Rapport. Datum: 22 december 2006 Rapportnummer: 2006/394
|
|
|
- Martina van der Wolf
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 22 december 2006 Rapportnummer: 2006/394
2 2 Klacht Verzoeker klaagt over de hoogte van de winkelprijzen in de Penitentiaire Inrichting Overijssel, vestiging Zwolle. Beoordeling I. Bevindingen 1. Uit de overgelegde stukken blijkt dat volgens verzoeker de producten in de Penitentiaire Inrichting (PI) Overijssel, vestiging Zwolle, veel duurder zijn dan in de gemiddelde supermarkt. Dat, zoals hem desgevraagd was bericht, de prijzen van de (reguliere) producten 10 à 20 % boven de gemiddelde supermarktprijs liggen, bestrijdt verzoeker; ze zouden veel duurder zijn. De prijzen voor verse producten zouden zelfs meer dan 100% hoger liggen. 2. De minister van Justitie acht de klacht niet gegrond en wijst daarbij op het volgende. Op basis van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen (zie Achtergrond, onder 2.) is het de bevoegdheid van de directeur van een inrichting om te bepalen hoe hij de gedetineerden in staat stelt gebruik te maken van het recht op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de PI te verkrijgen zijn. In de praktijk worden externe bedrijven in de gelegenheid gesteld hun goederen te verkopen. In PI Overijssel wordt de winkelfunctie vervuld door APS. Gedetineerden kunnen via een bestellijst goederen aanschaffen bij APS, die de producten vervolgens in verzegelde boxen aanlevert bij de desbetreffende afdeling. Dit systeem is zo succesvol dat de winkelfunctie inmiddels op 44 locaties wordt vervuld door APS. Tussen die inrichtingen is geen prijsverschil. De inrichting eist van APS een systeem van dubbele controle op de samenstelling van de boxen, omdat foutieve leveringen een zware belasting zijn voor het inrichtingspersoneel (beklagprocedures). In het contract met APS is ook het prijsbeleid afgesproken (zie Achtergrond, onder 3.). Oorspronkelijk was overeengekomen dat het prijsniveau zich bewoog op SRV-niveau. Inmiddels is APS aangesloten bij SPAR-supermarkten. SPAR is gespecialiseerd in het leveren aan kleinere winkels. De adviesprijzen van dit concern worden gehanteerd, waardoor het prijsniveau gunstiger is geworden. Een vergelijking met een grotere supermarkt als bijvoorbeeld Albert Heijn levert ook positieve resultaten op ten aanzien van de voorwaarden waaronder APS levert. De APS hanteert geen minimumbedrag voor bestellingen en hanteert ook geen minimum aantallen bij producten. Hiermee zijn de belangen van de gedetineerden gediend. De vers- en gekoelde producten behoren niet tot het afgesproken assortiment van APS. Voor deze producten geldt dat zij op speciaal verzoek bij derden worden ingekocht door
3 3 APS en tegen gemaakte kosten - waaronder de kosten die het een APS medewerker kost om dat product elders te kopen - worden bezorgd. Het verrekenen van deze kosten aan gedetineerden is volgen de minister niet onredelijk. De in het verleden gedane prijsonderzoeken van het ministerie van Justitie betroffen altijd het assortiment van de PI en niet de overige producten, wat veelal producten zijn waarmee gedetineerden zelfstandig een maaltijd kunnen bereiden in plaats van of naast de maaltijden die hun van rijkswege worden verstrekt. Deze producten kunnen vanwege de beperkte houdbaarheid en de kleine klantenkring niet in grotere aantallen worden ingekocht. De minister merkte nog op dat er contact was geweest met andere leveranciers dan APS. Na geïnformeerd te zijn over de aantallen en de beperkingen hebben deze leveranciers aangegeven geen belangstelling te hebben. Er is dus sprake van een zeer beperkte markt van aanbieders. De minister van Justitie deelde ten slotte nog mee dat er momenteel een nieuw winkelprijsonderzoek wordt verricht naar de prijzen in de inrichtingen onderling en in relatie tot de richtprijzen buiten de penitentiaire inrichtingen. Ook dit onderzoek is gericht op de standaard kruidenierslijst en niet op de zogenaamde versproducten. 3. In reactie op de door de minister van Justitie verstrekte inlichtingen merkte verzoeker onder meer het volgende op. Niet de directeuren van PI's zouden moeten bepalen welke goederen tot het winkelassortiment behoren, maar een en ander zou centraal moeten worden geregeld ter voorkoming van plaatselijke verschillen. Ook versproducten moeten tot het assortiment behoren, nu gedetineerden zelf maaltijden mogen bereiden. Voorts vond hij dat de minister zijn beweringen over de hoogte van de prijzen had moeten staven met meer (prijs)gegevens en zag hij niet in waarom versproducten zoveel extra moeten kosten. Volgens verzoeker hebben de franchisenemers van APS namelijk een SPAR-winkel, waaruit de versproducten zouden kunnen worden gehaald. Verzoeker wees er nog op dat de prijzen op de bestellijsten exclusief 10% verwerkingskosten zijn. 4. Nadat het verslag van bevindingen in deze zaak was uitgebracht, ontving de Nationale ombudsman het rapport winkelprijzenonderzoek 2006 van het Ministerie van Justitie. Het onderzoek betreft een prijsvergelijking tussen een aantal geselecteerde producten van de reguliere winkellijst van de PI 's (dus behorend tot het assortiment van de PI's en niet zogenaamde versproducten) met prijzen van die producten in Albert Heijn en een buurtsuper. Uit dit onderzoek blijkt dat het prijsindexcijfer van de PI in kwestie precies 100 is. Dat betekent dat deze PI relatief goedkoop noch duur is. II. Beoordeling
4 Het vereiste van bijzondere zorg houdt in dat bestuursorganen aan personen die onder hun hoede zijn geplaatst de zorg verlenen waarvoor deze personen, vanwege die afhankelijke positie, op die bestuursorganen zijn aangewezen Artikel 44 van de Penitentiaire beginselenwet (zie Achtergrond, onder 1.) bepaalt dat in de huisregels regels worden gesteld omtrent de aankoop door gedetineerden van andere gebruiksartikelen dan die welke door de directeur ter beschikking worden gesteld. Het modelreglement houdt in dat - binnen door de directeur te stellen grenzen - een gedetineerde recht heeft op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de penitentiaire inrichting te krijgen zijn. Van de directie van een PI mag worden verwacht dat zij er voldoende op toeziet dat het prijspeil van de aangeboden goederen redelijk is in vergelijking met het prijspeil van winkels buiten een PI. 6. Uit de door de minister van Justitie verstrekte gegevens is gebleken dat de prijzen van de producten die tot het afgesproken winkelassortiment van de PI behoren zich ongeveer op het niveau van de SPAR bevinden, wat een acceptabel niveau is. Dat mogelijk in andere supermarkten het prijsniveau (deels) gunstiger is, wil nog niet zeggen dat de prijzen van deze primaire levensbehoeften onredelijk is. Enig prijsverschil is bovendien gerechtvaardigd door de extra inspanning die de exploitant van de inrichtingswinkel moet leveren op bijvoorbeeld het punt van controle van de leveringen. De minister heeft er in dit verband op gewezen dat er wel contact is geweest met andere leveranciers dan die waarmee de inrichting nu werkt, maar dat deze geen belangstelling hadden, zodat er sprake is van een zeer beperkte markt van aanbieders. Overigens is uit prijsonderzoek inmiddels gebleken dat de prijzen in de PI zich op een gemiddeld niveau bevinden. 7. Voor wat betreft de zogenaamde vers- en gekoelde producten geldt dat deze zich gemiddeld op een hoger prijsniveau bevinden dan buiten de inrichting gebruikelijk is. De Nationale ombudsman vindt ook dit acceptabel, omdat het hogere prijsniveau niet disproportioneel is. Het gaat om versproducten die in de plaats van producten die in de inrichting worden verstrekt worden gebruikt, onder meer voor het zelf bereiden van een maaltijd. Deze producten kunnen omdat de houdbaarheid kort is, slechts beperkt ingekocht worden en deze inkoop vormt per bestelling maatwerk. Het gaat daarbij zeker niet om een standaardassortiment dat op gelijke wijze als houdbare producten verstrekt kan worden en er gelden dan ook geen vaste prijsafspraken voor. Anders dan verzoeker kennelijk veronderstelt is er geen sprake van dat in de inrichtingswinkel standaard het hele assortiment van een gewone SPAR-winkel verkrijgbaar is, dus inclusief de koel- en versproducten. Het komt de Nationale ombudsman redelijk voor dat de eventuele extra kosten van aanschaf van die producten bij een derde doorberekend worden aan de gedetineerden. Hoewel de prijzen van versproducten over het geheel genomen wat hoger liggen is niet gebleken dat de prijzen van deze producten in een duidelijke wanverhouding staan tot dat wat buiten de inrichting berekend wordt. Een dreigende wanverhouding moet naar het oordeel van de Nationale ombudsman wel een voortdurend aandachtspunt zijn voor de minister en de directie van PI.
5 5 8. Uit het vorenstaande volgt dat de directie van de PI Zwolle voor wat betreft de winkelprijzen voldoet aan de bijzondere zorgverplichting die zij jegens de gedetineerden heeft. De onderzochte gedraging is behoorlijk. CONCLUSIE De klacht over de onderzochte gedraging van de directie van Penitentiaire Inrichting Overijssel, vestiging Zwolle, is niet gegrond. De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen van het feit dat een prijsonderzoek is verricht naar de prijzen in de inrichtingen onderling en in relatie tot de richtprijzen buiten de penitentiaire inrichtingen. Onderzoek Op 18 oktober 2005 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer L. te Hoogeveen, met een klacht over een gedraging van de directie van de Penitentiaire Inrichting Overijssel, vestiging Zwolle. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de minister van Justitie, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De minister van Justitie deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. Verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie. 1. Verzoekschrift van 16 oktober 2005 met bijlagen. 2. Standpunt minister van Justitie van 8 maart 2006 met bijlagen.
6 6 3. Reactie verzoeker van 29 maart Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond 1. Penitentiaire beginselenwet artikel 44, eerste en vijfde lid: 1. De directeur draagt zorg dat aan de gedetineerde voeding, noodzakelijke kleding en schoeisel worden verstrekt dan wel dat hem voldoende geldmiddelen ter beschikking worden gesteld om hierin naar behoren te voorzien. ( ) 5. In de huisregels worden regels gesteld omtrent de aankoop door gedetineerden van andere gebruiksartikelen dan die welke door de directeur ter beschikking worden gesteld. 2. Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen 3.7. Winkel (Op de navolgende onderwerpen na, aan de directeur) (aankoop gebruiksartikelen) (aankoop gebruiksartikelen tot maximaal 90, waarvan maximaal 22,50 aan telefoonkaarten per week, tenzij de directeur op basis van gewenste internationale telefoongesprekken anders bepaalt en mits voldoende saldo op rekening-courant) (U heeft, binnen door de directeur te stellen grenzen, recht op aankoop van artikelen die niet in het assortiment van de penitentiaire inrichting te verkrijgen zijn/buitenwinkel) 3. Overeenkomst tussen PI Zwolle en A.P.S. inzake exploitatie van de inrichtingswinkel Artikel 7. (Prijsbeleid) ( ) b. De franchisenemer mag op artikelen die niet in de winkel verkocht worden, doch welke hij op speciaal verzoek van buiten ophaalt/verzorgt een toeslag van 10% in rekening
7 7 brengen aan degene die deze bestelling heeft geplaatst. Het gaat hier om o.a. artikelen van een slager, bakker, visboer, zuivel, toko, Hema, islamitische slager etc. ( ) d. Het prijsniveau beweegt zich op S.R.V.-niveau.
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Rapport. Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295
Rapport Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295 2 Klacht Op 11 februari 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift, gedateerd 10 februari 2000, van mevrouw C. te Krimpen a/d IJssel,
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente).
Rapport Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente). Datum: 16 februari 2011 Rapportnummer: 2011/051 2 Klacht
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar vakantietoeslag pas in mei 2008 kan uitkeren, ondanks dat haar WW-uitkering per 25 februari
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn Iraakse identiteitskaart aanmerkt als een vals document maar
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hem
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de Nederlandse ambassade in Kampala, Uganda, bij de aanvraag om verlening van visum kort verblijf aan een vriendin uit Uganda onduidelijke informatie heeft
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097
Rapport Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097 2 Klacht Verzoeker kan zijn Nederlandse rijbewijs in Spanje niet omwisselen
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5
RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld
Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat hem nulniveau 2 heeft toegekend in verband met het project FileMijden A6. Beoordeling Algemeen
Rapport. Rapport over een klacht over Belastingsamenwerking Rivierenland te Tiel. Datum: 23 juli 2013. Rapportnummer: 2013/092
Rapport Rapport over een klacht over Belastingsamenwerking Rivierenland te Tiel. Datum: 23 juli 2013 Rapportnummer: 2013/092 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR)
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025
Rapport Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat haar over het
