Examenopgaven VMBO-KB 2003
|
|
|
- Evelien van der Wolf
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Examenopgaven VMBO-KB 2003 tijdvak 1 maandag 26 mei uur BIOLOGIE CSE KB BIOLOGIE VBO-MAVO-C Bij dit examen horen een bijlagenboekje en een uitwerkblad. Dit examen bestaat uit 50 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 62 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten maximaal behaald kunnen worden o
2 Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. ZIEKTE VAN POMPE De ziekte van Pompe is een zeldzame spierziekte. In Nederland worden per jaar slechts enkele kinderen met deze erfelijke aandoening geboren. Onderzoek heeft aangetoond dat bij patiënten met deze ziekte een bepaald enzym niet goed werkt. Glycogeen in spiercellen kan hierdoor niet goed worden afgebroken. Glycogeen hoopt zich op, waardoor spiercellen afsterven. Spieren gaan dan minder goed werken en kunnen zelfs geheel afsterven. 1p 1 Glycogeen wordt in spieren opgeslagen. In welk ander orgaan wordt ook veel glycogeen opgeslagen? 1p 2 De ziekte van Pompe is een erfelijke ziekte. Er wordt onderzoek gedaan naar het gen dat de ziekte veroorzaakt. In welk deel van een cel bevindt het gen zich? A in de celkern B in het celmembraan C in het cytoplasma 1p 3 Patiënten met de ziekte van Pompe worden behandeld met fysiotherapie. Hierbij worden onder andere spieroefeningen gedaan. Leg uit dat met fysiotherapie deze patiënten nooit te genezen zijn. 1p 4 Door de ziekte van Pompe kunnen mensen ook ernstige problemen krijgen met ademhalen. Leg uit waardoor patiënten problemen kunnen krijgen met ademhalen o 2 ga naar de volgende pagina
3 RADIODIAGNOSTIEK In een folder van het ziekenhuis staat: Radiodiagnostiek is: het stellen van een diagnose met behulp van straling. Zo leren we de aard en de plaats van een ziekte kennen." Bij radiodiagnostiek wordt onder andere gebruik gemaakt van röntgenstralen. Bij een hoge dosis kunnen deze stralen schadelijk zijn voor de mens. Ook in de dagelijkse omgeving van de mens komt straling voor. Het gaat hier om kleine hoeveelheden uit verschillende stralingsbronnen stralingsbronnen aandeel bouwen en wonen 45 % de natuur 35 % medische bronnen 15 % overige bronnen 5 % 2p 5 Op het uitwerkblad staat een cirkel afgebeeld. Maak van deze cirkel een cirkeldiagram met de gegevens uit de bovenstaande tabel. Zet in het diagram de namen van de stralingsbronnen erbij. 1p 6 Als gevolg van straling kunnen genen veranderen. Hoe heet zo'n verandering in een gen? 2p 7 De onderstaande afbeelding is een röntgenfoto van een kniegewricht. De letters P en Q geven twee botten aan. Geef de namen van bot P en van bot Q. Schrijf het zo op: bot P = bot Q = o 3 ga naar de volgende pagina
4 Om andere organen dan botten goed op een röntgenfoto te kunnen zien, maakt men gebruik van zogenaamde contrastmiddelen. Zo gebruikt men bariumpap om delen van het verteringskanaal zichtbaar te maken. Van een patiënt wordt de slokdarm onderzocht. Men laat de patiënt bariumpap doorslikken. Als de bariumpap zich in de slokdarm bevindt, wordt er een röntgenfoto van de borstholte gemaakt. In de onderstaande afbeelding is schematisch een aantal organen in de hals en de borstholte weergegeven. 1p 8 Welk cijfer geeft het orgaan aan waarin de bariumpap zich bij deze patiënt bevindt, als er een röntgenfoto wordt gemaakt? A cijfer 1 B cijfer 2 C cijfer 3 D cijfer 4 E cijfer 5 F cijfer o 4 ga naar de volgende pagina
5 Bij een andere vorm van radiodiagnostiek wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde CT-scan. De patiënt wordt hiervoor op een tafel gelegd die in een soort ring wordt geschoven. In de ring zit een apparaat, dat röntgenstralen uitzendt. Met behulp van een computer worden dwarsdoorsneden van het lichaam zichtbaar gemaakt. 1p 9 In de bovenstaande afbeelding zijn twee van zulke CT-scans weergegeven. Hoeveel scans van de borstholte zijn hier afgebeeld? A geen B een C twee o 5 ga naar de volgende pagina
6 VET EN DE MENSTRUATIECYCLUS De dikte van de vetlaag in het lichaam van een vrouw wordt onder andere beïnvloed door oestrogenen. Oestrogenen zijn hormonen die door de eierstokken worden geproduceerd. Onderzoekers hebben een manier gevonden om de dikte van de vetlaag in de dijen op te meten. Vlak voor het begin van de menstruatie blijkt die laag gemiddeld 1-2 mm dikker te zijn dan op andere dagen. Drie weken na het begin van de menstruatie is de vetlaag het dunst. In de afbeelding zijn enkele organen in de buikholte van een vrouw aangegeven met letters. 1p 10 Welke letter geeft het orgaan aan dat oestrogenen produceert? 1p 11 Een bepaalde vrouw wordt ongesteld op 3 mei. Op welke datum zal de vetlaag in haar dijen waarschijnlijk het dunst zijn? A op 10 mei B op 17 mei C op 24 mei D op 31 mei 1p 12 Door welk orgaan of door welke organen wordt tijdens de menstruatie slijmvlies afgestoten? A door de baarmoeder B door de eierstokken C door de eileiders D door de vagina 1p 13 Vet wordt niet alleen onder de huid opgeslagen. Enkele organen waarin stoffen worden opgeslagen zijn: lever, pijpbeenderen en spieren. In welk orgaan of in welke organen wordt vooral veel vet opgeslagen? A in de lever B in de pijpbeenderen C in de spieren o 6 ga naar de volgende pagina
