,8% 11,2% 11,9% Industrie: metaal(producten) score ,0% 12,5% 13,0% 12,9% 11,6% 12,4% 12,5% 12,2% 12,0% 12,4% score ,5% 70,2% 70,0% 70,2% 73,4% 74,4% 75,2% 76,0% 76,8% 75,7% Het aantal KMO s in de houtsector met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel bedraagt 14,1%, dit is een daling met 3,7 procentpunt ten opzichte van Het percentage bedrijven met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel bedraagt 12,3%. Bijna drie kwart van de bedrijven in deze sector hebben weinig kans op een faillissement en een ruim groeipotentieel, een stijging met 4,2 procentpunt ten opzichte van
39 Tabel 38: Evolutie percentage KMO s vervaardiging hout(producten) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,8% 18,8% 19,1% 18,7% 16,8% 14,3% 14,6% 13,6% 14,1% 14,1% Industrie: vervaardiging hout(producten) score ,8% 13,1% 13,3% 12,7% 11,6% 12,7% 11,6% 11,6% 11,8% 12,3% score ,4% 68,1% 67,5% 68,6% 71,5% 73,0% 73,8% 74,8% 74,1% 73,6% Het aantal KMO s met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel in de sector ICT & elektronica bedraagt 18,2%, een daling met 3,1 procentpunt ten opzichte van Het percentage KMO s met een matig risico op faling en een matig groeipotentieel is 15,4%, een daling met 1,2 procentpunt ten opzichte van Het percentage KMO s met weinig kans op faling en een ruim groeipotentieel bedraagt 66,4%, dit is een stijging met 4,3 procentpunt ten opzichte van Tabel 39: Evolutie percentage KMO s vervaardiging ICT en & elektronica volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,3% 24,6% 23,7% 24,8% 21,8% 19,0% 18,5% 16,9% 17,0% 18,2% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica score ,6% 15,2% 16,3% 15,6% 15,0% 15,0% 15,1% 15,2% 15,0% 15,4% score ,1% 60,3% 60,0% 59,6% 63,3% 66,1% 66,4% 67,9% 68,0% 66,4% Ruim 16,4% van de KMO s in de sector papier en druk hebben een verhoogd risico op een faillissement en een beperkt groeipotentieel. Dit is een belangrijke daling ten opzichte van 2001 toen het verhoogde risico nog voor bijna 1 op 5 KMO s in de sector gold. Het matig risico op faling met een matig groeipotentieel is van toepassing op 12,2% van de KMO s in de sector. 71,4% van de KMO s hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel, een stijging met 1,7 procentpunt ten opzichte van Tabel 40: Evolutie percentage KMO s vervaardiging papier, druknijverheid volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,1% 19,1% 20,3% 20,5% 18,8% 15,6% 15,6% 14,1% 15,1% 16,4% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid score ,2% 12,2% 12,9% 13,0% 11,7% 11,6% 11,7% 10,9% 12,1% 12,2% score ,7% 68,7% 66,8% 66,4% 69,5% 72,8% 72,7% 75,0% 72,8% 71,4% In de textielsector heeft bijna 1 KMO op 5 een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel, een daling met 1,3 procentpunt ten opzichte van De sector staat zo op de vijfde plaats van sectoren met het hoogste risicoprofiel. 14,9% van de KMO s in deze sector hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel. Het percentage KMO s in de textielsector met weinig risico op een faillissement en met een ruim groeipotentieel bedraagt 65,5%, een stijging met 1,1% ten opzichte van Tabel 41: Evolutie percentage KMO s vervaardiging textiel, kleding, leer volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,9% 21,0% 21,8% 21,4% 21,1% 19,5% 19,2% 18,3% 18,6% 19,6% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer score ,8% 14,9% 15,4% 14,1% 13,5% 15,5% 15,3% 15,3% 14,4% 14,9% score ,4% 64,1% 62,9% 64,6% 65,5% 64,9% 65,5% 66,4% 67,0% 65,5% In de voedingssector hebben 17,2% van de KMO s een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Dit is een daling met 1,3 procentpunt ten opzichte van % van de KMO s hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel, een stijging met 2,2 procentpunt ten opzichte van Het percentage KMO s in de voedingssector met een laag risicoprofiel en een ruim groeipotentieel bedraagt net geen 70%, een beperkte daling ten opzichte van 2001 toen het cijfer 0,9 procentpunt hoger lag. 39
40 Tabel 42: Evolutie percentage KMO s vervaardiging voedingsmiddelen volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 18,9% 18,5% 17,7% 16,6% 15,3% 15,8% 16,0% 16,2% 17,2% Industrie: vervaardiging score 20-10,8% 12,0% 11,5% 11,2% 11,0% 11,3% 11,7% 12,5% 13,1% 13,0% voedingsmiddelen 49 score 50-70,7% 69,1% 70,0% 71,1% 72,4% 73,4% 72,5% 71,5% 70,7% 69,8% 100 Binnen de sector overige industrie haalt 15,1% van de KMO s een hoog risicoprofiel en een beperkt groeipotentieel. Een duidelijke daling ten opzichte van 2001 toen nog 19,3% van de KMO s een verhoogd risico op faling en beperkt groeipotentieel had. 12,6% van de KMO s hebben een matig risico op een faillissement en een matig groeipotentieel. 72,3% van de KMO s in de sector hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel, een stijging met 4,3 procentpunt ten opzichte van het cijfer van Tabel 43: Evolutie percentage KMO s overige industrie volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,3% 19,1% 20,1% 19,3% 17,7% 15,6% 15,0% 14,7% 14,3% 15,1% Overige industrie score ,8% 13,6% 13,4% 13,1% 11,7% 13,1% 13,1% 12,8% 13,0% 12,6% score ,0% 67,4% 66,5% 67,6% 70,6% 71,3% 71,9% 72,5% 72,8% 72,3% In de sector overige persoonlijke diensten heeft 11,4% van de KMO s een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Een matig risico op faling met een matig groeipotentieel is van toepassing op 4,1% van de KMO s. 84,5% van de KMO s in deze sector hebben weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel, dit is de derde beste prestatie van alle sectoren. Tabel 44: Evolutie percentage KMO s overige persoonlijke diensten volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,1% 12,1% 12,4% 11,7% 11,7% 10,6% 10,7% 10,1% 10,5% 11,4% Overige pers. Diensten score ,6% 3,8% 4,2% 4,2% 4,0% 4,3% 4,2% 4,1% 4,0% 4,1% score ,4% 84,1% 83,4% 84,1% 84,2% 85,1% 85,1% 85,8% 85,5% 84,5% Binnen de sector vervoer en logistiek daalt het percentage bedrijven met een verhoogd risico op faillissement en een beperkt groeipotentieel met 3 procentpunt tot 19,7%. 