Marktonderzoek en ontwer

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Marktonderzoek en ontwer"

Transcriptie

1 Marktonderzoek en ontwer Bij de produktontwikkeling van bankbiljetten moet men rekening houden met een aantal bijzondere kenmerken, zoals de vaak grote oplage (massaproduktie ), uitsluiten van namaak en de levensloop. Marktonderzoek onder gebruikers van de huidige bankbiljetten blijkt een belangrijke rol te spelen voor de ontwerper van nieuwe bankbiljetten. Ir. H. A. M. de Heij en dr. ir. P. Koeze beschrijven het misschien wel bekendste industriële produkt: het bankbiljet. De bankbiljetten van De Nederlandsche Bank zijn een industrieel, in massa vervaardigd produkt. De produktontwikkeling van een nieuw bankbiljet is dan ook vergelijkbaar met andere industriële ontwerpen, maar heeft wel een aantal bijzondere kenmerken. Zo is de oplage van een bankbiljet zeer groot; een massaproduktie van 700 miljoen stuks is geen uitzondering. Slechts een enkel industrieel produkt kent dergelijke hoge produktie-aantallen. Een andere bijzonderheid is dat alle geproduceerde biljetten identiek moeten zijn. Behalve een keer op keer gelijk geproduceerde oplage, betekent dit ook dat in het bankbiljet geen ontwerpfouten mogen voorkomen, omdat na de start van de massaproduktie er immers geen weg terug is: de eis van gelijkheid sluit een herontwerp uit. Daarbij komt dat eventuele ontwerpfouten niet vroegtijdig ontdekt kunnen worden door bijvoorbeeld de fase van een testmarkt. Zonder specifieke maatregelen is in het ontwerpproces van een nieuw bankbiljet dus geen enkele terugkoppeling mogelijk van de toekomstige gebruiker, het publiek, naar het ontwerp. Na het verschijnen van een nieuwe model is er uiteraard wel een terugkoppeling door de reacties in de media en van particulieren. De meeste fabrikanten kunnen de waardering, het succes van hun produkt ook aflezen aan het aantal verkochte produkten. De Nederlandsche Bank daarentegen is monopolist en de waardering voor een model is daarom niet af te lezen aan circulatiecijfers. Omdat de Bank geheel voldoet aan de chartale vraag naar bank biljetten en deze niet actief beïnvloedt, bepalen de circulatiecijfers wel het relatieve succes van de verschillende coupures bij het publiek. Een coupure is de waarde-aanduiding van een bankbiljet, bijvoorbeeld het briefje van f 25 of f 50. Een bepaalde coupure wordt in de loop der tijd steeds opnieuw vormgegeven, zodat er verschillende modellen ontstaan, bijvoorbeeld de f 25/Huygens van grafisch ontwerper Doeve uit 1955 en de f 25/Sweelinck van Oxenaar in Hoewel de Bank het alleenrecht heeft op het produkt bankbiljet, moet wel rekening worden gehouden met concurrenten, namelijk de potentiële namakers van een model. Het produkt moet dan ook voor het

2 p van bankbiljetten deze reden de nieuwe modellen stukvoor-stuk (of dakpansgewijs) ontworpen en uitgegeven, zodat telkens de laatste resultaten uit het marktonderzoek en de nieuwste stand van de techniek in een volgend model kunnen worden opgenomen. Circulatieproeven Bron: De Nederlandsche Bank. Figuur 1. Schematische voorstelling van het produktontwikkelingsproces publiek uitzonderlijke eigenschappen bezitten (echtheid), die de concurrentie niet heeft. Tenslotte is de lange levensduur een andere bijzonderheid van een model van een bankbiljet. De levensduur van een model is ongeveer 15 jaar. Er zijn maar weinig produkten die in een dergelijke periode geen enkele wijziging ondergaan. Enigszins met bankbiljetten vergelijkbare produkten zijn geneesmiddelen. Deze worden ook in grote aantallen geproduceerd onder nauwe toleranties. Vaak is daarbij sprake van een octrooipositie. Ook een testmarkt voor geneesmiddelen kent zijn beperkingen in verband met schadelijke bijwerkingen, langere-termijneffecten, te grote dosis en opkomende resistentie na een bepaalde levensduur. van bankbiljetten Terugkoppeling gebruikers Een bankbiljet is een produkt dat door bijna alle Nederlanders gebruikt wordt. Om optimaal bruikbare bankbiljetten in circulatie te kunnen brengen dient in het produktontwikkelingsproces daarom een oplossing gevonden te worden voor de ontbrekende terugkoppeling van de gebruikers naar de onwerpfase. Een middel daartoe is gevonden in de vorm van een periodiek kennis- en waarderingsonderzoek van de laatst verschenen bankbiljetten. Op deze manier beïnvloeden de gebruikers van de nieuwste bankbiljetten de ontwerpen voor komende modellen. Het ontwerp van een eenmaal uitgegeven model kan niet bijgesteld worden, wel de verschijningsvorm van volgende nieuw uit te geven modellen. Vanaf de f IOO/Snip in 1977 worden om Figuur 1 is een schematische voorstelling van het gehele produktontwikkelingsproces van nieuwe bankbiljetten. In het algemeen zal het Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O) vernieuwingen opleveren die in het ontwerp toegepast kunnen worden. De ontwerpfase van het model die volgt op het S&O begint met het Programma van Eisen. Na de goedkeuring van de drukproef start de produktievoorbereiding die nog binnen de ontwerpfase valt. De ontwerpfase eindigt wanneer het model in massa geproduceerd kan worden. In figuur 1 is ook de terugkoppeling door middel van marktonderzoek aangegeven. De Bank heeft de laatste jaren kennis- en waarderingsonderzoek verricht onder het Nederlandse publiek, maar ook perceptieonderzoek in een laboratoriumsituatie en onderzoek naar de effectiviteit van de voeltekens. In de terugkoppelingslus 'circulatieproeven' worden de specificaties van de massaproduktie onderzocht, zoals bijvoorbeeld de samenstelling van het bankpapier of de vernislaag op de gedrukte biljetten. 4 Levensloop Ieder industrieel produkt kent een levensloop, gekenmerkt door een aantal fasen. Meestal worden in een grafiek, die de levensloop van het produkt voorstelt, de verkochte aantallen N uitgezet als functie van de tijd t: N = N (t). De meeste levenslopen hebben een verloop als geschetst in figuur 2a. Het is de vraag of een bankbiljet dezelfde of andere fasen doorloopt. De curve van de levensloop van een bankbiljet zou bij voorkeur de vorm van figuur 2b moeten hebben: Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 29

