copyright BUUR RUP Hoekakker Plan-MERscreening
|
|
|
- Karel Boender
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 copyright BUUR RUP Hoekakker Plan-MERscreening september 2017
2 COLOFON Projectregisseur Kathleen Wens Regisseur stadsprojecten Filip Smits Directeur Ruimte Katlijn Van der Veken Ontwerper masterplan BUUR Secretariaat Bedrijfseenheid Stadsontwikkeling Den Bell, Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen Tel / [email protected] Projectteam Sweco Belgium nv Raïssa Bratkowski Charlotte Verlinden Kristien Marien Mobiliteitsdeskundige Mint RUP Hoekakker - september
3 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING Aanleiding en opbouw van het rapport Opzet van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Initiatiefnemer SITUERING VAN HET PLANGEBIED Geografische situering van het studiegebied Beschrijving bestaande toestand Fotoreportage plangebied Juridisch kader GRUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen Beleidskader Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen Ruimtelijk structuurplan Provincie Antwerpen Strategisch Ruimtelijk structuurplan Antwerpen (s-rsa) Richtinggevend gedeelte Andere relevante plannen Kwetsbaarheid van het gebied BESCHRIJVING VAN HET PLAN Krijtlijnen vanuit het Masterplan Groen voor Ekeren Donk Ruimte voor water Stedelijk weefsel afwerken Connecties met de wijk Vertaling naar het RUP Afbakening plangebied Krachtlijnen en randvoorwaarden voor het RUP Lopende of geplande projecten in de buurt Informatie uit beschikbare studies TOETSING AAN DE PLAN-M.E.R.-PLICHT OVERWOGEN MAAR NIET WEERHOUDEN ALTERNATIEVEN Nulalternatief Locatiealternatieven Inrichtingsalternatieven BERSCHRIJVING EN BEOORDELING VAN DE MOGELIJKE MILIEUEFFECTEN Scoping Milieubeoordeling Discipline bodem Beschrijving van de referentiesituatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Discipline grond- en oppervlaktewater Beschrijving van de referentiesituatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Conclusie Discipline fauna en flora Beschrijving van de referentiesituatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Conclusie Discipline landschap, bouwkundig erfgoed & archeologie Beschrijving van de referentiesituatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie RUP Hoekakker - september
4 6.6.4 Conclusie Discipline mens ruimtelijke aspecten (inclusief hinder en mobiliteit) Beschrijving van de referentiesituatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Besluit Andere milieudisciplines Grensoverschrijdende effecten CONCLUSIE BIJLAGEN Bijlage I: Kaartenbundel Bijlage II: Watertoets Woonreservegebied Ekeren Bijlage III: Mobiliteitsstudie Hoekakker Ekeren RUP Hoekakker - september
5 Kaartenlijst Kaart: Liggingsplan Kaart: Topokaart Kaart: Orthofoto Kaart: Stratenatlas Kaart: Gewestplan Kaart: Ruimtelijke uitvoeringsplannen Kaart: Bodemkaart Kaart: Bodemonderzoeken OVAM Kaart: Vlaamse hydrologische atlas en Watertoets Overstromingsgevoelige gebieden Kaart: VMM Zoneringen en Signaalgebieden Kaart: Externe mensveiligheid Kaart: Onroerend erfgoed beschermingen en inventarissen Kaart: Archeologie Kaart: Natura 2000 en Vlaams ecologisch netwerk Kaart: Biologische waarderingskaart RUP Hoekakker - september
6 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en opbouw van het rapport Door de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse regering van 11 april 2008 dient in het planproces van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) formeel rekening gehouden te worden met het onderzoek van milieueffecten die de realisatie van de bestemmingen in dit RUP kunnen teweegbrengen. In de praktijk betekent dit dat voor elk RUP minimaal een onderzoek tot m.e.r (milieueffectrapportage) dient uitgevoerd te worden. Hierbij gaat men na of het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben ten opzichte van de bestaande situatie voor mens en milieu. De resultaten van het onderzoek tot m.e.r. geven aan of de opmaak van een plan-mer al dan niet noodzakelijk is. Bijkomend worden de resultaten aangewend om de ruimtelijke keuzes die in het RUP gemaakt worden inhoudelijk te versterken en te onderbouwen. Het rapport is als volgt opgebouwd: Situering van het plangebied Beschrijving van het plan Toetsing aan de plan-m.e.r-plicht Alternatieven Beschrijving en beoordeling van de milieueffecten Conclusie 1.2 Opzet van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Het plangebied van RUP Hoekakker bevindt zich in de wijk Donk in Ekeren. Het betreft een plangebied van ca. 18 ha dat in het GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied is aangeduid als woonreservegebied. Het GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied laat ontwikkeling van het gebied vanaf januari 2016 ook effectief toe onder welbepaalde voorwaarden. In overeenstemming met de visie van de stad, wenst de ontwikkelaar (Vooruitzicht nv. samen met De Ideale Woning) hier een woongebied te ontwikkelen. Om de visie te concretiseren werd in opdracht van de ontwikkelaar en in nauwe samenwerking met de stad begin 2015 gestart met de opmaak van een masterplan. De krachtlijnen van dit masterplan zullen juridisch verankerd worden in het RUP Hoekakker. Met de opmaak van voorliggend RUP wenst de stad Antwerpen het woonreservegebied te herbestemmen tot een publiek toegankelijk park gecombineerd met kwalitatieve woonontwikkelingen aan de randen en met respect voor de groene ruimte en de waterhuishouding. Het RUP zal in functie hiervan de huidige bestemming verfijnen en randvoorwaarden vastleggen voor de toekomstige ontwikkeling. 1.3 Initiatiefnemer Stad Antwerpen Bedrijfseenheid Stadsontwikkeling Den Bell, Francis Wellesplein 1, 2018 Antwerpen Tel / [email protected] RUP Hoekakker - september
7 2 SITUERING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Geografische situering van het studiegebied Het plangebied situeert zich in het noordwesten van de provincie Antwerpen, op het grondgebied van het district Ekeren. Het plangebied, van ca.18 ha groot ligt in Ekeren-Donk. Ruimtelijk gezien situeert het plangebied zich tussen de Oude Landen in het westen, Hof De Bist in het noorden, de N11 Kapelsesteenweg in het oosten, en de R1/E19/A1 in het zuiden. In het noorden grenst het plangebied aan de Prinshoeveweg, in het zuiden aan de Gerardus Stijnenlaan. Situering plangebied RUP Hoekakker RUP Hoekakker - september
8 2.2 Beschrijving bestaande toestand Het plangebied is open gebied dat momenteel bestaat uit weiland en akkerland. Het betreft een binnengebied omring door verstedelijkt weefsel, voornamelijk opgebouwd uit ééngezinswoningen. Het binnengebied wordt omsloten door de achtertuinen van de omliggende woningen. Het plangebied is slechts beperkt toegankelijk. Het woningaanbod in Donk is vrij éénzijdig. Er is een overwicht aan ééngezinswoningen en er zijn weinig appartementen. Dit wordt ook duidelijk als naar de randen van het plangebied wordt gekeken. Ten westen van het plangebied (ter hoogte van de Standhouderslaan, de Hertogenlaan en de Gravenlaan) bevinden zich voornamelijk aaneengesloten eengezinswoningen bestaande uit drie bouwlagen onder een plat dak. In de Keurelaan en de Laathoflaan staat aan de zijde van het plangebied aaneengesloten en half-open bebouwing (eveneens woningen) bestaande uit twee bouwlagen onder een schuin dak. Aan de overzijde van deze straten staan wederom aaneengesloten eengezinswoningen van drie bouwlagen en een plat dak. In het zuiden en oosten wordt het plangebied afgebakend door de Gerardus Stijnenlaan. Deze straat word gekenmerkt door een afwisseling van open zichten, vrijstaande woningen en half-open woningen van twee bouwlagen onder een schuin dak. In het oosten, ter hoogte van de Herautenlaan en de Hoeklaan, staan aaneengesloten woningen van twee bouwlagen en een schuin dak het hoofdaandeel. In het noorden, ter hoogte van de Prinshoeveweg, bepalen zowel vrijstaande woningen als rijwoningen het straatbeeld. Hier onmiddellijk achter liggen enkele straten die geflankeerd worden door meergezinswoningen. Luchtfoto plangebied Hoekakker RUP Hoekakker - september
9 2.2.1 Fotoreportage plangebied Zicht vanuit G. Stijnenlaan op het plangebied, ten zuiden van het plangebied Zicht vanuit G. Stijnenlaan op het plangebied, ten zuiden van het plangebied Woningen langs G. Stijnenlaan G. Stijnenlaan Herautenlaan Zicht vanuit Herautenlaan, ten noordoosten van het plangebied, op het plangebied RUP Hoekakker september
10 Zicht vanuit Herautenlaan, ten noordoosten van het plangebied, op plangebied met op achtergrond woningen in Stadhouderslaan Rijwoningen in Gravenlaan Zicht op plangebied vanuit Gravenlaan, ten westen van het plangebied Rijwoningen in Hertogenlaan Zicht op het plangebied vanuit uiteinde van de Hertogenlaan, ten westen van het plangebied Woningen in de Willebeeklaan RUP Hoekakker september
11 Zicht op het plangebied vanuit Willebeeklaan, ten westen van het plangebied Laathoflaan, ten westen van het plangebied RUP Hoekakker september
12 2.3 Juridisch kader Het plangebied is niet gelegen in een BPA of een APA. Het GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen is van toepassing op het plangebied GRUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen Het plangebied is gelegen binnen de afbakening van het grootstedelijk gebied Antwerpen. De Vlaamse regering heeft op 19 juni 2009 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk Gebied Antwerpen (GRUP AGGA) definitief vastgesteld. Met dit plan stelt de Vlaamse Regering twee zaken voor: 1. een afbakeningslijn die aangeeft waar de stedelijke ontwikkeling van het Antwerpse in de toekomst kan gebeuren. 2. aanpassingen aan de stedenbouwkundige voorschriften op verschillende locaties om nieuwe ruimte te creëren voor wonen, werken, verkeersinfrastructuur stadsbossen en stedelijk groen. Dit brengt met zich mee dat hier een stedelijk gebiedsbeleid zal gevoerd worden. Dit betekent dat vanuit het principe van gedeconcentreerde bundeling het stedelijk gebied wordt versterkt. Hierbij vormen ontwikkeling, verdichting en concentratie de uitgangspunten. Om uitzwerming, lintbebouwing en wildgroei van activiteiten in het buitengebied te vermijden, is dit beleid gericht op het creëren van een aanbod aan bijkomende woningen, het voorzien van ruimte voor economische activiteiten, het versterken van stedelijke activiteiten en het stimuleren van andere vormen van mobiliteit. Zo wordt een versnippering van de ruimte voorkomen. Er moet echter ook rekening gehouden worden met de draagkracht van het stedelijk gebied, niet alleen kwantiteit maar ook kwaliteit van ruimte en woonomgeving staat voorop. Het is noodzakelijk om de stedelijke gebieden te vernieuwen door het doorvoeren van onder andere een meer dynamische stadsvernieuwing en door strategische projecten. Het ontwikkelen van nieuwe woontypes en kwalitatieve leefomgevingen is een doelstelling. In het GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen werd het plangebied bestemd als reservegebied voor wonen Hoekakker en is het vanaf 31 december 2015 bestemd voor wonen zoals bepaald in artikel 2C.2 woongebied. GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen: afbakening en aanduiding deelplannen RUP Hoekakker september
13 GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen: deelplan 1 met reservegebied voor wonen : 2c, Hoekakker 2.4 Beleidskader Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen Goedgekeurd bij besluit door de Vlaamse Regering d.d. 23/09/1997. Volgende selecties zijn van toepassing: Grootstedelijk gebied Antwerpen De bestaande ruimtelijke structuur van Vlaanderen, in het bijzonder van de stedelijke structuur, en de ruimtelijke principes voor de gewenste ruimtelijke structuur vormen de basis voor het toekomstig stedelijk beleid. Vanuit deze beleidsmatige benadering kan het principe van de gedeconcentreerde bundeling worden waargemaakt en de druk op het buitengebied worden verminderd. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt Antwerpen aangeduid als grootstedelijk gebied gelegen in de Vlaamse Ruit (stedelijk netwerk van internationaal niveau). Economisch knooppunt Ieder stedelijk gebied wordt beschouwd als een economisch knooppunt. De stedelijke gebieden zijn van doorslaggevend belang voor de economische structuur van Vlaanderen. Hoofdwegen De A1, A12 en R1 worden als hoofdweg geselecteerd. Tot de hoofdwegen behoren onder meer hoofdtransportassen en achterlandverbindingen, waarvan sommigen onderdeel zijn van Trans-European Networks (TEN), het Europese netwerk van transportassen. Onder meer de Ring rond Antwerpen is onderdeel van het TEN. RUP Hoekakker september
14 Hoofdspoorwegennet voor personenvervoer De lijn Antwerpen - Rotterdam op de opgewaardeerde lijn 12 tot Luchtbal en vanaf Luchtbal op nieuwe spoorlijn parallel aan de A1/E19 (Antwerpen-Breda) behoort tot het net van de Hoge Snelheids-Lijnen (HSL-net). De Lijn Brussel-Antwerpen-Roosendaal (Amsterdam) behoort tot het net van de (inter)nationale verbindingen en de verbindingen van Vlaams niveau. Hoofdwaterwegennet Naast zijn (inter)nationale verbindende functie ontsluit het hoofdwaterwegennet de belangrijkste economische knooppunten zoals de zeehaven van Antwerpen. Het hoofdwaterwegennet voldoet grotendeels aan de in Europees verband beschreven minimumklasse IV. Het bestaat uit ondermeer de volgende waterwegen: het Albertkanaal, de Schelde-Rijnverbinding en de dokken te Antwerpen en de Zeeschelde en de Bovenschelde Ruimtelijk structuurplan Provincie Antwerpen Goedgekeurd bij ministerieel besluit d.d. 10/07/2001 en later gewijzigd In het kader van RSPA behoort het plangebied tot de hoofdruimte Antwerpse fragmenten. Dit is het deel van de Vlaamse ruit dat op grondgebied van de provincie Antwerpen gelegen is. Karakteristiek voor de hoofdruimte is de sterke verwevenheid van functies en activiteiten en de ambitie om te streven naar een stedelijke vernieuwing. De hoofdruimte Antwerpse fragmenten wordt nog verder uitgewerkt in zeven deelruimten. In de hoofdruimte Antwerpse fragmenten cirkelen de verschillende deelruimten rond het grootstedelijke gebied Antwerpen. Ekeren is zowel gelegen binnen de deelruimte Grootstedelijk Gebied Antwerpen als binnen het Bebouwd Perifeer Landschap. Het plangebied specifiek is volledig gelegen in de deelruimte Grootstedelijk Gebied Antwerpen. De deelruimte Grootstedelijk Gebied Antwerpen behoudt een centrale rol en biedt ruimte aan de meest hoogwaardige functies. Dat geldt voor wonen, bedrijvigheid, dienstverlening, grootschalige voorzieningen, (bv cultuur, gezondheidszorg, recreatie,..), distributie of verkeer. Een dergelijke concentratie van functies mag niet worden verzwakt door nieuwe polen van dit niveau te creëren. Volgende ruimtelijke principes zijn van toepassing op het Grootstedelijk Gebied Antwerpen: Het grootstedelijk gebied wordt gezien als een geheel van gelijkwaardige grootstedelijke woonomgevingen met een hoog voorzieningenniveau. De samenhang tussen de verschillende woonomgevingen wordt verzekerd door grootstedelijke elementen als een grootstedelijke groenstructuur en grootstedelijke assen. De woonomgevingen worden verbonden door een hoogwaardig openbaar vervoer netwerk. Antwerpse fragmenten (bron: RSPA) RUP Hoekakker september
15 2.5 Strategisch Ruimtelijk structuurplan Antwerpen (s-rsa) Het strategisch ruimtelijk structuurplan s-rsa werd goedgekeurd door de deputatie van de provincie Antwerpen op 21 december Voor het s-rsa is in 2013 het initiatief genomen om een evaluatie en actualisatie door te voeren. Het evaluatierapport werd op 19 december 2014 goedgekeurd en hierna werd de actualisatiefase opgestart. Het s-rsa opteert voor een subtiel ingrijpen op wat Antwerpen eigen is. Het tracht met een beperkt aantal strategische acties een maximaal stimulerend effect te hebben op de plek en zijn omgeving. Daartoe formuleert het een generiek en een gebiedsgericht actief beleid. Deze zijn complementair en kunnen niet los van elkaar worden bekeken Richtinggevend gedeelte Generiek beleid Het generiek beleid beoogt de opmaak van een algemeen referentiekader dat van toepassing is op heel de stad. Het tracht zeven beelden uit het collectief geheugen te versterken: Antwerpen als Waterstad / Ecostad / Havenstad / Spoorstad / Poreuze stad / Dorpen en Metropool / Megastad. Voor elk van deze beelden is een visie ontwikkeld die op haar beurt wordt vertaald in maatregelen en acties. Het plangebied of de onmiddellijke omgeving komt aan bod in nagenoeg elk van deze beelden. Waterstad_ Het herstellen van het waternetwerk kan gebeuren door de oorspronkelijke structuur opnieuw zichtbaar te maken daar waar mogelijk is. Dit betekent dat de kwaliteit van het publiek domein rondom rivier, beken, dokken en kanaal moet vergroot worden en dat de toegankelijkheid ervan moet verbeteren. Het beklemtonen van de relatie met het water betekent in hoofdzaak een herbevestiging van de ruimte langs de Schelde ( stad aan de stroom ). Het plangebied ligt in overstromingsgebied, meer bepaald in een nieuw overstromingsgebied, binnen de beekvallei van de Oude Landsbeek, de Donkse beek en de Laarse beek. Ekeren Donk wordt aangehaald als een te ontwikkelen woonuitbreidingsgebied onder specifieke randvoorwaarden, op basis van de watergevoeligheid. Bij de bestemming en inrichting van de nieuwe natte gebieden of overstromingsgebieden met lage periodieke overstromingsfactor is het belangrijk een maximale publieke toegankelijkheid na te streven, binnen de marges van de Europese wetgeving natuurbescherming. srsa : Selectiekaart waterstad Ecostad_ Om de leefkwaliteit te verhogen, moet het stedelijk gebied zijn inwoners groene ruimten kunnen aanbieden om elkaar te ontmoeten, te recreëren en te ontspannen. Deze groene ruimten hoeven er niet allemaal RUP Hoekakker september
