INKUILEN MET HET OOG OP MINIMALE BROEI- EN
|
|
|
- Anke Pieters
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 IKUILE MET HET OOG OP MIIMALE BROEI- E SCHIMMELOTWIKKELIG BIJ MAÏS : LCV-TEST BROEIREMMERS 2007 J. Latré, E. Wambacq, J. ollet, E. Daemers, B. De Roo, G. Haesaert Hogeschool Gent, Departement Biowetenschappen en Landschapsarchitectuur D. Coomans, G. Rombouts Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouw In de praktijk stellen we vandaag de dag veel problemen vast met broei- en/of schimmelontwikkeling in maïskuilen. Als de temperatuur van de kuilsnede b.v. 10 C hoger is dan de omgevingstemperatuur, dan gaat er wekelijks 15-20% droge stof van de kuilsnedelaag verloren. In voederwaarde uitgedrukt zal dit verlies zelfs nog hoger zijn doordat gisten/bacteriën natuurlijk de best verteerbare componenten eerst gaan afbreken. Schimmelontwikkeling in de kuil kan het gevolg zijn van broei, maar kan ook andere oorzaken hebben. Schimmels veroorzaken verliezen en kunnen mycotoxinen vormen die zeker niet ongevaarlijk zijn voor het vee. Voor deze problemen kunnen verschillende oorzaken aangehaald worden. Vaak worden de elementaire regels inzake in -en uitkuilen niet gerespecteerd. Het is dan ook goed om eerst na te gaan of er op dit vlak niets fout loopt op bedrijfsniveau. Komt er dan nog broei voor, dan kan men z n toevlucht nemen tot kuiladditieven. In navolging van een eerste vergelijkende proef in 2005 (in opdracht Landbouwcentrum voor Voedergewassen) werd in 2007 een analoog vergelijkend onderzoek uitgevoerd met broeiremmers. Basisregels inzake IKUILE met het oog op minder broei- en schimmelontwikkeling Streven naar een drogestofgehalte van 30-35% DS van de totale plant. iet te grof hakselen : 6-10mm. Rassen met stay green kunnen op een iets grotere haksellengte gehakseld worden in functie van het voorkomen van sapverliezen. Snel inkuilen en de kuil onmiddellijk afdekken met folie. Werk bij voorkeur met een bezemschone verharde ondergrond en geef de voorkeur aan sleufsilo s. Verspreid het materiaal in dunne lagen (volledige lengte van de kuil) en rij goed vast. Het hakselen en het lossen moet desnoods afgeremd worden! De aandruktrekker moet zwaar genoeg zijn (streven naar 15 ton), zonder te overdrijven in de bandenmaat gezien anders de druk per cm² teveel daalt. Hou de bestuurder van de aandruktrekker niet teveel aan de praat en laat hem bij het lossen steeds parkeren op een proper stuk beton. Voorzie meerdere kuilen zodat minder moet bijgevuld worden (openmaken van de kuil houdt steeds een risico in) en er sneller kan gevoerd worden. Een investering in een extra zomerkuil (kuilplaat 4,5-5m) is vaak een nuttige investering. Voorzie de aanvoerbaan liefst in beton om grondbevuiling via de banden te vermijden. Indien niet mogelijk kan een strobed voorzien worden vóór de kuil. Werk een kuil bovenaan steeds glad en effen af. Zo vermijd je condensvorming. iet te hoog boven de muren inkuilen, want zo creëer je slecht aangedrukte zijflanken. Dek de kuil zo snel mogelijk af (liefst 2 lagen plastic); voorzie ook een kunststof beschermzeil tegen vogelvraat. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -62-
2 Controleer regelmatig de plastic en herstel desgevallend snel. Hou de omgeving ook vrij van begroeiing (=huisvesting ongedierte). Laat de kuil minimaal 6 weken dicht zodat de gewenste eind-ph kan gehaald worden. Respecteer de kuilafmetingen die gelinkt zijn aan de gewenste uitkuilsnelheid, die dan weer op zijn beurt bepaald wordt door het aantal dieren en het rantsoen. Een te grote kuildoorsnede en een onaangepaste uitkuilsnelheid kunnen aanleiding geven tot broei en schimmelontwikkeling. Indien dagelijks wordt uitgekuild (bij gronddek) is 1-1,25m per week in principe voldoende. Indien gewerkt wordt met pakken (via U-snijder), dan is 1,5-2m per week het minimum. In de zomer kan algemeen gepleit worden voor 2m per week. Wordt deze uitkuilsnelheid niet gehaald, dan zijn er diverse alternatieven: het rantsoen aanpassen en meer voederen, omkuilen tot een smallere doorsnede, meer kuilen voorzien, investeren in een smalle zomerkuil, ofwel broeiremmers gaan inzetten (zie verder). Figuur 10: Een smalle zomerkuil en een correcte kuilsnede met nylon beschermdoek op de kuil Basisregels inzake UITKUILE met het oog op minder broei- en schimmelontwikkeling 1. Werk de kuil steeds glad af. Affrezen of snijden geniet de voorkeur boven lostrekken! 2. Verwijder onmiddellijk slecht materiaal weg van de kuil. Dit materiaal vormt immers een voedingsbron voor gisten/schimmels en kan de kuil verder contamineren. 3. Respecteer de uitkuilsnelheid (zie hoger). 4. Dek het snijvlak af met folie en zandslurven, zo voorkom je ook vogelschade. 5. Bij een te lage uitkuilsnelheid kan gedacht worden aan een oppervlaktebehandeling of kuiladditieven. Kuiladditieven of broeiremmers? Wanneer bovenstaande regels worden nageleefd en er geen broei voorkomt, moeten bij kuilmaïs geen kuiladditieven worden gebruikt. Indien je last hebt van teveel verliezen in de randlagen, is het spuiten/strooien van producten met een schimmelwerende werking (ondermeer producten op basis van propionzuur of ammoniumpropionaat of desgevallend natriumbenzoaat) op die randlagen een hulpmiddel. Zonder volledig te willen zijn, zijn dit enkele producten in alfabetische volgorde: Broeistop (Vossen Laboratories B.V.), en (Timac Potasco.V.), Luprosil (BASF), Propiosil (Comptoir de Gives-Provimi), Silage savor liquid (Kemin Europe V). Sommige van deze producten komen ook in aanmerking voor een dosering over de volledige kuil. Het kan natuurlijk gebeuren dat de kuilafmetingen toch groter uitvallen dan gepland, b.v. door een hogere opbrengst of onaangepaste afmetingen van de sleufsilo. In dit geval kunnen we voor de voorjaars en zomerkuilen zeker overwegen om een broeiremmend kuiladditief aan te wenden. Op heden zijn op dat vlak verschillende producten in de handel verkrijgbaar. Zonder hierin volledig te willen zijn, denken we hierbij aan inoculanten (op basis van heterofermentatieve bacteriën), in alfabetische orde: Bonsilage Plus (Schaumann H. Wilhelm GMBH, Barenbrug), (Agriton), (Timac-Potasco V), Fireguard (Alltech), (Lallemand S.A.), 11A44 (Pioneer Hi-Bred) en LB (Lallemand S.A.) of aan gecombineerde producten (combinatie van bacteriën met een bewaarmiddel) zoals o.a. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -63-
