Kenangan Herinneringen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kenangan Herinneringen"

Transcriptie

1

2 Kenangan Herinneringen Molukkers in Zwolle Historisch Centrum Overijssel 2012

3 Inhoudsopgave 3 Voorwoord: 4 Bert de Vries, directeur Historisch Centrum Overijssel Inleiding 5 Herman Aarts, projectleider Molukkers in Zwolle Interviews: Julia Scholten-Rada Patty Wolthof - Mevrouw Rada-Soepardi 6 - Mevrouw Woearbanaran 12 - Mevrouw Putnarubun-Djoemi 17 - Jitro Ubro 22 - Max Pohowainjaan 27 - Bernard Patjanan 33 - Benoni Patjanan 38 - Wim Rahajaan 42 - Octovina Hoexum-Pohowainjaan 48 - Johannes Balabun 54 - Joop Rahantoknam 59 - Moni Woearbanaran 63 - Evie Rahakbauw-Ubro 67 - Thomas Somnaikubun 71 - Stans Huls 75 - Jil Frederiks 79 Kaderteksten Herman Aarts Geraadpleegde literatuur 85 Foto verantwoording 85 Colofon 85 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 3

4 Voorwoord Nieuwe Nederlanders, nieuwe Overijsselaars. Na de Tweede Wereldoorlog zijn allerlei groepen mensen vanuit het buitenland in Nederland komen wonen. Al die mensen hebben een andere achtergrond, een andere geschiedenis, een ander verhaal. Overeenkomst tussen al die mensen is dat ze vanuit een ander land en een andere cultuur in Nederland zijn gekomen en zijn geconfronteerd met een nieuwe vestigingsplaats en een nieuwe cultuur. De verhalen en het erfgoed dat hieruit is voortgekomen zijn van belang om te kunnen documenteren en te kunnen reconstrueren hoe dit proces is verlopen en hoe dit door de betrokkenen is beleefd. Molukkers in Zwolle is een impressie aan de hand van interviews. In dit boek staan de verhalen opgetekend en daarmee zijn ze voor de toekomst vastgelegd. Het Historisch Centrum Overijssel is ontzettend blij dat dit is gebeurd en hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan een completer beeld van de geschiedenis van Zwolle. Ik wil de gemeente Zwolle bedanken voor de steun aan het project en verder bedank ik alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan de realisatie van dit interessante boek. Bert de Vries Directeur Historisch Centrum Overijssel Inleiding In 2011 was het zestig jaar geleden dat de Molukkers naar Nederland kwamen. Een groep woont sinds het begin van de jaren zestig in de wijk Holtenbroek in Zwolle. De persoonlijke geschiedenis van een aantal van hen is in dit boekje vastgelegd en vormt daarmee een onderdeel van het collectieve verleden van Zwolle en van Nederland. Sommige verhalen beginnen al voor de Tweede Wereldoorlog toen veel Molukkers als militair in dienst traden van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger ( KNIL). De Molukse militairen streden loyaal aan de kant van de Nederlanders tegen de Japanse bezetter van Nederlands Indië en daarna tegen de Indonesische nationalisten. Na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië ontstond een patstelling over de positie van de Molukse KNIL militairen, waarbij enerzijds de Republik Maluku Selatan (RMS), de vrije republiek der Zuid Molukken, werd uitgeroepen, en waarbij anderzijds Molukse militairen met hun gezinnen naar Nederland werden overgebracht, gevolgd door hun ontslag uit het Nederlandse leger. Omdat het verblijf van de Molukkers tijdelijk zou zijn heeft de Nederlandse overheid minimaal geïnvesteerd in hun integratie in de Nederlandse samenleving en omdat ook een politieke oplossing tussen Nederland en Indonesië over de terugkeer van de Molukkers uitbleef, groeide de onvrede onder de Molukkers, die zich afgescheept voelden. Jonge Molukkers kwamen op voor hun ouders, radicaliseerden en gingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw over tot gewelddadige acties om aandacht te eisen voor hun positie. Hoewel sindsdien veel verbeterd is, blijft de door de Nederlandse overheid gebroken belofte van terugkeer naar de Molukken voor velen tot op de dag van vandaag onverteerbaar. Het uitblijven van een gebaar van de Nederlandse overheid van erkenning en respect voor de Molukse militairen en hun gezinnen houdt een pijnlijk gevoel in stand dat ook bij de huidige en komende generaties Molukkers merkbaar zal zijn. De persoonlijke verhalen van de Molukkers uit Zwolle, die oorspronkelijk afkomstig zijn van Tanimbar en de Kei-eilanden, zijn in mondelinge interviews opgetekend door Julia Scholten-Rada en Patty Wolthof. Om het kader te schetsen waarin de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden zijn korte teksten toegevoegd als extra informatie tussen de persoonlijke verhalen van de geïnterviewden en de lezer. De interviews weerspiegelen de herinneringen en meningen van de geïnterviewden en belichten een weggedrukt aspect van de Nederlandse koloniale geschiedenis, in het perspectief van dit moment. De Molukse mensen in Zwolle delen niet de RMS idealen, maar ze voelen zich wel verbonden met Indonesië en de eilanden waar zij vandaan komen. Ze tonen niet gauw hun zorgen, verdriet of moedeloosheid. Naar de buitenwereld zijn ze beleefd, behulpzaam en gaan goed om met andere groepen in de samenleving. In de interviews hebben ze zich voor het eerst laten horen, ze hebben de stilte doorbroken en zich kwetsbaar opgesteld. Herman Aarts, Projectleider Molukkers in Zwolle 4 Voorwoord Inleiding 5

5 Mevrouw Rada-Soepardi Stralend in haar sarong en kabaja zit ze op ons te wachten, alsof ze een statement wil maken; zo was het vroeger en dat vroeger zal nooit veranderen. Ze brengt ons thee met allemaal lekkernijen, dat past bij haar, bij haar cultuur, een cultuur die gekoesterd mag worden. Ingetogen en met een sprankje heimwee vertelt ze haar verhaal. Ik ben geboren in het dorpje Cikidang en groeide op in Bogor op Java. Bogor is een groene stad, het regent er veel, de stad wordt ook wel Kota Udjang genoemd. Bogor heeft een beroemde botanische tuin, Kebun Raya. In deze tuin staat het paleis van Soekarno, de vroegere president van Indonesië. In de zomermaanden is het in Bogor aangenaam, er komen dan veel mensen naar de stad. Mijn ouders hebben drie kinderen gekregen, waarvan ik de jongste ben. Ik heb mijn ouders niet zo goed gekend, zij stierven toen ik nog heel jong was. Mijn broer, zus en ik zijn door mijn opa en oma grootgebracht. Wij woonden met opa en oma dichtbij de rivier de Ciliwong. Opa had Mevrouw Rada-Soepardi theeplantages en sawa s, waar ik vaak met oma heen ging. Ik hoefde er niet te werken; de sawa s en theeplantages waren mijn speeltuin, daar speelde ik met de kinderen van de mensen die op de sawa s en de theeplantages werkten. Opa was een theeboer, de oogst verkocht hij aan fabrieken en kleine bedrijven. Opa en oma waren mohammedanen en beleden het islamitische geloof, ik ben daarmee opgegroeid. Ik ging naar een traditionele islamitische school, het geloof was het hoofdvak. Op een dag ging tante Sukina boodschappen doen en vroeg of ik mee wilde naar Jakarta, dat is een hele grote stad. Ik was buiten de sawa s en theeplantages nog niet in een echt grote stad geweest. Ik vond het fijn dat ik mee mocht. In Jakarta ontmoette ik toen mijn man. Het was liefde op het eerste gezicht. Mijn man was een KNIL-militair, hij was vaandrig, dat is een officier in opleiding. Hij werd stapelverliefd op mij en wilde met me trouwen. Dat trouwen was niet vanzelfsprekend; ik moest eerst toestemming vragen aan opa, oma en mijn broer. Mijn broer hoorde al van mijn tante dat ik een man had ontmoet die met mij wilde trouwen. Mijn broer was niet blij met het nieuws, hij gaf mij geen toestemming om te trouwen omdat mijn aanstaande man niet het islamitische geloof had. Ik was jong en wist niet wat ik moest doen. Ik was in de zevende hemel door mijn mans liefde voor mij, maar ook erg verdrietig omdat mijn broer mij niet steunde en het huwelijk afkeurde. Ik keerde terug naar Jakarta om mijn man te laten weten dat ik niet met hem kon trouwen. Hij was niet onder de indruk van het feit dat ik geen toestemming kreeg van mijn broer en vroeg mij wederom ten huwelijk. Hij zei: Ik neem de verantwoordelijkheid op me als je met mij trouwt en beloof dat je voor altijd mijn naam zal dragen. Wij trouwden, tegen de wil van mijn broer, in Bandoeng voor de burgerlijke stand en in Tjimahi in de tangsi voor de kerk. Ik droeg geen trouwjapon, ik ben heel traditioneel in een sarong en kabaja getrouwd. Ik was jong en ik had nog nooit een beslissing hoeven nemen, deze beslissing bleek de moeilijkste die ik ooit zou nemen. Ik hield van mijn man maar ik wist ook niet wat mij te wachten stond. Omdat ik tegen de wil van opa, oma en mijn broer was getrouwd kon ik en durfde ik niet meer thuis te komen. Ik kon niet aan hen vertellen dat ik met deze man was getrouwd en het protestantse geloof had aangenomen. Het zou hun hart breken en het zou ook heel moeilijk voor hen zijn om mijn man te accepteren. Als jong meisje ging ik niet echt uit, wel gingen we regelmatig op visite bij familie. Opa en oma waren lieve, zorgzame mensen, maar mijn broer trad op als hoofd van het gezin; mijn broer was heel streng voor mij, omdat hij zich verantwoordelijk voelde voor ons gezin. Toen de oorlog uitbrak werd ons leven anders; het werd gevaarlijk. Opa en oma maakten zich zorgen om ons. Het werd steeds moeilijker om naar de sawa s en de theeplantages te gaan en het was gevaarlijk vanwege het geschut en de vliegtuigen die laag boven ons vlogen. Ook was het moeilijk eten en andere dingen die dagelijks nodig waren te kopen. Omdat het bij opa en oma niet zo veilig meer was, brachten zij mij naar tante Sukina die in Laan Trevelli woonde, een Europese wijk bij Jakarta. Tante Sukina was kok en bereidde de maaltijden voor een Nederlandse familie. Bij haar heb ik een tijdje gewoond. 6 Mevrouw Rada-Soepardi De ingang van een tangsi Mevrouw Rada-Soepardi 7

6 Ik ben met mijn man mee gegaan en verhuisde van de ene tangsi naar de andere. In de tangsi kon je niet veel doen, maar ik greep mijn kans om zoveel mogelijk te leren. Ik heb er veel mensen leren kennen en veel vrienden gemaakt. Het leven in de tangsi was goed, we waren veilig en goed verzorgd in oorlogstijd, iets waarvoor ik dankbaar ben. Van Tjimahi moest mijn man naar Padang op Sumatra. In Padang is onze eerste zoon geboren. Mijn man werd daarna overgeplaatst naar Malang, hier verbleven wij drie maanden. Daarna werd hij overgeplaatst naar Lawang. Van Lawang werd hij weer overgeplaatst naar Soerabaja. De laatste drie plaatsen liggen op Java. In Soerabaja kregen wij het bevel voor inscheping naar Nederland. Wij kregen te horen dat het verblijf in Nederland drie maanden zou duren. Wij scheepten ons in op de Skaubryn, het schip dat ons naar Nederland zou brengen. Mijn man vond het spannend, hij wilde heel graag naar Nederland en was benieuwd hoe het land er uit zou zien. Aan boord kregen de KNIL-militairen te horen dat zij ontslagen werden als KNIL-militair, dit kwam erg hard bij hen aan. De Skaubryn voer op open zee, je zag de vertwijfeling en je hoorde de vele vragen van de KNIL-mensen. De Skaubryn was groot en hoog. Aan boord van het schip was veel ruimte voor de kinderen om te spelen, er was een kerk en ruimten waar mensen konden zitten, praten en spelletjes doen. We kregen eten en drinken en onderin het schip waren de hutten waar wij konden slapen. Met de Skaubryn voeren wij via Port Said door het Suez kanaal, de Straat van Gilbraltar en de Golf van Biskaje naar Southampton en hierna naar Rotterdam. De reis op zee was voor alle mensen een groot avontuur. In de Golf van Biskaje stormde het, de woelige golven maakten dat veel mensen ziek werden. De reis naar Nederland heeft 28 dagen geduurd. Op 2 maart 1951 kwam de Skaubryn in Rotterdam bij de Lloydkade aan. Daar werden wij opgevangen door Nederlandse mensen. Zij waren allervriendelijkst, al verstonden De Skaubryn wij hen niet en begrepen wij toen nog niet veel van wat er ging gebeuren. We kregen eten, drinken en een deken om ons tegen de kou te beschermen. Er stonden bussen te wachten die ons naar Amersfoort zouden brengen. Amersfoort was het verzamelpunt voor alle Molukse KNIL-militairen en hun families. In Amersfoort werden wij heringedeeld. Onze eerste overnachting was op een boerderij in Overbroek bij Ochten. We kregen kleding, schoenen, jassen, petten en handschoenen. Wij waren deze zware dikke kleding niet gewend en moesten erg lachen om die mallotige kleding. De kleren waren veel te groot voor ons, want we zijn maar kleine mensen. We kregen erwtensoep met een stuk varkenspoot te eten. Het was groen, dik en slijmerig en de poot van het varken erin was een raar gezicht, zeker voor de islamitische mensen. We konden de soep niet door onze keel krijgen omdat wij het niet lekker vonden. s Nachts sliepen wij op matrassen gevuld met hooi. Het hooi stak uit de matrassen en prikte in onze ruggen, we konden er niet van slapen. We gingen toen maar op de grond slapen. De Nederlandse mensen waren vriendelijk en behulpzaam, zij hadden denk ik ook een beetje met ons te doen. Na een nacht in Overbroek werden wij naar Schattenberg overgebracht. In Schattenberg hebben wij niet lang gewoond. Na Schattenberg verhuisden wij naar Laarbrug bij Ommen. In Laarbrug werden wij goed opgevangen. We woonden in barakken en mochten niet werken. Eten werd voor ons bereid in de gaarkeuken, brood en melk werden bezorgd door de bakker en de melkboer die naar het kamp kwamen. Iedere dag ging de bel voor het ophalen van het eten uit de gaarkeuken, voor het ophalen van brood bij de bakker en melk bij de melkboer. Iedere week kregen wij twee gulden en 50 cent zakgeld per persoon. Drie jaar later bleek dat de Nederlandse overheid niet meer voor ons kon zorgen. De mannen gingen werk zoeken, sommige mannen hadden twee, soms drie banen. Het was voor ons en de mensen in het kamp geen gemakkelijke tijd. De vrouwen leerden koken op een kachel. De kachel stookten wij met turf, eierkolen of antraciet. Eten en andere waren kopen ging op krediet. Als het verdiende geld binnenkwam konden wij dat pas betalen. De taal was ook een probleem, niet iedereen verstond of sprak Nederlands. Bij het boodschappen doen ontstonden vaak hilarische momenten. Het uitbeelden van wat je wilde hebben gebeurde met gebaren en met handen en voeten. We kochten veel bij boer Wessel, die op de weg van Laarbrug naar Ommen woonde. Wij kwamen er vaak voor kippen en eieren. De heer Hendriks was de kampbeheerder, hij begreep de mensen, de moeilijkheden, de verwarring en de vele vragen die ze hadden. Hij was hun tolk, vriend en familie. In Laarbrug trokken de mensen veel met elkaar op, Laarbrug vormde een hechte gemeenschap. In het kamp stond een barak met washokken waar de mensen hun was konden doen en een barak waar de mensen konden douchen. Je moest er wel vroeg bij zijn, want anders kon je lang wachten voordat je aan de beurt was. Er was een grote gaarkeuken waar het eten voor de mensen bereid werd. Ook was er een kerk, waar we iedere zondag heen gingen. Voorts was er een kantine, een plek waar de mensen bij elkaar kwamen voor bijvoorbeeld het vieren van het sinterklaasfeest en het kerstfeest. Bij de ingang van het kamp, naast het huis van de kampbeheerder, stond een klein ziekenhuis, tevens kraamkliniek. Veel kinderen zijn hier geboren. Achter het kamp liep een spoorlijn, waar je via een pad in de bossen kon komen. Als je de spoorlijn overstak en nog een stukje door het bos liep, kwam je bij een meertje. Hier kwamen de mensen in de zomer om te picknicken en te genieten. De kinderen speelden er en zwommen in het meertje. s Winters was het erg koud in de barakken, vooral als het vroor en sneeuwde. De ramen van de huizen waren vaak bevroren met ijsbloemen en overal hingen dikke ijspegels, wonderlijke dingen waren dat, die hadden wij in Indonesië niet. Wij waren die kou niet gewend en hadden het best moeilijk. Er moest veel gestookt worden, we sprokkelden hout uit de bossen en 8 Mevrouw Rada-Soepard Mevrouw Rada-Soepard 9

7 stookten daarmee de kachel op. We trokken dikke kleren aan, vaak laag over laag. Wij leerden hutspot met zwoerdjes en boerenkool met worst eten. De kersttijd was altijd een van de mooiste periodes van het jaar. Wij maakten veel lekkere dingen klaar, naast het bereiden van het diner met verschillende soorten groente en vlees, werden ook vele soorten koekjes gebakken. Koewee bidji is één van de lekkernijen die tijdens de kerst niet mag ontbreken in een Moluks gezin. Met kerst komen de mensen bij elkaar en wensen elkaar selamat kedjadian, gelukkig kerstfeest. In het nieuwe jaar is dat ook zo, wij geven elkaar de hand en wensen elkaar selamat tahun baru, gelukkig nieuwjaar. De gezamenlijke kerstviering in de kantine van het kamp was altijd één van de mooiste en meest onroerende momenten van het jaar. Veel mensen denken aan thuis; thuis is waar ze vandaan kwamen. In 1963 verhuisden wij naar Zwolle. Mijn man ging bij Philips werken. Veel Molukse mannen hebben bij Philips in Zwolle gewerkt. Wij zijn in de wijk Holtenbroek komen wonen, in een straat met veel Indische en Molukse mensen. Achter ons woonden Nederlandse mensen, later kregen wij een Nederlands gezin als buren, het was altijd gezellig. Veel Molukse ouderen in onze straat, die tegelijk met ons vanuit Indonesië naar Nederland kwamen, zijn overleden. Als ik eraan denk word ik een beetje verdrietig. Ik woon er alweer 50 jaar, nu nog met een handjevol Molukse en Indische mensen. Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, KNIL Het KNIL is in 1825 ontstaan als onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht. Het is bij herhaling ingezet om het gezag in Nederlands-Indië te handhaven. De taken van het KNIL werden omschreven als: handhaving van het Nederlands gezag in de Archipel, optreden tegen inheemse tegenstanders en afwering van aanvallen van andere mogendheden. Voor de Tweede Wereldoorlog was 80% van de KNIL-militairen afkomstig uit Nederlands-Indië en 20% bestond uit Europeanen. Er waren naar verhouding veel Molukkers in dienst van de Nederlandse overheid, als ambtenaar, als onderwijzer of als militair bij het KNIL. De Molukse militairen hadden een bevoorrechte positie, ze ontvingen lange tijd meer soldij dan andere niet-europese bevolkingsgroepen. De verklaring daarvoor was dat de Molukkers christenen waren, veelal konden lezen en schrijven en trouw waren aan het Nederlandse gezag. Het KNIL werd in 1950, na de onafhankelijkheid van Indonesië, opgeheven. In 1983 ben ik voor het eerst met mijn zoon en dochter naar Indonesië geweest. Ik heb mijn familie opgezocht. Mijn opa leefde toen nog, hij was een oude sterke man. Hij dacht toen hij mij zag dat er een geest voor hem stond, hij was diep ontroerd. Opa had nooit gedacht mij nog eens levend weer te zien. Het is goed tussen ons en de familie. Twee keer ben ik al naar Indonesië geweest. Ik ben dankbaar dat ik dat heb kunnen doen. Mijn man is op 3 maart 1973 overleden. Mijn oudste zoon en mijn dochter zijn mij ook ontvallen, dat is en blijft voor mij heel moeilijk. Ik mis mijn man nog altijd en ik denk vaak aan mijn kinderen die er niet meer zijn. Mijn andere kinderen zijn allen de deur uit en hebben hun eigen leven, ze doen het goed. Mijn man heeft altijd tegen ze gezegd, we leven nu in een ander land, leer, ontwikkel je en pak je kansen. Elke woensdag ga ik naar Kembang Baru en doe ik mee aan de activiteiten die daar worden georganiseerd voor de Indische en Molukse mensen. Het oude gevoel komt zo nu en dan terug als ik daar ben. De tijd van samen zijn, samen delen, samen dingen doen, samen eten en praten doet mij goed. Ik ben heel erg gesteld op de mensen die de activiteiten leiden, ze zijn vriendelijk en ik voel mij senang. Het is goed dat mijn kinderen en kleinkinderen en de toekomstige generaties weten van onze geschiedenis, hoe wij hier zijn gekomen en hoe wij hier onze levens hebben opgepakt. De geschiedenis en onze herinneringen laten we achter voor de volgende generaties; haal het beste uit wat we achterlaten. We hebben een culturele achtergrond om trots op te zijn. Koester het. 10 Mevrouw Rada-Soepard Mevrouw Rada-Soepard 11

8 Mevrouw Woearbanaran Warm en hartelijk worden wij door mevrouw Woearbanaran ontvangen. Daar zitten wij dan aan haar keukentafel, de kinderen eromheen. De sfeer is ontspannen en gezellig. Met een verlegen glimlach vraagt ze wat wij willen drinken. We krijgen naast een drankje een zelfgemaakte appeltaart aangereikt. Ik ben geboren en getogen in kampong Waleran. Waleran is een kampong op het eiland Larat in de Molukken. Mijn moeder heet Naomi en mijn vader Octavianus. Ze waren strenge, maar goede ouders. Mijn ouders kregen vijf kinderen, ik was de vierde, mijn jongste broer is de vijfde in het gezin. Zoals vele jonge mensen uit de kampong heb ik in Waleran tot de derde klas op school gezeten, verder kon je niet. Op school was ik een goede leerling, de leerkracht was altijd tevreden en mocht mij graag. Soms paste ik op zijn kinderen, dat vond ik altijd leuk. Ik speelde ook graag buiten met leeftijdsgenoten, we hadden altijd lol. Mijn vader stierf toen ik nog heel klein was. Op mijn twaalfde Mevrouw Woearbanaran ging ik van school af om overdag mijn moeder te helpen op de akkers. s Zondags ging ik met mijn moeder naar de kerk en zong dan mee in het kerkkoor. Op mijn vijftiende mocht ik naar catechisatie. De kerk en catechisatie waren een belangrijk onderdeel van het leven in de kampong. Ik ging altijd met mijn vriendje, later mijn man, naar de catechisatie. Er werd wel met argusogen naar ons gekeken. Mijn moeder was streng en zij liet niet toe dat ik alleen was of wegging met een jongen. Ik kende mijn vriendje al een tijdje en ik ging vaak met hem mee als hij ging voetballen. Dat vond op een ander eiland plaats. Vanuit Larat was dat drie uur varen met de boot. Uitgaan was meestal met vriendinnen, we zochten ergens een plekje om wat met elkaar te praten. Mijn man heb ik ook in Waleran leren kennen. Op mijn zeventiende ben ik met hem getrouwd. Mijn schoonvader heeft ons huwelijk niet meegemaakt, hij is lang geleden overleden. Met mijn schoonmoeder heb ik een liefdevolle, sterke band. Zij is als een tweede moeder voor mij. Mijn man was zestien toen hij bij de politie ging. In eerste instantie wilde hij in militaire dienst maar hij werd te jong bevonden. Tegen de wil van zijn moeder gaf hij zich op achttienjarige leeftijd op voor de militaire dienst. Hij werd als rekruut naar Ambon gezonden. Zes maanden later volgde ik hem naar Ambon. Ik was net bevallen van Monica, ze was toen veertig dagen oud. In Ambon kregen alle militairen en hun vrouwen het bevel om in te schepen naar Java. Mijn man werd voor zes maanden in Tjimahi gestationeerd. Na die zes maanden werd hij als rekruut uitgezonden naar het front in Medan op Sumatra en werd in Berastagi gestationeerd. Ik bleef achter in Tjimahi. Zoals alle vrouwen van de KNIL-militairen verbleef ik in een tangsi die door militairen werd bewaakt. Wij werden goed bewaakt en begeleid als we ons van het ene gebouw naar het andere gebouw wilden begeven, want het was soms heel gevaarlijk om naar buiten te gaan. Overdag hielp ik met het bereiden van de maaltijden in de gaarkeuken. Veel konden wij niet doen. De vrouwen zochten elkaar op en maakten het gezellig, wij hadden het goed. Monica is in Waleran op Larat geboren, Micky in Semarang op Java. Mijn moeder heeft de geboorte van Monica niet meegemaakt, zij is kort voor haar geboorde overleden. Wij kregen onverwachts te horen dat alle militairen met hun vrouwen en kinderen overgebracht zouden worden naar Nederland. Het bericht heeft mij overdonderd en ik had het heel moeilijk. De gedachte alleen al dat ik mijn familie en mijn schoonmoeder achter moest laten, maakte mij erg verdrietig. In die periode heb ik veel gehuild. Op bevel van de Nederlandse regering bereidden wij ons voor op de inscheping naar Nederland. Wij hadden niet veel bezittingen bij ons omdat ons werd verteld dat het verblijf in Nederland tijdelijk was. In eerste instantie zouden de militairen weer teruggaan naar de kampongs waar zij vandaan kwamen. Omdat de situatie op dat moment te gevaarlijk werd heeft de Nederlandse regering besloten om alle KNIL-militairen naar Nederland over te brengen. Vijf maanden zou het verblijf in Nederland duren, daarna werd het vijf jaar. Inmiddels ben ik al meer dan 60 jaar in Nederland. Mijn man zag de overtocht naar Nederland als een groot avontuur. Hij wilde graag naar Nederland, hij wilde Nederland zien, ontdekken en beleven, niet wetende dat hij bij aankomst in Nederland zou worden ontslagen als KNIL-militair. Het ontslag heeft hem veel pijn gedaan. Voor hem en alle andere militairen was het KNIL-militair zijn een groot goed. Ze waren trots, vastberaden, gedreven en in hun beleving vochten zij voor vrede en veiligheid in hun land. Met het schip de Fairsea voeren wij in 28 dagen tijd naar Nederland. Het leven aan boord was spannend en wij keken onze ogen uit over de grootte van de zee. Ik heb mijn kinderen tijdens de reis zelf verzorgd, ze waren altijd bij mij. Het schip was groot, je kon er makkelijk verdwalen. Na 28 dagen op zee kwamen wij aan de Lloydkade in Rotterdam aan. Wij waren niet gekleed op de Nederlandse temperaturen. Ik droeg een sarong en kabaja. Wij werden door de Rotterdammers, ondanks dat wij de Nederlandse taal niet spraken, hartelijk ontvangen. In Rotterdam werden de mensen met bussen vervoerd naar kamp Lunetten bij Amersfoort. Daar werden de mensen over diverse kampen door heel Nederland verdeeld. Wij werden toen in Kamp Vught ondergebracht. Het Nederlandse eten was voor velen een grote ellende. Wij waren natuurlijk Indonesisch eten gewend; aardappelen, groenten en vlees werden anders bereid en brood kenden wij niet. Wij kregen kleding, lange broeken, borstrokken, hemden, dikke jassen. Wij moesten erg lachen om die vreemde kleren. In Indonesië ben ik wel gewend om een jurk te dragen, mijn man vond dat mooi, het weer is daar altijd mooi. Na zes maanden verhuisden wij van Vught naar Schattenberg, reden voor deze verhuizing was het overlijden van ons nichtje dat in Schattenberg woonde. 12 Mevr. Woearbanaran Mevr. Woearbanaran 13

9 Van Schattenberg verhuisden wij naar kamp Eerde. Baron van Pallandt was een bekende in kamp Eerde. De baron heeft veel betekend voor de mensen in Kamp Eerde. Van Monica hangt een foto in Kasteel Eerde. Monica had vroeger heel lang haar. De mensen in het kasteel mochten haar graag, zij vonden haar lange haar ook heel mooi. Het leven in het kamp viel niet altijd mee. De mannen gingen om een beetje geld te verdienen bij de boeren werken. De vrouwen kookten gezamenlijk in de grote gaarkeuken, deden de was en zorgden voor de kinderen. Een van mijn bezigheden was op zoek gaan naar djamoer, eetbare paddenstoelen. Met mijn witte jurk op de fiets sjeesde ik dan door de bossen. De vrouwen in het kamp moesten er altijd om lachen en plaagden mij als zij mij op de fiets zagen met mijn witte jurk. Ze riepen daar gaat de zuster. Twee van mijn kinderen, Lucas en Julie, zijn in Eerde geboren. Niet lang daarna kregen wij te horen dat de Nederlandse overheid niet langer voor de mensen kon zorgen. De mensen moesten gaan werken om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat was voor iedereen in het kamp best moeilijk. Mijn man vond dat niet erg. Hij was gewend hard te werken en pakte veel werk aan. Soms had hij twee of drie banen. Mijn man was begonnen met de opleiding voor metaalbewerker, maar stopte met deze opleiding omdat hij geld wilde verdienen voor zijn gezin. In Deventer ging hij bij Thomassen en Drijver werken. Hij ging bij mensen in de kost wonen. In die tijd was de afstand Deventer-Eerde ver, heel ver! In de weekenden kwam hij thuis. Mijn man had veel Nederlandse vrienden, hij nam ze mee naar huis en zij aten dan met ons mee en altijd was het heel gezellig. Mijn kinderen gingen in Ommen naar school. Ze werden met de bus opgehaald en weer thuisgebracht. In Ommen zaten zij op de Koningin Julianaschool. Mijn man ging naar de ouderavonden, ik bleef thuis bij de kinderen. Wij verstonden en spraken toen de Nederlandse taal nog niet goed, soms was dat lastig maar met handen en voeten hebben wij ons kunnen redden. Eerde herinnert mij ook aan een zeer moeilijke periode uit ons leven. In Eerde is ons huis afgebrand, dat heeft ons veel pijn gedaan. Veel materiële dingen zijn wij kwijtgeraakt, wij hebben alleen nog onze herinneringen. Toen bij een medisch onderzoek werd geconstateerd dat mijn man en ik tuberculose hadden stortte onze wereld helemaal in. Wij moesten worden opgenomen in het sanatorium in Hellendoorn. Ik heb anderhalf jaar in het sanatorium gelegen, mijn man twee jaar, van 1956 tot Wij konden niet voor de kinderen zorgen. Onze kinderen moesten naar pleeggezinnen. Micky, onze zoon, heeft in een kindertehuis gezeten. Onze zoon Jacob is in het sanatorium in Hellendoorn geboren. Vlak na de geboorte moest ook hij naar een pleeggezin. Het mooiste in je leven, je kinderen, moest je afstaan, je moest ze alleen laten, je moest je overgeven omdat het niet anders kon. Het was het aller moeilijkste dat je als man en vrouw kon overkomen, we waren intens verdrietig. Het geluk lachte ons weer toe toen mijn man uit het sanatorium weg kon en wij onze kinderen weer in de armen konden sluiten. We pakten de draad weer op en maakten het beste van het leven voor ons zelf. Zestig jaar geleden kwam ik met mijn man uit Kampong Waleran in Larat naar Ambon. Van Ambon gingen we naar Java en van Java naar Nederland. Mijn man is inmiddels overleden. De kinderen zijn volwassen, zij hebben hun weg gevonden. Op mijn kleinkinderen ben ik ook trots. Ze doen het goed. Er is veel veranderd. Jongeren van nu zijn niet de jongeren van toen. Ikzelf koester de jongeren van toen, alles is nu anders. Wij waren als jongeren meer ingetogen en luisterden veel meer naar onze ouders. Jongeren van nu hebben veel vrijheid, ik denk dat dat niet altijd goed is. Een keer in de week, iedere maandag, ga ik naar Rumah Kenangan, een dagbesteding voor Indonesische en Molukse mensen in Zwolle. Ik heb het daar naar mijn zin. We doen veel met elkaar; sporten, praten, knutselen, gezamenlijk eten. Ik hoef niet zoveel meer. Het gaat goed met mij, ik geniet als ik hier ben, net als vroeger, samen zijn, samen de dingen doen, er voor en bij elkaar zijn. Het is alleen maar goed dat wij onze geschiedenis en herinneringen achterlaten voor de jongere generaties. We hebben een culturele achtergrond om trots op te zijn. Ik hoop dat we daaruit iets waardevols kunnen meegeven aan de jongere generaties en dat zij dat ten goede gebruiken. KNIL militairen in de tangsi 14 Mevr. Woearbanaran Mevr. Woearbanaran 15

10 Mevrouw Putnarubun-Djoemi Tangsi Een tangsi is een militair kamp in Nederlands-Indië, waar soldaten van het KNIL en hun gezinsleden werden ondergebracht. Afhankelijk van de rang woonden ze op de kazerne of er buiten. Zo woonden Europese officieren en de Europeanen met een lagere rang met hun gezin buiten het kamp. Inheemse militairen daarentegen woonden met hun vrouwen en kinderen binnen de afrastering, in de compagniegebouwen, de chambrees. Er waren aparte chambrees voor ongehuwden. De tangsi was van de buitenwereld afgesloten door een kawat of omheining. De indeling van een kamp was vrijwel altijd hetzelfde: aan de voorzijde het wachtgebouw en het korpsgebouw, aan de zijkant de keukens en de vrouwenloodsen en aan de achterzijde de stallen en materiaalloodsen. Midden in het complex waren de compagniegebouwen met daarbij de sanitaire blokken en wat andere gebouwen, zoals de goedangs: de voorraad- en proviandkamers. Tussen de gebouwen waren grasveldjes en daarnaast het exercitieterrein. Het dagelijks leven in de tangsi zag er als volgt uit. Om half zes s morgens klonk de reveille. De soldaten hadden een uur de tijd om op te staan, te ontbijten en gewassen op het appèl te verschijnen. Daarna werden de chambrees schoongemaakt. Ook voor de vrouwen begon dan de dag, ze gingen naar de vrouwenloods, de kookloods, de wasplaats of naar de pasar. De kinderen gingen naar school. Om half zeven was het werkappèl voor de militairen die daarna uitrukten of schietoefeningen deden. Om elf uur was de ochtenddienst ten einde en aten de militairen met hun vrouw en niet-schoolgaande kinderen in de chambree. Er werd gerust van twee tot vier uur s middags. Om vier uur was er middagappèl. Sommige militairen hadden middagdienst, maar men kon ook gaan sporten. Vanaf zes uur waren ze vrij, behoudens een enkeling die dienst had of op wacht moest staan. Rond de tangsi was het druk met allerlei eetstalletjes en winkeltjes waar de militairen en hun gezinnen inkopen konden doen. Om tien uur werd de taptoe geblazen en vond het avondappèl plaats. Daarna gingen de lichten uit, in beginsel moest iedereen dan binnen zijn. In verzorgingshuis De Esdoorn worden we verwelkomd door Tante Putnarubun-Djoemi, ze is blij ons te zien. Ze laat ons binnen, gaat zelf in haar stoel zitten en verontschuldigt zich een beetje. Ze heeft last van haar benen en vertelt dat ze laatst is gevallen. Pakken jullie maar wat te drinken en er zijn ook koekjes, neem maar wat hoor Ze heeft een prachtige sarong en een kabaja met bij passende schoentjes aan. Haar huis is klein en praktisch ingericht, ze lijkt het niet erg te vinden om hier te wonen, ik ben maar alleen zegt ze. Op haar kastje staan foto s van haar dochter en schoonzoon en de kleinkinderen. Op een andere kast staan ook foto s. Als we vragen wie die meneer is op die foto zegt ze, dat is mijn man, dat was in Semarang, ze glimlacht en vertelt. Ik ben geboren in Djokja en opgegroeid in Magelang op het eiland Java in Indonesië. Ik kan niet veel over mijn ouders vertellen omdat zij zijn overleden toen ik nog heel jong Mevrouw Putnarubun-Djoemi was. Ik heb twee broers, ik ben de jongste van het gezin. Wij zijn door onze oom groot gebracht. Als jong meisje heb ik geen gemakkelijke tijd gehad, het gemis van mijn ouders en de oorlog maakten het leven in de kampong niet gemakkelijk. In die oorlogstijd heb ik mijn man leren kennen in Magelang en korte tijd later trouwden we in Magelang. Mijn man is een Molukse man, hij komt van kampong Ohoeil op het eiland Kei Besar. Kei Besar is één van de eilanden op de Molukken in Indonesië. Hij was korporaal in het KNIL. Net als alle andere vrouwen die met een KNIL-militair getrouwd zijn werd ik ondergebracht in een tangsi, dat is een kazerne. Tijdens de oorlog, verhuisde ik vaak van de ene naar de andere tangsi. Mijn man moest vaak van het ene front naar het andere en dat was meestal in een ander gebied. Ik ging dan mee en verbleef daar in de plaatselijke tangsi. Zo werd de tangsi een onderdeel van mijn nog jonge huwelijksleven. Mijn man was vastberaden, hij had lef, bravoure en veel humor. Ik herinner mij dat hij met zijn vrienden, ook militairen, op de pasar, de markt, was. Een koopman verkocht heerlijk ruikende gebrande katjangs, hij zei tegen mijn man: tjobbe?, proeven, proberen? Je mag er één proberen! Mijn man maakte van deze uitnodiging gebruik en spoorde zijn vrienden aan om ook de katjangs te proeven. De koopman werd er stil van, hij had niet gedacht dat mijn man met zoveel vrienden was. Een voor een proefden zij een katjang; er bleven voor de koopman hierna niet veel katjangs meer over om te verkopen. 16 Mevr. Woearbanaran Mevr. Putnarubun-Djoemi 17

11 In de tangsi leerde ik veel andere vrouwen van KNIL-militairen kennen, later zouden zij net als mijn man en ik naar Nederland verscheept worden. Het leven in de tangsi was goed, het was oorlogstijd en dan ben je blij dat je beschermd wordt, eten, drinken en onderdak hebt. Na drie maanden in een tangsi in Magelang verhuisden wij naar Semarang. In Semarang is op 13 september 1950 ons eerste kind, een dochter, geboren. Wij waren zeer gelukkig samen. Een jaar later keerden wij terug naar Magelang. De oorlog was weliswaar ten einde, maar de situatie in Indonesië was nog niet stabiel. Mijn man kon niet teruggaan naar Kei. De Nederlandse regering besloot toen de KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland over te brengen. In Magelang kregen wij het bevel voor de inscheping naar Nederland. Wij kregen te horen dat het verblijf in Nederland drie maanden zou duren. Wij scheepten ons in op het schip de Fairsea dat ons naar Nederland bracht. Met de Fairsea voeren wij KNIL-militairen Egbert Rahanra (l) via Port Said door het Suez kanaal, de Straat van Gilbraltar en de en Aminadap Putnarubun (R) Golf van Biskaje naar Southampton en daarna naar Rotterdam. De reis op zee was voor alle mensen een groot avontuur. In de Golf van Biskaje waaide het hard. De hoge golven maakten dat veel mensen zeeziek werden. De reis naar Nederland met de Fairsea heeft 28 dagen geduurd. In mei 1951 kwam de Fairsea in Rotterdam aan. We werden opgevangen door Nederlandse mensen. Zij waren heel vriendelijk, al verstonden wij hen niet en we begrepen toen nog niet veel van wat er ging gebeuren. We kregen eten, drinken en een deken om ons tegen de kou te beschermen. Er stonden bussen te wachten die ons naar Amersfoort brachten. Amersfoort was het verzamelpunt voor alle Molukse KNIL-militairen en hun families. In Amersfoort werden wij heringedeeld. Ons eerste onderkomen was in Beenderibben bij Steenwijk. Hier bleven wij een paar maanden. Van daaruit werden wij overgebracht naar Pietersberg bij Westerbork. Na Pietersberg gingen wij naar Eerde en van Eerde naar Laarbrug bij Ommen. Ik heb goede herinneringen aan kamp Laarbrug, het was daar goed. In Laarbrug werden wij goed opgevangen. We woonden in houten huisjes, barakken noemen wij die. In het begin mochten wij niet werken of voor onszelf zorgen. We kregen eten van de gaarkeuken. Het eten was niet altijd lekker, gewoonweg omdat wij geen Nederlands eten gewend waren. Brood en melk werden bezorgd door de bakker en de melkboer die naar het kamp kwamen en een ieder kreeg naar rato een hoeveelheid brood en melk. Het sinterklaasfeest en het kerstfeest werden altijd gezamenlijk gevierd in de kantine van het kamp. Dat waren momenten van vreugde, ontroering en gedachten aan thuis, de kampongs in Magelang en op Kei. Samen feesten, samen zingen, samen eten, samen drinken, dat hoort bij ons. Drie jaar later na aankomst in Nederland veranderde er ineens heel veel. Wij kregen te horen dat de Nederlandse overheid niet meer voor ons kon zorgen. Wij moesten ons zelf nu redden, zelfzorg heette dat toen. De mannen gingen werk zoeken, sommige mannen hadden twee, soms drie banen. Dat moest ook wel, want het loon dat zij verdienden was niet voldoende om hun gezinnen te kunnen onderhouden. Voor die gezinnen, vaak met meerdere kinderen, was dat een moeilijke tijd. Vrouwen moesten hun leven anders gaan indelen, het was vreemd van wat ze gewend waren. De kinderen gingen naar school in Ommen. Ze werden met bussen opgehaald en weer thuisgebracht. Vrouwen kregen lessen in het maken van kleding, breien, haken en eten koken volgens de Nederlandse traditie. Soms was dat geen succes, het bereiden van maaltijden is voor de Indonesische en Molukse vrouwen niet alleen anders, het smaakte ook anders en dat was wennen. Dat zal denk ik altijd zo blijven. In het kamp hadden wij een soort ziekenhuis en kraamkliniek. De meeste vrouwen die moesten bevallen kregen hun kinderen in deze kliniek. Wij werden ook opgeleid om in de kraamkliniek te assisteren bij bevallingen. Dat vond ik in het begin erg moeilijk. Tante en oom Putnarubun (3e en 4e van links) 18 Mevr. Putnarubun-Djoemi Mevr. Putnarubun-Djoemi 19

12 Wat ik ook heel moeilijk vond was een nare gebeurtenis op school met mijn kind. Wij hebben een dochter Orpha. Zij is ons enige kind en onze trots. Mijn dochter kwam huilend thuis. Ze vertelde dat meester Joling haar had geslagen. Mijn man was furieus, hij vroeg niet naar het hoe en waarom. Hij ging de volgende dag naar de Koningin Julianaschool in Ommen waar mijn dochter op school zat. Meester Joling zag hem aankomen en vermoedde al dat iets niet goed was. Hij wilde uitleg geven maar daar was mijn man niet van gediend. Hij vond dat de meester niet het recht had om zijn kind te slaan. Mijn man rende op meester Joling af en sloeg hem. Meester Joling zette het op een lopen. De kinderen op het schoolplein keken er naar en ik denk dat zij ook bang waren. Mijn dochter zou dit voorval nog jarenlang moeten aanhoren. In 1963 verhuisden wij naar Zwolle. Wij woonden aan de Frobergerstraat in Holtenbroek. Het was daar fijn wonen. Onze naaste buren waren Nederlanders, tegenover ons woonden de mensen die in Laarbrug naast ons woonden. Het was een wijk met Molukse en Nederlandse mensen. Ons leven ging door zoals wij dat in Laarbrug gewend waren, maar ook de omgang met de Nederlanders was goed. Ik heb geen problemen ondervonden in de meer dan vijftig jaren die ik in Holtenbroek woonde. Toen wij in Zwolle kwamen wonen werkte mijn man bij een linoleumfabriek in Wijhe. Hier heeft hij lange tijd gewerkt. Daarna is mijn man voorganger geworden van de Molukse kerk in Zwolle. Helaas heeft hij dit niet lang kunnen doen. Mijn man is ziek geworden, hij was suikerpatiënt, een paar jaar later is hij overleden. Tweede Wereldoorlog en dekolonisatie Begin 1942 veroverde het Japanse leger Nederlands-Indië. De soldaten van het KNIL werden krijgsgevangen gemaakt. De meeste inheemse militairen kwamen al snel weer vrij, maar de Nederlandse KNIL-militairen en een deel van de Molukse militairen werden opgesloten in interneringskampen. Later werden ook Nederlandse burgers, vrouwen en kinderen in deze kampen opgesloten. De Molukse militairen weigerden hun eed van trouw aan Nederland te herroepen en werden daarom ingezet als dwangarbeider bij de aanleg van vliegvelden voor de Japanners. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond een gezagsvacuüm in Nederlands-Indië. Politieke activisten grepen de kans om de koloniale banden met Nederland te verbreken. Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Mohammed Hatta eenzijdig de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesia uit. Toen Nederland zijn gezag over de archipel wilde herstellen kwam het op diverse plaatsen tot gewelddadigheden, waarbij duizenden doden vielen. Dit wordt de Bersiap periode genoemd. Bersiap was de strijdkreet van de nationalisten en betekent letterlijk maak je klaar of wees paraat. Mijn dochter was inmiddels getrouwd, zij heeft drie kinderen en is naast moeder ook oma. Ik ben gelukkig en dankbaar dat ik dit mag meemaken en dat ik achterkleinkinderen heb. Sinds een jaar of drie woon ik in verzorgingshuis De Esdoorn in Zwolle. Er wordt goed voor mij gezorgd, mijn armen en benen doen het niet meer zo goed, maar ik mag niet klagen, het gaat verder goed met mij. Mijn dochter en haar man en mijn kleinkinderen komen mij elke week liefdevol een bezoek brengen. Ik heb verder geen familie meer. Jaren geleden heb ik contact gezocht met mijn familie op Java; tot nu toe heb ik niets meer van hen gehoord. Ik weet niet hoe zij het maken en of zij nog in leven zijn. Een keer in de week ga ik naar Rumah Kenangan, van Kembang Baru, een dagbesteding voor de Indonesische en Molukse vrouwen. Daar ben ik weer onder onze mensen, ik spreek hun taal, we drinken samen thee, praten en eten samen. Wij doen ook andere activiteiten als gymnastiek, spelletjes en andere creatieve bezigheden. Ik vind het belangrijk dat jongeren weten hoe wij hier in Nederland zijn gekomen en dat ze deze geschiedenis doorgeven aan hun kinderen en kleinkinderen. Ze mogen niet vergeten dat wij de overtocht hebben gemaakt en dat ze daarom hier zijn. Alle kansen moeten zij benutten en wat van hun leven maken. Ik wil jongeren meegeven om respect voor een ieder te hebben, vooral voor de ouder wordende mens, want op een dag zijn zij dat ook en dan verdienen zij ook respect. 20 Mevr. Putnarubun-Djoemi Mevr. Putnarubun-Djoemi 21

13 Jitro Ubro 22 Jitro Ubro Jitro Ubro is een druk bezet man. Helemaal voor iemand van 70 jaar. In zijn woning in Zwolle Zuid vertelt de voorzitter van de Integratieraad vrij zakelijk over zijn verleden en over zijn on-molukse pragmatisme. Zijn ogen twinkelen als het gaat over voetbal en muziek, maar worden weer serieus zodra het gaat over de route die hij heeft gekozen in zijn leven. Terugblikken is altijd goed. Het herinnert je aan waar je vandaan komt. Mijn ouders zijn geboren op Grote Kei op de Zuid Oost Molukken. Mijn vader is geboren en getogen in Kampong Ohoirenan, waar ik ook geboren ben in Ik meen dat mijn vader een jaar of achttien was toen hij zich aanmeldde bij het KNIL. Hij ging van de ene naar de andere kazerne en de vrouwen en kinderen moesten mee met het militaire transport. Ik herinner me er niet zo veel meer van, maar ik weet nog wel dat we in die auto s moesten klimmen. Jitro Ubro Wij gingen naar school onder escorte, want kinderen van KNIL-militairen waren een gewillige prooi voor de rebellen. Wij wisten helemaal niets van het feit dat we met de boot naar Nederland zouden gaan. s Avonds werden we ingeladen en naar de haven gereden. Onze ouders kregen het bevel hun kinderen zo stil mogelijk te houden, want de omgeving moest niet gealarmeerd worden dat er een colonne met militairen, met hun vrouwen en kinderen onderweg was naar de haven. Dat was voor onze eigen veiligheid. We zijn op 10 mei 1951 vanaf Semarang op Java met de Fairsea vertrokken naar Nederland. Ik weet niet heel veel meer van de boottocht. Je was zo trots als een aap dat je niet misselijk werd als er een golf kwam. Ik had geen idee hoe lang de reis zou duren. Maar op een gegeven moment voeren we door het Suezkanaal en door de Rode Zee en dan ga je je natuurlijk wel beelden vormen. Zoals over het volk van Israël, dat door de Rode Zee is getrokken. In Indonesië ging je naar bijbel-les, dus die geschiedenis kende je wel. We maken nu nog altijd grapjes als we met vrienden uit de Molukse wijk gaan vissen met de boot. Sommigen zijn hier geboren en hebben die reis dus niet mee gemaakt en we zeggen dan altijd: De mensen die door de Rode Zee zijn getrokken, zijn nooit misselijk! Nog voordat het schip aangelegd was in Rotterdam, kreeg mijn vader te horen dat het KNIL gedemobiliseerd werd. De KNIL-ers mochten eigenlijk niet meer in hun uniform blijven lopen, maar ze moesten wel want ze hadden verder geen kleding. Molukse militairen zijn erg statusgevoelig wat uniformen betreft: ze dragen des konings wapenrok. Je ontneemt ze hun waardigheid door ze hun uniform af te nemen. Dus ik denk dat het de mannen veel pijn heeft gedaan. We kwamen op 5 juni 1951 in Nederland aan, dat was net in de overgang naar de lente. Wij hadden allemaal een soort romper aan. Dat was zo n doorlopende korte broek met een vestje met korte mouwen. Zo dun als het maar kan, want dat is tropenkleding. Voor Nederland was dat dus veel te koud. Wij kwamen de boot af en werden gelijk naar een bus gedirigeerd. We werden naar Amersfoort gebracht en daar werden we als het ware ingecheckt. We kregen allemaal nieuwe kleding. Ik weet nog heel goed dat een aardige Nederlandse vrouw naar me toe kwam en een trui voor me hield en zei ja die past jou. En dat terwijl ik nog geen Nederlands verstond. We kregen allemaal zo n dikke trainingsbroek en rubberen laarzen van vroeger. Niemand uit de Molukken had in die tijd benul van de maten van kleding of schoenen. In Amersfoort volgde ook een medische keuring. Daarna brachten ze ons naar de eerste halteplaats en dat was voor ons Kamp Vught. Bij het welbekende conflict tussen Ambonezen en Keiezen in Kamp Vught was een jongetje omgekomen en waren twee zwaargewonden gevallen. Als gevolg daarvan zijn we toen eerst naar Pietersberg verhuisd, daarna naar kamp Eerde en uiteindelijk kwamen we in Laarbrug bij Ommen terecht. In de tussentijd moest ik naar school. In Pietersberg zaten we met allemaal Molukse kinderen op een dorpsschool. We moesten eerst discipline krijgen om klassikaal les te volgen. Dat waren we helemaal niet gewend. Ook moesten we de Nederlandse taal leren. Een van de eerste liedjes die ik me kan herinneren die ik heb geleerd is Drie Kleine Kleutertjes, dat was blijkbaar een van de makkelijkste liedjes om te onthouden. Het was heel belangrijk voor mijn ouders dat we goede cijfers haalden. Alles onder een zes betekende dat je óf je best niet had gedaan, óf dat je dom was. De familie Ubro voor hun barak in Laarbrug Na de lagere school moest ik naar de ambachtsschool in Vroomshoop. Daar zit eigenlijk een verhaal achter. Alle Molukkers stonden vroeger onder begeleiding van het Commissariaat van Ambonese Zorg. De Nederlanders wisten dus helemaal niet hoe of wat, alsof er alleen maar Ambonezen onder de KNIL-ers zaten. Voor hen waren alle Molukkers één pot nat. Maar het Commissariaat zorgde ervoor dat meisjes naar de huishoudschool dat vroeger de bijnaam spinazie academie droeg - en jongens naar de ambachtsschool Jitro Ubro 23

14 moesten. De achterliggende filosofie was dat we toch terug zouden gaan naar de Molukken, met deze opleiding konden wij het land daar weer opbouwen. Er zijn ouders die hun kinderen wel naar de MULO hebben gestuurd, maar dan had je gewoon geluk als kind. De meeste ouders deden gewoon wat ze opgelegd werd en stuurden hun kinderen dus naar de ambachtsschool of naar de huishoudschool. Voor 80% van mijn generatie is dat op die manier gegaan. In het kamp werd veel muziek gemaakt. Iedereen bespeelde wel een instrument. De muziekinstrumenten kregen we van het Commissariaat. Ik speelde toen bas en drums. Eerst had ik een echte basgitaar, maar toen die kapot ging speelde ik op een zeepkist met twee snaren. Ik speelde ook in een bandje The Black Eyes met mijn vrienden Max Pohowainjaan, Jo Rahanmetan, Junus Watratan en de inmiddels overleden Johannes Lefitar. We hebben ook wel meegedaan aan talentenjachten, maar dat liep natuurlijk op niets uit. Ik zat ook samen met wat vrienden in een Moluks voetbalteam. Wij speelden zelfs in Limburg. Soms tegen andere Molukkers, maar we werden ook uitgedaagd door Nederlandse teams. Na de ambachtsschool ging ik naar Hengelo, naar de avond-mts voor elektronica. Ik zat daar op kamers. Overdag werkte ik bij Hazemeijer, een bedrijf dat elektrische apparaten maakt. Vervolgens ben ik bij de Staatsmijnen in Hoensbroek gaan werken als onderzoeker. Toen ik ongeveer 23 was, kwam ik bij Shell te werken, om vervolgens bij een Amerikaanse multinational in Harderwijk terecht te komen. Ik ben daar als vatenroller binnengekomen en als lid van de directie weggegaan. In de tijd van de treinkaping in 1977, heb ik mijn Nederlandse vrouw ontmoet. Een jaar later zijn we getrouwd. In die periode heb ik, net als elke andere Molukker, wel eens last van ondervonden als gevolg van de activiteiten van de RMS. Je werd staande gehouden en extra gecontroleerd als je ging reizen. Ik ben heel pragmatisch ingesteld, mijn hele leven al. Dat is eigenlijk on- Moluks. Daar gaat de communicatie vaak een stuk omslachtiger dan bij Nederlanders. Ik vind dat enerzijds mooi, ik hecht aan het respect dat daaruit blijkt. Maar aan de andere kant denk ik, tijd is kostbaar, laten we nu maar zeggen waar het op staat. Ik word altijd met bung aangesproken door Molukse mensen die jonger zijn dan ik, dat is een vorm van respect. Die aanspreekvorm bestaat niet in het Nederlands. Mijn kleinkinderen spreken mijn broers en zussen met opa en oma aan. Als ik een Molukse vergadering voorzit, is dat heel anders dan wanneer ik een vergadering van bijvoorbeeld de Integratieraad voorzit. Daar ben ik heel pragmatisch en doelgericht. Bij een Molukse vergadering duurt dat veel langer. Dan wil iedereen aan het woord komen en dat laat ik dan ook toe. Dat is de wijze waarop men daar vergadert. Ik denk dat mijn Moluks zijn in mijn werk tot uiting komt in de opmerkingen die ik maak. Laatst probeerde ik een halsstarrig persoon uit te leggen dat hij meer moest zijn als bamboe. Dat hij net als bamboe mee moest buigen met de wind, anders breekt hij af. Of op een gegeven moment vroeg iemand mij over iets zakelijks: hoe weet u dat?. Toen vertelde ik het verhaal over mijn grootvader, die ik nog ontmoet heb op de Molukken in 1983, die toen tegen mij zei: Als ik de wind door de bladeren hoor ritselen, weet ik waar die bladeren vallen. Oftewel, je moet erop bedacht zijn waar iemand naar toe wil. Molukse ouderen hebben altijd bepaalde wijsheden in zich. Je moet alleen wel de moeite nemen om te ontleden wat ze daar precies mee bedoelen. Als ik in een discussie terecht kom waarin het gaat om rechtvaardigheid of het nakomen van beloftes, dan kun je erop wachten dat ik een link ga leggen met de Molukse geschiedenis. Er was bijvoorbeeld een keer dat iemand met verontwaardiging sprak over de uitbuiting van Zuid Afrika door de Engelsen. Toen werd mijn mening gevraagd. Ik heb gezegd dat Nederland precies hetzelfde heeft gedaan met Indonesië. Dat het land is leeggeroofd en dat ze een deel van het volk, dat altijd trouw was, naar Nederland verkast hebben en hen vervolgens heeft laten stikken. Toen was het stil. Ik vind dat de wereld mag weten wat een land op zijn geweten heeft. Net als met de recente berichtgeving over het uitmoorden van een geheel dorp op Java tijdens de politionele acties. Ik vind het hypocriet als je een oordeelt velt over ander een land of volk, zonder dat je naar jezelf hebt gekeken. 24 Jitro Ubro The Black Eyes Zoals gezegd, ik vind het belangrijk om terug te blikken. Het is belangrijk om de geschiedenis te kennen. Dat is iets anders dan je vastklampen aan je afkomst. Ik zeg tegen mijn kinderen en kleinkinderen: leef in de tijd waarin je leeft. Je kunt de geschiedenis gebruiken om je aan te spiegelen. En dan kun je kiezen of je ook op die manier wilt leven of juist anders. Ik zie bij veel te veel Molukse kinderen dat ze kunstmatig leven, op een manier waarop anderen willen dat ze leven. Ze laten zich inkapselen door wat de gemeenschap wil. Ik heb een eigen route gekozen, Jitro Ubro 25

15 Max Pohowainjaan maar ik sta nog wel ten dienste van de gemeenschap. Ik ben niet voor niets in een andere wijk gaan wonen. Ik denk dat als je buiten de kaders treedt, je een ruimere blik krijgt. Maar ik respecteer ieders keuze. Individuele vrijheid betekent voor mij ook dat, op het moment dat iemand een beroep op mij wil doen, ik op mijn eigen manier een helpende hand toesteek. Indonesië onafhankelijk Na de Tweede Wereldoorlog dacht Nederland het bestuur in Nederlands-Indië weer over te kunnen nemen. Om de macht weer in handen te krijgen stuurde Nederland maar liefst militairen naar Nederlands-Indië en wierven nieuwe soldaten; hieronder waren veel Molukkers. In een tweetal grootscheepse militaire acties, politionele acties genoemd, werd geprobeerd de Republik Indonesia op de knieën te krijgen. Doordat vele landen de nieuwe republiek erkenden kwam Nederland internationaal alleen te staan. Uiteindelijk, op 27 december 1949, werd de soevereiniteit over Indonesië, met uitzondering van Nieuw Guinea, overgedragen aan de Republik Indonesia Serikat. Daarmee was de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog ( ) ten einde. In de soevereiniteitsoverdracht was afgesproken dat Indonesië een federale structuur zou kennen. De Molukken zouden een autonome positie, als daerah in de deelstaat Oost Indonesië krijgen. De inkt van de overdrachtsakte was nog niet droog of Indonesië begon met het opheffen van de federale structuur en met het inrichten van een eenheidsstaat. Dat leidde met name op de Molukken tot verzet, maar dat werd hardhandig de kop ingedrukt. Nederlands Nieuw Guinea werd in 1962 aan Indonesië overgedragen. In de woonkamer van Max Pohowainjaan staan oude familiefoto s en wajangpoppen en hangen souvenirs uit Indonesië aan de muur. Het verhaal van bung Max bestaat uit gedetailleerde anekdotes en veelzeggende stiltes. Soms omdat hij een Maleis woord moet vertalen naar het Nederlands, maar niet minder vaak omdat hij zijn emoties weg moet slikken. Van een kamp in Batavia tot een rijtjeshuis in de Aa-landen in Zwolle. Ik ben op 8 maart 1939 geboren in Batavia. Mijn vader is Salmon Pohowainjaan, hij was een Molukse militair bij het KNIL. In 1927 was hij één van de eerste Molukkers die zich aanmeldden bij het KNIL. Daarvoor was hij werkzaam bij de politie in de stad Ambon. Mijn vader is in 1898 geboren in Ohoifaruan op Kei Besar. Mijn moeder is Lentji Tenlan, zij is geboren op 10 oktober Mijn moeder komt van dezelfde kampong als mijn vader. Ze hebben elkaar op de kampong leren kennen en zijn daar ook getrouwd. Drie jaar nadat Max Pohowainjaan ik was geboren, brak de oorlog uit in Indonesië. Dat was op 9 maart Mijn vader werd toen geïnterneerd en weggebracht naar Sukabumi. Hij was eigenlijk met 45 jaar al gepensioneerd. Een paar maanden later is hij naar een interneringskamp in Soerabaja gebracht en daarna is hij naar Bandung overgebracht. Ik heb nog een vage herinnering dat we afscheid konden nemen van mijn vader en dat hij Javaanse kledij aan had. De vrouwen en kinderen die achterbleven werden in een tangsi ondergebracht. Ik was vijf jaar en ik kan het me nog heel goed herinneren. Mijn moeder moest in haar eentje voor vier kinderen zorgen, dat was voor ons gezin een hele moeilijke periode. Wij moesten naar een kamp ten noorden van Jakarta, de Jembatang Merah. We zaten daar met vrouwen en kinderen uit verschillende gebieden van Indonesie zoals de Menadonezen, Ambonezen, Timorezen, Javanen en noem maar op. Wat ik nog goed weet is dat het kamp aan de rivier de Ciliwung lag. De vrouwen deden daar altijd de was. Vervolgens moesten we weer verhuizen naar Klender bij Bekasi, ten oosten van Jakarta. We kwamen terecht in een Chinese vesting, een heel groot gebouw met veel kamers. In die tijd moesten jongens vanaf vijf jaar hun hoofd kaal scheren en ik dus ook. Het kaalscheren gebeurde met glasscherven, tot bloedens toe. Ook werden wij verplicht het Japanse volkslied te zingen. Iedere ochtend werd gymnastiekles gegeven, dat gebeurde op een open veld, Lapangan. De Japanse vlag, midden in het veld, wapperde fier. We moesten de Japanse taal leren, de soldaten groeten en nederigheid tonen. Als je weigerde kreeg je straf. Wat ik verder nog weet is dat we met veel kinderen en vrouwen bij elkaar waren en dat wij op de galerijen speelden. Mijn moeder 26 Jitro Ubro Max Pohowainjaan 27

16 Die middag gingen wij weer terug naar de Chinese vesting in Klender. Wij zijn daar een paar dagen gebleven. Toen brak er een roerige nacht aan. We werden ineens bewaakt door Gurkhasoldaten met tulbanden. Ik kon vanuit de vesting zien dat er een klapperboom in brand stond. Dat was voor ons een teken dat er iets aan de hand was. s Ochtends om half zes kwam er een jeep met Indonesische nationalisten om de oudere jongens op te halen. De vrouwen hadden alle kisten en spullen al buitengezet. Ze sloegen op de deur en riepen dat we open moesten doen. Ze riepen alle jongens ouder dan drie jaar maken wij dood!. Want die jongens zouden, als ze ouder werden, gaan sympathiseren met de Hollanders. Alle vrouwen schreeuwden, kinderen huilden, iedereen was in paniek. Ik kreeg de jurk van mijn zus aan, zodat ze niet zouden zien dat ik een jongetje was. Uiteindelijk moesten wij ons overgeven. Ze sleurden de vrouwen en kinderen naar buiten. We moesten allemaal op een rij gaan zitten. De leider van de groep had een pistool bij zich en richtte het pistool op de mensen. Ze wezen vrouwen aan en zeiden dingen als: jij trouwt met mij. Ik hield me vast aan mijn moeder. We zouden met de trein worden weggevoerd door de nationalisten. Maar die trein kwam gelukkig nooit. Barak Laarbrug maakte en verkocht sieraden. We wisten op dat moment helemaal niet waar mijn vader was en of hij nog in leven was of niet. Een Molukse man, meneer Kaihatoe, was op de hoogte van het feit dat Japanse officieren op zoek waren naar Molukse vrouwen om voor hen te werken. Want Molukse vrouwen waren goed in koken en wassen en ze zouden niet stelen volgens de Japanse soldaten, iets waar de Javanen wel om bekend stonden. Het huis waar mijn moeder moest gaan werken stond in Menteng Pulo aan de Palmenlaan in het binnen centrum van Jakarta. Er woonden twee Japanse officieren en ik zal die namen nooit vergeten, Akasa en Amimia. Die Amimia was wel een vriendelijke man. Hij sprak zelfs een beetje Nederlands. Wij hadden het daar niet slecht. Mijn moeder was hun kokkie, dus voor ons werd ook goed gekookt. De officieren woonden in huizen van Nederlanders en er waren speciale huisjes voor het personeel, daar woonden wij. Toen mijn zus Maria ernstig ziek werd, moest mijn moeder helemaal naar Pasar Seneng naar een Chinese apotheek en dat was erg ver, want Jakarta is ongeveer even groot als de provincie Groningen. Het medicijn dat mijn moeder had gehaald zorgde er gelukkig wel voor dat mijn zus weer beter werd. Toen het einde van de oorlog aanbrak zag ik mijn moeder praten met officier Amimia. Hij vertelde mijn moeder dat de oorlog voorbij was en de volgende dag waren ze weg. Zomaar, van de ene op de andere dag. Eindelijk kwamen toen de KNIL-militairen om ons te helpen. In de namiddag zijn we met een militaire vrachtauto vertrokken. De wegen waren erg slecht begaanbaar en soms zelfs geblokkeerd. We kwamen eerst aan bij de tangsi Kemayoran, maar die was propvol met mensen uit allerlei andere kampen. Dus we moesten allemaal een nachtje buiten slapen. De dag daarna gingen we naar Airport Meester Kornelis, dat was ook vol. Toen reden we door naar Tien Bataljon, maar ook daar was geen plaats meer voor ons. Uiteindelijk konden we in het gebouw van de Algemene Middelbare School blijven. Dat was in augustus of september Daar heeft een medegedetineerde van mijn vader ons verteld dat mijn vader was overleden. Het schip waar mijn vader op zat was door de geallieerden tot zinken gebracht op 18 november 1943 in de Banda Zee. Het schip voer onder Japanse vlag, maar de geallieerden wisten niet dat er ook militaire gevangenen op het schip zaten. Dat Japanse schip was de Ryukyu Maru, dat heb ik later kunnen achterhalen. Op 28 december 1946 is mijn moeder hertrouwd. Mijn stiefvader was ook een KNIL-militair. Hij kwam ook uit Kei, uit dezelfde kampong als mijn ouders. Hij was geïnterneerd geweest bij de Birma spoorlijn. Na de oorlog is hij naar Timor overgeplaatst en van daaruit onderhield hij contact met mijn moeder. Vanuit Timor is hij ons toen komen opzoeken in Jakarta. Daar zijn ze ook getrouwd. Hierna zijn we vaak verhuisd, want mijn stiefvader werd telkens ergens anders geplaatst vanwege zijn werk voor het KNIL. We zijn onder andere naar Soerabaja en Makassar gegaan. Daar hebben we ook een paar jaar gewoond. We gingen vanuit Makasssar naar Samburu (Lumajang) op Java. Op Samburu kreeg mijn stiefvader bericht dat de vader van mijn moeder ernstig ziek was. Hij is toen met vakantieverlof naar de Molukken gegaan. Wij bleven achter in Lumajang. 28 Max Pohowainjaan Max Pohowainjaan 29

17 In 1949 mocht mijn stiefvader wederom met vakantieverlof. We gingen met het hele gezin twee maanden naar de Molukken, naar Kei Besar. Ik wist niet eens dat ik Keiees was, ik dacht dat ik Ambonees was. Ik wist überhaupt niet dat er een verschil was tussen Ambonezen en Keiezen. Op Kei werd ik ziek en daarom moest ik naar het ziekenhuis in Larak op Kei Besar. Hierdoor meldde mijn stiefvader zich te laat op het militaire kamp in Ambon. Normaal gesproken moest een korporaal dan zijn strepen inleveren, maar mijn stiefvader hoefde dat niet. Hij had zijn strepen namelijk niet verdiend door een opleiding op de kaderschool, maar aan het front vanwege zijn daden. Van Kei Besar gingen we terug naar Samburu, Lumajang op Java. Als kleine jongen van twaalf jaar moest ik elke dag naar school buiten het kamp. Op een gegeven moment hoorde ik dat we naar Holland gingen. Volgens mij hoorden we dat via de soldaten. Dat vond ik in eerste instantie heel leuk en spannend, maar ik kan me herinneren dat de vaders niet zo blij waren. Zij hadden een andere gedachte, namelijk dat ze terug naar de Molukken zouden gaan. Toen zijn wij van Malang naar Soerabaja gebracht. Vanuit Soerabaja werden wij in een dichte vrachtwagen naar de haven gebracht. Daar lag het allereerste schip dat naar Holland ging, de Kota Inten. Op 23 februari 1951 vertrokken we met de boot vanuit Soerabaja en op 21 maart 1951 kwamen we aan in de haven van Rotterdam. Op de boot werden we begeleid door majoor Sapeno. Ik heb me als kind goed vermaakt op de boot. Ik heb daar leren boksen. Wat ik ook nog weet is dat de militairen daar hun ontslag uit het KNIL te horen kregen. Dat was echt heel erg voor die KNILmilitairen. Wat ze allemaal niet hebben moeten doorstaan. Eerst de oorlog in Indonesië, daarna de Bersiap periode en in Nederland werden ze ook zomaar in kampen gestopt. school kon heeft de Centrale Ambonezen Zorg mij opgevangen en ervoor gezorgd dat ik naar de technische school in Zwolle kon. In 1963 kwamen we in Holtenbroek in Zwolle te wonen. Ik ging naar de LTS aan de Deventerstraatweg. Hierna heb ik nog één jaar in Den Haag gewoond, bij mijn zus Octovina, maar uiteindelijk ben ik uit heimwee toch naar mijn ouders in Zwolle teruggegaan. Ik ben bij Stork gaan werken als machinebankwerker en later bij Philips. Ik was in die tijd naast mijn werk alleen maar bezig met muziek. Ik was op een bruiloft in Eerde en werd toen op het podium gevraagd. Ze wisten dat ik kon spelen. Vanaf dat moment ben ik op iedere bruiloft en partij gevraagd. Van Laarbrug tot Tiel en van Pietersberg tot Nistelrode: overal heb ik gespeeld. Samen met vrienden hadden wij een bandje, we speelden Hawaïaanse muziek, Indonesische muziek en Amerikaanse rock n roll. We speelden liedjes van Elvis en we hadden zelfs vetkuiven. Ik speelde elektrische gitaar. We hebben onder andere veel opgetreden in de Buitensoos in Zwolle. In 1974 ben ik met mijn vrouw in Zwolle getrouwd. Mijn vrouw kwam uit Indonesië en ze was in Nederland voor een verpleegsteropleiding. Ze is in 1999 overleden. We hebben een paar jaar aan de Palestrinalaan gewoond en na vijf jaar zijn we naar de Welle gegaan. In dat huis woon ik nu nog, met mijn nieuwe vrouw, die ook uit Indonesië komt. Ik heb drie kinderen, Harris, Jeffrey en Stephanie. Ik ben heel trots op mijn Moluks zijn. Ik lees nog veel over bijvoorbeeld de Adat en over de Keiese taal. Wij kwamen dus ook in zo n kamp terecht. We werden via Amersfoort naar kamp Schattenberg gebracht. Daar woonden wij in barak nummer veertien. Dat was een hele mooie barak. We hadden een toilet binnenshuis en aparte slaapkamers. Dat hadden andere barakken niet. Wij hebben van 23 maart tot 6 december 1951 in Schattenberg gewoond. In die tijd ging ik elke dag met de bus naar school in Assen. Ik was toen al twaalf, maar ik kon niet lezen of schrijven. Dus kwam ik een paar klassen lager te zitten. Ik was wel klein gebouwd en ik leek veel jonger, maar toch kon je wel zien dat ik ouder was dan de rest. Toen kwam het conflict tussen Ambonezen en Keiezen in Vught. Dat heeft ertoe geleid dat we weg moesten uit het kamp. Wij wilden het liefst in Schattenberg blijven, wij waren ook goed bevriend met de Ambonezen. We gingen in Laarbrug bij Ommen wonen. In Laarbrug woonden twee bujangs, dat is Maleis voor vrijgezellen en twaalf Keiese gezinnen. In Laarbrug had ik het iets minder naar mijn zin. Alle Keiese kinderen waren een stuk jonger dan ik. Als ik daaraan terug denk word ik nog erg emotioneel. Het was een moeilijke tijd voor mij. Voor de generatie die in Nederland is geboren ligt dat anders. Ik had zo n grote leerachterstand. Toen ik eindelijk weer naar school kon werd ik ziek. Ik had ernstige longontsteking en moest in het sanatorium in Schattenberg worden opgenomen. Twee jaar heb ik in het sanatorium gelegen. In het sanatorium heb ik van de wat oudere mensen gitaar, mandoline en ukelele leren spelen. Toen ik naar huis mocht en weer naar 30 Max Pohowainjaan Uitbreiding van het kamp Laarbrug 1957 Max Pohowainjaan 31

18 Bernard Patjanan Ik heb zelf mijn herinneringen opgeschreven in het Maleis, een jaar of vijf geleden. Ik vind het erg belangrijk dat mijn kinderen en kleinkinderen kunnen lezen wat hun ouders en grootouders hebben meegemaakt. Onze geschiedenis is een onuitwisbaar deel van de historie van Nederland en de wereldgeschiedenis. Deze geschiedenis moet doorverteld en levend gehouden worden voor de toekomstige generaties. Republik Maluku Selatan, RMS Na de soevereiniteitsoverdracht werd het KNIL opgeheven. De ongeveer Molukse KNIL-militairen kregen de keus tussen demobiliseren of overgaan naar het nieuwe Indonesische leger waartegen men hevig strijd geleverd had. Dat was een moeilijke keuze. Ongeveer de helft van hen koos voor een burgerbestaan op de Molukken en militairen maakten de overstap naar het Indonesische leger. De overige militairen wensten niet op vijandig Indonesisch grondgebied te worden gedemobiliseerd. Terwijl de onderhandelingen over de toekomst van deze Molukse militairen nog gaande waren werd op 25 april 1950 op Ambon de Republik Maluku Selatan (RMS) uitgeroepen. Het uitroepen van de onafhankelijke republiek der Zuid Molukken en de daarop volgende strijd om Ambon maakte dat de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen in de verdrukking kwamen. Om uit de patstelling te komen besloot de Nederlandse regering hen tijdelijk naar Nederland over te brengen en tot een politieke oplossing te komen. Een kleine groep guerrillastrijders van de RMS streed tot in de jaren zestig door, onder leiding van de president van de RMS, Chris Soumokil. In 1963 werd hij gevangen genomen en drie jaar later geëxecuteerd. Ir. J.A. Manusama richtte vervolgens in Nederland een RMS regering in ballingschap op, waarvan hij de eerste president werd. Na de dood van zijn vrouw Oesi Ina woont Bung Ben alleen in het grote huis aan de Griegstraat in Zwolle. Bung en oesi zijn voor de Molukse jongeren een aanspreekvorm voor een ouder persoon. Bernard Patjanans kinderen zijn de deur uit, maar ze komen hem vaak opzoeken. Na het overwinnen van zijn ziekte is hij sterker dan ooit, het gaat het goed met Bung Ben. Ik ben geboren op 14 mei 1943 in Fako, een dorp op het eiland Kei Besar op de Molukken in Indonesië. Op Kei was mijn vader een landbouwer en visser. Hij ging het leger in als hospik bij het KNIL. Toen mijn vader bij het KNIL ging, reisde ik met mijn ouders met de boot vanuit Kei naar Ambon en van Ambon naar Makassar op Celebes, daar zijn wij twee maanden gebleven. Na die twee maanden werd mijn vader overgeplaatst naar Djember en vervolgens naar Malang. Toen volgde Soerabaja en daarna nog Problinggo. Mijn moeder en ik bleven achter in de tangsi. In Djember ging ik naar een katholieke school, een kloosterschool. De school was opgericht door missionarissen. Op de kloosterschool moesten wij van de zusters bidden en kruisjes slaan. Ik ben van huis uit protestants opgevoed, maar omdat ik op deze school de Nederlandse taal kon leren, hebben mijn ouders mij op de kloosterschool geplaatst. Als ik weer in de tangsi was sprak ik Maleis met mijn moeder en de mensen daar. In Malang bezocht ik de Fröbelschool, ik was toen vijf jaar. Ik herinner mij dat mijn vader een geweer bij zich droeg als hij mij en de kinderen uit de tangsi naar school bracht. Dat maakte een grote indruk op de andere kinderen, zij liepen ons achterna van de tangsi naar school en dat was een heel eind. In Malang hadden wij een juf, Janssen was haar achternaam, zij was een Indo, dat is een mengeling van een Indische en een Nederlander. In Djember werd de tangsi een hele avond beschoten. Er kwam een man naar ons toe die zei, doe een matras voor de deur en blijf liggen. Mijn moeder en ik waren alleen. Mijn vader was weg, waarschijnlijk op patrouille. We verhuisden weer van de ene tangsi naar de andere. Alle spullen werden in kisten gedaan en met militaire trucks vervoerd. Van Djember gingen wij naar Malang, daarna naar Soerabaja. Mijn broertje Benoni is in Djember geboren, mijn zusje Bence is in Malang geboren. In Makassar op Celebes is mijn oudste broer overleden. Mijn moeder zei een keer tegen mij: Je moet hem eens opzoeken, maar ik weet niet waar hij begraven is. Op bevel vertrokken mijn ouders, broer, zus en ik vanuit de tangsi in Soerabaja naar Nederland. Tegen mijn vader werd gezegd dat Ambon bezet was en dat wij niet terug konden naar Kei en dat we daarom naar Nederland moesten. We gingen in februari 1951 met het schip de Atlantis naar Nederland en kwamen op 23 maart 1951 aan in Rotterdam. De Atlantis had 922 passagiers aan boord. Aan boord van het schip had je slaapzalen, we sliepen in kooien boven elkaar. Mijn zusje lag apart in een wiegje. We kregen drie keer per dag eten in de eetzaal. Op de boot had je ook een school, de heer Mantouw, een Molukse leraar, gaf ons les. Hij werd later voorzitter van de Molukse inspraakraad. Tijdens de bootreis was ik ook zeeziek. In Colombo voeren kooplui met 32 Max Pohowainjaan Bernard Patjanan 33

19 kleine bootjes langs het schip. We konden met een mandje langs de railing van het schip spullen van hen kopen. In Aden zagen wij voor het eerst Arabieren. Toen het schip door de Golf van Biskaje voer sneeuwde het. We wisten niet wat dat was, sneeuw zagen wij hier voor het eerst. Op 23 maart 1951 kwamen wij s nachts in Rotterdam aan. Daar stonden bussen klaar die de mensen naar Amersfoort gingen brengen. Van de busreis heb ik niet veel meegekregen, tijdens de busreis sliep ik. In Amersfoort kregen wij trainingspakken aangereikt. Mijn vader kreeg een dikke militaire jas. Wat ik wel weet is dat het erg koud was. Van Amersfoort gingen wij naar Schattenberg in Drenthe. We kwamen in barak 37 te wonen. Onze barak had een woonkamer, één slaapkamer, een keuken en een wc. Ik weet nog dat mijn vader toen zei: Het is maar voor eventjes, we gaan gauw weer terug naar ons eigen land, het is maar voor een half jaar, dat half jaar is nu zestig jaar. De geschiedenis van de Molukse bevolking in Nederland zal voor Nederland altijd een zware last blijven als ze niet erkennen dat ze fout waren. De Molukse mensen hebben te goeder trouw gediend in het KNIL, ze verdienen dit niet, ze verdienen respect. In Schattenberg ging ik eerst naar de lagere school in Assen omdat er in Schattenberg nog geen school was. Toen Schattenberg zelf een school kreeg, ben ik daar naar school gegaan. Het was een grote lagere school speciaal voor Molukse jongens en meisjes. Na de lagere school ging ik met vrienden uit het kamp naar de ambachtsschool in Beilen. Ik volgde daar de opleiding voor bankwerker. De omgang met de Nederlanders was toentertijd vrij moeilijk. Als je in Assen was en je liep elders in de stad dan hoorde je de mensen zeggen: daar lopen bruine mensen. Wij werden dan boos, we wisten niet dat het niet kwaad bedoeld was, zij wisten ook niet dat wij daar boos om zouden worden. Na de ambachtsschool ben ik naar de UTS gegaan, maar omdat ik niet goed in wiskunde was heb ik de UTS niet afgemaakt. Via school ben ik bij Stork gaan werken en tekende daar als leerling voor een tweejarige opleiding. De eerste twee maanden was dat als bankwerker en de volgende twee maanden als draaier. Ook ging ik vier avonden per week naar school, het eerste jaar in Beilen, het tweede jaar in Assen. Daar haalde ik het diploma voor bi-metaal. Mijn ouders hebben steeds met de gedachte geleefd dat ze op een dag te horen zouden krijgen dat ze terug konden naar de Molukken. Ze hebben echt hun hele leven op dat moment gewacht. Wij moesten als kind naar school om een ambacht, een vak te leren, want als we terug zouden gaan naar de Molukken dan konden we daar het geleerde vak uitoefenen en ook wat voor de mensen daar betekenen. Mijn vader had zich omgeschoold tot automonteur. Hij werkte eerst in Assen bij een busmaatschappij, daarna bij een steenfabriek in Maasbracht in Limburg. Wij zouden eerst naar Maasbracht verhuizen, maar de verhuizing ging niet door, omdat mijn moeder heel erg ziek werd. Ik moest vaak als jongetje van 11 jaar op mijn broertjes en zusjes passen omdat mijn moeder door ziekte vaak op bed lag. In Schattenberg heb ik catechisatie gevolgd en daarna belijdenis gedaan. Op 15 april 1962 ben ik aangenomen bij de Geredja Indjili Maluku (GIM), de Molukse Evangelische kerk. Daarna mocht ik van mijn vader overal heen waar ik wilde. Mijn moeder overleed in 1959 in het Academisch Ziekenhuis in Groningen aan een astmatische bronchitis. Ze is begraven in Hooghalen. Zij overleed vlak na de geboorte van mijn broertje Frans. Ons gezin bestond toen uit acht kinderen, vijf waren in Nederland geboren. Mijn broertjes en zusjes kwamen in een kindertehuis terecht, het Julianahuis aan de Terborchstraat in Zwolle. Het tehuis werd geopend in 1927 en was onderdeel van de Protestants Christelijke Vereniging Jeugd- en Kinderzorg. Op een bruiloft in Ommen leerde ik mijn vrouw kennen, zij woonde in Teuge. Ik was heel erg verliefd op haar en ik wilde graag met haar trouwen, maar ik mocht van mijn vader niet met haar trouwen omdat ik een pela, een bloedband, met haar had. Voor mensen die pela van elkaar zijn, is het onmogelijk met elkaar te trouwen. In 1964 is mijn dochter geboren, maar ik mocht nog steeds niet trouwen. Mijn schoonvader was ook tegen het huwelijk. Het heeft tot 1970 geduurd voordat ik tenslotte met mijn vrouw in Zwolle kon trouwen. Mijn vader wilde een traditioneel bruiloftsfeest maar dat wilden wij niet, we zijn op onze eigen manier getrouwd in de Buitensoos in Zwolle met heel veel vrienden om ons heen. 34 Bernard Patjanan De familie Patjanan, begin jaren 50 Bernard Patjanan 35

20 Molukse jongeren. De bedoeling was om te onderzoeken of er daadwerkelijk mogelijkheden waren voor Molukkers om terug te keren naar de Zuid Molukken. De meeste Molukkers wilden toen terug, maar de Zuid Molukken was en is geen vrij land. Het is een voldongen feit dat wij niet terug kunnen. Je hebt hier een goede baan, maar als je teruggaat heb je daar niets aan. De ontwikkeling op de Molukken loopt erg achter. Ik was op een dok en zag daar mensen aan het werk en ik dacht waarom doen ze het zo. Ik liep naar de mensen toe, ze keken mij van verre al aan. Wat moet die hier, hij denkt zeker dat hij het beter kan. Ik liet de mensen zien dat het anders kan, ze vonden het goed, maar daar is het ook bij gebleven. De vooruitgang stagneert en het is ook niet motiverend voor de jongeren. Ik denk dat de jongere generatie heel veel problemen zou ondervinden als zij zou terugkeren naar de Molukken. Ik ben heel erg ziek geweest en ik ben toen in het ziekenhuis opgenomen. De artsen wilden mij opereren maar ik wilde dat niet, maar door het vertrouwen en geloof in God kwam een omslag in mijn leven. Het geloof in God heeft mij een sterker en tevreden mens gemaakt. Na het overlijden van mijn beide ouders kwam ik erachter dat ik door hen was geadopteerd. Ze hebben dit nooit aan mij verteld. Ik heb het ook nooit geweten of gevoeld, mijn ouders hebben mij altijd met heel veel liefde en respect grootgebracht. Ik ben ze voor altijd dankbaar. Ze zijn voor mij mijn enige ouders. Mijn ouders zijn inmiddels geschiedenis, het is aan ons en de volgende generatie om hun geschiedenis levend te houden. Molukse dansgroep In 1970 werd het kamp Schattenberg opgeheven. Veel bewoners van Schattenberg zijn verhuisd naar Winterswijk. Ik werkte toen bij constructiebedrijf Reijnders in Groningen. Samen met mijn vader besloot ik in Zwolle te gaan wonen, dicht bij mijn broers en zusjes die in het Juliana kindertehuis zaten. Ik ging werken bij PSK in Apeldoorn. Mijn vader kreeg een baan in Deventer. Na mijn trouwen ging ik met mijn vrouw bij mijn vader in de Purcellstraat in Zwolle wonen. Mijn broers en zussen uit het tehuis kwamen ook weer thuis wonen. Mijn dochter, toen zes jaar oud, woonde nog steeds bij mijn schoonvader en ze werd door mijn schoonzus verzorgd. Zij kwam pas later naar Zwolle. Ik kreeg werk in Zwolle en ging samen met mijn vrouw in een flatje aan de Beethovenlaan wonen. We hebben twee zoons en drie dochters. Toen mijn vrouw een zware hartaanval kreeg, werd ze opgenomen in het ziekenhuis, daarna is ze naar het verpleegtehuis het Zonnehuis in Zwolle gebracht. Korte tijd later is ze overleden. Ik heb nu nog twee dochters, een zoon en een kleinzoon. Ik zou wel terug willen naar Indonesië. Het liefst zou ik teruggaan naar Bali. Ik ben al vijf keer op vakantie geweest naar Indonesië: In 1978 heb ik een oriëntatiereis gemaakt met acht andere Naar Nederland De Nederlandse regering besloot de hele groep Molukkers naar Nederland over te brengen. Het zou maar tijdelijk zijn; zodra een oplossing was gevonden voor de situatie zouden de Molukkers en hun gezinnen terugkeren. In het eerste halfjaar van 1951 kwamen de Molukkers in twaalf schepen naar Nederland. Bij aankomst in Nederland wachtte hen een grote deceptie. Ze waren aan boord gegaan als ex KNIL-militairen, die de tijdelijke status van militairen van de Koninklijke Landmacht hadden, maar ze kregen in Nederland te horen dat ze uit militaire dienst waren ontslagen. Protesten en een rechtszaak tegen de Staat bleven zonder resultaat. Veel Molukse ex-knil militairen wilden niet de Nederlandse nationaliteit aannemen, ze wilden vasthouden aan een terugkeer naar de onafhankelijke republiek der Zuid Molukken. Daarmee werd deze groep Molukkers stateloos wat onder meer het reizen naar andere landen, bij het ontbreken van een paspoort, onmogelijk maakte. In 1976 werd door de Wet betreffende de positie van de Molukkers geregeld dat de Molukkers recht hadden op een Nederlands paspoort, maar dat ze hun stateloosheid niet hoefden op te geven. 36 Bernard Patjanan Bernard Patjanan 37

We zijn 2 zusjes Leah en Dika, we komen uit een gezin van 10 kinderen. We zijn in Teuge geboren en opgegroeid, waar we een geweldige jeugd hebben

We zijn 2 zusjes Leah en Dika, we komen uit een gezin van 10 kinderen. We zijn in Teuge geboren en opgegroeid, waar we een geweldige jeugd hebben Barakkenkampen In 1951 kwamen 12.000 Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen noodgedwongen in Nederland aan voor een tijdelijk verblijf. Ze werden opgevangen in kampen. Het woonoord in Lage Mierde was

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek.

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. 19 februari 2015 Goedemiddag, Ik ben heel blij met deze tentoonstelling. Als dochter van een oorlogsvrijwilliger

Nadere informatie

Alleen een plastic tasje

Alleen een plastic tasje Alleen een plastic tasje Gaat u zitten, fijn dat u er bent. Wilt u thee? Met suiker? Zal ik beginnen bij het begin? Ik woon hier sinds 1970. Toen ik hier aankwam, had ik alleen een klein plastic tasje

Nadere informatie

De tijd die ik nooit meer

De tijd die ik nooit meer De tijd die ik nooit meer vergeet Jan Smit uit eigen pen deel 3 De Stiep Educatief De tijd die ik nooit meer vergeet De schrijver die blij is dat hij iets kan lezen en schrijven, vertelt over zijn jeugd.

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

De steen die verhalen vertelt.

De steen die verhalen vertelt. De steen die verhalen vertelt. Heel lang geleden kenden de mensen geen verhalen, er waren geen verhalenvertellers. Het leven zonder verhalen was heel moeilijk, vooral gedurende de lange winteravonden,

Nadere informatie

Toespraak G. Verbeet Zwolle, 15 augustus 2016

Toespraak G. Verbeet Zwolle, 15 augustus 2016 Toespraak G. Verbeet Zwolle, 15 augustus 2016 Dames en heren, jongens en meisjes, Dank voor de uitnodiging om vandaag te mogen spreken bij deze bijzondere herdenking bij het monument Indië-Nieuw-Guinea

Nadere informatie

werkt voor en met bewoners in wijken en buurten

werkt voor en met bewoners in wijken en buurten werkt voor en met bewoners in wijken en buurten Oma Geertje vertelt. 2 Welbions: we werken er allemaal. Wij zijn dé woningcorporatie van Hengelo en verhuren meer dan 13.000 woningen aan in totaal 25.000

Nadere informatie

Verhaal: Jozef en Maria

Verhaal: Jozef en Maria Verhaal: Jozef en Maria Er was eens een vrouw, Maria. Maria was een heel gewone jonge vrouw, net zo gewoon als jij en ik. Toch had God haar uitgekozen om iets heel belangrijks te doen. Iets wat de hele

Nadere informatie

Toespraak van Anouchka van Miltenburg, Voorzitter van de Tweede Kamer, bij de bijeenkomst van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945, op 14 augustus 2015 in de Tweede Kamer We dachten dat we na de capitulatie

Nadere informatie

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december 2016 Kerstverhaal Heel lang geleden was er een jonge vrouw, Maria. Zij woonde in het dorpje Nazareth. Maria was een heel gewone vrouw, net zo gewoon

Nadere informatie

Mijn laatste nieuwsbrief

Mijn laatste nieuwsbrief Mijn laatste nieuwsbrief Lieve familie, vrienden en sponsors! Mijn laatste nieuwsbrief schrijf ik vanuit het prachtige en kleurrijke Sri Lanka! Hier vierde ik Kerst en Oud en Nieuw met de bemanning van

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Voorwoord. Daarna ging ik praten met Chitra, een Tamilvrouw uit Sri Lanka. Zij zette zich in voor de Tamilstrijd.

Voorwoord. Daarna ging ik praten met Chitra, een Tamilvrouw uit Sri Lanka. Zij zette zich in voor de Tamilstrijd. Voorwoord In dit boek staan interviews van nieuwkomers over hun leven in Nederland. Ik geef al twintig jaar les aan nieuwkomers. Al deze mensen hebben prachtige verhalen te vertellen. Dus wie moest ik

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

De kleine draak vindt het drakenland Iris Kater. Vandaag wil ik jullie iets vertellen over een kleine draak.

De kleine draak vindt het drakenland Iris Kater. Vandaag wil ik jullie iets vertellen over een kleine draak. De kleine draak vindt het drakenland Iris Kater Vandaag wil ik jullie iets vertellen over een kleine draak. Deze kleine draak werd in de mensenwereld geboren en heeft lang bij zijn vriend Maurice en zijn

Nadere informatie

De exodus. Foto s van het materiaal

De exodus. Foto s van het materiaal De exodus Focus van dit verhaal De focus van dit verhaal ligt bij de uittocht van het volk van God (Exodus 11:1 15:21). Het verhaal is één van de heilige verhalen en behoort tot de kernpresentatie. Lesdoelen

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Voor Cootje. de vuurtoren

Voor Cootje. de vuurtoren Voor Cootje de vuurtoren De Koos Meinderts vuurtoren Lemniscaat & Annette Fienieg Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2007 isbn 978 90 5637 909 4 Tekst: Koos Meinderts, 2007 Illustraties: Annette

Nadere informatie

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen.

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen. 35 God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6 Abraham wist dat God zich met Sodom en Gomorra aan Zijn woord gehouden had. Hij vertrouwde erop dat God Zijn belofte aan hem en Sara ook zou houden. Ze zouden een

Nadere informatie

Herdenking vanuit het oogpunt van Japanse Nakomelingen. Aya Ezawa, Universiteit Leiden

Herdenking vanuit het oogpunt van Japanse Nakomelingen. Aya Ezawa, Universiteit Leiden Indië Lezing, 8 maart 2016, Amsterdam Herdenking vanuit het oogpunt van Japanse Nakomelingen Aya Ezawa, Universiteit Leiden Mijn doel in deze lezing is een beeld schetsen van de ervaringen van Japans-Indische

Nadere informatie

Uitzicht op de heuvels 10 km van Kabaya Uitzicht op de heuvels ten noorden van Kabaya. Ongeveer 7 km van het dorp.

Uitzicht op de heuvels 10 km van Kabaya Uitzicht op de heuvels ten noorden van Kabaya. Ongeveer 7 km van het dorp. Verblijf van Tautvydas Rindzevicius in Kabaya/RWANDA in het kader van het bezoek aan wezen en kwetsbare kinderen gesponsord door de Jyambere stichting. Inleiding Tijdens de periode van juli-augustus 2015,

Nadere informatie

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn:

Klein Kontakt. Jarigen. in april zijn: A Klein Kontakt Het is alweer eind maart wanneer dit Kontakt uitkomt, het voorjaar lijkt begonnen, veel kinderen hebben kweekbakjes met groentes in de vensterbank staan, die straks de tuin in gaan. Over

Nadere informatie

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 Beertje Anders Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 H. Vos Beertje Anders Wat zonlicht is voor bloemen, is een glimlach voor een beer. Beertje Anders en Beertje Bruin gaan bij oma spelen. Het was maar even

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Op hun knieën blijven ze wachten op het antwoord van Maria. Maar het beeld zegt niets terug.

Op hun knieën blijven ze wachten op het antwoord van Maria. Maar het beeld zegt niets terug. 1950 Het huilende beeld De zon schijnt met hete stralen op het kleine dorpje. Niets beweegt in de hitte van de middag. De geiten en koeien slapen in de schaduw. De blaadjes hangen stil aan de bomen. Geen

Nadere informatie

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan. Geelzucht Toen ik 15 was, kreeg ik geelzucht. De ziekte begon in de herfst en duurde tot het voorjaar. Ik voelde me eerst steeds ellendiger worden. Maar in januari ging het beter. Mijn moeder zette een

Nadere informatie

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Jezus vertelt, dat God onze Vader is Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.

Nadere informatie

LES 6. Nu zie je Hem wel, nu zie je Hem niet.

LES 6. Nu zie je Hem wel, nu zie je Hem niet. LES Nu zie je Hem wel, Sabbat Doe Lees Lukas 4. 40 nu zie je Hem niet. Heb je weleens een moment gehad dat je het gevoel had dat God heel dicht bij je was? Misschien door een liedje, een bijbelvers, een

Nadere informatie

Toespraak Gerdi Verbeet bij de Indiëherdenking 15 augustus 2014 in Den Haag

Toespraak Gerdi Verbeet bij de Indiëherdenking 15 augustus 2014 in Den Haag Toespraak Gerdi Verbeet bij de Indiëherdenking 15 augustus 2014 in Den Haag Elk jaar op de ochtend van 14 augustus is er een korte plechtigheid in de ontvangsthal van de oude Tweede Kamer. Een kleine groep

Nadere informatie

Koos en Cilie Noordermeer

Koos en Cilie Noordermeer Je hebt welvaart en welzijn. We hebben enorme sprongen gemaakt op het gebied van welvaart. Maar ik twijfel wel eens aan het welzijn. Er zijn zoveel gestreste mensen. En problemen en dergelijke. Dus het

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1

0-3 maanden zwanger. Zwanger. Deel 1 Zwanger Ik was voor het eerst zwanger. Ik voelde het meteen. Het kon gewoon niet anders. Het waren nog maar een paar cellen in mijn buik. Toch voelde ik het. Deel 1 0-3 maanden zwanger Veel te vroeg kocht

Nadere informatie

Voorwoord. Rome en de Romeinen

Voorwoord. Rome en de Romeinen Voorwoord Rome en de Romeinen Dit verhaal speelt in Rome, ongeveer 2000 jaar geleden. Rome was toen een rijke stad, met prachtige gebouwen. Zoals paleizen voor de keizers, voor de Senaat en voor de grote

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

NOORWEGEN. Vertrek: s ochtends moesten we gewoon naar school tot 12 uur. we werden 09-05-2012 13-05-2012

NOORWEGEN. Vertrek: s ochtends moesten we gewoon naar school tot 12 uur. we werden 09-05-2012 13-05-2012 NOORWEGEN 09-05-2012 13-05-2012 Vertrek: s ochtends moesten we gewoon naar school tot 12 uur. we werden door onze ouders naar Schiphol gebracht. Ik zat bij Ilonka in de auto. Op Schiphol gaf meester Hendrie

Nadere informatie

Verteld door Schulp en Tuffer

Verteld door Schulp en Tuffer Verteld door Schulp en Tuffer Het allereerste kerstfeest Het allereerste kerstfeest Verteld door Schulp en Tuffer Vertaald en bewerkt door Maria en Koos Stenger Getekend door Etienne Morel en Doug Calder

Nadere informatie

9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd

9 Vader. Vaders kijken anders. Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd 53 9 Vader Wat doe ik hier vandaag? P Ik leer mijn Vader beter kennen. P Ik weet dat Hij mij geadopteerd heeft. P Ik begin steeds beter te begrijpen dat het heel bijzonder is dat ik een kind van God, mijn

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente,

Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl. (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, Johannes 20, 1-18 20 april Pasen 2014 Wehl (ds. A. Oude Kotte-de Boon) Thema: 'Het verhaal van Maria van Magdala ' Gemeente, We zijn er doorheen gegaan, Veertig dagen en nachten, Tijd van voorbereiding...

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Ruth 1. Ruth en Noömi

Ruth 1. Ruth en Noömi Ruth 1 Ruth en Noömi Elimelech en zijn familie 1 Toen de rechters het land bestuurden, was er eens hongersnood in Juda. Daarom besloot een man uit Betlehem naar het land Moab te gaan. Zijn vrouw en zijn

Nadere informatie

Het was één groot feest!

Het was één groot feest! Het was één groot feest! Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,

Nadere informatie

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten

Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten Doortje Eerste druk, september 2009 2009 Tiny Rutten isbn: 978-90-484-0769-9 nur: 344 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgenomen

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

De gelijkenis van de verloren zoon.

De gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis van de verloren zoon. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen te leren.

Nadere informatie

Lieve vrienden van El Manguaré,

Lieve vrienden van El Manguaré, Lieve vrienden van El Manguaré, Vanuit een overstroomd Iquitos de tweede tamtam van 2012. Twee dagen geleden schreef ik onderstaand stukje: Manguaré kampt met wateroverlast! Zoals Yolanthe in de vorige

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Extra materiaal nummer 8.1 Groep 5&6

Extra materiaal nummer 8.1 Groep 5&6 Extra materiaal nummer 8.1 Groep 5&6 1. Ouderbrief 2. Kenmerken familie, les 1, afronden 3. Het verhaal van Ruth, les 1, extra 4. De oude grootvader en zijn kleinzoon, les 3, extra. Beste ouders, We hebben

Nadere informatie

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen

Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen De ezel van Bethlehem Naar een verhaal van Jacques Elan Bewerkt door Koos Stenger Ik ben maar een eenvoudige ezel, maar ik wil je graag een mooi verhaal vertellen over iets wat er met me gebeurd is. Het

Nadere informatie

verrijking a Familiegeschiedenis Bekijk het fragment en beantwoord de vraag. Wat vind je van zijn verhaal?

verrijking a Familiegeschiedenis Bekijk het fragment en beantwoord de vraag. Wat vind je van zijn verhaal? verrijking a Familiegeschiedenis Bekijk het fragment en beantwoord de vraag. 1 Diederik van Vleuten vertelt hier over zijn familiegeschiedenis in Nederlands-Indië. Wat vind je van zijn verhaal? 23 a thema

Nadere informatie

Filippenzen 1. Begin van de brief

Filippenzen 1. Begin van de brief Filippenzen 1 Begin van de brief Paulus groet de christenen in Filippi 1 Dit is een brief van Paulus, aan alle mensen in de stad Filippi die dankzij Jezus Christus bij God horen. De brief is ook voor de

Nadere informatie

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGE 1 A4 BLADEN THEMA S BIJLAGE 2 DOMINO EMOTIES BIJLAGE 3 MATCHING OEFENING GEVOELENS BIJLAGE 4 VRAGENLIJST FILM BIJLAGE 5 VRAGENSTROOKJES HOEKENWERK BIJLAGE 6 ANTWOORDENBLAD

Nadere informatie

ISABEL EN BAS VAN RHIENEN (6)

ISABEL EN BAS VAN RHIENEN (6) Als tweeling ben je nooit alleen. Maar je bent ook altijd de helft van iets. Vijf broers en zussen vertellen hoe ze samen zichzelf zijn. Tekst Nanneke van Drunen Foto s Edith Verhoeven ISABEL EN BAS VAN

Nadere informatie

Ik besloot te verder te gaan en de zeven stappen naar het geluk eerst helemaal af te maken. We hadden al:

Ik besloot te verder te gaan en de zeven stappen naar het geluk eerst helemaal af te maken. We hadden al: Niet meer overgeven Vaak is de eerste zin die de klant uitspreekt een aanwijzing voor de hulpvraag. Paula zat nog maar net toen ze zei: ik ben bang om over te geven. Voor deze angst is een mooie naam:

Nadere informatie

DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN

DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN DE WEEK VOOR WE HET AV0NDMAAL VIEREN AVONDMAAL VIEREN Het Avondmaal is meer dan zomaar een maaltijd. Om dat te begrijpen, is dit boekje gemaakt. Vooral is daarbij gedacht aan de kinderen, omdat zij met

Nadere informatie

De gebroeders Leeuwenhart

De gebroeders Leeuwenhart Astrid Lindgren De gebroeders Leeuwenhart vertaald door Rita Törnqvist-Verschuur met tekeningen van Ilon Wikland Uitgeverij Ploegsma Amsterdam Hoofdstuk 1 Wat ik nu ga vertellen gaat over mijn broer. Over

Nadere informatie

Iris marrink Klas 3A.

Iris marrink Klas 3A. Iris marrink Klas 3A. 1 Inhoud. 1- Voorpagina 2- Inhoud, inleiding & mijn mening 3- Dag 1 4- Dag 2 5- Dag 3 6- Dag 4 7- Dag 5 Inleiding. Ik kreeg als opdracht om een dagverslag te maken over Polen. 15

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Die overkant was een streek waar veel niet-joodse mensen woonden. Vreemd gebied.

Die overkant was een streek waar veel niet-joodse mensen woonden. Vreemd gebied. e Opstandingskerk - 15 maart 2015 4 zondag van de veertig dagen - Laetare Lezing: Johannes 6, 1-15 Gemeente van Christus, Het is kort voor het paasfeest. Jezus gaat naar de overkant van het Meer van Galilea.

Nadere informatie

"Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5"

Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5 "Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5" Voor het eerst alleen Ik werd wakker in een kamer. Een witte kamer. Ik wist niet waar ik was, het was in ieder geval niet de Isolatieruimte. Ik keek om me

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus ChristusGemeente van onze Heer Jezus Christus!

Gemeente van onze Heer Jezus ChristusGemeente van onze Heer Jezus Christus! Gemeente van onze Heer Jezus ChristusGemeente van onze Heer Jezus Christus! Jongens en meisjes! Hebben jullie vanmorgen de kerkklok gehoord? Ja, vanmorgen hoorden we ook een klok luiden in de kerk. Maar

Nadere informatie

Les 13: Geboorte van Jezus.

Les 13: Geboorte van Jezus. Les 13: Geboorte van Jezus. kun je lezen in lukas 1 en 2 Wees gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je. Maria kijkt op van waar ze mee bezig is. Er staat iemand in de deuropening van het huis

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer.

Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer. Beertje Anders en Beertje Bruin gingen bij oma spelen. Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer. Oma hoorde: Ik wil de bal, Ik wil de blokken, Ik ga kleuren, Ik wil de kleurpotloden

Nadere informatie

Er was eens een heel groot bos. Met bomen en bloemen. En heel veel verschillende dieren. Aan de rand van dat bos woonde, in een grot, een draakje. Dat draakje had de mooiste grot van iedereen. Lekker vochtig

Nadere informatie

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem Het overlijden van een broer of zus is een ingrijpende gebeurtenis. Toch wordt het onderwerp in de rouwliteratuur doodgezwegen. Tot verbazing van Minke Weggemans. De pastoraal therapeute schreef er daarom

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

Veel mooie herinneringen verzachten onze smart. Voorgoed uit ons midden, voor altijd in ons hart. Iedere moeder is uniek: Zij was dat heel speciaal

Veel mooie herinneringen verzachten onze smart. Voorgoed uit ons midden, voor altijd in ons hart. Iedere moeder is uniek: Zij was dat heel speciaal Veel mooie herinneringen verzachten onze smart. Voorgoed uit ons midden, voor altijd in ons hart. Iedere moeder is uniek: Zij was dat heel speciaal De mensen van voorbij Zij worden niet vergeten De mensen

Nadere informatie

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2 Bladzijde negen, Bladzijde tien, Krijg ik het wel ooit te zien? Ander hoofdstuk, Nieuw begin.. Maar niets, Weer dicht, Het heeft geen zin. Dan probeer ik achterin dat dikke boek. Dat ik daar niet vaker

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Maxima Inleiding Ik hou mijn werkstuk over Máxima, omdat je erg vaak iets over Máxima hoort en ik dacht dat je daar veel informatie van hebt. Maar ik weet ook nog niet echt de rol van Máxima en ik hoop

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 9. 1. Ik haat de dood 11 Overdenking bij 1 Korintiërs 15: 1-7 42

Inhoud. Woord vooraf 9. 1. Ik haat de dood 11 Overdenking bij 1 Korintiërs 15: 1-7 42 Inhoud Woord vooraf 9 1. Ik haat de dood 11 Overdenking bij 1 Korintiërs 15: 1-7 42 2. Papa, ik ben bang dat jij ook dood gaat 44 Overdenking over 1 Korintiërs 15: 35-49 78 3. Ik ben mijzelf niet meer

Nadere informatie

Janusz Korczak. door Renée van Eeken

Janusz Korczak. door Renée van Eeken Janusz Korczak door Renée van Eeken Hoofdstukken 1. Inleiding 2. Wie was Janusz Korczak? 3. Zijn levensverhaal 4. Janusz Korzcak in deze tijd 5. Waarom ik hem gekozen heb 6. Nawoord 7. Bronvermelding 1

Nadere informatie

HET VERHAAL VAN KATRIN

HET VERHAAL VAN KATRIN HET VERHAAL VAN KATRIN Katrin begon heroïne te gebruiken toen ze ongeveer 12 was. In het begin deed ze dat nog af en toe. We hadden er niet genoeg geld voor. Door een ingrijpende gebeurtenis ging ze steeds

Nadere informatie

eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 6 Het leven kan een feest zijn

eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 6 Het leven kan een feest zijn Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 6 Het leven kan een feest zijn Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 6 blz. 1 Door welke poort moet je gaan

Nadere informatie

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik.

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. juni 2014 Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie Eerste nummer Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. INHOUD juni 2014 Eten als een kind Op kamers

Nadere informatie

Mijn mond zat vol aarde

Mijn mond zat vol aarde Mijn mond zat vol aarde Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van: Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:... Auteurs: Titia Boers en Anja Valk Projectleiding en eindredactie: Carola van der Voort cwh.vander.voort@let.vu.nl 020 5986575 Vrije Universiteit

Nadere informatie

Deborah Gravenstijn In dit judopak zit een Surinaams meisje, dat trots is op haar afkomst

Deborah Gravenstijn In dit judopak zit een Surinaams meisje, dat trots is op haar afkomst Deborah Gravenstijn In dit judopak zit een Surinaams meisje, dat trots is op haar afkomst Op Tholen, waar ze opgroeide, voelde ze alleen op zondag dat ze tot een andere cultuur behoorde. Pas nu ze volwassen

Nadere informatie

SALUUT! LESMAP. Droomedaris-Rex Mellaertsstraat 16 2140 Borgerhout

SALUUT! LESMAP. Droomedaris-Rex Mellaertsstraat 16 2140 Borgerhout SALUUT! LESMAP Droomedaris-Rex Mellaertsstraat 16 2140 Borgerhout 1 SALUUT! is een voorstelling met Sophie Derijcke, Saskia Thijs en Trijn Janssens tekst: regie: spel: poppen: muziek: kostuums: decorontwerp:

Nadere informatie

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua

Spreekbeurt Dag. Oglaya Doua Spreekbeurt Dag Oglaya Doua Ik werd wakker voordat m n wekker afging. Het was de dag van mijn spreekbeurt. Met m n ogen wijd open lag ik in bed, mezelf afvragend waarom ik in hemelsnaam bananen als onderwerp

Nadere informatie

De magische deur van KASTEEL013

De magische deur van KASTEEL013 De magische deur van KASTEEL013 Auteurs: Thomas, Liana, Elyas, Brit en Tijn van BS Cleijn Hasselt, begeleiding: Saskia Dellevoet Op een regenachtige dag verveelde ik me. Ik appte Lisa. Zullen we naar de

Nadere informatie

HARTELIJK BEDANKT: SCHRIJVER: Racheal

HARTELIJK BEDANKT: SCHRIJVER: Racheal HARTELIJK BEDANKT: SCHRIJVER: Racheal Brief schrijven, HELP IK KAN HET NIET ALLEEN. En toen kwamen de acties opgang. Een PowerPoint in de klas, oproep door Jennifer (mijn coach) van Kienhuis Hoving, een

Nadere informatie

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar Gemeente van de Heer Jezus Christus, Jongeren, ouderen, kinderen van God, Zoals ik voor de lezing al gezegd heb; het gaat vanmorgen niet over trouwen of getrouwd zijn, dat is alleen een voorbeeld verhaal.

Nadere informatie

Mijn leven geschreven

Mijn leven geschreven Mijn leven geschreven Biedt ondersteuning bij het op papier zetten van uw eigen levensverhaal. Zo blijven uw eigen verhalen bewaard voor uw naasten. woord vooraf 1 Woord vooraf In ieder mens schuilt een

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 4 vers Zit je in de put? Praat es met Jezus!

Bijbellezing: Johannes 4 vers Zit je in de put? Praat es met Jezus! Bijbellezing: Johannes 4 vers 7-27 Zit je in de put? Praat es met Jezus! Wij hadden vroeger een waterput Vroeger is meer dan 55 jaar geleden Naast ons huis aan de Kerkstraat in Harkema Ik weet nog hij

Nadere informatie

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie

Nadere informatie

Geachte Commissaris van de Koning in Zeeland, Burgemeesters en wethouders en raadsleden van de Zeeuwse gemeenten, Vertegenwoordigers van defensie,

Geachte Commissaris van de Koning in Zeeland, Burgemeesters en wethouders en raadsleden van de Zeeuwse gemeenten, Vertegenwoordigers van defensie, 1. Geachte Commissaris van de Koning in Zeeland, Burgemeesters en wethouders en raadsleden van de Zeeuwse gemeenten, Vertegenwoordigers van defensie, Beste Veteranen, familieleden, vrienden en kennissen

Nadere informatie

2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1

2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1 2.2. Het Nieuwe Testament, of het verhaal van Jezus en de eerste kerk 1! " #$% & #& '$' '& + ()" *% $, $ -% 1 H. Jagersma en M. Vervenne, Inleiding in het Oude Testament, Kampen, 1992. J. Bowker, Het verhaal

Nadere informatie

De meeuwen van de Afsluitdijk

De meeuwen van de Afsluitdijk De meeuwen van de Afsluitdijk Eerste druk, oktober 2011 2011 Ellen D. IJzendoorn Kleuringbewerking cover: Kasper Smoolenaars ISBN: 978-90-484-9016-5 NUR: 277 Uitgever: Literoza, Zoetermeer www.literoza.nl

Nadere informatie

Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012.

Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012. Toespraak Jet Bussemaker, Lid College van Bestuur van de UvA/Hva en voormalig staatssecretaris van VWS, op 11 april 2012. Dames en heren, Op 11 april 1945, begin van de middag, werd Buchenwald door het

Nadere informatie

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker

Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker Het paaltje van Oosterlittens Er stond weer een pot met bonen! Elke avond kreeg de schoenmaker van Oosterlittens bonen te eten. Maar de schoenmaker klaagde nooit. Hij was te arm om vlees te kopen. Elke

Nadere informatie

Een mysterieuze boodschap

Een mysterieuze boodschap De verborgen kracht Een mysterieuze boodschap De titel De verborgen kracht slaat op het mysterieuze, het goddelijke, de geestelijke leiding van boven, die Ab in de vorm van boodschappen al heel zijn leven

Nadere informatie

London. klas 2B kompas. Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink

London. klas 2B kompas. Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink London klas 2B kompas Dagboek: Gemaakt door Stacey Wilbrink Dag 1 Klas 2b van het kompas moesten allemaal verzamelen op het station Breda. Daar werden de kinderen uitgezwaaid door hun ouders. De kinderen

Nadere informatie