16,2% van de KMO s in deze sector hebben een matig risico op faling en een matig groeipotentieel. 64,1% van de KMO s in de sector hebben weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel. Met deze cijfers staat de sector op de 3e laatste plaats op vlak van het aandeel van KMO s met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel. Tabel 45: Evolutie percentage KMO s vervoer en logistiek volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,7% 23,1% 23,0% 22,6% 21,3% 19,1% 19,2% 18,1% 18,1% 19,7% Vervoer & logistiek score ,9% 13,9% 14,3% 14,3% 13,7% 15,3% 15,6% 15,5% 15,6% 16,2% score ,4% 63,0% 62,7% 63,1% 65,0% 65,6% 65,3% 66,5% 66,3% 64,1% Binnen de sector van de zakelijke diensten en immobiliën heeft 17,3% van de KMO s een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel. Dat is een daling met 4,2 procentpunt ten opzichte van ,6% van de KMO s hebben een matig risicoprofiel en een matig groeipotentieel. 66,1% van de KMO s in deze sector hebben weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. 40
41 Tabel 46: Evolutie percentage KMO s zakelijke diensten & immobiliën volgens risicoklasse in Vlaanderen, Sector Score score ,5% 21,3% 21,5% 21,4% 20,8% 17,8% 17,4% 16,7% 16,5% 17,3% Zakelijke diensten & immobiliën score ,6% 13,2% 14,3% 15,0% 14,6% 15,3% 15,5% 15,5% 16,0% 16,6% score ,8% 65,5% 64,1% 63,6% 64,6% 66,8% 67,1% 67,8% 67,5% 66,1% 41
42 6. Barometer voor de gezondheid van de KMO in 2010 Om een eerste idee te krijgen van de economische situatie van de KMO s in 2010 bekijken we de faillissementscijfers en gegevens in verband met het aantal dagvaardingen van KMO s door de RSZ, het Fonds voor Bestaanszekerheid en het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen. Deze cijfers vormen dan ook een eerste barometer voor de financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO s in Faillissementen De evolutie van het aantal faillissementen bij KMO s laat duidelijk sterk stijgende cijfers optekenen. Het aantal faillissementen kent vooral in 2008 en 2009 een sterke stijging. De cijfers van 2010 geven duidelijk aan dat de trend nog niet is gekeerd. Vlaanderen kent in 2010 een stijging van de faillissementen met 47,4% ten opzichte van In 2010 zijn er in België binnen de KMO-wereld faillissementen opgetekend, waar over het hele jaar 2009 er in totaal faillissementen werden opgetekend. Grafiek 16: Evolutie faillissementen bij KMO s in België per regio op jaarbasis, en van januari tot november voor Vlaanderen Brussel Wallonië Federaal Ook Brussel zit in 2010 boven het jaartotaal van We kunnen een stijging van het aantal faillissementen van 59,2% vaststellen ten opzichte van In Wallonië zien we eveneens dat de cijfers voor 2010 het jaartotaal van 2009, zij het nipt, overstijgen. Ten opzichte van 2000 zijn er in ,7% meer faillissementen. Wanneer we de evolutie van het aantal verloren jobs als gevolg van een faillissement bij Belgische KMO s bekijken, stellen we vast dat 2010 het met een stijging van 2,8% slechter doet dan Brussel en Wallonië laten over geheel 2010 en in vergelijking met 2009 respectievelijk 7,3% en 4,5% meer verloren jobs optekenen. In Vlaanderen daarentegen daalde het aantal jobs dat op de tocht staat als gevolg van het faillissement van de KMO-werkgever met 1,1%. 42
43 Grafiek 17: Evolutie jobverlies als gevolg van een faillissement bij KMO s in België per regio op jaarbasis, en van januari tot november voor Vlaanderen Brussel Wallonië Federaal Binnen het totaal van de faillissementen in 2010 heeft de horeca het hoogste aandeel met 19,59%. Daarna volgt de bouw met 17,18% en de kleinhandel met 14,09%. De grootste groei van het aantal faillissementen vinden we in de sector handel in auto s en garages (+11,64%) en de zakelijke dienstverlening (+3,85%). Grafiek 18: Aandeel van de sectoren in totaal aantal faillissementscijfers 2010 en groei faillissementen 2009 ten opzichte van % 25% 25% 20% 18% 16% 15% 13% 14% 10% 11% 10% 9% 5% 7% 3% 4% 5% 3% 3% 0% 1% 0% andere horeca bouw kleinhandel zakelijke dienstverlening groothandel transport handel in auto's en garages aandeel sector groei faillissementen 2009 tov
44 6.2 Dagvaardingen Een dagvaarding door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het Sociaal verzekeringsfonds voor Zelfstandigen of het Fonds voor Bestaanszekerheid is een belangrijke negatieve indicatie. De dagvaardingen wijzen vaak op acute liquiditeitsproblemen en hebben dan ook een zekere voorspellende waarde. De cijfers zijn cijfers die gelden voor een gans jaar. ook de cijfers 2010 zijn compleet. Als we het aantal dagvaardingen door de RSZ bekijken, zien we dat zowel in Vlaanderen, Brussel en Wallonië de hoge niveaus van 2009 ook in 2010 gehaald worden. In 2008 zat het aantal dagvaardingen door de RSZ voor België 20% lager in vergelijking met Voor Vlaanderen is dit 19,5%. Een zelfde situatie zien we bij de dagvaardingen door het Fonds voor Bestaanszekerheid en 2010 laten duidelijk een hoger aantal dagvaardingen noteren in vergelijking met België laat in 2010 ruim 30% meer dagvaardingen optekenen, voor Vlaanderen is dit 25%, voor Brussel 18% en voor Wallonië zelfs 42%. Waar we bij de RSZ en het Fonds voor Bestaanszekerheid een duidelijke toename van het aantal dagvaardingen kunnen vaststellen, zien we dat het aantal dagvaardingen door het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen in België zowel in 2009 als in 2010 verder daalt. Voor Vlaanderen is dit zelfs een daling met 70% over twee jaar. We dienen er hier op te wijzen dat de zogenaamde vierde weg - waarbij geopteerd wordt voor een dwangbevel - het aantal eigenlijke dagvaardingen doet dalen. Tabel 47: Evolutie aantal dagvaardingen van KMO s bij de RSZ, Fonds Bestaanszekerheid en het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen volgens regio 2008, 2009, 2010 RSZ Fonds Bestaanszekerheid Verzekeringsfonds Zelfstandigen Vlaanderen Brussel Wallonië België