3 Ecocorn Double Action of Ecocorn B (Ecosyl) die uit onderzoek en in de praktijk hun broeivertragende werking hebben aangetoond. De huidige producten worden momenteel eenvoudig op de hakselaar gedoseerd via daarvoor speciaal ontworpen verdeelsystemen. aar analogie met een eerder uitgevoerde vergelijkende proef van broeiremmers (Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw, oogstjaar 2005) werd in 2007 opnieuw een vergelijkende proef uitgevoerd i.s.m. de participerende bedrijven Agriton, Alltech, Lallemand S.A. en Timac Potasco V. De producten en Eurosil Maïs zijn producten voor toplaagbehandeling (ca cm), de overige producten zijn producten voor het behandelen van de volledige kuil. Tabel 27 : Objecten en karakteristieken van de geteste kuiladditieven (Broeiremmers-LCV 2007) Object Bedrijf Actieve componenten kgds/m³ Dosering Controle hoge dichtheid Controle lage dichtheid Positieve controle propionzuur Positieve controle L.buchneri - / 200 / - / 160 / - propionzuur: 99% l/ton - Lactobacillus buchneri > CFU/g Agriton Lactobacillus plantarum 10 5 CFU/g Lactobacillus casei 10 4 CFU/g Saccharomyces cerevisiae Timac Potasco V Timac Potasco V Timac Potasco V Lallemand S.A. Lactobacillus plantarum CFU/g Pediococcus. acidilacti CFU/g Propionibact. acidiprop CFU/g calciumformiaat: 50% a-benzoaat: 30% acl: 20% natriumbisulfaat: 70% natriumsulfaat: 15% gemelasseerde kaolinitische klei: 15% Lactobacillus. Buchneri > CFU/g Alltech Lactobacillus plantarum, Enterococcus faecium, Pediococcus acidilacti, Lacto-bacillus salivarius total: min CFU/g g/ton ml/ton g/ton kg/ton kg/ton g/ton g/ton Materiaal en methoden De normaal gehakselde en in te kuilen maïs (33.9% DS, ras PR39A98) werd gehomogeniseerd en opengespreid op een plastic zeil. De te doseren oplossing werd homogeen verneveld op het materiaal aan een dosering van 1% of bv. 150 ml op 15 kg. a grondig mengen werd het materiaal ingekuild in de daarvoor speciaal voorziene microkuilen (Figuur 2). Er werden telkens 6 microkuilen gemaakt per behandeling waarvan er 5 werden weerhouden. Er werd geopteerd voor één dichtheid: 200 kg DS/m³ voor alle geteste producten. Bij de controle werd evenwel nog een extra lage dichtheid van 160 kg DS/m³ voorzien ter illustratie van in de praktijk slecht aangedrukte kuilen. Vanaf de dag van het inkuilen werd de gewichtsevolutie van deze microkuilen gevolgd. Finaal werden van deze stabiele kuilen na uitkuilen stalen genomen voor analyse van de vluchtige vetzuren, melkzuur en de voederwaarde. Via de voorziene afsluitbare openingen werd 44dagen na het inkuilen een zuurstofstress gegeven teneinde een simulatie van luchtintreding in de praktijk na te bootsen. Het uitkuilen vond plaats na 62 dagen. De aerobic stability werd bepaald volgens het Honig protocol. Per microkuil werden twee recipiënten (inhoud 1l) gevuld met het equivalent van 100g DS en vervolgens geplaatst in geïsoleerde dozen met luchtinlaat. Gedurende 7 dagen werd automatisch om de 30 minuten de temperatuur geregistreerd via temperatuurssondes (Figuur 3). De aerobic stability kan vervolgens gedefinieerd worden als het aantal uren na uitkuilen waarop de temperatuur 3 C hoger is dan de omgevingstemperatuur. Bij het begin en bij het einde van die 7 dagen werd het drogestofgehalte bepaald teneinde de drogestofverliezen als gevolg van broei in deze periode te kunnen inschatten. De data werden vervolgens statistisch Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -64-
4 vervolgens statistisch geanalyseerd. Eventuele outlayers werden niet in aanmerking genomen. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -65-
5 Figuur 11: Micro-silo Figuur 12: Temperatuursregistratie volgens Honig protocol. Resultaten Kuilkarakteristieken bij uitkuilen (Tabel 28) Hoewel significante verschillen werden vastgesteld inzake ph en drogestofgehalte waren de absolute verschillen tussen de behandelingen irrelevant. De ph van was significant hoger dan van de andere behandelingen. Het ammoniakgehalte en dus ook de ammoniakfractie was vrij laag, er werden geen significante verschillen vastgesteld inzake ammoniakfractie. Tabel 28: Kuilkarakteristieken bij het uitkuilen (Broeiremmers LCV-2007) OBJECT DS% bij uitkuilen ph Ammoniakfractie in % van het totaal zuur -H 3 /totaal melkzuur azijnzuur propionzuur controle - hoge dichtheid controle - lage dichtheid positieve controle: propionzuur positieve controle: L. buchneri distributie (1) significantie n.s. (1) staat voor normale distributie, staat voor niet normale distributie De organische zuren worden weergegeven in percentage op het totaal gehalte zuren. Het boterzuurgehalte was zeer laag en is niet weergegeven, hierdoor is de som van de percentages melkzuur, azijnzuur en propionzuur geen honderd procent. Er werden significante verschillen vastgesteld. had een significant lager gehalte aan azijnzuur dan de andere objecten. Het gehalte aan azijnzuur was voor propionzuur en significant lager in vergelijking met de andere behandelingen. Een hoger aandeel azijnzuur kan een remmende werking hebben op de ontwikkeling van gisten en dus op het voorkomen van broei. Het gegeven dat het aandeel propionzuur bij de positieve controle- propionzuur zoveel hoger was dan bij de andere objecten houdt enkel verband met het object zelf. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -66-
6 Temperatuursevolutie na uitkuilen (Figuur 13), aerobic stability (Tabel 3) en drogestofverliezen (Tabel 29) Opmerkelijke verschillen werden vastgesteld. De twee controlebehandelingen vertoonden een snelle temperatuursstijging of broei. Door beter aan te drukken verlaagde de broeigevoeligheid met ca. 10u. Propionzuur en volgden 5 tot 10u later. De andere behandelingen volgden verder tussen 10u later en meer dan 40 u later voor. In tabel 3 wordt de aerobic stability (aantal uur na uitkuilen voordat de temperatuur 3 C stijgt boven de omgevingstemperatuur (hier 20 C)) weergegeven. De behandelingen (69u 53 ), (59u 35 ), (61u 23 ) en de positieve controle L. buchneri (66u 26 ) hadden een significant hogere aerobic stability in vergelijking met de controle hoge dichtheid (45u 25 ). De broeigevoeligheid werd dus respectievelijk met 24u 28, 14u 10, 15u58 en 21u01 vertraagd E. aprilis pro temperatuur ( C) pos. controle propionzuur controle - HD controle - LD pos. controle L. buchneri controle - hoge dichtheid controle - lage dichtheid pos. controle: propionzuur pos. controle: L. buchneri aantal uren na uitkuilen Figuur 13 : Temperatuursevolutie maïs gedurende 7 dagen na uitkuilen (Honigprotocol) (Broeiremmers LCV-2007) De aerobic stability van (96u 54 ) was het hoogst, een vertraging van de broeigevoeligheid met 51u 29, maar verschilde niet significant tegenover de andere behandelingen, dit was te wijten aan de hoge spreiding (st.dev.) in de bekomen cijfers. en hadden een significant hogere aerobic stability in vergelijking met de positieve controle propionzuur die slechts een beperkte verlaging van de broeigevoeligheid met zich meebracht versus de controle hoge dichtheid. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -67-