7 EEN EXPERIMENT Leerlingen doen een experiment met een waterplant. Een takje waterpest wordt afgesneden en omgekeerd in een reageerbuis met slootwater voor het raam gezet. Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming. Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op. 1p 14 Uit welk gas bestaan de belletjes vooral? Op vier achtereenvolgende dagen tellen de leerlingen 's morgens om 10 uur het aantal gasbelletjes dat per minuut opstijgt. Ze noteren ook de weersomstandigheden. De temperatuur in het lokaal is steeds 20 o C. De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel. weersomstandigheden aantal belletjes per minuut zwaar bewolkt 4 licht bewolkt 10 zonnig 15 half bewolkt 7 2p 15 Maak op het uitwerkblad een staafdiagram van de resultaten. 1p 16 Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment o 7 ga naar de volgende pagina
8 BEKKEN-INSTABILITEIT 1p 17 In de afbeelding is onder andere het bekken met de heupgewrichten weergegeven. Op de plaatsen P, Q en R zijn de botten van het bekken met elkaar verbonden. Gewoonlijk zijn deze verbindingen weinig beweeglijk. Aan het eind van de zwangerschap worden de stevige banden, die de botten bij elkaar houden, slapper onder invloed van hormonen. Het bekken is dan makkelijker te vervormen. Leg uit welk voordeel het heeft, dat het bekken dan makkelijker te vervormen is. 1p 18 In de afbeelding van het bekken zijn ook de heupgewrichten te zien. Is een heupgewricht een kogelgewricht, een rolgewricht of een scharniergewricht? A een kogelgewricht B een rolgewricht C een scharniergewricht 1p 19 Op plaats R in de afbeelding van het bekken bevindt zich kraakbeen. In de onderstaande afbeelding staan drie tekeningen van een stukje weefsel, bekeken door een microscoop. Welke tekening geeft kraakbeenweefsel weer? Schrijf het nummer op o 8 ga naar de volgende pagina
9 1p 20 Als de banden ook na de zwangerschap slap blijven, is het gevolg ernstige pijn in de onderrug en in het bekken. Dit wordt bekken-instabiliteit genoemd. Meestal gaat bekken-instabiliteit vanzelf over. Soms is echter de hulp van een fysiotherapeut nodig. Deze geeft dan verschillende adviezen, bijvoorbeeld over de manier waarop het kind opgetild moet worden. In onderstaande afbeelding zijn drie manieren getekend om een peuter op te tillen. Welke tekening geeft de beste manier aan om een peuter op te tillen, als rekening gehouden wordt met het zo min mogelijk belasten van de rug? Schrijf het nummer op. KONIJNEN 3p 21 De meeste konijnen zijn kortharig, maar er bestaan ook langharige konijnen. Het gen voor kort haar is dominant, dat voor lang haar recessief. Een heterozygoot mannetje met kort haar, paart met een langharig vrouwtje. Hoe groot is de kans op nakomelingen met kort haar? Leg je antwoord uit met behulp van het schema op het uitwerkblad o 9 ga naar de volgende pagina
10 CHLAMYDIA 1p 22 Chlamydia is in Nederland de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening. Jaarlijks lopen ongeveer mensen deze ziekte op. Chlamydia wordt veroorzaakt door een bacterie. Hebben bacteriën een celkern? En hebben bacteriën een celwand? A geen van beide B alleen een celkern C alleen een celwand D zowel een celkern als een celwand Over de gevolgen van een Chlamydia-infectie voor vrouwen is op het Internet onder andere deze informatie te lezen: De Chlamydia-bacteriën kunnen door de baarmoederhals via de baarmoeder de eileiders bereiken. De bacteriën kunnen ontstekingen veroorzaken. Door deze ontstekingen ontstaan verklevingen en littekenweefsel. De eileiders kunnen hierdoor nauwer worden of zelfs verstopt raken. Jaarlijks worden hierdoor circa 1000 vrouwen onvruchtbaar. In de afbeelding is een schematische doorsnede van de vrouwelijke voortplantingsorganen getekend. Deze tekening is ook weergeven op het uitwerkblad. 1p 23 Teken op het uitwerkblad met een lange pijl de weg die de bacteriën bij een Chlamydia-infectie afleggen volgens de bovenstaande informatie. 1p 24 Van de vrouwen die per jaar met Chlamydia besmet raken, wordt een klein percentage onvruchtbaar doordat de eileiders nauwer worden. Leg uit waardoor een vernauwing in de eileiders onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben o 10 ga naar de volgende pagina
