Hoofdstuk I Apparatus digestorius
|
|
|
- Emmanuel Smit
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Orgaananatomie 1/18 Hoofdstuk I Apparatus digestorius I Embryologie mesoblast: stroma en steuncellen alle derivaten darm spieren MDT endo-/ectoblast: parenchymale cellen = weefselspecifieke cellen dooierzak: bekleed met entoblast, intra- en extra-embryonaal deel mesoderm: serosa, spierlaag en BW darmwand, lijnt entoderm af stomodeum gevormd door: * frontale knop sterke aangroei telencephalon, vormt dak, hierop nasale placodes * 2 maxillaire zwellingen zijwand * 2 mandibulaire zwellingen bodem lip- en wangmusculatuur: mesoderm 2 e KBg 1 = hyoïdboog innervatie door N VIII (n. facialis) tong: KBg 1: tuberculum impar corpus linguae tuberculum linguale d/s 2 hierin smaakknoppen = papillae fungiformes, en tongspieren myotoom occipitale somieten, enkele uit mesoblast epitheel = entoblastisch algemene sensibiliteit: N V (n. trigeminus) N III (n. mandibularis) n. lingualis speciale sensibiliteit: N VII chorda tympani motorische innervatie: N XII (n. hypoglossus) KBg 2, 3, 4: copula radix linguae papillae vallatae en foliatae: N IX en N X KBg 3 overgroeit aandeel 2 2 geen aandeel bezenuwing epitheel tongwortel = entoblastisch algemeen sensibel: N IX (n. glossofaryngeus) KBg 3, N X r. pretrematicus/n. laryngeus (KBg 4) speciale sensibiliteit: N IX (glossof.) en N X (n. vagus) KBg 4 (achterste deel): epiglottis kieuwspleet 1: epitheel meatus accousticus externus (= trommelvlies) KBg 1 = mandibulair boog mesoblast: KB: maxillair mandibulair (v. Meckel) beide regresseren m.u.v. caudale deel Meckel malleolus en incus pre-maxilla, maxilla, os zygomaticum, deel os temporale (vorming door membraneuze ossificatie), mandibula spier: m. temporalis, masseter, pterygoideus, voorste deel digastricus (jaw closing), m. mylohyoideus m. tensor tympani m. tensor veli palatini bloed: aortaboog 1 inn.: N V = n. maxillaris ventralis en n. mandibularis 1 e entoblastische zakje: ventraal deel verdwijnt ontwikkeling tong dorsaal deel: blinde uitstulping = recessus tubo-tympanicus middenoorholte en tuba auditiva en diverticulum tubae auditivae (Eq) KBg 2 = hyoïd boog kieuwspleet: verdwijnt mesoblast: KB: Reichert s KB stapes, processus styloïdeus, os temporalis, lig. styloïdeum, os hyoïdeum spier: mimische spieren en spieren oorschelp, m. stylohyoideus, achterste deel m. digastricus, m. stapedius, platysma (Car > Eq) 1 KBg = kieuwboog, KB = kraakbeen 2 d = dexter = rechts, s = sinister = links
2 Orgaananatomie 2/18 mesoblast sterk groeien operculum: overlapt groeve boog 3 en 4 kieuwspleten 2, 3, 4 afsluiten en overige kieuwbogen bedekken cervicale sinus verdwijnt bloed: aortaboog 2 inn.: N VII = n. fascialis 2 e entoblastische zakje: grootste deel verdwijnen (ontwikkeling tong) dorsaal deel: fossa tonsillaris tonsilla palatina schildklier : tussen KBg 1 en 2, verbinding via ductus thyroglossus verdwijnt ; thyroïde geïnvadeerd door UBL KBg 3 kieuwspleet: verdwijnt (cfr. operculum) mesoblast: KB hyoïdbeen spier m. stylofaryngeus bloed: aortaboog 3 inn.: N IX = n. glossofaryngeus 3 e entoblastische zakje: divertikel, verbonden via ductus faryngobranchialis III verdwijnt epitheel dorsale deel: achterste deel parathyroïde III = externe parathyroïde epitheel ventrale deel: thymusaanleg KBg 4 en 6 kieuwspleet: verdwijnt mesoblast: KB: skelet larynx spier: KBg 4: constrictoren farynx m. levator veli palatini m. cricothyroideus (extrinsieke larynxspieren) KBg 6: intrinsieke larynxspieren bloed: aortaboog 4 inn.: N X = n. vagus n. laryngeus cranialis (extrinsieke larynxspieren) n. laryngeus caudalis (recurrens) (intrinsieke larynxspieren) 4 e entoblastische zakje: divertikel epitheel dorsale deel: parathyroïd IV = voorste = interne parathyroïd ventrale deel: thymusaanleg KBg 5 en 6: verdwijnen vlug bloed: aortaboog 5 en 6 5 e entoblastische zakje: verdwijnt epitheel x neurale lijst cellen (NLC) UBL bij thyroïde tracheo-bronchiale divertikel respiratoir primordium oesofagus: bovenste 2/3 dwarsgestreepte spieren n. vagus (van laatste KBgen) onderste 1/3 gladde spieren n. splanchius maag: draaiing: 1 e : 90 om lengteas CCW 3 (caudaal zicht) curvatura minor rechts, c. major links, dorsaal mesogastrium naar links bursa omentalis inn. gewijzigd: linker vagustak: ventrale deel, rechter vagustak: dorsale deel 2 e : 90 rond dorso-ventrale-as CCW pylorus rechts dorsaal, cardia links en deels ventraal, duodenum krijgt vorm C-loop en retroperitoneaal, toegang tot bursa omentalis versmalt tot foramen omentale (epiploïcum) = hiatus van Winslow 3 CW = clockwise, met de klok mee; CCW = counter clock wise, tegen de klok in
3 Orgaananatomie 3/18 lever: lobus sinister impressio oesofagea lat med fissura ligamentum terestis middendeel links rechts lobus caudatus (dors) - proc. papillaris - proc. caudatus lobus quadratus (ventr) lig. coronarium: facies diafragmatica lever centrum diafragma lig. hepato-gastricum/duodenale (= omentum minus) lig. falciforme: lever ventrale buikwand lig. triangulare d/s: rechter/linker leverkwab diafragma impressio vena cavae caudale fossa vesicae felleae lobus dextra med lat pancreas: dorsale aanleg (alle DS): door draaiing maag links, levert bovenste helft kop, isthmus, corpus, staart; eigen afvoer = ductus pancreaticus, dorsaal = accessorius = ductus van Santorini ventrale aanleg 4 : thv. aanleg lever, 1 of 2 aanleggingen (Av: 2), HD: versmelten 1 ductus pancreaticus ventralis; door draaiing rechts en dorsaal, onder en achter/voor dorsale aanleg (afh. v. DS) dorsale x ventrale afvoerbuizen versmelten (Ho): deel dorsale uitmonden in ventrale, definitieve afvoer = ductus van Wirsung afvoerbuizen blijven afzonderlijk (Fe, Can, Cap, Ov, Eq); Can & Eq: dorsale aanleg apart, dmv. ductus van Santorini via papilla duodeni minor uitmonden in duodenum achter hoofdafvoer Su & Bo: alleen ductus pancreaticus accessorius (Santorini) blijft achterdarm: draaiing: 270 rond arteria mesenterica cranialis 1) al tijdens fysiologische hernia 2) afh. v. DS of tijdens fysiologische hernia 3) caecum rechts bovenaan tegen rechter leverkwab II Anatomie buikholte: epigastrium = regio abdominis cranialis; xiphoidstreek en regio parachondriaca (tussen mediaanlijn en ribbenboog) mesogastrium = regio abdominis medialis; regio umbilicalis en regio abdominis lateralis (tussen ribbenboog en tuber coxae) en regio lumbalis hypogastrium = regio abdominis caudalis; regio pubica en regio inguinalis en uierstreek (Eq en Ru) vestibulum oris = ruimte voor tandboog: - vestibulum labiale: lip snijtanden - vestibulum buccale: wand kiezen via diastema (ruimten tussen I/C en (P)M) verbinding met eigenlijke mondholte 4 levert onderste helft pancreaskop en processus uncinatus (Ho)
4 Orgaananatomie 4/18 rima oris = mondspleet philtrum = mediane groeve bovenlip Car en KRu mondhoek: Eq: thv. 1 e kies Bo: voor 1 e kies Car: thv. 3 e -4 e kies in vestibulum buccale uitmonding ductus parotideus: Eq: thv. 3 e bovenkies Car: thv. 4 e bovenkies Bo: thv. 5 e bovenkies carunculae sublingualis = hongertepeltjes, bedekt uitmonding ductus mandibularis bodem recessus sublingualis lateralis (= bodem mond naast tong) = gewelfd = crista sublingualis uitmonden glandula sublingualis polystomatica via ductuli van Rivini tongpapillen: mechanische: filiformes (draadvormig) conicae (kegelvormig) smaak: fungiformes (rug en zijrand tonglichaam) circumvallatae (overgang tonglichaam tongwortel) foliatae tonginnervatie: sensibel: algemeen: voorste 2/3: N V3 (= 3 e tak N V) achterste 1/3: N IX, N X smaak: N VII, N IX, N X motorisch: N XII tongbeenspieren: bovenste en onderste tongspieren: intralinguale: doorkruisen in 3 richtingen extralinguale: tong skelet - m. genioglosus (verticaal) O: kinhoek I: waaiervormig uitstralen in tong, via peesje verbonden met tongbeen Fie: tong naar voor en beneden - m. hyoglossus (verticaal) O: corpus en processus lingualis tongbeen I: waaiervormig uitstralen in tong Fie: tong naar achter en beneden - m. styloglossus O: vooreinde stylohyoïd I: uitstralen in tongpunt Fie: verkorten, opheffen en ombuigen punt, tong zijdelings bewegen speekselklieren: - kleine = glandulae salivariae minores, basale secretie, in lippen (gll. labiales), wang (gll. buccales dorsales en ventrales), tong, gehemelte - grote = glandulae salivariae majores: * gl. parotis: ectodermale oorsprong, tussen achterrand onderkaak en atlasvleugel, begrenzing door oorbasis, hals en keelgang, fascia parotidea, spieren; ductus parotideus via papilla parotidea in vestibulum buccale; Car: klein V-vormig, Ru: klein, komma rechthoek, Eq: groot, zandlopervorm * gl. mandibularis: entodermaal, tussen atlasvleugel en basihyoïd, voor groot deel/volledig bedekt door parotis; ductus mandibularis naar hongertepeltje; Car: rond, groter dan parotis, Ru: (veel) groter dan parotis, 2 lobales (rostraal en caudaal), Eq: relatief klein, gebogen, 2 lobales * gl. sublingualis: entodermaal, langwerpig en plat, langs zijvlakte tong, monostomatica (1 klierpakket, 1 ductus sublingualis major Bartholini hongertepeltje) en polystomatica (meerdere klierkwabjes, elk afzonderlijke afvoer = ductuli sublinguales minores Rivini recessus sublingualis lateralis); Car: monostomatica: 2 lobben, caudaal van polystomatica (: Ru), polystomatica; Ru: monost.: voor en ventraal van polyst., polyst.: achteraan; Eq: geen monost., polyst.: ca. 30 afvoerbuisjes slokdarm: - pars cervicalis: proximale 2/3: mediaal, dorsaal van trachea, ventraal van m. longus colli distale 1/3: links, dichtbij vena jugularis, arteria carotica communis sinister, truncus vagosympathicus sinister, nervus laryngeus caudalis (= recurrens) sinister