7 Tabel 29 : aerobic stability (in uren+minuten) bij de verschillende objecten en weergave significante verschillen tussen de objecten (Broeiremmers LCV-2007) OBJECT controle - hoge dichtheid controle - lage dichtheid positieve controle: propionzuur positieve controle: L. buchneri distributie (1) significantie aerobic stability (uren+minuten) gem. 45u 25' st.dev. (2) 4u 17' gem. 35u 17' st.dev. 8u 6' gem. 50u 21' st.dev. 3u 42' gem. 66u 26' st.dev. 16u gem. 61u 23' st.dev. 4u 34' gem. 51u 38' st.dev. 13u 17' gem. 96u 54' st.dev. 40u 58' gem. 59u 19' st.dev. 9u 25' gem. 69u 53' st.dev. 9u 49' gem. 59u 35' st.dev. 6u object controle-hoge dichtheid controle - hoge dichtheid controle - lage dichtheid - (3) controle-lage dichtheid positieve controle: propionzuur positieve controle: L. buchneri positieve controle: propionzuur - * positieve controle: L. buchneri * (4) * - * * * * * * * * * * (1) staat voor normale distributie, staat voor niet normale distributie (2) st.dev. staat voor standaardafwijking en geeft een maat voor de spreiding van de cijfers rond het gemiddelde (3) een teken staat voor geen significant verschil tussen beide, in dit geval is er geen significant verschil tussen de controle lage dichtheid en de controle hoge dichtheid (4) een * teken staat voor een significant verschil, in dit geval is de positieve controle L. buchneri significant verschillend van de controle hoge dichtheid Inzake drogestofverliezen in de 7 dagen na uitkuilen waren er significante verschillen tussen de behandelingen. en vertoonden significant lagere drogestofverliezen in vergelijking met de controle hoge dichtheid. De drogestofverliezen in deze periode moeten evenwel met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd vermits er geen correctie werd uitgevoerd voor de alcoholfractie (alcohol wordt gevormd door gisten en wordt vluchtig bij het droogproces in de droogstoof). Dit feit kan de gegeven drogestofverliezen wat gaan overschatten want strikt genomen mag alcohol niet als een verliesfractie worden beschouwd. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -68-
8 Tabel 30: drogestofverliezen tijdens de 7 dagen na uitkuilen en tellingsgegevens micro-organismen bij uitkuilen (Broeiremmers LCV-2007) OBJECT drogestof verlies Honig (%) KVE/g gist (log 10 ) (3) KVE/g schimmels (log 10 ) controle - hoge dichtheid 5.87 ab (2) controle - lage dichtheid 5.70 abc positieve controle: propionzuur 6.05 a positieve controle: L. buchneri 4.00 bcd abc abc d abc cd abc distributie (1) significantie (1) staat voor normale distributie, staat voor niet normale distributie (2) gemiddelden gevolgd door een verschillende letter zijn significant verschillend (P<0.05) (3) KVE staat voor Kolonievormende eenheden per gram kuilvoeder uitgedrukt als logaritme of log 10 bv staat voor Telling van gisten en schimmels (Tabel 30,Figuur 14 en Figuur 15) Het uitgangsmateriaal (de maïs bij het inkuilen) bevatte per gram kuilvoeder ca KVE gisten en KVE(=Kolonie Vormende Eenheden) schimmels of een log 10 van respectievelijk 5.35 en 5.62 of anders of Bij het uitkuilen werden eveneens tellingen uitgevoerd. Hoewel de cijfers een hoge spreiding vertoonden, wat inherent is aan dergelijke tellingen, werden toch significante verschillen vastgesteld tussen de behandelingen (zie Figuur 14). Alle behandelingen, behalve propionzuur en, hadden een significant lager aantal gisten dan de controle hoge dichtheid of gemiddeld (=15776 KVE/g) versus (= KVE/g) of een factor 32.5 keer lager. Zoals verwacht vertoonde de controle lage dichtheid een significant hoger aantal gisten dan de controle hoge dichtheid. was niet significant verschillend dan de controle lage dichtheid. Verder was er geen significant verschil tussen de behandelingen. In het geval van de schimmels vertoonde enkel de controle lage dichtheid significant hogere waarden dan de andere behandelingen (behalve ) wat nog maar eens het belang van goed aandrukken illustreert. Propionzuur en hadden een significant lagere waarde dan. Voederwaardegegevens bij uitkuilen (Tabel 31) Tussen de behandelingen werden significante verschillen vastgesteld inzake ruw eiwit, in absolute waarde zijn de verschillen evenwel onbelangrijk voor de praktijk. Maïs behandeld met vertoonde een opmerkelijk hoger ruw vezelgehalte in vergelijking met de andere behandelingen. Hiervoor kon niet onmiddellijk een verklaring gevonden worden. Als gevolg hiervan was er ook een significant lagere VEM en VEVI-waarde voor. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -69-
9 (1) object controle-hoge dichtheid controle-lage dichtheid KVE/g gisten (log 10 ) KVE/g schimmels (log 10 ) positieve controle: propionzuur positieve controle:l. buchneri controle - hoge dichtheid controle - lage dichtheid * (1) * positieve controle: propionzuur - (2) * - * positieve controle: L. buchneri * * - - * - * * * * * * * * * * * * * * * * - - een * teken staat voor een significant verschil tussen beide, in dit geval is de controle lage dichtheid significant verschillend van de controle hoge dichtheid (2) een - teken staat voor geen significant verschil, in dit geval is de positieve controle propionzuur niet significant verschillend van de controle hoge dichtheid controle-hoge dichtheid controle-lage dichtheid positieve controle: propionzuur positieve controle:l. buchneri Figuur 14 : Weergave significante verschillen tussen de objecten inzake de telling van gisten en schimmels (Broeiremmers LCV 2007) gisten (log KVE/g) schimmels (log KVE/g) controle - hoge dichtheid control - lage dichtheid positieve controle: propionzuur positieve controle: L. buchneri Figuur 15 : Aantal gisten en schimmels bij het uitkuilen (KVE of kolonievormende eenheden weergegeven als log 10 ) (Broeiremmers LCV-2007) Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -70-