45 7. Conclusie Deze derde editie van het KMO-Rapport Vlaanderen geeft een overzicht van de financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO s van 2000 tot Om de financieel-economische toestand van de Vlaamse KMO s in kaart te brengen, baseerden we ons op drie pijlers. Deze drie pijlers zijn de FiTo -meter, andere financieel-economische gegevens en de multiscore. Deze laatste maakt naast van financiële gegevens ook gebruik van vinger-aan-de-polsgegevens zodat we alvast een duidelijk inzicht krijgen in de evolutie Bovendien hebben we ook gebruik gemaakt van cijfers in verband met het aantal faillissementen en het bijhorende jobverlies, alsook het aantal dagvaardingen van KMO s door de RSZ, het Fonds voor Bestaanszekerheid en het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen. Deze cijfers geven samen met de multiscore een eerste indicatie van de financieeleconomische gezondheid van de Vlaamse KMO s in In 2009 waren in Vlaanderen in totaal KMO s actief, waarvan KMO-vennootschappen en eenmanszaken. Vlaanderen telt 57% van de KMO-vennootschappen van België, waarvan bijna de helft jonger is dan 10 jaar. Uit de cijfers blijkt dat het aandeel van de KMO-vennootschappen in elk gewest aan belang wint en dat het aandeel van de eenmanszaken overal daalt. Financiële ratio s van de Vlaamse KMO-vennootschappen (FiTo -meter) De verschillende financiële indicatoren geven aan dat 2009 de trend van 2008 verder zet, wat een kanteljaar was. Zowel de productiviteit, de nettorendabiliteit en de dekking van het vreemd vermogen door de cashflow kennen zetten de dalende trend van 2008 verder in Tijdens de periode konden deze indicatoren stijgende cijfers voorleggen. De solvabiliteit en de liquiditeit blijven in 2009 min of meer stabiel ten opzichte van De graad van financiële onafhankelijkheid kent voor Vlaanderen en Wallonië een bescheiden stijging. De productiviteit van de KMO-vennootschappen wordt gemeten aan de hand van de toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten. In 2009 daalt de productiviteit voor het tweede jaar op rij. De mediaanwaarde van de productiviteit daalt zo tot 171% (in Brussel en Wallonië is deze 144% en 164%). De hoogste productiviteitscijfers zien we in de financiële diensten, de gezondheidszorg en de agro, bosbouw en visserij. De financiële diensten slagen er in de grootste productiviteitsgroei te realiseren over de periode De sectoren die het grootste productiviteitsverlies laten optekenen zijn de sectoren agro, bos en visserij, horeca en handelsbemiddeling. De laagste productiviteitsniveaus vinden we in de sectoren van de overige persoonlijke diensten, de textielsector en de ICT & elektronica. De nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, een waardemeter voor het rendement van de geïnvesteerde middelen, daalt voor alle regio s in Vanaf 2002 konden we nochtans een onafgebroken stijging waarnemen tot In Vlaanderen strandt de mediaanwaarde van de nettorendabiliteit van het eigen vermogen op 7,7% in De hoogste nettorendabiliteit vinden we in de sectoren gezondheidszorg, communicatie & IT en de bouwsector. De laagste rendabiliteitswaarden worden gerealiseerd door de horeca, de papierindustrie en de textielsector. De solvabiliteit geeft weer welke de capaciteiten van een onderneming zijn om de korte- en langlopende schulden te kunnen aflossen. De indicator kent een dalende tendens over de periode In 2008 en 2009 stabiliseert het cijfer in elke regio. De mediaanwaarde van het solvabiliteitscijfer komt zo voor Vlaanderen op een niveau van 65,9. In Brussel en Wallonië is dit cijfer respectievelijk 71,2 en 70,4. In Vlaanderen vinden we de hoogste solvabiliteitscijfers in de sectoren horeca, overige persoonlijke diensten en de financiële diensten. De laagste solvabiliteitscijfers zien we in de textielsector, de metaal en de communicatie & IT. De graad van financiële onafhankelijkheid geeft weer in welke mate een onderneming zich meer met eigen vermogen en dus minder met vreemd vermogen financiert. In Vlaanderen kent de indicator een stijgend verloop van 2000 tot 2008, al is in 2008 en 2009 de groei van de voorbije jaren duidelijk gestopt. In Vlaanderen vinden we de hoogste graad van financiële onafhankelijkheid terug in de sectoren communicatie & IT, ICT & elektronica en de textielsector. Relatief lage cijfers vinden we in de sectoren overige persoonlijke diensten, de financiële diensten en vooral de horeca. 45
46 De dekkingsgraad van het vreemd vermogen door de cashflow, een maat voor de schuldaflossingscapaciteit van een KMOvennootschap, daalt tijdens de periode om daarna geleidelijk te stijgen. In 2008 en 2009 daalt de indicator opnieuw. Alle regio s kennen een gelijkaardige evolutie. De dekking van het vreemd vermogen door de cashflow is het hoogst in de sectoren gezondheidszorg, communicatie & IT en vervoer & logistiek. De dekkingsgraad is het laagst in de automobielsector, handelsbemiddeling en de textielsector. De liquiditeit geeft weer in welke mate een onderneming in staat is om haar schulden op korte termijn terug te betalen. De liquiditeitspositie van de KMO-vennootschappen kent een positieve evolutie tot In 2008 en 2009 is een stabilisering van het cijfer op te merken. In 2009 is het liquiditeitscijfer voor Vlaanderen 1,33, voor Brussel 1,21 en voor Wallonië 1,25. De sectoren die het best scoren qua liquiditeit zijn de sectoren ICT & elektronica, communicatie & IT en de metaalsector. De laagste liquiditeitscijfers vinden we in de sectoren financiële diensten, overige persoonlijke diensten en de horeca. Door een logittransformatie toe te passen op 8 verschillende financiële ratio s kunnen we de FiTo -meter samenstellen, die de verschillende parameters in 1 cijfer integreert. De mediaanwaarde van de FiTo -meter daalt van 2000 tot Daarna stijgt de FiTo -meter onafgebroken tot In 2008 daalt de FiTo -meter voor het eerst in 5 jaar en geeft opnieuw aan dat 2008 een kanteljaar is geweest. In 2009 wordt de dalende trend van 2008 bevestigd. Alle regio s laten eenzelfde evolutie optekenen. De best presterende sectoren in 2009 zijn de sectoren gezondheidszorg, communicatie & IT en de zakelijke diensten & immobiliën. De slechtst presterende sectoren zijn de textielsector, de overige persoonlijke diensten en de horeca. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de prestaties van de 21 verschillende sectoren in Vlaanderen. Tabel 48: Rangschikking van de Vlaamse KMO s volgens sector op basis van de FiTo -score, 2000 en 2009 Sector Score 2009 rangschikking 2009 Score 2000 rangschikking 2000 winst/verlies Gezondheidszorg 0, , Communicatie & IT 0, , Zakelijke diensten & immobiliën 0, , Bouwnijverheid 0, , Industrie: vervaardiging metaal(producten) 0, , Industrie: Vervaardiging Voedingsmiddelen 0, , Financiële diensten 0, , Vervoer & logistiek 0, , Overige Industrie 0, , Handelsbemiddeling 0, , Industrie: vervaardiging hout(producten) 0, , Industrie: chemie 0, , Detailhandel 0, , Industrie: Agro, bosbouw en visserij 0, , Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 0, , Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 0, , Groothandel 0, , Automobielsector (handel & onderhoud) 0, , Overige pers. diensten 0, , Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 0, , Horeca 0, , De sectoren die de grootste sprong vooruit maken tijdens de periode 2000 tot 2009 zijn de financiële diensten, de gezondheidszorg en communicatie & IT. De financiële diensten maken een sprong van 13 plaatsen op de ranglijst van best presterende sectoren. De sectoren die een daling laten optekenen van de FiTo -score over de periode zijn de textielsector, de horeca, overige persoonlijke diensten, de papierindustrie en de agro-, bosbouw en visserijsector. 46
47 Andere financieel-economische gegevens Naast de parameters voor de FiTo -score gingen we eveneens de evolutie na van een aantal andere financieel-economische gegevens. De eerste parameter is het aantal dagen leverancierskrediet. De mediaanwaarde van deze parameter kent een dalend verloop in alle regio s. In Vlaanderen daalt het aantal dagen leverancierskrediet van 50 dagen in 2000 tot nog 41 dagen in Industriële sectoren beschikken over een hoger aantal dagen leverancierskrediet in vergelijking met andere sectoren. De laagste mediaanwaarden vinden we in de sectoren detailhandel, overige persoonlijke diensten en de horeca. Een tweede parameter is het aantal dagen klantenkrediet. Deze parameter kent een eerder schommelend verloop. In Vlaanderen zakt de mediaanwaarde van het aantal dagen klantenkrediet van 52 dagen in 2000 tot 48 dagen in Het hoogste aantal dagen klantenkrediet vinden we net als bij het aantal dagen leverancierskrediet bij de industriële sectoren. Het laagste aantal dagen klantenkrediet vinden we in de automobielsector, de detailhandel en de horeca. De investeringen van de KMO-vennootschappen in materiële vaste activa kennen een volatiel verloop vooral in Brussel en geven aan dat bedrijven werken met investeringscyclussen. We merkten op dat het gemiddelde aandeel van Vlaanderen in het totaal Belgisch investeringsvolume 57% bedraagt. Brussel haalt gemiddeld 27% en Wallonië 17%. De sectoren in Vlaanderen die de hoogste investeringen (mediaan) uitvoeren zijn de overige industrie, de chemische sector en de sector vervoer en logistiek. De sectoren met de laagste investeringen (mediaan) zijn de horeca, handelsbemiddeling en communicatie & IT. Het bedrijfsresultaat van de KMO-vennootschappen evolueert positief tijdens de periode , met 2003 als uitschieter. In 2009 laten alle regio s een duidelijke daling optekenen in de cijfers. Over de ganse periode blijft de evolutie wel positief. In Vlaanderen worden de sterkste prestaties geleverd door de chemie, de financiële diensten en de metaalsecctor. De sectoren met de laagste bedrijfsresultaten zijn de textielsector, overige persoonlijke diensten en de horeca. De textielsector en de horeca kennen de grootste daling van de mediaanwaarde van het bedrijfsresultaat tijdens de periode en laten beide een daling met 74% optekenen. Het eigen vermogen van de KMO-vennootschappen kent een ononderbroken stijging tot In 2008 en 2009 wordt de stijgende trend gestopt en treedt er zelfs een lichte daling op van de mediaanwaarden. De hoogste mediaanwaarden van het eigen vermogen van KMO s zien we in de sectoren chemie, de overige industrie en de metaalsector. De laagste mediaanwaarden zien we in de sectoren handelsbemiddeling, overige persoonlijke diensten en de horeca. Multiscore van de Vlaamse KMO s: een eerste benadering van De multiscore geeft een indicatie van de kans op faling en het groeipotentieel van een KMO. Uit de analyse, met gegevens afgesloten per 25 november 2010, bleek dat 17,6% van de KMO s in België een groot risico op faling hebben en een beperkt groeipotentieel. In Brussel ligt dit beduidend hoger met 27,8%. In Vlaanderen zit 15,6% van de KMO s in de groep met een hoog risicoprofiel. In Wallonië is dit 17,4%. Wanneer we de groep van bedrijven bekijken die binnen de groep met weinig risico op faling en een ruim groeipotentieel vallen, zien we dat 70,9% van de Vlaamse KMO s hieronder vallen. In Brussel is dit een stuk lager met een cijfer van 55,3%, in Wallonië is dit 71,1%. De gedetailleerde gegevens per sector voor Vlaanderen tonen dat de horeca zowel in 2001 als in 2010 het grootste aantal KMO s (26%) telde met een verhoogd risico op een faillissement en een beperkt groeipotentieel. Op de tweede plaats staat de groothandel met 22,5%. De derde plaats wordt ingenomen door de sector handelsbemiddeling met een percentage van 21,2%. De sectoren waar een beperkt aantal KMO s terug te vinden is in het profiel met een verhoogd risico op faillissement en een beperkt groeipotentieel zijn de sectoren gezondheidszorg (10,9%), de financiële diensten (9,6%) en de sector agro, bos & visserij (8,3%). Dit zijn dan ook meteen de drie sectoren die de hoogste scores halen binnen het profiel met KMO s die zich kenmerken door weinig risico op een faillissement en een ruim groeipotentieel. 47
