Visie Netwerk GRONDig
|
|
|
- Sarah Vos
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Visie Netwerk GRONDig Binnen de melkveehouderij zijn twee bedrijfstypen te onderscheiden: grondgebonden (extensieve) bedrijven met een fosfaatreferentie van 0 en niet-grondgebonden (intensieve) bedrijven met een fosfaatreferentie van > 0. Voor de extensieve melkveehouders is grondgebondenheid het uitgangspunt om te borgen dat (fosfaat)productie blijft plaatsvinden binnen milieurandvoorwaarden: de borg is concreet aanwezige plaatsingsruimte van eigen mest op basis van eigen of gepachte grond. Wat betekent grondgebonden voor ons netwerk? Het is meer dan alleen plaatsingsruimte van mest. Grondgebondenheid is letterlijk gebonden zijn met grond, dat betekent: duurzaam bodembeheer als basis voor voerderwinning en het benutten van goede kwaliteit mest in een kringloopsysteem. Goed bodembeheer heeft positieve effecten op de stand van de weidevogels, het behoud van weidegang ingebed in ons karakteristieke, Nederlandse landschap. Daar profiteert niet alleen de grondgebonden melkveehouder van! Het zorgt voor productie binnen milieudoelen en maatschappelijke wenselijkheid. Netwerk GRONDig vindt dat diverse milieuvraagstukken, waaronder de overproductie van fosfaat niet sectoraal benaderd mag worden. Vraagstukken moeten benaderd en opgelost worden op basis van bedrijfstype. Hiermee wordt beleid een oplossingsgerichte, werkbare vertaalslag in plaats van bedrijfstypen over één kam scheren waardoor voor een bepaald bedrijfstype doel en middel niet congrueren en daarmee nadelig zijn, zo niet zij op achterstand worden gezet. Op basis van dit uitgangspunt betekent een doorvertaling van de peildatum van 2 juli dat er zowel fosfaatrechten op basis van dieraantallen als ook op basis van de hectares grond onder de melkveehouderij moeten worden uitgegeven. Dit doet recht aan de investeringskeuzes van beide bedrijfstypen. Grondgebonden melkveehouders investeerden in grond en niet-grondgebonden melkveehouders investeerden in verhouding op bedrijfsniveau meer in dieren dan in grond. Voor beide bedrijfstypen geldt dat deze investeringskeuze binnen de geldende wetgeving tot en met 2 juli 2015 is gedaan en is daarmee aangemerkt als rechtmatig investeren. Een bijkomend voordeel is dat met grondgebonden rechten het aantal hectares onder de melkveehouderij is gewaarborgd. Bovendien worden de (biologische) melkveehouders die niet aan de derogatie meedoen ontzien bij de toekenning van grondgebonden rechten, zo worden zij ook niet met een systematiek geconfronteerd waar zij part nog deel aan hebben. Tenslotte zijn de fosfaatmaatregelen in het leven geroepen voor het behoud van de derogatie. Wij merken wel op dat fosfaatsystematiek in principe wordt ingevoerd voor de periode (nog 1 jaar looptijd van 5 e Actieplan nitraat en hele 6 e AP Nitraatrichtlijn). Na deze periode wordt in samenspraak met de sectorpartijen geëvalueerd. Een evaluatie laat dan zien of deze systematiek het instrument is voor productiebegrenzing. Wat zijn positieve en negatieve (bij)effecten? Voorstel Netwerk GRONDig is om twee soorten fosfaatrechten in te voeren zodat dit overeenkomt met de beide bedrijfstypen, in schema: TOEDELING fosfaatrechten