10 Tabel 31: Voederwaardegegevens uitgekuilde maïs (Broeiremmers LCV 2007) OBJECT VEM VEVI gdve controle - hoge dichtheid 5.56 ab (2) b a 913 a 38 a controle - lage dichtheid 5.54 ab ab a 896 a 37 a positieve controle: propionzuur 5.71 ab ab a 891 a 37 a positieve controle: L. buchneri 5.59 ab b a 906 a 38 a 5.49 b ab a 891 a 37 a 5.53 ab ab a 892 a 37 a 5.60 ab a b 854 b 35 b 5.79 a ab a 891 a 37 a 5.55 ab b a 900 a 37 a 5.55 ab ab a 892 a 37 a distributie (1) significantie Ruw eiwit (%DS) Ruwe celstof (%DS) zetmeel (%DS) n.s. (1) staat voor normale distributie, staat voor niet normale distributie VOS (%) (3) (2) gemiddelden gevolgd door een verschillende letter zijn significant verschillend (P<0.05) / kg DS (3) VOS : verteerbaarheid in % van de organische stof bepaald volgens de cellulase-verteerbaarheid (Methode De Boever) Parallellen met het vergelijkend onderzoek van 2005 Enkel de producten, en de positieve controles (L. buchneri en propionzuur) werden ook uitgetest in Zonder in detail te treden kunnen we stellen dat de positieve resultaten (broeiremmende werking en reductie aantal gisten en schimmels) van toen ook bevestigd werden in De positieve controle L. buchneri haalde in 2007 wel duidelijk betere resultaten terwijl de positieve controle propionzuur in 2007 minder goed scoorde. Kostprijs en rendabiliteit toepassing broeiremmers? De toepassing van een broeiremmer brengt natuurlijk een kostprijs met zich mee. In Tabel 32 is een berekening gemaakt voor een toepassing voor 200 ton maïs (ca. 4-5ha maïs) op basis van de actuele kostprijzen van de verschillende producten zoals ter beschikking gesteld van de betrokken bedrijven. Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen een toplaagbehandeling (producten en Eurosil Maïs) en producten voor een behandeling van de volledige kuil (EM-Silage, en Sil-All 4x4). Tabel 32 : Kostprijsberekening toepassing broeiremmer bij het inkuilen van 200ton kuilmaïs kostprijs Product voor euro/ton kuilmaïs 200ton Behandeling volledige kuil bedrijf =4-5ha maïs EM-Silage Agriton Lallemand SA =Lactazyme Alltech/Aveve kg/m²/50cm toplaag kuil 7mx25m* Product voor of 2kg per m³ 175m² oppervlak Toplaagbehandeling bedrijf of 3kg/ton verse masa euro/kg product Timac Potasco Eurosil Maïs Timac Potasco * sleufsilo van 7m op 25lang, muren 1.6m midden 2m hoog, ca. 200 ton verse maïs Deze kostprijs moet afgewogen worden tegenover een pak minder uitkuilverliezen door broei en schimmelontwikkeling en deze verliezen zijn dan weer sterk bedrijfsafhankelijk. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -71-
11 Wanneer we in het geschetst voorbeeld alleen al 4 % lagere uitkuilverliezen zouden realiseren op die 200 ton maïs door de toepassing van een broeiremmer vertegenwoordigt dit al 8 ton verse maïs of ca. 2.6 ton droge stof (33%DS) wat aan 190 euro kostprijs/ton droge stof maïs 500 euro betekent. In de praktijk zullen de verliezen door broei en schimmelvorming vaak nog hoger zijn waarbij ook het mogelijks positief effect op de aspecten voederwaarde (niet aangetoond in de proeven met microkuilen maar in de praktijk wel relevant) en diergezondheid zouden moeten verrekend worden aan de opbrengstzijde. Deze laatste zijn evenwel moeilijker te kwantificeren. Elke bedrijfsleider moet voor zijn bedrijf de afweging maken waarbij het bijhouden van de voorkomende uitkuilverliezen een goed vertrekpunt kan vormen. Besluit In de praktijk komt het erop aan om de in en uitkuilregels correct na te leven. Zo kan broei en schimmelontwikkeling tot een minimum beperkt worden. Constateren we op bedrijfsniveau toch nog problemen met broei dan kan het toepassen van een kuiladditief een oplossing betekenen. Door het toepassen van een broeiremmer kan de aerobic stability significant verbeteren, m.a.w. kan de broei vertraagd worden, en kan een significante reductie van het aantal schadelijke microorganismen (gisten en schimmels) bekomen worden. Hierdoor kunnen de drogestofverliezen ook beperkt worden. In het uitgevoerde onderzoek werden significante verschillen tussen de geteste middelen bekomen. Het toepassen van een broeiremmer betekent een meerkost die moet afgewogen worden op bedrijfsniveau. Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw -72-
Inkuilmanagement. dé specialist voor land- en tuinbouw
Inkuilen 2 e snede Inkuilmanagement Inkuilmanagement t.b.v. het voorkomen van broei en het verbeteren van de rantsoenefficiëntie. Ruwvoer is droog broei Ruwvoer heeft minder eiwit en meer suiker meer broei
Maïsoogst 2015 28/09/2015
Maïsoogst 2015 28/09/2015 De maïsoogst komt eraan. De natte maand augustus heeft het te verwachte oogsttijdstip wat achteruit geschoven. Ondanks de eerdere droogte lijkt de schimmeldruk vaak mee te vallen.
Meer melk uit uw ruwvoer. Conserveringsmiddelen en broeiremmers
Meer melk uit uw ruwvoer Conserveringsmiddelen en broeiremmers > betere ruwvoerkwaliteit > smakelijk ruwvoer > hogere opname > lagere voerkosten Ecosyl: meer melk uit uw ruwvoer Op melkveebedrijven blijft
Snijmaïs oogsten 1971. Inkuilmanagement. Wat komt aan de orde? Welke verliezen bij inkuilen, bewaring en voeren
Inkuilmanagement Betere snijmaïs voeren door minder verliezen Snijmaïs oogsten 1971 Herman van Schooten Maïschallenge bijeenkomst 4 september 2012 De normale oogsttijd valt van 20 september tot 20 oktober
Inkuilmanagement. Vragen Verliezen bij ruwvoerwinning Oogst Inkuilen Uitkuilen
Inkuilmanagement Even Voorstellen Arjan Geerets Melkveebedrijf met 140 koeien In juli 2015 afgestudeerd Dier- en Veehouderij op de HAS Laatste 20 weken studie: onderzoek naar mineralenmanagement in de
Bewaarbaarheid van de kuil. Blgg
Bewaarbaarheid van de kuil Blgg Inhoud Kengetallen gemiddeld bedrijf Conservering Belang ds bij conservering Verloop conservering Ontstaan van broei Nieuw kengetal broeigevoeligheid Voorbeelden broei Maatregelen
Grasland Klas 1. Inkuilen
Grasland Klas 1 Inkuilen Voederwinning Tijdstip van maaien 1) Vragen bij video Juiste tijdstip van maaien. a. Waar hangt het maaimoment van af? Noem er drie. b. Bij hoeveel kg DS/ha wil je oogsten. c.