48 Tabel 49: Rangschikking van de Vlaamse KMO s volgens sector op basis van het verhoogd risicoprofiel en beperkt groeipotentieel (multiscore), 2000 en 2008 Sector Score verhoogd risico & beperkt groeipotentieel rangschikking 2008 Score verhoogd risico & beperkt groeipotentieel rangschikking 2000 rangschikking winst/verlies percentage Industrie: Agro, bosbouw en visserij 8,3% 1 8,2% 1 0 0,1% Financiële diensten 9,6% 2 9,5% 2 0 0,1% Gezondheidszorg 10,9% 3 10,9% 3 0 0,0% Overige pers. Diensten 11,4% 4 12,1% 4 0-0,7% Industrie: metaal(producten) 11,9% 5 16,5% 5 0-4,6% Industrie: vervaardiging hout(producten) 14,1% 6 17,8% 7 1-3,7% Bouwnijverheid 14,3% 7 17,5% ,2% Overige industrie 15,1% 8 19,3% ,2% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 16,4% 9 19,1% ,7% Industrie: vervaardiging voedingsmiddelen 17,2% 10 18,5% ,3% Zakelijke diensten & immobiliën 17,3% 11 21,5% ,2% Industrie: chemie 18,2% 12 21,0% ,8% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 18,2% 13 21,3% ,1% Detailhandel 18,4% 14 18,8% ,4% Automobielsector (handel en onderhoud) 18,6% 15 19,5% ,9% Communicatie & IT 18,7% 16 21,8% ,1% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 19,6% 17 20,9% ,3% Vervoer & logistiek 19,7% 18 22,7% ,0% Handelsbemiddeling 21,2% 19 25,1% ,9% Groothandel 22,5% 20 26,0% ,5% Horeca 26,0% 21 27,5% ,5% Bijna alle sectoren slagen er in om het percentage bedrijven dat binnen de categorie met een verhoogd risico op faling en een beperkt groeipotentieel valt, te verlagen. Enkel de top 3 van best presterende sectoren kan geen verbetering laten optekenen. Ze laten evenwel ook geen noemenswaardige verslechtering zien en blijven dus stabiel. De sectoren die hierbij de grootste vooruitgang boeken zijn de sectoren metaal, zakelijke diensten & immobiliën en de overige industrie. Knipperlichten voor 2010 Om een verder idee te krijgen van de economische situatie van de KMO s in 2010 bekeken we de faillissementscijfers en gegevens in verband met het aantal dagvaardingen van KMO s door de RSZ, het Fonds voor Bestaanszekerheid en het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen. De cijfers voor 2010 toonden aan dat er op het vlak van faillissementen vooral in 2008 en 2009 een sterke stijging was op te tekenen. De voorlopige cijfers voor 2010 geven dan weer duidelijk aan dat de trend nog niet gekeerd is. Het jobverlies in 2010 ligt hoger dan het totale jobverlies in De meeste faillissementen vinden we in de sectoren horeca, de bouw en de kleinhandel. Ten tweede bekeken we ook het aantal dagvaardingen van KMO s door de RSZ, het Sociaal verzekeringsfonds voor Zelfstandigen en het Fonds voor Bestaanszekerheid. De dagvaardingen wijzen vaak op acute liquiditeitsproblemen en hebben dan ook een zekere voorspellende waarde. Uit de cijfers blijkt dat het aantal dagvaardingen door de RSZ en het Fonds voor Bestaanszekerheid in 2010 op een gelijkaardig hoog, zelfs hoger niveau blijft als in Het aantal dagvaardingen door het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen daalt verder, ook in Voor Vlaanderen is dit zelfs een daling met 70% over twee jaar. Hier speelt het effect van de zogenaamde vierde weg - waarbij geopteerd wordt voor een dwangbevel waardoor het aantal eigenlijke dagvaardingen daalt. 48
49 Lijst van afkortingen BTW BVBA Div. Comm. en Coöp. Venn. EBVBA FiTo KBO KMO NV RSZ VOF VZW belasting op de toegevoegde waarde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid diverse commanditaire en coöperatieve vennootschappen eenpersoons besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid financiële toestand Kruispuntbank voor ondernemingen kleine en middelgrote onderneming naamloze vennootschap Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid vennootschap onder firma vereniging zonder winstoogmerk 49
50 Lijst van tabellen en grafieken Tabellen Tabel 1: Evolutie aantal KMO s volgens gewest, Tabel 2: Evolutie aantal KMO-vennootschappen volgens gewest, Tabel 3: Evolutie aantal eenmanszaken volgens gewest, Tabel 4: Aandeel van KMO-vennootschappen volgens leeftijdscategorie en gewest, 2009 Tabel 5: Aandeel van eenmanszaken volgens leeftijdscategorie en gewest, 2009 Tabel 6: Evolutie KMO s in Vlaanderen volgens juridische vorm, Tabel 7: Evolutie KMO s in Brussel volgens juridische vorm, Tabel 8: Evolutie KMO s in Wallonië volgens juridische vorm, Tabel 9: Evolutie KMO s in Vlaanderen volgens tewerkstellingsklassen, Tabel 10: Evolutie KMO s in Brussel volgens tewerkstellingsklassen, Tabel 11: Evolutie KMO s in Wallonië volgens tewerkstellingsklassen, Tabel 12: Evolutie bruto toegevoegde waarde / personeelskosten van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 13: Evolutie Nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 14: Evolutie solvabiliteitscijfer van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 15: Evolutie financiële graad van onafhankelijkheid (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 16: Evolutie dekkingsgraad vreemd vermogen door cashflow (%) van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 17: Evolutie liquiditeit van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, (mediaan) Tabel 18: Evolutie mediaanwaarde FiTo -meter van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, Tabel 19: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen leverancierskrediet van KMO s volgens sector in Vlaanderen, Tabel 20: Evolutie mediaanwaarde saldo aantal dagen klantenkrediet van KMO s volgens sector in Vlaanderen, Tabel 21: Evolutie aandeel van het totaal investeringsvolume in materiële vaste activa van KMO s in België per regio, Tabel 22: Evolutie mediaanwaarde KMO-investeringen in materiële vaste activa volgens sector in Vlaanderen, Tabel 23: Evolutie mediaanwaarde KMO-bedrijfsresultaat volgens sector in Vlaanderen, Tabel 24: Evolutie mediaanwaarde eigen vermogen van de KMO s volgens sector in Vlaanderen, Tabel 25: Aandeel KMO s volgens risicoprofiel in België per regio, 2009 Tabel 26: Evolutie percentage KMO s automobielsector (handel en onderhoud) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 27: Evolutie percentage KMO s bouwsector volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 28: Evolutie percentage KMO s communicatie & IT volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 29: Evolutie percentage KMO s detailhandel volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 30: Evolutie percentage KMO s financiële diensten volgens risicoklasse in Vlaanderen,
