FUNDAMENTEEL GEDEELTE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "FUNDAMENTEEL GEDEELTE"

Transcriptie

1 SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: TSO Graad: derde graad Jaar: eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Handel Optie(s) FUNDAMENTEEL GEDEELTE Informaticabeheer Vak(ken): TV Toegepaste informatica 13/13 lt/w Vakkencode: IT-w Leerplannummer: 2003/035 (vervangt 2001/058) Nummer inspectie 2003/31//1/G/SG/1/III/ /D/

2 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 1 INHOUDSTAFEL Visie... 2 Beginsituatie... 3 Algemene doelstellingen... 3 Leerplandoelstellingen en leerinhouden... 4 PC - technieken... 4 Multimediatechnieken... 7 Datacommunicatie en netwerken... 9 Ontwerp en implementatie Databanken Visual Basic Java Toepassingspakketten Projectontwikkeling Minimale materiële vereisten Pedagogisch-didactische wenken Geïntegreerde proef Evaluatie Bibliografie... 31

3 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 2 VISIE 1 Eigenheid van de studierichting 1.1 Relatie met beroeps- en/of opleidingsprofielen die deze richting kiezen zijn meestal reeds goed vertrouwd met eenvoudige toepassingen op PC of zijn gefascineerd door de uitdagingen van de informatiemaatschappij (Internet, multimedia). De bedoeling van de richting is zowel de voorbereiding op de arbeidsmarkt als de gerichtheid op het verder studeren. De eerste doelstelling wordt gerealiseerd door de leerinhouden die verband houden met de grondige praktische kennis van de PC en de voornaamste toepassingspakketten en typische PC-programmeertalen, terwijl de tweede wordt gerealiseerd door de algemene vakken als wiskunde als economie en door de probleemoplossende vaardigheden. Volgende doelstellingen worden beoogd: deskundigheid op het vlak van PC (hard- en software), installatie en onderhoud van pakketten, kennis van programmatuur (zowel de overdraagbare basistechnieken als de praktische ontwikkeling van toepassingen), analysevaardigheden, kennis van moderne technieken (netwerken, Internet, multimedia), basiskennis van wiskunde en wetenschappen, kennis van de beginselen van de bedrijfseconomie. 1.2 Hoofddoelstellingen De beroepsmatige handelingen zijn in grote mate gebaseerd op niet-routinematige procedures. Problemen worden opgelost door zowel gebruik te maken van combinatie van bestaande procedures als door de ontwikkeling van nieuwe procedures. Veel vaardigheden zijn overdraagbaar naar nieuwe situaties (bijv. analysetechnieken die bij de ontwikkeling van programmatuur van de ene taal naar de andere overdraagbaar zijn). De verantwoordelijkheid kan beperkt zijn tot het eigen takenpakket, maar in veel gevallen (b.v. in een KMO) zal de informaticus de enige verantwoordelijke zijn voor het geheel van de informatica in het bedrijf, zodat in dat laatste geval de verantwoordelijkheid gekoppeld is aan controle, begeleiding en managementtaken. 1.3 Flexibele invulling Afhankelijk van de lokale behoeften (bijv. nabijheid van grote bedrijven, die werken met een bepaalde programmeertaal), kunnen accenten gelegd worden, met betrekking tot de keuze van de programmeertaal en/of toepassingspakket. 2 Tewerkstelling/verdere studies 2.1 Tewerkstelling in volgende beroepen/functies Netwerkbeheerder, PC-deskundige, onderhoud van PC hard- en software, verzorgen van interne PC opleidingen, aankoopverantwoordelijke (van informaticamateriaal), ontwikkeling van routinetoepassingen en eenvoudige programma s, onderhoud van programma s, adviseur bij de verkoop van PC s, helpdesk verantwoordelijke, ontwikkeling van communicatienetwerken in KMO s. 2.2 Verdere studies in het HO/specialisatiejaar Mogelijk verder studeren in het HOBU (departement bedrijfskunde, in casu het studiegebied toegepaste informatica) en de universiteit (informatica - indien de component wiskunde voldoende zwaar is).

4 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 3 BEGINSITUATIE hebben reeds een voorkennis van informatica uit de tweede graad. zijn reeds in contact gekomen met enkele toepassingspakketten. Ze kennen het verschil tussen het eigenhandig ontwikkelen van programma s en het gebruik van bestaande professionele programma s en/of pakketten. De meeste leerlingen hebben uit eigen ervaring erg veel kennis opgedaan in de traditionele pakketten. ALGEMENE DOELSTELLINGEN Alle basisfacetten van zowel hardware als software beheersen. Een gefundeerd advies over hardware of software kunnen uitbrengen (bijv. bij aankoop). Een probleem kunnen analyseren en dit verder kunnen uitwerken volgens een gekozen schematechniek. Bestaande en nieuwe programma's kunnen aanpassen en ontwikkelen. Relationele databanken kunnen ontwerpen. Het verwerven van een praktische kennis van de voornaamste toepassingspakketten. Het ontwikkelen van het probleemoplossend denken bij het gebruik van toepassingspakketten. Een project volledig kunnen ontwikkelen vanaf het basisidee tot en met het uitgewerkte gebruiksvriendelijke programma (bijv. onder vorm van een eindwerk). Het kunnen werken in groepsverband. Een mondeling, klaar en duidelijke presentatie van een project kunnen weergeven voor een publiek van zowel deskundigen als leken. Zakelijk kunnen rapporteren. Aandacht kunnen besteden aan de moderne evolutie in de informaticawereld. Ontwikkeling van attitudes zoals zin voor efficiëntie, doorzettingsvermogen en overdraagbaarheid van oplossingstechnieken (waardoor ook minder vertrouwde problemen zelfstandig kunnen opgelost worden).

5 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 4 EN De gecursiveerde doelstellingen en leerinhouden zijn te beschouwen als uitbreiding en hoeven dus niet verplicht behandeld te worden. PC TECHNIEKEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN De basisprincipes van de hardware beheersen. Het verwerven van inzicht in de werking van hardware, waardoor men de waarde van nieuwigheden op de informaticamarkt beter leert beoordelen. De mogelijkheden van hardware correct leren inschatten en op basis daarvan een advies kunnen geven over de bruikbaarheid ervan. Zelfstandig opzoekwerk kunnen verrichten in het kader van een documentatiemap of gewoon i.v.m. het begrijpen van een tekst. Het verwerven van kennis over en verkennen van de verschillende onderdelen van het computersysteem. Een PC volledig kunnen monteren en demonteren. Defecte hardwareonderdelen en/of verkeerde kabelaansluitingen kunnen detecteren, herstellen of vervangen. De hardware van de PC afschermen en optimaliseren. De belangrijkste functies van een besturingssysteem kennen en kunnen gebruiken. Het besturingssysteem en de -software aanpassen, optimaliseren en updaten. Software afschermen via specifieke beveiligings- en antivirussoftware. Een PC EHBO-kit kunnen samenstellen a.h.v. backups, opstartdiskettes en insteekkaarten. 1 kennen begrippen als derde en vierde generatie computers; kennen de eigenschappen van een stand alone PC, netwerken, mini en mainframe systemen; weten hoe een programma wordt uitgevoerd en begrijpen de Von Neumann-architectuur; kunnen de onderdelen van een processor benoemen, en de globale werking ervan uitleggen; kunnen de bussen schematisch weergeven, de soorten opsommen en hun functie opgeven; kennen de rol van het interne geheugen, de opbouw en het nut van de steeds toenemende omvang ervan; begrijpen het nut en doel van cachegeheugens; begrijpen de functie van ROM en RAM geheugens en zien het nut in van de verschillende soorten; begrijpen het nut van het binaire en hexadecimale stelsel en kunnen overgaan van het ene talstelsel naar het andere; kennen de fundamentele logische schakelingen; kunnen de basisschakelingen combineren tot een 1 De opbouw van computers 1.1 De hardwaregeneraties na Computersystemen 1.3 Uitvoering van een programma, de Von Neumann-opdrachtencyclus 1.4 Processoren: onderdelen, recente evolutie, parallelle verwerking 1.5 Busstructuur: soorten en eigenschappen 1.6 Het intern geheugen 1.7 Cachegeheugen 1.8 Soorten ROM-geheugens 1.9 Binair Hexadecimaal talstelsel (omzettingen) 1.10 Fundamentele logische poortschakelingen 1.11 Afgeleide logische poortschakelingen: o eenvoudige opteller, o de flip-flop

6 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 5 opteleenheid en een flip-flop schakeling; weten hoe de EBCDIC- en ASCII-code zijn opgebouwd en kunnen het verschil aangeven; leren hoe getallen worden voorgesteld en wat het nut is van die verschillende voorstellingswijzen; 1.12 Alfanumerieke codes: EBCDIC en ASCII 1.13 Voorstellen van getallen: getallen in fixedpoint (kort en lang), getallen in floatingpoint 2 kunnen de soorten schijven classificeren naar gebruik, snelheid en type; weten hoe gegevens op schijven georganiseerd worden; kennen de functie van besturingsbevelen, clusters, de directory en de FAT; kunnen de meest voorkomende opdrachten gebruiken; kennen het doel en de werking van back-up; kunnen de samenhang uitleggen tussen het scherm en de schermbesturingskaart; kunnen de verschillende onderdelen en functies van een multimediasysteem en andere randapparaten opsommen en bespreken; 2 Randapparatuur 2.1 Soorten schijven 2.2 De organisatie van gegevens op schijf 2.3 Bevelen voor het beheer van schijven 2.4 Back-up eenheden 2.5 Beeldschermen 2.6 Multimediacomponenten 2.7 Andere randapparaten 3 3 PC hardware (labo) hebben inzicht in de verschillende poort-types; 3.1 Moederbordonderdelen hebben inzicht in de interne PC-sleuven; 3.2 Poorttypes verkennen de interne hardwareonderdelen; 3.3 Geheugen-, PCI- en ISA-sleuven begrijpen het verschil tussen de types voedingsaansluitingen; 3.4 Hardwareonderdelen: de processor-slot, de kunnen de verschillende interne kaarten BIOS, de batterij, de voeding onderscheiden en benoemen; 3.5 Voedingsaansluitingen voor moederbord, kunnen de verschillende externe geheugens en diskettestation, harde schijf, CD-ROM, opslagmedia onderscheiden; 3.6 Kaarten: videokaart, geluidskaart, modem, kennen de types kabelaansluitingen voor de netwerkkaart hardwarecomponenten en weten hoe de verbindingen 3.7 Harde schijf, diskettestation, CD-ROMstation, interne ZIP-drive, DVD-station, CDhiervan moeten verlopen; (R)Writable, 3.8 Kabelaansluitingen 4 kunnen een PC volledig correct (de)monteren met de beschikbare hardwareonderdelen; kunnen de verschillende types van randapparatuur (via de juiste externe poorten) aansluiten; kunnen externe aansluitingen koppelen; weten hoe de verschillende LED s, processorventilator, luidspreker, enz. moeten aangesloten worden; verwerven inzicht in mogelijke gevaren bij het monteren van de PC; 4 PC-montage 4.1 Volledige PC-montage vertrekkend vanaf het moederbord 4.2 Aansluiting van monitor, toetsenbord, muis, printer, scanner, externe Zipdrive of modem, joystick, luidsprekers, microfoon, Web-cam, 4.3 Koppeling van telefoonverbinding, netwerkverbindingen via UTP of COAX, HUB- en/of Routeraansluitingen, ISDNaansluiting (I-line), 4.4 Aansluiting LED s, processorventilator, interne luidspreker op het moederbord 4.5 Veiligheidsaspect bij PC-montage

7 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 6 5 kunnen defecte hardwareonderdelen opsporen, een diagnose stellen en eventueel herstellen; kennen de spanning van de verschillende voedingsdraden en kunnen die individueel meten; kunnen verkeerde kabelaansluitingen detecteren en correct aanpassen; 5 Hardwarediagnose 5.1 Opsporing van defecte hardwareonderdelen en evt. herstelling 5.2 Meten en interpreteren van de spanning op de verschillende voedingsdraden 5.3 Aansluiting van Interne kabels 6 6 Herstelling/vervanging onderdelen kunnen elk defect hardwareonderdeel demonteren en 6.1 Vervanging van defecte hardwareonderdelen correct vervangen; kunnen het onderhoud van het moederbord uitvoeren; 6.2 Onderhoud van sleuven, sloten, leren een onderscheid maken tussen de bekabeling, ventilator,.. op het moederbord voedingsaansluitingen voor de verschillende vormen van gegevensdragers; 6.3 Onderscheid in voedingsaansluitingen 7 weten hoe de toegang tot kabels en connectoren moeten afgeschermd worden; kunnen seriële, parallelle of USB-poorten en de volledige configuratie (inclusief behuizing) monteren; weten waarom alle verbindingen stevig moeten bevestigd worden; zien de voor- en nadelen in van jumpers op o.a. de moederborden en kunnen ze instellen; 7 Hardware afschermen en optimaliseren 7.1 Kabels en connectoren beveiligen. 7.2 Volledige PC-montage. 7.3 Verbindingen optimaal bevestigen. 7.4 Jumpers: voor- en nadelen, instellingen. 8 8 PC software (labo) kunnen de essentiële functies van een 8.1 Besturingssysteem besturingssysteem verklaren en kennen de begrippen 8.2 Soorten (Windows, Linux) virtueel geheugen, paginering en segmentering; kunnen bestanden en programma s (de)comprimeren; 8.3 Tijdbeheer en geheugenbeheer beheersen de belangrijkste opdrachten van een 8.4 Compressie van gegevens voor transport besturingssysteem; en backupdoeleinden 8.5 Besturingsbevelen 9 kunnen een besturingssyteem installeren en updaten op een nieuwe of bestaande PC-configuratie; kunnen softwarepakketten zoals antivirussoftware, Office-pakket, up-to-date houden; kunnen patches, plug-ins,. integreren in geïnstalleerde programmatuur; 9 Installatie 9.1 Installatie van (update van) Windows, Linux of andere 9.2 Installatie van (update van) antivirus software, Office, 9.3 Patches en plug-ins downloaden en installeren 10 kennen de belangrijkste onderdelen van de BIOS; kunnen de BIOS-instellingen optimaliseren; kunnen de BIOS onderdelen aanpassen; 10 BIOS 10.1 Betekenis en functies van de belangrijkste BIOS-onderdelen 10.2 Optimakisatie BIOS-instellingen 10.3 Instelling persoonlijke BIOS-voorkeuren 11 weten wanneer het installeren van nieuwe/recentere stuurprogramma s noodzakelijk is; 11 Stuurprogramma s 11.1 Timing bepalen voor installatie recentere stuurprogramma s.