INKUILMANAGEMENT MAÏS
INKUILMANAGEMENT MAÏS iperen.com GEZOND RUWVOER Iedere boer weet dat goed en gezond ruwvoer belangrijk is voor probleemloos melken en een goede melkproductie. Ruwvoer afkomstig van 50 tot 100 hectare gras-
INKUILMANAGEMENT MAÏS
INKUILMANAGEMENT MAÏS iperen.com GEZOND RUWVOER Iedere boer weet dat goed en gezond ruwvoer belangrijk is voor probleemloos melken en een goede melkproductie. Ruwvoer afkomstig van 50 tot 100 hectare gras-
INKUILMANAGEMENT GRAS
INKUILMANAGEMENT GRAS iperen.com GEZOND RUWVOER Iedere boer weet dat goed en gezond ruwvoer belangrijk is voor probleemloos melken en een goede melkproductie. Ruwvoer afkomstig van 5 tot 1 hectare gras-
INKUILMANAGEMENT GRAS
INKUILMANAGEMENT GRAS IN-/UITKUILMANAGEMENT BETER RUWVOER GEZOND MELKVEE MEER MELK GEZOND RUWVOER Iedere boer weet dat goed en gezond ruwvoer belangrijk is voor probleemloos melken en een goede melkproductie.
Ruwvoerontwikkelingen Nederland
Ruwvoerontwikkelingen Nederland Visie op (R)uwvoer - technisch Drogestofpercentage Nederlandse kuilen Drogestof % voorjaarskuilen 600 Drogestof % 500 400 300 Drogestof % 200 100 0 1994 1996 1998 2000 2002
Effect van het additief 11GFT op de kuilkwaliteit, chemische samenstelling en in vitro verteerbaarheid van Engels raaigras
Effect van het additief 11GFT op de kuilkwaliteit, chemische samenstelling en in vitro verteerbaarheid van Engels raaigras Auteurs Joos Latré, Elien Dupon Eva Wambacq Johan De Boever, Leen Vandaele 6/05/2014
Bovendien werkt EM- Silage broei-remmend, hierdoor ligt het rendement veel hoger. Er zijn namelijk veel minder inkuil en uitkuilverliezen.
EM- Silage Doeltreffend inkuilmiddel voor een betaalbare prijs EM- Silage is een inkuilmiddel dat naast melkzuur bacteriën ook gisten bevat, dit in tegenstelling tot vele andere preparaten. Het is een
RUWVOER + Inkuilmanagement. Assortiment inkuilmiddelen
RUWVOER + Inkuilmanagement Assortiment inkuilmiddelen De melkveehouderijsector staat met de afloop van het melkquotum voor een aantal grote uitdagingen. Gezien de verwachte stijging van de melkproductie
HUMUSZUREN ALS HULPMIDDEL VOOR DE OPTIMALISATIE VAN
HUMUSZUREN ALS HULPMIDDEL VOOR DE OPTIMALISATIE VAN OPBRENGST EN KWALITEIT VAN RAAIGRAS BIJ VERMINDERDE BEMESTING Greet Verlinden, Thomas Coussens en Geert Haesaert Hogeschool Gent, Departement Biowetenschappen
Voederwaarde-onderzoek Gras ingekuild Kuilkenner Excellent kuil 1
Onderzoek Onderzoek-/ordernummer: Datum verslag: 731267/002743994 22-07-2011 Oogstdatum: Datum monstername: Monster genomen door: Contactpersoon monstername: 16-05-2011 07-07-2011 Dick Huiberts: 0652002131
Van maaien..tot inkuilen
Van maaien..tot inkuilen Tijdstip van maaien Weersverwachtingen Voldoende RE in het gras 15 a 16% RE in basisrantsoen Meer maïs in het rantsoen hoger RE-gehalte in gras Voldoende suiker in het gras Minimaal
Effect van het additief 11GFT in graskuil op de pensafbreekbaarheid en melkproductieresultaten
Effect van het additief 11GFT in graskuil op de pensafbreekbaarheid en melkproductieresultaten Auteurs Johan De Boever, Leen Vandaele Eva Wambacq Elien Dupon, Joos Latré 6/05/2014 www.lcvvzw.be 2 / 11
11/6/2016. Voeding voor plant is voeding voor dier. Snijmais opbrengst. Grasland opbrengst. Wat willen we t.a.v. bodem en vee
Voeding voor plant is voeding voor dier SLIM VOEDEN GEZONDE BODEM, GEZONDE PLANTEN, GEZONDE DIEREN KRACHT IN DE KETEN Op maat voeden en beschermen van dieren en gewassen leidt tot de beste prestaties op
DOSSIER Kuilen en kuilafdekmiddelen BASISREGELS BIJ HET INKUILEN
DOSSIER Kuilen en kuilafdekmiddelen CASE IH BASISREGELS BIJ HET INKUILEN Iedere veehouder wil het beste voer voor zijn dieren. Eerste vereiste is dat er kwaliteit in de kuil gaat. Tweede vereiste is dat
Optimaal inzetten van ruwvoeders op een melkveebedrijf.
Optimaal inzetten van ruwvoeders op een melkveebedrijf. Eddy Decaesteker Bedrijfsadvisering Melkveehouderij [email protected] LCV-avond Poperinge 31 jan 2018 Ruwvoederkostprijzen LCV 2012 Kostprijs
Inkuilmanagement snijmaïs
Inkuilmanagement snijmaïs Veranderingen snijmaïskwaliteit laatste 20 jaar Drogestofpercentages zijn van 29% naar 37% gestegen. Zetmeelgehalten zijn van 280 naar 388 gr/kg ds gestegen. Ruwecelstofgehalten
Grasgids voor. Belgisch Witblauw. Méér vlees uit gras. Groot in Gras. Waar koopt u? Voor verkoopadressen kijk op www.barenbrug.be of bel 03 219 19 47
BB-082011 Grasgids voor Waar koopt u? Voor verkoopadressen kijk op www.barenbrug.be of bel 03 219 19 47 Belgisch Witblauw Groot in Gras Barenbrug Belgium NV Hogenakkerhoekstraat 19 9150 Kruibeke E-mail:
11 Opslag en bewaring
11 Opslag en bewaring 11.1 Inkuilproces... 157 11.2 Inkuilverliezen... 159 11.3 Opslag... 160 11.4 Aanleggen kuil... 161 11.5 Afdekken snijmaïskuil... 162 11.6 Dichtheid (m 3 -gewicht)... 163 11.7 Broei
Kwaliteit middelen en dosering
Kwaliteit middelen en dosering Aanmaken product Meng de inhoud van het sachet in 0,5 liter water (kamertemperatuur) Verdun tot 2 liter water Dosering opgelost product via Ultra Low Volume: 10-50 ml/behandelde
Voederbieten: bewaring en voederwaarde
Voederbieten: bewaring en voederwaarde DE BOEVER JOHAN Voederbietendag - Herenthout 9 november 2018 Inleiding VOORDELEN Hoge opbrengst: 17-20 ton DS per ha Lange groeiperiode: goed vanggewas voor stikstof
KUNNEN VOEDERBIETEN PERSPULP VERVANGEN IN HET
KUNNEN VOEDERBIETEN PERSPULP VERVANGEN IN HET MELKVEERANTSOEN? Daniël De Brabander en Sam De Campeneere Vlaamse overheid, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) Eenheid Dier Alex De Vliegher
Kuilvoer voor schapen
Geachte relatie, Een nieuw jaar, een nieuwe nieuwsbrief. Een strenge winter lijkt nu nog ver weg. Voor het land en het ongedierte zou een strenge vorst wel goed zijn, maar we moeten maar afwachten wat
Loonwerk en diergezondheid. Maandag 23 januari 2012 Gerrit Hegen
Loonwerk en diergezondheid Maandag 23 januari 2012 Gerrit Hegen Risicofactor Mest overdraagbare ziekten: 1. Salmonella 2. Paratbc Gesloten bedrijf? Intensief bedrijf: Samenwerking met akkerbouwer:
Kuilkenner Grasbalen (afgesloten) balen juli. Uw klantnummer: Eurofins Agro Postbus 170 NL AD Wageningen
Kuilkenner Grasbalen (afgesloten) Uw klantnummer: 2011239 H. Holman Markewg 17 9307 PC STEENBERGEN DR Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Johan de Vries: 0652002171 T klantenservice:
Juiste bepaling van kuildichtheden t.b.v. voorraadberekening voor BEX en BEP Samenvatting van het onderzoek
Juiste bepaling van kuildichtheden t.b.v. voorraadberekening voor BEX en BEP Samenvatting van het onderzoek Herman van Schooten, Wageningen UR Livestock Research Gerard Abbink, BlggAgroXpertus December
Modelberekening ECOFERM
Modelberekening ECOFERM Een financiële en ecologische vergelijking 10 maart 2016, Chris de Visser Inhoud Werkwijze en methode Resultaten Rantsoen kalveren Mest- en mestverwerking Eendenkroos Broeikasgasemissies
Ingekuilde mengteelt van witte en rode klaver met gras voor melkvee
Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw Gegevens uit deze publicatie mogen overgenomen worden mits bronvermelding (=vermelding kader onderaan) Ingekuilde mengteelt van witte en rode klaver met gras voor
Kuilkenner Gras ingekuild kuilsilo 2. Uw klantnummer: Eurofins Agro Postbus 170 NL AD Wageningen
Kuilkenner Gras ingekuild kuilsilo 2 Uw klantnummer: 2011239 H. Holman Markewg 17 9307 PC STEENBERGEN DR Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Johan de Vries: 0652002171 T klantenservice:
BAM - Bemonsterings- en analysemethodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van snel vrijkomende organische stikstof
- Bemonsterings- en analysemethodes voor bodem in het kader van het mestdecreet Bodem Bepaling van snel vrijkomende organische stikstof VERSIE 3.0 juni 2010 Pagina 1 van 5 BAM/deel 1/12 1 PRINCIPE Het
GRASDUINEN IN HET GRAS
Ruraal Netwerk 25 april 2013 GRASDUINEN IN HET GRAS GEBRUIKSDOELSTELLINGEN VAN GRAS VOOR LANDBOUW Geert Rombouts Mathias Abts Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Voorlichting
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding
Vochtrijke Voeders van levering tot aan het voerhek. Informatie over het bewaren en voeren van vochtrijke voeders
Vochtrijke Voeders van levering tot aan het voerhek Informatie over het bewaren en voeren van vochtrijke voeders Voorwoord Vochtrijke voeders zijn een aantrekkelijke en waardevolle aanvulling voor het
e moeilijke meimaand van vorig jaar was voor de verkopers van inkuilmiddelen een toptijd. Ze zagen de
S P E CI AL I NK UI L MI D DE L E N Inzet van toevoegmiddelen bij inkuilen verschuift van Inkuilmiddel als p Traditioneel worden inkuilmiddelen ingezet als onder moeilijke omstandigheden een kuil dreigt
Voederwaardeonderzoek Grasbalen (afgesloten) Voeding compleet Balen 73 x. Uw klantnummer: Eurofins Agro Postbus 170 NL AD Wageningen
Voederwaardeonderzoek Grasbalen (afgesloten) Voeding compleet Uw klantnummer: 2704803 D. Oosterhof Het Zuid 53 9203 TC DRACHTEN Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Sipke Nijboer:
Niet ruw omspringen met ruwvoerwinning.
Niet ruw omspringen met ruwvoerwinning. Koe-Kompas training 12 augustus 2014 Niet ruw omspringen met ruwvoerwinning. Goed ruwvoer laat melkvee optimaal presteren Voeding gezondheid Koe voeren is pens voeren!
Maïsrassenkeuze i.f.v. de voederkwaliteit
Maïsrassenkeuze i.f.v. de voederkwaliteit J. De Boever Studieavond voor de Veehouderij Oostkamp 6/02/2013 Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Eenheid Dier www.ilvo.vlaanderen.be Beleidsdomein
EFFECT VAN GRASKUIL WAARBIJ GEBRUIK IS GEMAAKT VAN EM-SILAGE OP DE METHAAN- EN VLUCHTIGE VETZUREN PRODUCTIE IN DE PENS
EFFECT VAN GRASKUIL WAARBIJ GEBRUIK IS GEMAAKT VAN EM-SILAGE OP DE METHAAN- EN VLUCHTIGE VETZUREN PRODUCTIE IN DE PENS Uitgevoerd door Feed Innovation Services (FIS) Aarle-Rixtel April 2003 In opdracht
INDUSTRIELE CICHOREI
23/05/2002 COMITE VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN Criteria voor het onderzoek van rassen met het oog op hun toelating tot de catalogus INDUSTRIELE CICHOREI
Resultaten KringloopWijzers 2016
Resultaten KringloopWijzers 2016 7 september 2017 Gerjan Hilhorst WLR - De Marke Het belang van lage verliezen Mineralenverliezen belasten het milieu EU beleid: beperken verliezen uit landbouw Streven:
Eiwitgewassen. Voordelen luzerne. Nadelen luzerne 1/14/2016. Luzerne Rode klaver Lupine Veldbonen Soja. Eiwitrijke gewassen
Eiwitgewassen Eiwitrijke gewassen Luzerne Rode klaver Lupine Veldbonen Soja Voordelen luzerne Nadelen luzerne Positief effect op bodemstructuur Droogteresistent door diepe beworteling Nalevering N: 60
Voederwaardeonderzoek Gras ingekuild Voeding compleet Plaat 2. Uw klantnummer: Eurofins Agro Postbus 170 NL AD Wageningen
Voederwaardeonderzoek Gras ingekuild Voeding compleet Uw klantnummer: 3105474 R. Logtenberg Vinkegavaartwg 4 8394 TC DE HOEVE Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Sipke Nijboer:
4 Malen, inkuilen en bewaren. 4.1 Malen. 4.2 Inkuilen
4 Malen, inkuilen en bewaren 4.1 Malen Aan het malen van CCM moet veel aandacht worden besteed. Na het malen moet minimaal 80% van alle deeltjes kleiner zijn dan 2 mm. Dan is het zeker dat ook de spil
Snijmaïs Gras-klaver / Effectief in alle droge stofklassen Voorkomt inkuilverliezen
Inkuilen Reduceert inkuilverlies van 20% naar 4% Effectief in alle droge stofklassen Voorkomt inkuilverliezen Méér VEM en eiwit uit uw graskuil Minder broei en schimmels 1,6 liter méér melk per koe per
De invloed van Bergafat F 100 op melkproductie en samenstelling in tankmelk van melkkoeien in mid-lactatie op een siësta beweidingssysteem
De invloed van Bergafat F 100 op melkproductie en samenstelling in tankmelk van melkkoeien in mid-lactatie op een siësta beweidingssysteem Proefverslag nr. 649 oktober 2004 auteur: dr. ir. W.M. van Straalen
Granen in de Melkveehouderij. Henk Woolderink/ Roy Berentsen 30 mei 2013
Granen in de Melkveehouderij Henk Woolderink/ Roy Berentsen 30 mei 2013 Aandachtspunten Ontwikkelingen mestbeleid! Dreigend ruwvoeroverschot? Krachtvoervervangers! Projectmatig! Voedergewassen Eigen eiwit
Quinoa-GPS in het rantsoen voor melkkoeien
Quinoa-GPS in het rantsoen voor melkkoeien Ronald Zom, Herman van Schooten en Ina Pinxterhuis Quinoa is een eenvoudig te telen gewas dat in korte tijd een hoge opbrengst geeft, goed te conserveren is en
Samenvatting. Samenvatting
Samenvatting 106 Samenvatting Samenvatting Actieve sportpaarden krijgen vaak vetrijke rantsoenen met vetgehalten tot 130 g/kg droge stof. De toevoeging van vet verhoogt de energiedichtheid van voeders.