3 Marktonderzoek en ontwerp van bankbiljetten Verkocht aantal N A Pionier Doorgroei Aftakeling Penetratie Bron: De Nederlandsche Verzadiging --. t Bank. w B 0,85 0,80 0,75 c f 100/Snip '81 '83 '85 '87 Bron: De Nederlandsche Intrekking model I I " I " I " I I Aftakeling Verzadiging t Figuur 2 a. De verschillende levensfasen van een produkt volgens de functie N = N(t) b. Bij een constante, onveranderlijke waardering voor een bankbiljetmodel is W(t) = C W(t) = C, waarin C = constante. In plaats van de verkochte aantallen N is in figuur 2b de waardering W voor het produkt bankbiljet uitgezet. Meetinstrument De Nederlandsche Bank heeft in de periode vijf keer een onderzoek laten verrichten door het Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie en het Marktonderzoek BV (NIPO). Vier van deze onderzoeken3, 5, 7 en 12 betreffen de waardering en kennis van de bankbiljetten f 50/ Zonnebloem, f 100/Snip en f 250/ Vuurtoren, die alle in deze periode zijn uitgegeven. De resultaten van deze periodieke onderzoeken zijn aanleiding geweest tot een voorlichtingsactie, met als belangrijkste resultaten de voorlichtingsfolder f 250 en de tv-documentaire 'De levensloop van een bankbiljet'. De effectiviteit van deze twee voorlichtingsactiviteiten is onderzocht in een vijfde, apart onderzoek van het NIPO. 13 In het onderzoek uit heeft de Bank naar de publieke voorkeur laten vragen voor een nieuwe coupure van f 200, f 250 of f 500. In dit opinieonderzoek waren ook een aantal andere vragen opgenomen, waaronder een vraag naar de waardering van het nieuwe model f 100/Snip, dat een half jaar eerder in omloop was gebracht. De gedachte bij het opzetten van het periodieke marktonderzoek in 1982 was om ook dit eerste meetpunt uit 1981 te gebruiken. Vanwege het periodieke karakter is daarom de opzet van de onderzoeken in 1983, 1985 en 1987 gelijk gekozen. Telkens zijn exact dezelfde vragen gesteld. In het geval van een nieuw model is de vraagstelling analoog geformuleerd. Bank. 0,85 0,80 0,75 De structuur van de vragenlijst is tweeledig. Aan de ene kant wordt gevraagd naar de waardering voor een model, aan de andere kant wordt gevraagd naar de gedetailleerde spontane kennis die men heeft over dat model. De onderliggende hypothese is dat er een correlatie zou zijn tussen de waardering voor een model en de kennis over de echtheidskenmerken en andere onderdelen van dat model. Ofwel, naarmate men een model mooier vindt, weet men er ook meer van af. Waardering De antwoordmogelijkheden op de vragen hoe men de nieuwe biljetten vindt om te zien, waren een score op een ordinale schaal met vijf schaaldelen tussen de uitersten 'erg mooi' en 'erg lelijk'. Op een gedichotomiseerde ordinale schaal valt de waardering voor een model uiteen in twee groepen: 'mooi' en 'lelijk'. De groep respondenten die het model niet mooi en ook niet lelijk vonden, wordt dan gelijk verdeeld over deze beide categorieën. De groep respondenten die geen antwoord gaf, of een antwoord dat niet van toepassing was, is niet meegewogen. Figuur 3. De waarderingscurven voor de f loo/snip, f 50/Zonnebloem en f 250IVuurtoren (1981, 1983, 1985 en 1987) f 50/Zonnebloem ~ '83 '85 '87 f 250Nuurtoren 0,85-t------r- 0, , f-- '87 Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 30

4 De waardering W voor een model x is, in figuur 3 als functie van de tijd t uitgezet: Wit). De f 100/Snip kent vier meetpunten, de f 50/Zonnebloem drie en de f 250/Vuurtoren heeft nog maar één meetpunt. De belangrijkste conclusie uit het verloop van de verschillende functies Wet) is dat deze functies tot nu toe inderdaad opgevat kunnen worden als W (t) = C. De f 250/Vuurtoren wordt in 1987 door het publiek iets mooier gevonden dan de f 50/Zonnebloem en f 100/Snip. Dit wordt bevestigd door een aparte controlevraag naar de ordinale ordening van deze drie modellen. In het algemeen zou dit kunnen betekenen dat het publiek het laatst uitgegeven model het mooiste vindt, ten koste van de waardering voor andere, oudere modellen. Dit blijkt echter alleen uit de gegevens van Een andere interessante hypothese, waarvoor de gehouden onderzoeken geen bewijs kunnen leveren, is dat wanneer een model x deel uitmaakt van een serie, dit model een hogere waardering krijgt dan een losstaand, niet in serieverband uitgegeven model. Een aanwijzing hiervoor is gevonden wanneer Wx> Wx-1' De resultaten uit figuur 3 bevestigen deze hypothese in De score van de f 250/Vuurtoren is hoger dan die van de f 50/Zonnebloem en die is in dat jaar weer hoger dan die van de f 100/ Snip. Echter, in 1983 en 1985 wordt deze hypothese niet bevestigd, de score van de f 50/Zonnebloem was toen lager dan die van de f 100/Snip. Kennis Een bankbiljet is pas een optimaal gebruiksartikel als het publiek kan controleren of een bankbiljet echt is of nagemaakt. Aan de hand van de echtheidskenmerken in een biljet kan iemand controleren of een biljet echt is of niet, zonder dat hierbij een ander biljet ter vergelijking nodig is. De echtheidskenmerken voor het publiek vallen daarbij uiteen in twee groepen: 1. publiekskenmerken, waarbij geen hulpmiddel nodig is, 2. kassierkenmerken, waarbij een hulpmiddel als een ultra-violet lamp, loep of kleurfilter nodig is. Eén van de belangrijkste resultaten uit de NIPO-onderzoeken is dat bijna niemand spontaan méér dan vier echtheidskenmerken van een bankbiljet kan noemen. Dit aantal van maximaal vier antwoorden wordt ook teruggevonden bij de frequentieverdelingen van de antwoorden op de vragen naar de beeld- en tekstelementen op de modellen. Het huidige gemiddelde aantal juiste echtheidskenmerken, dat het publiek kent, is 1,16 en ligt nog ver af van het wenselijk geachte gemiddelde, dat minimaal drie echtheidskenmerken zou moeten zijn. Drie echtheidskenmerken zijn in het algemeen voldoende om nagemaakte biljetten met zekerheid te kunnen herkennen. Dat het gemiddeld aantal goede antwoorden zal kunnen toenemen, blijkt uit het gemiddelde aantal antwoorden per respondent, de goede en de foute antwoorden samen. In 1987 was dat 1,73 tegenover de eerder genoemde 1,16 juiste antwoorden. Er is dus sprake van een zekere achterstand door het grote aandeel (gedeeltelijk) foute antwoorden. Door voorlichting zal in de eerste plaats het aantal mensen moeten toenemen dat vier juiste kenmerken kent, en niet het vergroten van dit maximum van vier kenmerken. Bij de voorlichting dient telkens afgevraagd te worden of het wenselijk is om allerlei andere wetenswaardigheden over de bankbiljetten te vertellen dan de echtheidskenmerken. Tabel 1. Gedetailleerd overzicht van scores van verschillende echtheidskenmerken het totaal aantal respondenten) in de jaren 1983, 1985 en 1987 (in % van Het voelteken of blindenteken is geen echtheidskenmerk, maar een herkenningsteken. In feite maakt het voelteken onderdeel uit van het kenmerk 'voelbare inktlaag' of 'plaatdruk' en is daarom een 'niet geheel juist' genoemd kenmerk. Het bankbiljetnummer is na de invoering van het OCR -B schrift in 1968geen publiekskenmerk meer, maar een intern machinekenmerk voor de sorteermachines. De papiersoort is een moeilijk controleerbaar kenmerk en is niet gemakkelijk uit te leggen aan het publiek. Publiekskenmerken 1. Schaduwwatermerk 2. Plaatdruk 3. Doorzichtregister 4. Microtekst Kassierskenmerken 5. Afmetingen 6. Fluorescerende vezeltjes 7. Non-fluorescentie papier en druk 8. Metamerie (Gedeeltelijk) onjuiste kenmerken - Voelteken - Bankbiljetnummers - Soort papier - Weet niet één kenmerk - Gemiddeld aantal kenmerken - Gemiddeld juist aantal kenmerken Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 31