8 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 7 kunnen via internet of andere kanalen stuurprogramma s terugvinden en downloaden; kunnen oude stuurprogramma s bijwerken of vervangen door de meest recente stuurprogramma s; 11.2 Updates voor stuurprogramma s opzoeken (via internet) en downloaden Nieuwe stuurprogramma s installeren 12 kunnen het belang van beveiliging aantonen; kennen beveiligingsmethodes tegen stroomuitval, brand, diefstal en andere calamiteiten; kunnen gegevens beveiligen d.m.v. wachtwoorden, encryptie en elektronische handtekening; kennen het begrip virus en de soorten virussen; verwerven inzicht in het nut, de installatie en het gebruik van beveiligings- (bijv. Winlock, Systeembeleid, Norton Systemworks) en antivirussoftware; 12 Beveiliging 12.1 Algemeen 12.2 Hardware 12.3 Beveiligingsoftware 12.4 Virussen 12.5 Antivirussoftware 12.6 Nut, installatie en gebruik 13 kunnen een volwaardige back-up of reservekopie nemen van de belangrijkste software; begrijpen het nut en de samenstelling van een opstartdiskette en kunnen die creëren. kunnen een inventaris opmaken van elke PC; kunnen een reservekopie van een harde schijf maken; 13 EHBO-kit 13.1 Back-upmethodes en reservekopieën 13.2 Opstartdiskette: nut en creatie 13.3 Inventaris van systeemonderdelen en software 13.4 Gebruik van bijzondere programma s (bijv. Ghost, Partition Magic, ) 14 herkennen de meest voorkomende foutmeldingen; kennen de verschillende modi waarin het besturingssysteem kan functioneren; weten hoe de instellingen moeten aangepast worden; 14 Diagnose 14.1 Foutmeldingen 14.2 Veilige modus van het besturingssysteem 14.3 Aanpassing van instellingen 15 kennen de storende elementen (geluidsoverlast, licht, e.d.) in de werkomgeving; kennen de arbeidsreglementering i.v.m. normen gesteld aan werkomgevingen; 15 Ergonomie 15.1 Werkomgeving 15.2 Arbeidsergonomie 16 kunnen een bestaande PC-configuratie beoordelen; kunnen de mogelijkheden tot uitbreiding van de PCconfiguratie analyseren; zijn op de hoogte van de nieuwe ontwikkelingen op informaticagebied om een efficiënt aankoopbeleid te adviseren. 16 Computeradvies 16.1 PC beoordeling op basis van prestatie, kwaliteit, leeftijd en actuele waarde 16.2 Uitbreidingsanalyse van een PC m.b.t. geheugen, harde schijf, 16.3 Documentatiemap met nieuwe ontwikkelingen en richtprijzen

9 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 8 MULTIMEDIATECHNIEKEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN Een website kunnen aanmaken, onderhouden en op het web plaatsen. Webpagina s kunnen aanmaken aan de hand van HTML-code. JavaScript toepassingen kunnen maken en integreren in webpagina s. Kunnen werken met grafische objecten of van films en deze objecten kunnen integreren in webpagina s. 1 kunnen het begrip multimedia en de toepassingsgebieden omschrijven; kennen de soorten multimediaproducten; kunnen de verschillende stappen van het productieproces opsommen en omschrijven; 1 Begrip multimedia 1.1 Toepassingsgebieden 1.2 Soorten multimediaproducten 1.3 Productieproces bij het ontwikkelen van multimediaproducten 2 bezitten de vaardigheden om een multimediaal product te creëren; 3 weten wat de verschillende onderdelen en karakteristieken van een webpagina zijn; kunnen een hyperlink omschrijven en gebruiken; kunnen een volledige website organiseren en de informatie over de verschillende schermen verdelen; 2 Aanmaak, in- en uitvoer van digitaal materiaal 2.1 Ontwerpen en verwerken van digitale materiaal 3 Organisatie van een website 3.1 Kenmerken van een webpagina 3.2 Kenmerken van hyperlinks 3.3 Architectuur: structuur, verbanden, lay-out, navigatie, 4 kunnen het begrip omschrijven; kunnen een eenvoudige pagina ontwerpen; hebben de vaardigheden om specifieke elementen aan hun webpagina toe te voegen; kunnen een website onderhouden; 4 HTML 4.1 Omschrijving begrip 4.2 Ontwerpen van eenvoudige pagina s 4.3 Grafische elementen toevoegen 4.4 Werken met tabellen 4.5 Gebruiken van frames 4.6 Inlassen van audio en video 4.7 Een site bijwerken en onderhouden 5 beheersen de verschillende elementen van de taal; kunnen enkele elementaire toepassingen ontwikkelen; weten hoe de identificatie van browser en plug-ins in elkaar zitten. 5 JavaScript 5.1 Objecten, eigenschappen en methode 5.2 Events 5.3 JavaScript in HTML opnemen 5.4 Besturing en identificatie van de browser 5.5 Identificatie plug-ins

10 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 9 6 kunnen met behulp van editor webpagina s aanmaken en onderhouden; kunnen de gegevens beschikbaar stellen op een internet- of intranetserver; 6 Web-design 6.1 Opstelling van HTML-documenten, opmaak, lijsten, afbeeldingen, hotspots, tabellen, formulieren, geluiden en frames. 6.2 Aanmaak van een volledige website 6.3 Plaatsen van de site op een server 7 kunnen een databank integreren in een website; kunnen een ASP-omgeving opzetten; kunnen formulieren opmaken; kunnen ingevulde velden opsparen in een databank; 7 Dynamische webdesign 7.1 ASP-omgeving 7.2 HTML-invulformulieren 7.3 Query s uitvoeren 7.4 Opslag van data in databank 8 kunnen het nut van animatie vermelden; kunnen animaties toepassen en aanmaken; kunnen films en geluid integreren in een webpagina. 8 Web-animatie 8.1 Basisprincipes van de gereedschappen 8.2 Werken met animaties 8.3 Werken met lagen 8.4 Automatische animaties 8.5 Interactieve films maken en genereren 8.6 Geluiden 8.7 Films integreren in webpagina's DATACOMMUNICATIE EN NETWERKEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN De principes van de werking van een lokaal en extern datacommunicatienetwerk en bijhorende onderdelen kennen. Praktische toepassingen van een lokaal netwerk efficiënt beheersen. De verschillende aspecten van Internet kennen en vlot kunnen toepassen. 1 kunnen de verschillende telecommunicatienetwerken met hun eigenschappen opsommen; kunnen de verschillende kenmerken van datatransmissie (aard, modulatie, medium, type, methode, snelheid en foutdetectie) weergeven; weten op welke wijze de transmissie kan verlopen (via welke media en met welke methodes); kennen het verschil tussen baud en bps; 1 Datacommunicatie 1.1 Telefoonnet, DCS, Teletext, ISDN-net, ADSL-net, Telenet 1.2 Datatransmissie: digitale en analoge transmissie, modulatie, technieken 1.3 Transmissiemedia: coax kabel, twisted pair, glasvezel, infrarood/laser 1.4 Transmissie: types (parallel, serieel),

11 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 10 kennen het TCP/IP-model; kennen de verschillende standaarden voor modems; kunnen een modem installeren; kennen de nulmodem en weten waarvoor hij dient; asynchrone en synchrone verbindingen, methoden 1.5 Transmissiesnelheid (baud, bps) 1.6 Communicatiestandaarden: TCP/IP model 1.7 Modem: interne en externe modems, standaarden en protocollen, nulmodem 2 weten waarvoor netwerken gebruikt worden; kunnen de basistopologieën schematisch weergeven; kunnen de werking van de voornaamste protocollen uitleggen; kunnen de hardware-onderdelen opsommen en hun voornaamste kenmerken weergeven; zij kennen de verschillende apparaten, de gebruikte protocollen voor communicatie, routering en adressering; kennen het verschil tussen een server en een werkstation; kunnen verschillende soorten servers opsommen met hun specifieke toepassingen; kennen de verschillende hard- en softwarebeveiligingsmethodes; 3 kunnen de gebruikte protocollen voor communicatie, routering en adressering opsommen en de verschillende diensten vlot toepassen; kunnen beveiligingen instellen; kennen de voordelen, het verschil tussen intranet en internet en de evolutie ervan; kunnen de delen van een intranet opsommen en kennen de globale werking ervan; 2 Netwerken 2.1 Doel 2.2 Basistopologieën: ster, bus en ring 2.3 Basisprotocollen: CSMA/CD, Token passing ring, Token passing bus 2.4 Hardware: Ethernetkaart, connectoren, bekabeling, hub, switches, routers, bridges, gateways 2.5 Opbouw: server en werkstation 2.6 Soorten server: peer-to-peer netwerken, file- en printservers, mailservers, proxiserver, cliënt-server 2.7 Netwerkbeveiliging: hackers, encryptie, filelocking en recordlocking, hardware beveiliging van de schijven van de fileserver, softwarebeveiliging 3 Internet en intranet 3.1 Werking: IP-routering, IP-adres, symbolische machinenaam (DNS), URL http-protocol 3.2 Diensten: , nieuwsgroepen, bestandenoverdracht, remote login, chatten, navigatie 3.3 Beveiliging: firewalls 3.4 Intranet: organisatie 4 kunnen een netwerk installeren en configureren; kunnen een netwerk instellen voor het delen van bronnen, internettoegang, data en programma s; kunnen de voornaamste toepassingen opsommen; kunnen een netwerk beheren; kunnen een netwerk beveiligen; 4 Netwerkbesturingssysteem 4.1 Installatie en configuratie 4.2 Delen van bronnen 4.3 Delen van data- en programmabestanden 4.4 Gedeelde internetaansluiting 4.5 Broadcastprogramma s 4.6 Netwerkbeheer: installatie van netwerksoftware, configuratie en gebruik 4.7 Beveiliging autorisatie

12 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 11 ONTWERP EN IMPLEMENTATIE ALGEMENE DOELSTELLINGEN Leren oplossen van problemen volgens een gestructureerde en gefaseerde aanpak. De methode van stapsgewijze verfijning kennen en kunnen toepassen. De gegevensstructuren grondig kunnen beredeneren. De verschillende controlestructuren kennen en kunnen gebruiken. Complexe problemen kunnen oplossen door gebruik te maken van een gestructureerd ontwerp. Aandacht hebben voor het belang van de analyse, meer bepaald voor het ontwerp van datastructuren. 1 kunnen de verschillende stappen toepassen bij het oplossen van problemen; weten dat er bij elke stap specifieke technieken horen; weten wat de top-down methode inhoudt; 1 Te volgen stappen bij het oplossen van een probleem 1.1 Oplossingsscenario 1.2 Gegevensstructuur 1.3 Controlestructuur 1.4 Implementatie 1.5 Verdere verfijning 2 kennen de verschillende datatypes en kunnen die gebruiken; kunnen het onderscheid maken tussen enkelvoudige en samengestelde types en kunnen die toepassen; kunnen zelf een type definiëren; 2 Datastructuren 2.1 Enkelvoudige datastructuren 2.2 Numerieke 2.3 Alfanumerieke 2.4 Logische waarden 2.5 Samengestelde datastructuren 2.6 Rijen en tabellen 2.7 String-type 2.8 Deelinterval type 2.9 Opsomtype 2.10 Records 2.11 Bestanden 2.12 Dynamische structuren 2.13 Zelfgedefinieerde types 3 weten welke controlestructuren in een specifiek probleem moeten gebruikt worden; kunnen hiervoor een gepaste techniek gebruiken (schema of andere); kunnen de verschillende controlestructuren implementeren; 3 Controlestructuren 3.1 Sequentie 3.2 Selectie 3.3 Iteratie

13 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 12 4 zien in dat heel wat problemen varianten zijn van een zelfde basisprobleem; kennen de kenmerken van een goed deelprobleem; kennen het onderscheid tussen een procedure en een functie en wanneer beide moeten gebruikt worden; kunnen het parametermechanisme toepassen; kunnen een bibliotheekmodule herkennen; 4 Deelproblemen 4.1 Kenmerken van een goed deelprobleem 4.2 Procedures 4.3 Functies 4.4 Parametermechanisme 4.5 Bibliotheken 5 kunnen op een rij sorteren; kunnen een element in een rij opzoeken; 6 begrijpen het belang van modules; kunnen het importeren uit een module toepassen op eenvoudige voorbeelden; 5 Algoritmen 5.1 Sorteeralgoritmen 5.2 Zoekalgoritmen 6 Modulair ontwerp 6.1 Interface en implementatiedeel 6.2 initiatiedeel 7 kennen het doel van recursie; kunnen eenvoudige recursieve problemen oplossen; 7 Recursie 7.1 Doel 7.2 Eenvoudige voorbeelden 8 kennen de basisbegrippen van het object georiënteerd programmeren; kunnen die implementeren in een objectgerichte programmeertaal 8 Principes van het object georiënteerd programmeren 8.1 Structuren en pointers 8.2 Structuren en functies 8.3 Incapsulatie 8.4 Lidfuncties definiëren buiten een klasse 8.5 Constructoren en destructoren 8.6 Eigen operatoren DATABANKEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN Inzicht hebben in de algemene begrippen van een DBMS- systeem. Het conceptueel gegevensmodel kunnen opstellen en implementeren in een professioneel DBMS-systeem, rekening houdend met de normalisatieregels. Verschillende componenten in een databank kunnen beheren en linken. Weten hoe een databank zich gedraagt in een netwerkomgeving. Weten hoe men een databank publiceert in een intranet of internet.

14 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 13 1 kunnen tabellen creëren met hun eigenschappen en validatie; kunnen tabelstructuren wijzigen; kunnen een kort overzicht geven van de operatoren, expressies en functies in analogie met de gekende begrippen uit een programmeeromgeving; kunnen data afbeelden, wijzigen, toevoegen en verwijderen; kunnen data opsporen in een tabel; kunnen zoekprocessen in een tabel hanteren; 1 Ontwerp en beheer van een tabel 1.1 Veldnamen, -types, -eigenschappen en - validatie en tabeleigenschappen 1.2 Validatie op tabelniveau 1.3 Opslaan, afbeelden en wijzigen van de structuur 1.4 Operatoren, expressies en functies 1.5 Records afbeelden, editeren, toevoegen en verwijderen 1.6 Sorteren, zoeken, filteren in een tabel 2 kunnen zoeken op basis van vaste criteria; kunnen statistische functies uitvoeren op een groep records; kunnen zoeken op basis van parametercriteria; kunnen acties uitvoeren op een groep records (verwijderen, bijwerken, toevoegen, opslaan); 2 Opstellen van query s 2.1 Selectiequery 2.2 Totaalquery 2.3 Parameterquery 2.4 Actiequery 3 3 Relationele databanken kunnen een conceptueel gegevensmodel opstellen; 3.1 Basisbegrippen (kolom, rij, tabel, soorten kunnen analogie leggen tussen de logische begrippen relaties, sleutels) entiteit, attributen en relaties en hun technische 3.2 Begrippen entiteit, attribuut en relatie realisaties in tabellen, velden en foreign keys; kennen een methode om bovenstaand technisch 3.3 Opstellen van regels die bepalen hoe ontwerp te visualiseren; entiteiten, attributen en relaties bepaald worden kunnen aantonen dat een correct opgesteld ERD voldoet aan de normaalnormen van Codd; 3.4 Conceptueel gegevensmodel (ERD). een technisch ontwerp kunnen implementeren in de eigen databankomgeving; 3.5 Technisch ontwerp (definitie tabellen, sleutels en relaties) 3.6 Normalisatie (eerste 3 vormen van Codd) 3.7 Implementatie 4 kunnen een eenvoudig formulier ontwerpen met behulp van een basis aan objecten; kunnen soorten formulierobjecten onderscheiden en hun eigenschappen bepalen; kunnen een standaard invoerformulier opmaken; kunnen expressies en functies in formulieren opmaken; kunnen het uiterlijk van een formulier verfraaien; kunnen de eigenschappen van formulieren vastleggen; kunnen formulieren afdrukken; 5 kunnen een eenvoudig rapport ontwerpen met behulp van een basis aan objecten; kunnen soorten rapportobjecten onderscheiden en hun eigenschappen bepalen; 4 Formulieren 4.1 Ontwerp en gebruik wizard 4.2 Soorten formulierobjecten en hun eigenschappen 4.3 Maken van een standaard invoerformulier 4.4 Functies en expressies gebruiken in een formulier 4.5 Verfraaien van het uiterlijk van een formulier 4.6 Formuliereigenschappen 4.7 Formulieren afdrukken 5 Rapporten 5.1 Ontwerp en gebruik wizard 5.2 Soorten rapportobjecten en hun eigenschappen

15 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 14 kunnen expressies en functies in rapporten gebruiken; kunnen het uiterlijk van een rapport verfraaien; kunnen de eigenschappen van rapportdelen vastleggen; kunnen logische groepsonderbrekingen aanbrengen in een rapport; kunnen de lay-out van etiketten ontwerpen; 5.3 Gebruik van expressies en functies in rapporten 5.4 Uiterlijk van een rapport verfraaien 5.5 Rapportdelen en hun eigenschappen bepalen 5.6 Groeperen, sorteren in een rapport 5.7 Ontwerpen van labels 6 weten hoe verschillende objecten kunnen gelinkt worden; kunnen het doel van de verschillende macro s verwoorden en gebruiken in oefeningen; 6 Koppelen van de objecten in een databank (via macro s, VB of VBA) 6.1 De verschillende macro s worden ingedeeld naargelang hun taak 6.2 Ontwerpen van knoppen voor acties, gegevens- manipulatie en diverse taken 7 kennen het verschil tussen een 3GL en een 4GL taal; kunnen het verschil aantonen tussen embedded SQL en het interpretatief gebruik ervan; kennen de begrippen DDL en DML; via SQL vertrouwd raken met: opstellen van tabellen, raadplegen van tabellen, muteren van gegevens, optimalisatie en beveiliging; SQL kunnen hanteren in formulieren, rapporten en in broncode; 7 SQL 7.1 Componenten van de select-instructie 7.2 Gebruik van statistische functies 7.3 Create table/index 7.4 Insert into 7.5 Delete 7.6 Update 7.7 Drop table/index 7.8 Alter table 8 kunnen eenvoudige databankontwerpen (ERD, technisch ontwerp) implementeren in een eigen databankomgeving; 9 kunnen werken in een programmeeromgeving; 8 Ontwikkelen van applicaties 8.1 Opstellen rapporten, formulieren en query s die gebruik maken van verschillende gerelateerde tabellen 8.2 Koppelen van de objecten via macro s 9 Programmeeromgeving 9.1 Gegevens - en objecttypes, variabelen en constanten, operatoren en expressies 9.2 Controlestructuren 9.3 Modulen: procedures en/of functies met/zonder parameters 9.4 Eigen werkomgeving maken (eigen menu s en werkbalken) 9.5 Objecten, gebeurtenissen, eigenschappen en methodes 9.6 Recordsets: creëren van een recordset, door de records navigeren, zoeken in een recordset 10 kunnen databanken gebruiken in een netwerk; 10 Databanken in een netwerk 10.1 Databanken in een netwerk configureren 10.2 Databases in een netwerk openen,

16 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 15 gebruiken en bewerken 10.3 Meerdere gebruikers en hun rechten configureren 10.4 Netwerkbeveiliging toepassen 11 kunnen hyperlinks en HTML functionaliteit van de eigen DBMS uitleggen; kunnen databanken in een intranet en op internet gebruiken. 11 Databanken en Internet 11.1 Het veldtype hyperlink 11.2 Maken en bewerken van html- pagina s 11.3 Opslag van de databank op een webserver VISUAL BASIC ALGEMENE DOELSTELLINGEN Het verwerven van praktische kennis van de taal Visual Basic Het probleemoplossend denken ontwikkelen i.v.m. het aspect event-driven programmeren Attitudes ontwikkelen zoals zin voor nauwkeurigheid en efficiënt werken en overdraagbaarheid van oplossingsmethodes en technieken 1 1 Algemene principes kennen de verschillende onderdelen van het scherm 1.1 Basisbegrippen: scherm, forms, project, en kunnen deze gebruiken; properties en immediate window kunnen de werkomgeving aanpassen, in het bijzonder 1.2 Toolbox en werkomgeving de verplichte declaratie van variabelen en het ordenen van vensters; 1.3 Gebruikersinterface kunnen een gebruiksvriendelijke interface ontwerpen 1.4 Objecten en eigenschappen door de nodige eigenschappen aan te passen; 1.5 Basiscontrols TextBox, Label en kunnen Basiscontrols TextBox, Labels en Command CommandButton Buttons gebruiken; 1.6 Bewaren van een project 1.7 Uitvoeren van het programma 2 kennen het onderscheid tussen variabelen en constanten; kunnen de verschillende operatoren onderscheiden; kunnen prefixen gebruiken bij de naamgeving van variabelen en constanten; krijgen inzicht in het begrip gebeurtenis en weten welke soort moet gebruikt worden; kunnen waarden uit een textbox overbrengen naar variabelen en de inhoud terugplaatsen; verwerven inzicht in het begrip methode; leren enkele methoden gebruiken aan de hand van voorbeelden en toepassingen; krijgen inzicht in het gebruik van functies en kunnen 2 Programma ontwerp en implementatie 2.1 Variabelen en constanten 2.2 Operatoren: rekenkundige, voor tekenreeksen, relationele, logische 2.3 Gebeurtenissen: soorten 2.4 Waarden ophalen en terugplaatsen in een TextBox 2.5 Verschillende soorten methoden 2.6 Functies voor invoer, uitvoer en stringmanipulaties

17 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 16 de syntax ervan opzoeken; 3 verwerven inzicht in de verschillende soorten controlestructuren; kunnen If, Select Case, For Next en Do Loop gebruiken in concrete toepassingen; 3 Controlestructuren 3.1 Sequentie 3.2 Selectie: If, Select Case 3.3 Iteratie: For Next, Do Loop 4 kennen het onderscheid tussen de verschillende soorten boxen; kunnen Input Box gebruiken; kunnen Message Box gebruiken, voorzien van de nodige symbolen; kunnen Combo Box, List Box en Check Box gebruiken; 5 verwerven inzicht in de opbouw van een menu; kunnen de menu editor gebruiken; gebruiken de correcte prefixen bij de naamgeving van menu-items; kunnen Shortcut keys gebruiken; kunnen enkele eigenschappen zoals Checked, enabled en horizontale streep gebruiken; 4 Aanmaken van boxen 4.1 Input Box 4.2 Message Box 4.3 Combo Box 4.4 List Box 4.5 Check box 5 Werken met menu s 5.1 Opbouw menu 5.2 Menu editor 5.3 Naamgeving 5.4 Programmacode achter een menu-item 5.5 Werken met Shortcut keys 5.6 Checked, Enabled, horizontale streep 6 kunnen voorgedefinieerde functies gebruiken; kunnen zelf functies aanmaken; weten hoe variabelen moeten worden doorgegeven en kunnen parameters gebruiken; 7 kunnen meerdere formulieren aanmaken; kennen het verschil tussen globale en lokale variabelen; kunnen nieuwe modules toevoegen voor de declaratie van globale variabelen; kunnen noodzakelijke controls gebruiken; 6 Procedures en functies 6.1 Voorgedefinieerde functies: Format, MsgBox 6.2 Zelfgedefinieerde functies en procedures 6.3 Werken met parameters 7 Werken met meerdere formulieren 7.1 Formulieren toevoegen 7.2 Globale variabelen 7.3 Modules toevoegen 7.4 Controls (zoals ComboBox, ListBox, ) 8 kennen het onderscheid tussen modules, procedures en functies; kennen het onderscheid tussen de verschillende soorten parameters en kennen het gebruik ervan; kunnen zelf procedures aanmaken en deze oproepen vanuit andere procedures; 8 Modules en procedures 8.1 Soorten modules 8.2 Procedures en subprocedures 8.3 Functieprocedures 8.4 Private, Public en static 8.5 Argumenten van een procedure 8.6 Procedureoproep in andere module 9 kunnen zowel eendimensionale als tweedimensionale 9 Werken met tabellen 9.1 Eendimensionale array

18 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 17 en dynamische tabellen aanmaken en verwerken; kunnen Control array s aanmaken en gebruiken; 9.2 Tweedimensionale array 9.3 Dynamische array 9.4 Control array 10 kunnen een databank integreren en verwerken in een programma; kunnen een nieuwe databank aanmaken en verwerken. 10 Databanken 10.1 Ontwerp 10.2 Toepassingen 11 hebben inzicht in de verschillende soorten fouten kunnen de fouten opsporen en deze opvangen via programmacode. 11 Fouten opsporen 11.1 Soorten fouten 11.2 Foutmeldingen opvangen via het programma JAVA ALGEMENE DOELSTELLINGEN Het verwerven van praktische kennis van de taal JAVA Het probleemoplossend denken ontwikkelen i.v.m. het aspect OOP (object georiënteerd programmeren) Attitudes ontwikkelen zoals zin voor nauwkeurigheid en efficiënt werken en overdraagbaarheid van oplossingsmethodes en technieken 1 kunnen de programmeertaal Java situeren t.a.v. andere programmeertalen; kunnen uitleggen hoe binnen Java het concept platformonafhankelijkheid wordt geconcretiseerd; weten waarom beveiligingsaspecten van belang zijn; kunnen het begrip garbage collection uitleggen; 1 Basisconcepten 1.1 Platformonafhankelijkheid 1.2 Beveiligingsaspecten 1.3 Garbage collection 1.4 OOP concepten 2 kennen de afspraken die gemaakt worden rond notatie en naamgeving van de verschillende types; zien de belangrijkheid in van deze afspraken; hebben inzicht in het begrip floating point ; kunnen tekst en logische types gebruiken; 2 Primitieve types 2.1 Gehele types: byte, short, int en long 2.2 Floating points: float en double 2.3 Tekst types: char en String 2.4 Logische: boolean 3 kennen de verschillende keuze en herhalingsstructuren; 3 Basis structuren 3.1 Keuze structuur: if en switch

19 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 18 kunnen de verschillende structuren gebruiken in concrete gevallen; 3.2 Herhalingsstructuren: for-loops, while-loops en do while loops 3.3 Breaking out: break en continue 4 kunnen het begrip array uitleggen; weten wanneer er samengestelde structuren nodig zijn; kunnen multidimensionele rijen maken en gebruiken; 4 Samengestelde structuren 4.1 Rijen 4.2 Multidimensionele rijen (tabellen) 5 kennen de afspraken die gemaakt worden rond notaties en naamgeving van klassen, data, methoden ; zien de belangrijkheid in van deze afspraken; begrijpen het verschil tussen data en methoden ; kunnen het begrip constructor uitleggen; kennen het verschil tussen klas en instantie ; begrijpen op welke manier een instantie kan gecreëerd worden; zien het nut in van het gebruik van meerdere constructors; begrijpen het essentiële belang van subklassen en overerving ; begrijpen wat methode overschrijving is; kunnen uitleggen wat abstracte klassen zijn; kennen het verschil tussen static en non-static; kennen de begrippen polyporfie en inkapseling en kunnen deze in eenvoudige gevallen ook toepassen; 5 Object Oriented Programming 5.1 Klassen 5.2 Data versus methoden 5.3 Constructor 5.4 Instanties 5.5 Subklassen en overerving 5.6 Super en sub 5.7 Methode overschrijving 5.8 Klasse hiërarchie 5.9 Abstract klassen 5.10 Static versus non-static 5.11 Polymorfie 5.12 Inkapseling van gegevens 6 begrijpen de werking van de gebeurtenissen; kunnen het begrip interface situeren; kennen het nut van de hiërarchie van de componenten; 7 kunnen werken met het tekenpakket; 8 begrijpen het verschil tussen applets en applicaties ; kunnen de werking van een applet uitleggen; verwerven inzicht in de methodes gerelateeerd aan applets; 6 Gebeurtenissen 6.1 Events afhandeling 6.2 Interfaces 6.3 Componenten 7 Tekenpakket 7.1 Enkele voorbeelden 7.2 Grafische animatie 8 Applets 8.1 Enkele belangrijke methoden 8.2 Web browsers 9 kennen het concept thread en begrijpen het nut ervan; zien de werking in van toepassingen gemaakt op basis van threads. 9 Threads 9.1 Concept en nut 9.2 Gebruik

20 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 19 TOEPASSINGSPAKKETTEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN Vertrouwd zijn met de belangrijkste functies van een tekstverwerker, rekenblad en presentatie. Rekening kunnen houden met de BIN-normen. De lay-out van een tekst, rekenblad of presentatie vlot kunnen aanpassen. Geavanceerde toepassingen kunnen maken in een rekenblad. Een toepassingspakket kunnen instellen voor vlot gebruik. Het juiste toepassingspakket kunnen kiezen in functie van de toepassing. Gegevens kunnen uitwisselen tussen verschillende pakketten. 1 kunnen werken met een sjabloon en een opmaakprofiel opstellen; kunnen vlot de titels van een rapport automatisch nummeren; kunnen de BIN-normen toepassen; kunnen eenvoudige tabellen in een tekst integreren; kunnen gebruik maken van de voornaamste grafische mogelijkheden; kunnen documenten aanmaken door koppeling met data; kunnen een document integreren in een site; kunnen een gebruiksvriendelijke toepassing ontwikkelen met beperking van de mogelijkheden van de gebruiker; 1 Tekstverwerking 1.1 Werken met sjablonen en opmaakprofielen 1.2 Opmaak: alineaopmaak, automatische nummering, kop- en voettekst, paginaopmaak en nummering 1.3 Bin-normen 1.4 Secties 1.5 Tabellen 1.6 Werken met figuren en tekstvakken 1.7 Dynamische en statische koppelingen: samenvoegvelden, etiketten, formules 1.8 Integratie van een document in website 1.9 Invoegvelden 1.10 Keuzelijsten 1.11 Stijlen en hoofding 2 kunnen de basishandelingen van een rekenblad vlot uitvoeren; kennen de voornaamste formules en functies; kunnen geavanceerde functies gebruiken; kennen de zoektechnieken; kunnen een eenvoudige grafiek opstellen en deze kunnen opmaken (assen, schalen, notaties); 2 Rekenblad 2.1 Celinhoud : basisbewerkingen, vergrendelen, naamgeving 2.2 Formules, standaardfuncties 2.3 Geavanceerde functies: horizontaal en verticaal zoeken, wat als functie, financiële en economische functies

21 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 20 kunnen een databank gebruiken en opzoekingen maken via het gebruik van filters (autofilters en geavanceerde filters); kunnen draaitabellen toepassen; kunnen eenvoudige macro s opstellen; financiële en economische functies 2.4 Koppelen van werkbladen en mappen 2.5 Grafieken: gevorderde opmaak 2.6 Databank: sorteren, opzoeken met filters 2.7 Draaitabellen 2.8 Macro s 3 kunnen een eenvoudige presentaties opmaken met tekst, illustraties en grafieken; kennen enkele mogelijkheden zoals slide show, commentaar modus en outline view; kunnen animaties inbouwen. 3 Presentatiepakket 3.1 Opmaak 3.2 Weergave 3.3 Animaties PROJECTONTWIKKELING ALGEMENE DOELSTELLINGEN Inzien dat voor het opzetten van een informatiesysteem heel wat meer nodig is dan alleen maar de ontwikkeling van een programma. Via een gefaseerde aanpak een volledig informatiesysteem kunnen opzetten. Het doel en het nut van elke fase inzien. De voor elke fase aangepaste technieken kunnen gebruiken. Kunnen nagaan of na elke fase de vooropgestelde mijlpalen bereikt werden. Een volledig dossier kunnen opstellen. Inzien dat de documentatie belangrijk is. Aandacht hebben voor aspecten die in een praktijksituatie belangrijk zijn (invoeringsproblemen, aanvaarding door de gebruiker, mogelijke storingen tijdens het gebruik, bruikbaarheid van de handleiding). Het ontwikkeld systeem op een duidelijke wijze en met aangepaste presentatietechnieken kunnen voorstellen. 1 kennen het nut van de fasering; kunnen de fases onderscheiden; kunnen de menselijke aspecten bij automatisering begrijpen; 1 Vooronderzoek 1.1 Levenscyclus van een project 1.2 Formulering van de opdracht 1.3 Probleemanalyse 2 kennen de wettelijke eisen bij het opzetten van een informatiesysteem; kunnen een organogram opstellen; kunnen de voor- en nadelen van standaardpakketten ers s ont ikkelde soft are beschrij en 2 Systeemanalyse (definitiestudie) 2.1 STOEP-factoren 2.2 Vastlegging oplossingsrichting 2.3 Bepaling van veranderingen

22 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 21 versus ontwikkelde software beschrijven; kunnen een degelijke inventarisatie uitvoeren van een bestaande systeem en een gemotiveerde computerkeuze maken; kunnen de activiteiten voor een bepaald systeem vastleggen; kunnen een DFD opstellen; 2.4 Vastlegging uitgangspunten en plan van aanpak 2.5 Analyse huidige informatievoorziening 2.6 Evaluatie van de veranderingsbehoeften 2.7 Specificatie van systeemeisen 2.8 Evaluatie van de consequenties voor organisatie en systeemontwikkeling 3 kennen de verschillen tussen schema s en beschrijvende tekst hanteren; kunnen een data-dictionary opstellen; kennen het normalisatieproces; kunnen bij eenvoudige cases ERD s oplossen; kunnen een demonstratie geven van het ontwerp; kunnen beslissingstabellen opstellen; kunnen via SQL de structuur van een database opbouwen; kunnen een goede gegevensanalyse uitvoeren; 4 beheersen volledig de GUI van de gebruikte visuele taal; kunnen een elektronische presentatie maken; kunnen elk ontwikkeld deel op een volledige manier uittesten; kunnen SQL toepassen in de gebruikte visuele taal; 3 Logisch ontwerp (functioneel) 3.1 Definities 3.2 Verschil functioneel en technisch 3.3 Uitgangspunten en plan van aanpak 3.4 Ontwerp van organisatorische aanpassingen 3.5 Ontwerp van de functiestructuur 3.6 Ontwerp van de gegevensstructuur 3.7 Ontwerp van dialogen 3.8 Ontwerp van interfaces 3.9 Rapport functioneel ontwerp 4 Technisch ontwerp 4.1 Inleiding: presentatie, functies invoeren, bewaren en transporteren 4.2 Uitgangspunten en plan van aanpak 4.3 Programmaspecificaties 4.4 Ontwerp van de opslagstructuur 4.5 Ontwerp van beeldschermen 4.6 Ontwerp van formulieren 4.7 Specificeren van procedures 4.8 Specificatie systeemtest 4.9 Rapport technisch ontwerp 5 kunnen de controlestructuur schematisch weergeven (met PST of andere); kunnen de in database aangeleerde technieken i.v.m. SQL toepassen; kunnen gestructureerd werken; kunnen elk ontwikkeld onderdeel uittesten; kunnen een rapport opstellen van de uitgevoerde werkzaamheden; 5 Constructie/Bouw 5.1 Plan van aanpak 5.2 Programmering 5.3 Bestanden/database 5.4 Procedures en formulieren 5.5 Voorbereiding van de systeemtest 5.6 Opleidingen 5.7 Systeemtest

23 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) Acceptatietest 6 kunnen een gebruikershandleiding opstellen kunnen gebruikers een opleiding geven; kunnen rekening houden met de sociale aspecten van de invoering van een nieuw informatiesysteem; 6 Implementatie/Invoering 6.1 Plan van aanpak 6.2 Inrichting van de organisatie 6.3 Conversie 6.4 Installatie 6.5 Invoering en overdracht 7 kunnen het belang van onderhoud/beheer en opleiding bij een systeemontwikkeling beschrijven; kunnen back-up systemen beschrijven en een rampenplan opstellen; 7 Onderhoud/Beheer 7.1 Systeembeheerder 7.2 Nazorgteam/onderhoudsteam 8 kunnen in een afzonderlijk project de verschillende fasen van een levenscyclus toepassen (bijv. onder vorm van een GIP). 8 Toepassing in een praktijksituatie 8.1 Vooronderzoek 8.2 Systeemanalyse 8.3 Logisch en technisch ontwerp 8.4 Opbouw en implementatie 8.5 Test-fase 8.6 Integratie 8.7 Onderhoud MINIMALE MATERIËLE VEREISTEN 1 Het basisprincipe houdt in dat elk lesuur er per leerling één computer aanwezig is. In dit studiejaar is het noodzakelijk dat de leerlingen toegang hebben tot het Internet. De computer moet in staat zijn om zonder problemen de traditionele pakketten te kunnen draaien. Het is vanzelfsprekend dat de school beschikt over legale versies van de te gebruiken software. Vanuit louter didactisch standpunt is de keuze van de versie van het pakket niet zo belangrijk (maar alle items van het leerplan moeten wel kunnen aan bod komen). De toestellen moeten zo opgesteld staan dat er naast de computer nog voldoende ruimte is voor een boek of schrift. Tevens moeten volgende ergonomische eisen vervuld zijn: het scherm moet van goede kwaliteit (stabiel beeld zonder reflecties) en verstelbaar zijn, voor het toetsenbord moet er voldoende ruimte zijn voor de polsen. Het is aangewezen dat in de mediatheek een aantal basiswerken over informatica en vaktijdschriften aanwezig is. 1 Inzake veiligheid is de volgende wetgeving van toepassing: Codex, ARAB, AREI, Vlarem. Deze wetgeving bevat de technische voorschriften die in acht moeten genomen worden m.b.t. de uitrusting en inrichting van de lokalen en de aankoop en het gebruik van toestellen, materiaal en materieel. Zij schrijven voor dat duidelijke Nederlandstalige handleidingen en een technisch dossier aanwezig moeten zijn, alle gebruikers de werkinstructies en onderhoudsvoorschriften dienen te kennen en correct kunnen toepassen, de collectieve veiligheidsvoorschriften nooit mogen gemanipuleerd worden en de persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig moeten zijn en gedragen worden, daar waar de wetgeving het vereist.

24 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 23 Het gebruik van een computer thuis is eigenlijk vanzelfsprekend. Leerlingen moeten vanaf het begin gestimuleerd worden om een computer aan te schaffen (spaarplan opstellen, informatie geven over de aankoop van tweedehandse toestellen, enz.). Indien er toch nog leerlingen zijn die hierbij problemen hebben, moeten zij maximale faciliteiten krijgen om op school (buiten de normale lestijden) te kunnen oefenen. Experimenteren met netwerken gebeurt bij voorkeur met voor dit doel gereserveerde systemen (en dus niet met gebruikerstoestellen). Een klein experimenteel netwerk is bijgevolg noodzakelijk. Voor het onderdeel PC-technieken zijn een aantal (niet al te oude) computers noodzakelijk die kunnen gedemonteerd worden en die dus eigenlijk enkel voor dat doel bruikbaar zijn. Een apart PC-labo is dus wenselijk (met internetaansluiting en met moderne software). Niet meer dan 2 leerlingen kunnen per PC aan het werk zijn. PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN 1 Verdeling van de beschikbare lestijden Aantal uur per week (min. max.) 1 e jaar (voorstel) 2 e jaar (voorstel) PC technieken Multimediatechnieken Datacommunicatie en netwerken Ontwerp en implementatie Databanken Visual Basic Java Toepassingspakketten 2 2 Projectontwikkeling Gelet op het feit dat het leerplan een graadleerplan is en dat enige vrijheidsgraden werden ingebouwd op het vlak van het aantal lestijden dat aan elk van de subvakken besteed wordt, zal de leraar nauwkeurig het jaarplan dienen op te stellen. Het lerarenteam zal binnen de vastgelegde (min. max.) grenzen de verdeling van het aantal lestijden vastleggen. Het voorstel in de tabel is enkel als mogelijke oplossing opgenomen. Het spreekt vanzelf dat bij de spreiding van de vakken over de 2 jaar rekening gehouden wordt met de continuïteit en de vereiste voorkennis. De uitbreidingselementen kunnen aan bod komen in functie van het gekozen aantal lestijden, het niveau, de belangstelling en de voorkennis van de leerlingen. Scholen die via het CG het aantal uur Toegepaste informatica wensen te verhogen, kunnen het aantal lestijden van de tabel verhogen en/of (hoewel dat niet wenselijk is) een ander subvak (bijv. C of Delphi) invoeren. Het leerplan kan slechts met het beschikbare aantal uur afgewerkt worden indien de leerlingen in grote mate aan zelfstudie doen (zelfwerkzaamheid van de leerlingen moet absoluut gestimuleerd worden); huiswerk voldoende (ook bij toepassingspakketten) aan bod komt. Voor de uren PC technieken is het noodzakelijk dat er met aansluitende uren gewerkt wordt (een blok van 2 of van 3 uur) en dat de groepen niet te groot zijn (max. 16 leerlingen). 2 PC technieken Als aanvulling op de leerinhoud is het aan te bevelen dat de leerlingen Nederlandstalige (evt. ook Engelstalige) teksten lezen en bespreken. Hierbij schenkt de leerkracht aandacht aan de kwaliteit en het niveau van de artikels.

25 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 24 De actualiteit en recente ontwikkelingen kunnen worden opgevolgd via een documentatiemap. Het is aan te bevelen om het aantal onderwerpen beperkt te houden. Per onderwerp kan de leraar de meest bruikbare artikels selecteren en voor iedereen kopiëren. Om na te gaan of de artikels werkelijk worden gelezen, is wenselijk om een vragenlijst op te stellen en om tevens een aangepaste evaluatie door te voeren. De meeste onderwerpen lenen zich uitstekend tot het houden van spreekbeurten. In andere gevallen kan een samenvatting of een verhandeling worden gevraagd. Sommige leerstofonderdelen kunnen worden verwerkt via zelfstudie. De leerkracht kan occasioneel gebruik maken van video's, voordrachtgevers of uitstappen om de leerlingen in een andere omgeving te confronteren met leerstof. Het biedt de gelegenheid om bedrijfsmensen te vragen naar hun voorkeuren om bepaalde apparatuur al dan niet te gebruiken. De leerkracht zorgt ervoor dat het globale overzicht niet vervalt in detailbesprekingen. Bij het onderdeel Talstelsels bijv. worden uitsluitend een beperkt aantal eenvoudige oefeningen opgelost. Wat het besturingssysteem betreft kunnen bepaalde aspecten geïntegreerd worden in andere subvakken. Tevens moeten eveneens minder voorkomende systemen (bijv. Linux) besproken (en bij voorkeur ook toegepast) worden. Voor het labo gedeelte moet erover gewaakt worden dat de leerlingen de veiligheidsregels in acht nemen. Een werkend computersysteem kan met behulp van losse onderdelen (zonder kast) worden opgebouwd. De onderdelen kunnen door de leerlingen worden benoemd en gemonteerd. Binnen het vak kan voor een deel van de lesuren een soort reparatie-dienst gecreëerd worden (waarbij PC s van thuis, van bedrijven of van de scholengroep worden nagezien en hersteld). 3 Multimediatechnieken Voldoende aandacht moet besteed worden aan de analyse en de structuur van een website. Er kunnen voorbeelden getoond worden van goede en minder goede sites. De leerkracht kiest zelf de te gebruiken pakketten: bijv. voor Webdesign Frontpage of Dreamweaver en voor Webanimatie MS Gif Animator, Flash en/of Fireworks. HTML kan best worden aangeleerd door eerst een website te ontwikkelen met een pakket als Frontpage en daarna de achterliggende code te analyseren (en aan te passen). Vermits het koppelen van gegevens van een databank erg interessant is voor uitwerking van professionele websites, wordt sterk aangeraden dit onderdeel te behandelen. I.p.v. Java-script mag in principe een andere scripting-taal gebruikt worden. De uren van dit vakonderdeel mogen gecombineerd worden met deze van het onderdeel Toepassingspakketten. 4 Datacommunicatie en netwerken Netwerken zijn in de modernste informatiesystemen niet meer weg te denken. Tegelijk vereisen zij heel wat personeel voor het opzetten ervan, het onderhoud, de installatie van nieuwe pakketten, het opsporen en verhelpen van fouten, virusbestrijding enz. Het is van het hoogste belang dat de leraar dit onderdeel op een hoog niveau behandelt en zo veel mogelijk praktisch te werk gaat. Alle theoretische aspecten moeten gerelateerd worden aan praktische realisaties van netwerken in scholen, KMO s en grotere bedrijven. Minder voorkomende technische mogelijkheden en weinig praktische onderwerpen (zoals communicatiestandaarden, protocollen en transmissiemethodes) mogen slechts summier aan de orde komen. moeten wel voldoende inzicht verkrijgen in een besturingsysteem voor netwerken. Aan dit onderdeel dat uitsluitend praktisch behandeld wordt, wordt de helft van de lestijden besteed, die voor het subvak datacommunicatie en netwerken vastgelegd zijn. De aanpak van dit vakonderdeel is gelijkaardig aan PC-technieken: de vaardigheden primeren op de theorie. Het materiaal in het PC-labo wordt dan ook best uitgerust met een experimenteel netwerk. 5 Ontwerp en implementatie

26 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 25 De klemtoon ligt op de probleemoplossende vaardigheid (en niet op het aanleren van de programmeertaal) die vnl. aan bod komt in het ontwerp en de beschrijving van datastructuren en algoritmen. Dit houdt o.a. in dat niet zozeer de uiteindelijke realisatie van het product belangrijk is, maar wel de analyse van het probleem en het ontwerp van de oplossing. Het implementatiemiddel is in principe vrij te kiezen, maar vermits er vanuit de 2 e graad een redelijke voorkennis is van Pascal, is deze taal aan te bevelen. Een alternatieve keuze is C-taal. De leerinhouden kunnen eveneens met Visual Basic behandeld worden, maar dan moet er streng over gewaakt worden dat de methodische top-down en procedurele aanpak behouden blijft. Bij het maken van de oefeningen moet de nadruk gelegd worden op het leren oplossen van problemen in de door de leerkracht gekozen taal, eerder dan op het aanleren en uit het hoofd leren van de syntax van de taal. De leerkracht moet ernaar streven om niet te dikwijls wiskundige voorbeelden te gebruiken, maar in tegendeel oefeningen te kiezen uit de belangstellingssfeer van de leerlingen. De implementatie van algoritmen is optioneel (bijv. verwisselen van 2 elementen van een rij, een rij omkeren, sorteren met bubble sort of swap sort, minimum en maximum van een rij bepalen, sequentieel zoeken, binair zoeken). Scholen die het profiel van de studierichting eerder naar het programmeren toe wensen te versterken, kunnen aan het subvak meer uren besteden waardoor deze onderwerpen natuurlijk wel uitgebreid aan bod kunnen komen. Alle aspecten uit het leerplan moeten worden geïntroduceerd aan de hand van goedgekozen uitgewerkte voorbeelden (probleemgevallen, cases). De methodische aanpak is dwingend. Er wordt gebruik gemaakt van de methode van de stapsgewijze verfijning (eerst worden alle deelproblemen van eenzelfde niveau verfijnd, vooraleer men afdaalt naar een lager niveau). moeten ervaren dat de gegevensstructuur grondig wordt beredeneerd via het opstellen van een objectentabel, dat de controlestructuren worden opgebouwd door beredenering en voorstelling ervan op een schematische wijze (de schematechniek is vrij, het gebruik van alleen pseudo-code is eveneens toegestaan). Er wordt veel belang gehecht aan de datastructuren. Zo zal de onderlinge samenhang van objecten van verschillende modules nadrukkelijk aan bod komen. Het gebruik van geschikte metaforen zal de verstaanbaarheid ten goede komen. Basisprincipes bij de implementatie zijn: geen gebruik van globale variabelen, het gebruik van procedures, geen nesten van procedures en/of functies. Dit houdt in dat elk deelprobleem (module) eigen constanten en variabelen heeft (lokale objecten). Vanaf de aanvang wordt gebruik gemaakt van deelproblemen die, met het oog op de herbruikbaarheid ervan, zo algemeen mogelijk worden ontwikkeld. De principes van OOP kunnen in dit vakonderdeel ofwel (in afspraak) in een ander subvak (VB of Java) behandeld worden. 6 Databanken Er moet gekozen worden voor een professioneel DBMS-pakket dat objecten en methoden ter beschikking stelt die toelaten om relaties te leggen en tabellen, formulieren, rapporten, query s te genereren. Het beheer van al deze objecten kan gebeuren vanuit VBA (Visual Basic for Applications). Daar sommige problemen enkel met VBA-procedures op te lossen zijn, is VBA een belangrijk middel om de eigen databank te optimaliseren. Naargelang van de oefeningen worden de verschillende objecten, gebeurtenissen en methoden behandeld. Wie Access gebruikt, kan de kennis van Visual Basic aanwenden in VBA (zie leerplan Visual Basic). Meer nog, de subvakken Visual Basic en Databanken kunnen geïntegreerd gegeven worden. Veel databanken zijn toegankelijk via een netwerk. De basisprincipes van netwerken worden herhaald en het verschil tussen file locking en record locking wordt uitgelegd. Vervolgens wordt er aangetoond hoe een databank functioneert in een netwerk en hoe de verschillende gebruikers de databank kunnen gebruiken. 7 Visual Basic Visual Basic is een vrij eenvoudige en omwille van zijn grafische mogelijkheden een aantrekkelijke programmeertaal, waarbij de leerlingen vrij vlot leren werken met objecten.

27 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 26 Visual Basic als taal komt meer en meer voor daar ze o.a. gebruikt wordt bij het programmeren van macro s in Access en Excel. Alle aspecten uit het leerplan moeten worden geïntroduceerd aan de hand van goed gekozen uitgewerkte voorbeelden. De klemtoon ligt op de probleem oplossende vaardigheid in een object-georiënteerde omgeving. Het werken met de help-functie moet zo snel mogelijk aangeleerd worden, zodat de leerlingen zelfstandig problemen kunnen oplossen. Het aanmaken van helpschermen op maat kan eveneens aan bod komen. 8 Java De leerkracht kan zelf een keuze maken tussen het werken met applicaties of alleen met applets. Het verschil tussen beide dient wel besproken te worden. Een onuitputtelijke bron van informatie zijn de tientallen websites die aan Java of aan programma s en applets gewijd zijn. Java wordt als programmeertaal vooropgesteld omdat ze eenvoudig en systeemonafhankelijk is. Ze kan als objectgeoriënteerde taal fungeren doch ook dienen voor het opbouwen van webpagina's in een internetomgeving. In de multimediamaatschappij is het de meest veelzijdige programmeeromgeving met tal van toekomstopties. Via een web-editor kunnen de toepassingen uit Java in een internetpagina geïmplementeerd worden. Voor Java gelden de algemene principes van een programmeertaal zoals C, Pascal of Visual Basic. Vermits hoofdzakelijk in deze taal de OOP-aspecten aan bod komen, moet hieraan bijzondere aandacht geschonken worden. 9 Toepassingspakketten Bij dit onderdeel moet de nadruk liggen op het leren oplossen van problemen (met behulp van toepassingspakketten) eerder dan op het aanleren van het pakket zelf. De oplossingsmethodiek uit het onderdeel algoritmisch denken moet ook hier gevolgd worden. Dit betekent dat van elk probleem minimaal een grondige analyse dient gemaakt te worden, vooraleer de invoering op computer wordt aangevat. De leraar moet starten met de basisprincipes en -mogelijkheden van het pakket, maar gaandeweg moeten de toepassingen (of cases) de bovenhand krijgen. Eerst komen eenvoudige problemen aan bod, later gevolgd door meer complexe bedrijfsgerichte projecten. De verdere mogelijkheden van het pakket worden slechts besproken wanneer de toepassing dit verantwoordt. Daar de meeste pakketten enorm veel mogelijkheden hebben is het zeker niet de bedoeling om alles te bespreken. Beter minder maar grondig, dan veel en oppervlakkig. moeten zo vlug mogelijk werken met de help-functie zodat ze zelfstandig leren problemen op te lossen. Uiteraard wordt hen voldoende tijd gegeven om te oefenen. Huiswerk is ook bij praktische toepassingen essentieel. Voor tekstverwerking moet erover gewaakt worden dat de leraar niet te vlug besluit dat de leerstof verworven is. Professioneel werken veronderstelt bijv. het doordacht gebruiken van opmaakprofielen, sjablonen, enz. In dat verband is overleg met de collega s Dactylografie uit andere studierichtingen aangewezen. 10 Projectontwikkeling De in het leerplan opgenomen fasen zijn gekoppeld aan een veel gebruikte methode van systeemontwikkeling. Het staat de leraar vrij hiervan af te wijken en een andere methode (met andere benamingen te gebruiken). Gedurende de eerste maanden van het jaar (bijv. tot december) worden de verschillende fasen van de projectontwikkeling besproken aan de hand van een goed gekozen case die klassikaal wordt opgelost. Daarna kan voortbouwend op de kennis van de programmeertalen en van de databanken een volwaardige en voldoende grootschalige toepassing op zelfstandige basis (afzonderlijk of per twee) ontwikkeld worden. Het spreekt vanzelf dat het project kan deel uitmaken van de geïntegreerde proef.

28 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 27 Er moet erover gewaakt worden dat de aandacht niet afgeleid wordt naar spitsvondige toeters en bellen, maar dat in tegendeel de gevolgde methodiek nauw aansluit bij de verschillende vakken van de opleiding. Dit geldt zowel voor de gegevensanalyse als voor stappen die nodig zijn om tot een oplossing te komen. In samenspraak met het bedrijf of dienst waar de leerling evt. op stage gaat, kan een onderwerp geselecteerd worden dat in het onderdeel projectontwikkeling kan uitgewerkt worden. Vanaf bijv. januari werken de leerlingen bijgevolg tijdens de lessen projectontwikkeling aan een zelfstandige case (bijv. in het kader van de GIP) en/of evt. aan de voorbereiding of verwerking van de stage. GEÏNTEGREERDE PROEF 1 Definitie en algemene doelstellingen De geïntegreerde proef (gip) is een proef waar beroepsvaardigheden, manuele vaardigheden, algemene kennis en communicatievaardigheden evenwichtig en aangepast aan de studierichting aan bod komen. De gip zal een duidelijk beeld geven van de rijpheid van de leerling om deel te nemen aan het beroepsleven en om te functioneren in het maatschappelijk proces. 2 Betrokken vakken Vakken van het specifiek gedeelte van de opleiding,, die de studierichting bepalen, worden betrokken bij de opstelling en de organisatie van de gip, met de klemtoon op het vakoverschrijdend karakter. Kennis en vaardigheden uit de vakken van de basisvorming kunnen eveneens nodig zijn voor het realiseren van de gip. 3 Inhoud De gip kan opgebouwd worden rond een praktische realisatie, project, eindwerk, groepswerk of een combinatie hiervan. De opgave kan gegeven worden voor een klas, voor een groep leerlingen of voor individuele leerlingen. Bij een gemeenschappelijke opgave wordt de deelopdracht duidelijk afgebakend, zodat de inbreng van elke leerling individueel te evalueren is. Wat de inhoud van de gip betreft wordt rekening gehouden met het profiel van de betrokken studierichting en de overeenstemmende beroepsopleidingsprofielen; de einddoelstellingen van de betrokken studierichting; de integratie van de verschillende vakken; de noodzaak om kennis, vaardigheden en vakgerichte attitudes te evalueren. Vermits de gip bestaat uit een procesfase en de realisatie van een product, is een zorgvuldige planning en spreiding over het schooljaar noodzakelijk. moeten de kans krijgen tijdens een presentatie hun werk voor te stellen, toe te lichten en te verdedigen voor de jury. Samen met de opgave, worden de evaluatiecriteria (zowel voor proces als voor product), de timing en de werkmethode aan de leerling meegedeeld. 4 Begeleiding Elke leraar, die vakken geeft die betrokken zijn bij de gip (zowel AV, TV en PV), zorgt binnen zijn vakgebied voor de nodige begeleiding van de leerlingen. De gip-begeleider heeft, naast de begeleiding binnen zijn eigen vakgebied, ook een coördinerende taak. 0uders en leerlingen worden tijdig en regelmatig geïnformeerd omtrent de vorderingen. 5 Evaluatie 5.1 Aspecten van de evaluatie De geïntegreerde proef wordt beoordeeld door de jury. Een beoordeling dient te vertrekken vanuit duidelijke en operationele doelstellingen. Zowel het proces als het product moeten op een zo objectief mogelijke manier beoordeeld worden.

29 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 28 De beoordeling steunt altijd op een vaardigheids- en werkanalyse die het verloop, de verantwoording en de criteria weergeeft van de opdracht. Proces- en productgericht beoordelen kan vier aspecten omvatten: denkactiviteiten (bijvoorbeeld instructies lezen, aantekeningen maken, ); motorische handelingen (bijvoorbeeld schaven, ); praktijkattitudes (bijvoorbeeld nauwkeurig werken, scherp waarnemen, ); de uitvoeringstijd, waarbij gestreefd wordt naar een haalbaarheid voor 90 % van de leerlingen. 5.2 Rapporteren Er wordt aanbevolen om voor elk criterium afzonderlijk te rapporteren met behulp van een vierpuntenschaal die aangeeft of het resultaat beoordeeld wordt als heel goed, goed, zwak of als onvoldoende (het gebruik van cijfers wordt afgeraden). Die quotatie wordt schriftelijk aan de leerling (en aan de ouders) meegedeeld, waarbij uiteraard voldoende aandacht zal besteed worden aan motivering van het resultaat. 5.3 Eindbeoordeling De eindbeoordeling van de geïntegreerde proef (zowel het proces als het eindproduct) gebeurt door de jury. De voorzitter van de jury (of zijn afgevaardigde) maakt voor iedere leerling een eindverslag op waarin alle beoordelingselementen (volgens de vooraf bepaalde criteria) opgenomen zijn. Dit eindverslag wordt afgesloten met een genuanceerde, globale en eindbeoordeling, waarin het gebruik van een cijfer of van de termen geslaagd/niet geslaagd wordt afgeraden. Er wordt geadviseerd om per beoordelingscriterium te omschrijven hoe de leerling presteerde (bijv. heel goed, goed, zwak, niet goed ) en tevens het belang van elk criterium vast te leggen in functie van de eisen die aan het beroep gesteld worden. Tijdens de presentatie van het eindproduct moeten alle leden van de jury beschikken over een evaluatieformulier met alle te beoordelen criteria. De eindbeoordeling van de geïntegreerde proef wordt aan de leerlingen meegedeeld. Een uitgestelde beslissing (herexamen) voor de gip is niet mogelijk vermits dit eigenlijk in strijd is met het geïntegreerde karakter ervan (als een rode draad door de betrokken vakken gedurende het volledige jaar). De delibererende klassenraad krijgt op die manier belangrijke elementen over de persoonlijkheidsontplooiing, de attitudes en de voorbereiding op het beroepsleven van de leerling. De resultaten van de gip vormen één van de drie verplichte elementen waardoor de delibererende klassenraad zich moet laten leiden. Indien het advies van de jury van de geïntegreerde proef door de delibererende klassenraad niet gevolgd wordt, wordt dit omstandig gemotiveerd. De voorzitter van de delibererende klassenraad kan desgevallend de externe deskundigen uitnodigen. Deze personen maken dan ambtshalve met raadgevende stem deel uit van de delibererende klassenraad. Het is wenselijk dat de leerlingen (en hun ouders) van bij het begin van het schooljaar geïnformeerd worden over de te volgen procedures. 6 Specifieke elementen voor Informaticabeheer De opgave wordt zodanig opgebouwd, dat het eindresultaat een beeld geeft van de opgedane kennis, vaardigheden en inzichten in: de ontwikkeling van een efficiënte en gebruikersgerichte toepassing; de beheersing van het modulair ontwerp; de algemene aspecten van het beroep van informaticus; de fasen in een automatiseringsproject. Uitwerking: het verslag bevat een volledig uitgewerkt analyse- en programmadossier; de fasen die in de meeste gevallen herkenbaar in het dossier zullen voorkomen zijn: de beschrijving van de huidige werking, het logisch ontwerp, de implementatie, de invoering met testen en gebruikershandleiding, de evaluatie;

30 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 29 het project zal bij voorkeur op zichzelf staan (dus geen deelaspect van een of ander bestaand en complex geheel); de keuze van het implementatiemiddel is vrij, maar zal tijdens de lessen aangeleerd zijn. de ontwikkeling van een multimediaproject is eveneens een mogelijke keuze; de leraar zal er dan wel over waken dat het voldoende complex is en dat vooral de interactiviteit met de gebruiker voldoende aan bod komt; indien het gaat over een educatief pakket, mag het onderdeel evaluatie niet ontbreken; de link met andere vakken kan als volgt gelegd worden: met economie via bijv. een kostenraming en een budgettering, met Nederlands via de rapportering en presentatie, met wiskunde via een berekening of simulatie. EVALUATIE 1 Kwaliteitscriteria Zoals alle meetapparatuur, moet het evaluatie-instrument aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen. Het is immers niet vanzelfsprekend dat een leerling die bijv. een score van 45/100 voor een vak behaalt, de doelstellingen van dat leervak onvoldoende zou bereikt hebben. Het is mogelijk dat de vraagstelling niet duidelijk genoeg was en de leerling dat niet signaleerde of dat de leerling niet getraind was op de gestelde soort vragen of dat de opgaven onvoldoende aan de leerplandoelen beantwoordden of dat het puntengewicht van elke opgave niet evenredig was met de zwaarte van het te meten doel. Meestal worden volgende criteria gehanteerd: 1.1 Validiteit Een toets of examen is valide als aan 4 voorwaarden voldaan wordt: er moet een sterke overeenkomst bestaan tussen de onderwezen doelen en de opgaven; de verhouding tussen kennen-, kunnen-, en zijnsopgaven moet verantwoord zijn; de opgaven moeten correct zijn en volledig begrepen kunnen worden; de opgaven moeten representatief zijn voor de ganse leerinhoud. Het lijkt vanzelfsprekend dat er een sterke overeenkomst moet bestaan tussen de onderwezen doelstellingen en de opgaven, maar toch is dit niet altijd het geval. Vooral wanneer de evaluatie pas op het einde van een periode opgesteld wordt, wijken de opgaven nogal eens af van hetgeen er tijdens de lessen gerealiseerd werd. De herinnering aan het verloop van de lessen zelf is immers reeds te veel vervaagd. Wanneer examenopgaven echter samen met de lesvoorbereiding van de leerinhoud in kwestie opgesteld worden, of vlak na het onderwijzen daarvan, is de kans hiertoe veel kleiner. Wanneer b.v. het criterium 'kunnen' getest wordt, moeten de kennisinhouden beschikbaar gesteld worden (b. v. met gebruik van de cursus of de handleiding). Elke opgave moet communicatief eenduidig zijn (slechts voor één interpretatie vatbaar, goed afgebakend en onafhankelijk en zonder kettingopdrachten) 1.2 Transparantie Een evaluatie-instrument boet veel aan betrouwbaarheid in wanneer de cursisten te maken krijgen met opgaven waaraan ze zich helemaal niet verwachten. Een evaluatie waarin onvoorzien een beroep gedaan wordt op de creatieve en productieve capaciteiten van de cursisten, meet niet meer wat het moet meten (het bereiken van leerplandoelen), maar voor een groot deel de intelligentie, hetgeen geen doelstelling is 1.3 Betrouwbaarheid Betrouwbare vragen en toetsen verkleinen de resultaatfout. De verbetering of beoordeling gebeurt objectief, d.i. onafhankelijk van de bekwaamheden en kenmerken van de leerlingen. Horizontale verbetering met een antwoordmodel en met een fouten- en een puntenweging verhoogt de betrouwbaarheid. Hoe groter het aantal vragen, hoe groter de betrouwbaarheid van het resultaat. Samengestelde (en ingewikkelde) vragen worden zoveel mogelijk in enkelvoudige omgezet. Werken met verschillende soorten vragen die gerangschikt zijn (bijv. in stijgende moeilijkheidsgraad) motiveert de leerlingen beter. 1.4 Normgerichtheid Stel ten minste ¾ kernvragen op minimum 80% van de punten, over kennis en vaardigheden die voor de leerstofvooruitgang onmisbaar zijn, die voor het opleidingsprofiel normaal functioneel zijn en die een normale instroomgroep, na goed onderwijs, ongeveer 65 % correct kan oplossen.

31 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 30 Stel ten hoogste ¼ differentieervragen die niet door alle leerlingen kunnen opgelost worden en waarop maximum 20% punten staan. 1.5 Aanvaardbaarheid Aanvaardbare examens en resultaten voorkomen betwistingen Analyseer antwoorden en resultaten, trek conclusies, stuur eventueel bij en geef leeradviezen. Laat de examenkopij inkijken en bespreek de knelpunten klassikaal. Controleer samenhang van aantal onvoldoendes met andere vakken Respecteer de juridische regelgeving. 2 Meerkeuzevragen Verschillende onderdelen van het leerplan lenen zich goed tot het stellen van meerkeuzevragen. Het opstellen ervan moet zeer zorgvuldig gebeuren zoniet wordt het toetsresultaat te sterk beïnvloed door de leesvaardigheid en algemene intelligentie van de leerling. Het spreekt vanzelf dat meerkeuzevragen op toetsen en examens enkel toegelaten zijn indien deze techniek tijdens het jaar werd ingeoefend. 3 PC technieken Verschillende onderdelen lenen zich goed tot het stellen van praktische evaluatieopgaven. Een aantal ervan worden hieronder opgesomd: Benoemen van het volledige moederbord. Correct aansluiten van de bedrading voor de voeding van de verschillende hardwarecomponenten. Hard- en volledige softwareinstallatie van een willekeurige kaart (geluidskaart, modem, netwerkkaart, ). Vervangen of installeren van een harde schijf, incl. de BIOS-detectie, partitionering, formattering en Windows-installatie. Installeren van parallelle of USB hardware zoals muis, printer, scanner, toestenbord, incl. software. Configureren van een klein netwerk tussen twee of meerdere PC s. Telefoonverbinding tot stand brengen voor internetaansluiting. Herkennen van geluidssignalen die wijzen op één of ander defect of ontbrekend hardwareonderdeel. Juist instellen van jumpers op het moederbord, harde schijf, Correcte installatie van beveiliging- of antivirussoftware, incl. het downloaden en installeren van updates, patches, plug-ins, Back-ups of reservekopieën nemen van bestanden of volledige PC-configuraties. Opzoeken en optimaliseren van bepaalde BIOS-instellingen. Om bovenstaande evaluatieopgaven uit te voeren kan vertrokken worden vanuit een defecte proefopstelling. De leerling moet het probleem proberen te analyseren door logisch na te denken (via eliminatie) om ten slotte te komen tot een goede diagnose. Vanaf dat moment kan er concreet gezocht worden naar een oplossing voor het gestelde probleem. Het examen wordt voor dat vakonderdeel best mondeling afgenomen waarbij de leerling moet kunnen aantonen dat hij de (getrokken) opdracht zelfstandig kan uitvoeren. Permanente evaluatie is erg belangrijk en wordt bij voorkeur bijgehouden op een vooraf opgemaakte lijst met de doelstellingen waarbij gewerkt wordt met codes + (doelstelling bereikt), + (min of meer), - (niet bereikt). 4 Algoritmisch denken Gezien een foutief ontwerp ook tot een foutieve implementatie leidt, is het niet aangewezen om bij een zelfde probleem tegelijk ontwerp en implementatie te evalueren. Aan de leerling kan een opgelost ontwerp gegeven worden en gevraagd worden de implementatie te maken. Het verder invullen van een reeds gedeeltelijk opgestelde implementatie is soms aan te bevelen. Het zal van het niveau van de klas afhangen wat de inbreng van de leraar en die van de leerlingen hierbij zal zijn. Deze vorm van evaluatie kan zowel schriftelijk als praktisch (op computer) gebeuren. In de derde graad ligt de klemtoon op het gebruik van de juiste datastructuren, het (her)gebruik van deelproblemen (met de gegevensuitwisseling via parameters) en het algoritmisch denken. De evaluatie zal bijgevolg op deze deelaspecten toegespitst worden.

32 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 31 5 Toepassingspakketten Het is aan te bevelen om vooral praktische opdrachten te geven via een klaargemaakt invulformulier of opdrachtenblad. Het is niet nodig om telkens de volledige oefening te evalueren: een belangrijk gedeelte ervan of een nieuw onderdeel van de leerstof kan aldus beklemtoond worden. Daarnaast is de permanente evaluatie erg belangrijk; deze moet zich in elk geval vertalen in een concrete evaluatie (bij voorkeur met woorden). Bij klassikale toepassingen kan elke leerling afzonderlijk aan de beurt komen en mondeling een aantal stappen van de oplossing uitleggen. De klemtoon mag niet liggen op de technische snufjes van het pakket, maar op vaardigheden die voldoende universeel zijn (zodat ze b.v. zonder veel moeite op andere pakketten over te dragen zijn). De evaluatie moet peilen naar het inzicht, de methodische aanpak, efficiëntie en nauwkeurigheid. 6 Projectontwikkeling Het vakgebied projectontwikkeling leent zich zeer goed als rode draad bij de ontwikkeling van de GIP. De mogelijke technieken in elke fase kunnen immers het best ingeoefend worden in een praktijksituatie. Indien de evt. stage bij dit project kan aansluiten dan is dit mooi meegenomen, dit is echter geen must. Het examen van december stelt wellicht geen problemen omdat hoofdzakelijk de methodiek (met de fasering) aan bod komt. Toch is het dagelijks werk aan de klassikale case belangrijker. Vanaf bijv. januari werken de leerlingen aan een case in het kader van GIP en/of stage. Er moet dus erover gewaakt worden dat er geen dubbele (en identieke) evaluaties ontstaan. Evaluatie voor het dagelijks werk legt nadruk op de vorderingen en de gebruikte methode en technieken. Maar het examen in juni beoordeelt in hoofdzaak dezelfde eindproducten (dossiers) als van de GIP en de stage, zodat goede afspraken noodzakelijk zijn. Desnoods kan het examen van projectontwikkeling in juni vervallen. Een andere mogelijkheid is een mondeling examen af te nemen waarin gepeild wordt naar de vaardigheden van de leerling i.v.m. de projectontwikkeling in het algemeen. BIBLIOGRAFIE 1 PC Technieken Clickx, NV NUM, Groot-Bijgaarden, DE LANGE, De computer en wij: software, Wolters Plantyn, 2001, 199 p. GUBBELS F., VAN PINKSTER B, KASSENAAR P., Beheer en installatie computersystemen, Academic Service KREKELS, M.J.C.M., Basiscursus computergebruiker, Academic service, 1999, 181 p. MUELLER S., ZACKER C., Het complete handboek PC troubleshooting en upgrading, Academic Service, 1999, 1463 p. TANENBAUM A. S., Gestructureerde computerarchitectuur, Academic Service, 1999, 710 p. VAN DE MAELE M., Computersystemen, De Standaard, 2000 VERBAETEN P., Structuur en Organisatie van Computersystemen, De Standaard, 2000 VOSS, A., Zelf uw PC bouwen, Easy Computing, 1999, 478 p. VOSS, A., PC Hulp, Easy Computing, 1999, 731 p. VOSS, A., Hardware Tuning, Easy Computing, 1998, 781 p. WEBER, R., Werken met de Pentium, Sybex, 1995, 306 p. WOODCOCK,J., MS-DOS 6, Kluwer technische boeken b.v., 1993, 205 p.

33 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 32 2 Multimediatechnieken BIJLSMA A., Handboek multimedia, Academic Service, 1998 Easy Computing, Flash HUIZINGEN K., Taatgen W., Klantgerichte websites, AW Bruna, 1999 KASSENAAR P., Basiscursus HTML 4, Academic Service KASSENAAR P., Basiscursus JavaScript, Academic Service KASSENAAR P., Basiscursus DreamWeaver 3, Academic Service KASSENAAR P., Basiscursus FrontPage 2000, Academic Service KENTIE P., Webdesign & HTML in de praktijk, Addison Wesley, 1998 MÜLLER P., Homepages, Easy computing, 1999 NOLDEN M., Web design, Sybex, 1998 SCHÄFFER F., Hét boek Webdesign, Easy Computing 3 Datacommunicatie en netwerken BANG S., Het complete Internet Handboek, Academic Service, 1996, 1096 p. BOEKE H., Internet voor iedereen, Academic Service, 1997, 240 p. BOERGELIOEN J., DECUYPER L., Gegevenscommunicatie. De Clerck bvba, 1994, 76 p. BROWN M., Het complete handboek Intranet HTML, Academic Service, 1997, 1032 p. BUYSSE P., Probleemoplossend werken met computersystemen, Standaard uitgeverij, 1997, 158 p. CORMER D. E., Computernetwerken en internets, Wouters Import, 1997, 400 p. JORDENS PIETER, Databanken, netwerken en het internet, Standaard, 1997 KASSENAAR P., Basiscursus HTML, Academic Service,1997, 250 p. MATTHIJSSEN R.L., Computernetwerken en datacommunicatie, Academic Service, MICROSOFT PRESS, De Microsoft Networking Essentials, Academic Service, 1998 OOST, K., Basiscursus Internet, Academic Service STAMPER D, Datacommunicatie, Academic Service, 1998 TANENBAUM A.S., Computernetwerken. Academic Service, 1997, 850 p. VAN MOERGESTEL L., Computersystemen en Netwerken, De Standaard, Analyse en implementatie AMMERAAL L., Basiscursus C++, Academic Service, 1993 ANDRIESSEN & SMEETS, Programmaontwikkeling in Pascal, Nijgh en Van Ditmar, 1992, 470 p. ATKINSON L., Programmeren met C++, Academic service,1994 KOFFMAN B., Turbo Pascal, Problem solving and program design, Addison-Wesley, 1993, 858 p. MESMAN J., Pascal en PSD s, Academic service, 1991 NAGIN P., IMPALGLIAZZO J., Computer science, A breath first approach with Pascal, Wiley, 1995, 730 p. ROUSSELLE M., Analyse en implementatie 1, De Sikkel, 1995, 198 p. ROUSSELLE M., Analyse en implementatie 2, De Sikkel, 1996, 195 p.

34 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 33 5 Databanken BOERTJENS K., Basiscursus Access 2000, Academic Service, 1999 BORGELIOEN J., MYNY J., DE GEYTER-DIEPENDAELE T., Wegwijs in MS ACCESS deel1 en deel 2, WWW-Soft, 2000 BUYSSE P., Probleemoplossend werken met Access 2000, Standaard Uitgeverij, Antwerpen CUYPERS E., VANDENBROECK E., Access 2000, MIM-Standaard Uitgeverij, 1998 Easy computing, Het Boek Access 2000 FRANS R., Access 2000 (2 delen beginners en gevorderden), Campinia Media JACOBS, Een relationele kijk op databases. All Computing, 1992, 27 p. KORPERSHOEK I, GROENENDIJK B, Databases en Access 2000, Academic Service 2000 KROENKE D., Leerboek databases, Academic Service, 1998 PRAGUE C. N., Alles over Microsoft Access 2000, Addison Wesley Nl, 2000, 1057 p TOOM J., Basishandleiding Access 2000, Bijleveld Pers VIESCAS J. L., Microsoft Handboek Access 2000, Academic Service, 2000 VAN DER LANS R., Het SQL leerboek, Academic Service VAN BLAERE Y., Cursus Access 2000, eigen uitgave 6 Visual Basic CALLAHAN E., Microsoft Access 2000 Visual Basic for Applications fundamenten, Academic Service, 2000, 424 p. FRANS G., Visual Basic, Campinia, Geel JACOBSEN R., Microsoft Excel 2000 Visual Basic Fundamenten, Academic Service, 2000, 360 p. Sybex, Leer Visual Basic in 20 stappen LOWELL M., 10 minuten gids Visual Basic 6.0, Academic Service, 1999, 224 p. NORTON P., GROH M., Peter Norton s guide to Visual Basic, Sams SHANK D., Microsoft Office 2000 Visual Basic programmeergids, Academic Service, 2001, 1024 p. SILER B., SPOTSS J., Het complete handboek Microsoft Visual Basic 6.0, 1999, 912 p. 7 Java AMMERAAL. L., Leerboek Java, Academic Service, 1999 BUSS F., SCHLÖPKE S., Software training JAVA, Data Becker 1997 HACKL Y., KNAPP M., KRETCHMER B., Het Java boek, Easy computing, 1997 JASPER D., JAVA Makkie, Data Becker 1996 KOOSIS D., KOOSIS D., Java Programming For Dummies, Idg Books worldwide,1996 LAAN, G., En dan is er Java, Academic Service, 2002 LEINECKER R., Teach Yourself Visual J++ in 21 days, SAMS 1999 VERHOEVEN J., Toepassingen in Java, Academic Service, Tekstverwerking BAERT, M.-A., DE HERT, W., T SAS, J., Efficiënt communiceren, deel 1, deel 2, Uitgeverij Wolters Plantyn, Antwerpen, resp en 2000,

35 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 34 BUYSSE, P., CAUWENBERGH, R., VAN CALSTER, M., Probleemoplossend werken met MS Word 2000, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2000, DE GEYTER-DIEPENDAELE, T. Wegwijs in ICT, WWW-Soft, Oostkamp, 2001, DEVRIENDT, D. en DE GEYTER-DIEPENDAELE, T. Werk wijzer Met Word 2000, deel 1, deel 2 en deel 3, WWW-Soft, Oostkamp, resp. 2000, 2000 en 2001, GEMEENSCHAPSONDERWIJS, PEDAGOGISCHE BEGELEIDINGSDIENST, Het Bin-Boekje, Nevelland, Brussel, HOSTYN, M., LEMAITRE, D., LOONES, J., MAASSEN, J., VOLDERS, V., Tekstverwerking MS Word 2000, SIX, K., Typ-Top vandaag, deel 5, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2001, SIX, K., Typ-Top vandaag, deel 6, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2001, VANDEPUTTE, D, Typ-Top plus vandaag, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2000, VANDEPUTTE, D, Typ-Top vandaag, deel 4, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2000, SMASH, Word 2000 in je vingers, Kampenhout, Vaardige Vingers, driemaandelijks tijdschrift van de Academie voor Bureauwetenschappen, Tienen, VAN DEN BROECK, E., CUYPERS, E., Word 2000, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2000, Word 2000, deel 1, deel 2 en deel 3, Instruct bvba, Herent, 2000, 2000 en 2000, 9 Rekenblad BOERTJES R., Sneller werken met Excel 2000, Academic Service, 2000, 450 p. BRUIJNERS G., Basiscursus Excel 2000, Academic Service, 2000, 312 p. CUYPERS E., VAN DEN BROECK E., Excel 2000, Standaard uitgeverij, Antwerpen DE GEYTER-DIEPENDAELE T., DE MAERSCHALK E., Wegwijs in Excel, Deel 1 basis, Deel 2 gevorderden, WWW-Soft,1999 DODGE MARK, Microsoft Handboek Excel 2000 NL, Academic Service, 1999, 1044 p FRANS R., Excel 2000, Campinia Media, Geel LEIERER G.A., EC Gids Excel 2000, Easy Computing, 2000, 447 p. NELSON STEPHEN, Microsoft Excel 2000 pocket (nl), Academic Service, 1999, 208 p. VONBOEGEN H., Het Excel 2000 Boek, Easy computing, 2000, 1021 p. 10 Geïntegreerd AWOUTERS V., LEMOINE J., VAN ACKER F., Kantoorautomatisering. De Sikkel, 1997 BIJLSMA A., Handboek voor Office 2000, Academic Service, 2000 BORGELIOEN J., MYNY J., DE GEYTER-DIEPENDAELE T., Wegwijs in MS Access deel1 en deel 2, WWW-Soft, 2000 CREG P., Microsoft Office in 24 uur, Academic Service, 1999 MAESEELE L., VANDEPUTTE D., Office vandaag, Standaard 11 Projectontwikkeling DERKSEN, CRINS, AIV Informatiekunde voor het HBO, Academic Service, 2000.

36 TV Toegepaste informatica (1 e leerjaar 13 lestijden/week, 2 e leerjaar 13 lestijden/week) 35 EILERS H.B., Systeemontwikkeling op kleinere schaal met SDM, Academic Service, 1989 ERIKSSON, H., M. PENKER, De UML Toolkit, Academic Service STAPLETON, J., Dynamic Systems Development Method, Academic Service VAN DER HARST G., MAIJERS R., Effectief GUI-ontwerp, Academic Service, 1999, 304 p. YOURDON E., Gestructureerde analyse, Academic Service, 1991, 728 p.

Cursus toegepaste informatica 6 TSO

Cursus toegepaste informatica 6 TSO Cursus toegepaste informatica 6 TSO T. Willekens Leerkracht Technisch Atheneum Mol 2010 WOORD VOORAF Deze bundel is samengesteld voor leerlingen van de 3 graad 2 leerjaar (TSO-niveau). Het vak Toegepaste

Nadere informatie

COMPLEMENTAIRE ACTIVITEIT Toegepaste Informatica (1u/week)

COMPLEMENTAIRE ACTIVITEIT Toegepaste Informatica (1u/week) COMPLEMENTAIRE ACTIVITEIT Toegepaste Informatica (1u/week) KA Voskenslaan - Gent Schooljaar: 2006/2007 Leraar: Annick Van Daele 3 de graad ASO 1ste en 2 de jaar Klassen: Wetenschappen-Topsport (graadsklas)

Nadere informatie

SECUNDAIR ONDERWIJS FUNDAMENTEEL GEDEELTE

SECUNDAIR ONDERWIJS FUNDAMENTEEL GEDEELTE SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: TSO Graad: derde graad Jaar: eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Grafische technieken FUNDAMENTEEL GEDEELTE Optie(s): Multimediatechnieken Vak(ken): TV Toegepaste

Nadere informatie

Atheneum Boom en ICT. Inleiding

Atheneum Boom en ICT. Inleiding Inleiding Vermits computers niet meer weg te denken zijn uit onze maatschappij, doet onze school dan ook haar uiterste best om onze leerlingen vaardigheden en attitudes bij te brengen op het gebied van

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 STUDIEGEBIED ICT. Modulaire opleiding Informatica: Programmeren AO IC 002

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 STUDIEGEBIED ICT. Modulaire opleiding Informatica: Programmeren AO IC 002 STUDIEGEBIED ICT Modulaire opleiding Informatica: AO IC 002 Versie 2.0 BVR Pagina 1 van 21 Inhoud 1 Deel 1 Opleiding... 4 1.1 Korte beschrijving... 4 1.1.1 Inhoud... 4 1.1.2 Modules... 4 1.1.3 Niveau en

Nadere informatie

Overzicht modulefiches opleiding graduaat informatica optie programmeren

Overzicht modulefiches opleiding graduaat informatica optie programmeren Overzicht modulefiches opleiding graduaat informatica optie programmeren Inhoud Analyse TV... 2 Basiskennis TV... 3 Besturingssystemen TV... 4 Communicatie- en organisatietech. TV... 5 Databanken TV...