Bemesting en uitbating gras(klaver)
Bemesting en uitbating gras(klaver) Alex De Vliegher ILVO-Plant T&O Melle, 10 november 2011 Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Eenheid Plant www.ilvo.vlaanderen.be Beleidsdomein Landbouw en
TARWE INGEKUILD IN DRAF VERGELEKEN MET GEPLETTE TARWE EN
TARWE INGEKUILD IN DRAF VERGELEKEN MET GEPLETTE TARWE EN INGEKUILDE GEMALEN TARWE BIJ MELKVEE S. De Campeneere, J. De Boever, D. De Brabander Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) Eenheid
Onderwerpen. Inkuilmiddelen, welke keuzes maak je?
Onderwerpen Inkuilmiddelen, welke keuzes maak je? Wetenschap versus praktijk Management Dichtheid zuurstof eruit Dosering en middelen (inhoud middelen) Snelle ph daling Broei voorkomen (gisten en schimmels
Satellietbedrijf Kooiker
Satellietbedrijf Kooiker Rapportage 2016 Algemeen Bedrijfsgegevens Naam: Mts Smeenge Adres: Hoofdweg 62 9483 PD Zeegse Teamsamenstelling: Jan Reinder Smeenge, Harry Koonstra, David van der Schans, Harm
Waarom mestscheiding?
Opdrachtnr.: 12061301 In opdracht van: Jan Feersma-Hoekstra Uitgevoerd door: Jan Siemen Atsma Datum: 13-6-12 Fermentatieproef dikke fractie koemest Doel Onderzoeken of de dikke fractie van koemest, afkomstig
Ammoniakreductie, een zaak van het gehele bedrijf
Ammoniakreductie, een zaak van het gehele bedrijf Pilotveehouder Henk van Dijk Proeftuinadviseur Gerrit de Lange Countus Accountants Proeftuin Natura 2000 Overijssel wordt mede mogelijk gemaakt door: 8
Energie WAARDERING. Voederwaarde bepaling 26/09/2018
VAKGROEP VOORTPLANTING VERLOSKUNDE EN BEDRIJFSDIERGENEESKUNDE FACULTEIT DIERGENEESKUNDE UNIVERSITEIT GENT Voederwaarde bepaling Jenne De Koster, Geert Opsomer, Miel Hostens Energie WAARDERING Het hechten
SPECTROFOTOMETRISCHE BEPALING VAN HET ORGANISCH KOOLSTOFGEHALTE IN BODEM
SPECTROFOTOMETRISCHE BEPALING VAN HET ORGANISCH KOOLSTOFGEHALTE IN BODEM 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze methode beschrijft de spectrofotometrische bepaling van het organisch koolstofgehalte in bodem
Vergisting van eendenmest
Lettinga Associates Foundation for environmental protection and resource conservation Vergisting van eendenmest Opdrachtgever: WUR Animal Sciences Group Fridtjof de Buisonjé Datum: 3 oktober 2008 Lettinga
Grasland Klas 1. Inkuilen
Grasland Klas 1 Inkuilen Inhoud Hoofdstuk 1: Van maaien tot wiersen... 3 1.1: Het maaimoment... 3 1.2: Kneuzen en het suikergehalte van kuil... 6 1.3: Veldverliezen... 7 1.4: Maaihoogte... 7 1.5: Ruw As...
Natuurmaaisel : tussen veevoer en afval. Willy Verbeke, Natuurinvest/Inverde 15 feb 2019
Natuurmaaisel : tussen veevoer en afval Willy Verbeke, Natuurinvest/Inverde 15 feb 2019 Natuurmaaisel kan afval zijn Voor Nederland en Vlaanderen : Europese regelgeving = Kaderrichtlijn afvalstoffen Artikel
Kort verslag oriënterende voerproef hooi
Kort verslag oriënterende voerproef hooi Voerproef naar de invloed van hooi op melkproductie en melksamenstelling Uitgevoerd voor het netwerk Heerlijk, Helder Hooi Locatie proef: proefboerderij Zegveld
Geachte relatie, Onze rundveespecialist wil graag voor u het rantsoen bereken, voor een rantsoen op maat!
Geachte relatie, Wat een mooi voorjaar en zomer hebben we gehad. Veel warme en zonnige dagen. Er is veel goede vrucht geoogst. Nu is de eerste herfststorm alweer geweest en de winterperiode staat voor
DE INVLOED VAN EFFECTIEVE MICROBEN OP OPBRENGST EN NPK OPNAME DOOR ENGELS RAAIGRAS IN EEN POTPROEF
HOMEPAGE EMRO Nederland Agriton.com DE INVLOED VAN EFFECTIEVE MICROBEN OP OPBRENGST EN NPK OPNAME DOOR ENGELS RAAIGRAS IN EEN POTPROEF door J.A. Nelemans en M.L. van Beusichem Landbouwuniversiteit Wageningen
Van goed ruwvoer uw topprioriteit maken
Voorjaarsspecial Voor consequent beter kuilvoer Van goed ruwvoer uw topprioriteit maken Facebook.com/Koelekuilenactie www.ecosyl.nl www.ecosyl.com 2 mening Anders nl: ijkheid van il vergroten het uitkuilen/
Ruwvoeravond. Passen alternatieve gewassen bij u?
Ruwvoeravond Passen alternatieve gewassen bij u? Hoornaar, 16 feb 2017 Akkerbouwmatige Ruwvoerteelt Planmatig werken aan een optimale(ruwvoer)opbrengst door te sturen op bodem en gewas +2.000 kg ds Wat
Bemestingsstrategie voor de teeltcombinatie gras-maïs
Bemestingsstrategie voor de teeltcombinatie gras-maïs Auteurs Gert Van de Ven, An Schellekens Wendy Odeurs Joos Latré 14/03/2014 www.lcvvzw.be 2 / 8 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 Inleiding... 4 Adviezen...