11 VOEDINGSADVIES Het Voedingscentrum geeft adviezen voor het samenstellen van maaltijden. Een hulpmiddel hierbij is de voedingswaardewijzer. In de Verenigde Staten worden ook voedingsadviezen gegeven, maar daar wordt gebruik gemaakt van de Food Guide Pyramid. 1p 25 Levensmiddelen uit de onderste laag van de piramide bevatten vooral één bepaalde groep van voedingsstoffen. Welke voedingsstoffen zijn dit? A eiwitten B koolhydraten C vetten 1p 26 De groep van de zuivelproducten staat hoger in de piramide dan de groentegroep. Leg uit wat daarmee wordt geadviseerd. 2p 27 In de piramide wordt niet precies aangegeven hoeveel je op een dag moet eten. De hoeveelheid voedsel op een dag hangt af van een aantal factoren, bijvoorbeeld de leeftijd. Kinderen hebben naar verhouding per dag meer voeding nodig dan ouderen, omdat kinderen nog groeien. Noem nog twee andere factoren waarvan de hoeveelheid voeding die iemand per dag moet eten, afhankelijk is o 11 ga naar de volgende pagina
12 CALCIUM BEHOEFTE Eén van de mineralen die een mens uit zijn voeding opneemt, is calcium (kalkzouten). Niet iedereen heeft evenveel calcium nodig. In de tabel staan de aanbevolen hoeveelheden calcium vermeld. groep geadviseerde hoeveelheid calcium (mg/dag) jonge kinderen (1-7 jr) 500 kinderen (7-10 jr) 700 jongens (10-18 jr) 1050 meisjes (10-18 jr) 850 volwassenen (19-50 jr) 800 ouderen (boven 50 jr) 900 zwangere vrouwen 900 zogende vrouwen p 28 Voor de opbouw van welk orgaanstelsel is calcium vooral nodig? 1p 29 Welke groep heeft volgens de gegevens in de tabel per dag de grootste hoeveelheid calcium nodig? 1p 30 In de afbeelding is een deel van een etiket van een pak melk weergegeven. INHOUD 1 LITER e Gepasteuriseerde halfvolle melk VOEDINGSWAARDE per 100 ml 200 kilojoules 50 kilocalorieën eiwit 3,5 gram koolhydraten 5,0 gram vet 1,5 gram calcium 120 mg* * = 15% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid Op het etiket is te lezen dat 100 ml melk 15% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid calcium bevat. Laat door een berekening zien dat dit etiket geldt voor volwassenen van jaar o 12 ga naar de volgende pagina
13 EVOLUTIE VAN GEWERVELDE LANDDIEREN In de afbeelding is weergegeven hoe het ontstaan van gewervelde dieren volgens de evolutietheorie heeft plaatsgevonden. ontwikkeling van de gewervelde landdieren Heden -65 Mj amfibieën reptielen vogels zoogdieren Legenda: Mj = miljoen jaar Neozoïcum Krijt -144 Mj -208 Mj -245 Mj -286 Mj Jura Trias Perm Carboon -360 Mj -408 Mj Devoon 1p 31 In welke periode was, volgens de afbeelding, het grootste aantal soorten amfibieën aanwezig? A het Carboon B het Devoon C het Neozoïcum 2p 32 Vul in het schema van het uitwerkblad met kruisjes in, uit welke diergroep de vogels en de zoogdieren zich volgens de afbeelding hebben ontwikkeld o 13 ga naar de volgende pagina
14 DE GEBOORTE VAN EEN KALF Net als bij de mens is de geboorte van een kalf in verschillende fasen te verdelen: de ontsluiting, de uitdrijving en de nageboorte. Hierbij speelt een aantal hormonen een belangrijke rol. Vóór de ontsluiting verslappen spieren in de baarmoederhals. De baarmoederhals is de uitgang van de baarmoeder naar de vagina. Een hormoon uit de placenta beïnvloedt deze verslapping. In de afbeelding is schematisch een doorsnede van een zwangere koe weergegeven. Vier plaatsen zijn aangegeven met P, Q, R en S. De namen en functies van de voortplantingsorganen van een koe komen overeen met die van een mens. 2p 33 Met welke letter wordt de baarmoederhals aangegeven? En met welke letter wordt de placenta aangegeven? Schrijf het zo op: baarmoederhals letter placenta letter 1p 34 Ook het kalf zelf maakt voor de geboorte al hormonen, bijvoorbeeld cortisol. Dit hormoon wordt uit het bloed van het kalf afgegeven aan het bloed van het moederdier. Cortisol heeft invloed op het ontstaan van weeën. Op welke plaats wordt cortisol uit het bloed van het kalf afgegeven aan het bloed van het moederdier? A in de navelstreng B in de placenta C in de vruchtvliezen 1p 35 Door de weeën komt het kalf voor de bekkeningang te liggen. Is de opening vanuit de baarmoeder naar buiten voldoende groot (voldoende ontsluiting), dan volgt een speciaal soort weeën. Bij deze weeën trekken spieren in de buikwand krachtig samen. Hoe heten deze speciale weeën? o 14 ga naar de volgende pagina
15 2p 36 Nadat het kalf geboren is, volgt binnen 12 uur de nageboorte. Hierbij wordt onder andere een deel van de placenta uit de baarmoeder verwijderd. Noem nog twee delen die bij de nageboorte worden verwijderd. VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN BIJ EEN MAN Als een man en een vrouw samen graag een kind willen, zullen ze regelmatig geslachtsgemeenschap hebben. Als na een jaar dan nog geen zwangerschap optreedt, spreekt men van een vruchtbaarheidsprobleem. In ongeveer 30% van zulke gevallen ligt de oorzaak bij de man. Om de oorzaak te vinden zal men onder andere de kwaliteit van het sperma onderzoeken. Er wordt dan gelet op het aantal, de vorm en de beweeglijkheid van spermacellen. 1p 37 In de afbeelding is onder andere het voortplantingsstelsel van een man weergegeven. P Q R S T U Welke letter geeft het deel aan waarin spermacellen worden geproduceerd? 1p 38 Noem een reden waarom men bij een onderzoek naar onvruchtbaarheid ook op de beweeglijkheid van spermacellen let. 2p 39 Soms wordt onvruchtbaarheid veroorzaakt doordat een man geen zaadleiders heeft. Het sperma bevat dan geen spermacellen, maar bestaat alleen uit zaadvocht. Welke twee letters in de afbeelding geven organen aan die zaadvocht produceren? 1p 40 In andere gevallen kan een vruchtbaarheidsprobleem bij een man veroorzaakt worden door een afwijking aan de hypofyse. Leg uit waardoor een afwijking aan de hypofyse kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid o 15 ga naar de volgende pagina
16 BLOED GEVEN Bekijk eerst de informatie in het bijlagenboekje over bloed geven. Je kunt die informatie gebruiken bij het beantwoorden van de vragen 41 tot en met 50. 1p 41 In informatie 2 staat dat stollingsfactor VIII nodig is om het bloed goed te laten stollen. Welke bloeddeeltjes spelen ook een rol bij de bloedstolling? 1p 42 Kees heeft hemofilie (zie informatie 1 en 2). Zijn zus Miryam heeft de ziekte niet. Wat kan het genotype van Miryam zijn? A alleen aa B alleen AA C zowel aa als Aa D zowel Aa als AA Voor een bloedafname wordt een band om de bovenarm aangebracht en wordt een naald in een bloedvat gestoken (zie informatie 4 en onderstaande afbeelding). Na het aanprikken wordt de band verwijderd. 1p 43 Wordt de naald in een ader, in een haarvat of in een slagader gestoken? A een ader B een haarvat C een slagader 2p 44 Bereken met behulp van de gegevens uit de informatie hoeveel liter bloed Barry ongeveer heeft, voordat hij bloed gaat geven. Schrijf de berekening op. 1p 45 In informatie 6 staat dat bloeddeeltjes zich ontwikkelen uit stamcellen. In welk deel van het dijbeen uit informatie 7 bevinden deze stamcellen zich bij volwassenen? A in het compacte been B in de holte C in het sponsachtige been 1p 46 Barry doet veel aan sport. Zo is hij gewend om zeker eenmaal in de week 10 à 15 kilometer hard te lopen. Een dag nadat hij bloed heeft gegeven, gaat hij 15 kilometer hardlopen. Hij wordt echter sneller moe dan wanneer hij geen bloed heeft gegeven. Dit wordt veroorzaakt door een gebrek aan rode bloedcellen. Leg uit waardoor een gebrek aan rode bloedcellen tot gevolg heeft dat Barry sneller moe wordt o 16 ga naar de volgende pagina
17 1p 47 In informatie 6 staan verschillende typen bloeddeeltjes afgebeeld. Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (zie informatie 2). Dit gen bevindt zich bij Kees wél in de witte bloedcellen, maar niet in de rode bloedcellen. Leg met behulp van informatie 6 uit dat dit gen zich niet in de rode bloedcellen kan bevinden. 1p 48 Donorbloed wordt gesplitst in drie delen (zie informatie 8). Kees krijgt voor de behandeling van zijn ziekte regelmatig stollingsfactor VIII uit donorbloed toegediend (zie informatie 2). In welk deel van donorbloed bevindt stollingsfactor VIII zich? A in de bloedplaatjes B in de rode bloedcellen C in het bloedplasma 2p 49 Een onderzoeker vraagt zich af of het aanmaken van rode bloedcellen na een bloeddonatie versneld kan worden door staaltabletten in te nemen. Hij wil een onderzoek opzetten om dit na te gaan. Schrijf een werkplan op voor zo n onderzoek. 1p 50 Sommige ziekten kunnen door een bloedtransfusie overgebracht worden uit het bloed van een donor naar een patiënt. In de informatie worden enkele ziekten genoemd die te maken hebben met bloed, zoals bloedarmoede en hepatitis. Kan bloedarmoede door een bloedtransfusie overgebracht worden? En kan hepatitis door een bloedtransfusie overgebracht worden? A geen van beide ziekten B alleen bloedarmoede C alleen hepatitis D zowel bloedarmoede als hepatitis o* 17 ga naar de volgende pagina einde
Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003
Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003 tijdvak 1 maandag 26 mei 13.30-15.30 uur BIOLOGIE CSE GL EN TL BIOLOGIE VBO-MAVO-D Bij dit examen horen een bijlagenboekje en uitwerkbladen. Dit examen bestaat uit 46 vragen.
Eindexamen biologie vmbo gl/tl 2003 - I
RADIODIAGNOSTIEK In een folder van het ziekenhuis staat: Radiodiagnostiek is: het stellen van een diagnose met behulp van straling. Zo leren we de aard en de plaats van een ziekte kennen." Bij radiodiagnostiek
Eindexamen biologie vmbo gl/tl 2003 - I
BLOED GEVEN INFORMATIE 1 BLOEDDONOR WORDEN Barry is 25 jaar. Hij heeft zich opgegeven om bloed af te staan als bloeddonor. Hij is tot deze beslissing gekomen, omdat zijn vriend Kees hemofilie heeft, een
Eindexamen biologie vmbo gl/tl I
BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 punt toegekend. RADIODIAGNOSTIEK 1 maimumscore 2 Voorbeeld van een juist cirkeldiagram: overige bronnen medische bronnen bouwen en
Bijlagenboekje examen VMBO-GL en TL 2003
Bijlagenboekje examen VMBO-GL en TL 2003 tijdvak 1 maandag 26 mei 13.30-15.30 uur BIOLOGIE CSE GL EN TL BIOLOGIE VBO-MAVO-D 30005-586-543b BLOED GEVEN INFORMATIE 1 BLOEDDONOR WORDEN Barry is 25 jaar. Hij
Voortplanting. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VMBO-GL en TL Voortplanting biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 36 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2007 tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 48 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 52
van een muskiet weer? Leg je antwoord uit.
30 3 VMBO KGT A BEANTWOORD DE VOLGENDE VRAGEN. Afbeelding 1 Bij een muskiet is het aantal chromosomen in een lichaamscel 6. In afbeelding 1 geven beide tekeningen schematisch een delende cel van een muskiet
Examenopgaven VMBO-BB 2003
Examenopgaven VMBO-BB 2003 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 11.30 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen
Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 12. Naam kandidaat Kandidaatnummer. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2005 tijdvak 12 woensdag dinsdag 21 9 mei juni 13.30 11.30-15.00 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat
Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 34 tot en met 51. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.
Zwangerschap Lees eerst informatie tot en met en beantwoord dan vraag tot en met. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. p In de afbeelding van informatie is een deel van het
Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Bijlage met informatie. 700045-2-740b
Bijlage VMBO-KB 2007 tijdvak 2 biologie CSE KB Bijlage met informatie 700045-2-740b De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000 jaar geleden
Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.
Paarden Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. Informatie 1 Evolutie van paardachtigen In de
Examentrainer. Vragen. Een erfelijke ziekte
Examentrainer Vragen Een erfelijke ziekte FH is een erfelijke ziekte die het gevolg is van een mutatie in een bepaald gen. FH-patiënten hebben te veel cholesterol in hun bloed. Cholesterol zet zich vast
Examenopgaven VMBO-BB 2004
Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 21 woensdag dinsdag 22 9 mei juni 11.30 13.30-15.00 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat
Examen VMBO-GL en TL-COMPEX
Examen VMBO-GL en TL-COMPEX 2008 tijdvak 1 dinsdag 27 mei totale examentijd 2 uur biologie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 31 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet
Voortplanting. Hoofdstuk 6
Voortplanting Hoofdstuk 6 Leerdoelen Je kunt de delen van een baarmoeder met embryo kunnen noemen met hun functies en kenmerken Je kunt beschrijven hoe de geboorte van een kind plaatsvindt Bevruchting
Examenopgaven VMBO-BB 2004
Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 1 vrijdag 28 mei 11.30-13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 47 vragen. Voor dit
Samenvatting Biologie Thema 3: Voortplanting en ontwikkeling
Samenvatting Biologie Thema 3: Voortplanting en ontwikkeling Samenvatting door een scholier 1708 woorden 10 mei 2012 4,9 14 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou 1. Voorplanting en bevruchting
Examentrainer. Vragen. Vertering. Wat is de naam van P?
Examentrainer Vragen Vertering 1p 1 In de afbeelding worden organen van het verteringsstelsel weergegeven. Enkele van deze organen produceren verteringssappen met enzymen. Een orgaan is aangegeven met
Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.00 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2007 tijdvak 2 dinsdag 19 juni 13.30-15.00 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen
Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl 2004 - I
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. REIZIGERSPROBLEMEN Trombose is het afsluiten van
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. De mestkever Klik in het openingsscherm op Mestkever.
Eindexamen biologie vmbo gl/tl 2007 - II. De kip en het ei. Informatie 1 Uiterlijk. - www.vmbogltl.nl www.examen-cd.nl -
De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000 jaar geleden werden kippen (of hoenderen) als huisdieren gehouden. Men vermoedt dat de kip afstamt
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. 700013-1-617b Paarden Lees eerst informatie 1 tot en met 9 en beantwoord dan vraag 37 tot en met 48. Bij het beantwoorden
Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 donderdag 23 mei 13.30-15.00 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2013 tijdvak 1 donderdag 23 mei 13.30-15.00 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Achter dit examen is een erratum opgenomen. Dit
Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei 9.00-10.30 uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei 9.00-10.30 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 39 vragen. Voor dit examen
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2014 tijdvak 1 donderdag 15 mei 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 48 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59
Primaire geslachtskenmerken
Puberteit Primaire geslachtskenmerken -Secundaire geslachtskenmerken -Puberteit -Hormonen -Hypofyse -Groeispurt Wat is het?: Geslachtskenmerken die je vanaf je geboorte hebt. Voorbeelden: Vagina en Penis
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. 800013-1-617b Schapen - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 6 en beantwoord dan vraag 32 tot en met 48.
Organen, Cellen en Ordening
Examen VMBO-GL en TL Organen, Cellen en Ordening biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 10 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 18 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 41 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.
Agapornissen Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 41 tot en met 52. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken. 2p 41 In informatie 1 worden enkele eigenschappen
biologie CSE GL en TL COMPEX
Examen VMBO-GL en TL 00 tijdvak dinsdag 8 mei totale examentijd uur biologie CSE GL en TL COMPEX Vragen tot en met 8 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.
Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2012 tijdvak 1 woensdag 23 mei 13.30-15.00 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen
Bloed Geven en Krijgen vmbo-kgt okt 2013
Bloed Geven en Krijgen vmbo-kgt okt 2013 Ieder jaar geven zo n 400.000 Nederlanders bloed; zij zijn bloeddonor. Samen geven zij ongeveer 900.000 liter bloed per jaar. Dat is belangrijk, want dagelijks
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage met informatie.
Examen VMBO-KB 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen hoort een bijlage met informatie. Dit examen bestaat uit 51 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te
keer beoordeeld 4 maart 2018
0 Samenvatting door Syb 870 woorden keer beoordeeld 4 maart 2018 Vak Biologie Biologie H8 Samenvatting PARAGRAAF 8.1 Een jongen maakt zaadcellen door hormonen uit de hypofyse. Via het bloed komen die hormonn
Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.
Beoordelingsmodel PGD Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. 1 B 2 B 3 maximumscore 1 de (cel)kern / de chromosomen / de genen / DNA 4 C 5 maximumscore 1 Uit de uitleg
Erfelijkheid. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen VMBO-GL en TL Erfelijkheid biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 30 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni 11.30 13.00 uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer
Examen VMBO-BB 2005 tijdvak 1 donderdag 2 juni 11.30 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen
Examenopgaven VMBO-BB 2003
Examenopgaven VMBO-BB 2003 tijdvak 1 woensdag vrijdag 23 9 mei 13.30 11.30-15.00 13.00 uur BIOLOGIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat
Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Scan
THEMA 4 REGELING EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN 3 VMBO-bk Examentrainer Vragen vmbo-bk Scan In een Engelse folder staat informatie over een bepaald apparaat. Hiermee kan het centrale zenuwstelsel onderzocht
Voortplanting bij dieren
Voortplanting bij dieren Opdracht 1 Geef aan of de beweringen juist of onjuist zijn: 1. De primaire geslachtskenmerken heb je vanaf je puberteit 2. Geslachtshormonen zorgen voor veranderingen in de puberteit
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2010 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Bijlage met informatie. GT-0191-a-10-1-b Zwangerschap Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 34 tot en met 51. Bij het beantwoorden
Menstruatiecyclus vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 12 July 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/73618 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Vogelgedrag 2p 1 Een mannetje van een bepaalde
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 1 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. 800013-1-617b Schapen - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 6 en beantwoord dan vraag 32 tot en met 48.
Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed?
Naam: BLOEDSOMLOOP Bloed Een volwassen persoon heeft 5 á 6 liter bloed. Dat bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen (rode en witte) en bloedplaatjes. Als bloed een paar dagen heeft gestaan, zakken de
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 22 juni 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 48 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60
Biologie Samenvatting H11+12
Biologie Samenvatting H11+12 11.1 Puberteit Hoe noem je de verschillen tussen jongens en meisjes? Alle kenmerken waarin jongens en meisjes verschillen, heten geslachtskenmerken. Primaire geslachtskenmerken:
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 29 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2012 tijdvak 1 dinsdag 29 mei 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 46 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59 punten
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2007 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Bijlage met informatie 700045-2-617b De kip en het ei Informatie 1 Uiterlijk kam oog snavel kinlellen Borst P tenen Een witte leghorn Al 7000
BLOED GEVEN EN KRIJGEN
BLOED GEVEN EN KRIJGEN Ieder jaar geven zo n 400.000 Nederlanders bloed; zij zijn bloeddonor. Samen geven zij ongeveer 900.000 liter bloed per jaar. Dat is belangrijk, want dagelijks hebben honderden mensen
Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 18 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.
Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 1 dinsdag 18 mei 13.30-15.30 uur biologie CSE KB Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 48 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 63 punten
Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.
Beoordelingsmodel PGD Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. 1 B 2 B 3 maximumscore 1 de (cel)kern / de chromosomen / de genen / DNA 4 C 5 maximumscore 1 Uit de uitleg
Werkstuk Biologie Bloed
Werkstuk Biologie Bloed Werkstuk door een scholier 1195 woorden 14 juni 2004 6,2 321 keer beoordeeld Vak Biologie De inleiding Waarom doen wij ons werkstuk over bloed? Wij doen ons werkstuk over bloed,
Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil
Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil Uit Australië werd een verrassende doorbraak in het onderzoek naar de mannenpil gemeld. Een onderzoeksinstituut had 55 paren onderzocht die
VOORTPLANTING BIJ DE MENS
VOORTPLANTING BIJ DE MENS 1 Vruchtbaarheid Alle levende wezens planten zich voort om niet uit te sterven. Mensen ook. Dat is één van de redenen waarom we voortplantingsorganen en seksuele gevoelens hebben.
zweet stinkt schaam haar ongesteld brede heupen borst groei schaamlippen groeien groeispurt
Samenvatting door L. 623 woorden 5 maart 2016 0 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou pubertijd Dit is wanneer je hypofyse gaat werken de hypofyse is een hormoonklier hypofyse is de belangrijkste
Kinderen groeien op tot volwassenen in verschillende fasen. Iedereen groeit. Maar ons lichaam maakt heel ons leven kleine of grote veranderingen mee.
Groei en ontwikkeling Kinderen groeien op tot volwassenen in verschillende fasen. Iedereen groeit tot maximaal tot hij of zij 18 jaar is. Maar ons lichaam maakt heel ons leven kleine of grote veranderingen
Bevruchting : het versmelten van de kern van een eicel + zaadcel - door bevruchting ontstaat een bevruchte eicel : nieuw individu
Thema 3. Voortplanting en ontwikkeling 1. Voorplanting en bevruchting Voorplanting begint bij de bevruchting Bevruchting : het versmelten van de kern van een eicel + zaadcel - door bevruchting ontstaat
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.
Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Borst- en buikholte In de afbeelding is een aantal
Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.
Examen VMBO-BB 2011 tijdvak 1 woensdag 25 mei 13.30-15.00 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen
BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN
BASISSTOF 1 HET BLOED Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes. 55% is bloedplasma. 45% bloedcellen en bloedplaatjes. Er zijn twee soort bloedcellen: rode bloedcellen en witte bloedcellen.
Bijlage VMBO-GL en TL
Bijlage VMBO-GL en TL 2014 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-14-2-b Katten Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 38 tot en met 53. Bij het
VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week
PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 205-206 NIVEAU BASIS VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x uten per week P periode C code
Eindexamen biologie vmbo gl/tl I
BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 punt toegekend. HARINGKAKEN 1 C 2 A NIEREN EN NADORST 3 maimumscore 2 urineleider: letter S 1 nierbekken: letter R 1 4 D 5 maimumscore
Verslag Biologie Biologie dossier
Verslag Biologie Biologie dossier Verslag door Z. 1608 woorden 16 juni 2015 6,2 8 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Nectar Om dit verslag volledig te kunnen begrijpen, heb je de afbeeldingen uit het
Correctievoorschrift VMBO-KB 2006
Correctievoorschrift VMBO-KB 2006 tijdvak 1 BIOLOGIE CSE KB Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 1 REGELS VOOR
Biologie 2HAVO/VWO VOORTPLANTING Thema 4
Biologie 2HAVO/VWO VOORTPLANTING Thema 4 Basisstof 1 Je verandert... Als een kind geboren wordt, kun je meteen zien of het een jongen of een meisje is. Dat zie je aan de geslachtskenmerken. Geslachtskenmerken
Examenopgaven VMBO-KB 2004
Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 woensdag 26 mei 13.30 15.30 uur BIOLOGIE CSE KB BIOLOGIE VBO-MAVO-C Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 50 vragen. Voor dit
7,1. Antwoorden door Een scholier 1903 woorden 23 mei keer beoordeeld. Biologie voor jou. Biologie Samenvatting Thema 4 Voortplanting
Antwoorden door Een scholier 1903 woorden 23 mei 2004 7,1 324 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Biologie Samenvatting Thema 4 Voortplanting Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken
VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week
PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2016-2017 NIVEAU BASIS VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 uten per week P periode
6.9. Werkstuk door E woorden 25 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Inhoudsopgave
Werkstuk door E. 1687 woorden 25 juni 2006 6.9 23 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Inhoudsopgave Het Bloed De Bloedsomloop De bloedvaten Uitscheiding De Hartslag Weefselvloeistof
Samenvatting Biologie Thema 1: Organen en cellen
Samenvatting Biologie Thema 1: Organen en cellen Samenvatting door M. 721 woorden 15 januari 2014 7,1 28 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Organismen Organismen is een levend wezen:
1. Geef aan of de onderstaande beschrijvingen dood, levenloos of levend zijn. 2. Wat zijn levenskenmerken of een ander woord levensverschijnselen?
Voorbeeld instaptoets havo-vwo Deze opdracht aan bij de start van het vak biologie is bedoeld om erachter te komen wat je al weet over en kan met biologie. Je krijgt geen cijfer voor deze toets. Probeer
bloed geven en krijgen
bloed geven en krijgen op bezoek bij sanquin Tim en zijn vriendin Noa zijn 18 jaar oud. Op een middag komt Noa s moeder thuis na een bezoek aan de Bloedbank. Noa s moeder is al jaren bloeddonor. Voor Noa
biologie CSE BB herziene versie
Examen VMBO-BB 2010 tijdvak 1 vrijdag 28 mei 13.30-15.00 uur biologie CSE BB herziene versie Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen.
samenvatting doelstelling 1. doelstelling 3. doelstelling 2. doelstelling 4.
Samenvatting doelstelling 1. Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken kunnen noemen bij jongens en bij meisjes. Geslachtskenmerken: kenmerken waaraan we het geslacht (man of vrouw) herkennen.
Elke dag bouwen aan sterke botten
Elke dag bouwen aan sterke botten Waarom aandacht voor sterke botten? Hoe krijg je sterke botten? Of je sterke botten hebt of niet wordt voor een groot deel bepaald door erfelijke factoren. Een beetje
Oefen Repetitie KGT thema Voortplanting
Oefen Repetitie KGT thema Voortplanting Als er geen punten bij een vraag staan, dan is die vraag 1 punt waard. Onderdeel A: waar of niet waar? 1. De pil beschermt zowel tegen SOA s als tegen een zwangerschap
Paragraaf 6.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken
H6 Voortplanting Vragen en antwoorden Paragraaf 6.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken 1. Wat zijn geslachtskenmerken? Kenmerken waaraan we kunnen zien of iemand een man of een vrouw is. 2. Wat
Wat een klier! Hormonen en klieren
Wat een klier! Je hebt vast wel eens over klieren gehoord. Niet het klieren zelf natuurlijk, dus het vervelend doen, maar die andere klieren: namelijk hormoonklieren. Hormonen en klieren Hormonen zijn
Biologie ( havo vwo )
Tussendoelen Biologie ( havo vwo ) Biologie havo/vwo = Basis Biologische eenheid Levenskenmerk Uitleggen hoe bouw en werking van onderdelen van een organisme bijdragen aan de functies voeding, verdediging
7,3. Samenvatting door een scholier 1948 woorden 9 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou
Samenvatting door een scholier 1948 woorden 9 juni 2011 7,3 179 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou H5.1 Je verandert Geslachtskenmerken zijn kenmerken waaraan je het geslacht kunt herkennen
Mitose is een ander woord voor gewone celdeling. Door gewone celdeling blijft het aantal chromosomen in lichaamscellen gelijk (46 chromosomen).
Samenvatting door M. 1493 woorden 28 februari 2014 5 5 keer beoordeeld Vak Methode Biologie Biologie voor jou Genotype en fenotype Veel eigenschappen zijne erfelijk. Je hebt deze eigenschappen geërfd van
Examen VMBO-GL en TL-COMPEX
Examen VMBO-GL en TL-COMPEX 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei totale examentijd 2,5 uur biologie CSE GL en TL COMPEX Vragen 39 tot en met 48 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer wel
werkboek Bij deze lessen kan je ook Het Grote Voortplantingsspel gebruiken. ISBN
go G ed el ge ez ke en ur en d do or werkboek Bij deze lessen kan je ook Het Grote Voortplantingsspel gebruiken. ISBN 978-90-301-2711-6 9 789030 127116 Puberteit 1 Duid met een boogje de periode aan en
1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen?
Computeropdracht Bloedsomloop Basisstof 2, 3 en 5 Ga naar biologiepagina.nl > Havo 5 > Bloedsomloop > PC- les > computerles 1 Bekijk de animaties zorgvuldig en maak de opdrachten in de opgegeven volgorde,
Bloedtransfusie Informatie voor patiënten
Bloedtransfusie Informatie voor patiënten 12-16 jaar Binnenkort krijg je een behandeling of operatie, waarbij een bloedtransfusie nodig kan zijn. In deze folder leggen we uit wat dat inhoudt. Wat is een
