Stadhuisplein te Eindhoven

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Stadhuisplein te Eindhoven"

Transcriptie

1 Stadhuisplein te Eindhoven Masterplan koude-/warmteopslag in de bodem Opdrachtgever Gemeente Eindoven Waagstraat 1 Postbus RB EINDHOVEN T E [email protected] Contactpersonen: de heer A. Verboom de heer. M. Gijsman Uitvoerder onderzoek IF Technology Velperweg 37 Postbus AP ARNHEM T F E [email protected] Contactpersonen: de heer R.G.A. Wennekes de heer J.H. Kleinlugtenbelt /59144/RW 11 juni 2010

2 Inhoudsopgave 1 Inleiding Inleiding Projectgegevens Inleiding Gebouwen Overige informatie Kengetallen Gegevens bodem en grondwater Potentieel ondergrond Juridisch kader Evaluatie inventarisatie Variantenonderzoek Principe energieopslag Afweging systeemconcept gebouwinstallatie Afweging systeemconcept KWO-systeem Afweging distributie Gebouwen Varianten Regeneratie Uitwerking duurzame varianten Technische uitwerking Risico-inventarisatie Duurzaamheidanalyse Financiële analyse Organisatorische analyse Masterplan bronnen KWO Conclusies en aanbevelingen /59144/RW 11 juni

3 1 Inleiding De gemeente Eindhoven stimuleert het gebruik van duurzame energie voor klimatisering van woningen en gebouwen. Een van de mogelijkheden om woningen en gebouwen duurzaam te klimatiseren is met behulp van koude-/warmteopslag in de bodem (KWO), eventueel in combinatie met warmtepompen. Op en rondom het Stadhuisplein in Eindhoven bevindt zich een aantal gebouwen die in eigendom zijn of in eigendom komen van de gemeente Eindhoven. De gemeente Eindhoven streeft naar een duurzame oplossing met KWO en warmtepompen voor de klimatisering van deze gebouwen. De gebouwen die in dit onderzoek worden beschouwd zijn de volgende: - het Stadhuis; - het GGD-gebouw; - het Designhuis; - het Stadskantoor; - het Van Abbemuseum; - de Catharinakerk. - de toekomstige nieuwbouw Stadhuisplein 6, 8-15; Stadskantoor Eindhoven Indien alle gebouwen worden voorzien van KWO speelt het ondergronds ruimtegebruik en de interactie tussen de verschillende KWO systemen een belangrijke rol. De gemeente Eindhoven heeft IF Technology opdracht gegeven onderzoek uit te voeren naar het ondergronds ruimtegebruik en bijbehorende interactie Het onderzoek zal uiteindelijk leiden tot een Masterplan KWO waarin randvoorwaarden zijn opgenomen voor de toepassing van KWO zijn opgenomen /59144/RW 11 juni

4 Om tot een Masterplan voor KWO te komen worden vier fasen doorlopen. Fase 1 is het inventariseren van de huidige gegevens met betrekking tot de klimatisering van de gebouwen en in de toekomstige situatie van de gebouwen. In fase 2 worden de gegevens die bij de inventarisatie zijn verkregen geïnterpreteerd en worden systeemconcepten met KWO en warmtepompen opgesteld. De concepten worden technisch en juridisch verder uitgewerkt. Fase 3 is een financiële en organisatorische analyse. In fase 4 wordt het Masterplan KWO opgesteld aan de hand van voorgaande uitwerkingen. Op dit moment heeft IF Technology alleen opdracht voor de uitwerking tot en met fase 3. Tussen fase 2 en fase 3 is een overlegmoment ingepland. In dit rapport is de uitwerking tot en met fase 2 behandeld. Verdere uitwerking volgt in een later stadium. Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van de inventarisatie en het bodemgeschiktheidsonderzoek weergegeven. De afweging van de systeemconcepten en de energetische uitgangspunten van de projectvarianten zijn beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de projectvarianten verder uitgewerkt, waarin gekeken wordt naar de technische uitwerking, de risico s en de duurzaamheid. Een financiële en organisatorische uitwerking volgen in een later stadium, net als de uitwerking van het masterplan in hoofdstuk 5 en de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk /59144/RW 11 juni

5 2 Projectgegevens 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de gegevens van de beschouwde gebouwen samengevat. Deze gegevens zijn afkomstig uit een overleg tussen de gemeente Eindhoven en IF Technology, d.d. 26 november De volgende gebouwen vormen onderdeel van dit onderzoek, zie figuur 2.1: - Stadhuis Stadhuisplein 1 - GGD gebouw Stadhuisplein 2 - Designhuis: Stadhuisplein 3 - Stadskantoor: Stadhuisplein 10 - Van Abbemuseum: Bilderdijklaan 10 - Toekomstige nieuwbouw: Stadhuisplein 6, 8 en 15 - Catharinakerk toekomstige nieuwbouw Designhuis GGD gebouw Stadskantoor Stadhuis Van Abbemuseum Figuur 2.1 Stadhuisplein met gebouwen (bron: /59144/RW 11 juni

6 2.2 Gebouwen Stadhuis Het Stadhuis is gelegen aan het Stadhuisplein 1 en heeft een oppervlak van m². Het gebouw is gerealiseerd in 1966 en gerenoveerd in 2004 en is in eigendom van de gemeente Eindhoven. Stadhuis Hieronder is een samenvatting weergegeven van de huidige technische en energetische gegevens van het Stadhuis. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK, convectoren en radiatoren - temperatuurniveau: HTV op 90/80 C en 70/60 C - gasverbruik: m³ per jaar - verwarmingsvermogen: 566 kw t - warmtevraag: 900 MWh t Koeling: - huidige koudeopwekking: elektrische koelmachines - koudeafgiftesysteem: LBK en nakoelers - temperatuurniveau: LTK op 6/12 C - elektraverbruik koeling: 76 MWh e - koelvermogen: 360 kw t - koudevraag: 267 MWh t Overig: - mate van isolatie: slecht - locatie techniekruimte: kelder /59144/RW 11 juni

7 Voor het Stadhuis en het GGD gebouw is op dit moment gezamenlijk het gasverbruik voor verwarming en het elektraverbruik voor koeling bekend. Het gasverbruik en het elektraverbruik is vastgesteld aan de hand van de verhouding in de gebouwoppervlakken. In de komende jaren vindt geen renovatie van het gebouw plaats die wijzigingen in de vermogens en energiehoeveelheden tot gevolg hebben. Echter om het gebouw geschikt te maken voor verwarming met elektrisch aangedreven warmtepompen en koeling met KWO in de bodem dient een laag temperatuur verwarmingssysteem (bijvoorbeeld 50/35 C) en een hoog temperatuur koelsysteem (bijvoorbeeld 10/18 C) in het gebouw te worden aangebracht. Een andere mogelijkheid is te verwarmen met hoge temperatuur warmtepompen. GGD gebouw Het GGD gebouw is een elf verdieping tellende toren en is gelegen aan het Stadhuisplein 2. Het gebouw heeft een oppervlak van m² en is gerealiseerd in Het gebouw is in eigendom van de gemeente Eindhoven. GGD gebouw /59144/RW 11 juni

8 Hieronder is een samenvatting weergegeven van de huidige technische en energetische gegevens van het GGD gebouw. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK en convectoren - temperatuurniveau: HTV op 90/80 C en 70/60 C - gasverbruik: m³ per jaar - verwarmingsvermogen: 534 kw t - warmtevraag: 848 MWh t Koeling: - huidige koudeopwekking: elektrische koelmachines - koudeafgiftesysteem: LBK en nakoelers - temperatuurniveau: LTK op 6/12 C - elektraverbruik koeling: 72 MWh e - koelvermogen: 340 kw t - koudevraag: 252 MWh t Overig: - mate van isolatie: zeer slecht - locatie techniekruimte: op dak 11 e verdieping In 2010 en 2011 vindt grootschalige renovatie van het GGD gebouw plaats. De schil van het gebouw inclusief kozijnen en vensters wordt optimaal geïsoleerd. Hierdoor zal de warmtevraag afnemen met 75% tot 255 MWh t per jaar. Met de renovatie wordt het gebouw ook geschikt gemaakt voor lage temperatuur verwarming en hoge temperatuur koeling middels koelplafonds /59144/RW 11 juni

9 Designhuis Het Designhuis is gelegen aan het Stadhuisplein 3 en heeft een oppervlak van m². Het gebouw is gerealiseerd in 1961, heeft gedeeltelijk een monumentale status en is eigendom van de gemeente Eindhoven. Designhuis Hieronder is een samenvatting weergegeven van de huidige technische en energetische gegevens van het Designhuis. Nu en in de toekomst wordt het Designhuis niet van koeling voorzien. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK, convectoren en radiatoren - temperatuurniveau: HTV - gasverbruik: m³ per jaar - verwarmingsvermogen: 115 kw t aanname op basis van 71 W/m² - warmtevraag: 237 MWh t Overig: - mate van isolatie: onbekend - locatie techniekruimte: kelder/begane grondniveau In de komende jaren vindt geen renovatie van het gebouw plaats die wijzigingen in de vermogens en energiehoeveelheden tot gevolg hebben. Echter om het gebouw geschikt te maken voor verwarming met elektrisch aangedreven warmtepompen dient een laag temperatuur verwarmingssysteem (bijvoorbeeld 50/35 C) in het gebouw te worden aangebracht. Een andere mogelijkheid is te verwarmen met hoge temperatuur warmtepompen /59144/RW 11 juni

10 Stadskantoor Het Stadskantoor is gelegen aan het Stadhuisplein 10 en heeft een oppervlak van m². Het gebouw is gerealiseerd in Het gebouw is niet in eigendom van de gemeente Eindhoven. Stadskantoor Hieronder is een samenvatting weergegeven van de huidige technische en energetische gegevens van het Stadskantoor. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK en radiatoren - temperatuurniveau: HTV - gasverbruik: m³ per jaar - verwarmingsvermogen: 596 kw t - warmtevraag: 553 MWh t Koeling: - huidige koudeopwekking: elektrische koelmachines - koudeafgiftesysteem: LBK - temperatuurniveau: LTK op 6/12 C - elektraverbruik koeling: onbekend - koelvermogen: 630 kw t aanname op basis van 75 W/m² - koudevraag: 473 MWh t aanname op basis van 750 uur Overig: - mate van isolatie: matig - locatie techniekruimte: op dak 6 e verdieping In de komende jaren vindt geen renovatie van het gebouw plaats die wijzigingen in de vermogens en energiehoeveelheden tot gevolg hebben. Echter is de opwekkingsinstallatie aan vervanging toe (15 jaar) /59144/RW 11 juni

11 Om het gebouw geschikt te maken voor verwarming met elektrisch aangedreven warmtepompen en koeling met KWO in de bodem dient een laag temperatuur verwarmingssysteem (bijvoorbeeld 50/35 C) en een hoog temperatuur koelsysteem (bijvoorbeeld 10/18 C) in het gebouw te worden aangebracht. Een andere mogelijkheid is te verwarmen met hoge temperatuur warmtepompen. Van Abbemuseum Het Van Abbemuseum is gelegen aan de Bilderdijklaan 10 en heeft een oppervlak van m². Het gebouw bestaat uit een oudbouw uit 1934 en nieuwbouw uit De gebouwen zijn eigendom van de gemeente Eindhoven. Van Abbemuseum Hieronder is een samenvatting weergegeven van de huidige technische en energetische gegevens van het Van Abbemuseum. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK, convectoren en radiatoren - temperatuurniveau: HTV op 90/80 C en 70/60 C - gasverbruik: m³ per jaar - verwarmingsvermogen: 200 kw t - warmtevraag: 991 MWh t (inclusief naverwarming LBK in zomer) Koeling: - huidige koudeopwekking: elektrische koelmachines - koudeafgiftesysteem: LBK en nakoelers - temperatuurniveau: LTK op 6/12 C - elektraverbruik koeling: 271 MWh e - koelvermogen: 140 kw t - koudevraag: 271 MWh t Overig: - mate van isolatie: oudbouw: matig, nieuwbouw: goed - locatie techniekruimte: kelder /59144/RW 11 juni

12 In de komende jaren vindt geen renovatie van het museum plaats die wijzigingen in de vermogens en energiehoeveelheden tot gevolg hebben. Echter om het gebouw geschikt te maken voor verwarming met elektrisch aangedreven warmtepompen dient een laag temperatuur verwarmingssysteem (bijvoorbeeld 50/35 C) in het gebouw te worden aangebracht. Een andere mogelijkheid is te verwarmen met hoge temperatuur warmtepompen. Waarschijnlijk zal hoge temperatuur koeling niet mogelijk zijn, daar ontvochtiging een belangrijke rol speelt in de klimatisering. Toekomstige nieuwbouw De komende jaren komt de bestaande bebouwing aan het Stadhuisplein 6, 8, 10 en 12 in eigendom van de gemeente Eindhoven. De gemeente is voornemens op deze locatie m² aan nieuwbouw met voornamelijk kantoorfunctie te realiseren. Huidige bebouwing Stadhuisplein 6 Op basis van kentallen zijn de vermogens en energiehoeveelheden voor koeling en verwarming van deze nieuwbouw ingeschat. Uitgegaan wordt van lage temperatuur verwarming en hoge temperatuur koeling, zodat de gebouwen geschikt zijn voor verwarming met warmtepompen en koeling met KWO in de bodem. Verwarming: - verwarmingsvermogen: kw t op basis van 50 W/m² - warmtevraag: 750 MWh t op basis van 750 uur Koeling: - koelvermogen: kw t op basis van 75 W/m² - koudevraag: MWh t op basis van 750 uur Overig: - mate van isolatie: zeer goed - locatie techniekruimte: bijvoorkeur op begane grond of kelderniveau /59144/RW 11 juni

13 Catharinakerk Op ongeveer 200 m ten noordwesten van het Stadhuisplein, bevindt zich de Catharinakerk met een oppervlak van m². De Catharinakerk is eigendom van de gemeente Eindhoven. In 2006 en 2007 heeft grootschalige renovatie van de kerk plaatsgevonden. De kerk is voorzien van lage temperatuur vloerverwarming en is derhalve geschikt voor verwarming met warmtepompen en KWO in de bodem. Koeling van de kerk vindt niet plaats. Catharinakerk Op basis van inschattingen van IF Technology zijn de volgende energetische kentallen voor dit onderzoek van toepassing. Verwarming: - huidige warmteopwekking: gasgestookte ketels - warmteafgiftesysteem: LBK en vloerverwarming - temperatuurniveau: LTV - gasverbruik: onbekend - verwarmingsvermogen: 236 kw t op basis van 100 W/m² - warmtevraag: 354 MWh t op basis van vollasturen Overig: - mate van isolatie: goed - locatie techniekruimte: begane grond /59144/RW 11 juni

14 Samenvattend overzicht afgiftesystemen in gebouwen Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen toepassen van warmtepompen en KWO in de bodem is dat het temperatuurniveau van het warmte en koudeafgifte systeem in de gebouwen hier op zijn afgestemd. Voor verwarming met warmtepompen en KWO is in principe een laag temperatuur verwarmingssysteem (LTV) benodigd. Indien dit niet in het gebouw is te realiseren, kan voor verwarming gebruik worden gemaakt van een hoge temperatuur warmtepomp of gasgestookte ketels. Het koudeafgiftesysteem dient op een laag temperatuurniveau (LTK) bijvoorbeeld 10/18 C te zijn. In tabel 2.1 is een samenvattend overzicht van de afgiftesystemen in de gebouwen in de toekomst na eventuele renovatie weergegeven. In tabel 2.2 is het maximum grondwaterdebiet per gebouw weergegeven in de situatie dat al het koelvermogen geleverd wordt met de KWO en verwarming plaatsvindt met warmtepompen (monovalente installatie). Dit is de situatie waarbij het grondwaterdebiet maximaal is en derhalve de worst case situatie. Tabel 2.1 Samenvattend overzicht afgiftesystemen (monovalent) verwarming koeling LTV HTV LTK HTK Stadhuis x x GGD gebouw Designhuis x n.v.t. n.v.t. Stadskantoor x x Van Abbemuseum x x Catharinakerk n.v.t. n.v.t. Nieuwbouw Tabel 2.2 Samenvattend overzicht grondwaterdebiet max. debiet verwarming m³/h max. debiet koeling m³/h Stadhuis GGD gebouw Designhuis 12 0 Stadskantoor Van Abbemuseum Catharinakerk 25 0 Nieuwbouw totaal (incl. reserve 10 à 15%) Overige informatie De Dommel Ten zuidoosten van het Stadhuisplein tussen het Van Abbemuseum en het Stadhuis stroomt de Dommel. Het is wellicht mogelijk om van de aanwezige energie in de Dommel gebruik te maken voor verwarming of koeling van de gebouwen. Ook kan wellicht energie aan de Dommel worden onttrokken om een energiebalans in de bodem van het KWO systeem te creëren. Van het meetpunt bij de Tongelreep is het temperatuurverloop van het water in de Dommel weergegeven in figuur /59144/RW 11 juni

15 Figuur Temperatuurverloop De Dommel 25 Temperatuur De Dommel ( C) Kengetallen In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van energetische, milieutechnische en financiële kengetallen aangehouden. Deze kengetallen zijn in deze paragraaf in tabellen samengevat. Alle weergegeven kosten zijn op haalbaarheidsniveau en exclusief BTW. Tabel 2.1 Energetische kengetallen onderste verbrandingswaarde aardgas 8,8 kwh t /m³ gemiddeld rendement gasgestookte ketel 85 % COP koelmachine inclusief droge koeler 3,5 kw t /kw e COP warmtepomp 4,0 kw t /kw e COP hoge temperatuur warmtepomp 3,5 kw t /kw e COP bronnen KWO-systeem inclusief distributie 40,0 kw t /kw e ontwerptemperaturen KWO koeling 10/18 C ontwerptemperaturen KWO verwarming 13/7 C Tabel 2.2 Milieutechnische kengetallen gemiddelde CO 2 emissie aardgas in Nederland 1,780 kg/m³ gemiddelde CO 2 emissie elektriciteit in Nederland 0,566 kg/kwh e Tabel 2.3 Financiële kengetallen gemiddeld gastarief onbekend /m³ gemiddeld elektriciteitstarief onbekend /kwh e gewenste rentabiliteit (IRR) 8 % jaarlijkse inflatie 2 % gemiddelde jaarlijkse energieprijsstijging bovenop inflatie 3 % /59144/RW 11 juni

16 2.5 Gegevens bodem en grondwater Voor het toepassen van energieopslag in de bodem is een aantal aspecten van belang. Zo zal in de bodem een geschikte watervoerende zandlaag aanwezig moeten zijn voor het onttrekken en infiltreren van grondwater. Ook zal de kwaliteit van het grondwater geschikt moeten zijn voor het onttrekken aan en het infiltreren in de bodem. Daarnaast zijn nog enkele factoren, zoals grondwaterstroming en grondwatergebruikers in de omgeving waarmee rekening gehouden moet worden. Al deze aspecten worden in deze paragraaf behandeld. Hierbij wordt aangegeven in hoeverre ze de haalbaarheid van de energieopslag beïnvloeden. Hiervoor zijn de volgende gegevens gebruikt: - Boorbeschrijvingen uit het archief van TNO Bouw en Ondergrond; - Informatie uit het Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS) van TNO Bouw en Ondergrond; - De grondwaterkaart van Nederland van TNO-NITG; - Informatie van energieopslagprojecten in de omgeving. Bodemopbouw De bodemopbouw op en in de omgeving van de projectlocatie is geschematiseerd in een aantal goed doorlatende watervoerende pakketten en weerstandbiedende scheidende lagen (zie figuur 2.3). 0 maaiveld deklaag diepte [m-mv] 25 e 1 watervoerende pakket 80 hydrologische basis Figuur 2.3 Geschematiseerde bodemopbouw op projectlocatie (maaiveld circa 18 m+nap) De deklaag bestaat uit fijn zand, leem en klei. Het eerste watervoerende pakket bestaat voornamelijk uit matig grof zand en soms een lokale kleilaag. Het eerste watervoerend pakket is geschikt voor energieopslag. In de provincie Noord-Brabant zijn watervoerende pakketten dieper dan 80 m-mv uitgesloten voor energieopslag (zie hoofdstuk 2.7) /59144/RW 11 juni

17 Grondwaterstand en grondwaterstroming De grondwaterstand op de locatie bedraagt 1 à 2 m-mv. De natuurlijke grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is noordelijk gericht en heeft een snelheid van circa 25 meter per jaar. Bij deze grondwaterstand en snelheid kan energieopslag worden toegepast. Grondwaterkwaliteit Op basis van de beschikbare informatie is de inschatting dat diepte van het zoetbrakgrensvlak zich bevindt op circa 400 m-mv. Het eerste watervoerende pakket bevat derhalve uitsluitend zoet grondwater. Menging van zoet en zout grondwater vormt daarom geen juridisch aandachtspunt (zie hoofdstuk 2.7). Grondwatertemperatuur De natuurlijke grondwatertemperatuur in het eerste watervoerende pakket bedraagt circa 11 C en is geschikt voor de toepassing van energieopslag. Grondwatergebruikers Binnen meter van de projectlocatie zijn andere grondwatergebruikers aanwezig. Tabel 2.4 geeft een overzicht van deze grondwatergebruikers. De aanwezigheid van deze grondwatergebruikers vormt geen belemmering voor het toepassen van energieopslag. Voor het ontwerp van de energieopslag is met name het systeem van DWZI een aandachtspunt. De locaties van de bronnen van DWZI zijn gebaseerd op informatie van de gemeente en zijn weergegeven in figuur 2.3. Bestaande systemen mogen niet negatief beïnvloed worden (zie hoofdstuk 2.7). Tabel 2.4 Grondwatergebruikers naam doel afstand en richting (t.o.v. midden stadhuisplein) vergund per uur (m³/h) vergund per jaar (m³/jaar) DWZI KWO 220 m NO De Heuvelgalerie KWO 300 m N Rond de Admirant KWO 540 m NW Lichttoren KWO 680 m NW Van de Ven en Co industrie m NW Kennedytoren KWO m N Stadion kwartier KWO m NW Verontreinigingen Uit informatie van de gemeente Eindhoven blijkt dat direct ten noorden van de Kerkstraat VOCl-verontreinigingen zijn aangetroffen in het grondwater. De verontreinigingen zijn aangetroffen tot een maximale diepte van 18 m-mv. De locatie van de verontreinigingen is weergegeven in figuur 2.4. In figuur 2.5 is een dwarsprofiel van de verontreinigingen weergeven /59144/RW 11 juni

18 DWZI Verontreinigingen Figuur 2.4 Overzicht van de belangen in de omgeving (bron: De VOCl-verontreiniging bevindt zich in de deklaag. Een leemlaag tussen 20 en 22 m-mv scheidt de deklaag en het eerste watervoerende pakket, waardoor de verontreiniging niet voorkomt in het eerste watervoerende pakket. De aanwezigheid van de verontreiniging vormt een aandachtspunt bij het ontwerp en de juridische haalbaarheid van de beoogde energieopslag. De verontreiniging mag niet significant verplaatst worden door het beoogde energieopslagsysteem (zie hoofdstuk 2.7). Winkels Kerk Leemlaag (20-22 m-mv) Figuur 2.5 Dwarsprofiel verontreinigingen Kerkstraat (bron: Aanvullend onderzoek grondwater Kerkstraat Eindhoven, CSO) /59144/RW 11 juni

19 Overige belanghebbenden De projectlocatie bevindt zich in stedelijk gebied. In de directe omgeving zijn geen natuurgebieden of andere aandachtsgebieden aanwezig. Bodemgeschiktheid rondom het TD gebouw Mogelijkerwijs wordt het TD gebouw ook bij het project betrokken. Het TD gebouw ligt circa 300 m ten zuidwesten van het stadskantoor. Rondom het TD gebouw is ook de geschiktheid van de bodem voor toepassing van WKO onderzocht. Hieruit volgt dat grondwatergebruikers, verontreinigingen en overige belanghebbenden geen belemmering vormen. 2.6 Potentieel ondergrond Indien een systeemconcept wordt aangehouden waarbij de totale koudevraag en het koelvermogen direct wordt geleverd met de KWO bedraagt het maximum koelvermogen circa kw t. Het benodigd maximum grondwaterdebiet van de KWO bedraagt in deze situatie 400 m³/h. Het verdampervermogen van de warmtepompen en het debiet in de wintersituatie is gelijk aan of lager dan 400 m³/h (zie tabel 2.2). Op de locatie van het Stadhuisplein is KWO in de bodem technisch mogelijk. Het maximum te onttrekken en te infiltreren grondwaterdebiet bedraagt op basis van bestaande gegevens en projecten in de omgeving 125 à 150 m³/h per bron. Dit impliceert dat voor totale koudelevering met KWO drie koude en drie warme bronnen benodigd zijn tot een maximale diepte van 80 m-mv. Om thermische kortsluiting tussen de bronnen te voorkomen dient de minimale bronafstand circa 125 m te bedragen. Om een indicatie te geven waar de bronnen kunnen worden geplaatst, is in figuur 2.6 een voorstel voor de locaties van de bronnen als rode en blauwe cirkels weergegeven. De definitieve bronlocaties dienen in het masterplan te worden vastgesteld aan de hand van thermische en hydrologische berekeningen /59144/RW 11 juni

20 DWZI Verontreinigingen Figuur 2.6 Voorstel bronlocaties Stadhuisplein (bron: Juridisch kader Het onttrekken en infiltreren van grondwater door middel van een energieopslagsysteem is vergunningplichtig in het kader van de Waterwet. De vergunning dient te worden aangevraagd bij de provincie Noord-Brabant. Als bijlage bij de vergunningaanvraag dienen de effecten van energieopslag in een effectenstudie te worden gekwantificeerd. Het verkrijgen van een vergunning Waterwet duurt minimaal 7,5 maanden. Belangrijke aandachtspunten uit het beleid van de provincie zijn: - Over een periode van 5 jaar moet de energieopslag energetisch in balans zijn. - Energieopslagsystemen mogen geen negatieve invloed hebben op reeds vergunde energieopslagsystemen in de omgeving. - Energieopslagsystemen mogen geen negatieve invloed hebben op bekende bodemverontreinigingen. - Energieopslagsystemen zijn niet toegestaan op een diepte beneden 80 m-mv omdat het grondwater dieper dan 80 m-mv is gereserveerd voor hoogwaardige doeleinden. - Energieopslagsystemen mogen het zoete grondwater niet verzilten /59144/RW 11 juni

21 Het project is telefonisch geïntroduceerd bij de provincie Noord-Brabant. Op voorhand zijn zij positief over het toepassen van bodemenergie op de locatie. Wel geeft de provincie aan dat rekening dient te worden gehouden met de reeds vergunde systemen en de aanwezige verontreinigingen. Grote grondwatersystemen dienen een m.e.r.-procedure te doorlopen. Indien een grondwatersysteem meer dan 1,5 miljoen m³ grondwater per jaar verpompt dan is het systeem m.e.r.-beoordelingsplichtig. Indien een grondwatersysteem meer dan 3 miljoen m³/jaar verpompt dan heeft het systeem een m.e.r.-plicht. Omdat de grootste variant in dit geval een waterverplaatsing van 1,2 miljoen m³ grondwater per jaar omvat, is voor het masterplan waarschijnlijk geen m.e.r.-procedure noodzakelijk maar geldt alleen de Waterwet. 2.8 Evaluatie inventarisatie Uit de inventarisatie van de gegevens van de gebouwen en de potentie van de bodem op de locatie worden de volgende tussentijdse conclusies getrokken: - De warmte- en koudeafgiftesystemen in het te renoveren GGD gebouw, de toekomstige nieuwbouw en de Catharinakerk komen in aanmerking voor lage temperatuur verwarming met warmtepompen en koeling met KWO. - De warmte- en koudeafgiftesystemen van het Stadhuis, het Stadskantoor, het Van Abbemuseum en het Designhuis zijn op dit moment niet geschikt voor lage temperatuur verwarming met warmtepompen en koeling met KWO. Aanpassing van deze installaties is noodzakelijk. Zonder aanpassing in het warmteafgiftesysteem komen hoge temperatuur warmtepompen wellicht in aanmerking als warmteleverancier. - Indien alle beschouwde en bovenomschreven gebouwen van directe koeling met KWO worden voorzien, is een grondwaterdebiet benodigd van circa 400 m³/h. Op basis van informatie van de bodemopbouw en projecten in de omgeving zijn hiervoor drie koude en drie warme bronnen benodigd. - Voor het in gebruik hebben van een energieopslagsysteem is een vergunning Waterwet noodzakelijk. Bij het ontwerp van het grondwatersysteem dient rekening te worden gehouden met grondwaterverontreinigingen en andere energieopslagsystemen in de omgeving. Deze aspecten vormen een aandachtspunt voor de vergunbaarheid /59144/RW 11 juni

22 3 Variantenonderzoek 3.1 Principe energieopslag Het principe van energieopslag in de bodem met een open grondwatersysteem is dat in de zomer wordt gekoeld met winterkoude en in de winter wordt verwarmd met zomerwarmte. De koude en warmte wordt door middel van open bronnen in een ondergrondse watervoerende laag opgeslagen en onttrokken. Het principe is weergegeven in figuur 3.1. In de winter wordt het grondwater opgepompt uit de warme bronnen en na warmteoverdracht weer geïnfiltreerd in de koude bronnen. In de zomer wordt gekoeld met het grondwater. Het grondwater wordt hierbij onttrokken aan de koude bronnen en na warmteoverdracht weer geïnfiltreerd in de warme bronnen. Figuur 3.1 Principe van energieopslag in de bodem 3.2 Afweging systeemconcept gebouwinstallatie Voor de gebouwinstallaties kan gekozen worden voor monovalente of bivalente installaties. Een korte toelichting volgt hieronder: Monovalent: Bivalent: één omzetter welke is uitgelegd op het maximale vermogen en welke alle koude of warmte levert. twee omzetters welke gezamenlijk het vermogen en de energievraag leveren. Veelal draait één omzetter op een lage basislast en levert hiermee een groot deel van de warmte of koude terwijl de andere omzetter ingezet wordt als piekdekking en slechts een klein deel van de warmte of koude levert. De afweging tussen beide gebouwinstallaties gebeurt op een aantal criteria welke in deze paragraaf is uitgewerkt /59144/RW 11 juni

23 Duurzaamheid Zowel bij directe koudelevering als bij warmtelevering door warmtepompen in combinatie met een grondwatersysteem wordt energiebesparing en CO 2 -emissreductie gerealiseerd ten opzichte van de referentievariant. Vanuit duurzaamheidoverwegingen heeft een monovalente installatie de voorkeur. Meer hierover is te vinden in paragraaf 4.3. Financieel Zowel koudelevering als warmtelevering kunnen monovalent of bivalent worden uitgevoerd. Van beide situaties wordt voorafgaand aan de uitwerking het optimale systeemconcept bepaald. Uitgangspunt hierbij is dat, zolang er geen renovatie plaats vindt in de nabije toekomst, gebruik wordt gemaakt van de huidige afgiftesystemen. Koudelevering Eén van de grote voordelen van KWO systemen is dat er direct gekoeld kan worden in combinatie met een hoge temperatuur koelsysteem. Koud grondwater wordt opgepompt uit de koude bron en in een warmtewisselaar wordt de koude overgedragen aan het gebouwzijdige circuit. Bij directe koeling wordt minder elektrische energie verbruikt dan bij conventionele compressiekoelmachines. Dit vertaalt zich naar primaire energiebesparing, CO 2 -emissiereductie en lagere exploitatiekosten. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een lage temperatuur koelsysteem is het niet mogelijk om direct te koelen met grondwater. De grondwatertemperatuur is te hoog om voldoende koeling te kunnen leveren. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van een omkeerbare warmtepomp in combinatie met het KWO-systeem. De warmtepomp werkt dan als koelmachine. De aanwezige koude afgiftesystemen zullen het systeemconcept voor koudelevering bepalen. Bij hoge temperatuur koelsystemen wordt direct gekoeld met behulp van het KWO-systeem. Bij lage temperatuur afgiftesystemen wordt gebruik gemaakt van directe koeling en omkeerbare warmtepompen. Indien er nog gekozen kan worden voor een koudeafgiftesysteem, bijvoorbeeld bij nieuwbouw en renovatie, wordt uitgegaan van een hoge temperatuur koelsysteem in combinatie met directe koeling met grondwater. Warmtelevering Warmtelevering met een KWO-systeem vindt bijna altijd plaats in combinatie met een warmtepomp. Wanneer er voor warmtelevering gebruik wordt gemaakt van een bivalente installatie, draait een warmtepomp vaak op een lage basislast en levert hiermee een groot deel van de benodigde warmte. Een ketel wordt in dit geval ingezet voor piekdekking. Welke systeeminstallatie (monovalent of bivalent) voor dit project het meest interessant is, wordt bepaald aan de hand van een fictieve case. Uitgangspunt hierbij is een verwarmingsvermogen van kw t. De warmtevraag, het koelvermogen en de koudevraag zijn geschaald aan het totale project waarbij alle gebouwen zijn aangesloten op het grondwatersysteem (zie paragraaf 2.2 voor alle gebouwen en energetische uitgangspunten). Koeling wordt meegenomen om dat de verhouding tussen warmtelevering en koudelevering de grootte van het regeneratiesysteem beïnvloedt. De belangrijkste uitgangspunten voor de case zijn: /59144/RW 11 juni

24 - Warmtevermogen: kw t - Warmtevraag: MWh t - Koelvermogen: kw t - Koudevraag: 750 MWh t - Monovalent verwarmen: De warmtepomp is uitgelegd op het totale verwarmingsvermogen en levert alle benodigde warmte in combinatie met het KWO-systeem. - Bivalent verwarmen: De warmtepomp levert bij een verwarmingsvermogen van 35% van het totale vermogen 80% van de totale warmtevraag, de ketel heeft een vermogen van 65% van het totaal en levert 20% van de totale warmtevraag. - Koelen: Bij gebouwen met hoge temperatuur koeling (zie tabel 2.1) wordt volledig direct gekoeld met grondwater. Bij de overige gebouwen wordt 50% van het vermogen en de koudelevering geleverd met compressie koelmachines en de overige 50% met KWO. Het systeemconcept en een vertaling van de uitgangspunten voor een monovalent systeem is weergegeven in figuur 3.2 en voor en bivalent systeem in figuur 3.3. Koeling Verwarming monovalent koelvermogen kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag 750 MWht warmtevraag MWht 223 kwt 159 MWht CKM Regeneratie WP COP k = 3,5 COP w = kwt MWht 777 kwt 591 MWht 347 MWht 750 kwt 938 MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 777 kwt warmtevermogen 750 kwt koudelevering 938 MWht warmtelevering 938 MWht maximaal debiet 117 m³/h maximaal debiet 108 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.2 Systeemconcept en energetische uitgangspunten monovalent systeem /59144/RW 11 juni

25 Koeling Verwarming bivalent koelvermogen kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag 750 MWht warmtevraag MWht 223 kwt 159 MWht CKM Regeneratie WP COP k = 3,5 COP w = kwt MWht Ketel 650 kwt 250 MWht 777 kwt 591 MWht Grondwatersysteem 159 MWht 263 kwt 750 MWht Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 777 kwt warmtevermogen 263 kwt koudelevering 750 MWht warmtelevering 750 MWht maximaal debiet 99 m³/h maximaal debiet 38 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.3 Systeemconcept en energetische uitgangspunten bivalent systeem. Er wordt een financiële afweging gemaakt van beide varianten. Hiertoe zijn de investeringskosten en exploitatiekosten van de gebouwinstallatie op haalbaarheidsniveau bepaald (voor kengetallen zie ook 2.4). De kosten voor het grondwatersysteem zijn op quickscanniveau geraamd. Voor het gastarief is 0,46,m³ aangehouden en voor het elektriciteitstarief is 0,13/kWh e aangehouden. Deze waarden liggen 10% onder de huidige kosten voor een gemiddeld huishouden. De kosten zijn exclusief BTW en zijn weergegeven in tabel 3.1 en tabel 3.2. Merk op dat kosten die in beide varianten gelijk zijn niet zijn meegenomen. Tabel 3.1 Investeringskosten monovalente en bivalente gebouwinstallatie kostenpost monovalent bivalent ketel ,- warmtepomp , ,- grondwatersysteem , ,- regeneratiesysteem , ,- Totaal , ,- Tabel 3.2 Jaarlijkse exploitatiekosten monovalente en bivalente gebouwinstallatie kostenpost monovalent bivalent gasverbruik ketel ,- elektriciteitsverbruik warmtepomp , ,- elektriciteitsverbruik grondwatersysteem 6.100, ,- elektriciteitsverbruik regeneratiesysteem 1.800,- 800,- onderhoud en beheer , ,- Totaal , ,- De investeringskosten liggen bij de bivalente variant lager dan bij de monovalente variant. Hier staat tegenover dat de exploitatiekosten hoger liggen bij de bivalente variant. Het break-even punt ligt rond de 110 jaar /59144/RW 11 juni

26 Leveringszekerheid Een voordeel van de bivalente variant is dat de leveringszekerheid hoger ligt dan bij de monovalente variant. Doordat gebruik wordt gemaakt van een warmtepomp en een ketel, kan bij wegvallen van één van deze componenten de andere component (een deel) van de warmte blijven leveren. Systeemkeuze gebouwinstallatie Bovenstaande is kwalitatief samengevat in tabel 3.3. Vanwege de lagere investeringskosten en de hogere betrouwbaarheid wordt in dit project voor verwarming gekozen voor de bivalente variant. Vanwege de energiebesparing van directe koudelevering wordt gekozen voor monovalente, directe koeling waar mogelijk. Concreet houdt dit in dat er een hoge temperatuur koelsysteem aanwezig moet zijn om directe koeling toe te kunnen passen. Tabel 3.3 Afweging systeemconcept gebouwinstallaties criterium monovalent bivalent duurzaamheid (primaire energie en uitstoot CO 2 ) ++ + financieel +/- + leveringszekerheid Afweging systeemconcept KWO-systeem Indien er meerdere doubletten zijn (één doublet bestaat uit één warme bron en één koude bron), kan gekozen worden voor een klein-collectieve configuratie of een collectieve configuratie. Een korte toelichting volgt hieronder: Klein collectief: Op elk doublet worden twee of meerdere gebouwen aangesloten. De doubletten onderling zijn hydraulisch niet gekoppeld. Er zijn meerdere, klein-collectieve systemen. Collectief: Door gebruik te maken van een collectieve transportleiding worden alle gebouwen en alle doubletten hydraulisch aan elkaar gekoppeld. Er is één collectief systeem. De afweging tussen beide systeemconcepten gebeurt op een aantal criteria welke in deze paragraaf is uitgewerkt. Organisatorisch Organisatorische complexiteit speelt een belangrijke rol in de implementatie van een KWO-systeem. De organisatorische complexiteit wordt vooral bepaald door het aantal betrokken partijen. Alle gebouwen zijn (of worden op korte termijn) eigendom van de gemeente. Vanuit organisatorisch oogpunt is dus geen verschil tussen beide systemen. Leveringszekerheid Conventionele energiesystemen hebben een hoge leveringszekerheid. Wil een KWOsysteem een interessante optie zijn, dan dient de leveringszekerheid hiervan ook hoog te zijn. Belangrijke componenten van een KWO-systeem zijn de bronnen, pompen, leidingwerk en warmtewisselaars. Uit praktijkervaring volgt dat, mits aandacht is besteed aan het ontwerp, de realisatie en onderhoud en beheer, al deze componenten robuust zijn. Een KWO-systeem heeft een hoge leveringszekerheid. Algemeen kan gesteld worden dat collectieve systemen iets robuuster zijn dan klein collectieve systemen /59144/RW 11 juni

27 Bij het wegvallen van één van de bronnen kunnen de andere bronnen (een deel van) de warmte en koude blijven leveren. Faseerbaarheid Vanuit financieel oogpunt is het wenselijk dat de realisatie van het grondwatersysteem goed is af te stemmen op de realisatie van het project. Bij beide concepten is dit goed mogelijk. Bronnen kunnen gefaseerd worden aangelegd en gebouwen kunnen gefaseerd worden aangesloten. Financieel Ten opzichte van een conventioneel systeem met ketels en compressiekoelmachines liggen de investeringskosten van een KWO-systeem hoger maar de exploitatiekosten lager. Uit eerdere opgedane ervaringen in haalbaarheidsstudies volgt dat door de lagere exploitatiekosten een KWO-systeem zich doorgaans binnen een aanvaardbare periode terugverdient en hiermee financieel een interessante optie is. Bij een collectief systeem zullen de kosten voor het leidingwerk tussen de bronnen en de gebouwen hoger uitvallen dan bij een klein collectief systeem omdat er ook leidingwerk tussen de verschillende bronnen aangelegd dient te worden. Hier staat tegenover dat het regeneratiesysteem kleiner uitgevoerd kan worden en dat de exploitatiekosten met betrekking tot regeneratie lager liggen. De kosten van de bronnen liggen bij klein collectieve systemen hoger doordat meer (kleine) bronnen nodig zijn dan bij een collectief systeem. Financieel gezien vallen de voor- en nadelen tegen elkaar weg en is er geen duidelijke voorkeur voor één van de concepten. Duurzaamheid Een collectief systeem heeft als voordeel dat verschillen in warmtevraag- en koudevraag (gedeeltelijk) tegen elkaar wegvallen. Hierdoor hoeft minder geregenereerd te worden, wat een positief effect heeft op de duurzaamheid (en exploitatiekosten). Leidingverliezen (wrijvingsverliezen en thermische verliezen) als gevolg van langere leidinglengten zijn gering. De wrijvingsverliezen zijn gering door de hoge COP s van de circulatiepompen. Thermische verliezen zijn gering doordat er nauwelijks temperatuurverschil is tussen de bodem en het water in de leidingen. Vanuit duurzaamheidoverwegingen heeft een collectief systeem de voorkeur. Systeemkeuze Bovenstaande is kwalitatief samengevat in tabel 3.4. De leveringszekerheid en de duurzaamheid zijn bij een collectief systeem groter. Daarnaast heeft gemeente Eindhoven aangegeven te streven naar een collectief systeem. Bij verdere uitwerking wordt in dit onderzoek uitgegaan van een collectief systeem /59144/RW 11 juni

28 Tabel 3.4 Afweging systeemconcept KWO-systemen criterium collectief klein collectief organisatorisch + + leveringszekerheid ++ + faseerbaarheid + + financieel + + duurzaamheid Afweging distributie Transport van koude en warmte van de bronnen naar de gebouwen kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. In dit project wordt gekeken naar een grondwaternet en distributienet. Een korte toelichting volgt hieronder: Grondwaternet: Distributienet: Het grondwater uit de bronnen wordt middels leidingen naar de verschillende gebouwen getransporteerd. In elk gebouw staat in de technische ruimte een warmtewisselaar opgesteld die het grondwaternet scheidt van het gebouwsysteem. Schematisch is dit weergegeven in figuur 3.4. Het grondwater uit de bronnen wordt naar een primaire technische ruimte geleid waar het door een warmtewisselaar van het distributienet wordt gescheiden. Water wordt vanuit deze primaire technische ruimte via het distributienet getransporteerd naar de verschillende gebouwen. In elk gebouw staat in een secundaire technische ruimte een warmtewisselaar opgesteld die het distributienet scheidt van het gebouwsysteem. Schematisch is dit weergegeven in figuur 3.5. gebouw 1 gebouw 2 gebouw... warme bron warm grondwaternet koud grondwaternet koude bron Figuur 3.4 Schematische weergave grondwaternet /59144/RW 11 juni

29 gebouw 1 gebouw 2 gebouw... Primaire Technische Ruimte warme bron warm grondwaternet koud grondwaternet distributienet koude bron Figuur 3.5 Schematische weergave distributienet De afweging tussen beide distributievarianten gebeurt op een aantal criteria welke in deze paragraaf zijn uitgewerkt. Ontgassing Grondwater dient op overdruk gehouden te worden om ontgassing van het grondwater te voorkomen. Ontgassing kan leiden tot verstopping van de bronnen. Als gevolg hiervan dient bij grondwaterdistributie het hele grondwaternet tot aan de gebouwen op overdruk gehouden te worden. Bij een distributienet hoeft alleen het leidingwerk tot aan de primaire technische ruimte op overdruk gehouden te worden. Temperatuurverlies Bij warmtewisselaars wordt warmte uitgewisseld tussen twee circuits. Bij een grondwaternet is dit tussen het grondwater en het water in de gebouwzijdige installatie. Bij een distributienet is dit tussen het grondwater en het distributiewater en tussen het distributiewater en het water in de gebouwzijdige installatie. Om warmte uit te kunnen wisselen is in elke warmtewisselaar een temperatuurverschil aanwezig. Hierdoor treed bij elke warmtewisselaar temperatuurverlies op. Door de toepassing van twee warmtewisselaars bij een distributienet is het temperatuurverlies tussen het grondwater en het water naar de gebouwzijdige afgiftesystemen groter dan bij een grondwaternet, waar maar één warmtewisselaar wordt toegepast. Investeringskosten leidingwerk Bij een grondwaternet is een distributienetwerk waarop gebouwen en bronnen rechtstreeks kunnen worden aangesloten. Bij een distributienet worden alleen gebouwen op het distributienet aangesloten en moet daarnaast leidingwerk vanaf de bronnen naar de primaire technische ruimte gelegd worden /59144/RW 11 juni

30 Hierdoor zal het aantal meters leidingwerk bij een distributienet groter zijn dan bij een grondwaternet en liggen de investeringskosten van het leidingwerk navenant hoger. Elektriciteitsverbruik Bij een distributienet wordt gebruik gemaakt van bronpompen en circulatiepompen. Bij een grondwaternet worden alleen bronpompen gebruikt. Het elektriciteitsverbruik zal bij een grondwaternet om deze reden lager liggen dan bij een distributienet. Keuze distributie Bovenstaande is kwalitatief samengevat in tabel 3.5. Op basis van de distributie-analyse wordt voor dit project gekozen voor een grondwaternet. Ontgassing is hierbij een aandachtspunt, maar dit is technisch oplosbaar. Op de andere criteria scoort een grondwaternet beter. Tabel 3.5 Afweging distributie criterium grondwaternet distributienet ontgassing +/- + temperatuurverlies + +/- investering leidingwerk + +/- elektriciteitsverbruik Gebouwen Het systeemconcept van de gebouwinstallatie verschilt per gebouw. Bij het bepalen van het systeemconcept zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: - Indien er op kort termijn gerenoveerd wordt, of bij nieuwbouw, wordt gebruik gemaakt van lage temperatuurverwarming en hoge temperatuurkoeling (zie paragraaf 2.2). - Indien er niet (op kort termijn) gerenoveerd wordt, wordt gebruik gemaakt van de aanwezige afgiftesystemen (zie paragraaf 2.2). - Bij verwarming wordt gebruik gemaakt van een bivalent systeem (zie paragraaf 3.1). - Bij toepassing van een hoge temperatuur warmtepomp worden de ketels op het totale verwarmingsvermogen uitgelegd. De reden hiervoor is dat bij pieklevering tijdens zeer koude perioden de retourtemperatuur van het warmte-afgiftesysteem boven de maximale uittredetemperatuur van de hoge temperatuur warmtepomp ligt. Hierdoor kan de hoge temperatuur warmtepomp geen warmte meer leveren. - Afhankelijk van de aanwezige gebouwinstallatie wordt voor koudelevering gebruik gemaakt van een monovalent of bivalent systeem (zie paragraaf 3.1). Bij een bivalent systeem wordt de koudelevering gelijk verdeeld over beide koude-afgiftesystemen. - Energetische uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 2.2. Het systeemconcept per gebouw is samengevat in tabel 3.6. De energetische uitgangspunten en het systeemconcept per gebouw zijn grafisch weergegeven in figuren 3.6 tot en met Regeneratie is hierbij niet meegenomen. Of regeneratie noodzakelijk is hangt af van de combinatie gebouwen die op het grondwatersysteem worden aangesloten /59144/RW 11 juni

31 Tabel 3.6 Systeemconcept per gebouw gebouw verwarming koeling figuur Stadhuis HTWP + K LTK + HTK 3.6 GGD gebouw LTWP + K HTK 3.7 Designhuis HTWP + K n.v.t. 3.8 Stadskantoor HTWP + K LTK + HTK 3.9 Van Abbemuseum HTWP + K LTK + HTK 3.10 Catharinakerk LTWP + K n.v.t Nieuwbouw LTWP + K HTK 3.12 HTK: Hoge temperatuur koeling HTWP: Hoge temperatuur warmtepomp K: Ketel LTK: Lage temperatuur koeling LTWP: Lage temperatuur warmtepomp Koeling Stadhuis Verwarming Stadhuis koelvermogen 360 kwt verwarmingsvermogen 566 kwt koudevraag 267 MWht warmtevraag 900 MWht 180 kwt 134 MWht 198 kwt 720 MWht CKM HTWP COP k = 3,5 COP w = 3,5 Ketel 566 kwt 180 MWht 180 kwt 134 MWht Grondwatersysteem 142 kwt 514 MWht Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 180 kwt warmtevermogen 142 kwt koudelevering 134 MWht warmtelevering 514 MWht maximaal debiet 19 m³/h maximaal debiet 20 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.6 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Stadhuis In de winter wordt warmte aan het stadhuis geleverd door hoge temperatuur warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (720 MWh t ) en door ketels (180 MWh t ). De ketels zijn uitgelegd op het totale verwarmingsvermogen omdat bij zeer koude dagen de hoge temperatuur warmtepompen geen warmte meer leveren. In de zomer wordt voor een deel (50%) direct gekoeld met grondwater (134 MWh t ) en voor een deel (50%) gekoeld met behulp van compressiekoelmachines (134 MWh t ) /59144/RW 11 juni

32 Koeling GGD gebouw Verwarming GGD gebouw koelvermogen 340 kwt verwarmingsvermogen 534 kwt koudevraag 252 MWht warmtevraag 255 MWht 187 kwt 204 MWht WP COP w = 4 Ketel 347 kwt 51 MWht 340 kwt 252 MWht 140 kwt 153 MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 340 kwt warmtevermogen 140 kwt koudelevering 252 MWht warmtelevering 153 MWht maximaal debiet 37 m³/h maximaal debiet 20 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.7 Systeemconcept en energetische uitgangspunten GGD gebouw In de winter wordt warmte aan het GGD gebouw geleverd door standaard warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (204 MWh t ) en door ketels (51 MWh t ). In de zomer wordt volledig direct gekoeld met grondwater (252 MWh t ). Verwarming Designhuis verwarmingsvermogen warmtevraag 115 kwt 237 MWht 40 kwt 190 MWht HTWP COP w = 3,5 Ketel 115 kwt 47 MWht 29 kwt 135 MWht Grondwatersysteem warmtevermogen warmtelevering maximaal debiet ontwerp temperaturen 29 kwt 135 MWht 4 m³/h 13/7 C (bronnen) Figuur 3.8 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Designhuis Warmte aan het Designhuis wordt geleverd door hoge temperatuur warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (190 MWh t ) en door ketels (47 MWh t ). De ketels zijn uitgelegd op het totale verwarmingsvermogen. Er wordt niet gekoeld /59144/RW 11 juni

33 Koeling Stadskantoor Verwarming Stadskantoor koelvermogen 630 kwt verwarmingsvermogen 596 kwt koudevraag 473 MWht warmtevraag 553 MWht 315 kwt 237 MWht 209 kwt 442 MWht CKM HTWP COP k = 3,5 COP w = 3,5 Ketel 596 kwt 111 MWht 315 kwt 237 MWht Grondwatersysteem 149 kwt 316 MWht Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 315 kwt warmtevermogen 149 kwt koudelevering 237 MWht warmtelevering 316 MWht maximaal debiet 34 m³/h maximaal debiet 21 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.9 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Stadskantoor In de winter wordt warmte aan het stadskantoor geleverd door hoge temperatuur warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (442 MWh t ) en door ketels (111 MWh t ). De ketels zijn uitgelegd op het totale verwarmingsvermogen. In de zomer wordt voor een deel (50%) direct gekoeld met grondwater (237 MWh t ) en voor een deel (50%) gekoeld met behulp van compressiekoelmachines (237 MWh t ). Koeling Van Abbemuseum Verwarming Van Abbemuseum koelvermogen 490 kwt verwarmingsvermogen 200 kwt koudevraag 271 MWht warmtevraag MWht 245 kwt 136 MWht 160 kwt 806 MWht CKM HTWP COP k = 3,5 COP w = 3,5 Ketel 200 kwt 202 MWht 245 kwt 136 MWht Grondwatersysteem 114 kwt 576 MWht Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 245 kwt warmtevermogen 114 kwt koudelevering 136 MWht warmtelevering 576 MWht maximaal debiet 26 m³/h maximaal debiet 16 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.10 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Van Abbemuseum Het van Abbemuseum wordt in de winter verwarmd door hoge temperatuur warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (806 MWh t ) en door ketels (202 MWh t ). In de zomer wordt voor een deel (50%) direct gekoeld met grondwater (136 MWh t ) en voor een deel (50%) gekoeld met behulp van compressiekoelmachines (136 MWh t ) /59144/RW 11 juni

34 Verwarming Catharinakerk verwarmingsvermogen warmtevraag 236 kwt 354 MWht 83 kwt 283 MWht WP COP w = 4 Ketel 153 kwt 71 MWht 62 kwt 212 MWht Grondwatersysteem warmtevermogen warmtelevering maximaal debiet ontwerp temperaturen 62 kwt 212 MWht 9 m³/h 13/7 C (bronnen) Figuur 3.11 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Catharinakerk De Catharinakerk wordt verwarmd door standaard warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (283 MWh t ) en door ketels (71 MWh t ). Er wordt niet gekoeld. Koeling Nieuwbouw Verwarming Nieuwbouw koelvermogen kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag MWht warmtevraag 750 MWht 350 kwt 600 MWht WP COP w = 4 Ketel 650 kwt 150 MWht kwt MWht 263 kwt 450 MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) kwt warmtevermogen 263 kwt koudelevering MWht warmtelevering 450 MWht maximaal debiet 162 m³/h maximaal debiet 38 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) Figuur 3.12 Systeemconcept en energetische uitgangspunten Nieuwbouw In de winter wordt warmte aan de nieuwbouw geleverd door standaard warmtepompen in combinatie met het grondwatersysteem (600 MWh t ) en door ketels (150 MWh t ). In de zomer wordt volledig direct gekoeld met grondwater (1.125 MWh t ) /59144/RW 11 juni

35 3.6 Varianten In overleg met gemeente Eindhoven zijn een drietal varianten gedefinieerd die in deze studie verder worden uitgewerkt. De aangesloten gebouwen per variant zijn samengevat in tabel 3.7. Een samenvatting van de energetische uitgangspunten en het systeemconcept per variant is grafisch weergegeven in figuren 3.13 tot en met Tabel 3.7 Projectvarianten Gebouw Variant 1 Variant 2 Variant 3 Stadhuis GGD gebouw Designhuis x Stadskantoor x Van Abbemuseum x Catharinakerk x Toekomstige nieuwbouw x x Koeling gebouwen variant 1 Verwarming gebouwen variant 1 koelvermogen 700 kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag 520 MWht warmtevraag MWht 180 kwt 134 MWht CKM COP k = 3,5 Regeneratie 187 kwt 198 kwt 204 MWht 720 MWht WP COP w = 4 HTWP COP w = 3,5 Ketel 913 kwt 231 MWht 520 kwt 386 MWht 281 MWht 140 kwt 153 MWht 141 kwt 514 MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) 520 kwt warmtevermogen 282 kwt koudelevering 667 MWht warmtelevering 667 MWht maximaal debiet 83 m³/h maximaal debiet 40 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) gem. verpomping m³/a gem. verpomping m³/a max. verpomping m³/a max. verpomping m³/a Figuur 3.13 Systeemconcept en energetische uitgangspunten variant /59144/RW 11 juni

36 Koeling gebouwen variant 2 Verwarming gebouwen variant 2 koelvermogen kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag MWht warmtevraag MWht 740 kwt 507 MWht CKM COP k = 3,5 Regeneratie 270 kwt 517 kwt kwt 487 MWht MWht 662 MWht WP COP w = 4 HTWP COP w = 3,5 Ketel kwt 759 MWht MWht 203 kwt 365 MWht 369 kwt MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) kwt warmtevermogen 572 kwt koudelevering MWht warmtelevering MWht maximaal debiet 225 m³/h maximaal debiet 82 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) gem. verpomping m³/a gem. verpomping m³/a max. verpomping m³/a max. verpomping m³/a Figuur 3.14 Systeemconcept en energetische uitgangspunten variant 2 Koeling gebouwen variant 3 Verwarming gebouwen variant 3 koelvermogen kwt verwarmingsvermogen kwt koudevraag MWht warmtevraag MWht 740 kwt 507 MWht CKM COP k = 3,5 Regeneratie 620 kwt 517 kwt kwt MWht MWht 812 MWht WP COP w = 4 HTWP COP w = 3,5 Ketel kwt MWht 473 MWht 465 kwt 815 MWht 369 kwt MWht Grondwatersysteem Grondwatersysteem koelvermogen (direct) kwt warmtevermogen 834 kwt koudelevering MWht warmtelevering MWht maximaal debiet 323 m³/h maximaal debiet 120 m³/h ontwerp temperaturen 10/18 C (bronnen) ontwerp temperaturen 13/7 C (bronnen) gem. verpomping m³/a gem. verpomping m³/a max. verpomping m³/a max. verpomping m³/a Figuur 3.15 Systeemconcept en energetische uitgangspunten variant Regeneratie Voor het creëren van een jaarlijkse energiebalans in de bodem (zie 2.7) moet in de zomer aanvullend warmte in de bodem worden geladen. Dit warmte laden kan plaatsvinden met een zogenoemd regeneratiesysteem. In aanmerking komende regeneratiesystemen voor dit project zijn droge koelers, asfaltcollectoren, zonnecollectoren, energiedaken, het oppervlaktewater en de ventilatielucht van de parkeerkelder. In deze paragraaf wordt per systeem een beknopte toelichting gegeven, waarna een analyse van de systemen wordt gepresenteerd in een tabel /59144/RW 11 juni

37 Droge koelers Vanaf een bepaalde buitenluchttemperatuur is het mogelijk om met behulp van droge koelers warmte aan de buitenlucht te onttrekken en over te dragen aan het medium in het koelcircuit. Via een warmtewisselaar wordt vervolgens de warmte overgedragen aan het grondwater. De droge koelers werken in deze situatie als verwarmers. In figuur 3.16 is een voorbeeld weergegeven van een droge koeler. Figuur 3.16 Voorbeeld droge koeler De droge koeler is op veel locaties te plaatsen, mits de buitenlucht niet sterk verontreinigd is. Vanwege het visuele en volumineuze aspect is het platte dak van gebouwen het meest geschikt. Ook energetisch gezien kan de opstijgende lucht van zwarte daken voordeel bieden. Droge koelers zijn multifunctioneel doordat hiermee zowel koude als warmte geladen kan worden. Een nadeel van droge koelers is de geluidsproductie. Asfaltcollectoren In de zomer wordt warmte van de zonnestraling in het asfalt geabsorbeerd. Door een leidingstelsel in het asfalt kan deze warmte worden overgedragen aan het water in de buizen. Het water krijgt hierdoor een temperatuurverhoging en kan vervolgens via een warmtewisselaar worden overgedragen aan het grondwatersysteem. In figuur 3.17 een foto weergegeven van de aanleg van een asfaltcollector. Figuur 3.17 Aanleg asfaltcollector /59144/RW 11 juni

38 Voordeel van deze manier is dat de levensduur van het asfalt door de koeling in de zomer aanzienlijk toeneemt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het wegdek in de winter ijsvrij te houden zonder dat er pekel gestrooid hoeft te worden. Met asfaltcollectoren kan dus zowel koude als warmte worden geladen. De onderhoudskosten bij deze variant zijn zeer beperkt. Nadeel van deze manier van regenereren is de lage opbrengst per vierkante meter waardoor de benodigde investering toeneemt. Daarnaast vraagt de integratie in de weg afstemming met meerdere partijen. Ook de benodigde oppervlakte aan asfalt moet binnen de projectlocatie nodig zijn. Hierbij moet rekening worden gehouden met schaduwvorming door beplanting en bebouwing. Zonnecollectoren Een zonnecollector kan ook worden gebruikt om duurzaam warmte te winnen. Een zonnecollector zet stralingsenergie van de zon om in warm water. Zonnecollectoren worden over het algemeen veelal toegepast in combinatie met zonneboilers voor het verwarmen van warm tapwater. De warmte wordt opgevangen in een zwarte glazen bak en overgedragen naar het koelere medium (water of glycol oplossing) wat door de koperen buizen in de bak stroomt. Door de opbouw kan een zonnecollector water met een hoge temperatuur leveren (ca. 70 C). In figuur 3.18 is een voorbeeld weergegeven van een zonnecollector. Figuur 3.18 Zonnecollector Voordeel van een zonnecollector is de hoge opbrengst per vierkante meter. De geleverde warmte is ook met een redelijk hoge temperatuur beschikbaar waardoor waterverplaatsing beperkt blijft. De collector is redelijk makkelijk te plaatsen, is algemeen bekend en geaccepteerd. Een zonnecollector op het dak geeft gebouwen een duurzame uitstraling, het is van buitenaf zichtbaar dat er energie wordt bespaard en de uitstoot van CO 2 wordt verminderd. Op de meeste gebouwen is een collector te plaatsen, hierbij is de oriëntatie belangrijk. Voor een goede opbrengst dient een zonnecollector tussen het zuidoosten en het zuidwesten gericht te zijn in een hoek tussen de 25 en 60 graden met het aardoppervlak. Nadeel is dat een collector nog redelijk veel ruimte inneemt, visueel opvallend is, oriëntatiegevoelig is en een hoge aanschafprijs kent. Daarnaast kan geen koude worden geladen met een zonnecollector /59144/RW 11 juni

39 Energiedak Het energiedak is een soortgelijke toepassing als zonnecollectoren. Een energiedak is een dakafwerking, waarbij een buizensysteem is verwerkt in het dak (zie figuur 3.19). Het buizensysteem wordt afgewerkt met bitumen. Figuur 3.19 Energiedak onafgewerkt (links) en afgewerkt (rechts). Voordelen van een energiedak is dat zowel warmte als (een beperkte hoeveelheid) koude geladen kan worden en dat het ook toegepast kan worden op bestaande daken. De investeringskosten liggen lager dan bij een zonnecollector, maar daar staat een lagere energieopbrengst tegenover. Oppervlaktewater Ten zuidoosten van het Stadhuisplein tussen het Van Abbemuseum en het Stadhuis stroomt de Dommel. De watertemperatuur van de Dommel varieert in de tijd (zie figuur 2.2). Bij voldoende hoge temperatuur kan het oppervlaktewater gebruikt worden om warmte te laden. Warmte uit het oppervlaktewater wordt in een warmtewisselaar overgedragen aan het grondwater (zie figuur 3.20). Voordelen van regeneratie met behulp van oppervlaktewater is dat het geluidsarm is, dat zowel warmte als koude geladen kan worden en dat het vanaf buiten niet waarneembaar is. Daarnaast is het voor grote systemen een relatief goedkope methode om te regenereren. Figuur 3.20 Regenereren met oppervlaktewater /59144/RW 11 juni

40 Ventilatielucht parkeergarage Onder het Stadhuisplein ligt een parkeergarage, die geventileerd wordt. De ventilatielucht kan mogelijk gebruikt worden om warmte- en of koude aan te onttrekken. Temperatuurgegevens van de parkeergarage zijn niet voorhanden, maar de verwachting is dat in de zomer warmte geladen kan worden en in de winter koude geladen kan worden. Doordat een parkeergarage een dempend effect heeft op de luchttemperatuur zal ten opzichte van droge koelers minder koude en warmte geladen kunnen worden. Analyse regeneratiemethoden Bovenstaande regeneratiemethoden worden kwalitatief vergeleken. Hierbij wordt beoordeeld op de volgende criteria: - investeringskosten: de investeringskosten (per MWh regeneratie) - exploitatiekosten: verbruikskosten en onderhoudskosten - duurzaamheid: besparing primair energieverbruik en CO 2 -emissiereductie - robuustheid: betrouwbaarheid van componenten en redundantie - warmte laden: wel, beperkt of niet mogelijk - koude laden: wel, beperkt of niet mogelijk De resultaten zijn opgenomen in tabel 3.8. Door het ontbreken van gegevens over het ventilatiesysteem van de parkeergarage is deze methode slechts ten dele meegenomen in de analyse. Uit de analyse volgt dat in dit project droge koelers, energiedaken en oppervlaktewater interessante mogelijkheden zijn. Tabel 3.8 Onderlinge vergelijking regeneratiesystemen methode investeringskosten exploitatie kosten duurzaamheid robuustheid warmte laden koude laden droge koelers asfaltcollectoren zonnecollectoren +/ energiedaken /- oppervlaktewater parkeergarage /- +/ /59144/RW 11 juni

41 4 Uitwerking duurzame varianten 4.1 Technische uitwerking Dimensionering van het grondwatersysteem De belangrijkste dimensies van het grondwatersysteem zijn opgenomen in tabel 4.1. Hierin zijn het maximale totale debiet, het aantal doubletten en de benodigde brondiepte opgenomen. Tabel 4.1 variant Hoofddimensies grondwatersysteem max. tot. debiet aantal (m³/h) doubletten brondiepte (m-mv) Hoofdcomponenten grondwatersysteem De bronnen zijn voorzien van elektrisch aangedreven bronpompen. De capaciteiten (q v ) en het elektrisch aansluitvermogen (P e ) voor de diverse bronpompen zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Hoofdgegevens bronpompen Koude bron Warme bron Variant q v (m³/h) P e (kw e ) q v (m³/h) P e (kw e ) In verband met de onzekerheid in de energievraag en vermogens wordt geadviseerd om de bronnen uit te leggen op het maximale debiet. Het debiet per bron bedraagt in dit geval circa 150 m³/h en het elektrische aansluitvermogen per bron bedraagt dan circa 33 kwh e. In alle varianten worden de bronnen aangesloten op een collectief grondwaterdistributienet (zie ook paragraaf 3.3). Elk gebouw heeft een technische ruimte welke is aangesloten op het grondwaterdistributienet. In de technische ruimten staan warmtewisselaars opgesteld die de warmte en koude overdragen aan gebouwzijdige systeem. Deze warmtewisselaars dienen zich bij voorkeur op de begane grond of kelderniveau te bevinden. De enige zichtbare onderdelen van het grondwatersysteem buiten het gebouw betreffen de putbehuizingen ter afscherming van het leidingwerk en de appendages. In figuur 4.1 is een mogelijk voorbeeld van afwerking van putbehuizingen weergegeven /59144/RW 11 juni

42 Figuur 4.1 Mogelijke afwerking putbehuizingen 4.2 Risico-inventarisatie Op onderstaande aspecten is op haalbaarheidsniveau een inventarisatie van de risico s van de drie omschreven varianten uitgevoerd voor de toepassing van een grondwatersysteem in het eerste watervoerende pakket. Deze risico s zijn grafisch weergegeven in figuur 4.2. beperkt risico hoog risico bodemopbouw grondwaterkwaliteit inpassing bronnen juridisch Variant 1 Variant 2 Variant 3 Figuur 4.2 Overzicht risico-inventarisatie grondwatersysteem De bodemopbouw en de grondwaterkwaliteit zijn geschikt en vormen geen risico voor de toepassing van een grondwatersysteem. De projectlocatie bevindt zich in een stedelijk gebeid. Bij de inpassing van de bronnen en het aanleggen van het benodigde leidingwerk dient rekening gehouden te worden met de aanwezige ondergrondse infrastructuur (kabels, leidingen etc.). Dit vormt bij het ontwerp en de realisatie een aandachtspunt /59144/RW 11 juni

43 Juridisch dient rekening gehouden te worden met de aanwezige verontreiniging en het nabijgelegen energieopslagsysteem DWZI. Beiden mogen niet negatief worden beïnvloed. De hoogte van het risico is evenredig met de systeemgrootte en het aantal bronnen. Om het risico te minimaliseren dienen de bronnen zover mogelijk van de verontreinigingen en het nabijgelegen systeem geplaatst te worden. In het masterplan zullen de effecten op de verontreinigingen en het nabijgelegen systeem berekend moeten worden en dienen de resultaten voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Hieronder wordt per variant een voorstel gedaan voor de globale bronposities. Daarbij is reeds zoveel mogelijk rekening gehouden met de verontreiniging en het systeem van DWZI en de aangesloten gebouwen. Nadere berekeningen in het masterplan moeten uitwijzen of de bronlocaties juridisch daadwerkelijk mogelijk zijn. DWZI Verontreinigingen Figuur 4.3 Suggestie plaatsing bronnen voor variant /59144/RW 11 juni

44 DWZI Verontreinigingen Figuur 4.4 Suggestie plaatsing bronnen variant 2 DWZI Verontreinigingen Figuur 4.5 Suggestie plaatsing bronnen variant /59144/RW 11 juni

45 4.3 Duurzaamheidanalyse Inleiding Belangrijke parameters om de duurzaamheid te bepalen zijn het primaire energieverbruik en de CO 2 -uitstoot. In deze paragraaf wordt gekeken naar de besparingen hiervan ten opzichte van de referentie. Extra maatregelen om het energieverbruik voor warmte- en koudelevering verder te beperken worden behandeld. Daarnaast worden een aantal maatregelen om duurzame elektriciteit op te wekken behandeld. Referentie In de referentievariant wordt warmte en koude geleverd op traditionele wijze. Dit houdt in dat warmte door CV-ketels worden geleverd en dat gekoeld wordt met behulp van compressiekoelmachines. Primaire energiebesparing Voor de referentievariant en de drie projectvarianten is het primaire energieverbruik bepaald. Het primair energieverbruik is omgerekend naar m³ aardgasequivalenten. Voor de gebruikte kengetallen wordt verwezen naar paragraaf 2.4. In figuur 4.6 is het primaire energieverbruik van het totale project weergegeven voor de verschillende varianten. Dit betekent dat bij de varianten 1 tot en met 3 het primaire energieverbruik is berekend waarbij een deel van de gebouwen zijn aangesloten op het KWOsysteem en de resterende gebouwen gebruik maken van de referentietechnologie. Hierbij is het regeneratiesysteem meegenomen. Voor de onderliggende energetische waarden wordt verwezen naar figuur 3.13 tot en met figuur Door gebruik te maken van warmte- en koudeopslag kan een aanzienlijke primaire energiebesparing gerealiseerd worden. In variant 1 bedraagt de primaire energiebesparing 10%, in variant 2 is dit 23% en in variant 3 is dit 41%. Primair energieverbruik [m³ a.e./jaar] Figuur % 23% 41% Variant 1 Variant 2 Variant 3 Primair energieverbruik voor alle gebouwen per variant referentie WKO /59144/RW 11 juni

46 In figuur 4.7 is het primaire energieverbruik weergegeven waarbij alleen de gebouwen die per variant zijn opgenomen, zijn aangesloten op het KWO-systeem. In variant 1 bedraagt de primaire energiebesparing 36%, in variant 2 is dit 32% en in variant 3 is dit 41%. Primair energieverbruik [m³ a.e./jaar] Figuur % 32% 41% Variant 1 Variant 2 Variant 3 Primair energieverbruik per variant referentie WKO CO 2 -emissiereductie De CO 2 -uitstoot voor alle gebouwen per variant is bepaald een weergegeven in figuur 4.8. Regeneratie is hierbij meegenomen. Voor de onderliggende energetische waarden wordt verwezen naar figuur 3.13 tot en met figuur In variant 1 bedraagt de CO 2 - emissiereductie 8%, in variant 2 is dit 19% en in variant 3 is dit 36% CO 2 uitstoot [ton/jaar] referentie WKO Figuur % 19% 36% Variant 1 Variant 2 Variant 3 CO 2 -uitstoot voor alle gebouwen per variant In figuur 4.9 wordt de CO 2 -uitstoot vergeleken waarbij alleen de gebouwen die zijn aangesloten op het KWO-systeem worden meegenomen. In variant 1 bedraagt de primaire energiebesparing 31%, in variant 2 is dit 25% en in variant 3 is dit 36% /59144/RW 11 juni

47 CO 2 uitstoot [ton/jaar] Figuur % 25% 36% Variant 1 Variant 2 Variant 3 CO 2 -uitstoot per variant referentie WKO Maatregelen vergroten duurzaamheid warmte- en koudelevering De volgende maatregelen vergroten de duurzaamheid voor warmte- en koudelevering van de varianten: - Monovalente verwarming: door de warmtepompen op het maximale verwarmingsvermogen uit te leggen kunnen de warmtepompen volledig in de warmtevraag voorzien. - Directe koeling: door volledige directe koeling toe te passen neemt de duurzaamheid toe. Om volledige directe koeling toe te kunnen passen dienen alle gebouwen voorzien te worden van hoge temperatuur koelsystemen. - Isolatie: door het toepassen van extra maatregelen daalt de warmtevraag, De effecten van de eerste twee maatregelen zijn weergegeven in figuur 4.10 tot en met figuur Hierin is de procentuele besparing ten opzichte van de referentievariant ook weergegeven. Voor de volledigheid zijn de waarden voor de varianten 1 tot en met 3 zoals behandeld in dit onderzoek ook weergegeven (WKO standaard). Om het effect van extra isolatie te bepalen dienen EPC-berekeningen uitgevoerd te worden. Dit valt buiten de scope van deze opdracht. Opgemerkt wordt dat aantal maatregelen om duurzaamheid te vergroten niet bij elk gebouw mogelijk zijn. Uit figuren 4.10 tot en met figuur 4.13 volgt dat directe koudelevering meer primaire energiebesparing en CO 2 -emissiereductie oplevert dan monovalente verwarming. Een maximale primaire energiebesparing van 52% en een maximale CO 2 -emissiereductie van 47% is mogelijk (variant 3) als beide maatregelen worden toegepast /59144/RW 11 juni

48 Primair energieverbruik [m³ a.e./jaar] Figuur % 11% 11% 13% 23% 27% 30% 33% 41% 46% 47% 52% Variant 1 Variant 2 Variant 3 referentie WKO standaard mon. verw. directe koeling dir. koeling + mon. verw. Effect maatregelen CO 2 -uitstoot voor alle gebouwen per variant Primair energieverbruik [m³ a.e./jaar] Figuur % 41% 43% 47% 32% 36% 40% 45% 41% 46% 47% 52% Variant 1 Variant 2 Variant 3 referentie WKO standaard mon. verw. directe koeling dir. koeling + mon. verw. Effect maatregelen primair energieverbruik voor alle gebouwen per variant CO 2 uitstoot [ton/jaar] referentie WKO standaard mon. verw. directe koeling dir. koeling + mon. verw % 9% 10% 11% 19% 21% 26% 27% 36% 39% 44% 47% Variant 1 Variant 2 Variant /59144/RW 11 juni

49 Figuur 4.12 Effect maatregelen CO 2 -uitstoot per variant CO 2 uitstoot [ton/jaar] referentie WKO standaard mon. verw. directe koeling dir. koeling + mon. verw Figuur % 33% 42% 42% 25% 28% 37% 37% 36% 39% 47% 47% Variant 1 Variant 2 Variant 3 Effect maatregelen primair energieverbruik per variant Maatregelen duurzame elektriciteit Photovoltaïsche panelen Photovoltaïsche panelen, oftewel PV panelen, zetten zonlicht om in elektriciteit. PV panelen leveren duurzame elektriciteit aan de gebouwen waarmee de CO 2 emissie op het Stadhuisplein kan worden gecompenseerd. Figuur 4.14 PV systeem (96 kw) op het dak van een High school, Pennsville, NJ, USA. PV panelen kunnen op elk gewenst moment worden bijgeplaatst. De hoeveelheid is afhankelijk van de beschikbare ruimte op daken en openbaar gebied. Eventueel is het mogelijk PV panelen te integreren in gebouwdelen zoals daken, zonwering, glaswanden en muren. De jaarlijkse opbrengst van PV-panelen bedraagt circa 90 kwh/m² bij optimale plaatsing /59144/RW 11 juni

50 Windenergie Windturbines zijn, net als PV panelen, uitermate geschikt om de energieprestatie van een locatie te verhogen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen groot- en kleinschalige windenergie. Grootschalige windturbines leveren duurzame elektriciteit aan het net, waarmee de CO 2 emissie van het Stadhuisplein kan worden gecompenseerd. Grootschalige windturbines zijn niet in bebouwd gebied te plaatsen vanwege geluidsoverlast en wiekslag. Bij kleinschalige windturbines moet gedacht worden aan windturbines van ongeveer 1 tot 3 meters in doorsnede op en paal van 2 tot 5 meter. Deze turbines kunnen wél in bewoond gebied en op gebouwen worden geplaatst. Kleinschalige windturbines zijn sterk in ontwikkeling. Hieronder worden enkele modellen weergegeven. Figuur 4.15 Kleinschalige windturbines In de praktijk blijkt dat deze kleinschalige windturbines hun beloften veelal nog niet waarmaken. Zo blijkt dat de door de leveranciers geschatte opbrengst gemiddeld drie maal hoger was dan de werkelijke opbrengst. Deze kleinschalige turbines zijn echter sterk in ontwikkeling, waardoor de opbrengst een stuk hoger kan worden de komende jaren. Naast geluidshinder zijn betrouwbaarheid en levensduur belangrijke factoren. Hierover is helaas nog weinig bekend, terwijl deze het milieu en de rentabiliteit beïnvloeden. Indien gekozen wordt voor kleinschalige windturbines dienen meerjarige garantie- en onderhoudsafspraken gemaakt te worden met de leveranciers. Aangezien kleinschalige windmolens ongeveer even duur zijn als PV panelen, maar slechter scoren op onderhoud en betrouwbaarheid, zal dit voor het Stadhuisplein nog niet het beste alternatief zijn voor duurzame elektriciteitsproductie op dit moment. 4.4 Financiële analyse Volgt in later stadium /59144/RW 11 juni

51 4.5 Organisatorische analyse Volgt in later stadium /59144/RW 11 juni

52 5 Masterplan bronnen KWO Volgt in later stadium /59144/RW 11 juni

53 6 Conclusies en aanbevelingen Volgt in later stadium /59144/RW 11 juni

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen

Open en gesloten WKO systemen. Open systemen Open en gesloten WKO systemen Open systemen Een kenmerk van open systemen is dat er grondwater onttrokken en geïnfiltreerd wordt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen doubletsystemen, monobronsystemen

Nadere informatie

WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld. Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012

WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld. Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012 WKO-coach Drenthe Kansen gemeente Westerveld in beeld Rutger Wierikx IF Technology 9 februari 2012 Inhoud 1. Introductie 2. Inventarisatie a. Bodemgeschiktheid b. Bouwontwikkelingen c. Omgevingsbelangen

Nadere informatie

Thermische energie uit oppervlaktewater. Business case stadhuis Harderwijk

Thermische energie uit oppervlaktewater. Business case stadhuis Harderwijk Thermische energie uit oppervlaktewater Business case stadhuis Harderwijk Colofon Datum 28 februari 2018 Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer 67149/LH/20180228 Thermische

Nadere informatie

White Paper Warmtepompsysteem

White Paper Warmtepompsysteem White Paper Warmtepompsysteem Inleiding Een warmtepompsysteem is voor veel mensen inmiddels een bekend begrip, toch ontstaat er nog steeds veel onduidelijkheid over de werking van het systeem. Dit blijkt

Nadere informatie

Notitie. 1. Inleiding

Notitie. 1. Inleiding Installect Rozenstraat 11 7223 KA Baak www.installect.nl W.H. Bruil T 0575 441187 [email protected] Notitie Project : Sanquin Amsterdam Onderwerp : aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordelingsplicht

Nadere informatie

Masterplan Bodemenergie Stationskwartier

Masterplan Bodemenergie Stationskwartier Masterplan Bodemenergie Stationskwartier Gemeente Breda Opdrachtgever Gemeente Breda Afdeling Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Milieu Postbus 90156 4800 RH BREDA Contactpersoon: mevr. S.B. Schripsema

Nadere informatie

Effectenstudie. Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: Referentie: 16BB128

Effectenstudie. Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: Referentie: 16BB128 Effectenstudie Onderwerp: WKO woontoren HAUT te Amsterdam Datum: 1-2-2017 Referentie: 16BB128 Inhoudsopgave Effectenstudie...1 Inhoudsopgave...2 1. Inleiding...3 1.1. Aanleiding...3 1.2. Leeswijzer...3

Nadere informatie

1 Inleiding en projectinformatie

1 Inleiding en projectinformatie Project: Groenhorst College te Velp Onderwerp: hemelwater infiltratieonderzoek Datum: 9 november 2011 Referentie: 25.515/61341/LH 1 Inleiding en projectinformatie Het Groenhorst College, gelegen aan de

Nadere informatie

Effectenstudie. Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: Referentie: 16BB161

Effectenstudie. Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: Referentie: 16BB161 Effectenstudie Onderwerp: Bodemenergiesysteem Hudson Bay Amstelveen Datum: 5-1-2016 Referentie: 16BB161 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Aanleiding... 3 1.2. Bodemenergieplan... 3 1.3. Leeswijzer...

Nadere informatie

Effectenstudie bodemenergiesysteem

Effectenstudie bodemenergiesysteem voor open bodemenergiesystemen: tot 50 m³/uur en 250.000 m³/jaar en dieper dan 20 m-mv Project: Kinder- en Jeugdcentrum Heliomare (KJC Zuid) en Multifunctionele sportaccomodatie (MFS) Projectlocatie: De

Nadere informatie

Effectenstudie bodemenergiesysteem

Effectenstudie bodemenergiesysteem voor open bodemenergiesystemen: tot 50 m³/uur en 250.000 m³/jaar en dieper dan 20 m-mv Project: Projectlocatie: OLO-nummer: Datum: Referentie: Vergunningaanvrager: Adviseur: Klik hier als u een datum wilt

Nadere informatie

2 Uitgangspunten De volgende documenten zijn als uitgangspunten voor de beantwoording van de vragen genomen:

2 Uitgangspunten De volgende documenten zijn als uitgangspunten voor de beantwoording van de vragen genomen: NOTITIE Datum 26 juni 2015 Projectnaam Transformatie enci-gebied Werknummer Van G.E. de Nijs Deerns Nederland B.V. Bouwfysica & Energie Fleminglaan 10 2289 CP Rijswijk Postbus 1211 2280 CE Rijswijk T 088

Nadere informatie

Onderzoek naar interferentie. tussen open en gesloten bodemenergiesystemen

Onderzoek naar interferentie. tussen open en gesloten bodemenergiesystemen Onderzoek naar interferentie tussen open en gesloten bodemenergiesystemen Onderzoek naar interferentie tussen open en gesloten bodemenergiesystemen Onderzoek naar interferentie tussen open en gesloten

Nadere informatie

Voorwaarden aansluiting appartementen en woningen op WKO bron DSKII

Voorwaarden aansluiting appartementen en woningen op WKO bron DSKII Voorwaarden aansluiting appartementen en woningen op WKO bron DSKII Stichting Spaarnesant 04 februari 2014 9X3803 Entrada 301 Postbus 94241 1090 GE Amsterdam +31 20 569 77 00 Telefoon 020-5697701 Fax [email protected]

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Een goed ontwerp voor 50 jaar bedrijfszekerheid

Een goed ontwerp voor 50 jaar bedrijfszekerheid Een goed ontwerp voor 50 jaar bedrijfszekerheid Ronald Wennekes IF Technology bv, Arnhem Inhoud 1. Fasering 2. Ontwerp en kwaliteitseisen 3. Voorbeelden 1 1 Fasering 1. Programma / haalbaarheid 2. Ontwerp

Nadere informatie

TEO/WKO WARMTE EN KOUDE

TEO/WKO WARMTE EN KOUDE TEO/WKO WARMTE EN KOUDE BEDRIJVENTERREIN MARSLANDEN Op het bedrijventerrein de Marslanden in Zwolle zijn bedrijven gevestigd, met uiteenlopende behoefte aan warmte en koeling. Vanuit gegevens over het

Nadere informatie

Postbus 80300 3508 TH UTRECHT T 030-25 82 980 E [email protected] Contactpersoon: dhr. S. Roëll

Postbus 80300 3508 TH UTRECHT T 030-25 82 980 E Stef.Roell@provincie-utrecht.nl Contactpersoon: dhr. S. Roëll Energievoorziening glastuinbouw provincie Utrecht Haalbaarheidsstudie Opdrachtgever Provincie Utrecht Postbus 80300 3508 TH UTRECHT T 030-25 82 980 E [email protected] Contactpersoon: dhr.

Nadere informatie

1.2 Adres van de initiatiefnemer Naam bedrijf/instelling: Geomec4p realisatie en exploitatie bv Rietgorsweg 6, 3356 LJ Papendrecht

1.2 Adres van de initiatiefnemer Naam bedrijf/instelling: Geomec4p realisatie en exploitatie bv Rietgorsweg 6, 3356 LJ Papendrecht Project: hoge temperatuuropslag GeoMEC te Brielle Onderwerp: aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht Datum: 08-05-2011 Referentie: 26.468/58182/BG 0. Inleiding Voor het glastuinbouw

Nadere informatie

Warmte Koude Opslag. Wat is WKO? Diep onder Drenthe

Warmte Koude Opslag. Wat is WKO? Diep onder Drenthe Warmte Koude Opslag Wat is WKO? Diep onder Drenthe Klimaatbestendig Drenthe Klimaatveranderingen van vele eeuwen zijn nog steeds zichtbaar in het Drentse landschap. Voorbeelden hiervan zijn de Hondsrug

Nadere informatie

Optimale prijs/ prestatie energieopslagsystemen

Optimale prijs/ prestatie energieopslagsystemen Meer doen met minder Optimale prijs/ prestatie energieopslagsystemen Met steun van de NOVEM is er een onderzoek gedaan ter verbetering van de prijs/prestatie van energieopslagsystemen. De investeringen

Nadere informatie

Kansen voor lage-temperatuurwarmte in combinatie met warmtepompen en ondergrondse energie-opslag bij (bijna) gesloten kassen

Kansen voor lage-temperatuurwarmte in combinatie met warmtepompen en ondergrondse energie-opslag bij (bijna) gesloten kassen 50060657-KPS/SEN/IF 02-3058 Kansen voor lage-temperatuurwarmte in combinatie met warmtepompen en ondergrondse energie-opslag bij (bijna) gesloten kassen Deelrapport: ondergrondse energieopslag Arnhem,

Nadere informatie

Mogelijkheden voor aardgasloze Benedenbuurt

Mogelijkheden voor aardgasloze Benedenbuurt Notitie Contactpersoon Harry de Brauw Datum 14 juni 2017 Kenmerk N001-1246856HBA-rvb-V01-NL Mogelijkheden voor aardgasloze Benedenbuurt De aanstaande rioolvervanging in de Benedenbuurt is aanleiding voor

Nadere informatie

Ondergrondse koude/warmte-opslag in het Sint Elisabethziekenhuis

Ondergrondse koude/warmte-opslag in het Sint Elisabethziekenhuis Ondergrondse koude/warmte-opslag in het Sint Elisabethziekenhuis Gerrit Draelants Raf Schildermans Overzicht presentatie 1 Overzicht presentatie Milieuvergunningsaanvraag + interactie Onderscheiden verantwoordelijkheden

Nadere informatie

Bodemenergieplan Doornsteeg Nijkerk. Plan voor stimulering en ordening van bodemenergie

Bodemenergieplan Doornsteeg Nijkerk. Plan voor stimulering en ordening van bodemenergie Bodemenergieplan Doornsteeg Nijkerk Plan voor stimulering en ordening van bodemenergie Bodemenergieplan Doornsteeg Nijkerk Plan voor stimulering en ordening van bodemenergie DEFINITIEF Opdrachtgever Adviseur

Nadere informatie

Warmtepompen en warmtebronnen. Warmtepompen

Warmtepompen en warmtebronnen. Warmtepompen Warmtepompen en warmtebronnen (augustus 2006) Warmtepompen Wat is een warmtepomp? Warmtepompen zijn duurzame energiesystemen die energie uit de omgeving, zoals buitenlucht, bodem of grondwater, omzetten

Nadere informatie

De meest optimale installatie is een zuinige installatie. Daarvoor dienen 3 componenten goed op elkaar te worden afgesteld:

De meest optimale installatie is een zuinige installatie. Daarvoor dienen 3 componenten goed op elkaar te worden afgesteld: Besteco wil aan de hand van een korte, eenvoudige uitleg algemene informatie verstrekken omtrent warmtepompinstallaties en waar de aandachtspunten liggen. De meest optimale installatie is een zuinige installatie.

Nadere informatie

Bodemenergie in de gemeente Arnhem

Bodemenergie in de gemeente Arnhem Bodemenergie in de gemeente Arnhem Congres ILB 14 februari 2012 Marc van der Burght Beleidsadviseur Energie en Bodem Open systeem Gesloten systeem 1 Arnhem wil bodemenergie als bron van duurzame energie

Nadere informatie

14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N001-4524746BTM-V01 06-12-2007

14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw Kenmerk N001-4524746BTM-V01 06-12-2007 14. Geohydrologie Zuidbuurt eemnes Tauw 06-12-2007 Notitie Concept Contactpersoon Maaike Bevaart Datum 6 december 2007 Geohydrologie Zuidbuurt Eemnes 1 Inleiding Ter voorbereiding op de ontwikkeling van

Nadere informatie

Kwaliteitsborging Bodemenergie

Kwaliteitsborging Bodemenergie Kwaliteitsborging Bodemenergie van het gas af met behoud van comfort 11 oktober 2018 Energiebeurs ir. H.J.(Henk) Broekhuizen Wat is het? Bodemenergie? Kwaliteitsborging met BRL s Randvoorwaarden voor succes.

Nadere informatie

OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN

OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN WARMTEPOMP: ONTWERP HERFST 2018 Dimensionering en integratie van geothermische warmtepompinstallaties Hans HOES 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE ZINVOL TOEPASSEN VAN GEOTHERMISCHE

Nadere informatie

OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN

OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN OPLEIDING DUURZAME GEBOUWEN WARMTEPOMP: ONTWERP HERFST 2017 Dimensionering en integratie van geothermische warmtepompinstallaties Hans HOES 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE ZINVOL TOEPASSEN VAN GEOTHERMISCHE

Nadere informatie

Voorbeeldexamen Exploitatie open en gesloten systemen

Voorbeeldexamen Exploitatie open en gesloten systemen Voorbeeldexamen Exploitatie open en gesloten systemen Lees zorgvuldig onderstaande informatie Dit examen bestaat uit 30 meerkeuzevragen. Lees, voordat u antwoord geeft, de vraag zorgvuldig door. Vul uw

Nadere informatie

Het Nieuwe Telen van Amaryllis Amazone Amaryllis Deel 2 : energiemonitoring

Het Nieuwe Telen van Amaryllis Amazone Amaryllis Deel 2 : energiemonitoring Het Nieuwe Telen van Amaryllis Amazone Amaryllis 2011-2012. Deel 2 : energiemonitoring Het Nieuwe Telen Amaryllis : Deel 2 Energiemonitoring projectnummer 1400007415 Januari 2013 Energiemonitoring Plantmonitoring

Nadere informatie

Notitie 20091271-02 Gelijkwaardigheidsverklaring ClimaLevel voor NEN 2916 en NEN 5128 Opzet van onderzoek en resultaten

Notitie 20091271-02 Gelijkwaardigheidsverklaring ClimaLevel voor NEN 2916 en NEN 5128 Opzet van onderzoek en resultaten Notitie 0097-0 Gelijkwaardigheidsverklaring ClimaLevel voor NEN 96 en NEN 58 Opzet van onderzoek en resultaten Datum Referentie Behandeld door 4 februari 0 0097-0 M. Ritmeijer/LSC Opzet Climalevel klimaatsysteem

Nadere informatie

Themabijeenkomst BodemenergieNL BEHEER & ONDERHOUD. Samenhang bovengrond en ondergrond. Themabijeenkomst BodemenergieNL 4 december 2014

Themabijeenkomst BodemenergieNL BEHEER & ONDERHOUD. Samenhang bovengrond en ondergrond. Themabijeenkomst BodemenergieNL 4 december 2014 Themabijeenkomst BodemenergieNL BHR & ONDRHOUD Samenhang bovengrond en ondergrond ven voorstellen Techniplan Adviseurs bv raadgevend ingenieursbureau; Installaties en nergie & Milieu ongeveer 40 fte focus

Nadere informatie

Koelen en verwarmen: de bodem als energiebron

Koelen en verwarmen: de bodem als energiebron Jaarlijkse Informatievergadering Particulier Historisch Patrimonium 14 juni 2008, Kasteel van Hex te Heers Koelen en verwarmen: de bodem als energiebron J. Van Bael 1 Koelen en verwarmen : de bodem als

Nadere informatie

WKO Installaties opbouw en beheer

WKO Installaties opbouw en beheer WKO Installaties opbouw en beheer Frank Cogels L&A Real Estate Solutions bv WKO aandachtspunten Installaties met WKO bestaan o.a. uit: - Bronnen - Warmtewisselaars (TSA s) - Opwekkers (tempverhogers) -

Nadere informatie

H e t W A d u s E P C p a k k e t

H e t W A d u s E P C p a k k e t Uw partner in duurzame energie H e t W A d u s E P C p a k k e t De ultieme oplossing voor uw woning v1.0 april 2009 Voorwoord WAdus BV is een jong en dynamisch bedrijf. Het bedrijf is opgericht in 2008

Nadere informatie

Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied

Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied Bijlage 1: Kaart Aanwijzing Interferentiegebied Toelichting Algemeen Artikel 1 Begripsomschrijving Op 1 juli 2013 treedt het Besluit bodemenergiesystemen in werking. Het besluit bevat regels over het installeren

Nadere informatie

TEO/WKO WARMTE BESTAANDE WOONWIJK HEEG

TEO/WKO WARMTE BESTAANDE WOONWIJK HEEG TEO/WKO WARMTE BESTAANDE WOONWIJK HEEG In het dorp Heeg is voor een wijk met 800 slecht geisoleerde woningen onderzocht of verwarmen met thermische energie uit de nabijgelegen watergang Greft haalbaar

Nadere informatie

Potentieel thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)

Potentieel thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Potentieel thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel Eindrapportage 7 juli 2017 1 Voorblad Opdrachtgevers: Waterschap Rijn en IJssel Postbus 148 7000 AC Doetinchem

Nadere informatie

Evaluatie van ondiepe en diepe geothermie voor de Parkwijk in Turnhout

Evaluatie van ondiepe en diepe geothermie voor de Parkwijk in Turnhout 01/06/2012 Evaluatie van ondiepe en diepe geothermie voor de Parkwijk in Turnhout Geert Schoofs (DE ARK) en Ben Laenen (VITO) Situering Eigendom 245 won + 205 app Bouwjaren Parkwijk 24 1 24 83 235 27 32

Nadere informatie

Bodemenergieplan Waarderpolder en Oostradiaal

Bodemenergieplan Waarderpolder en Oostradiaal Reageren [email protected] Meer informatie www.haarlem.nl Vragen 023 _ 511 51 15 Gemeente Haarlem Stadszaken Ruimtelijk Beleid en Milieu Ontwerp Bodemenergieplan Waarderpolder en Oostradiaal Haarlem,

Nadere informatie

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.650 en Y = 447.600.

De projectlocatie ligt globaal op de coördinaten: X = 140.650 en Y = 447.600. Bijlage I Technische beoordeling van de vergunningsaanvraag van Ontwikkelingsverband Houten C.V. voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de bouw van een parkeerkelder onder het nieuw realiseren

Nadere informatie

Jos Van Steenwinkel. Bestuurder. IF Tech

Jos Van Steenwinkel. Bestuurder. IF Tech Uw logo Jos Van Steenwinkel Bestuurder IF Tech Seizoensmatige energieopslag in bodem en grondwater inzicht in de werking & proactief beheer Inhoudstafel 1. Begrippen energieopslag en geothermie 2. Ondergrondse

Nadere informatie

Thermische Energie uit Oppervlaktewater

Thermische Energie uit Oppervlaktewater Thermische Energie uit Oppervlaktewater Jan Mimpen Expertise Centrum Techniek Nationaal Symposium Gebruikersplatform Bodemenergie 22-11-2018 1. Wat is TEO 2. Potentie in Nederland 3. Ervaringen 4. Eigen

Nadere informatie

Potentieelstudie bodemenergie Gemeente Groningen

Potentieelstudie bodemenergie Gemeente Groningen Potentieelstudie bodemenergie gemeente Groningen Opdrachtgever Gemeente Groningen Dienst Ruimtelijke Ordening & Economische Zaken Postbus 7081 9701 JB GRONINGEN Contactpersoon: de heer P. Corzaan Adviseur

Nadere informatie

Damien Picard, 07/09/2017 DESIGN OPTIMALISATIE TOOL

Damien Picard, 07/09/2017 DESIGN OPTIMALISATIE TOOL Damien Picard, 07/09/2017 DESIGN OPTIMALISATIE TOOL Gegeven 1: gebouw concept door architect voorgesteld Gebouwontwerp 2: ruwe schatting van koel en verwarmingsvermogen / energie Automatiseren 3: Voor

Nadere informatie

Rapport. Opdrachtgever: Gemeente Mill en St. Hubert Postbus 10001 5430 CA Cuijk. Documentnummer: 20140075-R04. Projectnaam:

Rapport. Opdrachtgever: Gemeente Mill en St. Hubert Postbus 10001 5430 CA Cuijk. Documentnummer: 20140075-R04. Projectnaam: Adviseurs & Ingenieurs Opdrachtgever: Gemeente Mill en St. Hubert Postbus 10001 5430 CA Cuijk Documentnummer: 20140075-R04 Projectnaam: Gemeente Mill, onderzoek CV- en E- installatie. Datum: 9-12-2014

Nadere informatie

Wavin Diensten BV. Energiebesparing. warmte-koudeopslag restwarmte. Door Thom Cremer Manager locatiebeheer Wavin Diensten B.V.

Wavin Diensten BV. Energiebesparing. warmte-koudeopslag restwarmte. Door Thom Cremer Manager locatiebeheer Wavin Diensten B.V. Wavin Diensten BV Energiebesparing warmte-koudeopslag restwarmte Door Thom Cremer Manager locatiebeheer Wavin Diensten B.V. Inhoud 2 Inhoud Wavin locatie algemeen Koude opslagsysteem Ombouw naar warmte-koude

Nadere informatie

Thermische Energie uit Oppervlaktewater

Thermische Energie uit Oppervlaktewater Thermische Energie uit Oppervlaktewater 1. Wat is TEO 2. Potentie in Nederland 3. Ervaringen 4. Eigen pilots 5. Waar in te zetten 6. Waar rekening mee houden TEO met en zonder WKO WKO Seizoenen TEO Bron:

Nadere informatie

Hoge Temperatuur Opslag (HTO) Workshop Kopper Cress 4 juni 2019

Hoge Temperatuur Opslag (HTO) Workshop Kopper Cress 4 juni 2019 Hoge Temperatuur Opslag (HTO) Workshop Kopper Cress 4 juni 2019 Benno Drijver, IF Technology [email protected] Inhoud Wat is HTO? Waarom zouden we HTO willen toepassen? Wat zijn de belangrijkste

Nadere informatie

Welkom. Rentabiliteit studie energiecentrale MMC

Welkom. Rentabiliteit studie energiecentrale MMC Welkom Rentabiliteit studie energiecentrale MMC Waarom ziekenhuis uitermate geschikt voor WKO Langs een warmte vraag heeft een ziekenhuis ook een grote koudevraag. Een WKO levert in zijn totaliteit meer

Nadere informatie

DE WERKING VAN DE WARMTEPOMP

DE WERKING VAN DE WARMTEPOMP De duurzame energiebron is onuitputtelijk, maar heeft een te laag temperatuurniveau om de CV rechtstreeks op aan te kunnen sluiten. De temperatuur zal dus eerst verhoogd moeten worden, waardoor wij onze

Nadere informatie

Kansrijke WKO concepten

Kansrijke WKO concepten Kansrijke WKO concepten Wilfried Huis in t Veld IF Technology Kansen voor bodemenergie? Beperken van: - emissie broeikasgassen: Verdrag Kyoto, Kopenhagen? - afhankelijkheid van fossiele brandstoffen Hoger

Nadere informatie

ANRE-DEMONSTRATIEPROJECT: KOUDE/WARMTEOPSLAG KAZERNE BLAIRON, TURNHOUT. Eindrapport

ANRE-DEMONSTRATIEPROJECT: KOUDE/WARMTEOPSLAG KAZERNE BLAIRON, TURNHOUT. Eindrapport Beperkte verspreiding (contractnr. ) ANRE-DEMONSTRATIEPROJECT: KOUDE/WARMTEOPSLAG KAZERNE BLAIRON, TURNHOUT Eindrapport B.Aerts, J. Desmedt en J. Van Bael Studie uitgevoerd in opdracht van ANRE 29/ETE/R/..

Nadere informatie

Toepassing open bronsysteem voor Leefmilieu Brussel op Site Tour & Taxis. S. Verheyen Smet GWT H. Hoes Terra Energy

Toepassing open bronsysteem voor Leefmilieu Brussel op Site Tour & Taxis. S. Verheyen Smet GWT H. Hoes Terra Energy Toepassing open bronsysteem voor Leefmilieu Brussel op Site Tour & Taxis S. Verheyen Smet GWT H. Hoes Terra Energy Leefmilieu Brussel Leefmilieu Brussel Leefmilieu Brussel Leefmilieu Brussel optimaal klimaat

Nadere informatie

Bodemenergieplan 2 e Daalsedijk en Cartesiusdriehoek te Utrecht. Projectnummer: C17020 Status: definitief 25 oktober 2018

Bodemenergieplan 2 e Daalsedijk en Cartesiusdriehoek te Utrecht. Projectnummer: C17020 Status: definitief 25 oktober 2018 Bodemenergieplan 2 e Daalsedijk en Cartesiusdriehoek te Utrecht Projectnummer: C17020 Status: definitief 25 oktober 2018 Colofon Auteur Niels Schuurman (Buro Bron) Ko Hage (TTE) Coen Dijxhoorn (Buro Bron)

Nadere informatie

WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden

WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden WKO en sanering gecombineerd in Spoorzone Woerden Ko Hage (TTE) Delft, 1 december 2010 TTE consultants verbinden van ondergrond en bovengrond - Opgericht in 1999 door drie ingenieurs (The Three Engineers)

Nadere informatie

TEO/WKO WARMTE RENOVATIEWIJK SNEEK

TEO/WKO WARMTE RENOVATIEWIJK SNEEK TEO/WKO WARMTE RENOVATIEWIJK SNEEK Woningbouwcoöperatie Elkien heeft voornemens om in de wijk t Eiland in Sneek 300 woningen voor een deel te slopen en voor een deel te renoveren. Daarbij is de opgave

Nadere informatie

Warmtepompen. Een introductie

Warmtepompen. Een introductie Warmtepompen Een introductie Inhoud presentatie Introductie 040energie Warmtepompen: Principe Varianten Financieel Is mijn huis geschikt? Vragen? Introductie 040Energie 040energie is een vereniging van

Nadere informatie

Benedenbuurt gasloos Afweging bronnen en systemen

Benedenbuurt gasloos Afweging bronnen en systemen Benedenbuurt gasloos Afweging bronnen en systemen Harry de Brauw, Marion van Amelrooij, Mirjam Pronk, Barry Meddeler, Maartje Feenstra Doel bijeenkomst Scenario s bepalen voor gasloze verwarming Benedenbuurt:

Nadere informatie

Waterwet. Ontwerpbeschikking

Waterwet. Ontwerpbeschikking Waterwet Ontwerpbeschikking Aanvrager : Wavin Diensten B.V. Aanvraag : Wijziging van het besluit onderdeel If en voorschrift 5a van de vigerende vergunning. Locatie : Bruchterweg 88 te Hardenberg Datum

Nadere informatie

Verwarming en sanitair warm water

Verwarming en sanitair warm water 1 Installatie-eisen bij renovatie Verwarming en sanitair warm water Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 1 INLEIDING... 2 1. TOEPASSING... 2 2. KETEL... 2 2.1 Energieverbruiksmeters... 3 3. WARMTEPOMP... 4 3.1

Nadere informatie

Energievoorziening nieuwbouw. Hans van Wolferen 24 november Wageningen

Energievoorziening nieuwbouw. Hans van Wolferen 24 november Wageningen Energievoorziening nieuwbouw Hans van Wolferen 24 november 2016 - Wageningen Van Wolferen Research Ervaring Verwarming, warmtapwater, koeling Rapporteur EPG en EMG (NEN 7120 / 7125) Betrokken bij CEN normen

Nadere informatie

Demoproject: De Wending, meetresultaten

Demoproject: De Wending, meetresultaten Demoproject: De Wending, meetresultaten Auteurs: K. Allaerts Datum: 20/01/2015 Deze studie werd uitgevoerd in het kader van het IWT-VIS traject Smart Geotherm (2011-2017) Eindverslag De Wending v2 1 1

Nadere informatie

Bronverplaatsing. Verplaatsing bestaande bronnen wko Datum: 12 maart Gecontroleerd door: Wilfried Huis in t Veld. Samenvatting van de vergunning

Bronverplaatsing. Verplaatsing bestaande bronnen wko Datum: 12 maart Gecontroleerd door: Wilfried Huis in t Veld. Samenvatting van de vergunning 12 maart 2015 Bronverplaatsing Project: Jaarbeurs Utrecht Onderwerp: Verplaatsing bestaande bronnen wko Datum: 12 maart 2015 Referentie: 64319/WH/20150312 Auteur: Hetty Mathijssen Gecontroleerd door: Wilfried

Nadere informatie

(ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET

(ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET (ONTWERP) VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET verleend aan Telecom Service Leek B.V. De activiteit water in de bodem brengen of eraan te onttrekken Locatie: De Hoogte 1 leek

Nadere informatie

LT-warmtenet. Ruimteverwarming. Warmtapwater

LT-warmtenet. Ruimteverwarming. Warmtapwater Een lagetemperatuurwarmtenet () levert warmte voor en warmtapwater. Eén of meerdere collectieve bronnen verwarmen water dat via een buizensysteem naar de woning wordt vervoerd. In de woning is een afgifteset

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2017;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2017; Verordening bodemenergiesystemen gemeente Papendrecht De raad van de gemeente Papendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2017; gelet op de artikelen

Nadere informatie

100% Warmte, warm tapwater en koude. Comfortabel én milieuvriendelijk wonen. duurzame energie van eigen bodem

100% Warmte, warm tapwater en koude. Comfortabel én milieuvriendelijk wonen. duurzame energie van eigen bodem 100% duurzame energie van eigen bodem Warmte, warm tapwater en koude Comfortabel én milieuvriendelijk wonen U gaat voor nul! Comfortabel én milieuvriendelijk wonen Warmte, warm tapwater en koude van Eteck

Nadere informatie

Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug

Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug CONCEPT Omgevingsdienst regio Utrecht Mei 2015 opgesteld door Erwin Mikkers Duurzame energie per Kern in gemeente Utrechtse Heuvelrug

Nadere informatie

c) de belangen die mogelijk invloed kunnen ondervinden van de installatie van bodemenergiesystemen

c) de belangen die mogelijk invloed kunnen ondervinden van de installatie van bodemenergiesystemen 1 juli 2014 zaaknummer 2013-018143 Beleidsregels masterplannen bodemenergie Gelderland 2014 GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6.4, eerste

Nadere informatie

Duurzame energie. uitgestoten in vergelijking met een conventioneel verwarmingssysteem, bijvoorbeeld een CV ketel.

Duurzame energie. uitgestoten in vergelijking met een conventioneel verwarmingssysteem, bijvoorbeeld een CV ketel. Duurzame energie Er wordt tegenwoordig steeds meer gebruik gemaakt van duurzame energiesystemen in gebouwen. Hiermee wordt op een natuurlijke wijze duurzame energie gewonnen om de woningen te verwarmen

Nadere informatie

Miel Karthaus Martijn de Gier

Miel Karthaus Martijn de Gier Miel Karthaus Martijn de Gier Fig 1 1/5 13 3 5 1 17 12 11 18 2 11 31 16 15 12 14 8 7 4 6 22 21 20 19 9 10 e versus WarmBouwen 8 Verhouding tussen warmteweerstand en warmtestroomdichtheid

Nadere informatie

De geothermische warmtepomp biedt nieuwe uitdagingen H.Hoes, VITO

De geothermische warmtepomp biedt nieuwe uitdagingen H.Hoes, VITO De geothermische warmtepomp biedt nieuwe uitdagingen H.Hoes, VITO 1 Condensor Verdamper De geothermische warmtepomp Geothermie, hernieuwbare energie Ondiepe geothermische technologieën Praktijkvoorbeelden

Nadere informatie

VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET

VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET VERGUNNING VOOR GRONDWATERONTTREKKING OP GROND VAN DE WATERWET verleend aan Woningcorporatie Lefier Ontwikkelbedrijf De activiteit water in de bodem brengen en eraan ontrekken (Locatie: Berkenstraat 2

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015 1884850

Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015 1884850 Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015 1884850 Met het per 1-7-2013 van kracht zijnde Besluit bodemenergiesystemen wil de rijksoverheid toepassing van bodemenergie stimuleren en

Nadere informatie

Leidschenhof Den Haag. Uitgebreide omschrijving WKO

Leidschenhof Den Haag. Uitgebreide omschrijving WKO Leidschenhof Den Haag Uitgebreide omschrijving WKO Het project Leidschenhof te Leidschenveen is een zorgcomplex met appartementen dat in opdracht van WoonInvest is ontwikkeld. Het gebouw bestaat uit de

Nadere informatie

Robur 11.500,-- GASABSORPTIEWARMTEPOMPEN MET GAS VOOR HET HOOGSTE RENDEMENT. Nu nog sneller terugverdiend door subsidie tot.

Robur 11.500,-- GASABSORPTIEWARMTEPOMPEN MET GAS VOOR HET HOOGSTE RENDEMENT. Nu nog sneller terugverdiend door subsidie tot. Robur MET GAS VOOR HET HOOGSTE RENDEMENT GASABSORPTIEWARMTEPOMPEN Nu nog sneller terugverdiend door subsidie tot 11.500,-- per warmtepomp ASABS ROBUR EEN ENORME ENERGIEBESPARING EN TERUGVERDIENTIJDEN DIE

Nadere informatie

Energieopslag De Monnikenberg te Hilversum

Energieopslag De Monnikenberg te Hilversum Energieopslag De Monnikenberg te Hilversum Effectenstudie grondwatersysteem Opdrachtgever Tergooiziekenhuizen locatie Hilversum Van Rietbeeckweg 212 Postbus 10016 1201 DA Hilversum T 035-68 87 777 E [email protected]

Nadere informatie

Pilot Gorinchem. Haalbaarheidsstudie hogetemperatuuropslag in de bodem

Pilot Gorinchem. Haalbaarheidsstudie hogetemperatuuropslag in de bodem Pilot Gorinchem Haalbaarheidsstudie hogetemperatuuropslag in de bodem Adviseur Innoforte Van Heemstraweg 56 d 6651 KH DRUTEN T 048-75 10 375 E [email protected] Contactpersonen: dhr. J.A.T. Seuren dhr.

Nadere informatie

partners partners Aardwarmte Den Haag Zuid-West Het project Aardwarmte Den Haag Zuid-West basis in de nieuwe organisatie Aardwarmte

partners partners Aardwarmte Den Haag Zuid-West Het project Aardwarmte Den Haag Zuid-West basis in de nieuwe organisatie Aardwarmte Het project is een initiatief van de volgende zes partijen. Deze zes partners participeren op gelijkwaardige basis in de nieuwe organisatie Aardwarmte Den Haag VOF die de realisatie en exploitatie van

Nadere informatie

Voor het hoogste rendement op gas. Gasabsorptiewarmtepompen. Een enorme energiebesparing. terugverdientijden. tot 4 jaar

Voor het hoogste rendement op gas. Gasabsorptiewarmtepompen. Een enorme energiebesparing. terugverdientijden. tot 4 jaar Robur Voor het hoogste rendement op gas Gasabsorptiewarmtepompen Een enorme energiebesparing terugverdientijden tot 4 jaar GASA Robur Een enorme energiebesparing en terugverdientijden die kunnen WARM teruglopen

Nadere informatie

Protocol Bodemenergie Praktijkcase Kernhem in Ede Ronald Wennekes sr. adviseur bij IF Technology projectleider energie bij gemeente Ede

Protocol Bodemenergie Praktijkcase Kernhem in Ede Ronald Wennekes sr. adviseur bij IF Technology projectleider energie bij gemeente Ede Protocol Bodemenergie Praktijkcase Kernhem in Ede Ronald Wennekes sr. adviseur bij IF Technology projectleider energie bij gemeente Ede Vakblad Warmtepompen Juni 2011 1 Kernhem Ede Gegevens: circa 1.950

Nadere informatie

Functioneren van WKO installaties

Functioneren van WKO installaties Functioneren van WKO installaties Het belang van goed beheer Klaasjan van der Maas Unica Ecopower Arjan van Bon Royal HaskoningDHV Vragen 1. Hoe ziet de nieuwe wetgeving en certificering eruit? 2. Hoe

Nadere informatie