Werkblad: Kans op pensverzuring
Werkblad: Kans op pensverzuring 1) Bekijk zowel de ruwvoeranalyse als het voedermiddel en vul de onderstaande tabel in. Beoordeling graskuil JA NEE Het droge stof gehalte is lager dan 40%. Het suikergehalte
Wereldoriëntatie - Natuur Wereldoriëntatie - Techniek Geschatte lesduur Hoofdstuk 1.2. Nuttige microben benadrukt dat niet alle
Wereldoriëntatie - Natuur Algemene vaardigheden: 1.1 & 1.2 Levende en niet-levende natuur: 1.3 & 1.5 Wereldoriëntatie - Techniek 2.16* Geschatte lesduur 50 minuten Hoofdstuk 1.2. Nuttige microben benadrukt
Voederwaardeonderzoek Grasbalen (afgesloten) Voeding compleet 3e snee. Uw klantnummer: Eurofins Agro Postbus 170 NL AD Wageningen
Voederwaardeonderzoek Grasbalen (afgesloten) Voeding compleet Uw klantnummer: 2745984 Mts K. & R. Lieuwes De Wygeast 67 9294 KR OUDWOUDE Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername:
HANDLEIDING BEHANDELING MET LAGE ZUURSTOF (ANOXIE) VAN KLEINE VOORWERPEN
HANDLEIDING BEHANDELING MET LAGE ZUURSTOF (ANOXIE) VAN KLEINE VOORWERPEN bron: Agnes BROKERHOF, senior consultant bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed Nederland BENODIGDHEDEN -specifieke plasticfolie die
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Gewasgezondheid in relatie tot substraatsamenstelling (Input-output Fase IV)
Gewasgezondheid in relatie tot substraatsamenstelling (Input-output Fase IV) Effect twee vulgewichten op opbrengst en kwaliteit Johan Baars, Anton Sonnenberg & Pieter de Visser & Chris Blok Dit project
Voeding Róse kalveren
Voeding Rosékalveren ZLTO 30 november 2011 Engelbert Heutink Voeding Róse kalveren Verschil Junior en Oud Opfok niet onderschatten Voederwaarde en voedernormen Pensgezondheid 1 VOEDING OUD Zoals het de
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding
2.2 De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE31-VE41, 2018-2019 Auteur: E. Held; bewerkt door H. Hermans : Hoofdstuk 2 De Weende-analyse (presentatie) 1 Bij het oprispen boeren komt methaan (CH4)
RIJENBEMESTING BIJ MAÏS: WELKE MESTSTOF KIEZEN?
Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw Gegevens uit deze publicatie mogen overgenomen worden mits bronvermelding RIJENBEMESTING BIJ MAÏS: WELKE MESTSTOF KIEZEN? Wendy Odeurs, Jan Bries Bodemkundige Dienst
In deze circulaire zal aandacht worden besteed aan maatregelen om deze ongewenste situaties te voorkomen of te beperken.
SCH-1996-20 DE INTERNE OF VOERGEBONDEN WARMTE VAN VARKENSVOEDERS Inleiding Van de energie die met het voer aan varkens wordt verstrekt komt een aanzienlijk deel vrij als warmte. Dit is de interne of voergebonden
Invloed voeding op pensfermentatie in melkvee
Invloed voeding op pensfermentatie in melkvee André Bannink [email protected] Animal Sciences Group Wageningen UR in samenwerking met : Jan Dijkstra, Lsg Diervoeding, Wageningen Universiteit Pensfermentatie
De Weende-analyse bij veevoeding. Scheikunde voor VE41, Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans
De Weende-analyse bij veevoeding Scheikunde voor VE41, 2017-2018 Auteur: E. Held; bewerkt : door H. Hermans Weende-analyse: DS-gehalte Droge stof (DS): Het materiaal dat overblijft als, door verwarming
VELDSLA ONDER GLAS Rassenonderzoek
VELDSLA ONDER GLAS 216 - senonderzoek Winterteelt 216-217 4 e gamma TOAGLA16VSL_RA3 Onderzoek financieel gesteund door de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling
In/uitkuilmanagement 2016
In/uitkuilmanagement 2016 Doelstellingen in/uitkuilmanagement 1. Stabiel maken van de kuil (conservering) 2. Voorkomen van broei en schimmelvorming 1. Energie- en eiwitverlies voorkomen 2. Voorkomen teveel
Zeesla, van lastige bijvangst tot nieuw visserij product: Ulva-mest. Tussenrapportage fase 2. Bemestingstoepassing Ulva
Zeesla, van lastige bijvangst tot nieuw visserij product: Ulva-mest Tussenrapportage fase 2 Bemestingstoepassing Ulva uitgevoerd door Zilt Proefbedrijf B.V. dagelijkse uitvoering en controle: Mark van
STRIPTILL IN DE MAISTEELT, MEER ERVARINGEN
STRIPTILL IN DE MAISTEELT, MEER ERVARINGEN Gert Van de Ven (Hooibeekhoeve/LCV) Koen Vrancken (PIBO Campus vzw) Jill Dillen (BDB) Mathias Abts (Departement Landbouw en Visserij) In het buitenland wordt
Het watergehalte in verse en gerookte haringfilets
MINISTERIE VAN LANDBOUW Bestuur voor Landbouwkundig Onderzoek Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek - Gent PROEFSTATION VOOR ZEEVISSERIJ Directeur : P. Hovart Nr 6 Het watergehalte in verse en gerookte
Bemesting van tulp in de broeierij
Bemesting van tulp in de broeierij M.F.N. van Dam, A.J.M. van Haaster, H.P. Pasterkamp, S. Marinova, N.S. van Wees, e.a. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector bloembollen december 2003 PPO 330
Belang van goed water
Belang van goed water Dr Guillaume Counotte Wat is goed water? Smakelijk Beschikbaar Niet schadelijk voor dieren Niet schadelijk voor producten (ei, vlees) 1 Waterbehoefte Normale omstandigheden: 1,6-2
Het beste tijdstip om grasland te vernieuwen
Het beste tijdstip om grasland te vernieuwen Auteur Alex De Vliegher 16/04/2014 www.lcvvzw.be 2 / 7 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave... 3 Wanneer grasland vernieuwen in het najaar? Wanneer in het voorjaar?...
Bent u het afdekken van uw ruwvoer ook zo zat? Met het Silage Safe afdeksysteem bent u verlost van het arbeidsintensieve afdekken van uw ruwvoer
Bent u het afdekken van uw ruwvoer ook zo zat? Met het Silage Safe afdeksysteem bent u verlost van het arbeidsintensieve afdekken van uw ruwvoer Hoe dekt u uw ruwvoer af? Wellicht maakt u gebruik van zand/grond,
OMSCHAKELEN NAAR GROEPSHUISVESTING IN BESTAANDE STALLEN: HOE VOLDOEN AAN HET VERPLICHTE AANDEEL DICHTE VLOER?
Tekst: Suzy Van Gansbeke & Tom Van den Bogaert (Vlaamse Overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling), Sarah De Smet & Kelly Relaes (Varkensloket) OMSCHAKELEN NAAR
d. Bereken nu of er een tekort of een overschot aan ruwvoer is. Vul hiervoor de onderste tabel in.
Opdracht ruwvoerbalans 1) Maak een ruwvoerbalans a. Bepaal met de onderstaande tabel wat de inhoud van de kuilen is en vul de bovenste tabel in. - Kuil 1: Kuilgras (40% DS)in sleufsilo zonder gronddek
