Stuifzand als leefgebied
|
|
|
- Veerle Verlinden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 33 Stuifzand als leefgebied voor de levendbarende hagedis Richard P.J.H. Struijk De levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) heeft een zeer divers biotoopgebruik (Peters, 1991). Binnen zijn areaal loopt het leefgebied uiteen van steppen tot toendra s en van laagland tot hooggebergtes (Glandt, 2001). Ook binnen Nederland is het biotoopgebruik zeer divers. Zo troffen Krekels & Creemers (1998) de soort binnen boswachterij Kootwijk-Loobos in maar liefst negen verschillende biotopen aan waaronder stuifzand gerelateerde biotopen. Hoewel deze laatste terreintypen ogenschijnlijk oninteressant zijn voor reptielen, blijken ze er vaak toch voor te komen. De brede tolerantie van de levendbarende hagedis stelt de soort in staat om zich binnen bepaalde gebieden wijder te verspreiden en nieuwe leefgebieden te koloniseren. Strijbosch (2002) toonde dit ook aan in een onderzoek naar de kolonisatie van nieuw aangelegde kapvlaktes in de Overasseltse en Hatertse vennen. Omdat recentelijk steeds meer aandacht van natuurbeheerders naar stuifzanden uitgaat, is het van belang om de waarde van dit landschapstype voor reptielen eens nader onder de loep te nemen. Daartoe zullen waarnemingen in vier verschillende vegetatietypen, afkomstig van het Hulshorsterzand, uiteen worden gezet. Tevens zal het opmerkelijke migratievermogen van de soort aan de hand van enkele waarnemingen worden onderstreept. Onderzoeksgebied Het Hulshorsterzand maakt deel uit van Leuvenhorst op de Noordwest-Veluwe en was ooit onderdeel van een uitgestrekt stuifzandgebied. Van het eind van de 19e eeuw tot halverwege vorige eeuw zijn echter grote delen stuifzand vastgelegd door bosaanplant (Jungerius & Ketner- Oostra, 2006). Door deze aanplant en de versterkte atmosferische depositie voltrok de successie zich versneld, waardoor in de huidige situatie weinig actief stuifzand resteert (Bakker et al., 2003). De waarnemingen die in dit artikel besproken zullen worden, zijn verzameld in vier verschillende terreintypen. Het eerste terreintype is het stuifzandlandschap dat bestaat uit een afwisseling van open zand, soms nog (beperkt) actief stuivend en zand in een zeer vroeg successiestadium. De spaarzaam aanwezige begroeiing bestaat voornamelijk uit korstmossen, buntgras en soms helmgras. Het bedekkingspercentage van deze vegetatie is meestal laag. De maximum temperatuur kan binnen dergelijke terreinen tot wel 65 Celsius oplopen en ook in de zomer kan de temperatuur s nachts tot onder het vriespunt dalen (van de Bund & Sanders, 2004). Binnen het open stuifzand van het Hulshorsterzand bevinden zich meerdere geïsoleerde vegetaties in latere successiestadia, die als het ware eilandjes vormen. De grotere eilandjes bestaan veelal uit forten (begroeide stuifheuvels), terwijl de kleinere eilandjes meestal uit slechts één of enkele jonge boompjes en/of struikjes bestaan met enige ondergroei (meestal korstmossen). De grootte varieert van circa 1m 2 (solitaire opslag) Levendbarende hagedis Foto: Richard Struijk
2 (3) 2009 Stuifzand Binnen het echte stuifzandtype zijn meerdere malen levendbarende hagedissen op de begroeide forten waargenomen. Zij zijn hierin vooral in de ruige, grazige delen aangetroffen. Daarnaast zijn drie exemplaren in een geïsoleerd liggend eiland met struikheide aangetroffen. Bij de kleine eilandjes met jonge opslag zijn geen dieren waargenomen, hoewel de onderzoeksintensiteit hier ook beduidend lager is geweest. In het open stuifzand is in 2005 eenmaal een mannelijke levendbarende hagedis in een potval aangetroffen. De potval maakte deel uit van een loopkeveronderzoek (Struijk, 2005) en stond in zeer open terrein dat bestond uit open zand (95%), buntgras van jonge leeftijd (5%) en mossen (<1%). Foto s: Richard Struijk Hulshorsterzand met open (stuif)zand, recent vastgegelegd stuifzand en verspreid liggende eilandjes Vindplaats van levendbarende hagedis op een begroeid fort. Het dier werd tussen het helmgras waargenomen. tot soms enkele honderden vierkante meters. De vegetatie bestaat onder andere uit korstmossen, helmgras, struikheide, Amerikaanse vogelkers en grove den, maar wisselt per locatie. Grotere bomen, hoofdzakelijk grove den, zijn uitsluitend op de grotere forten aanwezig. Het tweede terreintype dat is onderzocht bestaat uit een korstmosvegetatie, die over het algemeen een hoog bedekkingspercentage heeft en waarin sporadisch open zandige plekken aanwezig zijn. Deze terreinen worden dikwijls lichenen-steppen genoemd. Grassen, solitaire pollen struikheide en opslag van voornamelijk grove den zijn soms aanwezig. Plaatselijk kan grijs kronkelsteeltje dominant voorkomen. Het derde terreintype bestaat uit een schrale vegetatie met bochtige smele als dominante soort met daarnaast ook korstmossen, solitair staande grove dennen en een zeer beperkte groei van struikheide. Het terrein heeft nog een zeer open karakter, maar open zandige plekken zijn nauwelijks meer aanwezig. Dood hout in de vorm van stobben, stammen en takhout is op verschillende plekken aanwezig als gevolg van boomkap eind jaren 90. Het vierde terreintype bestaat uit een struikheidevegetatie. Deze vegetatie loopt uiteen van structuurrijke struikheide afgewisseld met grassen, zeer spaarzame boomopslag, mossen en open zandige plekken tot struikheide met een zeer dichte ondergroei van grijs kronkelsteeltje. Waarnemingen De waarnemingen zijn verzameld tijdens inventarisaties van medio mei tot medio juli 2005 (Struijk, 2005) en tijdens obn monitoring in 2007 (Herder et al., 2007). Korstmosvegetatie In totaal zijn enkele levendbarende hagedissen in dit terreintype gevonden. Een exemplaar werd waargenomen in een gedeelte waar pollen struikheide verspreid voorkwamen. Een ander exemplaar werd in een potval aangetroffen in een open lichenen-steppe zonder heide of boomopslag. De begroeiing bestond hier vooral uit (korst)mossen en ijle lage grassen. Bochtige smele vegetatie In de schrale vegetatie van bochtige smele zijn meerdere levendbarende hagedissen waargenomen. Opvallend is dat vrijwel alle exemplaren op, onder of nabij dood hout zijn aangetroffen. Een van de waarnemingen, afkomstig uit 2005, betrof