51 Tabel 31: Evolutie percentage KMO s gezondheidszorg volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 32: Evolutie percentage KMO s groothandel volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 33: Evolutie percentage KMO s handelsbemiddeling volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 34: Evolutie percentage KMO s horeca volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 35: Evolutie percentage KMO s agro, bosbouw, visserij volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 36: Evolutie percentage KMO s chemie volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 37: Evolutie percentage KMO s metaal(producten) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 38: Evolutie percentage KMO s vervaardiging hout(producten) volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 39: Evolutie percentage KMO s vervaardiging ICT en & elektronica volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 40: Evolutie percentage KMO s vervaardiging papier, druknijverheid volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 41: Evolutie percentage KMO s vervaardiging textiel, kleding, leer volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 42: Evolutie percentage KMO s vervaardiging voedingsmiddelen volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 43: Evolutie percentage KMO s overige industrie volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 44: Evolutie percentage KMO s overige persoonlijke diensten volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 45: Evolutie percentage KMO s vervoer en logistiek volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 46: Evolutie percentage KMO s zakelijke diensten & immobiliën volgens risicoklasse in Vlaanderen, Tabel 47: Evolutie aantal dagvaardingen van KMO s bij de RSZ, Fonds Bestaanszekerheid en het Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen volgens regio, januari tot november 2008, 2009 en 2010 Tabel 48: Rangschikking van de Vlaamse KMO s volgens sector op basis van de FiTo -score, 2000 en 2009 Tabel 49: Rangschikking van de Vlaamse KMO s volgens sector op basis van het verhoogd risicoprofiel en beperkt groeipotentieel (multiscore), 2000 en 2009 Grafieken Grafiek 1: Aantal KMO s in Vlaanderen volgens sector, 2009 Grafiek 2: Aantal KMO s in Brussel volgens sector, 2009 Grafiek 3: Aantal KMO s in Wallonië volgens sector, 2009 Grafiek 4: Evolutie bruto toegevoegde waarde / personeelskosten (%) van de KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 5: Evolutie nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen van KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 6: Evolutie solvabiliteit van KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 7: Evolutie graad financiële onafhankelijkheid (%) van de KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 8: Evolutie dekking vreemd vermogen door de cashflow (%) van KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 9: Evolutie liquiditeit van KMO s in België per regio, (mediaan) Grafiek 10: Evolutie mediaanwaarde FiTo -meter van KMO s in België per regio, Grafiek 11: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen leverancierskrediet van KMO s in België per regio, Grafiek 12: Evolutie mediaanwaarde aantal dagen klantenkrediet van KMO s in België per regio, Grafiek 13: Evolutie totaal volume KMO-investeringen in materiële vaste activa in België per regio (basis 2000 = 100), 51
52 Grafiek 14: Evolutie totaal volume KMO-bedrijfsresultaten in België per regio (basis 2000 = 100), Grafiek 15: Evolutie mediaanwaarde eigen vermogen van de KMO s in België per regio (basis 2000 = 100), Grafiek 16: Evolutie faillissementen bij KMO s in België per regio op jaarbasis, en van januari tot november voor 2010 Grafiek 17: Evolutie jobverlies als gevolg van een faillissement bij KMO s in België per regio op jaarbasis, en van januari tot november voor 2010 Grafiek 18: Aandeel van de sectoren in totaal aantal faillissementscijfers januari tot november 2010 en groei faillissementen januari tot november 2010 ten opzichte van
53 Bijlagen Bijlage 1: evolutie aandeel KMO s per sector en gewest, VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL INDUSTRIE Agro, bosbouw en Visserij Verv. voedingsmiddelen, drank en Vervaardiging textiel, kleding en leer Hout Papier en druk Chemie Metaal ICT & elektronica Overige industrie BOUWNIJVERHEID DETAILHANDEL GROOTHANDEL AUTOMOBIEL (handel & onderhoud) HANDELSBEMIDDELING VERVOER & LOGISTIEK HORECA COMMUNICATIE & ICT FINANCIËLE DIENSTEN ZAKELIJKE DIENSTEN & IMMOBILIËN GEZONDHEIDSZORG OVERIGE PERSOONLIJKE DIENSTEN OVERIGE NIET-INDUSTRIE ONBEKEND TOTAAL vervolg
54 VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL VL BRU WAL INDUSTRIE Agro, bosbouw en Visserij Verv. voedingsmiddelen, drank en Vervaardiging textiel, kleding en leer Hout Papier en druk Chemie Metaal ICT & elektronica Overige industrie BOUWNIJVERHEID DETAILHANDEL GROOTHANDEL AUTOMOBIEL (handel & onderhoud) HANDELSBEMIDDELING VERVOER & LOGISTIEK HORECA COMMUNICATIE & ICT FINANCIËLE DIENSTEN ZAKELIJKE DIENSTEN & IMMOBILIËN GEZONDHEIDSZORG OVERIGE PERSOONLIJKE DIENSTEN OVERIGE NIET-INDUSTRIE ONBEKEND TOTAAL