5 Marktonderzoek en ontwerp van bankbiljetten In tabel 1 is een gedetailleerd overzicht gegeven van de scores van de verschillende echtheidskenmerken. Het blijkt dat het vormgevings- en voorlichtingsbeleid van de Bank in de onderzoeksperiode de juiste tendensen initieert. De grootste winst wordt tot nu toe geboekt door het terugdringen van de groep (gedeeltelijk) onjuiste echtheidskenmerken. Het meest bekende echtheidskenmerk is het schaduwwatermerk. In 1963heeft de Bank voor het eerst onderzoek laten verrichten naar de kennis van de echtheidskenmerken. 1Het bekendste echtheidskenmerk was toen ook het watermerk, genoemd door 49% van de 4000 ondervraagden. Over de kennis van de watermerken valt uit de NIPO-onderzoeken een opmerkelijke conclusie te trekken: gevraagd naar de voorstelling van het watermerk weet maar een gering aantal respondenten deze juist te noemen, terwijl men in het algemeen wel het hoofdmotief van het model goed kent. Het konijntje in de f 250 wordt maar door 10% van de ondervraagden genoemd en slechts 6% noemt een bij in de f 50. De f 100 doet het iets beter: 21% noemt een Snip ofvogelkop. Dat men verwacht dat de voorstelling van het watermerk wel een associatie met het hoofdonderwerp heeft, blijkt vooral uit de antwoorden bij de f 50/Zonnebloem. Daar denkt bijna 10% dat het watermerk, net als het hoofdmotief een bloem is, tegenover dus 6% juiste antwoorden met een bij. Overigens neemt de kennis van de afbeeldingen van de watermerken de laatste jaren iets toe. Een echtheidskenmerk voor het publiek is kennelijk in eerste instantie een kwalitatief kenmerk: men weet allereerst dat het kenmerk in het model aanwezig is. Nog maar mondjesmaat kent men meer specifieke zaken, zoals bijvoorbeeld de naam van de voorstelling of de mate waarin aan het kenmerk wordt voldaan. De zeer zwakke score van de echt- heidskenmerken kan waarschijnlijk ook voor een deel verklaard worden doordat het publiek geen naam weet te geven aan een echtheidskenmerk. Wanneer iets een naam heeft, benoembaar is, wordt dit in het algemeen beter onthouden. 2 Vormgeving In eerdere publikaties over de kennis- en waarderingsonderzoeken in en is aangetoond dat er een duidelijk en statistisch significant verband bestaat tussen de waardering voor een model en de kennis van de echtheidskenmerken, alsmede tussen de waardering en kennis van de beeld- en tekstelementen. Bij het formuleren van het vormgevingsbeleid van nieuwe modellen was één van de uitgangspunten dan ook dat de kans op waardering door het publiek zo groot mogelijk dient te zijn. Dit betekent dat een keuze voor De voorlichtingsfolder over de f 250/ Vuurtoren met 4 publiekskenmerken en, minder opval/end, 4 kassierskenmerken een onderwerp niet enkel gebaseerd hoeft te worden op een idee voor een onderwerp, maar bepaald wordt door het samenspel tussen kleur, onderwerp, vormgeving en benoembaarheid. Juist de combinatie van die vier factoren is van invloed op de beleving door het publiek. Sinds de f 100/Snip bepaalt de directie van de Bank nu aan de hand van een of meerdere schetsontwerpen wat het hoofdonderwerp op een nieuw model wordt. Deze werkwijze is succesvol gebleken vanwege de hoge waardering voor de volgens dit beleid uitgegeven drie modellen. Overigens is het best benoembare model de f 100/Snip. De naam 'Snip' burgert steeds verder in: inmiddels noemt nu 59% het beeldelement 'Snip', terwijl dit in 1983 nog 37% was. Wanneer ook 'vogel' goed gerekend wordt, weet nu 81% van de respondenten de afbeelding van de f 100 te noemen. Jammer genoeg ontbreken verg'elijkbare cijfers van de voorganger van de Snip, de f 100met het portret van Michiel de Ruyter. Deze score zou echter aanzienlijk lager zijn geweest en zou vergelijkbaar zijn met wanneer men nu zou vragen wat er staat afgebeeld op het biljet Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 34

6 van f 25 (gevraagde antwoord: Jan Pietersz Sweelinck en niet een portret, vergelijk de antwoorden 'Snip' en 'vogel'). De resultaten van de NIPO-enquête uit 1983 toonden voor het eerst de slechte kennis aan van de echtheidskenmerken in de nieuwe modellen. Veel echtheidskenmerken waren niet erg toegankelijk voor het publiek vormgegeven. De oorzaak hiervan was vooral het ontbreken van specifieke doelgroepen bij ieder kenmerk. Tijdens het ontwerpen van de f 250 zijn deze doelgroepen benoemd en zijn de kenmerken, bedoeld voor het publiek, toegankelijker gemaakt, door deze te baseren op realistische associaties met het hoofdonderwerp. Ook zijn de publiekskenmerken opvallender gemaakt. Zo is bijvoorbeeld de uitgebreide, saaie en zichzelf herhalende strafwettekst vervangen door een rijtje plaatsnamen met een vuurtoren, die ook op een kaart op het biljet staan aangegeven. Verder is het doorzichtregister een scholekster geworden in plaats van een abstract grid van op elkaar passende lijntjes en blokjes. Ook is het nieuwe kassierskenmerk, het metamere ele- ment, gebruiksvriendelijk vormgegeven. Overigens was er met de f 100/ Snip al een verbetering gemaakt door de abstracte watermerken te vervangen door realistische ontwerpen en kregen de modellen met de f 50/Zonnebloem een plek waar de plaatdruk zeer goed voelbaar is: het hart van de zonnebloem op de f 50 en de spijlen van het lichthuis van de vuurtoren in de f 250. Voorlichting De onderzoeksresultaten uit 1983, die de slechte kennis van de echtheidskenmerken aantoonden, waren aanleiding om de voorlichtingsfolder over bankbiljetten grondig te herzien. Een voorstudie voor een voorlichtingsfolder was de proeffolder over de f 50/Zonnebloem uit In deze folder werden veertien echtheidskenmerken genoemd. De folder werd met een enquêteformulier verspreid onder een selecte groep (medewerkers van de bankpapierfabriek, de bankbiljettendrukkerij, de politie en de Nederlandsche Bank). De meeste respondenten vonden de folder er wel mooi uitzien, maar niet erg overzichtelijk. De conclusie van deze voorstudie was dat het niet gelukt was om veertien echtheidskenmerken in een heldere en overzichtelijke vorm te presenteren. Omdat ook in 1983 en 1985 experimenteel aangetoond was dat het publiek niet meer dan vier echtheidskenmerken onthoudt, werd besloten om in de voorlichtingsfolder over de f 250 dan ook niet meer dan vier publiekskenmerken te noemen. Daarnaast zouden in dezelfde folder, maar minder opvallend ook de kassierskenmerken worden genoemd, zodat er één heldere en eenduidige voorlichtingsfolder zou komen over de f 250. Tevens werd besloten om ook door middel van de televisie de publiekskenmerken van het nieuwe biljet van f 250 aan het publiek te vertellen. In opdracht van de Bank maakte vormgever J. T. G. Drupsteen van het bureau Signum de tv-documentaire 'De levensloop van een bankbiljet'. In deze 35 minuten durende film worden naast andere onderwerpen de publiekskenmerken van met name de f 250/Vuurtoren behandeld. De resultaten van deze voorlichtingsactiviteiten heeft de Bank door het NIPO laten onderzoeken in een apart vergelijkend onderzoek, uitgevoerd in een eenmalige weekpeiling in Met behulp van dit onderzoek kon allereerst een aantal beweringen over de folder en de tv-film worden onderzocht. Zo kon bijvoorbeeld de verspreiding van de folder worden nagegaan. De folders zijn namelijk niet verspreid door de Nederlandsche Bank, maar door de commerciële banken. Uit het periodieke NIPOonderzoek12 blijkt dat 8 procent van de respondenten de folder over de f 250 heeft gezien. Slechts 3 procent zei de folder ook te hebben gelezen. Uit het gegeven dat 4 procent van de respondenten de folder in huis heeft (1 procent) of in huis heeft gehad (3 procent) kan geconcludeerd worden dat (nog) niet alle folders zijn verspreid. Dit berust op de volgende redenering. Het NIPO neemt een steekproef onder alle Nederlandse huishoudens; dit waren er in 1985 bijna 5,3 miljoen. De oplage van de folder is exemplaren. De maximale kans om een folder aan te treffen in een huishouden is dan / = 8,5 procent, wat beduidend hoger is dan de gevonden 4 procent door het NIPO. De NIPO-cijfers met betrekking tot de tv-film konden vergeleken worden met de kijkcijfers van de NOS. Volgens de kijkcijfers hebben mensen van 12 jaar en ouder de tvfilm geheel gezien.1o Eind 1986 bestond de Nederlandse bevolking uit bijna 13,5 miljoen mensen van 12 jaar en ouder. De tv-kijkers uit het NOSonderzoek maken daarvan dan ongeveer 6,2 procent uit. Deze waarde ligt tussen de gevonden waarden van het NIPO. Volgens hen heeft 6 procent van de respondenten de tv-film geheel gezien en 8 procent gedeeltelijk. Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 35

7 Marktonderzoek en ontwerp van bankbiljetten De waardering voor de tv-uitzending is zonder meer hoog te noemen. Uit het NIPO-onderzoek blijkt dat van degenen die de uitzending hebben gezien 85 procent de tv-uitzending interessant vond. Deze hoge waardering uit het NIPO-onderzoek blijkt ook uit twee andere bronnen. Het waarderingscijfer uit de NOS-onderzoeken was met 7,3 hoog en op het 16-de festival van de Stichting Audiovisuele Manifestaties in 1987 heeft de tv-film de tweede prijs gekregen. De belangstelling was bij dit onderzoek vooral gericht op de effectiviteit van deze twee verschillende voorlichtingsactiviteiten, die gemeten kan worden aan de kennis van de echtheidskenmerken. De vraag naar de echtheidskenmerken was dan ook exact dezelfde als in het parallelle onderzoek.12 De belangrijkste conclusie is wel dat de kennis van de echtheidskenmerken bij zowel de lezers van de folder, als bij de kijkers naar de tv-film groter is dan bij de anderen. Voor beide media blijkt dat men gemiddeld bijna 0,5 echtheidskenmerk meer weet te noemen dan de niet-lezers en niet-kijkers. Degenen H. A. M. de Heij is ingenieur industrieel ontwerpen. Zijn taak bij De Nederlandsche Bank is de produktontwikkeling van nieuwe bankbiljetten. P. Koeze is gepromoveerd natuurkundig ingenieur. Hij is chef van de Afdeling Bankbiljetten-technische ontwikkeling van De Nederlandsche Bank. Behalve de nieuwe bankbiljetten is ook de ontwikkeling van nieuwe sorteermachines een taak van deze afdeling. die de tv-film geheel gezien hadden, wisten weer beduidend meer echtheidskenmerken te noemen dan zij die de film maar gedeeltelijk hadden gezien. Overigens heeft maar een half procent van de respondenten zowel de folder gelezen als de tv-film geheel of gedeeltelijk gezien en heeft meer dan de helft van de respondenten (69 procent) noch de folder, noch de tv-film gezien. Er blijkt verder een duidelijk verschil in de genoemde echtheidskenmerken tussen degenen die de tv-uitzending hebben gezien en zij die de folder hebben ingekeken. Zij die de folder hebben bestudeerd noemen bijvoorbeeld de kassierskenmerken, als de fluorescerende vezeltjes en het metamere konijntje, die niet in de tv-documentaire zijn behandeld. Bij de tvuitzending valt het op dat men vooral die kenmerken heeft onthouden, die zich goed lenen voor presentatie met doorvallend licht, waartoe een tvbeeld zeer geschikt is. De kenmerken schaduwwatermerk en doorzichtregister scoren bij de televisie hoger dan bij de folder. Bij de folder scoort daarentegen de micro tekst met de plaatsnamen van vuurtorens ruim drie keer zo hoog als bij de tv-uitzending. De microteksten lenen zich dan ook weer beter voor een presentatie in de folder. Tenslotte bleken de mensen die de folder niet gelezen hebben allerlei minder ter zake doende kenmerken te noemen, die niet in de folder staan. Zij die de folder wel gelezen hebben noemen daarentegen meer de kenmerken uit de folder. Kennelijk slaagt de folder erin de 'oudere' kenmerken uit het geheugen te wissen en te vervangen door kenmerken uit de folder. Bekendheid f 250 Het bijgestelde vormgevings- en voorlichtingsbeleid tijdens de ontwikkeling van de f 250 hebben, zoals blijkt uit tabel 1, geen grote verschuivingen teweeggebracht in de kennis van de publiekskenmerken. Dit kan ten eerste verklaard worden uit het feit dat 95 procent van alle contante betalingen door het publiek onder de 100 gulden ligt. 15 Het publiek zal dan eerder met een coupure van bijvoorbeeld f 50 of f 100 betalen dan met een van f 250. De f 250 heeft dan ook nog maar een gering aandeel in de circulatie: op 31 december 1986 was 2 procent van het totaal aantal biljetten in omloop een biljet van f 250. De verwachting is dat in het jaar 2000 bijna 5 procent van het aantal bankbiljetten in circulatie een biljet van f 250 zal zijn. 11 Een tweede verklaring voor het geringe contact tussen het publiek en de f 250 is de relatief lage terugkeerfrequentie van ongeveer 0,9 van deze coupure. De terugkeerfrequentie is het aantal keer per jaar dat een bankbiljet opnieuw in handen van De Nederlandsche Bank komt. Dit kan er op wijzen dat, net als bij de f 1000, een aanzienlijk gedeelte van de f 250 biljetten wordt opgepot, waardoor de coupure minder deelneemt aan het chartale betalingsverkeer. 14 Tenslotte is een derde verklaring voor de geringe verschuiving in de kennis van de publiekskenmerken de geringe i;)ijàra~ van de voorlichtingsacties. Het publiek Of,u~ ziet de f 250 dus nog maar weinig, hoewel de bekendheid van het biljet al vrij groot is. De spontane bekendheid van de f 250 was in februari procent en geholpen wist 89 procent van de respondenten van het bestaan van dit biljet. Conclusies De waardering Wvoor een bankbiljet x is nagenoeg constant in de tijd. Voor de laatste drie modellen, de f SO/Zonnebloem, f 100/Snip en f 2S0/Vuurtoren is deze waardering hoog: meer Nederlanders dan 75 procent van de vindt deze modellen 'mooi' en minder dan 25 procent vindt deze modellen 'lelijk'. Met de kennis van de echtheidskenmerken is het veel minder goed gesteld. In 1987 was het gemiddelde aantal juiste echtheidskenmerken per respondent 1,16. Dit gemiddelde Tijdschrift voor Marketing maart 1988 pag. 36

8 zou voor een betrouwbare falsificaten detectie ongeveer drie moeten zijn. Dit aantal is in beginsel mogelijk: de maximale geheugencapaciteit bij het publiek voor echtheidskenmerken van Nederlandse bankbiljetten blijkt vier te zijn. Het is gebleken dat de lezers van de voorlichtingsfolder over het model f 2S0/Vuurtoren en de kijkers naar de tv-film 'De levensloop van een bankbiljet' een grotere kennis van de echtheidskenmerken hebben dan de rest van het publiek. Zowel de folderlezers als de tvkijkers wisten gemiddeld bijna 0,5 echtheidskenmerk meer te noemen dan de anderen. Het beschreven marktonderzoek is een operationele methode gebleken voor de noozakelijke terugkoppeling naar het produktontwikkelingsproces van Nederlandse bankbiljetten. Het effect van deze sturingen blijkt direct uit volgende onderzoeken. 0 Noten 1. Onderzoek naar de mate waarin het Nederlandse publiek ontvangen bankbiljetten op hun echtheid controleert en de criteria die het daarbij hanteert, NIMM Peeck, J., 'Plaatjes in leerprocessen', Drukkerij Elinkwijk, Utrecht, 'Opinie-onderzoek over bankbiljetten', NIPO, Koeze, P., 'The life-length of banknotes', Statistica Neerlandica 36 (1982) (4), pag 'Onderzoek over bankbiljetten', NIPO Koeze, P., en H. A. M. de Heij, 'The public opinion poll 1983 about Netherlands banknotes', in: Banknote Printers' Conference, Londen, 'Onderzoek over bankbiljetten', NIPO, Den Butter, F. A. G., 'Opinie-onderzoek bankbiljetten', in: Kwartaalbericht, 1985/1, De Nederlandsche Bank NV, De Heij, H. A. M. en P. Koeze, 'Echt of namaak', De Florijn, De Nederlandsche Bank NV, 9(1), januari 'De levensloop een succes', De Florijn, De Nederlandsche Bank NV, 9 (12), december Fase, M. M. G., 'De toekomst van het Nederlandse bankbiljet', in M. M. G. Fase e.a. (red.), 'Het Nederlandse bankbiljet in zijn verscheidenheid', Deventer, 'Onderzoek over bankbiljetten', NIPO, Voorlichtingsfolder bankbiljet van f 250, tv-film over bankbiljetten, NIPO, De Nederlandsche Bank, Jaarverslag 1986, Deventer, Boeschoten, W. C. en M. M. G. Fase, 'Betaalgedrag in Nederland', Economisch Statistische Berichten, 72(3620), 26 augustus Tijdschrift voor Marketing

Waardering en kennis van Nederlandse bankbiljetten

Waardering en kennis van Nederlandse bankbiljetten 9 mei 1989 (gedigitaliseerd oktober 2006) Waardering en kennis van Nederlandse bankbiljetten ir H.A.M. de Heij en dr ir P. Koeze 1 Inleiding Wanneer iemand een postzegel van 75 cent koopt, kan aan het

Nadere informatie

Van vier naar twintig echtheidskenmerken

Van vier naar twintig echtheidskenmerken De orijn, december 1986, pag. 8 10 Gedigitaliseerd december 2006 Echt of namaak? Van vier naar twintig echtheidskenmerken H.A.M. de Heij en P. Koeze (Afdeling Bankbiljetten technische ontwikkeling) De

Nadere informatie

TECHNIEK EN VORMGEVING VAN DE NEDERLANDSE BANKBILJETTEN

TECHNIEK EN VORMGEVING VAN DE NEDERLANDSE BANKBILJETTEN TECHNIEK EN VORMGEVING VAN DE NEDERLANDSE BANKBILJETTEN P. Koeze De Nederlandsche Bank NV, Amsterdam 1986 Gedigitaliseerd november 2006 Wat is een bankbiljet? Een bankbiljet is een industriëel product.

Nadere informatie

DE TECHNISCHE BEVEILIGING VAN WAARDEPAPIEREN

DE TECHNISCHE BEVEILIGING VAN WAARDEPAPIEREN 1 oktober 1992 (gedigitaliseerd oktober 2006) DE TECHNISCHE BEVEILIGING VAN WAARDEPAPIEREN Peter Koeze, De Nederlandsche Bank NV, Amsterdam Dames en heren, Ik stel het erg op prijs vanmiddag de gelegenheid

Nadere informatie

VOELTEKENS VOOR BLINDEN

VOELTEKENS VOOR BLINDEN VOELTEKENS VOOR BLINDEN dr. ir. P. Koeze De Nederlandsche Bank N.V., Amsterdam 21 januari 1982 Gedigitaliseerd september 2006 1 Inleiding De Nederlandsche Bank was de eerste centrale bank die voeltekens

Nadere informatie

Circulatieproeven en de levensduur van f 100-bankbiljetten

Circulatieproeven en de levensduur van f 100-bankbiljetten De orijn, december 1980, pag. 4 5 Gedigitaliseerd november 2006 Circulatieproeven en de levensduur van f 100-bankbiljetten dr ir P. Koeze 1 Nummerlezen Sinds begin 1975 worden de bankbiljetten, die bij

Nadere informatie

Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst

Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst Een nieuw bankbiljet ontwerpen toegepaste kunst Wat heb je nodig? teken- en aquarelkleurpotloden papier (A4) Wat ga je doen? Je gaat een nieuw europees bankbiljet ontwerpen. Kleding, mp3, computer, geld:

Nadere informatie

Het eerste bankbiljet van een nieuwe serie, de f25 / model 1989

Het eerste bankbiljet van een nieuwe serie, de f25 / model 1989 Het eerste bankbiljet van een nieuwe serie, de f25 / model 1989 dr. ir. Peter Koeze De Nederlandsche Bank NV, Amsterdam 15 juli 1990 Gedigitaliseerd oktober 2006 1 Inleiding Op 27 maart 1990 heeft de Nederlandsche

Nadere informatie

Opiniepeiling tegenover luisteronderzoek

Opiniepeiling tegenover luisteronderzoek Opiniepeiling tegenover luisteronderzoek Op 13 en 14 april 1973 werd er in opdracht van CV Veronica door het Bureau Veldkamp Marktonderzoek BV. een opinieonderzoek uitgevoerd onder de Nederlandse bevolking

Nadere informatie

Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79

Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79 Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79 Boekbespreking Techniek in het natuurkunde-onderwijs M.J. de Vries, Uitg.: Technische Universiteit Eindhoven, 1988 Dissertatie, 278 p. De

Nadere informatie

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro.

EURO. Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro. EURO Vanaf januari 2002 betalen we in Nederland en in veel andere Europese landen met de euro. Muntgeld Bankbiljetten EURO Hadden jullie al gezien dat er 2 briefjes zijn van 5 euro? oud briefje nieuw briefje

Nadere informatie

Mexicaanse Griep-onderzoek (april november 2009)

Mexicaanse Griep-onderzoek (april november 2009) Mexicaanse Griep-onderzoek (april november 2009) Meteen nadat de Mexicaanse griep voor het eerst in het nieuws kwam (eind april 2009) is via Peil.nl onderzoek hiernaar gedaan onder de Nederlandse bevolking.

Nadere informatie

Rapport voor deelnemers M²P burgerpanel

Rapport voor deelnemers M²P burgerpanel Rapport voor deelnemers M²P burgerpanel Weergaven van publieke opinie in het nieuws en hun invloed op het publiek Dit rapport beschrijft de resultaten van een onderzoek over weergaven van publieke opinie

Nadere informatie

4. KORTE GESCHIEDENIS 5. KENMERKEN 8. DRUKTECHNIEKEN 9. ONTWERP OXENAAR DRUPSTEEN 14. BRUNO NINABER VAN EYBEN 15. TENTOONGESTELD 16.

4. KORTE GESCHIEDENIS 5. KENMERKEN 8. DRUKTECHNIEKEN 9. ONTWERP OXENAAR DRUPSTEEN 14. BRUNO NINABER VAN EYBEN 15. TENTOONGESTELD 16. 2 4. KORTE GESCHIEDENIS 5. KENMERKEN 8. DRUKTECHNIEKEN 9. ONTWERP OXENAAR DRUPSTEEN 14. BRUNO NINABER VAN EYBEN 15. TENTOONGESTELD 16. GELD SMELT CONCEPTEN 3 KORTE GESCHIEDENIS VAN DE GULDEN De benaming

Nadere informatie

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren

Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Rapport Consumentenonderzoek 2016 Keurmerk Klantgericht Verzekeren Stichting toetsing verzekeraars Datum: 8 februari 2016 Projectnummer: 2015522 Auteur: Marit Koelman Inhoud 1 Achtergrond onderzoek 3 2

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

BEGRIP VAN BEWIJS. vrije Universiteit amsterdam. Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk. Vragenlijst. Herman Schalk

BEGRIP VAN BEWIJS. vrije Universiteit amsterdam. Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk. Vragenlijst. Herman Schalk Instituut voor Didactiek en Onderwijspraktijk BEGRIP VAN BEWIJS Herman Schalk Vragenlijst Toelichting bij de vragenlijst p. 3 Vragen bij de elementen van begrip van bewijs p. 4 vrije Universiteit amsterdam

Nadere informatie

NEDERLANDERS EN DE DECENTRALISATIES IN HET SOCIALE DOMEIN

NEDERLANDERS EN DE DECENTRALISATIES IN HET SOCIALE DOMEIN NEDERLANDERS EN DE DECENTRALISATIES IN HET SOCIALE DOMEIN Februari 2015 I&O Research volgt ontwikkelingen met longitudinaal onderzoek. Nulmeting in december 2014. Negen op de tien Nederlanders kregen iets

Nadere informatie

Cliëntenonderzoek Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zutphen 2015

Cliëntenonderzoek Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zutphen 2015 Cliëntenonderzoek Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Zutphen 2015 Gemeente Deventer Team Kennis en Verkenning Jaap Barink Juni 2015 Inhoud Samenvatting... 4 Inleiding... 6 1. Indienen melding...

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

TV IN NEDERLAND 2003

TV IN NEDERLAND 2003 TV IN NEDERLAND 2003 ONTWIKKELINGEN IN TV BEZIT EN TV GEBRUIK ESTABLISHMENT SURVEY André van de Wal Camiel Camps Nelly Kalfs Amstelveen, 9 maart 2004 Auteursrecht voorbehouden. Niets uit dit document mag

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Contant geld: gedrag en beleving van retailers

Contant geld: gedrag en beleving van retailers Contant geld: gedrag en beleving van retailers Uitkomsten DNB onderzoek, in samenwerking met Panteia, naar het gedrag en de beleving van retailers ten aanzien van contant geld Retailers zijn een belangrijke

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland 18 december 2012 Social Media Onderzoek MKB Nederland 1. Inleiding Er wordt al jaren veel gesproken en geschreven over social media. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook op tv en het internet.

Nadere informatie

Bereken het marktpotentieel en de marktpenetratie van dit adviesbureau.

Bereken het marktpotentieel en de marktpenetratie van dit adviesbureau. opgave 1 Een adviesbureau heeft zich gespecialiseerd in adviezen aan touroperators en reisbureaus. Een medewerker, die gestudeerd heeft aan de NHTV, denkt dat het bureau nog potentieel heeft voor nieuwe

Nadere informatie

Opdracht 1 Het oude Nederlandse geld had allemaal bijnamen. Welke combinaties zijn goed (verbind ze met een streep)? 1.000 gulden

Opdracht 1 Het oude Nederlandse geld had allemaal bijnamen. Welke combinaties zijn goed (verbind ze met een streep)? 1.000 gulden Inleiding Nederlanders betaalden in 2007 5,5 miljard keer contant, dat wil zeggen met bankbiljetten of munten. Daarvan vond de betaling 4,9 miljard keer plaats aan de kassa en 600 miljoen keer aan elkaar.

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2007-II

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2007-II Vakanties In het najaar van 2003 is een enquête gehouden onder 3000 Nederlanders waarin gevraagd werd op welke wijze zij hun vakantie hadden geboekt in de jaren 2002 en 2003. Men onderscheidde daarbij

Nadere informatie

Voorbeeldcase RAB RADAR

Voorbeeldcase RAB RADAR Voorbeeldcase RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Private Banking (19725) Inhoud 2 Inleiding Resultaten - Spontane en geholpen merkbekendheid - Spontane en geholpen reclamebekendheid - Herkenning radiocommercial

Nadere informatie

DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID OVER GOEDE DOEL

DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID OVER GOEDE DOEL Meting maart 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID

Nadere informatie

Papiergeld van Duits Oost Afrika

Papiergeld van Duits Oost Afrika Papiergeld van Duits Oost Afrika In de 19 e eeuw waren het handelaren van de Duitse Hanzesteden die de eerst contacten legden in het gebied dat nu Tanzania, Rwanda en Burundi heet. In het bijzonder de

Nadere informatie

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN Meer Democratie Mei 2015 Rapportage onderzoek Partijpolitieke benoemingen Meer Democratie 1 Persbericht NEDERLANDERS: PUBLIEKE FUNCTIES OPEN VOOR IEDEREEN

Nadere informatie

Nu nog beter... Toegepaste kunst Kunst BV

Nu nog beter... Toegepaste kunst Kunst BV Nu nog beter... Toegepaste kunst Kunst BV H4 ~ periode B Toegepaste vormgeving Autonome kunst Inleiding INLEIDING In de eerste periode ben je vooral bezig geweest met het onderzoeken van vormen, materialen

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten infosecurity.nl

Onderzoeksresultaten infosecurity.nl Onderzoeksresultaten infosecurity.nl Pagina 1 Introductie Tijdens de beurs infosecurity.nl, die gehouden werd op 11 en 12 oktober 2006, heeft Northwave een onderzoek uitgevoerd onder bezoekers en exposanten.

Nadere informatie

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar - Factsheet - Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar NIGZ, Project Alcohol Voorlichting en Preventie 3 juli 2003 Inleiding Het NIGZ voert elk jaar, als onderdeel van het Alcohol

Nadere informatie

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006

Landelijke peiling Nijmegen 2000. Resultaten eindmeting, januari 2006 Resultaten eindmeting, januari 2006 O&S Nijmegen januari 2006 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Onderzoeksresultaten 5 2.1 Eerste gedachte bij de stad Nijmegen 5 2.2 Bekendheid met gegeven dat Nijmegen de

Nadere informatie

Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken

Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken Veranderingen tussen 1998 en 2005 Cyrille Koolhaas en Dr. Marc Willemsen Dit is een publicatie van STIVORO voor een rookvrije toekomst Correspondentieadres

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9 1 Onderzoek inkoopmarkt 9 1.1 Opzet van het marktonderzoek 10 1.2 Desk research 12 1.3 Field research 12 2 Inkoop en leverancierskeuze 15 2.1 Doelstellingen van

Nadere informatie

Na het bekijken van de video en het bestuderen van bovenstaande illustratie, moet je de onderstaande vragen kunnen maken.

Na het bekijken van de video en het bestuderen van bovenstaande illustratie, moet je de onderstaande vragen kunnen maken. Je hebt naar de Mythbusters video praten tegen planten gekeken. Het Mythbusterteam doet in deze video onderzoek naar de invloed van praten op de kiemsnelheid en groeisnelheid van planten. De Mythbusters

Nadere informatie

Landelijk cliëntervaringsonderzoek

Landelijk cliëntervaringsonderzoek Landelijk cliëntervaringsonderzoek Monitor Januari t/m december 2016 Ons kenmerk: 17.0010587 Datum: 22-09-2017 Contactpersoon: Rosan Hilhorst E-mail: [email protected] Inhoud 1. Inleiding... 3

Nadere informatie

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland

Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland Onderzoek TNS NIPO naar thuiswinkelgedrag en de bekendheid van het Thuiswinkel Waarborg in Nederland In april 2013 heeft TNS NIPO in opdracht van Thuiswinkel.org een herhalingsonderzoek uitgevoerd naar

Nadere informatie

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Scolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Jaap Roeleveld Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam (email: [email protected]) Abstract Sinds de laatste wijziging van de gewichtenregeling,

Nadere informatie

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X

GfK Group Media RAB Radar- Voorbeeldpresentatie Merk X fmcg. Februari 2008 RAB RADAR. Radio AD Awareness & Respons. Voorbeeldpresentatie Merk X RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Voorbeeldpresentatie Inhoud 1 Inleiding 2 Resultaten - Spontane en geholpen bekendheid - Herkenning radiocommercial en rapportcijfer - Teruggespeelde boodschap -

Nadere informatie

Toeristisch bezoek aan Dordrecht

Toeristisch bezoek aan Dordrecht Toeristisch bezoek aan Dordrecht Besteding van toeristische bezoekers groeit naar meer dan 100 miljoen In 2010 zorgde het toeristisch bezoek in Dordrecht voor een economische spin-off van ruim 73 miljoen.