een zwanger vrouwtje dat zich onder een grote boomstobbe ophield. In een hoek van dit terreintype waar bochtige smele minder dominant was en struikheide in een bedekking van ca. 30%-40% aanwezig was, is tevens een hazelworm (Anguis fragilis) aangetroffen. Struikheidevegetatie In de gevarieerdere struikheidevegetatie zijn zowel levendbarende- als zandhagedissen (Lacerta agilis) waargenomen. De levendbarende hagedissen werden vooral in de schralere zones nabij het open stuifzand waargenomen, terwijl de zandhagedissen zich in de zones verder weg van het open stuifzand ophielden. Eenmaal is een hazelworm tegen een bosrand gevonden. In de struikheidevegetatie met grijs kronkelsteeltje zijn nauwelijks reptielen aangetroffen. Ondanks dat daarin intensief is gezocht, is er slechts één levendbarende hagedis waargenomen. Discussie Ondanks de extremen in temperatuur en vochtigheid en het ontbreken van dekking, wordt het ogenschijnlijk hagedisonvriendelijke open stuifzand toch door de levendbarende hagedis benut. Waarschijnlijk geschiedt dit echter alleen tijdens migraties waarbij de eilandjes als wat langdurigere verblijfplaats fungeren. Daarbij zijn natuurlijk vooral de grotere eilandjes, zoals de begroeide forten, van belang. Of deze leefgebiedjes langdurig worden bewoond, is niet bekend, maar permanente bewoning lijkt niet erg waarschijnlijk. Door het grote oppervlak van sommige eilandjes is het wel aannemelijk, dat zij tenminste voor een wat langere periode binnen een jaar als verblijfplaats kunnen dienen. Op de kleine eilandjes lijkt langdurig verblijf onmogelijk. Omdat zowel temperatuur als vochtigheid op open stuifzand extreme waarden kunnen bereiken, vindt de migratie waarschijnlijk plaats op dagen of momenten dat deze waarden niet extreem zijn. De mogelijkheid dat de grotere forten refugia zijn waar enkele levendbarende hagedissen zich hebben weten te handhaven, wordt niet aannemelijk geacht.
3 35 Omdat gekoloniseerde forten zich soms op vele tientallen meters afstand van de bosrand bevinden, lijkt het wel aannemelijk, dat kleine eilandjes, waar mogelijk, als stapsteen zullen worden gebruikt. Dit wil zeggen dat zij als tussenstation dienen voor het bereiken van verder gelegen grotere eilandjes. De begroeiing die op de kleine eilandjes aanwezig is, zorgt voor tijdelijke beschutting tegen predatoren en extremen in temperatuur en droogte. Tevens kan voedsel in geringe mate aanwezig zijn. Vermoedelijk vergroot de aanwezigheid van dergelijke kleine eilandjes de kans op succesvolle migratie door het open stuifzandlandschap en daarmee de kolonisatie van meer geïsoleerde grotere eilandjes. Het feit dat geïsoleerde eilandjes in de stuifzandvlaktes (tijdelijk) bewoond zijn, duidt erop dat de soort het open terrein niet per definitie mijdt. Twee van de gekoloniseerde forten waren omgeven door open zand en/of open zand in een vroeg successiestadium. Dit betekent dat minimaal enkele tientallen meters open of bijna open stuifzand moet zijn overbrugd. De vondst van een mannelijke levendbarende hagedis in open stuifzand bevestigd dit eveneens. Het dier werd in een potval aangetroffen op ca. 25 meter van de dichtstbijzijnde beschutting, een bosrand. Er van uitgaande dat het dier uit deze bosrand afkomstig was, kan worden bepaald dat hij zich in de richting van honderden meters open stuifzand verplaatste. Op basis van de waarnemingen blijkt de grootste afstand, die een levendbarende hagedis door open stuifzand moet hebben afgelegd, minimaal 80 meter te zijn. Desbetreffend exemplaar bevond zich op een fort te midden van volledig onbegroeid mul open stuifzand. Hoewel bij ander onderzoek is vastgesteld dat de soort grotere afstanden kan afleggen (in uitzonderlijke gevallen > 1000 m) en zeer hagedisonvriendelijke terreinen zoals weilanden, dichte bossen en water kan passeren (Strijbosch, 1995), is het oversteken van tientallen meters open stuifzand zeer opmerkelijk. Uiteraard mag worden aangenomen dat de te overbruggen afstand (mede) bepalend zal zijn voor het migratiesucces. In de terreinen met korstmosvegetaties komt de levendbarende hagedis in zeer lage dichtheden voor. Ook Krekels & Creemers (1998) stelden dit vast in de boswachterij Kootwijk-Loobos. De open lichenen-steppen vormen door de openheid en de structuurloosheid geen verblijfplaatsen voor langere tijd. Daarentegen worden ook hier grotere open stukken tijdens migraties niet gemeden, hetgeen wordt bevestigd door de vondst van een exemplaar in een potval. In dit terreintype zijn het de structuurrijkere delen met (spaarzame) pollen struikheide en/of opslag van grove den die voor beschutting zorgen en daarmee de randvoorwaarde creëren voor een langduriger verblijf. Krekels & Creemers (1998) vonden in dit vegetatietype in boswachterij Kootwijk-Loobos namelijk uitsluitend levendbarende hagedissen in verspreid staande pollen struikheide. Overige reptielen werden ook door hen niet waargenomen. In de Loonse en Drunense duinen maakt de soort ook gebruik van dit terreintype, getuige een waarneming van M. Klerks en ondergetekende eind september plaats. Ook Strijbosch (1988) meldt dat dode boomstronken in open habitat van belang zijn als schuilplaats en Brandt & Feuerriegel (1994) melden dat dood hout ook bij de overwintering dienst kan doen. Op locaties waar dood hout afwezig is, zijn dan ook nauwelijks exemplaren aangetroffen. De soort kan echter ook in een vegetatie van bochtige smele voorkomen in afwezigheid van dood hout. Voorwaarde is dan wel dat de bochtige smele dermate oud is (tientallen jaren) dat er horsten (hoge pollen) zijn ontstaan zoals dat ook bij pijpenstro plaatsvindt. Op het Hulshorsterzand zijn dergelijke pollen niet voorhanden en de aanwezigheid van dood hout vervult daarom een zeer belangrijke rol voor het (plaatselijk) regelmatig voorkomen van de soort. Arens et al. (2006) melden tevens dat de zandhagedis en de gladde slang op overgangen van buntgrasvegetaties en bochtige smele voorkomen, bij voorkeur nabij of onder de eerste bomen aan de rand van het stuifzand. De gevarieerdere struikheidevegetatie vormt een geschikt leefgebied voor de soort. Opvallend is de ogenschijnlijke zonering in het voorkomen van de levendbarende hagedis en de zandhagedis in dit terrein. Juist in de drogere delen met een ijlere vegetatie, soms grenzend aan open zand, werden de levendbarende hagedissen aangetroffen. In de struikheidevegetatie met grijs kronkelsteeltje zijn vrijwel geen reptielen waargenomen. De vondst van slechts één levendbarende hagedis geeft aan dat het terrein voor de soort niet aantrekkelijk is en de dichtheden erg laag zijn. Een mogelijke verklaring is de massale aanwezigheid van grijs kronkelsteeltje. In vergelijking met andere struikheidevegetaties ontbreken grassen en vochthouden- Bochtige smele-vegetatie met enkele naaldbomen, enkele open zandige plekken en verspreid staande pollen struikheide Vindplaats van levendbarende hagedis. Door de aanwezigheid van dood hout is dit vegetatietype op stuifzand redelijk geschikt voor de soort. Foto s: Richard Struijk Binnen de bochtige smele-vegetatie zijn redelijke aantallen levendbarende hagedissen gevonden, maar in zeer wisselende dichtheden. Vrijwel alle exemplaren zijn bij, op of onder dood hout gevonden. Ondanks dat geen gericht onderzoek naar de relatie van dood hout en het voorkomen van levendbarende hagedissen heeft plaatsgevonden, lijkt er wel degelijk een verband te zijn. Het dode hout zorgt hier voor een permanent vochtige en koelere schuil-
4 (3) 2009 Foto: Etienne de Vries Stuifzandherstel Hulshorsterzand, februari 2009 de mospaketten, structuren die voor een gunstiger microklimaat zorgen. Omdat de groeiwijze van grijs kronkelsteeltje tamelijk structuurloos is en dichte, slecht verteerbare matten worden gevormd, heerst hier mogelijk een onvoldoende geschikt microklimaat en/of is de beschikbaarheid van voedsel hierdoor (te) beperkt. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort, die in drogere gebieden juist de kleine structuurelementen nodig heeft, die voor een plaatselijk geschikt microklimaat kunnen zorgen. In enkele andere stuifzandgebieden zijn onlangs ook waarnemingen in struikheide-vegetaties gedaan. Op het Kootwijkerzand werden in 2008 in randen met een ijle zeer schrale heidevegetatie naast levendbarende hagedissen en zandhagedissen zelfs adders, hazelwormen en gladde slangen aangetroffen (de Wild, 2008). Wel merkt de Wild op dat er meestal bos in de omgeving aanwezig was. In de Loonse en Drunense duinen werden door ondergetekende en M. Klerks in betrekkelijk korte tijd vijf levendbarende hagedissen gevonden in droge struikheidevegetaties. De meeste van deze exemplaren bevonden zich in de nabijheid van bosschages of struweel. Hedendaags stuifzandbeheer Het oppervlak aan stuifzanden is in de laatste eeuw sterk afgenomen. Van de rond 1900 aanwezige ha. actief stuifzand in Nederland was er in 2002 nog maar 1400 ha. over (Bakker et al., 2003). Op de Hoge Veluwe besloeg de oppervlakte stuifzand in 2000 nog 18% terwijl dit in % was (van de Bund & Sanders, 2004). Door deze afname en het feit dat een aantal diersoorten min of meer afhankelijk is van dit type landschap worden de laatste jaren in veel verschillende terreinen plannen gemaakt om de stuifzanden weer te vergroten en waar mogelijk zelfs weer actief stuivend te krijgen. De plannen behelzen naast de kap van bos vaak ook het (plaatselijk) geheel verwijderen van struikheide-, bochtige smele-, korstmos- en aanverwante vegetaties. Zoals reeds eerder vermeld, lijken deze vegetaties niet of minder geschikt voor reptielen. Toch worden reptielen zoals de levendbarende hagedis in sommige gevallen juist als doelsoort voor stuifzandvergroting aangewezen. Dit, omdat zij te lijden zouden hebben onder het dichtgroeien van open stuifzand (zie bijv. Anonymous, 2008). Het tegendeel is echter waar. Voor de levendbarende hagedis zijn het juist de successiestadia met wat meer vegetatiestructuur, die geschikt leefgebied vormen. Lenders (1992) geeft eveneens aan dat de bosaanplant op sommige Limburgse stuifzanden mogelijk tot verbetering van het leefgebied van de levendbarende hagedis heeft geleid. Omdat met de vergroting van stuifzanden, met name als er wordt ingezet op actief stuifzand, grootschalige ingrepen gepaard gaan, kan dit ten koste gaan van reeds aanwezige reptielen. Of dit het geval is, is afhankelijk van een aantal factoren zoals populatiegrootte, resterend oppervlak aan leefgebied, kwaliteit van resterend leefgebied e.d. Overigens is ook de zandhagedis, die zijn eieren op open zandige plekken afzet, hier niet bij gebaat. De soort geeft de voorkeur aan structuurrijke heide met enige opslag en verspreid liggende kleine open zandige plekjes. Ook voor deze soort en alle andere reptielsoorten geldt dat de barrièrewerking van open stuifzand veel groter is dan dat van vastgelegd (begroeid) stuifzand en compleet ongeschikt is als vast leefgebied. Omdat het belang van open stuifzand echter wel degelijk aanwezig is, maar reptielen in Nederland tegelijkertijd een bedreigde diergroep vormen, zou er naar een compromis moeten worden gezocht. In veel gevallen zijn hier prima mogelijkheden voor. Tal van stuifzanden in Nederland zijn omgeven door uitgestrekt (naald)bos, waarin de ondergroei veelal bestaat uit een schrale (heide)vegetatie met bijvoorbeeld bochtige smele. Ter compensatie van het leefgebied dat bij de vergroting van het stuifzand verloren gaat, zou nieuw leefgebied kunnen worden gecreëerd door dat bos te kappen. Deze compensatie zou tenminste enkele jaren voorafgaand aan de ingrepen plaats moeten vinden, zodat het nieuwe leefgebied voortijdig door aanwezige reptielen gekoloniseerd kan worden. De oppervlakte van het compensatiegedeelte zou van vergelijkbare grootte moeten zijn als het leefgebied dat verloren gaat en van vergelijkbare of hogere kwaliteit. Door bij de realisatie van het compensatiegedeelte rekening te houden met details kan het nadelige effect van de stuifzandvergroting meevallen of in het meest gunstige geval kan zelfs meer geschikt leefgebied ontstaan. Deze details bestaan bijvoorbeeld uit het achterlaten van dood hout, het sparen van de beoogde vegetatie (pollen struikheide), het behouden van enkele struikvormers zoals vuilboom en het aanleggen van hout-plagselwallen. In terreinen waar in het te kappen bos de beoogde ondergroei niet aanwezig is, zal de bodem mogelijk (kleinschalig) moeten worden geplagd teneinde de gewenste vegetatie te verkrijgen. Hierbij dient altijd rekening te worden gehouden met eventueel voorkomende hazelwormen die zich in de oude bosbodem kunnen ophouden. Conclusie Reptielen, de levendbarende hagedis in het bijzonder, kunnen in verschillende stuifzandvegetaties een (tijdelijk) leefgebied vinden. Hoewel het suboptimaal tot marginaal leefgebied betreft, is het goed mogelijk dat de waarde hiervan voor reptielen wordt onderschat. Open stuifzand en open korstmosvegetaties worden vermoedelijk alleen bij migraties benut. Wanneer er echter (heide)struikjes en boomopslag op voorkomen, kunnen korstmosvegetaties en zelfs geïsoleerde eilandjes binnen open stuifzanden vermoedelijk langdurigere verblijfplaatsen vormen voor levendbarende hagedissen. Heidevegetaties en bochtige smele vegetaties kunnen redelijke aantallen levendbarende hagedissen herbergen. Van belang is wel dat er elementen zoals dood (dik) hout aanwezig zijn, waardoor zeer lokaal plaatsen met een gunstig microklimaat voorhanden zijn. De aantallen levendbarende hagedissen kunnen het verwachtingspatroon voor deze suboptimale terreinen dan ver overschrijden. Het vergroten van open actief stuifzand ten koste van stuifzand in vroege en in meerdere mate latere successie-
5 37 De levendbarende hagedis is verreweg de meest voorkomende reptielsoort op stuifzanden Foto: Richard Struijk stadia, is in principe nadelig voor reptielen. De levendbarende hagedis blijkt in staat om de ogenschijnlijk onneembare barrières van open stuifzand succesvol te kunnen nemen en er in ieder geval tijdelijk te verblijven. Het nemen van dergelijke maatregelen leidt dus tot verlies van leefgebied. Daarom dient stuifzandbeheer met zorg te worden uitgevoerd, dus rekening houdend met reptielen. Compensatie van leefgebied lijkt in veel gevallen zeer goed mogelijk. Summary The importance of drift-sand areas for reptiles is often underestimated. In The Netherlands the common lizard (Zootoca vivipara) is the most common reptile inhabiting this particular landscape. Although completely bare driftsand seems inhospitable for reptiles in general, common lizards were found on isolated vegetated islands within in this habitat. It is known that some individuals crossed bare drift-sand of at least 80 meter. In this article the importance of four habitats within the Hulshorsterzand (NW Veluwe) is discussed: drift-sands, lichen vegetation, wavy hair-grass (Deschampsia flexuosa) vegetation and heather (Calluna vulgaris) vegetation. Recently, land managers devote much attention to the restoration of drift-sands. Along with this restoration, reptile habitat is often destroyed and therefore it is whise to compensate this loss in the immediate area. Often, this is possible by clearing parts of the surrounding (pine) forest. Dankwoord Hierbij dank ik Henk Strijbosch voor het verfijnen van de conceptversie van dit artikel en het op boeiende wijze delen van zijn visie met betrekking tot de leefwijze van de levendbarende hagedis. Literatuur Arens, S.M., T.W.M. Bakker, F.H. Everts, M.E. Tolman, & D.P. Pranger, Uitvoering stuifzanden egg Consult in opdracht van Provincie Noord-Brabant Anonymous, Hulshorsterzand gaat weer stuiven. Vereniging Natuurmonumenten, Bakker, T.W.M., F.H. Everts, P. Jungerius, R. Ketner-Oostra, A. Kooijman, C. van Turnhout & H. Esselink, Preadvies Stuifzanden. Expertisecentrum lnv, Ministerie van lnv, Ede/ Wageningen. Brandt, I. & K. Feuerriegel, Artenhilfsprogramm und Rote Liste Amphibien und Reptilien in Hamburg. Verbreitung, Bestand und Schutz der Herpetofauna im Ballungsraum Hamburg. Behörde für Stadtentwicklung und Umwelt Naturschutzamt, Hamburg: 144 p. Bund, C. van de & G. Sanders, Ontmoetingen met dieren op de Hoge Veluwe. Waanders Drukkers, Zwolle: 184 p. Glandt, D., Die Waldeidechse: unscheinbar-anpassungsfähig-erfolgreich. Laurenti-Verlag, Bochum (Zeitschrift für Feldherpetologie: Beiheft; 2): 111 p. Herder, J.E., J. Janse, A. van Rijsewijk & R.P.J.H. Struijk, obn monitoring 2007 van reptielen, amfibieën en vissen in 13 terreinen van Natuurmonumenten. Stichting ravon, Nijmegen. Jungerius, P.D. & R. Ketner-Oostra, Onderzoek voor de toepassing van Effectgerichte Maatregelen in het stuifzandlandschap van het Hulshorster Zand. Stichting Geomorfologie & Landschap: 83 p. Krekels, R. & R. Creemers Reptielen in de boswachterij Kootwijk-Loobos. ravon 3 1(3): Lenders, H.J.R., Levendbarende hagedis. In: Coelen, J.E.M. van der (ed), Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in Limburg,. ravon/nhgl, Nijmegen/Maastricht. Peters, G., Klasse Reptilia Kriechtiere. In: Urania Tierreich. Band Fische, Lurche, Kriechtiere. Urania, Leipzig: In: Glandt, D., Die Waldeidechse: unscheinbar-anpassungsfähig-erfolgreich. Laurenti-Verlag, Bochum (Zeitschrift für Feldherpetologie: Beiheft; 2): 111 p. Strijbosch, H., Habitat selection of Lacerta vivipara in a lowland environment. Herpetological Journal 1: Strijbosch, H., Population structure and displacements in Lacerta vivipara. Scientia Herpetologica: Strijbosch, H., Kolonisatie van nieuw aangelegde kapvlakten door de levendbarende hagedis. ravon 13 5(1): 1-5. Struijk, R.P.J.H., Herpetofauna en entomofauna van het Hulshorsterzand en het Sandbergsveld op de Noordwest Veluwe. Stagerapport Wageningen Universiteit. 52 p. Wild, W. de, Onverwachte vindplaatsen: reptielen bij het stuifzand. ravon Nieuwsbrief Meetnet Reptielen 42: 14 Richard P.J.H. Struijk (RAVON) Postbus BK Nijmegen [email protected]
Bosbeheer voor reptielen en amfibieën. Jeroen van Delft
Bosbeheer voor reptielen en amfibieën Jeroen van Delft Opbouw lezing Habitateisen herpetofauna Gesloten bos Open plekken en brede bermen Randen, mantels en zomen Dood hout Water in en bij het bos Steilkanten,
Beschrijving plangebied bron: Koopman & Ingberg (2009)
NOTITIE Aan : Ministerie van Defensie, Dienst Vastgoed Defensie T.a.v. : De heer S. van der Meulen Van : Drs. R. Felix Datum : 19 september 2012 Ons kenmerk : 12-125 Uw kenmerk : 3001528 Onderwerp : QS
REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN
33 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN JAARGANG 11 NUMMER 3 atlas! + zee, zand en modder + gouden vrijwilligers RAVON is het tijdschrift van de Stichting RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Neder land).
Samenwerking voor de gladde slang in Noord-Brabant, Jeroen van Delft & Arnold van Rijsewijk Vught, 1 december 2017
Samenwerking voor de gladde slang in Noord-Brabant, 1997-2017 Jeroen van Delft & Arnold van Rijsewijk Vught, 1 december 2017 2/35 Gladde slang Habitats Droge, reliëf- en structuurrijke heiden Drogere delen
Indeling lezing. Herstel van leefgebieden voor de gladde slang. Ringslang. Gladde slang. Adder
Indeling lezing Herstel van leefgebieden voor de gladde slang De gladde slang; uiterlijk, verspreiding en habitat Beheer Monitoring Jeroen van Delft Bladel, 13 september 2013 2/31 Ringslang Slanke bruine
1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap
1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het
3.3 Zonering: natuurlijk en functioneel groen
3.3 Zonering: natuurlijk en functioneel groen In dit bedrijfsnatuurplan wordt een hoofdzonering aangebracht tussen 'natuurlijk groen' en 'functioneel groen'. In het natuurlijke groen is de natuurwaarde
Monitoring en inventarisatie reptielen en amfibieën Loonse en Drunense Duinen / Huis ter Heide
Monitoring en inventarisatie reptielen en amfibieën Loonse en Drunense Duinen / Huis ter Heide 2010 Mark Klerks November 2010 Inleiding: Het jaar 2010 kwam maar langzaam op gang. Vooral het voorjaar was
Veldinventarisatie ringslang en levendbarende hagedis A37, omgeving Zwartemeer
Veldinventarisatie ringslang en levendbarende hagedis A37, omgeving Zwartemeer Veldinventarisatie in opdracht van Advies- en Ingenieursbureau Oranjewoud Opgesteld door Stichting RAVON R.P.J.H. Struijk
Uitvoering herstelmaatregelen voor kommavlinder en bruine eikenpage in Overijssel [Voer de ondertitel in]
Uitvoering herstelmaatregelen voor kommavlinder en bruine eikenpage in Overijssel [Voer de ondertitel in] Uitvoering herstelmaatregelen voor kommavlinder en bruine eikenpage in Overijssel Uitvoering herstelmaatregelen
Veldinventarisatie reptielen in Park Brederode (Bloemendaal) 2010
Veldinventarisatie reptielen in Park Brederode (Bloemendaal) 2010 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Veldinventarisatie reptielen in Park Brederode (Bloemendaal) 2010 Veldinventarisatie in
Resultaten. Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland.
Toelichting abundatiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe Henk Sierdsema, Sovon Vogelonderzoek Nederland Juni 2015 Inleiding Door de provincie Gelderland is verzocht om een update te maken van
Draaihals, verdwenen als broedvogel op de Meinweg
Draaihals, verdwenen als broedvogel op de Meinweg Maar voor hoe lang nog? Jan Boeren Stichting Koekeloere Inhoud presentatie Waarom is een Draaihals een Draaihals Meinweg al tientallen jaren kerngebied
Heidebeheer in de 21 e eeuw
Heidebeheer in de 21 e eeuw Henk Siebel Met OBN-faunaonderzoek van Joost Vogels, Arnold van den Burg, Eva Remke, Henk Siepel Stichting Bargerveen, Radboud Universiteit Nijmegen Herstel en beheer van droge
Deze wandeling voert je door naald- en loofbos, maar vooral door een bijzonder stuifzand, het Hulshorsterzand.
Wandelen Wandelroute Leuvenhorst over het Hulshorsterzand bij Harderwijk 7 km Waar Leuvenumse bossen Vertrekpunt Parkeerplaats Hierderweg [https://maps.google.com/? q=52.3426,5.70787] De wandelroute Leuvenhorst
Heidebeheer en fauna. Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009
Heidebeheer en fauna Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009 Inleiders: Jap Smits (Staatsbosbeheer) en prof. dr. Henk Siepel (Alterra-WUR) De Strabrechtse Heide is een
Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode
Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Natuurwaardenkaart Voor het inventariseren van de natuurwaarden van Heemstede zijn in het rapport Natuurwaardenkaart van Heemstede Waardering van
GPS Wandeling Kootwijkerzand
In deze folder vindt u de beschrijving van een gps route door het Kootwijkerzand, een prachtig stuifzandgebied in Kootwijk. Deze route is ontwikkeld door het IVN, een vereniging die zich inzet voor natuur-
Quick scan ecologie Grote Sloot te Burgerbrug
Quick scan ecologie Grote Sloot te Burgerbrug Quick scan ecologie Grote Sloot te Burgerbrug Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden N. Hemmers Bureau Buitenweg 13.143
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins. Quickscan. Spankerenseweg 20 Dieren
Rapportage: Eric Verkaik Veldwerk: Elmar Prins Quickscan Spankerenseweg 20 Dieren februari 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Gegevens plangebied... 2 3 Methode... 3 4 Resultaten... 3 4.1 Bureaustudie...
De Peelvenen. Hoogveenherstel op het randje. Gert-Jan van Duinen en vele anderen
De Peelvenen Hoogveenherstel op het randje Gert-Jan van Duinen en vele anderen 1. Op de grens van Brabant en Limburg 2. Ontstaan rondom de Peelrandbreuk De Verheven Peel op de Peelhorst: hoog en nat De
DE WRATTENBIJTER OP DE VELUWE
DE WRATTENBIJTER OP DE VELUWE NIMFEN EN ADULTEN 2007 In opdracht van: Provincie Gelderland DE WRATTENBIJTER IN HET NATIONAAL PARK DE HOGE VELUWE ONDERZOEK NIMFEN EN ADULTEN 2007 R.F.M. Krekels & P.H.
Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen
Resultaten Uitgangssituatie Algemeen Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen Projectnummer: 2010_009 Projectnaam: Kleinschalig heidebeheer maatregelen diverse terreinen PMJP: B2 Kwaliteitsverbetering
Waarnemingen. AIC te Castricum
7 AIC te Castricum Waarnemingen Op het braakliggend terrein grenzend aan de Beverwijkerstraatweg is de vegetatie nauwelijks ontwikkeld. Oude restanten van een fundering zijn nog zichtbaar. Overal ligt
Effectgerichte maatregelen: vergeet de fauna niet!
Effectgerichte maatregelen: vergeet de fauna niet! Ook dieren hebben last van vermesting, verzuring en verdroging. Maar hebben de effectgerichte maatregelen voor de fauna het gewenste effect? Lees verder
Bijlage 2 Uitvoeringsprojecten biodiversiteit en leefgebieden. Voorbeeld 1 Leefgebieden gladde slang in De Kempen (binnen EHS)
Bijlage 2 Uitvoeringsprojecten biodiversiteit en leefgebieden Voorbeeld 1 Leefgebieden gladde slang in De Kempen (binnen EHS) Inleiding In 2006 heeft RAVON in opdracht van de Provincie Noord-Brabant het
Marijn Nijssen, Toos van Noordwijk, Annemieke Kooijman, Herman van Oosten, Bart Wouters, Chris van Turnhout, Jasja Dekker, Michiel Wallis de Vries,
Zijn effecten van begrazing te voorspellen? Marijn Nijssen, Toos van Noordwijk, Annemieke Kooijman, Herman van Oosten, Bart Wouters, Chris van Turnhout, Jasja Dekker, Michiel Wallis de Vries, Ingo Jansen,
Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181)
Gemeente Werkendam t.a.v. C.A.A.M. de Jong Postbus 16 4250 DA Werkendam Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemert, 5 augustus 2010 Geachte heer/mevrouw
Reptielen in de heide
Reptielen in de heide Verslag veldwerkplaats Droog zandlandschap Hoge Veluwe, 23 juni 2009 Inleiders: Ton Stumpel (WUR), Joost Vogels (Stichting Bargerveen/ Radboud Universiteit Nijmegen), Jeroen van Delft
Natuurkwaliteit en bosgebruik Natura 2000. Rienk-Jan Bijlsma
Natuurkwaliteit en bosgebruik Natura 2000 Rienk-Jan Bijlsma Onderwerpen Habitatkaart bossen Veluwe Kwaliteitsverbetering habitattypen bos Oppervlaktevergroting habitattypen bos Habitatkaart: typen en criteria
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg Nieuwsbrief Versie: oktober 2014 Inhoud 1. Inleiding 2. Zoogdieren 3. Herpetofauna 4. Vlinders 5. Overig 6. Colofon Wat dragen de ecoducten bij de Zwaluwenberg bij aan
Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad.
Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg 17a (Zwolle) voor de knoflookpad. REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Onderzoek naar de waarde van een ponyweide aan de Nemelerbergweg
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON
AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON AMFIBIEËN EN REPTIELEN IN HET PLANGEBIED EN OMGEVING VAN DE UITBREIDINGSLOCATIE RENDAC TE SON juni 2007 In
Gladde slangen op een plagseldijk Arnold van Rijsewijk, Raymond Creemers en Jeroen van Delft
1 Gladde slangen op een plagseldijk Arnold van Rijsewijk, Raymond Creemers en Jeroen van Delft Plagsel wordt normaliter afgevoerd uit natuurterreinen. Plagselhopen kunnen echter een belangrijk onderdeel
Herstel Grote stuifzanden
Herstel Grote stuifzanden Verslag veldwerkplaats Droog zandlandschap Loonse en Drunense Duinen, 24 juni 2009 Inleiders: Michiel Riksen (WUR), Martijn Nijssen (Stichting Bargerveen/Radboud Universiteit
Productiebos maakt plaats voor oorspronkelijk heidelandschap.
NATUURVERBINDING HOORNEBOEG GOOIS NATUURRESERVAAT Productiebos maakt plaats voor oorspronkelijk heidelandschap. PRODUCTIEBOS MAAKT PLAATS VOOR OORSPRONKELIJK HEIDELANDSCHAP TEN ZUIDEN VAN HILVERSUM LIGGEN
Werkstuk Aardrijkskunde Loonse en Drunense duinen
Werkstuk Aardrijkskunde Loonse en Drunense d Werkstuk door een scholier 1890 woorden 30 oktober 2004 7 79 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde De Loonse en Drunense D A. Tot welk landschapstype behoort het
Verslag RAVON Utrecht Excursie Landgoed Den Treek Henschoten 10 april 2010
Verslag RAVON Utrecht Excursie Landgoed Den Treek Henschoten 10 april 2010 Inleiding Op 10 april is een excursie gehouden op landgoed Den Treek Henschoten vanuit Ravon Utrecht. Doel van deze excursie was
Vissenweekend Overijssel 2013
Vissenweekend Overijssel 2013 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Vissenweekend Overijssel 2013 Een rapportage van RAVON M.E. Schiphouwer & A. de Bruin December 2013 STICHTING RAVON POSTBUS
Quick scan ecologie. Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel
Quick scan ecologie Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel Samenvatting Inhoud H 01 Aanleiding Voor de Mientweg 5 en Mientweg 29 te Lutjewinkel wordt een ruimtelijke ontwikkeling voorbereidt. Het gaat om de ontwikkeling
Populatiedynamica bij reptielen in relatie tot het terreinbeheer
natuurhistorisch maandblad augustus 2008 jaargang 97 8 161 Populatiedynamica bij reptielen in relatie tot het terreinbeheer Resultaten van een veldstudie over meer dan dertig jaar in Nationaal Park De
Grasland en Heide. Hoofdstuk 2.2 en 2.4
Grasland en Heide Hoofdstuk 2.2 en 2.4 Planning Grasland Voedselweb opdracht Heide Voedselweb opdracht Grasland Grasland is een gebied van enige omvang met een vegetatie die gedomineerd wordt door grassen
MMC Scherpenberg Lieren. Programma van Eisen
MMC Scherpenberg Lieren Programma van Eisen Dienst Landelijk Gebied Zwolle, mei 2009 Uitgangspunten Scherpenberg Voor het ontwerp op de Scherpenberg zijn de volgende zaken als input gebruikt: Vigerende
Herstel biodiversiteit in Noord-Brabant,
Herstel biodiversiteit in Noord-Brabant, hoe doen we dat en werkt het? Wiel Poelmans Programma Natuur Provincie Noord-Brabant Wat komt er aan de orde? Positie biodiversiteit in natuurbeleid Waarom, wat,
Natuurbegraven. Presentatie Nationaal Groenfonds 24 november 2011. Rest In Nature
Natuurbegraven Presentatie Nationaal Groenfonds 24 november 2011 Natuurbegraven Droom Afscheid en rust op de mooiste plek Tot heden Negatieve sfeer Begraven of cremeren Wensen Andere tijd Expressie en
Monitoring Natuurverbinding Hoorneboeg & Zwaluwenberg
Monitoring Natuurverbinding Hoorneboeg & Zwaluwenberg Versie: september 2017 Kale rode bosmier foeragerend op nectar van wilgbloesem Inhoud 1. Inleiding 2. Bosmieronderzoek 3. Vegetatie 4. Herpetofauna
Workshop bosbeheer. Beheerteamdag 2017
Workshop bosbeheer Beheerteamdag 2017 Consulent bosbeheer Bosbeheer Elke boom heeft de functie om gekapt te worden Natuurwaarde bos? Wat bepaalt de natuurwaarde? Wat bepaalt de natuurwaarde van een bos?
Verbetering van drie leefgebieden voor amfibieën en andere faunasoorten in Landgoed De Utrecht. Deel 3 DE FLAES en HET GOOR
Verbetering van drie leefgebieden voor amfibieën en andere faunasoorten in Landgoed De Utrecht Deel 3 DE FLAES en HET GOOR REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Verbetering van drie leefgebieden
Stuifzanden: Herstel Beheer en Monitoring
Stuifzanden: Herstel Beheer en Monitoring Verslag veldwerkplaats ---droog zandlandschap Rozendaalse veld, 1 juni 2010 Inleiders: Michiel Riksen (WUR), Marijn Nijssen (Stichting Bargerveen), Nienke Moll
Flora van naaldbossen,
Indicator 7 september 2012 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. In de naaldbossen in Nederland
Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2013
Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2013 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2013 Een rapportage van RAVON in opdracht van ProRail
VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage.
2 VIER MODELLEN In dit hoofdstuk beschrijven we vier verschillende inrichtingsmodellen: Kleinschalig landschap, Moeraszone, Nat kralensnoer en Droog kralensnoer. In extra informatiepagina s geven we aan
Bermenplan Assen. Definitief
Definitief Opdrachtgever: Opdrachtgever: Gemeente Assen Gemeente Mevrouw Assen ing. M. van Lommel Mevrouw M. Postbus van Lommel 30018 Noordersingel 940033 RA Assen 9401 JW T Assen 0592-366911 F 0592-366595
LANGS ESDORP & STUIFZAND
LANGS ESDORP & STUIFZAND ROUTE 8 km Een mooie route over dit landgoed met kamduinen, bijzondere planten en dieren en een blik op huis Beerze. Deze route is gemaakt door Landschap Overijssel. 20 17 Langs
Natuurherstel in Duinvalleien
Natuurherstel in Duinvalleien Kan het natuurlijker? [email protected] 1 Universiteit Groningen, IVEM 2 Radboud Universiteit Nijmegen Opbouw lezing Hydrologisch systeem van een duinvallei Relatie hydrologie,
Het landschap als randvoorwaarde voor stuifzand natuur
Het landschap als randvoorwaarde voor stuifzand natuur Onderzoek stuifzandprocessen in relatie tot beheer 20-06-2013, Michel Riksen Inhoud Inleiding stuifzand als geomorfologische eenheid Onderzoek stuifzand
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg
Monitoring Ecocorridor Zwaluwenberg Versie: juni 2018 Een levendbarende hagedis die een onderkomen heeft gevonden in een van de camerakasten van het onderzoek Inhoud 1. Inleiding 2. PIT-tag 3. genetisch
Kwalificatie plangebied als secundair leefgebied
Ecologische onderbouwing ten behoeve van beroep GNMF op beslissing Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op bezwaarschrift tegen verlening ontheffing Flora- en faunawet voor realisatie van het project
Quick scan ecologie Frankemaheerd te Amsterdam ZO
Quick scan ecologie Frankemaheerd te Amsterdam ZO Quick scan ecologie Frankemaheerd te Amsterdam ZO Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Rochdale 12.060 september
Fauna in de PAS. Hoe kunnen we effecten van N-depositie op Diersoorten mitigeren? Marijn Nijssen Stichting Bargerveen