16 uit te zien als parken of stadsbossen. Open landschappen dragen bij tot de diversificatie van groene ruimten in en rondom de stad. Om hun gebruikswaarde voor de inwoner van de stad te verhogen, dienen deze zones toegankelijk te zijn voor het publiek, door middel van paden voor voetgangers en fietsers. Het plangebied is gelegen in een nieuw overstromingsgebied of natte natuur. Ekeren Donk wordt gezien als een woonuitbreidingsgebied behorende tot de stedelijke parkstructuur, dat onder specifieke voorwaarden van de Ecostad kan worden ontwikkeld. Ekeren is onderhevig aan overstromingen, ten gevolge van het slecht functioneren van de ondergrondse kanalen die het water van de Schijn afvoeren naar het noordelijke deel van de haven. De buurt ligt bij een polder, die functioneert als wateropvang bij overstromingen. Deze groene zone moet worden gebruikt als buffer om de natuur te versterken en moet overgaan in het noordelijke deel van het park richting Rozemaai en Luchtbal. Het toepassen van het beeld van de Ecostad betekent dat Ekeren verbonden wordt met de stad via dit lineaire groene park, dat het waardevolle polderlandschap wordt beschermd en versterkt en dat er slechts geconcentreerde ontwikkelingsmogelijkheden mogen gegeven worden aan de verbouwbare delen van de ruimte. Daarnaast kent Ekeren vele kleine snippers landbouwgebied. Deze zijn niet altijd even bruikbaar voor de professionele landbouw. Wanneer ze in de nabijheid liggen van de groengebieden, parken of bossen, kan onderzocht worden of en hoe ze opgenomen kunnen worden in de stedelijke parkstructuur, als ontbrekende schakels. srsa : selectiekaart ecostad, Spoorstad_ De territoriale boulevards (met tramverbinding) en de alternatieve routes (voor autoverkeer) zijn wegen die het centrum van Antwerpen verbinden met andere centra in de regio (vaak de oude steenwegen) en de buurgemeenten. De Veltwijcklaan, ten noorden van het plangebied, wordt aangeduid als een stedelijke boulevard die het district Ekeren doorkruist van de Kapelsesteenweg tot de A12 en de haven. Groot Hagelkruis Veltwijcklaan wordt, doorheen het centrum van Ekeren richting het westelijk gelegen Havengebied (Transcontinentaalweg) en richting de oostelijk gelegen Kapelsesteenweg, opgevat als een bijzondere variant van de stedelijke boulevard. Deze vormt immers een belangrijke oostwest-verbinding in het noorden van de stad tussen de kernen van de buurgemeenten en de haven. Het openbaar vervoer, treinen en tramlijnen kunnen een positieve rol spelen in het verwezenlijken van een nieuwe stedelijke concentratie, waarbij de verdere spreiding, fragmentatie en gebrek aan stedelijkheid in het grootstedelijk gebied wordt tegengegaan. De rol van het openbaar vervoer moet verder versterkt worden. Deze oplossingen, samen met de uitwerking van een fijnmazige en optimale verdeling van het verkeer over het lager netwerk van de stad, moet van de stad een ruimtelijk open systeem maken, net zoals haar economie en haar samenleving. Dit is coherent met de mogelijkheden van haar noord-zuid geografische oriëntatie en met de kansen van haar fysische expansie. Aanvullend bij de selectie van de tramlijnen uit het Masterplan Antwerpen en Pegasusplan wordt een zoekzone in Ekeren voorgesteld, nl. ter hoogte van het centrum van Ekeren en ten westen van het plangebied. RUP Hoekakker september
17 srsa : Selectiekaart spoorstad Poreuze stad_ Vanuit de doelstelling om het sociaal-maatschappelijk, cultureel, economisch evenwicht in verschillende wijken te herstellen via ingrepen in de morfologie, de leegstand terug te dringen en de porositeit te verhogen, worden aantal richtlijnen geformuleerd die ondersteunend kunnen zijn bij de opmaak van RUP s. Op basis van de bestaande ruimtelijke structuur worden een aantal gebiedstypes aangeduid, gekoppeld aan een ruimtelijk beleid. Voor het plangebied zijn er geen specifieke selecties. Figuur: Selectiekaart poreuze stad, RSA RUP Hoekakker september
18 Dorpen en metropool_ Policentrische stad_ Ekeren is geselecteerd als lokaal stedelijk centrum. Het programma voor de stedelijke en buurtcentra moet verder gepreciseerd worden, met aandacht voor de verschillende situatie in de dorpen, de eventuele gebreken van voorzieningen en de mogelijkheid ze op te laden met nieuwe grootstedelijke functies en activiteiten. Wonen_ Hoekakker wordt aangeduid als een zone die bebouwd kan worden onder specifieke voorwaarden. Het uitbreidingsgebied in Donk is een uitgestrekte oppervlakte die grotendeels beplant is en rondom rond al verstedelijkt is door de traditionele verkaveling (eengezinswoningen met tuin). Indien het gebied ooit wordt ontwikkeld, dient de stad hier een specifiek doelgroepenbeleid (gezinnen met kinderen en seniorenwoningen) en betaalbaar aanbodbeleid te voeren. Centraal door het gebied ligt een waterloop. Het project moet het water als startpunt nemen om de structuur van de open ruimte te bepalen. In geen geval mag de bebouwing het watersysteem fundamenteel verstoren. De ontwikkeling van Hoekakker staat onder strikte voorwaarden. Beperkte ontwikkeling is mogelijk, mits het nemen van maatregelen die het groene karakter bewaren en rekening houden met de watertoets (bvb. beperken van kelders en verharding; nieuwe woontypologie met vrije of beperkte grondinname). De ontwikkeling van Hoekakker moet in harmonie aansluiten bij het gebied Ekeren Donk zodat het dorpskarakter en de identiteit van deze wijk gevrijwaard blijft. Het project moet een bijkomend programma aan recreatief medegebruik bevatten en ander recreatief gebruik onderzoeken. De ontsluiting en de verkeersafwikkeling van het gebied moet onderwerp zijn van gebiedsgericht onderzoek en dit in relatie tot de wijk Donk. Bij het parkproject voor het gebied ten oosten van de Oude Landen wordt bijzondere aandacht besteed aan de waterhuishouding. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de impact van de ontwikkeling van Hoekakker. srsa : Selectiekaart dorpen en metropolen, wonen RUP Hoekakker september
19 Actief beleid Het actief beleid concentreert zich op vijf strategische ruimten: Harde Ruggengraat / Zachte Ruggengraat / Groene Singel / Levend Kanaal / Lager Netwerk met Stedelijke Centra. Binnen deze ruimten worden strategische programma s geformuleerd, die op hun beurt specifieke projecten omvatten. In het actief beleid van het s-rsa wordt het plangebied gecatalogeerd als een gebied van strategisch belang voor de hoofdstructuur van de stad. Het maakt deel uit van de zachte ruggengraat die een opeenvolging is van onderling verbonden ruimten, gerelateerd aan het watersysteem. Deze strategische ruimte heeft als voornaamste doelstelling het creëren van een krachtig samenhangend ecologisch systeem zoals omschreven door het beeld van de Ecostad en Waterstad. Deze strategische ruimte is bedoeld als een ruggengraat. Het is een element dat in interactie met de harde ruggengraat de hoofdstructuur van de stad zal bepalen. srsa : zachte ruggengraat Het plangebied wordt gezien als onderdeel van het Noorderpark en vertrekt vanuit de intentie een doorlopend park te realiseren langsheen het water, het behoud van de natuurlijke waarde en het toevoegen van enkele lichte uitrustingen: voet- en fietspaden en enkele kleinere voorzieningen in de onmiddellijke omgeving van woningen. Bij dit vernieuwingsproject voor het water zal tevens de recreatieve relatie met de omliggende woonwijken mee bekeken worden: een nieuw speelbos voor de buurt, het behoud van de spoorwegovergang aan Lijn 12, en het voorzien in een nieuwe spoor - wegovergang aan Lijn 27A. Het structuurplan stelt voor om de buffercapaciteit van bijkomende natte natuur langsheen de water - lopen in dit gebied (Laarse en Donkse beek), als ontwerpconcept mee te nemen. De inplanting van de bundels moet ook rekening houden met het verval van de Laarse beek en de gewenste afvoer naar het Schijn. Wat vandaag nog belangrijke open ruimtes zijn langsheen de Laarse beek, bvb. de zone voor openbaar nut naast de St. Lukaskliniek te Ekeren, kan binnen deze visie bijkomend ingeschakeld worden en herbestemd als toegankelijke groenzone binnen het gewestelijk RUP. Ook de mogelijkheid kan onderzocht worden om stroomafwaarts aan de Oude Landen (ten westen van de Ekerse Steenweg) een nieuwe open bedding te graven die zowel het debiet van de Laarse Beek, de Oudelandse Beek als de Donkse Beek kan opvangen. In elk geval moet de inplanting van de spoorwegbundels ten zuiden van het stroomgebied van de Oudelandse beek beperkt RUP Hoekakker september
20 blijven, om zo een bufferzone en parkgebied te behouden ten noorden ervan. Enerzijds als behoud van het landschappelijk karakter en anderzijds om de kwaliteit van het nabij gelegen woongebied te vrijwaren. srsa : Programma Noorderpark Andere relevante plannen Masterplan mobiliteit 2020_ op 30/03/2010 besliste de Vlaamse Regering om principieel in te stemmen met een aangepast Masterplan (Masterplan 2020). Het Masterplan Antwerpen is opgesteld door het Vlaams Gewest met als doelstellingen het garanderen van de bereikbaarheid van stad en haven, het verhogen van de verkeersveiligheid en het herstellen van de leefbaarheid. Ingrepen die het masterplan voorziet (in zoverre relevant voor betreffend RUP) zijn de Oosterweelverbinding, tramlijn Ekeren en de heraanleg van het huidige complex A12-E19-R1 in Ekeren. RUP Hoekakker september
21 Masterplan mobiliteit 2020 Mobiliteitsplan Antwerpen _ Het richtinggevend gedeelte van het Mobiliteitsplan Antwerpen Actief en bereikbaar werd goedgekeurd op 22/01/2015. Het mobiliteitsplan is cruciaal voor de uitbouw van het mobiliteitsbeleid waarvoor de gemeente bevoegd is. Het mobiliteitsplan legt ook de visie op de verschillende netwerken voor fiets, openbaar vervoer en auto vast. Daarnaast is het gemeentelijk mobiliteitsplan het kader voor de projecten en acties die in samenwerking met andere partners (het Vlaams gewest, De Lijn, de NMBS, de provincies,...) gerealiseerd kunnen worden. In dit mobiliteitsplan staan de visie en strategie van de stad voor een actief en bereikbaar Antwerpen beschreven. De nadruk op actief komt van het idee dat bewoners, bedrijven, handelaars en bezoekers hun activiteiten organiseren dankzij efficiënte verplaatsingen van en naar de woning, het werk, de school, de winkel, sport- en culturele voorzieningen en van en naar een onderneming, de klant, een vergadering, een bedrijventerrein of de haven. Bereikbaar betekent de impuls voor activiteiten die bewoners en bezoekers, pendelaars en investeerders aantrekt om een stedelijke dynamiek op gang te brengen. Niet het verplaatsingsmiddel (fiets, tram, auto, ), maar de gebruiker staat hierbij centraal. Volgende initiatieven zijn relevant voor betreffend RUP: De stad Antwerpen heeft een aantal onderzoeken laten uitvoeren als verdere uitdieping van de streefbeeldstudies R11/N12 en R11/R11bis zoals die door de Vlaamse overheid zijn opgesteld. Zo heeft de stad een studiebureau aangesteld om in dialoog met de spoorwegen een voorstel uit te werken voor de spoorvertakking Oude Landen. Deze betekent immers een zware ruimtelijke belasting voor Ekeren en Merksem. Dit voorstel is technisch haalbaar en hypothekeert andere ruimtelijke ontwikkelingen niet. Onderzocht zal worden of streekbussen een belangrijke tangentiële rol kunnen vervullen in corridors waar geen tramlijn gepland is, zoals bijvoorbeeld tussen Ekeren en Brasschaat. De stad Antwerpen heeft tevens studiewerk verricht naar het spoornet in en rond stad en haven met als doel meer capaciteit te realiseren voor spoorvervoer en dit zowel voor personen- als goederenvervoer. Door een aanpassing van de plannen van Oude Landen kan de capaciteit op te op kortere termijn opgedreven worden, wat een ruimtelijke verbetering betekent voor Ekeren en Merksem. Daarnaast wordt een ondergrondse tweede havenontsluiting in Ekeren onderzocht in functie van capaciteit op langere termijn (inpassing in Laaglandpark). Tot slot wenst de stad ook het hoofdfietsnet te optimaliseren. In het mobiliteitsplan wordt gesproken over een fietsverbinding bovenop de tweede spoorontsluiting tot aan R11 in combinatie met groene viaducten ter hoogte van Ekeren en Wijnegem, alsook een te realiseren fiets- en voetgangerstunnel onder perron van Ekeren met verbinding naar De Bist. RUP Hoekakker september
22 Mobiliteitsplan Antwerpen : bovenlokaal busnet, tramnet en spoornet RUP Hoekakker september
23 2.6 Kwetsbaarheid van het gebied De kwetsbaarheid van een gebied is in belangrijke mate bepalend voor de te verwachten milieueffecten (zie verder). De kwetsbaarheid van het gebied wordt in kaart gebracht aan de hand van de voorkomende zogenaamde bijzonder beschermde gebieden en bijzonder kwetsbare gebieden in het studiegebied. In het Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage wordt aangegeven wat er verstaan wordt onder bijzonder beschermde gebieden. In onderstaande tabel wordt de ligging van het plan ten opzichte van de bijzonder beschermde gebieden weergegeven. Bijzonder beschermde gebieden De speciale beschermingszones overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Een gebied aangeduid overeenkomstig de Conventie van Ramsar inzake watergebieden van internationale betekenis Een beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied zoals aangegeven ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen Natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en de ermee vergelijkbare gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening Bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, overstromingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of ecologische waarde en ermee vergelijkbare gebieden, aangewezen op plannen van aanleg en de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening Een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht, monument of archeologische zone Het Vlaams Ecologisch Netwerk overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu Erfgoedlandschappen volgens BPA of RUP Situering t.a.v. plangebied Dichtstbijzijnde Habitatrichtlijngebied Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen bevindt zich op ca ten zuidoosten van het plangebied. Nvt Nvt Nvt Nvt Het dichtstbijzijnde beschermde erfgoed betreft het beschermd monument Woning De Ridder, gelegen op ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied. De Oude Landen, ca.850 m ten westen van het plangebied, is tevens beschermd als landschap (fase 1 en fase 2). Het VEN-gebied De Oude Landen en Bospolder ligt ca. 850 m ten westen van het plangebied. Nvt De aanwezigheid van bijzonder beschermde gebieden geeft weliswaar een idee van belangrijke te beschermen waarden, maar geeft vaak onvoldoende de kwetsbaarheid van een gebied weer. De kwetsbaarheid van een gebied is immers in belangrijke mate bepalend voor de te verwachten milieueffecten. De kwetsbaarheid van het gebied wordt beschreven aan de hand van de aanwezigheid van bijzonder kwetsbare gebieden. De bijzonder kwetsbare gebieden hebben geen juridische betekenis. De kwetsbaarheid wordt gekarakteriseerd aan de hand van beschikbaar kaartmateriaal (zie bijlage 1), dat een ruwe indicatie hiervan geeft. Gezien dit een eerder ruwe werkwijze is die de specifieke eigenheid van het gebied onvoldoende in rekening brengt, wordt er uitgegaan van het voorzorgsbeginsel op dit vlak. Dit betekent dat als er twijfel is over de kwetsbaarheid er wordt uitgegaan van een worst case inschatting van de kwetsbaarheid. Bijzonder kwetsbare gebieden Situering t.a.v. plangebied Gebieden met slechte drainage (drainageklasse f, g of i) Ter hoogte van het plangebied komen bodems met drainageklasse f voor. Gevoelige bodems (veengronden, kleigronden) Centraal in het plangebied komen (zware) kleibodems voor. Recent overstroomde gebieden Het zuidelijke deel van het plangebied is aangeduid als recent overstroomd gebied (ROG, 2011). RUP Hoekakker september
24 Gevoelige gebieden volgens de watertoetskaarten (open) gerangschikte waterlopen Waardevolle en zeer waardevolle gebieden op de biologische waarderingskaart (BWK) Stiltegebieden Bouwkundig erfgoed Gebieden aangeduid op de landschapsatlas Archeologische site Woongebieden volgens bestemmingsplan of woonconcentraties in nabijheid van plangebied Het grootste deel van het plangebied is aangeduid als effectief overstromingsgevoelig, de rest is aangeduid als mogelijk overstromingsgevoelig. Centraal doorheen het plangebied (oost-west) stroomt de Oudelandse beek (2de categorie). Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Donkse Beek (2de categorie). Ca. 400 m ten zuiden van het plangebied stroomt de Laarse Beek (2de categorie). Ter hoogte van het plangebied en in de directe omgeving zijn volgens de BWK geen biologisch waardevolle ecotopen gelegen. Ter hoogte van het plangebied situeren zich wel twee percelen die aangeduid zijn als complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen. Nvt Ter hoogte van het plangebied zelf zijn geen bouwkundige relicten gelegen. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende gebouwen opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed. Het dichtstbijzijnde betreft een landhuis langs de Prinshoeveweg 126, en grenst in het noorden aan het plangebied. De Oude Landen, ca. 850 m ten westen van het plangebied is opgenomen in de wetenschappelijke inventaris als landschapsatlasrelict. Ter hoogte van het plangebied zijn volgens de CAI geen gekende archeologische sites aangeduid. Wel zijn er verschillende meldingen van archeologische vondsten in de omgeving. Het plangebied is omringd door verstedelijkt weefsel van Ekeren-Donk. RUP Hoekakker september
25 3 BESCHRIJVING VAN HET PLAN 3.1 Krijtlijnen vanuit het Masterplan De ruimtelijke visie voor Hoekakker werd door BUUR in opdracht van de ontwikkelaar en in nauw overleg met de stad Antwerpen in een aantal krijtlijnen en concepten geformuleerd. Vanuit volgende vier krijtlijnen werd de visie voor Hoekakker vastgelegd: Groen voor Ekeren Donk Ruimte geven aan water Stedelijk weefsel afwerken Connecties met de wijk RUP Hoekakker september
26 3.1.1 Groen voor Ekeren Donk Door het grootste deel van het projectgebied tot park te maken, wordt een antwoord gegeven op de vraag naar meer gebruiksgroen voor Ekeren. Op die manier wordt de site een groen hart voor Donk in functie van recreatie en ontmoeting. Het nieuwe park wordt als één geheel gezien met het groengebied Het Laar aan de overzijde van de Gerardus Stijnenlaan. Hoewel dit gebied vandaag niet publiek toegankelijk is, vormt het visueel wel een meerwaarde in de beleving van het nieuwe parkgebied. Hoekakker is momenteel geen waardevol natuurgebied. De inrichting van het park biedt echter kansen om de ecologische waarde van de site te verhogen en zo natuur tot bij de omwonenden te brengen. De beek wordt opgewaardeerd en de structuur wordt versterkt zodat de Oudelandse beek een volwaardige plaats krijgt in het park. Naast deze oost-west verbinding, wordt ook ingezet op een ecologische noordzuid corridor die aansluit op de open ruimte ten zuiden Ruimte voor water In het nieuwe park liggen kansen om ook de wateropgave voor Hoekakker op een goede manier aan te pakken. Door het park grotendeels overstroombaar te maken, kan veel meer dan de noodzakelijke buffercapaciteit worden voorzien. Water wordt in Hoekakker als thema omarmd, en zal mee de identiteit van het park bepalen. Op die manier wordt het watersysteem een leesbaar onderdeel van het landschap. De randen van het projectgebied zijn hoger gelegen dan het centrale groengebied en bijgevolg niet overstroombaar. Op deze droge randen kan gebouwd worden. Om de overstromingen vanuit de Oudelandse beek op te vangen, is een minimum buffer nodig van m³. In plaats van deze waterbuffer compact op het terrein te positioneren met een eenduidige functie, wordt een waterbuffer van m³ uitgespreid over nagenoeg het gehele parkgebied. De randen van het projectgebied sluiten aan de bestaande straatniveaus en zijn niet overstroombaar (4.2TAW). Vanaf de randen van het park daalt het grondpeil geleidelijk tot aan het winterbed van de beek. De waterhuishouding van het park zal variëren doorheen de tijd. Mensen zullen de beek zien aanzwellen bij hevige regens en terug zien krimpen als het droger wordt. Bij grote stormen kan de beek uit haar oevers treden. Toch tonen geen enkel van de neerslagreeksen (huidige en aannames klimaatsadaptatie) aan dat de buffer ooit helemaal gevuld zal zijn. Er blijft altijd een veilige marge behouden. In de directe zone rond de beek wordt een nattere zone gecreëerd. Bijkomend kan op bepaalde plekken meer of minder worden afgegraven zodat ook verder van de beek poeltjes en drassige zones ontstaan, wat de ecologie van het gebied ten goede komt en in het parkontwerp interessante condities oplevert. Een systeem van meer stedelijke en landschappelijk wadi s worden geïntegreerd in de groene publieke ruimte. Ze vangen het regenwater op van de daken en verhardingen en voeren het vertraagd af naar de Oudelandse beek. Ook kwelwater wordt in deze wadi s verzameld Stedelijk weefsel afwerken In de droge randen worden bouwvelden afgebakend. In deze bouwvelden situeren zich de woningen en voorzieningen, alsook parkeerinfrastructuur voor de bewoners en de nodige wegenis In de bouwvelden wordt ingezet op een mix van verschillende woningen en doelgroepen. Zo blijft flexibiliteit behouden voor de voor de toekomst. Algemeen worden twee types gebouwen voorzien in het project: eengezinswoningen die aansluiten bij de wijk en parkwoningen (gestapelde woningen) die afgestemd zijn op het park. De cluster met voorzieningen wordt gesitueerd aan de Prinshoeveweg omwille van bereikbaarheid en zichtlocatie. Het betreft kleinschalige voorzieningen op wijkniveau. Mogelijke voorzieningen zijn onder meer een buurtwinkel, een kinderdagverblijf praktijkruimten en dergelijke. De bebouwde rand bepaalt mee de beleving in het park Connecties met de wijk Het bestaande traag netwerk in de omgeving wordt versterkt binnen het projectgebied, dat tot nu toe amper toegankelijk was. Centraal door het park loopt een fietsverbinding van noord naar zuid. RUP Hoekakker september
27 Verschillende oost-west paden binnen de wijk connecteren de buurt met het park en sluiten aan op de bestaande straten. De bijkomende paden in het projectgebied versterken de fiets- en wandelroutes naar de haltes van het openbaar vervoer. De voorzieningen worden het dichtst bij ontsluiting met openbaar vervoer geplaatst, namelijk de bushalte aan Prinshoeveweg. Betreffende buslijn maakt de verbinding met het station en het centrum van Ekeren. De straten sluiten aan op de bestaande wegenis. Doorsteekbewegingen voor gemotoriseerd verkeer worden niet toegestaan én het autoverkeer wordt verspreid over de site zodat er minimaal overlast is op de buurt. Het verkeer wordt gebundeld op de lus Prinshoeveweg De Oude Landen Laar. De ontsluiting van de woonvelden gebeurt via autoluwe erfstraten. De nieuwe bewoners parkeren in ondergrondse parkeergarages onder de bouwvelden. Deze parkings zijn in lengte beperkt om ondergrondse waterstromen niet te hinderen. De parkeergelegenheid voor bezoekers wordt verspreid over het plangebied en deels ondergronds en deels in kleinere parkeerpockets gerealiseerd. 3.2 Vertaling naar het RUP Afbakening plangebied De afbakening van het plangebied komt overeen met de begrenzing van het Reservegebied voor wonen Hoekakker zoals aangeduid in het GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen. Afbakening plangebied RUP (rode rasterarcering) RUP Hoekakker september
28 3.2.2 Krachtlijnen en randvoorwaarden voor het RUP De krachtlijnen voor het grafisch plan en de bijhorende stedenbouwkundige voorschriften zijn geen letterlijke vertaling van het masterplan maar zijn er wel op gebaseerd. Onderstaande elementen vormen de essentie van het RUP: Bouwvelden: Op basis van het ontwerp van het Masterplan worden verschillende bouwvelden afgebakend aan de randen van het plangebied, waarbinnen woningen, voorzieningen, tuinen en erfstraten kunnen worden gerealiseerd. Deze bouwvelden zullen worden vertaald als bestemmingszones die in aanmerking komen om bebouwd te worden. Binnen het geheel van deze bouwvelden kunnen maximum 450 wooneenheden gebouwd worden en bijkomend een beperkt volume (grootte-orde m² vloeroppervlakte) aan lokale voorzieningen gerealiseerd worden. Het kan hierbij gaan over gemeenschapsvoorzieningen / voorzieningen van openbaar nut (bijvb. kinderopvang en wijkschool), kleinhandel, diensten, horeca, kleinschalige recreatieve voorzieningen en dergelijke. Het RUP voorziet in kwaliteitseisen die de realisatie van een parkrand die het contact tussen de wijk en het park moeten garanderen. Het RUP zal eveneens de nodige bepalingen opleggen i.f.v. een kwalitatieve overgang tussen de bestaande wijk en de bebouwing die de parkrand zal vormen. Het aantal bouwlagen wordt beperkt tot 3 voor de ééngezinswoningen (deze sluiten aan op de bestaande wijk) en 4 bouwlagen voor andere gebouwen. Park: afbakening van de zone (12 hectaren bij benadering) die in de toekomst ontwikkeld moet worden als (deels overstroombaar) park. In het parkgebied zal realisatie van een buffercapaciteit van m³ worden gerealiseerd. Deze wordt landschappelijk geïntegreerd in de parkaanleg. Fasering: De aanleg van het park zal als fase 0 wordt verplicht. Vervolgens zullen pas de voorzieningen en de woningen (in 2 fasen) mogen worden ontwikkeld. In fase 1 kunnen 360 wooneenheden gerealiseerd worden en in fase 2 kunnen bijkomend 90 wooneenheden gerealiseerd worden. Ontsluiting: De ontsluiting van de bouwvelden gebeurt via erfstraten centraal doorheen de bouwvelden. Alle woningen hebben een toegang via deze erven. Inritten naar ondergrondse parkeergarages en bovengrondse bezoekersparkings situeren zich aan de koppen van de erven. Zodoende zijn deze straatjes grotendeels autovrij. Gemotoriseerd verkeer in het park wordt niet toegelaten. Wel worden doorheen het park verschillende verbinding voor langzaam verkeer voorzien. Parkeren: de aanleg van voldoende parkeerplaatsen zal worden opgelegd zodoende de parkeerdruk niet op het bestaande wijk wordt afgewenteld. Bewonersparkeren wordt verplicht ondergronds voorzien. Ook parkeerplaatsen voor bezoekers van de woningen en van de voorzieningen moeten verplicht worden gerealiseerd. Dit kan bovengronds of ondergronds. RUP Hoekakker september
29 3.3 Lopende of geplande projecten in de buurt In of onmiddellijk aangrenzend aan het plangebied zijn behalve de aanleg van de Noorderlijn geen grootschalige projecten gepland of in onderzoek. GRUP Spoorweginfrastructuur en natuurpark Oude Landen Het GRUP situeert zich op circa 400 meter ten westen van het plangebied. Het plan heeft als doelstelling om de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen met betrekking tot hoofdspoorwegen uit te werken, met name in dit geval voor de hoofdspoorweg voor goederenvervoer tussen Antwerpen en Montzen, waarvan spoorlijn 27A deel uitmaakt, ter hoogte van de zone "Oude Landen" (Ekeren). Aan de basis van het plan liggen twee spoorprojecten van Infrabel in de zone van de Oude Landen (Antwerpen-Ekeren) op de terreinen ingesloten tussen de spoorlijn 12 (Antwerpen Roosendaal) (verder L12 genoemd) en de spoorlijn 27A. Binnen dit plan wordt het afwaartse gedeelte van de Laarse Beek omgelegd doorheen gebied de Oude Landen. In de (voorlopig uitgestelde) plannen van het goederenspoor naar Ekeren, wordt voor de Laarse Beek bijkomende ruimte voorzien. Aanleg van een verbindingsriolering langsheen de Prinshoeveweg: Er werd nu al een project uitgevoerd tussen de Kapelsesteenweg en de J.Ickxstraat (RWA: 500 mm / DWA: 400 mm). Het verdere traject tussen J. Ickxstraat en de Kruidenlaan zit nu in fase detailontwerp. Het traject tussen de Kruidenlaan en de Oude Landen is pas gepland voor Het betreft telkens een gescheiden stelsel. 3.4 Informatie uit beschikbare studies Masterplan Hoekakker In opdracht van de projectontwikkelaar en in nauw overleg met de stad Antwerpen wordt een masterplan voor de site opgemaakt door BUUR. Het voorontwerp van het masterplan werd op 9 september 2016 goedgekeurd waarna het ter advies werd voorgelegd aan externe partners. Op 27 januari 2017 werd het masterplan Hoekakker definitief goedgekeurd door de stad. Dit masterplan geldt als basis voor het RUP. Watertoets Woonreservegebied Ekeren Een watertoets werd uitgevoerd om inzicht te verschaffen in de te verwachten effecten van het masterplan op het watersysteem. Het opzet van de studie is onderzoek naar te nemen maatregelen om negatieve effecten tegen te gaan. Opgemaakt door IMDC, juni 2015 Deze studie is toegevoegd in bijlage Mobiliteitsstudie Hoekakker Ekeren Voorjaar 2016 werd in opdracht van de projectontwikkelaar en in nauw overleg met de stad Antwerpen een mobiliteitsstudie opgemaakt door Mint om de mobiliteitseffecten van het masterplan in beeld te brengen. Opgemaakt door Mint nv, april 2017 Deze studie is toegevoegd in bijlage RUP Hoekakker september
30 4 TOETSING AAN DE PLAN-M.E.R.-PLICHT Om na te gaan of het voorgenomen plan onder de toepassing van de plan-m.e.r.-plicht valt, moeten drie vragen stapsgewijs beantwoord worden, namelijk: 1. Stap 1: valt het plan onder de definitie van een plan of programma zoals gedefinieerd in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM)? Ja De opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen is voorgeschreven door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het RUP wordt opgesteld op initiatief van de stad Antwerpen. Het RUP valt m.a.w. onder de definitie van een plan of programma. 2. Stap 2: Valt het plan onder het toepassingsgebied DABM? Ja het plan vormt het kader voor de latere toekenning van een vergunning (waaronder minstens een stedenbouwkundige vergunning) aan het project. Is er een passende beoordeling nodig? Nee Het plangebied ligt op een afstand van Het plangebied ligt op een afstand van ca m van het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen. Gezien de afstand tot de speciale beschermingszone wordt verwacht dat het vooropgestelde plan geen impact zal hebben op het SBZ-gebied. Daar er geen impact verwacht wordt op SBZ is de opmaak van een passende beoordeling niet relevant. 3. Stap 3: valt het plan onder de plan-m.e.r.-plicht? Vormt het plan kader voor een project van Bijlage I, II of III? Ja Het voorgenomen plan vormt een kader voor projecten zoals die vermeld worden onder Bijlage I, II of III van het project-m.e.r.-decreet. Volgende rubriek is van toepassing: rubriek 10b stadsontwikkelingsprojecten. Het plan is dus van rechtswegen plan-m.e.r.-plichtig. Maar indien het een klein gebied van lokaal niveau of een kleine wijziging betreft, kan toch een screeningsnota worden opgemaakt. 4. Betreft het een klein gebied van lokaal niveau of een kleine wijziging? Ja Klein gebied van lokaal niveau (lokaal belang) Het plangebied behelst een binnengebied van circa 18 ha. Ten opzichte van het grootstedelijk gebied Antwerpen (waarvan de oppervlakte grootte-orde ha betreft), is het plangebied te motiveren als klein gebied van lokaal niveau. Conclusie plan-m.e.r-plicht: Het plan is van rechtswege plan-m.e.r.-plichtig, gezien het plan een kader vormt voor een project uit bijlage II of III, zijnde rubriek 10b. Uit bovenstaande kan besloten worden dat het plan een klein gebied op lokaal niveau betreft. Er kan bijgevolg een screening worden opgemaakt. RUP Hoekakker september
31 5 OVERWOGEN MAAR NIET WEERHOUDEN ALTERNATIEVEN 5.1 Nulalternatief Het nulalternatief houdt in dat er geen planinitiatieven worden genomen en dat er dus geen RUP wordt opgemaakt. In dat geval blijven de voorschriften volgens het GRUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen van kracht. Voorliggend RUP voorziet echter een verfijning van de huidige stedenbouwkundige voorschriften, waarbij rekening wordt gehouden met de eigenheid van het plangebied en van de omgeving en van het potentieel van de site om in functie daarvan bepaalde randvoorwaarden vast te leggen voor de ontwikkeling. Gezien de huidige voorschriften onvoldoende afgestemd zijn op het potentieel en de kwetsbaarheden van het gebied is het behoud van het nulalternatief bijgevolg geen wenselijk alternatief. 5.2 Locatiealternatieven Het plan vertrekt vanuit een locatiegebonden beslissing volgens GRUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen als te ontwikkelingen woongebied. Binnen dit GRUP werden alle woonuitbreidingsgebieden volgens het gewestplan in beschouwing genomen. Een gedeelte hiervan is reeds via een BPA of RUP omgezet naar woongebied (of eventueel een andere bestemming). Het resterende gedeelte werd ofwel via het RUP voor het grootstedelijk gebied Antwerpen, ofwel via een gemeentelijk RUP omgezet naar woongebied (of eventueel een andere bestemming). Voor dit plan werden bijgevolg geen locatiealternatief onderzocht. 5.3 Inrichtingsalternatieven Het plan biedt een kader waarbinnen nog beperkte varianten op het vlak van inrichting mogelijk zijn. Het plan is een vertaling van het Masterplan waarin gezocht werd naar een inrichtingsalternatief afgestemd op het potentieel en de kwetsbaarheden van betreffend gebied en van de omgeving, waarbij wordt ingezet op zo veel mogelijk win-wins op vlak van groen, water en woonkwaliteit. RUP Hoekakker september
32 Bodem Grond- en oppervlaktewater Fauna en flora Landschap, onroerend erfgoed en archeologie Mobiliteit Geluid Lucht Mens ruimtelijke aspecten 6 BERSCHRIJVING EN BEOORDELING VAN DE MOGELIJKE MILIEUEFFECTEN 6.1 Scoping Op basis van de kenmerken van het plan (cfr. hoofdstuk 3) enerzijds en de omgevingskenmerken (hoofdstuk 2) anderzijds kan een scoping van de relevante milieudisciplines worden opgemaakt. De scoping laat toe de relevante en minder relevante milieudisciplines te detecteren voor de latere milieubeoordeling. Onderstaande tabel geeft de relevantie weer van de diverse milieudisciplines voor voorliggend plan voor de omgevingskenmerken (per type van bijzonder beschermde of kwetsbare gebieden (cfr. hoofdstuk 2)) en voor de plankenmerken zelf. De plankenmerken situeren zich voornamelijk op vlak van direct ruimtebeslag, wijziging ruimtelijke samenhang en verstoring. Omgevingskenmerken Bijzonder beschermd gebied VEN-gebieden Beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht, monument of archeologische zone, erfgoedlandschap Kwetsbare gebieden Gevoelige bodems en bodems met slechte drainage X (X) (open) gerangschikte waterlopen X (X) Overstromingsgevoelige gebieden X (X) (X) landschapsatlas, inventaris bouwkundig erfgoed en CAI Plankenmerken (X) Woonconcentraties (X) (X) (X) X Direct ruimtebeslag X X (X) Wijziging ruimtelijke samenhang Verstoring X (X) (X) X Relevantie milieudisciplines X X (X) X X (X) (X) X Relevantie discipline: mate waarin de realisatie van het plan (onderdeel) relevant is voor een specifieke discipline x = relevant (x) = beperkt relevant (X) X (X) Op basis van de confrontatie tussen de omgevingskenmerken en de plankenmerken vertonen volgende disciplines een verhoogde relevantie: Bodem Water Mens - ruimtelijke aspecten Mobiliteit Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie De aspecten met betrekking tot geluid en lucht worden geïntegreerd binnen discipline mens - ruimtelijke aspecten, waarbinnen eveneens het aspect mobiliteit bekeken wordt. RUP Hoekakker september
33 6.2 Milieubeoordeling In onderstaande paragrafen worden voor de relevante milieudisciplines de elementen van de referentiesituatie beschreven. Op basis hiervan worden de mogelijke milieueffecten ingevolge het plan in beeld gebracht. Om aan te tonen dat de realisatie van het plan geen aanzienlijke milieueffecten genereert wordt voor de relevante milieudisciplines een antwoord geformuleerd op volgende vragen: In welke mate resulteert de wijziging van de juridisch planologische situatie in aanzienlijk negatieve effecten? In welke mate resulteert de wijziging van de feitelijke situatie in aanzienlijke negatieve effecten? 6.3 Discipline bodem Beschrijving van de referentiesituatie Het plangebied kent weinig reliëfverschillen en is gelegen op een hoogte van ca. 4 mtaw. Uit de bodemkaart blijkt de bodem van het plangebied bestaat uit volgende bodems: In het noorden, oosten en zuiden: - Natte licht zandleembodem zonder profiel (spep) - Natte lemig zandbodem zonder profiel (Sepz) Centraal in het westen: - Sterk gleyige kleibodem zonder profiel (seep) - Zeer sterk gleyige zware kleibodem zonder profiel (sufp) - Zeer sterk gleyige kleibodem zonder profiel (sefp) In het zuiden en zuidoosten komen nog lokaal volgende bodemtypes voor: - Matig natte zandbodem met dikke antropogene humus A horizont (Zdm) - Matig natte zandbodem met weinig duidelijke ijzer en/of humus B horizont (Zdf(p)) Tussen dit Quartair dek van 1 tot 3 meter dikte en de scheidende kleiformatie van Boom (HCOV 0300) treft men 4 watervoerende formaties aan van het Kempens Aquifersysteem: Zand van Lillo (HCOV 0233) Zand van Kattendijk (HCOV 0251) Zand van Diest (HCOV 0252), en Zanden van Berchem (HCOV 0254) De meest gevoelige bodems zijn diegenen met drainageklassen f, g of i. De bodems aangeduid met OB op de bodemkaart zijn bodems waarvan de drainageklasse niet is bepaald. Ter hoogte van het plangebied komt voornamelijk drainageklasse e (nat) voor. Lokaal, ter hoogte van de zeer sterk gleyige kleibodems komt drainageklasse f (zeer nat) voor. Volgens de informatie van OVAM betreffende bodemverontreinigingen, bevinden er zich geen gekende verontreinigingen of bodemonderzoeken ter hoogte van of in de directe omgeving van het plangebied Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Met het herbestemming worden de zones waar bebouwing kan voorzien worden en waar ruimte voor park en waterbuffering wordt ingericht, ruimtelijk afgebakend. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige bestemming, gezien hier bebouwing en verharding in het hele plangebied gerealiseerd kan worden (mits rekening houdende met de waterhuishouding en ruimte voor buffering). Daarnaast maakt voorliggend RUP geen activiteiten mogelijk die een aanzienlijk negatief effect kunnen hebben op de bodemkwaliteit. RUP Hoekakker september
34 6.3.3 Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie De effecten op de bodem zoals verdichting en profielwijziging hebben in dit geval een beperkt belang. Binnen het plangebied zullen geen bestemmingen voorkomen die aanleiding kunnen geven tot (grootschalige) bodemverontreiniging. Grondverzet kan enkel gebeuren mits het naleven van de wettelijke eisen volgens Bodemdecreet en VLAREBO. 6.4 Discipline grond- en oppervlaktewater De beschrijving en beoordeling van deze discipline is in belangrijke mate gebaseerd op de opgemaakte watertoets in functie van het masterplan (zie hoger) Beschrijving van de referentiesituatie Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het bekken van het Schijn (met een afstroomgebied van 345 km²). De belangrijkste waterlopen in de omgeving van het plangebied zijn: de Oudelandse Beek, de Donkse Beek en de Laarse Beek. Dit zijn alle drie waterlopen van 2 de categorie en worden dus beheerd door de dienst Waterbeleid van de provincie Antwerpen. Opwaarts van de Antwerpsesteenweg -Kapelsesteenweg worden de Donkse Beek en de Oudelandse Beek waterlopen van 3 de categorie en vallen ze onder het beheer van de gemeente Brasschaat. De Donkse Beek wordt hier ook Fortuinbeek genoemd; de Oudelandse beek wordt hier Reintjesbeek genoemd. De Donkse Beek en Laarse Beek monden uit in de Schijnoverwelving. De waterlopen in het bekken ontspringen in de huidige situatie allen afwaarts van het Antitankkanaal. De Donkse Beek begrenst het plangebied in het noorden. Tussen de Kapelsesteenweg en de spoorweg is de Donkse beek over grote delen overwelfd, zo ook ter hoogte van het plangebied. De Oudelandse beek stroom centraal doorheen het plangebied (west-oost) en vormt eigenlijk een zijbeek van de Donkse beek. Ter hoogte van het plangebied loopt de beek in open profiel. Ook liggen hier enkele dwarse grachten die afwateren naar de Oudelandse beek. Over bepaalde delen stroomopwaarts- en afwaarts het plangebied is de waterloop overwelfd. De Laarse Beek stroomt ca. 350 m ten zuiden van het plangebied. De waterloop is grotendeels open. Momenteel loopt het afwaartse stuk nog langs de E19 en de oprit naar de A12 om uit te monden in de Schijnoverwelving. Op termijn zal de beek echter afgeleid worden naar de Oudelandse Beek doorheen het natuurgebied de Oude Landen (tussen spoorwegen 27A en 12). De waterlopen Donkse beek, Oudelandse beek en Schijn moeten voldoen aan de basiskwaliteit. De waterloop Laarse beek aan viswaterkwaliteit. De Vlaamse Milieu Maatschappij verricht op zeer regelmatige basis metingen van de fysico-chemische en biologische waterkwaliteit. De gemeten parameters worden vertaald in een zogenaamde fysicochemische index (PIO) en biotische index (BBI). Uit de resultaten blijkt dat de Oudelandse beek al sinds het begin van de metingen (1999) tot de laatste meting van de BBI in 2005 zeer zwaar verontreinigd is. De laatste jaren is er wel een verbetering vast te stellen in de fysicochemische kwaliteit. De Laarse beek was matig verontreinigd, al is de kwaliteit sinds duidelijk in stijgende lijn. De laatste BBI meting (2008) toont zelfs een goede kwaliteit aan. De Donkse beek is matig verontreinigd opwaarts tot zeer zwaar verontreinigd afwaarts. De hele gebied rond het plangebied kampt met een waterproblematiek. Het plangebied is volgens de watertoets overstromingsgevoelige gebieden deels aangeduid als effectief overstromingsgevoelig en deels mogelijk overstromingsgevoelig. Het gebied is ook opgenomen als signaalgebied. Signaalgebieden zijn nog niet ontwikkelde gebieden met een harde ruimtelijke bestemming (zoals in Hoekakker een woonreservegebied) met een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de huidige bestemmingsvoorschriften en de belangen van het watersysteem. Onderstaande figuur toont de overstromingen in de omgeving volgens de kaart van Recent Overstroomde Gebieden (ROG, versie 2011). Deze kaart werd opgesteld op basis van gegevens afkomstig van gemeenten, brandweer, enz. Ten noorden van de Oudelandse Beek ontbreken echter de data. Daarom werd de ROG aangevuld met een oudere kaart, op basis van opmetingen van gemeenten, met de omvang van de overstromingen in september Deze kaart is minder gedetailleerd. Beiden samen tonen echter aan dat bijna de hele zone in het afwaartse gedeelte van RUP Hoekakker september
35 de drie beken overstromingsgevoelig is. Ten oosten van de Kapelsesteenweg zijn er minder uitgebreide overstromingen, omdat het reliëf daar oploopt. Bij hevige regenval zal ook de riolering overbelast raken en kunnen riooloverstromingen voor bijkomende wateroverlast zorgen. In normale omstandigheden (droogweerafvoer = DWA) voeren de verschillende secties van het rioleringsstelsel DWA-water af via doorvoerleidingen naar afwaarts gelegen secties, en zo uiteindelijk naar de RWZI s waar het water gezuiverd en geloosd wordt. Bij hevige regenval (neerslagafvoer = SWA) beperken de doorvoerleidingen het afgevoerde water en stijgt het peil in het rioolstelsel. Eens een bepaald peil bereikt wordt, zal het teveel van water via een overstort worden afgevoerd naar de omliggende beken. In de omgeving van het plangebied deden zich in het verleden reeds dergelijke riooloverstromingen voor. Het water dat via de putdeksels uit de riolering stroomt, zal zich vervolgens een weg zoeken naar lagere zones. Het water dat uitstroomt aan de Kapelsesteenweg en de Donksesteenweg, zal zich eerst verzamelen aan de kerk van Ekeren-Donk, en vervolgens via de Oude Baan naar de Oudelandse Beek vloeien. Omdat deze beek zelf een relatief klein debiet heeft, betekent dit een aanzienlijk bijkomend debiet. Ook de werking van overstorten zorgen voor aanzienlijke bijkomende debieten. Overstromingen volgens de kaart van recent overstroomde gebieden (ROG, 2011) en omvang van overstromingen in september 1998 volgens gegevens van de gemeente (Bron: Watertoets, IMDC, juni 2015) Onderstaande figuren geven de overstromingscontouren voor respectievelijk augustus 2002, september 1998 en juli 1995 op basis van een modellering, uitgevoerd in het kader van de studie van de Laarse beek, Donkse beek en Oudelandse beek (IMDC, 2003a), uitgevoerd in opdracht van de Dienst waterbeleid van de provincie Antwerpen. Dit model werd geactualiseerd in het kader van de watertoets om rekening te houden met recente en geplande maatregelen en werd vervolgens verder verfijnd om de situatie in en rond het plangebied gedetailleerder te kunnen analyseren. Voor augustus 2002 komt de maximale waterstand, 3,52 mtaw net boven het oeverniveau van de secties aan de afwaartse rand van het plangebied (ca. 3,40-3,50 mtaw). De overstroming beperkt zich bijgevolg tot de beek en het grachtenstelsel. De piek in het begin van het event is het gevolg van riooloverstromingen aan de Kapelsesteenweg, waarbij het water via de Oude Baan naar de Oudelandse Beek stroomt. Voor september 1998 is de maximale waterstand 3,77 mtaw. Hierdoor overstroomt een strook van ongeveer 50 meter aan weerszijden van de Oudelandse beek, in het lager gelegen westelijk gedeelte van het plangebied. RUP Hoekakker september
36 Voor juli 1995 zorgt de maximale waterstand van 3,99 mtaw voor een overstroming van bijna de helft van het plangebied. Hierbij wordt een volume van m³ geborgen. Rond het plangebied zijn er tijdens de drie events overstromingen in de J.Ickxstraat en langs de Oude Baan. De overstromingen in de J.Ickxstraat zijn het gevolg van het buiten de oevers treden van de Donkse Beek. De overstromingen in de Oude Baan zijn het gevolg van riooloverstromingen langs de Kapelsesteenweg en de Donksesteenweg, waarbij het water verder afwaarts stroomt richting de Oudelandse Beek. Overstromingscontouren voor augustus 2002 (TR 25 jaar) (Bron: Watertoets, IMDC, juni 2015) Overstromingscontouren voor september 1998 (TR 50 jaar) (Bron: Watertoets, IMDC, juni 2015) RUP Hoekakker september
37 Overstromingscontouren voor juli 1995 (TR 100 jaar) (Bron: Watertoets, IMDC, juni 2015) De Ontwerp startbeslissing signaalgebied Hoekakker I (Deelgebied Hoekakker) (SG_R3_BES_08A) ANTWERPEN werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 31/03/2017. Op 31/03/2017 nam de Vlaamse Regering een beslissing over de vervolgstappen (vervolgtraject en beleidsopties) voor dit signaalgebied. Deze beslissing kadert in de uitvoering van de conceptnota (VR 29 maart 2013) met de aanpak voor het vrijwaren van het waterbergend vermogen in kader van de korte termijnactie van het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Voor deelgebied Hoekakker geeft het geactualiseerde hydraulisch model van IMDC aan dat op basis van de reeds genomen maatregelen het centrale deel van Hoekakker overstroomt bij een retourperiode van 100 jaar. Voor dit gebied is een masterplan in opmaak dat in overeenstemming moet zijn met de randvoorwaarden van de waterloopbeheerder, waarbij aan de randen nog bebouwing mogelijk zal zijn en in het centrale deel ruimte voor waterberging en publiek groen wordt voorzien. Dit plan kan door de stad Antwerpen vertaald worden in een gemeentelijk RUP. De finale afstemming tussen de ontwikkelingsmogelijkheden en het watersysteem kunnen hetzij in dit RUP-proces, hetzij op moment van aanduiding als watergevoelig openruimtegebied, uitgeklaard worden. Voor signaalgebied Hoekakker I (deelgebied Hoekakker) zijn volgende beleidsopties van toepassing: Nieuwe functionele invulling voor het gebied : Het centrale -laag gelegen- gedeelte van het gebied Hoekakker I kan niet bebouwd worden, hier dient ruimte te blijven voor waterberging. Functies verenigbaar met waterberging, zoals natuur en recreatie zijn hier wel mogelijk. Maatregelen met behoud van bestemming : Langs de randen van het signaalgebied is bebouwing mogelijk in overeenstemming met de principes van integraal waterbeleid. Deze randen beperken zich tot het afbouwen van de bestaande bouwblokken en de plaatselijke afwerking van de bestaande ontsluitingswegen. Inplanting van nieuwe bebouwing in deze hogergelegen randen gebeurt in overleg met de waterloopbeheerder. Ophogingen en innames van overstromingsoppervlakte worden gecompenseerd door elders binnen het signaalgebied Hoekakker I bijkomende waterbuffering te creëren. Dit zowel wat betreft het oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Voor de start van de uitvoering van eventuele bouwwerken dient een grondwaterkwaliteitsanalyse uitgevoerd te worden. Afhankelijk van het resultaat van dit onderzoek dienen milderende maatregelen te worden toegepast om elk risico op verstoring van het zoet-zoutverdeling uit te sluiten (het behoud van lokale horizontale en verticale stijghoogtegradiënten door gebruik van schermwanden, retourbemaling in dezelfde watervoerende laag en opvolging van de kwaliteit van het bemalingswater) 1 Stad Antwerpen maakt een RUP op om het masterplan planologisch te vertalen en af te bakenen welke zones bebouwd kunnen worden en welke zones gevrijwaard blijven. 1 Deze bepaling uit de startbeslissing van het Signaalgebied Hoekakker I heeft betrekking op de fase van de vergunningsaanvraag en de realisatie. Het plan is afgestemd op de voorwaarden die in de startbeslissing zijn opgenomen om aanzienlijke effecten te vermijden en biedt bijgevolg voldoende garanties op planniveau. RUP Hoekakker september
38 Grondwater Het plangebied is volgens de watertoets - grondwaterstromingsgevoeligheid grotendeels aangeduid als zeer gevoelig voor grondwaterstroming (type 1) en volgens de infiltratiegevoeligheid grotendeels aangeduid als niet infiltratiegevoelig. Het deel ten zuiden van de Gerardus Stijnenlaan ligt in een zone met matige gevoeligheid voor grondwaterstroming (type 2) en is aangeduid als infiltratiegevoelig. Volgens de kwetsbaarheidskaart ligt het plangebied in een gebied met kwetsbaarheidsgraad Ca1 (zeer kwetsbaar; watervoerende laag zand). In het uiterste westen is het plangebied aangeduid met kwetsbaarheidsgraad Ca1/v (zeer kwetsbaar, watervoerende laag zand/verzilt grondwater). De verziltingskaart op dov.vlaanderen.be geeft de diepte weer van het grensvlak tussen zoet en zout grondwater in het kust- en poldergebied (De Breuck, 1986). Het als verzilt aangeduid gebied overlapt een zone op de rechter Scheldeoever tot aan de westelijke rand van het plangebied (zie onderstaande figuur). Het gebied werd tot op heden niet in detail gekarteerd en wordt daarom gearceerd aangeduid (potentieel verzilt - geen data). De kaart geeft daarom een eerste indicatie. Indien aanwezig, wordt aangenomen dat een eventuele zoutwaterlens zich op grote diepte bevindt. Een studie uitgevoerd voor het Havenbedrijf (IMDC i.s.m. Gromo, 2012) toont echter aan op basis van bijkomende metingen en modelsimulaties dat er op rechteroever ten oosten van de dokken geen verzilting voorkomt. Verziltingskaart grondwater (Bron: DOV Vlaanderen) Op basis van grondwaterstandsmetingen in beheer van de stad Antwerpen wordt de lokale grondwaterstroming geschetst. De grondwaterstanden in het gebied liggen gemiddeld een halve meter onder maaiveld tijdens de wintermaanden en ruim 1 meter onder maaiveld tijdens de zomermaanden. De gemeten grondwaterstanden in het studiegebied duiden verder op een sterke gradiënt van de grondwaterstromingen dwars op de as van de vallei. Riolering De bebouwde gebieden rondom het plangebied zijn volgens het zoneringsplan gelegen in centraal gebied. In het gebied komen twee rioleringsnetwerken voor: het rioleringsnetwerk van Ekeren, waarvan het rioolwater wordt afgevoerd naar de RWZI Antwerpen-Noord, en het rioleringsnetwerk van Brasschaat waarvan het rioolwater wordt afgevoerd naar de RWZI Brasschaat. RUP Hoekakker september
39 6.4.2 Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Met het herbestemming worden de zones waar bebouwing kan voorzien worden en waar ruimte voor park en waterbuffering wordt ingericht, ruimtelijk afgebakend. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige bestemming, gezien hier bebouwing en verharding in het hele plangebied gerealiseerd kan worden (mits rekening houdende met de waterhuishouding en ruimte voor buffering). Het plan voorziet ter hoogte van het centrale parkgebied een buffervolume van m³ langsheen de Oudelandse beek in functie van de overstromingsgevoeligheid van het gebied Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Het plangebied speelt een belangrijke rol in de waterhuishouding van de wijdere omgeving. De inrichting van het plangebied zal dan ook een potentieel effect hebben op deze interactie, o.a. op het bufferend vermogen tegen overstromingen, of op de infiltratie naar het grondwater. Om te voldoen aan de Watertoets werd een studie opgemaakt (Watertoets Woonreservegebied Ekeren, IMDC, zie hoger) waarin werd onderzocht in hoeverre deze effecten nadelig zijn, en welke maatregelen kunnen worden getroffen om die effecten op te heffen. Onderstaand wordt een samenvatting gegeven van de mogelijke effecten en de voorgestelde compensatiemaatregelen die werden opgenomen in het RUP. Verlies aan komberging De hoogste gesimuleerde waterstand ter hoogte van het plangebied is 4,0 mtaw (juli 1995, zie hoger). Bij die waterstand wordt er in de huidige situatie ca m³ geborgen in het plangebied. Er dient bijgevolg een buffervolume gecreëerd te worden van minimaal ca m³. Het plan voorziet echter een bijkomend buffervolume van m³ langsheen de Oudelandse beek, in de vorm van een overstroombaar park. Deze overcapaciteit kan onder andere dienen als reserve ten behoeve van de klimaatadaptatie. Dit buffervolume kan gezien worden als een 200-jarige overstroming. De nieuwe bebouwing is voorzien aan de randen van het projectgebied in de hoger gelegen zones. Impact verharde oppervlaktes Bij de ontwikkeling van het plangebied zal de hoeveelheid bebouwde en verharde oppervlakte toenemen (daken, parkings en toegangswegen). Door versnelde afvoer kan dit bij hevige regenval leiden tot piekdebieten op de beek en/of in de riolering. Tegelijkertijd wordt de natuurlijke aanvulling van het grondwater door infiltratie verstoord. De ondiepe grondwaterstand in het plangebied laat slechts beperkte infiltratie naar het grondwater toe. Als oplossing lijkt buffering met vertraagde afvoer naar de Oudelandse Beek daarom meer aangewezen. Eventuele infiltratie naar de ondergrond zal daarbij echter niet worden verhinderd. Oppervlakkige infiltratie is mogelijk indien voor de dimensionering wordt rekening gehouden met de ruimte tussen de gemiddelde grondwaterstand en de overloop. De overloop dient boven de hoogst gekende grondwaterstand geplaatst te worden om drainage te vermijden. De provincie Antwerpen legt een bufferwaarde op van 250 m³/ha bij een doorvoerdebiet van 20 l/s/ha. Groendaken en waterdoorlatende verharding worden daarbij in principe voor de helft in rekening gebracht. Deze buffering wordt onafhankelijk voorzien van de buffering die reeds wordt voorzien voor het verlies aan komberging. Hoewel de hoge grondwaterstand de mogelijkheden tot infiltratie beperkt, kan infiltratie waar mogelijk toch voorzien worden. Op deze manier neemt enerzijds de hoeveelheid te bufferen en af te voeren water af, anderzijds is er meer infiltratie naar het grondwater (deze infiltratie werd bij de berekening van de buffervolumes in mindering gebracht). Hieronder worden enkel mogelijkheden opgelijst. Verharde oppervlakten zoals voetpaden, parkings en inritten dienen bij voorkeur aangelegd worden in waterdoorlatende materialen en met waterdoorlatende funderingen, of af te wateren naar onverharde randzones. Verkeersintensieve bestrating, zoals toegangswegen, dient bij voorkeur af te wateren naar een gracht of wadi langs de wegenis om infiltratie van hemelwatermogelijk te maken. de buffervoorzieningen die in de vorige paragrafen aan bod kwamen, worden best waterdoorlatend aangelegd, om bijkomend infiltratie mogelijk te laten. Gewijzigde rioleringstoestand RUP Hoekakker september
40 Bij volledige afkoppeling van verharde oppervlaktes, en afvoer van RWA-debieten (regenwater afvoer) naar de Oudelandse Beek, zal enkel DWA-debiet (droogweer afvoer) geloosd worden naar het rioleringsstelsel van Ekeren. De kwantitatieve invloed van de inrichting van het plangebied op dit rioleringsstelsel is dus minimaal. De geplande riolering zal nog moeten worden afgestemd met Aquafin, o.a. rond toegangswegen die openbaar domein worden. Op dat ogenblik dient ook hydraulisch advies te worden aangevraagd. Impact op grondwater Het plangebied ligt in een gebied dat gevoelig tot zeer gevoelig is voor grondwaterstroming (type 1 en type 2 op de kaart 'gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming ten behoeve van de watertoets'). Indien er een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte van meer dan 5m én een horizontale lengte van meer dan 100 m, dient er in het kader van de watertoets advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie. Verdere aandachtspunten m.b.t. de potentiële verstoring van de grondwaterstroming is de karakterisering van delen van het gebied als infiltratiegevoelig als ook de mogelijke aanwezigheid van zoutwaterlenzen. Zoals hoger aangegeven duiden de gemeten grondwaterstanden in het studiegebied op een sterke gradiënt van de grondwaterstromingen dwars op de as van de vallei. De plaatsing van een ondergrondse constructie gebeurt daarom bij voorkeur in noord-zuidelijke lengterichting en langs de randen van het studiegebied. De lengte van de garages wordt beperkt om de impact op de grondwaterstroming te beperken. Uit een kwalitatieve analyse in de waterstudie blijkt dat de opstuwing als gevolg van de interactie van de ondergrondse parking met de grondwaterstroming slechts enkele millimeter bedraagt, bovendien opnieuw onder zeer veilige aannames, dus in werkelijkheid nog lager. Verder blijkt dat het gebied niet infiltratiegevoelig is en uit andere studies blijkt dat in het gebied geen verzilting van het grondwater voorkomt. Dit laatste kan worden bevestigd door eenmalige grondwaterstaalname bij eventuele bemaling op projectniveau. De impact op het grondwater is bijgevolg verwaarloosbaar. Wijzigingen in de structuur van de waterloop De Oudelandse beek die doorheen het plangebied loopt in een open profiel blijft als structuurbepalend element behouden. Er wordt geen inbuizing, bebouwing en/of verharding langs de oevers voorzien. De beek behoud zijn huidige structuur. Er wordt bijgevolg geen aanzienlijk negatieve impact verwacht op de aanwezige waterloop Conclusie Er kan gesteld worden dat de uitvoerig van het RUP niet zal resulteren in aanzienlijke negatieve milieueffecten op grond- en oppervlaktewater. Bepalingen die aanzienlijk negatieve effecten op de grond- en oppervlaktewaterhuishouding vermijden zijn inherent aan het RUP. Er worden geen aanzienlijk negatieve effecten verwacht tav zowel de planologische en de feitelijke toestand. RUP Hoekakker september
41 6.5 Discipline fauna en flora Beschrijving van de referentiesituatie Vandaag bestaat de site grotendeels uit weiland en akkerland. Het plangebied zelf is grotendeels aangeduid als biologisch minder waardevol. Er komen twee (delen van) percelen voor die aangeduid zijn als complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen, deze bestaan uit soortenarm permanent cultuurgrasland en park (bebouwing in (half)natuurlijke omgeving, bestaande uit een bosje. De omgeving wordt wel gekenmerkt door biologisch waardevolle structuren. Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Gerardus Stijnenlaan, komen een aantal complexen van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen en complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen, met onder andere waardevol eiken-haagbeukenbos voor. Zo n 850 meter ten westen van het plangebied ligt het biologisch zeer waardevol natuurreservaat Oude Landen. Dit gebied is tevens opgenomen in de natuurlijke structuur op Vlaams niveau (VEN en IVON), onder de naam De Oude Landen en Bospolder. Het betreft een stedelijk natuurgebied waarlangs o.a. de Oudelandse Beek loopt. Verder wordt het gebied gekenmerkt door rietkragen, bloemrijke graslanden, wilgenbosjes,. Net ten noorden van dit reservaat ligt een biologisch waardevol kasteelpark, namelijk het Hof van Veltwijck. Ten noorden en noordoosten van het plangebied, op respectievelijk 350 en 900 meter, bevinden zich eveneens twee biologisch waardevolle kasteelparken: Hof De Bist en een kasteelpark op het grondgebied van Brasschaat. Ten oosten, ter hoogte van het op- en afrittencomplex Kleine Bareel, op ca meter, bevindt zich een biologisch zeer waardevol bosgebied met o.a. eikenbos, zuur beukenbos, eiken-berkenbos. Binnen deze zone is gedeeltelijk ook een habitatrichtlijngebied gelegen, namelijk Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (BE ). Meer naar de snelweg toe loopt dit gebied over in een biologisch waardevol kasteelparkgebied. Het Fort van Merksem, gelegen ca meter ten zuidoosten van het plangebied is op de BWK aangeduid als een complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen. Dit gebied bestaat onder meer uit een oud militair fort, een eutrofe plas, een zuur eikenbos en verschillende bermstruwelen Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Het wijzigen van de huidige bestemming veroorzaakt op zich geen aanzienlijk negatieve milieueffecten. De herbestemming van het plan zorgt er zelfs dat de ruimte voor park (groen) en water ruimtelijk wordt vastgelegd. Dit is een positief effect ten opzicht van de huidige bestemming. Door bouwblokken te voorzien waar de bebouwing geconcentreerd wordt kan nog verbinding gemaakt worden met het groen binnen het plangebied en het groen in de omgeving Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Hoekakker is momenteel geen waardevol natuurgebied. De inrichting van het park biedt echter kansen om de ecologische waarde van de site te verhogen. De aanwezige beek wordt opgewaardeerd en de structuur wordt versterkt zodat de Oudelandse beek een volwaardige plaats krijgt in het park. Ook wordt ingezet op een ecologische noord-zuid corridor die aansluit op de groene ruimte ten zuiden van de Gerardus Stijnenlaan. Centraal in het park ontstaat dan een natuurlijk landschap. Het bosje in het noorden van het plangebied wordt geïntegreerd in deze groenstructuur. Wegens de afstand van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000 gebieden en de VEN-gebieden, de tussenliggende barrières ((spoor)wegen) en rekening houdend met de aard van het plan wordt er geen impact verwacht van het RUP op de Natura 2000 en/of VEN-gebieden. Hierdoor is er eveneens geen passende beoordeling of een verscherpte natuurtoets nodig. RUP Hoekakker september
42 6.5.4 Conclusie Zowel ten opzichte van de planologische als de feitelijke situatie worden geen aanzienlijk negatieve milieueffecten verwacht ten aanzien van fauna en flora. 6.6 Discipline landschap, bouwkundig erfgoed & archeologie Beschrijving van de referentiesituatie Het plangebied is gelegen ter hoogte van het traditionele landschap Noorderkempen, subeenheid Heide- en bosgebied van Kalmthout. Dit landschap wordt gekenmerkt door vlakke topografie en blokvormige patronen van vegetatiemassa's en open ruimten. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een aantal structuurbepalende infrastructuren, zo ligt de autosnelweg E19 met het op- en afrittencomplex 5 Kleien Bareel ten zuiden van het plangebied, ten westen van het plangebied liggen de spoorlijnenbundels van Lijn 12 en Lijn 27A, ten oosten ligt de Kapelsesteenweg N11. Voor de rest wordt de omgeving gekenmerkt door een verstedelijkt weefsel. In de omgeving zijn nog welk enkele resten van het traditioneel landschap op open, groene ruimte zichtbaar. Zo ligt ten noorden van het plangebied, op ca. 400 m afstand, het Hof De Bist, een kasteelpark. Ca. 850 m ten westen van het plangebied ligt de Oude Landen, een natuurreservaat ter hoogte van een oude Scheldepolder, tevens beschermd als cultuurhistorisch landschap. Ca. 100 m ten zuidoosten van het plangebied ligt het Fort van Merksem, behorend bij een uitbreiding van de vooruitgeschoven fortenlijn van de Brialmontvesting ( ) ter verdediging van Antwerpen. Verder ligt er nog een open landbouwgebied tussen de spoorlijnen 12 en 27A, ca. 400 m ten westen van het plangebied. Net ten zuiden van het plangebied ligt het groengebied Het Laar, aan de overzijde van de Gerardus Stijnenlaan, waarbinnen het Laarkasteel (heden de Sint-Lucaskliniek) gelegen is. Het Laerhof is mogelijk oorspronkelijk van voor De kaart van Ferarris uit 1777 toont een omgrachte gebouwengroep. Het kadaster toont dat de huidige ruïne de zuidwestelijke vleugel is van het hoofdgebouw, zoals dat reeds afgebeeld is op de oudste kadasterkaart uit Van het oorspronkelijk omgrachte kasteel uit de zeventiende eeuw rest nog een ruïne, in de uiterste zuidwesthoek van het domein. In 1903 werd een nieuw kasteel opgericht, volgens oude foto's mogelijk ter vervanging van een negentiende-eeuws kasteel. Het circa 50 hectare groot domein werd in 1945 aangekocht door de N.V. Domein het Laar, die het domein in villapercelen verkavelde. Het kasteel zelf werd in 1946 ingericht als ziekenhuis met nieuwe vleugels naar ontwerp van M. De Meester, die in 1948 in gebruik werden genomen. Deze kliniek werd later verder uitgebreid met onder meer een psychiatrische vleugel omstreeks In 2011 werden alle latere vleugels rond het kasteel gesloopt. Zowel op de Ferrariskaart als op de Vandermaelenkaart is het landschap in de omgeving van het plangebied grotendeels onbebouwd, met enkele gehuchtjes en hoeves. Ten tijde van Ferraris bestond het plangebied en omgeving voornamelijk uit landbouwpercelen met perceelsrandbegroeiing. De Kapelsesteenweg ten oosten van het plangebied is reeds aanwezig. De Vandermaelenkaart geeft een gelijkaardig beeld, hier is wel de spoorlijn 12 reeds aanwezig. RUP Hoekakker september
43 Uitsnede Ferrariskaart ( ) Uitsnede Vandermaelenkaart ( ) Het plangebied zelf betreft een open gebied dat momenteel bestaat uit weiland en akkerland, zijnde langgerekte landbouwpercelen dwars op de aanwezige waterloop Oudelandse beek. Het betreft een open binnengebied omring door verstedelijkt weefsel. Kleine landschapselementen of andere hoger opgaande vegetatie ontbreekt grotendeels binnen het plangebied. In het noorden van het plangebied ligt een klein bosje. RUP Hoekakker september
44 Ten noorden van dit bosje langs de Prinshoeveweg, grenzend aan het plangebied, ligt een Landhuis opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed. Het betreft een landhuis of kasteelwoning gebouwd tussen 1896 en 1907 in opdracht van familie Bernaerts-Simons. In de omliggende woonwijk Donk zijn nog verschillende gebouwen opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed. Ter hoogte van het plangebied zelf zijn geen beschermde of geïnventariseerde erfgoedwaarden gelegen. Het dichtstbijzijnde beschermde erfgoed betreft het beschermd monument Woning De Ridder, gelegen op ca. 350 m ten zuidoosten van het plangebied. De Oude Landen, ca.850 m ten westen van het plangebied, is beschermd als landschap (fase 1 en fase 2), en is tevens opgenomen in de wetenschappelijke inventaris als landschapsatlasrelict. Op de landschapskaart van de provincie Antwerpen zijn volgende elementen aangeduid als cultuurhistorische en ruimtelijk structurerende landschapselementen in de buurt van het plangebied: Prinshoeve (bouwkundig erfgoed) Nieuwe nederzettingen (omliggend woonweefsel) Oudelandse Beek Ter hoogte van het plangebied zijn volgens de CAI geen gekende archeologische sites aangeduid. Wel zijn er verschillende meldingen van archeologische vondsten in de omgeving Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Het wijzigen van de huidige bestemming veroorzaakt op zich geen aanzienlijk negatieve milieueffecten. De herbestemming van het plan zorgt er zelfs dat de ruimte voor een landschappelijk geïntegreerd park en water ruimtelijk wordt vastgelegd. Dit is een positief effect ten opzicht van de huidige bestemming Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Het plangebied zelf betreft een open landschap maar omringd door verstedelijkt weefsel. Het plan zal geen aanzienlijke impact hebben op de landschappelijke structuur. Op vandaag zijn er weinig landschappelijke waarden aanwezig ter hoogte van het plangebied. De inrichting van het park biedt kansen om de landschappelijke en ecologische waarde van de site te verhogen. Dit zorgt er ook voor dat het binnengebied behouden blijft als open gebied, dat ruimte moet bieden voor water. Zo blijft ook de link met het omliggende groen, zoals het gebied het Laar aan de overzijde van de Gerardus Stijnenlaan, behouden. De randen van het plangebied kunnen bebouwd worden, maar deze sluiten aan bij de omliggende bebouwing. Het plan biedt de kans om de overgang van de bebouwde zone naar het open parkgebied meer geleidelijk te laten verlopen. Momenteel is het binnengebied weinig toegankelijk. Het plan zal zorgen voor een betere doorwaadbaarheid van het gebied, en de opwaardering als parkgebied zal bijdragen tot een betere beleving van het landschap. Het plan heeft geen directe impact op de aanwezige gekende erfgoedwaarden in de omgeving. Rekening houdende met de bebouwde omgeving en de kenmerken van het plan worden ook geen indirecte effecten verwacht, zoals visuele verstoring of aantasting van de contextwaarde. Ter hoogte van het plangebied zijn geen archeologische vondsten gemeld. Dit wil echter niet zeggen dat er in de bodem geen archeologisch erfgoed aanwezig is. De gekende archeologische vindplaatsen zijn echter slechts een fractie van de totale hoeveelheid erfgoed aanwezig in de bodem. In de onmiddellijke omgeving zijn immers verschillende archeologische vondsten gedaan of is waardevol erfgoed te verwachten in de ondergrond. De verdere invulling van het plangebied kan vergraving en bijkomende verstoring van de bodem met zich meebrengen. Hierdoor bestaat een potentiële kans op het verstoren van archeologische waarden. Met het nieuwe onroerend erfgoeddecreet zal bij de vergunningsaanvraag de toevoeging van een bekrachtigde archeologienota in bepaalde gevallen verplicht zijn. Deze verplichting is onder meer afhankelijk van de totale oppervlakte van de percelen, de oppervlakte van de geplande bodemingrepen, de ruimtelijke bestemming van het terrein en de ligging binnen of buiten een archeologische zone uit de vastgestelde inventaris of binnen een RUP Hoekakker september