55 Bijlage 2: evolutie percentage KMO s volgens risicoprofiel en groeipotentieel in Vlaanderen (multiscore), Sector AANDEEL KMO s IN SECTOREN MET VERHOOGD RISICO OP FALING EN BEPERKT GROEIPOTENTIEEL (Score 0-19) Industrie: Agro, bosbouw en visserij 8,2% 7,7% 7,8% 8,6% 8,0% 7,2% 8,5% 8,1% 8,0% 8,3% Financiële diensten 9,5% 12,8% 12,1% 10,9% 9,4% 9,4% 8,9% 8,3% 9,2% 9,6% Gezondheidszorg 10,9% 10,8% 11,0% 10,2% 10,1% 9,5% 9,2% 8,4% 10,4% 10,9% Overige pers. Diensten 12,1% 12,1% 12,4% 11,7% 11,7% 10,6% 10,7% 10,1% 10,5% 11,4% Industrie: metaal(producten) 16,5% 17,3% 17,0% 16,9% 15,0% 13,2% 12,3% 11,8% 11,2% 11,9% Industrie: vervaardiging hout(producten) 17,8% 18,8% 19,1% 18,7% 16,8% 14,3% 14,6% 13,6% 14,1% 14,1% Bouwnijverheid 17,5% 17,5% 17,9% 17,5% 16,1% 14,4% 13,9% 14,2% 13,3% 14,3% Overige industrie 19,3% 19,1% 20,1% 19,3% 17,7% 15,6% 15,0% 14,7% 14,3% 15,1% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 19,1% 19,1% 20,3% 20,5% 18,8% 15,6% 15,6% 14,1% 15,1% 16,4% Industrie: vervaardiging voedingsmiddelen 18,5% 18,9% 18,5% 17,7% 16,6% 15,3% 15,8% 16,0% 16,2% 17,2% Zakelijke diensten & immobiliën 21,5% 21,3% 21,5% 21,4% 20,8% 17,8% 17,4% 16,7% 16,5% 17,3% Industrie: chemie 21,0% 23,3% 24,3% 24,4% 20,1% 17,4% 17,7% 17,5% 17,6% 18,2% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 21,3% 24,6% 23,7% 24,8% 21,8% 19,0% 18,5% 16,9% 17,0% 18,2% Detailhandel 18,8% 18,8% 19,1% 18,2% 18,3% 17,1% 17,6% 17,2% 17,6% 18,4% Automobielsector (handel en onderhoud) 19,5% 19,6% 20,0% 19,9% 19,7% 18,3% 18,2% 17,5% 17,8% 18,6% Communicatie & IT 21,8% 21,9% 22,9% 23,4% 22,7% 20,3% 20,3% 18,5% 18,4% 18,7% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 20,9% 21,0% 21,8% 21,4% 21,1% 19,5% 19,2% 18,3% 18,6% 19,6% Vervoer & logistiek 22,7% 23,1% 23,0% 22,6% 21,3% 19,1% 19,2% 18,1% 18,1% 19,7% Handelsbemiddeling 25,1% 24,6% 24,3% 23,2% 22,3% 19,8% 20,5% 19,1% 19,5% 21,2% Groothandel 26,0% 26,6% 26,1% 25,4% 24,3% 22,6% 22,4% 22,0% 22,1% 22,5% Horeca 27,5% 26,8% 27,3% 26,7% 26,4% 24,7% 25,1% 24,5% 25,1% 26,0% AANDEEL KMO s IN SECTOREN MET MATIG RISICO OP FALING EN MATIG GROEIPOTENTIEEL (Score 20-49) Gezondheidszorg 2,5% 2,5% 2,8% 3,0% 3,1% 2,9% 2,8% 3,1% 3,2% 3,7% Overige pers. Diensten 3,6% 3,8% 4,2% 4,2% 4,0% 4,3% 4,2% 4,1% 4,0% 4,1% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 2,7% 2,9% 3,2% 3,3% 3,3% 3,6% 3,8% 3,8% 4,1% 4,7% Financiële diensten 4,2% 3,7% 3,9% 5,3% 4,7% 4,9% 5,4% 5,6% 5,3% 5,9% Detailhandel 8,5% 9,2% 9,6% 9,7% 9,4% 10,0% 10,4% 10,5% 10,8% 11,3% Handelsbemiddeling 7,8% 8,3% 9,2% 9,5% 9,1% 9,5% 9,8% 10,0% 10,6% 11,3% Bouwnijverheid 10,6% 11,1% 11,8% 11,8% 10,7% 11,4% 11,3% 11,0% 11,4% 11,9% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 11,2% 12,2% 12,9% 13,0% 11,7% 11,6% 11,7% 10,9% 12,1% 12,2% Industrie: vervaardiging hout(producten) 12,8% 13,1% 13,3% 12,7% 11,6% 12,7% 11,6% 11,6% 11,8% 12,3% Industrie: metaal(producten) 12,0% 12,5% 13,0% 12,9% 11,6% 12,4% 12,5% 12,2% 12,0% 12,4% Overige industrie 12,8% 13,6% 13,4% 13,1% 11,7% 13,1% 13,1% 12,8% 13,0% 12,6% Communicatie & IT 10,8% 11,2% 11,3% 12,5% 12,0% 12,0% 12,2% 11,7% 12,4% 12,8% Horeca 9,3% 10,4% 11,1% 11,1% 11,0% 12,3% 12,2% 12,3% 12,3% 12,9% Industrie: vervaardiging voedingsmiddelen 10,8% 12,0% 11,5% 11,2% 11,0% 11,3% 11,7% 12,5% 13,1% 13,0% Automobielsector (handel en onderhoud) 13,2% 14,2% 14,8% 14,3% 13,0% 14,3% 14,7% 14,1% 14,7% 14,8% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 14,8% 14,9% 15,4% 14,1% 13,5% 15,5% 15,3% 15,3% 14,4% 14,9% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 16,6% 15,2% 16,3% 15,6% 15,0% 15,0% 15,1% 15,2% 15,0% 15,4% Industrie: chemie 17,0% 17,8% 18,3% 17,0% 15,6% 16,7% 16,9% 16,0% 17,1% 16,2% Vervoer & logistiek 12,9% 13,9% 14,3% 14,3% 13,7% 15,3% 15,6% 15,5% 15,6% 16,2% Zakelijke diensten & immobiliën 12,6% 13,2% 14,3% 15,0% 14,6% 15,3% 15,5% 15,5% 16,0% 16,6% Groothandel 19,4% 20,6% 20,6% 20,0% 18,4% 19,9% 20,4% 19,8% 20,5% 20,6% AANDEEL KMO s IN SECTOREN MET WEINIG RISICO OP FALING EN RUIM GROEIPOTENTIEEL (Score ) Automobielsector (handel en onderhoud) 54,6% 52,8% 53,3% 54,6% 57,3% 57,6% 57,3% 58,2% 57,4% 56,9% Bouwnijverheid 63,2% 62,8% 61,5% 62,3% 62,6% 63,0% 62,7% 63,1% 62,6% 61,1% Communicatie & IT 64,4% 63,0% 62,7% 63,1% 65,0% 65,6% 65,3% 66,5% 66,3% 64,1% Detailhandel 64,4% 64,1% 62,9% 64,6% 65,5% 64,9% 65,5% 66,4% 67,0% 65,5% Financiële diensten 62,1% 58,8% 57,4% 58,6% 64,3% 66,0% 65,4% 66,5% 65,3% 65,6% Gezondheidszorg 65,8% 65,5% 64,1% 63,6% 64,6% 66,8% 67,1% 67,8% 67,5% 66,1% Groothandel 62,1% 60,3% 60,0% 59,6% 63,3% 66,1% 66,4% 67,9% 68,0% 66,4% Handelsbemiddeling 67,4% 66,2% 65,1% 65,8% 67,2% 67,4% 67,2% 68,5% 67,5% 66,6% Horeca 67,1% 67,1% 66,5% 67,3% 68,6% 70,7% 69,7% 70,8% 69,8% 67,5% Industrie: Agro, bosbouw en visserij 67,4% 66,9% 65,7% 64,1% 65,4% 67,7% 67,5% 69,8% 69,3% 68,5% Industrie: chemie 70,7% 69,1% 70,0% 71,1% 72,4% 73,4% 72,5% 71,5% 70,7% 69,8% Industrie: metaal(producten) 72,8% 71,9% 71,3% 72,1% 72,3% 73,0% 72,0% 72,3% 71,6% 70,3% Industrie: vervaardiging hout(producten) 69,7% 68,7% 66,8% 66,4% 69,5% 72,8% 72,7% 75,0% 72,8% 71,4% Industrie: vervaardiging ICT en elektronica 68,0% 67,4% 66,5% 67,6% 70,6% 71,3% 71,9% 72,5% 72,8% 72,3% Industrie: vervaardiging papier, druknijverheid 69,4% 68,1% 67,5% 68,6% 71,5% 73,0% 73,8% 74,8% 74,1% 73,6% Industrie: vervaardiging textiel, kleding en leer 71,9% 71,4% 70,4% 70,8% 73,2% 74,1% 74,8% 74,8% 75,3% 73,8% Industrie: vervaardiging voedingsmiddelen 71,5% 70,2% 70,0% 70,2% 73,4% 74,4% 75,2% 76,0% 76,8% 75,7% Overige industrie 86,3% 83,5% 83,9% 83,9% 86,0% 85,7% 85,7% 86,1% 85,5% 84,5% Overige pers. Diensten 84,4% 84,1% 83,4% 84,1% 84,2% 85,1% 85,1% 85,8% 85,5% 84,5% Vervoer & logistiek 86,6% 86,7% 86,2% 86,8% 86,9% 87,6% 88,0% 88,5% 86,3% 85,4% Zakelijke diensten & immobiliën 89,1% 89,4% 89,0% 88,1% 88,7% 89,2% 87,7% 88,1% 87,9% 87,0%
56
Het KMO-Rapport Vlaanderen
Het KMO-Rapport Vlaanderen De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld 2009 Het KMO-Rapport Vlaanderen De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld UNIZO-Studiedienst
HET KMO-RAPPORT VLAANDEREN
Editie 2012 HET KMO-RAPPORT VLAANDEREN De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld Het KMO-Rapport Vlaanderen De financieel-economische gezondheid van de Vlaamse KMO in beeld UNIZO-Studiedienst
... Graydon studie. Faillissementen. November 2017
... Graydon studie Faillissementen November 2017 1 december 2017 [Typ hier] [Typ hier] [Typ hier] Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure
STUDIE FAILLISSEMENTEN. Zomer 2015
STUDIE FAILLISSEMENTEN Zomer 2015 01/09/2015 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn
Uitbreidingstraat 84-b1 tel : 03 280 88 55 2600 Berchem mob : 0495 71 02 36 www.graydon.be
Persbericht 3 december 2012 gelieve als bron Graydon Belgium te vermelden Graydon Belgium nv contact: Eric Van den Broele Uitbreidingstraat 84-b1 tel : 03 280 88 55 2600 Berchem mob : 0495 71 02 36 www.graydon.be
Om de sector zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, hebben we alle ondernemingen geïdentificeerd die hun jaarrekening op de website van de NBB
1 Om de sector zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, hebben we alle ondernemingen geïdentificeerd die hun jaarrekening op de website van de NBB (Nationale Bank van België) hebben gepubliceerd. Ondernemingen
SECTORANALYSE HORECA 2016
Rapport 2016 130 Pag. SECTORANALYSE HORECA 2016 Ondernemingen 2016 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg samengesteld. Guidea, het Kenniscentrum voor
Sectoranalyse Horeca 2014
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen Omzet en investeringen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013
Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij
Sectoranalyse Horeca 2012
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie
UNIZO STARTERSATLAS. met medewerking van Graydon
UNIZO STARTERSATLAS Colofon Dit is een uitgave van UNIZO Startersservice Spastraat 8 1000 Brussel Tel: 02/ 238 05 92 Fax: 02/ 238 05 96 E-mail: [email protected] Website: www.startersservice.be UNIZO
PROFIEL VAN DE STARTENDE ONDERNEMING 6. Startende ondernemingen per provincie 13. Startende ondernemingen per juridische vorm 17
Colofon Dit is een uitgave van UNIZO Startersservice Spastraat 8 1000 Brussel Tel: 02/ 238 05 92 Fax: 02/ 238 05 96 E-mail: [email protected] Website: www.startersservice.be UNIZO Startersservice
Kredietadvies. Officiële gegevens
Datum: 23/09/2005 Betreft: 434360456 D.F.M. INTERNATIONAL TRADING NV RUYSEVELTSLEI 12 2950 KAPELLEN R1 Handelsrapport Kredietadvies Datum 23-09-2005 Het berekende kredietmaximum bedraagt : 1.250 EUR Het
Maakeconomie in Limburg
Sectoranalyse Maakeconomie in Limburg Augustus 2018 C r e a t i e v e E c o n o m i e i n L i m b u r g P a g i n a 1 46 INHOUDSOPGAVE 1. Definitie 3 2. Bedrijven in de Maakeconomie (Vestigingen met personeel)
FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE. HOVENIERSBERG 24 B-9000 GENT Tel. : 32 - (0)9 264.34.61 Fax. : 32 - (0)9 264.35.
FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE HOVENIERSBERG 24 B-9000 GENT Tel. : 32 - (0)9 264.34.61 Fax. : 32 - (0)9 264.35.92 WORKING PAPER De financiële toestand van de Belgische ondernemingen 2006 Ratio s en
Inhoud. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1
Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... xv xix xxi HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1 1.1. Onderneming, toegevoegde waarde en belanghebbenden... 2 1.2. Rol van de financiële
STUDIE Faillissementen semester :
STUDIE Faillissementen semester 1 2016: Sterke daling van het aantal faillissementen vooral in Brussel en Wallonië Maand juni: -14,3% 1 e semester: -12,7% Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd
PROFIEL VAN DE STARTENDE ONDERNEMING 7. Startende ondernemingen per provincie 14. Startende ondernemingen per juridische vorm 18
Colofon Dit is een uitgave van UNIZO Startersservice Spastraat 8 1000 Brussel Tel: 02/ 238 05 92 Fax: 02/ 238 05 96 E-mail: [email protected] Website: www.startersservice.be UNIZO Startersservice
Analyse van de faillissementen in de bouwsector
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2008 2009 Analyse van de faillissementen in de bouwsector Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master in de Bedrijfseconomie
Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage
Vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbijdrage Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (2001), Statistiek van de aangesloten vennootschappen jaar 2000, 68 p. Begin juni
Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009
Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december
DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4. Balanscentrale. Ondernemingsdossier
DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4 Balanscentrale Ondernemingsdossier Beknopte handleiding Oktober 2008 Inleiding De Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB) staat in voor de verspreiding
De regionale impact van de economische crisis
De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale
21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN. Conjunctuurindicatoren
21.05.2008 Nr 3206 I. ECONOMIE EN FINANCIEN Conjunctuurindicatoren Kalender voor het uitbrengen van de indicatoren... 5 Afzetprijsindexen (basis 2000 = 100) September tot oktober 2007... 6 Indexen van
Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming
ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%
1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2
ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor
UNIZO KMO-BAROMETER. UNIZO-Studiedienst, tel. 02 238 05 31 - fax 02 238 07 94 www.unizo.be
UNIZO KMO-BAROMETER UNIZO-Studiedienst, tel. 02 238 05 31 - fax 02 238 07 94 www.unizo.be De UNIZO KMO-barometer wordt per kwartaal samengesteld aan de hand van een bevraging bij 700 KMO s en bestaat uit
Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten,
PERSCOMMUNIQUÉ 2014-07-18 Links BelgoStat On-line Algemene informatie Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten, 1995-2011. De drie Gewesten en de Nationale Bank van
notarisbarometer 101,6 99, ,2 99,8 94,1 Belgisch vastgoed zet de economische crisis een hak
notarisbarometer Vastgoed, vennootschappen, familie www.notaris.be A B C D E n 11 Oktober - december Trimester 4 - Vastgoedactiviteit in België Prijsevolutie Registratierechten Vennootschappen De familie
Het economische belang van de Belgische havens - flashraming 2015
216-1-26 Het economische belang van de Belgische havens - flashraming 215 Om te voorzien in de behoefte aan snel beschikbare indicatoren over het verloop van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid
Structurele ondernemingsstatistieken
1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele
