Handboek. Forensische Zorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handboek. Forensische Zorg"

Transcriptie

1 Handboek Forensische Zorg

2 Handboek Forensische Zorg 2 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 3

3 Inhoudsopgave Deel 1 Hoofdstuk 1. Forensische Zorg 13 Hoofdstuk 2. Ketenproces forensische zorg 17 Hoofdstuk 3. Indicatiestelling 23 Hoofdstuk 4. Plaatsing 29 Hoofdstuk 5. Financiering van zorg 37 Hoofdstuk 6. Informatiesysteem forensische zorg 41 Deel 2 In deel 2 is een samenvatting van onderwerpen uit deel 1 per organisatie beschreven: Hoofdstuk 7. /Rechtspraak 45 Hoofdstuk 8. Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie 59 Hoofdstuk 9. Reclassering 77 Hoofdstuk 10. Gevangeniswezen 97 Hoofdstuk 11. Zorgaanbieders 113 Bijlagen 1. Terminologie en afkortingen Lijst forensische zorgtitels Afbakening forensische zorg Beleidskader plaatsing, incl. clusters normen termijnen intake en opname Ketenprocessen Indicatiestelling en Plaatsing Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 5

4 Inleiding Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. Het vernieuwen van het stelsel van forensische zorg is gestart naar aanleiding van de aanbevelingen van de motie Van de Beeten, de Commissie Houtman en de Commisie-Visser. Met de vernieuwingen in de forensische zorg werden de volgende doelen beoogd: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg. Doel Handboek Het Handboek Forensische Zorg is de opvolger van de eerder verschenen Uitvoeringsprotocollen. Het biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft een beschrijving van het stelsel, welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze worden uitgevoerd. 6 Handboek Forensische Zorg Terugblik Van 2007 tot 2010 zijn belangrijke wijzigingen in de forensische zorg doorgevoerd. Het Ministerie van VenJ koopt sinds 2008 zelf zorg in. Jaarlijks vindt een inkoopronde plaats. Het ingekochte zorgaanbod wordt steeds meer verfijnd om aan te sluiten bij de behoefte aan zorg en beveiliging. Er is een financieringssystematiek ontwikkeld, die aansluit bij de financiering van de reguliere gezondheidszorg. Ook worden bepaalde vormen van zorg gefinancierd in ZZp s (Zorg Zwaartepaketten), waarbij is aangesloten bij de AWBZ. De overgang van financiering via bevoorschotting naar financiering via DBBC s (Diagnose Behandel en Beveiligingscombinaties) is ingezet. De indicatiestelling is ontwikkeld, voor zowel de ambulante zorg als de klinische zorg. Dit is noodzakelijk om vroegtijdig de benodigde zorg en beveiliging vast te stellen, De eindverantwoordelijkheid van de Minister van VenJ voor alle plaatsingen is vorm gegeven. Ten slotte is het toezicht op de forensische zorg belegd bij de Nederlandse Zorgautoriteit, zoals die ook toezicht houdt op de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Het afgelopen jaar heeft het Ministerie van VenJ twee aandachtspunten gehad. Ten eerste het afronden van de beleidsontwikkelingen. Ten tweede de inrichting van de wijze waarop de Minister van VenJ de stelselverantwoordelijkheid op zich kan nemen. Een belangrijk ontwikkeling in 2011 was de implementatie van ambulante indicatiestelling in het Gevangeniswezen en bij voorwaardelijke sancties door de 3 reclasseringsorganisaties. Er zijn ketenprocessen opgesteld en getest voor het verstekern van de samenwerking van organisaties in de keten van forensische zorg. Dit proces wordt ondersteund door het systeem voor informatievoorziening forensische zorg (Ifzo). Alle organisaties Handboek Forensiche Zorg 7

5 gebruiken Ifzo om te indiceren en te plaatsen. Er is een start gemaakt met het factureren van zorg in DBBC s. Beveiligingsniveau 2 zal worden gesplitst in 2a en 2b, om beter aan te sluiten bij de kenmerken van de beveiliging van de instellingen op niveau 2. De NZa heeft voor het eerst positief geadviseerd over tarieven voor de forensische zorg en de Staatssecretaris heeft dit advies overgenomen. Dit betekent dat alle organisaties nu zijn ingericht op en gestart met het uitoefenen van hun (nieuwe) taken en verantwoordelijkheden. Inrichting verantwoordelijkheid voor stelsel forensische zorg De Minister van VenJ is verantwoordelijk voor het stelsel van forensische zorg. Om dit concreet vorm te geven, is vanaf 2012 een stuurgroep Forensische Zorg ingericht. Alle ketenpartners zijn hierin vertegenwoordigd. Een belangrijk gespreksonderwerp is de mate waarin de doelen van het stelsel worden bereikt. Hiervoor zijn in afstemming met alle betrokken organisaties prestatie-indicatoren opgesteld, die inzicht geven in de werking van het stelsel. baar stelsel van forensische zorg. Wij hopen dat deze praktische handreiking u helpt bij de uitvoering van uw taken en verantwoordelijkheden. Wij zien een goede voortzetting van de samenwerking met vertrouwen tegemoet. Goof van Gemert Directeur Forensische Zorg Justus Kox Projectleider Forensische Zorg Een belangrijke uitkomst van de goede werking van het stelsel forensische zorg is de plaatsing ( juiste patiënt op de juiste plek ), waarvoor de Directie Forensische Zorg (DForZo) namens de Minister van VenJ eindverantwoordelijk is. DForZo is dan ook vanaf 2012 de uitvoeringsregisseur forensische zorg. Zij heeft daartoe volgende taken: Verantwoordelijk voor alle plaatsingen in de forensische zorg, het beheren van het plaatsingsbeleid en monitoren van de ketenprocessen Forensisch Plaatsingsloket Verantwoordelijk voor het inkoopbeleid (voldoende en kwalitatief goede zorg) en het daarbij behorende budget Financieren van zorgaanbieders middels DBBC s, ZZp s of AWBZ-parameters Beheren van de informatiesystemen; Informatievoorziening forensische zorg (Ifzo), Facturatie Controle Systeem (FCS), Management Informatie (MI) Kwaliteitsbewaking forensische zorg (o.a. middels Indicatoren Zichtbare Zorg) Beheren handboek Forensische Zorg Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor het stelsel als geheel, de periodieke evaluatie en de politieke verantwoordelijkheid. DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket, de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen voor de forensische zorg. Dankwoord We willen u hartelijk bedanken voor uw bijzondere inzet van de afgelopen jaren om gezamenlijk vorm te geven aan de vernieuwingen in de forensische zorg. De afgelopen jaren is al veel bereikt, maar we zijn er nog niet. De juiste patiënt op de juiste plek betekent niet alleen het uitvoeren van de toegekende taken, maar ook dat daadwerkelijk meer justitiabelen de zorg ontvangen, die zij nodig hebben. Hiervoor is een voortzetting en versteviging van de samenwerking in de keten van forensische zorg van alle betrokken organisaties nodig. Ons gezamenlijke doel is de strafrechtelijke recidive te verminderen door het bieden van goede zorg in het streven naar een veiliger terugkeer van justitiabelen in de samenleving. Graag willen wij samen met u werken aan een toekomstbestendig en betaal- 8 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 9

6 Leeswijzer Het Handboek Forensische Zorg is een vervolg op het Uitvoeringsprotocol Forensische Zorg Handboek ten opzichte van wetgeving, inkoophandleiding en DB(B)C-spelregels Het handboek bevat een uitwerking van de werkwijzen. Het gaat uit van de juridische basis van het interim-besluit forensische zorg en de afspraken over werkwijzen, die tussen de verschillende ketenpartners zijn gemaakt. Hiermee vormt het handboek een aanvulling op: Interim-besluit forensische zorg Inkoophandleiding DB(B)C-spelregels Uitvoeringsregels Forensische Zorg Beleidskader plaatsing Indicatiestellingsformats Ketenprocessen plaatsing forensische zorg Deze bronnen zijn te vinden via Afbakening begrippen In dit handboek is gekozen de term justitiabele aan te houden. Hiermee wordt tevens cliënt, patiënt, verdachte, veroordeelde of gedetineerde bedoeld. Waar de mannelijke vorm wordt gebruikt, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen. Contactgegevens forensische zorg Onderwerp Organisatie Telefoon Inkoop DForZo, afdeling Inkoop (088) Facturatie DForZo, afdeling KFA (088) Plaatsingsbeleid Ingekocht zorgaanbod DForZo, Forensisch Plaatsings Loket (088) Indicatiestelling NIFP/IFZ 3RO GW Ifzo Servicedesk SSC-I, Ifzo (088) DB(B)C s Helpdesk DBC-Onderhoud (030) [email protected] 10 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 11

7 Deel 1 Hoofdstuk 1. Forensische zorg Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag wat forensische zorg is. Eerst worden de doelgroep, de forensische zorgtitels en de indeling in de forensische zorg omschreven. Daarna komt aan bod de afbakening van wat forensische zorg is ten opzichte van zorg bekostigd door de Zvw of de AWBZ. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het juridisch kader voor de forensische zorg. 1.1 Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 1 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels. Het Ministerie van VenJ bekostigt forensische zorg nadat een indicatie is gesteld en geplaatst is op basis van een plaatsingsbesluit. Uitzondering hierop zijn de titel tbs met dwangverpleging (art. 37b SR) en de titel plaatsing t.b.v. een Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr). Hiervoor wordt geen indicatie gesteld en wordt op andere wijze geplaatst (zie hoofdstuk Plaatsing). 12 Handboek Forensische Zorg 1 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). Handboek Forensiche Zorg 13

8 1.1.3 Indeling forensische zorg De forensische zorg is geënt op de zorg die in een vrijwillig kader vanuit de AWBZ en de Zorgverzekeringswet wordt bekostigd en daarmee qua indeling nagenoeg vergelijkbaar, namelijk in klinische zorg, ambulante zorg en beschermd wonen. Daarnaast kent de forensische zorg vooralsnog ook een indeling in segmenten. Dit zijn de segmenten geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg. Binnen deze segmenten wordt zowel ambulante zorg als klinische zorg geleverd. Deze segmentindeling blijft bestaan totdat de nieuwe bekostigingsystematiek in de forensische zorg, de DBBC-systematiek of ZZP-systematiek, volledig is ingevoerd. Door de invoering ontstaat er een nieuwe indeling van de forensische zorg en wordt overgestapt van een functiegerichte naar een prestatiegerichte bekostiging. Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van zorg in een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. In alle segmenten kent de klinische zorg verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en meest intensieve vorm van forensische zorg wordt geleverd in het segment van de geestelijke gezondheidszorg in de Forensische Psychiatrisch Centra (FPC s), de Penitentiar Psychiatrische Centra (PPC s), de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA s). In het segment verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in Forensische Verslavingsklinieken (FVK) en Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA). In het segment van de verstandelijke gehandicapten zorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG (+)-voorzieningen). Daarnaast kennen alle drie de segmenten minder beveiligde klinische zorgafdelingen, zoals in de reguliere zorg. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is er geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen vanuit de eigen woon- en werkomgeving naar de hulpverlener toekomen, of waarbij de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. De ambulante zorg wordt in alle bovenstaande segmenten geleverd en kent een nadere onderverdeling in ambulante (forensische) behandeling en ambulante begeleiding. Daarnaast kan er ook sprake zijn van dagactiviteiten. Er zijn 3 bijzonderheden: 1. Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor de bekostiging van alle zorg voor gedetineerden en tbs-gestelden, conform het Vademecum Medisch Verstrekkingen pakket 2 en de forensische zorg. Deze justitiabelen kunnen geen aanspraak maken op de Zvw, omdat de zorgverzekering voor hen is opgeschort. Dit geldt niet voor tbs-gestelden tijdens proefverlof en voorwaardelijke beëindiging, zij hebben wel aanspraak op de Zvw. 2. Justitiabelen kunnen naast forensische zorg ook aanspraak hebben op AWBZ zorg. Het gaat daarbij om zorg als gevolg van somatische problematiek, een lichamelijke of zintuiglijke handicap, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of verpleging. Deze zorg staat los van de forensische zorg. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de AWBZ uit. 3. Indien een justitiabele voordat er een strafrechtelijke titel is opgelegd, AWBZ-zorg of klinische zorg uit de Zvw ontving (uitgezonderd tbs-gestelden en gedetineerden), blijft deze zorg bekostigd door de AWBZ 3 of Zvw. Noodzaakt de strafrechtelijke titel tot aanvullende zorg, dan is dit forensische zorg en wordt geïndiceerd door de 3RO of het NIFP/IFZ. Is er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel sprake van ambulante zorg op basis van de Zvw, dan wordt alle zorg waar de strafrechtelijke titel toe noodzaakt, vergoed als forensische zorg. Dit gaat zowel om bestaande zorg, als het meerdere waartoe de titel noodzaakt, voor de duur van de titel (zie bijlage 3, afbakening forensische zorg). 1.3 Juridisch kader In het wetsvoorstel forensische zorg wordt de brede stelselherziening van de forensische zorg geregeld. Het bevat regels voor de inkoop en financiering, de aanspraak op forensische zorg, de plaatsing en enkele andere onderwerpen die met de besturing en de zorgcontinuïteit samenhangen. Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer der Staten-Generaal behandeld. Op 29 december 2011 is de nota van wijziging en de beantwoording van het verslag ingediend bij de Tweede Kamer 4. Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari Beschermd wonen Beschermd wonen is vorm van (kleinschalig) wonen waarbij (op verschillende niveaus) begeleiding en ondersteuning wordt geboden. 1.2 Afbakening forensische zorg Het uitgangspunt is dat het Ministerie van VenJ de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten bekostigt die deel uitmaakt van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. 14 Handboek Forensische Zorg 2 Het Vademecum Medisch Verstrekkingenpakket is hier leidend. 3 Een herindicatie tijdens het strafrechtelijk traject voor deze AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het CIZ ( Indien er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel geen zorgtraject was, indiceert het CIZ niet. 4 De Nota van wijziging en Nota naar aanleiding van het verslag zijn te vinden als Kamerstukken (32398, nr. 9 en 10), via Handboek Forensiche Zorg 15

9 1.3.1 Interim-besluit forensische zorg Het interim-besluit forensische zorg (een Algemene Maatregel van Bestuur) creëert, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet forensische zorg, een wettelijke basis voor het huidige forensische zorgstelsel. Het interim-besluit is per 1 januari in werking getreden. Het stelt regels ten aanzien van: De (inhoud en omvang van de) forensische zorg. De eigen bijdrage van de justitiabele voor de forensische zorg. De indicatiestelling. De zorgtoeleiding naar ambulante forensische zorg (plaatsing). De informatieverstrekking. De aanwijzing van de zorgaanbieders die forensische zorg leveren en de voorwaarden die daarbij kunnen worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de beveiliging. Het interim-besluit vervalt als de wet forensische zorg in werking treedt. Hoofdstuk 2. Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 6. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3. tijdens de periode van toezicht door de reclassering Uitwisseling gegevens justitiabelen Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld: Het opstellen van een indicatiestelling. Het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders. Het verlenen van forensische zorg. Het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder. De uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg Wetsvoorstel voorwaardelijke sancties Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties voorziet in de wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met wijzigingen van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Deze wijziging vormt het juridisch kader voor de forensische zorg als bijzondere voorwaarde. Gedragsbeïnvloeding met bijzondere voorwaarden is kansrijk door de stok achter de deur van de gevangenisstraf. De bijzondere voorwaarden kunnen worden toegespitst op gedragskenmerken van de dader en het type delict. Er zijn 3 bijzondere voorwaarden zorg (art.14c lid 2, 10, 11, 12 Sr): Opneming van de veroordeelde in zorginstelling Ambulante behandeling Verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties stimuleert het gebruik van bijzondere voorwaarden. Het voorstel is behandeld in de Eerste Kamer der Staten-Generaal en de beoogde datum van inwerking treding is 1 april Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen. Deze worden in paragraaf 2.1 beschreven. Daarna komen de processen vanuit detentie aan bod in paragraaf 2.2. Ten slotte wordt ingegaan op de ketensamenwerking die nodig is bij de forensische zorg. 2.1 Forensische zorg als bijzondere voorwaarde Er is alleen sprake van forensische zorg als de zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Het strafrechtelijke kader is het startpunt van de zorg. Dit is meestal een vonnis. Uitzondering hierop zijn de volgende mogelijkheden: 1. schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden (art. 80 Sv) door de Rechtspraak, in afwachting van een defintieve beslissing 2. sepot onder voorwaarden (art. 167/244 Sv) door het OM 3. voorgenomen indicatiestelling (zie paragraaf 3.5) 4. zorg tijdens/vanuit detentie (incl. voorwaardelijke invrijheidsstelling) 5 Het interim-besluit is te vinden in het Staatsblad (Stb. 2010, 875), via 16 Handboek Forensische Zorg 6 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. Handboek Forensiche Zorg 17

10 Onderstaand schema is een weergave van het forensisch zorgstelsel bij bijzondere voorwaarden. Onderzoek Recl. / NIFP-PJ Zorgbehoefte? Indicatiestelling Recl. / NIFP-IFZ Besluit OM / Rechtspraak Plaatsing Zorgverlening Aansluiting op reguliere zorg Op verzoek van hetzij de officier van justitie (OvJ), hetzij de rechter-commissaris (RC) doet de reclassering en evt. een (of meerdere) Pro Justitia-rapporteur(s) onderzoek naar de persoon van de verdachte. Onderdeel van dit onderzoek kan verdiepingsdiagnostiek zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de justitiabele zorg nodig heeft, wordt een indicatie gesteld. Een indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de 3RO. Voor klinische zorg vraagt de reclassering een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Na de indicatiestelling start het plaatsingsproces. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de afhandeling van de aanmelding en evt. intake binnen de daarvoor gestelde maximale termijnen 7. Indien het strafprocesregelement dit vereist, dan sneller. Het is daarbij van belang dat de reclassering danwel het NIFP/IFZ (bij klinische zorg) zorg draagt dat de justitiabele binnen een bepaalde tijd behandeld kan worden bij een passende zorgvoorziening. De indicatiestelling ligt ten grondslag aan het advies van de 3RO. Het geeft de inschatting welke zorg en beveiliging de justitiabele nodig heeft en versterkt de onderbouwing van het advies. De reclassering adviseert het OM en de Rechtspraak over de aard en de duur van de benodigde zorg voor de justitiabele (bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden, is ook overeenstemming nodig 8 ). De reclassering dient de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over alle bijzondere voorwaarden gedurende de looptijd van een toezicht. Ook indien er sprake is van een ambulant traject waarbij mogelijk kortdurende, klinische interventie nodig is t.b.v. detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek. De reclassering onderbouwt in haar advies de omstandigheden waarin een tijdelijke, klinische opname 9 nodig is. Beoogd wordt de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over de specifieke aanpak van de verdachte zodat, indien de Rechtspraak zo beslist, deze aanpak specifiek in het vonnis kan worden opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat wijzigen van zorgvoorwaarden tijdens het toezicht nodig is, wat de snelheid van de (crisis)opname ten goede komt. Hierdoor kan de reclassering het toezicht beter toespitsen en optreden als de justitiabele de voorwaarden niet naleeft. De stok achter de deur is de gevangenisstraf. Indien zorg niet is opgenomen in de voorwaarden van de beslissing en een justitiabele vrijwillig zorg ontvangt, dan geldt de stok achter de deur niet. Indien er zorgvoorwaarden worden opgelegd bij een schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80 Sv.), is dit zorg, in afwachting van een definitieve beslissing van de rechtbank (of arrest van het hof ). Van groot belang is dat het OM en de Rechtspraak tijdig worden voorzien van informatie (PJ-rapportage en reclasseringsadvies, incl. indicatiestelling) op grond waarvan een beslissing genomen kan worden. Dit dient te geschieden binnen de termijnen van het strafprocesregelement. Tijdens de rechtszitting wordt het advies van de reclassering besproken. Op grond van de wet voorwaardelijke sancties kan de Rechtspraak een vonnis (of arrest) wijzen, waarin wordt aangegeven of het klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen betreft, danwel een combinatie. Het NIFP/IFZ of de 3RO zorgt na het vonnis voor een tijdige afwikkeling van de plaatsing binnen de strafrechtelijke kaders. De reclassering heeft bij voorwaardelijke sancties de toezichtstaak uit te voeren (indien de Rechtspraak de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft Zorglocatie niet in het vonnis Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie in de uitspraak zelf is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke sancties (niet zijnde tbs met voorwaarden). De Rechtspraak zal bij een klinische opname de aard en de duur van de opname bepalen (zie ook het huidige art. 14c lid 2 Sr. en jurisprudentie HR 10 ). Het NIFP/IFZ of de reclassering is er voor verantwoordelijk dat aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg, of overbruggingszorg, is geregeld, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Zij zorgen dat de soort zorg is geregeld, ook als de zorgbehoefte wijzigt. De reclassering en het NIFP/IFZ kunnen daarbij rekenen op de contractsrelatie van DForZo met de zorgaanbieders en als ultimum remedium de opnameplicht in het wetsvoorstel forensische zorg Plaatsing volgt het vonnis De uitspraak van de Rechtspraak is leidend (of OM bij sepot). De strekking/inhoud van de titel bepaalt welke zorg moet worden verleend. Als dit betekent dat er een andere soort zorg is opgelegd dan geadviseerd, dan dient er geplaatst te worden in lijn met de uitspraak. Dit betekent dat er een nieuwe indicatie wordt opgesteld, die past bij de soort zorg die de Rechtspraak heeft opgelegd. Afhankelijk 7 Zie bijlage: Clusters normen termijnen intake en opname 8 Bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden moet niet alleen de aard en de duur van de behandeling vaststaan, maar is ook overeenstemming over de voorwaarden noodzakelijk tussen verdachte, reclassering en zorgaanbieder. 18 Handboek Forensische Zorg 9 Dit betreft een of meerdere opnames van totaal max. 7 weken gedurende de gehele looptijd van het toezicht. 10 Indien toch een specifieke zorglocatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. Handboek Forensiche Zorg 19

11 van de opgelegde soort zorg, stelt de reclassering (ambulant of beschermd wonen) of het NIFP/IFZ (klinisch) een nieuwe indicatie Wijziging zorgvoorwaarden Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarde tijdens de uitvoering van de forensische zorg, moet worden gewijzigd van ambulante zorg of beschermd wonen naar klinische zorg, meldt zij dit bij de OvJ. De OvJ besluit dit al dan niet te vorderen (art. 14c lid 2 Sr.) via de geëigende strafvordelijke weg. De Rechtspraak neemt hierover het besluit. Een justitiabele kan ook zelf verzoeken om een aanpassing van de voorwaarden Forensische zorg tijdens hoger beroep De wet voorwaardelijke sancties biedt de mogelijkheid dat de zorg en/of het toezicht direct een aanvang neemt, ongeacht of een partij in hoger beroep gaat tegen het vonnis (uitvoerbaar bij voorraad). In dit geval kan, in afwachting van een hoger beroep, forensische zorg worden verleend. De reclassering adviseert hierover en de Rechtspraak besluit dit al dan niet op te leggen. 2.2 Forensische zorg tijdens detentie Tijdens de voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen, of kan zich deze uiten. Dit kan op ieder moment tijdens het verblijf in het gevangeniswezen (GW) zijn. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-)plaatsing in de GGz. Een justitiabele moet altijd toestemming geven voor behandeling in/door de GGz Proces tijdens detentie Indien klinische zorg nodig is, dan vraagt het Psycho Medisch Overleg 11 (PMO) een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Zij stelt een indicatie op en plaatst de justitiabele in zorg. De Bureau Selectie Functionaris (BSF) bij DJI beoordeelt op basis van een risicotaxatie of een justitiabele ook daadwerkelijk buiten het GW geplaatst mag worden. Indien er sprake is van een van de contra-indicaties van GGz tenzij dan voert het PMO zelf de indicatiestelling uit. Een justitiabele gaat dan naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) binnen het GW. Dit is een Penitentiaire Inrichting (PI) die is ingericht voor psychiatrische zorg aan gedetineerden. Hierbij plaatst het BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO. Er geldt dan geen extra toets. Ook kan binnen het GW ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg) Uitgangspunt GGz tenzij Bij indicatiestelling voor klinische zorg binnen het GW geldt het uitgangspunt GGz tenzij. De justitiabele wordt als dat kan bij zorgaanbieders buiten het gevangeniswezen geplaatst. Het PMO neemt hierover de beslissing. Een justitiabele wordt niet in de GGz geplaatst als: de justitiabele tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr) is opgelegd; het OM negatief adviseert over plaatsing in de GGz; de justitiabele een vreemdelingenstatus heeft; de justitiabele een levenslange straf opgelegd heeft gekregen; de justitiabele een verblijf dient te hebben met zeer hoog beveiligingsniveau; de inschatting is dat het plaatsen van de justitiabele in de GGz maatschappelijke onrust zal veroorzaken; de justitiabele geen toestemming wil verlenen voor indicatiestelling voor de GGz; er sprake is van een overbruggingsperiode in afwachting van plaatsing in de GGz Contact zorgaanbieder en Penitentiaire Inrichting Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) zélf verantwoordelijk blijft voor de justitiabelen, ook als diegene zich in de GGz bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden van de PI. De zorgaanbieder dient met regelmaat terugkoppeling te geven aan de PI over de uitvoering van de behandeling. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet het voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO 12 op een justitiabele in de GGz dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling. 2.3 Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. 11 Indien een justitiabele in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) verblijft, dan indiceert het Multidisciplinair Overleg of het PMO. 20 Handboek Forensische Zorg 12 Bijv. bij Penitentiair Programma of art PBW. Handboek Forensiche Zorg 21

12 Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen. Hoofdstuk 3. Indicatiestelling In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van wat indicatiestelling in de forensische zorg inhoudt, welke partijen daarbij betrokken zijn en hoe de indicatiestelling wordt vormgegeven. Vervolgens wordt ingegaan op de mogelijkheden tot herindicatie. Daarna volgt een toelichting op de voorgenomen indicatiestelling. 3.1 Wat is indicatiestelling? Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. 22 Handboek Forensische Zorg Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. Handboek Forensiche Zorg 23

13 De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf. 3.2 Indicatiestelling klinische zorg Een indicatiestelling voor klinische zorg wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). DB(B)C-Hoofdgroep: - stoornissen in de kindertijd, - schizofrenie en andere psychotische stoornissen, - problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, - restgroep diagnoses, - seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, - stoornissen in de impulsbeheersing, - aan een middel gebonden stoornissen, - persoonlijkheidsstoornissen. Verstandelijke vermogens justitiabele (indien bekend). Verslaving evt. in combinatie met andere stoornis (AS I/AS II). Wel/geen zedendelinquentie aanwezig justitiabele. Klinisch/beschermd wonen. Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling. Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit) Werkwijze NIFP/IFZ Het NIFP/IFZ stelt een indicatie nadat zij een aanmelding en een dossier heeft ontvangen. De aanmelding geschiedt als de aanmelder grond heeft om aan te nemen dat klinische behandeling binnen justitieel kader nodig is. De volgende ketenpartners kunnen een aanmelding voor een indicatiestelling doen: 3RO bij voorwaardelijke sancties en bij beschermd wonen na klinisch verblijf 13 PMO/PPC bij klinische zorg voor gedetineerden (volgens het uitgangspunt GGz tenzij ) op basis van art Pbw, art Pbw, ISD en PP 14 OM bij art. 37 Sr (strafrechtelijke machtiging) Zorgaanbieders bij herindicatie (zie paragraaf 3.4) 13 Tussen de 3RO het NIFP/IFZ worden samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Zodra deze afspraken beschikbaar zijn, worden deze door het NIFP/IFZ en de 3RO intern gecommuniceerd. 14 Tussen het GW en het NIFP/IFZ zijn samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. 24 Handboek Forensische Zorg Voor het aanleveren van een dossier is per forensische zorgtitel een checklist opgesteld van de documenten die nodig zijn (zie De indicatiestelling kan opgesteld worden op het moment dat het complete dossier aanwezig is bij het NIFP/IFZ. Indien nodig kan er telefonisch contact worden opgenomen met het NIFP/IFZ. Er zijn drie procedures voor een indicatiestelling, incl. plaatsingsverzoek door het NIFP/IFZ. De coördinator van het NIFP/IFZ beslist welke procedure gevolgd wordt, in overleg met de aanmelder. Het gaat om de volgende procedures: Crisis: binnen 2 werkdagen Versneld: binnen 5 werkdagen Regulier: binnen 15 werkdagen Klinische zorg binnen detentie Voor klinische forensische zorg binnen het GW wordt de indicatiestelling uitgevoerd door het PMO van een PI of door een PPC (bij verwijzing naar een andere PPC). De zorg voor deze justitiabelen wordt uitgevoerd in een PPC. Is er sprake van een crisissituatie, dan kan de psychiater van het PMO de indicatie stellen. De procedures zijn te vinden op het intranet van DJI (zoekterm NIGW). Indicaties worden uitsluitend via Ifzo gesteld. 3.3 Indicatiestelling ambulante zorg en beschermd wonen Een indicatiestelling voor ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). Dominante zorgvraag en evt. bijkomende (comorbide) problematiek: - verstandelijke vermogens justitiabele, - verslaving, - psychiatrie/psychosociale problematiek. Aard huidige delict, voor zover relevant voor de zorgvraag. Diagnostiek, beschermd wonen (licht/intensief ), begeleiding, behandeling, dagbesteding. Outreachende/bemoeizorg (ACT) Werkwijze De indicatiestelling behoort bij voorwaardelijke sancties bij het advies van de reclassering. Indien de inschatting is dat er ambulante zorg en/of beschermd wonen nodig is, dan stelt de reclassering zelf de indicatie. Het advies, incl. de indicatiestelling worden voor de rechtszitting geleverd aan het OM en de Rechtspraak. Indien tijdens het verblijf in detentie de inschatting is dat de justitiabele een forensische zorgbehoefte heeft, dan stelt het PMO een indicatie. Handboek Forensiche Zorg 25

14 3.4 Herindicatiestelling Herindicatie is mogelijk indien de zorg niet (meer) voorziet in de zorgbehoefte en/of beveiligingsniveau van een justitiabele, gedurende de strafrechtelijke titel. Er zijn twee situaties waarin herindicatiestelling noodzakelijk is. Als een justitiabele vanuit een klinisch verblijf in een GGz-instelling naar beschermd wonen gaat. Het NIFP/IFZ is in deze situatie verantwoordelijk voor de (her)indicatiestelling. Als tijdens het zorgtraject een hoger beveiligingsniveau nodig wordt geacht. Voor doorplaatsing binnen een zelfde zorginstelling of beveiligingsniveau is geen herindicatie nodig. 3.5 Uitzondering: De voorgenomen indicatiestelling De zorg wordt bekostigd door het Ministerie van VenJ als er sprake is van een strafrechtelijke titel. Er is één uitzondering: de voorgenomen indicatiestelling 15. Deze forensische zorgtitel kan benut worden om een justitiabele ambulante zorg te bieden, voordat sprake is van een strafrechtelijke titel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De voorgenomen indicatiestelling kan uitsluitend door de reclassering worden ingezet. 2. Het betreft ambulante zorg of beschermd wonen. 3. Het betreft een gecontracteerde zorgaanbieder. Het gaat om situaties waarin ambulante zorg of beschermd wonen nodig is om te voorkomen dat de (thuis)situatie escaleert in de periode tussen aanhouding en uitspraak OM of Rechtspraak. Er kan sprake zijn van één van de volgende situaties: Procedure Naar aanleiding van een opdracht tot adviesrapportage of vroeghulpcontact wordt door de reclassering een indicatiestelling in Ifzo opgesteld. Deze wordt gematcht met het zorgaanbod, wat leidt tot een plaatsingsbesluit op basis van de forensische zorgtitel voorgenomen indicatiestelling. De reclassering levert een advies voor de zitting. Indien de Rechtspraak zorg oplegt conform het advies, dan wijzigt de reclassering de forensische zorgtitel in de indicatiestelling en verstuurt een nieuw plaatsingsbesluit naar de zorgaanbieder. Indien de Rechtspraak geen zorg oplegt, dan stelt de reclassering de zorgaanbieder direct op de hoogte. De zorgaanbieder krijgt de zorg wel bekostigd tot die tijd. De precieze regels en procedures zijn te vinden in de Spelregels DB(B)C (zie Indien de inschatting is dat de zorg nog steeds nodig is, dan vraagt de zorgaanbieder een indicatie aan bij het CIZ of een verwijzing bij een wettelijke verwijzer. De voorgenomen indicatiestelling is dus de enige mogelijkheid om toe te leiden naar forensische zorg, indien er (nog) geen sprake is van een strafrechtelijke titel (een van de andere 21 forensische zorgtitels). In alle andere gevallen geldt dat er een strafrechtelijke titel moet zijn om voor bekostiging in aanmerking te komen. 1. Als acute zorg nodig is, bijvoorbeeld: bij ernstige psychische problematiek of een crisissituatie; bij minder begaafde justitiabelen die uit het milieu gehaald moeten worden; als ingrijpen nodig is voor de veiligheid van de omgeving; als de situatie noodzaakt tot direct ingrijpen. Deze noodzaak wordt bepaald op basis van het professionele oordeel van de reclasseringswerker, na overleg met de werkbegeleider of unitmanager. 2. Als er sprake is van problematiek waarbij ketenafspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld: (huiselijk) geweld; veelplegeraanpak; lichte zedendelinquenten. 3. Als het een justitiabele betreft die moeilijk te motiveren is voor behandeling of begeleiding en die onder druk van de strafzaak wel bereid is om mee te werken. Het is van belang om op de zitting te weten of de betrokkene echt mee werkt, om te voorkomen dat er onuitvoerbare voorwaarden worden opgelegd. Het gaat vaak om lichte delicten of eerste overtredingen (first offenders). Voor een dergelijk delict zal doorgaans geen voorlopige hechtenis worden gevorderd of toegewezen. 15 Dit is tot en met 2010 bekend als het voorgenomen indicatiebesluit. 26 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 27

15 Hoofdstuk 4. Plaatsing Plaatsing omvat het hele proces vanaf de afgeronde indicatiestelling tot de start van het zorgtraject cq. opname. Het plaatsingsbeleid 16 gaat uit van een uniforme, transparante werkwijze voor alle plaatsingen van justitiabelen in de forensische zorg 17. In dit hoofdstuk zal het plaatsingsbeleid worden toegelicht, met de criteria op basis waarvan een justitiabele bij een bepaalde zorgaanbieder geplaatst wordt. De taken van de afdeling Plaatsing van DForZo worden daarbij toegelicht. Daarna komen per soort zorg de uitgangspunten voor het plaatsen aan bod. Aparte toelichting volgt op het plaatsen in zorg binnen en vanuit detentie. Aansluitend komt de procedure van vervolgplaatsing tijdens de strafrechtelijke titel aan bod en tenslotte de continuïteit van zorg na afloop van de strafrechtelijke titel. 4.1 Plaatsingsbeleid Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden Passende zorg De zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak zijn uitgedrukt in harde criteria opgenomen in de indicatiestelling. Het zorgaanbod is in Ifzo opgenomen, op basis van deze harde criteria. Ifzo zorgt voor een match hiertussen. Dit levert een selectie van zorgaanbieders die op basis van de harde criteria past bij de zorgvraag. In aanvulling op deze harde criteria kunnen andere afwegingen ( zachte criteria) een rol spelen voor een juiste plaatsing. Het gaat om: De duur van de titel en het (mogelijke) vervolgtraject. Het behandelprogramma. De leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 18. Eerdere behandelervaringen van de justitiabele. De cultuur/identiteit van de justitiabele. Het behandelmilieu van de zorgaanbieder. De motivatie van de justitiabele. Somatische aandoeningen en fysieke beperkingen van de justitiabele. Nabijheid slachtoffer(s) Bijzondere omstandigheden. De plaatser registreert de afweging van de zachte criteria in Ifzo, zodat dit herleidbaar is. 28 Handboek Forensische Zorg 16 Bijlage 4 bevat het beleidskader plaatsing, incl. de termijnen voor intake en opname. Dit is ook te vinden via 17 Voor art. 196 en art. 37b Sr wordt in 2011 op een andere wijze geplaatst, waarbij niet het gehele plaatsingsbeleid gevolgd kan worden. 18 Dit geldt alleen voor ambulante zorg en beschermd wonen. Handboek Forensiche Zorg 29

16 4.1.2 Bereikbare zorg Zorgverlening in de regio is leidend, omdat dit de optimale omstandigheden biedt voor een resocialisatietraject. Bijv. vanwege een langdurig zorgcontact met een therapeut, aansluiting bij de reguliere zorg of een ondersteunend sociaal netwerk. Dit geldt zowel voor klinische zorg als beschermd wonen en ambulante zorg. en uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod. Plaatsing in zorginstellingen zonder WTZi-toelating is niet meer mogelijk. Hiermee wordt geborgd dat de betrokken zorgaanbieders allen een zelfde uitgangssituatie hebben. Zorginstellingen met een WTZi-toelating vallen onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg. Er kunnen redenen zijn om af te wijken van bereikbare zorg. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de justitiabele gedurende langere tijd uit zijn sociale systeem te halen, of om hem elders te plaatsen vanwege de impact van het gepleegde delict in de regio van herkomst. Tevens heeft een aantal klinieken (FPK s) een landelijke functie. Het is aan de plaatser om op basis van de indicatiestelling tot een goede afweging te komen en dit in Ifzo te registreren. 4.2 DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de Rechtspraak, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend Gecontracteerde zorgaanbieders Een overzicht van de door DForZo gecontracteerde zorgaanbieder is te vinden op Het gecontracteerde zorgaanbod is opgenomen in Ifzo. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de soort zorg, met vermelding van een aantal kenmerken, zoals gespecificeerd in de plaatsingsafspraken. Justitiabelen kunnen in principe alleen geplaatst worden bij zorgaanbieders, die een contract hebben afgesloten met het Ministerie van VenJ. Ieder jaar vindt een inkoopronde plaats waarin de behoefte voor de zorginkoop wordt geïnventariseerd. DForZo stemt met onder meer de indicerende organisaties af om zo goed mogelijk te voorzien in de behoefte aan zorg en beveiliging van justitiabelen. Mede op grond van deze analyse en het geïndiceerde zorgaanbod in Ifzo wordt het inkoopbeleid opgesteld. Dit leidt elk jaar tot een verfijning 30 Handboek Forensische Zorg Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: [email protected] of Plaatsingsbesluit Iedere plaatsing wordt bekrachtigd met een plaatsingsbesluit, de verwijsbrief van de 3RO is vervallen. Het plaatsingsbesluit is de toegang van de justitiabele voor de forensische zorg. De plaatser stuurt het Handboek Forensiche Zorg 31

17 plaatsingsbesluit schriftelijk en zo snel mogelijk naar de zorgaanbieder. Deze is noodzakelijk voor de zorgaanbieder om de zorg te kunnen declareren. De zorgaanbieder ontvangt informatie over 19 : De strafrechtelijke titel (of indien sprake is van een voorgenomen indicatiestelling). De duur van de titel. De eventuele voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg. De indicatiestelling. De wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Het StrafrechtsKetenNummer (SKN 20 ) van de justitiabele (of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer) Eenmalige plaatsing In uitzonderlijke gevallen is een eenmalige plaatsing bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder mogelijk. De voorwaarden hiervoor zijn: Voorafgaand aan plaatsing dient overleg te worden gevoerd met het FPL van DForZo. Er dient aangetoond te worden dat er niet kan worden geplaatst bij een reeds gecontracteerde zorgaanbieder. Hiervoor dient een aanvraag niet-gecontracteerde zorg te worden g d naar fpl@ dji.minjus.nl. De beoogde niet-gecontracteerde zorgaanbieder beschikt over een WTZi-toelating. Er is altijd een plaatsingsbesluit 21 nodig Bezwaar-en beroepsprocedure plaatsingsbesluit De rechtsbescherming van de justitiabele is als volgt geregeld: Bij de voorwaardelijke sancties met zorg, dient de justitiabele uitdrukkelijk in te stemmen met de voorwaarde en feitelijk mee te werken aan de tenuitvoerlegging ervan. Indien de justitiabele bezwaar heeft tegen de wijze waarop de tenuitvoerlegging van de voorwaarde plaatsvindt, kan hij om wijziging van de voorwaarde verzoeken. Indien de justitiabele zijn instemming intrekt, legt de OvJ de strafzaak aan de Rechtspraak voor. De Rechtspraak beslist vervolgens of al dan niet een strafmodaliteit met zorg wordt opgelegd. De justitiabele kan in hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtspraak. Bezwaar en beroep zijn onderdelen van de rechtspositie in de beginselenwetten geregeld tegen een plaatsingsbeslissing van een gedetineerde, ter beschikking gestelde of verpleegde. Voor zorgaanbieders die bezwaren hebben bij een plaatsing in deze overgangsfase, geldt dat hun bezwaren via de civielrechtelijke rechtsverhouding met de Minister van VenJ (namens deze, DforZo) dient te worden aangebracht. 19 Het interim-besluit vormt de juridische basis voor het verstrekken van deze gegevens. 20 SKN vervangt sinds de VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving (VIP). Stapsgewijs worden de komende tijd alle VIP-nummers vervangen door een SKN. Het uitvoeringsprotocol gaat uit van het SKN. Voor justitiabelen van wie het VIP-nummer nog niet is vervangen, geldt in deze tekst het VIP-nummer. 21 Zodra Ifzo een proces ondersteund voor het aanvragen van niet-gecontracteerde zorg, kan dit niet langer via een verwijsbrief, maar geldt ook hier het plaatsingsbesluit. 32 Handboek Forensische Zorg 4.3 Plaatsing klinische zorg De klinische plaatsingen worden uitgevoerd door het NIFP/IFZ. Nadat een indicatiestelling is afgerond, wordt de best passende zorg gezocht. Er wordt contact opgenomen met de zorgaanbieder, zodat deze een eventuele intake kan plannen en om afspraken te maken over de plaatsing. Voordat er overgegaan kan worden tot een daadwerkelijke plaatsing dient er een strafrechtelijke titel te zijn. Bij voorwaardelijke sancties is dit een besluit van de Rechtspraak of het OM (bij sepot). Het NIFP/IFZ heeft aansluitend aan de uitspraak of aansluitend aan detentie de best passende zorg geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatingsbeleid. Het NIFP/IFZ neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk is 22. Bij detentie is dit nadat het Bureau Selectie Functionaris de plaatsing heeft geaccordeerd. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Het NIFP/IFZ informeert de aanmelder over het genomen besluit Uitgangspunten bereikbaarheid klinische zorg Bij klinische zorg wordt een justitiabele zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet. Een uitzondering vormt de klinische zorg waarbij sprake is van landelijke dekking, zoals de Forensisch Psychiatrische Klinieken (FPK s) Uitgangspunten tijdigheid klinische zorg Een evt. intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, uiterlijk binnen 15 werkdagen na aanmelding door NIPF/IFZ (zie ook bijlage 4.). Binnen die tijd is er duidelijkheid over de opname. Indien de zittingsdatum eerder is, dan zullen partijen zich inspannen om de intake voor die datum te laten plaatsvinden Bijzondere plaatsingen klinische zorg Het plaatsen van justitiabelen met een maatregel tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr.) wordt niet door het NIFP/IFZ uitgevoerd, maar door DForZo. Hiervoor wordt niet geïndiceerd, maar wel een plaatsingsbesluit afgegeven. Bij een verzoek voor plaatsing t.b.v. Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr.) kan contact opgenomen worden met het NIFP. 4.4 Plaatsing ambulante zorg en beschermd wonen Plaatsing van justitiabelen in ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt uitgevoerd door de 3RO. De reclassering dient aansluitend aan het besluit van de rechter of aansluitend aan detentie de best passende zorg te hebben geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. De reclassering neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk 23 is of aansluitend op de einddatum detentie. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. 22 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. 23 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. Handboek Forensiche Zorg 33

18 4.4.1 Uitgangspunten bereikbaarheid ambulante zorg en beschermd wonen Ook bij ambulante zorg en beschermd wonen wordt een justitiabele bij voorkeur zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Daarbij wordt onderstaande specificatie gehanteerd: Ambulante dagbehandeling: max minuten reistijd. Ambulante behandeling (één of enkele malen per week): max. 1 uur reistijd. Beschermd wonen: in het arrondissement Uitgangspunten tijdigheid ambulante zorg en beschermd wonen Binnen twee weken dient duidelijk te zijn of een ambulant traject mogelijk is. Dit kan op basis van dossieronderzoek. De intake ofwel het eerste gesprek met de behandelaar kan evt. ook na plaatsing gebeuren. Bij beschermd wonen zal een intake binnen 2 á 3 weken plaatsvinden (zie ook bijlage 4.). 4.5 Plaatsing vanuit detentie Vanuit het GW worden justitiabelen geplaatst in een PPC of in de klinische zorg (in de GGz of bij een VG-zorginstelling). De procedures hiervoor staan op het intranet van DJI (zoekterm NIGW) Klinische zorg buiten gevangeniswezen De te volgen procedure bij klinische plaatsing vanuit het gevangeniswezen luidt: Nadat de indicatiestelling is uitgevoerd door het NIFP/IFZ, zal zij de mogelijkheden tot plaatsing onderzoeken, zoals beschreven bij plaatsing klinische zorg. Als de indicatiestelling en de plaatsingsmogelijkheden bekend zijn, zal het PMO de directeur van de PI verzoeken om op basis van het selectieadvies van het Bureau Selectie en Detentiebegeleiding (BSD) (incl. mogelijk advies van het OM) de justitiabele over te plaatsen, conform het advies van het NIFP/IFZ. Indien akkoord doet de directeur het verzoek tot overbrenging naar een zorgaanbieder bij het Bureau Selectie Functionaris (BSF). De BSF neemt op basis van veiligheidaspecten het besluit of de justitiabele buiten het gevangeniswezen geplaatst kan worden. NIFP/IFZ geeft een plaatsingsbesluit af. Het BSD regelt de praktische zaken rondom de plaatsing van de gedetineerde in samenspraak met de behandelaar van de zorgaanbieder Klinische zorg binnen het gevangeniswezen Plaatsingen in een PPC vinden conform soortgelijke procedures plaats. Dat betekent dat BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO (zonder medische gegevens) de voorlopige selectiebeslissing tot overplaatsing neemt en het plaatsingsbesluit afgeeft. Het BSD regelt de overplaatsing in samenspraak met de behandelaar Ambulante zorg binnen detentie De PMO s van het GW plaatsen voor ambulante zorg aan gedetineerden binnen het GW. Het gaat om zorg die in de PI wordt geleverd door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Vanaf eind 2011 is een landelijk eenduidige werkwijze geïmplementeerd Uitgangspunten bereikbare zorg gevangeniswezen Het uitgangspunt is dat justitiabelen worden geplaatst binnen de eigen regio. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet. 4.6 Vervolgplaatsingen De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de vervolgplaatsing, gedurende het strafrechtelijke kader. Bij voorwaardelijke trajecten dient afstemming plaats te vinden met de toezichthouder van de reclassering over het te volgen zorgtraject. Hierbij dient er rekening gehouden te worden dat de zorg nog steeds moet passen bij de voorwaarden die zijn opgelegd door de Rechtspraak of het OM (in geval van sepot). Bij justitiabelen uit detentie gelden de voorwaarden, zoals gegeven door het GW en dient afstemming plaats te vinden met de PI, waar de justitiabele vandaan komt. Een vervolgplaatsing kan alleen bij een gecontracteerde zorgaanbieder gerealiseerd worden. Dit kan ook bij een andere zorgaanbieder zijn, dan waar de justitiabele oorspronkelijk is geplaatst. Indien het gaat om een crisissituatie, kan het FPL ingeschakeld worden. 4.7 Continuïteit van zorg De forensische zorg eindigt als de strafrechtelijke titel is geëindigd. Indien de zorgaanbieder en/of de justitiabele na afloop van het strafrechtelijke kader vinden dat voortzetting van de zorg nodig is, dient de zorginstelling op tijd een indicatie aan te vragen. Gaat het om zorg die door de AWBZ wordt bekostigd, dan moet dat zes weken voor afloop van de titel gebeuren (bij het CIZ). Gaat het om zorg die de zorgverzekering bekostigt, dan dient een verwijzing door een wettelijk verwijzer. Indien een gedwongen opname nodig is, is hiervoor een machtiging op basis van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz) nodig. Een uitzondering op het beginsel dat forensische zorg eindigt als de forensische zorgtitel eindigt, doet zich voor bij onvoorziene, directe beëindiging van de forensische zorgtitel. Was niet te voorzien dat de titel zou eindigen, dan wordt de forensische zorg nog twee weken voortgezet (en vergoed door het Ministerie van VenJ 24 ). Dat maakt een zogenaamde warme overdracht van de justitiabele naar een regulier zorgtraject mogelijk. Heeft de justitiabele een status als ongewenste vreemdeling, dan eindigt de bekostiging met de beëindiging van de strafrechtelijke titel. Indien de zorg gecontinueerd zou moeten worden, dan kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een bijzondere regeling van het College voor Zorgverzekeringen (zie 34 Handboek Forensische Zorg 24 Een uitgebreide toelichting op deze procedure en de bekostiging vindt u in de DB(B)C-spelregels. Handboek Forensiche Zorg 35

19 Hoofdstuk 5. Financiering van forensische zorg De werkwijze van de financiering van zorg wordt in dit hoofdstuk slechts samenvattend weergegeven. Dit biedt voor mensen in de forensische zorg op hoofdlijnen zicht op de financieringssystematiek. In de inkoophandleiding, de DB(B)C-spelregels en de uitvoeringsregels (te vinden via is meer informatie te vinden. 5.1 Bekostiging forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Welke financieringssystematiek in het specifieke geval van toepassing is, staat in de tabel in de uitvoeringsregel prestaties zorgzwaartepakketten en ambulante begeleiding (zie Procedure van bekostiging en facturatie Voor de procedure van bekostiging en facturatie zijn uitvoeringsregels opgesteld. Daarnaast is er een inkoophandleiding, met achtergrondinformatie over het inkoopproces en de rol van de bekostiging daarin (zie Justitiabelen worden in de forensische zorg geplaatst op basis een indicatiestelling en een plaatsingsbesluit. De indicatiestelling geeft de zorgbehoefte en de benodigde beveiliging weer. Dit betekent dat er niet meer gedeclareerd kan worden dan er geïndiceerd is, wat betreft de verblijfssoort en de duur van de indicatiestelling. Het plaatsingsbesluit is de grondslag voor de bekostiging van de zorg Verstrekking gegevens t.b.v. facturatie De zorgaanbieder declareert de zorg bij DForZo. Een declaratie van zorg bevat de volgende gegevens 25 : DB(B)C-startdatum. DB(B)C-einddatum. Strafrechtelijke titel, startdatum en einddatum. 36 Handboek Forensische Zorg 25 De juridische basis hiervoor is gelegen in het interim-besluit, welke in werking is getreden per 1 januari Handboek Forensiche Zorg 37

20 DB(B)C-prestatiecode 26. Kostenbedrag. AGB-code (codering van de zorgverleners ten behoeve van de declaratie uit het register Algemeen gegevensbeheer zorgverleners). DB(B)C-declaratiecode 27. Strafrechtsketennummer/VIP-nummer. Plaatsingsbesluitnummer. Verblijfssoorten 28. Contractnummer Voor de zorg in ZZP s leveren de zorgaanbieders de volgende gegevens aan: De productieverantwoording in totalen; maandelijks in aantallen per parameter. Cliëntstroom, hieronder valt: - Het Strafrechtsketennummer/VIP-nummer. - De geboortedatum. - Het soort contract (overig of gevangeniswezen). - Het soort plek (overig of gevangeniswezen). - Het soort instroom (eerste opname of andersoortig). - Het type plaats (SGLVG, FPA, FPK, e.a.). - De instroomdatum en de uitstroomdatum. - De reden van uitstroom. 5.4 Vangnet In 2012 blijft het mogelijk om op basis van de oude financiële parameters te declareren. Dit vangnet is bedoeld om de financiële risico s van de overgang naar de nieuwe financieringssystematieken tot een minimum te beperken. Een gedetailleerde beschrijving van het vangnet kunt u vinden in de uitvoeringsregels verrekenbedrag voor de forensische zorg en vangnet voor de forensische zorg (zie Voor de geleverde zorg in extramurale AWBZ-parameters leveren de zorgaanbieders de productieverantwoording in totalen; maandelijks in aantallen per parameter. 5.3 Scoren ZZP s De justitiabelen die reeds zorg ontvangen van aanbieders die in ZZP s factureren, kunnen door de zorgaanbieder worden gescoord in een daarvoor ontwikkelde webapplicatie. Deze webapplicatie is te vinden op Nieuwe justitiabelen kunnen bij binnenkomst gescoord worden met behulp van deze tool, binnen de bandbreedte van de indicatiestelling van de reclassering. 26 Deze code geeft een specificatie van het zorgproduct, met diagnose informatie aan de hand van een van de acht diagnosehoofdgroepen: stoornissen in de kindertijd, schizofrenie en andere psychotische stoornissen, problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, restgroep diagnoses, seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, stoornissen in de impulsbeheersing, aan een middel gebonden stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen (As II). 27 De declaratiecode is een code van zes cijfers die is gekoppeld aan de productgroepen voor behandeling en de verblijfssoorten. Aan de declaratiecode is een tarief gekoppeld. 28 In de DB(B)C-systematiek wordt verblijf onderverdeeld in verschillende soorten. In totaal zijn er twaalf verblijfssoorten gedefinieerd, die opgebouwd zijn uit een combinatie van de intensiteit van het verblijf en het niveau van beveiliging. De verblijfsintensiteit, gedefinieerd als de gemiddelde beschikbaarheid van een sociotherapeut per uur en per patiënt, is in drie categorieën onderverdeeld: laag, gemiddeld en hoog. Er zijn vier beveiligingsniveaus: (zeer) laag, gemiddeld, hoog en zeer hoog. Onder beveiliging wordt verstaan de materiële en personele beveiliging. Hierbij gaat het vooral om de organisatorische, personeelsmatige, bouwkundige en elektronische beveiliging tegen direct gevaar. 38 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 39

21 Hoofdstuk 6. Informatievoorziening forensische zorg Het indiceren, plaatsen en factureren in de forensische zorg wordt ondersteunt door een ICT-systeem. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de werkwijze van de informatievoorziening, waaronder Ifzo en de gebruikers van Ifzo. 6.1 ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. Op basis van een plaatsingsbesluit kan de zorgaanbieder bij DForZo de geboden zorg declareren. De facturen worden gecontroleerd middels het Facturatie Controle Systeem (FCS). Het onderstaande schema is een weergave van de gehele informatievoorziening in de forensische zorg. Vastgestelde zorgbehoefte Plaatsing Zorginkoop Indicatiestelling Gecontacteerde zorg Zorgaanbieder Kenmerken zorgaanbod Financiële afhandeling Indicatiestelling Indicatiestelling Plaatsing Plaatsingsbesluit Begeleiding / behandeling Facturatie Betaling Ifzo Zorgsysteem FCS 40 Handboek Forensische Zorg Managementinformatie Handboek Forensiche Zorg 41

22 In Ifzo is eenvoudig de status te zien van alle indicatiestellingen die in de applicatie zijn aangemaakt. Op termijn kunnen gecontracteerde zorgaanbieders zelf per locatie kenmerken van het gecontracteerde zorgaanbod, evenals de beschikbaarheid van zorg per zorglocatie invullen. De plaatser kan dan snel en eenvoudig zien waar zorgplekken beschikbaar zijn en welke locatie het meest passend is. De gegevens die in Ifzo en FCS worden geregistreerd, vormen waardevolle managementinformatie voor DForZo en de indicerende organisaties. De gegevens maken het mogelijk om te meten of de doelstellingen van het nieuwe forensische zorgstelsel worden gehaald: een betere afstemming van de zorgvraag met het zorgaanbod en uiteindelijk het terugdringen van de recidive. 6.2 Gebruikers van Ifzo Ifzo wordt gebruikt door de indicerende organisaties, DForZo en zorgaanbieders. Onderstaand schema geeft inzicht in de precieze gebruikers per organisatie. Onderdeel in Ifzo NIFP/IFZ Indicatiestelling Plaatsing Zorgaanbod Medische administratie, Coördinator IFZ Coördinator IFZ GW PMO-lid BSF, voorzitter PMO 3RO Reclasseringswerker Reclasseringswerker DForZo, FPL DForZo, afdeling zorginkoop Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker zorginkoop, Zorginkoper Zorgaanbieders Medewerker zorgaanbieder 6.3 Zorgaanbieders en Ifzo Zorgaanbieders kunnen via Ifzo inzicht bieden in hun behandelaanbod en zorgcapaciteit. Vanaf eind 2011 hebben gecontracteerde zorgaanbieders toegang tot Ifzo, zodat zij zelf de kenmerken van hun zorgaanbod kunnen invoeren en bijhouden. Tot die tijd heeft DForZo gezorgd voor actualisatie van deze gegevens. Omdat Ifzo inzicht geeft in het aanbod en capaciteit van de gecontracteerde zorgaanbieders, krijgt DForZo een beter zicht op de uitnutting van de afgesloten contracten. 42 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 43

23 Deel 2 Hoofdstuk 7. Forensische zorg en het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak Dit hoofdstuk is een samenvatting van de onderwerpen uit deel 1 van het Handboek Forensische Zorg die voor het OM en de Rechtspraak van belang zijn. Het Handboek biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft weer welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Er wordt gestart met achtergrondinformatie over de vernieuwing van de forensische zorg en wat forensische zorg is. Aansluitend wordt een verbinding gemaakt met het juridisch kader, vanuit het interim-besluit en het wetsvoorstel forensische zorg en de wijzigingen t.a.v. voorwaardelijke sancties. Vervolgens worden de ketenprocessen van indicatiestelling en plaatsing beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op de financiering van forensische zorg en het informatiesysteem dat het stelsel forensische zorg ondersteunt. 7.1 Vernieuwing forensische zorg Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. De vernieuwing van de forensische zorg heeft de volgende doelstellingen: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg. 7.2 Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. 44 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 45

24 Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 29 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg. Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels Juridisch kader In het wetsvoorstel forensische zorg wordt de brede stelselherziening van de forensische zorg geregeld. Het bevat regels voor de inkoop en financiering, de aanspraak op forensische zorg, de plaatsing en enkele andere onderwerpen die met de besturing en de zorgcontinuïteit samenhangen. Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer der Staten-Generaal behandeld. Op 29 december 2011 is de nota van wijziging en de beantwoording van het verslag ingediend bij de Tweede Kamer 30. Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari Interim-besluit forensische zorg Het interim-besluit forensische zorg (een Algemene Maatregel van Bestuur) creëert, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet forensische zorg, een wettelijke basis voor het huidige forensische zorgstelsel. Het interim-besluit is per 1 januari in werking getreden. Het stelt regels ten aanzien van: De (inhoud en omvang van de) forensische zorg. De eigen bijdrage van de justitiabele voor de forensische zorg. De indicatiestelling. De zorgtoeleiding naar ambulante forensische zorg (plaatsing). De informatieverstrekking. De aanwijzing van de zorgaanbieders die forensische zorg leveren en de voorwaarden die daarbij kunnen worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de beveiliging. 29 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). 30 De Nota van wijziging en Nota naar aanleiding van het verslag zijn te vinden als Kamerstukken (32398, nr. 9 en 10), via www. officielebekendmakingen.nl. 31 Het interim-besluit is te vinden in het Staatsblad (Stb. 2010, 875), via Het interim-besluit vervalt als de wet forensische zorg in werking treedt. Wetsvoorstel voorwaardelijke sancties Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties voorziet in de wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met wijzigingen van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Deze wijziging vormt het juridisch kader voor de forensische zorg als bijzondere voorwaarde. Gedragsbeïnvloeding met bijzondere voorwaarden is kansrijk door de stok achter de deur van de gevangenisstraf. De bijzondere voorwaarden kunnen worden toegespitst op gedragskenmerken van de dader en het type delict. Er zijn 3 bijzondere voorwaarden zorg (art.14c lid 2, 10, 11, 12 Sr): Opneming van de veroordeelde in zorginstelling Ambulante behandeling Verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties stimuleert het gebruik van bijzondere voorwaarden. Het voorstel is behandeld in de Eerste Kamer der Staten-Generaal en de beoogde datum van inwerking treding is 1 april Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Hier volgt een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 32. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3. tijdens de periode van toezicht door de reclassering Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen. 32 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. 46 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 47

25 7.3.1 Forensische zorg als bijzondere voorwaarde Er is alleen sprake van forensische zorg als de zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Het strafrechtelijke kader is het startpunt van de zorg. Dit is meestal een vonnis. Uitzondering hierop zijn de volgende mogelijkheden: 1. schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden (art. 80 Sv) door de Rechtspraak, in afwachting van een defintieve beslissing 2. sepot onder voorwaarden (art. 167/244 Sv) door het OM 3. voorgenomen indicatiestelling (zie paragraaf 3.5) 4. zorg tijdens/vanuit detentie (incl. voorwaardelijke invrijheidsstelling) Onderstaand schema is een weergave van het forensisch zorgstelsel bij bijzondere voorwaarden. justitiabele (bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden, is ook overeenstemming nodig 34 ). De reclassering dient de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over alle bijzondere voorwaarden gedurende de looptijd van een toezicht. Ook indien er sprake is van een ambulant traject waarbij mogelijk kortdurende, klinische interventie nodig is t.b.v. detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek. De reclassering onderbouwt in haar advies de omstandigheden waarin een tijdelijke, klinische opname 35 nodig is. Beoogd wordt de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over de specifieke aanpak van de verdachte zodat indien de Rechtspraak zo beslist, deze aanpak specifiek in het vonnis kan worden opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat wijzigen van zorgvoorwaarden tijdens het toezicht nodig is, wat de snelheid van de (crisis)opname ten goede komt. Hierdoor kan de reclassering het toezicht beter toespitsen en optreden als de justitiabele de voorwaarden niet naleeft. De stok achter de deur is de gevangenisstraf. Indien zorg niet is opgenomen in de voorwaarden van de beslissing en een justitiabele vrijwillig zorg ontvangt, dan geldt de stok achter de deur niet. Zorgbehoefte? Besluit OM / Rechtspraak Indien er zorgvoorwaarden worden opgelegd bij een schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80 Sv.), is dit zorg, in afwachting van een definitieve beslissing van de rechtbank (of arrest van het hof ). Onderzoek Indicatiestelling Plaatsing Zorgverlening Aansluiting op reguliere zorg Van groot belang is dat het OM en de Rechtspraak tijdig worden voorzien van informatie (PJ-rapportage en reclasseringsadvies, incl. indicatiestelling) op grond waarvan een beslissing genomen kan worden. Dit dient te geschieden binnen de termijnen van het strafprocesregelement. Recl. / NIFP-PJ Recl. / NIFP-IFZ Tijdens de rechtszitting wordt het advies van de reclassering besproken. Op grond van de wet voorwaardelijke sancties kan de Rechtspraak een vonnis (of arrest) wijzen, waarin wordt aangegeven of het klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen betreft, danwel een combinatie. Op verzoek van hetzij de officier van justitie (OvJ), hetzij de rechter-commissaris (RC) doet de reclassering en evt. een (of meerdere) Pro Justitia-rapporteur(s) onderzoek naar de persoon van de verdachte. Onderdeel van dit onderzoek kan verdiepingsdiagnostiek zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de justitiabele zorg nodig heeft, wordt een indicatie gesteld. Een indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de 3RO. Voor klinische zorg vraagt de reclassering een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Na de indicatiestelling start het plaatsingsproces. Het is daarbij van belang dat de reclassering danwel het NIFP/IFZ (bij klinische zorg) zorg draagt dat de justitiabele binnen een bepaalde tijd 33 behandeld kan worden bij een passende zorgvoorziening. De indicatiestelling ligt ten grondslag aan het advies van de 3RO. Het geeft de inschatting welke zorg en beveiliging de justitiabele nodig heeft en versterkt de onderbouwing van het advies. De reclassering adviseert het OM en de Rechtspraak over de aard en de duur van de benodigde zorg voor de 33 Zie bijlage: Clusters normen termijnen intake en opname Het NIFP/IFZ of de 3RO zorgt na het vonnis voor een tijdige afwikkeling van de plaatsing binnen de strafrechtelijke kaders. De reclassering heeft bij voorwaardelijke sancties de toezichtstaak uit te voeren (indien de Rechtspraak de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft. Zorglocatie niet in het vonnis Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie in de uitspraak zelf is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke sancties (niet zijnde tbs met voorwaarden). De Rechtspraak zal bij een klinische opname de aard en de duur van de opname bepalen (zie ook het huidige art. 14c lid 2 Sr. en jurisprudentie HR 36 ). Het NIFP/IFZ of de reclassering is er voor verantwoordelijk dat aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg, of overbruggingszorg, is geregeld, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Zij zorgen dat de soort zorg is geregeld, ook als de zorgbehoefte wijzigt. De reclassering en het NIFP/IFZ kunnen daarbij rekenen op de contractsrelatie van DForZo met de zorgaanbieders en als ultimum remedium de opnameplicht in het wetsvoorstel forensische zorg. 34 Bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden moet niet alleen de aard en de duur van de behandeling vaststaan, maar is ook overeenstemming over de voorwaarden noodzakelijk tussen verdachte, reclassering en zorgaanbieder. 35 Dit betreft een of meerdere opnames van totaal max. 7 weken gedurende de gehele looptijd van het toezicht. 36 Indien toch een specifieke zorglocatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. 48 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 49

26 Plaatsing volgt het vonnis De uitspraak van de Rechtspraak is leidend (of OM bij sepot). De strekking/inhoud van de titel bepaalt welke zorg moet worden verleend. Als dit betekent dat er een andere soort zorg is opgelegd dan geadviseerd, dan dient er geplaatst te worden in lijn met de uitspraak. Dit betekent dat er een nieuwe indicatie wordt opgesteld, die past bij de soort zorg die de Rechtspraak heeft opgelegd. Afhankelijk van de opgelegde soort zorg, stelt de reclassering (ambulant of beschermd wonen) of het NIFP/IFZ (klinisch) een nieuwe indicatie. Wijziging zorgvoorwaarden Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarde tijdens de uitvoering van de forensische zorg, moet worden gewijzigd van ambulante zorg of beschermd wonen naar klinische zorg, meldt zij dit bij de OvJ. De OvJ besluit dit al dan niet te vorderen (art. 14c lid 2 Sr.) via de geëigende strafvordelijke weg. De Rechtspraak neemt hierover het besluit. Een justitiabele kan ook zelf verzoeken om een aanpassing van de voorwaarden. Forensische zorg tijdens hoger beroep De wet voorwaardelijke sancties biedt de mogelijkheid dat de zorg en/of het toezicht direct een aanvang neemt, ongeacht of een partij in hoger beroep gaat tegen het vonnis (uitvoerbaar bij voorraad). In dit geval kan, in afwachting van een hoger beroep, forensische zorg worden verleend. De reclassering adviseert hierover en de Rechtspraak besluit dit al dan niet op te leggen Forensische zorg tijdens detentie Tijdens de voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen, of kan zich deze uiten. Dit kan op ieder moment tijdens het verblijf in het gevangeniswezen (GW) zijn. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-)plaatsing in de GGz. Een justitiabele moet altijd toestemming geven voor behandeling in/door de GGz. Proces tijdens detentie Indien klinische zorg nodig is, dan vraagt het Psycho Medisch Overleg 37 (PMO) een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Zij stelt een indicatie op en plaatst de justitiabele in zorg. De Bureau Selectie Functionaris (BSF) bij DJI beoordeelt op basis van een risicotaxatie of een justitiabele ook daadwerkelijk buiten het GW geplaatst mag worden. Indien er sprake is van een van de contra-indicaties van GGz tenzij dan voert het PMO zelf de indicatiestelling uit. Een justitiabele gaat dan naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) binnen het GW. Dit is een Penitentiaire Inrichting (PI) die is ingericht voor psychiatrische zorg aan gedetineerden. Hierbij plaatst het BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO. Er geldt dan geen extra toets. 37 Indien een justitiabele in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) verblijft, dan indiceert het Multidisciplinair Overleg of het PMO. Ook kan binnen het GW ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Uitgangspunt GGz tenzij Bij indicatiestelling voor klinische zorg binnen het GW geldt het uitgangspunt GGz tenzij. De justitiabele wordt als dat kan bij zorgaanbieders buiten het gevangeniswezen geplaatst. Het PMO neemt hierover de beslissing. Een justitiabele wordt niet in de GGz geplaatst als: de justitiabele tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr) is opgelegd; het OM negatief adviseert over plaatsing in de GGz; de justitiabele een vreemdelingenstatus heeft; de justitiabele een levenslange straf opgelegd heeft gekregen; de justitiabele een verblijf dient te hebben met zeer hoog beveiligingsniveau; de inschatting is dat het plaatsen van de justitiabele in de GGz maatschappelijke onrust zal veroorzaken; de justitiabele geen toestemming wil verlenen voor indicatiestelling voor de GGz; er sprake is van een overbruggingsperiode in afwachting van plaatsing in de GGz. Contact zorgaanbieder en Penitentiaire Inrichting Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) zélf verantwoordelijk blijft voor de justitiabelen, ook als diegene zich in de GGz bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de voorwaarden. De zorgaanbieder dient met regelmaat terugkoppeling te geven aan de PI over de uitvoering van de behandeling. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet het voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO 38 op een justitiabele in de GGz dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. 38 Bijv. bij Penitentiair Programma of art PBW. 50 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 51

27 Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen. 7.4 Indicatiestelling Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld. Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. Het OM kan een justitiabele aanmelden voor indicatiestelling bij het NIFP/IFZ in het kader van art. 37 Sr (strafrechtelijke machtiging). Er zijn drie procedures voor een indicatiestelling, incl. plaatsingsverzoek door het NIFP/ IFZ. De coördinator van het NIFP/IFZ beslist welke procedure gevolgd wordt, in overleg met de aanmelder. Het gaat om de volgende procedures: Crisis: binnen 2 werkdagen Versneld: binnen 5 werkdagen Regulier: binnen 15 werkdagen Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf. De indicatiestelling behoort bij voorwaardelijke sancties bij het advies van de reclassering. Indien de inschatting is dat er ambulante zorg en/of beschermd wonen nodig is, dan stelt de reclassering zelf de indicatie. Het advies, incl. de indicatiestelling worden voor de rechtszitting geleverd aan het OM en de Rechtspraak Uitzondering: De voorgenomen indicatiestelling De zorg wordt bekostigd door het Ministerie van VenJ als er sprake is van een strafrechtelijke titel. Er is één uitzondering: de voorgenomen indicatiestelling 39. Deze forensische zorgtitel kan benut worden om een justitiabele ambulante zorg te bieden, voordat sprake is van een strafrechtelijke titel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De voorgenomen indicatiestelling kan uitsluitend door de reclassering worden ingezet. 2. Het betreft ambulante zorg of beschermd wonen. 3. Het betreft een gecontracteerde zorgaanbieder. Het gaat om situaties waarin ambulante zorg of beschermd wonen nodig is om te voorkomen dat de (thuis)situatie escaleert in de periode tussen aanhouding en uitspraak OM of Rechtspraak. Er kan sprake zijn van één van de volgende situaties: 1. Als acute zorg nodig is, bijvoorbeeld: bij ernstige psychische problematiek of een crisissituatie; bij minder begaafde justitiabelen die uit het milieu gehaald moeten worden; als ingrijpen nodig is voor de veiligheid van de omgeving; als de situatie noodzaakt tot direct ingrijpen. Deze noodzaak wordt bepaald op basis van het professionele oordeel van de reclasseringswerker, na overleg met de werkbegeleider of unitmanager. 2. Als er sprake is van problematiek waarbij ketenafspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld: (huiselijk) geweld; veelplegeraanpak; lichte zedendelinquenten. 3. Als het een justitiabele betreft die moeilijk te motiveren is voor behandeling of begeleiding en die onder druk van de strafzaak wel bereid is om mee te werken. Het is van belang om op de zitting te weten of de betrokkene echt mee werkt, om te voorkomen dat er onuitvoerbare voorwaarden worden opgelegd. Het gaat vaak om lichte delicten of eerste overtredingen (first offenders). Voor een dergelijk delict zal doorgaans geen voorlopige hechtenis worden gevorderd of toegewezen. 39 Dit is tot en met 2010 bekend als het voorgenomen indicatiebesluit. 52 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 53

28 Procedure Naar aanleiding van een opdracht tot adviesrapportage of vroeghulpcontact wordt door de reclassering een indicatiestelling in Ifzo opgesteld. Deze wordt gematcht met het zorgaanbod, wat leidt tot een plaatsingsbesluit op basis van de forensische zorgtitel voorgenomen indicatiestelling. De reclassering levert een advies voor de zitting. Indien de Rechtspraak zorg oplegt conform het advies, dan wijzigt de reclassering de forensische zorgtitel in de indicatiestelling en verstuurt een nieuw plaatsingsbesluit naar de zorgaanbieder. Indien de Rechtspraak geen zorg oplegt, dan stelt de reclassering de zorgaanbieder direct op de hoogte. De zorgaanbieder krijgt de zorg wel bekostigd tot die tijd. De precieze regels en procedures zijn te vinden in de Spelregels DB(B)C (zie Indien de inschatting is dat de zorg nog steeds nodig is, dan vraagt de zorgaanbieder een indicatie aan bij het CIZ of een verwijzing bij een wettelijke verwijzer. De voorgenomen indicatiestelling is dus de enige mogelijkheid om toe te leiden naar forensische zorg, indien er (nog) geen sprake is van een strafrechtelijke titel (een van de andere 21 forensische zorgtitels). In alle andere gevallen geldt dat er een strafrechtelijke titel moet zijn om voor bekostiging in aanmerking te komen. 7.5 Plaatsing Plaatsing omvat het hele proces vanaf de afgeronde indicatiestelling tot de start van het zorgtraject cq. opname. Het plaatsingsbeleid 40 gaat uit van een uniforme, transparante werkwijze voor alle plaatsingen van justitiabelen in de forensische zorg 41. Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden. Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de rechter, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser. 40 Bijlage 4 bevat het beleidskader plaatsing, incl. de termijnen voor intake en opname. Dit is ook te vinden via 41 Voor art. 196 en art. 37b Sr wordt in 2011 op een andere wijze geplaatst, waarbij niet het gehele plaatsingsbeleid gevolgd kan worden. Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend Plaatsing klinische zorg De klinische plaatsingen worden uitgevoerd door het NIFP/IFZ. Nadat een indicatiestelling is afgerond, wordt de best passende zorg gezocht. Er wordt contact opgenomen met de zorgaanbieder, zodat deze een eventuele intake kan plannen en om afspraken te maken over de plaatsing. Voordat er overgegaan kan worden tot een daadwerkelijke plaatsing dient er een strafrechtelijke titel te zijn. Bij voorwaardelijke sancties is dit een besluit van de Rechtspraak of het OM (bij sepot). Het NIFP/IFZ heeft aansluitend aan de uitspraak of aansluitend aan detentie de best passende zorg geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatingsbeleid. Het NIFP/IFZ neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk is 42. Bij detentie is dit nadat het Bureau Selectie Functionaris de plaatsing heeft geaccordeerd. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Het NIFP/IFZ informeert de aanmelder over het genomen besluit. Bijzondere plaatsingen klinische zorg Het plaatsen van justitiabelen met een maatregel tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr.) wordt niet door het NIFP/IFZ uitgevoerd, maar door DForZo. Hiervoor wordt niet geïndiceerd, maar wel een plaatsingsbesluit afgegeven. Bij een verzoek voor plaatsing t.b.v. Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr.) kan contact opgenomen worden met het NIFP Plaatsing ambulante zorg en beschermd wonen Plaatsing van justitiabelen in ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt uitgevoerd door de 3RO. De reclassering dient aansluitend aan het besluit van de rechter of aansluitend aan detentie de best passende zorg te hebben geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. De reclassering neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk 43 is of aansluitend op de einddatum detentie. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg Plaatsing vanuit detentie Vanuit het GW worden justitiabelen geplaatst in een PPC door het Bureau Selectie Functionaris (BSF) of in de klinische zorg (in de GGz of bij een VG-zorg) door het NIFP/IFZ, na besluit van de BSF. De PMO s van het GW plaatsen voor ambulante zorg aan gedetineerden binnen het GW. Het gaat om zorg 42 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. 43 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. 54 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 55

29 die in de PI wordt geleverd door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg) DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg. Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties (3RO, NIFP/IFZ en GW) voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM. Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: [email protected] of Bezwaar-en beroepsprocedure plaatsingsbesluit De rechtsbescherming van de justitiabele is als volgt geregeld: Bij de voorwaardelijke sancties met zorg, dient de justitiabele uitdrukkelijk in te stemmen met de voorwaarde en feitelijk mee te werken aan de tenuitvoerlegging ervan. Indien de justitiabele bezwaar heeft tegen de wijze waarop de tenuitvoerlegging van de voorwaarde plaatsvindt, kan hij om wijziging van de voorwaarde verzoeken. Indien de justitiabele zijn instemming intrekt, legt de OvJ de strafzaak aan de Rechtspraak voor. De Rechtspraak beslist vervolgens of al dan niet een strafmodaliteit met zorg wordt opgelegd. De justitiabele kan in hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtspraak. Bezwaar en beroep zijn onderdelen van de rechtspositie in de beginselenwetten geregeld tegen een plaatsingsbeslissing van een gedetineerde, ter beschikking gestelde of verpleegde. 7.6 Financiering forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. 7.7 ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het indiceren, plaatsen en factureren in de forensische zorg wordt ondersteunt door een ICT-systeem. Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. 56 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 57

30 Hoofdstuk 8. Forensische zorg en het NIFP/IFZ Dit hoofdstuk is een samenvatting van de onderwerpen uit deel 1 van het Handboek Forensische Zorg die voor het NIFP/IFZ van belang zijn. Het Handboek biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft weer welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Er wordt gestart met achtergrondinformatie over de vernieuwing van de forensische zorg en wat forensische zorg is. Daarna wordt ingegaan op de ketenprocessen. Aansluitend komen de indicatiestelling en de plaatsing aan bod. Ook wordt kort ingegaan op de financiering van forensische zorg en het informatiesysteem dat het stelsel forensische zorg ondersteunt. NIFP / IFZ 8.1 Vernieuwing forensische zorg Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. De vernieuwing van de forensische zorg heeft de volgende doelstellingen: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg. 8.2 Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 44 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. 44 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). 58 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 59

31 Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg. Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels. Het Ministerie van VenJ bekostigt forensische zorg nadat een indicatie is gesteld en geplaatst is op basis van een plaatsingsbesluit. Uitzondering hierop zijn de titel tbs met dwangverpleging (art. 37b SR) en de titel plaatsing t.b.v. een Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr). Hiervoor wordt geen indicatie gesteld en wordt op andere wijze geplaatst (zie hoofdstuk Plaatsing). Indeling forensische zorg De forensische zorg is geënt op de zorg die in een vrijwillig kader vanuit de AWBZ en de Zorgverzekeringswet wordt bekostigd en daarmee qua indeling nagenoeg vergelijkbaar, namelijk in klinische zorg, ambulante zorg en beschermd wonen. Daarnaast kent de forensische zorg vooralsnog ook een indeling in segmenten. Dit zijn de segmenten geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg. Binnen deze segmenten wordt zowel ambulante zorg als klinische zorg geleverd. Deze segmentindeling blijft bestaan totdat de nieuwe bekostigingsystematiek in de forensische zorg, de DBBC-systematiek of ZZP-systematiek, volledig is ingevoerd. Door de invoering ontstaat er een nieuwe indeling van de forensische zorg en wordt overgestapt van een functiegerichte naar een prestatiegerichte bekostiging. Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van zorg in een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. In alle segmenten kent de klinische zorg verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en meest intensieve vorm van forensische zorg wordt geleverd in het segment van de geestelijke gezondheidszorg in de Forensische Psychiatrisch Centra (FPC s), de Penitentiar Psychiatrische Centra (PPC s), de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA s). In het segment verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in Forensische Verslavingsklinieken (FVK) en Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA). In het segment van de verstandelijke gehandicapten zorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG (+)-voorzieningen). Daarnaast kennen alle drie de segmenten minder beveiligde klinische zorgafdelingen, zoals in de reguliere zorg. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is er geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen vanuit de eigen woon- en werkomgeving naar de hulpverlener toekomen, of waarbij de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. De ambulante zorg wordt in alle bovenstaande segmenten geleverd en kent een nadere onderverdeling in ambulante 60 Handboek Forensische Zorg (forensische) behandeling en ambulante begeleiding. Daarnaast kan er ook sprake zijn van dagactiviteiten. Beschermd wonen Beschermd wonen is vorm van (kleinschalig) wonen waarbij (op verschillende niveaus) begeleiding en ondersteuning wordt geboden Afbakening forensische zorg Het uitgangspunt is dat het Ministerie van VenJ de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten bekostigt die deel uitmaakt van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Er zijn 3 bijzonderheden: 1. Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor de bekostiging van alle zorg voor gedetineerden en tbs-gestelden, conform het Vademecum Medisch Verstrekkingen pakket 45 en de forensische zorg. Deze justitiabelen kunnen geen aanspraak maken op de Zvw, omdat de zorgverzekering voor hen is opgeschort. Dit geldt niet voor tbs-gestelden tijdens proefverlof en voorwaardelijke beëindiging, zij hebben wel aanspraak op de Zvw. 2. Justitiabelen kunnen naast forensische zorg ook aanspraak hebben op AWBZ zorg. Het gaat daarbij om zorg als gevolg van somatische problematiek, een lichamelijke of zintuiglijke handicap, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of verpleging. Deze zorg staat los van de forensische zorg. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de AWBZ uit. 3. Indien een justitiabele voordat er een strafrechtelijke titel is opgelegd, AWBZ-zorg of klinische zorg uit de Zvw ontving (uitgezonderd tbs-gestelden en gedetineerden), blijft deze zorg bekostigd door de AWBZ 46 of Zvw. Noodzaakt de strafrechtelijke titel tot aanvullende zorg, dan is dit forensische zorg en wordt geïndiceerd door de 3RO of het NIFP/IFZ. Is er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel sprake van ambulante zorg op basis van de Zvw, dan wordt alle zorg waar de strafrechtelijke titel toe noodzaakt, vergoed als forensische zorg. Dit gaat zowel om bestaande zorg, als het meerdere waartoe de titel noodzaakt, voor de duur van de titel (zie bijlage 3, afbakening forensische zorg) Uitwisseling gegevens justitiabelen Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld: Het opstellen van een indicatiestelling. Het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders. Het verlenen van forensische zorg. Het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder. De uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg. 45 Het Vademecum Medisch Verstrekkingenpakket is hier leidend. 46 Een herindicatie tijdens het strafrechtelijk traject voor deze AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het CIZ ( Indien er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel geen zorgtraject was, indiceert het CIZ niet. Handboek Forensiche Zorg 61 NIFP / IFZ

32 8.3 Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 47. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3.tijdens de periode van toezicht door de reclassering Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen forensische zorg als bijzondere voorwaarde Er is alleen sprake van forensische zorg als de zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Het strafrechtelijke kader is het startpunt van de zorg. Dit is meestal een vonnis. Uitzondering hierop zijn de volgende mogelijkheden: 1. schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden (art. 80 Sv) door de Rechtspraak, in afwachting van een defintieve beslissing 2. sepot onder voorwaarden (art. 167/244 Sv) door het OM 3. voorgenomen indicatiestelling (zie paragraaf 3.5) 4. zorg tijdens/vanuit detentie (incl. voorwaardelijke invrijheidsstelling) Onderstaand schema is een weergave van het forensisch zorgstelsel bij bijzondere voorwaarden. Onderzoek Recl. / NIFP-PJ Zorgbehoefte? Indicatiestelling Recl. / NIFP-IFZ Besluit OM / Rechtspraak Plaatsing Zorgverlening 47 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. Aansluiting op reguliere zorg Op verzoek van hetzij de officier van justitie (OvJ), hetzij de rechter-commissaris (RC) doet de reclassering en evt. een (of meerdere) Pro Justitia-rapporteur(s) onderzoek naar de persoon van de verdachte. Onderdeel van dit onderzoek kan verdiepingsdiagnostiek zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de justitiabele zorg nodig heeft, wordt een indicatie gesteld. Een indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de 3RO. Voor klinische zorg vraagt de reclassering een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Na de indicatiestelling start het plaatsingsproces. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de afhandeling van de aanmelding en evt. intake binnen de daarvoor gestelde maximale termijnen 48. Indien het strafprocesregelement dit vereist, dan sneller. Het is daarbij van belang dat de reclassering danwel het NIFP/IFZ (bij klinische zorg) zorg draagt dat de justitiabele binnen een bepaalde tijd behandeld kan worden bij een passende zorgvoorziening. De indicatiestelling ligt ten grondslag aan het advies van de 3RO. Het geeft de inschatting welke zorg en beveiliging de justitiabele nodig heeft en versterkt de onderbouwing van het advies. De reclassering adviseert het OM en de Rechtspraak over de aard en de duur van de benodigde zorg voor de justitiabele (bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden, is ook overeenstemming nodig 49 ). De reclassering dient de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over alle bijzondere voorwaarden gedurende de looptijd van een toezicht. Ook indien er sprake is van een ambulant traject waarbij mogelijk kortdurende, klinische interventie nodig is t.b.v. detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek. De reclassering onderbouwt in haar advies de omstandigheden waarin een tijdelijke, klinische opname 50 nodig is. Beoogd wordt de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over de specifieke aanpak van de verdachte zodat indien de Rechtspraak zo beslist, deze aanpak specifiek in het vonnis kan worden opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat wijzigen van zorgvoorwaarden tijdens het toezicht nodig is, wat de snelheid van de (crisis)opname ten goede komt. Hierdoor kan de reclassering het toezicht beter toespitsen en optreden als de justitiabele de voorwaarden niet naleeft. De stok achter de deur is de gevangenisstraf. Indien zorg niet is opgenomen in de voorwaarden van de beslissing en een justitiabele vrijwillig zorg ontvangt, dan geldt de stok achter de deur niet. Indien er zorgvoorwaarden worden opgelegd bij een schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80 Sv.), is dit zorg, in afwachting van een definitieve beslissing van de rechtbank (of arrest van het hof ). Van groot belang is dat het OM en de Rechtspraak tijdig worden voorzien van informatie (PJ-rapportage en reclasseringsadvies, incl. indicatiestelling) op grond waarvan een beslissing genomen kan worden. Dit dient te geschieden binnen de termijnen van het strafprocesregelement. Tijdens de rechtszitting wordt het advies van de reclassering besproken. Op grond van de wet voorwaardelijke sancties kan de Rechtspraak een vonnis (of arrest) wijzen, waarin wordt aangegeven of het klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen betreft, danwel een combinatie. 48 Zie bijlage: Clusters normen termijnen intake en opname 49 Bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden moet niet alleen de aard en de duur van de behandeling vaststaan, maar is ook overeenstemming over de voorwaarden noodzakelijk tussen verdachte, reclassering en zorgaanbieder. 50 Dit betreft een of meerdere opnames van totaal max. 7 weken gedurende de gehele looptijd van het toezicht. NIFP / IFZ 62 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 63

33 Het NIFP/IFZ of de 3RO zorgt na het vonnis voor een tijdige afwikkeling van de plaatsing binnen de strafrechtelijke kaders. De reclassering heeft bij voorwaardelijke sancties de toezichtstaak uit te voeren (indien de Rechtspraak de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft. Zorglocatie niet in het vonnis Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie in de uitspraak is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke sancties (niet zijnde tbs met voorwaarden). De Rechtspraak zal bij een klinische opname de aard en de duur van de opname bepalen (zie ook het huidige art. 14c lid 2 Sr. en jurisprudentie HR 51 ). Het NIFP/IFZ of de reclassering is er voor verantwoordelijk dat aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg, of overbruggingszorg, is geregeld, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Zij zorgen dat de soort zorg is geregeld, ook als de zorgbehoefte wijzigt. De reclassering en het NIFP/IFZ kunnen daarbij rekenen op de contractsrelatie van DForZo met de zorgaanbieders en als ultimum remedium de opnameplicht in het wetsvoorstel forensische zorg. Plaatsing volgt het vonnis De uitspraak van de Rechtspraak is leidend (of OM bij sepot). De strekking/inhoud van de titel bepaalt welke zorg moet worden verleend. Als dit betekent dat er een andere soort zorg is opgelegd dan geadviseerd, dan dient er geplaatst te worden in lijn met de uitspraak. Dit betekent dat er een nieuwe indicatie wordt opgesteld, die past bij de soort zorg die de Rechtspraak heeft opgelegd. Afhankelijk van de opgelegde soort zorg, stelt de reclassering (ambulant of beschermd wonen) of het NIFP/IFZ (klinisch) een nieuwe indicatie. Wijziging zorgvoorwaarden Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarde tijdens de uitvoering van de forensische zorg, moet worden gewijzigd van ambulante zorg of beschermd wonen naar klinische zorg, meldt zij dit bij de OvJ. De OvJ besluit dit al dan niet te vorderen (art. 14c lid 2 Sr.) via de geëigende strafvordelijke weg. De Rechtspraak neemt hierover het besluit. Een justitiabele kan ook zelf verzoeken om een aanpassing van de voorwaarden. Forensische zorg tijdens hoger beroep De wet voorwaardelijke sancties biedt de mogelijkheid dat de zorg en/of het toezicht direct een aanvang neemt, ongeacht of een partij in hoger beroep gaat tegen het vonnis (uitvoerbaar bij voorraad). In dit geval kan, in afwachting van een hoger beroep, forensische zorg worden verleend. De reclassering adviseert hierover en de Rechtspraak besluit dit al dan niet op te leggen Forensische zorg tijdens detentie Tijdens de voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen, of kan zich deze uiten. Dit kan op ieder moment tijdens het verblijf in het gevangeniswezen (GW) zijn. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-)plaatsing in de GGz. Een justitiabele moet altijd toestemming geven 51 Indien toch een specifieke zorglocatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. voor behandeling in/door de GGz. Proces tijdens detentie Indien klinische zorg nodig is, dan vraagt het Psycho Medisch Overleg 52 (PMO) een indicatiestelling aan bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), werkeenheid Indicatiestelling Forensische Zorg (IFZ). Zij stelt een indicatie op en plaatst de justitiabele in zorg. De Bureau Selectie Functionaris (BSF) bij DJI beoordeelt op basis van een risicotaxatie of een justitiabele ook daadwerkelijk buiten het GW geplaatst mag worden. Indien er sprake is van een van de contra-indicaties van GGz tenzij dan voert het PMO zelf de indicatiestelling uit. Een justitiabele gaat dan naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) binnen het GW. Dit is een Penitentiaire Inrichting (PI) die is ingericht voor psychiatrische zorg aan gedetineerden. Hierbij plaatst het BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO. Er geldt dan geen extra toets. Ook kan binnen het GW ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Uitgangspunt GGz tenzij Bij indicatiestelling voor klinische zorg binnen het GW geldt het uitgangspunt GGz tenzij. De justitiabele wordt als dat kan bij zorgaanbieders buiten het gevangeniswezen geplaatst. Het PMO neemt hierover de beslissing. Een justitiabele wordt niet in de GGz geplaatst als: de justitiabele tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr) is opgelegd; het OM negatief adviseert over plaatsing in de GGz; de justitiabele een vreemdelingenstatus heeft; de justitiabele een levenslange straf opgelegd heeft gekregen; de justitiabele een verblijf dient te hebben met zeer hoog beveiligingsniveau; de inschatting is dat het plaatsen van de justitiabele in de GGz maatschappelijke onrust zal veroorzaken; de justitiabele geen toestemming wil verlenen voor indicatiestelling voor de GGz; er sprake is van een overbruggingsperiode in afwachting van plaatsing in de GGz Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen 52 Indien een justitiabele in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) verblijft, dan indiceert het Multidisciplinair Overleg of het PMO. NIFP / IFZ 64 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 65

34 expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen. 8.4 Indicatiestelling Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld. Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf Indicatiestelling klinische zorg Een indicatiestelling voor klinische zorg wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). DB(B)C-Hoofdgroep: - stoornissen in de kindertijd, - schizofrenie en andere psychotische stoornissen, - problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, - restgroep diagnoses, - seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, - stoornissen in de impulsbeheersing, - aan een middel gebonden stoornissen, - persoonlijkheidsstoornissen. Verstandelijke vermogens justitiabele (indien bekend). Verslaving evt. in combinatie met andere stoornis (AS I/AS II). Wel/geen zedendelinquentie aanwezig justitiabele. Klinisch/beschermd wonen. Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling. Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit). Werkwijze NIFP/IFZ Het NIFP/IFZ stelt een indicatie nadat zij een aanmelding en een dossier heeft ontvangen. De aanmelding geschiedt als de aanmelder grond heeft om aan te nemen dat klinische behandeling binnen justitieel kader nodig is. NIFP / IFZ Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. 66 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 67

35 De volgende ketenpartners kunnen een aanmelding voor een indicatiestelling doen: 3RO bij voorwaardelijke sancties en bij beschermd wonen na klinisch verblijf 53 PMO/PPC bij klinische zorg voor gedetineerden (volgens het uitgangspunt GGz tenzij ) op basis van art Pbw, art Pbw, ISD en PP 54 OM bij art. 37 Sr (strafrechtelijke machtiging) Zorgaanbieders bij herindicatie (zie paragraaf 3.4) Voor het aanleveren van een dossier is per forensische zorgtitel een checklist opgesteld van de documenten die nodig zijn (zie De indicatiestelling kan opgesteld worden op het moment dat het complete dossier aanwezig is bij het NIFP/IFZ. Indien nodig kan er telefonisch contact worden opgenomen met het NIFP/IFZ. Er zijn drie procedures voor een indicatiestelling, incl. plaatsingsverzoek door het NIFP/IFZ. De coördinator van het NIFP/IFZ beslist welke procedure gevolgd wordt, in overleg met de aanmelder. Het gaat om de volgende procedures: Crisis: binnen 2 werkdagen Versneld: binnen 5 werkdagen Regulier: binnen 15 werkdagen Herindicatiestelling Herindicatie is mogelijk indien de zorg niet (meer) voorziet in de zorgbehoefte en/of beveiligingsniveau van een justitiabele, gedurende de strafrechtelijke titel. Er zijn twee situaties waarin herindicatiestelling noodzakelijk is. 1. Als een justitiabele vanuit een klinisch verblijf in een GGz-instelling naar beschermd wonen gaat. Het NIFP/IFZ is in deze situatie verantwoordelijk voor de (her)indicatiestelling. 2. Als tijdens het zorgtraject een hoger beveiligingsniveau nodig wordt geacht. Voor doorplaatsing binnen een zelfde zorginstelling of beveiligingsniveau is geen herindicatie nodig Uitzondering: De voorgenomen indicatiestelling De zorg wordt bekostigd door het Ministerie van VenJ als er sprake is van een strafrechtelijke titel. Er is één uitzondering: de voorgenomen indicatiestelling 55. Deze forensische zorgtitel kan benut worden om een justitiabele ambulante zorg te bieden, voordat sprake is van een strafrechtelijke titel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De voorgenomen indicatiestelling kan uitsluitend door de reclassering worden ingezet. 2. Het betreft ambulante zorg of beschermd wonen. 3. Het betreft een gecontracteerde zorgaanbieder. 53 Tussen de 3RO het NIFP/IFZ worden samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Zodra deze afspraken beschikbaar zijn, worden deze door het NIFP/IFZ en de 3RO intern gecommuniceerd. 54 Tussen het GW en het NIFP/IFZ zijn samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. 55 Dit is tot en met 2010 bekend als het voorgenomen indicatiebesluit. 8.5 Plaatsing Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden. Passende zorg De zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak zijn uitgedrukt in harde criteria opgenomen in de indicatiestelling. Het zorgaanbod is in Ifzo opgenomen, op basis van deze harde criteria. Ifzo zorgt voor een match hiertussen. Dit levert een selectie van zorgaanbieders die op basis van de harde criteria past bij de zorgvraag. In aanvulling op deze harde criteria kunnen andere afwegingen ( zachte criteria) een rol spelen voor een juiste plaatsing. Het gaat om: De duur van de titel en het (mogelijke) vervolgtraject. Het behandelprogramma. De leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 56. Eerdere behandelervaringen van de justitiabele. De cultuur/identiteit van de justitiabele. Het behandelmilieu van de zorgaanbieder. De motivatie van de justitiabele. Somatische aandoeningen en fysieke beperkingen van de justitiabele. Nabijheid slachtoffer(s) Bijzondere omstandigheden. De plaatser registreert de afweging van de zachte criteria in Ifzo, zodat dit herleidbaar is. Bereikbare zorg Zorgverlening in de regio is leidend, omdat dit de optimale omstandigheden biedt voor een resocialisatietraject. Bijv. vanwege een langdurig zorgcontact met een therapeut, aansluiting bij de reguliere zorg of een ondersteunend sociaal netwerk. Dit geldt zowel voor klinische zorg als beschermd wonen en ambulante zorg. Er kunnen redenen zijn om af te wijken van bereikbare zorg. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de justitiabele gedurende langere tijd uit zijn sociale systeem te halen, of om hem elders te plaatsen vanwege de impact van het gepleegde delict in de regio van herkomst. Tevens heeft een aantal klinieken (FPK s) een landelijke functie. Het is aan de plaatser om op basis van de indicatiestelling tot een goede afweging te komen en dit in Ifzo te registreren. Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de Rechtspraak, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een 56 Dit geldt alleen voor ambulante zorg en beschermd wonen. NIFP / IFZ 68 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 69

36 eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser. Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend. Gecontracteerde zorgaanbieders Een overzicht van de door DForZo gecontracteerde zorgaanbieder is te vinden op Het gecontracteerde zorgaanbod is opgenomen in Ifzo. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de soort zorg, met vermelding van een aantal kenmerken, zoals gespecificeerd in de plaatsingsafspraken. Justitiabelen kunnen in principe alleen geplaatst worden bij zorgaanbieders, die een contract hebben afgesloten met het Ministerie van VenJ. Ieder jaar vindt een inkoopronde plaats waarin de behoefte voor de zorginkoop wordt geïnventariseerd. DForZo stemt met onder meer de indicerende organisaties af om zo goed mogelijk te voorzien in de behoefte aan zorg en beveiliging van justitiabelen. Mede op grond van deze analyse en het geïndiceerde zorgaanbod in Ifzo wordt het inkoopbeleid opgesteld. Dit leidt elk jaar tot een verfijning en uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod. Plaatsing in zorginstellingen zonder WTZi-toelating is niet meer mogelijk. Hiermee wordt geborgd dat de betrokken zorgaanbieders allen een zelfde uitgangssituatie hebben. Zorginstellingen met een WTZi-toelating vallen onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg. Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: of Plaatsingsbesluit Iedere plaatsing wordt bekrachtigd met een plaatsingsbesluit, de verwijsbrief van de 3RO is vervallen. Het plaatsingsbesluit is de toegang van de justitiabele voor de forensische zorg. De plaatser stuurt het plaatsingsbesluit schriftelijk en zo snel mogelijk naar de zorgaanbieder. Deze is noodzakelijk voor de zorgaanbieder om de zorg te kunnen declareren. De zorgaanbieder ontvangt informatie over 57 : De strafrechtelijke titel (of indien sprake is van een voorgenomen indicatiestelling). De duur van de titel. De eventuele voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg. De indicatiestelling. De wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Het StrafrechtsKetenNummer (SKN 58 ) van de justitiabele (of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer). Eenmalige plaatsing In uitzonderlijke gevallen is een eenmalige plaatsing bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder mogelijk. De voorwaarden hiervoor zijn: NIFP / IFZ Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM. 57 Het interim-besluit vormt de juridische basis voor het verstrekken van deze gegevens. 58 SKN vervangt sinds de VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving (VIP). Stapsgewijs worden de komende tijd alle VIP-nummers vervangen door een SKN. Het uitvoeringsprotocol gaat uit van het SKN. Voor justitiabelen van wie het VIP-nummer nog niet is vervangen, geldt in deze tekst het VIP-nummer. 70 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 71

37 Voorafgaand aan plaatsing dient overleg te worden gevoerd met het FPL van DForZo. Er dient aangetoond te worden dat er niet kan worden geplaatst bij een reeds gecontracteerde zorgaanbieder. Hiervoor dient een aanvraag niet-gecontracteerde zorg te worden g d naar dji.minjus.nl. De beoogde niet-gecontracteerde zorgaanbieder beschikt over een WTZi-toelating. Er is altijd een plaatsingsbesluit 59 nodig Plaatsing klinische zorg De klinische plaatsingen worden uitgevoerd door het NIFP/IFZ. Nadat een indicatiestelling is afgerond, wordt de best passende zorg gezocht. Er wordt contact opgenomen met de zorgaanbieder, zodat deze een eventuele intake kan plannen en om afspraken te maken over de plaatsing. Voordat er overgegaan kan worden tot een daadwerkelijke plaatsing dient er een strafrechtelijke titel te zijn. Bij voorwaardelijke sancties is dit een besluit van de Rechtspraak of het OM (bij sepot). Het NIFP/IFZ heeft aansluitend aan de uitspraak of aansluitend aan detentie de best passende zorg geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatingsbeleid. Het NIFP/IFZ neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk is 60. Bij detentie is dit nadat het Bureau Selectie Functionaris de plaatsing heeft geaccordeerd. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Het NIFP/IFZ informeert de aanmelder over het genomen besluit. Uitgangspunten bereikbaarheid klinische zorg Bij klinische zorg wordt een justitiabele zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet. Een uitzondering vormt de klinische zorg waarbij sprake is van landelijke dekking, zoals de Forensisch Psychiatrische Klinieken (FPK s). Uitgangspunten tijdigheid klinische zorg Een evt. intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, uiterlijk binnen 15 werkdagen na aanmelding door NIPF/IFZ (zie ook bijlage 4.)). Binnen die tijd is er duidelijkheid over de opname. Indien de zittingsdatum eerder is, dan zullen partijen zich inspannen om de intake voor die datum te laten plaatsvinden. Bijzondere plaatsingen klinische zorg Het plaatsen van justitiabelen met een maatregel tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr.) wordt niet door het NIFP/IFZ uitgevoerd, maar door DForZo. Hiervoor wordt niet geïndiceerd, maar wel een plaatsingsbesluit afgegeven. Bij een verzoek voor plaatsing t.b.v. Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr.) kan contact opgenomen worden met het NIFP. 59 Zodra Ifzo een proces ondersteund voor het aanvragen van niet-gecontracteerde zorg, kan dit niet langer via een verwijsbrief, maar geldt ook hier het plaatsingsbesluit. 60 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad Plaatsing vanuit detentie Vanuit het GW worden justitiabelen geplaatst in een PPC of in de klinische zorg (in de GGz of bij een VG-zorginstelling). De procedures hiervoor staan op het intranet van DJI (zoekterm NIGW). Klinische zorg buiten gevangeniswezen De te volgen procedure bij klinische plaatsing vanuit het gevangeniswezen luidt: Nadat de indicatiestelling is uitgevoerd door het NIFP/IFZ, zal zij de mogelijkheden tot plaatsing onderzoeken, zoals beschreven bij plaatsing klinische zorg. Als de indicatiestelling en de plaatsingsmogelijkheden bekend zijn, zal het PMO de directeur van de PI verzoeken om op basis van het selectieadvies van het Bureau Selectie en Detentiebegeleiding (BSD) (incl. mogelijk advies van het OM) de justitiabele over te plaatsen, conform het advies van het NIFP/IFZ. Indien akkoord doet de directeur het verzoek tot overbrenging naar een zorgaanbieder bij het Bureau Selectie Functionaris (BSF). De BSF neemt op basis van veiligheidaspecten het besluit of de justitiabele buiten het gevangeniswezen geplaatst kan worden. NIFP/IFZ geeft een plaatsingsbesluit af. Het BSD regelt de praktische zaken rondom de plaatsing van de gedetineerde in samenspraak met de behandelaar van de zorgaanbieder Vervolgplaatsingen De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de vervolgplaatsing, gedurende het strafrechtelijke kader. Bij voorwaardelijke trajecten dient afstemming plaats te vinden met de toezichthouder van de reclassering over het te volgen zorgtraject. Hierbij dient er rekening gehouden te worden dat de zorg nog steeds moet passen bij de voorwaarden die zijn opgelegd door de Rechtspraak of het OM (in geval van sepot). Bij justitiabelen uit detentie gelden de voorwaarden, zoals gegeven door het GW en dient afstemming plaats te vinden met de PI, waar de justitiabele vandaan komt. Een vervolgplaatsing kan alleen bij een gecontracteerde zorgaanbieder gerealiseerd worden. Dit kan ook bij een andere zorgaanbieder zijn, dan waar de justitiabele oorspronkelijk is geplaatst. Indien het gaat om een crisissituatie, kan het FPL ingeschakeld worden. 8.6 Bekostiging forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de NIFP / IFZ 72 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 73

38 gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Justitiabelen worden in de forensische zorg geplaatst op basis een indicatiestelling en een plaatsingsbesluit. De indicatiestelling geeft de zorgbehoefte en de benodigde beveiliging weer. Dit betekent dat er niet meer gedeclareerd kan worden dan er geïndiceerd is, wat betreft de verblijfssoort en de duur van de indicatiestelling. Het plaatsingsbesluit is de grondslag voor de bekostiging van de zorg. 8.7 ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. Op basis van een plaatsingsbesluit kan de zorgaanbieder bij DForZo de geboden zorg declareren. De facturen worden gecontroleerd middels het Facturatie Controle Systeem (FCS). Het onderstaande schema is een weergave van de gehele informatievoorziening in de forensische zorg. In Ifzo is eenvoudig de status te zien van alle indicatiestellingen die in de applicatie zijn aangemaakt. Op termijn kunnen gecontracteerde zorgaanbieders zelf per locatie kenmerken van het gecontracteerde zorgaanbod, evenals de beschikbaarheid van zorg per zorglocatie invullen. De plaatser kan dan snel en eenvoudig zien waar zorgplekken beschikbaar zijn en welke locatie het meest passend is. De gegevens die in Ifzo en FCS worden geregistreerd, vormen waardevolle managementinformatie voor DForZo en de indicerende organisaties. De gegevens maken het mogelijk om te meten of de doelstellingen van het nieuwe forensische zorgstelsel worden gehaald: een betere afstemming van de zorgvraag met het zorgaanbod en uiteindelijk het terugdringen van de recidive. Gebruikers van Ifzo Ifzo wordt gebruikt door de indicerende organisaties, DForZo en zorgaanbieders. Onderstaand schema geeft inzicht in de precieze gebruikers per organisatie. NIFP/IFZ Onderdeel in Ifzo Indicatiestelling Plaatsing Zorgaanbod Medische administratie, Coördinator IFZ Coördinator IFZ GW PMO-lid BSF, voorzitter PMO 3RO Reclasseringswerker Reclasseringswerker NIFP / IFZ Indicatiestelling Plaatsing Zorginkoop Zorgaanbieder Financiële afhandeling DForZo, FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Vastgestelde zorgbehoefte Indicatiestelling Gecontacteerde zorg Kenmerken zorgaanbod Indicatiestelling DForZo, afdeling zorginkoop Zorgaanbieders Medewerker zorginkoop, Zorginkoper Medewerker zorgaanbieder Plaatsing Plaatsingsbesluit Begeleiding / behandeling Facturatie Betaling Ifzo Zorgsysteem FCS Managementinformatie 74 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 75

39 Hoofdstuk 9. Forensische Zorg en de reclassering Dit hoofdstuk is een samenvatting van de onderwerpen uit deel 1 van het Handboek Forensische Zorg die voor de 3RO van belang zijn. Het Handboek biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft weer welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Er wordt gestart met achtergrondinformatie over de vernieuwing van de forensische zorg en wat forensische zorg is. Daarna wordt ingegaan op de ketenprocessen. Aansluitend komen de indicatiestelling en de plaatsing aan bod. Ook wordt kort ingegaan op de financiering van forensische zorg en het informatiesysteem dat het stelsel forensische zorg ondersteunt. 9.1 Vernieuwing forensische zorg Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. De vernieuwing van de forensische zorg heeft de volgende doelstellingen: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg. Reclassering 9.2 Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 61 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. 61 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). 76 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 77

40 Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg. Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels. Het Ministerie van VenJ bekostigt forensische zorg nadat een indicatie is gesteld en geplaatst is op basis van een plaatsingsbesluit. Uitzondering hierop zijn de titel tbs met dwangverpleging (art. 37b SR) en de titel plaatsing t.b.v. een Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr). Hiervoor wordt geen indicatie gesteld en wordt op andere wijze geplaatst (zie hoofdstuk Plaatsing). Indeling forensische zorg De forensische zorg is geënt op de zorg die in een vrijwillig kader vanuit de AWBZ en de Zorgverzekeringswet wordt bekostigd en daarmee qua indeling nagenoeg vergelijkbaar, namelijk in klinische zorg, ambulante zorg en beschermd wonen. Daarnaast kent de forensische zorg vooralsnog ook een indeling in segmenten. Dit zijn de segmenten geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg. Binnen deze segmenten wordt zowel ambulante zorg als klinische zorg geleverd. Deze segmentindeling blijft bestaan totdat de nieuwe bekostigingsystematiek in de forensische zorg, de DBBC-systematiek of ZZP-systematiek, volledig is ingevoerd. Door de invoering ontstaat er een nieuwe indeling van de forensische zorg en wordt overgestapt van een functiegerichte naar een prestatiegerichte bekostiging. Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van zorg in een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. In alle segmenten kent de klinische zorg verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en meest intensieve vorm van forensische zorg wordt geleverd in het segment van de geestelijke gezondheidszorg in de Forensische Psychiatrisch Centra (FPC s), de Penitentiar Psychiatrische Centra (PPC s), de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA s). In het segment verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in Forensische Verslavingsklinieken (FVK) en Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA). In het segment van de verstandelijke gehandicapten zorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG (+)-voorzieningen). Daarnaast kennen alle drie de segmenten minder beveiligde klinische zorgafdelingen, zoals in de reguliere zorg. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is er geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen vanuit de eigen woon- en werkomgeving naar de hulpverlener toekomen, of waarbij de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. De ambulante zorg wordt in alle bovenstaande segmenten geleverd en kent een nadere onderverdeling in ambulante 78 Handboek Forensische Zorg (forensische) behandeling en ambulante begeleiding. Daarnaast kan er ook sprake zijn van dagactiviteiten. Beschermd wonen Beschermd wonen is vorm van (kleinschalig) wonen waarbij (op verschillende niveaus) begeleiding en ondersteuning wordt geboden Afbakening forensische zorg Het uitgangspunt is dat het Ministerie van VenJ de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten bekostigt die deel uitmaakt van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Er zijn 3 bijzonderheden: 1. Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor de bekostiging van alle zorg voor gedetineerden en tbs-gestelden, conform het Vademecum Medisch Verstrekkingen pakket 62 en de forensische zorg. Deze justitiabelen kunnen geen aanspraak maken op de Zvw, omdat de zorgverzekering voor hen is opgeschort. Dit geldt niet voor tbs-gestelden tijdens proefverlof en voorwaardelijke beëindiging, zij hebben wel aanspraak op de Zvw. 2. Justitiabelen kunnen naast forensische zorg ook aanspraak hebben op AWBZ zorg. Het gaat daarbij om zorg als gevolg van somatische problematiek, een lichamelijke of zintuiglijke handicap, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of verpleging. Deze zorg staat los van de forensische zorg. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de AWBZ uit. 3. Indien een justitiabele voordat er een strafrechtelijke titel is opgelegd, AWBZ-zorg of klinische zorg uit de Zvw ontving (uitgezonderd tbs-gestelden en gedetineerden), blijft deze zorg bekostigd door de AWBZ 63 of Zvw. Noodzaakt de strafrechtelijke titel tot aanvullende zorg, dan is dit forensische zorg en wordt geïndiceerd door de 3RO of het NIFP/IFZ. Is er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel sprake van ambulante zorg op basis van de Zvw, dan wordt alle zorg waar de strafrechtelijke titel toe noodzaakt, vergoed als forensische zorg. Dit gaat zowel om bestaande zorg, als het meerdere waartoe de titel noodzaakt, voor de duur van de titel (zie bijlage 3, afbakening forensische zorg) Uitwisseling gegevens justitiabelen Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld: Het opstellen van een indicatiestelling. Het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders. Het verlenen van forensische zorg. Het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder. De uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg. 62 Het Vademecum Medisch Verstrekkingenpakket is hier leidend. 63 Een herindicatie tijdens het strafrechtelijk traject voor deze AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het CIZ ( Indien er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel geen zorgtraject was, indiceert het CIZ niet. Handboek Forensiche Zorg 79 Reclassering

41 9.2.3 Wetsvoorstel voorwaardelijke sancties Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties voorziet in de wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met wijzigingen van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Deze wijziging vormt het juridisch kader voor de forensische zorg als bijzondere voorwaarde. Gedragsbeïnvloeding met bijzondere voorwaarden is kansrijk door de stok achter de deur van de gevangenisstraf. De bijzondere voorwaarden kunnen worden toegespitst op gedragskenmerken van de dader en het type delict. Er zijn 3 bijzondere voorwaarden zorg (art.14c lid 2, 10, 11, 12 Sr): Opneming van de veroordeelde in zorginstelling Ambulante behandeling Verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang Uitzondering hierop zijn de volgende mogelijkheden: 1. schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden (art. 80 Sv) door de Rechtspraak, in afwachting van een defintieve beslissing 2. sepot onder voorwaarden (art. 167/244 Sv) door het OM 3. voorgenomen indicatiestelling (zie paragraaf 3.5) 4. zorg tijdens/vanuit detentie (incl. voorwaardelijke invrijheidsstelling) Onderstaand schema is een weergave van het forensisch zorgstelsel bij bijzondere voorwaarden. Zorgbehoefte? Besluit OM / Rechtspraak Het wetsvoorstel voorwaardelijke sancties stimuleert het gebruik van bijzondere voorwaarden. Het voorstel is behandeld in de Eerste Kamer der Staten-Generaal en de beoogde datum van inwerking treding is 1 april Onderzoek Indicatiestelling Plaatsing Zorgverlening Aansluiting op reguliere zorg 9.3 Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 64. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3. tijdens de periode van toezicht door de reclassering Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen Forensische zorg als bijzondere voorwaarde Er is alleen sprake van forensische zorg als de zorg onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Het strafrechtelijke kader is het startpunt van de zorg. Dit is meestal een vonnis. 64 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. Recl. / NIFP-PJ Recl. / NIFP-IFZ Op verzoek van hetzij de officier van justitie (OvJ), hetzij de rechter-commissaris (RC) doet de reclassering en evt. een (of meerdere) Pro Justitia-rapporteur(s) onderzoek naar de persoon van de verdachte. Onderdeel van dit onderzoek kan verdiepingsdiagnostiek zijn. Als uit het onderzoek blijkt dat de justitiabele zorg nodig heeft, wordt een indicatie gesteld. Een indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de 3RO. Voor klinische zorg vraagt de reclassering een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Na de indicatiestelling start het plaatsingsproces. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de afhandeling van de aanmelding en evt. intake binnen de daarvoor gestelde maximale termijnen 65. Indien het strafprocesregelement dit vereist, dan sneller. Het is daarbij van belang dat de reclassering danwel het NIFP/IFZ (bij klinische zorg) zorg draagt dat de justitiabele binnen een bepaalde tijd behandeld kan worden bij een passende zorgvoorziening. De indicatiestelling ligt ten grondslag aan het advies van de 3RO. Het geeft de inschatting welke zorg en beveiliging de justitiabele nodig heeft en versterkt de onderbouwing van het advies. De reclassering adviseert het OM en de Rechtspraak over de aard en de duur van de benodigde zorg voor de justitiabele (bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden, is ook overeenstemming nodig 66 ). De reclassering dient de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over alle bijzondere voorwaarden gedurende de looptijd van een toezicht. Ook indien er sprake is van een ambulant traject waarbij mogelijk kortdurende, klinische interventie nodig is t.b.v. detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek. De 65 Zie bijlage: Clusters normen termijnen intake en opname 66 Bij art. 38a Sr, tbs met voorwaarden moet niet alleen de aard en de duur van de behandeling vaststaan, maar is ook overeenstemming over de voorwaarden noodzakelijk tussen verdachte, reclassering en zorgaanbieder. Reclassering 80 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 81

42 reclassering onderbouwt in haar advies de omstandigheden waarin een tijdelijke, klinische opname 67 nodig is. Beoogd wordt de Rechtspraak zo goed mogelijk te adviseren over de specifieke aanpak van de verdachte zodat indien de Rechtspraak zo beslist, deze aanpak specifiek in het vonnis kan worden opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat wijzigen van zorgvoorwaarden tijdens het toezicht nodig is, wat de snelheid van de (crisis)opname ten goede komt. Hierdoor kan de reclassering het toezicht beter toespitsen en optreden als de justitiabele de voorwaarden niet naleeft. De stok achter de deur is de gevangenisstraf. Indien zorg niet is opgenomen in de voorwaarden van de beslissing en een justitiabele vrijwillig zorg ontvangt, dan geldt de stok achter de deur niet. Indien er zorgvoorwaarden worden opgelegd bij een schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80 Sv.), is dit zorg, in afwachting van een definitieve beslissing van de rechtbank (of arrest van het hof ). Van groot belang is dat het OM en de Rechtspraak tijdig worden voorzien van informatie (PJ-rapportage en reclasseringsadvies, incl. indicatiestelling) op grond waarvan een beslissing genomen kan worden. Dit dient te geschieden binnen de termijnen van het strafprocesregelement. Tijdens de rechtszitting wordt het advies van de reclassering besproken. Op grond van de wet voorwaardelijke sancties kan de Rechtspraak een vonnis (of arrest) wijzen, waarin wordt aangegeven of het klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen betreft, danwel een combinatie. Het NIFP/IFZ of de 3RO zorgt na het vonnis voor een tijdige afwikkeling van de plaatsing binnen de strafrechtelijke kaders. De reclassering heeft bij voorwaardelijke sancties de toezichtstaak uit te voeren (indien de Rechtspraak de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft. Zorglocatie niet in het vonnis Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie in de uitspraak zelf is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke sancties (niet zijnde tbs met voorwaarden). De Rechtspraak zal bij een klinische opname de aard en de duur van de opname bepalen (zie ook het huidige art. 14c lid 2 Sr. en jurisprudentie HR 68 ). Het NIFP/IFZ of de reclassering is er voor verantwoordelijk dat aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg, of overbruggingszorg, is geregeld, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Zij zorgen dat de soort zorg is geregeld, ook als de zorgbehoefte wijzigt. De reclassering en het NIFP/IFZ kunnen daarbij rekenen op de contractsrelatie van DForZo met de zorgaanbieders en als ultimum remedium de opnameplicht in het wetsvoorstel forensische zorg. Plaatsing volgt het vonnis De uitspraak van de Rechtspraak is leidend (of OM bij sepot). De strekking/inhoud van de titel bepaalt welke zorg moet worden verleend. Als dit betekent dat er een andere soort zorg is opgelegd dan geadviseerd, dan dient er geplaatst te worden in lijn met de uitspraak. Dit betekent dat er een nieuwe indicatie wordt opgesteld, die past bij de soort zorg die de Rechtspraak heeft opgelegd. Afhankelijk 67 Dit betreft een of meerdere opnames van totaal max. 7 weken gedurende de gehele looptijd van het toezicht. 68 Indien toch een specifieke zorglocatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. van de opgelegde soort zorg, stelt de reclassering (ambulant of beschermd wonen) of het NIFP/IFZ (klinisch) een nieuwe indicatie. Wijziging zorgvoorwaarden Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarde tijdens de uitvoering van de forensische zorg, moet worden gewijzigd van ambulante zorg of beschermd wonen naar klinische zorg, meldt zij dit bij de OvJ. De OvJ besluit dit al dan niet te vorderen (art. 14c lid 2 Sr.) via de geëigende strafvordelijke weg. De Rechtspraak neemt hierover het besluit. Een justitiabele kan ook zelf verzoeken om een aanpassing van de voorwaarden. Forensische zorg tijdens hoger beroep De wet voorwaardelijke sancties biedt de mogelijkheid dat de zorg en/of het toezicht direct een aanvang neemt, ongeacht of een partij in hoger beroep gaat tegen het vonnis (uitvoerbaar bij voorraad). In dit geval kan, in afwachting van een hoger beroep, forensische zorg worden verleend. De reclassering adviseert hierover en de Rechtspraak besluit dit al dan niet op te leggen Ambulante zorg tijdens detentie Binnen het GW kan ook ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg) Contact zorgaanbieder en Penitentiaire Inrichting Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) zélf verantwoordelijk blijft voor de justitiabelen, ook als diegene zich in de GGz bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden van de PI. De zorgaanbieder dient met regelmaat terugkoppeling te geven aan de PI over de uitvoering van de behandeling. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet het voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO 69 op een justitiabele in de GGz dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, 69 Bijv. bij Penitentiair Programma of art PBW. Reclassering 82 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 83

43 contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen. 9.4 Indicatiestelling Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld. Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf. 84 Handboek Forensische Zorg Indicatiestelling klinische zorg Een indicatiestelling voor klinische zorg wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). DB(B)C-Hoofdgroep: - stoornissen in de kindertijd, - schizofrenie en andere psychotische stoornissen, - problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, - restgroep diagnoses, - seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, - stoornissen in de impulsbeheersing, - aan een middel gebonden stoornissen, - persoonlijkheidsstoornissen. Verstandelijke vermogens justitiabele (indien bekend). Verslaving evt. in combinatie met andere stoornis (AS I/AS II). Wel/geen zedendelinquentie aanwezig justitiabele. Klinisch/beschermd wonen. Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling. Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit). Werkwijze NIFP/IFZ Het NIFP/IFZ stelt een indicatie nadat zij een aanmelding en een dossier heeft ontvangen. De aanmelding geschiedt als de aanmelder grond heeft om aan te nemen dat klinische behandeling binnen justitieel kader nodig is. De volgende ketenpartners kunnen een aanmelding voor een indicatiestelling doen: 3RO bij voorwaardelijke sancties en bij beschermd wonen na klinisch verblijf 70 PMO/PPC bij klinische zorg voor gedetineerden (volgens het uitgangspunt GGz tenzij ) op basis van art Pbw, art Pbw, ISD en PP 71 OM bij art. 37 Sr (strafrechtelijke machtiging) Zorgaanbieders bij herindicatie (zie paragraaf 3.4) Voor het aanleveren van een dossier is per forensische zorgtitel een checklist opgesteld van de documenten die nodig zijn (zie De indicatiestelling kan opgesteld worden op het moment dat het complete dossier aanwezig is bij het NIFP/IFZ. Indien nodig kan er telefonisch contact worden opgenomen met het NIFP/IFZ. 70 Tussen de 3RO het NIFP/IFZ worden samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Zodra deze afspraken beschikbaar zijn, worden door het NIFP/IFZ en de 3RO intern gecommuniceerd. 71 Tussen het GW en het NIFP/IFZ zijn samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Handboek Forensiche Zorg 85 Reclassering

44 Er zijn drie procedures voor een afgeronde indicatiestelling, incl. plaatsingsverzoek door het NIFP/IFZ. De coördinator van het NIFP/IFZ beslist welke procedure gevolgd wordt, in overleg met de aanmelder. Het gaat om de volgende procedures: Crisis: binnen 2 werkdagen Versneld: binnen 5 werkdagen Regulier: binnen 15 werkdagen Indicatiestelling ambulante zorg en beschermd wonen Een indicatiestelling voor ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). Dominante zorgvraag en evt. bijkomende (comorbide) problematiek: - verstandelijke vermogens justitiabele, - verslaving, - psychiatrie/psychosociale problematiek. Aard huidige delict, voor zover relevant voor de zorgvraag. Diagnostiek, beschermd wonen (licht/intensief ), begeleiding, behandeling, dagbesteding. Outreachende/bemoeizorg (ACT). Werkwijze De indicatiestelling behoort bij voorwaardelijke sancties bij het advies van de reclassering. Indien de inschatting is dat er ambulante zorg en/of beschermd wonen nodig is, dan stelt de reclassering zelf de indicatie. Het advies, incl. de indicatiestelling worden voor de rechtszitting geleverd aan het OM en de Rechtspraak Herindicatiestelling Herindicatie is mogelijk indien de zorg niet (meer) voorziet in de zorgbehoefte en/of beveiligingsniveau van een justitiabele, gedurende de strafrechtelijke titel. Er zijn twee situaties waarin herindicatiestelling noodzakelijk is. 1. Als een justitiabele vanuit een klinisch verblijf in een GGz-instelling naar beschermd wonen gaat. Het NIFP/IFZ is in deze situatie verantwoordelijk voor de (her)indicatiestelling. 2. Als tijdens het zorgtraject een hoger beveiligingsniveau nodig wordt geacht. Voor doorplaatsing binnen een zelfde zorginstelling of beveiligingsniveau is geen herindicatie nodig Uitzondering: De voorgenomen indicatiestelling De zorg wordt bekostigd door het Ministerie van VenJ als er sprake is van een strafrechtelijke titel. Er is één uitzondering: de voorgenomen indicatiestelling 72. Deze forensische zorgtitel kan benut worden om een justitiabele ambulante zorg te bieden, voordat sprake is van een strafrechtelijke titel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De voorgenomen indicatiestelling kan uitsluitend door de reclassering worden ingezet. 72 Dit is tot en met 2010 bekend als het voorgenomen indicatiebesluit. 2. Het betreft ambulante zorg of beschermd wonen. 3. Het betreft een gecontracteerde zorgaanbieder. Het gaat om situaties waarin ambulante zorg of beschermd wonen nodig is om te voorkomen dat de (thuis)situatie escaleert in de periode tussen aanhouding en uitspraak OM of Rechtspraak. Er kan sprake zijn van één van de volgende situaties: 1. Als acute zorg nodig is, bijvoorbeeld: bij ernstige psychische problematiek of een crisissituatie; bij minder begaafde justitiabelen die uit het milieu gehaald moeten worden; als ingrijpen nodig is voor de veiligheid van de omgeving; als de situatie noodzaakt tot direct ingrijpen. Deze noodzaak wordt bepaald op basis van het professionele oordeel van de reclasseringswerker, na overleg met de werkbegeleider of unitmanager. 2. Als er sprake is van problematiek waarbij ketenafspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld: (huiselijk) geweld; veelplegeraanpak; lichte zedendelinquenten. 3. Als het een justitiabele betreft die moeilijk te motiveren is voor behandeling of begeleiding en die onder druk van de strafzaak wel bereid is om mee te werken. Het is van belang om op de zitting te weten of de betrokkene echt mee werkt, om te voorkomen dat er onuitvoerbare voorwaarden worden opgelegd. Het gaat vaak om lichte delicten of eerste overtredingen (first offenders). Voor een dergelijk delict zal doorgaans geen voorlopige hechtenis worden gevorderd of toegewezen. Procedure Naar aanleiding van een opdracht tot adviesrapportage of vroeghulpcontact wordt door de reclassering een indicatiestelling in Ifzo opgesteld. Deze wordt gematcht met het zorgaanbod, wat leidt tot een plaatsingsbesluit op basis van de forensische zorgtitel voorgenomen indicatiestelling. De reclassering levert een advies voor de zitting. Indien de Rechtspraak zorg oplegt conform het advies, dan wijzigt de reclassering de forensische zorgtitel in de indicatiestelling en verstuurt een nieuw plaatsingsbesluit naar de zorgaanbieder. Indien de Rechtspraak geen zorg oplegt, dan stelt de reclassering de zorgaanbieder direct op de hoogte. De zorgaanbieder krijgt de zorg wel bekostigd tot die tijd. De precieze regels en procedures zijn te vinden in de Spelregels DB(B)C (zie Indien de inschatting is dat de zorg nog steeds nodig is, dan vraagt de zorgaanbieder een indicatie aan bij het CIZ of een verwijzing bij een wettelijke verwijzer. Reclassering 86 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 87

45 De voorgenomen indicatiestelling is dus de enige mogelijkheid om toe te leiden naar forensische zorg, indien er (nog) geen sprake is van een strafrechtelijke titel (een van de andere 21 forensische zorgtitels). In alle andere gevallen geldt dat er een strafrechtelijke titel moet zijn om voor bekostiging in aanmerking te komen. 9.5 Plaatsing Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden. Passende zorg De zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak zijn uitgedrukt in harde criteria opgenomen in de indicatiestelling. Het zorgaanbod is in Ifzo opgenomen, op basis van deze harde criteria. Ifzo zorgt voor een match hiertussen. Dit levert een selectie van zorgaanbieders die op basis van de harde criteria past bij de zorgvraag. In aanvulling op deze harde criteria kunnen andere afwegingen ( zachte criteria) een rol spelen voor een juiste plaatsing. Het gaat om: De duur van de titel en het (mogelijke) vervolgtraject. Het behandelprogramma. De leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 73. Eerdere behandelervaringen van de justitiabele. De cultuur/identiteit van de justitiabele. Het behandelmilieu van de zorgaanbieder. De motivatie van de justitiabele. Somatische aandoeningen en fysieke beperkingen van de justitiabele. Nabijheid slachtoffer(s) Bijzondere omstandigheden. De plaatser registreert de afweging van de zachte criteria in Ifzo, zodat dit herleidbaar is. Bereikbare zorg Zorgverlening in de regio is leidend, omdat dit de optimale omstandigheden biedt voor een resocialisatietraject. Bijv. vanwege een langdurig zorgcontact met een therapeut, aansluiting bij de reguliere zorg of een ondersteunend sociaal netwerk. Dit geldt zowel voor klinische zorg als beschermd wonen en ambulante zorg. Er kunnen redenen zijn om af te wijken van bereikbare zorg. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de justitiabele gedurende langere tijd uit zijn sociale systeem te halen, of om hem elders te plaatsen vanwege de impact van het gepleegde delict in de regio van herkomst. Tevens heeft een aantal klinieken (FPK s) een landelijke functie. Het is aan de plaatser om op basis van de indicatiestelling tot 73 Dit geldt alleen voor ambulante zorg en beschermd wonen. een goede afweging te komen en dit in Ifzo te registreren. Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de Rechtspraak, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser. Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend. Gecontracteerde zorgaanbieders Een overzicht van de door DForZo gecontracteerde zorgaanbieder is te vinden op Het gecontracteerde zorgaanbod is opgenomen in Ifzo. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de soort zorg, met vermelding van een aantal kenmerken, zoals gespecificeerd in de plaatsingsafspraken. Justitiabelen kunnen in principe alleen geplaatst worden bij zorgaanbieders, die een contract hebben afgesloten met het Ministerie van VenJ. Ieder jaar vindt een inkoopronde plaats waarin de behoefte voor de zorginkoop wordt geïnventariseerd. DForZo stemt met onder meer de indicerende organisaties af om zo goed mogelijk te voorzien in de behoefte aan zorg en beveiliging van justitiabelen. Mede op grond van deze analyse en het geïndiceerde zorgaanbod in Ifzo wordt het inkoopbeleid opgesteld. Dit leidt elk jaar tot een verfijning en uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod. Plaatsing in zorginstellingen zonder WTZi-toelating is niet meer mogelijk. Hiermee wordt geborgd dat de betrokken zorgaanbieders allen een zelfde uitgangssituatie hebben. Zorginstellingen met een WTZi-toelating vallen onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg. Reclassering 88 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 89

46 Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM. Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: [email protected] of Plaatsingsbesluit Iedere plaatsing wordt bekrachtigd met een plaatsingsbesluit, de verwijsbrief van de 3RO is vervallen. Het plaatsingsbesluit is de toegang van de justitiabele voor de forensische zorg. De plaatser stuurt het plaatsingsbesluit schriftelijk en zo snel mogelijk naar de zorgaanbieder. Deze is noodzakelijk voor de zorgaanbieder om de zorg te kunnen declareren. De zorgaanbieder ontvangt informatie over 74 : De strafrechtelijke titel (of indien sprake is van een voorgenomen indicatiestelling). De duur van de titel. De eventuele voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg. De indicatiestelling. De wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Het StrafrechtsKetenNummer (SKN 75 ) van de justitiabele (of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer). Eenmalige plaatsing In uitzonderlijke gevallen is een eenmalige plaatsing bij een niet-gecontracteerde zorgaanbieder mogelijk. De voorwaarden hiervoor zijn: Voorafgaand aan plaatsing dient overleg te worden gevoerd met het FPL van DForZo. Er dient aangetoond te worden dat er niet kan worden geplaatst bij een reeds gecontracteerde zorgaanbieder. Hiervoor dient een aanvraag niet-gecontracteerde zorg te worden g d naar fpl@ dji.minjus.nl. De beoogde niet-gecontracteerde zorgaanbieder beschikt over een WTZi-toelating. Er is altijd een plaatsingsbesluit 76 nodig. Bezwaar-en beroepsprocedure plaatsingsbesluit De rechtsbescherming van de justitiabele is als volgt geregeld: Bij de voorwaardelijke sancties met zorg, dient de justitiabele uitdrukkelijk in te stemmen met de voorwaarde en feitelijk mee te werken aan de tenuitvoerlegging ervan. Indien de justitiabele bezwaar heeft tegen de wijze waarop de tenuitvoerlegging van de voorwaarde plaatsvindt, kan hij om wijziging van de voorwaarde verzoeken. Indien de justitiabele zijn instemming intrekt, legt de OvJ de strafzaak aan de Rechtspraak voor. De Rechtspraak beslist vervolgens of al dan niet een strafmodaliteit met zorg wordt opgelegd. De justitiabele kan in hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtspraak Plaatsing klinische zorg De klinische plaatsingen worden uitgevoerd door het NIFP/IFZ. Nadat een indicatiestelling is afgerond, wordt de best passende zorg gezocht. Er wordt contact opgenomen met de zorgaanbieder, zodat deze een eventuele intake kan plannen en om afspraken te maken over de plaatsing. Voordat er overgegaan kan worden tot een daadwerkelijke plaatsing dient er een strafrechtelijke titel te zijn. Bij voorwaardelijke sancties is dit een besluit van de Rechtspraak of het OM (bij sepot). Het NIFP/IFZ heeft aansluitend aan de uitspraak of aansluitend aan detentie de best passende zorg geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatingsbeleid. Het NIFP/IFZ neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk is 77. Bij detentie is dit nadat het Bureau Selectie Functionaris de plaatsing heeft geaccordeerd. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Het NIFP/IFZ informeert de aanmelder over het genomen besluit. Reclassering 74 Het interim-besluit vormt de juridische basis voor het verstrekken van deze gegevens. 75 SKN vervangt sinds de VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving (VIP). Stapsgewijs worden de komende tijd alle VIP-nummers vervangen door een SKN. Het uitvoeringsprotocol gaat uit van het SKN. Voor justitiabelen van wie het VIP-nummer nog niet is vervangen, geldt in deze tekst het VIP-nummer. 76 Zodra Ifzo een proces ondersteund voor het aanvragen van niet-gecontracteerde zorg, kan dit niet langer via een verwijsbrief, maar geldt ook hier het plaatsingsbesluit. 77 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. 90 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 91

47 Uitgangspunten bereikbaarheid klinische zorg Bij klinische zorg wordt een justitiabele zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet. Een uitzondering vormt de klinische zorg waarbij sprake is van landelijke dekking, zoals de Forensisch Psychiatrische Klinieken (FPK s). Uitgangspunten tijdigheid klinische zorg Een evt. intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, uiterlijk binnen 15 werkdagen na aanmelding door NIPF/IFZ (zie ook bijlage 4.)). Binnen die tijd is er duidelijkheid over de opname. Indien de zittingsdatum eerder is, dan zullen partijen zich inspannen om de intake voor die datum te laten plaatsvinden. Bijzondere plaatsingen klinische zorg Het plaatsen van justitiabelen met een maatregel tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr.) wordt niet door het NIFP/IFZ uitgevoerd, maar door DForZo. Hiervoor wordt niet geïndiceerd, maar wel een plaatsingsbesluit afgegeven. Bij een verzoek voor plaatsing t.b.v. Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr.) kan contact opgenomen worden met het NIFP Plaatsing ambulante zorg en beschermd wonen Plaatsing van justitiabelen in ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt uitgevoerd door de 3RO. De reclassering dient aansluitend aan het besluit van de rechter of aansluitend aan detentie de best passende zorg te hebben geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. De reclassering neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk 78 is of aansluitend op de einddatum detentie. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Uitgangspunten bereikbaarheid ambulante zorg en beschermd wonen Ook bij ambulante zorg en beschermd wonen wordt een justitiabele bij voorkeur zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Daarbij wordt onderstaande specificatie gehanteerd: Ambulante dagbehandeling: max minuten reistijd. Ambulante behandeling (één of enkele malen per week): max. 1 uur reistijd. Beschermd wonen: in het arrondissement. Uitgangspunten tijdigheid ambulante zorg en beschermd wonen Binnen twee weken dient duidelijk te zijn of een ambulant traject mogelijk is. Dit kan op basis van dossieronderzoek. De intake ofwel het eerste gesprek met de behandelaar kan evt. ook na plaatsing gebeuren. Bij beschermd wonen zal een intake binnen 2 á 3 weken plaatsvinden (zie ook bijlage 4.). 78 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad Vervolgplaatsingen De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de vervolgplaatsing, gedurende het strafrechtelijke kader. Bij voorwaardelijke trajecten dient afstemming plaats te vinden met de toezichthouder van de reclassering over het te volgen zorgtraject. Hierbij dient er rekening gehouden te worden dat de zorg nog steeds moet passen bij de voorwaarden die zijn opgelegd door de Rechtspraak of het OM (in geval van sepot). Bij justitiabelen uit detentie gelden de voorwaarden, zoals gegeven door het GW en dient afstemming plaats te vinden met de PI, waar de justitiabele vandaan komt. Een vervolgplaatsing kan alleen bij een gecontracteerde zorgaanbieder gerealiseerd worden. Dit kan ook bij een andere zorgaanbieder zijn, dan waar de justitiabele oorspronkelijk is geplaatst. Indien het gaat om een crisissituatie, kan het FPL ingeschakeld worden. 9.6 Bekostiging forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Justitiabelen worden in de forensische zorg geplaatst op basis een indicatiestelling en een plaatsingsbesluit. De indicatiestelling geeft de zorgbehoefte en de benodigde beveiliging weer. Dit betekent dat er niet meer gedeclareerd kan worden dan er geïndiceerd is, wat betreft de verblijfssoort en de duur van de indicatiestelling. Het plaatsingsbesluit is de grondslag voor de bekostiging van de zorg. 9.7 ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. Reclassering 92 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 93

48 Op basis van een plaatsingsbesluit kan de zorgaanbieder bij DForZo de geboden zorg declareren. De facturen worden gecontroleerd middels het Facturatie Controle Systeem (FCS). Het onderstaande schema is een weergave van de gehele informatievoorziening in de forensische zorg. Gebruikers van Ifzo Ifzo wordt gebruikt door de indicerende organisaties, DForZo en zorgaanbieders. Onderstaand schema geeft inzicht in de precieze gebruikers per organisatie. Indicatiestelling Plaatsing Zorginkoop Zorgaanbieder Financiële afhandeling Onderdeel in Ifzo Indicatiestelling Plaatsing Zorgaanbod Vastgestelde zorgbehoefte Indicatiestelling Gecontacteerde zorg Kenmerken zorgaanbod Indicatiestelling NIFP/IFZ Medische administratie, Coördinator IFZ Coördinator IFZ Ifzo Plaatsing Plaatsingsbesluit Begeleiding / behandeling Facturatie Zorgsysteem Betaling FCS GW PMO-lid BSF, voorzitter PMO 3RO Reclasseringswerker Reclasseringswerker DForZo, FPL DForZo, afdeling zorginkoop Zorgaanbieders Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker zorginkoop, Zorginkoper Medewerker zorgaanbieder Reclassering Managementinformatie In Ifzo is eenvoudig de status te zien van alle indicatiestellingen die in de applicatie zijn aangemaakt. Op termijn kunnen gecontracteerde zorgaanbieders zelf per locatie kenmerken van het gecontracteerde zorgaanbod, evenals de beschikbaarheid van zorg per zorglocatie invullen. De plaatser kan dan snel en eenvoudig zien waar zorgplekken beschikbaar zijn en welke locatie het meest passend is. De gegevens die in Ifzo en FCS worden geregistreerd, vormen waardevolle managementinformatie voor DForZo en de indicerende organisaties. De gegevens maken het mogelijk om te meten of de doelstellingen van het nieuwe forensische zorgstelsel worden gehaald: een betere afstemming van de zorgvraag met het zorgaanbod en uiteindelijk het terugdringen van de recidive. 94 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 95

49 Hoofdstuk 10. Forensische Zorg en het Gevangeniswezen Dit hoofdstuk is een samenvatting van de onderwerpen uit deel 1 van het Handboek Forensische Zorg die voor het Gevangeniswezen van belang zijn. Het Handboek biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft weer welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Er wordt gestart met achtergrondinformatie over de vernieuwing van de forensische zorg en wat forensische zorg is. Daarna wordt ingegaan op de ketenprocessen. Aansluitend komen de indicatiestelling en de plaatsing aan bod. Ook wordt kort ingegaan op de financiering van forensische zorg en het informatiesysteem dat het stelsel forensische zorg ondersteunt Vernieuwing forensische zorg Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. De vernieuwing van de forensische zorg heeft de volgende doelstellingen: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Gevangeniswezen 96 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 97

50 Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 79 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg. Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels. Het Ministerie van VenJ bekostigt forensische zorg nadat een indicatie is gesteld en geplaatst is op basis van een plaatsingsbesluit. Uitzondering hierop zijn de titel tbs met dwangverpleging (art. 37b SR) en de titel plaatsing t.b.v. een Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr). Hiervoor wordt geen indicatie gesteld en wordt op andere wijze geplaatst (zie hoofdstuk Plaatsing). Indeling forensische zorg De forensische zorg is geënt op de zorg die in een vrijwillig kader vanuit de AWBZ en de Zorgverzekeringswet wordt bekostigd en daarmee qua indeling nagenoeg vergelijkbaar, namelijk in klinische zorg, ambulante zorg en beschermd wonen. Daarnaast kent de forensische zorg vooralsnog ook een indeling in segmenten. Dit zijn de segmenten geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg. Binnen deze segmenten wordt zowel ambulante zorg als klinische zorg geleverd. Deze segmentindeling blijft bestaan totdat de nieuwe bekostigingsystematiek in de forensische zorg, de DBBC-systematiek of ZZP-systematiek, volledig is ingevoerd. Door de invoering ontstaat er een nieuwe indeling van de forensische zorg en wordt overgestapt van een functiegerichte naar een prestatiegerichte bekostiging. Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van zorg in een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. In alle segmenten kent de klinische zorg verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en meest intensieve vorm van forensische zorg wordt geleverd in het segment van de geestelijke gezondheidszorg in de Forensische Psychiatrisch Centra (FPC s), de Penitentiar Psychiatrische Centra (PPC s), de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA s). 79 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). In het segment verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in Forensische Verslavingsklinieken (FVK) en Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA). In het segment van de verstandelijke gehandicapten zorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG (+)-voorzieningen). Daarnaast kennen alle drie de segmenten minder beveiligde klinische zorgafdelingen, zoals in de reguliere zorg. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is er geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen vanuit de eigen woon- en werkomgeving naar de hulpverlener toekomen, of waarbij de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. De ambulante zorg wordt in alle bovenstaande segmenten geleverd en kent een nadere onderverdeling in ambulante (forensische) behandeling en ambulante begeleiding. Daarnaast kan er ook sprake zijn van dagactiviteiten. Beschermd wonen Beschermd wonen is vorm van (kleinschalig) wonen waarbij (op verschillende niveaus) begeleiding en ondersteuning wordt geboden Afbakening forensische zorg Het uitgangspunt is dat het Ministerie van VenJ de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten bekostigt die deel uitmaakt van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Er zijn 3 bijzonderheden: 1. Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor de bekostiging van alle zorg voor gedetineerden en tbs-gestelden, conform het Vademecum Medisch Verstrekkingen pakket 80 en de forensische zorg. Deze justitiabelen kunnen geen aanspraak maken op de Zvw, omdat de zorgverzekering voor hen is opgeschort. Dit geldt niet voor tbs-gestelden tijdens proefverlof en voorwaardelijke beëindiging, zij hebben wel aanspraak op de Zvw. 2. Justitiabelen kunnen naast forensische zorg ook aanspraak hebben op AWBZ zorg. Het gaat daarbij om zorg als gevolg van somatische problematiek, een lichamelijke of zintuiglijke handicap, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of verpleging. Deze zorg staat los van de forensische zorg. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de AWBZ uit. 3. Indien een justitiabele voordat er een strafrechtelijke titel is opgelegd, AWBZ-zorg of klinische zorg uit de Zvw ontving (uitgezonderd tbs-gestelden en gedetineerden), blijft deze zorg bekostigd door de AWBZ 81 of Zvw. Noodzaakt de strafrechtelijke titel tot aanvullende zorg, dan is dit forensische zorg en wordt geïndiceerd door de 3RO of het NIFP/IFZ. Is er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel 80 Het Vademecum Medisch Verstrekkingenpakket is hier leidend. 81 Een herindicatie tijdens het strafrechtelijk traject voor deze AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het CIZ ( Indien er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel geen zorgtraject was, indiceert het CIZ niet. Gevangeniswezen 98 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 99

51 sprake van ambulante zorg op basis van de Zvw, dan wordt alle zorg waar de strafrechtelijke titel toe noodzaakt, vergoed als forensische zorg. Dit gaat zowel om bestaande zorg, als het meerdere waartoe de titel noodzaakt, voor de duur van de titel (zie bijlage 3, afbakening forensische zorg) Uitwisseling gegevens justitiabelen Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld: Het opstellen van een indicatiestelling. Het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders. Het verlenen van forensische zorg. Het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder. De uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 82. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3. tijdens de periode van toezicht door de reclassering Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen Forensische zorg tijdens detentie Tijdens de voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen, of kan zich deze uiten. Dit kan op ieder moment tijdens het verblijf in het gevangeniswezen (GW) zijn. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-)plaatsing in de GGz. Een justitiabele moet altijd toestemming geven voor behandeling in/door de GGz. Proces tijdens detentie Indien klinische zorg nodig is, dan vraagt het Psycho Medisch Overleg 83 (PMO) een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Zij stelt een indicatie op en plaatst de justitiabele in zorg. De Bureau Selectie 82 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. 83 Indien een justitiabele in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) verblijft, dan indiceert het Multidisciplinair Overleg of het PMO. Functionaris (BSF) bij DJI beoordeelt op basis van een risicotaxatie of een justitiabele ook daadwerkelijk buiten het GW geplaatst mag worden. Indien er sprake is van een van de contra-indicaties van GGz tenzij dan voert het PMO zelf de indicatiestelling uit. Een justitiabele gaat dan naar een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) binnen het GW. Dit is een Penitentiaire Inrichting (PI) die is ingericht voor psychiatrische zorg aan gedetineerden. Hierbij plaatst het BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO. Er geldt dan geen extra toets. Ook kan binnen het GW ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Uitgangspunt GGz tenzij Bij indicatiestelling voor klinische zorg binnen het GW geldt het uitgangspunt GGz tenzij. De justitiabele wordt als dat kan bij zorgaanbieders buiten het gevangeniswezen geplaatst. Het PMO neemt hierover de beslissing. Een justitiabele wordt niet in de GGz geplaatst als: de justitiabele tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr) is opgelegd; het OM negatief adviseert over plaatsing in de GGz; de justitiabele een vreemdelingenstatus heeft; de justitiabele een levenslange straf opgelegd heeft gekregen; de justitiabele een verblijf dient te hebben met zeer hoog beveiligingsniveau; de inschatting is dat het plaatsen van de justitiabele in de GGz maatschappelijke onrust zal veroorzaken; de justitiabele geen toestemming wil verlenen voor indicatiestelling voor de GGz; er sprake is van een overbruggingsperiode in afwachting van plaatsing in de GGz. Contact zorgaanbieder en Penitentiaire Inrichting Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) zélf verantwoordelijk blijft voor de justitiabelen, ook als diegene zich in de GGz bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden van de PI. De zorgaanbieder dient met regelmaat terugkoppeling te geven aan de PI over de uitvoering van de behandeling. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet het voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO 84 op een justitiabele in de GGz dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. 84 Bijv. bij Penitentiair Programma of art PBW. Gevangeniswezen 100 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 101

52 Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen Indicatiestelling Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld. Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf Indicatiestelling klinische zorg Een indicatiestelling voor klinische zorg wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). DB(B)C-Hoofdgroep: - stoornissen in de kindertijd, - schizofrenie en andere psychotische stoornissen, - problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, - restgroep diagnoses, - seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, - stoornissen in de impulsbeheersing, - aan een middel gebonden stoornissen, - persoonlijkheidsstoornissen. Verstandelijke vermogens justitiabele (indien bekend). Verslaving evt. in combinatie met andere stoornis (AS I/AS II). Wel/geen zedendelinquentie aanwezig justitiabele. Klinisch/beschermd wonen. Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling. Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit). Werkwijze NIFP/IFZ Het NIFP/IFZ stelt een indicatie nadat zij een aanmelding en een dossier heeft ontvangen. De aanmelding geschiedt als de aanmelder grond heeft om aan te nemen dat klinische behandeling binnen justitieel kader nodig is. Gevangeniswezen Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) 102 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 103

53 De volgende ketenpartners kunnen een aanmelding voor een indicatiestelling doen: 3RO bij voorwaardelijke sancties en bij beschermd wonen na klinisch verblijf 85 PMO/PPC bij klinische zorg voor gedetineerden (volgens het uitgangspunt GGz tenzij ) op basis van art Pbw, art Pbw, ISD en PP 86 OM bij art. 37 Sr (strafrechtelijke machtiging) Zorgaanbieders bij herindicatie (zie paragraaf 3.4) Voor het aanleveren van een dossier is per forensische zorgtitel een checklist opgesteld van de documenten die nodig zijn (zie De indicatiestelling kan opgesteld worden op het moment dat het complete dossier aanwezig is bij het NIFP/IFZ. Indien nodig kan er telefonisch contact worden opgenomen met het NIFP/IFZ. Er zijn drie procedures voor een indicatiestelling, incl. plaatsingsverzoek door het NIFP/IFZ. De coördinator van het NIFP/IFZ beslist welke procedure gevolgd wordt, in overleg met de aanmelder. Het gaat om de volgende procedures: Crisis: binnen 2 werkdagen Versneld: binnen 5 werkdagen Regulier: binnen 15 werkdagen Klinische zorg binnen detentie Voor klinische forensische zorg binnen het GW wordt de indicatiestelling uitgevoerd door het PMO van een PI of door een PPC (bij verwijzing naar een andere PPC). De zorg voor deze justitiabelen wordt uitgevoerd in een PPC. Is er sprake van een crisissituatie, dan kan de psychiater van het PMO de indicatie stellen. De procedures zijn te vinden op het intranet van DJI (zoekterm NIGW). Indicaties worden uitsluitend via Ifzo gesteld Indicatiestelling ambulante zorg en beschermd wonen Een indicatiestelling voor ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). Dominante zorgvraag en evt. bijkomende (comorbide) problematiek: - verstandelijke vermogens justitiabele, - verslaving, - psychiatrie/psychosociale problematiek. Aard huidige delict, voor zover relevant voor de zorgvraag. Diagnostiek, beschermd wonen (licht/intensief ), begeleiding, behandeling, dagbesteding. Outreachende/bemoeizorg (ACT). 85 Tussen de 3RO het NIFP/IFZ worden samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Zodra deze afspraken beschikbaar zijn, wordendeze door het NIFP/IFZ en de 3RO intern gecommuniceerd. 86 Tussen het GW en het NIFP/IFZ zijn samenwerkingsafspraken opgesteld voor een goed verloop van de aanmelding, indicatiestelling en informatie-uitwisseling. Deze zijn aanvullend aan dit handboek. Indien tijdens het verblijf in detentie de inschatting is dat de justitiabele een forensische zorgbehoefte heeft, dan stelt het PMO een indicatie Plaatsing Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden. Passende zorg De zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak zijn uitgedrukt in harde criteria opgenomen in de indicatiestelling. Het zorgaanbod is in Ifzo opgenomen, op basis van deze harde criteria. Ifzo zorgt voor een match hiertussen. Dit levert een selectie van zorgaanbieders die op basis van de harde criteria past bij de zorgvraag. In aanvulling op deze harde criteria kunnen andere afwegingen ( zachte criteria) een rol spelen voor een juiste plaatsing. Het gaat om: De duur van de titel en het (mogelijke) vervolgtraject. Het behandelprogramma. De leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 87. Eerdere behandelervaringen van de justitiabele. De cultuur/identiteit van de justitiabele. Het behandelmilieu van de zorgaanbieder. De motivatie van de justitiabele. Somatische aandoeningen en fysieke beperkingen van de justitiabele. Nabijheid slachtoffer(s) Bijzondere omstandigheden. De plaatser registreert de afweging van de zachte criteria in Ifzo, zodat dit herleidbaar is. Bereikbare zorg Zorgverlening in de regio is leidend, omdat dit de optimale omstandigheden biedt voor een resocialisatietraject. Bijv. vanwege een langdurig zorgcontact met een therapeut, aansluiting bij de reguliere zorg of een ondersteunend sociaal netwerk. Dit geldt zowel voor klinische zorg als beschermd wonen en ambulante zorg. Er kunnen redenen zijn om af te wijken van bereikbare zorg. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de justitiabele gedurende langere tijd uit zijn sociale systeem te halen, of om hem elders te plaatsen vanwege de impact van het gepleegde delict in de regio van herkomst. Tevens heeft een aantal klinieken (FPK s) een landelijke functie. Het is aan de plaatser om op basis van de indicatiestelling tot een goede afweging te komen en dit in Ifzo te registreren. 87 Dit geldt alleen voor ambulante zorg en beschermd wonen. Gevangeniswezen 104 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 105

54 Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de Rechtspraak, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser. Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend. Gecontracteerde zorgaanbieders Een overzicht van de door DForZo gecontracteerde zorgaanbieder is te vinden op Het gecontracteerde zorgaanbod is opgenomen in Ifzo. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de soort zorg, met vermelding van een aantal kenmerken, zoals gespecificeerd in de plaatsingsafspraken. Justitiabelen kunnen in principe alleen geplaatst worden bij zorgaanbieders, die een contract hebben afgesloten met het Ministerie van VenJ. Ieder jaar vindt een inkoopronde plaats waarin de behoefte voor de zorginkoop wordt geïnventariseerd. DForZo stemt met onder meer de indicerende organisaties (de 3RO, het NIFP/IFZ en het GW) af om zo goed mogelijk te voorzien in de behoefte aan zorg en beveiliging van justitiabelen. Mede op grond van deze analyse en het geïndiceerde zorgaanbod in Ifzo wordt het inkoopbeleid opgesteld. Dit leidt elk jaar tot een verfijning en uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod. Plaatsing in zorginstellingen zonder WTZi-toelating is niet meer mogelijk. Hiermee wordt geborgd dat de betrokken zorgaanbieders allen een zelfde uitgangssituatie hebben. Zorginstellingen met een WTZi-toelating vallen onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg. Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties (3RO, NIFP/IFZ en GW) voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM. Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: [email protected] of Plaatsingsbesluit Iedere plaatsing wordt bekrachtigd met een plaatsingsbesluit, de verwijsbrief van de 3RO is vervallen. Het plaatsingsbesluit is de toegang van de justitiabele voor de forensische zorg. De plaatser stuurt het plaatsingsbesluit schriftelijk en zo snel mogelijk naar de zorgaanbieder. Deze is noodzakelijk voor de zorgaanbieder om de zorg te kunnen declareren. De zorgaanbieder ontvangt informatie over 88 : De strafrechtelijke titel (of indien sprake is van een voorgenomen indicatiestelling). De duur van de titel. De eventuele voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg. De indicatiestelling. De wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Het StrafrechtsKetenNummer (SKN 89 ) van de justitiabele (of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer). 88 Het interim-besluit vormt de juridische basis voor het verstrekken van deze gegevens. 89 SKN vervangt sinds de VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving (VIP). Stapsgewijs worden de komende tijd alle VIP-nummers vervangen door een SKN. Het uitvoeringsprotocol gaat uit van het SKN. Voor justitiabelen van wie het VIP-nummer nog niet is vervangen, geldt in deze tekst het VIP-nummer. Gevangeniswezen 106 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 107

55 Bezwaar-en beroepsprocedure plaatsingsbesluit De rechtsbescherming van de justitiabele binnen detentie is als volgt geregeld: Bezwaar en beroep zijn onderdelen van de rechtspositie in de beginselenwetten geregeld tegen een plaatsingsbeslissing van een gedetineerde, ter beschikking gestelde of verpleegde Plaatsing vanuit detentie Vanuit het GW worden justitiabelen geplaatst in een PPC of in de klinische zorg (in de GGz of bij een VG-zorginstelling). De procedures hiervoor staan op het intranet van DJI (zoekterm NIGW). Klinische zorg buiten gevangeniswezen De te volgen procedure bij klinische plaatsing vanuit het gevangeniswezen luidt: Nadat de indicatiestelling is uitgevoerd door het NIFP/IFZ, zal zij de mogelijkheden tot plaatsing onderzoeken, zoals beschreven bij plaatsing klinische zorg. Als de indicatiestelling en de plaatsingsmogelijkheden bekend zijn, zal het PMO de directeur van de PI verzoeken om op basis van het selectieadvies van het Bureau Selectie en Detentiebegeleiding (BSD) (incl. mogelijk advies van het OM) de justitiabele over te plaatsen, conform het advies van het NIFP/ IFZ. Indien akkoord doet de directeur het verzoek tot overbrenging naar een zorgaanbieder bij het Bureau Selectie Functionaris (BSF). De BSF neemt op basis van veiligheidaspecten het besluit of de justitiabele buiten het gevangeniswezen geplaatst kan worden. NIFP/IFZ geeft een plaatsingsbesluit af. Het BSD regelt de praktische zaken rondom de plaatsing van de gedetineerde in samenspraak met de behandelaar van de zorgaanbieder. Klinische zorg binnen het gevangeniswezen Plaatsingen in een PPC vinden conform soortgelijke procedures plaats. Dat betekent dat BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO (zonder medische gegevens) de voorlopige selectiebeslissing tot overplaatsing neemt en het plaatsingsbesluit afgeeft. Het BSD regelt de overplaatsing in samenspraak met de behandelaar. Ambulante zorg binnen detentie De PMO s van het GW plaatsen voor ambulante zorg aan gedetineerden binnen het GW. Het gaat om zorg die in de PI wordt geleverd door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Vanaf eind 2011 is een landelijk eenduidige werkwijze geïmplementeerd. Uitgangspunten bereikbare zorg gevangeniswezen Het uitgangspunt is dat justitiabelen worden geplaatst binnen de eigen regio. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet Vervolgplaatsingen De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de vervolgplaatsing, gedurende het strafrechtelijke kader. Bij voorwaardelijke trajecten dient afstemming plaats te vinden met de toezichthouder van de reclassering over het te volgen zorgtraject. Hierbij dient er rekening gehouden te worden dat de zorg nog steeds moet passen bij de voorwaarden die zijn opgelegd door de Rechtspraak of het OM (in geval van sepot). Bij justitiabelen uit detentie gelden de voorwaarden, zoals gegeven door het GW en dient afstemming plaats te vinden met de PI, waar de justitiabele vandaan komt. Een vervolgplaatsing kan alleen bij een gecontracteerde zorgaanbieder gerealiseerd worden. Dit kan ook bij een andere zorgaanbieder zijn, dan waar de justitiabele oorspronkelijk is geplaatst. Indien het gaat om een crisissituatie, kan het FPL ingeschakeld worden Bekostiging forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Justitiabelen worden in de forensische zorg geplaatst op basis een indicatiestelling en een plaatsingsbesluit. De indicatiestelling geeft de zorgbehoefte en de benodigde beveiliging weer. Dit betekent dat er niet meer gedeclareerd kan worden dan er geïndiceerd is, wat betreft de verblijfssoort en de duur van de indicatiestelling. Het plaatsingsbesluit is de grondslag voor de bekostiging van de zorg ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. Gevangeniswezen 108 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 109

56 Op basis van een plaatsingsbesluit kan de zorgaanbieder bij DForZo de geboden zorg declareren. De facturen worden gecontroleerd middels het Facturatie Controle Systeem (FCS). Het onderstaande schema is een weergave van de gehele informatievoorziening in de forensische zorg. Gebruikers van Ifzo Ifzo wordt gebruikt door de indicerende organisaties, DForZo en zorgaanbieders. Onderstaand schema geeft inzicht in de precieze gebruikers per organisatie. Indicatiestelling Plaatsing Zorginkoop Zorgaanbieder Financiële afhandeling Onderdeel in Ifzo Indicatiestelling Plaatsing Zorgaanbod Vastgestelde zorgbehoefte Indicatiestelling Gecontacteerde zorg Kenmerken zorgaanbod Indicatiestelling NIFP/IFZ Medische administratie, Coördinator IFZ Coördinator IFZ Plaatsing Plaatsingsbesluit Begeleiding / behandeling Facturatie Betaling GW PMO-lid BSF, voorzitter PMO 3RO Reclasseringswerker Reclasseringswerker DForZo, FPL DForZo, afdeling zorginkoop Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker zorginkoop, Zorginkoper Ifzo Zorgsysteem FCS Zorgaanbieders Medewerker zorgaanbieder Managementinformatie In Ifzo is eenvoudig de status te zien van alle indicatiestellingen die in de applicatie zijn aangemaakt. Op termijn kunnen gecontracteerde zorgaanbieders zelf per locatie kenmerken van het gecontracteerde zorgaanbod, evenals de beschikbaarheid van zorg per zorglocatie invullen. De plaatser kan dan snel en eenvoudig zien waar zorgplekken beschikbaar zijn en welke locatie het meest passend is. De gegevens die in Ifzo en FCS worden geregistreerd, vormen waardevolle managementinformatie voor DForZo en de indicerende organisaties. De gegevens maken het mogelijk om te meten of de doelstellingen van het nieuwe forensische zorgstelsel worden gehaald: een betere afstemming van de zorgvraag met het zorgaanbod en uiteindelijk het terugdringen van de recidive. Gevangeniswezen 110 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 111

57 Hoofdstuk 11. Forensische Zorg en zorgaanbieders Dit hoofdstuk is een samenvatting van de onderwerpen uit deel 1 van het Handboek Forensische Zorg die voor het Gevangeniswezen van belang zijn. Het Handboek biedt professionals een praktische handreiking. Het geeft weer welke taken en verantwoordelijkheden de ketenpartners hebben en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Er wordt gestart met achtergrondinformatie over de vernieuwing van de forensische zorg en wat forensische zorg is. Daarna wordt ingegaan op de ketenprocessen. Aansluitend komen de indicatiestelling en de plaatsing aan bod. Ook wordt kort ingegaan op de financiering van forensische zorg en het informatiesysteem dat het stelsel forensische zorg ondersteunt Vernieuwing forensische zorg Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) heeft, in samenwerking met diverse organisaties, hard gewerkt aan de verbetering van de forensische zorg. De vernieuwing die heeft plaatsgevonden vergroot de mogelijkheden om tijdens strafrechtelijke trajecten persoonsgericht de stoornissen en psychische problemen, die ten grondslag liggen aan het criminele levenspatroon van de dader, aan te pakken. Het doel hiervan is de strafrechtelijke recidive te verminderen. De vernieuwing van de forensische zorg heeft de volgende doelstellingen: de juiste patiënt op de juiste plek; het creëren van voldoende forensische zorgcapaciteit; kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving; goede aansluiting tussen de forensische en de reguliere zorg Wat is forensische zorg? Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Doelgroep forensische zorg Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden die forensische zorg (kunnen) ontvangen: tbs-gestelden (tbs met dwangverpleging, art. 37b); gedetineerden (ook preventief gehechten); verdachten of veroordeelden aan wie het (OM) bij sepot of de Rechtspraak 90 een voorwaardelijke sanctie heeft opgelegd. 90 Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de voorlopige hechtenisrechter of de zittingsrechter (soms valt het eerste samen met het tweede). Voorlopige hechtenis rechters zijn: de rechter-commissaris, de raadkamer gevangenhouding en, (na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting) naast de raadkamer vooral de zittingsrechter (de rechtbank en in hoger beroep het hof). Zittingsrechters, dus na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, zijn: de politierechter (enkelvoudig zittende rechter), de meervoudige kamer van de rechtbank (meervoudig zittende rechter) en in hoger beroep de enkelvoudige kamer van het hof (alleen zittende raadsheer) en de meervoudige kamer van het hof (meervoudig zittende raadsheren). Zorgaanbieders 112 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 113

58 Personen die zijn veroordeeld in het kader van het jeugdstrafrecht, waaronder de PIJ-maatregel, vallen niet onder de forensische zorg. Forensische zorgtitels De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding door het Ministerie van VenJ. Er zijn 22 forensische zorgtitels (zie bijlage 2. Lijst forensische zorgtitels): 21 strafrechtelijke titels en een voorgenomen indicatiestelling van de reclassering. De laatste kan onder bepaalde voorwaarden benut worden om een verdachte zorg te bieden voordat er sprake is van één van de strafrechtelijke titels. Het Ministerie van VenJ bekostigt forensische zorg nadat een indicatie is gesteld en geplaatst is op basis van een plaatsingsbesluit. Uitzondering hierop zijn de titel tbs met dwangverpleging (art. 37b SR) en de titel plaatsing t.b.v. een Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr). Hiervoor wordt geen indicatie gesteld en wordt op andere wijze geplaatst (zie hoofdstuk Plaatsing). Indeling forensische zorg De forensische zorg is geënt op de zorg die in een vrijwillig kader vanuit de AWBZ en de Zorgverzekeringswet wordt bekostigd en daarmee qua indeling nagenoeg vergelijkbaar, namelijk in klinische zorg, ambulante zorg en beschermd wonen. Daarnaast kent de forensische zorg vooralsnog ook een indeling in segmenten. Dit zijn de segmenten geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijke gehandicaptenzorg. Binnen deze segmenten wordt zowel ambulante zorg als klinische zorg geleverd. Deze segmentindeling blijft bestaan totdat de nieuwe bekostigingsystematiek in de forensische zorg, de DBBC-systematiek of ZZP-systematiek, volledig is ingevoerd. Door de invoering ontstaat er een nieuwe indeling van de forensische zorg en wordt overgestapt van een functiegerichte naar een prestatiegerichte bekostiging. Klinische zorg Bij klinische zorg is sprake van zorg in een 24-uurs verblijfssetting waarbij ook behandeling wordt geboden. In alle segmenten kent de klinische zorg verschillende niveaus van beveiliging en zorgintensiteit. De hoogst beveiligde en meest intensieve vorm van forensische zorg wordt geleverd in het segment van de geestelijke gezondheidszorg in de Forensische Psychiatrisch Centra (FPC s), de Penitentiar Psychiatrische Centra (PPC s), de Forensische Psychiatrische Klinieken (FPK s) en Forensisch Psychiatrische Afdelingen (FPA s). In het segment verslavingszorg wordt de meest intensieve zorg en beveiliging geboden in Forensische Verslavingsklinieken (FVK) en Forensische Verslavingszorgafdelingen (FVA). In het segment van de verstandelijke gehandicapten zorg wordt dit geboden in de klinieken voor zorg aan Sterk Gedragsgestoord Licht Verstandelijk Gehandicapten (SGLVG (+)-voorzieningen). Daarnaast kennen alle drie de segmenten minder beveiligde klinische zorgafdelingen, zoals in de reguliere zorg. Ambulante zorg Bij ambulante zorg is er geen sprake van verblijf. Het betreft zorg die voornamelijk wordt verleend op afgesproken tijden waarbij de justitiabelen vanuit de eigen woon- en werkomgeving naar de hulpverlener toekomen, of waarbij de hulpverlener de justitiabele in diens omgeving bezoekt. De ambulante zorg wordt in alle bovenstaande segmenten geleverd en kent een nadere onderverdeling in ambulante (forensische) behandeling en ambulante begeleiding. Daarnaast kan er ook sprake zijn van dagactiviteiten. Beschermd wonen Beschermd wonen is vorm van (kleinschalig) wonen waarbij (op verschillende niveaus) begeleiding en ondersteuning wordt geboden Afbakening forensische zorg Het uitgangspunt is dat het Ministerie van VenJ de geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en zorg voor verstandelijk gehandicapten bekostigt die deel uitmaakt van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Er zijn 3 bijzonderheden: 1. Het Ministerie van VenJ is verantwoordelijk voor de bekostiging van alle zorg voor gedetineerden en tbs-gestelden, conform het Vademecum Medisch Verstrekkingen pakket 91 en de forensische zorg. Deze justitiabelen kunnen geen aanspraak maken op de Zvw, omdat de zorgverzekering voor hen is opgeschort. Dit geldt niet voor tbs-gestelden tijdens proefverlof en voorwaardelijke beëindiging, zij hebben wel aanspraak op de Zvw. 2. Justitiabelen kunnen naast forensische zorg ook aanspraak hebben op AWBZ zorg. Het gaat daarbij om zorg als gevolg van somatische problematiek, een lichamelijke of zintuiglijke handicap, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of verpleging. Deze zorg staat los van de forensische zorg. Het CIZ voert de indicatiestelling voor de AWBZ uit. 3. Indien een justitiabele voordat er een strafrechtelijke titel is opgelegd, AWBZ-zorg of klinische zorg uit de Zvw ontving (uitgezonderd tbs-gestelden en gedetineerden), blijft deze zorg bekostigd door de AWBZ 92 of Zvw. Noodzaakt de strafrechtelijke titel tot aanvullende zorg, dan is dit forensische zorg en wordt geïndiceerd door de 3RO of het NIFP/IFZ. Is er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel sprake van ambulante zorg op basis van de Zvw, dan wordt alle zorg waar de strafrechtelijke titel toe noodzaakt, vergoed als forensische zorg. Dit gaat zowel om bestaande zorg, als het meerdere waartoe de titel noodzaakt, voor de duur van de titel (zie bijlage 3, afbakening forensische zorg) Uitwisseling gegevens justitiabelen Voor een effectieve samenwerking is uitwisseling van gegevens over justitiabelen noodzakelijk. De juridische basis hiervoor is het interim-besluit. Voor de volgende doeleinden mogen gegevens worden uitgewisseld: Het opstellen van een indicatiestelling. Het plaatsen van justitiabelen bij zorgaanbieders. Het verlenen van forensische zorg. 91 Het Vademecum Medisch Verstrekkingenpakket is hier leidend. 92 Een herindicatie tijdens het strafrechtelijk traject voor deze AWBZ-zorg wordt aangevraagd bij het CIZ ( Indien er voorafgaand aan de strafrechtelijke titel geen zorgtraject was, indiceert het CIZ niet. Zorgaanbieders 114 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 115

59 Het opstellen van een declaratie voor de behandeling door de zorgaanbieder. De uitbetaling van de declaratie voor forensische zorg Ketenprocessen forensische zorg Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van justitiabelen naar forensische zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van de procesgang, zowel binnen als tussen de indicerende organisaties en andere ketenpartners 93. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een justitiabele aan het licht kan komen. Dit moment bepaalt de route van indicatiestelling en plaatsing, die vervolgens gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: 1. na het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart 2. tijdens de detentie 3. tijdens de periode van toezicht door de reclassering Voor de eerste en derde situatie gelden dezelfde processen Forensische zorg als bijzondere voorwaarde Een indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de 3RO. Voor klinische zorg vraagt de reclassering een indicatiestelling aan bij het NIFP/IFZ. Na de indicatiestelling start het plaatsingsproces. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de afhandeling van de aanmelding en evt. intake binnen de daarvoor gestelde maximale termijnen 94. Indien het strafprocesregelement dit vereist, dan sneller. Het is daarbij van belang dat de reclassering danwel het NIFP/IFZ (bij klinische zorg) zorg draagt dat de justitiabele binnen een bepaalde tijd behandeld kan worden bij een passende zorgvoorziening. Van groot belang is dat het OM en de Rechtspraak tijdig worden voorzien van informatie (PJ-rapportage en reclasseringsadvies, incl. indicatiestelling) op grond waarvan een beslissing genomen kan worden. Dit dient te geschieden binnen de termijnen van het strafprocesregelement. Het NIFP/IFZ of de 3RO zorgt na het vonnis voor een tijdige afwikkeling van de plaatsing binnen de strafrechtelijke kaders. De reclassering heeft bij voorwaardelijke sancties de toezichtstaak uit te voeren (indien de Rechtspraak de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft. Zorglocatie niet in het vonnis Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie in de uitspraak zelf is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke sancties (niet zijnde tbs met voorwaarden). De Rechtspraak zal bij een klinische opname de aard en de duur van de opname bepalen (zie ook het huidige art. 14c lid 2 Sr. en jurispru- 93 Bijlage 5 bevat de uitgebreide weergave van de ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing forensische zorg. 94 Zie bijlage: Clusters normen termijnen intake en opname dentie HR 95 ). Het NIFP/IFZ of de reclassering is er voor verantwoordelijk dat aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg, of overbruggingszorg, is geregeld, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Zij zorgen dat de soort zorg is geregeld, ook als de zorgbehoefte wijzigt. De reclassering en het NIFP/IFZ kunnen daarbij rekenen op de contractsrelatie van DForZo met de zorgaanbieders en als ultimum remedium de opnameplicht in het wetsvoorstel forensische zorg. Wijziging zorgvoorwaarden Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarde tijdens de uitvoering van de forensische zorg, moet worden gewijzigd van ambulante zorg of beschermd wonen naar klinische zorg, meldt zij dit bij de OvJ. De OvJ besluit dit al dan niet te vorderen (art. 14c lid 2 Sr.) via de geëigende strafvordelijke weg. De Rechtspraak neemt hierover het besluit. Een justitiabele kan ook zelf verzoeken om een aanpassing van de voorwaarden. Forensische zorg tijdens hoger beroep De wet voorwaardelijke sancties biedt de mogelijkheid dat de zorg en/of het toezicht direct een aanvang neemt, ongeacht of een partij in hoger beroep gaat tegen het vonnis (uitvoerbaar bij voorraad). In dit geval kan, in afwachting van een hoger beroep, forensische zorg worden verleend. De reclassering adviseert hierover en de Rechtspraak besluit dit al dan niet op te leggen Forensische zorg tijdens detentie Tijdens de voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen, of kan zich deze uiten. Dit kan op ieder moment tijdens het verblijf in het gevangeniswezen (GW) zijn. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de Geestelijke Gezondheidszorg (GGz) wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-)plaatsing in de GGz. Een justitiabele moet altijd toestemming geven voor behandeling in/door de GGz. Ook kan binnen het GW ambulante zorg worden verleend. Hierbij indiceert en plaatst het PMO. Er kan sprake zijn van GGz-zorg, verstandelijk gehandicaptenzorg of verslavingszorg. Deze zorg wordt verleend door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Uitgangspunt GGz tenzij Bij indicatiestelling voor klinische zorg binnen het GW geldt het uitgangspunt GGz tenzij. De justitiabele wordt als dat kan bij zorgaanbieders buiten het gevangeniswezen geplaatst. Het PMO neemt hierover de beslissing. Een justitiabele wordt niet in de GGz geplaatst als: de justitiabele tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr) is opgelegd; het OM negatief adviseert over plaatsing in de GGz; de justitiabele een vreemdelingenstatus heeft; de justitiabele een levenslange straf opgelegd heeft gekregen; de justitiabele een verblijf dient te hebben met zeer hoog beveiligingsniveau; de inschatting is dat het plaatsen van de justitiabele in de GGz maatschappelijke onrust zal 95 Indien toch een specifieke zorglocatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. Zorgaanbieders 116 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 117

60 veroorzaken; de justitiabele geen toestemming wil verlenen voor indicatiestelling voor de GGz; er sprake is van een overbruggingsperiode in afwachting van plaatsing in de GGz. Contact zorgaanbieder en Penitentiaire Inrichting Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) zélf verantwoordelijk blijft voor de justitiabelen, ook als diegene zich in de GGz bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden van de PI. De zorgaanbieder dient met regelmaat terugkoppeling te geven aan de PI over de uitvoering van de behandeling. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet het voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO 96 op een justitiabele in de GGz dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling Denken en werken als keten in de forensische zorg Het forensisch zorgstelsel kan alleen goed werken, als wordt samengewerkt in een keten. Partijen zorgen er samen voor dat de patiënt op de juiste plek terecht komt. Dit gaat niet alleen om partners in de strafrechtsketen, zoals OM, 3RO, NIFP en GW, maar ook om zorgaanbieders. Dit biedt extra uitdagingen, want zorg en recht zijn vaak heel verschillende werelden. Samenwerking tussen zorg en recht vraagt wat extra s. Het belang van de justitiabele/patiënt en het belang van de samenleving leidt niet altijd tot dezelfde uitkomsten. Iedere partij kijkt vanuit zijn eigen expertise, eigen rol of verantwoordelijkheid naar de justitiabele. Maar waar de belangen niet overeen komen, kan dit de samenwerking belemmeren. In de keten is het belangrijk om elkaar inzicht in het werkproces te geven en samen in te grijpen voordat zaken mis lopen. Door elkaar te leren kennen, contact laagdrempelig te maken, samen de uitdagingen aan te gaan en van elkaar te leren, versterken we de keten. Om de keten samen te brengen vinden verschillende overleggen plaats. Deze zijn regionaal en weinig uniform. Er bestaan zorgnetwerken en overleggen meer gericht op toeleiding naar zorg. Landelijk vindt op tactisch en strategisch niveau overleg plaats. Het wordt door het Ministerie van VenJ gestimuleerd om ook lokaal de verbinding te maken tussen zorg en recht. De komende jaren zal dit steeds meer en gestructureerder vorm gaan krijgen Indicatiestelling Indicatiestelling is nodig om de zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak van de justitiabele vast te stellen. De indicatiestelling dient onafhankelijk van het zorgaanbod en de zorginkoop plaats te vinden, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld. Objectiviteit is noodzakelijk voor een tijdige en adequate plaatsing en biedt zicht op de geaggregeerde zorgvraag, op basis waarvan de toekomstige zorgbehoefte en de inkoop van zorgaanbod wordt bepaald. Voorts levert een objectieve indicatiestelling een bijdrage aan de kostenbeheersing. Voorkomen wordt immers dat zware, en daarmee duurdere, zorgtrajecten worden ingezet in gevallen waar lichtere varianten volstaan. 96 Bijv. bij Penitentiair Programma of art PBW. 118 Handboek Forensische Zorg De indicerende organisaties werken op eenduidige werkwijze met vastgesteld instrumentarium voor indicatiestelling, afgestemd op de soort zorg. Hierin zijn een aantal zogenaamde harde criteria opgenomen voor de beschrijving van de problematiek. De plaatsing gebeurt primair op basis van deze criteria. Op hoofdlijnen is er een onderscheid tussen klinische zorg enerzijds en ambulante zorg en beschermd wonen anderzijds. Indicaties kunnen uitsluitend via het informatiesysteem Ifzo worden gesteld. Organisaties die indiceren voor forensische zorg Er zijn drie organisaties die indicatiestelling in de forensische zorg uitvoeren. Ambulante zorg Beschermd wonen Klinische zorg NIFP/IFZ X X 3RO X X PMO/PPC (GW) X (binnen PI) X (PPC) Het NIFP/IFZ voert de indicatiestelling uit voor alle klinische zorg (incl. alle klinische verslavingszorg) buiten het gevangeniswezen en voor beschermd wonen na klinisch verblijf. Het PMO van een PI van het GW voert de indicatiestelling uit voor alle klinische (PPC) en ambulante zorg binnen het GW. De drie reclasseringsorganisaties (3RO) voeren de indicatiestelling uit voor alle ambulante zorg en beschermd wonen in voorwaardelijke trajecten, met uitzondering van beschermd wonen na klinisch verblijf Indicatiestelling klinische zorg Een indicatiestelling voor klinische zorg wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). DB(B)C-Hoofdgroep: - stoornissen in de kindertijd, - schizofrenie en andere psychotische stoornissen, - problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, - restgroep diagnoses, - seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, - stoornissen in de impulsbeheersing, - aan een middel gebonden stoornissen, - persoonlijkheidsstoornissen. Handboek Forensiche Zorg 119 Zorgaanbieders

61 Verstandelijke vermogens justitiabele (indien bekend). Verslaving evt. in combinatie met andere stoornis (AS I/AS II). Wel/geen zedendelinquentie aanwezig justitiabele. Klinisch/beschermd wonen. Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling. Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit). Werkwijze NIFP/IFZ Het NIFP/IFZ stelt een indicatie nadat zij een aanmelding en een dossier heeft ontvangen. De aanmelding geschiedt als de aanmelder grond heeft om aan te nemen dat klinische behandeling binnen justitieel kader nodig is. Zorgaanbieders kunnen bij herindicatie (zie paragraaf 3.4) een aanmelding doen. Voor het aanleveren van een dossier is per forensische zorgtitel een checklist opgesteld van de documenten die nodig zijn (zie De indicatiestelling kan opgesteld worden op het moment dat het complete dossier aanwezig is bij het NIFP/IFZ. Indien nodig kan er telefonisch contact worden opgenomen met het NIFP/IFZ Indicatiestelling ambulante zorg en beschermd wonen Een indicatiestelling voor ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt opgesteld volgens een standaard format in Ifzo. Dit bevat een beschrijving van de problematiek van de justitiabele, waaronder de volgende harde criteria: Geslacht justitiabele. Locatie (arrondissement). Dominante zorgvraag en evt. bijkomende (comorbide) problematiek: - verstandelijke vermogens justitiabele, - verslaving, - psychiatrie/psychosociale problematiek. Aard huidige delict, voor zover relevant voor de zorgvraag. Diagnostiek, beschermd wonen (licht/intensief ), begeleiding, behandeling, dagbesteding. Outreachende/bemoeizorg (ACT) Herindicatiestelling Herindicatie is mogelijk indien de zorg niet (meer) voorziet in de zorgbehoefte en/of beveiligingsniveau van een justitiabele, gedurende de strafrechtelijke titel. Er zijn twee situaties waarin herindicatiestelling noodzakelijk is. 1. Als een justitiabele vanuit een klinisch verblijf in een GGz-instelling naar beschermd wonen gaat. Het NIFP/IFZ is in deze situatie verantwoordelijk voor de (her)indicatiestelling. 2. Als tijdens het zorgtraject een hoger beveiligingsniveau nodig wordt geacht. Voor doorplaatsing binnen een zelfde zorginstelling of beveiligingsniveau is geen herindicatie nodig Uitzondering: De voorgenomen indicatiestelling De zorg wordt bekostigd door het Ministerie van VenJ als er sprake is van een strafrechtelijke titel. Er is één uitzondering: de voorgenomen indicatiestelling 97. Deze forensische zorgtitel kan benut worden 97 Dit is tot en met 2010 bekend als het voorgenomen indicatiebesluit. om een justitiabele ambulante zorg te bieden, voordat sprake is van een strafrechtelijke titel. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De voorgenomen indicatiestelling kan uitsluitend door de reclassering worden ingezet. 2. Het betreft ambulante zorg of beschermd wonen. 3. Het betreft een gecontracteerde zorgaanbieder Plaatsing Plaatsing in de forensische zorg gaat uit van de volgende criteria: De zorg moet passen bij de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak uit de indicatiestelling. De locatie van de te bieden zorg moet bereikbaar zijn voor de justitiabele en vallen binnen diens leefomgeving. Uitvoering van de zorg moet tijdig plaatsvinden. Naar aanleiding van een opdracht tot adviesrapportage of vroeghulpcontact wordt door de reclassering een indicatiestelling in Ifzo opgesteld. Deze wordt gematcht met het zorgaanbod, wat leidt tot een plaatsingsbesluit op basis van de forensische zorgtitel voorgenomen indicatiestelling. De reclassering levert een advies voor de zitting. Indien de Rechtspraak zorg oplegt conform het advies, dan wijzigt de reclassering de forensische zorgtitel in de indicatiestelling en verstuurt een nieuw plaatsingsbesluit naar de zorgaanbieder. Indien de Rechtspraak geen zorg oplegt, dan stelt de reclassering de zorgaanbieder direct op de hoogte. De zorgaanbieder krijgt de zorg wel bekostigd tot die tijd. De precieze regels en procedures zijn te vinden in de Spelregels DB(B)C (zie Indien de inschatting is dat de zorg nog steeds nodig is, dan vraagt de zorgaanbieder een indicatie aan bij het CIZ of een verwijzing bij een wettelijke verwijzer. Passende zorg De zorgbehoefte en de beveiligingsnoodzaak zijn uitgedrukt in harde criteria opgenomen in de indicatiestelling. Het zorgaanbod is in Ifzo opgenomen, op basis van deze harde criteria. Ifzo zorgt voor een match hiertussen. Dit levert een selectie van zorgaanbieders die op basis van de harde criteria past bij de zorgvraag. In aanvulling op deze harde criteria kunnen andere afwegingen ( zachte criteria) een rol spelen voor een juiste plaatsing. Het gaat om: De duur van de titel en het (mogelijke) vervolgtraject. Het behandelprogramma. De leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 98. Eerdere behandelervaringen van de justitiabele. De cultuur/identiteit van de justitiabele. Het behandelmilieu van de zorgaanbieder. De motivatie van de justitiabele. Somatische aandoeningen en fysieke beperkingen van de justitiabele. Nabijheid slachtoffer(s) Bijzondere omstandigheden. 98 Dit geldt alleen voor ambulante zorg en beschermd wonen. Zorgaanbieders 120 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 121

62 De plaatser registreert de afweging van de zachte criteria in Ifzo, zodat dit herleidbaar is. Bereikbare zorg Zorgverlening in de regio is leidend, omdat dit de optimale omstandigheden biedt voor een resocialisatietraject. Bijv. vanwege een langdurig zorgcontact met een therapeut, aansluiting bij de reguliere zorg of een ondersteunend sociaal netwerk. Dit geldt zowel voor klinische zorg als beschermd wonen en ambulante zorg. Er kunnen redenen zijn om af te wijken van bereikbare zorg. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om de justitiabele gedurende langere tijd uit zijn sociale systeem te halen, of om hem elders te plaatsen vanwege de impact van het gepleegde delict in de regio van herkomst. Tevens heeft een aantal klinieken (FPK s) een landelijke functie. Het is aan de plaatser om op basis van de indicatiestelling tot een goede afweging te komen en dit in Ifzo te registreren. Tijdige zorg De zorg dient direct aan te sluiten op de detentie of het besluit van de Rechtspraak, om zo effectief mogelijk te zijn en de slagingskans te bevorderen. Het is onwenselijk dat een justitiabele in afwachting van zorg op straat komt te staan. Er gelden maximale termijnen per titel die een plaatsing in beslag mag nemen, van afgeronde indicatiestelling tot daadwerkelijke start zorg. Dit is inclusief een eventuele kennismaking van de zorgaanbieder (zie bijlage 4, beleidskader plaatsing). Sneller is vaak wenselijk. Zorgaanbieders leveren aan de plaatser de (verwachte) opnamedatum of de datum van de start van de zorg. Dit wordt vastgelegd in het plaatsingsbesluit door de plaatser. Overbruggingszorg en second best zorg Indien een plaatsing niet kan voldoen aan de criteria (passendheid, bereikbaarheid of tijdigheid), kan er gekozen worden voor overbruggingszorg. Dit is per definitie een tijdelijke oplossing. Indien er überhaupt geen optimale plaatsing mogelijk is, dan kan gekozen worden voor second best zorg. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de wachtlijst voor de juiste zorg langer is dan de duur van de strafrechtelijke titel of als de meest optimale zorgplek in de gewenste regio niet aanwezig is. Daarbij is het belang van de justitiabele leidend. Gecontracteerde zorgaanbieders Een overzicht van de door DForZo gecontracteerde zorgaanbieder is te vinden op Het gecontracteerde zorgaanbod is opgenomen in Ifzo. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de soort zorg, met vermelding van een aantal kenmerken, zoals gespecificeerd in de plaatsingsafspraken. Justitiabelen kunnen in principe alleen geplaatst worden bij zorgaanbieders, die een contract hebben afgesloten met het Ministerie van VenJ. Ieder jaar vindt een inkoopronde plaats waarin de behoefte voor de zorginkoop wordt geïnventariseerd. DForZo stemt met onder meer de indicerende organisaties (de 3RO, het NIFP/IFZ en het GW) af om zo goed mogelijk te voorzien in de behoefte aan zorg en beveiliging van justitiabelen. Mede op grond van deze analyse en het geïndiceerde zorgaanbod in Ifzo wordt het inkoopbeleid opgesteld. Dit leidt elk jaar tot een verfijning en uitbreiding van het gecontracteerde zorgaanbod. Plaatsing in zorginstellingen zonder WTZi-toelating is niet meer mogelijk. Hiermee wordt geborgd dat de betrokken zorgaanbieders allen een zelfde uitgangssituatie hebben. Zorginstellingen met een WTZi-toelating vallen onder de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de kwaliteit van de zorg DForZo, uitvoerend ketenregisseur DForZo voert de regie op de uitvoering van het beleid en de ketenafspraken, met behulp van de zorginkoop, het Forensisch Plaatsingsloket (FPL), de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing en kwaliteitseisen aan de forensische zorg. Sinds 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor plaatsing bij de Minister van VenJ. DForZo oefent deze eindverantwoordelijkheid namens de Minister van VenJ uit. Dit gaat om sturing en beleid, maar ook om de individuele plaatsingen. De indicerende organisaties voeren de plaatsingen uit namens DForZo. Deze decentrale uitvoering sluit het beste aan bij de persoonsgerichte aanpak. De betrokken organisaties kunnen zo optimaal gebruik maken van de regionale kennis van het netwerk van zorgaanbieders en OM. Forensisch PlaatsingsLoket DForZo heeft een FPL om ketenpartners te kunnen ondersteunen in hun plaatsingstaak. De verantwoordelijkheid voor het tijdig plaatsen van een justitiabele met de juiste zorg ligt primair bij de indicerende organisaties. Zij kunnen dit het beste vanwege hun kennis en expertise van het lokale zorgnetwerk. Ook het OM en zorgaanbieders kunnen bij het FPL terecht voor plaatsingsvraagstukken. Het FPL draagt bij aan het optimaliseren van de ketensamenwerking door: regisseur te zijn bij knelpunten in het plaatsingsproces. als informatiepunt ondersteuning te bieden aan ketenpartners. een loket te hebben voor vragen met een koppeling tussen plaatsing en inkoop. Binnen het plaatsingsproces kunnen er verschillende redenen zijn waarom een knelpunt ontstaat waardoor de tijdigheid van de zorg in het geding komt. Bijvoorbeeld als: de indicatiestelling en vordering/vonnis niet overeenkomen. er lange wachttijden zijn bij een zorgaanbieder. een zorgaanbieder redenen heeft om niet akkoord te gaan met opname. de juiste zorg niet is gecontracteerd. In uiterste gevallen kan het FPL plaatsing bij een zorgaanbieder afdwingen, mits deze plaatsing valt binnen de gemaakte contractafspraken. Het FPL is te bereiken via: [email protected] of Plaatsingsbesluit Iedere plaatsing wordt bekrachtigd met een plaatsingsbesluit, de verwijsbrief van de 3RO is vervallen. Het plaatsingsbesluit is de toegang van de justitiabele voor de forensische zorg. De plaatser stuurt het Zorgaanbieders 122 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 123

63 plaatsingsbesluit schriftelijk en zo snel mogelijk naar de zorgaanbieder. Deze is noodzakelijk voor de zorgaanbieder om de zorg te kunnen declareren. De zorgaanbieder ontvangt informatie over 99 : De strafrechtelijke titel (of indien sprake is van een voorgenomen indicatiestelling). De duur van de titel. De eventuele voorwaarden die betrekking hebben op de forensische zorg. De indicatiestelling. De wijze waarop het toezicht op de tenuitvoerlegging wordt vormgegeven. Het StrafrechtsKetenNummer (SKN 100 ) van de justitiabele (of bij het ontbreken hiervan zijn VIP-nummer). Bezwaar-en beroepsprocedure plaatsingsbesluit Voor zorgaanbieders die bezwaren hebben bij een plaatsing in deze overgangsfase, geldt dat hun bezwaren via de civielrechtelijke rechtsverhouding met de Minister van VenJ (namens deze, DforZo) dient te worden aangebracht Plaatsing klinische zorg De klinische plaatsingen worden uitgevoerd door het NIFP/IFZ. Nadat een indicatiestelling is afgerond, wordt de best passende zorg gezocht. Er wordt contact opgenomen met de zorgaanbieder, zodat deze een eventuele intake kan plannen en om afspraken te maken over de plaatsing. Voordat er overgegaan kan worden tot een daadwerkelijke plaatsing dient er een strafrechtelijke titel te zijn. Bij voorwaardelijke sancties is dit een besluit van de Rechtspraak of het OM (bij sepot). Het NIFP/IFZ heeft aansluitend aan de uitspraak of aansluitend aan detentie de best passende zorg geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatingsbeleid. Het NIFP/IFZ neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk is 101. Bij detentie is dit nadat het Bureau Selectie Functionaris de plaatsing heeft geaccordeerd. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Het NIFP/IFZ informeert de aanmelder over het genomen besluit. Uitgangspunten bereikbaarheid klinische zorg Bij klinische zorg wordt een justitiabele zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Indien er sprake is van een contra-indicatie voor plaatsing in de regio, dan geldt dit niet. Een uitzondering vormt de klinische zorg waarbij sprake is van landelijke dekking, zoals de Forensisch Psychiatrische Klinieken (FPK s). Uitgangspunten tijdigheid klinische zorg Een evt. intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, uiterlijk binnen 15 werkdagen na aanmelding door NIPF/IFZ (zie ook bijlage 4.)). Binnen die tijd is er duidelijkheid over de opname. Indien de zittings- 99 Het interim-besluit vormt de juridische basis voor het verstrekken van deze gegevens. 100 SKN vervangt sinds de VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving (VIP). Stapsgewijs worden de komende tijd alle VIP-nummers vervangen door een SKN. Het uitvoeringsprotocol gaat uit van het SKN. Voor justitiabelen van wie het VIP-nummer nog niet is vervangen, geldt in deze tekst het VIP-nummer. 101 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. datum eerder is, dan zullen partijen zich inspannen om de intake voor die datum te laten plaatsvinden. Bijzondere plaatsingen klinische zorg Het plaatsen van justitiabelen met een maatregel tbs met dwangverpleging (art. 37b Sr.) wordt niet door het NIFP/IFZ uitgevoerd, maar door DForZo. Hiervoor wordt niet geïndiceerd, maar wel een plaatsingsbesluit afgegeven. Bij een verzoek voor plaatsing t.b.v. Pro Justitia rapportage (art. 196 Sr.) kan contact opgenomen worden met het NIFP Plaatsing ambulante zorg en beschermd wonen Plaatsing van justitiabelen in ambulante zorg en/of beschermd wonen wordt uitgevoerd door de 3RO. De reclassering dient aansluitend aan het besluit van de rechter of aansluitend aan detentie de best passende zorg te hebben geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. De reclassering neemt het besluit tot plaatsing en verstuurt het plaatsingsbesluit met als bijlage de indicatiestelling naar de zorgaanbieder. Bij voorwaardelijke sancties is dit nadat de uitspraak onherroepelijk 102 is of aansluitend op de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Het plaatsingsbesluit is voor de zorgaanbieder de grondslag voor de financiering van de zorg. Uitgangspunten bereikbaarheid ambulante zorg en beschermd wonen Ook bij ambulante zorg en beschermd wonen wordt een justitiabele bij voorkeur zo dicht mogelijk bij zijn woonplaats, of de plaats waarmee hij de meeste binding heeft geplaatst. Daarbij wordt onderstaande specificatie gehanteerd: Ambulante dagbehandeling: max minuten reistijd. Ambulante behandeling (één of enkele malen per week): max. 1 uur reistijd. Beschermd wonen: in het arrondissement. Uitgangspunten tijdigheid ambulante zorg en beschermd wonen Binnen twee weken dient duidelijk te zijn of een ambulant traject mogelijk is. Dit kan op basis van dossieronderzoek. De intake ofwel het eerste gesprek met de behandelaar kan evt. ook na plaatsing gebeuren. Bij beschermd wonen zal een intake binnen 2 á 3 weken plaatsvinden (zie ook bijlage 4.) Plaatsing vanuit detentie Vanuit het GW worden justitiabelen geplaatst in een PPC of in de klinische zorg (in de GGz of bij een VG-zorginstelling). De BSF neemt op basis van veiligheidaspecten het besluit of de justitiabele buiten het gevangeniswezen geplaatst kan worden. Het NIFP/IFZ plaatst deze justitiabelen en geeft het plaatsingsbesluit af. Het BSD regelt de praktische zaken rondom de plaatsing van de gedetineerde in samenspraak met de behandelaar van de zorgaanbieder. Ambulante zorg binnen detentie De PMO s van het GW plaatsen voor ambulante zorg aan gedetineerden binnen het GW. Het gaat om zorg die in de PI wordt geleverd door zorginstellingen van buiten de PI (intramurale ambulante zorg). Vanaf eind 2011 is een landelijk eenduidige werkwijze geïmplementeerd. 102 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad. Zorgaanbieders 124 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 125

64 Vervolgplaatsingen De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de vervolgplaatsing, gedurende het strafrechtelijke kader. Bij voorwaardelijke trajecten dient afstemming plaats te vinden met de toezichthouder van de reclassering over het te volgen zorgtraject. Hierbij dient er rekening gehouden te worden dat de zorg nog steeds moet passen bij de voorwaarden die zijn opgelegd door de Rechtspraak of het OM (in geval van sepot). Bij justitiabelen uit detentie gelden de voorwaarden, zoals gegeven door het GW en dient afstemming plaats te vinden met de PI, waar de justitiabele vandaan komt. Een vervolgplaatsing kan alleen bij een gecontracteerde zorgaanbieder gerealiseerd worden. Dit kan ook bij een andere zorgaanbieder zijn, dan waar de justitiabele oorspronkelijk is geplaatst. Indien het gaat om een crisissituatie, kan het FPL ingeschakeld worden Continuïteit van zorg De forensische zorg eindigt als de strafrechtelijke titel is geëindigd. Indien de zorgaanbieder en/of de justitiabele na afloop van het strafrechtelijke kader vinden dat voortzetting van de zorg nodig is, dient de zorginstelling op tijd een indicatie aan te vragen. Gaat het om zorg die door de AWBZ wordt bekostigd, dan moet dat zes weken voor afloop van de titel gebeuren (bij het CIZ). Gaat het om zorg die de zorgverzekering bekostigt, dan dient een verwijzing door een wettelijk verwijzer. Indien een gedwongen opname nodig is, is hiervoor een machtiging op basis van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz) nodig. Een uitzondering op het beginsel dat forensische zorg eindigt als de forensische zorgtitel eindigt, doet zich voor bij onvoorziene, directe beëindiging van de forensische zorgtitel. Was niet te voorzien dat de titel zou eindigen, dan wordt de forensische zorg nog twee weken voortgezet (en vergoed door het Ministerie van VenJ 103 ). Dat maakt een zogenaamde warme overdracht van de justitiabele naar een regulier zorgtraject mogelijk. Heeft de justitiabele een status als ongewenste vreemdeling, dan eindigt de bekostiging met de beëindiging van de strafrechtelijke titel. Indien de zorg gecontinueerd zou moeten worden, dan kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een bijzondere regeling van het College voor Zorgverzekeringen (zie in de tabel in de uitvoeringsregel prestaties zorgzwaartepakketten en ambulante begeleiding (zie Procedure van bekostiging en facturatie Voor de procedure van bekostiging en facturatie zijn uitvoeringsregels opgesteld. Daarnaast is er een inkoophandleiding, met achtergrondinformatie over het inkoopproces en de rol van de bekostiging daarin (zie Justitiabelen worden in de forensische zorg geplaatst op basis een indicatiestelling en een plaatsingsbesluit. De indicatiestelling geeft de zorgbehoefte en de benodigde beveiliging weer. Dit betekent dat er niet meer gedeclareerd kan worden dan er geïndiceerd is, wat betreft de verblijfssoort en de duur van de indicatiestelling. Het plaatsingsbesluit is de grondslag voor de bekostiging van de zorg. Verstrekking gegevens t.b.v. facturatie De zorgaanbieder declareert de zorg bij DForZo. Een declaratie van zorg bevat de volgende gegevens 104 : DB(B)C-startdatum. DB(B)C-einddatum. Strafrechtelijke titel, startdatum en einddatum. DB(B)C-prestatiecode 105. Kostenbedrag. AGB-code (codering van de zorgverleners ten behoeve van de declaratie uit het register Algemeen gegevensbeheer zorgverleners). DB(B)C-declaratiecode 106. Strafrechtsketennummer/VIP-nummer. Plaatsingsbesluitnummer. Verblijfssoorten 107. Contractnummer 11.6 Bekostiging forensische zorg In de forensische zorg zijn er drie bekostigingssystematieken. Ten eerste is er de DB(B)C-systematiek. Met deze systematiek is geënt op de DBC-systematiek uit de reguliere gezondheidszorg. Deze systematiek zal, zo is de verwachting, bijdragen aan de transitie van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg. Het overgrote deel van de forensische zorg wordt gedeclareerd via DB(B)C s. Ten tweede bestaat in de forensische zorg de ZZP-systematiek. Zorgzwaartepakketten (ZZP C GGz en ZZP VG) zijn ingevoerd voor de beperkte groep justitiabelen met een psychiatrische stoornis die zorg met verblijf zonder behandeling in de GGz ontvangen en voor verstandelijke gehandicapten die zorg met verblijf ontvangen. Ten derde blijven voor de ambulante begeleiding de extramurale AWBZ-parameters gelden. De ZZP s en de AWBZ-parameters komen ook voor in de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Daarmee is voor de gehele financiering van de forensische zorg aangesloten bij de financiering van de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg. Welke financieringssystematiek in het specifieke geval van toepassing is, staat 103 Een uitgebreide toelichting op deze procedure en de bekostiging vindt u in de DB(B)C-spelregels. 104 De juridische basis hiervoor is gelegen in het interim-besluit, welke in werking is getreden per 1 januari Deze code geeft een specificatie van het zorgproduct, met diagnose informatie aan de hand van een van de acht diagnosehoofd groepen: stoornissen in de kindertijd, schizofrenie en andere psychotische stoornissen, problemen in verband met misbruik of verwaarlozing, restgroep diagnoses, seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen, stoornissen in de impulsbeheersing, aan een middel gebonden stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen (As II). 106 De declaratiecode is een code van zes cijfers die is gekoppeld aan de productgroepen voor behandeling en de verblijfssoorten. Aan de declaratiecode is een tarief gekoppeld. 107 In de DB(B)C-systematiek wordt verblijf onderverdeeld in verschillende soorten. In totaal zijn er twaalf verblijfssoorten gedefinieerd, die opgebouwd zijn uit een combinatie van de intensiteit van het verblijf en het niveau van beveiliging. De verblijfsintensiteit, gedefinieerd als de gemiddelde beschikbaarheid van een sociotherapeut per uur en per patiënt, is in drie categorieën onderverdeeld: laag, gemiddeld en hoog. Er zijn vier beveiligingsniveaus: (zeer) laag, gemiddeld, hoog en zeer hoog. Onder beveiliging wordt verstaan de materiële en personele beveiliging. Hierbij gaat het vooral om de organisatorische, personeelsmatige, bouwkundige en elektronische beveiliging tegen direct gevaar. Zorgaanbieders 126 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 127

65 Voor de zorg in ZZP s leveren de zorgaanbieders de volgende gegevens aan: De productieverantwoording in totalen; maandelijks in aantallen per parameter. Cliëntstroom, hieronder valt: - Het Strafrechtsketennummer/VIP-nummer. - De geboortedatum. - Het soort contract (overig of gevangeniswezen). - Het soort plek (overig of gevangeniswezen). - Het soort instroom (eerste opname of andersoortig). - Het type plaats (SGLVG, FPA, FPK, e.a.). - De instroomdatum en de uitstroomdatum. - De reden van uitstroom. Voor de geleverde zorg in extramurale AWBZ-parameters leveren de zorgaanbieders de productieverantwoording in totalen; maandelijks in aantallen per parameter. Op basis van een plaatsingsbesluit kan de zorgaanbieder bij DForZo de geboden zorg declareren. De facturen worden gecontroleerd middels het Facturatie Controle Systeem (FCS). Het onderstaande schema is een weergave van de gehele informatievoorziening in de forensische zorg. Vastgestelde zorgbehoefte Plaatsing Plaatsing Zorginkoop Indicatiestelling Gecontacteerde zorg Plaatsingsbesluit Zorgaanbieder Kenmerken zorgaanbod Begeleiding / behandeling Financiële afhandeling Indicatiestelling Indicatiestelling Scoren ZZP s De justitiabelen die reeds zorg ontvangen van aanbieders die in ZZP s factureren, kunnen door de zorgaanbieder worden gescoord in een daarvoor ontwikkelde webapplicatie. Deze webapplicatie is te vinden op Nieuwe justitiabelen kunnen bij binnenkomst gescoord worden met behulp van deze tool, binnen de bandbreedte van de indicatiestelling van de reclassering. Ifzo Facturatie Zorgsysteem Betaling FCS Vangnet In 2012 blijft het mogelijk om op basis van de oude financiële parameters te declareren. Dit vangnet is bedoeld om de financiële risico s van de overgang naar de nieuwe financieringssystematieken tot een minimum te beperken. Een gedetailleerde beschrijving van het vangnet kunt u vinden in de uitvoeringsregels verrekenbedrag voor de forensische zorg en vangnet voor de forensische zorg (zie ICT-ondersteuning stelsel forensische zorg Het informatiesysteem forensische zorg (Ifzo) is een webapplicatie die de uitvoering van het forensische zorgstelsel ondersteunt en de informatie-uitwisseling tussen de ketenpartners vereenvoudigt. Ifzo geeft de gebruiker via internet toegang tot een afgeschermde omgeving. Het systeem is alleen toegankelijk voor bevoegde gebruikers. Het ondersteunt de hele keten, van indicatiestelling tot en met facturatie. Indicerende organisaties maken een indicatiestelling aan in Ifzo. Na fiattering van de indicatiestelling, wordt een plaatsingsverzoek aangemaakt. De plaatser kan de zorgvraag en beveiligingsnoodzaak matchen met de best passende zorg. De in Ifzo ingebouwde zoekmachine toont een overzicht van passende, gecontracteerde zorg. De plaatser maakt een keuze op basis van de zachte criteria. Na contact met de zorgaanbieder om de plaatsing definitief te maken, registreert de plaatser zijn afwegingen en rondt de plaatsing af middels een plaatsingsbesluit. Managementinformatie In Ifzo is eenvoudig de status te zien van alle indicatiestellingen die in de applicatie zijn aangemaakt. Op termijn kunnen gecontracteerde zorgaanbieders zelf per locatie kenmerken van het gecontracteerde zorgaanbod, evenals de beschikbaarheid van zorg per zorglocatie invullen. De plaatser kan dan snel en eenvoudig zien waar zorgplekken beschikbaar zijn en welke locatie het meest passend is. De gegevens die in Ifzo en FCS worden geregistreerd, vormen waardevolle managementinformatie voor DForZo en de indicerende organisaties. De gegevens maken het mogelijk om te meten of de doelstellingen van het nieuwe forensische zorgstelsel worden gehaald: een betere afstemming van de zorgvraag met het zorgaanbod en uiteindelijk het terugdringen van de recidive. Zorgaanbieders 128 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 129

66 Gebruikers van Ifzo Ifzo wordt gebruikt door de indicerende organisaties, DForZo en zorgaanbieders. Onderstaand schema geeft inzicht in de precieze gebruikers per organisatie. Onderdeel in Ifzo Indicatiestelling Plaatsing Zorgaanbod NIFP/IFZ Medische administratie, Coördinator IFZ Coördinator IFZ GW PMO-lid BSF, voorzitter PMO 3RO Reclasseringswerker Reclasseringswerker DForZo, FPL Medewerker FPL, coördinator FPL Medewerker FPL, coördinator FPL DForZo, afdeling zorginkoop Zorgaanbieders Medewerker zorginkoop, Zorginkoper Medewerker zorgaanbieder Zorgaanbieders en Ifzo Zorgaanbieders kunnen via Ifzo inzicht bieden in hun behandelaanbod en zorgcapaciteit. Vanaf eind 2011 hebben gecontracteerde zorgaanbieders toegang tot Ifzo, zodat zij zelf de kenmerken van hun zorgaanbod kunnen invoeren en bijhouden. Tot die tijd heeft DForZo gezorgd voor actualisatie van deze gegevens. Omdat Ifzo inzicht geeft in het aanbod en capaciteit van de gecontracteerde zorgaanbieders, krijgt DForZo een beter zicht op de uitnutting van de afgesloten contracten. Zorgaanbieders 130 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 131

67 Bijlagen Bijlage 1. Terminologie en afkortingen Terminologie: Forensische zorg: Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel of de tenuitvoerlegging daarvan, dan wel een andere strafrechtelijke titel. Forensische zorgtitel: De forensische zorgtitel is de bekostigingsgrondslag voor vergoeding van zorg door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Er zijn 22 forensische zorgtitels. Herindicatiestelling: Een volgende indicatiestelling binnen hetzelfde zorgtraject gedurende de looptijd van de strafrechtelijke titel. Indien de zorgbehoefte en/of de beveiligingsbehoefte van de justitiabele wijzigt. De oorspronkelijke indicatiestelling kan wijzigen. Indicatiestelling: Indicatiestelling in de forensische zorg is een inschatting van een zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak van een justitiabele. Plaatsing: Plaatsing omvat het gehele proces vanaf de afgeronde indicatiestelling tot opname of de start van de zorg. 132 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 133

68 Afkortingen: PPC: Penitentiair Psychiatrisch Centrum 3RO: AWBZ: BSD: BSF: CIZ: DB(B)C: DForZo: DJI: GGz: GW: Ifzo: ISD: NIFP/IFZ: NZa: OM: OvJ: PI: PMO: drie reclasseringsorganisaties, te weten Reclassering Nederland, Stichting verslavingsreclassering GGZ en het Leger des Heils jeugd en reclassering. Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten Bureau Selectie en Detentiebegeleiding Bureau Selectie Functionaris Centrum Indicatiestelling Zorg Diagnose Behandeling en (Beveiliging) Combinaties Directie Forensische Zorg, onderdeel van DJI Dienst Justitiële Inrichtingen; uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie Geestelijke Gezondheidszorg GevangenisWezen, onderdeel van DJI Informatiesysteem Forensische Zorg Inrichting Stelselmatige Daders; ISD-maatregel houdt in dat een veroordeelde wordt opgenomen in een inrichting voor stelselmatige daders Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie; werkeenheid Indicatiestelling Forensische Zorg, onderdeel van DJI Nederlandse Zorgautoriteit Officier van Justitie Penitentiaire Inrichting Psycho Medisch Overleg SKN: StrafrechtsKeten Nummer Tbs: Ter Beschikking Stelling (art. 37a en 37b Sr) VenJ: Ministerie van Veiligheid en Justitie VIP-nummer: VerwijsIndex Personen strafrechthandhaving Zvw: ZorgVerzekeringsWet ZZP: Zorg Zwaarte Pakket 134 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 135

69 Bijlage 2. Forensische zorgtitels Forensische zorg kan worden verleend op basis van de volgende titels: 1. strafrechtelijke machtiging (art. 37 jo 39 Sr); 2. tbs met dwangverpleging (art. 37a jo 37b Sr); 3. tijdelijke plaatsing psychiatrisch ziekenhuis (13 Bvt); 4. overplaatsing naar een psychiatrisch ziekenhuis (14 Bvt) 5. tbs met proefverlof (art. 51 Bvt); 6. plaatsing vanwege pro-justitia rapportage (art. 196/ 317 Sv); 7. voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (art. 38g Sr); 8. tbs met voorwaarden (art. 38a Sr); 9. voorwaardelijke veroordeling (art. 14a Sr); 10. sepot met voorwaarden (art. 167/ 244 Sv); 11. schorsing voorlopige hechtenis met voorwaarden (art. 80 Sv); 12. overbrenging vanuit Gevangeniswezen naar psychiatrisch ziekenhuis (art. 15 Pbw); 13. overbrenging vanuit Gevangeniswezen voor hulpverlening (art. 43 Pbw) ; 14. plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders met voorwaarden (art.38p Sr); 15. plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (art. 38m Sr jo art. 44 b t/m 44 q Pm); 16. penitentiair programma met zorg (art. 5 Pm); 17. interne overplaatsing naar penitentiair psychiatrisch centrum in het gevangeniswezen (art. 15 Pbw); 18. poliklinische verrichtingen door GGZ in het gevangeniswezen (art. 42 P); 19. voorwaardelijke invrijheidsstelling met bijzondere voorwaarden (art. 15a Sr); 20. voorwaardelijke gratieverlening (art. 13 Gratiewet jo. 558 Sv); 21. strafbeschikking met aanwijzingen als bedoeld in artikel 257, lid 3, Sv. 22. voorgenomen indicatiestelling De voorgenomen indicatiestelling is niet een strafrechtelijke titel, maar een bekostigingsgrondslag op basis waarvan de 3RO in uitzonderlijke gevallen kan indiceren voor zorg, wanneer er nog niet sprake is van een van de strafrechtelijke titels. 136 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 137

70 Bijlage 3. Afbakening forensische zorg Is er een zorgtraject voorafgaande aan de strafrechtelijke titel? Wel zorgtraject voorafgaand aan titel Geen zorgtraject voorafgaand aan titel Ambulante zorg (*1) of Klinische zorg Zvw (*2) Ambulante zorg Zvw (*3) Strafrechtelijke titel bepaalt forensische zorg. Indicatiestelling door: 3RO, NIFP/IFZ of Indicatiestelling nodig conform Aanvullende zorg strafrechtelijke titel Geen aanvullende zorg nodig PMO Forensische zorg (ambulante zorg of beschermd wonen) wordt geboden naast bestaande zorg. 3RO indiceert aanvullende zorg. De zorg voorafgaande aan de strafrechtelijke titel blijft lopen via AWBZ of Zvw. Deze zorg hoeft niet geïndiceerd door 3RO of NIFP/IFZ Het Ministerie van VenJ bekostigt alle zorg waar de strafrechtelijke titel, toe noodzaakt, ook bestaande. Deze zorg indiceert de 3RO N.B. Dit schema geldt niet voor tbs-gestelden en gedetineerden. *1: In de AWBZ betekent dit zorg op basis van een indicatiebesluit van het CIZ voor zorg met verblijf (ZZP GGZ B, ZZP GGZ C, ZZP VG, LVG, ZZP SGLVG) of extramurale zorg. *2: Dit betekent in de Zvw opname in een psychiatrisch instelling met behandeling gedurende de eerste 365 dagen. *3: Dit betekent in de Zvw ambulante GGz behandeling. 138 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 139

71 Bijlage 4. Beleidskader plaatsing 140 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 141

72 Inleiding Met de ontwikkeling en de invoering van een nieuw forensisch zorgstelsel, wordt de forensische zorg beter ingebed in de doeleinden van het strafrechtsysteem. De kaders van dit nieuwe stelsel zijn neergelegd in het wetsvoorstel forensische zorg. Het stelsel komt tegemoet aan de kabinetsdoelstelling- Veiligheid, stabiliteit en respect- in haar beoogde bijdrage aan de daling van de recidive met 10% punt. Dit doel wordt bereikt door: 1. Voldoende forensische zorg capaciteit. 2. De juiste patiënt op de juiste plek. 3. Kwalitatief goede zorg gericht op de veiligheid van de samenleving. 4. Goede aansluiting van de forensische en de curatieve zorg. Onderdeel van het stelsel is de ontwikkeling van een uniforme werkwijze voor de plaatsing van justitiabelen met een forensische zorgbehoefte bij zorgaanbod, waardoor de plaatsing van de juiste patiënt op de juiste plek gerealiseerd wordt. Hiermee wordt de verkeerde bedden problematiek opgelost. De uniforme werkwijze zal leiden tot: Een optimale match tussen zorgvraag en zorgaanbod op individueel niveau voor justitiabelen met een forensische zorgbehoefte, gebaseerd op de gestelde indicatie. Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt het doel van het beleidskader toegelicht, worden de relevante uitgangspunten uit het wetsvoorstel forensische zorg beschreven en zijn de definities ten aanzien van plaatsing en de randvoorwaarden voor het plaatsingskader geformuleerd. Het tweede hoofdstuk beschrijft de inhoudelijke criteria waaraan de plaatsing moet voldoen: passendheid, bereikbaarheid, tijdigheid en optimale match. De kwaliteitseisen aan het plaatsingsproces wordt toegelicht in hoofdstuk drie, waarna in hoofdstuk vier de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling staat beschreven. 142 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 143

73 1. Achtergronden beleidskader plaatsing 1.1 Doel beleidskader plaatsing In het beleidskader worden de uitgangspunten van de wet forensische zorg en de Memorie van Toelichting nader ingevuld. Met het beleidskader wordt vastgelegd welke overwegingen tijdens het proces van plaatsing worden gemaakt. Dat dient op objectieve wijze te gebeuren op basis van herleidbare criteria en procedures onder de verantwoordelijkheid van DForZo en met een duidelijke verdeling van rollen ten opzichte van andere organisaties. Door het beleidskader wordt duidelijkheid en transparantie gecreëerd voor de betrokken partijen en wordt het mogelijk tot een optimale match te komen op individueel niveau. Het beleidskader bestaat uit de criteria waaraan de plaatsing 1) inhoudelijk en 2) procesmatig moeten voldoen. Daarnaast zijn de processtappen beschreven en is een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van de plaatsing opgenomen. Deze kaders worden periodiek geëvalueerd en zijn hiermee aan verandering onderhevig. Er is daardoor geen sprake van een statisch beleid. 1.2 Uitgangspunt: Wetsvoorstel FZ Het wetsvoorstel forensische zorg is het uitgangspunt voor het beleidskader plaatsing forensische zorg. Onderstaand worden de passages over plaatsing kort toegelicht: Juiste patiënt op juiste plek Het nieuwe stelsel heeft onder meer als doel de juiste patiënt op het juiste plek te krijgen. Zorg passend bij de stoornis van de justitiabele is essentieel voor het welslagen van de behandeling en dus vermindering van de recidive. Daarom is de adequate toeleiding naar juiste forensische zorg één van de pijlers van het nieuwe stelsel (Memorie van Toelichting). In het wetsvoorstel is nader bepaald dat het zorgaanbod waar de patiënt geplaatst wordt aansluit op de indicatiestelling (zorg- en beveiligingsbehoefte) en bij de plaatsing rekening wordt gehouden met de specifieke problematiek van de forensische patiënt. Artikel De plaatsing van forensische patiënten bij een zorgaanbieder geschiedt door of vanwege Onze Minister, op basis van een gedagtekend besluit. Onze Minister neemt het besluit bedoeld in de eerste volzin slechts nadat hij zich een indicatie heeft doen overleggen. Artikel Bij de plaatsing bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, worden in ieder geval in de overwegingen betrokken: a. de eisen die de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de forensische patiënt voor de veiligheid van anderen dan de forensische patiënt of de algemene veiligheid van 144 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 145

74 personen of goederen stelt; b. de eisen die de behandeling van de forensische patiënt gezien de aard van de bij hem geconstateer de psychische stoornis of verstandelijke beperking stelt. Memorie van Toelichting: Het contract met de zorgaanbieders, de justitiële titel, de diagnose en de indicatie, vormen de basis voor de plaatsing. De plaatsing geschiedt onder verantwoordelijkheid van de Directie Forensische Zorg. Per 1 januari 2008 ligt de eindverantwoordelijkheid voor de plaatsing van mensen met een strafrechtelijke titel die geestelijke gezondheidszorg (waaronder verslavingszorg) of verstandelijk gehandicaptenzorg behoeven, bij de Minister van Justitie. De nieuw gevormde Directie Forensische Zorg (DForZo) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), oefent deze bevoegdheid namens de Minister van Justitie uit. De algemene plaatsingbevoegdheid van de Minister van Justitie krijgt een plek in artikel 6.1, eerste lid. In het tweede lid van dit artikel is vastgelegd dat bij de private instellingen, de contracten moeten voorzien in de verlening van zorg aan de categorie van forensische patiënten waar de te plaatsen forensische patiënt onder valt. Er wordt niet geplaatst als er geen contractsrelatie met de zorgaanbieder bestaat. Teneinde een voortvarende aanpak van de behandeling te bewerkstelligen is vastgelegd (derde lid) dat de Minister van Justitie zo spoedig mogelijk een advies geeft over de uitspraak of de beslissing, de eventuele gestelde voorwaarden en de wijze waarop het toezicht op de forensische patiënt moet worden uitgeoefend. Om de opname, als ultimum remedium, te kunnen afdwingen is een boetebepaling opgenomen. De Minister van Justitie kan een boete opleggen, indien de instelling niet aan de verplichting tot opname en behandeling voldoet. Artikel De plaatsing van forensische patiënten bij een zorgaanbieder geschiedt door of vanwege Onze Minister, op basis van een gedagtekend besluit. Onze Minister neemt het besluit bedoeld in de eerste volzin slechts nadat hij zich een indicatie heeft doen overleggen. 2. Onze Minister informeert de zorgaanbieder schriftelijk en onverwijld na de beslissing bedoeld in het eerste lid, over de uit te voeren uitspraak of beslissing, de eventuele gestelde voorwaarden en de wijze waarop het toezicht wordt vormgegeven. 3. Na plaatsing van de forensische patiënt is de zorgaanbieder verplicht om de geïndiceerde zorg en beveiliging te bieden. De instelling is verplicht de forensische patiënt op te nemen en te behandelen. 4. Onze Minister kan de zorgaanbieder een bestuurlijke boete opleggen, indien de zorgaanbieder niet voldoet aan de verplichting tot opneming en behandeling bedoeld in het derde lid. Eén van de doelstellingen van dit wetsvoorstel is de uniformering van het plaatsingsbeleid. Groot belang wordt gehecht aan een inzichtelijk en efficiënt plaatsingsproces. Met het wetsvoorstel wordt beoogd een betere doorstroom te realiseren van forensische patiënten met een strafrechtelijke titel binnen de forensische zorg. (MvT) 1.3 Achtergrond: strafrechtelijke titels Overzicht 21 strafrechtelijke titels: 1. Niet toerekeningsvatbaar (art. 37 lid 1 Sr) 2. TBS met dwangverpleging (art. 37a Sr) 3. Overplaatsing vanuit TBS-kliniek (art. 14 Bvt) 4. Plaatsing ter observatie (art. 13 Bvt) 5. TBS met proefverlof (art. 51 Bvt) 6. Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege (art. 38g Sr) 7. TBS met voorwaarden (art. 38a Sr) 8. Voorwaardelijke veroordeling (art. 14a Sr) 9. Sepot met voorwaarden (art. 167/ 244 lid 3 Sv) 10. Schorsing voorlopige hechtenis met voorwaarden (art. 80 Sv) 11. Voorwaardelijke gratieverlening (art. 13 Gratiewet jo. 558 Sv) 12. Plaatsing t.b.v. pro-justitia rapportage (art. 196/ 317 Sv) 13. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van een gedetineerde met toepassing van artikel 15 lid 5 van de Pbw Overbrenging van een gedetineerde op basis van artikel 43 lid 3 van de Pbw ISD met voorwaarden (art. 38p lid 5 Sr) 16. ISD (art. 38 m Sr) 17. Penitentiair programma met zorg (art. 15 lid 2 Pbw) 18. Interne overplaatsing op zorgafdeling in het gevangeniswezen 19. Poliklinische verrichtingen door GGZ in het gevangeniswezen 20. Voorwaardelijke Invrijheidsstelling met bijzondere voorwaarden (art. 15a Sr) 21. Strafbeschikking met aanwijzingen (art. 257a lid 3 Sv) Daarnaast is er een 22e forensische zorg titel, welke een bekostigingsgrondslag is. Dat is een voorgenomen indicatiestelling (voor ambulante zorg). In artikel 6.1 lid 1 en 2 is de eis van het plaatsingsbesluit opgenomen. Door het gebruik van een plaatsingsbesluit wordt het resultaat van het plaatsingsproces uniform gemaakt en krijgt de plaatsing een juridische basis. 146 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 147

75 1.4 Definities Forensische zorg: Zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, die 1. wordt verleend in verband met een psychische stoornis, verslaving of geestelijke beperking, 2. is aan te merken als een interventie bestaande uit een vorm van verzorging, bejegening, behandeling, waaronder mede begrepen opname, begeleiding, waaronder mede begrepen verblijf, of beveiliging, en 3. al dan niet als een voorwaarde, onderdeel uitmaakt van een straf, een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel, met uitzondering van een straf of maatregel bedoeld in Titel VIII A van het Wetboek van Strafrecht; (artikel 1.1_1b WFZ): Klinische zorg: Zorg die binnen de muren van een instelling verleend wordt (intramuraal). De patiënt wordt opgenomen in de instelling (en zal hier ook meerdere nachten verblijven). Ambulante zorg: Zorg die niet in een instelling verleend wordt. Er vindt geen opname plaats, de patiënt verplaatst zicht naar de zorgaanbieder voor de behandeling. Andersom is ook een mogelijkheid, de zorgaanbieder verplaatst zich dan naar de patiënt voor de behandeling (bijvoorbeeld hiervan is ambulante behandeling in de PI). Second Best plaatsing: een optimale match is niet mogelijk, de zorgaanbieder van tweede keuze wordt gekozen om patiënt definitief te plaatsen. Overbruggingszorg: een optimale match is niet tijdelijk mogelijk, een andere zorgaanbieder wordt gekozen om patiënt tijdelijk te plaatsen. 1.5 Randvoorwaarden Het plaatsingbeleid is gebonden aan een aantal randvoorwaarden: Er kan slechts worden gekomen tot een optimale match, wanneer het zorgaanbod voldoende inzichtelijk is gemaakt. Er kan slechts worden gekomen tot een optimale match, wanneer de relevante informatie voor de plaatsende instantie beschikbaar wordt, zoals inzicht in de wachtlijsten van de zorgaanbieder. Het efficiënt inrichten van het totale plaatsingsproces draagt bij aan de tijdigheid van de zorg. De keten van het plaatsingsproces wordt onderzocht en aangepast. Plaatsingsproces: Proces dat start na het afgeven van een indicatie forensische zorg door de bevoegde indicatiesteller en dat eindigt met de start van de zorg na het afgeven van een plaatsingsbesluit aan de zorgaanbieder. Indicatiestelling: Een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend rapport van deskundigen, opgesteld op basis van onderzoek van de verdachte, veroordeelde of gedetineerde, waarin de forensische zorgbehoefte en het noodzakelijke beveiligingsniveau is opgenomen (artikel 1.1_1d WFZ). Zorgtoeleiding: onderdeel van het plaatsingsproces omvat het bezorgen van de patiënt bij een zorgaanbieder. Matching: onderdeel van het plaatsingsproces. Het combineren van zorgvraag en zorgaanbod op basis van de indicatie, aan de hand van vastgestelde harde en zachte criteria en beargmenteerde overwegingen door de plaatser. Plaatsingsbesluit: Een gedagtekend besluit door of vanwege Onze Minister, op basis waarvan de plaatsing van forensische patiënten bij een zorgaanbieder geschiedt. (artikel 6.1_1 WFZ) Reclassering: met de reclassering wordt bedoeld de drie reclasseringsorganisaties: het leger des heils, jeugdzorg en reclassering, de stichting verslavingsreclassering ggz en reclassering Nederland. Optimale Match: de plaatsing voldoet aan alle vastgestelde criteria in het beleidskader 148 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 149

76 2. Inhoudelijke criteria plaatsing Aan de plaatsing worden verschillende eisen gesteld. De plaatsing moet inhoudelijk aan de volgende criteria voldoen, om te kunnen spreken van een succesvolle plaatsing: passend, tijdig en bereikbaar. 2.1 Passendheid Het nieuwe stelsel heeft onder meer als doel de juiste patiënt op het juiste plek te krijgen, hiervoor is een bij de zorgvraag passende zorg en een passend beveiligingsniveau van groot belang. Zoals reeds benoemd in de visie op plaatsing en het programma van eisen (DForZo) is passende zorg een van de belangrijkste kernprincipes bij het plaatsen. Harde Criteria Uit de indicatiestelling komt een aantal harde criteria voort die de plaatser moet meenemen in zijn match. De indicatiestelling is daarmee leidend. De in het format indicatiestelling klinische zorg opgenomen criteria voor matching (matching: JA ) zijn de harde criteria voor de plaatsingskeuze. Voor klinische zorg gelden onderstaande criteria: Geslacht patiënt Locatie (arrondissement) DB(B)C-Hoofdgroep - Stoornissen in de kindertijd - Schizofrenie en andere psychotische stoornissen - Problemen in verband met misbruik of verwaarlozing - Restgroep diagnoses - Seksuele stoornissen en genderidentiteitsstoornissen - Stoornissen in de impulsbeheersing - Aan een middel gebonden stoornissen - Persoonlijkheidsstoornissen Verstandelijke vermogens patiënt (indien bekend) Verslaving evt. in combinatie met bijkomende problematiek (AS I/AS II) Wel/geen zedenproblematiek aanwezig bij patiënt (indien bekend) Klinisch/beschermd wonen/ambulant Diagnostiek/verblijf zonder behandeling/behandeling Verblijfssoort (combinatie beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit) 150 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 151

77 Voor plaatsingen naar ambulante zorg of beschermd wonen geldt: Geslacht patiënt Locatie (arrondissement) Dominante zorgvraag Bijkomende problematiek - Verstandelijke vermogens patiënt - Verslaving - Psychiatrie - aard huidige delict - diagnostiek, Beschermd Wonen (licht/intensief ), Begeleiding en behandeling, Dagbesteding. - Outreachende zorg/ bemoeizorg (ACT). Ten aanzien van de harde criteria zullen door de Directie Forensische Zorg afspraken gemaakt worden met zorgaanbieders. Deze criteria zullen ook in Ifzo worden opgenomen. De matching op basis van harde criteria leidt tot een prioritering van de zorgaanbieders. Zachte criteria Naast deze harde criteria neemt de plaatser zachte criteria mee in zijn overwegingen om de passendheid van zorg te bepalen. Deze zachte criteria behelzen: Duur van de titel en het vervolgtraject; De duur van de titel kan invloed hebben op de keuze voor het zorgaanbod. De plaatser houdt hiermee rekening: het zorgprogramma kan worden doorlopen binnen de termijn van de titel, of de zorg kan doorgaan na het eindigen van de titel (continuiteit van zorg). Bij dit vervolgtraject na einde titel kan het ene zorgaanbod beter passen dan het ander. Zo is het bv. een voordeel als het vervolgtraject door dezelfde zorgaanbieder kan worden verzorgd, of door een zorgaanbieder in de nabijheid. Behandelprogramma; Om tot de optimale match te komen heeft de plaatser inzicht nodig in de kenmerken/specificaties van de verschillende behandelprogramma s en contracten die Justitie heeft afgesloten, om deze informatie zodoende mee te nemen in de keuze. Hiervoor geldt dat het zorgaanbod nog nader gespecificeerd moet worden voor de plaatser (op termijn zal dat moeten worden opgenomen in IFZO). Leefgebieden uit Risc/criminogene factoren 109 ; Bij de ambulante trajecten worden deze factoren meegenomen in de afweging voor de plaatsing. Er wordt nog nader bepaald in hoeverre deze factoren als harde criteria worden opgenomen in de indicatiestelling of dat de problemen die voortvloeien uit de criminogene factoren meewegen in de zachte criteria. Eerdere behandelervaringen; Het is goed mogelijk dat de patiënt eerdere ervaringen heeft met een zorgaanbieder of een zorgprogramma. Deze ervaringen kunnen zowel positief als negatief zijn. In de indicatiestelling worden eerdere behandelpoging en ervaring opgenomen als vrij tekstveld. Hiermee wordt door de plaatser rekening gehouden in zijn afweging. De plaatser kan op deze wijze dan ook rekening houden met de wens van de patiënt op dit punt. Cultuur/identiteit van patiënt; De plaatser kan rekening houden met de identiteit of geloofsovertuiging van de patiënt bij de keuze voor een zorginstelling/programma. 109 Alleen bij ambulant Behandelmilieu zorgaanbieder; De plaatser kan rekening houden met het behandelmilieu van een zorginstelling/programma. Zo kan een zorginstelling waar structuur centraal staat beter passen bij de ene patiënt en minder goed bij een andere patiënt. Motivatie patiënt; Bij voorwaardelijke sancties is de motivatie van de patiënt een vereiste. Het gaat er in de kern om of een verdachte de voorwaardelijke sanctie wil ondergaan. De plaatser probeert rekening met de motivatie te houden van de patiënt in de keuze van een kliniek en maakt afspraken met de kliniek als twijfel over de motivatie bestaat. Motivatie van de patiënt kan ook een onderdeel van de behandeling zijn. Somatische aandoening en fysieke beperkingen patiënt (bijv. NAH, auditieve/visuele beperking, rolstoel); De keuze voor de instelling kan mede bepaald worden door de aanwezigheid van bepaaldde voorzieningen. Wensen zorgaanbieder; De zorgaanbieder kan specifieke wensen ten aanzien van bepaalde specialisaties kenbaar maken. Indien overeenstemming met DForZo is bereikt kan de zorgaanbieder zich hierop beroepen wanneer het geval zich voor doet. Zo kan een patiënt wegens overwegingen van veiligheid niet passen binnen de groep. Bijzondere omstandigheden; - Het kan voorkomen dat een slachtoffer of mededader verblijft in de zorginstelling van voorkeur. - Ook de nabijheid van de zorginstelling bij het woon-, werk- of leefadres van het slachtoffer van justitiabele weegt mee in het al dan niet plaatsen van patiënt bij zorginstelling van voorkeur. Concluderend: de match moet voldoen aan de harde criteria en de plaatser neemt in zijn overweging zachte criteria mee. De plaatser maakt inzichtelijk welke criteria een grote(re) rol heeft gespeeld bij het bepalen van de passendheid van de zorg en waarom, teneinde een transparant en toetsbaar proces te krijgen. 2.2 Bereikbaarheid Voor de effectiviteit van de zorg kan de locatie/bereikbaarheid van die zorg van groot belang zijn. Zo is nabijheid in veel gevallen wenselijk, maar kan het uit de sociale omgeving halen van de patiënt in het belang van een justitiabele of de maatschappij zijn. Het al dan niet weghalen uit de sociale omgeving wordt opgenomen in de indicatiestelling en deze informatie vormt uitgangspunt voor de plaatsing. Voor alle zorgvormen is regionaal plaatsen het uitgangspunt. Bereikbaarheid speelt een steeds grotere rol bij de afweging bij plaatsing naarmate het beveiligingsniveau omlaag gaat. Bij klinisch speelt het een kleine rol (bij FPK zelfs marginaal), bij GW idem. Voor ambulante trajecten en begeleid wonen geldt dat het zeer in de nabijheid van zijn sociale omgeving dient te zijn. 152 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 153

78 2.2.1 Bereikbaarheid klinische zorg De bereikbaarheid van de zorg is bij de klinische trajecten minder relevant. De zorgvraag (passendheid zorg) is uitgangspunt en gaat voor bereikbaarheid. De bereikbaarheid is wel van belang voor het voor- en natraject van de zorg. Wat zijn de uitgangspunten bij de te maken afweging: Instellingen met een hoog beveiligingsniveau (FPK s) hebben een landelijke functie en bereikbaarheid speelt hierin een marginale rol. Patiënten worden in beginsel geplaatst in eigen hofressort. Bij gebrek aan plaatsingsmogelijkheden kan naar een aangrenzend hofressort uitgeweken worden. Voor de instellingen met een gemiddeld beveiligingsniveau (FPA s) speelt bereikbaarheid een grotere rol. Bij de match wordt rekening gehouden met de locatie van de instelling en geldt het regionaal plaatsen als uitgangspunt: Plaatsing gebeurt zo dichtbij woonplaats als mogelijk of binnen het ressort. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt in eerste instantie gekeken naar aanbod binnen het aangrenzende ressort. Wanneer er geen woonplaats bekend is, wordt als plaatsingsregio als regio aangehouden waarmee de patiënt de meeste binding heeft. Indien de gewenste bereikbaarheid niet kan worden gehaald: - iets inleveren op de bereikbaarheid (goede inschatting van mogelijkheden door plaatser nodig) Bereikbaarheid Gevangeniswezen Het uitgangspunt binnen het gevangeniswezen, in lijn met Modernisering GW, is het plaatsen binnen de eigen regio. Een persoonsgerichte benadering van de gedetineerden en dus vegroting van de reïntegratie mogelijkheden en verruiming van de mogelijkheden tot bezoek passen daarin. Ervan uitgaande dat een patiënt al zoveel mogelijk in zijn regio is geplaatst is het daarmee logisch om in dezelfde regio te zoeken naar behandelaanbod. Bovenstaande algemene toelichting op de criteria bereikbaarheid klinisch en ambulant zijn daarbinnen op dezelfde manier van toepassing op plaatsingen vanuit het GW. Bij uitplaatsingen naar de GGZ speelt bereikbaarheid in principe een marginale rol net zoals voor FPK s. Met zorgaanbieders zijn daarbij specifieke contracten afgesloten voor deze patiënten. Bijvoorbeeld: een gedetineerde uit Friesland zou geprioriteerd naar Lentis uit Groningen kunnen in plaats van GGZ Friesland Bereikbaarheid ambulante zorg/beschermd wonen Voor de ambulante trajecten is bereikbaarheid van zeer groot belang. De groep patiënten die het betreft behelst een kwetsbare doelgroep met beperkte financiele middelen. Om de kwetsbaarheid te ondersteunen is het belangrijk dat de reïntegratie van de patiënt mogelijk is en dus in de buurt van zijn sociale omgeving dient te blijven. Plaatsen bij zorgaanbod in de buurt vergroot de slagingskans van de behandeling. Ook wordt de patiënt dan zo min mogelijk gehinderd door obstakels die de behandeling in de weg kunnen staan of de drop-out kans kunnen vergroten. De buurt is bekend voor de patiënt en lange reistijden en (hoge) reiskosten worden voor de patiënt voorkomen. Als maatstaf voor bereikbaarheid wordt de reistijd gehanteerd (niet afstand). Dit komt mede omdat de tijdsinvestering de mate van drop-out bepaald en daarnaast het openbaar vervoer vaker gebruikt wordt door patiënten (waarbij afstand en reistijd nogal kunnen afwijken). Wat zijn de uitgangspunten bij de te maken afweging: De patiënt wordt geplaatst binnen het arrondissement waar de zaak van de onder de Rechtbank is. Daarbinnen wordt onderstaande nadere specificatie gehanteerd: - ambulante dagbehandeling: max minuten reistijd. - ambulante behandeling (één of enkele malen per week) max. 1 uur. - beschermd wonen: in het arrondisement. Het is mogelijk dat er moet worden afgeweken van het arrondissement: - contra-indicatie; cliënt moet uit huidige sociale omgeving gehaald worden - contra-indicatie; cliënt heeft positieve ervaring met eerdere zorgplek, cliënt moet/wil naar andere - sociale omgeving om moverende redenen. 2.3 Tijdigheid en intaketraject Bij tijdigheid wordt gedoeld op de gewenste termijn waarbinnen de zorg start. Voor de effectiviteit en slagingskans van de zorg is het van groot belang dat tijdig wordt gestart met de zorg. De patiënt komt ook niet op straat te staan wanneer de zorg tijdig beschikbaar is. Bij de plaatsing wil je daarom weten of een instelling waar je een justitiabele naar toe wilt leiden capaciteit beschikbaar heeft en binnen welke termijn de zorg kan starten. Het gaat bij capaciteit zowel om de fysieke beschikbare capaciteit als de beschikbare capaciteit op basis van het afgesloten contract. De rechter vraagt vaak als voorwaarde bij de ten uitvoerlegging om plaatsing binnen een bepaalde termijn en wil dus vaak weten of de benodigde zorg ook beschikbaar is. De rechter moet er in de gewenste situatie op kunnen vertrouwen dat de patiënt tijdig geplaatst kan worden bij passend aanbod. De rechter hoeft dan niet in het vonnis op te nemen waar de patiënt geplaatst moet worden en slechts aan te geven of het klinisch, ambulant en/of begeleid wonen betreft. Hierin moet het nieuwe stelsel in voorzien. Dit kan worden gerealiseerd door het opstellen van normen en het transparant maken van het plaatsingsproces. In de visie op plaatsing (van DForZo) is opgenomen: Voor de duur van de wachttijd tussen het afgeven van het plaatsingsbesluit en de start van de zorg geldt dat deze zo kort mogelijk is. Daarbij worden normen opgesteld voor de maximale wachtduur. Deze worden op maat gesneden, gespecificeerd naar strafrechtelijke titel, beveiligingsnoodzaak en de mate van acuutheid. 154 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 155

79 2.3.1 Tijdigheid: Normering Uitgangspunt bij tijdigheid is directe plaatsing vanuit detentie/voorlopige hechtenis of na vonnis (onvoorwaardelijke sancties). Mocht directe plaatsing niet mogelijk zijn dan moet de patiënt binnen een bepaalde maximale periode geplaatst kunnen worden (maximale wachttijd). Bij de voorwaardelijke kaders moet de zorg altijd aansluiten op detentie. Onder de maximale wachttijd wordt verstaan: de periode tussen het eerste contactmoment in het kader van de plaatsing met de zorgaanbieder (na de indicatiestelling) en de start van de behandeling. Ten aanzien van deze maximale wachttijd zijn normen opgesteld. Bij de normstelling is de strafrechtelijke titel leidend en wordt rekening gehouden met de zorgsoort en met reguliere dan wel crisis/ versnelde procedures. De gewenste toekomstige situatie is het uitgangspunt geweest. In bijlage is een overzicht opgenomen van normen naar strafrechtelijke titel. Het is complex voor de zorgaanbieders om aan te geven wanneer precies kan worden gestart met de behandeling (klinische zorg). Deze informatie is voor de plaatser wel essentieel om een keuze te kunnen maken en om eventueel over te gaan tot een second best plaatsing of overbruggingszorg. De aanbieder moet aangeven wanneer de verwachte opnamedatum is. Er zal worden gewerkt met een bandbreedte tussen de verwachte opnamedatum en de daadwerkelijk gerealiseerde opnamedatum, als prestatie-indicator. Hierop zal gemonitoord worden in het automatiseringssysteem. Bij de ambulante zorgaanbieders is er nauwelijks wachtlijstproblematiek. De zorg start onmiddellijk. Het intaketraject en het zorgtraject lopen in de praktijk parallel aan elkaar. Er wordt gestart met de zorg, hoewel de intake nog moet worden uitgevoerd. Dit is mogelijk omdat slechts in enkele gevallen sprake is van een mismatch (ongeveer 3-5%) en de patiënt dus slechts in uitzondering bij een andere aanbieder geplaatst moet worden. Met de komst van IFZO zal dit percentage nog lager worden Intaketraject klinische zorg Zorgaanbieders hebben de mogelijkheid om een intakegesprek te houden met de patiënt. De intake is niet bedoeld om de indicatiestelling te toetsen. Wanneer er echter geen sprake is van een optimale match (maar second best), kan een meer inhoudelijke toets ten aanzien van de plaatsing plaatsvinden. De intake wordt verder gebruikt als eerste behandelcontact. Ten eerste om kennis te maken met de patiënt om te kunnen bepalen op welke afdeling/in welke groep de patiënt het beste zou passen. Daarnaast levert het de gelegenheid de behandelmotivatie te bespreken, afspraken met de patiënt te maken en voorlichting te geven over bijv. de instelling, de behandeling en het vrijhedenbeleid. De intake kan een eerste aanzet zijn voor het behandelplan en het te volgen behandeltraject. Op basis van de intake kan de zorgaanbieder bepalen hoe lang de wachttijd is tot de patiënt opgenomen kan worden of dat overbruggingszorg of andere zorg nodig is. Bij voorwaardelijke straffen moet de zorgaanbieder invulling geven aan deze voorwaarden. Zij gaat hierover in gesprek met de patiënt tijdens de intake. Verder heeft de aanbieder de vrijheid de intake verder in te vullen en vorm te geven. Voor de intake wordt de volgende normering aangehouden, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met het totale proces van 13 weken (aanhouding zitting): Norm: De intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar er is uiterlijk binnen 15 werkdagen een intake uitgevoerd,duidelijkheid (een besluit) over de opname (wel of niet, en welke soort zorg) en over de verwachte opnamedatum, tenzij de zittingsdatum eerder ligt. Mocht dit het geval zijn, dan zullen partijen zich inspannen om de intake voor die datum te laten plaatsvinden. Voor TBS met dwang is van toepassing dat binnen 30 werkdagen de patiënt moet zijn opgenomen Intaketraject ambulante zorg/beschermd wonen Voor de ambulante trajecten ligt de nadruk bij de intake op de inhoudelijke zorgvraag, mede door de grote diversiteit aan mogelijkheden (zorgmodules). Er wordt een zorgindicatie gedaan voor het behandeltraject. (Dat is geen herindicatie, maar nodig voor het verdere behandeltraject.) Hoewel de behandeling en de intake verschillende (opeenvolgende) trajecten zijn, starten deze in de praktijk veelal gelijktijdig. Er vind zoveel mogelijk een snelle 1e screening plaats om een mismatch te bepalen. Norm: Intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, uiterlijk na 6-8 weken start de behandeling. Bij zorgaanbieders bestaan verschillende procedures t.a.v. de intake. De termijnen liggen tussen: 4-6 weken uitvoering intake. Het lijkt wel haalbaar om binnen twee weken aan te geven (op basis van dossier onderzoek) of de ambulante behandeling mogelijk is, zodat de officier dat kan meenemen in zijn vordering bij zaken in voorarrest of schorsing. Als norm wordt gesteld: binnen 2 weken is duidelijk of een ambulant traject mogelijk is. Bij Begeleid wonen kan een intake vrij snel plaats vinden, doch binnen 2 á 3 weken kan dit zeker geschieden Opnameplicht In de wet FZ is een opnameplicht opgenomen voor de zorgaanbieders. De opnameplicht moet worden gezien als een stok achter de deur in noodsituaties. De opnameplicht wordt gerelateerd aan de afspraken met DForZo inkoop; bv specificaties van het zorgaanbod die zijn opgenomen in het contract. De weigering van patiënten is mogelijk indien het niet past binnen de plaatsingsafspraken en legitieme redenen (mededader aanwezig). Bij de ambulante trajecten wordt gesproken van behandelplicht Afwijzingsgronden Een aantal gronden zijn gedefineerd als legitieme redenen van een zorgaanbieder om geen zorg te bieden aan een voorgedragen justitiabele. Deze redenen zijn onder te verdelen in drie hoofdgroepen. De hoofdgroepen en toelichting zijn hieronder opgenomen. 156 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 157

80 Afwijzing hoofdgroepen: 1. betwisten indicatiestelling 2. zachte criteria 3. past niet binnen capaciteit Ad 1 Zorgaanbieder oneens met inschatting verblijfssoort Zorgaanbieder oneens met inschatting problematiek Ad 2 Duur van de titel/vervolgtraject Behandelprogramma Criminogene factoren Eerdere behandelervaringen Cultuur/identiteit Behandelmilieu zorgaanbieder Motivatie justitiabele Somatische aandoening en fysieke beperkingen justitiabele Slachtoffer in nabijheid zorgaanbieder Bijzondere omstandigheden Ad 3 Zorgaanbieder heeft te lange wachtlijst Zorgaanbieder heeft geen plek vanwege productieafspraken Zorgaanbieder heeft specifieke plaatsingsafspraken in contract (zeden etc, zie matrix) Daarnaast zijn een aantal reden die niet legitiem worden geacht om een patiënt af te wijzen voor opname of bieden van zorg. Justitiabele komt niet uit de regio van de zorgaanbieder Justitiabele is illegaal Justitiabele heeft geen identiteitsbewijs Justitiabele is niet gemotiveerd voor behandeling Justitiabele ontkent het indexdelict Het juridisch kader/ de duur van de maatregel biedt geen mogelijkheden voor behandeling. 2.4 Optimale match Een uniforme werkwijze t.a.v. plaatsing moet leiden tot een optimale match. Onder deze optimale match verstaan we het voldoen aan de aan plaatsing gestelde eisen: Er wordt voldaan aan 1) de harde criteria vanuit de indicatiestelling (zie bijlage), 2) het criterium tijdig en 3) het criterium bereikbaar (zie bijlage). Deze overweging wordt verfijnd door 4) de aanvullende zachte criteria van passendheid (zie bijlage) mee te nemen in de overweging. Met het nieuwe stelsel wordt toegewerkt naar een situatie waarin de optimale match tussen vraag en aanbod in het grootste gedeelte van de gevallen mogelijk is. Het aanbod zal steeds beter in evenwicht zijn met de vraag. Het zal echter in gevallen voor blijven komen dat niet aan alle criteria van de optimale match kan worden voldaan. In die situaties zal worden gekeken naar een second best oplossing of naar overbruggingszorg (met name FPK s, SGLGV zorg en zorg gericht op autisme of zedenproblematiek zijn gebieden waar op dit moment een optimale match vaak niet mogelijk is door wachtlijstproblematiek) Second best plaatsing en overbruggingszorg We spreken van second best plaatsing als de plaatsing niet aan alle criteria van een optimale match voldoet en er op die 2e keuze definitief wordt geplaatst. De patiënt wordt definitief geplaatst bij een andere zorgaanbieder of zorgvorm. Er is dan ingeboet op een van de criteria: bereikbaarheid, passendheid of tijdigheid. Overbruggingszorg is een tijdelijk construct. Voor een maximale periode van 4 maanden wordt de patiënt opgevangen bij een andere dan de aangewezen zorgaanbieder/ zorgvorm (optimale match), deze overbruggingszorg moet zoveel mogelijk aansluiten op de optimale match. Dit gebeurt in overleg met de aangewezen zorgaanbieder. Ook tijdens overbruggingszorg is er sprake van behandeling. Het dient NIET alleen als opsluiting. Het is een noodconstruct omdat de aangewezen zorgaanbieder tijdelijk (< 4 maanden) geen plaats heeft en moet gezien worden als een vangnet. De second best oplossing heeft de voorkeur boven overbruggingszorg. De overbrugging heeft t.o.v. de second best oplossing de nadelen dat een veranderende omgeving en een knip in de behandeling schadelijk kunnen zijn voor de patiënt, de patiënt heeft veelal behoefte aan structuur, vastigheid en vooral eenduidigheid van de behandeling. Daarnaast zal de patiënt het behandelklimaat negatief kunnen beïnvloeden, omdat deze ongemotiveerd kan zijn en een instelling kan hebben van: ik hoor hier toch niet. De indivuduele afweging of overbruggingszorg of second best wordt geplaatst, is vooral gestoeld op de afweging wat het meest in het belang is van de patiënt. Wanneer zet je overbruggingszorg in? Uitgangspunt bij plaatsing is een naadloze aansluiting op (voorlopige) hechtenis. Vooral ten aanzien van klinische plaatsingen en beschermd wonen is dit een issue, omdat de justitiabele een bepaald beveiligingsniveau nodig heeft en de veiligheid van de samenleving in het geding kan zijn. Uitgangspunt is daarom dat iemand vanuit detentie direct overgaat in zorg. Op grond van het beleidskader wordt iemand eerder in second best zorg geplaatst dan in overbruggingszorg. Leidend bij die afweging is tijdigheid en beveiligingsniveau. Het beveiligingsniveau dient altijd op geindiceerd niveau te zijn en kan niet neerwaarts worden bijgesteld. Indien dit niet tijdig aanwezig is, wordt overbruggingszorg geregeld. Indien de zorgbehoefte in relatie tot tijdigheid in het 158 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 159

81 geding is, is de voorkeur om zo snel mogelijk bij de second best te plaatsen. De organisatie die aangewezen is om de plaatsing te verzorgen, is tevens de organisatie die aangewezen is om dat voor de overbruggingszorg te regelen. A. Indien het gaat om een plaatsing vanuit het strafproces dient de zorg te starten nadat het vonnis onherroepelijk is. De datum van einde VH en start executie is dus cruciaal. Op deze datum dient de justitiabele de geïndiceerde zorg te ontvangen, óf is er overbruggingszorg geregeld. Van belang is dat overbruggingszorg wordt geregeld vóór de rechtsgang is afgerond. Indien het klinische GGZ betreft dan dient het NIFP deze te verzorgen, indien het beschermd wonen is, de 3RO. B. Indien iemand vanuit detentie wordt geplaatst, dan is het beveiligingsniveau altijd leidend. Daarover doet de directeur van de PI een uitspraak. Indien er snel iemand zorg nodig heeft dan is overbruggingszorg mogelijk in een PPC. Indien iemand naar GGZ kan, dan is tijdige aanvraag voor indicatiestelling circa 6 weken voordat iemand uit detentie komt. Binnen deze termijn kan een plaatsing, intake en opname uitgevoerd worden. Het kan voorkomen dat iemand dan vanwege de tijdigheid in een second best zorg wordt geplaatst. Voor voorwaardelijke invrijheidstelling geldt eenzelfde termijn vooor aanvraag om een naadloze aansluiting van zorg op detentie te hebben. Indien mogelijk verdient het de voorkeur om een patiënt langer in detentie (en dus bekende structuur) te laten zitten, dan om overbruggingszorg te organiseren Verantwoordelijkheden matching Vanwege de gekozen scheiding van rollen (zorgaanbieder richt zich op eigen deskundigheid van behandelen; plaatser richt zich op zoeken van geschikte behandelplek) is het de verantwoordelijkheid van de plaatsende instantie om een geschikte en indien nodig een overbruggingsplek, te vinden. Binnen de wet Forensische Zorg is Justitie (DForZo) verantwoordelijk voor het plaatsen van patiënten. De plaatsende organisatie is daarmee primair verantwoordelijk voor de plaatsing bij zowel de optimale en second best plaatsing als bij overbruggingszorg. De zorgaanbieder waar de patiënt uiteindelijk (na de overbruggingsperiode) geplaatst gaat worden (1e keuze) is verantwoordelijk voor de zorginhoudelijke taak en heeft een inspanningsverplichting: het ziet erop toe dat de geboden zorg tijdens overbrugging aansluit bij de zorg van de definitieve plaatsing en bewaakt het van overbruggingstraject. De zorgaanbieder geeft voordat gekozen wordt voor overbruggingszorg of een second best plaatsing aan wanneer de patiënt kan worden opgenomen. Op het moment dat wordt afgeweken van de optimale match is er overleg tussen de plaatser en de indicatiesteller. Het is aan de plaatsende instantie om te beoordelen of de overbruggingszorg aan een minimale termijn is gebonden. Overbruggingszorg gebeurt in continu overleg tussen plaatser en zorgaanbieder(s). Door overleg tussen zorgaanbieders (aanbieder van overbruginszorg en aanbieder van de optimale match) moet worden voorkomen dat overgangen in behandeling de effectiviteit van de behandeling doen verminderen. Afstemming en terugkoppeling tussen aanbieder, plaatser en indicatiesteller is wenselijk om effectiviteit zorg/plaatsing te beoordelen (ten aanzien van de ambulante trajecten heeft de reclassering de rol van ketenregisseur) Prioritering criteria De verschillende criteria zijn onderscheiden, maar hoe verhouden de criteria (passend, tijdig en bereikbaar) zich tot elkaar? De indicatiestelling is leidend. Hieraan wordt altijd recht gedaan. Van het beveiligingsniveau wordt in principe niet afgeweken. Maatwerk: het is casusafhankelijk welk criterium prevaleert boven een ander. Het betreft een zeer heterogene groep en de prioritering hangt daarnaast af van de stroming: ambulant of klinisch en zal aan het professionele oordeel van de plaatser zijn. Wel kan worden gezegd dat bij ambulant en begeleid wonen het criterium bereikbaarheid zwaarder weegt dan passendheid. Bij klinische behandeling geldt dit andersom. Beveiligingsniveau en tijdigheid zijn criteria waar niet of nauwelijks van afgeweken wordt Matching en overbrugging GW Bovenstaande beschrijving ten aanzien van matching geldt ook voor de stroming GW. Aanvulling: Het merendeel van de overbrugging binnen GW is: tijdelijke PPC plaatsing, in afwachting van de GGZ. Dit is tevens een van de 7 procesbeschrijvingen GW (nr. 2) 160 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 161

82 3 Plaatsingsproces Uitgangspunten en kwaliteitseisen Plaatsing start met een indicatiestelling De plaatsing start na het afgeven van een indicatiestelling, welke leidend is voor de plaatsing. (artikel 6.1 WFZ) Plaatsen bij gecontracteerde zorgaanbieder met opnameplicht De algemene plaatsingbevoegdheid van de Minister van Justitie krijgt een plek in artikel 6.1, eerste lid. In het tweede lid van dit artikel is vastgelegd dat bij de private instellingen, de contracten moeten voorzien in de verlening van zorg aan de categorie van forensische patiënten waar de te plaatsen forensische patiënt onder valt. Er wordt niet geplaatst als er geen contractsrelatie met de zorgaanbieder bestaat. Met gecontracteerde aanbieders zijn afspraken gemaakt en is het duidelijk welk aanbod beschikbaar is. Daarnaast kunnen de aanbieders op basis van gemaakte afspraken over het aanbod aangesproken worden op de opnameplicht. Op deze wijze kunnen aanbieders cliënten niet weigeren op te nemen, een probleem waar plaatsers in het verleden mee te maken hebben gehad. Plaatsingsbesluit In het wetsvoorstel is de eis van het plaatsingsbesluit opgenomen: De plaatsing van forensische patiënten bij een zorgaanbieder geschiedt door of vanwege Onze Minister, op basis van een gedagtekend besluit (artikel 6.1 lid 1 WFZ). Er wordt een uniform plaatsingsbesluit gehanteerd voor de plaatsingen, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Daarbij vormt het plaatsingsbesluit de betalingsgrond. Efficiënt en tijdig proces Voor de plaatsing forensische zorg geldt dat de cliënt tijdig geplaatst moet worden (zie inhoudelijke criteria plaatsing: tijdigheid) en dat het proces snel en efficiënt verloopt (gekoppeld aan het strafproces) Hier worden bedoeld de doorlooptijden van het gehele plaatsingsproces. In het wetsvoorstel is opgenomen dat tevens groot belang wordt gehecht aan een efficiënt proces. Er wordt bij dit onderwerp van uitgegaan dat: De termijn die het proces van plaatsing in beslag mag nemen (doorlooptijden) aansluit bij het strafrechtproces. Het plaatsingsproces zo wordt ingericht dat bureaucratie en onnodige overlap tussen activiteiten wordt vermeden en duidelijke samenwerkingsafspraken worden gemaakt tussen organisaties met koppelvlakken. De plaatsing krijgt een methodische en systematische aanpak om zodoende de kans op fouten te verkleinen, omdat er meer greep is op wat er gebeurt en men verder vooruit kan (moet) zien; Iedereen weet wat er verwacht mag worden. Inzichtelijk, herleidbaar en transparant proces Eén van de doelstellingen van dit wetsvoorstel is de uniformering van het plaatsingsbeleid. Groot belang wordt gehecht aan een inzichtelijk plaatsingsproces. De formele verantwoordelijkheid van de Minister van justitie voor de tijdige tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken maakt het van 162 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 163

83 belang dat processen uniform zijn en er rechtsgelijkheid is. Als uitgangspunt geldt dat: De plaatsing gebeurt op basis van objectieve normen (inhoudelijke eisen) welke openbaar en toegankelijk zijn, er gebruik gemaakt wordt van Ifzo, waarin is terug te vinden welke processtappen zijn gemaakt, welke keuzes zijn gemaakt en op basis waarvan deze keuzes zijn gemaakt (Verantwoording kunnen afleggen) en afwijkingen van de kaders en eisen moeten beargumenteerd neergelegd worden in Ifzo. Monitoring en sturing Het plaatsingsproces wordt door de eindverantwoordelijke DForZo gemonitoord en aangestuurd en heeft hiervoor de gepaste mogelijkheden/instrumenten. 4 Rol- en verantwoordelijkheidsverdeling De Wet Forensische Zorg (WFZ) stelt de Minister van Justitie verantwoordelijk voor de indicatiestelling, plaatsing en inkoop van de Forensische Zorg. De verantwoordelijkheid voor Plaatsing is in deze Wet belegd bij de Directie Forensische zorg (DForZo) van Dienst Justitiele Inrichtingen. Uitgangspunt van de rolverdeling tussen de indicatiestelling en de plaatsing is dat de indicatiestelling onafhankelijk van de plaatsing wordt opgesteld en de indicatiestelling enplaatsing onafhankelijk gebeurt van het beschikbare zorgaanbod. Om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen is een heldere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling noodzakelijk. In het plaatsingsproces zijn verschillende verantwoordelijkheden te onderscheiden. Ten eerste is er de eindverantwoordelijkheid die via de Minister van Justitie bij de Directie Forensische zorg is belegd. De uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt bij de plaatsende organisaties en de zorgaanbieders hebben een verantwoordelijkheid met betrekking tot intake en opname van patiënten. Directie Forensische Zorg Plaatsing van Forensische patiënten gebeurt op basis van een objectief vastgestelde indicatiestelling met behulp van een transparant en toetsbaar plaatsingsproces. DForZo heeft twee verantwoordelijkheden: 1. beleidsverantwoordelijkheid 2. individuele plaatsingsverantwoordelijkheid Ad. 1 In het nieuwe stelsel is DForZo verantwoordelijk voor het opstellen, onderhouden en monitoren van het plaatsingsbeleid. De uitvoerende organistaties werken op geprotocolleerde en toetsbare wijze volgens het vastgestelde plaatsingsbeleid. De uitvoerende organisaties leggen de gemaakte keuzes en en overwegingen vast, zodat deze controleerbaar zijn. DForZo heeft op deze manier zicht op de wijze waarop de plaatsingen worden uitgevoerd en of de bedoeling van het beleidskader wordt gevolgd. De monitoring door DForZo richt zich op de kwaliteit van de plaatsingen, de doorlooptijden en overige cruciale zaken uit het beleidskader plaatsing. Deze manier van het nemen van de verantwoordelijkheid leidt ertoe dat DForZo niet elke plaatsing zelf vooraf keurt, maar achteraf monitort, audit en bijstuurt. De informatie wordt gebruikt voor eventuele toekomstige aanpassingen in het plaatsingsbeleid en kunnen direct leiden tot wijzigingen in het inkoopbeleid. DForZo voert de regie over het plaatsingsbeleid en stemt dit beleid af met alle bij de plaatsing betrokken partijen. Ad. 2 De verantwoordelijkheid van DForZo richt zich ook op individuele plaatsingen. Indien er knelpunten bij individuele plaatsingstrajecten optrden die niet direct op te lossen lijken, kan DForZo worden geconsulteerd. DForZo dient gevraagd én ongevraagd te kunnen intervenieren in de individuele 164 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 165

84 plaatsingsprocessen als daar noodzaak toe lijkt te zijn. DForZo heeft de mogelijkheid om de zorgaanbieder, als contractpartij, direct te wijzen op de contractuele verplichtingen. Mogelijkheid is dat DForZo aanvullende contractuele afspraken maakt met de zorgaanbieder, waardoor een individuele plaatsing alsnog kan worden gerealiseerd. De uitvoerende organisaties dienen uiteraard eerst zelf met al hun mogelijkheden het knelpunt op te lossen. Voor plaatsing staan ook bezwaar en beroep open. De bezwaar en beroepsprocedure wordt door DForZo met de uitvoerende organisaties ter hand genomen. Deze twee vormen van verantwoordelijkheid zijn enkel te nemen als DForZo de mogelijkheid heeft bij te sturen. Door het bijwerken, aanpassen en met partners vaststellen van het plaatsingbeleid, kan de beleidsverantwoordelijkheid worden genomen. DForZo stuurt het plaatsingsproces via haar contracten met zorgaanbiedres. Zorgaanbieders kunnen bij weigering worden aangesproken op de contractuele verplichtingen en contractuele afspraken kunnen aangepast worden. De uitvoerende organisaties plaatsen op basis van de vastgestelde criteria en normen opgenomen in het beleidskader. Alle uitvoerende organisaties werken met IFZO en vullen dit tijdig en volledig in. Zorgaanbieders Met de inwerkingtreding van de Wet Forensische Zorg is voor de inspanningsverplichting voor het bieden van zorg veranderd in een opnameplicht (behandelplicht voor ambulante zorg). Om deze opnameplicht vorm te geven worden specifieke afspraken gemaakt over het zorgaanbod. Het specificeren van het zorgaanbod heeft tot gevolg dat plaatsingen geschieden op basis van de in de plaatsingsmatrix opgenomen specificaties en het gecontracteerde zorgaanbod. Afwijzingen vanwege een niet met de zorgvraag matchend zorgaanbod worden op die manier tot een minimum beperkt. In het beleidskader gestelde termijnen met betrekking tot intake en opname worden gevolgd. Alle zorgaanbieders werken met IFZO en vullen dit tijdig en volledig in. Wanneer een uitvoerende organisatie het plaatsingsprces niet uitvoert volgens het vastgestelde beleidskader, stuurt DForZo de organisaties bij. Randvoorwaarden om te intervenieren of sturen op het plaatsingsproces zijn: De uitvoerende organisatie plaatsen conform het vastgestelde beleid. DForZo heeft een sturingsrelatie met de uitvoerende organisaties (3RO, NIFP en GW) en moet op individuele casussen direct bij kunnen sturen indien niet volgens het afgesproken beleid wordt gehandeld. Er is een procesmatige scheiding tussen de indicatiestelling en de plaatsing. Werkprocessen dienen helder te zijn gedefinieerd en geprotocolleerd. Bezwaar- en begoepscommissies zijn belegd bij DForZo. De gehele keten is aangesloten op IFZO, IFZO is tijdig en zo volledig mogelijk gevuld en DForZo heeft daar toegang toe. Uitvoeringsorganisaties (3RO, NIFP en GW) De uitvoerende organisaties stellen de indicatie op en voeren de plaatsing uit. Dat de indicatiestelling en plaatsing beiden door dezelfde partij worden uitgevoerd brengt een risico met zich mee. De onafhankelijkheid tussen beide processen kan in het geding zijn. Om de onafhankelijkheid tussen beide processen te borgen, heeft elke organisatie uitgewerkte procesbeschrijvingen van haar taak in het plaatsingsproces. Deze procesbeschrijvingen geven de procesmatige scheiding tussen de processen indicatiestelling en plaatsing weer. De plaatsing start na de afgifte van de indicatiestelling. Het procedurele deel van de plaatsing eindigt bij de afgifte van het plaatsingsbesluit. De uitvoerende organisatie stelt het plaatsingsbesluit op en geeft deze af. 166 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 167

85 Bijlage 5. Ketenprocessen indicatiestelling en plaatsing Forensische Zorg 168 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 169

86 Inleiding Indicatiestelling en plaatsing vormen de kern van de toeleiding van personen binnen justitieel kader naar forensische zorg. Binnen het programma Vernieuwing Forensische Zorg zijn ketenprocessen opgesteld, waarna deze in de praktijk zijn getest. Primair waren deze processen gericht op plaatsing, maar zijn onderdeel geworden van hetzelfde proces. De beschreven processen vormen de basis van de toeleiding naar zorg. Centraal staat hierbij dat de juiste patiënt op de juiste plek terecht komt. Achtergrond De indicatiestelling wordt opgesteld door de drie verschillende organisaties. De 3RO, het NIFP-IFZ en het GW zijn verantwoordelijk voor een indicatiestelling Forensische zorg. Deze indicatiestelling geeft de zorgbehoefte weer, in combinatie met het benodigde zorgniveau. De eindverantwoordelijkheid voor plaatsing in de Forensische zorg is belegd bij de Minister van Veiliigheid en Justitie. Met de inwerkingtreding van de Wet Forensische Zorg (WFZ) wordt dit bekrachtigd. DForZo heeft zowel de eindverantwoordelijkheid met betrekking tot sturing en beleid, als op het niveau van individuele plaatsingen. De plaatsing wordt uitgevoerd door dezelfde organisatie die ook de indicatie stelt, mits er sprake is van een duidelijke scheiding van taken en processen, zodat onafhankelijkheid wordt geboden. De drie reclasseringsorganisaties stellen de indicatiestelling en verzorgen de plaatsing voor de ambulante zorg en beschermd wonen, het NIFP/IFZ voor klinische behandeling (en BW vanuit intramurale setting) en het PMO voor de zorg aan gedetineerden. DForZo heeft hierbij een monitorings- en sturingsfunctie en kan in een individuele zaak ingrijpen of bijspringen. Door het plaatsingsproces bij de indicerende organisaties te beleggen, vindt de plaatsing in de regio plaats, dichtbij de patiënt en zijn of haar (zorg)netwerk. Van belang is dat plaatsingen zo efficiënt en doelmatig mogelijk worden uitgevoerd. Tijdigheid is hierin een belangrijk uitgangspunt. Het is nodig om duidelijkheid over de procesgang te hebben, zowel binnen als tussen de plaatsende organisaties en andere ketenpartners. Op hoofdlijnen moet duidelijk zijn welke activiteiten de verschillende ketenpartners uitvoeren, welke overdrachtsmomenten er zijn en welke informatie wordt uitgewisseld. Op basis van de ketenbeschrijvingen kunt u zien hoe het proces van indicatiestelling en plaatsing verloopt en wie verantwoordelijk is voor welke stap. De ketenbeschrijving dient als basis voor de procesbeschrijvingen, die binnen de individuele organisaties worden opgesteld. 170 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 171

87 Ketenbeschrijvingen De ketenbeschrijvingen vormen een schematische weergave van het hoofdproces van reguliere forensische plaatsingen. Het gaat nadrukkelijk niet om de plaatsing in TBS met dwangverpleging. Deze vorm van forensische zorg kent een heel eigen traject en plaatsingsprocedure 110. Onder de plaatsingen forensische zorg verstaan we hier de normale (primaire) plaatsingen naar een van de 22 forensische zorg titels 111 en bestaan uit plaatsingen naar: 1. klinische zorg 2. ambulant/beschermd wonen 3. klinisch zorg vanuit detentie 4. PPC vanuit detentie Uitzonderingen hierop zijn mogelijk maar zijn niet meegenomen in de uitwerking van deze ketenbeschrijvingen. Uitgangspunt is dat het reguliere ketenproces voldoende handvatten biedt om de juiste keuzes te maken indien uitzonderingssituaties zich voordoen. De ketenbeschrijvingen dienen oplossingen te geven voor de samenwerking in de keten en te verduidelijken wie voor een bepaald onderdeel verantwoordelijk is. Er zijn echter probleemsituaties die niet opgelost of uitgewerkt kunnen worden. Hiervoor geldt dat de ketenregisseur zoekt naar een passende oplossing, indien geboden. Uitgangspunten Indicatiestelling geschiedt op basis van onafhankelijkheid van het zorgaanbod. De indicatiestelling geeft de aard en duur van de zorg weer, in combinatie met het begeleiding- en/of beveiligingsniveau. Het beleidskader Plaatsing is de inhoudelijke leidraad bij de plaatsingen. Bij de plaatsing komt de indicatiestelling samen met de ingekochte, beschikbare zorg. De indicatiestelling en plaatsing zijn opgenomen in de ICT ondersteuning: Ifzo. De speerpunten van belang voor de processen zijn: 1. Een efficiënt en doelmatig plaatsingsproces, 2. De juiste patiënt op de juiste plek (vraaggestuurde zorg). Naast de speerpunten van het programma en het beleidskader Plaatsing, zijn de volgende aannames leidend geweest bij het opstellen van de ketenprocessen: 1. scheiding van indicatiestelling en plaatsing 2. geen plaatsing bij niet-gecontracteerde zorgaanbieder 3. contract moet voorzien in afspraken over zorgverlening voor specifieke doelgroep/problematiek 4. de zorgaanbieder heeft een opnameplicht 5. voortvarende aanpak behandeling Ad 1. Er mag geen vermenging zijn van zorgbehoefte en zorgaanbod. Daarom dient de indicatiestelling altijd eerst te worden vastgesteld alvorens wordt gekeken naar welke plaats er beschikbaar is. Ad 2. Plaatsing is uitsluitend mogelijk bij door DForZo gecontracteerde zorgaanbieders. Op dit moment is er nog geen landelijk dekkend zorgnetwerk, daarom behoren uitzonderingen vooralsnog tot de mogelijkheden. Ad 3. Zorgaanbieders hebben bij het afsluiten van het contract met DForZo beschreven welk type zorg zij bieden. Indien akkoord door DForZo geldt enkel opnameplicht voor afgesproken zorgaanbod. Ad 4. In de Wet Forensische Zorg is een opnameplicht voor zorgaanbieders vastgelegd. Deze opnameplicht dient als ultimum remedium. Indien de zorgaanbieder niet aan deze opnameplicht voldoet, kan een boete worden opgelegd. Ad 5. Verdachte/veroordeelde moet tijdig de juiste zorg ontvangen. Om tijdig de juiste zorg te kunnen ontvangen, dienen alle processen tot en met start zorg goed op elkaar aan te sluiten en efficiënt te worden ingericht, waarbij rekening moet worden gehouden met inhoudelijke overwegingen. Kaders bij de ketenprocessen In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de ketenprocessen, zoals deze later in document uitgewerkt zijn. In deze paragraaf wordt een onderscheid gemaakt tussen twee onderdelen: een inhoudelijke toelichting op de ketenprocessen en een toelichting op het strafproces binnen de ketenprocessen. Er zijn binnen de forensische zorg drie momenten waarop de zorgbehoefte van een verdachte/ veroordeelde aan het licht kan komen. Dit moment bepaaldt de route van indicatiestelling en plaatsing die gevolgd wordt. Een zorgbehoefte wordt ontdekt: a. via het plegen van een delict en de rechtsgang die daarna wordt opgestart; b. tijdens de detentie c. tijdens de periode van toezicht door de reclassering (vaak 2 jaar) 110 Behalve TBS proefverlof 111 Voor forenisische titels zie Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 173

88 Ad a) voor die gevallen gelden de processen zoals hierna geschetst binnen het strafproces. Dit betreft de plaatsingen klinisch en ambulant & beschermd wonen. Ad b) voor die gevallen tijdens de detentie, waaronder ook de voorlopige hechtenis detentie is, gelden de plaatsingen klinisch en PPC vanuit detentie. Ad c) voor die gevallen gelden dezelfde processen als onder a. Het strafproces/ FZ als voorwaardelijke sanctie Via het plegen van een delict wordt de rechtsgang opgestart. De verdachte/veroordeelde komt dan terecht in de keten van het strafproces. Indicatiestelling en plaatsing fz vormt hier een onderdeel van. Om de positie van het vonnis en het belang van het strafproces in de keten te verduidelijken, wordt in deze paragraaf een toelichting gegeven. De uitgangspunten en afspraken binnen het strafproces zijn leidend. Zorgbehoefte verdachte/v 1. Onderzoek 2. Indicatiestelling 3. Uitvoerbaarheidstoets 5. Plaatsing 6. Zorgverlening Aansluiting 4.Besluit reguliere zorg plaatsing OM of ZM 1. Onderzoek door de reclassering gebeurt op verzoek van de Officier van Justitie (OvJ) of de rechtercommissaris (RC). Hiermee start het advies traject van de reclassering. Als uit het onderzoek van de reclassering en/of de door OM/RC aangevraagde PJ rapportage blijkt dat verdachte/veroordeelde zorg nodig heeft, wordt doorverwezen voor (klinische) indicatiestelling. 2. Indicatiestelling beschrijft de zorgbehoefte en beveiligingsnoodzaak van de verdachte/veroordeelde. De indicatie voor ambulante zorg en beschermd wonen wordt gesteld door de reclassering. Voor indicatiestelling voor klinische zorg en ook voor beschermd wonen vanuit een intramurale setting verwijst de reclassering door naar het NIFP/IFZ. 3. Na de indicatiestelling wordt het plaatsingsproces gestart. De reclassering adviseert het OM en de rechter (incl. RC of raadkamer) over de benodigde zorg van verdachte/veroordeelde. Voor tbs met voorwaarden moet niet alleen de aard en de duur van de behandeling vaststaan, maar is ook overeenstemming over de voorwaarden tussen verdachte, reclassering en zorgaanbieder noodzakelijk. Voor de overige voorwaardelijke titels is de aard en de ingeschatte duur van de zorg noodzakelijk. De rechter zal willen weten of plaatsing gegarandeerd is. Het is daarmee van belang dat de reclassering danwel NIFP/IFZ (bij alle klinische zorg) kan garanderen dat verdachte/veroordeelde binnen een bepaalde tijd behandeld kan worden bij een passende voorziening Zie bijlage 2: normen intake en opname 4. Tijdens de terechtzitting wordt het advies van de reclassering besproken waarin het advies uit de indicatiestelling is opgenomen, danwel de integrale indicatiestelling. Op grond van de wet voorwaardelijke veroordeling/vi wijst de rechter een vonnis (of arrest) waarin wordt aangegeven of het klinische zorg, ambulant en/of beschermd wonen betreft 113. Een nadere invulling van de specifieke zorglocatie is niet nodig op grond van de wet voorwaardelijke veroordeling/vi (niet zijnde TBS met voorwaarden), maar de rechter zal bij een klinische opname wel de aard en de duur van de opname willen bepalen (zie ook het huidige art. 14 c lid 2 Sr. en jurisprudentie HR). De plaatser is verantwoordelijk voor het op tijd laten starten van de benodigde zorg. De rechter moet er dus op kunnen vertrouwen dat zorg passend is en tijdig wordt uitgevoerd 114. Het NIFP/IFZ of de reclassering dienen dus aansluitend aan de uitspraak de best passende zorg te hebben geregeld, of overbruggingszorg, conform de termijnen van het plaatsingsbeleid. Indien de rechter zorg oplegt aan de verdachte/veroordeelde, zorgt de plaatsende organisatie voor tijdige en juiste afwikkeling van de plaatsing conform het vonnis. De reclassering heeft bij elke voorwaardelijke sanctie de toezichtstaak uit te voeren (als de rechter de reclassering dit heeft opgedragen), ook als het klinische zorg betreft. Als de reclassering vindt dat de zorgvoorwaarden moeten worden gewijzigd vraagt zij het OM, een vordering wijziging van de voorwaarden in te dienen bij de rechter (huidig artikel 14 f Sr). Daarnaast is het mogelijk, als de zorgbehoefte past in de beslissing van de rechter, dat het NIFP/IFZ of reclassering de indicatie stelt en verdachte/veroordeelde in zorg zelf plaatst. Bij klinische zorg is dat niet mogelijk; dat zal altijd via de rechter moeten gaan (art. 14 c lid 2 Sr.). Indien de reclassering vermoedt dat kortdurende klinische opname gedurende het toezicht of de ambulante behandeling noodzakelijk kan zijn, neemt zij dit onderbouwt al mee in het advies. Dit geldt vaak bij verslavingsproblematiek, maar kan ook voor andere stoornissen gelden. Het is aan de rechter om de klinische behandeling op te leggen, waarin de omstandigheden van het geval zodanig nader zijn gespecificeerd, dat duidelijk is wanneer het ingeroepen kan worden. 5. Nadat de uitspraak onherroepelijk is 115, kan het plaatsingsbesluit worden genomen. Het kan zijn dat dit plaatsingsbesluit anders is dan in de indicatiestelling aangegeven, indien de rechter de indicatiestelling niet (volledig) heeft overgenomen. 6. Na de plaatsing start de zorg bij een instelling. Dit is door Justitie gefinancierde zorg. Bij het toezicht, dient er terugkoppeling of overleg met de reclassering te zijn over het opvolgen van de voorwaarden. 7. Als de strafrechtelijke titel ten einde is, kan de (ex-)veroordeelde patiënt nog steeds zorgbehoevend zijn. Het is mogelijk om de behandeling voort te zetten onder civielrechtelijke machtiging (wetsvoorstel tot wijziging BOPZ dat gelijktijdig in werking moet treden) of op basis van vrijwilligheid. 113 Bouwstenen voor de voorwaardelijke sancties zijn opgenomen in de adviesteksten van de Reclassering 114 Indien er toch een specifieke locatie wordt opgenomen in het vonnis, wordt gevraagd daarbij op te nemen of een soortgelijke instelling. Hiermee worden de plaatsingsmogelijkheden verruimd. 115 Tenzij uitvoerbaar bij voorraad 174 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 175

89 De behandeling valt dan niet langer onder de door Veiligheid en Justitie gefinancierde zorg. Plaatsing vanuit detentie Tijdens voorlopige hechtenis of detentie kan iemand een zorgbehoefte ontwikkelen of uit deze zich. Het GW heeft screeningsinstrumenten om een zorgbehoefte te ontdekken. Ten aanzien van de behandeling is de afspraak dat iemand in/door de GGZ wordt behandeld, tenzij er contra-indicaties zijn voor (uit-) plaatsing in de GGZ 116. Indicatiestelling voor zorg vanuit (of beter gezegd tijdens) detentie wordt gedaan door het PMO van een Penitentiaire Inrichting (PI), het PPC (MDO of PMO) of het NIFP/IFZ. Indien klinische zorg nodig is, dan indiceert en plaatst het NIFP/IFZ in de forensische zorg na verwijzing van het PMO. Bureau Selectie Functionaris (BSF) bij DJI beoordeelt op basis van een risico taxatie of een gedetineerde ook daadwerkelijk buiten het GW geplaatst mag worden. Indien een PPC plaats nodig is, dan plaatst het BSF op basis van de indicatiestelling van het PMO van een PI. Er geldt dan geen extra toets. Ook voor deze processen geldt dat niet voor alle forensische titels een vonnis nodig is om de plaatsing uit te voeren. Er is dan een juridisch kader, bv art 15.5 of 43.3 Pbw op basis waarvan de forensische zorg wordt mogelijk gemaakt. Zie verder de specificaties tav de plaatsing bij Inhoudelijke toelichting op de ketenprocessen Hieronder wordt een toelichting gegeven op de keten beschrijvingen. Doorlooptijden Doorlooptijden zijn in grote mate afhankelijk van de fase van het strafproces of de datum van voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het is zaak dat de termijnen bekend zijn bij de verwijzende instantie, zodat tijdig het proces van indicatiestelling en plaatsing wordt aangevangen. Termijnen in de GGZ zijn beschreven aan de hand van zogenaamde treeknormen. Deze treeknormen behelzen voor forensische zorg, té lange termijnen. Forensische zorg wordt opgelegd voor het verhogen van de (maatschappelijke) veiligheid. Om deze reden dient verdachte/veroordeelde zo spoedig mogelijk geplaatst te worden en in ieder geval binnen de termijnen van de sanctie. Bij het plaatsingsbeleid is een normenkader opgesteld waarbij termijnen zijn gesteld voor de verschillende titels. Normen en/of kaders: - Strafproces 117 : Aanleveren advies (dit bevat: advies, indicatie en plaatsing) dient volgens het strafprocesreglement 4 weken vóór zitting bij de politierechter plaats te vinden en 5 weken voor de zitting bij de meervoudige kamer. De aanvraag tot advies wordt 10 tot 11 weken vóór zitting 116 Bv. gezien de duur van het strafrestant of de mate van beveiliging van de maatschappij. 117 Zie ook aanwijzing van het OM tav Justitiele Voorwaarden gedaan. Dit betekent dat er 6 weken zijn tussen adviesaanvraag en adviesaanlevering. Voor een OM-afdoening heeft de reclassering 2 weken voor het opstellen van haar advies. 118 Klinisch: - Voor klinische indicatiestelling en voorbereiding van de plaatsing wordt bij het NIFP/IFZ 15 werkdagen gehanteerd vanaf het moment dat een dossier compleet is. - Uitgangspunt bij tijdigheid is aansluitende plaatsing vanuit detentie/voorlopige hechtenis of na vonnis (bijzondere voorwaarden). Mocht directe plaatsing niet mogelijk zijn dan moet de patiënt binnen een bepaalde maximale periode geplaatst kunnen worden (maximale wachttijd). Tot die tijd blijft een persoon in detentie. - Norm intake/opname: De intake vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar er is uiterlijk binnen 15 werkdagen een intake uitgevoerd en duidelijkheid over de verwachte opnamedatum. Deze moet liggen binnen 15 tot 20 werkdagen later (afhankelijk per titel). Ambulant/BW: - De doorlooptijden van het strafproces zijn bepalend voor de gehanteerde termijnen bij de reclassering. - De uitvoering vindt direct aansluitend op een onherroepelijk vonnis plaats. - De indicatiestelling in Ifzo sluit meteen aan op het adviesproces van de reclassering. Een indicatiestelling kan afhankelijk zijn van verdiepingsdiagnostiek of het PJ rapport. Deze dient tevoren bij de reclassering te worden aangeleverd. - Norm intake/opname: Voor beschermd wonen geldt een intake binnen 10 werkdagen vanaf datum indicatiestelling waarin duidelijkheid moet worden geboden over opname en per wanneer. Opname 15 tot 20 werkdagen later (afhankelijk van titel). Aan de hand van uitkomst opnamedatum moet overbruggingszorg al dan niet geregeld worden. Voor ambulante zorg wordt ervan uitgegaan dat binnen twee weken een eerste gesprek heeft plaatsgevonden. Vanuit detentie: - Het NIFP/IFZ hanteert een norm van 5 werkdagen voor een klinische indicatiestelling vanaf het moment dat een dossier compleet is. Voor de intake en opname gelden de normen van het beleidskader Plaatsing. - Een plaatsing in PPC gaat snel en wordt intern DJI vaak binnen een aantal dagen verzorgd. Voor plaatsing van PPC naar klinische zorg gelden de NIFP/IFZ termijnen. - Binnen detentie gelden voor de verschillende titels verschillende termijnen. De mate van acuutheid of hoeveelheid strafrestant is meestal leidend voor de te hanteren termijnen voor verwijzing naar NIFP/IFZ voor klinische zorg. 118 Onderscheid tussen politierechterzitting (PR) en meervoudige kamer (MK): PR: Het OM dient het dossier compleet bij politierechterzitting drie weken vóór zittingsdatum aan te leveren. Het OM wil het advies van de reclassering vier weken voor zittingsdatum ontvangen. Het OM dient 10 weken voor de zittingsdatum advies aan te vragen. Er is bij PR-zitting dus 6 weken voor het uitbrengen van advies. MK:Het OM vraagt 11 weken voor de zitting advies aan. Het complete dossier dient de rechtbank uiterlijk vier weken vóór zitting te ontvangen. Het OM wil het advies dus vijf weken voor de zitting ontvangen om het dossier compleet te kunnen maken. Dat betekent dat er bij MK zittingen ook zes weken is voor eht leveren van advies. NB de OM Aanwijzing (concept) vermeldt dat de reclassering altijd minimaal zes weken de tijd moet hebben voor het uitbrengen van advies. 176 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 177

90 Crisisplaatsing en vervolgplaatsing De ketenprocessen zijn gebaseerd op de situaties waarbij het gaat om een primaire plaatsing. Crisisplaatsingen en vervolgplaatsingen zijn hierbij niet meegenomen. Voor de crisisplaatsing gelden de volgende afspraken. Het is voor alle partijen helder wanneer is sprake is van crisis. Een verdachte/veroordeelde is bijvoorbeeld psychotisch en niet meer te hanteren. Wanneer sprake is van een crisissituatie is opname binnen 48 uur vrijwel altijd mogelijk. De indicatie wordt zeer verkort opgesteld en pas later volledig gemaakt. Het kan zijn dat een persoon dan wordt doorgeplaatst als hij/zij is gestabiliseerd. Een herindicatie wordt aangevraagd indien de zorgvraag wijzigt. Er zijn twee situaties: 1. Als een justitiabele vanuit een klinisch verblijf in een GGz-instelling naar beschermd wonen gaat. Het NIFP/IFZ is in deze situatie verantwoordelijk voor de (her)indicatiestelling. 2. Als tijdens het zorgtraject een hoger beveiligingsniveau nodig wordt geacht. Een vervolgplaatsing kan binnen dezelfde instelling plaats vinden als de zorgvraag door dezelfde instelling kan worden verzorgd. Indien een patiënt ernstig en/of acuut onhandelbaar wordt en/of sprake is van een crisis, wordt via het Forensisch Plaatsingsloket een snelle oplossing geboden 119. Zij plaatst een patiënt snel op een zwaardere plek. Het vonnis van de rechter In het plaatsingsproces is getracht het vonnis van de rechter een vaste plaats te geven. Hiervoor zijn de situaties en omstandigheden van het geval te divers. De forensische zorg kan of 1) onderdeel zijn van het vonnis, of 2) tijdens de schorsing VH met voorwaarden of voorgenomen indicatiestelling zorg starten of 3) de forensische zorg wordt na het vonnis geïndiceerd. We spreken daarom van forensische zorg als er sprake is van een van de 22 forensische titels (zie bijlage 6.2 met clustering van titels plus daarbij de voorgenomen indicatiestelling) Vóór het vonnis van de rechter kan al gestart worden met plaatsende activiteiten, om het proces zo snel en efficiënt mogelijk te maken. Dat betekent dat contacten met een beoogde zorgaanbieder en intakegesprekken al starten voor de rechterlijke uitspraak. Voor klinische zorg wordt in principe voor de rechtszitting de intake afgenomen. Hiermee krijgt de rechter ook zicht op de uitvoerbaarheid van de zorg. Het afgeven van de plaatsingsbeslissing en de start zorg kan echter pas nadat de rechter het vonnis heeft gewezen en dit vonnis onherroepelijk is of uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De ketenbeschrijvingen In deze paragraaf zijn de uitwerkingen van de ketenbeschrijvingen opgenomen. Uit de werksessies zijn vier verschillende hoofdprocessen van indicatiestelling en plaatsing fz opgesteld. 4 processen: Plaatsing klinische zorg (GGZ) Plaatsing ambulant/beschermd wonen Plaatsing klinische zorg (GGZ) vanuit detentie Plaatsing PPC vanuit detentie Deze omvatten de reguliere plaatsingen, waarbij de plaatsing in forensische zorg meestal onderdeel is van het vonnis 120. Er is voor gekozen om het reguliere proces te beschrijven en niet de crisisplaatsing. Bij een crisisplaatsing worden de onderdelen van het plaatsingsproces uitgevoerd in een andere volgorde. Hierover bestaan afspraken tussen de verschillende partijen. De processen dienen aan te geven welke organisatie waarvoor verantwoordelijk is, maar bieden geen uitgewerkte organisatie interne processen. De hoofdprocessen zijn in swimming lanes uiteengezet. Deze swimming lanes geven weer welke partijen op welk moment in het plaatsingsproces acteren. De swimming lanes zijn bijgevoegd in de bijlage 1. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting en toelichting gegeven op de verschillende hoofdprocessen. Hoofdproces plaatsing klinische zorg Vonnis verwijzing Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Voorbereiden plaatsing Intake (optioneel) Plaatsing Start (bekostiging) zorg verwijzing Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Voorbereiden plaatsing Intake (optioneel) Plaatsing Start (bekostiging) zorg = PMO = BSD = PPC = NIFP-IFZ = BSF = OM = 3RO = Zorgaanbieder = DForZo 119 Zie paragraaf Uitzonderingen hierop zijn: schorsing VH onder voorwaarden, sepot onder voorwaarden, voorgenomen indicatiestelling (ambulante zorg) en art 15.5 (opname in psychiatrisch ziekenhuis). 178 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 179

91 In bovenstaande afbeelding is het hoofdproces plaatsing klinische zorg weergegeven. In de eerste afbeelding het hoofdproces weergegeven, de tweede afbeelding geeft aan welke partijen een rol spelen in de verschillende processtappen. Bovenaan is het vonnis als uiterlijk moment in het proces weergegeven, maar kan ook al eerder zijn geweest. Zoals eerder gezegd is de rechterlijke uitspraak niet leidend, maar of er een justitieel kader is voor forensische zorg. In het hoofdproces naar klinische zorg zijn de belangrijkste partijen het NIFP/IFZ, de drie reclasseringsorganisaties en de zorgaanbieder. De 3RO vraagt een indicatiestelling bij NIFP/IFZ aan wanneer klinische zorg of beschermd wonen vanuit intramurale setting op grond van hun deskundig oordeel gewenst is. Het NIFP/IFZ indiceert en bereidt de plaatsing voor. De zorgaanbieder voert een intake uit (indien zorgaanbieder dit wenst). Hierbij is wel afstemming tussen het NIFP/IFZ en de 3RO als adviseur. Bij de intake is daarmee de 3RO betrokken, soms zelfs door bij betreffende intake aanwezig te zijn. De vorm van de intake kan variëren van het bestuderen van het dossier van de verdachte/ veroordeelden tot het voeren van een kennismakingsgesprek. Als duidelijk is wanneer iemand in zorg kan worden opgenomen, meestal na het onherroepelijk zijn van het vonnis, wordt het plaatsingsbesluit afgegeven door het NIFP/IFZ en kan de zorg starten op het afgesproken moment. Verbijzonderde procedures 1. Een versnelde indicatie en zorginhoudelijke plaatsing ten behoeve van een opname korter dan drie maanden ten behoeve van detox, stabilisatie, observatie en diagnostiek. Een versnelde indicatiestelling en plaatsing impliceert in dit geval dat deze aan moeten sluiten op het strafproces (ingeval van supersnelrecht of schorsing varieert dit van een paar uur tot 3 dagen) of veranderende omstandigheden van de cliënt tijdens een toezicht. Het NIFP/IFZ stelt de indicatie hiervoor op. De geldigheid van een indicatiestelling voor een opname < 3 maanden ten behoeve van detox, stabilisatie, observatie en diagnostiek betreft 6 maanden. Binnen deze zes maanden zijn meerdere plaatsingen voor opnames < 3 maanden mogelijk. De reclassering dient tijdens het advies proces al een inschatting te maken of een kortdurende opname tijdens de behandeling noodzakelijk kan zijn. De reclassering adviseert de rechter om deze bij de veroordeling op te nemen als voorwaarde. Indien dat is gedaan kan tijdens het toezicht een klinische indicatiestelling worden aangevraagd indien daar aanleiding toe is. Dat geldt doorgaans voor terugval in middelengebruik of noodzakelijke time out. Indien dit niet nodig is binnen de kaders van Forensische zorg kan via AWBZ zorg worden verleend. Als er geen opname is opgelegd en er is toch forensische zorg nodig, kan een omzetting worden aangevraagd, via de OvJ, aan de rechter Voor een overplaatsing vanaf een intramuraal verblijf naar beschermd wonen, stelt het NIFP/IFZ tevens een indicatie op en plaatst vervolgens. Hoofdproces ambulante zorg en beschermd wonen verwijzing verwijzing Stellen indicatie Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Matchen justiabele zorgaanbieder Voor ambulante zorg en beschermd wonen geldt hetzelfde hoofdproces als voor de klinische zorg. In de eerste afbeelding het hoofdproces plaatsing weergegeven, de tweede afbeelding geeft aan welke partijen een rol spelen in de verschillende processtappen. Ook hierbij geldt dat het vonnis in veel gevallen al eerder uitgesproken kan worden, maar uiterlijk voor definitieve plaatsing dient te zijn geweest. Bijzondere procedure: De voorgenomen indicatiestelling is niet een strafrechtelijke titel, maar een bekostigingsgrondslag op basis waarvan de 3RO in uitzonderlijke gevallen kan indiceren voor zorg, wanneer er nog geen sprake is van een van de strafrechtelijke titels. Hierbij is geen uitspraak van een juridische autoriteit nodig. Hoofdproces Plaatsing vanuit Detentie Voorbereiden plaatsing Voorbereiden plaatsing = PMO = BSD = PPC = NIFP-IFZ = BSF = OM = 3RO = Zorgaanbieder = DForZo Intake (optioneel) Intake (optioneel) De ambulante en BW plaatsingen tijdens detentie zijn niet meegenomen, daar die via een ander project verder vorm krijgen. Op enig moment zullen deze samen komen met deze procesbeschrijvingen. Vonnis Plaatsing Plaatsing Start (bekostiging) zorg Start (bekostiging) zorg PPC plaatsing verwijzing Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Voorbereiden plaatsing Plaatsing Start (bekostiging) zorg = PMO = BSD = PPC 121 Zie pagina 5 = NIFP-IFZ = BSF = OM = 3RO = Zorgaanbieder = DForZo 180 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 181

92 GGZ plaatsing verwijzing Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Voorbereiden plaatsing = PMO = BSD = PPC = NIFP-IFZ = BSF = OM = 3RO = Zorgaanbieder = DForZo Intake (optioneel) Voor het hoofdproces vanuit detentie geldt ook hier dat het gaat om het reguliere proces en niet de crisisplaatsingen of eventuele andere uitzonderingen. Er is bij dit proces bewust de rechterlijke uitspraak niet opgenomen in het schema. Vaak is er enige tijd geleden een vonnis gewezen, maar het kan ook gelden voor voorlopige hechtenis of een voorwaardelijke invrijheidstelling. Bij de plaatsingen tijdens detentie worden twee processen geschetst: plaatsing naar de GGZ en plaatsing naar het PPC. Het uitgangspunt is plaatsing in de GGZ, tenzij. Op basis van deze behoefte stelt het NIFP/IFZ de indicatiestelling op en zoekt naar een geschikte plek. Het besluit of de gedetineerde al dan niet naar de GGZ te plaatsen, is thans belegd bij het BSF. Hierbij wordt specifiek besloten of bedoelde verdachte/veroordeelde wel naar buiten kan, gezien de beveiliging van de maatschappij en of het past binnen de bevoegdheid voor de ten uitvoerlegging van de sanctie. Een groot verschil met andere plaatsingen is dat de directeur van de PI zélf verantwoordelijk blijft voor de gedetineerden, ook als diegene zich in de GGZ bevindt. Dat heeft vooral consequenties voor de vrijheden tijdens de behandeling, of wanneer iemand zich niet houdt aan de voorwaarden. Terugkoppeling over de uitvoering van de behandeling dient de zorgaanbieder aan de PI met regelmaat te geven. In geval van incidenten dient de zorgaanbieder direct contact op te nemen met de PI over al dan niet voortzetten van de behandeling. In geval van toezicht door de 3RO122 op een patiënt in de GGZ dient de zorgaanbieder met de reclassering contact te houden over het verloop van de behandeling. Plaatsing Start (bekostiging) zorg Forensisch Plaatsingsloket De directie Forensische Zorg (DForZo) is eindverantwoordelijk voor de plaatsingen in de forensische zorg. Daarmee is zij de partij binnen de keten waarnaar geëscaleerd kan worden indien een plaatsing niet op een juiste manier tot stand komt. Dat kan omdat er knelpunten kunnen ontstaan tussen de partijen tijdens het proces waar zij zelf niet uitkomen. DForZo heeft binnen het stelsel de doorzettingsmacht om dit op te lossen. Hiertoe heeft zij een zorgloket ingericht: het Forensisch Plaatsingsloket. Het Forensisch Plaatsingsloket is er als dagelijks aanspreekpunt voor de ketenpartners om samen een knelpunt in het plaatsingsproces op te lossen. Voorbeelden van typen knelpunten op casusniveau: Weigering/lange wachttijden zorgaanbieder Niet-gecontracteerde zorg Indicatiestelling en vordering/vonnis komen niet overeen (bijv. voorwaardelijke beëindiging TBS) Niet plaatsbaar binnen beleidskader In crisissituatie waarin snel geplaatst moet worden Samen met de indicerende ketenpartners is afgesproken wanneer en hoe geëscaleerd wordt. Met zorgaanbieders wordt nadere invulling van de afspraken in 2012 gedaan. verwijzing Stellen indicatie Matchen justiabele zorgaanbieder Voorbereiden Directie Forensische Zorg Vonnis Intake (optioneel) Plaatsing Start (bekostiging) zorg In de swimming lanes is de nieuwe wenselijke situatie opgenomen. Precieze uitwerking en implementatie dient hierover nog plaats te vinden. Stagnatie tijdens het plaatsingsproces Afwijzing door zorgaanbieder Als een zorgaanbieder een patiënt om gegronde redenen niet opneemt, of kan opnemen, zorgt het NIFP/IFZ voor een andere aanbieder of second best plaatsing (bij tweede voorkeur). Indien de plaats te laat beschikbaar komt, maar wel meest gewenst is, wordt overbruggingszorg geregeld door de indicerende instantie. 122 Bv bij PP of 43.3 binnen TR 182 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 183

93 Bijlage 1 Swimming lanes Aparte bijlage bij ketenprocessen. Zie Bijlage 2 normen klinische plaatsingen Start looptijd vanaf aanvraag zorgaanbod, tenzij sneller ivm strafproces. Dan worden aparte afspraken voor mogelijke versnelling gemaakt. Cluster 1 Beoordelingswachttijd /intake Max wachttijd start Intramurale behandeling/ plaatsing1 Toelichting: Artikel 15.5 Pbw: Opname in psychiatrisch ziekenhuis Crisis: 24 uur Telefonische afstemming 48 uur Afgifte verkorte indicatiestelling door coördinator IFZ t.b.v. BSD/BSF i.v.m. afgifte beschikkingsbesluit Alleen intake indien casus onduidelijkheid oproept. 20 werkdagen Artikel 43.3 Pbw 20 werkdagen 40 werkdagen Binnen 3 wkn geïndiceerd. Max 1 jaar strafrestant Artikel 37 WvSr Overplaatsing uit GW wegens detentiefasering Ontoerekeningsvatbaar-heid Alleen intake indien casus onduidelijkheid oproept. Vanaf datum onherroepelijk: - reguliere GGZ: 30 werkdagen - FPA: 40 werkdagen - FPK: 45 werkdagen De opname dient binnen 3 maanden te zijn gerealiseerd Executie officier kan overgaan tot afgifte Bevel tot plaatsing Artikel 38m WvSr ISD maatregel 20 werkdagen 40 werkdagen Binnen 3 wkn geïndiceerd. Artikel 15 lid 2 Pbw Penitentiair programma met zorg De Reclassering komt binnen 30 werkdagen met een plan. (datum staat vast) Termijnen zijn gesteld, onderdeel van de straf Intern GW Interne overplaatsing op zorgafdeling in het gevangeniswezen 3 werkdagen 5 werkdagen Afhankelijk van beschikbare plaatsen Intern GW Poliklinische verrichtingen door GGZ in het gevangeniswezen 1 week Minst urgent Is inclusief intaketijd, dus niet cumulatief 184 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 185

94 Cluster 2 Cluster 4 Artikel 80.1 WvSv Art 167/244 EvSr Artikel 14 c lid 2 WvSr Schorsing met voorwaarden Sepot met voorwaarden Voorwaardelijke veroordeling 15 werkdagen 35 werkdagen Opname datum moet bekend zijn, in verband met schorsingszitting 15 werkdagen 35 werkdagen Idem, versnelde procedure 15 werkdagen 35 werkdagen Artikel 13 Bvt Artikel 257a WvSr Artikel 196/317 WvSv Plaatsing ter observatie Aanwijzing OMafdoening Plaatsing t.b.v. pro-justitia rapportage Nvt. Verwijsbrief in OM advies, voor vonnis Artikel 15a WvSr Voorw. invrijheidstelling (VI) + bijz. voorwaarden 15 werkdagen 35 werkdagen Aansluitend op detentie Versie 03/s.roosjen/j. van Breukelen/bewerkt VFZ Artikel 38a WvSr TBS met voorwaarden 20 werkdagen 30 werkdagen Uitspraak + (prognose) datum opname Artikel 38p WvS ISD met voorwaarden 15 werkdagen 35 werkdagen Artikel 38g WvSr Artikel 13 Gratiewet Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege Voorwaardelijke gratieverlening 15 werkdagen 35 werkdagen Komt zeer weinig voor Cluster 3 Artikel 37a WvSr TBS met dwangverpleging 30 werkdagen Aansluitend aan detentie Artikel 14 Bvt Overplaatsing vanuit TBS-kliniek 20 werkdagen In overleg met kliniek waar betrokkene in behandeling is (verwijzende en ontvangende zorgaanbieder) Artikel 51 Bvt TBS met proefverlof 20 werkdagen 35 werkdagen 186 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 187

95 188 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 189

96 Dit is een uitgave van: Ministerie van Veiligheid en Justitie Postbus eh Den Haag Februari 2012 Publicatienr: j-12914

Uitvoeringsprotocol Forensische Zorg 2011

Uitvoeringsprotocol Forensische Zorg 2011 Uitvoeringsprotocol Forensische Zorg 2011 Praktische handreiking werkwijze 2011 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 3 Inleiding 7 Leeswijzer 9 Hoofdstuk 1. Forensische zorg 13 1.1 Wat is forensische zorg? 14

Nadere informatie

Handboek. Forensische Zorg

Handboek. Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg Editie 2, september 2013 Inhoudsopgave 1 Forensische zorg 10 1.1 Wat is forensische zorg? 11 1.2 Afbakening forensische zorg 13 1.3 Juridisch kader 14 2 Ketenprocessen forensische

Nadere informatie

Handboek. Forensische Zorg

Handboek. Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg Editie 2, september 2013 Inhoudsopgave 1 Forensische zorg 10 1.1 Wat is forensische zorg? 11 1.2 Afbakening forensische zorg 13 1.3 Juridisch kader 14 2 Ketenprocessen forensische

Nadere informatie

Handboek. Forensische Zorg

Handboek. Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg 2 Handboek Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg Handboek Forensiche Zorg 3 Inhoudsopgave 4 Handboek Forensische Zorg Deel 1 Hoofdstuk 1. Forensische Zorg 13 Hoofdstuk 2.

Nadere informatie

Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ

Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ Staat uw vraag er niet bij of heeft u aanvullende vragen? Neem dan contact met ons op. 1. Wie kan een indicatie aanvragen bij NIFP/IFZ? - De 3 Reclasseringsorganisaties

Nadere informatie

De forensische zorgketen

De forensische zorgketen De forensische zorgketen Inkoop, Indicatiestelling, Plaatsing en Financiering 17 juni 2019 Forensische Zorg Forensische zorg is: geestelijke gezondheids-, verslavings- en verstandelijk gehandicaptenzorg

Nadere informatie

Aan: Zorgaanbieders DB(B)C Afzender: Projectorganisatie DB(B)C

Aan: Zorgaanbieders DB(B)C Afzender: Projectorganisatie DB(B)C Aan: Zorgaanbieders DB(B)C Afzender: Projectorganisatie DB(B)C Betreft: Wijzigingen Spelregels DB(B)C per 1 nuari 2011 Datum: 17 augustus 2010 1. Inleiding De Spelregels DB(B)C-registratie voor de forensische

Nadere informatie

Beleidskader Plaatsing TBS dwang

Beleidskader Plaatsing TBS dwang Beleidskader Plaatsing TBS dwang mei 2016 COLOFON Afzendgegevens Divisie Individuele Zaken Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 30132 2500 GC Den Haag T 088 07 25496 Auteur Peter Oosterom Vastgesteld

Nadere informatie

Handboek. Forensische Zorg

Handboek. Forensische Zorg Handboek Forensische Zorg Editie 3, augustus 2016 Inhoudsopgave 2 Inhoudsopgave 1 Forensische zorg 7 1.1 Wat is forensische zorg? 8 1.2 Afbakening forensische zorg 10 1.3 Juridisch kader 11 2 Ketenprocessen

Nadere informatie

De vernieuwing van de forensische zorg in een strafrechtelijk kader Uitgangspunten, uitwerking en invoering

De vernieuwing van de forensische zorg in een strafrechtelijk kader Uitgangspunten, uitwerking en invoering De vernieuwing van de forensische zorg in een strafrechtelijk kader Uitgangspunten, uitwerking en invoering 1. Inleiding Dit document bevat in de eerste plaats een beschrijving van de wijze waarop de forensische

Nadere informatie

DEEL I PRESENTATIE Marktconsultatie forensische zorg 8 juni 2017

DEEL I PRESENTATIE Marktconsultatie forensische zorg 8 juni 2017 DEEL I PRESENTATIE Marktconsultatie Forensische zorg Vergroten van de bekendheid met forensische zorg onder gemeenten 8 juni 2017 Agenda bijeenkomst 13.30 13.45 Introductie en kennismaking 13.45 14.00

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

BIJLAGE E Definitielijst

BIJLAGE E Definitielijst BIJLAGE E Definitielijst Ter aanvulling op of in afwijking van de begrippen vermeld in de ARVODI (bijlage A), worden de belangrijkste begrippen uit de aanbesteding Forensische Zorg 2018 hieronder toegelicht.

Nadere informatie

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek September 2009 Inspectie voor de Sanctietoepassing

Nadere informatie

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Inleiding Deze factsheet heeft betrekking op de uitvoering van het jeugdstrafrecht na de invoering

Nadere informatie

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. De uitvoering van het jeugdstrafrecht. Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet Inleiding Dit memo heeft betrekking op de uitvoering van het jeugdstrafrecht na de invoering

Nadere informatie

Datum 27 juni 2016 Onderwerp Aanbieding onderzoeksrapport over forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen

Datum 27 juni 2016 Onderwerp Aanbieding onderzoeksrapport over forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland. informatie voor verwijzers

Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland. informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland Informatie voor verwijzers Forensisch Beschermd Wonen Het Hoogeland biedt in een open setting

Nadere informatie

Wet forensische zorg vanaf

Wet forensische zorg vanaf Bij verdachten en veroordeelden kan sprake zijn van psychische aandoeningen en meervoudige problematiek. Door goede zorg te bieden als onderdeel van de sanctie wil het kabinet herhaling van strafbare feiten

Nadere informatie

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft met inachtneming van de paragrafen 4.2 en 4.4 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft met inachtneming van de paragrafen 4.2 en 4.4 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), TARIEFBESCHIKKING FORENSISCHE ZORG Kenmerk Datum vaststelling Datum inwerkingtreding 24 november 2017 1 januari 2018 Volgnr. Geldig tot en met 01 31 december 2018 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft

Nadere informatie

AANWIJZING CONTROLEPROTOCOL PRODUCTIEVERANTWOORDINGEN FORENSISCHE ZORG 2011

AANWIJZING CONTROLEPROTOCOL PRODUCTIEVERANTWOORDINGEN FORENSISCHE ZORG 2011 1 AANWIJZING CONTROLEPROTOCOL PRODUCTIEVERANTWOORDINGEN FORENSISCHE ZORG 2011 Inhoud 1. Algemeen 2. Inhoud van het accountantsonderzoek 3. Controleverklaring 4. Forensische Zorgtitels (Strafrechtelijke

Nadere informatie

Marktscan en Beleidsbrief Forensische zorg in strafrechtelijk kader 2013

Marktscan en Beleidsbrief Forensische zorg in strafrechtelijk kader 2013 Marktscan en Beleidsbrief Forensische zorg in strafrechtelijk kader 2013 Weergave van de markt 2009-2012 september 2013 Inhoud Vooraf 5 Managementsamenvatting 7 1. Inleiding 13 1.1 Aanleiding 13 1.2 Totstandkoming

Nadere informatie

Forensische-zorgwijzer

Forensische-zorgwijzer Forensische-zorgwijzer Klinische zorg Verblijfszorg Ambulante zorg Stapelzorg Vrijheidsbenemende of vrijheidsbeperkende maatregelen. Geen vrijheidsbeperkende maatregelen. Verblijf, begeleiding en bescherming.

Nadere informatie

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft met inachtneming van de paragrafen 4.2 en 4.4 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

De Nederlandse Zorgautoriteit heeft met inachtneming van de paragrafen 4.2 en 4.4 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), TARIEFBESCHIKKING FORENSISCHE ZORG Kenmerk Datum vaststelling Datum inwerkingtreding TB/REG-17601-01 27 juni 2016 1 januari 2017 Volgnr. Geldig tot en met 01 31 december 2017 De Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Nieuwsbrief forensische zorg Nr 4, oktober 2012

Nieuwsbrief forensische zorg Nr 4, oktober 2012 Nr 4, oktober 2012 Nieuwsbrief forensische zorg Nr 4, oktober 2012 Inhoud Voorwoord Convenant Ambulant fpt tussen GGZ Nederland en 3RO Festival Forensische Zorg Inkoop 2013 Voorwoord In deze editie van

Nadere informatie

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1 REGELING Verplichte informatieverstrekking zorgaanbieders van forensische zorg Ingevolge artikel 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de navolgende

Nadere informatie

Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek. Contractduur : 1 januari december 2014 Onderwerp : Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek

Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek. Contractduur : 1 januari december 2014 Onderwerp : Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek Contractduur : 1 januari 2013-31 december 2014 Onderwerp : Overeenkomst Verdiepingsdiagnostiek De ondergetekenden: 1. De Staat der Nederlanden, Ministerie van Veiligheid

Nadere informatie

Uitvoeringsregels Forensische Zorg DBBC s 2013

Uitvoeringsregels Forensische Zorg DBBC s 2013 Uitvoeringsregels Forensische Zorg DBBC s 2013 Versie 1.0 Datum 19 februari 2013 Status Vastgesteld Colofon Afzendgegevens Directie Forensische Zorg Stafbureau Schedeldoekshaven 101 2511 EM Den Haag Postbus

Nadere informatie

3. Afbakening prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ

3. Afbakening prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ REGELING Regeling Declaratiebepalingen prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ Ingevolge de artikelen 36, 37 en 38, tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de Nederlandse

Nadere informatie

Zorginkoop 2016 17 september 2015

Zorginkoop 2016 17 september 2015 Zorginkoop 2016 17 september 2015 Inhoud 1. Inleiding + vooruitblik 2. Kaders forensische zorg 2016 3. Afschaffen herschikking en herijking 2016 4. Meerjarenbeleid en implicaties inkoopbeleid 2016 5. Inkoopbeleid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 398 Vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere wetten (Wet forensische zorg) Nr. 3

Nadere informatie

Marktscan Forensische zorg met strafrechtelijke titel

Marktscan Forensische zorg met strafrechtelijke titel Marktscan Forensische zorg met strafrechtelijke titel Weergave van de markt 2008-2012 juni 2012 Inhoud Vooraf 5 Managementsamenvatting 7 1. Inleiding 9 1.1 Aanleiding 9 1.2 Totstandkoming marktscan 9

Nadere informatie

Veiligheidshuis Regio Utrecht. Jaarverslag Veiligheidshuis Regio Utrecht

Veiligheidshuis Regio Utrecht. Jaarverslag Veiligheidshuis Regio Utrecht Veiligheidshuis Regio Utrecht Jaarverslag - 2016 Veiligheidshuis Regio Utrecht april 2017 Het Veiligheidshuis Regio Utrecht (VHRU) - dat zijn we samen - Het VHRU is een samenwerkingsverband waarin gemeenten,

Nadere informatie

Bijlage Informatiedocument. Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost

Bijlage Informatiedocument. Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost Bijlage Informatiedocument Brabant Noordoost-oost 1 Inleiding: Vanaf 1 januari 2015 zal de huidige langdurige intramurale Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) niet langer meer onderdeel zijn van de AWBZ.

Nadere informatie

Inkoop Forensische Zorg 2013. Informatiebijeenkomst

Inkoop Forensische Zorg 2013. Informatiebijeenkomst Inkoop Forensische Zorg 2013 Informatiebijeenkomst 6 september 2012 Inhoud presentatie 1. Korte schets FZ 2013 2. Offertetraject 3. Rol Nza 4. Belang van IFZO 5. Financiering/bekostiging 6. Gestelde vragen

Nadere informatie

Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen (samenvatting)

Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen (samenvatting) Forensische zorgtrajecten in het gevangeniswezen (samenvatting) Onderzoek in zes penitentiaire inrichtingen naar signalering, indicatiestelling en plaatsing Willemijn Roorda Wendy Buysse SAMENVATTING Forensische

Nadere informatie

Zintuiglijk gehandicapten en ouderen van 80 jaar en ouder geen indicatie meer nodig van CIZ

Zintuiglijk gehandicapten en ouderen van 80 jaar en ouder geen indicatie meer nodig van CIZ Regelingen en voorzieningen CODE 1.4.3.437 Zintuiglijk gehandicapten en ouderen van 80 jaar en ouder geen indicatie meer nodig van CIZ bronnen Rijksoverheid, Nieuwsbericht van het Ministerie van VWS: Indicatiebesluit

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003 BELEIDSREGEL ZZP-TARIFERING EN TARIEVEN EXTRAMURALE PARAMETERS IN DE FORENSISCHE ZORG Ingevolge artikel 57 eerste lid onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) juncto artikel 6 van

Nadere informatie

Feiten en Achtergronden. Sanctietoepassing voor volwassenen. Terugdringen recidive door persoonsgerichte aanpak en nadruk op nazorg

Feiten en Achtergronden. Sanctietoepassing voor volwassenen. Terugdringen recidive door persoonsgerichte aanpak en nadruk op nazorg Sanctietoepassing voor volwassenen Terugdringen recidive door persoonsgerichte aanpak en nadruk op nazorg Oktober 2008 / F&A 8880 Ministerie van Justitie Directie Voorlichting Schedeldoekshaven 100 Postbus

Nadere informatie

Regeling Declaratiebepalingen prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ, NR/FZ-002

Regeling Declaratiebepalingen prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ, NR/FZ-002 Regeling Declaratiebepalingen prestaties ZZP s en extramurale parameters FZ, Ingevolge de artikelen 36, 37 en 38, tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015 Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking Wat verandert er in de zorg in 2015 De zorg in beweging Wat verandert er in 2015? In 2015 verandert er veel in de zorg. Via een aantal

Nadere informatie

Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie

Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) is een centrum van expertise en kennis op het gebied van

Nadere informatie

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Met de Jeugdwet komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdreclassering en de jeugdhulp 1 bij de gemeenten te liggen. Jeugdreclassering

Nadere informatie

ACCCOUNTANTSPROTOCOL GENORMEERDE PRESTATIE- INDICATOREN FORENSISCHE PSYCHIATRIE 2017

ACCCOUNTANTSPROTOCOL GENORMEERDE PRESTATIE- INDICATOREN FORENSISCHE PSYCHIATRIE 2017 Dienst Justitiële Inrichtingen Ministerie van Justitie en Veiligheid 1 ACCCOUNTANTSPROTOCOL GENORMEERDE PRESTATIE- INDICATOREN FORENSISCHE PSYCHIATRIE 2017 Dit accountantsprotocol is op maat gemaakt voor

Nadere informatie

Dagbehandeling individueel aanvullend op dagbehandeling in groepsverband

Dagbehandeling individueel aanvullend op dagbehandeling in groepsverband Onderwerp: Samenvatting: Dagbehandeling individueel aanvullend op dagbehandeling in groepsverband Het onderwerp van dit geschil is of en zo ja, in welke situaties, een verzekerde aangewezen kan zijn op

Nadere informatie

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Opening Anneke Augustinus Manager Care Zorgkantoor Zorg en Zekerheid Foto: website Activite Waarom vandaag? Delen kennis en ervaringen zodat: Het zorgkantoor voldoende

Nadere informatie

Standaardafspraken tussen zorgaanbieders en PI s bij overplaatsingen van gedetineerden

Standaardafspraken tussen zorgaanbieders en PI s bij overplaatsingen van gedetineerden Standaardafspraken tussen zorgaanbieders en PI s bij overplaatsingen van gedetineerden Aanleiding Gedetineerden kunnen vanuit het gevangeniswezen bij forensische zorgaanbieders buiten het GW worden geplaatst

Nadere informatie

Hervorming Langdurige Zorg - gevolgen voor de ggz

Hervorming Langdurige Zorg - gevolgen voor de ggz Hervorming Langdurige Zorg - gevolgen voor de ggz Per 1 januari 2015 worden grote veranderingen in de zorg van kracht. De Hervorming Langdurige Zorg is één van de ingrijpendste veranderingen in het zorgstelsel

Nadere informatie

Samenvatting. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier

Samenvatting. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier Samenvatting In dit rapport worden voor het eerst cijfers over de strafrechtelijke recidive na uitstroom uit de hele forensische zorg (FZ) gepresenteerd. Eerder beperkte het recidiveonderzoek voor de FZ

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Evaluatie pilot zorgcontinuïteit

Evaluatie pilot zorgcontinuïteit Evaluatie pilot zorgcontinuïteit Ketensamenwerking in Rotterdam SAMENVATTING Significant B.V. Thorbeckelaan 91 3771 ED Barneveld T 0342 40 52 40 KvK 39081506 [email protected] www.significant.nl Ministerie

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wanneer kan ik Wlz aanvragen? Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan komt u misschien in aanmerking voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz).

Nadere informatie

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus

Informatie Piet Roordakliniek. Tactus Informatie Tactus Behandelaanbod Forensische Verslavingskliniek De is een forensische verslavingskliniek en biedt behandeling aan cliënten die veelvuldig met justitie in aanraking zijn gekomen, langdurig

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive Toetsingskader Exodus, 15 januari 2008 De normering is gebaseerd op de kwaliteitscriteria resocialisatietrajecten ex-gedetineerden zoals geformuleerd door de Directie Sanctie- en Preventiebeleid van het

Nadere informatie

Datum 30 juni 2016 Onderwerp Inzet en verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

Datum 30 juni 2016 Onderwerp Inzet en verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Wet Verplichte GGZ. Ontwikkelplein informatie uitwisseling Personen met verward gedrag. 28 juni 2017

Wet Verplichte GGZ. Ontwikkelplein informatie uitwisseling Personen met verward gedrag. 28 juni 2017 Wet Verplichte GGZ Ontwikkelplein informatie uitwisseling Personen met verward gedrag 28 juni 2017 Onderwerpen 1. Historie en wetsbehandeling Wvggz 2. Wvggz en personen met verward gedrag 3. Huidige BOPZ

Nadere informatie

WvGGZ - Situatie per 1 januari Inleiding Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg

WvGGZ - Situatie per 1 januari Inleiding Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg WvGGZ - Situatie per 1 januari 2020 Inleiding Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg In november 2018 heeft de VNG een aantal informatiesessies georganiseerd om gemeenten te informeren over de Wet

Nadere informatie

Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 De huisarts en de WLZ... 6

Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 De huisarts en de WLZ... 6 Inhoudsopgave Wet langdurige zorg... 2 Wat is de Wet langdurige zorg (Wlz)?... 2 Vanuit de Wlz worden de volgende zorg- en hulpvormen geregeld:... 2 Wlz aanvragen... 2 1. Aanvraag bij het CIZ... 4 2. CIZ

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit CiZ_A5_WLZ_WT_15-06-15_def#2.indd 1 19-06-15 10:58 Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor zorg vanuit

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds In hoofdstuk 9 worden na artikel 9.13 vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds In hoofdstuk 9 worden na artikel 9.13 vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 60365 25 oktober 2017 Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 oktober 2017, kenmerk

Nadere informatie

Beleidskader indicatiestelling forensisch psychiatrische zorg

Beleidskader indicatiestelling forensisch psychiatrische zorg a Beleidskader indicatiestelling forensisch zorg Den Haag, 13 december 2007 Ministerie van Justitie/Vernieuwing Forensische Zorg. Status: vastgesteld expertmodel, werking wordt in de loop van 2008 getest

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 26775 21 december 2012 Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2012, Z-3145524,

Nadere informatie

Overzicht bekostiging van behandeling bij Wlz-cliënten in 2016

Overzicht bekostiging van behandeling bij Wlz-cliënten in 2016 Overzicht bekostiging van behandeling bij -cliënten in 2016 Waarom dit overzicht? Naar aanleiding van de vragen die de NZa heeft gekregen over de bekostiging van behandeling bij verzekerden die zorg op

Nadere informatie

Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015?

Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015? Factsheet Ik krijg nu AWBZ-zorg. Wat krijg ik in 2015? De overheid gaat de langdurige zorg anders organiseren. Hoe is de overgang van de ene wet naar de andere geregeld? Vanaf 1 januari 2015 verandert

Nadere informatie

Het Nederlandse Zorgstelsel

Het Nederlandse Zorgstelsel Het Nederlandse Zorgstelsel Een heldere blik op de regels in de gezondheidszorg Corné Adriaansen 12 september 2012 Door de bomen het bos niet meer te zien? Zorgstelsel Nederland 2012 Financieringsstromen

Nadere informatie

Cijfers & bijzonderheden 2018

Cijfers & bijzonderheden 2018 Cijfers & bijzonderheden 218 1 Wat is TBS Nederland? TBS Nederland is een initiatief van de forensisch psychiatrische centra en klinieken in Nederland. In een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) en

Nadere informatie

Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT

Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT FORENSISCHE PSYCHIATRIE Samenwerking SPV PI Zwolle en ACT Even voorstellen Annemarie de Vries SPV bij het ACT team Dimence Zwolle Elles van der Hoeven SPV bij de PI Zwolle locatie Penitentiair Psychiatrisch

Nadere informatie

Aanbieders forensische zorg. Datum 30 mei 2016 Onderwerp Procedure Incidentele Budgetophoging (IBO) Geachte heer/mevrouw,

Aanbieders forensische zorg. Datum 30 mei 2016 Onderwerp Procedure Incidentele Budgetophoging (IBO) Geachte heer/mevrouw, 1 > Retouradres Postbus 30132 2500 GC Den Haag Aanbieders forensische zorg Divisie Forensische Zorg en Justitiële Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 30132 2500 GC Den Haag www.dji.nl Contactpersoon

Nadere informatie

Transities in vogelvlucht de hervorming van de langdurige zorg. ZorgImpuls maart 2015 versie gemeente Rotterdam

Transities in vogelvlucht de hervorming van de langdurige zorg. ZorgImpuls maart 2015 versie gemeente Rotterdam Transities in vogelvlucht de hervorming van de langdurige zorg ZorgImpuls maart 2015 versie gemeente Rotterdam Inleiding Vanaf 1 januari 2015 is er veel veranderd in de zorg en ondersteuning. Het Rijk

Nadere informatie

Inkoop Forensische Zorg 2015

Inkoop Forensische Zorg 2015 Inkoop Forensische Zorg 2015 11 september 2014 Inhoud 1. Kaders forensische zorg 2. Inkoopbeleid 3. Nieuw initiatief 4. Inkoopproces en planning 5. Indicatiestelling en plaatsing Vragen 2 1. Kaders Forensische

Nadere informatie

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) De Wet zorg en dwang (Wzd) Ketenconferentie 14 maart 2019

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) De Wet zorg en dwang (Wzd) Ketenconferentie 14 maart 2019 De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) & De Wet zorg en dwang (Wzd) Ketenconferentie 14 maart 2019 Inhoud 1.Waarom twee regelingen? 2.Gemeenschappelijke uitgangspunten 3.Hoofdlijnen 4.Harmonisatie

Nadere informatie

Aanvulling op Landelijk Protocol Crisiszorg in de Wlz 2015.

Aanvulling op Landelijk Protocol Crisiszorg in de Wlz 2015. Aanvulling op Landelijk Protocol Crisiszorg in de Wlz 2015. Betreffende uitvoering en inzet van de crisiszorg in de regio Midden IJssel. Zorgcategorieën: Verpleging, verzorging en Thuiszorg; Gehandicaptenzorg.

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Nieuwsbrief forensische zorg

Nieuwsbrief forensische zorg Nieuwsbrief forensische zorg Nummer 3, 26 september 2014 Inhoud Algemeen Overleg TBS d.d. 10 september 2014 Publicatie gids PI forensische psychiatrie 2015 Overdracht uitvoering plaatsingstaak van NIFP

Nadere informatie