45 beschermde archeologische site. De criteria en drempels voor stedenbouwkundige vergunningen zijn opgesomd in Art Bij het aanvragen van een vergunning voor voorliggend plan zal moeten worden nagegaan of het opmaken van een archeologienota noodzakelijk is. Rekening houdende met deze vernieuwde wetgeving omtrent archeologie wordt de impact ten gevolge van het ongedocumenteerde verlies van archeologisch erfgoed bijgevolg ondervangen Conclusie Voorliggend plan is niet van die aard dat ze aanzienlijk negatieve effecten op de discipline landschap, onroerend erfgoed en archeologie zal teweeg brengen. 6.7 Discipline mens ruimtelijke aspecten (inclusief hinder en mobiliteit) Beschrijving van de referentiesituatie Ruimtegebruik en functies Het plangebied is gelegen in Ekeren-Donk, een woonwijk in Ekeren (district binnen de gemeente Antwerpen). Het centrum van Ekeren situeert zich ten (noord)oosten van het plangebied, aan de ander zijnde van de sporenbundels, ten noorden van Oude Landen. Ten oosten van de Kapelsesteenweg ligt de kern van Brasschaat. Ten zuiden ca de E19 ligt de kern van Merksem. Ruimtelijk gezien situeert het plangebied zich tussen de Oude Landen in het westen, Hof De Bist in het noorden, de N11 Kapelsesteenweg in het oosten, en de R1/E19/A1 in het zuiden. In het noorden grenst het plangebied aan de Prinshoeveweg, in het zuiden aan de Gerardus Stijnenlaan. Het plangebied zelf bestaat uit een open gebied dat momenteel bestaat uit akkerland en weiland. Het plangebied omvat zo een 12-tal langgerekte landbouwpercelen. Het plangebied wordt omringd door stedelijk weefsel, zijnde de kern van Donk. Het gebeid wordt zo omsloten door de achtertuinen van de omliggende woningen, waardoor het plangebied hierdoor beperkt toegankelijk. Het woningaanbod in Donk is vrij éénzijdig. Er is een overwicht aan ééngezinswoningen en er zijn weinig appartementen. Dit wordt ook duidelijk als naar de randen van het plangebied wordt gekeken. Ten westen van het plangebied (ter hoogte van de Standhouderslaan, de Hertogenlaan en de Gravenlaan) bevinden zich voornamelijk aaneengesloten eengezinswoningen bestaande uit drie bouwlagen onder een plat dak. In de Keurelaan en de Laathoflaan staat aan de zijde van het plangebied aaneengesloten en half-open bebouwing (eveneens woningen) bestaande uit twee bouwlagen onder een schuin dak. Aan de overzijde van deze straten staan wederom aaneengesloten eengezinswoningen van drie bouwlagen en een plat dak. In het zuiden en oosten wordt het plangebied afgebakend door de Gerardus Stijnenlaan. Deze straat word gekenmerkt door een afwisseling van open zichten, vrijstaande woningen en half-open woningen van twee bouwlagen onder een schuin dak. In het oosten, ter hoogte van de Herautenlaan en de Hoeklaan, staan aaneengesloten woningen van twee bouwlagen en een schuin dak het hoofdaandeel. In het noorden, ter hoogte van de Prinshoeveweg, bepalen zowel vrijstaande woningen als rijwoningen het straatbeeld. Hier onmiddellijk achter liggen enkele straten die geflankeerd worden door meergezinswoningen. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied zijn vrij weinig voorzieningen. Ten zuidwesten van het plangebied liggen enkele openlucht voetbalvelden. Ten noordoosten van het plangebied zijn twee sportlokalen (tafeltennisclub en De Kleurenboom) gesitueerd, alsook een openlucht sportveld (petanqueveld). Ten noorden, op zo n 500m, bevindt zich een cultuurcentrum en een rust- en verzorgingstehuis. Het RUP Hoekakker is louter een verfijning is van het Gewestelijk RUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen (afgekort GRUP AGGA) Het RUP Hoekakker bepaalt een maximaal programma voor het gebied dat overeenstemt met 25 woningen/ha. De minimale dichtheid die voor stedelijk gebied wordt vooropgesteld in het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV), bedraagt 25 woningen/ha. Met andere woorden : de ondergrens volgens het RSV wordt door de stad als maximum gehanteerd. RUP Hoekakker september
46 Verschillende aanbevelingen uit het Mober met als doel duurzame verplaatsingswijzen te ondersteunen om zo de verkeersgeneratie te beperken, werden. verwerkt in het masterplan dat het uitgangspunt vormt van het project in kwestie. Vele van deze maatregelen hebben niet alleen impact op de vervoerswijzekeuze van de toekomstige bewoners van het plangebied, maar kunnen ook de vervoerswijzekeuze van de huidige bewoners van de wijk verduurzamen. In de eerste plaats heeft het plan betrekking op een verdichting van woonactiviteiten binnen een bestaand woonweefsel. Er worden ten behoeve van de ganse wijk lokale voorzieningen zoals een school, crèche, buurtwinkel, praktijkruimtes, voorzien. Door deze nabijheid kunnen verplaatsingen waarvoor nu de wagen wordt gebruikt, te voet of met de fiets gebeuren. Tevens wordt een uitgebreid trage wegennetwerk aangelegd die de wijk vlotter bereikbaar maakt met de fiets en te voet. Tevens komen er aanvullende voorzieningen zoals fietsenstallingen (zowel privaat als publiek), een servicepunt voor fietsen en een autodeelpunt. Mobiliteit en bereikbaarheid De beschrijving en beoordeling van het onderdeel mobiliteit is in belangrijke mate gebaseerd op de opgemaakte mobiliteitsstudie in functie van het masterplan (zie hoger). Fiets en voetgangersverkeer Het plangebied wordt omringd door functionele fietsroutes. De N11 Kapelsesteenweg ten oosten, Laar ten zuiden en De Oude Landen-Kretenborglaan-Kluislaan ten westen van het plangebied zijn allen door de Provincie geselecteerd als functionele fietsroutes (zie Figuur 13). De Veltwijcklaan in het noorden vormt een alternatief functionele fietsroute. Een belangrijke fietsverbinding nabij het plangebied is eveneens de fiets-o-strade tussen Essen en Antwerpen, gelegen langsheen de spoorlijn ten westen van het plangebied. De verbinding tussen de fiets-o-strade en de wijk Donk is wel eerder onrechtstreeks (enkel te bereiken via de Veltwijcklaan in het noordoosten). Ook het recreatieve fietsroutenetwerk (fietsknooppuntennetwerk) loopt langsheen het gebied via De Oude Landen G. Stijnenlaan Sint-Lucaslaan Hof van Delftlaan Laar. Aanvullend heeft de Stad de Prinshoeveweg geselecteerd als lokale fietsroute (wijkroute). Bovenlokaal Functioneel fietsroutenetwerk Recreatief fietsroutenetwerk (fietsknooppuntennetwerk) In het plangebied bevinden zich geen buurt- of voetwegen. In de nabije omgeving van het plangebied maakt de Atlas melding van volgende wegen: Buurtweg n 5 (Gerardus Stijnenlaan / Prinshoeveweg) Voetweg n 76 RUP Hoekakker september
47 Buurt- en voetwegen (bron: Geopunt) Het plangebied wordt momenteel gekenmerkt door een beperkte doorwaadbaarheid. Wel is er een looproute die de Gravenlaan met de Herautenlaan verbindt, in combinatie met een doorsteek naar de Prinshoeveweg. Meer zuidelijk zijn er geen doorsteekmogelijkheden. Op de belangrijkere fietsassen in de omgeving van het plangebied zijn momenteel fietsvoorzieningen aanwezig. Ten oosten van de site is de N11 Kapelsesteenweg uitgerust met overwegend een vrijliggend dubbelrichtingsfietspad langs de oostzijde. Ten noorden van de aansluiting met de Prinshoeveweg zijn de fietsvoorzieningen langs de N11 wel duidelijk minder aantrekkelijk met smalle aanliggende niet verhoogde fietspaden (niet conform het fietsvademecum). Langsheen het Laar is er een dubbelrichtingsfietspad (verhoogd of vrijliggend) langsheen de noordzijde. Dit fietspad heeft tevens aansluiting met de doorsteek naar de Kluislaan. De Kluislaan, Kretenborglaan en De Oude Landen vormen de noord-zuid-fietsas ten westen van het plangebied. De Kluislaan en Kretenborglaan zijn autoluwe (doodlopende) straten zonder fietsvoorzieningen. Langsheen De Oude Landen is er een dubbelrichtingsfietspad (aanliggend verhoogd) langs de oostzijde. Openbaar vervoer Het plangebied kent een redelijk goede openbaar vervoerontsluiting. Het treinstation Ekeren is op ongeveer 1,5 km tot 2 km van het projectgebied gelegen. Er zijn twee treinen per uur richting Antwerpen en 2 treinen per uur richting Kapellen. Tijdens de spits is er een piekuurtrein toegevoegd aan het aanbod waardoor er dan 3 treinen zijn per uur in plaats van de standaard 2 treinen per uur. Op tien minuten is men vanaf Ekeren station in het station Antwerpen Centraal. De site Ekeren Donk wordt redelijk goed bediend door De Lijn (bussen). Vooral via haltes langsheen de Kapelsesteenweg ( Donk kerk, Beekstraat, Sint-Michielscollege ) is er een frequente verbinding richting Antwerpen/Merksem, Brasschaat en Kapellen (4 bussen/u). Minder interessant is wel dat er geen rechtstreekse busverbinding is naar het centrum van Antwerpen. Langsheen de westzijde van het plangebied via De Oude Landen is er eveneens een busontsluiting met lijn 33. RUP Hoekakker september
48 Ontsluiting openbaar vervoer (bron: De Lijn) Gemotoriseerd verkeer Ontsluitingsstructuur Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via het fijnmazige stratennetwerk van het omliggende woonweefsel, meer bepaald : Prinshoeveweg (aan de noordzijde), Gravenlaan, Hertogenlaan, Willebeeklaan en Vazallaan (aan de westzijde), G. Stijnenlaan (aan de zuidzijde), en Herautenlaan (aan de oostzijde). Belangrijke oriëntatiepunten voor het verkeer zijn de N11 Kapelsesteenweg in het oosten, de Veltwijcklaan in het noorden en de E. Waghemansbrug in het zuiden. De N11 Kapelsesteenweg, een secundaire weg type III, geeft aansluiting op het hoofdwegennet (E19 complex Kleine Bareel) en staat in voor de verbinding met Kapellen (noorden), Brasschaat (oosten) en Merksem (zuiden). Verschillende straten in de buurt geven uit op de N11 Kapelsesteenweg. Via de Veltwijcklaan in het noorden kan vanaf het plangebied verbinding gemaakt worden naar het centrum van Ekeren en eventueel verder naar de A12 en de Antwerpse haven. De Veltwijcklaan kan bereikt worden via onder meer de Leerhoeklaan en de Kruidenlaan. De E. Waghemansbrug vormt in het zuiden een doorsteek richting Merksem. RUP Hoekakker september
49 Ontsluiting (bron: eigen verwerking) Parkeren Parkeren gebeurt in het de straten van de omliggende woonwijk. In het plangebied zelf zijn er geen parkeermogelijkheden. Huidig druktebeeld Om een kwantitatief beeld te krijgen van het huidig druktebeeld in de omgeving van het plangebied werden kruispunt- en doorsnedetellingen uitgevoerd 2. Kruispunttelling (uitgevoerd op dinsdag 24/11/2015 tussen 7u00 en 9u00 en tussen 15u00 en 18u00) - Kruispunt N11 Kapelsesteenweg x Laar - Kruispunt N11 Kapelsesteenweg x Oudebaan - Kruispunt N11 Kapelsesteenweg x Prinshoeveweg x Donksesteenweg - Kruispunt Veltwijcklaan x Leerhoeklaan x Bist 1 Doorsnedetellingen - De Oude Landen (uitgevoerd tussen 23/11/2015 en 01/12/2015) - G. Stijnenlaan (uitgevoerd tussen 01/12/2015 en 09/12/2015) - E. Waghemansbrug (uitgevoerd tussen 23/11/2015 en 01/12/2015) Op basis van de uitgevoerde verkeerstellingen kan een globaal druktebeeld worden opgemaakt voor de ochtendspits- en de avondspitsperiode. Onderstaande figuren geven de getelde verkeersintensiteiten weer op de verschillende wegsegmenten voor respectievelijk een ochtendspits- en een avondspitsuur. Uit deze tellingen blijkt dat het autogebruik in Ekeren hoog is. Het verkeer betreft hierbij niet enkel bestemmingsverkeer. Op de Kapelsesteenweg is bovendien vandaag congestie: de doorstroming langsheen de N11 Kapelsesteenweg verloopt tijdens de typische spitsperiodes (meer uitgesproken tijdens ochtendspits dan avondspits) vaak moeizaam. Deze weg is naast een belangrijke ontsluitingsweg voor auto s ook een belangrijke OV-corridor. 2 Zie mobiliteitsstudie MINT nv. RUP Hoekakker september
50 Globaal druktebeeld omgeving plangebied tijdens de ochtendspits (in pae/u) (Bron: mobiliteitsstudie, Mint, april 2017) RUP Hoekakker september
51 Globaal druktebeeld omgeving plangebied tijdens de avondspits (in pae/u) (Bron: mobiliteitsstudie, Mint, april 2017) RUP Hoekakker september
52 Geluid Uit de geluidsbelastingskaart Lden voor wegverkeer n spoorverkeer voor de agglomeratie Antwerpen kan afgeleid worden dat het zuiden van het plangebied binnen de geluidscontouren van db(a) valt, ten gevolge van het wegverkeer van de E19. Ook het spoorverkeer zorgt voor (beperkte) geluidshinder, zo valt het volledige plangebied binnen de geluidscontour db(a) afkomstig van het spoorverkeer op de lijn 27A. De milieukwaliteitsnorm 3 en advieswaarde van WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) van 50 db(a) overdag wordt hiermee ruim overschreden. Geluidsbelastingskaart agglomeratie Antwerpen wegverkeer Lden 3 Vlarem II: milieukwaliteitsnorm voor gebieden of delen van gebieden op minder dan 500 m van industriegebieden niet vermeld in punt 3 of van gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen: dag = 50 db(a); avond = 45 db(a) en nacht = 45 db(a) RUP Hoekakker september
53 Geluidsbelastingskaart agglomeratie Antwerpen spoorverkeer Lden Lucht De beschrijving van de luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied gebeurt op basis van de site Deze bevat interpolatiekaarten waaruit de luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied kan afgeleid worden. Volgens deze gegevens kwamen in de omgeving van het plangebied in 2013 volgende jaargemiddelden voor: NO 2 : µg/m³; PM 10 : µg/m³; PM 2,5 : µg/m³. Volgens deze gegevens zouden dus alle milieukwaliteitsnormen 4 gerespecteerd worden ter hoogte van het plangebied. De gezondheidskundige advieswaarde van de WHO 5 worden voor en wel PM10 PM2,5 kan de luchtkwaliteit in het plangebied als gewoon tot vrij goed beoordeeld worden. Veiligheid overschreden. Algemeen Binnen het plangebied van het RUP zijn geen Seveso-inrichtingen aanwezig. Het meest nabijgelegen, op net meer dan 2 km ten zuidwesten van het plangebied, is de hogedrempel Seveso-inrichting Euroports Terminals Antwerp Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de planologische situatie Ten opzichte van de huidige bestemming is er geen verlies aan woonfunctie, het aantal wooneenheden van 25/ha zoals opgenomen in huidige voorschriften blijft aangehouden maar wordt geconcentreerd in clusters aan de rand van het plangebied, zodat er ruimte kan worden vrijgehouden voor een landschappelijke geïntegreerd park in het binnengebied dat de nodige ruimte biedt voor de buffering van water. 4 Jaargrenswaarden: =40 µg/m3 ; = 40 µg/m3; = 25 µg/m3 NO2 PM10 PM2,5 5 Advieswaarden: =40 µg/m3; = 20 µg/m3; = 10 µg/m3 NO2 PM10 PM2,5 RUP Hoekakker september
54 6.7.3 Beoordeling van de milieueffecten t.o.v. de feitelijke referentiesituatie Ruimtegebruik De hoofdfunctie van het plangebied nl. landbouw in de vorm van weilanden en akkers, zal door invulling van het plangebied deels verdwijnen. Dit is beperkt negatief te beoordelen voor de landbouwfunctie: het plangebied is niet bestemd als agrarisch gebeid en is het niet in Herbevestigd Agrarisch Gebied gelegen. Het betreft overigens een ingesloten binnengebied, waardoor er geen aantasting is van een groter agrarisch geheel. De woonfunctie zal uitgebreid worden. In totaal biedt Hoekakker ruimte aan 450 wooneenheden: een mix van wonen (rijwoningen, meergezinswoningen, ) en een oppervlakte (grootte-orde 5.500m²) aan lokale voorzieningen. Mobiliteit Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De bebouwing wordt verdeeld over meerdere clusters telkens aan de rand van het plangebied. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer is verdeeld over meerdere ontsluitingsassen waardoor het verkeer zich beter verspreid over de buurt. Elke ontsluitingsas voor gemotoriseerd verkeer wordt enkel gebruikt door de bewoners en bezoekers van de respectievelijke cluster. Doorsteekbewegingen zijn voor het gemotoriseerd verkeer niet mogelijk waardoor er ook geen extra sluipverkeer kan aangetrokken worden. Langzaam verkeer Met de ontwikkeling van het plangebied zal de doorwaadbaarheid van het gebied voor voetgangers en fietsers sterk verbeteren. Doorheen het park worden immers verschillende linken voor traag verkeer gegenereerd wat resulteert inkortere, veiligere en aangenamere zachte verbindingen doorheen de wijk. Gemotoriseerd verkeer wordt niet toegelaten doorheen het plangebied waardoor het park gevrijwaard blijft van gemotoriseerd verkeer. Openbaar vervoer Rekening houdende met het aanbod aan openbaar vervoer en de maximale loopafstand tot een bushalte vanaf het plangebied (600 m tot buslijn 33 en max m tot OV-corridor N11), wordt er geen probleem naar bereikbaarheid voor openbaar vervoer verwacht. In de mobiliteitsstudie van MINT worden wel enkele suggesties gedaan om het gebruik van het openbaar vervoer te optimaliseren. Wijziging verkeersgeneratie en doorstroming In de mobiliteitsstudie opgemaakt door MINT in functie van het masterplan werd een raming van de verkeersgeneratie 6 uitgaande van een project van 450 wooneenheden en een totaal van m² BVO aan voorzieningen, waaronder een buurtsupermarkt, dienstencentrum, crèche, horeca, vrije beroepen. De verkeersgeneratie werd geraamd voor een ochtendspits en avondspits. Tijdens de ochtendspits is er een instroom van in totaal 40 pae/u. De uitstroom bedraagt dan 106 pae/u. Tijdens de avondspits bedraagt de instroom in totaal 147 pae/u met een uitstroom van 96 pae/u. Door de opdeling van het plangebied in verschillende clusters met verschillende aansluitingen zal het verkeer zich diffuus verspreiden over de omliggende wegen. Dit maakt dat de verkeersgeneratie per ontsluitingsas relatief beperkt is. In de mobiliteitstudie werd dit gegenereerde verkeer vervolgens, op basis van een basisdistributiepatroon, toegedeeld aan het omliggende wegennet. Onderstaande figuren tonen het resultaat van dit proces voor de ochtend- en avondspits. 6 Op basis van kencijfers afkomstig van de onderzoeken verplaatsingsgedrag Vlaanderen en de interne kencijferdatabank van MINT RUP Hoekakker september
55 Verwachte toename aan verkeer (in pae/u) op verschillende wegsegmenten - ochtendspits (Bron: mobiliteitsstudie, MINT, april 2017) Verwachte toename aan verkeer (in pae/u) op verschillende wegsegmenten - avondspits (Bron: mobiliteitsstudie, MINT, april 2017) RUP Hoekakker september
56 Hieruit blijkt dat de absolute toename aan verkeer op de omliggende wegen eerder beperkt zal zijn. De grootste toename is terug te vinden in de Prinshoeveweg ter hoogte van het plangebieden in De Oude Landen. De toename bedraagt er op het drukste moment ongeveer 78 pae/u (beide rijrichtingen samen). Dit komt benaderend overeen met ongeveer 1,3 extra auto s per minuut op het drukste moment. Relatief gezien kan de toename aan verkeer in sommige straten wel hoog zijn. Zo is er in de Prinshoeveweg (oostelijk segment) een toename aan verkeer met 41% tijdens de avondspits. In absolute getallen bedraagt deze toename ongeveer 51 extra voertuigen tijdens een avondspitsuur. Wat verkeersafwikkeling betreft zijn er binnen de wijk geen problemen te verwachten. De I/Cverhouding op de lokale wegvakken (lokale wegen type III) is laag, ook in de toekomstige situatie. Op drukke wegen zoals de N11 Kapelsesteenweg (secundaire weg type III) wordt de verkeersafwikkeling voornamelijk bepaald door de afwikkelingscapaciteit van de kruispunten. Hier vormt het kruispunt N11 Kapelsesteenweg x Laar een aandachtspunt. Dit kruispunt wordt in de huidige situatie reeds zwaar belast met een hoge verzadigingsgraad tot gevolg. De doorstroming kan er op piekmomenten moeizaam verlopen. Een evaluatie van de toekomstige verkeersafwikkeling (met de ontwikkeling van het plan) geeft aan dat de verzadigingsgraad hier maximaal met 1% zal toenemen tijdens de spitsmomenten. Deze toename van de verzadigingsgraad is niet aanzienlijk volgens het beoordelingskader bepaald in het richtlijnenboek 7. De hoge verzadigingsgraad in de ochtendspits geeft wel aan dat er een verhoogde congestiekans is. Deze hoge congestiekans is echter al in de huidige situatie aanwezig. Om de sensitiviteit en de robuustheid van de berekeningen te testen werd een herberekening gemaakt van de verzadigingsgraden van het kruispunt N11 Kapelsesteenweg x Laar voor 2 situaties: Duurzaam scenario: Verkeersgeneratie -10% De totale verkeersgeneratie van het plangebied zoals voorgesteld in tabel 9 van het MOBER (pagina 46) wordt met 10% verminderd. Dit kan bijvoorbeeld een weerspiegeling zijn van het succes van de duurzame maatregelen zoals hierboven beschreven. Robuustheidstest: Verkeersgeneratie + 20% De totale verkeersgeneratie van het plangebied zoals voorgesteld in tabel 9 van het MOBER (pagina 46) wordt met 20% vermeerderd. Dit is een robuustheidstest om af te toetsen of een hogere verkeersgeneratie van het plangebied dan initieel geraamd, aanleiding geeft tot een aanzienlijke wijziging in de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Zoals in de sensitiviteitstoets van het MOBER beschreven staat, blijkt de verkeersafwikkeling (verzadigingsgraad) van het kruispunt N11 x Laar ongevoelig voor wijziging in de verkeersgeneratie van het plan. Zowel een lagere als een hogere verkeersgeneratie van het plan resulteert in een vergelijkbare verzadigingsgraad van het kruispunt. Zelfs wanneer de verkeersgeneratie van het plan 20% hoger is dan geraamd, blijft het afwikkelingsniveau van het kruispunt gelijkaardig aan de huidige situatie (score 0 volgens het beoordelingskader van het MER-richtlijnenboek). De beperkte impact van het plan op de verzadigingsgraad van het kruispunt N11 x Laar is niet onlogisch. De huidige intensiteiten die dit kruispunt verwerkt zijn namelijk vele malen hoger dan het extra verkeer dat het plangebied teweegbrengt op dit kruispunt (vergelijk druktebeeld pagina 33 ten opzichte van het extra verkeer van het plangebied op wegvakniveau op pagina 55 en 56 in het MOBER). In de mobiliteitsstudie werd een bijkomend scenario onderzocht waarbij in het noorden van het plangebied een wijkschool voor 240 leerlingen wordt voorzien met een oppervlakte van m³ naar aanleiding van een concrete vraag naar uitbreidingsmogelijkheden voor de plaatselijke school (ipv buurthuis/gemeenschapscentrum van 1600 m²). Ook hier werd de verkeersgeneratie geraamd voor een ochtendspits en avondspits Tijdens de ochtendspits is er een totale verkeersgeneratie van 137 pae/u vertrekkende voertuigen en 78 pae/u toekomende voertuigen. Tijdens de avondspits is er een totale verkeersgeneratie van 142 pae/u toekomende voertuigen en 93 pae/u vertrekkende voertuigen. Algemeen kan men stellen dat een wijkschool redelijk wat verkeer genereert maar dit enkel tijdens de schoolspitsmomenten. Buiten deze momenten zal de verkeersgeneratie van de school zeer beperkt zijn. De mobiliteitseffecten van dit scenario met zijn algemeen gelijkaardig aan het basisscenario. 7 Richtlijnenboek MER discipline Mens-Mobiliteit RUP Hoekakker september
57 Verkeersveiligheid en -leefbaarheid De realisatie van het plan zal ervoor zorgen dat de doorwaadbaarheid van het gebied en de wijk verbetert (kortere en veiligere wandel- en fietsroutes). Dit zorgt voor een beter functioneren van het voetgangers- en fietssysteem, wat een positief element is aangaande verkeersleefbaarheid. Een beoordeling van de oversteekbaarheid geeft aan dat de oversteekbaarheid nog steeds voldoet, ook met de realisatie van het plan. Dit geeft aan dat de barrièrewerking niet aanzienlijk is toegenomen door het bijkomende verkeer ten gevolge van de ontwikkeling van het plangebied. Parkeren Het parkeren van bewoners wordt voornamelijk ondergronds georganiseerd, per cluster. De parkeernorm per woning is afhankelijk van het woningtype (cfr. Bouwcode). Voor woningen groter dan 90m² bedraagt de parkeernorm 1,8 parkeerplaatsen per wooneenheid (1,5 parkeerplaatsen voor bewoners, 0,3 voor bezoekers). Gelet op de bereikbaarheid van het plangebied lijkt een parkeereis van 1,5 parkeerplaatsen voor bewoners per wooneenheid hoog. Hier wordt de suggestie gemaakt om deze parkeereis te verlagen naar 1,2 parkeerplaatsen voor bewoners per wooneenheid in combinatie met 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers per wooneenheid. Zo wordt autobezit niet onnodig gestimuleerd. Het bezoekersparkeren zal eerder op maaiveld georganiseerd worden in kleine parkeerclusters nabij elke cluster. In functie van de voorzieningscluster in het noorden van het plangebied kan eventueel het bezoekersparkeren ook ondergronds georganiseerd worden. Door de complementariteit van het bezoekersparkeren van de verschillende functies verdient het aanbeveling om voor de noordelijke cluster het meervoudig gebruik van het parkeeraanbod (voor bezoekers) in rekening te brengen om te komen tot een efficiënte benutting van de parkeercapaciteit. Hinder en veiligheid Er worden via het RUP geen activiteiten toegestaan die een abnormale hinder, met inbegrip van water-, bodem- en luchtverontreiniging, geluidshinder, stank en trillingen veroorzaken voor de omgeving. Geluid Vanwege de activiteiten (voornamelijk wonen), wordt er geen aanzienlijke geluidsproductie verwacht. Om na te gaan of er ten gevolge van voorliggend plan belangrijke veranderingen inzake geluid afkomstig van wegverkeer kan worden gekregen naar de verkeerstoename op de omliggende wegen. Uit het richtlijnenboek geluid blijkt dat er slecht een verhoging optreedt van 3dB(A) bij een verdubbeling van de verkeersintensiteiten. Een verhoging van het geluidsklimaat met <3dB(A) is als niet aanzienlijk te beschouwen. Uit de mobiliteitstoets blijkt dat toename aan verkeer op het omliggende wegennet maximaal 40% is (oostelijk segment Prinshoeveweg tijdens avondspits). Dit wil zeggen dat de impact op het geluidsklimaat <3dB(A) en dus als niet aanzienlijk kan beschouwd worden. Lucht Bijkomende luchtemissies ten gevolge van het plan zullen voornamelijk afkomstig zijn van het bijkomende wegverkeer. Gezien de toename aan verkeersbewegingen eerder beperkt is worden er geen aanzienlijk negatief effecten op de luchtkwaliteit verwacht. Veiligheid Noch in het plangebied zelf, noch in de directe omgeving ligt een seveso-bedrijf. Het RUP laat de oprichting van een Seveso-inrichting binnen het plangebied niet toe Besluit Er kan geoordeeld worden dat de invloed van het voorliggend plan op de discipline mens beperkt blijft. In het MOBER zijn daarenboven aanbevelingen en suggesties geformuleerd buiten het plangebied maar die een positieve bijdrage kunnen leveren voor de verbetering van de mobiliteitstoestand van het plangebied en omgeving. Het gaat hier om flankerende maatregelen die op zich niet noodzakelijk zijn om een negatief mobilteitseffect van het project te milderen, daar het project op zich geen aanzienlijk negatief effect heeft op de mobiliteitstoestand, maar die er toe strekken de algemene mobiliteitstoestand in de ruimere omgeving van het project te verbeteren. Er zijn concrete engagementen om verschillende van deze aanbevelingen of suggesties te realiseren. De Stad legt namelijk aan de ontwikkelaar een Stedelijke OntwikkelingsKost (SOK) op. Dit budget zal deels worden aangewend RUP Hoekakker september
58 ter verbetering van de duurzame bereikbaarheid van de volledige wijk. Mobiliteitsingrepen die momenteel onderzocht worden met het oog op verdere realisatie zijn onder andere: Aankoop en plaatsing van fietsenstallingen ter hoogte van de winkels langs de N11 Kapelsesteenweg (Donk); Ongelijkvloerse kruising met de spoorweg richting fiets-o-strade Fietsverbinding tussen de Veltwijcklaan en de Statiestraat langs de westzijde van de spoorwegberm; Fietsverbinding tussen Bist en Prinshoeveweg langs de westzijde van de spoorwegberm in combinatie met de optimalisatie van de aansluiting met het fietspad De Oude Landen; Noord-zuidfietsverbinding tussen G.Stijnenlaan en het Laar door het gebied Laarhof (directe relatie met de Waghemansbrug); Heraanleg Prinshoeveweg tussen de N11 Kapelsesteenweg en de Pastoor Goetschalckxstraat ter versterking van de fietsrelatie. 6.8 Andere milieudisciplines Gezien de doelstellingen van het RUP en de aard van de voorziene activiteiten zijn er geen effecten te verwachten in de disciplines mens-gezondheid, energie- en grondstoffenvoorraad, stoffelijke goederen of klimaat. 6.9 Grensoverschrijdende effecten Gelet op de ligging, de schaal van de ontwikkeling en het ontbreken van aanzienlijke milieueffecten wordt geconcludeerd dat er geen gewest- of landgrensoverschrijdende effecten zullen voorkomen. RUP Hoekakker september
59 7 CONCLUSIE Het plan is plan-m.e.r-plichtig van rechtswege, gezien het plan kader vormt voor een project van bijlage I, II of III van het uitvoeringsbesluit. De opmaak van een plan-mer van rechtswege wordt niet noodzakelijk geacht gezien het RUP een klein gebied van lokaal niveau betreft. Het plan is derhalve screeningsgerechtigd. Uit de screening van de milieueffecten bij de ontwikkeling van het plan blijkt dat de activiteiten die binnen het gewenste planologisch kader kunnen worden gerealiseerd slechts een beperkte impact hebben op de milieueffecten. Rekening houdend met de kenmerken van het plan, de omgeving en de bovenstaande analyse blijkt dat de mogelijke negatieve milieueffecten van het plan niet aanzienlijk zijn. Er moet bijgevolg geen plan-mer worden opgemaakt. RUP Hoekakker september
60 8 BIJLAGEN 8.1 Bijlage I: Kaartenbundel RUP Hoekakker september
61 8.2 Bijlage II: Watertoets Woonreservegebied Ekeren RUP Hoekakker september
62 8.3 Bijlage III: Mobiliteitsstudie Hoekakker Ekeren RUP Hoekakker september
63 RUP Hoekakker september
Plannen met Hoekakker
lannen met Hoekakker Nieuw park en woningen WELKOM IN Vandaag is Hoekakker een landbouwgebied, waar maïs groeit in de zomer. Een fietspad bevindt zich aan de rand van het gebied De stad Antwerpen en het
Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST
Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST DEFINITIEVE VASTSTELLING SEPTEMBER 2011 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Inhoudstafel
RUP. Katwilgweg TOELICHTINGSNOTA BIJLAGEN
RUP Katwilgweg TOELICHTINGSNOTA BIJLAGEN December 2010 COLOFON Projectleider Maud Coppenrath Ontwerper Arcadis Belgium Programmaleider Katlijn Van der Veken Planologisch ambtenaar Frank de Bruyne Secretariaat
PROCESNOTA_RICHTNOTA_RUP HOEKAKKER
COLOFON Projectregisseur Kathleen Wens Regisseur stadsprojecten Filip Smits Hoofd Afdeling Ruimte Katlijn Van der Veken Secretariaat Bedrijfseenheid Stadsontwikkeling - Afdeling Ruimte den Bell, Francis
antwoord op de uitgebrachte adviezen van de screeningsnota
antwoord op de uitgebrachte adviezen van de screeningsnota RUP Koeisteerthofdreef stad Mortsel februari 2010 NOTA Inhoud 1. Inleiding... - 3-2. Advies provincie Antwerpen... - 3-3. Advies Agentschap R-O
Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage II stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen
RUP Hernieuwenburg Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015
RUP Hernieuwenburg Wielsbeke Bewonersvergadering OC Hernieuwenburg 24/08/2015 Inhoud Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Situering van het plangebied Aanleiding aan te pakken ruimtelijke vraagstukken
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 24 september 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Marnixdreef Lier voorlopige
3. Hoeveel van het WUG op het gewestplan valt onder de volgende categorieën:
SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 180 van LYDIA PEETERS datum: 1 december 2016 aan JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN OMGEVING, NATUUR EN LANDBOUW Woonuitbreidingsgebieden en woonreservegebieden - Ontwikkeling
ADVIES VAN 28 JANUARI 2015 OVER HET VOORONTWERP RUP INSTEEKHAVEN LUMMEN
ADVIES VAN 28 JANUARI 2015 OVER HET VOORONTWERP RUP INSTEEKHAVEN LUMMEN SARO KONING ALBERT II-LAAN 19 BUS 24 1210 BRUSSEL INHOUD I. SITUERING... 2 II. ALGEMENE BEOORDELING... 3 III. UITGEBREID PLANNINGS-
RUP Kanaalzone West Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016
RUP Kanaalzone West Wielsbeke Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016 Inhoud Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Welke plannen worden vervangen? Situering van het plangebied Hoger beleidskader
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 22 februari 2018 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Afbakening kleinstedelijk
Bijlage II: Stedenbouwkundige voorschriften. Ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Petroleum-Zuid: gevangenis en technische schoolcampus
VR 2018 1409 DOC.1020/5BIS Ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Petroleum-Zuid: gevangenis en technische schoolcampus Bijlage II: Stedenbouwkundige voorschriften Bijlage II Stedenbouwkundige
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;
Besluit van de Vlaamse Regering houdende voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Openruimtegebieden Beneden-Nete DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Vlaamse Codex
p r o v i n Ruimte College van burgemeester en schepenen Maastrichterstraat TONGEREN Geacht college
2015-04-16 p r o v i n Directie Ruimte College van burgemeester en schepenen Maastrichterstraat 10 3700 TONGEREN Dienst Ruimtelijke Planning en Beleid Geacht college Betreft: uw verzoek tot raadpleging
gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden
gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden stad sint-truiden - rup recastrip brustem - kaart 1 secundaire verbindingsweg met laanbeplanting beekvalleien te ontwikkelen als natuurlijke dragers met
Infobundel Project Ruggeveld-Boterlaar-Silsburg 23 juni 2009
Infobundel Project Ruggeveld-Boterlaar-Silsburg 23 juni 2009 1 INHOUD 1. Project Ruggeveld Boterlaar-Silsburg Situering Voorgeschiedenis Bijzonder plan van aanleg Ruimtelijk uitvoeringsplan Ambitie voor
Provincieraadsbesluit
directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning dossiernummer: 1602849 Provincieraadsbesluit betreft verslaggever Sint-Gillis-Waas - PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Sint-Gillis-Waas fase 1' Definitieve
Spoorweginfrastructuur en natuurpark Oude Landen te Ekeren
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Spoorweginfrastructuur en natuurpark Oude Landen te Ekeren Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Spoorweginfrastructuur
N16 Scheldebrug Temse-Bornem
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bijlage III: toelichtingsnota tekst colofon Vlaams Ministerie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed Departement RWO - Ruimtelijke Planning Phoenixgebouw
Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage II stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen
13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter
13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter 84 A Relatie met het afbakeningsproces In de hypothese van gewenste ruimtelijke structuur van het regionaalstedelijk
Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE
Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan de
Gemeentelijk RUP Ecologische Verbindingen stad Genk
Gemeentelijk RUP Ecologische Verbindingen stad Genk Toelichting 09.02.2015 Aanleiding opmaak RUP Aanleiding RUP: uitvoering van het masterplan Ecologische Verbindingen (goedgekeurd in 2009) Gemeentelijk
Ingevolge de wet op de ruimtelijke ordening en stedenbouw dd. 29 maart Nog steeds hét juridisch planninginstrument in Watou
Structuurplan "De Watounaar" Bewonersplatform Watou. Ruimtelijke Ordening Watou. De diverse planinstrumenten van toepassing op het grondgebied van Poperinge. Ingevolge de wet op de ruimtelijke ordening
Melle Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan
Melle Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Definitief ontwerp Kaartenbundel richtinggevend gedeelte september 2011 Gent 20-02-2008 Ontwerpteam: Annelies De Clercq Cindy Van Caeneghem port arthurlaan 11!
Gebied voor stedelijke activiteiten
Provincie Antwerpen Stad Antwerpen gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Gebied voor stedelijke activiteiten Kievit fase II te Antwerpen Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk
RUP Leestenburg Brugge
DIENST RUIMTELIJKE ORDENING SECTOR UNESCO RUP Leestenburg Brugge Bewonersvergadering conferentiezaal stadhuis 30/09/2015 Inhoud Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Situering van het plangebied
In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd:
N o t a b e t r e f f e n d e d e b e h a n d e l i n g v a n d e a d v i e z e n i n k a d e r v a n h e t o n d e r z o e k t o t m i l i e u e f f e c t r a p p o r t a g e v a n de R U P s V r o e
PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN
PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN bvba Advies Ruimtelijke Kwaliteit (bvba ARK) Augustijnenlaan
Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen
Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed Afdeling ruimtelijke planning Een blik op de ruimtelijke planning in Vlaanderen 1. Krijtlijnen
stationsomgeving Gent Sint-Pieters - Koningin Fabiolalaan
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan stationsomgeving Gent Sint-Pieters - Koningin Fabiolalaan informatievergadering 7 maart 2006 openbaar onderzoek van 27 februari 2006 tot 27 april 2006 1 inhoud toelichting
Besluit van de Deputatie
directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning vergadering van 14 juli 2016 aanwezig Briers Jan, gouverneur-voorzitter Vercamer Alexander Versnick Geert Hertog Peter Dauwe Jozef Couckuyt Eddy leden Besluit
Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST
Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan
Besluit van de Vlaamse Regering tot goedkeuring en instelling van het landinrichtingsproject Moervaartvallei
Besluit van de Vlaamse Regering tot goedkeuring en instelling van het landinrichtingsproject Moervaartvallei DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting, artikel
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN
PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 januari 2017 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP De Beunt Lier voorlopige
RUP Kachtem Izegem. Bewonersvergadering te Meilief 14/09/2016
RUP Kachtem Izegem Bewonersvergadering te Meilief 14/09/2016 Inhoud Procedure Wat is een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)? Welke plannen worden vervangen? Situering van het plangebied Aanleiding tot het
stedenbouwkundige voorschriften
stedenbouwkundige voorschriften Algemene bepalingen...35 Artikel 1: Zone voor wonen en jeugdverblijf...38 Artikel 2: Recreatief parkgebied...42 Artikel 0: Algemene bepalingen 0.1. Ruimtelijke kwaliteit
Motivatienota Onteigeningsplan. Recreatiezone Melsbroek
Motivatienota Onteigeningsplan Recreatiezone Melsbroek 1. LIGGING PLANGEBIED De gemeente Steenokkerzeel is gelegen in Vlaams-Brabant, ten noord-oosten van Brussel, tussen de gemeenten Machelen, Zaventem,
PlanMer Regenboogstadion Waregem Situering plangebied op macroschaal Legende
plangebied Vijfseweg Noorderlaan Noorderlaan Oosterlaan Oosterlaan Noorderlaan Kruishoutemsew Westerlaan Zuiderlaan Expresweg Jozef Duthoystraat Westerlaan Stormestraat Meersstraat Zuiderlaan Zuiderlaan
Provincieraadsbesluit
directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning dossiernummer: 1505496 Provincieraadsbesluit betreft verslaggever Stekene en Sint-Gillis-Waas - PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene en Sint-Gillis-Waas
Aanpak problematiek van de weekendverblijven. Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) Leugenboombos
Inleiding Aanpak problematiek van de weekendverblijven Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) Leugenboombos Verdere stappen Vragen? 6 mei 2009 dienst ruimtelijke planning - PRUP Leugenboombos 1
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Scheldepolders Hingene in Bornem DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de Vlaamse
Overeenkomst treedt in werking na start realisatie LAR-Zuid en operationalisering Groenfonds
PLANNEN VAN AANPAK dinsdag 19 januari 2016 AANLEIDING Samenwerkingsovereenkomst met Natuurpunt (8 december 2014) Drie projectgebieden ter compensatie van LAR-Zuid Groenfonds Relatie tussen de plannen van
OUD-TURNHOUT RUP De Hoogt Aanvulling screeningsnota
OUD-TURNHOUT RUP De Hoogt Aanvulling screeningsnota December 2010 COLOFON Opdrachtgever: Turnhout Project: RUP De Hoogt Opdrachthouder: Projectteam: Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen
Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM
Ontwerp startbeslissing signaalgebied INDUSTRIEGEBIED HEULEBEEK - PIJPLAP WEVELGEM STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied
PROVINCIE VLAAMS-BRABANT. Provinciaal RUP Afbakening kleinstedelijk gebied Halle verordenend deel. Directie infrastructuur dienst ruimtelijke ordening
PROVICIE VLAAMS-BRABAT Directie infrastructuur dienst ruimtelijke ordening Vragen naar Daan Demey Telefoon fax 0-7 07 / 0- e-mail [email protected] Dossiernummer Ons kenmerk 000_0 Datum
Ontwerp startbeslissing signaalgebied KERKEBERGEN KEERBERGEN
Ontwerp startbeslissing signaalgebied KERKEBERGEN KEERBERGEN STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 9/05/2014 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling
LAR- Zuid - Tracé- wijziging buurtwegen Toelichting. Menen / Kortrijk : Buurtwegen SRBT LAR- Zuid 1
LAR- Zuid - Tracé- wijziging buurtwegen Toelichting Menen / Kortrijk : Buurtwegen SRBT LAR- Zuid 1 Situering : De projectzone opgenomen in voorliggend dossier is gelegen op de grens tussen de stad Kortrijk
afbakening zeehavengebied Antwerpen
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening zeehavengebied Antwerpen Havenontwikkeling linkerscheldeoever Bijlage VIb: onderzoek tot milieueffectrapportage deelgebied polder tussen Verrebroek en
Workshop C Van advies naar waterparagraaf
Workshop C Van advies naar waterparagraaf Mark Cromheecke Directie Ruimte, Provincie Oost-Vlaanderen Robin De Smedt Departement RWO Kracht van het advies Verplicht/niet verplicht Bindend/niet bindend Motiveringsplicht
afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur regio Waasland gebieden van het geactualiseerd Sigmaplan Durmevallei Bijlage II: stedenbouwkundige
Wat is een Ruimtelijk Uitvoeringsplan?
Wat is een Ruimtelijk Uitvoeringsplan? Wat is een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP)? - Plan waarmee de overheid in een bepaald gebied (het plangebied ) de bodembestemming vastlegt - Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan
VOETWEG 65 AANVRAAG TOT GEDEELTELIJKE AFSCHAFFING
VOETWEG 65 AANVRAAG TOT GEDEELTELIJKE AFSCHAFFING GEGEVENS Atlasgemeente: Kortrijk Detailplan 9 Buurtweg: (deel van) nr. 65 INHOUD Met het oog op het indienen van de omgevingsvergunningsaanvraag voor de
Project-m.e.r.-screening
Project-m.e.r.-screening Aan het college van burgemeester en schepenen de deputatie van de provincieraad straat en nummer postnummer en gemeente LNE-MER-01-120913 In te vullen door de behandelende afdeling
BIJLAGE 3: AFBAKENING GEBIEDEN. 1 Hiërarchie. 2 Afbakening gebieden. 2.1 Kwetsbare gebieden
BIJLAGE 3: AFBAKENING GEBIEDEN In onderstaande tekst wordt de afweging gemaakt tussen juridische toestand van een gebied, de toestand op het terrein en de visie van het GRS. Daaruit wordt een conclusie
grens RUP Liggingsplan MER-screening KAPELLE-OP-DEN-BOS RUP Oxdonk
Bron: OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA P:\309890\G\Ontwerpstudio\6_Graphics\GIS\kaarten\screeningskaarten\OX\01 LIGGINGSPLAN.xd - dd.23/05/2017 Liggingsplan Bron: NGI, Cartoweb P:\309890\G\Ontwerpstudio\6_Graphics\GIS\kaarten\screeningskaarten\OX\02
VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,
VLAAMSE REGERING Besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische
Besluit van de Deputatie
3e Directie Dienst 33 Ruimtelijke ordening en Stedenbouw aanwezig André Denys, gouverneur-voorzitter Besluit van de Deputatie Alexander Vercamer, Marc De Buck, Peter Hertog, Jozef Dauwe, Eddy Couckuyt,
RUP Budingen Dorp Zoutleeuw. Aanzet tot stedenbouwkundige voorschriften en verordenend grafisch plan
RUP Budingen Dorp Zoutleeuw Aanzet tot stedenbouwkundige voorschriften en verordenend grafisch plan 1 bijsturing referentieontwerp na overleg 2 juli 2009 2 Opbouw RUP 1 toelichtingsnota 2 deelrup s - herbestemming
RUP Centrum Infovergadering 23/08/2018
RUP Centrum Infovergadering 23/08/2018 Inhoud - Wat is een RUP? - Planningsproces - Doel en afbakening - Opbouw - Grafisch plan en stedenbouwkundige voorschriften - Wat is een Ruimtelijk UitvoeringsPlan
Project-m.e.r.-screening
Project-m.e.r.-screening Aan het college van burgemeester en schepenen de deputatie van de provincieraad straat en nummer postnummer en gemeente LNE-MER-01-120913 In te vullen door de behandelende afdeling
Gemeente Wevelgem Ruimtelijk Uitvoeringsplan 7-1 Marremstraat. september 2011, ontwerp 1
Gemeente Wevelgem Ruimtelijk Uitvoeringsplan 7-1 Marremstraat september 2011, ontwerp 1 Colofon Formele procedure Dit document is een publicatie van: Intercommunale Leiedal President Kennedypark 10 - BE-8500
RUP Groenhof - Menen. Infovergadering 15 januari 2013
RUP Groenhof - Menen Infovergadering 15 januari 2013 Inleiding Uitgangspunt: Gedeeltelijke vervanging van het gewestplan Ter vervanging van BPA nr. 12 Groenhof Ter vervanging van deel BPA nr. 8 Noorderlaan
Roeselare - Tielt. 1. Reservegebieden voor woonwijken (KB 17/12/79)
Roeselare - Tielt 1. Reservegebieden voor woonwijken (KB 17/12/79) 0180 De gebieden die als "reservegebied voor woonwijken" zijn aangeduid, kunnen op initiatief van de gemeente of de vereniging van gemeenten
college van burgemeester en schepenen Zitting van 10 november 2011
beraadslaging/proces verbaal Kopie college van burgemeester en schepenen Zitting van 10 november 2011 Besluit GOEDGEKEURD A-punten stadsontwikkeling Samenstelling De heer Patrick Janssens, burgemeester
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Definitief Definitief gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk
Structuurplan Herne. PRESENTATIE GRS Herne
PRESENTATIE GRS Herne Wat komt aan bod: Wat is een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan? Hoe past het gemeentelijk structuurplan in het structuurplan van de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid?
Afbakening kleinstedelijk gebied Lokeren PROVINCIAAL RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN DEELRUP E17-1 GRAFISCH PLAN - KAARTENBUNDEL JUNI 2012 NOVEMBER 2015
PROVINCIAAL RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN DEELRUP E17-1 GRAFISCH PLAN - KAARTENBUNDEL JUNI 2012 NOVEMBER 2015 Gezien en voorlopig vastgesteld door de provincieraad in vergadering van.. op bevel, De Provinciegriffier
Oudenaarde. 1. Vallei of brongebieden (KB 24/02/77)
Oudenaarde 1. Vallei of brongebieden (KB 24/02/77) 0912 De agrarische gebieden met landschappelijke waarde, die op de kaart welke de bestemmingsgebieden omschrijven overdrukt zijn met de letters V of B,
gewenste ruimtelijke structuur in het definitief gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
gewenste ruimtelijke structuur in het definitief gemeentelijk ruimtelijk structuurplan gemeente zoersel - RUP herziening BPA gemeenschapsvoorzieningen achterstraat - kaart 1 elementen van bovenlokaal belang
Bron: OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA. MER-screening. KAPELLE-OP-DEN-BOS RUP Nieuwenrode. Liggingsplan
Bron: OpenStreetMap (and) contributors, CC-BY-SA P:\309889\G\Ontwerpstudio\6_Graphics\GIS\kaarten\screeningskaarten\01 LIGGINGSPLAN.xd - dd.23/05/2017 Liggingsplan Bron: NGI, Cartoweb P:\309889\G\Ontwerpstudio\6_Graphics\GIS\kaarten\screeningskaarten\02
ADVIES VAN 27 FEBRUARI 2019 OVER HET VOORONTWERP RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED MECHELEN
ADVIES VAN 27 FEBRUARI 2019 OVER HET VOORONTWERP RUP AFBAKENING REGIONAALSTEDELIJK GEBIED MECHELEN SARO HAVENLAAN 88 BUS 23 1000 BRUSSEL INHOUD I. SITUERING... 1 II. ALGEMENE BEOORDELING... 1 III. DEELGEBIED
AANVULLENDE NOTA VERZOEK TOT ONTHEFFING VAN DE PLAN-MER PLICHT
Aanvullende nota screeningsnota PRUP Regionaal bedrijf Waeyaert - Vermeersch - Kortemark PROVINCIE WEST-VLAANDEREN Dienst Ruimtelijke Planning AANVULLENDE NOTA VERZOEK TOT ONTHEFFING VAN DE PLAN-MER PLICHT
STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Dit RUP vervangt de bestemming van het gewestplan Gentse en Kanaalzone (K.B. 14.09.1977). De voorschriften opgenomen in dit RUP vervangen de algemene voorschriften van het
Besluit van de Deputatie
directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning vergadering van 23 februari 2017 aanwezig Briers Jan, gouverneur-voorzitter Vercamer Alexander Versnick Geert Hertog Peter Dauwe Jozef Bruggeman Hilde Couckuyt
Ontwerp RUP KEERDOK - EANDIS. Openbaar onderzoek 18 april juni 2017
Ontwerp RUP KEERDOK - EANDIS Openbaar onderzoek 18 april 2017 16 juni 2017 Inleiding Stijging inwonersaantal : 84.000 100.000 Stad investeert in renovatie binnenstad en privaat/publieke samenwerkingen
Kaartenreeks 5: Beleid open ruimte
Kaartenreeks 5: Beleid open ruimte GEWESTPLAN OPEN RUIMTE Kaart: Gewestplan open ruimte bestemming Vlaanderen 3,2 2,4 1,8 33,7 59 Andere bestemmingen Landbouw Cijfers: Gewestplan open ruimte bestemming
1. KORTENBERG ALS VERZAMELING VAN STERKE KERNEN
1. KORTENBERG ALS VERZAMELING VAN STERKE KERNEN Kortenberg bestaat uit verschillende kernen, de 5 deelgemeentes; Meerbeek, Everberg, Kwerps, Erps en Kortenberg. De deelkernen worden omkaderd door de nog
(GROENE) VERBINDINGEN CONCEPT STADSWAL. Spoorwegviaduct, Masterplan Publieke Ruimte (Stramien)
(GROENE) VERBINDINGEN CONCEPT STADSWAL Spoorwegviaduct, Masterplan Publieke Ruimte (Stramien) 2. visie concept stadswal (GROENE) VERBINDINGEN CONCEPT STADSWAL Stationsomgeving Noord 2. visie concept stadswal