5 Orgaananatomie 5/18 - pars thoracica: dorsaal van trachea, rechts van arcus aortae bij bifurcatie trachea, verder ventraal van aorta, via hiatus oesofageus (diafragmaticus) (Bo: thv. 8 e ICR, Eq: thv. Th14) in buikholte - pars abdominalis: heel kort, via cardia in maag Fe en Eq: craniale 2/3 dwarsgestreepte spieren constrictoren farynx caudale 1/3 gladde spieren mesoblast rond slokdarm Can en Ru: dwarsgestreepte spieren (Ru: laatste deel slokdarm zou eigenlijk gladde spieren zijn in voormagen voormagen zijn ontstaan uit laatste deel slokdarm) maag: - pars cardiaca: cardiasfincter - pars fundica - pars pylorica: antrum pyloricum, canalis pyloricus * enkelvoudige: Car, Su, Eq; Su en Eq: nog stuk cutaan slijmvlies thv. cardia = embryonale proventriculus = extra gevoelig voor maagzweren * samengestelde: Ru, meeste compartimenten cutaan slijmvlies, alleen lebmaag intestinale slijmvlies met klieren milt: bloedvorming, bloedafbraak, bloedopstapeling, RES (= reticulo Endotheliale stelsel = verzamelwoord voor alle organen die iets te maken hebben met immuunsysteem) lever: omgeven door BWkapsel (splanchnopleura) = kapsel van Glisson, en peritoneum galgangen ductus hepaticus d/s bij leverpoort tot ductus hepaticus communis, geeft ductus cysticus af, (evt. galblaas aan uiteinde) ductus choledochus papilla duodeni major galblaas: tussen lobus quadratus en lobus dexter lever darmen: lengte: Car: 5x lichaamslengte, Eq: 10x, Su: 15x, Bo: 20x, KRu: 25x - proximale deel = dundarm = intestinum tenue, nauw lumen, lang * duodenum: pars cranialis (S-vormig) flexura cranialis pars descendens flexura caudalis pars transversus pars ascendens * jejunum * ileum - distale deel = dikke darm = intestinum crassum, wijd lumen, korter * caecum: rechts (muv. Su), geen appendix bij huisdieren muv. konijn en haas * colon: ascendens (start rechts) (Su en Bo: ansa spiralis, Eq: 2 hoefijzers met opening caudaal) colon transversum (craniaal van a. mesenterica cranialis) descendens sigmoïdeum * rectum: taeniae bij Su en Eq mesenterium dorsale commune: thv. laatste Th/L1 vastzetten op wervelkolom als radix mesenterii, hierin oorsprong a. mesenterica cranialis. bij Eq thv L5 supplementaire radix rond a. mesenterica caudalis MDT paard maag: enkelvoudig, klein, proventriculus als saccus caecus (via margo plicatus over in klierig deel), pars cardia klein, pars funica dik, pars pylorica geplooid, slokdarm onder scherpe hoek geplaatst en zware cardiasfincter kunnen niet braken, pylorus rechts dorsaal en peritoneaal, tussen 10 e 15 e ICR (saccus caecus ICR links, cardia 10 ICR rechts, pylorus 11 ICR rechts iets ventraal) lig. gastro-frenicum: cardia en saccus caecus diafragma lig. frenico-lienale en lig. gastrolienale lig. gastro-lienale: curvatura major milthilus lig. hepato-gastricum: curvature minor lever lig. gastro-pancreaticum pancreas plica gastro-pancreatica darmen: - duodenum: 1 m, aanvang = ampulla duodeni, S-bocht (uitmonden ductus choledochus en ductus pancreaticus papilla duodeni major, ductus pancreaticus accessorius via papilla duodeni minor), over in jejunum via flexura duodeni jejunalis (plica duodeno-colica)
6 Orgaananatomie 6/18 lig. hepato-duodenale: lever lig. reno-duodenale: rechter nier lig. caeco-duodenale: basis caeci plica duodeno-colica: colon transversalis - jejunum: ca. 25 m, meeste links dorsaal - ileum: ca. 70 cm, dikkere spierwand, thv. L3 en L4 via ostium ilio-caecale uitmonden in caecum net naast ostium caeco-colicum plica ileo-caecales: caecum, over hele lengte - caecum: 1 m, 40 liter, 4 taeniae, alleen dorsaal en mediaal tot apex, dorsaal en lateraal x resp. ileum en colon (plicae), ventraal en mediaal = taeniae libera, plicae semilunares scheiden haustrae, kop: hoog dorsaal rechts, corpus: naar mediaanlijn toe, apex: raak xyphoïd - colon crassum (= ascendens en transversus): 3-4 m, gemiddeld 80 liter * ventraal colon: 4 taeniae: dorsaal: t. mesocolicum laterale (ventr. x dors. colon), t. mesocolicum mediale; ventraal: t. libera laterale en mediale * linker dorsaal colon: 1 taenia (ventraal), halfweg 2 dorsale vrije bij * rechter dorsaal colon: 3 taeniae: 1 ventraal (verder op colon transversum), 2 dorsale vrije * colon transversum: 1 (ventraal) - colon tenue (= descendens): 2 taeniae: dorsaal en ventraal (vrij), 2-4 m, terug in mediaanlijn, extra mesenterium = mesocolon descendens, thv. L5 rond a. mesenterica caudalis - rectum: 30 cm, ampulla recti = uitzakking ventrale wand lever: 3/5 rechts, lengte-as bijna verticaal (links ventraal rechts doorsaal) pancreas: corpus rechts in S-bocht duodenum, linker kwab tussen a. coeliaca en a. mesenterica cran. naar links, rechter kwab langs pars descendens duodenum naar rechter nier milt: zeisvormig, links cranio-dorsaal binnen ribbenboog, milt-linker nier-band = lig. lieno-renale = vaak oorzaak afsnoering dundarm MDT rund en kleine herkauwers maag: proventriculus en ventriculus - rumen: liter, 2 horizontale groeven (d/s) = sulcus longitudinalis dorsale penszak met saccus cran. en ventrale penszak, dwarsgroeven = sulcus coronarius dors. en ventr. verbinden horizontale groeven en isoleren blindzak achteraan beide penszakken = saccus caecus caudo-dorsalis en ventralis, penspijlers = pilae rumines; voorste 2/3 via BW aan psoasspieren, via omentum minus aan lever - reticulum: 7-18 liter, sulcus rumino-reticularis plica rumino-reticularis ostium ruminoreticulare; fixatie aan slokdarm, pens, boekmaag; aesculatie best rechts achter elleboog slokdarmsleuf = sulcus reticuli, labium d/s - omasum: 7-8 liter, ostium reticulo-omasicum met sulcus omasi (= boekmaagsleuf), = soort van zeef = fundamenteel in verteringsstrategie Ru, ostium omaso-abomasicum; aesculatie rechts thv. 9 e ribkb - abomasum: liter, plicae spirales abomasi, zwakke pylorus-sfincter torus pyloricus; bijna niet gefixeerd (craniaal: boekmaag, caudaal: duodenum) verplaatsingen innervatie: parasympatisch: n. vagus - dorsale tak, was rechter tak, origineel op c. major - ventrale tak, was linker tak, origineel op curvatura minor draaiing maag niet volledig gevolgd: dors.: viscerale deel maag, reticulo-rumen (= dorsale uitgroei), ventr.: parietale deel, omasum (= ventrale uitgroei primitieve darm)
7 Orgaananatomie 7/18 sympatisch: intramurale ganglia voor modulatie neuro-transmissie (vnl. Auerbach plexus) intramurale BV darmen: m, verdrongen in bursa supra-omentalis (rechts) - caecum: geen taeniae - colon ascendens: gyri centripetales: Bo: 1,5-2, Ov: 3, Cap: 4 lever: insnoeringen minder duidelijk, indeling rechter en linker lobus in mediaal en lateraal deel niet te zien, verticaal tegen diafragma pancreas: Bo: alleen ductus pancreaticus accessorius (Santorini) KRu: alleen ductus pancreaticus (Wirsung) MDT varken maag: diverticulum ventriculi op fundus wijst naar rechts caudaal en middel annulaire groeve geïsoleerd van fundus, 1-6 liter, sterke pylorussfincter én torus pyloricus, alle delen slechts 1/3; ligging afh. v. vullingstoestand dundarm: m - duodenum: ca. 1 m - jejunum: m, vnl. rechts (draaiing > 270 ) - ileum: ca. 1 m dikdarm: 3-6 m - caecum: ca. 2 liter, vnl. links, 3 taeniae (alleen ventrale vast aan plica ileo-caecalis) - colon ascendens: 3,5 wijde centripetale windingen, 2 taeniae, op centrifugale windingen geen taeniae lever: veel interlobair BW, diepe incisurae MDT hond korte passagetijd: Can max. 2 dagen, Fe 1 dag maag: ligging afh. v. vullingstoestand, U-vormig dundarm: 2-5 m dikdarm - caecum: ca. 6 cm, kurkentrekker - colon: Can 70 cm, Fe 35 cm - rectum: in zona intermedia overgang anale kanaal aars klieren = glandulae circumanales, op linea ano-cutanea (mucosa anus huid) anaalzakje = sinus paranalis zijdelings van aars, in wand hiervan talgklier = glandula sinus paranalis lever: zeer diepe insnijdingen, alle lobben aanwezig MDT vogels mondholte: choanenspleet, hierachter infundibulairspleet slokdarm: pars cervicalis onderste deel rechts, sommige Av saccus esophagealis, krop = ingluvies maag: kliermaag = pars glandularis, achterste deel = isthmus = overgangsgebied beide magen, spiermaag = pars muscularis, mm. crassi (sterk) en mm. tenues (zwakker) dundarm: halfweg jejunum diverticulum vitellinum = restant dooierzak, eerst nog ingedroogde dooier later lymfoïd orgaan
8 Orgaananatomie 8/18 dikdarm: 2 caeca, cloaca: 1) coprodeum: opstapeling mest 2) urodeum: kleinste, ureters dorsaal op papil, lateraal %: ductus deferens op conische papil/ &: linker eileider lateraal van linker ureter; in zijwand corpus vasculare paracloacale = BVkluwen lymfe voor erectie 3) proctodeum: zeer kort, dorsaal opening bursa Fabricii, beiderzijds bursa cloacalis accessorius caudo-lateraal van vorige (alleen kip), in dak glandula proctodealis dorsalis anus: labium dorsalis en ventralis (draagt phallus) lever : lobus sinister klein lobus dexter hartvormig hoender- en eendachtigen: grote galblaas, duif- en parkietachtigen: geen galblaas Hoofdstuk II Apparatus respiratorius I Embryologie respiratoire goot = medio-ventrale uitstulping caudale deel (= achter 4 e entoblastische uitstulping) faryngeale darm tussen goot en primordium slokdarm: beiderzijds overlangse groeve inwendig een kam versmelten respiratoire blindzak proximaal deel: larynx (spierinnervatie door N X) en trachea; voorste stuk open = primaire glottis; distale deel: rechter en linker primordium long secundaire en tertiaire vertakkingen bronchi en bronchioli entoblastische oorsprong epitheel (kubisch trilharen), klieren omgevende mesoblast: BW, gladde spieren, KB, uitwendige bekleding longoppervlak II Anatomie bij zoogdieren A. Neus neusseptum = KB neusgaten: lateraal en mediaal neusvleugen ( neustrompet bij Eq), beiderzijds dorso-lateraal en ventro-lateraal neuskb (ondersteunt laterale neusvleugel); Su: + snuitbeen; Bo: dorsale deel van dorso-laterale neuskb afgescheiden, + ankervormig KB lateraal en mediaal (ondersteunen resp. ventro-laterale neusgat en vleugelplooi ventrale neusschelp); Eq: + X-vormig vleugelkb, dorsale plaat mediale neusvleugel te voelen, + lange hoorn ventraal in laterale neusvleugel neusspiegel: verdeeld in kleine velden, bij Su en Bo hiertussen uitmonden klieren, Su: snuitschijf, Bo: stuk bovenlip bij betrokken B. Neusholte choanae = inwendige neusgat conchae = neusschelpen, 3 (dorsaal (langste), mediaal, ventraal), hebben benige basis = ossa turbinata (vertrekken als basaallamel op schedelbeen, leveren spiraal-lamellen, als uiteinden versmelten vorming sinus (conchae)), verdelen in 3 neusgangen (dorsaal: tussen neusdak en dorsale neusschelp; middelste: tussen dorsale en ventrale neusschelp, hierin meeste sinussen uitmonden; ventraal: tussen ventrale neusschelp en neusbodem; komen mediaal samen in gemeenschappelijke neusgang (tussen mediale neusseptum en neusschelpen)) Bo: dorsaal: lang en driehoekig, achteraan sinus conchae dorsalis; ventraal: groter dan dorsaal; midden: vormt sinus conchae mediae Eq: dorsaal: naar ventraal opgerold, rostraal deel, caudaal deel (sterk opgerold van neusholte afgesloten sinus conchae dorsalis, in wijde verbinding met sinus frontalis sinus concho-frontalis); ventraal: naar dorsaal opgerold, rostraal deel, caudaal deel sinus conchae ventralis, via canalis infraorbitalis verbinding met sinus maxillaris rostralis; middelste: klein, alleen achteraan neus, opgerold sinus conchae mediae, in verbinding met sinus maxillaris caudalis C. Paranasale sinussen uitgroeiingen nasale epitiheel in mesoblast en nasale conchae, verbonden met neusholte: collectief (sinussen in serie, bijv. Eq), individuele verbinding (parallel, meestal achteraan, bijv. Su)
9 Orgaananatomie 9/18 * sinus maxillaris: Car: alleen recessus maxillaris; Eq: door beenschot opgedeeld in rostraal en caudaal deel * sinus frontalis: omvat dorsaal deel schedel tussen neusholte hersenholte orbita pariëtaal, occipitaal en temporaal been bij Su en Bo, levert benige spil hoornen Ru, links en rechts door septum gescheiden, monden apart uit in neusholte (uitgez. Eq: verbinding caudale maxillaire sinus); Fe: sinus niet ingedeeld; Can: 3 afdelingen = lateraal, mediaal, rostraal; Su: verdeling wisselvallig; Ru: dwars septum rostraal: lateraal, intermedius, mediaal; caudaal: rostro-mediaal, caudo-lateraal (levert hoornpit); Eq: dwarse lamellen: rostrale, mediale, caudale recessus * sinus lacrimalis: alleen duidelijk bij Bo en Su, in verbinding met sinus maxillaris * sinus palatinus: niet bij Car en Su; Ru: in harde gehemelte en processus palatinus van de maxilla, verbinding met sinus maxillaris * sinus sphenoïdalis: in pre- en basisphenoïd, klein en onregelmatig, bij Bo 50% van de gevallen afwezig D. Larynx epiglottis, cricoïd, arytenoïd, thyroïd (Bo: groot corpus, ventraal prominentia laryngea; Eq: grote caudale insnijding, klein corpus); larynxholte: vestibulum laryngis, cavum laryngis intermedium, cavum infraglotticum; gewrichten: hyoïd x thyroïd, thyroïd x cricoïd, cricoïd x arytenoïd banden: epiglottis thyroïdcorpus, epiglottis basihyoïd, thyroïd thyro-hyoïd en basihyoïd = membrana thyro-hyoidea, thyroïd cricoïd = ligamentum crico-thyroïdeum, cricoïd arytenoïd, tussen arytenoïd KBen, cricoïd 1 e tracheaal ring, voorrand arytenoïd epiglottis (Eq) = lig. vestibulare, processus vocalis arytenoïd medio-caudale rand thyroïdcorpus = lig. vocale, Ca en Eq: tussen ligg. vestibulare en vocale zakje van Morgagni = ventriculus laryngis lateralis spieren: m. crico-thyroideus (inn.: n. laryngeus cran.) KB m. crico-arytenoideus dorsalis onder- m. crico-arytenoideus lateralis ling m. arytenoideus transversalis m. thyro-arytenoideus Ca en Eq: m. ventricularis m. vocalis m. thyro-hyoideus m. hyo-epiglotticus n. laryngeus cran. m. sterno-thyroideus n. laryngeus caud. (recurrens) E. Trachea lig. annularia tracheae: verbinding KBringen m. trachealis: gladde spier, verbindt uiteinden ringen spatium retromucosum: tussen spier uiteinde ring, hierin lymfoïed weefsel Ca: doorsnede ovaal, geen spatium retromucosum Bo: doorsnede driehoekig, scherpe dorsale kam groot driehoekig spatium retromucosum (tuberculose) KRu: doorsnede U-vormig Eq: doorsnede ovaal, rechter uiteinde ring overlapt linker - pars cervicalis: ventraal van oesofagus en hypaxiale halsspieren, dorsolateraal a. carotis comm. d/s en truncus vago-sympathicus en n. laryngeus dors.; op einde hals rechts van oesofagus - pars thoracica: tussen beide pleuraplaten, dorsaal van v. cava caud., rechts van arcus aortae, bifurcatie boven hartbasis = thv. 5 e ICR (hoek tussen hoofdbronchen = carina, bij Av hierboven syrinx) (bij Su en Ru boven bifurcatie een tracheale bronchus) hoofdbronchus lobaire bronchen segmentaire bronchen interlobulaire bronchen intralobulaire bronchen terminale bronchiole respiratoire bronchiole alveolaire gangen alveolaire zakjes F. Longen facies diafragmatica: concaaf facies costalis: convex apex pulmonis: thv. 1 e rib facies medialis: impressio cardiaca, aortica, oesofagea, sulcus (impressio) venae cavae caudales, diepe incisura cardiaca
10 Orgaananatomie 10/18 rechter long lobus cranialis linker long lobus cranialis craniaal deel --- incisura cardiaca --- caudaal deel --- fissura interlobularis caudalis fissura interlobularis caudalis --- lobus medius (uitg. Eq) lobus accessorius lobus caudalis lobus caudalis Eq: rechts: l. cran. links: l. cran --- fissura interlobularis caudalis --- l. caud. l. caud l. acc. Ru: rechts: br. trachealis links: l. cran. l. cran p. cran. p. cran. --- incisura cardiaca --- p. caud. p. caud. --- fissura interlobularis cranialis --- l. medius --- fissura interlobularis caudalis --- l. caud. l. caud. l. acc. Ca: rechts: l. cran. links: l. cran. p. cran. p. cran. --- incisura cardiaca --- p. caud. p. caud. --- fissura interlobularis cranialis --- l. medius --- fissura interlobularis caudalis --- l. caud. l. caud. lymfevaten: 2 plexussen: oppervlakkige door pleura diepe volgt bronchen lymfeknopen thv.: bifurcatie: lnn. tracheo-bronchialis d/s/medii tracheale bronchus: lnn. tracheo-bronchialis cran. lymfocentrum pulmonale, lnn. mediastinales, d. thoracicus n. vagus en sympatische vezels: bronchiale kliertjes en spiertjes; sympaticus: ggl. cervicale medium en stellatum parasympaticus: x sympaticus plexus cardiacus plexus pulmonalis III Anatomie bij vogels neusgat: os premaxillare en os nasale trachea: ringen volledig gesloten syrinx: KBenige wand: - tympanum: 3 of 4 verwijde tracheale KBringen, direct aaneensluiten stevige KBcilinder - intermediaire KBringen: 4 smalle afgeplatte KBringen ruist voor bifurcatie syrinx - pessulus: mediaan pyramidaal thv. bifurcatie, dorsoventraal gericht - caudaal deel: parig, 3 wijde C-vormige bronchale KBringen productie geluid: - membrana tympaniformis medialis: pessulus mediale wande primaire bronchus - membrana tympaniformis lateralis: laatste intermediaire KBring 1 e bronchale KBring syrinx - %: bulla syringealis bulla tympanica (resonantieapparaat?) secundaire bronchi: 4 medio-ventraal, 8 medio-dorsaal, 8-tal latero-ventraal, latero-dorsaal
11 Orgaananatomie 11/18 parabronchen (500-tal) cran. deel long = paleopulmo, 2/3 caud. deel = neopulmo, 1/3 kip: 8 luchtzakken: saccus cervicalis, s. clavicularis, s. thoracicus cran. (2), s. thoracicus caud. (2), s. abdominalis (2) Hoofdstuk III Systema cardiovasculare et lymphovasculare II Evolutie hart A. Voorouders hart rechte buis met 4 afdelingen = sinus venosus (caudaal), atrium, ventrikel, conus arteriosus (bulbus cordis) (craniaal) B. Vissen uitbouw ventrikel buigen hartbuis sinus venosus en atrium dorsaal van ventrikel C. Tetrapoda toename hartkromming ventrikelgebied meer caudaal en veneuze pool meer craniaal veneuze en arteriële pool dichtbij elkaar dorsaal van ventrikel, sinus venosus en conus arteriosus verdwijnen, geleidelijk inschakelen pulmonaire circulatie hart 2 helften D. Amfibieën 4 primitieve hartdelen, sinus venosus x rechter atrium, venae pulmonales x linker atrium, in conus arteriosus spiraalvormige kam E. Reptielen atria volledig gescheiden, onvolledig interventriculair septum, conus arteriosus 3 kanalen: 2 aorta s, 1 a. pulmonalis F. Aves en mammalia 2 gescheiden bloedsomlopen, sinus venosus opgenomen in wand rechter atrium, conus arteriosus 2 kanalen: 1 aorta, 1 a. pulmonalis III Evolutie bloedsomloop A. Arterieel vissen: hart aorta ventralis 4-5 afferente kieuwboogslagaders capillairnet kieuwen efferente kieuwboogslagaders aorta dorsalis (bilateraal) aortabogen aa. carotides (kop), systeembogen (romp), aa. pulmonales (longen) vertebraten: aorta dorsalis viscerale takken onpare medioventraal (naar derivaten visceraal blad hypomere = SVS en AHS, a. broncho-oesofagea, a. coeliaca, a. mesenterica cran., a. mesenterica caud.) pare laterale (naar derivaten mesomere en gonaden) pare somatische takken (derivaten epimere = rompspieren, spieren ledematen, skelet, dermis, neurale buis) B. Veneus als arteriën vissen: via vv. cardinales, tetrapoden: via vv. cavae IV Ontogenese bloedsomloop B. Ontwikkelingsfasen 1) vitelliene fase: vitelliene circulatie dominant 2) placentaire fase: vitelliene circulatie verdwijnt volledig (alleen a. mesenterica cran. over), placentaire circulatie neemt over, uitbouw circulatie hersenen, lever, metanefroï 3) neonatale fase: placentaire circulatie valt weg
12 Orgaananatomie 12/18 C. Primitieve bloedsomloop bloed en cardiovasculair systeem = mesoblastische oorsprong, intra- en extra-embryonaal; prim. viscerale bloedsomloop in mesoblast splanchnopleura, prim. somatische bloedsomloop in mesoblast lichaamswand * viscerale bloedsomloop: centrale hartbuis, 2 ventrale aorta s, 2x6 aortabogen, 2x ( 1) aorta dorsalis, aa. en vv. vitellienae IEC (intra-embryonaal coeloom) 1 pleuro-pericardiale holte hartbuis (endocard) omringd door splanchnopleuraal mesoblast myo- en epicard dorsaal en ventraal mesocardium (benen pleuro-pericardiale holte) verdwijnen caud. hartbuis vv. vitellinae (x capillairen navelblaasje) cran. ventr. aorta s rond cran. uiteinde prim. voordarm naar dors aortabogen I (x aorta dorsalis) tak naar aanleg oog en hersenen (= aanleg apicaal uiteinde carotis interna) dorsale aorta s meerdere medio-ventrale takken naar primitieve darm, versmelten in rompstreek (niet in farynxstreek) aorta dors. reductie # medio-ventrale takken en worden onpaar (rechts over) (ondertussen vorming aortabogen II VI) * somatische bloedsomloop: arterieel: parige takken aorta dors. lichaamswand veneus: cardinalissysteem = v. cardinalis cran. x caud. = communis = ductus van Cuvier * eerste bloedeilandjes (EE) = eilandjes van Wolff en Pander = clusters mesenchymale cellen in chorion, hechtsteel, splanchnopleura om dooierzak aa. vitellienae a. omphalomesenterica vv. vitellienae vv. omphalomesenterica D. Volwassen bloedsomloop Figuur 44 boog 1 = mandibulair boog, verdwijnt, maar draagt bij tot vorming a. maxillaris boog 2 = hyoïd boog, verdwijnt behalve dorsale deel a. stapedia boog 3: oorsprong a. carotis interna (rest door cran. deel primaire aorta dors.), geeft a. carotis externa x a. stapedia en neemt gebied over boog 4: linker aorta, rechter stam a. subclavia dexter boog 5: verdwijnt boog 6: a. pulmonalis, rechts verdwijnen segment tussen a. en aorta dors. ( geen ductus arteriosus van Botalli), links wel ( ligamentum arteriosus van Botalli) a. subclavia sinister uit C6, verschuift naar craniaal bloedvaten prim. lichaam = capillairen, vormen grotere BV door: onderlinge versmelting, haemodynamische factoren, invloed orgaan zelf 4 paar veneuze kanalen in sinus venosus: 3 viscerale, 1 somatische: 1) vv. vitellinae (omphalomes): dooierzak, SVS en derivaten v. porta hepatica-stelsel: darm lever vv. hepaticae: lever hart extra-embryonaal 2) vv. umbilicales: placenta SVS 3) vv. pulmonales: longen hart vv. cardinales: lichaamswand en extremiteiten hart intra-embryonaal alle systemen venen initieel bilateraal (muv. vv. pulmonales) links regresseert (voor v. umbilicalis rechts!) Figuur 50 vv. vitellinae: v. porta hepatica, leversinusoïden, als vv. hepaticae het craniale deel v. cava caud. cran. deel = vv. revehentes, tussen septum transversum en sinus venosus prim. vv. hepaticae rechts: v. revehens communis = posthepatisch segment v. cava caud. middendeel: leversinusoïden cuad. deel = vv. advehentes, deel tussen lever navel verdwijnt behalve rechter deel net achter leveraanleg v. porta en v. mesenterica cran., uit anastomosen tussen links en rechts v. splenica en v. mesenterica caud. vv.umbilicales intraseptale delen leversinusoïden in contact met vv. vitellinae, cran. deel regresseert alle bloed door lever shunt = ductus venosus (Arantii) (niet bij Eq en Su) niet door sinusoïden en direct van placenta naar hart lig. venosum Arantii en lig. teres hepatis
13 Orgaananatomie 13/18 Figuur 53 vv. cardinales: cran./caud. d/s communis d/s elk in overeenstemmende sinushoorn eindigen, anastomosen: links onderontwikkeld en rechts verder uitgebouwd, additionele venen zullen v. cardinalis caud. gaan vervangen: vv. subcardinales: nieren/gonaden vv. sacrocardinales: achterste extremiteiten vv. supracardinales: lichaamswand (vv. intercostales) cran: alle vertebraten uitgez. Mammalia: v. jugularis interna + aftakkingen Mammalia: veneuze sinussen v. jugularis interna v. cava cran. (samen met v. subclavia), verbinding v. cardinalis cran. sinister linker sinushoorn verdwijnt, dwarsverbinding v. cardinalis cran. d en s v. branchiocephalica sinister alle bloed van links rechts = oorsprong v. cava cran., communis links v. obliqua van Marshall (lat.) en lateraal deel sinus coronarius (med.) vv. coronariae caud: additionele venen allemaal mediaal hiervan * vv. subcardinales: med. van mesonefroï, uit beginstuk v. cardinalis caud., capillair netwerk tussen mesonefroï 2 hoofdstammen, anastomosen met 1) vv. cardinalis caud., dwars door interstitiëel weefsel mesonefros, netwerk rond tubuli 2) elkaar v. renalis sinistra verdwijnen v. subcardinalis sinister behalve caud. deel v. gonadalis s. alle bloed links rechts v. subcardinalis d. vergroten v. renalis dexter, v. gonadalis d. verliest contact met v. cardinalis caud. d. anastomose met v. hepatica dextra prox. deel v. cava caud. (tussen lever nier = p. hepatica), verlengt ten koste van v. subcardinalis d. * vv. sacrocardinales: voor achterste lidmaat, onderling anastomose links verdwijnt, v. iliaca communis dexter.; v. sacrocardinalis d. meest caudale deel v. cava caud. (= p. sacrocardinalis) * vv. supracardinales: = laterale sympathische aders, lichaamswand vv. intercostales nemen taak vv. cardinales caud. over oblitereert 5 muv. caudale stuk verliest verbinding hart, nieuwe anastomose met v. supracardinalis v. ileaca comm. (uit v. ileaca externa en