2 Behoud latente ruimte Extensieve melkveehouders 100% grondgebonden rechten (peildatum 2 juli'15 ) Uitbreiden bedrijf: benutten latente ruimte; aankoop grondgebonden of niet-grondgebonden rechten Intensieve(re) melkveehouders Grondgebonden rechten op aanwezige hectares en daarbij nietgrondgebonden rechten voor de fosfaatproductie boven plaatsingsruimte (peildatum 2 juli'15 ) Uitbreiden bedrijf: aankoop grondgebonden of nietgrondgebonden rechten - Grondgebonden rechten: fosfaatrechten die de melkveehouder krijgt toebedeeld op basis van het aantal hectares op peildatum 2 juli Deze rechten behoren het bedrijf toe en zijn en blijven gekoppeld aan grond. De schatting is dat 70 miljoen kilogram fosfaat als grondgebonden rechten uitgegeven worden. - Niet grondgebonden rechten: rechten die worden toegekend met peildatum van 2 juli 2015 boven de mestplaatsingsruimte op het bedrijf. De schatting is dat 15 miljoen kilogram fosfaat als nietgrondgebonden fosfaatrechten worden toegekend. (Grondgebonden, extensieve bedrijven zullen uitsluitend grondgebonden rechten toebedeeld krijgen. De bedrijven die beperkt over grond beschikken, zullen voor de aanwezige hectares 'grondgebonden rechten' verkrijgen, en voor de fosfaatproductie boven plaatsingsruimte 'niet-grondgebonden rechten' Voorbeeld: Bedrijf A heeft mestplaatsingsruimte voor 2000 kg fosfaat. Het bedrijf produceert 2500 kg fosfaat per jaar. Voor de 2000 kg fosfaat die hij kan plaatsen ontvangt het bedrijf 2000 kg grondgebonden fosfaatrechten. Voor de 500 kg fosfaat boven de fosfaatplaatsingsruimte ontvangt hij 500 kg niet grondgebonden fosfaatrechten.) Statement Netwerk GRONDig: de latente ruimte, die geschat is op 1,8 miljoen kilogram (CBS) wordt toegekend aan de grondgebonden melkveehouders die latente ruimte hebben. Volgens CBS had de melkveehouderij in ha cultuurgrond in gebruik: ha grasland en ha bouwland. Dit betekent een plaatsingsruimte van 69,59 miljoen kg fosfaat op grond. De grondgebonden fosfaatrechten worden toegekend op basis van de fosfaatgebruiksnorm per hectare conform de gecombineerde opgave.
3 70 miljoen kg grondgebonden fosfaatrechten 84,9 miljoen kg fosfaatplafond 14,9 miljoen kg niet - grondgebonden fosfaatrechten Grondgebonden fosfaatrechten in praktijk, betekent: - Mocht een melkveehouder onverhoopt (pacht) grond kwijt raken dan stellen wij dat het bedrijf drie jaar de tijd krijgt om nieuwe grond te verwerven (pacht of eigendom) om zijn bestaande grondgebonden rechten te benutten. Vergelijk: systeem zoals gebruikt wordt met toeslagrechten. Mocht desbetreffende melkveehouder geen uitzicht hebben zelf de grondgebonden rechten te kunnen benutten na die drie jaar, dan worden de grondgebonden rechten in de fosfaatbank gebracht. De situatie voor deze melkveehouder is dan dat hij om hetzelfde aantal koeien te mogen houden er 'nietgrondgebonden fosfaatrechten' gekocht moeten worden of vee moet afstoten. - Wanneer een akkerbouwer of niet -zijnde melkveehouder de gronden van een melkveehouder koopt of wanneer een melkveehouder zijn bedrijf staakt, worden de grondgebonden rechten ondergebracht in de fosfaatbank. Ontwikkelingsruimte voor beide bedrijfstypen Een fosfaatsystematiek van twee soorten rechten maakt dat beide bedrijfstypen ontwikkelingsmogelijkheden hebben, omdat er twee soorten rechten zijn die recht doen aan de aard van het bedrijfstype. Verhandelbaarheid Netwerk GRONDig pleit voor het oprichten van een fosfaatbank voor de grondgebonden rechten en niet-grondgebonden rechten. Het vrij verhandelbaar maken van fosfaatrechten is geen goed plan: het werkt prijsopdrijvend en werkt speculatie in de hand. Het is van het grootste belang dat geld in de sector beschikbaar blijft voor de gezonde ontwikkeling van de bedrijven in plaats van het investeren in lucht. Een fosfaatbank kan fungeren voor zowel grondgebonden als niet-grondgebonden rechten, vergelijkbaar met het toeslagrechtensysteem. FOSFAATBANK: Netwerk GRONDig pleit voor overdracht van fosfaatrechten via een op te richten fosfaatbank. Stoppende melkveehouders kunnen hun fosfaatrechten niet onderling overdragen. Netwerk GRONDig is echter wel van mening dat overdracht binnen familieleden (1e, 2e of 3e graads familieleden ) wel mogelijk moet zijn om voortzetting van gezinsbedrijven te waarborgen. De fosfaatbank neemt de niet gebruikte rechten in en deelt deze toe aan bedrijven die willen uitbreiden. Fosfaatrechten die via een fosfaatbank worden uitgewisseld, vertegenwoordigen geen 'handelswaarde'. Dit heeft voor de stoppende boer een nadeel (hij krijgt niets voor zijn fosfaatrechten),
4 maar voor de sector als geheel kent het grote voordelen: - Geen kosten voor 'papieren fosfaatrechten' (zoals bij het melkquotum). Melkveehouders kunnen dat geld benutten voor de financiering van grond of andere duurzaamheidsmaatregelen. - Veel minder juridische procedures omdat het goedkoper is om fosfaatrechten uit de fosfaatbank te krijgen, dan om die via de rechter bij het ministerie af te dwingen. - Stoppende melkveehouders zijn 'gedwongen' om met hun gronden iets zinvols te doen (verhuur/verpachting/verkoop) om zo het pensioen te financieren. Dit zorgt voor dynamiek op de grondmarkt en grondgebondenheid voor de blijvers wordt zo gemakkelijker te realiseren. - Via een fosfaatbank kun je -indien nodig- fosfaatrechten afromen als het plafond is overschreden of specifieke eisen stellen aan melkveehouders die fosfaatrechten willen ontvangen. - Zeker ook daar het onduidelijk is of fosfaatrechten de gewenste milieudoelstellingen wel kunnen waarborgen en het derhalve een goede mogelijkheid is dat deze rechten in de toekomst (net zoals het melkquotum) hun waarde verliezen. - Rechten die gedurende meerdere jaren (tenminste 3 jaar)niet worden gebruikt op het bedrijf, kunnen tevens worden ingenomen zodat deze kunnen worden in gezet voor de ontwikkeling van andere bedrijven. Een fosfaatbank wordt beheerd door een onafhankelijk partij. Leges zullen derhalve betaald moeten worden om in aanmerking te kunnen komen voor fosfaatrechten uit de fosfaatbank. Sturingsmogelijkheden door regulering via fosfaatbank Bij de toedeling van fosfaatrechten kunnen voorwaarden gesteld worden om daarmee richting te geven aan een gewenste ontwikkeling van de melkveehouderij. Wij denken dat de fosfaatbank hierbij een belangrijke rol heeft. De mogelijkheid bestaat om de AmvB over te nemen en zo de melkveewet enigszins te vereenvoudigen. Als blijkt dat de AmvB moeilijk toepasbaar en uitvoerbaar is, kan getuurd worden op de grondgebonden fosfaatrechten, die altijd ten minste dezelfde aantallen hectares in stand houden in de melkveesector. Dit is uiteraard op sector- en niet op bedrijfsniveau. De ondernemer kan dan zelf de keuze maken om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Men zou een ondergrens percentage aan grondgebonden fosfaatrechten in kunnen voeren voor een melkveebedrijf, waarbij té intensieve bedrijven een realistische overgangsperiode krijgen om hun bedrijfsconcept hierop aan te passen. Mocht het wenselijk zijn om in de toekomst meer op grondgebondenheid te sturen dan zou met bij het verhandelen van 'niet -grondgebonden fosfaatrechten' een percentage in kunnen laten zakken in 'grondgebonden rechten' om zo de grondgebondenheid nog meer te stimuleren. Nadeel hiervan is dat intensieve bedrijven, mocht er weerstand zijn deze verder te laten intensiveren, geen limiet hebben om te groeien, waardoor veel niet grondgebonden fosfaatrechten bij deze bedrijven terecht zouden kunnen komen. Omdat er in een fosfaatbank wél voorwaarden gesteld kunnen worden aan de overdraagbaarheid, kan hierin een clausule worden opgenomen die bepaalde (ongewenste)ontwikkelingen bij kan sturen. Generieke korting of afroming? Het fosfaatoverschot wordt geschat op 5 miljoen kilogram, dat zijn zo n melkkoeien. Een generieke korting of het afromen kan uitsluitend op 'niet grondgebonden rechten'. Een generieke korting: is geen optie voor Netwerk GRONDig. Wij menen dat de fosfaatproblematiek alleen maar kan worden opgelost bij degenen die bijgedragen aan het overschot. Wetgeving rondom fosfaat -en nitraatproblematiek zijn bedoeld om milieudoelstellingen te behalen, derogatie te behouden en overbemesting te voorkomen. Vrijwel de meeste biologische melkveehouders doen niet mee aan derogatie. Alle extensieve (biologische) melkveehouders hebben geen deel aan het fosfaatoverschot. Een generieke korting is een sectorale maatregel, andermaal stellen wij dat bedrijfstypen niet over één kam geschoren moeten worden. Wij zijn voor maatregelen op bedrijfsniveau, naar aard van het bedrijfstype. Afroming: met een zesjarig (gerelateerd aan levensverwachting gemiddelde melkkoe) afromingssystematiek kan het overschotpercentage uit de sector worden gehaald. Afroming kan bij de overdracht van rechten en/of als maatregel voor alle overschotbedrijven. Wanneer duidelijk is wat de reëele inschatting is van het fosfaatoverschot, kan de afromingssystematiek nauwkeuriger worden ingevuld.
5 Overdracht Varkensrechten Feitelijk gaat het om het landelijk fosfaatplafond. Netwerk GRONDig vindt dat het schot tussen de sectoren varkens en melkvee tijdelijk kan worden weggenomen om gereguleerd varkensrechten om te zetten naar fosfaatrechten voor melkvee. Netwerk GRONDig dringt er op aan deze oplossingsrichting voor het fosfaatoverschot van de melkveehouderij te onderzoeken. CBS of RVO data? In het verlengde van afromen rijst de vraag met welke cijfers er voor het overschot gerekend worden: In 2002 is het sectorale plafond voor melkveefosfaat vastgesteld met cijfers van het CBS, dat was destijds 84,9 miljoen kg. RVO heeft gedurende de jaren altijd een aantal miljoen kilogrammen boven de CBS referentie gezeten, omdat zij niet enkel de bedrijven met melkvee meetellen (16.800) maar alle bedrijven met rundvee (21.000). Dit zou betekenen dat bedrijven die oorspronkelijk niet meetelden voor de productie van het plafond voor melkveefosfaat, nu wel voor rekening komen van de melkveesector nu het landelijke plafon overschreden blijkt. Netwerk GRONDig vindt het heel belangrijk dat hier duidelijkheid over gegeven wordt en vraagt zich af of het wenselijk is met twee maten te meten. Knelgevallen NetwerkGRONDig is van mening dat bedrijven waarbij sprake is van een overmachtssituatie, zij in aanmerking moeten komen voor een knelgevallen regeling. Wij pleiten wel voor een afgebakende regeling. Categorieën: Ziekte ondernemer waardoor bedrijf op peildatum mindere omvang bevatte dan voorheen. Ziekte veestapel waardoor bedrijf op peildatum minder koeien hield dan voorheen. Overig: - Een aantal extensieve melkveehouders hebben zich gemeld bij Netwerk GRONDig als knelgeval in de volgende situatie: wel hectares onder het bedrijf om in juli of augustus 2015 melkkoeien aan te schaffen en bedrijf te starten. Met de toekenning van twee soorten fosfaatrechten zullen deze grondgebonden melkveehouders geen knelgeval zijn, gelet op de peildatum in hun geval avan het aantal hectares i.p.v. dieraantallen op 2 juli Ook vindt Netwerk GRONDig dat er vanuit de overheid verantwoordelijkheid moet worden genomen. Zij hebben de afgelopen jaren vele, omvangrijke vergunningen uitgegeven, waaraan was af te leiden dat er een overproductie zou ontstaan. Het is juist de overheid (Provincies) die als enige een totaal beeld heeft op de totale omvang en groei veestapel en de uitgifte van vergunningen ten dienste van het uitbreiden van dieraantallen. Zowel bij afroming als een knelgevallenregeling verwacht Netwerk GRONDig daarom zeker een meedenkende overheid. Achtergrond: WATERkwaliteit Netwerk GRONDig mist grond onder het beleid: wij missen een deugdelijke en transparante onderbouwing van het inmiddels befaamde Fosfaatplafond. Eigenlijk gaat het om de kwaliteit van het oppervlaktewater dat wij moeten beschermen tegen onder meer teveel productie van fosfaat. Ooit in 2002 is er berekend dat de melkveehouderij niet meer dan 84,9 miljoen kilo fosfaat per jaar mocht produceren. Het fosfaatplafond. Elke kilo daarboven zou schade toebrengen aan het milieu (water). Netwerk GRONDig mist in de hele discussie: het gaat over miljoenen kilo s fosfaat, maar het gaat helemaal niet meer over het oorspronkelijke doel: de waterkwaliteit. Hebben de jarenlange, strenge bemestingsfosfaatnormen verbetering gegeven van de waterkwaliteit? Wij komen er niet achter. De landbouw wordt al jaren afgerekend op fosfaatemissies naar het water. Maar er zijn ook andere
6 bronnen aan te wijzen voor de belasting van oppervlaktewateren met fosfaat. (rioolwaterzuivering, riooloverstorten, natuurlijke bronnen zoals kwelwater). Wie kan aangeven hoeveel fosfaat afkomstig is uit de verschillende bronnen? Wij komen er niet achter. Netwerk GRONDig vindt het fosfaatbeleid en de voorgestelde maatregelen van fosfaatrechten nodig om de productie te begrenzen. Maar hebben gerede twijfels of de maatregelen werkelijk effect hebben op de waterkwaliteit. In die zin zijn de maatregelen voorbarig omdat wij de discussie en transparante onderbouwing over waterkwaliteit missen. Berekening en metingen zouden openbaar beschikbaar moeten zijn. Wij menen dat een evaluatie van het fosfaatbeleid op zijn plaats zou zijn. Netwerk GRONDig december 2015 Femke Wiersma Diana Saaman
Introductie Optimus advies door middel van Melkveewet en GLB 2015
Introductie Optimus advies door middel van Melkveewet en GLB 2015 Bijeenkomst 26 januari P.G. Kusters land- en tuinbouwbenodigdheden B.V, Dreumel Optimus advies Gestart in 2014 als samenwerkingsverband
AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij. 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland
AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij 21 April 2015 Harry Kager LTO Nederland Terminologie Onderwerpen Achtergronden mestverwerkingsplicht Achtergronden Melkveewet AMvB Grondgebonden groei melkveehouderij
Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij
Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Carin Rougoor en Frits van der Schans CLM Onderzoek en Advies Achtergrond Begin juli 2014 heeft staatssecretaris Dijksma het voorstel voor de
Groeimogelijkheden verkend bij AMvB grondgebonden melkveehouderij
Groeimogelijkheden verkend bij AMvB grondgebonden melkveehouderij Eventuele Aart Evers Michel de Haan subtitel Op 29 maart heeft staatsecretaris Sharon Dijksma voorstellen voor de Algemene Maatregel van
Grondgebonden melkveehouderij
Duurzame landbouw Gezond voedsel - Vitaal platteland Grondgebonden melkveehouderij Frits van der Schans Eric Hees Carin Rougoor Nadere informatie: 06 5380 5381 / [email protected] Vragen mbt grondgebondenheid
CDM-Advies Kortingspercentage fosfaatrechten. Samenvatting
CDM-Advies Kortingspercentage fosfaatrechten Samenvatting Per 1 januari 2018 zal het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee in Nederland in werking treden. Bedrijven krijgen per 1 januari 2018 fosfaatrechten
Programma 10 november 2015
Programma 10 november 2015 Opening voorzitter Groene Uitweg Subsidie (Maike van der Maat) Presentatie 1 (PPP-Agro, Dick Jan Koster) Wat brengt grond op? Wat kan grond kosten? Korte pauze Presentatie 2
De onderstaande fractie(s) hebben enkele vragen gesteld c.q. opmerkingen gemaakt. Ik verzoek u in uw brief deze vragen/opmerkingen te beantwoorden.
Commissie Economische Zaken Aan de staatssecretaris van Economische Zaken Plaats en datum: Den Haag, 20 januari 2016 Betreft: Vragen over de situatie in de melkveehouderij naar aanleiding van de regeling
Ontwikkelingsruimte melkveebedrijven West-Nederland. C. Rougoor, F. van der Schans (CLM)
882 Ontwikkelingsruimte melkveebedrijven West-Nederland C. Rougoor, F. van der Schans (CLM) Ontwikkelingsruimte melkveebedrijven West-Nederland Auteurs: Publicatienummer: Carin Rougoor, Frits van der Schans
Nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Wat betekent GLB voor U? Gemeenschappelijk Landbouwbeleid! Nieuwe betalingsrechten! Huur verhuur in 2014 en 2015 Historisch wordt regionaal Directe betalingen per
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 979 Regels ten behoeve van een verantwoorde groei van de melkveehouderij (Wet verantwoorde groei melkveehouderij) Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS
Rekenmodel grondgebondenheid behorende bij de AMvB Verantwoorde groei melkveehouderij
Rekenmodel grondgebondenheid behorende bij de AMvB Verantwoorde groei melkveehouderij 1. Inleiding Met de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (in werking getreden op 1 januari 2015) is het begrip melkveefosfaatoverschot
Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016
Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 1 Aanleiding en samenvatting In 2015 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma van EZ fosfaatrechten voor de melkveehouderij
Tempel A D V I E S. Agrarisch adviesbureau. in Lunteren. Ir. FCA van den Tempel Tel
Agrarisch adviesbureau in Lunteren Bestemmingsplannen Vergunningen Bedrijfsplannen Mestwetgeving Subsidies Gecombineerde opgaven Pachtzaken Etc. Ir. FCA van den Tempel Tel. 0318-478807 WWW.TEMPELADVIES.NL
Mest, mestverwerking en mestwetgeving
Mest, mestverwerking en mestwetgeving Frits Vink Ketenmanager grondgebonden veehouderij Ministerie van Economische Zaken Inhoud Feiten en cijfers (3 sheets) Huidig mestbeleid (2 sheets) Mestbeleid: koers
Vragen en Antwoorden Fosfaatreductieplan door ZuivelNL versie 16 december 2016
Vragen en Antwoorden Fosfaatreductieplan door ZuivelNL versie 16 december 2016 # trefwoord Q A 1. Noodzaak Waarom neemt de sector deze maatregelen? De maatregelen zijn noodzakelijk om te kunnen voldoen
Bijlage notitie 2. Ex ante evaluatie mestbeleid 2013 Plaatsingsruimte fosfaat uit meststoffen in 2015 en daarna
Bijlage notitie 2. Ex ante evaluatie mestbeleid 2013 Plaatsingsruimte fosfaat uit meststoffen in 2015 en daarna W.J. Willems (PBL) & J.J. Schröder (PRI Wageningen UR) november 2013 Sinds 2010 is de gebruiksnorm
Fosfaatrechten Melkveehouderij. Marcel van Alphen
Fosfaatrechten Melkveehouderij Marcel van Alphen 1 Alan Accountants en Adviseurs - 1.000 bedrijven klant (waarvan 500 agrarisch) - 45 medewerkers - Waar staan wij voor: - Persoonlijke aanpak en korte lijnen
Voornemen tot Maatregelenpakket fosfaatreductie
14 december 2016 Voornemen tot Maatregelenpakket fosfaatreductie De zuivelsector heeft de afgelopen weken samen met andere partijen een pakket van maatregelen samengesteld om de fosfaatproductie door de
Verantwoorde ontwikkeling Nederlandse melkveehouderij Pakket maatregelen fosfaatreductie 6 juni 2017
Verantwoorde ontwikkeling Nederlandse melkveehouderij Pakket maatregelen fosfaatreductie 6 juni 2017 1 Wat vooraf ging 14 december 2016 ZuivelNL presenteert fosfaatreductieplan 30 december 2016 Staatssecretaris
Teus Kool. Flash VAB. Fosfaatrechtenstelsel. ComponentAgro. Specialist en mede-eigenaar ComponentAgro B.V.
Flash VAB Fosfaatrechtenstelsel Ing. Teus Kool Teus Kool Specialist en mede-eigenaar ComponentAgro B.V. Sinds 2007 werkzaam bij ComponentAgro Agrarische wet- en regelgeving Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Mest Mineralen Kringloopwijzer
Mest Mineralen Kringloopwijzer 24 november 2015 Studieclub Rundveehouderij Beers-Haps Toon van der Putten Optimus advies 0412-622005 www.optimus-advies.nl even voorstellen Beroepsmatige achtergrond: Landbouwkundig
Mest, mestverwerking en wetgeving
Mest, mestverwerking en wetgeving Harm Smit Beleidsmedewerker Economische Zaken, DG AGRO Inhoud Feiten en cijfers. Huidig instrumentarium. Visie op mestverwerking en hoogwaardige meststoffen Toekomstig
14-1-2014. Welkom. Voorlichting Verplichte mestverwerking. Hans Verkerk secretaris meststoffendistributie
Welkom Voorlichting Verplichte mestverwerking Hans Verkerk secretaris meststoffendistributie 1 Inhoud Bibob toetsing op registratie intermediair Verwerkingsplicht: basis uitzonderingen overeenkomsten praktijksituaties
Presentatie onderzoeksopzet (Her)verdelingsmechanismen in het omgevingsrecht
Presentatie onderzoeksopzet (Her)verdelingsmechanismen in het omgevingsrecht Den Hollander-special 15 december 2016 Julian Kevelam [email protected] Programma Onderzoek in het kort (1); Relevantie onderzoek
Nieuwsbrief. Grond voorwaarde bij groei melkveestapel. Prijsontwikkelingen blijven onzeker. Van der Woude Adviesbureau WET EN REGELGEVING ALGEMEEN
Pagina 2 WET EN REGELGEVING Juni 2015 Jaargang 16, nummer 3 ALGEMEEN Prijsontwikkelingen blijven onzeker Alweer verlaagd Friesland Campina de melkprijs met 1,50 per 100 kg melk, waarbij de melkprijs in
Kennisbijeenkomst Agrarisch recht
1 Kennisbijeenkomst Agrarisch recht Veehouderij & Fosfaat/Mest 26 januari 2016 Door: mr. S. (Stefan) Jansen Programma Waarom is er mestwetgeving? Het systeem van de mestwetgeving ( twee sporen ). De gebruiksnormen.
Ontwikkelingen in de melkveehouderij Frits van der Schans Carin Rougoor 21 maart 2016
Ontwikkelingen in de melkveehouderij Frits van der Schans Carin Rougoor 21 maart 2016 Op 1 april 2015 is de productiebeperking van de melkveehouderij (melkquotum) afgeschaft. Milieudefensie is geïnteresseerd
Mestbeleid. Stelsel van verplichte mestverwerking. 13 januari 2014. Joke Noordsij. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Mestbeleid Stelsel van verplichte mestverwerking 13 januari 2014 Joke Noordsij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 1 Inhoud Wat hebben we nu aan mestbeleid Wat gaat er veranderen Stelsel verplichte
Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).
Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk
Esdonk 8, Gemert. Onderbouwing grondgebonden karakter. Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Bedrijfsopzet Esdonk 8, Gemert
Onderbouwing grondgebonden karakter Rundveehouderij Meulepas V.O.F. Onderbouwing grondgebonden karakter rundveehouderij Esdonk 8 - Gemert 1 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Locatie 4 3 Beschrijving van de inrichting
Petra Berkhout. Onderzoeker, Onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR GRONDONTWIKKELINGEN IN PERSPECTIEF
Petra Berkhout Onderzoeker, Onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR GRONDONTWIKKELINGEN IN PERSPECTIEF Grondontwikkelingen in perspectief Grondgebonden Ondernemen, 17 november 2015 Petra Berkhout Structuur
Slimme mestverwerking voor rundveehouderij. Al dan niet met mestlevering
Slimme mestverwerking voor rundveehouderij Al dan niet met mestlevering Even Mestac voorstellen Mestac, een mestproducenten coöperatie Mestafzet in boerenhanden Structureren van mestmarkt (300.000 ton)
2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?!
2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?! Vic Boeren (06 53407806) Eric Bouwman (06 26544114) november 2014 DLV Dier Groep BV Onafhankelijk, toonaangevend en landelijk werkend adviesbedrijf
FOSFAATRECHTEN VOOR MELKVEE
FOSFAATRECHTEN VOOR MELKVEE Een quickscan naar hun effecten op de leefomgeving en de sector PBL-publicatienummer 1882 Carin Rougoor, Hans van Grinsven en Jan van Dam 30 september 2015 Colofon FOSFAATRECHTEN
KLW KLW. Meer ruwvoer lucratiever dan meer melk? Jaap Gielen, Specialist melkveehouderij 15/22 februari Ruwvoerproductie en economie!
Meer ruwvoer lucratiever dan meer melk!? Jaap Gielen, Specialist melkveehouderij 15/22 februari 2017 Meer ruwvoer lucratiever dan meer melk? Ruwvoerproductie en economie! KLW Actualiteit: Managementinstrument
Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) (d.d. 20 juli 2015) Nummer 3060
van Gedeputeerde Staten op vragen van A.H.K. van Viegen (PvdD) (d.d. 20 juli 2015) Nummer 3060 Onderwerp Vervolgvragen afschaffen melkquotum Aan de leden van Provinciale Staten Toelichting vragensteller
Provincies, natuurlijk doen! Aanvulling BBL-oud-grond
Provincies, natuurlijk doen! Aanvulling BBL-oud-grond Aanvullend advies aan het Interprovinciaal Overleg over de verdelingsvraagstukken samenhangend met de BBL-oud-grond Juni 2013 Inhoud 1 Inleiding 2
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006 Aantal geregistreerde bedrijven Aantal bedrijven (koepels) Aantal bedrijven (relaties) Aantal exploitaties Aantal entiteiten Aantal verminderde relaties
Achtergronden Koeien & Kansen - KringloopWijzer
Achtergronden Koeien & Kansen - KringloopWijzer Achtergrond BEX (Koeien &Kansen) Samenwerking binnen K&K Voorgesteld mestbeleid NL- EU Samen inspelen op ontwikkelingen uit markt en maatschappij Kringloop
Mestbeleid in Nederland
Mestbeleid in Nederland Harm Smit Senior beleidsmedewerker Ministerie van Economische Zaken, DG AGRO Inhoud 1. Mest van Nederland a. Productie b. Gebruik 2. Beleidsontwikkelingen a. Vijfde Actieprogramma
De grond onder uw bedrijf
10 maart 2016 De grond onder uw bedrijf Jaarvergadering Bond van Landpachters en Eigen Grondgebruikers Pierre Berntsen Agrarische markt is van belangrijk voor ABN AMRO Leeuwarden 11 Agriteams Internationale
Regeling fosfaatreductieplan 2017 vragen en antwoorden
Regeling fosfaatreductieplan 2017 vragen en antwoorden versie 2; 28 februari 2017 De antwoorden op bijgaande vragen zijn gevalideerd door ZuivelNL en RVO.nl. De vragen en antwoorden zijn van toepassing
Melkveehouderij Lelystad. Frits van der Schans, Lien Terryn
Frits van der Schans, Lien Terryn Analyse van de gebruiksruimte Bij gemeente Lelystad zijn aanvragen gedaan voor omgevingsvergunningen voor zeer grote melkveebedrijven. Daarop wil de gemeente weten of