Nadere informatie

VLAAMS VERBOND VAN HET KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS MULTIMEDIATECHNIEKEN. Derde graad TSO Eerste en tweede leerjaar

VLAAMS VERBOND VAN HET KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS MULTIMEDIATECHNIEKEN. Derde graad TSO Eerste en tweede leerjaar VLAAMS VERBOND VAN HET KATHOLIEK SECUNDAIR ONDERWIJS LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS MULTIMEDIATECHNIEKEN Derde graad TSO Eerste en tweede leerjaar Licap - Brussel september 1998 MULTIMEDIATECHNIEKEN Derde

Nadere informatie

Trainingsomschrijving ACCESS 97 / 2000 / 2003NL

Trainingsomschrijving ACCESS 97 / 2000 / 2003NL Module 1 Inleiding Module 2 Ontwerpen van tabellen Module 3 Relationele databases en queries Module 4 Formulieren en rapporten Module 5 Geav. formulieren en rapporten Module 6 Macro s en menu s Module

Nadere informatie

eerste en tweede leerjaar PV/TV Stage toegepaste informatica

eerste en tweede leerjaar PV/TV Stage toegepaste informatica SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: TSO Graad: derde graad Jaar: eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Handel Optie(s) Informaticabeheer Vak(ken): PV/TV Stage toegepaste informatica 0/2 lt/w Vakkencode:

Nadere informatie

PV/TV Stage toegepaste informatica

PV/TV Stage toegepaste informatica LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS Vak: PV/TV Stage toegepaste informatica SPECIFIEK GEDEELTE 2 lt/w Studierichting: Studiegebied: Onderwijsvorm: Graad: Leerjaar: Informaticabeheer Handel TSO derde graad tweede

Nadere informatie

3KA Toegepaste informatica

3KA Toegepaste informatica 3KA Toegepaste informatica Thierry Willekens, leerkracht Koninklijk Technisch Atheneum Mol 2008 WOORD VOORAF Alle leerlingen verwerven de basisvaardigheden van ICT in het eerste jaar van de eerste graad

Nadere informatie

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) In deze module leer je projecten op te stellen en te programmeren in de VB.NET-omgeving.

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) In deze module leer je projecten op te stellen en te programmeren in de VB.NET-omgeving. STUDIEFICHE CVO DE AVONDSCHOOL Opleiding HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Module A5 Programmeren 1 (9 studiepunten) Plaats van de module in de opleiding: In deze module leer je projecten

Nadere informatie

COMPUTEROPERATOR. 580 Lt. Kwalitatief onderwijs voor volwassenen in Aalst. TANERA

COMPUTEROPERATOR. 580 Lt. Kwalitatief onderwijs voor volwassenen in Aalst. TANERA TANERA Kwalitatief onderwijs voor volwassenen in Aalst. COMPUTEROPERATOR 580 Lt NETWERKTECHNICUS Computerbesturingssystemen 1 (60 LT) Deze module verzorgt het aanbrengen van de basiscompetenties voor

Nadere informatie

Jaarplan Softwarepakketten

Jaarplan Softwarepakketten Schooljaar 2012-2013 Leerkracht(en): Jan Sleebus Vak: Softwarepakketten Klassen: 5NI Schooljaar: 2012-2013 Algemene gegevens Leerjaar en studierichting: Vak: Leerplannummer: Handboek: Varia: Network &

Nadere informatie

OFFICE A LA CARTE - ACCESS 2013

OFFICE A LA CARTE - ACCESS 2013 OFFICE A LA CARTE - ACCESS 2013 Inhoud HOOFDSTUK ACC-1.1: TERMINOLOGIE - (0:20) Wat is een database? Onderdelen van een database Tabellen en relaties Schematisch overzicht van de structuur van een database

Nadere informatie

Trainingsomschrijving Excel 97 / 2000 / 2003 NL

Trainingsomschrijving Excel 97 / 2000 / 2003 NL Module 1 Basisvaardigheden Module 2 Spreadsheets opzetten Module 3 Layout en afdrukken Module 4 Grafieken Module 5 Functies Module 6 Geautomatiseerde oplossingsmethoden Module 7 Werken met databases Module

Nadere informatie

Opleidingscatalogus: Automatisering

Opleidingscatalogus: Automatisering Opleidingscatalogus: Automatisering t WEB Opleidingen, Adviezen & Hoofdvestiging: Zeppelinstraat 7 7903 BR Hoogeveen Tel: 0528-280888 Fax: 0528-280889 Website: www.tweb.nl E-mail: [email protected] Opleidingen

Nadere informatie

SECUNDAIR ONDERWIJS FUNDAMENTEEL GEDEELTE

SECUNDAIR ONDERWIJS FUNDAMENTEEL GEDEELTE SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: BSO Graad: derde graad Jaar: eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Handel FUNDAMENTEEL GEDEELTE Optie(s): Kantoor Verkoop Vak(ken): TV Toegepaste informatica 1 ste

Nadere informatie

Windows applicaties met VB.NET VB Express 2010

Windows applicaties met VB.NET VB Express 2010 Windows applicaties met VB.NET VB Express 2010 HA 2258 01 Informaticabeheer(nieuw leerplan D/2010/7841/004) Marc De Wandel, Gerry Everaert, Nicole Legroe Christel Valkeners, Ria Van Eysendeyk Werkgroep

Nadere informatie

TV Toegepaste informatica

TV Toegepaste informatica LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS Vak: TV Toegepaste informatica SPECIFIEK GEDEELTE 13/11 lt/w Studierichting: Studiegebied: Onderwijsvorm: Graad: Leerjaar: Informaticabeheer Handel TSO Leerplannummer: 2011/043

Nadere informatie

Onze Microsoft gecertificeerde unieke Excel e-learning cursussen zijn incl.:

Onze Microsoft gecertificeerde unieke Excel e-learning cursussen zijn incl.: Cursus Inhoud 15 Modules - 15 Vragen Onze Microsoft gecertificeerde unieke Excel e-learning cursussen zijn incl.: * Praktijkopdrachten met real-time feedback bij gemaakte fouten * Rijke interactieve multimedia

Nadere informatie

Windows applicaties met Visual Basic.NET. VB Express 2010 HA Werkgroep Handel Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Windows applicaties met Visual Basic.NET. VB Express 2010 HA Werkgroep Handel Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Windows applicaties met Visual Basic.NET VB Express 2010 HA 2253 01 Boekhouden-informatica Marc De Wandel, Gerry Everaert, Nicole Legroe Christel Valkeners, Ria Van Eysendeyk Werkgroep Handel 2011 Vlaams

Nadere informatie

Toestellen waar gegevens worden opgeslagen (opslagmedia) horen niet echt in dit lijstje thuis.

Toestellen waar gegevens worden opgeslagen (opslagmedia) horen niet echt in dit lijstje thuis. Randapparatuur Om de computer effectief te kunnen gebruiken, hebben we aan aantal randapparaten nodig. Deze worden voornamelijk ingedeeld in in- en uitvoer en een aantal die beide kunnen, invoerapparaten

Nadere informatie

VAK Informatica. LP NR September 2011 VVKSO BRUSSEL D/2011/7841/039 KSO LEERKRACHT Kris Cauberghe

VAK Informatica. LP NR September 2011 VVKSO BRUSSEL D/2011/7841/039 KSO LEERKRACHT Kris Cauberghe JAARPLANNING GRAAD 2 VAK Informatica 1 U/W 1 SCHOOLJAAR 2011-2012 HANDBOEK Desktopper Windows 7: Computers en systeemsoftware, Tekstverwerking, Presentaties STUDIERICHTING 3AO & 3BAKc LP NR September 2011

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Module 2 Documenten standaardiseren

Inhoudsopgave. Module 2 Documenten standaardiseren Module 2 Documenten standaardiseren Hoofdstuk 1 Stijlen... 2-3 Stijl maken... 2-3 Stijl baseren op bestaande opmaak... 2-4 Nieuwe stijl... 2-5 Stijlen wijzigen... 2-8 Stijl baseren op een andere stijl...

Nadere informatie

7 Kantoor/Verkoop Toegepaste informatica

7 Kantoor/Verkoop Toegepaste informatica 7 Kantoor/Verkoop Toegepaste informatica Thierry Willekens, leerkracht Koninklijk Technisch Atheneum Mol 2009 WOORD VOORAF Deze bundel is samengesteld voor leerlingen van de 3 graad 3 leerjaar (BSO-niveau,

Nadere informatie

MODULE I. Informatica. Inhoudsopgave. Inhoudsopgave. Hoofdstuk 3 De andere kant van ICT 50. Hoofdstuk 1 Het belang van informatie 18

MODULE I. Informatica. Inhoudsopgave. Inhoudsopgave. Hoofdstuk 3 De andere kant van ICT 50. Hoofdstuk 1 Het belang van informatie 18 6 MODULE I Informatica Inleiding 17 Hoofdstuk 1 Het belang van informatie 18 1.1 Inleiding 18 1.2 Aanwijzingen voor de leerling 18 1.3 Het verschil tussen gegevens en informatie 18 1.4 Bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

1.7 Ontleding van het eerste programma... 14

1.7 Ontleding van het eerste programma... 14 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 1.1 Wat kan je met Java doen?..................... 1 1.2 Over Java............................... 3 1.3 Gebruik van dit boek......................... 5 1.4 Installatie...............................

Nadere informatie

Inventarisatie Microsoft Office

Inventarisatie Microsoft Office Om te bepalen welke modules voor u wenselijk zijn verzoeken wij u onderstaande vragenlijst zo volledig mogelijk in te vullen. Voornaam + achternaam: E-mail: Telefoon (Optioneel): Werkgever: Wat is de aard

Nadere informatie

STUDIEGEBIED GRAFISCHE TECHNIEKEN: NON-PRINT

STUDIEGEBIED GRAFISCHE TECHNIEKEN: NON-PRINT STUDIEGEBIED GRAFISCHE TECHNIEKEN: NON-PRINT Modulaire opleiding Webserverbeheerder BO GR 504 Versie 1.0 BVR Pagina 1 van 13 Inhoud 1 Deel 1 Opleiding... 3 1.1 Korte beschrijving... 3 1.1.1 Relatie opleiding

Nadere informatie

Wat zien we in deze cursus

Wat zien we in deze cursus Algemeen [email protected] Educatief verlof Opleidingscheques Pauze tussen 19h45 en 20h15 Elke week van 18h tot 21h20 (uitgezonderd schoolvakanties) op dinsdagavond 4 tussen evaluaties en 1 eindevaluatie

Nadere informatie

Module 1 Programmeren

Module 1 Programmeren Module 1 Programmeren Programmeertalen 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Programmeertalen in historisch perspectief 13 1.2.1 Machinecode 13 1.2.2 Assembleertalen (assembly) 14 1.2.3 Hogere programmeertalen 15 1.2.4

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 STUDIEGEBIED ICT. Modulaire opleiding Informatica: Toepassingssoftware AO IC 003

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 STUDIEGEBIED ICT. Modulaire opleiding Informatica: Toepassingssoftware AO IC 003 STUDIEGEBIED ICT Modulaire opleiding Informatica: Toepassingssoftware AO IC 003 Versie 2.0 BVR Pagina 1 van 40 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 1 Deel 1 Opleiding... 6

Nadere informatie

INLEIDING... 1 A FSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE...

INLEIDING... 1 A FSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... Inhoudsopgave INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... 3 1 WAT ALS-ANALYSE... 11 1.1 Inleiding... 11 1.2 Gegevenstabellen... 11 1.2.1... Voorbeeld... 11 1.2.2... Gegevenstabel met enkele invoervariabele...

Nadere informatie

Inhoud Expertcursus. Word 2010 NL-NL

Inhoud Expertcursus. Word 2010 NL-NL Inhoud Expertcursus Word 2010 NL-NL Hoofdstuk 1 Inhoudsopgave en lijsten... 6-45 Inhoudsopgave genereren... 6-45 Inhoudsopgave bijwerken... 6-48 Inhoudsopgave opmaken... 6-49 Lijst van figuren en autorisaties...

Nadere informatie

Informatie & Databases

Informatie & Databases Informatie Wat is informatie en waaruit het bestaat? Stel op een kaart staat het getal 37 geschreven. Wat kun je dan zeggen van het cijfer 37? Niets bijzonders, toch? Alleen dat het een getal is. Gaat

Nadere informatie

Sint-Jan Berchmanscollege

Sint-Jan Berchmanscollege Sint-Jan Berchmanscollege Infobrochure INFORMATICABEHEER (3de graad TSO) Leerlingprofiel Je bent 16 jaar en je kiest voor een studierichting in de 3de graad. Zou de richting Informaticabeheer iets voor

Nadere informatie

de vereiste integriteit in acht nemen.

de vereiste integriteit in acht nemen. STUDIEFICHE CVO DE AVONDSCHOOL Opleiding HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Module A6 Programmeren 2 (5 studiepunten) Plaats van de module in de opleiding: In deze module leer je meer over

Nadere informatie

FUNDAMENTEEL GEDEELTE Boekhouden-informatica

FUNDAMENTEEL GEDEELTE Boekhouden-informatica SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: TSO Graad: derde graad Jaar: eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Handel Optie(s) FUNDAMENTEEL GEDEELTE Boekhouden-informatica Vak(ken): TV Toegepaste informatica

Nadere informatie

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Het schematiseren van probleemstellingen. met zelfgedefinieerde klassen werken.

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Het schematiseren van probleemstellingen. met zelfgedefinieerde klassen werken. STUDIEFICHE CVO DE AVONDSCHOOL Opleiding HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Module A1 Basiskennis (4 studiepunten) Plaats van de module in de opleiding: In deze module wordt de basiskennis

Nadere informatie

Programmeren in Excel 2016 met VBA

Programmeren in Excel 2016 met VBA Programmeren in Excel 2016 met VBA Kosten: 995,- excl. BTW per deelnemer Duur: 3 dagen Max Deelnemers: 10 Programmeren in Excel 2016 met VBA is een praktijkgerichte driedaagse training. Je maakt kennis

Nadere informatie

Vakinhoudelijke uitwerking Keuzevak Applicatieontwikkeling van het profiel MVI vmbo beroepsgericht

Vakinhoudelijke uitwerking Keuzevak Applicatieontwikkeling van het profiel MVI vmbo beroepsgericht Vakinhoudelijke uitwerking Keuzevak Applicatieontwikkeling van het profiel MVI vmbo beroepsgericht Deze vakinhoudelijke uitwerking is ontwikkeld door het Redactieteam van de Schooleamenbank vmbo voor dit

Nadere informatie

Excel 2010 in 17 stappen

Excel 2010 in 17 stappen Omschrijving Volledige progressieve training Excel 2010 in 17 stappen (17 modules, 153 rubrieken) Duur 12:45 Inhoud 1. Ontdek Excel, vul een tabel in De basisfuncties van Excel: voer uw eerste handelingen

Nadere informatie

VAN HET PROGRAMMEREN. Inleiding

VAN HET PROGRAMMEREN. Inleiding OVERZICHT VAN HET PROGRAMMEREN Inleiding Als je leert programmeren lijkt het nogal overweldigend om die eerste stappen te doorworstelen. Er zijn dan ook heel wat programmeertalen (Java, Ruby, Python, Perl,

Nadere informatie

Programmeren in Access 2016 met VBA

Programmeren in Access 2016 met VBA Programmeren in Access 2016 met VBA Kosten: 750,- excl. BTW per deelnemer Duur: 2 dagen Max Deelnemers: 8 Je leert tijdens deze training alle concepten van de programmeertaal VBA (Visual Basic for Applications)

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Module 2 Geavanceerde formulieren

Inhoudsopgave. Module 2 Geavanceerde formulieren Inhoudsopgave Module 2 Geavanceerde formulieren Hoofdstuk 1 Hoofd en subformulieren... 2-3 1.1 Hoofd-Subformulieren maken... 2-3 1.2 Navigatieformulier maken... 2-7 1.3 Subformulier aanpassen... 2-11 1.5

Nadere informatie

INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE...

INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... Inhoudsopgave INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... 3 1 REDIGEREN... 9 1.1 Inleiding... 9 1.2 Wijzigingen bijhouden... 9 1.3 Een andere collega redigeert de tekst... 11 1.4 Weergeven van de wijzigingen...

Nadere informatie

Inhoud. VBA Excel 2010

Inhoud. VBA Excel 2010 Inhoud VBA Excel 2010 Inhoudsopgave 0. INSTELLINGEN EXCEL 2010... 9 1. WAT IS VISUAL BASIC FOR APPLICATIONS... 16 1.1. Achtergrond... 16 1.2. VBA is meer dan een macrotaal... 16 Case 1: Macro "Walk of

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE Ms Access 2007

INHOUDSOPGAVE Ms Access 2007 INHOUDSOPGAVE Ms Access 2007 Woord vooraf... 11 Inleiding... 12 1 Een inleiding tot databanken... 12 2 Een databank ontwerpen... 13 3 Wat is Microsoft Access?... 16 DEEL 1 Een relationele databank opstellen...

Nadere informatie

Programmeren in Access met VBA

Programmeren in Access met VBA Programmeren in Access met VBA Kosten: 750,- excl. BTW per deelnemer Duur: 2 dagen Max Deelnemers: 8 U leert tijdens deze training alle concepten van de programmeertaal VBA (Visual Basic for Applications)

Nadere informatie

Zelftest Informatica-terminologie

Zelftest Informatica-terminologie Zelftest Informatica-terminologie Document: n0947test.fm 01/07/2015 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INTRODUCTIE Deze test is een zelf-test, waarmee u

Nadere informatie

MS Access. Module 0. MS Access, versie 2000 (NL) Nummer: 256 (11062002) The Courseware Company

MS Access. Module 0. MS Access, versie 2000 (NL) Nummer: 256 (11062002) The Courseware Company MS Access Module 0 MS Access, versie 2000 (NL) Nummer: 256 (11062002) The Courseware Company Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie,

Nadere informatie

LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS Vakken: TV /Elektronica/ Elektromechanica/Elektriciteit/ (2/2 lt/w) Specifiek gedeelte Studierichting: Elektriciteit-elektronica Studiegebied: Mechanica-elektriciteit Onderwijsvorm:

Nadere informatie

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Excel 2007-2010 Basis 15

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Excel 2007-2010 Basis 15 INHOUD Ten geleide 13 1 Excel 2007-2010 Basis 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Excel 2007-2010 samengevat 15 1.2.1 Configuratie instellen en de werkomgeving aanpassen 15 1.2.1.1 Een knop toevoegen aan de werkbalk

Nadere informatie

Microsoft Excel. It s all about Excel - VBA

Microsoft Excel. It s all about Excel - VBA X Microsoft Excel Stap in de wereld van Visual Basic for Applications (VBA) binnen het Microsoft Office programma Excel. Leer hoe deze programmeertaal precies in elkaar zit en hoe u deze in de dagelijkse

Nadere informatie

1. OpenOffice.org downloaden en installeren 13 1.1 Downloaden en installeren... 14 1.2 Achtergrondinformatie... 20 1.3 Tips... 21

1. OpenOffice.org downloaden en installeren 13 1.1 Downloaden en installeren... 14 1.2 Achtergrondinformatie... 20 1.3 Tips... 21 Inhoudsopgave Voorwoord... 7 Nieuwsbrief... 7 Introductie Visual Steps... 8 Wat heeft u nodig?... 8 Uw voorkennis... 9 Hoe werkt u met dit boek?... 10 De volgorde van lezen... 11 Website... 11 Toets uw

Nadere informatie

Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven

Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven Objecten Programmeren voor de Sport: Een inleiding tot JAVA objecten Wetenschapsweek 20 November 2012 Tony Wauters en Tim Vermeulen [email protected] en [email protected]

Nadere informatie

ExpertHandboek Business Intelligence met Power BI in Excel Wim de Groot

ExpertHandboek Business Intelligence met Power BI in Excel Wim de Groot ExpertHandboek Business Intelligence met Power BI in Excel Wim de Groot Van Duuren Media, ISBN 9789463560665 Inhoud Voorwoord 1. Goed beginnen Voor wie is dit boek bedoeld? Werken met dit boek Afspraken

Nadere informatie

Visual Basic.NET. Visual Basic.NET. M. den Besten 0.3 VB. NET

Visual Basic.NET. Visual Basic.NET. M. den Besten 0.3 VB. NET Visual Basic.NET M. den Besten 0.3 VB. NET Inhoud Voorwoord Deel 1 Visual Basic.NET 1.1 Inleiding...13 1.2 De programmeertaal Visual Basic.NET...14 1.3 Microsoft Visual Basic 2010 Express Edition...15

Nadere informatie

Databases - Inleiding

Databases - Inleiding Databases Databases - Inleiding Een database is een verzameling van een aantal gegevens over een bepaald onderwerp: een ledenbestand van een vereniging, een forum, login gegevens. In een database worden

Nadere informatie

Access. Module 0. Access, versie 97 (UK) Nummer: 012 (11062002) The Courseware Company

Access. Module 0. Access, versie 97 (UK) Nummer: 012 (11062002) The Courseware Company Access Module 0 Access, versie 97 (UK) Nummer: 012 (11062002) Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere

Nadere informatie

INHOUD 1 INLEIDING... 2 2 WORD... 3 2.1 WORD BASISVAARDIGHEDEN... 3 2.2 WERKEN MET GROTE DOCUMENTEN... 3 2.3 VERZENDLIJSTEN... 3

INHOUD 1 INLEIDING... 2 2 WORD... 3 2.1 WORD BASISVAARDIGHEDEN... 3 2.2 WERKEN MET GROTE DOCUMENTEN... 3 2.3 VERZENDLIJSTEN... 3 Office Modules MS OFFICE MODULES Haarweg 20 3953 BH Maarsbergen Tel: 0343-444919 E-mail: [email protected] Website: www.bakkercomputeropleidingen.nl INHOUD 1 INLEIDING... 2 2 WORD... 3

Nadere informatie

Advies over het algemeen vak Informatica in de tweede en derde graad van het ASO

Advies over het algemeen vak Informatica in de tweede en derde graad van het ASO Vlaamse Onderwijsraad Afdeling ASO Leuvenseplein 4 24 maart 2000 1000 Brussel ASO/RLE/ADV/001 Advies over het algemeen vak Informatica in de tweede en derde graad van het ASO 1 Situering Sedert 1993 bestudeert

Nadere informatie

INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE...

INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... Inhoudsopgave INLEIDING... 1 AFSPRAKEN... 2 INHOUDSOPGAVE... 3 1 DE DATABASE CURSUSSEN... 9 1.1 Inleiding... 9 1.2 Het voorbeeld... 9 1.2.1 Probleemomschrijving... 9 1.2.2 Concretisering en vragen naar

Nadere informatie

SYNTRA-WEST. Initiatiecursus JAVA. Deel

SYNTRA-WEST. Initiatiecursus JAVA. Deel SYNTRA-WEST Initiatiecursus JAVA Deel Syntra-West Syntra-West (vroeger Vormingsinstituut West-Vlaanderen) Doorniksesteenweg 220 8500 Kortrijk Tel. 056/26.02.00 Fax 056/22.81.07 i Inhoudsopgave SYNTRA-WEST...

Nadere informatie

Ontwerp van Informatiesystemen

Ontwerp van Informatiesystemen 1ste bach HIB Ontwerp van Informatiesystemen Prof. Verelst Q www.quickprinter.be uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen 112 2,50 Online samenvattingen kopen via www.quickprintershop.be Table of Contents

Nadere informatie

Computerconfiguratie en netwerken. Windows 7 HA 5337 01. Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs. Alle studierichtingen

Computerconfiguratie en netwerken. Windows 7 HA 5337 01. Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs. Alle studierichtingen Computerconfiguratie en netwerken Windows 7 HA 5337 01 Alle studierichtingen Lut Boogaerts - Ria Van Eysendeyk - Christel Valkeners - Guy Willems Werkgroep Integratie Informatica Handel 2011 Vlaams Verbond

Nadere informatie

Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware.

Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware. Het besturingssysteem of operating system, vaak afgekort tot OS is verantwoordelijk voor de communicatie van de software met de hardware. Het vormt een schil tussen de applicatiesoftware en de hardware

Nadere informatie

Java. Basissyllabus. Egon Pas

Java. Basissyllabus. Egon Pas Java Basissyllabus Egon Pas 2011 BeanPole bvba Gasmeterlaan 92-9000 Gent BTW BE 472.902.516 Tel: + 32 9 224 42 17 Fax: + 32 9 223 62 88 www.beanpole.be [email protected] 1 Programmeren 1.1 Hoe werkt een

Nadere informatie

Inhoud. Introductie tot de cursus

Inhoud. Introductie tot de cursus Inhoud Introductie tot de cursus 1 De functie van de cursus 7 2 De inhoud van de cursus 7 2.1 Voorkennis 7 2.2 Leerdoelen van de cursus 8 2.3 Opbouw van de cursus 8 3 Leermiddelen en wijze van studeren

Nadere informatie

Sint-Lievenscollege Business. De school voor jouw toekomst

Sint-Lievenscollege Business. De school voor jouw toekomst Op stap naar de derde graad Kiezen is moeilijk (keuzestress!!) Hoe moet ik kiezen? Wat zal ik kiezen? Hoe moet ik kiezen? Vanuit een positieve ingesteldheid! Rekening houdend met talent interesse/motivatie

Nadere informatie

Word 2016 VBA Cursus Leer programmeren in Word

Word 2016 VBA Cursus Leer programmeren in Word Word 2016 VBA Cursus Leer programmeren in Word Kosten: 750,- excl. BTW per deelnemer Duur: 2 dagen Max Deelnemers: 8 VBA Cursus - Programmeren in Word 2016 Tijdens deze praktijkgerichte 2-daagse training

Nadere informatie

Programmeren in Excel met VBA

Programmeren in Excel met VBA Programmeren in Excel met VBA Kosten: 995,- excl. BTW per deelnemer Duur: 3 dagen Max Deelnemers: 10 Deze praktijkgerichte driedaagse training Programmeren in Excel met VBA maakt u bekend met de concepten

Nadere informatie

INHOUDSTABEL PRESENTATIES OP MAC. geen specifieke voorkennis

INHOUDSTABEL PRESENTATIES OP MAC. geen specifieke voorkennis INHOUDSTABEL PRESENTATIES OP MAC TOELATINGSVOORWAARDEN Vereist: Aanbevolen: geen specifieke voorkennis kunnen werken met Mac OS Een presentatie beginnen Thema kiezen Formaat kiezen Het keynote-venster

Nadere informatie

VAN HET PROGRAMMEREN. Inleiding. Het spiraalmodel. De programmeertaal. vervolgens de berekening van het totale bedrag, incl. BTW:

VAN HET PROGRAMMEREN. Inleiding. Het spiraalmodel. De programmeertaal. vervolgens de berekening van het totale bedrag, incl. BTW: OVERZICHT VAN HET PROGRAMMEREN Inleiding Als je leert programmeren lijkt het nogal overweldigend om die eerste stappen te doorworstelen. Er zijn dan ook heel wat programmeertalen (Java, Ruby, Python, Perl,

Nadere informatie

emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database

emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database emaxx Systeem eisen ManagementPortaal voor de ZakenMagazijn database Datum: 25-09-2007 Auteur: ing. E.L. Floothuis Versie: 0.1 Status: Concept Kopersteden 22-4 Postbus 157 7500 AD Enschede Tel: 053 48

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE Ms Access 2010

INHOUDSOPGAVE Ms Access 2010 Inhoudsopgave Ms Access 2010-1 INHOUDSOPGAVE Ms Access 2010 Woord vooraf... 11 Inleiding... 12 1 Een inleiding tot databanken... 12 2 Een databank ontwerpen... 13 3 Wat is Microsoft Access?... 16 DEEL

Nadere informatie

SECUNDAIR ONDERWIJS COMPLEMENTAIR GEDEELTE

SECUNDAIR ONDERWIJS COMPLEMENTAIR GEDEELTE SECUNDAIR ONDERWIJS Onderwijsvorm: Graad: Jaar: TSO tweede graad eerste en tweede leerjaar Studiegebied: Handel COMPLEMENTAIR GEDEELTE Optie(s): Handel Vak(ken): AV Informatica 1/1 lt/w Vakkencode: IT-x

Nadere informatie

EUROPEES COMPUTER RIJBEWIJS / INTERNATIONAAL COMPUTER RIJBEWIJS ADVANCED DATABASE

EUROPEES COMPUTER RIJBEWIJS / INTERNATIONAAL COMPUTER RIJBEWIJS ADVANCED DATABASE EUROPEES COMPUTER RIJBEWIJS / INTERNATIONAAL COMPUTER RIJBEWIJS ADVANCED DATABASE The European Computer Driving Licence Foundation Ltd. Portview House Thorncastle Street Dublin 4 Ierland Tel: + 353 1 630

Nadere informatie

De acties die je als gebruiker stapsgewijs moet volgen, worden als volgt genoteerd.

De acties die je als gebruiker stapsgewijs moet volgen, worden als volgt genoteerd. Inleiding Access 2013 is een relationeel databasesysteem. Een databasesysteem is een programma om gegevens te beheren. Deze gegevens worden in tabellen opgeslagen. Tussen de tabellen kunnen relaties bestaan.

Nadere informatie

Cursus MS Excel 2007 (N), Introductie (1) Mei 2009

Cursus MS Excel 2007 (N), Introductie (1) Mei 2009 Cursus MS Excel 2007 (N), Introductie (1) Mei 2009 Opdracht 1 De werking van Excel starten... 1 Opdracht 2 Weergave op het scherm (statusbalk)... 2 Opdracht 3 Weergave op het scherm (statusbalk wijzigen)...

Nadere informatie

Inleiding Visual Basic en VBA. Karel Nijs 2009/01

Inleiding Visual Basic en VBA. Karel Nijs 2009/01 Inleiding Visual Basic en VBA Karel Nijs 2009/01 Leswijze Eerst wat theorie Begeleid met (korte) oefeningen Ms Excel 2003 Online hulp: http://www.ozgrid.com/vba/ http://msdn.microsoft.com/en-us/library/sh9ywfdk(vs.80).aspx

Nadere informatie

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Inleiding 15

INHOUD. Ten geleide 13. 1 Inleiding 15 INHOUD Ten geleide 13 1 Inleiding 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Webbased 15 1.3 Alle voordelen op een rij 15 1.4 En nu? 16 1.5 Een Google Apps-account aanmaken 16 1.6 Inloggen 19 1.7 Test jezelf 21 2 Chrome-browser

Nadere informatie

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten)

HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) STUDIEFICHE CVO DE AVONDSCHOOL Opleiding HBO5 Informatica Netwerkbeheer (90 studiepunten) Module A8 Databanken (5 studiepunten) Plaats van de module in de opleiding: In deze module 'Netwerkbeheer 2' de

Nadere informatie

FrontPage 2000. Websites voor iedereen

FrontPage 2000. Websites voor iedereen FrontPage 2000 Websites voor iedereen Andy Camps, 2001 Inhoud 2 Inhoud Inhoud...2 Woord vooraf...7 Hoe met deze cursus werken?...8 1. Proloog webtechno, rauwkost...9 1.1. Internetadres...9 1.1.1. Domein

Nadere informatie