interna) en sacraal deel v. cava caud. grootste deel vv. cardinales caud. verdwijnen belang vv. supracardinales - abdominaal deel: caud. deel v. supracardinalis sinister oblitereert, rest versmelt met dexter postrenale deel v. cava caud. - thoracaal deel: mediane anastomose, rechts v. azygos, links v. hemiazygos (= mediale sympathische aders) V Lymfestelsel oorsprong: mesoderm ontwikkelt parallel met veneuze systeem: zakvormige uitgroeiingen wand grote grote venen door vasculogenesis en angiogenesis vanuit splanchnopleurale precursoren 6 lymfezakken: * saccus lymphaticus jugularis: parig, waarschijnlijk uit v. jugularis, van voorste extremiteiten basis schedel, verbonden met vv. thv. veneuze hoek (= v. card. cran. x v. subclavia) * s. l. iliacus: parig, lumbaalstreek thv. v. card. caud. x v. iliaca, 2 delen: 1) lumbaal deel, gepaard, wijd lumen 2) iliacaal deel, onpaar, netvormig, vele holten lymfevaten en lnn in lumbaal- en iliacaalstreek, met s. l. retroperitonealis darmlnn. * s. l. retroperitonealis: onpaar, uit venen dorsale lichaamswand, x lumbale lymfezak en cisterna chyli en darmlnn. * s. l. inguinalis: thv. lieskanaal, netwerk liesstreek en achterste extremiteiten, lnn liesstreek en achterste lidmaat * cysterna chyli: s. l. jugularis x s. l. inguinalis netwerk thv. nieraanleg = cysterna chyli * ductus thoracicus: oorspronkelijk 2, gedilateerd uiteinde = pars ampullaris, x linker s. l. jugularis, voorste deel onpaar links tussen slokdarm wervelkolom, achterste deel paar samen met rechter en linker v. azygos; rechter lid wordt hoofdstam, buigt naar links, x onpaar voorste deel; Ca: lnn retropharyngeale en mandibulaire en parotis, Su: lymfevaten naar trachea en longen lnn 5 vernietigd/vergroeit
14 Orgaananatomie 14/18 saccus lymphaticus lymfevaten, muv. cysterna chyli regresseren alle s. l. tijdens foetale leven lymfeknopen ontstaan: - in associatie met s. l.: met endotheel afgelijnde holten netwerk doorkruist met BWsepta en BV intensieve capillairvorming accumulatie lymfoblasten - in associatie met LV: bij gastrointestinale lnn en deze van ledematen; LV omsluiten mesenchym reticulair BW, lymfoblasten bevolken lnn in wording (ontstaan ter plekke uit mesenchym/vanuit milt en/of beenmerg), massa s secundair verdeeld bloedlnn: Ru (hemale lnn), geen afferente/efferente vaten, sinus met bloed doorstroomt, 1-2 cm, vorming antilichamen (?) cellulaire component = - lymfoïd weefsel: vaste cellen (reticulumcellen, fagocyterend, aanmaak lymfocyten (= lymphopoiesis)) en mobiele elementen (lymfocyten, plasmacellen, macrofagen) - lymfefollikels: kleine massa s lymfoïd weefsel, hoofdbestanddeel lymfoïde organen (lnn, milt, thymus, tonsillen, beenmerg), ook lokaal in supepitheliaal BW langs AHS, SVS, UGS: in groepjes (= folliculi lymphatici aggregatici) of solitair (folliculi lymphatici solitarii) - lymfeknopen (lnn): omkapselde organen, hoofdzakelijk lymfefollikels, filter, boonvormig grijs-geel tot grauwbruin, in serie of parallel, verbonden door netwerk LV, voornaamste op verloop BV; afferente vaten aan convexe zijde, efferente langs hilus (Su en olifant: andersom); regionale lnn: afvoer van specifiek orgaan (primaire lymfe) vasculaire component = - lymfevaten (LV): capillairen vaten stammen venen rechter hart; capillairen niet macroscopisch zichtbaar, 3D-netwerk, begint blind in BW; niet in grote klieren (lever, milt), tonsillen, lnn, beenmerg, ZS (wel meningen), hyalien KB, navelstren, epitheel huid, cornea, lens en corpus vitreum; kleppen (1 voor kleine, 2 voor grote); geleidende (1 e deel) en transporterende (2 e deel) vaten (met spiervezels) - lymfe: verspreid afweercellen, pathogene organismen, tumorcellen; helder kleurloos lichtgeel (darm: melkachtig door verhoogd vetgehalte); flow = passief: spiercontractie, darm-peristaltiek, pulsatie arteriën, AH bewegingen Ca: weinig lnn, boonvormig, plat, meestal solitair Bo: groot, boonvormig, plat, meestal solitair Su: groot, onregelmatig Eq: klein, groot #, sferisch, meestal grote groepen rechter atrium angulus venosus sinister angulus venosus dexter truncus jugularis (trachealis) sinister ductus thoracicus truncus jugularis (trachealis) dexter ductus thoracicus: lymfe achterste 1/3 lichaam cisterna chyli: ampullair verwijd truncus jugularis: voorste 1/3 lichaam cisterna chyli trunci lumbales, visceralis, celiacus, intestinalis, colicus, jejunalis lymfecentrum = groep lnn in bepaald gebied, constant en op dezelfde plaats bij alle DS (Ca en Ru: 1 of 2 grotere lnn, Eq en Su: groepjes kleinere lnn) VI Vogels A. hoog metabolisme hoge lichaamstemperatuur (40-42 C!)
15 Orgaananatomie 15/18 B. rechter ventrikel: geen papillair spieren; AVklep = spierplaat, vast aan buitenwand linker ventrikel: AVklep: 3 kleppen E. geen lnn (uitg. gans en eend: lnn in hals-, borst- en lendenstreek Hoofdstuk IV Apparatus uro-genitalis Nog niet beschikbaar. Heb jij hier een samenvatting van? Stuur het dan in naar [email protected]! Practicum tandformules hond 3I 1C 4P 2M totaal: 42 3I 1C 4P 3M scheurkiezen: P4 boven, M1 onder # wortels M: boven 3, onder 2 kat 3I 1C 3P 1M totaal: 30 3I 1C 2P 1M # wortels kiezen: P4 boven 3, rest 2 boven geen P1, onder geen P1, P2 paard 3I 1C 3P 3M totaal: 40, isodont 3I 1C 3P 3M merrie geen C 36 geen P1 herkauwers 0I 0C 3P 3M totaal: 32 4I 0C 3P 3M geen P1 varken 3I 1C 4P 3M totaal 44, isodont 3I 1C 4P 3M pens 1. slokdarm 2. netmaag 3. pensatrium 4. ventrale penszak 5. dorsale penszak 6. dorsale blindzak 7. ventrale blindzak 8. linker longitudinale pensgroeve 9. caudale dwarsgroeve 10. craniale dwarsgroeve 11. sulcus rumen-reticulorum 16. slokdarmsleuf 17. ostium reticulo-omasum 20. ostium rumen-reticulorum 12. rechter longitudinale dwarsgroeve 13. insula ruminis 14. boekmaag 15. lebmaag 18. sulcus omasi 19. lebmaagopening
16 Orgaananatomie 16/18 lever hond 1. lobus sinister lat. 2. lobus sinister med. 3. lobus quadratus 4. lobus dexter med. 5. lobus dexter lat. 6. galblaas 7. lobus caudatus 8. processus papillaris 9. processus caudatus 10. slokdarm 11. v. cava caud. 12. hilus (a. hepatica, v. porta, ductus hepaticus) 13. lig. falciforme 14. lig. triangulare sinistrum 15. lig. triangulare dextrum 16. lig. hepatorenale paard (figuur rechts) geen: galblaas, proc. papillaris rund 1. lobus sinister (1+2) 4. lobus dexter (4+5) 17. omentum minus varken geen: proc. papillaris
17 Orgaananatomie 17/18 maag hond 1. slokdarm 2. pars non-glandularis 3. pars cardiaca 4. pars fundica 5. pars pylorica 6. torus pyloricus 7. diverticulum ventriculi (kleine blindzak) 8. ostium omasum-abomasicum paard rund varken longen hond 1a. lobus cran. pars cran. 1b. lobus cran. pars. caud. 2. lobus caud. 3. lobus medius 4. lobus accessorius 5. incisura cardiaca 6. fissura interlobularis caud. 7. fissura interlobularis cran. 8. bronchus trachealis paard rund varken nier samengesteld enkelvoudig unipapillair multipapillair effen oneffen oppervlak embryo, beer, dolfijn Car, KRu, Eq Su, Ho Bo
18 Orgaananatomie 18/18 1. cortex 2. medulla 3. kelk (calix renalis) 4. nierpapil 5. columnae renales 6. pelvis renalis 7. crista renalis samengesteld enkelvoudig unipapillair multipapillair effen oneffen oppervlak mannelijk genitaal stelsel 1. testikel 2. caput epididymis 3. cauda epididymis 4. corpus epididymis 5. ductus deferens 6. lig. testis proprium 7. lig. genitoinguinale 8. m. cremaster 9. tunica vaginalis (l. parietalis) 10. fascia spermatica interna 11. fascia spermatica externa 12. tunica dartos 13. huid scrotum prostaat corpus pars disseminata ampulla zaadblaasje bulbo-urethrale klier hond x - x - - kat x x x - x paard x - x x x rund (x) x x x (x) KRu - x x (x) varken x x - x x vrouwelijk genitaal stelsel simplex bicornis bipartitus duplex vagina duplex primaten Su, Eq, Bo Car, cavia Cun buideldieren
HET ADEMHALINGSSTELSEL
HET ADEMHALINGSSTELSEL INLEIDING Gasgeleidingsstelsel Gasuitwisselingsstelsel Tractus respiratorius Fibrose Tracheostomie Mucoviscidose Immobiele cilla syndroom I. ALGEMENE BOUW A. Epitheel Respiratoir
Practicum Anatomie: Klinische anatomie van de proximale tractus digestivus
pagina 1 van 7 Practicum Anatomie: Klinische anatomie van de proximale tractus digestivus Practicumleider Drs. M.W. van Emden Afdeling: Anatomie en Neurowetenschappen Email: [email protected] Leerdoelen
THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p)
THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p) Antwoordopties: A. ductus artericsus 8. ductus mesonephricus C. ductus paramesonephricus D. ductus venosus E. foramen ovale F. lig. arteriesurn G. lig. gastrolienale H. lig.
THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p)
THEMA 1: EMBRYOLOGIE (13p) A. appendix B. bronchiën C. colon ascendens D. colon descendens E. colon transversurn F. diafragma G. ductus artericsus H. ductus pancreaticus I. ductus venasus J. gonaden K.
Inhoud. Spiertrainer 3 Hals. 0 basis van de binnenzijde van de onderkaak etagegewijs bij de linea mylohyoidea
Suprahyoïdale spieren 1 3.A Halsspieren die tot het hoofd behoren mm. colli mm. suprahyoidei. Oorsprong op de schedel, aanzicht rechts-lateraal. M. digastricus 0 venter posterior incisura mastoidea M.
Embryonale ontwikkeling van het kuiken, Gallus sp.
Embryonale ontwikkeling van het kuiken, Gallus sp. Studie van kiembladontwikkeling en organogenese (deel 3) Seriële, dwarse doorsnedes (72 uur) Bordschema Hersens Prosencephalon Telencephalon Diencephalon
Geslachtsdeterminatie en differentiatie
Geslachtsdeterminatie en differentiatie 1. Ontwikkeling Urogenitale stelsel (~ 1,5 uur) 2. Geslachtsdeterminatie (~ 1,5 uur) 3. Geslachtsdifferentiatie (zelfstudie & werkcollege) Elements of renal function
Inhoud. Halsspieren 1. 3 Hals. 3.1 Oppervlakkige hals- en gezichtsspieren, aanzicht rechts-lateraal. [12] M. orbicularis oculi (pars orbitalis)
Halsspieren 1 3.1 Oppervlakkige hals- en gezichtsspieren, aanzicht rechts-lateraal. [12] Venter frontalis van de m. occipitofrontalis Galea aponeurotica Fascia parotideomasseterica Venter occipitalis van
De mimische spieren hebben hun oorsprong maar deels bij duidelijk omschreven botgebieden. Ze eindigen allemaal in de huid.
Hoofd Hals Romp Arm Been Hersenzenuwen Tabel 1 1 Aangezichtsspieren ( afb. 8.63 8.65, 11.2, 11.13) De mimische spieren hebben hun oorsprong maar deels bij duidelijk omschreven botgebieden. Ze eindigen
Topografische anatomie. Paard
Topografische anatomie Paard exterieur Exterieur legenda 1 atlas 2 proc transversus halswervels 3 boeg 4 olecranon 5 ribboog 6 tuber coxae 7 trochanter major 8 tuber ischiadicum 9 knie Exterieur 2 Exterieur
UMC (ti St Radbo d 'ft,,\\
UMC (ti St Radbo d 'ft,,\\ Bloktoets Datum Aanvangstijd 58101 Hoofdlijnen Functionele Anatomie 26 oktober 2012 10.00 uur Deze tentamenset kunt u na afloop meenemen. ALGEMENE AANWIJZINGEN EN INSTRUCTIE:
frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak
j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal
Anatomie van de heup. j 1.1
j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal
SEO. Beelden op te slaan voor SEO protocol 2.0
SEO Beelden op te slaan voor SEO protocol 2.0 beeldkwaliteit het logboek bestaat grotendeels uit optimale beelden, het is niet de verwachting dat deze kwaliteit van de beelden bij iedere zwangere te bereiken
second year exam for surgery
BAST belgian association of surgical trainees second year exam for surgery Na een exerese van een submandibulaire speekselklier vertoont een patiënt een parese van de onderlip, tengevolge van een sectie
THEMA 1: EMBRYOLOGIE. Antwoordopties:
l THEMA 1: EMBRYOLOGIE Gegeven is een tekening van transversale doorsneden van de bovenbuik die vier stadia in de ontwikkeling weergeeft. In de figuur zijn de structuren aangegeven met letters, en deze
Richtlijn Vroegtijdige opsporing van aangeboren hartafwijkingen (2005; update verwacht begin 2017)
Richtlijn Vroegtijdige opsporing van aangeboren hartafwijkingen (2005; update verwacht 1. Werking van het hart Fysiologie van het hart Afbeelding 1: de normale volwassen bloedsomloop. Bronvermelding: Uitgeverij
Inhoud. Spiertrainer 4 Romp
Borst-(tussenrib)spieren 1 4.A Eigenlijke borstspieren (gewrichtsspieren van de ribben) aan de binnenzijde van het thoraxskelet, achteraanzicht; oorsprong (linker lichaamshelft), aanhechting (rechter lichaamshelft).
Richtlijn classificatie halsklierdissecties
VI Richtlijn classificatie halsklierdissecties naar Inleiding 532 1. Uitgangspunten 532 2. Omschrijving groepen lymfklieren 532 3. Classificatie halsklierdissecties 534 3.1 Radicale halsklierdissectie
PRACTICUM: ANATOMIE EN FUNCTIE VAN HET HART
PRACTICUM: ANATOMIE EN FUNCTIE VAN HET HART INLEIDING De bouw en de functie van het hart zal worden bestudeerd door het ontleden van een schapen of varkenshart. Deze harten zijn vergelijkbaar met dat van
EMBRYOGENESE VAN HET GASTRO-INTESTINAAL STELSEL VAN DE HOND
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar 2012-2013 EMBRYOGENESE VAN HET GASTRO-INTESTINAAL STELSEL VAN DE HOND door C.G. Sanne HANNEN Promotoren: Drs. Marjan Doom Prof. dr. Pieter Cornillie
Orgaananatomie 1/11 Begrippenlijst
Orgaananatomie 1/11 accessoire geslachtsklier zaadblaasjes, prostaat en bulbo-urethraalklieren, uit entoderm, vormen zaadvocht allantoamnion vergroeiing amnion en allantoïs allantochorion parietaal blad
Anatomie van de nervus trigeminus
19 Anatomie van de nervus trigeminus G.E.J. Langenbach.1 Inleiding 0. Centrale deel van de nervus trigeminus 0..1 Oorsprong 0.. Trigeminuskernen.3 Perifere deel van de nervus trigeminus 4.3.1 Nervus ophthalmicus
Take-home toets. Thema 4.3.1: Anatomie en fysiologie van het hart en de circulatie
Take-home toets Thema 4.3.1: Anatomie en fysiologie van het hart en de circulatie 1. I Arterien vervoeren altijd zuurstofrijk bloed II Arterien vervoeren het bloed naar het hart 2. Waar vindt de kleine
https://www.visiblebody.com/anatomy-and-physiology-apps/human-anatomy-atlas
Amstelveen, 29 april 2017 Beste collega s In juni gaan we met het schoudernetwerk weer naar de snijzaal. Om deze sessie goed voor te bereiden een kleine opfrissing van de anatomie middels deze mailronde.
Inhoud. 2 Hoofd. Afb Uit: Bernhard N. Tillmann - Springer Anatomische Atlas Springer Uitgeverij Lamina cribrosa. Lamina perpendicularis
Neusskelet septum nasi en neusvleugel 2.82 Kaakbenig en benig skelet van het septum nasi en het kraakbeen van de neusvleugel, aanzicht links-lateraal. [12] Sinus frontalis Lamina cribrosa Lamina perpendicularis
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren
Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie
A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten
Hoofdstuk 1 Meerkeuzevraag 1.1 Meerkeuzevraag 1.2 Meerkeuzevraag 1.3 Meerkeuzevraag 1.4 Meerkeuzevraag 1.5 Meerkeuzevraag 1.6 Meerkeuzevraag 1.7 Waar ligt de lever in de buikholte? A. Boven rechts B. Boven
Theorie-examen fysiologie 2 mei 2008
Theorie-examen fysiologie 2 mei 2008 1. Wat kan gesteld worden van een orgaanstelsel? A. Dit zijn alle organen tezamen in het lichaam. B. Dit is een groep organen die samen een bepaalde functie vervullen.
Vaten: enkele vragen
Hart: enkele vragen 1. Wat is een veelgebruikt synoniem voor hart? 2. Waarom is het pericard een voorbeeld van een serosa/sereuze zak? 3. Welk voordeel biedt een serosa voor een orgaan zoals het hart?
International College for Research on Equine Osteopathy DE LONGEN IN DE PAARDENOSTEOPATHIE
International College for Research on Equine Osteopathy DE LONGEN IN DE PAARDENOSTEOPATHIE Thesis aangeboden door: Mariska Versteeg Voor het behalen van het Diploma Osteopathie bij dieren Promotor: Margritta
Inhoud. Mond lippen 1. 2 Hoofd Gebied van neus en mond, vooraanzicht. Afb. 2.58
Mond lippen 1 2.58 Gebied van neus en mond, vooraanzicht. 2.58 Gebied van neus en mond, vooraanzicht. Apex nasi Dorsum nasi Naris Bucca Labium superius Angulus oris Labium inferius Ala nasi Sulcus nasolabialis
Hart anatomie en fysiologie
Hart anatomie en fysiologie Anatomie van het hart Het hart is omgeven door een effen vlies, het hartzakje of pericard(3). Het hart ligt in de borstholte, tussen de longen (1), bijna in het midden met de
Inhoudsopgave. Rug. Borstkas. Inhoudsopgave. 1 Botten, banden en gewrichten. 5 Borstkaswand. 6 Borstholte. 2 Spieren.
Rug Borstkas 1 Botten, banden en gewrichten Wervelkolom: overzicht............................... 2 Wervelkolom: elementen.............................. 4 Halswervels.........................................
HANDLEIDING PRACTICUM CRANIALE ZENUWEN 1 (Nn. I, II, III, IV, V, VI & autonoom zenuwstelsel)
HANDLEIDING PRACTICUM CRANIALE ZENUWEN 1 (Nn. I, II, III, IV, V, VI & autonoom zenuwstelsel) 2 e bachelor geneeskunde Startstation: Prof. Dr. K. D Herde Jana Decuypere, Aline Van Oevelen, Klara Verstappen,
THYMUS. = primair lymfoïd orgaan: bron T-lymfocyten Proliferatie/differentiatie BM-stamcellen = promonocyten
THYMUS = primair lymfoïd orgaan: bron T-lymfocyten Proliferatie/differentiatie BM-stamcellen = promonocyten 2 lobi lobuli BW-septa Cortex: thymocyten in epitheliaal reticulum (6:1) = netwerk stervormige
Anatomie. Het gezonde parodontium. Vrije gingiva. gingiva. Aangehechte gingiva
Anatomie Het gezonde parodontium Het parodontium heeft als taak het gebit te bevestigen in de kaken en te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Het bestaat uit bekledend en ondersteunend weefsel met
Tabel nieuwe indeling zwaarte categorieen Histologie versie 33 (november 2016)
afnametechniek H Categorie extra definitie adenoid biopt 3 adenoid resectie 2 adnex ovarium biopt 3 adnex debulking 6 beide adnexen samen als 1 declaratie inclusief uterus en peritoneum adnex ovarium resectie
Anatomie 1 e Ba GEN p. 1 / 39. Schedel en Hoofd. Universiteit Antwerpen UA Opleiding Geneeskunde. prof. dr. LTH M. BRAEM.
Anatomie 1 e Ba GEN p. 1 / 39 Schedel en Hoofd Universiteit Antwerpen UA Opleiding Geneeskunde prof. dr. LTH M. BRAEM Versie 2010 Anatomie 1 e Ba GEN p. 2 / 39 1. Inleiding De voorliggende nota s zijn
Instructies voor aanlevering logboek Kwaliteitsbeoordeling SEO
Instructies voor aanlevering logboek Kwaliteitsbeoordeling SEO Kwaliteitsbeoordeling SEO Het Centraal Orgaan prenatale screening heeft in 2014 vastgesteld dat SEO-beeldbeoordeling een onderdeel is van
Instructies voor aanlevering logboek Kwaliteitsbeoordeling SEO
Instructies voor aanlevering logboek Kwaliteitsbeoordeling SEO Kwaliteitsbeoordeling SEO Het Centraal Orgaan prenatale screening heeft op 13 maart 2014 vastgesteld, dat SEObeeldbeoordeling een onderdeel
Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder 41 4.1 Anteflexie 42 4.2 Retroflexie 42 4.3 Abductie 44 4.4 Adductie 46
Inhoud Inleiding 1 1 Anatomie van de heup 3 1.1 Anteflexie 4 1.2 Retroflexie 6 1.3 Abductie 7 1.4 Adductie 8 1.5 Exorotatie 9 1.6 Endorotatie 12 1.7 Ligamenten van de heup 12 1.8 Schema 14 2 Anatomie van
2 De romp. Zichtbare en palpabele oriëntatiepunten van de romp
6 Merck Manual 2 De romp De romp is het centrale deel van het lichaam. In dit boek zullen we alleen ingaan op de romp als deel van het bewegingsapparaat en niet op de interne organen. De wervelkolom (columna
Op uw tafel licht het hart van een varken. Dit is wat kleiner dan een mensenhart, maar verder zeer vergelijkbaar.
Practicum Hart. De uitwendige vorm van het hart Op uw tafel licht het hart van een varken. Dit is wat kleiner dan een mensenhart, maar verder zeer vergelijkbaar. Probeer, met behulp van de bijgevoegde
Spijsverteringsstelsel. Anatomie. Mondholte Andere namen: Transportfunctie. Digestieapparaat Spijsverteringsapparaat
Spijsverteringsstelsel Andere namen: Digestieapparaat Spijsverteringsapparaat Transportfunctie Mond Keelholte Slokdarm Maag Darmen: dunne darm dikke darm Lever Alvleesklier Anatomie Mondholte 1 Tong Smaakpapillen
Inhoud. Ruggenmerg en spinale zenuwen 1. 4 Romp Ruggenmerg en bouw van de spinale zenuwen. [79] Afb. 4.78
Ruggenmerg en spinale zenuwen 1 4.78 Ruggenmerg en bouw van de spinale zenuwen. [79] Sulcus medianus Sulcus intermedius Funiculus Sulcus posterolateralis Columna Radices es Columna lateralis Funiculus
Inhoud. Overzicht van de ingewanden 2. Hart-bloedsomloop (H. Fritsch) Functionele opbouw. Regionale indeling..
IX Inhoud Overzicht van de ingewanden 2 Functionele opbouw. Regionale indeling.. Hart-bloedsomloop (H. Fritsch) Overzicht 6 Bloedsomloop en lymfvaten 6 Bloedsomloop vóór de geboorte 8 Wijziging in de bloedcirculatie
Theorie-examen Fysiologie 21 april 2006.
Theorie-examen Fysiologie 21 april 2006. 1. Welke bestanddelen horen, onder normale omstandigheden, niet voor te komen in urine? A. Hormonen en afbraakproducten. B. Eiwitten. C. Zouten. 2. Wat is een voorbeeld
Tentamen Ademhaling ste gelegenheid. De kernpunten uit het tentamen. Versie B
Tentamen Ademhaling 2004 1ste gelegenheid. De kernpunten uit het tentamen. Versie B 1. OSAS 2. paradoxaal bewegelijk diafragma bij een longtumor wijst op 3. Patient met cor pulmonale gaat een bergwandeling
www.vetserieus.nl Beste Student,
www.vetserieus.nl Beste Student, De documenten op VETserieus.nl zijn alleen bedoeld als ondersteuning bij het studeren. De samenvattingen worden nagekeken door studenten tijdens het volgen van de lessen
HET ADEMHALINGSSTELSEL
HET ADEMHALINGSSTELSEL ANATOMIE EN FYSIOLOGIE Functies van het ademhalingsstelsel De functies van het ademhalings-stelsel Gasuitwisseling tussen bloed en lucht Verplaatsen van lucht van en naar de uitwisselingsoppervlakken
Gesloten vragen Functionele Anatomie II
Gesloten vragen Functionele Anatomie II 2013-2014 1. Ab- en adductie vindt plaats om een longitudinale as 2. In de anatomische houding is, in het sagittale vlak van de wervelkolom, lumbaal een lordose
Blok Zintuigen 2003 Ontwikkeling en anatomie van zintuigen DEEL I. Gehoor/evenwichtsorgaan. F.G. Wouterlood
Blok Zintuigen 2003 Ontwikkeling en anatomie van zintuigen DEEL I Gehoor/evenwichtsorgaan F.G. Wouterlood Afdeling Anatomie VUmc 2003 FG Wouterlood IT-uitgave van dit cursusboek versie 2003 let op: de
dimat Biologische modellen - menskunde Hersenen
1 Hersenen Mediane doorsnede van de hersenen. Model op ware grootte. Model rustend op sokkel. Afmetingen: 150 x 140 x 175 mm. 1000222 76,80 Hersenen Model op ware grootte. De rechterhelft is uitneembaar
Hoorcollege Tractus digestivus. Dirk Geurts
Hoorcollege Tractus digestivus Dirk Geurts Voorbereiding E-book/boek Anatomie en fysiologie van Martini lezen (Hoofdstuk 16, Het spijsverteringsstelsel); probeer een goed overzicht te krijgen van wat dit
Anatomie / fysiologie
Anatomie / fysiologie Cxx53 7 en 8 Hart 1 FHV2009 / Cxx53 7+8 / Anatomie & Fysiologie - Circulatie 1 Ligging van het hart Kegelvormig, hol, gespierd orgaan. Ca. 10 cm lang en omvang vuist FHV2009 / Cxx53
Als het bloed uit de holle ader verder stroomt, in welk bloedvat komt het dan?
De lever is gelegen in de buikholte? A. Boven rechts B. Boven links C. Onder rechts D. Onder links Als het bloed uit de holle ader verder stroomt, in welk bloedvat komt het dan? A. De aorta B. De holle
Oorsprong van de kop van gewervelden
Oorsprong van de kop van gewervelden Is de kop van gewervelden een fundamenteel gesegmenteerde structuur? The study of segmentation is comparable to the study of the Apocalypse. That way leads to madness
Theorie-examen Fysiologie april 2009
Theorie-examen Fysiologie april 2009 1. Wat is, uiteindelijk, de beperkende factor bij inspanning? A. Het ademminuutvolume. B. Het hartminuutvolume. C. De vitale capaciteit. 2. Hoe kan het lichaam in totaal
Longen histologie. 1. Trachea 2. Bronchiën 3. Bronchiolen 4. Terminale bronchiolen 5. Respiratoire bronchiolen 6. Alveoli
Longen histologie 1. Trachea 2. Bronchiën 3. Bronchiolen 4. Terminale bronchiolen 5. Respiratoire bronchiolen 6. Alveoli Tentamen - verschil tussen bronchiolen en bloedvaten herkennen - verschil tussen
Examenbundel 1 e Ba Geneeskunde Universiteit Antwerpen
Examenbundel 1 e Ba Geneeskunde Universiteit Antwerpen 2015-2016 Samengesteld door de mentor van Aesculapia met dank aan zijn voorgangers en mensen die geholpen hebben om vragen en samenvattingen te verzamelen.
Osteopathische geneeskunde. Het intestinum. Grégoire Lason & Luc Peeters
Osteopathische geneeskunde Het intestinum Grégoire Lason & Luc Peeters Het intestinum Grégoire Lason & Luc Peeters Copyright door Osteo 2000 bvba 2013. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd en/of
De hersenen. 1. Anatomie en ontwikkeling 2. De grote hersenen
LES 13 De hersenen 1. Anatomie en ontwikkeling 2. De grote hersenen NOTA BENE Moeilijk: Complexe anatomie Gezichtspunten: voor, achter, boven, onder, links, rechts Vele functies Bewust / onbewust autonoom
16-9-2014. Reina Welling WM/SM-theorieles 7. Waar zorgt de wervelkolom voor? (m.a.w. wat is de functie van de wervelkolom?)
Reina Welling WM/SM-theorieles 7 Met dank aan Jolanda Zijlstra en Bart van der Meer niow.nl Waar zorgt de wervelkolom voor? (m.a.w. wat is de functie van de wervelkolom?) A. Steun B. Bescherming C. Beweging
Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband?
Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband? Bij mensen kan slechts 1 w h i p l a s h a c c i d e n t langdurige pijn en lijden veroorzaken. De anatomie van de hond is fundamenteel gelijk aan
dimat Biologische modellen - menskunde Hersenen
1 Hersenen Mediane doorsnede van de hersenen. Model op ware grootte. Model rustend op sokkel. Afmetingen: 150 x 140 x 175 mm. Art. nr. 1000222 76,80 Hersenen Model op ware grootte. De rechterhelft is uitneembaar
Luchtwegen en. ademhaling: hoe zit het ook alweer?
Luchtwegen en En bij het kind? ademhaling: hoe zit het ook alweer? Drs. Corine Vollbehr Docent anatomie/fysiologie bij de UMCUtrecht Academie 1 Aan de orde komen: Korte herhaling van - anatomie van luchtwegen
1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea
Tussentijdse toets Anatomie maart 2005 Prof. M. Van Leemputte Rnr7 Vraag 1 tot 10: vul uw antwoord in op dit blad. 1. Welke structuur verbindt trochanter minor met de linea aspera? Linea pectinea 2. Welke
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE. Academiejaar 2008 2009 BENADERING EN VARIABILITEIT VAN DE SINUSSEN VAN HET PAARD. door.
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT DIERGENEESKUNDE Academiejaar 2008 2009 BENADERING EN VARIABILITEIT VAN DE SINUSSEN VAN HET PAARD door Jan DE LEEUW Promotor: Dr. S. Muylle Literatuurstudie in het kader van
Handleiding beeldopslag. Stichting Prenatale Screening Regio Utrecht met dank aan SPSNN
Handleiding beeldopslag Stichting Prenatale Screening Regio Utrecht met dank aan SPSNN SPSNN, Esther Streefland November 2016 Dit document is gemaakt om te gebruiken als naslagwerk. De basis is het document
Inhoud. Overzicht van de opbouw en embryonale ontwikkeling van de orgaanstelsels. 5 Urinewegstelsel (systema urinarium)
Inhoud Overzicht van de opbouw en embryonale ontwikkeling van de orgaanstelsels 1 Orgaanstelsels en de ontwikkeling van de lichaamsholten 1.1 Definities, overzicht en evolutie van de lichaamsholten......
Osteopatische visie op het bitloos rijden versus het rijden met een bit en de invloed hiervan op het occiput- atlas- axis (OAA) complex
Osteopatische visie op het bitloos rijden versus het rijden met een bit en de invloed hiervan op het occiput- atlas- axis (OAA) complex Thesis aangeboden door Aike Kraaijenvanger Voor het behalen van het
B l o k t o e t s 1. 5 t o e t s m o m e n t Bloktoets 1.5 toetsmoment 1
2 0 1 4-2 0 1 5 B l o k t o e t s 1. 5 t o e t s m o m e n t 1 1 2014-2015 Bloktoets 1.5 toetsmoment 1 2 0 1 4-2 0 1 5 B l o k t o e t s 1. 5 t o e t s m o m e n t 1 2 SPIJSVERTERING (CASUS 1 T/M 6) 1.
De avond. Transcutane echografie van het abdomen; wat kan je ermee? Achtergrond. Artefacten. Frequenties vs. structuren 3/27/2012. Theorie.
De avond Transcutane echografie van het abdomen; wat kan je ermee? Maarten Boswinkel Specialist KNMvD Inwendige Ziekten Paard Dierenhospitaal Visdonk, Roosendaal Theorie technische achtergrond en interpretatie
BT15 tm 1 toets BT15 tm 1 toets
1 2013-2014 BT15 tm 1 toets 2 SPIJSVERTERING 1. Waar mondt de ductus parotideus uit in de mondholte? A. Bij de 2 e molaar van de maxilla B. Bij de 2 e molaar van de mandibula C. Bij de 2 e premolaar van
Spijsverteringsstelsel
Histologie II 1/6 Spijsverteringsstelsel Algemene histologische structuur tunica mucosa o l. epithelialis: meerlagig plaveisel/eenlagig cilindrisch: meerl. pl. bekleedt cutaneuze mucosa, komt voor van
Normale histologie van het nefron. Prof. Dr. J. Bogers Cel- en weefselleer
Normale histologie van het nefron Prof. Dr. J. Bogers Cel- en weefselleer Overzicht histologie Algemene kenmerken Bloedvoorziening Nefron - Glomerulus Bouw» Podocyt» Glomerulaire basaalmembraan» Endotheel
M. supraspinatus. Origo: Insertio: Innervatie: Functie: Fossa supraspinata. Tuberculum maius. N. suprascapularis. Abductie arm
M. supraspinatus Fossa supraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Abductie arm M. infraspinatus Fossa infraspinata Tuberculum maius N. suprascapularis Exorotatie arm M. teres maior Dorsale zijde
Eerste kandidatuur arts (o) Tandarts (o) Biomedische Wetenschappen (o) Dissectie handleiding inhoud en uitwerking: Prof.Dr.
1 Eerste kandidatuur arts (o) Tandarts (o) Biomedische Wetenschappen (o) Dissectie handleiding inhoud en uitwerking: Prof.Dr.Roger Huybrechts Figuren optimalisatie en tekstuele vormgeving: Marijke Christiaens
Normale histologie van het nefron
Normale histologie van het nefron Prof. Dr. J. Bogers Cel- en weefselleer Overzicht histologie Algemene kenmerken Bloedvoorziening Nefron - Glomerulus Bouw» Podocyt» Glomerulaire basaalmembraan» Endotheel
Huid, buikwand en oppervlakkige lesies
Huid, buikwand en oppervlakkige lesies Buikwand en buikhuid 1 Distale gedeelte van de obl int en ext maken samen een ligament Aponeurosis Lieskanaal Lateraal van aponeurosis ligt deep ing ring Ing kanaal
Anatomie en fysiologie van
Anatomie en fysiologie van B.F.A.M. van der Laan en V. Vander Poorten 15.1 Bovenste deel van de tractus digestivus - 236 15.1.1 Mondholte - 236 15.1.2 \ y A 15.2 Slokdarm - 241 15.2.1 Fysiologie van de
Anatomie / fysiologie. Taken circulatiestelsel. Onderverdeling bloedvaten. Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe
Anatomie / fysiologie Cxx53 5 en 6 Bloedvaten Lymfe FHV2009 / Cxx53_5_6 / Anatomie & Fysiologie - Circulatie 1 Taken circulatiestelsel Voedingsstoffen, nadat ze verteerd (in stukken gedeeld) zijn, opnemen
RX THORAX: BASIC. Dr. Sarah Claerhoudt, DVM, PhD 21/2/2019
RX THORAX: BASIC Dr. Sarah Claerhoudt, DVM, PhD 21/2/2019 Techniek Hoge kv (inherent hoog contrast thorax), laag ms (korte belichtingstijd) RX abdomen Positionering: extensie voorpoten naar Craniaal Min.
Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3
Samenvatting Het primaire hartbuisje ontstaat uit cellen afkomstig uit het zogenaamde primary heart field. Uiteindelijk zal uit dit buisje een functionerend hart moeten ontstaan, bestaande uit een instroomdeel,
Inhoud. Zenuwstelsel. Inleiding. Basiselementen van het zenuwstelsel. Ruggenmerg en ruggenmergzenuwen
Inhoud Zenuwstelsel Inleiding 1 1 Overzicht van het zenuwstelsel 2 Ontwikkeling en indeling 2 Functiecircuits 2 Ligging van het zenuwstelsel in het lichaam 4 Ontwikkeling en bouw van de hersenen 6 Ontwikkeling
Herhalen anatomie art Cubiti: Elleboog
Herhalen anatomie art Cubiti: Elleboog -Art Humero-ulnaris: scharnier Flexie-extensie -Art Humero-radialis: anatomische kogel Flexie-extensie, rotatie, ab-ad niet door ulna -Art Radio-ulnaris proximalis:
Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom
Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom Om uw rugklachten beter te kunnen begrijpen is een basiskennis van de rug noodzakelijk. Het Rughuis heeft in haar behandelprogramma veel aandacht
Blok Zintuigen 2003 Ontwikkeling en anatomie van zintuigen DEEL II. Oog Reukzintuig Smaakzintuig. F.G. Wouterlood
Blok Zintuigen 2003 Ontwikkeling en anatomie van zintuigen DEEL II Oog Reukzintuig Smaakzintuig F.G. Wouterlood Afdeling Anatomie VUmc 2003 FG Wouterlood IT-uitgave van dit cursusboek versie 2003 let op:
SEO logboek. Handleiding beeldopslag. Stichting Prenatale Screening Noordoost Nederland
SEO logboek Handleiding beeldopslag Stichting Prenatale Screening Noordoost Nederland 2014 Ditdocument is geenvoorbeeldseo-logboek. Het is gemaakt om te gebruiken als naslagwerk bij het maken van een logboek.
Macro en microscopie van de spijsvertering Xavier Sagaert
Macro en microscopie van de spijsvertering Xavier Sagaert Les 1 Propulsie: voortstuwing van het voedsel via peristaltiek vertering: mechanisch in de mond, zure ph in de maag, enzymatisch in het duodenum,
2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg
Anatomy is destiny Sigmund Freud Belangrijkste botten Nomenclatuur Reina Welling WM/SM-theorieles 1 Osteologie bekken en onderste extremiteit Myologie spieren bovenbeen Met dank aan Jolanda Zijlstra en
Document aorta aneurysmata Een expertrapport voor doelmatig gebruik
Document aorta aneurysmata Een expertrapport voor doelmatig gebruik Bijlage A bij deel 1; detaillering thoraco(abdominale) aortapathologie (segment A en/of B). Eigenaar Bestuur NVvV Email; NVvV @nvvh.knmg.nl
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.
Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten
Bijlage 9. Toelichting op tabel indeling DKG s
Toelichting op tabel indeling DKG s Bijlage 9 Indeling in ndxg 173,174 en 176 is gebaseerd op de in de tabel genoemde DBC-behandelcodes. Indeling in ndxg 175 is gebaseerd op in de tabel genoemde DBC-diagnosecodes
Inhoud. Oorschelp: opbouw. 2 Hoofd Rechter oor van een jongeman, lateraal aanzicht. [25] Afb Helix. Fossa triangularis.
Oorschelp: opbouw 2.126 Rechter oor van een jongeman, lateraal aanzicht. [25] ef Helix Scapha Antihelix Sulcus posterior auriculae Lobus auricularis Fossa triangularis Crura antihelicis Crus helicis Spina