Fauna in de PAS Hoe kunnen we effecten van N-depositie op Diersoorten mitigeren? Marijn Nijssen Stichting Bargerveen De Programatische Aanpak Stikstof Natuurdoelen en economische ontwikkelingsruimte 1600
Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2014
Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2014 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND Monitoring reptielen spoorlijn Maastricht Lanaken 2014 Een rapportage van RAVON in opdracht van ProRail
Soortenlijst Flora faunawet. Bestendig beheer gemeentelijke groenvoorziening
Soortenlijst Flora faunawet Bestendig beheer gemeentelijke groenvoorziening 25 beschermde soorten zie soortenlijst t.b.v. F&F wet pag. 2: Deze 25 herkennen tijdens het examen. pag 3 t/m 7: Één of enkele
Maatregelen voor bosherstel
Veldwerkplaats Voedselkwaliteit en biodiversiteit in bossen Maatregelen voor bosherstel Gert-Jan van Duinen Arnold van den Burg Conclusie OBN-onderzoek bossen Te hoge atmosferische stikstofdepositie Antropogene
After-LIFE Conservation Plan Loonse en Drunense Duinen LIFE Stuifzandherstel LIFE07/NAT/NL/000571
After-LIFE Conservation Plan Loonse en Drunense Duinen LIFE Stuifzandherstel LIFE07/NAT/NL/000571 Marijn Nijssen 1 2 Inhoudsopgave 1 After-LIFE Conservation Plan: algemene inleiding 5 2 Beschrijving gebied
Praktische informatie. Wandel deze route met onze route app. Bereikbaarheid. Waar. Vertrekpunt. Startpunt. 5.5 km
Wandelen Wandelroute Roestelberg 5.5 km Waar Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen Vertrekpunt Café Roestelberg [https://maps.google.com/?q=51.6571,5.08379] Stuifzand, bos en heide, je vindt het allemaal
Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven)
4.5 Landduinen Landschapskenmerken Reliëfvorm Mozaïek van hogere zandduinen meestal bebost en lager en vlakker gelegen vennen en schrale graslanden Water Lage grondwaterstanden Bodem Zandgronden Wegenpatroon
5 Relatie tussen het voorkomen van de bosmuis en de rosse woelmuis en de structuur en breedte van de verbinding
5 Relatie tussen het voorkomen van de bosmuis en de rosse woelmuis en de structuur en breedte van de verbinding 5.1 Inleiding Vanuit de praktijk komen veel vragen over de optimale breedte en structuur
MUIZENINVENTARISATIE KAPPERSBULTEN. Guido Lek & Harold Steendam november 2009
MUIZENINVENTARISATIE KAPPERSBULTEN 2009 Guido Lek & Harold Steendam november 2009 Inleiding In het kader van de nieuwe zoogdierenatlas van Nederland zijn diverse onderzoeken opgestart om zoogdieren in
Drukbegrazing en Chopperen als Alternatieven voor Plaggen van Natte heide
Drukbegrazing en Chopperen als Alternatieven voor Plaggen van Natte heide Effecten op middellange termijn: Fauna De Vlinderstichting Stichting Bargerveen B-Ware Experimenteel onderzoek Abiotiek: ph, buffercapaciteit,
Tiny Forest; levert het iets op?
Tiny Forest; levert het iets op? C.J. Nonhof KNNV afdeling Delfland Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland
Inventarisatie van ecologische waarden van het agrarisch natuurbeheer in Zeeland juni 2014
Inventarisatie van ecologische waarden van het agrarisch natuurbeheer in Zeeland juni 2014 Stichting Landschapsbeheer Zeeland Lucien Calle Sandra Dobbelaar Alex Wieland 15 juli 2014 1 Inhoud Inleiding...
RAVON Hemelvaartweekend
RAVON Hemelvaartweekend Gelderland, Limburg en Noord-Brabant 2007 REPTIELEN AMFIBIEËN VISSEN ONDERZOEK NEDERLAND RAVON Hemelvaartweekend Gelderland, Limburg en Noord-Brabant 2007 Een rapportage van RAVON
BILAN. RAPPORT 2006 Nijmegen - (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh DEFINITIEF CONCEPT. Veldonderzoek naar rode eekhoorn
BILAN RAPPORT 2006 Nijmegen - (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh Veldonderzoek naar rode eekhoorn DEFINITIEF CONCEPT in opdracht van Pluryn Werkenrode Groep Rapport-ID Titel Nijmegen (GLD) - Nijmegen, Winckelsteegh
Knelpunten van de Natuurzoom.
Knelpunten van de Natuurzoom. Deze knelpunten komen voort uit het eindrapport van oktober 2014 Uitvoeringsplan Natuurboog Amsterdam ZuidOost van Dienstlandelijk Gebied Ministerie van Economische Zaken.
Resultaten Quickscan, vissen en vleermuisonderzoek met betrekking tot de Flora- en Faunawet.
Aan Rob Knijn Van C. van den Tempel CC M. Witteveldt Datum 12 januari 2017 Betreft Flora- en faunagegevens Middenweg Zuid Project Herontwikkeling Middenweg Zuid Geachte heer Knijn, Beste Rob, In 2014 en
QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM
QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM Colofon Opdrachtgever: Tulp-Bijl B.V. Titel: Quickscan Edeseweg 51 Wekerom Status: Definitief Datum: Februari 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Foto s: M. van Os Kaartmateriaal:
Natuurhistorisch Maandblad
Natuurhistorisch Maandblad 9 J A A R G A N G 1 0 0 N U M M E R 9 S E P T E M B E R 2 0 1 1 Ontwikkelingen in de visfauna van de Geleenbeek gedurende de periode 1900-2007: deel 2 Het terreingebruik van
Notitie flora en fauna
Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.
Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde
Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde In opdracht van: SAB BV Oktober 2013 Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde Colofon:
BOETELERVELD. ROUTE 4,3 km
BOETELERVELD ROUTE 4,3 km 20 17 Weten hoe een groot deel van Salland er tot eind 19e eeuw uitzag? Wandel dan eens door het Boetelerveld bij Raalte. Ervaar rust, ruimte en openheid in dit enig overgebleven
Antea Group T.a.v.: Dhr. E. Riphagen Projectleider Water Postbus AA ALMERE
Antea Group T.a.v.: Dhr. E. Riphagen Projectleider Water Postbus 10044 1301AA ALMERE Uw kenmerk: ****** Ons kenmerk: AGNA1423 Datum: 29-10-2015 Projectgebied: Crematorium Laren Onderwerp: Briefrapport
Brabantse bijen behoeven betere bescherming (beknopte beschouwing betreffende beheer & beleid) Tim Faasen
Brabantse bijen behoeven betere bescherming (beknopte beschouwing betreffende beheer & beleid) Tim Faasen 1 Wilde bijen in Noord-Brabant 283 wilde soorten (81% van NL) 89 soorten dalend (31%); 64 soorten
NOTITIE BOMENKAP GASLEIDINGTRACE ODILIAPEEL - MELICK
NOTITIE BOMENKAP GASLEIDINGTRACE ODILIAPEEL - MELICK Opgesteld door: Ing. D. Heijkers In opdracht van: N.V. Nederlandse Gasunie Datum: 14 november 2011 Inleiding De Gasunie is voornemens een aardgastransportleiding