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. wiskunde A1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2007 tijdvak 1 vrijdag 1 juni totale examentijd 3,5 uur wiskunde A1,2 Compex Vragen 1 tot en met 12 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit

Nadere informatie

Re-View. Een model voor online onderzoek naar online tv-programma s

Re-View. Een model voor online onderzoek naar online tv-programma s Het kijkgedrag van de Nederlandse televisiekijker is in ontwikkeling en sterk aan verandering onderhevig. De tijd dat mensen thuisbleven voor een televisieprogramma lijkt definitief voorbij. Het tijdperk

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Nummer Toegang: 2.25.70.30 t/m 33

Nummer Toegang: 2.25.70.30 t/m 33 Nummer Toegang: 2.25.70.30 t/m 33 Inventaris van het archief van De Nederlandsche Bank N.V., Archief van de bankbiljettensector: afdelingen Technische ontwikkeling, Bankbiljettenverwerking, Bankbiljettendistributie,

Nadere informatie

Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek

Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek Ten behoeve van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Vooronderzoek bekendheid 144 Voorwoord en inhoudsopgave

Nadere informatie

Nationale Social Media Onderzoek 2019

Nationale Social Media Onderzoek 2019 Nationale Social Media Onderzoek 2019 Het grootste trendonderzoek van Nederland naar het gebruik en verwachtingen van social media #NSMO Uitgevoerd door: Newcom Research & Consultancy B.V. Auteurs: drs.

Nadere informatie

Onderzoeksboekje. Klas: Namen:

Onderzoeksboekje. Klas: Namen: Onderzoeksboekje Klas: Namen: De onderdelen van de onderzoekscyclus: 1. Introductie 2. Verkennen 3. Opzetten onderzoek 4. Uitvoeren onderzoek 5. Concluderen 6. Presenteren 7. Verdiepen/verbreden 2 Science

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Fraudedesk [email protected] Alert 02/ maart 2014

Fraudedesk info@fraudedesk.nl Alert 02/ maart 2014 Fraudedesk [email protected] Alert 0/ maart 0 Echtheidskenmerken nieuw Nederlands paspoort en identiteitskaart Nederland heeft met ingang van 9 maart 0 een nieuw model van het Nederlands paspoort en de

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Oostzaan Buiten gewoon

Oostzaan Buiten gewoon GESCAND OP Gemeente Oostzaan Buiten gewoon Gemeenteraad Oostzaan P/a Postbus 20 153OAA Wormeriand - 8 APR. Comeents Oostzaan Gemeentehuis ockadrcs Kerkbuurt 4, 1 511 BD Oostzaan Postadres Postbus 20, 1

Nadere informatie

NOM bereidt zich voor op de toekomst en gaat totaal lezen van mediamerken meten

NOM bereidt zich voor op de toekomst en gaat totaal lezen van mediamerken meten NOM bereidt zich voor op de toekomst en gaat totaal lezen van mediamerken meten Februari 2015 De grens tussen de traditionele media print, televisie en radio is in de afgelopen jaren steeds meer aan het

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Spiraalstelsels Het heelal wordt bevolkt door sterrenstelsels die elk uit miljarden sterren bestaan. Er zijn verschillende soorten sterrenstelsels. In het huidige heelal zien we

Nadere informatie

Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion

Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion Resultaat externe tevredenheidsmeting Pagina 1 Rinske Rill en Dea Bobeldijk. 21 mei 1 Inhoud Samenvatting... 1. Inleiding... 4 2. Aantallen respondenten...

Nadere informatie

Inleiding Motivatie & Leerstijlen. Hoogste scores. Motivatie overzicht. Uw resultaten in een overzicht. Naam:

Inleiding Motivatie & Leerstijlen. Hoogste scores. Motivatie overzicht. Uw resultaten in een overzicht. Naam: Rapportage De volgende tests zijn afgenomen: Test Motivatie en Leerstijlenvragenlijst (MLV-M) Status Voltooid Vertrouwelijk Naam Datum onderzoek 12 mei 2014 Emailadres Inleiding Motivatie & Leerstijlen

Nadere informatie

Een blik op de kringloop van blik

Een blik op de kringloop van blik Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam Postbus 247 1000 AE Amsterdam t 020 522 54 44 f 020 522 53 33 e [email protected] www.tns-nipo.com Social & Polling Rapport Een blik op de kringloop van blik Een

Nadere informatie

Nederlanders aan het woord

Nederlanders aan het woord Nederlanders aan het woord Veteranen en de Nederlandse Veteranendag 2014 Trends, Onderzoek en Statistiek (TOS) Directie Communicatie Documentnummer: TOS-14-066a Belangrijkste inzichten Nederlander hecht

Nadere informatie

Samenvatting Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2017

Samenvatting Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2017 Buitenhof 34 2513 AH Den Haag Postbus 20001 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Samenvatting Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2017 De Jaarevaluatie is een verantwoording aan de Tweede Kamer over

Nadere informatie

Hoe goed of slecht beleeft men de EOT-regeling? Hoe evolueert deze beleving in de eerste 30 maanden?

Hoe goed of slecht beleeft men de EOT-regeling? Hoe evolueert deze beleving in de eerste 30 maanden? Hoe goed of slecht beleeft men de EOT-regeling? Hoe evolueert deze beleving in de eerste 30 maanden? Auteur: Ruben Brondeel i.s.m. Prof. A. Buysse Onderzoeksvraag Tijdens het proces van een echtscheiding

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 compex vwo 2007-II

Eindexamen wiskunde A1-2 compex vwo 2007-II IQ Een maat voor iemands intelligentie is het zogenaamde IQ (Intelligentie Quotiënt). Hoe intelligenter een persoon is, hoe hoger zijn/haar IQ is. Het IQ is bij benadering normaal verdeeld. In deze opgave

Nadere informatie

Politiezone Vlas Kortrijk-Kuurne-Lendelede

Politiezone Vlas Kortrijk-Kuurne-Lendelede Politiezone Vlas Kortrijk-Kuurne-Lendelede Politiezone VLAS Kortrijk - Kuurne - Lendelede Dienst criminaliteitspreventie Hoe echte biljetten herkennen? Voelen Kijken Kantelen Controleren Welke hulpmiddelen

Nadere informatie

1 Televisiezenders die men wel eens bekijkt en de mate waarin men deze zou missen. (Basis: n=319)

1 Televisiezenders die men wel eens bekijkt en de mate waarin men deze zou missen. (Basis: n=319) Samenvatting Om een indruk te krijgen van de prestaties van Talpa is de respondenten gevraagd aan te geven naar welke zenders zij wel eens kijken. Van alle zenders die men kijkt is vervolgens vastgesteld

Nadere informatie

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld NEDERLANDERS OVER DE VIERDAAGSE Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen Nienke Lammertink en Koen Breedveld Mei 2016 1 Nederlanders over de

Nadere informatie

Samenvatting. BS De Fontein/ Helden. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Fontein. Ouders vinden 'Begeleiding' op school het belangrijkst

Samenvatting. BS De Fontein/ Helden. Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Fontein. Ouders vinden 'Begeleiding' op school het belangrijkst BS De Fontein/ Helden Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS De Fontein Enige tijd geleden heeft onze school BS De Fontein deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie